AEG ÖKO_ARCTIS-234-6.GS User manual

AEG ÖKO_ARCTIS-234-6.GS User manual
ÖKO_ARCTIS
Diepvrieskasten
Gebruiksaanwijzing
818 17 04 - 00/1
Geachte klant,
Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieuwe
apparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatie over een
veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud van het
apparaat.
De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren voor latere naslag. Aan eventuele
volgende bezitters van het apparaat doorgeven.
Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbare
modellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de
aanwijzingen letten die op uw apparaat betrekking hebben.
Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden
(Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigd
op aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juist
functioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.
0 Dit symbool leidt u stap voor stap door de bediening van het apparaat.
1
3
Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het
praktisch gebruik van het apparaat.
2
Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economisch
en milieuvriendelijk gebruik van het apparaat gegeven.
Verklaringen van vaktermen die in de gebruiksaanwijzing gebruikt
worden, vindt u aan het eind in het Hoofdstuk "Vaktermen".
Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding
aanwijzingen om deze zelf op te lossen, zie Hoofdstuk "Wat te doen
als...". Als deze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat
onze klantendienst u te allen tijde ter beschikking.
Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papier
wie ecologisch denkt, handelt ook zo ...
2
818 17 04-00/1
Inhoud
Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Weggooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Informatie over de verpakking van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Weggooien van oude apparaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Transport apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Transportbescherming verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Opstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Opstelplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Het apparaat heeft lucht nodig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Apparaat uitlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
10
10
11
11
11
Het openen van de deur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Draairichting van de deur wisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Beschrijving apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Vooraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Diepvriesplateau . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Koude-accu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
14
14
14
15
Voor ingebruikneming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Ingebruikneming en temperatuur instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Apparaat uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Invriezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Bewaren van diepvriesproducten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Het maken van ijsblokjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Maximale belading . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Tips voor energiebesparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
818 17 04-00/1
3
Inhoud
Wat te doen als ... . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Hulp bij storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Geluiden als het apparaat in bedrijf is . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Doel, normen, richtlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Vaktermen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Klantenservice . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
4
818 17 04-00/1
1 Veiligheid
De veiligheid van onze apparaten voldoet aan de Europese en Nederlandse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt U met de volgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:
Juist gebruik
• Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bedoeld. Het is geschikt
voor het invriezen en bewaren van diepgevroren levensmiddelen alsmede voor de bereiding van ijs. Als het apparaat anders dan bedoeld
of verkeerd gebruikt wordt, is de fabrikant niet verantwoordelijk voor
eventuele schaden.
• Het ombouwen van of veranderingen aan het apparaat aanbrengen is
uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.
• Als het apparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor
het invriezen en bewaren van diepgevroren levensmiddelen gebruikt
wordt, s.v.p. letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepalingen.
Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen
wordt
• Controleren of het apparaat transportschade heeft. Een beschadigd
apparaat in geen geval aansluiten! In geval van schade dient u zich
tot de leverancier te wenden.
Koelmiddelen
Het apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof Isobutaan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel
brandbaar is.
• Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat
geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden.
• Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:
– open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;
– het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.
Veiligheid van kinderen
• Verpakkingsonderdelen (bijv. folie, piepschuim) kunnen gevaarlijk zijn
voor kinderen. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal weghouden
bij kinderen!
• Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze
weggegooid worden. Stekker er afhalen, netsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoor
818 17 04-00/1
5
Veiligheid
wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten
worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties
terechtkomen.
• Kinderen zien de gevaren die in het omgaan met huishoudelijke
apparaten schuilen vaak niet. Zorg daarom voor het nodige toezicht
en laat kinderen niet met het apparaat spelen!
Bij dagelijks gebruik
• Houders met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen door bevriezing lek raken. Explosiegevaar! Geen houders met brandbare stoffen,
zoals sprays, aanstekervullingen etc. in het apparaat plaatsen.
• Flessen en dozen niet in de diepvriesruimte plaatsen. Deze kunnen
springen als de inhoud bevriest - bij koolzuurhoudende inhoud zelfs
exploderen! Geen limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de
diepvriesruimte bewaren. Uitzondering: Dranken met een hoog alcoholgehalte kunnen wel in de diepvriesruimte bewaard worden.
• Consumptieijs en ijsblokjes niet direct vanuit de diepvriesruimte in de
mond stoppen. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen
en verwondingen veroorzaken.
• Diepgevroren producten niet met natte handen aanraken. De handen
kunnen eraan vastvriezen.
• Geen elektrische apparaten (bijv. electrische ijsmachines, mixers etc.)
in het apparaat gebruiken.
• Voordat met het schoonmaken van het apparaat begonnen wordt
altijd het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact
trekken of de zekering in de woning uitschakelen, er resp. uitdraaien.
• Als u boven op het apparaat bevroren producten legt, kan zich door
de kou in de holle ruimte van de opbergplaat condenswater vormen.
In deze holle ruimte zitten elektronische onderdelen. Als er condenswater op deze onderdelen druppelt, kan kortsluiting het apparaat
beschadigen. Leg daarom geen bevroren producten boven op het
apparaat.
• De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken, nooit
aan het snoer.
Bij storing
• Bij storing aan het apparaat eerst in deze handleiding onder "Wat te
doen als..." kijken. Als de daar genoemde aanwijzingen niet verder
helpen, niet zelf reparaties uitvoeren.
6
818 17 04-00/1
• Elektrische apparaten mogen alleen door vaklieden gerepareerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan.
Wendt u zich voor reparaties s.v.p. tot de AEG klantenservice.
Weggooien
Informatie over de verpakking van het apparaat
Alle gebruikte grondstoffen zijn milieuvriendelijk! Ze kunnen zonder
gevaar weggegooid of in de vuilverbrandingsoven verbrand worden!
De grondstoffen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt worden en worden als volgt gekarakteriseerd:
>PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken
binnen in.
>PS< voor schuimpolystyrol, bijv. bij de bekledingsdelen, in principe
CFK-vrij.
De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en kunnen ook weer
bij het oud-papier gedaan worden.
Weggooien van oude apparaten
Wegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te
worden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan vervanging toe is - ook voor uw nieuwe apparaat.
1
Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar
maken voordat ze weggegooid worden. Stekker er afhalen, netsnoer
doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere
levensgevaarlijke situaties terechtkomen.
Aanwijzingen voor het weggooien:
• Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.
• Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de
achterkant, mag niet beschadigd worden.
• Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen zijn te verkrijgen bij
de plaatselijke reinigingsdienst of op het gemeentehuis.
818 17 04-00/1
7
Transport apparaat
Er zijn twee personen nodig om het apparaat te transporteren. Voor een
betere grip zijn voor aan de onderkant en achter aan de bovenkant van
het apparaat twee grepen aanwezig.
0 Het apparaat vastpakken aan de grepen op de plaatsen zoals op de
tekening afgebeeld en transporteren.
0 Om het apparaat op de definitieve plaats te schuiven voorzichtig boven
aan de deur duwen en het apparaat iets naar achteren kantelen. Het
gewicht wordt daardoor naar de achterste rolletjes verplaatst, waardoor het apparaat gemakkelijker te schuiven is.
8
818 17 04-00/1
Transportbescherming verwijderen
Het apparaat alsmede delen van het interieur zijn voor het transport
beschermd.
0 Alle plakband en vulling uit het interieur van het apparaat verwijderen.
3
Eventuele plakbandresten kunnen met wasbenzine verwijderd worden.
0 Aan de binnenkant van de deur de beschermende delen van de deurafsluiting verwijderen.
0 Transportbeschermdeel van het deurlager bij geopende deur verwijderen.
818 17 04-00/1
9
Opstellen
Opstelplaats
Het apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.
Een optimale plaats voor diepvrieskasten is de kelder.
De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik en het
onberispelijk functioneren van het apparaat.
Het apparaat daarom
– niet aan directe straling van de zon blootstellen;
– niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaatsen;
– alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur
overeenkomt met de klimaatcategorie waarvoor het apparaat is ontworpen.
De klimaatcategorieën staan op het typeplaatje dat zich links aan de
binnenkant van het apparaat bevindt.
De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke
klimaatcategorie behoort:
Klimaatcategorie
voor een omgevingstemperatuur van
SN
+10 tot +32 °C
N
+16 tot +32 °C
ST
+18 tot +38 °C
T
+18 tot +43 °C
Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaatsen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:
– tot elektrische kachels 3 cm;
– tot olie- en kolenkachels 30 cm.
Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isolatieplaat tussen kachel en koelapparaat aan te bevelen.
10
818 17 04-00/1
Opstellen
Het apparaat heeft lucht nodig
Lucht wordt onder de deur toegevoerd via de
ventilatieopeningen in de sokkel en gaat dan
via de ontluchting langs de achterwand naar
boven. Deze ventilatieopeningen nooit
afdekken of versperren zodat de lucht kan
circuleren.
Let op! Als het apparaat bijv. onder een kast
geplaatst wordt, dient een afstand van minstens 10 cm tussen de bovenkant van het
apparaat en het daarboven aangebrachte
meubel aangehouden te worden.
Apparaat uitlijnen
0 Het apparaat dient horizontaal en stevig te staan. Oneffenheden van de
bodem compenseren door in- of uitdraaien van de beide stelvoetjes aan
de voorkant.
Elektrische aansluiting
Voor de elektrische aansluiting is een overeenkomstig de voorschriften
geïnstalleerd, randgeaard stopcontact vereist. De elektrische beveiliging
dient minstens 10 Ampère te bedragen.
Als het stopcontact na het opstellen van het apparaat niet meer bereikbaar is, dient een passende maatregel in de elektrische installatie ervoor
te zorgen dat het apparaat van het lichtnet afgekoppeld kan worden
(bijv. zekering, LS-schakelaar, foutstroomveiligheidsschakelaar e.d. met
een contactopeningswijdte van minstens 3 mm).
0 Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controleren
of de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden van
het lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.
bijv: AC 220 ... 240 V 50 Hz of
220 ... 240 V~ 50 Hz
(d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 Hertz)
Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.
818 17 04-00/1
11
Het openen van de deur
Als het apparaat ingeschakeld is en de deur gesloten wordt, kan hij niet
direct weer geopend worden omdat er eerst een vacuüm ontstaat dat
de deur gesloten houdt tot de druk weer gelijk is. Na een paar minuten
kan de deur weer geopend worden.
Draairichting van de deur wisselen
De draairichting van de deur kan van rechts (aflevertoestand) naar links
omgezet worden, als dat voor de opstellingsplaats nodig is.
1
Waarschuwing! Tijdens het verwisselen van de deurdraairichting mag
het apparaat niet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. Trek tevoren
de stekker uit het stopcontact.
Open de deur en trek de sokkelplaat er naar voren toe af. Zet de
deurlagerafdekking op de sokkelplaat van links naar rechts om.
Sluit de deur.
0 Schroef bij gesloten deur de kruiskopschroeven uit het onderste
deurlager en haal het deurlager er
naar beneden toe uit.
0 Zet de scharnierstift van het rechter in het linker gat (3). Haal de
deur er voorzichtig naar voren toe
uit en zet hem opzij.
12
818 17 04-00/1
Draairichting van de deur wisselen
0 Zet de bovenste scharnierstift
naar links om.
0 Schuif de deur voorzichtig op de
bovenste scharnierstift en sluit
hem.
0 Zet de deurgreep van links naar
rechts om en sluit de gaatjes met
de bijgeleverde gatendopjes af.
0 Zet de deurgreep alsmede de
gatafdekstift volgens de afbeelding om.
0 Open de deur en zet de sokkelplaat erop.
818 17 04-00/1
13
Beschrijving apparaat
Vooraanzicht
Diepvriesplateau
Koudevakken met klep(pen) en laden
(voor bewaren en invriezen)
Lade (alleen voor bewaren)
Bij het ontdooien dient de onderste lade ook als dooiwateropvang.
Diepvriesplateau
Helemaal boven in de vriesruimte zit een vriesplateau met twee ijsbakjes en een koude-accu.
3
14
Op het diepvriesplateau kunnen bijv. bessen stuk voor stuk ingevroren
worden. Voordeel: De bessen worden niet fijn gedrukt en behouden hun
natuurlijke vorm. De bevroren bessen kunnen daarna in porties verpakt
worden en in de vakken/laden gelegd worden.
818 17 04-00/1
Koude-accu
Op het vriesplateau ligt een koude-accu.
Lees voor het invriezen van de koude-accu hoofdstuk “Voor ingebruikneming”.
3
Bij stroomuitval of een storing aan het apparaat verlengt de koudeaccu de veilige bewaartijd van de levensmiddelen met meerdere uren.
De koude-accu kunt u ook tijdelijk als koelelement voor koeltassen
gebruiken.
Voor ingebruikneming
1
0
0
0
0
0
Laat het apparaat, voordat u het op het elektriciteitsnet aansluit en
voor de eerste ingebruikname, 30 minuten staan, als het rechtop vervoerd is. Als het liggend vervoerd is, moet het apparaat voor ingebruikname eerst 4 uur staan, zodat de olie naar de compressor kan
terugstromen. Anders kan de compressor beschadigd worden.
Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voor
het eerste gebruik (zie Hoofdstuk "Reiniging en Onderhoud").
De koude-accu van het diepvriesplateau nemen.
De koude-accu pas na het bereiken van de optimale bewaartemperatuur van -18 °C in een vak/lade leggen en laten bevriezen.
Na ca. 24 uur de koude-accu vooraan op het diepvriesplateau leggen.
Ontdooide koude-accu op dezelfde manier weer invriezen, bijv. na reiniging van het apparaat.
818 17 04-00/1
15
Ingebruikneming en temperatuur instellen
1
2
3
4
5
6
Waarschuwingsindicatie (rood)
Toets WAARSCHUWING UIT
Indicatie voor snelvriezen (geel)
Snelvriestoets
Controlelampje (groen)
Temperatuurregelaar en AAN/UIT-schakelaar
De temperatuurregelaar is tegelijkertijd AAN/UIT-schakelaar
Om de temperatuurregelaar te kunnen draaien is een munt nodig.
Daardoor wordt het per ongeluk verstellen van de temperatuurinstelling bemoeilijkt (kinderbeveiliging).
Stand „•“ = koeling uit
Stand „1“ = warmste binnentenperatuur
Stand „4“ = koudste binnentenperatuur
Instellingsaanbeveling: 1,5 - 2
0 Stekker in het stopcontact stoppen.
0 Temperatuurregelaar met behulp van een munt op de gewenste stand
draaien.
Het groene lichtnetcontrolelampje gaat branden. Er klinkt een alarmtoon en het rode waarschuwingsindicatie gaat knipperen om aan te
geven dat de noodzakelijke bewaartemperatuur nog niet bereikt is.
0 Druk de toets WAARSCHUWING UIT in om het alarm uit te schakelen.
Waarschuwingsindicatie en akoestisch signaal schakelen automatisch
uit, als de temperatuur in de vriesruimte weer lager dan -12°C is.
0 De snelvriestoets indrukken. Het gele snelvries-controlelampje gaat
branden en de compressor loopt continu. De rode waarschuwingsindicatie blijft branden, tot de gewenste temperatuur is bereikt.
3
16
818 17 04-00/1
0 Pas als de rode waarschuwingsindicatie uit is, drukt u de snelvriestoets
opnieuw in. De gele indicatie voor snelvriezen gaat uit.
Attentie! Met het opslaan van diepvriesartikelen wachten tot de temperatuur in de diepvriesruimte –18 °C bereikt heeft of tot het rode
waarschuwingsindicatie uit is.
3
Uit voedingswetenschappelijk oogpunt is -18 °C een voldoende lage
bewaartemperatuur.
Aanwijzing: De rode waarschuwingsindicatie en het akoestische signaal
waarschuwen u:
– bij in gebruik nemen van de vriesruimte (als de bewaartemperatuur
nog niet is bereikt)
– als de temperatuur in de vriesruimte te hoog wordt;
– bij functiestoringen aan het apparaat.
Een temperatuurstijging kan eventueel veroorzaakt worden door:
– het vaak en langdurig openen van de deur;
– het opslaan van grotere hoeveelheden warme levensmiddelen;
– hoge omgevingstemperatuur
– een defect in het apparaat.
Met de toets WAARSCHUWING UIT kunt u het alarm uitzetten. Waarschuwingsindicatie en alarm worden automatisch uitgeschakeld als de
temperatuur in de vriesruimte weer lager dan -12°C is.
Belangrijk! Regelmatig via het rode alarmlampje en de temperatuurindicatie de juiste bewaartemperatuur controleren.
Apparaat uitschakelen
0 Voor het uitzetten van de koeling de temperatuurregelaar op stand “•”
draaien.
0
0
0
0
Als het apparaat gedurende langere tijd buiten bedrijf wordt
gesteld:
Apparaat uitzetten, daartoe de temperatuurregelaar op stand “•”
draaien.
Stekker uit het stopcontact halen of zekering uitschakelen, er resp. uithalen.
Diepvriesruimte ontdooien en apparaat grondig reinigen (zie hoofdstuk
"Reiniging en Onderhoud").
Deur daarna open laten ter vermijding van reukvorming.
818 17 04-00/1
17
Invriezen
Behalve de onderste lade, die alleen voor bewaren bestemd is, kunnen
alle andere vakken en laden voor invriezen gebruikt worden.
Let op!
• Voor het invriezen van levensmiddelen moet de WERKELIJKE temperatuur in de diepvriesruimte -18 °C of kouder zijn.
• Let op het invriesvermogen op het typeplaatje. Het invriesvermogen
is de maximale hoeveelheid verse producten die binnen 24 uur ingevroren kan worden. Neem slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid die
aangegeven staat op het typeplaatje als er gedurende meerdere
dagen achter elkaar ingevroren wordt.
• Bij het invriezen van grotere hoeveelheden levensmiddelen de bevroren koude-accu voorin de bovenste lade in de vriesruimte leggen.
• Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking
(bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer
invriezen.
0 Voor gebruik van de maximale invriesmogelijkheid de snelvriestoets 24
uur - bij kleinere hoeveelheden zijn 4 tot 6 uur voldoende - voor het
invriezen indrukken. Het gele lampje gaat branden.
De snelvriestoets behoeft niet ingedrukt te worden bij kleine in te vriezen hoeveelheden tot 3 kg.
0 Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze
niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op andere
diepvriesproducten overgebracht wordt.
Voorzichtig! Niet met natte handen aan diepvriesproducten komen.
De handen kunnen eraan vastvriezen.
0 De verpakte levensmiddelen in de vakken of laden leggen. Niet bevroren producten mogen niet in aanraking komen met reeds bevroren producten omdat deze laatste dan kunnen ontdooien.
Attentie: Vergeet niet de snelvriesfunctie weer uit te schakelen, door
de snelvriestoets nogmaals in te drukken. De gele indicatie gaat uit.
3
Tips:
• Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:
– diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;
– speciale diepvriesdozen;
– aluminiumfolie, extra sterk.
18
818 17 04-00/1
• Voor het sluiten van zakken en folie zijn geschikt:
plastic klemmen, elastiekjes of plakband.
• Voor het sluiten de lucht uit zakken en folie strijken, omdat lucht het
uitdrogen van de diepvriesproducten bevordert.
• Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.
• Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibare
diepvriesproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet.
Aanwijzing voor testinstituten:
Stapelschema’s ter vaststelling van de diepvriesprestatie resp. opwarmtijd kunnen direct bij de fabrikant aangevraagd worden.
Bewaren van diepvriesproducten
Let op! Voordat voor de eerste keer reeds bevroren diepvriesproducten
in de diepvriesruimte worden gedaan, moet de vereiste bewaartemperatuur van -18 °C bereikt zijn.
• Alleen verpakte diepvriesproducten bewaren opdat ze niet uitdrogen,
de smaak niet verloren gaat en de geur- of smaak niet op andere producten overgedragen wordt.
• Let op de bewaartijd resp. houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten.
2
Diepvriesproducten zo mogelijk naar soort apart in de vakken/laden
leggen. Daardoor heeft men een beter overzicht, staat de deur niet te
lang open en wordt stroom bespaard.
Het maken van ijsblokjes
0 IJsbakje voor 3/4 met koud water vullen en op het diepvriesplateau of
in een la plaatsen en laten bevriezen.
0 Als de ijsblokjes klaar zijn kunnen ze uit het ijsbakje gehaald worden
door de schaal om te draaien of kort onder de kraan te houden.
Let op! Als het ijsbakje vastgevroren zit nooit met puntige of scherpe
voorwerpen losmaken. Een pollepel of iets dergelijk gebruiken.
818 17 04-00/1
19
Maximale belading
Om grotere hoeveelheden of veel plaats in beslag nemende levensmiddelen op te bergen, kunt u er laden uithalen en de levensmiddelen
direct op het verdamprooster neerleggen.
De onderste lade mag er niet uitgehaald worden, omdat deze zorgt
voor correcte luchtcirculatie.
Als de laden eruit gehaald zijn, mogen de levensmiddelen maximaal
20 mm over de voorkant van het verdamprooster uitsteken.
Ontdooien
Als het apparaat in gebruik is en als de deur geopend wordt, slaat vocht
binnen in het apparaat, vooral op de verdampers, als rijp neer. Deze rijp
van tijd tot tijd met een zachte schraper van kunststof, bijv. een deegschraper, verwijderen. Nooit harde of puntige voorwerpen daarvoor
gebruiken.
Het apparaat ontdooien als de rijplaag een dikte van ca. 4 mm bereikt
heeft; in ieder geval minimaal één maal per jaar. Een goed tijdstip om
te ontdooien is ook als het apparaat leeg of praktisch leeg is.
Waarschuwing!
• Geen elektrische verwarmingsapparaten en andere mechanische of
kunstmatige hulpmiddelen gebruiken om het ontdooien te versnellen,
met uitzondering van de hulpmiddelen die in deze gebruiksaanwijzing aanbevolen worden.
• Geen ontdooisprays gebruiken; deze kunnen gevaar voor de gezondheid opleveren en/of voor kunststof gevaarlijke stoffen bevatten.
0 Indien grote hoeveelheden diepvriesproducten bewaard worden,
ca. 12 uur voor het ontdooien de snelvriestoets indrukken om in de
diepvriesproducten genoeg koudereserve op te slaan voor het tijdelijk
uitschakelen van het apparaat.
Voorzichtig! Niet met natte handen aan diepvriesproducten komen.
De handen kunnen eraan vastvriezen.
0 De diepvriesproducten eruit halen, in een aantal lagen krantenpapier
wikkelen en afgedekt op een koele plaats leggen, bijv. in de koelkast.
0 Het apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen of de
zekering uitschakelen, er resp. uithalen.
1
20
818 17 04-00/1
0 Haal alle laden eruit. Haal de sokkelplaat eraf (zie hoofdstuk “Deuraanslag verwisselen”). Zet de
onderste lade als opvang voor dooiwater direct voor het apparaat en
trek de afloopgoot voor het dooiwater naar voren.
Tip: Om het ontdooien te
versnellen een pan met heet water
in de diepvriesruimte plaatsen.
Afgevallen ijsstukken reeds voor het volledige ontdooien verwijderen.
0 Na het ontdooien de diepvriesruimte met onderdelen grondig reinigen
(zie hoofdstuk "Reiniging en Onderhoud").
Reiniging en onderhoud
Om hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant met
toebehoren geregeld gereinigd te worden.
1
Waarschuwing!
• Het apparaat mag tijdens het schoonmaken niet op het lichtnet aangesloten zijn. Gevaar voor elektrische schok! Voor het schoonmaken
het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen of
de zekering uitschakelen er resp. uithalen.
• Het apparaat nooit met stoomapparaten schoonmaken. Er zou anders
vocht in de elektrische onderdelen kunnen komen, gevaar voor elektrische schokken! Hete damp kan de kunststof onderdelen beschadigen.
• Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik genomen wordt.
Let op!
• Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof
onderdelen aantasten, bijv.
– sap van de schil van citroenen of sinaasappels;
– boterzuur;
– schoonmaakmiddelen die azijnzuur bevatten.
Dergelijke substanties niet met de apparaatonderdelen in contact
brengen.
• Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
818 17 04-00/1
21
0 Diepvriesruimte ontdooien (zie hoofdstuk "Ontdooien")
0 Apparaat binnen en buiten met een doek en lauwwarm water schoonmaken. Eventueel een beetje normaal afwasmiddel toevoegen.
0 Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.
Stof op de condensor verhoogt het energieverbruik. Daarom eenmaal
per jaar de condensor aan de achterkant van het apparaat met een
zachte borstel of met de stofzuiger voorzichtig schoonmaken.
0 Als alles droog is het apparaat weer in gebruik nemen.
2
2
Tips voor energiebesparing
• Het apparaat niet bij kachels, verwarmingen of andere warmtebronnen zetten. Bij een hoge omgevingstemperatuur werkt de compressor
vaker en langer.
• Zorgen voor voldoende be- en ontluchting aan de onder- en achterkant van het apparaat. Ventilatieopeningen nooit afdekken.
• Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten
afkoelen.
• Deur slechts zolang open laten staan als nodig is.
• De temperatuur niet kouder instellen dan nodig is.
• Diepvriesproducten om te ontdooien in de koelkast leggen. De koude
van de diepvriesproducten wordt zo voor koeling van de koelkast
gebruikt.
• De condensor aan de achterkant van het apparaat altijd schoon houden.
22
818 17 04-00/1
Wat te doen als ...
Hulp bij storingen
Het kan zich bij een storing om een klein defect handelen dat u zelf
met behulp van de volgende aanwijzingen kunt oplossen. Geen verdere
actie ondernemen als de volgende informatie in concrete gevallen niet
verder helpt.
1
Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door
vakmensen uitgevoerd worden. Door verkeerd uitgevoerde reparaties
kunnen grote gevaren voor de gebruiker ontstaan. Went u voor
reparaties tot de AEG klantenservice wenden.
Storing
Mogelijke oorzaak
Apparaat is niet ingeschakeld.
Apparaat werkt niet,
groene lichtnetcontrolelampje is donker.
Apparaat inschakelen.
Stekker zit niet in stopcon- Stekker in stopcontact stetact of zit los.
ken.
Zekering zit los of is kapot.
Zekering controleren,
eventueel vernieuwen.
Stopcontact is kapot.
Storingen in het lichtnet
door uw elektrovakman
laten verhelpen.
Temperatuur is niet juist
ingesteld.
Nalezen in hoofdstuk
"Temperatuur instellen".
Deur heeft langere tijd
opengestaan.
Deur niet langer openlaten
dan nodig is.
De temperatuur in de diep- Tijdens de laatste 24 uur
vriesruimte is te hoog.
zijn grotere hoeveelheden
warme levensmiddelen
opgeslagen.
Het apparaat staat naast
een warmtebron.
818 17 04-00/1
Hulp
snelvriestoets indrukken.
Nalezen in hoofdstuk
"Opstelplaats".
23
Wat te doen als ...
Storing
Hulp
Sterke rijpvorming in het
Deurafdichting is lek
apparaat, eventueel ook op (eventueel na verwisseling
de deurafsluiting.
van deurdraairichting).
Op lekkende plaatsen de
deurafsluiting voorzichtig
met een haardroger verwarmen (niet warmer dan
ca. 50 °C). Tegelijkertijd de
verwarmde deurafsluiting
met de hand in zodanige
vorm trekken dat hij weer
correct past.
Nadat de snelvriestoets
ingedrukt is of nadat de
Dit is normaal, het betreft
temperatuurinstelling
geen storing.
veranderd is, start de compressor niet direct.
De compressor start na
enige tijd automatisch.
Ongewone geluiden.
24
Mogelijke oorzaak
Apparaat staat niet recht.
Voorste stelvoetjes bijstellen.
Apparaat staat tegen de
muur of tegen andere
voorwerpen aan.
Apparaat iets wegtrekken.
Een onderdeel, bijv. een
buis, aan de achterkant van
het apparaat maakt conEventueel dit onderdeel
tact met een ander onder- voorzichtig wegbuigen.
deel van het apparaat of
met de muur
818 17 04-00/1
Geluiden als het apparaat in bedrijf is
De volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten:
• Klikken
Altijd als de compressor in- of uitgeschakeld wordt, is een klikgeluid
te horen.
• Zoemen
Zodra de compressor werkt, is een zoemgeluid te horen.
• Borrelen/kabbelen
Als koelvloeistof door dunne buisjes stroomt, is een borrelend of kabbelend geluid te horen. Ook na het uitschakelen van de compressor is
dit geluid nog korte tijd te horen.
Doel, normen, richtlijnen
Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is met
inachtneming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt.
Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijn
volgens de Duitse wet op de veiligheid van toestellen (GSG), de Duitse
voorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties
(VBG 20) en de bepalingen van de vereiniging van Duitse elektrotechnici (VDE).
De koudecirculatie is op dichtheid getest.
;
Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:
– 73/23/EEG van 19.2.1973 - Laagspanningsrichtlijn
– 89/336/EEG van 3.5.1989
(met inbegrip van Wijzigingsrichtlijn 92/31/EWG) - EMC-richtlijn
818 17 04-00/1
25
Vaktermen
• Koelmiddelen
Vloeistoffen die voor het opwekken van koude gebruikt kunnen worden noemt men koelmiddelen. Ze hebben een verhoudingsgewijs laag
kookpunt, zo laag, dat de warmte van de in het koelapparaat opgeslagen levensmiddelen het koelmiddel tot koken resp. verdampen kan
brengen.
• Koelmiddelcircuit
Gesloten circuit, waarin zich het koelmiddel bevindt. Het koelmiddelcircuit bestaat in principe uit een verdamper, een compressor, een
condensor en pijpleidingen.
• Verdamper
In de verdamper verdampt het koelmiddel. Deze warmte wordt aan
het interieur van het apparaat onttrokken, dat daardoor afkoelt. Net
als alle vloeistoffen hebben koelmiddelen warmte nodig om te verdampen. Daarom zit de verdamper binnen in het apparaat of direct
achter de binnenwand en is daardoor niet zichtbaar.
• Compressor
De compressor heeft de vorm van een kleine ton. Hij wordt door een
ingebouwde eletromotor aangedreven en is aan de achterkant van de
sokkel geplaatst. De taak van de compressor is dampvormige
koelmiddelen aan de verdamper te onttrekken, samen te persen en
verder naar de condensor te leiden.
• Condensor
De condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de condensor
wordt het door de compressor samengeperste koelmiddel vloeibaar
gemaakt. Daarbij komt warmte vrij, die via het oppervlak van de condensor aan de omringende lucht wordt afgegeven. De condensor
wordt daarom aan de buitenkant, meestal aan de achterkant van het
apparaat geplaatst.
26
818 17 04-00/1
Klantenservice
Als u vragen hebt waar deze gebruiksaanwijzing geen antwoord op
geeft, kunt u de volgende afdelingen raadplegen:
Consumentenbelangen
(voor algemene, productof gebruiksinformatie)
tel.
fax
0172 - 468 172
0172 - 468 470
Storingen / Reparaties
(voor bezoek servicetechnicus
tel.
fax
0172 - 468 300
0172 - 468 255
Belangrijk!
Houd bij het opgeven van een storing altijd het PNC- en S-nummer van
uw apparaat bij de hand. Deze nummers vindt u op het typeplaatje aan
de binnenkant van het apparaat en kunt u het beste hieronder en voorop deze gebruiksaanwijzing noteren.
• Model naam
• Productnummer (PNC)
• Productienummer (S-No.)
Aan de hand van deze nummers kan onze service afdeling de juiste
voorbereidingen treffen, zodat de machine bij het eerste bezoek van de
servicetechnicus weer hersteld kan worden. Op deze manier hoeft u
slechts één maal thuis te blijven.
Als u toch voor één van de in deze gebruiksaanwijzing vermelde storingen of vanwege foutiefe bediening de AEG service-afdeling inschakelt,
wordt dit bezoek ook tijdens de garantietermijn niet door onze garantiebepalingen gedekt.
Elektrische toestellen van AEG voldoen aan de betreffende veiligheidsbepalingen. Reparaties aan elektrische toestellen mogen alleen door
vakmensen worden uitgevoerd. Onvakkundige reparaties kunnen tot
aanzienlijke risico´s voor de gebruiker leiden. Wend u daarom altijd tot
de AEG service-afdeling. Voor reparaties uitgevoerd door anderen kan
AEG geen aansprakelijkheid aanvaarden. Alleen originele AEG-onderdelen voldoen aan alle eisen.
Once service-afdeling voert reparaties uit overeenkomstig de voorwaarden die tussen de Consumentenbond en de VLEHAN (Vereniging
Leveranciers Elektrotechnische Huishoudelijke Apparaaten Nederland)
zijn overeengekomen.
818 17 04-00/1
27
AEG Hausgeräte GmbH
Postfach 1036
D-90327 Nürnberg
http://www.aeg.hausgeraete.de
© Copyright by AEG
818 1704 – 00/1 - 0400
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement