Panasonic DMCGX80EF Operating instructions

Panasonic DMCGX80EF Operating instructions
Gebruiksaanwijzing
voor geavanceerde kenmerken
Digitale Camera
Model Nr.
DMC-GX80
Lees deze instructies zorgvuldig door voordat u dit product gebruikt
en bewaar deze handleiding, zodat u deze later kunt raadplegen.
Waarschuwingen op het scherm
P316
Problemen oplossen
P318
De benodigde informatie vinden
P2
Inhoud
P4
Inhoudsopgave van de functies
P9
Menulijst
P187
SQW0676
F0416CT0
until
2015/9/2
De benodigde informatie vinden
In deze “Gebruiksaanwijzing voor geavanceerde kenmerken” kunt u de informatie die u
 nodig heeft op de volgende pagina’s vinden.
Door op een paginanummer te klikken, kunt u naar de aangekoppelde pagina springen
en snel de informatie vinden.


Zoeken vanuit de “Inhoud”
 Klik op deze icoon om naar “Inhoud” te springen.

Zoeken in de lijst met functienamen
P9
Zoeken in de lijst met druk- en draaiknoppen
P14
Zoeken in de lijst met beeldschermen en
iconen
P309
Zoeken vanuit de “Waarschuwingen op het
scherm”
P316
Zoeken vanuit de “Menulijst”
 Klik op deze icoon om naar “Menulijst” te springen.
Zoeken vanuit de “Problemen oplossen”


P4
P187
P318
Klik op deze icoon om naar “De benodigde informatie vinden” te springen.
Klik op deze icoon om terug te keren naar de eerder weergegeven pagina.
Zie de volgende pagina voor details over het gebruik van deze
gebruiksaanwijzing.
Wi-FiR-functie
2
P3
P251
Gebruik van deze handleiding
Over de aanduiding van de toepasbare modus
Toepasbare modi:
De iconen duiden op de modussen die voor de functie beschikbaar zijn.
• Zwarte iconen: toepasbare modussen
• Grijze iconen: niet beschikbare modussen
[
] geeft aan dat de beschikbare functies variëren afhankelijk van de geregistreerde
opnamemodus.
∫ De symbolen in de tekst
:
MENU
Wi-Fi
Geeft aan dat het menu ingesteld kan worden door op de [MENU/SET]-toets
te drukken.
:
Geeft aan dat de Wi-Fi-instelling gemaakt kan worden door op de
[Wi-Fi]-toets te drukken.
:
Tips voor een vakkundig gebruik en opmerkingen over het opnemen.
:
Omstandigheden waarin een bepaalde functie niet gebruikt kan worden.
: Wordt vervolgd op de volgende pagina.
• Klik op een kruisreferentie in de tekst om naar de overeenkomstige pagina te springen.
In deze gebruiksaanwijzing worden de stappen voor de instelling van een
menu-onderdeel als volgt beschreven.
Voorbeeld: In het [Opname]-menu verandert [Kwaliteit] van [A] in [›]
MENU
>
[Opname] > [Kwaliteit] > [›]
• De beschrijving in deze handleiding is gebaseerd op de onderling verwisselbare lens
(H-FS12032).
3
Inhoud
De benodigde informatie vinden ...............................................................................2
Gebruik van deze handleiding ..................................................................................3
Inhoudsopgave van de functies ................................................................................9
1.
Voor Gebruik
Zorgdragen voor de fotocamera .............................................................................12
Standaardaccessoires.............................................................................................13
Namen en functies van de componenten ...............................................................14
Over de Lens ..........................................................................................................17
2.
Opstarten/Basisbediening
Het bevestigen van de Schouderriem .....................................................................18
Opladen van de Batterij ..........................................................................................19
• De Batterij erin doen.......................................................................................20
• Opladen ..........................................................................................................21
• Uitvoertijd en aantal te maken beelden bij benadering...................................24
Invoering en verwijdering van de Kaart (optioneel).................................................27
Kaartinformatie........................................................................................................28
• Formatteren van de kaart (initialisatie) ...........................................................29
• Approximatief aantal opneembare beelden en beschikbare opnametijd........30
Bevestigen/Verwijderen van de lens .......................................................................32
De datum en de tijd instellen (Klokinstelling) ..........................................................35
• De klok opnieuw afstellen...............................................................................36
Basisbediening........................................................................................................37
• Tips om mooie opnamen te maken ................................................................37
• Uittrekken/intrekken van de lens [als de onderling verwisselbare lens
(H-FS12032/H-FS35100) bevestigd is] ..........................................................38
Stel de hoek van de monitor in................................................................................39
• Gebruik van de zoeker ...................................................................................40
• Sluiterknop (foto's maken)..............................................................................42
• Filmknop (films opnemen) ..............................................................................42
• Modusknop (voor selectie van een opnamemodus).......................................43
• Modusknop op de voorkant/Modusknop op de achterkant.............................44
• Cursorknoppen/[MENU/SET] knop ................................................................47
• [DISP.]-knop (omschakelen van de weergegeven informatie)........................48
• Aanraakpaneel (Aanraakbediening) ...............................................................51
• Foto’s maken met gebruik van de aanraakfunctie..........................................52
Menuonderdelen instellen .......................................................................................54
Snel oproepen van veelgebruikte menu's
(Quick Menu) ..........................................................................................................56
• Aanpassen van de instellingen van het Snelmenu.........................................57
Toekennen van veelgebruikte functies aan de knoppen (functieknoppen) .............58
Tekst Invoeren.........................................................................................................61
4
3.
Opnamemodussen
Beelden maken m.b.v. de automatische functie
(Intelligent Auto modus) ..........................................................................................62
• Opnemen van nachtelijke taferelen ([iHandh. nachtop.]) ...............................65
• Combineren van beelden in een enkel beeld met een rijke gradatie ([iHDR])............66
• Foto's maken met een wazige achtergrond (Defocus Control) ......................67
• Opnemen van beelden door het veranderen van de helderheid of de kleurtoon........68
Foto's maken met automatisch ingestelde lensopening en sluitertijd
(Programma AE-modus) .........................................................................................69
Opnamen maken door het diafragma/de sluitertijd te specificeren .........................71
• Lensopening-Prioriteit AE-modus...................................................................72
• Sluiter-Prioriteit AE-modus .............................................................................72
• Handmatige Belichtingsmodus .......................................................................73
• Controleer de effecten van diafragma en sluitertijd (Preview-functie) ............75
• Gemakkelijk de sluitertijd/sluitertijd voor geschikte belichting
(OnPush AE) instellen....................................................................................76
Panoramafoto's maken (Panorama Shot-modus)...................................................77
Foto's maken die overeenkomen met de scène die opgenomen wordt
(Scene Guide modus) .............................................................................................80
Foto's maken met verschillende beeldeffecten
(Creative Control modus) ........................................................................................83
Films opnemen met de handmatig ingestelde lensopeningwaarde/sluitertijd
(Creatieve Videomodus) .........................................................................................89
• Minimaliseren van werkgeluiden tijdens een filmopname ..............................90
Registreren van uw favoriete instellingen (Voorkeuzemode) ..................................91
• Registratie van eigen menu-instellingen (registratie van klantinstellingen).........91
• Opnemen m.b.v. geregistreerde gebruikelijke instelling .................................92
4.
Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Automatisch instellen van het brandpunt ................................................................93
• Focusmodus (AFS/AFF/AFC) ........................................................................95
• Auto Focusmodus ..........................................................................................97
• Instellen van de positie van de AF-zone/veranderen van de maat van de
AF-zone........................................................................................................102
• Instelling van de positie van de AF-zone met de touch pad .........................104
• Optimaliseren van het brandpunt en de helderheid van een
aangeraakte positie......................................................................................105
Handmatig instellen van het brandpunt.................................................................106
Vastzetten van het brandpunt en de belichting (AF/AE-vergrendeling) ................109
Belichtingscompensatie ........................................................................................110
De lichtgevoeligheid instellen................................................................................ 112
De witbalans instellen ........................................................................................... 114
5
5.
Instellingen voor 4K Photo en Drive
4K-foto's maken .................................................................................................... 118
• Opnemen met [4K-burst] ..............................................................................121
• Opnemen met [4K-burst (S/S)] .....................................................................121
• Opnemen met [4K-voorburst] .......................................................................122
• Opmerkingen over de 4K-fotofunctie............................................................123
Beelden in een 4K-burst-bestand selecteren en bewaren ....................................126
Een focuspunt selecteren na een opname ([Post Focus]) ....................................131
• Opnemen met gebruik van [Post Focus] ......................................................131
• Selecteren van het gewenste scherpstelgebied en bewaren van de foto .........133
Selecteer een drive-modus ...................................................................................134
• Burstfunctie...................................................................................................135
• Zelfontspanner..............................................................................................137
Foto's maken terwijl een instelling automatisch aangepast wordt (Bracket opname) ........138
• Belichting Bracket.........................................................................................139
• Lensopening Bracket....................................................................................140
• Focus Bracket ..............................................................................................140
Automatisch beelden opnemen met ingestelde tijdsintervallen ([Intervalopname]) ........141
Creëren van stopmotion-beelden ([Stop-motionanimatie]) ...................................143
6.
Stabilisator, zoom en flitser
Beeldstabilisator....................................................................................................146
Beelden maken met de zoom ...............................................................................150
• Vergroten van het telescopische effect.........................................................151
• Zoomen met gebruik van aanraakbediening (Touch zoom) .........................155
Foto’s maken met de flitser ...................................................................................156
Instelling van de flitserfuncties ..............................................................................158
• Veranderen van de afvuurmodus .................................................................158
• Veranderen van de flitsermodus...................................................................159
• Instelling van de 2de gordijnsynchronisatie..................................................161
• De flitsoutput aanpassen ..............................................................................162
• Synchroniseren van de flitser-output met de belichtingscompensatie..........162
Fotograferen met draadloze flitsers ......................................................................163
• Gebruik van andere instellingen voor opnames met draadloze flitsers ..........165
7.
Films opnemen
Opnemen van films/4K-films .................................................................................166
• Instelling van formaat, grootte en beeldsnelheid ..........................................168
• Scherpstellen tijdens het opnemen van een video ([Continu AF])................170
Films opnemen die pannen en zoomen terwijl een vaste camerapositie
gehandhaafd blijft ([4K Live Bijsnijden]) ................................................................171
Foto’s maken terwijl u een film maakt ...................................................................174
Opnemen van Snap Movies..................................................................................176
6
8.
Afspelen en bewerken van beelden
Opnamen terugspelen ..........................................................................................179
Bewegende beelden terugspelen .........................................................................180
• Creëren van foto’s uit een video...................................................................181
Omschakelen van de afspeelwijze........................................................................182
• De terugspeelzoom gebruiken .....................................................................182
• Weergeven van meerdere schermen (Multi Playback).................................183
• Beelden afspelen op opnamedatum (Calender Playback) ...........................183
Afspelen van groepsbeelden.................................................................................184
Beelden wissen .....................................................................................................186
9.
De menufuncties gebruiken
Menulijst ................................................................................................................187
• [Opname]-menu ...........................................................................................187
• [Bewegend beeld]-menu ..............................................................................208
• [Voorkeuze]-menu ........................................................................................210
• [Set-up]-menu...............................................................................................220
• [Afspelen]-menu ...........................................................................................228
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Wat u kunt doen met de Wi-FiR-functie.................................................................251
Functies Wi-Fi .......................................................................................................252
Bediening met een smartphone/tablet ..................................................................254
• Installeren van de “Image App” app voor smartphone/tablet .......................254
• Verbinden met een smartphone/tablet..........................................................255
• Fotograferen via een smartphone/tablet (remote opname) ..........................259
• Afspelen van beelden in de camera .............................................................260
• Beelden bewaren die in de camera opgeslagen zijn ....................................260
• Beelden in de camera naar een SNS versturen ...........................................261
• Toevoegen van locatie-informatie afkomstig van de smartphone/tablet
op beelden die in de camera opgeslagen zijn..............................................261
• Samenvoegen van films die met Snap Movie op een smartphone/tablet
opgenomen zijn en uw voorkeur hebben .....................................................263
Weergeven van beelden op een TV......................................................................264
Verzenden van beelden ........................................................................................265
Verzenden van beelden naar een smartphone/tablet ...........................................269
Draadloos afdrukken .............................................................................................270
Versturen van beelden naar een AV-inrichting ......................................................271
Versturen van beelden naar een PC .....................................................................272
Gebruik van web-diensten ....................................................................................274
• Versturen van beelden naar een webservice ...............................................274
• Wanneer u berichten verstuurt naar [Cloud-synchr. service]........................277
Registratie bij “LUMIX CLUB” ...............................................................................278
• Over de [LUMIX CLUB] ................................................................................278
7
Verbindingen .........................................................................................................282
• Verbinden via een draadloos toegangspunt (via het netwerk) .....................283
• De camera rechtstreeks met een ander apparaat verbinden
(rechtsteekse verbinding).............................................................................285
• Snel verbinding maken met dezelfde instellingen als voorheen
([Selecteer doelapparaat uit geschiedenis]/[Selecteer doelapparaat uit
favorieten]) ...................................................................................................286
[Wi-Fi setup] Menu ................................................................................................288
11. Aansluiten op andere apparatuur
4K-films op een TV bekijken/
4K-films op een PC of recorder bewaren ..............................................................290
• Kijken naar films in 4K ..................................................................................290
• Opslaan van 4K-films ...................................................................................291
Beelden terugspelen op een TV-scherm...............................................................292
• Gebruik van VIERA Link (HDMI) ..................................................................294
Bewaren van foto's en films op uw PC..................................................................295
• Software downloaden ...................................................................................296
• Beelden naar de PC overbrengen ................................................................298
Bewaren van foto's en films op een recorder........................................................300
Beelden afdrukken ................................................................................................301
Van 3D-beelden genieten......................................................................................304
12. Overige
Optionele accessoires...........................................................................................307
Display Monitor/Display Zoeker ............................................................................309
Waarschuwingen op het scherm ...........................................................................316
Problemen oplossen .............................................................................................318
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik...................................................................328
8
Inhoudsopgave van de functies
Opnemen
Opnemen
Opnamefunctie ................................ P43
[Voorvertoning] ................................ P75
Panorama Shot-modus ................... P77
[4K-FOTO] .....................................P118
[Post Focus] .................................. P131
Lensopening Bracket..................... P140
Focus Bracket ............................... P140
[Intervalopname]............................ P141
[Stop-motionanimatie] ................... P143
[Multi-belicht.] ................................ P198
[Stille modus] ................................. P210
3D-opnames .................................. P304
Focus (AF/MF)
[Focusfunctie] .................................. P95
[AF mode] ........................................ P97
Regelen van de positie van de
AF-zone ......................................... P102
Manuele Focus .............................. P106
[AF/AE vergrend.] .......................... P109
Drive
[Aandrijfstand] ...............................P134
Maximum aantal beelden dat
continu opgenomen kan
worden........................................... P135
[Zelf ontsp.].................................... P137
Beeldkwaliteit en kleurtoon
[Gevoeligheid] ...............................P112
[Witbalans]..................................... P114
[Fotostijl] ........................................ P188
[Filterinstellingen] .......................... P190
[Fotoresolutie]................................ P192
[Kwaliteit] ....................................... P193
[Schaduw markeren] ..................... P195
[Int.dynamiek] ................................ P196
[I.resolutie] ..................................... P196
[HDR]............................................. P197
[Lang sl.n.red]................................ P202
[Schaduwcomp.] ............................ P202
[Diffractiecompensatie] ..................P203
[Kleurruimte] .................................. P203
Belichting
[Touch AE] .......................................P53
[1x drukken-AE] ...............................P76
[AF/AE vergrend.] ..........................P109
Belichtingscompensatie .................P110
Belichting Bracket ..........................P139
[Meetfunctie] ..................................P194
Stabilisator
Dual I.S. .........................................P146
Hybride beeldstabilisator met
5 assen ..........................................P146
Flits
[Flitserfunctie] ................................P159
2e gordijnsynchro ..........................P161
[Flitser instel.].................................P162
Instellingen van draadloze
flitsers ............................................P163
Bewaking
HDMI-uitgang tijdens opname .......P293
9
Films
Films
Creatieve Videomodus .................... P89
[Stille bediening] .............................. P90
[Opname-indeling] .........................P168
[Opn. kwaliteit] ............................... P168
Films in 4K.....................................P166
[4K Live Bijsnijden] ........................ P171
Foto’s maken terwijl u een film
opneemt ........................................ P174
[Snapfilm] ...................................... P176
Audio
[Micr. instellen] ...............................P208
[Uitsch. geluid vd wind] ..................P209
Beeldscherminstellingen
[Micr. weerg.] .................................P208
[Zebrapatroon] ...............................P216
[Zwart-wit Live View] ......................P217
Setup/Klant
Basisinstellingen
[Formatteren] ................................... P29
[Klokinst.] ......................................... P35
Omschakelen van de weergave ...... P48
Instellen van menu-items ................ P54
[Q.MENU] ........................................ P56
[Toon] ............................................ P221
[Besparing] .................................... P223
[Resetten] (initialisatie) ..................P226
[Sensorreiniging] ............................P227
Klantinstelling
[CUSTOM] in het Quick Menu .........P57
Functieknoppen ...............................P58
Voorkeuzemode...............................P91
[Voorkeuze] Menu..........................P210
Afspelen
Afspelen
Beelden afspelen...........................P179
Films afspelen ...............................P180
Afspeelzoom.................................. P182
Multi Playback ............................... P183
Wissen........................................... P186
[Auto review].................................. P218
Instellingen afspelen/weergave
[Diashow]....................................... P230
[Roteren]/[Scherm roteren] ............P246
Opmaken
[RAW-verwerking] ..........................P234
[Lichtcompositie] ............................P237
[Retouche wissen] .........................P239
[Nw. rs.]..........................................P244
[Bijsnijden] .....................................P245
Informatie toevoegen
[Locatie vermelden] .......................P233
[Titel bew.] .....................................P240
[Tekst afdr.]....................................P241
Beeldinstellingen
[Favorieten]....................................P247
[Print inst.]......................................P248
[Beveiligen] ....................................P249
10
Wi-Fi
Verbinden
“Image App” .................................. P254
[WPS (knop)] .........................P283, 285
Directe verbinding ......................... P285
In combinatie met andere apparatuur
Afspelen van beelden op een
TV ..................................................P264
Beelden afdrukken.........................P270
Beelden naar een AV-apparaat
versturen........................................P271
Beelden naar een PC versturen ....P272
Versturen van beelden naar een
web service....................................P274
Gebruik van
[Cloud-synchr. service] ..................P277
Image App
Remote opnemen .......................... P259
Bewaren van beelden.................... P260
Versturen van beelden ..........P261, 269
Versturen en toevoegen van
locatie-informatie ........................... P261
Samenvoegen van films die
opgenomen zijn met [Snapfilm] ..... P263
Verbindingen met andere apparatuur
PC
“PHOTOfunSTUDIO” .................... P296
“SILKYPIX Developer Studio” ....... P297
Beelden naar een PC
overzetten...................................... P272
Recorder
Dubben ..........................................P300
Printer
PictBridge ......................................P301
TV
Afspelen van beelden op een TV
scherm........................................... P292
[VIERA link] ...................................P294
11
1.
Voor Gebruik
Zorgdragen voor de fotocamera
Niet blootstellen aan sterke trillingen, schokken of druk.
• De lens, de monitor of de ombouw kunnen beschadigd worden bij gebruik onder de volgende
omstandigheden.
Hierdoor kunnen ook storingen ontstaan of kan het zijn dat het beeld niet wordt opgenomen,
indien u:
– Het toestel laten vallen of er tegen stoten.
– Hard op de lens of op de monitor duwt.
Dit toestel is niet stof-/druppel-/waterbestendig.
Vermijd het dit toestel te gebruiken op plaatsen waar veel stof, water, zand enz.,
aanwezig is.
• Vloeistoffen, zand en andere substanties kunnen in de ruimte rondom de lens, de knoppen,
enz., terechtkomen. Let bijzonder goed op omdat dit niet alleen storingen kan veroorzaken,
maar het toestel ook onherstelbaar kan beschadigen.
– Plaatsen met veel zand of stof.
– Plaatsen waar water in contact kan komen met dit apparaat zoals wanneer u het gebruikt op
een regenachtige dag of op het strand.
Als zand, stof of vloeistoffen zoals waterdruppels op de monitor terechtkomen, veeg die er
dan af met een droge, zachte doek.
– Doet u dat niet dan kan de monitor onjuist reageren op aanraakhandelingen.
Steek uw handen niet in demontagestructuur van de digitale camerabody.
Aangezien de sensoreenheid precisieapparatuur is, kan dit storingen of schade
veroorzaken.
Als u de camera schudt terwijl deze uitgeschakeld is, kunnen de sensoren bewegen of
kan een ratelend geluid gehoord worden. Het geluid wordt veroorzaakt door de
beeldstabilisator in de body en is geen teken van een slechte werking.
∫ Over condensatie (wanneer de lens, de zoeker of de monitor beslagen zijn)
• Condens treedt op wanneer de omgevingstemperatuur of de vochtigheid veranderen. Wees
voorzichtig met condensatie omdat dit vlekken en schimmel op de lens, de zoeker en de
monitor veroorzaakt en een slechte werking van de camera.
• Als er zich condens voordoet, het toestel uitzetten en deze gedurende 2 uur uit laten staan. De
mist zal op natuurlijke wijze verdwijnen wanneer de temperatuur van het toestel in de buurt
komt van de kamertemperatuur.
12
1. Voor Gebruik
Standaardaccessoires
Controleer of alle accessoires bijgeleverd zijn alvorens het toestel in gebruik te
nemen.
• De accessoires en de vorm ervan kunnen verschillen, afhankelijk van het land of het gebied
waar u de camera hebt gekocht.
Raadpleeg voor details over de accessoires “Beknopte gebruiksaanwijzing”.
• Batterijpak wordt aangegeven als batterijpak of batterij in de tekst.
• De SD-geheugenkaart, de SDHC-geheugenkaart en de SDXC-geheugenkaart worden
aangegeven als kaart in de tekst.
• De kaart is optioneel.
13
1. Voor Gebruik
Namen en functies van de componenten
∫ Camera
1
23
4
8
9
10 11
5
6
7
12
17
1 Toestel AAN/UIT (P35)
11
Laadlampje (P22)/
2 Statuslampje (P35)/
Lampje Wi-Fi®-verbinding (P252)
12
Stereomicrofoon (P208)
• Zorg ervoor de microfoon niet te bedekken
met uw vinger. Dat zou het geluid moeilijk
opneembaar kunnen maken.
12 Lusje voor schouderriem (P18)
3 Filmknop (P166)
13 Knop vrijgave lens (P32)
4 Sluiterknop (P42)
14 Lensvergrendeling
5 Instelknop (P43)
15 Bevestiging
6 Modusknop voorkant (P44)
16 Sensor
Zelfontspannerlampje (P137)/
7 AF-lamp (P211)
17 Pasmarkering voor de lens (P32)
8 Flits (P156)
9
16 15 14 13
Flitsschoen (bescherming flitsschoen) (P307)
• De bescherming van de flitsschoen buiten
het bereik van kinderen houden om het
inslikken ervan te voorkomen.
10 Referentieteken focusafstand (P108)
14
1. Voor Gebruik
20 21 22 23
19
24 25 26 27 28
29
30
33
34
18
31
32
40 39
38 37 36 35
18 Aanraakscherm (P51)/monitor (P309)
34 [(] (Afspeel)-toets (P179)
19 Oogdop (P330)
35 [DISP.]-knop (P48, 50)
20 Zoeker (P40)
36 Vrijgavehendel (P20)
21 Oogsensor (P41)
DC-koppelaardeksel (P308)
• Als u een netadapter gebruikt, wees er dan
37 zeker van dat het DC-koppelstuk van
Panasonic (optioneel) en de netadapter
(optioneel) gebruikt worden.
22 Diopterinstelring (P40)
[LVF]-knop (P40)/
23 [Fn4]-knop (P58)
[
] (4K Photo-modus)-knop (P118)/
24 [Fn3]-knop (P58)
25 Flitser-open-knop (P156)
26 [AF/AE LOCK]-knop (P109)
27 Functieknop achterop (P44)
28 Luidspreker (P221)
Cursorknoppen (P47)
3/[
] (ISO-gevoeligheid) (P112)
29 1/[
] (Witbalans) (P114)
2/[
] (Auto Focus modus) (P97)
4/[
] (Drive-modus) (P134)
38 Kaart-/Batterijdeksel (P20)
[
] (Wis)-knop (P186)/
] (Snelmenu/Terug)-knop (P56)/
[Fn2] knop (P58)
39 [
Montagedeel statief (P334)
• Het is niet mogelijk een statief met een
40 schroeflengte van 5,5 mm of meer veilig op
de camera te bevestigen en vast te zetten.
Dit kan de camera beschadigen.
∫ De functieknoppen ([Fn5] tot [Fn9])
• De functieknoppen ([Fn5] tot [Fn9]) (P58)
zijn aanraakiconen. Raak de [ ]-tab op het
opnamescherm aan om ze weer te geven.
30 [MENU/SET] knop (P47, 54)
31 [HDMI]-aansluiting (P292)
32 [CHARGE]-aansluiting (P19, 298, 301)
[
] (Post Focus)-knop (P131)/
33 [Fn1]-knop (P58)
15
1. Voor Gebruik
∫ Lens
H-FS12032
H-FS35100
3
1
4
1
H-H020A
4
5 2
H-FS14140
1
1
2
3
4
5
6
3
2
5
3
1
4
5 2
6
3
4
Lensoppervlak
Zoomring (P150)
Contactpunt
Pasmarkering voor de lens (P32)
Focusring (P107)
[O.I.S.] schakelaar (P146)
• De onderling verwisselbare lens (H-FS12032) heeft geen focusring maar de manuele focus
kan gebruikt worden om de camera te bedienen. (P106)
• De onderling verwisselbare lens (H-H020A) maakt gebruik van een lensaandrijfsysteem om
een compacte en heldere F1.7 lens te realiseren. Hierdoor kunnen geluid en trillingen
optreden tijdens het scherpstellen, maar dit is geen storing.
• Er zullen werkgeluiden worden opgenomen wanneer u automatisch scherp stelt tijdens het
opnemen van bewegende beelden. Het wordt aanbevolen op te nemen met [Continu AF]
(P170) op [OFF], als het werkgeluid een probleem voor u is. (P166) Het is overigens niet
mogelijk de focusmodus op [AFC] of [AFF] te zetten. (P95)
16
1. Voor Gebruik
Over de Lens
Dit toestel kan de speciale lenzen gebruiken die
compatibel zijn met de specificatie van de lensmontage
van het Micro Four ThirdsTM Systeem (Micro Four Thirds
montage).
U kunt ook een lens van een van de volgende
standaards gebruiken door een montageadapter te bevestigen.
Lens
Four Thirds™
montagespecificatielens
Montageadapter
Montageadapter (DMW-MA1: optioneel)
Leica M Montage onderling verwisselbare lens M Montageadapter (DMW-MA2M: optioneel)
Leica R Montage onderling verwisselbare lens R Montageadapter (DMW-MA3R: optioneel)
• Als een montageadapter voor een Leica lens gebruikt wordt, zet [Opn. zonder lens] (P219) dan
op [ON].
Over de lens en de functies
Afhankelijk van de gebruikte lens, zijn bepaalde functies zoals Auto Focus,
Beeldstabilisator en zoomfuncties mogelijk uitgeschakeld of werken anders.
Raadpleeg de website voor details over de gebruikte lens.
Raadpleeg onze catalogussen/webpagina’s voor de meest recente informatie over
compatibele lenzen.
http://panasonic.jp/support/global/cs/dsc/
(Deze site is alleen in het Engels.)
• De brandpuntlengte die op de gebruikte lens aangeduid wordt, zal dubbel zo lang zijn bij
gebruik op een filmcamera van 35 mm.
(Het zal gelijk zijn aan een lens van 100 mm als een lens van 50 mm gebruikt wordt.)
De firmware van uw onderling verwisselbare lens
Voor een opname die vloeiender verloopt, raden wij aan de firmware van de onderling
verwisselbare lens naar de laatste versie te updaten.
• Om de meest recente informatie over de firmware te lezen of de firmware te downloaden
kunt u onderstaande ondersteunende website bezoeken:
http://panasonic.jp/support/global/cs/dsc/
(Deze site is alleen in het Engels.)
• Om de firmware-versie van de onderling verwisselbare lens te controleren, dient u de lens op
de body van de camera te bevestigen en [Versie disp.] in het [Set-up]-menu te selecteren.
17
2.
Opstarten/Basisbediening
Het bevestigen van de Schouderriem
• We raden aan de schouderriem te bevestigen wanneer u het toestel gebruikt om het
vallen ervan tegen te gaan.
1
Haal de schouderriem door het lusje van
de schouderriem op het toestel.
A: Lusje voor schouderriem
A
2
3
4
Haal het uiteinde van de
schouderriem door de ring in de richting van
de pijl en haal het vervolgens door de
stopper.
Haal het uiteinde van de
schouderriem door het gat aan de andere
kant van de stopper.
Trek aan de schouderriem
en controleer vervolgens of
deze er niet uit zal komen.
• Voer stappen 1 tot 4 uit en
bevestig vervolgens de andere
kant van de schouderriem.
• Gebruik de schouderriem om uw schouder.
– Draag hem niet om uw nek.
Dit kan leiden tot letsel of ongevallen.
• Bewaar de schouderriem niet waar er een kind bij kan.
– De riem kan per ongeluk om hun nek gewikkeld raken.
18
2. Opstarten/Basisbediening
Opladen van de Batterij
Gebruik de speciale netadapter (bijgeleverd), USB-aansluitingskabel (bijgeleverd) en
batterij.
• De batterij wordt niet opgeladen voor de verzending. Laad dus de batterij eerst op.
• Laad de batterij alleen op wanneer deze in de camera zit.
Camera-omstandigheden
Opladen
Uitgezet
≤
Ingeschakeld
—
∫ Over batterijen die u voor dit toestel kunt gebruiken
Er is geconstateerd dat namaakbatterijpakketten, die sterk op het originele
product lijken, in omloop gebracht worden op bepaalde markten. Niet alle
batterijpakketten van dit soort zijn op gepaste wijze beschermd met een interne
bescherming om te voldoen aan de eisen van de toepasselijke
veiligheidstandaards. Er is een mogelijkheid dat deze batterijpakketten tot brand
of explosie kunnen leiden. Wij informeren u dat wij niet verantwoordelijk zijn
voor eventuele ongelukken of storingen die als gevolg van het gebruik van een
namaakbatterijpakket kunnen plaatsvinden. Om ervoor te zorgen dat veilige
producten gebruikt worden, raden we het gebruik aan van originele
batterijpakketten van Panasonic.
19
2. Opstarten/Basisbediening
De Batterij erin doen
1
1: Zet de vrijgavehendeltje in de
richting van de pijl.
2: Open het kaart-/batterijdeurtje.
• Altijd echte Panasonic batterijen
gebruiken.
• Als u andere batterijen gebruikt,
garanderen wij de kwaliteit van dit product niet.
2
Pas op in welke richting u de
batterij erin doet, zorg ervoor dat
deze er geheel inzit en controleer
vervolgens dat deze vergrendeld
is door het hendeltje A.
Om de batterij te verwijderen dient
u aan het hendeltje A te trekken in de richting van de pijl.
3
1: Sluit de kaart/batterijklep.
2: Zet de vrijgavehendeltje in de
richting van de pijl.
• Schakel de camera uit en wacht tot het statuslampje volledig uitgegaan is alvorens de batterij
te verwijderen.
(Anders zou dit apparaat niet meer normaal kunnen werken en zou de kaart zelf beschadigd
kunnen worden of zouden de beelden verloren kunnen gaan.)
20
2. Opstarten/Basisbediening
Opladen
• Er wordt aanbevolen de batterij te laden bij een omgevingstemperatuur tussen 10 oC en 30 oC
(dezelfde temperatuur als de batterijtemperatuur).
Plaats de batterij in dit toestel.
Controleer dat dit toestel uitstaat.
A Sluit de (bijgeleverde)
F USB-aansluitkabel (bijgeleverd)
USB-aansluitingskabel aan op de
• Controleer de richting van de
[CHARGE]-aansluiting.
aansluitingen en steek de stekker, die u
• Zet de camera recht overeind en zoek de
vasthoudt, recht naar binnen/naar buiten.
aansluiting op de onderkant op.
(Door de stekker schuin naar binnen te
B Opladen lamp
steken, of in de verkeerde richting, kan
C Netadapter (bijgeleverd)
een slechte werking ontstaan door
D Naar stopcontact
vervorming van de aansluiting.)
E PC (Ingeschakeld)
Sluit geen apparaten op niet correcte
aansluitingen aan. Dit kan een slechte
werking tot gevolg hebben.
(Opladen vanaf het stopcontact)
Verbind de netadapter (bijgeleverd) en deze camera met de USB-aansluitingskabel
(bijgeleverd) en steek de netadapter (bijgeleverd) in het stopcontact.
(Opladen vanaf een computer)
Verbind de computer en deze camera met de USB-aansluitingskabel (bijgeleverd).
• Als de computer in stand-by gaat tijdens het opladen van de batterij, zal het opladen stoppen.
• Het verbinden van deze camera aan een notebook die niet aangesloten is op een stopcontact
zal ervoor zorgen dat de batterij van de notebook sneller leeg raakt. Laat de camera niet
gedurende lange periodes verbonden.
• Zorg er voor altijd de camera aan een USB-aansluiting van de computer te verbinden.
Verbind de camera niet aan een monitor, toetsenbord of USB-aansluiting van een printer of een
USB-hub.
21
2. Opstarten/Basisbediening
∫ Over de oplaadlamp
Brandt rood:
Uit:
Opladen bezig.
Opladen is voltooid.
(Wanneer het opladen voltooid is, de camera loskoppelen van het
stopcontact of computer.)
Knippert rood: Laadfout. (P318)
∫ Oplaadtijd
Wanneer u de netadapter gebruikt (bijgeleverd)
Oplaadtijd
Ongeveer 190 min
• De aangeduide oplaadtijd is voor als de batterij volledig ontladen is.
De oplaadtijd kan variëren afhankelijk van hoe de batterij gebruikt wordt.
De oplaadtijd voor een batterij in een warme/koude omgeving of een batterij die lange tijd niet
gebruikt werd, kan langer zijn dan normaal.
• Als de stroom door een computer geleverd wordt, bepaalt de capaciteit van de stroomtoevoer
van de computer de oplaadtijd.
∫ Batterijaanduiding
4:3
L
AFS
• De aanduiding wordt rood en knippert als de resterende batterijstroom opgeraakt is.
98
(het statuslampje knippert ook)
Laad de batterij of vervang hem door een volledig geladen batterij.
22
2. Opstarten/Basisbediening
• Laat geen metalen voorwerpen (zoals clips) in de buurt van de contactzones van de
stroomplug.
Anders zou er een brand- en/of elektrische shock veroorzaakt kunnen worden door
kortsluiting of de eruit voortkomende hitte.
• Gebruik geen enkele andere USB-kabel dan de bijgeleverde kabel.
Dit kan en slechte werking tot gevolg hebben.
• Geen andere netadapters gebruiken dan de bijgeleverde adapter.
• Gebruik geen USB-extensiekabel.
• De netadapter (bijgeleverd) en USB-aansluitkabel (bijgeleverd) zijn alleen voor deze camera.
Gebruik deze niet met andere inrichtingen.
• Verwijder de batterij na gebruik.
(Een volle batterij raakt leeg als u deze lang niet gebruikt.)
• De batterij wordt warm na het gebruik/laden of tijdens het laden. Ook de fotocamera
wordt warm tijdens het gebruik. Dit is echter geen storing.
• De batterij kan opnieuw geladen worden wanneer deze nog enigszins opgeladen is, maar het
wordt niet aangeraden dat de batterijlading vaak aangevuld wordt terwijl de batterij nog
helemaal opgeladen is.
(Aangezien het kenmerkende zwellen plaats zou kunnen vinden.)
• Als er zich een probleem voordoet in het stopcontact, zoals een stroomuitval, zou het opladen
niet normaal voltooid kunnen worden. Als dit zich voordoet, koppel de USB-aansluitkabel
(bijgeleverd) dan los en verbind die opnieuw.
• Als het laadlampje zelfs niet gaat branden wanneer u de camera op de (bijgeleverd) netadapter
of een PC aansluit, controleer dan of de aansluiting correct is.
23
2. Opstarten/Basisbediening
Uitvoertijd en aantal te maken beelden bij benadering
Volgens de CIPA (Camera & Imaging Products Association)-standaard
Als een SDHC-geheugenkaart van Panasonic en de bijgeleverde batterij gebruikt
worden.
∫ Foto's maken (wanneer u de monitor gebruikt)
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS12032) gebruikt wordt
Aantal beelden
Ongeveer 290 beelden
opnametijd
Ongeveer 145 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS35100) gebruikt wordt
Aantal beelden
Ongeveer 290 beelden
opnametijd
Ongeveer 145 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt wordt
Aantal beelden
Ongeveer 280 beelden
opnametijd
Ongeveer 140 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140) gebruikt wordt
Aantal beelden
Ongeveer 280 beelden
opnametijd
Ongeveer 140 min
∫ Foto's maken (wanneer u de zoeker gebruikt)
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS12032) gebruikt wordt
Aantal beelden
Ongeveer 270 beelden
opnametijd
Ongeveer 135 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS35100) gebruikt wordt
Aantal beelden
Ongeveer 270 beelden
opnametijd
Ongeveer 135 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt wordt
Aantal beelden
Ongeveer 260 beelden
opnametijd
Ongeveer 130 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140) gebruikt wordt
Aantal beelden
Ongeveer 260 beelden
opnametijd
Ongeveer 130 min
24
2. Opstarten/Basisbediening
∫ Films opnemen (met gebruik van de monitor)
[AVCHD] (Opnemen terwijl de beeldkwaliteit op [FHD/17M/50i] staat)
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS12032) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 100 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 50 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS35100) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 100 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 50 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 100 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 50 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 100 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 50 min
[MP4] (Opnemen terwijl de beeldkwaliteit op [FHD/28M/50p] staat)
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS12032) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 100 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 50 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS35100) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 100 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 50 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 100 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 50 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 100 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 50 min
25
2. Opstarten/Basisbediening
[MP4] (Opnemen terwijl de beeldkwaliteit op [4K/100M/25p] staat)
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS12032) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 80 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 40 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS35100) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 80 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 40 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 80 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 40 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140) gebruikt wordt
Opneembare tijd
Ongeveer 80 min
Huidige opnametijd
Ongeveer 40 min
• De huidige opneembare tijd is de tijd die voor de opname beschikbaar is als handelingen, zoals
het in- en uitschakelen van dit toestel, het starten/stoppen van de opname, enz. herhaald
worden.
∫ Afspelen (met gebruik van de monitor)
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS12032) gebruikt wordt
Terugspeeltijd
Ongeveer 210 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS35100) gebruikt wordt
Terugspeeltijd
Ongeveer 210 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt wordt
Terugspeeltijd
Ongeveer 190 min
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140) gebruikt wordt
Terugspeeltijd
Ongeveer 210 min
• De uitvoertijden en aantal te maken beelden zullen verschillen afhankelijk van de
omgeving en de gebruiksaanwijzing.
In de volgende gevallen worden de gebruikstijden bijvoorbeeld korter en wordt het aantal te
maken beelden verminderd.
– In omgevingen met lage temperatuur, zoals skihellingen.
– Als de flitser herhaaldelijk gebruikt wordt.
• Wanneer de bedrijfstijd van de camera extreem kort wordt zelfs als de batterij goed opgeladen
is, zou de levensduur van de batterij aan zijn eind kunnen zijn. Koop een nieuwe batterij.
26
2. Opstarten/Basisbediening
Invoering en verwijdering van de Kaart
(optioneel)
• Controleer of het toestel uit staat.
1
1: Zet de vrijgavehendeltje in de
richting van de pijl.
2: Open het kaart-/batterijdeurtje.
• Altijd echte Panasonic batterijen
gebruiken.
• Als u andere batterijen gebruikt,
garanderen wij de kwaliteit van dit product niet.
2
Duw er net zolang tegen tot u een
“klik” hoort en let op de richting
waarin u de kaart plaatst.
Om de kaart uit te nemen, op de
kaart duwen tot deze “klikt” en de
kaart vervolgens rechtop
uitnemen.
A: De verbindingsuiteinden van de kaart niet aanraken.
3
1: Sluit de kaart/batterijklep.
2: Zet de vrijgavehendeltje in de
richting van de pijl.
• Schakel de camera uit en wacht tot het statuslampje volledig uitgegaan is alvorens de kaart te
verwijderen.
(Anders zou dit apparaat niet meer normaal kunnen werken en zou de kaart zelf beschadigd
kunnen worden of zouden de beelden verloren kunnen gaan.)
27
2. Opstarten/Basisbediening
Kaartinformatie
De volgende kaarten, die overeenstemmen met de SD-standaard, kunnen gebruikt
worden met dit toestel.
(Deze kaarten worden aangeduid als kaart in de tekst.)
• Dit toestel is compatibel met UHS-I UHS Snelheidsklasse 3
SD-geheugenkaart
(512 MB tot 2 GB)
standaard SDHC/SDXC-geheugenkaarten.
• De werking van de links aangeduide kaarten is bevestigd
met kaarten van Panasonic.
SDHC-geheugenkaart
(4 GB tot 32 GB)
SDXC-geheugenkaart
(48 GB tot 128 GB)
∫ Film-/4K-foto-opnames en snelheidsklassen
Op grond van het [Opname-indeling] (P168) en de [Opn. kwaliteit] (P168) van een film zal
een andere kaart nodig zijn. Om 4K-foto's op te nemen heeft u een kaart met een
snelheidsklasse nodig die 4K-foto-opnames ondersteunt. Gebruik een kaart die aan de
volgende waarden van de SD-snelheidsklasse of de UHS-snelheidsklasse voldoet.
• De SD-snelheidsklasse en de UHS-snelheidsklasse zijn de snelheidsklassen voor continu
schrijven. Zie het etiket op de binnenkant, enz., van de kaart, om de snelheidsklasse te
controleren.
[Opname-indeling]
[AVCHD]
[Opn. kwaliteit]
Alle
[MP4]
FHD/HD/VGA
[MP4]
4K
Bij opnames met 4K Photo /
[Post Focus]
Snelheidsklasse
Klasse 4 of hoger
UHS-snelheidsklasse 3
UHS-snelheidsklasse 3
• Gelieve deze informatie op de volgende website bevestigen.
http://panasonic.jp/support/global/cs/dsc/
(Deze site is alleen in het Engels.)
28
Voorbeeld van etiket
2. Opstarten/Basisbediening
Toegang tot de kaart
De toegangsaanduiding wordt rood als beelden op de kaart opgenomen
worden.
• Tijdens de toegang (schrijven van beelden, lezen en wissen,
formatteren, enz.) dit toestel niet uitschakelen, de batterij of de kaart
niet verwijderen of de (optionele) netadapter afsluiten. Stel dit toestel bovendien niet
bloot aan trillingen, stoten of statische elektriciteit.
De kaart of de gegevens op de kaart zouden beschadigd kunnen worden en dit apparaat
zou niet langer normaal kunnen werken.
Als de operatie faalt wegens vibratie, stoten of statische elektriciteit, de operatie
opnieuw uitvoeren.
• Als u de schrijfbeveiligingsschakelaar A op “LOCK” zet, kunt u de gegevens

misschien niet schrijven, wissen of formatteren of ze op opnamedatum
weergeven.
• De gegevens op de kaart kunnen beschadigd raken of verloren gaan als gevolg
van elektromagnetische golven, statische elektriciteit of het kapot gaan van de
camera of de kaart. Wij raden aan belangrijke gegevens op te slaan op een PC
enz.
• Houd de geheugenkaarten buiten het bereik van kinderen om te voorkomen dat ze de kaart
inslikken.
Formatteren van de kaart (initialisatie)
Formatteer de kaart alvorens beelden met dit toestel op te nemen.
Aangezien de gegevens na het formatteren niet teruggewonnen kunnen worden,
dient u van te voren een back-up van de benodigde gegevens te maken.
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Set-up] > [Formatteren]
• Gebruik een batterij met voldoende batterijstroom of de netadapter (optioneel) wanneer u
formatteert. Zet het toestel niet uit tijdens het formatteren.
• Als de kaart is geformatteerd op een PC of andere apparatuur, formatteert u dan de kaart
opnieuw op het toestel.
29
2. Opstarten/Basisbediening
Approximatief aantal opneembare beelden en beschikbare opnametijd
∫ Aantal opnamen
• Beeldverhouding [4:3], Kwaliteit [A]
[Fotoresolutie]
L (16M)
M (8M)
S (4M)
16 GB
1810
3310
5670
• Beeldverhouding [4:3], Kwaliteit [
[Fotoresolutie]
L (16M)
M (8M)
S (4M)
16 GB
550
640
700
32 GB
3630
6640
11360
64 GB
7260
13000
21480
128 GB
14380
25740
42540
32 GB
1110
1290
1410
64 GB
2230
2580
2800
128 GB
4420
5120
5550
]
∫ Beschikbare opnametijd (om bewegende beelden op te nemen)
• “h” is een afkorting voor uur, “m” voor minuut en “s” voor seconde.
• De opneembare tijd is de totale tijd van alle films die opgenomen zijn.
• [AVCHD]
[Opn. kwaliteit]
16 GB
32 GB
64 GB
128 GB
[FHD/28M/50p]
1h10m
2h30m
5h00m
9h55m
[FHD/17M/50i]
2h00m
4h5m
8h15m
16h25m
[FHD/24M/25p]/
[FHD/24M/24p]
1h25m
2h55m
5h50m
11h35m
[Opn. kwaliteit]
16 GB
32 GB
64 GB
128 GB
[4K/100M/25p]/
[4K/100M/24p]
20m00s
41m00s
1h20m
2h45m
[FHD/28M/50p]
1h10m
2h30m
5h00m
9h55m
[FHD/20M/25p]
1h35m
3h20m
6h40m
13h20m
[HD/10M/25p]
3h10m
6h20m
12h45m
25h25m
[VGA/4M/25p]
6h55m
14h05m
28h10m
55h55m
• [MP4]
30
2. Opstarten/Basisbediening
• Afhankelijk van de opname-omstandigheden en het type kaart kunnen het aantal opneembare
beelden en de beschikbare opnametijd variëren.
• AVCHD-films:
Het opnemen stopt als de continue opnametijd de 29 minuten en 59 seconden overschrijdt.
• MP4-films met [Opn. kwaliteit]-formaat [FHD], [HD] of [VGA]:
Het opnemen stopt als de continue opnametijd de 29 minuten en 59 seconden overschrijdt of
als het bestandformaat groter is dan 4 GB.
• MP4-films met [Opn. kwaliteit]-formaat [4K]:
Het opnemen stopt als de continue opnametijd de 29 minuten en 59 seconden overschrijdt.
– Als een SDHC-geheugenkaart gebruikt wordt: U kunt zelfs zonder onderbreking doorgaan
met opnemen als het bestandsformaat groter is dan 4 GB maar het filmbestand zal gesplitst
en afzonderlijk opgenomen/afgespeeld worden.
– Als een SDXC-geheugenkaart gebruikt wordt: u kunt een film in een enkel bestand opnemen.
• De maximaal beschikbare continue opnametijd wordt op het beeldscherm weergegeven.
31
2. Opstarten/Basisbediening
Bevestigen/Verwijderen van de lens
Door de lens te veranderen, zult u de opties die u heeft voor het maken van foto's
vergroten en dus ook het plezier dat u van de camera heeft.
• Controleer dat het toestel uitstaat.
• Wanneer de onderling verwisselbare lens (H-FS12032/H-FS35100) aangebracht of verwijderd
wordt, trek de lenscilinder dan in.
• Verwissel de lens in een plaats met weinig vuil of stof. Raadpleeg P329 als vuil of stof op de
lens terechtkomen.
De lens losmaken
• Bevestig de lensdop.
Terwijl u op de ontgrendelknop van de lens A
drukt, draait u de lens naar de pijl, tot de lens
stopt waarna u deze verwijdert.
• Houd het gedeelte rondom de basis van de lens vast om
deze te draaien.
• Als de lens van de camerabody weggenomen wordt, zorg er dan voor eerst de body-kap op de
camerabody aan te brengen en vervolgens de achterste lensdop op de lens.
Bevestigen van de lens
• Als de achterdop op de lens aangebracht is, verwijder die dan.
• Als de body-kap op het toestel zit, verwijder deze dan.
Lijn de pasmarkeringen van de lens B uit en draai de lens vervolgens in de richting
van de pijl tot de klik gehoord wordt.
• Druk niet op de vrijgaveknop van de lens C als u een lens aanbrengt.
• Probeer de lens niet te bevestigen wanneer u deze in een hoek met het toestel vasthoudt
omdat er zo krassen op de lensstructuur zouden kunnen komen.
32
2. Opstarten/Basisbediening
Bediening zoom
Gebruik van de onderling verwisselbare lens
(H-FS12032/H-FS35100/H-FS14140)
T
Draai aan de zoomring van de lens.
W
T-zijde: Vergroot de onderwerpsafstand
W-zijde: Verbreedt de gezichtshoek
De lenskap gebruiken
Wanneer u opneemt met sterk achtergrondlicht, zou er zich onregelmatige reflectie
kunnen voordoen binnen de lens. De lenskap reduceert dit fenomeen van ongewenst licht
op de gemaakte beelden en vermindert de contrastdaling. De lenskap neemt het teveel
aan licht weg en verbetert de beeldkwaliteit.
• De onderling verwisselbare lens (H-FS12032/H-H020A) heeft geen lenskap.
Aanbrengen van de (bloemvormige) lenskap die bij de verwisselbare lenzen
geleverd is (H-FS35100/H-FS14140)
Houd de lenskap vast door uw vingers te plaatsen
zoals de afbeelding toont.
• Houd de lenskap niet vast op een wijze dat deze
verbogen wordt.
1
Lijn het merkteken A ( ) op de lenskap uit met
het merkteken op de top van de lens.

2
Draai de lenskap in de richting van de pijl tot hij
klikt en lijn het merkteken B (
) op de
lenskap uit met het merkteken op de top van de
lens.
33

2. Opstarten/Basisbediening
Tijdelijk opbergen van de lenskap
Gebruik van de onderling verwisselbare lens (H-FS35100)
1 Draai de lenskap in de richting van de pijl om hem te verwijderen.
2 Lijn het merkteken C (
) op de lenskap uit met het merkteken op de top van de
lens.
3 Draai de lenskap in de richting van de pijl tot hij op zijn plaats klikt.
Gebruik van de onderling verwisselbare lens (H-FS14140)
1 Draai de lenskap in de richting van de pijl om hem te verwijderen.
2 Lijn het merkteken D ( ) op de lenskap uit met het merkteken op de top van de lens.
3 Draai de lenskap in de richting van de pijl tot hij op zijn plaats klikt.
34
2. Opstarten/Basisbediening
De datum en de tijd instellen (Klokinstelling)
• De klok is niet ingesteld wanneer het toestel vervoerd wordt.
1
Zet het toestel aan.
• Als de camera ingeschakeld wordt, zal het
controlelampje van de status 1 groen gaan branden.
• Als het taalselectiescherm niet wordt afgebeeld,
overgaan op stap 4.
2
3
4
5
Op [MENU/SET] drukken.
Druk op 3/4 om de taal te selecteren en druk
op [MENU/SET].
Op [MENU/SET] drukken.
Druk op 2/1 om de items te selecteren (jaar,
maand, dag, uur, minuten) en druk op 3/4 om
ze in te stellen.
A: De tijd in uw woongebied
B: De tijd in uw reisbestemmingsgebied
Instelling van weergavevolgorde en formaat
tijdweergave.
• Om het instelscherm voor de volgorde/tijd weer te geven,
selecteert u [Indeling] en drukt u vervolgens op [MENU/
SET].
6
Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
35
:
:
2. Opstarten/Basisbediening
7
8
9
Wanneer [De klokinstelling is voltooid.] weergegeven wordt, druk dan
op [MENU/SET].
Wanneer [Gelieve de thuiszone instellen] weergegeven wordt, druk
dan op [MENU/SET].
Druk op 2/1 om de thuiszone te selecteren
en druk vervolgens op [MENU/SET].
• Wanneer een onderling verwisselbare lens (H-FS12032/
H-FS35100) gebruikt wordt en de lenscilinder is
ingetrokken, is het niet mogelijk opnames te maken (er
zal een bericht weergegeven worden). Draai aan de
zoomring om de lens uit te trekken. (P38)
De klok opnieuw afstellen
Selecteer [Klokinst.] in het [Set-up]-menu. (P54)
• De klok kan opnieuw ingesteld worden, zoals getoond wordt in de stappen 5 en 6 op P35.
• De klokinstelling wordt behouden gedurende 3 maanden m.b.v. de ingebouwde
klokbatterij zelfs zonder de batterij.
(De opgeladen batterij in het apparaat laten gedurende 24 uur om de ingebouwde batterij
op te laden.)
• Als de klok niet is ingesteld, wordt niet de juiste datum afgedrukt als u de datumafdruk op de
beelden instelt met [Tekst afdr.] of de beelden laat afdrukken door een fotograaf.
36
2. Opstarten/Basisbediening
Basisbediening
Tips om mooie opnamen te maken
Het toestel voorzichtig vasthouden met beide handen, armen stil houden
en uw benen een beetje spreiden.
• Dek de flitser, het AF Assist-lampje A, de microfoon B of de luidspreker C niet af met
uw vingers of andere voorwerpen.
• Wanneer u foto's maakt, zorg er dan voor dat u stabiel staat en u niet tegen iemand of iets
anders in de nabijheid kan botsen.



∫ Spoort de richting van de camera op (Richtingsdetectiefunctie)
Deze functie spoort de verticale richting op wanneer u
opneemt met de camera verticaal gericht.
Wanneer u de opname afspeelt, wordt de opname
automatisch afgebeeld in verticale richting.
(Alleen beschikbaar wanneer [Scherm roteren] (P246)
ingesteld is op [ON].)
• Als het toestel verticaal gehouden wordt en aanzienlijk omhoog of omlaag gekanteld wordt voor
het opnemen, kan het zijn dat de Richtingdetectiefunctie niet correct werkt.
• Films, 4K-burst-bestanden en foto's die gemaakt zijn met [Post Focus] kunnen niet verticaal
weergegeven worden.
37
2. Opstarten/Basisbediening
Uittrekken/intrekken van de lens [als de onderling verwisselbare lens
(H-FS12032/H-FS35100) bevestigd is]
∫ Uittrekken van de lens
Draai de zoomring in de richting van pijl 1 van positie A (de
lens is ingetrokken) naar positie B [12 mm tot 32 mm
(H-FS12032), 35 mm tot 100 mm (H-FS35100)] om de lens
uit te trekken.
• Als de lenscilinder ingetrokken is, kunnen geen opnames
Voorbeeld: H-FS12032

gemaakt worden.
C De lens is ingetrokken
∫ Intrekken van de lens
Draai de zoomring in de richting van pijl 2 vanuit positie B
[12 mm tot 32 mm (H-FS12032), 35 mm tot 100 mm
(H-FS35100)] naar positie A om de lens in te trekken.
• De zoomring lijkt in de 12 mm-positie (H-FS12032) of de
35 mm-positie (H-FS35100) op zijn plaats te klikken maar blijf
aan de lens draaien tot positie A bereikt wordt.
• Wij raden aan de lens in te trekken wanneer u geen opnames
maakt.
D De lens is uitgetrokken
38

2. Opstarten/Basisbediening
Stel de hoek van de monitor in
• Let op dat uw vinger, enz., niet in de monitor bekneld raakt.
• Let bij het instellen van de hoek van de monitor op dat u niet te veel kracht uitoefent
omdat dit beschadigingen of een slechte werking kan veroorzaken.
• Wanneer u dit toestel niet gebruikt, sluit de monitor dan volledig in de oorspronkelijke stand.
∫ Opnames bij ongeacht welke hoek
De monitor kan naar goeddunken gedraaid worden. Dit is handig want het stelt u in staat
om opnames onder verschillende hoeken te nemen, door eenvoudig de monitor af te
stellen.
Foto’s maken onder een hoge hoek
Foto's maken onder een lage hoek
• Voordat een statief of standaard gebruikt worden, moet de monitor eerst in de oorspronkelijk
positie worden gezet.
• Afhankelijk van het statief of de standaard die gebruikt wordt, zal de maximum hoek waarop de
monitor ingesteld kan worden beperkt zijn.
39
2. Opstarten/Basisbediening
Gebruik van de zoeker
Diopter afstellen
Stel het diopter zo in dat u de karakters die in de zoeker
getoond worden, duidelijk kunt zien.
Schakelen tussen Monitor/Zoeker
Druk op [LVF] om tussen de monitor en de zoeker te
schakelen.
A [LVF]-knop
B Oogsensor
• U kunt de knop ook als een functieknop gebruiken. (P58)
Druk op [LVF].
Automatisch schakelen
tussen zoeker/monitor¢
Weergave zoeker¢
Weergave monitor
¢ Als [Oogsensor AF] in het [Voorkeuze]-menu op [ON] gezet is, stelt de camera automatisch
het brandpunt in als de oogsensor geactiveerd is. De camera laat geen pieptoon horen als
scherp gesteld wordt met [Oogsensor AF].
40
2. Opstarten/Basisbediening
∫ Opmerkingen over automatisch schakelen tussen zoeker/monitor
Het automatisch schakelen tussen zoeker/monitor stelt de oogsensor in staat de
weergave automatisch naar de zoeker te schakelen als u uw oog of een voorwerp er
vlakbij brengt.
• De oogsensor werkt mogelijk niet goed afhankelijk van de vorm van uw brillenglazen, de
manier waarop u de camera vasthoudt of fel licht rondom het oculair. Druk in dat geval op [LVF]
om de weergave om te schakelen.
• Tijdens afspelen van film of een diavoorstelling, schakelt de camera niet automatisch de
display naar de Zoeker met de oogsensor.
• De oogsensor werkt niet afhankelijk van de hoek van de monitor.
Instellen van de gevoeligheid van de oogsensor en het automatisch schakelen
tussen de Monitor en de Zoeker
MENU
>
[Voorkeuze] > [Oogsensor]
[Gevoeligheid] Dit zal de gevoeligheid van de oogsensor instellen.
[LVF/Scherm]
Dit zal de methode van schakelen tussen de monitor en de zoeker instellen.
[LVF/MON AUTO] (automatisch schakelen tussen de monitor en de
zoeker)/
[LVF] (zoeker)/[MON] (monitor)
• Als u op [LVF] drukt om de weergave om te schakelen, zal ook de instelling
van [LVF/Scherm] omgeschakeld worden.
41
2. Opstarten/Basisbediening
Sluiterknop (foto's maken)
De sluiterknop werkt in twee stappen. Druk erop om een foto te maken.
De ontspanknop tot de helft indrukken om scherp
te stellen.
A Lensopening
B Sluitertijd
C Aanduiding scherpstelling
• De diafragmawaarde en de sluitersnelheid worden
weergegeven.
(Het zal rood knipperen als de correcte belichting niet bereikt
wordt, tenzij de flitser ingesteld is.)
• Is het onderwerp eenmaal scherp gesteld, dan wordt de
aanduiding voor de scherpstelling weergegeven. (is het
onderwerp niet scherp gesteld, dan knippert deze aanduiding.)
C
3.5 60
AB
Druk de ontspanknop helemaal in (verder
indrukken), en maak het beeld.
• Als het beeld correct scherp gesteld is, zal de foto gemaakt worden, omdat [Prio. focus/
ontspan] (P212) aanvankelijk op [FOCUS] gezet is.
• Zelfs als u tijdens de bediening van het menu of het afspelen van beelden de sluiterknop tot
halverwege indrukt, kunt u de camera onmiddellijk gereed maken voor de opname.
Filmknop (films opnemen)
Start het opnemen door op de bewegend
beeldknop te drukken.
• Laat de videoknop onmiddellijk na het indrukken los.
Stop het opnemen door weer op de bewegend
beeldknop te drukken.
42
2. Opstarten/Basisbediening
Modusknop (voor selectie van een opnamemodus)
Selecteer de functie door de functieknop te
draaien.
• Draai de functieknop langzaam om de gewenste functie te
selecteren.
Intelligent Auto modus (P62)
Intelligent Auto Plus modus (P63)
Programma AE-modus (P69)
Lensopening-Prioriteit AE-modus (P72)
Sluiter-Prioriteit AE-modus (P72)
Handmatige Belichtingsmodus (P73)
Creatieve Videomodus (P89)
Voorkeuzemode (P91)
Panorama Shot-modus (P77)
Scene Guide modus (P80)
Creative Control modus (P83)
43
2. Opstarten/Basisbediening
Modusknop op de voorkant/Modusknop op de achterkant
Modusknop op de voorkant
Draaien:
De selectie van items of de instelling van waarden wordt uitgevoerd tijdens de diverse
instellingen.
Modusknop op de achterkant
Draaien:
De selectie van items of de instelling van waarden wordt uitgevoerd tijdens de diverse
instellingen.
Indrukken:
Handelingen die hetzelfde zijn als die van de [MENU/SET]-knop, zoals het vaststellen van
instellingen, enz., worden tijdens de verschillende instellingen uitgevoerd.
• Deze gebruiksaanwijzing beschrijft de bediening van de modusknop op de voorkant/achterkant
als volgt:
bijv. terwijl u de
modusknop op de voorkant
naar links of rechts draait
bijv. terwijl u de
modusknop op de
achterkant naar links of
rechts draait
bijv.: Door op de
modusknop op de
achterkant te drukken
Stelt u in staat de lensopening, de sluitertijd en andere instellingen uit te voeren als u zich
in de
/ / / -modussen bevindt.
Modusknop
Modusknop op de voorkant
Modusknop op de achterkant
(P69)
programmawisseling
Programmaschakeling¢
(P72)
Lensopeningwaarde
Lensopeningwaarde¢
(P72)
Sluitertijd
Sluitertijd¢
(P73)
Lensopeningwaarde
Sluitertijd
¢ Door op de modusknop op de achterkant te drukken, kunt u de belichtingscompensatie
instellen.
• In [Instellingen wieltje] in het [Voorkeuze]-menu kunt u de werkwijze van de modusknop op de
voorkant en van de modusknop op de achterkant veranderen. (P46)
44
2. Opstarten/Basisbediening
Tijdelijk veranderen van de items die aan de modusknoppen op de voor-/
achterkant toegekend zijn ([Dialwerking])
U kunt de items die aan de modusknoppen op de voor-/achterkant toegekend zijn tijdelijk
veranderen met gebruik van de functieknop waaraan [Dialwerking] toegekend is.
• U kunt de items die tijdelijk aan de modusknoppen op de voor-/achterkant toegekend moeten
worden, instellen in [Instelling dialwerking] in [Instellingen wieltje] in het [Voorkeuze]-menu.
(P46)
1
Stel een functieknop in op [Dialwerking]. (P58)
• De volgende stap is een voorbeeld waarin [Dialwerking] aan [Fn1] toegekend is.
2
Druk op [Fn1].
• Er zal een gids weergegeven worden die de items toont die
WB
ISO
tijdelijk aan de modusknoppen op de voor-/achterkant
0
98
toegekend zijn.
• Als geen handelingen verricht worden, zal de gids binnen enkele seconden verdwijnen.
3
Draai aan de modusknoppen op de voor-/achterkant
terwijl de gids weergegeven wordt.
• De instellingen van de aan de knoppen toegekende items
zullen veranderen.
ISO
WB
4
AWB
Druk op [MENU/SET] en stel in.
• U kunt deze stap ook uitvoeren door een van onderstaande handelingen te verrichten.
– Druk de sluiterknop tot halverwege in
– Druk op de modusknop op de achterkant
– Druk op [Fn1]
• De items die tijdelijk aan de modusknoppen op de voor-/achterkant toegekend zijn, kunnen
alleen gebruikt worden terwijl de gids (stap
weergegeven wordt.
2 ) of het instellingenscherm (stap 3 )
45
2. Opstarten/Basisbediening
∫ Instellen van de werkmethoden van de modusknop op de voorkant en de
modusknop op de achterkant
MENU
>
[Voorkeuze] > [Instellingen wieltje]
[Wieltje toewijzen (F/SS)]
Kent de bediening van de lensopeningwaarde en de sluitertijd
toe in de handmatige belichtingsmodus.
[
F
SS]:
Kent de lensopeningwaarde toe aan de modusknop op de
voorkant en de sluitertijd aan de modusknop op de achterkant.
[
SS
F]:
Kent de sluitertijd toe aan de modusknop op de voorkant en de
lensopeningwaarde aan de modusknop op de achterkant.
[Draairichting (F/SS)]
Verandert de rotatierichting van de modusknoppen voor het
instellen van de lensopeningwaarde en de sluitertijd.
[
]/[
]
[Belichtingscomp.]
Kent de belichtingscompensatie toe aan de modusknop op de
voorkant of aan de modusknop op de achterkant, zodat deze
onmiddellijk bijgesteld kan worden.
[
] (Modusknop op de voorkant)/[
] (Modusknop op de
achterkant)/[OFF]
Stelt de items in die tijdelijk aan de modusknoppen op de voor-/
achterkant toegekend moeten worden wanneer u op de
functieknop drukt waaraan [Dialwerking] toegekend is.
[
] ([Dialwerking])/[
] ([Dialwerking])
• De volgende items kunnen ingesteld worden.
[Instelling dialwerking]
– [4K Fotomodus] (P118)
– [Fotostijl] (P188)
– [Filtereffect] (P83, 190)
– [Aspectratio] (P192)
– [AF mode] (P97)
– [Focusfunctie] (P95)
– [Schaduw markeren]
– [Int.dynamiek] (P196)
– [I.resolutie] (P196)
– [Flitserfunctie] (P159)
– [Flitser instel.] (P162)
– [Gevoeligheid] (P112)
– [Witbalans] (P114)
– [Aandrijfstand] (P134)
(P195)
• [Schaduw markeren] maakt gebruik van twee
modusknoppen. Het zal automatisch aan beide
modusknoppen toegekend worden als u hem aan één van de
twee toekent.
46
2. Opstarten/Basisbediening
Cursorknoppen/[MENU/SET] knop
Op de cursorknop drukken:
Voert de selectie van items of de instelling van waarden, enz., uit.
Op [MENU/SET] drukken:
De instellingsinhouden, enz., worden bevestigd.
• Deze gebruiksaanwijzing geeft de op-, neer-, links- en
rechtsbeweging van de cursorknop weer als 3/4/2/1.
• Door [Cursortoets vergrend.] aan een functieknop toe te kennen, kunt u de cursorknoppen en
de [MENU/SET]-knop uitschakelen. (P58)
47
2. Opstarten/Basisbediening
[DISP.]-knop (omschakelen van de weergegeven informatie)
Druk op [DISP.] om de op het scherm weergegeven
informatie om te schakelen.
• Als de informatie op het scherm niet langer weergegeven wordt
omdat gedurende bepaalde tijd geen handeling uitgevoerd
werd, druk dan op de [DISP.]-knop of raak het scherm aan om
de informatie opnieuw weer te geven.
In de opnamemodus
Omschakelen van de weergavemethode van de zoeker/monitor
MENU
>
[Voorkeuze] > [LVF disp. stijl]
MENU
>
[Voorkeuze] > [Scherm disp. stijl]
[
] (zoekerstijl): maakt de beelden iets kleiner zodat de compositie van de beelden beter
bekeken kan worden.
[
] (monitorstijl): vergroot de beelden, die het gehele scherm zullen vullen zodat de
details bekeken kunnen worden.
∫[
] Lay-out van de Live View zoeker-stijl (voorbeeld van de weergave van de
zoeker-stijl)
Met informatie
(gedetailleerde
informatie)
50p
4:3
L
0
Met informatie
(gedetailleerde
informatie,
weergave
kantelsensor)
Met informatie
AFS
50p
98
0
4:3
L
0
98
48
Met informatie
(weergave van de
kantelsensor)
AFS
98
0
98
2. Opstarten/Basisbediening
∫[
] Lay-out van de monitor-stijl (voorbeeld van de weergave van de
monitor-stijl)
Met informatie
50p
4:3
L
0
Met informatie
(weergave
kantelsensor)
Zonder informatie
AFS
50p
4:3
L
AFS
0
98
Zonder informatie
(weergave van de
kantelsensor)
Uitgezet
98
Opname-informatie
op de monitor¢
ISO
AUTO
0
0
0
AFS
AWB
4:3
L
Wi-Fi Fn
98
¢ Als het opname-informatiescherm op de monitor weergegeven wordt, kunt u het gewenste
item aanraken en de instelling ervan rechtstreeks veranderen.
• Als u [LVF/Scherm disp. Stijl] toekent aan [Fn knopinstelling] (P58) in het [Voorkeuze]-menu
kunt u bij iedere druk op de toegekende functieknop de weergavestijl van de monitor of de
zoeker veranderen ([
]/[
]) die op dat moment in gebruik is.
∫ Over de weergave van de kantelsensor
Met de kantelsensor afgebeeld, is het makkelijk om de kanteling van de camera, enz. te
corrigeren.

A Horizontale richting:
B Verticale richting:

Kanteling naar links toe corrigeren
Corrigeren neerwaartse kanteling
• Wanneer de kanteling van de camera klein is, verandert de indicator naar groen.
• Zelfs na het corrigeren van de kanteling, zou er nog steeds een fout kunnen blijven bestaan
van ongeveer n1°.
• Wanneer er aanzienlijk omhoog of omlaag gekanteld wordt voor het opnemen, zou de
weergave van de kantelsensor niet correct weergegeven kunnen worden en zou de
Richtingsdetectiefunctie (P37) niet correct kunnen werken.
49
2. Opstarten/Basisbediening
In de afspeelmodus
Met informatie
4:3
L
1/98
98
Weergave van
gedetailleerde
informatie
Weergave
histogram
Zonder informatie
(weergave
highlight)¢
60
F3.5
0
AWB
ISO 200
WB
AFS
P
F3.5 60
STD.
0 ISO200
10:00 1. DEC.2016
F3.5 60
0
200
AWB
4:3
L
s
RGB
1/98
100-0001
100-0001
Zonder informatie
¢Dit wordt weergegeven als [Highlight] (P216) in het [Voorkeuze]-menu op [ON] staat.
• In bepaalde situaties, zoals tijdens het afspelen van films, kunt u alleen schakelen tussen het
scherm met informatie en het scherm zonder informatie.
50
2. Opstarten/Basisbediening
Aanraakpaneel (Aanraakbediening)
Het aanraakpaneel van dit toestel is capacitatief. Raak het paneel rechtstreeks aan met
uw blote vinger.
∫ Aanraken
Aanraken en loslaten van het aanraakscherm.
Fn5
Fn6
Fn7
Fn6
Fn8
Fn9
SNAP
∫ Verslepen
Een beweging zonder het aanraakscherm los te laten.
A
∫ Knijpen (vergroten/verkleinen)
Spreid het aanraakpaneel met twee vingers uiteen
(vergroten) of knijp het samen (verkleinen).
B
2.0X
• Raak het paneel aan met een schone, droge vinger.
• Als u een in de handel verkrijgbaar beschermvel voor de monitor gebruikt, neem dan de
instructies in acht die bij het vel verstrekt worden.
(sommige beschermvellen voor monitors kunnen het zicht of de werking verslechteren.)
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Het kan zijn dat het aanraakpaneel in de volgende gevallen niet normaal werkt.
– Als het door een gehandschoende hand aangeraakt wordt
– Als het aanraakpaneel nat is
51
2. Opstarten/Basisbediening
Foto’s maken met gebruik van de aanraakfunctie
Foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie
Toepasbare modi:
Door het scherp te stellen onderwerp slechts aan te raken, zal het scherp gesteld worden
en wordt de foto automatisch gemaakt.
1
Raak [ ] aan.
2
Raak [
×]
aan.
• De icoon zal in [
] veranderen en het wordt mogelijk
een foto te maken met de Touch Shutter-functie.
AE
3
Raak het scherp te stellen onderwerp aan en
neem de foto.
• De foto kan gemaakt worden wanneer het brandpunt
AE
verkregen is.
∫ Annuleren van de Touch Shutter-functie
Raak [
] aan .
• Als het afdrukken met de touch shutter mislukt, wordt de AF-zone rood en verdwijnt.
52
2. Opstarten/Basisbediening
Eenvoudig optimaliseren van de helderheid van een bepaalde zone (Touch AE)
Toepasbare modi:
U kunt de helderheid van een aangeraakte positie gemakkelijk optimaliseren. Als het
gezicht van het onderwerp donker lijkt, kunt u het scherm helderder maken
overeenkomstig de helderheid van het gezicht.
1
Raak [ ] aan.
2
Raak [
AE
] aan.
• Het instellingenscherm voor de optimaliseringspositie
van de helderheid wordt weergegeven.
AE ] gezet, die uitsluitend
voor Touch AE gebruikt wordt.
• De [Meetfunctie] wordt op [
3
AE
Raak het onderwerp aan waarvoor u de
helderheid wilt optimaliseren.
• Door [Reset] aan te raken, keert de optimalisatiepositie
van de helderheid terug naar het midden.
ュリヴヱハ
4
5HVHW
,QVW
Raak [Inst.] aan.
∫ Annuleren van de Touch AE-functie
Raak [
] aan.
• [Meetfunctie] keert terug naar de oorspronkelijk instelling en de optimaliseringspositie van de
helderheid wordt geannuleerd.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Bij het gebruik van de digitale zoom
– Wanneer [4K Live Bijsnijden] ingesteld is
– Als [Touch AF] in [Touch inst.] van het [Voorkeuze]-menu op [AF+AE] gezet is. (P105)
53
2. Opstarten/Basisbediening
Menuonderdelen instellen
U kunt of de knoppen bedienen of de monitor aanraken om menu-items in te stellen.
1
Op [MENU/SET] drukken.
[Opname] (P187)
In dit menu kunt u de beeldverhouding, het aantal pixels, 4K-foto's en
andere aspecten van de beelden die u aan het opnemen bent instellen.
[Bewegend beeld]
(P208)
Dit menu laat u de [Opname-indeling], [Opn. kwaliteit], en andere
aspecten voor filmopnames instellen.
[Voorkeuze] (P210)
De werking van het toestel, zoals het weergeven van het beeldscherm
en de werking van de knoppen, kan naar goeddunken ingesteld worden.
[Set-up] (P220)
Dit menu laat u de klokinstellingen uitvoeren, de toon van de
werkingspiep selecteren en andere instellingen die het
gemakkelijker voor u maken om de camera te hanteren maken.
U kunt ook de instellingen van de functies die met Wi-Fi verband
houden configureren.
[Afspelen] (P228)
Dit menu laat u de Bescherming, Knip- of Afdrukinstellingen, enz.
van gemaakte beelden instellen.
• Het [Set-up]-menu bevat enkele belangrijke instellingen die op de klok en de stroom van de
camera betrekking hebben.
Controleer de instellingen van dit menu alvorens de camera te gaan gebruiken.
2
Druk op 3/4 van de cursorknop om het
menu-item te selecteren en druk op
[MENU/SET].
• Het menu-item kan ook geselecteerd worden door
aan de modusknop op de achterkant te draaien.
• U kunt ook naar het volgende scherm gaan door op
[DISP.] te drukken.
(bij aanraakbediening)
Raak het menu-onderdeel aan.
• Er kan van pagina veranderd worden door [
54
]/[
] aan te raken.
2. Opstarten/Basisbediening
3
Druk op 3/4 van de cursorknop om de
instelling te selecteren en druk op
[MENU/SET].
• De instelling kan ook uitgevoerd worden door een
optie te selecteren, door aan de modusknop op de
achterkant te draaien en vervolgens op de
modusknop op de achterkant te drukken.
• Afhankelijk van het menuitem kan het zijn dat de
instelling ervan niet verschijnt, of dat deze op een
andere manier wordt weergegeven.
(bij aanraakbediening)
Raak de in te stellen instelling aan.
• Er zijn functies die niet ingesteld of gebruikt kunnen worden, afhankelijk van de modussen of
de menu-instellingen die op de camera gebruikt worden.
∫ Schakelen naar andere menu’s
1
2
3
Druk op 2.
Druk op 3/4 om een menuselectie-icoon te
selecteren, zoals [ ].
• U kunt de iconen voor het omschakelen van het menu
ook selecteren door aan de modusknop op de voorkant
te draaien.
Op [MENU/SET] drukken.
(bij aanraakbediening)
Raak een menuselectie-icoon aan, zoals [
∫ Sluit het menu
Druk op [
halverwege in.
] of druk de sluiterknop tot
(bij aanraakbediening)
Raak [
] aan.
55
].
2. Opstarten/Basisbediening
Snel oproepen van veelgebruikte menu's
(Quick Menu)
M.b.v. het snelle menu, kunnen sommige menu-instellingen gemakkelijk gevonden
worden.
• De kenmerken die afgesteld kunnen worden m.b.v. het Snelle Menu worden bepaald door de
functie of een weergavestijl waar het toestel zich in bevindt.
1
Druk op [
geven.
] om het Snelmenu weer te
• U kunt de knop ook als een functieknop gebruiken. (P58)
2
Draai aan de modusknop op de voorkant om
het menu-item te selecteren.
50p
4:3
0
3.5 60
3
4
Draai aan de modusknop op de achterkant
om de instelling te selecteren.
Druk op [
] om het menu te verlaten als
de instelling eenmaal voltooid is.
50p
3.5 60
4:3
AFS
L
AUTO
0
AWB
AFS
L
AUTO
AWB
• U kunt ook items instellen door op de cursorknoppen 3/4/2/1 te drukken.
Opname-informatie op de monitor in [
] (Monitorstijl)
(P48)
ISO
Druk op [
], draai aan de modusknop op de
AUTO
achterkant om een item te selecteren en druk vervolgens op
AFS
de modusknop op de achterkant.
Draai aan de modusknop op de achterkant om de instelling te
AWB
selecteren en druk vervolgens op de modusknop op de
achterkant om hem in te stellen.
• U kunt de instelling ook met 3/4/2/1 en [MENU/SET] uitvoeren.
56
0
0
0
4:3
L
Wi-Fi Fn
98
2. Opstarten/Basisbediening
Aanpassen van de instellingen van het Snelmenu
Als [Q.MENU] (P218) in het [Voorkeuze]-menu op [CUSTOM] gezet is, kan het Quick
Menu naar wens veranderd worden.
Er kunnen tot 15 items in het Quick Menu ingesteld worden.
1
Druk op 4 om [
] te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
AFS
4:3
L
2
3
Druk op 3/4/2/1 om het menu-item in de bovenste
rij te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Druk op 2/1 om de lege ruimte op de onderste
regel te selecteren en druk vervolgens op [MENU/
SET].
A Items die ingesteld kunnen worden
B Ingestelde items
A
1 23 4 5
AFS
4:3
L
• U kunt het menu-item ook instellen door het van de
B
bovenste naar de onderste regel te verslepen.
• Als er geen lege ruimte op de onderste regel is, kunt u een bestaand item vervangen door
een nieuw item door het bestaande item te selecteren.
• Om de instelling te wissen, verplaatst u zich naar de onderste rij door op 4 te drukken en
vervolgens een te wissen item te selecteren waarna u op [MENU/SET] drukt.
4
Druk op [
].
• Het zal naar het beeldscherm van stap 1 terugkeren.
Druk op [MENU/SET] om naar het opnamescherm te schakelen.
57
2. Opstarten/Basisbediening
Toekennen van veelgebruikte functies aan de
knoppen (functieknoppen)
U kunt opnamefuncties, enz., aan specifieke knoppen en iconen toekennen.
• Sommige functies kunnen niet toegekend worden, afhankelijk van de functieknop.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
2
3
>
[Voorkeuze] > [Fn knopinstelling]>
[Instelling in opnamemodus]/[Instelling in afspeelmodus]
Druk op 3/4 om de functieknop waaraan u een
functie wilt toekennen te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
Druk op 3/4 om de functie die u wilt toekennen te
selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
• Raadpleeg voor details over de functies die in [Instelling in
opnamemodus] ingesteld kunnen worden P59.
• Raadpleeg voor details over de functies die in [Instelling in afspeelmodus] ingesteld
kunnen worden P60.
• Selecteer [Terug naar standaard] om de instellingen van de default-functieknop opnieuw
in te stellen.
∫ Configureren van de instelling van de functieknoppen vanuit het beeldscherm
met opname-informatie op de monitor
Het aanraken van [Fn] op het beeldscherm met opname-informatie op de monitor (P48)
stelt u ook in staat het scherm weer te geven in stap 2.
∫ Snel functies toekennen
Het scherm voor de toekenning, dat weergegeven wordt in bovenstaande stap 3, kan
weergegeven worden door een functieknop ([Fn1] tot [Fn4]) 2 seconden lang ingedrukt te
houden.
Opnamemodus:
Het scherm voor de functietoekenning voor [Instelling in opnamemodus] wordt
weergegeven.
Afspeelmodus:
Het scherm voor de functietoekenning voor [Instelling in afspeelmodus] wordt
weergegeven.
• In sommige gevallen kan het scherm voor de toekenning van functies niet weergegeven
worden, afhankelijk van de modus of het weergegeven beeldscherm.
58
2. Opstarten/Basisbediening
Gebruik van de functieknoppen tijdens het opnemen
U kunt de toegekende functies gebruiken door tijdens de opname op een functieknop te
drukken.
∫ Gebruik van de functieknoppen met aanraakhandelingen
1
2
Raak [ ] aan.
Raak [Fn5], [Fn6], [Fn7], [Fn8] of [Fn9] aan.
Fn5
Fn6
Fn7
Fn6
Fn8
Fn9
SNAP
∫ Functies die toegekend kunnen worden in [Instelling in opnamemodus]
Menu [Opname]/Opnamefuncties
– [Meetfunctie] (P194)
– [Bracket] (P138)
– [Focusfunctie] (P95)
– [Schaduw markeren] (P195)
– [Int.dynamiek] (P196)
– [I.resolutie] (P196)
– [Post Focus] (P131): [Fn1]¢
– [HDR] (P197)
– [Sluitertype] (P199)
– [Flitserfunctie] (P159)
– [Flitser instel.] (P162)
– [Draadloze setup(Flitser)] (P164)
– [Ex. Tele Conv.]
(foto’s/films) (P151)
– [Dig. zoom] (P153)
– [Stabilisatie] (P146)
– [Gevoeligheid] (P112)
– [Witbalans] (P114)
– [AF mode/MF] (P97, 106)
– [Aandrijfstand] (P134)
– [Terug naar standaard]
Menu [Bewegend beeld]
– [4K Live Bijsnijden] (P171)
– [Filmopnamestnd]
– [Snapfilm] (P176): [Fn9]¢
([Opname-indeling] (P168)/[Opn. kwaliteit]
(P168))
– [Foto/film] (P174)
– [4K Fotomodus] (P118): [Fn3]¢
– [Wi-Fi] (P252): [Fn5]¢
– [Q.MENU] (P56): [Fn2]¢
– [LVF/Scherm] (P40): [Fn4]¢
– [LVF/Scherm disp. Stijl] (P49)
– [AF/AE LOCK] (P109)
– [AF AAN] (P108, 109)
– [Voorvertoning] (P75): [Fn6]¢
– [1x drukken-AE] (P76)
– [Touch AE] (P53)
– [Niveaumeting] (P49): [Fn7]¢
– [Focus instellen] (P60)
– [Zoombediening] (P150)
– [Cursortoets vergrend.] (P60)
– [Dialwerking] (P45)
– [Fotostijl] (P188)
– [Filtereffect] (P83, 190)
– [Aspectratio] (P192)
– [Fotoresolutie] (P192)
– [Kwaliteit] (P193)
59
2. Opstarten/Basisbediening
Menu [Voorkeuze]
– [Zwart-wit Live View] (P217)
– [Opn.gebied] (P218)
– [Stapsg. zoom] (P154)
– [Zoom snelheid] (P154)
– [Touch scherm] (P219)
– [Stille modus] (P210)
– [Peaking] (P214)
– [Histogram] (P215): [Fn8]¢
– [Richtlijnen] (P215)
– [Zebrapatroon] (P216)
¢ Instelling van de functieknoppen op het moment van aankoop.
• Als [Focus instellen] ingesteld is, is het mogelijk om het beeldscherm voor de instelling van of
de AF-zone of MF Assist weer te geven.
• De werking van de cursorknop en [MENU/SET] zijn uitgeschakeld als [Cursortoets vergrend.]
ingesteld is. Druk opnieuw op de functieknop om ze in te schakelen.
In deze gevallen niet beschikbaar:
] ([4K-burst (S/S)]) van 4K-Foto.
• [Fn1] is niet beschikbaar voor opnames met [
• [Fn3] kan in de volgende gevallen niet gebruikt worden.
– Wanneer u [Multi-belicht.] gebruikt
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [4K Live Bijsnijden] gebruikt
• [Fn5], [Fn6], [Fn7], [Fn8] en [Fn9] kunnen niet gebruikt worden wanneer de zoeker in gebruik
is.
Gebruik van de functieknoppen tijdens het afspelen
U kunt een toegekende functie rechtstreeks op een geselecteerd beeld instellen door
tijdens het afspelen op de functieknop te drukken.
Voorbeeld: Wanneer [F1] op [Favorieten] gezet is
1
2
Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen.
Druk op [Fn1] en stel het beeld vervolgens in als
[Favorieten].
∫ Functies die toegekend kunnen worden in [Instelling in afspeelmodus]
• De volgende functies kunnen aan de knop toegekend worden: [Fn1], [Fn3] of [Fn4].
[Afspelen]-menu/Afspeelfuncties
– [Wi-Fi] (P252): [Fn3]
– [LVF/Scherm] (P40): [Fn4]¢
– [Favorieten] (P247): [Fn1]¢
– [Print inst.] (P248)
– [Beveiligen] (P249)
– [Apart wissen] (P186)
– [Uit]
– [Terug naar standaard]
¢
¢ Instelling van de functieknoppen op het moment van aankoop.
60
1/98
2. Opstarten/Basisbediening
Tekst Invoeren
1
Druk op 3/4/2/1 om tekst te selecteren en
druk vervolgens op [MENU/SET] om deze te
registreren.
• Beweeg de cursor naar [
•
•
•
•
2
] en druk vervolgens op
[MENU/SET] om de tekst om te schakelen tussen [A]
(hoofdletters), [a] (kleine letters), [1] (nummers) en [&]
(speciale lettertekens).
Om dezelfde karakters in een rij in te voeren, beweegt u de cursor door de modusknop
op de achterkant naar rechts te draaien.
De volgende handelingen kunnen uitgevoerd worden door de cursor naar het item t
verplaatsen en op [MENU/SET] te drukken:
– []]: Een spatie invoeren
– [Wissen]: Karakter wissen
– [ ]: beweegt de cursor voor de invoerpositie naar links
– [ ]: beweegt de cursor voor de invoerpositie naar rechts
Er kan een maximum van 30 letters ingevoerd worden.
(Maximum van 9 letters wanneer u namen instelt in [Gezicht herk.])
Er kan een maximum van 15 karakters ingevoerd worden voor [ ], [ ], [ ], [ ] en [ ].
(maximaal 6 karakters wanneer u namen instelt in [Gezicht herk.])
Druk op 3/4/2/1 om de cursor te verplaatsen naar [Inst.] en druk
vervolgens op [MENU/SET] om tekstinput te beëindigen.
61
3.
Opnamemodussen
Beelden maken m.b.v. de automatische functie
(Intelligent Auto modus)
Opnamefunctie:
In deze modus maakt de camera optimale instellingen voor het onderwerp en de scène,
dus wordt het aanbevolen als u wenst de instellingen aan de camera over te laten zonder
erover na te moeten denken.
1
Zet de modusknop op [¦].
• De camera zal schakelen naar de meest recentelijk
gebruikte van de Intelligent Auto Plus modus of de
Intelligent Auto modus.
Op het moment van aankoop is de modus op de
Intelligent Auto Plus modus gezet.
2
Lijn het scherm uit met het onderwerp.
• Wanneer het toestel de optimale scène identificeert,
wordt de icoon van de scène in kwestie in het blauw
gedurende 2 seconden afgebeeld, waarna die terugkeert
naar zijn gewoonlijke rode kleur. (Automatische
scènedetectie)
62
3. Opnamemodussen
De camera detecteert scènes automatisch (scènedetectie)
( : Tijdens het maken van foto's, : Tijdens het maken van films)
[i-Portret]
[i-Landschap]
[i-Macro]
[i-Nachtportret]¢1
[i-Nachtl.schap]
[iHandh.
nachtop.]¢2
[i-Voedsel]
[i-Baby]¢3
[i-Zonsonderg.]
[i-Zacht licht]
¦
¢1 Alleen weergegeven als de ingebouwde flitser geopend is.
¢2 Alleen weergegeven als [iHandh. nachtop.] op [ON] staat. (P65)
¢3 Als [Gezicht herk.] op [ON] gezet is, zal [ ] weergegeven worden
voor verjaardagen van geregistreerde gezichten die al ingesteld
waren, maar alleen wanneer het gezicht/oog van een persoon
jonger dan 3 jaar gedetecteerd wordt.
• [¦] is ingesteld als geen van de scènes van toepassing zijn en de
standaardinstellingen ingesteld zijn.
• Als 4K-foto's gemaakt worden, of als opgenomen wordt met gebruik
van [Post Focus], werkt de scènedetectie op dezelfde manier als voor
filmopnames.
∫ Schakelen tussen de Intelligent Auto Plus modus en de Intelligent Auto modus
Selecteer de [
] of de [
]-tab op het menuscherm, druk op 1 om [
selecteren en druk op [MENU/SET].
Het is ook mogelijk om het selectiescherm
weer te geven door op het opnamescherm
de icoon van de opnamemodus aan te
raken.
63
] of [
] te
3. Opnamemodussen
De Intelligent Auto Plus modus stelt u in staat bepaalde instellingen aan te passen, zoals
de helderheid en de kleurtoon, terwijl de Intelligent Auto modus ook voor andere
instellingen gebruikt wordt zodat u foto's kunt maken die beter bij uw voorkeur passen. Om
gemakkelijker foto's te maken, gebruikt u de Intelligent Auto modus.
(±: mogelijk, —: niet mogelijk)
Intelligent Auto Plus
modus
Intelligent Auto modus
Instellen van de
helderheid
±
—
Instellen van de
kleurtoon
±
—
Defocus Control
±
±
Menu's die ingesteld
kunnen worden
Veel
Weinig
∫ Auto Focus, Gezichts-/Oogdetectie en Gezichtsherkenning
De Auto Focusmodus wordt automatisch op [š] gezet. Als u het onderwerp aanraakt, zal
de functie AF Tracking werken. De functie AF Tracking (P99) zal ook werken als u op 2
drukt en de sluiterknop vervolgens tot halverwege indrukt.
• Wanneer [Gezicht herk.] op [ON] gezet is en een gezicht gedetecteerd
wordt dat lijkt op het geregistreerde gezicht, dan wordt [R] weergegeven op
de rechter bovenkant van [ ], [ ] en [ ].
∫ Over de flitser
Als de flitser open is, stelt de camera automatisch [
], [
] (AUTO/Rode-ogen-afname)
[
] of [ ] in om bij het type onderwerp en de helderheid te passen.
• Open de flits wanneer de flits gebruikt moet worden. (P156)
• Wanneer [
] of [
] ingesteld is, is de rode-ogenverwijdering ingeschakeld.
• De Sluitertijd zal langzamer zijn tijdens [
] of [ ].
∫ Scènedetectie
• Als bijvoorbeeld een statief gebruikt wordt en het toestel beoordeelt dat het schudden van het
toestel minimaal is wanneer de Scènedetectie als [ ] geïdentificeerd is, zal de sluitertijd lager
zijn dan normaal. Let op dat u het toestel tijdens het fotograferen niet beweegt.
• Afhankelijk van de opname-omstandigheden kunnen verschillende soorten scènes voor
hetzelfde onderwerp geselecteerd worden.
Tegenlichtcompensatie
• Bij tegenlicht ziet het onderwerp er donkerder uit en zal de camera automatisch proberen om
dit te corrigeren door de helderheid van het beeld te verhogen.
In de Intelligent Auto Plus modus of de Intelligent Auto modus werkt de
tegenlichtcompensatie automatisch.
64
3. Opnamemodussen
Opnemen van nachtelijke taferelen ([iHandh. nachtop.])
Opnamefunctie:
Als [ ] gedetecteerd wordt terwijl nachtelijke handheld-opnames gemaakt worden, zullen
de beelden van de nachtelijke opname met een hoge burst-snelheid gemaakt worden en
uit een enkel beeld bestaan.
Deze modus is nuttig als u prachtige nachtopnames wilt maken met zo weinig mogelijk
beweging en ruis van het toestel en zonder een statief te gebruiken.
MENU
>
[Opname] > [iHandh. nachtop.] > [ON]/[OFF]
• De gezichtshoek zal iets smaller worden.
• Beweeg de camera niet tijdens het continu fotograferen nadat op de sluiterknop gedrukt is.
• De flitser staat vast op [Œ] (flitser gedwongen uitgeschakeld).
In deze gevallen niet beschikbaar:
• [iHandh. nachtop.] werkt niet voor de foto's die tijdens het opnemen van een film gemaakt zijn.
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Wanneer in de burst-modus opgenomen wordt
– Tijdens opname met de Bracket-functie
– Wanneer [Kwaliteit] ingesteld is op [
], [
] of [
]
– Wanneer [Ex. tele conv.] in [Opname] ingesteld is
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt (alleen als [Automatische opname] ingesteld is)
65
3. Opnamemodussen
Combineren van beelden in een enkel beeld met een rijke gradatie
([iHDR])
Opnamefunctie:
Is er bijvoorbeeld een sterk contrast tussen de achtergrond en het onderwerp, dan worden
meerdere foto's met verschillende belichtingen opgenomen en gecombineerd voor de
creatie van één enkele foto met een rijke gradatie.
[iHDR] werkt automatisch zoals vereist wordt. [
] wordt dan op het scherm
weergegeven.
MENU
>
[Opname] > [iHDR] > [ON]/[OFF]
• De gezichtshoek zal iets smaller worden.
• Beweeg de camera niet tijdens het continu fotograferen nadat op de sluiterknop gedrukt is.
• U kunt de volgende foto niet nemen, zolang de combinatie van beelden niet compleet is.
• Een bewegend onderwerp kan met onnatuurlijke wazigheid opgenomen worden.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• [iHDR] werkt niet voor de foto's die tijdens het opnemen van een film gemaakt zijn.
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Wanneer u opneemt m.b.v. de flits
– Wanneer in de burst-modus opgenomen wordt
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Tijdens opname met de Bracket-functie
– Wanneer [Kwaliteit] ingesteld is op [
], [
] of [
]
– Wanneer [Ex. tele conv.] in het [Opname]-menu ingesteld is
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt (alleen als [Automatische opname] ingesteld is)
66
3. Opnamemodussen
Foto's maken met een wazige achtergrond (Defocus Control)
Opnamefunctie:
1
Druk op de modusknop op de achterkant om het instellingenscherm weer te
geven.
• Telkens wanneer in de Intelligent Auto Plus modus op de modusknop op de achterkant
gedrukt wordt, schakelt de camera tussen werking met instelling van de helderheid (P68),
werking met Defocus Control en gewone werking.
• Telkens wanneer op de modusknop op de achterkant gedrukt wordt, schakelt de camera
tussen werking met Defocus Control en gewone werking.
2
Stel de wazigheid in door aan de modusknop op de
achterkant te draaien.
SS
F
Sterke defocus
500
250
125
60
30
4.0
5.6
8.0
Zwakke defocus
• Als u op [MENU/SET] drukt, kunt u terugkeren naar het opnamescherm.
• Door op het scherm voor de instelling van de wazigheid op [
] te drukken zal de
instelling gewist worden.
∫ Als het aanraakscherm gebruikt wordt
1 Raak [
] aan.
2 Raak [
] aan om het instellingenbeeldscherm te laten
weergeven.
3 Versleep de belichtingsmeter om de wazigheid in te
stellen.
• Als u op [MENU/SET] drukt, kunt u terugkeren naar het
AE
opnamescherm.
• Door op het scherm voor de instelling van de wazigheid op
[
] te drukken zal de instelling gewist worden.
• De Auto Focusmodus is op [Ø] ingesteld.
De positie van de AF-zone kan ingesteld worden door het scherm aan te raken (de grootte van
de zone kan niet veranderd worden).
• Al naargelang de gebruikte lens kan een lensgeluid gehoord worden als Defocus Control
gebruikt wordt. Dit komt door de opening van de lens en duidt niet op een storing.
• Al naargelang de gebruikte lens kan het werkgeluid van Defocus Control opgenomen worden
tijdens het opnemen van een video, als deze functie gebruikt wordt.
67
3. Opnamemodussen
Opnemen van beelden door het veranderen van de helderheid of de
kleurtoon
Opnamefunctie:
∫ Instelling helderheid
1 Druk op de modusknop op de achterkant om het instellingenscherm weer te
geven.
• Bij iedere druk op de modusknop op de achterkant wordt geschakeld tussen instelling van
de helderheid, Defocus Control (P67) en einde werking.
2
Draai aan de modusknop op de achterkant om de
helderheid in te stellen.
• U kunt de instelling van de belichtingsbracket aanpassen
OFF
door op 3/4 te drukken terwijl het instellingenscherm van
de helderheid weergegeven wordt. (P139)
+1
-5 -4 -3 -2 -1 0 +1 +2 +3 +4 +5
∫ Kleurinstelling
1 Druk op 1 om het instellingenscherm weer te geven.
2 Draai aan de modusknop op de achterkant om de
kleur in te stellen.
• Druk op [MENU/SET] om naar het opnamescherm terug te
keren.
A
B
∫ Verander de instellingen door het aanraakscherm te
gebruiken
1 Raak [
] aan.
2 Raak het item aan dat u wenst in te stellen.
[
]: Kleurtoon
[
]: Helderheid
3 Versleep de schuifbalk om in te stellen.
• Druk op [MENU/SET] om naar het opnamescherm terug te
keren.
• De instelling voor kleur zal opnieuw de fabriekswaarden (centrumpunt) aannemen wanneer dit
toestel uitgeschakeld wordt of als de camera op een andere opnamemodus gezet wordt.
68
3. Opnamemodussen
Foto's maken met automatisch ingestelde
lensopening en sluitertijd (Programma AE-modus)
Opnamefunctie:
Het toestel stelt automatisch de sluitertijd en de lensopening in volgens de helderheid van
het object.
U kunt beelden maken in grote vrijheid door verschillende instellingen in [Opname] menu
te veranderen.
1
2
Zet de modusknop op [
].
Druk de sluiterknop tot halverwege in om de
diafragmawaarde en de waarde van de
sluitersnelheid op het beeldscherm weer te
geven.
3.5 60
0
200
r98
98
AB
A Lensopeningwaarde
B Sluitertijd
• Als de geschikte belichting niet wordt gevonden wanneer de sluiterknop tot halverwege
wordt ingedrukt, worden de diafragmawaarde en de sluitertijd rood knipperend
weergegeven.
69
3. Opnamemodussen
Programmaschakeling
In programma AE-functie kunt u de ingestelde openingswaarde en de sluitertijd wijzigen
zonder de belichting te wijzigen. Dit heet programmaschakeling.
U kunt de achtergrond waziger maken door de openingswaarde kleiner te maken of een
bewegend voorwerp met meer beweging opnemen door de sluitertijd langzamer in te
stellen als u een opname maakt in de AE-programmafunctie.
1
2
Druk de sluiterknop tot halverwege in om de diafragmawaarde en de waarde
van de sluitersnelheid op het beeldscherm weer te geven.
Voer Programme Shift uit terwijl de waarden
SS 250 125 60 30 15
(ongeveer 10 seconden lang) weergegeven worden,
4.0 5.6 8.0
F
door aan de modusknop op de achterkant of de
0 200
4.0 60
98
modusknop op de voorkant te draaien.
A
A Aanduiding Programme Shift
• Het zal tussen de werking van Programme Shift en de werking van de
belichtingscompensatie (P110) schakelen telkens wanneer op de modusknop op de
achterkant gedrukt wordt wanneer de waarden weergegeven worden.
• Om Programme Shift te wissen, schakelt u dit toestel uit of draait u aan de modusknop op
de voor-/achterkant tot de aanduiding van Programme Shift verdwijnt.
De Programme Shift kan gemakkelijk geannuleerd worden door een functieknop op
[1x drukken-AE] te zetten. (P76)
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Programme Shift is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Als de ISO-gevoeligheid op [
] gezet is
70
3. Opnamemodussen
Opnamen maken door het diafragma/de
sluitertijd te specificeren
Opnamefunctie:
(voorbeeld: in de
handmatige
belichtingsmodus)
A
SS
F
8
15
30
60
125
4.0
5.6
8.0
11
5.6 30
0
Lensopeni
ngwaarde Klein
Het wordt gemakkelijker
om de achtergrond
onscherp te maken.
+3
Groot
Het wordt gemakkelijk
om de scherpstelling te
handhaven tot aan de
achtergrond.
B C
A Belichtingsmeter
B Lensopeningwaarde
C Sluitertijd
Sluitertijd
Langzaam
Het wordt gemakkelijker
om beweging uit te
drukken.
Snel
Het wordt gemakkelijker
om de beweging te
bevriezen.
• De effecten van de ingestelde lensopeningwaarde zullen niet op het opnamescherm zichtbaar
zijn. Gebruik [Voorvertoning] om het opnamescherm te controleren. (P75)
• De helderheid van het scherm en van de opgenomen beelden kunnen verschillen. Controleer
de beelden op het afspeelscherm.
• Draai aan de modusknop op voor-/achterkant om de belichtingsmeter weer te geven. De
ongeschikte zones van het bereik worden rood weergegeven.
• Als er geen geschikte belichting is gevonden, gaan de diafragmawaarde en de sluitertijd rood
knipperen zodra de sluiterknop tot halverwege wordt ingedrukt.
71
3. Opnamemodussen
Lensopening-Prioriteit AE-modus
Als u de lensopeningwaarde instelt, zal de camera de sluitertijd voor de helderheid van het
onderwerp automatisch optimaliseren.
1
2
Stel de functieknop in op [
].
Stel de lensopeningwaarde in door aan de
modusknop op de voorkant of op de
achterkant te draaien.
A Lensopeningwaarde
B Belichtingsmeter
• Deze zal schakelen tussen openingsinstelling-werking
en Belichtingcompensatie, elke keer dat de functieknop
achterop ingedrukt wordt.
SS
F
60
4.0
30
5.6
15
8.0
8
11
4
16
8.0
B
A
• Als u een lens gebruikt die een ring voor de lensopening heeft, zet de positie van deze ring dan
op [A] om de instellingen van de modusknop op de voor-/achterkant te activeren. Op posities
anders dan [A] zal de instelling van de ring de prioriteit hebben.
Sluiter-Prioriteit AE-modus
Als u de sluitertijd instelt, zal de camera de lensopeningwaarde voor de helderheid van het
onderwerp automatisch optimaliseren.
1
2
Stel de functieknop in op [
].
Stel de sluitertijd in door aan de modusknop
op de voorkant of op de achterkant te
draaien.
A Sluitertijd
B Belichtingsmeter
• Deze zal schakelen tussen instellingswerking van
sluitertijd en Belichtingcompensatie, elke keer dat de
functieknop achterop ingedrukt wordt.
SS
F
60
8.0
125
5.6
250
500
1000
4.0
250
A
B
• Als de flitser geactiveerd is, is de snelste sluitersnelheid die geselecteerd kan worden 1/160
van een seconde. (P161)
72
3. Opnamemodussen
Handmatige Belichtingsmodus
Bepaalde belichting door handmatig de opening en de sluitertijd in te stellen.
1
2
Stel de functieknop in op [
].
Draai aan de modusknop op de achterkant
om de sluitertijd in te stellen en draai aan de
modusknop op de voorkant om de
lensopeningwaarde in te stellen.
A
B
C
D
Belichtingsmeter
Lensopeningwaarde
Sluitertijd
Hulp bij handmatige belichting
A
SS
F
8
15
30
4.0
5.6
5.6 30
0
60
125
8.0
11
+3
B C D
Sluitertijd (Sec.)
[T] (Tijd), 60 tot 1/4000 (met de mechanische sluiter)
1 tot 1/16000 (met de elektronische sluiter)
Optimaliseren van de ISO-gevoeligheid voor de sluitertijd en de
lensopeningwaarde
Als de ISO-gevoeligheid op [AUTO] gezet is, stelt de camera de ISO-gevoeligheid
automatisch in zodat de belichting geschikt zal zijn voor de sluitertijd en de
lensopeningwaarde.
• Afhankelijk van de opname-omstandigheden kan het zijn dat geen geschikte belichting
ingesteld wordt of dat de ISO-gevoeligheid hoger wordt.
Handmatige belichtingsassistentie
0
0
−3
+3
0
De belichting is goed.
Stel een hogere sluitertijd of een grotere openingswaarde in.
Stel een lagere sluitertijd of een kleinere openingswaarde in.
• De handmatige-belichtingsassistentie is een benadering. Wij raden aan de opnamen op het
weergavescherm te controleren.
• Wanneer u een lens gebruikt met een openingsring, heeft de instelling van de openingsring de
prioriteit.
• Als de flitser geactiveerd is, is de snelste sluitersnelheid die geselecteerd kan worden 1/160
van een seconde. (P161)
73
3. Opnamemodussen
∫ [T] (Tijd)
Als u de sluitertijd op [T] (Tijd) zet en de sluiterknop volledig indrukt, zal een belichting
starten (gaat door gedurende ongeveer 120 seconden).
Als u opnieuw op de sluiterknop drukt, zal de belichting eindigen.
Gebruik deze functie als u de sluiter open wilt laten voor een lange tijd om opnamen van
vuurwerk, nachtscènes enz. te maken.
• Het kan alleen gebruikt worden in de Manuele Belichtingsfunctie.
• Wanneer u foto's maakt met de sluitertijd op [T], raden wij aan een statief te gebruiken
en de foto's met afstandsbediening te nemen, door een smartphone op de camera aan
te sluiten, om het bewegen van de camera te voorkomen. (P259)
• Als u foto's maakt met de sluitersnelheid op [T] kan ruis zichtbaar worden. Om
beeldruis te voorkomen,. adviseren wij om [Lang sl.n.red] in het [Opname]-menu op
[ON] te zetten voordat u gaat fotograferen. (P202)
74
3. Opnamemodussen
Controleer de effecten van diafragma en sluitertijd (Preview-functie)
Toepasbare modi:
De effecten van de lensopening en de sluitersnelheid kunnen met gebruik van de
preview-modus gecontroleerd worden.
• Bevestig de effecten van de lensopening: U kunt de velddiepte (daadwerkelijk focusbereik)
controleren voordat u een foto neemt door de diafragma-lamellen te sluiten op de waarde van
de lensopening die u instelt.
• Bevestig de effecten van de sluitersnelheid: De beweging kan bevestigd worden door het
huidige beeld weer te geven, dat bij die sluitersnelheid opgenomen gaat worden.
1
2
3
Stel een functieknop in op [Voorvertoning]. (P58)
• De volgende stap is een voorbeeld waarin [Voorvertoning] aan [Fn6] toegekend is.
Raak [ ] aan.
Schakel naar het effect-voorbeeldscherm door [Fn6] aan te raken.
• Telkens wanneer [Fn6] aangeraakt wordt, wordt het scherm omgeschakeld.
Normaal opnamescherm
Preview-scherm effect
lensopening
Effect lensopening: ±
Effect sluitertijd: —
Preview-scherm effect
sluitertijd
Effect lensopening: ±
Effect sluitertijd: ±
Fn5
Fn5
Fn5
Fn6
Fn6
Fn6
Fn7
Fn6
Fn7
Fn6
Fn7
Fn6
Fn8
Fn8
Fn9
SNAP
Fn6 6OXLWHUWLMGHIIHFWWRHJHYRHJG
Fn8
Fn6 3UHYLHZYROWRRLG
Fn9
SNAP
Fn9
SNAP
Eigenschappen velddiepte
¢1
Lensopeningwaarde
Klein
Groot
Focuslengte van de lens
Tele
Breed
Afstand tot het onderwerp
Velddiepte (effectief focusbereik)
Dichtbij
Veraf
Ondiep (Smal)¢2
Diep (Breed)¢3
¢1 Opnameomstandigheden
¢2 Voorbeeld: Als u een opname met een wazige achtergrond wilt maken enz.
¢3 Voorbeeld: Als u een opname wilt maken waarbij alles, inclusief achtergrond enz., is scherpgesteld.
• In de previewfunctie kunnen ook opnamen worden gemaakt.
• Bereik voor controle van sluitertijdeffect bedraagt 8 seconden tot 1/16000e van een seconde.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• De Preview-modus is niet beschikbaar voor opnames met [
4K-Foto-functie.
75
] ([4K-voorburst]) van de
3. Opnamemodussen
Gemakkelijk de sluitertijd/sluitertijd voor geschikte belichting (OnPush
AE) instellen
Toepasbare modi:
Wanneer de belichtingsinstelling te helder of te donker is, kunt u één druk-AE gebruiken
om een geschikte belichtingsinstelling te verkrijgen.
Hoe te weten als de belichting niet geschikt is
• Als de lensopeningwaarden en de sluitertijd rood knipperen wanneer de sluiterknop tot de
helft ingedrukt wordt.
• Als de handmatige belichtingsassistentie (P73) anders is dan
in de handmatige
belichtingsmodus.
1
2
Stel een functieknop in op [1x drukken-AE]. (P58)
(Als de belichting niet geschikt is)
Druk op de functieknop.
3.5 4000
-3
0
SS
F
200
98
15
30
60
125
4.0
3.5 60
0
250
5.6
8.0
200
De belichting is veranderd om een
geschikte belichting te
verstrekken.
Knippert rood
• De belichtingsmeter wordt afgebeeld en de opening- en sluitertijd worden veranderd om
een geschikte belichting te geven.
• In de volgende gevallen, kan er geen gepaste belichting ingesteld worden.
– Wanneer het onderwerp extreem donker is en het niet mogelijk is voldoende belichting
te verkrijgen door de lensopening of de sluitertijd te veranderen
– Wanneer u opneemt m.b.v. de flits
– In Previewfunctie (P75)
– Wanneer u een lens gebruikt die een openingsring bevat
76
3. Opnamemodussen
Panoramafoto's maken (Panorama Shot-modus)
Opnamefunctie:
Er worden continu beelden gemaakt terwijl u het toestel horizontaal of verticaal beweegt
en deze worden gecombineerd om een enkel panoramabeeld te maken.
1
Zet de modusknop op [
].
• Na het beeldscherm waarin u gevraagd wordt om de opnamerichting te controleren
weergegeven is, zullen de horizontale/verticale richtlijnen weergegeven worden.
2
3
Druk de sluiterknop tot halverwege in om scherp te stellen.
Druk de sluiterknop volledig in maak met de camera een kleine
cirkelbeweging in de richting van de pijl op het scherm.
Opnemen van links naar rechts
Beeldformaat: [STANDARD]
Beeldformaat: [WIDE]
• Beweeg de camera op een contante snelheid.
Beelden zouden niet goed gemaakt kunnen worden als de
camera te snel of te langzaam bewogen wordt.
4
A
A Opnamerichting en
panoramabeweging
(Richtlijn)
Druk de sluiterknop nog een keer in om de foto-opname te eindigen.
• Het opnemen kan tevens beëindigd worden door de camera stil te houden tijdens het
opnemen.
• Het opnemen kan tevens beëindigd worden door de camera naar het einde van de
richtlijn te bewegen.
77
3. Opnamemodussen
∫ Veranderen van de opnamerichting en de gezichtshoek (beeldformaat) van
panoramafoto's
MENU
>
[Opname] >[Panorama-instellingen]
[Richting]
[Fotoresolutie]
Stelt de opnamerichting in.
Stelt de gezichtshoek in (beeldformaat).
[STANDARD]/[WIDE]
• Het aantal opnamepixels in de horizontale en verticale richtingen van het panoramabeeld
varieert afhankelijk van het beeldformaat, de opnamerichting en het aantal gecombineerde
beelden.
Het maximale aantal pixels wordt hieronder afgebeeld.
Beeldformaat
[STANDARD]
[WIDE]
Opnamerichting
Horizontale
Resolutie
Verticale Resolutie
Horizontaal
8176 pixels
1920 pixels
Verticaal
2560 pixels
7680 pixels
Horizontaal
8176 pixels
960 pixels
Verticaal
1280 pixels
7680 pixels
∫ Techniek voor Panorama Shot-functie
A Beweeg de camera in de opnamerichting
zonder deze te schudden.
Als de camera te veel geschud wordt,
zouden er geen beelden gemaakt kunnen
worden of zou het gemaakte
panoramabeeld smaller (kleiner) kunnen
worden.
B Beweeg het toestel naar de rand van het
bereik dat u wenst op te nemen.
(De rand van het bereik zal niet het in het
laatste frame opgenomen worden)
78
3. Opnamemodussen
∫ Over afspelen
Door op 3 te drukken, zal het afspelen automatisch in
dezelfde richting als die van de opname langs gelopen
worden.
1/98
• De volgende handelingen kunnen uitgevoerd worden tijdens het
langslopen.
3
Start panorama afspelen/Pauze¢
4
Stop
¢ Als het afspelen gepauzeerd wordt, kunt u vooruit en achteruit scrollen door het scherm te
verslepen.
Als de schuifbalk aangeraakt wordt, springt de afspeelpositie naar de aangeraakte positie.
• Als de brandpuntafstand groot is, zoals wanneer een telelens bevestigd is, beweeg de camera
dan langzaam.
• De focus, witbalans en belichting zijn op de optimale waarden vastgesteld voor het eerste
beeld. Als een resultaat zou, als de focus of de helderheid aanzienlijk veranderd wordt tijdens
opname, het gehele panoramabeeld niet op de geschikte focus of helderheid gemaakt kunnen
worden.
• Wanneer er meervoudige beelden gecombineerd worden om een enkel panoramabeeld te
creëren, zou het onderwerp vervormd eruit kunnen zien of zouden de verbindingspunten in
bepaalde gevallen zichtbaar kunnen zijn.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Er zou geen panoramabeeld gecreëerd kunnen worden of de beelden zouden niet goed
gecombineerd kunnen worden wanneer u de volgende onderwerpen opneemt of onder de
opname-omstandigheden die hieronder genoemd worden.
– Onderwerpen met een enkele, uniforme kleur of terugkerend patroon (zoals de lucht of een
strand)
– Bewegende onderwerpen (persoon, huisdier, auto, golven, bloemen, in de waaiende wind,
enz.)
– Onderwerpen waar de kleur of het patroon in een korte tijd veranderen (zoals een beeld dat
op een display verschijnt)
– Donkere plekken
– Plaatsen met flikkerende lichtbronnen zoals fluorescent licht of kaarsen
79
3. Opnamemodussen
Foto's maken die overeenkomen met de scène
die opgenomen wordt (Scene Guide modus)
Opnamefunctie:
Als u een scène selecteert die overeen moet komen met het onderwerp en de
opname-omstandigheden, zal de camera de optimale belichting, kleur en focus instellen
en u zo in staat stellen een opname te maken die passend is voor de scène.
1
2
Zet de modusknop op [
].
Druk op 2/1 om de scène te selecteren.
• De scène kan ook geselecteerd worden door een
voorbeeldbeeld of de schuifbalk te verslepen.
3
Op [MENU/SET] drukken.
• Het is ook mogelijk om het selectiescherm weer te geven door op
het opnamescherm de icoon van de opnamemodus aan te raken.
• Om de Scene Guide modus te veranderen, selecteert u de [
8
]-tab op het menuscherm,
selecteert u [Scène wijzigen] en drukt u vervolgens op [MENU/SET]. U kunt terugkeren naar
stap 2 op P80.
• De volgende items kunnen niet ingesteld worden in de Scene Guide modus omdat het toestel
ze automatisch op de optimale instelling zet.
– Items anders dan de instelling van de beeldkwaliteit in [Fotostijl]
– [Gevoeligheid]
– [Filterinstellingen]
– [Meetfunctie]
– [Schaduw markeren]
– [HDR]
– [Multi-belicht.]
– [Dig. zoom]
• Ofschoon de witbalans voor bepaalde scènes vast op [AWB] staat, kunt u de witbalans (P116)
afstemmen of witbalans bracketing (P117) gebruiken door op het opnamescherm op de
cursortoets 1 te drukken.
• Afhankelijk van de scène kan het opnamescherm er uitzien alsof frames ontbreken.
80
3. Opnamemodussen
Soorten Scene Guide modussen
Weergave van de beschrijving van iedere scène en opnametips
Druk op [DISP.] terwijl het scherm voor de selectie van de scène weergegeven wordt.
• Wanneer het op weergave van de gids ingesteld is, worden een gedetailleerde uitleg en tips
weergegeven.
Normale weergave
Gidsweergave
[Geprononceerd portret]
Lijstweergave
[Zachte huid]
• Het verzachtende effect wordt
ook toegepast op het deel dat
een kleurtoon heeft die lijkt op
die van de huid van een
onderwerp heeft.
• Deze modus is misschien niet
doeltreffend bij onvoldoende
verlichting.
[Zacht tegenlicht]
[Scherp tegenlicht]
[Ontspannen atmosfeer]
[Kindergezicht]
Raak het gezicht aan.
• Er wordt een foto gemaakt
met de scherpstelling en de
belichting die voor de
aangeraakte locatie ingesteld
zijn.
[Landschap]
[Blauwe lucht]
[Romantische zonsondergang]
[Levendige zonsondergang]
81
3. Opnamemodussen
[Glinsterend water]
[Heldere nachtopname]
• Het sterrenfilter dat op deze
wijze gebruikt wordt, kan
glinstering veroorzaken op
onderwerpen anders dan
wateroppervlakken.
[Koele nachtopname]
[Warme nachtopname]
[Artistieke nachtopname]
[Fonkelende verlichting]
[Nachtop. uit hand]
[Nachtportret]
• Beweeg het toestel niet
• Wij raden u aan een statief en
tijdens het continu
fotograferen nadat op de
sluiterknop gedrukt is.
• De gezichtshoek zal iets
smaller worden.
de zelfontspanner te
gebruiken.
• Als [Nachtportret]
geselecteerd is, houd het
onderwerp dan ongeveer
1 seconde stil nadat de foto
genomen is.
[Bloemen]
[Gerechten]
• Voor het maken van close-ups
• Voor het maken van close-ups
raden wij aan dat u de flitser
sluit en het gebruik ervan
vermijdt.
raden wij aan dat u de flitser
sluit en het gebruik ervan
vermijdt.
[Desserts]
[Bewegende dieren]
• Voor het maken van close-ups
• De begininstelling van het AF
raden wij aan dat u de flitser
sluit en het gebruik ervan
vermijdt.
Assist-lampje is [OFF].
[Sport]
[Monochroom]
82
3. Opnamemodussen
Foto's maken met verschillende beeldeffecten
(Creative Control modus)
Opnamefunctie:
In deze modus maakt u opnames met extra beeldeffecten.
U kunt de effecten die u wilt toevoegen instellen door de voorbeeldbeelden te selecteren
en deze op het scherm na te kijken.
1
2
Stel de functieknop in op [
].
Druk op 3/4 om de beeldeffecten (filters) te
selecteren.
A
A weergave voorvertoning
• U kunt de beeldeffecten (filters) ook selecteren door de
voorbeeldbeelden aan te raken.
• Het is ook mogelijk om het
selectiescherm weer te geven door
op het opnamescherm de icoon van
de opnamemodus aan te raken.
3
EXPS
Op [MENU/SET] drukken.
• Als u de [
]-tab op het menuscherm selecteert, kunt u de
volgende menu-items selecteren:
– [Filtereffect]: Geeft het selectiescherm van het beeldeffect
(filter) weer.
– [Gelijktijdig zond. filter]: Stelt u in staat de camera in te stellen
voor het gelijktijdig met en zonder beeldeffect maken van een
foto. (P191)
• Witbalans zal vastgesteld zijn op [AWB] en [Gevoeligheid] zal vastgesteld zijn op [AUTO].
• Afhankelijk van het beeldeffect kan het opnamescherm er uitzien alsof frames ontbreken.
83
3. Opnamemodussen
Soorten beeldeffecten
Weergave van de beschrijving van ieder beeldeffect
Druk op [DISP.] terwijl het scherm voor de selectie van het beeldeffect weergegeven wordt.
• Wanneer het op weergave van de gids ingesteld is, wordt een uitleg van ieder beeldeffect
weergegeven.
Normale weergave
Gidsweergave
Lijstweergave
[Expressief]
[Retro]
[Vroeger]
[Overbelichting]
[Donker]
[Sepia]
[Zwart-wit]
[Dynamisch zwart/
wit]
[Ruw zwart-wit]
[Zacht zwart-wit]
[Expressieve indruk]
[Hoge dynamiek]
[Kruisproces]
[Speelgoedcam.effect]
[Speelgoedcamera
levendig]
[Bleach bypass]
[Miniatuureffect]
[Zachte focus]
[Fantasie]
[Sterfilter]
[Kleuraccent]
[Zonneschijn]
84
3. Opnamemodussen
∫ Instelling van het type defocus ([Miniatuureffect])
1
Druk op [Fn1] om het instellingenscherm weer te geven.
• Het instellingenscherm kan ook weergegeven worden door het in volgorde aanraken van
[
2
] en van [
].
Druk op 3/4 of 2/1 om het in-focus gedeelte te
verplaatsen.
• U kunt het in-focus gedeelte ook bewegen door het scherm
van het opnamescherm aan te raken.
] aan om de richting van de opname in te stellen
(defocus richting).
• Raak [
3
Draai aan de modusknop op de achterkant om de
grootte van het in-focus gedeelte te veranderen.
• Het gedeelte kan ook vergroot/verkleind worden door dit op het scherm samen te knijpen/
te spreiden (P51).
• Als u op [DISP.] drukt zal het in-focus gedeelte weer op de fabrieksinstelling gezet
4
worden.
Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
• Er wordt geen geluid opgenomen in video's.
• Ongeveer 1/8 van de tijdsduur wordt opgenomen.
(Als u gedurende 8 minuten opneemt, zal de daaruit volgende video-opname ongeveer
1 minuut lang zijn.)
De weergegeven beschikbare opnametijd is ongeveer 8 keer.
• Als de opname van bewegende beelden na korte tijd eindigt, kan het zijn dat de camera nog
even doorgaat met opnemen.
∫ Stel de kleur in die u overlaat ([Kleuraccent])
1
Druk op [Fn1] om het instellingenscherm weer te geven.
• Het instelscherm kan ook weergegeven worden door het in volgorde aanraken van [
en van [
2
].
Selecteer de over te laten kleur door het kader te
bewegen met 3/4/2/1.
• U kunt de kleur die u wenst over te laten ook selecteren
door het scherm aan te raken.
• Door op [DISP.] te drukken, zal het kader weer naar het
3
midden terugkeren.
Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
• Afhankelijk van het onderwerp kan het zijn dat de ingestelde kleur niet overgelaten wordt.
85
]
3. Opnamemodussen
∫ Instelling van de positie en de grootte van de lichtbron ([Zonneschijn])
1
Druk op [Fn1] om het instellingenscherm weer te geven.
• Het instelscherm kan ook weergegeven worden door het in volgorde aanraken van [
en van [
2
]
].
Druk op 3/4/2/1 om de middelste positie van de lichtbron te bewegen.
• De positie van de lichtbron kan ook bewogen worden door het scherm aan te raken.
Punt waarop het midden van de lichtbron
geplaatst kan worden
Er kan een natuurlijker aanblik gecreëerd worden door
het midden van de lichtbron buiten het beeld te plaatsen.
3
U kunt de grootte van de lichtbron ook regelen door
aan de modusknop op de achterkant te draaien.
• De weergave kan ook vergroot/verkleind worden door deze op het scherm samen te
knijpen/te spreiden.
4
• Als u op [DISP.] drukt zal de instelling van de lichtbron weer op de fabrieksinstelling gezet worden.
Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
Pas het effect aan om het overeen te doen komen met uw preferenties
De sterkte en de kleuren van de effecten kunnen gemakkelijk afgesteld worden om ze
overeen te doen komen met uw preferenties.
1
2
Druk op 1 om het instellingenscherm weer te geven.
Draai aan de modusknop op de achterkant om in te
stellen.
• Druk op [MENU/SET] om naar het opnamescherm terug te
keren.
Beeldeffect
Items die ingesteld kunnen worden
[Expressief]
Frisheid
[Retro]
Kleur
[Vroeger]
Contrast
[Overbelichting]
Zwak uitgedrukte
kleuren
Popkleuren
Geel benadrukt
Rood benadrukt
Laag contrast
Hoog contrast
Kleur
Roze benadrukt
Aquamarijn benadrukt
[Donker]
Kleur
Rood benadrukt
Blauw benadrukt
[Sepia]
Contrast
Laag contrast
Hoog contrast
86
3. Opnamemodussen
Beeldeffect
[Zwart-wit]
Items die ingesteld kunnen worden
Kleur
[Dynamisch zwart/
Contrast
wit]
Geel benadrukt
Blauw benadrukt
Laag contrast
Hoog contrast
[Ruw zwart-wit]
Zanderigheid
Minder zanderig
Zanderiger
[Zacht zwart-wit]
Mate van defocus
Zwakke defocus
Sterke defocus
[Expressieve
indruk]
Frisheid
Zwart-wit
Popkleuren
Zwart-wit
Popkleuren
[Hoge dynamiek]
Frisheid
[Kruisproces]
Kleur
[Speelgoedcam.effect] Kleur
Groene toon/Blauwe toon/Gele toon/Rode toon
Oranje benadrukt
Blauw benadrukt
Klein
Groot
Contrast
Laag contrast
Hoog contrast
[Miniatuureffect]
Frisheid
Zwak uitgedrukte
kleuren
Popkleuren
[Zachte focus]
Mate van defocus
Zwakke defocus
Sterke defocus
Frisheid
Zwak uitgedrukte
kleuren
Popkleuren
Zone met afgenomen
[Speelgoedcamera
helderheid aan de
levendig]
randen
[Bleach bypass]
[Fantasie]
Lengte van de lichtstralen
Kort
Lang
Aantal lichtstralen
[Sterfilter]
Kleiner
Groter
Hoek van de lichtstralen
[Kleuraccent]
Hoeveelheid
overgelaten kleur
[Zonneschijn]
Kleur
Draai naar links
Draai naar rechts
Kleine hoeveelheid
kleur
Grote hoeveelheid
kleur
Gele toon/Rode toon/Blauwe toon/Witte toon
87
3. Opnamemodussen
Foto's maken met een wazige achtergrond (Defocus Control)
1
Druk op de modusknop op de achterkant om het
instellingenscherm weer te geven.
• Telkens wanneer u op de modusknop op de achterkant
drukt, wordt geschakeld tussen de instelling van de
helderheid, Defocus Control en einde werking.
2
Draai aan de modusknop op de achterkant om in te
stellen.
• Als u op [MENU/SET] drukt, kunt u terugkeren naar het
SS
F
500
250
125
60
30
4.0
5.6
8.0
opnamescherm.
• Door op het scherm voor de instelling van de wazigheid op [
] te drukken zal de
instelling gewist worden.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– [Miniatuureffect] (Creative Control modus)
Instelling helderheid
1
Druk op de modusknop op de achterkant om het
instellingenscherm weer te geven.
• Telkens wanneer u op de modusknop op de achterkant
OFF
drukt, wordt geschakeld tussen de instelling van de
helderheid, Defocus Control en einde werking.
2
+1
Draai aan de modusknop op de achterkant om in te
stellen.
• U kunt de instelling van de belichtingsbracket aanpassen
-5 -4 -3 -2 -1 0 +1 +2 +3 +4 +5
door op 3/4 te drukken terwijl het instellingenscherm van de helderheid weergegeven
wordt. (P139)
∫ Verander de instellingen door het aanraakpaneel te
gebruiken
1 Raak [
] aan.
2 Raak het item aan dat u wenst in te stellen.
[
]: Stelt een beeldeffect af
[
]: Defocus-niveau
[
]: Helderheid
3 Versleep de schuifbalk om in te stellen.
• Druk op [MENU/SET] om naar het opnamescherm terug te
keren.
88
EXPS
3. Opnamemodussen
Films opnemen met de handmatig ingestelde
lensopeningwaarde/sluitertijd (Creatieve Videomodus)
Opnamefunctie:
Het is mogelijk om de openingswaarde en de sluitersnelheid manueel te veranderen en
video’s op te nemen.
1
2
Zet de modusknop op [
].
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Bewegend beeld] > [Belicht.stand] > [P]/[A]/[S]/[M]
• De handelingen die nodig zijn voor het veranderen van de lensopeningwaarde of de
sluitertijd zijn dezelfde als voor het instellen van de modusknop op
,
Het is ook mogelijk om het selectiescherm weer te geven door
op het opnamescherm de icoon van de opnamemodus aan te
raken.
3
4
,
of
.
P
Druk op de filmknop (of op de sluiterknop) om de opname te starten.
Druk opnieuw op de filmknop (of op de sluiterknop) om de opname te
stoppen.
• Als [Belicht.stand] op [M] gezet is, zal [AUTO] van de ISO-gevoeligheid op [200] gezet worden.
89
3. Opnamemodussen
Minimaliseren van werkgeluiden tijdens een filmopname
Het bedrijfsgeluid van de zoom of knopwerking zou opgenomen kunnen worden wanneer
deze gehanteerd worden tijdens de opname van een bewegend beeld.
Het gebruik van de aanraakiconen maakt de stille werking tijdens het opnemen van films
mogelijk.
1
2
3
Start de opname.
Raak [
] aan.
Raak de icoon aan.
Zoom
(als een onderling verwisselbare lens gebruikt wordt die compatibel is
met power zoom)
F
Lensopeningwaarde
SS
Sluitertijd
Belichtingscompensatie
ISO
ISO-gevoeligheid
Bijstelling microfoonniveau
4
Versleep de schuifbalk om in te stellen.
• De snelheid van de werking varieert en is
afhankelijk van de positie die u aanraakt.
5
[
]/[
]
Verandert de instelling langzaam
[
]/[
]
Verandert de instelling snel
Stop de opname.
90
3. Opnamemodussen
Registreren van uw favoriete instellingen
(Voorkeuzemode)
Opnamefunctie:
Registratie van eigen menu-instellingen (registratie van
klantinstellingen)
Er kunnen 3 reeks van huidige camera-instellingen geregistreerd worden met gebruik van
[Geh voorkeursinst.]. (
,
,
)
• Begininstelling van de AE-programmafunctie is aan het begin geregistreerd als de standaard
instellingen.
Voorbereiding:
Stel van tevoren de opnamemodus in die u wenst te bewaren en selecteer de gewenste
menu-instellingen op het toestel.
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Voorkeuze] > [Geh voorkeursinst.] >
Voorkeurinstelling waar u de instellingen wilt registreren
• De volgende menu-items zijn niet als klantinstellingen geregistreerd.
Menu [Opname]
Menu [Set-up]
– Gegevens geregistreerd met [Gezicht
– Alle menu's
herk.]
– De [Profiel instellen]-instelling
Menu [Voorkeuze]
Menu [Afspelen]
– [Touch scrollen]
– [Menugids]
– [Scherm roteren]
– [Foto’s sorteren]
– [Wissen bevestigen]
91
3. Opnamemodussen
Opnemen m.b.v. geregistreerde gebruikelijke instelling
U kunt gemakkelijk de instellingen die u geregistreerd heeft met [Geh voorkeursinst.]
oproepen.
Zet de modusknop op [
].
• De voorkeurinstelling die u de laatste keer gebruikte, zal opgeroepen worden.
∫ Een gebruikelijk instelling veranderen
1
2
3
Zet de modusknop op [ ].
Druk op [MENU/SET] om het menu af te beelden.
Druk op 2/1 om de standaardinstelling te selecteren die u wilt gebruiken en
druk vervolgens op [MENU/SET].
Het is ook mogelijk om het selectiescherm weer te geven door op
het opnamescherm de icoon van de opnamemodus aan te raken.
• De bewaring van de geselecteerde custom-instellingen wordt op
C2
C2
het scherm weergegeven.
∫ De geregistreerde inhoud veranderen
De geregistreerde inhouden veranderen niet wanneer de menu-instelling tijdelijk
veranderd wordt met de modusknop die op
gezet wordt. Om de geregistreerde
instellingen te veranderen, dient u over de geregistreerde inhoud heen te schrijven m.b.v.
[Geh voorkeursinst.] op het klantinstellingenmenu.
92
4.
Instellingen van focus, helderheid
(belichting) en kleurtoon
Automatisch instellen van het brandpunt
Door de Focusmodus of de Auto Focusmodus voor het onderwerp of de opnamesituatie
optimaal in te stellen, kunt u de camera verschillende scènes automatisch scherp laten
stellen.
1
Zet de [Focusfunctie] op [AFS], [AFF] of [AFC].
• De Focusmodus zal ingesteld worden. (P95)
2
3
Druk op 2 (
).
Druk op 2/1 om de AF-modus te selecteren
en druk vervolgens op [MENU/SET].
• De Auto Focusmodus zal ingesteld worden. (P97)
4
A
Druk de sluiterknop tot halverwege in.
• Auto Focus zal geactiveerd worden.
3.5 60
B
Focus
Wanneer er
scherpgesteld is op het
object
Wanneer er niet
scherpgesteld is op het
object
Aanduiding voor de
scherpstelling A
Aan
Knippert
AF-zone B
Groen
—
Geluid
Biept 2 keer
—
• De brandpuntaanduiding wordt als [ LOW ] in een donkere omgeving weergegeven en het
scherpstellen kan langer duren dan normaal.
• Als de camera na de weergave van [ LOW ] sterren in de nachtlucht detecteert, zal
Starlight AF geactiveerd worden. Als het brandpunt verkregen wordt, zullen de
brandpuntaanduiding [ STAR ] en de scherp gestelde AF-zones weergegeven worden
(De detectie met Starlight AF werkt alleen voor ongeveer 1/3 van de middelste zone van
het scherm).
93
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
• Als u na het scherpstellen op een onderwerp in-/uitzoomt, kan de nauwkeurigheid van het
brandpunt verloren gaan. Stel het brandpunt in dat geval opnieuw in.
• Wanneer de Focusmodus op [AFF] of [AFC] gezet is.
– Er zal een piep te horen zijn wanneer de scherpstelling voor het eerst verkregen wordt tijdens
het half indrukken.
– Als de AF-modus op [Voorkeur multi] gezet is, zoals [
] of [
], wordt de AF-zone alleen
even weergegeven als voor de eerste keer scherp gesteld wordt door de sluiterknop tot
halverwege in te drukken.
Onderwerpen en opname-omstandigheden waarbij het scherpstellen moeilijk
is
• Snelbewegende onderwerpen, extreem helderen onderwerpen of onderwerpen zonder
contrast.
• Wanneer u onderwerpen opneemt door ramen of in de buurt van glimmende voorwerpen.
• Wanneer het donker is of wanneer er zich beeldbibber voordoet.
• Wanneer het toestel zich te dicht bij het onderwerp bevindt of wanneer u een beeld maakt
van zowel onderwerpen ver weg als onderwerpen dichtbij.
94
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Focusmodus (AFS/AFF/AFC)
Toepasbare modi:
De methode wordt ingesteld om scherp te stellen als de sluiterknop tot halverwege
ingedrukt wordt.
MENU
>
[Opname] > [Focusfunctie]
Onderdeel
[AFS]
(Auto Focus
Single)
Scène (aanbevolen)
Onderwerp staat stil
(Landschaps-, verjaardagsfoto, enz.)
“AFS” is een afkorting van “Auto Focus Single”.
De scherpte wordt automatisch ingesteld als de
sluiterknop tot halverwege ingedrukt wordt. De
scherpstelling wordt vastgezet als de knop tot halverwege ingedrukt wordt.
Beweging kan niet voorzien worden
(Kinderen, huisdieren, enz.)
[AFF]
(Auto Focus
Flexible)
“AFF” is een afkorting van “Auto Focus Flexible”.
In deze modus, wordt het scherpstellen automatisch
uitgevoerd wanneer de ontspanknop tot de helft
ingedrukt wordt.
Als het onderwerp beweegt terwijl de ontspanknop tot de helft ingedrukt
wordt, wordt de focus gecorrigeerd om automatisch overeen te komen met
de beweging.
Het onderwerp beweegt
(Sport, treinen, enz.)
[AFC]
(Auto Focus
Continuous)
[MF]
“AFC” is een afkorting van “Auto Focus Continuous”.
In deze modus wordt het scherpstellen, terwijl de
ontspanknop tot de helft ingedrukt gehouden wordt,
constant uitgevoerd om overeen te komen met de beweging van het
onderwerp.
Wanneer het onderwerp beweegt, wordt het scherpstellen uitgevoerd door
de positie van het onderwerp te voorspellen op het moment van opname.
(Bewegingsvoorspelling)
Stel handmatig scherp. (P106)
95
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Wanneer u opneemt met gebruik van [AFF], [AFC]
• Het kan enige tijd duren om scherp te stellen als u het zoomhendeltje van Wide naar Tele zet
of plotseling van een onderwerp dat ver weg is op een onderwerp dichtbij scherpstelt.
• Druk de opspanknop opnieuw half in als u niet goed scherp kunt stellen.
• Terwijl de ontspanknop tot de helft ingedrukt is, zou er trilling op het scherm gezien kunnen
worden.
• [AFF] en [AFC] zijn in de volgende situaties niet beschikbaar. In dit geval zal de weergave in de
gele [AFS] veranderen.
– Creatieve Videomodus
– Als opnames gemaakt worden met [
] ([4K-burst (S/S)]) van de 4K-fotofunctie
– In situaties met weinig licht
• In de panorama shot-modus kunnen [AFF] en [AFC] niet ingesteld worden.
• Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt wordt, kunnen [AFF] en [AFC] niet
ingesteld worden.
• [AFF] is niet beschikbaar voor opnames net 4K-foto's. [Continu AF] werkt tijdens de opname.
• De focusmodus kan niet ingesteld worden bij opnames die gemaakt worden met gebruik van
[Post Focus].
96
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Auto Focusmodus
Toepasbare modi:
Op deze manier kunt u de focusmethode gebruiken die bij de posities en het aantal te
selecteren onderwerpen past.
([Gezicht/ogen
detecteren])
([Tracking])
([49-zone])
, enz.
([Voorkeur multi])
([1-zone])
([Spot])
De camera detecteert automatisch iemands gezicht
en ogen.
Het oog dat zich het dichtst bij de camera bevindt
zal scherp gesteld zijn terwijl de belichting voor het
gezicht geoptimaliseerd wordt.
(Als [Meetfunctie] op [
] gezet is)
• Er kunnen tot 15 gezichten gedetecteerd worden. Alleen de ogen van
een scherp gesteld gezicht kunnen gedetecteerd worden.
• U kunt het oog dat scherp gesteld moeten worden veranderen. (P99)
• De positie en de maat van de AF-zone kunnen veranderd worden.
(P102)
De camera stelt scherp op het onderwerp dat u
aangeeft.
De belichting zal voor dat onderwerp
geoptimaliseerd worden.
(Als [Meetfunctie] op [
] gezet is.)
De scherpstelling en de belichting zullen het
onderwerp zelf blijven volgen als dit beweegt (dynamic tracking). (P99)
Er kunnen tot 49 AF-zones scherp gesteld worden.
Dit is zelfs werkzaam als een onderwerp zich niet in
het midden van het scherm bevindt.
• U kunt de zones selecteren die scherp gesteld
moeten worden. (P103)
U kunt uit de 49 AF-zones de optimale vorm van de
AF-zone voor het onderwerp vrij instellen. (P100)
Het toestel stelt scherp op het onderwerp in de
AF-zone op het scherm.
• De positie en de maat van de AF-zone kunnen
veranderd worden. (P102)
U kunt een preciezere focus verkrijgen op een punt
dat kleiner is dan [Ø].
Als u de sluiterknop tot halverwege indrukt zal het
scherm waarop u de scherpstelling kunt controleren
vergroot worden.
• De focuspositie kan ingesteld worden op een
vergroot scherm. (P103)
97
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Druk de sluiterknop tot halverwege in om de compositie in te stellen
Wanneer het onderwerp zich niet in het midden bevindt van de samenstelling in [Ø],
kunt u het onderwerp in de AF-zone brengen, de scherpstelling en de belichting
vaststellen door de sluitertijd tot de helft in te drukken, het toestel verplaatsen naar de
samenstelling die u wilt terwijl u de ontspanknop tot de helft ingedrukt houdt en dan het
beeld maken.
(Alleen als de focusmodus op [AFS] gezet is.)
∫ Beperkingen van de Auto Focusmodus
• In de volgende gevallen is de AF-modus vastgezet op [Ø].
– Bij het gebruik van de digitale zoom
– [Miniatuureffect] (Creative Control modus)
• De instelling kan niet gemaakt worden tijdens de opname in [Post Focus] of als [4K Live
Bijsnijden] ingesteld is.
([Gezicht/ogen detecteren])
• Deze kan in de volgende gevallen niet op [š] gezet worden.
– [Heldere nachtopname]/[Koele nachtopname]/[Warme nachtopname]/[Artistieke
nachtopname]/[Fonkelende verlichting]/[Nachtop. uit hand]/[Gerechten]/[Desserts] (Scene
Guide modus)
([Tracking])
•[
] kan niet gebruikt worden met [Intervalopname].
• In de volgende gevallen, werkt [ ] als [Ø].
– [Glinsterend water]/[Fonkelende verlichting]/[Bloemen]/[Monochroom] (Scene Guide modus)
– [Sepia]/[Zwart-wit]/[Dynamisch zwart/wit]/[Ruw zwart-wit]/[Zacht zwart-wit]/[Zachte focus]/
[Sterfilter]/[Zonneschijn] (Creative Control modus)
– [Zwart-wit]/[L.Zwart-wit] ([Fotostijl])
([Spot])
• In de volgende gevallen, werkt [ ] als [Ø].
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Bij 4K-foto-opnames
• Deze kan in de volgende gevallen niet op [ ] gezet worden.
– [AFF]/[AFC] (focusmodus)
98
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Over [š] ([Gezicht/ogen detecteren])
Als de camera een gezicht detecteert, zullen de AF-zone en
het teken dat aangeeft dat het oog scherp gesteld is,
weergegeven worden.
A Oog dat scherp gesteld moeten worden
Geel:
Wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt, wordt de
frame groen wanneer het toestel scherpgesteld heeft.
A
Wit:
Afgebeeld wanneer er meer dan één gezicht gevonden wordt. Er wordt ook op de andere
gezichten die zich op dezelfde afstand bevinden als gezichten binnen de gele AF-zones
scherpgesteld.
∫ Veranderen van het oog dat scherp gesteld moeten worden
Raak het oog aan dat scherp gesteld moeten worden.
• Raak het oog in het gele kader aan. Als u een andere plaats
aanraakt, zal het instelingenscherm voor de AF-zone
weergegeven worden. (P102)
• Als u [
] aanraakt of op [MENU/SET] drukt, zal de instelling
voor het scherpstellen van het oog gewist worden.
• De oogdetectie kan niet veranderd worden als [4K Live Bijsnijden] ingesteld is.
• De camera kan in bepaalde situaties mogelijk geen gezichten detecteren, zoals wanneer de
onderwerpen snel bewegen. In dergelijke situaties voert de camera [
Vergrendelen van het te volgen onderwerp (
] uit.
[Tracking])
Knopbediening
Plaatst het kader van de AF Tracking rond het onderwerp
en druk de sluiterknop tot halverwege in.
A AF-volgframe
• De AF-zone wordt groen zodra de camera het onderwerp waarneemt.
• De AF-zone wordt geel als de sluiterknop wordt losgelaten.
• De vergrendeling wordt gewist als op [MENU/SET] wordt gedrukt.
A
Aanraakbediening
Raak het onderwerp aan.
• Doe dit na de Touch-sluiterfunctie te hebben geannuleerd.
• De AF-zone wordt geel terwijl het onderwerp vergrendeld wordt.
• De vergrendeling wordt geannuleerd als [
] aangeraakt wordt.
• Als deze niet vergrendelt, zal de AF-zone in het rood knipperen en verdwijnen.
• In situaties waarin Tracking AF niet correct werkt wegens bepaalde opname-omstandigheden,
zoals wanneer het onderwerp klein is of in een donkere locatie, zal [Ø] uitgevoerd worden.
99
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Instellen van de vorm van de AF-zone ([Voorkeur multi])
U kunt uit de 49 AF-zones de optimale vorm van de AF-zone voor het onderwerp vrij
instellen.
1
2
3
Druk op 2 (
).
Selecteer een Custom Multi icoon ([ ], enz.) en druk op 3.
Druk op 2/1 om een instelling te selecteren.
A De huidige vorm van de AF-zone
([Horizontaal
patroon])
([Verticaal
patroon])
([Cent.
patroon])
/ ヤビ / ヤピ
([Klant1]/
[Klant2]/
[Klant3])
ヤヒ
Horizontale lijn
Deze vorm is handig
voor het maken van
panoramafoto's of
gelijkaardige
opnames.
A
Verticale lijn
Deze vorm is handig
voor het opnemen van
onderwerpen zoals
gebouwen.
In het midden
geplaatst cluster
Deze vorm is handig
als u wilt scherpstellen
op het middengebied.
ヤヒ
4
5
U kunt een eigen instelling selecteren.
Op 4 drukken.
• Het beeldscherm voor de instelling van de AF-zone wordt weergegeven.
Selecteer de AF-zones.
• De geselecteerde AF-zones worden geel weergegeven.
100
ヤビ
ヤピ
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Wanneer u [
]/[
]/[
] selecteert
Knopbediening
Aanraakbediening
3/4/2/1
Aanraken
/
Open-/
dichtknijpen
[DISP.]
[Reset]
Wanneer u [
ヤヒ
]/[
ヤビ
]/[
ヤピ
Beschrijving
van de
bediening
Beweegt de
positie
Verandert het
formaat
(3 niveaus)
Stelt opnieuw de
fabrieksinstelling
in
] selecteert
Aanraakbediening
Sleep uw vinger over de delen die u als AF-zones wilt
instellen.
• Als u een van de geselecteerde AF-zones aanraakt, zal de
selectie van de zone gewist worden.
Knopbediening
Druk op 3/4/2/1 om de AF-zone te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]
om hem in te stellen (te herhalen).
• De instelling wordt gewist als opnieuw op [MENU/SET] gedrukt wordt.
• Als u op [DISP.] drukt, zullen alle selecties worden gewist.
6
Druk op [Fn1].
∫ De ingestelde AF-zone op [
registreren
1
2
ヤヒ
], [
ヤビ
] of [
ヤピ
]
Druk op het scherm in stap 3 op P100 op 3.
Druk op 3/4 om een bestemming te selecteren waarin de instelling
geregistreerd zal worden en druk op [MENU/SET].
• Als dit toestel uitgeschakeld wordt, zal de instelling die bijgesteld is met [
opnieuw op de fabrieksinstelling gezet worden.
101
]/[
]/[
]
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Instellen van de positie van de AF-zone/veranderen van de maat van de
AF-zone
Toepasbare modi:
Als [š], [ ], [Ø] of [ ] in de Auto Focusmodus geselecteerd is, kunt u de positie en
het formaat van de AF-zone veranderen.
• Doe dit na de Touch-sluiterfunctie te hebben geannuleerd.
• U kunt het instellingenscherm van de AF-zone ook weergeven door het opnamescherm aan te
raken (als [Touch AF] van [Touch inst.] in het [Voorkeuze]-menu op [AF] gezet is).
• De puntfocussing kan ook verplaatst worden om overeen te komen met de AF-zone wanneer
de [Meetfunctie] (P194) ingesteld is op [
].
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Wanneer u de digitale zoom gebruikt, kunnen de positie en de maat van de AF-zone niet
veranderd worden.
Als [š], [Ø] geselecteerd worden
De positie en de maat van de AF-zone kunnen veranderd worden.
1
2
Druk op 2 (
).
Selecteer [š] of [Ø] en druk op 4.
• Het beeldscherm voor de instelling van de AF-zone wordt
weergegeven.
3
Veranderen van de positie en het formaat van de
AF-zone.
Knopbediening Aanraakbediening
3/4/2/1
[DISP.]
4
Aanraken
Beschrijving van de bediening
Beweegt de AF-zone.
Open-/
dichtknijpen
Vergroot/verkleint de AF-zone met kleine stappen.
s
Vergroot/verkleint de AF-zone met grote stappen.
[Reset]
Verplaatst de AF-zone terug naar het midden.
• Als u opnieuw op de knop drukt, zal het formaat
van het kader weer op de fabrieksinstelling gezet
worden.
Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
• De AF-zone met dezelfde functie als [Ø] wordt in de aangeraakte positie weergegeven
als [š] geselecteerd is.
De instelling van de AF-zone wordt geannuleerd als op [MENU/SET] gedrukt wordt of
[
] aangeraakt wordt.
102
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Wanneer u [
] selecteert
U kunt de brandpuntpositie instellen door de groep AF-zones te
selecteren.
De 49 AF-zones zijn in groepen verdeeld waarvan ieder uit
9 zones bestaat (uit 6 of 4 zones op de rand van het scherm).
1 Druk op 2 ( ).
2 Selecteer [ ] en druk op 4.
• Het beeldscherm voor de instelling van de AF-zone wordt
3
4
Voorbeelden van een groep
weergegeven.
Druk op 3/4/2/1 om een AF-zonegroep te selecteren.
Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
• Alleen de weergave van [i] (middelpunt van de geselecteerde
groep) zal op het beeldscherm blijven.
• De instelling van het kader van de AF-zone wordt geannuleerd
als op [MENU/SET] gedrukt wordt of [
Wanneer u [
] aangeraakt wordt.
] selecteert
U kunt de scherpstelpositie op precieze wijze instellen door het scherm te vergroten.
• De focuspositie kan niet op de rand van het beeldscherm ingesteld worden.
1
2
3
Druk op 2 (
).
Selecteer [ ] en druk op 4.
Druk op 3/4/2/1 om de focuspositie in te stellen
en druk vervolgens op [MENU/SET].
• Het hulpscherm voor het instellen van de brandpuntpositie
4
Beweeg [+] naar de positie die scherp gesteld moet
worden.
wordt vergroot weergegeven.
Knopbediening Aanraakbediening
3/4/2/1
Aanraken
Beschrijving van de bediening
Beweegt [+].
Open-/
dichtknijpen
Vergroot/verkleint het scherm met kleine stappen.
s
Vergroot/verkleint het scherm met grote stappen.
Schakelt naar de vergrote weergave (venstermodus/
volledig scherm)
[DISP.]
5
[Reset]
Plaatst [+] terug naar het midden.
• Als het beeld in de venstermodus weergegeven wordt, kunt u het beeld ongeveer 3k tot
6k vergroten/verkleinen; als het beeld op het volledige scherm weergegeven wordt, kunt
u het beeld ongeveer 3k tot 10k vergroten/verkleinen.
• Op het assistentiescherm is het ook mogelijk om een foto te maken door [
] aan te raken.
Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
103
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Instelling van de positie van de AF-zone met de touch pad
Toepasbare modi:
U kunt de AF-zone die op de zoeker weergegeven wordt
verplaatsen door de monitor aan te raken.
MENU
>
[EXACT]
[OFFSET]
[Voorkeuze] > [Touch inst.] > [Touchpad AF]
Verplaatst de AF-zone van de
zoeker door aanraking van de
gewenste positie op de
touchpad.
Verplaatst de AF-zone van de
zoeker met de afstand
waarover u de touchpad
versleept. (P51)
[OFF]
—
• Druk de sluiterknop tot halverwege in om de brandpuntpositie te bepalen.
Als u op [DISP.] drukt voordat de brandpuntpositie bepaald is, keert het kader van de AF-zone
terug naar de centrale positie.
• Om het kader van de AF-zone te wissen terwijl Auto Focus mode (P97) op [š]([Gezicht/ogen
detecteren]), [
] ([Tracking]) of [
] ([49-zone]) gezet is, drukt u op [MENU/SET].
• De Touch Shutter-functie (P52) wordt uitgeschakeld wanneer [Touchpad AF] wordt gebruikt.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• [Touchpad AF] werkt niet in de volgende gevallen:
– Wanneer [4K Live Bijsnijden] ingesteld is
– Als [Trekfocus] in [Snapfilm] op [ON] gezet is
104
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Optimaliseren van het brandpunt en de helderheid van een aangeraakte
positie
Toepasbare modi:
U kunt de scherpstelling en de helderheid van de positie die u aangeraakt heeft optimaliseren.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
2
>
[Voorkeuze] > [Touch inst.] > [Touch AF] > [AF+AE]
Raak het onderwerp aan waarvoor u de
helderheid wilt optimaliseren.
• Het instellingenscherm van de AF-zone wordt
weergegeven. (P102)
• De positie voor de optimalisering van de helderheid
ュリヴヱハ
5HVHW
,QVW
wordt op het midden van de AF-zone weergegeven. De
positie volgt de beweging van de AF-zone.
• De [Meetfunctie] wordt op [ AE ] gezet, die uitsluitend voor Touch AE gebruikt wordt.
• Als u [Reset] aanraakt, worden de optimaliseringspositie van de helderheid en de
AF-zone naar het midden teruggezet.
3
Raak [Inst.] aan.
• De AF-zone met dezelfde functie als [Ø] wordt op de aangeraakte positie weergegeven.
• De aanraking van [
] ([
] als [Ø] geselecteerd is) zal de [AF+AE]-instelling wissen.
Als de achtergrond te helder geworden is, enz., kan
dit contrast met de achtergrond bijgesteld worden
door de belichting te compenseren.
• Wanneer opnames met Touch Shutter gemaakt worden, worden de scherpstelling en de
helderheid van de aangeraakte positie geoptimaliseerd voordat de opname plaatsvindt.
• Aan de rand van het scherm kan het focussen beïnvloed worden door de helderheid rondom
de aangeraakte plek.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• [AF+AE], die het brandpunt en de helderheid optimaliseert, werkt in de volgende gevallen niet.
– Bij het gebruik van de digitale zoom
– Als de AF-zone ingesteld is met gebruik van de cursorknop
– Wanneer [4K Live Bijsnijden] ingesteld is
105
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Handmatig instellen van het brandpunt
Toepasbare modi:
Gebruik deze functie als u een vaste scherpstelling wenstof als de afstand tussen de lens
en het object vast is en u de automatische scherpstelling niet wenst te gebruiken.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
2
3
>
[Opname] > [Focusfunctie]> [MF]
Druk op 2 (
).
Druk op 3/4/2/1 om de brandpuntpositie in te stellen en druk op
[MENU/SET].
• Het hulpscherm wordt weergegeven dat de zone
vergroot. (MF Assist)
• U kunt de zone ook vergroten door aan de focusring te
draaien, de focushendel te bewegen, een open gaande
knijpbeweging (P51) op het scherm te maken of door het
scherm twee keer aan te raken.
• U kunt de brandpuntpositie ook instellen door het
beeldscherm (P51) te verslepen.
• Door op [DISP.] te drukken, wordt de brandpuntpositie opnieuw op het midden gezet.
4
Scherpstellen.
De handelingen die gebruikt worden om handmatig scherp te stellen variëren
afhankelijk van de lens.
Gebruik van een onderling verwisselbare lens (H-FS12032) zonder focusring
Druk op 1: Stelt scherp op een onderwerp
+
リヴヰ
dichtbij
Druk op 2: Stelt scherp op onderwerpen ver
A
weg
ョㄏピ
A Schuifbalk
AF
• Deze handelingen zijn alleen mogelijk op het
scherm voor het instellen van de scherpstelling.
• Door op 2/1 te drukken en te blijven drukken, zal de focussnelheid vergroot worden.
• Het scherpstellen kan ook uitgevoerd worden door de schuifbalk te verslepen.
106
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Gebruik van een onderling
verwisselbare lens (H-FS35100/H-H020A/
H-FS14140) met een focusring
Draai naar A kant:
Stelt scherp op een
A
onderwerp dichtbij
B
Draai naar B kant:
Stelt scherp op
onderwerpen ver weg
Gebruik van de onderling verwisselbare
lens met een focushendel
Verplaats naar C
kant:
C
Stelt scherp op een
onderwerp dichtbij
Verplaats naar D
D
kant:
Stelt scherp op onderwerpen ver weg
• De scherpstelsnelheid varieert afhankelijk
van hoe ver u de focushendel verplaatst.
A MF Assist (vergroot scherm)
B Peaking
C MF-gids
• De in-focus gedeeltes zullen geaccentueerd worden.
(Peaking)
• U kunt controleren of het scherp gestelde punt zich
vlakbij of veraf bevindt. (MF-gids)
A
B
+
AF
C
U kunt de volgende handelingen verrichten:
Knopbediening
Aanraakbediening
3/4/2/1¢
Slepen
Beschrijving van de bediening
Beweegt de vergrote zone.
Open-/
dichtknijpen
Vergroot/verkleint het scherm met kleine stappen.
s
Vergroot/verkleint het scherm met grote stappen.
Schakelt naar de vergrote weergave
(venstermodus/volledig scherm).
[DISP.]¢
[Reset]¢
Zet de te vergroten AF-zone weer terug op het
midden.
¢ Als een onderling verwisselbare lens zonder focusring gebruikt wordt, kunt u deze
handelingen uitvoeren nadat u op 4 gedrukt heeft, om het scherm weer te geven dat
u in staat stelt de te vergroten zone in te stellen.
• Als het beeld in de venstermodus weergegeven wordt, kunt u het beeld ongeveer 3k
tot 6k vergroten/verkleinen; als het beeld op het volledige scherm weergegeven wordt,
kunt u het beeld ongeveer 3k tot 10k vergroten/verkleinen.
107
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
5
Druk de sluiterknop tot halverwege in.
• Het hulpscherm zal dicht gaan. Het opnamescherm zal weergegeven worden.
• U kunt het hulpscherm ook sluiten door op [MENU/SET] te drukken.
• Als u het beeld vergroot heeft door aan de focusring te draaien, of door de focushendel
te bewegen, zal het hulpscherm ongeveer 10 seconden na die handeling dicht gaan.
• MF Assist of de MF-gids worden misschien niet weergegeven, afhankelijk van de gebruikte
lens. MF Assist kan echter weergegeven worden door het toestel rechtstreeks te bedienen,
met het aanraakscherm of een knop.
• Het referentieteken van de focusafstand A is een merkteken dat gebruikt
wordt om de focusafstand te meten.
Gebruik dit bij het maken van foto's met de handmatige scherpstelling of
voor close-ups.
Snel scherpstellen met gebruik van Auto Focus
MENU
>
[Voorkeuze] > [AF/AE vergrend.] > [AF-ON]
Als [AF/AE LOCK] op Manuele Focus geduwd wordt, zal Auto Focus werkzaam zijn.
• Auto Focus werkt in het midden van het frame.
• Als Auto Focus gebruikt wordt terwijl het MF-hulpscherm
weergegeven wordt, zal scherp gesteld worden in het midden
van het MF-hulpscherm.
• Auto Focus werkt ook met de volgende handelingen.
– Indrukken van de functieknop waaraan [AF AAN] toegekend is
– Door aanraking van [ AF ]
– Door verslepen van de monitor en het loslaten van uw vinger op het punt waarop u wilt
scherpstellen.
• [AF AAN] wordt uitgeschakeld als [4K Live Bijsnijden] ingesteld is.
108
AF
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Vastzetten van het brandpunt en de belichting
(AF/AE-vergrendeling)
Toepasbare modi:
Dit is handig wanneer u een opname wilt maken van een onderwerp dat zich buiten de
AF-zone bevindt of wanneer het contrast te sterk is en u niet de juiste belichting vindt.
1
2
Lijn het scherm uit met het onderwerp.
Houd [AF/AE LOCK] ingedrukt om de focus
of de belichting vast te zetten.
• Als u [AF/AE LOCK] loslaat, zal AF/AE-vergrendeling
gewist worden.
• In de fabrieksinstelling is alleen de belichting vergrendeld.
3
Terwijl u op [AF/AE LOCK] drukt, beweegt u
het toestel als of u het beeld samenstelt, en
drukt u de sluiterknop vervolgens geheel in.
AEL
3.5 60
0
200
A
A AE vergrendelingsaanwijzing
∫ Instelling van de functies van [AF/AE LOCK]
MENU
>
[Voorkeuze] > [AF/AE vergrend.]
[AE LOCK]
Alleen de belichting is vergrendeld.
• Als de belichting ingesteld is, wordt [AEL] weergegeven.
[AF LOCK]
Alleen de focus is ontgrendeld.
• Als op het onderwerp scherp gesteld is, wordt [AFL] weergegeven.
Zowel focus en belichting zijn vergrendeld.
[AF/AE LOCK] • [AEL] en [AFL] worden weergegeven als de focus en de belichting
geoptimaliseerd zijn.
[AF-ON]
Auto focus wordt uitgevoerd.
• AF-vergrendeling is alleen effectief wanneer u beelden maakt in handmatige belichtingsfunctie.
• De AE-vergrendeling is alleen effectief wanneer u beelden maakt met de Handmatige
Scherpstelling.
• Er kan weer scherpgesteld worden op het onderwerp door de ontspanknop tot de helft in te
drukken zelfs wanneer AE vergrendeld is.
• Programmaschakeling kan ingesteld worden zelfs wanneer AE vergrendeld is.
109
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Belichtingscompensatie
Toepasbare modi:
Gebruik deze functie wanneer u de geschikte belichting niet kunt verkrijgen wegens het
verschil in helderheid tussen het object en de achtergrond.
1
2
Druk op de functieknop achterop om te
schakelen naar
Belichtingscompensatie-werking.
Draai de functieknop om de belichting te
compenseren.
A Belichting Bracket
B Belichtingscompensatie
C [Flitser instel.]
• U kunt onderstaande handelingen uitvoeren terwijl het
beeldscherm van de belichtingscompensatie
weergegeven wordt.
A
C
OFF
0
+1
-5 -4 -3 -2 -1 0 +1 +2 +3 +4 +5
B
Compenseert de belichting
Past de werking van de flitser aan (P162)
3/4
Stelt de belichtingsbracket in (P139)
• U kunt de functies tussen de modusknop op de achterkant en de modusknop op de
voorkant schakelen door op [DISP.] te drukken.
Onderbelichting
Juiste belichting
De belichting positief
compenseren.
3
Overbelichting
De belichting negatief
compenseren.
Druk op de modusknop op de achterkant om in te stellen.
110
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
• U kunt de waarde van de belichtingscompensatie instellen binnen het bereik tussen j5 EV en
i5 EV.
De instellingen kunnen gemaakt worden binnen het bereik van j3 EV tot i3 EV tijdens het
opnemen van films, 4K-foto's of opnames met [Post Focus].
• Als [Auto. belichtingscomp.] in [Flitser] in het [Opname]-menu op [ON] gezet is, zal de
helderheid van de flitser automatisch op het geschikte niveau voor de geselecteerde
belichtingscompensatie gezet worden. (P162)
• Als de belichtingswaarde buiten het bereik van j3 EV tot i3 EV ligt, zal de helderheid van het
opnamescherm niet meer veranderen.
Er wordt aanbevolen om voor de opnames de daadwerkelijke helderheid van het opgenomen
beeld te controleren met Auto Review of op het afspeelscherm.
• De ingestelde belichtingscompensatie wordt zelfs opgeslagen als de camera uitgeschakeld
wordt (als [Belichtingscomp. reset] (P225) op [OFF] gezet is)
111
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
De lichtgevoeligheid instellen
Toepasbare modi:
Hiermee kan de gevoeligheid voor het licht (ISO-gevoeligheid) worden ingesteld.
Als u deze hoger zet, kunnen ook op donkere plaatsen opnamen worden gemaakt zonder
dat de opnamen donker worden.
1
2
Druk op 3 (
).
A
Selecteer de ISO-gevoeligheid door aan de
modusknop op de achterkant te draaien.
ISO
LIMIT
OFF
• U kunt de functies tussen de modusknop op de
achterkant en de modusknop op de voorkant schakelen
door op [DISP.] te drukken.
A Instelling ISO-limiet
B ISO-gevoeligheid
3
ISO
AUTO
Draai aan de modusknop op de voorkant om
de bovengrens van de ISO-gevoeligheid in te
stellen.
• Het zal werken als [Gevoeligheid] op [AUTO] of [
4
AUTO
ISO
] gezet is.
Druk op de modusknop op de achterkant om in te stellen.
• U kunt ook de sluiterknop tot halverwege indrukken om in te stellen.
112
200 40
B
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
AUTO
De ISO-gevoeligheid wordt automatisch aangepast op basis
van de helderheid.
• Maximum [ISO3200] (Met de flitser op [ISO1600])¢1
Het toestel spoort de beweging van het onderwerp op en
stelt de optimale ISO-gevoeligheid en sluitertijd vervolgens
automatisch in zodat deze zo goed mogelijk bij de beweging
van het onderwerp en de helderheid van de scène passen,
om het schommelen van het onderwerp te minimaliseren.
(Intelligent)
• Maximum [ISO3200] (Met de flitser op [ISO1600])¢1
• De sluitersnelheid wordt niet vastgezet als de sluiterknop
tot halverwege ingedrukt wordt. Het verandert voortdurend
om zich aan te passen aan de beweging van het
onderwerp, tot de sluiterknop volledig ingedrukt wordt.
L.100¢2, van 200 tot 25600
De ISO-gevoeligheid wordt ingesteld in verschillende
standen.
¢1 Als de [ISO-limiet] (P201) van het [Opname]-menu op iets anders dan [OFF] gezet is, zal
deze automatisch ingesteld worden binnen de waarde die ingesteld is in [ISO-limiet].
¢2 Alleen beschikbaar als [Uitgebreide ISO] ingesteld is.
Kenmerken van de ISO-gevoeligheid
200
Opnamelocatie (aangeraden)
Sluitertijd
Ruis
Schommelen van het
onderwerp
Wanneer het licht is (buiten)
25600
Wanneer het donker is
Langzaam
Snel
Minder
Verhoogd
Verhoogd
Minder
• Voor informatie over het focusbereik van de flitser als [AUTO] ingesteld is, raadpleegt u P157.
• Kan in de volgende gevallen [
] niet selecteren:
– Sluiter-Prioriteit AE-modus
– Handmatige Belichtingsmodus
• Als [Multi-belicht.] ingesteld is, is de maximum instelling [ISO3200].
• U kunt de volgende instellingen gebruiken in de Creative Video modus wanneer u 4K-foto's
opneemt of opnames maakt met [Post Focus].
[AUTO]/[200] tot [6400]
113
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
De witbalans instellen
Toepasbare modi:
In zonlicht, onder gloeilampen of in andere soortgelijke toestanden waar de kleur van wit
naar roodachtig of blauwachtig gaat, past dit item zich aan de kleur van wit aan die het
dichtst in de buurt zit van wat gezien wordt door het oog in overeenkomst met de lichtbron.
1
2
Druk op 1 (
).
Draai aan de modusknop op de achterkant of
de voorkant om de witbalans te selecteren.
WB
[AWB]
Automatische afstelling
[V]
Wanneer u buiten beelden maakt onder een heldere lucht
[Ð]
Wanneer u buiten beelden maakt onder een bewolkte lucht
[î]
Wanneer u buiten beelden maakt in de schaduw
[Ñ]
Wanneer u beelden maakt onder fel licht
[
]
¢
AWB
Wanneer u beelden maakt met alleen de flits
Stel de witbalanswaarde in. Een gebruik voor het
overeen doen komen van de omstandigheid waarin
u foto’s maakt.
[
[
[
[
1
2
3
4
]/
]/
]/
]
1 Druk op 3.
2 Plaats een voorwerp zoals een wit stuk papier binnen het frame op
het midden van het scherm en druk op [MENU/SET].
• Deze handeling zal de witbalans instellen en brengt u terug naar het
opnamescherm.
• Dezelfde handeling kan uitgevoerd worden door de sluiterknop in te
drukken.
• De witbalans zou niet correct ingesteld kunnen zijn wanneer het
onderwerp te helder of te donker is. Stel de witbalans opnieuw in nadat u
de juiste helderheid afgesteld heeft.
¢ De [AWB]-instelling is toegepast terwijl een film opgenomen wordt, 4K-foto's gemaakt
worden dan wel opnames met [Post Focus].
114
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
U kunt de kleurtemperatuur met de hand instellen
om natuurlijke foto's in verschillende
belichtingsomstandigheden te maken.
[
3
]
6500K
1 Druk op 3.
2 Druk op 3/4 om de kleurtemperatuur te
selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
• U kunt de kleur temperatuur instellen van [2500K] tot [10000K].
Druk op de modusknop op de achterkant om in te stellen.
Onder fluorescente verlichting, LED-verlichting enz., zal de geschikte witbalans
variëren afhankelijk van het verlichtingstype. Gebruik daarom [AWB] of [ 1 ], [ 2 ],
[ 3 ], [ 4 ].
• De witbalans wordt alleen berekend voor onderwerpen die binnen het bereik van de flitser van
het toestel liggen. (P157)
• In de Scène Guide modus zal het veranderen van de scène of de opnamemodus tot gevolg
hebben dat de instellingen van de witbalans (met inbegrip van de fijnafstelling van de
witbalans) weer op [AWB] gezet worden.
• In de Scene Guide modus worden instellingen gemaakt die voor iedere scène geschikt zijn.
∫ Automatische witbalans
Afhankelijk van de dominante omstandigheden waarin beelden gemaakt worden, kunnen
de beelden een roodachtige of blauwachtige tint aannemen. Bovendien wanneer er
meerdere lichtbronnen gebruikt worden of er niets is met een kleur die in de buurt van wit
zit, kan de automatische witbalans niet goed kunnen werken. In zo een geval, de
witbalans instellen op een andere functie dan [AWB].
1 De automatische witbalans zal met dit bereik werken.
2 Blauwe lucht
3 Bewolkte lucht (Regen)
4 Schaduw
5 Zonlicht
6 Wit fluorescerend licht
7 Gloeilamp
8 Zonsopgang en zonsondergang
9 Kaarslicht
Kl Kelvintemperatuur en kleuren
115
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
De witbalans fijn afstellen
U kunt de witbalans fijn instellen als u de gewenste tint niet krijgt met de gewone
witbalans.
1
2
3
Selecteer de witbalans en druk vervolgens op 4.
Druk op 3/4/2/1 om de witbalans fijn in te stellen.
2 : A (AMBER: ORANJE)
A
1 : B (BLAUW: BLAUWACHTIG)
3 : G (GROEN: GROENACHTIG)
4 : M (MAGENTA: ROODACHTIG)
• U kunt ook een fijnere afstelling maken door de grafiek van
de witbalans aan te raken.
• Door op [DISP.] te drukken, wordt de positie opnieuw op het midden gezet.
G
B
M
Op [MENU/SET] drukken.
• Als u de witbalans fijn instelt op [A] (amber), zal de icoon van de witbalans op het beeldscherm
oranje worden.
Als u de witbalans fijn instelt op [B] (blauw), zal de icoon van de witbalans o het beeldscherm
blauw worden.
• Als u de witbalans fijn instelt op [G] (groen) of op [M] (magenta), zal [_] (groen) of [`]
(magenta) naast de icoon van de witbalans op het beeldscherm verschijnen.
116
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Witbalans Bracket
Bracket wordt ingesteld op basis van de afstellingen van de witbalansfijnafstelling; met
één druk op de sluiterknop worden automatisch 3 opnamen ineens met verschillende
kleuren gemaakt.
1
2
Verricht de fijnafstelling van de witbalans in stap 2
van “De witbalans fijn afstellen” en stel vervolgens
de bracket in door aan de modusknop op de
achterkant te draaien.
Draai de modusknop op de achterkant naar rechts:
Horizontaal ([A] naar [B])
Draai de modusknop op de achterkant naar links:
Verticaal ([G] naar [M])
• U kunt de bracket ook instellen door [ ]/[ ] aan te raken.
Op [MENU/SET] drukken.
G
A
B
M
• U kunt de witbalansbracket ook instellen in [Bracket] in het [Opname]-menu. (P138)
In deze gevallen niet beschikbaar:
• De witbalans bracket werkt niet in de volgende gevallen:
– Intelligent Auto modus
– Intelligent Auto Plus modus
– Panorama Shot-modus
– [Glinsterend water]/[Fonkelende verlichting]/[Nachtop. uit hand]/[Bloemen] (Scene Guide
modus)
– Creative Control modus
– Foto's maken terwijl u een film opneemt
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Wanneer in de burst-modus opgenomen wordt
– Opnemen terwijl de sluitertijd op [T] (Tijd) gezet is
– Wanneer [Kwaliteit] ingesteld is op [
], [
] of [
]
– Wanneer u [Multi-belicht.] gebruikt
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt (alleen als [Automatische opname] ingesteld is)
117
5.
Instellingen voor 4K Photo en Drive
4K-foto's maken
Toepasbare modi:
U kunt het gewenste moment kiezen uit een burst-opname van foto's die gemaakt zijn met
30 frames/seconde en dat moment bewaren als een foto met (ongev.) 8 miljoen pixels.
1 Maak een 4K-foto.
2 Selecteer en bewaar de foto's.
3 De foto is compleet.
• Gebruik een kaart met UHS-snelheidsklasse 3 om 4K-foto's te maken. (P28)
• Als 4K-foto's gemaakt worden, is de gezichtshoek smaller.
1
Druk op [
].
• Dezelfde handeling kan uitgevoerd worden door op de
[
]-knop (4) te drukken en 2/1 te gebruiken om
een 4K-foto-icoon ([
], enz.) te selecteren en op 3 te
drukken. (P134)
2
Selecteer de opnamemethode met 2/1 en
druk vervolgens op [MENU/SET].
• U kunt de opnamemethode ook selecteren in
[Opnamemethode] van [4K-FOTO] in het
[Opname]-menu.
118
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Voor het vastleggen van de beste
opname van een snel bewegend
onderwerp (bijv. sport, vliegtuigen,
treinen)
[
]
[4K-burst]¢1


De burst-opname wordt uitgevoerd
terwijl op de sluiterknop gedrukt wordt en deze ingedrukt
gehouden blijft.
Het sluitergeluid zal herhaaldelijk hoorbaar zijn.
A Op drukken in ingedrukt houden
B Het opnemen wordt uitgevoerd
Audio-opname: niet beschikbaar
Voor het vastleggen van
onvoorspelbare fotomomenten
(bijv. planten, dieren, kinderen)
De burst-opname start als op de
sluiterknop gedrukt wordt en stopt
wanneer er opnieuw opgedrukt wordt.
Er zullen start- en stoptonen klinken.

[
]
[4K-burst (S/S)]¢1
“S/S” is een
afkorting voor
“Start/Stop”.
C Start (Eerste)
D Stop (Tweede)
E Het opnemen wordt uitgevoerd


Audio-opname: beschikbaar¢2
[
]
[4K-voorburst]
Om opnames te maken zodra zich
een fotomoment voordoet
(bijv. het moment waarop met een bal


gegooid wordt)

De burst-opname wordt gedurende
ongeveer 1 seconde uitgevoerd voor
en na het moment waarin op de sluiterknop gedrukt wordt. Het
sluitergeluid zal slechts één keer klinken.
F Ongeveer 1 seconde
G Het opnemen wordt uitgevoerd
Opname-lengte: ongeveer
2 seconden
Audio-opname: niet beschikbaar
¢1 Het opnemen stopt als de continue opnametijd de 29 minuten en 59 seconden
overschrijdt.
– Wanneer een SDHC-geheugenkaart gebruikt wordt: u kunt zelfs zonder onderbreking
doorgaan met opnemen als het bestandsformaat groter is dan 4 GB maar het
filmbestand zal gesplitst worden en afzonderlijk opgenomen/afgespeeld worden.
– Als een SDXC-geheugenkaart gebruikt wordt: u kunt een film in een enkel bestand
opnemen.
¢2 De audio wordt niet afgespeeld als u het afspelen met de camera uitvoert.
119
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
3
Druk de sluiterknop in om de opname uit te voeren.
Opnemen met [
] ([4K-burst])
(P121)
Opnemen met [
] ([4K-burst (S/S)])
(P121)
Opnemen met [
] ([4K-voorburst])
(P122)
• De camera zal een burst-opname van een 4K-foto maken en die bewaren als een
4K-burst-bestand in MP4-formaat.
• Als [Auto review] ingeschakeld is, zal het scherm voor de beeldselectie automatisch
weergegeven worden. Druk de sluiterknop tot halverwege in om het opnamescherm
weer te geven en de opname voort te zetten.
• Als [Lichtcompositie] (P237) gebruikt wordt, wordt het aanbevolen een statief te
gebruiken of een smartphone in plaats van de sluiter en een opname met
afstandsbediening te maken (P259) om het bewegen van de camera te vermijden.
∫ 4K-Foto's wissen
].
In stap 2 selecteert u [
• De handeling kan geannuleerd worden door op de knop [
[
] ([Enkel]) of [
] (4) te drukken en vervolgens
] te selecteren.
Leeg raken batterij en temperatuur camera
• Als de omgevingstemperatuur hoog is, of als de 4K-foto's continu opgenomen worden, of als
de temperatuur van de camera stijgt, kan [
] weergegeven worden en kan de opname
halverwege gestopt worden om de camera te beschermen. Wacht tot de camera afkoelt.
• Als [
] ([4K-voorburst]) ingesteld is, raakt de batterij sneller leeg en stijgt de
temperatuur van de camera. Selecteer [
] ([4K-voorburst]) alleen tijdens de opname.
120
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Opnemen met [4K-burst]
1
Selecteer [
] ([4K-burst]). (P118)
50p
A Beschikbare opnametijd
2
3
4:3
4K
AFS
Druk de sluiterknop tot halverwege in.
Druk de sluiterknop volledig in en houd hem
ingedrukt zo lang als u wilt dat de opname
uitgevoerd wordt.
• Druk de knop kort van tevoren volledig in. De opname
0
R5m04s
A
start ongeveer 0,5 seconde nadat de knop volledig
ingedrukt werd.
• Er zal een 4K-burst-bestand opgenomen worden terwijl op de sluiterknop gedrukt wordt
en deze ingedrukt gehouden blijft.
• Als u Auto Focus gebruikt, zal [Continu AF] werken tijdens de opname. Het brandpunt zal
continu bijgesteld worden.
• Raadpleeg voor informatie over het selecteren en bewaren van beelden uit de opgenomen
4K-burst-bestanden P126.
• Als u uw vinger van de sluiterknop wegneemt onmiddellijk nadat de opname gestart is, kan een
periode van tot ongeveer 1,5 seconde na het moment waarop u uw vinger wegnam
opgenomen worden.
Opnemen met [4K-burst (S/S)]
1
Selecteer [
] ([4K-burst (S/S)]). (P118)
A Beschikbare opnametijd
2
Druk de ontspanknop geheel in.
• Opname zal starten.
• Als u Auto Focus gebruikt, zal [Continu AF] werken tijdens
3
Druk de sluiterknop opnieuw volledig in.
• Opname zal stoppen.
de opname. Het brandpunt zal continu bijgesteld worden.
50p
4:3
4K
0
AFS
R5m04s
A
Opnametips
Markers toevoegen om beelden te selecteren en te bewaren
U kunt markers toevoegen als u tijdens de opname op [Fn1] drukt. (tot 40
markers per opname) Wanneer beelden uit een 4K-burst-bestand geselecteerd
en bewaard worden, kunt u naar de posities springen waarop u markers
toegevoegd heeft.
• Raadpleeg voor informatie over het selecteren en bewaren van beelden uit de opgenomen
4K-burst-bestanden P126.
121
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
∫ Instellen van Loop-opnamen
De camera voert de opname uit terwijl het de gegevens van het voorafgaande gedeelte
wist zodat u kunt doorgaan met opnemen terwijl u op een fotomoment wacht, zonder de
kaart te hoeven vervangen.
• Wanneer u de opname eenmaal start, zal het 4K-burst-bestand opgenomen worden en om de
ongeveer 2 minuten gesplitst worden.
Ongeveer de laatste 10 minuten (tot ongeveer 12 minuten) zullen opgeslagen worden. Het
voorafgaande gedeelte zal worden gewist.
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Opname] > [4K-FOTO] > [Loop-recording]
Instellingen: [ON]/[OFF]
• Wij adviseren dat u een voldoende geladen batterij of een (optionele) netadapter gebruikt.
• Het is mogelijk om tot 29 minuten en 59 seconden achter elkaar op te nemen.
•[
] wordt tijdens het opnemen weergegeven.
• De beschikbare opnametijd en de verstreken opnametijd worden tijdens de opname niet weergegeven.
• [Loop-recording] is niet mogelijk als er onvoldoende vrije ruimte op de kaart is.
• [Loop-recording] is alleen beschikbaar voor [
] ([4K-burst (S/S)]).
Opnemen met [4K-voorburst]
1
Selecteer [
] ([4K-voorburst]). (P118)
A Aantal opnames dat gemaakt kan worden
• Als u de sluiterknop tot halverwege indrukt, zullen de
lensopeningwaarde en de sluitertijd weergegeven worden.
2
Druk de ontspanknop geheel in.
• De opname van een 4K-burst-bestand zal uitgevoerd
worden gedurende ongeveer 1 seconde voor en na het
moment dat op de sluiterknop gedrukt wordt.
50p
4:3
4K
AFS
0
1200
A
Opnametips
Brandpunt en belichting
Auto Focus stelt het brandpunt continu bij en stelt ook de belichting continu bij,
behalve in de handmatige belichtingsmodus.
• In de situaties waarin u het brandpunt en de belichting wilt vergrendelen, zoals wanneer
het onderwerp zich niet in het midden bevindt, gebruikt u [AF/AE LOCK]. (P109)
• Raadpleeg voor informatie over het selecteren en bewaren van beelden uit de opgenomen
4K-burst-bestanden P129.
• Bij een opname met [
] ([4K-voorburst]) kunnen beelden mogelijk niet net zo vloeiend
weergegeven worden als tijdens het opnemen met het gewone opnamescherm.
122
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Opmerkingen over de 4K-fotofunctie
∫ Veranderen van de beeldverhouding
Door [Aspectratio] in het [Opname]-menu te selecteren, kunt u de beeldverhouding van
4K-foto's veranderen.
∫ Het onderwerp opnemen met minder waas
U kunt de wazigheid van het onderwerp verlagen door een snellere sluitertijd in te stellen.
1
2
Zet de modusknop op [ ].
Stel de sluitertijd in door aan de modusknop op de achterkant of de voorkant te
draaien.
• Approximatieve sluitertijd voor buitenopnames onder goede weersomstandigheden.
1/1000 seconde of sneller.
• Als u de sluitertijd verhoogt, wordt de ISO-gevoeligheid groter hetgeen de ruis op het
scherm kan doen toenemen.
∫ Sluitergeluid voor het maken van 4K-foto's
] ([4K-voorburst]) gebruikt wordt, vindt de opname plaats met de
Als [
] ([4K-burst]) of [
elektronische sluiter. U kunt de instellingen van het geluid van de elektronische sluiter
veranderen in [E-shutter vol] en [E-Shuttertoon]. (P221)
Voor opnames met [
] ([4K-burst (S/S)]) kan het volume van de start-/stoptoon ingesteld
worden in [Beep volume].
• U kunt de hogesnelheid burst-opname snel ten uitvoer brengen met gebruik van de
4K-fotofunctie in combinatie met [Stille modus].
∫ Scènes die niet geschikt zijn voor de 4K-fotofunctie
Opnames in uiterst heldere locaties of binnenshuis
Als onderwerpen op een extreem heldere plaats opgenomen worden, of onder
fluorescente/LED-verlichting, kan de kleurtoon of de helderheid van het beeld veranderen
en kunnen horizontale strepen op het beeld verschijnen.
Het verlagen van de sluitertijd kan het effect van de horizontale strepen verkleinen.
Onderwerpen die snel in horizontale richting bewegen
Als u een onderwerp opneemt dat snel in horizontale richting beweegt, kan het onderwerp
op de opgenomen beelden vervormd lijken.
123
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
∫ Beperkingen van de 4K-fotofunctie
Om de instellingen van de 4K-foto-opname te optimaliseren, zijn op enkele
opnamefuncties, menu-items en andere instellingen bepaalde beperkingen van
toepassing.
• De volgende items staan vast op de hierna aangeduide instellingen:
[4K] (8M)
[Fotoresolutie]
• De volgende beeldformaten zullen toegepast worden:
[4:3]: (3328k2496)
[16:9]: (3840k2160)
[3:2]: (3504k2336)
[1:1]: (2880k2880)
[Kwaliteit]
[A]
[Sluitertype]
[ESHTR]
[Opname-indeling]¢
[MP4]
[Opn. kwaliteit]¢
[4K/100M/30p]
[Continu AF]¢
[ON]
¢ Instellingen in het [Bewegend beeld]-menu worden niet toegepast op 4K-foto-opnames.
• De volgende beperkingen zijn van toepassing op onderstaande opname-functies:
[
[
] ([4K-burst])/
] ([4K-burst (S/S)])
[
programmawisseling
s
Belichtingscompensatie
j3 EV tot i3 EV
Sluitertijd
1/30 tot1/16000
Focusmodus (AFF)
[AF mode] (
Witbalans (
s
)
[MF assist]
] ([4K-voorburst])
s
±
)
s
s
ISO-gevoeligheid
[AUTO], 200 tot 6400
Flitser
s
124
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
• De volgende menu-items zijn uitgeschakeld:
Van toepassing op [
] ([4K-burst])/[
] ([4K-burst (S/S)])/[
] ([4K-voorburst])
[Opname]
[Fotoresolutie]/[Kwaliteit]/[Bracket]/[iHandh. nachtop.]/[iHDR]/[HDR]/
[Panorama-instellingen]/[Sluitertype]/[Sluitervertraging]/[Flitser]/[Uitgebreide
ISO]/[Lang sl.n.red]/[Schaduwcomp.]/[Ex. tele conv.]/[Kleurruimte]/[Gezicht
herk.]/[Profiel instellen]
[Voorkeuze]
[Opn.gebied]
Alleen [
] ([4K-voorburst])
[Set-up]
[Besparing]
• De volgende veranderen treden op als 4K-foto's gemaakt worden:
– De [I.resolutie]-instelling verandert van [EXTENDED] in [LOW].
– [Bestemming] in [Reisdatum] kan niet opgenomen worden.
– [Gelijktijdig zond. filter] is niet beschikbaar.
– Het is niet mogelijk de HDMI-uitgang te gebruiken.
• Als met [
] ([4K-voorburst]) opgenomen wordt, is [Stapsg. zoom] in [Powerzoomlens]
uitgeschakeld.
• De scènedetectie in de Intelligent Auto modus werkt op dezelfde manier als wanneer een film
opgenomen wordt.
• Als de drive-modus op 4K-foto gezet is, is het niet mogelijk foto's te maken terwijl een film
opgenomen wordt (alleen als [
] ([Fotoprioriteit]) ingesteld is).
In deze gevallen niet beschikbaar:
• De 4K-fotofunctie is uitgeschakeld als de volgende instellingen gebruikt worden:
– [Scherp tegenlicht]/[Glinsterend water]/[Artistieke nachtopname]/[Fonkelende verlichting]/
[Nachtop. uit hand]/[Nachtportret]/[Bloemen] (Scene Guide modus)
– [Ruw zwart-wit]/[Zacht zwart-wit]/[Miniatuureffect]/[Zachte focus]/[Sterfilter]/[Zonneschijn]
(Creative Control modus)
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Opnemen terwijl de sluitertijd op [T] (Tijd) gezet is
– Wanneer u [Multi-belicht.] gebruikt
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt
125
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Beelden in een 4K-burst-bestand selecteren en
bewaren
Dit deel beschrijft hoe beelden in het 4K-burst-bestand geselecteerd en bewaard worden.
Raadpleeg P118 voor informatie over hoe 4K-burst-bestanden opgenomen moeten worden.
• De foto wordt in JPEG-formaat bewaard.
• De foto zal bewaard worden met de opname-informatie (Exif informatie) met inbegrip van de
informatie over de sluitertijd, de lensopening en de ISO-gevoeligheid.
Door [Afspeelfunctie] in het [Afspelen]-menu op [4K-FOTO] te zetten, wordt u in
staat gesteld alleen 4K-burst-bestanden en daaruit gecreëerde foto's af te spelen.
4K-burst-bestanden opgenomen met [
1
] ([4K-burst]) of [
Selecteer een 4K-burst-bestand op het
afspeelscherm en druk op 3.
].
• 4K-burst-bestanden worden weergegeven met [
• U kunt dezelfde handeling ook uitvoeren door aanraking
van de icoon [
].
• Het diascherm, voor de selectie van de foto's, wordt
weergegeven.
2
Versleep de frames om het frame te selecteren dat u
als foto wilt bewaren.
• U kunt dezelfde handeling ook uitvoeren door op 2/1 te drukken.
Als u foto's selecteert uit ongeacht welk
4K-burst-bestand met een lange burst-tijd, raden wij
aan dat u eerst een ruwe selectie van de scènes
maakt met gebruik van het 4K-burst-afspeelscherm
en vervolgens het gewenste frame selecteert dat u
als foto wilt bewaren, met gebruik van het diascherm.
• Raadpleeg P126, P128 voor details over ze te
bedienen.
3
Druk op [MENU/SET] om de foto te bewaren.
<Diascherm>
Positie van het
weergegeven frame
Fn3
Fn1
126
] ([4K-burst (S/S)])
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Knopbediening Aanraakbediening
Slepen
2/1
Beschrijving van de bediening
Selecteert een frame
• U kunt een frame uit 60 frames selecteren (continue
burst-tijd van ongeveer 2 seconden).
Geeft de vorige of de volgende frames als diascherm weer
• De vorige of volgende 45 frames (burst-tijd van ongeveer
Selecteer
/
>
[MENU/SET]
1,5 seconde) zullen de 45 frames vervangen die op dat
moment als diascherm weergegeven worden.
• Door opnieuw op dezelfde knop te drukken, zullen de
frames weergegeven worden die op de volgende frames
volgen dan wel de frames die aan de vorige voorafgaan.
/
Selecteert de weer te geven frames
Aanraken/
Verslepen
s
Open-/
dichtknijpen
3/4/2/1
• Frames die aan het geselecteerde frame voorafgaan of het
volgen zullen op het diascherm weergegeven worden.
Vergroot/verkleint de weergave
s
Selecteert een frame terwijl de vergrote weergave
gehandhaafd blijft
(tijdens vergrote weergave)
Slepen
Beweegt de vergrote zone (tijdens vergrote weergave)
Geeft het 4K-burst-afspeelscherm weer.
[Fn3]
[Fn1]
Schakelt naar de werking met markers
/
s
Voegt een marker toe/wist een marker
De in-focus gedeeltes worden met een kleur geaccentueerd.
([Peaking])
• Schakelt om in de volgorde [OFF]>[ON] ([LOW]) > [ON]
([HIGH]).
s
[DISP.]
s
Telkens wanneer op de knop gedrukt wordt, verandert de
weergavemodus van de informatie in onderstaande
volgorde:
Weergave met informatie > Weergave zonder
informatie > Weergave met een histogram.
[MENU/SET]
Bewaart het beeld
• Tijdens de werking met markers kunt u naar de markers springen die u toegevoegd had, of
naar het begin of het eind van het 4K-burst-bestand. Druk opnieuw op [Fn1] om naar de
oorspronkelijke werking terug te keren.
Knopbediening
Aanraakbediening
Beschrijving van de bediening
1
Beweegt naar het volgende merkteken.
2
Beweegt naar het vorige merkteken.
127
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
<4K-burst-afspeelscherm>
Fn3
Fn1
Fn1
Tijdens pauze
Tijdens continu afspelen
Knopbediening Aanraakbediening
Beschrijving van de bediening
3
Continu afspelen
4
Continu terugspoelen
• De frames worden teruggespoeld met intervallen van
ongeveer 0,5 seconde bij een hogere snelheid dan die van
het continu afspelen.
Pauze (tijdens continu afspelen/terugspoelen)
3/4
Snel vooruit
1
Frame-by-frame vooruit (tijdens pauze)
Snel achteruit
2
Frame-by-frame achteruit (tijdens pauze)
Selecteert de weer te geven frames (tijdens pauze)
s
Aanraken/
Verslepen
Open-/
dichtknijpen
s
3/4/2/1
Slepen
[Fn3]
[MENU/SET]
Beweegt de vergrote zone (tijdens vergrote weergave)
Schakelt naar de werking met markers
/
Voegt een marker toe/wist een marker
De in-focus gedeeltes worden met een kleur geaccentueerd.
([Peaking])
• Schakelt om in de volgorde [OFF]>[ON] ([LOW]) > [ON]
([HIGH]).
s
[DISP.]
Selecteert een frame terwijl de vergrote weergave
gehandhaafd blijft (tijdens de vergrote weergave)
Geeft het diascherm weer (tijdens pauze)
[Fn1]
s
Vergroot/verkleint de weergave (tijdens pauze)
s
Telkens wanneer op de knop gedrukt wordt, verandert de
weergavemodus van de informatie in onderstaande volgorde:
Weergave met informatie > Weergave zonder
informatie > Weergave met een histogram.
Bewaart de foto (tijdens pauze)
128
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
4K-burst-bestanden opgenomen met [
1
] ([4K-voorburst])
Selecteer een 4K-burst-bestand op het
afspeelscherm en druk op 3.
].
• 4K-burst-bestanden worden weergegeven met [
• U kunt dezelfde handeling ook uitvoeren door aanraking
van de icoon [
].
• Het diascherm, voor de selectie van de foto's, wordt
2
weergegeven.
Versleep de frames om het frame te selecteren dat u als foto wilt bewaren.
• U kunt dezelfde handeling ook uitvoeren door op 2/1 te drukken.
Knopbediening Aanraakbediening
2/1
Slepen
Open-/
dichtknijpen
s
3/4/2/1
Slepen
Vergroot/verkleint de weergave
Selecteert een frame terwijl de vergrote weergave
gehandhaafd blijft (tijdens de vergrote weergave)
Beweegt de vergrote zone (tijdens vergrote weergave)
De in-focus gedeeltes worden met een kleur geaccentueerd.
([Peaking])
• Schakelt om in de volgorde [OFF]>[ON] ([LOW]) > [ON]
([HIGH]).
s
[DISP.]
Beschrijving van de bediening
Selecteert een frame
s
Telkens wanneer op de knop gedrukt wordt, verandert de
weergavemodus van de informatie in onderstaande
volgorde:
Weergave met informatie > Weergave zonder
informatie > Weergave met een histogram.
[MENU/SET]
3
Bewaart het beeld
Druk op [MENU/SET] om de foto te bewaren.
129
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
∫ Selecteren en bewaren van beelden op het TV-scherm
Voorbereiding: Zet [HDMI-functie (afspelen)] (P224) op [AUTO] of [4K].
• Als verbinding gemaakt wordt met een TV die geen 4K-films ondersteunt, selecteer dan
[AUTO]
Verbind de camera en de TV met een HDMI-microkabel en laat het
afspeelscherm weergeven. (P292)
• Om foto's te selecteren en te bewaren wanneer de camera met een HDMI microkabel met de
TV verbonden is, zet u [VIERA link] in [TV-verbinding] op [OFF].
• Als u de camera met een HDMI-microkabel met een TV verbindt en 4K-burst-bestanden op de
TV weergeeft, zullen deze alleen op het 4K-burst-afspeelscherm weergegeven worden.
Het scherm voor het afspelen van 4K-burst, voor het afspelen van 4K-burst-bestanden die
opgenomen zijn met [
] ([4K-burst]) of [
] ([4K-burst (S/S)]) wordt weergegeven en het
diascherm wordt niet weergegeven.
• Zelfs als u de SD-kaart in een SD-kaartsleuf van een 4K-compatibele TV steekt, kunt u geen
4K-burst-bestanden afspelen die opgenomen zijn met [Aspectratio] op een andere optie dan
[16:9].
Om deze af te spelen dient u de camera en een 4K-compatibele TV met een HDMI-microkabel
te verbinden.
(Met ingang van april 2016)
• Afhankelijk van de TV waarmee verbinding gemaakt wordt, kunnen de 4K-burst-bestanden
mogelijk niet correct afgespeeld worden.
• U kunt geen 4K-burst-bestanden afspelen terwijl de icoon voor de huidige opgevraagde
informatie ([
] of [
]) weergegeven wordt. Wacht tot de icoon verdwijnt.
• Als u het diascherm of het 4K-burst-afspeelscherm twee keer aanraakt, zal het scherm
vergroot worden. Raak het vergrote scherm twee keer aan om naar de oorspronkelijke
weergave terug te keren.
• Om beelden afkomstig van 4K-burst-bestanden te selecteren en op een PC te bewaren,
gebruikt u de software “PHOTOfunSTUDIO”. (P296)
Houd er rekening mee dat het niet mogelijk is een 4K-burst-bestand als een film te bewerken.
130
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Een focuspunt selecteren na een opname
([Post Focus])
Toepasbare modi:
De camera kan burst-opnames uitvoeren met dezelfde beeldkwaliteit als 4K-foto-opnames terwijl
de focus automatisch naar de verschillende gebieden verplaatst wordt. Na de opname kunt u het
gewenste gebied op het scherm selecteren en de foto waarin het geselecteerde gebied scherp
gesteld is bewaren. Deze functie is geschikt voor het opnemen van niet bewegende objecten.
4K-burst-opname terwijl de
focus automatisch verplaatst
wordt.
Raak het gewenste
focuspunt aan.
Er wordt een foto met het
gewenste focuspunt gemaakt.
• Gebruik een kaart met UHS-snelheidsklasse 3. (P28)
• Als [Post Focus] gebruikt wordt, is de gezichtshoek smaller.
Opnemen met gebruik van [Post Focus]
1
2
Druk op [
].
Druk op 2/1 om [ON] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
• Het kan ook ingesteld worden door naar het [Opname]-menu te gaan en [ON] voor [Post
3
Bepaal de compositie en druk de sluiterknop tot
halverwege in.
• Auto-focus zal de scherpstelgebieden op het scherm
Focus] te selecteren.
4
detecteren (met buitensluiting van de randen van het scherm).
• Als er op het scherm geen gebieden zijn die scherp gesteld
kunnen worden, zal de focusweergave (A) knipperen. In
dit geval is het niet mogelijk de opname te maken.
Druk de sluiterknop volledig in om de opname te starten.
• Het brandpunt verandert automatisch tijdens het
opnemen. Als de icoon (B) verdwijnt, wordt de opname
automatisch beëindigd.
[Post Focus]: [ON]
A
4:3
4K
B
2SQHPHQLQSRVWIRFXV
残5m04s
Vanaf het moment dat de sluiterknop tot halverwege ingedrukt wordt tot het einde
5m04s
van de opname.
• Handhaaf dezelfde afstand tot het onderwerp en dezelfde compositie.
• Gebruik de zoom niet (de opname zal anders niet uitgevoerd worden of stoppen).
• Er zal een film in MP4-formaat opgenomen worden (er zal geen audio opgenomen worden).
• Als [Auto review] ingeschakeld is, zal een scherm weergegeven worden waarin u het
gewenste scherpstelgebied kunt selecteren. (P133)
131
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
∫ Om [Post Focus] te annuleren
Selecteer [OFF] in stap 2 op P131.
De cameratemperatuur
• Als de omgevingstemperatuur hoog is, of als de [Post Focus]-opname continu uitgevoerd
wordt, of als de temperatuur van de camera stijgt, kan [
] weergegeven worden en kan
de opname halverwege gestopt worden om de camera te beschermen. Wacht tot de camera
afkoelt.
∫ Beperkingen van [Post Focus]
• Aangezien de opname met dezelfde beeldkwaliteit als 4K-foto's uitgevoerd wordt, zijn
bepaalde beperkingen van toepassing op opnamefuncties en menu-instellingen. Raadpleeg
voor details “Beperkingen van de 4K-fotofunctie” op P124.
• Naast de beperkingen van de 4K Photo-functie zijn de volgende beperkingen van toepassingen
op [Post Focus]-opnames:
– De focusmodus staat vast op [AFS].
– De Auto Focusmodus is uitgeschakeld.
– Bewegende beelden kunnen niet gemaakt worden.
– Alleen [Enkel] en [Zelf ontsp.] ([
] en [
]) zijn beschikbaar voor de drive-modus.
– [Dig. zoom] is uitgeschakeld.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• De [Post Focus]-functie is uitgeschakeld als de volgende instellingen gebruikt worden:
– [Scherp tegenlicht]/[Glinsterend water]/[Artistieke nachtopname]/[Fonkelende verlichting]/
[Nachtop. uit hand]/[Nachtportret]/[Bloemen] (Scene Guide modus)
– [Ruw zwart-wit]/[Zacht zwart-wit]/[Miniatuureffect]/[Zachte focus]/[Sterfilter]/[Zonneschijn]
(Creative Control modus)
– Wanneer [Multi-belicht.] ingesteld is
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt
132
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Selecteren van het gewenste scherpstelgebied en bewaren van de foto
1
Selecteer een beeld met de [
]-icoon op het afspeelscherm en
druk op 3.
• U kunt dezelfde handeling ook uitvoeren door aanraking van de icoon
[
2
].
Selecteer en raak een scherpstelgebied aan.
• Een beeld waarin het geselecteerde gebied scherp gesteld
is zal weergegeven worden.
• Als een scherp gesteld beeld niet beschikbaar is voor het
geselecteerde gebied zal een rood kader weergegeven
worden. In dit geval kunt u het beeld niet bewaren.
• U kunt de randen van het scherm niet selecteren.
Knopbediening
3/4/2/1/
Fn1
Aanraakbediening
Beschrijving van de bediening
Aanraken
Selecteert een scherpstelgebied.
• Het kan niet geselecteerd worden
tijdens de vergrote weergave.
Vergroot de weergave.
Verkleint de weergave (tijdens
vergrote weergave).
De in-focus gedeeltes worden met
een kleur geaccentueerd.
([Peaking])
• Schakelt om in de volgorde
[OFF]>[ON] ([LOW]) > [ON]
([HIGH]).
[Fn1]
[MENU/SET]
Bewaart het beeld
• U kunt de focus fijn afstellen door tijdens de vergrote
3
weergave de schuifbalk te verslepen (u kunt dezelfde
handeling ook verrichten door op 2/1 te drukken).
Fn1
Raak [
] aan om het beeld te bewaren.
• De foto wordt in JPEG-formaat bewaard.
• Keer na het bewaren terug naar stap 2.
• U kunt geen beeld van een TV-scherm kiezen en bewaren, zelfs niet als de camera met een
HDMI-microkabel op een TV aangesloten is.
• U kunt [Post Focus] selecteren in [Afspeelfunctie] of [Diashow] in het [Afspelen]-menu.
133
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Selecteer een drive-modus
Toepasbare modi:
U kunt veranderen wat de camera zal doen wanneer u op de sluiterknop drukt.
1
2
Druk op 4 (
).
Druk op 2/1 om de drivemodus te
selecteren en druk vervolgens op
[MENU/SET].
1 2 3 4
H
A Drive-modus
A
3
1 [Enkel]
Als op de sluiterknop gedrukt wordt, wordt slechts één
beeld opgenomen.
2 [Burstfunctie] (P135)
Er worden achtereenvolgende opnames gemaakt
terwijl de sluiterknop ingedrukt is.
3 [4K-FOTO] (P118)
Als op de sluiterknop gedrukt wordt, wordt een 4K-foto
gemaakt.
4 [Zelf ontsp.] (P137)
Als op de sluiterknop gedrukt wordt, wordt de opname
gemaakt nadat de ingestelde tijd verstreken is.
Stel scherp op het onderwerp en maak een beeld.
∫ Annuleren van de aandrijfstand
Selecteer [
] ([Enkel]) of [
] in stap 2.
• U kunt de zelfontspanner ook annuleren door de camera uit te schakelen (als [Zelf ontsp. auto
uit] (P225) op [ON] gezet is)
134
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Burstfunctie
∫ De burst-snelheid instellen
Na op 3 gedrukt te hebben in stap 2 op P134, drukt u op 2/
1 om de burst-snelheid te selecteren en drukt u vervolgens
op [MENU/SET].
Burstsnelheid
(opnamen/
seconde)
H
LV
M
LV
L
[SH]
(Superhoge
snelheid)
[H]
(Hoge
snelheid)
[M]
(Medium
snelheid)
[L]
(Lage
snelheid)
Mechanische
sluiter
—
8 (AFS)
6 (AFC)
6
2
Elektronische
sluiter
40
10 (AFS)
6 (AFC)
6
2
Geen
Geen
Beschikbaar
Live View tijdens Burstfunctie
¢1
SH
Met
RAW-bestanden
—
Zonder
RAW-bestanden
Max. 120
40 of meer
Beschikbaar
¢2
100 of meer¢2
¢1 Aantal beelden dat opgenomen kan worden
¢2 Als de opname gemaakt wordt onder de testvoorwaarden die door Panasonic gespecificeerd
zijn.
De burst-snelheid zal halverwege lager worden. De beelden kunnen echter opgenomen
worden zolang de capaciteit van de kaart niet vol is. Afhankelijk van de
opname-omstandigheden, zal het aantal burst-beelden dat opgenomen kan worden
verlaagd worden.
• Het beeldformaat zal vast op [S] gezet worden als [Burstsnelh.] op [SH] gezet is.
• De burst-snelheid kan afhankelijk van de volgende instellingen lager worden.
– [Fotoresolutie] (P192)/[Kwaliteit] (P193)/[Gevoeligheid] (P112)/Focusmodus (P95)/[Prio.
focus/ontspan] (P212)
∫ Het maximum aantal beelden dat continu opgenomen kan worden
Als u de sluiterknop tot halverwege indrukt, zal het maximum
aantal beelden dat u continu kunt opnemen verschijnen. U kunt
controleren hoeveel beelden bij benadering opgenomen kunnen
worden voordat de burst-snelheid afneemt.
0 200
r20
20
Voorbeeld: als 20 beelden opgenomen kunnen worden: [r20]
• Is de opname eenmaal van start gegaan, dan zal het maximum aantal beelden dat opgenomen
kan worden afnemen. Als [r0] verschijnt, zal de burst-snelheid afnemen.
• Als [r99+] weergegeven wordt, kunt u tot 100 of meer beelden continu opnemen.
135
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Scherpstellen in burstfunctie
De manier om scherp te stellen varieert en is afhankelijk van de instelling van de
focusmodus (P95) en de instelling van de [Prio. focus/ontspan] (P212) in het
[Voorkeuze]-menu.
Focusmodus
[Prio. focus/ontspan]
[AFS]
[AFF]/[AFC]¢1
[MF]
[FOCUS]
Focus
Bij de eerste opname
[RELEASE]
[FOCUS]
Normale scherpstelling¢2
[RELEASE]
Voorspelde scherpstelling¢3
—
Focus ingesteld met handmatige focus
¢1 Als het onderwerp donker is, of als de burst-snelheid op [SH] gezet is, wordt de focus vast
ingesteld op het eerste beeld.
¢2 De burstsnelheid kan lager worden omdat de camera voortdurend scherpstelt op het object.
¢3 De burstsnelheid krijgt voorrang en de focus wordt geschat binnen het mogelijke bereik.
• Foto’s die met burst-snelheid [SH] genomen worden, zullen als een enkele burst-groep
opgenomen worden (P184).
• Als de burst-snelheid op [SH] of [H] gezet is (terwijl de focusmodus op [AFS] of [MF] staat),
geldt de belichting, die vast staat op de instellingen die voor het eerste beeld gebruikt werden,
ook voor de volgende beelden.
Als de burst-snelheid op [H] gezet is (terwijl de focusmodus [AFF] of [AFC]), [M] of [L] is, wordt
de belichting telkens wanneer u een foto neemt aangepast.
• Het kan enige tijd vergen om de foto's die met de Burst-modus gemaakt zijn op de kaart
te bewaren. Als u tijdens het opslaan continu foto's maakt, neemt het maximaal aantal te
maken beelden af. Voor het continu fotograferen wordt het gebruik aangeraden van een
high speed geheugenkaart.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• De Burstfunctie wordt in de volgende gevallen uitgeschakeld.
– [Glinsterend water]/[Fonkelende verlichting]/[Nachtop. uit hand]/[Bloemen] (Scene Guide
modus)
– [Ruw zwart-wit]/[Zacht zwart-wit]/[Miniatuureffect]/[Zachte focus]/[Sterfilter]/[Zonneschijn]
(Creative Control modus)
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Wanneer u opneemt m.b.v. de flits
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Opnemen terwijl de sluitertijd op [T] (Tijd) gezet is
– Wanneer u [Multi-belicht.] gebruikt
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt (alleen als [Automatische opname] ingesteld is)
• In de volgende gevallen kan [SH] in de burst-modus niet gebruikt worden.
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt
– Wanneer u [Sluitervertraging] gebruikt
136
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Zelfontspanner
∫ Instellen van de zelfontspanner
Na op 3 gedrukt te hebben in stap 2 op P134, drukt u op 2/
1 om de tijd te selecteren en drukt u vervolgens op [MENU/
SET].
10
10
2
Beeld wordt 10 seconden nadat de ontspanknop
ingedrukt wordt gemaakt.
Na 10 seconden maakt het toestel 3 foto’s met
tussenpozen van ongeveer 2 seconden.
Beeld wordt 2 seconden nadat de ontspanknop
ingedrukt wordt gemaakt.
• Wanneer u een statief, enz. gebruikt, is deze instelling
handig om de beweging te vermijden die veroorzaakt
wordt door het indrukken van de ontspanknop.
• Na het knipperen van het controlelampje van de zelfontspanner
gaat de opname van start.
• De focus en de belichting zullen ingesteld worden als de
sluiterknop tot halverwege ingedrukt wordt.
• Wij raden u aan een statief te gebruiken als u opnamen maakt
met de zelfontspanner.
In deze gevallen niet beschikbaar:
] gezet worden.
• Onder de volgende omstandigheden kan het niet op [
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Opnemen terwijl de sluitertijd op [T] (Tijd) gezet is
– Wanneer [Gelijktijdig zond. filter] van [Filterinstellingen] op [ON] gezet is
– Tijdens opname met de Bracket-functie
– Wanneer u [Multi-belicht.] gebruikt
• De zelfontspanner is in de volgende gevallen uitgeschakeld.
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt (alleen als [Automatische opname] ingesteld is)
137
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Foto's maken terwijl een instelling automatisch
aangepast wordt (Bracket opname)
Toepasbare modi:
U kunt meerdere foto's maken terwijl een instelling automatisch aangepast wordt door op
de sluiterknop te drukken.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Opname] > [Bracket]> [Type Bracket]
(Belichting Bracket)
(Lensopening Bracket)¢
(Focus Bracket)
(Witbalans Bracket)
Druk op de sluiterknop om de opname uit te voeren
terwijl de belichting aangepast wordt. (P139)
Druk op de sluiterknop om de opname uit te voeren
terwijl de lensopening aangepast wordt. (P140)
Druk op de sluiterknop om de opname uit te voeren
terwijl de brandpuntpositie aangepast wordt.
(P140)
Druk één keer op de sluiterknop om automatisch
drie foto's te maken met verschillende instellingen
van de witbalans. (P117)
¢ Beschikbaar in de Lensopening-Prioriteit AE-modus of als de ISO-gevoeligheid op
[AUTO] gezet is in de handmatige belichtingsmodus.
2
Druk op 3/4 om [Meer instellen] te selecteren en druk vervolgens op
[MENU/SET].
• Raadpleeg voor meer informatie over [Meer instellen] de pagina die iedere functie
beschrijft.
• Druk de sluiterknop tot halverwege in om het menu te verlaten.
3
Stel scherp op het onderwerp en maak een beeld.
• Als de belichtingsbracket geselecteerd wordt, knippert de bracket-weergave tot alle
beelden die u ingesteld heeft opgenomen zijn. Als u de bracket-instellingen verandert of
de camera uitschakelt voordat alle beelden die u ingesteld heeft genomen zijn, zal de
camera de opname herstarten vanaf het eerste beeld.
∫ Om [Type Bracket] te annuleren
Selecteer [OFF] in stap 1.
138
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
In deze gevallen niet beschikbaar:
• De bracket-opname wordt in de volgende gevallen uitgeschakeld.
– [Glinsterend water]/[Fonkelende verlichting]/[Nachtop. uit hand]/[Bloemen] (Scene Guide
modus)
– [Ruw zwart-wit]/[Zacht zwart-wit]/[Miniatuureffect]/[Zachte focus]/[Sterfilter]/[Zonneschijn]
(Creative Control modus)
– Bij opnames met gebruik van de flitser (behalve voor de witbalansbracket).
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Als [Burstsnelh.] op [SH] staat
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Opnemen terwijl de sluitertijd op [T] (Tijd) gezet is
– Wanneer u [Multi-belicht.] gebruikt
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt (alleen als [Automatische opname] ingesteld is)
Belichting Bracket
∫ Over [Meer instellen] (stap 2 in P138)
[Stap]
Stelt het aantal te nemen foto's en het bereik van de
belichtingscompensatie in.
[3•1/3] (neemt drie foto's met een interval van 1/3 EV) tot [7•1]
(neemt zeven foto's met een interval van 1 EV)
[Serie]
Stelt de volgorde in waarin de foto's genomen worden.
¢
[Single Shot Instelling]
[
]: neemt één foto telkens wanneer op de sluiterknop gedrukt
wordt.
[
]: neemt alle foto's waarvan het te nemen aantal ingesteld
was wanneer één keer op de sluiterknop gedrukt wordt.
¢ Niet beschikbaar voor burst-opnames. Wanneer de burst-opname gebruikt wordt en de
sluiterknop wordt ingedrukt en ingedrukt gehouden, zal de opname continu uitgevoerd
worden tot een gespecificeerd aantal foto's gemaakt is.
[Stap]: [3•1/3], [Serie]: [0/s/r]
1ste beeld
2de beeld
3de beeld
d0 EV
j1/3 EV
i1/3 EV
• Wanneer u opnamen maakt met Belichting-bracket nadat u de waarde van de
belichtingscompensatie hebt ingesteld, worden de foto's met de gekozen
belichtingscompensatie gemaakt.
139
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Lensopening Bracket
Opnamefunctie:
∫ Over [Meer instellen] (stap 2 in P138)
[3], [5]: neemt een gespecificeerd aantal foto's met verschillende
lensopeningwaarden binnen het bereik dat op de beginwaarde
van de lensopening gebaseerd is.
[ALL]: neemt foto's met gebruik van alle lensopeningwaarden.
[Aantal beelden]
• Wanneer de burst-opname gebruikt wordt en de sluiterknop wordt ingedrukt en ingedrukt
gehouden, dan zal de opname uitgevoerd worden tot een gespecificeerd aantal foto's gemaakt
is.
De beschikbare lensopeningwaarden variëren en zijn afhankelijk van de lens.
Voorbeeld: gebruik van de onderling verwisselbare lens (H-FS12032)
4.0
5.6
8.0
11
16
22
Als de beginpositie op F8.0: gezet is
1 eerste beeld, 2 tweede beeld, 3 derde beeld... 7 zevende beeld
Focus Bracket
∫ Over [Meer instellen] (stap 2 in P138)
[Stap]
[Aantal beelden]¢
Stelt het interval tussen de brandpuntposities in.
Stelt het aantal te nemen foto's in.
¢ Niet beschikbaar voor burst-opnames. Wanneer de burst-opname gebruikt wordt en de
sluiterknop wordt ingedrukt en ingedrukt gehouden, zal de opname continu uitgevoerd
worden tot een gespecificeerd aantal foto's gemaakt is.
Neemt foto's met verschillende brandpuntposities binnen het bereik dat gebaseerd is op
de beginpositie van het brandpunt.
・
・
・
・
・
・
A Close-up
B Oneindig
1 eerste beeld, 2 tweede beeld... 5 vijfde beeld...
• De beelden die met Focusbracket opgenomen zijn, worden weergegeven als een reeks
groepsbeelden. (P184)
140
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Automatisch beelden opnemen met ingestelde
tijdsintervallen ([Intervalopname])
Toepasbare modi:
De camera kan automatisch onderwerpen opnemen zoals dieren en planten, terwijl de tijd
verstrijkt, en een film creëren.
• Voer van tevoren de datum- en tijdinstellingen uit. (P35)
• De beelden die met Time Lapse Shot opgenomen zijn, worden weergegeven als een reeks
groepsbeelden. (P184)
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Opname] > [Intervalopname]
[Nu]
[Starttijd]
[Begintijd
instellen]
Start de opname door de sluiterknop volledig in te drukken.
U kunt ongeacht welke tijd tot 23 uur en 59 minuten
later instellen.
Selecteer het item (uur of minuut) door op 2/1
te drukken, stel de starttijd in door op 3/4 te
drukken en druk vervolgens op [MENU/SET].
Het opname-interval en het aantal beelden kan ingesteld worden.
[Opname-interval]/
2/1: Selecteer het item (minuut/seconde/aantal beelden)
[Aantal
3/4: Instelling
beelden]
[MENU/SET]: Ingesteld
• Het kan zijn dat de opname niet overeenkomt met het ingestelde opname-interval, of met
2
3
het ingestelde aantal beelden, afhankelijk van de opname-omstandigheden.
Druk op 3/4 om [Start] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Druk de ontspanknop geheel in.
• De opname start automatisch.
• Tijdens opname standby zal de stroom automatisch uitgeschakeld worden als gedurende
bepaalde tijd geen handelingen verricht worden. Time Lapse Shot wordt zelfs voortgezet
als de stroom uitgeschakeld is. Wanneer de opnamestarttijd bereikt wordt, wordt de
stroom automatisch ingeschakeld.
Om de stroom handmatig in te schakelen, drukt u de sluiterknop tot halverwege in.
• Handelingen tijdens stand-by van de opname (de camera is ingeschakeld)
Knopbediening Aanraakbediening
[Fn3]
Beschrijving van de bediening
Geeft een selectiescherm weer waarin u de opname
kunt pauzeren of stoppen
Geeft een selectiescherm weer waarin u de opname
kunt hervatten of stoppen (tijdens pauze)
141
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
4
Selecteer de methode voor de creatie van een film.
• Het opnameformaat is op [MP4] gezet.
[Opn. kwaliteit]
Stelt de kwaliteit van de film in.
[Beeldfrequentie]
Stelt het aantal frames per seconde in.
Hoe groter het aantal hoe soepeler de filmbeelden in elkaar
overgaan.
[Serie]
5
[NORMAL]:
Voegt beelden samen in de opnamevolgorde.
[REVERSE]:
Voegt beelden samen in de omgekeerde opnamevolgorde.
Selecteer [Uitvoer.] met 3/4 en druk vervolgens op [MENU/SET].
• Er kunnen ook films gecreëerd worden met [Intervalvideo] in het [Afspelen]-menu. (P243)
• Deze functie dient niet voor gebruik met een veiligheidscamera.
• [Intervalopname] wordt in de volgende gevallen op pauze gezet.
– Als de batterij leeg raakt
– De camera uitzetten
Tijdens [Intervalopname] kunt u de batterij en de kaart vervangen en vervolgens opnieuw van
start gaan door dit toestel in te schakelen (Houd er rekening mee dat foto's die na de herstart
genomen worden als een afzonderlijke reeks groepsbeelden opgeslagen zullen worden).
Schakel dit toestel uit als u de batterij of de kaart vervangt.
• Als een film gecreëerd wordt met een [Opn. kwaliteit]-instelling van [4K/25p] of [4K/24p],
worden de opnametijden beperkt tot 29 minuten en 59 seconden.
– Als een SDHC-geheugenkaart gebruikt wordt, kunt u geen films creëren met een
bestandsformaat groter dan 4 GB.
– Als een SDXC-geheugenkaart gebruikt wordt, kunt u films creëren met een bestandsformaat
groter dan 4 GB.
• Een film met een [Opn. kwaliteit]-instelling van [FHD/50p], [FHD/25p], [HD/25p] of [VGA/25p]
kan niet gecreëerd worden als de opnametijd langer is dan 29 minuten en 59 seconden of als
het bestandsformaat groter is dan 4 GB.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– [Nachtop. uit hand] (Scene Guide modus)
– Wanneer [Gelijktijdig zond. filter] van [Filterinstellingen] op [ON] gezet is
– Wanneer u [Multi-belicht.] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt
142
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
Creëren van stopmotion-beelden
([Stop-motionanimatie])
Toepasbare modi:
Een stop-motionbeeld wordt gecreëerd door beelden samen te voegen.
• Voer van tevoren de datum- en tijdinstellingen uit. (P35)
• De beelden die met [Stop-motionanimatie] genomen zijn, worden weergegeven als een reeks
groepsbeelden. (P184)
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Opname] > [Stop-motionanimatie]
[Automatische
opname]
[ON]
Maakt automatisch foto's volgens een ingesteld
tijdsinterval.
[OFF]
Dit is voor het handmatig, beeld voor beeld, foto's
maken.
(Alleen als [Automatische opname] op [ON] gezet is)
[Opname-interval]
2
3
4
5
Druk op 2/1 om het opname-interval (seconden) te
selecteren, druk op 3/4 om het in te stellen en druk op
[MENU/SET].
Druk op 3/4 om [Start] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Druk op 3/4 om [Nieuw] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Druk de ontspanknop geheel in.
• Er kunnen tot 9999 frames opgenomen worden.
Beweeg het onderwerp om de compositie te bepalen.
• Herhaal de opname op dezelfde manier.
• Als dit toestel tijdens het opnemen uitgeschakeld wordt, zal
een bericht voor het hervatten van de opname
weergegeven worden wanneer het toestel ingeschakeld
word. Door [Ja] te selecteren, kunt u de opname voorzetten vanaf het punt van
onderbreking.
Vakkundig opnemen van materialen
• Het opnamescherm toont tot twee eerder opgenomen beelden. Gebruik deze als
referentie voor de mate van beweging.
• Door op [(] te drukken, kunt u de opgenomen beelden nakijken.
Onnodige foto's kunnen gewist worden door op [ ] te drukken.
Door opnieuw op [(] te drukken, wordt teruggekeerd naar het opnamescherm.
143
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
6
7
Raak [
] aan om de opname te eindigen.
• De opname kan ook beëindigd worden door
[Stop-motionanimatie] te selecteren in het [Opname]-menu
en vervolgens op [MENU/SET] te drukken.
• Als [Automatische opname] op [ON] gezet is, selecteer
dan [Exit] op het bevestigingsscherm.
(Als [Onderbreken] geselecteerd wordt, druk de
sluiterknop dan volledig in om de opname te hervatten.)
Selecteer de methode voor de creatie van een film.
• Het opnameformaat is op [MP4] gezet.
[Opn. kwaliteit]
Stelt de kwaliteit van de film in.
[Beeldfrequentie]
Stelt het aantal frames per seconde in.
Hoe groter het aantal hoe soepeler de filmbeelden in elkaar
overgaan.
[Serie]
8
30
[NORMAL]:
Voegt beelden samen in de opnamevolgorde.
[REVERSE]:
Voegt beelden samen in de omgekeerde opnamevolgorde.
Druk op 3/4 om [Uitvoer.] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
• Er kunnen ook films gecreëerd worden met [Stop-motionvideo] in het [Afspelen]-menu.
(P243)
∫ Toevoegen van beelden aan de stop-motion-animatiegroep
Door [Aanvullend] in stap 3 te selecteren, zullen groepsbeelden weergegeven worden die
opgenomen zijn met [Stop-motionanimatie].
Selecteer een reeks groepsbeelden en druk vervolgens op [MENU/SET].
144
5. Instellingen voor 4K Photo en Drive
• Het kan zijn dat de automatische opname niet plaatsvindt met de ingestelde tijdsintervallen
omdat de opname onder bepaalde omstandigheden tijd vergt, zoals wanneer de flitser bij de
opname gebruikt wordt.
• Als een film gecreëerd wordt met een [Opn. kwaliteit]-instelling van [4K/25p] of [4K/24p],
worden de opnametijden beperkt tot 29 minuten en 59 seconden.
– Als een SDHC-geheugenkaart gebruikt wordt, kunt u geen films creëren met een
bestandsformaat groter dan 4 GB.
– Als een SDXC-geheugenkaart gebruikt wordt, kunt u films creëren met een bestandsformaat
groter dan 4 GB.
• Een film met een [Opn. kwaliteit]-instelling van [FHD/50p], [FHD/25p], [HD/25p] of [VGA/25p]
kan niet gecreëerd worden als de opnametijd langer is dan 29 minuten en 59 seconden of als
het bestandsformaat groter is dan 4 GB.
• Een beeld kan niet geselecteerd worden in [Aanvullend] als dit beeld het enige opgenomen
beeld is.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Wanneer [Gelijktijdig zond. filter] van [Filterinstellingen] op [ON] gezet is
– Wanneer u [Multi-belicht.] gebruikt
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
• [Automatische opname] in [Stop-motionanimatie] is voor de volgende functies niet beschikbaar:
– [Nachtop. uit hand] (Scene Guide modus)
145
6.
Stabilisator, zoom en flitser
Beeldstabilisator
De camera kan of de beeldstabilisator in de lens of de beeldstabilisator in de body
activeren, of het kan beide activeren en het bibberen zelfs beter doen afnemen. (Dual I.S.)
Voor filmopnames kunt u de Hybride Beeldstabilisator met 5 assen gebruiken, die gebruik
maakt van de In-Lens Beeldstabilisator, de In-Body Beeldstabilisator en de Elektronische
Beeldstabilisator.
• De te activeren beeldstabilisatoren verschillen afhankelijk van uw lens. De icoon voor de opdat
moment geactiveerde beeldstabilisator wordt op het opnamescherm weergegeven.
Wanneer u
bewegende beelden
opneemt
Fotograferen
Lenzen van Panasonic die compatibel zijn
met Dual I.S.
(Gebaseerd op de standaard Micro Four
Thirds System)
• Raadpleeg onze website voor de meest recente Lens + Body
informatie over compatibele lenzen. (P17)
(Dual I.S.) (
• Als [
], [
] of [
] zelfs niet
weergegeven wordt als een compatibele lens
gebruikt wordt, voer dan een update van de
firmware uit naar de nieuwste versie. (P17)
Lenzen die compatibel zijn met de
beeldstabilisatorfunctie
(Gebaseerd op standaard Micro Four
Thirds System/standaard Four Thirds
System)
Lens + Body
(Dual I.S.) (
/
5-Assen Hybride
(
)¢
5-Assen Hybride
(
)¢
Body (
Body (
Als een montageadapter voor een Leica
lens (optioneel) gebruikt wordt of een
montageadapter van een andere fabrikant.
¢ Als [E-stabilisatie (Video)] op [ON] gezet is
146
/
),
Lens of Body
(
),
Lens of Body
(
/
)
Lenzen die niet compatibel zijn met de
beeldstabilisatorfunctie
(Gebaseerd op standaard Micro Four
Thirds System/standaard Four Thirds
System)
)
)
),
5-Assen Hybride
(
)¢
6. Stabilisator, zoom en flitser
Golfstoring (camerabeweging)
Wanneer de beeldbibberalert [
] verschijnt, [Stabilisatie], een statief of de
zelfontspanner (P137) gebruiken.
• De sluitertijd zal vooral in de volgende gevallen langzamer zijn. Houdt het toestel stil vanaf
het moment dat u de ontspanknop indrukt totdat het beeld op het scherm verschijnt.
We raden in dit geval het gebruik van een statief aan.
– Langzame synchr.
– Langzame synchr/Reductie rode-ogeneffect
– [Heldere nachtopname]/[Koele nachtopname]/[Warme nachtopname]/[Artistieke
nachtopname]/[Fonkelende verlichting]/[Nachtportret] (Scene Guide modus)
– Als u een langzame sluitertijd instelt
Toepasbare modi:
• Als u een onderling verwisselbare lens met O.I.S.-schakelaar gebruikt (zoals H-FS14140),
wordt de stabilisatorfunctie gebruikt als de O.I.S.-schakelaar van de lens op [ON] gezet is (op
het moment van aankoop is [
] ingesteld).
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Opname] > [Stabilisatie]
Het schudden van de camera is correct voor
op/neer, links/rechts en draaibewegingen.
[
]
([Normaal])
Toestel schudden wordt gecorrigeerd voor
op/neerbewegingen.
Deze functie is ideaal voor panning (een
[Bedieningsstand] [
]
methode voor het maken van opnamen
([Panning])
waarbij het toestel gedraaid wordt om de
bewegingen te volgen van een onderwerp dat blijft bewegen in
een vaste richting).
[Stabilisatie] werkt niet. ([
[OFF]
])
• Als een lens met een O.I.S.-schakelaar gebruikt wordt, zet de
schakelaar dan op [OFF].
[E-stabilisatie
(Video)]
Tijdens het opnemen van een film wordt jitter gecorrigeerd langs de verticale
en horizontale as en langs die van verdraaiing, helling en kanteling met
gebruik van de In-Lens Beeldstabilisator, de In-Body Beeldstabilisator en de
Elektronische Beeldstabilisator (Hybride Beeldstabilisator met 5 assen).
[ON]/[OFF]
• Als [ON] geselecteerd is, kan de gezichtshoek van de opgenomen film
smaller worden.
[Brandp.afst.
instellen]
Als de brandpuntafstand niet automatisch ingesteld wordt, kunt u die met de
hand instellen. (P148)
• Als een handmatig geselecteerde brandpuntafstand ingesteld is, zal een
bevestigingsscherm verschijnen waarin u gevraagd wordt de instelling van de
brandpuntafstand te veranderen nadat u de camera ingeschakeld heeft. Door
[Ja] te selecteren, kunt u [Brandp.afst. instellen] in [Stabilisatie] instellen.
147
6. Stabilisator, zoom en flitser
Instellen van de brandpuntlengte van een lens
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
2
>
[Opname] > [Stabilisatie] > [Brandp.afst. instellen]
Selecteer de brandpuntlengte van uw lens met 2/1.
• Er kan een brandpuntlengte met een bereik van 8 mm tot
1000 mm ingesteld worden.
• Als de instelling van de brandpuntlengte van uw lens niet
3
gevonden wordt, selecteer dan een waarde vlakbij de
brandpuntlengte van uw lens.
Op [MENU/SET] drukken.
∫ Registreren van een brandpuntlengte
1 Voer stap 2 in “Instellen van de brandpuntlengte van een lens” uit.
2 Druk op 4.
3
Druk op 2/1 om de brandpuntlengte te selecteren
waar overheen geschreven gaat worden en druk
vervolgens op [DISP.].
• Er kunnen tot 3 instellingen van brandpuntlengtes
geregistreerd worden.
∫ Instellen van een geregistreerde brandpuntlengte
1 Druk op het scherm in stap 2 van “Instellen van de brandpuntlengte van een
lens” op 4.
2 Druk op 2/1 om de geregistreerde brandpuntlengte te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
148
6. Stabilisator, zoom en flitser
• Het kan zijn dat de beeldstabilisator een werkgeluid maakt of tijdens de werking
trillingen produceert. Dit duidt niet op een slechte werking.
• Er wordt aanbevolen de beeldstabilisator uit te schakelen als een statief gebruikt wordt.
• De stabilisatorfunctie kan niet voldoende werken in de volgende gevallen.
Houd de camera stilbeweging wanneer u de ontspanknop indrukt.
– Wanneer er veel camerabeweging is
– Als de zoomuitvergroting erg hoog is
– Bij het gebruik van de digitale zoom
– Wanneer u opnamen maakt terwijl u een bewegend object volgt
– Als de sluitertijd langzamer wordt om binnenshuis opnamen te maken of op donkere plaatsen
• Het panningeffect in [
] is in de volgende gevallen moeilijker te bereiken.
– Op fel verlichte plekken zoals bij klaarlichte dag op een zomerse dag
– Als de sluitertijd op sneller dan 1/100e staat
– Als u de camera te traag beweegt omdat het object niet snel beweegt (De achtergrond wordt
in dit geval niet onscherp genoeg)
– Wanneer het toestel het onderwerp niet op bevredigende wijze bijhoudt
In deze gevallen niet beschikbaar:
] is niet beschikbaar in de Panorama Shot modus.
•[
• In de volgende gevallen zal [Stabilisatie] naar [
] (Normaal) schakelen, zelfs als het op [
(Panning) gezet was:
– Tijdens filmopname
– Als de 4K Photo-functie ingesteld is
– Wanneer u opneemt met gebruik van [Post Focus]
• De hybride beeldstabilisatorfunctie met 5 assen is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Als het MP4-filmformaat op [VGA] gezet is in [Opn. kwaliteit]
– Bij het gebruik van de digitale zoom
149
]
6. Stabilisator, zoom en flitser
Beelden maken met de zoom
Optische zoom
Toepasbare modi:
U kunt inzoomen om personen en voorwerpen dichter bij te doen lijken of uitzoomen om
landschappen, enz., op te nemen.
T-zijde: Vergroot de onderwerpsafstand
W-zijde: Verbreedt de gezichtshoek
Onderling
verwisselbare lens
met een zoomring
(H-FS12032/
H-FS35100/
H-FS14140)
De onderling
verwisselbare lens
ondersteunt de power
zoom (elektrisch
werkende zoom)
Draai aan de zoomring.
T
W
Beweeg de zoomhendel.
(De zoomsnelheid varieert afhankelijk
van hoe ver u de hendel verplaatst.)
• Als u [Zoombediening] aan een
T
W
functieknop toekent, kunt u de optische
zoom langzaam bedienen door op 2/1 te
drukken, of snel door op 3/4 te drukken.
Raadpleeg voor informatie over hoe te handelen stap 2 en de
daarop volgende stappen op P152.
Onderling
De optische zoom is niet beschikbaar.
verwisselbare lens die
geen zoom
ondersteunt
(H-H020A)
150
6. Stabilisator, zoom en flitser
Vergroten van het telescopische effect
[Ex. tele conv.]
Toepasbare modi:
De Extra teleconversielens stelt u in staat om beelden op te nemen die verder uitvergroot
zijn zonder dat dit afbreuk aan de beeldkwaliteit doet.
Fotograferen
1,2k: [
1,4k: [
2,0k: [
[Ex. tele conv.]
([Opname])
• Zet de beeldgrootte op [M]of [S] (beeldgroottes die met
M] ([16:9])
M] ([4:3]/[3:2]/[1:1])
S] ([4:3]/[3:2]/[16:9]/[1:1])
aangeduid worden) en zet de
kwaliteit op [A] of [›].
Wanneer u bewegende
beelden opneemt
[Ex. tele conv.]
([Bewegend beeld])
151
2,4k (het filmformaat is op [FHD]
gezet in [Opn. kwaliteit])
3,6k (het filmformaat is op [HD] gezet
in [Opn. kwaliteit])
4,8k (het filmformaat is op [VGA]
gezet in [Opn. kwaliteit])
6. Stabilisator, zoom en flitser
∫ Verhoging van de zoomvergroting in stappen
• Dit kan alleen gebruikt worden als beelden opgenomen worden.
1
Selecteer het menu. (P54)
2
3
4
Stel een functieknop in op [Zoombediening]. (P58)
Druk op de functieknop.
Druk op 2/1 of 3/4.
>
MENU
[Opname] > [Ex. tele conv.] > [ZOOM]
3/1:
Tele (Vergroot een ver verwijderd onderwerp)
4/2:
Wide (Verbreedt de gezichtshoek)
• De zoombediening wordt beëindigd wanneer opnieuw op de functieknop gedrukt wordt of
een bepaalde tijd verstrijkt.
4:3
4:3
EX1.0x
EX2.0x
A Optische zoombereik (brandpuntlengte)¢
B Extra teleconversiebereik voor foto-opnames
(zoomvergroting)
¢ Deze zoomschuif wordt weergegeven wanneer de
A
onderling verwisselbare lens gebruikt wordt die de power zoom ondersteunt.
• Er zal een constante zoomsnelheid ingesteld worden.
• De aangegeven zoomuitvergroting is correct bij benadering.
∫ Vastzetten van de zoomvergroting op het maximum niveau
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Opname] > [Ex. tele conv.] > [TELE CONV.]
MENU
>
[Bewegend beeld] > [Ex. tele conv.] > [ON]
[OFF]
[TELE CONV.]/[ON]
4:3
4:3
152
B
6. Stabilisator, zoom en flitser
• Als u [Ex. Tele Conv.] op [Fn knopinstelling] zet (P58), in het [Voorkeuze]-menu, kunt u het
instellingenscherm van de extra teleconversie voor zowel foto's als films weergeven door op de
toegekende functieknop te drukken. Terwijl dit scherm weergegeven wordt, kunt u de instelling
van [Fotoresolutie] veranderen door op [DISP.] te drukken.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– [Nachtop. uit hand] (Scene Guide modus)
– [Speelgoedcam.effect]/[Speelgoedcamera levendig] (Creative Control modus)
– Wanneer [Kwaliteit] ingesteld is op [
], [
] of [
]
– Als [Burstsnelh.] op [SH] staat
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Wanneer [HDR] op [ON] gezet is
– Wanneer u [Multi-belicht.] gebruikt
– Als het MP4-filmformaat op [4K] gezet is in [Opn. kwaliteit]
– Wanneer [4K Live Bijsnijden] ingesteld is
– Als het beeld van de camera via de HDMI-verbinding uitgegeven wordt (behalve voor de
Creatieve Video-modus)
[Dig. zoom]
Toepasbare modi:
Ofschoon de beeldkwaliteit afneemt telkens wanneer u verder inzoomt, kunt u tot vier keer
verder inzoomen dan de oorspronkelijke zoomvergroting.
(Continu zoomen is niet mogelijk.)
MENU
>
[Opname] > [Dig. zoom] > [4t]/[2t]
• Wanneer u de digitale zoom gebruikt, raden wij het gebruik van een statief en de
zelfontspanner (P137) aan om opnamen te maken.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– [Speelgoedcam.effect]/[Speelgoedcamera levendig]/[Miniatuureffect] (Creative Control
modus)
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Wanneer u [Multi-belicht.] gebruikt
153
6. Stabilisator, zoom en flitser
Veranderen van de instellingen voor een power-zoomlens
Toepasbare modi:
Stelt de schermweergave en lenshandelingen in wanneer er een onderling verwisselbare
lens gebruikt wordt die compatibel is met de stroomzoom (elektrisch gehanteerde zoom).
• Dit kan alleen geselecteerd worden wanneer een lens gebruikt wordt die compatibel is met
power zoom (elektrisch werkende zoom).
MENU
>
[Voorkeuze] > [Powerzoomlens]
[Brandp.afst.
tonen]
Wanneer u zoomt, wordt de
brandpuntafstand afgebeeld en kunt u de
zoompositie bevestigen.
A Aanduiding brandpuntafstand
B Huidige brandpuntafstand
[Stapsg. zoom]
Wanneer u de zoom met deze instelling [ON]
hanteert, zal de zoom stoppen op posities die
overeenkomen met vooraf bepaalde
afstanden.
C Aanduiding van zoomstap
• Deze instelling werkt niet als films of
4K-foto's opgenomen worden met [
]
([4K-voorburst]).
[Zoom
hervatten]
Als u dit toestel inschakelt, worden de zoomposities die gebruikt werden
toen u het toestel de laatste keer uitschakelde, opnieuw ingesteld.
B
A
C
U kunt de zoomsnelheid voor de zoombedieningen instellen.
• Als u [Stapsg. zoom] op [ON] zet, zal de zoomsnelheid niet veranderen.
[Zoom snelheid]
[Zoomring]
[Foto]:
[H] (Hoge snelheid)/[M] (Middelmatige snelheid)/[L] (Lage snelheid)
[Bewegend beeld]:
[H] (Hoge snelheid)/[M] (Middelmatige snelheid)/[L] (Lage snelheid)
Dit kan alleen geselecteerd worden wanneer er een met stroomzoom
compatibele lens met een zoomhendeltje gebruikt wordt en er een zoomring
bevestigd is.
Wanneer er ingesteld is op [OFF], worden de handelingen die bediend
worden door de zoomring uitgeschakeld om accidentele hantering te
voorkomen.
154
6. Stabilisator, zoom en flitser
Zoomen met gebruik van aanraakbediening (Touch zoom)
(De optische zoom en de extra teleconversie voor het maken van foto's zijn
werkzaam)
• Als een onderling verwisselbare lens gebruikt wordt die geen power zoom ondersteunt
(H-FS12032/H-FS35100/H-H020A/H-FS14140), kunt u de Extra teleconversie van beelden
alleen bedienen door [Ex. tele conv.] (P151) op [ZOOM] te zetten.
1
2
Raak [ ] aan.
Raak [
] aan.
• De schuifbalk wordt afgebeeld.
AE
3
Voer de zoomhandelingen uit door de
schuifbalk te verslepen.
• De zoomsnelheid varieert afhankelijk van de
aangeraakte positie.
[
]/[
]
Zoomt langzaam
[
]/[
]
Zoomt snel
• Raak [
] opnieuw aan om de aanraakbediening van de zoom te eindigen.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Bij 4K-foto-opnames
155
6. Stabilisator, zoom en flitser
Foto’s maken met de flitser
Toepasbare modi:
∫ Openen/Sluiten van de ingebouwde flitser
Fotograferen met de flitser wordt mogelijk
door de ingebouwde flitser te openen.
A De flits openen
Druk op de knop voor het openen van de
flitser.
B De flits sluiten
Druk op de flits totdat deze klikt.
• Het geforceerd sluiten van de flitser kan de
camera schade berokkenen.
• Sluit de ingebouwde flitser altijd als u deze
niet gebruikt.
• De flitsinstelling is vastgesteld op [Œ] terwijl
de flits gesloten wordt.
• Wees voorzichtig bij het openen van de flitser omdat de flitser naar buiten springt.
• Zorg ervoor dat uw vinger niet klem blijft zitten bij het sluiten van de flitslamp.
In de volgende gevallen staat de flitser vast op [Œ] (flitser geforceerd uit).
• Wanneer u bewegende beelden opneemt
• Bij 4K-foto-opnames
• Tijdens opname met [Post Focus]
• Als de elektronische sluiter gebruikt wordt
• Wanneer [HDR] op [ON] gezet is
• Wanneer [Stille modus] op [ON] gezet is
• Als een beeldeffect in [Filtereffect] van [Filterinstellingen] ingesteld is
Vakkundig gebruik van de flitser
• Als u flitsopnamen maakt terwijl de lenskap op de camera zit, kan het onderste gedeelte van
de foto donker worden en wordt de flits uitgeschakeld omdat deze bedekt wordt door de
lenskap. Verwijder in dit geval de lenskap.
156
6. Stabilisator, zoom en flitser
∫ Beschikbaar flitsbereik (bij benadering)
Wanneer u bepaalde lenzen gebruikt, zou er licht van de flitser
geblokkeerd kunnen worden of het er niet in kunnen slagen
het zichtveld van de lens te dekken en dit kan ervoor zorgen
dat er donkere zones verschijnen in de hieruit voortkomende
beelden.
Controleer de afstand naar het onderwerp wanneer u een foto
maakt. De afstand waarop het licht van de flits geblokkeerd wordt door de lens en de
afstand waarop licht van de flits geleverd wordt variëren afhankelijk van de lens die
gebruikt wordt. Controleer de afstand tot het onderwerp wanneer u een foto maakt.
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS12032) gebruikt wordt
Breed
Tele
0,4 m tot 4,8 m
0,3 m tot 3,0 m
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS35100) gebruikt wordt
Breed
Tele
0,9 m tot 4,2 m
0,9 m tot 3,0 m
Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt wordt
0,5 m tot 9,8 m
Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140) gebruikt wordt
(Wanneer de beeldverhouding [4:3] is.)
Wide tot 34 mm
35 mm
Tele
Vignetteereffect doet zich voor
wegens het licht van de flitser.
1,0 m tot 3,7 m
0,5 m tot 3,0 m
• Deze bereiken verkregen zijn, de ISO-gevoeligheid op [AUTO] gezet is en [ISO-limiet] (P201)
op [OFF] gezet is.
• Zet de flits niet te dicht bij objecten en sluit de flits niet als hij moet werken. De kleur van de
objecten kan vervormd worden door de hitte of het flitslicht.
• Sluit de flitser niet meteen weer aan nadat deze gewerkt heeft omdat er opnamen gemaakt zijn
met Gedwongen AAN/Rode-ogenreductie enz. Dit veroorzaakt problemen.
• Het kan enige tijd vergen om de flitser te laden als u herhaaldelijk foto's maakt. U dient even te
wachten alvorens de volgende foto te maken als de flitsericoon rood knippert om aan te geven
dat de flitser geladen wordt.
• Wanneer u een externe flitser aansluit, heeft deze de prioriteit boven de ingebouwde flitser.
Raadpleeg P307 voor de externe flitser.
157
6. Stabilisator, zoom en flitser
Instelling van de flitserfuncties
Veranderen van de afvuurmodus
Toepasbare modi:
Selecteer of u wilt dat het afvuren van de flitser automatisch of handmatig plaatsvindt.
1 Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[TTL]
[MANUAL]
2
De camera zal de flitser-output automatisch instellen.
Stelt de lichtsterkteratio van de flitser handmatig in. In [TTL] kunt u zelfs
wanneer u in het donker fotografeert de gewenste foto's maken die
anders te helder door de flitser verlicht zouden worden.
• Als [MANUAL] ingesteld is, wordt de lichtsterkteverhouding ([1/1], enz.)
op de flitsericoon op het scherm weergegeven.
(Wanneer [MANUAL] geselecteerd is)
Selecteer het menu.
MENU
3
[Opname] > [Flitser] > [Flitser functie]
>
[Opname] > [Flitser] > [Handmatige flitserinstel.]
Druk op 2/1 om een item te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
• U kunt instellen van [1/1] (volledige helderheid) tot [1/128], in stappen van [1/3].
• Dit item is niet beschikbaar als een interne flitser gebruikt wordt.
158
6. Stabilisator, zoom en flitser
Veranderen van de flitsermodus
Toepasbare modi:
De flits instellen voor opnamen.
Selecteer het menu. (P54)
MENU
‰
>
[Opname] > [Flitser] > [Flitserfunctie]
De flits wordt altijd geactiveerd ongeacht
([Flitser altijd aan]) de opnamecondities.
• Gebruik deze functie wanneer uw
([Gdw. aan/
object achtergrondbelichting heeft of
rode-og])¢
onder fluorescent licht staat.
([Langz. sync.])
([Lngz. sync./
rode-og])¢
Œ
([Gedwongen uit])
Wanneer u beelden maakt tegen een
achtergrond met donkere achtergrond,
maakt deze functie de sluitertijd langzamer
zodra de flits geactiveerd wordt. Het
landschap met donkere achtergrond zal
helderder lijken.
• Gebruik deze functie wanneer u opnamen maakt van personen
op een donkere achtergrond.
• Een langzamere sluitertijd gebruiken kan wazigheid door
beweging veroorzaken. Het gebruiken van een statoef kan uw
foto’s verbeteren.
De flits wordt in geen enkele opnameconditie geactiveerd.
• Gebruik deze functie om opnames te maken op plaatsen waar
het gebruik van een flitser niet toegestaan is.
• Dit item is alleen beschikbaar als een externe flitser gebruikt wordt.
¢ Het kan alleen ingesteld worden als [Draadloos] in [Flitser] op [OFF] gezet is en [Flitser
functie] op [TTL] gezet is.
• Sommige flitsmodussen zijn misschien niet beschikbaar, afhankelijk van de instellingen van de
externe flitser.
De flits wordt tweemaal geactiveerd.
Het interval tussen de eerste en tweede flits is langer wanneer [
] of [
]
ingesteld is. Het onderwerp moet niet bewegen tot de tweede flits geactiveerd
wordt.
• Het effect van de rode-ogenreductie verschilt van mens tot mens. Als de persoon bovendien
ver van de camera stond of niet naar de eerste flits keek, kan dit effect ook minder evident zijn.
159
6. Stabilisator, zoom en flitser
∫ Beschikbare flitsinstellingen voor de opnamefuncties
De beschikbare flitsinstellingen zijn afhankelijk van de opnamefuncties.
(±: Beschikbaar, —: Niet beschikbaar, ¥: Begininstelling voor de Scene Guide modus)
Opnamefunctie
‰
Œ
Programma AE-modus
Lensopening-Prioriteit AE-modus
±
±
±
±
±
Sluiter-Prioriteit AE-modus
Handmatige Belichtingsmodus
±
±
—
—
±
[Geprononceerd portret]
±
¥
—
—
±
[Zachte huid]
±
¥
—
—
±
[Zacht tegenlicht]
—
—
—
—
¥
[Scherp tegenlicht]
¥
—
—
—
±
[Ontspannen atmosfeer]
—
—
—
—
¥
[Kindergezicht]
±
¥
—
—
±
[Landschap]
—
—
—
—
¥
[Blauwe lucht]
—
—
—
—
¥
[Romantische zonsondergang]
—
—
—
—
¥
[Levendige zonsondergang]
—
—
—
—
¥
[Glinsterend water]
—
—
—
—
¥
[Heldere nachtopname]
—
—
—
—
¥
[Koele nachtopname]
—
—
—
—
¥
[Warme nachtopname]
—
—
—
—
¥
[Artistieke nachtopname]
—
—
—
—
¥
[Fonkelende verlichting]
—
—
—
—
¥
[Nachtop. uit hand]
—
—
—
—
¥
[Nachtportret]
—
—
—
¥
±
[Bloemen]
¥
—
—
—
±
[Gerechten]
¥
—
—
—
±
[Desserts]
¥
—
—
—
±
[Bewegende dieren]
¥
—
—
—
±
[Sport]
¥
—
—
—
±
[Monochroom]
¥
±
±
±
±
Scene Guide
modus
of
) zal de flitser op [
] of [Œ] gezet worden. (P64)
• In de Intelligente Auto modus (
• De flitserinstelling van de Scene Guide modus komt weer op de beginwaarde te staan bij
iedere verandering van scène.
160
6. Stabilisator, zoom en flitser
∫ Sluitertijd voor elke flitsfunctie
Flitsinstelling
Sluitertijd (Sec.)
‰
Flitsinstelling
1/60¢ tot 1/160e
Sluitertijd (Sec.)
1 tot 1/4000e
¢ Dit wordt 60 seconden in sluiter-prioriteit AE-modus en T (Tijd) in de handmatige
belichtingsmodus.
• Als de flitser geactiveerd is, is de snelste sluitertijd die geselecteerd kan worden 1/160 van een
seconde.
• In de Intelligent Auto modus (
of
) verandert de sluitertijd, afhankelijk van de
geïdentificeerde scène.
Instelling van de 2de gordijnsynchronisatie
Toepasbare modi:
De functie voor de 2e gordijnsluitersynchronisatie doet de flits werken vlak voordat de
sluiter zich sluit als u opnamen maakt van bewegende beelden zoals een auto met een
lagere sluitertijd.
Selecteer het menu. (P54)
MENU
[1ST]
[2ND]
>
[Opname] > [Flitser] > [Flits-synchro]
1e gordijnsynchro
De normale methode wanneer u beelden maakt met de flits.
2e gordijnsynchro
De lichtbron verschijnt achter het onderwerp en het beeld
wordt dynamisch.
• [2nd] wordt weergegeven in het flitsicoon op het beeldscherm als u [Flits-synchro] op [2ND] zet.
• Alleen beschikbaar als [Draadloos] in [Flitser] op [OFF] gezet is. (P164)
• De [Flits-synchro]-instellingen zijn ook van toepassing op een externe flitser. (P307)
• Een snelle sluitertijd heeft mogelijk een slechte invloed op het effect van [Flits-synchro].
• U kunt [
] of [
] niet instellen wanneer [Flits-synchro] ingesteld is op [2ND].
161
6. Stabilisator, zoom en flitser
De flitsoutput aanpassen
Toepasbare modi:
Regel de helderheid van de flitser als de beelden die met de flitser gemaakt zijn over- of
onderbelicht zijn.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
2
>
[Opname] > [Flitser] > [Flitser instel.]
Druk op 2/1 om de flitsoutput in te stellen en druk vervolgens op [MENU/SET].
• U kunt van [j3 EV] tot [i3 EV] in stappen van 1/3 EV instellen.
• Selecteer [n0] om terug te keren naar de oorspronkelijke flitser-output.
• [i] of [j] wordt in de flitsericoon op het beeldscherm weergegeven als het flitsniveau
bijgesteld wordt.
• Het kan alleen ingesteld worden als [Draadloos] in [Flitser] op [OFF] gezet is en [Flitser functie]
op [TTL] gezet is. (P158, 164)
• De [Flitser instel.]-instelling is ook van toepassing op een externe flitser. (P307)
Synchroniseren van de flitser-output met de belichtingscompensatie
Toepasbare modi:
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Opname] > [Flitser] > [Auto. belichtingscomp.]
Instellingen: [ON]/[OFF]
• Raadpleeg P110 voor details over de belichtingscompensatie.
• De [Auto. belichtingscomp.]-instelling is ook van toepassing op een externe flitser. (P307)
162
6. Stabilisator, zoom en flitser
Fotograferen met draadloze flitsers
Toepasbare modi:
Door flitsers te gebruiken die de draadloze bediening ondersteunen (DMW-FL200L,
DMW-FL360L, DMW-FL580L: optioneel) kunt u het afgaan van de flitser die op de hete
schoen van dit toestel bevestigd is en drie flitsergroepen, afzonderlijk regelen.
• Als een ingebouwde flitser gebruikt wordt, kunt u het afgaan van de draadloze flitsers niet
regelen.
∫ Plaatsen van draadloze flitsers
Breng de draadloze flitser in positie met de draadloze sensor in de richting van de camera
gekeerd.
De volgende afbeelding toont het geschatte controleerbare bereik wanneer u foto's maakt
terwijl u de camera horizontaal houdt. Het controleerbare bereik verschilt en is afhankelijk
van de omringende omgeving.
Plaatsingsbereik [als een flitser
Voorbeeld van plaatsing
(DMW-FL360L: optioneel) bevestigd is]
7m
30°
5m
C
30°
7m
A
50°
50°
B
5m
• In dit opstellingsvoorbeeld is flitser C opgesteld om de schaduw van het onderwerp te wissen,
die door flitsers A en B veroorzaakt zal worden.
• Het aangeraden aantal draadloze flitsen voor iedere groep is drie of minder.
• Als het onderwerp zich te dichtbij bevindt, kan het signaalflitsen van invloed zijn op de
belichting.
Als u [Communicatielicht] op [LOW] zet, of als u de output verlaagt met een diffuser of
gelijkaardig product, zal het effect kleiner zijn.
Voorbereiding:
Bevestig de flitser (DMW-FL200L/DMW-FL360L/DMW-FL580L: optioneel) op de camera.
1
Zet de draadloze flitsers op de RC-modus en breng ze in positie.
• Stel het kanaal en de groepen voor de draadloze flitser in.
163
6. Stabilisator, zoom en flitser
2
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Opname] > [Flitser]
[Draadloos]
3
Selecteer [ON].
[Draadloos kanaal]
Selecteer het kanaal dat u in stap
flitsers ingesteld heeft.
[Draadloze setup]
Ga verder naar stap 3.
1 voor de draadloze
Druk op 3/4 om een item te selecteren en druk vervolgens op
[MENU/SET].
• Druk op [DISP.] om een testflits af te vuren.
A Afvuurmodus
B Flitser-output
C Lichtsterkteratio
A
B
C
[Flitser functie]
[Externe
flitser]¢1
[TTL]:
De camera stelt de output automatisch in.
[AUTO]¢2:
De flitser-output wordt door de externe flitser ingesteld.
[MANUAL]:
Stel de lichtsterkteratio van de externe flitser met de hand in.
[OFF]:
De flitser op de camera laat alleen het communicatielicht schijnen.
[Flitser instel.]
Stel de output van de flitser van de camera met de hand in als [Flitser functie]
op [TTL] gezet is.
[Handmatige flitserinstel.]
Stelt de lichtsterkteratio van de externe flitser in als [Flitser functie] op
[MANUAL] gezet is.
• U kunt instellen van [1/1] (volledige helderheid) tot [1/128], in stappen van 1/3.
[Flitser functie]
[A Groep]/
[B Groep]/
[C Groep]
[TTL]:
De camera stelt de output automatisch in.
[AUTO]¢1:
De draadloze flitsers stellen de output automatisch in.
[MANUAL]:
Stelt de helderheidsverhouding van de draadloze flitser handmatig in.
[OFF]:
De draadloze flitsers van de aangeduide groep zullen niet afvuren.
[Flitser instel.]
Stel de output van de draadloze flitsers handmatig in als [Flitser functie] op
[TTL] gezet is.
[Handmatige flitserinstel.]
Stelt de helderheidsverhouding van de draadloze flitser in als [Flitser functie] op
[MANUAL] gezet is.
• U kunt instellen van [1/1] (volledige helderheid) tot [1/128], in stappen van 1/3.
¢1 Niet beschikbaar als [Draadl. FP (Focal-Plane)] op [ON] gezet is.
¢2 Deze opties wordt niet weergegeven als de (DMW-FL200L: optionele) flitser op de camera bevestigd is.
164
6. Stabilisator, zoom en flitser
Gebruik van andere instellingen voor opnames met draadloze flitsers
Inschakelen van FP flitsen voor de draadloze flitsers
Tijdens de draadloze opname vuurt een externe flitser een FP-flits af (herhaaldelijk flitsen
bij hoge snelheid). Deze wijze van afvuren maakt fotograferen met de flitser bij een hoge
sluitertijd mogelijk.
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Opname] > [Flitser] > [Draadl. FP (Focal-Plane)]
Instellingen: [ON]/[OFF]
Instellen van de output van het communicatielicht
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Opname] > [Flitser] > [Communicatielicht]
Instellingen: [HIGH]/[STANDARD]/[LOW]
165
7.
Films opnemen
Opnemen van films/4K-films
Toepasbare modi:
Dit kan volledig hoge definitie bewegende beelden die compatibel zijn met het
AVCHD-formaat of bewegende beelden die opgenomen zijn in MP4 opnemen.
Bovendien kan de camera 4K-films opnemen in MP4. (P168)
De audio zal stereo opgenomen worden.
1
Start het opnemen door op de bewegend
beeldknop te drukken.
A Verstreken opnametijd
B Beschikbare opnametijd
• Het is mogelijk om geschikte video’s voor iedere functie
op te nemen.
• De indicator van de opnamestaat (rood) C zal flitsen
tijdens het opnemen van bewegende beelden.
• Laat de videoknop onmiddellijk na het indrukken los.
• m: minuut, s: seconde
2
Stop het opnemen door weer op de
bewegend beeldknop te drukken.
A
C
3s
R1m37s
B
Werkgeluid dat klikt bij het stoppen van de opname
Als u last heeft van het werkgeluid dat het indrukken van de filmknop maakt, probeer
dan het volgende:
– Neem de film ongeveer drie seconden langer op en splits het laatste deel van de film
met gebruik van [Splits video] (P242) in het [Afspelen]-menu.
166
7. Films opnemen
• Als de omgevingstemperatuur hoog is, of de film continu opgenomen is, kan de camera
mogelijk [
] weergeven en de opname stoppen om zichzelf te beschermen. Wacht tot de
camera afkoelt.
• Het bedrijfsgeluid van de zoom of knopwerking zou opgenomen kunnen worden wanneer deze
gehanteerd worden tijdens de opname van een bewegend beeld.
• Afhankelijk van het type kaart, kan de kaartaanduiding even verschijnen na het maken van
bewegende beelden. Dit is geen storing.
• Wanneer de instelling van de beeldverhouding anders is in foto's en in films, zal de
gezichtshoek veranderen wanneer de filmopname begint.
Als [Opn.gebied] op [
] gezet is, wordt de gezichtshoek tijdens de filmopname
weergegeven.
• De [Gevoeligheid] zal op [AUTO] (voor films) gezet worden als een film opgenomen wordt.
• De functies die beschikbaar zijn tijdens het opnemen van films zijn anders al naargelang de
gebruikte lens en het werkgeluid van de lens kan opgenomen worden.
• Dit zal opgenomen worden in de volgende categorieën voor bepaalde opnamemodussen.
Opnamemodus bij het
opnemen van een film
Geselecteerde opnamemodus
– [Scherp tegenlicht] (Scene Guide modus)
– [Heldere nachtopname]/[Artistieke nachtopname]/
[Nachtop. uit hand]/[Nachtportret] (Scene Guide modus)
Portretmodus
Weinig licht functie
In deze gevallen niet beschikbaar:
• In de volgende gevallen kunnen geen films opgenomen worden.
– [Glinsterend water]/[Fonkelende verlichting]/[Bloemen] (Scene Guide modus)
– [Ruw zwart-wit]/[Zacht zwart-wit]/[Miniatuureffect]¢/[Zachte focus]/[Sterfilter]/[Zonneschijn]
(Creative Control modus)
¢ Wanneer films opgenomen worden met [Opn. kwaliteit] of [4K]
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt
167
7. Films opnemen
Instelling van formaat, grootte en beeldsnelheid
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Bewegend beeld] > [Opname-indeling]
Dit gegevensformaat is geschikt voor afspelen op een high-definition
TV, enz.
[AVCHD]
[MP4]
2
Dit gegevensformaat is geschikt voor afspelen op een PC, enz.
Druk op 3/4 om [Opn. kwaliteit] te selecteren en druk vervolgens op
[MENU/SET].
Wanneer [AVCHD] geselecteerd is
Onderdeel
Grootte
Opname-framesnelheid
Sensor-output
Bitsnelheid
[FHD/28M/50p]¢1
1920k1080
50p
50 frames/seconde
28 Mbps
[FHD/17M/50i]
1920k1080
50i
50 frames/seconde
17 Mbps
[FHD/24M/25p]
1920k1080
50i
25 frames/seconde
24 Mbps
[FHD/24M/24p]
1920k1080
24p
24 frames/seconde
24 Mbps
¢1 AVCHD Progressive
Wanneer [MP4] geselecteerd is
Onderdeel
Grootte
Opname-framesnelheid
Sensor-output
Bitsnelheid
¢2
[4K/100M/25p]
3840k2160
25p
25 frames/seconde
100 Mbps
[4K/100M/24p]¢2
3840k2160
24p
24 frames/seconde
100 Mbps
[FHD/28M/50p]
1920k1080
50p
50 frames/seconde
28 Mbps
[FHD/20M/25p]
1920k1080
[HD/10M/25p]
1280k720
[VGA/4M/25p]
640k480
20 Mbps
25p
25 frames/seconde
10 Mbps
4 Mbps
¢2 4K-film
168
7. Films opnemen
• Hoe hoger de waarde van de “Bitsnelheid” is, hoe hoger de beeldkwaliteit wordt. Omdat
de camera gebruik maakt van de “VBR”-opnamemethode, wordt de bitsnelheid
automatisch veranderd afhankelijk van het op te nemen onderwerp. Als resultaat wordt
de opnametijd korter wanneer een snel bewegend onderwerp opgenomen wordt.
• Als u films in 4K opneemt, gebruik dan een kaart met UHS snelheidsklasse 3. (P28)
• De gezichtshoek van films in 4K is smaller dan die van films met andere formaten.
• Om een zeer accurate scherpstelling te verzekeren, worden 4K-films opgenomen bij verlaagde
Auto Focus snelheden. Het kan moeilijk zijn om op het onderwerp scherp te stellen met Auto
Focus maar dit duidt niet op een slechte werking.
∫ Over de compatibiliteit van de opgenomen bewegende beelden
Zelfs wanneer een compatibel apparaat gebruikt wordt, kan het zijn dat de films met
verlaagde beeld- en geluidskwaliteit afgespeeld, of niet afgespeeld worden.
Het kan ook zijn dat de opname-informatie niet correct weergegeven wordt. Gebruik in dat
geval dit toestel om af te spelen.
• Om films af te spelen die met een ander apparaat opgenomen zijn met [FHD/28M/50p], [FHD/
24M/25p] of [FHD/24M/24p] in [AVCHD], of om ze naar een ander apparaat over te brengen,
heeft u een compatibele Blu-ray disc-recorder of een PC nodig waarop de software
“PHOTOfunSTUDIO” (P296) geïnstalleerd is.
• Raadpleeg voor bewegende beelden die met [MP4] op [4K/100M/25p] of [4K/100M/24p]
opgenomen zijn “4K-films op een TV bekijken/ 4K-films op een PC of recorder bewaren” op
P290.
169
7. Films opnemen
Scherpstellen tijdens het opnemen van een video ([Continu AF])
Toepasbare modi:
Het scherpstellen verandert, afhankelijk van de instelling van de focusmodus (P95) en de
instelling van [Continu AF] in het [Bewegend beeld]-menu.
Focusmodus
[AFS]/[AFF]/
[AFC]
[MF]
[Continu AF]
Beschrijving van instellingen
[ON]
De camera zal tijdens het opnemen automatisch op
onderwerpen blijven scherpstellen.
[OFF]
De camera handhaaft de brandpuntpositie bij de start
van de opname.
[ON]/[OFF]
U kunt handmatig scherpstellen. (P106)
• De onderling verwisselbare lens (H-H020A) maakt gebruik van een lensaandrijfsysteem om
een compacte en heldere F1.7 lens te realiseren. Hierdoor kunnen geluid en trillingen optreden
tijdens het scherpstellen, maar dit is geen storing.
• Als de focusmodus op [AFS], [AFF] of [AFC] gezet is, en u drukt de sluiterknop tot halverwege
in terwijl u een film opneemt, dan zal de camera de scherpstelling bijstellen.
• Afhankelijk van de opname-omstandigheden of de gebruikte lens kan het werkgeluid
opgenomen worden als Auto Focus gebruikt wordt tijdens het opnemen van een film.
Er wordt aanbevolen op te nemen terwijl [Continu AF] in het [Bewegend beeld]-menu op [OFF]
staat als u het geluid van de werking hinderlijk vindt, om te voorkomen dat het lensgeluid
opgenomen wordt.
• Wanneer u de zoom gebruikt terwijl u films opneemt, kan het scherpstellen enige tijd in beslag
nemen.
170
7. Films opnemen
Films opnemen die pannen en zoomen terwijl
een vaste camerapositie gehandhaafd blijft
([4K Live Bijsnijden])
Opnamefunctie:
Door uw film vanuit de 4K gezichtshoek op Full High-Definition bij te snijden, kunt u een
film opnemen die pant en in-/uitzoomt terwijl u de camera op een vaste positie houdt.
• Houd de camera stevig op zijn plaats terwijl u de opname maakt.
• Er zal een film opgenomen worden met [FHD/20M/25p] onder [MP4].
Panning
Inzoomen
• Wanneer u begint in-/uit te zoomen, stel dan verschillende gezichtshoeken in voor de begin- en
eindframes van het bijsnijden. Om bijvoorbeeld in te zoomen, stelt u een grotere gezichtshoek
in voor het beginframe en een kleinere voor het eindframe.
1
2
Zet de modusknop op [
].
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Bewegend beeld] > [4K Live Bijsnijden] > [40SEC]/[20SEC]
• De gezichtshoek wordt smaller.
171
7. Films opnemen
3
A
Stel het beginframe voor het bijsnijden in.
A Beginframe voor het bijsnijden.
• Wanneer u de instellingen voor het eerst uitvoert, wordt
een beginframe voor het bijsnijden met formaat
1920k1080 weergegeven (nadat het beginframe en het
eindframe ingesteld zijn, zullen het beginframe en het
eindframe weergegeven worden dat u onmiddellijk
daarvoor ingesteld had).
• De laatste framepositie zal bewaard worden zelfs als de
camera uitgeschakeld wordt.
Knopbediening
Aanraakbediening
3/4/2/1
Aanraken
Openspreiden
Dichtknijpen
4
ュリヴヱハ
5HVHW
,QVW
Beschrijving van de bediening
Beweegt het frame
Vergroot/verkleint het frame
(Het toegestane instellingenbereik
is van 1920k1080 tot
3840k2160.)
[DISP.]
[Reset]
Brengt de positie van het frame
terug naar het midden en zet het
formaat weer op de
standaardinstelling.
[MENU/SET]
[Inst.]
Bepaalt de positie en het formaat
van het frame.
B
Herhaal stap 3 en stel vervolgens het
eindframe voor het bijsnijden in.
B Eindframe voor het bijsnijden
• De instelling van de Auto Focusmodus schakelt naar
[š].
(het oog waarop scherp gesteld moet worden, wordt niet
aangeduid).
172
ュリヴヱハ
5HVHW
,QVW
7. Films opnemen
5
Druk op de filmknop (of op de sluiterknop)
om de opname te starten.
A Verstreken opnametijd
B Ingestelde werktijd
• Laat de filmknop (of de sluiterknop) onmiddellijk los na
deze ingedrukt te hebben.
• Als de ingestelde werktijd verstreken is, wordt de
opname automatisch beëindigd.
Om de opname halverwege te beëindigen, druk dan
opnieuw op de filmknop (of op de sluiterknop).
A
7s
20s
B
∫ De positie en het formaat van een bijsnijframe veranderen
Druk op [Fn3] terwijl het opnamescherm weergegeven wordt en voer de stappen 3 en 4
uit.
∫ De [4K Live Bijsnijden]-opname annuleren
Stel [OFF] in stap 2 in.
• De helderheid is gemeten en de scherpstelling is uitgevoerd in het startframe voor het
bijsnijden. Tijdens het opnemen van de film worden ze in het bijsnijframe uitgevoerd. Om de
focuspositie te vergrendelen, zet [Continu AF] dan op [OFF] of zet de focusmodus op [MF].
• [Meetfunctie] zal [ ] zijn (Meervoudig).
173
7. Films opnemen
Foto’s maken terwijl u een film maakt
Toepasbare modi:
Er kunnen foto’s gemaakt worden terwijl u een film opneemt (simultaan opnemen).
Druk de sluiterknop tijdens de opname van de
video volledig in om een foto te maken.
• De simultane opname-indicator wordt weergegeven tijdens het
maken van de foto’s.
• Opnemen terwijl ook de Touch Shutter-functie (P52)
13
beschikbaar is.
∫ Instelling van de filmprioriteit- of fotoprioriteitmodus
Toepasbare modi:
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Bewegend beeld] > [Foto/film]
• De beelden zullen opgenomen worden met beeldformaat [S] (2 M).
De beeldkwaliteit van standaardbeelden kan anders zijn dan [S] (2 M).
],
[
]
[
] of [
] staat.
([Videoprioriteit]) (Als deze op [
] staat, zullen foto’s opgenomen worden met een
[Kwaliteit] van [A].)
• Er kunnen tijdens het opnemen van films tot 40 foto’s gemaakt worden.
(Een MP4-film met een [Opn. kwaliteit]-formaat van [4K]: tot 10 beelden)
• Er worden alleen JPEG-beelden opgenomen als [Kwaliteit] op [
• De beelden zullen opgenomen worden met het ingestelde beeldformaat en
-kwaliteit.
[
]
([Fotoprioriteit])
• Het beeldscherm zal donker worden tijdens het opnemen van de beelden.
In die tijd zal een foto in de video gemaakt worden en wordt geen audio
opgenomen.
• Er kunnen tijdens het opnemen van films tot 10 foto’s gemaakt worden.
(Een MP4-film met een [Opn. kwaliteit]-formaat van [4K]: tot 5 beelden)
174
7. Films opnemen
• De beeldverhouding zal vaststaan op [16:9].
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Als [Opn. kwaliteit] op [VGA/4M/25p] gezet is voor MP4-films
– Als [Opn. kwaliteit] op [4K/100M/24p] gezet is voor MP4-films of [FHD/24M/24p] voor
AVCHD-films (alleen als [
] ([Fotoprioriteit]) geselecteerd is)
– Als de drive-modus op 4K-foto gezet is (alleen als [ ] ([Fotoprioriteit]) ingesteld is)
– Als [Ex. tele conv.] in het [Bewegend beeld]-menu gebruikt wordt (alleen als [ ]
([Fotoprioriteit]) ingesteld is)
– Wanneer [Snapfilm] op [ON] gezet is
175
7. Films opnemen
Opnemen van Snap Movies
Toepasbare modi:
U kunt de opnametijd van tevoren specificeren en films opnemen alsof u fotografeert. De
functie stelt u ook in staat de scherpstelling aan het begin van de opname te verplaatsen
en van tevoren infade/outfade-effecten toe te voegen.
• Films zullen opgenomen worden met [FHD/20M/25p] in [MP4].
• Door de app voor smartphone/tablet “Panasonic Image App” te gebruiken, kunt u films die met
de camera opgenomen zijn samenvoegen. Muziek kan toegevoegd worden en er kunnen
verschillende bewerkingen uitgevoerd worden wanneer u films samenvoegt. Bovendien kunt u
de samengevoegde films naar een webdienst verzenden. (P263)
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
2
>
[Bewegend beeld] > [Snapfilm] > [ON]
• Druk de sluiterknop tot halverwege in om het menu te verlaten.
A
Start het opnemen door op de filmknop te
drukken.
A Verstreken opnametijd
B Ingestelde opnametijd
• Laat de videoknop onmiddellijk na het indrukken los.
• U kunt de filmopname niet in het midden stoppen. De
opname zal automatisch stoppen als de ingestelde
opnametijd verstreken is.
∫ Deactiveren van Snap Movie
Selecteer [OFF] in stap 1.
176
SNAP
4SEC
3s
4s
B
7. Films opnemen
∫ Veranderen van de Snap Movie-instellingen
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Opnametijd]
[Trekfocus]
[Fade]
[Bewegend beeld] > [Snapfilm] > [SET]
Stelt de opnametijd van films in.
Maakt dramatische beeldexpressie mogelijk door de focus aan het begin
van de opname geleidelijk te verplaatsen. (P178)
Voegt een fade-in-effect (geleidelijke verschijning) aan beeld en audio toe
als de opname start, of voegt een fade-out-effect (geleidelijk verdwijnen)
eraan toe als de opname eindigt.
[WHITE-IN]/[WHITE-OUT]:
Voegt een fade-in of een fade-out-effect toe met gebruik van een wit
scherm.
[BLACK-IN]/[BLACK-OUT]:
Voegt een fade-in of een fade-out-effect toe met gebruik van een zwart
scherm.
[COLOR-IN]/[COLOR-OUT]:
Voegt een effect toe waarbij het infaden van zwart-wit naar kleur
plaatsvindt of een effect waarbij outfaden van kleur naar zwart-wit
plaatsvindt. De audio zal gewoon opgenomen worden.
[OFF]
• Films die met [WHITE-IN] of [BLACK-IN] opgenomen zijn, worden in de afspeelmodus
weergegeven als allemaal witte of allemaal zwarte thumbnails.
• Als u [Snapfilm] aan [Fn knopinstelling] (P58) toekent, kunt u een scherm laten weergeven
waarin u tussen [Snapfilm] en [ON]/[OFF] kunt schakelen door op de knop met de toegekende
functie te drukken. Als u op [DISP.] drukt terwijl het scherm weergegeven wordt, kunt u de
instellingen voor Snap Movie veranderen.
• [Snapfilm] zal op [OFF] gezet worden als u verbinding met Wi-Fi maakt met [Op afstand
opnemen en weergeven].
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– [Miniatuureffect] (Creative Control modus)
– Als de drive-modus op 4K-Foto gezet is
– Wanneer [4K Live Bijsnijden] ingesteld is
177
7. Films opnemen
Instellen [Trekfocus]
Stel de frames in die de posities specificeren waar de
[Trekfocus] start (eerste positie) en stopt (tweede positie).
Knopbediening
1
2
Druk op 2.
Druk op 3/4/2/1 om het kader van de AF-zone te
verplaatsen en druk op [MENU/SET]. (Eerste positie)
• Als u op [DISP.] drukt voordat u op [MENU/SET] drukt, zal het kader naar het midden
3
Herhaal stap 2. (Tweede positie)
• Als u op [MENU/SET] drukt, zullen de instellingen van het kader gewist worden.
terugkeren.
Aanraakbediening
Raak een onderwerp aan (eerste positie), versleep uw vinger naar de gewenste plek
(tweede positie) en laat uw vinger los.
] aanraakt, zullen de instellingen van het kader gewist worden.
• Als u [
• Er kan een groter effect verkregen worden door een opvallend contrast van de
brandpunten tussen de begin- en de eindposities te creëren, door het brandpunt
bijvoorbeeld van de achtergrond naar de voorgrond te verplaatsen, of omgekeerd.
• Na de scherpstelling dient u te proberen om de afstand tussen het onderwerp en de
camera constant te houden.
• Als de camera er niet in slaagt het frame in te stellen, keert hij terug naar de eerste positie.
• Wanneer [Trekfocus] op [ON] gezet is:
– De Auto Focusmodus zal op [
] geschakeld worden, een instelling die speciaal voor
[Trekfocus] ontworpen is.
– Als u een foto maakt, zal de werking van Auto Focus [Ø] plaatsvinden op de positie van het
eerste frame.
• Zelfs als [Meetfunctie] (P194) op [
] gezet is, zal het doel van de spot metering niet met het
brandpunt bewegen. Het doel is vastgezet op de startpositie (eerste positie) van Pull Focus.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Op Manuele Focus
– Bij het gebruik van de digitale zoom
178
8.
Afspelen en bewerken van beelden
Opnamen terugspelen
1
Druk op [(].
2
Druk op 2/1.
1/98
2:
De vorige opname terugspelen
1:
De volgende opname terugspelen
• Als u 2/1 ingedrukt houdt, kunt u de beelden achter
elkaar afspelen.
• De beelden kunnen ook voor- of achteruit langs gelopen worden door aan de
modusknop op de voorkant te draaien of door het scherm horizontaal te verslepen.
(P51)
• U kunt de beelden continu vooruit of achteruit spoelen door uw vinger op de linker of
rechterzijde van het scherm te houden nadat een beeld vooruit/achteruit gespoeld is.
(De beelden worden in gereduceerd formaat weergegeven)
Een beeld naar een webdienst verzenden
Als u op 4 drukt wanneer de beelden een voor een weergegeven worden, kunt u een
beeld gemakkelijk naar een webdienst verzenden. (P276)
∫ Het terugspelen stoppen
Druk opnieuw op [(] of druk de sluiterknop tot halverwege in.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Dit toestel voldoet aan de DCF-norm “Design rule for Camera File system” die vastgesteld is
door JEITA “Japan Electronics and Information Technology Industries Association” en met Exif
“Exchangeable Image File Format”.
Dit toestel kan alleen beelden weergeven die in overeenstemming met de DCF-standaard zijn.
• Het kan zijn dat de camera de beelden die met andere apparatuur opgenomen zijn niet correct
afspeelt en dat de camerafuncties voor die beelden niet beschikbaar zijn.
179
8. Afspelen en bewerken van beelden
Bewegende beelden terugspelen
Dit toestel is ontworpen voor het afspelen van films met gebruik van AVCHD en MP4
formaten.
• Bewegende beelden worden weergegeven met de filmicoon
([
A
]).
Druk op 3 om af te spelen.
12s
A Opnametijd film
• Nadat het afspelen gestart is, wordt de verstreken afspeeltijd op
het scherm weergegeven.
8 minuten en 30 seconden wordt bijvoorbeeld weergegeven als
[8m30s].
• Sommige informatie (opname-informatie, enz.) wordt niet afgebeeld voor bewegende beelden
die gemaakt zijn [AVCHD].
• Door in het midden van het scherm [
] aan te raken, kunt u de film afspelen.
• Films die met [Snapfilm] opgenomen zijn, worden automatisch afgespeeld.
∫ Bediening tijdens het afspelen van films
Knop
Aanraak Beschrijving van de
bediening bediening
bediening
3
Knop
Aanraak Beschrijving van de
bediening bediening
bediening
Afspelen/Pauzeren
4
Snel
vooruitspoelen¢1
Snel terugspoelen¢1
2
Stop
1
Frame-by-frame
achteruit
(tijdens pauzeren)¢2
Verlaagt het niveau
van het volume
Frame-by-frame
vooruit
(tijdens pauzeren)
Verhoogt het niveau
van het volume
¢ 1 De snelheid van snel vooruit/achteruit spoelen neemt toe als u opnieuw op 1/2 drukt.
¢ 2 Als een film die opgenomen is met [AVCHD] frame-per-frame teruggespoeld wordt, zullen
de frames weergegeven worden met intervallen van ongeveer 0,5 seconden.
∫ Handelingen tijdens het automatisch afspelen van een Snap Movie
3
Afspelen vanaf het begin
2
Terug naar het vorige beeld
1
Verder naar het volgende beeld
• Als u het scherm aanraakt, zal het automatisch afspelen stoppen.
• U kunt de films afspelen op een PC met “PHOTOfunSTUDIO” (P296).
180
8. Afspelen en bewerken van beelden
Creëren van foto’s uit een video
U kunt een scène van een film als een foto bewaren.
1
Op 3 drukken om het terugspelen van bewegend beeld op pauze te
zetten.
• U kunt het punt van splitsing precies instellen door op 2/1 te drukken terwijl de film
gepauzeerd is.
2
Op [MENU/SET] drukken.
• Dezelfde handeling kan uitgevoerd worden door
[
] aan te raken.
• Foto's zullen bewaard worden met de [Aspectratio] op [16:9] en de [Kwaliteit] op [›]. Het
aantal pixels zal verschillen, al naargelang de film die u afspeelt.
– Als het filmformaat in [Opn. kwaliteit] op [4K] gezet is: [M] (8 M)
– Als het filmformaat in [Opn. kwaliteit] op [FHD], [HD] gezet is: [S] (2 M)
• De beeldkwaliteit van foto’s die van een video gemaakt zijn, kan grover zijn dan foto’s met een
gewone beeldkwaliteit.
•[
] wordt weergegeven tijdens het afspelen van foto's die uit films gecreëerd zijn.
• Om foto's uit films te creëren terwijl de camera met een HDMI-microkabel op een TV
aangesloten is, zet [VIERA link] in [TV-verbinding] in het [Set-up]-menu dan op [OFF].
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Er kunnen geen foto’s gecreëerd worden uit films die opgenomen zijn met [VGA/4M/25p] of
[MP4].
181
8. Afspelen en bewerken van beelden
Omschakelen van de afspeelwijze
De terugspeelzoom gebruiken
Draai de modusknop op de achterkant naar rechts.
2.0X
1k 2k 4k 8k 16k
• Als de modusknop op de achterkant naar links gedraaid wordt
nadat het beeld vergroot is, zal de uitvergroting kleiner zijn.
• U kunt het beeld ook vergroten/verkleinen door het deel dat u wilt
vergroten (P51) samen te knijpen/te spreiden.
• U kunt het vergrote deel bewegen door op 3/4/2/1 te drukken
of door het scherm te verslepen. (P51)
• U kunt het beeld ook (2k) vergroten door het deel dat u wilt
vergroten twee keer aan te raken. Als u het vergrote beeld twee
keer aanraakt, keert de vergroting weer terug naar 1k.
∫ De afgebeelde opname schakelen terwijl u de
terugspeelzoom behoudt
U kunt het weergegeven beeld schakelen terwijl u dezelfde
zoomvergroting en zoompositie behoudt voor de
terugspeelzoom.
Vooruit of achteruit langs lopen van de beelden
door tijdens Playback Zoom aan de modusknop op
de voorkant te draaien.
• De beelden kunnen ook vooruit of achteruit langs gelopen
worden door de vooruit-/achteruitbediening van het beeld in te
stellen, door tijdens Playback Zoom op de modusknop op de
achterkant te drukken en vervolgens [
]/[
] aan te raken of
door op 2/1 te drukken.
182
2.0X
8. Afspelen en bewerken van beelden
Weergeven van meerdere schermen (Multi Playback)
Draai de functieknop achterop naar links.
1/98
1 scherm 12 schermen 30 schermen Kalender
schermweergave
• Als de modusknop op de achterkant naar rechts gedraaid
wordt, zal het vorige afspeelscherm weergegeven worden.
• Het is mogelijk om naar een ander afspeelscherm over te gaan
door de volgende iconen aan te raken.
–[
]: 1 scherm
–[
]: 12 schermen
–[
]: 30 schermen
– [ CAL ]: Schermdisplay
• Het scherm kan geleidelijk omgeschakeld worden door het
scherm op of neer te slepen.
• Beelden die afgebeeld worden m.b.v. [
] kunnen niet
afgespeeld worden.
∫ Om terug te keren naar normaal terugspelen
Druk op 3/4/2/1 om een opname te kiezen en druk dan op [MENU/SET].
Beelden afspelen op opnamedatum (Calender Playback)
1
Draai de modusknop op de achterkant naar links om het kalenderscherm weer
te geven.
2
Druk op 3/4/2/1 om de opnamedatum te
selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
• Alleen de beelden die op die datum opgenomen zijn zullen
weergegeven worden.
• Draai de functieknop achterop naar links om terug te
keren naar de weergave van het kalenderscherm.
3
SUN MON TUE WED THU FRI SAT
2016
12
1
2
3
6
7
8
9
10
11
12 13
14
15
16
17
18
19 20
21
22
23
24
25
26 27
28
29
30
4
5
6HW31
Druk op 3/4/2/1 om een opname te kiezen en
druk dan op [MENU/SET].
• De opnamedatum van het beeld die u op het scherm kiest wordt de gekozen datum als u eerst
het kalenderscherm afbeeldt.
• U kunt de kalender weergeven van Januari 2000 tot December 2099.
• Als u de datum van de camera niet hebt ingesteld, is de opnamedatum ingesteld op 1 januari
2016.
• Als u opnamen maakt nadat u de reisbestemming hebt ingesteld in [Wereldtijd], worden deze
opnamen afgebeeld met de data van de reisbestemming in de kalenderterugspeelfunctie.
183
8. Afspelen en bewerken van beelden
Afspelen van groepsbeelden
Een beeldengroep bestaat uit meerdere beelden. U kunt beelden in een groep continu dan
wel een voor een afspelen.
• U kunt alle beelden in een groep in een keer bewerken of wissen.
(als u bijvoorbeeld een beeldengroep wist, worden alle beelden in de groep gewist.)
[
]:
Een beeldengroep bestaande uit beelden die met de
burst-modus gemaakt zijn met burst-snelheid [SH]. (P135)
[
]:
Een beeldengroep bestaande uit beelden die met
Focusbracket gemaakt zijn. (P140)
[
]:
Een beeldengroep bestaande uit beelden die in een Time
Lapse Shot gemaakt zijn. (P141)
[
]:
Een beeldengroep bestaande uit beelden die met
stop-motionanimatie gemaakt zijn. (P143)
1/98
IRWR
• De beelden zullen niet gegroepeerd worden als ze opgenomen zijn zonder dat de klok
ingesteld is.
Continu afspelen van groepsbeelden
Druk op 3.
• Dezelfde handeling kan uitgevoerd worden door aanraking van de icoon van het groepsbeeld
([
], [
], [
]).
• Tijdens het een voor een afspelen van groepsbeelden worden opties weergegeven.
Selecteer na de selectie van [Burst afspelen] (of [Serie weergave]), een van de volgende
afspeelmethoden:
[Vanaf eerste foto]:
De beelden worden continu afgespeeld, te beginnen met het eerste beeld van de groep.
[Vanaf huidige foto]:
De beelden worden continu afgespeeld, te beginnen met het afgespeelde beeld.
∫ Bediening tijdens het afspelen van groepsbeelden
3
Continu afspelen/Pauze
4
Snel achteruit
2
Stop
Snel vooruit
1
Achteruit
(tijdens pauzeren)
184
Vooruit
(tijdens pauzeren)
8. Afspelen en bewerken van beelden
Een voor een afspelen van groepsbeelden
1
Druk op 4.
• Dezelfde handeling kan uitgevoerd worden door [
[
2
], [
], of [
] aan te raken.
],
1/98
IRWR
Druk op 2/1 om de beelden langs te lopen.
] aan te raken, keert u terug naar het gewone
• Door opnieuw op 4 te drukken of door [
afspeelscherm.
• Ieder beeld van de groep kan op dezelfde manier als normale beelden behandeld worden
wanneer ze afgespeeld worden. (zoals meervoudig afspelen, playback zoom en wissen
van beelden)
185
8. Afspelen en bewerken van beelden
Beelden wissen
Is het beeld eenmaal gewist dan kan hij niet meer teruggehaald worden.
Om een enkele opname uit te wissen
1
Selecteer het te wissen beeld in de
afspeelmodus en druk vervolgens op [
].
• Dezelfde handeling kan uitgevoerd worden door [
]
aan te raken.
2
Druk op 3 om [Apart wissen] te selecteren
en druk vervolgens op [MENU/SET].
$SDUWZLVVHQ
0XOWLZLVVHQ
$OOHVZLVVHQ
Wissen van meer beelden (tot 100¢) of van alle beelden
¢ De beeldengroepen worden als een enkel beeld beschouwd.
(alle beelden in de geselecteerde beeldengroep zullen gewist worden.)
1
2
Druk in de afspeelmodus op [
].
Op 3/4 drukken om [Multi wissen] of [Alles wissen] te kiezen en
vervolgens op [MENU/SET] drukken.
• Het is mogelijk om alle beelden te wissen, behalve de beelden die als favorieten
ingesteld zijn, als [Alles wissen behalve Favoriet] geselecteerd is met de [Alles wissen]
instelling.
3
(Wanneer [Multi wissen] geselecteerd is)
Druk 3/4/2/1 om het beeld te selecteren en
druk vervolgens op [MENU/SET] om in te
stellen. (Herhaal deze stap.)
8LWYRHU
• [‚] verschijnt op de geselecteerde beelden.
Als u opnieuw op [MENU/SET] drukt, wordt de instelling gewist.
4
(Wanneer [Multi wissen] geselecteerd is)
Druk op 2 om [Uitvoer.] te selecteren en druk vervolgens op
[MENU/SET] om het uit te voeren.
• Afhankelijk van het aantal beelden dat gewist moet worden, kan het wissen even duren.
186
9.
De menufuncties gebruiken
Menulijst
[Opname]
[Set-up]
P187
P220
[Bewegend beeld] P208
[Afspelen]
[Voorkeuze]
P210
P228
• [Fotostijl], [Filterinstellingen], [Focusfunctie], [Meetfunctie], [Schaduw markeren],
[Int.dynamiek], [I.resolutie], [Diffractiecompensatie], [Dig. zoom] en [Stabilisatie] maken
onderdeel uit van zowel het [Opname]-menu als het [Bewegend beeld]-menu. Het veranderen
van deze instellingen in één van deze menu’s wordt weerspiegeld in het andere menu.
:
[Opname]-menu
• [Fotostijl] (P188)
• [Filterinstellingen] (P190)
• [Aspectratio] (P192)
• [Fotoresolutie] (P192)
• [Kwaliteit] (P193)
• [Focusfunctie] (P95)
• [Meetfunctie] (P194)
• [Burstsnelh.] (P135)
• [4K-FOTO] (P118)
• [Bracket] (P138)
• [Zelf ontsp.] (P137)
• [Schaduw markeren] (P195)
• [Int.dynamiek] (Intelligent dynamic range
control) (P196)
• [I.resolutie] (P196)
• [Post Focus] (P131)
• [iHandh. nachtop.] (P65)
• [iHDR] (P66)
• [HDR] (P197)
• [Multi-belicht.] (P198)
• [Intervalopname] (P141)
• [Stop-motionanimatie] (P143)
• [Panorama-instellingen] (P78)
• [Sluitertype] (P199)
• [Sluitervertraging] (P200)
• [Flitser] (P159)
• [Rode-ogencorr] (P200)
• [ISO-limiet] (P201)
• [ISO-verhoging] (P201)
• [Uitgebreide ISO] (P201)
• [Lang sl.n.red] (P202)
• [Schaduwcomp.] (P202)
• [Diffractiecompensatie] (P203)
• [Ex. tele conv.] (P151)
• [Dig. zoom] (P153)
• [Kleurruimte] (P203)
• [Stabilisatie] (P146)
• [Gezicht herk.] (P204)
• [Profiel instellen] (P207)
187
9. De menufuncties gebruiken
[Fotostijl]
Toepasbare modi:
U kunt effecten selecteren om af te stemmen op het soort beeld dat u wenst te maken.
Het is mogelijk de items zoals kleur of beeldkwaliteit van het effect naar uw wens af te
stellen.
MENU
>
[Opname] > [Fotostijl]
[Standaard]
Dit is de standaard instelling.
[Levendig]¢
Prachteffect met hoge verzadiging en contrast.
[Natuurlijk]¢
Zacht effect met laag contrast.
[Zwart-wit]
Monochroom effect zonder kleurschaduwen.
[L.Zwart-wit]¢
Zwart-wit-effect met een rijke gradatie en scherpe zwarte
accenten.
[Landschap]¢
Een effect dat geschikt is voor landschappen met levendige
blauwe luchten en groen.
[Portret]¢
Een effect dat geschikt is voor een portret met gezond
uitziende en mooie huidtint.
[Custom]¢
Gebruik de instelling die u van tevoren registreert.
¢ Dit wordt uitgeschakeld als Intelligent Auto Plus modus geselecteerd wordt.
• In de Intelligent Auto Plus modus zal de instelling opnieuw op [Standaard] gezet worden
wanneer de camera op een andere opnamemodus gezet wordt of wanneer dit toestel in- en
uitgeschakeld wordt.
• Alleen de aanpassing van de beeldkwaliteit kan ingesteld worden in de Scene Guide modus.
188
9. De menufuncties gebruiken
∫ Bijstellen van de beeldkwaliteit
• De beeldkwaliteit kan in de Intelligent Auto Plus modus niet
6WDQGDDUG
-5
0
+5
afgesteld worden.
1
2
±0
S ±0
±0
Druk op 2/1 om het type Photo Style te selecteren.
Druk op 3/4 om de items te selecteren en druk
vervolgens op 2/1 om deze bij te stellen.
Verhoogt het verschil tussen de heldere en donkere
vlakken op het beeld.
[s]
Vermindert het verschil tussen de heldere en
donkere vlakken op het beeld.
[r]
Het beeld is zeer scherp.
[s]
Het beeld is onscherp.
[r]
Versterkte geruisvermindering.
De beeldresolutie kan een beetje minder worden.
[s]
Minder geruisvermindering. U kunt opnamen met
een betere resolutie maken.
[r]
De kleuren van het beeld zijn levendig.
[s]
De kleuren van het beeld zijn natuurlijker.
[r]
Voegt een blauwachtige toon toe.
[Ruisreductie]
[Verzadiging]¢1
[Kleurtoon]¢1
DISP.カスタム登録
[r]
[Contrast]
S [Scherpte]
±0
[s]
[Geel]
[Oranje]
[Filtereffect]¢2
Voegt een geelachtige toon toe.
Vergroot het contrast van een onderwerp (Effect: Zwak)
De blauwe lucht kan helder opgenomen worden.
Vergroot het contrast van een onderwerp (Effect:
Medium)
De blauwe lucht kan donkerder blauw opgenomen
worden.
[Rood]
Vergroot het contrast van een onderwerp (Effect: Sterk)
De blauwe lucht kan veel donkerder blauw
opgenomen worden.
[Groen]
De huid en lippen van mensen worden met
natuurlijke kleurtonen weergegeven.
Groene bladeren verschijnen helderder en groter.
[Uit]
—
¢1 [Kleurtoon] wordt alleen weergegeven als [Zwart-wit] of [L.Zwart-wit] geselecteerd is. In
andere gevallen wordt [Verzadiging] weergegeven.
¢2 Alleen weergegeven als [Zwart-wit] of [L.Zwart-wit] geselecteerd is.
• Als u de beeldkwaliteit bijstelt, wordt naast de icoon van Photo Style [_] op het
beeldscherm weergegeven.
3
Op [MENU/SET] drukken.
∫ Registreren van instellingen op [Custom]
Regel de beeldkwaliteit door stap 2 van “Bijstellen van de beeldkwaliteit” te volgen
en druk vervolgens op [DISP.].
189
9. De menufuncties gebruiken
[Filterinstellingen]
Toepasbare modi:
U kunt beeldeffecten (filters) die voor de Creative Control modus beschikbaar zijn
toepassen op beelden in andere modussen, zoals de Lensopening-Prioriteit AE-modus of
de Panorama Shot modus. (P83)
MENU
>
[Opname] > [Filterinstellingen] > [Filtereffect]
Instellingen: [ON]/[OFF]/[SET]
∫ Verander de instellingen door het aanraakscherm te gebruiken
1 Raak [
] aan.
2 Raak het item aan dat u wenst in te stellen.
[
EXPS
EXPS
]: Beeldeffect ON/OFF
[
]: Selecteert een beeldeffect (filter)
[
]: Stelt een beeldeffect af
• [Ruw zwart-wit]/[Zacht zwart-wit]/[Speelgoedcam.effect]¢1/[Speelgoedcamera levendig]¢1/
[Miniatuureffect]¢1, 2/[Zachte focus]/[Sterfilter]/[Zonneschijn] zijn in de volgende gevallen niet
beschikbaar.
– Creatieve Videomodus
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
¢1 Wanneer [4K Live Bijsnijden] op [ON] gezet is.
¢2 Wanneer films opgenomen worden met [Opn. kwaliteit] van [4K]
• Houd rekening met de volgende punten wanneer de Panorama Shot modus gebruikt wordt:
– [Speelgoedcam.effect]/[Speelgoedcamera levendig]/[Miniatuureffect]/[Zonneschijn] zijn niet
beschikbaar.
– De beeldeffecten van [Ruw zwart-wit]/[Zacht zwart-wit]/[Zachte focus]/[Sterfilter] zijn niet
zichtbaar op het scherm.
– Het gebruik van [Overbelichting] is misschien niet doeltreffend in situaties met gedimd licht.
• De beschikbare instellingen van de ISO-gevoeligheid zullen beperkt worden tot [ISO 3200]. De
ISO-gevoeligheid voor [Hoge dynamiek] zal vaststaan op [AUTO].
• Wanneer u [Filtereffect] gebruikt, kunt u geen menu's of opnamefuncties gebruiken die niet
beschikbaar zijn in de Creative Controle modus.
De witbalans zal bijvoorbeeld vaststaan op [AWB] en de flitser zal ingesteld zijn op [Œ] (forced
flash uit).
190
9. De menufuncties gebruiken
∫ Gelijktijdig met en zonder beeldeffect foto's maken
([Gelijktijdig zond. filter])
U kunt één keer op de sluiterknop drukken en gelijktijdig twee foto's nemen, een met een
beeldeffect en een zonder.
MENU
>
[Opname] > [Filterinstellingen] > [Gelijktijdig zond. filter]
Instellingen: [ON]/[OFF]
• Als dit item op [ON] gezet is, zal eerst een foto met beeldeffect genomen worden, gevolgd door
een zonder beeldeffect.
• Alleen een beeld met een beeldeffect wordt voor Auto Review weergegeven.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• In het volgende geval werkt [Gelijktijdig zond. filter] niet:
– Panorama Shot-modus
– Foto's maken terwijl een film opgenomen wordt (alleen als [ ] ([Videoprioriteit]) ingesteld is)
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Wanneer in de burst-modus opgenomen wordt
– Wanneer [Kwaliteit] ingesteld is op [
], [
] of [
]
– Tijdens opname met de Bracket-functie
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt
191
9. De menufuncties gebruiken
[Aspectratio]
Toepasbare modi:
Dit biedt u de mogelijkheid de aspectratio van de beelden te kiezen die het best bij het
afdrukken of het terugspelen past.
MENU
>
[Opname] > [Aspectratio]
[4:3]
[Aspectratio] van een 4:3 TV
[3:2]
[Aspectratio] van een 35 mm filmcamera
[16:9]
[Aspectratio] van een hoge-definitie TV, enz.
[1:1]
Vierkante aspectratio
[Fotoresolutie]
Toepasbare modi:
Stel het aantal pixels in.
Hoe hoger het aantal pixels, hoe fijner het detail van de beelden zal blijken zelfs wanneer
ze afgedrukt worden op grote vellen.
MENU
>
[Opname] > [Fotoresolutie]
Wanneer de aspectratio [4:3] is.
Wanneer de aspectratio [3:2] is.
Instellingen
Beeldformaat
Instellingen
Beeldformaat
[L] (16M)
4592k3448
[L] (14M)
4592k3064
[
M] (8M)
3232k2424
[
S] (4M)
2272k1704
[
[
Wanneer de aspectratio [16:9] is.
Instellingen
[L] (12M)
M] (7M)
3232k2160
S] (3,5M)
2272k1520
Wanneer de aspectratio [1:1] is.
Beeldformaat
Instellingen
Beeldformaat
4592k2584
[L] (11,5M)
3424k3424
[
M] (8M)
3840k2160
[
M] (6M)
2416k2416
[
S] (2M)
1920k1080
[
S] (3M)
1712k1712
• Als [Ex. tele conv.] (P151) ingesteld is, wordt [
] weergegeven op de beeldgroottes van
iedere beeldverhouding, met uitzondering van [L].
• Het beeldformaat zal vast staan op [4K] ([4:3]: 3328k2496; [3:2]: 3504k2336; [16:9]:
3840k2160; [1:1]: 2880k2880) als 4K-foto's gemaakt worden of bij opnames met Post Focus.
192
9. De menufuncties gebruiken
[Kwaliteit]
Toepasbare modi:
De compressiesnelheid instellen waarop de beelden opgeslagen moeten worden.
>
MENU
[Opname] > [Kwaliteit]
Instellingen
Bestandsformaat
Een JPEG-beeld waarin prioriteit aan de beeldkwaliteit
gegeven werd.
[A]
JPEG
[›]
[
]
[
]
[
Beschrijving van instellingen
]
RAWiJPEG
RAW
Een JPEG-beeld met standaard beeldkwaliteit.
Dit is nuttig voor het veranderen van het aantal opnames
zonder het aantal pixels te verhogen.
U kunt gelijktijdig een RAW-beeld en een JPEG-beeld
opnemen ([A] of [›]).
U kunt alleen RAW-beelden opnemen.
RAW
Het RAW-formaat heeft betrekking op een gegevensformaat van beelden die niet
verwerkt zijn. Het afspelen en de bewerking van RAW-beelden vereist de aanwezigheid
van de camera of de speciale software.
• U kunt RAW-beelden in [RAW-verwerking] in het [Afspelen]-menu bewerken. (P234)
• Gebruik software (“SILKYPIX Developer Studio” (P297) van Ichikawa Soft Laboratory) om
RAW-bestanden op een PC te verwerken en te bewerken.
• RAW-beelden worden altijd opgenomen in de beeldverhouding [4:3] (4592k3448),
onafhankelijk van de beeldverhouding die op het moment van de opname ingesteld is.
] of [
] zullen zowel de RAW- als de
JPEG-beelden gelijktijdig gewist worden.
• Als u een beeld afspeelt dat opgenomen is met [
] worden grijze gebieden weergegeven die
overeenkomen met de beeldverhouding die op het moment van de opname ingesteld was.
• De instelling staat vast op [A] als 4K-foto's gemaakt worden of opnames met [Post Focus].
• Als u een beeld wist dat opgenomen is met [
In deze gevallen niet beschikbaar:
• In de volgende gevallen kunnen [
], [
– Panorama Shot-modus
– [Nachtop. uit hand] (Scene Guide modus)
– Als [Burstsnelh.] op [SH] staat
] en [
193
] niet ingesteld worden.
9. De menufuncties gebruiken
[Meetfunctie]
Toepasbare modi:
Type optische meting om helderheid te meten kan veranderd worden.
MENU
>
[Opname] > [Meetfunctie]
[
]
(Meervoudig)
Dit is de methode waarbij de camera de beste belichting meet door de
helderheid op het hele beeld automatisch te berekenen.
Wij raden aan om zoveel mogelijk deze methode te gebruiken.
[
]
(Middenmeting)
Dit is de methode die gebruikt wordt om scherp te stellen op het object in
het midden van het volledige beeld en de rest van het beeld aan dit
middelste beeld aan te passen.
[
]
(Spot)
Dit is de methode waarbij het object direct in het
meetbereik te meten A.
• Als u het doel van de spotmeting op de rand van het
scherm instelt, kan de meting beïnvloed worden door de
helderheid rondom de locatie.
194
9. De menufuncties gebruiken
[Schaduw markeren]
Toepasbare modi:
U kunt de helderheid van heldere en donkere gedeeltes van een beeld bijstellen terwijl u
de helderheid op het scherm controleert.
>
MENU
[Opname] > [Schaduw markeren]
(Standaard)
Er is een status zonder bijstellingen ingesteld.
(Vergroot het contrast)
Heldere zones worden helderder en donkere zones worden
donkerder.
(Verklein het contrast)
Heldere zones worden donkerder en donkere zones worden
helderder.
(Donkere zones helder
maken)
ヤヒ
1
2
/
ヤビ
/
ヤピ
(Klant)
Donkere zones worden helder gemaakt.
Er kunnen geregistreerde klantinstellingen toegepast worden.
Draai aan de modusknop op de voorkant/achterkant
om de helderheid van de heldere/donkere delen bij
te stellen.
A
A Helder deel
B Donker deel
C Weergave voorvertoning
• De modusknop op de achterkant dient voor het bijstellen
van donkere zones, de modusknop op de voorkant dient
voor het bijstellen van heldere zones.
C
• Voor het registreren van een voorkeursinstelling drukt u
B
op 3 en selecteert u de bestemming waar de
klantinstelling op geregistreerd moet worden ([Klant1] ( ヤヒ )/[Klant2] ( ヤビ )/[Klant3]
( ヤピ )).
• Het bijstellen kan ook uitgevoerd worden door de grafiek te verslepen.
Op [MENU/SET] drukken.
• De beeldschermweergave kan omgeschakeld worden door op het scherm voor de instelling
van de helderheid op [DISP.] te drukken.
• Als dit toestel uitgeschakeld wordt, zal de instelling die bijgesteld is met
op de fabrieksinstelling gezet worden.
195
/
/
/
opnieuw
9. De menufuncties gebruiken
[Int.dynamiek]
Toepasbare modi:
Contrast en belichting worden gecompenseerd als het verschil in helderheid tussen de
achtergrond en het onderwerp groot is, enz.
MENU
>
[Opname] > [Int.dynamiek]
Instellingen: [AUTO]/[HIGH]/[STANDARD]/[LOW]/[OFF]
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Het compensatie-effect wordt mogelijk niet verkregen afhankelijk van de
opname-omstandigheden.
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Wanneer [HDR] op [ON] gezet is
[I.resolutie]
Toepasbare modi:
Beelden met een scherp profiel en een scherpe resolutie kunnen gemaakt worden m.b.v.
de Intelligente Resolutietechnologie.
MENU
>
[Opname] > [I.resolutie]
Instellingen: [HIGH]/[STANDARD]/[LOW]/[EXTENDED]/[OFF]
• [EXTENDED] stelt u in staat natuurlijke beelden met een hogere resolutie te nemen.
• De [EXTENDED]-instelling zal automatisch in de [LOW]-instelling veranderen als films
opgenomen worden, 4K-foto's gemaakt worden, of bij opnames met [Post Focus].
196
9. De menufuncties gebruiken
[HDR]
Toepasbare modi:
U kunt 3 beelden met verschillende niveaus van belichting in een enkel beeld combineren
met rijke schakeringen.
U kunt het verlies aan gradatie minimaliseren in heldere en donkere zones, wanneer het
contrast tussen de achtergrond en het onderwerp bijvoorbeeld groot is.
Een door HDR gecombineerd beeld wordt in JPEG opgenomen.
MENU
>
[Opname] > [HDR]
Instellingen: [ON]/[OFF]/[SET]
∫ Instellingen veranderen
[AUTO]: Stelt automatisch het bereik van de belichting in op grond
van de verschillen tussen heldere en donkere zones.
[Dynamisch bereik]
[n1 EV]/[n2 EV]/[n3 EV]:
Stelt de belichting in binnen de geselecteerde parameters
van de belichting.
[ON]:
Corrigeert automatisch het schudden (bibberen) van de
camera en andere problemen die ervoor kunnen zorgen
dat de beelden niet uitgelijnd worden.
Wordt aanbevolen wanneer de camera tijdens het
opnemen in de hand gehouden wordt.
[OFF]:
Niet bijgestelde ontregelde uitlijning van het beeld.
Aanbevolen wanneer een statief gebruikt wordt.
[Auto uitlijnen]
• Beweeg het toestel niet tijdens het continu fotograferen nadat op de sluiterknop gedrukt is.
• U kunt de volgende foto niet nemen, zolang de combinatie van beelden niet compleet is.
• Een bewegend onderwerp kan met onnatuurlijke wazigheid opgenomen worden.
• De gezichtshoek wordt een beetje smaller als [Auto uitlijnen] op [ON] gezet is.
• De flitser staat vast op [Œ] (flitser gedwongen uitgeschakeld).
In deze gevallen niet beschikbaar:
• [HDR] werkt niet voor de foto's die tijdens het opnemen van een film gemaakt zijn.
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Wanneer in de burst-modus opgenomen wordt
– Tijdens opname met de Bracket-functie
– Opnemen terwijl de sluitertijd op [T] (Tijd) gezet is
– Wanneer [Kwaliteit] ingesteld is op [
], [
] of [
]
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt (alleen als [Automatische opname] ingesteld is)
197
9. De menufuncties gebruiken
[Multi-belicht.]
Toepasbare modi:
Heeft een effect als multi-belichting tot gevolg. (equivalent aan tot 4 keer voor een
afzonderlijk beeld)
MENU >
[Opname] > [Multi-belicht.]
1
2
Druk op 3/4 om [Start] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Bepaal de samenstelling en maak het eerste beeld.
• Na het maken van de foto de sluiterknop tot halverwege
indrukken om de volgende foto te maken.
• Druk op 3/4 om het item te selecteren en druk vervolgens
op [MENU/SET] voor een van de volgende handelingen.
– [Volg.]:
– [Nieuw]:
– [Exit]:
Ga verder naar het volgende beeld.
Ga terug naar het eerste beeld.
Neem het beeld op van de eerste foto en
eindig de sessie van beelden maken met
meervoudige belichting.
9ROJ
1LHXZ
([LW
3
Opnemen van de tweede, derde en vierde belichting.
• Als op [Fn3] gedrukt wordt terwijl u beelden maakt, worden de gefotografeerde beelden
4
Druk op 4 om [Exit] te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
• U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het
opgenomen en zal de sessie van beelden maken met meervoudige belichting voltooid worden.
menu te sluiten.
1LHXZ
([LW
∫ Instellingen veranderen
[Auto gain]
[Overlappen]
Als u [OFF] selecteert, worden de belichtingsresultaten gesuperponeerd zoals
ze zijn. Compenseer de belichting zoals nodig is, afhankelijk van het onderwerp.
Als u [ON] selecteert, kunt u Multi Belichting op eerder opgenomen
beelden toepassen. Nadat [Start] geselecteerd is, zullen de beelden op
de kaart weergegeven worden. Selecteer een RAW-beeld en druk op
[MENU/SET] om op te nemen.
• De afgebeeld opname-informatie die afgebeeld wordt voor beelden die gemaakt zijn met
meervoudige belichtingen is de opname-informatie voor het laatst gemaakte beeld.
• De items die grijs op het menuscherm weergegeven worden, kunnen niet tijdens meervoudige
belichtingen ingesteld worden.
• [Overlappen] is alleen beschikbaar voor RAW-beelden die met dit toestel gemaakt zijjn.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt
198
9. De menufuncties gebruiken
[Sluitertype]
Toepasbare modi:
U kunt foto's maken met een van de twee sluiters: de mechanische sluiter of de
elektronische sluiter.
Mechanische sluiter
Elektronische sluiter
Flits
±
—
Sluitertijd
(Sec.)
T (Tijd)¢1/60 tot 1/4000
1¢ 2 tot 1/16000
Sluitergeluid
Mechanisch sluitergeluid
Elektronisch sluitergeluid¢3
¢1 Deze instelling is alleen beschikbaar in de handmatige belichtingsmodus. (P73)
¢2 Tot en met een ISO-gevoeligheid van [ISO3200]. Als de instelling hoger dan [ISO3200] is,
zal de sluitertijd korter dan 1 seconde zijn.
¢3 De instellingen van het elektronische sluitergeluid kunnen veranderd worden in [E-shutter
vol] en [E-Shuttertoon]. (P221)
MENU
>
[AUTO]
[Opname] > [Sluitertype]
De sluitermodus schakelt automatisch om op grond van de
opname-omstandigheden en de sluitertijd.
• De mechanische sluitermodus heeft een hogere prioriteit boven de
elektronische sluitermodus omdat de mechanische sluiter minder
functie-verbonden beperkingen heeft als opgenomen wordt met een flitser,
enz.
[MSHTR]
Gebruikt alleen de mechanische sluitermodus om een foto te maken.
[ESHTR]
Gebruikt alleen de elektronische sluitermodus om een foto te maken.
• Als [
] op het scherm weergegeven wordt, zullen de foto's met de elektronische sluiter
gemaakt worden.
• Als een bewegend onderwerp met de elektronische sluiter opgenomen wordt, kan het
onderwerp vervormd op de foto verschijnen.
• Als de elektronische sluiter met fluorescent licht of LED-verlichting gebruikt wordt, enz.,
kunnen horizontale strepen op de foto verschijnen. In dergelijke gevallen kan een
verlaging van de sluitertijd het effect van de horizontale strepen reduceren. (P72)
199
9. De menufuncties gebruiken
[Sluitervertraging]
Toepasbare modi:
Om het effect van trillende handen of de trilling van de sluiter te reduceren, wordt de sluiter
los gelaten nadat de gespecificeerde tijd verstreken is.
MENU
>
[Opname] > [Sluitervertraging]
Instellingen: [8SEC]/[4SEC]/[2SEC]/[1SEC]/[OFF]
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met de Bracket-functie
– Wanneer [HDR] op [ON] gezet is
[Rode-ogencorr]
Toepasbare modi:
Wanneer de rode-ogenreductie ([
], [
]) geselecteerd is, wordt de digitale
rode-ogencorrectie telkens uitgevoerd wanneer de flitser gebruikt wordt. Het toestel spoort
automatisch rode ogen op en corrigeert het beeld.
MENU
>
[Opname] > [Rode-ogencorr]
Instellingen: [ON]/[OFF]
• [ ] wordt op de icoon weergegeven als [ON] ingesteld is.
• Onder bepaalde omstandigheden, kan de rode ogenreductie niet gecorrigeerd worden.
200
9. De menufuncties gebruiken
[ISO-limiet]
Toepasbare modi:
Deze zal optimale ISO-gevoeligheid selecteren met ingestelde waarde als limiet
afhankelijk van de helderheid van het onderwerp.
• Dit werkt wanneer de [Gevoeligheid] op [AUTO] of [
] wordt gezet.
MENU
>
[Opname] > [ISO-limiet]
Instellingen: [400]/[800]/[1600]/[3200]/[6400]/[12800]/[25600]/[OFF]
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– [Heldere nachtopname]/[Koele nachtopname]/[Warme nachtopname]/[Nachtop. uit hand]
(Scene Guide modus)
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
[ISO-verhoging]
Toepasbare modi:
U kunt voor iedere 1/3 EV de instellingen van de ISO-gevoeligheid bijstellen.
MENU
>
[Opname] > [ISO-verhoging]
Instellingen: [1/3 EV]/[1 EV]
[Uitgebreide ISO]
Toepasbare modi:
De ISO-gevoeligheid kan ingesteld worden tot een minimum van [ISO100].
MENU
>
[Opname] > [Uitgebreide ISO]
Instellingen: [ON]/[OFF]
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
201
9. De menufuncties gebruiken
[Lang sl.n.red]
Toepasbare modi:
De camera verwijdert automatisch ruis die ontstaat bij een tragere sluitertijd, wanneer u
nachtscènes enz. wilt opnemen, zodat u toch mooie opnamen kunt maken.
MENU
>
[Opname] > [Lang sl.n.red]
Instellingen: [ON]/[OFF]
• [Lange sluitertijd ruisreductie lopend] wordt weergegeven gedurende dezelfde tijd als de
sluitertijd voor de signaalverwerking.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Als [Burstsnelh.] op [SH] staat
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Als de elektronische sluiter gebruikt wordt
[Schaduwcomp.]
Toepasbare modi:
Wanneer de schermomtrek donkerder wordt wegens de eigenschappen van de lens, kunt
u foto’s maken met de helderheid van de schermomtrek gecorrigeerd.
MENU
>
[Opname] > [Schaduwcomp.]
Instellingen: [ON]/[OFF]
• Het compensatie-effect wordt mogelijk niet verkregen afhankelijk van de
opname-omstandigheden.
• Beeldruis aan de randen van het beeld kan sterker worden met een hogere ISO-gevoeligheid.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• In de volgende gevallen is correctie niet mogelijk:
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Foto's maken terwijl een film opgenomen wordt (alleen als [
– Als [Burstsnelh.] op [SH] staat
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
202
] ([Videoprioriteit]) ingesteld is)
9. De menufuncties gebruiken
[Diffractiecompensatie]
Toepasbare modi:
De camera verhoogt de resolutie door de wazigheid te corrigeren die door diffractie
veroorzaakt wordt wanneer de lensopening dichtgaat.
MENU
>
[Opname] > [Diffractiecompensatie]
Instellingen: [AUTO]/[OFF]
• Het compensatie-effect wordt mogelijk niet verkregen afhankelijk van de
opname-omstandigheden.
• Beeldruis kan sterker worden met een hogere ISO-gevoeligheid.
[Kleurruimte]
Toepasbare modi:
Stel dit in als u de kleurweergave wenst te corrigeren van opgeslagen beelden op de PC,
een printer enz.
MENU
>
[sRGB]
[AdobeRGB]
[Opname] > [Kleurruimte]
Kleurbereik is ingesteld op sRGB-Kleurbereik.
Dit wordt het meeste gebruikt in computeruitrustingen.
Kleurbereik is ingesteld op AdobeRGB-Kleurbereik.
AdobeRGB is meestal gebuikt voor handelsdoeleinden zoals professioneel
afdrukken omdat het een grotere reeks reproduceerbare kleuren heeft dan
sRGB.
• Stel [sRGB] in als u AdobeRGB niet goed kent.
• De instelling is vastgesteld op [sRGB] in de volgende gevallen.
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
203
9. De menufuncties gebruiken
[Gezicht herk.]
Toepasbare modi:
Gezichtsdetectie is een functie waarmee een gezicht gevonden wordt dat op een
geregistreerd gezicht lijkt en het scherpstellen en de belichting daarvan automatisch
prioriteit geeft. Zelfs als de persoon zich enigszins op de achtergrond bevindt of aan het
uiteinde van een rij op een groepsfoto staat, kan de camera toch een duidelijk beeld maken.
KEN
MENU
>
KEN
[Opname] > [Gezicht herk.]
Instellingen: [ON]/[OFF]/[MEMORY]
• De volgende functies zullen ook met de functie Gezichtsherkenning werken.
In opnamefunctie
– Weergave van overeenkomstige naam als de camera een geregistreerd gezicht detecteert¢
In terugspeelfunctie
– Weergave van naam en leeftijd
– Selectief afspelen van beelden die geregistreerd zijn met Gezichtdetectie ([Categor. afsp.] (P232))
¢ Er kunnen namen van maximaal 3 personen worden afgebeeld.
De voorrang aan de namen die afgebeeld worden wanneer er beelden gemaakt worden
wordt bepaald door de volgorde van registratie.
• [Gezicht herk.] werkt alleen als de AF-functie op [š] staat.
• Tijdens de burstfunctie, kan [Gezicht herk.] beeldinformatie alleen als bijlage van het eerste
beeld ingesteld worden.
• Als groepsbeelden afgespeeld worden, zal de naam van het eerste beeld van de reeks
weergegeven worden.
• Zelfs wanneer er informatie van de gezichtsdetectie geregistreerd is, zullen beelden die
gemaakt zijn met [Naam] en ingesteld zijn op [OFF] niet gecategoriseerd worden door de
gezichtsdetectie in [Categor. afsp.].
• Als u een geregistreerd persoon een nieuwe naam geeft, zullen de beelden die vóór het
instellen van de nieuwe naam opgenomen zijn niet langer door de Gezichtsherkenningsfunctie
in een categorie opgedeeld worden voor [Categor. afsp.]. U kunt de persoon in deze beelden
een nieuw naam geven in [REPLACE] in [Gez.herk. bew.] (P249).
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– [Miniatuureffect] (Creative Control modus)
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
204
9. De menufuncties gebruiken
∫ Gezichtsinstellingen
U kunt informatie registreren zoals namen en verjaardagen voor gezichtsbeelden van
maximaal 6 personen.
Opnamepunt wanneer u de gezichtsbeelden registreert
• Gezichtvoorkant met open ogen en mond gesloten,
ervoor zorgend dat de uitlijn van het gezicht, de ogen of
de wenkbrauwen niet bedekt worden door het haar
wanneer u registreert.
• Zorg ervoor dat er niet veel schaduw op het gezicht valt
wanneer u registreert.
(De flits zal niet afgaan tijdens de registratie.)
(Goed voorbeeld voor het
registreren)
Als het gezicht tijdens de opname niet herkend wordt
• Registreer het gezicht van dezelfde persoon binnen en buiten, of met verschillende
uitdrukkingen of vanuit verschillende hoeken. (P206)
• Verder registreren op de opnamelocatie.
• Wanneer een persoon die al geregistreerd is, niet herkend wordt, dit corrigeren door de
persoon opnieuw te registreren.
• Gezichtsdetectie zou niet mogelijk kunnen zijn of zou gezicht niet correct kunnen herkennen
zelfs wanneer het om geregistreerde gezichten gaat, afhankelijk van de gezichtsuitdrukking
en de omgeving.
1
2
3
Op 3/4 drukken om [MEMORY] te kiezen en
vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Druk op 3/4/2/1 om het frame van de
gezichtsdetectie te selecteren dat niet geregistreerd
is en druk vervolgens op [MENU/SET].
Maak een beeld door het gezicht met de richtlijn af te
stellen.
• Er kunnen geen gezichten van onderwerpen die geen
personen zijn (huisdieren, enz.) geregistreerd worden.
• Druk voor de beschrijving van de gezichtsregistratie op 1
of raak [
] aan.
205
1LHXZ
KEN
9. De menufuncties gebruiken
4
Selecteer het item.
• U kunt t/m 3 gezichtsbeelden registreren.
Het is mogelijk namen te registreren.
[Naam]
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens ingevoerd
[Leeftijd]
Het is mogelijk de verjaardag te registreren.
moeten worden.
(Voeg Beelden toe)
Extra gezichtsbeelden toevoegen.
[Beeld toev.]
1 Selecteer het frame van de ongeregistreerde gezichtsdetectie
en druk vervolgens op [MENU/SET].
2 Voer stappen 3 in “Gezichtsinstellingen” uit.
(Wissen)
Eén van de gezichtsbeelden wissen.
Druk op 2/1 om het te wissen gezichtsbeeld te selecteren en
druk dan op [MENU/SET].
∫ De informatie veranderen of wissen voor een geregistreerde persoon
1 Op 3/4 drukken om [MEMORY] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET]
drukken.
2 Druk op 3/4/2/1 om het gezichtsbeeld dat bewerkt of gewist moet worden te
selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
3 Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET]
drukken.
[Info bew.]
[Prioriteit]
[Wissen]
De informatie veranderen van een reeds geregistreerde
persoon.
Voer stap 4 in “Gezichtsinstellingen” uit.
De focus en belichting worden met voorkeur afgesteld voor
gezichten met hogere prioriteit.
Op 3/4/2/1 drukken om de prioriteit te kiezen en
vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Informatie wissen van een geregistreerd persoon.
206
9. De menufuncties gebruiken
[Profiel instellen]
Toepasbare modi:
Als u de naam en verjaardag van uw kind of huisdier van tevoren instelt, dan kunt u hun
naam en leeftijd in maanden en jaren op de foto's opnemen.
U kunt deze bij het afspelen weergeven of op de opgenomen beelden stempelen met
gebruik van [Tekst afdr.] (P241).
JOE
MENU
>
Instellingen: [
LUCKY
[Opname] > [Profiel instellen]
] ([Baby1])/[
] ([Baby2])/[
] ([Huisdier])/[OFF]/[SET]
∫ Instellen van [Leeftijd] of [Naam]
1 Druk op 3/4 om [SET] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
2 Druk op 3/4 om [Baby1], [Baby2] of [Huisdier] te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
3 Druk op 3/4 om [Leeftijd] of [Naam] te selecteren en
druk vervolgens op [MENU/SET].
4 Druk op 3/4 om [SET] te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
Voer [Leeftijd] in (verjaardag)
Voer in [Naam]
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens
ingevoerd moeten worden.
5
Druk op 4 om [Exit] te selecteren en druk daarna op [MENU/SET] om te
eindigen.
∫ Om [Leeftijd] en [Naam] te annuleren
Selecteer de instelling [OFF] in step 1.
• U kunt leeftijden in maanden en namen afdrukken met “PHOTOfunSTUDIO” (P296).
In deze gevallen niet beschikbaar:
• [Profiel instellen] is niet beschikbaar voor het maken van 4K-foto's of opnames met [Post
Focus].
• Leeftijden en namen worden in de volgende gevallen niet opgenomen:
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Foto's die gemaakt zijn tijdens het opnemen van een film ([ ] ([Videoprioriteit])) (P174)
207
9. De menufuncties gebruiken
[Bewegend beeld]-menu
:
• [Fotostijl] (P188)
• [Filterinstellingen] (P190)
• [4K Live Bijsnijden] (P171)
• [Snapfilm] (P176)
• [Opname-indeling] (P168)
• [Opn. kwaliteit] (P168)
• [Belicht.stand] (P89)
• [Focusfunctie] (P95)
• [Foto/film] (P174)
• [Continu AF] (P170)
• [Meetfunctie] (P194)
• [Schaduw markeren] (P195)
• [Int.dynamiek] (Intelligent dynamic range
control) (P196)
• [I.resolutie] (P196)
• [Diffractiecompensatie] (P203)
• [Ex. tele conv.] (P151)
• [Dig. zoom] (P153)
• [Stabilisatie] (P146)
• [Antiflikkering] (P208)
• [Stille bediening] (P90)
• [Micr. weerg.] (P208)
• [Micr. instellen] (P208)
• [Uitsch. geluid vd wind] (P209)
[Antiflikkering]
Toepasbare modi:
De sluitersnelheid kan vastgezet worden om flikkeren van of strepen in het bewegende
beeld te reduceren.
MENU
>
[Bewegend beeld] > [Antiflikkering]
Instellingen: [1/50]/[1/60]/[1/100]/[1/120]/[OFF]
[Micr. weerg.]
Toepasbare modi:
Toont het microfoonniveau op het opnamescherm.
MENU
>
[Bewegend beeld] > [Micr. weerg.]
Instellingen: [ON]/[OFF]
[Micr. instellen]
Toepasbare modi:
Stel het ingangsniveau van het geluid in op 4 verschillende niveaus.
MENU
>
[Bewegend beeld] > [Micr. instellen]
208
9. De menufuncties gebruiken
[Uitsch. geluid vd wind]
Toepasbare modi:
Dit zal de windruis verlagen die van de interne microfoon afkomstig is terwijl de
geluidskwaliteit gehandhaafd blijft.
MENU
>
[Bewegend beeld] > [Uitsch. geluid vd wind]
Instellingen: [HIGH]/[STANDARD]/[OFF]
• [HIGH] verlaagt daadwerkelijk de windruis door het lage geluid te minimaliseren als sterke wind
gedetecteerd wordt.
• [STANDARD] extraheert en verlaagt de windruis, zonder de geluidskwaliteit te verslechteren.
• Mogelijk ziet u het volledige effect niet, afhankelijk van de opname-omstandigheden.
209
9. De menufuncties gebruiken
:
MENU
[Voorkeuze]-menu
>
[Voorkeuze]
[Geh voorkeursinst.]
Registreert de huidige camera-instellingen als
standaardinstelling.
P91
Schakelt werkgeluiden en verlichting in een keer uit.
• De audio van de luidspreker zal op mute gezet worden en de
flitser en het AF Assist-lampje zullen uitgeschakeld worden.
De volgende instellingen worden vastgezet.
– [Sluitertype]: [ESHTR]
– [Flitserfunctie]: [Œ] (flitser gedwongen uitgeschakeld)
– [AF ass. lamp]: [OFF]
– [Beep volume]: [s] (OFF)
– [E-shutter vol]: [
] (OFF)
[Stille modus]
• Zelfs als [ON] ingesteld is, zullen de volgende functies
oplichten/knipperen.
– Statuslampje
– Zelfontspannerlampje
– Lampje Wi-Fi-verbinding
– Laadlampje
• Geluiden die door de camera geproduceerd worden,
onafhankelijk van de handelingen die u uitvoert, zoals het
geluid van de lensopening, kunnen niet uitgezet worden.
• Let op de privacy en gelijkaardige rechten, enz., van
het onderwerp wanneer u deze functie gebruikt. U
gebruikt deze voor eigen risico.
s
[AF/AE vergrend.]
Stelt de vastgestelde inhoud voor het scherpstellen en de
belichting in wanneer de AF/AE-vergrendeling ingeschakeld is.
P109
[AE-vergr.-vast]
Als [ON] geselecteerd is, blijven focus en belichting zelfs
vergrendeld als u op [AF/AE LOCK] drukt en weer loslaat.
Druk opnieuw op de knop om de vergrendeling te annuleren.
s
[Sluiter-focus]
Instellen of de focus wel of niet automatisch bijgesteld
wordt als de sluiterknop tot halverwege ingedrukt wordt.
s
[Ontsp. knop half indr.]
De sluiter zal onmiddellijk afgaan als de sluiterknop tot
halverwege ingedrukt wordt.
s
210
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Voorkeuze]
Versnelt het scherpstellen dat plaatsvindt wanneer u de
ontspanknop indrukt.
[Quick AF]
[Oogsensor AF]
• De batterij raakt sneller op dan normaal.
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– In de preview-modus
– In situaties met weinig licht
De camera stelt het brandpunt automatisch in als de
oogsensor actief is.
• De [Oogsensor AF] werkt misschien niet onder
s
s
omstandigheden met gedimd licht.
[Spot AF tijd]
Stelt in hoe lang het scherm vergoot wordt wanneer de
ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt met de Auto
Focus Mode ingesteld op [ ].
s
[Spot AF weergave]
Stelt in om het hulpscherm, dat verschijnt als de Auto
Focus modus op [
] gezet is, weer te geven in een
venster of op het volledige scherm.
s
AF-assist lamp zal het onderwerp oplichten wanneer de
ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt om het zo
gemakkelijker te maken om te focussen wanneer er in
omstandigheden van weinig licht opgenomen wordt.
• Het effectieve bereik van het AF Assist-lampje varieert
[AF ass. lamp]
afhankelijk van de lens die wordt gebruikt.
– Als de onderling verwisselbare lens (H-FS12032)
bevestigd is en op Wide:
Ongeveer 1,0 m tot 3,0 m
– Als de onderling verwisselbare lens (H-FS35100)
bevestigd is en op Wide:
Ongeveer 1,0 m tot 3,0 m
– Als de verwisselbare lens (H-H020A) bevestigd wordt:
Ongeveer 1,0 m tot 5,0 m
– Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140)
bevestigd is en op Wide:
Ongev. 1,0 m tot 3,0 m
• Verwijder de lenskap.
211
s
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Voorkeuze]
• De AF-lamp raakt enigszins geblokkeerd als de onderling
[AF ass. lamp]
(wordt vervolgd)
verwisselbare lens (H-FS12032/H-FS35100/H-H020A)
gebruikt wordt maar dit is niet van invloed op de prestaties.
• De AF-lamp kan ernstig geblokkeerd raken en dan wordt
het moeilijker om scherp te stellen als een lens met een
grote diameter gebruikt wordt (zoals H-FS14140).
• De instelling is vastgesteld op [OFF] in de volgende gevallen.
– [Landschap]/[Blauwe lucht]/[Romantische
zonsondergang]/[Levendige zonsondergang]/
[Glinsterend water]/[Heldere nachtopname]/[Koele
nachtopname]/[Warme nachtopname]/[Artistieke
nachtopname]/[Nachtop. uit hand] (Scene Guide modus)
– Wanneer [Stille modus] op [ON] gezet is
s
Verplaatst de AF-zone of MF-assist m.b.v. de cursorknop
wanneer u opneemt.
• Als [š], [
[Direct focuspunt]
], [ ], of [Ø] geselecteerd is, kan de
AF-zone verplaatst worden; als [ ] geselecteerd is, kan
de uitvergrote positie verplaatst worden.
• Om de onderdelen in te stellen die gebruik maken van de
cursorknoppen, zoals [Aandrijfstand], [Witbalans], of
[Gevoeligheid] kunt u in plaats daarvan het Quick Menu
(P56) gebruiken.
• [Direct focuspunt] is in de volgende gevallen vastgezet op [OFF]:
– [Glinsterend water] (Scene Guide modus)
– Creative Control modus
– Wanneer [4K Live Bijsnijden] ingesteld is
s
[Prio. focus/ontspan]
Als deze wordt ingesteld, kunnen er geen opnamen
worden gemaakt als de opname niet scherp is.
s
[AF+MF]
Als AF-vergrendeling op ON staat (druk de sluiterknop tot
halverwege in met de focusmodus op [AFS] of stel
AF-vergrendeling in met gebruik van [AF/AE LOCK]), kunt
u handmatig en precies scherpstellen.
s
212
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Voorkeuze]
Stelt de weergavemethode van MF Assist in (vergroot scherm).
Als een onderling verwisselbare lens zonder focusring
gebruikt wordt (H-FS12032)
[ON]/[OFF]
Als een onderling verwisselbare lens met een focusring
(H-FS35100/H-H020A/H-FS14140) gebruikt wordt
[
]:
Het scherm wordt vergroot door de focusring of de focushendel
van de lens te bedienen of door op 2( ) te drukken.
[MF assist]
[
]:
Het scherm wordt vergroot door de focusring of de
focushendel van de lens te bedienen.
[
s
]:
Het scherm wordt vergroot door op 2(
) te drukken.
[OFF]:
Het scherm wordt niet vergroot.
• MF Assist wordt niet weergegeven in de volgende gevallen:
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Als opnames gemaakt worden met [
]
([4K-voorburst]) van de 4K-fotofunctie
– Bij het gebruik van de digitale zoom
[MF assist weergave]
Stelt in of MF Assist (vergroot scherm) in een venster op het
scherm weergegeven wordt dan wel op het volledige scherm.
s
[MF-gids]
Wanneer u de focus
handmatig instelt, wordt
er een MF-gids die het u
toelaat de richting te
controleren voor het
verkrijgen van de focus
afgebeeld.
s
213
A
A Aanduiding van ¶
(oneindigheid)
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Voorkeuze]
De scherp gestelde delen (delen op het scherm met een
heldere contour) worden geaccentueerd als het
scherpstellen handmatig plaatsvindt.
• Als [Niveau detecteren] in [SET] op [HIGH] gezet is,
worden de te accentueren gedeeltes verkleind zodat het
mogelijk is een meer precieze scherpstelling te verkrijgen.
• Het veranderen van de instelling van [Niveau detecteren]
verandert ook als volgt de instelling van [Kleur weergeven].
[Niveau detecteren]
[HIGH]
[LOW]
[Kleur weergeven]
[Peaking]
[
] (Lichtblauw)
[
[
] (Geel)
[
] (Oranje)
[
] (Geel-groen)
[
] (Groen)
[
] (Rose)
[
] (Rood)
[
] (Wit)
[
] (Grijs)
• Telkens wanneer [
] (Blauw)
] in [ ] aangeraakt wordt, wordt de
instelling omgeschakeld in de volgorde [ON] ([Niveau
detecteren]: [LOW]) > [ON] ([Niveau detecteren]:
[HIGH]) > [OFF].
• [Peaking] werkt niet met [Ruw zwart-wit] in de Creative
Control-modus.
214
s
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Voorkeuze]
Dit biedt u de mogelijkheid om het histogram wel of niet af
te beelden.
U kunt de positie instellen door op 3/4/2/1 te drukken.
• Bediening door rechtstreekse aanraking is ook mogelijk
vanuit het opnamescherm.
• Een Histogram is een grafiek die
[Histogram]
[Richtlijnen]
helderheid langs de horizontale
as (zwart of wit) en het aantal
pixels bij elk helderheidniveau
op de verticale as afbeeld.
Hiermee controleert u snel de
belichting van een beeld.
A donker
B helder
• Als de opname en het histogram niet samenvallen in
de volgende omstandigheden, wordt het histogram
oranje afgebeeld.
– Tijdens de belichtingscompensatie
– Als de flits geactiveerd is
– Als geen correcte belichting verkregen wordt, zoals
wanneer er weinig licht is.
• Het histogram is een benadering in de opnamefunctie.
Dit zal het patroon van de richtlijnen instellen dat
weergegeven wordt wanneer een foto genomen wordt.
Als [
] ingesteld is, kunnen de posities van de richtlijnen
ingesteld worden door op 3/4/2/1 te drukken.
• U kunt de positie ook rechtstreeks instellen door [ ] op
de richtlijn van het opnamescherm aan te raken.
• De richtlijn wordt in de panoramafotomodus niet weergegeven.
215
s
s
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Voorkeuze]
Wanneer de automatische
overzichtfunctie geactiveerd is of
wanneer u terugspeelt, verschijnen
er witte verzadigde zones die in het
zwart en wit knipperen.
[Highlight]
• Als er wit verzadigde zones zijn, raden we aan de belichting
s
naar negatief te compenseren (P110), onder raadpleging
van het histogram (P215) en het beeld dan opnieuw te
maken. Het beeld kan zo een betere kwaliteit krijgen.
• Deze functie wordt uitgeschakeld tijdens 4K-foto
afspelen, het afspelen van beelden met Post Focus, Multi
Playback, Calendar Playback of Playback Zoom.
Geeft aan welke delen in een zebrapatroon door
overbelichting wit gemaakt kunnen worden.
[ZEBRA1]
[Zebrapatroon]
[ZEBRA2]
Selecteer [SET] om de helderheid in te stellen die als
zebra patroon verwerkt moet worden.
• U kunt een helderheidswaarde tussen [50%] en [105%]
selecteren. In [Zebra 2] kunt u [OFF] selecteren. Als u
[100%] of [105%] selecteert zullen alleen de zones die al met
wit verzadigd zijn in een zebrapatroon weergegeven worden.
Hoe lager de waarde, hoe breder het helderheidsbereik zal
zijn dat als zebrapatroon verwerkt moet worden.
• Als er enige met wit verzadigde zones zijn, wordt
aanbevolen om de belichting negatief te compenseren
(P110) onder raadpleging van het histogram (P215) en
om vervolgens de foto te maken.
• De weergegeven zebrapatronen zullen niet worden
opgenomen.
• Als u [Zebrapatroon] toekent aan [Fn knopinstelling]
(P58) in het [Voorkeuze]-menu, zal het zebrapatroon als
volgt omgeschakeld worden telkens wanneer u op de
functieknop drukt waar de instelling aan toegekend is:
[Zebra 1] > [Zebra 2] > [OFF].
Als [Zebra 2] op [OFF] gezet is, schakelt de instelling om
met de volgorde [Zebra 1] > [OFF] waarmee u in staat
gesteld wordt de instelling snel om te schakelen.
216
s
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Voorkeuze]
U kunt het opnamescherm in zwart-wit laten weergeven.
Deze functie is handig omdat het met een zwart-witscherm
gemakkelijker is scherp te stellen met de manuele focus.
[Zwart-wit Live View]
• Zelfs als u tijdens de HDMI-uitgave tijdens het opnemen
[Constant preview]
In de handmatige belichtingsmodus kunt u de effecten van
de gekozen lensopening en sluitertijd op het
opnamescherm controleren.
gebruikt, zal deze functie voor het aangesloten apparaat
niet werken.
• De opgenomen beelden zullen hier niet door beïnvloed
worden.
s
s
• Deze functie werkt niet als de flitser gebruikt wordt. Sluit
de flitser.
Stel in of u de
belichtingsmeter al dan niet
wilt weergeven.
A Belichtingsmeter
SS
F
250
125
4.0 60
60
30
15
4.0
5.6
8.0
0
98
200
A
• Stel [ON] in om de belichtingsmeter weer te geven tijdens
[Lichtmeter]
[Draaiknop gids]
het uitvoeren van Programme Shift, het instellen van de
lensopening en het instellen van de sluitertijd.
• Ongeschikte zones van het bereik worden weergegeven
in het rood.
• Als de belichtingsmeter niet weergegeven wordt, schakel
dan de weergave-informatie voor het scherm in door op
[DISP.] te drukken.
• Als gedurende ongeveer 4 seconden geen handelingen
verricht worden, zal de belichtingsmeter verdwijnen.
Stel in of u de gids voor de
bediening van de
functieknop al dan niet
wenst weer te geven.
3.5 60
0
98
s
s
[LVF disp. stijl]
Hiermee zal de weergavestijl van de zoeker ingesteld worden.
P48
[Scherm disp. stijl]
Hiermee zal de weergavestijl van de monitor ingesteld worden.
P49
[Scherm info stijl]
Toont het scherm van de opname-informatie. (P49)
217
s
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Voorkeuze]
Dit verandert de zichthoek tijdens de bewegende
beeldopname en stilstaande beeldopname.
[Opn.gebied]
• De aangeduide opnamezone is een benadering.
• [Opn.gebied] is niet beschikbaar voor 4K-foto of opnemen
s
met [Post Focus].
[Rest-aanduiding]
Dit zal van display schakelen tussen het aantal
opneembare beelden en beschikbare opnametijd.
• [9999i] wordt weergegeven als er meer dan 10000 foto’s
s
gemaakt kunnen worden.
[Auto review]
Toont een beeld onmiddellijk nadat dit opgenomen is.
Als u [Tijdsduur] op [HOLD] zet, wordt het beeld
weergegeven tot u de sluiterknop tot halverwege indrukt.
Als u [Prior. afspeelbewerking] op [ON] zet, kunt u tijdens
Auto Review bepaalde afspeelhandelingen uitvoeren. U
kunt bijvoorbeeld tussen de verschillende soorten
afspeelschermen schakelen of beelden wissen.
s
• Als [Tijdsduur] op [HOLD] gezet is, staat [Prior.
afspeelbewerking] op [ON].
• Als opnames met de 4K Photo-functie gemaakt worden of
met [Post Focus], worden de instellingen die beschikbaar
zijn voor [Tijdsduur] in [Auto review] veranderd in [ON] en
[OFF]. [Prior. afspeelbewerking] wordt vastgezet op [ON].
[Fn knopinstelling]
U kunt verschillende opname- en andere functies
toekennen aan de functieknoppen.
P58
[Q.MENU]
Als u [CUSTOM] selecteert, kunt u de instellingen van het
Snelmenu zelf aanpassen.
P57
[Instellingen wieltje]
Verandert de werkwijze van de modusknop op de voorkant
en de modusknop op de achterkant.
P46
[Videotoets]
Stelt de bewegende beeldknop in/buiten werking.
[Powerzoomlens]
Stelt de schermweergave en lenshandelingen in wanneer er
een onderling verwisselbare lens gebruikt wordt die compatibel
is met de stroomzoom (elektrisch gehanteerde zoom).
218
s
P154
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Voorkeuze]
[Oogsensor]
Instellen van de gevoeligheid van de oogsensor en de
methode van schakelen tussen de monitor en de zoeker.
P41
Schakelt de bediening door aanraking in/uit.
[Touch scherm]:
Alle aanraakhandelingen.
[Touch tab]:
[Touch inst.]
De bediening van de tabs, zoals [ ] op de rechterkant van
het scherm.
[Touch AF]:
s
De bediening om het onderwerp dat u aanraakt scherp te stellen
([AF]) of de focus en de helderheid ([AF+AE]) an te passen.
[Touchpad AF]:
Bediening om de AF-zone te verplaatsen door de monitor
aan te raken, als de zoeker in gebruik is. (P104)
[Touch scrollen]
Hiermee kunt u de snelheid van continu vooruit of achteruit
spoelen van de beelden instellen met gebruik van de
bediening door aanraking.
s
[Menugids]
Stelt in of een selectiescherm al dan niet weergegeven
moet worden als u de modusknop op [ ]/[
] zet.
s
[Opn. zonder lens]
Stelt in of de sluiter al dan niet vrijgegeven kan worden als
geen lens op de body aangebracht is.
s
219
9. De menufuncties gebruiken
:
MENU
[Set-up]-menu
>
[Set-up]
[Online handleiding]
[URL weergeven]/[QR-code weergeven]
[Klokinst.]
De datum en de tijd instellen.
s
P35
Stelt de tijden in voor de regio waar u woont en uw
vakantiebestemming.
• [Bestemming] kan ingesteld worden na het instellen van
[Home].
Druk na de selectie van [Bestemming] of [Home] op
2/1 om een gebied te selecteren en druk op
[MENU/SET] om het in te stellen.
“ [Bestemming]:
U reisbestemming
[Wereldtijd]
A Huidige tijd van het
bestemmingsgebied
B Tijdverschil met
thuiszone
– [Home]:
Uw woongebied
A
s
B
C
C Huidige tijd
D Tijdsverschil met GMT
(Greenwich Mean Time) D
[Reisdatum]
Als u [Reissetup] instelt, zal het aantal verstreken dagen
van uw reis (d.i. welke dag van de reis) opgenomen worden
gebaseerd op de vertrekdatum en de terugkeerdatum.
• De reisdatum wordt automatisch gewist als de huidige
datum zich na de terugkeerdatum bevindt.
Als [Reissetup] op [OFF] gezet is, zal [Locatie] ook op
[OFF] gezet worden.
Als u [Bestemming] instelt, zal de naam van de
reisbestemming die u invoert opgenomen worden.
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens
ingevoerd moeten worden.
220
s
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Set-up]
• U kunt het aantal verstreken dagen en de
[Reisdatum]
(wordt vervolgd)
[Wi-Fi]
reisbestemming weergeven tijdens het afspelen of ze op
de opgenomen beelden stempelen in [Tekst afdr.] (P241).
• Het aantal dagen dat verstreken is sinds de vertrekdatum
kan afgedrukt worden met gebruik van de software
“PHOTOfunSTUDIO” (P296).
• De reisdatum wordt berekend aan de hand van de manier
waarop de klok is ingesteld en de vertrekdatum die u hebt
ingevoerd. Als u [Wereldtijd] instelt op de reisbestemming,
wordt de reisdatum berekend aan de hand van de datum
in de klokinstelling en de reisbestemminginstelling.
• Het kenmerk [Reisdatum] wordt uitgeschakeld bij het
opnemen van [AVCHD] films.
• [Locatie] kan in de volgende gevallen niet opgenomen worden:
– Wanneer u bewegende beelden opneemt
– Bij 4K-foto-opnames
– Tijdens opname met [Post Focus]
s
[Wi-Fi-functie]
P251
[Wi-Fi setup]
P288
Dit biedt u de mogelijkheid het volume van het elektronische
geluid en het elektronische sluitergeluid in te stellen.
[Toon]
[Beep volume]/[E-shutter vol]/[E-Shuttertoon]
s
• Als [Stille modus] op [ON] gezet is, zijn [Beep volume] en
[E-shutter vol] op [OFF] gezet.
Stel de frame-snelheid van het opnamescherm in (Live
View- scherm).
[30fps]:
Verlaagt het energieverbruik en verlengt de werktijd.
[60fps]:
[Live View Modus]
Toont vloeiender bewegingen.
• Wanneer [Live View Modus] ingesteld is op [30fps] zou de
beeldkwaliteit op het opnamescherm slechter kunnen zijn
dan wanneer deze ingesteld is op [60fps], maar dit heeft
geen invloed op het opgenomen beeld.
• De zoeker is vastgezet op [60fps].
221
s
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Set-up]
De helderheid, kleur of de rode of blauwe tint van de
monitor/zoeker worden ingesteld.
[Scherm]/[Zoeker]
1
Selecteer de instellingen door op 3/4 te
drukken en stel bij met 2/1.
• Het bijstellen kan ook uitgevoerd worden door aan
2
Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
de modusknop op de achterkant te draaien.
s
• Het zal de monitor bijstellen als de monitor gebruikt wordt
en de zoeker als de zoeker gebruikt wordt.
• Het kan zijn dat sommige onderwerpen op de monitor er
anders uitzien dan in werkelijkheid. Dit heeft echter geen
effect op de opgenomen beelden.
„ [AUTO]:
De helderheid wordt automatisch aangepast afhankelijk
van hoe helder het licht rondom het toestel is.
…
1 [MODE1]:
Maakt de monitor helderder.
…
2 [MODE2]:
Zet de monitor op de standaardhelderheid.
…
3 [MODE3]:
Maakt de monitor donkerder.
• Het kan zijn dat sommige onderwerpen op de monitor er
[Helderheid scherm]
anders uitzien dan in werkelijkheid. Dit heeft echter geen
effect op de opgenomen beelden.
• De monitor keert na 30 seconden automatisch terug naar de
standaardhelderheid als geen handelingen uitgevoerd
worden en u opneemt in [MODE1]. De monitor zal opnieuw
helder oplichten bij bediening van een knop of bij aanraking.
• Als [AUTO] of [MODE1] ingesteld is, wordt de gebruikstijd
korter.
• [AUTO] is alleen beschikbaar in de opnamemodus.
• Bij het gebruik van de netadapter (optioneel) is de
begininstelling [MODE2].
222
s
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Set-up]
[Slaapsmodus]:
De camera wordt automatisch uitgeschakeld als hij camera niet
gebruikt wordt gedurende de in de instelling geselecteerd tijd.
[Slaapsmodus (Wi-Fi)]:
De camera wordt automatisch uitgeschakeld als hij niet
met een Wi-Fi-netwerk verboden is en niet gebruikt is
gedurende (ongev.) 15 minuten.
[Auto LVF/scherm uit]:
De monitor/zoeker wordt automatisch uitgeschakeld als de
camera niet gebruikt wordt gedurende de in de instelling
geselecteerd tijd.
• De ontspanknop tot de helft indrukken of het toestel uiten aanzetten om [Slaapsmodus] te annuleren.
• Druk op ongeacht welke knop om de monitor/zoeker
[Besparing]
opnieuw in te schakelen of raak de monitor aan.
• [Besparing] werkt niet in de volgende gevallen.
– Wanneer u verbindt aan een PC of een printer
– Wanneer u bewegende beelden opneemt of terugspeelt
– Tijdens een diavoorstelling
– Als opnames gemaakt worden met [
]
s
([4K-voorburst]) van de 4K-fotofunctie
– Wanneer u [Multi-belicht.] gebruikt
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer u [Stop-motionanimatie] gebruikt (alleen als
[Automatische opname] ingesteld is)
– Als de HDMI-uitgang tijdens de opname gebruikt wordt
• Als u de netadapter (optioneel) gebruikt, zijn
[Slaapsmodus] en [Slaapsmodus (Wi-Fi)] uitgeschakeld.
• Als u de netadapter gebruikt (optioneel), staat [Auto LVF/
scherm uit] vast op [5MIN.].
Stelt de communicatiemethode in wanneer er aangesloten
wordt m.b.v. de USB-aansluitkabel (bijgeleverd).
y [Select. verbinding]:
[USB mode]
Selecteer deze instelling om het
USB-communicatiesysteem te selecteren wanneer u
verbinding met een ander apparaat maakt.
{ [PictBridge(PTP)]:
Selecteer deze instelling wanneer u verbinding maakt met
een printer die PictBridge ondersteunt.
z [PC]:
Selecteer deze instelling om beelden naar een verbonden
PC te exporteren.
223
s
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Set-up]
[Video uit]:
Instellen voor aanpassing aan het kleurentelevisiesysteem
van ieder land als de HDMI-microkabel verbonden is.
[NTSC]:
Video-output wordt op NTSC systeem ingesteld.
[PAL]:
Video-output wordt op PAL systeem ingesteld.
[HDMI-functie (afspelen)]:
Stel het formaat voor de HDMI-output in wanneer u afspeelt
op de HDMI-compatibele hoge definitie-TV die aangesloten
is op dit toestel met gebruik van de HDMI-microkabel.
[TV-verbinding]
[AUTO]:
De outputresolutie wordt automatisch ingesteld op
basis van de informatie die wordt verkregen van de
aangesloten TV.
[4K]:
Voor de uitvoer wordt de progressieve methode met
2160 beschikbare scanlijnen en een uitvoerresolutie
van 3840k2160 gebruikt.
P292
[1080p]:
De progressieve methode met 1080 beschikbare
scanlijnen wordt gebruikt voor output.
[1080i]:
Voor de output wordt gebruikgemaakt van de
interlacemethode met 1080 beschikbare scanlijnen.
[720p]:
De progressieve methode met 720 beschikbare
scanlijnen wordt gebruikt voor output.
[576p]¢1/[480p]¢2:
De progressieve methode met 576¢1/480¢2
beschikbare scanlijnen wordt voor de output gebruikt.
¢1 Wanneer [Video uit] ingesteld is op [PAL]
¢2 Wanneer [Video uit] ingesteld is op [NTSC]
• Dit werkt alleen tijdens het afspelen.
• Als met [AUTO] geen beeld op de TV verschijnt, schakel de
instelling dan op een constante instelling die anders is dan
[AUTO] om een formaat in te stellen dat door uw TV
ondersteund wordt. (Lees de gebruiksaanwijzing van de TV.)
224
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Set-up]
[HDMI-info tonen (Opn.)]:
Stelt in of informatie al dan niet weergegeven wordt als u foto's
maakt terwijl u het camerabeeld controleert op een apparaat
(TV, enz.) dat met een HDMI-microkabel verbonden is.
P293
• Als de camera op een TV aangesloten is, zet het volume
van de TV dan lager.
[3D-weergave]:
Stelt de uitvoermethode voor 3D-beelden in.
[
[TV-verbinding]
(wordt vervolgd)
]:
Ingesteld als verbinding met een 3D-compatibele televisie
gemaakt wordt.
[
]:
Instellen voor aansluiting op een niet 3D-compatibele
televisie.
Stel dit in als u 2D-beelden (conventionele beelden) op
een 3D-compatibele televisie wilt bekijken.
P305
[VIERA link]:
Als u [ON] selecteert, worden de werking van de camera
en de VIERA Link-compatibele apparatuur die met een
HDMI-microkabel met de camera verbonden is,
automatisch gekoppeld zodat u in staat gesteld wordt de
camera te bedienen met de afstandsbediening van de
VIERA Link-compatibele apparatuur.
P294
[Menu hervatten]
Bewaart voor ieder menu de locatie van het laatste
gebruikte menu-item.
s
[Achtergrondkleur]
Stelt de achtergrondkleur van het menuscherm in.
s
[Menu-informatie]
De beschrijving van de menu-items of van de instellingen
daarvan worden op het menuscherm weergegeven.
s
[Taal]
De taal op het scherm instellen.
s
Dit maakt het mogelijk de versies van het bedrijfwaren van
het toestel en de lens te controleren.
[Versie disp.]
• Druk op [MENU/SET] op het beeldscherm voor de
s
weergave van de versie om informatie over de software in
het toestel weer te geven.
Een belichtingswaarde kan gereset worden als de
[Belichtingscomp. reset] opnamemodus veranderd wordt of als de camera wordt
uitgeschakeld.
[Zelf ontsp. auto uit]
Stel dit item in om de zelfontspanner te annuleren wanneer
u de camera uitschakelt.
225
s
s
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Set-up]
Reset het bestandnummer van de volgende opname
op 0001.
• Het mapnummer wordt bijgewerkt en het bestandnummer
vertrekt vanaf 0001.
• U kunt een mapnummer tussen 100 en 999 toewijzen.
[Nr. resetten]
Het mapnummer moet gerest worden voordat het 999
bereikt. We raden aan de kaart (P29) te formatteren nadat u
de gegevens op een PC of ergens anders opgeslagen heeft.
• Als u het aantal mappen weer wilt terugbrengen naar
100, formatteert u eerst de kaart en reset u daarna het
aantal bestanden met deze functie.
Er verschijnt een resetscherm voor het mapnummer. [Ja]
kiezen om het mapnummer opnieuw in te stellen.
s
De volgende instellingen worden weer op de
fabriekswaarden gezet:
– Opname-instellingen (met uitzondering van de instellingen
van [Gezicht herk.] en [Profiel instellen]) en drive-modus
– Opname-instellingen ([Gezicht herk.] en [Profiel
instellen] instellingen)
– Setup-/standaardinstellingen
[Resetten]
• Als de instellingen van instellingen/custom gereset
s
worden, worden de volgende instellingen ook gereset.
– De [Wereldtijd]-instelling
– De instellingen van [Reisdatum] (vertrekdatum,
terugkomstdatum, bestemming)
– De instellingen van [Scherm roteren], [Foto’s sorteren]
en [Wissen bevestigen] in het [Afspelen]-menu
• Het mapnummer en de klokinstelling worden niet gewijzigd.
Reset alle instellingen in het [Wi-Fi] menu opnieuw in op
de standaardinstellingen van de fabriek.
(Uitgezonderd [LUMIX CLUB])
[Wi-Fi resetten]
• Reset de camera altijd wanneer u deze weggooit of
verkoopt om te voorkomen dat er persoonlijke informatie
die in de camera opgeslagen is misbruikt wordt.
• Reset de camera altijd nadat u een kopie maakt van
persoonlijke informatie wanneer u de camera opstuurt om
deze te laten repareren.
226
s
9. De menufuncties gebruiken
MENU
>
[Set-up]
Het zal de optimalisering van het beeldsysteem en de
beeldverwerking uitvoeren.
[Pixelverbeter.]
[Sensorreiniging]
• Beeldinrichting en beeldverwerking zijn optimaal op het
moment dat het toestel aangeschaft wordt. Gebruik deze
functie wanneer heldere punten, die niet in het onderwerp
aanwezig zijn, opgenomen worden en u dit niet wilt.
• Zet de camera uit en weer aan na het corrigeren van de pixels.
Stofreductie om het vuil en stof eraf te blazen die aan de
voorkant van de beeldinrichting zijn blijven zitten wordt
uitgevoerd.
• De Stofafnamefunctie zal automatisch werken als de
s
s
camera ingeschakeld wordt maar u kunt deze functie
gebruiken wanneer u stof ziet.
[Corr.]:
[Niveaumeting Aanp.]
Houd de camera horizontaal en druk op [MENU/SET]. De
niveaumeter zal aangepast worden.
s
[Waarde Niveaum. Resetten]:
Stelt opnieuw de fabrieksinstelling van de niveau meter in.
[Demo Modus]
U kunt scherpstellen, verscherpen, enz. in [Post Focus]
(P133) oefenen met het beeldplaatje.
[Formatteren]
De kaart wordt geformatteerd.
227
s
P29
9. De menufuncties gebruiken
:
[Afspelen]-menu
• [2D/3D-inst.] (P229)
• [Diashow] (P230)
• [Afspeelfunctie] (P232)
• [Locatie vermelden] (P233)
• [RAW-verwerking] (P234)
• [Lichtcompositie] (P237)
• [Retouche wissen] (P239)
• [Titel bew.] (P240)
• [Tekst afdr.] (P241)
• [Splits video] (P242)
• [Intervalvideo] (P243)
• [Stop-motionvideo] (P243)
• [Nw. rs.] (P244)
• [Bijsnijden] (P245)
• [Roteren] (P246)
• [Scherm roteren] (P246)
• [Favorieten] (P247)
• [Print inst.] (P248)
• [Beveiligen] (P249)
• [Gez.herk. bew.] (P249)
• [Foto’s sorteren] (P250)
• [Wissen bevestigen] (P250)
• Met [RAW-verwerking], [Lichtcompositie], [Retouche wissen], [Tekst afdr.], [Intervalvideo],
[Stop-motionvideo], [Nw. rs.] of [Bijsnijden] wordt een nieuw bewerkt beeld gecreëerd.
Een nieuw beeld kan niet gecreëerd worden als er geen vrije ruimte is op de kaart, daarom
raden we aan te controleren of vrije ruimte is voordat u het beeld bewerkt.
• Het kan zijn dat de camera de beelden die met andere apparatuur opgenomen zijn niet correct
afspeelt en dat de camerafuncties voor die beelden niet beschikbaar zijn.
228
9. De menufuncties gebruiken
∫ Selecteren van (een) beeld(en) na de selectie van [Enkel] of [Multi]
• Als [Enkel] en [Multi] niet beschikbaar zijn, selecteer dan een beeld o dezelfde manier waarop
[Enkel] geselecteerd wordt.
Instelling [Enkel]
1 Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen.
2 Druk op [MENU/SET].
• Als [Inst./annul] rechtsonder op het scherm weergegeven
wordt, wordt de instelling gewist wanneer opnieuw op
[MENU/SET] gedrukt wordt.
,QVW
Instelling [Multi]
Als een scherm weergegeven wordt dat lijkt op het scherm
rechts:
1
Druk op 3/4/2/1 om het beeld te selecteren en
druk vervolgens op [MENU/SET] (herhalen).
• De instelling wordt gewist als opnieuw op [MENU/SET]
2
Druk op 2 om [Uitvoer.] te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET] om het ten uitvoer te
brengen.
8LWYRHU
gedrukt wordt.
Als een scherm weergegeven wordt dat lijkt op het scherm
rechts:
Druk op 3/4/2/1. Selecteer het beeld en druk
vervolgens op [MENU/SET] om in te stellen (herhalen).
• De instelling wordt gewist als opnieuw op [MENU/SET] gedrukt
1
2
3
4
5
6
wordt.
,QVWDQQXO
[2D/3D-inst.]
Er kan tussen de afspeelmethoden voor 3D-beelden geschakeld worden.
[Afspelen] > [2D/3D-inst.]
MENU >
• Dit is een menu dat alleen weergegeven kan worden als 3D-afspelen mogelijk is. (P305)
229
9. De menufuncties gebruiken
[Diashow]
U kunt de beelden afspelen die u gemaakt heeft in synchronisatie met muziek en u kunt dit
doen in opeenvolging terwijl u een vastgestelde pauze laat tussen elk van de beelden.
U kunt tevens een diavoorstelling samenstellen die bestaat uit alleen foto’s, alleen films,
enz.
We raden deze functie aan wanneer u uw beelden bekijkt d.m.v. het aansluiten van het
toestel aan een TV.
>
MENU
1
[Afspelen] > [Diashow]
Selecteer de af te spelen groep door op 3/4 te drukken en druk vervolgens op
[MENU/SET].
• Als u [Alleen bew. beeld] selecteert, zullen ook de 4K-burst-bestanden en beelden die met
[Post Focus] opgenomen zijn afgespeeld worden.
• Er zal alleen een representatief scherp gesteld beeld afgespeeld worden van de beelden
die opgenomen zijn met gebruik van [Post Focus].
2
• Voor details over categorieën, P232 raadplegen.
Druk op 3 om [Start] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
∫ Bediening tijdens een diavoorstelling
Knop
Aanraak Beschrijving van de
bediening bediening
bediening
Knop
Aanraak Beschrijving van de
bediening bediening
bediening
3
Afspelen/Pauzeren
4
Diavoorstelling
verlaten
2
Terug naar het vorige
beeld
1
Verder naar het
volgende beeld
Verlaagt het niveau
van het volume
Verhoogt het niveau
van het volume
230
9. De menufuncties gebruiken
∫ De diavoorstellinginstellingen veranderen
U kunt de instellingen veranderen voor afspelen van diavoorstelling door [Effect] of
[Set-up] te selecteren op het diavoorstellingmenuscherm.
[Effect]
Dit biedt u de mogelijkheid de schermeffecten te selecteren wanneer u van
het ene naar het andere beeld schakelt.
• [AUTO] kan alleen gebruikt worden wanneer [Categorieselectie]
geselecteerd is. De beelden worden afgespeeld met de aanbevolen
effecten in elke categorie.
[Duur]
• [Duur] kan alleen ingesteld worden wanneer [OFF]
geselecteerd is als de [Effect] instelling.
[Herhalen]
[ON]/[OFF]
[Geluid]
[AUTO]:
Er klinkt muziek als stilstaande beelden afgespeeld
worden en audio als bewegende beelden afgespeeld
worden.
[Muziek]:
Er wordt muziek afgespeeld.
[Audio]:
Er wordt audio (alleen voor films) afgespeeld.
[OFF]:
Er zal geen geluid zijn.
[Set-up]
• Zelfs als [Effect] ingesteld is, werkt deze niet tijdens een diavoorstelling van
4K-burst-bestanden, beelden die met [Post Focus] opgenomen zijn of groepsbeelden.
• Tijdens het afspelen van de volgende beelden wordt de instelling van [Duur] uitgeschakeld.
– Bewegende beelden
– 4K-burst-bestanden
– Beelden die opgenomen zijn met [Post Focus]
– Panoramafoto’s
– Groepsbeelden
231
9. De menufuncties gebruiken
[Afspeelfunctie]
Afspelen in [Normaal afsp.], [Alleen foto's], [Alleen bew. beeld], [4K-FOTO], [Post Focus],
[3D-weergave], [Categor. afsp.] of [Favoriet afsp.] kan geselecteerd worden.
MENU
>
[Afspelen] > [Afspeelfunctie]
1
Selecteer de af te spelen groep door op 3/4 te drukken en druk vervolgens op
[MENU/SET].
• Als u [Alleen bew. beeld] selecteert, zullen ook de 4K-burst-bestanden en beelden die met
2
(Wanneer [Categor. afsp.] geselecteerd is)
Druk op 3/4/2/1 om de categorie te selecteren en druk vervolgens op [MENU/
SET] om deze in te stellen.
• Beelden zijn gesorteerd in de hier onder getoonde categorieën.
[Post Focus] opgenomen zijn afgespeeld worden.
– [Gezicht herk.]
*
,
– [i-Portret]/[i-Nachtportret]/[i-Baby] (Scènedetectie)
– [Geprononceerd portret]/[Zachte huid]/[Zacht tegenlicht]/[Scherp
tegenlicht]/[Ontspannen atmosfeer]/[Kindergezicht]/[Nachtportret] (Scene
Guide modus)
– [i-Landschap]/[i-Zonsonderg.] (Scènedetectie)
– [Landschap]/[Blauwe lucht]/[Romantische zonsondergang]/[Levendige
zonsondergang]/[Glinsterend water] (Scene Guide modus)
.
– [i-Nachtportret]/[i-Nachtl.schap]/[iHandh. nachtop.] (Scènedetectie)
– [Heldere nachtopname]/[Koele nachtopname]/[Warme nachtopname]/
[Artistieke nachtopname]/[Fonkelende verlichting]/[Nachtop. uit hand]/
[Nachtportret] (Scene Guide modus)
– [Sport] (Scene Guide modus)
1
– [i-Voedsel] (Scènedetectie)
– [Gerechten]/[Desserts] (Scene Guide modus)
– [Reisdatum]
– Foto’s die continu opgenomen zijn met de burst-snelheid op [SH]
– [Intervalopname]/[Intervalvideo]
– [Stop-motionanimatie]/[Stop-motionvideo]
232
9. De menufuncties gebruiken
[Locatie vermelden]
U kunt de locatie-informatie die van een smartphone verstuurd is (breedtegraad en
lengtegraad) op beelden schrijven.
• U kunt locatie-informatie versturen en deze op beelden schrijven met gebruik van een
smartphone. (P261)
• U dient “Panasonic Image App” op uw smartphone te installeren. (P254)
• Lees de [Help] in het “Image App”-menu voor meer details over hoe te werk te gaan.
Voorbereiding:
Locatie-informatie naar de camera versturen vanaf de smartphone.
MENU
1
2
>
[Afspelen] > [Locatie vermelden]
Op 3/4 drukken om [Locatiegegevens toev.] te kiezen en vervolgens op
[MENU/SET] drukken.
Druk op 3/4 om de periode te kiezen waarin u wenst locatie-informatie op
beelden op te nemen, druk vervolgens op [MENU/SET].
].
• Beelden met locatie-informatie worden aangegeven met [
∫ De opname van locatie-informatie stopzetten
Druk op [MENU/SET] terwijl het op de beelden zetten van de locatie-informatie aan
de gang is.
• Tijdens een stopzetting, wordt [±] weergegeven.
Kies de periode met [±] om het opnameproces opnieuw te starten vanaf het beeld waar u
gebleven was.
∫ De ontvangen locatie-informatie wissen
1 Op 3/4 drukken om [Locatiegeg. wissen] te kiezen en vervolgens op [MENU/
SET] drukken.
2 Druk op 3/4 om de periode te kiezen die u wenst te verwijderen, druk
vervolgens op [MENU/SET].
In deze gevallen niet beschikbaar:
• De locatie-informatie kan niet geschreven worden in de volgende situaties of op de volgende
beelden:
– Beelden die opgenomen zijn nadat de locatie-informatie naar de camera verzonden was.
(P261)
– Films die opgenomen zijn in [AVCHD]
– Beelden waar al locatie-informatie op geschreven is
233
9. De menufuncties gebruiken
[RAW-verwerking]
U kunt de beelden die in het RAW-formaat opgenomen zijn verwerken. De verwerkte
beelden zullen in JPEG-formaat bewaard worden.
MENU
1
2
>
[Afspelen] > [RAW-verwerking]
Selecteer RAW-beelden met 2/1 en druk vervolgens
op [MENU/SET].
Druk op 3/4 om een item te selecteren.
• U kunt de volgende items instellen. De instellingen die u
voor de opname gebruikte worden geselecteerd als u deze
items begint in te stellen.
[Witbalans]
[Belichtingscomp.]
[Fotostijl]
[Int.dynamiek]
Stelt u in staat een van tevoren ingestelde witbalans te selecteren en
in te stellen. Als u een item met [ ] selecteert, kunt u het beeld
verwerken met de instelling en de tijd van de opname.
Stelt u in staat de belichting te corrigeren binnen het bereik van
j1 EV en i1 EV.
Stelt u in staat een fotostijl-effect te selecteren ([Standaard]/
[Levendig]/[Natuurlijk]/[Zwart-wit]/[L.Zwart-wit]/[Landschap]/
[Portret]).
Stelt u in staat een [Int.dynamiek] instelling te selecteren ([HIGH]/
[STANDARD]/[LOW]/[OFF]).
[Contrast]
Stelt u in staat het contrast te regelen.
[Markeren]
Stelt u in staat de helderheid van heldere delen te regelen.
[Schaduw]
Stelt u in staat de helderheid van donkere delen te regelen.
[Verzadiging]/
[Kleurtoon]
Stelt u in staat de verzadiging te regelen (als [Zwart-wit] of
[L.Zwart-wit] geselecteerd is in [Fotostijl] kunt u de kleurtoon
regelen).
[Filtereffect]
[Ruisreductie]
[I.resolutie]
[Scherpte]
[Set-up]
Stelt u in staat een filtereffect te selecteren (alleen als [Zwart-wit] of
[L.Zwart-wit] geselecteerd is in [Fotostijl])
Stelt u in staat de instelling van de ruisverlaging te regelen.
Stelt u in staat een [I.resolutie]-instelling te selecteren ([HIGH]/
[STANDARD]/[LOW]/[EXTENDED]/[OFF]).
Stelt u in staat het resolutie-effect te regelen.
U kunt de volgende items instellen:
[Aanpassingen herstellen]:
Zet de instellingen weer op die, welke u tijdens de opname
gebruikte.
[Kleurruimte]:
Stelt u in staat een instelling van [Kleurruimte] te selecteren uit
[sRGB] of [Adobe RGB].
[Fotoresolutie]:
Stelt u in staat het formaat te selecteren waarin het beeld in het
JPEG-formaat bewaard zal worden ([L]/[M]/[S]).
234
9. De menufuncties gebruiken
3
4
5
Druk op [MENU/SET] en stel in.
• Raadpleeg “Instellen van de items” op P235.
Op [MENU/SET] drukken.
• Deze handeling brengt u terug naar het scherm van stap 2. Om andere items in te stellen,
herhaalt u de stappen 2 tot 4.
Selecteer [Start verwerking] met 3/4 en druk vervolgens op [MENU/SET].
∫ Instellen van de items
Als u een item selecteert, zal het instellingenscherm weergegeven worden.
Knop
bediening
Aanraak
bediening
2/1
/
Slepen
Selecteert een instelling.
3
[WB K
inst.]
Geeft het scherm weer dat u in
staat stelt de kleurtemperatuur in te
stellen. (P115) (Alleen als
[Witbalans] op [
] gezet is)
4
[Corr.]
Geeft het scherm weer waarin u de
witbalans nauwkeurig kunt
instellen. (P116)
(alleen als [Witbalans] ingesteld is)
[DISP.]
[DISP.]
Geeft het vergelijkingsscherm weer.
[Inst.]
Stelt het ingestelde niveau in en
brengt u terug naar het scherm
voor de selectie van het item.
[MENU/SET]
Beschrijving van de bediening
DISP.
-1
0
+1
DISP.
WB
AWB
AWB
• Als [Ruisreductie], [I.resolutie] of [Scherpte] geselecteerd is, kan het vergelijkingsscherm niet
weergegeven worden.
• Als u het beeld twee keer aanraakt, zal het beeld vergroot worden. Als u het beeld twee keer
aanraakt wanneer het vergroot is, zal het verkleind worden naar het oorspronkelijke formaat.
Op het vergelijkingsscherm kunt u de volgende handelingen uitvoeren om instellingen te maken.
A Huidige instelling
0
Knop
bediening
Aanraak
bediening
2/1
/
Slepen
Selecteert een instelling.
[DISP.]
[DISP.]
Brengt u terug naar het
instellingenscherm.
[Inst.]
Stelt het ingestelde niveau in en
brengt u terug naar het scherm
voor de selectie van het item.
[MENU/SET]
Beschrijving van de bediening
DISP.
• Als u het beeld in het midden aanraakt, zal het vergroot worden. Als u [
beeld verkleind worden naar het oorspronkelijke formaat.
235
A
] aanraakt, zal het
9. De menufuncties gebruiken
Instelling [Set-up]
Als u een item selecteert, zal het scherm weergegeven worden waarin u gevraagd wordt
[Aanpassingen herstellen], [Kleurruimte] of [Fotoresolutie] weer te geven.
1 Druk op 3/4 om een item te selecteren en druk op [MENU/SET].
• Als u [Aanpassingen herstellen] selecteert, zal een bevestigingsscherm weergegeven
worden. Door [Ja] te selecteren zal de handeling uitgevoerd worden en keert u terug naar
het scherm voor de selectie van het item.
2 Druk op 3/4 om een instelling te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
• De effecten die via de RAW-verwerking op de camera toegepast worden en de effecten die via
de RAW-verwerking op de software “SILKYPIX Developer Studio” (P297) toegepast worden,
zijn niet volledig identiek.
• RAW-beelden worden altijd op genomen in het beeldformaat [4:3] (4592k3448) onafhankelijk
van het moment van de opname maar als u [RAW-verwerking] in het [Afspelen]-menu uitvoert,
worden zij verwerkt in de beeldverhouding van het moment van de opname.
• De [Witbalans]-instelling van foto's die met meerdere belichtingen gemaakt zijn, staat vast op
de instelling van het tijdstip van de opname.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• [RAW-verwerking] is niet beschikbaar als een HDMI- minikabel aangesloten is.
• U kunt alleen RAW-beelden verwerken die met de camera opgenomen zijn.
236
9. De menufuncties gebruiken
[Lichtcompositie]
Selecteer meervoudige frames uit de 4K-burst-bestanden die u wenst te combineren.
Delen van het beeld die helderder zijn dan het vorige frame zullen over het vorige frame
heen geplaatst worden om de frames tot één foto te combineren.
MENU
1
2
>
[Afspelen] > [Lichtcompositie]
Druk op 2/1 om de 4K-foto-burst-bestanden te selecteren en druk op [MENU/
SET].
Kies de samenvoegmethode en druk vervolgens op [MENU/SET].
[Samengesteld samenv.] instelling
Selecteer de frames die u wilt samenvoegen om de helderder delen over elkaar te
plaatsen.
1 Selecteer de frames.
Raadpleeg P128 voor informatie over de knop- en
aanraakbediening.
• De weergegeven beelden kunnen niet vergroot of
verkleind worden of als in een diavoorstelling
weergegeven worden.
•[
] wordt [
] met de aanraakbediening.
2 Druk op [MENU/SET].
De geselecteerde frames worden bewaard en de
weergave gaat naar het voorbeeldscherm.
Druk op 3/4 om items te selecteren en druk vervolgens
9ROJ
op [MENU/SET] om een van de volgende handelingen uit
2SQVHOHFW
te voeren.
2SVO
– [Volg.]: Laat u meer samen te voegen frames selecteren.
Gaat terug naar stap 1.
– [Opn. select.]: Elimineert het onmiddellijk ervoor
geselecteerde frame en laat u een ander frame
selecteren.
– [Opsl.]: Eindigt de selectie van de frames
3 Herhaal de stappen 1 en 2 om meer samen te voegen frames te selecteren.
• U kunt tot 40 frames selecteren.
4 Druk op 4 om [Opsl.] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
237
9. De menufuncties gebruiken
[Bereik samenvoegen] instelling
Selecteer de eerste en de laatste frames van de tussenliggende frames waarvan de
helderder delen over elkaar heen geplaatst moeten worden.
1 Selecteer het frame van de eerste foto.
De selectiemethode is dezelfde als die in stap 1 van de [Samengesteld
samenv.]-instelling.
2 Druk op [MENU/SET].
De positie van het eerste frame zal bewaard worden.
3 Selecteer het frame van de laatste foto.
4 Druk op [MENU/SET].
De positie van het laatste frame zal bewaard worden.
3
Selecteer [Ja] op het bevestigingsscherm en druk vervolgens op [MENU/SET].
De samengevoegde foto wordt weergegeven.
• De beelden worden in JPEG-formaat bewaard. De opname-informatie (Exif informatie)
van het eerste frame, zoals de sluitertijd, de lensopening en de ISO-gevoeligheid, wordt
ook geregistreerd.
238
9. De menufuncties gebruiken
[Retouche wissen]
• Het wissen kan alleen uitgevoerd worden door
aanraking. [Retouche wissen] schakelt
automatisch de aanraakbediening in.
[Afspelen] >
MENU >
[Retouche wissen]
1
2
Druk op 2/1 om een beeld te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
Sleep uw vinger over het deel dat u wilt wissen.
• De te wissen delen zijn gekleurd.
• Door [Onged. maken] aan te raken, worden de gekleurde
delen opnieuw op de vorige status gezet.
5(029(
6&$/,1*
2QJHGPDNHQ
,QVW
Wissen van details (uitvergroten van het display)
1 Raak [SCALING] aan.
• Door met uw vingers een knijpende beweging in
(P51) te maken, kunt u het scherm uitvergroten/
verkleinen.
5(029(
• Vergroten/verkleinen kan ook uitgevoerd worden
door aan de functieknop op de achterkant te
2QJHGPDNHQ
draaien.
• Door het scherm te verslepen, kunt u het uitvergrote deel bewegen.
6&$/,1*
,QVW
2 Raak [REMOVE] aan.
• Hierdoor wordt teruggekeerd naar de bediening door middel van het slepen van uw
vinger over het deel dat u wenst te wissen. Het deel dat u wenst te wissen, kan
zelfs versleept worden als het beeld uitvergroot is.
3
4
Raak [Inst.] aan.
Raak [Opsl.] aan of druk op [MENU/SET].
• De beelden kunnen onnatuurlijk lijken omdat de achtergrond van de gewiste delen kunstmatig
gecreëerd wordt.
• Voer voor groepsbeelden [Retouche wissen] op ieder beeld uit.
(ze kunnen niet in één keer bewerkt worden.)
• Als [Retouche wissen] op groepsbeelden uitgevoerd wordt, worden deze als nieuwe beelden
bewaard, gescheiden van de oorspronkelijke beelden.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Niet beschikbaar wanneer de zoeker in gebruik is.
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Foto's die gemaakt zijn met Panoramamodus
– Films
– 4K-burst-bestanden
– Beelden die opgenomen zijn met [Post Focus]
– Beelden die opgenomen zijn met [
]
239
9. De menufuncties gebruiken
[Titel bew.]
U kunt tekst (commentaar) toevoegen aan beelden. Nadat er tekst geregistreerd is, kan
het afgedrukt worden bij het printen m.b.v. [Tekst afdr.] (P241).
MENU
1
2
>
[Afspelen] > [Titel bew.]
Selecteer de opname. (P229)
• [’] wordt afgebeeld voor beelden met al geregistreerde titels.
De tekst invoeren. (P61)
• Om de titel te wissen, alle tekst in het scherm van tekstinvoer weghalen.
• U kunt teksten (commentaar) afdrukken met gebruik van de software “PHOTOfunSTUDIO”
(P296).
• U kunt tot 100 beelden per keer instellen met [Multi].
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Bewegende beelden
– 4K-burst-bestanden
– Beelden die opgenomen zijn met [Post Focus]
– Beelden die opgenomen zijn met [Kwaliteit] op [
], [
240
] of [
]
9. De menufuncties gebruiken
[Tekst afdr.]
U kunt opname-informatie op de opgenomen beelden stempelen.
LISA
MENU
1
2
3
4
>
[Afspelen] > [Tekst afdr.]
Selecteer de opname. (P229)
• [‘] verschijnt op het scherm als het beeld afgedrukt wordt met tekst.
Druk op 3/4 om [Inst.] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
[Opnamedatum]
Drukt de opnamedatum af.
[Naam]
[
] ([Gezichtsherkenning]):
De in [Gezicht herk.] geregistreerde naam zal gestempeld worden.
[
] ([Baby/Huisdieren]):
De in [Profiel instellen] geregistreerde naam zal gestempeld worden.
[Locatie]
Drukt de naam van de reisbestemming af die ingesteld is onder
[Locatie].
[Reisdatum]
Drukt de reisdatum af die ingesteld is onder [Reisdatum].
[Titel]
De Titelinvoer in de [Titel bew.] zal afgedrukt worden.
Druk op [
] om naar het vorige scherm terug te keren.
Druk op 3 om [Uitvoer.] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
• Wanneer u beelden afdrukt die bedrukt zijn met tekst, zal de datum over de bedrukte tekst
heen afgedrukt worden als u het afdrukken van de datum specificeert bij de fotowinkel of op uw
printer.
• U kunt tot 100 beelden tegelijkertijd instellen met [Multi].
• De beeldkwaliteit zou kunnen verslechteren wanneer de tekstafdruk uitgevoerd wordt.
• Als u beelden in een groep stempelt, worden de gestempelde beelden gescheiden van de
originele beelden in de groep bewaard.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Bewegende beelden
– 4K-burst-bestanden
– Beelden die opgenomen zijn met [Post Focus]
– Foto's die gemaakt zijn met Panoramamodus
– Beelden die gemaakt zijn zonder instelling van de klok en titel
– Beelden afgedrukt met [Tekst afdr.]
– Beelden die opgenomen zijn met [
]
241
9. De menufuncties gebruiken
[Splits video]
De opgenomen video kan in twee delen gesplitst worden. Dit wordt aanbevolen wanneer u
een deel dat u nodig heeft wilt afsplitsen van een deel dat u niet nodig heeft.
Het splitsen van een video is permanent: Denk goed na voordat u splitst!
MENU
>
[Afspelen] > [Splits video]
1
Druk op 2/1 om de te splitsen video te selecteren en druk vervolgens op
[MENU/SET].
2
Druk op 3 op het punt waarop u wilt splitsen.
• U kunt het punt van splitsing precies instellen door op 2/
3
Op 4 drukken.
• De video kan verloren gaan als de kaart of de batterij
1 te drukken als de video gepauzeerd is.
weggenomen wordt terwijl de splitsing uitgevoerd wordt.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Vermijd het te proberen om een video vlakbij het begin of het einde te splitsen.
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Video’s met een korte opnametijd
242
9. De menufuncties gebruiken
[Intervalvideo]
Deze functie stelt u in staat om een film te creëren uit een beeldengroep die opgenomen is
met [Intervalopname].
De zo gecreëerde film wordt in het MP4-opnameformaat bewaard.
MENU
1
2
>
[Afspelen] > [Intervalvideo]
Selecteer de [Intervalopname] beeldgroep met 2/1, en druk vervolgens op
[MENU/SET].
Creëer een film door de creatiemethode te selecteren.
• Raadpleeg voor details stap 4 en verder, op P142.
Raadpleeg ook de opmerkingen op P142 voor de gecreëerde films.
[Stop-motionvideo]
Er wordt een film gecreëerd uit de groepsbeelden die met [Stop-motionanimatie] gemaakt
zijn.
De gecreëerde films worden bewaard in het MP4-opnameformaat.
MENU
1
2
>
[Afspelen] > [Stop-motionvideo]
Selecteer de stop-motion-animatiegroep met 2/1 en druk vervolgens op
[MENU/SET].
Creëer een film door de creatiemethode te selecteren.
• Raadpleeg voor details stap 7 en verder, op P144.
Raadpleeg ook de opmerkingen op P145 voor gecreëerde films.
243
9. De menufuncties gebruiken
[Nw. rs.]
Om gemakkelijk posten naar webpagina's, bijlagen naar email enz. toe te laten, wordt de
beeldresolutie (aantal pixels) gereduceerd.
MENU
>
[Afspelen] > [Nw. rs.]
Selecteer het beeld en het formaat.
Instelling [Enkel]
1 Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en
vervolgens op [MENU/SET] drukken.
2 Druk op 3/4 om de grootte te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
4:3
4:3
4:3
L 16
M
8
S
4
,QVW
Instelling [Multi]
1 Druk op 3/4 om de grootte te selecteren en druk
dan op [MENU/SET].
2 Druk op 3/4/2/1 Selecteer het beeld en druk
vervolgens op [MENU/SET] om in te stellen
(herhalen).
• De instelling wordt gewist als opnieuw op [MENU/SET]
8LWYRHU
gedrukt wordt.
3 Druk op 2 om [Uitvoer.] te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET] om het ten uitvoer te
brengen.
• U kunt tot 100 beelden tegelijkertijd instellen met [Multi].
• De beeldkwaliteit van het van nieuwe grootte voorziene beeld zal slechter worden.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Bewegende beelden
– 4K-burst-bestanden
– Beelden die opgenomen zijn met [Post Focus]
– Foto's die gemaakt zijn met Panoramamodus
– Groepsbeelden
– Beelden afgedrukt met [Tekst afdr.]
– Beelden die opgenomen zijn met [
]
244
9. De menufuncties gebruiken
[Bijsnijden]
U kunt eerst uitvergroten en dan een belangrijk deel van de opname kiezen.
MENU
1
2
>
[Afspelen] > [Bijsnijden]
Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en vervolgens op [MENU/SET]
drukken.
Gebruik de functieknop op de achterkant en druk op 3/4/2/1 om de door te
knippen delen te selecteren.
Functieknop (rechts) achterop: Vergroting
Functieknop (links) achterop: Verkleining
3/4/2/1: Verplaats
• U kunt ook [
3
]/[
]aanraken om het deel te vergroten/verkleinen.
• U het deel ook verplaatsen door het over het scherm te verslepen.
Op [MENU/SET] drukken.
• De beeldkwaliteit van het geknipte beeld zal slechter worden.
• Knip één beeld per keer als u de beelden in een beeldengroep wilt knippen.
(u kunt niet alle beelden in een groep in een keer bewerken.)
• Als u beelden in een groep knipt, worden de geknipte beelden gescheiden van de originele
beelden in de groep bewaard.
• Informatie m.b.t. de gezichtdetectie in het originele beeld zal niet gekopieerd worden naar
beelden die [Bijsnijden] ondergaan hebben.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Bewegende beelden
– 4K-burst-bestanden
– Beelden die opgenomen zijn met [Post Focus]
– Foto's die gemaakt zijn met Panoramamodus
– Beelden afgedrukt met [Tekst afdr.]
– Beelden die opgenomen zijn met [
]
245
9. De menufuncties gebruiken
[Roteren] (Het beeld wordt handmatig gedraaid.)
Draai beelden handmatig in stappen van 90o.
• De [Roteren]-functie wordt uitgeschakeld als [Scherm roteren] op [OFF] gezet is.
MENU
1
2
>
[Afspelen] > [Roteren]
Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en vervolgens op [MENU/SET]
drukken.
Selecteer de draairichting.
:
Het beeld draait steeds 90o met de wijzers van de klok
mee.
:
Het beeld draait steeds 90o tegen de wijzers van de klok
in.
[Scherm roteren] (Het beeld wordt automatisch gedraaid en afgebeeld.)
Deze modus biedt u de mogelijkheid beelden verticaal weer te geven als deze gemaakt
zijn met het verticaal gehouden toestel.
MENU
>
[Afspelen] > [Scherm roteren] > [ON]
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Wanneer u opnamen terugspeelt op een PC, zouden deze niet afgebeeld kunnen worden in de
gedraaide richting tenzij het OS of de software compatibel is met Exif.
Exif is een formaat voor stilstaande opnamen waarmee opname-informatie enz. toegevoegd
kan worden. Dit werd vastgesteld door “JEITA (Japan Electronics and Information Technology
Industries Association)”.
246
9. De menufuncties gebruiken
[Favorieten]
U kunt het volgende doen als er een markering toegevoegd is aan opnamen en deze
ingesteld zijn als favorieten.
• De opnamen die ingesteld zijn als favorieten alleen als diavoorstelling afspelen.
• Alleen de beelden die ingesteld zijn als favorieten afspelen. ([Favoriet afsp.])
• Alle foto's wissen die niet ingesteld zijn als favorieten. ([Alles wissen behalve Favoriet])
MENU
>
[Afspelen] > [Favorieten]
Selecteer de opname. (P229)
∫ Alle [Favorieten] instellingen annuleren
Druk op 3/4 om [Annul] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
• In de [Afspeelfunctie] is [Annul] uitgeschakeld.
• U kunt tot en met 999 beelden als favorieten instellen.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Beelden die opgenomen zijn met [
]
247
9. De menufuncties gebruiken
[Print inst.]
DPOF “Digital Print Order Format” is een systeem waarmee de gebruiker kan kiezen
welke opnamen hij afdrukt, hoeveel exemplaren van elk beeld hij afdrukt en of de
opnamedatum wel of niet afgedrukt moet worden met een DPOF-compatibele fotoprinter
of fotograaf. Voor details raadpleegt u uw fotograaf.
• Als u [Print inst.] voor een groep beelden instelt, zal de afdrukinstelling voor het aantal
afdrukken op ieder beeld van de groep toegepast worden.
MENU
1
2
>
[Afspelen] > [Print inst.]
Selecteer de opname. (P229)
Druk op 3/4 om het aantal afdrukken in te stellen en druk vervolgens op
[MENU/SET] om in te stellen.
• Wanneer [Multi] geselecteerd is, herhaalt u dan stappen 1 en 2 voor elk beeld.
(Het is niet mogelijk om dezelfde instelling voor een meervoudig aantal beelden te
gebruiken).
• [999+] wordt op het scherm afgebeeld als het totaal aantal afdrukken dat u voor een groep
beelden ingesteld heeft groter is dan 1000.
∫ Alle [Print inst.] instellingen annuleren
Druk op 3/4 om [Annul] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
∫ De datum afdrukken
Na het instellen van het aantal afdrukken, kunt u het afdrukken met opnamedatum
instellen/wissen door op 1 te drukken.
• Afhankelijk van de fotograaf of de printer, zou de datum niet afgedrukt kunnen worden zelfs als
u instelt op het afdrukken van de datum. Voor verdere informatie raadpleegt u uw fotograaf of
de gebruiksaanwijzing van uw printer.
• Het kenmerk van de datumafdruk is uitgeschakeld voor beelden die met tekst bedrukt worden.
• Het aantal afdrukken kan ingesteld worden tussen 0 en 999.
• Afhankelijk van de printer kunnen de afdrukinstellingen van de datum van de printer voorrang
krijgen, dus controleer dit als dat het geval is.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Bewegende beelden
– 4K-burst-bestanden
– Beelden die opgenomen zijn met [Post Focus]
– Beelden die opgenomen zijn met [
]
248
9. De menufuncties gebruiken
[Beveiligen]
U kunt een beveiliging instellen voor opnames waarvan u niet wilt dat ze per ongeluk
gewist kunnen worden.
MENU
>
[Afspelen] > [Beveiligen]
Selecteer de opname. (P229)
∫ Alle [Beveiligen] instellingen annuleren
Druk op 3/4 om [Annul] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Zelfs als u beelden niet beveiligt op een kaart, kunnen deze niet gewist worden
wanneer de Schrijfbeveiligingschakelaar van de kaart ingesteld staat op [LOCK].
• Het kenmerk [Beveiligen] is alleen aanwezig om met dit toestel te werken.
• Zelfs als u beelden op een kaart beveiligt, worden ze gewist wanneer de kaart wordt
geformatteerd.
[Gez.herk. bew.]
U kunt alle informatie m.b.t. gezichtsdetectie in geselecteerd beelden annuleren en
verplaatsen.
MENU
1
2
3
4
>
[Afspelen] > [Gez.herk. bew.]
Druk op 3/4 om [REPLACE] of [DELETE] te selecteren en druk vervolgens op
[MENU/SET].
Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en dan op [MENU/SET] drukken.
Op 2/1 drukken om de persoon te selecteren en vervolgens op [MENU/SET]
drukken.
(Wanneer [REPLACE] geselecteerd is)
Druk op 3/4/2/1 om de te vervangen persoon te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
• Gewiste informatie m.b.t. de [Gezicht herk.] kan niet hersteld worden.
• Wanneer alle informatie van de Gezichtsdetectie in een beeld geannuleerd is, zal het beeld niet
onderverdeeld worden m.b.v. de Gezichtsdetectie in [Categor. afsp.].
• De informatie over de gezichtsherkenning van beelden in een groep moet in een keer bewerkt
worden.
(u kunt niet één beeld per keer bewerken.)
• Het bewerken van groepsbeelden kan alleen uitgevoerd worden op het eerste beeld van iedere
reeks.
249
9. De menufuncties gebruiken
[Foto’s sorteren]
U kunt de volgorde instellen waarmee de camera de beelden tijdens het afspelen
weergeeft.
MENU
>
[Afspelen] > [Foto’s sorteren]
[FILE NAME]
Geeft de beelden weer op mapnaam/bestandsnaam. Dit weergaveformaat
stelt u in staat de beelden op de kaart gemakkelijk te lokaliseren.
[DATE/TIME]
Geeft de beelden weer op opnamedatum. Als de kaart beelden bevat die
met meer dan een camera genomen werden, is dit weergaveformaat
handig om beelden op te zoeken.
• Als u een andere kaart plaatst, kan het zijn dat de beelden eerst niet op [DATE/TIME]
weergegeven worden. De beelden zullen pas na een tijdje op [DATE/TIME] weergegeven
worden.
[Wissen bevestigen]
Dit stelt in welke optie, [Ja] of [Nee], als eerste geaccentueerd wordt als het
bevestigingsscherm voor het wissen van een foto weergegeven wordt.
Op het moment van aankoop staat deze op [Eerst “Nee”].
MENU
>
[Afspelen] > [Wissen bevestigen]
[Eerst “Ja”]
[Eerst “Nee”]
[Ja] wordt het eerst geaccentueerd, dus het wissen kan snel
plaatsvinden.
[Nee] wordt het eerst geaccentueerd. Het per ongeluk wissen van
foto's wordt zo voorkomen.
250
10.
Gebruik van de Wi-Fi-functie
Wat u kunt doen met de Wi-FiR-functie
Bediening met een smartphone/tablet (P254)
Opnames maken met een smartphone
(P259)
Afspelen van beelden die zich in de
camera bevinden (P260)
De beelden bewaren die in de camera
opgeslagen zijn (P260)
Beelden in de camera naar een SNS versturen (P261)
Schrijven van locatie-informatie op beelden die opgeslagen zijn in de
camera (P261)
Samenvoegen van films die met Snap Movie op een smartphone
opgenomen zijn en uw voorkeur hebben (P263)
Gemakkelijke verbinding
U kunt eenvoudig een rechtstreekse verbinding met
uw smartphone instellen zonder een password in te
voeren.
Weergeven van beelden op een TV (P264)
Draadloos afdrukken (P270)
Versturen van beelden naar een AV-inrichting (P271)
U kunt foto's en films naar AV-apparatuur in uw huis versturen
(AV-thuisapparatuur).
Versturen van beelden naar een PC (P272)
Gebruik van web-diensten (P274)
U kunt foto's en films via “LUMIX CLUB” naar een SNS, enz., versturen.
Door [Cloud-synchr. service] te gebruiken, kunt u foto's en films op een PC
of smartphone ontvangen.
In deze gebruiksaanwijzing zal van nu af aan over “smartphones” gesproken worden om
zowel smartphones als tablets aan te duiden, tenzij anders vermeld wordt.
251
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Functies Wi-Fi
∫ Voor Gebruik
• Voer van tevoren de datum- en tijdinstellingen uit. (P35)
• Om de Wi-Fi-functie op dit toestel te gebruiken, wordt een draadloos toegangspunt vereist, dan
wel een bestemmingstoestel dat uitgerust is met de draadloze LAN-functie.
∫ Over de Wi-Fi verbindingslamp
Brandt rood:
Als de Wi-Fi-functie op ON staat of als er een
Wi-Fi-verbinding is
Knippert rood:
Als u beeldgegevens verzendt
∫ De [Wi-Fi]-knop
In deze gebruiksaanwijzing zal een functieknop waaraan [Wi-Fi] toegekend is [Wi-Fi]-knop
genoemd worden (op het moment van aankoop is [Wi-Fi] aan [Fn5] toegekend.)
• Raadpleeg voor informatie over de functieknop P58.
Opstarten van de [Wi-Fi]-functie
1
Raak [ ] aan.
2
Raak [
Fn5
] aan.
Fn5
Fn6
Fn7
Fn6
Fn8
Fn9
SNAP
Als de camera niet met Wi-Fi verbonden is, druk dan op [Wi-Fi]. De camera zal dan
gereed zijn om met de smartphone verbonden te worden. U kunt de camera
rechtstreeks met de smartphone verbinden. (P255)
• Als de camera gereed is om verbonden te worden, kunt u op [DISP.] drukken om met dezelfde
instellingen als voorheen verbinding te maken. Dit is een gemakkelijke en snelle manier om
een verbinding tot stand te brengen. (P286)
252
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Als de camera met Wi-Fi verbonden is, kunt u op [Wi-Fi] drukken en de volgende
handelingen verrichten:
[Verbinding beëindigen]
[Doelapparaat wijzigen]¢1
[Instellingen wijzigen voor
versturen]¢2
[Huidig apparaat in favorieten
registreren]¢1
[Netwerkadres]
Eindigt de Wi-Fi-verbinding.
Eindigt de Wi-Fi-verbinding en stelt u in staat om een
andere Wi-Fi-verbinding te kiezen.
Raadpleeg P268 voor details.
Als u de huidige bestemming van de verbinding of de
verbindingsmethode registreert, kunt u de volgende keer
de verbinding gemakkelijk tot stand brengen met dezelfde
verbindingsmethode.
Toont het MAC-adres en het IP-adres van dit toestel.
¢1 Deze items worden niet weergegeven als u het weergegeven beeld naar een webdienst
stuurt door op 4 (P276) te drukken.
¢2 Dit wordt niet weergegeven als de bestemming van [Op afstand opnemen en weergeven],
[Weergeven op tv] of [Afbeeldingen versturen van camera] op [Printer] gezet is.
∫ Beschrijvingsmethode
Als een stap “selecteer [Selecteer doelapparaat uit
geschiedenis]”, enz., bevat, voer dan ongeacht welke van
de volgende handelingen uit.
Knopbediening:
Selecteer [Selecteer doelapparaat uit
geschiedenis] met de cursorknop en
druk vervolgens op [MENU/SET].
Aanraakbediening: Raak [Selecteer doelapparaat uit
geschiedenis] aan.
• De camera kan niet gebruikt worden voor verbinding aan een openbare draadloze LAN-verbinding.
• Gebruik een met IEEE802.11b, IEEE802.11g of IEEE802.11n compatibele inrichting wanneer u
een draadloos toegangspunt gebruikt.
• Wanneer u een draadloos toegangspunt gebruikt, raden wij ten zeerste aan een versleuteling
in te stellen om de veiligheid van de informatie te handhaven.
• Er wordt aangeraden een geheel opgeladen batterij te gebruiken wanneer u beelden verzendt.
• Wanneer het batterijlampje rood knippert, zou de verbinding met andere apparatuur niet
kunnen starten of zou de verbinding verbroken kunnen worden.
(Er wordt een bericht afgebeeld zoals [Communicatiefout].)
• Wanneer u beelden verstuurt op een mobiel netwerk, kunnen er hoge pakketcommunicatiekosten
in rekening gebracht worden afhankelijk van de details van uw contract.
• Beelden zouden niet geheel verstuurd kunnen worden afhankelijk van radiogolfcondities. Als
de verbinding afgebroken wordt terwijl er beelden verstuurd worden, zouden er beelden
verstuurd kunnen worden waar stukken aan ontbreken.
• Verwijder de geheugenkaart en de batterij niet naar een zone waar geen ontvangst is
terwijl u beelden verstuurt.
253
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Bediening met een smartphone/tablet
Met een smartphone kunt u op afstand beelden
opnemen, beelden op de camera afspelen of ze op de
smartphone bewaren.
• U moet de “Panasonic Image App” (van nu af “Image
App” genoemd) op uw smartphone installeren.
Installeren van de “Image App” app voor smartphone/tablet
De “Image App” is een applicatie die door Panasonic verstrekt wordt.
• OS
App voor AndroidTM:
Android 4.0 of hoger
App voor iOS:
iOS 7.0 of hoger
1
2
3
4
Sluit de smartphone aan op een netwerk.
(Android)
Selecteer “Google PlayTM Store”.
(iOS)
Selecteer “App Store”.
Voer “Panasonic Image App” of “LUMIX” in het zoekvak in.
Selecteer “Panasonic Image App”
en installeer deze.
• Gebruik de meest recente versie.
• De ondersteunde besturingssystemen zijn correct met ingang van april 2016 en aan
veranderingen onderhevig.
• Lees de [Help] in het “Image App”-menu voor meer details over hoe te werk te gaan.
• Als u de “Image App” bedient op de smartphone die via Wi-Fi met de camera verbonden is,
kan [Help] in de “Image App” mogelijk niet weergegeven worden, afhankelijk van de
smartphone. In dit geval moet u na de verbinding met de camera te hebben beëindigd, de
smartphone opnieuw met een mobiel telefoonnetwerk verbinden, zoals het 3G of LTE-netwerk
of met een Wi-Fi router en vervolgens [Help] weergeven in de “Image App”.
• Sommige beeldschermen en informatie die in deze gebruiksaanwijzing verstrekt wordt, kunnen
van uw apparaat verschillen afhankelijk van het ondersteunde besturingssysteem en de
“Image App”-versie.
• Het kan zijn dat de dienst niet goed gebruikt kan worden, afhankelijk van het type smartphone
dat gebruikt wordt.
Raadpleeg onderstaande ondersteunende website voor informatie over de “Image App”.
http://panasonic.jp/support/global/cs/dsc/
(Deze site is alleen in het Engels.)
• Wanneer u de app download op een mobiel netwerk, kunnen er hoge
pakketcommunicatiekosten in rekening gebracht worden afhankelijk van de details van uw
contract.
254
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Verbinden met een smartphone/tablet
Voor zowel iOS-apparaten (iPhone/iPod touch/iPad) als Android-apparaten
Verbinding maken zonder het password
U kunt eenvoudig een rechtstreekse verbinding met uw smartphone instellen zonder een
password in te voeren.
1 Selecteer het menu op de camera. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] >
[Nieuwe verbinding] > [Op afstand opnemen en
weergeven]
2
3
4
5
A SSID
• Als de camera gereed is om met de smartphone
verbonden te worden, wordt de SSID weergegeven.
• U kunt de informatie ook weergeven door op de camera op
[Wi-Fi] te drukken.
A
Schakel de Wi-Fi-functie in het instellingenmenu van de smartphone in.
Selecteer op het Wi-Fi-instellingenscherm van de
smartphone de SSID die op de camera weergegeven
wordt.
Wi-Fi
Start “Image App” op de smartphone.
Als het scherm voor de bevestiging van de verbinding op
0123456789ABC
de camera weergegeven wordt, selecteer dan [Ja] om
verbinding te maken (alleen de eerste keer dat verbinding
gemaakt wordt).
• Als [Wi-Fi-wachtwoord] op de fabrieksinstelling [OFF] gezet is, kunnen anderen de
Wi-Fi-radiogolven opvangen en de inhoud van de communicatie vernemen. Zet
[Wi-Fi-wachtwoord] op [ON] om het password in te schakelen. (P256, 257)
255
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Gebruik van een password om een verbinding tot stand te brengen
Verbinding maken met een password zorgt voor meer veiligheid. U kunt een QR-code
scannen of een password handmatig invoeren om een verbinding tot stand te brengen.
Voor zowel iOS-apparaten (iPhone/iPod touch/iPad) als Android-apparaten
Gebruik van de QR-code voor het tot stand brengen van een verbinding
Voorbereiding: Zet [Wi-Fi-wachtwoord] op [ON].
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi setup] > [Wi-Fi-wachtwoord] > [ON]
1
Selecteer het menu op de camera. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] >
[Wi-Fi-functie] > [Nieuwe verbinding] >
[Op afstand opnemen en weergeven]
2
3
A SSID en password
B QR-code
B
A
• Als de camera gereed is om met de smartphone
verbonden te worden, worden de QR-code, SSID en het password weergegeven.
• U kunt de informatie ook weergeven door op de camera op [Wi-Fi] te drukken.
Start “Image App” op de smartphone.
Selecteer [QR-code].
• Als de smartphone verbonden is met een draadloos toegangspunt, kan het enige tijd
duren om [QR-code] weer te geven.
• (Voor iOS-apparaten) Er zal een bevestigingsscherm weergegeven worden. Selecteer
4
[OK] om verder te gaan.
Gebruik de “Image App” om de QR-code te scannen die op het scherm van de
camera weergegeven wordt.
• Als u op de camera op [MENU/SET] drukt, zal de QR-code vergroot worden. Als het
moeilijk is de QR-code te scannen, probeer deze dan te vergroten.
Alleen voor iOS-apparaten
5
Installeer het profiel op de smartphone
• Als de smartphone vergrendeld wordt door een password, voer het password dan in om
6
Als een bericht op de browser weergegeven wordt, druk dan op de home-knop
om de browser te sluiten.
Schakel de Wi-Fi-functie in het instellingenmenu van de smartphone in.
7
8
9
de smartphone te ontgrendelen.
Selecteer op het Wi-Fi-instellingenscherm van de
smartphone de SSID die op de camera weergegeven
wordt.
Start “Image App” op de smartphone.
• (iOS-apparaten) Stappen 2 tot 6 hoeven vanaf de tweede keer niet
uitgevoerd te worden.
256
Wi-Fi
0123456789ABC
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Voor zowel iOS-apparaten (iPhone/iPod touch/iPad) als Android-apparaten
Handmatig invoeren van een password om een verbinding tot stand te brengen
Voorbereiding: Zet [Wi-Fi-wachtwoord] op [ON].
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi setup] > [Wi-Fi-wachtwoord] > [ON]
1
Selecteer het menu op de camera. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] >
[Wi-Fi-functie] > [Nieuwe verbinding] >
[Op afstand opnemen en weergeven]
A SSID en password
B QR-code
B
A
• Als de camera gereed is om met de smartphone
verbonden te worden, worden de QR-code, SSID en het password weergegeven.
• U kunt de informatie ook weergeven door op de camera op [Wi-Fi] te drukken.
2
Schakel de Wi-Fi-functie in het instellingenmenu van de
smartphone in.
Selecteer op het Wi-Fi-instellingenscherm van de
Wi-Fi
smartphone de SSID die op de camera weergegeven
0123456789ABC
wordt.
Voer het password dat op de camera weergegeven wordt
in op de smartphone (alleen de eerste keer dat verbinding
gemaakt wordt)
• Als u een Android-apparaat gebruikt en u vinkt het vakje voor de weergave van het
3
4
password aan, dan zal het apparaat het password weergeven terwijl u dit invoert.
5
Start “Image App” op de smartphone.
Voor zowel iOS-apparaten (iPhone/iPod touch/iPad) als Android-apparaten
Veranderen van de verbindingsmethode
Voer onderstaande stappen uit om de verbindingsmethode te
veranderen:
Selecteer het menu. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] >
[Nieuwe verbinding] > [Op afstand opnemen en
weergeven] > [DISP.] knop
of
Wi-Fi
> [DISP.] knop > [Nieuwe verbinding] > [Op
afstand opnemen en weergeven] > [DISP.] knop
257
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Als verbinding gemaakt wordt via een draadloos toegangspunt ([Via netwerk]):
Op de camera
1
Selecteer [Via netwerk].
• Volg de verbindingsprocedure die beschreven wordt op P283 om de camera verbinding
met een draadloos toegangspunt te laten maken.
Op uw smartphone
2
3
4
Schakel de Wi-Fi-functie in.
Verbind de smartphone met het draadloze toegangspunt waarmee de camera
verbonden is.
Start “Image App”. (P254)
Als de camera en de smartphone rechtstreeks met elkaar verbonden worden
([Direct]):
Op de camera
1
Selecteer [Direct].
• Selecteer [Wi-Fi Direct] of [WPS-verbinding]¢ en volg de verbindingsprocedure die
beschreven wordt op P285 om de camera en de smartphone met elkaar te verbinden.
¢ WPS is een functie die u in staat stelt gemakkelijk een verbinding met een draadloos LAN te
maken en veiligheid-gerelateerde instellingen te maken. Om na te kijken of uw smartphone
de functie ondersteunt, dient u de gebruiksaanwijzing van de smartphone te raadplegen.
Op uw smartphone
2
Start “Image App”. (P254)
Voor zowel iOS-apparaten (iPhone/iPod touch/iPad) als Android-apparaten
Eindigen van de verbinding
1
2
Zet de camera in de opnamemodus.
Selecteer de menu-items van de camera om de
Wi-Fi-verbinding te beëindigen.
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] >
[Wi-Fi-functie] > [Ja]
• U kunt de verbinding ook beëindigen door op de camera op
3
[Wi-Fi] te drukken. (P253)
Sluit de “Image App” op de smartphone.
(Als u een iOS-apparaat gebruikt)
Druk op het scherm van de “Image App” op de home-knop om de app te sluiten.
(Als u een Android-apparaat gebruikt)
Druk op het scherm van de “Image App” twee keer op de return-knop om de app te
sluiten.
258
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Fotograferen via een smartphone/tablet (remote opname)
1
2
Verbinding met een smartphone maken. (P255)
Bedien de smartphone.
1 Selecteer [
].
2 Neem een beeld op.
• De opgenomen beelden worden in de camera
bewaard.
• Sommige instellingen zijn niet beschikbaar.
• Als met de smartphone met 4K-Pre-Burst opgenomen wordt,


beëindig de verbinding dan alleen nadat naar de
4K-burst-opname geschakeld is, door op de camera op
[
] te drukken.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• In de volgende gevallen werkt remote opnemen niet:
– Panorama Shot-modus
– Wanneer u [Intervalopname] gebruikt
– Wanneer [Snapfilm] op [ON] gezet is
∫ Een foto nemen terwijl u springt
Als u uw smartphone vasthoudt en springt, kan de sluiter
van de camera automatisch losgelaten worden als de
smartphone het hoogste punt van de sprong detecteert.
Deze functie is handig voor het maken van foto's terwijl u
springt.
Bedien de smartphone.
[
] >[
] > Selecteer de gevoeligheid.
• [ ] zal op het remote opnamescherm van de smartphone weergegeven worden.
• Wij raden aan dat u testfoto's maakt om de camerahoek te bepalen, te kijken hoe hard u springt
en de gewenste afstellingen te maken.
• Raadpleeg voor details het help-gedeelte in het “Image App”-menu.
259
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Afspelen van beelden in de camera
1
2
Verbinding met een smartphone
maken. (P255)
Bedien de smartphone.

1 Selecteer [
].
• U kunt de weer te geven beelden
omschakelen door de icoon (A)
linksboven op het scherm te
selecteren. Om de beelden weer te
geven die in de camera opgeslagen
zijn, selecteert u [LUMIX].

2 Raak het beeld aan om het te
vergroten.

• Als u een film afspeelt, zendt de camera het naar de “Image App” met een gereduceerd
gegevensformaat. Als gevolg verschilt de beeldkwaliteit van die van de daadwerkelijk
opgenomen film. Bovendien kan de beeldkwaliteit verslechteren, afhankelijk van de
smartphone of de gebruiksomstandigheden of kan het geluid verspringen tijdens het afspelen
van film of beeld.
Beelden bewaren die in de camera opgeslagen zijn
1
2
Verbinding met een smartphone
maken. (P255)
Bedien de smartphone.

1 Selecteer [
].
• U kunt de weer te geven beelden
omschakelen door de icoon (A)
linksboven op het scherm te
selecteren. Om de beelden weer te
geven die in de camera opgeslagen
zijn, selecteert u [LUMIX].

2 Raak een beeld aan, blijf het
aanraken en versleep het om het te
bewaren.


• Foto's in het RAW-formaat, AVCHD-films, MP4-films met een [Opn. kwaliteit]-formaat van [4K],
4K-burst-bestanden en beelden opgenomen met [Post Focus] kunnen niet bewaard worden.
• 3D-beelden (MPO-formaat) zullen als 2D-beelden (JPEG-formaat) bewaard worden.
260
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Beelden in de camera naar een SNS versturen
1
2
Verbinding met een smartphone
maken. (P255)
Bedien de smartphone.

1 Selecteer [
].
• U kunt de weer te geven beelden

omschakelen door de icoon (A)
linksboven op het scherm te
selecteren. Om de beelden weer te
geven die in de camera opgeslagen
zijn, selecteert u [LUMIX].

2 Raak een beeld aan, blijf het
aanraken en versleep het om het
naar een SNS, enz. te sturen.
• Het beeld wordt naar een

web-service zoals een SNS
verstuurd.
Toevoegen van locatie-informatie afkomstig van de smartphone/tablet
op beelden die in de camera opgeslagen zijn
U kunt locatie-informatie die met een smartphone verkregen is naar de camera versturen.
Na het versturen van de informatie kunt u deze ook op de beelden schrijven die in
de camera bewaard worden.
• Is de locatie-informatie eenmaal naar de camera gezonden, dan kunt u deze op beelden
schrijven door [Locatie vermelden] (P233) in het [Afspelen]-menu ten uitvoer te brengen.
3
4
GPS
1
A Start het opnemen van de
locatie-informatie
B Start opnemen beelden
C Eindig opnemen
locatie-informatie
D Versturen en schrijven van
locatie-informatie
2
• Er kan locatie-informatie geschreven worden die anders is dan die op het moment van de
opname. Houd rekening met de volgende punten:
– Zet de [Home]-instelling van de camera in [Wereldtijd] op uw regio.
– Bent u eenmaal begonnen met het opnemen van de locatie-informatie met uw smartphone,
verander dan niet de [Home]-instelling in [Wereldtijd] in uw camera.
• De locatie-informatie kan niet op beelden geschreven worden die opgenomen werden zonder
dat de klok ingesteld was.
261
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
∫ Opnemen van locatie-informatie en beelden
1 Start het opnemen van locatie-informatie met de smartphone.
1 Start “Image App”. (P254)
2 Selecteer [
].
3 Selecteer [Geogr. labell.].
4 Selecteer [
] om het opnemen van de
locatie-informatie te starten.
2
3
Neem beelden op met de camera.
Stop het opnemen van de locatie-informatie met de smartphone.
1 Selecteer [
] om het opnemen van de locatie-informatie te stoppen.
∫ Schrijven van locatie-informatie op de beelden
(Voorbereiding op de camera)
Maak verbinding met een smartphone. (P255)
4 Bedien de smartphone.
1 Start “Image App”. (P254)
2 Selecteer [
].
3 Selecteer [Geogr. labell.].
4 Selecteer [
] om de locatie-informatie te verzenden
en te schrijven.
• Volg de berichten op het scherm op om de smartphone te bedienen.
• Beelden met locatie-informatie worden aangegeven met [
].
• Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik:
Let op de privacy en gelijkaardige rechten, enz., van het onderwerp wanneer u deze
functie gebruikt. U gebruikt deze voor eigen risico.
• De batterij van de smartphone raakt sneller leeg als locatie-informatie opgenomen wordt.
Als het opnemen van locatie-informatie niet nodig is, stop het dan.
• Op de smartphone kunt u tevens het verwervingsinterval van locatie-informatie instellen en de
overdrachtstatus controleren van locatie-informatie.
Raadpleeg [Help] in het “Image App”-menu voor details.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• De locatie-informatie kan niet geschreven worden in de volgende situaties of op de volgende
beelden:
– Beelden die opgenomen zijn nadat de locatie-informatie naar de camera verzonden was
– Films die opgenomen zijn in [AVCHD]
– Beelden waar al locatie-informatie op geschreven is
262
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Samenvoegen van films die met Snap Movie op een smartphone/tablet
opgenomen zijn en uw voorkeur hebben
Door een smartphone te gebruiken, kunt u films samenvoegen die opgenomen zijn met de
[Snapfilm]-functie van de camera (P176). Aan de samen te voegen films kan muziek
toegevoegd worden. Bovendien kunt u de samengevoegde film bewaren of naar een
webdienst uploaden.





A
B
C
D
E
Neem films op met [Snapfilm].
Verzend de opgenomen films.
Bewerk de films.
Voeg de films samen, bewaar de samengevoegde film en verzend deze naar een webdienst.
Voeg de films samen en bewaar de samengevoegde film.
∫ Samenvoegen van films met gebruik van een smartphone
1 Verbinding met een smartphone maken. (P255)
2 Bedien de smartphone.
1 Selecteer [
].
2 Selecteer [Snapfilm].
• [Snapfilm]-films met recente opnamedatums zullen geselecteerd en automatisch
naar de smartphone verzonden worden.
• Als geen films met recente opnamedatums beschikbaar zijn, zal een scherm
weergegeven worden waarin u de films kunt selecteren. Selecteer de films en
verzend ze.
3 Bewerk de films.
• Bedien de smartphone om de films te bewerken, zoals herschikken van de beelden,
wissen van onnodige beelden of toevoegen van muziek.
• U kunt de bewerkte films samenvoegen en het samengevoegde bestand op de
smartphone bewaren of naar een webdienst uploaden.
• Lees de [Help] in het “Image App”-menu voor meer details over hoe te werk te gaan.
• [Snapfilm] van de “Image App” vereist een smartphone die Android OS 4.3 of hoger
ondersteunt.
• iPhone 4 ondersteunt niet [Snapfilm] van de “Image App”.
263
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Weergeven van beelden op een TV
U kunt beelden op de TV weergeven als deze de
Digital Media Renderer (DMR) -functie van de
DLNA-standaard ondersteunt.
Voorbereiding
Zet de TV op de DLNA-wachtmodus.
• Lees de gebruiksaanwijzing van uw TV.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Nieuwe verbinding] >
[Weergeven op tv]
2
3
4
Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P282)
Selecteer een apparaat waarmee u verbinding wilt maken.
• Als de verbinding gemaakt is, wordt het scherm weergegeven.
Met dit toestel foto's maken of afspelen.
• Volg onderstaande stappen om de verbinding te beëindigen:
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Ja]
(U kunt de verbinding ook beëindigen door op [Wi-Fi] te drukken. (P253))
• Als u beelden weergeeft met gebruik van de Wi-Fi-functie, kunnen deze niet afgespeeld
worden met de 4K-resolutie. Om ze met de 4K-resolutie af te spelen, dient u de camera en de
TV met een HDMI-microkabel met elkaar te verbinden. (P292)
• Als een TV op dit toestel aangesloten is, kan het TV-scherm tijdelijk terugkeren naar de status
vóór de verbinding. De beelden worden opnieuw weergegeven wanneer u een foto maakt of
beelden afspeelt.
• [Effect] en [Geluid] van de diavoorstelling zijn uitgeschakeld.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Bewegende beelden en 4K-burst-bestanden kunnen niet afgespeeld worden.
• Tijdens Multi Playback, Calendar Playback of het selecteren van het scherpstelgebied van een
beeld dat opgenomen is met [Post Focus], beelden die op de camera weergegeven worden,
worden niet op de TV weergegeven.
264
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Verzenden van beelden
Als u beelden verstuurt, selecteer dan de methode om ze te versturen na [Nieuwe
verbinding] te hebben geselecteerd.
Nadat de verbinding tot stand gekomen is, kunnen de instellingen voor het versturen,
zoals de beeldgrootte, ook veranderd worden.
∫ Beelden die verzonden kunnen worden
JPEG
RAW
MP4¢1
AVCHD¢1, 2
4K-Burst-bestand¢1
Beelden die opgenomen zijn
met [Post Focus]¢1
3D
[Smartphone] (P269)
±
—
±¢3
—
—
—
[PC] (P272)
±
±
±
±
±
±
[Cloud-synchr. service]
(P277)
±
—
±¢3
—
—
±
[Webservice] (P274)
±
—
±¢3
—
—
±
[AV-toestel] (P271)
±
—
—
—
—
±
[Printer]¢1 (P270)
±
—
—
—
—
—
Bestemming
¢1 Het verzenden met [Afbeeldingen versturen tijdens opname] is niet beschikbaar.
¢2 Een film die in [AVCHD] opgenomen is, kan naar [PC] gezonden worden als het
bestandformaat 4 GB of kleiner is. De film kan niet verzonden worden als deze groter is dan
4 GB.
¢3 Met uitzondering van films die opgenomen zijn terwijl het filmformaat in [Opn. kwaliteit] op
[4K] gezet is
• Het kan zijn dat enkele beelden niet afgespeeld of verzonden worden, afhankelijk van de
apparatuur.
• Raadpleeg de handleiding van de bestemmingsapparatuur of de webservice voor meer
informatie over hoe beelden afgespeeld moeten worden.
265
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Beelden verzenden tijdens de opname
Een foto kan automatisch naar een gespecificeerde apparaat gezonden worden telkens
wanneer u de foto neemt.
• Wanneer verbinding gemaakt is met [Afbeeldingen versturen
tijdens opname], wordt [
] op het opnamescherm
weergegeven en wordt [ ] weergegeven terwijl het bestand
verzonden wordt.
55
• Volg onderstaande stappen om de verbinding te beëindigen:
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Ja]
• U kunt de verbinding beëindigen of de verzonden instellingen
veranderen door op [Wi-Fi] te drukken. (P253)
U kunt de instellingen niet veranderen terwijl u beelden verzendt. Wacht tot het verzenden klaar
is.
• Aangezien de camera voorrang aan het opnemen verleent, kan het versturen langer duren
tijdens het maken van een opname.
• Als u dit toestel uitschakelt of de Wi-Fi-verbinding verbreekt voordat het versturen klaar is,
zullen de niet verstuurde beelden niet opnieuw verstuurd worden.
• Het kan zijn dat u er niet in slaagt bestanden te wissen of het afspeelmenu te gebruiken
wanneer u aan het versturen bent.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• U kunt geen films, 4K-burst-bestanden opgenomen met de 4K Photo-functie en beelden
opgenomen met [Post Focus] verzenden.
266
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Afbeeldingen versturen van camera
De beelden kunnen na te zijn opgenomen geselecteerd en verstuurd worden.
∫ Selecteren van (een) beeld(en) na de selectie van [Enkelvoudig select.] of [Multi
selecteren]
[Enkelvoudig select.] instelling
1 Selecteer de opname.
2 Selecteer [Inst.].
,QVW
[Multi selecteren] instelling
1 Selecteer de opname. (herhalen)
• De instelling wordt gewist als het beeld opnieuw
2
geselecteerd wordt.
8LWYRHU
Selecteer [Uitvoer.].
• Het aantal beelden dat door [Multi selecteren] verzonden
kan worden, is beperkt.
• Om de verzonden instellingen te veranderen op een scherm dat weergegeven wordt nadat het
beeld verzonden is, druk dan op [DISP.]. Selecteer [Exit] om de verbinding te beëindigen.
• Details van het afspeelmenu [Favorieten] of [Print inst.] instellingen zullen niet verstuurd
worden.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Sommige beelden die met een andere camera gemaakt zijn zouden niet verstuurd kunnen
worden.
• Beelden die gemodificeerd of bewerkt zijn met een computer zouden niet verstuurd kunnen
worden.
267
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Veranderen van de instellingen om beelden te versturen
Door op [DISP.] te drukken nadat een verbinding tot stand gebracht is, kunt u de
instellingen voor het versturen veranderen, zoals de beeldgrootte voor het versturen.
[Grootte]
Grootte aanpassen van het te versturen beeld.
[Origineel]/[Automatisch]¢1/[Wijzig]
• Als u [Automatisch] selecteert, zal het beeldformaat bepaald worden
door de omstandigheden op de bestemming.
• U kunt de beeldgrootte voor [Wijzig] selecteren door te kiezen tussen
[M], [S] of [VGA].
De beeldverhouding verandert niet.
[Bestandsindeling]¢2 [JPG]/[RAWiJPG]/[RAW]
Kies of u de locatie-informatie wenst te wissen van de beelden voordat
u deze verstuurt.
[Locatiegeg.
wissen]¢3
[ON]:
Wis de locatie-informatie, dan versturen.
[OFF]:
Houd de locatie-informatie en verstuur.
• Deze handeling wist alleen de locatie-informatie van de beelden die
ingesteld staan om verzonden te worden.
(De locatie-informatie zal niet gewist worden van de originele
beelden die opgeslagen zijn in dit apparaat.)
U kunt selecteren of u beelden wilt versturen wanneer de Cloud Folder
geen ruimte meer over heeft.
[Cloudbeperking]¢4
[ON]:
Beelden niet versturen.
[OFF]:
Wis beelden vanaf de oudste, stuur vervolgens nieuwe
beelden.
¢1 Alleen beschikbaar wanneer de bestemming op [Webservice] gezet is.
¢2 Alleen beschikbaar wanneer de bestemming op [PC] gezet is.
¢3 Alleen beschikbaar wanneer de bestemming op [Cloud-synchr. service] of [Webservice]
gezet is.
¢4 Alleen beschikbaar wanneer de bestemming op [Cloud-synchr. service] gezet is.
268
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Verzenden van beelden naar een smartphone/tablet
Voorbereiding
• Installeer van tevoren “Image App”. (P254)
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Nieuwe verbinding] >
[Afbeeldingen versturen tijdens opname] of [Afbeeldingen versturen van
camera] > [Smartphone]
2
Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P282)
Op uw smartphone
Wanneer u verbindt met [Via netwerk]:
1 Schakel de Wi-Fi-functie in.
2 Selecteer het draadloze toegangspunt waarmee u verbinding wilt maken en stel in.
3 Start “Image App”. (P254)
Wanneer u verbinding maakt met [Wi-Fi Direct] of [WPS-verbinding] in [Direct]:
1 Start “Image App”. (P254)
Wanneer u verbinding maakt met [Handmatig. verbinden.] in [Direct]:
1 Schakel de Wi-Fi-functie in.
2 Selecteer de SSID die overeenkomt met de SSID die weergegeven wordt op
het scherm van dit toestel.
3 Start “Image App”. (P254)
3
4
5
Selecteer een apparaat waarmee u verbinding wilt maken.
Kijk de verzonden instellingen na en selecteer [Inst.].
• Om de verzonden instelling te veranderen, drukt u op [DISP.]. (P268)
Wanneer [Afbeeldingen versturen tijdens opname] geselecteerd is
Maak foto's. (P266)
Wanneer [Afbeeldingen versturen van camera] geselecteerd is
Selecteer de opname. (P267)
269
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Draadloos afdrukken
U kunt beelden naar een compatibele printer versturen
en ze draadloos afdrukken.
Voorbereiding
U kunt de opgenomen beelden draadloos afdrukken met een printer die PictBridge
(draadloos LAN)¢ ondersteunt.
¢ In overeenstemming met de DPS over IP standaards.
• Neem voor details over de PictBridge printer (compatibel met draadloos LAN) contact op met
het bedrijf in kwestie.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Nieuwe verbinding] >
[Afbeeldingen versturen van camera] > [Printer]
2
3
4
Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P282)
Selecteer een printer waarmee u verbinding wilt maken.
Selecteer de beelden en druk ze vervolgens af.
• De procedure voor het selecteren van de beelden is gelijk aan de procedure voor
wanneer de USB-aansluitingskabel aangesloten is. (P302)
].
(U kunt de verbinding ook beëindigen door op [Wi-Fi] te drukken. (P253))
• Om de verbinding te beëindigen, drukt u op [
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Films, 4K-burst-bestanden en beelden opgenomen met [Post Focus] kunnen niet afgedrukt
worden.
270
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Versturen van beelden naar een AV-inrichting
U kunt foto's en films naar AV-apparatuur in uw huis versturen (AV-thuisapparatuur).
A Draadloos toegangspunt
B AV-apparaat thuis
Voorbereiding
Als u een foto naar AV-apparatuur stuurt, zet uw apparaat dan op de DLNA-wachtmodus.
• Lees de instructiehandleiding van het apparaat in kwestie voor details.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Nieuwe verbinding] >
[Afbeeldingen versturen tijdens opname] of [Afbeeldingen versturen van
camera] > [AV-toestel]
2
3
4
Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P282)
Selecteer een apparaat waarmee u verbinding wilt maken.
Kijk de verzonden instellingen na en selecteer [Inst.].
• Om de verzonden instelling te veranderen, drukt u op [DISP.]. (P268)
5
Wanneer [Afbeeldingen versturen tijdens opname] geselecteerd is
Maak foto's. (P266)
Wanneer [Afbeeldingen versturen van camera] geselecteerd is
Selecteer de opname. (P267)
• Het versturen kan mislukken al naargelang de werkstatus van het AV-apparaat. Bovendien kan
het versturen enige tijd vergen.
271
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Versturen van beelden naar een PC
U kunt foto's en films die met dit toestel opgenomen
zijn naar een PC sturen.
Voorbereiding
(Op de camera)
• Als de werkgroep van de PC van
bestemming veranderd is en niet meer de
standaardinstelling heeft, dan dient u ook de
instelling van dit toestel te veranderen in
[PC-verbinding]. (P288)
(Op uw PC)
• De computer inschakelen.
• Maak mappen voor het ontvangen van de
beelden op de PC gereed alvorens een beeld
naar de PC te sturen. (P272)
Een map creëren die beelden ontvangt
• Creëer een PC-gebruikersaccount (tot 254 karakters) en een password (tot 32 karakters) die
uit alfanumerieke karakters bestaan. Een poging om een ontvangstmap te creëren kan
mislukken als de account niet-alfanumerieke karakters bevat.
∫ Wanneer u “PHOTOfunSTUDIO ” gebruikt
1 Installeer “PHOTOfunSTUDIO” op de PC. (P296)
2 Creëer een map die beelden ontvangt met “PHOTOfunSTUDIO ”.
• Om de map automatisch te creëren, selecteer [Auto-create]. Om een map te specificeren,
een nieuwe map te creëren of een wachtwoord in te stellen naar de map, selecteer
[Create manually].
• Raadpleeg voor details de handleiding van “PHOTOfunSTUDIO” (PDF).
∫ Wanneer u “PHOTOfunSTUDIO ” niet gebruikt
(Voor Windows)
Ondersteunde besturingssystemen: Windows 7/Windows 8/Windows 8.1/Windows 10
Voorbeeld: Windows 7
1 Selecteer een map die u wenst te gebruiken voor het ontvangen, klik vervolgens
met de rechter muistoets.
2 Selecteer [Eigenschappen], stel vervolgens het delen van de map in werking.
• Raadpleeg voor details de gebruiksaanwijzing van uw PC of de Hulp op het operatief
systeem.
272
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
(Voor Mac)
Ondersteund OS: OS X v10.5 tot v10.11
Voorbeeld: OS X v10.8
1 Selecteer een map die u wenst te gebruiken voor het ontvangen, klik vervolgens
op de items in de volgende volgorde.
[Archief]
[Toon info]
2 Stel het delen van de map in werking.
• Raadpleeg voor details de gebruiksaanwijzing van uw PC of de Hulp op het operatief
systeem.
Versturen van beelden naar een PC
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Nieuwe verbinding] >
[Afbeeldingen versturen tijdens opname] of [Afbeeldingen versturen van
camera] > [PC]
2
3
4
5
6
Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P282)
Selecteer de PC waarmee u verbinding wilt maken.
• Als de PC waarmee u verbinding wilt maken niet weergegeven wordt, selecteer dan
[Handmatige invoer] en voer de computernaam van de PC in (naam van NetBIOS voor
Apple Mac computers).
Selecteer de map waarnaar u de beelden wilt versturen.
Kijk de verzonden instellingen na en selecteer [Inst.].
• Om de verzonden instelling te veranderen, drukt u op [DISP.]. (P268)
Wanneer [Afbeeldingen versturen tijdens opname] geselecteerd is
Maak foto's. (P266)
Wanneer [Afbeeldingen versturen van camera] geselecteerd is
Selecteer de opname. (P267)
• In de gespecificeerde map zullen mappen gecreëerd worden op grond van de verstuurde
gegevens en de gegevens zullen in die mappen bewaard worden.
• Als het scherm voor een gebruikersaccount en de invoering van een password verschijnt, voer
dan het password in dat u op uw PC ingesteld heeft.
• Als de computernaam (naam van NetBIOS voor Apple Mac computers) een spatie (leeg
karakter) enz. bevat, kan het zijn dat de naam niet correct herkend wordt.
Als een verbindingspoging mislukt, adviseren wij dat u de computernaam (of naam van
NetBIOS) verandert in een naam bestaande uit alleen alfanumerieke karakters, van maximaal
15 karakters.
• Als de firewall van het besturingssysteem, de veiligheidssoftware, enz., ingeschakeld is, kan
het zijn dat het niet mogelijk is een verbinding met de PC tot stand te brengen.
273
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Gebruik van web-diensten
U kunt foto's en films via “LUMIX CLUB” naar een SNS, enz., versturen.
Door automatische overzettingen van foto's en films naar de Cloud Sync Service in te
stellen, kunt u de overgezette foto's of films op een PC of smartphone ontvangen.
LUMIX CLUB
A Draadloos toegangspunt
B Web-service
C Cloud Sync Service
Voorbereiding
Om beelden naar een WEB-service of cloud-map te sturen, moet u zich registreren
bij “LUMIX CLUB” (P278).
Om beelden naar een webservice te sturen, moet u de webservice registreren.
(P275)
Versturen van beelden naar een webservice
P274
Wanneer u berichten verstuurt naar [Cloud-synchr. service]
P277
Versturen van beelden naar een webservice
• Naar de web-service geüploade beelden kunnen niet weergegeven of gewist worden met deze
camera. Controleer beelden door toe te treden tot de web-service met uw smartphone of
computer.
• Als het versturen van beelden niet lukt, zal er een e-mail waarin verstuurd worden waarin het
falen uiteengezet zal worden naar het adres dat geregistreerd is bij “LUMIX CLUB”.
• De beelden kunnen persoonlijke informatie bevatten die gebruikt kan worden om de
gebruiker te identificeren, zoals een titel, de tijd en de datum waarop de beelden
opgenomen werden, en de locatie waar de opname plaatsvond. Controleer deze
informatie voordat u de beelden naar het web upload.
• Panasonic neemt geen verantwoordelijkheid op zich voor de schade die voortkomt uit
lekken, verlies, enz. van beelden die op webservices geüpload zijn.
• Wanneer er beelden geüpload worden naar de webservice, wist u de beelden dan niet van
dit toestel, zelfs niet nadat het verzenden voltooid is, totdat u nagegaan bent dat deze goed
geüpload zijn naar de webservice. Panasonic neemt geen verantwoordelijkheid op zich voor
schade die aangericht voortkomt uit het wissen van beelden die opgeslagen zijn in dit
toestel.
274
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Registreren van web-services
Wanneer u beelden verstuurd naar web-diensten, moet de gebruikte web-dienst
geregistreerd worden bij de “LUMIX CLUB”. (P278)
• Controleer de “FAQ / Contact” op de volgende site voor compatibele webservices.
http://lumixclub.panasonic.net/ned/c/lumix_faqs/
Voorbereiding:
Zorg ervoor dat u een account op de webservice gecreëerd heeft dat u wilt gebruiken en
dat u de log-in informatie beschikbaar heeft.
1
2
3
4
Maak verbinding met de “LUMIX CLUB”-site met gebruik van een smartphone
of computer.
http://lumixclub.panasonic.net/ned/c/
Voer uw “LUMIX CLUB” log-in ID en wachtwoord in en log in op de dienst.
(P278)
Registreer uw e-mailadres.
Selecteer de web-service die gebruikt moet worden en registreer deze.
• Volg de instructies op het scherm om de service te registreren.
Verzenden van beelden
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Nieuwe verbinding] >
[Afbeeldingen versturen tijdens opname] of [Afbeeldingen versturen van
camera] > [Webservice]
2
3
4
5
Selecteer [Via netwerk] en maak de verbinding. (P282)
Selecteer een webdienst.
Kijk de verzonden instellingen na en selecteer [Inst.].
• Om de verzonden instelling te veranderen, drukt u op [DISP.]. (P268)
Wanneer [Afbeeldingen versturen tijdens opname] geselecteerd is
Maak foto's. (P266)
Wanneer [Afbeeldingen versturen van camera] geselecteerd is
Selecteer de opname. (P267)
275
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
∫ Met eenvoudige handelingen verzenden van beelden in de camera naar een webdienst
Heeft u eenmaal een beeld verzonden, dan kunt u nog meer beelden naar een webdienst
verzenden met eenvoudige smartphone-achtige handelingen in een omgeving waar een
draadloze verbinding op een toegangspunt beschikbaar is.
(Onderstaande instructies veronderstellen dat u al bij “LUMIX CLUB” geregistreerd bent
en de camera een verbinding met een draadloos toegangspunt geregistreerd heeft.)
1
2
Laat een beeld weergeven.
Op 4 drukken.
(Als groepsbeelden geselecteerd zijn, druk dan op 3 en
selecteer [Uploaden (Wi-Fi)] of [Alles Uploaden (Wi-Fi)].)
• Dezelfde handeling kan uitgevoerd worden door [
] aan
te raken.
3
4
5
(Als groepsbeelden geselecteerd zijn, selecteer dan
[Uploaden (Wi-Fi)] of [Alles Uploaden (Wi-Fi)] na aanraking van [
SUB ] aan.)
[
] en raak vervolgens [ MENU
], [
], [
], of
Selecteer [Ja] op het bevestigingsscherm.
Selecteer een webdienst.
Kijk de verzonden instellingen na en selecteer [Inst.].
• De camera zal verbinding maken met een draadloos toegangspunt waar het al eerder
verbinding mee gemaakt heeft en het beeld naar een webdienst verzenden.
• Om de verzonden instelling te veranderen, drukt u op [DISP.]. (P268)
• Stappen 4, 5 zijn niet nodig wanneer u verder gaat met de verzending van nog een beeld.
Het beeld zal met dezelfde verzendinstellingen naar dezelfde webdienst verzonden worden.
• Druk om de verbinding te beëindigen op [MENU/SET] of bedien andere
bedieningsorganen om het afspeelscherm te verlaten. U kunt de verbinding ook
beëindigen door op [Wi-Fi] te drukken. (P253)
Veranderen van de instellingen voor het verzenden van beelden of veranderen van
de webdienst
Beëindig de Wi-Fi-verbinding en volg opnieuw stap 1 en verder.
• U kunt de verzonden instellingen ook veranderen door op de camera op [Wi-Fi] te drukken
terwijl een Wi-Fi-verbinding gebruikt wordt. (P253)
• Als de camera geen verbindingen met beschikbare draadloze toegangspunten geregistreerd
heeft, zal een beeldscherm weergegeven worden waarin u gevraagd wordt een
verbindingsmethode te selecteren. Selecteer een verbindingsmethode en verbind de camera
met een draadloos toegangspunt. (P283)
• Als u niet bij “LUMIX CLUB” geregistreerd bent, zal een beeldscherm weergegeven worden
waarin u gevraagd wordt een nieuwe login-ID te verwerven. Verwerf een login-ID en stel een
password in. (P278)
• Als groepsbeelden continu weergegeven worden, zullen alle beelden in de groep verzonden
worden. Als groepsbeelden een voor een weergegeven worden, zal het beeld dat op dat
moment weergegeven wordt, verzonden worden.
276
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Wanneer u berichten verstuurt naar [Cloud-synchr. service]
∫ Gebruik van [Cloud-synchr. service] (Met ingang van april 2016)
Voorbereiding
U moet u registreren bij “LUMIX CLUB” (P278) en de instelling voor Cloud Sync.
configureren om een foto naar een Cloud-map te sturen.
Voor een PC gebruikt u “PHOTOfunSTUDIO” (P296) om de instellingen van Cloud Sync
uit te voeren. Voor een smartphone gebruikt u “Image App” om de instellingen te maken.
• Als u de beeldbestemming op [Cloud-synchr. service] zet, worden de verzonden beelden
tijdelijk in de cloud-map bewaard en kunnen ze gesynchroniseerd worden met het apparaat dat
in gebruik is, zoals een PC of een smartphone.
• Een Cloud Folder slaat overgezette beelden 30 dagen op (tot 1000 beelden). Overgezette
beelden worden automatisch 30 dagen na de overzetting gewist. Bovendien kunnen wanneer
het aantal opgeslagen beelden de 1000 overschrijdt, bepaalde beelden zelfs binnen 30 dagen
na de overzetting gewist worden afhankelijk van de [Cloudbeperking] (P268) instelling.
• Wanneer de download van beelden vanaf een Cloud Folder naar alle gespecificeerde
inrichtingen voltooid is, zouden er zelfs binnen 30 dagen vanaf de overzetting beelden gewist
kunnen worden van de Cloud Folder.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Nieuwe verbinding] >
[Afbeeldingen versturen tijdens opname] of [Afbeeldingen versturen van
camera] > [Cloud-synchr. service]
2
3
4
Selecteer [Via netwerk] en maak de verbinding. (P282)
Kijk de verzonden instellingen na en selecteer [Inst.].
• Om de verzonden instelling te veranderen, drukt u op [DISP.]. (P268)
Wanneer [Afbeeldingen versturen tijdens opname] geselecteerd is
Maak foto's. (P266)
Wanneer [Afbeeldingen versturen van camera] geselecteerd is
Selecteer de opname. (P267)
277
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Registratie bij “LUMIX CLUB”
Als u dit apparaat registreert bij de “LUMIX CLUB”, kunt u beelden synchroniseren tussen
de inrichtingen die u gebruikt of deze beelden overzetten naar webservices.
Gebruik de “LUMIX CLUB” wanneer u beelden upload naar web-diensten.
Over de [LUMIX CLUB]
Verkrijg een “LUMIX CLUB” login ID (gratis).
• U kunt dezelfde “LUMIX CLUB” login-ID voor dit toestel en een smartphone instellen. (P280)
Raadpleeg de “LUMIX CLUB”-site voor details.
http://lumixclub.panasonic.net/ned/c/
Houd rekening met het volgende:
• De dienst kan onderbroken worden wegens gewoon onderhoud of onverwachte problemen
en de inhouden van de dienst kunnen veranderd of toegevoegd worden zonder dat de
gebruikers van tevoren hierover geïnformeerd worden.
• De dienst kan geheel of gedeeltelijk gestopt worden met voorgaande kennisgeving die
redelijk lang van tevoren gegeven wordt.
Verkrijgen van een nieuwe login-ID ([Nieuw account])
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi setup] > [LUMIX CLUB] >
[Account instellen/toev.] > [Nieuw account]
• Maak verbinding met het netwerk.
Ga verder naar de volgende pagina door [Volgende] te selecteren.
• Er zal een bevestigingscherm afgedrukt worden als een login ID al verkregen is door de
2
3
camera. Selecteer [Ja] om een nieuwe login ID te verkrijgen of [Nee] als u geen nieuwe
login ID nodig heeft.
Selecteer de methode om verbinding met een draadloos toegangspunt te
maken en stel in. (P283)
• Er zal alleen een instelscherm weergegeven worden als voor het eerst verbinding gemaakt wordt.
Is de verbindingsmethode eenmaal ingesteld, dan zal deze op dit toestel bewaard worden
en gebruikt worden wanneer de volgende keer verbinding gemaakt word. Om het
draadloze toegangspunt waarmee verbinding gemaakt moet worden te veranderen, drukt
u op [DISP.] en verandert u de bestemming van de verbinding.
• Ga naar de volgende pagina door [Volgende] te selecteren.
Lees de “LUMIX CLUB”-gebruiksmaatregelen door en selecteert [Akkoord].
• U kunt pagina's schakelen via 3/4.
• U kunt het display (2k) vergroten door de modusknop op de achterkant naar rechts te draaien.
• U kunt het vergrote display weer op de oorspronkelijke maat (1k) zetten door de
modusknop op de achterkant naar links te draaien.
• U kunt de positie van het vergrote display verplaatsen met 3/4/2/1.
• Druk op [
] om het proces te annuleren zonder een login ID te verkrijgen.
278
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
4
5
Voer een password in.
• Voer een combinatie in van 8 tot 16 karakters en nummer voor het wachtwoord.
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens ingevoerd moeten worden.
Controleer de login-ID en selecteer [OK].
• Zorg ervoor een aantekening te maken van de login ID
en het wachtwoord.
• De login ID (12-cijferig nummer) zal automatisch afgebeeld
worden.
Wanneer u met een computer inlogt bij “LUMIX CLUB”,
hoeft u slechts de nummers in te voeren.
• Er wordt een bericht afgebeeld wanneer de verbinding voltooid is. Selecteer [OK].
Gebruik van de verkregen login-ID/Controleren of veranderen van de login-ID of
het password ([Gebruikersnaam instellen])
Voorbereiding:
Als de verkregen login-ID gebruikt wordt, controleer dan de ID en het password.
Om het “LUMIX CLUB” password op de camera te veranderen, gaat u naar de “LUMIX
CLUB” website vanaf uw smartphone of PC en verandert u van tevoren het “LUMIX
CLUB”-password.
• De login-ID en het password die voor “LUMIX CLUB” geregistreerd zijn, kunnen niet op dit
toestel veranderd worden.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
2
3
>
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi setup] > [LUMIX CLUB] >
[Account instellen/toev.] > [Gebruikersnaam instellen]
• De login ID en het wachtwoord worden afgebeeld.
• Het wachtwoord wordt afgebeeld als “ ”.
• Sluit het menu alleen als u de login ID controleert.
Selecteer het te veranderen item.
Voer de login-ID en het password in.
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens
ingevoerd moeten worden.
• Voer het nieuwe wachtwoord dat u gecreëerd heeft op uw
smartphone of PC in het toestel in. Als het wachtwoord
verschilt van die, die u op uw smartphone of PC gecreëerd
had, zult u niet in staat zijn beelden te uploaden.
279
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Instellen van dezelfde login-ID voor de camera en de smartphone/tablet
Het instellen van dezelfde login-ID voor dit toestel en de smartphone is handig voor het
versturen van beelden, die in dit toestel zitten, naar andere apparatuur of web-services.
Wanneer of dit toestel of de smartphone/tablet de login-ID verworven heeft:
1
2
Verbind dit toestel met de smartphone. (P255)
Stel de gemeenschappelijke login-ID in vanuit het “Image App”-menu.
• De login-ID's van dit toestel en de smartphone worden nu dezelfde.
• Nadat dit toestel op de smartphone aangesloten is, kan het instellingenscherm voor een
gemeenschappelijke login-ID verschijnen als u het afspeelscherm laat weergeven. U kunt ook
een gemeenschappelijke login-ID instellen door de instructies op het scherm te volgen.
• Deze handelingen zijn niet beschikbaar voor de [Wi-Fi Direct] verbinding.
Wanneer dit toestel en de smartphone/tablet verschillende login-ID's verworven
hebben:
(Als u de login-ID van de smartphone voor dit toestel wilt gebruiken)
Verander de login-ID en het password van dit toestel in die, die door de
smartphone verworven zijn.
(Als u de login-ID van dit toestel voor de smartphone wilt gebruiken)
Verander de login-ID en het password van de smartphone in die, die door dit
toestel verworven zijn.
Controleer de “LUMIX CLUB”-gebruiksmaatregelen
Controleer de details als de gebruiksmaatregelen bijgewerkt zijn.
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi setup] > [LUMIX CLUB] >
[Voorwaarden]
• De camera zal verbinding maken met het netwerk en de gebruiksmaatregelen zullen afgebeeld
worden.
Sluit het menu nadat de gebruiksmaatregelen gecontroleerd zijn.
280
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Wis uw login ID en account vanuit de “LUMIX CLUB”
Wis de login ID van de camera wanneer u deze overzet naar een derde of deze weggooit.
U kunt tevens uw “LUMIX CLUB”-account wissen.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
2
3
4
>
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi setup] > [LUMIX CLUB] >
[Verwijder account]
• Het bericht wordt weergegeven. Selecteer [Volgende].
Selecteer [Ja] in het bevestigingscherm van het wissen van de login ID.
• Het bericht wordt weergegeven. Selecteer [Volgende].
Selecteer [Ja] op het bevestigingscherm voor het wissen van het “LUMIX
CLUB” account.
• Als u verder wilt gaan met het gebruiken van de service, zal het selecteren van [Nee]
alleen de login ID wissen.
Verlaat het menu nadat dit is uitgevoerd.
Selecteer [Volgende].
• De login-ID wordt gewist en vervolgens zal het bericht dat het wissen van uw account
toont, weergegeven worden. Selecteer [OK].
• Veranderingen en andere acties m.b.t. login ID's kunnen alleen gemaakt worden op de login ID
die verkregen is met de camera.
281
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Verbindingen
Als u [Nieuwe verbinding] geselecteerd heeft, selecteer dan eerst een Wi-Fi-functie en
bestemming en selecteer daarna een verbindingsmethode.
Als u [Selecteer doelapparaat uit geschiedenis] of [Selecteer doelapparaat uit favorieten]
geselecteerd heeft, kunt u verbinding maken door dezelfde instellingen van de
Wi-Fi-verbinding te gebruiken die u eerder gebruikte.
In dit gedeelte worden de verbindingsmethoden beschreven.
• Als u verbinding maakt met dezelfde instellingen die u eerder gebruikte, raadpleeg dan P286.
Als een scherm weergegeven wordt dat lijkt op onderstaand scherm, selecteer dan een
verbindingsmethode.
• Voorbeeld van bediening om een beeldscherm weer te geven:
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Nieuwe verbinding] >
[Afbeeldingen versturen tijdens opname] > [Smartphone]
Draadloos toegangspunt
[Via netwerk]
Maakt verbinding via een draadloos toegangspunt.
P283
[Direct]
Uw apparaat maakt rechtstreeks verbinding met dit
toestel.
P285
Het tot stand brengen van een rechtstreekse verbinding is handig wanneer u zich ver van
huis bevindt, op een plaats waar geen toegangspunten beschikbaar zijn, of wanneer u
tijdelijk verbinding maakt met een apparaat dat u normaal niet gebruikt.
282
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Verbinden via een draadloos toegangspunt (via het netwerk)
U kunt de methode selecteren om verbinding met een
draadloos toegangspunt te maken.
¢ WPS verwijst naar een functie die u in staat stelt de
instellingen van de verbinding en van de veiligheid van
LAN-apparatuur gemakkelijk te configureren.
Om te controleren of het draadloze toegangspunt dat u
gebruikt compatibel is met WPS dient u de handleiding van
het draadloze toegangspunt te raadplegen.
Bewaar het draadloze toegangspunt van het type drukknop dat
compatibel is met Wi-Fi Protected SetupTM met een WPS-merk.
[WPS (knop)]
b.v.:
Druk op de WPS-knop van het
draadloze toegangspunt totdat deze
naar WPS-modus schakelt.
• Raadpleeg de gebruikershandleiding
van het draadloze toegangspunt voor
details.
Sla draadloos toegangspunt van het PIN-codetype dat compatibel
is met Wi-Fi Protected Setup op met een WPS-markering.
1
[WPS (PIN-code)]
2
3
Selecteer op het scherm van de camera het draadloze
toegangspunt waarmee u verbinding maakt.
Voer de PIN-code die weergegeven wordt op het
camerascherm in het draadloze toegangspunt in.
Druk op [MENU/SET] van de camera.
• Raadpleeg de gebruikershandleiding van het draadloze
toegangspunt voor details.
[Uit lijst]
Selecteer deze optie als u niet zeker bent over de compatibiliteit
met WPS of als u een draadloos toegangspunt wilt opzoeken en
een verbinding daarmee tot stand wilt brengen. (P284)
283
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Als u niet zeker bent over de compatibiliteit met WPS (verbinden met [Uit lijst])
Zoek naar beschikbare draadloze toegangspunten.
• Bevestig encryptiesleutel van het geselecteerde draadloze toegangspunt als de
netwerkauthenticatie gecodeerd is.
• Wanneer u verbindt d.m.v. [Handmatige invoer], bevestig SSID, encryptietype, encryptiesleutel
van het draadloze toegangspunt dat u gebruikt.
1
Selecteer het draadloze toegangspunt waarmee u
verbinding maakt.
• Het drukken op [DISP.] zal het zoeken naar een draadloos
toegangspunt opnieuw starten.
2
• Als geen enkel draadloos toegangspunt gevonden wordt,
raadpleeg dan “Wanneer u verbindt met [Handmatige
invoer]” op P284.
(Als de netwerkauthenticatie gecodificeerd is)
Voer de encryptiesleutel in.
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens ingevoerd moeten worden.
∫ Wanneer u verbindt met [Handmatige invoer]
1 Op het scherm dat weergegeven wordt in stap 1 van “Als u niet zeker bent over
de compatibiliteit met WPS (verbinden met [Uit lijst])”, selecteert u [Handmatige
invoer].
2 Voer de SSID in van het draadloze toegangspunt waarop u verbindt, selecteer
vervolgens [Inst.].
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens ingevoerd moeten worden.
3 Selecteer het type netwerkauthenticatie.
• Voor informatie over netwerkauthenticatie, zie de gebruiksaanwijzing van het draadloze
4
toegangspunt.
Selecteer het encryptietype.
• Het type instellingen dat veranderd kan worden kan variëren afhankelijk van de details
van netwerkauthentificatie-instellingen.
Netwerkauthenticatietype
5
Encryptietypes die ingesteld kunnen worden
[WPA2-PSK]
[TKIP]/[AES]
[WPA-PSK]
[TKIP]/[AES]
[Algemene sleutel]
[WEP]
[Open]
[Niet coderen]/[WEP]
(Wanneer een optie geselecteerd wordt die afwijkt van [Niet coderen])
Voer de encryptiesleutel in.
284
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
• Controleer de handleiding van de draadloze toegangspunten en instellingen wanneer u een
draadloos toegangspunt opslaat.
• Als er geen verbinding vastgesteld kan worden, zouden de radiogolven van het draadloze
toegangspunt te zwak kunnen zijn.
Raadpleeg “Waarschuwingen op het scherm” (P316) en “Problemen oplossen” (P318) voor details.
• Afhankelijk van uw omgeving kan het zijn dat de zendsnelheid tussen de camera en het
draadloze toegangspunt mogelijk afneemt. Bovendien kan het zijn dat het draadloze
toegangspunt niet beschikbaar is om gebruikt te worden.
De camera rechtstreeks met een ander apparaat verbinden
(rechtsteekse verbinding)
U kunt de methode selecteren om verbinding te maken met
het apparaat dat u gebruikt.
Selecteer de verbindingsmethode die door uw apparaat
ondersteund wordt.
[Wi-Fi Direct]
1
2
3
Zet het apparaat op de Wi-Fi DirectR modus.
Selecteer op het scherm van de camera [Wi-Fi Direct].
Selecteer op het scherm van de camera het apparaat
waarmee u verbinding maakt.
[WPS (knop)]
1
2
[WPS-verbinding]
Selecteer op de camera [WPS (knop)].
Zet het apparaat op WPS-modus.
• Het wachten op de verbinding kan langer duren als u op dit
toestel op [DISP.] drukt.
[WPS (PIN-code)]
1
2
[Handmatig.
verbinden.]
Selecteer [WPS (PIN-code)] op de camera.
Voer de PIN-code van het apparaat in op deze camera.
Voer de SSID en het password in
op het apparaat. De SSID en het
password worden weergegeven
op het scherm voor het wachten
op de verbinding van dit toestel.
• Als de bestemming op [Smartphone]
gezet is, wordt het password niet
weergegeven. Selecteer de SSID om een verbinding tot stand te
brengen. (P255)
• Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing van het apparaat waarmee verbinding gemaakt wordt.
285
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Snel verbinding maken met dezelfde instellingen als voorheen ([Selecteer
doelapparaat uit geschiedenis]/[Selecteer doelapparaat uit favorieten])
Als de Wi-Fi-functie gebruikt wordt, wordt een record in de historie bewaard. U kunt de
records als favorieten registreren. Met gebruik van de geschiedenis of de favorietenlijst
kunt u gemakkelijk verbinding maken met dezelfde instellingen die u eerder gebruikte.
Controleer om te kijken of de Wi-Fi-instellingen van het apparaat waarmee verbinding
gemaakt wordt dezelfde zijn als die eerder gebruikt werden.
• Als de instellingen van het apparaat waarmee verbinding gemaakt wordt veranderd zijn, is het
misschien niet mogelijk verbinding met het apparaat te maken.
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU
2
3
>
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie]
Selecteer [Selecteer doelapparaat uit
geschiedenis] of [Selecteer doelapparaat uit
favorieten].
[Selecteer doelapparaat
uit geschiedenis]
Verbinding maken met
dezelfde instellingen als
voorheen.
[Selecteer doelapparaat
uit favorieten]
Maakt verbinding met de
instellingen die als
favorieten geregistreerd zijn.
Selecteer het item.
• Als het apparaat waarmee u verbinding wilt maken
(smartphone, enz.) met een ander draadloos toegangspunt
dan de camera verbonden is, kunt u het apparaat niet met
de camera verbinden met gebruik van [Direct]. Verander de
Wi-Fi-instellingen van het apparaat waarmee u verbinding
wilt maken zodat het toegangspunt dat gebruikt wordt op
de camera ingesteld wordt.
U kunt ook [Nieuwe verbinding] selecteren en de apparaten opnieuw verbinden. (P255)
Registreren van records als favorieten
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] >
[Selecteer doelapparaat uit geschiedenis]
2
3
Selecteer de geschiedenis die u in favorieten wilt registreren en druk vervolgens op 1.
Voer een registratienaam in.
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens ingevoerd moeten worden.
• Er kunnen maximaal 30 karakters ingevoerd worden (een karakter van twee byte wordt
als twee karakters beschouwd).
286
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Bewerken van de geschiedenis die in favorieten geregistreerd is
1
Selecteer het menu. (P54)
MENU >
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] >
[Selecteer doelapparaat uit favorieten]
2
Selecteer de favoriete geschiedenis die u wilt bewerken en druk vervolgens op
1.
[Verwijderen uit
favorieten]
[Volgorde van favorieten
wijzigen]
—
Selecteer de bestemming.
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens
[Geregistreerde naam
wijzigen]
ingevoerd moeten worden.
• Er kunnen maximaal 30 karakters ingevoerd worden (een
karakter van twee byte wordt als twee karakters
beschouwd).
Bewaar vaak gebruikte Wi-Fi-verbindingsinstellingen als favorieten
Het aantal instellingen dat in de historie bewaard kan worden is beperkt.
Er wordt aanbevolen vaak gebruikte Wi-Fi-verbindingsinstellingen te bewaren door ze
als favorieten te registreren. (P286)
Controleren van de verbindingsdetails van een record of een favoriet
Als op [DISP.] gedrukt wordt terwijl een item in de historie of de favorieten opgezocht
wordt, kunnen de details van de verbinding weergegeven worden.
• Het uitvoeren van [Wi-Fi resetten] wist de inhoud van de historie en van [Selecteer
doelapparaat uit favorieten].
• Als verbinding gemaakt wordt met een netwerk waarmee vele PC's verbonden zijn, door
gebruik van [Selecteer doelapparaat uit geschiedenis] of [Selecteer doelapparaat uit
favorieten], kan een verbindingspoging mislukken omdat uit vele apparaten het eerder
verbonden apparaat geïdentificeerd zal worden.
Als een verbindingspoging mislukt, maak dan opnieuw verbinding met gebruik van [Nieuwe
verbinding].
287
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
[Wi-Fi setup] Menu
Configureer de instellingen die nodig zijn voor de Wi-Fi-functie.
De instellingen kunnen niet veranderd worden als er een Wi-Fi-verbinding is.
Selecteer het menu. (P54)
MENU
>
[Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi setup] > Gewenst item dat ingesteld
moet worden
U kunt de veiligheid verbeteren door de invoering van het
password in te schakelen voor een directe verbinding met een
smartphone.
[Wi-Fi-wachtwoord]
[ON]:
Verbindt de camera met de smartphone met gebruik van een
SSID en een password. (P256)
[OFF]:
Verbindt de camera met de smartphone met gebruik van een
SSID. (P255)
• Als [ON] geselecteerd is, kunt u ook een verbinding instellen door een QR-code te scannen.
(P256)
[LUMIX CLUB]
Verwerft of verandert de “LUMIX CLUB”-login-ID. (P278)
U kunt de werkgroep instellen.
Om beelden naar een PC te sturen, wordt een verbinding met
dezelfde werkgroep als de PC van bestemming vereist.
(De fabrieksinstelling is “WORKGROUP”.)
[PC-verbinding]
[Werkgroepnaam wijzigen]:
Voer de werkgroep van de PC in waarmee de verbinding gemaakt
wordt.
[Terug naar standaard]:
Herstelt de status van de fabrieksinstellingen.
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens ingevoerd moeten worden.
• Als u een PC met standaardinstellingen gebruikt, is het niet nodig om de werkgroep te
veranderen.
U kunt de naam (SSID) van dit toestel veranderen.
[Toestelnaam]
1
2
Druk op [DISP.].
De gewenste inrichtingsnaam invoeren.
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens ingevoerd
moeten worden.
• Er kunnen maximaal 32 tekens ingevoerd worden.
288
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
Om incorrecte hantering of gebruik van de Wi-Fi functie door
derden te voorkomen en om opgeslagen informatie te
beschermen, wordt het aanbevolen dat u de Wi-Fi functie met
een wachtwoord beschermt.
Instellen van een wachtwoord zal automatisch het
[Wi-Fi-functievergrend.] wachtwoord-invoerscherm weergeven wanneer de Wi-Fi functie
gebruikt wordt.
[Instellen]:
Voer een 4-cijferig nummer in als het wachtwoord.
[Annul]
• Raadpleeg P61 voor informatie over hoe lettertekens ingevoerd moeten worden.
• Maak een wachtwoordkopie.
Als u het wachtwoord vergeet, kunt u het resetten met [Wi-Fi resetten] in het [Set-up] menu,
maar ook andere instellingen zulle gereset worden. (uitgezonderd [LUMIX CLUB])
[Netwerkadres]
Toont het MAC-adres en het IP-adres van dit toestel.
• Een “MAC-adres” is een uniek adres dat gebruikt wordt om netwerkapparatuur te identificeren.
• “IP-adres” verwijst naar een nummer waarmee een PC geïdentificeerd wordt die op een
netwerk zoals het internet aangesloten is. De adressen voor in huis worden gewoonlijk
automatisch toegekend door de DHCP-functie, zoals een draadloos toegangspunt. (voorbeeld:
192.168.0.87)
289
11.
Aansluiten op andere apparatuur
4K-films op een TV bekijken/
4K-films op een PC of recorder bewaren
Kijken naar films in 4K
∫ Afspelen op een TV-scherm
Door de camera op een TV aan te sluiten die films in 4K
ondersteunt en films af te spelen die opgenomen zijn terwijl het
filmformaat in [Opn. kwaliteit] op [4K] gezet was, kunt u genieten
van fijn gedetailleerde films in 4K. Ofschoon de resolutie van de
uitgave lager is, kunt u ze ook afspelen door de camera op een TV aan te sluiten die geen
films in 4K ondersteunt.
Voorbereiding: Zet [HDMI-functie (afspelen)] (P224) op [AUTO] of [4K].
• Als verbinding gemaakt wordt met een TV die geen 4K-films ondersteunt, selecteer dan
[AUTO].
Sluit de camera en een 4K-compatibele TV op elkaar aan met een
HDMI-microkabel en laat het afspeelscherm weergeven. (P292)
• Wanneer [VIERA link] op [ON] gezet wordt en het toestel aangesloten wordt op een TV die
VIERA Link ondersteunt, zal automatisch naar de input van de TV geschakeld worden en zal
het afspeelscherm afgebeeld worden. (P294)
• U kunt ook MP4-films afspelen met een [Opn. kwaliteit]-formaat van
[4K] door de kaart in de SD-gleuf van een TV te steken die 4K-films
ondersteunt.
• De gebruiksaanwijzing van de TV lezen.
∫ Films kijken op een PC
• Gebruik voor het afspelen op een PC van films die opgenomen zijn met [Opn.
kwaliteit] van [4K] de software “PHOTOfunSTUDIO” (P296).
• Om films in 4K af te spelen en te bewerken, heeft u een PC-omgeving met een
hoge performance nodig.
• Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van “PHOTOfunSTUDIO” (PDF).
290
11. Aansluiten op andere apparatuur
Opslaan van 4K-films
∫ Opslaan op een PC
Raadpleeg P295 voor details.
∫ Opslag op een harde schijf of DVD
U kunt films, die opgenomen zijn terwijl het formaat in [Opn. kwaliteit] op [4K] gezet was,
niet met recorders van Panasonic naar Blu-ray discs en DVD's dubben. (Met ingang van
april 2016)
U kunt de software “PHOTOfunSTUDIO” (P296) gebruiken om het bestandsformaat van
een film om te zetten in een kleiner formaat of om het naar een DVD te kopiëren.
• Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van “PHOTOfunSTUDIO” (PDF).
291
11. Aansluiten op andere apparatuur
Beelden terugspelen op een TV-scherm
U kunt beelden op een TV-scherm zijn door uw camera met uw TV te verbinden met de
HDMI-microkabel.
Voorbereidingen: schakel dit toestel en de TV uit.
1
Sluit het toestel en de TV op elkaar aan.
• Controleer de richting van de terminals en recht erin steken/eruit halen terwijl u de
stekker vasthoudt.
(Anders kan door een vervorming van het aansluitpunt, bij schuin of verkeerd
inbrengen, een slechte werking ontstaan.)
Sluit geen apparatuur op onjuiste aansluitingen aan. Dit kan een slechte werking veroorzaken.
HDMI
A HDMI-aansluiting (op de TV)
B HDMI-microkabel
C [HDMI]-aansluiting (op de camera)
• Gebruik een “High Speed HDMI-microkabel” met het HDMI-logo.
Kabels die niet in overeenstemming met de HDMI-standaard zijn, zullen niet werken.
“High Speed HDMI-microkabel” (stekker type D–type A, tot een lengte van 2 m)
• Controleer de [HDMI-functie (afspelen)]. (P224)
• Tijdens het afspelen van 24p-films, dient u [HDMI-functie (afspelen)] op [AUTO] te zetten.
Voor andere instellingen dan [AUTO] kan de weergave niet bij 24 frames/seconde plaatsvinden.
• Er worden geen beelden op het scherm van dit toestel weergegeven.
2
3
Schakel de TV in en selecteer de ingang die bij de gebruikte
connector past.
Zet het toestel aan en druk vervolgens op [(].
• Afhankelijk van de [Aspectratio] kunnen er zwarte stroken afgebeeld worden bovenaan en
onderaan of links en rechts van de beelden.
• Verander het beeldscherm op uw TV als het beeld met afgesneden boven- of onderkant
weergegeven wordt.
• De HDMI-uitvoer zal geannuleerd worden als een (bijgeleverde) USB-verbindingskabel
gelijktijdig verbonden wordt.
• U kunt opnamen bekijken op TV’s in andere landen of plaatsen met een NTSC of PAL-systeem
als u [Video uit] in het [Set-up] menu instelt.
• Afhankelijk van de TV waarmee verbinding gemaakt wordt, kunnen de 4K-burst-bestanden
mogelijk niet correct afgespeeld worden.
• Er wordt geen geluid uitgegeven vanuit de luidsprekers van de camera.
• De gebruiksaanwijzing van de TV lezen.
292
11. Aansluiten op andere apparatuur
De gemaakte foto's kunnen afgespeeld worden op een TV met een
SD-geheugenkaartgleuf
• Afhankelijk van het TV-model kunnen de opnamen misschien niet afgespeeld worden op het
hele scherm.
• Het bestandformaat van de films die afgespeeld kunnen worden verschilt, afhankelijk van het
model TV.
• In bepaalde omstandigheden kunnen panoramabeelden niet afgespeeld worden. Tevens zou
het zelfdoorlopen-afspelen van panoramabeelden niet kunnen werken.
• Voor kaarten die compatibel zijn met afspelen, raadpleegt u de handleiding van de TV.
Opnemen tijdens het bekijken van de camerabeelden
Als de HDMI-uitgang gebruikt wordt, kunt u foto's en films
opnemen terwijl u het camerabeeld op een externe monitor,
een TV of een gelijkaardig apparaat bekijkt.
∫ Omschakelen van de weergegeven informatie
U kunt de weergave die tijdens de HDMI-output weergegeven
wordt omschakelen met gebruik van [HDMI-info tonen (Opn.)]
(P225) in [TV-verbinding] in het [Set-up]-menu.
[ON]: Het display van de camera wordt uitgezonden zoals dit zich voordoet.
[OFF]: Alleen de beelden worden uitgezonden
• Als u tijdens de HDMI-uitvoer een opname maakt, wordt de [Opn. kwaliteit]-instelling in het
[Bewegend beeld]-menu op de beelden toegepast. Als het verbonden apparaat de instelling
niet ondersteunt, zal de optimale instelling voor het apparaat automatisch geselecteerd worden
voor de beeldkwaliteit van de HDMI-uitvoer.
• Als de camera met een externe monitor of een TV verbonden is die 4K-films ondersteunt, en u
gebruikt een van de volgende instellingen, dan wordt de gezichtshoek zelfs smaller dan normaal:
– [4K/100M/25p]/[4K/100M/24p] in [Opn. kwaliteit]
– [4K Live Bijsnijden]
• Als de Auto Focusmodus [ ] of MF Assist gebruikt worden, kan het scherm niet in de
venstermodus vergroot worden.
• Bijv.: Tele Conv. (film) werkt niet (met uitzondering van de Creatieve Videomodus).
• [Aspectratio] in het [Opname]-menu staat vast op [16:9].
• [VGA/4M/25p] in [Opn. kwaliteit] is niet beschikbaar.
• Elektronische geluiden en elektronische sluitergeluiden worden uitgezet.
• Als u een Wi-Fi-verbinding tot stand brengt terwijl u de HDMI-uitgave gebruikt, zal geen beeld
op de monitor van de camera weergegeven worden.
• Het scherm voor de scèneselectie in de Scene Guide modus wordt niet via de HDMI-verbinding
uitgegeven.
• Deze functie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
– Tijdens de opname van panoramabeelden
– Bij 4K-foto-opnames
– Wanneer u opneemt met gebruik van [Post Focus]
293
11. Aansluiten op andere apparatuur
Gebruik van VIERA Link (HDMI)
Wat is VIERA Link (HDMI) (HDAVI Control™)?
• Deze functie biedt u de mogelijkheid uw afstandsbediening voor de Panasonic-TV te
gebruiken voor gemakkelijk uit te voeren handelingen wanneer dit toestel verbonden is met
een VIERA Link-compatibele inrichting, met gebruik van een HDMI-microkabel voor
automatisch verbonden bedieningen.
(Niet alle handelingen zijn mogelijk.)
• VIERA Link is een unieke Panasonic-functie die met behulp van de HDMI CEC (Consumer
Electronics Control)-standaard is afgeleid van een HDMI-besturingsfunctie.
Gekoppelde handelingen met HDMI CEC-compatibele apparaten van andere fabrikanten
worden niet gegarandeerd. Als u apparaten van andere fabrikanten die compatibel zijn met
VIERA Link gebruikt, raadpleeg dan de gebruiksaanwijzing voor de respectieve apparaten.
• Dit toestel ondersteunt de “VIERA Link Ver.5”-functie. “VIERA Link Ver.5” is de standaard
voor apparatuur van Panasonic die compatibel is met VIERA Link. Deze standaard is
compatibel met de conventionele VIERA Link-apparatuur van Panasonic.
Voorbereiding:
Zet [VIERA link] op [ON]. (P225)
1
2
3
Sluit dit toestel aan op een Panasonic-TV die compatibel is met
VIERA Link met een HDMI-microkabel (P292).
Schakel het toestel in en druk vervolgens op [(].
Ga te werk met de afstandbediening voor de TV.
Uitschakelen van dit toestel:
Als u een afstandsbediening van de TV gebruikt om de TV uit te schakelen, wordt dit
toestel ook uitgeschakeld.
Automatische ingangsschakeling:
• Als u de aansluiting met een HDMI-microkabel tot stand brengt en dit toestel vervolgens
inschakelt en dan op [(] drukt, zal het ingangskanaal op de TV automatisch naar het scherm
van het toestel schakelen. Als de stroom van de TV op stand-by staat, zal het automatisch
ingeschakeld worden (als [Set] geselecteerd is voor de [Power on link]-instelling van de TV).
• De bediening met gebruik van de knop op dit toestel zal beperkt zijn.
• Om het geluid van een film af te spelen tijdens een diavoorstelling, zet [Geluid] dan op [AUTO]
of [Audio] op het instellingenscherm van de diavoorstelling.
• Gebruik een “High Speed HDMI-microkabel” met het HDMI-logo.
Kabels die niet in overeenstemming met de HDMI-standaard zijn, zullen niet werken.
“High Speed HDMI-microkabel” (stekker type D–type A, tot een lengte van 2 m)
• Ga naar pagina P326 als VIERA Link niet goed werkt.
294
11. Aansluiten op andere apparatuur
Bewaren van foto's en films op uw PC
U kunt opnamen op een PC zetten door het toestel en de PC met elkaar te verbinden.
• Sommige PC's kunnen direct van de kaart lezen die uit de camera gehaald is. Voor details, de
handleiding raadplegen van uw PC.
∫ PC die gebruikt kan worden
Het toestel kan op ongeacht welke PC aangesloten worden die in staat is
massa-opslagapparatuur te herkennen.
• Ondersteuning van
Windows 7/Windows 8/Windows 8.1/Windows 10
Windows:
• Ondersteuning van Mac:
OS X v10.5 tot v10.11
AVCHD-films worden misschien niet correct geïmporteerd als ze als bestand
of map gekopieerd worden.
• Als Windows gebruikt wordt, importeer de AVCHD-filmbeelden dan met
“PHOTOfunSTUDIO” (P296).
• Met een Mac kunnen AVCHD-films geïmporteerd worden met gebruik van “iMovie”.
Houd u er rekening mee dat importeren niet mogelijk is, afhankelijk van de beeldkwaliteit.
(Neem voor details over iMovie contact op met Apple Inc.)
295
11. Aansluiten op andere apparatuur
Software downloaden
Download en installeer de te bewerken software en speel de beelden af met een PC.
PHOTOfunSTUDIO 9.9 PE
Deze software stelt u in staat beelden te beheren. U kunt bijvoorbeeld foto's en films naar
een PC sturen en ze sorteren op opnamedatum of modelnaam. U kunt ook handelingen
verrichten zoals het schrijven van beelden naar een DVD, het verwerken en corrigeren
van beelden en het opmaken van films.
Controleer onderstaande site om de software te downloaden en te installeren.
Download de software terwijl die beschikbaar is om gedownload te worden.
http://panasonic.jp/support/global/cs/soft/download/d_pfs99pe.html
(Deze site is alleen in het Engels.)
• Vervaldatum download: Mei 2021
• Besturingsomgeving
OS
WindowsR 7 (32bit/64bit) SP1,
WindowsR 8 (32bit/64bit),
WindowsR 8.1 (32bit/64bit),
WindowsR 10 (32bit/64bit)
WindowsR 7
CPU
WindowsR 8
WindowsR 8.1
PentiumR 4 (2,8 GHz of hoger)
WindowsR 10
Display
1024k768 pixels of meer (1920k1080 pixels of meer aanbevolen)
WindowsR 7
RAM
WindowsR 8
WindowsR 8.1
1 GB of meer (32bit)
2 GB of meer (64bit)
WindowsR 10
Vrije ruimte op de
450 MB of meer voor het installeren van software
hard disk
• Raadpleeg de gebruiksinstructies van “PHOTOfunSTUDIO” (PDF-bestand) voor meer
informatie over het besturingssysteem.
296
11. Aansluiten op andere apparatuur
SILKYPIX Developer Studio SE
Dit is software voor het bewerken van beelden in RAW-formaat.
Bewerkte beelden kunnen opgeslagen worden in een formaat (JPEG, TIFF, enz.) dat
afgebeeld kan worden op een personal computer.
Controleer onderstaande site om de software te downloaden en te installeren.
http://www.isl.co.jp/SILKYPIX/english/p/
• Besturingsomgeving
OS
Windows
WindowsR 7,
WindowsR 8,
WindowsR 8.1,
WindowsR 10
Mac
Mac OS X v10.6 tot v10.11
• Voor details over hoe de “SILKYPIX Developer Studio” te gebruiken, dient u de “Help” of de
Ichikawa Soft Laboratory’s support website te raadplegen.
LoiLoScope 30 dagen volledige probeerversie
(Windows 7/Windows 8/Windows 8.1/Windows 10)
Deze software stelt u in staat films heel gemakkelijk te bewerken.
Controleer onderstaande site om de software te downloaden en te installeren.
http://loilo.tv/product/20
• Alleen de probeerversie zal geïnstalleerd worden.
• Voor meer informatie over het gebruik van LoiLoScope dient u de handleiding van LoiLoScope
te lezen, die van de site gedownload kan worden.
• Om de software te downloaden, moet u de PC met het internet verbinden.
• Het kan enige tijd duren om de software te downloaden, afhankelijk van de
verbindingsomgeving.
297
11. Aansluiten op andere apparatuur
Beelden naar de PC overbrengen
Voorbereiding:
Installeer “PHOTOfunSTUDIO” op de PC. (P296)
1
Verbind de computer en de camera met de USB-aansluitkabel
(bijgeleverd).
• Schakel dit toestel en uw PC in alvorens de aansluiting te maken.
• Controleer de richting van de terminals en recht erin steken/eruit halen terwijl u de
stekker vasthoudt.
(Anders kan door een vervorming van het aansluitpunt, bij schuin of verkeerd
inbrengen, een slechte werking ontstaan.)
Sluit geen apparatuur op onjuiste aansluitingen aan. Dit kan een slechte werking
veroorzaken.
• Gebruik geen enkele andere USB-kabel dan de bijgeleverde kabel.
A [CHARGE]-aansluiting
B USB-aansluitingskabel (bijgeleverd)
2
Op 3/4 drukken om [PC] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET]
drukken.
• Als [USB mode] (P223) van te voren ingesteld is op de [PC] in het [Set-up] menu, zal de
camera automatisch verbonden worden aan de PC zonder het [USB mode]
selectiescherm af te beelden.
3
Kopieer de beelden naar de PC met gebruik van
“PHOTOfunSTUDIO”.
• De gekopieerde bestanden of mappen in Windows Explorer niet wissen of verplaatsen.
Als u de beelden in “PHOTOfunSTUDIO” bekijkt, zult u niet in staat zijn ze af te spelen
of te bewerken.
• Een batterij met voldoende batterijstroom of de netadapter (optioneel) gebruiken. Als de
batterijstroom laag wordt terwijl het toestel en de PC communiceren, knippert het statuslampje
en hoort u een alarm.
Maak de USB-aansluitingskabel op veilige wijze los. Gebeurt dat niet dan kunnen gegevens
verloren gaan.
• Voordat u een kaart erin doet of verwijdert, het toestel uitzetten en de USB-aansluitkabel
loskoppelen. Anders zouden gegevens beschadigd kunnen raken.
298
11. Aansluiten op andere apparatuur
∫ Naar een PC kopiëren zonder gebruik van “PHOTOfunSTUDIO ”
Als u niet in staat bent om “PHOTOfunSTUDIO ” te installeren, kunt u de bestanden en de
mappen naar uw PC kopiëren door de bestanden van dit toestel te verslepen en zo over te
brengen.
• De inhoud (mapstructuur) op de kaart van dit toestel is als volgt.
Voor Windows:
De drive ([LUMIX]) wordt weergegeven in [Computer]
Voor Mac:
Een drive ([LUMIX]) wordt op het bureaublad weergegeven
• Kaart
DCIM
100_PANA
P1000001.JPG
P1000002.JPG
P1000999.JPG
101_PANA
999_PANA
MISC
DCIM:
1 Mapnummer
2 Kleurruimte
Beelden
P: sRGB
_: AdobeRGB
3 Bestandsnummer
4 JPG:
Foto’s
MP4:
[MP4] Bewegende beelden
RW2:
Beelden in RAW-bestanden
MPO:
3D-beelden
MISC:
DPOF-print
Favorieten
AVCHD:
[AVCHD] Bewegende beelden
PRIVATE
AVCHD
• Er wordt een nieuwe map gecreëerd wanneer er beelden gemaakt worden in de volgende
situaties.
– Nadat [Nr. resetten] (P226) in het [Set-up]-menu uitgevoerd is
– Wanneer er een kaart die een map bevat met dezelfde mapnaam ingedaan is
(Zoals wanneer er beelden gemaakt werden m.b.v. een toestel van een ander merk)
– Wanneer er een beeld is met het nummer 999 binnenin de map
299
11. Aansluiten op andere apparatuur
Bewaren van foto's en films op een recorder
Als u een kaart, met inhouden die met dit toestel opgenomen
zijn, in een Panasonic recorder plaatst, kunt u de inhoud naar
een Blu-ray disc of een DVD, enz. dubben.
De methoden om foto's en films naar andere apparatuur te
exporteren, zullen afhankelijk zijn van het bestandsformaat
(JPEG, RAW, MPO, AVCHD, of MP4).
• Als [Aspectratio] op een andere optie dan [16:9] gezet is, kunnen geen 4K-burst-bestanden
(MP4-formaat) naar harde schijf-drives gedubd worden, met inbegrip van die van Panasonic
recorders. (Met ingang van april 2016)
• Zie de handleiding van de recorder voor details over het kopiëren en het afspelen.
300
11. Aansluiten op andere apparatuur
Beelden afdrukken
Als u de camera aansluit op een printer die PictBridge ondersteunt, kunt u de af te drukken
beelden selecteren en opdracht geven dat het printen van start gaat op de monitor van de
camera.
• Groepsbeelden zullen niet als groepsbeelden maar als enkele beelden weergegeven worden.
• Sommige printers kunnen direct van de kaart afdrukken die uit de camera gehaald is. Voor
details, de handleiding raadplegen van uw printer.
Voorbereiding:
Het toestel en de printer aanzetten.
Voer de instelling van de afdrukkwaliteit en andere instellingen uit op de printer voordat u
de beelden afdrukt.
1
2
Druk op de camera op [(].
Sluit de printer en de camera aan met de USB-aansluitkabel
(bijgeleverd).
• Controleer de richting van de terminals en recht erin steken/eruit halen terwijl u de
stekker vasthoudt.
(Anders kan door een vervorming van het aansluitpunt, bij schuin of verkeerd
inbrengen, een slechte werking ontstaan.)
Sluit geen apparatuur op onjuiste aansluitingen aan. Dit kan een slechte werking
veroorzaken.
• Gebruik geen enkele andere USB-kabel dan de bijgeleverde kabel.
A [CHARGE]-aansluiting
B USB-aansluitingskabel (bijgeleverd)
3
Op 3/4 drukken om [PictBridge(PTP)] te kiezen en vervolgens op
[MENU/SET] drukken.
301
11. Aansluiten op andere apparatuur
• De USB-aansluitkabel losmaken na het afdrukken.
• Een batterij met voldoende batterijstroom of de netadapter (optioneel) gebruikenen. Als de
resterende batterijstroom laag wordt terwijl het toestel en de printer aangesloten zijn, knippert
het statuslampje en hoort u een alarm. Als dit gebeurt tijdens het afdrukken, het afdrukken
onmiddellijk stopzetten. Als u niet aan het afdrukken bent, de USB-aansluitkabel loskoppelen.
• Sluit de USB-aansluitkabel niet af terwijl [å] weergegeven wordt (de icoon die afsluiting van de
kabel verbiedt) wordt weergegeven.
(wordt misschien niet weergegeven, afhankelijk van het type printer dat gebruikt wordt.)
• Voordat u er een kaart indoet of uithaalt, het toestel uitzetten, en de USB-aansluitkabel
loskoppelen.
In deze gevallen niet beschikbaar:
• Films, 4K-burst-bestanden en beelden opgenomen met [Post Focus] kunnen niet afgedrukt
worden.
Een beeld kiezen en uitprinten
1
Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en
vervolgens op [MENU/SET] drukken.
2
Op 3 drukken om [Print start] te kiezen en
vervolgens op [MENU/SET] drukken.
PictBridge
9HHOYDIGU
3ULQWHQ
Meerdere beelden kiezen en uitprinten
1
2
Op 3 drukken.
Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET]
drukken.
[Multi selecteren]
Meerdere beelden tegelijkertijd worden nu afgedrukt.
• Druk op 3/4/2/1 om de beelden te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
(Drukt u opnieuw op [MENU/SET] dan wordt de instelling
geannuleerd.)
• Druk nadat de beelden geselecteerd zijn op 2 om [Uitvoer.] te
selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
[Alles selecteren]
Alle opgeslagen beelden uitprinten.
[Print inst.(DPOF)] Drukt alleen de beelden af die ingesteld zijn in [Print inst.]. (P248)
[Favorieten]
3
Hiermee drukt u alleen de beelden af die zijn ingesteld als favorieten.
(P247)
Op 3 drukken om [Print start] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
302
11. Aansluiten op andere apparatuur
∫ Afdrukinstellingen
Selecteer de items zowel op het scherm in stap 2 van de procedure “Een beeld kiezen en
uitprinten” en in stap 3 van de procedure “Meerdere beelden kiezen en uitprinten” en stel
ze in.
[Print met dat.]
Stelt de datumafdruk in.
[Aantal prints]
Stelt het aantal af te drukken beelden in (tot 999 beelden).
[Papierafmeting]
Stelt het papierformaat in.
[Lay-out pagina]
Stelt in of al dan niet randen toegevoegd moeten worden en hoeveel
beelden op ieder vel papier afgedrukt worden.
• Wanneer u beelden wilt afdrukken op een papierformaat of met een opmaak die niet verwerkt
worden door het toestel, stelt u [Papierafmeting] of [Lay-out pagina] in op [{] en stelt u
vervolgens het papierformaat of de opmaak in op de printer.
(Voor details de handleiding van de printer raadplegen.)
• Als de printer geen datum afdrukt, kan de datum niet op de foto afgedrukt worden.
• Afhankelijk van de printer kunnen de afdrukinstellingen van de datum van de printer voorrang
krijgen, dus controleer dit als dat het geval is.
• Het toestel ontvangt een bericht van de printer wanneer de [¥] aanduiding oranje wordt tijdens
het afdrukken. Nadat het afdrukken voltooid is, controleren of er problemen zijn met de printer.
303
11. Aansluiten op andere apparatuur
Van 3D-beelden genieten
3D-beelden opnemen
Als u de onderlinge verwisselbare 3D-lens (H-FT012: optioneel) op uw toestel aanbrengt,
kunt u voor extra effecten 3D-beelden opnemen.
1
2
Bevestig de onderling verwisselbare 3D-lens op het toestel.
Breng het onderwerp in het frame en neem op door de sluiterknop
volledig in te drukken.
• Scherpstellen is niet nodig bij het opnemen van 3D-beelden.
• Foto’s die met de onderling verwisselbare 3D-lens opgenomen worden, worden in het
MPO-formaat (3D) bewaard.
Om er zeker van te zijn dat de 3D-beelden veilig bekeken kunnen worden, dient u
tijdens het opnemen op de volgende punten te letten.
• Neem waar mogelijk op door het toestel horizontaal te houden.
• De aanbevolen minimumafstand tot het onderwerp is 0,6 m.
• Zorg ervoor het toestel niet te schudden als u in een auto zit of loopt.
• Er wordt aangeraden om een statief of een flitser te gebruiken om stabiele beelden op te
nemen.
• Er kunnen tot ongeveer 3990 3D-beelden opgenomen worden op een kaart van 16 GB.
(Als de beeldverhouding op [4:3] gezet is en de kwaliteit op [
] gezet is.)
• Lees de handleiding van de onderling verwisselbare 3D-lens voor details.
• U kunt 3D-beelden niet verticaal opnemen.
• Als de afstand tot het onderwerp tussen de 0,6 m en ongeveer 1 m bedraagt, wordt de
horizontale ongelijkheid te groot en kan het zijn dat u op de randen van het beeld geen
3D-effect ziet.
304
11. Aansluiten op andere apparatuur
Afspelen van 3D-beelden
Sluit het toestel aan op een televisie die compatibel is met 3D, speel de in 3D opgenomen
beelden af en geniet van de extra effecten van de 3D-beelden.
Voorbereiding: Zet [HDMI-functie (afspelen)] op [AUTO], [1080p] of [1080i]. (P224)
Zet [3D-weergave] op [
]. (P225)
Sluit het toestel met de HDMI-microkabel aan op een 3D-compatibele
televisie en laat het afspeelbeeldscherm weergeven. (P292)
• Wanneer [VIERA link] op [ON] gezet wordt en het toestel aangesloten wordt op een TV die
VIERA Link ondersteunt, zal automatisch naar de input van de TV geschakeld worden en zal
het afspeelscherm afgebeeld worden. (P294)
• Voor de in 3D opgenomen beelden zal bij het afspelen [
] op het thumbnail-display
weergegeven worden.
∫ Omschakelen van de afspeelmethode voor in 3D opgenomen foto’s
1 Selecteer de in 3D opgenomen foto.
2 Selecteer [2D/3D-inst.] in het [Afspelen]-menu. (P54)
• De afspeelmethode zal naar 3D schakelen als het op 2D (conventioneel beeld) stond, of
zal naar 2D schakelen als het op 3D stond.
• Als u zich moe, ongemakkelijk of op een andere manier niet gewoon voelt terwijl u naar
3D-beelden kijkt, stel dan opnieuw 2D in.
• Het is ook mogelijk om de in 3D opgenomen beelden af te spelen door een SD-kaart in de
3D-compatibele televisie, die een kaartsleuf heeft, te plaatsen.
• Er zal enkele seconden lang een zwart beeldscherm weergegeven worden als u tussen het
afspelen van 3D-beelden en 2D-beelden heen en weer schakelt.
• Als u een thumbnail van een 3D-beeld selecteert, kan het enkele seconden duren voordat het
afspelen van start gaat. Na het afspelen kan het enkele seconden duren voordat de
thumbnail-weergave opnieuw verschijnt.
• Als u 3D-beelden bekijkt, kunnen uw ogen moe worden als u zich te dichtbij het
televisiescherm bevindt.
• Als uw televisie niet naar een 3D-beeld schakelt, verricht dan de benodigde instellingen op uw
televisie.
(Raadpleeg voor details de handleiding van de televisie.)
• 3D-beelden kunnen op uw computer of op apparatuur van Panasonic bewaard worden. (P295,
300)
305
11. Aansluiten op andere apparatuur
Functies die niet op 3D-beelden gebruikt kunnen worden
∫ Functies die tijdens het 3D-opnemen niet gebruikt kunnen worden
Wanneer u met de onderling verwisselbare 3D-lens (H-FT012: optioneel) opneemt,
worden de volgende kenmerken uitgeschakeld:
(Opnamefuncties)
• Instelling van openingswaarde
• Werking van Auto Focus/Manuele Focus
• Werking van de zoom
• Opname bewegende beelden¢1
• 4K-foto-opname
• Panorama Shot-modus
• [Glinsterend water]/[Fonkelende verlichting]/[Nachtop. uit hand] (Scene Guide modus)
• [Ruw zwart-wit]/[Expressieve indruk]/[Hoge dynamiek]/[Speelgoedcam.effect]/
[Speelgoedcamera levendig]/[Sterfilter]/[Kleuraccent]/[Zonneschijn] (Creative Control modus)
• De focus control functie
¢1 De filmknop, de Creative Motion Picture modus en het [Bewegend beeld]-menu zullen niet
beschikbaar of niet bruikbaar zijn.
(Menu [Opname])
• [Gelijktijdig zond. filter] in [Filterinstellingen]/[Fotoresolutie]¢2/[Kwaliteit]¢3/[Focusfunctie]/[SH]
van [Burstsnelh.]/Lensopening Bracket, Focus Bracket, en Witbalans Bracket in [Bracket]/
[Int.dynamiek]/[I.resolutie]/[Post Focus]/[iHandh. nachtop.]/[iHDR]/[HDR]/[Multi-belicht.]/
[Panorama-instellingen]/[Rode-ogencorr]/[Schaduwcomp.]/[Ex. tele conv.]/[Dig. zoom]
¢2 De instelling staat vast zoals hieronder getoond wordt.
Aspectratio
[4:3]
[3:2]
Beeldgrootte
1824k1368
1824k1216
Aspectratio
[16:9]
[1:1]
Beeldgrootte
1824k1024
1712k1712
¢3 Wanneer u de onderling verwisselbare 3D-lens bevestigt, worden de volgende iconen
weergegeven.
[
]
([3D+fijn])
[
]
([3D+standaard])
Zowel MPO-beelden als fine JPEG-beelden worden simultaan
opgenomen.
Zowel MPO-beelden als standaard JPEG-beelden worden simultaan
opgenomen.
(Menu [Voorkeuze])
• [AF/AE vergrend.]/[Sluiter-focus]/[Quick AF]/[Oogsensor AF]/[Spot AF tijd]/[Spot AF weergave]/
[AF ass. lamp]/[Direct focuspunt]/[Prio. focus/ontspan]/[AF+MF]/[MF assist]/[MF assist
weergave]/[MF-gids]/[Opn.gebied]/[Rest-aanduiding]/[Videotoets]/[Powerzoomlens]/[Touch AF]
([Touch inst.])/[Touchpad AF] ([Touch inst.])
∫ Functies die tijdens het afspelen van 3D-beelden niet gebruikt kunnen worden
Tijdens het 3D-afspelen van 3D-beelden op een 3D-compatibele TV zijn de volgende
functies uitgeschakeld.
• [Highlight] ([Voorkeuze]-menu)
• Terugspeelzoom
• Opmaakfuncties in het [Afspelen]-menu (menufuncties anders dan [Diashow]/[Afspeelfunctie])
306
12.
Overige
Optionele accessoires
• Bepaalde optionele accessoires kunnen niet beschikbaar zijn in bepaalde landen.
Externe Flits (optioneel)
Na het bevestigen van de flits (DMW-FL200L, DMW-FL360L,
DMW-FL580L: optioneel), zal het effectieve bereik vergroot worden
wanneer deze vergeleken wordt met de ingebouwde flits van het
toestel.
Voorbereiding:
• Zet het toestel uit en sluit de ingebouwde flits.
De bescherming van de flitsschoen verwijderen
Het toestel wordt geleverd met een bescherming voor de flitsschoen
die op de flitsschoen bevestigd is.
Verwijder de bescherming van de flitsschoen door eraan
te trekken in de richting die aangeduid wordt door pijl
2, terwijl u er op duwt in de richting die aangeduid
wordt door pijl 1.
• De bescherming van de flitsschoen buiten het bereik van kinderen
houden om het inslikken ervan te voorkomen.
• Raadpleeg P158 om de instellingen voor externe flitsers op de camera te veranderen.
• Raadpleeg P163 voor de instellingen van de draadloze flitser.
Als andere in de handel verkrijgbare externe flitsers zonder
communicatiefuncties op de camera gebruikt worden
• In dit geval moet u de belichting instellen op de externe flitslamp. Als u de flitslamp toch wilt
gebruiken in de automatische functie, moet u er een gebruiken waarvoor u het diafragma en
de ISO-gevoeligheid kunt instellen en kunt aanpassen aan die van de camera.
• Stel de diafragmaprioriteit AE-functie of de handmatige-belichtingsfunctie op de camera in en
stel daarna dezelfde diafragmawaarde en ISO-gevoeligheid in op de externe flitser. (De
belichting kan niet voldoende worden gecompenseerd als de diafragmawaarde in de
sluitertijdprioriteit AE-functie wordt gewijzigd en de externe flitser kan het licht niet voldoende
corrigeren in de Programme AE-functie als de diafragmawaarde niet kan worden gefixeerd.)
307
12. Overige
• Als een externe flitser aangesloten is, zijn de volgende functies beschikbaar naast de functies
die beschikbaar zijn met de ingebouwde flitser.
– Burst-opname (als een andere instelling dan [SH] voor [Burstsnelh.] geselecteerd is)
– Lensopening Bracket
– Focus Bracket
• U kunt de openingswaarde, de sluitertijd en de ISO-gevoeligheid op het toestel instellen zelfs
wanneer de externe flits erop gezet wordt.
• Als u op korte afstand opneemt met een brede hoek, zou er licht geblokkeerd kunnen worden
door de lens, wat het onderste gedeelte van het scherm donker maakt.
• Gebruik geen in de handel verkrijgbare externe flitsers met hoogspanning
synchro-aansluitingen, omgekeerde polariteit of functies die ze in staat stellen met de camera
te communiceren. Doet u dat wel dan kan de camera slecht of verkeerd gaan werken.
• Wanneer u de externe flits bevestigt, niet alleen de externe flits vasthouden omdat deze los zou
kunnen raken van het toestel.
• Lees de gebruiksaanwijzing van de externe flits voor details.
Netadapter (optioneel)/DC-koppelaar (optioneel)
Door een (optionele) netadapter en een (optionele) DC-koppelstuk te gebruiken, kunt u
opnemen en afspelen zonder u zorgen te maken over de resterende batterijlading.
Het optionele DC-koppelstuk kan alleen gebruikt worden met de aangewezen Panasonic
netadapter (optioneel).
• Gebruik altijd een originele Panasonic netadapter (optioneel).
• Wanneer een (optionele) netadapter gebruikt wordt, moet de netkabel gebruikt worden die bij
de netadapter geleverd is.
• Lees ook de handleiding voor de netadapter (optioneel) en de DC-koppelaar.
Filter (optioneel)
De MC-beveiliging is een transparante filter die noch de kleuren noch de hoeveelheid licht
beïnvloedt die u dus altijd kunt gebruiken om de cameralens te beschermen.
De ND-filter herleidt de lichthoeveelheid ongeveer 1/8e (wat overeenstemt met 3 maal
vergrote opening) zonder de kleurbalans te beïnvloeden.
PL-filter zal het teruggekaatste licht van een metaal of niet sferische oppervlakken (platte
niet metallische oppervlakken, waterdamp of onzichtbare deeltjes in de lucht)
onderdrukken, het zo mogelijk makend een beeld te maken met vergroot contrast.
• Geen meervoudige filters tegelijk bevestigen.
• U kunt de lensdop of de lenskap bevestigen wan de filter bevestigd is.
• Als u problemen heeft met het bevestigen of verwijderen van het PL-filter op de onderling
verwisselbare lens (H-H020A), raden we aan dat u het filter bevestigt of verwijdert terwijl de
stroom van de camera ingeschakeld is en de focusmodus op [MF] staat.
• Raadpleeg de instructies voor elk filter voor details.
308
12. Overige
Display Monitor/Display Zoeker
• De volgende afbeeldingen zijn voorbeelden van wanneer het displayscherm in de
monitor op [
] (monitorstijl) gezet is.
In Opname

50p
4:3
L
BKT
AFS

ラュン

Fn5
Fn6
×
F
MINI
SS
Fn7
Fn8

AEL

BKT
3.5 60
BKT
0 200
BKT
AWB

1
SNAP
STD.
C2
P
1
WIDE
EXPS
Standaardinstellingen (P91)
8m30s
WL
50p
50p
SNAP
4SEC
4:3
Flitser (P161, 164)
Peaking (P214)
Opnameformaat/
Opnamekwaliteit (P168)
Schaduw markeren (P195)
ラュン
Snap Movie (P176)
M
Extra Teleconversie (bij
foto-opnames) (P151)
EX
Automatisch schakelen tussen
zoeker/monitor (P40)
Extra Teleconversie (bij
filmopnames) (P151)
Beeldgrootte/Beeldverhouding
(P192)
Verstreken opnametijd¢1 (P166)
Simultane opname-lampje
(P174)
Flitsfunctie (P159)
L
4:3
Instelling beeldeffect (filter)
(P190)
Kaart (alleen afgebeeld tijdens
opname) (P28)
Photo Style (P188)
Œ
Beeldformaat (Panorama
Shot-modus) (P78)
Display voor de afstelling van
het beeldeffect (filter) (P86, 190)
Opnamefunctie (P43)
EXPS
‰
ISO
Fn9
98
HDR (P197)/iHDR (P66)
Multi exposure (P198)
Digitale zoom (P153)
Elektronische sluiter (P199)
Fotomodus (Fotoprioriteit)
(P174)
Aanduiding oververhitting
(P320, 321)
309
12. Overige
2
4
A›
Kwaliteit (P193)
AF-zone (P93, 102)
AFS AFF AFC MF
Focusmodus (P95, 106)
Puntfocussing (P194)
Focus Bracket (P140)
Zelfontspanner (P137)
Post Focus (P131)
Weergave microfoonniveau
(P208)
BKT
AFS
š
Ø
AF-functie (P97)
Stille modus (P210)
Pull Focus (P178)
Gezichtsherkenning (P204)
AFL
AE-vergrendeling (P109)
AEL
AE
Meetfunctie (P53, 194)
Programmaschakeling (P70)
AF-vergrendeling (P109)
Burst (P135)
3.5
4K-foto (P118)
3.5
Zelfontspanner (P137)
Lensopening (P42)
BKT
Lensopening Bracket (P140)
60
Sluitertijd (P42)
Waarde belichtingscompensatie
(P110)
Batterij-aanduiding (P22)
Beeldstabilisator (P146)
BKT
Belichting Bracket (P139)
Helderheid (P68, 88)
LOW
STAR
Waarschuwingsbeweging
(P147)
Handmatige
belichtingsassistentie (P73)
Opnamestatus (knippert rood)/
Brandpunt (brandt groen)
(P42)
ISO-gevoeligheid (P112)
5
Focus (met geringe verlichting)
(P93)
Gebruiksaanwijzing draaiknop
(P217)
Brandpunt (Starlight AF) (P93)
BKT
AWB
Verbonden met Wi-Fi
Histogram (P215)
VÐîÑ
1
3
Witbalansbracket (P117)
Fijnafstelling witbalans (P116)
Witbalans (P114)
Kleur (P68)
Naam¢2 (P206)
Aantal dagen dat verstreken is sinds de
vertrekdatum¢3 (P220)
Leeftijd¢2 (P206)
98
Aantal opneembare beelden
(P30)
r20
Maximum aantal beelden dat
continu opgenomen kan worden
(P135)
R 8m30s
Beschikbare opnametijd¢1 (P30)
Locatie¢3 (P220)
Huidige datum en tijd/Instelling reisbestemming¢3:
“ (P220)
Belichtingsmeter (P217)
Weergave brandpuntafstand (P154)
Step Zoom (P154)
310
12. Overige
6
Raak tab (P219) aan
Raak zoom (P155)
×
Raak sluiter (P52)
AE
Touch AE (P53)
Peaking (P214)
Fn5
Fn6
Fn7
Fn8
Fn9
SNAP
Functietoets (P59)
Kleur (P68)
Defocus control Functie (P67, 88)
Helderheid (P68, 88)
Type defocus ([Miniatuureffect]) (P85)
Eenpuntskleur (P85)
/
Positie van de lichtbron (P86)
/
Afstelling van het beeldeffect (filter) (P88, 190)
(P90)
Beeldeffect ON/OFF (P190)
MINI
F
Beeldeffect (filter) (P190)
Lensopening (P42)
SS
Sluitertijd (P42)
ISO
ISO-gevoeligheid (P112)
Instelling microfoonniveau (P208)
¢1 m: minuut, s: seconde
¢2 Dit wordt ongeveer 5 seconden weergegeven wanneer de camera ingeschakeld wordt als
de instelling van [Profiel instellen] ingesteld is.
¢3 Dit wordt ongeveer 5 seconden weergegeven wanneer de camera ingeschakeld wordt,
nadat de klok ingesteld is en nadat van de afspeelmodus naar de opnamemodus
geschakeld is.
311
12. Overige
In Opname
Opname-informatie op de monitor
3
F 3.5


1/60
Enkel (P134)
0
ISO
AUTO
AFS
Burst (P135)
0
0
4:3
L
Wi-Fi Fn
AWB
98
4K-foto (P118)
Zelfontspanner (P137)


1
AFS AFF AFC MF
Focusmodus (P95, 106)
š
Ø
AF-functie (P97)
Kwaliteit (P193)
A›
C1
1
4:3
Opnamefunctie (P43)
EXPS
Beeldformaat/Beeldverhouding
(P192)
L
Wi-Fi
F3.5
Lensopening (P42)
1/60
Sluitertijd (P42)
Wi-Fi (P252)
Instelling functieknop (P58)
Fn
4
Batterij-aanduiding (P22)
2
Photo Style (P188)
ISO
ISO-gevoeligheid (P112)
AUTO
Waarde belichtingscompensatie
(P110)
0
AWB VÐîÑ
1
Bediening van het intelligente
dynamische bereik (P196)
Helderheid (P68)
0
Handmatige
belichtingsassistentie (P73)
‰
Œ
Flitsfunctie (P159)
WL
Flitser (P161, 163)
Witbalans (P114)
AE
98
Aantal opneembare beelden
(P30)
r20
Maximum aantal beelden dat
continu opgenomen kan worden
(P135)
R 8m30s
312
Meetfunctie (P194)
Beschikbare opnametijd (P30)
12. Overige
In Terugspelen
2
4:3
1

L
1/98
Icoon die op de aanwezigheid van
een marker duidt (P126)

IRWR
Post Focus (P131)
('$*

4K-foto (4K-burst-bestand) (P118)

4:3
PQG GJ
F3.5 60
0
200
AWB

L
50p
Beeldformaat/Beeldverhouding
(P192)
Opnameformaat/Opnamekwaliteit
(P168)
Snap Movie (P176)
1
3D
A›
Afspeelmodus (P232)
Kwaliteit (P193)
Batterij-aanduiding (P22)
Beveiligd beeld (P249)
1/98
Aantal afdrukken (P248)
Verbonden met Wi-Fi
Weergave locatie-informatie (P233)
Ü
Favorieten (P247)
å
Verbodspictogram voor
kabelloskoppeling (P302)
Films afspelen (P180)
Spelen panorama (P79)
Continu afspelen burst-beeldengroep
(P184)
Foto's van een 4K-burst-bestand
bewaren (P126, 129)
Bewaar een beeld uit de beelden die
opgenomen zijn met gebruik van
[Post Focus] (P133)
Continu afspelen van
[Intervalopname] beeldengroep
(P184)
Continu afspelen van de Stop Motion
Animation-groep (P184)
‘
Afgedrukt met tekstaanduiding
(P241)
8m30s
Verstreken afspeeltijd¢1 (P180)
Beeldnummer/Totaal opnamen
313
IRWR
Aantal groepsbeelden
8m30s
Opnametijd films¢1 (P180)
12. Overige
Continu afspelen van de
stop-motion-animatiegroep (P185)
3
Icoon voor voltooiing van Clear
Retouch (P239)
SUB
MENU
Stille modus (P210)
Icoon voor huidig opvragen
informatie (P130)
PQGGJ
Afspelen (films) (P180)
('$*
Sub-menu (P276)
Leeftijd (P206, 207)
Meervoudig terugspelen (P183)
Aantal dagen dat verstreken is sinds
de vertrekdatum (P220)
Uploaden (Wi-Fi) (P276)
Wissen (P186)
4
Weergave burst-beeldengroep
(P185)
Naam¢2 (P206, 207)
Weergave focus bracket groep
(P185)
Locatie¢2 (P220)
Titel¢2 (P240)
[Intervalopname] Weergave
beeldengroep (P185)
5
Opname-informatie
In Terugspelen
Weergave van gedetailleerde informatie
60
F3.5
0

WB
ISO
AWB
200
AFS
P

STD.
10:00 1.DEC.2016
4:3
L
1
s
RGB
100-0001

3
Opname-informatie
4:3
L
Bediening van het intelligente
dynamische bereik (P196)
50p
HDR (P197)/iHDR (P66)
Intelligente Resolutie (P196)
A›
Beeldformaat/Beeldverhouding
(P192)
Opnameformaat/Opnamekwaliteit
(P168)
Kwaliteit (P193)
Kleurruimte (P203)
Schaduwcompensatie (P202)
4K-foto (4K-burst-bestand) (P118)
2
Post Focus (P131)
Opgenomen datum en tijd/Wereldtijd (P220)
100-0001 Map/bestandsnummer (P299)
314
12. Overige
In Terugspelen
Weergave histogram

F3.5 60
0 ISO200

1
1/98
100-0001
3
1/98
Histogram (P50)
2

Beeldnummer/Totaal opnamen
100-0001 Map/bestandsnummer (P299)
Opname-informatie
¢1 m: minuut, s: seconde
¢2 Dit wordt afgebeeld in de volgorde van [Titel], [Locatie], [Naam] ([Baby1]/[Baby2], [Huisdier]),
[Naam] ([Gezicht herk.]).
315
12. Overige
Waarschuwingen op het scherm
Soms verschijnen op het scherm bevestigingen of foutmeldingen.
De belangrijkste meldingen worden hieronder beschreven.
[Sommige foto’s kunnen niet gewist worden]/[Deze foto kan niet gewist worden]
• Dit kenmerk kan alleen gebruikt worden voor beelden die aan de DCF-standaard voldoen.
Voer het formatteren (P29) op dit toestel uit na de benodigde gegevens op een PC, enz.,
bewaar te hebben.
[Kan op deze foto niet ingesteld worden]
• [Titel bew.], [Tekst afdr.], [Print inst.], enz., kan niet ingesteld worden voor beelden die niet op
de DCF-stanaard gebaseerd zijn.
[Storing geheugenkaart Kaart formateren ?]
• Het is een formaat dat niet gebruikt kan worden met dit toestel.
– Er een andere kaart inzetten.
– Formatteer de kaart opnieuw met het toestel, nadat de nodige gegevens opgeslagen zijn op
een PC, enz. (P29)
De gegevens zullen gewist worden.
[Lens niet goed aangesloten. Druk niet op lensontkoppelingsknop als lens is aangesl.]
• Maak de lens in een keer los en breng hem weer aan zonder op de vrijgaveknop van de lens
te drukken. (P32)
Schakel dit toestel opnieuw in en neem contact op met de verkoper als het nog steeds
weergegeven wordt.
[Lensfout. Controleer lens of lens juist opgezet is.]
• Maak de lens los van de camerabody en veeg de contacten op de lens en op de camerabody
schoon met een droog katoenen lapje.
Bevestig de lens, schakel het toestel weer in en neem contact op met de verkoper als het nog
steeds weergegeven wordt.
[Storing geheugenkaart]/[Deze geheugenkaart kan niet worden gebruikt.]
• Gebruik een kaart die met dit toestel compatibel is. (P28)
[Plaats SD-kaart opnieuw]/[Andere kaart proberen a.u.b.]
• Er heeft zich een fout voorgedaan bij het toetreden van de kaart.
Voer de kaart opnieuw in.
• Er een andere kaart inzetten.
[Leesfout/Schrijffout
Controleer de geheugenkaart]
• Het is niet gelukt gegevens te lezen of te schrijven.
Verwijder de kaart nadat u dit toestel uitgeschakeld heeft. Plaats de kaart opnieuw, schakel dit
toestel in en probeer de gegevens opnieuw te lezen of te schrijven.
• De kaart zou stuk kunnen zijn.
• Er een andere kaart inzetten.
316
12. Overige
[Opname bew. beelden geann. schrijfsnelheid kaart te beperkt]
• Afhankelijk van het [Opname-indeling] en de [Opn. kwaliteit] van een film wordt een andere
snelheidsklasse van de kaart vereist. Het maken van 4K-foto's vereist een kaart die aan een
speciale snelheidsklasse moet voldoen. Gebruik een kaart die aan de snelheid voldoet.
Raadpleeg voor details “Film-/4K-foto-opnames en snelheidsklassen” op P28.
• Als het opnemen stopt, zelfs met gebruik van een kaart die voldoet aan de snelheidsklasse,
zal de snelheid van het schrijven van de gegevens te langzaam zijn. We raden aan dat u een
back-up maakt en vervolgens de kaart formatteert (P29).
Afhankelijk van het type kaart kan het opnemen mogelijk halverwege stoppen.
[Deze batterij kan niet gebruikt worden]
• Gebruik een originele Panasonic batterij. Als dit bericht zelfs weergegeven wordt wanneer een
originele Panasonic batterij gebruikt wordt, neem dan contact op met de verkoper of met Panasonic.
• Als de batterijaansluiting vuil is, reinig deze dan en neem onbekende deeltjes weg.
[Kan geen verbinding maken met draadloos toegangspunt]/[Verbinding is mislukt]/
[Kan bestemming niet vinden]
• De informatie van het draadloze toegangspunt die op dit toestel ingesteld is, is verkeerd.
Controleer het authentificatietype, encryptietype en de encryptiesleutel. (P284)
• Radiogolven vanaf andere inrichtingen kunnen de verbinding naar een draadloos
toegangspunt blokkeren.
Controleer andere inrichtingen die verbonden zijn met het draadloze toegangspunt en
inrichtingen die de 2,4 GHz band gebruiken.
[Verbinding mislukt. Probeer het opnieuw over enkele minuten.]/
[Netwerkverbinding verbroken. Het overzetten is gestopt.]
• Radiogolven afkomstig van het draadloze toegangspunt worden zwak.
Voer de verbinding dichter in de buurt van het draadloze toegangspunt uit.
• Afhankelijk van het draadloze toegangspunt zou verbinding automatisch verbroken kunnen
worden nadat er een specifieke tijd om is.
Maak de verbinding opnieuw.
[De verbinding is mislukt]
• Verander het toegangspunt waarmee verbinding gemaakt moet worden in de
Wi-Fi-instellingen van de smartphone op deze camera.
[Kan geen verbinding maken met de server.]
• Als een bericht weergegeven wordt waarmee verzocht wordt het root-certificaat te updaten,
ga dan akkoord met het updaten van het root-certificaat.
317
12. Overige
Problemen oplossen
Probeer als eerste de volgende procedures (P318 tot P327).
Als het probleem niet verholpen is, kan het verbeterd worden door de selectie van
[Resetten] (P226) in het [Set-up]-menu.
Batterijen en stroom
Als ik de camera schudt, hoor ik een ratelend geluid uit de camera komen.
• Het geluid wordt veroorzaakt door de Beeldstabilisator in de body. Dit duidt niet op een slechte
werking.
Het toestel kan niet bediend worden zelfs wanneer het aanstaat.
Het toestel gaat uit onmiddellijk nadat het aangezet is.
• De batterij is op. Laad de batterij op. (P19)
Dit toestel wordt automatisch uitgeschakeld.
• [Besparing] is ingeschakeld. (P223)
Het laadlampje knippert.
• Dit fenomeen doet zich voor bij laden in een omgeving met een zeer hoge of zeer lage
temperatuur.
> Sluit de (bijgeleverd) USB-aansluitkabel opnieuw aan in een omgeving waar de
omgevingstemperatuur (en de temperatuur van de batterij) zich binnen een bereik van
10 oC tot 30 oC bevindt en probeer opnieuw te laden.
• Als uw PC niet in staat is voldoende stroom te verstrekken, is opladen niet mogelijk.
De batterij raakt te snel leeg.
• Als [
] ([4K-voorburst]) ingesteld is, raakt de batterij sneller leeg.
> Selecteer [
] ([4K-voorburst]) alleen wanneer u aan het opnemen bent.
• Wordt er een Wi-Fi-verbinding gebruikt gedurende een lange tijd?
De batterij kan snel leeg raken wanneer deze verbonden is aan Wi-Fi.
> Schakel het toestel vaak uit d.m.v. de [Besparing], enz. (P223)
Opnemen
Fotograferen is niet mogelijk.
De sluiter zal niet onmiddellijk in werking treden wanneer er op de ontspanknop
gedrukt wordt.
• Is [Prio. focus/ontspan] in het [Voorkeuze]-menu op [FOCUS] gezet? (P212)
U kunt geen foto maken zolang het onderwerp niet scherp gesteld is.
318
12. Overige
Het opgenomen beeld is witachtig.
• De opname lijkt misschien witachtig als er vingerafdrukken of iets dergelijks op de lens of
beeldsensor terecht zijn gekomen.
> Als de lens vuil is, schakelt u het toestel uit en veegt u de lens vervolgens zachtjes schoon
met een zachte, droge doek.
> Raadpleeg P329 als de beeldsensor vuil geworden is.
Het beeld is te licht of te donker.
• Als de AE-vergrendleling (P109) onjuist toegepast?
Er worden in één keer meervoudige beelden opgenomen.
• Controleer de instelling van de drive-modus. (P134)
• Bent u de bracket-functie aan het gebruiken? (P138)
Het object is niet goed scherp.
• Het onderwerp ligt buiten het brandpuntbereik van de camera.
• Is [Prio. focus/ontspan] in het [Voorkeuze]-menu op [RELEASE] gezet? (P212)
• Is [Sluiter-focus] in het [Voorkeuze]-menu op [OFF] gezet? (P210)
• Is de AF-vergrendeling (P109) onjuist toegepast?
Het opgenomen beeld is wazig.
De beeldstabilisator is niet doeltreffend.
• De sluitertijd zal langer worden en de beeldstabilisatorfunctie kan mogelijk niet naar behoren
werken als foto's gemaakt worden, met name op donkere plaatsen.
> Wij raden aan een statief en de zelfontspanner (P137) te gebruiken wanneer u opnamen
maakt met een langzame sluitertijd.
Het opgenomen beeld ziet er onafgewerkt uit.
Er verschijnt ruis op het beeld.
• Probeer het volgende:
> Verlaag de ISO-gevoeligheid. (P112)
> Verhoog de instelling voor [Ruisreductie] in [Fotostijl] of verlaag de instelling voor ieder van
de items behalve [Ruisreductie]. (P189)
> Zet [Lang sl.n.red] op [ON]. (P202)
Het onderwerp verschijnt vervormd op het beeld.
• Als u een bewegend onderwerp opneemt met gebruik van de elektronische sluiter, of als u een
film of een 4K-foto opneemt, kan het onderwerp vervormd op het beeld verschijnen. Dit is een
kenmerk van MOS-sensoren die als de pickup-sensoren van het toestel werken. Het is geen
storing.
319
12. Overige
Er kunnen strepen of beeldflikkering verschijnen onder verlichting zoals
fluorescente verlichting en LED-verlichting-inrichting.
• Dit is kenmerkend voor MOS-sensoren die dienst doen als de
pickupsensoren van de camera.
Dit is geen storing.
• Als de elektronische sluiter (P199) gebruikt wordt, zal het verlagen van
de sluitertijd het effect van de horizontale strepen verkleinen.
• Wanneer u bij het opnemen van films aanzienlijke flikkering of strepen
opmerkt bij een verlichting zoals een fluorescente of LED-verlichting, kunt u de flikkering of
strepen verminderen door [Antiflikkering] (P208) in te stellen en de sluitertijd vast te zetten. Het
is mogelijk een sluitertijd te selecteren vanaf [1/50], [1/60], [1/100] of [1/120]. U kunt de
sluitertijd met de hand instellen in de Creatieve Video-modus. (P89)
Er verschijnen strepen bij hoge ISO-gevoeligheid.
• Er kunnen strepen verschijnen bij hoge ISO-gevoeligheid of afhankelijk van de lens die
gebruikt wordt.
> Verlaag de ISO-gevoeligheid. (P112)
De helderheid van de tint van het gemaakte beelden verschilt van de eigenlijke
scène.
• Wanneer u onder fluorescente of LED-verlichting enz. opneemt, zou het verhogen van de
sluitertijd kleine veranderingen m.b.t. de helderheid en de kleur met zich mee kunnen brengen.
Deze veranderingen zijn een resultaat van de eigenschappen van de lichtbron en duiden niet
op storing.
• Wanneer u onderwerpen opneemt op extreem heldere plekken of onder fluorescente
verlichting, LED-verlichting, een kwiklamp, natriumverlichting enz., zouden de kleuren en de
schermhelderheid kunnen veranderen of zouden er horizontale strepen kunnen verschijnen op
het scherm.
Er wordt een helder punt dat zich niet in het onderwerp bevindt opgenomen.
• Er kunnen defecte pixels in de beeldsensor zijn.
> Voer de [Pixelverbeter.] (P227) uit.
U kunt de belichting niet compenseren.
• Druk op de modusknop op de achterkant om naar de belichtingscompensatie te schakelen.
(P110)
De 4K-foto-opname stopt voordat de opname klaar is.
• Als de omgevingstemperatuur hoog is of als de opname met [
] ([4K-burst]) of [
]
([4K-burst (S/S)]) van de 4K Photo-functie continu uitgevoerd wordt, kan de camera [
]
weergeven en de opname stoppen om zichzelf te beschermen. Wacht tot de camera afkoelt.
320
12. Overige
Bewegende beelden
Opnemen video's is niet mogelijk.
• Misschien bent u korte tijd niet in staat om opnames te maken wanneer u dit toestel net
ingeschakeld heeft of wanneer u een kaart met grote capaciteit gebruikt.
Opnemen van bewegende beelden stopt halverwege.
• Als de omgevingstemperatuur hoog is, of de film continu opgenomen is, kan de camera
mogelijk [
] weergeven en de opname stoppen om zichzelf te beschermen. Wacht tot de
camera afkoelt.
• Afhankelijk van het [Opname-indeling] en de [Opn. kwaliteit] van een film wordt een andere
snelheidsklasse van de kaart vereist. Gebruik een kaart die aan de snelheid voldoet. (“Film-/
4K-foto-opnames en snelheidsklassen” op P28)
Soms is het moeilijk scherp te stellen met Auto Focus als 4K-films opgenomen
worden.
• Dit fenomeen doet zich voor als de camera met een zeer accuraat brandpunt bij een zeer lage
Auto Focus-snelheid probeert op te nemen en is geen storing.
Bij video’s worden afwijkende klik- en zoemgeluiden opgenomen.
Het opgenomen geluid is heel zacht.
• Tijdens het maken van opnames in een stille omgeving kan het geluid van de lensopening en
de scherpstelling in films opgenomen worden, afhankelijk van de gebruikte lenzen.
De werking van de focus kan op [OFF] gezet worden in [Continu AF] (P170).
• Tijdens het opnemen van video’s kan het afsluiten van de opening van de microfoon met een
vinger het niveau van de opgenomen audio verlagen of kan het zijn dat de audio geheel niet
opgenomen wordt. Wees ook voorzichtig omdat het werkgeluid van de lenzen gemakkelijk
opgenomen kan worden.
Er wordt een werkgeluid in een film opgenomen.
• Er wordt aanbevolen om [Stille bediening] te gebruiken als u zich zorgen maakt om
werkgeluiden. (P90)
321
12. Overige
Lens
Als de lens op een andere digitale camera bevestigd wordt, kan de
stabilisatiefunctie niet uitgeschakeld worden of kan het zijn dat deze functie niet
werkt.
• De optische beeldstabilisatorfunctie van de onderling verwisselbare lens (H-FS12032/
H-FS35100) werkt alleen correct met camera's die de functie ondersteunen.
> Als oudere digitale toestellen van Panasonic (DMC-GF1/DMC-GH1/DMC-G1) gebruikt
worden, kunnen [Stabilisatie] in het [Opname]-menu niet op [OFF] gezet worden.
Er wordt aanbevolen om een update van de firmware van de digitale camera op de
volgende website uit te voeren.
http://panasonic.jp/support/global/cs/dsc/download/
(Deze site is alleen in het Engels.)
> Wanneer deze lens met een ander merk digitale camera gebruikt wordt, zal de optische
beeldstabilisatorfunctie niet werken.
(Met ingang van april 2016)
Neem voor details contact op met het betreffende bedrijf.
Als de lens op een andere digitale camera bevestigd wordt, kan de manuele
focus niet werken.
• U kunt de manuele focus alleen met de onderling verwisselbare lens (H-FS12032) gebruiken
als uw model compatibel is met de lens.
Raadpleeg onderstaande website voor details:
http://panasonic.jp/support/global/cs/dsc/
(Deze site is alleen in het Engels.)
Flits
De flits is niet geactiveerd.
• Is de flitser gesloten? Open de flitser. (P156)
• Als de elektronische sluiter gebruikt wordt, is de flitser niet geactiveerd. (P199)
• Als [Stille modus] op [ON] gezet is, wordt de flitser niet geactiveerd. (P210)
322
12. Overige
Monitor/Zoeker
De monitor/zoeker gaat uit hoewel het toestel ingeschakeld is.
• Als gedurende de ingestelde tijdsduur geen handelingen uitgevoerd worden, wordt [Auto LVF/
scherm uit] (P223) geactiveerd en schakelt de monitor/zoeker uit.
• Als een voorwerp of uw hand zich vlakbij de oogsensor bevinden, kan het zijn dat de
monitorweergave naar de zoekerweergave overschakelt. (P41)
Het kan even flikkeren of de helderheid van het beeldscherm kan even
aanzienlijk veranderen.
• Dit gebeurt door het veranderen van de lensopening wanneer de sluiterknop tot halverwege
ingedrukt wordt, of wanneer de helderheid van het onderwerp verandert. Dit is geen storing.
De monitor en de zoeker worden niet ingeschakeld wanneer op [LVF] gedrukt
wordt.
• Dit wordt alleen op de monitor weergegeven als de camera op een PC of printer aangesloten
is.
De kleurtoon van de zoeker is anders dan de daadwerkelijke kleurtoon.
• Aangezien dit een kenmerk van de zoeker van dit toestel is, vormt dit fenomeen geen
probleem. De opgenomen beelden worden er niet door beïnvloed.
Terugspelen
De opname wordt niet teruggespeeld.
Er zijn geen gemaakte beelden.
• Is de kaart ingevoerd?
• Is dit een map of een beeld die in de PC verwerkt werd?
Is dat het geval, dan kan het niet met dit toestel worden afgespeeld.
> Er wordt aangeraden om de “PHOTOfunSTUDIO” (P296) software te gebruiken om de
beelden van de PC naar de kaart te schrijven.
• Is [Afspeelfunctie] ingesteld voor afspelen?
> Veranderen naar [Normaal afsp.]. (P232)
Rood gedeelte van het gemaakte beeld is zwart geworden.
• Wanneer het rode-ogen-effect verwijderd wordt ([
] of [
]) uitgevoerd wordt, kunnen de
rode gedeeltes gecorrigeerd worden in zwart.
> Er wordt aanbevolen om de beelden op te nemen met gesloten flitser en met de Flitsfunctie
op [‰], of [Rode-ogencorr] ingesteld op [OFF]. (P200)
323
12. Overige
Functies Wi-Fi
Er kan geen Wi-Fi-verbinding tot stand gebracht worden.
Radiogolven verliezen hun verbinding.
Het draadloze toegangspunt wordt niet weergegeven.
∫ Tips van algemene aard voor het gebruik van een Wi-Fi-verbinding
• Gebruik het toestel binnen het communicatiebereik van het apparaat dat aangesloten moet
worden.
• Bevindt zich er een inrichting, zoals een microwave-oven, een draadloze telefoon, enz., die
2,4 GHz frequentie hanteert in de buurt?
> Radiogolven kunnen onderbroken worden wanneer deze tegelijk gebruikt worden. Gebruik
ze voldoende uit te buurt van de inrichting.
• Wanneer het batterijlampje rood knippert, zou de verbinding met andere apparatuur niet
kunnen starten of zou de verbinding verbroken kunnen worden.
(Er wordt een bericht afgebeeld zoals [Communicatiefout].)
• Als u de camera op een metalen tafel op plank zet, kunnen de radiogolven daar de negatieve
gevolgen van ondergaan. In dergelijke gevallen is het misschien niet mogelijk een verbinding
tot stand te brengen. Plaats de camera op grotere afstand van het metalen oppervlak.
∫ Draadloze toegangspunten
• Controleer of het draadloze toegangspunt dat verbonden moet worden zich in werkende staat
bevindt.
• Controleer de staat van de radiogolven van het draadloze toegangspunt.
> Verplaats dit toestel dichter bij het draadloze toegangspunt.
> Verander de locatie en de opstelling van het draadloze toegangspunt.
• Het zou zelfs niet afgebeeld kunnen worden of de radiogolven er zijn afhankelijk van de
instelling van het draadloze toegangspunt.
> Controleer de instellingen van het draadloze toegangspunt.
> Als de netwerk-SSID van het draadloze toegangspunt ingesteld is om niet uit te zenden,
kan het zijn dat het draadloze toegangspunt niet gedetecteerd wordt. Voer de
netwerk-SSID in om de verbinding te starten (P284) of schakel het uitzenden door de SSID
van het draadloze toegangspunt in.
Dit toestel wordt niet weergegeven op het Wi-Fi instellingenscherm van de
smartphone.
• Schakel de Wi-Fi-functie vanaf het Wi-Fi-instellingenmenu op de smartphone uit en weer in.
Als ik probeer een Wi-Fi-verbinding tot stand te brengen met een PC met
Windows 8, worden mijn gebruikersnaam en password niet herkend dus kan ik
geen verbinding met de PC maken.
• Sommige versies besturingssystemen, met inbegrip van Windows 8, maken gebruik van twee
soorten accounts: een locale account en een Microsoft account.
Controleer of u de gebruikersnaam en het password van de locale account gebruikt.
324
12. Overige
De PC wordt niet herkend als ik een Wi-Fi-verbinding gebruik. De camera kan
niet via een Wi-Fi-verbinding met de PC verbonden worden.
• De fabrieksinstelling voor de naam van de werkgroep is op “WORKGROUP” gezet. Als u de
naam van de werkgroep veranderd heeft, zal de PC niet herkend worden.
Verander in [Werkgroepnaam wijzigen] in [PC-verbinding] van het [Wi-Fi setup]-menu de naam
van de werkgroep in die van de PC waarmee u verbinding aan het maken bent. (P288)
• Bevestig of de inlognaam en het password correct ingetoetst zijn.
• Als de systeemtijd van de Mac computer, of de Windows PC, die met de camera verbonden is,
sterk afwijkt van die van de camera, dan kan de camera in sommige besturingssystemen niet
met de computer of de PC verbonden worden.
> Bevestig dat [Klokinst.] en [Wereldtijd] van de camera overeenkomen met de tijd, de datum
en de tijdzone in de Windows PC of de Mac computer. Indien beide instellingen sterk van
elkaar verschillen, zorg er dan voor dat ze bij elkaar passen.
Beelden kunnen niet verzonden worden naar de webservice.
• Bevestig dat de login-informatie (login ID/gebruikersnaam/e-mailadres/password) correct is.
Het duurt even om een beeld te verzenden naar de webservice.
Het verzenden van het beeld mislukt halverwege. Bepaalde beelden kunnen niet
verzonden worden.
• Is het beeld te groot?
> Verklein de beeldgrootte bij [Grootte] (P268) en verstuur vervolgens het beeld.
> Verstuur nadat u de film verdeeld heeft met [Splits video] (P242).
• Het zou langer kunnen duren te verzenden wanneer de afstand naar het draadloze
toegangspunt ver is.
> Verzend dichter in de buurt van het draadloze toegangspunt.
• Het bestandformaat van de films die afgespeeld kunnen worden verschilt, afhankelijk van de
bestemming. (P265)
Ik ben het wachtwoord voor de Wi-Fi vergeten.
• Voer [Wi-Fi resetten] in het [Set-up] menu uit. (P226)
Alle informatie die u ingesteld heeft in het [Wi-Fi setup]-menu zal echter gereset worden.
(behalve [LUMIX CLUB])
325
12. Overige
TV, PC en printer
Het beeld verschijnt niet op de televisie.
• Is het toestel correct op de TV aangesloten? (P292)
> De TV-input instellen op extern.
VIERA Link werkt niet.
• Staat [VIERA link] op dit toestel op [ON]? (P225)
> Controleer de instelling van VIERA Link op het aangesloten apparaat.
> Schakel dit toestel uit en in.
Kan niet met de PC communiceren.
• Zet op [PC] in [USB mode]. (P223, 298)
• Schakel dit toestel uit en in.
De kaart wordt niet door de PC herkend.
(er wordt een SDXC-geheugenkaart gebruikt.)
• Controleer of uw PC compatibel is met SDXC-geheugenkaarten.
http://panasonic.net/avc/sdcard/information/SDXC.html
• Er kan tijdens de aansluiting een bericht getoond worden waarin u verzocht wordt de kaart te
formatteren. Doe dit niet.
• Als [Toegang], dat op de monitor weergegeven wordt, niet verdwijnt, sluit de USB-aansluitkabel
dan af nadat u dit toestel uitgeschakeld heeft.
Het beeld kan niet afgedrukt worden wanneer het toestel op een printer
aangesloten is.
• Er kunnen geen foto's afgedrukt worden met een printer die geen PictBridge ondersteunt.
> Stel [PictBridge(PTP)] in [USB mode]. (P223, 301)
De uiteinden van de beelden worden eraf geknipt bij het afdrukken.
• Wanneer u een printer gebruikt met een Knip- of kantenvrije afdrukfunctie, dient u deze functie
te annuleren voordat u afdrukt.
(Voor details, de gebruiksaanwijzing lezen van de printer.)
• Wanneer u de opnamen laat afdrukken, dient u te vragen of de 16:9 beelden afgedrukt kunnen
worden.
326
12. Overige
Overige
Als ik de camera schudt, hoor ik een ratelend geluid uit de bevestigde lens
komen.
• Afhankelijk van de bevestigde lens kan het mogelijk zijn dat deze van binnen beweegt en
geluid maakt. Dit is geen storing.
De camera maakt geluid wanneer dit toestel in- en uitgeschakeld wordt.
• Dit is het geluid van de functie voor het verwijderen van stof (P329); het duidt niet op een
slechte werking.
De lensgroep maakt geluid.
• Er is een geluid van de lensbeweging of van de lensopening wanneer dit toestel in- of
uitgeschakeld wordt. Dit is geen storing.
• Het geluid dat door de automatische instelling van de lensopening veroorzaakt wordt, klinkt als
de helderheid veranderd werd door bijvoorbeeld het zoomen of het bewegen van de camera.
Dit is geen storing.
Er werd per ongeluk een onleesbare taal gekozen.
• Druk op [MENU/SET], selecteer de icoon van het [Set-up]-menu [
] en selecteer vervolgens
de icoon [~] om de gewenste taal in te stellen. (P225)
Een rode lamp gaat soms aan wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt
wordt.
• Op donkere plaatsen gaat de AF-lamp (P211) rood branden om het scherpstellen op een
onderwerp gemakkelijker te maken.
Het toestel wordt warm.
• Het oppervlak van de camera en de achterkant van de monitor kunnen warm worden tijdens
het gebruik. Dit heeft geen invloed op de prestaties of de kwaliteit van de camera.
De klok is opnieuw ingesteld.
• Als u het toestel niet voor lange tijd gebruikt, kan de klok opnieuw ingesteld worden.
> [Aub klok instellen] wordt weergegeven. Stel de klok opnieuw in. (P35)
327
12. Overige
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik
Wat u wel en niet moet doen met dit toestel
Houd dit toestel zo ver mogelijk uit de buurt van elektromagnetische apparatuur
(zoals magnetrons, televisie, videospelletjes, enz.).
• Indien u dit toestel op of naast een televisie gebruikt, kunnen beeld en/of geluid op dit toestel
onderbroken worden door de straling van de elektromagnetische golven.
• Gebruik dit toestel niet in de buurt van een mobiele telefoon. Hierdoor kan ruis ontstaan met
een nadelige invloed op beeld en/of geluid.
• Opgenomen gegevens kunnen beschadigd worden of beelden kunnen vervormd worden, als
gevolg van sterke magnetische velden die gecreëerd worden door luidsprekers of zware
motoren.
• De straling van elektromagnetische golven kan een nadelige invloed hebben op dit toestel en
storingen van beeld en/of geluid veroorzaken.
• Als het toestel de invloed van magnetisch geladen apparatuur ondergaat en vervolgens niet
naar behoren werkt, dan dient u het uit te schakelen en de batterij te verwijderen of de
netadapter (bijgeleverd)/netadapter (optioneel) los te maken. Plaats de batterij vervolgens
weer terug, of sluit de netadapter weer aan, en schakel het toestel weer in.
Gebruik dit toestel niet in de nabijheid van radiozenders of hoogspanningsdraden.
• Opnemen in de buurt van radiozenders of hoogspanningsdraden kan nadelige gevolgen
hebben voor beeld en/of geluid.
Altijd de meegeleverde snoeren en kabels gebruiken.
Ook voor optionele accessoires gebruikt u altijd de meegeleverde snoeren en
kabels.
De snoeren of de kabels niet langer maken.
Het toestel niet bespuiten met insectenverdelgers of chemische middelen.
• Wordt het toestel met chemische middelen bespoten dan kan het beschadigd raken en de
afwerkingslaag er van af gaan.
Vermijd langdurig contact van de digitale fotocamera met rubber of plastic.
Houd voorwerpen die gevoelig voor magnetische velden zijn (creditcards, enz.) ver
van de camera. De magnetische velden kunnen de gegevens ervan beschadigen en
ze onbruikbaar maken.
328
12. Overige
Schoonmaken
Voordat u het toestel reinigt, dient u de batterij of de DC-koppelaar te verwijderen
(optioneel), of de stekker uit het stopcontact te trekken. Wrijf het toestel vervolgens
met een droge zachte doek.
• Wanneer het toestel vuil is, kan het schoongemaakt worden door het vuil eraf te wrijven met
een uitgewrongen natte doek en vervolgens met een droge doek.
• Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zoals benzeen, verdunner, alcohol,
keukenschoonmaakmiddelen, enz., om het toestel te reinigen, aangezien dit buitenhoes of het
deklaagje zou kunnen aantasten.
• Wanneer u een chemische doek gebruikt, ervoor zorgen de bijbehorende instructies te volgen.
∫ Vuil op de beeldsensor
Deze camera heeft een verwisselbaar lenzensysteem. Er kan dus vuil in de camera
komen als u lenzen wisselt. Afhankelijk van de opnamecondities kan vuil op de
beeldsensor ook op de opname te zien zijn.
Om te voorkomen dat er vuil of stof op de interne delen van het toestel komen, kunt u
beter niet de lens omwisselen in een stoffige omgeving en altijd de body-kap of lens erop
doen wanneer u de camera opbergt. Verwijder eventueel vuil op de body-kap voordat u
deze bevestigt.
Stofverwijdering
Dit toestel heeft een stofafnamefunctie die vuil en stof wegblaast dat op de voorkant
van het beeldsysteem aanwezig kan zijn.
Deze functie zal automatisch werken als de camera ingeschakeld wordt maar als u stof
ziet, voer dan de [Sensorreiniging] (P227) uit in het [Set-up]-menu.
Verwijder het vuil van de beeldsensor
De oogsensor is een zeer precies en kwetsbaar apparaat; neem daarom de onderstaande
richtlijnen in acht als u hem zelf moet schoonmaken.
• Gebruik een in de handel verkrijgbaar blaaskwastje om stof van de oogsensor te blazen. Blaas
niet te hard.
• Laat het blaaskwastje niet voorbij de lensvatting komen.
• Zorg ervoor dat het blaaskwastje de beeldsensor niet raakt om krassen op de beeldsensor te
voorkomen.
• Gebruik uitsluitend een blaaskwastje om de beeldsensor schoon te maken.
• Als u het vuil of het stof niet met een blower kunt verwijderen, raadpleeg dan de verkoper of
Panasonic.
329
12. Overige
∫ Zorg voor de zoeker/oogdop
• Aangezien de oogdop niet verwijderd kan worden, blaast u het stof op het oppervlak van de
zoeker weg met een (in de handel verkrijgbare) luchtblower en veegt u het oppervlak af met
een droge, zachte doek. Let u dat de oogdop niet verwijderd wordt.
• Als u de oogschelp te stevig afneemt en hij raakt los, raadpleeg dan de verkoper of Panasonic.
Over de Monitor/Zoeker
• Druk niet met grote kracht op de monitor. Er kunnen dan ongelijke kleuren op de monitor
verschijnen en dit kan voor een slechte werking zorgen.
• Als de camera koud is wanneer u hem inschakelt, kan het beeld op de monitor/zoeker
aanvankelijk een beetje donkerder dan normaal zijn. Het beeld zal echter weer normaal helder
worden zodra de interne temperatuur van de camera stijgt.
Het scherm van de monitor/zoeker wordt geproduceerd met zeer hoge
precisietechnologie. Toch kunnen er donkere of lichte punten op het scherm
staan (rood, blauw of groen). Dit is geen defect. Ofschoon de schermonderdelen
van de monitor/zoeker met zeer hoge precisietechnologie geproduceerd worden,
kunnen sommige pixels inactief of altijd verlicht zijn. De punten zullen niet
opgenomen worden op beelden op een kaart.
Over de Lens
• Niet hard op de lens drukken.
• Laat het toestel nooit in de zon liggen met de lens naar de zonnestralen gericht. Zonlicht kan
problemen veroorzaken. Dit geldt zowel binnen als buiten en in de buurt van een raam.
• Als er vuil (water, olie of vingerafdrukken enz.) op de lens zit, beïnvloedt dit ook de opname.
Maak de lens voorzichtig schoon met een zachte droge doek voordat en nadat u opnamen
maakt.
• De lensmontering niet naar beneden toe leggen. Zorg ervoor dat de
contacten van de lensmontering A niet vuil worden.
330
12. Overige
Batterij
De batterij is een oplaadbare lithium-ionbatterij. De stroom wordt opgewekt door de
chemische reactie in de batterij. Deze reactie wordt beïnvloed door de temperatuur
en de vochtigheid. Door te hoge of te lage temperaturen gaan batterijen minder lang
mee.
Haal de batterij altijd uit het toestel na gebruik.
• Doe de verwijderde batterij in een plastic zak en verplaats of bewaar deze ver van metalen
voorwerpen (paperclips, enz.).
Als u de batterijen per ongeluk laat vallen, controleert u of de batterijen en de
aansluitingen beschadigd zijn.
• Door een beschadigde batterij in het toestel te doen zal het toestel stukgaan.
Opgeladen reservebatterijen meenemen wanneer u op stap gaat.
• U dient eraan te denken dat de levensduur van de batterijen korter wordt bij lage temperaturen
zoals op skipistes.
• Als u op reis gaat, vergeet dan niet de netadapter (bijgeleverd) en USB-aansluitkabel
(bijgeleverd) in te pakken zodat u de batterij kunt opladen tijdens uw reis.
Onbruikbare batterijen weggooien.
• Batterijen hebben een beperkte levensduur.
• Batterijen niet in open vuur gooien, dit kan ontploffing veroorzaken.
De batterijaansluitingen niet in contact laten komen met metalen voorwerpen (zoals
kettingen, haarpinnen, enz.).
• Dit kan kortsluiting of hitte veroorzaken en u zou uzelf ernstig kunnen verbranden als u de
batterij aanraakt.
Netadapter (bijgeleverd)
• Als u de netadapter (bijgeleverd) gebruikt in de buurt van de radio, kan de radio-ontvangst
verstoord zijn.
De netadapter (bijgeleverd) 1 m of meer verwijderd houden van radio’s.
• De netadapter (bijgeleverd) kan een ruisend geluid maken wanneer deze gebruikt wordt. Dit is
geen storing.
• Na het gebruik, haalt u de batterijlader uit het stopcontact.
(Als u de stekker in het stopcontact laat zitten, verbruikt u nog steeds een beetje stroom.)
331
12. Overige
Over 3D
∫ Over 3D-opnames
Als de onderling verwisselbare 3D-lens aangebracht is, dient u een onderwerp niet
op te nemen op een afstand die kleiner is dan de minimum brandpuntafstand.
• De 3D-effecten kunnen uitgesprokener zijn en kunnen daardoor vermoeidheid of een
oncomfortabel gevoel veroorzaken.
• Als de onderlinge verwisselbare 3D-lens (H-FT012: optioneel) gebruikt wordt, is de minimum
brandpuntafstand 0,6 m.
Als met de onderling verwisselbare 3D-lens opnames gemaakt worden, zorg er dan
voor het toestel niet te schudden.
• Als het toestel hevig geschud worden, tijdens het rijden in een voertuig of het lopen, enz.,
kunnen vermoeidheid en een oncomfortabel gevoel veroorzaakt worden.
• We raden het gebruik van een statief aan.
Kaart
De kaart niet op plaatsen met een hoge temperatuur bewaren, waar makkelijk
elektromagnetische golven of statische elektriciteit opgewekt kunnen worden, of op
plaatsen die blootgesteld zijn aan direct zonlicht.
De kaart niet plooien of laten vallen.
• De kaart kan beschadigd worden of de opgenomen inhoud zou beschadigd of uitgewist kunnen
worden.
• De kaart in de kaarthoes of het zakje doen na gebruik en wanneer u de kaart opslaat of
vervoert.
• Laat de kaart niet vuil worden en zorg ervoor dat er geen vuil, stof of water op de aansluitingen
achterop de kaart komen. Raak de aansluitingen niet aan met uw vingers.
Aantekening voor overdracht van de geheugenkaart aan derden of het weggooien
van de geheugenkaart
“Formatteren” of “wissen” met gebruik van het toestel of een PC zal alleen de
informatie van het bestandsmanagement veranderen en zal niet de gegevens in de
geheugenkaart geheel wissen.
Het wordt aangeraden om de geheugenkaart letterlijk te vernietigen of de in de
handel verkrijgbare software voor het wissen van computergegevens te gebruiken
om de gegevens die op de geheugenkaart staan geheel te wissen voordat deze naar
een andere eigenaar gaat of weggegooid wordt.
Management van gegevens in de geheugenkaart is de verantwoordelijkheid van de
gebruiker.
332
12. Overige
Over de persoonlijke informatie
Als een naam of verjaardag ingesteld is voor [Profiel instellen]/functie voor gezichtsherkenning,
dan wordt deze persoonlijke informatie in het toestel bewaard en in het beeld opgenomen.
Wij raden aan dat u [Wi-Fi-wachtwoord] en [Wi-Fi-functievergrend.] inschakelt om
persoonlijke informatie te beveiligen. (P288, 289)
Ontkoppeling
• Informatie, inclusief persoonlijke informatie, kan veranderd worden of verdwijnen wegens een
fout, een effect van statische energie, een ongeluk, storing, reparatie of andere handelingen.
Gelieve van te worden acht slaan op het feit dat Panasonic op geen enkele manier
aansprakelijk is voor directe of indirecte schade veroorzaakt door de verandering of verdwijning
van informatie of persoonlijke informatie.
Bij aanvraag van een reparatie, van eigenaar veranderen of weggooien.
• Na het maken van een kopie van persoonlijke informatie, dient u informatie, zoals persoonlijke
informatie en draadloze LAN-verbindinginstellingen die u opgeslagen heeft in de camera, altijd
te wissen met [Wi-Fi resetten]/[Verwijder account] (P226, 281).
• De instellingen opnieuw instellen om de persoonlijke gegevens te beschermen. (P226)
• Verwijder de geheugenkaart van het toestel wanneer er een reparatie vereist wordt.
• Instellingen zouden terug kunnen keren naar de fabriekstandaard wanneer het toestel
gerepareerd wordt.
• Neem contact op met de verkoper bij wie u het toestel aangeschaft heeft, of met Panasonic, als
bovenstaande handelingen niet mogelijk zijn wegens storing.
Wanneer u de geheugenkaart overdraagt aan derden of deze weggooit, raadpleeg
dan “Aantekening voor overdracht van de geheugenkaart aan derden of het
weggooien van de geheugenkaart”. (P332)
Uploaden van beelden naar een webservice
• De beelden kunnen informatie bevatten die gebruikt kan worden voor de identificatie van
bijvoorbeeld titels, opnamedata en locatie-informatie. Wanneer u beelden naar webservices
uploadt, controleer deze dan eerst zorgvuldig alvorens ze te uploaden.
Wanneer u het toestel niet gebruikt gedurende een lange tijdsperiode
• De batterij op een koele en droge plaats opbergen met een relatief stabiele temperatuur:
(Aanbevolen temperatuur: 15 oC tot 25 oC, Aanbevolen vochtigheid: 40%RH tot 60%RH)
• De batterijen en de kaart altijd uit het toestel verwijderen.
• Als de batterijen in het toestel gelaten worden zullen ze ontladen zelfs als het toestel uitstaat.
Als de batterijen nog langer in het toestel blijven, zullen ze te veel leeg raken en kunnen ze
onbruikbaar worden, zelfs wanneer ze opgeladen worden.
• Wanneer de batterijen voor een lange tijd opgeslagen worden, raden we aan ze eens per jaar op te
laden. De batterijen uit het toestel verwijderen en ze weer opslaan nadat ze helemaal leeg geraakt zijn.
• We raden aan het toestel op te slaan met een droogmiddel (kwartsglas gel) wanneer u deze in
een kast bewaart.
• Controleer alle onderdelen voordat u opnamen maakt wanneer u het toestel lange tijd niet heeft
gebruikt.
333
12. Overige
Over de Beeldgegevens
• Opgenomen gegevens kunnen worden beschadigd of zoek raken als de camera kapot gaat
omdat er verkeerd mee wordt gewerkt. Panasonic is niet aansprakelijk voor schade die is
veroorzaakt door het verlies van opgenomen gegevens.
Over statieven met drie poten of met één poot
• Zet het statief goed vast als u het toestel erop bevestigt.
• U zou niet in staat kunnen zijn de kaart of de batterij te verwijderen wanneer u een statief met
drie poten of een statief met één poot gebruikt.
• Zorg ervoor dat de schroef op het statief met drie poten of het statief met één poot niet een
hoek vormt wanneer u het toestel bevestigt of losmaakt. U zou de schroef op het toestel
kunnen beschadigen als u een excessieve kracht gebruikt bij het draaien ervan. Tevens zou
het toestel en het afmetinglabel beschadigd kunnen raken of krassen kunnen krijgen als het
toestel te strak bevestigd wordt aan het statief met drie poten of het statief met één poot.
• Wanneer u dit toestel gebruikt met een lens met grote diameter, zou de lens in contact kunnen
komen met de voetplaat afhankelijk van het statief met drie poten/statief met één poot. Door de
schroef aan te draaien met de lens en de voetplaat die met elkaar in contact zijn zou dit toestel
of de lens beschadigd kunnen worden. Daarom wordt het aanbevolen de statiefadapter
(DMW-TA1: optioneel) erop te zetten voordat u het statief erop zet.
• Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing voor het statief met drie poten of het statoef met één poot.
Over de schouderriem
• Als u een zware onderling verwisselbare lens (meer dan ongeveer 1 kg) aan het toestellichaam
bevestigt, het toestel niet dragen m.b.v. de schouderriem.
Het toestel en de lens vasthouden wanneer u deze draagt.
Functies Wi-Fi
∫ Gebruik de camera als een draadloze LAN-inrichting
Wanneer u apparatuur of computersystemen gebruikt die betrouwbaardere veiligheid
vereisen dan draadloze LAN-inrichtingen, zorg er dan voor dat de juiste metingen genomen
worden voor veiligheidsontwerpen en -defecten voor de systemen die gebruikt worden.
Panasonic zal geen verantwoordelijk op zich nemen voor schade die ontstaat bij het
gebruiken van de camera voor andere doeleinden dan dat van een draadloze LAN-inrichting.
∫ Het gebruik van de Wi-Fi-functie van deze camera wordt geacht plaatst te vinden
in de landen waar deze camera verkocht wordt
Er bestaat het risico dat de camera de wetgeving op het gebied van radiogolven schendt als
ze in andere landen gebruikt wordt dan in de landen waar deze camera verkocht wordt en
Panasonic stelt zich op generlei wijze aansprakelijk voor overtredingen van welk aard ook.
∫ Er bestaat het risico dat gegevens die verzonden en ontvangen worden via
radiogolven opgevangen kunnen worden
Wees gelieve op de hoogte dat er het risico bestaat dat gegevens die verzonden en
ontvangen worden via radiogolven opgevangen kunnen worden door derden.
334
12. Overige
∫ Gebruik de camera niet in zones met magnetische velden, statische elektriciteit of
interferentie
• Gebruik de camera niet in zones met magnetische velden, statische elektriciteit of interferentie,
zoals in de buurt van magnetronovens. Hierdoor kunnen de radiogolven onderbroken worden.
• Het gebruiken van de camera in de buurt van inrichtingen zoals microwave-ovens of draadloze
telefoons die de 2,4 GHz radiogolfband gebruiken zou een afname in prestatie kunnen
veroorzaken in beide inrichtingen.
∫ Verbind niet aan een draadloos netwerk waarvoor u geen toestemming heeft het
te gebruiken
Wanneer de camera zijn Wi-Fi functie gebruikt, zullen er automatisch draadloze
netwerken opgespoord worden. Wanneer dit gebeurt, kunnen er draadloze netwerken
waarvoor u geen toestemming heeft deze te gebruiken (SSID¢) weergegeven worden,
maar probeert u geen verbinding te maken met die netwerken aangezien dit als
ongeautoriseerde toegang beschouwd zou kunnen worden.
¢ SSID verwijst naar de naam die gebruikt wordt voor het identificeren van een netwerk via
een draadloze LAN-verbinding. Als de SSID overeenkomt met beide inrichtingen, is
overdracht mogelijk.
335
12. Overige
• G MICRO SYSTEM is een op de Micro Four Thirds
System-standaard gebaseerd digitale camerasysteem van
LUMIX.
• Micro Four Thirds™ en Micro Four Thirds Logo-merken zijn
handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Olympus
Imaging Corporation, in Japan, de Verenigde Staten, De
Europese Unie en andere landen.
• Four Thirds™ en Four Thirds Logo-merken zijn handelsmerken
of gedeponeerde handelsmerken van Olympus Imaging
Corporation, in Japan, de Verenigde Staten, De Europese Unie
en andere landen.
• SDXC logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC.
• “AVCHD”, “AVCHD Progressive” en het logo
“AVCHD Progressive” zijn handelsmerken van Panasonic
Corporation en Sony Corporation.
• Geproduceerd onder licentie van Dolby Laboratories. Dolby en
het dubbele-D-symbool zijn handelsmerken van Dolby
Laboratories.
• De begrippen HDMI, HDMI High-Definition Multimedia
Interface en het HDMI-logo zijn handelsmerken of
geregistreerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC in de
Verenigde Staten en andere landen.
• HDAVI Control™ is een handelsmerk van Panasonic Corporation.
• Adobe is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van Adobe Systems Incorporated
in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• Pentium is een handelsmerk van Intel Corporation in de V.S. en/of andere landen.
• iMovie, Mac en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de V.S. en
andere landen.
• iPad, iPhone, iPod en iPod touch zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de V.S.
en andere landen.
• App Store is een dienstmerk van Apple Inc.
• Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde
Staten en/of andere landen.
336
12. Overige
• Android en Google Play zijn handelsmerken of
gedeponeerde handelsmerken van Google Inc.
• Het Wi-Fi CERTIFIED™ Logo is een certificatiemerk
van de Wi-Fi AllianceR.
• Het Wi-Fi Protected Setup™ identificatieteken is een
certificatiemerk van Wi-Fi AllianceR.
• “Wi-FiR” en “Wi-Fi DirectR” zijn gedeponeerde
handelsmerken van Wi-Fi AllianceR.
• “Wi-Fi Protected Setup™”, “WPA™”, en “WPA2™” zijn
handelsmerken van Wi-Fi AllianceR.
• DLNA, the DLNA Logo and DLNA CERTIFIED are
trademarks, service marks, or certification marks of the
Digital Living Network Alliance.
• Dit product maakt gebruik van “DynaFont” van
DynaComware Corporation. DynaFont is een geregistreerd handelsmerk van DynaComware
Taiwan Inc.
• QR Code is een gedeponeerd handelsmerk van DENSO WAVE INCORPORATED.
• Andere systeem- of productnamen in de handleiding zijn over het algemeen de
gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van de fabrikant die verantwoordelijk is
voor de ontwikkeling van het betreffende systeem of product.
Dit product staat onder licentie van de AVC Patent Portfolio Licentie voor persoonlijk gebruik
door een consument of voor ander gebruik waarin geen beloning wordt ontvangen om (i)
video's te coderen in overeenstemming met de AVC Standaard (“AVC Video”) en/of (ii) AVC
Video's te decoderen die gecodeerd werden door een gebruiker tijdens een persoonlijke
activiteit en/of verkregen werden van een video provider met de licentie om AVC Video's te
verstrekken. Voor ieder ander gebruik wordt geen licentie verstrekt of geïmpliceerd. Extra
informatie kan verkregen worden van MPEG LA, L.L.C. Zie http://www.mpegla.com
337
Het ontdoen van oude apparatuur en batterijen.
Enkel voor de Europese Unie en landen met recycle systemen.
Deze symbolen op de producten, verpakkingen en/of begeleidende
documenten betekenen dat gebruikte elektrische en elektronische
producten en batterijen niet samen mogen worden weggegooid met de
rest van het huishoudelijk afval.
Voor een juiste verwerking, hergebruik en recycling van oude producten
en batterijen, gelieve deze in te leveren bij de desbetreffende
inleverpunten in overeenstemming met uw nationale wetgeving.
Door ze op de juiste wijze weg te gooien, helpt u mee met het besparen
van kostbare hulpbronnen en voorkomt u potentiële negatieve effecten
op de volksgezondheid en het milieu.
Voor meer informatie over inzameling en recycling kunt u contact
opnemen met uw plaatselijke gemeente.
Afhankelijk van uw nationale wetgeving kunnen er boetes worden
opgelegd bij het onjuist weggooien van dit soort afval.
Let op: het batterij symbool (Onderstaand symbool).
Dit symbool kan in combinatie met een chemisch symbool gebruikt
worden. In dit geval volstaan de eisen, die zijn vastgesteld in de
richtlijnen van de desbetreffende chemische stof.
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement