AEG FA1286GS1 User manual

AEG FA1286GS1 User manual

ARCTIS

Tisch-Gefrierschrank electronic

Tafelmodel diepvriezer electronic

D

N

Gebrauchsanweisung

Gebruiksaanwijzing

Geachte klant,

Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieuwe koelapparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatie over een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud van het apparaat.

De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren om later nog eens iets na te kunnen lezen. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorgeven. Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbare modellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwijzingen letten die op uw apparaat betrekking hebben.

Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden

(Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!)

wordt de aandacht gevestigd op aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juist functioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.

1.

Dit symbool leidt u stap voor stap door de bediening van het apparaat.

2.

Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het praktisch gebruik van het apparaat.

Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economisch en milieuvriendelijk gebruik van het apparaat aangegeven.

Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding aanwijzingen om deze zelf op te lossen, zie hoofdstuk "Wat te doen als...". Als deze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat onze service-afdeling u te allen tijde ter beschikking.

Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papier wie ecologisch denkt, handelt ook zo ...

23

24

Inhoud

Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25

Weggooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27

Informatie over de verpakking van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27

Weggooien van oude apparaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27

Transportbescherming verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27

Opstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28

Opstelplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28

Het apparaat heeft lucht nodig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28

Apparaat richten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29

Overzetten van het deurscharnier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29

Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .30

Beschrijving van het apparaat. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31

Vooraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31

Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32

Toetsen voor temperatuurinstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32

Temperatuurindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33

Voor ingebruikname . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33

Ingebruikname - Temperatuur instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33

FROSTMATIC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

34

FROSTMATIC-toets . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34

Controle- en informatiesysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35

Temperatuurwaarschuwing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35

Functiestoringen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35

Apparaat uitschakelen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36

Invriezen en diepvriesproducten bewaren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36

Symbolen bewaarde producten/Diepvrieskalender . . . . . . . . . . . . . . . . . 38

Maken van ijsblokjes. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38

Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38

Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39

Magnetische deursluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40

Tips om energie te besparen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41

Wat te doen als ... . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41

Hulp bij storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41

Geluiden tijdens de werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43

Bepalingen, normen, richtlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44

Vaktermen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45

Veiligheid

De veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de Europese en

Nederlandse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt u met de volgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:

Toepassing volgens de voorschriften

• Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschikt voor het invriezen en diepgevroren bewaren van levensmiddelen en voor het maken van ijs. Als het apparaat voor andere doeleinden gebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemen voor eventuele schade.

• Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het apparaat zijn uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.

• Als het apparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor het diepgevroren bewaren en invriezen van levensmiddelen gebruikt wordt, s.v.p. letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepalingen.

Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt

• Controleer het diepvriesapparaat op transportschade. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten! Wend u in geval van schade tot de leverancier.

• Overtuig u er van dat het apparaat niet op het aansluitsnoer staat.

Belangrijk:

Het aansluitsnoer mag alleen door vakmensen vervangen worden; deze onderdelen zijn verkrijgbaar bij onze service-afdeling.

Koelmiddelen

Het apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof isobutaan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel brandbaar is.

• Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden.

• Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:

– open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;

– het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.

Veiligheid van kinderen

• Verpakkingsdelen (bijv. folies, piepschuim) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal van kinderen weghouden!

• Oude apparaten voor het weggooien onbruikbaar maken. Stekker uit het stopcontact trekken, aansluitsnoer doorknippen, eventueel aanwezige snap– of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Daardoor

25

26

Veiligheid wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten raken (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terecht komen.

• Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijke apparaten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor het nodige toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen.

In het dagelijks gebruik

• Bussen of flessen met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen bussen of flessen met brandbare stoffen zoals spuitbussen, navullingen voor aanstekers etc. in het vriesapparaat.

• Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte. Ze kunnen springen als de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de vriesruimte. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcoholpercentage kan in de vriesruimte gelegd worden.

• Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in de mond steken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken.

• Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen.

• Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsmachines, mixers etc.) in het vriesapparaat gebruiken.

• Als u boven op het apparaat bevroren producten legt kan zich door de kou in de holle ruimte van het bovenblad condenswater vormen.

In deze holle ruimte zitten elektronische onderdelen. Als er condenswater op deze onderdelen druppelt, kan kortsluiting het apparaat beschadigen. Leg daarom geen bevroren producten boven op het apparaat.

• Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.

• De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken, nooit aan het snoer.

Bij storing

• Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaanwijzing kijken onder “Wat te doen als ...”. Als de daar gegeven aanwijzingen niet verder helpen zelf verder geen werkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.

• Koelapparaten mogen alleen door vakmensen gerepareerd worden.

Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ont-staan. Wend u bij reparaties tot uw vakhandel of tot onze service-afdeling.

Weggooien

Informatie over de verpakking van het apparaat

Alle gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu! Ze kunnen zonder gevaar weggegooid of in de vuilverbrandingsoven verbrand worden!

De materialen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt wor-den en hebben de volgende aanduidingen:

>PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken binnen in.

>PS< voor schuimpolystyrol, bijv. bij de bekledingsdelen, volkomen

CFK-vrij.

De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en moeten ook weer in een container voor oud papier gedeponeerd worden.

Weggooien van oude apparaten

Wegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te worden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan vervanging toe is - ook voor uw nieuwe apparaat.

Waarschuwing!

Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden. Stekker er afhalen, aansluitsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapot-maken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.

Aanwijzingen voor het weggooien:

• Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.

• Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de achterkant, mag niet beschadigd worden.

• Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen zijn te verkrijgen bij de plaatselijke reinigingsdienst of het gemeentehuis.

Transportbescherming verwijderen

Het apparaat en de onderdelen van het interieur zijn voor het transport beschermd.

1.

Plakband links en rechts aan de buitenkant van de deur er af trekken.

2.

Alle plakband en bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.

27

Opstellen

Opstelplaats

Het apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.

De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik.

Het apparaat daarom

– niet aan directe straling van de zon blootstellen;

– niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaatsen;

– alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is ontworpen.

De klimaatklasses staan op het typeplaatje dat zich links aan de binnenkant van het apparaat bevindt.

De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke klimaatklasse behoort:

Klimaatklasse voor een omgevingstemperatuur van

SN

N

ST

+10 tot +32 °C

+16 tot +32 °C

+18 tot +38 °C

T +18 tot +43 °C

Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaatsen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:

– tot elektrische fornuizen 3 cm;

– tot olie- en kolenfornuizen 30 cm.

Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isolerende plaat tussen fornuis en koelapparaat aan te bevelen.

Als het koelapparaat naast een ander koel- of diepvriesapparaat staat, is een afstand van 5 cm aan weerszijden aan te bevelen, zodat zich geen condens vormt aan de buitenkant van de apparaten.

28

Het apparaat heeft lucht nodig

Het apparaat behoeft geen onderhoud. Wat echter nooit mag ontbreken is een goede ventilatie.

De luchttoevoer geschiedt onder de deur, door de ventilatiesleuf tussen apparaat en vloer. De luchtafvoer vindt plaats via het bovenste ventilatierooster. Let u erop, dat deze openingen niet door sokkelpanelen en dergelijke worden afgedekt.

Opstellen

Apparaat richten

Het apparaat moet waterpas en stabiel staan. Eventuele oneffenheden in de vloer compenseren door in- of uitdraaien van de twee stelvoetjes voor.

Overzetten van het deurscharnier

Het deurscharnier kan van rechts (stand waarin het wordt afgeleverd) naar links overgezet worden als dat voor de opstelplaats nodig is.

Waarschuwing!

Bij het overzetten van het deurscharnier mag het apparaat niet op het lichtnet aangesloten zijn. Van te voren de stekker uit het stopcontact halen.

1.

Apparaat schuin naar achteren kantelen.

2.

Deurscharnierschroeven (K) uitdraaien en deurscharnier (1) naar beneden uit de scharnierbus nemen.

3.

Deur iets openen en naar beneden uitnemen.

4.

Bovenste scharnierstift (A) uitdraaien en op de tegenoverliggende zijde weer monteren.

5.

Deur in de bovenste scharnierstift (A) zetten en deur sluiten.

6.

Scharnierstift van het deurscharnier

(1) in de linker scharnierbus van de deur zetten en deurscharnier met de schroeven (K) goed vastdraaien.

AEG97

A

12

K

1

AEG98

7.

Deurgreep op de tegenoverliggende zijde monteren. Schroefgaten met plugjes afsluiten.

29

30

Opstellen

Elektrische aansluiting

Voor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde vereist.

Het stopcontact moet zodanig worden geïnstalleerd, dat de stekker altijd uit het stopcontact kan worden getrokken.

De elektrische zekering dient minstens 10 ampère te zijn. Indien het stopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijk is, dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dat het apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering, beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm).

Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controleren of de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden van het lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.

Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of

220 ... 240 V ~50 Hz

(d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 hertz)

Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.

Beschrijving van het apparaat

Vooraanzicht

EIN/AUS

WÄRMER C

-16-18 -20 -22 -24

KÄLTER FROSTMATIC

EIN

WARNUNG

AUS

= Lade ( voor invriezen)

= Lade ( voor invriezen)

= Lade ( voor bewaren)

= Lade ( voor bewaren)

= Bedieningspaneel

= Typeplaatje

6

De stabiele laden kunnen niet kiepen en zijn voorzien van een eindstop.

Daardoor kunt u diepvriesproducten makkelijk en veilig rangschikken en uitnemen.

Voor het uitnemen van de lade deze tot de eindstop naar buiten trekken, optillen en naar voren uitnemen.

31

Beschrijving apparaat

Bedieningspaneel

1 Netspanninglampje (groen)

2 AAN/UIT-toets

3 Toets voor temperatuurinstelling (voor warmere temperaturen)

4 Temperatuurindicatie

5 Toets voor temperatuurinstelling (voor koudere temperaturen)

6 Lampje voor ingeschakelde FROSTMATIC-functie (geel)

• FROSTMATIC voor snel invriezen in de vriesruimte

7 FROSTMATIC-toets

8 Alarmlampje (rood)

9 Toets ALARM UIT (zie hoofdstuk “Controle- en informatiesysteem”)

32

Toetsen voor temperatuurinstelling

De temperatuurinstelling wordt geregeld met behulp van de toetsen

„+“ (WARMER) en „-“ (KOUDER).

De toetsen zijn verbonden met de lampjes van de temperatuurindicatie.

• Door te drukken op één van de twee toetsen „+“ (WARMER) of „-“

(KOUDER) wordt de temperatuurindicatie van de WERKELIJKE temperatuur (een lampje brandt) op de GEWENSTE temperatuur (een lampje knippert) omgeschakeld.

• Elke keer als er opnieuw op een van beide toetsen wordt gedrukt, wordt de GEWENSTE temperatuur steeds een indicatievakje verder gezet.

• Als geen toets wordt ingedrukt, schakelt de temperatuurindicatie na korte tijd (ca. 5 sec.) automatisch weer op de WERKELIJKE temperatuur terug.

GEWENSTE temperatuur betekent:

De temperatuur die in de vriesruimte bereikt moet worden, kan ingesteld worden op een in de indicatie aanwezige temperatuur. De

GEWENSTE temperatuur wordt knipperend aangegeven.

WERKELIJKE temperatuur betekent:

De temperatuurindicatie (lampje) geeft de temperatuur aan die nu in de vriesruimte heerst. De WERKELIJKE temperatuur wordt aangegeven door het continu branden van een lampje.

Temperatuurindicatie (lampjes)

De temperatuurindicatie kan meerdere soorten informatie aangeven.

• Bij normaal gebruik wordt de temperatuur aangegeven die op dit ogenblik in de vriesruimte heerst (WERKELIJKE temperatuur), het overeenkomstige lampje brandt.

• Als de temperatuur in de vriesruimte hoger is dan het bereik van de temperatuurindicatie, zijn alle lampjes voor temperatuurindicatie uit.

• Als de temperatuur in de vriesruimte lager is dan het bereik van de temperatuurindicatie, blijft het lampje voor de laagste indicatie branden.

• Tijdens de temperatuurinstelling wordt knipperend de op dat moment ingestelde temperatuur aangegeven (GEWENSTE temperatuur).

Voor ingebruikname

Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voor het eerste gebruik (zie hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”).

Ingebruikname - Temperatuur instellen

1.

Stekker in het stopcontact steken.

2.

Toets AAN/UIT indrukken. Het groene lichtnetlampje gaat branden. Het rode alarmlampje laat u knipperend weten, dat de gewenste bewaartemperatuur nog niet bereikt is.

3.

Druk op één van de toetsen „+“ (WARMER) of „-“ (KOUDER).

De temperatuurindicatie schakelt om en geeft knipperend, de op dat moment ingestelde GEWENSTE temperatuur aan.

4.

Gewenste temperatuur door indrukken van de toetsen „+“ (WARMER) en „-“ (KOUDER) instellen (zie hoofdstuk "Toetsen voor temperatuurin-

33

34

FROSTMATIC stelling"). De temperatuurindicatie geeft onmiddellijk de gewijzigde instelling aan.

Bij elke druk op een toets wordt de temperatuur een vakje verder gezet.

Opmerking:

In de voedingswetenschap wordt een bewaartemperatuur van -18°C als voldoende koud beschouwd.

5.

Wanneer na het instellen van de temperatuur de toetsen niet weer ingedrukt worden, dan schakelt de temperatuurindicatie na korte tijd

(ongeveer 5 seconden) om en geeft opnieuw de, op dat moment in de vriesruimte heersende, WERKELIJKE temperatuur aan. De indicatie gaat van knipperen naar constant branden over.

De compressor start en loopt dan automatisch.

Aanwijzing:

als de instelling veranderd wordt, start de compressor niet direct.

In de fabriek is de temperatuur ingesteld op -18°C.

Wacht met het opslaan van diepvriesproducten totdat in de vriesruimte een temperatuur van -18°C bereikt is en dus het rode alarmlampje niet meer brandt.

FROSTMATIC

FROSTMATIC-toets

De FROSTMATIC-functie versnelt het invriezen van verse levensmiddelen en beschermt tegelijkertijd de reeds ingevroren waren tegen ongewenste verwarming.

1.

Door te drukken op de FROSTMATIC toets wordt de FROSTMATIC-functie ingeschakeld. Het gele lampje gaat branden.

Als de FROSTMATIC-functie niet handmatig beëindigd wordt, schakelt de elektronica van het apparaat de FROSTMATIC-functie na 48 uur uit.

Het gele lampje gaat uit.

2.

Door opnieuw op de FROSTMATIC-toets te drukken kan de FROSTMA-

TIC-functie te allen tijde handmatig beëindigd worden. Het gele lampje gaat uit.

Als de FROSTMATIC-functie is ingeschakeld, kan de WERKELIJKE temperatuur in de vriesruimte iets dalen. Na uitschakelen van de FROST-

MATIC- functie heerst de gekozen GEWENSTE temperatuur weer.

Als de FROSTMATIC-functie is ingeschakeld, kan de temperatuurinstelling niet worden gewijzigd.

Controle- en informatiesysteem

Het controle- en informatiesysteem bestaat uit de temperatuurindicatie, een optisch alarm en een akoestisch alarm.

Het systeem waarschuwt:

- wanneer de temperatuur in de vriesruimte te hoog wordt

- bij functiestoringen aan het apparaat.

Temperatuurwaarschuwing

Het rode alarmlampje knippert en er klinkt een geluidssignaal zodra de temperatuur in de vriesruimte meer dan 4°C boven het bereik van de temperatuurindicatie uitkomt.

Een dergelijke temperatuurstijging kan veroorzaakt worden door:

- vaak of langdurig openen van de deur

- opslaan van grote hoeveelheden warme levensmiddelen

- te hoge omgevingstemperatuur

- storing aan het apparaat

Met de toets ALARM UIT kunt u het geluidssignaal uitschakelen. Alarmlampje en geluidssignaal worden automatisch uitgeschakeld zodra de WERKELIJKE temperatuur in de vriesruimte weer daalt en binnen de waarden van de temperatuurindicatie komt.

Opmerking:

Het geluidssignaal wordt afgebroken:

- na het inschakelen van het apparaat zodra de ingestelde GEWENSTE temperatuur bereikt wordt.

- als de FROSTMATIC-toets ingedrukt is.

Tip:

controleer regelmatig aan de hand van het rode alarmlampje de bewaartemperatuur.

Functiestoringen

Als de elektronica van het apparaat een storing ontdekt die verhindert dat de WERKELIJKE temperatuur behouden wordt, dan knipperen alle lampjes van de temperatuurindicatie. Het apparaat schakelt over op een noodprogramma totdat de service-afdeling de storing verholpen heeft.

35

Apparaat uitschakelen

Om uit te schakelen toets AAN/UIT ca. 5 seconden ingedrukt houden.

De verlichting van de temperatuurindicatie gaat uit.

Aanwijzing:

De instelling van het apparaat kan niet veranderd worden, als de stekker uit het stopcontact getrokken is of als er anderszins geen elektriciteit aanwezig is.

Na aansluiting op het elektriciteitsnet start het apparaat weer op de stand waar het voor de stroomonderbreking op stond.

Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:

1.

Apparaat uitschakelen door toets AAN/UIT in te drukken tot de indicatie uitgaat (zie boven).

2.

Stekker uit het stopcontact trekken of zekering in de huisinstallatie uitschakelen.

3.

De vriesruimte ontdooien en goed schoonmaken (zie hoofdstuk

“Reiniging en onderhoud”).

4.

Deur daarna open laten om geurvorming te voorkomen.

36

Invriezen en diepvriesproducten bewaren

In uw diepvrieskast kunt u diepvriesprodu cten bewaren en verse levensmiddelen zelf invriezen.

Attentie!

• Voor het invriezen van levensmiddelen dient de WERKELIJKE temperatuur in de vriesruimte –18°C of lager te zijn.

• Let op het invriesvermogen op het typeplaatje. Het invriesvermogen is de maximale hoeveelheid verse producten die binnen 24 uur ingevroren kan worden. Neem slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid die aangegeven staat op het typeplaatje als er gedurende meerdere dagen achter elkaar ingevroren wordt.

• Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking

(bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer invriezen.

• Let op de bewaartijd resp. houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten.

• Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmte leidt tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.

• Niet te grote hoeveelheden tegelijk invriezen. De kwaliteit is beter, als de levensmiddelen snel tot in de kern bevriezen.

Invriezen en bewaren

1.

Om het maximale invriesvermogen te benutten, dient u 24 uur - bij kleinere hoeveelheden zijn 4 tot 6 uur voldoende - voor het invriezen de FROSTMATIC-toets in te drukken. Het gele lampje brandt.

Voor het invriezen van hoeveelheden tot 3 kg hoeft u de FROSTMATICfunctie niet in te schakelen.

2.

Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op andere diepvriesproducten overgebracht wordt.

Voorzichtig!

Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. De handen kunnen daaraan vast vriezen.

3.

De verpakte levensmiddelen in de laden leggen. De in te vriezen levensmiddelen in de bovenste laden (1) en (2) van het apparaat plaatsen.

Niet-bevroren artikelen mogen niet in aanraking komen met reeds bevroren waren omdat anders de bevroren artikelen kunnen ontdooien.

4.

Sluit de vriezerdeur.

De elektronica van het apparaat schakelt de FROSTMATIC-functie na

48 uur automatisch uit. Het gele lampje gaat uit. U kunt de FROSTMA-

TIC- functie ook handmatig beëindigen door nog een keer op de

FROSTMATIC-toets te drukken.

Als de FROSTMATIC-functie is ingeschakeld, kan de WERKELIJKE temperatuur in de vriesruimte iets dalen. Na uitschakelen van de FROST-

MATIC- functie heerst de gekozen GEWENSTE temperatuur weer.

Diepvriesartikelen het liefst naar soort apart in de laden leggen.

Tips:

• Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:

– diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;

– speciale diepvriesdozen;

– aluminiumfolie, extra sterk.

• Voor het sluiten van zakken en folies zijn geschikt: plastic klemmen, elastiekjes of plakband.

• Voor het sluiten de lucht uit de zakjes en folies strijken omdat lucht het uitdrogen van bevroren artikelen bevordert.

• Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.

• Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibare diepvriesproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet.

Aanwijzing voor keuringsinstanties:

Stapelschema’s ter vaststelling van de diepvriesprestatie resp. opwarmtijd kunnen direct bij de fabrikant aangevraagd worden.

37

Symbolen bewaarde producten/Diepvrieskalender

• De symbolen op de laden geven de diverse soorten diepvriesproducten aan.

• De getallen geven voor iedere soort diepvriesproduct de bewaartijd in maanden aan. Of de hoogste of de laagste waarde van de aangegeven bewaartijd geldt, hangt af van de kwaliteit van de levensmiddelen en de behandeling voorafgaand aan het invriezen. Voor levensmiddelen met een hoog vetgehalte geldt altijd de laagste waarde.

Maken van ijsblokjes

1.

IJsbakje voor 3/4 met koud water vullen, in de diepvrieskast plaatsen en laten bevriezen.

2.

Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje verdraaien of kort onder stromend water houden.

Attentie!

Een eventueel vastgevroren ijsbakje in geen geval met spitse of scherpe voorwerpen losmaken. Gebruik de bijgevoegde ijsschraper.

38

Ontdooien

Als het apparaat aanstaat en als de deur geopend wordt, slaat vocht in het interieur, in het bijzonder op de verdamper s, als rijp neer. Deze rijp van tijd tot tijd met de bijgevoegde plastic schraper verwijderen. In geen geval hiervoor harde of spitse voorwerpen gebruiken.

Het apparaat dient in ieder geval ontdooid te worden als de rijplaag ca. 4 mm dik is: echter minimaal eenmaal per jaar. Een geschikt moment voor het ontdooien is als het apparaat leeg is of als er nog maar weinig artikelen in liggen.

Waarschuwing!

• Geen elektrische verwarmingsapparaten en geen andere mechanische of kunstmatige hulpmiddelen gebruiken om het ontdooien te versnellen.

• Geen ontdooisprays gebruiken, deze kunnen gevaarlijk voor de gezondheid zijn en/of stoffen bevatten die kunststof aantasten.

Reiniging en onderhoud

Voorzichtig!

Niet met natte handen aan bevroren artikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen.

1.

Als er grote hoeveelheden diepvriesproducten in het apparaat liggen, ca. 12 uur vóór het ontdooien de FROSTMATIC-functie inschakelen om te zorgen voor een koudereserve in de diepvriesproducten.

2.

Bevroren artikelen er uitnemen, in meerdere lagen krantenpapier wikkelen en op een koele plaats leggen , bijv. in de koelkast.

3.

Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zeke-ring in de huisinstallatie uitschakelen.

4.

Alle laden er uit halen. De onderste lade dient als praktische dooiwateropvang. Lade uittrekken en de ijsschraper als verlenggootje voor de opvang van het dooiwater in de uitsparing in het apparaat plaatsen (zie afb.).

Tip:

Om het ontdooien te versnellen een pan met heet water in het apparaat zetten en de deur sluiten. Afgevallen stukken ijs voordat ze volledig ontdooien verwijderen.

5.

Na het ontdooien apparaat incl. accessoires grondig reinigen (zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").

6.

Levensmiddelen terugplaatsen en apparaat weer in gebruik nemen.

7.

Niet vergeten de FROSTMATIC-functie weer uit te schakelen.

Reiniging en onderhoud

Om hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant incl.

toebehoren geregeld gereinigd te worden.

Waarschuwing!

• Het apparaat mag tijden het schoonmaken niet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Zet voor het schoonmaken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering uit.

• Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Er kan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schokken! Hete damp kan kunstof onderdelen beschadigen.

• Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik genomen wordt.

39

40

Magnetische deursluiting

Let op!

• Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof onderdelen aantasten, bijv.

– sap van citroen– of sinaasappelschillen;

– boterzuur;

– schoonmaakmiddelen die azijnzuren bevatten.

Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonderdelen.

• Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.

1.

Bevroren artikelen er uit halen en in meerdere lagen krantenpapier pakken. Alles afgedekt op een koele plaats leggen.

2.

Apparaat voor het schoonmaken ontdooien (zie hoofdstuk

“Ontdooien”).

3.

Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.

4.

Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken.

Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.

5.

Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.

Stof op de condensor verhoogt het energieverbruik. Daarom eenmaal per jaar de condensor aan de achterkant van het apparaat met een zachte borstel of met de stofzuiger voorzichtig schoonmaken.

6.

Als alles droog is, apparaat en FROSTMATIC-functie inschakelen. Na bereiken van de vriesruimtetemperatuur van -18°C de levensmiddelen weer in de vriezer plaatsen.

Magnetische deursluiting

Als de deur van de ingeschakelde diepvrieskast wordt gesloten, kan hij alleen met veel kracht dadelijk weer geopend worden, omdat er eerst een vacuüm ontstaat dat de deur gesloten houdt, tot de druk gecompenseerd is. Na enkele minuten kan de deur weer zonder moeite geopend worden.

Tips om energie te besparen

• Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen of andere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstemperatuur werkt de compressor vaker en langer.

• Zorgen voor voldoende be- en ontluchting van het apparaat.

Ventilatieopeningen nooit afdekken.

• Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen.

• Deur slechts zo lang open laten als nodig is.

• De temperatuur niet lager dan nodig instellen.

• Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelkast leggen. De koude in de diepvriesartikelen wordt zo voor koeling van de koelkast gebruikt.

• Houd de warmte afgevende verdamper, het metalen rooster aan de achterzijde van het toestel, schoon.

Wat te doen als ...

Hulp bij storingen

Het kan bij een storing om kleine defecten gaan die u zelf aan de hand van de volgende aanwijzingen kunt oplossen. Voer zelf geen verdere werkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallen niet verder helpt.

Waarschuwing!

Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door vakmensen uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wend u bij repara-tie altijd tot onze service-afdeling.

Indien het koelaggregaat niet meer werkt, kan de koudereserve in de diepvriesproducten bij volle belading een periode van ca. 22 uur overbruggen.

41

42

Wat te doen als ...

Storing Mogelijke oorzaken Oplossing

Het apparaat werkt niet: er brandt geen enkel lampje.

Het apparaat is niet ingeschakeld

De stekker zit niet of niet goed in het stopcontact.

De zekering is doorgeslagen of defect.

Het stopcontact is defect.

Het apparaat inschakelen.

De stekker in het stopcontact steken.

De zekering controleren en eventueel vervangen.

Een elektriciën roepen om het defect aan het stroomnet te verhelpen.

Het groene lampje brandt niet, het gele lampje brandt bij ingeschakelde

FROSTMATIC-functie.

Groene lampje defect.

Contact opnemen met onze service-afdeling.

Het gele lampje brandt niet bij ingeschakelde

FROSTMATIC-functie, apparaat werkt.

Gele lampje defect.

Contact opnemen met onze service-afdeling.

Het apparaat koelt te sterk.

Temperatuur is te koud ingesteld.

Temperatuur is niet juist ingesteld.

De temperatuur in de vriesruimte is niet voldoende, rode lampje brandt, akoestisch temperatuursignaal klinkt.

Deur heeft te lang opengestaan.

In de laatste 24 uur zijn grotere hoeveelheden warme levensmiddelen opgeslagen.

Het apparaat staat naast een warmtebron.

Temperatuurtoetsen tijdelijk op warmere instelling draaien.

Zie hoofdstuk

“Temperatuur instellen”.

Deur slechts zo lang open laten als nodig is, FROST-

MATIC-toets indrukken.

FROSTMATIC-toets indrukken.

Zie hoofdstuk

“Opstelplaats”.

Geluiden tijdens de werking

Storing Mogelijke oorzaken Oplossing

Sterke rijpvorming in het apparaat, eventueel ook aan de deurafdichting.

Deurafdichting is lek

(eventueel na het overzetten van het deurscharnier).

Op de ondichte plaatsen de deurafdichting voorzichtig met een haardroger verwarmen (niet heter dan ca. 50 °C).

Tegelijkertijd de verwarmde deurafdichting met de hand zo in vorm trekken dat hij weer helemaal sluit.

Ongewone geluiden.

Apparaat staat niet recht.

Stelvoetjes bijstellen.

Apparaat komt tegen de muur of tegen andere voorwerpen aan.

Een onderdeel, bijv. een leiding, aan de achterkant van het apparaat komt tegen een ander onderdeel van het apparaat aan of tegen de muur.

Apparaat iets wegtrekken.

Dit onderdeel voorzichtig wegbuigen.

Nadat u op de toets

FROSTMATIC gedrukt heeft of nadat de temperatuurinstelling gewijzigd is, start de compressor niet gelijk.

Dit is normaal, er zijn geen storingen.

De compressor start na een tijdje automatisch.

Geluiden tijdens de werking

De volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten:

Klikken

Elke keer als de compressor in- of uitschakelt, hoort u een klik.

Zoemen

Zodra de compressor functioneert, hoort u gezoem.

Borrelen/klotsen

Wanneer het koelmiddel door smalle leidingen stroomt, kunt u een borrelend of klotsend geluid horen. Ook na het uitschakelen van de compressor is dit geluid nog korte tijd te horen.

43

44

Bepalingen , normen, richtlijnen

Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is met inachtneming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt.

Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijn volgens de Duitse wet op de veiligheid van apparaten (GSG), de Duitse voorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties

(VBG 20) en de bepalingen van de vereniging van Duitse elektrotechnici (VDE). De koudecirculatie is op dichtheid getest.

Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:

– 73/23/EG van 19.2.1973 - laagspanningsrichtlijn

– 89/336/EG van 3.5.1989

(met inbegrip van wijzigingsrichtlijn 92/31/EG) - EMC-richtlijn.

– 94/2/EG van 21. 01. 1994 - richtlijn voor energie-etikettering

– 96/57 EG van 3. 9. 1996 - vereiste met betrekking tot de energieefficiëntie van elektrische huishoudelijke koel- en vriesapparaten en de betreffende combinaties.

Vaktermen

Koelmiddel

Vloeistoffen die gebruikt kunnen worden voor koudeproductie, worden koelmiddelen genoemd. Deze stoffen hebben verhoudingsgewijs een laag kookpunt, zo laag dat de warmte van de aanwezige levensmiddelen in het koelapparaat, het koelmiddel tot koken ofwel tot verdampen kan brengen.

Koelmiddelkringloop

Gesloten kringloopsysteem waarin het koelmiddel zich bevindt. De koelmiddelkringloop bestaat hoofdzakelijk uit verdamper, compressor, condensor en leidingen.

Verdamper

In de verdamper verdampt het koelmiddel. Net als alle vloeistof, heeft het koelmiddel warmte nodig om te kunnen verdampen. Deze warmte wordt onttrokken aan de binnenruimte van het koelapparaat, de ruimte koelt daardoor af. Daarom is de verdamper in de binnenruimte geplaatst of gelijk achter de binnenwand ingeschuimd en daardoor niet zichtbaar.

Compressor

De compressor ziet eruit als een tonnetje. Hij wordt aangedreven door een ingebouwde elektromotor en is achter, aan de onderkant van het apparaat geplaatst. De compressor zorgt ervoor dat het gasvormige koelmiddel aan de verdamper onttrokken wordt en vervolgens verdicht en naar de condensor geleid wordt.

Condensor

De condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de condensor wordt het koelmiddel dat door de compressor verdicht is, gecondenseerd. Hierbij komt warmte vrij die door de oppervlakte van de condensor aan de omgevingslucht afgegeven wordt. De condensor is daarom aan de buitenkant, meestal aan de achterkant van het apparaat, aangebracht.

45

AEG Hausgeräte GmbH

Postfach 1036

D-90327 Nürnberg http://www.aeg.hausgeraete.de

© Copyright by AEG

2222 704-54 -01- 0203

Änderungen vorbehalten

Wijzigingen voorbehouden

Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project