Candy | CDP 1L949W | Candy CDP 1L949W Operating instrustions

Candy CDP 1L949W Operating instrustions
Handleiding
CDI 1L949
9 couverts
10 couverts
Lees deze
gebruiksaanwijzing
1) Veiligheidsinformatie..........................................1
2) Beknopte handleiding.........................................4
Geachte klant,
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u de
afwasmachine in gebruik neemt, zo kunt u deze correct
gebruiken en onderhouden.
Bewaar deze instructies voor toekomstig gebruik.
Geef de gebruiksaanwijzing door aan elke volgende eigenaar van het
apparaat.
Deze handleiding bevat veiligheidsinstructies,
bedieningsinstructies, installatie-instructies,
tips om storingen te verhelpen enzovoort.
3) Bedieningsinstructies.........................................5
Bedieningspaneel...................................................5
Functies van de afwasmachine..............................5
4)
A
B
C
D
Vóór het eerste gebruik......................................6
Waterontharder...............................................6
De ontharder vullen met zout..........................7
Vaatwasmiddel bijvullen..................................8
Soorten vaatwasmiddel .................................9
5) De afwasmachine vullen.....................................11
Aandachtspunten voor of na het laden van de korven
van de afwasmachine..........................................11
De bovenkorf laden.............................................12
De onderkorf laden..............................................12
Voordat u de servicedienst belt
Raadpleeg het hoofdstuk Storingen verhelpen.
Hiermee kunt u de meestvoorkomende problemen
zelf verhelpen.
Kunt u de problemen niet zelf verhelpen, doe dan een
beroep op de diensten van gespecialiseerde technici.
LET OP:
De fabrikant behoudt zich het recht voor dit product
zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen en aan te passen
als nieuwe technische ontwikkelingen dit vereisen.
Deze handleiding moet ook door de fabrikant of
de verantwoordelijke leverancier worden meegeleverd.
6) Een wasprogramma starten...............................13
Tabel van de wascycli..........................................13
Het apparaat inschakelen.....................................13
Het programma wijzigen......................................14
Aan het einde van de wascyclus.........................14
7) Onderhoud en reiniging......................................15
Filtersysteem........................................................15
Onderhoud van de afwasmachine.......................16
8) Installatie-instructies...........................................17
Voorbereiding installatie.......................................17
Afmetingen en installatie esthetisch paneel.......18
Afstellen spanning deurveer ................................20
Aansluiting afvoerslangen....................................20
Stappen installatie afwasmachine........................21
Elektrische aansluiting..........................................23
Koudwateraansluiting............................................23
9) Storingen verhelpen............................................24
Voordat u de servicedienst belt.............................24
Foutcodes.............................................................25
Technische Informatie...........................................26
Het laden van de korven volgens EN 50242
1.BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINFORMATIE
WAARSCHUWING! Neem bij gebruik van uw afwasmachine
de onderstaande essentiële voorzorgsmaatregelen in acht:
Dit apparaat is bestemd voor huishoudelijk gebruik, of voor gebruik in een
van de onderstaande situaties:
-in ruimtes voorbehouden aan het personeel van winkels, kantoren en
andere werkomgevingen;
-in landbouwinstallaties;
-door klanten van hotels, motels en andere verblijfsomgevingen;
-in gelegenheden van het type ‘Bed & Breakfast’.
Dit apparaat mag ook worden gebruikt door kinderen van 8 jaar of ouder en
personen met lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of met
onvoldoende ervaring of kennis, mits zij onder toezicht hebben gestaan of instructies
hebben ontvangen met betrekking tot het veilig gebruik van het apparaat en de
hieraan verbonden risico's hebben begrepen. Let erop dat jonge kinderen niet met
het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen zonder toezicht niet
door kinderen worden uitgevoerd. (Voor EN60335-1)
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen)
met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of gebrek aan
ervaring en kennis, tenzij zij door een, voor hun veiligheid verantwoordelijke,
persoon zijn begeleid of zijn opgeleid in het gebruik van het apparaat.
(Voor IEC60335-1)
Dit apparaat is alleen bestemd voor gebruik binnenshuis of huishoudelijk gebruik.
Om elektrische schokken te voorkomen, mogen het apparaat, het snoer en de
stekker niet worden ondergedompeld in water of andere vloeistoffen.
Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat schoonmaakt of
onderhoud uitvoert. Gebruik een zachte doek die met milde zeep is bevochtigd en
wrijf het apparaat vervolgens droog met een droge doek.
AARDINGSINSTRUCTIES
Dit apparaat moet worden geaard. In geval van een storing of defect zal aarding
het risico van een elektrische schok verminderen door middel van een route van
de minste weerstand van elektrische stroom. Dit apparaat is voorzien van een
snoer met een aardingsgeleider en een geaarde stekker.
De stekker moet in een aangepast stopcontact worden gestopt, dat
geïnstalleerd en geaard is in overeenstemming met de geldende wet- en
regelgeving.
Indien de aardingsgeleider niet correct is aangesloten, loopt u risico om een
elektrische schok te krijgen. Laat dit alles controleren door een
gekwalificeerde elektricien of door onze servicedienst, als u twijfels hebt
over de aarding van het apparaat.
1
U mag niets wijzigen aan de stekker die met het apparaat is meegeleverd. Is de
stekker niet geschikt voor uw stopcontact, laat dan een aangepaste stekker
aanbrengen door een gekwalificeerde elektricien.
Gebruik de deur en de korven van de afwasmachine niet voor verkeerde doeleinden
en ga er niet op zitten of staan.
Gebruik de afwasmachine niet als de behuizing niet volledig is geplaatst.
Open de deur van de afwasmachine voorzichtig als deze aanstaat. Er kan water
naar buiten spuiten.
Plaats geen zware objecten op de geopende deur en ga er niet op staan. Het
apparaat zou kunnen kantelen.
Let bij het laden van de afwasmachine op de volgende punten:
1) Plaats scherpe voorwerpen zodanig dat ze de afdichtingen van de deur niet
kunnen beschadigen;
2) Waarschuwing: plaats scherpe messen en ander bestek met de punt
naar beneden of horizontaal in de mand.
Controleer aan het eind van de wascyclus of het vaatwasmiddelreservoir leeg
is.
Plaats geen plastic voorwerpen in de afwasmachine, tenzij duidelijk is
aangegeven dat deze geschikt zijn voor reiniging in de afwasmachine.
Wanneer niets is aangegeven, dient u de aanwijzingen van de fabrikant op te
volgen.
Gebruik enkel vaatwasmiddelen en glansspoelmiddelen die specifiek
bestemd zijn voor afwasmachines.
Gebruik in uw afwasmachine nooit zeep, noch enig reinigingsmiddel voor
handwas of machinaal wassen van kleding.
Let erop dat jonge kinderen niet met het apparaat spelen.
Laat de deur niet openstaan, zodat struikelen wordt voorkomen.
Als het netsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door de
fabrikant of zijn onderhoudsmonteur of een gelijkwaardig gekwalificeerd
persoon, om gevaar te voorkomen.
Zorg er tijdens de installatie voor dat de voedingskabel niet buitensporig of
riskant wordt gebogen of afgekneld.
Sleutel niet zelf aan de bediening van het apparaat.
Het apparaat moet worden aangesloten op de waterleiding met behulp van een
nieuwe slangenset. Oude slangensets mogen niet opnieuw worden gebruikt.
Het maximum aantal couverts is 9.
De maximaal toegestane toevoerdruk is 1 MPa.
De minimaal toegestane toevoerdruk is 0,04 MPa.
2
Verwijdering
Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese richtlijn
2012/19/EU inzake Afgedankte elektrische en elektronische apparaten
(AEEA).
AEEA bevat zowel verontreinigende stoffen (die negatieve gevolgen voor
het milieu kunnen veroorzaken) en basiscomponenten (die kunnen worden
hergebruikt). Het is belangrijk AEEA te onderwerpen aan specifieke
behandelingen, teneinde afval en alle verontreinigende stoffen op een
correcte wijze te verwijderen en alle andere materialen te hergebruiken
en recycleren.
Individuen kunnen een belangrijke rol spelen bij de garantie dat
AEEA geen milieu-issue wordt; het is essentieel om een aantal
basisregels te volgen:
- AEEA mag niet worden behandeld als huishoudelijk afval;
- AEEA moet worden overgedragen aan de desbetreffende inzamelpunten
beheerd door de gemeente of door geregistreerde bedrijven. In veel landen,
voor grote AEEA, kan thuisophaling aanwezig zijn.
In veel landen, als u een nieuw apparaat koopt, kunnen de oude worden
teruggegeven aan de dealer die het kosteloos moet afhalen op een
één -op-één -basis, zolang het apparatuur een gelijkwaardig type betreft en
dezelfde functies heeft als de geleverde apparatuur.
WAARSCHUWING!
Verpakkingsmateriaal kan gevaarlijk zijn voor kinderen!
