Garmin | eTrex® 20 | User manual | Garmin eTrex® 20 Gebruikershandleiding

Garmin eTrex® 20 Gebruikershandleiding
ETREX 10/20/20X/30/30X
®
Gebruikershandleiding
© 2019 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin
behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of
organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
Garmin , het Garmin logo, ANT+ , AutoLocate , City Navigator en eTrex zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere
landen. BaseCamp™, chirp™, Garmin Connect™, Garmin Express™en Thumb Stick™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet
worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
®
®
®
®
Apple en Mac zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. microSD en het microSDHC logo zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. NMEA ,
NMEA 2000 en het NMEA 2000 logo zijn geregistreerde handelsmerken van de National Marine Electronics Association. Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation
in de Verenigde Staten en andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars.
®
®
®
®
®
®
Dit product is ANT+ gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.
®
Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................... 1
Overzicht van het toestel ............................................................ 1
Batterijgegevens ......................................................................... 1
AA-batterijen plaatsen ............................................................ 1
Levensduur van de batterijen maximaliseren ........................ 1
De modus Batterijbesparing inschakelen .............................. 1
Langdurige opslag ................................................................. 1
Het toestel inschakelen ............................................................... 1
Satellietsignalen ontvangen ........................................................ 1
De schermverlichting inschakelen .............................................. 1
Het hoofdmenu openen .............................................................. 1
Geocaches downloaden via een computer ............................ 5
Naar een geocache navigeren ............................................... 5
chirp™ .................................................................................... 6
Gegevens draadloos verzenden en ontvangen .......................... 6
Een nabijheidswaarschuwing instellen ....................................... 6
De oppervlakte van een gebied berekenen ................................ 6
Aanvullende hulpmiddelen in het hoofdmenu ............................. 6
GPS en andere satellietsystemen ................................. 6
Satellietpagina ............................................................................ 6
De satellietweergave wijzigen ................................................ 6
GPS uitschakelen .................................................................. 6
Een locatie simuleren ............................................................. 6
GPS-satellietinstellingen ........................................................ 6
Via-punten, routes en sporen........................................ 2
Het toestel aanpassen ................................................... 7
Menu Waarheen? ....................................................................... 2
Een locatie in de buurt van een andere locatie zoeken ......... 2
Stoppen met navigeren .......................................................... 2
Via-punten .................................................................................. 2
Een via-punt maken ............................................................... 2
Een via-punt projecteren ........................................................ 2
Naar een via-punt navigeren ................................................. 2
Een locatie op naam zoeken ................................................. 2
Een via-punt bewerken .......................................................... 2
Een via-punt verwijderen ....................................................... 2
Via-punt middelen .................................................................. 2
Routes ........................................................................................ 2
Een route maken .................................................................... 2
Een route weergeven op de kaart .......................................... 2
Een opgeslagen route navigeren ........................................... 2
De actieve route weergeven .................................................. 2
De naam van een route wijzigen ........................................... 2
Een route bewerken ............................................................... 2
Een route verwijderen ............................................................ 3
Een route omkeren ................................................................ 3
Sporen ........................................................................................ 3
Spoorlogs vastleggen ............................................................ 3
Het huidige spoor weergeven ................................................ 3
Het huidige spoor opslaan ..................................................... 3
Navigeren met een opgeslagen spoor ................................... 3
Het huidige spoor wissen ....................................................... 3
Een spoor verwijderen ........................................................... 3
Spoorinstellingen ................................................................... 3
Extra kaarten kopen .................................................................... 3
Een adres zoeken .................................................................. 3
De helderheid van de schermverlichting aanpassen .................. 7
Het hoofdmenu aanpassen ........................................................ 7
De paginavolgorde wijzigen ........................................................ 7
Een pagina toevoegen ........................................................... 7
Een pagina verwijderen ......................................................... 7
De gegevensvelden aanpassen ................................................. 7
Gegevensvelden .................................................................... 7
Profielen ......................................................................................9
Een aangepast profiel maken ................................................ 9
Een profiel selecteren ............................................................ 9
De naam van een profiel wijzigen .......................................... 9
Een profiel verwijderen .......................................................... 9
Systeeminstellingen .................................................................... 9
Scherminstellingen ..................................................................... 9
De toestelgeluiden instellen ........................................................ 9
De maateenheden wijzigen ........................................................ 9
Tijdinstellingen ............................................................................ 9
Instellingen voor positieweergave .............................................. 9
Route-instellingen ....................................................................... 9
Hoogtemeterinstellingen ............................................................. 9
Maritieme instellingen wijzigen ................................................. 10
Maritieme alarmsignalen instellen ........................................ 10
Gegevens resetten ................................................................... 10
Navigatie......................................................................... 3
Navigeren naar een bestemming ............................................... 3
Navigeren met Peil en ga ........................................................... 4
Koersinstellingen .................................................................... 4
Kaart ........................................................................................... 4
Navigeren met de kaart .......................................................... 4
De oriëntatie van de kaart wijzigen ........................................ 4
De afstand meten op de kaart ............................................... 4
Kaartinstellingen .................................................................... 4
Kompas ....................................................................................... 4
Het kompas kalibreren ........................................................... 4
Navigeren met het kompas .................................................... 5
Koerswijzer ............................................................................ 5
Hoogtegrafiek ............................................................................. 5
De barometrische hoogtemeter kalibreren ............................ 5
Hoogeprofielinstellingen ......................................................... 5
Tripcomputer ............................................................................... 5
Tripcomputerinstellingen ........................................................ 5
Standaardpagina-instellingen herstellen .................................... 5
Functies en instellingen van het hoofdmenu.............. 5
Toestelinformatie......................................................... 10
Productupdates .........................................................................10
Garmin Express instellen ..................................................... 10
Het toestel registreren .......................................................... 10
Informatie over regelgeving en compliance op e-labels
weergeven ................................................................................ 10
Toestelonderhoud ..................................................................... 10
Het toestel schoonmaken .................................................... 10
Gegevensbeheer ...................................................................... 10
Een geheugenkaart installeren ............................................ 10
Het toestel aansluiten op uw computer ................................ 11
Bestanden overbrengen naar uw computer ......................... 11
Bestanden verzenden naar BaseCamp™ ........................... 11
Bestanden verwijderen ........................................................ 11
De USB-kabel loskoppelen .................................................. 11
Specificaties .............................................................................. 11
Appendix....................................................................... 11
Optionele accessoires .............................................................. 11
Uw ANT+ sensoren koppelen ................................................... 11
Tips voor het koppelen van ANT+ accessoires met uw
Garmin toestel ...................................................................... 12
Problemen oplossen ................................................................. 12
Het toestel opnieuw opstarten ............................................. 12
Alle standaardinstellingen herstellen ................................... 12
Garmin Support Center ............................................................. 12
Index.............................................................................. 13
Geocaches .................................................................................. 5
Inhoudsopgave
i
Inleiding
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Overzicht van het toestel
Zoomknoppen. Druk op deze knoppen om in en uit te zoomen.
Back knop. Druk op deze knop om terug te keren naar het vorige
menu.
Thumb Stick™ controller. Beweeg in de gewenste richting om te
bladeren of een item te markeren. Druk op deze knop om een item
te selecteren.
Menuknop. Druk op deze knop om de menupagina te openen. Druk
twee keer op deze knop om terug te keren naar het hoofdmenu.
Druk op deze knop om de schermverlichting aan te passen.
Houd ingedrukt om het toestel in of uit te schakelen.
Mini-USB-poort (onder beschermkap).
Batterijdeksel.
Borgring voor batterijdeksel.
Bevestigingsclip.
Batterijgegevens
WAARSCHUWING
De temperatuurgrenzen van het toestel kunnen hoger/lager
liggen dan de temperatuurgrenzen van sommige batterijen.
Sommige alkalinebatterijen kunnen bij hoge temperaturen
barsten.
LET OP
Alkalinebatterijen verliezen een groot gedeelte van hun
capaciteit wanneer de temperatuur afneemt. Gebruik
lithiumbatterijen wanneer u het toestel bij temperaturen onder
nul gebruikt.
AA-batterijen plaatsen
Het handheld-toestel werkt met twee AA-batterijen (niet
meegeleverd). Gebruik NiMH- of lithiumbatterijen voor het beste
resultaat.
1 Draai de D-ring tegen de klok in en trek deze omhoog om de
klep te verwijderen.
2 Plaats twee AA-batterijen met de contacten in de juiste
richting.
Inleiding
3 Plaats de batterijklep terug en draai de D-ring met de klok
mee.
Het batterijtype selecteren
1 Selecteer in het hoofdmenu Stel in > Systeem >
Batterijsoort.
2 Selecteer Alkaline, Lithium of Oplaadbare NiMH.
Levensduur van de batterijen maximaliseren
U kunt verschillende acties ondernemen om de levensduur van
de batterij te verlengen.
• Beperk de helderheid van de schermverlichting (De
helderheid van de schermverlichting aanpassen,
pagina 7).
• Beperk de time-out van de schermverlichting
(Scherminstellingen, pagina 9).
• Gebruik de batterijbesparingsmodus (De modus
Batterijbesparing inschakelen, pagina 1).
• Laat de kaarten minder snel tekenen (Kaartinstellingen,
pagina 4).
• Schakel GLONASS uit (GPS en andere satellietsystemen,
pagina 6).
De modus Batterijbesparing inschakelen
U kunt de modus Batterijbesparing gebruiken om de levensduur
van de batterij te verlengen.
OPMERKING: De energiezuinige modus is alleen beschikbaar
voor eTrex 30/30x toestellen.
Selecteer Stel in > Scherm > Batterijbesparing > Aan.
In de modus Batterijbesparing wordt het scherm uitgeschakeld
zodra de time-out van de schermverlichting is verstreken. U kunt
het selecteren om het scherm in te schakelen.
Langdurige opslag
Verwijder de batterijen als u van plan bent het toestel enige
maanden niet te gebruiken. Opgeslagen gegevens gaan niet
verloren wanneer u de batterijen verwijdert.
Het toestel inschakelen
Houd
ingedrukt.
Satellietsignalen ontvangen
Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat u satellietsignalen
ontvangt.
1 Ga naar buiten naar een open gebied.
2 Schakel het toestel in als dat nog niet is gebeurd.
3 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
knippert terwijl het toestel uw locatie bepaalt.
geeft de satellietsignaalsterke aan.
De schermverlichting inschakelen
Selecteer een willekeurige knop om de schermverlichting in
te schakelen.
De schermverlichting wordt automatisch ingeschakeld
wanneer er waarschuwingen en berichten worden
weergegeven.
Het hoofdmenu openen
Het hoofdmenu geeft u toegang tot functies en
instellingsschermen voor waypoints, activiteiten, routes en meer
(Aanvullende hulpmiddelen in het hoofdmenu, pagina 6).
Selecteer tweemaal menu op een willekeurige pagina.
1
Via-punten, routes en sporen
Menu Waarheen?
U kunt het menu Waarheen? gebruiken om een bestemming te
zoeken waar u naartoe wilt navigeren. Niet alle Waarheen?categorieën zijn voor alle gebieden en op alle kaarten
beschikbaar.
Een locatie in de buurt van een andere locatie zoeken
1 Selecteer Waarheen? > menu > Zoek nabij.
2 Selecteer een optie.
3 Selecteer een locatie.
Stoppen met navigeren
Selecteer Waarheen? > Navigatie stoppen.
Via-punten
Via-punten zijn locaties die u vastlegt en in het toestel opslaat.
Met via-punten kunt u markeren waar u bent, waar u naartoe
gaat of waar u bent geweest. U kunt details over de locatie
toevoegen, zoals naam, hoogte en diepte.
U kunt een .gpx-bestand met via-punten toevoegen door het
bestand over te brengen naar de GPX-map (Bestanden
overbrengen naar uw computer, pagina 11).
Een via-punt maken
U kunt uw huidige locatie als via-punt opslaan.
1 Selecteer Markeer waypoint.
2 Selecteer indien nodig een veld als u wijzigingen in het viapunt wilt aanbrengen.
3 Selecteer OK.
Een via-punt projecteren
U kunt een nieuwe locatie maken door de afstand en peiling te
projecteren vanaf een gemarkeerde locatie naar een nieuwe
locatie.
1 Selecteer Waypointbeheer.
2 Selecteer een via-punt.
3 Selecteer menu > Projecteer waypoint.
4 Geef de peiling op en selecteer OK.
5 Selecteer een maateenheid.
6 Voer de afstand in en selecteer OK.
7 Selecteer Sla op.
Naar een via-punt navigeren
1 Selecteer Waarheen? > Waypoints.
2 Selecteer een via-punt.
3 Selecteer Ga.
Een locatie op naam zoeken
1 Selecteer Waarheen? > Waypoints > menu > Spelzoeken.
2 Voer de gehele naam of een deel van de naam in.
3 Selecteer Ga.
Een via-punt bewerken
1 Selecteer Waypointbeheer.
2 Selecteer een via-punt.
3 Selecteer een item om te bewerken, bijvoorbeeld de naam.
4 Voer de nieuwe informatie in en selecteer Ga.
Een via-punt verwijderen
1 Selecteer Waypointbeheer.
2 Selecteer een via-punt.
3 Selecteer menu > Wis.
2
Via-punt middelen
U kunt de locatie van een via-punt verfijnen voor een
nauwkeurigere weergave. Bij het middelen voert het toestel
verschillende metingen op dezelfde locatie uit en gebruikt de
gemiddelde waarde voor een nauwkeurigere meting.
1 Selecteer Waypointbeheer.
2 Selecteer een via-punt.
3 Selecteer menu > Gemiddelde locatie.
4 Ga naar de locatie van het via-punt.
5 Selecteer Start.
6 Volg de instructies op het scherm.
7 Als de statusbalk Betrouwbaarheid van meting op 100%
staat, selecteer dan Sla op.
Voor de beste resultaten kunt u maximaal acht metingen voor
een via-punt opslaan. Wacht minimaal negentig minuten tussen
de metingen.
Routes
Een route bestaat uit een serie via-punten of locaties die u naar
uw bestemming leidt.
Een route maken
1 Selecteer Routeplanner > Maak route > Selecteer eerste
punt.
Selecteer een categorie.
Selecteer het eerste punt in de route.
Selecteer Gebruik.
Selecteer Selecteer volgend punt om meer punten aan de
route toe te voegen.
6 Selecteer back om de route op te slaan.
2
3
4
5
Een route weergeven op de kaart
1 Selecteer Routeplanner.
2 Selecteer een route.
3 Selecteer Bekijk kaart.
Een opgeslagen route navigeren
1 Selecteer Waarheen? > Routes.
2 Selecteer een route.
3 Selecteer Ga.
De actieve route weergeven
1 Selecteer tijdens het navigeren van een route Actieve route.
2 Selecteer een punt in de route om meer details weer te
geven.
De naam van een route wijzigen
1 Selecteer Routeplanner.
2 Selecteer een route.
3 Selecteer Wijzig naam.
4 Typ de nieuwe naam.
Een route bewerken
1 Selecteer Routeplanner.
2 Selecteer een route.
3 Selecteer Wijzig route.
4 Selecteer een punt.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Herzie om het punt op de kaart weer te geven.
• Selecteer Omhoog of Omlaag als u de volgorde van de
punten in de route wilt wijzigen.
• Selecteer Invoegen als u een punt aan de route wilt
toevoegen.
Via-punten, routes en sporen
Het nieuwe punt wordt ingevoegd vóór het geselecteerde
punt.
• Selecteer Wis als u het punt uit de route wilt verwijderen.
6 Selecteer back om de route op te slaan.
Navigeren met een opgeslagen spoor
1 Selecteer Waarheen? > Sporen.
2 Selecteer een opgeslagen spoor.
3 Selecteer Ga.
Een route verwijderen
1 Selecteer Routeplanner.
2 Selecteer een route.
3 Selecteer Wis route.
Het huidige spoor wissen
Een route omkeren
U kunt de begin- en eindpunten van uw route omwisselen om de
route in omgekeerde richting te volgen.
1 Selecteer Routeplanner.
2 Selecteer een route.
3 Selecteer Keer route om.
Sporen
Een spoor is een registratie van uw route. Het spoorlog bevat
informatie over de punten langs de vastgelegde route, inclusief
de tijd, de locatie en de hoogtegegevens voor ieder punt.
Spoorlogs vastleggen
1 Selecteer in het hoofdmenu Stel in > Sporen > Spoorlog.
2 Selecteer Opnemen, niet tonen of Opnemen, tonen op
kaart.
Als u Opnemen, tonen op kaart selecteert, geeft een lijn op
de kaart uw spoor weer.
3 Selecteer Opnamemethode.
4 Selecteer een optie:
• Als u de sporen automatisch en optimaal wilt laten
vastleggen, met variabele intervallen, selecteert u
Automatisch.
• Als u de sporen op basis van een opgegeven afstand wilt
vastleggen, selecteert u Afstand.
• Als u de sporen op basis van een opgegeven tijd wilt
vastleggen, selecteert u Tijd.
5 Selecteer Interval.
6 Voer een van onderstaande handelingen uit:
• Als u Automatisch hebt geselecteerd als
Opnamemethode, selecteert u een optie om sporen
vaker of minder vaak vast te leggen.
OPMERKING: De optie Vaakst geeft de meest
gedetailleerde sporen weer, maar neemt de meeste
geheugenruimte in het toestel in beslag.
