Panasonic | KXMB1500BL | Operating instructions | Panasonic KXMB1500FR Handleiding

Gebruikshandleiding
Multifunctionele Printer
Model nr.
KX-MB1500BL KX-MB1500GX
KX-MB1520BL KX-MB1520NL
Het afgebeelde model is de KX-MB1500.
KX-MB1500FR
KX-MB1500SL
KX-MB1520G
KX-MB1520SL
KX-MB1500G
KX-MB1520FR
KX-MB1520JT
KX-MB1520SP
R Sluit het apparaat NIET met de USB-kabel op een computer aan totdat Multi-Function Station (CD-ROM) u
tijdens de installatie daarop wijst.
FOR ENGLISH USERS:
You can select English for the display and report (feature #110, page 50).
Alleen KX-MB1520:
R Op dit toestel kunt u nummerweergave gebruiken. Hiervoor moet u een abonnement voor nummerweergave
bij de telefoonmaatschappij nemen.
Neem contact op met uw telefoonmaatschappij voor informatie over de beschikbaarheid van nummerweergave.
R De functie Nummerweergave is niet beschikbaar voor KX-MB1520NL. Zie pagina 3 voor informatie over de
beschikbaarheid van gerelateerde functies.
Alleen KX-MB1520SP:
R Ontworpen voor gebruik in Spanje en Portugal, afhankelijk van de locatieinstelling. De standaardinstelling is
Spanje. Zie pagina 50 (functie #114) voor het wijzigen van de locatieinstelling.
Bedankt dat u hebt gekozen voor een product van
Panasonic.
U kunt een gewenste taal selecteren.
De weergave en rapportage is in de geselecteerde taal. Zie
functie #110 op pagina 50 als u de instelling wilt wijzigen.
Ontworpen voor gebruik in Spanje en Portugal, afhankelijk
van de locatieinstelling (alleen KX-MB1520SP).
De standaardinstelling is Spanje. Zie pagina 50 (functie #114)
voor het wijzigen van de locatieinstelling.
Let op:
R Wrijf en gum niet over de bedrukte zijde van het papier
omdat dit op de afdruk vegen veroorzaken kan.
Mededeling over het weggooien, overdragen of
terugbezorgen van het product (alleen KX-MB1520):
R In dit product kunnen privégegevens of vertrouwelijke
gegevens zijn opgeslagen. Ter bescherming van uw
privacy raden wij u aan om alle gegevens uit het geheugen
te wissen voordat u het product weggooit, overdraagt of
terugstuurt.
Milieu:
R Het strategische beleid van Panasonic is erop gericht
tijdens de levenscyclus van een product rekening te
houden met het milieu; dit komt tot uitdrukking in de
productontwikkeling, de ontwerpen die energie besparen,
een betere herbruikbaarheid van producten, en
verpakkingsmateriaal dat het milieu minder belast.
Opmerking:
R In het vervolg van deze handleiding zullen de
achtervoegsels van het model niet worden vermeld.
R De meeste afbeeldingen in deze gebruikshandleiding zijn
gebaseerd op de KX-MB1500.
Handelsmerken:
R Microsoft, Windows, Windows Vista, Internet Explorer en
PowerPoint zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde
Staten en/of andere landen.
R Pentium is een handelsmerk van Intel Corporation in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
R Schermafbeeldingen van Microsoft-producten worden
gebruikt met toestemming van Microsoft Corporation.
R Adobe en Reader zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
R Avery is een gedeponeerd handelsmerk van Avery
Dennison Corporation.
R XEROX is een gedeponeerd handelsmerk van Xerox
Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
R Alle andere handelsmerken die hier worden genoemd zijn
eigendom van de betreffende eigenaren.
Copyright:
R Dit materiaal valt onder auteursrecht van Panasonic
System Networks Co., Ltd. en mag alleen voor intern
gebruik worden vermenigvuldigd. Alle andere
2
vermenigvuldiging, geheel of gedeeltelijk, is verboden
zonder geschreven toestemming van Panasonic System
Networks Co., Ltd.
© Panasonic System Networks Co., Ltd. 2011
Lijst met beschikbare functies
Beschikbare functies voor de KX-MB1520-reeks
De volgende functies zijn mogelijk niet beschikbaar voor uw apparaat. Zie onderstaande tabel om te bepalen of een bepaalde
functie beschikbaar is op uw apparaat.
Functie/code
KX-MB1520BL
KX-MB1520FR
KX-MB1520JT
KX-MB1520SL
KX-MB1520G
KX-MB1520NL
KX-MB1520SP
Blokkering van ongewenste faxen
(pagina 45)
U
U
U
—
U
Nummerweergave*1
(pagina 47)
U
U
U
—
U
Locatie-instelling
MBNM1NM1NM4N
(pagina 50)
—
—
—
—
U
Kiesmodus
MBNM1NM2NM0N
(pagina 18)
—
U
U
—
U
Automatische bellerlijst
MBNM2NM1NM6N
(pagina 52)
U
U
U
—
U
Tijd instellen
MBNM2NM2NM6N
(pagina 53)
U
U
U
—
U
Op afstand inschakelen
MBNM3NM1NM9N
(pagina 55)
—
—
U
—
—
Snelle modus
MBNM4NM1NM7N
(pagina 57)
—
—
U
—
—
*1
De volgende functies zijn opgenomen in Nummerweergave:
– Knop MCaller IDN (pagina 9)
– Automatisch tijd instellen (pagina 20)
– De bellerlijst bekijken met de afstandsbediening (pagina 63)
– Bellergegevens opslaan in het telefoonboek met de afstandsbediening (pagina 63)
– De bellerlijst opslaan op uw computer met de afstandsbediening (pagina 63)
– De bellerlijst afdrukken (pagina 79)
3
Belangrijke informatie
Voor uw veiligheid
Voor de beste prestaties
Laserstraling
Tonercartridge
KLASSE 1 LASER PRODUCT
R De printer van dit apparaat maakt gebruik van laserstraling. Bediening, bijstelling of uitvoeren van procedures anders dan hierin beschreven kan leiden tot blootstelling aan gevaarlijke straling.
Eigenschappen laserdiodes
Laservermogen: max. 10 mW
Golflengte: 760 nm - 800 nm
Emissieduur: continu
LED-verlichting
KLASSE 1 LED-PRODUCT
R Zorg dat u bij gebruik van de eenheid niet rechtstreeks
in het LED-licht van de CIS kijkt. Rechtstreekse blootstelling aan ogen kan schade veroorzaken.
Eigenschappen LED-lamp
LED-straling: max. 1 mW
Golflengte:
Rood typisch 630 nm
Groen typisch 520 nm
Blauw typisch 465 nm
Bedieningspaneel
Emissieduur: continu
R Plaats ter voorkoming van storingen het apparaat nooit bij
apparatuur, zoals televisies en luidsprekers, die een sterk
magnetisch veld opwekken.
Fixeereenheid
R Gedurende of direct na het afdrukken wordt de fixeereenheid (A) warm. Dit is normaal. Raak de fixeereenheid niet aan.
Opmerking:
R De onderdelen in de buurt van het achterdeksel (B)
kunnen ook warm worden. Dit is normaal.
A
4
R Zorg er bij het vervangen van de tonercartridge voor dat er
geen stof, water of vloeistoffen op de tonercartridge komen.
Dit kan de afdrukkwaliteit beïnvloeden.
R Voor optimale prestaties worden originele tonercartridges
van Panasonic aanbevolen. Wij zijn niet verantwoordelijk
voor problemen die zich wellicht voordoen bij gebruik van
tonercartridges die niet van Panasonic zijn:
– Schade aan het apparaat
– Slechte afdrukkwaliteit
– Onjuiste werking
R Laat de tonercartridge niet te lang uit de beschermende
verpakking. Dit is van invloed op de afdrukkwaliteit.
R Lees de instructies op pagina 11 voordat u de
tonercartridge installeert. Na het lezen ervan opent u de
beschermende verpakking van de tonercartridge. De
tonercartridge bevat een lichtgevoelige eenheid.
Blootstelling aan licht kan deze beschadigen.
– Stel de tonercartridge niet langer dan vijf minuten bloot
aan licht.
– Raak het groene drumoppervlak niet aan en maak er
geen krassen op.
– Plaats de tonercartridge niet in een stoffige, vuile of
zeer vochtige omgeving.
– Stel de tonercartridge niet bloot aan direct zonlicht.
R U verlengt de levensduur van de tonercartridge door het
apparaat nooit direct na het afdrukken uit te schakelen.
Laat na afdrukken het apparaat minimaal 30 minuten
ingeschakeld.
B
Statische elektriciteit
R Raak ter voorkoming van schade door statische elektriciteit
aan aansluitingen en andere elektrische onderdelen van
het apparaat een geaard metalen oppervlak aan voordat u
de onderdelen aanraakt.
Omgeving
R Zorg ervoor dat er geen apparaten in de buurt van het
apparaat zijn die elektrische interferentie genereren, zoals
fluorescerende lampen en motoren.
R Stel het apparaat niet bloot aan stof, hoge temperaturen of
trillingen.
R Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
R Plaats geen zware objecten op het apparaat. Als het
apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, haalt
u de stekker ervan uit het stopcontact.
R Houd het apparaat buiten bereik van warmtebronnen, zoals
verwarmingen, fornuizen enzovoort. Plaats het apparaat
ook niet in vochtige kelders.
Belangrijke informatie
R Dek de sleuven en openingen van het apparaat niet af.
Inspecteer regelmatig de ventilatieopeningen en verwijder
stof met een stofzuiger (A).
A
–
Met copyright beschermd materiaal of handelsmerken
zonder toestemming van de eigenaar
– Postzegels en overige wissels
Deze lijst is niet volledig en wij zijn niet aansprakelijk
of aanvaarden geen verantwoordelijkheid voor
volledigheid of accuraatheid van deze lijst. Raadpleeg
uw juridisch adviseur in geval van twijfel.
Kennisgeving:
R Installeer het apparaat op een plaats met overzicht om te
voorkomen dat er illegale kopieën worden gemaakt.
A
Algemene verzorging
R Veeg het oppervlak van het apparaat schoon met een
zachte doek. Gebruik geen benzine, verdunner of
schuurmiddel.
Het apparaat verplaatsen
Verplaats het apparaat op de hier getoonde manier.
Illegale kopieën
R Het maken van kopieën van bepaalde documenten is
onwettig.
Wellicht is het kopiëren van sommige documenten illegaal
in uw land. Er kunnen boetes of straffen en/of
gevangenisstraf worden opgelegd als u schuldig wordt
bevonden. Hieronder staan voorbeelden van objecten die
wellicht niet mogen worden gekopieerd in uw land.
– Valuta
– Bankbiljetten en cheques
– Bank- en regeringsobligaties en waardepapieren
– Paspoorten en identificatiekaarten
5
Inhoud
1. Inleiding en installatie
Accessoires
1.1
1.2
Meegeleverde accessoires ....................................8
Aanvullende informatie ..........................................8
Locatie van de bedieningstoetsen
1.3
1.4
Omschrijving knoppen ...........................................9
Overzicht .............................................................10
6.7
6.8
6.9
6.10
Installatie
1.5
1.6
1.7
1.8
Tonercartridge .....................................................11
Verbindingen .......................................................12
Aanzetten ............................................................14
Afdrukpapier ........................................................14
2. Voorbereiding
Instelling
2.1
2.2
Kiesmodus (alleen KX-MB1520) .........................18
De werkingsmodus selecteren (scannen/kopiëren)
(faxen: alleen KX-MB1520) .................................18
Documentvereisten
2.3
Het origineel instellen ..........................................19
Volume
2.4
Datum en tijd (alleen KX-MB1520) ......................20
Uw logo (alleen KX-MB1520) ..............................20
Uw faxnummer (alleen KX-MB1520) ...................21
Multi-Function Station installeren ........................21
Multi-Function Station starten ..............................23
3. Printer
Printer
3.1
3.2
Afdrukken vanuit Windows-toepassingen ...........25
Easy Print Utility ..................................................26
4. Scanner
Scanner
4.1
4.2
Scannen vanaf het apparaat (push-scan) ...........28
Scannen vanaf een computer (pull-scan) ............29
5. Kopieerapparaat
Kopie
5.1
5.2
Een kopie maken .................................................31
Meer kopieerfuncties ...........................................32
6. Fax (alleen KX-MB1520)
Faxen verzenden
6.1
6.2
6.3
6.4
Een fax handmatig verzenden .............................37
Nummers opslaan in het telefoonboek ................38
Een fax verzenden met het telefoonboek ............39
Een elektronisch document als faxbericht vanaf uw
computer verzenden ............................................39
Faxberichten ontvangen
6.5
6.6
6
7. Nummerweergave (alleen
KX-MB1520)
Nummerweergave (beller identificatie)
7.1
7.2
7.3
7.4
7.5
Volume aanpassen (alleen KX-MB1520) ............19
Startprogrammering
2.5
2.6
2.7
2.8
2.9
6.11
De manier waarop u het apparaat gebruikt
instellen ...............................................................40
Faxen automatisch ontvangen: Automatische
beantwoording ingeschakeld ...............................42
Faxen handmatig ontvangen: Automatische
beantwoording uitgeschakeld ..............................42
Apparaat samen met antwoordapparaat
gebruiken .............................................................44
Ontvangstpolling (faxen op andere faxmachines
ophalen) ..............................................................45
Blokkering van ongewenste faxen (voorkomen van
ontvangst van faxen van ongewenste
bronnen) ..............................................................45
Faxen ontvangen op de computer .......................46
Nummerweergave ...............................................47
Bekijken en terugbellen met
bellergegevens ....................................................48
Telefoonnummers van bellers bewerken/opslaan
voordat u terugbelt ..............................................48
Gegevens van bellers wissen ..............................48
Bellergegevens opslaan in het
telefoonboek ........................................................48
8. Programmeerbare functies
Overzicht van functies
8.1
8.2
8.3
8.4
8.5
8.6
Programmeren ....................................................49
Basisfuncties .......................................................50
Faxfuncties (alleen KX-MB1520) .........................55
Kopieerfuncties ....................................................59
PC-afdrukfuncties ................................................60
Scanfuncties ........................................................61
9. Handige informatie
Handige informatie
9.1
9.2
9.3
Tekens invoeren (alleen KX-MB1520) ................62
Status van het apparaat ......................................63
Bewerkingen annuleren .......................................64
10. Help
Rapporten en displays
10.1
10.2
Rapportmeldingen (alleen KX-MB1520) ..............65
Displaymeldingen ................................................66
Problemen oplossen
10.3
Als een functie niet goed werkt ...........................69
11. Paperstoringen
Papierstoringen
11.1
Vastgelopen afdrukpapier ...................................75
12. Reinigen
Reinigen
12.1
De witte platen en de glasplaat reinigen .............78
13. Algemene informatie
Afgedrukte rapporten
13.1
Referentielijsten en rapporten .............................79
Inhoud
Specificaties
13.2
Specificaties ........................................................79
14. Index
14.1 Index............................................................82
7
1. . Inleiding en installatie
1. Inleiding en installatie
1.1 Meegeleverde accessoires
A Tonercartridge (startversie)*1
B CD-ROM
C Belangrijke Informatiegids
D Snelle Installatie gids
E Voedingskabel
F Telefoonkabel*2*3
G Hulpstekker voor Portugal*4
*1
*2
*3
*4
Drukt ongeveer 500 pagina’s af in geval van ISO/IEC
19752-standaardpagina.
Alleen KX-MB1520
KX-MB1520G wordt geleverd met twee telefoonsnoeren.
Gebruik het juiste telefoonsnoer voor de locatie waar u het
apparaat gebruikt (pagina 13).
Alleen KX-MB1520SP
Opmerking:
R Bewaar de oorspronkelijke doos en verpakkingsmaterialen
voor toekomstig vervoer van het apparaat.
R Bewaar al het verpakkingsmateriaal en/of de afscherming
van de stekker goed nadat u het apparaat hebt uitgepakt.
1.2 Aanvullende informatie
n Vervangend accessoire
Voor een goede werking van het apparaat wordt aanbevolen
tonercartridges van Panasonic te gebruiken.
– Tonercartridge
8
R Modelnr. (artikelnr.): KX-FAT410X
R Drukt ongeveer 2.500 pagina’s af in geval van ISO/IEC
19752-standaardpagina.
Opmerking:
R De ISO/IEC 19752-standaard vermeldt het volgende:
– Milieu: 23 ± 2 °C / 50 ± 10% relatieve vochtigheid
– Afdrukmodus: Voortdurend afdrukken
1. Inleiding en installatie
1.3 Omschrijving knoppen
AB
C
MMuteN (alleen KX-MB1520)
R De microfoon tijdens een gesprek uitschakelen. Druk
nogmaals op deze knop om het gesprek te hervatten.
MSP-PhoneN (alleen KX-MB1520)
R Een telefoongesprek beginnen of aannemen.
Navigatietoets
D E F G H I J K LM N O
* Het afgebeelde model is de KX-MB1520.
MQualityN
R Het contrast (pagina 31) en de resolutie
(pagina 31) selecteren voor het kopiëren.
R Het contrast (pagina 37) en de resolutie
(pagina 37) selecteren voor het verzenden van een
fax (alleen KX-MB1520).
MCaller IDN (alleen KX-MB1520)
R Nummerweergave gebruiken (pagina 48).
MPage LayoutN
R Gewenste instellingen selecteren.
R Volume aanpassen (alleen KX-MB1520) (pagina 19).
MWN (Telefoonboek) (alleen KX-MB1520)
R Opgeslagen zaken zoeken (pagina 39). Druk op
MSP-PhoneN om een telefoongesprek te beginnen. Zie
pagina 39 voor het verzenden van een fax.
R Het telefoonboek openen (pagina 38).
MXN (Sorteren)
R Gesorteerd kopiëren (pagina 32).
MSetN
R Een instelling opslaan tijdens het programmeren.
MStopN
MMenuN
R Een handeling onderbreken of programmeren
annuleren.
R Tekens/cijfers verwijderen.
R Programmeren starten of stoppen.
MStartN
Microfoon (alleen KX-MB1520)
R Documenten kopiëren (pagina 31).
R Documenten scannen (push-scan) (pagina 28).
R Een fax versturen (alleen KX-MB1520) (pagina 37).
R Kopiëren met diverse paginalay-outs (pagina 33).
R De ingebouwde microfoon.
Voor pieptonen (alleen KX-MB1500)
R Er worden pieptonen weergegeven bij het indrukken
van een toets e.d.
MToneN (alleen KX-MB1520JT/KX-MB1520SL/
MFax Auto AnswerN (alleen KX-MB1520)
R Tijdelijk van puls op toon overschakelen tijdens het
kiezen wanneer uw lijn met pulsen werkt.
R Automatische beantwoording in-/uitschakelen
(pagina 42).
KX-MB1520SP)
MFaxN (alleen KX-MB1520)/MCopyN/MScanN
R Overschakelen naar de faxmodus (alleen
KX-MB1520), scanmodus of kopieermodus
(pagina 18).
MRedialN (alleen KX-MB1520)
R Het laatst gekozen nummer opnieuw bellen. Als de lijn
bezet is wanneer u belt met de toets MSP-PhoneN, of
als u een fax verstuurt, zal het nummer automatisch 2
keer of vaker opnieuw worden gebeld.
MVN (alleen KX-MB1520)
R Een pauze invoegen tijdens het kiezen van het
nummer.
MCopy SizeN
R Kopieerformaat selecteren (pagina 31).
MRecallN (alleen KX-MB1520)
R Speciale telefoondiensten en voor het doorverbinden
van gesprekken naar een ander toestel indien
aangesloten op een (huis) centrale.
MZoomN
R Documenten tijdens het kopiëren vergroten of
verkleinen (pagina 32).
9
1. Inleiding en installatie
1.4.2 Achteraanzicht
1.4 Overzicht
A
1.4.1 Vooraanzicht
A
B C D
BC
E FG
Achterdeksel
Stroomschakelaar
Aansluiting netsnoer
Aansluiting USB-interface
HI
* Het afgebeelde model is de KX-MB1520.
Luidspreker (alleen KX-MB1520)
Papieruitvoer
R Kan maximaal circa 30 bedrukte vellen papier
bevatten. Verwijder het bedrukte papier voordat de
papieruitvoer vol is.
Lade voor handmatige papierinvoer
Documentdeksel
Papiergeleiders
Paperinvoerlade
Voordeksel
Externe telefoonaansluiting (alleen KX-MB1520)
Aansluiting telefoonlijn (alleen KX-MB1520)
10
D
1. Inleiding en installatie
1.5 Tonercartridge
De meegeleverde tonercartridge is een starter-tonercartridge.
Let op:
R Neem de onderstaande aanwijzingen door vóór de
installatie. Na het lezen ervan opent u de
beschermende verpakking van de tonercartridge. De
tonercartridge bevat een lichtgevoelige eenheid.
Blootstelling aan licht kan deze beschadigen.
– Stel de tonercartridge niet langer dan vijf minuten
bloot aan licht.
– Raak het groene drumoppervlak niet aan en maak
er geen krassen op.
– Plaats de tonercartridge niet in een stoffige, vuile
of zeer vochtige omgeving.
– Stel de tonercartridge niet bloot aan direct zonlicht.
R Laat de tonercartridge niet te lang uit de beschermende
verpakking. Dit is van invloed op de afdrukkwaliteit.
R Voeg geen toner toe aan de tonercartridge. Panasonic
is niet verantwoordelijk voor schade aan het apparaat
of slechte afdrukkwaliteit door het gebruik van
tonercartridges van andere fabrikanten.
3 Maak de oranje bescherming (A) los van de
tonercartridge.
R Raak het groene drumoppervlak (B) niet aan en maak
er geen krassen op.
A
1 Haal de tonercartridge uit de beschermende verpakking.
B
4 Open het voordeksel (A).
2 Schud de tonercartridge meer dan 5 keer heen en weer in
A
horizontale richting.
11
1. Inleiding en installatie
5 Houd de tonercartridge (A) vast aan de greep in het
midden en schuif de cartridge naar binnen (moet
vastklikken).
Opmerking:
R Voor een goede werking van het apparaat wordt
aanbevolen tonercartridges van Panasonic te
gebruiken. Zie pagina 8 voor aanvullende informatie.
Afvalverwijderingsmethode
A
Afvalmateriaal moet worden afgevoerd onder omstandigheden
die aan de landelijke en plaatselijke milieuregels voldoen.
Tonerbespaarfunctie
Als u minder toner wilt verbruiken, kunt u de speciale functie
hiervoor inschakelen (functie #482 op pagina 54). De
tonercartridge gaat dan ongeveer 20 % langer mee. Door deze
functie kan de afdrukkwaliteit afnemen.
1.6 Verbindingen
Let op:
R Kies voor dit apparaat een goed bereikbaar
stopcontact.
R Zorg ervoor dat u de telefoonkabel gebruikt die bij het
apparaat is geleverd (alleen KX-MB1520).
R Gebruik voor de telefoonkabel geen verlengsnoer
(alleen KX-MB1520).
6 Sluit het voordeksel.
A
Wanneer u de tonercartridge moet vervangen
Vervang de tonercartridge als het volgende wordt
weergegeven.
– “TONER LAAG”
– “TONER LEEG”
– “DRUM BIJNA OP VERVANG SNEL”
– “DRUM IS OP VERV. CARTRIDGE”
Levensduur van tonercartridge:
R Zie pagina 81 voor informatie over de levensduur van de
tonercartridge.
R Druk de printertestlijst af als u de levensduur en kwaliteit
van de drum in de tonercartridge wilt controleren
(pagina 79). Vervang de tonercartridge als de
afdrukkwaliteit slecht blijft of als “DRUM IS OP VERV.
CARTRIDGE” op het display wordt weergegeven.
C
B
E
D
* Het afgebeelde model is de KX-MB1520.
Voedingskabel
R Aansluiten op een stopcontact
12
1. Inleiding en installatie
aanbrengen, sluit u het filter als volgt aan (alleen
KX-MB1520).
(220-240 V, 50 Hz).
Telefoonkabel*1
R Aansluiten op de telefoonaansluiting.
[EXT] -connector*1
R U kunt een antwoordapparaat of een extra telefoon
aansluiten. Verwijder, indien gemonteerd, het
afdekplaatje (goed bewaren).
Antwoordapparaat (niet bijgeleverd)*2
Extra telefoon (niet meegeleverd)*3
Naar telefoonaansluiting
Voor gebruikers in Duitsland en Oostenrijk: gebruik de
juiste telefoonkabel.
F
Connectorpennen (alleen KX-MB1520G)
Aansluiting “Naar telefoonlijn”
Voor Duitsland
Voor Oostenrijk
Voor gebruikers in Portugal: gebruik het bijgeleverde
hulpstuk voor aansluiting op een
telefoonwandcontactdoos.
Hulpstekker
*1
*2
*3
Alleen KX-MB1520
Alleen KX-MB1520G/KX-MB1520JT/KX-MB1520NL/
KX-MB1520SL/KX-MB1520SP
Alleen KX-MB1520BL/KX-MB1520FR
1
2
3
4
5
6
a2
—
La
Lb
—
b2
2
1
3
4
5
6
Ontworpen voor gebruik in Spanje en Portugal,
afhankelijk van de locatieinstelling (alleen
KX-MB1520SP).
De standaardinstelling is Spanje. Zie pagina 50 (functie
#114) voor het wijzigen van de locatieinstelling.
BELANGRIJKE MEDEDELING OVER DE
USB-AANSLUITING
R SLUIT HET APPARAAT NIET MET DE USB-KABEL
OP EEN COMPUTER AAN TOTDAT HET
MULTI-FUNCTION STATION U TIJDENS DE INSTALLATIE DAAROP WIJST (pagina 21).
Opmerking:
R Plaats geen voorwerpen op minder dan 10 cm afstand van
de rechter- en linkerkant van het apparaat.
R Als ook andere apparatuur op dezelfde telefoonlijn is
aangesloten, kan dit apparaat storing veroorzaken in het
netwerk (alleen KX-MB1520).
R Als u het apparaat gebruikt met een computer en uw
internetaanbieder u vertelt dat u een filter (F) moet
13
1. Inleiding en installatie
1.7 Aanzetten
1.8 Afdrukpapier
Zet de stroomschakelaar AAN (A).
Opmerking over afdrukpapier:
R Het wordt aanbevolen het papier op het apparaat zelf te
testen (vooral speciale formaten en typen), voordat u
grotere hoeveelheden aanschaft.
R De volgende typen papier kunt u beter niet gebruiken:
– papier met een katoen- en/of vezelgehalte van meer
dan 20 %, zoals postpapier met briefhoofd of
kringlooppapier
– zeer glad of glanzend papier of papier met reliëf
– gecoat, beschadigd of gekreukeld papier
– papier met vreemde voorwerpen, zoals tabbladen of
nietjes
– bevuild papier (met stof, olie en dergelijke)
– papier dat smelt, verdampt, verkleurt, verschroeit of
gevaarlijke dampen verspreidt bij temperaturen van
circa 200 °C, zoals velijnpapier. Dergelijke materialen
kunnen zich vastzetten aan de smeltrol en schade
veroorzaken.
– vochtig papier
– papier voor inkjetprinters
R Sommige papiersoorten zijn gemaakt om maar aan één
zijde te worden bedrukt. Probeer de andere zijde van het
papier als de afdrukkwaliteit te wensen overlaat of als het
papier niet goed kan worden ingevoerd.
R Voor een vlotte doorvoer van het papier en voor het beste
afdrukresultaat raden wij papier aan met lange vezels.
R Gebruik geen vellen papier van verschillende dikte door
elkaar. Dit kan papierstoringen veroorzaken.
R Vermijd dubbelzijdig afdrukken.
R Gebruik geen door dit apparaat bedrukt papier voor het
dubbelzijdig afdrukken met andere kopieerapparaten of
printers. Dit kan papierstoringen veroorzaken. Gebruik in
dit apparaat geen papier dat al is bedrukt met andere
kopieerapparaten of printers. Dit kan papierstoringen
veroorzaken.
R Open een pak papier pas op het moment dat u het papier
gaat gebruiken. Zo voorkomt u dat het gaat krullen. Bewaar
het nog ongebruikte papier in de originele verpakking, op
een koele en droge plaats.
R Klanten die in gebieden met een hoge vochtigheidsgraad
leven: Zorg ervoor dat u uw papier te allen tijde in een
ruimte met klimaatregeling opslaat. Als u op vochtig papier
afdrukt, kan het papier in het apparaat vastlopen.
A
1.8.1 Papierinvoerlade
In de papierinvoerlade past het volgende papier: Als u meer
dan de opgegeven hoeveelheid papier plaatst, kunnen
papierstoringen optreden met mogelijke schade aan het papier
tot gevolg.
– maximaal 150 vel papier van 64 g/m2 tot 75 g/m2.
– maximaal 130 vel papier van 90 g/m2.
R U kunt papier van het formaat A4, Letter en 16K gebruiken.
Papier van het formaat 16K kunt u alleen gebruiken
wanneer u op het apparaat afdrukt of kopieert.
R Zie pagina 80 voor meer informatie over afdrukpapier.
14
1. Inleiding en installatie
R Het apparaat is standaard ingesteld op het afdrukken
van normaal papier van A4-formaat.
– Als u andere papierformaten gebruikt, wijzigt u het
formaat van het afdrukpapier (functie #380 op
pagina 53).
– Als u dun papier gebruikt, wijzigt u het
afdrukpapiertype (functie #383 op pagina 53).
3 Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden (A).
Belangrijk:
R Druk omlaag om, indien nodig, de plaat (B) in de
papierinvoerlade te vergrendelen.
A
1 Til de papierinvoerlade (A) iets op en trek de lade er
helemaal uit.
A
B
4 Papiergeleiders afstellen. Druk de achterste geleider (A)
2 Waaier ter voorkoming van storingen het papier uit voordat
u het plaatst.
samen en schuif deze naar het teken dat het papierformaat
aangeeft. Druk de rechtergeleider (B) samen en verschuif
de geleider zodanig dat het afdrukpapier ertussen past.
R Zorg dat het afdrukpapier zich onder de
papiergrensmarkering (C) bevindt en niet uitsteekt
boven de stoters (D).
D
C
A
B
15
1. Inleiding en installatie
5 Plaats de papierinvoerlade in het apparaat.
R Na het gebruik trekt u de papieruitvoer omhoog en brengt
u het lipje (A) terug naar de oorspronkelijke stand.
A
Opmerking:
R Als het papier niet correct is geplaatst, kan dat
papierstoringen veroorzaken. Zorg er dus voor dat de
papiergeleiders altijd goed zijn afgesteld.
R Als de papierinvoerlade niet sluit, kan het zijn dat de plaat
in de papierinvoerlade niet vergrendeld is. Druk het papier
aan en controleer of het papier plat in de papierinvoerlade
ligt.
Waarschuwing voor de papierinvoerlade
R Laat de papierinvoerlade niet vallen.
De papieruitvoer groter maken
Voordat u afdrukt, kunt u de papieruitvoer tijdelijk wat groter
maken.
– Een afdruk op een klein papierformaat kunt u gemakkelijk
naar buiten trekken.
– Wanneer u meerdere pagina’s afdrukt (20 tot 30 pagina’s),
kan het papier worden gestapeld.
R Houd de papierinvoerlade met beide handen vast als u
deze verwijdert of installeert. De papierinvoerlade
weegt ongeveer 1,5 kg als deze volledig met
afdrukpapier gevuld is.
Circa 1,5 kg
16
1. Inleiding en installatie
1.8.2 Lade voor handmatige papierinvoer
met het deksel gesloten, kan het papier binnen in het
apparaat vastlopen.
U kunt de lade voor handmatige papierinvoer gebruiken voor
afdrukken vanaf de computer en voor kopiëren. Er mag slechts
één vel tegelijkertijd in de lade aanwezig zijn. Als u meerdere
pagina´s afdrukt of kopieert, plaatst u het volgende vel in de
lade nadat het eerste vel in het apparaat is ingevoerd.
R Zie pagina 80 voor meer informatie over afdrukpapier.
R Wanneer u afdrukt vanaf de computer, kunt u ook
afdrukpapier met afwijkende formaten gebruiken.
R Het apparaat is standaard ingesteld op het afdrukken
van normaal papier van A4-formaat.
– Als u andere papierformaten gebruikt, wijzigt u het
formaat van het afdrukpapier (functie #381 op
pagina 53).
– Als u dun of dik papier gebruikt, wijzigt u het
afdrukpapiertype (functie #384 op pagina 53).
1 Schuif de geleiders (A) tegen het afdrukpapier.
2 Duw het papier met de af te drukken zijde naar boven
gericht (B) in de lade totdat het apparaat het papier
vastgrijpt en u een pieptoon hoort.
A
B
Opmerking:
R Afdrukken via de lade voor handmatige papierinvoer;
– wanneer u vanaf de computer afdrukt, selecteert u #2
voor de printereigenschappen.
– wanneer u een kopie maakt, stelt u de invoerlade voor
het kopiëren vooraf in op “#2” (functie #460 op
pagina 59).
Als deze instellingen niet gewijzigd worden, wordt tijdens
het afdrukken of kopiëren van meerdere pagina’s voor de
eerste pagina papier uit de lade voor handmatige
papierinvoer gebruikt, maar voor de overige pagina’s wordt
papier uit de papierinvoerlade gebruikt.
R Als het papier niet correct is geplaatst, kan dat
papierstoringen veroorzaken. Zorg er dus voor dat het
papier altijd goed ligt.
Wanneer u afdrukt op dik papier
R Wanneer u dik afdrukpapier gebruikt, moet u het
achterdeksel openen voordat u begint af te drukken. Dik
papier komt er aan de achterkant uit. Als u zou afdrukken
17
2. . Voorbereiding
2. Voorbereiding
2.1 Kiesmodus (alleen KX-MB1520)
Belangrijk:
R Deze functie is niet beschikbaar voor de
KX-MB1520BL/KX-MB1520NL.
Als u geen verbinding kunt maken (pagina 37), wijzig dan
deze instelling afhankelijk van de centrale waarop u bent
aangesloten.
2.2 De werkingsmodus selecteren
(scannen/kopiëren) (faxen: alleen
KX-MB1520)
U stelt de gewenste modus in door meermaals op de volgende
knop te drukken.
MMenuN
MSetN
1 MMenuN
2 Druk op MBNM1NM2NM0N tot “TELEFOONINST.” wordt
weergegeven.
3 Druk op M1N of M2N om de gewenste instelling te selecteren.
M1N “PULSE”: voor pulskiezen.
M2N “TONE” (standaard): Voor toonkiezen.
4 MSetN
5 Druk op MMenuN om af te sluiten.
18
A
B
C
* Het afgebeelde model is de KX-MB1520.
A MFaxN (alleen KX-MB1520): selecteer deze modus als u het
apparaat als fax wilt gebruiken (pagina 37).
B MCopyN: selecteer deze modus als u het apparaat als een
kopieerapparaat wilt gebruiken (pagina 31).
C MScanN: selecteer deze modus als u het apparaat als
scanner wilt gebruiken (pagina 28).
Opmerking:
R Standaard staat het apparaat op de kopieermodus.
R U kunt de standaardwerkingsmodus (functie #463 op
pagina 54) en de tijd voordat wordt teruggekeerd naar de
standaardwerkingsmodus (functie #464 op pagina 54)
wijzigen (alleen KX-MB1520).
2. Voorbereiding
2.3 Het origineel instellen
2.4 Volume aanpassen (alleen
KX-MB1520)
A
Belangrijk:
R Voordat u het volume aanpast, moet u de
werkingsmodus op de faxmodus zetten. Als het lampje
MFaxN NIET brandt, schakelt u deze modus in door
meermaals op MFaxN te drukken.
MSetN MCNMDN
MFaxN
B
1 Open het documentdeksel (A).
2 Plaats het document met de bedrukte kant NAAR
BENEDEN GERICHT op de glasplaat (B) en lijn de linker
bovenhoek van het document uit met de hoek waarnaar de
wijst.
3 Sluit het documentdeksel.
Opmerking:
R Leg het origineel voorzichtig op de glasplaat. Druk het
origineel niet te hard op de glasplaat om storingen te
voorkomen.
R Sluit het documentdeksel niet als het origineel een boek
van meer dan 15 mm dik is.
R Controleer of de inkt en de eventueel aanwezige lijm of
correctievloeistof helemaal droog zijn.
R Het effectieve scangebied wordt met het grijze gebied
aangeduid:
Effectief scangebied
Volume van het belsignaal
Druk, wanneer het apparaat niet in gebruik is, op MCN of
MDN.
Het belsignaal uitschakelen
Druk op MCN tot “SIGNAAL UIT OK?” wordt weergegeven.
A MSetN
R Het apparaat gaat niet over.
R Als u het belsignaal weer wilt inschakelen, drukt u op MDN.
Speakervolume
Druk als u de luidspreker gebruikt op MCN of MDN.
4 mm
208 mm
4 mm
4 mm
289 mm
4 mm
19
2. Voorbereiding
2.5 Datum en tijd (alleen KX-MB1520)
2.6 Uw logo (alleen KX-MB1520)
Wij raden u aan de datum en tijd in te stellen. De andere partij
ontvangt de op uw apparaat ingestelde datum en tijd als
koptekst.
U kunt uw logo (naam, bedrijfsnaam, enz.) programmeren
zodat dit bovenaan elke verzonden pagina verschijnt.
MStopN MMenuN
MMenuN
MSetN MFNMEN
MFaxN
1 MMenuN A MBNM1NM0NM1N A MSetN
2 Voer de huidige datumgegevens in door voor elk onderdeel
2 cijfers te selecteren.
Voorbeeld: 3 augustus 2011
M0NM3N M0NM8N M1NM1N
3 Voer de huidige tijd in door voor elk onderdeel 2 cijfers te
selecteren.
Voorbeeld: 10:15 PM (12-uursklok)
1. M1NM0N M1NM5N
2. Selecteer “PM” met MGN.
Druk een aantal keer op MGN voor “AM” of “PM”, of
24-uursklok.
4 MSetN
5 Druk op MMenuN om af te sluiten.
Opmerking:
R Om de huidige datum en tijd te controleren drukt u
meermaals op MFaxN om het apparaat tijdelijk in de
faxmodus te zetten (pagina 18).
R De op uw apparaat ingestelde datum en tijd wordt in de
volgende gevallen als koptekst gebruikt:
– Wanneer u een fax verzendt (pagina 37).
R Als de datum en tijd niet correct zijn ingesteld, ziet de
andere partij de verkeerde datum en tijd in de koptekst. Dit
kan verwarrend zijn voor de andere partij.
R De klok heeft een nauwkeurigheid van ±60 seconden per
maand.
Fouten corrigeren
Druk op MFN of MEN om de cursor naar het verkeerde nummer
te verplaatsen en breng de correctie aan.
Als u nummerherkenning hebt ingeschakeld
De datum en tijd worden automatisch ingesteld aan de hand
van de ontvangen bellerinformatie.
R Als de tijd niet eerder is ingesteld, wordt deze niet bijgesteld
door nummerweergave.
R U kunt deze functie uitschakelen (functie #226 op
pagina 53).
20
MSetN MFNMEN
1 MMenuN A MBNM1NM0NM2N A MSetN
2 Voer uw logo in van maximaal 30 tekens (zie pagina 62
voor tekeninvoer). A MSetN
3 Druk op MMenuN om af te sluiten.
Fouten corrigeren
Plaats de cursor met MFN of MEN op het verkeerde teken en voer
de correctie uit.
R Als u alle tekens wilt wissen, houdt u MStopN ingedrukt.
2. Voorbereiding
2.7 Uw faxnummer (alleen
KX-MB1520)
U kunt uw faxnummer programmeren zodat dit bovenaan elke
verzonden pagina verschijnt.
MStopN MMenuN
MRecallN
MSetN MFNMEN
1 MMenuN A MBNM1NM0NM3N A MSetN
2 Voer uw faxnummer van maximaal 20 cijfers in.
R
R
R
R
Voor een “+” drukt u op MGN.
Voor een spatie drukt u op MBN.
Voor een koppelteken drukt u op MRecallN.
Druk voor het wissen van een cijfer op MStopN.
3 MSetN
4 Druk op MMenuN om af te sluiten.
Fouten corrigeren
Druk op MFN of MEN om de cursor naar het verkeerde nummer
te verplaatsen en breng de correctie aan.
R Als u alle cijfers wilt wissen, houdt u MStopN ingedrukt.
2.8 Multi-Function Station installeren
2.8.1 Computervereisten
Met Panasonic Multi-Function Station software kunt u het
volgende met het apparaat doen:
– op gewoon papier, dun en dik papier en etiketten
afdrukken,
– voorbeelden van documenten bekijken en
printerinstellingen wijzigen vóór afdrukken (Easy Print
Utility),
– documenten scannen en de afbeelding in tekst omzetten
met OCR-software (niet bijgeleverd),
– scannen vanuit andere toepassingen voor Microsoft®
Windows® die scannen met TWAIN en WIA ondersteunen
(alleen Windows XP/Windows Vista®/Windows 7),
– nummers in het telefoonboek opslaan, bewerken en
verwijderen via de pc (alleen KX-MB1520),
– de functies programmeren via de computer,
– faxen verzenden en ontvangen via de computer (alleen
KX-MB1520).
Om Multi-Function Station op de computer te kunnen
gebruiken, gelden de volgende vereisten:
Besturingssysteem:
Windows 2000/Windows XP/Windows Vista/Windows 7
CPU:
Windows 2000: Pentium® P of sneller
Windows XP: Pentium Q of sneller
Windows Vista/Windows 7: Pentium 4 of sneller
RAM:
Windows 2000/Windows XP: 128 MB (256 MB of meer
aanbevolen)
Windows Vista: 512 MB (1 GB of meer aanbevolen)
Windows 7: 1 GB (2 GB of meer aanbevolen)
Overige hardware:
Cd-romstation
Vaste schijf met minimaal 600 MB vrije schijfruimte
USB-interface
Overige:
Internet Explorer® 5.0 of hoger
Waarschuwing:
R Om continu aan de emissienormen te voldoen:
– gebruik alleen afgeschermde USB-kabels
(bijvoorbeeld een kabel die gecertificeerd is voor
Hi-Speed USB 2.0).
R Bescherm het apparaat en gebruik alleen goed
afgeschermde USB-kabels als het in uw regio vaak
onweert.
Opmerking:
R USB-kabel niet meegeleverd. Schaf een afgeschermde
USB-kabel van het type-A mannetje/type-B mannetje aan.
21
2. Voorbereiding
2.8.2 Multi-Function Station op een computer
installeren
R Installeer Multi-Function Station (CD-ROM) voordat u
het apparaat met de USB-kabel op een computer
aansluit. Als het apparaat met de USB-kabel op een
computer wordt aangesloten voordat Multi-Function
Station is geïnstalleerd, wordt het dialoogvenster
[Found New Hardware Wizard] weergegeven. Sluit het
dialoogvenster door op [Cancel] te klikken.
R De schermafbeeldingen in deze instructies zijn
afkomstig uit Windows XP en zijn alleen ter referentie
bijgevoegd.
R De schermafbeeldingen in deze instructies kunnen
mogelijk licht afwijken van de schermafbeeldingen van
het daadwerkelijke product.
R Softwarefunctionaliteit en het uiterlijk van de software
kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
R Zie pagina 74 als u ook een apparaat uit de
KX-MB200/KX-MB700/KX-FLB880-serie gebruikt.
1 Start Windows en sluit alle overige toepassingen.
R U moet zich als beheerder hebben aangemeld om
Multi-Function Station te kunnen installeren.
2 Plaats de meegeleverde cd-rom in het cd-romstation.
R Als het dialoogvenster [Select Language] wordt
weergegeven, selecteer dan de taal die u voor deze
software wilt gebruiken. Klik op [OK].
R Als het installeren niet automatisch start:
Klik op [Start]. Klik op [Run...]. Voer “D:\Install” in
(waarbij “D” de stationsaanduiding van het
cd-romstation is). Klik op [OK].
(Als u niet zeker weet wat de stationsaanduiding van
het cd-romstation is, zoekt u het station met Windows
Verkenner.)
3 [Easy Installation]
R Het installeren start automatisch.
4 Het programma Setup start. Volg de scherminstructies van
het installatieprogramma op.
R Easy Print Utility (pagina 26) en Device Monitor
(pagina 64) worden ook geïnstalleerd.
5 Als het dialoogvenster [Connection Type] wordt
weergegeven, selecteert u [Connect directly with a USB
cable.]. A [Next]
R Het dialoogvenster [Connect Device] wordt
weergegeven.
6 Sluit het apparaat met behulp van de USB-kabel (A) aan
op een computer en klik vervolgens op [Next].
A
R Als het apparaat is verbonden met de computer wordt
de modelnaam automatisch gedetecteerd.
R Indien nodig kunt u de naam van het apparaat wijzigen.
7 Klik op [Install] en volg de scherminstructies op.
R De bestanden worden naar de computer gekopieerd.
Belangrijk
Als u Windows XP, Windows Vista of Windows 7 gebruikt,
is het mogelijk dat er een melding wordt weergegeven nadat
u het apparaat met de USB-kabel aansluit. Dit is normaal
en de software veroorzaakt geen moeilijkheden met het besturingssysteem. U kunt zonder problemen doorgaan met
de installatie. Dit soort melding wordt weergegeven:
R Voor Windows XP-gebruikers
“The software you are installing for this hardware has
not passed Windows Logo testing to verify its compatibility with Windows XP. (De software die u voor deze
hardware installeert voldoet niet aan de eisen van de
Windows Logo-test, die op compatibiliteit met Windows
XP controleert.)”
R Voor Windows Vista/Windows 7 gebruikers
“Would you like to install this device software? (Wilt u
deze apparaatsoftware installeren?)”
De bedieningsinstructies bekijken of installeren
1. Start Windows en plaats de meegeleverde cd-rom in het
cd-rom-station.
2. Klik op [Operating Instructions] en volg vervolgens de
scherminstructies om de bedieningsinstructies in
PDF-formaat te kunnen bekijken of installeren.
R U hebt Adobe® Reader® nodig om de
bedieningsinstructies te bekijken.
Opmerking:
R Als u het verzoek krijgt de cd-rom met het
besturingssysteem te plaatsen tijdens het installeren van
Multi-Function Station, plaatst u de cd-rom in het
cd-romstation.
R Als u de gebruiksaanwijzing installeert, kunt u die op elk
gewenst moment raadplegen door te klikken op [ ] in het
startprogramma van Multi-Function Station.
22
2. Voorbereiding
Het andere apparaat in combinatie met de computer
gebruiken
2.9 Multi-Function Station starten
Voeg het printerstuurprogramma voor elk apparaat als volgt
toe.
1. Start Windows en plaats de meegeleverde cd-rom in het
cd-rom-station.
2. [Modify] A [Add Multi-Function Station Driver]. Volg
vervolgens de scherminstructies op.
[Start] A [All Programs] of [Programs] A [Panasonic]
A de apparaatnaam A [Multi-Function Station]
R Multi-Function Station verschijnt.
Opmerking:
R U kunt niet meer dan één apparaat tegelijkertijd op dezelfde
computer aansluiten.
De software wijzigen (componenten toevoegen en
verwijderen)
De onderdelen die u wilt installeren of verwijderen, kunt u te
allen tijde na de installatie kiezen.
U moet zich als beheerder hebben aangemeld om
Multi-Function Station aan te kunnen passen.
1. Start Windows en plaats de meegeleverde cd-rom in het
cd-rom-station.
2. [Modify] A [Modify Utilities]. Volg vervolgens de
scherminstructies op.
De software verwijderen
U moet zich als beheerder hebben aangemeld om
Multi-Function Station te kunnen verwijderen.
[Start] A [All Programs] of [Programs] A [Panasonic]
A de apparaatnaam A [Uninstall]. Volg vervolgens de
scherminstructies op.
* Het afgebeelde model is de KX-MB1520.
[Scan] (pagina 29)
R Afbeeldingen scannen en weergegeven.
R Afbeeldingen scannen en afbeeldingsbestanden maken.
R Scannen en per e-mail verzenden.
R Afbeeldingen scannen en in tekst omzetten met
OCR-software (niet bijgeleverd).
[PC FAX] (alleen KX-MB1520)
R Documenten die op de computer zijn gemaakt, verzenden
als faxbericht (pagina 39).
R Faxdocumenten weergeven die op de computer zijn
ontvangen (pagina 46).
[Remote Control] (pagina 63)
R Functies programmeren.
R Nummers in het telefoonboek opslaan, bewerken en
verwijderen.*1
R Onderdelen van het journaalrapport of de
belleridentificatielijst weergeven.*1
R Bellersinformatie in het telefoonboek opslaan.*1
*1 Alleen KX-MB1520
[Utilities]
R Multi-Function Viewer/Quick Image Navigator starten
(pagina 29).
R Device Monitor starten (pagina 64).
R OCR-toepassing starten (pagina 28). [OCR Path] moet
op voorhand worden ingesteld.
[Settings] (pagina 24)
R Algemene instellingen wijzigen.
R Scaninstellingen wijzigen.
[ ]
R Voor gedetailleerde instructies voor Multi-Function Station.
23
2. Voorbereiding
R Bedieningsinstructies weergeven.
[ ]
R Gebruikstips weergeven.
[ ]
R Informatie over Multi-Function Station weergeven.
Opmerking:
R In Device Monitor kunt u bevestigen dat het apparaat is
verbonden met de computer (pagina 64).
R De computerfuncties (afdrukken, scannen, enz.) werken
mogelijk niet goed in de volgende situaties:
– als het apparaat wordt verbonden met een computer
die de gebruiker zelf heeft gebouwd;
– als het apparaat wordt verbonden met een computer
via een PCI-kaart of andere uitbreidingskaart;
– als het apparaat is verbonden met andere hardware
(zoals een USB-hub of interface-adapter) en niet direct
is aangesloten op de computer.
Instellingen wijzigen
U kunt de instellingen van Multi-Function Station vooraf
wijzigen.
1. Selecteer [Settings] in Multi-Function Station.
2. Klik op het gewenste tabblad en wijzig de instellingen.
A [OK]
[General]
– [Launcher display setting]: Het type display van het
startprogramma selecteren.
– [OCR Path]: De OCR-software selecteren. (niet
bijgeleverd)
[Scan]
– [Save to]: De map selecteren waarin de gescande
afbeelding wordt opgeslagen.
– [Viewer][File][Email][OCR][Custom]: De
scaninstellingen voor Multi-Function-scantoepassingen
wijzigen.
Standaard-e-mailsoftware selecteren
De standaard-e-mailsoftware wordt gebruikt wanneer u scant
naar e-mail (pagina 28).
U selecteert de e-mailsoftware die standaard moet worden
gebruikt als volgt.
Voor Windows 2000:
1. [Start] A [Settings] A [Control Panel] A [Internet
Options] A [Programs] A [E-mail]
2. Selecteer de gewenste MAPI-conforme e-mailsoftware,
zoals [Outlook Express]. A [OK]
Voor Windows XP:
1. [Start] A [Control Panel] A [Internet Options] A
[Programs] A [E-mail]
2. Selecteer de gewenste MAPI-conforme e-mailsoftware,
zoals [Outlook Express]. A [OK]
24
Voor Windows Vista:
1. [Start] A [Control Panel] A [Internet Options] A
[Programs] A [Set programs] A [Set program
access and computer defaults]
R Als het dialoogvenster [User Account Control] wordt
weergegeven, klikt u op [Continue].
2. [Custom]
3. Selecteer de gewenste MAPI-conforme e-mailsoftware,
zoals [Windows Mail], bij [Choose a default e-mail
program]. A [OK]
Voor Windows 7:
1. [Start] A [Control Panel] A [Network and Internet]
A [Internet Options] A [Programs] A [Set
programs] A [Set program access and computer
defaults]
2. [Custom]
3. Selecteer de gewenste MAPI-compatibele e-mailsoftware
via [Choose a default e-mail program]. A [OK]
3. . Printer
3. Printer
3.1 Afdrukken vanuit
Windows-toepassingen
U kunt bestanden afdrukken die in Windows-toepassingen zijn
gemaakt. U drukt bijvoorbeeld als volgt af vanuit WordPad:
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Selecteer [Print...] in het menu [File].
R Het dialoogvenster [Print] wordt weergegeven.
Klik voor meer informatie over het dialoogvenster
[Print] op [?] en klik vervolgens op het gewenste
onderdeel.
De printereigenschappen instellen
U kunt de printerinstellingen wijzigen in stap 3. Het wordt
aanbevolen het papier op het apparaat zelf te testen (vooral
speciale formaten en typen), voordat u grotere hoeveelheden
aanschaft.
Op de volgende tabbladen kunt u de instellingen wijzigen of
weergeven.
[Basic]: Papierformaat, type media, pagina’s per vel, enz.
[Output]: Aantal afdrukken, sorteren, enz.
[Quality]: Kwaliteit, contrast, tonerbesparing, enz.
[Effects]: Watermerk, overlappen.
[Profile]: De gewenste instellingen opslaan, de opgeslagen
instellingen selecteren, enz.
[Support]: Versie-informatie.
Opmerking:
R Selecteer het juiste type media op het tabblad [Basic] voor
het afdrukpapier.
* Het afgebeelde model is de KX-MB1520.
Opmerking:
R In Microsoft PowerPoint® selecteert u [Color] of
verwijdert u het vinkje naast [Grayscale] in het
afdrukdialoogvenster zodat de gekleurde of grijze tekst
correct in grijstinten wordt afgedrukt.
3 Selecteer de apparaatnaam als de actieve printer.
R Als u tijdens het installeren de naam van het apparaat
hebt gewijzigd, selecteert u die betreffende naam in de
lijst.
R U wijzigt de printerinstellingen als volgt.
Voor Windows 2000:
Klik op het gewenste tabblad en wijzig de
printerinstellingen.
Voor Windows XP/Windows Vista/Windows 7:
Klik op [Preferences] en selecteer het gewenste
tabblad. Wijzig de printerinstellingen en klik op [OK].
4 Klik op [Print].
R Het afdrukken wordt gestart.
Opmerking:
R Zie pagina 64 voor informatie over het stoppen van de
afdruktaak.
R Zie pagina 14, 17 voor het plaatsen van papier.
R Zie pagina 80 voor meer informatie over de
papierspecificaties.
R Als er een fout tijdens het afdrukken optreedt, wordt Device
Monitor (pagina 64) automatisch gestart en wordt de
foutmelding weergegeven.
Type afdrukpapier
Type media
Normaal papier
75 g/m2 tot 90 g/m2
[Plain Paper]
Dun papier
64 g/m2 tot 75 g/m2
[Thin Paper]
Dik papier
90 g/m2 tot 165 g/m2
[Thick Paper]
Etiket
[Label]
R Als u afdrukt vanaf de computer, krijgen de ingestelde
printereigenschappen voorrang op de volgende functies
die in het apparaat zijn geprogrammeerd:
– instelling type media (functie #383 op pagina 53 en
functie #384 op pagina 53),
– instelling tonerbesparing (functie #482 op
pagina 54).
Op etiketten afdrukken
U kunt niet alleen op normaal papier afdrukken, maar ook op
bijzondere materialen (etiketten).
R Zie pagina 80 voor meer informatie over afdrukpapier.
R Zie pagina 17 voor het plaatsen van papier.
Gebruik etiketten die geschikt zijn voor laserprinters.
Aanbevolen worden:
Avery®
5160/5161/5162/5163/5164/5165/5167/5168
XEROX®
LWH100/LWH110/LWH120/LWH130/LWH140
R Gebruik de lade voor handmatige papierinvoer voor
het afdrukken van etiketten.
R Plaats de etiketvellen voor het afdrukken één voor één
met de te bedrukken zijde naar boven.
R Verwijder elk etiket na afdrukken.
R Gebruik de volgende soorten etiketten niet:
– etiketten die gekreukt, beschadigd of los van de
ondergrond zijn,
– vellen met etiketten waarvan etiketten zijn verwijderd,
25
3. Printer
–
etiketten die de ondergrond niet geheel bedekken. Zie
hieronder.
6
R Zie pagina 26 voor informatie over het in
PDF-formaat opslaan van bestanden.
R Zelfs als u vooraf in de oorspronkelijke toepassing het
aantal af te drukken exemplaren hebt ingesteld, is het
mogelijk dat u dit in Easy Print Utility nog een keer moet
doen.
Klik op het pictogram [Print] op de afdrukwerkbalk.
R Het afdrukken wordt gestart.
3.2.1 Ecologische afdrukfuncties
3.2 Easy Print Utility
Door Easy Print Utility van Panasonic in plaats van het
printerstuurprogramma te gebruiken voor het afdrukken krijgt
u de beschikking over handige afdrukfuncties.
– Onnodig afdrukken voorkomen door een afdrukvoorbeeld
op het computerscherm te bekijken
– Meerdere documenten combineren
– Een bestand in PDF-formaat opslaan
U drukt bijvoorbeeld als volgt af vanuit WordPad:
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Selecteer [Print...] in het menu [File].
3 Selecteer [Panasonic Easy Print Driver] als de actieve
printer.
4 Klik op [Print].
R Het dialoogvenster [Panasonic Easy Print Utility]
wordt weergegeven. Klik op [ ] en vervolgens op het
gewenste item voor meer informatie over Easy Print
Utility.
5 Bekijk de afbeelding van een af te drukken pagina door op
de gewenste pagina in het venster [Print Page
Operation] (lijst in linkerkolom) te klikken.
U kunt verscheidene afdrukfuncties gebruiken en een
afdrukvoorbeeld bekijken zonder een testpagina te hoeven af
te drukken.
Printerinstellingen
Op de volgende tabbladen in stap 5 kunt u de instellingen
wijzigen of weergeven.
[Basic]: Papierformaat, pagina-indeling afdrukken
[Output]: Aantal exemplaren, papierbron, type media
[Quality]: Kleurmodus, tonerbesparing
[Effects]: Koptekst, watermerk, voettekst
Meerdere documenten combineren
U kunt meerdere pagina’s weergeven die in verscheidene
toepassingen zijn gemaakt en deze als een enkel document
verwerken.
1. Voer stap 1 tot 4 op “3.2 Easy Print Utility” uit.
2. Open een ander document dat u aan Easy Print Utility wilt
toevoegen.
3. Selecteer [Print...] in het menu [File].
R Het dialoogvenster [Print] wordt weergegeven.
4. Selecteer [Panasonic Easy Print Driver] als de actieve
printer.
5. Klik op [Print].
R Het document wordt achter de laatste pagina van het
vorige document in het venster met afdrukvoorbeelden
geplaatst.
6. Herhaal stap 2 tot 5.
7. Wijzig indien nodig de printerinstellingen (pagina 26).
8. Klik op het pictogram [Print] op de afdrukwerkbalk.
Opmerking:
R In het venster [Print Page Operation] kunnen maximaal
999 pagina’s worden weergegeven.
Een bestand in PDF-formaat opslaan
R Zie pagina 26 voor het wijzigen van de
printerinstellingen.
R Zie pagina 26 voor informatie over het combineren
van meerdere documenten die in verschillende
toepassingen zijn gemaakt.
26
U kunt de door u bekeken bestanden in PDF-formaat opslaan
in plaats van deze af te drukken.
1. Voer stap 1 tot 4 op “3.2 Easy Print Utility” uit.
2. Klik op het pictogram [Save PDF file] op de
afdrukwerkbalk.
R Het dialoogvenster [Save As] wordt weergegeven.
3. Geef de map die u wilt opslaan op, voer de bestandsnaam
in en klik vervolgens op [Save]. Tijdens het maken en
opslaan van PDF-bestanden wordt het dialoogvenster
[Save PDF file] weergegeven.
3. Printer
Opmerking:
R Het met Easy Print Utility gemaakte PDF-bestand is een
afbeeldingsbestand.
27
4. . Scanner
4. Scanner
4.1 Scannen vanaf het apparaat
(push-scan)
U kunt het document eenvoudig via het bedieningspaneel op
het apparaat scannen. U kunt een van de volgende scanmodi
selecteren afhankelijk van hoe u de gescande afbeelding wilt
gaan gebruiken.
Scanmodus
“BEELD”
Weergeven met Multi-Function
Viewer/Quick Image Navigator
(scannen naar Multi-Function Viewer/Quick Image Navigator)
“FILE”
Opslaan als bestand op de computer (scannen naar opslaan als
bestand)
“E-MAIL”
Als bijlage bij een e-mail verzenden vanaf de computer (scannen
naar e-mail)
“OCR”
OCR-software gebruiken (scannen naar OCR)
MStopN
MStartN
MScanN
6
bestandsformaat selecteert, wordt de aan
PDF-bestanden gekoppelde software gestart.
Wanneer u scant naar Quick Image Navigator (voor
gebruikers in Italië), wordt de gescande afbeelding na
het scannen weergegeven in het venster van [Quick
Image Navigator].
R Wanneer u scant naar e-mail, wordt de
e-mailsoftware automatisch gestart en wordt de
gescande afbeelding als bijlage toegevoegd aan een
nieuw e-mailbericht.
R Wanneer u scant naar OCR, wordt de gescande
afbeelding na het scannen weergegeven in het
OCR-venster.
Druk na het scannen op MStopN om de instelling in stap 4
te herstellen.
Opmerking:
R Zie pagina 64 voor informatie over het stoppen van de
scantaak.
R Gescande afbeeldingen kunnen als de volgende
bestandstypen worden opgeslagen.
Scanmodus
TIFF
JPEG
BMP
PDF
“BEELD”
U
U
U
U
“FILE”
U
U
U
U
“E-MAIL”
U
U
k
U
“OCR”
U
U
U
k
Als u meerdere pagina’s wilt scannen en opslaan in één
bestand, selecteert u TIFF of PDF als bestandstype.
R De gescande afbeelding wordt automatisch opgeslagen in
de map die in het venster [Settings] is geselecteerd. Zie
pagina 24 voor het wijzigen van de map.
R U kunt de gewenste scanmodus voor de push-scan vooraf
instellen (functie #493 op pagina 61).
MSetNMCNMDNMEN
1 Plaats het origineel (pagina 19).
2 Als het lampje MScanN NIET brandt, schakelt u deze modus
in door meermaals op MScanN te drukken.
3 Druk meermaals op MCN of MDN om een scanmodus te
selecteren. A MSetN
4 Wijzig, indien noodzakelijk, de scaninstellingen. Druk op
MEN, druk meerdere keren op MCN of MDN om de gewenste
instelling te selecteren. A MSetN
5 MStartN A Het apparaat scant 1 pagina. Plaats het
volgende document op de glasplaat en druk op MSetN.
Herhaal deze handeling totdat alle documenten zijn
gescand, en druk vervolgens op MStartN.
R Wanneer u scant naar Multi-Function Viewer (niet
voor gebruikers in Italië), wordt de gescande
afbeelding na het scannen weergegeven in het venster
van [Multi-Function Viewer]. Als u echter PDF als
28
Tips:
OCR-software is niet bijgeleverd. Installeer zelf de gewenste OCR-software van derden en geef het pad naar deze
OCR-software op. U geeft het pad op als volgt.
Start Multi-Function Station A [Settings] A Geef het
pad naar het OCR-programmabestand (.exe) op in het veld
[OCR Path]. A [OK]
R Wij kunnen de goede werking van externe
OCR-software niet garanderen.
4. Scanner
4.2 Scannen vanaf een computer
(pull-scan)
4.2.1 Multi-Function-scantoepassing gebruiken
Als u op een toepassingspictogram klikt, wordt na het scannen
de geselecteerde toepassing automatisch gestart.
1 Plaats het origineel (pagina 19).
2 Start Multi-Function Station. A [Scan]
3 Klik op de gewenste toepassingpictogram.
R Als u op [Custom] klikt, wordt de vooraf
geprogrammeerde toepassing gestart.
R Als u het scannen wilt annuleren tijdens het scannen
van de documenten, klikt u op [Cancel].
Opmerking:
R U kunt de scaninstellingen voor elke toepassing vooraf
wijzigen (pagina 24).
R Als u een toepassingspictogram aanwijst, worden de
scaninstellingen van die toepassing als knopinfo
weergegeven.
R De gescande afbeelding wordt automatisch opgeslagen in
de map die in het venster [Settings] is geselecteerd
(pagina 24).
4.2.2 Multi-Function Viewer/Quick Image
Navigator gebruiken
1 Plaats het origineel (pagina 19).
2 Start Multi-Function Station.
3 Voor gebruikers buiten Italië:
[Utilities] A [Viewer]
R [Multi-Function Viewer] wordt weergegeven.
Voor gebruikers in Italië:
[Utilities] A [Quick Image Navigator]
R [Quick Image Navigator] wordt weergegeven.
4 Voor gebruikers buiten Italië:
Klik op het pictogram [Scan] in het venster
[Multi-Function Viewer].
R Het dialoogvenster met de apparaatnaam wordt
weergegeven.
Voor gebruikers in Italië:
Klik op het pictogram [Acquire Image to Import
Folder...] in het venster [Quick Image Navigator].
R Het dialoogvenster met de apparaatnaam wordt
weergegeven.
5 Wijzig, indien noodzakelijk, de scaninstellingen op de
computer.
R Klik op [Preview] als u de gescande afbeelding wilt
bekijken. U kunt het kader verslepen om het
scangebied op te geven. Als u de scaninstellingen hebt
gewijzigd, klikt u op [Preview] om de gescande
afbeelding te vernieuwen.
6 [Scan]
R Het gescande beeld wordt na het scannen in het
venster [Multi-Function Viewer]/[Quick Image
Navigator] weergegeven.
R Als u de scan wilt opslaan, selecteert u [Save As ...] in
het menu [File].
R Als u het scannen wilt annuleren tijdens het scannen
van de documenten, klikt u op [Cancel].
Opmerking:
R Voor gebruikers buiten Italië: u kunt de afbeeldingen
weergeven in toepassingen die TIFF, JPEG, PCX, DCX en
BMP ondersteunen.
Voor gebruikers in Italië: u kunt de afbeeldingen
weergeven in toepassingen die TIFF, JPEG, PDF, PNG en
BMP ondersteunen.
R Voor gebruikers buiten Italië: u kunt afbeeldingen
opslaan als TIFF, JPEG, PCX, DCX, BMP of PDF.
Voor gebruikers in Italië: u kunt afbeeldingen opslaan als
TIFF, JPEG, PNG, BMP of PDF.
R Als de knop [Select...] in [Target Device] wordt
weergegeven, klik dan op [Select...] om het apparaat in de
lijst te selecteren en klik vervolgens op [OK].
De knop [Select...] wordt niet weergegeven wanneer
slechts één printerdriver is geïnstalleerd.
R U kunt bestanden of pagina’s verplaatsen, kopiëren en
verwijderen.
4.2.3 Andere applicaties gebruiken
Multi-Function Station bevat een TWAIN- en
WIA-scannerstuurprogramma. Tevens kunt u scannen met
andere applicaties die TWAIN of WIA ondersteunen. Ga voor
het scannen bijvoorbeeld als volgt te werk:
1 Plaats het origineel (pagina 19).
2 Start een toepassing die scannen via TWAIN of WIA
ondersteunt.
3 TWAIN:
Selecteer [Acquire Image...] in het menu [File].
WIA:
Selecteer [From Scanner or Camera...] in het menu
[File].
R Het dialoogvenster met de apparaatnaam wordt
weergegeven.
4 Wijzig, indien noodzakelijk, de scaninstellingen op de
computer. A [Scan]
R Het gescande beeld wordt na het scannen in het
toepassingsvenster weergegeven.
R Als u het scannen wilt annuleren tijdens het scannen
van de documenten, klikt u op [Cancel].
Opmerking:
R Scannen vanuit WIA-toepassingen is alleen beschikbaar
voor Windows XP, Windows Vista en Windows 7.
R Afhankelijk van de gebruikte toepassing kan het beeld
enigszins verschillen.
R Als tijdens scannen met TWAIN de knop [Select...] in
[Target Device] wordt weergegeven, klik dan op
29
4. Scanner
[Select...] om het apparaat in de lijst te selecteren, en klik
vervolgens op [OK].
De knop [Select...] wordt niet weergegeven wanneer
slechts één printerdriver is geïnstalleerd.
30
5. Kopieerapparaat
5.1 Een kopie maken
Het kopieerformaat selecteren
1. Selecteer “ORIGINELE MAAT” met MCopy SizeN.
2. Druk meerdere keren op MCN of MDN om het formaat van het
origineel te selecteren. A MSetN
3. Druk meerdere keren op MCN of MDN om het formaat van het
afdrukpapier te selecteren.
R Als “#2” geselecteerd is, kunt u het formaat van het
afdrukpapier wijzigen door meerdere keren op MEN te
drukken.
R De juiste zoomverhouding wordt automatisch
ingesteld. Tijdens het kopiëren met zoom zijn sommige
kopieerfuncties niet beschikbaar. Zie pagina 32 voor
meer informatie.
4. MSetN
5. . Kopieerapparaat
MCopyN
Het contrast selecteren
U kunt deze instelling gebruiken om een document lichter of
donkerder te maken. Er zijn 5 standen mogelijk (van laag naar
hoog).
1. Druk op MQualityN tot “CONTRAST” wordt weergegeven.
MCopy SizeN
MStopN MStartN
MQualityN MSetNMCNMDNMEN
MFax Auto AnswerN
2. Druk op MCN of MDN om het contrast aan te passen.
3. MSetN
Opmerking:
R U kunt de vorige contrastinstelling behouden (functie #462
op pagina 53).
* Het afgebeelde model is de KX-MB1520.
De resolutie selecteren
1 Als het lampje MCopyN NIET brandt, schakelt u deze modus
1. Druk op MQualityN tot “RESOLUTIE” wordt weergegeven.
2 Plaats het origineel (pagina 19).
3 Wijzig indien nodig het kopieerformaat (formaat
2. Druk op MCN of MDN om de resolutie aan te passen.
– “TEKST/FOTO”: Voor zowel tekst als foto’s.
– “TEKST”: Alleen voor tekst.
– “FOTO”: Voor foto’s, gearceerde tekeningen, enz.
in door meermaals op MCopyN te drukken.
oorspronkelijk document en afdrukpapier), de resolutie en
het contrast volgens het type document.
R Zie pagina 31 voor informatie over het selecteren van
het kopieerformaat.
R Zie pagina 31 om het contrast te selecteren.
R Zie pagina 31 om de resolutie te selecteren.
3. MSetN
Opmerking:
R U kunt de standaardresolutie wijzigen (functie #461 op
pagina 59).
4 Voer indien nodig het aantal kopieën in (maximaal 99).
5 MStartN
R Het apparaat begint met kopiëren.
6 Druk, na het kopiëren op MStopN om de instellingen die u
in stap 3 en 4 hebt ingevoerd, te herstellen.
Opmerking:
R Zie pagina 64 voor informatie over het stoppen van de
kopieertaak.
R U kunt de standaardwerkingsmodus (functie #463 op
pagina 54) en de tijd voordat wordt teruggekeerd naar de
standaardwerkingsmodus (functie #464 op pagina 54)
wijzigen (alleen KX-MB1520).
R Als het lampje MFax Auto AnswerN brandt, kunnen er
automatisch faxen worden ontvangen, zelfs in de
kopieermodus (alleen KX-MB1520).
31
5. Kopieerapparaat
5.2 Meer kopieerfuncties
Voorbeeld: 150 % vergroten
Origineel
R Controleer dat het lampje MCopyN brandt.
Vergrote kopie
5.2.1 Kopiëren met zoom (vergroten/verkleinen)
1 Plaats het origineel (pagina 19).
2 Druk meerdere keren op MZoomN om de zoomfactor te
selecteren die bij het formaat van uw document en het
afdrukpapier past.
– “ZOOM =100%”*1
– “50%”
– “200%”
*1 Druk herhaaldelijk op MCN of MDN om de zoomfactor te
wijzigen in stappen van 1 % van “25%” tot “400%”.
U kunt het gewenste percentage ook met de
kiestoetsen invoeren.
3 MSetN
4 Voer indien nodig het aantal kopieën in (maximaal 99).
A MStartN
5 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Opmerking:
R Kopiëren met zoom kan niet worden gebruikt met de
volgende functies:
– Snelle ID-kopiefunctie (pagina 33)
– Afbeeldingherhaalfunctie (pagina 33)
– Posterfunctie (pagina 34)
– N-in-1-functie (pagina 34)
– Aparte N-in-1-functie (pagina 35)
R U kunt de vorige zoominstelling behouden (functie #468 op
pagina 59).
R Het apparaat zal alleen de rechter bovenhoek van het
document vanaf de
op het apparaat vergroten.
Voorbeeld: Tot 70 % verkleinen
Origineel
Verkleinde kopie
5.2.2 Kopieën sorteren
Het apparaat kan meerdere kopieën sorteren in dezelfde
volgorde als de pagina’s van het oorspronkelijke document.
1 Als het lampje MCopyN NIET brandt, schakelt u deze modus
in door meermaals op MCopyN te drukken.
2
3
4
5
6
7
Plaats het origineel (pagina 19).
Druk op MFN tot “COLLATE” wordt weergegeven.
Druk op MCN of MDN tot “AAN” wordt weergegeven.
MSetN
Geef het aantal exemplaren op (maximaal 99).
MStartN
R Het apparaat scant 1 pagina.
8 Plaats het volgende document op de glasplaat en druk op
MSetN. Herhaal deze handeling totdat u alle pagina’s
gescand hebt en druk vervolgens op MStartN.
R Het apparaat begint met kopiëren.
9 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Voorbeeld: twee kopieën maken van een origineel van vier
pagina’s
1
1
2
3
2
3
4
Gesorteerde pagina’s
32
4
1
1
2
2
3
3
4
4
Ongesorteerde pagina’s
5. Kopieerapparaat
Opmerking:
R Het apparaat slaat de documenten in het geheugen op
terwijl de kopieën worden gesorteerd. Als tijdens het
opslaan het geheugen vol raakt, worden alleen de
opgeslagen pagina’s afgedrukt.
R U kunt de vorige sorteerinstelling behouden (functie #469
op pagina 59).
5.2.3 Snelle ID-kopiefunctie /
afbeeldingherhaalfunctie
Opmerking:
R U kunt de vorige pagina-indeling opslaan (functie #467 op
pagina 59).
Snelle ID-kopiefunctie
Origineel
Pagina-indeling
“2 in 1”
“LANDSCHAP”
Snelle ID-kopiefunctie: Dubbelzijdige documenten op één
pagina kopiëren.
Afbeeldingherhaalfunctie: Enkelzijdige documenten
meerdere keren op één pagina kopiëren.
Opmerking:
R De gekopieerde documenten worden niet verkleind om op
het afdrukpapier te passen. Daarom is deze functie zeer
nuttig voor het kopiëren van kleine documenten zoals
visitekaartjes.
“PORTRET”
“4 in 1”
“LANDSCHAP”
1 Plaats het origineel (pagina 19).
R Als u een pagina liggend wilt afdrukken, plaatst u het
origineel in de liggende richting. Als u een pagina
staand wilt afdrukken, plaatst u het origineel in de
staande richting.
R Het scangebied wijzigt volgens de in stap 4
geselecteerde instelling. Zie onderstaande tabel voor
meer informatie. Het grijze gebied wordt gescand.
2 Selecteer “PAG. OPMAAK” met MPage LayoutN.
3 Druk meerdere keren op MCN of MDN om “ID KOPIEREN”
“PORTRET”
“8 in 1”
“LANDSCHAP”
of “BEELD HERH.” te selecteren. A MSetN
4 Druk meerdere keren op MCN of MDN om het aantal originele
documenten van “2 in 1”, “4 in 1” of “8 in 1” te
selecteren. A MSetN
R Ga naar de volgende stap voor de snelle
ID-kopiefunctie.
R Ga naar stap 6 voor de afbeeldingherhaalfunctie.
“PORTRET”
5 Druk meerdere keren op MCN of MDN om de indeling van
“LANDSCHAP” of “PORTRET” te selecteren. A MSetN
6 Voer indien nodig het aantal kopieën in (maximaal 99).
7 Snelle ID-kopiefunctie:
1. MStartN
R Het apparaat scant 1 pagina.
2. Plaats het volgende document op de glasplaat en druk
op MSetN. Herhaal deze handeling totdat alle
documenten zijn gescand.
R Het apparaat begint met kopiëren.
R U kunt wanneer u dat wenst op MStartN drukken om
het kopiëren te beginnen.
Voor afbeeldingherhaalfunctie
Origineel
Pagina-indeling
“2 in 1”
Afbeeldingherhaalfunctie:
MStartN
8 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
33
5. Kopieerapparaat
Origineel
Pagina-indeling
“4 in 1”
Opmerking:
R U kunt de vorige pagina-indeling opslaan (functie #467 op
pagina 59).
5.2.5 N-in-1-functie
U kunt papier besparen door 2, 4 of 8 pagina’s op 1 pagina te
kopiëren. De documenten worden verkleind om op het
afdrukpapier te passen.
1 Plaats het origineel (pagina 19).
“8 in 1”
R Als u een pagina staand wilt afdrukken, plaatst u het
origineel in de staande richting. Als u een pagina
liggend wilt afdrukken, plaatst u het origineel in de
liggende richting.
2 Selecteer “PAG. OPMAAK” met MPage LayoutN.
3 Druk meerdere keren op MCN of MDN om “N in 1” te
selecteren. A MSetN
4 Druk meerdere keren op MCN of MDN om het aantal originele
documenten van “2 in 1”, “4 in 1” of “8 in 1” te
selecteren. A MSetN
5 Druk meerdere keren op MCN of MDN om de indeling van
“PORTRET” of “LANDSCHAP” te selecteren. A MSetN
5.2.4 Posterfunctie
U kunt in 2 (“1 X 2”), 4 (“2 X 2”) of 9 (“3 X 3”) secties
verdeelde kopieën maken zodat u vergrote kopieën van de
individuele secties kunt maken. Deze kunt u vervolgens aan
elkaar plakken om een poster te maken.
6 Voer indien nodig het aantal kopieën in (maximaal 99).
7 MStartN
R Het apparaat scant 1 pagina.
8 Plaats het volgende document op de glasplaat en druk op
MSetN. Herhaal deze handeling totdat alle documenten zijn
gescand.
R Het apparaat begint met kopiëren.
R U kunt wanneer u dat wenst op MStartN drukken om het
kopiëren te beginnen.
9 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Origineel
Pagina-indeling
“2 in 1”
“PORTRET”
“LANDSCHAP”
1 Plaats het origineel (pagina 19).
2 Selecteer “PAG. OPMAAK” met MPage LayoutN.
3 Druk meerdere keren op MCN of MDN om “POSTER” te
“4 in 1”
“PORTRET”
selecteren. A MSetN
4 Druk meerdere keren op MCN of MDN om “1 X 2”, “2 X
2” of “3 X 3” te selecteren. A MSetN
5 Voer indien nodig het aantal kopieën in (maximaal 99).
A MStartN
6 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
34
“LANDSCHAP”
5. Kopieerapparaat
Origineel
Pagina-indeling
5 Voer via het toetsenblok de gewenste breedte van de lange
“8 in 1”
“PORTRET”
6 Druk meerdere keren op MCN of MDN om “KORTE ZIJDE”
rand in. A MSetN
te selecteren. A MSetN
7 Voer via het toetsenblok de gewenste breedte van de korte
rand in. A MSetN
“LANDSCHAP”
8 Voer indien nodig het aantal documenten in (maximaal 99).
A MStartN
9 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Opmerking:
R U kunt de vorige randinstelling behouden (functie #473 op
pagina 59).
Opmerking:
R U kunt de vorige pagina-indeling opslaan (functie #467 op
pagina 59).
Aparte N-in-1-functie
U kunt een met N-in-1 gekopieerd document terugkopiëren en
er weer de oorspronkelijke aparte pagina’s van maken. Deze
functie is beschikbaar voor documenten die met de instellingen
“2 in 1” en “4 in 1” gemaakt zijn.
1. Plaats het origineel (pagina 19).
2. Selecteer “PAG. OPMAAK” met MPage LayoutN.
3. Druk meerdere keren op MCN of MDN om “APART N in
1” te selecteren. A MSetN
4. Druk meerdere keren op MCN of MDN om het aantal originele
documenten te selecteren (“2 in 1” of “4 in 1”). A
MSetN
5. Druk meerdere keren op MCN of MDN om de indeling van het
oorspronkelijke document te selecteren (“PORTRET” of
“LANDSCHAP”). A MSetN
6. Voer indien nodig het aantal documenten in (maximaal 99).
A MStartN
7. Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
5.2.6 Randfunctie
U kunt het apparaat zodanig instellen dat de buitenranden van
documenten niet gekopieerd worden. De gekopieerde
documenten hoeven in dat geval ook niet verkleind te worden
om op het afdrukpapier te passen. Dit is handig wanneer u
documenten met vuile randen wilt kopiëren.
Opmerking:
R Deze functie en de pagina-indelingsfunctie kunnen niet
tegelijkertijd gebruikt worden (geldt niet voor
N-in-1-functie).
1 Plaats het origineel (pagina 19).
2 Selecteer “ZIJDE” met MPage LayoutN.
3 Druk meerdere keren op MCN of MDN om “AAN” te selecteren.
A MSetN
4 Druk meerdere keren op MCN of MDN om “LANGE ZIJDE”
5.2.7 Margefunctie
U kunt op het apparaat instellen dat een bepaalde
documentrand niet mag worden gekopieerd om een marge te
creëren. Dit is handig wanneer u gekopieerde documenten wilt
binden.
Opmerking:
R Zie functie #474 op pagina 59 voor informatie over het
automatisch volgens de ingestelde marge verkleinen van
kopieën.
R Deze functie en de pagina-indelingsfunctie kunnen niet
tegelijkertijd gebruikt worden.
1 Plaats het origineel (pagina 19).
R Als u een pagina staand wilt afdrukken, plaatst u het
origineel in de staande richting. Als u een pagina
liggend wilt afdrukken, plaatst u het origineel in de
liggende richting.
2 Selecteer “MARGE” met MPage LayoutN.
3 Druk meerdere keren op MCN of MDN om “AAN” te selecteren.
A MSetN
4 Druk meerdere keren op MCN of MDN om de indeling van
“PORTRET” of “LANDSCHAP” te selecteren. A MSetN
5 Druk meerdere keren op MCN of MDN om de rand van
“BOVENKANT”, “RECHTS”, “LINKS” of “ONDERKANT”
waarvoor u de marge wilt instellen te selecteren. A
MSetN
6 Voer via het toetsenblok de gewenste breedte van de
marge in. A MSetN
7 Voer indien nodig het aantal documenten in (maximaal 99).
A MStartN
8 Druk, na het kopiëren op MStopN om deze functie terug te
zetten.
Opmerking:
R U kunt de vorige marge-instelling behouden (functie #475
op pagina 59).
5.2.8 Kopie reserveren
U kunt onder de volgende voorwaarden een kopie reserveren:
te selecteren. A MSetN
35
5. Kopieerapparaat
–
–
wanneer het apparaat documenten afdrukt vanaf de
computer;
wanneer het apparaat ontvangen faxen afdrukt (alleen
KX-MB1520).
1 Plaats het origineel (pagina 19).
2 Wanneer “PC AFDRUKKEN” of “PRINT” (alleen
KX-MB1520) wordt weergegeven, schakelt u over naar de
kopieermodus door meermaals te drukken op MCopyN
(pagina 18), waarna u op MStartN drukt.
3 Stel de benodigde instellingen in zoals aantal exemplaren,
resolutie, zoomfunctie en pagina-indeling. A MStartN
R “GER.V. KOPIEREN” wordt weergegeven. Het
apparaat begint na de huidige afdruktaak met kopiëren.
36
6. Fax (alleen KX-MB1520)
6.1 Een fax handmatig verzenden
standaardwerkingsmodus (functie #464 op pagina 54)
wijzigen.
Het contrast selecteren
6. . Fax (alleen KX-MB1520)
U kunt deze instelling gebruiken om een document lichter of
donkerder te maken. Er zijn 5 standen mogelijk (van laag naar
hoog).
1. Druk op MQualityN tot “CONTRAST” wordt weergegeven.
2. Druk op MCN of MDN om het contrast aan te passen.
3. MSetN
MFaxN
Opmerking:
R U kunt de vorige contrastinstelling opslaan (functie #462 op
pagina 53).
De resolutie selecteren
1. Druk op MQualityN tot “RESOLUTIE” wordt weergegeven.
MRedialN
MSP-PhoneN
MQualityN
MStartN
MSetNMCNMDN
2. Druk op MCN of MDN om de resolutie aan te passen.
– “STANDAARD”: Voor normale tekens.
– “FIJN”: Voor kleine tekens.
– “SUPERFIJN”: Voor zeer kleine tekens.
– “FOTO”: Voor foto’s, gearceerde tekeningen, enz.
3. MSetN
R De instellingen “FIJN”, “SUPERFIJN” en “FOTO”
vergroten de verzendtijd.
1 Als het lampje MFaxN NIET brandt, schakelt u deze modus
Het laatste nummer opnieuw bellen
2 Plaats het origineel (pagina 19).
3 Pas, indien nodig, de resolutie en contrast aan al naar
MRedialN
R Als de lijn bezet is, zal het nummer automatisch 2 keer of
vaker opnieuw worden gebeld.
in door meermaals op MFaxN te drukken.
gelang het type document.
R Zie pagina 37 om het contrast te selecteren.
R Zie pagina 37 om de resolutie te selecteren.
4 Kies het faxnummer.
5 Druk op MStartN om het document te scannen en op te slaan
in het geheugen. Wacht tot “SCAN:DRUK
SET” “ZEND:DRUK START” wordt weergegeven.
6 U kunt als volgt een enkele pagina verzenden:
Druk op MStartN.
U kunt als volgt meerdere pagina’s verzenden:
1. Leg de volgende pagina op de glasplaat. A MSetN
R Als u nog meer pagina’s wilt verzenden, voert u
deze stap opnieuw uit.
2. Druk op MStartN wanneer alle pagina’s zijn gescand.
Opmerking:
R Zie pagina 64 voor informatie over het stoppen van de
verzendtaak.
R Terwijl u met de persoon aan de andere kant van de lijn
aan het praten bent via de MSP-PhoneN, kunt u een fax
verzenden vanaf de glasplaat door te drukken op MStartN
gevolgd door M1N. (Als u een fax wilt ontvangen, drukt u op
M2N.)
R U kunt de standaardwerkingsmodus (functie #463 op
pagina 54) en de tijd voordat wordt teruggekeerd naar de
Opmerking:
R Zie pagina 64 voor informatie over het stoppen van de
verzendtaak.
Faxcapaciteit reserveren (gelijktijdig gebruik)
U kunt zelfs faxcapaciteit reserveren als het apparaat een fax
ontvangt of vanuit het geheugen verzendt.
– Maximaal 3 reserveringen tijdens het verzenden
– Maximaal 4 reserveringen tijdens het ontvangen
1. Plaats het origineel tijdens het ontvangen of vanuit
geheugen verzenden van een fax.
2. Voer het faxnummer in met de kiestoetsen of het
telefoonboek.
3. MStartN
R Het apparaat scant 1 pagina. Plaats het volgende
document op de glasplaat en druk op MSetN. Herhaal
deze handeling totdat alle documenten zijn gescand,
en druk vervolgens op MStartN.
R Als de geheugencapaciteit voor het document
onvoldoende is, wordt de reservering van dat document
geannuleerd. Verzend het volledige document met de
handmatige methode.
Verzendrapport afdrukken
Verzendrapporten bieden een overzicht van de
verzendresultaten. Zorg er vóór het afdrukken van
verzendrapporten voor dat functie #401 is ingeschakeld
37
6. Fax (alleen KX-MB1520)
(pagina 55). Zie pagina 65 voor een uitleg over de
foutmeldingen.
6.2.3 Opgeslagen nummers verwijderen
Activiteitenrapport afdrukken
1 Druk op MEN.
2 Druk op MCN of MDN tot het gewenste onderdeel wordt
Activiteitenrapporten omvatten de afgedrukte gegevens over
de laatste 30 faxen. Zie pagina 79 als u deze gegevens
handmatig wilt afdrukken. Zorg er voor het automatisch
afdrukken na elke 30 nieuwe faxen voor dat functie #402 is
ingeschakeld (pagina 55). Zie pagina 65 voor een uitleg
over de foutmeldingen.
6.2 Nummers opslaan in het
telefoonboek
Het apparaat is uitgerust met een telefoonboek (100
telefoonnummers).
R Controleer dat het lampje MFaxN brandt.
MStopN MMenuN
MSetN MCNMDNMEN
MFaxN
6.2.1 Telefoonboeknummers opslaan
1 Druk op MMenuN tot “INSTEL TEL.BOEK” wordt
weergegeven. A MEN
2 Voer de naam in van maximaal 16 tekens (zie
pagina 62 voor tekeninvoer). A MSetN
3 Voer het telefoonnummer van maximaal 32 cijfers in. A
MSetN
R Als u nog meer nummers wilt programmeren, voert u
stap 2 t/m 3 opnieuw uit.
4 MMenuN
Opmerking:
R Een koppelteken of spatie in een telefoonnummer telt voor
2 cijfers.
6.2.2 Opgeslagen nummers wijzigen
1 Druk op MEN.
2 Druk op MCN of MDN tot het gewenste onderdeel wordt
weergegeven. A MMenuN A MGN
3 Bewerk indien nodig de naam. A MSetN
4 Bewerk indien nodig het telefoonnummer. A MSetN A
MStopN
38
weergegeven. A MMenuN A MBN
R Druk op MStopN om het wissen te annuleren.
3 MSetN A MStopN
6. Fax (alleen KX-MB1520)
6.3 Een fax verzenden met het
telefoonboek
Voordat u deze functie gebruikt, moet u eerst de gewenste
namen en telefoonnummers opslaan in het telefoonboek
(pagina 38).
R Controleer dat het lampje MFaxN brandt.
1 Plaats het origineel (pagina 19).
2 Wijzig indien nodig het contrast (pagina 37) en de resolutie
(pagina 37).
3 Druk op MEN en vervolgens op MCN of MDN tot het gewenste
nummer verschijnt.
4 Druk op MStartN om het document te scannen en op te slaan
in het geheugen. Wacht tot “SCAN:DRUK
SET” “ZEND:DRUK START” wordt weergegeven.
R Ga naar stap 6 als u maar één pagina wilt verzenden.
R Ga naar de volgende stap als u meerdere pagina’s wilt
verzenden.
6.4 Een elektronisch document als
faxbericht vanaf uw computer
verzenden
De faxfunctie is Multi-Function Station toegankelijk vanuit een
Windows-toepassing.
U verzendt bijvoorbeeld als volgt een document dat u in
WordPad hebt gemaakt.
1 Open het document dat u wilt verzenden.
2 Selecteer [Print...] in het menu [File].
R Het dialoogvenster [Print] wordt weergegeven.
3 Selecteer de apparaatnaam van de PCFAX als actieve
printer.
4 Klik op [Print].
R Het dialoogvenster [Send a Fax] wordt weergegeven.
5 Leg de volgende pagina op de glasplaat. A MSetN
R Als u nog meer pagina’s wilt verzenden, voert u deze
stap opnieuw uit.
6 MStartN
Een naam zoeken met behulp van de eerste letter
Voorbeeld: “LISA”
1. Druk op MEN.
2. Open het telefoonboek met MCN of MDN.
3. Druk meerdere keren op M5N tot een naam met de letter
“L” op de display wordt weergegeven (zie de tekentabel
op pagina 62).
R Druk op MGN als u naar een symbool wilt zoeken.
4. Druk op MCN of MDN tot “LISA” wordt weergegeven.
R Als u het zoeken wilt stoppen, drukt u op MStopN.
Automatisch herhalen
Als de lijn bezet is of als er niet wordt opgenomen, zal het
nummer automatisch 2 keer of vaker opnieuw worden gebeld.
Opmerking:
R Zie pagina 64 voor informatie over het stoppen van de
verzendtaak.
5 Voer het faxnummer in via het weergegeven toetsenblok
of via het telefoonboek.
R U stopt de bewerking door op [Cancel] te klikken.
6 [Send]
R Het document wordt via het apparaat vanaf de
computer verstuurd.
Opmerking:
R Zie pagina 64 voor informatie over het stoppen van de
verzendtaak.
R Als de geheugencapaciteit voor het document
onvoldoende is, wordt de verzending geannuleerd.
R Meer informatie vindt u in het helpbestand. Selecteer
hiertoe [ ] in Multi-Function Station.
R Klik op [Select...] om het actieve apparaat te wijzigen.
Voorkomen dat een fax naar de verkeerde bestemming
gaat
1. Start Multi-Function Station. A [PC FAX]
2. [Tools] A [Function Setup...]
39
6. Fax (alleen KX-MB1520)
3. Selecteer de gewenste instelling in de lijst [Send].
– [Display the Fax Send confirmation for every
transmission]: Voordat de fax wordt verzonden, wordt
eerst een venster voor het bevestigen van het
faxnummer weergegeven.
– [Do not enter a fax number directly]: U kunt alleen
faxnummers selecteren die in het telefoonboek zijn
opgeslagen.
– [Re-enter to confirm the fax number]: Wanneer u het
faxnummer invoert met de kiestoetsen, moet u het
nummer opnieuw invoeren.
4. [OK]
Opmerking:
R Klik voor meer informatie over de functies op [Help].
6.5 De manier waarop u het apparaat
gebruikt instellen
Afhankelijk van uw situatie stelt u in hoe u het apparaat wilt
gebruiken.
– Gebruik als alleen fax (ALLEEN FAX)
– Gebruik voornamelijk als telefoon (TEL)
– Gebruik als telefoon en/of fax (TEL/FAX)
– Gebruik met antwoordapparaat
6.5.1 Gebruik als alleen fax (ALLEEN FAX)
Uw situatie
U heeft een apart telefoonnummer alleen voor faxen, of wilt u
het apparaat alleen gebruiken voor het ontvangen van faxen.
Instelling
Stel het apparaat in op alleen faxen (pagina 42) door
meermaals op MFax Auto AnswerN te drukken.
R Het lampje MFax Auto AnswerN gaat aan.
MStartN
MFax Auto AnswerN
Hoe faxen worden ontvangen
Alle binnenkomende oproepen worden aangenomen als
faxbericht.
6.5.2 Gebruik voornamelijk als telefoon (TEL)
Uw situatie
U wilt oproepen zelf aannemen. Als er een fax wordt ontvangen,
moet u deze handmatig ontvangen.
Instelling
Stel het apparaat in op telefoon (pagina 42) door meermaals
op MFax Auto AnswerN te drukken.
40
6. Fax (alleen KX-MB1520)
R Het lampje MFax Auto AnswerN gaat uit.
Oproepen ontvangen
Als u oproepen ontvangt, worden gesproken berichten op het
antwoordapparaat vastgelegd.
Opmerking:
R Zorg er vooraf voor dat functie #404 is ingesteld op
“TEL” (pagina 55).
Gesprekken en faxen ontvangen
U moet alle oproepen handmatig aannemen.
Druk op MStartN en vervolgens op M2N voor het ontvangen van
faxen.
6.5.3 Gebruik als telefoon en/of fax (TEL/FAX)
Uw situatie
U wilt alle gesprekken zelf aannemen en faxen automatisch
ontvangen, zonder dat het toestel overgaat.
Instelling
Stel het apparaat in op TEL/FAX (pagina 43) door
herhaaldelijk op MFax Auto AnswerN te drukken.
R Het lampje MFax Auto AnswerN gaat uit.
Opmerking:
R Zorg er vooraf voor dat functie #404 is ingesteld op “TEL/
FAX” (pagina 55).
Hoe gesprekken en faxen worden ontvangen
Als de oproep een gesprek is, gaat het apparaat over.
Als de oproep een fax is, wordt deze automatisch ontvangen
zonder dat het apparaat overgaat.
6.5.4 Gebruik met antwoordapparaat
Uw situatie
U wilt het apparaat gebruiken met een antwoordapparaat.
Instelling
Sluit een antwoordapparaat op het toestel aan en stel het aantal
belsignalen van het antwoordapparaat op minder dan 4 in.
R Stel het aantal keer overgaan in de modus alleen faxen in
op meer dan 4 als de functie Automatisch antwoorden is
ingeschakeld.
41
6. Fax (alleen KX-MB1520)
6.6 Faxen automatisch ontvangen:
Automatische beantwoording
ingeschakeld
6.7 Faxen handmatig ontvangen:
Automatische beantwoording
uitgeschakeld
R U kunt papier gebruiken van het formaat A4 of Letter.
R U kunt papier gebruiken van het formaat A4 of Letter.
6.6.1 FAX ONLY-modus activeren
6.7.1 TEL-modus activeren
Druk op MFax Auto AnswerN tot “ALLEEN FAX MODUS” wordt
weergegeven.
R Op het display wordt het aantal belsignalen van de FAX
ONLY-modus weergeven. Als u deze instelling wilt
aanpassen, drukt u meermaals op MCN of MDN om de
gewenste instelling weer te geven. Vervolgens drukt u op
MSetN.
R Het lampje MFax Auto AnswerN gaat aan.
1 Zorg er vooraf voor dat functie #404 is ingesteld op
“TEL” (pagina 55).
2 Druk op MFax Auto AnswerN tot “TEL MODUS” wordt
weergegeven.
R Het lampje MFax Auto AnswerN gaat uit.
MSP-PhoneN
MSetNMCNMDN
MStartN
MFax Auto AnswerN
MFax Auto AnswerN
Hoe faxen worden ontvangen
Als er oproepen binnenkomen, zal het apparaat al deze
oproepen aannemen en alleen faxen ontvangen.
Opmerking:
R U kunt zelf instellen na hoeveel belsignalen het apparaat
de binnenkomende oproep opneemt in de modus ALLEEN
FAX (functie #210 op pagina 52).
Opmerking:
R Als u het gesprek niet binnen 10 belsignalen beantwoordt,
schakelt het apparaat tijdelijk over op faxontvangst. De
beller kan dan zijn of haar fax verzenden.
Alleen KX-MB1520G:
– Als deze functie niet gewenst is, stelt u functie #319 in
op uit (pagina 55).
Gesprekken en faxen ontvangen
1. Neem op met MSP-PhoneN.
2. Als:
– u een faxbericht moet ontvangen,
– u een faxtoon (langzame pieptoon) hoort,
– u helemaal niets hoort,
drukt u op MStartN gevolgd door M2N.
Opmerking:
R Zie pagina 64 voor informatie over het stoppen van de
ontvangsttaak.
Faxen ontvangen in combinatie met een extra telefoon
Als u een andere telefoon op de [EXT]-connector of dezelfde
lijn hebt aangesloten (extra telefoon), kunt u deze gebruiken
voor het ontvangen van faxen.
1. Als de extra telefoon overgaat, neemt u de hoorn van de
haak.
42
6. Fax (alleen KX-MB1520)
2. Als:
– u een faxbericht moet ontvangen,
– u een faxtoon (langzame pieptoon) hoort,
– u helemaal niets hoort,
drukt u stevig op MGN MBN M9N (de
standaardactiveringscode voor de fax).
3. Leg de hoorn weer op de haak.
Opmerking:
R Zie pagina 64 voor informatie over het stoppen van de
ontvangsttaak.
R Zorg er voor het ontvangen van faxen via de extra telefoon
voor dat externe faxactivering vooraf is ingeschakeld
(functie #434 op pagina 57). De standaardinstelling is
ingeschakeld.
Als er geen faxtoon wordt gedetecteerd
A Het toestel gaat 3 keer over. U kunt de oproep
aannemen.
R Als u de oproep wilt aannemen, drukt u op
MSP-PhoneN en praat u tegen de persoon aan de
andere kant van de lijn.
R Als u de oproep wilt aannemen op een andere telefoon
die is aangesloten op de [EXT]-connector van dit
apparaat, pakt u de hoorn van de haak en drukt u
vervolgens op MStopN op het apparaat om met de
persoon aan de andere kant van de lijn te praten.
6.7.2 TEL/FAX-modus activeren
1 Zorg er vooraf voor dat functie #404 is ingesteld op “TEL/
FAX” (pagina 55).
2 Druk op MFax Auto AnswerN tot “TEL/FAX MODUS” wordt
weergegeven.
R Het lampje MFax Auto AnswerN gaat uit.
3 Het belvolume moet zijn ingeschakeld (pagina 19).
MSP-PhoneN
MStopN
MFax Auto AnswerN
R Als u de oproep wilt aannemen op een andere telefoon
die is aangesloten op dezelfde telefoonlijn als dit
apparaat, pakt u de hoorn van de haak en drukt u op
MGN M0N (standaardcode voor automatisch ophangen,
Hoe gesprekken en faxen worden ontvangen
1. “INKOMEND GESPREK” wordt weergegeven, maar het
toestel gaat niet over.
2. Het toestel wacht 2 keer overgaan voordat de oproep
wordt aangenomen.
R Het aantal keer overgaan stelt u in met “belsignaal
voor TEL/FAX uitgesteld overgaan” (functie #212 op
pagina 55).
R Gedurende deze periode gaat de externe telefoon
over.
3. De oproep wordt door het apparaat aangenomen, waarna
het een faxtoon probeert te detecteren.
Als er een faxtoon wordt gedetecteerd
De fax wordt automatisch en zonder overgaan ontvangen.
43
6. Fax (alleen KX-MB1520)
functie #435 op pagina 57) om met de persoon aan
de andere kant van de lijn te praten.
6.8 Apparaat samen met
antwoordapparaat gebruiken
6.8.1 Het apparaat en een antwoordapparaat
installeren
1 Sluit het antwoordapparaat aan (A).
R Het antwoordapparaat wordt niet bijgeleverd. De
afbeelding is slechts een voorbeeld.
R Verwijder, indien gemonteerd, het afdekplaatje (B).
R Het aantal keer overgaan stelt u in met de “Belsignaal
van faxapparaten die geen faxtoon uitzenden”
(functie #436 op pagina 58).
R De beller hoort een andere oproeptoon dan de toon die
door de telefoonmaatschappij wordt weergegeven.
B Als u de oproep niet aanneemt, wordt de faxfunctie
geactiveerd.
R Sommige faxen geven geen faxtoon bij het verzenden
van faxen. Daarom wordt nu geprobeerd de fax te
ontvangen, ook al wordt er geen faxtoon gedetecteerd.
B
*2
Naar één
telefoonlijn
A
*1
A
*3
Naar één
telefoonlijn
A
*1
Voor de KX-MB1520G/KX-MB1520JT/
KX-MB1520NL/KX-MB1520SL/KX-MB1520SP
*2
Voor KX-MB1520FR
*3
Voor KX-MB1520BL
2 Stel het aantal beltonen voor het antwoordapparaat in op
4 of minder.
R Zo kan het antwoordapparaat de oproep als eerste
aannemen.
