Dometic | RM7361 | User manual | Dometic RM7361 Handleiding

Dometic RM7361 Handleiding
HANDLEIDING
INSTALLATIEHANDLEIDING
ABSORPTIE - KOELKASTEN voor CARAVAN en MOTORCARAVAN
RM 7271 L
RM 7275 L
RM 7291 L
RM 7295 L
RM 7361 L
RM 7365 L
RM 7401 L
RM 7405 L
NL
FR
Nederlands
Français
Typ C40 / 110
822 6100-03
MANUEL
REFRIGERATEUR A ABSORPTION
pour des VEHICULES de LOISIRS
T.B. 06/2003
Dansk
Deutsch
ÅëëçíéêÜ
English
Español
Français
Italiano
Nederlands
Norsk
Português
Suomi
Svensk
via INTERNET www.dometic.com
Kundeservice
Kundendienst
ÅîõðçñÝôçóç Ðåëáôþí
Customer Service
Servicio de Atención al Cliente
Service après-vente
Servizio Clienti
Klantenservice
Kundeservice
Serviço de Atendimento a Clientes
Asiakaspalvelu
Kundservice
Deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig bewaren;
s.v.p. doorgeven aan degene die het apparaat na U gebruikt.
© Dometic GmbH - 2003 - Wijzigingen voorbehouden - Gedrukt in Duitsland
2
INHOUDSOPGAVE
1.0
INLEIDING
4
2.0
VOOR UW VEILIGHEID
4
3.0
GARANTIE EN KLANTENSERVICE 5
2.1
2.2
3.1
Waarschuwingen en veiligheid
Koelmiddel
Vervoersschade
4
4
5
4.0
MODELBESCHRIJVING
5
5.0
HANDLEIDING KOELKAST
5
6.0
5.1
5.2
5.3
5.4
5.5
5.6
5.7
5.8
5.9
5.10
5.11
5.12
5.13
5.14
5.15
5.16
5.17
5.18
5.19
5.20
Reiniging
Inschakelen van de koelkast
Bewaren van levensmiddelen
Bereiding van ijsblokjes
Ontdooien
Het plaatsen van de roosters
Deurvergrendeling
Uitschakelen van de koelkast
Gebruik in de winter
Verlichting
Decorpaneel vervangen
Deur omdraaien
Handelwijze bij storingen
Onderhoud
Productaansprakelijkheid
Aanwijzingen t.a.v. het milieu
Afvoeren
Tips voor energiebesparing
Technische gegevens
Conformiteitsverklaring
5
6
11
11
11
11
12
12
12
13
13
14
15
16
16
16
16
16
17
18
INSTALLATIEHANDLEIDING
19
6.1
6.2
6.3
6.4
6.5
6.6
6.7
6.8
6.9
Installeren
Afschermen v/d luchtstromen
Ventilatie en luchtafvoer
Inbouw van het ventilatiesysteem
De inbouwnis
Bevestiging koelkast
Geleiding afgewerkt gas
De gasinstallatie
De elektrische installatie
3
19
21
22
23
24
24
25
26
28
1.0
INLEIDING
U hebt met de Dometic Absorption Refrigerator als koelkast een uitstekende keuze
gemaakt. Wij zijn er zeker van dat dit nieuwe apparaat in alle opzichten volledig aan
uw wensen zal voldoen.
Deze koelkast is stil, voldoet aan de hoogste eisen en gaat gegarandeerd gedurende
de hele levenscyclus, van fabricage en gebruik tot recycling, efficiënt om met energie
en andere hulpbronnen.
Lees voordat u de koelkast gaat gebruiken eerst zorgvuldig de instructies voor
installatie en gebruik.
De koelkast is ontworpen voor installatie in vakantievoertuigen, zoals caravans en
campers. Het apparaat is gecertificeerd voor toepassing volgens EG-richtlijn
gastoestellen 90/396/EEC.
2.0
2.1
VOOR UW VEILIGHEID
Gevaarlijk Let op!
Waarschuwingen en veiligheid
Ÿ Gebruik nooit open vuur als u het apparaat op lekken controleert.
Ÿ Bescherm kinderen!
Als u de koelkast afdankt, verwijdert u alle koelkastdeuren en laat u het opslagrek
in de koelkast. Hiermee voorkomt u opsluiting of verstikking.
Ÿ Als u gas ruikt:
- Sluit de gasafsluitkraan en de klep van de gascilinder.
- Open de ramen en verlaat de ruimte.
- Schakel geen elektrische apparaten of verlichting aan.
- Doof open vuur.
Ÿ Open nooit het absorptieaggregaat. Het aggregaat staat onder druk.
Ÿ Reparaties aan gasonderdelen, verbrandingsgasafvoer en elektrische onderdelen
mogen alleen worden verricht door goedgekeurd servicepersoneel.
Ÿ De werkdruk moet overeenkomen met de gegevens op de modelplaat van het
apparaat.
Ÿ Vergelijk de werkdrukgegevens op de modelplaat met de stand van de drukmeter
van de gascilinder.
Ÿ Het is niet toegestaan om het apparaat tijdens het rijden op gas te laten werken.
Ÿ De behuizing waarborgt de elektrische veiligheid en mag enkel met behulp van
gereedschap verwijderd worden.
Ÿ Het apparaat mag niet aan regen worden blootgesteld.
Ÿ De koelkast is niet geschikt voor het bewaren van geneesmiddelen.
2.2
Koelmiddel
Als koelmiddel wordt ammonia gebruikt. Dit is een natuurlijke stof die ook wordt
gebruikt in huishoudelijke schoonmaakmiddelen (1 liter schoonmaakmiddel kan tot
200 g ammonia bevatten; ongeveer tweemaal zoveel als in de koelkast wordt
gebruikt). Natriumchromaat wordt gebruikt als roestwerend middel (1,8 % van
het oplosmiddel).
Bij lekken (gemakkelijk merkbaar door de onaangename geur):
Ÿ Schakel de koelkast uit.
Ÿ Lucht de ruimte goed.
Ÿ Neem contact op met de klantenservice.
4
3.0
GARANTIE EN KLANTENSERVICE
Garantiebepalingen zijn in overéénstemming met EC richtlijn 44/1999/CE en de
normale condities zoals van toepassing voor het desbetreffende land.
Voor garantie en andere diensten neemt u contact op met de afdeling klantenservice.
Schade door verkeerd gebruik wordt niet door de garantie gedekt. De garantie dekt
geen wijzigingen aan de apparatuur of gebruik van onderdelen die niet van Dometic
zijn. De garantie is niet geldig en er wordt geen aansprakelijkheid aanvaard als de
instructies voor installatie en gebruik niet worden gevolgd. Onderdelen kunt u in heel
Europa bestellen bij de afdeling klantenservice.
Gelieve bij tel. of schriftelijk contact met de service afdeling a.u.b. altijd het model,
het productnummer , het serienummer en evt. de MLC-code op te geven!
Deze informatie vindt u op de gegevensplaat binnenin de koelkast.
3.1
4.0
Vervoersschade
Nadat u de verpakking hebt verwijderd, controleert u of de koelkast gedurende het
transport is beschadigd. Alle vervoersschade moet u binnen zeven dagen van
levering melden bij het betreffende transportbedrijf.
MODELBESCHRIJVING
Voorbeeld :
RM 7401 L
“RM” Refrigerator Mobile /
Mobiele absorptiekoelkast
5.0
5.1
“L” verlicht
“1” Handmatige energiebronkeuze
“5” Automatische en handmatige
energiebronkeuze
HANDLEIDING KOELKAST
Schoonmaken
Voordat u de koelkast in gebruik neemt, is het aan te raden het apparaat eerst van
binnen en van buiten schoon te maken.
Ÿ Gebruik een zachte doek met lauwwarm water en een mild schoonmaakmiddel.
Ÿ Was daarna met schoon water en laat het apparaat goed drogen.
Ÿ Verwijder jaarlijks met een borstel of een zachte doek het stof uit de koeleenheid.
LET OP !
Voorkom aantasting van materialen:
Ÿ Gebruik geen zeep of harde, bijtende of op soda gebaseerde schoonmaakmiddelen.
Ÿ Zorg ervoor dat de deursluiting niet in contact komt met olie of vet.
5
5.2
De koelkast inschakelen
Het koelkastaggregaat werkt geruisloos.
Ÿ Wanneer het apparaat voor het eerst in werking wordt gezet, komt er
mogelijk een geur vrij die na enkele uren verdwijnt.
Zorg dat ook de woonruimte goed wordt geventileerd.
Ÿ De koelkast is na een paar uur op de gewenste bedrijfstemperatuur;
het diepvriesvak wordt na ongeveer een uur koud.
Ÿ
5.2.1
Bediening
A. Handmatige energiebronkeuze MES (RM 7XX1 L)
A
C
B
A = Selectieschakelaar energiebron
B = Thermostaat gas/elektrisch
C = Bedrijfsindicatoren (3 LED's)
B. Automatische en handmatige energiebronkeuze AES (RM 7XX5 L)
A
A
B
C
D
C
D
B
E
= Selectieschakelaar energiebron
= Thermostaat gas/elektrisch AC/DC
= Bedrijfsindicatoren (4 LED´s)
E = LED-dimmer
(alleen bij geopende deur toegankelijk)
= Temperatuurstappenaanduiding
Opmerking:
De koelkast kan werken op netstroom, 12 V of vloeibaar gas. De gewenste
stroombron selecteert u met de energiekeuzeschakelaar (A). Deze schakelaar (A)
heeft de standen:
gas (vloeibaar gas), 230 V(netstroom), 12V (gelijkstroom), OFF (uitgeschakeld).
Apparaten met automatische energiebronkeuze beschikken bovendien over
de stand 'AUTO'.
Uitgeschakeld
Gas
Netstroom
12V gelijkstroom
Automatische energiebronkeuze
6
A. Handmatige energiebronkeuze
5.2.2
Werking op elektriciteit
1. 12V - energiebron
De 12-V-energiebron moet alleen bij draaiende motor worden gekozen,
om leegloop van de voertuig-accu te voorkomen.
B
A
C
1. De keuzeschakelaar voor de
energiebron 'A' op 12 V stellen.
2. De bedrijfsindicator 'C', 12 V,
licht groen op.
Het apparaat is in functie.
3. Met de draaischakelaar 'B' de
temperatuur in het hoofdkoelvak
regelen.
Wanneer de bedrijfsindicator niet oplicht (dwz. rood bij modellen AES), is
het apparaat niet in bedrijf (foutenanalyse: zie 5.13)
2. Werking op netspanning
Kies deze modus alleen dan, wanneer de spanningsvoorziening van de stroomaansluiting met de op het typeplaatje aangegeven waarde overeenkomt.
Bij afwijkende waarden kan het apparaat beschadigd raken!
A
B
C
1. De keuzeschakelaar voor de
energiebron 'A' op 230V stellen.
2. De bedrijfsindicator 'C',
230V, licht groen op.
Het apparaat is in functie.
3. Met de draaischakelaar 'B' de
temperatuur in het hoofdkoelvak
regelen.
Wanneer de bedrijfsindicator niet oplicht (dwz. rood voor AES-modellen),
is het apparaat niet in bedrijf (foutenanalyse: zie 5.13).
7
5.2.3
Werking op gas
Ÿ Het gas waarop de koelkast werkt, moet vloeibaar zijn (propaan,
butaan). U mag nooit gewoon gas of natuurlijk gas gebruiken.
Ÿ Als de koelkast tijdens het rijden op gas draait, moeten die
voorzorgsmaatregelen worden genomen, die de wetgever van het
desbetreffende land voorschrijft (conform de Europese norm EN 732).
Het laten draaien van de koelkast op gas is tijdens het rijden
toegestaan (uitgezonderd in Frankrijk en Australië).
Ÿ In de omgeving van benzinepompstations is het gebruik met gas per
definitie verboden!
1. Open het ventiel van de gascilinder.
2. Open de afsluiter van de gastoevoer.
C
1. De keuzeschakelaar energiebron “A”
op stand “GAS” zetten.
2. De draaischakelaar “B” in de positie “max”
zetten.
A
Ontsteking vindt automatisch plaats (tikkend geluid hoorbaar), ca. 30 sec. lang.
Indien de ontsteking succesvol is geweest, licht de werkingsindicator “C”, “GAS”,
geel op.
De koelkast is in bedrijf. Regel met de draaischakelaar 'B' de temperatuur in het
hoofdkoelvak.
5.2.4
Gasstoring
C
Bij een gasstoring knippert de bedrijfsindicator 'C' geel.
Oplossing:
De energiebronkeuzeschakelaar (A) op “OFF” zetten.
1. Zit er nog gas in de gasfles?
2. Is het ventiel van de gasfles open?
3. Is de afsluiter die zich aan de kant van het voertuig bevindt, open?
Indien de punten 1 t/m 3 met "ja" beantwoord kunnen worden, ga dan door
met punt 4.
4. De keuzeschakelaar energiebron (A) opnieuw op stand “GAS” zetten.
Opnieuw vindt ontsteking plaats.
Begint na ca. 30 sec. de bedrijfsindicator (C) opnieuw geel te knipperen, dan
is de gasstoring niet verholpen (bijvoorbeeld omdat er lucht in de gasleiding
zit).
5. De koelkast met de keuzeschakelaar energiebron “A” kort in stand “OFF”
zetten en vervolgens direct weer in stand “GAS”!
Voor het ontluchten van de gasleidingen deze handeling 3 - 4 keer herhalen.
Mocht het uitvoeren van deze stappen niet helpen, neem dan contact op met
een bevoegde klantenservice.
8
B. Automatische keuze energiebron (alleen bij RM 7XX5 L)
5.2.5
“AUTO”- energiebron
De modellen RM7XX5 L zijn uitgerust met een “AUTO”matische functie.
1. De keuzeschakelaar energiebron “A”
in stand “AUTO” zetten.
De LED “AUTO” licht op.
Handmatig bedrijf is altijd mogelijk.
Toelichting:
De elektronica maakt na het inschakelen zelfstandig de keuze uit de drie
mogelijke energiebronnen: 230 V - 12 V - vloeibaar gas.
De besturingselektronica zorgt er automatisch voor dat de koelkast energie
ontvangt van de voor die situatie optimale energiebron.
Prioriteitsvolgorde: 1.) Zonne-energie (12 V -)
2.) 230 V ~
3.) 12 V 4.) Vloeibaar gas
De elektronisch geselecteerde energiebron wordt door de desbetreffende
LED aangegeven (voorbeeld : gebruik van de 230-V-bron).
Energiebron 230 V
Wanneer de netspanning hoog genoeg is (> 200 V), dan wordt deze energiebron als eerste optie gekozen (geen zonne-energie-installatie geïnstalleerd).
Energiebron 12 V
De 12-V-energiebron wordt alleen dan geselecteerd, als de motor van het
voertuig draait ofwel als de zonne-energie-installatie voldoende spanning
levert. Dit wordt geregistreerd via de D+ verbinding van dynamo naar
elektronica ofwel via het betreffende signaal van de oplaadregelaar van het
zonne-energie-systeem.
Gas als energiebron
De koelkast schakelt alleen dan over op gas als energiebron, als de
voertuigmotor niet loopt en de netvoeding niet voldoende is (< 200 V of niet
aanwezig).
Tijdens het tanken van brandstof
Om een ongewild overschakelen op gas als energiebron tijdens het tanken
uit te sluiten, schakelt de elektronica pas 15 minuten na uitschakeling van de
motor weer over op gas als energiebron voor de koelkast.
Gedurende deze tijd is het apparaat stand-by en licht alleen de LED '”AUTO”
op.
In de omgeving van benzinestations is het gebruik van open vuur
verboden. Mocht het oponthoud bij het benzinestation langer dan 15
minuten duren, dan moet de koelkast met de keuzeschakelaar
energiebron “A” worden uitgeschakeld of op een andere energiebron
overgeschakeld worden.
9
5.2.6
Gasstoring in de “AUTO”-modus
A
C
Bij een gasstoring knippert de bedrijfsindicator “C”
geel.
Oplossing:
De energiebronkeuzeschakelaar (A) op “OFF” zetten.
1. Zit er nog gas in de gasfles?
2. Is het ventiel van de gasfles open?
3. Is de afsluiter die zich aan de kant van het voertuig bevindt, open?
Indien de punten 1 t/m 3 met "ja" beantwoord kunnen worden, ga dan door
met punt 4.
4. De keuzeschakelaar energiebron (A) opnieuw op stand “AUTO” zetten.
Opnieuw vindt ontsteking plaats.
Begint na ca. 30 sec. de bedrijfsindicator (C) opnieuw geel te knipperen,
dan is de gasstoring niet verholpen (bijvoorbeeld omdat er lucht in de
gasleiding zit).
5. De koelkast met de keuzeschakelaar energiebron “A” kort in stand “OFF”
zetten en vervolgens direct weer in stand “AUTO”!
Voor het ontluchten van de gasleidingen deze handeling 3-4 keer herhalen.
Mocht het uitvoeren van deze stappen niet helpen, neem dan contact op
met een bevoegde klantenservice.
5.2.7
Extra functies (alleen bij de RM 7XX5 L)
l
l
Temperatuurstappenaanduiding (D) voor de
optische weergave van de ingestelde temperatuur
(MIN - MAX) door vier LED's.
LED-dimmer (E) voor het regelen van de helderheid
van de indicator-LED (alleen bij geopende deur
toegankelijk).
D
E
Onder de klep bevindt zich een
kartelwieltje voor het regelen van de
helderheid (zie boven, stand E)
E
5.2.8
Instellen van de koelruimtetemperatuur
Zoals aangegeven, kunt u met de draaiknop (B)
B de koelruimtetemperatuur naar behoefte regelen.
Middelste stand
Omgevingsfactoren hebben invloed op de prestaties van het aggregaat.
Kies indien de omgevingstemperatuur tussen +15 en +25 °C ligt de midTIP delste stand. Het aggregaat werkt in het optimale prestatiebereik.
10
5.3
Bewaren van levensmiddelen
Levensmiddelen moeten altijd in gesloten verpakkingen of aluminiumfolie o.i.d.
bewaard worden.
Ÿ Leg nooit warme levensmiddelen in de koelkast, maar laat ze eerst afkoelen.
Ÿ Waren die vluchtige, brandbare gassen af kunnen geven, mogen niet in de
koelkast worden bewaard.
Ÿ Sla kwetsbare levensmiddelen op in de directe nabijheid van de koelribben.
Het vriesvak is geschikt voor het bereiden van ijsblokjes en voor het kortdurend
opslaan van bevroren levensmiddelen. Het is niet geschikt om levensmiddelen
in te vriezen.
Ÿ
5.4
Bereiding van ijsblokjes
Ijsblokjes kunt u het best 's nachts maken. 's Nachts moet de vriezer minder hard
werken en heeft het apparaat meer reservecapaciteit.
1. Vul het ijsklontjesbakje met
drinkwater.
2. Plaats het bakje in
het vriesvak.
Gebruik alleen drinkwater!
5.5
Ontdooien
Geleidelijk zet zich ijs af op de vinnen.
Als de ijslaag ongeveer 3 mm dik is, moet u de koelkast ontdooien.
1. Schakel de koelkast uit, zoals beschreven in paragraaf 5.8 "Uitschakelen".
2. Verwijder het ijsklontjesbakje en het voedsel.
3. Laat de deur van de koelkast openstaan.
4. Na ontdooien (het vriesvak en de vinnen zijn ijsvrij) droogt u de kast met
een doek af.
5. Gebruik een doek om het water in het vriesvak te verwijderen.
6. Schakel de koelkast weer in, zoals beschreven in paragraaf 5.2 "De koelkast
inschakelen".
U mag de ijslaag niet met kracht verwijderen of het ontdooien met
een warmtebron versnellen.
Opmerking:
Dooiwater uit het hoofdcompartiment van de koelkast loopt in een container
achterin de koelkast. Van hieruit verdampt het water.
5.6
De opslagrekken plaatsen
Ontmantelen:
1. Maak de
sluitklemmen voor
en achter los.
2. Verwijder het opslagrek door dit naar
links te schuiven en
naar boven te
bewegen.
2.
1.
Voor het plaatsen van het opslagrek doorloopt u de stappen in
omgekeerde volgorde.
11
5.7
Deursluiting
open
vastzetten
Ventilatiestand
5.8
Uitschakelen
A
1. Zet energiekeuzeschakelaar
“A” op “OFF”. Het apparaat is nu
volledig.
2. Zet met de grendel de open deur vast. De deur
staat nu op een kier. Dit voorkomt schimmelgroei
in het apparaat.
De werking op gas uitschakelen!
Als u de koelkast langere tijd niet gebruikt, sluit u de afsluiter van de
koelkast en die van de gascilinder.
5.9
Werking tijdens de winter
1. Controleer of het ventilatierooster en de afvoer niet door sneeuw, bladeren en
dergelijke zijn geblokkeerd.
Bovenste ventilatierooster met afvoer (L100)
Onderste ventilatierooster (L200)
2. Als de omgevingstemperatuur beneden +8°C komt, moet u de
winterbedekking aanbrengen.Deze bedekking beschermt het apparaat tegen
te koude lucht.
3. Breng de bescherming aan en
zet deze vast.
Het wordt tevens aanbevolen de winterbedekking te gebruiken als het voertuig
TIP langere tijd niet wordt gebruikt.
12
5.10
Verlichting
De lampjes vervangen
1.
2.
1. Verwijder het afdekplaatje.
90°
2. Verwijder het defecte
lampje.
3. Breng het nieuwe
lampje aan.
Opmerking:
Voor 12 V gelijkstroom:
1 lampje van 12 V, 2 W.
Neem voor reservelampjes contact op met
de klantenservicecentra van Dometic.
4. Klik het afdekplaatje
weer vast.
5.11
De decorplaat vervangen
1. Open de deur en
maak de schroef
van de scharnier los.
2. Verwijder de deur
door deze naar
boven te tillen.
3. Schroef de binnenbedekking
los (3 schroeven).
4. Verwijder de decorplaat en plaats een
nieuwe decorplaat.
5. Schroef de binnenbedekking weer op
zijn plaats.
6. Zet de deur
weer in de
koelkast.
De afmetingen van het paneel moeten zijn (mm):
Model
Hoogte
Breedte
Dikte
RM 7271 /..75
RM 7361 /..65
713+/-1
713+/-1
453,5+1
453,5+1
3,2
3,2
RM 7291 /..95
RM 7401 /..05
718+/-1
718+/-1
491,5+1
491,5+1
3,2
3,2
13
7. Draai de
schroef van de
scharnier vast.
5.12
De richting wijzigen waarin de deur opent
Het is niet altijd mogelijk om de draairichting van de deur te veranderen indien het apparaat
geinstalleerd is.
1. Deur openen,
scharnierschroeven
losdraaien en bij de
hand houden.
2. Deur uithalen
door naar
boven te duwen.
6.
7.
3.
4.
8. Draai de scharnierschroeven terug in.
5. Bevestig de deur.
14
5.13
Handelwijze bij storingen
Voordat u contact opneemt met de afdeling klantenservice, controleert u of:
1. U de instructies onder "De koelkast inschakelen" hebt gevolgd.
2. De koelkast waterpas staat.
3. Het mogelijk is de koelkast te gebruiken met een beschikbare krachtbron.
Storing: De koelkast werkt niet met het gebruik van gas.
Mogelijke oorzaak
Wat kunt u doen
a.) De gasfles is leeg.
a.) Gasfles wisselen.
b.) Is de voorgeschakelde afsluitinrichting
geopend?
b.) Afsluitinrichting openen.
c.) Zit er lucht in de leiding?
c.) Apparaat uitschakelen en opnieuw opstarten.
Deze handeling evt. 3 - 4 keer herhalen.
Storing: De koelkast presteert niet bij werking op 12 V.
Mogelijke oorzaak
Wat kunt u doen
a.) De zekering aan de kant van het
voertuig is defect.
a.) De zekering vervangen.
b.) De accu is leeg.
b.) De accu controleren en laden.
c.) De ontsteking is niet ingeschakeld.
c.) De motor starten.
Storing: De koelkast werkt niet op 230V
Mogelijke oorzaak
Wat kunt u doen
a.) De zekering aan de kant van het
voertuig is defect.
a.) De zekering vervangen.
b.) Het voertuig is niet op het
electriciteitsnet aangesloten.
b.) Opnieuw verbinding met electriciteitsnet
maken.
c.) AES: Gasgebruik ondanks aansluiting
op electriciteitsnet?
c.) Apparaat schakelt vanwege te lage
netspanning op gas over (schakelt
automatisch op de 230 V-voorziening terug).
Storing: De koelkast koelt te weinig.
Mogelijke oorzaak
Wat kunt u doen
a.) De ventilatie van het koelaggregaat is
niet voldoende.
a.) Controleren, of de ventilatieroosters
niet geblokkeerd zijn.
b.) De thermostaatregelaar staat te laag.
b.) Thermostaatregelaar hoger zetten.
c.) De verdamper raakt teveel bevroren.
c.) Controleren, of de deur van de
koelkast goed sluit.
d.) De koelkast werd op korte termijn met
teveel warme levensmiddelen gevuld.
d.) Levensmiddelen eerst laten afkoelen.
e.) De koelkast is nog niet lang genoeg
ingeschakeld.
e.) Controleren, of de koeling na een
paar uur nog koelt.
15
5.14
Onderhoud
Ÿ
Onderhoud aan gasapparatuur en elektrische apparatuur moet door
goedgekeurd personeel worden uitgevoerd. Het wordt aanbevolen dit
onderhoud uit te laten voeren door een klantenservicecentrum.
Ÿ
Merk op dat volgens de regels die van toepassing zijn de gasapparatuur en de
verbrandingsgasafvoer voor het eerste gebruik en daarna elke 2 jaar moeten
worden geïnspecteerd, en dat toestellen op vloeibaar gas in navolging van het
technische regelgeving EN1949 jaarlijks door een klantenservicecentrum moeten
worden geïnspecteerd. Na inspectie wordt een certificaat uitgegeven.
Het is de verantwoording voor de gebruiker om deze inspectie uit te laten
voeren.
Ÿ
De gasbrander moet ten minste eens per jaar en daarnaast indien nodig worden
schoongemaakt.
TIP Wanneer de auto langere tijd heeft stilgestaan, is een onderhoudsbeurt van de
koelkast aan te bevelen.
5.15
Productaansprakelijkheid
De productaansprakelijkheid van Dometic GmbH omvat niet de schade, die door een
verkeerd gebruik, door niet vakkundige veranderingen en ingrepen aan het apparaat,
door de inwerking van omgevingsinvloeden zoals temperatuurveranderingen en
luchtvochtigheid aan het apparaat of in de onmiddellijke omgeving van het apparaat of
door personen ontstaat.
5.16
Aanwijzingen t.a.v. het milieu
De koelkasten die door Dometic GmbH worden geproduceerd, zijn CFC en HCFC vrij.
In de koeleenheid wordt als koelmiddel ammonia gebruikt (een natuurlijke verbinding
van waterstof en stikstof). Als spuitstof voor de fabricage van de isolatie van
PU-schuim wordt ozonvriendelijk cyclopentaan gebruikt.
5.17
Afvoeren
5.18
Tips voor energiebesparing
Voor recycling van recyclebaar verpakkingsmateriaal, moet u dit inleveren bij het
normale verzamelsysteem.
Het apparaat moet worden afgeleverd bij een goed vuilverwerkingsbedrijf, dat zorgt
voor hergebruik van de recyclebare onderdelen en een goede afvoer van het restant.
Voor milieuvriendelijke afvoer van het koelmiddel uit alle absorptiekoeleenheden moet
een goede verwijderingsinstallatie worden gebruikt.
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Bij een omgevingstemperatuur van ongeveer 25°C kunt u de koelkast laten
werken op de middelste stand van de thermostaat (zowel voor gas als netstroom).
Bewaar indien mogelijk waren die zijn voorgekoeld.
Stel de koelkast niet bloot aan direct zonlicht.
De vrieseenheid moet constant worden geventileerd.
Ontdooi regelmatig.
Open de deur kort als u dingen uit de koelkast neemt.
Installeer de koelkast en schakel deze ongeveer 12 uur voordat u de koelkast
vult i in.
16
5.19
Technische gegevens
Model
Afmetingen
H x B x D (mm)
diepte incl. deur
RM 7271(L)
RM 7275(L)
RM 7291(L)
RM 7295(L)
RM 7361(L)
RM 7365(L)
RM 7401(L)
RM 7405(L)
821x486x541
821x486x541
821x525x541
821x525x541
821x486x541
821x486x541
821x525x541
821x525x541
Max. capaciteit
incl. vriesvak
77 lit.
77 lit.
86 lit.
86 lit.
88 lit.
88 lit.
97 lit.
97 lit.
Bruikbare
capaciteit
vriesvak
verbindinswa
arden
hoofdstroom/ ac
cu
* Verbruik
van elektriciteit
of gas in 24 uur
9,5 lit.
9,5 lit.
10,5 lit.
10,5 lit.
9,5 lit.
9,5 lit.
10,5 lit.
10,5 lit.
125 W / 120 W
125 W / 120 W
125 W / 120 W
125 W / 120 W
135 W / 130 W
135 W / 130 W
135 W / 130 W
135 W / 130 W
ca.2,5 KWh / 260 g
ca.2,5 KWh / 260 g
ca.2,6KWh / 260 g
ca.2,6 KWh / 260 g
ca.2,6 KWh / 260 g
ca.2,6 KWh / 260 g
ca.2,6 KWh / 260 g
ca.2,6 KWh / 260 g
Nettogewicht
Ontsteking
met
onstecker
Getrapt
kabinet
26 kg
26 kg
27 kg
27 kg
28 kg
28 kg
29 kg
29 kg
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Technische wijzigingen voorbehouden.
* Gemiddeld gebruik gemeten bij een omgevingstemperatuur van 25°C volgens de
ISO-standaard.
17
5.20
Conformiteitsverklaring
18
6.0
INSTALLEREN
Bij installatie van de koelkast moet u voldoen aan de technische en administratieve
regelgeving van het land waarin het voertuig voor het eerst wordt gebruikt.
In Europa moeten bijvoorbeeld de gasinstallaties, het leggen van de kabels, de
installatie van gascilinders en de goedkeuring en de controle op lekken voldoen
aan EN 1949 voor apparaten op vloeibaar gas in voertuigen.
6.1
Installation
De koelkast en de verbrandingsgasafvoer hiervan moeten zo worden geïnstalleerd, dat
deze altijd bereikbaar zijn voor onderhoud en gemakkelijk kunnen worden verwijderd
en geïnstalleerd.
De koelkast mag alleen door goedgekeurd personeel worden geïnstalleerd.
De installatie en verbindingen van de koelkast moeten voldoen aan de meest
recente technische regelgeving, zoals:
Ÿ De gas installatie moet conform zijn met de nationale voorschriften.
Ÿ Technische regelgeving EN 1949, EN 732.
Ÿ De elektrische installatie moet conform zijn met de nationale voorschriften.
Ÿ Technische regelgeving EN 60335-1, EN 60335-2-24, EN 1648-1, EN 1648-2 .
Ÿ Plaatselijke vereisten en vereisten van de bouwcommissie.
Ÿ De koelkast moet zo worden geïnstalleerd, dat deze is afgeschermd van
extreme warmtestraling.
Extreme warmte heeft een negatieve invloed op de prestaties en vergroot het
energieverbruik van de koelkast.
Bij ondeskundige installatie wordt de kwaliteitsgarantie van de fabrikant in gevaar gebracht.
6.1.1
Installatie aan de zijkant
Als de koelkast aan dezelfde kant van het voertuig wordt geïnstalleerd als de
toegangsdeur, moet u ervoor zorgen dat de ventilatieroosters niet worden afgedekt als
de deur openstaat (Fig. 1 afstand deur- beluchtingsrooster min.25 mm).
Anders ontstaat een beperke beluchting, die tot verminderde koelprestaties leidt.
De deurkant van de caravan is vaak uitgerust met een scherm dat de afvoer van
verbrandingsgassen en warmte door de ventilatieroosters verstoort, waardoor de
koelprestaties verminderen.
Fig.1
Afstand deur- beluchtingsrooster min. 25 mm !
19
Ventilatierooster niet
geblokkeerd: OK
6.1.2
Installatie aan de achterkant
Installatie aan de achterkant resulteert vaak in een minder ideale installatiepositie,
omdat een optimale luchtstroom naar en vanaf de koelkast niet altijd haalbaar is
(Het onderste ventilatierooster wordt vaak afgedekt door de bumper of
achterlichten van het voertuig (Fig. 2)). De koelkast kan daardoor geen maximale
koelprestatie leveren.
Ventilatierooster
niet geblokkeerd:
OK
Fig. 2
Een andere populaire variant op installatie aan de achterkant is de
ventilatieroosters naar en vanaf de koelkast aan de zijkant aan te brengen
(B, Fig. 3).
De hercirculatie van lucht en warmte is zeer beperkt, waardoor de warmtewisselaars (condensor, absorbeerder) niet meer voldoende worden gekoeld.
Het aanbrengen van de ventilatieroosters in de vloer geeft ook een slechte
luchtcirculatie (C, Fig. 3).
Fig. 3
De maximale koelprestatie kan niet worden bereikt.
Bij elke positie voor de installatie moet vrije circulatie van lucht naar
en vanaf de koelkast worden verzorgd zoals beschreven onder punt
6.3.
20
6.2
Afschermen v/d luchtstromen
Koelkasten in caravans, motorcaravans en andere voertuigen moeten tochtvrij worden
geïnstalleerd. Dit betekent dat de lucht voor de brander niet uit de leefruimte
afkomstig is en dat wordt voorkomen dat verbrandingsgassen in de leefruimte
terechtkomen (EN 1949).
Voorstel 1:
Het gebruik van de inbouw-afdichtingskit van
Dometic
(Art.-nr. 241 2559-00, verkrijgbaar bij Dometic)
Plaats de stroken afsluitmateriaal (A) onderop en
aan elke kant van de installatienis.
Plaats afvoerplaat (B) met afsluitmateriaal (A) van
duurzaam, onbrandbaar materiaal in de
installatienis (zie afb.).
Plaats afvoerplaat (B) zodanig dat de hete lucht
door het ventilatierooster naar de open lucht wordt
afgevoerd.
Maak de afvoerplaat vast aan de caravanwand, niet
aan de koelkast!
Daarnaast moet de afvoerplaat (B) met de afsluitmateriaal (A) de koelkast van de leefruimte afsluiten
(zie afb.).
Zorg ervoor dat de koelkast waterpas in de nis
is geïnstalleerd.
Voorstel 2:
U kunt ook een afdekplaat (A) op de koelkast aanbrengen. De afdekplaat (A) brengt u op de caravanwand aan,
niet op de koelkast. Plaats afsluitende strips op de
onderkant en de zijkanten van de afdekplaat.
Duw vervolgens de koelkast vanaf de voorkant tegen de
afdekplaat.
Bij beide installatiemogelijkheden kan de koelkast
voor onderhoud gemakkelijk worden verwijderd en
teruggeplaatst.
De ruimte tussen de caravanwand en de koelkast is nu van de leefruimte afgesloten.
Hierdoor komen geen verbrandingsgassen in de leefruimte. Voor tochtvrije installatie
is geen speciaal verbrandingsgasafvoersysteem vereist. De verbrandingsgassen
worden via het bovenste ventilatierooster naar de open lucht afgevoerd. Voor deze
installatiemethode wordt aanbevolen zowel boven als beneden hetzelfde
ventilatierooster te gebruiken (L200) zonder verbrandingsgasafvoersysteem.
21
Bij werking op gas gebruikt u in dit geval de bovenste winterbedekking
niet!
Als ook bij tochtvrije installatie een verbrandingsgasafvoerpijp gewenst is, plaatst u het
L100 ventilatie- en afvoersysteem op de opening van het bovenste ventilatierooster.
Installatie verbrandingsgasafvoerpijp: zie punt 6.7.
Wijzigingen uitsluitend met toestemming van de
fabrikant.
6.3
Ventilatie en luchtafvoer
Een perfecte installatie is van vitaal belang voor een goede werking, omdat om
fysieke redenen warmte wordt gegenereerd aan de achterkant van de koelkast. Deze
warmte moet naar de open lucht kunnen ontsnappen.
Ook bij een hoge omgevingstemperatuur kan de koeleenheid alleen goed
werken bij voldoende ventilatie en afvoer.
15-20mm
Zonder trap
15-20mm
Met trap
De ventilatie voor de koelkast wordt verzorgd door twee openingen in de caravanwand.
Onderaan komt frisse lucht binnen, die wordt verwarmd en door het bovenste
ventilatierooster wordt afgevoerd (schoorsteeneffect).
Het bovenste ventilatierooster moet zo hoog mogelijk boven de condensor (A)
worden aangebracht. Voor het beste resultaat zorgt u ervoor dat hoogte X ten
minste 110 mm is.
Het onderste ventilatierooster moet gelijk zijn met de vloer van het voertuig, zodat
lekkend gas (dat zwaarder is dan lucht) direct naar de buitenlucht kan wegstromen.
Als deze opstelling niet mogelijk is, moet u een gat in de bodem van de nis maken
van 40 mm doorsnede, zodat lekkend gas naar de buitenlucht kan wegstromen
(EN 1949).
De ventilatieroosters moeten een vrij oppervlak van minstens 250 cm² hebben.
Dit wordt bereikt met het Dometic Absorber ventilatie- en luchtafvoersysteem
L100 / L 200, dat voor dit doel is getest en toegelaten.
Het bovenste ventilatiesysteem (L100) bestaat uit een montageframe (R1640), een
ventilatierooster met afvoereenheid (A1620) en een winterbedekking (WA120).
Het onderste ventilatiesysteem (L200) bestaat ook uit een montageframe (R1650),
een ventilatierooster (A1630, zonder afvoereenheid) en een winterbedekking
(WA130).
De correcte plaatsing van het onderste ventilatierooster vergemakkelijkt de
toegang tot elektro- en gasaansluitingen bij onderhoudswerkzaamheden.
22
6.4
Inbouw van het ventilatiesysteem
L 200
L 100
Voor het installeren van de ventilatieroosters maakt u twee rechthoeken (451
mm x 156 mm) in de buitenwand van het voertuig (zie punt 6.3 voor de plaats).
Punt 1 vervalt bij inbouwframes met geïntegreerde afdichting.
1. Sluit het montageframe waterdicht af.
2. Plaats het frame...
... en schroef het vast.
3. Plaats het ventilatierooster.
4. Zet het ventilatierooster vast.
5. Klik de afvoereenheid op zijn plaats (alleen
voor het bovenste ventilatiesysteem L100).
6. Plaats het winterbedekking.
23
6.5
De inbouwnis
De koelkast moet in een tochtvrije nis worden geïnstalleerd.
De afmetingen voor de nis vindt u in de onderstaande tabel.
Stap (A) is alleen vereist voor kabinetten met een trap. Duw de koelkast in de nis
totdat de voorkant van de koelkast gelijk is met die van de nis. Laat een ruimte van
15 tot 20 mm over tussen de achterwand van de nis en de koelkast. De vloer van
de nis moet glad zijn, zodat de koelkast gemakkelijk in de goede positie kan worden
geschoven. De vloer moet sterk genoeg zijn om het gewicht van de koelkast te
dragen.
Zorg ervoor dat de koelkast waterpas in de nis is
geïnstalleerd.
Afmetingen installatienis:
Breedte nis = B
Breedte nis = B
Model
RM 7271
RM 7275
RM 7291
RM 7295
RM 7361
RM 7365
RM 7401
RM 7405
6.6
Hoogte H
825 mm
825 mm
825 mm
825 mm
825 mm
825 mm
825 mm
825 mm
Breedte B
490 mm
490 mm
529 mm
529 mm
490 mm
490 mm
529 mm
529 mm
Diepte T
515 mm
515 mm
515 mm
515 mm
515 mm
515 mm
515 mm
515 mm
Hoogte HSt
220 mm
220 mm
220 mm
220 mm
-
Diepte TSt
235 mm
235 mm
235 mm
235 mm
-
Bevestiging koelkast
Aan de zijwanden van de koelkast vindt u vier plastic
geleiders met schroeven waarmee u de koelkast kunt
vastzetten. De zijwanden of de aangebrachte rails voor
het vastzetten van de koelkast moeten zo worden
ontworpen dat de schroeven goed vast blijven zitten,
zelfs bij een zwaardere belasting (als het voertuig rijdt).
Breng de schroeven altijd met de meegeleverde
geleiders aan, zodat onderdelen in de isolatie, zoals
kabels en dergelijke, niet worden beschadigd.
Nadat de koelkast is geplaatst, draait u de schroeven
door de metalen wand van de koelkast in de wanden van
de nis.
24
6.7
Geleiding afgewerkt gas
De afvoer van verbrandingsgassen moet zo worden geregeld, dat alle
verbrandingsproducten worden afgevoerd naar een gebied buiten de leefruimte.
Ter voorkoming van condensatie moeten de verbrandingsgassen altijd naar
boven worden afgevoerd.
Bij ondeskundige installatie vermindert de koelprestatie en de kwaliteitsgarantie wordt in gevaar gebracht.
6.7.1
De afvoer in het bovenste ventilatierooster aanbrengen
min. 10 mm
max. 20 mm
1. Verbind T-stuk (E) met adapter (F) of uitlaat (K) en draai schroef (G) vast.
Zorg ervoor dat warmteverdeler (H) in de juiste positie is vastgemaakt.
2. Plaats de uitlaat met afdekplaat (C) in de juiste opening in frame (I) en
verbind deze met T-stuk E). Verkort indien nodig uitlaat (C) tot de vereiste
lengte.
3. Plaats ventilatierooster (D) in montageframe (I) en maak dit vast met de
sluithendel links van het rooster.
4. Plaats kap (B) op uitlaat (C).
5. Plaats afvoereenheidstuk (A) in ventilatierooster (D).
Bij deze afvoermethode kunt u de winterbedekking gebruiken
25
6.7.2
Aparte afvoer van verbrandingsgassen (sonder accessoires)
min. 10 mm
max. 20 mm
Gat:
80 mm hoog
40 mm breed
1. Maak in de buitenwand van de caravan
een rechthoekig gat van 80 x 40 mm. De
plaats van het gat moet geschikt zijn voor
het model van de koelkast en de
installatieomstandigheden.
2. Verbind T-stuk (E) met adapter (F) of uitlaat (K) en draai schroef (G) vast. Zorg
ervoor dat warmteverdeler (H) in de juiste positie is vastgemaakt.
3. Steek uitlaat (C) door de opening.
4. Verbind uitlaat (C) met T-stuk (E). Verkort indien nodig uitlaat (C) tot de vereiste
lengte.
5. Vul het gat op met onbrandbaar materiaal (zoals staalwol).
6. Schroef bevestigingsplaat (D) op zijn plaats.
7. Plaats kap (B) op uitlaat (C).
8. Schroef buitenplaat (A) vast.
6.8
De gasinstallatie
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
Ÿ
U moet zich houden aan de regels onder punt 6.1.
Voor werking op gas mag voor deze koelkasten alleen vloeibaar gas worden
gebruikt (propaan/butaan). U mag nooit gewoon gas of natuurlijk gas
gebruiken (EN 27418).
De cilinder met vloeibaar gas moet zijn aangesloten op een vaste drukregelaar die voldoet aan EN 12864.
De drukregelaar moet overeenkomen met de werkdruk die op de gegevensplaat van de koelkast staat vermeld. De werkdruk komt overeen met de
standaarddruk van het gespecificeerde land (EN 1949, EN 732).
In elk voertuig is slechts één verbindingsdruk toegestaan. Op het punt
waarop de gascilinder is geïnstalleerd moet duidelijk zichtbaar een goed
leesbare, permanente meldingsplaat zijn aangebracht.
De gasverbinding met de koelkast moet met de buisverbindingen stevig
en potentiaalvrij zijn geïnstalleerd en stevig met het voertuig zijn verbonden
(verbinding met een slang is niet toegestaan) ( EN 1949 ).
De gasverbinding met de koelkast wordt uitgevoerd met een Emetoverbindingsstuk L8, DIN 2353-ST van EN 1949 .
26
De gasverbinding mag alleen worden aangebracht door goedgekeurd
personeel!
Nadat de koelkast goed is geïnstalleerd, moet worden getest op lekken en moet
een vlamtest worden uitgevoerd door *goedgekeurd personeel in navolging van
EN1949.
* goedgekeurd personeel
Goedgekeurd personeel bestaat uit gediplomeerde experts die door hun training en kennis garant
kunnen staan voor de juiste uitvoering van de lektest.
SW 17
SW 14
C
Het koelaggregaat moet door een afsluitinrichting (C) in
de toevoerleiding afsluitbaar zijn. De afsluitinrichting moet
op een voor de gebruiker gemakkelijk toegankelijke
plaats worden aangebracht.
Standaarddruk
Gas
I3P(30)
mbar
30
I
3P(37)
I3P(50)
37
50
BE
I3+
28-37
30-37
I3B/P(50)
I3B/P(30)
50
30
X
DK
X
DE
X
FI
X
X
FR
X
GR
X
IE
X
X
X
IS
X
IT
X
LU
X
X
NL
X
X
NO
X
AT
PT
X
X
X
SE
X
CH
X
ES
UK
X
X
X
X
X
27
X
6.9
De elektrische installatie
6.9.1
Verbinding voedingsdraad
De elektrische installatie mag alleen worden uitgevoerd door goedgekeurd personeel!
De elektrische installatie moet conform zijn met de nationale voorschriften (voor Europa EN 60335-2-24, EN 1648-1, EN 1648-2).
De verbindingskabels moeten zodanig worden gelegd, dat deze niet in
contact komen met hete onderdelen van het apparaat of de brander of
met scherpe randen.
Bij veranderingen aan de interne elektrische installatie of het aansluiten
van andere elektrische componenten (bijv. extra ventilatoren) aan de
interne bedrading van het apparaat vervalt het e1/CE-certificaat, evenals
iedere aanspraak op garantiebepalingen en productaansprakelijkheid!
De voeding moet afkomstig zijn van een goed geaard contact of een
vaste verbinding.
Indien een stekker wordt gebruikt voor de aansluiting op het stroomnet,
moet deze stekker vrij toegankelijk zijn.
Het wordt aanbevolen de energietoevoer via een ingebouwde, automatische
zekering te laten verlopen.
De voedingskabel moet zodanig worden gelegd, dat deze niet in contact komt met
hete onderdelen van het apparaat of de brander of met scherpe randen.
Indien de aansluitkabel beschadigd wordt, moet deze door de servicedienst van Dometic of door gelijkwaardig gekwalificeerd personeel worden vervangen, om alle risico's te vermijden. De voedingskabel mag
alleen door een originele Dometic-voedingskabel worden vervangen.
6.9.2
Batterijaansluiting
De 12-V-aansluitkabel van het voertuig wordt via een klemmenlijst op de koelkast
aangesloten (polen correct aansluiten).
De bedrading voor de verwarmingspatroon (zie schakelschema, aansluiting A, B;
aansluitkabel rood/wit) moet met een directe, zo kort mogelijke verbinding op de
accu of de dynamo worden aangesloten.
Doorsnede kabel
Kabellengte
²
4mm
< 6m
6mm²
> 6m
Aan de kant van het voertuig moet de 12-V-stroomkring van een zekering van
16 A worden voorzien.
Opdat bij het afzetten van de voertuigmotor niet vergeten wordt, tevens de 12-Vvoorziening uit te schakelen (de accu zou in een paar uur leeg zijn), is het aan te
bevelen, de stroomvoorziening voor de verwarmingspatroon (aansluiting A/B in het
schakelschema, pag. 30) zo uit te voeren dat deze bij het omdraaien van de
contactsleutel wordt onderbroken.
Op de aansluiting C/D (verlichting, elektronica; aansluitkabel zwart/violet) moet een
continue spanning van 12 V (gelijkstroom) staan!
Bij installatie in een caravan mogen aan de zijde van de caravan de
respectievelijke min- en pluskabels van de 12-V-aansluitingen A/B en C/D
niet met elkaar worden verbonden (conform EN 1648-1).
28
6.9.3
D+ en zonne-aansluiting (Alleen bij RM 7XX5 L-apparaten!)
D+ aansluiting:
De aansluiting D+ moet met de betreffende klem van het voertuig
verbonden worden (dynamosignaal bij draaiende motor).
Aansluiting zonne-energie (S+):
Aansluiting alleen bij gebruik van een zonne-energie-installatie met
een oplaadregelaar voor zonne-energie met AES-uitgang.
Goede oplaadregelaars voor zonne-energie-systemen zijn in de vakhandel verkrijgbaar.
De aansluiting 'Solar' (S+) moet met de betreffende klem van de
oplaadregelaar voor zonne-energiesystemen (AES-uitgang) worden
verbonden.
Kabeldiameters
Door de D+ en S+ verbindingen vloeien geen hoge stromen, daarom moeten
voor deze verbindingen geen kabels met grote doorsneden worden gebruikt
(ca. 1 mm²).
6.9.4
Klemmenlijst (modellen RM 7XX1 L en RM 7XX5 L)
Aansluitingen:
aan de zijde van het apparaat
A = massa v/h verwarmingselement DC
B = plus v/h verwarmingselement DC
C = massa v/d elektronica
D = plus v/d elektronica
D+ = dynamosignaal
S+ = AES-ingangssignaal
van de oplaadregelaar voor zonneenergie-systemen
6.9.5
-
+
C D
D+ S+ -
A B
aan de zijde van het voertuig
UITBREIDING
UITBREIDING
van handmatige keuze energiebron naar automatische
keuze energiebron
Voor alle RM 7XX1-apparaten (MES) bestaat de uitbreidingsmogelijkheid
tot een RM 7XX5-apparaat met AES-functies.
Wend u tot uw dichtstbijzijnde Dometic klantenservice-partner of tot uw
dealer.
29
+
6.9.6
Bedradingschema
Bedradingschema modellen RM 7XX1L en RM 7XX5L
Aansluitingen:
A = massa v/h
verwarmingselement DC
B = plus v/h
verwarmingselement DC
C = massa v/d elektronica
D = plus v/d elektronica
C
D
B
A
Bij de uitvoering RM 7XX1 L vervalt de aansluiting
X106 (S+ zonne-energie en D+)!
Aansluitingen:
Toelichting:
A = massa v/h
verwarmingselement DC
B = plus v/h
verwarmingselement DC
C = massa v/d elektronica
D = plus v/d elektronica
Dauerversorgung
Anschlusskabel Netz ~
Heizpatrone ~
Heizpatorne Zündelektrode
Ionisationselektrode
Feuerungsautomat
Gasventil
Gasbrenner
Temperaturfühler
Beleuchtung Batterie Reed-Kontakt
Erdung
Masse
Kleuren:
schwarz = zwart
braun = bruin
weiss = wit
grün = groen
gelb = geel
rot = rood
30
Continue spanning
Aansluitkabel ~
Verwarmingselement ~
Verwarmingselement Ontstekingselectrode
Ionisatie-elektrode
Ontbrandingsautomaat
Gasventiel
Gasbrander
Temperatuurvoeler
Verlichting accu Reed-contact
Aarding
Massa
Dometic GmbH
In der Steinwiese 16
D-57074 Siegen
www.dometic.de/caravan
www.dometic.com
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising