Casio | CTK-571 | Handleiding | Casio CTK-571 Handleiding

MODE D’EMPLOI
GEBRUIKSAANWIJZING
GUIDA DELL’UTILIZZATORE
P
CTK571/573-FDI-1
CTK571_FDI_Cover.p65
Page 1
01.8.1, 2:50 PM
Adobe PageMaker 6.5J/PPC
702A-F-002A
Welkom...
Bij de club van tevreden eigenaars van CASIO electronische muziekinstrumenten! Om het meest profijt
te kunnen trekken van de vele eigenschappen en functies van het keyboard dient u deze handleiding
zorgvuldig door te lezen en bij de hand te houden ter naslag.
Belangrijk!
Vervang de batterijen of gebruik de AC adapter wanneer één de volgende symptomen optreedt.
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Zwak brandende stroomindicator
Het instrument kan niet ingeschakeld worden.
Donkere, moeilijk afleesbare display
Abnormaal laag luidspreker-/hoofdtelefoonvolume
Vervorming van het geluid
Af en toe onderbreken van geluid tijdens weergave bij een hoog volume
Plotseling uitvallen van de stroom tijdens weergave bij een hoog volume
Donker worden van de display bij weergave met een hoog volume
Geluid blijft klinken zelfs na loslaten van de toetsen
De klank is totaal verschillend
Abnormale weergave van ritmepatronen en demonstratiemelodieën
Uitvallen van stroom, geluidsvervorming of laag volume bij spelen via een aangesloten computer of MIDI
toestel
Het gebruik van de naam van een ander fabrikaat of product dient niet te worden geïnterpreteerd als
van invloed zijnde op de kwaliteit van een handelsmerk of een onderhoudsmerk. Alle andere producten bedrijfsnamen die in deze gebruiksaanwijzing voorkomen kunnen de handelsmerken zijn van hun
respectievelijke eigenaren.
CASIO ELECTRONICS CO., LTD.
Unit 6, 1000
North Circular Road
London NW2 7JD, U.K.
Dit teken is alleen geldig in de EG-landen.
Bewaar a.u.b. alle informatie ter naslag.
702A-F-045A
D-1
Voornaamste kenmerken
❐ 137 tonen
• Alles van orkestinstrumenten tot synthetische geluiden, drums en nog meer.
❐ 100 ritmes
• Een keuze van ritmes inclusief rock, pops, jazz en zo’n beetje elke andere denkbare muziekstijl.
❐ Automatische begeleiding
• Speel gewoonweg een akkoord en en de corresponderende ritme-, bas- en de akkoordonderdelen spelen automatisch mee. Eén-toets voorkeuzes
roept de meest geschikte toon en tempo-instellingen op die passen bij het ritme dat u gebruikt.
❐ 100 ingebouwde melodieën, inclusief pianomelodieën
• Ingebouwde melodieën vallen onder drie groepen: Song Bank (melodiebank - 50 automatische begeleidingsmelodieën), Etude (20 pianomelodieën) en Concert Piece (concertstukken - 30 pianomelodieën). In elke groep kunt u de weergavemelodieën gebruiken voor uw eigen luisterplezier of het melodiedeel of een ander deel ‘wegknippen’ (achterwege laten) van een melodie en zelf meespelen.
❐ 3-staps lessen
• De 3-staps lessen voorzien u in schermhulp met een gids van de vingerzettingen om mee te spelen met de melodieën van de Song Bank (melodiebank), Etude of Concert Piece (concertstukken). Oefen eerst de timing van de noten. Speel daarna mee in uw eigen tempo. Na verloop van tijd
zult u dan klaar zijn voor stap drie waarbij u met de normale snelheid meespeelt.
❐ Muziek informatiesysteem
• Een groot LCD scherm toont u de vingerzettingen en, klaviertoetsen die moeten worden aangeslagen en noten waardoor spelen op een keyboard
nog informatiever en leuker wordt dan ooit te voren. Een ingebouwd achtergrondlicht houd de display goed leesbaar zelfs in het totale duister.
❐ Geheugenfunctie
• Neem maximaal twee stukken op in het geheugen voor latere weergave. Door de automatische begeleidingsfunctie te gebruiken kunt u ook
realistisch ensemblespel creëren.
• De schermhulp toetsenbordgids toont vingerzettingen voor de melodie terwijl de opgenomen melodieën worden weergegeven.
❐ Algemene MIDI geschiktheid
• Algemene MIDI tonen laten u een aansluiting maken met een PC zodat u kunt genieten van de “desktop muziek” mogelijheden. Dit keyboard
kan ook gebruikt worden als een desktop toestel voor het invoeren van muziek of als een geluidsbron en het is in het bijzonder geschikt voor de
weergave van in de vakhandel verkrijgbare voorbespeelde MIDI muziek software.
❐ Display aanduidingen voor ontvangen MIDI boodschappen
• Tijdens het spelen van algemene MIDI data kunt u informatie (data voor toetsenbord en pedalen) laten verschijnen op de display. U kunt ook een
bepaald kanaal uitschakelen en dat deel meespelen op het toetsenbord. U kunt zelfs de weergave van een kanaal uitschakelen en dat meespelen
via het toetsenbord.
D-2
702A-F-046A
Voorzorgsmaatregelen ten behoeve van de veiligheid
Symbolen
Verschillende symbolen worden in deze gebruiksaanwijzing en op het product zelf gebruikt om er voor te
zorgen dat dit product op een juiste en veilige wijze
wordt gebruikt en om letsel bij de gebruiker en andere
personen en materiële schade te voorkomen. Deze symbolen worden hier samen met hun betekenis aangegeven.
WAARSCHUWING
Deze aanduiding geeft zaken aan die het risico op
ernstig letsel en zelfs de dood met zich mee kunnen
brengen als het product onjuist bediend en deze aanduiding in de wind geslagen wordt.
VOORZICHTIG
Deze aanduiding geeft zaken aan die het risico op
letsel met zich mee kunnen brengen alsmede zaken
die waarschijnlijk materiële schade kunnen veroorzaken als het produkt onjuist bediend en deze aanduiding in de wind geslagen wordt.
Voorbeelden van symbolen
Deze driehoek ( ) wijst erop dat de gebruiker voorzichtigheid dient te betrachten.
(Het voorbeeld links duidt op een waarschuwing t.a.v. electrische schokken.)
Deze cirkel met een lijn erdoor ( ) wijst
erop dat de aangegeven handeling niet uitgevoerd dient te worden. Deze handelingen
zijn in het bijzonder verboden binnen deze
aanduiding of in de buurt van het symbool.
(Het voorbeeld links geeft aan dat demonteren verboden is.)
De zwarte stip ( ) geeft aan dat de aangegeven handeling uitgevoerd dient te worden. Aanduidingen binnen dit symbool zijn
handelingen die uitgevoerd dienen te worden. (Het voorbeeld links geeft aan dat de
netstekker uit het stopcontact getrokken
dient te worden.)
WAARSCHUWING
Wees a.u.b. voorzichtig bij het hanteren van de
netadapter.
• Gebruik geen andere netspanning dan het
aangegeven voltage. Het gebruik van een
ander voltage kan brand of electrische schok
veroorzaken.
• Mocht het netsnoer beschadigd raken (ontblote draden, knik, enz.) schaf dan a.u.b.
een nieuwe netadapter aan. Het gebruik
van een beschadigd netsnoer kan brand of
electrische schok veroorzaken.
• Snijd niet in en beschadig het netsnoer niet.
Plaats er tevens geen zware voorwerpen op
en stel het niet bloot aan hoge temperaturen. Een beschadigd netsnoer kan brand of
electrische schok veroorzaken.
• Vervorm het netsnoer niet door het te knikken, te draaien of er aan te trekken. Dit kan
brand of electrische schok veroorzaken.
• Gebruik a.u.b. enkel de adapter aangegeven voor dit instrument. Gebruik van een
andere adapter kan vuur, electrische schok
of defecten veroorzaken.
Plaats het instrument of de standaard niet op een oneffen of instabiele ondergrond
• Door het instrument of de standaard op
een oneffen of instabiele ondergrond te
plaatsen kan het vallen met de kans op persoonlijk letsel.
Plaats geen bekers met water of een andere vloeistof op
het instrument.
• Plaats de volgende voorwerpen niet op het
instrument. Word dit toch gedaan dan kan
dit brand of electrische schok veroorzaken
wanneer de inhoud gemorst wordt en het
instrument binnendringt.
• Bekers met water of andere vloeistoffen
(inclusief vazen, gepotte planten, kopjes,
cosmetica artikelen en medicijnen).
• Kleine metalen voorwerpen (inclusief
haarpinnen, naalden en munten)
• Ontvlambare voorwerpen
Mocht een vreemd voorwerp toch het instrument binnendringen, neem dan de volgende maatregelen:
1. Schakel de spanning uit.
2. Trek de netstekker uit het stopcontact.
3. Verwijder de batterijen mochten deze ingelegd zijn.
• Raak de batterijen bij het verwijderen niet
met uw handen aan. Ze kunnen warm
zijn of vloeistof lekken.
4. Raadpleeg de winkel waar u het keyboard
kocht of een erkende CASIO onderhoudsplaats.
Niet demonteren of er aan knutselen.
• Probeer het instrument, het toebehoren en
de apart verkrijgbare producten niet te demonteren of er aan te knutselen. Dit kan nl.
brand, electrische schok of defecten veroorzaken. Controle, bijstellingen en reparaties
dient u te laten uitvoeren door uw dealer.
702A-F-047A
D-3
Niet gebruiken mocht er zich iets abnormaals of een
defect voordoen.
• Gebruik het instrument niet als er zich abnormale toestanden voordoen zoals de aanwezigheid van rook of een vreemde geur.
Gebruik dit instrument niet als er zich een
defect schijnt voor te doen zoals wanneer
de spanning niet lijkt te werken of er geen
geluid wordt weergegeven. Het gebruik onder dergelijke omstandigheden kan brand
of electrische schokken veroorzaken. Neem
in dergelijke gevallen onmiddellijk de volgende stappen. Probeer nooit zelf het instrument te repareren daar dit bijzonder
gevaarlijk kan zijn.
1. Schakel de spanning uit.
2. Trek de netstekker uit het stopcontact.
3. Verwijder de batterijen mochten deze ingelegd zijn.
• Raak de batterijen bij het verwijderen niet
met uw handen aan. Ze kunnen warm
zijn of vloeistof lekken.
4. Raadpleeg de winkel waar u het keyboard
kocht of een erkende CASIO onderhoudsplaats.
Wanneer het instrument gevallen is:
• Neem de volgende maatregelen wanneer
het instrument gevallen of beschadigd is.
Bij gebruik hierna kan brand ontstaan of
electrische schokken optreden.
1. Schakel de spanning uit.
2. Trek de netstekker uit het stopcontact.
3. Verwijder de batterijen mochten deze ingelegd zijn.
• Raak de batterijen bij het verwijderen niet
met uw handen aan. Ze kunnen warm
zijn of vloeistof lekken.
4. Raadpleeg de winkel waar u het keyboard
kocht of een erkende CASIO onderhoudsplaats.
Wees voorzichtig met tassen in de buurt van kinderen.
• Laat kinderen de tassen, waarin het instrument, het toebehoren, en de apart verkrijgbare producten geleverd worden, niet over
hun hoofd halen. Let hier in het bijzonder
bij kleine kinderen op. Dit kan verstikking
veroorzaken.
VOORZICHTIG
Netadapter
• Leg het netsnoer niet vlak in de buurt van
kachels en andere warmte producerende
apparatuur. Hierdoor kan het snoer smelten, wat mogelijk tot brand en electrische
schokken kan leiden.
• Wanneer u het netsnoer loskoppelt van het
stopcontact, neem dan altijd de stekker beet,
dus niet het snoer. Bij te hard trekken aan
het snoer kan dit beschadigd raken of breken, waardoor mogelijk brand of electrische schokken worden veroorzaakt.
D-4
• Raak de netadapter niet met natte handen
aan wanneer deze op het stopcontact aangesloten is. Dit kan nl. electrische schokken
veroorzaken.
• Vergeet niet de netadapter uit het stopcontact te trekken tijdens onweer of wanneer u
van plan bent het keyboard voor langere
tijd ongebruikt te laten staan zoals wanneer u op vakantie gaat.
• Schakel het toestel na gebruik uit en haal
de stekker uit het stopcontact.
• Minstens eens per jaar dient u de stekker
van de netadapter uit het stopcontact te
halen en de stekers grondig schoon te maken. Stof dat zich op en in de buurt van de
stekers bevindt kan namelijk het gevaar op
brand met zich meebrengen.
Batterijen
• Bij onjuist gebruik kunnen de batterijen barsten en lekken. Dit kan letsel, defecten van
het instrument of verkleuring van meubels
en andere zaken veroorzaken door het ontsnappen van batterijvloeistof. Neem het volgende in acht:
• Leg de batterijen juist in zodat de polariteit (+, –) overeenkomt met de aanduidingen op het instrument.
• Vergeet ten behoeve van de veiligheid en
om te vermijden dat batterijvloeistof weglekt niet de batterijen te verwijderen wanneer u het instrument voor langere tijd
niet gebruikt, bijvoorbeeld wanneer u op
reis gaat.
• Gebruik altijd hetzelfde type batterijen.
• Combineer de nieuwe batterijen nooit met
oude.
• Gooi batterijen niet weg door ze te verbranden en sluit ze niet kort, demonteer
ze niet en stel ze niet bloot aan overmatige hitte.
• Vervang de batterijen onmiddellijk.
• Probeer nooit de batterijen op te laden.
Vervoer
• Zorg er om het instrument te vervoeren
altijd voor de netadapter los te koppelen
van het stopcontact en controleer dat alle
uitwendige aansluitingen zijn losgemaakt.
Pas dan mag het toestel vervoerd worden.
Als er geen rekening met het bovenstaande
gehouden wordt, kan het netsnoer mogelijk beschadigd raken en brand en
electrische schokken veroorzaken.
Onderhoud
• Bij het uitvoeren van onderhoud van het
toestel dient u er altijd eerst op te letten de
netadapter los te koppelen van het stopcontact; dit voor de veiligheid. Verwijder
tevens de batterijen mocht het instrument
deze bevatten.
Plaatsing van het toestel
• Plaats het instrument niet op plaatsen met
een hoge vochtigheidsgraad of een opeenhoping van stof. Dit kan brand en electrische
schokken veroorzaken.
702A-F-048A
• Plaats het instrument niet op plekken die
blootstaan aan vettige luchtjes of stoom zoals in de keuken of in de buurt van een
luchtbevochtiger. Dit kan brand en
electrische schokken veroorzaken.
Plaats het keyboard niet op gelakte meubels.
• De rubberen voetjes onder het instrument
kunnen op het oppervlak van gelakte meubels een zwarte afdruk achterlaten of het
meubel anderzijds beschadigen. Gebruik
vilten onderzetters o.i.d. en bij voorkeur
een CASIO standaard of muziekinstrumenten dat precies ontworpen is voor uw
keyboard.
Plaats geen zware voorwerpen op het instrument.
• Plaats geen zware voorwerpen op het instrument. Hierdoor kan het instrument
overhellen, omvallen en breken terwijl tevens letsel kan ontstaan.
Volume
• Erg hoge volumeniveau’s kunnen het gehoor beschadigen. Vermijd langdurig gebruik van het instrument bij erg hoge volume-instellingen. Raadpleeg onmiddelijk
een arts wanneer u verminderd gehoor of
piepende oren ondervindt.
Voorzorgsmaatregelen voor de vloeibare kristaldisplay
(LCD)
• Vermijd dat de LCD van het toetsenbord
aan harde stoten wordt blootgesteld waardoor het glas ervan kan breken met de kans
op persoonlijk letsel.
• Mocht het glas van de LCD ooit breken,
laat dan in geen geval de vloeistof in contact met uw huid daar dit brandwonden en
irritatie kan veroorzaken.
•Mocht de LCD vloeistof in uw mond komen, spoel dan onmiddellijk uw mond
met water en raadpleeg een arts.
•Mocht de LCD vloeistof in uw ogen komen, spoel dan onmiddellijk uw ogen gedurende 15 minuten met water en raadpleeg een arts.
Onderhoud
van het toestel
Vermijd hitte, vocht en direct zonlicht.
Stel het toestel niet bloot aan direct zonlicht, zet het niet op een plaats
dichtbij een airconditioning of op een bijzonder warme plaats.
Gebruik het toestel niet in de buurt van een
TV of radio.
Dit instrument kan storing veroorzaken bij TV en radio. Mocht dit
gebeuren, zet het toestel dan verder weg van de TV of de radio.
Gebruik voor het reinigen van het toestel nooit
lak, verdunner of dergelijke chemicaliën.
Maak het toetsenbord schoon met een zachte doek bevochtigd in water
met een milde oplossing van een neutraal schoonmaakmiddel. Dompel de doek in de oplossing en wring hem uit totdat hij bijna droog
is.
Vermijd het gebruik op plaatsen met een bijzonder hoge of lage temperatuur.
Extreem hoge of lage temperaturen kunnen de cijfers op het LCD
scherm mogelijk donker of moeilijk te zien maken. Deze situatie zou
zichzelf moeten corrigeren wanneer de temperatuur van het keyboard
weer normaal is geworden.
❚ OPMERKING ❚
Misschien heeft u lijnen in de afwerking van dit keyboard opgemerkt. Deze
lijnen zijn het resultaat van het vormgieten om het plastic van de kast in de
juiste vorm te maken. Het zijn geen breuken of krassen in het plastic en
geen reden voor ongerustheid.
Ga niet op het instrument of de standaard staan.*
• Sta niet bovenop het instrument of de standaard. Wees in het bijzonder voorzichtig
met kleine kinderen. Hierdoor kan het instrument overhellen, omvallen en breken
terwijl tevens letsel kan ontstaan.
Los verkrijgbare standaard*
• Volg de bijgeleverde montage-instructies en
zet de standaard zorgvuldig in elkaar. Draai
alle bouten, schroeven en klemmen stevig
aan en zorg dat het instrument correct op
de standaard gezet wordt. Onjuist of onvoldoende aangedraaide schroeven, of het
instrument onjuist op de standaard plaatsen kan tot gevolg hebben dat de standaard
omvalt of het instrument van de standaard
valt, wat tot verwondingen kan leiden.
* De standaard is verkrijgbaar als optie.
702A-F-049A
D-5
Inhoudsopgave
Welkom.................................. D-1
Gebruik van de metronoom .............. D-15
Voornaamste kenmerken ..... D-2
Gebruik van automatisch
begeleiding ......................... D-16
Voorzorgsmaatregelen ten
behoeve van de veiligheid ... D-3
Instellen van een ritme ..................... D-16
Onderhoud van het toestel ... D-5
Regelen van het tempo .................... D-16
Spelen van een ritme ....................... D-16
Automatische begeleiding gebruiken ... D-17
Inhoudsopgave ..................... D-6
Algemene gids ...................... D-8
Betreffende de display ....................... D-9
Gebruik van een intro patroon ......... D-19
Gebruik van een fill-in patroon ......... D-19
Gebruik van een ritmevariatie .......... D-19
Een snelle naslag ............... D-10
Gebruik van een fill-in patroon met
een variatieritme ............................... D-19
Aansluitingen....................... D-11
Begeleiding en ritmespel tegelijk
starten .............................................. D-19
Hoofdtelefoon/uitgangsaansluiting
(PHONES/OUTPUT) ......................... D-11
Afsluiten met een eindpatroon ......... D-20
Aansluiten op een computer of
andere apparatuur ............................. D-11
Gebruik van één-toets voorkeuzes ... D-20
Toewijsbare aansluiting ..................... D-11
Weergeven van een
ingebouwde melodie .......... D-21
Accessoires en opties ....................... D-11
Instellen van het begeleidingsvolume ... D-20
Stroomvoorziening ............. D-12
Weergeven van een melodie uit de
melodiebank ..................................... D-21
Werking op batterijen ....................... D-12
Spelen van een Etude melodie ........ D-22
Gebruik van de netadapter ............... D-12
Spelen van een Concert Piece stuk ... D-22
Automatische stroomonderbreking ... D-13
Muziekinformatiesysteem ................. D-22
Instellingen en geheugeninhoud ...... D-13
Instellen van het tempo .................... D-23
Basisbediening ....................D-14
Pauzeren van de weergave ............. D-23
Spelen op het keyboard ................... D-14
Instellen van een toon ...................... D-14
D-6
Achteruitspoelen .............................. D-23
Vooruitspoelen ................................. D-23
702A-F-050A
Veranderen van melodietoon ........... D-23
Om alle melodieën achter elkaar
weer te geven ................................... D-23
3-staps les ........................... D-24
Stap 1 - De timing machtig worden.... D-25
Stap 2 - De melodie machtig worden. ... D-25
Stap 3 - Spelen bij normale snelheid. .... D-26
Oplossen van moeilijkheden ... D-41
Technische gegevens ........ D-42
Appendix ............................... A-1
Notentabel ........................................... A-1
Drumklankenlijst .................................. A-3
Fingered akkoordkaarten .................... A-4
Geheugenfunctie ................ D-27
Toonlijst ............................................... A-6
Sporen .............................................. D-27
Ritmelijst .............................................. A-7
Real-time opnemen naar Spoor 1 .... D-28
MIDI Implementation Chart
Weergave van het geheugen ........... D-29
Real-time opname op Spoor 2 ......... D-30
Uitwissen van de inhoud van een
specifiek spoor ................................. D-31
Instellingen van het
keyboard ..............................D-32
Gebruik van lagen ............................ D-32
Gebruik van splitsen ......................... D-32
Gebruik van lagen en splitsen
tegelijkertijd ...................................... D-33
Gebruik van toetsrespons ................ D-34
Transpositie van het toetsenbord ..... D-34
Stemmen van het keyboard ............. D-35
MIDI .......................................D-36
Wat is MIDI? ..................................... D-36
Algemene MIDI ................................ D-36
Veranderen van MIDI instellingen .... D-37
Boodschappen ................................. D-39
702A-F-051A
D-7
Algemene gids
De namen van klaviertoetsen, toetsen en andere namen worden aangegeven in de tekst van deze gebruiksaanwijzing in vetdruk.
Spanningsindicator
Spanningstoets (POWER)
Ritmelijst (RHYTHM)
Functieschakelaar (MODE)
Namen van grondakkoorden
(CHORD ROOT NAMES)
Luidspreker
Concertstuklijst (CONCERT PIECE)
Melodiebankregeltoets
(SONG BANK)
Demonstratietoets
(DEMO)
Display
Volumeschuifregelaar
(VOLUME)
Toonlijst
(TONE)
Luidspreker
Etudelijst
(ETUDE)
*
LAYER
SPLIT
ETUDE
MAX
FULL RANGE
CHORD
GM
CONCERT
PIECE
TOUCH
RESPONCE
FINGERED
CASIO CHORD
MEMORY
NORMAL
METR
ONOM
MIN
R
LAYE
E
BEAT
STOP
PLAY/PAUSE
REW
FF
LEFT/TRACK1
RIGHT/TRACK2
SPLIT
Lijst van
percussie-instrumenten
Tempotoets (TEMPO)
Synchro/eindtoets (SYNCHRO/ENDING)
Concertstuktoets (CONCERT PIECE)
Start/stoptoets
(START/STOP)
Variatie/fill-in toets
(VARIATION/FILL-IN)
Etudetoets (ETUDE)
Introtoets
(INTRO)
Normaal/fill-in toets
(NORMAL/FILL-IN)
Stap 3 toets
Stap 1 toets
Begeleidingsvolumetoets
(ACCOMP VOLUME)
Tranaponeer/stem/MIDI toets
(TRANSPOSE/TUNE/MIDI)
Terugspoeltoets (REW)
Weergave/pauzetoets
(PLAY/PAUSE)
Eéntoets voorkeuzetoets
(ONE TOUCH PRESET)
STOP
Toetsresponstoets (TOUCH RESPONSE)
Metronoomtoets (METRONOME)
M ET
RON
O
Geheugentoets
(MEMORY)
Stap 2 toets
PLAY/PAUSE
Vooruitspoeltoets (FF)
Links/spoor 1 toets
(LEFT/TRACK 1)
REW
FF
LEFT/TRACK1
CK2
RIGHT/TRA
ME
BEAT
Maatslagtoets (BEAT)
Stoptoets (STOP)
Rechts/spoor 2 toets
(RIGHT/TRACK 2)
*Monteren van de bladmuziekstandaard
Steek de standaard in de gleuf aan ed bovenkant van het
toetsenbord zoals aangegeven in de afbeelding.
D-8
702A-F-052A
ten
Weergave van een demonstratiemelodie
Achter Paneel
Bij indrukken van de DEMO toets begint weergave van
de demonstratiemelodieën waardoor 100 ingebouwde
melodieën doorlopend achter elkaar afgespeeld worden.
Druk op de DEMO, START/STOP of STOP toets om
weergave van de demonstratiemelodie te stoppen.
Hoofdtelefoon/uitgangsaansluiting
(PHONES/OUTPUT)
MIDI IN aansluiting
❚ OPMERKINGEN ❚
• Bij indrukken van de [+] (voorwaarts) of [–] (achterwaarts) toets
wordt naar de volgende of vorige demonstratiemelodie gegaan.
• De toon van het keyboard (pagina D-14) kan ingesteld worden
voor het begin van de demonstratiemelodieën en dan kan deze
toon gebruikt worden om mee te spelen op het toetsenbord.
• De functies voor MIDI, lagen en splitsen zijn uitgeschakeld
tijdens weergave van een demonstratiemelodie.
OUT
IN
MIDI
ASSIGNABLE
JACK
MIDI OUT aansluiting
PHONES/
OUTPUT
DC 9V
9V gelijkstroomaansluiting
(DC 9V)
Toewijsbare aansluiting (ASSIGNABLE JACK)
Cijfertoetsen
•
•
[+]/[–] toetsen
Voor het invoeren van
cijfers om een
aangegeven nummer
of instelling te
veranderen.
Negatieve waarden
kunnen niet worden
ingevoerd met de
cijfertoetsen. Gebruik
in plaats daarvan de
[+] (verhogen) en [–]
(verlagen) toets.
Toontoets (TONE)
Ritmetoets (RHYTHM)
Melodiebanktoets
(SONG BANK)
LAY
SPLIT
Laag-toets (LAYER)
ER
Splitstoets (SPLIT)
Betreffende de display
2. Dit deel toont het toonnummer en de -naam, het
ritmenummer en de -naam en het melodienummer en de
-naam. Het toont ook andere informatie bij gebruik van
de geheugenfunctie en andere functies. Indicators
verschijnen hier ook om aan te geven wat voor soort
data getoond wordt: TONE (toondata), RHYTHM
(ritmedata) en SONG BANK (melodiebankdata).
E)
1. Er verschijnen een punt en een
pianoteken naast de groep die in
gebruik is: étude, concertstuk.
3. Dit deel is de notenbalknotatiedisplay die noten aangeeft die van
ingebouwde melodieën of op het toetsenbord worden gespeeld of
uit het geheugen, van akkoordvormen en MIDI ontvangstdata.*1
Noten binnen het bereik F#6 - C7 worden door de
notenbalknotatiedisplay aangegeven als een lagere octaaf samen
met een octaaf omhoog-teken (
).*2
Bij gebruik van een pedaal verschijnt hier het (
) teken telkens
bij indrukken van het pedaal.
*1 Ontvangen noten buiten het bereik C2 - C7 verschijnen niet in
de display.
*2 Noten binnen het bereik C2 - B2 worden niet getoond terwijl
het octaaf omhoog-teken (
) in de display aangegeven
wordt.
8. Gebruik een
LAYER
grafisch toetsenbord
om noten te laten
zien die gespeeld
worden van de
ETUDE
ingebouwde
CONCERT
melodieën, op het
toetsenbord of van PIECE
het geheugen,
akkoordvormen en
MIDI ontvangstdata.
7.
Dit deel toont de akkoordnamen tijdens weergave van de
automatische begeleiding en de melodiebank.
6.
Dit deel toont maatnummer, maatslagnummer, een grafische metronoom en de
tempowaarde (maatslagen per minuut) tijdens weergave van ritmes en de
automatische begeleiding en bij gebruik van het geheugen. Tevens wordt hier de
lesstapnummer getoond tijdens de 3-staps les.
SPLIT
GM
TOUCH
RESPONSE
4.
Een wijzer of
indicator verschijnt
naast een functie
die in gebruik is:
toetsrespons,
algemene MIDI
functie, lagen,
splitsing,
geheugen en stap.
MEMORY
5.
Dit deel toont vingerzettingen,
dynamische markeringen, en andere
vingerinformatie tijdens de 3-staps les
en melodieweergave. De letters “L”
(links) en “R” (rechts) verschijnen om de
automatische begeleidingsdelen en
geheugensporen voor de linker- en de
rechterhand aan te geven.
❚ OPMERKING ❚
Displayvoorbeelden aangegeven in deze gebruiksaanwijzing dienen enkel ter illustratie. De werkelijke tekst en waarden die in de display verschijnen kunnen
verschillen van de voorbeelden die hier inde gebruiksaanwijzing worden gegeven.
702A-F-053A
D-9
Een snelle naslag
Spanningsindicator
Power indicator
SONG BANK
Step
Stap 11
POWER
Dit hoofdstuk geeft een snel overzicht van de bediening van het keyboard mt stappen één en twee van de 3-staps lesfunctie.
Bij de 3-staps lesfunctie gaan de schermhulp toetsenbordgidstoetsen
branden om de volgende noot van de melodie te tonen.
Spelen op het toetsenbord
1.
Step
Stap 22
MODE
5.
6.
Cijfertoetsen
Number
buttons
CONCERT PIECE
ETUDE
Druk op de Stap 1 toets of op de Stap 2 toets.
• Het toetsenbord geeft een aftelmaat weer en wacht tot u iets
op het toetsenbord speelt. De toetsen die u eerst moet indrukken gaan knipperen in de display.
Speel de melodie mee met de begeleiding van de ingestelde melodie.
• Speel en gebruik daarbij de klaviertoetsen vingerzettingen
en noten die aangegeven worden in de display.
Druk op de POWER toets om de spanning in te schakelen.
• Hierdoor gaat de spanningsindicator branden.
LAYER
SPLIT
Brandt
ETUDE
GM
CONCERT
PIECE
TOUCH
RESPONSE
MEMORY
Gebruikte klaviertoets
2.
Vingerzetting
Noot
toonhoogte
Zet de MODE schakelaar in de NORMAL stand.
7.
Druk op de START/STOP of STOP toets om weergave
op elk gewenst moment te stoppen.
FULL RANGE
CHORD
Als u stap 1 van de les koos.
• Speel de noten op het toetsenbord.
• Een sub-melodie (obbligato) speelt mee in het tempo van de
melodie.
• Bij Stap 1 wordt de correcte melodienoot gespeeld ongeacht
welke klaviertoets ingedrukt wordt.
FINGERED
CASIO CHORD
NORMAL
3.
Druk op de SONG BANK toets.
Als u stap 2 van de les koos.
• Speel de juiste noten op het toetsenbord.
• Terwijl een schermhulp toetsenbordgidstoets brandt, druk
op de corresponderende toets van het werkelijke toetsenbord.
Tijdens een Etude of Concert Piece melodie gaan de toetsenbordgids aanduidingen uit wanneer u op een klaviertoets
drukt en de schermhulp toetsenbordgidstoets gaat branden
voor de volgende noot die moet worden gespeeld.
• Een sub-melodie (obbligato) speelt mee in het tempo van de
melodie zolang u de correcte klaviertoetsen blijft indrukken.
Brandt
4.
Vind de melodie die u wilt spelen van de SONG BANK
lijst en voer dan het 2-cijferige nummer in m.b.v. de
cijfertoetsen.
Voorbeeld: Voor keuze van “42 ALOHA OE” , voert u eerst 4 en
daarna 2 in.
Spelen van een Etude of Concert Piece melodie
1.
2.
3.
D-10
Wanneer u bij stap 3 van de bovenstaande procedure
komt, druk dan op de ETUDE of CONCERT PIECE
toets in plaats van de SONG BANK toets.
Zoek het stuk op dat u wilt spelen in de lijst die behoort bij de toets die u indrukte (ETUDE of CONCERT
PIECE) en voer dan het betreffende twee-cijferige nummer in m.b.v. de cijfertoetsen.
Ga daarna verder met stap 5 van de bovenstaande
procedure.
702A-F-054A
Aansluitingen
Hoofdtelefoon/uitgangsaansluiting
(PHONES/OUTPUT)
Aansluiten op een computer of andere
apparatuur
Vergeet niet eerst het volume van het keyboard en andere aangesloten apparatuur zacht te zetten alvorens de hoofdtelefoon of andere
uitwendige apparatuur aan te sluiten. Nadat u klaar bent met het
maken van de aansluitingen kunt u dan het volume op het gewenste
niveau instellen.
U kunt het keyboard tevens op een computer of sequencer aansluiten. Zie “MIDI” op pagina D-36 voor details.
[Achterpaneel]
U kunt een los verkrijgbaar aanhoudpedaal (model SP-2 of SP-10)
aansluiten op de toewijsbare aansluiting om de onderstaande mogelijkheden te benutten.
PHONES/OUTPUT aansluiting
Audio aansluitingen
OUT
MIDI
IN
ASSIGNABLE
JACK
PHONES/
OUTPUT
Toewijsbare aansluiting
DC 9V
Zie “ASSIGNABLE JACK” op pagina D-39 voor details aangaande
de pedaalfunctie.
1
Toewijsbare aansluiting
Stereo standaard
stekker
3
OUT
Keyboardversterker,
gitaarversterker,enz.
Wit
2
LINKS
Rood
Pinstekker
MIDI
IN
ASSIGNABLE
JACK
PHONES/
OUTPUT
DC 9V
RECHTS
AUX IN of overeenkomstige
aansluiting van de geluidsversterker
SP-10
Aansluiten van een hoofdtelefoon (Afbeelding 1)
Bij aansluiten van de hoofdtelefoon wordt tegelijkertijd het geluid
van de ingebouwde luidsprekers afgesneden, zodat u 's nachts kunt
spelen zonder de buren wakker te houden.
Geluidsapparatuur (Afbeelding 2)
Sluit het keyboard aan op geluidsapparatuur m.b.v. een los verkrijgbaar aansluitsnoer met een standaardstekker aan de ene kant en twee
pinstekkers aan het andere uiteinde, Merk op dat de op het keyboard
aangesloten standaardstekker een stereostekker dient te zijn anders
kunt u slechts via een van de twee stereo kanalen geluid verkrijgen.
Bij deze opstelling zet u de ingangskeuzeschakelaar van de aangesloten geluidsapparatuur gewoonlijk in de daarvoor bedoelde stand (normaliter aangeduid als AUX IN of iets in die geest) die dus overeenkomt met waar het snoer van het keyboard op aangesloten is. Zie de
gebruiksaanwijzing van de geluidsapparatuur voor volledige details.
Aanhoudpedaal
• Bij pianotonen zal het geluid aangehouden worden als het pedaal
wordt ingetrapt, net zoals bij het demppedaal van een piano.
• Bij orgeltonen wordt het geluid doorlopend aangehouden totdat
het pedaal wordt losgelaten.
Sostenutopedaal
• Zoals bij het aanhoudpedaal hierboven zal het geluid aangehouden worden bij intrappen van het sostenutopedaal.
• Het verschil tussen een aahoudpedaal en een sostenutopedaal is
de timing. Bij een sostenutopedaal slaat u eerst de klaviertoetsen
aan en trapt u vervolgens op het pedaal voordat u de toetsen loslaat. Dan worden alleen die klanken aangehouden die op het moment van intrappen van het pedaal nog te horen zijn.
Zacht pedaal
Versterker voor muziekinstrumenten (Afbeelding 3)
Bij intrappen van het pedaal wordt de weergegeven noten verzacht.
Sluit het keyboard m.b.v. een los verkrijgbaar aansluitsnoer aan op
de versterker voor muziekinstrumenten.
Ritme start/stoppedaal
❚ OPMERKING ❚
In dit geval vervult het pedaal dezelfde functies als de START/STOP
toets.
Gebruik een aansluitsnoer met een stereo standaardstekker aan het uiteinde dat u op het keyboard aansluit en een stekker, die voorziet in een
dubbele signaalingang (links en rechts), op de versterker waarop u de
aansluiting tot stand brengt. Bij gebruik van een verkeerde stekker aan
een van beide uiteinden kan het stereo-effect verloren gaan.
Bij aansluiting op een versterker voor muziekinstrumenten kunt u
het volume van het keyboard relatief laag zetten en veranderingen in
het volume maken met de bedieningsorganen van de versterker.
Accessoires en opties
Gebruik enkel de accesoires en opties die genoemd worden voor dit
keyboard. Bij gebruik van niet-erkende items bestaat er gevaar op
brand, electrische schok en persoonlijk letsel.
Aansluitvoorbeeld
Pinstekker (rood)
Naar de
PHONES/OUTPUT
aansluiting
INPUT 1
INPUT 2
Pinstekker (wit)
Standaard
stereostekker
702A-F-055A
Pinstekker
Standaardstekker Keyboard- of
gitaarversterker
D-11
Stroomvoorziening
Dit keyboard kan werken op het standaard lichtnet (m.b.v. de voorgeschreven netadapter) of op batterijen. Let er altijd op het keyboard
uit te schakelen wanneer u hem niet gebruikt.
Werking op batterijen
Let er altijd op het keyboard uit te schakelen voordat u batterijen
inlegt of ze vervangt.
Inleggen van de batterijen
1.
Verwijder het deksel van het batterijvak.
2.
Leg 6 batterijen maat D in het batterijvak.
• Zorg ervoor dat de positieve (+) en negatieve (–) polen in de
juiste richting wijzen.
BELANGRIJK!
Bij onjuist behandelen van de batterijen kunnen deze gaan barsten
of lekken waardoor persoonlijk letsel of schade veroorzaakt kan worden door in contact komen met batterijvloeistof. Merk de volgende
voorzorgsmaatregelen op.
• Zorg ervoor dat de positieve (+) en negatieve (–) polen in de juiste
richting wijzen zoals aangegeven binnenin het batterijvak.
• Teneinde te vermijden dat batterijen gaan lekken dient u de deze
uit het keyboard te halen wanneer u dit voor langere tijd niet gebruikt (zoals wanneer u op vakantie gaat).
• Gebruik batterijen van verschillende makelij niet samen.
• Gebruik oude en nieuwe batterijen niet samen.
• Gooi nooit batterijen weg door ze te verbranden, laat ze geen kortsluiting maken (door de polen te verbinden), haal ze nooit uit elkaar en stel ze niet bloot aan open vuur.
• Vervang de batterijen zo spoedig mogelijk bij tekenen van zwakker
worden.
• Probeer nooit de batterijen op te laden.
Gebruik van de netadapter
Zorg ervoor enkel de voor dit keyboard voorgeschreven netadapter
te gebruiken.
Voorgeschreven netadapter: AD-5
9V gelijkstroomaansluiting
3.
Steek de nokjes aan het deksel van het batterijvak in
de daarvoor bedoelde gaatjes en sluit het deksel.
Wisselstroomadapter AD-5
OUT
Dit keyboard kan mogelijk niet goed functioneren als u batterijen inlegt of vervangt met de spanning ingeschakeld. Mocht dit gebeuren
dan zal het toestel weer normaal functioneren door de spanning uit
en daarna weer in te schakelen.
MIDI
IN
ASSIGNABLE
JACK
PHONES/
OUTPUT
DC 9V
Stopcontact
Merk tevens de volgende waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen op bij gebruik van de netadapter.
WAARSCHUWING!
Belangrijke informatie aangaande de batterijen
■ Hieronder wordt aangegeven wat de geschatte levensduur van
de batterijen is.
Mangaanbatterijen ............................. 6 uur
De bovenstaande waarde is de standaard levensduur van de batterijen bij een normale temperatuur met het volume ingesteld op
een middenstandje. Bij extreme temperaturen of bij weergave bij
een hard volume kan de levensduur van de batterijen korter zijn.
■ Een van de volgende symptomen kan op een lage batterijspanning duiden. Vervang de batterijen zo spoedig mogelijk wanneer
een van deze symptomen optreedt.
• Zwak brandende stroomindicator
• Het instrument kan niet ingeschakeld worden.
• Donkere, moeilijk afleesbare display
• Abnormaal laag luidspreker-/hoofdtelefoonvolume
• Vervorming van het geluid
• Af en toe onderbreken van geluid tijdens weergave bij een hoog
volume
• Plotseling uitvallen van de stroom tijdens weergave bij een hoog
volume
• Donker worden van de display bij weergave met een hoog volume
• Geluid blijft klinken zelfs na loslaten van de toetsen
• De klank is totaal verschillend
• Abnormale weergave van ritmepatronen en demonstratiemelodieën
• Uitvallen van stroom, geluidsvervorming of laag volume bij
spelen via een aangesloten computer of MIDI toestel
D-12
• Let erop nooit enige schade toe te brengen aan het netsnoer of dit te
breken. Plaats nooit zware voorwerpen op het snoer en stel het nooit
bloot aan open vuur. Hierdoor kan nl. schade, brand of electrische schok
optreden.
• Gebruik enkel de voorgeschreven netadapter. Bij gebruik van een ander type adapter bestaat er gevaar op brand en electrische schok.
LET OP!
• Zorg er uit veiligheidsoverwegingen voor de netadapter uit het stopcontact te halen wanneer u het keyboard voor langere tijd zonder toezicht
laat staan (zoals wanneer u op vakantie gaat).
• Schakel altijd de spanning van het keyboard uit en haal de stekker uit
het stopcontact wanneer u het toestel niet gebruikt.
BELANGRIJK!
• Zorg ervoor dat het keyboard uitgeschakeld is alvorens de
netadapter in het stopcontact te steken of hem er uit te trekken.
• Bij langdurig gebruik van de netadapter kan deze warm worden.
Dit is normaal en duidt niet op een defect.
702A-F-056A
Automatische stroomonderbreking
De spanning van het keyboard wordt bij werking op batterijen automatisch na ca. 6 minuten na het laatst indrukken van een toets uitgeschakeld. Druk op de POWER toets om de spanning opnieuw in te
schakelen wanneer dit gebeurt.
❚ OPMERKING ❚
De automatische stroomonderbreking werkt niet wanneer het keyboard
op stroom van het lichtnet werkt.
Permanent uitschakelen van de automatische
uitschakelfunctie
Houd tijdens het inschakelen van het keyboard de TONE toets ingedrukt om de automatische uitschakelfunctie permanent uit te schakelen.
• Nadat deze functie is uitgeschakeld zal de spanning niet automatisch uitgeschakeld worden ongeacht hoelang er geen bediening
plaatsvindt.
• De automatische uitschakelfunctie wordt opnieuw ingeschakeld
wanneer u de spanning met de hand eerst uit- en vervolgens weer
inschakelt.
Instellingen en geheugeninhoud
Instellingen
Belangrijke instellingen van het keyboard zoals toon en ritme die
gemaakt waren vóór het automatisch of met de hand uitschakelen
van de spanning zullen weer van kracht zijn als de spanning weer
ingeschakeld wordt.
Belangrijke instellingen van het keyboard
Belangrijke instellingen omvatten die voor toonnummer,
laag, splits, splitspunt, toetsrespons, ritmenummer, tempo, begeleidingsvolume, algemene MIDI functie aan/uit, begeleiding MIDI OUT aan/uit, toewijsbare aansluitinginstelling, keyboardkanaal en melodienummer.
Geheugeninhoud
Naast de bovenstaande instellingen blijft met de geheugenfunctie opgeslagen data ook behouden.
Electrische spanning
De hierboven beschreven instellingen en geheugendata blijven behouden zolang het keyboard van stroom voorzien wordt. Als de stekker uit het stopcontact getrokken wordt terwijl geen batterijen ingelegd zijn of de ingelegde leeg zijn, zal de spanning dus onderbroken
worden. Hierdoor zullen alle instellingen opnieuw die stand aannemen die eerder in de fabriek was vooringesteld en alle data zal uit
het geheugen worden gewist.
Stroomvereisten
Merk de volgende voorzorgsmaatregelen op wanneer u er zeker van
wilt zijn dat de huidige keyboardinstellingen en geheugeninhoud niet
verloren gaan.
• Zorg ervoor dat het keyboard van stroom voorzien is via de
netadapter alvorens de batterijen te vervangen.
• Mocht u de stekker uit het stopcontact willen nemen, zorg er dan
voor dat er geladen batterijen in het keyboard zitten.
• Zorg ervoor dat de spanning van het keyboard uitgeschakeld is
voordat u de batterijen vervangt of de netadapter uit het stopcontact trekt.
702A-F-057A
D-13
Basisbediening
METRONOME
BEAT
TONE
POWER
MODE
VOLUME
TEMPO
START/STOP
Dit hoofdstuk geeft informatie betreffende het uitvoeren van basis
keyboardbediening.
Spelen op het keyboard
1.
2.
3.
Druk op de POWER toets om het keyboard in te schakelen.
Zet de MODE schakelaar in de NORMAL stand.
Stel het VOLUME schuifregelaar m.b.v. de volume in
op een relatief lage stand.
[+]/[–]
Number
buttons
Cijfertoetsen
❚ OPMERKINGEN ❚
• Voer altijd alle drie cijfers in van het toonnummer inclusief eventuele
voorafgaande nullen. Als u slechts een of twee cijfers invoert en dan
niets doet zal de display na enkele seconden automatisch de ingevoerde cijfers uitwissen.
• U kunt het ingevoerde nummer tevens vergroten met de [+] toets en
verkleinen met de [–] toets.
• De namen van de nummers 080 - 103 en 112 - 127 zijn niet aangegeven op het console van het keyboard. Zie de “Toonlijst” (pagina A-6)
voor details.
• Bij keuze van een van de drumsets (nummer 128 - 136) wordt aan elke
klaviertoets een andere percussieklank toegekend. Zie pagina A-3 voor
details.
Polyfonie
Dit keyboard heeft 137 ingebouwde tonen. Volg de hieronder gegeven procedure om de gewenste toon in te stellen.
De term polyfonie verwijst naar het maximum aantal noten dat u
tegelijkertijd kunt spelen. De keyboard heeft 24-noots polyfonie, wat
zowel de noten die u speelt als de ritmes en de door het keyboard
gespeelde auto-begeleidingspatronen omvat. Dit betekent dat wanneer een ritme of auto-begeleidingspatroon door het keyboard gespeeld wordt het aantal noten (de polyfonie) voor toetsenbordspel
zal afnemen. Merk op dat met sommige klanken slechts 12-noots polyfonie bereikt kan worden.
• Tijdens ritme- of autobegeleidingspel is het aantal geluiden dat tegelijkertijd gespeeld kan worden beperkt.
Instellen van een toon
Digitale gesampling
1.
Veel van de klanken die beschikbaar zijn op dit keyboard zijn opgenomen en bewerkt met behulp van een techniek die digital sampling
wordt genoemd. Om een hoge klankkwaliteit te verzekeren worden
monsters (‘samples’) genomen in de lage, midden en hoge frequentiegebieden en vervolgens weer gecombineerd om u te voorzien van
geluiden die verbazingwekkend veel overeenkomen met de originelen. Soms zult u minieme verschillen in volume of geluidskwaliteit
horen voor sommige klanken wanneer u ze op verschillende plaatsen op het toetsenbord speelt. Dit is een onvermijdelijke bijwerking
van meervoudig samplen en is geen teken van onjuist functioneren.
4.
Speel iets op het keyboard.
Instellen van een toon
2.
Zoek de te gebruiken toon op in de toonlijst van het
keyboard en schrijf het toonnummer op.
Druk op de TONE toets.
Indicator verschijnt
3.
Voer het driecijferige toonnummer in van de bewuste
toon m.b.v. de cijfertoetsen.
Voorbeeld: Voer 0, 3 en daarna 2 in om “032 ACOUSTIC BASS”
in te stellen.
D-14
702A-F-058A
Gebruik van de metronoom
De metronoomfunctie van dit keyboard produceert een belklank voor
de eerste maatslag van elk maat, gevolgd door klikgeluiden voor elke
volgende maatslag van de maat. Het is een perfecte oplossing voor
het oefenen van melodieën zonder begeleiding (ritme).
Starten van de metronoom
1.
2.
Druk op de METRONOME toets om het geluid van
de metronoom aan te zetten.
Druk op de BEAT toets en verander dan het aantal slagen per maat m.b.v. de cijfertoetsen of de [+] en [–]
toetsen.
• U kunt het aantal slagen per maat instellen op een waarde
van 1 - 6.
❚ OPMERKING ❚
De bel (om de eerste maatslag van een maat aan te geven) klinkt niet
wanneer één slag per maat ingesteld is. Alle maatslagen worden dan aangegeven door een klikgeluid. Hierdoor kunt u oefenen met een regelmatig
ritme zonder u druk te hoeven over hoeveel slagen er in elke maat zitten.
3.
Stel het tempo in m.b.v. de TEMPO toetsen.
• Druk op de
toets om het tempo te verhogen (sneller te
maken) of op de
toets om het tempo te verlagen (langzamer te maken).
Tempowaarde
Knippert
❚ OPMERKINGEN ❚
• Terwijl de tempowaarde knippert kunt u ook een 3-cijferige waarde invoeren m.b.v. de cijfertoetsen of de [+] en [–] toetsen. Merk op dat nullen aan het begin ingevoerd moeten worden, zodat 90 dus als 090 moet
worden ingevoerd.
• Door zowel de
als
TEMPO toets tegelijkertijd in te drukken wordt
de default (oorspronkelijke) waarde van het momenteel ingestelde ritme weer automatisch verkregen.
4.
Druk op de METRONOME of START/STOP toets om
de metronoom uit te schakelen.
❚ OPMERKINGEN ❚
• De metronoom wordt uitgeschakeld wanneer stap 1 of stap 2 wordt gebruikt van de 3-staps les.
• Door het starten van een begeleidingsmelodie voor twee handen of stap
3 van de 3-staps les terwijl de metronoom in werking is of wanneer de
metronoom geactiveerd wordt terwijl één van de twee hierboven genoemde functies reeds in werking is, dan zal de metronoom gesynchroniseerd worden met de tijd van de auto-begeleiding gespeeld door het
keyboard. Op dat moment verandert het tempo van de metronoommaatslag naar dat van de default tempo van de gespeelde automatische begeleiding.
702A-F-059A
D-15
Gebruik van automatisch begeleiding
RHYTHM
MODE
TEMPO
START/STOP
Dit keyboard speelt automatisch het bas- en akkoordgedeelte overeenkomstig de akkoorden die u speelt. De bas- en akkoordgedeelten
worden m.b.v. automatisch ingestelde klanken en tonen gespeeld voor
instelling van het door u gebruikte ritme. Dit betekent dat u volledige, realistische begeleiding krijgt voor de melodienoten die u met de
rechterhand speelt waardoor u een one-man ensemble creëert.
Instellen van een ritme
Dit keyboard heeft 100 opwindende ritmes die u via de volgende
procedure kunt instellen.
[+]/[–]
Number
buttons
Cijfertoetsen
Spelen van een ritme
Gebruik de volgende procedure om weergave van het ritme te starten en te stoppen.
Spelen van een ritme
1.
2.
Zet de MODE schakelaar in de NORMAL stand.
Druk op de START/STOP toets om weergave van het
huidig ingestelde ritme te beginnen.
Instellen van een ritme
3.
1.
❚ OPMERKING ❚
2.
Zoek het te gebruiken ritme op op de “Ritmelijst” (pagina A-7) en schrijf het ritmenummer op.
Druk op de RHYTHM toets.
Druk om ritmeweergave te stoppen nogmaals op de
START/STOP toets.
Alle klaviertoetsen zijn melodietoetsen wanneer de MODE schakelaar in
de NORMAL stand staat.
Regelen van het tempo
Indicator verschijnt.
3.
Voer het tweecijferige ritmenummer in van het bewuste ritme m.b.v. de cijfertoetsen.
Voorbeeld: Voer 7 en daarna 6 in om “76 RHUMBA” in te stellen.
Het tempo (maatslagen per seconde) kan ingesteld worden op een
waarde tussen 40 en 255. De ingestelde tempowaarde wordt gebruikt
voor weergave van bankmelodie, de 3-staps les, akkoorden van de
automatische begeleiding en voor weergave van het geheugen en
werking van de metronoom.
Instellen van het tempo
Stel het tempo in m.b.v. de TEMPO toetsen.
toets : Verhoogt de tempowaarde.
toets : Verlaagt de tempowaarde.
Tempowaarde
❚ OPMERKING ❚
U kunt het ingevoerde nummer tevens vergroten met de [+] toets en verkleinen met de [–] toets.
Metronoom
Maatslag
nummer
Knippert
❚ OPMERKINGEN ❚
• Terwijl de tempotoetsen aan het knipperen zijn kunt u ook de cijfertoetsen of [+] en [–] toetsen gebruiken om een waarde van 3 cijfers in te
voeren. Merk op dat nullen aan het begin ingevoerd moeten worden,
zodat 90 dus als 090 moet worden ingevoerd.
als
TEMPO toets tegelijkertijd in te drukken wordt
• Door zowel de
de default (oorspronkelijke) waarde van het momenteel ingestelde ritme weer automatisch verkregen.
D-16
702A-F-060A
Automatische begeleiding gebruiken
CASIO CHORD
De onderstaande procedure beschrijft hoe u de automatische begeleidingsfunctie van het keyboard kunt gebruiken. Voor u begint dient
u eerst het ritme dat u wilt gebruiken in te stellen en het ritmetempo
in te stellen op de gewenste waarde.
Met deze methode kan iedereen gemakkelijk akkoorden spelen ongeacht zijn of haar muzikale kennis en ervaring. Hieronder volgt een
beschrijving van het CASIO CHORD “Begeleidingstoetsenbord” en
“Melodietoetsenbord” en er wordt verteld hoe u CASIO CHORDs
speelt.
Gebruik van automatische begeleiding
1.
2.
3.
Zet de MODE schakelaar in de CASIO CHORD, FINGERED, of FULL RANGE CHORD stand.
CASIO CHORD begeleidingstoetsenbord en melodietoetsenbord
Begeleidingstoetsen
Melodietoetsen
Druk op de START/STOP toets om weergave van het
momenteel ingestelde ritme te beginnen.
Speel een akkoord.
• De procedure die u dient te gebruiken om een akkoord te
spelen hangt af van de huidige stand van de MODE schakelaar. Zie de volgende pagina’s voor details aangaande spelen van akkoorden.
❚ OPMERKING ❚
Het begeleidingstoetsenbord kan enkel gebruikt worden voor het spelen
van akkoorden. Er wordt geen geluid geproduceerd als u probeert melodienoten op dit toetsenbord te spelen.
CASIO CHORD ............................... Op deze pagina
FINGERED .............................................. Pagina D-18
Akkoordtypes
FULL RANGE CHORD ........................ Pagina D-18
Met CASIO CHORD begeleiding kunt u vier types akkoorden spelen
met minimale vingerzettingen.
Akkoordnaam
Akkoordtypes
LAYER
SPLIT
ETUDE
CONCERT
PIECE
GM
TOUCH
RESPONSE
MEMORY
Basisakkoordvorm
(De akkoordvorm die hier verschijnt kan noten
tonen die verschillen van die in werkelijkheid op
het toetsenbord zijn ingedrukt. Bij sommige akkoorden, kunnen mogelijk omgekeerde akkoordvormen worden getoond.)
4.
Druk nogmaals op de START/STOP toets om de automatische begeleiding te stoppen.
Majeur akkoorden
De namen van majeur akkoorden
worden aangegeven boven de klaviertoetsen van het begeleidingstoetsenbord. Merk op dat het geproduceerde akkoord bij indrukken van
een begeleidingstoetsenbord toets
niet van octaaf verandert ongeacht
welke klaviertoets gebruikt wordt
om hem te spelen.
Voorbeeld
C majeur (C)
CDE F GAB C DE F
Mineur akkoorden (m)
Om een mineur akkoord te spelen,
drukt u op de klaviertoets van het
majeur akkoord en willekeurig welke andere klaviertoets op het begeleidings-toetsenbord rechts van de
klaviertoets van het majeur akkoord.
C mineur (Cm)
CD E F G A B C D E F
Septiem akkoorden (7)
Om een septiem akkoord te spelen,
drukt u op de klaviertoets van het
majeur akkoord en willekeurig welke andere twee klaviertoetsen op het
begeleidingstoetsenbord rechts van
de klaviertoets van het majeur akkoord.
C septiem (C7)
CDE F GAB C DE F
Mineur septiem akkoorden (m7)
Om een mineur septiem akkoord te
spelen, drukt u op de klaviertoets
van het majeur akkoord en willekeurig welke andere drie klaviertoetsen
op het begeleidingstoetsenbord
rechts van de klaviertoets van het
majeur akkoord.
C mineur septiem (Cm7)
CDE F GAB C DE F
❚ OPMERKING ❚
Het maakt geen verschil of u zwarte of witte klaviertoetsen rechts van de
klaviertoets van het majeur akkoord indrukt bij het spelen van mineuren
en septiemen.
702A-F-061A
D-17
INTRO
NORMAL/FILL-IN
VARIATION/FILL-IN
START/STOP
❚ OPMERKINGEN ❚
FINGERED
De FINGERED functie geeft u in het totaal de beschikking over 15
verschillende akkoordtypes. Hieronder volgt een beschrijving van
het FINGERED “Begeleidingstoetsenbord” en “Melodietoetsenbord”
en er wordt verteld hoe u de grondtoon C kunt spelen met FINGERED.
FINGERED begeleidingstoetsenbord en melodietoetsenbord
• Behalve bij de akkoorden aangegeven in opmerking*1 hierboven zullen
omgekeerde vingerzettingen (d.w.z. E-G-C of G-C-E i.p.v. C-E-G) dezelfde akkoorden produceren als de standaard vingerzetting.
• Behalve bij de uitzondering aangegeven in opmerking*2 hierboven dienen alle toetsen te worden ingedrukt die tesamen een akkoord vormen.
Wanneer zelfs een enkele klaviertoets niet wordt ingedrukt zal het gewenste FINGERED akkoord niet worden gespeeld.
FULL RANGE CHORD
❚ OPMERKING ❚
Deze begeleidingsmethode geeft u in totaal de beschikking over 38
verschillende akkoordtypes: de 15 akkoordtypes van FINGERED plus
23 andere types. Het keyboard interpreteert elke combinatie van drie
of meer klaviertoetsen die klopt als een FULL RANGE CHORD patroon als een akkoord. Andere combinaties (die dus geen FULL RANGE CHORD patroon vormen) worden als melodiespel geïnterpreteerd. Daarom is er geen reden om een apart begeleidingstoetsenbord te hebben, zodat dus het gehele toetsenbord van begin tot einde
gebruikt kan worden voor zowel melodieën als akkoorden.
Het begeleidingstoetsenbord kan enkel gebruikt worden voor het spelen
van akkoorden. Er wordt geen geluid geproduceerd als u probeert melodienoten op dit toetsenbord te spelen.
FULL RANGE CHORD begeleidingstoetsenbord en melodietoetsenbord
Melodietoetsen
Begeleidingstoetsen
C
Cm
Cdim
Begeleidingstoetsen/Melodietoetsen
Caug *1
C7 *2
Csus4
< Akkoorden die dit keyboard herkent >
(
Cm7 *2
Cmaj7 *2
(
(
)
C7-5 *1
)
Cm7-5
Akkoordtypes
Corresponderend
FINGERED akkoord
Cadd9 *2
C6 • Cm6 • C69
Andere akkoorden
(
Cmadd9
*2
CmM7
*2
15 (op deze pagina)
23
Volgend zijn voorbeelden van akkoorden
met C als de bastoon.
)
C7sus4
Aantal types
Cdim7
)
*1
C#
D
E
F
G
A♭
B♭
•
•
•
•
•
•
C
C
C
C
C
C
C
B C# m Dm Fm Gm Am B♭m
•
•
•
•
•
•
C
C
C
C
C
C
C
Dm7-5 A♭7 F7 Fm7 Gm7 A♭add9
•
•
•
•
•
C
C
C
C
C
C
(
)
(
)
Zie de Fingered akkoordkaarten op pagina A-4 voor details betreffende het spelen van akkoorden met andere grondtonen.
*1: Omgekeerde vingerzettingen kunnen niet worden gebruikt. De
laagste noot is de grondtoon.
*2: Hetzelfde akkoord kan gespeeld worden zonder op de 5de G klaviertoets te drukken.
D-18
702A-F-062A
Voorbeeld: Spelen van een C majeur akkoord.
Gebruik van een fill-in patroon
Elk van de vingerzettingen in de onderstaande illustratie zal C majeur produceren.
Met Fill-in patronen kunt u het ritmepatroon kortstondig veranderen om een interessante variatie toe te voegen aan uw spel.
1
E
G
De volgende procedure beschrijft hoe de fill-in functie wordt gebruikt.
C
Tussenvoegen van een fill-in
1.
E
G
1 ...... C akkoord
C
2 ...... C akkoord
E
2
2.
Druk op de START/STOP toets om ritmeweergave te
starten.
Druk op de NORMAL/FILL-IN toets om een fill-in
patroon tussen te voegen voor het gebruikte ritme.
❚ OPMERKINGEN ❚
❚ OPMERKING ❚
• Beperkingen voor het gebruik van omgekeerde vingerzettingen zijn identiek aan die bij FINGERED (pagina D-18) (1).
• De laagste noot wordt als grondnoot geïnterpreteerd wanneer het verschil tussen de laagste noot in de vingerzetting en de volgende noot
rechts zes of meer noten bedraagt (2).
Het fill-in patroon wordt niet gespeeld als u op de NORMAL/FILL-IN toets
drukt terwijl een intro patroon weergegeven wordt.
Gebruik van een ritmevariatie
< Voorbeeld >
Toon: 016, Ritme: 05, Tempo: 070
D
C#
Bm
A
E7
A
A
G
Bm
G
A
4 D
4 4
4
Naast het standaard ritmepatroon kunt u ook overstappen op een
secundair ritmepatroon voor de nodige afwisseling.
Tussenvoegen van het ritme variatie patroon
1.
2.
Gebruik van een intro patroon
Met dit keyboard kunt u een korte intro toevoegen aan een ritmepatroon om het begin soepeler en natuurlijker te laten zijn.
De volgende procedure beschrijft hoe de intro functie wordt gebruikt.
Alvorens deze te starten, dient u eerst het te gebruiken ritme te kiezen en het tempo in te stellen.
Tussenvoegen van een intro
Druk op de INTRO toets om het ingestelde ritme met een
intro patroon te starten.
Druk op de START/STOP toets om ritmeweergave te
starten.
Druk op de VARIATION/FILL-IN toets om over te stappen op het variatiepatroon voor het gebruikte ritme.
❚ OPMERKING ❚
Druk op de NORMAL/FILL-IN toets om terug te gaan naar het standaard
ritmepatroon.
Gebruik van een fill-in patroon met een
variatieritme
Het is ook mogelijk een fill-in patroon toe te voegen terwijl een variatieritme weergegeven wordt.
• Bij de opzet hierboven wordt het intro patroon gespeeld en de automatische begeleiding met intropatroon begint zodra u akkoorden op het begeleidingstoetsenbord begint te spelen.
Tussenvoegen van een fill-in bij een ritmevariatie
❚ OPMERKINGEN ❚
Druk op de VARIATION/FILL-IN toets terwijl een ritmevariatie wordt weergegeven om een invulpatroon (fill-in) in
te voegen voor de gebruikte ritmevariatie.
• Het standaard ritmepatroon begint te spelen nadat het intropatroon klaar
is.
• Bij indrukken van de VARIATION/FILL-IN toets terwijl een intropatroon
gespeeld wordt, gaat het variatiepatroon spelen nadat het intropatroon
voltooid is.
• Bij indrukken van de SYNCHRO/ENDING toets terwijl een intropatroon
gespeeld wordt, gaat het eindpatroon spelen nadat het intropatroon
voltooid is.
Begeleiding en ritmespel tegelijk starten
U kunt het keyboard zo instellen dat ritmeweergave op hetzelfde
moment begint als wanneer u begint met spelen van de begeleiding
op het keyboard.
De volgende procedure beschrijft hoe u synchronische start kunt gebruiken. Alvorens te beginnen dient u eerst het te gebruiken ritme te
kiezen, het tempo in te stellen en de MODE schakelaar te gebruiken
voor keuze van de gewenste akkoordspelmethode (NORMAL, CASIO CHORD, FINGERED, FULL RANGE CHORD).
702A-F-063A
D-19
ONE TOUCH PRESET
MODE
SYNCHRO/ENDING
[+]/[–]
Number
buttons
Cijfertoetsen
ACCOMP VOLUME
Gebruik van synchronische start
Instellen van het begeleidingsvolume
1.
U kunt het volume van de begeleidingsonderdelen instellen als een
waarde tussen 000 (min.) en 127 (max.).
Druk op de SYNCHRO/ENDING toets om de synchro-start functie van het keyboard in standby te zetten.
1.
Huidige instelling van het begeleidingsvolume.
Knippert
2.
Druk op de ACCOMP VOLUME toets.
2.
Speel een akkoord en het ritmepatroon begint automatisch met spelen.
Verander de momenteel ingestelde waarde van het
volume m.b.v. de cijfertoetsen of m.b.v. de [+]/[–]
toetsen.
Voorbeeld: 110
❚ OPMERKINGEN ❚
• Alleen het ritme speelt (zonder akkoord) bij spelen op het toetsenbord,
als de MODE schakelaar in de NORMAL stand staat.
• Als u op de INTRO toets drukt zonder daarvoor iets op het keyboard te
spelen, begint het ritme automatisch met een intro patroon wanneer u
daarna iets op het keyboard speelt.
• Bij indrukken van de VARIATION/FILL-IN toets alvorens iets op het toetsenbord te spelen, gaat de muziek beginnen met het variatiepatroon
zodra u wel op het toetsenbord gaat spelen.
• Druk nogmaals op de SYNCHRO/ENDING toets om standby van synchro-start ongedaan te maken.
❚ OPMERKINGEN ❚
Afsluiten met een eindpatroon
Gebruik van één-toets voorkeuzes
U kunt uw spel met een eindpatroon beëindigen waardoor het gebruikte ritmepatroon tot een natuurlijk klinkend einde wordt afgerond.
De volgende procedure beschrijft hoe u een eindpatroon kunt tussenvoegen. Merk op dat het in feite weergegeven eindpatroon afhangt
van het gebruikte ritmepatroon.
Eén-toets voorkeuzes stellen automatisch de hieronder vermelde instellingen in overeekomstig het ritmepatroon dat u aan het gebruiken bent.
Afsluiten met een eindpatroon
Druk tijdens weergave van het ritme op de SYNCHRO/
ENDING toets.
• Hierdoor wordt het eindpatroon weergegeven die de ritmebegeleiding afrondt.
• De timing van het begin van het eindpatroon hangt af van wanneer u op de SYNCHRO/ENDING toets drukt. Drukt u voor de
tweede maatslag van de huidige maat op de toets, dan begint het
eindpatroon ogenblikkelijk te spelen. Bij indrukken van de toets
na de tweede maatslag van de huidige maat zal het eindpatroon
gespeeld worden vanaf het begin van de volgende maat.
• De huidige volumewaarde van de begeleiding die in Stap 1 verschijnt,
verdwijnt weer automatisch uit de display als er binnen ongeveer 5 seconden niets ingevoerd wordt.
• Door tegelijkertijd op de [+] en [–] toetsen te drukken wordt het begeleidingsvolume op 075 ingesteld.
• Keyboardtoon
• Laag, splits of laag/splits aan/uit
• Gelaagde toon (wanneer laag ingeschakeld is), splitstoon (wanneer
splits is ingeschakeld) of gelaagde splitstoon (wanneer laag en splits
beide ingeschakeld zijn).
• Tempo
• Begeleidingsvolume
Eén-toets voorkeuzes gebruiken
1.
2.
3.
4.
Stel het te gebruiken ritme in.
Stel het te gebruiken begeleidingsvolume in m.b.v. de
MODE toets.
Druk op de ONE TOUCH PRESET toets.
• Hierdoor worden de één-toets voorkeuzes automatisch ingesteld overeenkomstig het ingestelde ritme.
Speel een akkoord en het ritmepatroon begint automatisch met spelen.
• De begeleiding wordt gespeeld m.b.v. de instellingen van de
één-toets voorkeuzes.
D-20
702A-F-064A
Weergeven van een ingebouwde melodie
SONG BANK
STOP
Het instrument heeft 100 ingebouwde melodieën voor uw luisterplezier en meespeelgenot. U kunt het linker- of rechterhand gedeelte
uitschakelen om te oefenen met het overgebleven deel en de display
laat u zelfs zien welke klaviertoetsen u moet indrukken en welke vingers u daarvoor moet gebruiken.
Er zijn drie ingebouwde melodiegroepen die hieronder vermeld zijn:
• Melodiebank (Song Bank): 50 automatische begeleidingsmelodieën
• Etude: 20 pianoles melodieën
• Concertstuk (Concert Piece): 30 pianomelodieën
[+]/[–]
Number
buttons
Cijfertoetsen
PLAY/PAUSE
5.
Druk op de PLAY/PAUSE toets om weergave van de
melodie te beginnen.
Akkoordnaam
LAYER
SPLIT
ETUDE
GM
CONCERT
PIECE
TOUCH
RESPONSE
MEMORY
Weergeven van een melodie uit de
melodiebank
1.
2.
3.
Zoek de te spelen melodie op in de SONG BANK lijst
en schrijf het nummer op.
Gebruikte klaviertoetsen
6.
Gebruikte vingers
Staafaanduiding
Druk op de STOP toets om weergave van de melodie
uit de melodiebank te stoppen.
Stel het hoofdvolume en het begeleidingsvolume in.
Druk op de SONG BANK toets om de melodiebankfunctie in te schakelen.
Brandt
4.
Gebruik de cijfertoetsen om het twee-cijferige nummer van de melodie in te voeren.
Voorbeeld: Om “42 ALOHA OE” in te stellen, voer 4 en daarna
2 in.
Melodienummer
Melodienaam
❚ OPMERKINGEN ❚
• Toonnummer 00 is de oorspronkelijke default melodiebankmelodie die
ingesteld staat wanneer u de spanning van het keyboard inschakelt.
• U kunt tevens het aangegeven toonnummer verhogen door op de [+]
toets te drukken en verlagen met de [–] toets.
702A-F-065A
D-21
REW
FF
TONE
Cijfertoetsen
Number
buttons
DEMO
[+]/[–]
START/STOP
TEMPO
PLAY/PAUSE
STOP
Spelen van een Etude melodie
1.
2.
3.
CONCERT PIECE
ETUDE
Voer het twee-cijferige melodienummer dat u in Stap
1 opzocht in m.b.v. de cijfertoetsen.
Voorbeeld: Voer bijvoorbeeld 2 en 2 in om melodienummer 22
(FÜR ELISE) in te stellen.
Zoek de melodie die u wilt spelen op in de ETUDE
lijst en maak een notitie van het nummer.
Druk op de ETUDE toets om de Etude groep in te
stellen.
Brandt
❚ OPMERKING ❚
Knippert
ETUDE
4.
CONCERT
PIECE
3.
U kunt het aangegeven melodienummer veranderen m.b.v. de [+] en [–]
toetsen.
Voer het twee-cijferige melodienummer dat u in Stap
1 opzocht in m.b.v. de cijfertoetsen.
Voorbeeld: Voer bijvoorbeeld 0 en 8 in om melodienummer 08
(Ode To Joy) in te stellen.
5.
Druk op de PLAY/PAUSE toets om de weergave te
starten.
Druk op de STOP toets om de weergave te stoppen.
❚ OPMERKING ❚
Door op de ETUDE toets of CONCERT PIECE toets in te drukken verandert de toon naar vleugelpiano (toonnummer 000).
Muziekinformatiesysteem
❚ OPMERKING ❚
U kunt het aangegeven melodienummer veranderen m.b.v. de [+] en [–]
toetsen.
4.
5.
Terwijl het keyboard één van de ingebouwde melodieën aan het spelen is, toont de display een verscheidenheid aan informatie aangaande de melodie.
Voorbeeld: Display tijdens Song Bank weergave
Druk op de PLAY/PAUSE toets om de weergave te
starten.
Akkoordnaam
LAYER
Druk op de STOP toets om de weergave te stoppen.
SPLIT
ETUDE
GM
CONCERT
PIECE
TOUCH
RESPONSE
Spelen van een Concert Piece stuk
1.
2.
Zoek de melodie die u wilt spelen op in de CONCERT PIECE lijst en maak een notitie van het nummer.
Druk op de CONCERT PIECE toets om de Concert
Piece groep in te stellen.
MEMORY
Gebruikte klaviertoetsen
Gebruikte vingers
Staafaanduiding
❚ OPMERKING ❚
Bij Etude en Concert Piece melodieën worden akkoordnamen niet aangegeven.
Knippert
ETUDE
CONCERT
PIECE
Brandt
D-22
702A-F-066A
Instellen van het tempo
Vooruitspoelen
Elke melodie heeft een vooringesteld (default) tempo (maatslagen
per minuut) dat automatisch ingesteld telkens wanneer u een melodie kiest. Terwijl de melodie aan het spelen is kunt u de tempo-instelling veranderen binnen een bereik van 40 - 255.
1.
Houd tijdens de weergave of het pauzeren van een
melodie de FF toets ingedrukt om met hoge snelheid
naar voren te gaan.
• Het vooruitspoelen springt maat voor maat naar voren.
• De maat- en maatslagnummers in de display veranderen terwijl vooruitgespoeld wordt.
Het tempo instellen
Stel het tempo in m.b.v. de TEMPO toetsen.
: Verhoogt het tempo.
: Verlaagt het tempo.
Tempowaarde
Maatnummer
2.
Knippert
❚ OPMERKINGEN ❚
• Terwijl de tempowaarde aan het knipperen is kunt u ook de cijfertoetsen
gebruiken of de [+] en [–] toetsen om een waarde van drie cijfers in te
voeren. Merk op dat nullen aan het begin ingevoerd moeten worden,
zodat 90 dus als 090 moet worden ingevoerd.
• Door zowel de
als
TEMPO toets tegelijkertijd in te drukken wordt
de default (oorspronkelijke) waarde van het momenteel ingestelde ritme weer automatisch verkregen.
• De Etude en Concert Piece melodieën bevatten halverwege tempoveranderingen om speciale muziekeffecten te produceren. Merk op dat de
tempo-instellingen automatisch terugkeren naar de default waarde wanneer een tempoverandering in één van de melodieën plaatsvindt.
2.
Druk om een melodie te stoppen op de PLAY/PAUSE
toets terwijl hij weergegeven wordt.
Door de FF toets los te laten wordt weergave begonnen vanaf de maat waarvan het nummer in de display
te zien is.
❚ OPMERKING ❚
Vooruitspoelen werkt niet wanneer weergave van de bankmelodie gestopt is.
Veranderen van melodietoon
1.
Pauzeren van de weergave
1.
Maatslagnummer
Druk tijdens de weergave of het pauzeren van een
melodie op de TONE toets.
Geeft aan dat de TONE toets ingedrukt werd.
2.
Zoek de gewenste toon in de TONE lijst en voer dan
het 3-cijferige nummer in m.b.v. de cijfertoetsen.
Voorbeeld: Voor keuze van “040 VIOLIN”, voert u eerst o, dan 4
en daarna 0 in.
• U kunt kiezen uit 137 ingebouwde tonen.
Door de PLAY/PAUSE toets nogmaals in te drukken
wordt de weergave hervat vanaf het punt waar werd
gepauzeerd.
❚ OPMERKING ❚
Nadat de STOP toets gebruikt is om de weergave te stoppen, begint de
weergave opnieuw vanaf het begin van de melodie als de PLAY/PAUSE
toets ingedrukt wordt.
Achteruitspoelen
1.
Houd tijdens de weergave of het pauzeren van een
melodie de REW toets ingedrukt om met hoge snelheid terug te gaan.
• Het achteruitspoelen springt maat voor maat naar achteren.
• De maat- en maatslagnummers in de display veranderen terwijl achteruitgespoeld wordt.
❚ OPMERKINGEN ❚
• De melodietonen kunnen ook veranderd worden d.m.v. de [+] en [–]
toetsen.
• Bij melodieën voor twee handen (Etude en Concert Piece melodieën),
is dezelfde toon van toepassing bij zowel het rechter- als het linkerhand
gedeelte.
• Bij instellen van het melodienummer van dezelfde melodie die momenteel ingesteld is, wordt teruggegaan naar de oorspronkelijke instellingen (default) van die melodie.
Om alle melodieën achter elkaar weer
te geven
1.
Maatnummer
2.
Maatslagnummer
Door de REW toets los te laten wordt weergave begonnen vanaf de maat waarvan het nummer in de display te zien is.
❚ OPMERKING ❚
Terugspoelen werkt niet wanneer weergave van de bankmelodie gestopt is.
702A-F-067A
2.
Druk op de DEMO toets.
• De weergave begint bij bankmelodienummer 00 en daarna in
volgorde de Etude melodieën en de Concert Piece melodieën.
Druk op de DEMO, STOP of START/STOP toets om
weergave van bankmelodieën te stoppen.
❚ OPMERKINGEN ❚
• Tijdens weergave van een melodie kunt u de cijfertoetsen [+] en [–]
gebruiken om naar een andere melodie te veranderen.
• U kunt op het toetsenbord meespelen met de melodieën.
• Als de SONG BANK, ETUDE of CONCERT PIECE toets ingedrukt wordt
terwijl weergave plaatsvindt, dan wordt deze voortgezet vanaf nummer
00 van de corresponderende groep.
D-23
3-staps les
START/STOP
STOP
LEFT/TRACK 1
De 3-staps lesfunctie begeleidt u door de drie verschillende stappen
die hieronder beschreven zijn om u erbij te helpen uw spel op het
keyboard te verbeteren.
Stap 1 - De timing machtig worden.
In deze eerste stap drukt u op een willekeurige klaviertoets en het
keyboard zal de juiste noot spelen, zodat u zich ondertussen kunt
concentreren op de timing zonder u druk te maken over het spelen
van de juiste noot. De sub-melodie (obbligato) wacht met doorgaan
naar de volgende frase totdat u een toets indrukt.
Stap 2 - De melodie machtig worden.
In deze stap leert u welke klaviertoetsen u dient aan te slaan om de
melodie te spelen. De klaviertoetsen die u dient aan te slaan gaan
branden in de schermhulp toetsenbordgids en u kunt de gids dus
gewoon volgen terwijl u piano leert spelen. De sub-melodie (obbligato) wacht totdat u de juiste noot aanslaat zodat u op uw gemak in
uw eigen tempo kunt leren.
Step
Stap 11
Step
Stap 22
Toonhoogte van noten
De klaviertoets die u dient aan te slaan licht op in de schermhulp
toetsenbordgids terwijl de feitelijke toonhoogte van de noot in het
notenbalknotatiegebied in de display verschijnt. De vingers die u dient
te gebruiken om de noten aan te slaan worden ook in de display aangegeven.
Lengte van de noot
De klaviertoets in de schermhulp toetsenbordgids blijft branden zolang als de noot aangehouden moet worden. De notenbalknotatie en
de vingerzettingen blijven ook gedurende de lengte van de noot in
de display.
Volgende noot
Een klaviertoets in de schermhulp toetsenbordgids gaat knipperen
om de volgende te spelen noot aan te geven terwijl een nummer verschijnt in de display bij de vinger die u moet gebruiken voor het aanslaan van de volgende noot.
Stap 3 - Speel met normale snelheid.
Series van noten met dezelfde toonhoogte
Hier gaat u eigenlijk genieten van het spelen van de melodieën die u
leerde in Stap 1 en Stap 2. De schermhulp toetsenbordgids geeft nog
steeds aan welke klaviertoetsen ingedrukt dienen te worden maar de
begeleiding gaat met normale snelheid door ongeacht of u al dan
niet de juiste noten speelt.
De klaviertoets van de schermhulp toetsenbordgids gaat eventjes uit
tussen de noten en gaan dan weer aan voor elke volgende noot. De
notenbalknotatie en de vingerzettingen gaan ook aan en uit.
Melodietypes en hun onderdelen
De ingebouwde melodieën van dit keyboard zijn verdeeld over twee
basisgroepen: Automatische begeleidingsmelodieën (melodiebank)
en twee-handen begeleidingsmelodieën (Etude en Concert Piece). De
onderdelen die beschikbaar zijn voor 3-staps lesoefeningen hangen
af van welk type melodie u aan het gebruiken bent.
Voorbeeld: Wanneer het spelen gedaan dient te worden met
de vingers 3, 2 en 1
1ste noot
3rd Note
Huidige
noot
Automatische begeleidingsmelodieën (melodiebank)
Zoals de naam als suggereert bestaan deze melodieën uit een automatisch begeleidingsgedeelte en een melodiegedeelte. Bij gebruik van
deze melodieën voor een 3-staps les kunt u enkel met het melodiegedeelte (rechterhand) meespelen.
2de noot
Volgende
noot
Knippert Brandt
Knippert Brandt
Brandt Knippert
Schermhulp
toetsenbordgids
Twee-handen melodieën (Etude en Concert Piece)
Deze soorten melodieën worden met twee handen gespeeld, zoals in
een piano solo. Bij gebruik van deze melodieën voor een 3-staps les
kunt u met zowel het linker- als het rechterhand gedeelte meespelen.
Inhoud van de display tijdens 3-staps lesspel
Telkens wanneer u een automatische begeleidingsmelodie voor 3staps lesspel instelt, tonen de schermhulp toetsenbordgids en de notenbalknotatie de noot die u dient te spelen en voor hoe lang. De
schermhulp toetsenbordgids laat ook zien welke noten u aanslaat op
het toetsenbord. Het onderstaande omschrijft de informatie die in de
display verschijnt.
❚ OPMERKINGEN ❚
• De nootlengte wordt niet aangegeven wanneer u twee-handen melodieën
gebruikt bij Stap 1 en 2 van de 3-staps les. Zodra u een klaviertoets aanslaat die aangegeven wordt door de schermhulp toetsenbordgids gaat
deze uit en gaat de volgende in te drukken klaviertoets knipperen.
• De nootlengte wordt aangegeven door de schermhulp toetsenbordgids
wanneer u twee-handen melodieën gebruikt bij Stap 3. In dit geval gaat
de volgende in te drukken klaviertoets niet knipperen wanneer u een
brandende toets aanslaat en het volgende vingernummer verschijnt niet
in de display. Alleen het huidige vingernummer wordt getoond.
Tempo-instelling bij de 3-staps les
Volg de procedure onder “Bijstellen van het tempo” op pagina D-16
voor het bijstellen van het tempo voor 3-staps lesweergave.
D-24
702A-F-068A
Stap 1 - De timing machtig worden.
Stap 2 - De melodie machtig worden.
1.
2.
1.
2.
Stel de melodie in die u wilt gebruiken.
Druk op de Stap 1 toets om Stap 1 weergave te beginnen.
• Na het klinken van het aftellen, staat het keyboard standby
en wacht totdat u de eerste noot van de melodie speelt.
Stel de melodie in die u wilt gebruiken.
Druk op de Stap 2 toets om Stap 2 weergave te beginnen.
• Na het klinken van het aftellen, staat het keyboard standby
en wacht totdat u de eerste noot van de melodie speelt.
LAYER
LAYER
SPLIT
ETUDE
SPLIT
ETUDE
GM
CONCERT
PIECE
TOUCH
RESPONSE
GM
CONCERT
PIECE
TOUCH
RESPONSE
MEMORY
Indicator verschijnt.
Vingerzetting
Gebruikte klaviertoets
MEMORY
Indicator verschijnt.
Noot
toonhoogte
• De te gebruiken hand wordt aangegeven door de pijlen er
omheen.
Gebruikte klaviertoets
3.
Druk op willekeurige klaviertoetsen om het melodiegedeelte (rechterhand gedeelte) te spelen.
• De klaviertoets voor de volgende te spelen noot gaat knipperen in de schermhulp toetsenbordgids en het keyboard
wacht voor u totdat u de noot speelt. Wanneer u een willekeurige klaviertoets aanslaat om de noot te spelen blijft de
klaviertoets in de schermhulp toetsenbordgids branden terwijl de noot weergegeven wordt.
• De begeleiding (linkerhand gedeelte) wacht tot u een willekeurige toets indrukt voor de noot.
• Mocht u per ongeluk meer dan één toets achter elkaar indrukken, dan wordt de begeleiding gespeeld voor het corresponderende aantal noten.
• Indrukken van meer dan één toets op hetzelfde moment
wordt geteld als een enkele melodienoot. Indrukken van een
toets terwijl een andere ingedrukt gehouden wordt, telt als
twee melodienoten.
4.
Speel de melodie (rechterhand deel) zoals aangegeven door de schermhulp toetsenbordgids.
• De klaviertoets voor de volgende te spelen noot gaat knipperen in de schermhulp toetsenbordgids en het keyboard
wacht voor u totdat u de noot speelt. Wanneer u een willekeurige klaviertoets aanslaat om de noot te spelen blijft de
klaviertoets in de schermhulp toetsenbordgids branden terwijl de noot weergegeven wordt.
• Als meerdere klaviertoetsen in de schermhulp toetsenbordgids gaan branden terwijl u een twee-handen melodie aan
het gebruiken bent, dan moet u alle klaviertoetsen aanslaan
die branden.
Brandt
3.
Vingerzetting
4.
Druk op de START/STOP of STOP toets om weergave
op elk gewenst moment te stoppen.
❚ OPMERKINGEN ❚
• Oefenen van de linkerhand kan ook gedaan worden met begeleidingsmelodieën voor twee handen. Stel eenvoudigweg één van de begeleidingsmelodie voor twee handen in stap 1 van de bovenstaande procedure in en druk daarna op de LEFT/TRACK 1 toets na stap 2.
• De 3-staps les staat tegelijkertijd oefenen van beide handen niet toe.
• U kunt ook vooruit- en terugspoelen gebruiken met Stap 2 weergave.
• Stap 2 weergave kan niet gepauzeerd worden.
• Het ritme klinkt niet tijdens Stap 2 weergave.
Druk op de START/STOP of STOP toets om weergave
op elk gewenst moment te stoppen.
❚ OPMERKINGEN ❚
• Oefenen van de linkerhand kan ook gedaan worden met begeleidingsmelodieën voor twee handen. Stel eenvoudigweg één van de begeleidingsmelodie voor twee handen in stap 1 van de bovenstaande procedure in en druk daarna op de LEFT/TRACK 1 toets na stap 2.
• De 3-staps les staat tegelijkertijd oefenen van beide handen niet toe.
• U kunt ook vooruit- en terugspoelen gebruiken met Stap 1 weergave.
• Stap 1 weergave kan niet gepauzeerd worden.
• Het ritme klinkt niet tijdens Stap-1 weergave.
702A-F-069A
D-25
START/STOP
STOP
LEFT/TRACK 1
Step
Stap 33
Stap 3 - Spelen bij normale snelheid.
1.
2.
Stel de melodie in die u wilt gebruiken.
Druk op de Stap 3 toets om Stap 3 weergave te beginnen.
• De begeleiding (linkerhand gedeelte) begint op normale snelheid te spelen.
LAYER
SPLIT
ETUDE
GM
CONCERT
PIECE
TOUCH
RESPONSE
MEMORY
Indicator verschijnt.
Vingerzetting
Gebruikte klaviertoets
3.
4.
Speel de melodie (rechterhand deel) zoals aangegeven door de schermhulp toetsenbordgids.
Druk op de START/STOP of STOP toets om weergave
op elk gewenst moment te stoppen.
❚ OPMERKINGEN ❚
• Oefenen van de linkerhand kan ook gedaan worden met begeleidingsmelodieën voor twee handen. Stel eenvoudigweg één van de begeleidingsmelodie voor twee handen in stap 1 van de bovenstaande procedure in en druk daarna op de LEFT/TRACK 1 toets na stap 2.
• De 3-staps les staat tegelijkertijd oefenen van beide handen niet toe.
• U kunt ook pauze, vooruit- en terugspoelen gebruiken met Stap 3 weergave.
D-26
702A-F-070A
Geheugenfunctie
U kunt maximaal twee verschillende melodieën opslaan in het geheugen voor latere weergave. De geheugenfunctie neemt uw toetsenbordspel in real-time op zoals u het speelt.
Instellen van een spoor
Druk op de LEFT/TRACK 1 toets om spoor 1 en op de RIGHT/
TRACK 2 toets om spoor 2 in te stellen. De letter “L” verschijnt in de
display om aan te geven dat Spoor 1 ingesteld is en letter “R” verschijnt in de display om aan te geven dat Spoor 2 ingesteld is.
Sporen
Het geheugen van dit keyboard neemt noten op en geeft ze weer
ongeveer zoals een normale bandrecorder. Er zijn twee sporen die
gescheiden opgenomen kunnen worden. Naast noten kan elk spoor
haar eigen toonnumer toegewezen worden. Tijdens de weergave kunt
u het tempo aanpassen om de weergavesnelheid te veranderen.
Start
Einde
Weergave
Telkens bij indrukken van de LEFT/TRACK 1 toets of de RIGHT/
TRACK 2 toets terwijl de weergavestandbyfunctie ingeschakeld is
(zie “Bediening van de geheugentoets”) wordt de weergave van het
corresponderende spoor in- of uitgeschakeld. De letter die het spoor
aangeeft (L of R) verschijnt in de display telkens wanneer de weergave van dat spoor ingeschakeld is.
Automatische begeleiding
(ritme, baslijn, akkoorden), melodie
Spoor 1
Spoor 1
Data opgenomen op het spoor
❚ OPMERKINGEN ❚
• Spoor 1 is het basisspoor die gebruikt kan worden voor het opnemen
van de automatische begeleiding naast de melodie. Spoor 2 kan enkel
gebruikt worden voor de melodie en om toe te voegen aan wat reeds
opgenomen is op spoor 1.
• Merk op dat elk spoor onafhankelijk is van het andere. Dat betekent dat
als u een fout maakt tijdens het opnemen, u enkel dat spoor opnieuw
hoeft op te nemen waarin de fout gemaakt werd.
Bediening van de geheugentoets
Telkens bij indrukken van de MEMORY toets wordt de volgende functie van de cyclus ingeschakeld zoals hieronder aangegeven.
Weergavestandby
MEMORY
Brandt
Spoor 2
Melodie
Spoor 2
Opnamestandby
Weergave
uitgeschakeld
• Bij de bovenstaande instelling wordt Spoor 1 wel en Spoor 2 niet
weergegeven.
Opname
Telkens bij indrukken van de LEFT/TRACK 1 toets of de RIGHT/
TRACK 2 toets terwijl de opnamestandbyfunctie ingeschakeld is (zie
“Bediening van de geheugentoets”) wordt de weergave van het corresponderende spoor in- of uitgeschakeld. De letter die het spoor
aangeeft (L of R) verschijnt in de display telkens wanneer de opname
van dat spoor ingeschakeld is.
Normaal
MEMORY
Knippert
Weergave
ingeschakeld
MEMORY
Weergave
ingeschakeld
Opname
ingeschakeld
Uit
• Het bovenstaande geeft aan dat Spoor 1 weergegeven wordt terwijl Spoor 2 opgenomen wordt.
702A-F-071A
D-27
MODE
LEFT/TRACK 1
RIGHT/TRACK 2
INTRO
NORMAL/FILL-IN
VARIATION/FILL-IN
START/STOP
SYNCHRO/ENDING
5.
Real-time opnemen naar Spoor 1
Bij real-time opnemen worden de op het toetsenbord gespeelde noten en akkoorden opgenomen terwijl u ze aan het spelen bent.
Opnemen naar Spoor 1 m.b.v. real-time opnemen
1.
6.
Schakel opnamestandby in m.b.v. de MEMORY toets.
7.
LAYER
SPLIT
ETUDE
GM
CONCERT
PIECE
TOUCH
RESPONSE
MEMORY
Knippert
2.
MEMORY
[+]/[–]
Stel m.b.v. de [+] en [–] toetsen 0 en 1 in als het melodienummer.
• Het spoor is op dat moment nog niet ingesteld.
• Het bovenstaande scherm met melodienummer blijft voor
ca. vijf seconden in de display. Mocht het verdwijnen voordat u een melodienummer heeft kunnen instellen, toon het
opnieuw door op de MEMORY toets te drukken.
Melodienummer
Druk op de START/STOP toets om real-time opname
naar Spoor 1 te starten.
Speel iets op het toetsenbord.
• Elke melodie en begeleiding die u op het toetsenbord speelt
(inclusief automatische begeleidingsakkoorden gespeeld op
he begeleidingstoetsenbord) wordt opgenomen.
• Pedaalbediening wordt ook opgenomen als u het pedaal gebruikt tijdens de opname.
Druk op de START/STOP toets om de opname te
beëindigen wanneer u klaar bent met spelen.
• Als u een fout maakt tijdens het opnemen, stop de opname dan en
begin opnieuw vanaf stap 1.
❚ OPMERKING ❚
Bij gebruik van real-time opname om een spoor op te nemen dat reeds
opgenomen data bevat, wordt de bestaande opname vervangen door de
nieuwe data.
Spoor 1 Inhoud na real-time opname
Naast noten van de klaviertoetsen en begeleidingsakkoorden wordt
de volgende data ook opgenomen op Spoor 1 tijdens real-time opname. Deze data wordt gebruikt wanneer Spoor 1 afgespeeld wordt.
• Toonnummer
• Ritmenummer
• Bediening van de INTRO, SYNCHRO/ENDING, NORMAL/FILLIN, VARIATION/FILL-IN toetsen
• Pedaalbediening
Geheugencapaciteit
3.
Druk op de LEFT/TRACK 1 toets om Spoor 1 in te
stellen.
• De aanduiding “L” verschijnt in de display om het spoor aan
te geven waarnaar wordt opgenomen.
Dit keyboard heeft een geheugen dat ca. 5.200 noten kan bevatten. U
kunt alle 5.200 noten gebruiken voor een enkele melodie of u kunt
het geheugen verdelen tussen twee verschillende melodieën.
• De maatnummer en de nootnummer knipperen in de display telkens wanneer het resterende geheugen minder dan 100 noten is.
Knippert
Knippert
4.
• De opname stopt automatisch (en de automatische begeleiding en
het ritme stoppen met spelen wanneer ze gebruikt worden) wanneer het geheugen vol is.
Maar één van de volgende instellingen, indien gewenst.
•
•
•
•
D-28
Toonnummer (pagina D-14)
Ritmenummer (pagina D-16)
MODE schakelaar (pagina D-17)
Als u er geen vertrouwen in hebt om met een hoog tempo te
spelen, probeer dan eerst een langzame tempo-instelling (pagina D-16).
702A-F-072A
Opslag van geheugendata
Weergave van het geheugen
• Alles wat eerder opgeslagen was in het geheugen wordt vevangen
telkens wanneer u een nieuwe opname maakt.
• De geheugeninhoud blijft behouden zolang het keyboard van
stroom voorzien wordt via het netsnoer. Als het netsnoer losgekoppeld wordt en de batterijen leeg zijn of er geen batterijen ingelegd zijn en de electrische stroomtoevoer dus afgesneden wordt,
zal alle data in het geheugen worden gewist. Zorg ervoor het keyboard aan te sluiten op het lichtnet alvorens de batterijen te vervangen.
• Als het keyboard uitgeschakeld wordt tijdens het opnemen wordt
de inhoud van het geheugen van het op dat moment opgenomen
spoor uitgewist.
Gebruik de volgende procedure voor het weergeven van de geheugeninhoud.
Van het geheugen weergeven
1.
Schakel weergavestandby in m.b.v. de MEMORY toets
en stel dan 0 of 1 als melodienummer in m.b.v. de [+]
en [–] toetsen.
• Het bovenstaande melodienummer blijft voor ca. 5 seconden in de display. Mocht het verdwijnen voordat u een melodienummer heeft kunnen instellen, toon het opnieuw door
op de MEMORY toets te drukken.
Spoor 1 Real-time opnamevariaties
Hieronder wordt een aantal verschillende variaties beschreven die u
kunt gebruiken tijdens het opnemen van Spoor 1 met real-time opname. Al deze variaties zijn gebaseerd op de procedure “Opnemen naar
Spoor 1 m.b.v. real-time opname” op pagina D-28.
Opnemen zonder ritme
Sla stap 5 over. Real-time opname zonder ritme start zodra u een klaviertoets indrukt.
2.
Druk op de START/STOP toets voor weergave van de
ingestelde melodie.
• Tijdens geheugenweergave kunt u de LEFT/TRACK 1 en
RIGHT/TRACK 2 toetsen gebruiken om de weergave van
één van beide sporen in of uit te schakelen.
Starten van de opname met synchro-start
Druk i.p.v. stap 5 op de SYNCHRO/ENDING toets. Automatische
begeleiding en de opname beginnen tegelijkertijd wanneer u een akkoord op het begeleidingstoetsenbord speelt.
LAYER
SPLIT
Opnemen m.b.v. intro’s, eindpatronen en fill-ins.
Tijdens het opnemen kunnen de INTRO, SYNCHRO/ENDING, NORMAL/FILL-IN, en VARIATION/FILL-IN toetsen (pagina’s D-19 - D20) alle gebruikt worden zoals gewoonlijk.
ETUDE
Indicator verschijnt
Druk i.p.v. stap 5 op de SYNCHRO/ENDING toets en daarna op de
INTRO toets. Automatische begeleiding en het intropatroon beginnen tegelijkertijd wanneer u een akkoord op het begeleidingstoetsenbord speelt.
3.
Beginnen van automatische begeleiding halverwege een
opname
❚ OPMERKINGEN ❚
702A-F-073A
TOUCH
RESPONSE
MEMORY
Synchro-starten van een automatische begeleiding met
een intropatroon
Druk i.p.v. stap 5 op de SYNCHRO/ENDING toets en speel daarna
iets op het toetsenbord om te beginnen. Wanneer u het punt bereikt
waarop u de automatische begeleiding wilt laten beginnen, dient u
dan een akkoord te spelen op het begeleidingstoetsenbord.
GM
CONCERT
PIECE
• Het tempo kan ingesteld worden met de TEMPO toetsen.
Druk nogmaals op de START/STOP toets om de weergave te stoppen.
• Tijdens geheugenweergave fungeert het gehele toetsenbord als melodietoetsenbord ongeacht de stand van de MODE schakelaar.
• U kunt meespelen op het toetsenbord tijdens geheugenweergave.
U kunt ook “lagen” (pagina D-32) en “splitsen” (pagina D-32) gebruiken
om met meer dan 1 toon mee te spelen.
• Tijdens geheugenweergave kunt u pauze, vooruitspoelen en terugspoelen niet gebruiken.
D-29
LEFT/TRACK 1
RIGHT/TRACK 2
START/STOP
MEMORY
[+]/[–]
Real-time opname op Spoor 2
Na op Spoor 1 te hebben opgenomen kunt u real-time opnames maken om een melodie toe te voegen op Spoor 2.
Opnemen op Spoor 2 tijdens weergave van
Spoor 1
1.
Schakel opnamestandby in m.b.v. de MEMORY toets
en stel dan 0 of 1 als melodienummer in m.b.v. de [+]
en [–] toetsen.
• Het melodienummer dat u instelt zou de melodie moeten
zijn waar u eerder Spoor 1 invoerde.
Opnemen naar Spoor 2 zonder weergave van
Spoor 1
1.
2.
3.
Schakel weergavestandby in m.b.v. de MEMORY toets.
Druk op de LEFT/TRACK 1 toets om weergave van
Spoor 1 uit te schakelen.
Ga door vanaf stap 1 “Opnemen op Spoor 2 tijdens
weergave van Spoor 1”
• Merk op dat de bovenstaande procedure het ritme en de automatische begeleiding niet uitschakelt.
Spoor 2 Inhoud na real-time opname
De volgende data wordt opgenomen naar Spoor 2 tijdens real-time
opname.
• Toonnummer
• Pedaalbediening
• Het spoor is op dit moment nog niet ingesteld.
2.
Druk op de RIGHT/TRACK 2 toets om Spoor 2 in te
stellen.
LAYER
SPLIT
ETUDE
GM
CONCERT
PIECE
TOUCH
RESPONSE
MEMORY
Knippert
3.
4.
5.
6.
Knippert
Maak naar wens één van de volgende instellingen.
• Toonnummer (pagina D-14)
• Als u er geen vertrouwen in heeft om met een hoog tempo te
spelen probeer dan een langzame instelling voor het tempo
(pagina D-16).
Druk op de START/STOP toets om real-time opname
naar Spoor 2 te beginnen samen met weergave van
Spoor 1.
Luister naar Spoor 1 terwijl u speelt wat u wilt opnemen op Spoor 2.
Druk op de START/STOP toets om het opnemen te
beëindigen nadat u klaar bent met spelen.
• Als u een fout maakt tijdens het opnemen, stop de opname
dan en begin opnieuw vanaf stap 1.
❚ OPMERKING ❚
Spoor 2 is een spoor enkel voor de melodie, zodat akkoorden er niet op
kunnen worden opgenomen. Hierdoor fungeert het gehele toetsenbord als
melodietoetsenbord ongeacht de stand van de MODE schakelaar.
D-30
702A-F-074A
Uitwissen van de inhoud van een
specifiek spoor
Gebruik de volgende procedure om alle data uit te wissen die op het
moment opgeslagen is op een bepaald spoor.
Alle data op een bepaald spoor te wissen
1.
2.
3.
Schakel opnamestandby in m.b.v. de MEMORY toets
en stel dan m.b.v. de [+] en [–] toetsen de melodie (0
of 1) in waarvan het spoor moet worden uitgewist.
Houd de MEMORY toets ingedrukt totdat het spoorwisscherm in de display verschijnt .
Druk op de LEFT/TRACK 1 of RIGHT/TRACK 2 toets
om het spoor dat moet worden uitgewist in te stellen.
Voorbeeld: Om Spoor 1 in te stellen
LAYER
SPLIT
ETUDE
GM
CONCERT
PIECE
TOUCH
RESPONSE
MEMORY
Knippert
4.
Druk op de [+] toets.
• Hierdoor wordt het geselecteerde spoor gewist en de geheugenweergave in de standbystand gezet.
❚ OPMERKINGEN ❚
• Het spoorwisscherm verdwijnt automatisch na circa 5 seconden uit de
display als u het keyboard laat staan met de spoorwisboodschap in de
display zonder iets te doen.
• Nadat u eenmaal een spoor in stap 3 in te stellen kunt u niet veranderen
naar een ander spoor zonder de spoorwisfunctie uit te schakelen en
opnieuw in te schakelen.
• Een spoor kan niet voor wissen ingesteld worden als dat spoor geen
data bevat.
• Bij indrukken van de MEMORY toets terwijl het spoorwisscherm in de
display wordt aangegeven, wordt teruggegaan naar opnamestandby.
702A-F-075A
D-31
Instellingen van het keyboard
LAYER
TONE
[+]/[–]
Number
buttons
Cijfertoetsen
SPLIT
Dit hoofdstuk beschrijft hoe u lagen (om twee tonen met slechts een
klaviertoets te spelen), splitsen (om verschillende tonen te hebben
aan de linker- en rechterkant van het toetsenbord) en toetsrespons,
transponeren en steminstellingen gebruikt.
LAGEN
Gebruik van lagen
Hoofdtoon (BRASS) + Gelaagde toon (FRENCH HORN)
Met lagen kunt u twee verschillende tonen (een hoofdtoon en een
gelaagde toon) aan het toetsenbord toewijzen, zodat ze beide klinken bij indrukken van een klaviertoets. U kunt bijvoorbeeld de
FRENCH HORN toon en de BRASS toon gebruiken om een rijk en
koperachtig geluid te krijgn.
Lagen van tonen
1.
Stel eerst de hoofdtoon in.
Voorbeeld: Druk om “061 BRASS” als de hoofdtoon in te stellen
op de TONE toets en voer 0, 6 en daarna 1 in m.b.v.
de cijfertoetsen of de [+] en [–] toetsen.
Gebruik van splitsen
Bij splitsen worden twee verschillende tonen (een hoofdtoon en een
splitstoon) toegewezen aan de linker- en rechterkant van het toetsenbord, zodat u deze ene toon dus met de linker- en de andere met de
rechterhand speelt. U kunt bijvoorbeeld STRINGS instellen als de
hoofdtoon (hoog bereik) en PIZZICATO als de splitstoon (laag bereik) zodat u een volledig snarenensemble aan uw vingerstoppen
heeft.
Met deze functie kunt u tevens het splitspunt instellen,welke de plaats
is waar van de ene naar de andere toon wordt overgeschakeld.
Splitsen van het toetsenbord
2.
1.
Stel eerst de hoofdtoon in.
2.
Druk op de SPLIT toets.
Druk op de LAYER toets.
Voorbeeld: Druk om “048 STRINGS 1” als de hoofdtoon in te
stellen op de TONE toets en voer 0, 4 en daarna 8 in
m.b.v. de cijfertoetsen of de [+] en [–] toetsen.
LAYER
SPLIT
Ingestelde gelaagde toon
3.
Indicator verschijnt
Stel de gelaagde toon in.
Voorbeeld: Druk om “060 FRENCH HORN” als de gelaagde
toon in te stellen op de toontoets en voer 0, 6 en daarna 0 in m.b.v. de cijfertoetsen of de [+] en [–] toetsen.
LAYER
SPLIT
Indicator verschijnt
3.
4.
5.
Probeer nu iets op het toetsenbord te spelen.
• Beide tonen klinken nu op hetzelfde moment.
Stel de splitstoon in.
Voorbeeld: Voer om “045 PIZZICATO STR” als de gelaagde toon
in te stellen 0, 4 en daarna 5 in m.b.v. de cijfertoetsen
of de [+] en [–] toetsen.
Druk nogmaals op de LAYER toets om de tonen te
“ontlagen” en het keyboard terug te brengen in de
normale staat.
D-32
702A-F-076A
4.
Druk terwijl u de SPLIT toets ingedrukt houdt op de
klaviertoets die de meest linkertoets van het hoge bereik dient te worden.
3.
Druk op de LAYER toets en voer daarna het nummer
van de laagtoon in.
• Merk op dat u de stappen 2 en 3 kunt omwisselen door eerst
de laagtoon en vervolgens de splitstoon in te stellen.
Voorbeeld: Druk op de G3 klaviertoets om G3 als splitspunt in
te stellen.
LAYER
SPLIT
Indicator verschijnt
5.
6.
Probeer nu iets op het toetsenbord te spelen.
• Elke klaviertoets vanaf de F 3 toets en lager heeft nu PIZZICATO als toon terwijl elke klaviertoets vanaf G3 en hoger
STRINGS als toon heeft.
Druk nogmaals op de SPLIT toets om het toetsenbord
te “ontsplitsen” en hem terug in de normale staat te
brengen.
4.
5.
Druk op de SPLIT toets of de LAYER toets zodat zowel de splits- (SPLIT) als de laagindicator (LAYER) op
de display staan.
Voer het nummer van de gelaagde splitstoon in.
LAYER
SPLIT
SPLITSEN
6.
Splitstoon
(PIZZICATO STR)
7.
Hoofdtoon (STRINGS1)
Splitspunt
Stel het splitspunt in.
• Druk terwijl u de SPLIT toets ingedrukt houdt op de klaviertoets die de meest linkertoets van het hoge bereik dient
te worden.
Probeer nu iets op het toetsenbord te spelen.
• Druk nogmaals op de LAYER toets om de tonen te “ontlagen” en druk nogmaals op de SPLIT toets om het toetsenbord te “ontsplitsen”.
GELAAGD EN GESPLITST
Gebruik van lagen en splitsen tegelijkertijd
Lagen en splitsen kunnen tegelijkertijd gebruikt worden om een gelaagd splitstoetsenbord te verkrijgen. Er is geen verschil tussen eerst
gelaagde tonen creëren en vervolgens het toetsenbord splitsen en deze
handelingen in omgekeerde volgorde doen. Als lagen en splitsen tegelijkertijd gebruikt worden, worden twee tonen (hoofdtoon + gelaagde toon) aan het hoge bereik van het toetsenbord en twee aan het
lage bereik (splitstoon en gelaagde splitstoon) toegewezen.
Splitstoon (PIZZICATO STR)
+
Gelaagde splitstoon (STRINGS1)
Hoofdtoon (BRASS)
+
Gelaagde toon (FRENCH HORN)
Splitspunt
Splitsen van het toetsenbord en daarna het
lagen van tonen
1.
2.
Druk op de TONE toets en voer daarna het toonnummer van de hoofdtoon in.
Druk op de SPLIT toets en voer daarna het nummer
van de splitstoon in.
LAYER
SPLIT
Indicator verschijnt
• Druk na instellen van de splitston op de SPLIT toets om het
toetsenbord te ontsplitsen.
702A-F-077A
D-33
TRANSPOSE/TUNE/MIDI
[+]/[–]
Number
buttons
Cijfertoetsen
TOUCH RESPONSE
Gebruik van toetsrespons
Transpositie van het toetsenbord
Bij inschakelen van toetsrespons hangt het relatieve volume van het
geluid van het keyboard af van de kracht die er op de klaviertoetsen
uitgeoefend wordt, precies zoals bij een akoestische piano.
Transpositie laat u de sleutel van het gehele toetsenbord verhogen en
verlagen in semitoon (halve toon) eenheden. Als u een begeleiding
wilt spelen voor een vocalist die in een andere sleutel zingt dan het
keyboard bijvoorbeeld, kunt u eenvoudigweg de sleutel van het keyboard veranderen met de transpositiefunctie.
In- en uitschakelen van toetsrespons
1.
Druk op de TOUCH RESPONSE toets om deze functie in en uit te schakelen.
• Toetsrespons is ingeschakeld wanneer het TOUCH RESPONSE indicatorlampje brandt.
Transponeren van het toetsenbord
1.
Druk op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets totdat het
transponeerscherm in de display verschijnt.
TOUCH
RESPONSE
MEMORY
2.
Brandt
• Toetsrespons is uitgeschakeld wanneer het TOUCH RESPONSE indicatorlampje gedoofd is.
Verander de transponeerinstelling van het keyboard
met [+], [–] en de cijfertoetsen.
Voorbeeld: Om het toetsenbord met vijf halve tonen hoger te
transponeren.
TOUCH
RESPONSE
MEMORY
❚ OPMERKINGEN ❚
• U kunt toetsresponsgevoeligheid bijregelen volgens de procedure onder “TOUCH CURVE” op pagina D-39.
• Toetsrespons heeft niet alleen invloed op de interne klankbron van het
keyboard maar ze wordt tevens als MIDI data afgegeven.
• De instelling van de toetsrespons wordt niet beïnvloed door data van de
geheugenweergave, begeleiding en externe MIDI noten.
❚ OPMERKINGEN ❚
• Het toetsenbord kan getransponeerd worden binnen een bereik van –12
(een octaaf lager) tot +12 (een octaaf hoger).
• De default instelling voor transponeren is “00” telkens bij inschakelen
van het keyboard.
• Het scherm verdwijnt automatisch als het transponeerscherm voor ca.
vijf seconden in de display aangegeven staat terwijl u niets doet.
• De transponeerinstelling heeft tevens invloed op de weergave van het
geheugen en de automatische begeleiding.
TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets
Telkens bij indrukken van de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets wordt
naar het volgende van 12 instelschermen gegaan: het transponeerscherm, het stemscherm en 10 MIDI instelschermen (pagina D-36).
Mocht u per ongeluk het te gebruiken scherm voorbijgaan, blijf dan
op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets drukken totdat het scherm
opnieuw verschijnt.
D-34
702A-F-078A
Stemmen van het keyboard
Gebruik de volgende procedure om het keyboard af te stemmen op
een ander muziekinstrument.
Stemmen van het keyboard
1.
2.
Druk tweemaal op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets
om het stemscherm te tonen.
Stel de stemwaarde in m.b.v. de [+], [–] en de cijfertoetsen.
Voorbeeld: Om het stemmen met 20 te verlagen
❚ OPMERKINGEN ❚
• Het keyboard kan binnen een bereik van –50 tot +50 cent gestemd worden.
*100 cent komt overeen met een halftoon.
• De default steminstelling is “00” telkens wanneer het keyboard ingeschakeld wordt.
• Het scherm verdwijnt automatisch als het stemscherm voor ca. vijf seconden in de display aangegeven staat terwijl u niets doet.
• De steminstelling heeft tevens invloed op de weergave van het geheugen en de automatische begeleiding.
702A-F-079A
D-35
MIDI
LEFT/TRACK 1
TRANSPOSE/TUNE/MIDI
RIGHT/TRACK 2
[+]/[–]
Number
buttons
Cijfertoetsen
SPLIT
Wat is MIDI?
MIDI is een afkorting van Musical Instument Digital Interface, wat
de Engelse naam is voor de wereldstandaard voor digitale signalen
en aansluitingen die het uitwisselen van muziekdata mogelijk maakt
tussen muziekinstrumenten en computers (machines) die door verschillende fabrikanten gemaakt zijn. MIDI aangepaste apparatuur kan
boodschappen als drukken op en loslaten van klaviertoetsen, toonveranderingen en andere data uitwisselen.
Hoewel u niet over speciale kennis over MIDI hoeft te beschikken
om dit toestel op zichzelf te gebruiken, is het nodig enige kunde te
hebben om MIDI bediening uit te voeren. Dit hoofdstuk geeft u een
overzicht van MIDI zodat u voorlopig uit de voeten kunt.
MIDI kanaal 1 Melodie
MIDI kanaal 2 Bas
MIDI kanaal 10 Drums
MIDI keyboard of MIDI geluidsbron
MIDI OUT
Computer of ander MIDI toestel
MIDI IN Ontvangend MIDI kanaal = 10
Speelt het drumgedeelte.
MIDI keyboard of MIDI geluidsbron
MIDI boodschappen worden verzonden via de MIDI OUT aansluiting van de ene naar de MIDI IN aansluiting van een tweede machine via een MIDI kabel. Om bijvoorbeeld een boodschap van dit keyboard naar een andere machine te verzenden dient u met een MIDI
kabel de MIDI OUT aansluiting van dit toestel aan te sluiten op de
MIDI IN aansluiting van de andere machine. Om nu MIDI boodschappen terug te zenden naar dit keyboard dient u de MIDI OUT aansluiting van de andere machine m.b.v. een MIDI kabel aan te sluiten op
de MIDI IN aansluiting van dit keyboard.
Om een computer of ander MIDI toestel te gebruiken om met dit keyboard geproduceerde MIDI data op te nemen en weer te geven dient
u zowel de MIDI IN als de MIDI OUT aansluitingen van beide machines aan te sluiten om data te zenden en te ontvangen.
MIDI IN
MIDI OUT
LAYER
SPLIT
ETUDE
CONCERT
PIECE
GM
TOUCH
RESPONCE
MEMORY
Computer of ander MIDI toestel
• Zorg ervoor de LOCAL CONTROL functie van dit keyboard uit te
schakelen (pagina D-38) om de MIDI THRU functie van een aangesloten computer, sequencer of ander MIDI toestel te gebruiken.
MIDI kanalen
MIDI maakt het mogelijk de data voor meerdere onderdelen op hetzelfde moment te zenden waarbij elk onderdeel via een gescheiden
MIDI kanaal verzonden wordt. Er zijn 16 MIDI kanalen, genummerd
1 tot en met 16, en MIDI kanaaldata wordt altijd bijgesloten bij het
oversturen van data (toetsindrukken, pedaalbediening, etc.)
Het zendende en het ontvangende toestel dienen op hetzelfde kanaal te worden ingesteld opdat het ontvangende toestel de data juist
kan ontvangen en spelen. Als het ontvangende toestel bijvoorbeeld
op kanaal 2 ingesteld is, zal het enkel MIDI kanaal 2 data ontvangen
en alle andere kanalen negeren.
D-36
MIDI IN Ontvangend MIDI kanaal = 2
Speelt de baslijn.
MIDI keyboard of MIDI geluidsbron
MIDI aansluitingen
MIDI IN MIDI OUT
MIDI IN Ontvangend MIDI kanaal = 1
Speelt de melodie.
Dit keyboard is uitgerust met multi-klankkleur mogelijkheden wat
zoveel betekent als dat het tegelijkertijd boodschappen kan ontvangen via alle 16 MIDI kanalen en 16 onderdelen kan spelen.
Bediening van keyboard en pedalen die uitgevoerd wordt op dit keyboard wordt uitgezonden door een MIDI kanaal in te stellen (1 - 16)
en daarna de juiste boodschap te zenden.
Algemene MIDI
Zoals we reeds gezien hebben maakt MIDI het mogelijk om muziekdata uit te wisselen tussen toestellen die geproduceerd zijn door verschillende fabrikanten. Deze muzikale data bestaat niet uit de noten
zelf maar meer uit informatie of een klaviertoets ingedrukt wordt of
losgelaten en het toonnummer.
Als bijvoorbeeld toonnummer 1 op een keyboard geproduceerd door
Bedrijf A PIANO is terwijl toonnummer 1 op een keyboard geproduceerd door Bedrijf B BASS dan zal bij zenden van data van het keyboard geproduceerd door Bedrijf A naar het keyboard geproduceerd
door Bedrijf B een resultaat geven dat geheel anders is dan het origineel. Als een computer, sequencer of ander toestel met mogelijkheden voor automatische begeleiding gebruikt wordt om muziekdata
te produceren voor het keyboard geproduceerd door Bedrijf A dat 16
onderdelen (16 kanalen) heeft en die data wordt gezonden naar het
keyboard geproduceerd door Bedrijf B dat enkel 10 onderdelen (10
kanalen) kan produceren dan kunnen de onderdelen die niet kunnen
worden geproduceerd ook niet gehoord worden.
De standaard voor de toonnummerreeks, het aantal drumplaatjes en
andere algemene factoren die de opzet van de geluidsbron bepalen,
werd vastgesteld door onderlinge afspraken tussen de fabrikanten
en wordt algemene MIDI genoemd.
Deze algemene MIDI standaard definieert de nummerreeks, de nummerreeks van de drumgeluiden, het aantal MIDI kanalen dan gebruikt
kan worden en andere algemene factoren die de opzet van de geluidsbron bepalen. Hierdoor kan op een algemene MIDI geluidsbron
geproduceerde data weergegeven worden met gelijkwaardige tonen
en identieke nuances als het origineel zelfs bij weergave via de geluidsbron van andere fabrikanten.
Dit keyboard komt overeen met de algemene MIDI standaard zodat
het aangesloten kan worden op een computer of ander toestel en gebruikt voor weergave van algemene MIDI data die gekocht, vanaf
het internet geplukt of via andere bronnen verkregen worden.
702A-F-080A
Veranderen van MIDI instellingen
NAVIGATE CHANNEL (Default: 4)
U kunt dit keyboard gebruiken samen met een externe sequencer,
synthesizer of ander MIDI toestel om mee te spelen met verkrijgbare
algemene MIDI software. Dit hoofdstuk vertelt u hoe de vereiste MIDI
instellingen gemaakt kunnen worden bij het aansluiten van een extern toestel.
Bij ontvangst van MIDI boodschappen van een extern toestel voor
weergave op dit keyboard is het navigeerkanaal het kanaal waarvan
de data in de display verschijnt. Als navigeerkanaal kunt u één kanaal van 1 t/m 8 instellen. Daar deze instelling u data op elk kanaal
van in de handel verkrijgbare MIDI software laat gebruiken om klavietoetsen in de schermhulp toetsenbordgids te laten branden, kunt
u analyzeren hoe verschillende onderdelen van een arrangement gespeeld worden.
TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets
Telkens bij indrukken van de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets wordt
naar het volgende van 12 instelschermen gegaan: het transponeerscherm, het stemscherm en 10 MIDI instelschermen. Mocht u per
ongeluk het te gebruiken scherm voorbijgaan, blijf dan op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets drukken totdat het scherm opnieuw verschijnt. Merk tevens op dat wanneer een instelscherm automatisch
uit de display verdwijnt als u gedurende vijf seconden geen bediening uitvoert.
1.
Blijf dan op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets drukken totdat het NAVIGATE CHANNEL scherm verschijnt.
GM MODE (Default: uit)
on: Dit keyboard speelt algemene MIDI data van een computer of
ander extern toestel. De MIDI IN CHORD JUDGE functie kan niet
gebruikt worden wanneer de MODE functie ingeschakeld (on) is.
oFF: De MIDI IN CHORD JUDGE functie kan gebruikt worden.
1.
2.
Verander van kanaalnummer m.b.v. de [+], [–] en
cijfertoetsen [1] - [8].
Voorbeeld: om kanaal 2 in te stellen
Blijf dan op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets drukken totdat het GM MODE scherm verschijnt.
Voorbeeld: Wanneer de GM MODE functie uitgeschakeld (off) is
LAYER
❚ OPMERKING ❚
SPLIT
Het navigeerkanaal wordt automatisch ingesteld op 1 wanneer u MIDI IN
CHORD JUDGE inschakelt.
GM
2.
Schakel de stand aan en uit m.b.v. de [+] en [–] of [0]
en [1] toetsen.
Voorbeeld: Om de GM MODE functie in te schakelen
Brandt
LAYER
SPLIT
Om bepaalde klanken uit te schakelen tijdens weergave
van MIDI data die ontvangen wordt
<<Navigeerkanaal aan/uit>>
Druk op de RIGHT/TRACK 2 toets alvorens MIDI data te
spelen.
• Hierdoor wordt het geluid van het navigeerkanaal uitgeschakeld
maar klaviertoetsen in de schermhulp toetsenbordgids blijven oplichten in overeenkomst met de via dat kanaal ontvangen data. Druk
nogmaals op de RIGHT/TRACK 2 toets om het kanaal opnieuw in
te schakelen.
GM
<<Volgende lagere kanaal van het navigeerkanaal aan/uit>>
Druk op de LEFT/TRACK 1 toets alvorens MIDI data te spelen.
KEYBOARD CHANNEL (keyboardkanaal)
Dit keyboardkanaal is het kanaal dat gebruikt wordt om MIDI boodschappen van dit keyboard te zenden naar een extern toestel. Als
keyboardkanaal kunt u één kanaal van 1 t/m 16 instellen.
1.
2.
Blijf dan op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets drukken totdat het KEYBOARD CHANNEL scherm verschijnt.
• Hierdoor wordt het geluid uitgeschakeld van het kanaal waar van
het nummer lager is dan het navigeerkanaal maar klaviertoetsen
in de schermhulp toetsenbordgids blijven oplichten in overeenkomst met de via dat kanaal ontvangen data. Druk nogmaals op
de LEFT/TRACK 1 toets om het kanaal opnieuw in te schakelen.
Voorbeeld: Als het navigeerkanaal is 4, dan zal de bovenstaande handeling kanaal 3 uitschakelen. Als het navigeerkanaal 1 of 2
is, schakelt de bovenstaande handeling kanaal 8 uit.
Verander van kanaalnummer m.b.v. de [+] en [–] cijfertoetsen.
Voorbeeld: om kanaal 4 in te stellen
702A-F-081A
D-37
TRANSPOSE/TUNE/MIDI
[+]/[–]
Number
buttons
Cijfertoetsen
MIDI IN CHORD JUDGE (Default: uit)
on: Bij instelling van een akkoordinstelmethode gekozen wordt met
de MODE schakelaar, worden akkoorden ingesteld door de kanaalnootdata die binnenkomt via de MIDI IN aansluiting.
2.
Schakel de stand aan en uit m.b.v. de [+] en [–] of [0]
en [1] toetsen.
Voorbeeld: Om LOCAL CONTROL uit te schakelen
oFF: MIDI IN CHORD JUDGE is uitgeschakeld.
1.
Blijf dan op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets drukken totdat het MIDI IN CHORD JUDGE scherm verschijnt.
MIDI THRU
2.
MIDI OUT
Schakel de stand aan en uit m.b.v. de [+] en [–] of [0]
en [1] toetsen.
Klenkbron
ETUDE
CONCERT
PIECE
MIDI IN
MIDI OUT
MIDI IN
MIDI OUT
LAYER
LAYER
SPLIT
SPLIT
GM
TOUCH
RESPONCE
MEMORY
ETUDE
CONCERT
PIECE
Klenkbron
GM
TOUCH
RESPONCE
MEMORY
Voorbeeld: Om de MIDI IN CHORD JUDGE functie in te schakelen
❚ OPMERKING ❚
LOCAL CONTROL ingeschakeld (On)
Op het toetsenbord gespeelde
noten worden weergegeven door
de interne klankbron en afgegeven als MIDI boodschap via de
MIDI OUT aansluiting.
De MIDI IN CHORD JUDGE functie wordt automatisch uitgeschakeld wanneer u naar een ander navigeerkanaal dan 01 verandert.
LOCAL CONTROL uitgeschakeld (Off)
Op het toetsenbord gespeelde noten worden afgegeven als MIDI
boodschap via de MIDI OUT aansluiting maar niet weergegeven
door de interne klankbron. De
MIDI THRU aansluiting van het
aangesloten toestel kan gebruikt
worden om de MIDI boodschap
terug te sturen en weer te geven
via zijn eigen geluidsbron.
LOCAL CONTROL (Default: aan)
Deze instelling bepaalt of het toetsenbord en de klankbron van dit
keyboard intern aangesloten zijn of niet. Bij opname naar een computer of een ander extern toestel aangesloten op de MIDI IN/OUT
aansluiting, helpt het als LOCAL CONTROL uitgeschakeld is.
on: Alles dat op het toetsenbord gespeeld wordt, zal ook weergegeven worden door de interne klankbron en tegelijkertijd worden
afgegeven als een MIDI boodschap via de MIDI OUT aansluiting.
oFF: Alles dat gespeeld wordt op dit toetsenbord wordt als MIDI
boodschap afgegeven via de MIDI OUT aansluiting zonder te
worden weergegeven door de interne klankbron. Schakel LOCAL CONTROL uit (off) wanneer de MIDI THRU functie van
een computer of extern toestel gebruikt wordt. Merk tevens op
dat geen geluid geproduceerd zal worden door het keyboard
als LOCAL CONTROL uitgeschakeld en geen extern toestel aangesloten is.
1.
Blijf dan op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets drukken totdat het LOCAL CONTROL scherm verschijnt.
Voorbeeld: Als LOCAL CONTROL ingeschakeld is
D-38
ACCOMP MIDI OUT (Default: uit)
on: De automatische begeleiding wordt gespeeld door het keyboard
en de corresponderende MIDI boodschap afgegeven via de MIDI
OUT aansluiting.
oFF: MIDI boodschappen van de automatische begeleiding worden
niet afgegeven via de MIDI OUT aansluiting.
1.
Blijf dan op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets drukken totdat het ACCOMP MIDI OUT scherm verschijnt.
Voorbeeld: Als ACCOMP MIDI OUT uitgeschakeld is
2.
Schakel de stand aan en uit m.b.v. de [+] en [–] of [0]
en [1] toetsen.
Voorbeeld: Om ACCOMP MIDI OUT in te schakelen
702A-F-082A
TOUCH CURVE (Default: 0)
★ Wanneer SUS ingesteld is
0: Normale curve
1: Luider dan een normale toon zelfs wanneer weinig druk gebruikt
wordt om op klaviertoets te drukken. Als de toetsrespons uitgeschakeld is, wordt geluid bij een luider volume dan gewoonlijk
weergegeven.
1.
Blijf dan op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets drukken totdat het TOUCH CURVE SELECT scherm verschijnt.
Pedaal ingedrukt
Pedaal losgelaten
★ Wanneer SoS ingesteld is
Pedaal losgelaten
Pedaal ingedrukt
= Toetsenbord ingedrukt
= Aangehouden noten
2.
Schakel de stand aan en uit m.b.v. de [+] en [–] of [0]
en [1] toetsen.
Voorbeeld: Om toetscurve 1 in te stellen
SOUND RANGE SHIFT (Default: aan)
on: Verschuift tonen in het lage bereik naar een lagere octaaf en 072
PICCOLO naar een hogere oktaaf.
oFF: Speelt tonen in het lage bereik en 072 PICCOLO op hun normale niveau.
1.
ASSIGNABLE JACK
Blijf dan op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets drukken totdat het SOUND RANGE SHIFT scherm verschijnt.
SUS (aanhouden): Stelt een aanhoudeffect*1 in bij indrukken van
het pedaal.
SoS (sostenuto): Stelt een sostenuto-effect*2 in bij indrukken van het
pedaal.
SFt (zacht): Bewerkstelligt een vermindering van het geluid in bij
indrukken van het pedaal.
rHy (ritme): Bewerkstelligt bediening van de START/STOP toets bij
indrukken van het pedaal.
1.
2.
Verander de stand m.b.v. de [+] en [–] of [0] en [1]
toetsen.
Voorbeeld: Om SOUND RANGE SHIFT uit te schakelen
Blijf dan op de TRANSPOSE/TUNE/MIDI toets drukken totdat het ASSIGNABLE JACK scherm verschijnt.
Voorbeeld: Als aanhouden ingeschakeld is
Boodschappen
2.
Verander de stand m.b.v. de [+] en [–] of [0], [1], [2]
en [3] toetsen.
Voorbeeld: Om het ritme in te stellen
*1 Aanhouden
Bij pianotonen an andere klanken die wegsterven, werkt het pedaal
als een demppedaal waarbij de klanken langer aangehouden worden dan het pedaal ingedrukt gehouden wordt. Bij orgeltonen en
andere doorlopende klanken blijven op het keyboard gespeelde noten aangehouden worden totdat het pedaal wordt losgelaten. In beide gevallen wordt het aanhoudeffect tevens uitgeoefend op noten
die gespeeld worden terwijl het pedaal reeds ingedrukt is.
*2 Sostenuto
Dit effect werkt hetzelfde als bij aanhouden behalve dat het enkel
uitgeoefend wordt op noten die reeds klinken op het moment dat het
pedaal ingedrukt wordt. Noten die dus gespeeld worden als het pedaal reeds ingedrukt is, worden niet beïnvloed.
Er is een grote hoeveelheid boodschappen gedefinieerd onder de MIDI
standaard en dit hoofdstuk geeft de details betreffende die boodschappen die verzonden en ontvangen kunnen worden door dit keyboard.
Een asterisk wordt gebruikt om boodschappen aan te duiden die invloed hebben op het gehele keyboard. Die zonder asterisk betreffen
boodschappen die slechts op een kanaal invloed hebben.
Note on/off (noot aan/uit)
Deze boodschap zendt data bij het indrukken (NOTE ON) of loslaten
(NOTE OFF) van klaviertoetsen.
Een NOTE ON/OFF boodschap bevat een nootnummer (om aan te
geven welke toets ingedrukt of losgelaten wordt) en snelheid (druk
op het toetsenbord tussen 1 en 127). NOTE ON snelheid wordt altijd
gebruikt om het relatieve volume van de noot te bepalen. Dit keyboard ontvangt geen NOTE OFF snelheidsdata.
Bij indrukken of loslaten van een klaviertoets bij dit keyboard wordt
de corresponderende NOTE ON of NOTE OFF boodschap verzonden via de MIDI OUT aansluiting.
Druk op de toets
MIDI OUT
aansluiting
NOTE ON (noot aan)
• Nootnummer (toon)
• Snelheid (volume)
Laat de toets los
MIDI OUT
aansluiting
NOTE OFF (noot uit)
• Nootnummer (toon)
• Snelheid (volume)
702A-F-083A
D-39
❚ OPMERKING ❚
De toonhoogte van een noot hangt af van de gebruikte toon zoals aangegeven in de Notentabel op pagina A-1. Wanneer dit keyboard een nootnummer ontvangt dat buiten zijn bereik van noten valt wordt dezelfde noot
van de dichtstbijliggende octaaf gesubstitueerd.
All Sound Off (alle geluid uit)
Deze boodschap dwingt al het via het betreffende kanaal geproduceerde geluid te stoppen.
All Notes Off (alle noten uit)
Program Change (programmaverandering)
Dit is de toonkeuzeboodschap. De progammaverandering kan toondata bevatten binnen het bereik van 0 - 127.
Een programmaveranderboodschap wordt verzonden via de MIDI
OUT aansluiting van het keyboard telkens wanneer u het toonnummer met de hand verandert. Ontvangst van een programmaveranderboodschap van een externe machine verandert de tooninstelling
van dit keyboard.
❚ OPMERKING ❚
Dit keyboard ondersteunt 128 tonen in het bereik van 0 t/m 127. Kanaal 10
is echter het percussie-enkel kanaal en de kanalen 0, 8, 16, 24, 25, 32,
40, 48 en 62 corresponderen aan de negen drumklanken van dit keyboard.
Deze boodschap schakelt alle via het betreffende kanaal geproduceerde noten uit.
• Eventueel via een aanhoudpedaal of een sostenutopedaal aangehouden noten blijven klinken tot de volgende pedaal uit boodschap
ontvangen wordt.
Reset All Controllers (alle regelaars terugstellen)
Deze boodschap stelt toonhoogteregeling en andere bedieningsveranderingen terug naar de normale staat.
System Exclusive* (systeem-exclusief)
Pitch Bend (toonhoogtebereik)
Deze boodschap bevat informatie betreffende buigen van de toonhoogte zodat de toonhoogte tijdens spelen op het toetsenbord soepeltjes omhoog en omlaag gaat. Dit keyboard zendt geen toonhoogtebuigdata maar kan welke dergelijke data ontvangen.
Control Change (bedieningsverandering)
Deze boodschap voegt effecten toe zoals vibrator en veranderingen
in het volume die optreden tijdens spelen op het keyboard. Bedieningsveranderdata bevatten een bedieningsnummer (om het type
effect te identificeren) en een bedieningswaarde (om de aan/uit status en de effectdiepte in te stellen).
Hieronder volgt een lijst van data die verzonden of ontvangen kan
worden met de bedieningsverandering.
Effect
Bedieningsnummer
★ Modulatie
1
★ Volume
7
★ Pan
10
★ Expressie
11
Hold1
64
Sostenuto
66
Zacht pedaal
67
RPN*
Data-invoer
Deze boodschap wordt gebruikt om systeemexclusieve kenmerken
te regelen zoals toonfijnregelingen die uniek zijn voor een bepaalde
machine. Oorspronkelijk betekende systeemexclusief dat het kenmerkend was voor een bepaald model maar tegenwoordig zijn er als je
het zo mag omschrijven “universele systeemexclusieve” kenmerken
die van toepassing zijn bij machines van verschillende modellen en
zelfs van verschillend fabrikaat.
Hieronder volgen de systeemexclusieve boodschappen die door dit
keyboard worden ondersteund.
■ GM SYSTEM ON ([F0][7E][7F][09][01][F7])
De GM SYSTEM functie wordt door een externe machine gebruikt
om het GM systeem van dit keyboard in te schakelen. GM betekent
“General MIDI” ofwel algemene MIDI.
• GM SYSTEM ON neemt meer tijd in beslag dan andere boodschappen zodat wanneer GM SYSTEM ON in de sequencer opgeslagen
is het meer dan 100 msec kan duren tot de volgende boodschap.
■ GM SYSTEM OFF ([F0][7E][7F][09][02][F7])
GM SYSTEM OFF wordt door een externe machine gebruikt om het
GM systeem van dit keyboard uit te schakelen.p
100 / 101
6 / 38
★ geeft enkel-ontvangst boodschappen aan
* RPN is de afkorting van Registered Parameter Nummer (geregistreerd parameternummer) dat een speciale bedieningsveranderingsnummer is, gebruikt voor het combineren van meervoudige
bedieningsveranderingen. De bediende parameter wordt ingesteld
met de bedieningswaarden 100 en 101 waarna instellingen worden gemaakt m.b.v. de bedieningswaarden van voor DATA ENTRY (regelnummers 6 en 38).
Dit keyboard gebruikt RPN om transponeren (de algehele afstemming van dit keyboard in stapjes van een halve toon) en de afstemming (de algehele fijnafstemming van dit keyboard en de gevoeligheid van toonhoogtebuiging (toonhoogtebreedte in overeenkomst met buigdata) van een ander extern MIDI toestel te regelen
bij dit keyboard.
❚ OPMERKING ❚
De met het voetpedaal uitgeoefende aanhoud- (regelnummer 64) sostenuto (regelnummer 66) en het zachte (regelnummer 67) effecten zijn ook
van kracht.
D-40
702A-F-084A
Oplossen van moeilijkheden
Probleem
Geen geluid van het keyboard
Mogelijke oorzaak
Handeling
Zie pagina
1. Probleem met de stroomvoorziening.
1. Sluit de adapter op de juiste wijze aan,
let erop dat de polen (+/–) van de batterijen in de juiste richting wijzen en
controleer dat de batterijen niet leeg zijn.
2. Druk op de POWER toets om de spanning in te schakelen.
3. Verhoog het volume met de VOLUME
schuifregelaar.
4. Normaal spel is niet mogelijk op het begeleidingstoetsenbord terwijl de MODE
schakelaar op CASIO CHORD of FINGERED staat. Zet de MODE schakelaar
in de NORMAL stand.
5. Schakel de functie voor lokale bediening
in (ON).
6. Stel beide parameters in.
Pagina D-12
2. De stroom is niet ingeschakeld.
3. Het volume is te laag ingesteld.
4. De MODE schakelaar staat in de
CASIO CHORD of FINGERED stand.
5. De LOCAL CONTROL functie is uitgeschakeld.
6. MIDI data heeft de VOLUME en EXPRESSION instellingen ingesteld op 0.
Pagina D-14
Pagina D-14
Pagina D-17
Pagina D-38
Pagina D-40
Een van de volgende symptomen tijdens
werking op batterijen.
• Zwak brandende stroomindicator
• Het instrument kan niet ingeschakeld
worden.
• Donkere, moeilijk afleesbare display
• Abnormaal laag luidspreker-/hoofdtelefoonvolume
• Vervorming van het geluid
• Af en toe onderbreken van geluid tijdens
weergave bij een hoog volume
• Plotseling uitvallen van de stroom tijdens weergave bij een hoog volume
• Donker worden van de display bij weergave met een hoog volume
• Geluid blijft klinken zelfs na loslaten van
de toetsen
• De klank is totaal verschillend
• Abnormale weergave van ritmepatronen en demonstratiemelodieën
• Uitvallen van stroom, geluidsvervorming of laag volume bij spelen via een
aangesloten computer of MIDI toestel
Lage batterijspanning
Vervang de batterijen door een set nieuwe
of gebruik de netadapter.
Pagina D-12
Automatische begeleiding klinkt niet.
Volume van automatische begeleiding
staat op 000.
Verhoog met de ACCOMP VOLUME toets
het volume.
Pagina D-20
Geen verandering in het volume bij verandering in druk op de klaviertoetsen.
De toetsresponsfunctie is uitgeschakeld.
Druk op de TOUCH RESPONSE toets om
deze in te schakelen.
Pagina D-34
De klavoertoetsen in de schermhulp toetsenbordgids blijven branden.
Het keyboard is aan het wachten op het
spelen van de juiste noot tijdens weergave
met Stap 1 of Stap 2.
1. Druk op de verlichte toets om met Stap
1 of Stap 2 weergave te spelen.
2. Druk op de START/STOP toets om Stap
1 of Stap 2 weergave uit te schakelen.
Pagina D-25
Bij spelen van een ander MIDI instrument
kloppen de sleutel of de afstemming niet.
Transponeren of stemmen is op een andere waarde dan 00 ingesteld.
Gebruik de TRANSPOSE/TUNE/MIDI
toets om de van toepassing zijnde instelschermen te verkrijgen en zowel transponeren als stemmen op 00 in te stellen.
Pagina D-37
Automatische begeleiding of ritme kan
niet worden opgenomen.
Een spoor anders dan Spoor 1 is ingesteld
als opname spoor.
Stel Spoor 1 in m.b.v. de spoorkeuzetoetsen. (Spoor 2 is het melodiespoor.)
Pagina D-28
Bij spelen van algemene MIDI data meteen computer komen de weergavenoten
niet overeen met de noten die geproduceerd worden wanneer de verlichte klaviertoetsen worden ingedrukt op de
schermhulp toetsenbordgids.
Verkeerde SOUND RANGE SHIFT instelling
Gebruik de TRANSPOSE/TUNE/MIDI
toets om het SOUND RANGE SHIFT
scherm te verkrijgen en de instelling te corrigeren.
Pagina D-39
Bij spelen op het toetsenbord wordt een
onnatuurlijk geluid verkregen terwijl het
keyboard op een computer is aangesloten.
De MIDI THRU functie van de computer
is ingeschakeld.
Schakel de MIDI THRU functie van de computer uit of schakel de LOCAL CONTROL
functie bij dit keyboard uit.
Pagina D-38
Niet mogelijk om data van de akkoordbegeleiding bij een computer op te nemen.
De ACCOMP MIDI OUT functie is uitgeschakeld.
Schakel de ACCOMP MIDI OUT functie in.
Pagina D-38
702A-F-085A
Pagina D-25
D-41
Technische gegevens
Model:
CTK-571/CTK-573
Toetsenbord:
61 toetsen van standaard grootte, 5 octaven (met toetsrespons aan/uit)
Tonen:
137 (128 algemene MIDI tonen + 9 drumklanken); met lagen en splitsen
Ritme-instrumenttonen:
61
Polyfonie:
24 noten maximaal (12 voor bepaalde tonen)
Automatische begeleiding
Ritmepatronen:
100
Tempo:
Variabel (216 stappen,
Akkoorden:
3 vingerzetmethoden (CASIO CHORD, FINGERED, FULL RANGE CHORD)
Ritmeregeling:
START/STOP, INTRO, NORMAL/NORMAL FILL-IN, VARIATION/VARIATION FILL-IN, SYNCHRO/ENDING
Begeleidingsvolume:
0 - 127 (128 stappen)
Eén-toets voorkeuzes:
Roept instellingen op voor toon, tempo, laag, splits en begeleidingsvolume in overeenstemming
met het ritme.
3-staps les:
Weergave:
= 40 - 255)
3 lessen (stap 1, 2, 3)
Herhaalde weergave van een enkele melodie
Song Bank (melodiebank), Etude,
Concert Piece (concertstuk)
Aantal melodieën:
100 (Melodiebank: 50, Etude: 20, Concertstuk: 30)
Bedieningsregelaars:
PLAY/PAUSE, STOP, FF, REW, LEFT/TRACK 1, RIGHT/TRACK 2
Muziekinformatiefunctie:
Metronoom:
Maatslag:
Toon, automatische begeleiding, bankmelodienummers en -namen; staafnotatie, tempo, metronoom,
maat- en maatslagnummer, stapjesdisplay, akkoordnaam, vingerzetting, pedaalbediening, toetsenbord, pianoteken
Aan/Uit
1-6
Geheugen
Melodieën:
2
Opnamesporen:
2
Opnamemethode:
Real-time
Geheugencapaciteit:
Ca. 5.200 noten (totaal voor twee melodieën)
MIDI:
16 meervoudige ontvangst, GM niveau 1 standaard
Overige functies
Transponeren:
25 stappen (–12 halftonen tot +12 halftonen)
Stemmen:
101 stappen (A4=ca. 440Hz +_ 50 cent)
Aansluitingen
MIDI aansluitingen:
IN, OUT
Toewijsbare aansluiting:
Standaard aansluiting (aanhouden, sostenuto, zacht, ritme start/stop)
Hoofdtelefoon/uitgangs-aansluiting:
Stereo standaard aansluiting
Uitgangsimpedantie:
66액
Uitgangsspanning:
Max. 3,0V (RMS)
Stroomaansluiting:
Stroomvoorziening:
Batterijen:
9V gelijkstroom (9V DC)
2-wegs
6 batterijen maat D
Levensduur batterijen:
Circa 6 uur onafgebroken gebruik op mangaanbatterijen.
Netadapter:
AD-5
Automatisch uitschakelen stroom:
Schakelt spanning uit ca. 6 minuten na laatste bediening. Werkt enkel tijdens werking op batterijen,
kan met de hand uitgeschakeld worden.
Luidsprekervermogen:
2,0 w + 2,0 w
Stroomverbruik:
9V
Afmetingen:
96,1 x 37,5 x 14,3 cm
Gewicht:
Ca. 5,3 kg (zonder batterijen)
7,7w
• Ontwerp en technische gegevens onder voorbehoud.
D-42
702A-F-086B
Appendice / Appendix/ Appendice
■ Table de notes
■ Notentabel
■ Tabella delle note
(1)
(2)
(3)
(4)
(1)
(2)
(3)
(4)
(1)
(2)
(3)
(4)
(1)
(2)
(3)
(4)
000
001
002
003
004
005
006
007
008
009
24
24
12
12
24
24
24
24
24
24
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A0 - C8
A0 - C8
A0 - C8
A0 - C8
E1 - G7
E1 - G7
F2 - F6
C2 - C7
C4 - C8
C5 - C8
010
011
012
013
014
015
016
017
018
019
12
24
24
24
24
12
12
12
12
12
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
C4 - C6
F3 - F6
C3 - C6
F4 - C7
C4 - F5
C4 - C6
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
A0 - C8
020
021
022
023
024
025
026
027
028
029
24
12
24
12
24
24
24
24
24
24
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
C2 - C7
F3 - F6
C4 - C6
F3 - F6
E2 - C6
E2 - C6
E2 - D6
E2 - D6
E2 - D6
E2 - D6
030
031
032
033
034
035
036
037
038
039
24
24
24
24
24
24
24
24
24
24
A
A
B
B
B
B
B
B
B
B
E2 - D6
E2 - D6
E1 - G3
E1 - G3
E1 - G3
E1 - G3
E1 - G3
E1 - G3
E1 - G3
E1 - G3
(1)
(2)
(3)
(4)
(1)
(2)
(3)
(4)
(1)
(2)
(3)
(4)
(1)
(2)
(3)
(4)
040
041
042
043
044
045
046
047
048
049
24
24
24
24
24
24
24
24
24
24
A
A
A
B
A
A
A
B
A
A
G3 - C7
C3 - C6
C2 - C5
E1 - G3
E1 - C7
E1 - C7
B0 - G7
C2 - A3
E1 - C7
E1 - C7
050
051
052
053
054
055
056
057
058
059
24
12
24
24
12
12
24
24
24
24
060
061
062
063
064
065
066
067
068
069
12
24
12
12
24
24
24
24
24
24
A
A
A
A
A
A
A
B
A
A
F2 - F5
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
F3 - D6
C3 - G5
F2 - D5
C2 - G4
A3 - G6
E3 - A5
070
071
072
073
074
075
076
077
078
079
24
24
24
24
24
24
12
24
24
24
B A 1 - C5
A D3 - G6
C D5 - C8
A C4 - C7
A C4 - C7
A C4 - C7
A C4 - C7
A G3 - C6
A C4 - C7
A C4 - C6
(1)
(2)
(3)
(4)
(1)
(2)
(3)
(4)
(1)
(2)
(3)
(4)
(1)
(2)
(3)
(4)
080
081
082
083
084
085
086
087
088
089
12
12
12
12
12
12
12
12
12
24
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A0 - C8
A0 - C8
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
A0 - C8
C2 - C7
C2 - C7
090
091
092
093
094
095
096
097
098
099
12
12
12
12
12
12
12
12
12
12
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
12
12
12
12
24
24
24
24
24
12
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
C2 - C7
C3 - F5
C3 - C6
D3 - G5
G3 - C6
C3 - G5
C2 - F5
110
111
112
113
114
*115
*116
*117
*118
*119
12
24
24
24
12
24
24
24
12
24
A
A
A
A
A
D
D
D
D
D
G3 - C7
C3 - C5
C5 - C6
C4 - C5
E3 - E5
C4 - C5
C4 - C5
C4 - C5
C4 - C5
C4 - C5
(1)
(2)
(3)
(4)
*120
121
*122
*123
*124
*125
*126
*127
24
24
12
24
24
24
12
24
D
A
D
D
D
D
D
D
A C2 - C7
A C2 - C7
A C3 - G5
A C3 - G5
A C3 - C6
A C3 - C5
A A3 - A6
A A1 - D5
B F1 - G3
A A3 - A5
❚ REMARQUES ❚
702A-F-129A
(1) La signification de chaque type d'échelle est indiquée àdroite.
(2) La hauteur des notes marquées d'une astérisque ne change pas, quelle que soit la touche du clavier sur laquelle vous
appuyez.
(3) Les sons de percussions (numéros de sonorité 128 à 136) ont une polyphonie maximale de 12 notes.
(4) La mise en service de SOUND RANGE SHIFT (page F-39) sert àdécaler d'une octave les sonorités à échelles B et C.
C4 - C5
C4 - C5
C4 - C5 ❚ OPMERKINGEN ❚
C4 - C5 (1) De betekenis van elk bereiktype wordt hier boven beschreven.
(2) De met een asterisk aangegeven toonhoogte veranderen niet ongeacht welke klaviertoets ingedrukt wordt.
C4 - C5 (3) Percussieklanken (toonnummers 128 - 136) hebben een maximale polyfonie van 12.
inschakelen van SOUND RANGE SHIFT (pagina D-39) zullen tonen van bereiktype B en C één octaaf verschoven
C4 - C5 (4) Bij
worden.
C4 - C5
C4 - C5 ❚ NOTE ❚
(1) Il significato di ciascun tipo di gamma è descritto a destra.
(2) L'altezza di toni contrassegnati da un asterisco non cambia indipendentemente da quale tasto della tastiera viene
premuto.
(3) I suoni delle percussioni (numeri di tono da 128 a 136) hanno una polifonia massima di 12.
(4) L'attivazione di SOUND RANGE SHIFT (pagina I-39) causa lo spostamento di un'ottava dei toni del tipo di gamma B e C .
A-1
Range Type
C-1
C0
C1
C2
A=440Hz
C5
C6
C3
C4
C7
G7 C8
C9
G9
A
(Type standard)
(Normale soort)
(Tipo normale)
B
Instruments à
registre bas
Lage toonsoortinstrumenten
Strumenti con
altezza bassa
C
“072 PICCOLO”
seulement
Alleen
“072 PICCOLO”
Solo
“072 PICCOLO”
D
(Effet sonore)
(Geluidseffect)
(Effetto sonoro)
a
b
c
d
A-2
Sonorités sans gamme.
Geen schaal voor tonen.
Nessuna scala per i toni.
........Echelle du clavier (SOUND RANGE SHIFT en service)
........Toetsenbordbereik (SOUND RANGE SHIFT ingeschakeld)
........Gamma tastiera (SOUND RANGE SHIFT attivato)
........Echelle du clavier (SOUND RANGE SHIFT hors service)
........Toetsenbordbereik (SOUND RANGE SHIFT uitgeschakeld)
........Gamma tastiera (SOUND RANGE SHIFT disattivato)
........Echelle disponible (en utilisant la transposition ou la réception MIDI)
........Verkrijgbaar bereik (met gebruik van transponeren of MIDI ontvangst)
........Gamma disponibile (usando la trasposizione o la ricezione MIDI)
........Les notes dans ces écelles sont produites en jouant les notes de l'échelle c qui sont à
l'octave la plus près, suite à la transposition et la réception des données MIDI
........Noten in dit bereik worden geproduceerd door noten in bereik c te spelen die zich in de
dichtstbijzijnde octaaf bevinden en die het resultaat zijn van transponeren of ontvangst
van MIDI data.
........Le note in queste gamme sono prodotte suonando le note nella gamma c che sono
nell'ottava più vicina come risultato delle operazioni di trasposizione e ricezione dati MIDI.
702A-F-130A
E1 28
E6 88
D6 86
C6 84
B5 83
A5 81
G5 79
F5 77
E5 76
D5 74
C5 72
B4 71
A4 69
G4 67
F4 65
E4 64
D4 62
C4 60
B3 59
A3 57
G3 55
F3 53
E3 52
D3 50
C3 48
B2 47
A2 45
G2 43
F2 41
E2 40
D2 38
C2 36
B1 35
A1 33
G1 31
F1 29
E 6 87
C#6 85
B 5 82
A 5 80
F#5 78
E 5 75
C#5 73
B 4 70
A 4 68
F#4 66
E 4 63
C#4 61
B 3 58
A3 56
F#3 54
E 3 51
C#3 49
B 2 46
A2 44
F#2 42
E 2 39
C#2 37
B 1 34
A1 32
F#1 30
E 1 27
Key/Note number
HIGH Q
SLAP
SCRATCH PUSH
SCRATCH PULL
STICKS
SQUARE CLICK
METRONOME CLICK
METRONOME BELL
ACOUSTIC BASS DRUM
BASS DRUM
SIDE STICK
ACOUSTIC SNARE 1
HAND CLAP
ACOUSTIC SNARE 2
LOW FLOOR TOM
CLOSED HI-HAT
HIGH FLOOR TOM
PEDAL HI-HAT
LOW TOM
OPEN HI-HAT
LOW MID TOM
HIGH MID TOM
CRASH CYMBAL 1
HIGH TOM
RIDE CYMBAL 1
CHINESE CYMBAL
RID
Download PDF

advertising