3 Spreek een begroeting in op het antwoordapparaat.
R Wij raden aan de boodschap niet langer te maken dan
10 seconden. Laat in de boodschap ook geen pauze
44
6. Fax (alleen KX-MB1520)
vallen van meer dan 4 seconden. Anders functioneren
beide apparaten niet goed.
4 Zet het antwoordapparaat aan.
5 Zet het apparaat in de gewenste ontvangstmodus
6.10 Blokkering van ongewenste
faxen (voorkomen van ontvangst van
faxen van ongewenste bronnen)
6 Zorg ervoor dat de volgende gegevens uniek zijn:
Als u nummerherkenning (pagina 47) inschakelt, kunt u met
deze functie voorkomen dat u faxen ontvangt van oproepen
zonder nummeridentificatie.
Tevens worden faxen van nummers die op de blokkeringslijst
staan niet door het apparaat geaccepteerd.
(pagina 42).
R Als u FAX ONLY instelt, moet u het aantal
belsignalen voor FAX ONLY instellen op meer dan
4 (functie #210 op pagina 52).
–
–
de externe toegangscode voor het antwoordapparaat
de faxactiveringscode (functie #434 op pagina 57)
Opmerking:
R Als de oproep een gesprek is, wordt automatisch door het
antwoordapparaat een bericht opgenomen.
Als de oproep een fax is, wordt deze automatisch
ontvangen.
R Voor de afstandsbedieningscode van het
antwoordapparaat raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van
het antwoordapparaat.
Belangrijk:
R Deze functie werkt niet als u handmatig faxen ontvangt.
6.10.1 Blokkering van ongewenste faxen
inschakelen
1 Druk op MMenuN tot “JUNKFAX MOGELIJK” wordt
weergegeven. A MEN
2 Druk meerdere keren op MCN of MDN om “AAN” te selecteren.
A MSetN
Een gesproken bericht en een fax ontvangen in één oproep
De beller kan in één oproep een bericht inspreken en een fax
verzenden. Geef de beller eerst aanwijzingen over de juiste
werkwijze.
1. De beller belt naar uw apparaat.
R Het antwoordapparaat beantwoordt de oproep.
2. De beller kan een bericht inspreken na de begroeting.
3. De beller drukt op MGN MBN M9N (de voorgeselecteerde
activeringscode voor de fax).
R Het apparaat activeert de faxfunctie.
4. De beller drukt op de starttoets van zijn apparaat om het
document te verzenden.
3 Druk op MStopN om af te sluiten.
Opmerking:
R Om deze functie te kunnen gebruiken, moet u ervoor
zorgen dat externe faxactivering is ingeschakeld (functie
#434 op pagina 57). De faxactiveringscode kan ook
worden gewijzigd.
R Als er geen geheugenruimte in het antwoordapparaat over
is, kan het apparaat misschien geen documenten meer
ontvangen. Zie de handleiding van het antwoordapparaat
en wis onnodige berichten.
4 Druk 2 keer op MStopN om af te sluiten.
6.9 Ontvangstpolling (faxen op
andere faxmachines ophalen)
Met deze functie haalt u documenten op vanaf andere,
compatibele apparaten. U betaalt dus voor de verbinding.
Zorg ervoor dat het andere toestel klaar is voor uw oproep.
1 Druk op MMenuN tot “POLLING” wordt weergegeven. A
MSetN
2 Kies het faxnummer. A MStartN
6.10.2 Ongewenste bellers opslaan
U kunt maximaal 20 ongewenste nummers in de bellerlijst
plaatsen (pagina 47) waarvan u geen faxen wilt ontvangen.
1 Druk op MMenuN tot “JUNKFAX MOGELIJK” wordt
weergegeven.
2 Druk op MEN tot “JUNK LIJST MODE” wordt weergegeven.
A MSetN
3 Druk meerdere keren op MCN of MDN om de partij weer te
geven waarvan u geen faxen wilt ontvangen. A MSetN
De blokkeringslijst voor ongewenste faxen weergeven
1. Druk op MMenuN tot “JUNKFAX MOGELIJK” wordt
weergegeven.
2. Druk op MEN tot “JUNK LIST DISP.” wordt weergegeven.
A MSetN
3. Druk op MCN of MDN voor het weergegeven van de nummers
in de lijst.
4. Druk op MStopN om af te sluiten.
De blokkeringslijst voor ongewenste faxen afdrukken
1. Druk op MMenuN tot “JUNKFAX MOGELIJK” wordt
weergegeven.
2. Druk op MEN tot “JUNK LIST PRINT” wordt weergegeven.
A MSetN
3. Druk op MStopN om af te sluiten.
Een nummer van de blokkeringslijst voor ongewenste
faxen wissen
1. Druk op MMenuN tot “JUNKFAX MOGELIJK” wordt
weergegeven.
45
6. Fax (alleen KX-MB1520)
2. Druk op MEN tot “JUNK LIST DISP.” wordt weergegeven.
A MSetN
3. Druk op MCN of MDN tot het gewenste onderdeel wordt
weergegeven. A MFN
R Druk op MStopN en vervolgens op MMenuN om het
wissen te annuleren.
4. MSetN A MMenuN
6.11 Faxen ontvangen op de
computer
U kunt faxen op de computer ontvangen. De ontvangen faxen
worden opgeslagen als afbeeldingsbestand (formaat
TIFF-G4).
Belangrijk:
R Zorg ervoor dat de instelling voor het ontvangen van
pc-faxen vooraf ingesteld is op “ALTIJD” of
“VERBONDEN” (functie #442 op pagina 58).
1 Druk op MFax Auto AnswerN tot de instelling AUTO
ANSWER is ingeschakeld (pagina 42).
2 Start Multi-Function Station. A [PC FAX]
3 Nadat een faxoproep binnenkomt, wordt een document op
de computer via het apparaat ontvangen.
Opmerking:
R Het ontvangen document kan via de computer worden
weergegeven afgedrukt of doorgestuurd.
R Berichten die naar de computer worden overgezet, worden
van het apparaat verwijderd.
Ontvangen document weergeven
1. Selecteer [PC FAX] in Multi-Function Station.
2. Selecteer [Received Log] in [Communication Log].
3. Klik op de fax die u wilt weergeven.
4. Klik op [File] in de menubalk en selecteer vervolgens
[View] of klik op het pictogram [View] op de werkbalk.
R De ontvangen fax wordt weergegeven.
Als een ontvangen fax in het geheugen van het apparaat
is opgeslagen
U kunt het document in de computer laden.
1. Selecteer [PC FAX] in Multi-Function Station.
2. Selecteer [Received Log] in [Communication Log].
3. Klik op [File] in de menubalk. A [Receive a Fax]
R Als de instelling voor pc-faxen (functie #442 op
pagina 58) geactiveerd is, wordt de ontvangen faxen
automatisch naar de computer doorgestuurd.
46
7. . Nummerweergave (alleen KX-MB1520)
7. Nummerweergave (alleen KX-MB1520)
“BUITENLAND”: De beller heeft een interlokaal gesprek
gevoerd.
7.1 Nummerweergave
De functie Nummerweergave is niet beschikbaar voor
KX-MB1520NL. Zie pagina 3 voor informatie over de beschikbaarheid van gerelateerde functies.
Neem contact op met uw telefoonmaatschappij voor
informatie over de beschikbaarheid van
nummerweergave.
Dit apparaat is geschikt voor de nummerweergave functie
van de telefoonmaatschappij. Om deze functie te kunnen
gebruiken, moet u er wel op zijn geabonneerd.
Gegevens van de beller controleren door de bellerlijst af
te drukken
–
–
Zie pagina 79 als u deze gegevens handmatig wilt
afdrukken.
Als u de gegevens automatisch na elke 30 nieuwe
oproepen wilt afdrukken, activeert u functie #216
(pagina 52).
Belangrijk:
R Dit apparaat voldoet aan de ETS (European
Telecommunication Standard) en ondersteunt alleen
de basisfuncties van CLIP (Calling Line Identification
Presentation).
R Dit apparaat geeft alleen het nummer en de naam van
de beller weer.
R Dit apparaat ondersteunt geen aanvullende
telefoondiensten.
R Afhankelijk van de diensten van de
telefoonmaatschappij worden de datum/tijd van het
gesprek of de naam van de beller mogelijk niet
weergegeven.
Controleer of het aantal belsignalen voor overgaan is
ingesteld op 2 of meer belsignalen.
– Belsignaal FAX (functie #210 op pagina 52)
– Belsignaal TEL/FAX (functie #212 op pagina 55)
R Het kan zijn dat naamweergave in sommige gebieden niet
beschikbaar is. Neem contact op met uw
telefoonmaatschappij voor meer informatie.
7.1.1 Hoe de beller wordt geïdentificeerd
Het telefoonnummer of de naam van de beller wordt
weergegeven na het 1ste belsignaal. U kunt dan kiezen het
gesprek al dan niet aan te nemen.
Dit apparaat slaat automatisch de gegevens op (naam van de
beller, telefoonnummer, datum en tijd van het gesprek) van de
30 meest recente oproepen. U kunt de gegevens van de bellers
bekijken op de display (pagina 48) of de gehele bellerlijst
afdrukken (pagina 79).
Opmerking:
R Als er bellergegevens worden ontvangen die
overeenkomen met een nummer dat voor snelkiezen of in
het telefoonboek is opgeslagen, wordt de opgeslagen
naam weergegeven.
R Als het apparaat is aangesloten op een huiscentrale (PBX),
kunt u mogelijk de identificatiegegevens van de beller niet
ontvangen. Neem contact op met de leverancier van de
centrale.
R Als het apparaat geen identificatiegegevens kan
ontvangen, wordt het volgende weergegeven:
“GEEN MELDING”: De beller heeft gebeld uit een plaats
waar weergave oproeper niet beschikbaar is.
“ANONIEME BELLER”: De beller heeft ervoor gekozen om
zijn gegevens niet te verzenden.
47
7. Nummerweergave (alleen KX-MB1520)
7.2 Bekijken en terugbellen met
bellergegevens
2. Verwijder het cijfer met MStopN.
3. Voer het juiste cijfer in.
Cijfers verwijderen
Belangrijk:
R Als het netnummer van het ontvangen
telefoonnummer gelijk is aan uw netnummer, moet u
dit wellicht verwijderen voordat u terugbelt. Dit is
alleen van toepassing in sommige gebieden. Zie
pagina 48 voor het bewerken van het nummer.
Druk op MFN of MEN om de cursor op het cijfer te plaatsen dat
u wilt verwijderen en druk op MStopN.
1 Als het lampje MFaxN NIET brandt, schakelt u deze modus
7.4.1 Gegevens van alle bellers wissen
2 Druk op MCN als u in de lijst van recente bellers wilt zoeken.
1 Druk op MMenuN tot “NR.HERK.INST.” wordt
in door meermaals op MFaxN te drukken. A MCaller IDN
R Als u op MDN drukt, draait u de volgorde om.
R Zie pagina 37 voor het verzenden van een fax.
7.4 Gegevens van bellers wissen
weergegeven. A MSetN
R “BELLIJST WISSEN” wordt weergegeven.
3 Druk op MSP-PhoneN om terug te bellen.
2 MSetN
De manier waarop bellerinformatie wordt weergegeven
wijzigen
3 MSetN A MStopN
Druk terwijl de gewenste bellergegevens worden weergegeven
meerdere keren op MCaller IDN om de naam en het
telefoonnummer te wijzigen.
7.4.2 Gegevens van een bepaalde beller wissen
7.2.1 Symbolen en bediening voor bellerinformatie
Wat betekent “ ”
“ ” op de display betekent dat het gesprek al is bekeken of
beantwoord.
Weergave stoppen
Druk op MStopN.
R Druk op MStopN en vervolgens op MMenuN om het
wissen te annuleren.
R Controleer dat het lampje MFaxN brandt.
1 MCaller IDN
2 Druk op MCN of MDN tot het gewenste onderdeel wordt
weergegeven. A MFN A MSetN A MStopN
7.5 Bellergegevens opslaan in het
telefoonboek
R Controleer dat het lampje MFaxN brandt.
7.3 Telefoonnummers van bellers
bewerken/opslaan voordat u
terugbelt
R Controleer dat het lampje MFaxN brandt.
1
2
3
4
MCaller IDN
Druk op MCN of MDN om het gewenste item weer te geven.
Geef het telefoonnummer weer met MCaller IDN.
Open de bewerkingsmodus door op een kiestoets (0 t/m 9)
of MGN te drukken en wijzig het telefoonnummer.
R Zie pagina 37 voor het verzenden van een fax.
5 Druk op MSP-PhoneN om het bewerkte nummer terug te
bellen.
R Het nummer wordt automatisch gekozen.
Opmerking:
R Het bewerkte telefoonnummer wordt niet in de
bellergegevens opgeslagen. Zie pagina 48 voor opslaan
in het telefoonboek.
Fouten corrigeren
1. Druk op MFN of MEN om de cursor naar het foute cijfer te
brengen.
48
1 MCaller IDN
2 Druk op MCN of MDN tot het gewenste onderdeel wordt
weergegeven.
3 MMenuN
4 Druk op MFN of MEN. A MSetN
5 MSetN
Opmerking:
R Zie pagina 38 als u een naam of nummer wilt bewerken.
8. Programmeerbare functies
8.1 Programmeren
MMenuN
8. . Programmeerbare functies
MSetN
1 MMenuN
2 Druk op MBN en de 3-cijferige code (pagina 50 t/m
pagina 61).
3 Druk op de juiste selectie voor het weergeven van de
gewenste instelling.
R Deze stap is verschillend per functie.
4 MSetN
5 Druk op MMenuN om af te sluiten.
49
8. Programmeerbare functies
8.2 Basisfuncties
Functie/code
Selectie
Datum en tijd instellen
MBNM1NM0NM1N
(alleen KX-MB1520)
Voer de datum en tijd in met de kiestoetsen. Zie pagina 20 voor meer informatie.
Uw logo instellen
MBNM1NM0NM2N
(alleen KX-MB1520)
Voer het logo in met de kiestoetsen. Zie pagina 20 voor meer informatie.
Uw faxnummer instellen
MBNM1NM0NM3N
(alleen KX-MB1520)
Voer het faxnummer in met de kiestoetsen. Zie pagina 21 voor meer informatie.
De taal selecteren
MBNM1NM1NM0N
De weergave en rapportage is in de geselecteerde taal.
KX-MB1500BL/KX-MB1520BL:
M1N “ENGELS” (standaard), M2N “FRANS”, M3N “NEDERLANDS”
KX-MB1500G/KX-MB1520G:
M1N “ENGELS”, M2N “GERMAN” (standaard)
KX-MB1500GX:
M1N “ENGELS” (standaard), M2N “NEDERLANDS”, M3N “ITALIAANS”,
M4N “PORTUGEES”, M5N “SPAANS”
KX-MB1500FR/KX-MB1520FR:
M1N “ENGELS”, M2N “FRANS” (standaard)
KX-MB1520JT:
M1N “ENGELS”, M2N “ITALIAANS” (standaard)
KX-MB1520NL:
M1N “ENGELS”, M2N “NEDERLANDS” (standaard)
KX-MB1500SL/KX-MB1520SL:
M1N “ENGELS”, M2N “GERMAN” (standaard), M3N “FRANS”,
M4N “ITALIAANS”
KX-MB1520SP:
M1N “ENGELS”, M2N “SPAANS” (standaard), M3N “PORTUGEES”
1. MMenuN A MBNM1NM1NM0N
2. Selecteer via het toetsenblok de gewenste taal. A MSetN A MMenuN
FOR ENGLISH USERS:
If you want to change the language setting to English, proceed as follows.
1. MMenuN A MBNM1NM1NM0N
2. Press M1N to select English. A MSetN A MMenuN
De locatie instellen waar u dit apparaat gebruikt MBNM1NM1NM4N
(alleen KX-MB1520SP)
Deze instelling moet overeenstemmen met uw locatie.
R De taalinstelling is ook beschikbaar (functie #110 op pagina 50).
M1N “SPAIN” (standaard): voor gebruik in Spanje.
M2N “PORTUGAL”: voor gebruik in Portugal.
De kiesmodus instellen
MBNM1NM2NM0N
(alleen KX-MB1520)
Belangrijk:
R Deze functie is niet beschikbaar voor de KX-MB1520BL/KX-MB1520NL.
M1N “PULSE”
M2N “TONE” (standaard)
Zie pagina 18 voor meer informatie.
50
8. Programmeerbare functies
Functie/code
Selectie
Tijd voor opnieuw bellen/flashtijd
instellen
MBNM1NM2NM1N
(alleen KX-MB1520)
De tijd voor doorverbinden/flashtijd is afhankelijk van de telefooncentrale of host-PBX.
M0N “900ms”
M1N “700ms”
M2N “600ms”
M3N “400ms”
M4N “300ms”
M5N “250ms”
M6N “200ms”
M7N “160ms”
M8N “110ms”
M9N “100ms” (standaard)
MGN “90ms”
MBN “80ms”
Opmerking:
R Als het apparaat is aangesloten op een huiscentrale (PBX), werken de PBX-functies
(doorverbinden, enz.) mogelijk niet correct. Vraag de PBX-leverancier naar de correcte instelling.
ADSL-modus instellen
MBNM1NM2NM4N
(alleen KX-MB1520)
Wanneer u gebruikmaakt van een DSL/ADSL-lijn, wordt met deze functie de betrouwbaarheid verbeterd door de overdrachtsnelheid te verlagen.
M0N “UIT” (standaard)
M1N “AAN”
Opmerking:
R De telefoonkosten kunnen hoger zijn dan normaal.
Het LCD-displaycontrast wijzigen
MBNM1NM4NM5N
M1N “NORMAAL” (standaard)
M2N “DONKER”
De schaal selecteren
MBNM1NM4NM7N
M1N “MILLIMETERS” (standaard)
M2N “INCHES”
Opmerking:
R De geselecteerde schaal wordt gebruikt voor het weergeven van maten op het display van het apparaat.
Het wachtwoord voor op afstand
programmeren van functies wijzigen
MBNM1NM5NM5N
1. MMenuN A MBNM1NM5NM5N A MSetN
2. Voer het huidige wachtwoord in. A MSetN
R Het standaardwachtwoord is “1234”.
3. Voer een nieuw 4-cijferig wachtwoord in met 0-9. A MSetN
4. Voer het nieuwe wachtwoord opnieuw in. A MSetN A MMenuN
Opmerking:
R Het wordt aangeraden het standaardwachtwoord te wijzigen.
Onderhoudstijd van toner instellen
MBNM1NM5NM8N
(alleen KX-MB1520)
Het apparaat wordt elke 24 uur automatisch geactiveerd voor onderhoud. Hiermee wordt
voorkomen dat de toner hard wordt. Het geluid dat het apparaat maakt tijdens dit onderhoud kan niet worden voorkomen. Als u last hebt van het geluid, kunt u wel de begintijd wijzigen.
1. MMenuN A MBNM1NM5NM8N A MSetN
2. Voer het tijdstip in waarop het onderhoud moet beginnen.
R Standaard is dit “12:00”.
R Als u de 12-uursklok hebt geselecteerd (pagina 20), druk dan meerdere keren
op MHN om AM of PM te selecteren.
R Als u de 24-uursklok hebt geselecteerd (pagina 20), wordt de tijd ingesteld met
een 24-uurs weergave.
3. MSetN A MMenuN
51
8. Programmeerbare functies
Functie/code
Selectie
Alle functies resetten (en alle gegevens in geheugen verwijderen)
MBNM1NM5NM9N
Activeer voordat u het product weggooit, overdraagt of terugstuurt deze functie om alle
programmeerbare functies te resetten en alle in het geheugen opgeslagen gegevens te
verwijderen.
Alleen KX-MB1520: Telefoonboek (of bellergegevens) en faxverzendgegevens (activiteitenrapport en ontvangen faxen in geheugen) worden verwijderd.
M0N “NEE” (standaard)
M1N “JA”
R Koppel de telefoonkabel (alleen KX-MB1520) en de USB-kabel los voordat u deze
functie activeert.
Ga als volgt te werk om alle functies te resetten:
1. MMenuN A MBNM1NM5NM9N
2. Selecteer “JA” met M1N. A MSetN
3. Selecteer “JA” met M1N. A MSetN
Het belpatroon instellen
MBNM1NM6NM1N
(alleen KX-MB1520)
M1N “A” (standaard)
M2N “B”
M3N “C”
De pieptonen en toetstonen instellen
MBNM1NM6NM5N
M0N “UIT”: Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN” (standaard): U hoort piep- en toetstonen ter bevestiging of om aan te geven
dat er een fout is opgetreden.
Opmerking:
R Zelfs als deze functie ingesteld is op “UIT” piept het apparaat in sommige gevallen.
Bijvoorbeeld:
– als de waarschuwing voor het ontvangen in het geheugen (functie #437 op
pagina 58) geactiveerd is (alleen KX-MB1520),
– als het voordeksel geopend is.
Waarschuwing hoorn van de
haak instellen
MBNM1NM7NM1N
(alleen KX-MB1520)
U kunt een toon laten weergeven wanneer de hoorn langer dan 1 minuut van de haak
is zonder dat er een nummer wordt gekozen.
M0N “UIT”: Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN” (standaard): U moet op MStopN of MSP-PhoneN drukken om de pieptoon te
stoppen.
Belsignaal in FAX ONLY-modus
wijzigen
MBNM2NM1NM0N
(alleen KX-MB1520)
M1N “1”
M2N “2” (standaard)
M3N “3”
M4N “4”
M5N “5”
M6N “6”
M7N “7”
M8N “8”
M9N “9”
Opmerking:
R Als u het apparaat gebruikt met een antwoordapparaat, kiest u hier een waarde van
meer dan 4 (pagina 44).
Bellerlijst automatisch afdrukken
MBNM2NM1NM6N
(alleen KX-MB1520)
52
Belangrijk:
R Deze functie is niet beschikbaar voor KX-MB1520NL.
M0N “UIT” (standaard): Het apparaat drukt de bellerlijst niet af, maar houdt de informatie
over de laatste 30 bellers bij.
M1N “AAN”: Het apparaat drukt de bellerlijst automatisch af na elke 30 nieuwe oproepen
(pagina 47).
8. Programmeerbare functies
Functie/code
Selectie
De tijd aanpassen
MBNM2NM2NM6N
(alleen KX-MB1520)
Belangrijk:
R Deze functie is niet beschikbaar voor KX-MB1520NL.
Met deze functie kunt u de datum en tijd van het apparaat automatisch aanpassen wanneer er bellergegevens worden ontvangen.
M1N “AUTOM.” (standaard): De datum en tijd worden automatisch aangepast.
M2N “HANDM”: Schakelt deze functie uit.
Het afdrukpapierformaat in de
papierinvoerlade instellen
MBNM3NM8NM0N
M1N “LETTER”: Letter-formaat
M2N “A4” (standaard): A4-formaat
M6N “16K”: 16K-formaat
Opmerking:
R Wanneer “16K” is geselecteerd, worden ontvangen faxen in het geheugen opgeslagen (alleen KX-MB1520).
Het afdrukpapierformaat in de lade voor handmatige papierinvoer
instellen
MBNM3NM8NM1N
M1N “LETTER”: Letter-formaat
M2N “A4” (standaard): A4-formaat
M3N “LEGAL”: Legal-formaat
M4N “B5(ISO)”: B5(ISO)-formaat
M5N “B5(JIS)”: B5(JIS)-formaat
M6N “16K”: 16K-formaat
M7N “216X330”
M8N “216X340”
Opmerking:
R Als u functie #147 op “INCHES” instelt, worden de cijfers in inches weergegeven.
Het type afdrukpapier voor de
papierinvoerlade instellen
MBNM3NM8NM3N
M1N “GEW.PAPIER” (standaard): papier van 75 g/m2 tot 90 g/m2.
M2N “DUN PAPIER”: papier van 64 g/m2 tot 75 g/m2.
Het type afdrukpapier voor de lade voor handmatige papierinvoer
instellen
MBNM3NM8NM4N
M1N “GEW.PAPIER” (standaard): papier van 75 g/m2 tot 90 g/m2.
M2N “DUN PAPIER”: papier van 64 g/m2 tot 75 g/m2.
M3N “DIK PAPIER”: papier van 90 g/m2 tot 165 g/m2.
Opmerking:
R Deze instelling wordt gedeactiveerd wanneer vanaf een computer afgedrukt wordt.
Zie pagina 25 voor informatie over het instellen van het type afdrukpapier.
Opmerking:
R Deze instelling wordt gedeactiveerd wanneer vanaf een computer afgedrukt wordt.
Zie pagina 25 voor informatie over het instellen van het type afdrukpapier.
De wachttijd voor de energiebesparingsmodus instellen
MBNM4NM0NM3N
De tijdsduur instellen voordat het apparaat in de energiebesparingsmodus springt.
M1N “5MIN” (standaard): 5 minuten
M2N “15MIN”: 15 minuten
M3N “30MIN”: 30 minuten
M4N “1UUR”: 1 uur
Opmerking:
R In de energiebesparingsmodus moet het apparaat de fixeereenheid voorverwarmen
voordat ermee kan worden afgedrukt.
De vorige contrastinstelling behouden
MBNM4NM6NM2N
M0N “ONMOGELIJK” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “MOGELIJK”: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
Opmerking:
R De vorige instelling blijft voor het kopiëren van faxen apart behouden.
R De vorige instelling blijft voor het verzenden van faxen apart behouden (alleen
KX-MB1520).
53
8. Programmeerbare functies
Functie/code
Selectie
Standaardwerkingsmodus instellen
MBNM4NM6NM3N
(alleen KX-MB1520)
De standaardwerkingsmodus selecteren wanneer de aangegeven tijd in de modus timer
(functie #464) verstrijkt.
M1N “KOPIE” (standaard): Kopieermodus is standaard.
M2N “FAX”: Faxmodus is standaard.
Opmerking:
R Via deze modus kunt u de scanmodus niet selecteren.
Timer standaardwerkingsmodus
instellen
MBNM4NM6NM4N
(alleen KX-MB1520)
De timer instellen voordat wordt teruggekeerd naar de standaardwerkingsmodus (functie
#463).
M0N “UIT”: Schakelt deze functie uit.
M1N “30S”: 30 seconden
M2N “1MIN” (standaard): 1 minuut
M3N “2MIN”: 2 minuten
M4N “5MIN”: 5 minuten
Tonerbesparing instellen
MBNM4NM8NM2N
M0N “UIT” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN”: De tonercartridge gaat langer mee.
Opmerking:
R Met deze functie kunt u de afdrukkwaliteit verlagen door het tonerverbruik te verminderen.
R Deze instelling kan worden gebruikt voor het kopiëren en voor wanneer het apparaat
rapporten/lijsten afdrukt.
R Deze instelling kan niet gebruikt worden voor het afdrukken van ontvangen faxen
(alleen KX-MB1520).
54
8. Programmeerbare functies
8.3 Faxfuncties (alleen KX-MB1520)
Functie/code
Selectie
Het vertraagde TEL/FAX-belsignaal instellen
MBNM2NM1NM2N
Als u in TEL/FAX-modus een extra telefoon gebruikt, selecteert u het gewenste aantal
keer dat de extra telefoon overgaat, voordat het apparaat de oproep opneemt.
M1N “1”
M2N “2” (standaard)
M3N “3”
M4N “4”
M5N “5”
M6N “6”
M7N “7”
M8N “8”
M9N “9”
Opmerking:
R Zie pagina 43 voor meer informatie.
Alle opgeslagen nummers uit het
telefoonboek wissen
MBNM2NM8NM9N
M0N “NEE” (standaard)
M1N “JA”
R Koppel de telefoonkabel en de USB-kabel los voordat u deze functie activeert.
Ga als volgt te werk om alle nummers te wissen:
1. MMenuN A MBNM2NM8NM9N
2. Selecteer “JA” met M1N. A MSetN
3. Selecteer “JA” met M1N. A MSetN A MMenuN
Automatische beantwoording op
afstand inschakelen
MBNM3NM1NM9N
(Alleen KX-MB1520G)
M0N “UIT”
M1N “AAN” (standaard)
Verzendrapport afdrukken
MBNM4NM0NM1N
KX-MB1520G
M1N “AAN”: Een verzendrapport wordt na elke verzending afgedrukt.
M2N “FOUT” (standaard): Een verzendrapport wordt alleen afgedrukt als de verzending
niet is gelukt.
Opmerking:
R Zie pagina 42 voor meer informatie.
KX-MB1520BL/KX-MB1520JT/KX-MB1520NL/KX-MB1520SP
M0N “UIT”: Er worden geen verzendrapporten afgedrukt.
M1N “AAN”: Een verzendrapport wordt na elke verzending afgedrukt.
M2N “FOUT” (standaard): Een verzendrapport wordt alleen afgedrukt als de verzending
niet is gelukt.
KX-MB1520FR/KX-MB1520SL
M1N “AAN”: Een verzendrapport wordt na elke verzending afgedrukt.
M2N “UIT”: Er worden geen verzendrapporten afgedrukt.
M3N “FOUT” (standaard): Een verzendrapport wordt alleen afgedrukt als de verzending
niet is gelukt.
Activiteitenrapport automatisch
afdrukken
MBNM4NM0NM2N
M0N “UIT”: Er wordt geen activiteitenrapport afgedrukt, maar de laatste 30 faxen worden
bijgehouden.
M1N “AAN” (standaard): Het apparaat drukt het activiteitenrapport automatisch af na elke
30 nieuwe faxen (pagina 38).
De ontvangstmodus in de instelling voor handmatig beantwoorden wijzigen
MBNM4NM0NM4N
M1N “TEL” (standaard): Telefoonmodus (pagina 42)
M2N “TEL/FAX”: TEL/FAX-modus (pagina 43)
55
8. Programmeerbare functies
Functie/code
Selectie
Documenten naar buitenland
verzenden
MBNM4NM1NM1N
Activeer deze functie voordat u met verzenden begint als u niet kunt faxen, ook al is het
nummer juist en de telefoonlijn aangesloten.
Deze functie verbetert de betrouwbaarheid door de verzendsnelheid te verlagen.
M0N “UIT”: Schakelt deze functie uit.
M1N “VOLGD.FAX”: Deze instelling geldt alleen voor de volgende keer dat u een fax
probeert te verzenden. Na verzending worden de oorspronkelijke instellingen hersteld.
M2N “FOUT” (standaard): Als de eerdere faxverzending mislukt en u het document opnieuw wilt verzenden.
Opmerking:
R De telefoonkosten kunnen hoger zijn dan normaal.
Een fax op een bepaald tijdstip
verzenden
MBNM4NM1NM2N
Met deze functie kunt u profiteren van het (goedkopere) daltarief van uw telefoonmaatschappij. U kunt deze functie maximaal 24 uur vóór het gewenste tijdstip instellen.
M0N “UIT” (standaard)
M1N “AAN”
Document verzenden:
1. Als het lampje MFaxN NIET brandt, schakelt u deze modus in door meermaals op
MFaxN te drukken.
2. Plaats het origineel (pagina 19).
3. Wijzig indien nodig het contrast (pagina 37) en de resolutie (pagina 37).
4. MMenuN A MBNM4NM1NM2N
5. Selecteer “AAN” met M1N. A MSetN
6. Voer het faxnummer in.
R Als u een nummer wilt invoeren met het telefoonboek: zie stap 3 op “6.3 Een
fax verzenden met het telefoonboek”, pagina 39. (Bij gebruik van het telefoonboek hoeft u niet op MEN te drukken voordat u op MCN of MDN drukt.)
7. MSetN
8. Voer het tijdstip in waarop het verzenden moet beginnen.
R Als u de 12-uursklok hebt geselecteerd (pagina 20), druk dan meerdere keren
op MHN om AM of PM te selecteren.
R Als u de 24-uursklok hebt geselecteerd (pagina 20), wordt de tijd ingesteld met
een 24-uurs weergave.
9. MSetN A MStartN
R Het document wordt in het geheugen gescand. Hierna worden de gegevens op
de opgegeven tijd verzonden. U kunt deze functie pas weer gebruiken voor het
verzenden van de volgende fax wanneer het verzenden van de eerste fax is
voltooid.
Opmerking:
R Als u deze instelling na het programmeren wilt annuleren, drukt u op MStopN wanneer
het apparaat niet in gebruik is en vervolgens op MSetN.
Error Correction Mode (ECM) instellen
MBNM4NM1NM3N
Deze functie kan worden gebruikt als beide faxen ECM ondersteunen.
M0N “UIT”: Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN” (standaard): Het verzenden/ontvangen van faxen wordt uitgevoerd zodat er
geen fouten optreden.
De verbindingstoon
MBNM4NM1NM6N
Als u vaak problemen heeft bij het verzenden van faxen, kunt u met deze functie de
verschillende verbindingstonen horen: faxtoon, belsignaal en bezettoon. Met deze tonen
komt u de status van het faxapparaat aan de andere kant van de lijn te weten.
M0N “UIT”: Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN” (standaard): U hoort de verbindingstonen.
Opmerking:
R Als het belsignaal aanhoudt, is het apparaat aan de andere kant misschien geen fax
of heeft het apparaat geen papier meer. Neem contact op met de andere partij.
R Het volume van de verbindingstoon kan niet worden aangepast.
56
8. Programmeerbare functies
Functie/code
Selectie
Faxverzending versnellen
MBNM4NM1NM7N
(Alleen KX-MB1520G)
Deze functie kan worden gebruikt als beide faxen compatibel zijn.
M0N “UIT” (standaard): Schakel deze functie uit.
M1N “AAN”: De verzendsnelheid van de fax neemt toe.
De maximumfaxsnelheid instellen
MBNM4NM1NM8N
M1N “14.4kbps”
M2N “33.6kbps” (standaard)
Bestemming bevestigen vóór
verzending van een fax
MBNM4NM2NM0N
M0N “UIT” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN”: U kunt een fax verzenden nadat u de bestemming hebt bevestigd. Wanneer
de weergegeven bestemming correct is, drukt u op MStartN om de fax te verzenden.
Invoer met de kiestoetsen beperken
MBNM4NM2NM1N
M0N “UIT” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN”: Activeer deze functie als u niet wilt dat handmatig faxnummers worden gekozen met de kiestoetsen.
Opmerking:
R De faxsnelheid kan lager zijn dan de geselecteerde snelheid. Dit hangt van de lijn
af.
Opmerking:
R Als u “AAN” selecteert, kunt u faxnummers die met de kiestoetsen zijn ingevoerd
niet opnieuw kiezen.
R Als u “AAN” selecteert, wordt de instelling voor het opnieuw invoeren van faxnummers (functie #422 op pagina 57) uitgeschakeld.
Faxnummer opnieuw invoeren
vóór verzending
MBNM4NM2NM2N
M0N “UIT” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN”: Als u handmatig een faxnummer kiest met de kiestoetsen, moet u het nummer
opnieuw invoeren en op MStartN drukken. Wanneer het 2e nummer gelijk is aan het 1e
nummer, kunt u de fax verzenden.
Automatische verkleinfunctie instellen
MBNM4NM3NM2N
Voor het ontvangen van faxen die langer zijn dan het papier waarop wordt afgedrukt.
M0N “UIT”: Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN” (standaard): Het apparaat zorgt er zelf voor dat het ontvangen document op
uw afdrukpapier past.
De faxactiveringscode wijzigen
MBNM4NM3NM4N
Als u een extra telefoon wilt gebruiken voor het ontvangen van faxen, activeert u deze
functie en programmeert u de activeringscode.
Belangrijk:
R De faxactiveringscode moet anders zijn dan de code die u voor het antwoordapparaat hebt geprogrammeerd.
M0N “UIT”
M1N “AAN” (standaard)
1. MMenuN A MBNM4NM3NM4N
2. Selecteer “AAN” met M1N. A MSetN
3. Voer uw code van 2 tot 4 cijfers in, met 0-9, MGN en MBN.
R De standaardcode is “H#9”.
4. MSetN A MMenuN
Automatische verbreking van de
verbinding instellen
MBNM4NM3NM5N
Als u in TEL/FAX-modus een oproep met een extra telefoon wilt opnemen (pagina 43),
schakelt u deze functie in en programmeert u de code.
M0N “UIT”
M1N “AAN” (standaard)
1. MMenuN A MBNM4NM3NM5N
2. Selecteer “AAN” met M1N. A MSetN
3. Voer uw code van 2 tot 4 cijfers in, met 0-9 en MGN.
R De standaardcode is “H0”.
4. MSetN A MMenuN
57
8. Programmeerbare functies
Functie/code
Selectie
Belsignaal van faxapparaat dat
geen faxtoon uitzendt wijzigen
MBNM4NM3NM6N
Het aantal keer wijzigen dat het apparaat in TEL/FAX-modus overgaat.
M3N “3” (standaard)
M4N “4”
M5N “5”
M6N “6”
M7N “7”
M8N “8”
M9N “9”
Opmerking:
R Zie pagina 43 voor meer informatie.
Waarschuwing instellen voor
ontvangen in geheugen
MBNM4NM3NM7N
Voor een pieptoon als een ontvangen document in het geheugen is opgeslagen.
M0N “UIT”: Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN” (standaard): U hoort een pieptoon.
Opmerking:
R Als documenten in het geheugen worden opgeslagen als gevolg van een probleem,
blijft de pieptoon hoorbaar totdat het probleem is opgelost. Als een melding wordt
weergegeven, zie dan pagina 66 tot pagina 67 voor instructies over het afdrukken
van opgeslagen documenten. Zorg ervoor dat er voldoende papier het apparaat zit
om de opgeslagen documenten te kunnen afdrukken.
Vriendelijke ontvangst instellen
MBNM4NM3NM8N
Voor het automatisch ontvangen van faxen als u opneemt en een faxtoon hoort (langzame pieptoon).
M0N “UIT”: U moet op MStartN en vervolgens op M2N drukken voor ontvangst van faxen.
M1N “AAN” (standaard): U hoeft niet om MStartN en vervolgens op M2N te drukken voor
ontvangst van faxen.
Een fax op de computer ontvangen
MBNM4NM4NM2N
Als u faxen wilt ontvangen op de computer, activeert u deze functie en selecteert u [PC
FAX] in Multi-Function Station.
M0N “UIT”: Schakelt deze functie uit.
M1N “ALTIJD”: Als de verbinding naar de computer wordt herkend door het apparaat,
worden ontvangen documenten naar de computer verzonden. Als de verbinding niet
wordt herkend, worden ontvangen documenten in het geheugen opgeslagen en de gegevens verzonden nadat de verbinding is herkend.
M2N “VERBONDEN” (standaard): Als de verbinding naar de computer wordt herkend door
het apparaat, worden ontvangen documenten naar de computer verzonden. Als de verbinding niet wordt herkend, worden de gegevens afgedrukt.
Melding van faxontvangst instellen
MBNM4NM5NM1N
M0N “UIT” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN”: De met USB op uw apparaat aangesloten computer ontvangt een melding
wanneer er een fax ontvangen is.
Het volledige faxgeheugen wissen
MBNM4NM5NM8N
M0N “NEE” (standaard)
M1N “JA”
R Koppel de telefoonkabel en de USB-kabel los voordat u deze functie activeert.
Alle ontvangen faxen wissen:
1. MMenuN A MBNM4NM5NM8N
2. Selecteer “JA” met M1N. A MSetN A MSetN A MMenuN
Oorspronkelijke standaardwaarden van faxfuncties resetten
MBNM4NM5NM9N
58
M0N “NEE” (standaard)
M1N “JA”
Faxfuncties terugzetten:
1. MMenuN A MBNM4NM5NM9N
2. Selecteer “JA” met M1N. A MSetN A MSetN A MMenuN
8. Programmeerbare functies
8.4 Kopieerfuncties
Functie/code
Selectie
Invoerlade voor kopiëren instellen
MBNM4NM6NM0N
M1N “#1” (standaard): De papierinvoerlade is geselecteerd. Het weergegeven papierformaat hangt af van de instelling voor het afdrukpapierformaat (functie #380 op pagina 53).
M2N “#2”: De lade voor handmatige papierinvoer is geselecteerd. Het weergegeven papierformaat hangt af van de instelling voor het afdrukpapierformaat (functie #381 op
pagina 53).
Standaard kopieerresolutie wijzigen
MBNM4NM6NM1N
De instelling van de standaardresolutie voor kopiëren wijzigen.
M1N “TEKST/FOTO” (standaard): Voor documenten met foto’s en tekst.
M2N “TEKST”: Voor documenten met alleen tekst.
M3N “FOTO”: Voor documenten met foto’s, gearceerde tekeningen, enzovoort.
De vorige instelling voor pagina-indeling behouden
MBNM4NM6NM7N
M0N “ONMOGELIJK” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “MOGELIJK”: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
De vorige zoominstelling behouden
MBNM4NM6NM8N
M0N “ONMOGELIJK” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “MOGELIJK”: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
De vorige sorteerinstelling behouden
MBNM4NM6NM9N
M0N “ONMOGELIJK” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “MOGELIJK”: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
De vorige randinstelling behouden
MBNM4NM7NM3N
M0N “ONMOGELIJK” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “MOGELIJK”: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
De framemarge instellen
MBNM4NM7NM4N
M0N “ONMOGELIJK” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “MOGELIJK”: Uw kopieën worden automatisch verkleind volgens de marge-instelling. Als u de zoomfactor (pagina 32) wijzigt, worden uw kopieën niet automatisch verkleind.
De vorige marge-instelling behouden
MBNM4NM7NM5N
M0N “ONMOGELIJK” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “MOGELIJK”: Het apparaat behoudt de vorige instelling.
59
8. Programmeerbare functies
8.5 PC-afdrukfuncties
Functie/code
Selectie
Time-outinstelling van gegevens
wijzigen
MBNM7NM7NM4N
Het apparaat drukt de in het geheugen opgeslagen gegevens automatisch af als de
computer de gegevens op de ingestelde tijd niet naar het apparaat verzendt.
1. MMenuN A MBNM7NM7NM4N A MSetN
2. Voer de gewenste instelling voor gegevenstime-out van “005” seconden tot
“600” seconden met de kiestoetsen in.
R De standaardinstelling is “060” seconden.
3. MSetN A MMenuN
Gezamenlijk A4/Letter afdrukken
MBNM7NM7NM6N
60
Hiermee kunt u afdrukken op A4-formaat terwijl er afdrukpapier van Letter-formaat in de
papierinvoerlade van het apparaat ligt, en omgekeerd.
M0N “UIT”: Schakelt deze functie uit.
M1N “AAN” (standaard): afdrukken is mogelijk op A4/Letter.
8. Programmeerbare functies
8.6 Scanfuncties
Functie/code
Selectie
Scanmodus voor push-scan instellen
MBNM4NM9NM3N
M1N “BEELD” (standaard): Het gescande beeld wordt in het venster [Multi-Function
Viewer]/[Quick Image Navigator] weergegeven.
M2N “FILE”: De gescande afbeelding wordt als bestand opgeslagen.
M3N “E-MAIL”: De gescande afbeelding wordt opgeslagen om als e-mailbijlage te worden verzonden.
M4N “OCR”: De gescande afbeelding wordt in het OCR-venster weergegeven.
Opmerking:
R OCR-software is niet bijgeleverd. Geef het pad naar de OCR-software op (pagina 28) als u deze wilt gebruiken.
De vorige scanparameter voor
push-scan behouden
MBNM4NM9NM4N
M0N “ONMOGELIJK” (standaard): Schakelt deze functie uit.
M1N “MOGELIJK”: Het apparaat behoudt de vorige scaninstellingen van elke push-scanmodus.
61
9. . Handige informatie
9. Handige informatie
KX-MB1520G/KX-MB1520JT/KX-MB1520SL
9.1 Tekens invoeren (alleen
KX-MB1520)
Tekens en cijfers voert u in met de kiestoetsen.
– Verplaats de cursor met MFN of MEN.
– Druk op de kiestoetsen voor het invoeren van tekens en
cijfers.
– Druk op MStopN voor het wissen van het teken of cijfer dat
door de cursor wordt gemarkeerd. Houd MStopN ingedrukt
als u alle tekens en cijfers wilt wissen.
– Als u met dezelfde kiestoets een volgend teken wilt
invoeren, drukt u op MEN om de cursor naar de volgende
positie te verplaatsen en drukt u op de bijbehorende
kiestoets.
Toetsenblok
Tekens
M1N
1
.
_
–
[
]
{
}
/
=
,
`
:
;
?
|
>
!
"
H ^
’
A
M2N
M3N
M4N
M5N
KX-MB1520BL/KX-MB1520FR/KX-MB1520NL
Toetsenblok
Tekens
M1N
1
.
_
–
[
]
{
}
/
=
,
`
:
;
?
|
M2N
M4N
M5N
M6N
c
2
D E F
3
d
f
3
G H I
4
g
h
4
J
K L
5
j
k
5
e
M8N
M0N
l
M8N
o
M9N
M0N
6
7
p
7
q
r
s
T U V 8
u
v
8
W X Y Z
9
w x
y
z
9
0
@ (
)
<
$
% & \
>
!
"
H ^
’
A
MGN
Omwisselen tussen hoofdletters
en kleine letters.
MRecallN
Koppelteken
MMuteN
Een spatie invoegen.
MStopN
Tekens verwijderen.
62
a
ä b
c
D E È F
3
d
f
3
G H I
Ì
4
g
h
ì
4
J
K L
5
j
k
5
#
à
e
è
i
l
2
M N O Ò Ö 6
ò
ö
P Q R S
7
p
ß
q
o
r
s
6
7
T U Ù Ü V 8
t
P Q R S
t
M9N
i
C 2
m n
M7N
M N O 6
m n
M7N
+
A B C 2
a b
M3N
M6N
A À Ä B
+
ü
v
W X Y Z
9
w x
0
$
u
ù
y
z
9
@ (
)
<
% & \
8
MGN
Omwisselen tussen hoofdletters
en kleine letters.
MRecallN
Koppelteken
MMuteN
Een spatie invoegen.
MStopN
Tekens verwijderen.
#
9. Handige informatie
KX-MB1520SP
9.2 Status van het apparaat
Toetsenblok
Tekens
M1N
1
.
_
–
[
]
{
}
/
=
,
`
:
;
?
|
M2N
M4N
M5N
M6N
á
b
c
D E É F
3
d
f
3
G H I
Í
4
g
h
í
4
J
K L
5
j
k
5
e
M8N
M0N
i
l
o
ó
P Q R S
7
p
7
2
q
ñ
r
s
1 Start Multi-Function Station. A [Remote Control]
R Het venster [Multi-Function Remote Control] wordt
weergegeven.
õ
6
>
!
"
H ^
’
A
T U Ú V 8
t
M9N
é
ç
M N Ñ O Ó Õ 6
m n
M7N
ã
9.2.1 Remote Control gebruiken
U kunt gemakkelijk de volgende functies vanaf de computer
bedienen:
– functies programmeren (pagina 50)
Alleen KX-MB1520:
– opslaan, bewerken en verwijderen van nummers in het
telefoonboek (pagina 38)
– onderdelen van het journaalrapport weergeven of
verwijderen (pagina 38)
– het activiteitenrapport opslaan op de computer
– onderdelen van de bellersidentificatielijst weergeven
(pagina 47)
– bellersinformatie opslaan in het telefoonboek (pagina 48)
– de bellerlijst opslaan op de computer
A Á Ã B C Ç 2
a
M3N
+
u
ú
v
8
W X Y Z
9
w x
y
z
9
0
@ (
)
<
$
% & \
MGN
Omwisselen tussen hoofdletters
en kleine letters.
MRecallN
Koppelteken
MMuteN
Een spatie invoegen.
MStopN
Tekens verwijderen.
#
Tekens selecteren met MCN of MDN
In plaats van met de kiestoetsen kunt u ook tekens selecteren
met MCN of MDN.
1. Druk op MCN tot het gewenste teken wordt weergegeven.
De tekens worden in de volgende volgorde weergegeven:
A Hoofdletters
B Cijfers
C Symbolen
D Kleine letters
R Als u op MDN drukt, draait u de volgorde om.
2. Voeg het weergegeven teken in met MEN.
3. Keer terug naar stap 1 om het volgende teken in te voeren.
* Het afgebeelde model is de KX-MB1520.
2 Selecteer het gewenste tabblad (alleen KX-MB1520).
R De meest recente gegevens in het apparaat worden
weergegeven.
3 Voer de gewenste bewerking uit.
R Klik voor meer informatie over de functies op [Help].
R U stopt de bewerking door op [Cancel] te klikken.
4 [OK]
R U kunt ook op [Apply] klikken als u met de volgende
bewerking wilt doorgaan zonder het venster te sluiten.
5 Voer het wachtwoord in (functie #155 op pagina 51). A
[OK]
R De nieuwe gegevens worden naar het apparaat
overgebracht en het venster wordt gesloten.
Opmerking:
R Sommige functies kunnen niet vanaf de computer worden
ingesteld.
R Wanneer iemand anders opgeslagen gegevens in het
apparaat wijzigt, kunnen die gegevens worden
63
9. Handige informatie
overschreven. Controleer of het apparaat op hetzelfde
moment niet in gebruik is voor dezelfde functie.
9.2.2 Device Monitor gebruiken
U kunt de instellingen en de huidige status vanaf de computer
bevestigen.
1 Start Multi-Function Station.
2 [Utilities] A [Device Monitor]
R Het venster [Device Monitor] wordt weergegeven.
3 De status van het apparaat bevestigen.
[Status]: huidige status van het apparaat
Opmerking:
R Aanvullende informatie (status toner en afdrukpapier,
gegevens van apparaat enzovoort) wordt weergegeven op
het tabblad [Status] als u op [Advanced Information]
klikt.
R U kunt de status van het apparaat bijwerken door te klikken
op [Refresh].
R Als er een fout tijdens het afdrukken optreedt, wordt Device
Monitor automatisch gestart en wordt de foutmelding
weergegeven.
R Meer informatie vindt u in het helpbestand. Selecteer
hiertoe [ ] in Multi-Function Station.
9.3 Bewerkingen annuleren
U kunt de huidige bewerking van het apparaat annuleren. U
kunt de gewenste bewerking ook selecteren en daarna
annuleren.
1 MStopN
R “GEBRUIK.STOP” wordt weergegeven.
R Als “GEBRUIK.STOP” niet wordt weergegeven, ga dan
naar stap 2.
2 Ga als volgt te werk om het afdrukken te annuleren:
Druk op MStopN tot “STOP AFDRUKKEN?” wordt
weergegeven.
Ga als volgt te werk om het scannen te annuleren
(alleen KX-MB1520):
Druk op MStopN tot “STOP SCANNEN?” wordt
weergegeven.
Ga als volgt te werk om het kopiëren te annuleren:
Druk op MStopN tot “STOP KOPIEREN?” wordt
weergegeven.
Ga als volgt te werk om het verzenden of ontvangen
van faxen te annuleren (alleen KX-MB1520):
Druk op MStopN tot “STOP FAX?” wordt weergegeven.
Ga als volgt te werk om opnieuw kiezen voor een fax
te annuleren (alleen KX-MB1520):
Druk op MStopN tot “ANNULEREN?” wordt weergegeven.
3 MSetN
64
10. Help
10.1 Rapportmeldingen (alleen KX-MB1520)
10. . Help
Om de verzend- en ontvangststatus van faxen op het apparaat weer te geven wordt een van de volgende meldingen afgedrukt in
de verzend- en activiteitenrapporten (pagina 37).
Melding
COMMUNICATIE STORING
Code
Oorzaak en oplossing
40-42
46-72
FF
R Er is een overdrachts- of ontvangstfout opgetreden. Probeer het opnieuw of neem contact op met de andere partij.
43
44
R Er is een probleem met de lijn opgetreden. Sluit de telefoonkabel op een andere aansluiting aan en probeer het
opnieuw.
R Er is een probleem opgetreden tijdens internationale overdracht. Probeer de internationale modus (functie #411 op
pagina 56).
STORING-NIET UW APPARAAT
53
54
59
70
R Er is een overdrachts- of ontvangstfout opgetreden vanwege een probleem met de fax van de andere partij. Neem
contact op met de andere partij.
JUNK FAX VOORKOMEN
-----
R De blokkering van ongewenste faxen op het apparaat
heeft de ontvangst van een fax geweigerd.
GEHEUGEN VOL
-----
R Het geheugen zit vol ontvangen documenten door een tekort aan afdrukpapier of een papierstoring. Plaats papier
(pagina 14) of verwijder het vastgelopen papier (pagina 75).
R Als de instelling voor pc-faxen (functie #442 op pagina 58) ingesteld is op “ALTIJD”, controleer dan of de
verbinding tussen de computer en het apparaat in orde is.
ANDERE FAX ANTWOORDT NIET
-----
R De fax van de andere partij is bezet of het papier ervan is
op. Probeer het opnieuw.
R De fax van de andere partij neemt niet snel genoeg op.
Verzend de fax handmatig (pagina 37).
R Het apparaat van de andere partij is geen fax. Neem contact op met de andere partij.
R Het nummer dat u belt is buiten gebruik.
DRUK OP DE ‘Stop’ TOETS
-----
R MStopN is ingedrukt en de fax is geannuleerd.
DEKSEL WAS GEOPEND
-----
R Het voordeksel is geopend. Sluit dit en probeer het opnieuw.
OK
-----
R Faxverzending of -ontvangst is gelukt.
65
10. Help
10.2 Displaymeldingen
Een of meer van de volgende meldingen worden op het display weergegeven om de status van het apparaat aan te geven.
Display
Oorzaak en oplossing
“BEL LEV.”
R Er is iets mis met het apparaat. Neem contact op met de dealer.
“VERV. CARTRIDGE”
R De tonercartridge is niet goed geplaatst. Plaats deze opnieuw op de juiste manier
(pagina 11).
R Er is iets mis met de tonercartridge. Vervang de tonercartridge.
“CHECK CARTRIDGE”
R De tonercartridge is niet goed geplaatst. Plaats deze opnieuw op de juiste manier
(pagina 11).
“CHECK PAPIER #1”
R Afdrukpapier is niet geplaatst of de invoerlade is leeg. Plaats papier (pagina 14).
R Het afdrukpapier wordt niet goed in het apparaat gevoerd. Plaats het afdrukpapier
opnieuw (pagina 77).
R De papierinvoerlade is niet geplaatst of is niet volledig geplaatst. Plaats de papierinvoerlade in het apparaat.
“CHECK PAPIER LADE #1”
R Het formaat van het geplaatste afdrukpapier is niet correct. Plaats afdrukpapier van
het formaat dat op het display wordt weergegeven.
R Als deze melding vaak wordt weergegeven, wijzig dan het formaat van het afdrukpapier (functie #380 op pagina 53).
R De instelling van het afdrukpapierformaat (functie #380 op pagina 53) is ingesteld
op “16K”, waardoor ontvangen faxen in het geheugen zijn opgeslagen. Wijzig het
formaat van het afdrukpapier en plaats het juiste afdrukpapier.
Opmerking:
R “#1”: Controleer de papierinvoerlade. Het weergegeven papierformaat hangt af van
de instelling voor het afdrukpapierformaat (functie #380 op pagina 53).
R “#2”: Controleer de lade voor handmatige papierinvoer. Het weergegeven papierformaat hangt af van de instelling voor het afdrukpapierformaat (functie #381 op
pagina 53).
“CHECK PAPIER INV INVOER
LADE#2”
R Het afdrukpapier wordt niet goed in het apparaat gevoerd. Plaats het papier opnieuw
(pagina 77).
“COOL DOWN FUSER”
R De fixeereenheid is aan het afkoelen. Wacht even.
“DRUM BIJNA OP VERVANG
SNEL”
R De levensduur van de drum binnen in de tonercartridge is bijna verlopen. Vervang
de tonercartridge zo snel mogelijk.
“DRUM IS OP VERV.
CARTRIDGE”
R De levensduur van de drum binnen in de tonercartridge is verlopen. Vervang de
tonercartridge onmiddellijk.
Opmerking:
R Voorlopig kunt u op MStartN drukken om door te gaan met afdrukken. De afdrukkwaliteit kan tegenvallen. Langdurig gebruik wordt afgeraden.
“FAX IN GEHEUGEN”
R Het apparaat heeft een document in het geheugen. Zie de overige weergegeven
meldingen voor het afdrukken van het document. Zie pagina 80 voor meer informatie over de faxgeheugencapaciteit.
R De instelling voor pc-faxen (functie #442 op pagina 58) is ingesteld op “ALTIJD”
– Controleer of de verbinding tussen de computer en het apparaat in orde is.
– Controleer of de computer is ingeschakeld.
“VOORPANEEL OPEN”
R Het voordeksel is geopend. Sluit dit.
“VERDER KOPIEREN”
R Het kopiëren is gestopt door een probleem (bijvoorbeeld een gebrek aan of vastlopen
van afdrukpapier). Zie de overige weergegeven meldingen voor het doorgaan met
kopiëren.
“TEMPERATUUR LAAG”
R De binnenkant van het apparaat is erg koud, en het apparaat werkt niet. Plaats het
apparaat op een warmere plek.
66
10. Help
Display
Oorzaak en oplossing
“GEHEUGEN VOL”
R Bij verzending vanuit het geheugen overschrijdt het document dat wordt opgeslagen
de geheugencapaciteit van het apparaat. Verzend het volledige document met de
handmatige methode.
R Bij het maken van een kopie overschrijdt het document dat wordt opgeslagen de
geheugencapaciteit van het apparaat. Wis de melding door op MStopN te drukken.
Verdeel het document in stukken.
“MODEM FOUT”
R Er is iets mis met de modem van het apparaat. Neem contact op met de dealer.
“GEEN FAX ANTW.”
R De fax van de andere partij is bezet of het papier ervan is op. Probeer het opnieuw.
“PAPIER BIJVULLEN INVOER
LADE#2”
R Het afdrukpapier is niet in de lade voor handmatige papierinvoer geplaatst. Plaats
papier (pagina 17).
“PAPIER INVOER #2”
R Het afdrukpapier is in de lade voor handmatige papierinvoer geplaatst (pagina 17).
“PAPIER VAST”
“OPEN ACHTERKLEP”
“OPEN VOORPANEEL”
R Het afdrukpapier is vastgelopen. Verwijder het vastgelopen papier (pagina 75).
“PC FOUT / BEZET”
R De kabel tussen het apparaat en de computer is niet goed aangesloten. Controleer
de aansluitingen (pagina 12, 22).
R Er is een probleem met de computer (zorg er bijvoorbeeld voor dat de computer is
ingeschakeld).
R De software op de computer is niet actief. Start de software opnieuw en probeer het
nogmaals.
“TELEFOONBOEK VOL”
R Er is geen ruimte voor het opslaan van nieuwe nummers in het telefoonboek. Wis
overbodige nummers (pagina 38).
“MOMENT AUB”
R Het apparaat is aan het opwarmen. Wacht even.
“POLLING FOUT”
R De fax aan de andere kant van de lijn ondersteunt polling niet. Neem contact op met
de andere partij.
“REDIAL TIJD OM”
R De fax van de andere partij is bezet of het papier ervan is op. Probeer het opnieuw.
“VERWIJDER PAPIER INVOER
LADE#2”
R Het afdrukpapier is tijdens het ontvangen van faxen of afdrukken van rapporten in
de lade voor handmatige papierinvoer geplaatst. Verwijder het afdrukpapier uit de
lade voor handmatige papierinvoer.
“ONTV.GEH.VOL”
R Het geheugen zit vol ontvangen documenten door een tekort aan afdrukpapier of
een papierstoring. Plaats papier (pagina 14) of verwijder het vastgelopen papier
(pagina 75).
R De instelling voor pc-faxen (functie #442 op pagina 58) is ingesteld op “ALTIJD”
– Controleer of de verbinding tussen de computer en het apparaat in orde is.
– Controleer of de computer is ingeschakeld.
“TONER LEEG”
“VERV. CARTRIDGE”
R De tonercartridge is leeg. Vervang de tonercartridge onmiddellijk.
“TONER LAAG”
“VERVANG SNEL”
R De levensduur van de tonercartridge is bijna verlopen. U moet de tonercartridge op
korte termijn vervangen.
“VERZENDING FOUT”
R Er is een overdrachtsfout opgetreden. Probeer het opnieuw.
67
10. Help
Alleen KX-MB1520G:
Display
Oorzaak en oplossing
“MEM. NEAR FULL”
R Het geheugen is bijna vol met ontvangen documenten door een tekort aan afdrukpapier of een papierstoring. Plaats papier (pagina 14) of verwijder het vastgelopen
papier (pagina 75).
“RECEIVE ERROR”
R Er is een ontvangstfout opgetreden.
68
10. Help
10.3 Als een functie niet goed werkt
10.3.1 Algemeen
Probleem
Oorzaak en oplossing
Het apparaat werkt niet.
R Controleer de aansluitingen (pagina 12, 22).
De uitvoerlade raakt snel vol of
het afdrukpapier komt niet goed
in de uitvoerlade terecht.
R Door de hoge luchtvochtigheid krult het afdrukpapier mogelijk om. Draai het papier
om en plaats dit opnieuw. Als het papier sterk is gekruld, verwijdert u dit uit de
uitvoerlade. Als het probleem zich dan nog steeds voordoet, neemt u contact op met
onze servicemedewerkers.
Ik kan het volume niet aanpassen, geen nummers weergeven
die zijn opgeslagen in het telefoonboek of geen gegevens van
de beller weergeven (alleen
KX-MB1520).
R Het apparaat staat in de scanmodus of kopieermodus. Stel het apparaat in op de
faxmodus door meermaals op MFaxN te drukken (pagina 18). Als het probleem zich
dan nog steeds voordoet, neemt u contact op met onze servicemedewerkers.
Er wordt een afdrukfout weergegeven tijdens het gebruik van PC
FAX (alleen KX-MB1520) en Remote Control.
R Het printerstuurprogramma is gebruikt voor PC FAX en Remote Control. Verzendfouten worden weergegeven als afdrukfout.
Multi-Function Station werkt niet
goed.
R Als de USB-kabel op een USB-hub aangesloten is, sluit dan de kabel rechtstreeks
op de USB-poort op uw computer aan.
R Controleer of u de nieuwste Service Pack voor de Windows-versie op uw computer
hebt geïnstalleerd. Raadpleeg de website van Microsoft voor meer informatie.
R Controleer of de computer voldoende vrij geheugen en vrije schijfruimte heeft. Als
op de computer waarschuwingen verschijnen over onvoldoende geheugen, sluit u
andere toepassingen. Als u niet voldoende ruimte op de vaste schijf heeft, verwijdert
u onnodige bestanden.
R Installatie Multi-Function Station een keer ongedaan maken en opnieuw installeren.
Ik kan Multi-Function Station niet
installeren of de installatie ervan
niet ongedaan maken.
R Sommige bestanden die u nodig hebt voor het installeren of het ongedaan maken
van de installatie van Multi-Function Station zijn wellicht corrupt. Gebruik het hulpprogramma MfsCleaner (dit staat op de bijgeleverde cd-rom) om het probleem op
te lossen.
1. Plaats de meegeleverde cd-rom in het cd-romstation.
R Het installatieprogramma start automatisch.
2. [Tools] A [Cleanup Tool]
R Het venster [MfsCleaner] wordt weergegeven.
3. Klik op [Clean] en vervolgens op [Yes] om de computer opnieuw op te starten.
Opmerking:
R Zie pagina 21 als u Multi-Function Station weer wilt installeren.
Ik kan de bedieningsinstructies
niet met Multi-Function Station
bekijken.
R Installeer de bedieningsinstructies vooraf op uw computer (pagina 22).
Ik kan het apparaat niet vinden in
het dialoogvenster [Target
Device] of [Device Select] wanneer ik de volgende functies gebruik.
– Scannen
– Remote Control
– PC FAX (alleen KX-MB1520)
– Device Monitor
R De printerdriver is niet geïnstalleerd. Installeer deze op uw computer (pagina 21).
69
10. Help
Probleem
Oorzaak en oplossing
Ik ben het wachtwoord voor functieprogrammering op afstand
vergeten.
R Misschien hebt u het wachtwoord voor functieprogrammering gewijzigd. Als u het
niet meer weet, moet u een nieuw wachtwoord instellen met functie #155 (pagina 51). Wanneer u het huidige wachtwoord moet invoeren, voert u “0101” in.
Tijdens het programmeren kan ik
geen code of identificatienummer invoeren.
R Het hele of een deel van het nummer is hetzelfde als een andere code of ID. Wijzig
het nummer:
– faxactivatiecode: functie #434 op pagina 57.
– automatisch ophangen: functie #435 op pagina 57.
Het apparaat geeft een waarschuwingsignaal voor hoorn van de
haak (alleen KX-MB1520).
R Druk op MStopN om het geluidssignaal te stoppen. Het apparaat geeft een waarschuwingsignaal wanneer de waarschuwing hoorn van de haak (functie #171 op
pagina 52) is ingeschakeld en het apparaat de volgende status heeft.
– U hebt op MSP-PhoneN gedrukt maar geen oproep geplaatst.
– U hebt tijdens een gesprek op MSP-PhoneN gedrukt op het telefoontoestel.
De handsfreefunctie werkt niet
(alleen KX-MB1520).
R Gebruik de handsfreefunctie in een rustige kamer.
R Als de persoon aan de andere kant van de lijn u moeilijk kan verstaan, kunt u
– het volume aanpassen.
– uw mond dicht bij de luidspreker houden.
10.3.2 Problemen met afdrukken
Probleem
Oorzaak en oplossing
Afdrukpapier komt gekreukt of
gevouwen uit het apparaat.
R Zorg ervoor dat het afdrukpapier goed wordt geladen (pagina 14).
R Leg de stapel afdrukpapier ondersteboven of draai het papier 180 graden.
De afdrukkwaliteit is slecht (bijvoorbeeld met vuile plekken of
onduidelijke punten en lijnen).
R Op sommige papiersoorten kan slechts op één zijde worden afgedrukt. Draai het
papier om.
R Wellicht hebt u papier gebruikt met meer dan 20 % katoen of andere stoffen, zoals
postpapier met briefhoofd of kringlooppapier.
R Het afdrukpapier is te vochtig. Gebruik nieuw papier.
R Wanneer u meerdere pagina’s afdrukt, kunnen er na het afdrukken vlekken zitten op
de achterkant van de stapel papier. U voorkomt dit door de papieruitvoer groter te
maken (pagina 16).
AB C
Ik ben van afdrukpapier veranderd, maar de afdrukkwaliteit is
nog steeds slecht.
R Het glas is vies door correctievloeistof o.i.d. Maak het schoon (pagina 78). Plaats
geen documenten voordat de correctievloeistof volledig is opgedroogd.
R De tonerbesparingsmodus van functie #482 is ingeschakeld (pagina 54).
R De toner is bijna op. Vervang de tonercartridge.
R Druk de printertestlijst af als u de levensduur en kwaliteit van de tonercartridge wilt
controleren (pagina 79). Als de afdrukkwaliteit slecht blijft, vervangt u de tonercartridge.
Er wordt een leeg vel uitgevoerd.
R U hebt toen u het kopieerapparaat gebruikte het document met de verkeerde zijde
naar beneden geplaatst.
R De andere partij heeft het document verkeerdom in de fax geplaatst. Neem contact
op met de andere partij (alleen KX-MB1520).
Gekleurde en grijze tekst wordt
in zwart-wit afgedrukt in plaats
van in grijstinten bij het afdrukken vanuit Microsoft PowerPoint
of andere toepassingen.
R Selecteer [Color] of verwijder het vinkje naast [Grayscale] in het afdrukdialoogvenster zodat de gekleurde of grijze tekst correct in grijstinten wordt afgedrukt.
70
10. Help
Probleem
Oorzaak en oplossing
Wanneer het apparaat als printer
wordt gebruikt, is de afdruk vervormd.
R Wanneer het apparaat via USB op de computer is aangesloten en u annuleert de
afdruk op de computer en begint meteen opnieuw af te drukken, kan de resulterende
afdruk vervormd zijn. U voorkomt dit door 60 seconden te wachten voordat u opnieuw
afdrukt.
10.3.3 Scanner
Probleem
Oorzaak en oplossing
Ik kan niet scannen.
R Als u met een hoge resolutie scant, is er veel geheugen nodig. Als op de computer
waarschuwingen verschijnen over onvoldoende geheugen, sluit u andere toepassingen en probeert u het opnieuw.
R Selecteer een lagere resolutie en probeer het opnieuw.
R Verklein het scangebied en probeer het opnieuw.
1. Klik op [Preview] als u de gescande afbeelding wilt bekijken.
2. U kunt het kader verslepen om het scangebied op te geven.
3. Klik op [Scan] om te beginnen met scannen.
R Het apparaat is in gebruik. Probeer het later opnieuw.
R Er is niet voldoende ruimte op de vaste schijf. Verwijder overbodige bestanden en
probeer het opnieuw.
R Controleer of de verbinding tussen de computer en het apparaat in orde is (pagina 12, 22).
R Start de computer opnieuw en probeer het nogmaals.
R U probeerde een document te scannen dat langer is dan het papierformaat dat u
hebt ingesteld. Wijzig de instelling of deel het document op tot het juiste papierformaat, en probeer het opnieuw.
Ook nadat ik op [Cancel] heb geklikt, gaat het scannen door.
R Even geduld. Het kan even duren voordat het annuleringsverzoek wordt geaccepteerd.
10.3.4 Kopieerapparaat
Probleem
Oorzaak en oplossing
Het apparaat kopieert niet.
R U kunt niet kopiëren tijdens het programmeren. Kopieer na het programmeren.
R Geen afdrukpapier geplaatst of afdrukpapier op. Plaats papier (pagina 14).
De letters op de gekopieerde documenten zijn niet duidelijk.
R Het originele document is te donker of te licht. Wijzig het contrast (pagina 31) en
probeer het opnieuw.
De gekopieerde documenten zijn
te donker en kunnen niet worden
gelezen.
R U hebt gekleurd papier voor het afdrukken van het document gebruikt. Wijzig het
contrast (pagina 31) en maak een lichtere kopie van het document, met “TEKST”
resolutie (pagina 31).
10.3.5 Fax (alleen KX-MB1520)
Probleem
Oorzaak en oplossing
Ik kan geen documenten verzenden.
R De telefoonlijn is verbonden met de [EXT]-aansluiting van het apparaat. Sluit de
telefoonlijn aan op de [LINE]-connector (pagina 12).
R De fax van de andere partij is bezet of het papier ervan is op. Probeer het opnieuw.
R Het apparaat van de andere partij is geen fax. Neem contact op met de andere partij.
R De fax aan de andere kant beantwoordt de fax niet automatisch. Verzend de fax
handmatig (pagina 37).
R Zet de maximale faxsnelheid op “14.4kbps” (functie #418 op pagina 57).
Ik kan niet internationaal faxen.
R Gebruik de internationale modus (functie #411 op pagina 56).
R Voeg twee pauzes toe aan het einde van het telefoonnummer of bel handmatig.
71
10. Help
Probleem
Oorzaak en oplossing
De andere partij klaagt dat de letters op het ontvangen document
vervormd zijn.
R Als de lijn speciale telefoondiensten heeft, zoals tweede oproep (wisselgesprek),
kan deze service tijdens het faxen zijn geactiveerd. Sluit het apparaat aan op een
lijn die deze diensten niet heeft.
R Een andere telefoon op dezelfde lijn ligt van de haak. Hang de telefoon op en probeer
het opnieuw.
De andere partij klaagt over de
kwaliteit van de ontvangen documenten.
R Probeer het document te kopiëren. Als de kopie helder is, kan er iets mis zijn met
de machine van de andere partij.
Zie “10.3.2 Problemen met afdrukken”, pagina 70 als de gekopieerde afbeelding
niet scherp of te donker is of als er zwarte lijnen, witte lijnen of vlekken verschijnen.
R Het originele document is te donker of te licht. Wijzig het contrast (pagina 37) en
probeer het opnieuw.
De andere partij klaagt dat de ontvangen documenten te donker en
onleesbaar zijn.
R U hebt gekleurd papier voor het afdrukken van het document gebruikt. Wijzig het
contrast (pagina 31) en maak een lichtere kopie van het document, met “TEKST”
resolutie (pagina 31), en probeer het opnieuw.
Ik kan geen documenten ontvangen.
R De telefoonlijn is verbonden met de [EXT]-aansluiting van het apparaat. Sluit de
telefoonlijn aan op de [LINE]-connector (pagina 12).
R De instelling voor pc-faxen (functie #442 op pagina 58) is geactiveerd en de ontvangen faxen worden automatisch naar de computer doorgestuurd. Geef de ontvangen documenten weer op de computer (pagina 46).
R Zet de maximale faxsnelheid op “14.4kbps” (functie #418 op pagina 57).
R Het afdrukpapier is in de lade voor handmatige papierinvoer geplaatst. Verwijder het
afdrukpapier uit de lade voor handmatige papierinvoer.
Ik kan documenten niet automatisch ontvangen.
R De ontvangstmodus is ingesteld op TEL. Stel in op FAX ONLY-modus (pagina 42)
of TEL/FAX-modus (pagina 43).
R De voor het beantwoorden van het gesprek benodigde tijd is te lang. Verminder het
aantal keer dat het apparaat moet overgaan voordat het een gesprek beantwoordt
(functie #210 op pagina 52).
Op de display wordt
“VERBINDEN.....” weergegeven, maar er worden geen faxen
ontvangen.
R Het gesprek is geen fax. Wijzig de ontvangstmodus in TEL-modus (pagina 42) of
TEL/FAX-modus (pagina 43).
De afdrukkwaliteit van de ontvangen documenten is slecht.
R Als u goed documenten kunt kopiëren, werkt het apparaat normaal. De andere partij
kan een vaag document hebben verzonden, of er kan iets mis zijn met de fax van
de andere partij. Vraag hen een duidelijkere kopie van het document te sturen of
hun fax te controleren.
R Zie “10.3.2 Problemen met afdrukken”, pagina 70 als documenten niet goed kunnen
worden gekopieerd.
De andere partij klaagt dat zij
geen document kan verzenden.
R Het geheugen zit vol ontvangen documenten door een tekort aan afdrukpapier of
een papierstoring. Plaats papier (pagina 14) of verwijder het vastgelopen papier
(pagina 75).
R Als de instelling voor pc-faxen (functie #442 op pagina 58) ingesteld is op
“ALTIJD”, controleer dan of de verbinding tussen de computer en het apparaat in
orde is.
R Het apparaat is niet ingesteld op FAX ONLY. Druk op MFax Auto AnswerN tot het
lampje MFax Auto AnswerN aan gaat.
Ik kan de gewenste ontvangstmodus niet selecteren.
R U stelt als volgt de modus FAX ONLY in:
– druk op MFax Auto AnswerN tot het lampje MFax Auto AnswerN aan gaat.
R Als u TEL-modus of TEL/FAX-modus wilt instellen:
– stel de gewenste modus in met functie #404 (pagina 55) en druk op MFax Auto
AnswerN tot het lampje MFax Auto AnswerN uitgaat.
72
10. Help
Probleem
Oorzaak en oplossing
Als u een extra telefoon hebt aangesloten, kunt u geen documenten ontvangen door op
MGNMBNM9N te drukken.
R U moet vooraf externe faxactivering inschakelen (functie #434 op pagina 57).
R Druk stevig op MGNMBNM9N.
R Wellicht hebt u de externe faxactiveringscode gewijzigd van MGNMBNM9N (standaardinstelling). Controleer of de externe faxactiveringscode klopt (functie #434 op
pagina 57).
Ik hoor geen kiestoon.
R De telefoonlijn is verbonden met de [EXT]-aansluiting van het apparaat. Sluit de
telefoonlijn aan op de [LINE]-connector (pagina 12).
R Als u een splitter/koppeling voor het aansluiten van het apparaat gebruikt, verwijdert
u de splitter en sluit u het apparaat direct op het wandcontact aan. Als het apparaat
goed werkt, controleert u de splitter/koppeling.
R Haal de telefoonlijn van het apparaat en sluit hem aan op een werkende telefoon.
Als de telefoon het normaal doet, neemt u voor reparatie van het apparaat contact
op met de dealer. Als de telefoon het niet normaal doet, neemt u contact op met het
telefoonbedrijf.
R De voedingskabel of de telefoonkabel is niet aangesloten. Controleer de aansluitingen (pagina 12).
R Als u het apparaat via de modem van een computer hebt aangesloten, verbindt u
het apparaat direct met de telefoonaansluiting.
Ik kan niet bellen.
R De kiesmodus kan verkeerd zijn ingesteld. Hiervoor wijzigt u de instelling van (functie
#120 op pagina 18).
Het apparaat gaat niet over.
R Het belvolume is uitgeschakeld. Stel het bij (pagina 19).
De andere partij klaagt dat hij alleen een faxtoon hoort en dat een
gesprek niet mogelijk is.
R De modus ALLEEN FAX is ingesteld (pagina 42). Vertel de andere partij dat het
nummer alleen voor faxen bestemd is.
R Wijzig de ontvangstmodus in TEL-modus (pagina 42) of TEL/FAX-modus (pagina 43).
De knop MRedialN of MVN werkt
niet goed.
R Als u tijdens het bellen op de knop drukt, wordt een pauze ingevoegd. Als u op de
knop drukt direct na een kiestoon, wordt het laatst gebelde nummer opnieuw gebeld.
Ik kan geen faxdocument op de
computer ontvangen.
R Zorg ervoor dat Pc-fax ontvangen (functie #442 op pagina 58) op voorhand is ingesteld.
10.3.6 Een antwoordapparaat gebruiken (alleen KX-MB1520)
Probleem
Oorzaak en oplossing
Ik kan documenten niet automatisch ontvangen.
R Het begroetingsbericht op het antwoordapparaat is te lang. Maak het bericht korter.
Neem een bericht op dat minder dan 10 seconden duurt.
R Het antwoordapparaat laat de telefoon te vaak overgaan. Stel het in op 1 of 2 beltonen.
Ik kan geen telefoongesprekken
ontvangen.
R Controleer of het antwoordapparaat aanstaat en goed met het apparaat is verbonden
(pagina 44).
R Stel het aantal beltonen voor het antwoordapparaat in op 1 of 2.
Ik heb de toegangscode voor telefonisch afluisteren van het antwoordapparaat ingedrukt, maar
de verbinding werd verbroken.
R De code kan “#” bevatten, wat voor bepaalde functies wordt gebruikt door telefoonmaatschappijen. Wijzig de code op het antwoordapparaat in een nummer zonder
“#”.
Bellers klagen dat ze geen document kunnen verzenden.
R Er is geen geheugenruimte in het antwoordapparaat over voor het vastleggen van
berichten. Zie de handleiding van het antwoordapparaat en wis onnodige berichten.
R U heeft het antwoordapparaat zodanig ingesteld, dat alleen een begroetingsbericht
wordt gegeven.
10.3.7 Er treedt een stroomstoring op
R Het apparaat functioneert niet.
R Als er documenten in het geheugen zijn opgeslagen (d.w.z. tijdens kopiëren of pc-afdrukken), dan gaan deze verloren.
Alleen KX-MB1520:
73
10. Help
R Het apparaat is in geval van stroomstoring onbruikbaar; in nood-/spoedsituaties dient u zelf te zorgen voor alternatieve
faciliteiten. Zorg voor andere mogelijkheden voor toegang tot nooddiensten.
R Het ontvangen en verzenden van faxen is tijdelijk niet mogelijk.
R Documenten tijdens het verzenden of ontvangen van faxen gaan verloren.
R Wanneer de stroomvoorziening is hersteld, wordt er een stroomstoringsrapport afgedrukt waarin staat welke faxonderdelen
in het geheugen verloren zijn gegaan.
10.3.8 Opmerking voor gebruikers van een apparaat uit de KX-MB200/KX-MB700/KX-FLB880-serie
Als Multi-Function Station voor de KX-MB200/KX-MB700/KX-FLB880-serie al op uw computer is geïnstalleerd, gebruik dan de
volgende instructies voor het wijzigen of toevoegen van het printerstuurprogramma. Deze instructies veranderen na installatie van
Multi-Function Station voor de KX-MB1500-serie.
U kunt het printerstuurprogramma als volgt wijzigen of toevoegen:
1 Start Windows en plaats de cd-rom voor de KX-MB200/KX-MB700/KX-FLB880-serie in het cd-romstation.
R Als het dialoogvenster [Select Language] wordt weergegeven, selecteer dan de taal die u voor deze software wilt
gebruiken. Klik op [OK].
2 [Modify]
3 Selecteer [Modify Utilities] of [Add Multi-Function Station Driver]. Volg vervolgens de scherminstructies op.
Belangrijk:
R Gebruikers van eerdere versies dan 1.21 moeten de nieuwste software als volgt downloaden en activeren.
[Start] A [All Programs] of [Programs] A [Panasonic] A de apparaatnaam A [Support Web Page]. Volg
vervolgens de scherminstructies op.
74
11. . Paperstoringen
11. Paperstoringen
11.1 Vastgelopen afdrukpapier
2. Duw beide groene hendels (A) naar beneden tot ze niet
verder kunnen.
11.1.1 Als het afdrukpapier in het apparaat is
vastgelopen
Op het display wordt de volgende melding weergegeven:
– “PAPIER VAST”
L
“OPEN ACHTERKLEP”
“OPEN VOORPANEEL”
Let op:
R Open de papierinvoerlade niet voordat u het voor- en
achterdeksel hebt geopend, aangezien het
vastgelopen papier kan vasttrekken, waardoor de
storing alleen maar erger wordt.
A
3. Verwijder het vastgelopen papier (A) voorzichtig door het
naar u toe te trekken.
C
B
A
Voorbeeld 1:
Als het afdrukpapier ergens achter het achterdeksel is
vastgelopen:
1. Open het achterdeksel (A).
Let op:
R De fixeereenheid (B) wordt heet. Raak
deze niet aan.
Opmerking:
R De onderdelen in de buurt van het achterdeksel (C)
kunnen ook warm worden.
A
75
11. Paperstoringen
4. Druk de groene hendels (A) omhoog in de oorspronkelijke
stand.
2. Verwijder het vastgelopen papier (A) voorzichtig door het
naar u toe te trekken.
A
A
5. Sluit het achterdeksel.
R Als het afdrukpapier achter de tonercartridge is
vastgelopen, moet u eerst de tonercartridge (A)
verwijderen en dan het vastgelopen papier (B).
Vervolgens plaatst u de tonercartridge terug in het
apparaat.
A
R Open en sluit het voordeksel om het foutbericht te
wissen.
Voorbeeld 2:
Als het afdrukpapier ergens achter het voordeksel is
vastgelopen:
1. Open het voordeksel (A).
A
B
76
11. Paperstoringen
3. Sluit het voordeksel.
11.1.2 Als het afdrukpapier niet goed in het
apparaat wordt gevoerd
Op het display wordt de volgende melding weergegeven:
– “CHECK PAPIER #1 DRUK OP START”
1 Trek de papierinvoerlade helemaal naar buiten.
2 Plaats het afdrukpapier opnieuw.
3 Plaats de papierinvoerlade in het apparaat.
Opmerking:
R Als de foutmelding nog steeds wordt weergegeven,
controleert u of de specificaties van het afdrukpapier
kloppen en plaatst u het afdrukpapier opnieuw. Zie
pagina 14 voor meer informatie.
11.1.3 Als het afdrukpapier in de lade voor
handmatige papierinvoer niet goed in het apparaat
wordt gevoerd
Op de display wordt het volgende bericht weergegeven.
– “CHECK PAPIER INV INVOER LADE#2”
1 Verwijder het afdrukpapier.
2 Plaats het afdrukpapier opnieuw.
Opmerking:
R Als de foutmelding nog steeds wordt weergegeven,
controleert u of de specificaties van het afdrukpapier
kloppen en plaatst u het afdrukpapier opnieuw. Zie
pagina 17 voor meer informatie.
77
12. . Reinigen
12. Reinigen
12.1 De witte platen en de glasplaat
reinigen
Reinig de witte platen en de glasplaat als er een zwarte lijn, een
witte lijn of een vuilpatroon zichtbaar is op:
– het afdrukpapier
– het originele document
– de gescande gegevens, of
– de fax die door de andere partij is ontvangen (alleen
KX-MB1520).
Let op:
R Gebruik voor het reinigen geen papieren producten,
zoals keukenpapier of papieren zakdoekjes.
1 Open het documentdeksel (A).
A
2 Hou het documentdeksel vast terwijl u de witte platen (A)
en de glasplaat (B) reinigt.
A
B
78
3 Sluit het documentdeksel.
13. . Algemene informatie
13. Algemene informatie
13.1 Referentielijsten en rapporten
U kunt de volgende lijsten en rapporten afdrukken ter referentie.
– “SETUP LIJST”
–
“TEL NR. LIJST”*1
–
–
“JOURNAALVERSLAG”*1
“PRINTER TEST”
13.2 Specificaties
n Type aansluiting*1:
Openbaar geschakeld telefoonnet (analoog)
n Documentformaat:
Max. 216 mm breed en max. 297 mm lang
n Effectieve scanbreedte:
208 mm
– “NR.HERK.LIJST”*1
*1 Alleen KX-MB1520
MMenuN
n Effectieve afdrukbreedte:
Letter/Legal: 208 mm
A4: 202 mm
n Verzendsnelheid*1*2:
Circa 4 seconden/pagina (ECM-MMR verzending uit geheugen)*3
n Scanresolutie:
MSetN MFNMEN
1 Druk op MMenuN tot “PRINTVERSLAG” wordt
weergegeven.
Scanresolutie:
maximaal 600 ´ 1.200 dpi (optisch)
maximaal 19.200 ´ 19.200 dpi (geïnterpoleerd)
2 Druk op MFN of MEN tot het gewenste onderdeel wordt
Kopieerresolutie:
maximaal 600 ´ 600 dpi
3 Druk op MSetN om het afdrukken te starten. A MMenuN
Faxresolutie*1:
Horizontaal: 8 pixels/mm
weergegeven.
Verticaal:
3,85 regels/mm - bij standaardresolutie,
7,7 regels/mm - bij resolutie fijn/foto,
15,4 regels/mm - bij resolutie superfijn
n Fotoresolutie:
64 grijswaarden
n Type scanner:
Kleuren CIS
n Type printer:
Laserprinter
n Gegevenscompressie*1:
Modified Huffman (MH), Modified READ (MR), Modified
Modified READ (MMR)
n Modemsnelheid*1:
33.600 / 31.200 / 28.800 / 26.400 / 24.000 / 21.600 / 19.200 /
16.800 / 14.400 / 12.000 / 9.600 / 7.200 / 4.800 / 2.400 bps;
Automatische terugval
n Omgeving:
10 °C - 32,5 °C, 20% - 70% RH (relatieve vochtigheid)
n Afmetingen:
Breedte 380 mm ´ diepte 360 mm ´ hoogte 203 mm (bij
benadering)
n Gewicht:
Circa 9 kg
n Stroomverbruik:
Stand-by:
Circa 4 W (KX-MB1500)
Circa 4,3 W (KX-MB1520)
Voorverwarming: circa 55 W
Kopiëren: circa 350 W
Maximum: circa 950 W (op het moment dat de fixeereenheid
wordt ingeschakeld)
79
13. Algemene informatie
n Voeding:
220-240 V AC, 50 Hz
Testblad nr. 1 van ITU-T
n Geheugencapaciteit
(voor werking en geheugenopslag):
32 MB
n Faxgeheugencapaciteit*1:
3,5 MB in totaal
Circa 110 pagina’s ontvangen in geheugen
Circa 150 pagina’s verzenden vanuit of ontvangen in het
geheugen
(op basis van testblad nr. 1 van het ITU-T bij de standaardresolutie)
n Eigenschappen laserdiodes:
Laservermogen: max. 10 mW
Golflengte: 760 nm - 800 nm
Emissieduur: continu
n Kopieersnelheid (KX-MB1500BL/KX-MB1520BL):
Max. 9 cpm (copies per minute, kopieën per minuut)
n Kopieersnelheid (KX-MB1500G/KX-MB1520G):
Max. 12 cpm (copies per minute, kopieën per minuut)
n Afdruksnelheid:
A4: circa 18 ppm (pagina’s per minuut)
Letter: circa 19 ppm (pagina’s per minuut)
n Afdrukresolutie:
600 ´ 600 dpi
n Eigenschappen LED-lamp:
LED-straling: max. 1 mW
Golflengte:
Rood typisch 630 nm
Groen typisch 520 nm
Blauw typisch 465 nm
Emissieduur: continu
*1
*2
*3
80
Alleen KX-MB1520
De verzendsnelheid hangt af van de inhoud van de
pagina’s, de resolutie, de kwaliteit van de telefoonlijn en
de mogelijkheden van het faxapparaat aan de andere kant
van de lijn.
De hier vermelde verzendsnelheid is gebaseerd op
testblad nr. 1 van de ITU-T met de oorspronkelijke modus.
Als het faxapparaat aan de andere kant van de lijn minder
mogelijkheden heeft dan uw apparaat, kan de verzending
langer duren.
Opmerking:
R Ontwerp en specificaties kunnen zonder waarschuwing
worden gewijzigd.
R De afbeeldingen en illustraties in deze publicatie kunnen
ietwat afwijken van het eigenlijke product.
Specificaties afdrukpapier
Formaat normaal papier/dun papier/dik papier:
A4: 210 mm ´ 297 mm
Letter: 216 mm ´ 279 mm
Legal: 216 mm ´ 356 mm*1
B5(JIS): 182 mm ´ 257 mm*1
B5(ISO): 176 mm ´ 250 mm*1
16K: 195 mm ´ 270 mm
216 ´ 330: 216 mm ´ 330 mm*1
216 ´ 340: 216 mm ´ 340 mm*1
Speciale afmetingen: 210-216 mm ´ 279-356 mm*1*2
Etiketformaat:
A4: 210 mm ´ 297 mm*1
Letter: 216 mm ´ 279 mm*1
Gewicht afdrukpapier:
64 g/m2 tot 90 g/m2 (papierinvoerlade)
64 g/m2 tot 165 g/m2 (lade voor handmatige papierinvoer)
*1
*2
Alleen lade voor handmatige papierinvoer
Wanneer u afdrukt vanaf de computer, kunt u ook
afdrukpapier met afwijkende formaten gebruiken.
13. Algemene informatie
Levensduur tonercartridge
De tonercartridge moet regelmatig worden vervangen.
De levensduur van de tonercartridge hangt af van de zwarting
van de afgedrukte documenten. De levensduur van de
tonercartridge hangt af van het gebruik. Hieronder vindt u het
geschatte aantal pagina’s dat volgens verscheidene
afdrukvoorbeelden met de tonercartridge afgedrukt kan
worden.
Voorbeeld 1
Circa 2.500 pagina’s kunnen worden afgedrukt.
Table of Contents1.
1. Table of Contents 1. Introduction and Installation Accessories
1.1 Included accessories.1.2 Accessory information.Finding the Controls
1.3 Description of buttons.1.4 Overview Installation
1.5 Toner cartridge and drum unit
1.6 Document tray 1.7 Output tray1.8 Recording paper2. Preparation
2.1 Connections 2.2 Turning the power switch ON Help Button2.3 Help function Volume
4. PC Operations/ Setup 4.1 Connecting to a computer
4.2 Installing Multi-Function Station 4.3 Starting Multi-Function Station Printing
4.4 Using the unit as a printer Scanning 4.5 Using the unit as a scannerRemote Control
4.6 Operating the unit from your computer.
4.7 Fax sending/receiving using Multi-Function Station
4.8 Registering the computer in the LANnetwork with the optional LAN board
4.9 Confirming the status of the unit 5. Case / Setup
5.1 Selecting the way to use your unit 5.2 Case 1: FAX ONLY
Table of Contents2.
1. Table of Contents
1.1 Included accessories.1.2 Accessory information.Finding the Controls
1.3 Description of buttons.1.4 Overview Installation1.5 Toner cartridge and drum unit
1.6 Document tray 1.7 Output tray1.8 Recording paper2. Preparation
2.1 Connections 2.2 Turning the power switch ON Help Button2.3 Help function Volume
Opmerking:
R De daadwerkelijke levensduur van een tonercartridge
hangt af van diverse factoren, waaronder de temperatuur,
de vochtigheid, het type papier en de hoeveelheid toner die
u gebruikt voor het aantal pagina’s per printopdracht. Het
werkelijke aantal pagina’s dat uw tonercartridge kan
afdrukken kan beduidend lager uitvallen als uw
tonercartridge vaak wordt gebruikt voor afdrukopdrachten
met een klein aantal pagina’s per opdracht. Aangezien vele
factoren die de daadwerkelijke levensduur van de
tonercartridge bepalen, niet kunnen worden geregeld,
kunnen wij geen minimumaantal pagina’s aangeven dat
kan worden afgedrukt.
R Het aantal pagina’s varieert met de diepte, dikte en grootte
van de tekens.
R Als u de functie voor tonerbesparing inschakelt, bespaart
u circa 20 % op tonerverbruik.
Afvalverwijderingsmethode
Afvalmateriaal moet worden afgevoerd onder omstandigheden
die aan de landelijke en plaatselijke milieuregels voldoen.
Thank you for purchasing a Panasonic fax machine.
Things you should keep a record of
Attach your sales receipt here.
For your future reference
Date of purchase
Voorbeeld 2
Circa 1.250 pagina’s kunnen worden afgedrukt.
Table of Contents1.
1. Table of Contents / Introduction and Installation Accessories
1.1 Included accessories.
1.2 Accessory information.Finding the Controls
1.3 Description of buttons.
1.4 Overview Installation
1.5 Toner cartridge and drum unit
1.6 Document tray
1.7 Output tray
1.8 Recording paper
2. Preparation
2.1 Connections
2.2 Turning the power switch ON Help Button
2.3 Help function Volume
2.4 Adjusting volume Initial Programming
2.5 Dialing mode
2.6 Date and time.
2.7 Your logo.
2.8 Your fax number
Thank you for purchasing a Panasonic fax machine.
Things you should keep a record of
Attach your sales receipt here.
For your future reference
Date of purchase
Serial number (found on the rear of the unit)
Voorbeeld 3
Circa 800 pagina’s kunnen worden afgedrukt.
Table of Contents1.
1. Table of Contents / Introduction and Installation Accessories
1.1 Included accessories.
1.2 Accessory information.Finding the Controls
1.3 Description of buttons.
1.4 Overview Installation
1.5 Toner cartridge and drum unit
1.6 Document tray
1.7 Output tray
1.8 Recording paper
2. Preparation
2.1 Connections
Thank you for purchasing a Panasonic fax machine.
Things you should keep a record of
Attach your sales receipt here.
For your future reference
Date of purchase
Serial number (found on the rear of the unit)
81
14. Index
14.1 Index
#
#101 Datum en tijd: 20
#102 Uw logo: 20
#103 Uw faxnummer: 21
#110 Taal: 50
#114 Locatie: 50
#120 Kiesmodus: 18
#121 Tijd voor opnieuw bellen/flashtijd: 51
#124 ADSL-modus: 51
#145 LCD-displaycontrast: 51
#147 Schaal selecteren: 51
#155 Wachtwoord wijzigen: 51
#158 Onderhoudstijd: 51
#159 Standaardwaarden van functies instellen: 52
#161 Belpatroon: 52
#165 Pieptoon: 52
#171 Waarschuwing hoorn van de haak: 52
#210 FAX-belsignaal: 52
#212 TEL/FAX-belsignaal: 55
#216 Bellerlijst automatisch afdrukken: 52
#226 Tijd aanpassen: 53
#289 Telefoonboek volledig wissen: 55
#319 Op afstand inschakelen: 55
#380 Afdrukpapierformaat in papierinvoerlade: 53
#381 Afdrukpapierformaat in lade voor handmatige
papierinvoer: 53
#383 Type afdrukpapier in papierinvoerlade: 53
#384 Type afdrukpapier voor lade voor handmatige
papierinvoer: 53
#401 Rapport verzenden: 37, 55
#402 Automatisch activiteitenrapport: 38, 55
#403 Energiebesparing: 53
#404 Handmatige beantwoordingsmodus: 55
#411 Buitenlandmodus: 56
#412 Vertraagd verzenden: 56
#413 ECM selecteren: 56
#416 Verbindingstoon: 56
#417 Snelle modus: 57
#418 Maximumfaxsnelheid: 57
#420 Bestemming bevestigen: 57
#421 Invoer met de kiestoetsen beperken: 57
#422 Faxnummer opnieuw invoeren: 57
#432 Automatisch verkleinen: 57
#434 Faxactiveringscode: 57
#435 Automatische verbreking van de verbinding: 57
#436 Belsignaal van fax die geen faxtoon uitzendt: 58
#437 Waarschuwing voor ontvangen in geheugen: 58
#438 Vriendelijke ontvangst: 58
#442 PC-fax instellen: 58
#451 Faxontvangst melden: 58
#458 Alle ontvangen faxen wissen: 58
#459 Standaardwaarden faxfuncties instellen: 58
#460 Invoerlade-instellingen voor kopiëren: 59
#461 Standaard kopieerresolutie: 59
#462 Contrast behouden: 53
#463 Standaardwerkingsmodus: 54
#464 Timer modus: 54
#467 Pagina-indeling behouden: 59
#468 Zoom behouden: 59
82
#469 Sorteerinstelling behouden: 59
#473 Rand behouden: 59
#474 Framemarge: 59
#475 Marge behouden: 59
#482 Tonerbesparing: 12, 54
#493 Scanmodus: 61
#494 Scanparameter behouden: 61
#774 Time-out van gegevens: 60
#776 Gezamenlijk A4/Letter afdrukken: 60
A
Aansluitingen: 12
USB: 22
Activiteitenrapport (functie #402): 38, 55, 79
ADSL-modus (functie #124): 51
Afdrukpapier: 14
Afdrukpapierformaat
Lade voor handmatige papierinvoer (functie #381): 53
Papierinvoerlade (functie #380): 53
Alle functies resetten (functie #159): 52
Antwoordapparaat: 44
Automatisch verkleinen (functie #432): 57
Automatische verbreking van de verbinding (functie
#435): 57
B
Basisfuncties: 50
Bellerlijst (functie #216): 52
Belpatroon (functie #161): 52
Belsignaal
Fax die geen faxtoon uitzendt (functie #436): 58
FAX ONLY (functie #210): 52
TEL/FAX (functie #212): 55
Bestemming bevestigen (functie #420): 57
Blokkering van ongewenste faxen: 45
Buitenlandmodus (functie #411): 56
C
Contrast: 31, 37
Contrast behouden (functie #462): 53
D
Datum en tijd (functie #101): 20
Displaycontrast (functie #145): 51
Displaymeldingen: 66
Documentformaat: 19
E
Easy Print Utility: 26
ECM selecteren (functie #413): 56
Energiebesparing (functie #403): 53
Etiket: 25
Extra telefoon: 42
F
FAX ONLY-modus: 42
Faxactiveringscode (functie #434): 57
FAX-belsignaal (functie #210): 52
14. Index
Faxen ontvangen
Alles wissen (functie #458): 58
Automatisch: 42
Computer: 46
Handmatig: 42
Faxen verzenden
Computerdocument: 39
Handmatig: 37
Meerdere pagina’s: 37
Telefoonboek: 39
Faxfuncties: 55
Faxfuncties resetten (functie#459): 58
Faxnummer (functie #103): 21
Faxnummer opnieuw invoeren (functie #422): 57
Faxontvangst melden (functie #451): 58
Flashtijd (functie #121): 51
Formaat afdrukpapier: 80
Framemarge (functie #474): 59
G
Gezamenlijk A4/Letter afdrukken (functie #776): 60
H
Handmatige beantwoordingsmodus (functie #404): 55
I
Installatielijst: 79
Invoer met de kiestoetsen beperken (functie #421): 57
Invoerlade instellen
Kopie (functie #460): 59
K
Kiesmodus (Functie #120): 18
Kopie: 31
Afbeelding herhalen: 33
Marge: 35
N-in-1: 34
N-in-1 (apart): 35
Poster: 34
Rand: 35
Reserveren: 35
Snelle ID: 33
Sorteren: 32
Zoom: 32
Kopieerformaat: 31
Kopieerfuncties: 59
Starten: 23
Verwijderen: 23
N
Nummerweergave
Opslaan: 48
Terugbellen: 48
O
OCR-software: 28
Onderhoudstijd (functie #158): 51
Op afstand inschakelen (functie #319): 55
Opnieuw bellen: 37, 39
Opslaan
Telefoonboek: 38
P
Pagina-indeling behouden (functie #467): 59
Papierinvoerlade: 14
Papiertype
Lade voor handmatige papierinvoer (functie #384): 53
Papierinvoerlade (functie #383): 53
PC-afdrukfuncties: 60
PC-fax instellen (functie #442): 58
Pieptoon (functie #165): 52
Polling: 45
Printertest: 79
Programmeren: 49
Pull-scan: 29
Scantoepassing: 29
Viewer: 29
Push-scan: 28
R
Rand behouden (functie #473): 59
Rapport verzenden (functie #401): 37, 55
Rapporten
Activiteiten: 38, 55, 65, 79
Installatie: 79
Nummerweergave: 52, 79
Printertest: 79
Stroomstoring: 73
Telefoonnummer: 79
Verzenden: 37, 55, 65
Reinigen: 78
Resolutie: 31, 37
L
S
Lade voor handmatige papierinvoer: 17
Levensduur tonercartridge: 81
Locatie-instelling (functie #114): 50
Logo (functie #102): 20
Scanfuncties: 61
Scanmodus (functie #493): 61
Scanparameter behouden (functie #494): 61
Schaal selecteren (functie #147): 51
Snelle modus (functie #417): 57
Sorteerinstelling behouden (functie #469): 59
Standaard kopieerresolutie (functie #461): 59
Standaardwaarden fax instellen (functie #459): 58
Standaardwerkingsmodus (functie #463): 54
Stroomschakelaar: 14
Stroomstoring: 73
M
Marge behouden (functie #475): 59
Maximumfaxsnelheid (functie #418): 57
Multi-Function Station-software
Installeren: 21
83
14. Index
T
Taal (functie #110): 50
Tekens invoeren: 62
Telefoon-/faxmodus: 41, 43
Telefoonboek
Alles wissen (functie #289): 55
Faxen verzenden: 39
Opslaan: 38
Telefoonnummerlijst: 79
TEL-modus: 42
Tijd aanpassen (functie #226): 53
Tijd voor opnieuw bellen (functie #121): 51
Time-out van gegevens (functie #774): 60
Timer modus (functie #464): 54
Tonerbesparing (functie #482): 12, 54
Tonercartridge: 11
V
Vastlopen
Afdrukpapier: 75
Verbindingstoon (functie #416): 56
Vertraagd verzenden (functie #412): 56
Volume: 19
Vriendelijke ontvangst (functie #438): 58
W
Waarschuwing hoorn van de haak (functie #171): 52
Waarschuwing voor ontvangen in geheugen (functie
#437): 58
Wachtwoord (functie #155): 51
Z
Zoom behouden (functie #468): 59
84
Notities
85
Notities
86
Notities
87
PNQX3734YA DC0511KN1071-CD
Download PDF

advertising