Panasonic DP150FP Operating instructions

Panasonic DP150FP Operating instructions
EERSTE
KENNISMAKING MET
UW FAXTOESTEL
INSTALLATIE
VAN HET
TOESTEL
Digitaal Document Systeem
PROGRAMMERING
VAN HET TOESTEL
Handleiding (voor fax)
Modelnummer
DP-150FP
Lees voor het gebruik van het
kopieersystem alle instrukties aandachtig
door en bewaar deze handleiding als
naslagwerk.
Nederlands
7
AANHANGSEL
PROBLEMEN
VERHELPEN
VERSLAGEN EN
LIJSTEN
AFDRUKKEN
MOGELIJKHEDEN
IN EEN NETWERK
BIJZONDERE
MOGELIJKHEDEN
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
Accessoires
UE-410045/410046/410047
DZHT000004
BELANGRIJKE INFORMATIE
Bij elk verzoek om inlichtingen, benodigdheden of serviceverlening dient u het model- en serienummer van
uw toestel op te geven. Het model- en serienummer vindt u op het kenplaatje dat op de hieronder getoonde
plaats op het toestel is aangebracht. Gemakshalve is hieronder ook ruimte voorzien waarin u alle informatie
kunt optekenen die u in de toekomst nodig zou kunnen hebben.
Modelnummer
Serienummer
Aankoopdatum
Verdeler
Adres
Telefoonnummer
(
)
–
Telefoonnummer onderdelen
(
)
–
Telefoonnummer technische dienst
(
)
–
Serienummer
Modeinummer
Copyright © 2001 door Matsushita Graphic Communication Systems, Inc.
Alle rechten voorbehouden. Kopiëren of verspreiden zonder toestemming is in strijd met de wet. Gedrukt in Japan.
TheDe informatie in deze gebruiksaanwijzing kan worden veranderd zonder kennisgeving.
INSTALLING YOUR MACHINE
Met meer dan 4 functies zeer geschikt voor kantoorgebruik
1
Kopieren
2
Fax
3
Printer
• Standaard digitale printerbesturing, printerresolutie
300 of 600 dpi.
4
Scanner
5
• Kopieren tot papierformaat Legal.
• Geschikt voor het kopieren van tekst/foto's/
grijswaarden.
• Super G3 compatibele, normaal papier fax.
• Standaard zwart/wit origineelscanner, scanresolutie
tot 400 dpi.
Toepassingsoftware
• Documentbeheer
• Documentviewer
• Documentscanner
• Hulpprogramma's
(statusmonitor en bewerkingsprogramma's voor
telefoonboek en configuratie)
DP-150FP Handleiding
Bij deze kopieermachine worden 3 handleidingen geleverd. Raadpleeg de juiste handleiding wanneer dit nodig is.
<Copier>
Raadpleeg deze handleiding wanneer u vragen heeft over het gebruik van de
kopieermachine. B.v.: hoe u kopieën maakt, papier bijvult, de tonercassette
vervangt, enz.
<Facsimile>
Raadpleeg de DP-150FP Fax-handleiding wanneer u vragen heeft over het
gebruik van de fax. B.v.: hoe u een fax verzendt of ontvangt, wat u moet doen
wanneer er een foutmelding verschijnt, enz.
<Printer>
&
<Other Advanced Functions>
Raadpleeg de op de bijgeleverde cd-rom voor details over het gebruik als printer
of scanner, bewerken van de functie kiezen met de faxgids, apparaatinstellingen,
de statusmonitor en/of documentbeheer.
3
INSTALLING YOUR MACHINE
Bedieningsschema (voor de fax)
■ Het plaatsen van originelen
(1) Op de invoereenheid
(2) Op de glasplaat
Bedrukte zijde boven
Papierformaat aanduidingen
Met de bedrukte
zijde naar beneden
Papiergeleider
Leg het origineel (de originelen) met de bedrukte zijde
naar boven zo ver mogelijk in de invoereenheid.
Stel de papiergeleiders zodanig in, dat het origineel
(de originelen) in het midden van de invoereenheid
terechtkomen.
Leg een boek of ander origineel met de
bedrukte zijde naar beneden op de
glasplaat en let hierbij op de pijlen van de
papierformaat aanduidingen.
■ Basisbediening
Berichtenvenster
2SIDED
KOPIE
FLASH
FOTO
DATA
AUTO
SELECTEREN
DONKER
ON LINE
1
Plaats het
origineel
(de originelen)
Plaats papier
Schakel de netspanning in.
2 ABC
3 DEF
4 GHI
5 JKL
6 MNO
7
8
TUV
9
0
-/()
RESET
PAPIER
CASSETTE
ZOOM
(50~200%)
-
abc..
NUMMER
ZOEKEN
FUNCTIE
+ INSTELLEN
PQRS
WXYZ
START
TEL/KIES
LICHT
2
Selecteer de fax
Nummers kiezen (handmatig nummers kiezen)
Voer het faxnummer van de bestemming in
m.b.v. de cijfertoetsen.
TEL.NR.
5551234
1
WISSEN/STOP
2 in 1
FAX
ENERGIE
SPAARSTAND
HERH/
PAUZE
DP-150FP
SORTEREN
Cijfertoetsen
(Max: 36 cijfersum)
Als u een fout cijfer invoert, drukt u op
WISSEN/STOP om het laatst ingevoerde
cijfer te wissen. Voer vervolgens het juiste cijfer
in.
3
Voer de
bestemming(en) in
4
Druk op
START
Wanneer het origineel op de glasplaat is gelegd.
Deze melding verschijnt.
ORIGINEL=A4
DRUK OP STARTTOETS
Druk op
of
om het papierformaat van het
origineel in te stellen. Druk vervolgens op
START om het origineel te scannen.
VOLGENDE ORIGINEEL ?
1:JA 2:NEE
Druk op "1" (JA) als u meerdere originelen heeft,
leg het volgende origineel op de glasplaat en
druk op START . Druk op "2" (NEE) wanneer u
geen andere originelen heeft.
4
INHOUD
EERSTE KENNISMAKING MET UW FAXTOESTEL
Voorzorgsmaatregelen .............................................................................................................................
Overzicht ....................................................................................................................................................
■ Buitenaanzicht ...............................................................................................
■ Bedieningspaneel ..........................................................................................
Functiekeuze .............................................................................................................................................
■ De fax- of kopieermodus selecteren ..............................................................
12
14
14
16
18
18
INSTALLATIE VAN HET TOESTEL
Volumeregeling .........................................................................................................................................
■ Luidsprekervolume / Belsterkte .....................................................................
■ Luidsprekervolume ........................................................................................
■ Belvolume instellen .......................................................................................
Het invoeren van tekens ...........................................................................................................................
Gebruikerparameters ................................................................................................................................
■ Datum en uur instellen ..................................................................................
■ Uw LOGO opgeven .......................................................................................
■ Uw letter-ID opgeven .....................................................................................
■ Uw ID-nummer (nummer van uw faxlijn) opgeven ........................................
19
19
19
20
21
22
22
23
24
25
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Kiezen met de faxgids ..............................................................................................................................
■ Bestemmingen voor de faxgids invoeren ......................................................
■ Bestemmingen in de faxgids wijzigen ...........................................................
■ Bestemmingen in de faxgids wissen .............................................................
■ Het instellen van groepskiezen .....................................................................
■ Het wijzigen van een groep ...........................................................................
■ Het wissen van een groep .............................................................................
Individuele aanpassingen ........................................................................................................................
■ Faxparameters instellen ................................................................................
■ Tabel met faxparameters ..............................................................................
27
27
29
31
32
33
35
36
36
37
5
INHOUD
BELANGRIJKSTE BEDIENINGSVERRICHTINGEN
Documenten inbrengen ............................................................................................................................
Basisinstellingen voor verzending ..........................................................................................................
■ Origineel/contrast/resolutie ...........................................................................
■ Resolutie .......................................................................................................
■ Verzendingsverslag (ZENDJOURNAAL) ......................................................
Documenten verzenden ...........................................................................................................................
■ Vanuit het geheugen .....................................................................................
■ Manuele nummerkeuze .................................................................................
■ Kiezen met de faxgids ...................................................................................
■ Verzending naar meer dan één nummer ......................................................
■ Rechtstreekse verzending .............................................................................
■ Manuele nummerkeuze (Rechtstreekse verzending) ....................................
■ Kiezen vanuit de index (Rechtstreekse verzending) .....................................
■ Verzending in vocale modus .........................................................................
■ Nummerkeuze vanop het telefoontoestel ......................................................
■ Nummerkeuze vanop het faxtoestel ..............................................................
■ Verzending reserveren ..................................................................................
■ Reserveren voor geheugenverzending (dubbele toegankelijkheid) .............
■ Nummerkeuze herhalen ................................................................................
■ Automatische herhaling .................................................................................
■ Manuele herhaling .........................................................................................
Documenten ontvangen ...........................................................................................................................
■ Ontvangststanden .........................................................................................
■ Fax-stand ......................................................................................................
■ Werken in de fax-stand .................................................................................
■ Telefoonstand ...............................................................................................
■ Werken in de telefoonstand ..........................................................................
■ Automatische omschakeling fax/tel ...............................................................
■ Werken met de automatische omschakeling ................................................
■ Antwoordapparaat-stand ...............................................................................
■ Uw antwoordapparaat installeren ..................................................................
■ Werken met de antwoordapparaat-interface .................................................
■ Verkleind afdrukken ......................................................................................
■ Keuze van het verkleiningspercentage .........................................................
■ Te grote documenten ontvangen ..................................................................
■ Tijdelijke ontvangst via het geheugen ...........................................................
41
42
42
43
44
45
45
47
49
51
53
53
55
56
56
57
58
58
59
59
59
60
60
61
61
61
61
62
62
63
63
64
65
65
66
67
BIJZONDERE MOGELIJKHEDEN
Polling (opvraging van documenten) ......................................................................................................
■ Keuze van een polling-wachtwoord ..............................................................
■ Zelf documenten opvragen ...........................................................................
Werken met bestanden .............................................................................................................................
■ Bestanden wissen .........................................................................................
Ontvangst in het geheugen ......................................................................................................................
■ Het wachtwoord voor geheugenontvangst vastleggen/
Geheugenontvangst instellen ........................................................................
■ Het wachtwoord voor geheugenontvangst vastleggen .................................
■ Geheugenontvangst instellen ........................................................................
■ Documenten afdrukken .................................................................................
69
69
70
72
72
73
73
73
74
75
MOGELIJKHEDEN IN EEN NETWERK
Sub-addressing .........................................................................................................................................
■ Algemene beschrijving ..................................................................................
■ Het instellen van het sub-adres in de faxnummers van de faxgids ...............
■ Faxbericht verzenden met subadres .............................................................
■ Het gebruik van de faxgids ............................................................................
■ Met behulp van de manuele kiesmethode ....................................................
6
77
77
78
79
79
80
INHOUD
VERSLAGEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
Verslagen en lijsten ..................................................................................................................................
■ Transactieverslag ..........................................................................................
■ Communicatieverslag (COMM.JOURNAL) ...................................................
■ Faxgids ..........................................................................................................
■ Lijst met faxparameters .................................................................................
81
81
85
87
89
PROBLEMEN VERHELPEN
Moeilijkheden oplossen ............................................................................................................................ 91
■ Informatiecodes ............................................................................................. 91
■ Als u met een van de volgende problemen zit .............................................. 93
■ Papier bijvullen .............................................................................................. 94
■ Toner bijvullen ............................................................................................... 94
■ Papierdoorvoerfouten oplossen .................................................................... 94
■ Controlestempel ............................................................................................ 95
■ Om de stempel te verwijderen: ...................................................................... 95
■ Het vervangen van de lithiumbatterij ............................................................. 96
■ Het reinigen van het scangebied ................................................................... 97
■ Reiniging van de drukrol ................................................................................ 98
■ Controle van de telefoonlijn ........................................................................... 100
AANHANGSEL
Technische gegevens ...............................................................................................................................
Accessoires en losse onderdelen ...........................................................................................................
■ Uitbreidingskaart met flitsgeheugen ..............................................................
Verklarende woordenlijst .........................................................................................................................
INDEX .........................................................................................................................................................
101
103
104
105
111
7
Blanco gelaten bladzijde.
8
Veiligheidsinformatie
Conformiteitsverklaring (DoC)
Matsushita Graphic Communication Systems, Inc. / Panasonic Testing Center (Europa) GmbH
(PTC) verklaren hierbij dat dit G3 faxtoestel voldoet aan de voornaamste vereisten en andere
voorwaarden van EC-richtlijn 1999/5/EC.
Hint:
Wanneer u een kopie van de originele conformiteitsverklaringen met betrekking tot R&TTE wilt, bezoek dan onze
internetpagina http://doc.panasonic-tc.de.
Netwerkcompatibiliteit
Dit product, model DP-150FP-** (** staat voor de landenafkortingen in de onderstaande tabel), werd ontworpen
voor gebruik met een analoge telefooncentrale in elk land.
**
Land
**
Land
**
Land
**
Land
AA
Oostenrijk
AJ
Spanje
AR
België
YG
Griekenland
AD
Denemarken
AM Zwitserland
AS
Zweden
AB
Verenigd Koninkrijk/Ierland
AF
Finland
AN
Noorwegen
AV
Frankrijk
AG
Bondsrepububliek Duitsland
AH
Nederland
AP
Portugal
EE
Italië
!
WAARSCHUWING
Dit teken wijst op een mogelijk gevaar dat ernstige verwondingen of de dood
gevolg kan hebben.
• OM ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF BRAND TE VOORKOMEN MAG U DIT TOESTEL NIET
BLOOTSTELLEN AAN REGEN OF ANDERE VOCHTIGHEID.
• OM DE KANS OP ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF BRAND TE VERKLEINEN MOET DIT APPARAAT
CORRECT GEAARD WORDEN.
• DIT TOESTEL BEVAT GEVAARLIJKE STRALING. ALS U ZICH NIET AAN DEZE HANDLEIDING HOUDT OF
ALS U HET TOESTEL ANDERS BEDIENT, AFSTELT OF BEHANDELT DAN DAARIN WORDT OPGEGEVEN,
KUNT U ZICHZELF BLOOTSTELLEN AAN GEVAARLIJKE STRALING.
• WANNEER U DIT TOESTEL GEBRUIKT MOET HET STOPCONTACT ZICH IN DE BUURT BEVINDEN EN
VLOT BEREIKBAAR ZIJN.
• ZORG ERVOOR DAT HET TOESTEL IN EEN RUIM OF GOED VERLUCHT VERTREK STAAT, ZODAT DE
OZONCONCENTRATIE IN DE LUCHT NIET TOENEEMT. AANGEZIEN OZON ZWAARDER IS DAN LUCHT,
GEVEN WIJ DE RAAD HET VERTREK OP VLOERNIVEAU TE VENTILEREN.
• STEEK DE STEKKER IN EEN GEWOON STOPCONTACT VOORDAT U HET TELEFOONSNOER
AANSLUIT. VERWIJDER HET TELEFOONSNOER VOORDAT U DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT
TREKT.
• TREK HET TOESTEL ONMIDDELLIJK UIT HET STOPCONTACT ALS HET BESCHADIGD IS EN U BIJ
NORMAAL GEBRUIK INTERNE ONDERDELEN KUNT AANRAKEN. IN DIT GEVAL MOETEN DE
GEBRUIKERS HET TOESTEL LATEN REPAREREN OF HET WEGGOOIEN.
• ALS HET NETSNOER EN/OF HET TELEFOONSNOER VAN DIT TOESTEL BESCHADIGD IS, MOET U HET
VERVANGEN DOOR EEN SPECIAAL SNOER VAN EEN ERKEND SERVICECENTRUM VAN PANASONIC.
9
INSTALLING YOUR MACHINE
Veiligheidsinformatie
!
OPGEPAST
Dit teken wijst op gevaren die lichte verwondingen of schade aan het toestel tot gevo
kunnen hebben.
• DIT PRODUCT BEVAT EEN LITHOUMBATTERIJ. ER ONTSTAAT EXPLOSIEGEVAAR ALS DE BATTERIJ
ONJUIST WORDT VERVANGEN OF AAN OPEN VUUR WORDT BLOOTGESTELD.
VERVANG DE BATTERIJ ALLEEN DOOR EEN BATTERIJ VAN HETZELFDE OF VAN EEN
GELIJKWAARDIG TYPE. BEHANDEL BATTERIJEN ALS KLEIN CHEMISCH AFVAL.
1 WIJ BEVELEN U AAN DE VOLGENDE STAPPEN TE NEMEN ALS U WEET DAT EEN ONWEER OP KOMST
IS:
(1) TREK HET TELEFOONSNOER UIT DE TELEFOONCONTACTDOOS.
(2) SCHAKEL HET TOESTEL UIT EN TREK DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT.
2 DIT TOESTEL WERKT MOGELIJK NIET GOED VOOR HET OVERSCHAKELEN VAN EEN VERBINDING
NAAR OF VAN EEN TELEFOON DIE OP DEZELFDE LIJN IS AANGESLOTEN.
3 ALS U DIT TOESTEL GEBRUIKT OP DEZELFDE LIJN ALS EEN TELEFOON OF EEN ANDER TOESTEL
MET EEN HOORBARE WAARSCHUWINGSTOON OF AUTOMATISCHE BELDETECTOREN, ZAL U DEZE
TOESTELLEN HOREN BELLEN OF DE BELDETECTOR ONGEWENST INSCHAKELEN. GELIEVE
HIEROVER GEEN CONTACT OP TE NEMEN MET DE KLACHTENAFDELING VAN HET
TELEFOONBEDRIJF.
• GEBRUIK ALLEEN TELEFOONSNOEREN VAN HET TYPE NR. 26 AWG OF DIKKER OM HET RISICO
VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF BRAND TE BEPERKEN.
• TREK DE STEKKER VAN HET TOESTEL UIT HET STOPCONTACT VOORDAT U HET (DE) DEKSEL(S)
VERWIJDERT. BRENG HET (DE) DEKSEL(S) OPNIEUW AAN VOORDAT U DE STEKKER IN HET
STOPCONTACT STEEKT.
10
INSTALLING YOUR MACHINE
Veiligheidsinformatie
!
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Als u het telefoontoestel gebruikt, moet u altijd de volgende basisveiligheidsvoorzorgen nemen om het risico
voor brand, elektrische schokken en persoonlijk letsel te beperken:
• GEBRUIK DIT PRODUCT NIET IN DE BUURT VAN WATER, ZOALS BIJVOORBEELD EEN BAD, EEN
WASKOM, KEUKENAANRECHT, EEN NATTE KELDER OF BIJ EEN ZWEMBAD.
• GEBRUIK DE TELEFOON NIET TIJDENS EEN ONWEER MET BLIKSEM (BEHALVE INDIEN HET EEN
DRAADLOOS TYPE IS). ER IS EEN KLEINE KANS DAT U DOOR DE BLIKSEM WORDT
GEËLEKTROCUTEERD.
• GEBRUIK DE TELEFOON NIET IN DE BUURT VAN EEN GASLEK.
11
EERSTE KENNISMAKING MET UW FAXTOESTEL
Voorzorgsmaatregelen
Gebruik
• Kijk tijdens het kopieren niet rechtstreeks in de
belichtingslamp.
• Voorkom dat tijdens het kopieren of printen de netspanning
wordt uitgeschakeld of de voorklep wordt geopend.
• Voorkom dat er paperclips of andere metalen voorwerpen in
de kopieermachine terechtkomen.
Toner en papier
• Bewaar toner, ontwikkelaar en papier in een koele ruimte
met een lage luchtvochtigheid.
• Er kan papier van hoge kwaliteit met een gewicht van 60 - 90
g/m2 (55 - 130 g/m2 via de handinvoer) worden gebruikt.
• Ter verkrijging van optimale prestaties verdient het
aanbeveling om met deze kopieermachine uitsluitend
merkproducten van Panasonic Brand te gebruiken.
Ventilatie
• De kopieermachine moet in een goed geventileerde ruimte
worden geïnstalleerd om opbouw van een te hoge
ozonconcentraties te voorkomen.
12
Voorzorgsmaatregelen
Installatie
■ Installeer de kopieermachine niet in plaatsen waar de
volgende omstandigheden zich voordoen:
• Buitengewoon hoge of lage temperaturen en vochtigheid.
Goede omstandigheden zijn:
Temperatuur:
10 ºC - 30 ºC
Relatieve luchtvochtigheid: 30 % - 80 %
• Waar temperatuur en vochtigheid snel kunnen veranderen
zodat er condensvorming kan optreden.
• Directe blootstelling aan zonlicht.
• In de luchtstroom van een airconditioner.
• In zeer stoffige plaatsen.
• In slecht geventileerde plaatsen.
• In plaatsen waar chemische dampen kunnen voorkomen.
• In plaatsen die blootstaan aan trillingen.
• In onstabiele of oneffen (vloeren, e.d.) plaatsen.
13
EERSTE
KENNISMAKING MET
UW FAXTOESTEL
EERSTE KENNISMAKING MET UW FAXTOESTEL
EERSTE KENNISMAKING MET UW FAXTOESTEL
Overzicht
Buitenaanzicht
■ Voor- en rechteraanzicht
Uitvoerlade
Bedieningspaneel Invoereenheid (ADF - Automatic Document Feeder)
Rechterklep
Handinvoer
Ontgrendelingstoets
Netschakelaar
Activée
2de papierinvoermodule
(optioneel)
Désactivée
Papierlade
14
Hier drukken om de rechterklep te sluiten.
Voorklep
Overzicht
■ Achter- en linkeraanzicht
Telefoonlijnaansluiting
LINE
Externe telefoonaansluiting
TEL
Voorkom dat de ventilatiegaten
geblokkeerd worden.
15
EERSTE
KENNISMAKING MET
UW FAXTOESTEL
EERSTE KENNISMAKING MET UW FAXTOESTEL
EERSTE KENNISMAKING MET UW FAXTOESTEL
Overzicht
Bedieningspaneel
■ Toetsen en indicators (voor de fax)
Berichtenvenster
• Toont datum en tijd, of de
huidige functie.
2SIDED
DP-150FP
SORTEREN
KOPIE
2 in 1
FAX
FOTO
DATA
SELECTEREN
AUTO
PAPIER
CASSETTE
DONKER
ON LINE
ZOOM
(50~200%)
abc..
-
LICHT
ZOOM (50~200%)/ NUMMER ZOEKEN
• Om bij het kopieren de
reproductieverhouding in te stellen op
)
50 - 200 %. (
• Om het monitor- en belvolume in te
stellen. (
)
• Om te zoeken op de naam van de
bestemming voor het kiezen met de
faxgids. (
)
FAX
• Gebruikt om de FAX-modus te
selecteren.
KOPIE
• Om de kopieermodus te
selecteren.
SORTEREN
KOPIE
2 in 1
DATA -indicator
• Licht op wanneer de
gegevens in het geheugen
zijn opgeslagen.
FAX
DATA
AUTO
ORIGINEEL
• Om de grijswaarden in te
stellen op Foto of Auto.
(Zie blz. 42)
DONKER
ON LINE
ON LINE-indicator
• Licht op bij het verzenden
en ontvangen van faxen of
gegevens.
PAPIERSTORING-indicator
• Licht op wanneer er een
papierdoorvoerfout
optreedt.
16
FOTO
CONTRAST
• Om het contrast in te
stellen op normaal,
donkerder of lichter.
(Zie blz. 42)
PAPIER TOEVOEGEN -indicator
• Licht op wanneer het papier op is.
LICHT
NUMMER
ZOEKEN
+ INSTE
Overzicht
RESET
• Om alle tijdelijke instellingen terug te
zetten op de oorspronkelijke waarden
zoals die bij het opstarten gelden.
FUNCTIE
ENERGIE SPAARSTAND
• Om functies • Om de energiespaarstand
te starten of
van de kopieermachine in
te selecteren. te schakelen.
HERH/
PAUZE
FP
ENERGIE
SPAARSTAND
1
2 ABC
3 DEF
4 GHI
5 JKL
6 MNO
7 PQRS
8 TUV
9 WXYZ
RESET
WISSEN/STOP
FLASH
R
N
FUNCTIE
NSTELLEN
START
TEL/KIES
0
INSTELLEN
• Dient om
verrichtingen
in te stellen.
-/()
Om tijdelijk over te
schakelen
naar
toonkiezen wanneer het
toestel is ingesteld op
impulskiezen.
START
• Om verrichtingen
te starten.
WISSEN/STOP
• Om verrichtingen te
annuleren. Als u hierop
drukt, keert het toestel
terung naar standby.
HERH/PAUZE
• Gebruikt om een pauze in te voeren
wanneer u een telefoonnummer vormt of in
het geheugen programmeert, of om het
laatst gevormde nummer opnieuw op te
roepen.
FLASH
• Gebruikt om bij het kiezen het subadres te
scheiden van het telefoonnummer, of om
sommige functies van uw PBX
(huistelefooncentrale) te gebruiken.
TEL/KIES
• Gebruikt om met de hoorn op de haak te
kiezen.
17
EERSTE
KENNISMAKING MET
UW FAXTOESTEL
EERSTE KENNISMAKING MET UW FAXTOESTEL
EERSTE KENNISMAKING MET UW FAXTOESTEL
Functiekeuze
De fax- of kopieermodus selecteren
U kunt kiezen of na het inschakelen van het toestel de fax- of de kopieermodus wordt ingeschakeld. (Zie blz. 39)
Standaard wordt de kopieermodus ingeschakeld.
2SIDED
HERH/
PAUZE
DP-150FP
SORTEREN
ENERGIE
SPAARSTAND
RESET
KOPIE
FLASH
FOTO
DATA
2 ABC
3 DEF
4 GHI
5 JKL
6 MNO
7 PQRS
8 TUV
9 WXYZ
WISSEN/STOP
2 in 1
FAX
1
AUTO
DONKER
ON LINE
SELECTEREN
PAPIER
CASSETTE
ZOOM
(50~200%)
-
abc..
NUMMER
ZOEKEN
FUNCTIE
+ INSTELLEN
START
TEL/KIES
0
-/()
LICHT
KOPIE
FAX
Indicator voor de kopieermodus
• Er kunnen faxberichten worden ontvangen terwijl de indicator van
de kopieertoets oplicht.
Indicator voor de faxmodus
• Er kunnen faxberichten worden verzonden wanneer de faxmodus
ingeschakeld is.
(see Note 1)
OPMERKING
1. Een pieptoon geeft aan wanneer bepaalde functies niet beschikbaar zijn.
18
INSTALLATIE VAN HET TOESTEL
INSTALLATIE
VAN HET
TOESTEL
Volumeregeling
Luidsprekervolume / Belsterkte
U kunt het meeluistervolume en het belvolume op uw toestel
aanpassen. U kunt de kiestoon, kiessignalen en de bezettoon
horen via de ingebouwde luidspreker. De beltoon geeft aan
wanneer uw toestel een fax ontvangt.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
FAX
-
+
0
+
TEL/KIES
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
Luidsprekervolume
1
* LUIDSPREKER *
❚
TEL/KIES
U hoort de kiestoon via de luidspreker.
2
-
+
om het volume te verhogen
(meermaals indien nodig).
VOLUME LUIDSPREKER
LAAG [❚❚❚❚❚❚❚❚] HOOG
of
-
+ om het volume te verlagen
(meermaals indien nodig).
3
VOLUME LUIDSPREKER
LAAG [
] HOOG
TEL/KIES
19
INSTALLATIE VAN HET TOESTEL
Volumeregeling
Belvolume instellen
1
Stand-by
2
-
08-OCT-2000 15:00
00%
+ om het volume te verhogen
(meermaals indien nodig).
BELVOLUME
((((
))))
☎
of
-
+ om het volume te verlagen
(meermaals indien nodig).
BELVOLUME
☎
(see Note 1)
OPMERKING
1. Ook het volume van het toetsgeluid en van de zoemer kunt u regelen d.m.v. faxparameter nr. 10 (KEY/BUZZER
VOLUME) (zie blz. 37).
20
INSTALLATIE VAN HET TOESTEL
Volg onderstaande aanwijzingen om tekens of symbolen in te voeren voor de naam van de bestemming (Zie blz.
27), logo (Zie blz. 23), letter-ID (Zie blz. 24), enz..
2SIDED
HERH/
PAUZE
DP-150FP
SORTEREN
ENERGIE
SPAARSTAND
RESET
KOPIE
FLASH
FOTO
DATA
2 ABC
3 DEF
4 GHI
5 JKL
6 MNO
7 PQRS
8 TUV
9 WXYZ
WISSEN/STOP
2 in 1
FAX
1
AUTO
ZOOM
SELECTEREN
(50~200%)
PAPIER
CASSETTE
DONKER
-
ON LINE
NUMMER
abc..
ZOEKEN
FUNCTIE
START
TEL/KIES
+ INSTELLEN
0
-/()
LICHT
INSTELLEN
FAX
WISSEN/STOP
TEL/KIES
• Gebruik 0 t/m 9 om tekens en
symbolen in te voeren. Het
onderstaande toont de aan de
cijfertoetsen toegekende tekens en
symbolen.
Vb: LOGO
1
2
3
Tekens en aantal toetsaanslagen
4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
1
1
2
A
B
C
a
b
c
2
Cursor
3
D
E
F
d
e
f
3
Om "PANASONIC" in te voeren
Teken Cijfertoetsen Toetsaanslagen
4
G
H
I
g
h
i
4
5
J
K
L
j
k
l
5
6
M
N
O
m
n
o
6
7
P
Q
R
S
p
q
r
8
T
U
V
t
u
v
8
9
W
X
Y
Z
w
x
-
/
(
)
.
,
LOGO INSTELLEN
PANASONIC❚
P
7
A
2
1
1
N
6
2
A
2
1
S
7
4
O
6
3
N
6
2
I
4
3
C
2
3
0
-/()
s
7
y
z
9
’
:
;
&
+
=
0
• Kies de gewenste cijfertoets en blijf deze indrukken totdat het gewenste
teken of symbool verschijnt. Kies vervolgens een andere toets om
andere tekens of symbolen in te voeren. Wanneer het volgende teken
of symbool met behulp van dezelfde toets moet worden ingevoerd, dan
drukt u eerst op
, om de cursor te verplaatsen. Druk op
INSTELLEN om de programmering te voltooien.
Vb:Voor het programmeren van de "O" en de "N", wordt
dezelfde toets 6 gebruikt. Ga als volgt te werk:
6 6 6
INSTELLEN
6 6 INSTELLEN
• Druk op WISSEN/STOP om een teken of symbool te wissen.
• Druk op TEL/KIES om een spatie in te voeren.
21
INSTALLATIE
VAN HET
TOESTEL
Het invoeren van tekens
INSTALLATIE VAN HET TOESTEL
Gebruikerparameters
Uw faxtoestel beschikt over een aantal basis-instelwaarden
(gebruikerparameters) waarmee u kunt bijhouden welke
documenten u hebt verzonden of ontvangen. Zo houdt de
ingebouwde klok de datum en het juiste uur bij, terwijl uw LOGO
en ID-nummer aan andere partijen vertelt wie u bent.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
FAX
+
0
RESET
INSTELLEN FUNCTIE
1
7
Datum en uur instellen
Wanneer het toestel in standby staat, geeft het display de datum en het uur weer. Zodra u die hebt opgegeven,
loopt de klok en hebt u er geen omzien meer naar.
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
2
3
4
FUNCTIE
INSTELMODE
(1-6)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
7
1:GEBR.PARAMETERS?
DRUK OP INSTELLEN
1
INSTELLEN
KLOK INSTELLEN
❚1-01-2000 00:00
Geef nieuwe datum en uur op.
Vb: 1 2
Dag
: 12
1 0
Maand
: 10
2 0 0 0
Jaar
: 2000
1 5 0 0
Uur
: 15.00 u
Als u een fout maakt, gebruikt u
of
om de cursor te
verplaatsen naar het foutieve cijfer en tikt u het nieuwe
cijfer er overheen.
5
22
INSTELLEN
RESET
KLOK INSTELLEN
12-10-2000 15:00
INSTALLATIE VAN HET TOESTEL
INSTALLATIE
VAN HET
TOESTEL
Gebruikerparameters
Uw LOGO opgeven
Wanneer u een document verzendt, verschijnt
correspondent uw LOGO bovenaan elk blad.
bij
uw
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
Aan de hand van uw LOGO weet iemand die uw document
ontvangt onmiddellijk vanwaar het komt.
FAX
+
0
RESET
INSTELLEN FUNCTIE
1
7
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
2
3
FUNCTIE
7
INSTELMODE
(1-6)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
1:GEBR.PARAMETERS?
DRUK OP INSTELLEN
1
INSTELLEN
LOGO INSTELLEN
❚
tot op het display verschijnt;
4
Tik uw LOGO in (max. 25 letters/cijfers/symbolen) m.b.v.
de letter/tekentoetsen. (Zie blz. 21)
Vb: PANASONIC
5
INSTELLEN
LOGO INSTELLEN
PANASONIC❚
RESET
23
INSTALLATIE VAN HET TOESTEL
Gebruikerparameters
Uw letter-ID opgeven
Wanneer u verzendt of ontvangt, zal, indien het toestel van de
andere partij is toegerust voor een letter-ID, uw letter-ID op het
display van dat toestel verschijnen, terwijl de letter-ID van de
andere partij op uw display te zien is.
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
FAX
+
0
RESET
INSTELLEN FUNCTIE
1
7
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
2
3
4
FUNCTIE
7
1:GEBR.PARAMETERS?
DRUK OP INSTELLEN
1
INSTELLEN
KARAKTER ID INSTEL.
❚
tot op het display verschijnt;
Tik uw LOGO in (max. 16 letters/cijfers/symbolen) m.b.v.
de letter/tekentoetsen. (Zie blz. 21)
Vb: P A N A S O N I C
5
24
INSTELMODE
(1-6)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
INSTELLEN
RESET
KARAKTER ID INSTEL.
PANASONIC❚
INSTALLATIE VAN HET TOESTEL
INSTALLATIE
VAN HET
TOESTEL
Gebruikerparameters
Uw ID-nummer (nummer van uw faxlijn) opgeven
Wanneer u verzendt of ontvangt zal, als het toestel van de
andere partij niet is toegerust voor een letter-ID maar wel voor
een ID-nummer, uw ID-nummer op het display van dat toestel
verschijnen, terwijl het ID-nummer van de andere partij op uw
display te zien is.
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
FAX
+
0
RESET
INSTELLEN FUNCTIE
1
7
We geven u de raad als ID-nummer het nummer van uw faxlijn
te gebruiken, maar ook om het even welk ander nummer (van
max. 20 cijfers) voldoet.
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
FUNCTIE
7
2
1:GEBR.PARAMETERS?
DRUK OP INSTELLEN
1
3
INSTELLEN
tot op het display verschijnt;
4
INSTELMODE
(1-6)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
TEL NR. INSTELLEN
❚
Tik uw ID in (max. 20 cijfers) m.b.v. het toetsenbord en
TEL/KIES , (voor spaties).
Vb: 2 0 1 TEL/KIES 5 5 5
TEL/KIES 1 2 1 2
TEL NR. INSTELLEN
201 555 1212❚
Als u een fout maakt, verplaats de cursor dan met behulp
van
of
tot één teken na het verkeerde cijfer, druk
op WISSEN/STOP en voer het cijfer opnieuw in.
5
INSTELLEN
RESET
(see Note 1)
OPMERKING
1. Met behulp van de
kunt u een "+" teken invoeren aan het begin van het begin van het ID-nummer om aan
te duiden dat de erop volgende cijfers uw landcode vormen.
Vb: +1 201 555 1212
+1 voor de landcode van de V.S.
+81 3 111 2345
+81 voor de landcode van Japan.
25
INSTALLATIE VAN HET TOESTEL
Blanco gelaten bladzijde.
26
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Kiezen met de faxgids
Bestemmingen voor de faxgids invoeren
Om met de faxgids te kunnen kiezen moeten eerst de namen
van de bestemmingen en de daarbij behorende faxnummers
volgens onderstaande procedure worden ingevoerd.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
FAX
+
0
INSTELLEN FUNCTIE
2
1
7
HERH/PAUZE
FLASH
PROGRAMMERING
VAN HET TOESTEL
-
START
TEL/KIES
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
2
3
4
FUNCTIE
7
INSTELLEN
INSTELMODE
(1-6)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
2
DIR-KIEZEN STN (1-3)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
1
1:STATION TOEVOEGEN
DRUK OP INSTELLEN
INSTELLEN
GEREGISTR ITEMS
STN(S): 0 GROEP: 0
↓3 sek. senere
NAAM INVOEREN
❚
5
Voer m.b.v. de cijfertoetsen de naam van de bestemming
in (maximaal 15 tekens). (Zie blz. 21)
Vb: S A L E S TEL/KIES D E P T
6
INSTELLEN
NAAM INVOEREN
SALES DEPT❚
VOER TEL.NR.IN
❚
27
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Kiezen met de faxgids
7
Tik het telefoonnummer in
(max. 36 cijfers, spaties en pauzes inbegrepen).
Vb: 9 HERH/PAUZE
VOER TEL.NR.IN
9-555 1234❚
5 5 5
TEL/KIES 1 2 3 4
8
START
GEREGISTR ITEMS
STN(S): 1 GROEP: 0
↓3,0 sek. senere
Om een volgend nummer op te slaan herneemt u stap 5 -8.
Om terug te keren naar standby drukt u op RESET .
28
NAAM INVOEREN
❚
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Kiezen met de faxgids
Bestemmingen in de faxgids wijzigen
Volg onderstaande aanwijzingen wanneer u één van de
bestemmingen de faxgids wilt wijzigen.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
-
+
0
WISSEN/STOP
FAX
INSTELLEN FUNCTIE
2
7
START
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
2
3
INSTELLEN
FUNCTIE
7
2
DIR-KIEZEN STN (1-3)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
2:STATION WIJZIGEN
DRUK OP INSTELLEN
2
INSTELLEN
GEREGISTR ITEMS
STN(S): 15 GROEP: 3
↓3,0 sek. senere
SELECTEER MET ∨ ∧
DAN SET OM TE WIJZ
4
Gebruik
zoeken.
of
om de te wijzigen bestemming op te
NAAM INVOEREN
PANASONIC
INSTELLEN
5
ISSEN/STOP
voer vervolgens een nieuwe stationnaam in.
(Zie Opmerking 1)
NAAM INVOEREN
PANAFAX
Vb: P A N A F A X
6
INSTELLEN
VOER TEL.NR.IN
9-555 1234
29
PROGRAMMERING
VAN HET TOESTEL
abc..
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Kiezen met de faxgids
7
WISSEN/STOP
voer vervolgens een nieuwe telefoonnummer
in. (Zie Opmerking 1)
Vb: 9 HERH/PAUZE
TEL/KIES 3 4
8
5 5 5
VOER TEL.NR.IN
9-555-3456
5 6
START
PANAFAX
9-555 3456
Om terug te keren naar standby drukt u op RESET .
(see Note 1)
(see Note 2)
OPMERKING
1. Als u een fout maakt, gebruikt u
of
om de cursor achter het foutieve cijfer te plaatsen, drukt u op
WISSEN/STOP en tikt u het juiste cijfer in.
2. Wanneer de bestemming uit de faxgids is gebruikt voor een uitgestelde communicatie kunnen de instellingen niet
gewijzigd of gewist worden totdat de communicatie plaats gevonden heeft.
Om de instellingen toch te kunnen wijzigen of wissen, annuleert u de communicatie m.b.v. berichtenbeheer. (Zie
blz. 72)
30
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Kiezen met de faxgids
Bestemmingen in de faxgids wissen
Volg onderstaande aanwijzingen wanneer u één van de
bestemmingen in de faxgids wilt wissen.
1
2
3
4
5
6
8
9
7
-
(see Note 1)
FAX
+
INSTELLEN FUNCTIE
PROGRAMMERING
VAN HET TOESTEL
abc..
0
2
3
7
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
INSTELLEN
FUNCTIE
7
2
3
2
3
SET MODE
(1-3)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
3:STATION UITWISSEN
DRUK OP INSTELLEN
INSTELLEN
GEREGISTR ITEMS
STN(S): 15 GROEP: 3
↓3,0 sek. senere
SELECTEER MET ∨ ∧
DAN SET OM TE WISS
4
Gebruik
zoeken.
of
om de te wissen bestemming op te
INSTELLEN
5
INSTELLEN
PANAFAX
DRUK SET OM TE WISS
GEREGISTR ITEMS
STN(S): 14 GROEP: 3
↓3,0 sek. senere
Om terug te keren naar standby drukt u op RESET .
SELECTEER MET ∨ ∧
DAN SET OM TE WISS
3:STATION UITWISSEN
DRUK OP INSTELLEN
(Da alle stationer blev
slettet)
OPMERKING
1. Wanneer de bestemming uit de faxgids is gebruikt voor een uitgestelde communicatie kunnen de instellingen niet
gewijzigd of gewist worden totdat de communicatie plaats gevonden heeft.
Om de instellingen toch te kunnen wijzigen of wissen, annuleert u de communicatie m.b.v. berichtenbeheer. (Zie
blz. 72)
31
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Kiezen met de faxgids
Het instellen van groepskiezen
Volg onderstaande aanwijzingen
groepskiezen in te stellen.
om
een
groep
voor
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
FAX
+
0
2
1
INSTELLEN FUNCTIE
7
HERH/PAUZE
FLASH
TEL/KIES
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
2
3
4
FUNCTIE
INSTELMODE
(1-6)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
7
INSTELLEN
3
DIRKIEZEN GROPE(1-3)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
1
1:GROEP TOEVOEGEN
DRUK OP INSTELLEN
INSTELLEN
GEREGISTR ITEMS
STN(S): 0 GROEP: 0
↓3,0 sek. senere
NAAM INVOEREN
❚
5
Voer m.b.v. de cijfertoetsen een groepsnaam in (maximaal
15 tekens). (Zie blz. 21)
Vb: S A L E S TEL/KIES D E P T
6
7
8
INSTELLEN
VOER TEL.NR.IN 01/01
❚
Voer het faxnummer in
(maximaal 36 cijfers inclusief pauzes en spaties).
Vb: 9 HERH/PAUZE
VOER TEL.NR.IN 01/01
9-555 1234❚
5 5 5 TEL/KIES 1 2 3 4
INSTELLEN
Voer het volgende faxnummer in en druk op START
(maximaal 10 faxnummers).
Herhaal de aanwijzingen 5 t/m 8 om nog een groep aan te
maken (maximaal 10 groepen).
Druk op RESET om het toestel weer stand-by te zetten.
32
NAAM INVOEREN
SALES DEPT
VOER TEL.NR.IN 02/02
❚
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Kiezen met de faxgids
Het wijzigen van een groep
Volg onderstaande aanwijzingen wanneer u een groep wilt
wijzigen.
1
2
3
4
5
6
8
9
7
-
FAX
+
INSTELLEN FUNCTIE
0
2
3
START
7
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
2
3
INSTELLEN
FUNCTIE
7
3
DIRKIEZEN GROEP 1-3)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
2:GROPE WIJZIGEN
DRUK OP INSTELLEN
2
INSTELLEN
GEREGISTR ITEMS
STN(S):15 GROPE:3
↓3,0 sek. senere
SELECTEER MET ∨ ∧
DAN SET OM TE WIJZ
4
5
Gebruik
of
om de te wijzigen groep op te zoeken.
INSTELLEN
NAAM IVOEREN
PANASONIC
ISSEN/STOP
en voer een nieuwe groepsnaam in.
(Zie Opmerking 1)
Vb: P A N A F A X
6
INSTELLEN
NAAM IVOEREN
PANAFAX❚
VOER TEL.NR.IN 01/03
555 1234
33
PROGRAMMERING
VAN HET TOESTEL
abc..
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Kiezen met de faxgids
7
Gebruik
zoeken.
8
of
om het te wijzigen faxnummer op te
WISSEN/STOP
en voer een nieuw faxnummer in.
(Zie Opmerking 1)
Vb: 9 HERH/PAUZE
9
5 5 5 TEL/KIES 3 4
VOER TEL.NR. (01/03)
9-555 3456
5 6
START
Druk op RESET om het toestel weer stand-by te zetten.
(see Note 1)
(see Note 2)
OPMERKING
1. Wanneer u zich vergist gebruikt u
of
om de cursor voorbij het verkeerde cijfer te verplaatsen, drukt u op
en
voert
u
het
juiste
cijfer
in.
WISSEN/STOP
WISSEN
2. Wanneer de groep is gebruikt voor een uitgestelde communicatie kunnen de instellingen niet gewijzigd of gewist
worden totdat de communicatie plaats gevonden heeft.
Om de instellingen toch te kunnen wijzigen of wissen, annuleert u de communicatie m.b.v. berichtenbeheer. (Zie
blz. 72)
34
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Kiezen met de faxgids
Het wissen van een groep
Volg onderstaande aanwijzingen wanneer u een groep wilt
wissen.
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
(see Note 1)
FAX
+
INSTELLEN FUNCTIE
0
3
PROGRAMMERING
VAN HET TOESTEL
-
7
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
INSTELLEN
FUNCTIE
7
2
3
3:GROEP UITWISSEN
DRUK OP INSTELLEN
3
3
INSTELMODE
(1-3)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
INSTELLEN
GEREGISTR ITEMS
STN(S): 15 GROEP: 3
↓3,0 sek. senere
SELECTEER MET ∨ ∧
DAN SET OM TE WISS
4
Gebruik
of
om de te wissen groep op te zoeken.
INSTELLEN
PANASONIC
<G>
DRUK SET OM TE WISS
5
INSTELLEN
GEREGISTR ITEMS
STN(S): 15 GROEP: 2
↓3,0 sek. senere
Herhaal de aanwijzingen 4 en 5 wanneer u nog een groep
wilt wissen.
SELECTEER MET ∨ ∧
DAN SET OM TE WISS
3:GROEP UITWISSEN
DRUK OP INSTELLEN
(Da alle stationer blev
slettet)
OPMERKING
1. Wanneer de groep is gebruikt voor een uitgestelde communicatie kunnen de instellingen niet gewijzigd of gewist
worden totdat de communicatie plaats gevonden heeft.
Om de instellingen toch te kunnen wijzigen of wissen, annuleert u de communicatie m.b.v. berichtenbeheer. (Zie
blz. 72)
35
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Individuele aanpassingen
Faxparameters instellen
Het toestel beschikt over diverse faxparameters die instelbaar zijn.
Deze parameters, die in de parametertabel worden vermeld, zijn
voorgeprogrammeerd en hoeven niet gewijzigd te worden. Wanneer
u wel wijzigingen wilt aanbrengen, dient u de tabel aandachtig te
lezen.
(see Note 1) (see Note 2)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
FAX
+
0
INSTELLEN FUNCTIE
4
7
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
FUNCTIE
INSTELMODE
(1-6)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
7
2
INSTELLEN
TSL.PARAMETER(02-99)
NR.=❚
4
3
Tik het faxparameternummer uit de parametertabel
(zie blz. 37 tot 39) in.
TSL.PARAMETER(02-99)
NR.=02
Vb: 0 2 voor RESOLUTIE
4
INSTELLEN
5
02 RESOLUTIE
1:STANDAARD
Tik de nieuwe instelwaarde in.
02 RESOLUTIE
2:FIJN
Vb: 2 voor FIJN
6
INSTELLEN
05 GEHEUGEN
2:AAN
Om een andere parameter in te stellen, drukt u op
WISSEN/STOP om terug te keren naar stap 3 of drukt u
op RESET om terug te keren naar stand-by.
OPMERKING
1. Om bij stap 2 of 4 de faxparameters te overlopen drukt u op
2. Om een lijst met faxparameters af te drukken, zie blz. 89.
36
of
.
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Individuele aanpassingen
Tabel met faxparameters
Parameter
Nr.
instelling
instelling
02
RESOLUTIE
1
Standaard
2
Fijn
3
Superfijn
1
Uit
2
Aan
1
Uit
2
Aan
1
Binnen
04
05
07
STEMPEL
GEHEUGEN
AFDRUK KOPTEKST
10
12
13
17
18
19
20
VORM KOPTEKST
TOON TOETS/ZOEMER
ZENDJOURNAAL
AUT. JOURNAAL AFDR
ONTVANGSTMODE
AKOESTISCH ALARM
LENGTE MELDTEKST
(TAM/IF)
STILTE DETECTOR
(TAM/IF)
Standaardwaarde voor de resolutie instellen.
Standaardwaarde van de STEMPEL (stempel) toets instellen. Om
de stempelfunctie te kiezen wanneer het document in het
geheugen is opgeslagen (zie faxparameter nr. 28).
De beginstand van de GEHEUGEN-toets instellen.
3
Afdrukpostitie van de kopregel kiezen.
Binnen
: binnen de grenzen van de afdrukbare zone.
Buiten
Buiten
: buiten de grenzen van de afdrukbare zone.
Geen afdrukt Geen afdruk : kopregel wordt weggelaten.
1
Logo, ID-nr.
2
From To
1
Uit
2
Zacht
3
Hard
1
Uit
2
Altijd
3
Incompleet
1
Uit
2
Aan
1
Fax
2
Tel
3
Fax/Tel
4
Fax/Beantw.
1
20 sec.
2
30 sec.
3
40 sec.
4
50 sec.
1
1 sec.
---
---
60
60 sec.
1
Uit
2
Aan
2
08
Commentaar
Keuze van de inhoud van de kopregel.
Regeling van het volume van het toets/zoemergeluid.
Standaardwaarde kiezen voor het afdrukken van een
verzendingsverslag:
Uit:
: geen afdruk
Altijd
: altijd een verzendingsverslag
Incompleet: alleen een afdruk wanneer communicatie mislukt is
Kiezen of het toestel het activiteitsverslag na 40 transacties
automatisch afdrukt of niet
Selecteren van de ontvangstmodus. (Zie blz. 60)
Kiezen van hoe lang de machine bij de auto fax/telefoon
schakeling een inkomend gesprek signaleert (het toestel laat
overgaan). (Zie blz. 62)
Instellen van de UGM-lengte van het antwoordapparaat-interface
van 1 t/m 60 seconden. De eenheid begint pas na het verstrijken
van de ingestelde tijd met het waarnemen van een stilte nadat in
de antwoordapparaat-interface ontvangstmode een gesprek is
waargenomen.
Kiezen van de stilte waarneming.
Vervolg op volgende blz.
37
PROGRAMMERING
VAN HET TOESTEL
Nr.
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Individuele aanpassingen
Nr.
Parameter
Nr.
instelling
instelling
Commentaar
22
ONTV.GEH GEEN PAP
1
Uit
2
Aan
Kiezen of het toestel al dan niet ontvangt in het geheugen wanneer
er geen afdrukpapier of toner meer is of wanneer het afdrukpapier
vastloopt.
1
Vast
2
Automatisch
70
70%
----
----
100
100%
24
25
VERKLEINEN AFDRUK
VERKLEININGSFACT.
26
AFROEPCODE
28
STEMPEL ZEND GEH.
(----)
1
2
34
ENERGIESPAARSTAND
NA
SLAAPSTAND
WACHTTIJD
37
Uit
Aan
1
5 min.
2
15
3
30
4
60
5
90
6
120
7
180
8
240
1
15 min.
2
30
3
60
4
90
5
180
6
240
AUTOM. GEH. ONTV.
(----)
47
48
ONTV. OP AFSTAND
TELEFOONLIJN
49
TOEGANGSCIJFER
52
CODE REM. DIAGN.
Vervolg op volgende blz.
38
1
Uit
2
Aan
1
OPENBARE
CENTRALE
2
BEDR. TLF.
CENTR.
Keuze van de verkleiningswijze bij het afdrukken.
Vast
: verkleint document overeenkomstig de instelling
van parameter nr. 25.
Automatisch : verkleint document overeenkomstig de lengte van
de ontvangen documenten.
De vaste verkleiningsgraad kiezen tussen 70 en 100%. Deze
parameter werkt alleen wanneer onder faxparameter nr. 24
gekozen is voor «vast».
Instellen van een 4-cijferig wachtwoord voor beveiligde opvraging.
(Zie blz. 69)
Kiezen of het toestel de originele documenten die het in zijn
geheugen opslaat al dan niet moet afstempelen.
(afhankelijk van de instelling van de stempel op het
bedieningspaneel)
Om het stroomverbruik tijdens stand-by te verminderen, schakelt
het toestel na een bepaalde periode van inactiviteit automatisch
over op de energiespaarstand en slaapstand. U kunt de wachttijd
waarna op deze standen moet worden overgeschakeld naar
voorkeur instellen.
Energiespaarstand: Bespaart energie door minder stroom te
verbruiken dan in stand-by door na een
bepaalde tijd het verwarmingselement uit te
schakelen.
Slaapstand:
In deze stand is het stroomverbruik het laagst
zonder dat het toestel is uitgeschakeld.
Voer een 4-cijferig wachtwoord in om het in het geheugen
ontvangen document af te drukken met (AUTOM. GEH. ONTV.)
Wanneer F8-3 actief is, wordt deze parameter niet op het LCDdisplay weergegeven. (Zie blz. 73)
Kiezen of de machine opdrachten voor ontvangst op afstand
accepteert. (Zie blz. 61)
Keuze van het type aangesloten lijn.
0---
Instelling van de PSTN-toegangscode (max. 4 cijfers).
(----)
Een wachtwoord opgeven voor de diagnostiek op afstand. Gelieve
meer details te vragen bij uw officiële Panasonicverdeler.
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Individuele aanpassingen
Parameter
53
SUB-ADRES WACHTW.
58
TAAL
61
FAX-/KOPIEERMODUS
63
PCFAX ONTV
99
MEMORY SIZE
(Flash-geheugen)
Nr.
instelling
instelling
(----)
1
Frans
2
Nederlands
3
Engels
1
Faxen
2
Kopieren
3
Overige
1
Afdrukk
2
Upld&Afd
3
Uploaden
-
-
Commentaar
Een wachtwoord van 20 cijfers instellen voor een beveiligde
communicatie tussen subadressen.
De taal selecteren die op het display en in de verslagen zal
gebruikt worden.
Instellen van de beginstand vanuit stand-by op FAXEN of
KOPIEREN. De instelling "Overige" betekent dat de als laatste
gekozen modus (FAXEN of KOPIEREN) gehandhaafd blijft.
Laat u kiezen hoe het toestel de ontvangen faxdocumenten
verwerkt.
Afdrukk:
ontvangen document(en) afdrukken.
Upld&Afd: ontvangen
document(en)
afdrukken
en
het
documentbestand uploaden.
Uploaden: het ontvangen documentbestand uploaden.
De hoeveelheid geïnstalleerd basis- en optioneel geheugen
afbeelden. (Basisgeheugen + Optioneel geheugen)
(see Note 1)
(see Note 2)
OPMERKING
1. De standaardinstellingen worden afgedrukt op de lijst met faxparameters. Om zo’n afdruk te krijgen, zie blz. 89.
2. Deze parameter is slechts beschikbaar als de optie Parallelle-poortinterface geïnstalleerd werd.
39
PROGRAMMERING
VAN HET TOESTEL
Nr.
PROGRAMMERING VAN HET TOESTEL
Blanco gelaten bladzijde.
40
BELANGRIJKSTE BEDIENINGSVERRICHTINGEN
Documenten inbrengen
(1) Op de invoereenheid
(2) Op de glasplaat
Bedrukte zijde boven
Papierformaat aanduidingen
Met de bedrukte
zijde naar beneden
Papiergeleider
Leg een boek of ander origineel met de
bedrukte zijde naar beneden op de
glasplaat en let hierbij op de pijlen van de
papierformaat aanduidingen.
Invoereenheid (ADF)
Glasplaat
Papierformaat origineel: A5, A4 en B4 FLS
Capaciteit invoereenheid: Maximaal 30 pagina's
(20 lbs)
Papiergewicht: 50 - 105 g/m2
Papiersoort: Normaal papier
Papierformaat origineel: A5 t/m FLS B4
Gebruik uitsluitend droge originelen
Bedek transparanten met onbedrukt, wit
papier
Breng het deksel van de glasplaat of de
invoereenheid voorzichtig naar boven en
beneden
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
Leg het origineel (de originelen) met de bedrukte zijde
naar boven zo ver mogelijk in de invoereenheid.
Stel de papiergeleiders zodanig in, dat het origineel
(de originelen) in het midden van de invoereenheid
terechtkomen.
Originelen die niet met de invoereenheid
ingevoerd kunnen worden
Natte originelen
Originelen met niet opgedroogde inkt of lijm
Originelen met kreukels, scheuren of vouwen
Te dikke originelen (Voorbeeld: karton of
ansichtkaarten)
Te dunne originelen (Voorbeeld: cellofaan,
luchtpostpapier, pagina's uit tijdschriften, enz.)
Chemische behandeld papier (Voorbeeld:
drukgevoelig papier, carbonpapier, enz.)
Papier met coating (Voorbeeld: glanzend papier,
enz.)
Papier gemaakt van stof of metaal
Papier met nietjes of paperclips
Gebruik voor dergelijke
originelen de glasplaat, of
maak eerst een kopie en
verzend de kopie.
Effectieve scangrootte
5 mm
De afdrukmarge bedraagt 5 mm. Tekst binnen de donkere
gebieden (zoals aangegeven met de pijlen) worden niet
afgedrukt. Schrijf geen tekst binnen 10 mm van de bovenste en
onderste rand van het document, omdat deze ruimte wordt
gebruikt voor de kop- en voetteksten (bedrijfsnaam, datum, logo,
enz.).
5 mm
41
Basisinstellingen voor verzending
Origineel/contrast/resolutie
U kunt voor- of nadat u het origineel in de invoereenheid of op de glasplaat heeft gelegd de zendinstellingen
tijdelijk veranderen.
Nadat het origineel verzonden is, worden de oorspronkelijke instellingen automatisch hersteld.
Origineel
• De origineel instelling wordt gebruikt voor het verzenden van foto's of afbeeldingen met
grijswaarden. Standaard is het toestel ingesteld op "AUTO". U kunt kiezen voor "Foto" of
"Handmatig".
FOTO
AUTO
Verandert bij elke
druk op de toets
FOTO
FOTO
FOTO
AUTO
AUTO
AUTO
Automatisch
(Foto & tekst)
Foto
Handmatig
(Foto & tekst)
Contrast
• Uw toestel werd vooraf ingesteld op Normaal contrast. Als u een document wilt verzenden met
een lichter contrast, wijzigt u de instelling in Lichter. Wilt u een document verzenden met een
donkerder contrast, dan wijzigt u de instelling in Donker.
DONKER
DONKER
LICHT
(
42
LICHT
Normaal Donk
: Normaal) verandert bij elke druk op de toets
Donker Lichter
Licht
Basisinstellingen voor verzending
Resolutie
De standaard resolutie is voorgeprogrammeerd, hetgeen
voor de meeste documenten geschikt is. Gebruik Fijn of
Superfijn voor originelen met hoog detail. Volg onderstaande
aanwijzingen om de resolutie tijdelijk te wijzigen..
-
FAX
Instelling van RESOLUTIE = STANDAARD :
Instelling van RESOLUTIE = FIJN
:
Instelling van RESOLUTIE = SUPERFIJN
:
2
3
5
6
7
8
9
+
0
1
2
3
8
INSTELLEN FUNCTIE
Voor normale originelen
(Standaardinstelling)
Voor originelen met hoog detail
Voorbeeld: Kranten
Voor originelen met zeer hoog detail
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
(see Note 1)
1
4
abc..
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
FUNCTIE
8
2
3
SELECTIEMODE
(1-3)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
2:RESOLUTIE ?
DRUK OP INSTELLEN
2
INSTELLEN
ESOLUTIE=STANDAARD
1:STD 2:FIJN 3:SFIJN
ESOLUTIE=STANDAARD
1:STD 2:FIJN 3:SFIJN
1
voor “STANDAARD“.
of
of
2
voor "FIJN"
of
3
4
ESOLUTIE=FIJN
1:STD 2:FIJN 3:SFIJN
of
voor "SUPERFIJN"
ESOLUTIE=S-FIJN
1:STD 2:FIJN 3:SFIJN
INSTELLEN
OPMERKING
1. Om de voorgeprogrammeerde resolutie-instelling te wijzigen, verandert u de stand van faxparameter nr. 02. (Zie
blz. 37)
43
Basisinstellingen voor verzending
Verzendingsverslag (ZENDJOURNAAL)
Aan de hand van een verzendingsverslag kunt u nagaan of de
verzending naar behoren is verlopen. Wat het afdrukken van
verzendingsverslagen betreft, beschikt u over volgende
keuzemogelijkheden.
(see Note 1)
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
FAX
+
0
1
2
3
8
INSTELLEN FUNCTIE
Als ZENDJOURNAAL = UIT
:
Er wordt geen verbindingsverslag afgedrukt.
Als ZENDJOURNAAL = AAN
:
Na elke verbinding wordt
verbindingsverslag afgedrukt.
Als ZENDJOURNAAL = INC.
:
Alleen als een verbinding niet is geslaagd, wordt een
verbindingsverslag afgedrukt.
automatisch
een
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
FUNCTIE
8
2
INSTELLEN
1
3
1
om uit te schakelen (UIT).
of
2
SELECTIEMODE
(1-3)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
1:ZENDJOURNAAL?
DRUK OP INSTELLEN
JOURNAALAFDRUK=UIT
1:UIT 2:AAN 3:INC.
of
om in te schakelen (AAN).
JOURNAALAFDRUK=AAN
1:UIT 2:AAN 3:INC.
of
3
of
om "INC." te kiezen (alleen bij mislukking).
JOURNAALAFDRUK=INC.
1:UIT 2:AAN 3:INC.
4
INSTELLEN
OPMERKING
1. Om de voorgeprogrammeerde keuze inzake communicatieverslagen te wijzigen, verandert u de stand van
faxparameter nr. 12. (Zie blz. 37)
44
Documenten verzenden
U heeft de keuze tussen verzending uit het geheugen en rechtstreekse verzending.
Gebruik verzending uit het geheugen als:
• U wilt het (de) document(en) naar meerdere stations verzenden.
• U het document onmiddellijk moet recupereren.
• U wilt gebruik maken van multi-tasking.
• U wil gebruik maken van gegroepeerde verzending.
Gebruik verzending in vocale modus als:
• U het document wilt verzenden nadat u met uw correspondent heeft gepraat.
• U het document wilt verzenden nadat u een vocaal verzoek heeft gehoord.
Vanuit het geheugen
Uw toestel slaat het (de) document(en) snel in het geheugen op.
Vervolgens begint het met de nummerkeuze.
Als de verzending mislukt, zal het toestel de nog niet met succes verzonden pagina(’s) automatisch opnieuw
proberen.
1
2
Document opslaan
in geheugen
Verzenden
3
Bestemming A
Ontvangen
A
A
Bestemming B
A
45
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
Gebruik rechtstreekse verzending als:
• Het geheugen vol is.
• U wilt het (de) document(en) onmiddellijk verzenden.
Documenten verzenden
(see Note 1)Å@Å@ (see Note 2)Å@Å@ (see Note 3)Å@Å@ (see Note 4) (see Note 5)
OPMERKING
1. Het bestandsnummer van het document dat wordt opgeslagen, is tijdens
het opslaan te zien in de rechter bovenhoek van het display. Het wordt ook
afgedrukt op het communicatieverslag, het verslag na verrichtingen en de
bestandenlijst. In de rechter benedenhoek staat na het opslaan van elke
blz. hoeveel procent van het geheugen reeds ingenomen is.
OPSLAAN BER. NR.=003
PAG.=002
10%
2. Als tijdens het opslaan van een document het geheugen vol raakt, worden
de resterende documenten op de ADT uitgevoerd. Het toestel vraagt u of
het de reeds opgeslagen documenten al mag verzenden, dan wel of de
verzending geannuleerd moet worden. Druk op "1" om te annuleren of op
"2" om te verzenden.
Zie de Technische gegevens op blz. 102 voor de beeldgeheugencapaciteit.
Als binnen de 10 seconden niet gereageerd wordt, zal het toestel de
opgeslagen documenten verzenden.
* Het percentage varieert en is afhankelijk van het type documenten dat u
opslaat, de instellingen van het toestel en het feit of al dan niet een
optionele geheugenkaart geïnstalleerd is.
3. Een Informatiecode wordt afgebeeld als de verzending mislukte of als de
correspondent niet antwoordde na de laatste automatische herkiespoging.
Het document dat voor deze verzending werd opgeslagen wordt
automatisch uit het geheugen gewist en de informatiecode wordt afgedrukt
op het communicatieverslag (ZENDJOURNAAL).
GEHEUGEN VOL
FOUTCODE=870
4. Om de verzending te stoppen, drukt u op
Op het display verschijnt:
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 30%
15PAG. OPGESLAGEN
WISSEN? 1:JA 2:NEE
OVERDRACHT MISLUKT
FOUTCODE=XXX
STOP .
COMMUNICATIE STOPPEN
1:JA 2:NEE
Druk op "1" om de verzending te stoppen. Het opgeslagen document wordt automatisch gewist.
5. Als u een communicatieverslag (ZENDJOURNAAL) wilt afdrukken nadat een verzending gestopt werd, drukt u
op "1" als op het display het volgende verschijnt:
AFDRUK ZENDJOURNAAL?
1:JA 2:NEE
46
Documenten verzenden
Manuele nummerkeuze
Om het nummer volledig te vormen vanop het cijferklavier van
het faxtoestel, gaat u als volgt te werk.
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
+
0
START
FAX
1a
Leg de originelen met de bedrukte zijde naar
boven op de automatische
documententoevoer.
1b
2
3
Leg een boek of een origineel met de
bedrukte zijde naar onder op de glasplaat.
Vorm een telefoonnummer op het cijferklavier.
Vb: 5 5
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
KIESCODE(S)
DRUK OP START
12-OCT-2000 15:00
00%
TEL.NR.
5551234❚
5 1 2 3 4
START
47
Documenten verzenden
Scannen met de invoereenheid
4a
Alle documenten worden met een bestandsnummer in het
geheugen opgeslagen.
Vervolgens kiest het toestel het faxnummer.
OPSLAAN BER. NR.=002
PAG.=001
05%
* KIEZEN *
5551234
NO.002
Scannen vanaf de glasplaat
4b
Wanneer er een origineel op de glasplaat wordt gelegd,
verschijnt nevenstaand venster.
ORIGINEL=LETTER
DRUK OP STARTTOETS
(1) Druk op
OPSLAAN BER. NR.=002
PAG.=001
05%
of
om het papierformaat van het origineel
op glasplaat in te stellen en druk op START
document in het geheugen op te slaan.
om het
VOLGENDE ORIGINEEL ?
1:JA 2:NEE
(2) Druk op "1" op "JA" te kiezen wanneer er een ander
origineel moet worden opgeslagen.
Druk op "2" om "NEE" te kiezen wanneer er geen andere
originelen zijn. (Zie opmerking 2)
Wanneer u voor "JA" heeft gekozen, stelt u het
papierformaat van het origineel in en drukt u op
START .
Wanneer u voor "NEE" heeft gekozen, begint het toestel
met het kiezen van het faxnummer.
* KIEZEN *
5551234
NO.002
(see Note 1) (see Note 2)
OPMERKING
1. Als u eerst een speciaal nummer moet vormen om een buitenlijn te krijgen, vorm dat dan eerst, druk vervolgens
op PAUZE om een pauze in te voegen (weergegeven door een "-") en vorm pas dan het eigenlijke
telefoonnummer.
Vb: 9 PAUZE 555 1234
2. Het toestel begint met het kiezen van het faxnummer wanneer er gedurende 60 seconden geen activiteit is.
48
Documenten verzenden
Kiezen met de faxgids
Kiezen met de faxgids maakt het mogelijk om een faxnummer te
kiezen door naar de naam van de bestemming te zoeken.
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
+
0
START
FAX
-
+
1a
Leg de originelen met de bedrukte zijde naar
boven op de automatische
documententoevoer.
1b
2
Leg een boek of een origineel met de
bedrukte zijde naar onder op de glasplaat.
-
+
-
+
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
KIESCODE(S)
DRUK OP START
12-OCT-2000 15:00
00%
PANASONIC
5551234
of
totdat op het display de naam staat van de gewenste
bestemming.
3
START
49
Documenten verzenden
Scannen met de invoereenheid
4a
Alle documenten worden met een bestandsnummer in het
geheugen opgeslagen.
Vervolgens kiest het toestel het faxnummer
OPSLAAN BER. NR.=002
PAG.=001
01%
* KIEZEN *
5551234
NO.002
Scannen vanaf de glasplaat
4b
Wanneer er een origineel op de glasplaat wordt gelegd,
verschijnt nevenstaand venster.
ORIGINEL=A4
DRUK OP STARTTOETS
(1) Druk op
* KIEZEN *
PANASONIC
of
om het papierformaat van het origineel
op glasplaat in te stellen en druk op START
document in het geheugen op te slaan.
om het
NO.002
VOLGENDE ORIGINEEL ?
1:JA 2:NEE
(2) Druk op "1" op "JA" te kiezen wanneer er een ander
origineel moet worden opgeslagen.
Druk op "2" om "NEE" te kiezen wanneer er geen andere
originelen zijn. (Zie Opmerking 1)
Wanneer u voor "JA" heeft gekozen, stelt u het
papierformaat van het origineel in en drukt u op
START .
Wanneer u voor "NEE" heeft gekozen, begint het toestel
met het kiezen van het faxnummer.
* KIEZEN *
PANASONIC
NO.002
(see Note 1)
OPMERKING
1. Het toestel begint met het kiezen van het faxnummer wanneer er gedurende 60 seconden geen activiteit is.
50
Documenten verzenden
Verzending naar meer dan één nummer
Als u hetzelfde document naar meer dan één bestemming moet
faxen, kunt u wat het invoeren van het document betreft tijd
sparen door gebruik te maken van geheugenverzending. U kunt
nl. het document in het geheugen opslaan en het vervolgens
vandaaruit automatisch naar een aantal bestemmingen
versturen. (see Note 1)
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
+
0
START
FAX
INSTELLEN
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
Leg de originelen met de bedrukte zijde naar
boven op de automatische
documententoevoer.
1b
2
Leg een boek of een origineel met de
bedrukte zijde naar onder op de glasplaat.
KIESCODE(S)
DRUK OP START
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
1a
12-OCT-2000 15:00
00%
Kies op één van de volgende manieren (Maximum 10
telefoonnummers):
• manueel kiezen. Druk op INSTELLEN na elk ingevoerd
telefoonnummer
• zoeken faxnummerbestand. Druk op INSTELLEN na
elk ingevoerd telefoonnummer (meer informatie op
pagina’s 47 tot 50.)
Vb: 5 5
5 1 2 3 4
INSTELLEN
5 5 5 3 4 5 6
Als u het aantal ingevoerde nummers wilt bevestigen,
druk op
of
.
3
TEL.NR.
5551234
TEL.NR.
5553456
2 NRS INGEVOERD
VOER NRS IN OF START
START
OPMERKING
1. Faxparameter nr. 05 (GEHEUGEN) moet op de in de fabriek ingestelde standaardwaarde (AAN) zijn ingesteld.
(Zie blz. 37)
51
Documenten verzenden
Scannen met de invoereenheid
4a
Alle documenten worden met een bestandsnummer in het
geheugen opgeslagen.
Vervolgens kiest het toestel het faxnummer
OPSLAAN BER. NR.=001
PAG.=001
01%
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 25%
* KIEZEN *
5551234
NO.002
Scannen vanaf de glasplaat
4b
Wanneer er een origineel op de glasplaat wordt gelegd,
verschijnt nevenstaand venster.
ORIGINEL=A4
DRUK OP STARTTOETS
(1) Druk op
OPSLAAN BER. NO.002
PAG.=001
of
om het papierformaat van het origineel
op glasplaat in te stellen en druk op START
document in het geheugen op te slaan.
om het
VOLGENDE ORIGINEEL ?
1:JA 2:NEE
(2) Druk op "1" op "JA" te kiezen wanneer er een ander
origineel moet worden opgeslagen.
Druk op "2" om "NEE" te kiezen wanneer er geen andere
originelen zijn. (Zie opmerking 2)
Wanneer u voor "JA" heeft gekozen, stelt u het
papierformaat van het origineel in en drukt u op
START .
Wanneer u voor "NEE" heeft gekozen, begint het toestel
met het kiezen van het faxnummer.
* KIEZEN *
5551234
NO.002
(see Note 1)
(see Note 2)
OPMERKING
1. Voor u het document in het geheugen opslaat kunt u de bij stap 3 gekozen telefoonnummers nog nakijken door
op
of
te drukken. Druk op WISSEN/STOP om indien nodig een op het display weergegeven
bestemming of groep te wissen.
2. Het toestel begint met het kiezen van het faxnummer wanneer er gedurende 60 seconden geen activiteit is.
52
Documenten verzenden
Rechtstreekse verzending
Als het geheugen van uw toestel vol is of u het document
onmiddellijk wil verzenden, gebruikt u rechtstreekse verzending.
(Om directe verzending te gebruiken, moet eerst faxparameter
nr. 05 (GEHEUGEN) op "UIT" worden gezet. (Zie blz. 37 en
onderstaande opmerking 1)
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
+
0
START
FAX
(see Note 1)
Manuele nummerkeuze (Rechtstreekse verzending)
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
Om het nummer volledig te vormen vanop het cijferklavier van het faxtoestel, gaat u als volgt te werk.
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1a
KIESCODE
Leg de originelen met de bedrukte zijde naar
boven op de automatische
documententoevoer.
1b
2
Leg een boek of een origineel met de
bedrukte zijde naar onder op de glasplaat.
Vorm het telefoonnummer vanop het cijferklavier.
12-OCT-2000 15:00
00%
START VOOR KIEZEN
5551234❚
Vb: 5 5 5 1 2 3 4
3
START
Het toestel begint automatisch met de verzending.
OPMERKING
1. Nadat de directe verzending is voltooid, zet u faxparameter nr. 05 (GEHEUGEN) weer op "AAN" (standaard
instelling).
53
Documenten verzenden
Scannen met de invoereenheid
4a
Het toestel begint met het kiezen van het faxnummer.
* KIEZEN *
5551234
Scannen vanaf de glasplaat
4b
Wanneer er een origineel op de glasplaat wordt gelegd,
verschijnt nevenstaand venster.
Druk op
of
om het papierformaat van het origineel
ORIGINEL=A4
DRUK OP STARTTOETS
op glasplaat in te stellen en druk op START om het het
faxnummer te kiezen.
(see Note 1) (see Note 2)
OPMERKING
1. Als u eerst een speciaal nummer moet vormen om een buitenlijn te krijgen, vorm dat dan eerst, druk vervolgens
op HERH/PAUZE om een pauze in te voegen (weergegeven door een "-") en vorm pas dan het eigenlijke
telefoonnummer.
Vb: 9 PAUZE 555 1234
2. Om de verzending te beeindigen, druk op WISSEN/STOP .
Op het display verschijnt:
COMMUNICATIE STOPPEN
1:JA 2:NEE
Druk op "1" om de verzending te stoppen. Het communicatieverslag wordt niet afgedrukt, ongeacht de instelling
van de afdrukmodus voor het communicatieverslag.
54
Documenten verzenden
Kiezen vanuit de index (Rechtstreekse verzending) (see Note 1)
Kiezen met de faxgids maakt het mogelijk om een
faxnummer te kiezen door naar de naam van de bestemming
te zoeken. (Om directe verzending te gebruiken, moet eerst
faxparameter nr. 05 (GEHEUGEN) op "UIT" worden gezet.
(Zie blz. 37 en onderstaande opmerking 1)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
+
0
START
FAX
-
+
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1a
KIESCODE
1b
2
Leg een boek of een origineel met de
bedrukte zijde naar onder op de glasplaat.
-
+
-
+
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
Leg de originelen met de bedrukte zijde naar
boven op de automatische
documententoevoer.
12-OCT-2000 15:00
00%
PANASONIC
5551234
of
totdat op het display de naam staat van de gewenste
bestemming.
3
START
Het volledige nummer (b.v. 5551234) wordt gevormd.
Scannen met de invoereenheid
4a
Het toestel begint met het kiezen van het faxnummer.
* KIEZEN *
Scannen vanaf de glasplaat
4b
Wanneer er een origineel op de glasplaat wordt gelegd,
verschijnt nevenstaand venster.
Druk op
of
om het papierformaat van het origineel
ORIGINEL=A4
DRUK OP STARTTOETS
op glasplaat in te stellen en druk op START om het het
faxnummer te kiezen.
* KIEZEN *
PANASONIC
OPMERKING
1. Nadat de directe verzending is voltooid, zet u faxparameter nr. 05 (GEHEUGEN) weer op "AAN" (standaard
instelling).
55
Documenten verzenden
Verzending in vocale modus
Als u een document wilt verzenden nadat u met uw
correspondent gepraat heeft, gebruikt u verzending in vocale
modus. Uw toestel heeft een optionele hoorn of een externe
telefoon nodig.
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
+
0
START
FAX
Nummerkeuze vanop het telefoontoestel
nummers te vormen vanop het telefoongedeelte van uw toestel, gaat u als volgt te werk.
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
Leg de originelen met de bedrukte zijde naar
boven op de automatische
documententoevoer.
2
Neem de hoorn van de optionele telefoon of de externe
telefoon van de haak en kies het nummer m.b.v. de
cijfertoetsen of gebruik de faxgids.
Vb: 5 5 5 1 2 3 4
3
Wanneer u de stem van de andere partij hoort, vertelt u
hem dat u een faxdocument wilt verzenden.
KIESCODE(S)
DRUK OP START
HOORN VAN DE HAAK
00%
* KIEZEN *
5551234❚
ZENDEN : BEZET
U hoort de pieptoon,
START
en leg de hoorn op de haak.
(see Note 1) (see Note 2)
OPMERKING
1. Om de verzending te beeindigen, druk op WISSEN/STOP
.
RESET
Op het display verschijnt:
COMMUNICATIE STOPPEN
1:JA 2:NEE
Druk op "1" om de verzending te stoppen. Het verbindingsverslag wordt niet afgedrukt, ongeacht de instelling van
de afdrukmodus van het verbindingsverslag.
2. Verzending na gesprek is alleen mogelijk met de invoereenheid. Om pagina's uit een boek of andere originelen
die niet met de invoereenheid ingevoerd kunnen worden te verzenden, maakt u eerst een kopie vanaf de glasplaat
en gebruikt u deze kopieën voor verzending vanuit de invoereenheid.
56
Documenten verzenden
Nummerkeuze vanop het faxtoestel
Om nummers te vormen vanop het faxtoestel zelf, gaat u als
volgt te werk.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
+
0
START
FAX
TEL/KIES
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
Leg de originelen met de bedrukte zijde naar
boven op de automatische
documententoevoer.
2
TEL/KIES
KIESCODE(S)
DRUK OP START
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
1
* LUIDSPREKER *
❚
U hoort de kiestoon via de luidspreker.
3
Kies het faxnummer m.b.v. de cijfertoetsen of gebruik de
faxgids.
Vb: 5 5 5 1 2
4
3 4
Als u een bieptoon hoort,
START
* KIEZEN *
5551234❚
ZENDEN : BEZET
5551234
(see Note 1) (see Note 2)
OPMERKING
1. Als u eerst een speciaal nummer moet vormen om een buitenlijn te krijgen, vorm dat dan eerst, druk vervolgens
op HERH/PAUZE om een pauze in te voegen (weergegeven door een "-") en vorm pas dan het eigenlijke
telefoonnummer.
Vb: 9 PAUZE 555 1234
2. Verzending na gesprek is alleen mogelijk met de invoereenheid. Om pagina's uit een boek of andere originelen
die niet met de invoereenheid ingevoerd kunnen worden te verzenden, maakt u eerst een kopie vanaf de glasplaat
en gebruikt u deze kopieën voor verzending vanuit de invoereenheid.
57
Documenten verzenden
Verzending reserveren
U kunt de volgende verzending (maximaal 5 bestanden) in het
geheugen reserveren terwijl er een ander faxbericht wordt
verzonden of ontvangen.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
+
0
START
FAX
Reserveren voor geheugenverzending (dubbele toegankelijkheid)
Als uw toestel on-line bezig is met verzending vanuit het geheugen, ontvangst of afdruk van ontvangen
documenten, kunt u een verzending reserveren door als volgt te werk te gaan.
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
Uw toestel gebruikt de telefoonlijn (de ON LINE verklikker
ZENDEN : BEZET *GEH*
knippert) of is ontvangen documenten aan het afdrukken.
ID:
1
ONTVANGEN : BEZET
ID:(Identification)
TELEFONISCH CONTACT
PC MODE
* AFDRUKKEN *
UIT GEHEUGEN
2
Leg de originelen met de bedrukte zijde naar
boven op de automatische
documententoevoer.
Kies op een van de volgende manieren (Maximum 10
telefoonnummers):
• manueel kiezen. Druk op INSTELLEN na elk
ingevoerd telefoonnummer
• zoeken faxnummerbestand. Druk op INSTELLEN na
elk ingevoerd telefoonnummer
(meer informatie op pagina’s 47 tot 50.)
3
Vb: 5 5 5 1 2
4
3 4
START
KIESCODE(S)
DRUK OP START
TEL.NR.
5551234
OPSLAAN BER. NR.=005
PAG.=001
01%
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 25%
Uw toestel slaat de documenten op in het geheugen.
(see Note 1)
OPMERKING
1. Om de reservering voor geheugenverzending te annuleren, zie blz. 72.
58
Documenten verzenden
Nummerkeuze herhalen
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
(see Note 1)
+
0
HERH/
PAUZE
FAX
START
Automatische herhaling
KIESHERHALING NR001
(Telephone number)
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
Als de lijn bezet is, zal het toestel tot 5 maal toe het nummer
opnieuw kiezen met één interval van 3 minuten. Als de lijn
echter niet bezet is, kiest het toestel het nummer slechts één
maal. Ondertussen verschijnt een bericht op het display, zoals
rechts afgebeeld. In de rechter bovenhoek van het display
verschijnt een bestandsnummer als het om een verzending
vanuit het geheugen gaat.
Manuele herhaling
U kunt ook manueel het laatst gevormde nummer herhalen door op de HERH/PAUZE toets te drukken.
Om het laatst gevormde nummer via het geheugen te herhalen
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
Leg de originelen met de bedrukte zijde naar
boven op de automatische
documententoevoer.
2
HERH/
PAUZE
3
START
KIESCODE(S)
DRUK OP START
TEL.NR.
5551234
OPSLAAN BER. NR.=002
PAG.=001
01%
* KIEZEN *
5551234
Het document wordt in het geheugen opgeslagen en krijgt
een bestandsnummer. Vervolgens vormt het opnieuw het
laatst gevormde nummer.
OPMERKING
1. Als op het toestel het bericht "KIESHERHALING" verschijnt, kunt u HERH/PAUZE drukken om onmiddellijk
opnieuw te kiezen.
59
Documenten ontvangen
Ontvangststanden
U kunt kiezen uit onderstaande vier ontvangstmogelijkheden.
Wanneer
aangewezen?
Aanbevolen ontvangststand
Fax-stand
Als de telefoonlijn
Het toestel ontvangt documenten automatisch.
normaal alleen faxen
Alle binnenlopende oproepen (ook gewone
ontvangt.
telefoonoproepen) worden door het faxtoestel
beantwoord. (Zie blz. 62)
Hoe instellen?
Faxparameter nr. 17
op 1 : Fax
Telefoonstand
Faxparameter nr. 17
Als de betrokken
op 2 : Tel
telefoonlijn normaal
U beantwoordt binnenlopende oproepen via de
alleen gewone
aangesloten telefoonhoorn. Hoort u een faxsignaal,
telefoongesprek ken
dan drukt u gewoon op START om manueel te
krijgt.
ontvangen. (Zie blz. 61)
Automatische omschakeling fax/tel
(zie opmerking 2)
Als de telefoonlijn
zowel gewone tele
foongesprekken als
faxen krijgt.
Het toestel beantwoordt binnenlopende oproepen en
herkent het verschil tussen telefoon en fax.
Een fax ontvangt het automatisch. Herkent het een
gewoon telefoongesprek, dan laat het via de
luidspreker het belsignaal klinken om uw aandacht te
trekken. (Zie blz. 61)
Antwoordapparaat-stand (zie omperking 2)
Als de telefoonlijn
zowel gewone
telefoongesprekken
als faxen krijgt en er
een antwoordapparaat
is op aangesloten.
Faxparameter nr. 17
op 3 : Fax/Tel omsch.
Faxparameter nr. 17
op 4 : Antw. app.
Het antwoordapparaat beantwoordt binnenlopende
oproepen.
Gedurende die tijd controleert het
faxtoestel of het om een gewone telefoonoproep gaat
in welk geval het antwoordapparaat verder zijn werk
doet. Gaat het om een fax, dan schakelt het toestel
automatisch over en begint de ontvangst van het
document. (Zie blz. 63)
(see Note 1) (see Note 2)
OPMERKING
1. Naar gelang van het model van het aangesloten antwoordapparaat is het mogelijk dat bepaalde mogelijkheden
daarvan niet compatibel zijn met de werking van uw faxtoestel in deze ontvangststand.
2. Voor sommige landen is deze ontvangststand niet beschikbaar wegens de daar geldende reglementering en
technische omschrijving.
60
Documenten ontvangen
Fax-stand
In deze ontvangststand begint het faxtoestel meteen automatisch documenten te ontvangen wanneer een oproep
binnenkomt.
Werken in de fax-stand
Wanneer een fax-oproep binnenloopt begint uw faxtoestel heel snel met de automatische ontvangst van het
document.
Telefoonstand
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
In deze ontvangststand kan uw faxtoestel niet automatisch documenten ontvangen. Als u een faxoproep
krijgt, gaat u als volgt te werk om de documenten manueel te ontvangen.
Werken in de telefoonstand
1
Wanneer uw telefoon rinkelt, neemt u de hoorn (van het faxtoestel of een ander
telefoontoestel op de lijn) op.
Als u in de hoorn een pieptoon hoort, betekent dit dat iemand u een fax wil sturen.
Of uw correspondent deelt u mee dat hij/zij u een fax wil sturen. In dat geval:
2
3a
Verwijder eventuele documenten van de ADT.
Wanneer u de telefoon heeft
beantwoord met behulp van een
extern toestel,
START
3b
Wanneer u de telefoon heeft
beantwoord met behulp van een
extensietoestel,
START
of
binnen 1 seconde
vanaf de externe
telefoon (zie
opmerking 1).
Uw toestel wordt van op afstand
geactiveerd.
4
Haak in.
(see Note 1)
OPMERKING
1. Deze werkwijze heeft «ontvangen vanop een ander toestel» (ONTV. OP AFSTAND) en is mogelijk vanop een
telefoontoestel met toontoetsen. Als uw telefoontoestel van een ander type is, moet u op het bedieningspaneel
van het faxtoestel op START drukken.
61
Documenten ontvangen
Automatische omschakeling fax/tel
In deze ontvangststand kiest uw toestel automatisch voor ontvangst van documenten of een gewoon
telefoongesprek, naar gelang de aard van het binnenkomend signaal.
Werken met de automatische omschakeling
1
Zodra een oproep binnenkomt, zal uw faxtoestel spoedig "opnemen" en nagaan of het
een gewone telefoonoproep dan wel een faxoproep is.
Een faxoproep
2a
Uw toestel ontvangt de documenten.
Een stemoproep
2b
Uw toestel begint te bellen via de
luidspreker (zie opmerking 1)
3b
Neem de hoorn van het externe
telefoontoestel op. Druk op STOP .
4b
Begin te praten.
(see Note 1) (see Note 2)
OPMERKING
1. Hoe lang het faxtoestel het belsignaal laat weerklinken, kunt u bepalen m.b.v. faxparameter nr. 18 (OP CALL
TIMER). (Zie blz. 37)
2. Aanpassen belvolume, zie blz. 19.
62
Documenten ontvangen
Antwoordapparaat-stand
Uw toestel is uitgerust met een unieke eigenschap: een antwoordapparaat-interface. Daardoor dan het
automatisch op één telefoonlijn omschakelen tussen fax en antwoordapparaat. De meeste antwoordapparaten uit
de handel kunt u op uw faxtoestel aansluiten, zodat u uw bestaande telefoonlijn zeer efficiënt kunt gebruiken.
Sommige apparaten kunnen evenwel niet compatibel zijn met dit faxtoestel. Voor de bediening van het
antwoordapparaat: zie de gebruiksaanwijzing erbij.
Uw antwoordapparaat installeren (see Note 1)
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
Type 1
(1) Haal de telefoonsteker van uw
antwoordapparaat uit de
wandcontactdoos.
(2) Stop de telefoonsteker van uw
antwoordapparaat in de bus op het
faxtoestel, zoals hiernaast afgebeeld.
Type 2
Type 3
Type 4
OPMERKING
1. De aansluitingswijze voor antwoordapparaten kan verschillen naar gelang van de reglementering in uw land.
Volg a.u.b. de aangewezen methode voor uw land, te kiezen uit bovenstaande types (1-4). Voor details wendt
u zich tot uw Panasonic-verdeler.
63
Documenten ontvangen
Werken met de antwoordapparaat-interface
1
Wanneer uw combinatie fax/antwoordapparaat een binnenlopende oproep ontvangt,
beantwoordt het antwoordapparaat altijd eerst de oproep: het laat de uitgaande
boodschap horen die u hebt opgenomen. Tijdens die periode controleert het
faxtoestel de lijn om na te gaan om welk soort oproep het gaat (fax of gesprek).
Gaat het om een fax-oproep,
2a
Dan wordt meteen het faxtoestel
ingeschakeld, dat het document van bij
de correspondent begint te ontvangen.
Gaat het om een gewoon gesprek,
2b
Dan blijft uw antwoordapparaat aan het
werk: na de uitgaande boodschap kan het
een bericht vanwege uw correspondent
opnemen.
Voorbeeld van een uitgaande boodschap
Met Desmet. lk kan nu helaas niet zelf opnemen, maar u kunt na het signaal een boodschap
inspreken. Wou u een fax sturen, dan kunt u meteen twee keer op het sterretje van uw telefoontoestel
drukken en uw fax inschakelen. Bedankt.
Geluidloze detectiemodus
In deze modus kan uw faxtoestel omschakelen naar faxmodus als het documenten ontvangt van toestellen die geen faxsignaal doorsturen (korte bleptoon). Het vermijdt ook dat uw TAM blanco inkomende
berichten opneemt (lange stilte).
Om deze funktie te aktiveren
1. Stel faxparameter No. 20 (STILTE DETECTOR) in op 2 : Valid. (aktief - zie blz. 37)
2. Stel de tijdsduur in van het op uw TAM opgenomen uitgaand bericht aan de hand van faxparameter
No. 19 (LENGTE MELDTEKST). (Zie blz. 37)
[Het is aanbevolen een tijdsduur in te stellen die 5 of 6 seconden langer is dan de eigenlijke tijd van het
uitgaand bericht.]
64
Documenten ontvangen
Verkleind afdrukken
Dit toestel kan afdrukken op gewoon papier met vaste afmetingen. Soms kan een ontvangen document met grote
afmetingen niet op één blad worden afgedrukt. In dat geval wordt het document op meerdere bladen afgedrukt.
Om dat probleem te verhelpen is dit toestel echter uitgerust met een verkleiningsfunctie. Uit de hieronder
beschreven verkleiningsmogelijkheden kunt u de meest aangewezen kiezen.
Elk ontvangen document wordt eerst in het geheugen opgeslagen. Op basis van de lengte van het document
berekent het toestel automatisch een gepast verkleiningspercentage (70% tot 100%) zodat het volledige
document op één blad kan worden afgedrukt. Als het ontvangen document heel lang is (meer dan 39% langer
dan het papier in het toestel), wordt het origineel verdeeld over afzonderlijke bladen en zonder verkleining
afgedrukt.
2. Vaste verkleining
U kunt het verkleiningspercentage voorinstellen tussen 70% en 100% in stappen van 1%. Het ontvangen
document wordt verkleind met het ingestelde percentage, ongeacht de afmetingen.
Keuze van het verkleiningspercentage
Stel de faxparameters in zoals hieronder opgegeven. (Zie blz. 38)
1. Voor automatische verkleining.
(1) Nr. 24 VERKLEINEN AFDRUK instellen op “Auto”.
2. To set the Fixed Reduction mode.
(1) Nr. 024 VERKLEINEN AFDRUK instellen op “Vast“.
(2) Nr. 025 VERKLEININGSFACT. instellen op een getal tussen 70 en 100% (zie Opmerking 1)
Ex: Van A4 naar A4 - 96%
Van A4 naar quarto - 90%
Van quarto naar quarto - 96%
Van legal (VS) naar quarto - 75%
(see Note 1)
OPMERKING
1. Indien het verzendend toestel is ingesteld op het afdrukken van de kopregel buiten de kopieerzone, zult u sterker
moeten verkleinen.
65
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
1. Automatische verkleining
Documenten ontvangen
Te grote documenten ontvangen
Als het ontvangen document heel lang is (meer dan 39% langer dan het papier in het toestel), wordt het
document verdeeld over afzonderlijke bladen. Wanneer u op afzonderlijke bladen afdrukt, verschijnt de
onderste 10 mm van het eerste blad ook bovenaan het volgende blad.
(see Note 1)
Verzonden document
Ontvangen document
Overlappingszone
10 mm
Het ontvangen document wordt over twee
bladen verdeeld met overlappende gedeelten.
OPMERKING
1. Indien het toestel is ingesteld op automatische verkleining, wordt het document onverkleind afgedrukt wanneer
de afdruk over meer pagina’s verdeeld wordt. Als het toestel is ingesteld op vaste verkleining, wordt het
document afgedrukt volgens de verkleiningsgraad die u onder parameter nr. 25 hebt opgegeven.
66
Documenten ontvangen
Tijdelijke ontvangst via het geheugen (see Note 1) (see Note 2)
Als tijdens de ontvangst het papier op is of vastloopt of als de toner opraakt, begint het toestel automatisch
documenten in het geheugen voor beelddata te ontvangen. Opgeslagen documenten worden automatisch
afgedrukt zodra u papier of toner hebt bijgevuld. (Zie Opmerking 1 en 2)
1
Wanneer het toestel de geheugenontvangst beëindigt
terwijl er nog steeds geen afdrukpapier of toner is,
verschijnt een informatiecode op het display.
VOEG PAPIER TOE
LADE-1:A4
2
Breng afdrukpapier aan of vervang het tonerpatroon.
BELANGRIJKSTE
BEDIENINGSVER
RICHTINGEN
TONER TOEVOEGEN
* AFDRUKKEN *
UIT GEHEUGEN
Het toestel begint de in het geheugen opgeslagen
documenten automatisch af te drukken.
OPMERKING
1. Indien de capaciteit van het geheugen wordt overschreden, beëindigt het toestel de ontvangst en wordt de lijn
vrijgemaakt.
2. Als u de functie geheugenontvangst wil uitschakelen, moet u parameter nr. 22 instellen op "Uit". (Zie blz. 38)
67
Blanco gelaten bladzijde.
68
BIJZONDERE MOGELIJKHEDEN
Polling (opvraging van documenten)
Keuze van een polling-wachtwoord
Polling betekent dat u andere faxtoestellen opbelt om er een
document op te vragen dat daar klaar ligt. Uw correspondent
moet uiteraard vooraf weten dat u gaat opbellen en moet op zijn
ADT of in het geheugen een document klaar hebben. Voor
meer veiligheid zult u misschien met uw correspondent een
opvraagwachtwoord moeten overeenkomen.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
FAX
+
0
2
4
6
7
RESET
INSTELLEN FUNCTIE
Indien het polling-wachtwoord niet overeenkomt met dat van het andere toestel, zal uw verzoek om opvraging
automatisch geweigerd worden.
Om een polling-wachtwoord op te geven gaat u als volgt te werk:
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
FUNCTIE
INSTELMODE
(1-6)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
7
2
INSTELLEN
TSL.PARAMETER(02-99)
NR=❚
4
3
INSTELLEN
2
4
BIJZONDERE
MOGELIJKHEDEN
1
26 AFROEPCODE
❚❚❚❚
6
Tik een 4-cijferig polling-wachtwoord in.
26 AFROEPCODE
1234
Vb: 1 2 3 4
5
INSTELLEN
RESET
(see Note 1) (see Note 2)
OPMERKING
1. Opvraging is misschien niet met alle andere faxtoestellen mogelijk. Wij geven u de raad een proefopvraging door
te voeren voor u werkelijk belangrijke documenten begint op te vragen.
2. Indien op het andere toestel geen wachtwoord is geprogrammeerd, kunt u daar toch opvragen ook al is uw toestel
wél van een wachtwoord voorzien.
69
BIJZONDERE MOGELIJKHEDEN
Polling (opvraging van documenten)
Zelf documenten opvragen
Dank zij volgende werkwijze kunt u een document opvragen bij
een of meer andere toestellen. Zorg ervoor dat het pollingwachtwoord vooraf is ingesteld. (Zie blz. 69)
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
+
0
START
FAX
INSTELLEN FUNCTIE
3
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
2
3
4
70
FUNCTIE
3
INSTELLEN
Tik een 4-cijferig polling-wachtwoord in. (Zie Opmerking 1)
3:POLLAUS ?
DRUK OP INSTELLEN
AFROEP ONTVANGEN
AFROEPCODE=1234
AFROEP ONTVANGEN
AFROEPCODE=1111
Vb: 1 1 1 1
INSTELLEN
KIESCODE(S)
DRUK OP START
BIJZONDERE MOGELIJKHEDEN
Polling (opvraging van documenten)
5
Kies op één van de volgende manieren (Maximum 10
telefoonnummers):
• manueel kiezen. Druk op INSTELLEN na elk
ingevoerd telefoonnummer (meer informatie op
pagina’s 47 tot 48)
• zoeken faxnummerbestand. Druk op INSTELLEN na
elk ingevoerd telefoonnummer (meer informatie op
pagina’s 49 tot 50.)
Vb: 5 5 5 1 2 3 4
6
TEL.NR.
5551234
Bevestig de gekozen bestemming(en). (Zie Opmerking 2)
START
OPSLAAN BER. NR.=001
BIJZONDERE
MOGELIJKHEDEN
7
(see Note 1) (see Note 2)
OPMERKING
1. Als u het polling-wachtwoord onder faxparameter nr. 26 hebt ingevoerd, verschijnt het op het display. U kunt dat
wachtwoord tijdelijk wijzigen voor een nieuw te tikken over het vaste.
2. U kan de bij stap 5 ingevoerde bestemmingen nakijken door op
of
te drukken. Druk op
WISSEN/STOP om indien nodig een op het display weergegeven bestemming of groep te wissen.
71
BIJZONDERE MOGELIJKHEDEN
Werken met bestanden
Bestanden wissen
Volg onderstaande aanwijzingen om
bestanden uit het geheugen te wissen.
de
gereserveerde
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
(see Note 1) (see Note 2)
FAX
+
0
INSTELLEN FUNCTIE
1
1
FUNCTIE
9:DELETE FILE ?
DRUK OP INSTELLEN
9
2
VOER BER. NR IN OF∨∧
BER.NR.=❚❚❚
INSTELLEN
3
Voer het bestandsnummer in of gebruik
bestand te selecteren dat u wilt wissen.
4
5
9
of
om het
Vb: 1
0 0 1 (Zie Opmerking 2)
VOER BER. NR IN OF∨∧
BER.NR.=001
INSTELLEN
WIS BERICHT
1:JA 2:NEE
1
Voer het nummer in van het volgende bestand dat u wilt
NR.001?
* WISSEN *
BER.NR.=001
VOER BER. NR IN OF∨∧
BER.NR.=❚❚❚
wissen of druk op WISSEN/STOP om terug te keren
naar stand-by.
OPMERKING
1. Uw toestel kan het bestand niet wissen terwijl het verzonden wordt.
2. Voer
in als bestandsnummer en druk op INSTELLEN om alle bestanden te wissen (behalve het
bestand in verwerking) Het volgend bericht verschijnt op het display.
WIS ALLE BERICHTEN?
1:JA 2:NEE
Druk op "1" om alle bestanden te wissen.
72
BIJZONDERE MOGELIJKHEDEN
Ontvangst in het geheugen
Het wachtwoord voor geheugenontvangst vastleggen/Geheugenontvangst instellen
Deze functie slaat alle ontvangen documenten op in het
geheugen. De gebruiker van het toestel moet het juiste
wachtwoord invoeren om de in het geheugen ontvangen
documenten af te drukken.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
+
0
3
FAX
4
RESET
INSTELLEN FUNCTIE
7
Het wachtwoord voor geheugenontvangst vastleggen
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
2
3
4
5
FUNCTIE
INSTELMODE
(1-6)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
7
INSTELLEN
TSL.PARAMETER(02-99)
NR.=❚
4
INSTELLEN
3
BIJZONDERE
MOGELIJKHEDEN
1
7
37 AUTOM. GEH. ONTV.
❚❚❚❚
Tik een 4-cijferig wachtwoord voor geheugenontvangst in.
Vb: 1 2 3 4
INSTELLEN
37 AUTOM. GEH. ONTV.
1234
RESET
73
BIJZONDERE MOGELIJKHEDEN
Ontvangst in het geheugen
Geheugenontvangst instellen
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
FUNCTIE
8
2
INSTELLEN
3
3
2
4
INSTELLEN
SELECTIEMODE
(1-3)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
ONTV. IN GEH.=UIT
1:UIT 2:AAN 3:AFDRUK
ONTV. IN GEH.=AAN
1:UIT 2:AAN 3:AFDRUK
12-JAN-2000 15:00
<AUTOM. GEH. ONTV.>
(see Note 1) (see Note 2)
OPMERKING
1. Wanneer de geheugencapaciteit wordt overschreden, stopt het toestel met ontvangen en wordt de telefoonlijn
vrijgemaakt. Het toestel zal geen oproepen meer beantwoorden zolang er geen ruimte wordt gemaakt in het
geheugen.
2. Indien u deze functie gebruikt, raden wij u aan de optionele flash-geheugenkaart te installeren. Zie blz. 102 voor
de beeldgeheugencapaciteit.
74
BIJZONDERE MOGELIJKHEDEN
Ontvangst in het geheugen
Documenten afdrukken
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
FAX
+
0
2
INSTELLEN FUNCTIE
3
Na het ontvangen van een document via de functie geheugenontvangst,
verschijnt volgende boodschap op het display.
8
BERICHT IN GEHEUGEN
<AUTOM. GEH. ONTV.>
Volg onderstaande aanwijzingen om de documenten af te drukken. (Zie Opmerking 1 en 2)
1
2
3
4
FUNCTIE
8
INSTELLEN
3
3
INSTELLEN
BIJZONDERE
MOGELIJKHEDEN
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
SELECTIEMODE
(1-3)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
ONTV. IN GEH.=AAN
1:UIT 2:AAN 3:AFDRUK
ONTV. IN GEH.=AFDRUK
1:UIT 2:AAN 3:AFDRUK
INVOEREN CODEWOORD
❚❚❚❚
75
BIJZONDERE MOGELIJKHEDEN
Ontvangst in het geheugen
5
Tik het wachtwoord in om de documenten af te drukken.
(Zie Opmerking 1)
INVOEREN CODEWOORD
1234
Vb: 1 2 3 4
6
INSTELLEN
* AFDRUKKEN *
UIT GEHEUGEN
Het toestel begint de documenten af te drukken.
(see Note 1) (see Note 2)
OPMERKING
1. Als er geen wachtwoord werd geregistreerd, zal het toestel niet vragen om een wachtwoord in te tikken.
De documenten worden dan onmiddellijk afgedrukt nadat u bij stap 4 op INSTELLEN hebt gedrukt.
2. Als AUTOM. GEH. ONTV. op "Aan" staat, kunt u het wachtwoord niet veranderen (u kunt faxparameter nr. 37
niet op het display selecteren). Als u het wachtwoord wilt veranderen, stel AUTOM. GEH. ONTV. dan eerst in op
"Uit". Verander dan het wachtwoord. (Zie blz. 73)
76
MOGELIJKHEDEN IN EEN NETWERK
Sub-addressing
Algemene beschrijving
Met de subadresseerfunctie kunt u een document naar de gewenste ontvanger(s) routeren, doorzenden of
relayeren in combinatie met de netwerkversie van de LaserFax-software. Deze functie is conform de aanbeveling
van de ITU-T voor T. Routing-Facsimile Routing met behulp van het subadres.
Voorbeeld van een netwerk
Documenten met SUB
Vb.
Kies 2013331234
SUB=004
Nevennetwerk
PSTN
netwerk
PBX
Tel No.
201-333-1234
Telefoonlijn
Documenten met SUB
Vb.
Kies 2013331234
SUB=003
Ext. No.
1000
1001
1002
Fax Laser
G3 fax
G3 fax
LAN netwerk
Automatische Routingtabel van
HydraFax/LaserFAX
Bestemming
John
Dave
Bob
1000
1001
9-2126667777
Bob
Dave
John
Compatibiliteit met andere toestellen
• Verzending met subadressering:DF-1100/DP-150FP/2500/DX-1000/2000/FP-D250F/D350F/UF-332/333/
342/344/550/560/585/595/770/788/880/885/895 (zie Opmerking 2)
• Ontvangst met subadressering: DX-1000/2000/DF-1100/UF-342/344/550/560/585/595/770/788/880 met
PC-interface aan de hand van de netwerkversievan de LaserFAX software.
Verzendingsmethoden met subadressering
U kunt op de volgende manieren een document met subadresinformatie naar de gewenste ontvanger
verzenden.
• Neem de subadresinformatie op in het nummer van de nummerlijst.
• Voer de subadresinformatie in bij handbediend nummerkiezen.
Instellen van routing, doorzending en relais
U kunt de automatische routing configureren op elke willekeurige combinatie van LAN (Local Area Network),
PSTN (Public Switched Telephone Network) of PBX-extensie aan de hand van de LaserFAX Routing tabel (zie
gebruiksaanwijzing LaserFAX). (see Note 1) (see Note 2)
OPMERKING
1. LaserFAX zijn handelsmerken van Wordcraft International Ltd.
2. UF-788 met geïnstalleerde PC-interface optie of ROM-optie.
77
MOGELIJKHEDEN
IN EEN NETWERK
SUB
001
002
003
004
005
006
MOGELIJKHEDEN IN EEN NETWERK
Sub-addressing
Het instellen van het sub-adres in de faxnummers van de faxgids
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1
INSTELLEN
FUNCTIE
7
2
2
1:STATION TOEVOEGEN
DRUK OP INSTELLEN
1
3
DIR-KIEZEN STN (1-3)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
INSTELLEN
GEREGISTR ITEMS
STN(S): 0 GROEP: 0
↓3.0 sek. senere
NAAM INVOEREN
❚
4
5
Voer de toestelnaam in.
INSTELLEN
VOER TEL.NR.IN
❚
Voer het telefoonnummer in, druk op FLASH en voer
het subadres in (max. 20 cijfers).
(max. 36 cijfers met inbegrip van het telefoonnummer, de
pauzes, de spaties, FLASH en subadressen.)
Vb:Telefoonnummer = 5551234, subadres = 2762
In te voeren als: 5 5 5 1 2 3 4
FLASH
6
VOER TEL.NR.IN
5551234s2762❚
2 7 6 2
START
RESET
(see Note 1)
OPMERKING
1.
78
FLASH scheidt het subadres van het telefoonnummer en wordt aangegeven door een "s" op het display.
MOGELIJKHEDEN IN EEN NETWERK
Sub-addressing
Faxbericht verzenden met subadres
Het gebruik van de faxgids
verrichting is identiek aan die voor normaal kiezen.
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1a
KIESCODE(S)
DRUK OP START
Leg de originelen met de bedrukte zijde naar boven op de
automatische documententoevoer.
of
1b
12-OCT-2000 15:00
00%
Leg een boek of een origineel met de bedrukte zijde naar
onder op de glasplaat.
-
+
-
+
PANASONIC
5551234s2762
MOGELIJKHEDEN
IN EEN NETWERK
2
of
todat op het display de naam staat van de gewenste
bestemming.
3
START
OPSLAAN BER. NR.=001
PAG.=001
01%
Het document wordt opgeslagen in het geheugen en het
toestel begint het nummer te kiezen en verzendt het
document (de documenten) met de subadresinformatie.
79
MOGELIJKHEDEN IN EEN NETWERK
Sub-addressing
Met behulp van de manuele kiesmethode
Gebruik FLASH om het telefoonnummer en het subadres van elkaar te scheiden.
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
1a
KIESCODE(S)
DRUK OP START
Leg de originelen met de bedrukte zijde naar boven op de
automatische documententoevoer.
of
1b
12-OCT-2000 15:00
00%
Leg een boek of een origineel met de bedrukte zijde naar
onder op de glasplaat.
2
Voer het telefoonnummer in, druk op FLASH en voer
het subadres in (max. 20 cijfers).
(max. 36 cijfers met inbegrip van het telefoonnummer, de
pauzes, de spaties, FLASH en het subadres)
TEL.NR.
5551234s2762❚
Vb: Telephone number = 5551234, Sub-address=2762
In te voeren als: 5 5 5 1 2 3 4
FLASH
3
2 7 6 2
START
OPSLAAN BER. NR.=001
PAGES=001
01%
Het document wordt opgeslagen in het geheugen en het
toestel begint het nummer te kiezen en verzendt het
document (de documenten) met de subadresinformatie.
(see Note 1) (see Note 2) (see Note 3)
OPMERKING
1. FLASH scheidt het subadres van het telefoonnummer en wordt aangegeven door een "s" op het display.
2. De subadressering kan niet gebruikt worden bij manueel kiezen met afgehaakte hoorn of bij kiezen met
ingehaakte hoorn.
3. Het subadres wordt niet mee verzonden tijdens de manuele herkiesmodus.
80
VERSLAGEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
Verslagen en lijsten
Dit faxtoestel kan de volgende verslagen en lijsten afdrukken,
waardoor u kan bijhouden welke documenten werden verzonden
en ontvangen en lijsten van opgeslagen nummers aanmaken.
Transactieverslag,
individueel
verzendingsverslag,
verbindingsverslag,
nummerlijst,
programmalijst,
faxparameterlijst en bestandenlijst.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
FAX
+
0
1
INSTELLEN FUNCTIE
2
6
Transactieverslag
Het "verslag" maakt een lijst van de laatste 40 transacties (een transactie gebeurt telkens wanneer u een
document verstuurt of ontvangt). Het verslag wordt automatisch afgedrukt telkens na 40 transacties (zie
Opmerking 1) of u kunt het verslag ook manueel afdrukken of inkijken door als volgt te werk te gaan:
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
2
6
INSTELLEN
1
3a
1
3b
2
AFDRUKKEN
(1-4)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
JOURNAAL
1:AFDRUK 2:BEKIJKEN
om een verslag af te drukken
* AFDRUKKEN *
JOURNAAL
om een verslag te bekijken
JOURNAAL BEKIJKEN
1:ALLEEN VRZ.2:ALLES
VERSLAGEN EN
LIJSTEN
AFDRUKKEN
1
FUNCTIE
81
VERSLAGEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
Verslagen en lijsten
4
Selecteer de weergavemodus
1 om enkel de verzendingstransacties te bekijken
2 om alle transacties te bekijken
Vb: 2
Druk op
of
DRUK OP ∨ OF ∧ VOOR
BEKIJKEN COMMUNICAT.
om alle transacties in het verslag te
raadplegen. Druk op
standby.
STOP om terug te keren naar
Datum en tijd
Resultaat van de communicatie:
OK
P-OK
08/03 10:00
OK P01
VRZ
5551234
Type van communicatie
VRZ : Verzending
ONT : Ontvangst
A/O : Polling (opvragen)
Ontvangen ID,
Opgeslagen naam
of gekozen
telefoonnummer
: De communicatie is geslaagd
: Gereserveerde verzending met succes
voltooid terwijl geheugen vol was.
BZET
: De lijn was bezet
STOP
: Er werd op STOP gedrukt
Informatiecode
van 3 cijfers
: De communicatie is mislukt
(Zie blz. 91 voor meer details)
Aantal pagina's die met succes werden verzonden of
ontvangen.
Markeringen bij het afrollen
: Laatste transactie
: Oudste transactie
: Enkel 1 transactie
(see Note 1)
OPMERKING
1. Als u de functie automatisch afdrukken van het transactieverslag wilt uitschakelen, moet u faxinstelling nr. 13 op
"uit" zetten. (Zie blz. 37)
82
VERSLAGEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
Verslagen en lijsten
Voorbeeldverslag
(1)
(2)
***************** -JOURNAAL- ************************* DATUM 12-OCT-2000 ***** TIJD 15:00 ********
01
(4)
COMM
B-OK
(5)
(6)
PAG.(S) BER.
02
03
04
05
06
07
OK
OK
630
STOP
OK
408
005/005
002/002
003/003
003
001
000/005
000
001/001
*003
48
49
OK
OK
002/002
003/003
(7)
TIJDDUUR
(8)
Z/O
(9)
IDENTIFICATIE
(10)
DATUM
(11)
TIJD
(12)
DIAGNOSE
00:00:22
VRZ
SERVICE DEPT.
12-OCT
17:35
C0044903C0000
001
002
003
004
005
006
007
008
00:01:17
00:00:31
00:00:00
00:00:34
00:00:20
00:02:14
ONT
VRZ
VRZ
VRZ
VRZ
VRZ
111 222 333
ACCOUNTING DEPT.
☎342345676
☎12324567
☎44567345
☎2345678
12-OCT
12-OCT
12-OCT
12-OCT
12-OCT
12-OCT
17:41
17:50
17:57
18:35
18:44
18:55
C0044903C0000
C0044903C0000
0800420000000
0210260200000
C8044B03C0000
0040440A30080
049
050
00:00:31
00:01:32
VRZ
VRZ
☎0245674533
☎0353678980
12-OCT
12-OCT
08:35
08:57
C8044B03C1000
C8044B03C1000
(13)
-PANASONIC
************************************ -HEAD OFFICE
(15)
- ***** -
201 555 1212- ********
(14)
VERSLAGEN EN
LIJSTEN
AFDRUKKEN
(3)
NR.
83
VERSLAGEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
Verslagen en lijsten
Uitleg bij de vermeldingen
(1) Datum van de afdruk
(2) Tijdstip van de afdruk
(3) Nummering
(4) Communicatieresultaat
: "OK" wijst erop dat de communicatie geslaagd is.
"BZET" wijst erop dat de communicatie mislukt is omwille van een bezette lijn.
"STOP" wijst erop dat op STOP werd gedrukt tijdens de communicatie.
"P-OK" wijst erop dat tijdens de opslag van de documenten in het geheugen
voor latere verzending een geheugenoverloop is opgetreden of een document
verkeerd werd ingevoerd, maar dat de correct opgeslagen documenten wel
werden verzonden.
Het tweede getal van 3 cijfers (Zie blz. 91) geeft het totale aantal pagina’s aan
dat het toestel geprobeerd heeft te verzenden.
(5) Aantal verzonden of ontvangen
bladzijden
: Het 3 cijfers getal is het aantal bladzijden dat met succes werd verzonden of
ontvangen.
Wanneer de documenten in het geheugen werden opgeslagen, verschijnen
twee 3 cijfers getallen: het eerste staat voor het aantal met succes verzonden
bladzijden, het tweede voor het totaal aantal dat men geprobeerd heeft te
verzenden.
De asterisk "*" geeft aan dat sommige ontvangen kopieën van slechte kwaliteit
waren.
(6) Bestandnummer
: 001-999
(Indien de communicatie in het geheugen werd opgeslagen, wordt
een bestandnummer toegekend aan elke communicatie.)
(7) Duur van de communicatie
(8) Communicatietype
: "VRZ" staat voor verzending
"ONT" staat voor ontvangst
"A/O" staat voor polling (opvragen)
(9) Identificatie ander toestel:Naam
: Naam : Opgeslagen naam in de nummerlijst. Nummers of Teken-ID van het
andere station.
Telefoonnummer: het gevormde telefoonnummer
Nummer: ID-nummer van het andere toestel.
(10) Communicatiedatum
(11) Begintijdstip communicatie
84
(12) Diagnose
: Alleen ten behoeve van onderhoudspersoneel
(13) Eigen LOGO
: Max. 25 tekens
(14) Eigen ID-nummer
: Max. 20 cijfers
(15) Eigen letter-ID
: Max. 16 tekens
VERSLAGEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
Verslagen en lijsten
Communicatieverslag (COMM.JOURNAL)
Op het verbindingsverslag (Comm. Journal) kunt u controleren of de verzending of polling geslaagd is. U kunt de
afdrukvoorwaarde selecteren (Off/Always/Inc. Only - uit/altijd/alleen incompleet) in faxparameter nr. 12.
Voorbeeld communicatieverslag
************** -COMMUNICATIEJOURNAAL- ***************** DATUM 12-OCT-2000 **** TIJD 15:00 *********
(1)
MODE = VANUIT GEHEUGEN ZENDEN
(2)
BEGIN=12-OCT 14:50
(3)
EINDE=12-OCT 15:00
BER.NR.= 050 (4)
(5)
FAXNR.
001
002
003
004
(6)
COMM
OK
OK
407
BZET
(7)
NAAM
(8)
TELEFOONNUMMER
SERVICE DEPT.
SALES DEPT.
ACCOUNTING DEPT.
☎
021
021
021
021
123
321
133
111
4567
6751
1234
1234
(9)
PAG.(S)
001/001
001/001
000/001
000/001
(10)
TIJDSDUUR
00:01:30
00:01:25
00:01:45
00:00:00
- PANASONIC -
- ****** - 201 555 1212 - *******
VERSLAGEN EN
LIJSTEN
AFDRUKKEN
************************************* - HEAD OFFICE
85
VERSLAGEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
Verslagen en lijsten
Uitleg bij de vermeldingen
(1) Aanduiding van de
communicatiewijze
(2) Begintijdstip van de
communicatie
(3) Eindtijdstip van de
communicatie
(4) Bestandnummer
(5) Communicatienummer
(6) Communicatieresultaat
(7) Verkort nummer of
telefoonteken
(8) Geregistreerde naam onder
snelkiestoets, verkort nummer
of vanop klavier ingevoerd
nummer
(9) Aantal verzonden of ontvangen
bladzijden
(10) Nummer programmatoets
86
: 001-999 (Indien de communicatie in het geheugen werd opgeslagen, wordt een
bestandnummer toegekend aan elke communicatie.)
: Volgnummer van de toestellen.
: "OK" wijst erop dat de communicatie geslaagd is.
"BZET" wijst erop dat de communicatie mislukt is omwille van een bezette lijn.
"STOP" wijst erop dat op STOP werd gedrukt tijdens de communicatie.
"P-OK" wijst erop dat tijdens de opslag van de documenten in het geheugen
voor latere verzending een geheugenoverloop is opgetreden of een document
verkeerd werd ingevoerd, maar dat de correct opgeslagen documenten wel
werden verzonden.
Een informatiecode van 3 cijfers (Zie blz. 91) wijst erop dat de communicatie
mislukt is. In dat geval drukt het toestel een bijbehorend verslag af met de
eerste pagina van uw document (zoals geïllustreerd wordt op de vorige pagina).
: Telefoonteken wijst erop dat het nummer vanop het cijferklavier werd ingevoerd.
: Het 3-cijferig getal is het aantal bladzijden dat met succes werd verzonden of
ontvangen.
Wanneer de documenten in het geheugen werden opgeslagen, verschijnen
twee 3-cijferige getallen: het eerste staat voor het aantal met succes verzonden
bladzijden, het tweede voor het totaal aantal dat men geprobeerd heeft te
verzenden.
VERSLAGEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
Verslagen en lijsten
Faxgids
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
FAX
+
0
INSTELLEN FUNCTIE
2
6
Het afdrukken van de faxgids zoals u die heeft opgeslagen.
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
2
3
6
2
INSTELLEN
AFDRUKKEN
(1-4)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
2:DIR-KIEZENLIJST?
DRUK OP INSTELLEN
* AFDRUKKEN *
DIR-KIEZENLIJST
VERSLAGEN EN
LIJSTEN
AFDRUKKEN
1
FUNCTIE
87
VERSLAGEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
Verslagen en lijsten
Voorbeeld index-zoeklijst
************** -KIESLIJST- ***************** DATUM 12-OCT-2000 **** TIJD 15:00 ********
(1)
BESTEMMING
(2)
TELEFOONNUMMER
ACCOUNTING DEPT
ENG. DEPT.
SALES. DEPT.
313 333 3456
888 555 1234
<G>
[1/2]
[2/2]
AANT. STATIONS
GROEP
121 555 1234
222 666 2345
= 002 (3)
= 001 (4)
-PANASONIC
************************************ -HEAD OFFICE
- ***** -
Uitleg bij de vermeldingen
(1) In het toestel geregistreerde naam van bestemming
: Max. 15 tekens
(2) In het toestel geregistreerd telefoonnummer
: Max. 36 cijfers
(3) Aantal in de faxgids geregistreerde bestemmingen
(4) Aantal geregistreerde groepskiesnummers
88
201 555 1212 - *********
VERSLAGEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
Verslagen en lijsten
Lijst met faxparameters
1
2
3
4
5
6
8
9
abc..
7
-
FAX
+
0
INSTELLEN FUNCTIE
4
6
Om een lijst met faxparameters af te drukken:
Controleer of het FAX-lampje brandt. Indien het niet brandt, druk op FAX om "FAX MODE" te selecteren.
2
3
FUNCTIE
6
4
INSTELLEN
AFDRUKKEN
(1-4)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
4:LIJST FAX PARAM?
DRUK OP INSTELLEN
* AFDRUKKEN *
TSL. PARAMETERLIJST
VERSLAGEN EN
LIJSTEN
AFDRUKKEN
1
89
VERSLAGEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
Verslagen en lijsten
Voorbeeld lijst met faxparameters
*************** -TOESTELPARAMETERLIJST- ************** DATUM 12-OCT-2000 ***** TIJD 15:00 ********
(1)
PARAMETER
NUMMER
(7)
* 02
04
99
(2)
OMSCHRIJVING
RESOLUTIE
STEMPEL
(HOME)
(3)
MOGELIJKHEDEN
(1:Standaard
(1:Uit
(4)
HEIDIGE
INSTELLING
2:Fijn
2:Aan)
3:Super-Fijn)
GROOTTE GEH. (FLASH)
(5)
STANDAARD
INSTELLING
2
2
1
2
(2MB + 4MB) (6)
-PANASONIC
************************************ -HEAD OFFICE
- ***** -
201 555 1212- *********
Uitleg bij de vermeldingen
(1) Parameternummer
(2) Beschrijving
: "(HOME)" betekent standaard-instelling
(3) Keuzemogelijk-heden
90
(4) Huidige instelling
: "----" geeft aan dat geen code of wachtwoord is geregistreerd. Wanneer wel een
code of wachtwoord is geregistreerd, staat deze tussen haakjes.
(5) Standaard-instelling
: Zoals in de fabriek ingesteld
(6) Geheugeninhouden
: (Ingebouwd geheugen + facultatief geheugen)
(7) Gewijzigde instelling
: "*" geeft aan dat de fabrieksinstelling werd gewijzigd.
PROBLEMEN VERHELPEN
Moeilijkheden oplossen
Informatiecodes
Indo.
code
Betekenis
Wat doen ?
Blz.
400
Het ontvangsttoestel reageerde niet tijdens de
oproepfase, of er deed zich een communicatiefout
voor.
1. Controleer bij uw correspondent
2. Breng het document opnieuw in en verzend
nogmaals
--
401
Ontvangsttoestel had wachtwoord nodig om het
document te ontvangen.
Ontvangsttoestel heeft geen vertrouwelijke mailbox.
Controleer bij uw correspondent
--
402
Tijdens de oproepfase deed zich een
communicatiefout voor.
Breng het document opnieuw in en verzend
nogmaals
--
403
Polling niet mogelijk bij uw correspondent
Vraag of uw correspondent «AFROEPMODE»
op «AAN» wil zetten
--
Breng het document opnieuw in en verzend
nogmaals
--
404/405 Tijdens de oproepfase deed zich een
communicatiefout voor.
406
Verzendingswachtwoord komt niet overeen.
Controleer het wachtwoord of het
Ontvangstwachtwoord komt niet overeen.Bij selectieve telefoonnummer in de nummerlijst.
ontvangst: ontvangen van een ongewenst toestel.
73
407
Geen bevestiging voor de vorige verzonden pagina
vanwege het ontvangend toestel.
Wacht een paar minuten en verzend opnieuw
--
Wacht een paar minuten en verzend opnieuw
--
408/409 Bevestiging vanwege het andere toestel is niet te
ontcijferen.
410
Communicatie afgebroken door de zender.
Neem contact op met de andere partij.
--
411
Polling-wachtwoord komt niet overeen.
Controleer het polling-wachtwoord
69
412
Geen gegevens vanwege het versturend toestel.
Controleer bij uw correspondent
--
414
Polling-wachtwoord komt niet overeen.
Controleer het polling-wachtwoord
69
415
Polling-verzendingsfout.
Controleer het polling-wachtwoord
69
416/417 Ontvangen gegevens bevatten te veel fouten
418/419
Controleer bij uw correspondent
--
420/421 Toestel gaat in ontvangststand, maar ontvangt geen
commando vanwege het verzendend toestel
1. Verkeerde nummervorming vanwege de
correspondent
2. Controleer bij uw correspondent
--
422/427 Interface is niet compatibel
Controleer bij uw correspondent.
--
430/434 Communicatiefout deed zich voor tijdens ontvangst
Controleer bij uw correspondent.
--
436/490 Ontvangen gegevens bevatten te veel fouten
Controleer bij uw correspondent.
--
492/493 Communicatiefout deed zich voor tijdens ontvangst.
494
Controleer bij uw correspondent.
--
Controleer bij uw correspondent.
--
495
Telefoonverbinding verbroken.
91
PROBLEMEN
VERHELPEN
Wanneer er iets ongewoons gebeurt, kan het display één van de onderstaande informatiecodes weergeven. Aan
de hand daarvan kunt u het probleem opsporen en verhelpen.
PROBLEMEN VERHELPEN
Moeilijkheden oplossen
Indo.
code
Betekenis
Wat doen ?
Blz.
501/502 Communicatiefout opgetreden bij gebruik van het
ingebouwde V.34 modem.
Neem contact op met de andere partij.
--
540/541 Communicatiefout deed zich voor tijdens verzending.
542
543/544
1. Breng het document opnieuw in en verzend
nogmaals.
2. Controleer bij uw correspondent.
--
Controleer bij uw correspondent.
--
Controleer bij uw correspondent.
--
550
Telefoonverbinding verbroken.
552/553 Communicatiefout deed zich voor tijdens ontvangst
554/555
580
Verzending met subadres naar eenheid zonder
subadresfunctie.
Doe navraag bij het andere toestel.
77
581
Verzending met subadreswachtwoord naar eenheid
zonder subadresfunctie met wachtwoord.
Doe navraag bij het andere toestel.
77
601
Deur automatische documentinvoer (ADT) stond open Sluit de ADT-deur en verzend opnieuw.
tijdens manuele verzending.
97
623
Er lag geen document op de ADT.
Breng het document opnieuw in en verzend
nogmaals.
--
630
Herhaling van het gekozen nummer lukte niet omdat
de lijn bezet was.
Breng het document opnieuw in en verzend
nogmaals.
--
631
Er werd op STOP gedrukt tijdens de nummervorming. Breng het document opnieuw in en verzend
nogmaals.
--
634
Herhaling van het gekozen nummer lukte niet omdat
de correspondent geen gehoor gaf of het verkeerde
nummer werd gekozen.
Controleer het telefoonnummer en verzend
opnieuw.
--
Opmerking: als de lijn niet bezet was, herhaalt het
toestel het nummer slechts ëën keer.
638
Er deed zich een stroomonderbreking voor tijdens de
communicatie.
Controleer netsnoer en stekker.
--
870
Geheugenoverloop bij het opslaan in het geheugen
van documenten voor verzending.
1. Verzend de documenten zonder ze in het
geheugen op te slaan.
2. Installeer de optionele geheugenkaart.
53
103
(see Note 1)
OPMERKING
1. Neem contact op met uw Panasonic-dealer als de foutcode terug blijft komen nadat u de aard van het probleem
heeft vastgesteld en de aanbevolen handeling heeft opgezocht, of voor informatie over foutcodes die op uw
toestel verschijnen maar niet in bovenstaande lijst vermeld worden.
(Zie het gedeelte Probleemoplossing in de handleiding (voor de kopieermodus) voor mechanische storingen. Blz.
32)
92
PROBLEMEN VERHELPEN
Moeilijkheden oplossen
Als u met een van de volgende problemen zit
In stand-by
Problemen bij het
verzenden
Problemen met
verzendingskwaliteit
Tijdens ontvangst
Symptoom
In het venster
verschijnt "01-JAN1999".
Oorzaak / Wat doen?
Blz.
De batterij is niet geïnstalleerd of de batterij is helemaal leeg.
Installeer een nieuwe batterij en stel de klok opnieuw in.
96
Document(en) geraken 1. Controleer of uw document geen nietjes of papierklemmen
van de documentlade
bevat en of het niet vettig of gescheurd is.
af
2. Controleer of het document beantwoordt aan wat u met dit
toestel kunt verzenden (raadpleeg de lijst "onverzendbare
documenten"). Als het document beantwoordt aan de
kenmerken uit die lijst, maak er dan eerst een fotokopie van
en verstuur die.
41
41
Vastgelopen document "VERWIJDER VASTGELO-PEN ORIGINEEL IN ADF"
verschijnt op het display als het document vastloot.
--
Verticale lijnen op het
verzonden document
Controleer eerst de kopieerkwaliteit. Als u een degelijke kopie
kunt maken, is uw toestel OK en moet u uw correspondent
verwittigen dat het probleem bij hem zit. Is de kopie niet goed,
reinig dan de zone die de documenten scant.
97
Verzonden document is 1. Controleer of het origineel met de bedrukte zijde naar
blanco
boven in de invoereenheid, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat is gelegd.
2. Controleer de kwaliteit van uw kopie. Wanneer uw kopie
goed is, is uw toestel in orde en meldt u de ontvanger dat er
daar een probleem is. Wanneer uw kopie niet goed is,
reinigt u het scangebied.
97
Geen papier
In het venster verschijnt "PAPIER BIJVULLEN" wanneer het
papier op raakt.
--
Papierdoorvoerfout
De foutcode 001 of 002 verschijnt in het venster wanneer er
een papierdoorvoerfout optreedt.
--
Het papier wordt niet
door het toestel
gevoerd
Controleer of er papier in de papierlade zit. Volg de
aanwijzingen voor het plaatsen van het papier.
--
Het papier wordt na het Controleer of er in het toestel een papierdoorvoerfout is
afdrukken niet
opgetreden.
uitgevoerd
97
De afdrukken worden
niet in de juiste
volgorde opgestapeld.
De pagina die als
laatste is ontvangen
wordt niet afgedrukt.
Wanneer er tijdens ontvangst van een faxbericht geen
geheugen meer beschikbaar is, wordt het faxbericht vanaf de
eerste pagina afgedrukt. Wanneer dit regelmatig gebeurt,
verdient het aanbeveling om een optionele flitsgeheugenkaart
te installeren.
103
Automatische
verkleining van het
origineel functioneert
niet
Controleer de verkleiningsfactor.
65
De toner is op
In het venster verschijnt "TONER BIJVULLEN" wanneer de
tonercassette leeg is.
--
93
PROBLEMEN
VERHELPEN
Wanneer ?
PROBLEMEN VERHELPEN
Moeilijkheden oplossen
Wanneer ?
Symptoom
Oorzaak / Wat doen?
Blz.
Druk een verslag af (b.v. FUNCTIE, 6, 1, INSTELLEN en 1) en
controleer de kwaliteit om na te gaan of het probleem al dan
niet bij uw toestel zit.
Als de verslagkwaliteit goed is, is uw toestel OK en moet u uw
correspondent verwittigen dat het probleem bij hem zit.Is de
kwaliteit niet goed, vervang dan het tonerpatroon.
81
1. Zorg ervoor dat u het juiste papier gebruikt om een
optimale afdrukkwaliteit te krijgen.
2. Probeer de kwaliteit van de ommezijde van het
afdrukpapier.
--
Ontbrekende punten of 1. Zorg ervoor dat u het juiste papier gebruikt om een
lijnen/zwartheid van de
optimale afdrukkwaliteit te krijgen.
afdruk ongelijk
2. Vervang het tonerpatroon.
---
Afdruk wordt bleker
Misschien is de toner in het tonerpatroon bijna op. Vervang
het tonerpatroon.
--
Flauwe afdruk
Misschien kiest u beter een andere papiersoort voor een
optimale afdrukkwaliteit.
--
Geen kiestoon
1. Controleer de aansluiting van de telefoonlijn.
2. Controleer de telefoonlijn.
100
Geen automatisch
antwoord
1. Controleer de aansluiting van de telefoonlijn.
2. Controleer voor welke ontvangstwijze het toestel ingesteld
is.
3. Als faxparameter nr. 13 (AUT. JOURNAL AFDR) is
ingesteld op "Aan" (standaardinstelling) en het toestel het
ontvangen document afdrukt vanuit zijn geheugen en het
document de 40ste transactie is, kan het toestel niets
ontvangen tot het transactieverslag helemaal afgedrukt is.
100
60
Kan niet verzenden of
ontvangen
Een informatiecode verschijnt op het display. Raadpleeg de
tabel met informatiecodes om te kijken wat het probleem is.
91
Verticale lijnen
afgedrukt op
ontvangen document
Wazige afdruk
Problemen met
afdrukkwaliteit
Problemen met de
communicatie
Toestel werkt helemaal
niet
Toestel werkt helemaal U moet het toestel terugstellen: schakel de stroom enige
niet
seconden uit en schakel dan opnieuw in.
Papier bijvullen
Zie de handleiding (voor de kopieermodus)
Toner bijvullen
Zie de handleiding (voor de kopieermodus)
Papierdoorvoerfouten oplossen
Zie de handleiding (voor de kopieermodus)
94
--
--
PROBLEMEN VERHELPEN
Moeilijkheden oplossen
Controlestempel
De controlestempel bevat inkt. Wanneer het stempelteken vaag of amper te zien is, moet de stempel vervangen
worden of opnieuw van inkt voorzien.
Om de stempel te verwijderen: (see Note 1)
1
(1)Open de invoereenheid
Klittenband
(2)Verwijder het deksel van de glasplaat aan
de linkerzijde Klittenband.
Glasplaatdeksel
2
Open de stempelhouder.
3
(1)Verwijder de stempeleenheid.
(2)Verwijder het stempel. Vervang het stempel
door een nieuwe.
4
(New)
Plaats stempeleenheid en deksel van de
glasplaat terug.
OPMERKING
1. Neem contact op met uw Panasonic-verdeler voor de aankoop van een nieuwe stempel. Zie blz. 103 voor het
bestelnummer.
95
PROBLEMEN
VERHELPEN
(Old)
PROBLEMEN VERHELPEN
Moeilijkheden oplossen
Het vervangen van de lithiumbatterij
Vervang de lithiumbatterij volgens onderstaande procedure wanneer de melding "01-JAN-1999" in het venster
verschijnt.
1
1 Zet de netschakelaar op "O" (uit).
2 Verwijder de achterklep. (1 schroef)
3 Verwijder eventueel aanwezige statische elektriciteit door
de parallelle printerpoort aan te raken.
2
4 Neem de lithiumbatterij uit de batterijhouder.
3
5 leg een nieuwe lithiumbatterij in de batterijhouder.
!
OPGEPAST
duidt op een gevaar waarbij licht lichamelijk letsel en
beschadiging van het toestel kan optreden.
• Houd de lithiumbatterij buiten het bereik van kinderen.
• Zorg er om schade aan het toestel te voorkomen voor, dat
de pluspool (+) en het Panasonic logo uw kant op wijzen.
• Gebruik alleen een Panasonic CR2032 of gelijkwaardige
batterij.
• Behandel lege lithiumbatterijen als klein chemisch afval.
6 Plaats de achterklep terug. (1 schroef)
7 Zet de netschakelaar op "I" (aan).
8 Stel datum en tijd opnieuw in (Zie blz. 22).
96
PROBLEMEN VERHELPEN
Moeilijkheden oplossen
Het reinigen van het scangebied
Onderhoud aan de kopieermachine
• Verwijder vlekken met behulp van een zachte doek en een mild sopje.
• Droog na met een droge doek.
Onderhoud aan het scangebied
Wanneer de door u verzonden faxberichten heel donker zijn of zwarte strepen bevatten, kunt u ter controle zelf
een aantal kopieën maken.
Wanneer de kopie erg donker is of zwarte strepen heeft, is waarschijnlijk het scangebied vuil en moet gereinigd
worden. Reinig de doorvoerrol wanneer de documenten regelmatig foutief worden doorgevoerd.
• Reinig het gebied voorzichtig met een zachte, goed uitgewrongen doek.
1
Open de papierdoorvoerklep en
reinig de papierdoorvoerrol
voorzichtig.
3
Open de invoereenheid en reinig de
glasplaat en glasplaatdeksel voorzichtig.
Glasplaatdeksel
Papierdoorvoerrol
4
Sluit de invoereenheid.
PROBLEMEN
VERHELPEN
2
Sluit de papierdoorvoerrol
zorgvuldig.
Glasplaat
(see Note 1)
OPMERKING
1. Voorkom dat er krassen op het scangebied komen.
97
PROBLEMEN VERHELPEN
Moeilijkheden oplossen
Reiniging van de drukrol
Als u toner aantreft op de achterkant van het afdrukpapier, is
de drukrol in de thermische eenheid allicht vuil.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
abc..
-
+
0
1
2
6
7
INSTELLEN FUNCTIE
Zo reinigt u de de drukrol:
1
2
INSTELLEN
FUNCTIE
7
6
REINIGINGSVELLEN
1:PRINT 2:REINIG
* AFDRUKKEN *
REINIGINGSVELLEN
1
Het toestel drukt 3 reinigingskaarten af.
Keer vervolgens terug naar stand-by.
<AFDRUKROL REINIGINGSKAART>
HOE MOET DE REINIGINGSKAART WORDEN GEPLAATST
1. OPEN DE PAPIERLADE
(INDIEN MEERDERE PAPIERCASSETTES, OPEN BOVENSTE ERCASSETTE)
2. PLAATS DE 3 REINIGINGSKAARTEN IN DE CASSETTE MET DE TEKST NAAR DONS
3. SLUIT DE PAPIERLADE
4. DRUK OP [FUNCTIE] [7] [6] [INSTELLEN] [2] OM REINIGING TE STARTEN.
5. VERWIJDER DE REINIGINGSKAARTEN
*** PLAATS DEZE KANT RECHTS, TEKST NAAR DONS ***
98
PROBLEMEN VERHELPEN
Moeilijkheden oplossen
3
Leg de reinigingskaarten met de bovenzijde naar onder in de
cassette (zie opmerking 1).
4
INSTELLEN
FUNCTIE
7
5
6
2
REINIGINGSVELLEN
1:PRINT 2:REINIG
* REINIGEN *
AFDRUKROL
Het toestel voert de reinigingskaarten door het toestel om
de afdrukrol schoon te maken.
PROBLEMEN
VERHELPEN
(see Note 1)
OPMERKING
1. Als u de facultatieve 2de cassette hebt geïnstalleerd, leg de reinigingskaart dan in de bovenste cassette.
99
PROBLEMEN VERHELPEN
Moeilijkheden oplossen
Controle van de telefoonlijn
Als u bij het drukken op de TEL/KIES -toets geen kiestoon hoort of als u bij een binnenkomende oproep geen
beltoon hoort op uw toestel (geen automatische ontvangst).
1
Trek het telefoonsnoer uit de
wandcontactdoos van de
telefoonmaatschappij.
2
Stop een andere telefoonstekker in dezelfde
3
Controleer of u door de hoorn van dat andere
wandcontactdoos.
toestel de kiestoon hoort. Als u nog steeds
niets hoort, rapporteer dit dan aan de
telefoonmaatschappij.
of
Bel vanop een andere telefoonlijn naar uw
faxnummer. Als het aangesloten
telefoontoestel niet belt, rapporteer dit dan
aan de telefoonmaatschappij.
100
AANHANGSEL
Technische gegevens
Compatibiliteit
CCITT groep 3
Coderingsschema
MH, MR, MMR (Conform de ITU-T richtlijnen)
Modemtype
ITU-T V.34, V.17, V.29, V.27 ter en V.21
Modemsnelheid
33600-2400 bps
Afmetingen van origineel
B4 • FLS/A4/A5
Max. origineelformaat
Min. origineelformaat
Glasplaat
Invoereenheid
Glasplaat
Invoereenheid
: B4 (257 mm x 364 mm)
: 257 mm x 2 m
: Geen minimum
: 130 mm x 150 mm
Dikte document
50 g/m2 - 105 g/m2
ADT-capaciteit
(Automatische
documenttoevoer)
Ingebouwd, maximaal 30 vellen
Scanningmethode
Vlak-bed scanning met beeldsensor van het CCD-type
Nuttige scanningbreedte
257 mm
Scanner Resolution
Horizontaal: 8 punten/mm
: 16 punten/mm
Verticaal : 3,85 lijnen/mm
: 7,7 lijnen/mm
: 15,4 lijnen/mm
Afdrukmethode
Laserprinter
Afdrukpapier
Gewoon papier
Resolutie printer
600 dpi
Afmetingen afdrukpapier
B4 • FLS/A4/A5
Nuttige afdrukzone
Legal : 205,7 mm x 345,4 mm
Letter : 205,7 mm x 269,2 mm
Factuur : 129,5 mm x 205,7 mm
Afdrukmarges
A
A : 5 mm
A
A
A
101
AANHANGSEL
Specifications are subject to change without notice.
AANHANGSEL
Technische gegevens
Capaciteit afdrukpapier
Ong. 250 vellen, plus 50 vel handinvoer
Geheugencapaciteit voor
snelkiesnummers/verkorte
nummers
100 bestemmingen (waaronder 10 snelkiestoetsen en 10
programmeertoetsen)
Onder elk nummer kan men max. 36 cijfers registreren voor het
telefoonnummer (met inbegrip van pauzes en spaties) en max. 15
tekens voor een naam
Beeldgeheugencapaciteit
Basisgeheugen
met flash-geheugenkaart van 1 MB
met flash-geheugenkaart van 2 MB
met flash-geheugenkaart van 4 MB
60 pagina’s
120 pagina’s
180 pagina’s
300 pagina’s
(Op basis van de ITU-T gegevens van testblad n° 1 bij standaard resolutie)
Voeding
AC 120V, 50/60 Hz, 8A
AC 220 - 240 V, 50/60 Hz, 4,5 A
Stroomverbruik
Spaarstand
Slaapstand
Max
Afmetingen
496 (W) x 487 (D) x 383 (H) (met ADF)
Gewicht
22,6 kg
Werkomgeving
Temperatuur
: 10 to 30 °C
Relatieve vochtigheid : 30 to 80 %
: ca. 35 Wu
: ca. 1,5 Wu
: ca. 1,0 kWu
Specifications are subject to change without notice.
(see Note 1)
OPMERKING
1. De linker en rechter afdrukmarge bedraagt 5,5 mm bij het afdrukken op Letter of Legal formaat met 600 dpi vanaf
een PC met de parallelle interface.
102
AANHANGSEL
Accessoires en losse onderdelen
Gelieve contact op te nemen met uw Panasonic-verdeler om na te gaan wat beschikbaar is.
Accessoires:
Afbeelding
Beschrijving
UE-410045
Flash-geheugenuitbreidingskaart, 1 MB
UE-410046
Flash-geheugenuitbreidingskaart, 2 MB
UE-410047
Flash-geheugenuitbreidingskaart, 4 MB
DZHT000004
Controlestempel
103
AANHANGSEL
Bestelnr.
AANHANGSEL
Opties en losse onderdelen
Uitbreidingskaart met flitsgeheugen
Installatie van de uitbreidingskaart met flitsgeheugen (1 MB: UE-410045, 2 MB: UE-410046, 4 MB: UE-410047)
Zorg er voor installatie voor, dat er geen bestanden meer in het geheugen aanwezig zijn. Let op het stand-by
venster terwijl de faxmodus is ingeschakeld en controleer of het verbruikte geheugenpercentage op "00%" staat.
Nadat de geheugenkaart is geïnstalleerd, wordt het volledige documentgeheugen geïnitialiseerd waardoor het
geheugen volledig wordt gewist.
1 Schakel de netspanning uit.
2 Verwijder de geheugenkaartklep.
3 Steek
de
geheugenkaart
voorzichtig
in
de
kaartgleuf.
2
1
Geheugenkaartklep
Belangrijk: Het Panasonic logo van de
geheugenkaart moet naar de
voorkant van de kopieermachine
wijzen.
!
OPGEPAST
• De geheugenkaart mag niet geïnstalleerd of
verwijderd worden terwijl de netspanning is
ingeschakeld.
3
4 Plaats de geheugenkaartklep terug.
Kaartgleuf
(achterzijde
kopieermachine)
5 Schakel de netspanning in.
6 Druk de faxparameterlijst af (zie blz. 89) en
controleer de geheugengrootte bij faxparameter
nr. 99. (Zie blz. 39 en onderstaande opmerking 1)
4
5
Geheugenkaartklep
(see Note 1)
OPMERKING
1. De in het geheugen opslagen document(en) gaan verloren wanneer de geheugenkaart verwijderd wordt.
104
AANHANGSEL
Activiteitsverslag
De lijst die uw toestel afdrukt met laatste 40* verstuurde en ontvangen
transacties.
ADT (Automatische
documenttoevoer)
Het mechanisme waarmee een stapel documentbladzijden pagina voor
pagina in de scanner wordt ingebracht.
Afdelingscode
Voor deze functie moet de gebruiker vóór de verzending vooraf een
afdelingscode van 4 cijfers invoeren. De afdelingsnaam van de gekozen
afdelingscode wordt afgedrukt in de koptekst van elke verstuurde pagina,
op het titelblad, op het verzendingsverslag en op het afzonderlijk
overseiningsrapport.
Afdrukcollationering
De mogelijkheid om ontvangen documenten in de correcte volgorde te
stapelen.
Afdrukverkleiningsmodi
De methoden die bepalen hoe een binnenkomend document wordt
verkleind en op het papier in uw toestel wordt afgedrukt.
Automatische
afdrukverkleining
De mogelijkheid om verschillende documentbestanden voor dezelfde
bestemming(en) in één verbinding te verzenden.
Automatisch verkeer
Telefoondienst waardoor men zonder hulp van een telefonist(e) met
correspondenten in verbinding kan treden.
Automatische ontvangst
Werkstand van een faxtoestel waarbij documenten kunnen worden
ontvangen zonder tussenkomst van de gebruiker.
Beeldgeheugencapaciteit
De hoeveelheid in uw toestel beschikbaar geheugen die
documentbladzijden kan opslaan. Het aantal bladzijden wordt berekend
aan de hand van het ITU-T Testblad nr. 1
Bestand
Een opdracht die in het geheugen van uw toestel is opgeslagen;
voorbeeld: uitgestelde verrichtingen.
Bestandsverzending
De mogelijkheid om een permanent bestand (tot het wordt gewist) op te
slaan in het geheugen, dat herhaaldelijk naar één of meer toestellen kan
verzonden worden.
Capaciteit beeldgeheugen
Dit is de grootte van het geheugen in uw toestel voor het opslaan van documenten. Alle pagina-afmetingen zijn gebaseerd op het ITU-T beeld nr. 1.
Cijferklavier
Groep cijfertoetsen op het bedieningspaneel.
Coderingsschema
De manier waarop faxtoestellen de gegevens comprimeren. Uw toestel
gebruikt de codesystemen Modified Huffman (MH), Modified Read (MR),
Modified Modified Read (MMR) en Joint Bi-level Experts Group (JBIG).
COMM. JOURNAL
Verwijst naar het communicatieverslag, het relais-verzendingsverslag of
het vertrouwelijk verzendingsverslag.
CONTRAST
De aftastgevoeligheid (licht of donker) van uw originele te verzenden
pagina’s.
105
AANHANGSEL
Verklarende woordenlijst
AANHANGSEL
Verklarende woordenlijst
106
Controlestempel
Een door de gebruiker te kiezen verzendingscontrolestempel die een "X"teken plaatst op de ingescande documenten die met succes zijn
verzonden of in het geheugen opgeslagen.
DTMF
Dual Tone Multi-Frequency. Een nummerkiesmethode die voor elk cijfer
van het telefoonklavier een andere reeks frequenties uitzendt. Gewoonlijk
aangeduid met «toon-nummervorming».
ECM
Error Correction Mode.
De mogelijkheid om verzendingsfouten te
corrigeren naarmate ze tijdens de verzending worden ontdekt.
Eindontvangststation
In een relaisnetwerk is dit het eindstation dat het document zal ontvangen.
De lijst met standaardfaxparameterinstellingen die u in uw toestel hebt
geprogrammeerd.
Faxdoorzendfunctie
De mogelijkheid om inkomende faxdocumenten door te zenden naar een
toestel dat geregistreerd staat in het verkort kiesnummer [00].
Faxparameterlijst
Lijst met de door u geprogrammeerde instellingen van uw faxtoestel.
Faxtoegangscode
4-cijferige programmeerbare code die belet dat onbevoegden gebruik
maken van uw faxtoestel.
FUNCTION
De toets op het bedieningspaneel waarmee een verrichting of de instelling
van een mogelijkheid wordt begonnen.
G3
Groep
3.
Verwijst
naar
het
geheel
van
normen
transmissiemogelijkheden van de huidige generatie faxtoestellen.
Gebruikerparameter
Geprogrammeerde parameter die informatie levert aan andere toestellen.
B.v. logo, letter-ID, datum en uur.
Gegroepeerde
nummervorming
Mogelijkheid om meer dan één telefoonnummer in één programma onder
te brengen, zodat u ze met de druk op slechts één knop allemaal achter
elkaar kunt opbellen.
Geheugenverzending
De documenten worden eerst ingelezen in het geheugen en pas daarna
over de telefoonlijn doorgestuurd.
Gereserveerde verzending
Mogelijkheid om een telefoonnummer te programmeren zodat de
verzending erheen reeds wordt gereserveerd terwijl uw toestel nog een
andere functie verricht.
ID
Een programmeerbaar «adres» van maximum 20 cijfers waarmee uw
toestel wordt aangeduid.
Indexblad
Een lijst met de namen van de bestemmingen die in uw toestel
geprogrammeerd zijn.
Indextoetsen
Een reeks alfabetische toetsen voor gemakkelijke toegang tot de stations
die in de nummerlijst zijn geprogrammeerd.
Een verslag met informatie over de laatste documententransactie dat door
het verzendende station wordt afgedrukt.
en
AANHANGSEL
Verklarende woordenlijst
Individueel
verzendingsverslag
Verslag dat door het verzendtoestel wordt afgedrukt en waarin gegevens
staan over de laatste documentverrichting.
Informatiecode
Code die intern wordt gegenereerd door uw faxtoestel en die een
welbepaalde bedieningsfout of toestelpanne weergeeft.
ITU-T
International Telecommunication Union - Telecommunication.
Kiezen vanuit een directory
Laat u toe een volledig telefoonnummer te kiezen door naar de namen te
zoeken die ingevoerd werden in de snelkiesnummers of de verkorte
kiesnummers.
Kopregel
Een regel informatie die door het verzendtoestel wordt meegestuurd en
door het ontvangtoestel boven elke bladzijde wordt afgedrukt. Hij geeft
aan van waar de fax komt, naast andere gegevens zoals datum en uur van
verzending.
LCD
Liquid Crystal Display. Display met vloeibare kristallen waarop het toestel
allerlei gegevens weergeeft.
Letter-ID
Een geprogrammeerde codenaam van maximum 16 alfanumerieke tekens
die dienst doen als «identiteitskaart» van uw faxtoestel.
LOGO
Uw geprogrammeerde bedrijfsnaam of identificatie van maximum 25
alfanumerieke tekens.
Manuele ontvangst
Werkstand waarbij tussenkomst van de gebruiker vereist is om een
document te kunnen ontvangen.
Modem
Toestel dat signalen van uw faxtoestel omzet in signalen die via een
telefoonlijn kunnen worden overgebracht.
Multi-station verzending
De mogelijkheid om eenzelfde reeks documenten
geprogrammeerd aantal plaatsen te verzenden.
Multiple LOGO's
De gebruiker kan één van de 25 standaard LOGO's kiezen voordat hij het
document verzendt.
Netwerk-adres
Individueel 4-cijferig getal, toegewezen aan een snelkiestoets/verkort
nummer, ter identificatie van een bestemming binnen een relais-netwerk.
Netwerk-wachtwoord
4-cijferig wachtwoord, toegewezen aan een netwerk-adres om te beletten
dat onbevoegden binnendringen in een relais-toestel.
Noodgeheugenontvangst
De mogelijkheid van uw toestel om een binnenkomend document in het
geheugen op te slaan wanneer het papier of de toner op is.
Nummer van nummerlijst
De mogelijkheid om volledige telefoonnummers in de nummerlijst op te
slaan en ze vervolgens met een enkele druk op een toets op te roepen.
De mogelijkheid om documenten op te vragen bij een ander faxtoestel.
Nummervorming met
faxgdeelte
Rechtstreekse vorming van telefoonnummers vanop het faxgedeelte, dus
met de telefoonhoorn ingehaakt.
een
107
AANHANGSEL
naar
AANHANGSEL
Verklarende woordenlijst
Nummervorming met
telefoongedeelte
Rechtstreekse vorming van telefoonnummers vanop het telefoongedeelte,
nadat men de hoorn heeft afgehaakt.
Ontvangstwachtwoord
4-cijferig wachtwoord dat wordt gecontroleerd alvorens een document
wordt «binnengelaten».
Opgeslagen originelen
Documenten die werden ingescand en nu in het geheugen van uw toestel
zijn opgeslagen.
Oproepfase
Uitwisseling van een aantal controlesignalen tussen zender en ontvanger.
Deze signalen bepalen de omstandigheden waarin communicatie kan
plaatsvinden.
Overlappende afdruk
Documenten die te lang zijn kunnen verkleind worden om automatisch
afgedrukt te worden op twee pagina's met een overlappende strook van
ong. 10 mm.
Panasonic Super-afvlakking Elektronische beeldverbeteraar die welbepaalde patronen creëert om de
afdrukkwaliteit te verbeteren.
108
Periodiek verslag
Verslag dat door uw toestel wordt afgedrukt na elke 32 verzendingen/
ontvangsten.PollingMogelijkheid om een document op te vragen bij een
ander faxtoestel.
Protocol
Een protocol is de speciale set van communicatieregels die de eindpunten
in een telecommunicatieverbinding gebruiken om signalen over en weer te
zenden. Beide eindpunten moeten hetzelfde protocol herkennen en
respecteren.
PSTN
Public Switched Telephone Network. Netwerk van onderling verbonden
schakelapparatuur en verzendingsfaciliteiten.
Relais-adres
2-cijferige code die aangeeft dat uw toestel binnen een relais-netwerk is
geprogrammeerd.
Relais-netwerk
Groep faxtoestellen die communiceren via een relais-toestel.
Relais-toestel
Bepaald type faxtoestel dat documenten kan opslaan en doorsturen naar
een toestel van bestemming en/of een relais-toestel in een ander relaisnetwerk. Uw toestel kan niet gebruikt worden als relais-toestel.
Relais-verzending
Verzending van een document naar een relais-toestel, dat op zijn beurt het
document doorstuurt naar een eindbestemming.
Relais-verzendingsverslag
Verslag dat informatie bevat over de laatste verzending van een document
naar een relais-toestel.
Resolutie
Heeft betrekking op het aantal gescande of gedrukte punten per vierkante
centimeter. De kwaliteit van het beeld neemt toe naarmate het aantal
punten per vierkante centimeter stijgt.
Selectieve ontvangst
Functie die zo kan worden ingesteld dat het toestel alleen kan ontvangen
van de toestellen die in de nummerkiezer zijn geprogrammeerd.
AANHANGSEL
Verklarende woordenlijst
Sluimermodus
Toestand van minimaal stroomverbruik waarin het toestel schakelt na de
ingestelde tijdsduur zonder te worden uitgeschakeld. (De Sluimermodus is
niet beschikbaar wanneer de optionele parallelle-poortinterface kit,
Paginabeschrijvingstaal-printeninterface kit of G3 communicatiepoortkit
werd geïnstalleerd)
Snelkiestoets
Toets waarop men drukt om daardoor in één moeite een volledig
telefoonnummer te vormen.
Stroombesparingsmodus
Om het stroomverbruik van het toestel in stand-by te beperken, selecteert
u de tijdspanne waarin de hoge-temperatuur fuser unit uitgeschakeld wordt
als de printer niet afdrukt.
Stroomonderbrekingsverslag Verslag dat gegevens bevat over de laatste verrichting die plaatsvond toen
de stroom uitviel.
Subadres
ITU-T richtlijn voor verdere routing, doorzending of relais van inkomende
faxen.
Subadreswachtwoord
ITU-T richtlijn voor bijkomende beveiliging dat overeenkomt met het
subadres.
Tijdelijke
geheugen-ontvangst
Mogelijkheid van uw toestel om een binnenkomend document op te slaan
in zijn geheugen wanneer het afdrukpapier of de toner op is.
Toegangscode
4-cijferige programmeerbare toegangscode die belet dat onbevoegden
gebruik maken van uw faxtoestel.
Toestel van bestemming
In een relais-netwerk: het toestel waarvoor het document uiteindelijk
bestemd is.
Toestel van herkomst
In een relais-netwerk, het toestel waarvan de documentverzending uitgaat.
Toestelnaam
Alfanumeriek ID dat kan geprogrammeerd
snelkiesnummer of verkort kiesnummer.
Uitgestelde opvraging
De mogelijkheid om op een later tijdstip documenten op te vragen bij
andere toestellen.
Uitgestelde polling
De mogelijkheid om documenten later bij een ander station op te vragen.
Uitgestelde verzending
De mogelijkheid om op een later tijdstip documenten te verzenden naar
andere toestellen.
Vaste afdrukverkleining
Methode waarmee u één verkleiningsgraad, b.v. 75%, kunt vastleggen
voor alle binnenkomende documenten.
Verbindings- verslag
Het verslag met informatie over geheime documenten in het geheugen van
uw toestel.
Verkort nummer
Mogelijkheid om volledige telefoonnummers in de nummerkiezer op te
slaan zodat men het later met een minimum aan toetsaanslagen snel
opnieuw kan vormen.
voor
elk
109
AANHANGSEL
worden
AANHANGSEL
Verklarende woordenlijst
Vertrouwelijk
verzendingsverslag
Het verslag dat u informatie geeft over de verzending van een vertrouwelijk
document naar een relais-toestel.
Vertrouwelijke communicatie In een netwerk van faxtoestellen kan men een code invoeren om een
document op te vragen dat opgeslagen is in het geheugen van een
opgegeven relais-toestel.
Verzending naar meer dan
één bestemming
Mogelijkheid om dezelfde reeks documenten naar een geprogrammeerd
aantal bestemmingen te sturen.
Verzendingswachtwoord
Een wachtwoord met 4 cijfers dat vóór de verzending van een document
wordt gecontroleerd.
Verzending van meer dan één Mogelijkheid om bestanden in het geheugen van uw toestel op te slaan
vooraleer de eigenlijke telefoonverbinding plaatsvindt.
bestand
110
Voorblad
Aan uw te verzenden documenten kan automatisch een faxvoorblad
toegevoegd worden waarop de naam van de ontvanger, de naam van de
afzender en het aantal aangehechte pagina's vermeld worden.
Weergavemodus Bestandenlijst
Hiermee krijgt u op het LCD-display een korte inhoud te zien van de
geheugenbestanden, zonder de volledige lijst ervan te moeten afdrukken.
INDEX
A
Accessoires en losse onderdelen ..................... 105
AFDRUK KOPTEKST ......................................... 39
AFROEPCODE ................................................... 40
AKOESTISCH ALARM........................................ 39
Algemene beschrijving ........................................ 79
Als u met een van de volgende problemen zit .... 95
Antwoordapparaat-stand..................................... 65
AUT.JOURNAAL AFDR ...................................... 39
AUTOM. GEH. ONTV. ........................................ 40
Automatische herhaling....................................... 61
Automatische omschakeling fax/tel..................... 64
B
Basisbediening...................................................... 4
Basisinstellingen voor verzending....................... 44
Bedieningspaneel................................................ 18
Bedieningsschema (voor de fax)........................... 4
Belvolume instellen ............................................. 22
Bestanden wissen ............................................... 74
Bestemmingen in de faxgids wijzigen ................. 31
Bestemmingen in de faxgids wissen ................... 33
Bestemmingen voor de faxgids invoeren ............ 29
Buitenaanzicht..................................................... 16
C
CODE REM. DIAGN ........................................... 40
Communicatieverslag (COMM.JOURNAL) ......... 87
Controle van de telefoonlijn............................... 102
Controlestempel .................................................. 97
D
Datum en uur instellen ........................................ 24
De fax- of kopieermodus selecteren ................... 20
Documenten afdrukken ....................................... 77
Documenten inbrengen....................................... 43
Documenten ontvangen ...................................... 62
Documenten verzenden ...................................... 47
E
Energiespaarstand na ......................................... 40
F
Fax-/kopieermodus ............................................. 41
Faxbericht verzenden met subadres................... 81
Faxgids................................................................ 89
Faxparameters instellen...................................... 38
Fax-stand ............................................................ 63
Functiekeuze....................................................... 20
G
Gebruikerparameters .......................................... 24
GEHEUGEN........................................................ 39
Geheugenontvangst instellen.............................. 76
H
Het gebruik van de faxgids.................................. 81
Het instellen van groepskiezen ........................... 34
Het instellen van het sub-adres in de
faxnummers van de faxgids ................................ 80
Het invoeren van tekens...................................... 23
Het plaatsen van originelen................................... 4
Het reinigen van het scangebied......................... 99
Het vervangen van de lithiumbatterij ................... 98
Het wachtwoord voor geheugenontvangst
vastleggen ........................................................... 75
Het wachtwoord voor geheugenontvangst
vastleggen/Geheugenontvangst instellen ........... 75
Het wijzigen van een groep ................................. 35
Het wissen van een groep................................... 37
I
Individuele aanpassingen.................................... 38
Informatiecodes................................................... 93
K
Keuze van een polling-wachtwoord..................... 71
Keuze van het verkleiningspercentage ............... 67
Kiezen met de faxgids ................................... 29, 51
Kiezen vanuit de index
(Rechtstreekse verzending) ................................ 57
L
LENGTE MELDTEKST ....................................... 39
Lijst met faxparameters ....................................... 91
Luidsprekervolume .............................................. 21
Luidsprekervolume / Belsterkte ........................... 21
M
Manuele herhaling............................................... 61
Manuele nummerkeuze....................................... 49
Manuele nummerkeuze
(Rechtstreekse verzending) ................................ 55
Memory size (Flash-geheugen)........................... 41
Met behulp van de manuele kiesmethode........... 82
Moeilijkheden oplossen ....................................... 93
N
Nummerkeuze herhalen ...................................... 61
Nummerkeuze vanop het faxtoestel.................... 59
Nummerkeuze vanop het telefoontoestel............ 58
111
INDEX
O
Om de stempel te verwijderen .............................97
ONTV. OP AFSTAND ..........................................40
ONTV.GEH GEEN PAP .......................................40
Ontvangst in het geheugen ..................................75
ONTVANGSTMODE ............................................39
Ontvangststanden ................................................62
Origineel/contrast/resolutie ..................................44
Overzicht ..............................................................16
P
Papier bijvullen.....................................................96
Papierdoorvoerfouten oplossen ...........................96
Polling (opvraging van documenten)....................71
R
Rechtstreekse verzending....................................55
Reiniging van de drukrol ....................................100
Reserveren voor geheugenverzending
(dubbele toegankelijkheid) ...................................60
RESOLUTIE.........................................................39
Resolutie ..............................................................45
S
Slaapstand wachttijd ............................................40
STEMPEL ............................................................39
STEMPEL ZEND GEH.........................................40
Sub-addressing ....................................................79
SUB-ADRES WACHTW.......................................41
T
TAAL ....................................................................41
Tabel met faxparameters .....................................39
Te grote documenten ontvangen .........................68
Technische gegevens ........................................103
TELEFOONLIJN ..................................................40
Telefoonstand ......................................................63
Tijdelijke ontvangst via het geheugen ..................69
TOEGANGSCIJFER ............................................40
Toner bijvullen......................................................96
TOON TOETS/ZOEMER .....................................39
Transactieverslag.................................................83
U
Uitbreidingskaart met flitsgeheugen...................106
Uw antwoordapparaat installeren.........................65
Uw ID-nummer (nummer van uw faxlijn) opgeven27
Uw letter-ID opgeven ...........................................26
Uw LOGO opgeven..............................................25
112
V
Vanuit het geheugen ........................................... 47
Verklarende woordenlijst ................................... 107
Verkleind afdrukken ............................................ 67
VERKLEINEN AFDRUK...................................... 40
VERKLEININGSFACT ........................................ 40
Verslagen en lijsten ............................................. 83
Verzending in vocale modus ............................... 58
Verzending naar meer dan één nummer ............ 53
Verzending reserveren ........................................ 60
Verzendingsverslag (ZENDJOURNAAL) ............ 46
Volumeregeling ................................................... 21
Voorzorgsmaatregelen ........................................ 14
VORM KOPTEKST ............................................. 39
W
Werken in de fax-stand ....................................... 63
Werken in de telefoonstand ................................ 63
Werken met bestanden ....................................... 74
Werken met de antwoordapparaat-interface ....... 66
Werken met de automatische omschakeling ...... 64
Z
Zelf documenten opvragen ................................. 72
ZENDJOURNAAL ............................................... 39
U.S.A. Only
Service wordt verleend door:
Matsushita Electric Industrial Co., Ltd.
Osaka 542-8588, Japan
FFPTD10111 S0401-1
April 2001
Printed in Japan
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement