AEG 0533GS1 User manual
ARCTIS 0532-1GS
Gefrierbox
Diepvrieskast
Gebrauchsanweisung
Gebruiksaanwijzing
200363894
N/A/4-7. (02.)
Geachte klant,
Voordat u uw nieuwe apparaat in gebruik neemt, dient u deze
gebruiksaanwijzing aandachtig te lezen. U vindt hierin belangrijke informatie
m.b.t. veilig gebruik, opstelling en onderhoud van het apparaat.
Een verklaring van vaktermen die in de gebruiksaanwijzing worden gebruikt
vindt u achterin, in hoofdstuk "Vaktermen".
Bewaar de gebruiksaanwijzing zodat u nog eens iets kunt nalezen. Geef het
boekje door aan een eventuele volgende eigenaar van het apparaat.
Gedrukt op milieuvriendelijk geproduceerd papier Wie milieubewust denkt, handelt ook zo ...
20
Inhoudsopgave
Veiligheid...................................................................................................................................22
Afvalverwerking ......................................................................................................................24
Informatie over het verpakkingsmateriaal ......................................................................24
Oud apparaat verwijderen....................................................................................................24
Opstellen ...................................................................................................................................24
Plaats van opstelling ..............................................................................................................24
Het apparaat heeft lucht nodig .........................................................................................25
Apparaat richten .....................................................................................................................25
Elektrische aansluiting ..........................................................................................................26
Deurscharnier omzetten......................................................................................................26
Vóór het in gebruik nemen ...............................................................................................27
In gebruik nemen - temperatuur instellen.................................................................27
Apparaat uitschakelen.........................................................................................................28
Invriezen....................................................................................................................................28
Bewaren van diepvriesproducten.....................................................................................29
Ontdooien .................................................................................................................................29
Reiniging en onderhoud......................................................................................................30
Tips voor het besparen van energie ................................................................................31
Hulp bij storingen..................................................................................................................31
Klantenservice.........................................................................................................................32
Garantievoorwaarden............................................................................................................33
Bedrijfsgeluiden .....................................................................................................................35
Bepalingen, normen, richtlijnen ......................................................................................35
Vaktermen .................................................................................................................................36
21
Veiligheid
De veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de Europese en
Nederlandse normen. Toch zien wij ons genoodzaakt, u op het volgende te
wijzen:
Gebruik volgens de voorschriften
Het apparaat is bedoeld voor gebruik in het huishouden. Het is geschikt
om levensmiddelen in te vriezen en diepgevroren te bewaren en om ijs te
bereiden. Als het apparaat voor verkeerde doeleinden wordt gebruikt of
foutief wordt bediend, wordt eventuele schade niet door de
garantiebepalingen gedekt.
Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het apparaat zijn uit
veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.
Als u dit apparaat gebruikt voor industriële doeleinden of voor andere
doeleinden dan het diepgevroren bewaren en invriezen van
levensmiddelen, dient u de daarvoor geldende wettelijke bepalingen in
acht te nemen.
Koelmiddel
Het apparaat bevat in de koelmiddelkringloop het koelmiddel isobutaan
(R 600 a), een natuurlijk gas dat milieuvriendelijk, maar brandbaar is.
Let er bij vervoeren en opstellen van het apparaat op, dat er geen
onderdelen van de koelmiddelkringloop beschadigd raken.
Bij beschadiging van de koelmiddelkringloop
- open vuur en ontstekingsbronnen beslist vermijden;
- de ruimte waarin het apparaat staat goed ventileren.
Vóór het in gebruik nemen
Controleer of het apparaat geen transportschade heeft. Een beschadigd
apparaat in geen geval aansluiten! Wend u in geval van schade tot uw
leverancier.
Veiligheid van kinderen
Delen van de verpakking (bijv. folie, styropor) kunnen gevaarlijk zijn voor
kinderen. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen
houden.
Afgedankte apparaten onbruikbaar maken voordat u ze wegdoet. Stekker
uit het stopcontact trekken, aansluitsnoer afsnijden, eventuele snap- of
grendelsloten verwijderen of onbruikbaar maken. Daardoor voorkomt u,
dat spelende kinderen elkaar of zichzelf in het apparaat opsluiten
(verstikkingsgevaar) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.
Kinderen zien vaak de gevaren niet die de omgang met elektrische
apparaten met zich meebrengt. Zorg daarom voor het nodige toezicht en
laat kinderen niet met het apparaat spelen.
22
In het dagelijks gebruik
Bussen of flessen met brandbaar gas of vloeistof kunnen door koudeinwerking ondicht worden. Explosiegevaar! Bewaar geen bussen of flessen
met brandbare stoffen, zoals spuitbussen, navullingen voor aanstekers enz.
in het apparaat.
Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte worden bewaard. Ze
kunnen springen, als de inhoud bevriest - bij koolzuurhoudende inhoud
zelfs exploderen! Leg nooit limonade, vruchtensap, bier, wijn, champagne
enz. in de vriesruimte. Uitzondering: sterke drank met een hoog
alcoholpercentage mag wel in de vriesruimte worden bewaard.
Consumptie-ijs en ijsblokjes nooit direct vanuit de vriesruimte in uw mond
steken. Zeer koud ijs kan aan lippen of tong vastvriezen en verwondingen
veroorzaken.
Diepvriesproducten niet met natte handen aanraken. De handen kunnen
eraan vastvriezen.
Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsmachine, mixer enz.) in het
apparaat gebruiken.
Vóór het schoonmaken altijd het apparaat uitschakelen en de stekker uit
het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
De stekker altijd aan de stekker uit het stopcontact trekken, nooit aan het
snoer.
Mocht er een storing aan het apparaat optreden, kijk dan eerst in deze
gebruiksaanwijzing onder "Hulp bij storingen". Als de aanwijzingen daar u
niet verder helpen, voer dan verder zelf geen werkzaamheden uit.
Reparaties aan het apparaat mogen alleen door vakmensen worden
uitgevoerd. Onvakkundige reparaties kunnen tot aanzienlijke risico's voor
de gebruiker leiden. Wend u bij reparaties tot uw vakhandelaar of onze
service-afdeling.
23
Afvalverwerking
Informatie over het verpakkingsmateriaal
Alle gebruikte materialen zijn niet milieu-onvriendelijk! Ze kunnen zonder
gevaar bij het afval worden gezet en in een vuilverbrandingsinstallatie
worden verbrand.
Over de materialen: de kunststoffen kunnen ook worden hergebruikt en
hebben de volgende aanduidingen:
>PE< voor polyethyleen, bijv. de buitenste verpakking en de zakjes binnenin;
>PS< voor geschuimd polystyreen, bijv. de hoekbeschermers, volkomen cfkvrij.
Het karton is van oud papier gemaakt en wij adviseren u dit ook weer in een
container voor oud papier te deponeren.
Oud apparaat verwijderen
Om milieuredenen moeten koelapparaten op deskundige wijze worden
verwerkt. Dat geldt voor uw oude apparaat en ook voor uw nieuwe apparaat
als dat aan vervanging toe is.
Waarschuwing! Afgedankte apparaten onbruikbaar maken voordat u ze
wegdoet. Stekker uit het stopcontact trekken, aansluitsnoer afsnijden,
eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of onbruikbaar maken.
Daardoor voorkomt u, dat spelende kinderen elkaar of zichzelf in het
apparaat opsluiten (verstikkingsgevaar) of in andere levensgevaarlijke
situaties terechtkomen.
Aanwijzingen voor het weggooien:
- Het apparaat mag niet bij het huisvuil worden gezet.
- De koelmiddelkringloop, vooral de warmtewisselaar aan de achterkant van
het apparaat, mag niet beschadigd raken.
- Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen krijgt u bij de
gemeentelijke reinigingsdienst of het gemeentehuis.
Opstellen
Plaats van opstelling
Zet het apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte. Een optimale
plek voor diepvrieskasten is de kelder.
De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik. Daarom
moet het apparaat
- niet direct in de zon staan;
- niet naast een fornuis, kachel of andere warmtebronnen staan;
24
- alleen op een plaats staan waarvan de omgevingstemperatuur
overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is uitgevoerd.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje, dat zich links binnenin het
apparaat bevindt.
In onderstaande tabel ziet u, welke omgevingstemperatuur bij welke
klimaatklasse hoort.
Klimaatklasse
voor omgevingstemperatuur van
SN
+10 tot +32 °C
N
+16 tot +32 °C
ST
+18 tot +38 °C
T
+18 tot +43 °C
Als opstelling naast een warmtebron niet te vermijden is, moet aan de zijkant
van het apparaat de volgende minimale afstand worden aangehouden:
elektrisch fornuis 3 cm; olie- of kolenfornuis 30 cm. Anders is opstelling van
een warmte-isolerende plaat tussen fornuis en koelapparaat noodzakelijk.
Als het apparaat naast een ander koel- of vriesapparaat staat, moet aan de
zijkant een afstand van 5 cm worden aangehouden, opdat zich aan de
buitenkanten geen condenswater vormt.
Het apparaat heeft lucht nodig
De luchttoevoer vindt plaats
aan de voorzijde onder het
apparaat, de luchtafvoer langs
de achterkant naar boven.
Opdat de lucht kan circuleren,
mogen
deze
ventilatieopeningen
niet
worden
afgedekt of versperd.
Belangrijk! Als het apparaat
bijv. onder een bovenkast wordt
opgesteld, moet een afstand
van minimaal 10 cm tussen de
bovenkant van het apparaat en
het daarboven aangebrachte
meubel worden aangehouden.
afb. 1
Apparaat richten
Het apparaat moet waterpas en stabiel staan. Eventuele oneffenheden in
de vloer compenseren door iets geschikts onder de voeten te leggen.
25
Elektrische aansluiting
Voor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïnstalleerd
stopcontact met randaarde noodzakelijk. De elektrische zekering moet
minstens 10 Ampère bedragen.
Als het stopcontact na opstellen van het apparaat niet meer bereikbaar is,
moet in de elektrische installatie een inrichting worden aangebracht die het
mogelijk maakt om het apparaat van het net te scheiden (bijv. zekering,
hoofdschakelaar, aardlekschakelaar met een contactopening van min. 3 mm).
Controleer vóór in gebruik nemen op het typeplaatje van het apparaat of
spanning en stroomsoort overeenkomen met spanning en stroomsoort op
de plaats van opstelling.
Bijv.
AC
220...240 V
50 Hz of
220...240 V
50 Hz
(d.w.z. 220 tot 240 volt wisselspanning, 50 Hertz)
Het typeplaatje vindt u links binnenin het apparaat.
Deurscharnier omzetten
Het deurscharnier kan van rechts (leveringstoestand) naar links worden
omgezet, als plaats van opstelling of bedieningsgemak dat vereisen.
Waarschuwing! Bij het omzetten van het deurscharnier mag het apparaat
niet aan het stroomnet aangesloten zijn. Eerst de stekker uit het stopcontact
trekken.
afb. 2
afb. 3
Afdekking voor bovenste deurscharnier verwijderen en bovenste
deurscharnier losschroeven (afb. 2).
Deur voorzichtig openen en naar boven losnemen.
De twee afdekplaatjes links boven in de ommanteling voorzichtig met een
kleine schroevendraaier eruit lichten en in de vrije schroefgaten rechts
boven drukken.
26
Onderste deurscharnier losschroeven (afb. 3), naar links omzetten en
vastschroeven.
Deur op onderste deurscharnier zetten en sluiten.
Bovenste deurscharnier links boven in de deur zetten en aan de
ommanteling vastschroeven.
Afdekking voor bovenste deurscharnier aanbrengen.
Deurgreep losschroeven.
Afdekplaatjes in de deur rechts met een kleine schroevendraaier
voorzichtig eruit lichten en op de linker kant van de deur in de vrije
schroefgaten zetten.
Deurgreep op de rechter kant van de deur schroeven.
Vóór het in gebruik nemen
Het apparaat heeft zoals alle nieuwe apparaten een bepaald luchtje. Reinig
vóór het in gebruik nemen de binnenkant en alle accessoires (zie hoofdstuk
"Reiniging en onderhoud").
In gebruik nemen - temperatuur
instellen
De temperatuurregelaar (afb. 4) bevindt zich aan de rechter buitenzijde van
het apparaat
afb. 4
Stand STOP:
koeling uit, apparaat uitgeschakeld.
Stand NORMAL: aanbevolen instelling om diepvriesproducten te bewaren.
Stand SUPER:
aanbevolen instelling om verse levensmiddelen snel in te
vriezen (zie ook hoofdstuk "Invriezen").
Algemeen:
Draaien rechtsom zorgt voor een koudere temperatuur in
de vriesruimte. Draaien linksom zorgt voor een warmere
temperatuur in de vriesruimte,
Steek de stekker in het stopcontact.
27
Draai de temperatuurregelaar op stand NORMAL.
Tip: controleer de temperatuur in de vriesruimte met een in de handel
verkrijgbare thermometer; meetbereik ca. -30°C tot +30°C.
Aanwijzing:
De volgende factoren hebben invloed op de temperatuur in de vriesruimte:
- omgevingstemperatuur;
- hoeveelheid opgeslagen levensmiddelen;
- vaak of lang openen van de deur.
De optimale bewaartemperatuur bedraagt -18°C. Stel de temperatuur na
enkele uren eventueel nog bij.
Apparaat uitschakelen
Om het apparaat uit te schakelen de temperatuurregelaar op stand 0
draaien.
Als het apparaat voor langere tijd buiten bedrijf moet worden gesteld:
Apparaat uitschakelen en stekker uit het stopcontact trekken of zekering
in de huisinstallatie uitschakelen.
Binnenruimte grondig reinigen (zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").
Deur open laten staan om reukvorming te voorkomen.
Invriezen
Attentie!
- Let op het op het typeplaatje aangegeven invriesvermogen. Dat is de
maximale hoeveelheid verse levensmiddelen, die binnen 24 uur kan
worden ingevroren. Als u meerdere dagen achter elkaar verse
levensmiddelen invriest, neemt u slechts 2/3 tot 3/4 van de op het
typeplaatje aangegeven hoeveelheid.
- Eenmaal ontdooide levensmiddelen mogen zonder verdere verwerking
(koken of braden) in geen geval een tweede keer worden ingevroren.
Aanwijzing: Laat warme levensmiddelen afkoelen voordat u ze in de
vriesruimte legt. De warmte leidt anders tot extra ijsvorming en hoger
energieverbruik.
Als u gebruik wilt maken van het maximale invriesvermogen,
temperatuurregelaar 24 uur (bij kleinere hoeveelheden 4 tot 6 uur) van te
voren op stand SUPER draaien.
Bij kleine hoeveelheden van max. 1 kg hoeft u de temperatuurregelaar niet
op stand SUPER te draaien. De bewaartemperatuur in de vriesruimte moet
echter minstens -18°C bedragen.
Vóór het invriezen alle levensmiddelen luchtdicht verpakken, opdat ze niet
uitdrogen, niet hun smaak verliezen en geen smaakjes aan andere
diepvriespoducten kunnen afgeven.
28
Voorzichtig! Raak diepvriesproducten niet met natte handen aan. Uw
handen zouden eraan vast kunnen vriezen.
De in te vriezen verpakte levensmiddelen op het rooster in de vriesruimte
leggen. Let erop dat nog niet bevroren en reeds ingevroren levensmiddelen
van elkaar gescheiden blijven. De ingevroren producten kunnen anders
beginnen te ontdooien.
Ongeveer 24 uur nadat u de levensmiddelen in de vriesruimte hebt gelegd,
de temperatuurregelaar weer op stand NORMAL draaien.
Tips voor het invriezen
Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:
- diepvrieszakjes en -folie van polyethyleen;
- speciale diepvriesdoosjes;
- extra sterk aluminiumfolie.
Gebruik voor het afsluiten van zakjes en folie kunststof klemmetjes of
plakband. Strijk de lucht uit zakjes en folie, want lucht zorgt ervoor dat de
levensmiddelen uitdrogen.
Vorm zo mogelijk platte pakjes. Die bevriezen sneller.
Diepvriesdoosjes niet tot de bovenste rand met vloeistof vullen; vloeistof zet
tijdens het invriezen nog iets uit.
Aanwijzing voor testinstituten
Stapelschema's voor het bepalen van invriescapaciteit resp. opwarmtijd
kunnen direct bij de fabrikant worden aangevraagd.
Bewaren van diepvriesproducten
Attentie! Voordat u diepvriesproducten in de vriesruimte gaat leggen, moet
de vereiste bewaartemperatuur van -18°C bereikt zijn.
Alleen verpakte levensmidelen in de vriesruimte leggen, opdat ze niet
uitdrogen, niet hun smaak verliezen en geen smaakjes aan andere
diepvriespoducten kunnen afgeven. Let op de bewaartijd resp. de
houdbaarheidsdatum van diepvriesproducten.
Ontdooien
Tijdens het gebruik en bij het openen van de deur slaat vocht in de
binnenruimte als rijp neer, vooral aan de bovenkant. Verwijder deze rijp van
tijd tot tijd met de meegeleverde kunststof schraper. In geen geval metalen
voorwerpen gebruiken. Ontdooien moet u altijd als de rijplaag een dikte van
ca. 4 mm heeft bereikt; maar minstens één maal per jaar. Een geschikt tijdstip
om te ontdooien is als het apparaat leeg of bijna leeg is.
29
Waarschuwing!
- Gebruik m.u.v. de in deze gebruiksaanwijzing aanbevolen hulpmiddelen
geen elektrische verwarmingsapparaten of andere hulpmiddelen om het
ontdooiproces te bespoedigen.
- Gebruik geen ontdooisprays, die kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid
en/of kunststoffen.
Ca. 12 uur vóór het ontdooien de temperatuurregelaar op stand SUPER
draaien, om in de diepvriesproducten voldoende koudereserve voor de
bedrijfsonderbreking te scheppen.
Voorzichtig! Raak diepvriesproducten niet met natte handen aan. Uw
handen zouden eraan vast kunnen vriezen.
Diepvriesproducten uit de vriesruimte nemen, in verschillende lagen
krantenpapier inpakken en afgedekt op een koele plaats bewaren, bijv. in
de koelkast.
Apparaat uitschakelen en stekker uit het stopcontact trekken of zekering
in de huisinstallatie uitschakelen.
Deur open laten staan.
Tip: U kunt het ontdooiproces bespoedigen door een schaal of pan met heet
water in het apparaat te zetten en de deur te sluiten. Neem bovendien losse
stukken ijs vast uit het apparaat.
Ontdooien
Om het dooiwater op te vangen
deur openen en een bakje onder de
dooiwateruitloop zetten (afb. 5).
Na het ontdooien de vriesruimte en de
accessoires grondig reinigen (zie
hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").
afb. 5
Reiniging en onderhoud
Om hygiënische redenen moet de binnenkant van het apparaat, inclusief de
accessoires, regelmatig worden schoongemaakt.
Waarschuwing!
- Het apparaat moet vóór het reinigen beslist spanningloos worden
gemaakt. Kans op elektrische schok! Voordat u gaat reinigen apparaat
uitschakelen en stekker uit het stopcontact trekken of zekering in de
huisinstallatie uitschakelen.
30
- Uit
veiligheidsoverwegingen
het
apparaat
nooit
met
stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Er zou vocht in elektrische delen
terecht kunnen komen en hete stoom kan tot beschadiging aan kunststof
onderdelen leiden.
- Het apparaat moet goed droog zijn voordat u het weer in gebruik neemt.
Attentie!
- Bepaalde organische oplosmiddelen tasten evenals etherische oliën (bijv.
sap van citroen- of sinaasappelschillen, boterzuur) de kunststof
onderdelen aan.
- Gebruik geen schurende en geen azijnhoudende reinigingsmiddelen.
Binnenruimte en accessoires met een doekje en lauw water schoonmaken.
Eventueel wat handafwasmiddel toevoegen. Daarna met schoon water
afnemen en goed droog wrijven.
Maak ook één maal per jaar de condensor aan de achterkant van het
apparaat voorzichtig met een zachte borstel of met de stofzuiger schoon.
Stof op de condensor vermindert het koelvermogen en verhoogt het
energieverbruik.
Als alles goed droog is, het apparaat weer in gebruik nemen.
Tips voor het besparen van energie
Zet het apparaat niet in de buurt van een fornuis, kachel of andere
warmtebron. Bij hoge omgevingstemperaturen loopt de compressor vaker
en langer.
Zorg voor een goede ventilatie van het apparaat. Ventilatie-openingen
nooit afdekken.
Warme levensmiddelen eerst laten afkoelen voordat u ze in de vriesruimte
zet.
Deur niet langer dan nodig open laten.
De temperatuur niet kouder dan nodig instellen.
De condensor aan de achterkant van het apparaat altijd schoon houden.
Hulp bij storingen
Misschien gaat het bij een storing om een klein defect dat u m.b.v.
onderstaande aanwijzingen zelf kunt opheffen. Voer zelf geen verdere
werkzaamheden uit als onderstaande informatie u niet verder helpt.
Waarschuwing! Reparaties aan het apparaat mogen alleen door vakmensen
worden uitgevoerd. Onvakkundige reparaties kunnen tot aanzienlijke risico's
voor de gebruiker leiden. Wend u bij reparaties tot uw vakhandelaar of onze
service-afdeling.
31
Storing
Apparaat werkt niet.
De temperatuur in de
vriesruimte is niet laag
genoeg
Sterke rijpvorming in het
apparaat, evt. ook aan de
deurafdichting
Na wijziging van de
temperatuurinstelling
begint de compressor
niet direct
Mogelijke oorzaak/oplossing
- Temperatuurregelaar staat op stand 0 (zie
hoofdstuk "In gebruik nemen - temperatuur
instellen").
- Stekker zit niet of niet goed in het stopcontact.
- Zekering in de huisinstallatie is niet in orde.
- Stopcontact is defect. Storingen aan het
stroomnet kan uw elektro-installateur
verhelpen.
- De temperatuur is niet goed ingesteld (zie
hoofdstuk "In gebruik nemen - temperatuur
instellen").
- De deur is lange tijd open geweest of u hebt in
de afgelopen 24 uur grote hoeveelheden
warme levensmiddelen in de vriesruimte
gelegd.
- De ventilatie-opening onder het apparaat is
afgedekt/versperd, resp. de lucht aan de
achterkant van het apparaat kan niet naar
boven wegtrekken. Ventilatie-opening onder
het apparaat resp. luchtafvoer naar boven niet
afdekken/versperren.
- Het apparaat staat naast een warmtebron (zie
hoofdstuk "Plaats van opstelling").
- Deurafdichting is ondicht (evt. na omzetten van
het deurscharnier). Oplossing: de ondichte
plekken voorzichtig met een föhn verwarmen
(niet warmer dan ca. 50°C). Tegelijkertijd de
verwarmde deurafdichting met de hand zo in
vorm trekken dat hij weer goed aansluit.
- Dat is normaal, er is geen sprake van een
storing. De compressor begint na enige tijd
weer.
Klantenservice
Als u in geval van storing geen aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing
vindt, neemt u contact op met uw vakhandelaar of onze service-afdeling.
Om onnodige vertraging te voorkomen, gelieve u onderstaande gegevens van
het apparaat op te geven:
modelaanduiding.............................................................................
E-nr.......................................................................................................
F-nr.......................................................................................................
32
Deze nummers vindt u op het typeplaatje links binnenin het apparaat. Om
deze gegevens snel bij de hand te hebben, kunt u ze het beste hierboven
noteren.
Aanwijzing: Monteursbezoek als gevolg van bedieningsfouten of onjuist
gebruik geschiedt ook tijdens de garantietermijn niet kosteloos.
AEG fabrieksservice
Postbus 120
2400 AC Alphen aan den Rijn
Consumentenbelangen
tel.
0172-468 172
(voor algemene, product- of
fax
0172-468 470
gebruiksinformatie)
Storingen/reparaties
tel.
0172-468 300
(voor bezoek servicetechnicus)
fax
0172-468 255
Onderdelenverkoop
tel.
0172-468 400
fax
0172-468 376
www.aeg-huishoudelijk.nl
Garantievoorwaarden
Onze producten worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd.
Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze servicedienst zal
dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de garantietermijn. De levensduur
van het product wordt daardoor niet negatief beïnvloed.
Onderstaande garantievoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het
Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet.
Ook de garantieverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijven
onaangetast.
Voor dit product verlenen wij garantie volgens onderstaande voorwaarden:
1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15
gebreken aan het product die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de
datum van levering aan de eindgebruiker. In geval van professioneel of daarmee
gelijk te stellen gebruik is de garantie beperkt tot 12 maanden. Voor
tweedehands producten geldt eveneens een termijn van 12 maanden.
2. De garantieprestatie houdt in dat het product kosteloos wordt teruggebracht in
de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden
hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigendom.
3. Het gebrek moet terstond gemeld worden om mogelijke verdere schade te
voorkomen. De garantieaanspraak vervalt indien het gebrek niet binnen twee
maanden na vaststelling is gemeld.
4. Voor een beroep op garantie dient het aankoopbewijs met aankoop- en/of
leveringsdatum te worden overlegd. Bij ontbreken daarvan dient ander
overtuigend bewijs te worden overlegd.
33
5. De garantie heeft geen betrekking op schade aan kwetsbare onderdelen, zoals
(vitrokeramisch) glas, kunststof, rubber, die ontstaan is door onzorgvuldig
gebruik
6. De garantie heeft geen betrekking op kleine afwijkingen van de gestelde
kwaliteit die voor de waarde en deugdelijkheid van het product onbeduidend
zijn.
7. De garantie geldt evenmin voor schade veroorzaakt door:
a. chemische en elektrochemische inwerking van water,
b. abnormale milieuomstandigheden in het algemeen
c. voor het product oneigenlijke bedrijfsomstandigheden
d. contact met agressieve stoffen.
8. De garantie heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten
onze verantwoordelijkheid is ontstaan, niet-vakkundige installatie of montage,
verkeerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het niet in acht nemen van de
gebruiks- of montageaanwijzingen.
9. Het recht op garantie vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door
herstelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of
wanneer het product voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet
origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken.
10. Producten die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden
overhandigd aan of gezonden naar onze servicedienst. Herstelling ter plaatse
kan slechts worden gevraagd voor grote of ingebouwde producten.
11. Indien het product zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of
geplaatst dat de benodigde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan 30
minuten bedraagt, worden de hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruiker
in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komt
ten laste van de gebruiker.
12. Indien binnen de garantieperiode de herstelling van hetzelfde defect
herhaaldelijk mislukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in
overleg met de gebruiker een gelijkwaardige vervanging geleverd. In geval van
vervanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar
rato van de verstreken gebruiksperiode.
13. Herstelling onder garantie heeft geen verlenging van de garantietermijn noch
aanvang van een nieuwe garantietermijn tot gevolg.
14. Op herstellingen geven wij een garantie van 12 maanden, uitsluitend op
hetzelfde gebrek.
15. Verdere of andere aanspraken, in het bijzonder vergoeding van schade ontstaan
buiten het product, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet
wettelijk is vastgelegd.
16. In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van het
product niet overtreffen, tenzij wettelijk anders is bepaald.
34
Deze garantievoorwaarden gelden voor in Nederland gekochte en/of in gebruik
zijnde producten. Indien een product naar het buitenland wordt gebracht dient de
gebruiker na te gaan of het product voldoet aan de technische voorwaarden ( o.a.
spanning, frequentie, installatievoorschriften, gassoort, klimaatomstandigheden) in
het betreffende land. Voor in het buitenland aangeschafte producten dient de
gebruiker zich te vergewissen van de bepalingen in Nederland. Noodzakelijke of
gewenste aanpassingen vallen niet onder de garantie, en kunnen niet altijd worden
aangebracht.
Ook na afloop van de garantietermijn staat onze servicedienst u ter beschikking.
Adres Servicedienst:
Electrolux Service
Vennootsweg 1
2404 CG ALPHEN AAN DEN RIJN
Bedrijfsgeluiden
De volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten:
Klikken
Altijd als de compressor in- of uitschakelt, is een klikken te horen.
Zoemen
Zodra de compressor werkt, kunt u hem horen zoemen.
Borrelen/klotsen
Als koelmiddel in dunne buizen stroomt, kunt u een borrelend resp. klotsend
geluid horen. Ook na het uitschakelen van de compressor is dit geluid nog
korte tijd hoorbaar.
Bepalingen, normen, richtlijnen
Dit apparaat is bedoeld voor het huishouden en is met inachtneming van de
voor deze apparaten geldende normen gefabriceerd.
Bij de fabrikage zijn in het bijzonder die maatregelen getroffen die worden
vereist volgens de Duitse wet op de veiligheid van apparaten (GSG), de Duitse
voorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties (VBG 20)
en de bepalingen van de vereniging van Duitse elektrotechnici (VDE). De
koudekringloop is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:
- 73/23/EG van 19.02.1973 - laagspanningsrichtlijn
- 89/336/EG van 03.05.1989
(incl. wijzigingsrichtlijn 92/31/EG - EMC-richtlijn
35
Vaktermen
Koelmiddel
Vloeistoffen die voor het produceren van koude kunnen worden gebruikt,
noemt men koelmiddelen. Ze hebben een relatief laag kookpunt, zo laag dat
de warmte van de in het koelapparaat opgeslagen levensmiddelen het
koelmiddel tot koken resp. verdampen kan brengen.
Koelmiddelkringloop
Gesloten kringloopsysteem waarin zich het koelmiddel bevindt. De
koelmiddelkringloop bestaat in hoofdzaak uit verdamper, compressor,
condensor en buizen.
Verdamper
In de verdamper verdampt het koelmiddel. Zoals alle vloeistoffen heeft
koelmiddel om te verdampen warmte nodig. Deze warmte wordt onttrokken
aan de binnenruimte van het apparaat, die daardoor afkoelt. Daarom is de
verdamper in de binnenruimte aangebracht.
Compressor
De compressor ziet eruit als een tonnetje. Hij wordt door een ingebouwde
elektromotor aangedreven en is achter in de sokkel van het apparaat
ondergebracht. Taak van de compressor is het om dampvormig koelmiddel uit
de verdamper te halen, samen te persen en naar de condensor verder te
leiden.
Condensor
De condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de condensor wordt
het door de compressor samengeperste koelmiddel gecondenseerd. Daarbij
komt warmte vrij die via de oppervlakte van de condensor aan de
omgevingslucht wordt afgegeven. De condensor is daarom buiten
aangebracht, meestal aan de achterkant van het apparaat.
36
37
38
39
© Copyright by AEG
Technische Änderungen vorbehalten
1315156 –01- 0101
2002. 05. 23.
http://www.aeg.hausgeraete.de
Printed by Xerox Hungary Ltd.
AEG Hausgeräte GmbH
Postfach 1036
D-90327 Nürnberg
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement