Zanussi - Electrolux ZD 19/5 AO User manual

Zanussi - Electrolux ZD 19/5 AO User manual
ZANUSSI
KOEL/VRIESCOMBINATIE
ZD 19/5 AO (CT 235)
GEBRUIKSAANWIJZING
200362696
NL
H/ZE/2. (03.)
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u het apparaat installeert en in gebruik
neemt. U vindt hierin aanwijzingen m.b.t. de veiligheid, praktische informatie, informatie m.b.t. het
milieu en tips. Als u het apparaat volgens de aanwijzingen gebruikt, zal het naar volle tevredenheid
werken.
M.b.v. onderstaande symbolen kunt u informatie makkelijk vinden:
Aanwijzingen m.b.t. de veilligheid
Aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het functioneren van het apparaat.
Praktische informatie
Informatie m.b.t. het milieu
Tips
Tips m.b.t. levensmiddelen en het bewaren daarvan.
From the Electrolux Group. The world's No.1 choice.
De Electrolux Groep is de grootste producent ter wereld van aangedreven apparaten voor gebruik in de keuken, reinigingswerkzaamheden en voor
gebruik buitenshuis. In meer dan 150 landen over de hele wereld worden ieder jaar meer dan 55 miljoen Electrolux producten (zoals koelkasten,
fornuizen, wasautomaten, stofzuigers, kettingzagen en grasmaaiers) verkocht ter waarde van circa USD 14 miljard.
2
Inhoudsopga v e
Belangrijke aanwijzingen m.b.t. de veiligheid ............................................................................4
Algemene aanwijzingen m.b.t. de veiligheid ...............................................................................4
Veiligheid van kinderen ...........................................................................................................4
Vóór het in gebruik nemen ......................................................................................................4
Veiligheidsmaatregelen voor isobutaan ......................................................................................4
Aanwijzingen voor de gebruiker................................................................................................5
Algemene informatie...............................................................................................................5
Beschrijving van het apparaat, belangrijkste onderdelen...............................................................5
Bedienen van het apparaat......................................................................................................6
In gebruik nemen ..............................................................................................................6
Temperatuur instellen .........................................................................................................6
Gebruik van de koelruimte ..................................................................................................6
Bewaren in de koelruimte ...................................................................................................7
Gebruik van de vriezer ............................................................................................................7
Invriezen ..........................................................................................................................7
Bewaren in de vriesruimte...................................................................................................8
IJsblokjes maken...............................................................................................................8
Praktische informatie ..............................................................................................................8
Tips .....................................................................................................................................8
Energie besparen..............................................................................................................8
Het apparaat en het milieu ..................................................................................................8
Onderhoud ...........................................................................................................................8
Ontdooien ........................................................................................................................8
Reiniging en onderhoud....................................................................................................10
Als de koelkast niet in gebruik is ........................................................................................10
Problemen oplossen.............................................................................................................10
Lamp vervangen ..............................................................................................................10
Als iets niet werkt .................................................................................................................11
Aanwijzingen voor de installateur............................................................................................12
Technische gegevens ...........................................................................................................12
Installeren van het apparaat ...................................................................................................12
Vervoer, uitpakken ...........................................................................................................12
Reiniging ........................................................................................................................12
Opstelling .......................................................................................................................13
Deurdraairichting omzetten ................................................................................................14
Elektrische aansluiting ......................................................................................................15
Garantie en service ................................................................................................................14
Waarborgvoorwaarden...........................................................................................................16
3
Belangrijke aanwijzingen m.b.t. de veiligheid
Algemene aanwijzingen
m.b.t. de veiligheid
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed en geef hem
door aan een evt. volgende eigenaar van het
apparaat.
Dit apparaat is alleen bedoeld voor gebruik in het
huishouden, voor het bewaren van levensmiddelen
en dient volgens de voorschriften te worden
gebruikt.
Reparaties aan dit apparaat, ook vervangen van
het aansluitsnoer, mogen alleen door
ELECTROLUX SERVICE uitgevoerd. Daarbij
mogen alleen originele DISTRIPARTS-onderdelen
gebruikt worden. Onvakkundige reparaties kunnen
tot aanzienlijke risico's voor de gebruiker leiden!
Het apparaat is alleen spanningloos als de stekker uit
het stopcontact is getrokken. Voordat u het apparaat
gaat reinigen, dient u het altijd spanningloos te
maken. Trek de stekker nooit aan het snoer, maar
aan de stekker zelf uit het stopcontact. Als het
stopcontact moeilijk bereikbaar is, schakel dan de
zekering in de huisinstallatie uit.
Het aansluitsnoer mag niet verlengd worden.
Gebruik het apparaat niet zonder de afdekking van
de binnenverlichting.
Gebruik bij het schoonmaken, het ontdooien of het
uitnemen van diepvriesproducten of het
ijsblokjesbakje geen scherpe of puntige
voorwerpen. Die kunnen het apparaat beschadigen.
Zorg ervoor dat er geen vloeistoffen bij de
temperatuurregelaar en de verlichting komen.
Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct uit de
vriesruimte in de mond stoppen. IJs kan aan lippen
of tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken.
Eenmaal ontdooide levensmiddelen mogen niet
opnieuw ingevroren worden, maar moeten zo snel
mogelijk geconsumeerd worden.
Kant-en-klare diepvriesproducten volgens de
aanwijzingen van de fabrikant van deze producten
bewaren.
Probeer niet het ontdooiproces te versnellen m.b.v.
elektrische verwarmingstoestellen of chemische
stoffen.
Laat kunststof onderdelen niet met hete voorwerpen
in aanraking komen.