• Als u Afstand of Tijd hebt geselecteerd als
Opnamemethode, voert u een waarde in.
Het spoorlog wordt gemaakt terwijl u onderweg bent en het
toestel is ingeschakeld.
Het huidige spoor weergeven
1 Selecteer Sporenbeheer > Huidig spoor.
2 Selecteer een optie:
• Als u het huidige spoor op de kaart wilt weergeven,
selecteert u Bekijk kaart.
• Als u het hoogteprofiel van het huidige spoor wilt
weergeven, selecteert u Hoogteprofiel.
Het huidige spoor opslaan
1 Selecteer Sporenbeheer > Huidig spoor.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer Sla spoor op om het volledige spoor op te
slaan.
• Selecteer Sla deel op en selecteer een gedeelte.
Navigatie
Selecteer Sporenbeheer > Huidig spoor > Wis huidig
spoor.
Een spoor verwijderen
1 Selecteer Sporenbeheer.
2 Selecteer een spoor.
3 Selecteer Wis.
Spoorinstellingen
OPMERKING: Sommige instellingen zijn niet op alle
toestelmodellen beschikbaar.
Selecteer Stel in > Sporen.
Spoorlog: Hiermee kunt u het vastleggen van sporen in- of
uitschakelen.
Opnamemethode: Hiermee selecteert u een methode om
sporen vast te leggen. Automatisch legt de sporen met
variabele intervallen vast voor een optimaal resultaat.
Interval: Hiermee selecteert u een vastleginterval voor het
spoorlog. Bij frequenter vastleggen van spoorpunten ontstaat
er een gedetailleerder spoor, maar raakt het spoorlog ook
sneller vol.
AutoArchiveren: Hiermee selecteert u een methode voor
automatisch archiveren om uw sporen te organiseren.
Sporen worden automatisch opgeslagen en gewist.
Kleur: Hiermee wijzigt u de kleur van de routelijn op de kaart.
Extra kaarten kopen
OPMERKING: Deze functie is niet op alle toestelmodellen
beschikbaar.
1 Ga naar de productpagina van uw toestel op garmin.com.
2 Klik op het tabblad Kaarten.
3 Volg de instructies op het scherm.
Een adres zoeken
U kunt optionele City Navigator kaarten gebruiken om naar
adressen te zoeken.
1 Selecteer Waarheen? > Adressen.
2 Selecteer, indien nodig, het land of de provincie.
3 Voer de plaats of postcode in.
OPMERKING: Niet alle kaartgegevens bieden de optie voor
zoeken op postcode.
4 Selecteer de plaatsnaam.
5 Voer het huisnummer in.
6 Voer de straatnaam in.
®
Navigatie
U kunt navigeren naar een route, spoor, via-punt, geocache of
locatie die op het toestel is opgeslagen. Voor de navigatie kunt u
gebruikmaken van de kaart of het kompas.
Navigeren naar een bestemming
1 Selecteer Waarheen?.
2 Selecteer een categorie.
3 Selecteer indien nodig menu > Spelzoeken en voer de naam
van de bestemming of een deel van de naam in.
4 Selecteer een bestemming.
3
5 Selecteer Ga.
De route wordt als een magenta lijn op de kaart
weergegeven.
6 Navigeer met de kaart (Navigeren met de kaart, pagina 4)
of het kompas (Navigeren met het kompas, pagina 5).
Navigeren met Peil en ga
U kunt het toestel op een object in de verte richten, de richting
vergrendelen en vervolgens naar het object navigeren.
OPMERKING: Peil en ga is alleen beschikbaar op toestellen uit
de eTrex 30/30x.
1 Selecteer Peil en ga.
2 Richt het toestel op een object.
3 Selecteer Zet richting vast > Stel koers in.
4 Navigeer met behulp van het kompas.
Koersinstellingen
U kunt de kompasinstellingen aanpassen.
OPMERKING: Sommige instellingen zijn niet op alle
toestelmodellen beschikbaar.
Selecteer Stel in > Koers.
Scherm: Hiermee selecteert u het type koersweergave van het
kompas.
Noordreferentie: Hiermee stelt u de noordreferentie van het
kompas in.
Ga naar lijn/wijzer: Hiermee stelt u het gedrag van de wijzer op
de kaart in. Peiling wijst in de richting van uw bestemming.
Koers toont uw relatie tot de koerslijn die naar de
bestemming leidt.
Kompas: Selecteer Auto om over te schakelen van een
elektronisch kompas naar een GPS-kompas als u zich
gedurende een bepaalde periode met grotere snelheid
verplaatst.
Kalibreer kompas: Zie Het kompas kalibreren, pagina 4.
Kaart
geeft uw positie op de kaart aan. Wanneer u zich verplaatst,
verplaatst zich ook en laat het een spoorlog (een spoor)
achter. Via-puntnamen en -symbolen worden weergegeven op
de kaart. Als u naar een bestemming navigeert, wordt de route
met een gekleurde lijn op de kaart gemarkeerd.
Navigeren met de kaart
LET OP
Met de kaarten op uw toestel kunt u wandel- of fietsroutes
maken met gebruikmaking van wegen en paden, maar geen
routes voor autonavigatie.
1 Begin met navigeren naar een bestemming.
2 Selecteer Kaart.
geeft uw positie op de kaart aan. Uw route wordt
aangegeven met een gekleurde lijn.
3 Voer een van de volgende handelingen uit:
• Gebruik de Thumb Stick controller om de cursor te
verplaatsen op de kaart om verschillende gebieden te
bekijken.
• Selecteer en om in en uit te zoomen op de kaart.
De oriëntatie van de kaart wijzigen
1 Selecteer op de kaart menu.
2 Selecteer Stel kaart in > Oriëntatie.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de
pagina weer te geven.
4
• Selecteer Koers boven om uw huidige reisrichting boven
aan de pagina weer te geven.
• Selecteer Automodus voor een automotive perspectief
met de reisrichting bovenaan.
De afstand meten op de kaart
U kunt de afstand tussen twee locaties meten.
1 Selecteer een locatie op de kaart.
2 Selecteer menu > Afstand meten.
3 Verplaats de pin naar een andere locatie op de kaart.
Kaartinstellingen
Selecteer Stel in > Kaart.
Oriëntatie: Hiermee stelt u in hoe de kaart wordt weergegeven
op de pagina. Noord boven geeft het noorden boven aan de
pagina weer. Koers boven geeft een bovenaanzicht weer met
uw huidige reisrichting naar de bovenkant van de pagina.
Automodus geeft een 3D-perspectief vanuit de auto weer met
de reisrichting naar de bovenkant van de pagina.
Gegevensvelden: Hiermee kunt u de gegevensvelden en
dashboards op de kaart, het kompas, het hoogteprofiel en de
tripcomputer aanpassen.
Geavanceerde kaartinstellingen: Hiermee kunt u
geavanceerde kaartinstellingen openen (Geavanceerde
kaartinstellingen, pagina 4).
Kaartinformatie: Hiermee kunt u de op het toestel geladen
kaarten in- of uitschakelen.
Geavanceerde kaartinstellingen
Selecteer Stel in > Kaart > Geavanceerde kaartinstellingen.
Autozoom: Hiermee wordt automatisch het juiste zoomniveau
geselecteerd voor optimaal gebruik van de kaart. Als u Uit
selecteert, moet u handmatig in- en uitzoomen.
Zoomniveaus: Hiermee wordt het zoomniveau ingesteld waarin
de items op de kaart worden weergegeven. De kaartitems
worden niet weergegeven wanneer het zoomniveau van de
kaart hoger is dan het geselecteerde niveau.
Navigatieaanwijzingen: Hiermee stelt u in wanneer
navigatieaanwijzingen op de kaart worden weergegeven.
Tekstgrootte: Hiermee stelt u de tekstgrootte voor kaartitems
in.
Detail: Hiermee stelt u in hoeveel details op de kaart worden
weergegeven. Door het weergeven van meer details is het
mogelijk dat de kaart langzamer opnieuw wordt getekend.
Arcering: Geeft reliëfdetails weer op de kaart (indien
beschikbaar) of schakelt arcering uit.
Kompas
Tijdens het navigeren wijst naar uw bestemming, ongeacht in
welke richting u zich verplaatst. Wanneer naar de bovenkant
van het elektronische kompas wijst, reist u recht naar uw
bestemming. Als in een andere richting wijst, moet u het
draaien totdat het naar de bovenkant van het kompas wijst.
Het kompas kalibreren
Het toestel heeft een elektronisch kompas met drie assen
(alleen op eTrex 30/30x toestellen). Kalibreer het kompas nadat
u lange afstanden hebt afgelegd, als u de batterijen hebt
vervangen of in geval van temperatuurschommelingen.
1 Ga naar buiten en zorg dat u zich niet in de buurt van
objecten bevindt die invloed op magnetische velden hebben,
zoals auto's, gebouwen en elektriciteitskabels.
2 Selecteer op de kompaspagina menu.
3 Selecteer Kalibreer kompas > Start.
4 Volg de instructies op het scherm.
Navigatie
Navigeren met het kompas
Tijdens het navigeren naar een bestemming wijst naar uw
bestemming, ongeacht in welke richting u zich verplaatst.
1 Start de navigatie naar een bestemming (Navigeren naar een
bestemming, pagina 3).
2 Selecteer Kompas.
3 Blijf draaien tot naar de bovenkant van het kompas wijst en
volg die richting om naar uw bestemming te gaan.
Koerswijzer
De koerswijzer is vooral handig bij navigatie op het water of op
open plekken zonder grote obstakels. De koerswijzer kan u ook
helpen gevaren nabij de koers, zoals ondiepten of rotsen onder
water te vermijden.
Om de koerswijzer in te schakelen, selecteert u vanuit het
kompas menu > Stel voorliggende koers in > Ga naar lijn/
wijzer > Koers (koersafwijkingsindicator).
Tripcomputer
De tripcomputer geeft uw huidige snelheid, de gemiddelde
snelheid, de tripteller en andere statistische gegevens weer. U
kunt de indeling van de tripcomputer, het dashboard en de
gegevensvelden aanpassen.
Tripcomputerinstellingen
Selecteer in de tripcomputer menu.
Herstel: Hiermee stelt u alle tripcomputerwaarden op nul in. Als
u nauwkeurige reisinformatie wilt hebben, dient u de
tripgegevens te herstellen voordat u een reis begint.
Grote cijfers: Hiermee wijzigt u de grootte van de cijfers die
worden weergegeven op de tripcomputer.
Wijzig gegevensvelden: Hiermee past u de gegevensvelden
van de tripcomputer aan.
Wijzig dashboard: Hiermee wijzigt u het thema en de informatie
die op het dashboard wordt weergegeven.
OPMERKING: Uw aangepaste instellingen worden door het
dashboard onthouden. Uw instellingen gaan niet verloren als
u van profiel verandert (Profielen, pagina 9).
Stel standaarden opnieuw in: Hiermee herstelt u de
fabrieksinstellingen van de tripcomputer.
Standaardpagina-instellingen herstellen
De koerswijzer
geeft uw relatie aan tot de koerslijn die naar
uw bestemming leidt. De koersafwijkingsindicator (CDI)
geeft
de afwijking (links of rechts) ten opzichte van de koers weer. De
schaal
heeft betrekking op de afstand tussen de punten
op
de koersafwijkingsindicator, die de afwijking ten opzichte van de
koers weergeeft.
Hoogtegrafiek
OPMERKING: De hoogtegrafiek is alleen beschikbaar op
toestellen uit de eTrex 30/30x.
De hoogtegrafiek toont standaard de hoogtegegevens van de
gereisde afstand. U kunt de hoogtegrafiekinstellingen
aanpassen (Hoogeprofielinstellingen, pagina 5). U kunt elk
punt op het profiel selecteren om de details over dat punt te
bekijken.
De barometrische hoogtemeter kalibreren
U kunt de barometrische hoogtemeter handmatig kalibreren als
de juiste hoogte of barometerdruk u bekend is.
1 Ga naar de locatie waarvan de hoogte of de barometerdruk u
bekend is.
2 Selecteer Hoogteprofiel > menu > Kalibreer hoogtemeter.
3 Volg de instructies op het scherm.
Hoogeprofielinstellingen
Selecteer in het hoogteprofiel menu.
Wijzig plottype: Hiermee stelt u in welk type gegevens worden
getoond in het hoogteprofiel. .
Zoombereik aanpassen: Hiermee past u de zoombereiken aan
die worden weergegeven op de hoogtemeterpagina.
Wijzig gegevensvelden: Hiermee kunt u de gegevensvelden
van de hoogtemeter aanpassen.
Herstel: Hiermee herstelt u de gegevens van de hoogtemeter,
waaronder waypoint-, spoor- en reisgegevens.
Kalibreer hoogtemeter: Zie (De barometrische hoogtemeter
kalibreren, pagina 5).
Stel standaarden opnieuw in: Hiermee herstelt u de
fabrieksinstellingen van de hoogtemeter.
Functies en instellingen van het hoofdmenu
1 Open een pagina waarvan u de instellingen wilt herstellen.
2 Selecteer menu > Stel standaarden opnieuw in.
Functies en instellingen van het
hoofdmenu
Geocaches
Geocaching is een schatzoekactiviteit waarbij spelers caches
verbergen of zoeken aan de hand van aanwijzingen en GPScoördinaten.
Geocaches downloaden via een computer
U kunt geocaches handmatig op uw toestel laden via een
computer (Bestanden overbrengen naar uw computer,
pagina 11). U kunt de geocachebestanden in een GPXbestand plaatsen en importeren naar de GPX-map op het
toestel. Met een premium abonnement op geocaching.com kunt
u de "pocket query" functie gebruiken om een grote groep
geoaches op uw toestel te laden als een enkel GPX-bestand.
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
2 Ga naar www.geocaching.com.
3 Maak, indien nodig, een account.
4 Meld u aan.
5 Volg de instructies op geocaching.com om geocaches te
zoeken en naar uw toestel te downloaden.
Naar een geocache navigeren
1 Selecteer Geocaches.
2 Selecteer een geocache.
3 Selecteer Ga.
De poging loggen
Nadat u hebt geprobeerd een geocache te vinden, kunt u de
resultaten loggen. U kunt sommige geocaches verifiëren op
www.geocaching.com.
1 Selecteer Geocaches > Logpoging.
2 Selecteer Gevonden, Niet gevonden, Reparatie vereist of
Niet geprobeerd.
3 Selecteer een optie:
• Als u wilt stoppen met loggen, selecteert u OK.
5
• Als u wilt navigeren naar de geocache die zich het dichtst
bij u in de buurt bevindt, selecteert u Zoek volgende
dichtbij.
• Als u een opmerking wilt invoeren over het zoeken naar
de geocache of over de geocache zelf, selecteer dan
Opmerking toevoegen, voer een opmerking in en
selecteer OK.
Als u bent aangemeld op www.geocaching.com, wordt het log
automatisch geüpload naar uw account bij
www.geocaching.com.
chirp™
OPMERKING: Deze functie is niet op alle toestelmodellen
beschikbaar.
Een chirp is een klein Garmin accessoire dat wordt
geprogrammeerd en in een geocache wordt achtergelaten. U
kunt uw toestel gebruiken om een chirp te vinden in een
geocache. Raadpleeg voor meer informatie over de chirp
dechirp gebruikershandleiding op www.garmin.com.
®
Zoeken naar chirp inschakelen
1 Selecteer Stel in > Geocaches.
2 Selecteer chirp™ zoeken > Aan.
Gegevens draadloos verzenden en
ontvangen
Voor het draadloos uitwisselen van gegevens moet uw toestel
zich bevinden binnen een afstand van 3 m (10 ft.) van een ander
compatibel toestel.
Uw toestel kan gegevens verzenden en ontvangen als het is
gekoppeld met een compatibel toestel of compatibele
smartphone via ANT+ draadloze technologie. U kunt viapunten, geocaches, routes en sporen uitwisselen.
OPMERKING: Deze functie is niet op alle toestelmodellen
beschikbaar.
1 Selecteer Draadloos delen.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer Verzenden en selecteer een type gegevens.
• Selecteer Ontvangen om gegevens te ontvangen van een
ander toestel. Het andere compatibele toestel moet
gegevens proberen te verzenden.
3 Volg de instructies op het scherm.
®
Een nabijheidswaarschuwing instellen
Gevarenzones waarschuwen u als u zich binnen het opgegeven
bereik van een bepaalde locatie bevindt.
1 Selecteer Gevarenzones > Alarm maken.
2 Selecteer een categorie.
3 Selecteer een locatie.
4 Selecteer Gebruik.
5 Voer een radius in.
Wanneer u het gevarenzonegebied betreedt, klinkt er een
signaal.
De oppervlakte van een gebied berekenen
1 Selecteer Oppervlakteberekening > Start.
2 Loop rond het gebied waarvan u de oppervlakte wilt
berekenen.
3 Selecteer Bereken wanneer u daarmee klaar bent.
Aanvullende hulpmiddelen in het hoofdmenu
Wekker: Hiermee stelt u een hoorbaar alarm in. Als u het toestel
niet gebruikt, kunt u instellen dat het toestel op een bepaald
ogenblik wordt ingeschakeld.
6
Calculator: Geeft een rekenmachine weer.
Agenda: Geeft een agenda weer.
Jagen en vissen: Geeft voorspellingen voor de beste datums
en tijdstippen om te jagen en te vissen op uw huidige locatie
weer.
Stopwatch: Hiermee kunt u ronden en rondetijden meten.
Zon en maan: Geeft de tijd van zonsopkomst en
zonsondergang en de maanfase weer, gebaseerd op uw
GPS-positie.
GPS en andere satellietsystemen
Als u tegelijkertijd GPS en een ander satellietsysteem gebruikt,
krijgt u betere prestaties in moeilijke omgevingen en kunt u
sneller uw positie bepalen dan met alleen GPS. Als u meerdere
systemen gebruikt, kan de levensduur van de batterij sneller
afnemen dan alleen met GPS.
Uw toestel kan deze Global Navigation Satellite Systems
(GNSS) gebruiken.
GPS: Een satellietsysteem geproduceerd door de Verenigde
Staten.
GLONASS: Een satellietsysteem geproduceerd door Rusland.
Satellietpagina
Op de satellietpagina wordt de volgende informatie
weergegeven: uw huidige locatie, de GPS-nauwkeurigheid, de
satellietlocaties en de signaalsterkte.
De satellietweergave wijzigen
1 Selecteer Satelliet in het hoofdmenu.
2 Selecteer menu.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Koers boven om de satellietweergave met uw
huidige spoor naar de bovenkant van het scherm te
richten.
• Selecteer Meerkleurig om een unieke kleur voor elke
satelliet en de bijbehorende signaalsterktebalk te tonen.
OPMERKING: Deze functie is niet op alle toestelmodellen
beschikbaar.
GPS uitschakelen
U kunt GPS op uw toestel uitschakelen om te stoppen met het
volgen van uw locatie.
1 Selecteer Satelliet in het hoofdmenu.
2 Selecteer menu > Gebruik met GPS uit.
Een locatie simuleren
U kunt het toestel gebruiken terwijl GPS is uitgeschakeld om
via-punten en routes te onderhouden, of om de batterij te
sparen. U kunt handmatig de locatie instellen om uw huidige
locatie op de kaart weer te geven.
1 Selecteer Satelliet in het hoofdmenu.
2 Selecteer menu > Gebruik met GPS uit.
3 Selecteer een locatie.
4 Selecteer Gebruik.
GPS-satellietinstellingen
Selecteer Satelliet > menu.
OPMERKING: Sommige instellingen zijn alleen beschikbaar als
Gebruik met GPS uit is ingeschakeld.
Schakel GLONASS in/uit: Hiermee kunt u het GLONASS
satellietsysteem in- of uitschakelen (GPS en andere
satellietsystemen, pagina 6).
Gebruik met GPS aan of Gebruik met GPS aan: Hiermee kunt
u de GPS inschakelen.
GPS en andere satellietsystemen
Gebruik met GPS uit of Gebruik met GPS uit: Hiermee kunt u
het toestel gebruiken terwijl GPS is uitgeschakeld.
Koers boven: Geeft aan of satellieten en halve cirkels worden
weergegeven waarbij het noorden naar de bovenkant van het
scherm wijst of uw huidige spoor naar de bovenkant van het
scherm wijst.
Eén kleur: Hiermee kunt u selecteren of de satellietpagina in
één kleur of in meerdere kleuren wordt weergegeven.
Stel locatie op kaart in: Hiermee kunt u uw huidige locatie op
de kaart markeren. U kunt deze locatie gebruiken om routes
te maken of om naar opgeslagen locaties te zoeken.
Positie automatisch bepalen: Hiermee berekent u uw GPSpositie met behulp van de Garmin AutoLocate functie.
®
Het toestel aanpassen
De helderheid van de schermverlichting
aanpassen
Langdurig gebruik van de schermverlichting kan de
gebruiksduur van de batterijen aanzienlijk bekorten. U kunt de
helderheid van de schermverlichting aanpassen om de
levensduur van de batterijen te verlengen.
OPMERKING: De helderheid van de schermverlichting is
beperkt als de batterij bijna leeg is.
1 Selecteer .
2 Gebruik de schuifregelaar om de schermverlichting aan te
passen.
Het toestel kan warm aanvoelen als de achtergrondverlichting is
ingesteld op hoog.
Het hoofdmenu aanpassen
U kunt items verplaatsen in, toevoegen aan en verwijderen uit
het hoofdmenu.
1 Selecteer menu > Wijzig volgorde items in het hoofdmenu.
2 Selecteer een menu-item.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Verplaatsen om de plaatsing van het item in de
lijst te wijzigen.
• Selecteer Invoegen als u een nieuw item wilt toevoegen
aan de lijst.
• Selecteer Wis als u een item wilt verwijderen uit de lijst.
De paginavolgorde wijzigen
Voordat u de paginavolgorde kunt wijzigen, moet u pagina's
toevoegen aan de lijst.
1 Selecteer Stel in > Paginavolgorde.
2 Selecteer een pagina.
3 Selecteer Verplaatsen.
4 Verplaats de pagina omhoog of omlaag in de lijst.
5 Druk op de Thumb Stick controller.
Een pagina toevoegen
1 Selecteer Stel in > Paginavolgorde.
2 Selecteer Voeg pagina toe.
3 Selecteer een pagina die u wilt toevoegen.
Een pagina verwijderen
1 Selecteer Stel in > Paginavolgorde.
2 Selecteer een pagina.
3 Selecteer Wis.
4 Druk op de Thumb Stick controller.
Het toestel aanpassen
De gegevensvelden aanpassen
U kunt aanpassen welke gegevensvelden op elke hoofdpagina
worden weergegeven.
1 Open de pagina waarvan u de gegevensvelden wilt wijzigen.
2 Selecteer menu.
3 Selecteer Wijzig gegevensvelden.
4 Selecteer het nieuwe gegevensveld.
5 Volg de instructies op het scherm.
Gegevensvelden
Sommige gegevensvelden vereisen dat u navigeert of vereisen
ANT+ accessoires om gegevens te kunnen weergeven.
Aanwijzer: Een pijl wijst in de richting van het volgende via-punt
of de volgende bocht. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Afstandteller: Een lopende meting van de afstand die is
afgelegd voor alle trips. Dit totaal wordt niet gewist als de
tripgegevens worden hersteld.
Afstand tot bestemming: De resterende afstand tot de
eindbestemming. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Afstand tot volgende: De resterende afstand tot het volgende
via-punt op uw route. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Alarmtimer: De huidige tijd van de afteltimer.
Barometer: De actuele, gekalibreerde druk.
Batterijniveau: De resterende batterijvoeding.
Behouden snelheid: De snelheid waarmee u een bestemming
langs uw route nadert. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Cadans: Het aantal omwentelingen van de pedaalarm of aantal
stappen per minuut. Uw toestel moet zijn aangesloten op een
cadans-accessoire om deze gegevens weer te geven.
Daling - Gemiddeld: De gemiddelde verticale afstand van de
daling sinds deze waarde voor het laatst is hersteld.
Daling - Maximum: De maximale daalsnelheid in voet per
minuut of meter per minuut sinds deze waarde voor het laatst
is hersteld.
Daling - Totaal: De totale afstand van de daling sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Datum: Huidige dag, maand en jaar.
Diepte: De diepte van het water. Uw toestel moet zijn
aangesloten op een NMEA 0183 of NMEA 2000 toestel dat
de waterdiepte kan bepalen.
Draai: Het hoekverschil (in graden) tussen de richting van uw
bestemming en uw huidige koers. L betekent naar links
afbuigen. R betekent naar rechts afbuigen. Deze gegevens
worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
ETA bij volgende: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende
via-punt op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale
tijd van het via-punt). Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
ETA op bestemming: Het geschatte tijdstip waarop u de
eindbestemming zult bereiken (aangepast aan de lokale tijd
van de bestemming). Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Gemiddelde rondetijd: De gemiddelde rondetijd voor de
huidige activiteit.
Glijhoek: De hoek van de horizontale afgelegde afstand in
verhouding tot de wijziging in verticale afstand.
Glijhoek tot bestemming: De glijhoek die nodig is om van uw
huidige positie af te dalen naar de hoogte van uw
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
®
®
7
GPS-signaalsterkte: De sterkte van het signaal van de GPSsatelliet.
Hartslag: Uw aantal hartslagen per minuut. Uw toestel moet zijn
aangesloten op een compatibele hartslagmeter.
Hoogte: De hoogte van uw huidige locatie boven of onder
zeeniveau.
Hoogte boven grond: De hoogte van uw huidige locatie boven
grondniveau (als kaarten voldoende hoogte-informatie
bevatten).
Hoogte - Maximum: Het hoogst bereikte punt sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Hoogte - Minimum: Het laagst bereikte punt sinds deze waarde
voor het laatst is hersteld.
Huidige ronde: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
Koers: De richting van uw beginlocatie naar een bestemming.
De koers kan worden weergegeven als een geplande of
ingestelde route. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Koersfout: De afstand naar links of rechts die u van uw
oorspronkelijke koers bent afgeweken. Deze gegevens
worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Kompaskoers: De richting waar u naartoe gaat op basis van
het kompas.
Laatste rondetijd: De stopwatchtijd voor de laatste voltooide
ronde.
Locatie van bestemming: De positie van uw eindbestemming.
Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens het
navigeren.
Maximum snelheid: De gerapporteerde maximumsnelheid voor
de weg. Niet beschikbaar op alle kaarten en in alle gebieden.
Let altijd op de borden langs de weg voor de juiste
maximumsnelheid.
Maximumtemperatuur 24 uur: De maximumtemperatuur
gemeten in de afgelopen 24 uur. Uw toestel moet zijn
aangesloten op een draadloze temperatuursensor om deze
gegevens weer te geven.
Minimumtemperatuur 24 uur: De minimumtemperatuur
gemeten in de afgelopen 24 uur. Uw toestel moet zijn
aangesloten op een draadloze temperatuursensor om deze
gegevens weer te geven.
Naar koers: De richting die u moet volgen om terug te keren
naar de route. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
Nauwkeurigheid van GPS: De foutmarge voor uw exacte
locatie. Uw GPS-locatie is bijvoorbeeld nauwkeurig tot op +/3,65 m (12 voet).
Omgevingsluchtdruk: De niet-gekalibreerde
omgevingsluchtdruk.
Peiling: De richting van uw huidige locatie naar een
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
Percentage: De berekening van de stijging over de afstand. Als
u bijvoorbeeld 3 m (10 voet) stijgt voor elke 60 m (200 voet)
die u aflegt, dan is de helling ofwel het stijgingspercentage
5%.
Positie (geselecteerd): De huidige positie met de
geselecteerde instelling voor de positieweergave.
Positie (lgt/brd): De huidige positie in lengte- en breedtegraad
ongeacht de geselecteerde instelling voor de
positieweergave.
Rondeafstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
ronde.
Ronden: Het aantal ronden dat is voltooid voor de huidige
activiteit.
Snelheid: De huidige snelheid waarmee u zich verplaatst.
8
Snelheid - Gemiddelde snelheid: De gemiddelde snelheid
waarmee u zich verplaatst sinds deze waarde voor het laatst
is hersteld.
Snelheid - Maximum: De hoogste snelheid sinds deze waarde
voor het laatst is hersteld.
Snelheid - Totaal gemiddeld: De gemiddelde snelheid tijdens
het verplaatsen en stoppen sinds deze waarde voor het laatst
is hersteld.
Stijging - Gemiddeld: De gemiddelde verticale afstand van de
stijging sinds deze waarde voor het laatst is hersteld.
Stijging - Maximum: De maximale stijgsnelheid in voet per
minuut of meter per minuut sinds deze waarde voor het laatst
is hersteld.
Stijging - Totaal: De totale afstand van de stijging sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Stopwatchtimer: De stopwatchtijd voor de huidige activiteit.
Temperatuur: De temperatuur van de lucht. Uw
lichaamstemperatuur beïnvloedt de temperatuursensor. Uw
toestel moet zijn aangesloten op een draadloze
temperatuursensor om deze gegevens weer te geven.
Temperatuur - Water: De temperatuur van het water. Uw
toestel moet zijn aangesloten op een NMEA 0183 toestel dat
de watertemperatuur kan bepalen.
Tijd: De huidige tijd van de dag, op basis van uw huidige locatie
en tijdinstellingen (notatie, tijdzone en zomertijd).
Tijd tot bestemming: De tijd die u naar verwachting nodig hebt
om de bestemming te bereiken. Deze gegevens worden
alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Tijd tot volgende: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om
het volgende via-punt op de route te bereiken. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Totale rondetijd: De stopwatchtijd voor alle voltooide ronden.
Trajectafstand: De afstand die u hebt afgelegd voor het huidige
spoor.
Tripkilometerteller: Een lopende meting van de afstand die is
afgelegd sinds deze waarde voor het laatst is hersteld.
Triptijd: Een lopende meting van de tijd die is besteed terwijl u
in beweging was en terwijl u gestopt was sinds deze waarde
voor het laatst is hersteld.
Triptijd - Bewogen: Een lopende meting van de tijd die is
verstreken sinds deze waarde voor het laatst is hersteld.
Triptijd - Gestopt: Een lopende meting van de tijd die is
verstreken zonder te bewegen sinds deze waarde voor het
laatst is hersteld.
Verticale afstand tot bestemming: De afstand die u stijgt
tussen uw huidige positie en de eindbestemming. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Verticale snelheid: De stijg- of daalsnelheid over tijd.
Verticale snelheid tot bestemming: De stijg- of daalsnelheid
naar een vooraf bepaalde hoogte. Deze gegevens worden
alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Via-punt bij bestemming: Het laatste punt op de route naar de
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
Via-punt bij volgende: Het volgende punt op de route. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Voorliggende koers: De richting waarin u zich verplaatst.
Zon onder: Het tijdstip waarop de zon ondergaat, gebaseerd op
uw GPS-positie.
Zon op: Het tijdstip waarop de zon opkomt, gebaseerd op uw
GPS-positie.
Het toestel aanpassen
Profielen
Een profiel is een verzameling instellingen waarmee u het
gebruiksgemak van het toestel kunt optimaliseren. Voor
bijvoorbeeld jagen zijn de instellingen en weergaven anders dan
wanneer u het toestel gebruikt voor geocaching.
Als u een profiel gebruikt en u instellingen zoals
gegevensvelden of maateenheden wijzigt, worden de
wijzigingen automatisch in het profiel opgeslagen.
Een aangepast profiel maken
U kunt uw instellingen en de gegevensvelden voor een
bepaalde activiteit of route aanpassen.
1 Selecteer Stel in > Profielen > Profiel maken > OK.
2 Pas uw instellingen en gegevensvelden aan.
Een profiel selecteren
Als u van activiteiten verandert, kunt u de instellingen van het
toestel aanpassen door het profiel te wijzigen.
1 Selecteer Profielwijziging.
2 Selecteer een profiel.
De naam van een profiel wijzigen
1 Selecteer Stel in > Profielen.
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Wijzig naam.
4 Typ de nieuwe naam.
Een profiel verwijderen
OPMERKING: Voordat u het actieve profiel kunt verwijderen,
moet u een ander profiel activeren. U kunt een profiel niet
verwijderen als het actief is.
1 Selecteer Stel in > Profielen.
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Wis.
Systeeminstellingen
Selecteer Stel in > Systeem.
Satellietsysteem: Hiermee stelt u het satellietsysteem in (GPS
en andere satellietsystemen, pagina 6).
WAAS/EGNOS: Hiermee kan het systeem gebruikmaken van
WAAS/EGNOS-gegevens (Wide Area Augmentation System/
European Geostationary Navigation Overlay Service).
Taal: Hiermee kunt u de taal selecteren voor de tekst die op het
toestel wordt weergegeven.
OPMERKING: Als u de teksttaal wijzigt, blijft de taal van de
kaartgegevens, zoals straatnamen en plaatsen, of door de
gebruiker ingevoerde gegevens, ongewijzigd.
Batterijsoort: Hiermee kunt u selecteren welk type AAbatterijen u gebruikt.
USB-modus: Hiermee kunt u de massaopslagmodus of de
Garmin modus inschakelen op het toestel als er verbinding is
met een computer.
Scherminstellingen
OPMERKING: Sommige instellingen zijn niet op alle
toestelmodellen beschikbaar.
Selecteer Stel in > Scherm.
Verlichtingtijdsduur: Hiermee kunt u de tijd instellen voordat
de schermverlichting uitgaat.
Batterijbesparing: Hiermee bespaart u batterijstroom en
verlengt u de gebruiksduur van de batterij door het scherm uit
te schakelen wanneer de schermverlichting uitgaat.
Kleuren: Hiermee wijzigt u de kleur van de schermachtergrond
en selectiemarkering.
Het toestel aanpassen
Schermafbeelding: Hiermee kunt u de afbeelding op het
scherm van het toestel opslaan.
De toestelgeluiden instellen
U kunt het geluid voor berichten, knoppen,
afslagwaarschuwingen en alarmen instellen.
OPMERKING: Deze functie is niet op alle toestelmodellen
beschikbaar.
1 Selecteer Stel in > Tonen > Tonen > Aan.
2 Selecteer het gewenste geluid voor ieder item.
De maateenheden wijzigen
U kunt de eenheden voor afstand en snelheid, hoogte, diepte,
temperatuur, luchtdruk en verticale snelheid aanpassen.
1 Selecteer Stel in > Eenheden.
2 Selecteer het item waarvoor u de eenheid wilt instellen.
3 Selecteer een maateenheid.
Tijdinstellingen
Selecteer Stel in > Tijd.
Tijdnotatie: Hier kunt u kiezen om de 12- of 24-uursklok in te
stellen.
Tijdzone: Hiermee stelt u de tijdzone voor het toestel in. Met
Automatisch wordt de tijdzone automatisch ingesteld op
basis van uw GPS-positie.
Instellingen voor positieweergave
OPMERKING: Wijzig de positieweergave of het
coördinatensysteem op basis van kaartdatum alleen als u een
kaart gebruikt die een andere positieweergave voorschrijft.
Selecteer Stel in > Positieweergave.
Positieweergave: Hiermee selecteert u de positieweergave
waarmee een locatie wordt aangeduid.
Kaartdatum: Hiermee stelt u het coördinatensysteem van de
kaart in.
Kaartsferoïde: Hiermee geeft u het coördinatensysteem weer
dat door het toestel wordt gebruikt. Het
standaardcoördinatensysteem is WGS 84.
Route-instellingen
De beschikbare route-instellingen zijn afhankelijk van de
geselecteerde activiteit.
Selecteer Stel in > Routebepaling.
Begeleidingsmethode: Stelt de voorkeur in voor het berekenen
van de optimale route op basis van afstand, tijd, via wegen of
offroad routes.
Bereken routes voor: Hiermee stelt u de methode in waarmee
uw route wordt berekend.
Zet vast op weg: Zet het blauwe driehoekje, dat uw positie op
de kaart aangeeft, vast op de dichtstbijzijnde weg. Dit is
vooral nuttig tijdens autorijden of navigeren op wegen.
Offroadovergangen: Hiermee stelt u de voorkeuren voor
herberekening van de route in wanneer u van een actieve
route weg navigeert.
Te vermijden items instellen: Hiermee stelt u het type weg,
terrein en transportmethode in dat u wilt vermijden tijdens het
navigeren.
Hoogtemeterinstellingen
OPMERKING: De hoogtemeter is alleen beschikbaar op
toestellen uit de eTrex 30/30x.
Selecteer Stel in > Hoogtemeter.
9
Automatische kalibratie: Voert automatisch een kalibratie uit
telkens wanneer u het toestel inschakelt.
Barometermodus: Variabele hoogte meet de hoogteverschillen
terwijl u onderweg bent. Vaste hoogte gaat ervan uit dat het
toestel stilstaat op een vaste hoogte, zodat de barometerdruk
alleen verandert door de weersomstandigheden.
Luchtdruktrend: Hiermee stelt u in hoe het toestel
drukgegevens vastlegt. Altijd opslaan slaat alle
luchtdrukgegevens op. Dit kan handig zijn als u let op
weerfronten.
Profieltype: Hiermee worden hoogteverschillen vastgelegd
gedurende een bepaalde tijd of over een bepaalde afstand,
of plaatselijke luchtdrukverschillen over een bepaalde
tijdsduur.
Kalibreer hoogtemeter: Hiermee kalibreert u de hoogtemeter.
Maritieme instellingen wijzigen
OPMERKING: Deze functie is niet op alle toestelmodellen
beschikbaar.
Selecteer Stel in > Maritiem.
Zeekaartmodus: Hiermee stelt u het type kaart in waarmee het
toestel maritieme gegevens weergeeft. Nautisch geeft
verschillende kaartelementen in verschillende kleuren weer
zodat nautische nuttige punten beter leesbaar en de kaart
dezelfde kleuren heeft als papieren kaarten. Vissen
(waterkaarten vereist) geeft een gedetailleerde weergave van
bodemcontouren en dieptepeilingen en vereenvoudigt de
kaartweergave zodat deze optimaal is voor vissen.
Presentatie: Hiermee stelt u de weergave in voor de maritieme
navigatiehulpmiddelen op de kaart.
Maritieme alarmen instellen: Hiermee stelt u een alarm in voor
wanneer u van een opgegeven afstand afdrijft terwijl u voor
anker ligt en wanneer u water nadert met een bepaalde
diepte.
Maritieme alarmsignalen instellen
1 Selecteer Stel in > Maritiem > Maritieme alarmen instellen.
2 Selecteer het gewenste type alarm.
3 Selecteer Aan.
4 Voer een afstand in en selecteer Ga.
Gegevens resetten
U kunt tripgegevens resetten, alle waypoints wissen, het huidige
spoor wissen of alle standaardwaarden herstellen.
1 Selecteer Stel in > Herstel.
2 Selecteer een item dat u wilt resetten.
Toestelinformatie
Productupdates
Installeer Garmin Express™ (www.garmin.com/express) op uw
computer. Installeer de Garmin Connect™ app op uw
smartphone.
Op die manier kunt u gemakkelijk gebruikmaken van de
volgende diensten voor Garmin toestellen:
• Software-updates
• Kaartupdates
• Gegevens worden geüpload naar Garmin Connect
• Productregistratie
Garmin Express instellen
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
2 Ga naar garmin.com/express.
10
3 Volg de instructies op het scherm.
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie vandaag nog in zodat wij u beter kunnen
helpen. Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op
een veilige plek.
1 Ga naar garmin.com/express.
2 Aanmelden bij uw Garmin account.
Informatie over regelgeving en compliance
op e-labels weergeven
Het label voor dit toestel wordt op elektronische wijze geleverd.
Het e-label kan regelgeving bevatten, zoals
identificatienummers verstrekt door de FCC of regionale
compliance-markeringen, maar ook toepasselijke product- en
licentiegegevens.
1 Selecteer Stel in.
2 Selecteer Info.
Toestelonderhoud
LET OP
Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en
insectenwerende middelen die plastic onderdelen en
oppervlakken kunnen beschadigen.
Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
extreme temperaturen kan worden blootgesteld omdat dit
onherstelbare schade kan veroorzaken.
Het toestel is waterbestendig volgens IEC-standaard 60529
IPX7. Het toestel is bestand tegen abusievelijk onderdompelen
in water tot één meter diep, gedurende maximaal dertig
minuten. Als u het toestel langer onder water houdt, kan schade
het gevolg zijn. Na onderdompeling moet u het toestel
voorzichtig afdrogen en laten opdrogen voordat u het opnieuw
gaat gebruiken of oplaadt.
Spoel het toestel na gebruik in chloor- of zout water goed uit met
zoet water.
Het toestel schoonmaken
LET OP
Ook een klein beetje zweet of vocht kan corrosie van de
elektrische contactpunten veroorzaken als het toestel is
aangesloten op een oplader. Corrosie kan opladen en
gegevensoverdracht blokkeren.
1 Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met
een mild schoonmaakmiddel.
Veeg
de behuizing vervolgens droog.
2
Laat het toestel na reiniging helemaal drogen.
Gegevensbeheer
U kunt bestanden opslaan op uw toestel. In de
geheugenuitsparing van het toestel kan een extra
geheugenkaart worden geplaatst.
OPMERKING: Het toestel is compatibel met Windows 7 of
hoger en Mac OS 10.4 of hoger.
®
®
Een geheugenkaart installeren
OPMERKING: Deze functie is niet op alle toestelmodellen
beschikbaar.
WAARSCHUWING
Gebruik nooit een scherp voorwerp om batterijen te verwijderen
die door de gebruiker kunnen worden vervangen.
U kunt een microSD geheugenkaart in het handheldtoestel
installeren voor extra opslagruimte of vooraf geladen kaarten.
®
Toestelinformatie
1 Draai de D-ring tegen de klok in en trek deze omhoog om de
klep te verwijderen.
2 Verwijder de batterij.
3 Schuif de kaarthouder naar links en til deze omhoog.
4 Plaats de geheugenkaart met de gouden contactpunten naar
beneden.
5 Sluit de kaarthouder.
6 Schuif de kaarthouder naar rechts om deze te vergrendelen.
7 Plaats de batterij en de klep terug.
Het toestel aansluiten op uw computer
LET OP
U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
oplaadt of aansluit op een computer.
U moet de batterijen installeren voordat u het toestel kunt
gebruiken terwijl het is aangesloten op uw computer. De USBpoort van de computer biedt mogelijk onvoldoende vermogen
om het toestel te kunnen gebruiken.
1 Duw de beschermkap van de mini-USB-poort omhoog.
2 Sluit de kleine connector van de USB-kabel aan op de miniUSB-poort.
3 Sluit het grote uiteinde van de USB-kabel aan op de USBpoort van de computer.
Op Windows computers wordt het toestel weergegeven als
verwisselbaar station of een draagbaar station, en de
geheugenkaart wordt mogelijk weergegeven als een tweede
verwisselbaar station. Op Mac computers worden het toestel
en de geheugenkaart als gekoppelde volumes weergegeven.
Bestanden overbrengen naar uw computer
1 Verbind het toestel met uw computer.
2
3
4
5
6
7
Op Windows computers wordt het toestel weergegeven als
verwisselbaar station of een draagbaar station, en de
geheugenkaart wordt mogelijk weergegeven als een tweede
verwisselbaar station. Op Mac computers worden het toestel
en de geheugenkaart als gekoppelde volumes weergegeven.
OPMERKING: Op sommige computers met meerdere
netwerkstations worden toestelstations mogelijk niet correct
weergegeven. Zie de documentatie bij uw besturingssysteem
voor meer informatie over het toewijzen van het station.
Open de bestandsbrowser op de computer.
Selecteer een bestand.
Selecteer Edit > Copy.
Open het draagbare toestel, station of volume van het toestel
of geheugenkaart.
Blader naar een map.
Selecteer Edit > Paste.
Het bestand wordt weergegeven in de lijst met bestanden in
het toestelgeheugen of op de geheugenkaart.
Bestanden verzenden naar BaseCamp™
1 Open BaseCamp.
2 Verbind het toestel met uw computer.
Appendix
Op Windows computers wordt het toestel weergegeven als
verwisselbaar station of een draagbaar station, en de
geheugenkaart wordt mogelijk weergegeven als een tweede
verwisselbaar station. Op Mac computers worden het toestel
en de geheugenkaart als gekoppelde volumes weergegeven.
OPMERKING: Op sommige computers met meerdere
netwerkstations worden toestelstations mogelijk niet correct
weergegeven. Zie de documentatie bij uw besturingssysteem
voor meer informatie over het toewijzen van het station.
3 Open het station of volume voor Garmin of de
geheugenkaart.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer en sleep een item van een aangesloten toestel
naar Mijn verzameling of een lijst.
• Selecteer bij BaseCamp Toestel > Ontvangen van
toestel en selecteer het toestel.
Bestanden verwijderen
LET OP
Als u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan
niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke
systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.
1
2
3
4
Open het Garmin station of volume.
Open zo nodig een map of volume.
Selecteer een bestand.
Druk op het toetsenbord op de toets Delete.
OPMERKING: Als u een Apple computer gebruikt, moet u
de map Trash leegmaken om de bestanden volledig te
verwijderen.
®
De USB-kabel loskoppelen
Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is
aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige
manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als
uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw
Windows computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te
koppelen.
1 Voer een van onderstaande handelingen uit:
• Op Windows computers: Selecteer het pictogram
Hardware veilig verewijderen in het systeemvak en
selecteer uw toestel.
• Voor Apple computers selecteert u het toestel en
selecteert u File > Eject.
2 Koppel de kabel los van uw computer.
Specificaties
Bedrijfstemperatuurbereik
Van -20° tot 70°C (van -4° tot 158°F)
Draadloze frequentie/draadloos
protocol
2,4 GHz bij -1,13 dBm nominaal
Appendix
Optionele accessoires
Optionele accessoires, zoals houders, kaarten,
fitnessaccessoires en vervangingsonderdelen, zijn verkrijgbaar
via http://buy.garmin.com of bij uw Garmin dealer.
Uw ANT+ sensoren koppelen
Voordat u kunt koppelen, moet u de hartslagmeter omdoen of
de sensor plaatsen.
OPMERKING: Deze functie is niet op alle toestelmodellen
beschikbaar.
11
Koppelen is het maken van een verbinding tussen ANT+
draadloze sensoren, bijvoorbeeld het verbinden van een
hartslagmeter met uw toestel.
1 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
OPMERKING: Zorg ervoor dat u minimaal 10 m (30 ft.) bij
andere ANT+ sensoren vandaan bent tijdens het koppelen.
2 Selecteer in het app-overzicht Stel in > ANT sensor.
3 Selecteer uw sensor.
4 Selecteer Nieuwe zoeken.
Als de sensor is gekoppeld met uw toestel, wordt de status
van de sensor gewijzigd van Zoeken naar Verbonden.
Tips voor het koppelen van ANT+ accessoires met uw
Garmin toestel
• Controleer of het ANT+ accessoire compatibel is met uw
Garmin toestel.
• Voordat u het ANT+ accessoire met uw Garmin-toestel
koppelt, dient u een afstand van 10 m (33 ft.) ten opzichte
van andere ANT+ accessoires in acht te nemen.
• Plaats het Garmin toestel binnen 3 m (10 ft.) van het ANT+
accessoire.
• Nadat u de koppeling tot stand hebt gebracht, herkent het
Garmin toestel daarna automatisch het ANT+ accessoire
wanneer u het toestel activeert. Het koppelingsproces vindt
automatisch plaats wanneer u het Garmin toestel inschakelt
en zorgt ervoor dat de accessoires binnen enkele seconden
zijn geactiveerd en klaar zijn voor gebruik.
• Na het koppelen ontvangt het Garmin toestel alleen
gegevens van uw eigen accessoires. U kunt dan ook gewoon
in de buurt van andere accessoires komen.
Problemen oplossen
Het toestel opnieuw opstarten
Als het toestel niet meer reageert, moet u het mogelijk opnieuw
opstarten. Uw gegevens en instellingen worden dan niet gewist.
1 Verwijder de batterijen.
2 Plaats de batterijen opnieuw.
Alle standaardinstellingen herstellen
U kunt alle fabrieksinstellingen van het toestel herstellen.
Selecteer Stel in > Herstel > Alle instellingen resetten >
Ja.
Garmin Support Center
Ga naar support.garmin.com voor hulp en informatie, zoals
producthandleidingen, veelgestelde vragen video's en
klantondersteuning.
12
Appendix
Index
A
aan-uitknop 1
accessoires 11, 12
adressen, zoeken 3
afstanden meten 4
agenda 6
alarmen
gevarenzone 6
klok 6
maritiem 10
ANT+ sensoren, koppelen 11
ANT+ sensoren, koppelen 12
B
BaseCamp 11
batterij 1, 10, 11
installeren 1
levensduur 4
maximaliseren 1, 7, 9
opslag 1
type 1
bestanden, overbrengen 5, 11
C
calculator 6
chirp 6
City Navigator 3
computer, verbinden 11
D
dashboards 5
downloaden, geocaches 5
G
Garmin Express 10
software bijwerken 10
gebruikersgegevens, verwijderen 11
gegevens, overbrengen 11
gegevens delen 6
gegevens opslaan 11
gegevensvelden 7
geheugenkaart 10
geocaches 5
downloaden 5
GLONASS 6
GPS 6
instellingen 9
satellietpagina 6
signaal 6
H
herstellen, instellingen 12
het toestel resetten 10
hoofdmenu 1
aanpassen 7
hoogte 5
hoogtemeter 5, 9
kalibreren 5
I
instellingen 3, 4, 9, 10, 12
toestel 9
K
kaarten 3
afstanden meten 4
bijwerken 10
instellingen 4
kopen 3
navigeren 4
oriëntatie 4
zoomen 4
kalibreren, hoogtemeter 5
knoppen 1
koersen, wijzer 5
kompas 4, 5
instellingen 4
kalibreren 4
navigeren 5
Index
koppelen
ANT+ sensoren 11
ANT+ sensoren 12
L
locaties
bewerken 2
opslaan 2
M
maateenheden 9
maritiem, alarmen instellen 10
MicroSD kaart. Zie geheugenkaart
via-punten 2
bewerken 2
navigeren 2
opslaan 2
projecteren 2
verwijderen 2
W
Waarheen? 3
waypoints 2
N
nabijheidswaarschuwingen 6
nautisch, instellingen 10
navigatie 3, 4
kompas 5
stoppen 2
O
oppervlakteberekening 6
overbrengen
bestanden 5, 6, 11
sporen 6
P
Peil en ga 4
positiewaargave 9
problemen oplossen 10, 12
productregistratie 10
profielen 9
R
reisinformatie, weergeven 5
reisplanner. Zie routes
routes 2, 3
bewerken 2
instellingen 9
maken 2
navigeren 2
verwijderen 3
weergeven op de kaart 2
S
satellietpagina 6
satellietsignalen 6
locaties 6
ontvangen 1
scherm, instellingen 9
schermverlichting 1, 7, 9
smartphone 6
software, bijwerken 10
specificaties 11
sporen 3
instellingen 3
navigeren 3
vastleggen 3
stopwatch 6
T
temperatuur 11
tijden voor jagen en vissen 6
tijden voor zonsopkomst en zonsondergang 6
tijdinstellingen 9
tijdzones 9
toestel, registratie 10
toestel aanpassen 7
toestel registreren 10
toestel schoonmaken 10
tonen 9
tripcomputer 5
U
USB
connector 1
loskoppelen 11
V
verwijderen, alle gebruikersgegevens 11
13
support.garmin.com
September 2019
190-01198-03_0A
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising