D
GEBRUIKSAANWIJZING
WK3200/3700-D-1
Belangrijk!
Merk a.u.b. de volgende belangrijke informatie op alvorens dit product te gebruiken.
• Voordat u de los verkrijgbare AD-5 netadapter in gebruik neemt dient u eerst te controleren
dat hij niet beschadigd is. Check het netsnoer zorgvuldig op breuken, barsten, ontblootte
bedrading en andere ernstige beschadigingen. Laat kinderen nooit een netadapter gebruiken
die ernstig beschadigd is.
• Probeer nooit de batterijen op te laden.
• Gebruik geen oplaadbare batterijen.
• Gebruik nooit oude en nieuw batterijen door elkaar.
• Gebruik altijd de aanbevolen batterijen of een gelijkwaardig type.
• Zorg ervoor dat de positieve (+) en negatieve (–) kant van de batterijen in de juiste richting
wijzen zoals aangegeven bij het batterijvak.
• Vervang batterijen zo snel mogelijk als ze tekenen geven dat ze uitgeput zijn.
• Laat de batterij-aansluitingen nooit kortsluiting maken.
• Dit product is niet bedoeld voor kinderen onder drie jaar.
• Gebruik enkel de CASIO AD-5 netadapter.
• De netadapter is geen stuk speelgoed.
• Haal de netadapter altijd uit het stopcontact voordat u dit product schoon maakt.
Dit merkteken is alleen van toepassing in de landen binnen de EU.
CASIO Europe GmbH
Bornbarch 10, 22848 Norderstedt, Germany
738A-D-002A
Voorzorgsmaatregelen ten
behoeve van de veiligheid
Gefeliciteerd met uw selectie van dit CASIO
elektronische muziekinstrument.
• Lees de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing
aandachtig door voordat u dit instrument gebruikt.
• Bewaar a.u.b. alle informatie voor eventueel latere
naslag.
Symbolen
Er zijn verschillende symbolen gebruikt in deze
gebruiksaanwijzing en op het product zelf om er zeker
van te zijn dat het product veilig en op de juiste wijze
gebruikt wordt en om zowel letsel bij de gebruiker en
andere personen alswel schade aan eigendommen te
voorkomen. Deze symbolen met hun betekenis
worden hieronder getoond.
GEVAAR
Dit symbool duidt informatie aan die indien zij
genegeerd of onjuist toegepast wordt, het gevaar
op ernstig letsel of zelfs de dood met zich mee
brengen.
Voorbeelden van symbolen
Deze driehoek ( ) wijst erop dat de
gebruiker voorzichtigheid dient te
betrachten. (Het voorbeeld links duidt op
een waarschuwing t.a.v. elektrische
schokken.)
Deze cirkel met een lijn erdoor ( ) wijst
erop dat de aangegeven handeling niet
uitgevoerd dient te worden. Deze
handelingen zijn in het bijzonder
verboden binnen deze aanduiding of in
de buurt van het symbool. (Het voorbeeld
links geeft aan dat demonteren verboden
is.)
De zwarte stip ( ) geeft aan dat de
aangegeven handeling uitgevoerd dient
te worden. Aanduidingen binnen dit
symbool zijn handelingen die specifiek
uitgevoerd dienen te worden. (Het
voorbeeld links geeft aan dat de netstekker
uit het stopcontact getrokken dient te
worden.)
WAARSCHUWING
Deze aanduiding laat zaken zien die het risico op
ernstig letsel of zelfs de dood met zich mee brengen
als het toestel onjuist bediend wordt en deze
aanduiding genegeerd.
VOORZICHTIG
Deze aanduiding laat zaken zien die het risico op
letsel of de kans op schade met zich mee brengen
als het toestel onjuist bediend wordt en deze
aanduiding genegeerd.
D-1
738A-D-003A
WK3200_d_01-09.p65
1
05.4.14, 4:38 PM
Voorzorgsmaatregelen ten behoeve van de veiligheid
GEVAAR
Alkaline batterijen
Voer de volgende stappen onmiddellijk uit
als vloeistof uit de alkaline batterij ooit in
uw ogen mocht komen.
1. WRIJF NIET IN UW OGEN ! Spoel ze
met water.
2. Neem onmiddellijk contact op met een arts.
U kunt uw gezichtsvermogen verliezen
mocht de vloeistof van de alkaline batterij
in uw ogen blijven zitten.
WAARSCHUWING
Rook, vreemde geur, oververhitting
Als u het product blijft gebruiken terwijl
het rook, een vreemde geur of hitte afgeeft,
kan dit het risico op brand en elektrische
schok met zich meebrengen. Volg
onmiddellijk de volgende stappen.
1. Schakel de spanning uit.
2. Haal deze uit het stopcontact als u de
netadapter
gebruikt
voor
stroomvoorziening.
3. Neem contact op met het oorspronkelijke
verkooppunt of een erkende CASIO
onderhoudsleverancier.
Netadapter
● Onjuist gebruik van de netadapter kan
het risico op brand en elektrische schok
met zich meebrengen. Zorg ervoor dat u
altijd de volgende voorzorgsmaatregelen
in acht neemt.
• Let erop dat u alleen de netadapter gebruikt
die voor dit product gespecificeerd is.
• Gebruik enkel een voedingsbron
waarvan de spanning (het voltage)
overeenkomt met de op de netadapter
aangegeven waarde.
• Belast stopcontacten en verlengsnoeren
niet te veel.
● Onjuist gebruik van het netsnoer van de
netadapter kan het beschadigen of breken
met het risico op brand en elektrische
schok. Zorg ervoor dat u altijd de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht neemt.
• Plaats nooit zware voorwerpen op het
snoer en stel het niet bloot aan hitte.
• Knutsel nooit aan het snoer en stel het
niet bloot aan overmatig buigen.
• Draai het snoer niet en trek er nooit aan.
• Mocht het netsnoer of de netstekker
beschadigd raken, neem dan contact
op
met
het
oorspronkelijke
verkooppunt of een erkende CASIO
onderhoudsleverancier.
● Raak de netadapter nooit aan terwijl uw
handen nat zijn.
Hierdoor kunt u een elektrische schok
oplopen.
● Gebruik de netadapter waar deze niet
nat kan worden. Water breng het risico
op brand en elektrische schok met zich
mee.
● Plaats geen vaas of andere bak met
vloeistof bovenop de netadapter. Water
breng het risico op brand en elektrische
schok met zich mee.
Batterijen
Onjuist gebruik kan er toe leiden dat de
batterijen gaan lekken hetgeen schade kan
toebrengen aan voorwerpen in de buurt of
een explosie veroorzaken, hetgeen het risico
op brand en persoonlijk letsel met zich
meebrengt. Zorg ervoor dat u altijd de
volgende voorzorgsmaatregelen in acht
neemt.
• Probeer nooit batterijen uit elkaar te halen
en laat ze nooit kortsluiting maken.
• Stel batterijen nooit bloot aan hitte en
doe ze nooit van de hand door ze te
verbranden.
• Gebruik oude en nieuwe batterijen nooit
door elkaar.
• Gebruik verschillende types batterijen
nooit door elkaar.
• Laad de batterijen nooit op.
• Zorg ervoor dat de positieve (+) en
negatieve (–) kant van de batterijen in de
juiste richting wijzen.
Verbrand het product nooit.
Gooi het product nooit in vuur.
Hierdoor kunnen ze ontploffen, hetgeen het
risico op brand en persoonlijk letsel met
zich meebrengt.
Water en vreemde voorwerpen
Mocht water, andere vloeistoffen of
vreemde voorwerpen (zoals metalen
voorwerpen) het toestel binnendringen dan
brengt dat het risico op brand en elektrische
schok met zich mee. Volg onmiddellijk de
volgende stappen.
1. Schakel de spanning uit.
2. Haal deze uit het stopcontact als u de
netadapter
gebruikt
voor
stroomvoorziening.
3. Neem contact op met het oorspronkelijke
verkooppunt of een erkende CASIO
onderhoudsleverancier.
D-2
WK3200_d_01-09.p65
738A-D-004A
2
05.4.14, 4:38 PM
Voorzorgsmaatregelen ten behoeve van de veiligheid
Demonteren en knutselen
Haal dit product nooit uit elkaar en knutsel
er niet aan. Dit brengt het risico op
elektrische schok, brandwonden en ander
lichamelijk letsel met zich mee. Laat alle
interne controles, bijstellingen en
onderhoud over aan de oorspronkelijke
winkelier of aan een erkende CASIO
onderhoudsleverancier.
Laten vallen en stoten
Gebruikt u het product nadat het
beschadigd werd doordat u het heeft laten
vallen of doordat er tegen werd gestoten
dan brengt dat het risico op brand en
elektrische schok met zich mee. Volg
onmiddellijk de volgende stappen.
1. Schakel de spanning uit.
2. Haal deze uit het stopcontact als u de
netadapter gebruikt voor
stroomvoorziening.
3. Neem contact op met het oorspronkelijke
verkooppunt of een erkende CASIO
onderhoudsleverancier.
Plastic zakken
Plaats de plastic zak waarin het product
geleverd wordt nooit over uw hoofd of in
uw mond. Dit brengt het risico op
verstikking met zich mee.
Deze voorzorgsmaatregel verdient
natuurlijk speciale aandacht bij de
aanwezigheid van kinderen.
Klim niet bovenop het product zelf of op de standaard.*
Door op het product of de standaard te
klimmen kan het omvallen of beschadigd
raken. Deze voorzorgsmaatregel verdient
natuurlijk speciale aandacht bij de
aanwezigheid van kinderen.
Plaatsing
Vermijd plaatsing van het product op een
instabiele standaard, op een oneffen
ondergrond of op een andere instabiele
plaats. Een instabiele plaats kan er toe leiden
dat het product omvalt, hetgeen het risico
op persoonlijk letsel met zich meebrengt.
VOORZICHTIG
Netadapter
● Onjuist gebruik van de netadapter kan
het risico op brand en elektrische schok
met zich meebrengen. Zorg ervoor dat u
altijd de volgende voorzorgsmaatregelen
in acht neemt.
• Leg het netsnoer nooit in de buurt van een
kachel of andere hittebron.
• Trek nooit aan het snoer om het product los
te koppelen van het stopcontact. Pak altijd
de netadapter zelf beet om deze uit het
stopcontact te trekken.
● Onjuist gebruik van de netadapter kan
het risico op brand en elektrische schok
met zich meebrengen. Zorg ervoor dat u
altijd de volgende voorzorgsmaatregelen
in acht neemt.
• Steek de netadapter zover mogelijk in het
stopcontact.
• Trek de netadapter uit het stopcontact
tijdens onweersbuien of voordat u op
vakantie gaat of bij langdurige afwezigheid.
• Trek de netadapter minstens eens per jaar
uit het stopcontact en veeg eventueel stof
weg dat zich rond de stekers van het
apparaat heeft opgehoopt.
Verhuizen van het product
Voordat u het product verhuist of ergens
anders neerzet, dient u altijd eerst de
netadapter uit het stopcontact te halen en
alle andere kabels en aansluitsnoeren los te
maken. Als snoeren toch aangesloten
gehouden worden, dan brengt dit het risico
op schade aan de snoeren, brand en
elektrische schok met zich mee.
Reinigen
Voordat u het product reinigt, dient u altijd
eerst de netadapter uit het stopcontact te
halen. Als de netadapter aangesloten blijft,
dan brengt dit het risico op schade aan de
snoeren, brand en elektrische schok met
zich mee.
Batterijen
Onjuist gebruik kan er toe leiden dat de
batterijen gaan lekken hetgeen schade kan
toebrengen aan voorwerpen in de buurt of
een explosie veroorzaken, hetgeen het risico
op brand en persoonlijk letsel met zich
meebrengt. Zorg ervoor dat u altijd de
volgende voorzorgsmaatregelen in acht
neemt.
• Gebruik enkel batterijen die gespecificeerd zijn
voor gebruik met dit product.
• Verwijder de batterijen als u het product voor
langere tijd niet gaat gebruiken.
D-3
738A-D-005A
WK3200_d_01-09.p65
3
05.4.14, 4:38 PM
Voorzorgsmaatregelen ten behoeve van de veiligheid
Aansluitingen
Sluit enkel de gespecificeerde toestellen en
apparatuur aan op de aansluitingen van
dit product. Het aansluiten van een nietgespecificeerd toestel brengt het risico op
brand en elektrische schok met zich mee.
Plaatsing
Vermijd de volgende plekken om dit
product te plaatsen. Dergelijke plaatsen
brengen het risico op brand en elektrische
schok met zich mee.
• Plaatsen die blootstaan aan overmatige
vochtigheid en grote hoeveelheden stof
• Op plaatsen waar voedsel wordt bereid of op
andere plekken die blootstaan aan vettige rook
• In de buurt van een airconditioner, op een
verwarmd tapijt, op plaatsen in het directe
zonlicht, in een voertuig dat in de zon
geparkeerd staat of op een andere plaats die
het product aan hoge temperaturen blootstelt.
Displayscherm
• Druk of stoot nooit sterk tegen het LCD paneel
van het scherm. Hierdoor kan het glas van het
LCD paneel breken, hetgeen de kans op
persoonlijk letsel met zich meebrengt.
• Mocht het LCD paneel toch onverhoeds breken
of barsten, raak dan in geen geval de vloeistof
binnenin het paneel aan. Deze LCD paneel
vloeistof kan namelijk huidirritatie
veroorzaken.
• Mocht vloeistof van het LCD paneel
onverhoeds in uw mond komen, spoel dan
onmiddellijk met water en neem contact op
met een arts.
• Mocht vloeistof van het LCD paneel
onverhoeds in ogen of op uw huid komen,
spoel dan onmiddellijk voor minstens 15
minuten met water af en neem contact op met
een arts.
Juist monteren van de standaard*.
Als de standaard niet juist gemonteerd is,
kan hij overhellen en omvallen, hetgeen het
risico op persoonlijk letsel met zich
meebrengt.
Zorg ervoor dat u de standaard op de juiste
wijze monteert door de meegeleverde
aanwijzingen zorgvuldig op te volgen. Let
er ook op dat het product goed op de
standaard gezet is.
* De standaard is los verkrijgbaar als optie.
BELANGRIJK!
Vervang de batterijen of gebruik de AC adapter wanneer
de volgende symptomen optreden.