Geen bussen of flessen met brandbaar gas of
vloeistof in het apparaat bewaren. Explosiegevaar!
Geen koolzuurhoudende dranken, flessen en blikjes
in de diepvriesruimte bewaren.
Het dooiwaterafvoergootje regelmatig controleren en
schoonmaken - een sticker binnenin het apparaat
herinnert u daaraan. Bij verstopping van het
afvoergootje kan het verzamelde dooiwater storingen
veroorzaken.
4
Veiligheid van kinderen
Houd de verpakking uit de buurt van kinderen.
Kunststof folie kan verstikkingsgevaar
opleveren.
Het apparaat is bedoeld voor gebruik door
volwassenen. Laat kinderen niet met het
apparaat of de bedieningselementen spelen.
Als u het apparaat afdankt, trek dan de stekker
uit het stopcontact, snijd het aansluitsnoer af (zo
dicht mogelijk bij het apparaat) en haal de deur
eruit. U verhindert daardoor, dat spelende
kinderen een elektrische schok krijgen of elkaar
of zichzelf in het apparaat opsluiten.
Vóór het in gebruik nemen
Zet het apparaat tegen de muur om te
voorkomen dat u zich verbrandt aan warmte
afgevende
onderdelen
(compressor,
condensor).
Trek altijd eerst de stekker uit het stopcontact
voordat u het apparaat gaat verplaatsen.
Let erop dat het apparaat niet op het
aansluitsnoer staat.
Rond het apparaat moet voldoende
luchtcirculatie zijn. Gebrek aan luchtcirculatie
kan tot oververhitting leiden. Volg daarom de
aanwijzingen m.b.t. de installatie.
Veiligheidsmaatregelen
voor isobutaan
Waarschuwing
Het koelmiddel van het apparaat is isobutaan
(R 600a) dat in hoge mate brandbaar en
explosief is.
Houd ventilatie-openingen in het apparaat of in
het inbouwmeubel vrij.
Gebruik geen mechanische apparaten of andere
middelen
om
het
ontdooiproces
te
bespoedigen, die niet door de fabrikant worden
aangeraden.
Beschadig het koelcircuit niet.
Gebruik geen elektrische apparaten binnenin
het apparaat, tenzij ze door de fabrikant worden
geadviseerd.
Als u zich niet aan deze aanwijzingen
houdt, kan de fabrikant niet aansprakelijk
worden gesteld voor eventuele schade.
Aanwi jzingen v oor de gebr uiker
Algemene informatie
het bewaren van diepvriesproducten, het invriezen
van levensmiddelen en het maken van ijsblokjes.
Dit apparaat is een huishoud-koel/vriescombinatie
met één compressor. De vriesruimte bovenin heeft
een eigen deur en is geheel afgesloten van de
koelruimte.
Het apparaat is geschikt voor gebruik in een
bepaalde
klimaatklasse
(bepaalde
omgevingstemperaturen).
Het is geschikt voor het koelen van levensmiddelen,
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje.
Beschrijving van het apparaat, belangrijkste onderdelen
1
2
3
11
4
12
16
5
6
13
7
14
17
18
8
15
19
9
20
10
A - vriesruimte
B - koelruimte
1. bovenblad
2. ijsblokjesbakje
3. rooster in de vriesruimte
4. verlichting
5. glasplaat
6. dooiwaterlekbak
7. glasplaat
8. groentela
9. typeplaatje
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
stelvoeten
botervakje
eierrekje
deurvak
deurrubber
flessenvak
condensor
dooiwaterafvoergootje
afstandshouder
condensbakje
compressor
5
Bedienen van het apparaat
In gebruik nemen
Zet de accessoires in de koelkast en steek de stekker
in het stopcontact. Draai de temperatuurregelaar aan
de rechterkant van de koelruimte vanuit „0” rechtsom
(zie afb.). Op stand „0” is het apparaat buiten werking.
In het volgende hoofdstuk vindt u aanwijzingen m.b.t.
de instelling.
Temperatuur instellen
De thermostaat zorgt er automatisch voor dat de
ingestelde temperatuur wordt aangehouden en
schakelt regelmatig het apparaat kortere of langere
tijd uit.
Hoe hoger het cijfer waarop u de temperatuurregelaar
draait, hoe intensiever er gekoeld wordt.
In de vriesruimte wordt een temperatuur van -18 °C of
kouder bereikt, als u de temperatuurregelaar op „3”
draait. In dit geval wordt de temperatuur in de
koelruimte automatisch +5 °C of kouder. Stand „3” is
geschikt voor normaal gebruik.
De temperatuur in het apparaat is niet alleen
afhankelijk
van
de
instelling
van
de
temperatuurregelaar,
maar
ook
van
de
omgevingstemperatuur, vaak openen van de deur, de
hoeveelheid levensmiddelen enz.
Op stand „6”, de hoogste stand, (bijv. tijdens
een hittegolf) werkt de compressor continu.
Dit heeft geen negatieve invloed op het
functioneren van het apparaat.
Gebruik van de koelruimte
Voor optimaal koelen is luchtcirculatie in het
apparaat nodig. Bedek daarom de roosters niet
geheel met papier, grote schalen enz.
Zet geen hete levensmiddelen in de
koelruimte.
Laat
ze
eerst
tot
kamertemperatuur afkoelen. Op deze manier
voorkomt u onnodige rijpvorming.
Levensmiddelen kunnen geurtjes van elkaar
overnemen.
Bewaar
levensmiddelen
daarom in gesloten schaaltjes, aluminiumfolie,
vetvrij papier of vershoudfolie. Op deze manier
behouden de levensmiddelen hun vochtigheid en
bijv. groenten drogen niet uit.
6
Bewaren in de koelruimte
Bewaar de levensmiddelen zoals aangegeven in de
afbeelding:
1. boter, kaas
2. eieren
1
3. tubes, blikjes, zure room, kleine flessen
4. grote flessen, frisdrank
5. fruit, groenten
6. vers vlees, vleeswaren, worst enz.
7. melk, zuivelproducten
8. kant-en-klare producten, gebak, levensmiddelen in
afgedekte schaaltjes, open blikjes enz.
8
2
7
3
6
4
5
Bewaartijden en temperaturen
De tabellen achterin de gebruiksaanwijzing
informeren u over bewaartijden.
De bewaartijd kan niet exact worden aangegeven,
omdat hij afhankelijk is van de versheid en de
behandeling van de levensmiddelen. De bewaartijden
zijn daarom slechts richtlijnen.
Als u gekochte diepvriesproducten niet direct wilt
consumeren, kunnen ze ongeveer 1 dag (tot ze gaan
ontdooien) in de koelkast bewaard worden.
Gebruik van de vriezer
Invriezen
Het invriezen van verse levensmiddelen dient altijd
goed voorbereid te worden.
Zet voordat u gaat invriezen de temperatuurregelaar
op stand „3”. Zet de levensmiddelen direct op de
verdamperplaat. Het invriezen duurt ongeveer 24 uur.
Zet daarna de temperatuurregelaar op de gewenste
stand of laat hem op stand „3” staan, deze stand is
geschikt voor normaal gebruik. Ingevroren producten
kunt u het beste op het draadrooster in de vriesruimte
bewaren.
Open tijdens het invriezen de deur van de
vriesruimte liever niet.
Zet de temperatuurregelaar niet op een hogere
stand (bijv. „6”). De invriestijd zou hierdoor wel
korter worden, maar de temperatuur in de koelruimte
zou constant onder 0 °C komen, waardoor
opgeslagen dranken en levensmiddelen zouden
bevriezen.
Vries nooit grotere hoeveelheden tegelijk in
dan in „Technische gegevens” staat
aangegeven. De levensmiddelen bevriezen
anders niet tot in de kern en kunnen dan na het
ontdooien bijv. smaak en geur verliezen.
Maak tijdens het invriezen liever geen ijsblokjes,
dat vermindert de invriescapaciteit.
7
Bewaren in de vriesruimte
Na het invriezen kunt u de diepvriesproducten het
beste naar het draadrooster in de vriesruimte
verplaatsen, zodat u weer ruimte hebt in de
invriesruimte. Tussentijds invriezen heeft geen
nadelige invloed op reeds ingevroren producten.
Let goed op de bewaartijd die staat aangegeven
op diepvriesproducten die u koopt.
Bewaartijden voor zelf ingevroren producten vindt u
op de binnenkant van de deur van de vriesruimte. De
symbolen staan voor verschillende levensmiddelen,
de cijfers staan voor de maximale bewaartijd in
maanden.
Diepvriesproducten kunnen alleen veilig
bewaard worden, als ze niet ontdooid zijn
voordat ze in de vriesruimte worden geplaatst. Als de
diepvriesproducten al ontdooid zijn, kunt u ze niet
opnieuw invriezen, maar dienen ze zo snel mogelijk
geconsumeerd te worden.
IJsblokjes maken
Vul het ijsblokjesbakje met water en zet het in de
vriesruimte. Als u de bodem van het ijsblokjesbakje
nat maakt en de temperatuurregelaar op de maximale
stand zet, gaat het invriezen sneller. Vergeet niet, de
temperatuurregelaar na het invriezen weer op de
normale stand te draaien.
U kunt de ijsblokjes makkelijker losmaken door het
ijsblokjesbakje onder stromend water te houden en
het dan iets te verdraaien. Mocht het ijsblokjesbakje
vastgevroren zijn, gebruik dan geen scherpe
voorwerpen om het los te maken. Daarmee kunt u
beschadigingen veroorzaken.
Praktische informatie
Dankzij de variabele platen kunt u de koelruimte
aan uw eisen aanpassen. U kunt de platen ook
verplaatsen als de deur 90° open staat.
Na openen en sluiten van de deur van de
vriesruimte ontstaat in het apparaat een vacuüm.
Na sluiten van de deur duurt het 2-3 minuten
voordat u de deur weer kunt openen.
Stel de vriesruimte zodanig in dat de
binnentemperatuur nooit warmer dan -18 °C wordt.
Bij te hoge temperaturen bederven de
diepvriesproducten.
Controleer elke dag even of het apparaat goed
functioneert. Zo constateert u evt. storingen tijdig.
Tips
In dit hoofdstuk vindt u praktische tips om het
apparaat zo energiezuinig mogelijk te gebruiken. U
vindt hier ook informatie m.b.t. het milieu.
8
Energie besparen
Zet het apparaat liever niet in de zon of naast een
warmte afgevend apparaat.
Zorg ervoor dat de condensor en de
compressor voldoende ventilatie hebben.
Bedek de ventilatie-openingen niet.
Doe levensmiddelen in een afgesloten schaaltje
of in vershoudfolie om onnodige rijpvorming te
voorkomen.
Open de deur niet onnodig en laat hem niet
langer open staan dan nodig is.
Doe levensmiddelen altijd in een afgesloten
schaaltje.
Laat warme levensmiddelen en vloeistoffen altijd
eerst tot kamertemperatuur afkoelen voordat u
ze in het apparaat zet.
Houd de condensor schoon.
Het apparaat en het milieu
Dit apparaat bevat, zowel in het koelcircuit als in het
isolatiemateriaal, geen gassen die de ozonlaag
kunnen aantasten. Het apparaat mag niet samen
met huisvuil of gesloopte apparaten weggegooid
worden. Uit het oogpunt van milieubescherming
moeten afgedankte koel- en vriestoestellen volgens
de plaatselijke regelingen op deskundige wijze
verwerkt worden. Informeer bij de gemeente naar
de mogelijkheden in uw woonplaats. Zorg ervoor
dat het koelcircuit, vooral aan de achterkant bij de
warmtewisselaar, niet beschadigd wordt.
De materialen met het symbool „
voor recycling.
” zijn geschikt
Onderhoud
Ontdooien
Een deel van het vocht uit de koelruimte wordt
tijdens het gebruik in de vorm van ijs of rijp
afgescheiden.
Dikke lagen ijs en rijp hebben een isolerend effect.
Het koelvermogen wordt minder, de temperatuur
stijgt en er is meer energie nodig.
Bij dit type apparaat gebeurt het ontdooien van de
koelruimte automatisch, zonder dat u daaraan iets
hoeft te doen. De thermostaat onderbreekt
regelmatig de werking van de compressor. Het
koelen wordt dan onderbroken, de temperatuur
van de verdamperplaat stijgt boven 0 °C en het
ontdooien begint. Als de verdamperplaat een
temperatuur van +3 tot +4 °C heeft bereikt, start de
thermostaat het koelen weer.
Het dooiwater loopt via het dooiwaterafvoergootje in
het condensbakje bovenop de compressor en
verdampt door de warmte.
Controleer
regelmatig
of
het
dooiwaterafvoergootje niet verstopt is. Een
sticker in het apparaat herinnert u daaraan. Als
het afvoergootje verstopt is, kan het dooiwater
schade veroorzaken aan de isolatie van het
apparaat.
Maak het gootje schoon m.b.v. het meegeleverde
krabbertje (zie afb.). Het krabbertje kunt u weer in het
gootje opbergen.
Meestal raakt het afvoergootje verstopt door in papier
verpakte levensmiddelen. Het papier komt in
aanraking met de achterzijde van de koelruimte en
vriest daaraan vast. Als u de levensmiddelen uit de
koelruimte haalt, scheurt het papier en dat kan tot
verstopping van het afvoergootje leiden.
Doe dus voorzichtig met in papier verpakte
levensmiddelen.
Als erg veel koelvermogen nodig is, bijv. tijdens
een hittegolf, werkt de koelkast soms continu.
Er wordt dan niet automatisch ontdooid.
Het is niet abnormaal als er na het ontdooien kleine
restjes ijs en rijp op de achterkant van de koelruimte
achterblijven.
De vriesruimte kan niet automatisch worden ontdooid
omdat de diepvriesproducten geen hogere
temperaturen kunnen verdragen.
M.b.v. de meegeleverde kunststof schraper kunt u
kleine stukjes rijp en ijs verwijderen.
Het bakje in de afbeelding wordt niet met het apparaat
meegeleverd!
Als de ijslaag zo dik is, dat hij niet met de kunststof
schraper verwijderd kan worden, moet de vriesruimte
ontdooid worden (in het algemeen 2 tot 3 keer per
jaar).
Neem de levensmiddelen uit het apparaat en wikkel ze
in enkele lagen krantenpapier of dekens. Bewaar ze
op een zo koel mogelijke plaats.
Maak het apparaat spanningloos en laat de deuren
van vries- en koelruimte open.
Reinig de koelruimte zoals beschreven en hoofdstuk
„Reiniging en onderhoud”. Reinig de vriesruimte als
volgt:
Veeg het dooiwater met een zachte doek of spons van
de verdamperplaat weg. Het weggeveegde dooiwater
verzamelt zich onderin het apparaat. In de afbeelding
ziet u, hoe u het water kunt verwijderen.
Trek de kunststof stop uit de dooiwateropening in de
vriesruimte. Zet een hoog genoeg bakje onder het
gootje in de koelruimte, waarin het dooiwater kan
lopen.
9
Het bakje in de afbeelding wordt niet met het apparaat
meegeleverd!
Na het ontdooien de binnenzijde van het apparaat
droog wrijven en de kunststof stop weer op z'n plek
zetten.
Steek de stekker weer in het stopcontact en leg de
levensmiddelen weer in het apparaat.
Zet na het ontdooien de temperatuurregelaar op de
hoogste stand, zodat het apparaat zo snel mogelijk
weer de geschikte bewaartemperatuur kan bereiken.
Reiniging en onderhoud
Wij adviseren u de binnenzijde van de koelruimte elke
3 tot 4 weken schoon te maken (u kunt het beste
tegelijkertijd de vriesruimte ontdooien).
Gebruik geen reinigingsmiddel of zeep.
Trek de stekker uit het stopcontact. De binnenzijde
van het apparaat met handwarm water schoonmaken
en droog wrijven. Reinig het deurrubber met schoon
water. Steek na het reinigen de stekker weer in het
stopcontact.
Stof en vuil die zich op de achterkant van de koelkast
en de condensor hebben afgezet, dient u één of twee
maal per jaar te verwijderen. Maak dan ook het
condensbakje bovenop de compressor schoon.
Als de koelkast niet in gebruik is
Als de koelkast langere tijd niet in gebruik is, gaat u als
volgt te werk:
Trek de stekker uit het stopcontact.
Maak de koelkast leeg.
Ontdooien en schoonmaken zoals hiervoor
beschreven.
De deur open laten om geurvorming te voorkomen.
Problemen oplossen
Lamp vervangen
Als de lamp kapot is, kunt u hem als volgt vervangen:
Trek de stekker uit het stopcontact.
Schroef de afdekking los en trek hem in de richting
van de pijl. Nu kunt u de lamp vervangen. (Type
gloeilamp: Mignon 322, 230 V, 15 W, fitting E 14)
Zet daarna de afdekking weer terug, draai de schroef
vast en steek de stekker in het stopcontact.
Als de lamp defect is, heeft dat geen nadelige invloed
op de werking van de koelruimte.
10
Als iets niet werkt
Er kan soms een kleine storing optreden, die u zelf
kunt verhelpen. In de tabel vindt u informatie m.b.t. het
opheffen van zulke kleine storingen.
Als het apparaat aanstaat, is er soms wat geluid te
horen (compressor, circulatie). Dan is er geen sprake
van een storing.
Probleem
Het is te warm in de
koelruimte.
Het is te warm in de
vriesruimte.
Er loopt water langs de
achterwand van de
koelruimte.
Er loopt water in de
koelruimte.
Wij willen u er nogmaals op wijzen dat het
apparaat met onderbrekingen werkt. Als de
compressor stopt, wil dat niet zeggen dat het
apparaat niet werkt. Daarom moet u altijd eerst de
stekker uit het stopcontact trekken, voordat u
elektrische onderdelen aanraakt.
Mogelijke oorzaak
De temperatuurregelaar is te laag ingesteld.
De levensmiddelen zijn niet koud genoeg of
staan op een verkeerde plek.
De deur gaat niet goed dicht of is niet goed
gesloten.
De temperatuurregelaar is te laag ingesteld.
De deur gaat niet goed dicht of is niet goed
gesloten.
U wilt te veel levensmiddelen tegelijk invriezen.
Controleren of de deur goed dicht kan en of het
deurrubber onbeschadigd en schoon is.
Op een hogere stand instellen.
Controleren of de deur goed dicht kan en of het
deurrubber onbeschadigd en schoon is.
Een paar uur wachten en de temperatuur nog
eens controleren.
De in te vriezen levensmiddelen staan te dicht op De levensmiddelen zodanig neerzetten dat de
koude lucht goed kan circuleren.
elkaar.
Dat is normaal. Tijdens het automatische
ontdooien smelt het ijs op de achterwand.
De afvoer van de koelruimte kan verstopt zijn.
Levensmiddelen kunnen de lekbak blokkeren
zodat er geen water in kan stromen.
Er loopt water op de vloer. Het afvoergootje loopt niet in de condensbak
boven de compressor.
Er zijn te veel rijp en ijs.
De levensmiddelen zijn niet goed ingepakt.
De deuren gaan niet goed dicht of zijn niet goed
gesloten.
De temperatuurregelaar is niet goed ingesteld.
De compressor werkt
continu.
Het apparaat werkt
helemaal niet. Het koelt
niet en de
binnenverlichting brandt
niet. Ook de lampjes
branden niet.
Het apparaat maakt veel
geluid.
Oplossing
Op een hogere stand instellen.
De levensmiddelen op de juiste plek zetten.
Maak de afvoer schoon.
Zet de levensmiddelen zodanig neer dat ze de
achterwand niet direct raken.
Plaats het de afvoergootje in de condensbak.
De levensmiddelen beter inpakken.
Controleren of de deuren goed dicht kunnen en
of de deurrubbers onbeschadigd en schoon zijn.
De temperatuurregelaar op een lagere stand
instellen.
De temperatuurregelaar op een lagere stand
De temperatuurregelaar is niet goed ingesteld.
instellen.
De deuren gaan niet goed dicht of zijn niet goed Controleren of de deuren goed dicht kunnen en
of de deurrubbers onbeschadigd en schoon zijn.
gesloten.
U wilt te veel levensmiddelen tegelijk invriezen. Een paar uur wachten en de temperatuur nog
eens controleren.
U hebt warme levensmiddelen in het apparaat Laat de levensmiddelen tot kamertemperatuur
afkoelen.
gezet.
Probeer de omgevingstemperatuur te verlagen.
Het apparaat staat op een te warme plek.
De aansluiting controleren.
De stekker zit niet in het stopcontact.
De zekering in de huisinstallatie is uitgeschakeld. Zekering vervangen.
Apparaat in werking stellen volgens de
aanwijzingen in hoofdstuk „In gebruik nemen”.
Er staat geen spanning op het stopcontact. Contact opnemen met een elektro-installateur.
(Probeer er een ander apparaat op aan te
sluiten.)
Controleren of het apparaat stabiel staat (alle vier
Het apparaat staat niet goed.
voeten moeten op de vloer staan).
De temperatuurregelaar is niet ingesteld.
Als u de storing aan de hand van de aanwijzingen niet kunt oplossen, neem dan contact op met Service.
11
Aanwi jzingen v oor de ins t allat eur
Technische gegevens
Modell/Type
bruto-inhoud (l)
nuttige inhoud (l)
breedte (mm)
hoogte (mm)
diepte (mm)
energieverbruik
(kWh/24 uur)
(kWh/jaar)
energie-efficiëntieklasse
invriesvermogen (kg/24 h)
max. bewaartijd bij stroomuitval (uur)
aansluitwaarde (W)
gwwicht (kg)
aantal compressoren
ZD 19/5 AO (CT 235)
vriesruimte: 44
koelruimte: 190
vriesruimte: 44
koelruimte: 186
545
1404
604
0,78
285
A
3
19
80
51
1
Installeren van het apparaat
Vervoer, uitpakken
U kunt het apparaat het beste rechtop in de
originele verpakking vervoeren. Zie ook de
aanwijzingen op de verpakking.
Na elk transport mag het apparaat pas na ca. 2 uur
ingeschakeld worden.
Pak het apparaat uit en controleer het op
transportschade. Neem in geval van transportschade
contact op met de leverancier en sluit het apparaat
niet aan.
Reiniging
Verwijder het plakband waarmee de onderdelen in het
apparaat vastgezet zijn.
Neem de binnenkant van het apparaat met handwarm
water en wat mild reinigingsmiddel af. Gebruik een
zachte doek.
Wrijf daarna de binnenkant van het apparaat droog.
12
Opstelling
De omgevingstemperatuur heeft invloed op het
stroomverbruik. Daarom moet het apparaat op een
plaats staan waarvan de omgevingstemperatuur
overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het
uitgevoerd is, zie onderstaande tabel. De
klimaatklasse vindt u op het typeplaatje.
Klimaatklasse
Omgevingstemperatuur
SN
+10 ..,+32 °C
N
+16 ..,+32 °C
ST
+18 ..,+38 °C
Als de omgevingstemperatuur te laag is, kan de
temperatuur in de koelruimte te hoog worden.
Als de omgevingstemperatuur te hoog is, moet de
compressor langer werken, de automatische
ontdooiing werkt niet meer, de temperatuur in de
koelruimte stijgt en er wordt meer energie verbruikt.
Het apparaat moet waterpas staan. Daartoe kunt u de
stelvoeten (1) aan de voorzijde verstellen. De
afstandsringen (2) zijn onderdeel van de stelvoeten.
Als het apparaat waterpas moet worden gezet, kunnen
deze afstandsringen worden verwijderd.
Zet het apparaat niet direct in de zon of dicht bij een
verwarming of fornuis.
Is opstelling naast een warmtebron niet te vermijden,
dan moeten de volgende minimale afstanden worden
aangehouden:
Naast een gas- of elektrisch fornuis 3 cm. Als de
afstand kleiner is, plaats dan een warmteisolerende plaat van 0,5 tot 1 cm dik tussen de
twee apparaten.
Naast een olie- of kolenkachel 30 cm.
De koelkast moet geheel tegen de muur staan.
Houd de minimale afstanden aan (zie afb.).
A: opstelling onder een keukenkastje
B: vrije opstelling
13
Deurdraairichting omzetten
Als dat handiger in het gebruik is, kunt u de
deurdraairichting van rechts naar links omzetten.
Ga als volgt te werk:
Trek de stekker uit het stopcontact.
Kantel het apparaat voorzichtig achterover en zorg
ervoor dat de compressor de vloer niet raakt. U
kunt dit het beste met twee personen doen.
Verwijder voorzichtig (bijv. m.b.v. een mes) de
afdekkapjes van de schroeven die het onderste
afdekrooster vasthouden. Dan kan het afdekrooster
worden verwijderd door de plaatschroeven (2
stuks) los te draaien.
Maak het onderste deurscharnier van de
koelruimte los door de schroeven (2 stuks) en de
vulplaatjes (2 stuks) te verwijderen.
Neem de deur van de koelruimte los door hem
voorzichtig naar beneden te trekken.
Maak het dubbele deurscharnier los door de
schroeven (2 stuks) en de vulplaatjes (2 stuks) te
verwijderen.
Neem de deur van de vriesruimte los door hem
voorzichtig naar beneden te trekken.
Schroef de stift van het bovenste deurscharnier van
de vriesruimte los en schroef hem dan op de
andere kant.
Verwijder de afdekkapjes van het dubbele
deurscharnier aan de linker kant en plaats ze dan
op de andere kant.
Zet de deur van de vriesruimte op de stift van het
bovenste deurscharnier.
Zet het dubbele deurscharnier aan de linker kant
m.b.v. de schroeven (2 stuks) en de vulplaatjes (2
stuks). Let erop dat de rand van de deur van de
vriesruimte parallel loopt met de rand van de kast.
Zet de deur van de koelruimte op de stift van het
dubbele deurscharnier.
Zet het onderste deurscharnier aan de linker kant
m.b.v. de schroeven (2 stuks) en de vulplaatjes (2
stuks). Let erop dat de rand van de deur van de
koelruimte parallel loopt met de rand van de kast.
Trek het gedeelte van het afdekrooster in de
richting van de pijl (1) en plaats het op de andere
kant (2).
Zet het afdekrooster terug en bevestig het met de
plaatschroeven (2 stuks). Bevestig dan de
afdekkapjes weer.
Zet het apparaat op z'n plek, zet het waterpas en
steek de stekker in het stopcontact.
U kunt ook contact opnemen met ELECTROLUX
SERVICE. Een servicetechnicus kan tegen betaling
het deurscharnier overzetten.
14
Elektrische aansluiting
Deze koelkast is ontworpen voor 230 V AC (~) 50 Hz.
Het apparaat moet worden aangesloten aan een
volgens
de
voorschriften
geïnstalleerd
stopcontact met randaarde. Als zo'n stopcontact
niet aanwezig is, laat het dan door een erkend
installateur in de buurt van de koelkast
aanbrengen.
Dit apparaat voldoet aan de volgende EUrichtlijnen:
– 73/23/EEG
van
19.02.1973
(incl.
wijzigingsrichtlijnen) - laagspanningsrichtlijn
– 89/336/EEG
van
03.05.1989
wijzigingsrichtlijnen - EMC-richtlijn
(incl.
Gar antie en ser vice
Bij aanspraak op kosteloos herstel dient het origineel van de betreffende aankoopnota of kwitantie te worden
getoond of meegezonden.
Algemene Garantiebepalingen
1 De fabrikant verleent een jaar garantie op het op de
bijbehorende koopnota vermelde apparaat,
gerekend vanaf de koopdatum. Indien zich binnen
deze periode een storing voordoet, welke het
gevolg is van een materiaal- en/of constructiefout,
heeft de koper het recht op kosteloos herstel.
1a Voor stofzuigers, bedoeld voor huishoudelijk
gebruik, geldt een algemene garantieperiode van
twee jaar. Accessoires zijn aan directe slijtage
onderhevig; deze verbruiksartikelen zijn derhalve
van garantie uitgesloten.
2 De fabrikant verleent een jaar garantie op door
haar
servicedienst
uitgevoerde
herstelwerkzaamheden en het daarbij nieuw
aangebrachte materiaal, gerekend vanaf de
hersteldatum. Indien zich binnen deze periode een
storing voordoet, welke het directe gevolg is van de
uitgevoerde herstelwerkzaamheden of het daarbij
nieuw aangebrachte materiaal, heeft de koper het
recht op kosteloos herstel. Door de uitvoering van
herstelwerkzaamheden wordt de algemene
garantieperiode, welke het gehele apparaat omvat,
met verlengd.
3 Servicebezoeken aan huis worden alleen gebracht
voor grote, moeilijk transporteerbare apparaten,
per definitie: wasautomaten, trommeldroogautomaten,
afwasautomaten,
koelkasten,
diepvrieskasten/-kisten, ovens, fornuizen en
inbouwapparaten
3a De regeling als genoemd onder pont 3 geldt ook
voor caravankoelkasten, mils de plaats waar zich
het apparaat bevindt binnen de landsgrenzen ligt
en over normale, voor het autoverkeer
opengestelde wegen bereikbaar is. Voorts dient
tan tijde van het bezoek het apparaat en de
eigenaar, of diens gemachtigde plaatsvervanger,
op de afgesproken bezoekplaats aanwezig te zijn.
4 Indien, naar het oordeel van de fabrikant, het
apparaat zoals bedoeld onder pont 3 naar haar
servicewerkplaats getransporteerd moet worden,
dan geschiedt dit transport op de door de
fabrikant vastgestelde wijze en voor rekening en
risico van de fabrikant.
5 Alle niet onder punt 3 en pont 3a genoemde
apparaten, alsmede apparateri welke wel de
betreffende functionele eigenschappen hebben
maar daarnaast juist bedoeld zijn voor
gemakkelijk transport, dienen franco aan het
adres van de servicedienst verzonden of
aangeboden te worden. Binnen de algemene
garantieperiode vindt terugzending voor
rekening van de fabrikant plaats.
6 Indien een onder garantie en binnen de
algemene garantieperiode vallend defect aan
een apparaat niet hersteld kan worden, vindt
kosteloze vervanging van het apparaat plaats.
Garantie-uitbreidingen
7 Voor koel-/vries-motorcompressoren (exclusief
startrelais en motorbeveiliging) geldt een
aflopende garantieperiode, in gelijke percentages
van 20 procent per jaar, van vijf jaar ne koopdatum
van het op de bijbehorende koopnota vermelde
apparaat, met inachtname van volledig kosteloos
herstel binnen de algemene garantieperiode. Na
de algemene garantieperiode worden bezoek-,
arbeidsloon- en bijkomende materiaalkosten in
rekening gebracht.
Garantie-uitsluitingen
8 Het kosteloos uitvoeren van herstel- en/of
vervangingswerkzaamheden, zoals bedoeld in
de betreffende hieraan voorafgaande punten, is
niet van toepassing indien:
de aankoopnota of kwitantie, waaruit tenminste
de aankoopdatum en de identificatie van het
apparaat blijkt, niet getoond kan worden of niet
meegezonden werd;
het apparaat voor andere, of ook voor andere
dan de huishoudelijke doeleinden waarvoor
het apparaat bestemd is gebruikt wordt;
15
het apparaat niet volgens de aanwijzingen in het
installa tievoorschrift of de gebruiksaanwijzing
geinstalleerd, bediend, gebruikt of behandeld
wordt;
het apparaat op ondeskundige wijze door
daartoe niet bevoegde personen hersteld of
gewijzigd werd.
8a Indien het apparaat zodanig ingebouwd,
ondergebouwd, opgehangen of geplaatst is dat de
benodigde tijd voor het uit- en inbouwen samen
meer dan dertig minuten bedraagt, dan worden de
hierdoor onstane extra kosten aan de eigenaar in
rekening gebracht.
8b Schade welke ontstaat door het, met toestemming
van de eigenaar, op abnormale wijze uit- of
inbouwen van een apparaat, kan niet op de
fabrikant of haar servicedienst verhaald worden.
8c Beschadigingen, zoals krassen en deuken of zoals
breuk van uit- of afneembare delen, welke niet ten
tijde van de aflevering ter kennis van de fabrikant
gebracht worden, vallen niet onder garantie.
Belangrijk advies
De constructie van dit apparaat is zodanig dat de
veiligheid daar-van gewaarborgd is. Ondeskundige
reparaties kunnen echter de veiligheid in gevaar
brengen. Terwille van een blijvende veiligheid, en ook
om mogelijke schade te voorkomen, is het
raadzaam dat reparaties uitsluitend verricht worden
door personen die daarvoor de vereiste
vakbekwaamheid bezitten.
Wij adviseren u herstel- en/of controlewerkzaamheden door uw vakhandelaar of door
ELGROEP SERVICE te laten uitvoeren en
uitsluitend originele DISTRIPARTS onderdelen te
laten plaatsen.
Nederland
ELGROEP SERVICE
Vennootsweg 1
Postbus 120
NL-2400 AC Alphen a/d Rijn
Storingsmeldingen op werkdagen tijdens
kantooruren:
Tel. : (0172) 46 83 00
Fax. : (0172) 46 83 66
Onderdelenverkoop op werkdagen tijdens
kantooruren: Tel. : (01 72) 46 84 00
Fax. : (0172) 46 83 76
Waar bor gv oor w aar den
Onze toestellen worden met de grootst mogelijke
zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het
voorkomen dat er een defect optreedt. Onze
klantendienst zal dit op verzoek herstellen, zowel
binnen als buiten de waarborgtermijn. De levensduur
van het toestel wordt daardoor niet negatief
beïnvloed.
Onderstaande waarborgvoorwaarden zijn gestoeld op
de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek.
De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet.
Ook de waarborgverplichtingen van de verkoper naar
de eindgebruiker blijven onaangetast.
Voor dit toestel verlenen wij waarborg volgens
onderstaande voorwaarden:
1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de
voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het
toestel die zich openbaren binnen 24 maanden
vanaf de datum van levering aan de eindgebruiker.
Deze waarborgvoorwaarden zijn niet van
toepassing in geval van professioneel of daarmee
gelijk te stellen gebruik.
2. De waarborgprestatie houdt in dat het toestel
kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die
het had voor het defect optrad. Gebrekkige
onderdelen worden hersteld of vervangen.
16
Kosteloos vervangen onderdelen worden ons
eigendom.
3. Het gebrek moet terstond gemeld worden, om
mogelijke verdere schade te voorkomen.
4. Voor een beroep op waarborg dient het
aankoopbewijs
met
aankoopen/of
leveringsdatum te worden overlegd.
5. De waarborg heeft geen betrekking op schade
aan
kwetsbare
onderdelen,
zoals
(vitrokeramisch) glas, kunststof, rubber, die
ontstaan is door onzorgvuldig gebruik
6. De waarborg heeft geen betrekking op kleine
afwijkingen van de gestelde kwaliteit die voor de
waarde en deugdelijkheid van het toestel
onbeduidend zijn.
7. De waarborg geldt evenmin voor schade
veroorzaakt door:
chemische en elektrochemische inwerking
van water,
abnormale milieuomstandigheden in het
algemeen
voor
het
toestel
oneigenlijke
bedrijfsomstandigheden
contact met agressieve stoffen.
8. De waarborg heeft geen betrekking op gebreken
door transportschade die buiten onze
verantwoordelijkheid is ontstaan, niet vakkundige
installatie of montage, verkeerd gebruik,
gebrekkig onderhoud, of het niet in acht nemen
van de gebruiks- of montageaanwijzingen.
9. Het recht op waarborg vervalt wanneer het defect
werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen door
derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of
wanneer het toestel voorzien werd van toebehoren
of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor
een defect veroorzaken.
10.Toestellen die gemakkelijk kunnen worden
vervoerd dienen te worden overhandigd of
gezonden naar onze klantendienst. Herstelling ter
plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of
ingebouwde toestellen.
11.Indien het toestel zodanig is ingebouwd,
ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de
benodigde tijd voor het in- en uitbouwen samen
meer dan 30 minuten bedraagt, dan worden de
hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruiker in
rekening gebracht. Schade die ontstaat door
abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de
gebruiker.
12.Indien binnen de waarborgperiode de herstelling
van hetzelfde gebrek meermaals mislukt of de
herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in
overleg met de gebruiker een gelijkwaardige
vervanging geleverd. In geval van vervanging
behouden we ons het recht voor om een
vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken
gebruiksperiode.
14.Op herstellingen geven wij een waarborg van
12 maanden, uitsluitend op hetzelfde gebrek.
15.Verdere of andere rechten, in het bijzonder
vergoeding van schade ontstaan buiten het
toestel, zijn uitgesloten voor zover een
aansprakelijkheid niet wettelijk is vastgelegd.
In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding
de aankoopwaarde van het toestel niet overtreffen.
Deze waarborgvoorwaarden gelden voor in België
gekochte en/of in gebruik zijnde toestellen. Indien
een toestel naar het buitenland wordt gebracht
dient de gebruiker na te gaan of het toestel voldoet
aan de technische voorwaarden ( o.a. spanning,
frequentie, installatievoorschriften, gassoort,
klimaatomstandigheden) in het betreffende land.
Voor in het buitenland aangeschafte toestellen
dient de gebruiker zich zelf te vergewissen van de
bepalingen in België. Noodzakelijke of gewenste
aanpassingen vallen niet onder de waarborg, en
kunnen niet altijd worden aangebracht.
Ook na afloop van de waarborgtermijn staat onze
klantendienst u ter beschikking.
Adres Klantendienst:
ELECTROLUX HOME PRODUCTS BELGIUM
Bergensesteeweg, 719
1502 LEMBEEK
Tél. 02.363.0444
13.Herstelling onder waarborg heeft geen verlenging
van de waarborgtermijn noch aanvang van een
nieuwe waarborgtermijn tot gevolg.
17
18
19
2003. 10. 21.
From the Electrolux Group. The world’s No.1 choice.
The Electrolux Group is the world's largest producer of powered appliances for kitchen, cleaning and outdoor use. More than 55 million Electrolux
Group products (such as refrigerators, cookers, washing machines, vacuum cleaners, chain saws and lawn mowers) are sold each year to a value of
approx. USD 14 billion in more than 150 countries around the world.
Printed by Xerox Hungary Ltd.
ELECTROLUX HOME PRODUCTS OPERATIONS EUROPE
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement