AEG ÖKOARCTIS1063-7GS User manual

AEG ÖKOARCTIS1063-7GS User manual

ARCTIS

Elektronische diepvrieskast tafelmodel

Tisch-Gefrierschrank electronic

Congélateur automatique table top électronique

Gebruiksaanwijzing

Gebrauchsanweisung

Mode d’emploi

Geachte klant,

Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieuwe koelapparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatie over een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud van het apparaat.

De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren om later nog eens iets na te kunnen lezen. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorgeven. Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbare modellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwijzingen letten die op uw apparaat betrekking hebben.

Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden

(Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!)

wordt de aandacht gevestigd op aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juist functioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.

Dit symbool leidt uw stap voor stap door de bediening van het apparaat.

Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het praktisch gebruik van het apparaat.

Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economisch en milieuvriendelijk gebruik van het apparaat aangegeven.

Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding aanwijzingen om deze zelf op te lossen, zie Hoofdstuk "Wat te doen als...". Als deze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat onze klantendienst u te allen tijde ter beschikking.

2

Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papier wie ecologisch denkt, handelt ook zo ...

Inhoud

Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4

Weggooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6

Informatie over de verpakking van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6

Weggooien van oude apparaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6

Transportbescherming verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6

Opstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7

Opstelplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7

Uw diepvriezer heeft lucht nodig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7

Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8

Overzetten van het deurscharnier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9

Voor ingebruikname . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

Beschrijring van het apparat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

Bedienings- en controle-inrichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11

Toetsen voor temperatuurinstelling. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11

Temperatuurindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12

FROSTMATIC-toets . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12

Ingebruikname . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12

Koude-accu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

Temperatuur instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

FROSTMATIC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

13

Controle- en informatiesysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14

Temperatuurwaarschuwing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14

Functiestoringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14

Invriezen en diepgevroren bewaren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14

Symbolen bewaarde producten/Diepvrieskalender . . . . . . . . . . . . . . . . . 16

Het maken van ijsblokjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17

Ontdoonien en reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17

Magnetische deursluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

Apparaat uitzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

Als u gaat verhuizen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

Tips om energie te besparen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20

Wat te doen als ... . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20

Hulp bij storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20

Klantenservice . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22

Geluiden tijdens de werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22

Doel, normen, richtlijnen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22

Vaktermen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

3

4

Veiligheid

De veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de Europese en

Nederlandse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt u met de volgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:

Reglementaire toepassing

• Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschikt voor het invriezen en diepgevroren bewaren van levensmiddelen en voor het maken van ijs. Als het apparaat voor andere doeleinden gebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemen voor eventuele schaden.

• Het ombouwen van of veranderingen aan het diepvrieskast aanbrengen is uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.

• Als het apparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor het diepgevroren bewaren en invriezen van levensmiddelen gebruikt wordt, s.v.p. letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepalingen.

Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt

• Controleer het diepvriesapparaat op transportschaden. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten! Wend u in geval van schade tot de leverancier.

Koelmiddelen

Het apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof Isobutan

(R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel brandbaar is.

• Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden.

• Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:

– open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;

– het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.

Veiligheid van kinderen

• Verpakkingsdelen (bijv. folieën, piepschuim) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal van kinderen weghouden!

• Oude apparaten voor het weggooien onbruikbaar maken. Stekker uit het stopcontact trekken, stroomkabel doorknippen, eventueel aanwezige snap– of grendelsloten verwijderen of kapotmaken.

Daardoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten raken (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terecht komen.

• Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijke apparaten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor de nodige

toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen.

Bij dagelijks gebruik

• Containers met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen containers met brandbare stoffen zoals bijv. spraybussen, aanstekers, navullingen van aanstekers etc. in het vriesapparaat.

• Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte. Ze kunnen springen als de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de vriesruimte. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcohol percentage kan in de vriesruimte gelegd worden.

• Consumptieïjs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in de mond steken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken.

• Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen.

• Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsmachines, mixers etc.) in het vriesapparaat gebruiken.

• Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitzetten en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.

• Door boven op het apparaat bevroren producten te leggen kan zich door de kou in de holle ruimte van het bovenblad condenswater vormen. In deze holle ruimte zitten electronisch onderdelen. Als er condenswater op deze onderdelen druppelt, kan kortsluiting het apparaat beschadigen. Leg daarom geen bevroren producten boven op het apparaat.

• De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken, nooit aan het snoer.

• Overtuig u er van dat het apparaat niet op het aansluitsnoer staat.

Belangrijk:

Als het aansluitsnoer beschadigd raakt, moet het snoer, eventueel met stekers, vervangen worden; deze onderdelen zijn verkrijgbaar bij onze service-afdeling.

Bij storing

• Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaanwijzing kijken onder “Wat te doen als ...”. Als de daar gegeven aanwijzingen niet verder helpen zelf niet verder aan het apparaat werken.

• Koelapparaten mogen alleen door geschoold personeel gerepareerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Wend u zich bij reparaties tot uw vakhandel of tot onze service-afdeling.

5

6

Weggooien

Informatie over de verpakking van het apparaat

Alle gebruikte grondstoffen zijn milieuvriendelijk! Ze kunnen zonder gevaar weggegooid of in de vuilverbrandingsoven verbrand worden!

De grondstoffen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt worden en worden als volgt gekarakteriseerd:

>PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken binnen in.

>PS< voor schuimpolystyrol, bijv. bij de bekledingsdelen, in principe

CFK-vrij.

De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en kunnen ook weer bij het oudpapier gedaan worden.

Weggooien van oude apparaten

Wegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te worden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan vervanging toe is - ook voor uw nieuwe apparaat.

Waarschuwing!

Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden. Stekker er afhalen, netsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken.

Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.

Aanwijzingen voor het weggooien:

• Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.

• Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de achterkant, mag niet beschadigd worden.

• Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen zijn te verkrijgen bij de plaatselijke reinigingsdienst of op het gemeentehuis.

Transportbescherming verwijderen

Het apparaat alsmede de onderdelen van het interieur zijn voor het transport beschermd.

Plakband links en rechts aan de buitenkant van de deur er af trekken.

Eventuele plakbandresten kunnen met schoonmaak- of wasbenzine verwijderd worden.

Alle plakband alsmede bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.

Opstellen

Opstelplaats

Het apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.

De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik.

Het apparaat daarom

– niet aan directe straling van de zon blootstellen;

– niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaatsen;

– alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is ontworpen.

De klimaatklasses staan op het typeplaatje dat zich links aan de binnenkant van het apparaat bevindt.

De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke klimaatklasse behoort:

Klimaatklasse voor een omgevingstemperatuur van

SN

N

ST

T

+10 tot +32 °C

+16 tot +32 °C

+18 tot +38 °C

+18 tot +43 °C

Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaatsen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:

– tot elektrische kachels 3 cm;

– tot olie- en kolenkachels 30 cm.

Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isolerende plaat tussen kachel en koelapparaat aan te bevelen.

Als het koelapparaat naast een ander koel- of diepvriesapparaat staat, is een afstand van 5 cm aan weerszijden aan te bevelen, zodat zich geen condens vormt aan de buitenkant van de apparaten.

Uw diepvriezer heeft lucht nodig

Het koelaggregaat behoeft geen onderhoud. Wat echter nooit mag ontbreken is een goede ventilatie.

De luchttoevoer geschiedt onder de deur, door de ventilatiesleuf tussen apparaat en vloer. De luchtafvoer vindt plaats via het bovenste ventilatierooster. Let u erop, dat deze openingen niet door sokkelpanelen en dergelijke worden afgedekt.

7

8

Elektrische aansluiting

Voor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïnstalleerde contactdoos met randaarde vereist.

De contactdoos moet zodanig worden geïnstalleerd, dat de stekker altijd uit de contactdoos kan worden getrokken.

De elektrische zekering dient minsten 10 Ampère te zijn. Indien het stopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijk is, dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dat het apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering, beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm).

Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controleren of de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden van het lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.

Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of

220 ... 240 V ~50 Hz

(d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 Hertz)

Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.

Overzetten van het deurscharnier

Apparaat schuin naar achteren kantelen.

Het deurscharnier kan van rechts (stand waarin het wordt afgeleverd) naar links overgezet worden als dat voor de opstelplaats nodig is.

Waarschuwing!

Bij het overzetten van het deurscharnier mag het apparaat niet op het lichtnet aangesloten zijn. Van te voren de stekker uit het stopcontact halen.

Deurscharnierschroeven (K) uitdraaien en deurscharnier (1) naar beneden uit de scharnierbus nemen.

Deur iets openen en naar beneden uitnemen.

K

1

AEG97

Bovenste scharnierstift (A) uitdraaien en op de tegenoverliggende zijde weer monteren.

Deur in de bovenste scharnierstift (A) zetten en deur sluiten.

Scharnierstift van het deurscharnier

(1) in de linker scharnierbus van de deur zetten en deurscharnier met de schroeven (K) goed vastdraaien.

AEG98

Deurgreep op de tegenoverliggende zijde monteren. Schroefgaten met plugjes afsluiten.

A

12

9

Voor ingebruikname

Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voor het eerste gebruik (zie Hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”).

(niet bij alle modellen)

De koude–acccu uit het apparaat nemen.

De koude–accu pas na het bereiken van de optimale bewaartemperatuur van –18°C in de bovenste lade leggen en laten bevriezen.

Ontdooide koude–accu’s op dezelfde wijze weer invriezen, bijv. na het schoonmaken van het apparaat.

Beschrijving van het apparaat

EIN/AUS

WÄRMER C

-16-18 -20 -22 -24

KÄLTER FROSTMATIC

EIN

WARNUNG

AUS

= Lade (voor bewaren en invriezen)

= Lade (alleen voor bewaren)

= Lade (alleen voor bewaren)

= Lade (alleen voor bewaren)

= Bedieningspaneel

10

De stabiele laden kunnen niet kiepen en zijn voorzien van een eindstop.

Daardoor kunt u diepvriesproducten makkelijk en veilig rangschikken en uitnemen.

Voor het uitnemen van de lade deze tot de eindstop naar buiten trekken, optillen en naar voren uitnemen.

Bedienings- en controle-inrichting

1

+

°

C

3

-

5

7

-16-18 -20 -22 -24

2 4 6 8

1. Netspanninglampje (groen)

2. AAN/UIT-toets

3. Toetsen voor temperatuurinstelling

4. Temperatuurindicatie

5. Lampje voor ingeschakelde Frostmatic-functie (geel)

6. FROSTMATIC-toets, voor snel invriezen in de vriesruimte

7. Alarmlampje (rood)

8. Toets ALARM UIT (zie paragraaf “Controle- en Informatiesysteem”)

Toetsen voor temperatuurinstelling

+

°

C

-

De temperatuurinstelling wordt geregeld met behulp van de toetsen “+” en “-”.

+

8

+

6

+

5

+

4

+

2

De toetsen zijn verbonden met de lampjes van de temperatuurindicatie.

• Bij druk op een van beide toetsen “+” of “-” wordt de temperatuur indicatie van de IST-temperatuur (een lampje brandt) omgeschakeld naar de SOLL-temperatuur (een lampje knippert).

• Elke keer als er opnieuw op een van beide toetsen wordt gedrukt, wordt de SOLL-temp steeds een indicatievakje verder gezet.

• Als geen enkele toets ingedrukt wordt, dan schakelt het lampje van de temperatuurindicatie na korte tijd (ongeveer 5 seconden) automatisch terug naar de IST-temperatuur.

SOLL-temperatuur:

De temperatuur die in de koelruimte bereikt moet worden, kan ingesteld worden met behulp van de temperatuurindicatie (lampjes). De

SOLL-temperatuur wordt knipperend aangeduid.

IST-temperatuur:

De temperatuurindicatie (lampje) geeft de temperatuur aan die nu in de koelruimte heerst. De IST-temperatuur wordt aangeduid door het continu branden van een lampje.

11

12

Temperatuurindicatie (lampjes)

°

C

+

8

+

6

+

5

+

4

+

2

De temperatuurindicatie geeft u de volgende informatie:

• Bij normale werking wordt de temperatuur aangeduid die op dit ogenblik in de koelruimte heerst (IST-temperatuur), het overeenkomstige lampje brandt.

• Als de temperatuur in de koelruimte hoger is dan het bereik van de temperatuurindicatie, zijn alle lampjes voor temperatuurindicatie uit.

• Tijdens de temperatuurinstelling wordt de, op dat moment ingestelde temperatuur knipperend aangegeven (SOLL-temperatuur).

FROSTMATIC-toets

Met het drukken op de toets “

” schakelt u de

Frostmatic-functie in. Het gele lampje gaat branden.

Deze functie versnelt het invriezen van verse levensmiddelen en zorgt er tegelijkertijd voor dat de temperatuur van de opgeslagen producten niet te hoog wordt.

Door opnieuw op de toets “

” te drukken, kunt u de functie altijd handmatig beëindigen. Het gele lampje gaat uit. Wanneer de

Frostmatic-functie niet handmatig uitgeschakeld wordt, dan schakelt het apparaat zelf deze functie na 48 uur uit. Het gele lampje gaat uit.

Ingebruikname

De stekker in het stopcontact doen.

Op de “ ” toets drukken. Het groene netspanninglampje brandt. Het rode alarmlampje laat u knipperend weten, dat de gewenste opslagtemperatuur nog niet bereikt is.

In de fabriek is de temperatuur ingesteld op -18°C.

Wacht met het opslaan van diepvriesproducten totdat in de vriesruimte een temperatuur van -18°C bereikt is en dus het rode alarmlampje niet meer brandt.

Koude-accu

In één van de laden van de vriesruimte bevindt zich een koude-accu.

Voor het invriezen van de koude-accu s.v.p. Hoofdstuk “Voor ingebruikname” lezen.

Als de stroom uitvalt of bij een storing aan het apparaat verlengt de koude-accu de tijd tot de diepvriesartikelen te warm worden met meerdere uren.

De koude-accu kan dit echter alleen optimaal doen als hij in de bovenste lade vooraan boven op de diepvriesartikelen gelegd wordt.

De koude-accu kan tijdelijk ook als koelelement voor koeltassen gebruikt worden.

Temperatuur instellen

Op de toets “+” of de toets “-” drukken.

De temperatuurindicatie schakelt om en duidt knipperend de, op dat moment ingestelde SOLL-temperatuur aan.

Voor het kiezen van hogere temperaturen op de toets “+” drukken.

Voor het instellen van lagere temperaturen op de toets “-” drukken. De temperatuurindicatie geeft onmiddellijk de gewijzigde instelling aan.

Bij elke druk op een toets wijzigt de temperatuur een vakje.

Opmerking:

In de voedingswetenschap wordt een opslagtemperatuur van -18°C als voldoende koud beschouwd.

Wanneer, na het instellen van de temperatuur de toets niet weer ingedrukt wordt, dan schakelt de temperatuurindicatie na korte tijd (ongeveer 5 seconden) om en toont opnieuw de, op dat moment in de vriesruimte heersende, IST-temperatuur aan. Het lampje gaat van knipperen naar constant branden over.

FROSTMATIC

De FROSTMATIC-functie maakt het mogelijk verse producten snel in te vriezen en beschermt tegelijkertijd de reeds opgeslagen levensmiddelen voor ongewenste temperatuurstijging van de vriesruimte.

Voor het inschakelen van de FROSTMATIC-functie drukt u op de toets “

”.

Het gele lampje naast de toets brandt terwijl de functie ingeschakeld is.

Het apparaat schakelt de Frostmatic-functie automatisch na 48 uur uit.

U kunt de snelvriesfunctie altijd zelf beëindigen door opnieuw op de toets “

” te drukken.

13

Controle- en informatiesysteem

Het controle- en informatiesysteem bestaat uit de temperatuurindicatie, een optisch alarm en een akoestisch alarm.

Het systeem waarschuwt:

- wanneer de temperatuur in de vriesruimte te hoog wordt

- bij functiestoringen aan het apparaat.

Temperatuurwaarschuwing

Het rode alarmlampje knippert en er klinkt een geluidssignaal zodra de temperatuur in de vriesruimte meer dan 4°C boven het bereik van de temperatuurindicatie uitkomt.

Een dergelijke temperatuur stijging kan veroorzaakt worden door:

- vaak of langdurig openen van de deur

- introduceren van grote hoeveelheden warme levensmiddelen

- te hoge omgevingstemperatuur

- storing aan het apparaat

Met de toets ALARM UIT kunt u het geluidssignaal uitschakelen.

Alarmlampje en geluidssignaal worden automatisch uitgeschakeld zodra de IST-temperatuur in de vriesruimte weer daalt en binnen de waarden van de temperatuurindicatie komt.

Opmerking:

Het geluidssignaal wordt onderbroken:

- na het inschakelen van het apparaat zodra de ingestelde SOLL-temperatuur bereikt wordt.

- als de FROSTMATIC-toets ingedrukt is.

Functiestoringen

Als het apparaat een storing ontdekt die verhindert dat de IST-temperatuur behouden wordt, dan knipperen alle lampjes van de temperatuurindicatie. Het apparaat schakelt over op een noodprogramma totdat de servicedienst de storing verholpen heeft.

14

Invriezen en diepgevroren bewaren

In uw diepvrieskast kunt u diepvriesprodukten bewaren en verse levensmiddelen zelf invriezen.

Attentie!

• Voor het invriezen van levensmiddelen dient de temperatuur in de vriesruimte –18 °C of lager te zijn.

• Let op het op het typeplaatje aangegeven invriesvermogen. Het invriesvermogen is de maximale hoeveelheid verse waren die binnen

24 uur ingevroren kan worden. Als er gedurende meerdere dagen

☞ achter elkaar ingevroren wordt, neem dan slechts 2/3 tot 3/4 van de hoe-veelheid aangegeven op het typeplaatje. De kwaliteit is beter, als de levensmiddelen snel tot in de kern bevriezen.

• Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmte leidt tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.

• Bij het bewaren van kant-en-klare diepvriesproducten dient u zich beslist aan de door de fabrikant opgegeven bewaartijd te houden.

• Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking

(bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer invriezen.

• Containers met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen containers met brandbare stoffen zoals bijv. spraybussen, aanstekers, navullingen van aanstekers etc. in het vriesapparaat.

• Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte. Ze kunnen springen als de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de vriesruimte. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcohol percentage kan in de vriesruimte gelegd worden.

Om het maximale invriesvermogen te benutten, dient u 24 uur voor het invriezen de FROSTMATIC-toets in te drukken. Het gele lampje brandt.

Voor het invriezen van hoeveelheden tot 3 kg hoeft u de FROSTMATICfunctie niet in te schakelen.

Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op andere diepvriesproducten overgebracht wordt.

Voorzichtig!

Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. De handen kunnen daaraan vast vriezen.

Het apparaat schakelt de FROSTMATIC-functie na 48 uur automatisch uit. Het gele lampje gaat uit. U kunt de FROSTMATIC-functie ook handmatig beëindigen door opnieuw op de Frostmatic-toets te drukken.

De verpakte levensmiddelen in de laden leggen. De in te vriezen levensmiddelen in de bovenste lade (1) van het apparaat plaatsen.

Niet-bevroren artikelen mogen niet in aanraking komen met reeds bevroren waren omdat anders de bevroren artikelen kunnen ontdooien.

De laden (2), (3) en (4) dienen alleen voor het bewaren van diepvriesprodukten gebruikt te worden.

U kunt de 2 middelste laden (2), (3) verwijderen, zo heeft u de gehele netto inhoud van de vriezer ter beschikking.

15

16

Diepvriesartikelen het liefst naar soort apart in de laden leggen.

Nadat de vereiste opslagtemperatuur bereikt is opnieuw op de snelvriesschakelaar drukken. Het gele lampje gaat uit.

Tips:

• Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:

– diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;

– speciale diepvriesdozen;

– aluminiumfolie, extra sterk.

• Voor het sluiten van zakken en folies zijn geschikt: plastic klemmen, elastiekjes of plakband.

• Voor het sluiten de lucht uit de zakjes en folies strijken omdat lucht het uitdrogen van bevroren artikelen bevordert.

• Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.

• Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibare diepvriesproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet.

Aanwijzing voor keuringsinstanties:

Stapelschema’s ter vaststelling van de diepvriesprestatie resp. opwarmtijd kunnen direct bij de fabrikant aangevraagd worden.

Symbolen bewaarde producten/Diepvrieskalender

• De symbolen op de laden geven de diverse soorten diepvriesproducten aan.

• De getallen geven voor iedere soort diepvriesproduct de bewaartijd in maanden aan. Of de hoogste of de laagste waarde van de aangegeven bewaartijd geldt, hangt af van de kwaliteit van de levensmiddelen en de behandeling voorafgaand aan het invriezen. Voor levensmiddelen met een hoog vetgehalte geldt altijd de laagste waarde.

Het maken van ijsblokjes

IJsbakje voor 3/4 met koud water vullen, in de diepvrieskast plaatsen en laten bevriezen.

Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje omdraaien of kort onder stromend water houden.

Attentie!

Een eventueel vastgevroren ijsbakje in geen geval met spitse of scherpe voorwerpen losmaken. Gebruik de bijgevoegde ijsschraper.

Ontdooien en reinigen

Als het apparaat aanstaat en als de deur geopend wordt, slaat vocht in het interieur, in het bijzonder op de verdamper, als rijp neer. Deze rijp van tijd tot tijd met de bijgevoegde plastic schraper verwijderen. In geen geval hiervoor harde of spitse voorwerpen gebruiken.

Het apparaat dient in ieder geval ontdooid te worden als de rijplaag ca. 4 mm dik is: echter minimaal eenmaal per jaar. Een geschikt moment voor het ontdooien is als het apparaat leeg is of als er nog maar weinig artikelen in liggen.

Elke temperatuurstijging vermindert de houdbaarheid van de diepvriesrodukten.

Schakel daarom ca. 12 uur van te voren het apparaat op FROSTMATIC, om een koudereserve in de diepvriesproducten te scheppen.

Waarschuwing!

• Geen elektrische verwarmingsapparaten en andere mechanische of kunstmatige hulpmiddelen gebruiken om het ontdooien te versnellen.

• Geen ontdooisprays gebruiken, deze kunnen gevaarlijk voor de gezondheid zijn en/of stoffen bevatten die kunststof aantasten.

Voorzichtig!

Niet met natte handen aan bevroren artikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen.

Bevroren artikelen er uitnemen, in meerdere lagen krantenpapier wikkelen en op een koele plaats leggen.

Apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.

17

18

Alle laden-, er uit halen. Gebruik de kunststof schraper als verlenggootje en plaats daar een opvangschaal onder. Het laatje uittrekken en de ijsschraper plaatsen als verlenggootje voor de opvang van het dooiwater.

Na het ontdooien de vriesruimte plus het interieur grondig schoonmaken.

Waarschuwing!

• Het apparaat mag tijden het schoonmaken niet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Zet voor het schoonmaken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering uit.

• Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Er kan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schokken! Hete damp kan kunstof onderdelen beschadigen.

• Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik genomen wordt.

Let op!

• Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof onderdelen aantasten, bijv.

– sap van citroen– of sinaasappelschillen;

– boterzuur;

– schoonmaakmiddelen die azijnzuren bevatten.

Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonderdelen.

• Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.

Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken.

Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.

Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.

Als alles droog is, FROSTMATIC-functie inschakelen. Laat de vriezer tenminste 2 uur leeg vriezen. Daarna de levensmiddelen terug in de vriezer plaatsen en het apparaat weer in bedrijf nemen.

Magnetische deursluiting

Als de deur van de ingeschakelde diepvrieskast wordt gesloten, kan hij alleen met veel kracht dadelijk weer geopend worden, omdat er eerst een vacuüm ontstaat dat de deur gesloten houdt, tot de druk gecompenseerd is. Na enkele minuten kan de deur weer zonder moeite geopend worden.

Apparaat uitzetten

Ter bescherming van de gekoelde en de ingevroren producten is het apparaat uitgerust met een veiligheid die onopzettelijk uitschakelen van de machine voorkomt.

Om het apparaat uit te schakelen, dient u de “ ” toets ongeveer 1 seconde ingedrukt te houden. De verlichting van de temperatuurindicatie gaat uit.

Als het apparaat langere tijd buiten werking gesteld wordt, moet u:

de machine uitschakelen door ongeveer 1 seconde lang op de “ ” toets te drukken totdat het lampje van de netspanning uitgaat.

De stekker uit het stopcontact halen of de zekering losdraaien of verwijderen

De vriesruimte ontdooien en goed schoonmaken (zie paragraaf

“Schoonmaak en onderhoud”)

De deur op een kiertje laten staan om het ontstaan van nare luchtjes te voorkomen.

Als u gaat verhuizen

Als uw diepvrieskast niet volledig beladen is, verplaatst u alle diepvries-producten compact naar één lade (1).

24 uur voordat de verhuiswagen vertrekt, schakelt u de FROSTMATICfunctie in, zodat een koudereserve in de diepvriesproducten ontstaat.

Zorg ervoor dat de deur van de diepvrieskast tijdens het vervoer niet open kan gaan. Zet het apparaat als laatste in de verhuiswagen, zodat het als eerste weer uitgeladen en aan het stroomnet aangesloten kan worden.

19

Tips om energie te besparen

• Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen of andere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstempera-tuur werkt de compressor vaker en langer.

• Zorgen voor voldoende be- en ontluchting aan de onderkant van het apparaat. Ventilatieopeningen nooit afdekken.

• Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen.

• Deur slechts zo lang open laten als nodig is.

• De temperatuur niet lager dan nodig instellen.

• Controleer de bewaartemperatuur met behulp van de thermometer.

• Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelkast leggen. De koude in de diepvriesartikelen wordt zo voor koeling van de koelkast gebruikt.

• Houd de warmte afgevende verdamper, het metalen rooster aan de achterzijde van het apparaat, schoon.

20

Wat te doen als ...

Hulp bij storingen

Onderdelen:

Kleine reparaties kunt u zelf uitvoeren. Onderdelen kunt u bij de afdeling klantenservice verkrijgen. Er is geen bijzondere handigheid vereist om onderdelen zelf te vervangen, bijv.:

– laden,

– deurgreep

Het kan bij een storing om kleine defecten gaan die u zelf aan de hand van de volgende aanwijzingen kunt oplossen.

Voordat u contact opneemt met de afdeling klantenservice, dient u te controleren, of de controlelampjes branden, of het koelaggregaat werkt en of de binnentemperatuur nog laag genoeg is.

Voer zelf geen verdere werkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallen niet verder helpt.

Waarschuwing!

Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door geschoold personeel uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wend u bij repara-tie altijd onze service-afdeling.

Indien het koelaggregaat niet meer werkt, kan de koudereserve in de koude-accu (indien aanwezig) en in de diepvriesproducten bij volle belading een periode van ca. 25 uur overbruggen, zonder koude-accu een periode van ca. 17 uur.

Storing Mogelijke oorzaken Oplossing

Het apparaat werkt niet: het groene lampje van de netspanning en het lampje van de temperatuur-indicatie branden niet.

De temperatuur in de vriestruimte is niet voldoende, rode lampje brandt, akoestisch temperatuursisgnaal klinkt

Sterke rijpvorming in het apparaat, eventueel ook aan de deurafdichting.

Ongewone geluiden.

Het apparaat is niet ingeschakeld

De stekker zit niet of niet goed in het stopcontact.

De zekering is doorgeslagen of defect.

Het stopcontact is defect.

Temperatuur is niet juist ingesteld.

Deur heeft te lang opengestaan.

In de laatste 24 uur zijn grotere hoeveelheden warme levensmiddelen opgeslagen.

Het apparaat staat naast een warmtebron.

Het apparaat aanzetten.

De stekker in het stopcontact steken.

De zekering controleren en eventueel vervangen.

Een elektriciën roepen om het defect aan het spanningsnet te verhelpen.

Zie hoofdstuk “Ingebruikname”.

Deur slechts zo lang open laten als nodig is.

Deurafdichting is lek

(eventueel na het overzetten van het deurscharnier).

Zie hoofdstuk “Opstelplaats”.

Op de ondichte plaatsen de deurafdichting voorzichtig met een Föhn® verwarmen (niet heter dan ca.

50 °C).

Tegelijkertijd de verwarmde deurafdichting met de hand zo in vorm trekken dat hij weer hele-maal sluit.

Instelvoetjes bijstellen.

Apparaat staat niet recht.

Apparaat komt tegen de muur of tegen andere voorwerpen aan.

Een onderdeel, bijv. een leiding, aan de achterkant van het apparaat komt tegen een ander onderdeel van het apparaat aan of tegen de muur.

FROSTMATIC gebruiken

Apparaat iets wegtrekken.

Dit onderdeel voorzichtig wegbuigen.

Nadat u op de toets

” gedrukt heeft of nadat de temperatuur instelling gewijzigd is, start de compressor niet gelijk.

Dit is normaal, er zijn geen storingen.

De compressor start na een tijdje automatisch.

21

Klantenservice

Als bij een storing geen oplossing in deze gebruiksaanwijzing gevonden kan worden, gelieve men zich tot de handelaar of tot onze serviceafdeling te wenden. Adressen en telefoonnummers staan in bijgevoegd boekje "Garantievoorwaarden/Klantendienst".

Een gerichte onderdeelvoorbereiding kan onnodige moeite en kosten besparen. Vermeld daarom de volgende gegevens van het apparaat:

• Modelnaam

• Productnummer (PNC)

• Productienummer (S-No.)

Deze gegevens staan op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Aanbevolen wordt deze gegevens hier in te vullen om ze snel bij de hand te hebben.

Aanwijzing:

Voor het ten onrechte contact opnemen met de serviceafdeling tijdens de garantieperiode worden kosten berekend.

Geluiden tijdens de werking

De volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten:

Klikken

Elke keer als de compressor in- of uitgeschakeld wordt, hoort u een klik

Zoemen

Zodra de compressor functioneert, hoort u gezoem.

Gebubbel/

Wanneer het koelmiddel door smalle leidingen stroomt,

gegorgel

hoort u een gebubbel of gegorgel.

Ook na het uitschakelen van de compressor is dit geluid nog korte tijd te horen.

22

Doel, normen, richtlijnen

Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is met inachtneming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt.

Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijn volgens de Duitse wet op de veiligheid van (GSG), de Duitse voorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties (VBG 20) en de bepalingen van de vereniging van Duitse elektrotechnici (VDE).

De koudecirculatie is op dichtheid getest.

Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:

– 73/23/EG van 19.2.1973 - Laagspanningsrichtlijn

– 89/336/EG van 3.5.1989

(met inbegrip van Wijzigingsrichtlijn 92/31/EG) - EMC-richtlijn.

Vaktermen

Koelmiddelkringloop

Koelmiddel

Verdamper

Vloeistoffen die gebruikt kunnen worden voor koudeproductie, worden koelmiddelen genoemd. Deze stoffen hebben verhoudingsgewijs een laag kookpunt, zo laag dat de warmte van de aanwezige levensmiddelen in het koelapparaat, het koelmiddel tot koken ofwel tot verdampen kan brengen.

Gesloten kringloopsysteem waarin het koelmiddel zich bevindt. De koelmiddelkringloop bestaat hoofdzakelijk uit verdamper, compressor, condensor en leidingen.

In de verdamper verdampt het koelmiddel. Net als alle vloeistof, heeft het koelmiddel warmte nodig om te kunnen verdampen. Deze warmte wordt onttrokken aan de binnenruimte van het koelapparaat, de ruimte koelt daardoor af. Hiertoe is de verdamper in de binnenruimte geplaatst of gelijk achter de binnenwand aangebracht en daardoor niet zichtbaar.

Compressor

Condensor

De compressor ziet eruit als een tonnetje. Hij wordt aangedreven door een ingebouwde elektromotor en is achter, aan de onderkant van het apparaat geplaatst. De compressor zorgt ervoor dat het gasvormige koelmiddel aan de verdamper onttrokken wordt en vervolgens verdicht en naar de condensor geleid wordt.

De condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de condensor wordt het koelmiddel dat door de compressor verdicht is, gecondenseerd.

Hierbij komt warmte vrij die door de oppervlakte van de condensor aan de omgevingslucht afgegeven wordt. De condensor is daarom aan de buitenkant, meestal aan de achterkant van het apparaat, aangebracht.

23

AEG Hausgeräte GmbH

Postfach 1036

D-90327 Nürnberg http://www.aeg.hausgeraete.de

© Copyright by AEG

01-0301

2222 695-23

Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project