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Zwak brandende stroomindicator
Het instrument kan niet worden ingeschakeld
Wanneer de display knippert, donker of moeilijk af te lezen is
Abnormaal laag luidspreker-/hoofdtelefoonvolume
Vervorming van het geluid
Af en toe onderbreken van geluid tijdens weergave bij
een hoog volume
Plotseling uitvallen van de stroom tijdens weergave bij
een hoog volume
Knipperen of donker worden van de display tijdens
weergave bij een hoog volume
Geluid blijft klinken zelfs na loslaten van de toetsen
Een toon die totaal verschilt van de toon die u instelde
Abnormale weergave van het ritmepatroon en
demonstratiemelodieën
Uitvallen van stroom, geluidsvervorming of laag volume
bij spelen via een aangesloten computer of MIDI toestel
Plotseling uitvallen van de spanning tijdens het lezen van
of schrijven naar een extern opslagmedium
Geluidsniveau
Luister niet voor langere tijd bij een hoog
volume. Deze voorzorgsmaatregel dient
bijzondere aandacht bij het gebruik van een
hoofdtelefoon. Een hoog geluidsniveau kan
uw gehoor beschadigen.
Zware voorwerpen
Plaats nooit zware voorwerpen bovenop
dit product.
Hierdoor kan het product topzwaar worden
waardoor het overhelt of omvalt, hetgeen
het risico op persoonlijk letsel met zich
meebrengt.
D-4
WK3200_d_01-09.p65
738A-D-006A
4
05.4.14, 4:38 PM
Inleiding
Gefeliciteerd met uw keuze van dit CASIO muziekinstrument. Dit keyboard geeft u de volgende kenmerken en functies.
❐ 550 tonen bevatten rijke, geavanceerde tonen
Er is een totaal van 332 geadvanceerde tonen die geprogrammeerd zijn met DSP tonen om ze rijker en krachtiger te maken.
Geadvanceerde tonen zoals Stereo Piano en Tremolo Electric Piano versterken de Piano en Electric Piano tonen om een totaal
nieuw geluid te creëren.
❐ 50 Trekstaaforgeltonen
Naast de 550 standaard tonen, bevat het keyboard tevens 50 realistische trekstaaforgeltonen. Trekstaaforgeltonen kunnen m.b.v.
negen digitale trekstaven worden gestuurd. U kunt ook percussie of toetsklikken selecteren en daarbij zelfs de parameters van
voorkeuzetonen bewerken en maximaal 100 originele tonen opslaan in het gebruikerstoongeheugen.
❐ Flash-geheugen
Het ingebouwde flash-geheugen laat u om uw selectie van tonen en ritmes uit breiden door data te downloaden vanaf de CASIO
MUSIC SITE of via de CD-ROM die meegeleverd wordt met het keyboard. U kunt ook maximaal 200 muziekbestanden in het
SMF format opslaan voor weergave.
❐ PIANO SETTING toets
Door indrukken van deze toets worden de instellingen van het keyboard geoptimaliseerd voor spelen op de piano.
❐ 160 voorkeuzeritmes + 16 gebruikersritmes
De selectie van 160 ritmes bevat begeleidingen voor alles van rock tot pops en jazz.
U kunt begeleidingsdata ook oversturen vanaf uw computer en daarvan maximaal 16 opslaan als gebruikersritmes in het
keyboardgeheugen.
❐ Automatische begeleiding
Speel eenvoudigweg een akkoord en de corresponderende ritme-, bas- en akkoorddelen worden automatisch gespeeld. Een-toets
voorkeuze roept onmiddellijk de meest geschikte toon en tempo-instellingen op die passen bij het ritme dat u gebruikt.
❐ Grote display vol met informatie
Een grote ingebouwde display toont akkoordnamen, tempo-instellingen, toetsenbordinformatie, noten die gespeeld zijn volgens
de notenbalk en nog meer om alle aspecten van spelen op het keyboard volledig te ondersteunen. Een ingebouwd achtergrondlicht
houd de display goed leesbaar zelfs in het totale duister.
❐ Melodiegeheugen
Neem maximaal 6 delen op in het geheugen samen met toon, volume, linker/rechter weergave en andere parameters bij weergave
worden verkregen. Realistische weergave van een ensemble kan worden gecreëerd m.b.v. de automatische begeleidingsfunctie.
❐ Synthesizerfunctie
Bewerk ingebouwde klanken om uw eigen originele creaties te produceren. Maximaal 120 van uw eigen klanken kunnen opgeslagen
worden in het geheugen om te worden opgeroepen, op precies dezelfde wijze als bij ingebouwde tonen.
❐ Standaard MIDI compatibiliteit
De standaard MIDI functie staat aansluiting op een persoonlijke computer toe om “desktop muziek” mogelijkheden volledig uit
te buiten. Dit keyboard kan gebruikt worden als een desktop muziekinvoertoestel of klankbron en het is bijzonder geschikt voor
weergave van in de handel verkrijgbare voorbespeelde standaard MIDI muziek software.
D-5
738A-D-007A
WK3200_d_01-09.p65
5
05.4.14, 4:38 PM
Inleiding
❐ Krachtige effecten
Een collectie krachtige effecten, zoals DSP, nagalm, zweving en andere effecten geven u controle over het type geluid dat u wenst.
U kunt zelfs de parameters van een effect veranderen om uw eigen originele effecten te creëren. Er is tevens een 4-banden equalizer
ingebouwd.
❐ Mixer
U kunt toon, volume, stereo-positie en andere parameters instellen voor elk ingebouwd automatisch begeleidingsgedeelte. U
kunt ook dezelfde parameters sturen voor elk kanaal tijdens het invoeren van MIDI signalen.
❐ Registratiegeheugen
Keyboard instellingen kunnen in het geheugen worden opgeslagen voor latere oproep en onmiddellijke instelling op het moment
dat u ze nodig heeft. Maximaal 32 instellingen (4 instellingen x 8 banken) kunnen in het registratiegeheugen worden opgeslagen.
❐ Software om data te downloaden van uw computer
U kunt uw computer gebruiken voor het dowloaden van data van de CASIO MUSIC SITE.
❐ SmartMediaTM kaartgleuf
Er is een SmartMediaTM kaartgleuf om het overdragen te vereenvoudigen van data vanaf een computer en om grote hoeveelheden
data op te slaan die u kunt oproepen wanneer u deze nodig heeft. U kunt ook een kaart laden met een standaard MIDI bestand
(SMF) en deze via het keyboard weergeven.
❐ Ingebouwde floppy disk-drive (alleen bij model WK-3700)
Sla originele tonen of melodieën op die u creëerde met het melodiegeheugen op naar een diskette voor langdurig opslaan. U kunt
tevens een diskette laden met een standaard MIDI bestand (SMF) en deze via het keyboard weergeven.
D-6
WK3200_d_01-09.p65
738A-D-008A
6
05.4.14, 4:38 PM
Inhoudsopgave
Voorzorgsmaatregelen ten
behoeve van de veiligheid .... D-1
Inleiding ................................. D-5
Algemene gids ..................... D-10
Bevestigen van de partlituurstandaard ... D-11
Spelen van een demonstratiemelodie .... D-12
Stroomvoorziening ............. D-14
Het gebruik van de
trekstaaforgelfunctie
(Drawbar Organ) ................... D-22
Een trekstaaforgeltoon selecteren ......... D-24
Een trekstaaforgeltoon bewerken .......... D-24
Parameter details ................................... D-25
Het opslaan van een bewerkte
trekstaaforgeltoon .................................. D-26
Werking op batterijen ............................. D-14
Toepassen van effecten
op tonen ............................... D-27
Gebruik van de netadapter .................... D-15
Effectblokken .......................................... D-27
Automatische stroomonderbreking ........ D-15
Instellen van een DSP type .................... D-28
Uitschakelen van het keyboard .............. D-16
DSP Toets .............................................. D-29
Geheugeninhoud ................................... D-16
REVERB selecteren ............................... D-29
Selecteren van CHORUS ...................... D-30
Aansluitingen ...................... D-17
De equalizer gebruiken .......................... D-31
Basisbediening .................... D-19
Automatisch begeleiding ... D-32
Spelen op het keyboard ......................... D-19
Aangaande de MODE toets ................... D-32
Instellen van een toon ............................ D-19
Instellen van een ritme ........................... D-32
PIANO SETTING toets .......................... D-20
Spelen van een ritme ............................. D-33
Gebruik van de PITCH BEND
draairegelaar .......................................... D-21
Het tempo instellen ................................ D-33
Automatische begeleiding gebruiken ..... D-33
Gebruik van de MODULATION
draairegelaar .......................................... D-21
Gebruik van een intro patroon ............... D-36
Gebruik van een fill-in patroon ............... D-36
Gebruik van een ritmevariatie ................ D-37
Begeleiding en ritmeweergave
tegelijk starten ........................................ D-37
Afsluiten met een eindpatroon ............... D-37
D-7
738A-D-009A
WK3200_d_01-09.p65
7
05.4.14, 4:38 PM
Inhoudsopgave
Gebruik van één-toets voorkeuzes ........ D-38
Melodiegeheugenfunctie .... D-53
Gebruik van automatische
harmonisatie .......................................... D-38
Sporen ................................................... D-53
Instellen van het begeleidingsvolume .... D-39
Basis melodiegeheugenbediening ......... D-53
Gebruik van real-time opname ............... D-54
Mixerfunctie ......................... D-40
Wat kunt u met de Mixer doen? ............. D-40
Instellingen bij de mixerfunctie ............... D-55
Weergeven van het melodiegeheugen .. D-56
In- en uitschakelen van kanalen ............ D-40
Opnemen van de melodie en
akkoorden met stapopname .................. D-56
Gebruik van de
parameterbewerkingsfunctie .................. D-41
Opnemen van meerdere sporen ............ D-59
Hoe parameters werken ......................... D-42
Corrigeren van fouten tijdens
stapopname ........................................... D-60
Synthesizerfunctie .............. D-44
Synthesizerfuncties ................................ D-44
Creëren van een gebruikerstoon ........... D-47
In het geheugen opslaan van een
gebruikerstoon ....................................... D-50
Bewerken van de geheugeninhoud ....... D-62
Bewerken van een melodie .................... D-64
Instellingen van het
keyboard .............................. D-65
Gebruik van lagen .................................. D-65
Registratiegeheugen ........... D-51
Gebruik van splitsen .............................. D-66
Karakteristieken van het
registratiegeheugen ............................... D-51
Gebruik van lagen en splitsen
tegelijkertijd ............................................ D-67
Vastleggen van een opstelling in het
registratiegeheugen ............................... D-52
Transpositie van het keyboard ............... D-68
Oproepen van een opstelling van het
registratiegeheugen ............................... D-52
Stemmen van het keyboard ................... D-69
Gebruik van aanslagvolume .................. D-68
Veranderen van andere instellingen ...... D-70
Gebruik van de
SMF speler ........................... D-74
Weergave van een SMF ........................ D-76
Configureren van andere instellingen .... D-77
D-8
WK3200_d_01-09.p65
738A-D-010A
8
05.4.14, 4:38 PM
Inhoudsopgave
MIDI ....................................... D-79
Wat is MIDI? ........................................... D-79
Onderhoud van uw
instrument .......................... D-101
Algemene MIDI ...................................... D-79
MIDI instellingen .................................... D-79
Appendix ................................ A-1
Gebruiken van het Music Data
Management Software
(op de meegeleverde CD-ROM) ............ D-80
Toonlijst .................................................... A-1
Opslaan van Data ................ D-82
Fingered akkoordkaarten ....................... A-12
Gebruik van de SmartMedia kaart ......... D-83
Het gebruik van de floppy disk-drive
(alleen bij model WK-3700) .................... D-84
Het gebruik van externe opslagmedia ... D-86
Drumklankenlijst ....................................... A-9
Ritmelijst ................................................ A-11
Effectenlijst ............................................. A-14
DSP algoritmelijst ................................... A-16
MIDI Implementation Chart
Opslaan van bestanden ......................... D-87
Laden van een Bestand ......................... D-88
Hernoemen van een Bestand ................ D-90
Wissen van een bestand ........................ D-90
Formatteren van een extern
opslagmedium ........................................ D-91
Invoeren van Karakters .......................... D-92
Foutlezingen bij SmartMedia
kaarten ................................................... D-93
Foutlezingen bij de disk-drive
(alleen bij model WK-3700) .................... D-94
Oplossen van
moeilijkheden ...................... D-95
Technische gegevens ......... D-98
Merk- en productnamen die in deze
gebruiksaanwijzing worden gebruikt
kunnen geregistreerde handelsmerken van
anderen zijn.
D-9
738A-D-011A
WK3200_d_01-09.p65
9
05.4.25, 6:04 PM
Algemene gids
1
2 3
4 5 6
8
9
0
A
M
*3
R S
B
7
D E
C
N
J
I
O
P
T
G
H
L
*2
M
U
Z
[
\
]
W
a
_
D-10
WK3200_d_10-21.p65
K
Q
*1
V
Y
F
X
b
c
738A-D-012A
10
05.4.14, 4:38 PM
Algemene gids
• In de afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing wordt de WK-3700 gebruikt.
1 POWER toets
L LAYER toets
2 Spanningsindicator
M Luidspreker
3 MODE toets
N Ritmelijst
4 EFFECT toets
O Toonlijst
5 SYNTH toets
P Display
6 MIXER toets
Q DEMO toets*4
7 TRANSPOSE/FUNCTION toets
R 쎲WK-3700
PHONES aansluiting
8 MAIN VOLUME regelaar
9 ONE TOUCH PRESET toets
0 ACCOMP VOLUME toets
쎲WK-3200
PHONES/OUTPUT aansluiting
S CHORD akkoordgrondtoonnamen
A SONG MEMORY toets
T Percussie-instrumentenlijst
B 쎲WK-3700
DISK/CARD toets
U Akkoordtypenaam
V SMF PLAYER toets
쎲WK-3200
CARD toets
W CHANNEL toets (1–16, DISP)/trekstaaftoetsen
C DATA ACCESS indicator
X DRAWBAR ORGAN toets
D RHYTHM toets
Y INTRO/ENDING 1/2 toetsen
E TONE toets
Z VARIATION/FILL-IN 1/2 toetsen
F DSP toets
[ SYNCHRO/FILL-IN NEXT toets
G PIANO SETTING toets
\ START/STOP toets
H [왖]/[왔]/[왗]/[왘] CURSOR toetsen
] TEMPO toetsen
I EXIT toets
_ SONG MEMORY TRACK toetsen
a) BANK toets
b) REGISTRATION toetsen
c) STORE toets
J AUTO HARMONIZE toets
K SPLIT toets
Bevestigen van de partituurstandaard*1
Steek de partlituurstandaard in de gleuf aan de
bovenkant van het keyboard zoals aangegeven
in de illustratie.
D-11
738A-D-013A
WK3200_d_10-21.p65
11
05.4.14, 4:38 PM
Algemene gids
*2
a Cijfertoetsen
• Voor het invoeren van
nummers om aangegeven
instellingen te veranderen.
• Negatieve waarden kunnen
enkel veranderd worden
m.b.v. [+] en [–] om de
aangegeven waarde te
vergroten of te verkleinen.
b [+]/[–] toetsen
(JA/NEE)
(YES/NO)
*3
• WK-3700
• WK-3200
c PITCH BEND draairegelaar
c
d
d MODULATION draairegelaar
c MODULATION toets
d MODULATION toetsindicator
e PITCH BEND draairegelaar
c
d
e
Spelen van een demonstratiemelodie*4
Door het indrukken van de DEMO toets wordt de weergave van de demonstratiemelodieën gestart. Er zijn 3 demonstratiemelodieën
die onafgebroken in volgorde worden weergegeven. Druk op de DEMO toets of op de START/STOP toets om de weergave van
de demonstratiemelodieën te stoppen.
OPMERKING
• Door op de [+]/[–] toetsen te drukken wordt doorgegaan naar de volgende demonstratiemelodie.
• De functies voor lagen en splitsen en de PIANO SETTING toets werken niet tijdens de weergave van een demonstratiemelodie.
Voorpaneel
• Alleen bij model WK-3700
f Togangsindicator
g Uitwerptoets
g
f
D-12
WK3200_d_10-21.p65
738A-D-014A
12
05.4.14, 4:38 PM
Algemene gids
Achterpaneel
• WK-3700
• WK-3200
h i
j
k
l
h i
OUT
j
k
SUSTAIN/
ASSIGNABLE JACK
DC 12V
MIDI
MIDI
IN
SUSTAIN/
ASSIGNABLE JACK
R
L/MONO
LINE OUT
DC 12V
OUT
IN
h MIDI OUT aansluiting
h MIDI OUT aansluiting
i MIDI IN aansluiting
i MIDI IN aansluiting
j SUSTAIN/ASSIGNABLE JACK aansluiting
j SUSTAIN/ASSIGNABLE JACK aansluiting
k LINE OUT R, LINE OUT L/MONO aansluiting
k DC 12V aansluiting
l DC 12V aansluiting
Achterpaneel
m Kaartgleuf
m
OPMERKING
• Displayvoorbeelden aangegeven in deze gebruiksaanwijzing dienen enkel ter illustratie. De werkelijke tekst en waarden die
in de display verschijnen kunnen verschillen van de voorbeelden die hier in de gebruiksaanwijzing worden gegeven.
• Door de karakteristieken van het LCD element, verandert het displaycontrast afhankelijk van de hoek van waar uit u er naar
kijkt. De oorspronkelijke contrastinstelling maakt het voor een musicus die recht voor de display zit, mogelijk om alles
makkelijk te zien. U kunt het contrast ook bijregelen tot het niveau dat uw persoonlijke omstandigheden beter schikt. Voor
meer informatie zie pagina D-73.
D-13
738A-D-015A
WK3200_d_10-21.p65
13
05.4.14, 4:38 PM
Stroomvoorziening
Dit keyboard kan werken op het standaard lichtnet (m.b.v.
de voorgeschreven netadapter) of op batterijen. Let er altijd
op het keyboard uit te schakelen wanneer u hem niet gebruikt.
Werking op batterijen
Let er altijd op het keyboard uit te schakelen voordat u
batterijen inlegt of ze vervangt.
Inleggen van de batterijen
1
2
Verwijder het deksel van het batterijenvak.
Leg zes batterijen maat D in het batterijenvak.
• Zorg ervoor dat de positieve (+) en negatieve (–) polen
in de juiste richting wijzen.
3
Steek de nokjes aan het deksel van het batterijenvak
in de daarvoor bedoelde gaatjes en sluit het deksel.
Nokjes
Belangrijke informatie aangaande de
batterijen
■ Hieronder volgt de geschatte levensduur van de batterijen.
Alkaline batterijen ............................... 4 uur
De bovenstaande waarde is de standaard levensduur van
de batterijen bij normale temperatuur met de
volumestand van het keyboard ingesteld op een
middelmatige stand. Bij heel hoge of lage temperaturen
of weergave bij een hoog volume kan deze levensduur
korter worden.
WAARSCHUWING
Misbruik van batterijen kan er de oorzaak van zijn dat ze gaan
lekken, hetgeen leidt tot schade aan zich in de buurt bevindende
voorwerpen, of ze kunnen exploderen, hetgeen het risico op
brand of persoonlijk letsel met zich mee brengt. Let er altijd op
dat u de volgende voorzorgsmaatregelen naleeft.
• Haal batterijen nooit uit elkaar en laat ze nooit
kortsluiting maken.
• Stel batterijen nooit bloot aan hitte en gooi ze niet
weg door ze te verbranden.
• Gebruik oude batterijen niet samen met nieuwe.
• Gebruik nooit batterijen van verschillende door elkaar.
• Laad de batterijen nooit op.
• Let er op dat de positieve (+) en negatieve (–)
uiteinden van de batterijen in de juiste richting wijzen.
VOORZICHTIG
Verkeerd gebruik van batterijen kunnen er de oorzaak van
zijn dat ze gaan lekken hetgeen leidt tot schade aan zich in
de buurt bevindende voorwerpen, of ze kunnen gaan
exploderen, hetgeen het risico op brand en persoonlijk letsel
met zich meebrengt. Let er altijd op de volgende
voorzorgsmaatregelen na te leven.
• Gebruik enkel batterijen dat voor gebruik met dit
product gespecificeerd zijn.
• Verwijder batterijen uit het product als u van plan bent
deze voor langere tijd niet te gebruiken.
OPMERKING
• Dit keyboard kan mogelijk niet goed functioneren als u
batterijen inlegt of vervangt met de spanning
ingeschakeld. Mocht dit gebeuren dan zal het keyboard
weer normaal functioneren door de spanning uit en
daarna weer in te schakelen.
D-14
WK3200_d_10-21.p65
738A-D-016A
14
05.4.14, 4:38 PM
Stroomvoorziening
Gebruik van de netadapter
Zorg ervoor enkel de voor dit keyboard voorgeschreven
netadapter te gebruiken.
Voorgeschreven netadapter: AD-12
Automatische
stroomonderbreking
De spanning van het keyboard wordt bij werking op batterijen
automatisch na ca. 6 minuten na het indrukken van de laatste
toets uitgeschakeld. Druk op de POWER toets om de
spanning opnieuw in te schakelen wanneer dit gebeurt.
Netadapter AD-12
OPMERKING
• De automatische stroomonderbreking werkt niet
wanneer het keyboard op stroom van het lichtnet werkt.
MIDI
OUT
IN
SUSTAIN/
ASSIGNABLE JACK
R
L/MONO
LINE OUT
DC 12V
Stopcontact
Merk de volgende belangrijke voorzorgsmaatregelen op om
schade aan het netsnoer te voorkomen.
● Tijdens het gebruik
• Trek nooit hard aan het snoer.
• Trek nooit herhaaldelijk aan het snoer.
• Verdraai het snoer nooit aan het uiteinde in de buurt van
de stekker of de aansluiting.
• Tijdens het gebruik mag het netsnoer niet strak uitgetrokken
zijn.
● Tijdens het vervoer
Uitzetten van de automatische
stroomonderbreking
Houd de TONE toets ingedrukt terwijl u het keyboard
inschakelt om de automatische stroomonderbreker uit te
zetten.
• Bij uitzetten van de automatische stroomonderbreker zal
het keyboard niet meer zichzelf uitschakelen ongeacht hoe
lang hij blijft staan zonder te worden aangeraakt.
• Automatische stroomonderbreking wordt automatisch
ingeschakeld bij inschakelen van de spanning.
Instellingen
• Zorg ervoor altijd de stekker van de netadapter uit het
stopcontact te trekken voordat u het keyboard verplaatst.
● Tijdens het opbergen
• Maak lussen in het netsnoer wanneer u het keyboard
opbergt maar windt het netsnoer niet om de netadapter.
BELANGRIJK!
• Zorg ervoor dat het keyboard uitgeschakeld is alvorens
de netadapter in het stopcontact te steken of hem er uit
te trekken.
• Bij langdurig gebruik van de netadapter kan deze warm
worden. Dit is normaal en duidt niet op een defect.
De toon, het ritme en andere “belangrijkste instellingen van
het keyboard” die van kracht waren toen u het keyboard met
de hand uitschakelde door op de POWER toets te drukken
of wanneer de automatische stroomonderbreker de spanning
uitschakelt, zijn nog steeds in werking wanneer u de spanning
daarna weer inschakelt.
Belangrijkste keyboardinstellingen
Toonnummer, lagen, splitsen, splitspunt, trekstaaforgel
tooninstellingen,
transponeren,
stemmen,
contrastinstellingen, aanslaggevoeligheid, nagalm,
zweving, DSP, equalizer, ritmenummer, tempo,
keyboardkanaal, MIDI In akkoordbeoordeling aan/uit,
begeleiding MIDI uitgangssignaal aan/uit, toewijsbare
aansluitingsinstelling,
begeleidingsvolume,
gebruikergebied tonen (Synthesizer functie),
gebruikergebied begeleidingen, gebruikers DSP gebied,
toonhoogtebuigbereik automatisch harmoniseren aan/uit,
type van automatisch harmoniseren, mixer aanhouden, DSP
aanhouden, Automatische begeleidingsfunctie, alle
mixerparameters, alle synthesizerfunctie parameters,
melodiegeheugenmelodienummers, SMF spelerinstellingen
(weergavefunctie, handmatig weergavedeel, SMF
weergavevolume)
D-15
738A-D-017A
WK3200_d_10-21.p65
15
05.4.14, 4:38 PM
Stroomvoorziening
Uitschakelen van het keyboard
• Vergeet niet op de POWER toets om de spanning uit te
schakelen en let er ook op dat de LCD verlichting uit is
voordat u de verbinding met de netadapter verbreekt of
iets anders doet.
• Probeer de verbinding met de netadapter nooit te verbreken
terwijl het keyboard nog ingeschakeld is en probeer de
spanning nooit uit te schakelen door andere technieken te
gebruiken dan op de POWER toets te drukken. Hierdoor
kan de inhoud van het Flash-geheugen van het keyboard
beschadigd raken. Vreemde werking en abnormaal
opstarten van het keyboard zijn symptomen van een
beschadigdeinhoud van het flash-geheugen. Zie “Oplossen
van moeilijkheden” op pagina D-95 voor meer informatie.
BELANGRIJK!
• Wanneer het keyboard op de batterijen werkt, dient u deze
zo snel mogelijk te vervangen nadat de eerste tekenen
van zwakke batterijen (donkere spanningsindicator,
donkere letters in de display, enz.) zich melden. Hoewel
het Flash-geheugen van het keyboard niet vluchtig is
(hetgeen betekent dat data niet verloren gaat wanneer
de spanning wordt onderbroken), kan data verloren gaan
als de spanning plotseling uitvalt wanneer data
overgeschreven wordt naar het Flash-geheugen*.
* Tijdens het opslaan of wissen van gebruikersdata,
tijdens het opnemen met de synthesizer, tijdens het
oversturen van data vanaf een computer, enz.
Resetten van het keyboard
BELANGRIJK!
• Terwijl de volgende boodschap op het display te zien is,
mag u nooit het keyboard uitschakelen door op de
spanningstoets (POWER) te drukken of door de stekker
van de netadapter uit het stopcontact halen, enz.
(boodschap) “Pls Wait” (wachten a.u.b.) of
“Bulk In” (invoeren grote heveelheid gegevens)
Als het keyboard tijdens het tonen van de bovenstaande
boodschappen uitgeschakeld wordt, kan dit
gebruikersdata (gebruikerstonen, melodiegeheugendata,
enz.) beschadigen die zich op dat moment in het
geheugen van het keyboard of op de externe media
bevinden. Het is mogelijk dat de data niert meer te
verkijgen is als de data eenmaal beschadigd is.
Het resetten kan worden gebruikt om de parameters van het
keyboard terug te stellen naar de oorspronkelijke default
instellingen en om alle data te wissen die zich op dat moment
in het geheugen van het keyboard bevinden. Zie pagina D73 voor nadere informatie m.b.t. resetten (terugstellen).
Terugstellen van het keyboard tot de oorspronkelijke
default instellingen
U kunt de met het keyboard meegeleverde CD-ROM en uw
computer gebruiken om het flash-geheugen van het keyboard
en alle parameters terug te stellen naar de oorspronkelijke
default instellingen. Zie “Gebundelde CD-ROM data” op
pagina D-80 voor nadere details.
Geheugeninhoud
Naast de bovenstaande instellingen, kunnen in de
registratiefunctie en de melodiegeheugenfunctie opgeslagen
data ook bewaard worden wanneer de spanning van het
keyboard uitgeschakeld is.
Opslaan van instellingen en van de
geheugeninhoud
Betreffende het Flash-geheugen
Uw keyboard wordt geleverd met een ingebouwd Flashgeheugen, hetgeen data kan blijven behouden zelfs wanneer
de stroom volledig is uitgeschakeld. Dit betekent dat zelfs als
de batterijen geheel uitgeput zijn, dan kunt u daarna de
netadapter aansluiten en de data die in het geheugen
opgeslagen zitten, opnieuw oproepen.
U kunt een backup maken van de inhoud van het
keyboardgeheugen en andere data door gebruik te maken
van de hieronder beschreven media.
• SmartMediaTM kaart
Zie “Gebruiken van de SmartMedia kaart” op pagina D-83.
• Floppy diskette (alleen bij model WK-3700)
Zie “Het gebruik van de floppy disk-drive (alleen bij model
WK-3700) ” op pagina D-84.
• Harde schijf van de computer
Zie “MIDI” op pagina D-79.
D-16
WK3200_d_10-21.p65
738A-D-018A
16
05.4.14, 4:38 PM
Aansluitingen
Aansluiten op een muziekinstrumentversterker 3
• WK-3700
Hoofdtelefoon- (PHONES) en
lijnuitgangsaansluitingen (LINE OUT)
Vergeet niet eerst het volume van het keyboard en andere
aangesloten apparatuur zacht te zetten alvorens de
hoofdtelefoon of andere uitwendige apparatuur aan te
sluiten. Nadat u klaar bent met het maken van de
aansluitingen kunt u dan het volume op het gewenste niveau
instellen.
Gebruik in de handel verkrijgbare snoeren om aan te sluiten
op de twee aansluitingen zoals aangegeven in Afbeelding 3.
Het wordt aan u overgelaten om aansluitsnoeren aan te
schaffen voor de aansluiting zoals die aangegeven zijn in de
afbeelding. Gebruik de MAIN VOLUME regelaar van het
keyboard om het volumeniveau bij te stellen.
• Sluit enkel een snoer aan op de L/MONO aansluiting als
de versterker slechts één ingangsaansluiting heeft.
OPMERKING
[Voorpaneel]
• U kunt de MIDI aansluiting van het keyboard ook
aansluiten op een computer of een sequencer. Zie “MIDI”
op pagina D-79 voor details.
PHONES aansluiting
• WK-3200
1
Hoofdtelefoon/uitgangsaansluiting
Vergeet niet eerst het volume van het keyboard en andere
aangesloten apparatuur zacht te zetten alvorens de
hoofdtelefoon of andere uitwendige apparatuur aan te sluiten.
Nadat u klaar bent met het maken van de aansluitingen kunt
u dan het volume op het gewenste niveau instellen.
Stereo standaardstekker
Aansluiten van een hoofdtelefoon 1
Bij aansluiten van de hoofdtelefoon wordt tegelijkertijd het
geluid van de ingebouwde luidsprekers afgesneden, zodat
u ‘s nachts kunt spelen zonder de buren wakker te houden.
[Voorpaneel]
PHONES/OUTPUT aansluiting
Audio aansluiting
[Achterpaneel]
AUX IN aansluiting,
enz. van audioversterker
1
PIN stekker
LEFT
(Wit)
Stereo
standaardstekker
RIGHT
(Rood)
3
Keyboardversterker,
gitaarversterker, enz.
MIDI
OUT
IN
SUSTAIN/
ASSIGNABLE JACK
R
L/MONO
LINE OUT
Standaardstekkers
Rood Pinstekker
LINKS RECHTS
AUX IN of overeenkomstige
aansluiting van de
geluidsversterker
DC 12V
Standaardaansluitingen
Gitaarversterker,
keyboardversterker, enz.
Wit
2
Aansluiten van een hoofdtelefoon 1
Bij aansluiten van de hoofdtelefoon wordt tegelijkertijd het
geluid van de ingebouwde luidsprekers afgesneden, zodat u
‘s nachts kunt spelen zonder de buren wakker te houden.
INPUT 1
INPUT 2
Aansluiten op de audio apparatuur 2
Geluidsapparatuur 2
Gebruik in de handel verkrijgbare snoeren om aan te sluiten
op de twee aansluitingen zoals aangegeven in Afbeelding 2.
Het wordt aan u overgelaten om aansluitsnoeren aan te
schaffen voor de aansluiting zoals die aangegeven zijn in de
afbeelding. Tijdens deze configuratie dient u gewoonlijk de
ingangskeuzeschakelaar van de geluidsapparatuur in te
stellen die de aansluiting (zoals AUX IN) specificeert waarop
het keyboard aangesloten is. Gebruik de MAIN VOLUME
regelaar van het keyboard om het volumeniveau bij te stellen.
Sluit het keyboard aan op geluidsapparatuur m.b.v. een los
verkrijgbaar aansluitsnoer met een standaardstekker aan de
ene kant en twee pinstekkers aan het andere uiteinde, Merk
op dat de op het keyboard aangesloten standaardstekker een
stereostekker dient te zijn anders kunt u slechts via één van
de twee stereo kanalen geluid verkrijgen. Bij deze opstelling
zet u de ingangskeuzeschakelaar van de aangesloten
geluidsapparatuur gewoonlijk in de daarvoor bedoelde stand
(normaliter aangeduid als AUX IN of iets in die geest) die
dus overeenkomt met waar het snoer van het keyboard op
aangesloten is. Zie de gebruiksaanwijzing van de
geluidsapparatuur voor volledige details.
D-17
738A-D-019A
WK3200_d_10-21.p65
17
05.4.14, 4:38 PM
Aansluitingen
Versterker voor muziekinstrumenten 3
Sluit het keyboard m.b.v. een los verkrijgbaar aansluitsnoer
aan op de versterker voor muziekinstrumenten.
OPMERKING
• Gebruik een aansluitsnoer met een stereo
standaardstekker aan het uiteinde dat u op het keyboard
aansluit en een stekker, die voorziet in een dubbele
signaalingang (links en rechts), op de versterker waarop
u de aansluiting tot stand brengt. Bij gebruik van een
verkeerde stekker aan een van beide uiteinden kan het
stereo-effect verloren gaan.
• Bij aansluiting op een versterker voor muziekinstrumenten
kunt u het volume van het keyboard relatief laag zetten en
veranderingen in het volume maken met de
bedieningsorganen van de versterker.
Aansluitvoorbeeld
Pinstekker (rood)
Naar de
PHONES/OUTPUT
aansluiting
Standaard
stereostekker
Aanhoudpedaal
• Bij pianotonen zal het geluid aangehouden worden als het
pedaal wordt ingetrapt, net zoals bij het demppedaal van
een piano.
• Bij orgeltonen wordt het geluid doorlopend aangehouden
totdat het pedaal wordt losgelaten.
Sostenutopedaal
• Zoals bij het aanhoudpedaal hierboven zal het geluid
aangehouden worden bij intrappen van het sostenutopedaal.
• Het verschil tussen een sostenuto pedaal en een
aanhoudpedaal is de timing. Bij een sostenutopedaal, kunt
u op de klaviertoetsen drukken en vervolgens het pedaal
intrappen voordat u de klaviertoetsen loslaat. Dan worden
enkel die noten aangehouden die klonken wanneer het
pedaal werd ingetrapt.
Zacht pedaal
Bij intrappen van het pedaal worden de weergegeven noten
zachter gemaakt.
Pinstekker
Ritme start/stoppedaal
In dit geval vervult het pedaal dezelfde functies als de
START/STOP toets.
INPUT 1
INPUT 2
Pinstekker (wit)
Standaardstekker
Keyboard- of
gitaarversterker
Accessoires en opties
OPMERKING
• U kunt het keyboard ook aansluiten op een computer of
sequencer. Zie “MIDI” op pagina D-79 voor details.
Gebruik enkel de accessoires en opties die genoemd worden
voor dit keyboard. Bij gebruik van niet-erkende items bestaat
er gevaar op brand, elektrische schok en persoonlijk letsel.
Aanhoudpedaal/toewijsbare
aansluiting
U kunt een los verkrijgbaar aanhoudpedaal (SP-3 of SP-20)
aansluiten op de SUSTAIN/ASSIGNABLE JACK aansluiting om
daaraan de hieronder beschreven mogelijkheden te verlenen.
Zie “Veranderen van andere instellingen” op pagina D-70
voor details aangaande de pedaalfunctie.
SUSTAIN/ASSIGNABLE JACK aansluiting
MIDI
OUT
IN
SUSTAIN/
ASSIGNABLE JACK
R
L/MONO
LINE OUT
DC 12V
SP-20
D-18
WK3200_d_10-21.p65
738A-D-020A
18
05.4.14, 4:38 PM
Basisbediening
POWER
PIANO SETTING
TONE
●WK-3700
MODULATION wheel
draairegelaar
PITCH BEND wheel
draairegelaar
●WK-3200
toets
MODULATION button
BEND wheel
draairegelaar
PITCH BEND
Cijfertoetsen
Number
buttons
[+]/[–]
MAIN VOLUME
Dit hoofdstuk geeft informatie betreffende het uitvoeren van
basis keyboardbediening.
Spelen op het keyboard
1
Druk op de POWER toets om het keyboard in te
schakelen.
• Hierdoor gaat de spanningsindicator branden.
2
3
Gebruik de MAIN VOLUME regelaar om het
volume in te stellen op een relatief laag niveau.
Speel iets op het keyboard.
Instellen van een toon
Dit keyboard wordt afgeleverd met ingebouwde tonen zoals
hieronder aangegeven.
Een gedeeltelijke lijst van de verkrijgbare toonnamen is
afgebeeld op het console van het keyboard. Zie de “Toonlijst”
op pagina A-1 van deze gebruiksaanwijzing voor een
volledige lijst. “Geavanceerde tonen” zijn variaties op
standaard tonen, die gecreëerd worden door het
programmeren van effecten (DSP) en andere instellingen.
Voor details aangaande de tonen van het trekstaaf
orgel,verwijs naar “Het gebruik van de trekstaaforgelfunctie
(Drawbar Organ)” op pagina D-22.
Trekstaaforgeltonen:
50 voorkeuzetonen + 100 gebruikerstonen
Nummer
Aantal
tonen
000 - 049
50
Voorkeuzetonen
100 - 199
100
Gebruikerstoon*
Toontype
DSP lijn
aan/uit*1
Aan/uit*5
6
Aan/uit*3
*1: Zie “Het veranderen van tonen en het configureren van
DSP effectinstellingen” op pagina D-20.
*2: Geheugengebied voor tonen die u gecreëerd heeft. Zie
“Synthesizerfunctie”
op
pagina
D-44.
De
gebruikerstoongebieden 700 tot en met 799 bevatten
aanvankelijk dezelfde data als de geavanceerde tonen 000
tot en met 099.
*3: Dit hangt af van de brontoon of de tooninstelling. Zie
“Synthesizerfunctie” op pagina D-44 voor meer
informatie.
*4: Gebied voor data die vanaf een computer werd gestuurd.
Zie “Gebruiken van het Music Data Management
Software (op de meegeleverde CD-ROM)” op pagina
D-80 voor meer informatie. Voor informatie aangaande
golfvormen, zie “Creëren van een gebruikerstoon” op
pagina D-47.
*5: Dit hangt af van de toon. De status ervan kan worden
bekeken door naar de DSP toets te kijken. Zie “DSP toets”
op pagina D-29 voor meer informatie.
*6: Geheugengebied voor tonen die door gecreëerd worden.
Zie “Een trekstaaforgeltoon bewerken” op pagina D-24.
Gebruikers trefstaaforgeltoon gebieden bevatten
aanvankelijk twee setten met dezelfde data als de
trefstaaforgeltoon types 000 tot en met 049.
Toontypes
Standaardtonen: 550 voorkeuzetonen + 124 gebruikerstonen
DSP lijn
aan/uit*1
Nummer
Aantal
tonen
000 - 331
332
Geavanceerde tonen
Aan
400 - 599
200
Voorkeuzetonen
Uit
600 - 617
18
Drumsets
700 - 799
100
Gebruikerstonen*2
Aan/uit*3
800 - 819
20
Gebruikerstonen met golven*4
Aan/uit*3
900 - 903
4
Gebruikersdrumsets met
golven*4
Aan/uit*5
Toontype
Uit
OPMERKING
• U kunt toonnummers die niet in de bovenstaande
bereiken (standaardtonen 332 tot en met 399, 618 tot
en met 699 en 820 tot en met 899, en trekstaaf
orgeltonen van 050 tot en met 099) vallen niet
selecteren. U kunt bladeren door de ongebruikte
nummers wanneer u de [+] en [–] toetsen gebruikt om
door de toonnummers te bladeren. Wanneer u
bijvoorbeeld op [+] drukt terwijl 617 geselecteerd is,
springt het nummer door naar 700.
D-19
738A-D-021A
WK3200_d_10-21.p65
19
05.4.14, 4:38 PM
Basisbediening
Instellen van een toon
1
2
3
Vind de te gebruiken toon op de toonlijst en maak
een notitie van het toonnummer.
Druk op de TONE toets.
Voer het drie-cijferige toonnummer in van de
bewuste toon m.b.v. de cijfertoetsen.
Voorbeeld: Om “432 GM ACOUSTIC BASS” te
selecteren, voer 4, 3 en daarna 2 in.
A c o u s B sG
Het veranderen van tonen en het
configureren van DSP effectinstellingen
Dit keyboard heeft slechts een enkele DSP klankbron.
Hierdoor kunnen bij tonen waarbij DSP ingesteld is voor
meerdere onderdelen bij het het maken van meerdere lagen
en splitsen van tonen (pagina D-65, 66) conflicten optreden.
Om conflicten te vermijden, wordt DSP toegewezen aan de
laatste toon waarbij DSP ingesteld is terwijl DSP voor alle
andere onderdelen uitgeschakeld (DSP lijn uit (OFF)) is.
DSP lijn is een parameter die regelt of het op dat moment
ingestelde DSP effect van toepassing is op een onderdeel.*
Elke toon heeft een DSP lijnparameter. Door het selecteren
van een toon wordt de DSP lijnparameter van die toon
uitgeoefend op alle onderdelen.
* De DSP lijnparameter is ingeschakeld (het DSP effect wordt
uitgeoefend) bij de 332 geavanceerde tonen die genummerd
zijn van 000 tot en met 331, en uitgeschakeld (het DSP effect
wordt niet uitgeoefend) bij de 200 voorkeuzetonen
genummerd van 400 tot en met 599. Voor informatie over
andere tonen, raadpleeg “Toontypes” op pagina D-19.
OPMERKING
• Voer altijd alle drie cijfers in van het toonnummer inclusief
eventuele voorafgaande nullen.
• U kunt het aangegeven toonnummer tevens vergroten
met de [+] toets en verkleinen met de [–] toets.
• Wanneer één van de drumklanken geselecteerd is
(toonnummers 600 tot en met 617), dan wordt aan elke
klaviertoets een ander percussiegeluid toegewezen. Zie
pagina A-9 voor details.
Polyfonie
De term polyfonie refereert aan het maximal aantal noten dat
u op hetzelfde moment kunt spelen. Het keyboard heeft 32noten polyfonie, hetgeen zowel de noten die u speelt omvat
als de ritmes en automatisch begeleidingspatronen die door
het keyboard worden gespeeld. Dit betekent dus dat wanneer
een ritme of een automatisch begeleidingspatroon gespeeld
wordt door dit keyboard, het aantal noten (de polyfonie dus)
gereduceerd wordt dat open staat voor spelen op het
toetsenbord. Merk tevens op dat sommige van de tonen
slechts 10-noten polyfonie geven.
PIANO SETTING toets
Het indrukken van deze toets verandert de instelling van het
keyboard om het te optimaliseren voor spelen op de piano.
Instellingen
Toonnummer: “000”
Ritmenummer: “140”
Begeleidingsfunctie: Normaal
Gelaagd: Uit
Splitsing: Uit
Automatisch harmoniseren: Uit
Transponeren: 0
Aanslaggevoeligheid:
Uit: Keert terug naar de oorspronkelijke instelling
Aan: Geen verandering
Toewijsbare aansluiting: SUS
Lokale controle: Aan
Instelling van de
mixerkanaal 1 parameter: Hangt af van de toon
De keyboard instellingen optimaliseren
voor spelen op de piano
1
2
Druk op de PIANO SETTING toets.
Probeer nu iets op het toetsenbord te spelen.
• De noten die u speelt klinken als bij een piano.
• Druk op de START/STOP toets als u met
ritmebegeleiding wilt spelen. Hierdoor gaat een ritme
spelen dat geoptimaliseerd is voor de piano.
• Druk nogmaals op de START/STOP toets om het
spelen van het ritme te stoppen.
D-20
WK3200_d_10-21.p65
738A-D-022A
20
05.4.14, 4:38 PM
Basisbediening
OPMERKING
• Door op de PIANO SETTING toets te drukken terwijl
een ritme aan het spelen is, wordt het ritme gestopt
waarna de instelling van het keyboard vervolgens
verandert.
• Door op de PIANO SETTING toets te drukken terwijl de
synthesizerfunctie of een andere functie van het
keyboard ingeschakeld is, wordt de huidige functie
verlaten waarna de instelling van het keyboard
vervolgens verandert.
• De instelling van het keyboard verandert niet als u op
de PIANO SETTING toets drukt onder één van de
volgende omstandigheden.
* Tijdens realtime opname, tijdens stapopname of
tijdens het gebruik van de montagefunctie van het
melodiegeheugen.
* Terwijl de melding voor het opslaan van data of het
overschrijven van data op de display aangegeven
wordt
* Tijdens de weergave van demonstratiemelodieën
Gebruik van de MODULATION
draairegelaar
Modulatie past vibrato toe die de toonhoogte van een noot
moduleert. Het werkt het beste bij noten die aangehouden
worden door een klaviertoets ingedrukt te houden, in het
bijzonder wanneer u de melodie speelt met een viool of
soortgelijke toon.
U kunt het modulatie effect aanpassen m.b.v. de DSP
parameters 0 – 7. Zie “DSP parameters” op pagina D-28 voor
meer informatie.
• WK-3700
De MODULATION draairegelaar
gebruiken
1
• De mate waarmee vibrato wordt toegepast hangt af
van hoever u de MODULATION draairegelaar naar
boven draait. Door de draairegelaar in de neutrale
stand te zetten (zover mogelijk naar beneden draaien)
wordt het vibrato effect uitgeschakeld.
Gebruik van de PITCH BEND
draairegelaar
PITCH BEND betekent letterlijk “toonhoogtebuiging” en
deze draairegelaar laat u de toonhoogte inderdaad “buigen”.
Hierdoor kunt u extra vleugje realisme toevoegen aan de
saxofoon en aan andere tonen.
Gebruiken van de PITCH BEND regelaar
1
Gebruik terwijl u een klaviertoets ingedrukt houdt
met uw rechterhand, uw linkerhand om de PITCH
BEND draairegelaar omhoog en omlaag te draaien.
• De noot keert terug naar de oorspronkelijke
toonhoogte wanneer u de PITCH BEND draairegelaar
loslaat.
OPMERKINGEN
• Bij saxofoon- en elektrische gitaartonen kunnen de
meest realistische geluidseffecten worden geproduceerd
als u de noten speelt en tegelijkertijd de PITCH BEND
draairegelaar bediend.
• Zie “Toonhoogtebuigbereik (oorspronkelijke default: 12)”
op pagina D-73 voor het veranderen van het buigbereik
van de PITCH BEND draairegelaar.
• Schakel het keyboard nooit in terwijl aan de PITCH
BEND draairegelaar gedraaid wordt.
Terwijl u melodienoten speelt met uw rechter hand,
draai met uw linkerhand aan de MODULATION
draairegelaar om vibrato toe te passen op de noten.
• WK-3200
De MODULATION toets gebruiken
1
Terwijl u een klaviertoets ingedrukt houdt met uw
rechter hand, gebruik uw linkerhand om op de
MODULATION toets te drukken.
• Vibrato wordt toegepast zolang de MODULATION
toets ingedrukt gehouden wordt.
OPMERKING
• Modulatie kan worden gebruikt om meer expressie toe
te voegen aan aangehouden melodienoten die gespeeld
worden met een viool, synthetisch reedorgel of een
soortgelijke toon.
• De modulatie beïnvloed de verschillende tonen op
andere manieren.
D-21
738A-D-023A
WK3200_d_10-21.p65
21
05.4.14, 4:38 PM
Het gebruik van de trekstaaforgelfunctie
(Drawbar Organ)
Uw keyboard heeft ingebouwde “trekstaaforgeltonen” die gewijzigd kunnen worden m.b.v. negen digitale trekstaven waarvan
de bediening eender is aan die van de regelaars bij een trekstaaforgel. U kunt ook percussie selecteren of toetsklikken. Er is
genoeg ruimte in het geheugen voor het opslaan van maximaal 100 door de gebruiker gecreëerde trekstaaftoon variaties.
Trekstaaforgel bedieningsvolgorde
Toon/ritme selectiescherm*
DRAWBAR ORGAN toets
EXIT toets
Trekstaaforgeltoon selectiescherm
[왘] CURSOR toets
DRAWBAR ORGAN toets
Trekstaaforgeltoon bewerkingsscherm
[왗] / [왘] CURSOR toetsen
[왗] / [왘] CURSOR toetsen
“More?” (meer?) scherm
[왔] CURSOR toets
[왖] CURSOR toets
Synthesizer bewerkingsscherm
[왔] CURSOR toets
[왖] CURSOR toets
DSP effect bewerkingsscherm
[왔] CURSOR toets
[왖] CURSOR toets
Naam/opslaan instelscherm
* U kunt het selectiescherm voor de trekstaaforgeltoon ook verkrijgen van het functiescherm voor de melodiegeheugenfunctie of
de SMF weergave. In dit geval verschijnt echter het bewerkingsscherm voor de trekstaaforgeltoon niet.
D-22
WK3200_d_22-31.p65
738A-D-024A
22
05.4.14, 4:38 PM
Het gebruik van de trekstaaforgelfunctie (Drawbar Organ)
Kanaaltoetsen wanneer het selectiescherm voor de trekstaaforgeltoon getoond wordt
De 18 toetsen langs de onderkant van de display functioneren als trekstaaftoetsen terwijl het selectiescherm voor de
trekstaaforgeltoon zich in de display bevindt (nadat u op de DRAWBAR ORGAN toets gedrukt heeft). Elk paar toetsen (boven en
onder) stellen een trekstaaf voor hetgeen dus betekent dat de 18 aanwezige toetsen u de functionaliteit geven van 9 trekstaven.
“ ’ ”: Voet
Waarde
Parameternaam
F t 16 ’
Momenteel
geselecteerde
parameter
16 51/3
8
4
22/3
2
13/5 11/3
1
CLICK SECOND THIRD DECAY
PERCUSSION
Verminderen
Op het moment geselecteerde trekstaaf
Vermeerderen
Trekstaaftoetsen
Elk van de negen toetsparen wordt een waarde toegekend van 16 voet tot 1 voet. Elk toetsenpaar heeft een vermindertoets (voor
verminderen met 16 voet, 5-1/3 voet, enz.) en een vermeerdertoets (voor vermeerderen met 16 voet, 5-1/3 voet, enz.).
D-23
738A-D-025A
WK3200_d_22-31.p65
23
05.4.14, 4:38 PM
Het gebruik van de trekstaaforgelfunctie (Drawbar Organ)
DRAWBAR ORGAN
Cijfertoetsen
Number
buttons
[+]/[–]
CURSOR
Een trekstaaforgeltoon selecteren
1
2
Parameterinstelling
Parameternaam
F t 16 ’
Vind de te gebruiken trefstaaforgeltoon op de
toonlijst en maak een notitie van het toonnummer.
Druk op de DRAWBAR ORGAN toets.
• Hierdoor verschijnt het selectiescherm voor de
trekstaaforgeltoon.
Toonnummer
Toonnaam
• In het totaal zijn er 13 parameters. U kunt de [왗] en
[왘] CURSOR toetsen gebruiken om door de
instellingen heen te gaan. Zie “Parameter details” op
pagina D-25 voor nadere informatie.
• Terwijl het “More?” (meer?) scherm zich op de display
bevindt, kunt u doorgaan naar de synthesizer en DSP
effect bewerkingsschermen door te drukken op de [왔]
CURSOR toets of op de [+] toets.
D r awb a r 1
3
Gebruik de cijfertoetsen om het drie-cijferige
toonnummer in te voeren voor de toon die u wilt
selecteren.
OPMERKING
• Voer altijd alle drie cijfers in voor het toonnummer,
inclusief eventuele voorafgaande nullen.
• U kunt ook het aangegeven toonnummer met telkens
één vergroten of verkleinen door op de [+] en op de [–]
toetsen te drukken.
Een trekstaaforgeltoon bewerken
1
2
Selecteer de trekstaaforgeltoon (000 tot en met 049,
100 tot en met 199) die u wilt bewerken.
Gebruik de [왗] en [왘] CURSOR toetsen om het
selectiescherm voor de trekstaaforgeltoon te
verkrijgen. Selecteer de parameter waarvan u de
instelling wilt veranderen.
Voorbeeld: Selecteren van de “Ft16’” parameter
3
Gebruik de [왖] en [왔] CURSOR toetsen of de [+]
en [–] toetsen om de instelling van de momenteel
aangegeven parameter te veranderen.
• U kunt een parameterinstelling ook veranderen door
een waarde in te voeren m.b.v. de cijfertoetsen.
• U kunt de veranderingen in een toon bemerken door
noten op het keyboard te spelen terwijl u de
parameterinstellingen aan het instellen bent.
OPMERKING
• Wanneer een andere toon geselecteerd wordt nadat u
de parameters bewerkt heeft, zullen de
parameterinstellingen vervangen worden door die van
de nieuw geselecteerde toon.
• Als u trefstaaforgeltonen toegewezen heeft aan meer
dan één kanaal, dan zal bij wijzigen van de instelling
van de trefstaaforgeltoon instelling van één van de
kanalen, diezelfde instelling ook worden toegepast op
alle andere kanalen.
• Zie “Het opslaan van een bewerkte trekstaaforgeltoon”
op pagina D-26 voor informatie over het opslaan van
uw bewerkingen.
D-24
WK3200_d_22-31.p65
738A-D-026A
24
05.4.14, 4:38 PM
Het gebruik van de trekstaaforgelfunctie (Drawbar Organ)
Het bewerken van synthesizerfunctie
parameters en DSP parameters van
de trekstaaftonen
Precies zoals bij standaard (niet-trekstaaf) tonen, kunt u de
synthesizerfunctie parameters en DSP parameters van de
trekstaaforgel tonen bewerken Zie “Trekstaaforgel
bedieningsvolgorde” op pagina D-22.
1
Gebruik de [왗] en [왘] CURSOR toetsen om de
“More?” (meer?) display te verkrijgen en druk
vervolgens op de [왔] CURSOR toets.
• Hierdoor wordt de synthesizerfunctie ingeschakeld,
hetgeen wordt aangegeven door de aanwijzer naast
SYNTH in het displayscherm.
• Voer voor de rest van deze procedure de stappen uit
te beginnen met stap 3 onder “Creëren van een
gebruikerstoon” op pagina D-47.
Parameter details
Het volgende geeft details over de parameters die u kunt
configureren m.b.v. het trekstaaforgeltoon bewerkingsscherm.
Percussie
Deze parameter laat u percussiegeluid toevoegen, hetgeen
in modulatie voorziet bij aangehouden tonen die u aan het
creëren bent. Wanneer u een klaviertoets op het toetsenbord
ingedrukt houdt, zal het geproduceerde geluid langzaam
wegsterven tot het niet langer te horen is. Door de klaviertoets
nogmaals aan te slaan zal de noot weer luider weergegeven
worden. Percussie heeft de “2nd Percussion” (2de overtoon
toonhoogte) en de “3rd Percussion” (3de overtoon
toonhoogte) instellingen, die elk in- of uitgeschakeld kunnen
worden.
U kunt de percussie wegsterftijd ook specificeren, hetgeen
regelt hoe lang het duurt voor het percussiegeluid om weg
te sterven.
Parameternaam
Parameterdisplay
indicatie
2nd Percussion
(tweede
percussie)
Second (tweede)
3rd Percussion
(derde
percussie)
Third (derde)
Percussie
wegsterftijd
Trekstaaf positie
Instellingen
oFF : uit
on : aan
Decay
(wegsterven)
000 tot en met 127
Deze parameter definiëert de positie van elke trekstaaf en
het volume van elke overtoon. Hoe groter de waarde, des te
groter het volume van de corresponderende overtoon.
Parameternaam
Parameterdisplay
indicatie
Trekstaaf 16’
Ft 16’
0 tot en met 3
Trekstaaf 5 1/3’
Ft 5 1/3’
0 tot en met 3
Trekstaaf 8’
Ft 8’
0 tot en met 3
Trekstaaf 4’
Ft 4’
0 tot en met 3
Trekstaaf 2 2/3’
Ft 2 2/3’
0 tot en met 3
Trekstaaf 2’
Ft 2’
0 tot en met 3
Trekstaaf 1 3/5’
Ft 1 3/5’
0 tot en met 3
Trekstaaf 1 1/3’
Ft 1 1/3’
0 tot en met 3
Trekstaaf 1’
Ft 1’
0 tot en met 3
Instellingen
(Ft: voet)
Klik
De parameter bepaalt of een toetsklik al dan niet toegevoegd
wordt wanneer een aangehouden toon wordt gespeeld die
geconfigureerd is m.b.v. de trekstaven.
Parameternaam
Klik
Parameterdisplay
indicatie
Instellingen
oFF : Click Off
(klik uit)
on : Click On
(klik aan)
Click
D-25
738A-D-027A
WK3200_d_22-31.p65
25
05.4.14, 4:38 PM
Het gebruik van de trekstaaforgelfunctie (Drawbar Organ)
Inhoud van de display tijdens de trekstaaforgelfunctie
Tijdens de trekstaaforgelfunctie worden de huidige status van
de trekstaafposities, toetsklikken, en percussieparameters
aangegeven op de staafaanduidingen van de display zoals
aangegeven in de onderstaande afbeeldingen. Er is één lijn
voor elke parameter en het onderste segment van de
geselecteerde parameterlijn knippert.
Het onderste segment van de staafgrafiekkolom die de
huidige geselecteerde parameter voorstelt, gaat knipperen om
aan te geven dat deze geselecteerd is.
Geen van de kanaalnummers (1 tot en met 16) is aangegeven
tijdens de trekstaaforgel selectiefunctie en de
bewerkingsfunctie.
Het opslaan van een bewerkte
trekstaaforgeltoon
1
2
3
Trekstaafpositiegrafiek
Instelwaarde
0
1
2
4
Uit
Aan
Knippert
Aan
5
Display
Percussie vertragingstijdgrafiek
Instelwaarde
0-31
32-63
64-95
Display
96-127
Gebruik de [+] en [–] toetsen of de cijfertoetsen
om een toonnummer te selecteren.
Druk nadat de toonnaam naar wens ingesteld is op
de [왘] CURSOR toets om de toon op te slaan.
• Gebruik de [+] en [–] toetsen om door de letters bij de
huidige cursorlocatie heen te bladeren.
• Gebruik de [왗] en [왘] CURSOR toetsen om de cursor
naar links en naar rechts te verplaatsen.
• Zie D-92 pagina voor informatie over het invoeren
van tekst.
Klik en percussie aan/uit grafiek
Uit
Druk driemaal op de [왔] CURSOR toets om het
scherm te verkrijgen voor het invoeren van een
toonnaam en het toewijzen van een toonnummer.
• U kunt een toonnummer selecteren binnen het bereik
lopend van 100 tot en met 199.
3
Display
Instelwaarde
Gebruik na het bewerken van parameters de [왗]
en [왘] CURSOR toetsen om de “More?” (meer?)
display te verkrijgen.
Druk nadat alles naar wens is op de [왔] CURSOR
toets om de toon op te slaan.
• Hierdoor verschijnt een bevestigingsboodschap die
u vraagt of u de data werkelijk wilt opslaan. Druk op
de YES toets om de data inderdaad op te slaan.
• Nadat het opslaan is voltooid verschijnt de boodschap
“Complete” (klaar) waarna de display opnieuw het
toonselectiescherm aangeeft.
• Druk op de EXIT toets om het opslaan te annuleren.
D-26
WK3200_d_22-31.p65
738A-D-028A
26
05.4.14, 4:38 PM
Toepassen van effecten op tonen
DSP
DSP effecten worden uitgeoefend op de aansluiting tussen
de klankbron en het uitgangssignaal. U kunt vervorming en
modulatie effecten selecteren. U kunt DSP effectinstellingen
creëren en tevens gedownloade DSP data van uw computer
oversturen. Het keyboard heeft geheugen voor het opslaan
van maximaal 100 DSP effectinstellingen. Zie “Gebruiken van
het Music Data Management Software (op de meegeleverde
CD-ROM)” op pagina D-80 en “Opslaan van de instellingen
van de DSP parameters” op pagina D-29 voor nadere
informatie.
Dit keyboard geeft u een selectie van effecten die u kunt
toepassen op tonen.
De ingebouwde effecten omvatten een grote rijkheid aan
variaties u toegang geven tot een selectie van algemene
digitale effecten.
Effectblokken
Het volgende toont hoe de effecten van dit keyboard
georganiseerd zijn.
REVERB
DSP toets
REVERB (Nagalm)
Nagalm bootst de akoestieken na van specifieke
omgevingstypes. U kunt kiezen uit 16 verschillende
nagalmeffecten, inclusief “Room” (kamer) en “Hall” (zaal).
CHORUS
Klankbron
EQUALIZER
aan
uit
16 kanalen
uitgangssignaal
DSP
lijn DSP
CHORUS (Zweving)
Het zwevingseffect geeft het geluid meer diepte door het te
laten vibreren. U kunt kiezen uit 16 verschillende
zwevingseffecten, inclusief “Chorus” (zweving) en “Flanger”.
EQUALIZER
De equalizer is een ander type effect dat u kunt gebruiken
om bijstellingen te maken in de toonkwaliteit. De frequenties
zijn verdeeld over een aantal frequentiebanden en het
verhogen of verlagen van het niveau van één of meerdere
frequentiebanden heeft een wijziging in het geluid tot gevolg.
U kunt de optimale akoestieken reproduceren voor het type
muziek dat u aan het spelen bent (bijvoorbeeld klassiek) door
de van toepassing zijnde equalizerinstelling te selecteren.
Kanaaltoetsen terwijl het effectfunctiescherm getoond wordt
Tijdens de effectfunctie regelen de 18 toetsen langs de onderkant van de display het type en de parameters van elk effect zoals
aangegeven in de onderstaande afbeelding.
Effecttype
Parameter 1
Parameter 0
16
51/3
Parameter 3
Parameter 5
Parameter 2 Parameter 4
8
4
22/3
2
Parameter 7
Parameter 6
13/5 11/3
1
Vermeerderen
Op het moment geselecteerde trekstaaf
Verminderen
CHANNEL toetsen
OPMERKING
• Door tegelijkertijd op de [왖] en [왔] CURSOR toetsen te drukken wordt te oorspronkelijke voorkeuzewaarde opnieuw verkregen
bij het op dat moment geselecteerde effect.
D-27
738A-D-029A
WK3200_d_22-31.p65
27
05.4.14, 4:38 PM
Toepassen van effecten op tonen
EFFECT
CURSOR
Cijfertoetsen
Number
buttons
[+]/[–]
EXIT
Instellen van een DSP type
Naast de 100 ingebouwde effecttypes kunt u ook effecttypes
bewerken om uw eigen types te creëren en ze op te slaan in
het gebruikersgeheugen. U kunt maximaal 100 effecttypes
tegelijkertijd in het gebruikersgeheugen hebben. U kunt ook
het DSP type selecteren of de laatste toon die gebruikt is
waarbij DSP mogelijk is. Dit betekent dat u altijd toegang
heeft tot het DSP type van gavanceerde tonen en tonen die u
kunt downloaden van het Internet. Om het DSP type van de
laatst gebruikte toon waarbij DSP ingeschakeld is te
selecteren, dient u “ton” in stap 3 van de onderstaande
procedure te selecteren.
Voer de volgende stappen uit om een DSP type te selecteren.
Veranderen van de instellingen van
de DSP parameters
U kunt de relatieve sterkte van een DSP en hoe deze wordt
toegepast regelen. Zie de volgende paragraaf getiteld “DSP
parameters” voor meer informatie.
1
• Hierdoor verschijnt het parameterinstelscherm.
2
VOORBEREIDINGEN
• Bij gebruik van een DSP effect dient u de mixer te
gebruiken om te bevestigen dat de DSP lijnen van de
vereiste onderdelen ingeschakeld is. Zie “Mixerfunctie”
op pagina D-40 voor meer informatie.
1
2
Druk op de EFFECT toets zodat de wijzer naast
EFFECT in de display verschijnt.
Druk op de [왘] CURSOR toets.
• Het DSP type instelscherm (stap 3) verschijnt
automatisch ongeveer vijf seconden na indrukken van
de toets.
3
Selecteer het gewenste type DSP m.b.v. de [+] en
[–] toetsen of de cijfertoetsen.
• Zie de “Effectenlijst” op pagina A-14 voor informatie
aangaande de DSP types die kunnen worden
geselecteerd.
• Hier kunt u ook de parameters veranderen van de
effecten die u selecteerde, indien u dit wenst. Zie
“Veranderen van de instellingen van de DSP
parameters” voor meer informatie.
OPMERKING
• Het DSP type displaygebied toont het DSP nummer (000
tot en met 199) of “ton” (gebruikerstoon gecreëerd m.b.v.
DSP).
Gebruik na het selecteren van het gewenste DSP
type de [왗] and [왘] CURSOR toetsen om de
parameter te verkrijgen waarvan u de instelling wilt
veranderen.
Maak de gewenste parameterinstelling m.b.v. de
[+] en [–] toetsen of de cijfertoetsen.
• Door de [+] en [–] toetsen tegelijkertijd in te drukken
wordt de oorspronkelijke instelling van de parameter
opnieuw verkregen.
3
Druk op de EFFECT of EXIT toets.
• Hierdoor wordt het toon of ritme instelscherm
verlaten.
DSP parameters
Het volgende beschrijft de parameters voor elke DSP.
DSP
■ Parameter 0 tot en met 7
Deze parameters verschillen afhankelijk van het
algoritme* van het geselecteerde DSP type. Zie de
“Effectenlijst” op pagina A-14 en de “DSP algoritmelijst”
op pagina A-16 voor meer informatie.
* Effectorstructuur en –bedieningstype.
■ DSP nagalmzenden (DSP Reverb Send)
(Bereik 000 tot en met 127)
Specificeert hoeveel van het post-DSP geluid naar nagalm
dient te worden gezonden.
■ DSP zwevingszenden (DSP Chorus Send)
(Bereik 000 tot en met 127)
Specificeert hoeveel van het post-DSP geluid naar
zweving dient te worden gezonden.
D-28
WK3200_d_22-31.p65
738A-D-030A
28
05.4.14, 4:38 PM
Toepassen van effecten op tonen
4
OPMERKING
• Of een effect al dan niet toegepast wordt op de delen die
klinken hangt af van de nagalmzenden, zwevingzenden
en DSP aan/uit instellingen van de mixerfunctie. Zie
“Mixerfunctie” op pagina D-40 voor meer informatie.
• Bij weergeven van een demonstratiemelodie (pagina D12) verandert het effect automatisch naar het effect dat
toegewezen is aan die melodie. U kunt het effect van
een demonstratiemelodie niet veranderen.
• Door de effectinstelling te veranderen terwijl het geluid
weergegeven wordt door het keyboard, zal een korte
onderbreking in het geluid plaatsvinden op het moment
dat van effect wordt veranderd.
• Een aantal tonen, die de “Advanced Tones”, (geavanceerde
tonen) worden genoemd, schakelen automatisch de DSP lijn
in voor een rijker geluid met een hogere kwaliteit. Als u een
geavanceerde toon toewijst aan een toetsenborddeel (kanalen
1 tot en met 4), wordt de DSP lijn automatisch ingeschakeld
en de DSP selectie verandert in overeenkomst met de
instellingen van de Advanced Tone (geavanceerde toon).
Daarnaast wordt de aan/uit instelling van de mixerfunctie DSP
lijn ingeschakeld voor het toetsenborddeel waaraan de
Advanced Tone (geavanceerde toon) is toegewezen.*
* De mixer DSP lijn instelling wordt automatisch
uitgeschakeld voor elk deel waaraan geen
geavanceerde toon is toegewezen.
Hierdoor worden eerdere op deze delen uitgeoefende
DSP effecten uitgeschakeld waardoor de klank van hun
tonen anders kan klinken. Verkrijg in dit geval het
mixerscherm en schakel de DSP weer in.
• Hierdoor verschijnt een bevestigingsboodschap die
u vraagt of u de data werkelijk wilt opslaan. Druk op
de YES toets om de data inderdaad op te slaan.
• De boodschap “Complete” (voltooid) verschijnt
kortstondig op de display gevolgd door het
toonselectiescherm of het ritmeselectiescherm.
DSP toets
Door de DSP toets te checken kunt u er achter komen of DSP
al dan niet mogelijk is voor de toon die op het moment als een
deel is geselecteerd. De DSP toets gaat branden bij een toon
waarbij DSP mogelijk is (DSP lijn ON (aan)) en gaat uit voor
een toon waarbij DSP niet mogelijk is (DSP lijn OFF (uit)).
Wanneer u bijvoorbeeld elk deel verplaatst tijdens de splits/
lagen functie gaat de DSP toets branden of juist uit
overeenkomstig de instellingen van dat deel.
Door op de DSP toets te drukken wordt overgeschakeld
tussen mogelijk (DSP lijn ON (aan)) en onmogelijk (DSP lijn
OFF (uit)) voor de toon en het deel dat u op dat moment op
het toetsenbord aan het spelen bent.
In- en uitschakelen van de DSP lijn
1
Opslaan van de instellingen van de
DSP parameters
U kunt maximaal 100 aangepaste DSP instellingen in het
gebruikersgebied opslaan voor later oproepen op het moment
dat u ze nodig heeft.
Druk op de DSP toets om de DSP lijn voor het op
dat moment geselecteerde deel in en uit te
schakelen.
REVERB selecteren
Voer de volgende stappen uit om REVERB te selecteren.
OPMERKING
• De DSP gebruikersgebieden 100 tot en met 199 bevatten
aanvankelijk dezelfde data als de DSP types 000 tot en
met 099.
1
Druk nadat alles naar wens is op de [왔] CURSOR
toets om het effect op te slaan.
1
Druk op de EFFECT toets zodat de wijzer verschijnt
naast EFFECT op het displayscherm.
Druk na uitvoeren van de gewenste instellingen
voor de DSP parameters op de [왔] CURSOR toets.
• Hierdoor gaat het DSP nummer van het
gebruikersgebied waar de DSP opgeslagen gaat
worden, knipperen in de display.
2
Gebruik de [+] en [–] toetsen of de cijfertoetsen
om het DSP gebruikersgebiednummer te selecteren
waar u de nieuwe DSP wilt opslaan.
• U kunt uitsluitend een DSP gebruikersgebiednummer
selecteren dat valt binnen het bereik lopend van 100
tot en met 199.
3
Wijzer
2
• Hierdoor wordt het nagalm bewerkingsscherm
verkregen.
• Het nagalmtype instelscherm (stap 4) verschijnt
automatisch ongeveer vijf seconden na indrukken van
de toets.
Druk nadat het gewenste DSP gebruikersgebiednummer
geselecteerd is op de [왘] CURSOR toets.
• Gebruik de [+] en [–] toetsen om door de letters bij de
huidige cursorlocatie heen te bladeren.
• Gebruik de [왗] en [왘] CURSOR toetsen om de cursor
naar links en rechts te verplaatsen.
• Zie pagina D-92 voor informatie over het invoeren
van tekst.
Druk de [왔] CURSOR toets eenmaal in.
3
Druk op de [왘] CURSOR toets.
D-29
738A-D-031A
WK3200_d_22-31.p65
29
05.4.14, 4:38 PM
Toepassen van effecten op tonen
4
Gebruik de [+] en [–] toetsen of de cijfertoetsen om
door de nagalmtypes heen te bladeren totdat de
gewenste aangegeven wordt of gebruik de cijfertoetsen
om het gewenste nagalmnummer in te voeren.
• Zie de lijst op pagina A-14 voor informatie over de
types REVERB effecten die beschikbaar zijn.
• Hier kunt u ook de parameters van het effect
veranderen dat u heeft geselecteerd, indien dit
gewenst is. Zie “Veranderen van de instellingen van
de REVERB parameters” voor nadere informatie.
Veranderen van de instellingen van
de REVERB parameters
U kunt de relatieve sterkte van een nagalmtype regelen en
hoe deze wordt uitgeoefend. Zie de volgende paragraaf
getiteld “REVERB parameters” voor nadere informatie.
1
Na het selecteren van het gewenste nagalmtype
gebruikt u de [왗] en [왘] CURSOR toetsen om de
parameter te verkrijgen waarvan u de instelling wilt
veranderen.
• Hierdoor wordt het parameterinstelscherm
aangegeven.
Voorbeeld: Om de nagalmtijdparameter in te stellen
SR v T i me
2
3
Voer m.b.v. de [+] en [–] toetsen of de cijfertoetsen
de gewenste parameterinstelling.
Druk op de EFFECT of EXIT toets.
• Hierdoor verschijnt opnieuw het toon- of
ritmeselectiescherm.
REVERB parameters
Nagalmeffecten worden geassocieerd met ofwel een
nagalmeffect of een vertragingseffect. Parameterinstellingen
hangen af van het geassocieerde type.
■ Hoge demping (High Damp)
(Bereik: 000 tot en met 127)
Stelt de demping bij van de hoogfrequentienagalm (hoog
geluid). Een kleinere waarde dempt hoge geluiden waardoor
een donkere nagalm ontstaat. Een grotere waarde dempt
de hoge geluiden niet waardoor de nagalm helderder wordt.
Nagalmtype (Nr. 6, 7, 14, 15)
■ Vertragingsniveau (Delay Level)
(Bereik: 000 tot en met 127)
Specificeert het volume van het vertragingsgeluid. Een
hogere waarde produceert een luider vertragingsgeluid.
■ Vertragingsterugkoppeling (Delay Feedback)
(Bereik: 000 tot en met 127)
Stelt de vertragingsherhaling bij. Een hogere waarde
produceert een groter aantal herhalingen.
■ ER niveau (ER Level)
Hetzelfde als het nagalmtype
■ Hoge demping (high Damp)
Hetzelfde als het nagalmtype
OPMERKING
• Of een effect al dan niet toegepast wordt op de delen
die klinken hangt af van de nagalmzenden,
zwevingzenden en DSP aan/uit instellingen van de
mixerfunctie. Zie “Mixerfunctie” op pagina D-40 voor
meer informatie.
Selecteren van CHORUS
Voer de volgende stappen uit om CHORUS (zweving) te
selecteren.
1
2
■ Nagalmtijd (Reverb Time) (Bereik: 000 tot en met 127)
Regelt de duur van nagalm. Een groter nummer
produceert langere nagalm.
■ ER niveau (ER Level) (Aanvankelijk echogeluid)
(Bereik: 000 tot en met 127)
Deze parameter regelt het aanvankelijke nagalmvolume.
Het aanvankelijke echogeluid is het eerste geluid dat via
de muren en het plafond gereflecteerd wordt wanneer
geluid weergegeven wordt door dit keyboard. Een grotere
waarde stelt een groter echogeluid voor.
Druk tweemaal op de [왔] CURSOR toets.
• Hierdoor wordt het zweving bewerkingsscherm
verkregen.
• Het zwevingtype instelscherm (stap 4) verschijnt
automatisch ongeveer vijf seconden na indrukken van
de toets.
Nagalmtype (Nr. 0 tot en met 5, 8 tot en met 13)
■ Nagalmniveau (Reverb Level)
(Bereik: 000 tot en met 127)
Regelt de mate van nagalm. Een groter nummer
produceert meer nagalm.
Druk op de EFFECT toets zodat de wijzer verschijnt
naast de EFFECT aanduiding op het displayscherm.
3
4
Druk op de [왘] CURSOR toets.
Gebruik de [+] en [–] toetsen of de cijfertoetsen
om door de zwevingtypes heen te bladeren totdat
de gewenste wordt getoond of gebruik de
cijfertoetsen om het gewenste zwevingnummer in
te voeren.
• Zie de lijst op pagina A-14 voor informatie over de
CHORUS (zweving) effecten die beschikbaar zijn.
• Hier kunt u eventueel de parameters veranderen van
de effecten die u selecteerde. Zie “Veranderen van de
instellingen van de CHORUS (zweving) parameters”
voor nadere informatie.
D-30
WK3200_d_22-31.p65
738A-D-032A
30
05.4.14, 4:38 PM
Toepassen van effecten op tonen
Veranderen van de instellingen van
de CHORUS (zweving) parameters
2
• Hierdoor wordt het equalizer bewerkingsscherm
verkregen.
• Het equalizertype instelscherm (stap 4) verschijnt
automatisch ongeveer vijf seconden na indrukken van
de toets.
U kunt de relatieve sterkte van een effect regelen en hoe dit
wordt uitgeoefend. Zie de volgende paragraaf getiteld
“CHORUS parameters” voor nadere informatie.
1
Na het selecteren van het gewenste zwevingtype
gebruikt u de [왗] en [왘] CURSOR toetsen om de
parameter te verkrijgen waarvan u de instelling wilt
veranderen.
3
4
3
Druk op de [왘] CURSOR toets.
Gebruik de [+] en [–] toetsen of de cijfertoetsen
om het gewenste equalizertype in te stellen.
• Zie de lijst op pagina A-14 voor informatie aangaande
de equalizertypes die beschikbaar zijn.
Voorbeeld: Instellen van Jazz
• Hierdoor wordt het parameterinstelscherm verkregen.
2
Druk driemaal op de [왔] CURSOR toets.
Gebruik de [+] en [–] toetsen of de cijfertoetsen
om de gewenste parameterinstelling in te voeren.
Jazz
Druk op de EFFECT of EXIT toets.
• Hierdoor verschijnt opnieuw het toon- of
ritmeselectiescherm.
CHORUS parameters
■ Zwevingniveau (Chorus Level)
(Bereik: 000 tot en met 127)
Specificeert het volume van het zwevingsgeluid.
• Door op de EXIT of EFFECT toets te drukken wordt
het equalizertype instelscherm verlaten.
Afregelen van de versterking (het
volume) van een band
1
■ Zwevingsterkte (Chorus Rate)
(Bereik: 000 tot en met 127)
Specificeert de undulation snelheid van het
zwevingsgeluid. Een hogere waarde produceert een
snellere undulation.
Voorbeeld: Om de HIGH band bij te regelen.
ME q H i g h
■ Zwevingdiepte (Chorus Depth)
(Bereik: 000 tot en met 127)
Specificeert de undulation diepte van het zwevingsgeluid.
Een hogere waarde produceert een diepere undulation.
Na het selecteren van het gewenste equalizertype
gebruikt u de [왗] and [왘] CURSOR toetsen om de
band te selecteren waarvan u de versterking wilt
bijstellen.
2
Gebruik de [+] en [–] toetsen of de cijfertoetsen
om de bandversterking in te stellen.
Voorbeeld: Bijregelen van de versterking tot 10
OPMERKING
• Of een effect al dan niet uitgeoefend wordt op de delen
die worden weergegeven, hangt tevens af van de
mixerfunctie nagalmzend, de zwevingzend en de DSP
aan/uit instellingen. Zie “Mixerfunctie” op pagina D-40
voor nadere informatie.
De equalizer gebruiken
Dit keyboard heeft een ingebouwde vier-banden equalizer
en 10 verschillende instellingen waaruit u kunt kiezen. U kunt
de versterking (volume) bijstellen van alle vier
equalizerbanden binnen het bereik van –12 tot en met 0 tot
en met +12.
ME q H i g h
• Door op de EXIT of EFFECT toets te drukken wordt
het equalizer instelscherm verlaten.
OPMERKING
• Wanneer overgestapt wordt naar een andere type
equalizer, veranderen de bandversterkingsinstellingen
automatisch naar de oorspronkelijke instellingen voor
het nieuw ingestelde type equalizer.
Instellen van het equalizertype
1
Druk op de EFFECT toets zodat de aanwijzer
verschijnt naast EFFECT op het displayscherm.
D-31
738A-D-033A
WK3200_d_22-31.p65
31
05.4.14, 4:38 PM
Automatisch begeleiding
RHYTHM
ONE TOUCH PRESET
MODE
Cijfertoetsen
Number
buttons
ACCOMP VOLUME
INTRO/ENDING 1/2
[+]/[–]
VARIATION/FILL-IN 1/2
TEMPO
START/STOP
SYNCHRO/FILL-IN NEXT
Dit keyboard speelt automatisch de bas- en akkoordgedeelten
overeenkomstig de akkoorden die u speelt. De bas- en
akkoordgedeelten worden m.b.v. automatisch ingestelde
klanken en tonen gespeeld voor instelling van het door u
gebruikte ritme. Dit betekent dat u volledige, realistische
begeleiding krijgt voor de melodienoten die u met de
rechterhand speelt waardoor u een één-mans ensemble
creëert.
AUTO HARMONIZE
Instellen van een ritme
Dit keyboard voorziet u in 160 opwindende ritmes dit u met
de volgende procedure kunt selecteren.
U kunt ook begeleidingsdata oversturen van uw computer
en er maximaal 16 van als gebruikersritmes opslaan in het
keyboardgeheugen. Zie “Gebruiken van het Music Data
Management Software (op de meegeleverde CD-ROM)” op
pagina D-80 voor nadere informatie.
Instellen van een ritme
1
2
Zoek het te gebruiken ritme op in de ritmelijst van
het keyboard en schrijf het ritmenummer op.
Druk op de RHYTHM toets.
• Niet alle beschikbare ritmes worden getoond op de
ritmelijst die op het keyboard console afgebeeld is.
Zie de “Ritmelijst” op pagina A-11 voor een volledige
lijst.
Aangaande de MODE toets
Nummer en naam van het ingestelde ritme
Gebruik de MODE toets om de te gebruiken
begeleidingsfunctie te selecteren. Telkens bij indrukken van
de MODE toets wordt naar de volgende instelling van de
beschikbare begeleidingsfuncties gegaan zoals aangegeven
in de onderstaande afbeelding.
8Bea t 1
Verschijnt bij indrukken van de RHYTHM toets.
Normaal (Automatische begeleiding uit)
FULL RANGE CHORD
FINGERED
3
Voer het drie-cijferige ritmenummer in van het
bewuste ritme m.b.v. de cijfertoetsen.
Voorbeeld: Voer 0, 5 en vervolgens 2 in om “052 ROCK
2”, te selecteren.
Ro c k 2
CASIO CHORD
• Alleen ritmeklanken worden geproduceerd wanneer alle
begeleidingsfunctie indicators uitgeschakeld zijn.
• De op het moment geselecteerde begeleidingsfunctie wordt
aangegeven door de functie indicators boven de MODE
toets. Informatie aangaande het gebruik van elk van deze
functies begint vanaf pagina D-34.
OPMERKING
• U kunt het ingevoerde nummer tevens vergroten met
de [+] toets en verkleinen met de [–] toets.
D-32
WK3200_d_32-39.p65
738A-D-034A
32
05.4.14, 4:38 PM
Automatisch begeleiding
Spelen van een ritme
Spelen van een ritme
1
Druk op VARIATION/FILL-IN toets 1 of 2.
• Hierdoor begint weergave van het ingestelde ritme.
• Druk op de START/STOP toets om het ritme te
stoppen.
Automatische begeleiding
gebruiken
De onderstaande procedure beschrijft hoe u de automatische
begeleidingsfunctie van het keyboard kunt gebruiken. Voor
u begint dient u eerst het ritme dat u wilt gebruiken in te
stellen en het ritmetempo in te stellen op de gewenste waarde.
Gebruik van automatische begeleiding
OPMERKING
• Akkoorden zullen samen met het ritme klinken als één
van de drie begeleidingsfunctie indicators boven de
MODE toets brandt. Druk op de MODE toets totdat alle
indicators uit zijn als u de ritmepatronen wilt spelen
zonder akkoorden.
1
• De op dat moment geselecteerde begeleidingsfunctie is
de functie waarvan de indicator brandt. Zie “Aangaande
de MODE toets” op pagina D-32 voor details.
Het tempo instellen
2
U kunt de weergave van het ritmetempo instellen binnen een
bereik van 30 tot 255 maatslagen per minuut. De tempo
instelling wordt gebruikt voor de automatische
begeleidingsakkoord weergave en melodiegeheugenfuncties.
3
Druk op de START/STOP toets om weergave van
het momenteel ingestelde ritme te beginnen.
Speel een akkoord.
• De feitelijke procedure die u dient te volgen om een
akkoord te spelen hangt af van de op dat moment
geselecteerde begeleidingsfunctie. Verwijs naar de
volgende pagina’s voor details aangaande de
weergave van akkoorden.
Instellen van het tempo
1
Gebruik de MODE toets om CASIO CHORD
FINGERED of FULL RANGE CHORD te selecteren
als begeleidingsfunctie.
Druk op een van de TEMPO toetsen (왖 of 왔).
CASIO CHORD ......................... Pagina D-34
왖 : Verhoogt de aangegeven waarde (verhoogt het tempo)
왔 : Verlaagt de aangegeven waarde (verlaagt het tempo)
FINGERED ................................. Pagina D-35
FULL RANGE CHORD ........... Pagina D-35
Huidige maatnummer en
maatslagnummer
Akkoordnaam
OPMERKING
Ro c k 2
• Bij tegelijkertijd indrukken van beide TEMPO toetsen (왖
en 왔) wordt het tempo teruggesteld op de
oorspronkelijke waarde van het momenteel ingestelde
ritme.
Basisvingerzetting van het huidige akkoord
(kan verschillen van het akkoord dat in
werkelijkheid op het keyboard gespeeld
wordt.)
4
Druk nogmaals op de START/STOP toets om de
automatische begeleiding te stoppen.
D-33
738A-D-035A
WK3200_d_32-39.p65
33
05.4.14, 4:39 PM
Automatisch begeleiding
OPMERKING
• Als u op de SYNCHRO/FILL-IN NEXT toets drukt en
vervolgens op de VARIATION/FILL-IN 1/2 toetsen i.p.v.
op de START/STOP toets in stap 2, dan zal de
begeleiding starten met een intropatroon wanneer u de
bediening uitvoert in stap 3. Zie pagina D-36 en D-37
voor nadere details betreffende deze toetsen.
• Als u op de VARIATION/FILL-IN 1/2 toetsen drukt i.p.v.
op de START/STOP toets in stap 4, dan zal een
eindpatroon worden weergegeven voordat de weergave
van de begeleiding is afgelopen. Zie pagina D-37 voor
nadere details betreffende deze toets.
• U kunt het volumeniveau van het begeleidingsgedeelte
afzonderlijk instellen van het hoofdvolume. Zie“Instellen
van het begeleidingsvolume” op pagina D-39 voor
details.
CASIO CHORD
Met deze methode kan iedereen gemakkelijk akkoorden
spelen ongeacht zijn of haar muzikale kennis en ervaring.
Hieronder volgt een beschrijving van het CASIO CHORD
“Begeleidingstoetsenbord” en “Melodietoetsenbord” en er
wordt verteld hoe u CASIO CHORDs speelt.
CASIO CHORD begeleidingstoetsenbord en
melodietoetsenbord
Melodietoetsen
Begeleidingstoetsen
OPMERKING
• Het begeleidingstoetsenbord kan enkel gebruikt worden
voor het spelen van akkoorden. Er wordt geen geluid
geproduceerd als u probeert losstaande melodienoten
op dit toetsenbord te spelen.
Akkoordtypes
Met CASIO CHORD begeleiding kunt u vier types akkoorden
spelen met minimale vingerzettingen.
Akkoordtypes
Majeur akkoorden
De namen van majeur
akkoorden worden aangegeven
boven de klaviertoetsen van het
begeleidingstoetsenbord. Merk
op dat het geproduceerde
akkoord bij indrukken van een
begeleidings-toetsenbord toets
niet van octaaf verandert
ongeacht welke klaviertoets
gebruikt wordt om hem te
spelen.
Mineur akkoorden (m)
Om een mineur akkoord te
spelen, drukt u op de
klaviertoets van het majeur
akkoord en willekeurig welke
andere klaviertoets op het
begeleidingstoetsenbord rechts
van de klaviertoets van het
majeur akkoord.
Septiem akkoorden (7)
Om een septiem akkoord te
spelen, drukt u op de
klaviertoets van het majeur
akkoord en willekeurig welke
andere twee klaviertoetsen op
het begeleidingstoetsenbord
rechts van de klaviertoets van
het majeur akkoord.
Mineur septiem akkoorden
(m7)
Om een mineur septiem
akkoord te spelen, drukt u op
de klaviertoets van het majeur
akkoord en willekeurig welke
andere drie klaviertoetsen op
het begeleidingstoetsenbord
rechts van de klaviertoets van
het majeur akkoord.
Voorbeeld
C Majeur (C)
CC#DE E FF#GA A B B CC# DE E F
C mineur(Cm)
CC#DE E FF#GA A B B CC# DE E F
C septiem (C7)
CC#DE E FF#GA A B B CC# DE E F
C mineur septiem
(Cm7)
CC#DE E FF#GA A B B CC# DE E F
OPMERKING
• Het maakt geen verschil of u zwarte of witte
klaviertoetsen rechts van de klaviertoets van het majeur
akkoord indrukt bij het spelen van mineuren en
septiemen.
D-34
WK3200_d_32-39.p65
738A-D-036A
34
05.4.14, 4:39 PM
Automatisch begeleiding
OPMERKING
FINGERED
De FINGERED functie geeft u in het totaal de beschikking
over 15 verschillende akkoordtypes. Hieronder volgt een
beschrijving van het FINGERED “Begeleidingstoetsenbord”
en “Melodietoetsenbord” en er wordt verteld hoe u de
grondtoon C kunt spelen met FINGERED.
FINGERED begeleidingstoetsenbord en
melodietoetsenbord
• Behalve bij de akkoorden aangegeven in opmerking*1
hierboven zullen omgekeerde vingerzettingen (d.w.z. EG-C of G-C-E i.p.v. C-E-G) dezelfde akkoorden
produceren als de standaard vingerzetting.
• Behalve bij de uitzondering aangegeven in opmerking*2
hierboven dienen alle toetsen te worden ingedrukt die
in combinatie een akkoord vormen. Wanneer zelfs een
enkele klaviertoets niet wordt ingedrukt zal het gewenste
FINGERED akkoord niet worden gespeeld.
Melodietoetsen
Begeleidingstoetsen
FULL RANGE CHORD
OPMERKING
• Het begeleidingstoetsenbord kan enkel gebruikt worden
voor het spelen van akkoorden. Er wordt geen geluid
geproduceerd als u probeert melodienoten op dit
toetsenbord te spelen.
C
Cm
Cdim
Deze begeleidingsmethode geeft u in totaal de beschikking
over 38 verschillende akkoordtypes: de 15 akkoordtypes van
FINGERED plus 23 andere types. Het keyboard interpreteert
elke combinatie van drie of meer klaviertoetsen die klopt als
een FULL RANGE CHORD patroon als een akkoord. Andere
combinaties (die dus geen FULL RANGE CHORD patroon
vormen) worden als melodiespel geïnterpreteerd.
Daarom is er geen reden om een apart
begeleidingstoetsenbord te hebben, zodat dus het gehele
toetsenbord van begin tot einde als een melodietoetsenbord
functioneert die gebruikt kan worden voor zowel melodieën
als akkoorden.
FULL RANGE CHORD begeleidingstoetsenbord en
melodietoetsenbord
Caug *1
Csus4
C7 *2
Cm7 *2
Cmaj7 *2
Cm7 5
C7 5 *1
C7sus4
Cadd9 *2
Cmadd9 *2
CmM7 *2
Cdim7 *1
Begeleidingstoetsen/Melodietoetsen
Zie de “Fingered akkoordkaarten” op pagina A-12 voor
details aangaande het spelen van akkoorden met andere
sleutels.
*1: Omgekeerde vingerzettingen kunnen niet worden
gebruikt. De laagste noot is de grondtoon.
*2: Hetzelfde akkoord kan gespeeld worden zonder op de
5de G klaviertoets te drukken.
D-35
738A-D-037A
WK3200_d_32-39.p65
35
05.4.14, 4:39 PM
Automatisch begeleiding
Akkoorden die dit keyboard kan herkennen
De volgende tabel identificeert patronen die door FULL
RANGE CHORD kunnen worden herkend als akkoorden.
Patroontype
Aantal akkoordvariaties
FINGERED
De 15 akkoordpatronen die worden
aangegeven bij FINGERED op
pagina D-35. Zie de “Fingered
akkoordkaarten” op pagina A-12
voor details aangaande het spelen
van akkoorden met andere
grondtonen.
23 standaard vingerzettingen. Hier
volgen voorbeelden van de 23
akkoorden die beschikbaar zijn met
C als basnoot.
C6 • Cm6 • C69
Standaard
vingerzetting
C
D
E
F
G
A
B
•
•
•
•
•
•
C
C
C
C
C
C
C
B C m Dm Fm Gm Am Bm
•
•
•
•
•
•
C
C
C
C
C
C
C
Dm75 A7
F7 Fm7 Gm7 Aadd9
•
•
•
•
•
C
C
C
C
C
C
Gebruik van een intro patroon
Met dit keyboard kunt u een korte intro toevoegen aan een
ritmepatroon om het begin soepeler en natuurlijker te laten
zijn.
De volgende procedure beschrijft hoe u de Intro functie kunt
gebruiken. Voordat u begint dient u eerst het ritme dat u wilt
gebruiken te selecteren, het tempo te selecteren en de MODE
toets te gebruiken om de akkoordweergavemethode te
selecteren die u wilt gebruiken (Normaal, CASIO CHORD,
FINGERED, FULL RANGE CHORD).
Tussenvoegen van een intro
1
Druk op de INTRO/ENDING toets 1 of 2.
• Bij de opzet hierboven wordt het intro patroon
gespeeld en de automatische begeleiding met
intropatroon begint zodra u akkoorden op het
begeleidingstoetsenbord begint te spelen.
OPMERKING
• Het standaard ritmepatroon begint te spelen nadat het
intro patroon voltooid is.
Voorbeeld: Om het akkoord C majeur te spelen.
Gebruik van een fill-in patroon
Beide vingerzettingen die in de afbeelding getoond worden,
zullen een C majeur produceren.
Met fill-in patronen kunt u het ritmepatroon kortstondig
veranderen om een interessante variatie toe te voegen aan
uw spel.
1
E
E G
C
G
C
De volgende procedure beschrijft hoe de fill-in functie wordt
gebruikt.
1 ...... akkoord C
2 ...... akkoord C
E
2
OPMERKING
• Zoals bij de FINGERED functie (pagina D-35), kunt u
de noten die een akkoord vormen in elke combinatie
spelen (1).
• Wanneer de laagste noot van een akkoord zes of meer
halftonen weg is van de volgende noot wordt de laagste
noot de basnoot (2).
D-36
WK3200_d_32-39.p65
738A-D-038A
36
05.4.14, 4:39 PM
Automatisch begeleiding
Tussenvoegen van een fill-in
1
2
Druk op de START/STOP toets om weergave van
het ritme te starten.
Gebruik van synchronische start
1
Stel de gewenste fill-in variatie in.
• Druk om Fill-in 1 in te voegen drukt u op de
VARIATION/FILL-IN 1 toets terwijl Variatie 1 van
het ritme aan het spelen is.
• Druk om Fill-in 2 in te voegen drukt u op de
VARIATION/FILL-IN 2 toets terwijl Variatie 2 van
het ritme aan het spelen is.
2
Druk op de SYNCHRO/FILL-IN NEXT toets om de
gesynchroniseerde startfunctie van het keyboard in
standby te zetten.
Speel een akkoord en het ritmepatroon begint
automatisch met spelen.
OPMERKING
• De SYNCHRO/FILL-IN NEXT toetsen werken niet terwijl
een intro patroon weergegeven wordt.
• Door de SYNCHRO/FILL-IN NEXT toets of de
VARIATION/FILL-IN 1/2 toets ingedrukt te houden wordt
een fill-in patroon herhaald.
Gebruik van een ritmevariatie
Naast het standaard ritmepatroon kunt u ook overstappen
op een secundair ritmepatroon voor de nodige afwisseling.
Tussenvoegen van een
variatieritmepatroon
1
2
Druk op de START/STOP toets om weergave van
het ritme te starten.
Druk op de SYNCHRO/FILL-IN NEXT toets.
• Als een Variatie 1 ritme op het moment aan het spelen
is, speelt dit Fill-in 1 gevolgd door Fill-in 2 en schakelt
dan over op het Variatie 2 ritme.
• Als een Variatie 2 ritme op het moment aan het spelen
is, speelt dit Fill-in 2 gevolgd door Fill-in 1 en schakelt
dan over op het Variatie 1 ritme.
• Door de SYNCHRO/FILL-IN NEXT toets ingedrukt
te houden zal het fill-in patroon zich gaan herhalen.
Begeleiding en ritmeweergave
tegelijk starten
U kunt het keyboard zo instellen dat ritmeweergave op
hetzelfde moment begint als wanneer u begint met spelen
van de begeleiding op het keyboard.
De volgende procedure beschrijft hoe u synchronisch start
kunt gebruiken. Voor het starten dient u eerst het te gebruiken
ritme te selecteren, het tempo in te stellen en de MODE toets
gebruiken om de akkoordweergavemethode te selecteren die
u wilt gebruiken (Normaal, CASIO CHORD, FINGERED,
FULL RANGE CHORD).
OPMERKING
• Alleen het ritme speelt (zonder akkoord) bij spelen op
het begeleidingstoetsenbord, als de MODE toets in de
normaal stand staat.
• Als u op de INTRO/ENDING toets 1 of 2 drukt zonder
daarvoor iets op het keyboard te spelen, begint het ritme
automatisch met een intro patroon wanneer u daarna
iets op het begeleidingskeyboard speelt.
• Druk nogmaals op de SYNCHRO/FILL-IN NEXT toets
om standby van synchro–start ongedaan te maken.
Afsluiten met een eindpatroon
U kunt uw spel met een eindpatroon beëindigen waardoor
het gebruikte ritmepatroon tot een natuurlijk klinkend einde
wordt afgerond.
De volgende procedure beschrijft hoe u een eindpatroon kunt
tussenvoegen. Merk op dat het uiteindelijk weergegeven
eindpatroon afhangt van het gebruikte ritmepatroon.
Afsluiten met een eindpatroon
1
Druk op de INTRO/ENDING toets 1 of 2 terwijl
het ritme aan het spelen is.
• De timing van het begin van het eindpatroon hangt
af van wanneer u op de INTRO/ENDING toets 1 of 2
drukt. Drukt u voor de tweede maatslag van de
huidige maat op de toets, dan begint het eindpatroon
ogenblikkelijk te spelen.
OPMERKING
• Door indrukken van de INTRO/ENDING toets voor de
eerste halve maatslag aan het begin van een maat wordt
het einde onmiddellijk gespeeld. Wordt de toets
ingedrukt na de eerste halve maatslag van een maat,
dan zal het einde gespeeld worden vanaf het begin van
de volgende maat.
D-37
738A-D-039A
WK3200_
Download PDF

advertising