Ga naar een recyclingcentrum voor de verwijdering van de verpakking
en het apparaat. Snij hiervoor de voedingskabel los en maak het
sluitsysteem van de deur onbruikbaar.
Kartonnen verpakking is vervaardigd uit gerecycled papier en moet met het
oud papier worden ingezameld voor recycling.
Door voor correcte verwijdering van dit product te zorgen, helpt u potentiële
negatieve gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid te voorkomen, die
door onjuiste afvalverwerking van dit product kunnen worden veroorzaakt.
Neem voor meer informatie over het recyclen van dit product contact op met
de gemeentelijke instanties of uw afvalverwerkingsbedrijf.
VERWIJDERING: verwijder dit product niet als gewoon huishoudelijk afval.
Dergelijk afval moet afzonderlijk worden ingezameld en verwerkt.
3
2.Beknopte handleiding
Raadpleeg de betreffende informatie in de handleiding, als u gedetailleerde informatie over de bediening zoekt.
Schakel het apparaat in
Open de deur, druk op de aan/uit-knop om het apparaat in te schakelen.
B.
Vul het vaatwasmiddelreservoir
Controleer het niveau van
het glansspoelmiddel
Controleer het niveau van
het regeneratiezout
Laad de korven
Het vaatwasmiddelreservoir bevindt zich aan de binnenkant van de deur.
Als het deksel van het reservoir gesloten is, drukt u
op de knop (A) om deze te openen.
Aan het einde van iedere wascyclus is het deksel
altijd open en klaar voor de volgende keer
dat de afwasmachine wordt gebruikt.
Mechanische indicator B.
Het is altijd raadzaam om glansspoelmiddel te gebruiken dat specifiek is bedoeld voor gebruik in de
afwasmachine. Controleer het niveau van het glansspoelmiddel via de indicator (B) op het reservoir.
(Alleen op modellen met waterontharder.)
Elektrische indicator op bedieningspaneel (indien aanwezig).
Als er geen waarschuwingslampje voor zout op het bedieningspaneel zit
(bij sommige modellen), kunt u aan de hand van het aantal uitgevoerde
wascycli inschatten wanneer het zout in de ontharder moet worden aangevuld.
Verwijder eventuele grote hoeveelheden etensresten. Week aangebrande voedselresten in
pannen los en laad vervolgens de korven. Raadpleeg de instructies voor het laden van de afwasmachine.
Selecteer een programma
Druk op de programmaknop totdat het geselecteerde programma oplicht.
(Zie "Bedieningsinstructies")
De afwasmachine laten
draaien
Zet de waterkraan open en sluit de deur. Het apparaat begint na ongeveer 1 seconden te draaien.
Het programma wijzigen
1. Een lopende cyclus kan alleen worden gewijzigd als deze net is opgestart. Anders kan het vaatwasmiddel
al toegevoegd zijn aan het water of kan er al afwaswater zijn afgevoerd. Als dit het geval is, moet het
vaatwasmiddelreservoir opnieuw worden gevuld.
2. Open de deur.
3. Druk langer dan 3 seconden op de programmaknop om het lopende programma te annuleren.
4. Selecteer een nieuw programma.
5. Start de afwasmachine opnieuw op.
WAARSCHUWING!
Plaats vergeten vaat in de
afwasmachine.
Als het apparaat tijdens
een wascyclus wordt
uitgeschakeld.
Schakel het apparaat uit
Draai de waterkraan dicht
en haal de korven leeg
1.Open de deur een beetje om de cyclus te onderbreken.
Open voorzichtig de deur.
2.Zodra de sproeiarmen stoppen met draaien, kunt u de deur helemaal
openen.
Er kan hete stoom ontsnappen
3.Plaats de vergeten vaat in de afwasmachine.
als de deur wordt geopend!
4.Sluit de deur, de afwasmachine begint na 10 seconden weer te draaien.
Als het apparaat tijdens een wascyclus wordt uitgeschakeld, moet u
de wascyclus opnieuw selecteren wanneer het apparaat weer wordt
ingeschakeld en moet u weer bij het inschakelen van de afwasmachine
beginnen.
Wanneer de wascyclus is voltooid, zal de
afwasmachine 8 keer piepen en dan stoppen. Schakel het apparaat uit met behulp van de aan/uit-knop.
Na 30 minuten inactiviteit wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld.
Waarschuwing: wacht ongeveer 15 minuten voordat u de afwasmachine leeghaalt, zodat het servies
goed kan afkoelen en minder heet en breekbaar is.
Het serviesgoed zal dan ook beter drogen. Haal het apparaat leeg en begin bij de onderkorf.
4
3.Bedieningsinstructies
Lees voor een optimaal gebruik van uw afwasmachine deze gebruiksaanwijzing helemaal door,
BELANGRIJK voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt.
Bedieningspaneel
1
2
3
4
6
5
7
8
9
6. Programmalampjes: laat u het geselecteerde programma
zien.
7. Lampje functie halve belading: laat zien wanneer de functie
halve belading is geselecteerd.
8. Knop functies halve belading: functies halve belading
selecteren. (Alleen mogelijk bij 6 of minder couverts in de
machine. Minder water- en energieverbruik. Kan alleen worden
gebruikt met de programma’s Intensief, Normaal, ECO, Glas en
90 min.)
9. Programmaknop: een wasprogramma selecteren.
1. Aan-/uitknop: het apparaat in- en uitschakelen.
2. Vertragingsknop: voor het instellen
1/2van de
vertragingstijd.
3. Stroomlampje: geeft aan of de stroom is
ingeschakeld.
4. Vertragingslampjes: laten u de geselecteerde
vertragingstijd zien (3u/6u/9u/12u)
5. Niveauaanwijzers zout en glansspoelmiddel: geven
aan wanneer het zoutreservoir of
glansspoelmiddelreservoir moeten worden bijgevuld.
Functies van de afwasmachine
Vooraanzicht
Achteraanzicht
6
1
2
7
8
3
4
5
10
9
11
1
2
3
Bovenkorf
Zoutreservoir
Sproeiarmen
Binnenleiding
Reservoir
Filtersysteem
Onderkorf
Kopjesrek
Aansluiting toevoerslang
5
Afvoerslang
11
11
Regelaar
4.Vóór het eerste gebruik
Voordat u de afwasmachine voor het eerst in gebruik neemt:
A. Stel de waterontharder in
B. Voeg 1,5 kg regeneratiezout toe en vul het zoutreservoir vervolgens met water
C. Vul het glansspoelmiddelreservoir
D. Voeg vaatwasmiddel toe
A. Waterontharder
De waterontharder moet handmatig met de draaiknop voor waterhardheid worden ingesteld.
De waterontharder is bedoeld om mineralen en zouten uit het water te onttrekken, die schadelijke of nadelige gevolgen kunnen
hebben voor de werking van het apparaat.
Hoe hoger het gehalte aan deze mineralen en zouten, hoe harder uw water is.
De ontharder moet worden ingesteld volgens de hardheid van het water in uw regio.
Uw waterleidingbedrijf kan u informeren over de hardheid van het water in uw regio.
Het zoutverbruik instellen
De afwasmachine is zo ontworpen dat u het zoutverbruik kunt aanpassen aan de hardheid van het gebruikte water. Dit is
bedoeld om het niveau van het zoutverbruik te optimaliseren.
Volg de onderstaande stappen om het zoutverbruik aan te passen.
1. Schakel het apparaat in;
2. Druk binnen 60 seconden nadat u het apparaat hebt ingeschakeld
langer dan 5 seconden op de programmaknop om de instelmodus van
de waterontharder te starten (de waarschuwingslampjes voor zout en glansspoelmiddel knipperen wanneer de
instelmodus is geactiveerd);
3. Druk op de programmaknop om de juiste instelling te selecteren
volgens de waterhardheid in uw omgeving.
De volgorde van de instellingen is als volgt: H1->H2->H3->H4->H5->H6;
4. Druk op de aan-/uitknop om de instelmodus af te sluiten.
WATERHARDHEID
dH
fH
mmol/l
Clarke
Zoutverbruik
(gram/cyclus)
0~5
0~9
0~6
H1 (Kort helder licht)
0
6-11
10-20
7-14
1,0-2,0
H2 (90 min. helder licht)
9
12-17
21-30
15-21
2,1-3,0
*H3 (90 min. Kort helder licht)
12
18-22
31-40
22-28
3,1-4,0
H4 (Glas helder licht)
20
23-34
41-60
29-42
4,1-6,0
H5 (Glas Kort helder licht)
30
35-55
61-98
43-69
6,1-9,8
H6 (Glas 90 min. helder)
60
Opmerking:1
0~0,94
Instelling op de
waterontharder
1 dH = 1,25 Clarke = 1,78 fH = 0,178 mmol/l
dH
Duitse hardheid
Franse hardheid
fH:
Clarke: Engelse hardheid
Opmerking:2
Fabrieksinstelling: H4(EN 50242)
Neem voor de hardheid van uw water contact op met uw waterleidingbedrijf.
LET OP: Als uw model niet met een waterontharder is uitgerust, kunt u dit deel overslaan.
WATERONTHARDER
De waterhardheid verschilt per regio. Als de afwasmachine met hard water wordt gebruikt, vormt er zich aanslag op het servies
en keukengerei.
Het apparaat is uitgerust met een speciale waterontharder die met behulp van een zoutreservoir kalk en mineralen uit het water
haalt.
6
B. De ontharder vullen met zout
Gebruik alleen zout dat speciaal is bedoeld voor afwasmachines.
Het zoutreservoir bevindt zich onder de onderkorf en wordt
als volgt gevuld:
Let op!
Gebruik alleen zout dat speciaal is bedoeld voor afwasmachines! Alle andere soorten
zout die niet specifiek zijn bedoeld voor gebruik in een afwasmachine, vooral tafelzout ,
beschadigt de waterontharder. Als er schade is ontstaan door het gebruik van ongeschikt
zout, vervalt de garantie die door de fabrikant is gegeven en is deze niet aansprakelijk voor de
veroorzaakte schade.
Vul het reservoir alleen met zout net voordat u een van de volledige wasprogramma's start.
Hiermee wordt voorkomen dat er zout of zout water, dat mogelijk is gemorst,
op de bodem van het apparaat achterblijft.
Dit kan na een tijdje namelijk corrosie veroorzaken.
A Verwijder de onderkorf en schroef de dop van het zoutreservoir los.
1
B Plaats het uiteinde van de (meegeleverde) trechter in het gat en vul het met 1,5 kg zout.
22
C Vul de rest van het reservoir met water. Het is normaal dat er een klein beetje water uit het 2
zoutreservoir stroomt.
D Als het reservoir is gevuld, schroeft u de dop stevig rechtsom vast.
E Meestal stopt het waarschuwingslampje voor het zout met branden binnen 2 tot 6 dagen nadat het zoutreservoir met zout is gevuld.
F Onmiddellijk nadat het zoutreservoir met zout is gevuld, moet een wasprogramma worden gestart (een kort programma is aan
te raden). Doet u dit niet, dan kunnen het filtersysteem, de pomp of andere belangrijke onderdelen van het apparaat beschadigd raken
door zout water. Dit valt niet onder de garantie.
LET OP:
1. Het zoutreservoir mag alleen worden bijgevuld wanneer het waarschuwingslampje voor zout op het
bedieningspaneel gaat branden.
Afhankelijk van hoe goed het zout oplost, kan het waarschuwingslampje voor zout nog blijven branden nadat
het reservoir is gevuld.
Als er geen waarschuwingslampje voor zout op het bedieningspaneel zit (bij sommige modellen), kunt u aan
de hand van het aantal uitgevoerde wascycli inschatten wanneer het zout in de ontharder moet worden
aangevuld.
2. Zoutvlekken kunt u verwijderen door het spoelprogramma of korte programma te laten draaien.
7
C. VAATWASMIDDEL BIJVULLEN
Het vaatwasmiddel
BELANGRIJK
Het is cruciaal dat u een vaatwasmiddel gebruikt dat speciaal is bedoeld voor afwasmachines, in poedervorm, vloeibare vorm of als
tabletten.
“FINISH” levert erg goede resultaten op en is gemakkelijk te verkrijgen. Ongeschikte vaatwasmiddelen (zoals die voor de afwas met de hand)
bevatten niet de juiste ingrediënten voor gebruik in een afwasmachine en belemmeren de correcte werking van de afwasmachine.
!
WAARSCHUWING!
Let er bij het laden van de onderkorf
op dat de borden of ander vaatwerk het
vaatwasmiddelreservoir niet blokkeren.
Het vaatwasmiddelreservoir vullen
Het vaatwasmiddelreservoir bevindt zich aan de binnenkant van de deur (afb. A2). Als het deksel van het reservoir gesloten is, drukt u op
de knop (A) om deze te openen.
Aan het einde van iedere wascyclus is het deksel altijd open en klaar voor de volgende keer dat de afwasmachine wordt gebruikt.
De hoeveelheid te gebruiken vaatwasmiddel hangt af van hoe vuil de vaat is en van het soort vaatwerk dat moet worden afgewassen.
Het is raadzaam om in het vaatwasmiddelcompartiment (B) 20/30 g vaatwasmiddel te gebruiken.
Nadat u het vaatwasmiddel aan het reservoir hebt toegevoegd, sluit u het deksel door het eerst naar beneden te drukken (1) en vervolgens naar
voren te duwen (2) totdat u het hoort klikken.
Aangezien niet alle vaatwasmiddelen hetzelfde zijn, kunnen de instructies op de dozen vaatwasmiddel verschillen. Houd er rekening mee dat
de vaat met te weinig vaatwasmiddel niet goed schoon wordt en dat te veel wasmiddel niet voor betere resultaten zal zorgen en bovendien
een verspilling is.
BELANGRIJK
Gebruik geen te grote hoeveelheid
vaatwasmiddel en help zo ook de
gevolgen voor het milieu te beperken.
8
D. SOORTEN VAATWASMIDDEL
Vaatwastabletten
Sommige merken vaatwastabletten lossen sneller op dan andere. Hierdoor kunnen
sommige vaatwastabletten niet op tijd oplossen en hun volledige reinigingskracht tijdens een kort programma niet vrijgeven.
Gebruik daarom langere programma's als u vaatwastabletten gebruikt, zodat er geen resten vaatwasmiddel achterblijven.
BELANGRIJK
Voor een goed wasresultaat, MOETEN de
tabletten in het vaatwasmiddelcompartiment
worden geplaatst en NIET rechtstreeks
in de kuip.
Geconcentreerde vaatwasmiddelen
Geconcentreerde vaatwasmiddelen met een lage alkalische waarde en natuurlijke enzymen hebben bij gebruik in een
wasprogramma van 50° een kleinere impact op het milieu en beschermen de vaat en de afwasmachine. De wasprogramma's
van 50° maken gericht gebruik van de vuiloplossende eigenschappen van de enzymen, waardoor in combinatie met een
geconcentreerd vaatwasmiddel dezelfde resultaten kunnen worden behaald als met een programma van 65°, maar dan bij een
lagere temperatuur.
Gecombineerde vaatwasmiddelen
De vaatwasmiddelen die ook glansspoelmiddel bevatten, moeten in het vaatwasmiddelcompartiment worden geplaatst. Het
glansspoelmiddelreservoir moet leeg zijn (is het niet leeg, stel de regelaar voor het glansspoelmiddel dan in op de laagste
stand voordat u gecombineerde vaatwasmiddelen gebruikt).
"ALLES in 1"-gecombineerde vaatwasmiddelen
Als u van plan bent ALLES in 1-vaatwasmiddelen (3 in 1 / 4 in 1 / 5 in 1 / enzovoort) te gebruiken, dat wil zeggen vaatwasmiddelen
die ook zout en/of glansspoelmiddel bevatten, is het raadzaam om:
de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking zorgvuldig door te lezen en te volgen.
De doeltreffendheid van vaatwasmiddelen die ook waterontharder/zout bevatten, is afhankelijk van de hardheid van het water
in uw regio. Controleer op de verpakking of het vaatwasmiddel geschikt is voor de hardheid van het water in uw regio.
Neem contact op met de fabrikant van het vaatwasmiddel, als het gebruik van dit soort producten
geen bevredigende wasresultaten oplevert.
In bepaalde omstandigheden kan het gebruik van gecombineerde vaatwasmiddelen het volgende veroorzaken:
kalkaanslag op het vaatwerk of in de afwasmachine;
verminderde was- en droogprestaties.
BELANGRIJK
Eventuele problemen die het directe gevolg
zijn van het gebruik van deze producten,
vallen niet onder onze garantie.
Houd er rekening mee dat de lampjes voor glansspoelmiddel en zout (alleen op bepaalde modellen) bij gebruik van "ALLES in
1"-gecombineerde vaatwasmiddelen overbodig zijn.
Als er problemen met het wassen en/of drogen optreden, is het raadzaam om de traditionele afzonderlijke producten te
gebruiken (zout, vaatwasmiddel en glansspoelmiddel). Dit zorgt ervoor dat de waterontharder in de afwasmachine correct
werkt.
In dit geval is het raadzaam om:
zowel het zoutreservoir als het glansspoelmiddelreservoir opnieuw te vullen;
de afwasmachine één normale wascyclus leeg te laten draaien.
Houd er rekening mee dat als u weer afzonderlijk zout gaat gebruiken, er een aantal cycli nodig zijn voordat het systeem
weer volledig efficiënt zal werken.
9
GLANSSPOELMIDDEL BIJVULLEN
Het glansspoelmiddel
Het glansspoelmiddel wordt tijdens de laatste spoelcyclus automatisch vrijgegeven, helpt het vaatwerk snel drogen en
voorkomt vlekken.
Het glansspoelmiddelreservoir vullen
Het glansspoelmiddelreservoir bevindt zich aan de linkerkant van het vaatwasmiddelreservoir (afb. A "3"). Om het deksel te
openen, drukt u op de markering en trekt u tegelijkertijd het openingsklepje omhoog. Het is altijd raadzaam glansspoelmiddel te
gebruiken dat specifiek is bedoeld voor afwasmachines. Controleer het niveau van het glansspoelmiddel via de indicator (C) op
het reservoir.
VOL
LEEG
donker
licht
Het glansspoelmiddel instellen op stand 1 tot 6
De regelaar (D) bevindt zich onder het deksel en kan met een munt worden gedraaid. De aanbevolen stand is 4. Het
kalksteengehalte van het water heeft een aanzienlijke invloed op de vorming van kalkaanslag en de droogprestaties.
Het is daarom belangrijk om de hoeveelheid glansspoelmiddel in te stellen, om goede wasresultaten te verkrijgen. Indien er na het
wassen strepen op het vaatwerk achterblijven, zet u de regelaar één stand lager. Als er witte vlekken achterblijven, zet u de
regelaar één stand hoger.
10
5.De afwasmachine vullen
Aanbeveling
Denk eraan om keukengerei en servies te kopen dat afwasmachinebestendig is.
Gebruik een mild vaatwasmiddel dat als 'zacht voor de vaat' wordt omschreven. Vraag de fabrikant van het vaatwasmiddel
indien nodig om meer informatie.
Kies voor bepaalde voorwerpen een programma met een lage temperatuur.
Neem glazen en bestek niet onmiddellijk nadat het programma is beëindigd uit de afwasmachine,
om schade te voorkomen.
om de volgende voorwerpen in de afwasmachine te wassen
Niet geschikt
Minder geschikt
Sommige soorten glazen kunnen
dof worden na een groot aantal wasbeurten
Bestek met houten, hoornen, porseleinen of
parelmoeren handgrepen
Kunststof voorwerpen die niet hittebestendig zijn
Ouder bestek met gelijmde delen dat niet
temperatuurbestendig is
Gelijmd bestek of servies
Tinnen of koperen voorwerpen
Kristallen glazen
Stalen voorwerpen die kunnen roesten
Houten schalen
Voorwerpen gemaakt van synthetische vezels
Zilver en aluminium delen hebben de
neiging om tijdens het wassen te verkleuren
Geglazuurde patronen kunnen vervagen
als deze vaak in de afwasmachine worden gewassen
Aandachtspunten voor of na het laden van de korven van de
afwasmachine
(Volg onderstaande richtlijnen voor een optimale prestatie van de afwasmachine.
De kenmerken en het uiterlijk van de korven en bestekmanden kunnen variëren naargelang het model.)
Verwijder eventuele grote hoeveelheden etensresten. Week aangebrande voedselresten in pannen los.
Het is niet nodig om het vaatwerk onder de kraan te spoelen.
Plaats vaatwerk als volgt in de afwasmachine:
1.Plaats kopjes, glazen, potten/pannen enz. altijd met de bovenkant naar beneden.
2.Zet gebogen voorwerpen of voorwerpen met uitsparingen altijd een beetje scheef zodat het water eruit kan lopen.
3.Plaats al het keukengerei zo dat het niet kan omvallen.
4.Plaats al het keukengerei zo dat de sproeiarmen vrij kunnen draaien tijdens het wassen.
LET OP: Zeer kleine voorwerpen mogen niet in de afwasmachine worden gewassen, omdat deze gemakkelijk
uit de korf kunnen vallen.
Leg holle voorwerpen zoals kopjes, glazen, pannen enz. altijd met de opening naar onder, zodat
er geen water in kan blijven staan.
Zet voorwerpen niet in of op elkaar.
Zorg dat glazen elkaar niet aanraken, om schade te voorkomen.
Laad grote artikelen die het moeilijkst schoon te krijgen zijn in de onderkorf.
De bovenkorf is bedoeld voor delicater en lichter vaatwerk zoals glazen, koffieen theekopjes
Lange messen die rechtop worden geplaatst vormen een gevaar!
Lang en/of scherp bestek zoals vleesmessen moeten
horizontaal in de korf worden geplaatst.
Laad uw afwasmachine niet te vol. Dit is belangrijk om een goed resultaat te verkrijgen en
niet te veel energie te verbruiken.
Het vaatwerk uit de afwasmachine halen
Om te voorkomen dat het water van de bovenkorf in de onderkorf drupt, is het raadzaam om
eerst de onderkorf leeg te halen en vervolgens de bovenkorf.
11
Normaal vaatwerk laden
De onderkorf laden
De bovenkorf laden
De bovenkorf is bedoeld voor delicater
en lichter vaatwerk zoals glazen, koffie- en
theekoppen en schoteltjes, maar ook borden, kleine schalen
en ondiepe pannen (zolang deze niet te vuil zijn).
Plaats het servies en kookgerei zodanig dat het
niet door de waterstraal kan verschuiven.
Het is raadzaam om grote voorwerpen en vaatwerk dat het
moeilijkst schoon te krijgen is, in de onderkorf te plaatsen:
bijvoorbeeld potten, pannen, deksels, serveerschotels en
schalen, zoals weergegeven in de onderstaande afbeelding.
Het verdient de voorkeur om serveerschotels en deksels
aan de zijkant van de rekken te plaatsen, om te voorkomen
dat de bovenste sproeiarm
niet meer kan draaien.
IN
IN
Denk eraan dat:
potten, schalen enzovoort altijd ondersteboven moeten worden geplaatst;
diepe potten schuin moeten worden geplaatst, zodat het water eruit kan lopen;
de onderkorf is voorzien van inklapbare pinnen, zodat grotere of meer potten en pannen kunnen worden geladen.
De bovenkorf aanpassen
Het kopjesrek inklappen
De hoogte van de bovenkorf kan worden aangepast om
meer ruimte te creëren voor groot keukengerei in zowel de
boven- als onderkorf. De hoogte van de bovenkorf kan worden
aangepast door de wielen op een andere railhoogte te
plaatsen. Lange voorwerpen, opschepbestek, slabestek en
messen moeten op het rek worden geplaatst, zodat ze
het draaien van de sproeiarmen niet belemmeren.
Om potten en pannen beter te kunnen stapelen,
kunnen de pinnen worden ingeklapt zoals
weergegeven in de rechterafbeelding.
Hoge positie
Lage positie
Pinnen van de onderkorf inklappen
Om potten en pannen beter te kunnen
stapelen, kunnen de pinnen worden
ingeklapt zoals weergegeven in de
rechterafbeelding.
Wielen
Bestekmand
Bestek moet met het heft naar beneden in de bestekmand worden geplaatst. Als het rek zijmanden heeft, moeten de
lepels apart in de daarvoor geschikte sleuven worden gelegd. Vooral lang bestek moet horizontaal aan de voorkant van de bovenkorf
worden geplaatst, zoals weergegeven in de afbeelding.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat er geen bestek aan de onderkant uitsteekt.
Plaats scherp bestek altijd met de scherpe punt naar beneden!
Plaats bestek voor uw persoonlijke veiligheid en een uitstekend schoon resultaat
als volgt in de bestekmand:
Zorg dat het bestek niet tegen elkaar aan staat.
Plaats bestek met het heft naar beneden.
Plaats messen en ander mogelijk gevaarlijk keukengerei met het heft naar boven.
12
6.Een wasprogramma starten
Tabel van de wascycli
LET OP:
( ) Betekent: het glansspoelmiddelreservoir moet worden bijgevuld.
Informatie
cycluskeuze
Programma
Intensief
Normaal
P2
Normaal
ECO
P3
(*EN 50242)
ECO
(EN 50242)
Glas
P4
Glas
Voor zeer vuil vaatwerk, en normale vuile
Drogen
Voor normaal vuil vaatwerk zoals potten,
Voorwassen (45 ° C)
Dit is het standaardprogramma, waarmee Voorwassen
borden, glazen en licht vuile pannen.
Wassen (55 °C)
normaal vuil vaatwerk kan worden
Wassen
(45℃)
Spoelen
schoongemaakt, en het is het
Spoelen
(62℃)
Spoelen
(66 °C)
efficiëntste programma qua energieDrogen
Drogen
en waterverbruik voor dit soort vaatwerk.
Dit
is
het
standaardprogramma,
Voorwassen
waarmee normaal vuil vaatwerk kan
Wassen (45 °C)
Voorwassen
worden
schoongemaakt,
Spoelen (62 °C)
Voor
licht
vuil vaatwerken het is het
efficiëntste programma qua energie- Wassen
en
Drogen
(40℃)
en
glazen. voor dit soort vaatwerk.
waterverbruik
Spoelen (62℃)
Dagelijks
Kort
Kort
Spoelen
Voor normaal vuil vaatwerk
dat snel moet worden
gewassen.
Voor licht vuil vaatwerk,
uitstekende droogefficiëntie niet nodig is.
Een kortere wascyclus voor
Voor
licht het
vuil spoelen
vaatwerkvan
en vaatwerk
snel wassen
dat u later op de dag wilt wassen.
5 5/22g
g/22 g
1(of
stuk
3 in 1)
55/22g
g/22 g
3 in 1)
1(ofstuk
5/22g
3 ing1)
3 (of
g/22
DrogenVoorwassen
Wassen (40 °C)
Spoelen
Wassen
(65℃)
Spoelen
(62 °C)
Spoelen
(66℃)
Drogen
Drogen
waarbij
Wassen (65 °C)
Een kortere wascyclus voor
licht vuil vaatwerk en snel
wassen.
Vaatwasmiddel Looptijd
voorwas/
hoofdwas
Water - Glans
verbruik spoel(l)
middel
Energie
- verbruik
(Kwh)
Voorwassen (50 °C)
Voorwassen
Voor
normaal
vaatwerk
potten,
pannen,vuil
schalen
en borden enz.
Wassen (45℃)
(60 °C)
Wassen
(55℃)
met
vastgekoekt
vuil.
Spoelen
zoals potten, borden,
Spoelen
(66℃)
Spoelen
glazen en licht vuile pannen.
Drogen
Spoelen (69 °C)
Voor licht vuil vaatwerk en glas
P5
Beschrijving
cyclus
5/22g
(of
253 gin 1)
16,5
175
1,1
13
205
205
125
90
90
27g
20 g
(of 3 in 1)
Wassen (55 °C)
Voorwassen
Spoelen (50 °C)
Spoelen (55 ° C)
1,4
125
Spoelen
Wassen
(55℃)
Spoelen
(66 °C)
Spoelen
(55℃)
Drogen
165
175
15
13
0,74
0,78
0,75
0,75
1,15
1,15
0,7
30
30
20g
1,1
0,7
0,02
9
9
13,5
13,5
11. 5
11,5
10
10
3,5
LET OP:
*EN 50242: Dit programma is de testcyclus. De informatie voor de vergelijkbaarheidstest volgens EN 50242 is de volgende:
Capaciteit: 9 couverts
Positie bovenkorf: bovenwielen op rails
Instelling glansspoelmiddel: 6
Pl: 0,45 W; Po :0,3 W.
Tijd stand-by-stand 30 min.
Het apparaat inschakelen
Een wascyclus starten
1
1 Schuif de onder- en bovenkorf naar voren, vul de afwasmachine en duw de korven terug.
2
3
2
3
4
5
4
5
Het is raadzaam om eerst de onderkorf te laden en vervolgens de bovenkorf (zie
“De afwasmachine vullen”).
Voeg het vaatwasmiddel toe (zie “Zout, vaatwasmiddel en glansspoelmiddel”).
Steek de stekker in het stopcontact. De voeding is 220-240 VAC 50 Hz, de specificatie
van het stopcontact is 10 A 250 VAC. Zorg dat de waterkraan volledig openstaat.
Sluit de deur, druk op de aan/uit-knop om het apparaat in te schakelen.
Druk op de programmaknop. De wasprogramma's staan in de volgende volgorde:
Intensief -> Normaal -> ECO -> Glas -> Dagelijks -> Kort;
Als een programma is geselecteerd, gaat het indicatorlampje branden. Druk vervolgens op de start/pauze-knop.
De afwasmachine gaat draaien.
13
Het programma wijzigen…
Uitgangspunt:
Het wasprogramma kan alleen worden gewijzigd als het net is opgestart. Anders
kan het vaatwasmiddel al toegevoegd zijn aan het water of kan er al afwaswater zijn afgevoerd.
U moet het vaatwasmiddelreservoir dan opnieuw vullen (zie "Vaatwasmiddel
bijvullen").
2 Druk langer dan drie seconden op de programmaknop, dan staat het apparaat op stand-by.
Nu kunt u het programma veranderen naar de gewenste cyclus (zie "Een wascyclus starten…").
1
LET OP:
Als u de deur tijdens het wassen opent, stopt het apparaat met draaien. Het programmalampje
stopt met knipperen en de afwasmachine gaat elke minuut zoemen, tenzij u de deur sluit. Als
u de deur sluit, gaat het apparaat na 10 seconden weer draaien.
U bent vaatwerk vergeten?
Zolang het vaatwasmiddelreservoir nog niet is geopend, kunt u nog vaatwerk in de afwasmachine plaatsen.
1
2
3
Open de deur een beetje.
Zodra de sproeiarmen stoppen met draaien, kunt u de deur
helemaal openen.
4
Sluit de deur.
5
De afwasmachine gaat na 10 seconden weer draaien.
Plaats het vergeten vaatwerk in de afwasmachine.
Aan het einde van de wascyclus
Wanneer de wascyclus is voltooid, zal de afwasmachine 8 seconden piepen en dan stoppen. Schakel
het apparaat met de aan/uit-knop uit, sluit de watertoevoer af en open de deur van de afwasmachine.
Wacht een paar minuten voordat u de afwasmachine leeghaalt, zodat het servies goed kan afkoelen
en minder heet en breekbaar is. Het serviesgoed zal dan ook beter drogen.
Schakel de afwasmachine uit
Alleen als het programmalampje brandt maar niet knippert, is het programma afgelopen.
1. Schakel de afwasmachine uit door op de aan/uit-knop te drukken.
2.Draai de waterkraan dicht!
Open voorzichtig de deur
Heet servies is gevoelig voor stoten. Het servies moet 15 minuten de tijd krijgen om af te koelen
voordat u het apparaat leeghaalt.
Open de deur van de afwasmachine, laat deze op een kier staan en wacht een aantal minuten voordat u het servies uit
het apparaat haalt. Het servies is dan koeler en zal ook beter drogen.
Haal de afwasmachine leeg
Het is normaal dat de afwasmachine nat is vanbinnen.
Haal eerst de onderkorf leeg en vervolgens de bovenkorf. Zo voorkomt u dat er water uit de bovenkorf op
het vaatwerk in de onderkorf drupt.
WAARSCHUWING!Het is gevaarlijk om de deur tijdens het wassen te openen,
omdat u zich aan het hete water kunt branden.
14
7.Onderhoud en reiniging
Filtersysteem
Het filter voorkomt dat grote voedselresten of andere objecten in de pomp terechtkomen.
De resten kunnen het filter verstoppen en moeten in dat geval worden verwijderd.
Het filtersysteem bestaat uit een groffilter, een vlakfilter (hoofdfilter)
en een microfilter (fijnfilter)
Hoofdfilter
2
1
Vuil en voedselresten die door dit filter worden vastgehouden, worden verpulverd door een
speciale straal op de onderste sproeiarm en vervolgens via een afvoeropening weggevoerd.
1
Groffilter
22
Grotere deeltjes zoals botjes of stukjes glas, die de afvoer kunnen verstoppen, worden
tegengehouden in het groffilter. Om deze deeltjes te verwijderen, drukt u voorzichtig op de
klepjes aan de bovenkant van het filter en haalt u ze eruit.
3
Fijnfilter
3
Dit filter houdt het vuil en afval in de sifon tegen en verhindert dat deze resten tijdens de
wascyclus op het vaatwerk terechtkomen.
Filtersysteem
Het filter verwijdert efficiënt voedseldeeltjes uit het afwaswater, zodat dit water tijdens de wascyclus opnieuw kan worden gebruikt.
Voor de beste prestaties en resultaten, moet het filtersysteem regelmatig worden schoongemaakt. Het is daarom goed om
grotere voedseldeeltjes in het filter na elke wascyclus te verwijderen door het halfronde filter en het bakje met stromend water te spoelen.
Om het filtersysteem te verwijderen, moet u het bakje aan het handvat omhoog trekken.

De afwasmachine mag nooit zonder filters worden gebruikt.
Een verkeerde plaatsing van het filtersysteem kan de goede werking van het apparaat
WAARSCHUWING! 
Beïnvloeden en servies en keukengerei beschadigen.
1
Open
Stap 1
Draai het filter tegen de klok in
2
Stap 2 Trek het filtersysteem naar boven
LET OP: Doorloopt u de stappen van 1 tot 2, dan verwijdert u het filtersysteem;
doorloopt u de stappen daarentegen van 2 tot 1, dan plaatst u het filtersysteem terug.
15
Opmerkingen:
- Controleer na elk gebruik van de afwasmachine of de filters niet worden geblokkeerd.
- Door het groffilter los te draaien, kunt u het filtersysteem verwijderen. Haal voedselresten weg en
maak de filters onder stromend water schoon.
LET OP: Het hele filtersysteem moet eenmaal per week worden schoongemaakt.
De filters reinigen
Het grof- en fijnfilter dient u te reinigen met een borstel. Monteer de onderdelen van het filtersysteem vervolgens opnieuw zoals
weergegeven op de laatste pagina en plaats de filtergroep terug in de afwasmachine door deze in de behuizing te plaatsen en naar
beneden te drukken.
WAARSCHUWING!
Klop niet op de filters wanneer u deze schoonmaakt. De filters kunnen dan
verwrongen raken, waardoor de afwasmachine minder goed werkt.
Onderhoud van de afwasmachine
Reinig het bedieningspaneel met een licht vochtige doek.
Wrijf het vervolgens goed droog.
Gebruik voor de buitenkant een goede boenwas voor apparaten.
Gebruik geen scherpe voorwerpen, staalwol of agressieve reinigingsmiddelen om de onderdelen van de afwasmachine te reinigen.
De deur reinigen
Gebruik alleen een zachte, warme, vochtige doek om de rand van de deur te reinigen.
Gebruik nooit een reinigingsmiddel in een spuitbus, om te vermijden dat er water in de
deursluiting en in het elektrische systeem terechtkomt.

Gebruik nooit een reinigingsmiddel in een spuitbus, om te vermijden dat er water in de
WAARSCHUWING!
deursluiting en in het elektrische systeem terechtkomt.
Gebruik ook nooit schuurmiddelen of bepaalde soorten keukenpapier.

Dit zou krassen kunnen veroorzaken of vlekken kunnen achterlaten op het roestvaststalen
oppervlak.
Bescherming tegen bevriezing
Bescherm de afwasmachine in de winter tegen bevriezing. Doe na elke wascyclus
het volgende:
1.Schakel de stroomvoorziening naar de afwasmachine uit.
2.Sluit de watertoevoer af en koppel de toevoerslang los van de kraan.
3.Laat het water uit de toevoerslang en de kraan weglopen (vang het water op in een bak).
4.Sluit de watertoevoerslang weer aan.
5.Verwijder het filter onderaan in de kuip en neem het water in de opvangbak op met een spons.
LET OP: Neem contact op met een bevoegde onderhoudstechnicus,
als uw afwasmachine als gevolg van het ijs niet meer werkt.
De sproeiarmen reinigen
De sproeiarmen moeten regelmatig worden gereinigd om verstopping door
waterontharder in de sproeikoppen en lagers te voorkomen.
Om de bovenste sproeiarm te verwijderen, draait u de arm
met de klok mee.
Om de onderste sproeiarm te verwijderen, trekt u de sproeiarm omhoog.
Was de sproeiarmen in warm zeepsop en gebruik een zachte borstel om
de sproeikoppen te reinigen Plaats ze na grondig spoelen weer terug.
16
Open
De afwasmachine in optimale conditie houden
Na elke wasbeurt
Wanneer het apparaat lang niet wordt gebuikt
Sluit na elke wasbeurt de watertoevoer af
en laat de deur een beetje openstaan zodat
geurtjes en vocht kunnen ontsnappen.
Het is aan te raden om uw afwasmachine een keer leeg te laten
draaien.
Trek daarna de stekker uit het stopcontact, sluit de watertoevoer
af en laat de deur op een kiertje staan. Dit verlengt de levensduur
van de afdichtingen van de deur en zorgt dat er geen slechte
geurtjes in het apparaat ontstaan.
Trek de stekker uit het stopcontact
Voorafgaand aan een reinigings- of onderhoudsbeurt moet altijd
de stekker van het apparaat uit het stopcontact worden gehaald.
Gebruik geen oplosmiddelen of schuurmiddelen
voor de reiniging
Gebruik geen oplosmiddelen of schuurmiddelen
om de buitenkant van de afwasmachine en de rubberen delen te
reinigen.
Gebruik liever een doek en een warm sopje.
Om vlekken aan de binnenkant te verwijderen,
gebruikt u een doek doordrenkt met water en een beetje
azijn of een speciaal reinigingsproduct voor
afwasmachines.
De afwasmachine verplaatsen
Houd de afwasmachine zoveel mogelijk verticaal,
als u deze moet verplaatsen. Als het echt nodig is, kunt u de
afwasmachine op de rug kantelen.
Afdichtingen
Slechte geurtjes ontstaan door voedselresten die
achterblijven in de afdichtingen.
Om dit te vermijden, moet u de afdichtingen regelmatig
met een vochtige spons schoonmaken.
8.Installatie-instructies
Waarschuwing
Gevaar voor elektrische schokken
Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de afwasmachine
installeert.
Doet u dit niet, dan kan dit leiden tot de dood of een elektrische schok.
Let op:
Leidingen en elektrische apparatuur
moeten door gekwalificeerde professionals
worden geïnstalleerd.
Voorbereiding installatie
De afwasmachine moet in de buurt van een bestaande watertoevoerkraan, afvoer en
stopcontact worden geplaatst.
Kies een kant van de kast voor de aansluiting van de afvoerslangen van
de afwasmachine.
Let op: controleer de bijbehorende installatietoebehoren (haak voor esthetisch paneel, schroef)
17
Lees de installatie-instructies aandachtig door.
1
2
Illustraties van de afmetingen van de kast en de installatiepositie van de afwasmachine
Er moeten voorbereidingen worden getroffen voordat u de afwasmachine op de installatieplek plaatst.
Kies een plek in de buurt van de gootsteen, om de installatie van de toevoer- en afvoerslangen te vergemakkelijken
(zie afbeelding 1).
Als afwasmachine in de hoek van de kast wordt geplaatst, moet er voldoende ruimte zijn
(zie afbeelding 2) wanneer de deur wordt geopend.
Afb. 1
Kastafmetingen
90
Minder dan 5 mm
tussen de bovenkant
van de afwasmachine en
de kast en de
buitendeur uitgelijnd
met de kast.
90
820mm
Ingangen elektrische
aansluiting en
toevoer- en
afvoerslangen
580mm
80
Ruimte tussen de onderkant 100
van de kast en de vloer
450 mm
Afb. 2
Minimale ruimte wanneer
de deur wordt geopend
Afmetingen en installatie esthetisch paneel
1
Het esthetisch houten paneel moet worden bewerkt volgens afbeelding 3.
439
416
0.2
390
0.2
75
127
0.2
62
2- 2 dp8
2- 11
0.2
2- 5.5
287.5
5
517
Het esthetisch paneel moet
worden bewerkt volgens
de weergegeven afmetingen
720(MAX)
474.8
Afb. 3
20
8- 2 dp8
30
38
286
(Eenheid: mm)
18
4- 2 dp8
MAX
2 Bevestig de haak op het esthetisch houten paneel en zet de haak in de gleuf van de buitendeur van
de afwasmachine (zie afbeelding 4a). Na het plaatsen van het paneel, maakt u het met behulp van schroeven en bouten vast
aan de buitendeur (zie afbeelding 4b).
Afb. 4a
Installatie esthetisch paneel
Afb. 4b
Installatie esthetisch
houten paneel
Verwijder de vier korte schroeven
1. Verwijder de vier
korte schroeven
2.Bevestig de vier lange
schroeven
19
Bevestig de vier lange schroeven
Afstellen spanning deurveer
De deurveren zijn in de fabriek ingesteld op de juiste spanning voor de buitendeur.
Als u een esthetisch houten paneel installeert, moet u de spanning van de deurveer aanpassen.
Draai aan de stelschroef om de staalkabel aan te spannen of te ontspannen
(zie afbeelding 5).
De spanning van de deurveer is goed
wanneer de deur horizontaal blijft als
deze volledig open is maar
toch omhooggaat en sluit wanneer u deze
met een vinger licht omhoogduwt.
Afb. 5
Afstellen spanning
deurveer
Aansluiting afvoerslang
Steek de flexibele afvoerslang in een afvoerbuis met een diameter van minstens 40 mm of laat deze leeglopen in de gootsteen.
Zorg ervoor dat de slang daarbij niet teveel wordt afgekneld of gebogen. De bovenkant van de slang moet zich lager dan 1000 mm
bevinden.
HANG DE AFVOERSLANG OP MANIER A OF B OP
Voorzijde
A
MAX 1000 mm
LET OP
De bovenkant van de
slang moet zich lager
dan 1000 mm bevinden.
Aanrecht
B
Afvoerslang
40 mm
20
Stappen installatie afwasmachine
1 Bevestig de deur van het meubel aan de buitendeur van de afwasmachine met behulp van de meegeleverde beugels.
Raadpleeg de sjabloon voor de positie van de beugels.
2 Pas de spanning van de deurveren aan met een inbussleutel. Draai rechtsom om de veren
linker- en rechterdeurveren aan te spannen. Doet u dit niet, dan kan uw afwasmachine beschadigd raken
(afbeelding 2).
3 Sluit de toevoerslang aan op de koudwaterkraan.
4 Sluit de afvoerslang aan. Zie diagram (afbeelding 6).
5 Sluit de voedingskabel aan.
6 Bevestig de condensatiestrip aan onder het werkblad van de kast. Zorg dat de
condensatie strip gelijk ligt met de rand van het aanrechtblad.
7 Plaats de afwasmachine in de juiste positie (afbeelding 4).
8 Zet de afwasmachine waterpas. Het achterste pootje kan vanaf de voorzijde van de afwasmachine worden afgesteld
door met een inbussleutel de inbusschroef in het midden van de onderkant van de afwasmachine te draaien (afbeelding 5A).
Om de voorste pootjes af te stellen, gebruikt u een platte schroevendraaier en draait u de voorste pootjes totdat de
afwasmachine waterpas staat (afbeelding 5B).
9 De afwasmachine moet worden vastgezet. U kunt dit op twee manieren doen:
A. Normaal aanrechtblad: plaats de installatiehaak in de gleuf aan de zijkant en bevestig deze
met de houtschroeven aan het aanrechtblad (afbeelding 6).
B. Marmeren of granieten aanrechtblad: bevestig de zijkant kant met een schroef. (afbeelding 7).
trip
tion s
ensa
Cond
3
2
1
4
doo r
iture
Furn
6
B
A
5
7
Afb. 7
21
De afwasmachine moet waterpas staan voor de juiste werking van de korven en goede wasresultaten.
1 Plaats een waterpas op de deur en de rail van de korf binnenin de kuip zoals aangegeven, om te
controleren of de afwasmachine waterpas staat.
2 Stel de afwasmachine waterpas door de drie stelpootjes afzonderlijk af te stellen.
3 Let op dat de afwasmachine niet kantelt wanneer u deze waterpas stelt.
A
Afb. 8
Illustratie afstellen pootjes
Controleer de hoogte van voor
naar achter
LET OP:
De hoogte van de pootjes
kan met maximaal 50 mm
worden aangepast.
Waterpas
Controleer de hoogte van links naar rechts
Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING!
Let op voor uw eigen veiligheid:
 Gebruik geen verlengsnoer of verdeelstekker voor dit apparaat.
 Het is ten strengste verboden om de derde aardingspen
van de voedingskabel af te snijden of te verwijderen.
Elektrische vereisten
Raadpleeg het typeplaatje voor informatie over de nominale spanning en sluit de afwasmachine aan op een geschikte voedingsbron.
Gebruik de vereiste zekering van 10 ampère, trage zekering of aanbevolen stroomonderbreker en zorg voor een apart circuit
voor dit apparaat.
Elektrische aansluiting
Zorg voor een
goede aarding
vóór gebruik
Controleer of de netspanning en de netfrequentie overeenstemmen met de gegevens op het
typeplaatje. Steek de stekker alleen in een correct geaard stopcontact. Als het stopcontact
waarop het apparaat moet worden aangesloten niet geschikt is voor de stekker, moet u het
stopcontact vervangen. Gebruik geen adapter, deze zou kunnen verhitten of verbranden.
De veiligheidstoevoerslang aansluiten
Het apparaat moet worden aangesloten op de waterleiding met behulp van een
nieuwe slangenset. Oude slangensets mogen niet opnieuw worden gebruikt.
De waterdruk moet tussen de 0,04 MPa en 1 MPa bedragen. Als de druk lager is
dan de minimumwaarde, moet u contact opnemen met onze service-afdeling voor
advies.
1. Trek de veiligheidstoevoerslang volledig uit het opslagcompartiment aan
de achterkant van de afwasmachine.
2. Schroef de veiligheidstoevoerslang aan de kraan met schroefdraad van
¾ inch.
3. Draai de kraan volledig open voordat u de afwasmachine start.
DE VEILIGHEIDSTOEVOERSLANG
De veiligheidstoevoerslang heeft een dubbele wand. In het geval dat de toevoerslang breekt en de luchtlaag tussen
de toevoerslang zelf en de geribbelde buitenslang vol water staat, blokkeert het systeem de watertoevoer.
22
! WAARSCHUWING!
Een sproeierslang kan barsten als deze op dezelfde waterleiding wordt aangesloten als de afwasmachine. Als uw
gootsteen een sproeier heeft, is het raadzaam om de slang los te koppelen en het gat met een plug dicht te maken.
De veiligheidstoevoerslang loskoppelen
1.
2.
3.
Draai de kraan dicht.
Verlaag de waterdruk door de decompressieknop in te drukken. Zo kan de waterdruk ontsnappen en
beschermt u uzelf en de ruimte tegen grote spatten.
Schroef de veiligheidstoevoerslang los van de kraan.
KOUDWATERAANSLUITING
Sluit de toevoerslang voor koud water aan op een aansluiting met een schroefdraad van 3/4". Zorg dat deze stevig is
vastgeschroefd. Bij nieuwe waterleidingen of waterleidingen die nog niet lang worden gebruikt, moet u eerst wat
water door de leidingen laten stromen om zeker te zijn dat deze schoon zijn. Als u deze voorzorgsmaatregel niet
neemt, kan de watertoevoer verstopt raken en kan het apparaat schade oplopen.
Overtollig water uit slangen afvoeren
Als de gootsteen zich op 1000 mm of meer boven de vloer bevindt, kan het overtollige water in de slangen niet direct
in de gootsteen worden afgevoerd. U moet dit overtollige water uit de slangen dan opvangen in een kom of geschikte
bak die zich buiten en lager dan de gootsteen bevindt.
Waterafvoer
Sluit de waterafvoerslang aan. De afvoerslang moet correct worden aangesloten, om waterlekkage te voorkomen.
Zorg dat de afvoerslang niet wordt geknikt of platgedrukt.
Verlengslang
Als u een verlengstuk voor uw afvoerslang nodig hebt, moet u een soortgelijke afvoerslang gebruiken.
Deze mag niet langer zijn dan 4 meter, anders reinigt de afwasmachine mogelijk minder goed.
Aansluiting op de sifon
De aansluiting van de afvoerslang moet zich op een hoogte van minder dan 1000 mm (maximum) van de bodem van
de afwasmachine. De waterafvoerslang moet worden vastgezet.
Afwasmachine starten
Het volgende moet worden gecontroleerd voordat u de afwasmachine inschakelt:
1 De afwasmachine staat waterpas en is correct gemonteerd
2 De inlaatklep is open
3 De aansluitingen van de toevoerslang zijn volledig aangedraaid en lekken niet
4 De draden zijn stevig vastgemaakt
5 De stroom is ingeschakeld
6 De toe- en afvoerslangen zijn vastgeknoopt
7 Alle verpakkingsmateriaal en drukwerk moet uit de afwasmachine zijn gehaald
Let op:
Bewaar deze handleiding na de installatie.
De inhoud van deze handleiding is zeer nuttig voor de gebruikers.
23
9.Storingen verhelpen
Voordat u de servicedienst belt
In de tabellen op de volgende pagina’s vindt u de nodige tips om niet meteen de servicedienst te moeten bellen.
Probleem
Mogelijke oorzaken
Oplossing
De afwasmachine start
niet
Zekering
doorgebrand of
stroomonderbreker
geactiveerd
Elektrische
voeding niet
geactiveerd
Vervang de zekering of zet de stroomonderbreker
terug aan. Ontkoppel alle apparatuur die op hetzelfde
circuit zit als de afwasmachine.
Technische
problemen
Controleer of de afwasmachine is ingeschakeld en de
deur goed gesloten is.
Controleer of de stroomkabel correct in het
stopcontact zit.
Controleer of de watertoevoerslang goed is aangesloten
en de waterkraan openstaat.
Sluit de deur van de afwasmachine en zorg dat deze
goed dicht zit.
Lage waterdruk
Deur van
afwasmachine is
niet goed dicht
Het water wordt niet
uit de afwasmachine
gepompt
Knik in de
afvoerslang
Filter verstopt
Controleer de afvoerslang.
Controleer het groffilter.
(zie "De filters reinigen")
Controleer of de gootsteen goed doorloopt.
Als de gootsteen niet goed doorloopt, hebt u
mogelijk een loodgieter nodig in plaats van een
onderhoudstechnicus voor de afwasmachine.
Gootsteen
verstopt
Verkeerd
vaatwasmiddel
Schuim in het
apparaat
Gebruik alleen speciaal wasmiddel voor
afwasmachines om schuimvorming te voorkomen.
Is er schuim achtergebleven, open dan de
afwasmachine en laat het schuim verdampen. Giet
4 liter koud water in de kuip. Sluit de deur en start
een willekeurige wascyclus. De afwasmachine pompt
Algemene
problemen
Vlekken in de kuip
Witte aanslag aan
de binnenkant
Roestvlekken
bestek
op
Gemorst glansspoelmiddel
U hebt een
vaatwasmiddel met
kleurstof gebruikt.
Afzettingen van hard water
De getroffen voorwerpen
zijn niet corrosiebestendig.
Er is geen programma
gestart nadat
regeneratiezout is
toegevoegd.
het water weg bij de eerste stap. Open de deur als het
water is afgevoerd en controleer of het schuim is
verdwenen. Herhaal indien nodig.
Veeg gemorst glansspoelmiddel altijd onmiddellijk weg.
Controleer het vaatwasmiddel op kleurstoffen.
Trek handschoenen aan en reinig de binnenkant met
een vochtige, met vaatwasmiddel doordrenkte spons.
Gebruik nooit een ander reinigingsmiddel dan
vaatwasmiddelen om het risico op schuimvorming te
voorkomen.
Laat altijd het korte wasprogramma lopen zonder
vaatwerk in de afwasmachine en zonder dat u de
turbofunctie selecteert (indien aanwezig), nadat u
regeneratiezout hebt toegevoegd.
Er zijn sporen van zout in
de wascyclus terechtgekomen.
Kloppend geluid in
de kuip
Lawaai
Ratelend geluid in
de kuip
Kloppend geluid in
de waterleidingen
Het deksel van de
ontharder zit los.
Controleer de vergrendeling. Zorg dat
deze goed vastzit.
De sproeiarm slaat tegen
een voorwerp in een korf.
Onderbreek het programma en herschik
de voorwerpen die de sproeiarm blokkeren.
Het vaatwerk zit
niet goed vast in
de kuip.
Dit kan worden
veroorzaakt door de
installatie ter plaatse of
de diameter van de
leidingen.
Onderbreek het programma en herschik
het vaatwerk.
24
Dit heeft geen invloed op de werking van
de afwasmachine. Neem bij twijfel contact
op met een gekwalificeerde loodgieter.
Probleem
Mogelijke oorzaken Oplossing
Het vaatwerk
is niet schoon
De korven zijn niet
correct gevuld.
Zie de opmerkingen bij "De afwasmachine vullen".
Het programma was
niet krachtig genoeg.
Selecteer een intensiever
programma. Zie "Tabel van de
wascycli".
Er is niet genoeg
vaatwasmiddel
afgegeven.
Voorwerpen
blokkeren
het pad van de
sproeiarmen.
Het filtersysteem
onderaan de kuip is
niet schoon of is niet
correct geplaatst.
Dit kan de
sproeikoppen blokkeren.
Gebruik meer vaatwasmiddel of gebruik een ander
vaatwasmiddel.
Combinatie
van
zacht water en te
veel vaatwasmiddel.
Gebruik minder vaatwasmiddel als u zacht water
gebruikt en kies een korter wasprogramma voor
het wassen van glaswerk.
Tegenvallend
Wasresultaat
Sluier op de
glazen
Zwarte of
grijze vlekken
op borden
Vaatwasmiddel
achtergebleven
in het reservoir
Tegenvallend
droogresultaat
Het vaatwerk
is niet droog
Aluminium
kookgerei heeft
langs de borden
geschuurd.
Het vaatwasmiddelreservoir wordt
geblokkeerd door
vaatwerk.
Herschik het vaatwerk zodat de sproeiarmen vrij
kunnen draaien.
Maak het filtersysteem schoon en/of zorg dat het
correct is geplaatst. Reinig de sproeikoppen. Zie
"De sproeiarmen reinigen".
Gebruik een mild schuurmiddel om deze vlekken te
verwijderen.
Vul de afwasmachine correct.
Afwasmachine is
verkeerd gevuld
Vul de afwasmachine zoals aangegeven in de
aanwijzingen.
Te weinig
glansspoelmiddel
Verhoog de hoeveelheid glansspoelmiddel/Vul het
glansspoelmiddelreservoir.
Haal de afwasmachine niet meteen na het wassen
leeg. Zet de deur op een kier zodat de stoom kan
ontsnappen. Begin de afwasmachine pas leeg te
halen als het vaatwerk bijna niet warm meer aanvoelt.
Leeg eerst de onderkorf. Dit voorkomt dat water van
het vaatwerk in de bovenkorf drupt.
Bij korte programma's is de wastemperatuur lager. Dit
verlaagt ook de reinigende werking. Kies een
programma met een langere wastijd.
Het vaatwerk is te
snel uit de
afwasmachine
gehaald.
Verkeerde
programmakeuze
Het bestek heeft
een coating van lage
kwaliteit
De waterafvoer is moeilijker bij deze
voorwerpen. Bestek of vaatwerk van dit type
zijn niet geschikt voor afwasmachine.
Foutcodes
Bij bepaalde storingen geeft het apparaat foutcodes weer om u te waarschuwen:
Code
Betekenis
Mogelijke oorzaken
De indicator Kort
knippert regelmatig
Watertoevoer
duurt langer.
De kraan staat niet open, de watertoevoer is beperkt of de
De indicator Glas
knippert regelmatig
Overstroming.
Een onderdeel van de afwasmachine lekt.
waterdruk is te laag.
25
WAARSCHUWING!
Als de afwasmachine overstroomt, moet u de waterleiding afsluiten
voordat u de servicedienst belt.
Als er water in de opvangbak staat als gevolg van een overstroming of
klein lek, moet het water worden verwijderd voordat de afwasmachine
opnieuw wordt gestart.
Technische informatie
5 5 0 eur gesl
d
oten
t de
(me
)
448
11
50
815
Hoogte:
Breedte:
Diepte:
815 mm
448 mm
550 mm (met de deur gesloten)
Waterdruk:
Voeding:
Capaciteit:
0,04-1,0 MPa
zie typeplaatje
9 couverts
26
Technisch informatieblad
Informatieblad van afwasmachine voor huishoudelijk gebruik volgens de EU-richtlijn 1059/2010:
Fabrikant
CANDY
Type / Beschrijving
CDI 1L949
Standaardcouverts
9
Energie-efficiëntieklasse
Jaarlijks energieverbruik
1
2
1
A+
2
222 kWh
Energieverbruik standaardwascyclus
0,78 kWh
Stroomverbruik in uitstand
0,30 W
Stroomverbruik in stand-by-stand
0,45 W
Jaarlijks waterverbruik
3
Droogefficiëntieklasse
Standaardwascyclus
4
5
3
2520 liter
4
A
5
ECO 45
Programmaduur standaardwascyclus
205 min
Geluidsniveau
49 dB(A) re 1 pW
Installatie
Inbouw
Inbouw mogelijk
Ja
Hoogte
81,5 cm
Breedte
44,8 cm
Diepte (met aansluitingen)
55 cm
Stroomverbruik
1930 W
Nominale spanning / frequentie
230 V~ 50 Hz
Waterdruk (debiet)
0,4-10 bar = 0,04-1 MPa
LET OP
1
A + + + (hoogste efficiëntie) tot D (laagste efficiëntie)
2
Energieverbruik 222 kWh per jaar, op basis van 280 standaardwascycli met koud water en
het verbruik van de energiebesparende standen. Het werkelijke energieverbruik hangt af van hoe het apparaat wordt gebruikt.
3
Waterverbruik 2520 liter per jaar, op basis van 280 standaardwascycli. Het werkelijke waterverbruik
hangt af van hoe het apparaat wordt gebruikt.
4
A (hoogste efficiëntie) tot G (laagste efficiëntie)
5
Met dit programma kan normaal vuil vaatwerk worden schoongemaakt en het is het
efficiëntste programma qua energie- en waterverbruik voor dit soort vaatwerk.
De bovenstaande waarden zijn gemeten volgens de normen onder aangegeven omstandigheden.
De resultaten kunnen sterk variëren afhankelijk van de hoeveelheid vaat en hoe vuil de vaat is, de waterhardheid,
de hoeveelheid vaatwasmiddel enzovoort.
De handleiding is gebaseerd op de normen en regels van de Europese Unie.
27
9
8
2.Onderkorf:
4
3
IN
1.Bovenkorf:
6
3
2
1
5
1
2
1
7
10
7
1
3
Bestekmand
9 7 8
3
3
3
Ovalen schaal
Diepe borden
Platte borden
Dessertschotels
Grote schaal
Middelgrote schaal
Kleine schaal
Glazen
Schoteltjes
Kopjes
Het laden van de korven volgens EN 50242:
IN
4
5
6
5
5
5
5
3
3
3
3
3
3
3
3
3
2
2
4
4
4
4
4
1
1
1
1
1
1
1
8 Juslepels
7 Opschepvorken
6 Opscheplepels
5 Dessertlepels
IN
2
2
2
2
2
2
2
5
5
5
5
Informatie voor vergelijkbaarheidstests overeenkomstig
met EN 50242
Capaciteit: 9 couverts
Positie van de onderkorf: onderste positie
Programma: ECO
Instelling glansspoelmiddel: 6
Instelling waterontharder: H4
4 Theelepels
3 Messen
2 Vorken
1 Soeplepels
4
1
1
4
4
6
8
7
3.Bestekmand:
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Related manuals

Download PDF

advertising