Panasonic DX600 Operating instructions

Panasonic DX600 Operating instructions
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
(voor internetfax)
DX-600
Problemen
Verhelpen
Verslagen en
Lijsten Afdrukken
Mogelijkheden
in een Netwerk
Bijzondere
Mogelijkheden
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
Modelnr.
Installatie van
het Toestel
Handleiding
Programmering
van het Toestel
Faxtoestel
Nederlands
Aanhangsel
Voordat het apparaat in gebruik genomen wordt, gelieve eerst de instructies grondig door te nemen en te bewaren voor toekomstige vragen.
Meer te weten komen Het maken van Accessoires Overigen.
BELANGRIJKE INFORMATIE
Bij elk verzoek om inlichtingen, benodigdheden of onderhoud dient u het model- en serienummer van uw
toestel te vermelden. De model- en serienummers vindt u op het kenplaatje dat op de in onderstaande
afbeelding getoonde plaats is aangebracht. Gemakshalve is hieronder ook ruimte voorzien waarin u alle
gegevens kunt noteren die u in de toekomst nodig kunt hebben.
Modelnummer
Serienummer
Aankoopdatum
Verdeler
Adres
Telefoonnummer
(
)
–
Telefoonnummer onderdelen
(
)
–
Telefoonnummer technische dienst
(
)
–
Om het volledige systeem via een lokaal netwerk te kunnen laten functioneren moet er bepaalde informatie worden
verstrekt en moeten aanvullende instellingen worden ingevoerd. Neem voor deze gegevens en het tot stand brengen
van de netwerkverbinding contact op met uw netwerkbeheerder.
Gebruikersinformatie
Bedrijfsnaam:
Adres:
Afdeling:
Plaats:
Staat:
Telnr.:
Faxnr.:
Postcode:
Internetparameters (Zie blz. 50)
IP Adres:
Subnet Mask:
Standaad Routing IP Adres:
DNS Server IP Adres:
IP 2e DNS Server:
E-mail Adres
IP-Naam van SMTP-server:
of
IP Adres van SMTP-server:
POP Naam Server:
of
IP Adres van POP-server:
POP Gebruikersnaam:
POP Password: (bewaar het wachtwoord liever niet hier, maar op een veilige plaats)
LDAP-servernaam:
of
IP Adres van LDAP-server:
LDAP-login-naam:
LDAP-wachtwoord:
LDAP-zoekdatabase:
Naam Host:
Copyright © 2002 by Matsushita Graphic Communication Systems, Inc.
Alle rechten voorbehouden. Kopiëren of verspreiden zonder toestemming is
in strijd met de wet. Gedrukt in Japan.
De informatie in deze gebruiksaanwijzing kan worden veranderd zonder
kennisgeving.
Model and
Modelen serienummer
Serial Number
Inhoud
Eerste Kennismaking met uw Toestel
Veiligheidsinformatie .....................................................................................................
Voorzorgsmaatregel.......................................................................................................
Functietoets ....................................................................................................................
Buitenaanzicht ................................................................................................................
Bedieningspaneel...........................................................................................................
Voorbereidende informatie............................................................................................
■ Instelling als SMTP-mailserver.......................................................................
■ Instelling als POP3-client ...............................................................................
9
11
12
13
14
16
17
18
Internetcommunicatiefuncties ...................................................................................... 21
■ Verzenden van internetfax .............................................................................
■ Direct SMTP (directe ifaxverzending).............................................................
■ Ontvangen van internetmail ...........................................................................
■ Inkomende routering ......................................................................................
■ Fax doorzenden .............................................................................................
■ Netwerkscanner .............................................................................................
■ Netwerkprinter ................................................................................................
■ Relaisverzending............................................................................................
■ Dynamic Host Configuration Protocol (DHCP)...............................................
■ SMTP-verificatie .............................................................................................
■ Lightweight Directory Access Protocol (LDAP) ..............................................
21
22
23
24
25
25
26
27
28
28
28
Belangrijke informatie.................................................................................................... 29
Installatie van het Toestel
Het toestel en zijn toebehoren ......................................................................................
Toebehoren installeren..................................................................................................
Tonerpatroon installeren ...............................................................................................
Afdrukpapier aanbrengen..............................................................................................
■ Hoe afdrukpapier aanbrengen........................................................................
32
33
34
36
36
De papiercassette instellen op de papierlengte .......................................................... 38
■ Het instellen van de papiercassette op de papierlengte.................................
38
■ Het instellen van de papiercassette op de papierbreedte ..............................
39
De papiercassette instellen op de papierbreedte........................................................ 39
Aansluiten van telefoonsnoer en netsnoer..................................................................
Landcode instellen.........................................................................................................
Kiesmethode instellen (toon of puls) ...........................................................................
Volumeregeling ..............................................................................................................
Gebruikerparameters .....................................................................................................
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Datum en uur instellen ...................................................................................
■ Uw LOGO opgeven ........................................................................................
■ Uw letter-ID opgeven......................................................................................
■ Uw ID-nummer (nummer van uw faxlijn) opgeven .........................................
40
42
43
44
45
45
45
46
47
48
Internetparameters instellen ......................................................................................... 49
■ Gebruikersparameters (internet) instellen ......................................................
■ Gebruikersparameters voor de LAN-interface instellen .................................
49
50
3
Inhoud
Installatie van het Toestel
Parameters programmeren of opvragen via e-mail .................................................... 51
■ Gebruik van e-mail voor het programmeren of opvragen van parameters .... 51
■ Gebruik van pc voor het op afstand invoeren van de internetparameters ..... 51
■ Voor het eerst invoeren van de internetparameters....................................... 52
■ Opvragen van de internetparameters voor back-up ...................................... 54
■ Bewerken van het bestand van opgevraagde of back-upinternetparameters 57
■ Gebruik van pc voor het op afstand bijwerken van de automatische kiezer .. 60
■ Automatische kiezer helemaal wissen ........................................................... 61
■ Voor het eerst programmeren van snelkiestoetsen/verkortenummertoetsen 62
■ Opvragen van data van snelkiestoetsen/verkortenummertoetsen voor back-up64
■ Bewerken van opgevraagd of back-updatabestand van
snelkiestoetsen/verkortenummertoetsen .......................................................
■ Gebruik van e-mail voor het opvragen van het verslag .................................
66
68
Programmering van het Toestel
E-mailadres en telefoonnummers programmeren ...................................................... 69
■ Automatische kiezer programmeren ..............................................................
■ Bewerken of wissen van nummer / e-mailadres in automatische kiezer........
■ Een indexblad afdrukken ...............................................................................
69
73
76
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Faxparameters instellen.................................................................................
■ Tabel met faxparameters ...............................................................................
77
77
78
Individuele aanpassingen.............................................................................................. 77
Belangrijkste Bedieningsverrichtingen
Documenten inbrengen ................................................................................................. 85
■ Verzendbare documenten..............................................................................
■ Niet-verzendbare documenten.......................................................................
■ Hoe originelen inbrengen ...............................................................................
85
85
86
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Contrast .........................................................................................................
■ Resolutie ........................................................................................................
■ Controlestempel .............................................................................................
■ Communicatieverslag ....................................................................................
87
87
87
88
89
Basisinstellingen voor verzendin ................................................................................. 87
4
Inhoud
Belangrijkste Bedieningsverrichtingen
Documenten via LAN verzenden .................................................................................. 90
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ E-mailadressen manueel invoeren.................................................................
■ E-mailadressen met snelkiestoetsen invoeren...............................................
■ E-mailadressen met verkorte nummertoetsen invoeren.................................
■ Kiezen vanuit repertorium ..............................................................................
■ Verzenden naar meerdere toestellen (broadcasting) .....................................
■ Reserveren voor geheugenverzending (dubbele toegankelijkheid) ..............
■ Automatische herhaling..................................................................................
■ Manuele herhaling..........................................................................................
■ Selecteerbare domeinen ................................................................................
■ Leveringsbericht (MDN) van internetfax.........................................................
■ Geretourneerde e-mail ...................................................................................
■ Werken met een mailinglijst ...........................................................................
90
91
92
93
94
96
97
98
98
99
101
102
103
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Vanuit het geheugen ......................................................................................
■ Rechtstreekse verzending..............................................................................
■ Verzending in vocale modus ..........................................................................
■ Reserveren voor verzending ..........................................................................
■ Nummerkeuze herhalen .................................................................................
104
105
111
115
117
120
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ E-mail ontvangen van een POP-server..........................................................
122
124
■ Ontvangststanden ..........................................................................................
■ Telefoonstand.................................................................................................
■ Automatische omschakeling fax/tel ................................................................
■ Fax-stand .......................................................................................................
■ Antwoordapparaat-stand ................................................................................
■ Verkleind afdrukken........................................................................................
■ Te grote documenten ontvangen ...................................................................
■ Tijdelijke ontvangst via het geheugen ............................................................
■ Afdrukcollationeringsmodus ...........................................................................
127
128
129
130
131
133
134
135
135
Documenten via de telefoonlijn verzenden ................................................................. 104
Documenten via LAN ontvangen .................................................................................. 122
Documenten ontvangen via telefoonlijn ...................................................................... 127
Kopiëren.......................................................................................................................... 136
Bijzondere Mogelijkheden
Vooraf geprogrammeerde communicatie .................................................................... 137
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Uitgestelde verzending...................................................................................
■ Uitgestelde opvraging.....................................................................................
137
137
138
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Keuze van een polling-wachtwoord................................................................
■ Opvraging door anderen voorbereiden ..........................................................
■ Documenten opvragen van op een ander toestel ..........................................
139
139
140
141
Polling (opvraging van documenten) ........................................................................... 139
5
Inhoud
Bijzondere Mogelijkheden
Programmeertoetsen ..................................................................................................... 142
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Instellen voor gegroepeerde nummerkeuze ..................................................
■ Instellen voor uitgestelde verzending.............................................................
■ Instellen voor uitgestelde polling ....................................................................
■ Instellen voor normale polling ........................................................................
■ Instellen voor snelkiestoetsen ........................................................................
■ POP-toegangscode instellen .........................................................................
■ Gebruik van de POP-toegangscode ..............................................................
■ Instellingen van programmeertoetsen wijzigen of wissen ..............................
142
142
143
144
145
146
147
148
149
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Instellen van de afzenderselectie...................................................................
■ Documenten verzenden met behulp van afzenderselectie ............................
■ Afzenderselectielijst afdrukken ......................................................................
150
150
152
153
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Verzenden van e-mail met invoer onderwerpregel ........................................
154
154
■ Routeringsparameters instellen .....................................................................
■ Snelkiesnummers/verkorte nummers invoeren voor inkomende routering ....
156
158
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Een bestandenlijst afdrukken .........................................................................
■ Inhoud van een bestandenlijst bekijken .........................................................
■ Begintijdstip of bestemming van een bestand wijzigen..................................
■ Bestanden wissen..........................................................................................
■ Bestanden afdrukken .....................................................................................
■ Documenten toevoegen aan een bestand .....................................................
■ Een onvolledig bestand opnieuw proberen ....................................................
160
160
161
162
164
165
166
167
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ De toegangscode vastleggen ........................................................................
■ Gebruik van uw toestel met toegangscode
168
168
Afzenderselectie............................................................................................................. 150
Invoer onderwerpregel................................................................................................... 154
Inkomende routering...................................................................................................... 156
Werken met bestanden .................................................................................................. 160
Toegangscode ................................................................................................................ 168
■
(beperkt toegangsniveau voor alle verrichtingen) .......................................... 169
Gebruik van uw toestel met toegangscode
(alleen beperkt toegangsniveau voor faxparameters).................................... 169
Ontvangst in het geheugen ........................................................................................... 170
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Wachtwoord voor geheugenontvangst vastleggen ........................................
■ Geheugenontvangst instellen ........................................................................
■ Documenten afdrukken ..................................................................................
170
170
170
171
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
172
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Om het faxvoorblad te gebruiken ...................................................................
173
173
Onderscheidend belsignaal-detector (DRD)................................................................ 172
Faxvoorblad .................................................................................................................... 173
6
Inhoud
Bijzondere Mogelijkheden
Toegang met pincode .................................................................................................... 175
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ De toegangsmethode kiezen (voorvoegsel of achtervoegsel) .......................
■ Kiezen met een pincode.................................................................................
175
175
176
■ De faxdoorzendfunctie instellen .....................................................................
177
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
178
De faxdoorzendfunctie................................................................................................... 177
Ifax-ontvangstbevestiging ............................................................................................. 178
Mogelijkheden in een Netwerk
Netwerkscanner.............................................................................................................. 179
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
179
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
180
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Relaisnetwerk.................................................................................................
■ Uw toestel instellen als internetrelaistoestel...................................................
■ Uw toestel instellen voor relaisverzending .....................................................
■ Documenten verzenden via internetrelais ......................................................
■ Document(en) van een pc naar een G3-faxtoestel zenden............................
■ Afdrukken en verslagen..................................................................................
181
182
184
185
187
190
192
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Selectieve ontvangst instellen ........................................................................
194
194
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Compatibiliteit met andere toestellen .............................................................
■ Verzending met wachtwoord instellen............................................................
■ Ontvangst met wachtwoord instellen..............................................................
■ Verzending met wachtwoord gebruiken .........................................................
■ Ontvangst met wachtwoord gebruiken ...........................................................
195
195
196
197
198
199
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Vertrouwelijke mailbox ...................................................................................
■ Een vertrouwelijk document verzenden naar de
200
200
Netwerkprinter ................................................................................................................ 180
Relaisverzending............................................................................................................ 181
Selectieve ontvangst...................................................................................................... 194
Communicatie via wachtwoord..................................................................................... 195
Vertrouwelijke mailbox .................................................................................................. 200
■
■
■
■
■
mailbox van een ander toestel .......................................................................
Een vertrouwelijk document opvragen vanuit de
mailbox van een ander toestel .......................................................................
Een vertrouwelijk document ontvangen in de mailbox van uw toestel ...........
Een vertrouwelijk document opslaan in de mailbox van uw toestel ...............
Een vertrouwelijk document uit de mailbox van uw toestel afdrukken ...........
Een in de mailbox van uw toestel opgeslagen vertrouwelijk
document wissen............................................................................................
201
202
203
204
205
206
7
Inhoud
Mogelijkheden in een Netwerk
Subadressering .............................................................................................................. 207
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Om het subadres in te stellen in de snelkiesnummers of in de
207
verkorte kiesnummers.................................................................................... 208
209
■ Om een document met een subadres te verzenden ......................................
Verslagen en Lijsten Afdrukken
Verslagen en lijsten........................................................................................................ 210
■ Algemene beschrijving ...................................................................................
■ Transactieverslag...........................................................................................
■ Individueel verzendingsverslag (ZENDJOURNAAL)......................................
■ Communicatieverslag ....................................................................................
■ Lijst met snelkiesnummers/verkorte nummers en index ................................
■ Programmalijst ...............................................................................................
■ Lijst met faxparameters..................................................................................
■ Tonercassette-bestelformulieren ...................................................................
210
210
211
214
216
219
220
221
Problemen Verhelpen
Moeilijkheden oplossen................................................................................................. 222
■ Informatiecodes .............................................................................................
■ Programmeerfouten in verkorte nummers e-mailen.......................................
■ Vastgelopen afdrukpapier ..............................................................................
■ Vastgelopen documenten ..............................................................................
■ Reiniging van de optische aftastzone ............................................................
■ Reiniging van de drukrol ................................................................................
■ Afstelling van de automatische documenttoevoer (ADT) ...............................
■ Controlestempel .............................................................................................
■ Controle van de telefoonlijn ...........................................................................
226
229
231
232
233
234
235
236
237
Aanhangsel
Technische gegevens .................................................................................................... 238
Technische gegevens voor het afdrukpapier .............................................................. 241
Opties en losse onderdelen .......................................................................................... 242
■ Installatie van de flash-geheugenkaart ..........................................................
243
Officiële voorschriften ................................................................................................... 244
Verklarende woordenlijst............................................................................................... 247
ITU-T Beeld Nr. 1 ............................................................................................................ 252
Index ................................................................................................................................ 253
8
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
Eerste Kennismaking met uw Toestel
Veiligheidsinformatie
!
WAARSCHUWING
Dit teken wijst op een mogelijk gevaar dat ernstige verwondingen of de dood
tot gevolg kan hebben.
• OM ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF BRAND TE VOORKOMEN MAG U DIT TOESTEL NIET
BLOOTSTELLEN AAN REGEN OF ANDERE VOCHTIGHEID.
• OM DE KANS OP ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF BRAND TE VERKLEINEN MOET DIT APPARAAT
CORRECT GEAARD WORDEN.
• DIT APPARAAT IS VOORZIEN VAN EEN LASER. ONDERHOUD VAN DIT APPARAAT MAG ALLEEN
DOOR ERKEND ONDERHOUDSPERSONEEL WORDEN UITGEVOERD VANWEGE HET AANWEZIGE
GEVAAR OP OOGLETSEL.
LET OP - HET GEBRUIK VAN BEDIENINGSORGANEN, HET MAKEN VAN AFSTELLINGEN OF HET
UITVOEREN VAN PROCEDURES OP EEN ANDERE WIJZE DAN HIERIN BESCHREVEN
KAN LEIDEN TOT GEVAARLIJKE BLOOTSTELLING AAN STRALING.
• OM DE VOEDING VAN HET APPARAAT VOLLEDIG TE ONDERBREKEN MOET DE STEKKER UIT HET
STOPCONTACT WORDEN GETROKKEN. GEBRUIK EEN STOPCONTACT IN DE DIRECTE NABIJHEID
VAN HET APPARAAT EN ZORG ERVOOR DAT HET STOPCONTACT GOED BEREIKBAAR IS.
• ZORG ERVOOR DAT HET TOESTEL IN EEN RUIM OF GOED VERLUCHT VERTREK STAAT, ZODAT DE
OZONCONCENTRATIE IN DE LUCHT NIET TOENEEMT. AANGEZIEN OZON ZWAARDER IS DAN
LUCHT, GEVEN WIJ DE RAAD HET VERTREK OP VLOERNIVEAU TE VENTILEREN.
9
Veiligheidsinformatie
!
OPGEPAST
Dit teken wijst op gevaren die lichte verwondingen of schade aan het toestel tot
gevolg kunnen hebben.
• GEBRUIK ALLEEN TELEFOONSNOEREN VAN HET TYPE NR. 26 AWG OF DIKKER OM HET RISICO
VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF BRAND TE BEPERKEN.
• TREK DE STEKKER VAN HET TOESTEL UIT HET STOPCONTACT VOORDAT U HET (DE) DEKSEL(S)
VERWIJDERT. BRENG HET (DE) DEKSEL(S) OPNIEUW AAN VOORDAT U DE STEKKER IN HET
STOPCONTACT STEEKT.
!
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Als u het telefoontoestel gebruikt, moet u altijd de volgende basisveiligheidsvoorzorgen nemen om het risico
voor brand, elektrische schokken en persoonlijk letsel te beperken:
• GEBRUIK DIT PRODUCT NIET IN DE BUURT VAN WATER, ZOALS BIJVOORBEELD EEN BAD, EEN
WASKOM, KEUKENAANRECHT, EEN NATTE KELDER OF BIJ EEN ZWEMBAD.
• GEBRUIK DE TELEFOON NIET TIJDENS EEN ONWEER MET BLIKSEM (BEHALVE INDIEN HET EEN
DRAADLOOS TYPE IS). ER IS EEN KLEINE KANS DAT U DOOR DE BLIKSEM WORDT
GEËLEKTROCUTEERD.
• GEBRUIK DE TELEFOON NIET IN DE BUURT VAN EEN GASLEK.
• GEBRUIK ALLEEN HET IN DEZE GEBRUIKSAANWIJZING BESCHREVEN NETSNOER.
10
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
Voorzorgsmaatregel
!
OPGEPAST
Dit teken wijst op gevaren die lichte verwondingen of schade aan het toestel tot
gevolg kunnen hebben.
Plaats het toestel niet in de buurt van verwarming of airconditioning.
Vermijd blootstelling aan rechtstreeks zonlicht.
Plaats het toestel op een horizontaal vlak en laat ten minste 10 cm vrij
tussen het toestel en ander voorwerpen.
Blokkeer de verluchtingsopeningen niet.
Plaats geen zware voorwerpen op het toestel en mors er geen vloeistoffen
op.
11
Functietoets
Elke functie kan worden gestart door eerst op FUNCTION te drukken en vervolgens het functienummer in
te tikken of door op de overlooptoetsen
of
te drukken tot de gewenste functie op het display
verschijnt.
12
1
Uitgestelde communicatie
1 = Uitgestelde zenden
2 = Uitgestelde afroepen
2
Geavanceerde communicatie
1 = Niet in gebruik
2 = Confidentieel
3 - 4 = Niet in gebruik
5 = Relais zenden
3
Afroepmode
1 = Afroep ontrangen
2 = Afroep zenden
6
Afdrukken
1 = Journaal (Afdrukken/Bekijken)
2 = Lijst met snelkiesnummers/
verkorte nummers/indexnamen
3 = Programmalijst
4 = Lijst van faxparameters
5 = Niet in gebruik
6 = Individueel verzendingsverslag
7 = Naamtoessenlijst
7
Instellen
1 = Gebruikerparameters
• Datum en uur
• Tijdszone
• Logo
• Letter-ID
• ID-nummer (faxlijn-nummer)
• IP Adres
(Dit is een onvolledige lijst,
voor meer Functies, zie blz. 49)
2 = Snelkiesnummers/verkorte nummers
3 = Programmeertoetsen
4 = Faxparameters
5 - 7 = Niet in gebruik
8 = Onderhoud
• Afdrukrol reinigen
• Tonerbestelformulieren
8
Selectiemode
1 = Communicatieverslag = UIT/AAN/ONVOLLEDIG
2 = Aflever bericht = UIT/AAN
3 = Fax voorblad = UIT/AAN
4 = Verzending met wachtwoord = UIT/AAN
5 = Ontvangst in het geheugen
= UIT/AAN/AFDRUKKEN
6 - 8 = Niet in gebruik
9 = Geheugen XMT = UIT/AAN
9
Zenden geheugen
1 = Bestandenlijst (Afdrukken/Bekijken)
2 = Tijdstip/bestemming wijzigen
3 = Bericht wissen
4 = Bericht afdrukken
5 = Document toevoegen
6 = Onvolledig bestand opnieuw proberen
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
Buitenaanzicht
Document Veriengstuk
Afdrukpapierplaat
ADT-deur
Papiersublade voor
het faxpapier
Printerdeksel
Bedieningspaneel
Documentopvanglade
(op de bovenste
papiercassette)
Papiercassette
(meegeleverd)
Papiercassette voor 250 vellen afdrukpapier
(Optioneel beschikbaar. Zie blz. 242)
13
Bedieningspaneel
- Om een Pauze in te voegen bij het opslaan of
vormen van een telefoonnummer, of om het laatst
gevormde nummer opnieuw te vormen.
- Om met verkorte nummerkeuze tewerken.
(Zie blz. 108 en 113)
- Om het subadres van het telefoonnummer te
scheiden bij het vormen van het nummer, of voor
toegang tot sommige features van uw PBX.
- Om handenvrije nummerkeuze te starten.
(Zie blz. 116)
Toetsenbord
- Voor manuele nummerkeuze,
opslay van telefoonnummers en
keuze van functies.
Toontoets
- Om tijdelijk de kiesmodus te
veranderen door om te schakelen
naar toon wanneer puls is ingesteld.
Voor de duidelijkheid kunt u met
deze toets ook een punt "."
invoeren bij het invoeren van een
IP-adres.
DX-600
DX-600
- Hiermee schakelt u het toestel in de energiespaarstand. (Zie blz. 80)
- Dient om Normaal, Lichter of Donkerder in te stellen. (Zie blz. 87)
- Om Standaard, Fijn, Superfijn, Halftoon (Fijn) of Halftoon (S-Fijn)
in te stellen. (Zie blz. 87)
- Gebruikt om de controlestempel IN of UIT te schakelen.
Brandt wanneer de controlestempel is ingeschakeld.
- Knippert wanneer het toestel een document verzendt of ontvangt.
- Licht op als zich een probleem voordoet.
- Om e-mailcommunicatie te selecteren (Internetfax).
14
- Druk op deze toets om de
telecommunicatie, een invoerbewerking
of een geluidssignaal te annuleren.
- Hiermee maakt u kopieén en stelt
u bewerkingen in. (Zie blz. 136)
- Om de eerder ingestelde functies
terug te stellen.
- Om ingevoerde nummers of karakters
te corrigeren (1 positie terug + wissen).
Dient voor het volgende:
- Functie starten of kiezen.
- Een stationnaam opzoeken.
(Zie blz. 94, 109 en 114)
- Instellen van luidspreker- en belvolume.
(Zie blz. 44)
- De cursor verplaatsen tijdens het invoeren van
nummers en lettertekens.
- Zoeken naar toestelnaam bij kiezen vanuit
index.
- Bevestiging ingevoerd toestel bij communicatie
met meerdere toestellen.
- Bevestiging huidige communicatiemodi (bijv.
paginanummer, ID, gekozen telefoonnummer,
bestandsnummer) als het toestel on-line is.
DX-600
DX-600
Snelkiestoetsen (01-28)
- Voor snelle nummerkeuze. (Zie blz. 92, 108 en 112)
Programmeertoetsen (P1-P4)
- Om lange nummerkeuzeprocedures of cijfers voor gegroepeerde nummerkeuze op te slaan.
(Zie blz. 142 tot 149)
Tekentoetsen
- De snelkiestoetsen en de programmeertoetsen dienen ook om letters en symbolen in te voeren
bij het intikken van uw LOGO, letter-ID en toestelnaam.
- Om een symbool te voeren voor het LOGO, letter-ID, toestelnaam en voor het e-mailadres.
Gebruik
of
om het gewenste symbool (symbolen) te selecteren.
- Om een spatie in te voeren bij het intikken van het LOGO, letter-ID, toestelnaam en
e-mailadres.
- Dient om te kiezen tussen de bovenste en de onderste tekenreeks.
15
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
Bedieningspaneel
Voorbereidende informatie
Lees dit hoofdstuk helemaal door om de functies van uw Panasonic-toestel te leren kennen alvorens het in
uw netwerk te installeren.
Uw toestel kan de volgende taken verrichten wanneer het is aangesloten op een 10Base-T/100Base-TX
Ethernet LAN (Local Area Network):
• Informatie op papier verzenden als een internet-e-mail.
• Internetfaxbericht verzenden (directe ifaxverzending).
• Internet-e-mail automatisch ontvangen en afdrukken.
• Ontvangen G3-faxbericht of e-mail automatisch doorzenden naar het voorgeprogrammeerde e-mailadres
of gewone G3-faxtoestel (zie "Fax doorzenden" op pagina 177).
• Ontvangen G3-faxbericht automatisch routeren naar het door de afzender aangegeven e-mailadres of G3faxtoestel aan de hand van ITU-T subadres (zie "Inkomende routering" op pagina’s 156 tot 159).
• Ontvangen G3-faxberichten automatisch routeren naar het voorgeprogrammeerde e-mailadres of G3faxtoestel aan de hand van de fax-ID-code van de afzender (zie "Inkomende routering" op pagina’s 156 tot
159).
• Relayeer een internet-e-mail naar een G3-faxtoestel via gewone faxverzending (zie "Gerelayeerde
verzending" op pagina’s 181 tot 194).
• Scannen en afdrukken in netwerk.
Om van de bovengenoemde functies gebruik te kunnen maken, moet uw toestel juist ingesteld zijn in uw
netwerk. Neem contact op met uw netwerkbeheerder voor de eigenlijke instelprocedure in het
netwerk.
Kopieer het “Voorbereidende informatie”-formulier onderaan dit hoofdstuk op pagina 19, noteer het MACadres op het formulier en vraag uw netwerkbeheerder de overige informatie op het formulier in te vullen. Het
MAC-adres van uw toestel vindt u op de afdruk van de Faxparameterlijst (druk op FUNCTION
SET
6
4
).
Uw toestel kan ofwel als SMTP mail server ofwel als POP3 client worden ingesteld. Naargelang van de
instelling zijn de volgende verschillende functies beschikbaar.
Instelling
SMTP-server
Instelling
POP3-client
Informatie op papier verzenden als een internet-e-mail
Ja
Ja
Internetfaxbericht verzenden en ontvangen met Direct SMTPprotocol
Ja
Nee
Internet-e-mail automatisch ontvangen en afdrukken
Ja
Ja
Nee
Ja
Ontvangen G3-faxbericht of e-mail automatisch doorzenden
Ja
Ja
Ontvangen G3-faxbericht automatisch routeren
Ja
Ja
Een internet-e-mail naar G3-faxtoestel relayeren
Ja
Nee
Functie
Internet-e-mail manueel ontvangen en afdrukken
Opmerking
16
1 Om het faxtoestel als SMTP-mailserver te kunnen gebruiken, moet in het e-mailadres van uw
fax zijn unieke hostnaam in de domeinnaam van uw bedrijf staan. Deze unieke hostnaam moet
geregistreerd zijn in de DNS-server (Domain Name System) van uw netwerk. Voorbeeld:
[email protected]
2 Met automatisch wordt bedoeld onmiddellijke SMTP-overdracht of onmiddellijke POP3opvraging. Met manueel wordt bedoeld manuele opvraging van mail indien geconfigureerd als
POP3 client.
3 Indien u de netwerkparameters verkrijgt met behulp van DHCP, dient u contact op te nemen
met uw Netwerkbeheerder om het bekomen IP-adres op de Faxparameterlijst te reserveren.
4 Uw faxtoestel ontvangt, drukt af, zendt door of relayeert e-mails alleen in tekstberichtformaat
en als een TIFF-F-beeldbestand in bijlage.
Instelling als SMTP-mailserver
Om uw faxtoestel te installeren als een SMTP-mailserver moeten de volgende netwerkparameters in uw
netwerk en uw faxtoestel worden geprogrammeerd.
• IP-adres van de DNS-server (indien niet beschikbaar, zie opmerking 2)
• IP-adres van uw toestel
• Subnetmask van uw toestel
• Naam of IP-adres van de standaard SMTP-mailserver
• IP-adres van de standaard-gateway
• E-mailadres van uw toestel (zie opmerking 1)
• Hostnaam
• SMTP-verificatienaam (wanneer verificatie bij de SMTP-server is vereist)
• SMTP-verificatiewachtwoord (wanneer verificatie bij de SMTP-server is vereist)
E-mail (van uw toestel naar een pc) en directe ifaxverzending
[email protected]
SMTP01.panasonic.com
(SMTP-mailserver)
Directe ifaxverzending
Router(gateway)
POP02.panasonic.com
(POP-server)
SMTP
POP3
[email protected]
[email protected]
E-mail (van een pc naar uw toestel) en directe ifaxverzending
[email protected]
SMTP01.panasonic.com
(SMTP-mailserver)
Directe ifaxverzending
Router(gateway)
SMTP
[email protected]
Opmerking
[email protected]
1 Om het faxtoestel als SMTP-mailserver te kunnen gebruiken, moet in het e-mailadres van uw
fax zijn unieke hostnaam in de domeinnaam van uw bedrijf staan. Deze unieke hostnaam moet
geregistreerd zijn in de DNS-server (Domain Name System) van uw netwerk. Voorbeeld:
[email protected]
2 Het toestel vereist standaard het IP-adres van de DNS-server en vraagt u de naam van de
SMTP-server in te voeren. Wanneer de DNS-server niet beschikbaar is, verander dan
Faxparameter Nr. 160 (STANDAARD DOMEIN) in "1:Uit". Het toestel vraagt u dan het IPadres van de SMTP-server in te voeren.
17
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
Voorbereidende informatie
Voorbereidende informatie
Instelling als POP3-client
Om uw faxtoestel te installeren als een POP3-client moeten de volgende netwerkparameters in uw netwerk
worden geprogrammeerd.
• IP-adres van de DNS-server (indien niet beschikbaar, zie opmerking 2)
• IP-adres van uw toestel
• Subnetmask van uw toestel
• Naam of IP-adres van de standaard SMTP-mailserver
• IP-adres van de standaard-gateway
• POP-servernaam of IP-adres
• Gebruikersnaam van POP-account
• POP-wachtwoord
• E-mailadres van uw toestel (zie opmerking 1)
E-mailverzending (van uw toestel naar een pc)
[email protected]
SMTP01.panasonic.com
(SMTP-mailserver)
Router(gateway)
SMTP
POP3
POP02.panasonic.com
(POP-server)
[email protected]
E-mailontvangst (van een pc naar uw toestel)
[email protected]
SMTP01.panasonic.com
(SMTP-mailserver)
Router(gateway)
SMTP
POP3
POP02.panasonic.com
(POP-server)
[email protected]
Opmerking
18
1 Het e-mailadresformaat kan hetzelfde zijn als uw gewoon e-mailadres. Indien uw e-mailadres
[email protected]
is,
kan
het
e-mailadres
van
uw
toestel
[email protected] zijn.
2 Het toestel vereist standaard het IP-adres van de DNS-server en vraagt u de naam van de
SMTP-server en de POP-server in te voeren. Wanneer de DNS-server niet beschikbaar is,
verander dan Faxparameter Nr. 160 (STANDAARD DOMEIN) in "1:Uit". Het toestel vraagt u
dan het IP-adres van de SMTP-server en de POP-server in te voeren.
Het hele systeem kan maar behoorlijk werken via LAN nadat bepaalde gegevens en bijkomende
parameters zijn ingesteld. Neem contact op met uw netwerkbeheerder in verband met de nodige informatie
en aansluiting op het LAN.
Belangrijk: Neem een kopie van deze pagina en vraag uw Netwerkbeheerder de nodige gegevens in te
vullen. Breng de verkregen informatie aan op de achterzijde van de voorkaft van deze
handleiding zodat u ze later kunt raadplegen en gebruiken bij het opsporen en verhelpen van
problemen.
Gebruikersinformatie
Bedrijfsnaam
Adres
Afdeling
Plaats
Telefoonnr.
Staat
Faxnr.
Postcode
Internetparameters (Zie blz. 50)
(1) IP Adres:
(2) Subnet Mask:
(3) Standaad Routing IP Adres:
(4) DNS Server IP Adres:
(5) IP 2e DNS Server:
(6) E-mail Adres:
(7) SMTP Server Name:
(8) POP Naam Server:
(9) POP Gebr. Naam:
(10) POP Password:
(11) LDAP-servernaam:
(12) LDAP-login-naam:
(13) LDAP-wachtwoord:
(14) LDAP-zoekdatabase:
(15) Naam Host:
(16) Standaard Onderwerp:
(17) Standaard Domein:
Opmerking
SMTP Server Adres:
POP Naam Adres:
of
IP-adres van LDAP-server:
(18) Kies Domein:
6.
7.
8.
9.
10.
1.
2.
3.
4.
5.
(19) Password op Afstand:
(20) Relay Vrerz. Password:
(21) Email Adres Magager:
1.
2.
3.
4.
5.
(23) Community-Name (1):
(24) Community-Name (2):
(25) Naam Toestel:
(26) Locatie Toestel:
of
of
(22) Domaine Naam (domeinen geautoriseerd voor relaisverzending):
6.
7.
8.
9.
10.
1 Items in Vet geven informatie verstrekt door uw Netwerkbeheerder.
2 Het toestel vereist standaard het IP-adres van de DNS-server en vraagt u de naam van de
SMTP-server en de POP-server in te voeren (bovenstaande items 7 en 8). Wanneer de DNSserver niet beschikbaar is, verander dan faxparameter nr. 160 (STANDAARD DOMEIN) in
"1.Uit". Het toestel vraagt u dan het IP-adres van de SMTP-server en de POP-server in te
voeren.
3 Het MAC-adres van uw toestel vindt u zo nodig op de afdruk van de Faxparameterlijst als u
drukt op FUNCTION
6
4
SET
.
19
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
Voorbereidende informatie
Voorbereidende informatie
Verklaring van de inhoud
MAC-adres
: Het MAC-adres van uw toestel vindt u op de afdruk van de
Faxparameterlijst (druk op FUNCTION
SET
(1)
IP Adres:
: Het Internet Protocol (IP) adres toegekend aan uw toestel.
(2)
Subnet Mask:
: Het subnetmask-nummer.
).
(3)
Standaad Routing IP Adres:
: Het IP-adres van de standaard-gateway.
(4)
DNS Server IP Adres:
: Het IP-adres van de primaire DNS-server.
(5)
IP 2e DNS Server:
: Het IP-adres van de secundaire DNS-server.
(6)
E-mail Adres
: Het e-mailadres toegekend aan uw toestel. (Maximaal 60 tekens)
(7)
SMTP Server Name:
: De SMTP-servernaam (maximaal 60 tekens). Het IP-adres van de SMTPserver.
(8)
POP Naam Server:
: De POP-servernaam (maximaal 60 tekens). Het POP-servernaam IP-adres
(9)
POP Gebr. Naam:
: POP-gebruikersnaam. (Maximaal 40 tekens)
(10)
POP Password:
: POP-wachtwoord. (Maximaal 10 tekens)
(11)
LDAP-servernaam
: De LDAP-servernaam of IP-adres. (Maximaal 60 tekens)
(12)
LDAP-login-naam
: LDAP-login-naam. (Maximaal 40 tekens)
(13)
LDAP-wachtwoord
: LDAP-wachtwoord. (Maximaal 10 tekens)
(14)
LDAP-zoekdatabase
: LDAP-zoekdatabase. (Maximaal 60 tekens)
(15)
Naam Host
: Standaardinformatie die voor alle uitgaande e-mailberichten
onderwerpregel wordt toegevoegd. (Maximaal 40 tekens)
(16)
Standaard Onderwerp
: Specificeer de domeinnaam (maximaal 50 tekens) toe te voegen aan vaak
gebruikte
of
onvolledige
uitgaande
e-mailadressen
(d.w.z.
@yourcompany.com).
(17)
Standaard Domein
: De naam toegekend aan uw toestel. (Maximaal 60 tekens)
(18)
Kies Domein
: Voer maximaal 10 domeinnamen in die kunnen worden geselecteerd bij
manuele invoer van e-mailadressen. (Maximaal 30 tekens)
(19)
Password op Afstand
: Dit is een veiligheidswachtwoord (maximaal 10 tekens) waarmee u de
internetparameters en de automatische kiezer op afstand kunt
programmeren of het verslag opvragen via een e-mail.
(20)
Relay Vrerz. Password
: Voer een wachtwoord in dat netwerkbeveiliging biedt voor uw relaisstation
(voor G3-relais). (Maximaal 10 tekens)
(21)
Email Adres Magager
: Voer het e-mailadres van uw afdelingshoofd in voor het informeren over
alle transmissies via het internet voor supervisie en kostencontrole.
(Maximaal 60 tekens)
(22)
Domaine Naam
: Voer tot 10 domeinnamen in die toegang krijgen tot uw internetfax voor een
verzoek tot relaisverzending (Relayed XMT Request). (Maximaal 30
tekens)
(23)
Community-Name(1):
: Groepsnaam gebruikt voor de Network Device Locator. (Maximaal 32
tekens).
(24)
Community-Name(2):
: Groepsnaam gebruikt voor de Network Device Locator. (Maximaal 32
tekens).
(25)
Naam Toestel
: Apparaatnaam gebruikt voor de Network Device Locator. (Maximaal 32
tekens).
(26)
Locatie Toestel
: Locatie van apparaat voor de Network Device Locator. (Maximaal 32
tekens).
Opmerking
20
6 4
aan
1 Alle IP-adressen bestaan uit 4 delen gescheiden door punten “.” (d.w.z. 165.113.245.2). Voor
de duidelijkheid kunt u met de * toets ook een punt “.” invoeren bij het invoeren van het IPadres.
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
Internetcommunicatiefuncties
Verzenden van internetfax
Met uw toestel kunt u documenten via het internet naar een andere internetfax of een pc zenden. Het
document wordt eerst gescand en geconverteerd in een TIFF-F beeldbestand of PDF-bestand* en dan
verzonden als een bijlagebestand bij een e-mailbericht met behulp van MIME-codering.
Opmerking: Het PDF-bestand is alleen beschikbaar wanneer u het document(en) naar een pc zendt.
Het e-mailsysteem aan ontvangzijde moet MIME ondersteunen. Anders wordt het bestand in bijlage
losgekoppeld en gaat het verloren.
Wanneer u een e-mailbericht verzendt, gebruikt uw toestel Simple Mail Transfer Protocol (SMTP) voor de
overdracht van uw uitgaande e-mail naar uw SMTP-mailserver, die op zijn beurt SMTP gebruikt om uw email naar het internet te zenden.
Leveringsbericht van internetfax (MDN)
Indien de afzender (internetfax) een bevestiging van verwerking wenst, moet het om een “Message
Disposition Notification” vragen bij het zenden van het bericht naar een apparaat dat deze meldingsfunctie
ondersteunt.
Verschillende e-mailapplicaties zoals Eudora en Outlook Express ondersteunen de bevestigingsmelding
van levering afkomstig van de internetfax en kunnen deze beantwoorden. Eveneens kunnen ze een
verzoek tot melding naar de internetfax zenden door middel van e-mailapplicaties die de MDN (Message
Disposition Notification) functie ondersteunen.
Raadpleeg voor meer bijzonderheden over MDN een passende referentie zoals het Helpbestand en de
Gebruikershandleiding van elke respectievelijke e-mailapplicatie.
Verzenden van internetfax
Melding antwoordmogelijkheid
berichtleveringsmelding (MDN)
MD
N
-ve
rzo
ek
id
he
lijk MDN
e
og
Internetfax
rdm
oo
g
ldin
tw
an
Internetfax
Me
ek
rzo
e
N-v
MD
PC
Eudora, Outlook Express enz.
MD
N-a
ntw
oor
d
PC
Eudora, Outlook Express enz.
Legende :
: MDN-verzoek van uitgaand toestel
: MDN-antwoord met meldingsmogelijkheid van de ontvanger
: MDN-antwoord van de ontvanger
21
Internetcommunicatiefuncties
Direct SMTP (directe ifaxverzending)
Simple Mail Transfer Protocol (SMTP) wordt gebruikt voor betrouwbare en efficiënte overdracht van mail.
Een belangrijk kenmerk van SMTP is de mogelijkheid om e-mail door verschillende netwerken over te
brengen, gewoonlijk SMTP-mailrelais genaamd, door middel van SMTP-server.
Met Direct SMTP kunt u documenten rechtstreeks naar een andere internetfax zenden zonder gebruik te
maken van een SMTP-server. Voor een betrouwbare werking van functie moet het IP-adres ongewijzigd
blijven (vraag de netwerkbeheerder het IP-adres te reserveren). De domeinnaam van de toestellenen
andere recordinformatie moet behoorlijk in de DNS-server worden geregistreerd.
Daarenboven worden in gewone gevallen alleen e-mail en webservice van het internet tot het
bedrijfsintranet toegelaten, en zijn netwerkbeheerders van bedrijven uitermate tegen het openstellen van de
firewall voor andere inkomende services omdat elk open pad een bijkomende potentiële bedreiging voor de
veiligheid vormt.
Hierdoor wordt Direct SMTP aantrekkelijk omdat het in het gehele Intranet van de organisatie functioneert.
Uitwisseling van mogelijkheden en inhoudsonderhandelingen zijn eveneens voorzien om te genieten van de
voordelen tussen internetfaxcommunicaties.
LAN
Direct SMTP
Uitwisseling van mogelijkheden
Internetfax
Typische
SMTP-routering
Internetfax
SMTP-server
Internet
22
Ontvangen van internetmail
Uw machine kan een van op pc verzonden e-mail automatisch of manueel ontvangen en afdrukken,
afhankelijk van de ingestelde configuratie. Indien het ontvangen e-mailbericht echter een bijlagebestand
bevat in een ander formaat dan TIFF-F - zoals PDF, Word, Excel, PowerPoint - drukt uw toestel een
foutbericht af.
Internetfax
LAN
LAN
Internetfax
Verzenden van
internetfax
Internet
Ontvangen
van internetmail
PC
PC
23
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
Internetcommunicatiefuncties
Internetcommunicatiefuncties
Inkomende routering
Door middel van de functie “Inkomende routering” kan uw toestel documenten die het ontvangt van een G3faxtoestel via de telefoonlijn routeren naar een e-mailadress(en)of naar een internetfaxtoestel(len)
aangesloten op een LAN in de vorm van een e-mail, evenals naar een ander(e) G3-faxtoestel(len).
Bij ontvangst van een inkomende internetfax, een e-mailbericht of een gewoon faxdocument, controleert uw
toestel het volgende:
1. Ten eerste, of er een subadres op staat. Zo ja, dan zoekt het toestel naar een overeenstemmend
subadres in zijn automatische kiezer en routeert het de documenten naar de e-mailadres(sen) en/of
faxnummer(s) van de overeenkomstige toestellen.
2. Is geen subadres vermeld, dan probeert uw toestel de numerieke ID van het uitgaande faxtoestel in
overeenstemming te brengen met de TSI-routeringsinformatie in zijn automatische kiezer en routeert het
de documenten naar de e-mailadres(sen) en/of faxnummer(s) van de overeenkomstige toestellen.
Internetfax
LAN
E-mail
Faxontvangst
Internetfax
G3-fax
Doorsturen
naar een G3-fax
PC
G3-fax
Opmerking
24
1 Indien het uitgaande faxtoestel de bovengenoemde subadresfunctie niet ondersteunt, kunnen
geen subadresbestemmingen worden geselecteerd.
2 Uw machine maakt het mogelijk hetzelfde subadresnummer te gebruiken voor een emailadres en een telefoonnummer. Het maakt het eveneens mogelijk meerdere emailadressen en/of faxnummers te “taggen” voor routering.
Fax doorzenden
Uw toestel kan alle ontvangen internet-e-mail of gewone
voorgeprogrammeerde G3-fax of een pc-bestemming doorsturen.
G3-faxdocumenten
naar
een
Internetfax
LAN
Doorsturen naar een G3-fax
G3-fax
of
E-mail
Doorsturen naar een pc
PC
G3-fax
Netwerkscanner
Uw toestel kan worden gebruikt als netwerkscanner door eenvoudig een beeld naar een pc te zenden in de
vorm van een TIFF-F bijlage bij een e-mailbericht.
Deze functie werd uitgebreid door middel van een nieuwe faxparameter nr. 164 (KOPREGEL IFAX),
waardoor u kunt selecteren of de kopregel al dan niet moet worden meegestuurd met een document naar
een adres in hetzelfde domein als aangegeven in de standaarddomeinparameter. (Zie opmerking 1)
LAN
Internetfax
PC
PC
Opmerking
1 Bij een verzending naar een ander domein dan aangegeven in de standaarddomeinparameter
wordt de kopregel meegestuurd ongeacht de selectie.
25
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
Internetcommunicatiefuncties
Internetcommunicatiefuncties
Netwerkprinter
Uw toestel kan worden gebruikt als netwerkprinter door eenvoudig de op uw pc met behulp van
verschillende softwareapplicaties gecreëerde documenten naar uw toestel te zenden via TCP/IP-protocol.
De instelling van uw toestel als netwerkprinter verloopt in twee fasen. In de eerste fase downloadt u de
software (pinterstuurprogramma en LPR) van de onderaan vermelde website of u installeert de software
van op de meegeleverde CD-ROM.
In de tweede fase moet u de software op uw pc installeren en configureren zodat hij met uw toestel werkt.
(Voor bijzonderheden over de installatie van het printerstuurprogramma en de bediening, zie website.)
U kunt het printerstuurprogramma en de LPR-monitor van Panasonic downloaden van een van de volgende
webadressen:
http://www.panasonic.co.jp/mgcs/internetfax/
http://www.panasonic.com/internetfax
LAN
Internetfax
Afdrukken
PC
Opmerking
26
1 IP-adres, subnetmask en standaard-gateway IP-adres (TCP/IP gateway-adres) moeten op uw
toestel worden geprogrammeerd voor gebruik als een netwerkprinter.
Relaisverzending
Met uw toestel kunt u een e-mailbericht dat u hebt ontvangen van een internetfax of van een pc aangesloten
op het LAN, via een telefoonlijn naar meerdere faxtoestellen zenden. U kunt bestanden met het TIFF-Fformaat aan deze e-mail koppelen.
Aan de hand van het subadres gespecificeerd door het uitgaande faxtoestel, kan uw toestel dan de
ontvangen documenten via een e-mailbericht naar het toestel op afstand zenden, welk dan deze
documenten naar eindbestemmingen kan doorsturen waar de eindontvanger bestaat uit een gewoon G3faxtoestel.
Uw toestel kan ook een databestand van uit verschillende applicaties zoals rekenblad converteren in een
bestand van TIFF-F-formaat en dan dit bestand gekoppeld aan een e-mailbericht verzenden.
Om applicaties te converteren in een bestand van TIFF-F-formaat moet u echter eerst de software
downloaden (TIFF Converter en mailkoppelingsprogramma voor MAPI) van de hieronder vermelde website
ofwel de software installeren van op de meegeleverde CD-ROM. (Opgeslagen onder de map
English\Extra\Tiff Converter). In tweede instantie moet u de software op uw pc installeren.
(Voor bijzonderheden over de installatie van de software en de bediening, zie website.)
U kunt de software van Panasonic downloaden van een van de volgende webadressen:
http://www.panasonic.co.jp/mgcs/internetfax/
http://www.panasonic.com/internetfax
Internetfax
Doorsturen naar een G3-fax
LAN
Internetfax
G3-fax
Doorsturen naar een G3-fax
G3-fax
E-mail
Doorsturen naar
een G3-fax
PC
G3-fax
27
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
Internetcommunicatiefuncties
Internetcommunicatiefuncties
Dynamic Host Configuration Protocol (DHCP)
DHCP is een protocol voor het dynamisch toewijzen van IP-adressen aan internetfax- en client-pc’s. Met
DHCP kan een internetfax automatisch een uniek IP-adres verkrijgen telkens als het wordt verbonden met
een netwerk, hetgeen het IP-adresbeheer voor de netwerkbeheerders vergemakkelijkt. Wanneer een
internetfax zich aanmeldt op het netwerk, selecteert de DHCP-server een IP-adres uit een masterlist en
wijst dat toe aan het systeem.
Indien u de volgende opties op uw internetfax wilt activeren, moet u een statisch IP-adres (gereserveerd
door een Netwerkbeheerder) en configuraties gebruiken in plaats van de DHCP-methode.
SMTP-ontvangst
G3-gateway
Direct SMTP (directe ifaxverzending)
SMTP-verificatie
De opkomst van het internet als wereldwijde digitale infrastructuur heeft de markt voor
communicatiegerichte apparaten een enorme stimulans gegeven. De niet-objectgerichte
beveiligingstechniek is echter ruim verspreid geworden en wordt op grote schaal toegepast in het internet
omwille van heel wat redenen.
1. Internetmail is een architectuur van meermaals opslaan en doorzenden (store and forward), wat het
gebruik van kanaalgebonden beveiliging doorgaans moeilijk maakt.
2. Geen enkele individuele techniek wordt door de internetfaxstandaard aanbevolen.
Een typische oplossing om het systeem te verbeteren en te versterken bestaat uit verificatie door
technieken op basis van encryptie. De technieken kunnen worden gekoppeld aan het zendkanaal, door
bijvoorbeeld het gebruik van Simple Authentication and Security Layer (SASL).
Sommige InternetServiceProviders (ISP) maken gebruik van internetmailservice door te zorgen voor een
verificatiefunctie.
Uw internetfax biedt de volgende drie verificatieopties.
1. SMTP-serviceuitbreiding voor verificatie (SMTP AUTH) – tijdens het zenden
2. Lichtgewicht “challenge-response”-mechanisme POP (APOP) – tijdens het ontvangen
3. POP vóór SMTP – voert POP-procedure uit vóór elke SMTP-operatie
Lightweight Directory Access Protocol (LDAP)
Uw internetfax beschikt over een handige LDAP-clientfunctie om het zoeken naar e-mailadressen van
ontvangers van op de LDAP-server te activeren, als hulp bij het invoeren van lange e-mailadressen.
Het Lightweight Directory Access Protocol (LDAP) is een protocol voor toegang tot onlinerepertoriumdiensten. Een LDAP-client maakt een verbinding met een LDAP-server en stelt een vraag.
De server geeft een antwoord.
Uw internetfax geeft het zoekresultaat van de LDAP-server weer op het LCD-display. Hierdoor kunt u vlot
de ontvangers kiezen waarnaar u wilt zenden en hoeft u geen tijdrovende, lange en ingewikkelde emailadressen in te voeren.
28
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
Belangrijke informatie
Uw toestel gebruikt dezelfde communicatieprotocollen als e-mail: het Simple Mail Transfer Protocol
(SMTP). Hieronder volgt een opsomming van de verschillen met een standaard G3-faxcommunicatie via het
openbare telefoonnetwerk (PSTN).
Verschillen tussen internetfax en gewone fax
Een gewoon faxtoestel haakt af, kiest een nummer en het telefoonnetwerk brengt een keten tot stand over
de telefoonlijnen naar de ontvangende fax. U betaalt voor de keten. De twee faxen onderhandelen over een
verbinding, synchroniseren en wisselen beeldgegevens uit.
De internetfax werkt als een e-mail, de beeldgegevens worden opgesplitst in pakketten en verzonden door
uw Local Area Network (LAN) naar het Internet of Intranet in plaats van gebruik te maken van het netwerk
van een telefoonoperator, zodat u langeafstandskosten bespaart.
Bevestiging na verzending van document
1. Uw toestel maakt geen rechtstreekse verbinding met de eindbestemming (zie opmerking onderaan),
maar met een mailserver via LAN. Daarom is het mogelijk dat, indien een document niet correct kan
worden verzonden wegens een fout, het foutieve e-mailbericht van op de mailserver naar uw toestel
wordt teruggezonden.
2. De terugzending van het foutieve e-mailbericht kan heel wat tijd in beslag nemen (20 tot 30 minuten)
afhankelijk van de bestemming, de drukte op het netwerk of de configuratie van het LAN-systeem.
3. Afhankelijk van de mailserver is het ook mogelijk dat foutieve mail helemaal niet wordt teruggezonden.
Daarom is het aan te bevelen bij het verzenden van belangrijke of tijdgevoelige documenten, aansluitend
de ontvangst te bevestigen met een telefoontje.
4. Documenten kunnen niet correct worden verzonden indien de mailserver op de plaats van bestemming
niet voldoet aan het MIME-protocol. Foutieve mail kan mogelijk niet worden teruggezonden afhankelijk
van de mailserver.
Opmerking:
1) Indien faxparameter 172 (DIRECT IFAX XMT) "Aan" staat, kunt u een snelkiestoets /
verkortenummertoets configureren zodat u rechtstreeks naar de bestemming kunt zenden zonder
bemiddeling van SMTP.
2) Uw toestel ondersteunt de functie Leveringsbericht. (Zie blz. 101)
Uw toestel kan niet telefoneren via LAN
Uw toestel kan alleen telefoneren via een gewone telefoonlijn (PSTN).
Dubbelepoortcommunicatie
Door de mogelijkheid voor dubbelepoortcommunicatie van uw toestel, is gelijktijdige G3-faxcommunicatie
via gewone telefoonlijn (PSTN) en LAN-communicatie mogelijk.
Verzendingsresolutie
Met het oog op verzending via pc is de resolutie door de fabrikant standaard op FIJN-modus ingesteld.
Deze instelling kan zo nodig in Normaal worden gewijzigd.
29
Belangrijke informatie
Ontvangen van internetmail
1. Uw toestel kan tekst-e-mail ontvangen van een pc en ANSI-tekens afdrukken. Bij ontvangst van een
teken dat het niet herkent, zal het een "❚"-symbool afdrukken.
2. Lettertype en tekengrootte van ontvangen e-mail zijn vast en kunnen niet worden gewijzigd.
3. Tekst-e-mail wordt afgedrukt op ongeveer 72 regels per pagina. Het gebruik van papierformaat A4/Letter
is aanbevolen.
4. Indien de ontvangen tekst-e-mail een bijlagebestand bevat in een ander formaat dan TIFF-F - zoals
Word, Excel, PowerPoint - drukt uw toestel echter een foutbericht af.
5. Indien de ontvangen e-mail gekoppelde beeldbestanden van TIFF-F-formaat bevat, worden de tekst en
het beeldbestand in TIFF-F-formaat op afzonderlijke pagina’s afgedrukt.
Een document naar een pc zenden via LAN
Wanneer een document naar een e-mailadres wordt verzonden, worden de volgende instructies verzonden
in de vorm van een tekstbericht naast het beeldbestand in TIFF-F-formaat.
Aan deze e-mail zijn beeldgegevens in TIFF-F-formaat gekoppeld. U kunt de TIFF-F Image Viewer
downloaden van de volgende webadressen:
http://www.panasonic.co.jp/mgcs/internetfax/
http://www.panasonic.com/internetfax
Opmerking: Indien het verzonden document(en) in PDF-formaat is, verschijnt echter het volgende bericht.
Aan deze e-mail zijn beeldgegevens in PDF-formaat gekoppeld.
Relaisverzending van internetfax
Om te voorkomen dat onbevoegde toestellen toegang krijgen tot uw relaistoestel voor relaisverzending over
het internet, moet u uw netwerkbeveiliging instellen. Voer een Relaistoestelnaam in, die verborgen is voor
de eindbestemmingen, en een e-mailadres van manager voor de melding van alle relaisverzendingen via
het internet.
30
Eerste
Kennismaking
met uw Toestel
memo
31
Installatie van het Toestel
Het toestel en zijn toebehoren
Maak de doos leeg en controleer of alle hieronder afgebeelde onderdelen aanwezig zijn.
Faxtoestel
Tonerpatroon
Afdrukpapierplaat
Telefoonsnoer
Netsnoer
Handleiding
Telefoonsnoeradapter
(zie Opmerking)
Repertoriumdekblad
(zie Opmerking)
CD-ROM
Opmerking
32
1 De vorm van telefoon- en netsnoeren kan per land verschillen.
2 De telefoonsnoeradapter en repertoriumdekblad is alleen verkrijgbaar in sommige landen.
Installatie van
het Toestel
Toebehoren installeren
Uitzicht na volledige installatie
Afdrukpapierplaat
Haak de uitsteeksels vast in de
vierkante gaatjes op het toestel.
33
Tonerpatroon installeren
1
Pak het tonerpatroon uit en schud het 5 of 6
keer heen en weer (zoals afgebeeld) om de
Tonerpatroon
toner gelijkmatig te verdelen in het patroon.
2
3
34
Verwijder de beschermstrip.
Opm.:Trek het zegel langzaam en recht
naar voren uit.
Open het printerdeksel.
Printerdeksel
4
Aligneer het pijltje en de pin aan beide zijden,
zoals aangegeven, en schuif het tonerpatroon
in het toestel.
Opm.:Zet de tonercassette op zijn plaats
vast door de hendel naar beneden
te drukken en hem dan naar de
achterkant van de machine te
drukken.
5
6
Printerdeksel
Sluit het printerdeksel degelijk af.
Bij het vervangen van de tonerpatroon is het
aangeraden de afdrukrol te reinigen om de
afdrukkwaliteit optimaal te houden.
Om de
afdrukrol te reinigen, volgt u de instructies op
blz. 234.
Opmerking
1 Gebruikte tonercassettes moeten worden weggedaan volgens de plaatselijk geldende
voorschriften.
35
Installatie van
het Toestel
Tonerpatroon installeren
Afdrukpapier aanbrengen
Hoe afdrukpapier aanbrengen
Papiersoort
In het algemeen geven de meeste soorten schrijfpapier goede resultaten. Ook de meeste soorten
fotokopieerpapier zijn geschikt. Er zijn uiteraard veel “merk” soorten papier beschikbaar. Wij raden u aan
verscheidene soorten papier uit te proberen tot u echt het resultaat haalt dat u beoogt. Voor meer details
over de aanbevolen papiersoort(en). (Zie blz. 241)
Hoe afdrukpapier aanbrengen
1
Til de papiercassette iets op en schuif hem uit
de machine.
Papiercassette
2
Verwijder het deksel van de cassette.
Deksel van de cassette
3
1. Verwijder de transportschroef waarmee
de drukplaat is vastgezet.
2. Bewaar de schroef voor later door hem in
de stijl onder het deksel van de
papiercassette te draaien.
Transportschroef
Deksel van de cassette
36
Afdrukpapier aanbrengen
4
Markering voor de
maximum papiercapaciteit
Papierbreedtegeleider
1. Leg het papier in de papiercassette.
Schuif de papiergeleider naar links,
zodat hij net in aanraking komt met de
papierstapel zonder het papier in de
verdrukking te brengen. Het papier moet
recht en strak tussen de papiergeleider
en de rechterkant van de papierlade
liggen. Als dit niet het geval is, kan het
papier niet goed worden doorgevoerd en
kunnen er papierstoringen optreden.
Opgepast: Controleer of het papier onder
de metalen papierseparatoren
ligt en dat de papierstapel niet
boven de markering voor de
maximum
papiercapaciteit
uitkomt. U kunt ongeveer 250
vellen papier (met een
gewicht van 75 g/m2) in de
cassette leggen. Zie blz. 241
voor specificaties van het
papier.
2. Plaats het deksel van de papiercassette
terug.
3. Schuif de papiercassette in de machine.
37
Installatie van
het Toestel
Hoe afdrukpapier aanbrengen
De papiercassette instellen op de papierlengte
Het instellen van de papiercassette op de papierlengte
De papiercassette is op de fabriek ingesteld op de papierlengte van A4 papier. Volg onderstaande
aanwijzingen om de papiercassette in te stellen op de papierlengte van de formaten Letter of Legal.
1
Vrijmaakhendel
Papierlengtegeleider
Papierbreedtegeleider
Markering
voor de
maximum
papiercapaciteit
LTR
A4
LGL
2
1. Neem het papier uit de papiercassette en
leg de cassette ondersteboven op een
vlakke ondergrond.
2. Druk de vrijmaakhendel omlaag en trek
de lengtegeleider uit de cassette.
3. Leg de papiercassette recht op.
4. Steek de haken van de lengtegeleider in
de gleuven voor het te gebruiken
papierformaat (Letter of Legal) en schuif
de geleider naar achteren totdat hij vast
klikt.
5. Leg het papier in de papiercassette.
Schuif de papiergeleider naar links,
zodat hij net in aanraking komt met de
papierstapel zonder het papier in de
verdrukking te brengen. Het papier moet
recht en strak tussen de papiergeleider
en de rechterkant van de papierlade
liggen. Als dit niet het geval is, kan het
papier niet goed worden doorgevoerd en
kunnen er papierstoringen optreden.
Opgepast: Controleer of het papier onder
de metalen papierseparatoren
ligt en dat de papierstapel niet
boven de markering voor de
maximum
papiercapaciteit
uitkomt. U kunt ongeveer 250
vellen papier (met een
gewicht van 75 g/m2) in de
cassette leggen. Zie blz. 241
voor specificaties van het
papier.
6. Leg het deksel van de papiercassette op
de juiste positie (A4, LTR of LGL).
7. Schuif de papiercassette in de machine.
De instelling van het faxpapierformaat van
faxparameter nr. 23 moet overeenkomen met
het papier dat in de cassette ligt. Als u
faxpapier van een ander formaat gebruikt,
moet u de instelling ook wijzigen. (Zie blz. 79)
Opmerking
38
1 Als u de instelling van het faxpapierformaat van faxparameter nr. 23 vergeet in te stellen nadat
u een ander papierformaat in de cassette heft gelegd, stopt de eenheid na het afdrukken van
de 1ste pagina van het binnengekomen faxbericht met afdrukken en toont een "PAPER SIZE
MISMATCH" (papierformaat wijkt af) melding. De instelling van het faxpapierformaat wordt
vervolgens automatisch op het juiste formaat ingesteld, waarna het afdrukken vanaf de 1ste
pagina wordt hervat.
De papiercassette instellen op de papierbreedte
De papiercassette is op de fabriek ingesteld op de papierbreedte van A4 papier. Volg onderstaande
aanwijzingen om de papiercassette in te stellen op de papierbreedte van de formaten Letter of Legal.
1
1. Zet
de
hendel
van
de
linker
papierseparator vrij.
2. Trek de papierseparator omhoog om
hem te verwijderen.
3. Plaats de papierseparator in de LTR/LGL
gleuf.
4. Druk de papierseparator omlaag en hem
vast te zetten.
Papierseparator
2
Papierbreedte
geleider
Markering
voor de
maximum
papiercapaciteit
LTR
A4
LGL
3
1. Leg het papier in de papiercassette.
Schuif de papiergeleider naar links,
zodat hij net in aanraking komt met de
papierstapel zonder het papier in de
verdrukking te brengen. Het papier moet
recht en strak tussen de papiergeleider
en de rechterkant van de papierlade
liggen. Als dit niet het geval is, kan het
papier niet goed worden doorgevoerd en
kunnen er papierstoringen optreden.
Opgepast: Controleer of het papier onder
de metalen papierseparatoren
ligt en dat de papierstapel niet
boven de markering voor de
maximum
papiercapaciteit
uitkomt. U kunt ongeveer 250
vellen papier (met een
gewicht van 75 g/m2) in de
cassette leggen. Zie blz. 241
voor specificaties van het
papier.
2. Leg het deksel van de papiercassette op
de juiste positie (A4, LTR of LGL).
3. Schuif de papiercassette in de machine.
De instelling van het faxpapierformaat van
faxparameter nr. 23 moet overeenkomen met
het papier dat in de cassette ligt. Als u
faxpapier van een ander formaat gebruikt,
moet u de instelling ook wijzigen. (Zie blz. 79)
Opmerking
1 Als u de instelling van het faxpapierformaat van faxparameter nr. 23 vergeet in te stellen nadat
u een ander papierformaat in de cassette heft gelegd, stopt de eenheid na het afdrukken van
de 1ste pagina van het binnengekomen faxbericht met afdrukken en toont een "PAPER SIZE
MISMATCH" (papierformaat wijkt af) melding. De instelling van het faxpapierformaat wordt
vervolgens automatisch op het juiste formaat ingesteld, waarna het afdrukken vanaf de 1ste
pagina wordt hervat.
39
Installatie van
het Toestel
Het instellen van de papiercassette op de papierbreedte
Aansluiten van telefoonsnoer en netsnoer
■ Netsnoer
Steek het stekkergedeelte van het netsnoer in een gewoon stopcontact en het andere uiteinde in de
voedingsaansluiting op de achterzijde van het toestel.
Waarschuwing : het stopcontact moet van die aard zijn dat het toestel correct geaard is.
Netsnoer (meegeleverd)
Telefoonsnoer
Steek het ene uiteinde van het telefoonsnoer in de contactdoos van de telefoonmaatschappij en het andere
uiteinde in het LINE-aansluitpunt op de linkerzijde van het toestel.
Telefoonaansluiting
Telefoonsnoer (meegeleverd)
■ Ethernet-LAN-kabel
10Base-T/100Base-TX Ethernet Hub
Opmerking
40
Ethernet LAN (10Base-T/100Base-TX)
kabel (niet meegeleverd)
1 Uw toestel verbruikt weinig stroom en moet altijd ingeschakeld blijven. Als de netspanning te
lang uitgeschakeld blijft, kan de klok stil blijven staan.
2 De vorm van telefoon- en netsnoeren kan per land verschillen.
3 De telefoonsnoeradapter is alleen verkrijgbaar in sommige landen.
Installatie van
het Toestel
Aansluiten van telefoonsnoer en netsnoer
Externe telefoon (optioneel)
U kunt een bijkomende standaard
telefoon met één lijn op het toestel
aansluiten. Om de telefoon aan te
sluiten, dient u de beschermlip op
de TEL-aansluiting af te breken.
RJ-45 LAN-aansluiting
(10Base-T/100Base-TX)
LINK-lamp
Licht op wanneer aangesloten op het LAN.
Lamp licht niet op indien LAN-kabel defect is
(en barsten vertoont).
ACTIVITY-lamp
Knippert wanneer er dataverkeer op het LAN is.
LAN-kabel
(10Base-T/100Base-TX-kabel)
Steek de stekker in totdat u een klik hoort.
(LAN-kabel wordt niet met het faxtoestel meegeleverd.)
Koop een kabel van categorie 5, die voldoet aan de norm
EIA/TIA 568-A-5.
41
Landcode instellen
Voor sommige landen zal het toestel u vragen de landcode in te stellen nadat u het hebt ingeschakeld. Het
volgende bericht verschijnt op het display.
LANDENNUMER
SELENTEER MET ∨ ∧
Volg de onderstaande procedure om uw landcode in te stellen.
1
herhaaldelijk totdat uw land op het
display verschijnt.
of
NEDERLANDS?
DRUK OP INSTELLEN
herhaaldelijk totdat uw land op het
display verschijnt.
2
42
1
GEREED
Het toestel kan met één van beide kiesmethodes (toon of puls) werken, naar gelang van het type van de
telefoonlijn waarop u bent aangesloten.Volg de onderstaande procedure als u de kiesmethode moet
omschakelen naar toon of puls.
1
7
2
INSTELMODE
(1-8)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
FAX PARAMETER(1-177)
NR.=❚
4
3
06 KIESMETHODE
2:TOONKIEZEN
0
4
6
06 KIESMETHODE
1:PULSKIEZEN
1
voor "PULSKIEZEN"
of
of
06 KIESMETHODE
2:TOONKIEZEN
2
voor "TOONKIEZEN".
5
Opmerking
1 In sommige landen is deze mogelijkheid niet beschikbaar, afhankelijk van de voorschriften in
dat land. Deze mogelijkheid verschijnt niet op het display.
43
Installatie van
het Toestel
Kiesmethode instellen (toon of puls)
Volumeregeling
U kunt het monitor- en het beltoonvolume op uw toestel regelen. Door de ingebouwde luidspreker kunt u de
kiestoon, de kiessignalen en de bezettoon horen. Het toestel gaat rinkelen als het een oproep ontvangt.
Luidsprekervolume
1
2
* LUIDSPREKER *
❚
U hoort de kiestoon via de luidspreker.
VOLUME LUIDSPREKER
LANG ❚❚❚❚❚❚❚❚ HOOG
om het volume te verhogen
(meermaals indien nodig).
of
VOLUME LUIDSPREKER
LANG
HOOG
om het volume te verlagen
(meermaals indien nodig).
3
Belsterkte
1
2
Stand-by
03-12-2002 15:00
00%
BELVOLUME
(((( ☎ ))))
om het volume te verhogen
(meermaals indien nodig).
of
BELVOLUME
☎
om het volume te verlagen
(meermaals indien nodig).
3
Opmerking
44
1 Ook het volume van het toetsgeluid en van de zoemer kunt u regelen d.m.v. faxparameter
nr.010 (TOON TOETS/ZOEMER). (Zie blz. 78)
Gebruikerparameters
Uw faxtoestel beschikt over een aantal basis-instelwaarden (gebruikerparameters) waarmee u kunt
bijhouden welke documenten u hebt verzonden of ontvangen. Zo houdt de ingebouwde klok de datum en
het juiste uur bij, terwijl uw LOGO en ID-nummer aan andere partijen vertelt wie u bent.
Datum en uur instellen
Wanneer het toestel in standby staat, geeft het display de datum en het uur weer. Zodra u die hebt
opgegeven, loopt de klok en hebt u er geen omzien meer naar.
1
2
INSTELMODE
(1-8)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
7
1:GEBR.PARAMETERS?
DRUK OP INSTELLEN
1
3
4
KLOK INSTELLEN
❚1-01-2002 00:00
Geef nieuwe datum en uur op.
Vb: 0 3
Datum : 3ste
1 2
Maand : 12
2 0 0 2
Jaar
KLOK INSTELLEN
03-12-2002 15:00
: 2002
Uur
: 15:00
1 5 0 0
Als u een fout maakt, gebruikt u
of
om de cursor te
verplaatsen naar het foutieve cijfer en tikt u het nieuwe
cijfer er overheen.
5
45
Installatie van
het Toestel
Algemene beschrijving
Gebruikerparameters
Uw LOGO opgeven
Wanneer u een document verzendt, verschijnt uw LOGO bovenaan op de afdruk die uit het faxtoestel van
de bestemmeling komt.
Aan de hand van uw LOGO weet iemand die uw document ontvangt onmiddellijk vanwaar het komt.
1
2
7
INSTELMODE
(1-8)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
1:GEBR.PARAMETERS?
DRUK OP INSTELLEN
1
3
LOGO INSTELLEN
❚
tot op het display verschijnt:
4
Voer uw LOGO in (max. 25 letters en cijfers) m.b.v. het
toetsenbord.
Vb: P A N A S O N I C
Als u een fout maakt, gebruikt u
of
om de cursor
achter het foutieve karakter te plaatsen, drukt u op
CLEAR en tikt u het juiste karakter in.
Als meer dan 19 karakters worden ingevoerd, rollen de
linkse karakters van het scherm.
5
46
LOGO INSTELLEN
PANASONIC❚
Gebruikerparameters
Wanneer u verzendt of ontvangt, zal, indien het toestel van de andere partij is toegerust voor een letter-ID,
uw letter-ID op het display van dat toestel verschijnen, terwijl de letter-ID van de andere partij op uw display
te zien is.
1
7
2
INSTELMODE
(1-8)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
1:GEBR.PARAMETERS?
DRUK OP INSTELLEN
1
3
KARAKTER ID INSTEL.
❚
tot op het display verschijnt:
4
Voer uw letter-ID in (max. 16 letters en cijfers) m.b.v. het
toetsenbord.
KARAKTER ID INSTEL.
HEAD OFFICE❚
Vb: H E A D
O F F I C E
Als u een fout maakt, gebruikt u
of
om de cursor
achter het foutieve karakter te plaatsen, drukt u op
CLEAR en tikt u het juiste karakter in.
5
Opmerking
1 Voor een letter-ID kunt u geen gebruik maken van volgende bijzondere (accent) letters: Å, Ä,
Ö, Ü, Æ, É, È, en Ñ.
47
Installatie van
het Toestel
Uw letter-ID opgeven
Gebruikerparameters
Uw ID-nummer (nummer van uw faxlijn) opgeven
Wanneer u verzendt of ontvangt zal, als het toestel van de andere partij niet is toegerust voor een letter-ID
maar wel voor een ID-nummer, uw ID-nummer op het display van dat toestel verschijnen, terwijl het IDnummer van de andere partij op uw display te zien is.
We geven u de raad als ID-nummer het nummer van uw faxlijn te gebruiken, maar ook om het even welk
ander nummer (van max. 20 cijfers) voldoet.
1
INSTELMODE
(1-8)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
7
2
1:GEBR.PARAMETERS?
DRUK OP INSTELLEN
1
3
TEL NR. INSTELLEN
❚
tot op het display verschijnt:
4
Voer uw ID in (max. 20 cijfers) m.b.v. het toetsenbord en
toets om tussen de cijfers een spatie in te voeren.
Vb: 2 0 1
5 5 5
Als u een fout maakt, gebruikt u
TEL NR. INSTELLEN
201 555 1212❚
1 2 1 2
of
om de cursor
achter het foutieve cijfer te plaatsen, drukt u op CLEAR
en tikt u het juiste cijfer in.
5
Opmerking
48
1 Met behulp van de
kunt u een "+" teken invoeren aan het begin van het begin van het IDnummer om aan te duiden dat de erop volgende cijfers uw landcode vormen.
Vb:
+1 201 555 1212 +1 voor de landcode van de V.S.
+81 3 111 2345
+81 voor de landcode van Japan.
Internetparameters instellen
Alvorens hieraan te beginnen hebt u een ingevulde kopie van pagina 19 nodig (Voorbereidende informatie).
Programmeer de volgende vijf (5) basisparameters in uw toestel zodat het correct op het netwerk kan
werken.
• IP-adres
• Subnetmask
• Standaard Gateway IP-adres
• SMTP-servernaam of IP-adres
• E-mailadres
Opmerking: Wanneer op uw netwerk een DHCP-server bestaat, worden het IP-adres, subnetmask en
standaard gateway IP-adres automatisch verkregen.
1
INSTELMODE
(1-8)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
7
2
1:GEBR.PARAMETERS?
DRUK OP INSTELLEN
1
3
4
5
IP-ADRES
❚
tot op het display verschijnt:
Voer het IP-adres in m.b.v. het toetsenbord. Druk op
of
opmerking 3)
om een punt (".") in te voeren. (Zie
Vb: 1 2 3
1 7 8
2 4 0
IP-ADRES
123.178.240.3❚
3
SUBNETMASK
❚
Om andere parameters verder in te stellen, of druk op
STOP
Opmerking
om terug te keren naar stand-by.
1 Om op het display naar de gewenste Gebruikersparameter in Stap 3 te gaan, druk op
of
.
2 Wanneer de DNS-server niet beschikbaar is, verander dan de instelling van faxparameter nr.
161 (STANDAARD DOMEIN) in "Uit" , en voer het IP-adres in.
3 Voor de duidelijkheid kunt u alleen bij het programmeren van een IP-adres met
"." invoeren. In andere gevallen wordt
een punt
gebruikt om een asterisk in te voeren.
49
Installatie van
het Toestel
Gebruikersparameters (internet) instellen
Internetparameters instellen
Gebruikersparameters voor de LAN-interface instellen
Naargelang van de manier waarop uw toestel wordt geconfigureerd voor communicatie op het LAN, moet u
eerst de gepaste parameters in de onderstaande tabel opslaan. (Zie blz. 16 tot 20)
1
2
Parameter
Verklaring
Huidige datum en uur.
De tijdzone is vereist als onderdeel van de informatie in de e-mailkopregel wanneer u
een fax via het internet verzendt.
3 LOGO INSTELLEN
Maximaal 25 letters en cijfers.
4 KARAKTER ID INSTEL.
Maximaal 16 letters en cijfers.
5 TEL NR. INSTELLEN
Uw faxnummer. (Maximaal 20 cijfers)
6 (MAC ADRES)
Hardwareadres vastgelegd in uw toestel. (Indien vereist kunt u dit opzoeken in de
uitdraai van de Faxparameterlijst door op [FUNCTION] [6] [4] [SET] te drukken)
7 IP ADRES
IP-adres door de netwerkbeheerder of de DHCP-server aan uw toestel toegekend.
8 SUBNET MASK
Subnetmask door de netwerkbeheerder of de DHCP-server toegekend.
9 STANDARD ROUTING IP
Standaard gateway IP-adres door de netwerkbeheerder of de DHCP-server
ADRES
toegekend.
10 DNS SETVER IP ADRES
IP-adres van de primaire DNS-server. Wanneer de DNS-server niet beschikbaar is,
verander dan de instelling van faxparameter nr. 161 (DNS SERVER) in "Uit"
(ongeldig), en voer het IP-adres in.
11 IP 2E DNS SERVER
IP-adres van de secundaire DNS-server.
12 E-MAIL ADRES
Het e-mailadres dat aan uw toestel is toegekend voor het verzenden en ontvangen.
(Maximaal 60 tekens)
13 SMTP SERVER NAAM
Naam van de SMTP-mailserver. (Maximaal 60 tekens)
14 SMTP SERVER IP ADRES
IP-adres van de SMTP-mailserver.
15 SMTP-VERIF-NAAM
Gebruikersnaam die wordt vereist om in te loggen op de SMTP-server voordat u emailberichten kunt verzenden. (Maximaal 40 tekens).
16 SMTP-WACHTWOORD
Wachtwoord toegekend aan uw toestel. (Maximaal 10 tekens)
17 POP NAAM SERVER
Naam van de POP-mailserver. (Maximaal 60 tekens).
18 POP-SERVER IP-ADR
IP-adres van de POP-mailserver.
19 POP GEBRUIKERS NAAM
Gebruikersnaam toegekend aan uw toestel. (Maximaal 40 tekens)
20 POP PASSWORD
Wachtwoord toegekend aan uw toestel. (Maximaal 10 tekens)
21 LDAP-SERVERNAAM
Naam van de LDAP-server. (Maximaal 60 tekens) (Alleen beschikbaar voor sommige
landen.)
22 LDAP-LOGIN-NAAM
Login-naam toegekend aan uw toestel. (Maximaal 40 tekens) (Alleen beschikbaar voor
sommige landen.)
23 LDAP-WACHTWOORD
Wachtwoord toegekend aan uw toestel. (Maximaal 10 tekens) (Alleen beschikbaar
voor sommige landen.)
24 LDAP-ZOEKDATABASE
ID voor het beginnen zoeken in de lijst op de LDAP-server. (Maximaal 60 tekens)
(Alleen beschikbaar voor sommige landen.)
25 NAAM HOST
Hostnaam toegekend aan uw toestel. (Maximaal 60 tekens)
26 STANDAARD ONDERWERP Standaardinformatie die voor alle uitgaande e-mailberichten aan onderwerpregel wordt
toegevoegd (maximaal 40 tekens). Om deze informatie vóór de verzending manueel in
te voeren, verandert u faxparameter nr. 159 (INVOER ONDERWERPREGEL) in
"2:Aan".
27 STANDAARD DOMEIN
Wanneer het uitgaande e-mailadres volgens de SMTP-normen onvolledig is, wordt de
hier ingegeven domeinnaam (Frequently Sent Domain) automatisch aan het emailadres toegevoegd. U kunt deze functie tevens gebruiken om sneller emailadressen met een vaak gebruikt domein manueel in te voeren. (Maximaal 50
tekens)
28 KIES DIOMEIN (01)-(10)
Voer tot 10 domeinnamen in waartussen u kunt kiezen nadat u op de domein "@"-toets
hebt gedrukt met behulp van de "\/ of /\"-toets bij het manueel invoeren van emailadressen. (Maximaal 30 tekens)
29 PASSWORD OP AFSTAND Dit is een veiligheidswachtwoord waarmee u de Internetparameters en de
Automatische Kiezer op afstand kunt programmeren of het verslag opvragen via een
e-mail. (Maximaal 10 tekens)
30 RELAY VERZ. PASSWORD Een wachtwoord dat netwerkbeveiliging biedt voor uw relaistoestel (uitsluitend gebruikt
voor G3-relais). (Maximaal 10 tekens)
31 EMAIL ADRES MANAGER
E-mailadres van het afdelingshoofd voor het informeren over alle transmissies via het
internet voor supervisie en kostencontrole. (Maximaal 60 tekens)
32 DOMAIN NAME (01)-(10)
Voer tot 10 domeinnamen in die toegang krijgen tot uw internetfax voor een verzoek tot
relaisverzending (Relayed XMT Request). (Maximaal 30 tekens)
Relaisdomein, ook wel domeinnaam in uw toestel genoemd.
33 COMMINITY-NAME (01)-(02) Groepsnaam gebruikt voor de Network Device Locator.
34 NAAM TOESTEL
Apparaatnaam gebruikt voor de Network Device Locator.
35 LOCATIE TOESTEL
Locatie van apparaat voor de Network Device Locator.
50
KLOCK INSTELLEN
TIJDZONE
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Deze functie is een krachtige tool voor het gemakkelijk en vlot opvragen of programmeren van
internetparameters, snelkiestoetsen, verkortenummertoetsen, programmeertoetsen en het opvragen van
een verslag van uw pc door middel van een tekst-e-mailbericht naar uw toestel.
Door de onderwerpregel van uw e-mailapplicatie te gebruiken als veld voor opdrachtinvoer, kunt u uw
toestel vragen de volgende opdrachten uit te voeren:
Onderwerpregelopdracht
1
2
3
4
5
#set parameters(password)#
#get parameters(password)#
#set abbr(password)#
#get abbr(password)#
#get jnl(password)#
Waarbij:
Functie
Programmeert de internetparameters
Retrieves the Internet Parameters
Programmeert de automatische kiezer
Vraagt data van automatische kiezer op
Vraagt data van huidig verslag op
“set” dient om de data te programmeren
“get” dient om de data op te vragen
“parameters” staat voor internetparameters
“abbr” staat voor automatische kiezer
"jnl" staat voor verslag
"password" is het afstandswachtwoord geprogrammeerd in de gebruikersparameters van
uw toestel (d.w.z. 123456789). Moet tussen haken “( )” staan.
De opdracht moet tussen hekjes (#) staan.
Gebruik van pc voor het op afstand invoeren van de internetparameters
Deze functie biedt een gemakkelijke en vlotte manier voor het invoeren van de internetparameters
rechtstreeks van uw pc door middel van een tekst-e-mailbericht naar uw toestel.
De volgende parameters kunnen van op afstand makkelijk via een pc worden ingevoerd. De andere
parameters moeten van op het toestel worden ingevoerd in de Gebruikersparameters. (Zie blz. 49)
• Afzenderselectie (maximaal 24 gebruikersnamen, zie blz. 150)
• Standaarddomein
• Selecteerbare domeinen (maximaal 10 extra domeinnamen)
• Afstandswachtwoord
• E-mailadres van manager
• Relaisverzendingswachtwoord
• Relaisdomein (maximaal 10 domeinnamen geautoriseerd voor relaisverzending)
• LDAP-servernaam (Alleen beschikbaar voor sommige landen.)
• LDAP-login-naam
(Alleen beschikbaar voor sommige landen.)
• LDAP-wachtwoord (Alleen beschikbaar voor sommige landen.)
• LDAP-zoekdatabase (Alleen beschikbaar voor sommige landen.)
• Groepsnaam (maximaal 2 groepsnamen)
• Apparaatnaam
• Locatie apparaat
Uw toestel interpreteert de opdracht die u invoert op de onderwerpregel van uw e-mailbericht en voert een
van de volgende functies uit, nl. data opvragen of opslaan in de internetparameters (gebruikersparameters).
De volgende twee soorten opdrachten kunnen op de onderwerpregel van uw e-mailbericht worden
ingevoerd:
1) Om data op te
slaan, typ
:
#set parameters(password)#
2) Om data op te
vragen, typ
:
#get parameters(123456789)#
Opmerking
: waarbij het "password" het afstandswachtwoord is,
geprogrammeerd in de gebruikersparameters van uw toestel
(d.w.z. 123456789).
U kunt de bovengenoemde internetparameters voor het eerst
invoeren met deze opdracht. Gebruik hem echter niet indien
deze velden reeds data bevatten, want de bestaande
informatie zal worden gewist en overschreven. Gebruik dan
de opvraagopdracht hieronder, zie blz. 54 tot 55.
1 Om deze functie te activeren, wijzigt u faxparameter nr. 158 (APDATE AFSTAND PC) in "Aan"
. (Zie blz. 83)
51
Installatie van
het Toestel
Gebruik van e-mail voor het programmeren of opvragen van parameters
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Voor het eerst invoeren van de internetparameters
Creëer een script in de hoofdtekst van een e-mail in onbewerkte tekst en zend hem naar het e-mailadres
van uw toestel. De onderwerpregel van de e-mail moet er als volgt uitzien:
#set parameters(password)#
:
Belangrijk
:
waarbij het "password" het afstandswachtwoord is, geprogrammeerd in
de gebruikersparameters van uw toestel. Voer veiligheidshalve in de
gebruikersparameters altijd een afstandswachtwoord in. [Indien het
wachtwoord niet was geprogrammeerd, stelt u het voor met “( )” en kent u
nu een wachtwoord toe.
Gebruik deze opdracht echter niet indien deze velden reeds data
bevatten, want de bestaande informatie zal worden gewist en
overschreven. Vraag de bestaande data eerst op en maak er een backup van op uw pc zoals beschreven in de procedures voor het Opvragen
en bewerken van de internetparameters op pagina’s 54 tot 57.
Het scriptvoorbeeld voor het invoeren van de internetparameters is hieronder afgebeeld.
(1)
(2)
(3)
(4)
(a)
(b)
(5)
(c)
(d)
(a)
(b)
(c)
(6)
(d)
(a)
(b)
(c)
(1)
52
To (Aan)
From (Van)
:
:
Subject (Onderwerp)
:
(7)
(d)
Het e-mailadres van uw toestel.
Dit veld is normaal niet zichtbaar bij het creëren van een nieuw e-mailbericht(en).
Het is uw standaard-e-mailadres (e-mailapplicatie), voor het opvragen van de
internetparameters en het melden van foutberichten.
(Kan worden geprogrammeerd met de configuratietool van uw e-mailprogramma.)
Om data op te slaan, typ: #set parameters(password)#
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
(2)
@sender tot @end
:
(3)
@select-domain tot @end
:
(4)
@relay-domain tot @end
:
(5)
@system tot @end
:
(6)
@ldap tot @end
:
(7)
@mib tot @end
:
Opmerking
Definieert de afzenderinformatie die moet worden ingesteld in sectie (2) tussen
blok @sender tot @end. Registreer maximaal 24 gebruikersnamen en hun emailadressen voor de afzenderselectie. (Zie blz. 150)
Scheid elk dataveld af met een kommapunt(;). (Indien de overige velden blanco
moeten blijven, voegt u voor elk blanco veld een kommapunt (;) in)
De datastring voor elke Afzenderselectie moet worden gedefinieerd binnen een
enkele regel.
De syntaxis is als volgt: <Afzenderselectienummer>;<Gebruikersnaam>;<Emailadres>
(a) 01 tot 24: Duidt de Afzenderselectienummers aan
(b) Gebruikersnaam (maximaal 25 tekens)
(c) E-mailadres (maximaal 60 tekens)
Definieert de selecteerbare domeinen die moeten worden ingesteld in sectie (3)
tussen blok @select-domain tot @end. Registreer maximaal 10 domeinnamen die
kunnen worden geselecteerd bij manuele invoer van e-mailadressen (maximaal 30
tekens).
De syntaxis is als volgt: <Nummer>;<Domein>
Definieert de domeinennamen die moeten worden ingesteld in sectie (4) tussen
blok @relay-domain tot @end. Registreer maximaal 10 domeinnamen die toegang
hebben gekregen tot uw internetfax voor een verzoek tot relaisverzending
(maximaal 30 tekens).
Definieert de internetparameters die moeten worden ingesteld in sectie (5) tussen
blok @system tot @end. Registreer de volgende internetparameters.
(a) Standaarddomein (maximaal 50 tekens).
De syntaxis is als volgt: domein; <Standaarddomeinnaam>
(b) E-mailadres van manager (maximaal 60 tekens).
De syntaxis is als volgt: manager; <E-mailadres van manager>
(c) Relaisverzendingswachtwoord (maximaal 10 tekens).
De syntaxis is als volgt: relay; <Relaisverzendingswachtwoord>. Het
wachtwoord moet tussen aanhalingstekens " " staan, zoals afgebeeld in het
bovengenoemde voorbeeld.
(d)Afstandswachtwoord (maximaal 10 tekens).
De syntaxis is als volgt: afstand; <Afstandswachtwoord>. Het wachtwoord
moet tussen aanhalingstekens " " staan, zoals afgebeeld in het
bovengenoemde voorbeeld.
Definieert de LDAP-parameters die moeten worden ingesteld in sectie (6) tussen
blok @ldap tot @end. Registreer de volgende internetparameters.
(a) LDAP-servernaam (maximaal 60 tekens).
De syntaxis is als volgt: server;<LDAP-servernaam>
(b) LDAP-login-naam (maximaal 40 tekens).
De syntaxis is als volgt: login;<LDAP-login-naam>
(c) LDAP-wachtwoord (maximaal 10 tekens).
De syntaxis is als volgt: password;<LDAP-wachtwoord>. Het Wachtwoord
moet tussen aanhalingstekens " " staan, zoals afgebeeld in het
bovengenoemde voorbeeld.
(d) LDAP-zoekdatabase (maximaal 40 tekens).
De syntaxis is als volgt: database;<LDAP-zoekdatabase>
Definieert de MIB die moet worden ingesteld in sectie (7) tussen blok @mib tot
@end. Registreer de volgende internetparameters.
(a) Groepsnaam(1) (maximaal 32 tekens).
De syntaxis is als volgt: com_name1;<Groepsnaam(1)>
(b) Groepsnaam(2) (maximaal 32 tekens).
De syntaxis is als volgt: com_name2;<Groepsnaam(2)>
(c) Apparaatnaam (maximaal 32 tekens).
De syntaxis is als volgt: device;<Apparaatnaam>
(d) Locatie apparaat (maximaal 32 tekens).
De syntaxis is als volgt: location;<Locatie apparaat>
1 Het toestel kan niet worden geprogrammeerd via e-mail tijdens een communicatie of een
afdruk.
53
Installatie van
het Toestel
Voor het eerst invoeren van de internetparameters
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Opvragen van de internetparameters voor back-up
Om de bestaande internetparameters op te vragen, zendt u een e-mail in onbewerkte tekst naar het emailadres van uw toestel met de volgende opdracht op de onderwerpregel:
#get parameters(password)#
:
waarbij het "password" het afstandswachtwoord is, geprogrammeerd
in de gebruikersparameters van uw toestel (d.w.z. 123456789). Voer
veiligheidshalve
in
de
gebruikersparameters
altijd
een
afstandswachtwoord in. Indien het wachtwoord niet was
geprogrammeerd, stelt u het voor met “()” (d.w.z. #get parameters()#).
Zorg ervoor dat de regels Cc, Bcc en de hoofdtekst van het emailbericht blanco zijn.
(1)
(1)
54
To (Aan)
:
Het e-mailadres van uw toestel.
From (Van)
:
Dit veld is normaal niet zichtbaar bij het creëren van een nieuw e-mailbericht(en).
Het is uw standaard-e-mailadres (e-mailapplicatie), voor het opvragen van de
internetparameters en het melden van foutberichten.
(Kan worden geprogrammeerd met de configuratietool van uw e-mailprogramma.)
Subject (Onderwerp)
:
Om data op te vragen, typ: #get parameters(password)#
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Na ontvangst van het e-mailbericht met het verzoek om de internetparameters, zendt uw toestel een e-mail
terug naar het adres aangegeven op de regel “Van:” met de internetparameters in de hoofdtekst van de email.
Voorbeeld van e-mailbericht met internetparameters van uw toestel
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
(6)
(7)
(1)
To (Aan)
:
Uw e-mailadres dat werd gebruikt voor het opvragen van de internetparameters.
From (Van)
:
Het e-mailadres van uw toestel.
Subject (Onderwerp)
:
De lijst van systeemparameters van uw toestel
(2)
@sender tot @end
:
Definieert
maximaal
24
gebruikersnamen
en
hun
e-mailadressen
geprogrammeerd in uw toestel voor de afzenderselectie in sectie (2) tussen blok
@sender tot @end.
(3)
@select-domain tot @end
:
Definieert maximaal 10 gebruikersnamen geprogrammeerd in uw toestel voor de
selecteerbare domeinen in sectie (3) tussen blok @select-domain tot @end.
55
Installatie van
het Toestel
Opvragen van de internetparameters voor back-up
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Opvragen van de internetparameters voor back-up
56
(4)
@relay-domain tot @end
:
Definieert maximaal 10 gebruikersnamen geprogrammeerd in uw toestel die
toegang hebben gekregen tot uw internetfax voor een verzoek tot relaisverzending
in sectie (4) tussen blok @relay-domain tot @end.
(5)
@system tot @end
:
Definieert de volgende internetparameters geprogrammeerd in uw toestel in sectie
(5) tussen blok @system tot @end.
(a) Standaarddomein
(b) E-mailadres van manager
(c) Relaisverzendingswachtwoord
(d) Afstandswachtwoord
(6)
@ldap tot @end
:
Definieert de volgende internetparameters geprogrammeerd in uw toestel in sectie
(6) tussen blok @ldap tot @end.
(a) LDAP-servernaam
(b) LDAP-login-naam
(c) LDAP-wachtwoord
(d) LDAP-zoekdatabase
(7)
@mib tot @end
:
Definieert de volgende internetparameters geprogrammeerd in uw toestel in sectie
(7) tussen blok @mib tot @end.
(a) Groepsnaam(1)
(b) Groepsnaam(2)
(c) Apparaatnaam
(d) Locatie apparaat
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Na ontvangst van het e-mailbericht met de internetparameters van uw toestel, slaat u het e-mailbestand als
onbewerkte tekst (.txt) op uw pc op als back-up.
Volg de onderstaande stappen om de internetparameters te wijzigen of bij te werken:
1. Creëer een nieuw e-mailbericht, vul de adresregels “Aan” en “Van” in alsook de onderwerpregel voor
sectie (1) hieronder:
To (Aan)
:
Het e-mailadres van uw toestel.
From (Van)
:
Dit veld is normaal niet zichtbaar bij het creëren van een nieuw e-mailbericht(en).
Het is uw standaard-e-mailadres (e-mailapplicatie), voor het opvragen van de
internetparameters en het melden van foutberichten.
Subject (Onderwerp)
:
Om data op te slaan, typ: #set parameters(password)#
2. Open het back-uptekstbestand met internetparameters. Kopieer de hoofdtekst en plak hem op de
hoofdtekst van het zopas gecreëerde e-mailbericht.
3. Wis eventuele kopregels in de hoofdtekst van de e-mail, want niet-ondersteunde data zullen worden
geweigerd. De informatie na het “#”-teken wordt door uw toestel genegeerd.
4. Bewerk een parameter en/of voeg extra afzendernaam(namen) of domeinnaam(namen) toe.
5. Wanneer u klaar bent slaat u het bijgewerkte bestand met de extensie “.txt” op als back-up met behulp
van de opdracht “Bestand/Opslaan als…”.
6. Zend het e-mailbericht naar uw toestel om de internetparameters bij te werken.
57
Installatie van
het Toestel
Bewerken van het bestand van opgevraagde of back-upinternetparameters
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Bewerken van het bestand van opgevraagde of back-upinternetparameters
Voorbeeld van e-mailbericht met internetparameters van uw toestel
(1)
(8)
[Delete this header before sending the email.]
M M M -d d -y y y y
(2)
(3)
(4)
(5)
(6)
(7)
(1)
58
To (Aan)
From (Van)
:
:
Subject (Onderwerp)
:
Het e-mailadres van uw toestel.
Dit veld is normaal niet zichtbaar bij het creëren van een nieuw e-mailbericht(en).
Het is uw standaard-e-mailadres (e-mailapplicatie), voor het opvragen van de
internetparameters en het melden van foutberichten.
(Kan worden geprogrammeerd met de configuratietool van uw e-mailprogramma.)
Om data op te slaan, typ: #set parameters(password)#
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
(2)
@sender tot @end
:
(3)
@select-domain tot @end
:
(4)
@relay-domain tot @end
:
(5)
@system tot @end
:
(6)
@ldap tot @end
:
(7)
@mib tot @end
:
(8)
:
Definieert de afzenderinformatie die moet worden ingesteld in sectie (2) tussen
blok @sender tot @end. Bewerk, wis of registreer maximaal 24 gebruikersnamen
en hun e-mailadressen voor de afzenderselectie. (Zie blz. 150)
Scheid elk dataveld af met een kommapunt(;). (Indien de overige velden blanco
moeten blijven, voegt u voor elk blanco veld een kommapunt (;) in)
De datastring voor elke Afzenderselectie moet worden gedefinieerd binnen een
enkele regel.
De syntaxis is als volgt: <Afzenderselectienummer>;<Gebruikersnaam>;
<E-mailadres>
(a) 01 tot 24: Duidt de Afzenderselectienummers aan
(b) Gebruikersnaam (maximaal 25 tekens)
(c) E-mailadres (maximaal 60 tekens)
Definieert de selecteerbare domeinen die moeten worden ingesteld in sectie (3)
tussen blok @select-domain tot @end. Registreer maximaal 10 afwisselende
domeinnamen die kunnen worden geselecteerd bij manuele invoer van emailadressen (maximaal 30 tekens).
De syntaxis is als volgt: <Nummer>;<Domein>
Definieert de domeinennamen die moeten worden ingesteld in sectie (4) tussen
blok @relay-domain tot @end. Registreer maximaal 10 domeinnamen die toegang
hebben gekregen tot uw internetfax voor een verzoek tot relaisverzending
(maximaal 30 tekens).
Definieert de internetparameters die moeten worden ingesteld in sectie (5) tussen
blok @system tot @end. Registreer de volgende internetparameters.
(a) Standaarddomein (maximaal 50 tekens).
De syntaxis is als volgt: domein; <Standaarddomeinnaam>
(b)E-mailadres van manager (maximaal 60 tekens).
De syntaxis is als volgt: manager; <E-mailadres van manager>
(c) Relaisverzendingswachtwoord (maximaal 10 tekens).
De syntaxis is als volgt: relay; <Relaisverzendingswachtwoord>. Het
wachtwoord moet tussen aanhalingstekens " " staan, zoals afgebeeld in het
bovengenoemde voorbeeld.
(d) Afstandswachtwoord (maximaal 10 tekens).
De syntaxis is als volgt: remote; <Afstandswachtwoord>. Het wachtwoord moet
tussen aanhalingstekens " " staan, zoals afgebeeld in het bovengenoemde
voorbeeld.
(Let wel dat we voor het bovenstaande voorbeeld het e-mailadres van manager,
het relaisverzendingswachtwoord en het afstandswachtwoord hebben gewijzigd)
Definieert de LDAP-parameters die moeten worden ingesteld in sectie (6) tussen
blok @ldap tot @end. Registreer de volgende internetparameters.
(a) LDAP-servernaam (maximaal 60 tekens).
De syntaxis is als volgt: server;<LDAP-servernaam>
(b) LDAP-login-naam (maximaal 40 tekens).
De syntaxis is als volgt: login;<LDAP-login-naam>
(c) LDAP-wachtwoord (maximaal 10 tekens).
De syntaxis is als volgt: password;<LDAP-wachtwoord>. Het Wachtwoord
moet tussen aanhalingstekens " " staan, zoals afgebeeld in het
bovengenoemde voorbeeld.
(d)LDAP-zoekdatabase (maximaal 40 tekens).
De syntaxis is als volgt: base;<LDAP-zoekdatabase>
Definieert de MIB die moet worden ingesteld in sectie (7) tussen blok @mib tot
@end. Registreer de volgende internetparameters.
(a) Groepsnaam(1) (maximaal 32 tekens).
De syntaxis is als volgt: com_name1;<Groepsnaam(1)>
(b) Groepsnaam(2) (maximaal 32 tekens).
De syntaxis is als volgt: com_name2;<Groepsnaam(2)>
(c) Apparaatnaam (maximaal 32 tekens).
De syntaxis is als volgt: device;<Apparaatnaam>
(d) Locatie apparaat (maximaal 32 tekens).
De syntaxis is als volgt: location;<Locatie apparaat>
Deze kopregel moet worden gewist alvorens de e-mail naar uw toestel te zenden
voor herprogrammering van de internetparameters
De informatie na het “#”-teken wordt door uw toestel genegeerd, daarom mag u ze
eventueel zo laten staan of wissen indien u dat wenst.
59
Installatie van
het Toestel
Bewerken van het bestand van opgevraagde of back-upinternetparameters
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Gebruik van pc voor het op afstand bijwerken van de automatische kiezer
Deze functie biedt een gemakkelijke en vlotte manier voor het bijwerken, back-uppen of herstellen van de
repertoriumgegevens rechtstreeks van op uw pc door middel van een tekst-e-mailbericht naar uw toestel.
Uw toestel interpreteert de opdracht die u invoert op de onderwerpregel van uw e-mailbericht en voert een
van de volgende functies uit, nl. data opvragen of opslaan in de automatische kiezer (repertorium).
De volgende twee soorten opdrachten kunnen op de onderwerpregel van uw e-mailbericht worden
ingevoerd:
1) Om data op te : #set abbr(password)#
slaan, typ
: waarbij
het
"password"
het
afstandswachtwoord
is,
geprogrammeerd in de gebruikersparameters van uw toestel
(d.w.z. 123456789).
Met deze opdracht kunt u om het even welke gekende
ongebruikte automatischekiezerlocatie(s) voor het eerst invoeren
zonder dat u eerst de repertoriumgegevens hoeft op te vragen.
Indien de gewenste automatischekiezerlocatie al data bevat, zal
uw toestel de bestaande data overschrijven, daarom raden we u
aan bij voorkeur de opdracht Opvragen hieronder te gebruiken.
Om bestaande automatischekiezerlocaties te bewerken, zie blz.
66 tot 67.
2) Om data op te : #get abbr(123456789)#
vragen, typ
Opmerking
60
1 Om deze functie te activeren, wijzigt u faxparameter nr. 158 (APDATE AFSTAND PC) in "Aan"
. (Zie blz. 83)
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Indien u de automatischekiezergegevens in uw toestel helemaal wilt wissen, typt u de volgende opdracht in
de hoofdtekst van het e-mailbericht:
@command
delete
@end
Deze opdracht kan ook worden ingevoegd vóór het blok @begin tot @end om eerst de
automatischekiezergegevens helemaal te wissen, en hem dan te herprogrammeren met nieuwe gegevens.
Met deze methode vermijdt u ook dat de “Overwrite Warning Message” (waarschuwingsbericht tegen
overschrijven) door uw toestel wordt teruggezonden bij het overschrijven van het huidige
automatischekiezertoestel.
Om de automatischekiezergegevens helemaal te wissen, typt u de volgende opdracht op de
onderwerpregel van uw e-mailbericht:
#set abbr(password)#
:
waarbij het wachtwoord het afstandswachtwoord is, geprogrammeerd
in de gebruikersparameters van uw toestel.
Vraag de bestaande data eerst op en maak er een back-up van op uw
pc zoals beschreven in de procedures voor het Opvragen en
bewerken op pagina’s 64 tot 67.
61
Installatie van
het Toestel
Automatische kiezer helemaal wissen
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Voor het eerst programmeren van snelkiestoetsen/verkortenummertoetsen
Creëer een script in de hoofdtekst van een e-mail in onbewerkte tekst en zend hem naar het e-mailadres
van uw toestel. De onderwerpregel van de e-mail moet er als volgt uitzien:
:
#set abbr(password)#
waarbij het wachtwoord het afstandswachtwoord is, geprogrammeerd
in de gebruikersparameters van uw toestel.
Hieronder vindt u de afbeelding van een scriptvoorbeeld om de snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen
voor het eerst te programmeren:
Voorbeeld van een eerste programmering van snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen
(1)
(a)
(b)
(c)
(d)
(e)
(2)
Headquarters
(a)
(d)
62
(c)
(f)
(e)
(f)
(h)
(b)
(3)
(g)
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Uitleg bij de lijstinhoud
(1)
To (Aan)
From (Van)
:
:
Subject (Onderwerp)
:
(2)
@begin tot @end
:
(3)
@program tot @end
:
Opmerking
Het e-mailadres van uw toestel.
Dit veld is normaal niet zichtbaar bij het creëren van een nieuw e-mailbericht(en).
Het is uw standaard-e-mailadres (e-mailapplicatie), voor het opvragen van de
repertoriumgegevens en het melden van foutberichten.
(Kan worden geprogrammeerd met de configuratietool van uw e-mailprogramma.)
Om data op te slaan, typ: #set abbr(password)#
Om data op te vragen, typ: #get abbr(password)#
Definieert de data die moet worden ingesteld in het repertorium tussen blok
@begin tot @end.
Scheid elk dataveld af met een kommapunt(;). (Indien de overige velden blanco
moeten blijven, voegt u voor elk blanco veld een kommapunt (;) in)
De datastring voor elk toestel moet worden gedefinieerd binnen een enkele regel.
(a) Invoernummer: Te programmeren snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen of
programmeertoetsen
001 tot 100:
duidt verkortenummertoetsen 001 tot 100 aan (maximaal
100 toestellen)
1001 tot 1028: duidt snelkiesnummers aan van 01 tot 28
2001 tot 2004: duidt programmeertoetsen aan (P1 tot P4 geprogrammeerd
als snelkiesnummer)
(b)Toestelnaam: Naam van het toestel dat wordt geprogrammeerd (maximaal 15
alfanumerieke tekens)
(c) Toesteladres: e-mailadres of telefoonnummer van het toestel dat wordt
geprogrammeerd
(d) Routeringssubadres: subadres te gebruiken voor routering (maximaal 20
cijfers)
(e) Routerings-id-nummer: TSI te gebruiken voor routering (maximaal 20 cijfers)
(f) Het telefoonnummer van het eindontvangtoestel wordt ingevoerd na het hekje
(#).
Definieert de data die moeten worden vastgelegd in programmeertoetsen als een
groepstoets of POP-toegangstoets tussen blok @program tot @end.
(a) Programmeertoets: P01 - P04
(b) Toestelnaam als een groepstoets: Naam van het toestel dat wordt
geprogrammeerd (maximaal 15 alfanumerieke tekens)
(c) GROUP: De syntaxis gebruikt voor het instellen van de programmeertoets als
groepstoets
(d) Invoernummer: Te programmeren snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen of
programmeertoetsen
001 tot 100:
duidt verkortenummertoetsen 001 tot 100 aan (maximaal
100 toestellen)
1001 tot 1028: duidt snelkiesnummers aan van 01 tot 28
2001 tot 2004: duidt programmeertoetsen aan (P1 tot P4 geprogrammeerd
als snelkiesnummer)
(e) POP: De syntaxis gebruikt voor het instellen van de programmeertoets als
POP-toegangstoets
(f) POP-gebruikersnaam: Naam van het toestel dat wordt geprogrammeerd
(maximaal 40 alfanumerieke tekens)
(g) POP-wachtwoord: POP-wachtwoord (maximaal 10 alfanumerieke tekens)
(h) Instellen of de e-mails op de POP-server worden gewist na het opvragen van
de e-mails.
1 Indien een POP-gebruikersaccount in de P1 tot P4 programmeertoetsen is vastgelegd, kunnen
de voor deze toets geprogrammeerde data niet worden gewist, zelfs indien de wisopdracht
wordt gespecificeerd.
2 Het e-mailadres en het telefoonnummer kunnen niet via e-mail worden geprogrammeerd
wanneer:
• Snelkiesnummer werd gebruikt voor het reserveren van communicatie.
• Ontvangen documenten in het beelddatageheugen van het toestel worden opgeslagen.
• Terwijl het toestel bezig is met communiceren of afdrukken.
3 Wanneer het e-mailadres en telefoonnummer via e-mail worden geprogrammeerd, wordt een
programmaresultaat-e-mail teruggezonden.
4 Sommige e-mailapplicaties voegen automatisch een lijnaanvoer in het midden van een regel in
wanneer het aantal tekens op een regel een bepaald aantal overschrijdt. Schakel de
automatische regelaanvoer uit of definieer het aantal tekens per regel om een lijnaanvoer te
voorkomen, of anders zullen de data worden genegeerd.
63
Installatie van
het Toestel
Voor het eerst programmeren van snelkiestoetsen/verkortenummertoetsen
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Opvragen van data van snelkiestoetsen/verkortenummertoetsen voor back-up
Om de bestaande automatischekiezerdata op te vragen, zendt u een e-mail in onbewerkte tekst naar het emailadres van uw toestel met de volgende opdracht op de onderwerpregel:
:
#get abbr(password)#
waarbij het "password" het afstandswachtwoord is, geprogrammeerd in
de gebruikersparameters van uw toestel (d.w.z. 123456789).
Zorg ervoor dat de regels Cc, Bcc en de hoofdtekst van het e-mailbericht blanco zijn.
Voorbeeld van opvragen van data van snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen
(1)
(1)
64
To (Aan)
:
Het e-mailadres van uw toestel.
From (Van)
:
Dit veld is normaal niet zichtbaar bij het creëren van een nieuw e-mailbericht(en).
Het is uw standaard-e-mailadres (e-mailapplicatie), voor het opvragen van de data
van snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen en voor het melden van
foutberichten.
(Kan worden geprogrammeerd met de configuratietool van uw e-mailprogramma.)
Subject (Onderwerp)
:
Om data op te vragen, typ: #get abbr(password)#
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Na ontvangst van het e-mailbericht met het verzoek om de bestaande automatischekiezergegevens, zendt
uw toestel een e-mail terug naar het adres aangegeven op de regel “Van:” met de
automatischekiezergegevens in de hoofdtekst van de e-mail.
Voorbeeld van e-mailbericht met automatischekiezergegevens van uw toestel
(1)
[email protected]
MMM-dd-yyyy 14:15
(2)
Headquarters
(3)
(1)
To (Aan)
:
Uw e-mailadres dat werd gebruikt voor het opvragen van de
automatischekiezergegevens.
From (Van)
:
Het e-mailadres van uw toestel.
Subject (Onderwerp)
:
Lijst snelkiestoetsen/verkortenummertoetsen
(2)
@begin tot @end
:
Definieert snelkiestoetsen, verkorte kiesnummers en programmeertoetsen
opgeslagen als een snelkiestoets geprogrammeerd in uw toestel in sectie (2)
tussen blok @begin tot @end.
(3)
@program tot @end
:
Definieert programmeertoetsen opgeslagen als een groepstoets of een POPtoegangstoets geprogrammeerd in uw toestel in sectie (3) tussen blok @program
tot @end.
65
Installatie van
het Toestel
Opvragen van data van snelkiestoetsen/verkortenummertoetsen voor back-up
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Bewerken van opgevraagd of back-updatabestand van snelkiestoetsen/verkortenummertoetsen
Na ontvangst van het e-mailbericht met de automatische kiezergegevens van uw toestel, slaat u het emailbestand op uw pc als onbewerkte tekst (.txt) op als back-up.
Volg de onderstaande stappen om de automatische kiezer te wijzigen of bij te werken:
1. Creëer een nieuw e-mailbericht, vul de adresregels “Aan” en “Van” in alsook de onderwerpregel voor
sectie (1) hieronder:
To (Aan)
:
Het e-mailadres van uw toestel.
From (Van)
:
Dit veld is normaal niet zichtbaar bij het creëren van een nieuw e-mailbericht(en).
Het is uw standaard-e-mailadres (e-mailapplicatie), voor het opvragen van de data
van snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen en voor het melden van
foutberichten.
Subject (Onderwerp)
:
Om data op te slaan, typ: #set abbr(password)#
2. Open het back-upbestand met automatischekiezergegevens. Kopieer de hoofdtekst en plak hem op de
hoofdtekst van het zopas gecreëerde e-mailbericht.
3. Wis eventuele kopregels in de hoofdtekst van de e-mail, want niet-ondersteunde data zullen worden
geweigerd. De informatie na het “#”-teken wordt door uw toestel genegeerd.
4. Bewerken en/of toevoegen van extra toestellen aan de snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen
5. Wanneer u klaar bent slaat u het bijgewerkte bestand met de extensie “.txt” op als back-up met behulp
van de opdracht “Bestand/Opslaan als…”.
6. Zend het e-mailbericht naar uw toestel om de automatische kiezer bij te werken.
Voorbeeld van e-mailbericht met automatischekiezergegevens van uw toestel
(1)
(5)
[Delete this header before sending email]
[email protected]
MMM-dd-yyyy
(a) (b)
(c)
(d)
(e)
(2)
(f)
Headquarters
(4)
(a) (b)
(d)
(h)
66
(f)
(g)
(c)
(e)
(3)
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
To (Aan)
From (Van)
:
:
Het e-mailadres van uw toestel.
Dit veld is normaal niet zichtbaar bij het creëren van een nieuw e-mailbericht(en).
Het is uw standaard-e-mailadres (e-mailapplicatie), voor het opvragen van de data
van snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen en voor het melden van
foutberichten.
(Kan worden geprogrammeerd met de configuratietool van uw e-mailprogramma.)
Subject (Onderwerp)
: Om data op te slaan, typ: #set abbr(password)#
@begin tot @end
: Definieert de snelkiestoetsen, verkorte kiesnummers en programmeertoetsen
opgeslagen als een snelkiestoets om te worden ingesteld in sectie (2) tussen blok
@begin tot @end.
Bewerk, wis of registreer de informatie.
Scheid elk dataveld af met een kommapunt(;). (Indien de overige velden blanco
moeten blijven, voegt u voor elk blanco veld een kommapunt (;) in)
De datastring voor elk toestel moet worden gedefinieerd binnen een enkele regel.
De syntaxis is als volgt: <Invoernummer>; <Toestelnaam>; <Toesteladres>;
<Routeringssubadres>; <Routerings-id-nummer>
(a) Invoernummer: Te programmeren snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen of
programmeertoetsen
001 tot 100:
duidt verkortenummertoetsen 001 tot 100 aan (maximaal
100 toestellen)
1001 tot 1028: duidt snelkiesnummers aan van 01 tot 28
2001 tot 2004: duidt programmeertoetsen aan (P1 tot P4 geprogrammeerd
als snelkiesnummer)
(b) Toestelnaam: Naam van het toestel dat wordt geprogrammeerd (maximaal 15
alfanumerieke tekens)
(c) Toesteladres: e-mailadres of telefoonnummer van het toestel dat wordt
geprogrammeerd
(d) Routeringssubadres: subadres te gebruiken voor routering (maximaal 20
cijfers)
(e) Routerings-id-nummer: TSI te gebruiken voor routering (maximaal 20 cijfers)
(f) Het telefoonnummer van het eindontvangtoestel wordt ingevoerd na het hekje
(#).
@program tot @end
: Definieert de programmeertoetsen opgeslagen als een groepstoets of een POPtoegangstoets te programmeren in uw toestel in sectie (3) tussen blok @program
tot @end.
Bewerk, wis of registreer de informatie.
(a) Programmeertoets: P01 - P04
(b) Toestelnaam als een groepstoets: Naam van het toestel dat wordt
geprogrammeerd (maximaal 15 alfanumerieke tekens)
(c) GROUP: De syntaxis gebruikt voor het instellen van de programmeertoets als
groepstoets
(d) Invoernummer: Te programmeren snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen
001 tot 100:
duidt verkortenummertoetsen 001 tot 100 aan (maximaal
100 toestellen)
1001 tot 1028: duidt snelkiesnummers aan van 01 tot 28
2001 tot 2004: duidt programmeertoetsen aan (P1 tot P4 geprogrammeerd
als snelkiesnummer)
(e) POP: De syntaxis gebruikt voor het instellen van de programmeertoets als
POP-toegangstoets.
(f) POP-gebruikersnaam: Naam van de POP-gebruikersaccount (maximaal 40
alfanumerieke tekens)
(g) POP-wachtwoord: POP-wachtwoord (maximaal 10 alfanumerieke tekens)
(h) Instellen of de e-mails op de POP-server worden gewist na het opvragen van
de e-mails.
Deze 2 toestellen met verkortenummertoetsen werden aan de lijst toegevoegd.
Deze kopregel moet worden gewist alvorens de e-mail naar uw toestel te zenden voor herprogrammering van
snelkiestoetsen / verkortenummertoetsen
De informatie na het “#”-teken wordt door uw toestel genegeerd, daarom mag u ze eventueel zo laten staan of
wissen indien u dat wenst.
67
Installatie van
het Toestel
Bewerken van opgevraagd of back-updatabestand van snelkiestoetsen/verkortenummertoetsen
Parameters programmeren of opvragen via e-mail
Gebruik van e-mail voor het opvragen van het verslag
Om de bestaande verslaggegevens op te vragen, zendt u een e-mail naar het e-mailadres van uw toestel
met de volgende opdracht op de onderwerpregel:
#get jnl(password)#
:
waarbij het "password" het afstandswachtwoord is, geprogrammeerd
in de gebruikersparameters van uw toestel (d.w.z. 123456789).
Het verslag wordt teruggezonden naar het e-mailadres van het uitgaande toestel.
Na ontvangst van het verslag, gebruikt u een lettertype met een vaste breedte (d.w.z. Courier) om de
ontvangen inhoud van het verslag op de pc uit te lijnen.
Een afzonderlijk e-mailbericht wordt door uw toestel verzonden, d.w.z. een “internetfaxontvangstbevestiging”, naar het e-mailadres van manager geprogrammeerd in de gebruikersparameters als
melding van de verzending van het verslag.
Opmerking
68
1 Om deze functie te activeren, wijzigt u faxparameter nr. 158 (APDATE AFSTAND PC) in "Aan"
. (Zie blz. 83)
Programmering van het Toestel
E-mailadres en telefoonnummers programmeren
Automatische kiezer programmeren
Snelkiestoetsen en verkort kiezen / e-mailadressen invoeren zijn twee snelle manieren om volledige
telefoonnummers of e-mailadressen in te voeren. Om de kies- of adresseermethodes te gebruiken, moet u
eerst de telefoonnummers of e-mailadressen in de Automatische Kiezer opslaan.
1
7
2
1:NAAMTOETS
2:VERKORTE KIESCODE
2
3
4
INSTELMODE
(1-8)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
NAAMTOETS< >
DRUK OP ONR-TOUCH
1
Vb:
<01>
E-MAILADRES
of
Om de invoermodus te veranderen (tussen
MAILADRES" en "TELEFOONNR. INVOEREN"),
"E<01>
TELEFOONNR. INVOEREN
EMAIL
druk op
5
.
Voer het e-mailadres in met behulp van de tekentoetsen
(max. 60 tekens).
Vb: a b c
p a n a s o n
i
of
Voer het telefoonnummer in.
(max. 36 cijfers, spaties en pauzes inbegrepen)
6
<01>
[email protected]❚
of
c o m
Vb: 9 PAUSE 5 5 5
c
<01>
9-555 1234❚
1 2 3 4
<01> NAAM INVOEREN
[email protected]
of
<01> NAAM INVOEREN
9-555 1234
69
Programmering
van het Toestel
Volg de onderstaande stappen om de snelkiestoetsen te programmeren.
E-mailadres en telefoonnummers programmeren
Automatische kiezer programmeren
7
Voer de naam van de bestemming in m.b.v. de
tekentoetsen.
(max. 15 tekens)
Vb: S A L E S
<01> SALES DEPT❚
[email protected]
of
D E P T
<01> SALES DEPT❚
9-555 1234
8
NAAMTOETS< >
DRUK OP ONR-TOUCH
Om een volgend nummer op te slaan herneemt u stap 48.
Om terug te keren naar standby drukt u op
Opmerking
70
STOP .
1 Wanneer u de toestelnaam invoert terwijl Faxparameter 172 (DIRECT FAX XMT) op "Aan"
staat, mag u Directe ifaxverzending kiezen.
E-mailadres en telefoonnummers programmeren
Automatische kiezer programmeren
Programmeren van een verkortenummertoets of een e-mailadres
7
2
1:NAAMTOETS
2:VERKORTE KIESCODE
2
3
4
KIESCODE[❚ ]
VOER KIESCODE IN
2
[022]
E-MAILADRES
Vb: 0 2 2 (001 tot 100, maximaal 100 toestellen)
Om de invoermodus te veranderen (tussen
MAILADRES" en "TELEFOONNR. INVOEREN"),
"E-
EMAIL
druk op
5
Programmering
van het Toestel
1
INSTELMODE
(1-8)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
of
[022]
TELEFOONNR. INVOEREN
.
Voer het e-mailadres in met behulp van de tekentoetsen
(max. 60 tekens).
Vb: a b c
p a n a s o n
i
c
of
c o m
of
Voer het telefoonnummer in.
(max. 36 cijfers, spaties en pauzes inbegrepen)
Vb: 9 PAUSE 5 5 5
[022]
[email protected]❚
[022]
9-555 2345❚
2 3 4 5
6
[022]NAAM INVOEREN
[email protected]
of
[022]NAAM INVOEREN
9-555 2345
7
Voer de naam van de bestemming in m.b.v. de
tekentoetsen.
(max. 15 tekens)
Vb: A C C O U N T I N G
[022]ACCOUNTING❚
[email protected]
of
[022]ACCOUNTING❚
9-555 2345
71
E-mailadres en telefoonnummers programmeren
Automatische kiezer programmeren
8
KIESCODE[❚ ]
VOER KIESCODE IN
Om een volgend nummer op te slaan herneemt u stap 48.
Om terug te keren naar standby drukt u op
Opmerking
STOP .
1 Wanneer u een speciaal nummer moet vormen om een buitenlijn te krijgen, voer dit dan eerst
in en druk dan op PAUSE . De pauze wordt weergegeven door een liggend streepje "-".
2. Als u de pulskiesmethode gebruikt en wilt overschakelen naar toonkiezen tijdens het kiezen,
drukt u op
(voorgesteld door "/"). De kiesmethode verandert van puls in toon na het kiezen
van "/".
Vb: 9 PAUSE * 5551234
3 Wanneer u de toestelnaam invoert terwijl Faxparameter 172 (DIRECT FAX XMT) op "Aan"
staat, mag u Directe ifaxverzending kiezen.
72
E-mailadres en telefoonnummers programmeren
Bewerken of wissen van nummer / e-mailadres in automatische kiezer
Om een van de snelkiesnummers of verkorte nummers of e-mailadressen te wijzigen of wissen, gaat u te
werk zoals hieronder aangegeven.
Bewerken van een snelkiesnummer / verkorte nummer of e-mailadres
1
7
Programmering
van het Toestel
2
1:NAAMTOETS
2:VERKORTE KIESCODE
2
NAAMTOETS< >
DRUK OP ONR-TOUCH
Selecteer 1 voor snelkiesnummer / e-mailadres.
Selecteer 2 voor verkort nummer / e-mailadres.
Vb: 1
3
Voer het nummer in waarvan u de inhoud wil wijzigen.
<01> SALES DEPT
[email protected]
Vb:
of
<01> SALES DEPT
9-555 1234
4
<01> SALES DEPT
E-MAILADRES
of
<01> SALES DEPT
TELEFOONNR. INVOEREN
5
Om de invoermodus te veranderen (tussen
MAILADRES" en "TELEFOONNR. INVOEREN"),
EMAIL
druk op
6
"E-
.
Voer een nieuw e-mailadres in. (Zie opmerkingen 1 en 2)
Vb: x y z
p a n a s o n
i
<01> SALES DEPT
[email protected]❚
c
of
c o m
<01> SALES DEPT
9-555 3456❚
of
Voer een nieuw telefoonnummer in. (Zie opmerkingen 1 en 2)
Vb: 9 PAUSE 5 5 5
7
3 4 5 6
<01> SALES DEPT
[email protected]
73
E-mailadres en telefoonnummers programmeren
Bewerken of wissen van nummer / e-mailadres in automatische kiezer
8
<01> NAAM INVOEREN
[email protected]
Voer een nieuwe toestelnaam in. (Zie opmerking 1)
of
<01> NAAM INVOEREN
9-555 3456
Vb: P A N A F A X
<01> PANAFAX❚
[email protected]
of
<01> PANAFAX❚
9-555 3456
9
NAAMTOETS< >
DRUK OP ONR-TOUCH
Om terug te keren naar standby drukt u op
Opmerking
1 Als u een fout maakt, gebruikt u
of
STOP .
om de cursor achter het foutieve cijfer te plaatsen,
drukt u op CLEAR en tikt u het juiste cijfer in.
2 Als een snelkiesnummer/verkort nummer / e-mailadres gebruikt werd voor het reserveren van
een verzending, kan de inhoud niet gewijzigd of gewist worden tot de communicatie afgelopen
is.
Om de inhoud te wissen of te wijzigen moet u eerst de communicatie annuleren via de
bestandfunctie. (Zie blz. 160)
74
E-mailadres en telefoonnummers programmeren
Bewerken of wissen van nummer / e-mailadres in automatische kiezer
Bewerken van een snelkiesnummer / verkort nummer of e-mailadres
1
7
2
Selecteer 1 voor snelkiesnummer / e-mailadres.
Programmering
van het Toestel
2
1:NAAMTOETS
2:VERKORTE KIESCODE
NAAMTOETS< >
DRUK OP ONR-TOUCH
Selecteer 2 voor verkort nummer / e-mailadres.
Vb: 1
3
Voer het nummer in dat u wilt wissen.
<01> SALES DEPT
[email protected]
Vb:
of
<01> SALES DEPT
9-555 1234
4
<01> SALES DEPT
E-MAILADRES
of
<01> SALES DEPT
TELEFOONNR. INVOEREN
5
NAAMTOETS< >
DRUK OP ONR-TOUCH
Om terug te keren naar standby drukt u op
Opmerking
STOP .
1 Als een snelkiesnummer/verkort nummer / e-mailadres gebruikt werd voor het reserveren van
een verzending, kan de inhoud niet gewijzigd of gewist worden tot de communicatie afgelopen
is.
Om de inhoud te wissen of te wijzigen moet u eerst de communicatie annuleren via de
bestandfunctie. (Zie blz. 160)
75
E-mailadres en telefoonnummers programmeren
Een indexblad afdrukken
Na het programmeren van de automatische kiezer kunt u het repertoriumblad afdrukken met de eerste 12
tekens van elke toestelnaam. Knip langs de stippellijn en leg het over de snelkiestoetsen onder het
repertoriumdekblad. Volg de onderstaande stappen om het repertoriumblad af te drukken.
1
AFDRUKKEN
(1-7)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
6
2
* AFDRUKKEN *
NAAMTOETSENLIJST
7
De indexblad worden afgedrukt.
******************** -NAAMTOETSENLIJST- ****************** DATUM 03-12-2002 ***** TIJD 15:00 *****
201 555 1234
AMERICA
:[email protected]
AFRICA
ASIA
BRAZIL
........
CANADA
JAPAN
........
........
Stippellijn
********************************************* -HEAD OFFICE
76
PANASONIC
- ****** 201 555 1212- *******
Individuele aanpassingen
Uw faxtoestel beschikt over tal van instelbare faxparameters. Deze faxparameters staan vermeld in de
parametertabel, werden voor u vooraf ingesteld en hoeven niet te worden gewijzigd. Als u toch een
wijziging wilt aanbrengen, leest u de tabel eerst aandachtig door. Bepaalde parameters, waaronder die
voor resolutie, contrast en controlestempel, kunnen tijdelijk gewijzigd worden door op een bepaalde toets te
drukken net voor de verzending. Aan het einde van de verzending keren deze parameters echter terug
naar hun vooraf ingestelde waarde (standaardwaarde). Andere parameters kunnen enkel gewijzigd worden
aan de hand van onderstaande procedure.
Faxparameters instellen
1
7
2
3
4
5
6
INSTELMODE
(1-8)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
FAX PARAMETER(1-177)
NR.=❚
4
Voer het faxparameternummer uit de parametertabel in.
Vb: 0 0 1 voor CONTRAST
FAX PARAMETER(1-177)
NR.=001
01:CONTRAST
1:NORMAAL
Voer de nieuwe instelwaarde in.
01:CONTRAST
2:LICHTER
Vb: 2 voor LICHTER
02:RESOLUTIE
2:FIJN
Om een andere parameter in te stellen, drukt u op
CLEAR om terug te keren naar stap 3 of op
STOP
om terug te keren in stand-by.
Opmerking
1 Om bij stap 2 of 4 de faxparameters te overlopen drukt u op
2 Om een lijst met faxparameters af te drukken, zie blz. 220.
of
.
77
Programmering
van het Toestel
Algemene beschrijving
Individuele aanpassingen
Tabel met faxparameters
Nr.
Parameter
Nr.instelling
instelling
001
CONTRAST
1
Normaal
2
Lichter
3
Donkerder
1
Standaard
2
Fijn
3
S-Fijn
4
Fotostand
(Fijn)
5
Fotostand
(S-Fijn)
1
Uit
2
Aan
1
Uit
2
Aan
1
Pulskiezen
2
Toonkiezen
1
Binnen
2
Buiten
3
Geen afdr.
1
Logo ID
2
Van to
1
Uit
2
Aan
Kiezen of het toestel al dan niet de ontvangstdatum en het
tijdstip, de ID van de correspondent en het
verkleiningspercentage afdrukt onderaan elk ontvangen
blad.
1
Uit
Regeling van het volume van het toets/zoemergeluid.
2
Zacht
3
Hard
1
Uit
002
004
005
006
007
008
009
010
012
RESOLUTIE
STEMPEL
GEHEUGEN
KIESMETHODE
AFDRUK KOPTEKST
VORM KOPTEKST
AFDR. ONTVANGTIJD
TOON TOETS/
ZOEMER
ZENDJOURNAAL
2
3
013
78
AUTOM. JOURNAAL
AFDR
Commentaar
De standaardwaarde instellen van de toets CONTRAST.
Standaardwaarde voor de RESOLUTIE instellen.
Standaardwaarde van de STAMP (stempel) toets instellen.
Om de stempelfunctie te kiezen wanneer het document in
het geheugen is opgeslagen (zie faxparameter nr. 28).
Instellen van de beginpositie voor verzenden/kopiëren
vanuit het geheugen. (Deze instelling kan tijdelijk worden
gewijzigd met F8-9 (GEHEUGEN XMT))
Kiesmethode selecteren.
Afdrukpostitie van de kopregel kiezen.
Binnen
: binnen de grenzen van de afdrukbare zone.
Buiten
: buiten de grenzen van de afdrukbare zone.
Geen afdr. : kopregel wordt weggelaten.
Keuze van de inhoud van de kopregel.
Standaardpositie instellen voor de afdrukmodus van het
ZENDJOURNAAL.
Altijd
Uit
: geen afdruk
: altijd een verzendingsverslag
Inc. (alleen Altijd
: alleen een afdruk wanneer communicatie
incompleet) Inc.
mislukt is
1
Uit
2
Aan
Kiezen of het toestel het activiteitsverslag na 32
transacties automatisch afdrukt of niet.
Individuele aanpassingen
Tabel met faxparameters
Parameter
Nr.instelling
017
ONTVANGSTMODE
1
018
019
020
022
023
024
025
instelling
TELEFOON Ontvangstmodus instellen.
2
FAX
3
FAX/TEL
4
ANTWOOR
DER
1
20 sec.
2
30 sec.
3
40 sec.
4
50 sec.
1
1 sec
---
---
60
60 sec.
STILTEDETECTIVE
(ANTWOORDER)
1
Uit
2
Aan
FORMAAT
AFDRUKPAPIER
1
Uit
2
Aan
1
A4
2
Letter
3
Legal
1
Vast form.
AKOESTISCH ALARM
LENGTE MELDTEKST
RECORDING PAPER
SIZE
VERKLEINEN
AFDRUK
VERKLEININGSFACT.
2
70
70%
----
----
100
100%
AFROEPCODE
027
OPSLAAN AFGER.
BER.
1
Uit
2
Aan
STEMPEL ZENDEN
GEH.
1
Uit
2
Aan
1
Uit
2
Aan
1
Uit
2
Aan
030
031
DRD SERVICE
OPSLAAN
INCOMPL.BER.
Kiezen van hoe lang de machine bij de auto fax/telefoon
schakeling een inkomend gesprek signaleert (het toestel
laat overgaan). (Zie blz. 129)
Instellen van de UGM-lengte van het antwoordapparaatinterface van 1 t/m 60 seconden. De eenheid begint pas
na het verstrijken van de ingestelde tijd met het
waarnemen van een stilte nadat in de antwoordapparaatinterface ontvangstmode een gesprek is waargenomen.
Kiezen van de stilte waarneming.
Kiezen of het toestel al dan niet ontvangt in het geheugen
wanneer er geen afdrukpapier of toner meer is of wanneer
het afdrukpapier vastloopt.
Instelling van het in de machine gelegde papier.
Keuze van de verkleiningswijze bij het afdrukken.
Vast form.
: verkleint document overeenkomstig de
Automatisch
instelling van parameter nr. 25.
Automatisch : verkleint document overeenkomstig de
lengte van de ontvangen documenten.
026
028
Commentaar
(----)
De vaste verkleiningsgraad kiezen tussen 70 en 100%.
Deze parameter werkt alleen wanneer onder faxparameter
nr. 24 gekozen is voor "Vast form".
Instellen van een 4-cijferig wachtwoord voor beveiligde
opvraging. (Zie blz. 139)
Kiezen of het toestel al dan niet het opgevraagde
document in zijn geheugen bewaart, zelfs nadat het
document één keer is opgevraagd.
Kiezen of het toestel de originele documenten die het in
zijn geheugen opslaat al dan niet moet afstempelen.
(afhankelijk van de instelling van de stempel op het
bedieningspaneel)
Kiezen of het toestel al dan niet beschikbaar is voor "DRDdiensten". Als deze parameter op "Aan" is gezet, reageert
het toestel voor het automatisch ontvangen van
documenten alleen op het specifieke belsignaal.
Kiezen of het toestel het document al dan niet in zijn
geheugen bewaart als het document niet met succes is
verzonden.
79
Programmering
van het Toestel
Nr.
Individuele aanpassingen
Tabel met faxparameters
Nr.
Parameter
Nr.instelling
instelling
032
VERKLEINEN
KOPIEMODE
1
Handmatig
ENERGIESPAARSTAND
1
Off
2
E-Saver
WINTER/ZOMERTIJD
1
Niet actief
2
Actief
034
035
Kiezen of het toestel de verkleining van documenten
automatisch of manueel uitvoert.
Automatisch
Handmatig : U wordt door het toestel verzocht om de
verkleiningsgraad (100% tot 70%) op te
geven wanneer u kopieën maakt.
Automatisch: Het toestel bepaalt automatisch de
verkleiningsgraad overeenkomstig de
lengte van.
Om het stroomverbruik in stand-by te reduceren, kiest u de
Stroombesparingsmodus of Sluimermodus en stelt u de
vertraging (1 tot 120 minuten) in waarna het toestel in de
geselecteerde modus schakelt.
Instellen van de vertragingstijd is enkel mogelijk in de
Stroombesparingsmodus en de Sluimermodus.
Off :
Het toestel blijft in stand-by en verbruikt meer
stroom dan in de Stroombesparingsmodus of
Sluimermodus.
E-Saver : Minder stroomverbruik dan in stand-by door
uitschakeling van de fixeereenheid na de
ingestelde tijdsduur.
Kiezen of de zomertijd al dan niet automatisch wordt
aangepast. De ingebouwde klok wordt om 1:00’s nachts
op de laatste zondag in maart 1 uur vooruit gezet en om
1:00’s nacht op de laatste zondag in oktober 1 uur terug
gezet.
037
ONTV. IN GEH.
(----)
Voer een 4-cijferig wachtwoord in om het in het geheugen
ontvangen document af te drukken met F8-5 (ONTV. IN
GEH.). Wanneer F8-5 actief is, wordt deze parameter niet
op het LCD-display weergegeven. (Zie blz. 170)
038
TOEGANGSCODE
(----)
Voer een 4-cijferige toegangscode in om het toestel te
beveiligen tegen gebruik door onbevoegden. (Zie blz.
168)
039
PIN CODE TOEGANG
042
043
044
046
047
80
2
Commentaar
1
Uit
2
Suffix
3
Prefix
OPSLAAN CONF.
BERICHT
1
Uit
2
Aan
ZENDCODE
1
Uit
2
Aan
1
Uit
2
Aan
SELECTIVE
ONTVANGST
1
Uit
2
Aan
ONTVANGEN OP
AFSTAND
1
Uit
2
Aan
ONTVANGSCODE
Kiezen van de toegangsmethode (Achter- of voorvoegsel)
om een nummer met pincode te kiezen. (Zie blz. 175)
Kiezen of de machine bestanden voor vertrouwelijk
afroepen bewaard nadat het bestand eenmaal is
afgeroepen.
Een 4-cijferig verzendingswachtwoord invoeren en kiezen
of het toestel bij verzending al dan niet het
verzendingswachtwoord van het ontvangsttoestel uitvoert
en controleert. (Zie blz. 196)
Een 4-cijferig ontvangstwachtwoord invoeren en kiezen of
het toestel bij ontvangst al dan niet het
ontvangstwachtwoord van het verzendend toestel uitvoert
en controleert. (Zie blz. 197)
Kiezen of het toestel al dan niet selectieve ontvangst
uitvoert. (Zie blz. 194)
Kiezen of de machine opdrachten voor ontvangst op
afstand accepteert. (Zie blz. 128)
Individuele aanpassingen
Tabel met faxparameters
Parameter
Nr.instelling
048
TELEFOONLIJN
1
OPENBAAR Keuze van het type aangesloten lijn.
2
BEDR. TLF.
CENTR.
049
EXTERNE LIJN
051
REMOTE
DIAGNOSTIC
instelling
Commentaar
(----)
Instelling van de PSTN-toegangscode (max. 4 cijfers).
1
Uit
2
Aan
Selecteren of het toestel de firmware-update of de
afstandsdiagnose van het station op afstand aanvaardt.
Raadpleeg uw Erkende Panasonic-dealer voor meer
informatie.
052
REM. DIAGNOSTIC
CODE
(----)
Een wachtwoord opgeven voor de diagnostiek op afstand.
Gelieve meer details te vragen bij uw officiële
Panasonicverdeler.
053
SUB-ADRES
WACHTWOORD
(----)
Een wachtwoord van 20 cijfers instellen voor een
beveiligde communicatie tussen subadressen.
054
FAX DOORSTUREN
056
FAX VOORBLAD
057
LANDNUMMER
058
TAAL
064
TOETSENB VERAND.
1
Uit
2
Aan
1
Uit
2
Aan
De taal selecteren die op het display en in de verslagen zal
gebruikt worden.
1
Standaard
Het type van repertoriumdekblad selecteren. Verander de
instellingen in VERANDEREN bij gebruik van
Veranderen
repertoriumdekblad meegeleverd met de toebehoren.
1
Uit
2
Aan
SNELLE
GEHEUGENVERZ.
1
Uit
2
Aan
099
GEHEUGENCAPACITEIT
(Flash Memory)
-
-
140
LAN RELAY
VERZ.VERZOE
1
Uit
2
Aan
RELAY VERZ.
(ook LANRELAISTOESTEL op
UF-770i genaamd)
1
Uit
2
Aan
VERZENDVERSLAG
1
Uit
082
142
143
AFDRUK IN
VOLGORDE
De standaardwaarde instellen van de parameter Voorblad
in de geselecteerde modus. (Zie blz. 173)
Keuze van de landcode tijdens de installatie van uw
machine.
2
065
Kiezen of het toestel al dan niet de faxdoorzendfunctie
naar de opgegeven bestemming uitvoert. (Zie blz. 177)
2
3
Selecteren of het toestel documenten al dan niet in
volgorde afdrukt. (Zie blz. 135)
Kiezen of het toestel al dan niet de snelle verzending
vanuit het geheugen uitvoert. (Zie blz. 107 tot 109)
Uit :
Slaat alle documenten eerst in het geheugen
op en vormt dan het telefoonnummer.
Aan :
Het toestel begint onmiddellijk het nummer te
kiezen nadat de eerste pagina is opgeslagen.
De hoeveelheid geïnstalleerd basis- en optioneel
geheugen afbeelden.
(Basisgeheugen + Optioneel geheugen)
Kiezen of het toestel het verzoek tot LAN-relaisverzending
uitvoert.
Kiezen of het toestel G3-relaisverzending aanvaardt en
uitvoert. (Relaistoestelfuncties)
Instellen hoe het communicatiejournaal voor
relaisverzending naar het uitgaand toestel wordt
Altijd
gezonden.
: Niet zenden.
Inc. (alleen Uit
: Altijd zenden.
incompleet) Altijd
Inc.
: Alleen zenden indien communicatie is mislukt.
81
Programmering
van het Toestel
Nr.
Individuele aanpassingen
Tabel met faxparameters
Nr.
Parameter
Nr.instelling
instelling
144
EMAIL LETTERTYPE
1
Japans
2
Engels
1
Uit
2
Aan
145
146
AFZENDER KIEZEN
POP TIMER
---3
147
148
149
150
151
1
Uit
2
Aan
POP ONTV. EMAIL
WISSEN
1
Uit
2
Aan
EMAIL MET FOUT
WISSEN
1
Uit
2
Aan
ONTV. INTERNETFAX
1
Uit
2
Aan
1
Alls
2
3
152
153
154
155
1
Uit
2
Aan
TSI ROUTING
1
Uit
2
Aan
1
Oorspring
2
Relay
Bestem.
ROUTED DOC.
PRINTEN
1
2
156
157
82
PRINT DOORGEST.
DOC.
TRANSACTIE
JOURNAAL
Een voorgeprogrammeerde afzendernaam en e-mailadres
kiezen vóór elke verzending.
Kiezen of het toestel automatisch een e-mail downloadt
van de POP-server.
Kiezen of de e-mail automatisch wordt gewist na
opvraging van de POP-server.
Kiezen of een e-mail met een incompatibel bijlagebestand
van de POP-server moet worden gewist.
Kiezen of een ontvangstbevestiging moet worden
gezonden bij ontvangst van een andere internetfax van het
merk Panasonic.
De kopregelinformatie kiezen voor afdruk bij ontvangst van
e-mail. (Normaal gebruikt voor opsporen en oplossen van
Onderwerp/
problemen. Toont het pad gevolgd door de e-mail vóór
Van/Naar
aankomst in uw toestel.)
Uit
SUB ADRES
ROUTING
FORM.KOPREGEL
ROUTING
Het tekenset kiezen bij het ontvangen of zenden van emailtekst.
0 to 60 min. Stel de tijd in die de machine nodig heeft om te controleren
of er e-mail is op de POP-server.
(0 = Controleert niet of er e-mail is op de POP-server.)
AUTOM. POP
ONTVANGST
FORM. EMAIL
KOPREGEL
Commentaar
Kiezen of een ontvangen fax of e-mail automatisch moet
worden gerouteerd aan de hand van ITU-T subadres.
Kiezen of een ontvangen fax naar een in het repertorium
voorgeprogrammeerd telefoonnummer of e-mailadres
moet worden gerouteerd aan de hand van de Numerieke
ID van de uitgaande fax (TSI-frame-informatie).
Kiezen welk type kopregel van e-mail in het veld “Van” van
elke gerouteerde fax moet worden opgenomen.
Oorspring
: De TSI van het uitgaande faxtoestel zal
in het veld “Van” van de gerouteerde email verschijnen.
Relay Bestem. : Het e-mailadres van het routeringstoestel
zal in het veld “Van” van de gerouteerde
e-mail verschijnen.
Inc. (alleen Kiezen of een ontvangen fax die moet worden gerouteerd
incompleet) altijd wordt afgedrukt of alleen wanneer de routering
mislukt.
Altijd
1
Inc.only
(alleen
onvolledig)
2
Always
1
Uit
2
Aan
Kiezen of een in het geheugen ontvangen fax of e-mail die
moet worden doorgezonden altijd wordt afgedrukt of alleen
wanneer het doorzenden niet volledig is.
Kiezen of het toestel een transactiejournaal naar het
voorgeprogrammeerde e-mailadres zendt.
Individuele aanpassingen
Nr.
Parameter
Nr.instelling
instelling
Commentaar
158
UPDATE AFSTAND
PC
1
Uit
2
Aan
Kiezen of het toestel opdrachten van een e-mailapplicatie
aanvaardt voor het:
(a) Programmeren van de internetparameters
(b) Programmeren van de automatische kiezer
(c) Opvragen van het verslag
ONDERWERP
INGEVEN
1
Uit
2
Aan
1
Uit
2
Aan
1
Uit
2
Aan
1
Green
2
Engels
3
Engels+
Japans
1
Uit
2
Aan
159
160
161
162
163
164
169
170
171
172
STANDAARD DOMEIN
DNS SERVER
TIFF VIEWER URL
KOPREGEL ROUTING
KOPREGEL IFAX
(allen e-mail)
1
DHCP CLIENT
1
Uit
2
Aan
1
Uit
2
Aan
1
Uit
2
Aan
1
Niet actief
2
Actief
SMTP AUT
(Zie Opmerking 3)
POP VOOR SMTP
(Zie Opmerking 3)
DIRECT IFAX XMT
2
Kiezen of de onderwerpregel tijdens elke verzending kan
worden geprogrammeerd.
Kiezen of het toestel aanvaardt het standaarddomein in te
voeren in de modus “manueel nummer vormen”.
Kiezen of de DNS-server zal worden gebruikt voor de
internetcommunicatie.
Kiezen of het URL-adres in de hoofdtekst van het emailbericht moet worden opgenomen.
Kiezen of de afdrukinformatie voor de kopregel van het
Routeringstoestel moet worden toegevoegd op de
bovenrand van gerouteerde pagina’s.
Inbegrepen Kiezen of de kopregel moet worden opgenomen bij het
zenden van een document naar een geadresseerde
Niet
binnen hetzelfde domein als gespecificeerd in de
ingrepen
standaarddomeinparameter. (Is nuttig bij het gebruik van
het toestel voor het terugscannen van documenten naar
uw pc)
Opmerking: Bij een verzending naar een ander domein
dan aangegeven in de
standaarddomeinparameter wordt de
kopregel meegestuurd ongeacht de selectie.
Kiezen of het toestel de netwerkparameters automatisch
van de DHCP-server moet halen. (Zoals IP-adres,
subnetmask, standaard-gateway IP-adres enz.)
Opmerking: Indien u de instelling van deze parameter
wijzigt, zal het toestel automatisch
heropstarten.
Kiezen of uw SMTP-server (uitgaandemailserver)
verificatie vereist met een gebruikersnaam en wachtwoord
alvorens een e-mail te aanvaarden. Na het wijzigen van de
instelling in “Aan” , kunt u de gebruikersnaam en
wachtwoord invoeren die door uw netwerkbeheerder aan
uw toestel werden toegekend.
Kiezen of uw SMTP-server (uitgaandemailserver)
verificatie vereist door eerst inkomende e-mail van de
POP-server op te vragen alvorens e-mail te aanvaarden.
(Neem contact op met uw netwerkbeheerder).
Kiezen of u de vraag wilt krijgen tijdens het registreren van
snelkiesnummer / verkort nummer of het toestel dat u
programmeert rechtstreeks internetfax moet ontvangen
zonder via een mailserver te gaan.
83
Programmering
van het Toestel
Tabel met faxparameters
Individuele aanpassingen
Tabel met faxparameters
Nr.
Parameter
Nr.instelling
instelling
173
AFLEVERBERICHT
1
Uit
2
Aan
APOP
(Zie Opmerking 3)
1
Niet actief
2
Actief
XMT BESTAND EXT
1
TIFF
2
PDF
174
177
Opmerking
84
Commentaar
Instellen van de thuispositie voor het vragen van een
leveringsbericht (MDN) op de functiekeuzemodus (F8-2)
bij het verzenden van een e-mail/internetfax. Het
ontvangen leveringsbericht wordt niet afgedrukt.
Het wordt gebruikt voor het bijwerken van de
communicatiestatus op het transactiejournaal van de
oorspronkelijke verzonden e-mail.
Kiezen of de APOP-verificatiemethode moet worden
gebruikt bij het opvragen van e-mail/internetfax van de
POP-server. (Deze instelling is serverafhankelijk; neem
contact op met uw netwerkbeheerder).
Kiezen of het document(en) wordt geconverteerd in een
TIFF-F of PDF-formaat bij het verzenden van een
internetfax. (De instelling kan tijdelijk worden gewijzigd
door middel van F8-6)
Opmerking: Het PDF-bestand is alleen beschikbaar
wanneer u het document(en) naar een pc
zendt.
1 De standaardinstellingen worden afgedrukt op de lijst met faxparameters. Om zo’n afdruk te
krijgen, zie blz. 220.
2 Deze parameter is slechts beschikbaar als de optie Parallelle-poortinterface geïnstalleerd
werd.
3 "Aan" kan worden gekozen wanneer de SMTP-server of de POP-server de mogelijkheden
ondersteunen.
Belangrijkste Bedieningsverrichtingen
Documenten inbrengen
Verzendbare documenten
In principe kan uw toestel elk document verzenden dat op A4 formaat staat.
Afmetingen document
Maximum
Minimum
257 mm
(zie opmerking)
148 mm
Documentdikte
Los vel;
0,06 mm (45 g/m2) 0,15 mm (112 g/m2)
128 mm
Meer dan één vel;
0,06 mm (45 g/m2) 0,10 mm (75 g/m2)
2000 mm
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
Richting
Richting
Opmerking: De maximale doorvoerbreedte van originelen bedraagt 257 mm.
De effectieve scanbreedte bedraagt echter 208 mm.
Niet-verzendbare documenten
U mag nooit documenten proberen te verzenden, indien ze
Nat zijn
Nog vochtige inkt of correctielak
bevatten
ABC
Te dun zijn
(b.v. luchtpostpapier, blz. uit
bepaalde tijdschriften enz.)
Gelaagd zijn
(b.v. gesatineerd papier enz.)
Gekreukt, gekruld of gevouwen zijn
abcdef
ghijklm
nopqrs
abcdef
tuvwx
ghijklm
yzabcd
abcdef
ef
ghijklm nopqrstuvwx
yzabcd
nopqrs
abcdef
efg
ghijklm
tuvwx
yzabcd
nopqrs
abcdef
efg
tuvwx
ghijklm
yzabcd
nopqrs
abcdef
efg
ghijklm
tuvwx
yza
nopqrs
tuvwxyza bcdefg
bcdefg
abcd
ab
abcdef
abcdef
g
ghijkl
abcdef
mnopq
abcdef
ghi
rstuvw
ghijkl
xyzabc
mnopq
abcdef
def
rstuvw
ghijkl
mnopq
xyzabc
abcdef
rstuvw
def
ghijkl
xyzabc
mnopq
abcdef
defg
rstuvw
ghijkl
xyzabc
mnopq
defg
rstuvw
xyzabc
defg
Chemisch behandeld zijn
(b.v. drukgevoelig papier,
carbonpapier enz.) of van stof/
metaal vervaardigd zijn
Indien u dat soort documenten wilt verzenden, maak er dan eerst een fotokopie van en verzendt de kopie.
85
Documenten inbrengen
Hoe originelen inbrengen
1. Zorg ervoor dat de documenten ontdaan zijn van nietjes of clips en dat ze niet gekruld, vettig of bedekt
zijn met vreemde deeltjes.
2. Plaats de documenten met de bedrukte zijde NAAR BENEDEN op de automatische documententoevoer
(ADT) tot de benedenhoek in het toestel vastklikt.
Zorg ervoor dat bij het zenden van meerdere pagina’s het onderste blad eerst wordt ingevoerd. U kunt
ook maximaal 30 pagina’s in een keer op de papiertoevoer leggen door de documenten trapsgewijs
te stapelen zoals hieronder afgebeeld. Wacht indien u meer dan 30 pagina’s hebt totdat het verzenden
of opslaan in het geheugen begint terwijl de pagina’s worden doorgevoerd, en leg dan de resterende
pagina’s boven op de laatste pagina in de toevoer.
3. Stel de documentgeleiders in om het document te centreren op de ADT.
Documentgeleider
FOUT
GOED
Als u een document op de ADT legt, verandert het bericht op het display van datum en uur (stand-by) in
de volgende melding. U kunt nu de basis verzendingsinstellingen wijzigen, of de kiesprocedure
aanvatten.
voer nummer in
DRUK OP START
Opmerking
00%
1 Beperking voor verzenden van uit meerdere pagina’s bestaande originelen is als volgt:
Origineelformaat
Origineeldikte
Maximaal 20 pagina’s
Maximaal 257 x 364 mm
0,06 mm t/m 0, 12 mm
Maximaal 30 pagina’s*
A4-formaat
0,06 mm t/m 0,10 mm
* Merk op dat u bij sommige papiersoorten niet altijd 30 pagina’s kunt plaatsen, hoewel het
formaat en de dikte van het papier voldoen aan de specificaties.
2 Voor het verzenden van originelen die langer zijn dan 356 mm is hulp van de gebruiker nodig.
3 Voor het verzenden van originelen die langer zijn dan het A4 formaat moet de papiersublade
voor de originelen worden uitgetrokken, zoals onderstaande afbeelding laat zien.
Papiersublade voor de originelen
86
Basisinstellingen voor verzendin
Algemene beschrijving
U kunt de verzendingsinstellingen tijdelijk wijzigen voor of na u het document op de ADT heeft gelegd.
De instellingen die u tijdelijk kunt wijzigen zijn de volgende:
• Contrast
• Resolutie
• Stempel
• Communicatieverslag
Als uw document verzonden is, zal het toestel automatisch terugkeren naar de voorgeprogrammeerde
instellingen.
Uw toestel werd vooraf ingesteld op Normaal contrast. Als u een document wilt verzenden met een lichter
contrast, wijzigt u de instelling in Lichter. Wilt u een document verzenden met een donkerder contrast, dan
wijzigt u de instelling in Donkerder.
Druk op CONTRAST voor:
CONTRAST:
NORMAAL
CONTRAST = Normaal
CONTRAST:
LICHTER
CONTRAST = Lichter
CONTRAST:
DONKERDER
CONTRAST = Donkerder
Resolutie
Uw toestel is vooraf ingesteld op Standaard resolutie, die voldoet voor de meeste documenten.
Use Fijne,Superfijne of Halftoon resolutie kiest u voor een dokument met veel details.
Druk op RESOLUTION voor:
RESOLUTIE:
STANDAARD
RESOLUTIE:
FIJN
RESOLUTIE = Standaard
RESOLUTIE = Fijne
RESOLUTIE:
FOTOSTAND(S-FIJN)
RESOLUTIE = Halftoon (Superfijne)
Opmerking
RESOLUTIE:
S-FIJN
RESOLUTIE = Superfijne
RESOLUTIE:
FOTOSTAND(FIJN)
RESOLUTIE = Halftoon (Fijne)
1 Om de voorgeprogrammeerde contrastwaarde te wijzigen, verandert u de instelling van
faxparameter nr. 01. (Zie blz. 78)
2 Om de voorgeprogrammeerde resolutie-instelling te wijzigen, verandert u de stand van
faxparameter nr. 02. (Zie blz. 78)
87
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
Contrast
Basisinstellingen voor verzendin
Controlestempel
De controlestempel is een hulpmiddel waarmee u kunt nagaan of de verzending naar wens verloopt: op een
met succes verzonden document wordt dan onderaan een klein merkteken
voor:
Druk op STAMP voor:
STAMP
STEMPEL = Uit
STEMPEL:
AAN
Opmerking
88
STAMP
STEMPEL = Aan
STEMPEL:
UIT
1 Als u een document opslaat in het geheugen, drukt de Controlestempel een stempel af op het
document als het succesvol werd opgeslagen in het geheugen. In dit geval is de
controlestempel echter geen bevestiging dat de verzending van het document geslaagd was.
Als u het gebruik van de controlestempel wilt desactiveren bij opslag in het geheugen, wijzigt u
de instelling van faxparameter nr. 28. (Zie blz. 79)
2 Om de voorgeprogrammeerde keuze inzake de controlestempel te wijzigen, verandert u de
stand van faxparameter nr. 04. (Zie blz. 78)
Basisinstellingen voor verzendin
Communicatieverslag
Aan de hand van een communicatieverslag kunt u nagaan of de verzending naar behoren is verlopen. Wat
het afdrukken van communicatieverslagen betreft, beschikt u over volgende keuzemogelijkheden:
Staat COMM. JOURNAAL = UIT
:
dan wordt er nooit een communicatieverslag afgedrukt.
Staat COMM. JOURNAAL = AAN
:
dan wordt na elke communicatie automatisch een verslag afgedrukt.
Staat COMM. JOURNAAL = INC.
:
dan wordt alleen een verslag afgedrukt indien de communicatie
mislukt is.
1
8
2
SELECTIEMODE
(1-9)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
JOURNAALAFDRUK=INC.
1:UIT 2:AAN 3:INC.
1
3
JOURNAALAFDRUK=UIT
1:UIT 2:AAN 3:INC.
1
om uit te schakelen (OFF) (wordt niet afgedrukt).
of
of
JOURNAALAFDRUK=AAN
1:UIT 2:AAN 3:INC.
2
om in te schakelen (ON) (wordt altijd afgedrukt).
of
of
JOURNAALAFDRUK=INC.
1:UIT 2:AAN 3:INC.
3
voor “INCOMPLETE”(onvolledig) (wordt alleen
afgedrukt wanneer communicatie is mislukt).
4
Opmerking
1 Om de voorgeprogrammeerde keuze inzake communicatieverslagen te wijzigen, verandert u
de stand van faxparameter nr. 012. (Zie blz. 78)
89
Documenten via LAN verzenden
Algemene beschrijving
U kunt documenten via LAN naar één enkel of naar meerdere e-mailadressen verzenden. De volgende emailadresmethodes kunnen worden gekozen:
• E-mailadressen manueel invoeren
• E-mailadressen met snelkiestoetsen invoeren
• E-mailadressen met verkorte nummertoetsen invoeren
• E-mailadressen opzoeken in repertorium (automatische kiezer & LDAP)
• E-mailadressen naar meerdere toestellen
Uw toestel stelt automatisch de Geheugenverzendingsmodus in wanneer een e-mailadres in de gekozen
sneltoets(en), programmeertoets(en), of verkorte nummertoets(en) wordt opgeslagen.
Het document wordt altijd eerst in het geheugen opgeslagen, waarna het toestel het e-mailbericht begint te
verzenden.
Rechtstreekse verzending, Spraakmodusverzending en Nummerherhaling zijn niet mogelijk voor het
verzenden van documenten via het LAN.
90
Documenten via LAN verzenden
E-mailadressen manueel invoeren
1
3a
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
❚
E-MAILADRES
EMAIL
Om de modus voor manueel invoeren van het
e-mailadres te kiezen.
Voer het volledige e-mailadres in met behulp van de
tekentoetsen (maximaal 60 tekens).
Vb: a b c
p a n a s o n
i
[email protected]
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
2
voer nummer in
DRUK OP START
c
c o m
3b
3c
Wanneer u een fout hebt gemaakt, druk op CLEAR om het
teken te wissen en voer dan het juiste teken opnieuw in.
Voer het gebruikersdeel van het e-mailadres in en druk op
abc
SET . Het toestel vult zelf het e-mailadres aan met
het standaarddomein dat is geprogrammeerd in de
gebruikersparameters (internet). (d.w.z. "panasonic.com""
wordt aan het e-mailadres toegevoegd)
Wanneer u uw document(en) naar een ander domein wilt
verzenden, voer dan het eerste deel van een e-mailadres
in, druk op
en roep de domeinnamen in de Lijst
van Beschikbare Domeinen op met behulp van de
de
[email protected]
- of
-toets. Kies het gewenste domein en druk op
START . (Zie opmerking 3 en pagina 99)
4
OPSLAAN BER. NR.=001
PAG.=001 01%
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 25%
Het document wordt in het geheugen opgeslagen met een
bestandsnummer. Vervolgens brengt het toestel de
verbinding met het LAN tot stand en begint het emailbericht te verzenden.
Opmerking
ZENDEN : BEZET *GEH*
ID:[email protected]
1 Wanneer uw toestel een alarmtoon (piep-piep-piep) weergeeft in stap 2 hierboven, betekent dit
dat de Kiezer vol is (bevat meer dan 70 volledige e-mailadressen of 70 transmissiereservaties,
met inbegrip van G3-communicatie, zijn al gereserveerd).
2 Wanneer de transmissie om een of andere reden niet volledig kan worden uitgevoerd, kan de
e-mail worden teruggezonden, anders wordt geen antwoord afgedrukt.
3 Om het toestel het e-mailadres automatisch te laten aanvullen, moet faxparameter nr. 160
(STANDAARD DOMEIN) op "Aan" staan en het standaarddomein (STANDAARD DOMEIN)
moet voorgeprogrammeerd zijn in de Gebruikersparameters (internet). (Zie blz. 50)
91
Documenten via LAN verzenden
E-mailadressen met snelkiestoetsen invoeren
Snelkiesnummers / adressen zijn een snelle manier om volledige telefoonnummers of e-mailadressen te
vormen. Om deze kies- of adresseermethodes te kunnen gebruiken, moet u eerst de telefoonnummers of emailadressen in de Automatische Kiezer opslaan. (Zie blz. 69)
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
Druk op een snelkiestoets (01 - 28).
<01> PANASONIC
[email protected]❚
Vb:
<01> PANASONIC
5551234
Indien in de snelkiestoets een telefoonnummer is
opgeslagen, verschijnt op het display:
3
OPSLAAN BER. NR.=001
PAG.=001 01%
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 25%
Het document wordt in het geheugen opgeslagen met een
bestandsnummer. Vervolgens brengt het toestel de
verbinding met het LAN tot stand en begint het emailbericht te verzenden.
Opmerking
92
ZENDEN : BEZET *GEH*
ID:PANASONIC
1 Wanneer uw toestel een alarmtoon (piep-piep-piep) weergeeft in stap 2 hierboven, betekent dit
dat de Kiezer vol is (bevat meer dan 70 volledige e-mailadressen of 70 transmissiereservaties,
met inbegrip van G3-communicatie, zijn al gereserveerd).
2 Wanneer de transmissie om een of andere reden niet volledig kan worden uitgevoerd, kan de
e-mail worden teruggezonden, anders wordt geen antwoord afgedrukt.
Documenten via LAN verzenden
E-mailadressen met verkorte nummertoetsen invoeren
Verkorte nummertoetsen / adressen zijn een snelle manier om volledige telefoonnummers of emailadressen te vormen. Om deze kies- of adresseermethodes te kunnen gebruiken, moet u eerst de
telefoonnummers of e-mailadressen in de Automatische Kiezer opslaan met een verkort nummer van 3
cijfers. (Zie blz. 71)
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
1
en voer dan een nummer van 3 cijfers
0
0
[100]PANAFAX
[email protected]
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
2
Druk op ABBR
in (001 - 100).
Vb:
[100]PANAFAX
5553456
Indien in het toestel met het verkorte nummer een
telefoonnummer is opgeslagen, verschijnt op het display:
3
OPSLAAN BER. NR.=001
PAG.=001 01%
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 25%
Het document wordt in het geheugen opgeslagen met een
bestandsnummer. Vervolgens brengt het toestel de
verbinding met het LAN tot stand en begint het emailbericht te verzenden.
Opmerking
ZENDEN : BEZET *GEH*
ID:PANAFAX
1 Wanneer uw toestel een alarmtoon (piep-piep-piep) weergeeft in stap 2 hierboven, betekent dit
dat de Kiezer vol is (bevat meer dan 70 volledige e-mailadressen of 70 transmissiereservaties,
met inbegrip van G3-communicatie, zijn al gereserveerd).
2 Wanneer de transmissie om een of andere reden niet volledig kan worden uitgevoerd, kan de
e-mail worden teruggezonden, anders wordt geen antwoord afgedrukt.
93
Documenten via LAN verzenden
Kiezen vanuit repertorium
Bij verzending via LAN kunt u met de repertoriumzoekfunctie een volledig e-mailadres of telefoonnummer
vormen door het opzoeken van de toestelnaam of e-mailadres ingevoerd in de automatische kiezer en de
LDAP-server (Lightweight Directory Access Protocol). (Zie opmerking 3)
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2a
VOER LETTER(S) IN
❚
Om de toestelnaam op te zoeken.
of
2b
3a
❚
E-MAILADRES
EMAIL
Om een e-mailadres op te zoeken.
Voer de volledige toestelnaam of een deel van een
toestelnaam in met behulp van de tekentoetsen. (Zie blz. 14)
VOER LETTER(S) IN
PANA❚
Vb: P A N A om PANASONIC op te zoeken
Wanneer u zich hebt vergist, drukt op CLEAR om het
teken te wissen en voer dan het juiste teken opnieuw in.
of
3b
Voer het volledige e-mailadres of een deel van emailadres in met behulp van de tekentoetsen.
x
[email protected]
Vb: x om [email protected] op te zoeken
4
(01)Panasonic NY002
[email protected]
of
of
meermaals
totdat
gewenste
toestelnaam
en
telefoonnummer / e-mailadres op het display verschijnen.
De LDAP-server heeft de hoogste zoekprioriteit (haalt
maximaal 50 toestellen per zoekbewerking binnen),
daarna wordt in de automatische kiezer gezocht. (Zie
opmerking 4)
Om de zoekactie te verfijnen kunt u extra tekens aan de
gezochte toestelnaam / e-mailadres toevoegen.
94
x
[email protected]
Documenten via LAN verzenden
Kiezen vanuit repertorium
5
(01)Panasonic NY002
[email protected]
(01)Panasonic NY002
Gebruik de
om het weergaveformaat van het
opgevraagde toestel te veranderen van Toestelnaam & emailadres in Toestelnaam alleen of E-mailadres alleen.
6
(02)[email protected]
OPSLAAN BER. NR.=001
PAG.=001 01%
Opmerking
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 25%
ZENDEN : BEZET *GEH*
ID:PANASONIC
1 Wanneer uw toestel een alarmtoon (piep-piep-piep) weergeeft in stap 2 hierboven, betekent dit
dat de Kiezer vol is (bevat meer dan 70 volledige e-mailadressen of 70 transmissiereservaties,
met inbegrip van G3-communicatie, zijn al gereserveerd).
2 Wanneer de transmissie om een of andere reden niet volledig kan worden uitgevoerd, kan de
e-mail worden teruggezonden, anders wordt geen antwoord afgedrukt.
3 Voor sommige landen kan de LDAP-server mogelijk niet beschikbaar zijn wegens
voorschriften in dat land.
4 Sommige speciale tekens worden weergegeven als bij het zoeken van op de LDAP-server.
95
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
Het document wordt in het geheugen opgeslagen met een
bestandsnummer. Vervolgens brengt het toestel de
verbinding met het LAN tot stand en begint het emailbericht te verzenden.
Documenten via LAN verzenden
Verzenden naar meerdere toestellen (broadcasting)
U kunt het document(en) in het geheugen opslaan en dan via LAN naar meerdere toestellen verzenden
(maximaal 202 adressen).
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
Voer de e-mailadressen in door een willekeurige
combinatie van de volgende methodes:
• Snelkiezen
• Verkorte nummers
• Kiezen vanuit repertorium, druk op
elk e-mailadres is ingevoerd.
SET
nadat
• Manueel kiezen, druk op SET
nadat elk toestel is
ingevoerd (maximaal 70 adressen).
Vb:
<01> PANASONIC
[email protected]❚
[100]PANAFAX
[email protected]❚
Vb:
1
0
0
2 NRS INGEVOERD
VOER NRS IN OF START
Als u het aantal ingevoerde nummers wilt bevestigen,
druk op
SET
.
3
OPSLAAN BER. NR.=001
PAG.=001 01%
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 25%
Het document wordt in het geheugen opgeslagen met een
bestandsnummer. Vervolgens brengt het toestel de
verbinding met het LAN tot stand en begint het emailbericht te verzenden.
Opmerking
96
ZENDEN : BEZET *GEH*
ID:[email protected]
1 Wanneer uw toestel een alarmtoon (piep-piep-piep) weergeeft in stap 2 hierboven, betekent dit
dat de Kiezer vol is (bevat meer dan 70 volledige e-mailadressen of 70 transmissiereservaties,
met inbegrip van G3-communicatie, zijn al gereserveerd).
2 Wanneer de transmissie om een of andere reden niet volledig kan worden uitgevoerd, kan de
e-mail worden teruggezonden, anders wordt geen antwoord afgedrukt.
3 De unit aanvaardt een combinatie van e-mailadressen en gewone faxnummers (PSTN).
4 Doorgaans wordt een LAN-verzending naar meerdere bestemmingen afgewerkt in één enkele
verzending naar de SMTP-server. Wanneer echter de modi “LEVERINGSBERICHT=AAN” of
DIRECTE IFAXVERZENDING worden gebruikt, moet voor elke bestemming een aparte
verzending worden uitgevoerd
Documenten via LAN verzenden
Reserveren voor geheugenverzending (dubbele toegankelijkheid)
Als uw toestel on-line bezig is met verzending vanuit het geheugen, ontvangst of afdruk van ontvangen
documenten, kunt u een verzending reserveren door als volgt te werk te gaan.
Uw toestel gebruikt de telefoonlijn (de ON LINE verklikker
knippert) of is ontvangen documenten aan het afdrukken.
2
3
BEZET * PC MODE *
ZENDEN : BEZET *GEH*
ID:PANASONIC
BEZET * PRT MODE *
ONTVANGEN : BEZET
ID:PANASONIC
* AFDRUKKEN *
PC-GEGEVENS
* AFDRUKKEN *
UIT GEHEUGEN
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
Kies op één van de volgende manieren:
• Snelkiezen
• Verkorte nummers
• Manueel kiezen, druk op
is ingevoerd
(maximaal 70 toestellen)
SET
nadat elk toestel
• Kiezen vanuit de index, druk op
SET
toestel is ingevoerd
(Voor bijzonderheden zie blz. 91 tot 95)
Vb:
1
0
nadat elk
0
• Als u het aantal ingevoerde nummers wilt bevestigen,
druk op
4
SET
<01> PANASONIC
[email protected]
[100]PANAFAX
[email protected]
2 NRS INGEVOERD
VOER NRS IN OF START
.
5
OPSLAAN BER. NR.=005
PAG.=001 01%
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 25%
Uw toestel zal het (de) document(en) in het geheugen
opslaan.
Opmerking
1 Om de reservering voor geheugenverzending te annuleren, zie blz. 164.
97
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
1
Documenten via LAN verzenden
Automatische herhaling
Indien geen netwerkverbinding beschikbaar is of het bestemmingstoestel
(ifax) is bezet, doet het toestel maximaal 3 nieuwe pogingen met 3
minuten tussentijd om nogmaals een verbinding te maken. Intussen
verschijnt er een bericht zoals rechts hiernaast afgebeeld.
KIESHERHALING NR.001
(E-mailadres)
In de rechter bovenhoek van het display verschijnt een bestandsnummer als
het om een verzending vanuit het geheugen gaat.
Manuele herhaling
U kunt ook nogmaals proberen een verbinding te maken door te drukken op REDIAL .
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
[email protected]
3
OPSLAAN BER. NR.=002
PAG.=001 01%
Het document wordt in het geheugen opgeslagen met een
bestandsnummer. Dan vormt het toestel nogmaals het
nummer en zendt naar het laatst gevormde e-mailadres.
Opmerking
98
1 Terwijl op de unit "KIESHERHALING" verschijnt, kunt u op
netwerkverbinding onmiddellijk in te leiden.
REDIAL
drukken om de
Documenten via LAN verzenden
Selecteerbare domeinen
Het gebruik van de selecteerbare domeinen versnelt het invoeren van het e-mailadres door het koppelen
van vaak gebruikte domeinnamen.
• Registratie vooraf van maximaal 10 veel gebruikte domeinnamen in de lijst “Selecteerbare domeinen” is
vereist. (Zie blz. 50)
Vb: Om een e-mail te verzenden naar de Verkoopafdeling van Panasonic "[email protected]" met
behulp van het domein "panasonic.com" dat vooraf werd geregistreerd in de lijst van Selecteerbare
domeinen, dient u als volgt te werk te gaan:
1
3
4
5
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
❚
E-MAILADRES
EMAIL
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
2
voer nummer in
DRUK OP START
Om de modus voor manueel invoeren van het
e-mailadres te kiezen.
Voer het gebruikersdeel van het e-mailadres met behulp
van de tekentoetsen.
[email protected]
Vb: s a l e s
(Opmerking: Het symbool “@” is een aanduiding voor het
toestel dat een domeinnaam volgt)
Druk herhaaldelijk op
of
selecteerbare domeinnaam
verschijnt.
totdat de gewenste
op het LCD-display
panasonic.com
Vb: panasonic.com
Druk op SET
om de weergegeven domeinnaam aan
het gebruikersgedeelte van het e-mailadres toe te
voegen.
(Indien u zich vergist bij het kiezen van de domeinnaam,
drukt u eenvoudig op de
of
-toets gevolgd door
SET
[email protected]❚
om de gekozen domeinnaam te vervangen)
99
Documenten via LAN verzenden
Selecteerbare domeinen
6
7
Druk op
geven.
SET
om andere bestemmingen aan te
1 NRS INGEVOERD
VOER NRS IN OP START
of
Het document wordt in het geheugen opgeslagen met een
bestandsnummer. (Zie opmerking 2)
Vervolgens brengt het toestel de verbinding met het LAN
tot stand en begint het e-mailbericht te verzenden.
Opmerking
1 Indien de gewenste domeinnaam niet wordt gevonden, drukt u op CLEAR om de lijst van
selecteerbare domeinnamen af te sluiten.
2 Indien de faxparameter nr. 145 (AFZENDER KIEZEN) op "Aan" staat, verschijnt het
afzenderselectiescherm na een druk op START in bovenstaande stap 7. Kies de afzender
die u aan het veld “Van” van de e-mail wilt toevoegen en druk op START om het
document(en) te beginnen opslaan. De standaardwaarde voor deze parameter staat op “Uit” .
100
Documenten via LAN verzenden
Leveringsbericht (MDN) van internetfax
U kunt een leveringsbericht (MDN) vragen aan de ontvangzijde. Indien de ontvangzijde de MDN-functie
ondersteunt, wordt een antwoord met bevestiging van levering naar het uitgaand toestel gestuurd, ter
aanduiding dat het bericht (e-mail) werd gelezen.
In het resultaatveld van uw toestelverslag verschijnt “OK” indien het leveringsbericht wordt teruggezonden.
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
8
3
AFLEVERBERICHT=AAN
1:UIT 2:AAN
2
4
5
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
2
SELECTIEMODE
(1-9)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
voer nummer in
DRUK OP START
00%
2
Kies op één van de volgende manieren:
• Snelkiezen
• Verkorte nummers
• Kiezen vanuit repertorium, druk op
elk e-mailadres is ingevoerd.
<01> PANASONIC
[email protected]
SET
nadat
• Manueel kiezen, druk op SET
nadat elk toestel is
ingevoerd (maximaal 70 adressen).
Vb:
Opmerking
1 Bij een verzending naar aparte toestellen met verzoek om Leveringsbericht, zal uw toestel
voor elk toestel een verbinding met het LAN maken en van elk toestel een Leveringsbericht
vragen.
2 U kunt de vooringestelde voorwaarde voor Leveringsbericht wijzigen door de instelling van
faxparameter nr. 173 te wijzigen.
101
Documenten via LAN verzenden
Geretourneerde e-mail
Bij het gebruik van de internetcommunicatiemodus wordt voor iedere transactie automatisch een
foutenrapport afgedrukt als de e-mail onafgeleverd door de mailserver wordt geretourneerd. De afdruk
bestaat uit de inhoud van het onafgeleverde bericht vanwege de mailserver en een gedeelte van het beeld
van de eerste pagina voor die bepaalde transactie.
Voorbeeld van foutenrapport (Gebruiker onbekend)
d d M m m
d d M m m
y y y y
y y y y
d d M m m
d d M m m
d d M m m
d d M m m
y y y y
y y y y
y y y y
y y y y
D X / 8 0 0
d d M m m
102
y y y y
Documenten via LAN verzenden
Werken met een mailinglijst
Het gebruik van een mailinglist opgeslagen in de mailserver vereenvoudigt het invoeren van meerdere
locaties en stelt u in staat om een onbeperkt aantal e-mailadressen in één gemakkelijke bewerking te
verzenden.
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
Vraag inlichtingen aan uw netwerkbeheerder in verband met het gebruik van de mailinglijst.
103
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Algemene beschrijving
U heeft de keuze tussen verzending uit het geheugen en rechtstreekse verzending.
Gebruik verzending uit het geheugen als:
• U het document wilt verzenden naar verscheidene toestellen.
• U het document onmiddellijk moet recupereren.
• U wil gebruik maken van de dubbele werking.
Gebruik rechtstreekse verzending als:
• Het geheugen vol is.
• U wil het document onmiddellijk verzenden.
Gebruik verzending in vocale modus als:
• U het document wilt verzenden nadat u met uw correspondent heeft gepraat.
• U het document wilt verzenden nadat u een vocaal verzoek heeft gehoord.
104
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Vanuit het geheugen
Uw toestel slaat het document snel op in zijn geheugen.
Vervolgens begint het met de nummerkeuze.
Als de verzending mislukt, zal het toestel de nog niet met succes verzonden pagina(’s) automatisch
opnieuw proberen.
1
2
Document opslaan
in geheugen
Verzenden
3
Bestemming A
Ontvangen
A
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
A
Bestemming B
A
Opmerking
1 Het bestandsnummer van het document dat wordt opgeslagen, is tijdens het opslaan te zien in
de rechter bovenhoek van het display. Het wordt ook afgedrukt op het communicatieverslag,
het verslag na verrichtingen en de bestandenlijst. In de rechter benedenhoek staat na het
opslaan van elke blz. hoeveel procent van het geheugen reeds ingenomen is.
OPSLAAN BER. NR.=003
PAG.=002 10%
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 30%
2 Als tijdens het opslaan van een document het geheugen vol raakt, worden de resterende
documenten op de ADT uitgevoerd. Het toestel vraagt u of het de reeds opgeslagen
documenten al mag verzenden, dan wel of de verzending geannuleerd moet worden. Druk op
1 om te annuleren of op 2 om te verzenden.
GEHEUGEN VOL
FOUTCODE=870
Zie de Technische gegevens op blz. 239 voor de beeldgeheugencapaciteit.
Als binnen de 10 seconden niet gereageerd wordt, zal het toestel de opgeslagen documenten
verzenden.
15 PAG. OPGESLAGEN
WISSEN? 1:JA 2:NEE
105
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Vanuit het geheugen
3 Een Informatiecode wordt afgebeeld als de verzending mislukte of als de correspondent niet
antwoordde na de laatste automatische herkiespoging.
Het document dat voor deze verzending werd opgeslagen wordt automatisch uit het geheugen
gewist en de informatiecode wordt afgedrukt op het communicatieverslag
(COMMUNICATIEJOURNAAL).
Als u het onvolledige document wilt bewaren na de laatste herkiespoging, dan dient u vooraf
faxparameter nr. 31 (OPSLAAN INCOMPL. BER.) in te stellen op "Aan" (zie blz. 79). Om te
trachten de onvolledige documenten opnieuw te verzenden, zie biz. 167.
OVERDRACHT MISLUKT
FOUTCODE=XXX
4 Om de verzending te stoppen, drukt u op
Op het display verschijnt:
STOP .
COMMUNICATIE STOPPEN
1:JA 2:NEE
Druk op 1 om de verzending te stoppen. Het opgeslagen document wordt automatisch
gewist.
Als u de documenten niet wil wissen, wijzig dan vooraf faxparameter nr. 31 (OPSLAAN
INCOMPL. BER.) in "Aan". (Zie blz. 79)
Dan verschijnt het volgend display en kunt u selecteren of het bestand moet bewaard blijven
als een onvolledig bestand om later te wijzigen of trachten opnieuw te verzenden, dan wel
manueel moet gewist worden.
OPSLAAN INCOMPL.BER
1:JA 2:NEE
5 Als u een communicatieverslag (ZENDJOURNAAL) wilt afdrukken nadat een verzending
gestopt werd, drukt u op 1 als op het display het volgende verschijnt:
AFDRUK ZENDJOURNAAL?
1:JA 2:NEE
6 Als er meer dan 70 bestanden in het bestandsgeheugen zijn, verschijnt de volgende melding
op de display en kunnen er geen extra bestanden worden opgeslagen, totdat een bestand
verwerkt wordt en vrij komt.
LIJST MET
BERICHTEN VOL
106
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Vanuit het geheugen
Manuele nummerkeuze
Om het nummer volledig te vormen vanop het cijferklavier van het faxtoestel, gaat u als volgt te werk:
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
Voer een telefoonnummer in op het toetsenbord.
(maximaal 36 cijfers)
U kunt ook meer dan één bestemming ingeven.
TEL.NR.
5551234❚
3
OPSLAAN BER. NR.=002
PAG.=001 05%
Het document wordt met een bestandsnummer in het
geheugen opgeslagen.
Vervolgens begint het toestel onmiddellijk nadat het
eerste blad is opgeslagen het telefoonnummer te vormen.
(Zie opmerking 3)
De resterende pagina’s worden in het geheugen
opgeslagen.
Opmerking
* KIEZEN *
5551234
NR.002
1 Als u eerst een speciaal nummer moet vormen om een buitenlijn te krijgen, vorm dat dan eerst,
druk vervolgens op PAUSE om een pauze in te voegen (weergegeven door een "-") en
vorm pas dan het eigenlijke telefoonnummer.
Vb: 9 PAUSE 5551234
2 Als u de pulskiesmethode gebruikt en wilt overschakelen naar toonkiezen tijdens het kiezen,
drukt u op
(voorgesteld door "/").
De kiesmethode verandert van puls in toon na het kiezen van "/".
Vb: 9 PAUSE * 5551234
3 Deze functie wordt "Snelle verzending vanuit het geheugen" genoemd. Als u eerst alle
documenten in het geheugen wil opslaan alvorens ze te verzenden, stelt u faxparameter nr.82
(SNELLE GEHEUGENVERZ.) in op "Uit". (Zie blz. 81)
107
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
Vb: 5 5 5 1 2 3 4
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Vanuit het geheugen
Snelkiezen
Dank zij de snelkiesnummers kunt u een volledig telefoonnummer vormen door op slechts één toets te
drukken. Om zo’n snelkiestoets te programmeren, zie blz. 69.
1
2
voer nummer in
DRUK OP START
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
Druk op een snelkiestoets.
Vb:
3
00%
<01> PANASONIC
5551234
OPSLAAN BER. NR.=002
PAG.=001 05%
Het document wordt met een bestandsnummer in het
geheugen opgeslagen.
Vervolgens vormt het toestel het telefoonnummer
onmiddellijk nadat de eerste pagina is opgeslagen.
(Zie Opmerking 1)
De resterende pagina’s worden in het geheugen
opgeslagen.
* KIEZEN *
PANASONIC
NR.002
Verkorte nummers
Met de verkorte kiesfunctie kunt u snel een veelvuldig gekozen telefoonnummer vormen door dat nummer
vooraf te programmeren in de ingebouwde automatische nummerkiezer, waar het een 3-cijferige verkorte
code meekrijgt. Om zo’n verkort nummer te programmeren, zie blz. 71.
1
2
voer nummer in
DRUK OP START
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
Druk op
Vb:
ABBR en tik een 3-cijferige code in.
0
1
[010]PANASONIC
5553456
0
3
OPSLAAN BER. NR.=002
PAG.=001 05%
Het document wordt met een bestandsnummer in het
geheugen opgeslagen.
Vervolgens vormt het toestel het telefoonnummer
onmiddellijk nadat de eerste pagina is opgeslagen.
(Zie Opmerking 1)
De resterende pagina’s worden in het geheugen
opgeslagen.
Opmerking
108
00%
* KIEZEN *
PANASONIC
NR.002
1 Deze functie wordt "Snelle verzending vanuit het geheugen" genoemd. Als u eerst alle
documenten in het geheugen wil opslaan alvorens ze te verzenden, stelt u faxparameter nr.82
(SNELLE GEHEUGENVERZ.) in op "Uit". (Zie blz. 81)
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Vanuit het geheugen
Kiezen vanuit de index
Met nummervorming vanuit de index kunt u een volledig telefoonnummer vormen door de naam van de
bestemmeling (zoals ingevoerd onder snelkiesnummers of verkorte nummers) op te zoeken.
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
Tik de naam van de bestemming volledig of gedeeltelijk in
met behulp van de tekentoetsen. (Zie blz. 14)
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
3
VOER LETTER(S) IN
❚
VOER LETTER(S) IN
PANA❚
Vb: P A N A om PANASONIC te zoeken
4
(01)PANASONIC
5553456
of
totdat op het display de naam staat van de gewenste
bestemming.
5
OPSLAAN BER. NR.=002
PAG.=001 05%
Het document wordt met een bestandsnummer in het
geheugen opgeslagen.
Vervolgens vormt het toestel het telefoonnummer
onmiddellijk nadat de eerste pagina is opgeslagen.
(Zie Opmerking 1)
De resterende pagina’s worden in het geheugen
opgeslagen.
Opmerking
* KIEZEN *
PANASONIC
NR.002
1 Deze functie wordt "Snelle verzending vanuit het geheugen" genoemd. Als u eerst alle
documenten in het geheugen wil opslaan alvorens ze te verzenden, stelt u faxparameter nr.82
(SNELLE GEHEUGENVERZ.) in op "Uit". (Zie blz. 81)
109
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Vanuit het geheugen
Verzenden naar meerdere toestellen (broadcasting)
Als u hetzelfde document naar meer dan één bestemming moet faxen, kunt u wat het invoeren van het
document betreft tijd sparen door gebruik te maken van geheugenverzending. U kunt nl. het document in
het geheugen opslaan en het vervolgens vandaaruit automatisch naar een aantal bestemmingen versturen.
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
Kies op één van de volgende manieren:
• Snelkiezen
• Verkorte nummers
• Manueel kiezen, druk op
is ingevoerd
(maximaal 70 toestellen)
SET
nadat elk toestel
• Kiezen vanuit de index, druk op
SET
toestel is ingevoerd
(Voor bijzonderheden zie blz. 107 tot 109)
Vb:
1
0
nadat elk
0
• Als u het aantal ingevoerde nummers wilt bevestigen, druk
op
SET
.
3
<01> PANASONIC
5551234
[010]PANASONIC
5553456
2 NRS INGEVOERD
VOER NRS IN OF START
OPSLAAN BER. NR.=001
PAG.=001 01%
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 25%
Het document wordt met een bestandsnummer in het
geheugen opgeslagen.
Vervolgens begint het toestel het ene na het andere
telefoonnummer te kiezen.
Opmerking
110
* KIEZEN *
PANASONIC
NR.001
1 Voor u het document in het geheugen opslaat kunt u de bij stap 3 gekozen telefoonnummers
nog nakijken door op
of
te drukken. Druk op CLEAR om indien nodig een op het
display weergegeven bestemming of groep te wissen.
2 Als meerdere bestemmingen zijn gekozen, wordt de "Snelle verzending vanuit het
geheugen" uitgeschakeld.
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Rechtstreekse verzending
Als het geheugen van uw toestel vol is of u het document onmiddellijk wil verzenden, gebruikt u
rechtstreekse verzending.
Manuele nummerkeuze (Rechtstreekse verzending)
Om het nummer volledig te vormen vanop het cijferklavier van het faxtoestel, gaat u als volgt te werk:
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
8
3
4
5
9
voer nummer in
00%
1
Voer een telefoonnummer in op het toetsenbord.
Vb: 5 5 5 1 2 3 4
START VOOR KIEZEN
5551234❚
* KIEZEN *
5551234
Het toestel begint automatisch met de verzending.
Opmerking
1 Als u eerst een speciaal nummer moet vormen om een buitenlijn te krijgen, vorm dat dan eerst,
druk vervolgens op PAUSE om een pauze in te voegen (weergegeven door een "-") en
vorm pas dan het eigenlijke telefoonnummer.
Vb: 9 PAUSE 5551234
2 Als u de pulskiesmethode gebruikt en wilt overschakelen naar toonkiezen tijdens het kiezen,
drukt u op
(voorgesteld door "/").
De kiesmethode verandert van puls in toon na het kiezen van "/".
Vb: 9 PAUSE * 5551234
3 Om de verzending te beeindigen, druk op
Op het display verschijnt:
STOP .
COMMUNICATIE STOPPEN
1:JA 2:NEE
Druk op 1 om de verzending te stoppen. Het communicatieverslag wordt niet afgedrukt,
ongeacht de instelling van de afdrukmodus voor het communicatieverslag.
111
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
ZNDN GEH=AAN
1:UIT 2:AAN
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Rechtstreekse verzending
Snelkiezen (Rechtstreekse verzending)
Dank zij de snelkiesnummers knnt u een volledig telefoonnummer vormen door op slechts een toets te
drukken. Om zo’n snelkiestoets te programmeren, zie blz. 69.
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
3
4
112
ZNDN GEH=AAN
1:UIT 2:AAN
8
9
voer nummer in
00%
1
Druk op een snelkiestoets.
Vb:
<01> PANASONIC
5551234
Op het display verschijnt het snelkiesnummer en de
daarbij horende naam. Vervolgens wordt het volledige
telefoonnummer (b.v. 5551234) gevormd.
* KIEZEN *
PANASONIC
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Rechtstreekse verzending
Verkorte nummers (Rechtstreekse verzending)
Dankzij de verkorte kiesfunctie kunt u op een snelle manier een veelvuldig gekozen telefoonnummer
vormen door dat nummer vooraf te programmeren in de ingebouwde automatische nummerkiezer, waar het
een 3-cijferige verkorte code meekrijgt. Om zo’n verkort nummer te programmeren, zie biz. 71.
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
4
8
9
voer nummer in
00%
1
Druk op
Vb:
ABBR en tik een 3-cijferige code in.
0
1
0
[010]PANASONIC
5553456
* KIEZEN *
PANASONIC
Op het display verschijnt het verkorte nummer en de
daarbij horende naam.
Vervolgens wordt het volledige telefoonnummer (b.v.
5553456) gevormd.
113
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
3
ZNDN GEH=AAN
1:UIT 2:AAN
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Rechtstreekse verzending
Kiezen vanuit de index (Rechtstreekse verzending)
Met nummervorming vanuit de index kunt u een volledig telefoonnummer vormen door de naam van de
bestemmeling (zoals ingevoerd onder snelkiesnummers of verkorte nummers) op te zoeken.
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
3
ZNDN GEH=AAN
1:UIT 2:AAN
8
9
voer nummer in
00%
1
4
5
VOER LETTER(S) IN
❚
Tik de naam van de bestemming volledig of gedeeltelijk in
met behulp van de tekentoetsen. (Zie blz. 14)
VOER LETTER(S) IN
PANA❚
Vb: P A N A om PANASONIC te zoeken
6
(01)PANASONIC
5553456
of
totdat op het display de naam staat van de gewenste
bestemming.
7
* KIEZEN *
PANASONIC
Het volledige nummer (b.v. 5553456) wordt gevormd.
114
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Verzending in vocale modus
Als u een document wilt verzenden nadat u met uw correspondent gepraat heeft, gebruikt u verzending in
vocale modus. Uw toestel heeft een optionele hoorn of een externe telefoon nodig.
Nummerkeuze vanop het telefoontoestel
Om nummers te vormen vanop het telefoongedeelte van uw toestel, gaat u als volgt te werk:
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
3
Neem de hoorn van uw externe telefoon op en vorm het
nummer op dat telefoontoestel.
Vb: 5 5 5 1 2 3 4
Vertel de ontvanger dat hij
ontvangstmodus moet zetten.
HOORN VAN DE HAAK
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
2
* KIEZEN *
5551234❚
het
toestel
in
de
ZENDEN : BEZET
U hoort de bieptoon. Druk op
en leg de hoorn op de haak.
Opmerking
1 Om de verzending te beeindigen, druk op
Op het display verschijnt:
STOP .
COMMUNICATIE STOPPEN
1:JA 2:NEE
Druk op 1 om de verzending te stoppen. Het verslag wordt niet afgedrukt, ongeacht de
instelling van de afdrukmodus voor het communicatieverslag.
115
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Verzending in vocale modus
Nummerkeuze vanop het faxtoestel
Om nummers te vormen vanop het faxtoestel zelf, gaat u als volgt te werk:
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
* LUIDSPREKER *
❚
U hoort de kiestoon via de luidspreker.
3
4
Vorm het telefoonnummer vanop het toetsenbord.
Vb: 5 5 5 1 2 3 4
Als u een bieptoon hoort,
Opmerking
* KIEZEN *
5551234❚
ZENDEN : BEZET
1 Als u eerst een speciaal nummer moet vormen om een buitenlijn te krijgen, vorm dat dan eerst,
druk vervolgens op PAUSE om een pauze in te voegen (weergegeven door een "-") en
vorm pas dan het eigenlijke telefoonnummer.
Vb: 9 PAUSE 5551234
2 Als u de pulskiesmethode gebruikt en wilt overschakelen naar toonkiezen tijdens het kiezen,
drukt u op
(voorgesteld door "/").
De kiesmethode verandert van puls in toon na het kiezen van "/".
Vb: 9 PAUSE * 5551234
116
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Reserveren voor verzending
Terwijl u een document ontvangt of vanuit het geheugen verzendt, kunt u nog het volgende doen.
• De volgende verzending in het geheugen reserveren voor 70 verschillende bestanden.
• Verzending met voorrang reserveren.
Reserveren voor geheugenverzending (dubbele toegankelijkheid)
Als uw toestel on-line bezig is met verzending vanuit het geheugen, ontvangst of afdruk van ontvangen
documenten, kunt u een verzending reserveren door als volgt te werk te gaan.
BEZET * PC MODE *
ZENDEN : BEZET *GEH*
ID:PANASONIC
BEZET * PRT MODE *
ONTVANGEN : BEZET
ID:PANASONIC
* AFDRUKKEN *
PC-GEGEVENS
* AFDRUKKEN *
UIT GEHEUGEN
2
voer nummer in
DRUK OP START
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
1
Uw toestel gebruikt de telefoonlijn (de ON LINE verklikker
knippert) of is ontvangen documenten aan het afdrukken.
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
3
Kies op één van de volgende manieren:
• Snelkiezen
• Verkorte nummers
• Manueel kiezen, druk op
is ingevoerd
(maximaal 70 toestellen)
SET
nadat elk toestel
• Kiezen vanuit de index, druk op
SET
toestel is ingevoerd
(Voor bijzonderheden zie blz. 107 tot 109)
Vb:
1
0
nadat elk
0
<01> PANASONIC
5551234
[010]PANASONIC
5553456
• Als u het aantal ingevoerde nummers wilt bevestigen, druk
op
SET
.
4
OPSLAAN BER. NR.=005
PAG.=001 01%
OPSLAAN : GEREED
AANTAL PAG.=005 25%
Uw toestel zal het (de) document(en) in het geheugen
opslaan.
Opmerking
1 Om de reservering voor geheugenverzending te annuleren, zie blz. 164.
117
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Reserveren voor verzending
Reserveren voor onmiddellijke verzending (prioritaire verzending)
Als u zeer dringend een document moet verzenden, maar er zitten nog heel wat bestanden te wachten in
het geheugen, gebruik dan reservering voor onmiddellijke verzending om dat dringende document te
versturen. Het wordt dan verzonden zodra de lopende communicatie beëindigd is.
U kunt het document wel niet naar meer dan één bestemming faxen.
Om het toestel te reserveren voor de dringende verzending:
1
Uw toestel gebruikt de telefoonlijn (de ON LINE verklikker
knippert) of is ontvangen documenten aan het afdrukken.
BEZET * PC MODE *
ZENDEN : BEZET *GEH*
ID:PANASONIC
BEZET * PRT MODE *
ONTVANGEN : BEZET
ID:PANASONIC
* AFDRUKKEN *
PC-GEGEVENS
* AFDRUKKEN *
UIT GEHEUGEN
2
3
4
5
voer nummer in
DRUK OP START
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
ZNDN GEH=AAN
1:UIT 2:AAN
8
9
voer nummer in
00%
1
Kies aan de hand van een van volgende methoden:
• Snelkiezen
• Verkort nummers
• Manueel kiezen en druk op START
• Kiezen vanuit de index en druk op START
(Voor bijzonderheden zie blz. 111 tot 114)
Vb:
U kunt een verzending naar één enkel nummer
reserveren voor een dringend document.
Het bericht "DIRECT ZENDEN GERES." wordt
afgebeeld op het display.
118
00%
<01> PANASONIC
5551234
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Reserveren voor verzending
Om de reservering voor directe verzending ongedaan te maken:
3
Controleer of het document wel degelijk op de ADT ligt.
DIRECT ZENDEN GERES.
<01> PANASONIC
WIS ZENDRESERVERING?
1:JA 2:NEE
1
en verwijder dan het document van de ADT.
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
1
2
119
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Nummerkeuze herhalen
Automatische herhaling
Als de lijn bezet is, zal het toestel tot 3 maal toe het nummer opnieuw
kiezen met één interval van 3 minuten. Ondertussen verschijnt een bericht
op het display, zoals rechts afgebeeld.
KIESHERHALING NR.001
<01> PANASONIC
In de rechter bovenhoek van het display verschijnt een bestandsnummer
als het om een verzending vanuit het geheugen gaat.
Manuele herhaling
U kunt ook manueel het laatst gevormde nummer herhalen door op de REDIAL toets te drukken.
Om het laatst gevormde nummer via het geheugen te herhalen
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
TEL.NR.
5551234
3
OPSLAAN BER. NR.=002
PAG.=001 01%
* KIEZEN *
5551234
Het document wordt met een bestandsnummer in het
geheugen opgeslagen. Vervolgens begint uw toestel het
laatst gevormde nummer te herhalen.
120
NR.002
Documenten via de telefoonlijn verzenden
Nummerkeuze herhalen
Om het laatst gevormde nummer via ADT te herhalen
1
voer nummer in
DRUK OP START
00%
Leg het document met de te verzenden zijde
naar onder.
2
ZNDN GEH=AAN
1:UIT 2:AAN
8
3
9
00%
1
4
START VOOR KIEZEN
5551234
* KIEZEN *
5551234
Uw toestel begint het laatst gevormde nummer te
herhalen.
Opmerking
1 Als op het toestel het bericht "KIESHERHALING" verschijnt, kunt u
onmiddellijk opnieuw te kiezen.
REDIAL vdrukken om
121
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
voer nummer in
Documenten via LAN ontvangen
Algemene beschrijving
Uw toestel biedt u de keuze om faxdocumenten autonoom (standaard) of handmatig via de gewone
telefoonlijn te ontvangen.
Uw toestel biedt tevens dezelfde keuze om e-mailberichten via het LAN autonoom of handmatig te
ontvangen en af te drukken wanneer u een abonnement hebt op een POP-mailserver. Wanneer uw toestel
is geconfigureerd om e-mail te ontvangen via het SMTP-protocol, kunt u e-mails alleen autonoom laten
ontvangen en afdrukken.
Internetfax ontvangen op een pc
Afbeelding 1: Voorbeeld van een Inbox in Outlook Express
mm/dd/yy 3:15 PM
mm/dd/yy 3:17 PM
mm/dd/yy 3:18 PM
mm/dd/yy 3:19 PM
mm/dd/yy 3:20 PM
mm/dd/yy 3:21 PM
mm/dd/yy 3:21 PM
• De onderwerpkolom in het voorbeeld hierboven bevat voorbeelden van e-mailberichten van uw toestel en
internetfaxen ontvangen op een pc.
• Ter informatie: het bovenstaande voorbeeld komt uit een Outlook Express Inbox onder Microsoft®
Windows 95®. Zie de gebruiksaanwijzing van uw programma wanneer u een ander e-mailprogramma
gebruikt.
122
Documenten via LAN ontvangen
Algemene beschrijving
Afbeelding 2: Internetfax ontvangen op een pc
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
Month, dd, yyyy
• Ter informatie: het bovenstaande voorbeeld komt uit Windows Messaging onder Microsoft® Windows 95®.
• Zie de gebruiksaanwijzing van uw programma wanneer u de Viewer gebruikt. Het bestand in bijlage is een
TIFF-F-bestand (Tagged Image File Format met Modified Hoffman gecodeerd beeld). Er zijn veel
verschillende TIFF-Viewers op de markt, en de meeste kunnen dit bestand openen en weergeven; enkele
Viewers zullen dit formaat misschien niet ondersteunen.
• U kunt de TIFF-F Image Viewer naar uw pc downloaden van de volgende webadressen:
http://www.panasonic.co.jp/mgcs/internetfax/
http://www.panasonic.com/internetfax/
• Licentieovereenkomst van het TIFF-F Image Viewer programma van Panasonic
Lees de licentieovereenkomst zorgvuldig voordat u het TIFF-F Image Viewer programma op uw pc
installeert. Wanneer u niet akkoord gaat met alle voorwaarden van deze overeenkomst, mag u de software
niet gebruiken en moet u alle kopieën vernietigen.
U bent volledig verantwoordelijk voor de keuze van de software, de al of niet goede werking ervan en de
resultaten.
• Indien u een e-mail (internetfax) ontvangt met een PDF-bestand in bijlage, verschijnt het volgende
tekstbericht in de hoofdtekst van de e-mail.
Aan deze e-mail zijn beeldgegevens in PDF-formaat gekoppeld.
123
Documenten via LAN ontvangen
E-mail ontvangen van een POP-server
Uw toestel biedt u de keuze om e-mailberichten via het LAN autonoom of handmatig te ontvangen en af te
drukken wanneer u een abonnement hebt op een POP-mailserver.
POP-parameters instellen
Voer de instellingen voor de POP-server uit (faxparameters nr. 146 tot 149).
Nr. 146 (POP-TIMER): Voer het interval in waarop de e-mail op de POP-server wordt binnengehaald (0 tot
60 minuten).
Wanneer u "0 minuten" invoert, controleert het toestel niet of er nieuwe mail op de POP-server is.
Nr. 147 (AUTOM POP ONTVANGST): Wanneer er nieuwe mail op de POP-server staat, haalt uw toestel de
berichten autonoom binnen en drukt ze af. Wanneer deze parameter op "1:Uit" staat, haalt het toestel de
mail niet binnen, maar wordt het aantal mails op de POP-server weergegeven.
Nr. 148 (POP ONTV.EMAIL WISSEN): Kies of de e-mail van de POP-server wordt gewist nadat uw toestel
het bericht heeft binnengehaald.
Nr. 149 (EMAIL MET FOUT WISSEN): Kies of de e-mail op de POP-server wordt verwijderd wanneer het
formaat van het bestand in bijlage niet wordt ondersteund.
Volg de onderstaande stappen om de POP-parameters hierboven in te stellen.
1
7
2
FAX PARAMETER(1-177)
NR.=❚
4
3
4
INSTELMODE
(1-8)
DRUK OP NR. OF ∨ ∧
146 POP TIMER
3
min. (0-60)
1
4
6
Voer het gewenste downloadinterval in (0 tot 60 minuten).
Vb: 0 5
146 POP TIMER
5
min. (0-60)
Wanneer u een fout hebt gemaakt, druk op CLEAR om
het cijfer te wissen en voer dan het juiste cijfer opnieuw in.
5
6
147 AUTO POP OTV
2:AAN
1 voor "UIT" (ongeldig)
of
2 voor "AAN" (geldig)
124
147 AUTO POP OTV
2:AAN
Documenten via LAN ontvangen
E-mail ontvangen van een POP-server
7
8
148 POP ONTV ML WISS
2:AAN
1 voor "UIT" (ongeldig)
148 POP ONTV ML WISS
2:AAN
of
2 voor "AAN" (geldig)
9
1 voor "UIT" (ongeldig)
149 POP FT MAIL VERW
1:UIT
of
2 voor "AAN" (geldig)
11
150 ONTV BEV IFAX
1:UIT
12
Opmerking
1 Wanneer u een bestand in bijlage met een niet-ondersteund formaat ontvangt, wordt een
foutbericht afgedrukt om u te waarschuwen dat het bestand in bijlage niet kon worden
afgedrukt.
2 Wanneer faxparameter nr. 148 (POP ONTV.EMAIL WISSEN) en/of faxparameter nr. 149
(EMAIL MET FOUT WISSEN) op 1:Uit staan, worden e-mails met fouten niet verwijderd. Op
deze manier kunt u deze e-mail later met uw pc binnenhalen.
Wanneer bovendien deze Faxparameters op "1:Uit" staan, moet u af en toe e-mails van de
POP-server verwijderen. "POP-servers stellen per account een bepaalde ruimte ter
beschikking; als u uw mails niet regelmatig verwijdert, zal uw mailbox vol raken zodat nieuwe
binnenkomende mails worden geweigerd."
U kunt deze mails binnenhalen met uw pc of de Faxparameters op"2:Aan" instellen zodat uw
toestel alle mails op de POP-server ontvangt, afdrukt en verwijdert. Op deze manier drukt u
echter ook mails af die u voordien ook al had afgedrukt.
125
Belangrijkste
Bedieningsverrichtingen
10
149 POP FT MAIL VERW
1:UIT
Documenten via LAN ontvangen
E-mail ontvangen van een POP-server
Autonome ontvangst van de POP-server
Wanneer faxparameter nr. 146 (POP TIMER) iop een waarde tussen 1 en 60 minuten en faxparameter nr.
147 (AUTOM. POP ONTVANGST) op "2:Aan" is ingesteld, vraagt het toestel op het opgegeven interval
nieuwe mail op bij de POP-server.
Alle mails op de POP-server worden autonoom binnengehaald en afgedrukt.
1 NWE BERICHT(EN)
Wanneer faxparameter nr. 146 (POP-TIMER) op "0" is ingesteld, vraagt het toestel de nieuwe mail niet op
bij de POP-server en wordt hij niet automatisch opgehaald. Bij deze instelling moet u de mail manueel
binnenhalen van de POP-server.
03-12-2002 17:15
<NIEUW BERICHT(EN)>
Wanneer faxparameter nr. 147 (AUTOM. POP ONTVANGST) op "1:Uit" (ongeldig) is ingesteld, vraagt het
toestel de nieuwe mail op bij de POP-server op het interval bepaald door faxparameter nr. 146. Wanneer de
POP-server nieuwe mail bevat, haalt het toestel deze berichten niet binnen, maar geeft het aantal mails op
de POP-server weer.
Handmatige ontvangst van de POP-server
Volg de onderstaande stappen om handmatig berichten binnen te halen van de POP-server:
1
03-12-2002 17:15
00%
of
03-12-2002 17:15
<NIEUW BERICHT(EN)>
2
3
Wanneer de POP-server geen nieuwe mails heeft
ontvangen, verschijnt het volgende bericht.
GEEN NIEUW BERICHT
Wanneer de POP-server nieuwe mail heeft ontvangen,
geeft het toestel het aantal berichten op de server weer,
en haalt ze vervolgens binnen en drukt ze af.
ONTVANGEN : BEZET
ID:[email protected]
Opmerking
126
1 Wanneer u een gebruikersnaam en wachtwoord in de Programmeertoets programmeert, kunt
u mails van de POP-server ontvangen met een andere gebruikersnaam dan die van de
gebruikersparameter.
Documenten ontvangen via telefoonlijn
Ontvangststanden
U kunt kiezen uit onderstaande vier ontvangstmogelijkheden.
Wanneer
aangewezen?
Aanbevolen ontvangststand
Hoe instellen?
Automatische omschakeling fax/tel (zie opmerking 2)
Faxparameter nr. 17
Als de telefoonlijn zowel
gewone tele
op 3: Fax/Tel SW.
foongesprekken als faxen Het toestel beantwoordt binnenlopende oproepen en
03-12-2002 15:00
krijgt.
herkent het verschil tussen telefoon en fax.
ONTV.=FAX/TEL
00%
Een fax ontvangt het automatisch. Herkent het een
gewoon telefoongesprek, dan laat het via de luidspreker
het belsignaal klinken om uw aandacht te trekken. (Zie
blz. 129)
Als de telefoonlijn
normaal alleen faxen
ontvangt.
Fax-stand
Het toestel ontvangt documenten automatisch.
Alle
binnenlopende
oproepen
(ook
gewone
telefoonoproepen
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement