Garmin | Forerunner® 945 | User manual | Garmin Forerunner® 945 Gebruikershandleiding

Garmin Forerunner® 945 Gebruikershandleiding
FORERUNNER 945
®
Gebruikershandleiding
© 2019 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin
behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of
organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
Garmin , het Garmin logo, ANT+ , Auto Lap , Auto Pause , Edge , Forerunner , inReach , VIRB , Virtual Partner en Xero™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen,
geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Body Battery™, Connect IQ™, Garmin Connect™, Garmin Express™, Garmin Move IQ™, Garmin Pay™, HRM-Run™, HRM-Tri™, HRMSwim™, QuickFit , tempe™, TrueUp™, TruSwing™, Varia™, Varia Vision™ en Vector™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden
gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
®
®
®
®
®
®
®
®
®
Android™ is een handelsmerk van Google Inc. Apple , iPhone , iTunes en Mac zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Het woordmerk en de
logo's van BLUETOOTH zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. The Cooper Institute , en alle gerelateerde
handelsmerken, zijn het eigendom van The Cooper Institute. Geavanceerde hartslaganalyse door Firstbeat. Op de Spotify software zijn de volgende licenties van derden van toepassing:
https://developer.spotify.com/legal/third-party-licenses. Shimano en Di2™ zijn handelsmerken van Shimano, Inc. STRAVA en Strava™ zijn handelsmerken van Strava, Inc. Training Stress
Score™, Intensity Factor™ en Normalized Power™ zijn handelsmerken van Peaksware, LLC. Wi‑Fi is een geregistreerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance Corporation. Windows is een
geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars.
®
®
®
®
®
®
®
®
®
Dit product is ANT+ gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.
®
M/N: A03525
®
Inhoudsopgave
Overzicht van het toestel ............................................................ 1
GPS-status en statuspictogrammen ...................................... 1
Uw smartwatch instellen ............................................................. 1
Fitnessdoelstellingen ............................................................. 8
Hartslagzones ........................................................................ 8
Uw hartslagzones instellen ............................................... 8
Uw hartslagzones laten instellen door het toestel ............. 8
Berekeningen van hartslagzones ...................................... 8
Uw vermogenszones instellen ............................................... 8
Activiteiten en apps....................................................... 1
Activiteiten volgen......................................................... 9
Inleiding........................................................................... 1
Hardlopen ................................................................................... 1
Een activiteit starten ................................................................... 2
Tips voor het vastleggen van activiteiten ............................... 2
Een activiteit stoppen .................................................................. 2
Een aangepaste activiteit maken ................................................ 2
Binnenactiviteiten ........................................................................ 2
De loopbandafstand kalibreren .............................................. 2
Buitenactiviteiten ......................................................................... 3
Multisport ............................................................................... 3
Triatlontraining .................................................................. 3
Een multisportactiviteit maken .......................................... 3
Tips voor triatlontraining en het gebruik van
multisportactitiveiten .......................................................... 3
Zwemmen .............................................................................. 3
Zwemtermen ..................................................................... 3
Slagtypen .......................................................................... 3
Tips voor zwemactiviteiten ................................................ 3
Rusten tijdens zwemmen in een zwembad ....................... 3
Training met het trainingslog ............................................. 3
Uw afdalingen weergeven ...................................................... 4
Golfen .................................................................................... 4
Golfen ................................................................................ 4
Hole-informatie .................................................................. 4
De vlag verplaatsen .......................................................... 4
Gemeten shots weergeven ............................................... 4
Layup- en dogleg-afstanden weergeven ........................... 4
Score bijhouden ................................................................ 4
Een score bijwerken .......................................................... 4
TruSwing™ ....................................................................... 5
De golfafstandteller gebruiken .......................................... 5
Statistieken bijhouden ....................................................... 5
Audiomeldingen afspelen tijdens uw activiteit ............................ 5
Training........................................................................... 5
Workouts ..................................................................................... 5
Een workout vanuit Garmin Connect volgen ......................... 5
Een workout beginnen ........................................................... 5
De trainingsagenda ................................................................ 5
Garmin Connect trainingsplannen gebruiken .................... 5
Intervalworkouts ..................................................................... 5
Een intervalworkout maken ............................................... 5
Een intervalworkout starten ............................................... 6
Een intervalworkout stoppen ............................................. 6
Virtual Partner® gebruiken ......................................................... 6
Een trainingsdoel instellen .......................................................... 6
Een trainingsdoel annuleren .................................................. 6
Racen tegen een eerder voltooide activiteit ............................... 6
Persoonlijke records ................................................................... 6
Uw persoonlijke records weergeven ...................................... 7
Een persoonlijk record herstellen ........................................... 7
Een persoonlijk record verwijderen ........................................ 7
Alle persoonlijke records verwijderen .................................... 7
Segmenten ................................................................................. 7
Strava™ segmenten .............................................................. 7
Tegen een segment racen ..................................................... 7
Segmentgegevens weergeven .............................................. 7
De metronoom gebruiken ........................................................... 7
Modus Extra scherm ................................................................... 8
Uw gebruikersprofiel instellen ..................................................... 8
Inhoudsopgave
Automatisch doel ........................................................................ 9
De bewegingswaarschuwing gebruiken ..................................... 9
Slaap bijhouden .......................................................................... 9
Uw slaap automatisch bijhouden ........................................... 9
De modus Niet storen gebruiken ........................................... 9
Minuten intensieve training ......................................................... 9
Minuten intensieve training opbouwen .................................. 9
Garmin Move IQ™ gebeurtenissen ............................................ 9
Instellingen voor activiteiten volgen .......................................... 10
Activiteiten volgen uitschakelen ........................................... 10
Hartslagmeetfuncties ................................................... 10
Hartslagmeter aan de pols ........................................................ 10
Het toestel dragen ................................................................ 10
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens ......................... 10
De hartslagwidget gebruiken ............................................... 10
Hartslaggegevens verzenden naar Garmin® toestellen ...... 10
Abnormale-hartslagwaarschuwingen instellen .................... 11
De polshartslagmeter uitschakelen ...................................... 11
HRM-Swim accessoire ............................................................. 11
Hartslag tijdens het zwemmen ............................................. 11
Zwemmen in het zwembad ............................................. 11
Zwemmen in open water ................................................. 11
De hartslagmeter passend maken ....................................... 11
De hartslagmeter aanbrengen ............................................. 11
Tips voor het gebruik van het HRM-Swim accessoire ......... 12
Onderhoud van de hartslagmeter ........................................ 12
HRM-Tri accessoire .................................................................. 12
Zwemmen in een zwembad ................................................. 12
De hartslagmeter aanbrengen ............................................. 12
Gegevensopslag .................................................................. 12
Onderhoud van de hartslagmeter ........................................ 12
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens .............................. 12
Hardloopdynamiek .................................................................... 12
Trainen met hardloopdynamiek ........................................... 13
Kleurenbalken en hardloopdynamiekgegevens ................... 13
Gegevens over grondcontacttijd-balans ......................... 13
Verticale oscillatie en verticale ratio gegevens ............... 14
Tips voor ontbrekende hardloopdynamiekgegevens ........... 14
Prestatiemetingen ..................................................................... 14
Prestatiemeldingen uitschakelen ......................................... 14
Prestatiemetingen automatisch detecteren ......................... 14
Activiteiten en prestatiemetingen synchroniseren ............... 14
Over VO2 max. indicaties .................................................... 14
Uw geschat VO2 max. voor hardlopen weergeven ......... 15
Geschat VO2 max. voor fietsen weergeven ................... 15
Hartslag- en hoogteacclimatisatie ........................................ 15
Voorspelde racetijden weergeven ....................................... 15
Training Effect ...................................................................... 15
Prestatieconditie .................................................................. 16
Uw prestatieconditie weergeven ..................................... 16
Lactaatdrempel .................................................................... 16
Een begeleide test uitvoeren om uw lactaatdrempel te
bepalen ........................................................................... 16
Uw FTP-waarde schatten .................................................... 16
Een FTP-test uitvoeren ................................................... 17
Trainingsstatus ......................................................................... 17
Trainingsstatusniveaus ........................................................ 17
Tips voor het verkrijgen van uw trainingsstatus .............. 17
Trainingsbelasting ................................................................ 18
i
Focus trainingsbelasting ................................................. 18
Hersteltijd ............................................................................. 18
Uw hersteltijd weergeven ................................................ 18
Herstelhartslag ................................................................ 18
Pulse oxymeter ......................................................................... 18
De pulse oxymeter-widget weergeven ................................. 19
Slaap bijhouden inschakelen op de pulsoximeter ................ 19
De modus Doorlopende acclimatisatie inschakelen ............ 19
Tips voor grillige pulse oxymeter-gegevens ........................ 19
Uw stressscore op basis van uw hartslagvariaties bekijken ..... 19
Body Battery ............................................................................. 19
De Body Battery widget bekijken ......................................... 19
Tips voor betere Body Battery gegevens ............................. 20
De afstandteller gebruiker ......................................................... 26
Geschiedenis verwijderen ......................................................... 26
Garmin Connect ........................................................................ 26
Garmin Connect op uw computer gebruiken ....................... 26
Gegevensbeheer ...................................................................... 27
Bestanden verwijderen ........................................................ 27
Navigatie....................................................................... 27
Uw smartphone koppelen met uw toestel ................................. 20
Tips voor bestaande Garmin Connect gebruikers ............... 20
Bluetooth meldingen inschakelen ........................................ 20
Meldingen weergeven ..................................................... 20
Meldingen beheren ......................................................... 20
De Bluetooth smartphone-verbinding uitschakelen ........ 21
Smartphone-verbindingswaarschuwingen in- en
uitschakelen .................................................................... 21
Bluetooth connected functies ................................................... 21
Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin
Connect ................................................................................ 21
Een verloren mobiel toestel lokaliseren ............................... 21
Widgets ..................................................................................... 21
De widgets gebruiken .......................................................... 22
Over Mijn dag .................................................................. 22
Het bedieningsmenu weergeven ......................................... 22
Het bedieningsmenu aanpassen ......................................... 22
De weerwidget bekijken ....................................................... 22
De muziekbedieningsknoppen gebruiken ............................ 22
Connect IQ functies .................................................................. 22
Connect IQ functies downloaden via uw computer .............. 22
Wi‑Fi connected functies .......................................................... 22
Verbinding maken met een Wi‑Fi netwerk ........................... 22
Koersen .................................................................................... 27
Een koers maken en volgen op uw toestel .......................... 27
Een rondrit maken ................................................................ 27
Uw locatie bewaren .................................................................. 27
Uw opgeslagen locaties verwijderen ................................... 27
Een via-punt projecteren .......................................................... 27
Navigeren naar een bestemming ............................................. 28
Naar een nuttig punt navigeren ................................................ 28
Nuttige punten ...................................................................... 28
Navigeren met Peil en ga ......................................................... 28
Tijdens een activiteit navigeren naar uw vertrekpunt ............... 28
Navigeren naar het vertrekpunt van uw laatst opgeslagen
activiteit ..................................................................................... 28
Een Man-over-boord-locatie markeren en de navigatie ernaartoe
starten ....................................................................................... 28
Stoppen met navigeren ............................................................ 28
Kaart ......................................................................................... 28
De kaart weergeven ............................................................. 29
Naar een locatie op de kaart navigeren of een locatie
opslaan ................................................................................ 29
Navigeren met de functie Om me heen ............................... 29
Schuiven en zoomen op de kaart ........................................ 29
Kaartinstellingen .................................................................. 29
Hoogtemeter en barometer ....................................................... 29
Kompas .....................................................................................29
Navigatie-instellingen ................................................................ 30
Kaartfuncties aanpassen ..................................................... 30
Koerswijzer .......................................................................... 30
Een koersindicator instellen ................................................. 30
Navigatiewaarschuwingen instellen ..................................... 30
Veiligheids- en trackingfuncties................................. 23
Draadloze sensoren ..................................................... 30
Contacten voor noodgevallen toevoegen ................................. 23
Hulp vragen .......................................................................... 23
Ongevaldetectie in- en uitschakelen ......................................... 23
Een GroupTrack sessie starten ................................................ 23
Tips voor GroupTrack sessies ............................................. 23
De draadloze sensoren koppelen ............................................. 30
Voetsensor ................................................................................30
Hardlopen met een voetsensor ............................................ 30
Kalibratie van de voetsensor ............................................... 30
Kalibratie van de voetsensor verbeteren ........................ 31
Uw voetsensor handmatig kalibreren .................................. 31
Snelheid en afstand van voetsensor instellen ..................... 31
Een optionele fietssnelheids- of fietscadanssensor
gebruiken .................................................................................. 31
Trainen met vermogensmeters ................................................. 31
Elektronische schakelsystemen gebruiken ............................... 31
Omgevingsbewustzijn ............................................................... 31
tempe ........................................................................................ 31
Slimme functies............................................................ 20
Muziek........................................................................... 23
Verbinding maken met een externe provider ............................ 24
Spotify® .................................................................................... 24
Audio-inhoud downloaden van Spotify ................................ 24
Persoonlijke audiocontent downloaden .................................... 24
Luisteren naar muziek .............................................................. 24
Bediening voor afspelen van muziek ................................... 24
Bediening voor afspelen van muziek op een verbonden
smartphone .......................................................................... 24
Hoofdtelefoon aansluiten met Bluetooth technologie ............... 24
Garmin Pay................................................................... 25
Uw Garmin Pay portemonnee instellen .................................... 25
Een aankoop betalen via uw horloge ....................................... 25
Een kaart toevoegen aan uw Garmin Pay portemonnee .......... 25
Uw Garmin Pay portemonnee beheren ............................... 25
Uw Garmin Pay pincode wijzigen ............................................. 25
Geschiedenis................................................................ 25
Werken met de geschiedenis ................................................... 26
Multisportgeschiedenis ........................................................ 26
Tijd in elke hartslagzone weergeven ................................... 26
Gegevenstotalen weergeven .................................................... 26
ii
Uw toestel aanpassen .................................................. 31
Uw lijst met activiteiten aanpassen ........................................... 31
De widgetlijst aanpassen .......................................................... 31
Instellingen van activiteiten en apps ......................................... 31
Gegevensschermen aanpassen .......................................... 32
Een kaart aan een activiteit toevoegen ................................ 32
Waarschuwingen ................................................................. 32
Een waarschuwing instellen ............................................ 33
Instellingen van activiteitkaart .............................................. 33
Route-instellingen ................................................................ 33
Auto Lap ...............................................................................34
Ronden op afstand markeren ......................................... 34
Auto Pause inschakelen ...................................................... 34
Automatisch klimmen inschakelen ....................................... 34
Inhoudsopgave
3D-snelheid en -afstand ....................................................... 34
Auto Scroll gebruiken ........................................................... 34
De GPS-instelling wijzigen ................................................... 34
GPS en andere satellietsystemen ................................... 35
UltraTrac ......................................................................... 35
Time-outinstellingen voor de spaarstand ............................. 35
Een activiteit of app verwijderen ............................................... 35
GroupTrack instellingen ............................................................ 35
Wijzerplaatinstellingen .............................................................. 35
De watch face aanpassen ................................................... 35
Sensorinstellingen .................................................................... 35
Kompasinstellingen .............................................................. 35
Het kompas handmatig kalibreren .................................. 35
De noordreferentie instellen ............................................ 36
Hoogtemeterinstellingen ...................................................... 36
De barometrische hoogtemeter kalibreren ...................... 36
Barometerinstellingen .......................................................... 36
De barometer kalibreren ................................................. 36
Xero Locatie-instellingen ...................................................... 36
Systeeminstellingen .................................................................. 36
Tijdinstellingen ..................................................................... 36
De schermverlichtingsinstellingen wijzigen .......................... 37
De sneltoetsen aanpassen .................................................. 37
De maateenheden wijzigen ................................................. 37
Klokken ..................................................................................... 37
Een alarm instellen .............................................................. 37
Een alarm verwijderen ......................................................... 37
De afteltimer instellen .......................................................... 37
De stopwatch gebruiken ...................................................... 37
De tijd synchroniseren met GPS .......................................... 37
De tijd handmatig instellen ................................................... 37
VIRB afstandsbediening ........................................................... 37
Een VIRB actiecamera bedienen ......................................... 38
Een VIRB actiecamera bedienen tijdens een activiteit ........ 38
Ik kan mijn telefoon niet koppelen met het toestel .................... 41
Levensduur van de batterijen maximaliseren ........................... 42
De temperatuurmeting is niet nauwkeurig ................................ 42
Hoe kan ik ANT+ sensors handmatig koppelen? ..................... 42
Kan ik mijn Bluetooth sensor gebruiken bij mijn horloge? ........ 42
Mijn muziek valt weg of mijn hoofdtelefoons blijven niet
verbonden ................................................................................. 42
Appendix....................................................................... 42
Gegevensvelden ....................................................................... 42
Standaardwaarden VO2 Max. .................................................. 46
FTP-waarden ............................................................................ 47
Wielmaat en omvang ................................................................ 47
Symbooldefinities ...................................................................... 47
Index.............................................................................. 48
Toestelinformatie......................................................... 38
Toestelgegevens weergeven .................................................... 38
Informatie over regelgeving en compliance op e-labels
weergeven ........................................................................... 38
Het toestel opladen ................................................................... 38
Tips voor het opladen van het toestel .................................. 38
Specificaties .............................................................................. 39
Forerunner specificaties ....................................................... 39
HRM-Swim specificaties en HRM-Tri specificaties .............. 39
Toestelonderhoud ..................................................................... 39
Het toestel schoonmaken .................................................... 39
De batterij vervangen van de HRM-Swim en de HRM-Tri ... 39
De banden vervangen .............................................................. 39
Problemen oplossen.................................................... 40
Productupdates .........................................................................40
Garmin Express instellen ..................................................... 40
Meer informatie ......................................................................... 40
Activiteiten volgen ..................................................................... 40
Mijn dagelijkse stappentelling wordt niet weergegeven ....... 40
Mijn stappentelling lijkt niet nauwkeurig te zijn .................... 40
De stappentellingen op mijn toestel en mijn Garmin Connect
account komen niet overeen ................................................ 40
Het aantal opgelopen trappen lijkt niet te kloppen ............... 40
Mijn minuten intensieve training knipperen .......................... 40
Satellietsignalen ontvangen ...................................................... 41
De ontvangst van GPS-signalen verbeteren ....................... 41
Het toestel opnieuw opstarten .................................................. 41
Alle standaardinstellingen herstellen ........................................ 41
De software bijwerken met de Garmin Connect app ................ 41
De software bijwerken via Garmin Express .............................. 41
My Device gebruikt niet de juiste taal ....................................... 41
Is mijn smartphone compatibel met mijn toestel? ..................... 41
Inhoudsopgave
iii
Inleiding
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Raadpleeg altijd een arts voordat u een trainingsprogramma
begint of wijzigt.
Overzicht van het toestel
Uw smartwatch instellen
Voer deze taken uit om optimaal gebruik te maken van de
Forerunner functies.
• Koppel uw smartphone met de Garmin Connect™ app (Uw
smartphone koppelen met uw toestel, pagina 20).
• Stel veiligheidsfuncties in (Veiligheids- en trackingfuncties,
pagina 23).
• Stel muziek in (Muziek, pagina 23).
• Stel Wi‑Fi netwerken in (Verbinding maken met een Wi‑Fi
netwerk, pagina 22).
• Stel uw Garmin Pay™ portemonnee in (Uw Garmin Pay
portemonnee instellen, pagina 25).
Activiteiten en apps
Selecteer om het toestel in te schakelen.
Selecteer om de schermverlichting in of uit te schakelen.
LIGHT Houd ingedrukt om het bedieningsmenu weer te geven.
Selecteer deze knop om de activiteiten-timer te starten of te
START stoppen.
STOP Selecteer deze knop om een optie te kiezen of een bericht te
bevestigen.
BACK
Selecteer om terug te keren naar het vorige scherm.
Selecteer om een ronde, rustpauze of overgang vast te leggen
tijdens een activiteit.
Selecteer deze knop om door de widgets, gegevensschermen,
DOWN opties en instellingen te bladeren.
Houd ingedrukt om de muziekbediening te openen (Muziek,
pagina 23).
UP
Uw toestel kan worden gebruikt voor binnen-, buiten-, sport- en
fitnessactiviteiten. Wanneer u een activiteit start, worden de
sensorgegevens weergegeven en vastgelegd op uw toestel. U
kunt activiteiten opslaan en delen met de Garmin Connect
community.
U kunt ook Connect IQ™ activiteiten en apps aan uw toestel
toevoegen via de Connect IQ website (Connect IQ functies,
pagina 22).
Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over
activiteiten-tracking en de nauwkeurigheid van fitnessgegevens.
Hardlopen
De eerste fitnessactiviteit die u op uw toestel opslaat kan een
hardloopsessie, een rit of een andere buitenactiviteit zijn. U
moet het toestel mogelijk opladen voordat u aan de activiteit
begint (Het toestel opladen, pagina 38).
1 Selecteer START en vervolgens een activiteit.
2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
gevonden.
3 Selecteer START om de timer te starten.
4 Ga hardlopen.
Selecteer deze knop om door de widgets, gegevensschermen,
opties en instellingen te bladeren.
Houd ingedrukt om het menu weer te geven.
GPS-status en statuspictogrammen
De GPS-statusring en -pictogrammen worden tijdelijk op elk
gegevensscherm geprojecteerd. Bij buitenactiviteiten wordt de
statusring groen als GPS gereed is. Een knipperend pictogram
geeft aan dat het toestel een signaal zoekt. Een niet-knipperend
pictogram geeft aan dat het signaal is gevonden of de sensor is
verbonden.
GPS
5 Nadat u klaar bent met hardlopen, selecteert u STOP om de
activiteitstimer te stoppen.
6 Selecteer een optie:
GPS-status
Batterijstatus
Smartphone-verbindingsstatus
Status Wi‑Fi technologie
®
Hartslagstatus
• Selecteer Hervat om de activiteitentimer weer te starten.
• Selecteer Sla op om uw hardloopsessie op te slaan en de
activiteitentimer opnieuw in te stellen. U kunt de
hardloopsessie selecteren om een samenvatting te
bekijken.
Status voetsensor
Running Dynamics Pod status
Status snelheid- en cadanssensor
Status fietsverlichting
Status fietsradar
Status modus Extra scherm
Status vermogensmeter
tempe™ sensorstatus
VIRB camerastatus
®
Inleiding
• Selecteer Hervat later om de hardloopsessie te
onderbreken en het vastleggen later te hervatten.
1
• Selecteer Ronde om een ronde te markeren.
• Selecteer Gooi weg > Ja om de hardloopsessie te
verwijderen.
Een aangepaste activiteit maken
1 Selecteer op de watch face START > Voeg toe.
2 Selecteer een optie:
Een activiteit starten
Als u een activiteit start, wordt GPS automatisch ingeschakeld
(indien vereist). Als u een optionele draadloze sensor hebt, kunt
u deze koppelen met Forerunnerhet toestel (De draadloze
sensoren koppelen, pagina 30).
1 Druk op START.
2 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Activiteiten die als favorieten zijn ingesteld
verschijnen eerst in de lijst (Uw lijst met activiteiten
aanpassen, pagina 31).
3 Selecteer een optie:
• Selecteer een activiteit uit uw lijst met favorieten.
• Selecteer en selecteer een activiteit uit de lange
activiteitenlijst.
4 Ga naar buiten naar een plek met vrij zicht op de lucht tijdens
activiteiten waarvoor u een GPS-signaal nodig hebt.
5 Wacht tot GPS wordt weergegeven.
Het toestel is klaar als het uw hartslag weergeeft, GPSsignalen ontvangt (indien nodig) en verbinding maakt met uw
draadloze sensors (indien nodig).
6 Druk op START om de timer te starten.
Het toestel legt alleen activiteitgegevens vast als de
activiteitentimer loopt.
OPMERKING: U kunt DOWN ingedrukt houden terwijl u zich
in een activiteit bevindt om de muziekbedieningsknoppen te
gebruiken.
Tips voor het vastleggen van activiteiten
• Laad het toestel op voordat u aan de activiteit begint (Het
toestel opladen, pagina 38).
• Selecteer
om ronden vast te leggen.
• Selecteer UP of DOWN om meer gegevenspagina's weer te
geven.
Een activiteit stoppen
1 Selecteer STOP.
2 Selecteer een optie:
• Als u de activiteit weer wilt hervatten, selecteert u Hervat.
• Als u de activiteit wilt opslaan en wilt terugkeren naar
horlogemodus, selecteert u Sla op > OK.
• Als u de activiteit wilt onderbreken en later wilt hervatten,
selecteert u Hervat later.
• Als u een ronde wilt markeren, selecteert u Ronde.
• Selecteer Terug naar start > TracBack om langs de
afgelegde route naar het startpunt van uw activiteit te
navigeren.
OPMERKING: Deze functie is alleen beschikbaar voor
activiteiten waarbij GPS wordt gebruikt.
• Selecteer Terug naar start > Route om via het meest
directe pad naar het startpunt van uw activiteit te
navigeren..
OPMERKING: Deze functie is alleen beschikbaar voor
activiteiten waarbij GPS wordt gebruikt.
• Als u de activiteit wilt verwijderen en wilt terugkeren naar
horlogemodus, selecteert u Gooi weg > Ja.
OPMERKING: Na het stoppen van de activiteit, wordt deze
na 30 minuten automatisch op het toestel opgeslagen.
2
3
4
5
6
• Selecteer Kopieer activiteit om uw aangepaste activiteit
te maken op basis van een van uw opgeslagen
activiteiten.
• Selecteer Overige om een nieuwe aangepaste activiteit te
maken.
Selecteer indien nodig een activiteittype.
Selecteer een naam of voer een aangepaste naam in.
Identieke activiteitnamen zijn voorzien van een volgnummer,
bijvoorbeeld: Fiets(2).
Selecteer een optie:
• Selecteer een optie om bepaalde activiteitinstellingen aan
te passen. U kunt bijvoorbeeld de gegevensschermen of
automatische functies aanpassen.
• Selecteer OK om de aangepaste activiteit op te slaan en
te gebruiken.
Selecteer Ja om de activiteit aan uw lijst met favorieten toe te
voegen.
Binnenactiviteiten
Het Forerunner toestel kan worden gebruikt voor training
binnenshuis, zoals hardlopen op een binnenbaan of fietsen op
een hometrainer. Bij binnenactiviteiten wordt GPS
uitgeschakeld.
Als hardlopen of wandelen met GPS is uitgeschakeld, worden
snelheid, afstand en cadans berekend met behulp van de
versnellingsmeter in het toestel. De versnellingsmeter voert
automatisch een kalibratie uit. De nauwkeurigheid van de
snelheid-, afstand- en cadansgegevens verbetert na een aantal
hardloopsessies of wandelingen in de buitenlucht met behulp
van GPS.
TIP: Als u de handrails van de loopband vasthoudt, gaat de
nauwkeurigheid omlaag. U kunt gebruikmaken van een
optionele voetsensor om uw tempo, afstand en cadans vast te
leggen.
Als u met uitgeschakelde GPS fietst, zijn er geen snelheids- en
afstandsgegevens beschikbaar, tenzij u over een optionele
sensor beschikt die deze gegevens naar het toestel verzendt
(zoals een snelheids- of cadanssensor).
De loopbandafstand kalibreren
Als u nauwkeurigere afstanden voor het hardlopen op de
loopband wilt vastleggen, kalibreert u de loopbandafstand nadat
u minimaal 1,5 km (1 mijl) op de loopband hebt gelopen. Als u
verschillende loopbanden gebruikt, kunt u de loopbandafstand
handmatig kalibreren op elke loopband of na elke
hardloopsessie.
1 Start een loopbandactiviteit (Een activiteit starten, pagina 2)
en ren minimaal 1,5 km (1 mijl) op de loopband.
2 Nadat u klaar bent met hardlopen, selecteert u STOP.
3 Selecteer een optie:
• Als u de loopbandafstand voor de eerste keer wilt
kalibreren, selecteert u Sla op.
U wordt gevraagd de kalibratie van de loopband te
voltooien.
• Als u de loopbandafstand na de eerste kalibratie
handmatig wilt kalibreren, selecteert u Kalibreren/
opslaan > Ja.
4 Bekijk de gelopen afstand op het scherm van de loopband en
voer de afstand in op uw toestel.
Activiteiten en apps
Buitenactiviteiten
Het Forerunner toestel wordt geleverd met een aantal vooraf
geladen apps voor buitenactiviteiten, zoals hardlopen en fietsen.
Bij buitenactiviteiten wordt GPS ingeschakeld. U kunt nieuwe
activiteiten toevoegen op basis van standaardactiviteiten, zoals
wandelen of roeien. U kunt ook aangepaste activiteiten aan uw
toestel toevoegen (Een aangepaste activiteit maken, pagina 2).
Multisport
Triatleten, duatleten en alle andere beoefenaren van
gecombineerde sporten zoals Triatlon of Zwemloop kunnen de
modus voor multisportactiviteit gebruiken. Gedurende een
multisportactiviteit kunt u schakelen tussen activiteiten en uw
totale tijd en afstand bekijken. U kunt tijdens de
multisportactiviteit bijvoorbeeld overschakelen van fietsen naar
hardlopen, en de totale tijd en afstand voor fietsen en hardlopen
bekijken.
U kunt een multisportactiviteit aanpassen of de standaard
triatlon-activiteit gebruiken voor een standaard triatlon.
Triatlontraining
Als u deelneemt aan een triatlon, kunt u de triatlonactiviteit
gebruiken om snel over te schakelen op een ander
sportsegment, de tijd van elk segment op te nemen en de
activiteit op te slaan.
1 Selecteer START > Triatlon.
2 Selecteer START om de timer te starten.
aan het begin en eind van elke overgang.
3 Selecteer
De overgangsfunctie kan in- of uitgeschakeld worden voor de
triatlonactiviteitinstellingen.
4 Selecteer STOP > Sla op nadat u uw activiteit hebt voltooid.
Een multisportactiviteit maken
1 Selecteer op de watch face START > Voeg toe > Multisport.
2 Selecteer een type multisportactiviteit of voer een
aangepaste naam in.
Identieke activiteitnamen zijn voorzien van een nummer.
Bijvoorbeeld Triatlon(2).
3 Selecteer twee of meer activiteiten.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer een optie om bepaalde activiteitinstellingen aan
te passen. U kunt bijvoorbeeld selecteren of overgangen
moeten worden meegerekend.
• Selecteer OK om de multisportactiviteit op te slaan en te
gebruiken.
5 Selecteer Ja om de activiteit aan uw lijst met favorieten toe te
voegen.
Tips voor triatlontraining en het gebruik van multisportacti­
tiveiten
• Selecteer START om uw eerste activiteit te starten.
• Selecteer
om over te gaan naar de volgende activiteit.
Als u overgangen hebt ingeschakeld, dan wordt de
overgangstijd afzonderlijk van de duur van de activiteit
vastgelegd.
• Selecteer indien nodig
om de volgende activiteit te
starten.
• Selecteer UP of DOWN om meer gegevenspagina's weer te
geven.
Zwemmen
LET OP
Het toestel is uitsluitend bedoeld voor zwemmen aan de
oppervlakte. Duiken met het toestel kan schade aan het toestel
veroorzaken en leidt ertoe dat de garantie komt te vervallen.
Activiteiten en apps
OPMERKING: Het toestel is compatibel met het HRM-Tri™
accessoire en het HRM-Swim™ accessoire (Hartslag tijdens het
zwemmen, pagina 11).
Zwemtermen
Baan: Eén keer de lengte van het zwembad.
Interval: Een of meer opeenvolgende banen. Een nieuwe
interval begint na een rustperiode.
Slaglengte: Er wordt een slag geteld elke keer dat uw arm
waaraan het toestel is bevestigd een volledige cyclus voltooit.
Swolf: Uw swolfscore is de som van de tijd voor één baanlengte
plus het aantal slagen voor die baan. Bijvoorbeeld 30
seconden plus 15 slagen levert een swolfscore van 45 op. Bij
zwemmen in open water wordt de swolfscore berekend over
25 meter. Swolf is een meeteenheid voor zwemefficiency en,
net als bij golf, een lage score is beter dan een hoge.
Slagtypen
Identificatie van het type slag is alleen beschikbaar voor
zwemmen in een zwembad. Het type slag wordt aan het eind
van een baan vastgesteld. Wanneer u intervalgeschiedenis
bekijkt, worden slagtypen weergegeven. U kunt het slagtype ook
als een aangepast gegevensveld selecteren
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 32).
Vrij
Vrije slag
Terug
Rugslag
Borst
Borstslag
Vlinder
Vlinderslag
Wissel
Meerdere slagtypen in een interval
Training Wordt gebruikt bij het registreren van trainingen (Training met
het trainingslog, pagina 3)
Tips voor zwemactiviteiten
• Volg de instructies op het scherm om de grootte van het
zwembad te selecteren of een aangepaste grootte in te
voeren voordat u een zwemactiviteit start.
Als u weer een zwemactiviteit in een zwembad start, gebruikt
het toestel de grootte van dit zwembad. U kunt
ingedrukt
houden, de activiteitsinstellingen selecteren en Grootte van
bad selecteren om de grootte te wijzigen.
• Selecteer
om een rustpauze vast te leggen tijdens het
zwemmen in een zwembad.
Het toestel legt automatisch de zwemintervallen en de banen
voor zwemmen in een zwembad vast.
• Selecteer
om een interval vast te leggen tijdens het
zwemmen in open water.
Rusten tijdens zwemmen in een zwembad
Op het standaardrustscherm worden twee rust-timers
weergegeven. Ook worden het tijdstip en de afstand van het
laatste voltooide interval weergegeven.
OPMERKING: Tijdens een rustperiode worden geen
zwemgegevens vastgelegd.
om een rustperiode te
1 Selecteer tijdens uw zwemactiviteit
starten.
De schermweergave verandert in witte tekst op een zwarte
achtergrond en het rustscherm wordt weergegeven.
2 Selecteer tijdens een rustperiode UP of DOWN om andere
gegevensschermen weer te geven (optioneel).
en ga verder met zwemmen.
3 Selecteer
4 Herhaal de procedure voor volgende rustintervallen.
Training met het trainingslog
De trainingslogfunctie is alleen beschikbaar voor zwemmen in
een zwembad. Met deze functie kunt u handmatig kick setoefeningen, zwemoefeningen met één arm of andere
zwemoefeningen vastleggen die afwijken van de vier
belangrijkste zwemslagen.
3
1 Selecteer tijdens uw zwemactiviteit UP of DOWN om het
2
3
4
5
oefeninglogscherm weer te geven.
Selecteer
om de oefeningstimer te starten.
Selecteer
na afloop van uw oefeninginterval.
De oefeningstimer stopt, maar de activiteitentimer blijft de
hele zwemsessie vastleggen.
Selecteer een afstand voor de voltooide oefening.
Afstandsinstellingen worden gebaseerd op de voor het
activiteitenprofiel geselecteerde zwembadafmetingen.
Selecteer een optie:
• Selecteer
als u een andere oefeninginterval wilt
starten.
• Selecteer UP of DOWN om terug te keren naar de
zwemtrainingsschermen en een zweminterval te starten.
Uw afdalingen weergeven
Uw toestel legt de gegevens over elke afdaling tijdens het skiën
of snowboarden vast met de functie Automatische afdaling.
Deze functie wordt standaard ingeschakeld voor afdalingen
tijdens het skiën en snowboarden. De nieuwe afdalingen worden
automatisch geregistreerd op basis van uw bewegingen. De
timer wordt gepauzeerd wanneer u niet meer afdaalt en
wanneer u in de skilift staat. De timer blijft in de pauzestand
staan zolang u in de skilift bent. U kunt de afdaling vervolgen om
de timer weer te starten. U kunt de gegevens over de afdaling
bekijken op het pauzescherm of terwijl de timer loopt.
1 Start een ski- of snowboardactiviteit.
2 Houd ingedrukt.
3 Selecteer Bekijk afdalingen.
4 Selecteer UP en DOWN om details over uw laatste afdaling,
over uw huidige afdaling of over al uw afdalingen te bekijken.
Op de schermen worden de tijd, afgelegde afstand,
maximumsnelheid, gemiddelde snelheid en totale daling
weergegeven.
Golfen
Golfen
Voordat u gaat golven, moet u ervoor zorgen dat het toestel is
opgeladen (Het toestel opladen, pagina 38).
1 Selecteer START > Golfen op de wijzerplaat.
2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
gevonden.
3 Selecteer een baan in de lijst met beschikbare golfbanen.
4 Stel indien nodig de driverafstand in.
5 Selecteer Ja om de score bij te houden.
6 Selecteer UP of DOWN om door de holes te bladeren.
Het toestel schakelt automatisch over naar de volgende hole
wanneer u daar naartoe gaat.
Selecteer
START > Einde van ronde > Ja nadat u uw
7
activiteit hebt voltooid.
Hole­informatie
Het toestel berekent de afstand tot de voor- en achterzijde van
de green en tot de geselecteerde pinlocatie (De vlag
verplaatsen, pagina 4).
Nummer van huidige hole
Afstand tot het einde van de green
Afstand tot de geselecteerde pinlocatie
Afstand tot het begin van de green
Par voor de hole
Kaart van de green
De vlag verplaatsen
U kunt de green in meer detail bekijken en de pinlocatie
verplaatsen.
1 Selecteer in het hole-weergavescherm START > Verplaats
vlag.
2 Selecteer UP of DOWN om de pinlocatie te verplaatsen.
3 Selecteer START.
De afstanden op het hole-weergavescherm worden
bijgewerkt met de nieuwe pinlocatie. De pinlocatie wordt
alleen opgeslagen voor de huidige ronde.
Gemeten shots weergeven
Voordat het toestel automatisch shots kan detecteren en meten,
moet u het bijhouden van de score inschakelen.
Uw toestel beschikt over een functie voor het automatische
detecteren en vastleggen van shots. Telkens wanneer u tegen
de bal slaat op de fairway, legt het toestel uw slagafstand vast,
zodat u deze later kunt bekijken.
TIP: Automatische detectie werkt het beste wanneer u het
toestel op uw belangrijke pols draagt en goed contact maakt met
de bal. Putts worden niet gedetecteerd.
1 Selecteer tijdens het golfen START > Shot meten.
Uw laatste shot-afstand wordt weergegeven.
OPMERKING: De afstand wordt automatisch hersteld
wanneer u de bal opnieuw raakt, putt op de green, of naar de
volgende hole gaat.
2 Selecteer DOWN om alle vastgelegde shot-afstanden weer
te geven.
Layup­ en dogleg­afstanden weergeven
U kunt een lijst met layup- en dogleg-afstanden weergeven voor
par 4 en 5 holes.
Selecteer START > Layups.
Elke layup en de afstand tot elke layup verschijnen op het
scherm.
OPMERKING: afstanden worden uit de lijst verwijderd
wanneer u deze passeert.
Score bijhouden
1 Selecteer in het hole-weergavescherm START > Scorekaart.
De scorekaart wordt weergegeven wanneer u op de green
staat.
2 Selecteer UP of DOWN om door de holes te bladeren.
3 Selecteer START om een hole te selecteren.
4 Selecteer UP of DOWN om de score in te stellen.
Uw totale score wordt bijgewerkt.
Een score bijwerken
Selecteer in het hole-weergavescherm START > Scorekaart.
Selecteer UP of DOWN om door de holes te bladeren.
Selecteer START om een hole te selecteren.
Selecteer UP of DOWN om de score voor die hole te
wijzigen.
Uw totale score wordt bijgewerkt.
1
2
3
4
4
Activiteiten en apps
TruSwing™
Met de TruSwing functie kunt u swinggegevens bekijken die zijn
vastgelegd met uw TruSwing toestel. Ga naar www.garmin.com
/golf als u een TruSwing toestel wilt aanschaffen.
De golfafstandteller gebruiken
U kunt de afstandteller gebruiken om de afgelegde afstand, het
aantal stappen en de tijd vast te leggen. De afstandteller start en
stopt automatisch wanneer u een ronde start of stopt.
1 Selecteer START > Kilometerteller.
2 Selecteer indien nodig Herstel om de afstandteller weer op
nul te zetten.
Statistieken bijhouden
De functie Statistieken schakelt het bijhouden van
gedetailleerde statistieken tijdens het golfen in.
1 Houd ingedrukt op het hole-weergavescherm.
2 Selecteer de activiteitinstellingen.
3 Selecteer Statistieken om het bijhouden van statistieken in
te schakelen.
Audiomeldingen afspelen tijdens uw
activiteit
U kunt het Forerunner toestel zodanig instellen dat er tijdens het
hardlopen of een andere activiteit motiverende statusmeldingen
worden afgespeeld. Indien beschikbaar, worden audiomeldingen
op uw verbonden hoofdtelefoon afgespeeld met Bluetooth
technologie. Anders worden audiomeldingen op uw smartphone
gekoppeld met behulp van de Garmin Connect app. Tijdens een
audiomelding dempt het toestel of de smartphone de primaire
audio om de aankondiging af te spelen.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
1 Houd ingedrukt in de wijzerplaat.
2 Selecteer Instellingen > Audiomeldingen.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Rondewaarschuwing om een melding voor
elke ronde af te spelen.
OPMERKING: De audiomelding Rondewaarschuwing is
standaard ingeschakeld.
• Als u meldingen wilt aanpassen aan de gegevens van uw
tempo en snelheid, selecteert u Tempo-/
snelheidswaarsch..
• Als u meldingen wilt aanpassen aan de gegevens van uw
hartslag, selecteert u Hartslagwaarsch..
• Selecteer Vermogenswaarschuwing om meldingen aan
te passen aan vermogensgegevens.
• Als u meldingen wilt horen wanneer u de timer start of
stopt, waaronder de functie Auto Pause , selecteert u
Timergebeurtenissen.
• Als u activiteitenwaarschuwingen wilt horen als
audiomelding, selecteert u Activiteitswaarschuwingen.
• Selecteer Dialect om de taal of het dialect van de
gesproken meldingen te wijzigen.
®
®
Een workout vanuit Garmin Connect volgen
Voordat u een workout kunt downloaden van Garmin Connect,
moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
Connect, pagina 26).
1 Selecteer een optie:
• Open de Garmin Connect app.
• Ga naar connect.garmin.com.
2 Maak een workout en sla deze op.
3 Selecteer of Verzend naar toestel.
4 Volg de instructies op het scherm.
Een workout beginnen
Voordat u een workout kunt beginnen, moet u een workout
downloaden van uw Garmin Connect account.
1 Selecteer op de wijzerplaat START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Training > Mijn workouts.
5 Selecteer een workout.
OPMERKING: Alleen workouts die compatibel zijn met de
geselecteerde activiteit worden in de lijst weergegeven.
6 Selecteer Start workout.
7 Selecteer START om de timer te starten.
Nadat een workout is gestart, geeft het toestel de verschillende
onderdelen van de workout, stapnotities (optioneel), het doel
(optioneel) en de huidige workoutgegevens weer.
De trainingsagenda
De trainingsagenda op uw toestel is een uitbreiding van de
trainingsagenda of het trainingsschema dat u hebt ingesteld in
Garmin Connect. Nadat u workouts hebt toegevoegd aan de
Garmin Connect agenda kunt u ze naar uw toestel verzenden.
Alle geplande workouts die naar het toestel worden verzonden,
worden weergegeven in de agenda-widget. Wanneer u een dag
selecteert in de agenda, kunt u de workout weergeven of
uitvoeren. De geplande workout blijft aanwezig op uw toestel,
ongeacht of u deze voltooit of overslaat. Als u geplande
workouts verzendt vanaf Garmin Connect, wordt de bestaande
trainingsagenda overschreven.
Garmin Connect trainingsplannen gebruiken
Voordat u een trainingsplan kunt downloaden en gebruiken,
moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
Connect, pagina 26).
U kunt door uw Garmin Connect account bladeren om een
trainingsplan te zoeken of workouts te plannen en deze naar uw
toestel te sturen.
1 Verbind het toestel met uw computer.
2 Selecteer en plan een trainingsplan in uw Garmin Connect
account.
3 Bekijk het trainingsplan in uw agenda.
4 Selecteer > Workouts naar toestel verzenden en volg de
instructies op het scherm.
Intervalworkouts
Training
Workouts
U kunt aangepaste workouts maken met doelen voor elke
workoutstap en voor verschillende afstanden, tijden en
calorieën. U kunt workouts maken met Garmin Connect of een
trainingsplan selecteren met ingebouwde workouts van Garmin
Connect en deze overzetten naar uw toestel.
U kunt workouts plannen met behulp van Garmin Connect. U
kunt workouts van tevoren plannen en ze opslaan in het toestel.
Training
U kunt intervalworkouts maken op basis van afstand of tijd. Het
toestel slaat uw aangepaste intervalworkouts op totdat u een
nieuwe intervalworkout maakt. U kunt een interval met een open
einde gebruiken voor het vastleggen van uw workoutgegevens
wanneer u een bekende afstand aflegt.
Een intervalworkout maken
1 Selecteer START op de watch face.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Training > Intervallen > Wijzig > Interval > Type.
5
5 Selecteer Afstand, Tijd of Open.
TIP: U kunt een interval met een open einde maken door het
type in te stellen op Open.
6 Selecteer indien nodig Duur, voer een afstands- of
tijdsintervalwaarde voor de workout in en selecteer .
7 Selecteer BACK.
8 Selecteer Rust > Type.
9 Selecteer Afstand, Tijd of Open.
10 Voer indien nodig een waarde in voor de afstand of tijd van
het rustinterval en selecteer .
11 Selecteer BACK.
12 Selecteer een of meer opties:
• Selecteer Herhaal om het aantal herhalingen in te stellen.
• Selecteer Warm-up > Aan om een warming-up met een
open einde toe te voegen aan uw workout.
• Selecteer Cooldown > Aan om een coolingdown met een
open einde toe te voegen aan uw workout.
Een intervalworkout starten
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Training > Intervallen > Start workout.
5 Selecteer START om de timer te starten.
6 Als uw intervalworkout een warming-up heeft, selecteert u
om aan het eerste interval te beginnen.
7 Volg de instructies op het scherm.
Wanneer u alle intervallen hebt voltooid, wordt een bericht
weergegeven.
Een intervalworkout stoppen
• U kunt op elk moment
selecteren om de huidige interval
of rustperiode te stoppen en naar de volgende interval of
rustperiode te gaan.
• Nadat alle intervallen en rustperioden zijn voltooid, selecteert
u
om de intervalworkout te beëindigen en over te
schakelen naar een timer die kan worden gebruikt voor een
cooling-down.
• U kunt op elk gewenst moment STOP selecteren om de timer
te stoppen. U kunt de timer weer starten of de
intervalworkout beëindigen.
Virtual Partner gebruiken
®
De functie Virtual Partner is een trainingshulpmiddel dat u helpt
bij het bereiken van uw trainingsdoelen. U kunt een tempo voor
de Virtual Partner instellen en daartegen racen.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Gegevensschermen > Voeg toe > Virtual
Partner.
6 Voer een waarde in voor de snelheid of het tempo.
7 Begin uw activiteit (Een activiteit starten, pagina 2).
8 Selecteer UP of DOWN om naar het Virtual Partner scherm
te bladeren en te zien wie er aan kop ligt.
Een trainingsdoel instellen
De functie Trainingsdoel werkt samen met de functie Virtual
Partner, zodat u een trainingsdoel kunt instellen voor afstand,
afstand en tijd, afstand en tempo of afstand en snelheid. Tijdens
uw trainingsactiviteit geeft het toestel u real-time feedback over
hoe ver u bent gevorderd met het bereiken van uw trainingsdoel.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Training > Stel een doel in.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Alleen afstand om een vooraf ingestelde
afstand te selecteren of voer een aangepaste afstand in.
• Selecteer Afstand en tijd om een afstands- en tijdsdoel te
selecteren.
• Selecteer Afstand en tempo of Afstand en snelheid om
uw afstands- en tempodoel of uw afstands- en
snelheidsdoel in te stellen.
Het trainingsdoelscherm wordt weergegeven met daarop uw
geschatte finishtijd. De geschatte finishtijd is gebaseerd op
uw huidige prestaties en de resterende tijd.
6 Selecteer START om de timer te starten.
Een trainingsdoel annuleren
1 Houd tijdens de activiteit ingedrukt.
2 Selecteer Annuleer doel > Ja.
Racen tegen een eerder voltooide activiteit
U kunt racen tegen een eerder vastgelegde of gedownloade
activiteit. Deze functie werkt samen met de functie Virtual
Partner, zodat u tijdens de activiteit kunt zien hoe ver u voor of
achter ligt.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Training > Race een activiteit.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Uit geschiedenis om een eerder op uw toestel
geregistreerde activiteit te selecteren.
• Selecteer Gedownload om een activiteit te selecteren die
u via uw Garmin Connect account hebt gedownload.
Selecteer
de activiteit.
6
Het Virtual Partner scherm wordt weergegeven met daarop
uw geschatte finishtijd.
Selecteer
START om de timer te starten.
7
8 Selecteer START > Sla op nadat u uw activiteit hebt voltooid.
Persoonlijke records
Bij het voltooien van een activiteit worden op het toestel
eventuele nieuwe persoonlijke records weergegeven die u
tijdens deze activiteit hebt gevestigd. Tot de persoonlijke
6
Training
records behoren uw snelste tijd over verschillende
standaardloopafstanden, en de langste hardloopsessie, rit of
zwemafstand.
OPMERKING: Tot de persoonlijke records bij fietsen behoren
ook grootste stijging en beste vermogen (vermogensmeter
vereist).
Uw persoonlijke records weergeven
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Records.
3 Selecteer een sport.
4 Selecteer een record.
5 Selecteer Bekijk record.
Een persoonlijk record herstellen
U kunt elk persoonlijk record terugzetten op de vorige waarde.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Records.
3 Selecteer een sport.
4 Selecteer een record om te herstellen.
5 Selecteer Vorige > Ja.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
Een persoonlijk record verwijderen
1 Houd op de wijzerplaat ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Records.
3 Selecteer een sport.
4 Selecteer een record om te verwijderen.
5 Selecteer Wis record > Ja.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
Alle persoonlijke records verwijderen
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Records.
3 Selecteer een sport.
4 Selecteer Wis alle records > Ja.
Alleen de records voor die sport worden verwijderd.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
Segmenten
U kunt hardloop- of fietssegmenten vanuit uw Garmin Connect
account naar uw toestel verzenden. Nadat een segment is
opgeslagen op uw toestel, kunt u een segment racen en
proberen om uw persoonlijke record of andere deelnemers die
het segment hebben gereden te evenaren of te overtreffen.
OPMERKING: Als u een route downloadt via uw Garmin
Connect account, kunt u alle beschikbare segmenten op die
route downloaden.
Strava™ segmenten
U kunt Strava segmenten downloaden op uw Forerunner
toestel. Volg Strava segmenten om uw prestaties te vergelijken
met uw prestaties in vorige ritten en die van vrienden en profs
die hetzelfde segment hebben gereden.
Als u zich wilt aanmelden voor Strava lidmaatschap, gaat u naar
de widget Segmenten in uw Garmin Connect account. Ga voor
meer informatie naar www.strava.com.
De informatie in deze handleiding is van toepassing op zowel
Garmin Connect segmenten als Strava segmenten.
Training
Tegen een segment racen
Segmenten zijn virtuele raceparkoersen. U kunt racen tegen een
segment en uw prestaties vergelijken met uw eerdere prestaties,
of met die van andere deelnemers, connecties in uw Garmin
Connect account of andere leden van de hardloop- of
fietscommunity. U kunt uw activiteitgegevens uploaden naar uw
Garmin Connect om uw segmentpositie te bekijken.
OPMERKING: Als uw Garmin Connect account en Strava
account zijn gekoppeld, wordt uw activiteit automatisch
verzonden naar uw Strava account, zodat u uw segmentpositie
kunt bekijken.
1 Selecteer START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Ga een stuk hardlopen of fietsen.
Als u een segment nadert, wordt een bericht weergegeven
en kunt u tegen het segment racen.
4 Start met racen tegen het segment.
Als het segment is voltooid, wordt een bericht weergegeven.
Segmentgegevens weergeven
1 Selecteer START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Training > Segmenten.
5 Selecteer een segment.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Wedstrijdtijden om de tijd en de gemiddelde
snelheid of het gemiddelde tempo van de segmentleider
weer te geven.
• Selecteer Kaart om het segment op de kaart weer te
geven.
• Selecteer Hoogteprofiel om een hoogtegrafiek van het
segment weer te geven.
De metronoom gebruiken
De metronoomfunctie laat met een regelmatig ritme tonen horen
die u helpen uw prestaties te verbeteren door te trainen in een
snellere, tragere of meer consistente cadans.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Metronoom > Status > Aan.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Tikken per minuut om een waarde in te voeren
op basis van de cadans die u wilt aanhouden.
• Selecteer Waarschuw.freq. om de frequentie van de
tikken aan te passen.
• Selecteer Geluiden om de toon en trillingen van de
metronoom aan te passen.
7 Selecteer zo nodig Bekijk om de metronoomtonen te
beluisteren voordat u gaat hardlopen.
8 Ga hardlopen (Hardlopen, pagina 1).
De metronoom wordt automatisch gestart.
Selecteer
UP of DOWN tijdens het hardlopen om het
9
metronoomscherm weer te geven.
10 Houd zo nodig ingedrukt om de metronoominstellingen te
wijzigen.
7
Modus Extra scherm
U kunt de modus Extra scherm gebruiken om
gegevensschermen van uw Forerunner toestel op een
compatibel Edge toestel weer te geven tijdens een rit of triatlon.
Raadpleeg uw Edge gebruikershandleiding voor meer
informatie.
®
Uw gebruikersprofiel instellen
U kunt uw persoonlijke gegevens instellen, zoals geslacht,
geboortejaar, lengte, gewicht, hartslagzone en vermogenszone.
Het toestel gebruikt deze informatie om nauwkeurige
trainingsgegevens te berekenen.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Gebruikersprofiel.
3 Selecteer een optie.
Fitnessdoelstellingen
Als u uw hartslagzones kent, kunt u uw conditie meten en
verbeteren door de onderstaande principes te begrijpen en toe
te passen.
• Uw hartslag is een goede maatstaf voor de intensiteit van uw
training.
• Training in bepaalde hartslagzones kan u helpen uw
cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren.
Als u uw maximale hartslag kent, kunt u de tabel (Berekeningen
van hartslagzones, pagina 8) gebruiken om de beste
hartslagzone te bepalen voor uw fitheidsdoeleinden.
Als u uw maximale hartslag niet kent, gebruik dan een van de
rekenmachines die beschikbaar zijn op internet. Bij sommige
sportscholen en gezondheidscentra kunt u een test doen om de
maximale hartslag te meten. De standaard maximale hartslag is
220 min uw leeftijd.
Hartslagzones
Vele atleten gebruiken hartslagzones om hun cardiovasculaire
kracht te meten en te verbeteren en om hun fitheid te
verbeteren. Een hartslagzone is een bepaald bereik aan
hartslagen per minuut. De vijf algemeen geaccepteerde
hartslagzones zijn genummerd van 1 tot 5 op basis van
oplopende intensiteit. Over het algemeen worden hartslagzones
berekend op basis van de percentages van uw maximale
hartslag.
Uw hartslagzones instellen
Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
om uw standaard hartslagzones te bepalen. U kunt afzonderlijke
hartslagzones voor verschillende sportprofielen instellen, zoals
hardlopen, fietsen en zwemmen. Stel uw maximale hartslag in
voor de meest nauwkeurige caloriegegevens tijdens uw
activiteit. U kunt ook iedere hartslagzone en uw hartslag in rust
handmatig opgeven. U kunt uw zones handmatig aanpassen op
het toestel of via uw Garmin Connect account.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Gebruikersprofiel > Hartslag > Hartslag.
3 Selecteer Maximum hartslag en voer uw maximale hartslag
in.
U kunt de functie Autodetectie gebruiken om uw
maximumhartslag tijdens een activiteit automatisch op te
nemen (Prestatiemetingen automatisch detecteren,
pagina 14).
4 Selecteer LDHS > Voer handmatig in en voer uw
lactaatdrempelhartslag in.
U kunt een begeleide test uitvoeren om uw lactaatdrempel in
te schatten (Lactaatdrempel, pagina 16). U kunt de functie
Autodetectie gebruiken om uw lactaatdrempel tijdens een
activiteit automatisch op te nemen (Prestatiemetingen
automatisch detecteren, pagina 14).
8
5 Selecteer Rust HS en geef uw hartslag in rust op.
U kunt de gemiddelde hartslag in rust op basis van uw toestel
gebruiken, of u kunt een aangepaste hartslag in rust
instellen.
Selecteer
Zones > Op basis van.
6
7 Selecteer een optie:
• Selecteer BPM om de zones in aantal hartslagen per
minuut weer te geven en te wijzigen.
• Selecteer % Max. HS om de zones als een percentage
van uw maximale hartslag weer te geven en te wijzigen.
• Selecteer % HSR om de zones als een percentage van
uw hartslagreserve weer te geven en te wijzigen
(maximale hartslag min hartslag in rust).
• Selecteer %LDHS om de zones als een percentage van
uw lactaatdrempelhartslag weer te geven en te wijzigen.
Selecteer
een zone en voer een waarde in voor elke zone.
8
9 Selecteer Voeg sporthartslag toe en selecteer een
sportprofiel om een afzonderlijke hartslagzone in te stellen
(optioneel).
10 Herhaal stap om sporthartslagzones toe te voegen
(optioneel).
Uw hartslagzones laten instellen door het toestel
Met de standaardinstellingen kan het toestel uw maximale
hartslag detecteren en uw hartslagzones instellen als een
percentage van uw maximale hartslag.
• Controleer of uw gebruikersprofielinstellingen correct zijn (Uw
gebruikersprofiel instellen, pagina 8).
• Ga vaak hardlopen met de hartslagmeter rond de borst of
pols.
• Probeer een aantal van de hartslagtrainingsplannen die
beschikbaar zijn in uw Garmin Connect account.
• Bekijk uw hartslagtrends en -tijden in zones via uw Garmin
Connect account.
Berekeningen van hartslagzones
Zone % van
maximale
hartslag
Waargenomen
inspanning
Voordelen
1
50–60%
Ontspannen,
comfortabel tempo,
regelmatige ademhaling
Aerobische training
voor beginners,
verlaagt het stressniveau
2
60–70%
Comfortabel tempo, iets
diepere ademhaling,
gesprek voeren is
mogelijk
Standaardcardiovasculaire training; korte
herstelperiode
3
70–80%
Gematigd tempo,
gesprek voeren iets
lastiger
Verbeterde aerobische
capaciteit, optimale
cardiovasculaire
training
4
80–90%
Hoog tempo en
Verbeterde anaerobienigszins oncomfortabel; sche capaciteit en
zware ademhaling
drempel, hogere
snelheid
5
90–100%
Sprinttempo, kan niet
lang worden
volgehouden;
ademhaling zwaar
Anaerobisch en
musculair uithoudingsvermogen; meer
kracht
Uw vermogenszones instellen
De waarden voor de zones zijn standaardwaarden op basis van
geslacht, gewicht en gemiddelde vaardigheid en komen mogelijk
niet overeen met uw persoonlijke vaardigheden. Als u weet wat
uw FTP-waarde (Functional Threshold Power) is, kunt u deze
opgeven zodat de software automatisch uw vermogenszones
kan berekenen. U kunt uw zones handmatig aanpassen op het
toestel of via uw Garmin Connect account.
Training
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Gebruikersprofiel > Vermogenszones > Op
basis van.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Watt om de zones in watt weer te geven en te
wijzigen.
• Selecteer % FTP om de zones als een percentage van uw
FTP-waarde (Functional Threshold Power) weer te geven
en te wijzigen.
4 Selecteer FTP en voer uw FTP-waarde in.
5 Selecteer een zone en voer een waarde in voor elke zone.
6 Selecteer zo nodig Minimum en voer een minimale
vermogenswaarde in.
Activiteiten volgen
De functie voor het volgen van activiteiten houdt uw dagelijkse
stappentelling, afgelegde afstand, minuten intensieve training,
opgelopen trappen, verbrande calorieën en slaapstatistieken bij
voor elke vastgelegde dag. Uw verbrande calorieën omvatten
uw gewone stofwisseling plus door activiteiten verbrande
calorieën.
Het aantal stappen dat u gedurende de dag hebt gezet, wordt
weergegeven in de stappenwidget. Het aantal stappen wordt
regelmatig bijgewerkt.
Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over
activiteiten-tracking en de nauwkeurigheid van fitnessgegevens.
Automatisch doel
Uw toestel maakt automatisch een dagelijks stapdoel dat is
gebaseerd op uw voorgaande activiteitenniveaus. Wanneer u
tijdens de dag beweegt, toont het toestel hoe u het aantal
stappen van uw stapdoel nadert .
OPMERKING: Dutjes worden niet aan uw slaapstatistieken
toegevoegd. U kunt de modus Niet storen gebruiken om de
meldingen en waarschuwingen uit te schakelen; alarmen
worden hierdoor niet uitgeschakeld (De modus Niet storen
gebruiken, pagina 9).
Uw slaap automatisch bijhouden
1 Draag het toestel terwijl u slaapt.
2 Upload uw slaapgegevens naar de Garmin Connect site
(Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin Connect,
pagina 21).
U kunt uw slaapstatistieken inzien via uw Garmin Connect
account.
De modus Niet storen gebruiken
U kunt de modus Niet storen gebruiken om de
schermverlichting, geluidssignalen en trilsignalen uit te
schakelen. U kunt deze modus bijvoorbeeld gebruiken als u
slaapt of naar een film kijkt.
OPMERKING: U kunt uw normale slaaptijden instellen in de
gebruikersinstellingen van uw Garmin Connect account. U kunt
de optie Slaaptijd inschakelen in de systeeminstellingen om de
modus Niet storen automatisch te activeren tijdens uw normale
slaaptijden (Systeeminstellingen, pagina 36).
1 Houd LIGHT ingedrukt.
2 Selecteer Niet storen.
Minuten intensieve training
Om uw gezondheid te verbeteren, adviseren organisaties als de
World Health Organization, ten minste 150 minuten activiteit per
week met gemiddelde inspanning, zoals wandelen met verende
tred, of 75 minuten activiteit per week met intensieve
inspanning, zoals hardlopen.
Het toestel registreert de intensiviteit van uw activiteit en de tijd
die u besteedt aan activiteiten van gemiddelde tot hoge
intensiviteit (hartslaggegevens zijn vereist om hoge intensiviteit
te kwantificeren). Om het aantal minuten dat u per week wilt
besteden aan een intensieve activiteit te behalen, moet u
deelnemen aan ten minste 10 opeenvolgende activiteiten van
gemiddelde tot hoge intensiviteit. Het toestel telt het aantal
minuten gemiddelde intensiviteit op bij het aantal minuten hoge
intensiviteit. Na optelling is het totale aantal minuten hoge
intensiviteit verdubbeld.
Minuten intensieve training opbouwen
Als u de functie Automatisch doel niet wilt gebruiken, kunt u een
persoonlijk stapdoel instellen via uw Garmin Connect account.
De bewegingswaarschuwing gebruiken
Langdurig zitten kan leiden tot ongewenste veranderingen in uw
metabolisme. De bewegingswaarschuwingen sporen u aan om
te blijven bewegen. Na een uur inactiviteit worden Beweeg! en
de rode balk weergegeven. Vervolgens verschijnen extra
segmenten in de balk na elke volgende 15 minuten inactiviteit.
Het toestel laat ook een pieptoon horen of trilt als
geluidssignalen zijn ingeschakeld (Systeeminstellingen,
pagina 36).
Maak een korte wandeling (minimaal enkele minuten) om de
waarschuwing te verwijderen.
Slaap bijhouden
Het toestel detecteert automatisch uw slaap wanneer u slaapt
en het houdt uw bewegingen bij gedurende uw normale
slaaptijden. U kunt uw normale slaaptijden instellen in de
gebruikersinstellingen van uw Garmin Connect account.
Slaapstatistieken omvatten het totale aantal uren slaap,
slaapniveaus en perioden van beweging tijdens de slaap. U kunt
uw slaapstatistieken inzien via uw Garmin Connect account.
Activiteiten volgen
Uw Forerunner toestel berekent het aantal minuten intensieve
training door uw hartslaggegevens te vergelijken met uw
gemiddelde hartslag in rust. Als de hartslag is uitgeschakeld,
berekent het toestel het aantal minuten gemiddelde inspanning
door het aantal stappen per minuut te analyseren.
• Begin een activiteit met tijdmeting voor de meest
nauwkeurige berekening van het aantal minuten intensieve
training.
• Sport minimaal 10 minuten bij een gemiddeld of inspannend
intensiteitsniveau.
• Draag uw toestel dag en nacht om uw hartslag in rust zo
nauwkeurig mogelijk te meten.
Garmin Move IQ™ gebeurtenissen
De functie Move IQ detecteert automatisch activiteitspatronen
van minimaal 10 minuten, zoals wandelen, hardlopen, fietsen,
zwemmen en cross-trainen. U kunt het type en de duur van de
gebeurtenis weergeven op uw Garmin Connect tijdlijn, maar
deze worden niet weergegeven in uw lijst met activiteiten,
snapshots of nieuwsfeed. U kunt een activiteit met tijdmeting
vastleggen op uw toestel als u meer details en nauwkeurigheid
wenst.
9
Instellingen voor activiteiten volgen
Houd op de watch face
ingedrukt en selecteer Instellingen >
Activiteiten volgen.
Status: Hiermee worden de functies voor het volgen van
activiteiten uitgeschakeld.
Bewegingsmelding: Geeft een bericht en de bewegingsbalk
weer op de digitale watch face en het stappenscherm. Het
toestel laat ook een pieptoon horen of trilt als geluidssignalen
zijn ingeschakeld (Systeeminstellingen, pagina 36).
Doelwaarschuwingen: Hiermee kunt u doelwaarschuwingen
aan- en uitzetten of ze alleen uitzetten tijdens activiteiten.
Doelwaarschuwingen worden weergegeven voor uw
dagelijkse stappendoel, het doel voor het dagelijkse aantal
opgelopen trappen en het doel voor het wekelijkse aantal
minuten intensieve training.
Move IQ: Hiermee kan uw toestel automatisch starten en een
getimede wandel- of loopactiviteit opslaan wanneer de Move
IQ functie bekende bewegingspatronen detecteert.
Pulse Ox tijdens slaap: Hiermee kan uw toestel maximaal vier
uur aan pulseoxymeterwaarden opnemen terwijl u slaapt.
Activiteiten volgen uitschakelen
Als u het volgen van activiteiten uitschakelt, worden het aantal
stappen, het aantal opgelopen trappen, het aantal minuten
intensieve training, uw slaaptijd en Move IQ gebeurtenissen niet
vastgelegd.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten volgen > Status > Uit.
Hartslagmeetfuncties
Dit Forerunner toestel heeft een polshartslagmeter en is ook
compatibel met borsthartslagmeters. In de hartslagwidget kunt u
hartslaggegevens bekijken. Als de gegevens van zowel de
polshartslag als de borsthartslag beschikbaar zijn, gebruikt uw
toestel de borsthartslaggegevens.
Er zijn verschillende hartslagfuncties beschikbaar in de
standaard widgetlijst.
Uw huidige aantal hartslagen per minuut (bpm). De widget toont
ook een grafiek van uw hartslag van de afgelopen vier uur, waarin
uw hoogste en laagste hartslag worden gemarkeerd.
Uw huidige stressniveau. Het toestel meet uw hartslagwisselingen
terwijl u inactief bent om uw stressniveau te schatten. Een lager
getal duidt op een lager stressniveau.
Uw huidige Body Battery™ energieniveau. Het toestel berekent uw
huidige energiereserve op basis van slaap-, stress- en activiteitgegevens. Een hoger getal geeft een hogere energiereserve aan.
OPMERKING: De optische sensor bevindt zich aan de
achterkant van het toestel.
• Raadpleeg Tips voor onregelmatige hartslaggegevens,
pagina 10 voor meer informatie over de hartslag aan de
pols.
• Zie Tips voor grillige pulse oxymeter-gegevens, pagina 19
voor meer informatie over de pulse oxymetersensor.
• Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over
nauwkeurigheid.
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens
Als hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden
weergegeven, kunt u deze tips proberen.
• Zorg dat uw onderarm schoon en droog is voordat u het
toestel omdoet.
• Zorg dat de huid onder het toestel niet is ingesmeerd met
zonnebrandcrème, lotion of insectenwerende middelen.
• Zorg dat de hartslagsensor aan de achterkant van het toestel
niet wordt bekrast.
• Draag het toestel om uw pols, boven uw polsgewricht. Het
toestel dient stevig vast te zitten, maar niet te strak.
• Wacht tot het pictogram
constant brandt voordat u aan uw
activiteit begint.
• Voer gedurende 5 tot 10 minuten een warming-up uit en
meet uw hartslag voordat u aan uw workout begint.
OPMERKING: Voer bij koud weer de warming-up binnen uit.
• Spoel het toestel na elke training af met schoon water.
De hartslagwidget gebruiken
De widget geeft uw huidige hartslag in slagen per minuut (bpm)
en een grafiek van uw hartslag gedurende de afgelopen 4 uur
weer.
1 Selecteer op de wijzerplaat UP of DOWN om de
hartslagwidget weer te geven.
OPMERKING: U moet mogelijk de widget toevoegen aan uw
widgetlijst (De widgetlijst aanpassen, pagina 31).
2 Selecteer START om de gemiddelde waarden van uw
hartslag in rust in de afgelopen 7 dagen weer te geven.
De huidige zuurstofsaturatie in uw bloed. Als u uw zuurstofsaturatie
weet, kunt u bepalen hoe uw lichaam zich aanpast aan training en
stress.
OPMERKING: De Pulse Ox-sensor bevindt zich aan de achterkant
van het toestel.
Hartslagmeter aan de pols
Het toestel dragen
• Draag het toestel om uw pols, boven uw polsgewricht.
OPMERKING: Het toestel dient stevig vast te zitten, maar
niet te strak. Voor een nauwkeurigere hartslagmeting, mag
het toestel tijdens het hardlopen of de training niet bewegen.
Voor pulse oxymeterwaarden moet u bewegingloos blijven.
10
Hartslaggegevens verzenden naar Garmin toestellen
®
U kunt uw hartslaggegevens verzenden vanaf uw Forerunner
toestel en bekijken op gekoppelde Garmin toestellen.
OPMERKING: Het verzenden van hartslaggegevens verkort de
levensduur van batterij.
1 Houd ingedrukt vanuit de hartslagwidget.
2 Selecteer Opties > Deel hartslag.
Het Forerunner toestel begint uw hartslaggegevens te
verzenden en
wordt weergegeven.
Hartslagmeetfuncties
OPMERKING: U kunt alleen de hartslagwidget bekijken
terwijl u vanuit de hartslagwidget hartslaggegevens verzendt.
3 Koppel uw Forerunner toestel met uw Garmin ANT+
compatibele toestel.
OPMERKING: De aanwijzingen voor het koppelen
verschillen voor ieder Garmin compatibel toestel. Raadpleeg
uw gebruikershandleiding.
TIP: Selecteer een willekeurige knop en selecteer Ja om het
verzenden van uw hartslaggegevens te stoppen.
®
Abnormale-hartslagwaarschuwingen instellen
U kunt het toestel instellen om u te waarschuwen wanneer uw
hartslag een bepaald aantal slagen per minuut (bpm)
overschrijdt na een periode van inactiviteit.
1 Houd ingedrukt in de hartslagwidget.
2 Selecteer Opties > Waarschuwing abnormale hartslag >
Status > Aan.
3 Selecteer Waarschuwingsdrempel.
4 Selecteer een drempelwaarde voor de hartslagfrequentie.
Telkens als u de drempelwaarde overschrijdt, wordt er een
bericht weergegeven en trilt het toestel.
De polshartslagmeter uitschakelen
De standaardwaarde voor de instelling Polshartslag is
Automatisch. Het toestel gebruikt automatisch de
polshartslagmeter, tenzij u een ANT+ hartslagmeter koppelt met
het toestel.
OPMERKING: Als u de polshartslagmeter uitschakelt, wordt ook
de polssensor van de pulse oxymeter uitgeschakeld. U kunt een
handmatige meting uitvoeren vanuit de pulse oxymeterwidget.
1 Houd ingedrukt in de hartslagwidget.
2 Selecteer Opties > Status > Uit.
HRM-Swim accessoire
Hartslag tijdens het zwemmen
Met het HRM-Tri accessoire en het HRM-Swim accessoire
worden uw hartslaggegevens tijdens het zwemmen
geregistreerd en opgeslagen. Als het hartslagaccessoire onder
water is, worden de hartslaggegevens niet weergegeven op
compatibele Forerunner toestellen.
U moet een activiteit met tijdmeting starten op uw gekoppelde
Forerunner toestel om opgeslagen hartslaggegevens later te
kunnen bekijken. Tijdens rustpauzes uit het water stuurt het
hartslagaccessoire uw hartslaggegevens naar uw Forerunner
toestel.
Uw Forerunner toestel downloadt opgeslagen hartslaggegevens
automatisch wanneer u uw activiteit met tijdmeting opslaat.
Tijdens het downloaden van gegevens moet uw
hartslagaccessoire uit het water, actief en binnen bereik van het
toestel (3 m) zijn.
Zwemmen in het zwembad
1 Selecteer START > Zwembad.
2 Selecteer de grootte van uw bad of voer een aangepaste
grootte in.
3 Selecteer START.
Het toestel legt alleen zwemgegevens vast als de
activiteitentimer loopt.
4 Start de activiteit.
Het toestel legt automatisch de zwemintervallen en de banen
vast.
5 Selecteer UP of DOWN om extra gegevenspagina's weer te
geven (optioneel).
om de activiteitentimer te
6 Als u rust, selecteer dan
pauzeren.
Hartslagmeetfuncties
om de activiteitentimer opnieuw te starten.
7 Selecteer
8 Selecteer STOP > Sla op nadat u de activiteit hebt voltooid.
Zwemmen in open water
U kunt het toestel gebruiken voor zwemmen in open water. U
kunt uw zwemgegevens vastleggen, inclusief afstand, tempo en
aantal slagen. U kunt gegevensschermen toevoegen aan de
standaardactiviteit Zwemmen in open water
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 32).
1 Selecteer START > Open water.
2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
gevonden.
3 Selecteer START om de timer te starten.
De geschiedenis wordt alleen vastgelegd als de timer is
gestart.
4 Selecteer STOP > Sla op nadat u de activiteit hebt voltooid.
De hartslagmeter passend maken
Neem voordat u gaat zwemmen even de tijd om de
hartslagmeter passend te maken. De hartslagmeter moet stevig
genoeg zijn bevestigd om op zijn plaats te blijven zitten bij het
afzetten van de kant in het zwembad.
• Kies een verlengband en bevestig deze aan het elastische
uiteinde van de hartslagmeter.
De hartslagmeter wordt geleverd met drie verlengbanden
voor verschillende borstmaten.
TIP: De medium verlengband is geschikt voor de shirts van
vrijwel elke maat (van M tot XL).
• Draag de hartslagmeter op de rug om de schuifregelaar
gemakkelijk te kunnen afstellen.
• Draag de hartslagmeter op de borst om de schuifregelaar op
de hartslagmeter gemakkelijk te kunnen afstellen.
De hartslagmeter aanbrengen
Zorg dat de hartslagmeter vlak onder uw borstkas zit en direct
contact met de huid maakt.
1 Kies een verlengband om de hartslagmeter passend te
maken.
2 Zorg dat het Garmin logo op de hartslagmeter niet
ondersteboven zit.
De verbinding tussen de haak
en lus
dient zich aan uw
rechterzijde te bevinden.
3 Wikkel de hartslagmeter om uw borstkas en steek de haak
van de band in de lus.
OPMERKING: Zorg ervoor dat het onderhoudslabel niet
omvouwt.
4 Bevestig de hartslagmeter stevig om uw borst, maar niet te
strak.
Als u de hartslagmeter hebt omgedaan, is deze actief en worden
er gegevens opgeslagen en verzonden.
11
Tips voor het gebruik van het HRM-Swim accessoire
• Als de hartslagmeter van uw borst af glijdt wanneer u zich in
het zwembad afzet van de kant, moet u de hartslagmeter en
verlengband steviger bevestigen.
• Sta tussen intervallen rechtop, zodat de hartslagmeter boven
water is en u uw hartslaggegevens kunt bekijken.
Onderhoud van de hartslagmeter
LET OP
Opbouw van zweet en zout op de band kan het vermogen van
de hartslagmeter om nauwkeurige gegevens te rapporteren
negatief beïnvloeden.
• Spel de hartslagmeter na elk gebruik af.
• Was de hartslagmeter steeds na zeven keer gebruik met de
hand, met een klein beetje zacht wasmiddel, zoals een
vaatwasmiddel.
OPMERKING: Als u te veel wasmiddel gebruikt, kan de
hartslagmeter beschadigd raken.
• Stop de hartslagmeter niet in een wasmachine of droger.
• Laat de hartslagmeter hangend of plat drogen.
HRM-Tri accessoire
In de HRM-Swim sectie van deze handleiding wordt uitgelegd
hoe u uw hartslag kunt opnemen tijdens het zwemmen (Hartslag
tijdens het zwemmen, pagina 11).
Zwemmen in een zwembad
LET OP
Was de hartslagmeter na het zwemmen met de hand schoon
om chloor en andere chemische stoffen te verwijderen.
Langdurige blootstelling aan deze stoffen kan de hartslagmeter
beschadigen.
Het HRM-Tri accessoire is speciaal ontworpen voor zwemmen
in open water, maar kan zo nu en dan ook worden gebruikt voor
zwemmen in een zwembad. Bij zwemmen in een zwembad
dient de hartslagmeter te worden gedragen onder een zwempak
of triatlontop. Anders kan de hartslagmeter van uw borst
afglijden bij afzetten van de kant.
De hartslagmeter aanbrengen
U dient de hartslagmeter direct op uw huid te dragen, net onder
uw borstbeen. De hartslagmeter dient strak genoeg te zitten om
tijdens de activiteit op zijn plek te blijven.
1 Gebruik zo nodig de verlengband om de hartslagmeter te
bevestigen.
2 Bevochtig de elektroden aan de achterzijde van de
hartslagmeter om een sterke verbinding tussen uw borst en
de zender tot stand te brengen.
3 Zorg dat het Garmin logo op de hartslagmeter niet
ondersteboven zit.
De verbinding tussen de lus
en haak
dient zich aan uw
rechterzijde te bevinden.
4 Wikkel de hartslagmeter om uw borstkas en steek de haak
van de band in de lus.
OPMERKING: Zorg ervoor dat het onderhoudslabel niet
omvouwt.
Nadat u de hartslagmeter omdoet, is deze actief en worden er
gegevens verzonden.
Gegevensopslag
Op de hartslagmeter kunnen maximaal 20 uur aan gegevens
voor één activiteit worden opgeslagen. Als het geheugen van de
hartslagmeter vol is, worden de oudste gegevens overschreven.
Als u een activiteit met tijdmeting start op uw gekoppelde
Forerunner toestel, registreert de hartslagmeter uw
hartslaggegevens ook als u uw toestel moet afdoen.
Bijvoorbeeld tijdens fitnessactiviteiten of teamsporten waarbij
geen horloges kunnen worden gedragen, worden uw
hartslaggegevens dan toch geregistreerd. De hartslagmeter
stuurt de opgeslagen hartslaggegevens automatisch naar uw
Forerunner toestel, wanneer u de activiteit opslaat. Tijdens het
uploaden van gegevens moet uw hartslagmeter actief zijn en
zich binnen bereik (3 m) van het toestel bevinden.
Onderhoud van de hartslagmeter
LET OP
Opbouw van zweet en zout op de band kan het vermogen van
de hartslagmeter om nauwkeurige gegevens te rapporteren
negatief beïnvloeden.
• Spoel de hartslagmeter na elk gebruik af.
• Was de hartslagmeter steeds na zeven keer gebruik of één
keer zwemmen met de hand, met een klein beetje zacht
wasmiddel, zoals een vaatwasmiddel.
OPMERKING: Als u te veel wasmiddel gebruikt, kan de
hartslagmeter beschadigd raken.
• Stop de hartslagmeter niet in een wasmachine of droger.
• Laat de hartslagmeter hangend of plat drogen.
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens
Als hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden
weergegeven, kunt u deze tips proberen.
• Bevochtig de elektroden en de contactoppervlakken (indien
van toepassing).
• Trek de band strakker aan om uw borst.
• Voer gedurende 5 tot 10 minuten een warming-up uit.
• Volg de instructies voor onderhoud (Onderhoud van de
hartslagmeter, pagina 12).
• Draag een katoenen shirt of maak beide zijden van de band
goed nat.
Synthetische materialen die langs de hartslagmeter wrijven of
er tegen aan slaan, kunnen statische elektriciteit veroorzaken
die de hartslagsignalen beïnvloedt.
• Blijf uit de buurt van bronnen die interferentie met de
hartslagmeter kunnen veroorzaken.
Bronnen van interferentie zijn bijvoorbeeld sterke
elektromagnetische velden, draadloze sensors van 2,4 GHz,
hoogspanningsleidingen, elektrische motoren, ovens,
magnetrons, draadloze telefoons van 2,4 GHz en draadloze
LAN-toegangspunten.
Hardloopdynamiek
U kunt uw compatibele Forerunner toestel gekoppeld met het
HRM-Tri accessoire of ander accessoire voor hardloopdynamica
gebruiken voor real-time feedback over uw hardloopvorm. Als
12
Hartslagmeetfuncties
het HRM-Tri accessoire bij uw Forerunner toestel is
meegeleverd, zijn de toestellen al gekoppeld.
Het accessoire voor hardloopdynamica beschikt over een
versnellingsmeter die bewegingen van het bovenlichaam meet
voor het berekenen van zes hardloopgegevens.
Cadans: Cadans is het aantal stappen per minuut. Het totale
aantal stappen wordt weergegeven (links en rechts samen).
Verticale oscillatie: Verticale oscillatie is de op-enneerbeweging tijdens het hardlopen. De verticale beweging
van uw bovenlichaam wordt in centimeters weergegeven.
Grondcontacttijd: Grondcontacttijd is de hoeveelheid tijd voor
iedere stap tijdens het hardlopen waarbij er contact is met de
grond. De tijd wordt gemeten in milliseconden.
OPMERKING: Grondcontacttijd en balans zijn niet
beschikbaar wanneer u wandelt.
Grondcontacttijd-balans: Grondcontacttijd-balans geeft de
links/rechts-balans van uw grondcontacttijd weer tijdens het
hardlopen. Deze balans wordt weergegeven als percentage.
Bijvoorbeeld 53,2 met een pijl naar links of naar rechts.
Staplengte: Staplengte is de afstand tussen de plekken waar u
uw ene voet en uw andere voet neerzet. Deze lengte wordt
gemeten in meters.
Verticale ratio: Verticale ratio is de verhouding tussen verticale
oscillatie en staplengte. Deze balans wordt weergegeven als
percentage. Een lagere ratio duidt meestal op een betere
hardloopconditie.
Als de hartslagmeter is meegeleverd met uw Forerunner, zijn de
toestellen al gekoppeld en kan de Forerunner uw
hardloopdynamiek weergeven.
1 Selecteer START en vervolgens een hardloopactiviteit.
2 Selecteer START.
3 Ga hardlopen.
4 Blader naar de schermen met de hardloopdynamiek om uw
meetgegevens te bekijken.
Trainen met hardloopdynamiek
5 Houd zo nodig uw vinger op UP om de weergave van
Voordat u hardloopdynamiek kunt bekijken, moet u het
HRM-Run™ accessoire, HRM-Tri accessoire of Running
Dynamics Pod omdoen en koppelen met uw toestel (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 30).
hardloopdynamiekgegevens te bewerken.
Kleurenbalken en hardloopdynamiekgegevens
De hardloopdynamiekschermen tonen een kleurenbalk voor de primaire meetwaarde. U kunt de cadans, verticale oscillatie,
grondcontacttijd, grondcontacttijd-balans of verticale ratio weergeven als de primaire meetwaarde. De kleurenbalk zet uw
hardloopdynamiekgegevens af tegen de gegevens van andere hardlopers. De kleurenzones zijn gebaseerd op percentielen.
Garmin heeft veel hardlopers op verschillende niveaus onderzocht. De gegevenswaarden in de rode of oranje zones kenmerken de
onervaren of langzamere hardlopers. De gegevenswaarden in de groene, blauwe of paarse zones kenmerken de meer ervaren of
snellere hardlopers. Ervaren hardlopers hebben over het algemeen een kortere grondcontacttijd, lagere verticale oscillatie, een
lagere verticale ratio en een hogere cadans dan minder ervaren hardlopers. Grotere hardlopers hebben echter meestal een iets
lagere cadans, langere passen en een iets hogere verticale oscillatie. Verticale ratio wordt berekend door uw verticale oscillatie te
delen door uw staplengte. Deze verhoudt zich niet tot uw lengte.
Ga naar www.garmin.com/performance-data/running/ voor meer informatie over hardloopdynamiek. Voor aanvullende inzichten en
interpretaties van hardloopdynamiekgegevens kunt u toonaangevende hardlooppublicaties en -websites raadplegen.
Kleurzone Percentiel in zone Cadansbereik Bereik grondcontacttijd
Paars
>95
>183 spm
<218 ms
Blauw
70–95
174-183 spm
218-248 ms
Groen 30-69
164-173 spm
249-277 ms
Oranje 5-29
153-163 spm
278-308 ms
Rood
<153 spm
>308 ms
<5
Gegevens over grondcontacttijd­balans
De grondcontacttijd-balans meet uw hardloopsymmetrie en wordt vermeld als een percentage van uw totale grondcontacttijd. 51,3%
met een naar links wijzende pijl geeft bijvoorbeeld aan dat de linkervoet van hardloper langer contact heeft met de grond. Als beide
aantallen op uw gegevensscherm worden weergegeven, bijvoorbeeld 48–52, verwijst 48% naar uw linkervoet en 52% naar uw
rechtervoet.
Kleurzone
Rood
Oranje
Groen
Oranje
Rood
Symmetrie
Slecht
Redelijk
Goed
Redelijk
Slecht
25%
40%
25%
5%
Percentage van andere hardlopers 5%
Grondcontacttijd-balans
>52,2% L 50,8-52,2% L 50,7% L–50,7% R 50,8-52,2% R >52,2% R
Tijdens het ontwikkelen en testen van de hardloopdynamiek vond het Garmin team bij bepaalde hardlopers een verband tussen
blessures en een hogere onbalans. Voor de meeste hardlopers wijkt de grondcontacttijd-balans verder af van 50–50 wanneer ze
heuvel op of heuvel af lopen. De meeste hardlooptrainers zijn het erover eens dat symmetrie bij het hardlopen gewenst is. De beste
hardlopers hebben vaak een snelle en evenwichtige stap.
Hartslagmeetfuncties
13
U kunt de kleurenbalk of het gegevensveld bekijken tijdens het hardlopen of na afloop het overzicht in uw Garmin Connect account
bekijken. Net als de andere hardloopdynamiekgegevens is de grondcontacttijd-balans een kwantitatieve meetwaarde die u meer
informatie verschaft over uw hardloopconditie.
Verticale oscillatie en verticale ratio gegevens
Het gegevensbereik voor verticale oscillatie en dat voor verticale ratio verschillen enigszins, afhankelijk van de sensor en of deze is
geplaatst op uw borst (HRM-Tri of HRM-Run accessoires) of bij uw middel (Running Dynamics Pod accessoire).
Kleurzone Percentiel in zone Bereik verticale oscillatie
op borst
Bereik verticale oscillatie bij Verticale ratio op borst Verticale ratio bij middel
middel
Paars
>95
<6,4 cm
<6,8 cm
<6,1%
<6,5%
Blauw
70–95
6,4-8,1 cm
6,8-8,9 cm
6,1-7,4%
6,5-8,3%
Groen 30-69
8,2-9,7 cm
9,0-10,9 cm
7,5-8,6%
8,4-10,0%
Oranje 5-29
9,8-11,5 cm
11,0-13,0 cm
8,7-10,1%
10,1-11,9%
Rood
>11,5 cm
>13,0 cm
>10,1%
>11,9%
<5
Tips voor ontbrekende hardloopdynamiekgegevens
Als de hardloopdynamiekgegevens niet worden weergegeven,
kunt u deze tips proberen.
• Zorg ervoor dat u een accessoire voor hardloopdynamiek,
zoals het HRM-Tri accessoire, hebt.
Accessoires met hardloopdynamiek herkent u aan voorop
de module.
• Koppel het accessoire voor hardloopdynamiek nogmaals met
uw Forerunner toestel volgens de instructies.
• Als de hardloopdynamiekgegevens in nullen worden
weergegeven, controleer dan of het accessoire op de juiste
manier wordt gedragen.
OPMERKING: De grondcontacttijd en balans worden alleen
weergegeven tijdens het hardlopen. Deze worden niet
berekend als u wandelt.
Prestatiemetingen
Deze prestatiemetingen zijn schattingen die u kunnen helpen
om uw trainingsactiviteiten en hardloopprestaties te volgen en te
analyseren. Voor deze metingen zijn enkele activiteiten met
polshartslagmeting of een compatibele hartslagmeter met
borstband vereist. Voor fietsprestatiemetingen is een
hartslagmeter en een vermogensmeter vereist.
Deze waarden worden geleverd en ondersteund door Firstbeat.
Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/performancedata/running/.
OPMERKING: De schattingen lijken In eerste instantie mogelijk
onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
toestel uw prestaties leert begrijpen.
VO2 max.: VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in
milliliter) dat u kunt verbruiken per minuut, per kilo
lichaamsgewicht tijdens maximale inspanning.
Voorspelde racetijden: Uw toestel gebruikt uw geschat VO2
max. en uw trainingsgeschiedenis om een doel-racetijd te
voorspellen op basis van uw huidige conditie.
HSV stresstest: De HSV stresstest (hartslagvariaties) vereist
een Garmin hartslagmeter met borstband. Het toestel
registreert uw hartslagvariaties terwijl u 3 minuten stilstaat.
Het geeft uw algehele stressniveau aan. De schaal loopt van
1 tot 100 en een lagere score geeft een lager stressniveau
aan.
Prestatieconditie: Uw prestatieconditie is een real-time
conditiemeting die wordt vastgelegd na 6 tot 20 minuten van
activiteit. De meting kan worden toegevoegd als een
gegevensveld, zodat u uw prestatieconditie tijdens de rest
van uw activiteit kunt bekijken. Bij het meten van uw
prestatieconditie wordt uw real-time conditie vergeleken met
uw gemiddelde fitnessniveau.
FTP (Functional Threshold Power): Het toestel gebruikt uw
gebruikersprofiel uit de basisinstellingen om uw FTP te
14
schatten. Voor een nauwkeuriger schatting kunt u een FTPtest uitvoeren.
Lactaatdrempel: Lactaatdrempel vereist een hartslagmeter
rond de borst. Uw lactaatdrempel is het punt waarop uw
spieren snel vermoeid beginnen te raken. Uw toestel meet
uw lactaatdrempelniveau op basis van hartslaggegevens en
tempo.
Prestatiemeldingen uitschakelen
Sommige prestatiemeldingen worden weergegeven na
voltooiing van uw activiteit. Sommige prestatiemeldingen
worden weergegeven tijdens een activiteit of wanneer u een
nieuwe prestatiemeting hebt bereikt, zoals een nieuwe VO2
max. drempel. U kunt de functie Prestatieconditie uitschakelen
om een aantal van deze meldingen te voorkomen.
1 Houd ingedrukt in de wijzerplaat.
2 Selecteer Instellingen > Fysiologische meetwaarden >
Prestatieconditie.
Prestatiemetingen automatisch detecteren
De functie Autodetectie is standaard ingeschakeld. Het toestel
kan uw maximumhartslag en lactaatdrempel automatisch
detecteren tijdens een activiteit. Indien het toestel wordt
gekoppeld met een compatibele vermogensmeter, kan het uw
FTP (Functional Threshold Power) tijdens een activiteit
automatisch detecteren.
OPMERKING: Het toestel detecteert alleen een
maximumhartslag als uw hartslag hoger is dan de in uw
gebruikersprofiel ingestelde waarde.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Fysiologische meetwaarden > Autodetectie.
3 Selecteer een optie.
Activiteiten en prestatiemetingen synchroniseren
U kunt activiteiten, persoonlijke records en prestatiemetingen
van andere Garmin toestellen naar uw Forerunner toestel
synchroniseren met behulp van uw Garmin Connect account. Zo
kan uw toestel uw trainingsstatus en fitness nauwkeuriger
weergeven. U kunt bijvoorbeeld een rit met een Edge toestel
vastleggen en uw activiteitgegevens en algemene
trainingsbelasting op uw Forerunner toestel bekijken.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Fysiologische meetwaarden >
TrueUp.
Wanneer u uw toestel synchroniseert met uw smartphone,
verschijnen recente activiteiten, persoonlijke records en
prestatiemetingen van uw andere Garmin toestellen op uw
Forerunner toestel.
Over VO2 max. indicaties
VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in milliliter) dat u
kunt verbruiken per minuut, per kilo lichaamsgewicht tijdens
maximale inspanning. In eenvoudige bewoordingen: VO2 max.
Hartslagmeetfuncties
is een indicatie van atletische prestaties, die meegroeit met uw
fitnessniveau. Het Forerunner toestel vereist hartslagmeting aan
de pols of een compatibele hartslagmeter met borstband om uw
VO2 max. indicatie te kunnen weergeven. Het toestel biedt
afzonderlijke VO2 max. indicaties voor hardlopen en fietsen.
Voor een nauwkeurige schatting van uw VO2 max. moet u een
paar minuten buiten gaan hardlopen met GPS of fietsen met
een compatibele vermogensmeter bij een gemiddeld
inspanningsniveau.
Op het toestel wordt uw geschatte VO2 max. weergegeven met
een getal, beschrijving en positie op de kleurenbalk.. Op uw
Garmin Connect account kunt u meer gegevens over uw
geschatte VO2 max. bekijken, zoals uw fitnessleeftijd. Uw
fitnessleeftijd geeft een indicatie van uw fitnessniveau
vergeleken met een persoon van hetzelfde geslacht en een
andere leeftijd. Door te oefenen kan uw fitnessleeftijd na verloop
van tijd afnemen.
het toestel een paar keer gebruiken zodat het uw fietsprestaties
leert begrijpen.
1 Fiets ten minste 20 minuten met constante, hoge inspanning.
2 Selecteer Sla op nadat u uw fietssessie hebt voltooid.
3 Selecteer START om door de prestatiemetingen te bladeren.
Hartslag- en hoogteacclimatisatie
Omgevingsfactoren zoals hoge temperaturen en hoogte zijn van
invloed op uw training en prestaties. Hoogtetraining kan
bijvoorbeeld een positief effect hebben op uw conditie, maar op
grote hoogtes kan uw VO2 max tijdelijk dalen. Uw Forerunner
toestel geeft meldingen en correcties van uw geschatte VO2
max. en trainingsstatus wanneer de temperatuur hoger is dan
22 °C (72 °F) en wanneer u zich op een hoogte boven 800 m
(2625 ft.) bevindt. U kunt uw warmte- en hoogteacclimatisatie
bijhouden in de Training status widget.
OPMERKING: De functie warmte-acclimatisering is alleen
beschikbaar voor GPS-activiteiten en vereist weergegevens van
uw verbonden smartphone. Volledige acclimatisering duurt
minimaal 4 trainingsdagen.
Voorspelde racetijden weergeven
Paars
Voortreffelijk
Blauw
Uitstekend
Groen
Goed
Oranje
Redelijk
Rood
Slecht
Gegevens over uw VO2 max. worden geleverd door FirstBeat.
De analyse van VO2 max. wordt geleverd met toestemming van
The Cooper Institute . Raadpleeg de appendix
(Standaardwaarden VO2 Max., pagina 46), en ga naar
www.CooperInstitute.org voor meer informatie.
®
Uw geschat VO2 max. voor hardlopen weergeven
Voor deze functies is hartslagmeting aan de pols of een
compatibele hartslagmeter met borstband vereist. Als u een
hartslagmeter met borstband gebruikt, moet u deze omdoen en
koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren koppelen,
pagina 30). Als de hartslagmeter is meegeleverd met uw
Forerunner toestel, zijn de toestellen al gekoppeld.
Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen,
pagina 8) en maximale hartslag in (Uw hartslagzones instellen,
pagina 8) voor de meest nauwkeurige schattingen. In eerste
instantie lijken de schattingen mogelijk onnauwkeurig. U moet
het toestel een aantal keer gebruiken zodat het uw
hardloopprestaties leert begrijpen.
1 Ga ten minste 10 minuten buiten hardlopen.
2 Selecteer na het hardlopen Sla op.
3 Selecteer START om door de prestatiemetingen te bladeren.
Geschat VO2 max. voor fietsen weergeven
Voor deze functies zijn een vermogensmeter en hartslagmeting
aan de pols of een compatibele hartslagmeter met borstband
vereist. De vermogensmeter moet zijn gekoppeld met uw
Forerunner toestel (De draadloze sensoren koppelen,
pagina 30). Als u een hartslagmeter met borstband gebruikt,
moet u deze omdoen en koppelen met uw toestel. Als de
hartslagmeter is meegeleverd met uw Forerunner toestel, zijn de
toestellen al gekoppeld.
Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen,
pagina 8) en maximale hartslag (Uw hartslagzones instellen,
pagina 8) in voor de meest nauwkeurige schattingen. In eerste
instantie lijken de schattingen mogelijk onnauwkeurig. U moet
Hartslagmeetfuncties
Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen,
pagina 8) en maximale hartslag in (Uw hartslagzones instellen,
pagina 8) voor de meest nauwkeurige schattingen.
Uw toestel gebruikt uw geschat VO2 max. (Over VO2 max.
indicaties, pagina 14) en informatie uit uw trainingsgeschiedenis
om een doeltijd voor de wedstrijd te bepalen. Het toestel
analyseert uw trainingsgegevens van enkele weken om de
geschatte wedstrijdtijd te verfijnen.
TIP: Als u meer dan één Garmin apparaat hebt, kunt u de
functie Physio TrueUp™ inschakelen, waarmee uw toestel
activiteiten, geschiedenis en gegevens van andere apparaten
kan synchroniseren (Activiteiten en prestatiemetingen
synchroniseren, pagina 14).
1 Selecteer op de wijzerplaat UP of DOWN om de
prestatiewidget weer te geven.
2 Selecteer START om door de prestatiemetingen te bladeren.
U ontvangt voorspelde racetijden voor 5 km, 10 km, halve
marathon en marathon.
OPMERKING: In eerste instantie lijken de voorspellingen
mogelijk onnauwkeurig. U moet het toestel een aantal keer
gebruiken zodat het uw hardloopprestaties leert begrijpen.
Training Effect
Training Effect meet de gevolgen van een activiteit op uw
aerobe en anaerobe conditie. Training Effect neemt tijdens de
activiteit toe. Naarmate de activiteit vordert, neemt de waarde
Training Effect toe. Training Effect wordt berekend op basis van
de gegevens in uw gebruikersprofiel en trainingsgeschiedenis,
uw hartslag, en de duur en intensiteit van de activiteit. Er zijn
zeven verschillende Training Effect labels om het belangrijkste
voordeel van uw activiteit te beschrijven. Elk label is voorzien
van een kleurcode en komt overeen met uw
trainingsbelastingfocus (Focus trainingsbelasting, pagina 18).
Elke feedbackzin, bijvoorbeeld "Grote impact op VO2 Max.",
bevat een bijbehorende beschrijving in uw Garmin Connect
activiteitgegevens.
Aeroob Training Effect maakt gebruik van uw hartslag om de
samengestelde intensiteit van de training op uw aerobe conditie
te meten en geeft aan of de workout uw fitnessniveau behoudt
of verbetert. Uw verhoogd zuurstofgebruik na inspanning
(EPOC) die ontstaat tijdens het trainen, wordt meegenomen in
de verschillende waarden waaruit uw conditie en
trainingsgewoonten bestaan. Regelmatige workouts met
gemiddelde inspanning of workouts met langere intervals (> 180
seconden) hebben een positieve impact op uw aeroob
metabolisme en zorgen daardoor voor een verbeterd aeroob
Training Effect.
15
Anaeroob Training Effect gebruikt de hartslag en snelheid (of
vermogen) om te bepalen hoe de workout uw mogelijkheid om
te presteren op zeer hoge intensiteit beïnvloed. U krijgt een
waarde gebaseerd op de anaerobe bijdrage aan EPOC en het
soort activiteit. Herhaaldelijke intervallen met hoge intensiteit
van 10 tot 120 seconden hebben een zeer voordelige impact op
uw anaeroob vermogen en zorgen daardoor voor een verbeterd
anaeroob Training Effect.
U kunt Aeroob trainingseffect en Anaeroob trainingseffect als
een gegevensveld toevoegen aan een van uw
trainingsschermen om uw gegevens tijdens de activiteit in de
gaten te houden.
Training Effect
Aeroob voordeel
Anaeroob voordeel
Tussen 0,0 en 0,9 Geen voordeel.
Geen voordeel.
Tussen 1,0 en 1,9 Licht voordeel.
Licht voordeel.
Tussen 2,0 en 2,9 Handhaaft uw aerobe
conditie.
Handhaaft uw anaerobe
conditie.
Tussen 3,0 en 3,9 Heeft impact op uw
aerobe conditie.
Heeft impact op uw
anaerobe conditie.
Tussen 4,0 en 4,9 Heeft hoge impact op uw Heeft hoge impact op uw
aerobe conditie.
anaerobe conditie.
5,0
Te veel en mogelijk
schadelijk zonder
genoeg hersteltijd.
Te veel en mogelijk
schadelijk zonder
genoeg hersteltijd.
Training Effect technologie wordt geleverd en ondersteund door
Firstbeat Technologies Ltd. Ga voor meer informatie naar
www.firstbeat.com.
Prestatieconditie
Zodra u een activiteit, zoals hardlopen of fietsen, hebt voltooid,
analyseert de functie Prestatieconditie uw tempo, hartslag en uw
hartslagwisselingen om een real-time meting uit te voeren van
uw prestatieniveau in vergelijking met uw gemiddelde
fitnessniveau. Dit is ongeveer het percentage dat u in real-time
afwijkt van uw geschatte VO2 max. basiswaarde.
Prestatieconditiewaarden liggen tussen -20 en +20. Na de
eerste 6 tot 20 minuten van uw activiteit, wordt de score van uw
prestatieconditie op uw toestel weergegeven. Een score van +5
betekent bijvoorbeeld dat u fit en uitgerust bent en dat u de
activiteit moet kunnen doorstaan. U kunt de prestatieconditie als
een gegevensveld toevoegen aan een van uw
trainingsschermen om uw prestaties tijdens de activiteit in de
gaten te houden. De prestatieconditie kan ook een indicator van
het vermoeidheidsniveau zijn, vooral aan het einde van een
lange hardloopsessies of fietsritten.
OPMERKING: Het toestel vereist een aantal hardloopsessies of
fietsritten met een hartslagmeter om een nauwkeurig geschat
VO2 max. te verkrijgen en informatie te verzamelen over uw
hardloop- of fietsprestaties (Over VO2 max. indicaties,
pagina 14).
Uw prestatieconditie weergeven
Voor deze functies is hartslagmeting aan de pols of een
compatibele hartslagmeter met borstband vereist.
1 Voeg Prestatieconditie toe aan een gegevensscherm
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 32).
2 Ga een stuk hardlopen of fietsen.
Na 6 tot 20 minuten wordt uw prestatieconditie weergegeven.
3 Blader naar het gegevensscherm om uw prestatieconditie
tijdens de volledige hardloopsessie of fietsrit te bekijken.
Lactaatdrempel
De lactaatdrempel is de trainingsintensiteit waarbij lactaat
(melkzuur) zich begint op te hopen in de bloedbaan. Voor
hardlopen is de lactaatdrempel een indicatie voor het
inspannings- of temponiveau. Wanneer een hardloper deze
drempel overschrijdt, begint de vermoeidheid sneller toe te
nemen. Bij ervaren hardlopers ligt deze drempel op ongeveer
16
90% van de maximale hartslag en op het tempo tussen een race
van 10 kilometer en een halve marathon. Bij minder ervaren
hardlopers ligt de lactaatdrempel vaak ver onder 90% van de
maximale hartslag. Kennis van uw lactaatdrempel kan u helpen
te bepalen hoe hard u moet trainen of wanneer u tijdens een
wedstrijd een beetje extra moet geven.
Als u de waarde voor uw lactaatdrempelhartslag al kent, kunt u
deze invoeren in uw gebruikersprofielinstellingen (Uw
hartslagzones instellen, pagina 8).
Een begeleide test uitvoeren om uw lactaatdrempel te
bepalen
Voor deze functie is een Garmin hartslagmeter met borstband
vereist. Voordat u de begeleide test kunt uitvoeren, moet u een
hartslagmeter omdoen en deze koppelen met uw toestel (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 30).
Het toestel gebruikt informatie van uw gebruikersprofiel uit de
basisinstellingen en uw geschat VO2 max. om uw
lactaatdrempel te schatten. Het toestel detecteert uw
lactaatdrempel automatisch tijdens hardlopen bij een constante,
hoge intensiteit met hartslagmeter.
TIP: Dit toestel vereist een aantal hardloopsessies met een
hartslagmeter met borstband om een nauwkeurige waarde voor
maximale hartslag en een nauwkeurig geschat VO2 max. te
verkrijgen. Als u geen schatting van uw lactaatdrempel kunt
krijgen, probeer dan uw maximale hartslagwaarde handmatig te
verlagen.
1 Selecteer op de wijzerplaat START.
2 Selecteer een hardloopactiviteit voor buiten.
U hebt GPS nodig om de test uit te voeren.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Training > Lactaatdrempel-test.
5 Start de timer en volg de instructies op het scherm.
Zodra u aan de hardloopsessie begint, geeft het toestel de
duur van elke stap, het doel en de huidige hartslaggegevens
weer. Als de test is voltooid, wordt een bericht weergegeven.
6 Na de begeleide test stopt u de timer en slaat u de activiteit
op.
Als dit uw eerste lactaatdrempelschatting is, vraagt het
toestel u om uw hartslagzones bij te werken op basis van uw
lactaatdrempelhartslag. Bij elke volgende
lactaatdrempelschatting vraagt het toestel u om de schatting
te accepteren of te weigeren.
Uw FTP-waarde schatten
Voordat u een schatting van uw functionele drempelvermogen
(FTP) kunt verkrijgen, moet u een hartslagmeter om de borst en
een vermogensmeter met uw toestel koppelen (De draadloze
sensoren koppelen, pagina 30) en moet u uw geschat VO2
max. verkrijgen (Geschat VO2 max. voor fietsen weergeven,
pagina 15).
Het toestel gebruikt informatie van uw gebruikersprofiel uit de
basisinstellingen en uw geschat VO2 max. om uw FTP te
schatten. Het toestel detecteert uw FTP automatisch tijdens
fietsen bij een constante, hoge intensiteit met hartslag- en
vermogensmeter.
1 Selecteer UP of DOWN om de prestatiewidget weer te
geven.
2 Selecteer START om door de prestatiemetingen te bladeren.
Uw geschatte FTP-waarde wordt weergegeven als een
waarde gemeten in watt per kilogram, uw geleverde
vermogen in watt en een positie op de kleurenbalk.
Paars
Voortreffelijk
Blauw
Uitstekend
Groen
Goed
Hartslagmeetfuncties
Oranje
Redelijk
Rood
Ongetraind
Raadpleeg de appendix (FTP-waarden, pagina 47) voor
meer informatie.
OPMERKING: Als een prestatiemelding een nieuwe FTP
meldt, kunt u Accepteer selecteren om de nieuwe FTP op te
slaan of Weiger om uw huidige FTP te behouden.
Een FTP­test uitvoeren
Voordat u een test kunt doen om uw Functional Threshold
Power (FTP) te bepalen, moet u een hartslagmeter om de borst
en een vermogensmeter met uw toestel koppelen (De draadloze
sensoren koppelen, pagina 30) en moet u uw geschat VO2
max. verkrijgen (Geschat VO2 max. voor fietsen weergeven,
pagina 15).
OPMERKING: De FTP-test is een veeleisende workout van
ongeveer 30 minuten. Kies een praktische en doorgaans vlakke
fietsroute waarop u snelheid geleidelijk kunt opvoeren, zoals in
een tijdrit.
1 Selecteer op de wijzerplaat START.
2 Selecteer een fietsactiviteit.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Training > FTP-test.
5 Volg de instructies op het scherm.
Zodra u aan de rit begint, geeft het toestel de duur van elke
stap, het doel en de huidige vermogensgegevens weer. Als
de test is voltooid, wordt een bericht weergegeven.
6 Na de begeleide test doorloopt u de cooldown, stopt u de
timer en slaat u de activiteit op.
Uw FTP-waarde wordt weergegeven als een waarde
gemeten in watt per kilogram, uw geleverde vermogen in watt
en een positie op de kleurenbalk.
7 Selecteer een optie:
• Selecteer Accepteer om de nieuwe FTP-waarde op te
slaan.
• Selecteer Weiger om uw huidige FTP-waarde te
behouden.
Trainingsstatus
Deze metingen zijn schattingen die u kunnen helpen om uw
trainingsactiviteiten te volgen en te analyseren. Voor deze
metingen zijn enkele activiteiten met polshartslagmeting of een
compatibele hartslagmeter met borstband vereist. Voor
fietsprestatiemetingen is een hartslagmeter en een
vermogensmeter vereist.
Deze waarden worden geleverd en ondersteund door Firstbeat.
Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/performancedata/running/.
OPMERKING: De schattingen lijken In eerste instantie mogelijk
onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
toestel uw prestaties leert begrijpen.
Trainingsstatus: Trainingsstatus geeft het effect van uw
training op uw fitness en prestaties aan. Uw trainingsstatus is
gebaseerd op wijzigingen in uw trainingsbelasting en VO2
max. gedurende langere tijd.
Hartslagmeetfuncties
VO2 max.: VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in
milliliter) dat u kunt verbruiken per minuut, per kilo
lichaamsgewicht tijdens maximale inspanning. Uw toestel
geeft voor warmte en hoogte gecorrigeerde VO2 max.waarden aan wanneer u acclimatiseert in zeer warme
omgevingen of op grote hoogte.
Trainingsbelasting: Trainingsbelasting is het totaal van uw
extra zuurstofverbruik na een inspanning (Excess Postexercise Oxygen Consumption (EPOC)) in de afgelopen 7
dagen. EPOC is een schatting van de hoeveelheid energie
die uw lichaam nog heeft om te herstellen na een inspanning.
Focus trainingsbelasting: Uw toestel analyseert en verdeelt
uw trainingsbelasting in verschillende categorieën op basis
van de intensiteit en structuur van elke vastgelegde activiteit.
De focus trainingsbelasting omvat de totale verzamelde
belasting per categorie en de focus van de training. Uw
toestel geeft de verdeling van uw belasting over de laatste 4
weken weer.
Hersteltijd: Hersteltijd geeft aan hoeveel tijd u nodig hebt om
volledig te herstellen en te kunnen beginnen aan uw
volgende hardlooptraining.
Trainingsstatusniveaus
Trainingsstatus geeft het effect van uw training op uw
fitnessniveau en prestaties aan. Uw trainingsstatus is gebaseerd
op wijzigingen in uw trainingsbelasting en VO2 max. gedurende
langere tijd. Met behulp van uw trainingsstatus kunt u
toekomstige trainingen plannen en uw fitnessniveau blijven
verbeteren.
Piek: Pieken betekent dat uw wedstrijdconditie optimaal is. Door
de onlangs verlaagde trainingsbelasting kan uw lichaam zich
herstellen en eerdere trainingen volledig verwerken. U moet
vooruit plannen, want u kunt deze piekstatus maar kort
handhaven.
Productief: Met de huidige trainingsbelasting gaan uw
fitnessniveau en prestaties de goede kant op. U moet
herstelperioden inlassen in uw training om uw fitnessniveau
te handhaven.
Aanhouden: Uw huidige trainingsniveau is voldoende om uw
fitnessniveau te handhaven. Als u verbetering wilt zien, moet
u proberen meer variatie aan te brengen in uw workouts of
uw trainingsvolume te verhogen.
Herstel: Door de lichtere trainingsbelasting kan uw lichaam zich
herstellen, wat essentieel is tijdens lange perioden waarin u
hard traint. U kunt de trainingsbelasting weer verhogen
wanneer u voelt dat u er klaar voor bent.
Niet productief: Uw trainingsbelasting is in orde, maar uw
fitnessniveau daalt. Mogelijk lukt het uw lichaam niet om te
herstellen. Daarom is het aan te raden uw algemene
gezondheid (stress, voeding en rust) in de gaten te houden.
Onttrainen: Er is sprake van onttraining wanneer u gedurende
een week of langer veel minder traint dan gebruikelijk en dit
invloed heeft op uw fitnessniveau. U kunt proberen uw
trainingsbelasting te verhogen om de situatie te verbeteren.
Te intensief: Uw trainingsbelasting is zeer hoog en werkt
averechts. Uw lichaam heeft rust nodig. Gun uzelf de tijd om
te herstellen door lichtere trainingen toe te voegen aan uw
schema.
Geen status: Het toestel heeft een of twee weken aan
trainingshistorie nodig, inclusief activiteiten met VO2 max.
resultaten van hardlopen of fietsen, om uw trainingsstatus te
bepalen.
Tips voor het verkrijgen van uw trainingsstatus
De trainingsstatus is afhankelijk van de bijgewerkte
beoordelingen van uw fitnessniveau, met minimaal twee VO2
max. metingen per week. Uw VO2 max. schatting wordt
bijgewerkt na krachtige outdoor hardloop- of fietssessies waarin
uw hartslag ten minste 70% van uw maximale hartslag heeft
17
bereikt gedurende enkele minuten. Trail runs en indoor
hardloopactiviteiten genereren geen VO2 max. schatting om de
nauwkeurigheid van de metingen van uw fitnessniveau te
behouden.
Volg deze tips om de functies Trainingsstatus optimaal te
benutten.
• Ga ten minste twee keer per week buiten hardlopen of fietsen
met een vermogensmeter, waarbij u een hartslag hoger dan
70% van uw maximale hartslag bereikt gedurende ten minste
10 minuten.
Als u het toestel een week lang hebt gebruikt, moet u kunnen
beschikken over uw trainingsstatus.
• Registreer al uw fitnessactiviteiten op dit toestel of schakel de
Physio TrueUp functie in, waarmee uw toestel meer over uw
prestaties kan leren (Activiteiten en prestatiemetingen
synchroniseren, pagina 14).
Trainingsbelasting
Trainingsbelasting is een meting van uw trainingsvolume
gedurende de afgelopen zeven dagen. Dit is het totaal van een
meting van extra zuurstofverbruik na een inspanning (Excess
Post-exercise Oxygen Consumption (EPOC)) in de afgelopen
zeven dagen. De meter geeft aan of uw huidige belasting laag,
hoog of binnen het optimale bereik ligt om uw conditie te
behouden of verbeteren. Het optimale bereik wordt gebaseerd
op uw individuele conditie en trainingsgeschiedenis. Het bereik
past zich aan naarmate uw trainingstijd en intensiteit toeneemt
of afneemt.
Focus trainingsbelasting
Om uw prestaties en de voordelen voor uw conditie te
maximaliseren moet de training worden verdeeld in drie
categorieën: laag aerobe, hoog aerobe en anaerobe. De focus
van de trainingsbelasting geeft aan welk deel van uw training
momenteel in welke categorie valt, en welke trainingsdoelen
daarbij kunnen horen. U moet minimaal 7 dagen getraind
hebben voordat bepaald kan worden of uw trainingsbelasting
laag, optimaal of hoog is. Na 4 weken trainen bevat de
geschiedenis van uw trainingsbelasting meer gedetailleerde
doelinformatie waarmee u uw trainingsactiviteiten in balans kunt
brengen.
Onder doel: Uw trainingsbelasting is in alle
intensiteitscategorieën lager dan optimaal. Probeer de duur
of frequentie van uw workouts te verhogen.
Te weinig laag aerobe activiteiten: Probeer meer laag aerobe
activiteiten toe te voegen om te herstellen en tegenwicht te
bieden aan uw activiteiten met een hogere intensiteit.
Te weinig hoog aerobe activiteiten: Probeer meer hoog
aerobe activiteiten toe te voegen om uw lactaatdrempel en
VO2 max. langzaam te verbeteren.
Te weinig aerobe activiteiten: Probeer een paar intensieve,
anaerobe activiteiten toe te voegen om uw snelheid en
anaerobe capaciteit langzaam te verbeteren.
Evenwichtig: Uw trainingsbelasting is in balans en biedt
uitgebreide conditievoordelen terwijl u verder traint.
Lage aerobe focus: Uw trainingsbelasting bestaat vooral uit
laag aerobe activiteiten. Dit biedt een stevige basis en bereidt
u voor op intensievere workouts.
Hoge aerobe focus: Uw trainingsbelasting bestaat vooral uit
hoog aerobe activiteiten. Deze activiteiten helpen bij het
verbeteren van de lactaatdrempel, VO2 max en
uithoudingsvermogen.
Anaerobe focus: Uw trainingsbelasting bestaat vooral uit
intensieve activiteiten. Dit leidt tot snelle opbouw van
conditie, maar moet in evenwicht worden gebracht met laag
aerobe activiteiten.
18
Boven doel: Uw trainingsbelasting is hoger dan optimaal en u
moet overwegen om de duur en frequentie van uw workouts
terug te brengen.
Hersteltijd
U kunt uw Garmin toestel gebruiken met hartslagmeting aan de
pols of met een compatibele hartslagmeter met borstband om
de tijd weer te geven die resteert voordat u volledig bent
hersteld en klaar bent voor uw volgende intensieve workout.
OPMERKING: De aanbevolen hersteltijd is gebaseerd op uw
geschatte VO2 max. en lijkt aanvankelijk misschien
onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
toestel uw prestaties leert begrijpen.
De hersteltijd verschijnt direct na afloop van een activiteit. De tijd
loopt af naar het optimale moment voor een nieuwe intensieve
workout.
Uw hersteltijd weergeven
Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen,
pagina 8) en maximale hartslag in (Uw hartslagzones instellen,
pagina 8) voor de meest nauwkeurige schattingen.
1 Ga hardlopen.
2 Selecteer na het hardlopen Sla op.
De hersteltijd wordt weergegeven. De maximale tijd is 4
dagen.
OPMERKING: Selecteer UP of DOWN op de wijzerplaat om
de Training status widget weer te geven en selecteer START
om door de metingen te bladeren en uw hersteltijd te
bekijken.
Herstelhartslag
Als u traint met een hartslagmeter aan de pols of een
compatibele hartslagmeter met borstband, kunt u uw
herstelhartslag controleren na elke activiteit. Uw herstelhartslag
is het verschil tussen uw hartslag tijdens de training en uw
hartslag twee minuten na het einde van de training. Voorbeeld:
Na een normale training stopt u de timer. Uw hartslag is
140 bpm. Na twee minuten rust of coolingdown is uw hartslag
90 bpm. Uw herstelhartslag is dan 50 bpm (140 min 90).
Onderzoek heeft uitgewezen dat er een verband is tussen
herstelhartslag en hartconditie. In het algemeen geldt dat hoe
hoger de herstelhartslagwaarde is, hoe gezonder het hart.
TIP: De beste resultaten worden verkregen wanneer u
gedurende twee minuten stopt met bewegen, terwijl het toestel
uw herstelhartslagwaarde berekent. Nadat deze waarde wordt
weergegeven, kunt u de activiteitgegevens opslaan of
verwijderen.
Pulse oxymeter
Het Forerunner toestel beschikt over een pulse oxymeter op de
pols om de perifere zuurstofsaturatie in uw bloed te meten. Als u
uw zuurstofsaturatie weet, kunt u beter bepalen hoe uw lichaam
zich aanpast aan hoge hoogten voor bergsporten en expedities.
Wanneer u de pulse oxymeter-widget bekijkt terwijl u niet
beweegt, analyseert uw toestel uw zuurstofsaturatie en uw
hoogte. Het hoogteprofiel helpt aan te geven hoe uw pulse
oxymeter-waarden veranderen in verhouding tot uw hoogte.
Op het toestel wordt uw pulse oxymeter-waarde weergegeven
als een zuurstofsaturatiepercentage en een kleur in de grafiek.
Op uw Garmin Connect account kunt u extra gegevens over uw
pulse oxymeter-waarden bekijken, inclusief trends over
meerdere dagen.
Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over de
nauwkeurigheid van de pulse oxymeter.
Hartslagmeetfuncties
• Zorg dat uw onderarm schoon en droog is voordat u het
toestel omdoet.
• Zorg dat de huid onder het toestel niet is ingesmeerd met
zonnebrandcrème, lotion of insectenwerende middelen.
• Zorg dat de optische sensor aan de achterkant van het
toestel niet wordt bekrast.
• Spoel het toestel na elke training af met schoon water.
De percentageschaal van de zuurstofsaturatie.
Een grafiek met uw gemiddelde zuurstofsaturatiewaarden voor de
laatste 24 uur.
Uw meest recente zuurstofsaturatie.
De hoogteschaal.
Een grafiek met uw hoogtewaarden voor de laatste 24 uur.
De pulse oxymeter-widget weergeven
De widget geeft uw meest recente bloed
zuurstofsaturatiepercentage, een grafiek met uw
uurgemiddelden voor de laatste 24 uur, en een grafiek met uw
hoogte voor de laatste 24 uur.
OPMERKING: De eerste keer dat u de pulse-oximeterwidget
opent, moet het toestel satellietsignalen ontvangen om de
hoogte te bepalen. Ga naar buiten en wacht tot het toestel
satellieten heeft gevonden.
1 Selecteer terwijl u zit of inactief bent UP of DOWN om de
pulse oxymeter-widget weer te geven.
2 Blijf stilzitten gedurende maximaal 30 seconden.
OPMERKING: Als u te actief bent, kan het horloge uw
zuurstofsaturatie niet bepalen en wordt er een bericht
weergegeven in plaats van een percentage. Na enkele
minuten inactiviteit kunt u uw zuurstofsaturatie opnieuw
controleren.
3 Selecteer START om een grafiek van uw pulseoxymeterwaarden voor de laatste zeven dagen weer te
geven.
Slaap bijhouden inschakelen op de pulsoximeter
U kunt uw toestel zo instellen dat het de saturatie van uw bloed
continu meet terwijl u slaapt.
OPMERKING: Ongebruikelijke slaapposities kunnen een
abnormaal lage SpO2-meting tijdens de slaap veroorzaken.
1 Houd ingedrukt vanuit de pulse oxymeter-widget.
2 Selecteer Opties > Pulse Ox tijdens slaap > Aan.
De modus Doorlopende acclimatisatie inschakelen
1 Houd ingedrukt vanuit de pulse oxymeter-widget.
2 Selecteer Opties > Hele-dagmodus > Aan.
Het toestel analyseert automatisch uw zuurstofsaturatie
gedurende de dag, wanneer u niet beweegt.
OPMERKING: Het inschakelen van de modus voor
doorlopende acclimatisatie verkort de levensduur van de
batterij.
Uw stressscore op basis van uw hartslagvariaties bekijken
Voordat u de stresstest op basis van hartslagvariaties (HSV)
kunt uitvoeren, moet u een Garmin hartslagmeter omdoen en
deze koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren
koppelen, pagina 30).
Uw HSV stressscore is het resultaat van een test van drie
minuten die wordt uitgevoerd als u stil staat en waarbij het
Forerunner toestel de hartslagvariaties analyseert om uw
algemene stressniveau te bepalen. Training, slaap, voeding en
algemene stress hebben allemaal invloed op uw functioneren.
De stressscore wordt aangegeven op een schaal van 1 tot 100,
waarbij 1 een zeer laag stressniveau en 100 een zeer hoog
stressniveau aangeeft. Als u uw stressscore weet, kunt u beter
beslissen of uw lichaam klaar is voor een zware hardlooptraining
of yogasessie.
TIP: Garmin raadt u aan uw stressscore elke dag om ongeveer
dezelfde tijd en onder dezelfde omstandigheden te meten
voordat u gaat trainen. U kunt vorige resultaten bekijken via uw
Garmin Connect account.
1 Selecteer START > DOWN > HSV stress > START.
2 Volg de instructies op het scherm.
Body Battery
Uw toestel analyseert de variatie in uw hartslag, uw
stressniveau, slaapkwaliteit en activiteitsgegevens om uw
algemene Body Battery niveau te bepalen. Net als een
brandstofmeter van een auto, geeft het de hoeveelheid
beschikbare reserve-energie aan. Het Body Battery
niveaubereik ligt tussen 0 tot 100, waarbij 0 tot 25 staat voor een
lage energiereserve, 26 tot 50 voor een gemiddelde
energiereserve, 51 tot 75 voor een hoge energiereserve, en 76
tot 100 voor een zeer hoge energiereserve.
U kunt uw toestel synchroniseren met uw Garmin Connect
account om uw meest actuele Body Battery niveau, trends op
lange termijn en extra details te bekijken (Tips voor betere Body
Battery gegevens, pagina 20).
De Body Battery widget bekijken
De Body Battery widget geeft uw huidige Body Battery niveau
weer en een grafiek van uw Body Battery niveau gedurende de
laatste paar uur.
1 Selecteer UP of DOWN om de Body Battery widget weer te
geven.
OPMERKING: U moet mogelijk de widget toevoegen aan uw
widgetlijst (De widgetlijst aanpassen, pagina 31).
Tips voor grillige pulse oxymeter-gegevens
Als pulse oxymeter-gegevens onregelmatig zijn of niet worden
weergegeven, kunt u deze tips proberen.
• Beweeg niet terwijl het toestel de zuurstofsaturatie van uw
bloed leest.
• Draag het toestel om uw pols, boven uw polsgewricht. Het
toestel dient stevig vast te zitten, maar niet te strak.
• Houd de arm waaraan u het toestel draagt op de hoogte van
uw hart terwijl het toestel de zuurstofsaturatie van uw bloed
leest.
• Gebruik een silicone band.
Hartslagmeetfuncties
2 Selecteer START om een gecombineerde grafiek van uw
Body Battery stressniveau weer te geven.
19
Met blauwe balken worden rustperioden weergegeven. De
oranje balken geven stressperioden weer. Met grijze balken
worden tijden weergegeven waarop u te actief was om uw
stressniveau te bepalen.
3 Selecteer DOWN om uw Body Battery gegevens sinds
middernacht weer te geven.
Bluetooth meldingen inschakelen
Voordat u meldingen kunt inschakelen, moet u het Forerunner
toestel koppelen met een compatibel mobiel toestel (Uw
smartphone koppelen met uw toestel, pagina 20).
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Telefoon > Smartphone
meldingen > Status > Aan.
3 Selecteer Tijdens activiteit.
4 Selecteer een meldingsvoorkeur.
5 Selecteer een geluidsvoorkeur.
6 Selecteer Niet tijdens activiteit.
7 Selecteer een meldingsvoorkeur.
8 Selecteer een geluidsvoorkeur.
9 Selecteer Privacy.
10 Selecteer een privacyvoorkeur.
11 Selecteer Time-out.
12 Selecteer hoe lang de waarschuwing voor een nieuwe
melding op het scherm wordt weergegeven.
13 Selecteer Handtekening om een handtekening toe te
voegen aan uw tekstberichten.
Meldingen weergeven
Tips voor betere Body Battery gegevens
• Uw Body Battery niveau wordt bijgewerkt wanneer u uw
toestel met uw Garmin Connect account synchroniseert.
• Draag het toestel tijdens het slapen voor nauwkeurigere
resultaten.
• U kunt uw Body Battery aanvullen met rust en slaap.
• Inspannende activiteiten, veel stress en een slechte
nachtrust kunnen een negatief effect op uw Body Battery
hebben.
• Voedselinname, inclusief pepmiddelen zoals cafeïne, heeft
geen invloed op uw Body Battery.
Slimme functies
Uw smartphone koppelen met uw toestel
Om gebruik te maken van de connected functies van het
Forerunner toestel moet het rechtsreeks via de Garmin Connect
app worden gekoppeld, in plaats van via de Bluetooth
instellingen op uw smartphone.
1 U kunt de Garmin Connect app via de app store op uw
telefoon installeren en openen.
2 Houd uw smartphone binnen 10 m (33 ft.) van uw toestel.
3 Selecteer LIGHT om het toestel in te schakelen.
De eerste keer dat u het toestel inschakelt, is de
koppelmodus ingeschakeld.
TIP: U kunt LIGHT ingedrukt houden en selecteren om
handmatig naar de koppelmodus te gaan.
4 Selecteer een optie om uw toestel toe te voegen aan uw
Garmin Connect account:
• Als dit het eerste toestel is dat u koppelt met de Garmin
Connect app, volgt u de instructies op het scherm.
• Als u reeds een toestel hebt gekoppeld met de Garmin
Connect app, selecteert u in het menu
of
Garmin
toestellen > Voeg toestel toe, en volgt u de instructies
op het scherm.
Tips voor bestaande Garmin Connect gebruikers
1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
2 Selecteer Garmin toestellen > Voeg toestel toe.
20
1 Selecteer op de watch face UP of DOWN om de
meldingenwidget weer te geven.
2 Selecteer START.
3 Selecteer een melding.
4 Selecteer DOWN voor meer opties.
5 Selecteer BACK om terug te keren naar het vorige scherm.
Audiomeldingen op uw smartphone afspelen tijdens uw
activiteit
Voordat u audiomeldingen kunt instellen, moet u een
smartphone met de Garmin Connect app koppelen met uw
Forerunner toestel.
U kunt de Garmin Connect app zodanig instellen dat er tijdens
het hardlopen of een andere activiteit motiverende
statusmeldingen worden afgespeeld op uw smartphone.
Audiomeldingen vermelden het rondenummer en de rondetijd,
het tempo of de snelheid, en de hartslaggegevens. Tijdens een
audiomelding dempt de Garmin Connect app het geluid van de
primaire audio van de smartphone om de aankondiging af te
spelen. U kunt de volumeniveaus aanpassen in de Garmin
Connect app.
OPMERKING: Als u een Forerunner toestel hebt, kunt u
audiomeldingen via uw verbonden hoofdtelefoons inschakelen,
zonder dat u een verbonden smartphone gebruikt
(Audiomeldingen afspelen tijdens uw activiteit, pagina 5).
OPMERKING: De audiomelding Rondewaarschuwing is
standaard ingeschakeld.
1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
2 Selecteer Garmin toestellen.
3 Selecteer uw toestel.
4 Selecteer Activiteitopties > Audiomeldingen.
Meldingen beheren
U kunt meldingen die op uw Forerunner toestel worden
weergegeven, beheren vanaf uw compatibele smartphone.
Selecteer een optie:
• Als u een iPhone toestel gebruikt, kunt u via de
meldingsinstellingen de items selecteren die u op het
toestel wilt weergeven.
• Als u een Android™ smartphone gebruikt, selecteert u in
de Garmin Connect app, Instellingen > Smartphone
meldingen.
®
Slimme functies
De Bluetooth smartphone­verbinding uitschakelen
1 Houd LIGHT ingedrukt om het bedieningsmenu weer te
geven.
2 Selecteer om de Bluetooth smartphone-verbinding op uw
Forerunner toestel uit te schakelen.
Raadpleeg de gebruikershandleiding voor uw mobiele toestel
om draadloze Bluetooth technologie uit te schakelen op uw
mobiele toestel.
Smartphone­verbindingswaarschuwingen in­ en
uitschakelen
U kunt instellen dat het Forerunner toestel u waarschuwt
wanneer uw gekoppelde smartphone een verbinding maakt of
deze verbreekt via draadloze Bluetooth technologie.
OPMERKING: Smartphone-verbindingswaarschuwingen zijn
standaard uitgeschakeld.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Telefoon > Waarschuwingen.
Bluetooth connected functies
Het Forerunner toestel heeft verschillende Bluetooth connected
functies voor uw compatibele smartphone waarop de Garmin
Connect app is geïnstalleerd.
• Activiteit uploaden
• Hulp
• Connect IQ
• Vind mijn telefoon
• Zoek mijn horloge
• Ongevaldetectie
• GroupTrack
• LiveTrack
• Live Event Sharing
• Muziekbediening
• Telefoonmeldingen
• Interactie met social media
• Software-updates
• Weerupdates
• Workouts en koersen downloaden
Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin
Connect
1 Houd LIGHT ingedrukt om het bedieningsmenu weer te
geven.
2 Selecteer
.
Een verloren mobiel toestel lokaliseren
U kunt deze functie gebruiken om een verloren mobiel toestel te
lokaliseren dat is gekoppeld met Bluetooth draadloze
technologie en momenteel binnen bereik is.
1 Houd LIGHT ingedrukt om het bedieningsmenu weer te
geven.
2 Selecteer Vind mijn telefoon.
Het Forerunner toestel begint nu met zoeken naar uw
gekoppelde mobiele toestel. U hoort een waarschuwing op
uw mobiele toestel en de signaalsterkte van Bluetooth wordt
weergegeven op het Forerunner toestelscherm. De Bluetooth
signaalsterkte wordt hoger naarmate u dichter bij uw mobiele
toestel komt.
3 Selecteer BACK om te stoppen met zoeken.
Widgets
Uw toestel wordt geleverd met vooraf geïnstalleerde widgets die
u direct informatie geven. Voor sommige widgets is een
Bluetooth verbinding met een compatibele smartphone vereist.
Slimme functies
Sommige widgets zijn standaard niet zichtbaar. U kunt deze
handmatig toevoegen aan de widgetlijst (De widgetlijst
aanpassen, pagina 31).
ABC: Geeft gecombineerde hoogtemeter-, barometer- en
kompasgegevens weer.
Body Battery: Geeft uw huidige Body Battery niveau weer en
een grafiek van uw Body Battery niveaus gedurende de
laatste paar uur.
Agenda: Geeft de in uw smartphone agenda geplande
afspraken weer.
Calorieën: Geeft uw caloriegegevens weer voor de huidige dag.
Kompas: Geeft een elektronisch kompas weer.
Honden volgen: Geeft de locatie-informatie van uw hond weer
als u een compatibel hondenvolgtoestel hebt gekoppeld met
uw Forerunner toestel.
Verdiepingen omhoog: Volgt het aantal verdiepingen dat u
hebt geklommen en uw vorderingen bij het bereiken van uw
doel.
Garmin Coach: Geeft geplande trainingen weer wanneer u een
Garmin Coach trainingsplan selecteert in uw Garmin Connect
account.
Gezondheidsstatistieken: Geeft een dynamisch overzicht van
uw huidige gezondheidsstatistieken. De metingen omvatten
hartslag, Body Battery niveau, stress en meer.
Hartslag: Toont uw huidige hartslag in slagen per minuut (bpm)
en een grafiek van uw hartslag.
Geschiedenis: Geeft uw activiteitengeschiedenis en een grafiek
van uw geregistreerde activiteiten weer.
Minuten intensieve training: Houdt de tijd bij die u besteedt
aan activiteiten bij gemiddelde tot intensieve inspanning, het
aantal minuten dat u wekelijks wilt besteden aan intensieve
activiteiten en uw vorderingen om dat doel te halen.
inReach bedieningselementen: Hiermee kunt u berichten
verzenden op uw gekoppelde inReach toestel.
Laatste activiteit: Geeft een kort overzicht weer van uw laatst
vastgelegde activiteit, zoals een hardloop-, fiets- of
zwemsessie.
Muziekbediening: Hiermee kunt u de muziekspeler op uw
smartphone of toestel bedienen.
Mijn dag: Geeft een dynamisch overzicht van uw activiteiten
van vandaag. Hierin staan uw getimede activiteiten, minuten
intensieve training, opgelopen trappen, stappentelling,
verbrande calorieën en meer.
Meldingen: Waarschuwt u bij inkomende oproepen, smsberichten, updates van sociale netwerken en meer volgens
de meldingsinstellingen op uw smartphone.
Prestaties: Deze prestatiemetingen helpen u om uw
trainingsactiviteiten en hardloopprestaties te volgen en te
analyseren.
Pulseoxymeter: Geeft het meest recente percentage
zuurstofsaturatie in het bloed en een grafiek van uw
metingen weer.
Stappen: Houdt uw dagelijkse aantal stappen, het stappendoel
en de gegevens van de afgelopen dagen bij.
Stress: Geeft uw huidige stressniveau en een grafiek van uw
stressniveau weer. U kunt een ademhalingsactiviteit doen om
u te helpen ontspannen.
Zonsopgang en -ondergang: Geeft zonsopkomst,
zonsondergang en schemering weer.
Trainingsstatus: Geeft uw huidige trainingsstatus en
trainingsbelasting weer, waaraan u kunt zien hoe uw training
uw conditieniveau en prestaties beïnvloedt.
VIRB bedieningselementen: Hiermee kunt u de camera
bedienen als u een VIRB toestel hebt gekoppeld met uw
Forerunner toestel.
®
21
Weer: Geeft de huidige temperatuur en weersverwachting weer.
Xero™ toestel: Hiermee wordt de laserlocatie-informatie
weergegeven als u een compatibel Xero toestel met uw
Forerunner toestel hebt gekoppeld.
De widgets gebruiken
Uw toestel wordt geleverd met vooraf geïnstalleerde widgets die
u direct informatie geven. Voor sommige widgets is een
Bluetooth verbinding met een compatibele smartphone vereist.
• Selecteer op de watch face UP of DOWN om de widgets
weer te geven.
Beschikbare widgets zijn onder andere hartslag en
activiteiten volgen. De prestatiewidget vereist diverse
activiteiten met hartslagmeting en hardloopsessies buiten
met GPS.
• Selecteer START om meer opties en functies voor een
widget weer te geven.
Over Mijn dag
De widget Mijn dag bevat een dagelijks snapshot van uw
activiteiten. Deze dynamische samenvatting wordt gedurende
de dag bijgewerkt. Zodra u een trap oploopt of een activiteit
vastlegt, wordt dat weergegeven in de widget. De gegevens
bevatten uw vastgelegde activiteiten, het aantal minuten
intensieve training in de week, het aantal beklommen trappen,
de stappentelling, het aantal verbrande calorieën en meer. U
kunt START selecteren om meer gegevens weer te geven.
Het bedieningsmenu weergeven
Het bedieningsmenu bevat opties om bijvoorbeeld de modus
Niet storen in te schakelen, de knoppen te vergrendelen of het
toestel uit te schakelen. U kunt ook de Garmin Pay
portemonnee openen.
OPMERKING: U kunt de opties toevoegen aan het
bedieningsmenu, de volgorde ervan wijzigen en ze verwijderen.
1 Houd LIGHT ingedrukt in een scherm.
2 Selecteer UP of DOWN om door de opties te bladeren.
Het bedieningsmenu aanpassen
U kunt snelkoppelingen toevoegen, verwijderen en de volgorde
ervan wijzigen in het bedieningsmenu (Het bedieningsmenu
weergeven, pagina 22).
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Bediening.
3 Selecteer een snelkoppeling die u wilt aanpassen.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Sorteer om de locatie van de snelkoppeling in
het bedieningsmenu te wijzigen.
• Selecteer Verwijder om de snelkoppeling uit het
bedieningsmenu te verwijderen.
5 Selecteer indien nodig Voeg toe om nog een snelkoppeling
aan het bedieningsmenu toe te voegen.
De weerwidget bekijken
Voor de weerwidget is een Bluetooth verbinding met een
compatibele smartphone vereist.
1 Selecteer UP of DOWN op de watch face om de weerwidget
weer te geven.
22
2 Selecteer START om weergegevens per uur te bekijken.
3 Selecteer DOWN om weergegevens per dag te bekijken.
De muziekbedieningsknoppen gebruiken
Voor muziekbedieningsfuncties is een Bluetooth verbinding met
een compatibele smartphone vereist.
1 Houd op de watch face LIGHT ingedrukt.
2 Selecteer .
3 Selecteer UP of DOWN om de muziekbedieningsknoppen te
gebruiken.
Connect IQ functies
U kunt Connect IQ functies van Garmin en andere leveranciers
aan uw horloge toevoegen via de Connect IQ website. U kunt
uw toestel aanpassen met watch faces, gegevensvelden,
widgets en apps.
Watch Faces: Hiermee kunt u de stijl van de klok aanpassen.
Gegevensvelden: Hiermee kunt u nieuwe gegevensvelden
downloaden die sensors, activiteiten en historische gegevens
op andere manieren presenteren. U kunt Connect IQ
gegevensvelden toevoegen aan ingebouwde functies en
pagina's.
Widgets: Hiermee kunt u direct informatie bekijken, zoals
sensorgegevens en meldingen.
Apps: Voeg interactieve functies toe aan uw horloge, zoals
nieuwe soorten buiten- en fitnessactiviteiten.
Connect IQ functies downloaden via uw computer
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
2 Ga naar apps.garmin.com en meld u aan.
3 Selecteer een Connect IQ functie en download deze.
4 Volg de instructies op het scherm.
Wi‑Fi connected functies
Activiteiten uploaden naar uw Garmin Connect account: Uw
activiteit wordt automatisch naar uw Garmin Connect account
verstuurd zodra u klaar bent met het vastleggen van de
activiteit.
Audiocontent: Hiermee kunt u audiocontent van externe
providers synchroniseren.
Software-updates: Uw toestel downloadt en installeert de
nieuwste software-update automatisch als er een Wi‑Fi
verbinding beschikbaar is.
Workouts en trainingsplannen: U kunt workouts en
trainingsplannen zoeken en selecteren op de Garmin
Connect site. De volgende keer dat uw toestel een Wi‑Fi
verbinding heeft, worden de bestanden draadloos naar uw
toestel verzonden.
Verbinding maken met een Wi‑Fi netwerk
U moet met uw toestel verbinding maken met de Garmin
Connect app op uw smartphone of met de Garmin Express™
applicatie op uw computer voordat u verbinding kunt maken met
een Wi‑Fi netwerk.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Wi-Fi > Mijn netwerken > Voeg
netwerk toe.
Een lijst met Wi‑Fi netwerken in de directe omgeving wordt
weergegeven.
3 Selecteer een netwerk.
4 Geef zo nodig het wachtwoord op voor het netwerk.
Het toestel maakt verbinding met het netwerk en het netwerk
wordt toegevoegd aan de lijst met opgeslagen netwerken. Het
toestel maakt automatisch opnieuw verbinding met dit netwerk,
als het binnen bereik is.
Slimme functies
Veiligheids- en trackingfuncties
VOORZICHTIG
Ongevaldetectie en hulp is een aanvullende functie en dient niet
te worden beschouwd als primaire methode voor het verkrijgen
van hulp bij ongelukken. De Garmin Connect app neemt geen
contact op met hulpdiensten namens u.
Het Forerunner toestel beschikt over veiligheids- en
trackingfuncties die moeten worden ingesteld met de Garmin
Connect app.
LET OP
Als u deze functies wilt gebruiken, moet u met de Garmin
Connect app verbonden zijn via Bluetooth technologie. U kunt
noodcontacten in uw Garmin Connect account invoeren.
Hulp: Hiermee kunt u een sms-bericht met uw naam en GPSlocatie naar uw contactpersonen voor noodgevallen
verzenden.
Ongevaldetectie: Via de Garmin Connect app kunt u een
bericht sturen naar uw contacten voor noodgevallen als het
Forerunner toestel een incident detecteert.
LiveTrack: Geef uw vrienden en familie de gelegenheid om uw
races en trainingsactiviteiten in real-time te volgen. U kunt
volgers uitnodigen via e-mail of social media, waardoor zij uw
live-gegevens op een Garmin Connect volgpagina kunnen
zien.
Live Event Sharing: Hiermee kunt u tijdens een evenement
berichten naar vrienden en familie sturen, met realtime
updates.
OPMERKING: Deze functie is alleen beschikbaar als uw
toestel is verbonden met een Android smartphone.
Contacten voor noodgevallen toevoegen
Telefoonnummers van contactpersonen voor noodgevallen
worden gebruikt voor het detecteren van incidenten en voor
assistentie.
1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
2 Selecteer Veiligheid & tracking > Ongevaldetectie &
assistentie > Contact voor noodgevallen toevoegen.
3 Volg de instructies op het scherm.
Hulp vragen
Voordat u hulp kunt aanvragen, moet u contactpersonen voor
noodgevallen instellen (Contacten voor noodgevallen
toevoegen, pagina 23).
1 Houd de knop ingedrukt.
2 Wanneer u drie trillingen voelt, laat u de knop los om de
hulpfunctie te activeren.
Het aftelscherm wordt weergegeven.
TIP: U kunt Annuleer selecteren voordat de afteltijd is
verstreken als u het bericht wilt annuleren.
Ongevaldetectie in- en uitschakelen
1 Houd ingedrukt in de wijzerplaat.
2 Selecteer Instellingen > Veiligh, tracking >
Ongevaldetectie.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Ongevaldetectie is alleen beschikbaar voor
buitenactiviteiten zoals lopen, hardlopen en fietsen.
Als door uw Forerunner toestel met GPS een ongeval wordt
gedetecteerd, kan de Garmin Connect app automatisch een
sms- en e-mailbericht met uw naam en GPS-locaties verzenden
naar uw contacten voor noodgevallen. Er wordt een bericht
weergegeven met de mededeling dat uw contacten na 30
seconden zullen worden gewaarschuwd. U kunt Annuleer
Veiligheids- en trackingfuncties
selecteren voordat de afteltijd is verstreken als u het bericht wilt
annuleren.
Een GroupTrack sessie starten
Voordat u een GroupTrack sessie kunt starten, moet u
beschikken over een Garmin Connect account, een compatibele
smartphone en de Garmin Connect app.
Deze instructies gelden voor het starten van een GroupTrack
sessie met Forerunner een toestel. Als uw connecties andere
compatibele toestellen hebben, kunt u deze op de kaart zien. Op
de andere toestellen kunnen GroupTrack fietsers mogelijk niet
worden weergegeven op de kaart.
1 Ga naar buiten en schakel het Forerunner toestel in.
2 Koppel uw smartphone met het Forerunner toestel (Uw
smartphone koppelen met uw toestel, pagina 20).
3 Houd op het Forerunner toestel ingedrukt en selecteer
Veiligh, tracking > GroupTrack > Toon op kaart als u de
weergave van connecties op het kaartscherm wilt
inschakelen.
4 In het instellingmenu van de Garmin Connect app selecteert
u Veiligheid & tracking > LiveTrack > GroupTrack.
5 Als u meerdere compatibele toestellen hebt, selecteert u een
toestel voor de GroupTrack sessie.
6 Selecteer Zichtbaar voor > Alle connecties.
7 Selecteer Start LiveTrack.
8 Start een activiteit op het Forerunner toestel.
9 Blader naar de kaart om uw connecties weer te geven.
TIP: Op de kaart kunt u
ingedrukt houden en Nabije
connecties selecteren om de afstand, de richting en het
tempo of de snelheid weer te geven van andere connecties in
de GroupTrack sessie.
Tips voor GroupTrack sessies
Met de functie GroupTrack kunt u andere connecties in uw
groep die LiveTrack gebruiken, direct op het scherm volgen. Alle
leden van de groep moeten connecties van u zijn in uw Garmin
Connect account.
• Start uw activiteit buiten met GPS.
• Koppel uw Forerunner toestel met uw smartphone via
Bluetooth technologie.
• Selecteer in het instellingenmenu van de Garmin Connect
app Connecties om de lijst met connecties voor uw
GroupTrack sessie bij te werken.
• Zorg dat al uw connecties zijn gekoppeld met hun
smartphones en start een LiveTrack sessie in de Garmin
Connect app.
• Zorg dat al uw connecties binnen bereik zijn (40 km of
25 mijl).
• Blader tijdens een GroupTrack sessie, naar de kaart om uw
connecties te bekijken (Een kaart aan een activiteit
toevoegen, pagina 32).
Muziek
U kunt audiocontent downloaden naar uw toestel vanaf uw
computer of een externe provider, zodat u muziek kunt luisteren
als u uw smartphone niet binnen handbereik hebt. Om
audiocontent te beluisteren dat op uw toestel is opgeslagen,
moet u een hoofdtelefoon met Bluetooth technologie aansluiten.
U kunt de muziekbediening gebruiken om de muziek op uw
smartphone te bedienen of om muziek af te spelen die op uw
toestel is opgeslagen.
23
Verbinding maken met een externe provider
3 Selecteer in de lijst Mijn muziek of iTunes Library, een
Voordat u muziek of andere audiobestanden van een
ondersteunde externe provider kunt downloaden naar een
compatibel horloge, moet u verbinding maken met de provider
met de Garmin Connect app.
1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
2 Selecteer Garmin toestellen en selecteer vervolgens uw
toestel.
3 Selecteer Muziek.
4 Selecteer een optie:
• Als u verbinding wilt maken met een geïnstalleerde
provider, selecteert u de provider en volgt u de instructies
op het scherm.
• Wanneer u verbinding wilt maken met een nieuwe
provider selecteer Muziekapps downloaden. Zoek
vervolgens een provider en volg de instructies op het
scherm.
1 Houd DOWN ingedrukt vanaf een willekeurig scherm om de
audiobestandscategorie, zoals nummers of afspeellijsten.
4 Schakel de selectievakjes in voor de audiobestanden, en
selecteer Verzend naar toestel.
Selecteer
indien nodig in de lijst Forerunner een categorie,
5
schakel de selectievakjes in en selecteer Verwijder van
toestel om audiobestanden te verwijderen.
Luisteren naar muziek
2
3
4
Spotify
®
Spotify is een digitale muziekservice die u toegang biedt tot
miljoenen nummers.
TIP: Voor Spotify integratie moet de Spotify app op uw mobiele
telefoon zijn geïnstalleerd. Een compatibel digitaal mobiel
toestel en een premium abonnement zijn vereist, indien
beschikbaar. Ga naar www.garmin.com/.
Dit product is voorzien van Spotify software, waarop de
volgende licenties van derden van toepassing zijn:
https://developer.spotify.com/legal/third-party-licenses. Voorzie
elke reis van muziek via Spotify. Speel nummers af van uw
favoriete artiesten of laat Spotify u entertainen.
5
muziekbediening te openen.
Sluit uw hoofdtelefoon met Bluetooth technologie aan
(Hoofdtelefoon aansluiten met Bluetooth technologie,
pagina 24).
Houd
ingedrukt.
Selecteer Muziekproviders, en selecteer een optie:
• Als u vanaf uw computer naar naar het horloge
gedownloade muziek wilt luisteren, selecteert u Mijn
muziek (Persoonlijke audiocontent downloaden,
pagina 24).
• Selecteer Tel. bedienen om vanaf uw smartphone naar
muziek te luisteren.
• Selecteer de naam van de provider om naar muziek van
derden te luisteren.
Selecteer om de bediening voor het afspelen van muziek
te openen.
Bediening voor afspelen van muziek
Audio-inhoud downloaden van Spotify
Voordat u audiocontent van Spotify kunt downloaden, moet u
verbonden zijn met een Wi‑Fi netwerk (Verbinding maken met
een Wi‑Fi netwerk, pagina 22).
1 Houd DOWN ingedrukt vanaf een willekeurig scherm om de
muziekbediening te openen.
2 Houd UP ingedrukt.
3 Selecteer Muziekproviders > Spotify.
4 Selecteer Voeg muziek en podcasts toe.
5 Selecteer een afspeellijst of ander item om naar het toestel te
downloaden.
OPMERKING: Door het downloaden van audio-inhoud kan
de batterij snel leegraken. Mogelijk dient u het toestel aan te
sluiten op een externe voedingsbron als de resterende
batterijduur onvoldoende is.
De geselecteerde afspeellijsten en andere items worden naar
het toestel gedownload.
Persoonlijke audiocontent downloaden
Voordat u persoonlijke muziek naar uw toestel kunt verzenden,
moet u de Garmin Express app op uw computer installeren
(www.garmin.com/express).
U kunt uw persoonlijke audiobestanden, zoals .mp3- en .aacbestanden, naar een Forerunner toestel laden vanaf uw
computer.
1 Sluit het toestel met de meegeleverde USB-kabel aan op uw
computer.
2 Open de app Garmin Express op uw computer, selecteer uw
toestel en selecteer Muziek.
TIP: Bij Windows computers, kunt u
selecteren en naar
de map met uw audiobestanden bladeren. Bij Apple
computers, maakt de Garmin Express app gebruik van uw
iTunes bibliotheek.
Selecteer om content van sommige externe providers te beheren.
Selecteer om naar de audiobestanden en afspeellijsten te
bladeren voor de geselecteerde bron.
Selecteer om het volume aan te passen.
Selecteer om het huidige audiobestand af te spelen en te
pauzeren.
Selecteer om naar het volgende audiobestand in de afspeellijst te
gaan.
Houd ingedrukt om het huidige audiobestand vooruit te spoelen.
Selecteer om het huidige audiobestand opnieuw te starten.
Selecteer twee keer om naar het vorige audiobestand in de
afspeellijst te gaan.
Houd ingedrukt om het huidige audiobestand terug te spoelen.
Selecteer om de herhaalmodus te wijzigen.
Selecteer om de shuffle-modus te wijzigen.
Bediening voor afspelen van muziek op een
verbonden smartphone
1 Start op uw smartphone het afspelen van een nummer of een
afspeellijst.
2 Op uw Forerunner toestel houdt u DOWN ingedrukt vanaf
een willekeurig scherm om de muziekbediening te openen.
3 Selecteer Muziekproviders > Tel. bedienen.
®
®
®
24
Hoofdtelefoon aansluiten met Bluetooth
technologie
Om muziek te luisteren die op uw Forerunner toestel is geladen,
moet u een hoofdtelefoon met Bluetooth technologie aansluiten.
Muziek
1
2
3
4
Houd uw hoofdtelefoon binnen 2 m (6,6 ft.) van uw toestel.
Schakel de koppelingstatus in op de hoofdtelefoon.
ingedrukt.
Houd
Selecteer Instellingen > Muziek > Hoofdtelefoon > Voeg
toe.
5 Selecteer uw hoofdtelefoon om het koppelen te voltooien.
Garmin Pay
Met de functie Garmin Pay kunt u met uw horloge aankopen
betalen bij deelnemende winkels door een creditcard of bankpas
te gebruiken die is uitgegeven door een deelnemende financiële
instelling.
Uw Garmin Pay portemonnee instellen
U kunt een of meer deelnemende creditcards of bankpassen
aan uw Garmin Pay portemonnee toevoegen. Ga naar
garmin.com/garminpay/banks en ontdek welke financiële
instellingen meedoen.
1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
2 Selecteer Garmin toestellen, en vervolgens uw Forerunner
toestel.
3 Selecteer Garmin Pay > Maak uw portemonnee.
4 Volg de instructies op het scherm.
Een aankoop betalen via uw horloge
Voordat u met uw horloge aankopen kunt betalen, moet u
minimaal één betaalkaart instellen.
U kunt met uw horloge aankopen betalen in een deelnemende
winkel.
1 Houd LIGHT ingedrukt.
2 Selecteer Portemonnee.
3 Voer uw pincode van vier cijfers in.
OPMERKING: Als u uw pincode drie keer onjuist invoert,
wordt uw portemonnee vergrendeld en moet u uw pincode
opnieuw instellen in de Garmin Connect app.
Uw laatst gebruikte betaalkaart wordt weergegeven.
Een kaart toevoegen aan uw Garmin Pay
portemonnee
U kunt maximaal tien creditcards of bankpassen toevoegen aan
uw Garmin Pay portemonnee.
1 Selecteer op de pagina van het Forerunner toestel in de
Garmin Connect app de optie Garmin Pay > .
2 Volg de instructies op het scherm om de kaartinformatie in te
voeren en de kaart toe te voegen aan uw portemonnee.
Nadat de kaart is toegevoegd, kunt u de kaart selecteren op uw
horloge wanneer u een betaling doet.
Uw Garmin Pay portemonnee beheren
U kunt gedetailleerde informatie over elk van uw betaalkaarten
weergeven en u kunt een kaart blokkeren, activeren of
verwijderen. U kunt ook uw hele Garmin Pay portemonnee
blokkeren of verwijderen.
OPMERKING: In sommige landen zijn de portemonneefuncties
mogelijk beperkt door de deelnemende financiële instellingen.
1 Selecteer op de Forerunner toestelpagina in de Garmin
Connect app Garmin Pay > Uw portemonnee beheren.
2 Selecteer een optie:
• Om een specifieke kaart te blokkeren, selecteert u de
kaart en selecteert u Onderbreek.
De kaart moet actief zijn om aankopen te kunnen doen
met uw Forerunner toestel.
• Als u alle kaarten in uw portemonnee tijdelijk wilt
blokkeren, selecteert u Portemonnee buiten werking
stellen.
U kunt niet betalen met uw Forerunner toestel totdat u
minimaal één kaart hebt gedeblokkeerd met de app.
• Om de blokkering van uw portemonnee op te heffen,
selecteert u Tijdelijke buitengebruikstelling
portemonnee opheffen.
• Als u een specifieke kaart wilt verwijderen, selecteert u de
kaart en selecteert u Wis.
De kaart wordt volledig uit uw portemonnee verwijderd.
Als u deze kaart in de toekomst wilt toevoegen aan uw
portemonnee, moet u de kaartinformatie opnieuw
invoeren.
• Als u alle kaarten in uw portemonnee wilt verwijderen,
selecteert u Portemonnee verwijderen.
Uw Garmin Pay portemonnee en alle bijbehorende
kaartinformatie worden verwijderd. U kunt niet betalen met
uw Forerunner toestel totdat u een nieuwe portemonnee
hebt gemaakt en een kaart hebt toegevoegd.
Uw Garmin Pay pincode wijzigen
4 Als u meerdere kaarten hebt toegevoegd aan uw Garmin Pay
portemonnee, selecteert u DOWN om een andere kaart te
gebruiken (optioneel).
5 Houd uw horloge binnen 60 seconden bij de lezer, met het
scherm in de richting van de lezer.
Het horloge trilt en u ziet een vinkje op het scherm wanneer
de communicatie met de lezer is voltooid.
6 Volg de instructies op de kaartlezer, indien nodig, om de
transactie te voltooien.
TIP: Nadat u de juiste pincode hebt ingevoerd, kunt u
gedurende 24 uur betalingen doen zonder pincode zolang u het
horloge draagt. Als u het horloge afdoet of als u de
hartslagmeting uitschakelt, moet u de pincode opnieuw invoeren
om een betaling te doen.
U dient uw huidige pincode te weten om deze te kunnen
wijzigen. U kunt de pincode niet opvragen. Als u uw pincode
vergeet, moet u uw portemonnee verwijderen, een nieuwe
maken en uw kaartinformatie opnieuw invoeren.
U kunt de pincode wijzigen die vereist is voor toegang tot uw
Garmin Pay portemonnee op uw Forerunner toestel.
1 Selecteer op de pagina van het Forerunner toestel in de
Garmin Connect app de optie Garmin Pay > Pincode
opnieuw instellen.
2 Volg de instructies op het scherm.
De volgende keer dat u betaalt met uw Forerunner toestel, moet
u de nieuwe pincode invoeren.
Geschiedenis
Tot de geschiedenisgegevens behoren tijd, afstand, calorieën,
gemiddeld tempo of gemiddelde snelheid, rondegegevens en
optionele sensorgegevens.
Garmin Pay
25
OPMERKING: Als het geheugen van toestel vol is, worden de
oudste gegevens overschreven.
3 Selecteer UP of DOWN om de totalen van de afstandteller
Werken met de geschiedenis
Geschiedenis verwijderen
De geschiedenis bevat voorgaande activiteiten die u op het
toestel hebt opgeslagen.
Het toestel heeft een geschiedeniswidget voor snelle toegang
tot uw activiteitgegevens (Widgets, pagina 21).
1 Houd ingedrukt in de wijzerplaat.
2 Selecteer Geschiedenis > Activiteiten.
3 Selecteer een activiteit.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Alle statistieken om extra informatie over de
activiteit weer te geven.
• Selecteer Training Effect (Training Effect, pagina 15) om
het effect van de activiteit op uw aerobe en anaerobe
fitness weer te geven.
• Selecteer Hartslag (Tijd in elke hartslagzone weergeven,
pagina 26) om uw tijd in elke hartslagzone weer te
geven.
• Selecteer Ronden om een ronde te selecteren en extra
informatie weer te geven over elke ronde.
• Selecteer Sets om een oefeningenset te selecteren en
extra informatie weer te geven over elke set.
• Selecteer Kaart om de activiteit op de kaart weer te
geven.
• Selecteer Hoogteprofiel om een hoogtegrafiek van de
activiteit weer te geven.
• Selecteer Wis om de geselecteerde activiteit te
verwijderen.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Opties.
3 Selecteer een optie:
Multisportgeschiedenis
Op uw toestel worden de algehele gegevens van uw
multisportactiviteiten opgeslagen, inclusief totale afstand, tijd,
calorieën en optionele aanvullende gegevens. Op uw toestel
worden ook per sportsegment en overgang de
activiteitgegevens gescheiden, zodat u soortgelijke
trainingsactiviteiten kunt vergelijken en kunt zien hoe snel u de
overgangen doorloopt. De overgangsgeschiedenis omvat
afstand, tijd, gemiddelde snelheid en calorieën.
weer te geven.
• Selecteer Wis alle activiteiten om alle activiteiten uit de
geschiedenis te verwijderen.
• Selecteer Herstel totalen om alle totalen voor afstand en
tijd te herstellen.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
Garmin Connect
U kunt contact houden met uw vrienden op Garmin Connect.
Garmin Connect biedt u de hulpmiddelen om te volgen, te
analyseren, te delen en elkaar aan te moedigen. Leg de
prestaties van uw actieve lifestyle vast, zoals hardloopsessies,
wandelingen, fietstochten, zwemsessies, hikes, triatlons en
meer. Meld u aan voor een gratis account op
connect.garmin.com.
Uw activiteiten opslaan: Nadat u een activiteit met uw toestel
hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die activiteit uploaden
naar uw Garmin Connect account en zo lang bewaren als u
wilt.
Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde
informatie over uw activiteit weergeven, zoals tijd, afstand,
hoogte, hartslag, verbrande calorieën, cadans,
hardloopdynamica, een bovenaanzicht van de kaart, tempoen snelheidsgrafieken, en instelbare rapporten.
OPMERKING: Voor sommige gegevens hebt u een optioneel
accessoire nodig, zoals een hartslagmeter.
Tijd in elke hartslagzone weergeven
Het bekijken van uw tijd in elke hartslagzone kan u helpen bij
het aanpassen van uw trainingsintensiteit.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Activiteiten.
3 Selecteer een activiteit.
4 Selecteer Hartslag.
Gegevenstotalen weergeven
U kunt gegevens over de totaal afgelegde afstand en totaal
verstreken tijd weergeven die zijn opgeslagen op uw toestel.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Totalen.
3 Selecteer indien nodig een activiteit.
4 Selecteer een optie om uw wekelijkse of maandelijkse totalen
weer te geven.
De afstandteller gebruiker
De afstandteller houdt automatisch de in totaal afgelegde
afstand, het bereikte hoogteverschil en de tijd bij tijdens
activiteiten.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Totalen > Kilometerteller.
26
Uw training plannen: U kunt een fitnessdoelstelling kiezen en
een van de dagelijkse trainingsplannen laden.
Uw voortgang volgen: U kunt uw dagelijkse aantal stappen
bijhouden, uzelf vergelijken met uw connecties en uw doelen
behalen.
Uw activiteiten delen: U kunt contact houden met vrienden en
elkaars activiteiten volgen of koppelingen naar uw activiteiten
plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.
Uw instellingen beheren: U kunt uw toestel- en
gebruikersinstellingen aanpassen via uw Garmin Connect
account.
De Connect IQ store gebruiken: U kunt apps, watch face,
gegevensvelden en widgets downloaden.
Garmin Connect op uw computer gebruiken
De Garmin Express toepassing maakt verbinding tussen uw
toestel en uw Garmin Connect account met behulp van een
computer. U kunt de Garmin Express toepassing gebruiken om
Geschiedenis
uw activiteitgegevens te uploaden naar uw Garmin Connect
account en gegevens zoals workouts en trainingsschema's van
de Garmin Connect website naar uw toestel te verzenden. U
kunt ook software-updates voor uw toestel installeren en uw
Connect IQ apps beheren.
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
2 Ga naar www.garmin.com/express.
3 Download en installeer de Garmin Express toepassing.
4 Open de Garmin Express toepassing en selecteer Voeg
toestel toe.
5 Volg de instructies op het scherm.
Gegevensbeheer
OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95,
98, ME, Windows NT , en Mac OS 10.3 en ouder.
®
®
Bestanden verwijderen
LET OP
Als u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan
niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke
systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.
1
2
3
4
Open het Garmin station of volume.
Open zo nodig een map of volume.
Selecteer een bestand.
Druk op het toetsenbord op de toets Delete.
OPMERKING: Mac besturingssystemen bieden een beperkte
ondersteuning voor MTP-bestandsoverdracht. U moet het
Garmin station op een Windows besturingssysteem openen.
U moet de Garmin Express toepassing gebruiken om
muziekbestanden van uw toestel te verwijderen.
Navigatie
Gebruik de GPS-navigatiefuncties op uw toestel om uw route op
een kaart te bekijken, locaties op te slaan en uw weg naar huis
te vinden.
5
6
7
8
9
Geef een naam op voor de koers en selecteer .
Selecteer Voeg locatie toe.
Selecteer een optie.
Herhaal indien nodig de stappen 4 en 5.
Selecteer OK > Start koers.
Navigatie-informatie wordt weergegeven.
10 Selecteer START om te beginnen met navigeren.
Een rondrit maken
Het toestel kan een rondrit maken op basis van de opgegeven
afstand en de navigatierichting.
1 Selecteer START op de watch face.
2 Selecteer Hardlopen of Fietsen.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Navigatie > Rondrit.
5 Voer de totale afstand voor de koers in.
6 Selecteer een richting.
Er worden maximaal drie koersen gemaakt. Selecteer DOWN
als u de koersen wilt weergeven.
7 Selecteer START om een koers te selecteren.
8 Selecteer een optie:
• Selecteer Ga om te beginnen met navigeren.
• Selecteer Kaart als u de koers op de kaart wilt weergeven
en wilt schuiven of in- of uitzoomen op de kaart.
• Selecteer Afslag-voor-afslag als u een lijst met afslagen
in de koers wilt weergeven.
• Selecteer Hoogteprofiel om een hoogtegrafiek van de
koers weer te geven.
• Selecteer Sla op om de koers op te slaan.
• Selecteer Categorieën bekijken als u een lijst met
stijgingen in de koers wilt weergeven.
Uw locatie bewaren
U kunt uw huidige locatie opslaan om er later naartoe terug te
kunnen navigeren.
OPMERKING: U kunt opties toevoegen aan het
bedieningsmenu.
1 Houd LIGHT ingedrukt.
2 Selecteer Locatie opslaan.
3 Volg de instructies op het scherm.
Uw opgeslagen locaties verwijderen
Koersen
U kunt vanuit uw Garmin Connect een koers verzenden naar uw
toestel. Als de koers op uw toestel is opgeslagen, kunt u deze
daarop volgen.
U kunt bijvoorbeeld een vastgelegde koers volgen omdat de
route u beviel. Of u kunt een fietsvriendelijke route naar uw werk
vastleggen en volgen.
U kunt een vastgelegde koers ook volgen om te proberen
eerdere prestaties op de koers te evenaren of te verbeteren.
Stel bijvoorbeeld dat u de originele koers in 30 minuten hebt
voltooid. U kunt dan nu tegen een Virtual Partner racen om te
proberen de koers in minder dan 30 minuten af te leggen.
Een koers maken en volgen op uw toestel
1 Selecteer START op de watch face.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Navigeer > Koersen > Maak nieuw.
Navigatie
U kunt een opgeslagen locatie verwijderen of de naam en de
hoogte- en positiegegevens ervan wijzigen.
1 Selecteer op de watch face START > Navigeer >
Opgeslagen locaties.
2 Selecteer een opgeslagen locatie.
3 Selecteer een optie om de locatie te bewerken.
Een via-punt projecteren
U kunt een nieuwe locatie maken door de afstand en peiling te
projecteren vanaf uw huidige locatie naar een nieuwe locatie.
1 Selecteer zo nodig START > Voeg toe > Projec. wayp om
de app voor het projecteren van via-punten aan uw lijst met
apps toe te voegen.
2 Selecteer Ja om de app aan uw lijst met favorieten toe te
voegen.
3 Selecteer op de watch face START > Projec. wayp.
4 Selecteer UP or DOWN om de koers in te stellen.
5 Selecteer START.
6 Selecteer DOWN om een meeteenheid te selecteren.
27
7 Selecteer UP om de afstand in te voeren.
8 Selecteer START om de wijzigingen op te slaan.
Het geprojecteerde via-punt wordt opgeslagen onder een
standaardnaam.
Navigeren naar een bestemming
U kunt uw toestel gebruiken om naar een bestemming te
navigeren of om een koers te volgen.
1 Selecteer op de watch face START > Navigeer.
2 Selecteer een categorie.
3 Kies een bestemming door de vragen op het scherm te
beantwoorden.
4 Selecteer Ga naar.
Navigatie-informatie wordt weergegeven.
5 Selecteer START om te beginnen met navigeren.
• Selecteer TracBack om langs de afgelegde route naar het
startpunt van uw activiteit te navigeren.
• Als u niet over een ondersteunde kaart beschikt of als u
directe routebepaling gebruikt, selecteert u Route om in
een rechte lijn naar het startpunt van uw activiteit te
navigeren.
• Als u directe routebepaling niet gebruikt, selecteert u
Route om met behulp van een uitgebreide
routebeschrijving naar het startpunt van uw activiteit te
navigeren.
Naar een nuttig punt navigeren
Als de op uw toestel geïnstalleerde kaartgegevens nuttige
punten omvatten, kunt daar naartoe navigeren.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Navigatie > Nuttige punten en selecteer
vervolgens een categorie.
Een lijst van nuttige punten in de buurt van uw locatie wordt
weergegeven.
5 Selecteer indien nodig een optie:
• Als u in de buurt van een andere locatie wilt zoeken,
selecteert u Zoek nabij en vervolgens een locatie.
• Als u op naam naar een nuttig punt wilt zoeken, selecteert
u Spelzoeken en voert u een naam in. Selecteer daarna
Zoek nabij en tot slot een locatie.
6 Selecteer een van de nuttige punten in de zoekresultaten.
7 Selecteer Ga.
Navigatie-informatie wordt weergegeven.
8 Selecteer START om te beginnen met navigeren.
Nuttige punten
Een nuttig punt is een plek met een voor u nuttige of
interessante functie. Nuttige punten worden gegroepeerd in
categorieën en omvatten bekende reisdoelen als tankstations,
restaurants, hotels en entertainmentcentra.
Navigeren met Peil en ga
U kunt het toestel op een object in de verte richten, bijvoorbeeld
een watertoren, de richting vergrendelen en dan naar het object
navigeren.
1 Selecteer op de watch face START > Navigeer > Peil en ga.
2 Wijs met de bovenkant van het horloge naar een object en
selecteer START.
Navigatie-informatie wordt weergegeven.
3 Selecteer START om te beginnen met navigeren.
Tijdens een activiteit navigeren naar uw
vertrekpunt
U kunt in een rechte lijn of langs de afgelegde route terug
navigeren naar het vertrekpunt van uw huidige activiteit. Deze
functie is alleen beschikbaar voor activiteiten waarbij GPS wordt
gebruikt.
1 Selecteer tijdens een activiteit STOP > Terug naar start.
2 Selecteer een optie:
28
Uw huidige locatie , het te volgen spoor
en uw
bestemming
worden op de kaart weergegeven.
Navigeren naar het vertrekpunt van uw laatst
opgeslagen activiteit
U kunt in een rechte lijn of langs de afgelegde route terug
navigeren naar het vertrekpunt van uw laatst opgeslagen
activiteit. Deze functie is alleen beschikbaar voor activiteiten
waarbij GPS wordt gebruikt.
1 Selecteer START > Navigeer > Activiteiten.
2 Selecteer de laatste opgeslagen activiteit.
3 Selecteer Terug naar start.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer TracBack om langs de afgelegde route naar het
startpunt van uw activiteit te navigeren.
• Selecteer Route om in een rechte lijn naar het startpunt
van uw activiteit te navigeren.
5 Selecteer DOWN om het kompas weer te geven (optioneel).
De pijl wijst naar het startpunt.
Een Man-over-boord-locatie markeren en de
navigatie ernaartoe starten
U kunt een Man-over-boord-locatie (MOB) opslaan en de
navigatie naar dat punt automatisch starten.
TIP: U kunt de functie voor het ingedrukt houden van de
knoppen aanpassen om toegang te krijgen tot de MOB-functie
(De sneltoetsen aanpassen, pagina 37).
Selecteer op de watch face START > Navigeer > Laatste
MOB.
Navigatie-informatie wordt weergegeven.
Stoppen met navigeren
1 Houd tijdens de activiteit ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie stoppen.
Kaart
geeft uw positie op de kaart aan. Namen en symbolen van
locaties worden weergegeven op de kaart. Als u naar een
bestemming navigeert, wordt de route met een lijn op de kaart
gemarkeerd.
• Kaartnavigatie (Schuiven en zoomen op de kaart,
pagina 29)
• Kaartinstellingen (Kaartinstellingen, pagina 29)
Navigatie
De kaart weergeven
1 Een buitenactiviteit starten.
2 Selecteer UP of DOWN om door het kaartscherm te
bladeren.
3 Houd ingedrukt en selecteer een optie:
• Selecteer Pan/Zoom als u wilt schuiven of in- of
uitzoomen op de kaart.
TIP: Selecteer START om te schakelen tussen naar
boven en naar beneden schuiven, naar links en naar
rechts schuiven, of zoomen. Houd START ingedrukt om
het punt te selecteren dat wordt aangeduid door het
dradenkruis.
• Selecteer Om me heen als u nabij gelegen nuttige punten
en via-punten wilt weergeven.
Naar een locatie op de kaart navigeren of een locatie
opslaan
U kunt elke locatie op de kaart selecteren. U kunt de locatie
opslaan of er naartoe navigeren.
1 Houd ingedrukt op de kaartpagina.
2 Selecteer Pan/Zoom.
Op de kaart worden besturingselementen en een dradenkruis
weergegeven.
3 Verschuif (pan) en zoom de kaart om de locatie in het
midden van het dradenkruis te plaatsen.
4 Houd START ingedrukt om het punt te selecteren dat wordt
aangeduid door het dradenkruis.
5 Selecteer zo nodig een nabij gelegen nuttig punt.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Ga om naar de locatie te navigeren.
• Selecteer Locatie opslaan om de locatie op te slaan.
• Selecteer Bekijk om informatie over de locatie weer te
geven.
Navigeren met de functie Om me heen
Met de functie Om me heen kunt u navigeren naar nabij gelegen
nuttige punten en waypoints.
OPMERKING: De op uw toestel geïnstalleerde kaartgegevens
moeten nuttige punten bevatten om daar naartoe te kunnen
navigeren.
1 Houd op de kaart ingedrukt.
2 Selecteer Om me heen.
Op de kaart worden pictogrammen weergegeven die nuttige
punten of waypoints aanduiden.
3 Selecteer UP of DOWN om een gedeelte van de kaart te
markeren.
4 Selecteer STOP.
In het gemarkeerde gedeelte van de kaart wordt een lijst met
nuttige punten en waypoints weergegeven.
5 Selecteer een locatie.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Ga om naar de locatie te navigeren.
• Selecteer Kaart om de locatie op de kaart weer te geven.
• Selecteer Locatie opslaan om de locatie op te slaan.
Navigatie
• Selecteer Bekijk om informatie over de locatie weer te
geven.
Schuiven en zoomen op de kaart
1 Selecteer tijdens het navigeren UP of DOWN om de kaart te
bekijken.
2 Houd ingedrukt.
3 Selecteer Pan/Zoom.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer START om te schakelen tussen naar boven en
naar beneden schuiven, naar links en naar rechts
schuiven, of zoomen.
• Selecteer UP en DOWN om op de kaart te schuiven of te
zoomen.
• Selecteer BACK om af te sluiten.
Kaartinstellingen
U kunt de weergave van de kaart in de kaart-app en op
gegevensschermen aanpassen.
Houd op de watch face
ingedrukt en selecteer Instellingen >
Kaart.
Oriëntatie: Hiermee stelt u de oriëntatie van de kaart in.
Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de pagina
weer te geven. Selecteer Koers boven om uw huidige
reisrichting boven aan de pagina weer te geven.
Gebruikerslocaties: Hiermee worden opgeslagen locaties op
de kaart weergegeven of verborgen.
Automatisch zoomen: Hiermee wordt automatisch het juiste
zoomniveau geselecteerd voor optimaal gebruik van de
kaart. Als u deze functie uitschakelt, moet u handmatig in- en
uitzoomen.
Zet vast op weg: Zet het positiepictogram, dat uw positie op de
kaart aangeeft, vast op de dichtstbijzijnde weg.
Spoorlog: Hiermee wordt het spoorlog, of de route die u hebt
afgelegd, in de vorm van een gekleurde lijn op de kaart
weergegeven of verborgen.
Spoorkleur: Hiermee wijzigt u de spoorlogkleur.
Detail: Hiermee stelt u in hoeveel details op de kaart worden
weergegeven. Door het weergeven van meer details is het
mogelijk dat de kaart langzamer opnieuw wordt getekend.
Maritiem: Hiermee stelt u de kaart in om gegevens in de
waterkaartmodus weer te geven.
Segmenten tekenen: Hiermee worden segmenten als een
gekleurde lijn op de kaart weergegeven of verborgen.
Contouren tekenen: Hiermee worden contourlijnen op de kaart
weergegeven of verborgen.
Hoogtemeter en barometer
Het toestel is uitgerust met een ingebouwde hoogtemeter en
barometer. Het toestel verzamelt voortdurend hoogte- en
luchtdrukgegevens, ook in de lage-energiemodus. Op de
hoogtemeter wordt uw geschatte hoogte weergegeven op basis
van luchtdrukverschillen. Op de barometer worden gegevens
over omgevingsluchtdruk weergegeven op basis van de vaste
hoogte waarop de hoogtemeter voor het laatst is gekalibreerd
(Hoogtemeterinstellingen, pagina 36). Als u de hoogtemeter- of
barometerinstellingen snel wilt openen, selecteert u START in
de hoogtemeter- of barometer-widgets.
Kompas
Het toestel is voorzien van een kompas met drie assen en
automatische kalibratie. De kompasfuncties en -weergave
veranderen op basis van uw activiteit, of GPS is ingeschakeld
en of u naar een bestemming navigeert. U kunt de
kompasinstellingen handmatig wijzigen (Kompasinstellingen,
29
pagina 35). Als u de kompasinstellingen snel wilt openen,
selecteert u START in de kompaswidget.
Navigatie-instellingen
U kunt tijdens het navigeren naar een bestemming de functies
en vormgeving van de kaart aanpassen.
Kaartfuncties aanpassen
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Navigatie > Gegevensschermen.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Kaart om de kaart in of uit te schakelen.
• Selecteer Begeleid om een gidspagina in of uit te
schakelen waarop de kompasrichting of de koers wordt
weergegeven die u tijdens het navigeren moet volgen.
• Selecteer Hoogteprofiel om de hoogtegrafiek in of uit te
schakelen.
• Selecteer een scherm dat u wilt toevoegen, verwijderen of
aanpassen.
Koerswijzer
De koerswijzer komt het beste van pas als u in een rechte lijn
naar uw bestemming navigeert, bijvoorbeeld op het water.
Hiermee kunt u terug navigeren naar de koerslijn als u van de
koers afwijkt om obstakels of hindernissen te vermijden.
De koerswijzer
geeft uw relatie aan tot de koerslijn die naar
uw bestemming leidt. De koersafwijkingsindicator (CDI)
geeft
de afwijking (links of rechts) ten opzichte van de koers weer. De
stippen
geven aan hoe ver u van de koers bent afgeweken.
Een koersindicator instellen
U kunt een koersindicator instellen die wordt weergegeven op
uw gegevenspagina's tijdens het navigeren. De indicator wijst in
de richting van uw doel.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Navigatie > Koersindicator.
Navigatiewaarschuwingen instellen
U kunt waarschuwingen instellen om u te helpen navigeren naar
uw bestemming.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Navigatie > Waarschuwingen.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Afstand tot einddoel om een waarschuwing in
te stellen voor een bepaalde afstand tot uw
eindbestemming.
• Selecteer Bestemming ETE om een waarschuwing in te
stellen voor een resterende geschatte tijd tot u aankomt
op uw eindbestemming.
• Selecteer Uit koers om een waarschuwing in te stellen
voor als u van uw koers afraakt.
• Selecteer Afslagaanwijzingen om afslag-voor-afslag
navigatieaanwijzingen in te schakelen.
4 Selecteer zo nodig Status om de waarschuwing in te
schakelen.
5 Voer zo nodig een afstand of tijdwaarde in en selecteer .
30
Draadloze sensoren
Uw toestel kan worden gebruikt in combinatie met draadloze
ANT+ of Bluetooth sensoren. Ga voor meer informatie over
compatibiliteit en de aanschaf van optionele sensoren naar
buy.garmin.com.
De draadloze sensoren koppelen
Wanneer u voor de eerste keer een draadloze sensor via ANT+
of Bluetooth technologie met uw toestel wilt verbinden, moet u
het toestel en de sensor eerst koppelen. Nadat de koppeling is
voltooid, maakt het toestel automatisch een verbinding met de
sensor wanneer u een activiteit start en de sensor actief is en
zich binnen bereik bevindt.
OPMERKING: Indien uw toestel is geleverd met een
hartslagmeter, zal de bijgeleverde hartslagmeter reeds zijn
gekoppeld met uw toestel.
1 Als u een hartslagmeter koppelt, moet u de hartslagmeter
omdoen (De hartslagmeter aanbrengen, pagina 11, De
hartslagmeter aanbrengen, pagina 12).
De hartslagmeter kan pas gegevens verzenden of ontvangen
als u deze hebt omgedaan.
2 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
OPMERKING: Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij
andere draadloze sensoren vandaan bent tijdens het
koppelen.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Instellingen > Sensoren en accessoires > Voeg
toe.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Zoek alles.
• Selecteer uw type sensor.
Als de sensor is gekoppeld met uw toestel wordt de status
van de sensor gewijzigd van Zoeken naar Verbonden.
Sensorgegevens worden weergegeven in de reeks
gegevensschermen of in een aangepast gegevensveld.
Voetsensor
Het toestel is compatibel met de voetsensor. Bij indoortrainingen
of als het GPS-signaal zwak is, kunt u in plaats van GPS de
voetsensor gebruiken om het tempo en de afstand vast te
leggen. De voetsensor is stand-by en klaar om gegevens te
verzenden (net als de hartslagmeter).
Na 30 minuten zonder activiteit schakelt de trainingsassistent
zichzelf uit om de batterij te sparen. Als de batterij bijna leeg is,
verschijnt een bericht op uw toestel. Na ongeveer vijf uur is de
batterij leeg.
Hardlopen met een voetsensor
Voordat u gaat hardlopen, moet u de voetsensor koppelen met
uw Forerunner toestel (De draadloze sensoren koppelen,
pagina 30).
U kunt binnen hardlopen met een voetsensor om tempo, afstand
en cadans vast te leggen. U kunt ook buiten hardlopen met een
voetsensor om cadansgegevens vast te leggen aan de hand
van GPS-gegevens voor tempo en afstand.
1 Plaats de voetsensor volgens de instructies van het
accessoire.
2 Selecteer een hardloopactiviteit.
3 Ga hardlopen.
Kalibratie van de voetsensor
De voetsensor kalibreert zichzelf. De nauwkeurigheid van de
snelheid- en afstandsgegevens verbetert na een aantal
hardloopsessies in de buitenlucht met behulp van GPS.
Draadloze sensoren
Kalibratie van de voetsensor verbeteren
Voordat u het toestel kunt kalibreren, hebt u GPS-signalen nodig
en moet u het toestel koppelen met de voetsensor (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 30).
De voetsensor beschikt over automatische kalibratie, maar u
kunt de nauwkeurigheid van de snelheids- en afstandsgegevens
verbeteren met een paar hardloopsessies met ingeschakelde
GPS.
1 Sta buiten 5 minuten stil met goed uitzicht op de lucht.
2 Start een hardloopactiviteit.
3 Loop 10 minuten hard zonder te stoppen.
4 Stop uw activiteit en sla deze op.
De kalibratiewaarde van de voetsensor verandert mogelijk op
basis van de vastgelegde gegevens. U hoeft uw voetsensor
niet opnieuw te kalibreren tenzij uw hardloopstijl verandert.
Uw voetsensor handmatig kalibreren
Voordat u het toestel kunt kalibreren, moet u het koppelen met
de voetsensor (De draadloze sensoren koppelen, pagina 30).
Handmatige kalibratie wordt aanbevolen als u uw kalibratiefactor
weet. Als u een voetsensor hebt gekalibreerd met een ander
Garmin product, weet u mogelijk uw kalibratiefactor.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Sensoren en accessoires.
3 Selecteer uw voetsensor.
4 Selecteer Cal. Factor > Stel waarde in.
5 Pas de kalibratiefactor aan:
• Verhoog de kalibratiefactor als de afstand te kort is.
• Verlaag de kalibratiefactor als de afstand te lang is.
• Gebruik bereikwaarschuwingen om te worden gewaarschuwd
wanneer u een bepaalde vermogenszone bereikt (Een
waarschuwing instellen, pagina 33).
• Pas de vermogensgegevensvelden aan (Gegevensschermen
aanpassen, pagina 32).
Elektronische schakelsystemen gebruiken
Voordat u gebruik kunt maken van compatibele elektronische
schakelsystemen, zoals Shimano Di2™ schakelsystemen, moet
u deze koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren
koppelen, pagina 30). U kunt de optionele gegevensvelden
aanpassen (Gegevensschermen aanpassen, pagina 32). Het
Forerunner toestel geeft de huidige afstellingswaarde weer als
de sensor in de afstellingsmodus is.
®
Omgevingsbewustzijn
Uw Forerunner toestel kan worden gebruikt met het Varia
Vision™ toestel, slimme Varia™ fietsverlichting en
achteruitkijkradar voor een verbeterd omgevingsbewustzijn.
Raadpleeg de handleiding van het Varia toestel voor meer
informatie.
OPMERKING: U moet mogelijk de Forerunner software
bijwerken voordat u Varia toestellen kunt koppelen (De software
bijwerken met de Garmin Connect app, pagina 41).
tempe
De tempe is een draadloze ANT+ temperatuursensor. U kunt de
sensor aan een stevige band of lus bevestigen op een plek waar
deze is blootgesteld aan omgevingslucht en zo een consistente
bron van nauwkeurige temperatuurgegevens vormt. U moet de
tempe met uw toestel koppelen om temperatuurgegevens van
de tempe te kunnen weergeven.
Snelheid en afstand van voetsensor instellen
Voordat u de snelheid en afstand van de voetsensor kunt
kalibreren, moet u het toestel koppelen met de voetsensor (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 30).
U kunt uw toestel instellen om snelheid en afstand te berekenen
met de voetsensorgegevens in plaats van GPS-gegevens.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Sensoren en accessoires.
3 Selecteer uw voetsensor.
4 Selecteer Snelheid of Afstand.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Binnen als u met uitgeschakelde GPS traint,
meestal binnen.
• Selecteer Altijd als u uw voetsensorgegevens wilt
gebruiken ongeacht de GPS-instelling.
Een optionele fietssnelheids- of fietscadanssensor gebruiken
Met een compatibele fietssnelheids- of fietscadanssensor kunt u
gegevens verzenden naar uw toestel.
• Koppel de sensor met uw toestel (De draadloze sensoren
koppelen, pagina 30).
• Stel de wielmaat in (Wielmaat en omvang, pagina 47).
• Maak een rit (Een activiteit starten, pagina 2).
Trainen met vermogensmeters
• Ga naar buy.garmin.com voor een lijst met ANT+ sensors die
compatibel zijn met uw toestel (zoals Vector™).
• Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van uw
vermogensmeter.
• Pas uw vermogenszones aan uw doelen en mogelijkheden
aan (Uw vermogenszones instellen, pagina 8).
Uw toestel aanpassen
Uw toestel aanpassen
Uw lijst met activiteiten aanpassen
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer een activiteit om de instellingen aan te passen,
de activiteit als favoriet in te stellen, de volgorde van
weergave te wijzigen en meer.
• Selecteer Voeg toe om meer activiteiten toe te voegen of
aangepaste activiteiten te maken.
De widgetlijst aanpassen
U kunt de volgorde van widgets in de widgetlijst wijzigen,
widgets verwijderen en nieuwe widgets toevoegen.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Widgets.
3 Selecteer een widget.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Sorteer om de locatie van de widget in de
widgetlijst te wijzigen.
• Selecteer Verwijder om de widget uit de widgetlijst te
verwijderen.
Selecteer
Voeg widgets toe.
5
6 Selecteer een widget.
De widget wordt toegevoegd aan de widgetlijst.
Instellingen van activiteiten en apps
Met deze instellingen kunt u elke vooraf geïnstalleerde
activiteiten-app naar wens aanpassen. U kunt bijvoorbeeld
gegevenspagina's aanpassen en waarschuwingen en
31
trainingsfuncties inschakelen. Niet alle instellingen zijn
beschikbaar voor alle soorten activiteiten.
Houd
ingedrukt en selecteer Instellingen > Activiteiten en
apps. Selecteer vervolgens een activiteit en de
activiteitinstellingen.
3D-afstand: Berekent de door u afgelegde afstand via zowel uw
hoogtewijziging als uw horizontale verplaatsing over de
grond.
3D-snelheid: Berekent uw snelheid via zowel uw
hoogtewijziging als uw horizontale verplaatsing over de grond
(3D-snelheid en -afstand, pagina 34).
Accentkleur: Hiermee stelt u de accentkleur van elke activiteit
in, waaraan u kunt zien welke activiteit actief is.
Waarschuwingen: Hiermee kunt u de trainings- of
navigatiewaarschuwingen voor de activiteit instellen.
Automatisch klimmen: Hiermee kan het toestel
hoogteverschillen automatisch detecteren met de
ingebouwde hoogtemeter.
Auto Lap: Hiermee kunt u de opties voor de Auto Lap functie
instellen (Auto Lap, pagina 34).
Auto Pause: Hiermee kan het toestel zo worden ingesteld dat
de gegevensopslag wordt gestopt zodra u stopt met
bewegen of wanneer u onder een bepaalde snelheid komt
(Auto Pause inschakelen, pagina 34).
Automatische afdaling: Hiermee kan het toestel ski-afdalingen
automatisch detecteren met de ingebouwde
versnellingsmeter.
Auto Scroll: Hiermee kunt u alle schermen met
activiteitgegevens doorlopen terwijl de timer loopt (Auto
Scroll gebruiken, pagina 34).
Automatisch instellen: Hiermee stelt u in dat uw toestel
oefeningensets tijdens een krachttrainingsactiviteit
automatisch start en stopt.
Achtergrondkleur: Hiermee stelt u de achtergrondkleur van
elke activiteit in op zwart of wit.
ClimbPro: Geeft stijgingsplanning en monitoringschermen weer
tijdens het navigeren.
Aftellen starten: Hiermee wordt een afteltimer ingeschakeld
voor zwemintervallen in het zwembad.
Bewerk gewicht: Hiermee kunt u het gewicht toevoegen dat
wordt gebruikt voor een trainingsset tijdens een krachttraining
of cardioactiviteit.
Gegevensschermen: Hiermee kunt u gegevensschermen
aanpassen en nieuwe gegevensschermen toevoegen voor
de activiteit (Gegevensschermen aanpassen, pagina 32).
GPS: Hiermee kan de modus voor de GPS-antenne worden
ingesteld. Met de opties GPS + GLONASS of GPS +
GALILEO krijgt u betere prestaties in moeilijk omgevingen en
kunt u sneller uw positie bepalen. Als GPS en een ander
satellietsysteem samen worden gebruikt, kan de batterijduur
sneller afnemen dan met alleen GPS. Met de optie UltraTrac
worden er minder spoorpunten en sensorgegevens
geregistreerd (UltraTrac, pagina 35).
Vergr. knoppen: Hiermee vergrendelt u de knoppen tijdens
multisportactiviteiten om te voorkomen dat u per ongeluk op
een knop drukt.
Kaart: Hiermee stelt u de weergavevoorkeuren in voor het
kaartgegevensscherm voor de activiteit (Instellingen van
activiteitkaart, pagina 33).
Metronoom: De metronoomfunctie laat met een regelmatig
ritme tonen horen die u helpen uw prestaties te verbeteren
door te trainen in een snellere, tragere of meer consistente
cadans (De metronoom gebruiken, pagina 7).
Grootte van bad: Hiermee kunt u de lengte van het bad
instellen voor zwemmen in een zwembad.
®
32
Time-out spaarstand: Hiermee stelt u de time-outopties van de
spaarstand voor de activiteit in (Time-outinstellingen voor de
spaarstand, pagina 35).
Wijzig naam: Hiermee stelt u de naam van de activiteit in.
Herhaal: Hiermee schakelt u de optie Herhaal voor
multisportactiviteiten in. U kunt deze optie bijvoorbeeld
gebruiken voor activiteiten die meerdere overgangen
bevatten, zoals een zwemloop.
Standaardinstellingen: Hiermee kunt u de activiteitinstellingen
opnieuw definiëren.
Routebepaling: Hiermee kunt u de voorkeuren voor het
berekenen van routes voor de activiteit instellen (Routeinstellingen, pagina 33).
Score: Hiermee schakelt u het automatisch bijhouden van de
scores bij het begin van een ronde golf in of uit. De optie
Vraag altijd vraagt u of de score moet worden bijgehouden
als u een ronde start.
Segmentwaarschuwingen: Hiermee schakelt u aanwijzingen in
die u waarschuwen als u segmenten nadert.
Statistieken: Hiermee schakelt u het bijhouden van statistieken
tijdens het golfen in.
Slagdetectie: Hiermee wordt de slagdetectie ingeschakeld voor
het zwemmen in een zwembad.
Overgangen: Hiermee schakelt u overgangen in voor
multisportactiviteiten.
Gegevensschermen aanpassen
U kunt voor elke activiteit de lay-out en inhoud van
gegevensschermen weergeven, verbergen of wijzigen.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer de activiteit om deze aan te passen.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Gegevensschermen.
6 Selecteer een gegevensscherm dat u wilt aanpassen.
7 Selecteer een optie:
• Selecteer Indeling om het aantal gegevensvelden in het
gegevensscherm te wijzigen.
• Selecteer een gegevensveld om het type gegevens in het
veld te wijzigen.
• Selecteer Sorteer om de locatie van het gegevensscherm
in de lijst te wijzigen.
• Selecteer Verwijder om het gegevensscherm uit de lijst te
verwijderen.
8 Selecteer indien nodig Voeg toe om een gegevensscherm
aan de lijst toe te voegen.
U kunt een aangepast gegevensscherm toevoegen of een
van de vooraf gedefinieerde gegevensschermen selecteren.
Een kaart aan een activiteit toevoegen
U kunt de kaart toevoegen aan de reeks gegevensschermen
voor een activiteit.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer de activiteit om deze aan te passen.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Gegevensschermen > Voeg toe > Kaart.
Waarschuwingen
U kunt waarschuwingen instellen voor elke activiteit om u te
helpen specifieke doelen te bereiken, uw omgevingsbewustzijn
te vergroten of naar uw bestemming te navigeren. Sommige
waarschuwingen zijn alleen beschikbaar voor specifieke
activiteiten. Er zijn drie typen waarschuwingen:
Uw toestel aanpassen
Gebeurteniswaarschuwingen, bereikwaarschuwingen en
terugkerende waarschuwingen.
Gebeurteniswaarschuwing: Een gebeurteniswaarschuwing
wordt eenmaal afgegeven. De gebeurtenis is een specifieke
waarde. U kunt het toestel bijvoorbeeld instellen om u te
waarschuwen wanneer u een bepaalde hoogte bereikt.
Bereikwaarschuwing: Een bereikwaarschuwing wordt telkens
afgegeven wanneer het toestel een waarde meet die boven
of onder een opgegeven waardenbereik ligt. Zo kunt u
bijvoorbeeld instellen dat het toestel u waarschuwt als uw
hartslag lager is dan 60 bpm (slagen per minuut) of hoger
dan 210 bpm.
Terugkerende waarschuwing: Een terugkerende
waarschuwing wordt afgegeven telkens wanneer het toestel
een opgegeven waarde of interval registreert. U kunt
bijvoorbeeld instellen dat het toestel u elke 30 minuten
waarschuwt.
Waarschuwingsnaam
Waarschuwingstype
Beschrijving
Cadans
Bereik
U kunt minimale en maximale
cadanswaarden instellen.
Calorieën
Gebeurtenis,
terugkerend
U kunt het aantal calorieën
instellen.
Aangepast
Gebeurtenis,
terugkerend
U kunt een bestaand bericht
selecteren of een aangepast
bericht maken en een waarschuwingstype selecteren.
Afstand
Terugkerend
U kunt een afstandsinterval
instellen.
Hoogte
Bereik
U kunt minimale en maximale
hoogtewaarden instellen.
Hartslag
Bereik
U kunt minimale en maximale
waarden voor de hartslag instellen
of zonewijzigingen selecteren. Zie
Hartslagzones, pagina 8 en Berekeningen van hartslagzones,
pagina 8.
Tempo
Bereik
U kunt minimale en maximale
tempowaarden instellen.
Vermogen
Bereik
U kunt het hoge of lage vermogensniveau instellen.
Gevarenzone
Gebeurtenis
U kunt een straal instellen vanaf
een opgeslagen locatie.
Ren/Loop
Terugkerend
U kunt regelmatige looppauzes
inlassen.
Snelheid
Bereik
U kunt minimale en maximale
snelheidswaarden instellen.
Slagsnelheid
Bereik
U kunt een hoog of laag aantal
slagen per minuut instellen.
Tijd
Gebeurtenis,
terugkerend
U kunt een tijdsinterval instellen.
Een waarschuwing instellen
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Waarschuwingen.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Voeg toe om een nieuwe waarschuwing toe te
voegen voor de activiteit.
• Selecteer de naam van de waarschuwing om een
bestaande waarschuwing te wijzigen.
7 Selecteer, indien gewenst, het type waarschuwing.
Uw toestel aanpassen
8 Selecteer een zone, voer de minimum- en maximumwaarden
in of voer een aangepaste waarde in voor de waarschuwing.
9 Schakel indien nodig de waarschuwing in.
Bij gebeurteniswaarschuwingen en terugkerende
waarschuwingen wordt er een bericht weergegeven telkens als
de waarschuwingswaarde bereikt is. Bij bereikwaarschuwingen
wordt er een bericht weergegeven telkens als u boven of onder
het opgegeven bereik komt (minimum- en maximumwaarden).
Instellingen van activiteitkaart
U kunt voor elke activiteit de weergave van het
kaartgegevensscherm aanpassen.
ingedrukt en selecteer Instellingen > Activiteiten en
Houd
apps. Selecteer vervolgens een activiteit, de
activiteitinstellingen en Kaart.
Configureer kaarten: Hiermee worden gegevens uit
geïnstalleerde kaartproducten weergegeven of verborgen.
Gebruik syst.inst.: Hiermee stelt u in dat de voorkeuren uit de
systeemkaartinstellingen worden gebruikt.
Oriëntatie: Hiermee stelt u de oriëntatie van de kaart in.
Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de pagina
weer te geven. Selecteer Koers boven om uw huidige
reisrichting boven aan de pagina weer te geven.
Gebruikerslocaties: Hiermee worden opgeslagen locaties op
de kaart weergegeven of verborgen.
Automatisch zoomen: Hiermee wordt automatisch het juiste
zoomniveau geselecteerd voor optimaal gebruik van de
kaart. Als u deze functie uitschakelt, moet u handmatig in- en
uitzoomen.
Zet vast op weg: Zet het positiepictogram, dat uw positie op de
kaart aangeeft, vast op de dichtstbijzijnde weg.
Spoorlog: Hiermee wordt het spoorlog, of de route die u hebt
afgelegd, in de vorm van een gekleurde lijn op de kaart
weergegeven of verborgen.
Spoorkleur: Hiermee wijzigt u de spoorlogkleur.
Detail: Hiermee stelt u in hoeveel details op de kaart worden
weergegeven. Door het weergeven van meer details is het
mogelijk dat de kaart langzamer opnieuw wordt getekend.
Maritiem: Hiermee stelt u de kaart in om gegevens in de
waterkaartmodus weer te geven.
Segmenten tekenen: Hiermee worden segmenten als een
gekleurde lijn op de kaart weergegeven of verborgen.
Contouren tekenen: Hiermee worden contourlijnen op de kaart
weergegeven of verborgen.
Route-instellingen
U kunt de route-instellingen wijzigen om de routeberekening
voor elke activiteit aan te passen.
Houd
ingedrukt en selecteer Instellingen > Activiteiten en
apps. Selecteer vervolgens een activiteit, de
activiteitinstellingen en Routebepaling.
Activiteit: Stelt een activiteit voor routebepaling in. Het toestel
berekent routes die zijn geoptimaliseerd voor het huidige type
activiteit.
Trendline™ popularity routing: Berekent routes op basis van
de populairste hardloopsessies en ritten van Garmin
Connect.
Koersen: Hiermee stelt u in hoe u met het toestel koersen volgt.
Gebruik de optie Volg koers om zonder herberekening een
koers precies zo te volgen als deze wordt weergegeven. Met
de optie Kaart gebruiken kunt u aan de hand van kaarten een
koers volgen en de route opnieuw berekenen als u hiervan
bent afgeweken.
Berekeningswijze: Hiermee stelt u de berekeningswijze in op
het minimaliseren van tijd, afstand of stijging in routes.
33
Te vermijden: Hiermee stelt u in welke typen wegen of
transportmiddelen in routes moeten worden vermeden.
Type: Hiermee stelt u het gedrag van de wijzer in die wordt
weergegeven tijdens directe routebepaling.
Auto Lap
Ronden op afstand markeren
U kunt Auto Lap gebruiken om een ronde bij een bepaalde
afstand automatisch te markeren. Dit is handig als u uw
prestaties tijdens verschillende gedeelten van een activiteit wilt
vergelijken (bijvoorbeeld elke 1 mijl of 5 km).
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Lap.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Auto Lap om Auto Lap in of uit te schakelen.
• Selecteer Automatische afstand om de afstand voor elke
ronde automatisch in te stellen.
Telkens wanneer u een ronde voltooit, wordt er een bericht
weergegeven met de rondetijd. Het toestel laat ook een
pieptoon horen of trilt als geluidssignalen zijn ingeschakeld
(Systeeminstellingen, pagina 36).
U kunt, indien gewenst, de gegevenspagina's aanpassen en
extra rondegegevens weergeven (Gegevensschermen
aanpassen, pagina 32).
De rondewaarschuwing wijzigen
U kunt enkele gegevensvelden wijzigen die worden
weergegeven in de rondewaarschuwing.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Lap > Rondewaarschuwing.
6 Selecteer een gegevensveld om het te wijzigen.
7 Selecteer Bekijk (optioneel).
Auto Pause inschakelen
U kunt de functie Auto Pause gebruiken om de timer
automatisch te pauzeren wanneer u stopt met bewegen. Dit is
handig als in uw activiteit verkeerslichten of andere plaatsen
waar u moet stoppen, voorkomen.
OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
de timer is gestopt of gepauzeerd.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Pause.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Zodra gestopt als u de timer automatisch wilt
laten stoppen als u stopt met bewegen.
• Selecteer Aangepast als u de timer automatisch wilt laten
stoppen zodra uw tempo of snelheid onder een bepaalde
waarde komt.
34
Automatisch klimmen inschakelen
U kunt de functie Automatisch klimmen gebruiken om
automatisch hoogteverschillen te detecteren. U kunt deze
functie gebruiken tijdens activiteiten zoals klimmen, hiken,
hardlopen of fietsen.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Automatisch klimmen > Status.
6 Selecteer Altijd of Indien geen navigatie.
7 Selecteer een optie:
• Selecteer Hardloopscherm om te zien welk
gegevensscherm wordt weergegeven tijdens hardlopen.
• Selecteer Klimscherm om te zien welk gegevensscherm
wordt weergegeven tijdens klimmen.
• Selecteer Keer kleuren om om de schermkleuren om te
keren bij wijziging van de modus.
• Selecteer Verticale snelheid om de stijgsnelheid over tijd
in te stellen.
• Selecteer Modusschakelaar om in te stellen hoe snel het
toestel van modus wisselt.
OPMERKING: Met de optie Huidig scherm kunt u
automatisch overschakelen naar het laatste scherm dat u
hebt bekeken voordat de overgang naar automatisch
klimmen plaatsvond.
3D-snelheid en -afstand
U kunt de 3D-snelheid en -afstand instellen om uw snelheid of
afstand te meten via zowel uw hoogtewijziging als uw
horizontale verplaatsing over de grond. U kunt deze functie
gebruiken tijdens activiteiten zoals skiën, klimmen, navigeren,
hiken, hardlopen of fietsen.
Auto Scroll gebruiken
Met deze functie voor automatisch bladeren doorloopt u
automatisch alle schermen met activiteitgegevens terwijl de
timer loopt.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Scroll.
6 Selecteer een weergavesnelheid.
De GPS-instelling wijzigen
Ga voor meer informatie over GPS naar www.garmin.com
/aboutGPS.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer de activiteit om deze aan te passen.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer GPS.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Normaal (alleen GPS) om het GPSsatellietsysteem in te schakelen.
• Selecteer GPS + GLONASS (Russisch satellietsysteem)
voor nauwkeurigere positiegegevens in situaties met
slecht zicht op de lucht.
Uw toestel aanpassen
• Selecteer GPS + GALILEO (satellietsysteem van de
Europese Unie) voor nauwkeurigere positiegegevens in
situaties met slecht zicht op de lucht.
• Selecteer UltraTrac om minder vaak spoorpunten en
sensorgegevens vast te leggen (UltraTrac, pagina 35).
OPMERKING: Door GPS en een ander satellietsysteem
tegelijk te gebruiken, kan de levensduur van de batterij
sneller afnemen dan wanneer alleen GPS wordt gebruikt.
(GPS en andere satellietsystemen, pagina 35).
GPS en andere satellietsystemen
Met de opties GPS + GLONASS of GPS + GALILEO krijgt u
betere prestaties in moeilijk omgevingen en kunt u sneller uw
positie bepalen dan met alleen GPS. Door GPS en een ander
satellietsysteem tegelijk te gebruiken, kan de levensduur van de
batterij sneller afnemen dan met alleen GPS.
UltraTrac
De UltraTrac functie is een GPS-instelling waarmee
spoorpunten en sensorgegevens minder vaak worden
geregistreerd. Door de UltraTrac functie in te schakelen, wordt
de batterijduur verlengd, maar neemt de kwaliteit van de
vastgelegde activiteiten af. U kunt de UltraTrac functie
gebruiken voor activiteiten die een langere levensduur van de
batterij vereisen en waarvoor regelmatige updates van de
sensorgegevens minder belangrijk zijn.
Time-outinstellingen voor de spaarstand
De time-outinstellingen bepalen hoe lang uw toestel in de
trainingsmodus blijft wanneer u bijvoorbeeld wacht op de start
van een wedstrijd. Houd
ingedrukt en selecteer Instellingen
> Activiteiten en apps. Selecteer vervolgens een activiteit en
de activiteitinstellingen. Selecteer Time-out spaarstand om de
time-outinstellingen voor de activiteit aan te passen.
Normaal: Hiermee stelt u in dat het toestel na 5 minuten van
inactiviteit overschakelt naar de energiebesparende
horlogemodus.
Verlengd: Hiermee stelt u in dat het toestel na 25 minuten van
inactiviteit overschakelt naar de energiebesparende
horlogemodus. De verlengde modus kan de batterijduur
tussen het opladen verkorten.
Een activiteit of app verwijderen
1
2
3
4
Houd op de watch face
ingedrukt.
Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
Selecteer een activiteit.
Selecteer een optie:
• Selecteer Verwijder uit favorieten als u een activiteit wilt
verwijderen uit uw lijst met favorieten.
• Selecteer Verwijder als u de activiteit wilt verwijderen uit
de lijst met apps.
GroupTrack instellingen
Houd
ingedrukt en selecteer Instellingen > Veiligh, tracking
> GroupTrack.
Toon op kaart: Hiermee kunt u connecties weergegeven op het
kaartscherm tijdens een GroupTrack sessie.
Activiteittypen: Hiermee kunt u selecteren welke activiteittypen
op het kaartscherm worden weergegeven tijdens een
GroupTrack sessie.
Wijzerplaatinstellingen
U kunt de vormgeving van de wijzerplaat aanpassen door de
lay-out, kleuren en extra gegevens te selecteren. U kunt ook
aangepaste wijzerplaten downloaden via de Connect IQ store.
Uw toestel aanpassen
De watch face aanpassen
U moet eerst een Connect IQ watch face uit de Connect IQ
store (Connect IQ functies, pagina 22).
U kunt de informatie van de watch face en de vormgeving
aanpassen of een geïnstalleerde Connect IQ watch face
activeren.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Wijzerplaat.
3 Selecteer UP of DOWN om de opties voor de watch face in
de voorbeeldweergave te bekijken.
4 Selecteer Voeg toe als u door extra vooraf geladen watch
faces wilt bladeren.
5 Selecteer START > Toepassen als u een vooraf geladen
wijzerplaat of een geïnstalleerde Connect IQ wijzerplaat wilt
activeren.
6 Als u een vooraf geladen wijzerplaat gebruikt, selecteert u
START > Aanpassen.
7 Selecteer een optie:
• Selecteer Wijzerplaat om de stijl van de cijfers voor de
analoge watch face te wijzigen.
• Selecteer Wijzers om de stijl van de wijzers voor de
analoge watch face te wijzigen.
• Selecteer Indeling om de stijl van de cijfers van de
digitale wijzerplaat te wijzigen.
• Selecteer Seconden om de stijl van de seconden voor de
digitale watch face te wijzigen.
• Selecteer Gegevens om de gegevens te wijzigen die op
de watch face worden weergegeven.
• Selecteer Accentkleur om een accentkleur voor de watch
face toe te voegen of te wijzigen.
• Selecteer Achtergrondkleur om de achtergrondkleur te
wijzigen.
• Als u de wijzigingen wilt opslaan, tikt u op OK.
Sensorinstellingen
Kompasinstellingen
Houd
ingedrukt en selecteer Instellingen > Sensoren en
accessoires > Kompas.
Kalibreer: Hiermee kunt u de kompassensor handmatig
kalibreren (Het kompas handmatig kalibreren, pagina 35).
Scherm: Hiermee stelt u de koersrichting op het kompas in op
graden of milliradialen.
Noordreferentie: Hiermee stelt u de noordreferentie van het
kompas in (De noordreferentie instellen, pagina 36).
Modus: Hiermee stelt u in dat het kompas alleen elektronische
sensorgegevens (Aan), een combinatie van GPS en
elektronische sensorgegevens bij verplaatsing (Automatisch)
of alleen GPS-gegevens gebruikt (Uit).
Het kompas handmatig kalibreren
LET OP
Kalibreer het elektronische kompas buiten. Zorg dat u zich niet
in de buurt bevindt van objecten die invloed uitoefenen op
magnetische velden, zoals voertuigen, gebouwen of
elektriciteitskabels.
Het toestel is al gekalibreerd in de fabriek en het maakt
standaard gebruik van automatische kalibratie. Als uw kompas
niet goed werkt, bijvoorbeeld nadat u lange afstanden hebt
afgelegd of na extreme temperatuurveranderingen, kunt u het
handmatig kalibreren.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Sensoren en accessoires > Kompas > Kalibreer
> Start.
35
3 Volg de instructies op het scherm.
TIP: Maak een kleine 8-beweging met uw pols tot een bericht
wordt weergegeven.
De noordreferentie instellen
U kunt de koersreferentie instellen die wordt gebruikt voor het
berekenen van de voorliggende koers.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Sensoren en accessoires >
Kompas > Noordreferentie.
3 Selecteer een optie:
• U kunt het geografische noorden instellen als
koersreferentie door Waar te selecteren.
• U kunt automatisch de magnetische afwijking instellen
voor uw locatie door Magnetisch te selecteren.
• U kunt het noorden van het grid (000º) instellen als
koersreferentie door Grid te selecteren.
• U kunt de magnetische afwijking handmatig instellen door
Gebruiker te selecteren, de magnetische afwijking in te
voeren en OK te selecteren.
Hoogtemeterinstellingen
Houd
ingedrukt en selecteer Instellingen > Sensoren en
accessoires > Hoogtemeter.
Kalibreer: Hiermee kunt u de sensor van de hoogtemeter
handmatig kalibreren.
Hoogte: Hiermee stelt u de maateenheden voor hoogte in.
De barometrische hoogtemeter kalibreren
Uw toestel is al gekalibreerd in de fabriek. Standaard wordt
automatische kalibratie op het GPS-beginpunt gebruikt. U kunt
de barometrische hoogtemeter handmatig kalibreren als u de
juiste hoogte kent.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Sensoren en accessoires > Hoogtemeter.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Auto kalibr. als u het toestel automatisch wilt
kalibreren op het GPS-beginpunt en selecteer een optie.
• Selecteer Kalibreer als u de huidige hoogte wilt invoeren.
Barometerinstellingen
Houd
ingedrukt en selecteer Instellingen > Sensoren en
accessoires > Barometer.
Kalibreer: Hiermee kunt u de sensor van de barometer
handmatig kalibreren.
Grafiek: Hiermee stelt u de tijdschaal in voor de grafiek in de
barometerwidget.
Horlogestand: Hiermee stelt u de sensor in die wordt gebruikt
in de horlogemodus. Met de optie Automatisch gebruikt u
zowel de hoogtemeter als de barometer, afhankelijk van uw
beweging. U kunt de optie Hoogtemeter gebruiken wanneer
er tijdens uw activiteit sprake is van hoogteverschillen, of de
optie Barometer wanneer er geen sprake is van
hoogteverschillen.
De barometer kalibreren
Uw toestel is al gekalibreerd in de fabriek. Standaard wordt
automatische kalibratie op het GPS-beginpunt gebruikt. U kunt
de barometer handmatig kalibreren als de juiste hoogte of de
druk op zeeniveau u bekend is.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Sensoren en accessoires > Barometer >
Kalibreer.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Ja als u de huidige hoogte of druk op zeeniveau
wilt invoeren.
36
• Selecteer Gebruik DEM als u automatisch wilt kalibreren
op het Digital Elevation Model.
• Selecteer Gebruik GPS als u het toestel automatisch wilt
kalibreren op het GPS-beginpunt.
Xero Locatie-instellingen
ingedrukt en selecteer Instellingen > Sensoren en
Houd
accessoires > XERO locaties.
Status: Hiermee kunt u informatie over de laserlocatieinformatie van een compatibel, gekoppeld Xero toestel
weergeven.
Deelmodus: Hiermee kunt u laserlocatie-informatie openbaar
delen of privé uitzenden.
Systeeminstellingen
Houd
ingedrukt en selecteer Instellingen > Systeem.
Taal voor tekst: Hiermee kunt u de taal van het toestel
instellen.
Tijd: Hiermee kunt u de tijdinstellingen wijzigen (Tijdinstellingen,
pagina 36).
Schermverlichting: Hiermee kunt u instellingen van de
schermverlichting wijzigen (De schermverlichtingsinstellingen
wijzigen, pagina 37).
Geluiden: Hiermee kunt u de toestelgeluiden instellen, zoals
knoptonen, waarschuwingen en trillingen.
Niet storen: Hiermee schakelt u de modus Niet storen in of uit.
Gebruik de optie Slaaptijd om de modus Niet storen
automatisch in te schakelen tijdens uw normale slaapuren. U
kunt uw normale slaaptijden instellen in uw Garmin Connect
account.
Sneltoetsen: Hiermee kunt u snelkoppelingen toewijzen aan
knoppen op het toestel (De sneltoetsen aanpassen,
pagina 37).
Automatische vergrendeling: Hiermee kunt u de knoppen
automatisch vergrendelen om te voorkomen dat de knoppen
per ongeluk worden ingedrukt. Gebruik de optie Tijdens
activiteit om de knoppen te vergrendelen tijdens een activiteit
met tijdmeting. Gebruik de optie Niet tijdens activiteit om de
knoppen te vergrendelen wanneer u geen activiteit met
tijdmeting vastlegt.
Eenheden: Hiermee kunt u de op het toestel gebruikte
meeteenheden instellen (De maateenheden wijzigen,
pagina 37).
Formaat: Hiermee kunt u algemene notatievoorkeuren instellen,
zoals het tempo en de snelheid die tijdens activiteiten worden
weergegeven, het begin van de week en opties voor de
geografische positieweergave en datum.
Gegevensopslag: Hiermee stelt u in hoe het toestel
activiteitgegevens vastlegt. Met de instelling Slim (standaard)
kunnen langere activiteiten worden vastgelegd. Met de
instelling Iedere seconde zijn de opnamen van activiteiten
meer gedetailleerd, maar worden langere activiteiten mogelijk
niet geheel vastgelegd.
USB-modus: Hiermee kunt u het MTP (media transfer protocol)
of de Garmin modus inschakelen op het toestel als er
verbinding is met een computer.
Herstel: Hiermee kunt u gebruikersgegevens en -instellingen
herstellen (Alle standaardinstellingen herstellen, pagina 41).
Software-update: Hiermee kunt u via Garmin Express
gedownloade software-updates installeren.
Tijdinstellingen
Houd
ingedrukt en selecteer Instellingen > Systeem > Tijd.
Tijdweergave: Hiermee stelt u de 12- of 24-uursklok, of de
militaire notatie in.
Uw toestel aanpassen
Stel tijd in: Hiermee stelt u de tijdzone voor het toestel in. De
optie Automatisch stelt de tijdzone automatisch in op basis
van uw GPS-positie.
Tijd: Hiermee kunt u de tijd aanpassen als de functie is
ingesteld op de optie Handmatig.
Waarschuwingen: Hiermee kunt u de waarschuwingen per uur,
zonsopkomst- en zonsondergangswaarschuwingen zo
instellen dat een bepaald aantal minuten of uren vóór de
feitelijke zonsopkomst of zonsondergang een
waarschuwingssignaal wordt gegeven.
Synchroniseer met GPS: Hiermee kunt u de tijd handmatig
synchroniseren met GPS wanneer u van tijdzone verandert,
en kunt u de zomertijd instellen.
De schermverlichtingsinstellingen wijzigen
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Schermverlichting.
3 Selecteer Tijdens activiteit of Niet tijdens activiteit.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Toetsen en waarschuwingen om de
schermverlichting in te schakelen bij waarschuwingen en
het indrukken van knoppen.
• Selecteer Beweging om de schermverlichting in te
schakelen als u uw arm optilt en draait om op uw pols te
kijken.
• Selecteer Time-out om de tijdsduur in te stellen voordat
de schermverlichting wordt uitgeschakeld.
• Selecteer Helderheid om het helderheidsniveau van de
schermverlichting in te stellen.
Een alarm verwijderen
1 Houd op de watch face
2 Selecteer Wekker.
3 Selecteer een alarm.
4 Selecteer Wis.
ingedrukt.
De afteltimer instellen
1 Houd LIGHT ingedrukt in een scherm.
2 Selecteer Timer.
3
4
5
6
OPMERKING: U moet dit item mogelijk nog toevoegen aan
het bedieningsmenu.
Voer de tijd in.
Selecteer zo nodig Start opnieuw > Aan om de timer
automatisch opnieuw te starten als deze is verlopen.
Selecteer zo nodig Geluiden en selecteer vervolgens een
type melding.
Selecteer Start timer.
De stopwatch gebruiken
1 Houd LIGHT ingedrukt in een scherm.
2 Selecteer Stopwatch.
OPMERKING: U moet dit item mogelijk nog toevoegen aan
het bedieningsmenu.
Selecteer
START om de timer te starten.
3
4 Selecteer LAP om de rondetimer opnieuw te starten.
De sneltoetsen aanpassen
U kunt de functie voor het ingedrukt houden van afzonderlijke
knoppen en knopcombinaties aanpassen.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Sneltoetsen.
3 Selecteer de knop of knopcombinatie die u wilt aanpassen.
4 Selecteer een functie.
De maateenheden wijzigen
U kunt de eenheden voor afstand, tempo en snelheid, hoogte,
gewicht, lengte en temperatuur aanpassen.
1 Houd op de wijzerplaat ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Eenheden.
3 Selecteer een type maatsysteem.
4 Selecteer een maateenheid.
Klokken
Een alarm instellen
U kunt maximaal tien verschillende alarmen instellen. U kunt
een alarm één keer of met regelmatige tussenpozen laten
afgaan.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Wekker > Voeg alarm toe.
3 Selecteer Tijd en voer de alarmtijd in.
4 Selecteer Herhaal en selecteer wanneer het alarm moet
worden herhaald (optioneel).
5 Selecteer Geluiden en vervolgens een type melding
(optioneel).
6 Selecteer Schermverlichting > Aan om de
schermverlichting in te schakelen bij het alarm.
7 Selecteer Label en kies een beschrijving voor het alarm
(optioneel).
Uw toestel aanpassen
De totale stopwatchtijd
blijft lopen.
5 Selecteer START om beide timers te stoppen.
6 Selecteer OPTIONS.
7 Sla de geregistreerde tijd op als een activiteit in uw
geschiedenis (optioneel).
De tijd synchroniseren met GPS
Telkens wanneer u het toestel inschakelt en er naar satellieten
wordt gezocht, worden de tijdzones en het tijdstip automatisch
vastgesteld. U kunt de tijd ook handmatig synchroniseren met
GPS wanneer u van tijdzone verandert, en kunt u de zomertijd
instellen.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Tijd > Synchroniseer
met GPS.
3 Wacht totdat het toestel satellieten heeft gevonden
(Satellietsignalen ontvangen, pagina 41).
De tijd handmatig instellen
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Tijd > Stel tijd in >
Handmatig.
3 Selecteer Tijd en voer de tijd in.
VIRB afstandsbediening
Met de VIRB afstandsbediening kunt u uw VIRB actiecamera op
afstand bedienen met uw toestel. Ga naar www.garmin.com
/VIRB om een VIRB actiecamera te kopen.
37
Een VIRB actiecamera bedienen
Voordat u de VIRB afstandsbediening kunt gebruiken, moet u de
instelling voor de afstandsbediening op uw VIRB camera
inschakelen. Raadpleeg de VIRB serie gebruikershandleiding
voor meer informatie. U moet ook instellen dat de VIRB widget
wordt weergegeven in de widgetlijst (De widgetlijst aanpassen,
pagina 31).
1 Schakel uw VIRB camera in.
2 Selecteer UP of DOWN op uw Forerunner horloge tijdens het
hardlopen om de VIRB widget weer te geven.
3 Selecteer indien nodig START om uw Forerunner horloge
met uw VIRB camera te koppelen.
4 Wacht totdat uw horloge verbinding maakt met uw camera.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Start opnemen om een video-opname te
starten.
De opnametijd wordt weergegeven op het Forerunner
scherm.
• Selecteer DOWN om tijdens een video-opname een foto
te maken.
• Selecteer STOP om een video-opname te stoppen.
• Selecteer Maak foto om een foto te maken.
• Als u meerdere foto's wilt maken in de burst-modus,
selecteert u Neem burst.
• Als u de camera in de slaapstand wilt zetten, selecteert u
Slaapmodus camera.
• Als u de camera uit de slaapstand wilt halen, selecteert u
Actieve modus camera.
• Selecteer Instellingen om de video- en foto-instellingen te
wijzigen.
Een VIRB actiecamera bedienen tijdens een activiteit
Voordat u de VIRB afstandsbediening kunt gebruiken, moet u de
instelling voor de afstandsbediening op uw VIRB camera
inschakelen. Raadpleeg de VIRB serie gebruikershandleiding
voor meer informatie. U moet ook instellen dat de VIRB widget
wordt weergegeven in de widgetlijst (De widgetlijst aanpassen,
pagina 31).
1 Schakel uw VIRB camera in.
2 Selecteer UP of DOWN op uw Forerunner horloge tijdens het
hardlopen om de VIRB widget weer te geven.
3 Selecteer indien nodig START om uw Forerunner horloge
met uw VIRB camera te koppelen.
4 Wacht totdat uw horloge verbinding maakt met uw camera.
Wanneer de camera is aangesloten, wordt er automatisch
een VIRB gegevensscherm toegevoegd aan de activiteitenapps.
5 Selecteer tijdens een activiteit UP of DOWN om het VIRB
gegevensscherm weer te geven.
6 Houd ingedrukt.
7 Selecteer VIRB afstandsbediening.
8 Selecteer een optie:
• Als u de camera wilt bedienen met de activiteittimer,
selecteert u Instellingen > Opnamemodus > Timer
start/stop.
OPMERKING: De video-opname start en stopt
automatisch wanneer u een activiteit start of stopt.
• Selecteer Instellingen > Opnamemodus > Handmatig
als u de camera wilt bedienen met de menuopties.
• Selecteer Start opnemen om een video-opname
handmatig te starten.
De opnametijd wordt weergegeven op het Forerunner
scherm.
38
• Selecteer DOWN om tijdens een video-opname een foto
te maken.
• Selecteer STOP om een video-opname handmatig te
stoppen.
• Als u meerdere foto's wilt maken in de burst-modus,
selecteert u Neem burst.
• Als u de camera in de slaapstand wilt zetten, selecteert u
Slaapmodus camera.
• Als u de camera uit de slaapstand wilt halen, selecteert u
Actieve modus camera.
Toestelinformatie
Toestelgegevens weergeven
U kunt toestelinformatie zoals de toestel-id, softwareversie,
informatie over wet- en regelgeving en de licentieovereenkomst
weergeven.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Over.
Informatie over regelgeving en compliance op elabels weergeven
Het label voor dit toestel wordt op elektronische wijze geleverd.
Het e-label kan regelgeving bevatten, zoals
identificatienummers verstrekt door de FCC of regionale
compliance-markeringen, maar ook toepasselijke product- en
licentiegegevens.
1 Houd op de wijzerplaat ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Over.
Het toestel opladen
WAARSCHUWING
Dit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Lees de gids Belangrijke
veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor
productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.
LET OP
Om roestvorming te voorkomen, dient u alle contactpunten en
de directe omgeving ervan grondig te reinigen en af te drogen
voordat u het toestel oplaadt of aansluit op een computer.
Raadpleeg de instructies voor reiniging in de appendix.
1 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de oplaadpoort
op het toestel.
2 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USBoplaadpoort.
3 Laad het toestel volledig op.
Tips voor het opladen van het toestel
1 Sluit de oplader met behulp van de USB-kabel aan op het
toestel om het op te laden (Het toestel opladen, pagina 38).
Toestelinformatie
U kunt het toestel opladen door de USB-kabel via een
Garmin goedgekeurde netadapter aan te sluiten op een
standaardstopcontact of een USB-poort op uw computer. Het
opladen van een lege batterij duurt tot twee uur.
2 Verwijder de oplader van het toestel zodra het batterijniveau
op 100% staat.
Het toestel schoonmaken
1 Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met
Specificaties
2 Veeg de behuizing vervolgens droog.
Forerunner specificaties
Batterijtype
Oplaadbare, ingebouwde lithiumionbatterij
Levensduur van batterij,
horlogemodus
Tot 2 weken met activiteiten volgen,
smartphonemeldingen en polshartslagmeting
Levensduur van batterij,
horlogemodus met muziek
Tot 14 uur met activiteiten volgen,
smartphone meldingen, hartslagmeting bij
de pols en muziek afspelen
Levensduur van batterij,
activiteitenmodus
Tot 36 uur in GPS-modus met hartslagmeter bij de pols
Levensduur van batterij,
activiteitenmodus met
muziek
Tot 10 uur in GPS-modus met hartslagmeter bij de pols en muziek afspelen
Levensduur batterij,
UltraTrac modus, zonder
muziek afspelen
Tot 60 uur
Tot 50 uur met hartslagmeter bij de pols
Mediaopslag
Tot 1.000 nummers
Waterbestendigheid
Zwemmen, 5 ATM*
Bedrijfstemperatuurbereik
Van -20º tot 45ºC (van -4º tot 113ºF)
Laadtemperatuurbereik
Van 0º tot 45ºC (van 32º tot 113ºF)
Draadloze frequentie
2,4 GHz bij +9 dBm nominaal
*Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
50 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
/waterrating.
HRM-Swim specificaties en HRM-Tri specificaties
Batterijtype
CR2032 van 3 V, door gebruiker te
vervangen
HRM-Swim batterijduur
Tot 18 maanden (ca. 3 uur/week)
HRM-Tri batterijduur
Tot 10 maanden bij triatlontraining (ca.
1 uur/dag)
Bedrijfstemperatuurbereik Van -10° tot 50°C (van 14° tot 122°F)
Draadloze frequentie
2,4 GHz bij +1 dBm nominaal
Waterbestendigheid
Zwemmen, 5 ATM*
*Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
50 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
/waterrating.
Toestelonderhoud
LET OP
Vermijd schokken en ruwe behandeling omdat hierdoor het
product korter meegaat.
Druk niet op de knoppen onder water.
Gebruik nooit een scherp voorwerp om het toestel schoon te
maken.
Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en
insectenwerende middelen die plastic onderdelen en
oppervlakken kunnen beschadigen.
Spoel het toestel goed uit met leidingwater nadat het in
aanraking is geweest met chloor of zout water, zonnebrand,
cosmetica, alcohol en andere chemicaliën die een reactie
kunnen veroorzaken. Langdurige blootstelling aan deze stoffen
kan de behuizing beschadigen.
Toestelinformatie
Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
extreme temperaturen kan worden blootgesteld, omdat dit
onherstelbare schade kan veroorzaken.
een mild schoonmaakmiddel.
Laat het toestel na reiniging helemaal drogen.
TIP: Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/fitandcare.
De batterij vervangen van de HRM-Swim en de
HRM-Tri
1 Verwijder de manchet van de hartslagmetermodule.
2 Gebruik een kleine kruiskopschroevendraaier (00) om de vier
schroeven aan de voorkant van de module te verwijderen.
3 Verwijder de deksel en de batterij.
4 Wacht 30 seconden.
5 Plaats de nieuwe batterij onder de twee plastic lipjes
met
de pluskant naar boven.
OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
verliest.
Zorg dat de O-ring rond de buitenkant van de uitstekende
plastic ring blijft zitten.
6 Plaats het deksel en de vier schroeven terug.
Let op dat u het deksel goed om plaatst. De uitstekende
schroef
moet passen in het bijbehorende, uitstekende
schroefgat op het deksel.
OPMERKING: Draai de schroeven niet te strak vast.
7 Plaats de manchet terug.
Nadat u de batterij van de hartslagmeter hebt vervangen, moet
u deze mogelijk opnieuw koppelen met het toestel.
De banden vervangen
U kunt de banden vervangen door nieuwe Forerunner banden of
compatibele QuickFit banden.
1 U kunt de pennetjes losmaken met de twee
schroevendraaiers.
®
2 Verwijder de pennetjes.
39
3 Selecteer een optie:
• Forerunner banden aanbrengen: Lijn de nieuwe banden
uit en vervang de pennetjes met de twee
schroevendraaiers.
• QuickFit banden aanbrengen, vervang de pennetjes en
druk de nieuwe banden op hun plaats.
Dit is geen medisch toestel. De pulse-oxymeterfunctie is niet
in alle landen beschikbaar.
Activiteiten volgen
Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over de
nauwkeurigheid van activiteiten-tracking.
Mijn dagelijkse stappentelling wordt niet
weergegeven
De dagelijkse stappentelling wordt elke dag om middernacht op
nul gezet.
Als er streepjes verschijnen in plaats van uw stappentelling,
moet u wachten tot uw toestel satellietsignalen ontvangt en
de tijd automatisch instelt.
Mijn stappentelling lijkt niet nauwkeurig te zijn
Als uw stappentelling niet nauwkeurig lijkt te zijn, kunt u deze
tips proberen.
• Draag het toestel om uw niet-dominante pols.
• Draag het toestel in uw zak wanneer u een wandelwagen of
grasmaaier duwt.
• Draag het toestel in uw zak wanneer u alleen uw handen of
armen gebruikt.
OPMERKING: Het toestel kan herhalende bewegingen,
zoals afwassen, was opvouwen of in de handen klappen,
interpreteren als stappen.
De stappentellingen op mijn toestel en mijn Garmin
Connect account komen niet overeen
OPMERKING: Controleer of de band stevig vastzit. De
vergrendeling moet over het pennetje van het horloge
heen sluiten.
Problemen oplossen
Productupdates
Installeer Garmin Express (www.garmin.com/express) op uw
computer. Installeer de Garmin Connect app op uw smartphone.
Op die manier kunt u gemakkelijk gebruikmaken van de
volgende diensten voor Garmin toestellen:
• Software-updates
• Kaartupdates
• Baanupdates
• Gegevens worden geüpload naar Garmin Connect
• Productregistratie
Garmin Express instellen
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
2 Ga naar www.garmin.com/express.
3 Volg de instructies op het scherm.
Meer informatie
• Ga naar support.garmin.com voor meer handleidingen,
artikelen en software-updates.
• Ga naar buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
dealer voor informatie over optionele accessoires en
vervangingsonderdelen.
• Ga naar www.garmin.com/ataccuracy.
40
De stappentelling op uw Garmin Connect account wordt
bijgewerkt wanneer u uw toestel synchroniseert.
1 Selecteer een optie:
• Synchroniseer uw stappentelling met de Garmin Connect
applicatie (Garmin Connect op uw computer gebruiken,
pagina 26).
• Synchroniseer uw stappentelling met de Garmin Connect
app (Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin
Connect, pagina 21).
2 Wacht tot het toestel uw gegevens heeft gesynchroniseerd.
Synchronisatie kan enkele minuten duren.
OPMERKING: U kunt uw gegevens niet synchroniseren en
uw stappentelling niet bijwerken door het scherm van de
Garmin Connect app of de Garmin Connect toepassing te
vernieuwen.
Het aantal opgelopen trappen lijkt niet te kloppen
Uw toestel gebruikt een interne barometer om hoogteverschillen
te meten als u trappen loopt. Een opgelopen trap staat gelijk
aan 3 m (10 ft.).
• Zoek de kleine barometergaatjes aan de achterkant van het
toestel bij de oplaadcontactpunten en reinig het gebied rond
de contactpunten.
Als de barometergaatjes zijn verstopt, werkt de barometer
mogelijk niet goed. U kunt het toestel afspoelen met water
om het gebied rond de contactpunten schoon te maken.
Laat het toestel na reiniging helemaal drogen.
• Houd geen trapleuningen vast en sla geen treden over bij het
traplopen.
• Bescherm uw toestel in winderige omgevingen met uw mouw
of jas. Sterke windvlagen kunnen namelijk foutieve metingen
veroorzaken.
Mijn minuten intensieve training knipperen
Als u traint op een bepaald intensiteitsniveau en u uw doel van
een bepaald aantal minuten intensieve training haalt, knipperen
de minuten intensieve training.
Problemen oplossen
Sport minimaal 10 minuten bij een gemiddeld of inspannend
intensiteitsniveau.
Satellietsignalen ontvangen
Het toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben
om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum
worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.
TIP: Ga voor meer informatie over GPS naar www.garmin.com
/aboutGPS.
1 Ga naar buiten naar een open gebied.
De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht.
2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen
worden gevonden.
De ontvangst van GPS-signalen verbeteren
De software bijwerken met de Garmin
Connect app
Voordat u de software op uw toestel kunt bijwerken via de
Garmin Connect app, moet u een Garmin Connect account
hebben en het toestel koppelen met een compatibele
smartphone (Uw smartphone koppelen met uw toestel,
pagina 20).
Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect app
(Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin Connect,
pagina 21).
Wanneer er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt de
Garmin Connect app deze update automatisch naar uw
toestel.
De software bijwerken via Garmin Express
Voordat u de toestelsoftware kunt bijwerken, moet u beschikken
over een Garmin Connect account en de Garmin Express
toepassing downloaden.
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
Als er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt Garmin
Express deze naar uw toestel.
2 Volg de instructies op het scherm.
3 Koppel uw toestel niet los van de computer tijdens het
bijwerken.
OPMERKING: Als u Wi‑Fi connectiviteit al hebt ingesteld
voor uw toestel, kan Garmin Connect automatisch nieuwe
software-updates downloaden naar uw toestel als verbinding
wordt gemaakt met Wi‑Fi.
• Synchroniseer het toestel regelmatig met uw Garmin
Connect account:
◦ Verbind uw toestel met een computer via de USB-kabel
en de Garmin Express app.
◦ Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect app op
uw Bluetooth smartphone.
◦ Verbind uw toestel met uw Garmin Connect account via
een Wi‑Fi draadloos netwerk.
Na verbinding met uw Garmin Connect account downloadt
het toestel diverse dagen aan satellietgegevens, zodat het
toestel snel satellietsignalen kan vinden.
• Ga met uw toestel naar buiten, naar een open plek, ver weg
van hoge gebouwen en bomen.
• Blijf enkele minuten stilstaan.
My Device gebruikt niet de juiste taal
Het toestel opnieuw opstarten
1 Houd ingedrukt.
2 Blader omlaag naar het laatste item in de lijst en selecteer
Als het toestel niet meer reageert, moet u het mogelijk opnieuw
opstarten.
OPMERKING: Als u het toestel opnieuw opstart, worden uw
gegevens en/of instellingen mogelijk gewist.
1 Houd gedurende 15 seconden ingedrukt.
Het toestel wordt uitgeschakeld.
2 Houd één seconde ingedrukt om het toestel in te
schakelen.
Alle standaardinstellingen herstellen
OPMERKING: Hiermee worden alle gegevens die u hebt
ingevoerd en uw activiteitgeschiedenis gewist. Als u een
Garmin Pay portemonnee hebt aangemaakt, wordt de
portemonnee ook van uw toestel verwijderd als u de
standaardinstellingen herstelt.
U kunt alle fabrieksinstellingen van het toestel resetten.
1 Houd op de watch face ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Herstel.
3 Selecteer een optie:
• Om alle fabrieksinstellingen van het toestel te herstellen
en alle activiteitinformatie en opgeslagen muziek op te
slaan, selecteert u Standaardinstellingen herstellen.
• Als u alle activiteiten uit de geschiedenis wilt verwijderen,
selecteert u Wis alle activiteiten.
• Als u alle totalen voor afstand en tijd wilt herstellen,
selecteert u Herstel totalen.
• Om alle fabrieksinstellingen van het toestel te herstellen
en alle activiteitinformatie en opgeslagen muziek te
verwijderen, selecteert u Gegevens verw. en inst.
herstellen.
Problemen oplossen
het.
3 Selecteer het eerste item in de lijst.
4 Selecteer de gewenste taal met UP en DOWN.
Is mijn smartphone compatibel met mijn
toestel?
Het Forerunner is compatibel met smartphones met Bluetooth
draadloze technologie.
Ga naar www.garmin.com/ble voor informatie over
compatibiliteit.
Ik kan mijn telefoon niet koppelen met het
toestel
Als uw telefoon geen verbinding maakt met het toestel, kunt u
deze tips proberen.
• Schakel uw smartphone en uw toestel uit en weer in.
• Schakel Bluetooth technologie op uw smartphone in.
• Werk de Garmin Connect app bij naar de nieuwste versie.
• Verwijder uw toestel uit de Garmin Connect app om het
koppelingsproces opnieuw te proberen.
Als u een Apple toestel gebruikt, moet u uw toestel ook
verwijderen uit de Bluetooth instellingen op uw smartphone.
• Als u een nieuwe smartphone hebt gekocht, verwijdert u uw
toestel uit de Garmin Connect app op de smartphone die u
niet meer wilt gebruiken.
• Houd uw smartphone binnen 10 m (33 ft.) van het toestel.
• Open de Garmin Connect app op uw smartphone, selecteer
of , en vervolgens Garmin toestellen > Voeg toestel
toe om de koppelmodus in te schakelen.
• Select Menu > Instellingen > Telefoon > Koppel telefoon.
41
Levensduur van de batterijen maximaliseren
U kunt verschillende acties ondernemen om de levensduur van
de batterij te verlengen.
• Hiermee kunt u de time-out voor schermverlichting verlagen
(De schermverlichtingsinstellingen wijzigen, pagina 37).
• Verminder de helderheid van de schermverlichting.
• Schakel Bluetooth draadloze technologie uit wanneer u niet
gebruikmaakt van connected functies (Bluetooth connected
functies, pagina 21).
• Wanneer u uw activiteit voor een langere periode pauzeert,
kunt u de Hervat later optie gebruiken (Een activiteit
stoppen, pagina 2).
• Schakel activiteiten volgen uit (Activiteiten volgen
uitschakelen, pagina 10).
• Gebruik een watch face die niet elke seconde wordt
bijgewerkt.
Gebruik bijvoorbeeld een wijzerplaat zonder secondewijzer
(De watch face aanpassen, pagina 35).
• Beperk de smartphone-meldingen die op het toestel worden
weergegeven (Meldingen beheren, pagina 20).
• Stop het verzenden van hartslaggegevens naar gekoppelde
Garmin toestellen (Hartslaggegevens verzenden naar
Garmin toestellen, pagina 10).
• Schakel de hartslagmeting aan de pols uit (De
polshartslagmeter uitschakelen, pagina 11).
OPMERKING: De hartslagmeting aan de pols wordt gebruikt
om het aantal minuten activiteit bij hoge inspanning en het
aantal verbrande calorieën te berekenen.
• Schakel de Pulse Ox functie uit (De polshartslagmeter
uitschakelen, pagina 11).
• Gebruik UltraTrac GPS-modus voor uw activiteit (UltraTrac,
pagina 35).
• Selecteer het Slim registratie-interval (Systeeminstellingen,
pagina 36).
®
De temperatuurmeting is niet nauwkeurig
Uw lichaamstemperatuur is van invloed op de
temperatuurmeting van de interne temperatuursensor. Voor de
meest nauwkeurige temperatuurmeting dient u het horloge van
uw pols te verwijderen en ongeveer 20 tot 30 minuten te
wachten.
U kunt ook een optionele externe tempe temperatuursensor
gebruiken voor een nauwkeurige meting van de
omgevingstemperatuur wanneer u het horloge draagt.
Hoe kan ik ANT+ sensors handmatig
koppelen?
U kunt de toestelinstellingen gebruiken om ANT+ sensors
handmatig te koppelen. Wanneer u voor de eerste keer een
sensor via de ANT+ draadloze technologie met uw toestel wilt
verbinden, moet u het toestel en de sensor eerst koppelen.
Nadat de koppeling is voltooid, maakt het toestel automatisch
een verbinding met de sensor wanneer u een activiteit start en
de sensor actief is en zich binnen bereik bevindt.
1 Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij andere ANT+
sensors vandaan bent tijdens het koppelen.
2 Als u een hartslagmeter wilt koppelen, doet u eerst de
hartslagmeter om.
De hartslagmeter kan pas gegevens verzenden of ontvangen
als u deze hebt omgedaan.
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Instellingen > Sensoren en accessoires > Voeg
toe.
5 Selecteer een optie:
42
• Selecteer Zoek alles.
• Selecteer uw type sensor.
Als de sensor is gekoppeld met uw toestel, wordt er een
bericht weergegeven. Sensorgegevens worden weergegeven
in de reeks gegevenspagina's of in een aangepast
gegevensveld.
Kan ik mijn Bluetooth sensor gebruiken bij
mijn horloge?
Dit toestel is compatibel met sommige Bluetooth sensoren.
Wanneer u voor de eerste keer een sensor met uw Garmin
toestel verbindt, moet u het toestel en de sensor koppelen.
Nadat de koppeling is voltooid, maakt het toestel automatisch
een verbinding met de sensor wanneer u een activiteit start en
de sensor actief is en zich binnen bereik bevindt.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Sensoren en accessoires > Voeg
toe.
Selecteer
een optie:
3
• Selecteer Zoek alles.
• Selecteer uw type sensor.
U kunt de optionele gegevensvelden aanpassen
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 32).
Mijn muziek valt weg of mijn hoofdtelefoons
blijven niet verbonden
Wanneer u een Forerunner toestel gebruikt dat via Bluetooth
technologie met hoofdtelefoons verbonden is, dan is het signaal
het sterkst wanneer zich niets tussen het toestel en de antenne
van de hoofdtelefoons bevindt.
• Als het signaal door uw lichaam gaat, treedt er mogelijk
signaalverlies op of wordt de verbinding met uw
hoofdtelefoons verbroken.
• Het wordt aanbevolen om de hoofdtelefoons zo te dragen dat
de antenne zich aan dezelfde kant van uw lichaam bevindt
als uw Forerunner toestel.
Appendix
Gegevensvelden
% FTP: Het huidige uitgangsvermogen als percentage van het
functionele drempelvermogen (FTP).
% hartslagreserve: Het percentage van de hartslagreserve
(maximale hartslag minus rusthartslag).
%HSR LAATSTE RONDE: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
de laatste voltooide ronde.
10s vermogen: Het voortschrijdend gemiddelde (10 seconden)
van het uitgangsvermogen.
24-uur maximum: De maximumtemperatuur gemeten in de
afgelopen 24 uur met een compatibele temperatuursensor.
24-uur minimum: De minimumtemperatuur gemeten in de
afgelopen 24 uur met een compatibele temperatuursensor.
30s vermogen: Het voortschrijdend gemiddelde (30 seconden)
van het uitgangsvermogen.
3s vermogen: Het voortschrijdend gemiddelde (3 seconden)
van het uitgangsvermogen.
Achter: De achterste fietsversnelling van een
versnellingspositiesensor.
Ademhalingsritme: Uw ademhalingsritme in ademhalingen per
minuut (brpm).
Aeroob trainingseffect: De impact van de huidige activiteit op
uw aerobe conditie.
Appendix
Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
activiteit of het huidige spoor.
Afstand per slag: Roeisporten. De afstand die u per slag hebt
afgelegd.
Afstand tot volgende: De resterende afstand tot het volgende
waypoint op uw route. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Anaeroob trainingseffect: De impact van de huidige activiteit
op uw anaerobe conditie.
Arbeid: De totale verrichte inspanningen (uitgangsvermogen) in
kilojoules.
Balans: De huidige vermogensbalans links/rechts.
Balans 10s: Het voortschrijdend gemiddelde (10 seconden) van
de vermogensbalans links/rechts.
Balans 30s: Het voortschrijdend gemiddelde (30 seconden) van
de vermogensbalans links/rechts.
Balans 3s: Het voortschrijdend gemiddelde (drie seconden) van
de vermogensbalans links/rechts.
Balans grondcontacttijd: De links/rechts-balans van uw
grondcontacttijd tijdens het hardlopen.
Banen: Het aantal volledige banen dat gedurende de huidige
activiteit is afgelegd.
Barometerdruk: De huidige gekalibreerde omgevingsluchtdruk.
Batterijniveau: De resterende batterijvoeding.
Batterij versnelling: De batterijstatus van een
versnellingspositiesensor.
Behouden snelheid: De snelheid waarmee u een bestemming
langs uw route nadert. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Bestemmingslocatie: De positie van uw eindbestemming.
Bestemmingswaypoint: Het laatste punt op de route naar de
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
Cadans: Fietsen. Het aantal omwentelingen van de pedaalarm.
Voor weergave van deze gegevens moet uw toestel zijn
aangesloten op een cadansaccessoire.
Cadans: Hardlopen. Het aantal stappen per minuut (rechts en
links).
Cadans laatste ronde: Fietsen. De gemiddelde cadans van de
laatste voltooide ronde.
Cadans laatste ronde: Hardlopen. De gemiddelde cadans van
de laatste voltooide ronde.
Calorieën: De hoeveelheid calorieën die u hebt verbrand.
Daling laatste ronde: De verticale afstand van de daling van de
laatste voltooide ronde.
Daling ronde: De verticale afstand van de daling voor de
huidige ronde.
Di2 batterij: De resterende batterijspanning van een Di2 sensor.
Efficiëntie draaimoment: Meting van de pedaalslagenefficiëntie van een gebruiker.
ETA: Het geschatte tijdstip waarop u de eindbestemming zult
bereiken (aangepast aan de lokale tijd van de bestemming).
Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens het
navigeren.
ETA bij volgende: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende
waypoint op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale
tijd van het waypoint). Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
ETE: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om de
eindbestemming te bereiken. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Gem. balans grondcontacttijd: De gemiddelde
grondcontacttijd-balans voor de huidige sessie.
Appendix
Gem. bewogen snelheid: De gemiddelde snelheid wanneer u
zich verplaatst voor de huidige activiteit.
Gem. ped-midden-offset: De gemiddelde pedaalmidden-offset
voor de huidige activiteit.
Gem. piekvermfase links: De gemiddelde
piekvermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
activiteit.
Gem. vermfase links: De gemiddelde vermogensfasehoek voor
het linkerbeen voor de huidige activiteit.
Gem. vermfase rechts: De gemiddelde vermogensfasehoek
voor het rechterbeen voor de huidige activiteit.
Gemiddeld % hartslagreserve: Het gemiddelde percentage
van de hartslagreserve (maximale hartslag minus
rusthartslag) voor de huidige activiteit.
Gemiddelde afstand per slag: Zwemmen. De gemiddelde
afstand die u per slag hebt afgelegd tijdens de huidige
activiteit.
Gemiddelde afstand per slag: Roeisporten. De gemiddelde
afstand die u per slag hebt afgelegd tijdens de huidige
activiteit.
Gemiddelde balans: De gemiddelde vermogensbalans links/
rechts voor de huidige activiteit.
Gemiddelde cadans: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
huidige activiteit.
Gemiddelde cadans: Hardlopen. De gemiddelde cadans voor
de huidige activiteit.
Gemiddelde daling: De gemiddelde verticale afstand van de
daling sinds deze waarde voor het laatst is hersteld.
Gemiddelde grondcontacttijd: Gemiddelde grondcontacttijd
voor de huidige activiteit.
Gemiddelde hartslag: De gemiddelde hartslag voor de huidige
activiteit.
Gemiddelde hartslag %max.: Het gemiddelde percentage van
de maximale hartslag voor de huidige activiteit.
Gemiddelde nautische snelheid: De gemiddelde snelheid in
knopen voor de huidige activiteit.
Gemiddelde rondetijd: De gemiddelde rondetijd voor de
huidige activiteit.
Gemiddelde slagen per baan: Het gemiddelde aantal slagen
per baan van het zwembad gedurende de huidige activiteit.
Gemiddelde slagsnelheid: Roeisporten. Het gemiddelde aantal
slagen per minuut (spm) tijdens de huidige activiteit.
Gemiddelde snelheid: De gemiddelde snelheid voor de huidige
activiteit.
Gemiddelde staplengte: De gemiddelde staplengte voor de
huidige sessie.
Gemiddelde stijging: De gemiddelde verticale afstand van de
stijging sinds deze waarde voor het laatst is hersteld.
Gemiddelde Swolf: De gemiddelde swolf-score voor de huidige
activiteit. De swolf-score is de som van de tijd voor één baan
en het aantal slagen voor die baan (Zwemtermen, pagina 3).
Bij zwemmen in open water wordt de swolfscore berekend
over 25 meter.
Gemiddelde totale snelheid: De totale gemiddelde snelheid
voor de huidige activiteit, op basis van de snelheid wanneer u
zich verplaatst en stilstand.
Gemiddelde verticale oscillatie: De gemiddelde verticale
oscillatie voor de huidige activiteit.
Gemiddelde verticale ratio: De gemiddelde verhouding tussen
verticale oscillatie en staplengte voor de huidige sessie.
Gemiddeld tempo: Het gemiddelde tempo van de huidige
activiteit.
Gemiddeld tempo 500 meter: Het gemiddelde roeitempo per
500 meter voor de huidige activiteit.
43
Gemiddeld vermogen: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor
de huidige activiteit.
Gem piekvermfase rechts: De gemiddelde
piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de
huidige activiteit.
Geschatte totale afstand: De geschatte afstand vanaf de start
naar de eindbestemming. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Glijhoek: De hoek van de horizontale afgelegde afstand in
verhouding tot de wijziging in verticale afstand.
Glijhoek tot bestemming: De glijhoek die nodig is om van uw
huidige positie af te dalen naar de hoogte van uw
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
GPS: De sterkte van het signaal van de GPS-satelliet.
GPS-hoogte: De hoogte van uw huidige locatie op basis van
GPS.
GPS-koers: De richting waar u naartoe gaat op basis van GPS.
Gradiënt: De berekening van de stijging over de afstand. Als u
bijvoorbeeld 10 ft (3 m.) stijgt na elke 200 ft (60 m.) die u
aflegt, dan is de helling ofwel het stijgingspercentage 5%.
Grondcontacttijd: De hoeveelheid tijd voor iedere stap tijdens
het hardlopen waarbij er contact is met de grond, gemeten in
milliseconden. Grondcontacttijd wordt niet berekend als u
wandelt.
Hartslag: Uw aantal hartslagen per minuut.
Hartslag %max: Het percentage van maximale hartslag.
Hartslagzone: Uw huidige hartslagbereik (1 tot 5). De
standaardzones zijn gebaseerd op uw gebruikersprofiel en
de maximale hartslag (220 min uw leeftijd).
Herhaal: De timer voor het laatste interval plus de huidige
rustpauze (zwemmen in zwembad).
Herhalingen: Het aantal herhalingen in een workoutset tijdens
een krachttraining.
Hoogte: De hoogte van uw huidige locatie boven of onder
zeeniveau.
Intensity Factor: De Intensity Factor™ voor de huidige activiteit.
Intervalafstand: De afstand die u hebt afgelegd voor het
huidige interval.
Intervalbanen: Het aantal volledige banen dat tijdens het
huidige interval is afgelegd.
Interval gem. hartslag: De gemiddelde hartslag voor het
huidige zweminterval.
Interval gemiddeld %HSR: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
het huidige zweminterval.
Interval gemiddelde %max.: Het gemiddelde percentage van
de maximale hartslag voor het huidige zweminterval.
Interval maximum %HSR: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
het huidige zweminterval.
Interval maximum %max.: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor het huidige zweminterval.
Interval maximum hartslag: De maximale hartslag voor het
huidige zweminterval.
Interval slagen/baan: Het gemiddelde aantal slagen per baan
van het zwembad gedurende de huidige interval.
Interval slagsnelheid: Het gemiddelde aantal slagen per
minuut (spm) tijdens het huidige interval.
Intervaltempo: Het gemiddelde tempo van het huidige interval.
Intervaltijd: De stopwatchtijd voor het huidige interval.
Koers: De richting van uw beginlocatie naar een bestemming.
De koers kan worden weergegeven als een geplande of
44
ingestelde route. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Koers: De richting waarin u zich verplaatst.
Kompaskoers: De richting waar u naartoe gaat op basis van
het kompas.
Laatste baan Swolf: De swolf-score voor de laatste voltooide
baan.
Laatste rondeafstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de
laatste voltooide ronde.
Laatste ronde afstand per slag: Zwemmen. De gemiddelde
afstand die u per slag hebt afgelegd tijdens de laatst
voltooide ronde.
Laatste ronde afstand per slag: Roeisporten. De gemiddelde
afstand die u per slag hebt afgelegd tijdens de laatst
voltooide ronde.
Laatste ronde hartslag: De gemiddelde hartslag voor de
laatste voltooide ronde.
Laatste ronde hartslag %max: Het gemiddelde percentage
van de maximale hartslag voor de laatste voltooide ronde.
Laatste ronde slagen: Zwemmen. Het totale aantal slagen voor
de laatst voltooide ronde.
Laatste ronde slagen: Roeisporten. Het totale aantal slagen
voor de laatst voltooide ronde.
Laatste ronde slagsnelheid: Zwemmen. Het gemiddelde
aantal slagen per minuut (spm) tijdens de laatst voltooide
ronde.
Laatste ronde slagsnelheid: Roeisporten. Het gemiddelde
aantal slagen per minuut (spm) tijdens de laatst voltooide
ronde.
Laatste rondesnelheid: De gemiddelde snelheid voor de
laatste voltooide ronde.
Laatste ronde Swolf: De swolf-score voor de laatst voltooide
ronde.
Laatste rondetempo: Het gemiddelde tempo van de laatste
voltooide ronde.
Laatste rondetijd: De stopwatchtijd voor de laatste voltooide
ronde.
Last: De trainingsbelasting voor de huidige activiteit. De
trainingsbelasting is het overtollig zuurstofverbruik na
inspanning (EPOC), dat aangeeft hoe inspannend uw
workout was.
Lengte/Breedte: De huidige positie in lengte- en breedtegraad
ongeacht de geselecteerde instelling voor de
positieweergave.
Locatie: De huidige positie met de geselecteerde instelling voor
de positieweergave.
Max. hoogte: Het hoogst bereikte punt sinds deze waarde voor
het laatst is hersteld.
Maximum daling: De maximale daalsnelheid in meter per
minuut of voeten per minuut sinds deze waarde voor het
laatst is hersteld.
Maximum nautische snelheid: De maximumsnelheid in
knopen voor de huidige activiteit.
Maximum ronde vermogen: Het hoogste uitgangsvermogen
voor de huidige ronde.
Maximumsnelheid: De hoogste snelheid voor de huidige
activiteit.
Maximum stijging: De maximale stijgsnelheid in voet per
minuut of meter per minuut sinds deze waarde voor het laatst
is hersteld.
Maximum vermogen: Het hoogste uitgangsvermogen voor de
huidige activiteit.
Min. hoogte: Het laagst bereikte punt sinds deze waarde voor
het laatst is hersteld.
Appendix
Multisporttijd: De totale tijd voor alle sporten tijdens een
multisportactiviteit, inclusief overgangen.
Nautische afstand: De afstand afgelegd in nautische meters of
nautische voeten.
Nautische snelheid: De huidige snelheid in knopen.
Nog te gaan: De resterende afstand tot de eindbestemming.
Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens het
navigeren.
Normalized Power: De Normalized Power™ voor de huidige
activiteit.
Normalized Power laatste ronde: Het gemiddelde Normalized
Power van de laatste voltooide ronde.
NP van ronde: Het gemiddelde Normalized Power van de
huidige ronde.
Omgevingsluchtdruk: De niet-gekalibreerde
omgevingsluchtdruk.
Pedaalmidden-offset: Pedaalmidden-offset. Pedaalmiddenoffset is de locatie op het pedaaloppervlak waarop kracht
wordt uitgeoefend.
Pedaalsoepelheid: De meting van de krachtverdeling op de
pedalen bij iedere pedaalslag door een gebruiker.
Peiling: De richting vanaf uw huidige locatie naar een
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
Piekvermogensfase links: De huidige piekvermogensfasehoek
voor het linkerbeen. Piekvermogensfase is het hoekgebied
waarover de fietser het piekgedeelte van de aandrijfkracht
uitoefent.
Piekvermogensfase rechts: De huidige
piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen.
Piekvermogensfase is het hoekgebied waarover de fietser
het piekgedeelte van de aandrijfkracht uitoefent.
Prestatieconditie: De score voor de prestatieconditie is een
real-time meting van uw prestatievermogen.
RND BAL. GCT: De gemiddelde grondcontacttijd-balans voor
de huidige ronde.
Rnd piekverm-fase rechts: De gemiddelde
piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de
huidige ronde.
Ronde % hartslagreserve: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
de huidige ronde.
Rondeafstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
ronde.
Ronde afstand per slag: Zwemmen. De gemiddelde afstand
die u per slag hebt afgelegd tijdens de huidige ronde.
Ronde afstand per slag: Roeisporten. De gemiddelde afstand
die u per slag hebt afgelegd tijdens de huidige ronde.
Rondebalans: De gemiddelde vermogensbalans links/rechts
voor de huidige ronde.
Rondecadans: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de huidige
ronde.
Rondecadans: Hardlopen. De gemiddelde cadans voor de
huidige ronde.
Ronde-grondcontacttijd: Gemiddelde grondcontacttijd voor de
huidige ronde.
Ronde hartslag: De gemiddelde hartslag voor de huidige
ronde.
Ronde hartslag %max.: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor de huidige ronde.
Ronden: Het aantal ronden dat is voltooid voor de huidige
activiteit.
Ronde ped.midden-offset: De gemiddelde pedaalmiddenoffset voor de huidige ronde.
Appendix
Ronde piekvermfase links: De gemiddelde
piekvermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
ronde.
Ronde slagen: Zwemmen. Het totale aantal slagen voor de
huidige ronde.
Ronde slagen: Roeisporten. Het totale aantal slagen voor de
huidige ronde.
Ronde slagsnelheid: Zwemmen. Het gemiddelde aantal slagen
per minuut (spm) tijdens de huidige ronde.
Ronde slagsnelheid: Roeisporten. Het gemiddelde aantal
slagen per minuut (spm) tijdens de huidige ronde.
Rondesnelheid: De gemiddelde snelheid voor de huidige
ronde.
Ronde staplengte: De gemiddelde staplengte voor de huidige
ronde.
Ronde Swolf: De swolf-score voor de huidige ronde.
Rondetempo: Het gemiddelde tempo van de huidige ronde.
Rondetijd: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
Ronde verm.fase links: De gemiddelde vermogensfasehoek
voor het linkerbeen voor de huidige ronde.
Ronde vermfase rechts: De gemiddelde vermogensfasehoek
voor het rechterbeen voor de huidige ronde.
Ronde verticale oscillatie: De gemiddelde verticale oscillatie
voor de huidige ronde.
Ronde verticale ratio: De gemiddelde verhouding tussen
verticale oscillatie en staplengte voor de huidige ronde.
Rusttijd: De timer voor de huidige rustpauze (zwemmen in
zwembad).
Slagen: Zwemmen. Het totale aantal slagen voor de huidige
activiteit.
Slagen: Roeisporten. Het totale aantal slagen voor de huidige
activiteit.
Slagen laatste baan: Het totale aantal slagen voor de laatste
voltooide baan.
Slagsnelheid: Zwemmen. Het aantal slagen per minuut (spm).
Slagsnelheid: Roeisporten. Het aantal slagen per minuut (spm).
Slagsnelheid laatste baan: Het gemiddelde aantal slagen per
minuut (spm) tijdens de laatste voltooide baan.
Slagtype interval: Het huidige slagtype voor het interval.
Slagtype laatste baan: Het slagtype dat is gebruikt tijdens de
laatste voltooide baan.
Snelheid: De huidige snelheid waarmee u zich verplaatst.
Spier O2 verzadiging %: Het geschatte percentage verzadiging
spierzuurstof voor de huidige activiteit.
Staplengte: De afstand tussen de plekken waar u uw ene voet
en uw andere voet neerzet, gemeten in meters.
Stel timer in: De hoeveelheid tijd die in de huidige workoutset
wordt doorgebracht tijdens een krachttraining.
Stijging laatste ronde: De verticale afstand van de stijging van
de laatste voltooide ronde.
Stijging ronde: De verticale afstand van de stijging van de
huidige ronde.
Swolf van interval: De gemiddelde swolf-score voor het huidige
interval.
Temperatuur: De temperatuur van de lucht. Uw
lichaamstemperatuur beïnvloedt de temperatuursensor. U
kunt een tempe sensor koppelen met uw toestel voor een
consistente bron van nauwkeurige temperatuurgegevens.
Tempo: Het huidige tempo.
Tempo 500 meter: Het huidige roeitempo per 500 meter.
Tempo 500 meter laatste ronde: Het gemiddelde roeitempo
per 500 meter voor de laatste ronde.
45
Tempo 500 meter ronde: Het gemiddelde roeitempo per 500
meter voor de huidige ronde.
Tempo laatste baan: Het gemiddelde tempo van de laatste
voltooide volledige baan.
Tijd: De tijd van de dag, op basis van uw huidige locatie en
tijdinstellingen (notatie, tijdzone en zomertijd).
Tijd bewogen: De totale tijd die u hebt bewogen voor de
huidige activiteit.
Tijd gestopt: De totale tijd die u hebt stilgestaan voor de
huidige activiteit.
Tijd in zone: De tijd verstreken in elke hartslag- of
vermogenszone.
Tijd staand: De tijd dat u staand op de pedalen hebt getrapt
voor de huidige activiteit.
Tijd staand - ronde: De tijd dat u staand op de pedalen hebt
getrapt voor de huidige ronde.
Tijd tot volgende: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om
het volgende waypoint op de route te bereiken. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Tijd zittend: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt getrapt
voor de huidige activiteit.
Tijd zittend - ronde: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt
getrapt voor de huidige ronde.
Timer: De huidige tijd van de afteltimer.
Totaal hemoglobine: De totale geschatte
hemoglobineconcentratie in de spier.
Totale daling: De totale afstand van de daling sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Totale stijging: De totale afstand van de stijging sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Training Stress Score: De Training Stress Score™ voor de
huidige activiteit.
Uit koers: De afstand naar links of rechts die u van uw
oorspronkelijke koers bent afgeweken. Deze gegevens
worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Verdiepingen omhoog: Het totale aantal trappen dat u die dag
hebt geklommen.
Verdiepingen omlaag: Het totale aantal trappen dat u die dag
bent afgegaan.
Verdiepingen per minuut: Het aantal trappen dat u per minuut
hebt geklommen.
Vermogen: Het huidige uitgangsvermogen in watt.
Vermogen l. ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor de
laatste voltooide ronde.
Vermogen per gewicht: Het huidige vermogen gemeten in watt
per kilogram.
Vermogen ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor de
huidige ronde.
Vermogensfase links: De huidige vermogensfasehoek voor het
linkerbeen. Vermogensfase is het pedaalslaggebied waar
positief vermogen wordt geproduceerd.
Vermogensfase rechts: De huidige vermogensfasehoek voor
het rechterbeen. Vermogensfase is het pedaalslaggebied
waar positief vermogen wordt geproduceerd.
Vermogenszone: Het huidige uitgangsvermogensbereik (1–7),
gebaseerd op uw FTP of aangepaste instellingen.
Versnellingen: De voorste en achterste fietsversnellingen van
een versnellingspositiesensor.
Versnellingscombo: De huidige versnellingscombinatie van
een versnellingspositiesensor.
Versnellingsratio: Het aantal tanden op de voorste en
achterste fietsversnellingen, zoals gedetecteerd door een
versnellingspositiesensor.
Verstreken tijd: De totale verstreken tijd. Als u bijvoorbeeld de
timer start en 10 minuten hardloopt, vervolgens de timer 5
minuten stopt en daarna de timer weer start en 20 minuten
hardloopt, bedraagt de verstreken tijd 35 minuten.
Verticale afstand tot bestemming: De afstand die u stijgt
tussen uw huidige positie en de eindbestemming. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Verticale oscillatie: De op-en-neerbeweging tijdens het
hardlopen. De verticale beweging van uw bovenlichaam,
gemeten in centimeters voor iedere stap.
Verticale snelheid: De stijg- of daalsnelheid over tijd.
Verticale snelheid tot bestemming: De stijg- of daalsnelheid
naar een vooraf bepaalde hoogte. Deze gegevens worden
alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Verticale verhouding: De verhouding tussen verticale oscillatie
en staplengte.
Volgend waypoint: Het volgende punt op de route. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Voor: De voorste fietsversnelling van een
versnellingspositiesensor.
Zon onder: Het tijdstip waarop de zon ondergaat, gebaseerd op
uw GPS-positie.
Zon op: Het tijdstip waarop de zon opkomt, gebaseerd op uw
GPS-positie.
Standaardwaarden VO2 Max.
In deze tabellen vindt u de gestandaardiseerde classificaties van het geschat VO2 max. op basis van leeftijd en geslacht.
Mannen
Percentiel
20–29
30–39
40–49
50–59
60–69
70–79
Voortreffelijk
95
55,4
54
52,5
48,9
45,7
42,1
Uitstekend
80
51,1
48,3
46,4
43,4
39,5
36,7
Goed
60
45,4
44
42,4
39,2
35,5
32,3
Redelijk
40
41,7
40,5
38,5
35,6
32,3
29,4
Slecht
0–40
<41,7
<40,5
<38,5
<35,6
<32,3
<29,4
Vrouwen
Percentiel
20–29
30–39
40–49
50–59
60–69
70–79
Voortreffelijk
95
49,6
47,4
45,3
41,1
37,8
36,7
Uitstekend
80
43,9
42,4
39,7
36,7
33
30,9
Goed
60
39,5
37,8
36,3
33
30
28,1
Redelijk
40
36,1
34,4
33
30,1
27,5
25,9
Slecht
0–40
<36,1
<34,4
<33
<30,1
<27,5
<25,9
Gegevens afgedrukt met toestemming van The Cooper Institute. Ga voor meer informatie naar www.CooperInstitute.org.
46
Appendix
FTP-waarden
Bandafmeting
Wielmaat (mm)
Deze tabellen bevatten classificaties voor geschat functioneel
drempelvermogen (FTP) op basis van geslacht.
29 x 2.1
2288
29 x 2.2
2298
Mannen
Watt per kilogram (W/kg)
29 x 2.3
2326
5,05 en meer
650 x 20C
1938
Tussen 3,93 en 5,04
650 x 23C
1944
Tussen 2,79 en 3,92
650 × 35A
2090
Tussen 2,23 en 2,78
650 × 38B
2105
Ongetraind
Minder dan 2,23
650 × 38A
2125
700 × 18C
2070
Vrouwen
Watt per kilogram (W/kg)
700 × 19C
2080
Voortreffelijk
4,30 en meer
700 × 20C
2086
Uitstekend
Tussen 3,33 en 4,29
700 × 23C
2096
Goed
Tussen 2,36 en 3,32
700 × 25C
2105
Redelijk
Tussen 1,90 en 2,35
700C (tubulair)
2130
Ongetraind
Minder dan 1,90
700 × 28C
2136
700 × 30C
2146
700 × 32C
2155
700 × 35C
2168
700 × 38C
2180
700 × 40C
2200
700 × 44C
2235
700 × 45C
2242
700 × 47C
2268
Voortreffelijk
Uitstekend
Goed
Redelijk
FTP-waarden zijn gebaseerd op onderzoek verricht door Hunter
Allen en Andrew Coggan, PhD, Training and Racing with a
Power Meter (Boulder, CO: VeloPress, 2010).
Wielmaat en omvang
Uw snelheidsensor detecteert automatisch uw wielmaat. Indien
nodig, kunt u handmatig uw wielmaat invoeren in de instellingen
van de snelheidsensor.
De wielmaat wordt aan weerszijden van de band aangegeven.
Dit is geen volledige lijst. U kunt ook de omtrek van uw wiel
meten of een van de rekenmachines op internet gebruiken.
Bandafmeting
Wielmaat (mm)
20 × 1,75
1515
20 × 1-3/8
1615
22 × 1-3/8
1770
22 × 1-1/2
1785
24 × 1
1753
24 × 3/4 (tubulair)
1785
24 × 1-1/8
1795
24 × 1,75
1890
24 × 1-1/4
1905
24 × 2,00
1925
24 × 2,125
1965
26 × 7/8
1920
26 × 1-1,0
1913
26 × 1
1952
26 × 1,25
1953
26 × 1-1/8
1970
26 × 1,40
2005
26 × 1,50
2010
26 × 1,75
2023
26 × 1,95
2050
26 × 2,00
2055
26 × 1-3/8
2068
26 × 2,10
2068
26 × 2,125
2070
26 × 2,35
2083
26 × 1-1/2
2100
26 × 3,00
2170
27 × 1
2145
27 × 1-1/8
2155
27 × 1-1/4
2161
27 × 1-3/8
2169
Appendix
Symbooldefinities
Deze symbolen worden mogelijk weergegeven op de toestel- of
accessoirelabels.
WEEE-symbool voor weggooien en recycling. Het WEEE-symbool
is toegevoegd op het product in overeenstemming met de EUrichtlijn 2012/19/EU met betrekking tot Waste Electrical and
Electronic Equipment (WEEE). Hiermee wordt het onjuist afdanken
van dit product ontmoedigd en het hergebruiken en recyclen
bevorderd.
47
Index
A
accessoires 30, 31, 40, 42
acclimatisering 15
activiteiten 1–3, 31, 35
aangepaste 2, 3, 31
opslaan 2
starten 2, 28
activiteiten opslaan 1, 3, 11
activiteiten volgen 9, 10
afstand 34
waarschuwingen 30, 33
afstandteller 5, 26
afteltimer 37
agenda 5
alarmen 32, 37
ANT+ sensoren 30
ANT+ sensors 31
applicaties 21–23
smartphone 20
Auto Lap 34
Auto Pause 34
auto scroll 34
automatisch klimmen 34
B
banden 39
banen 3
afspelen 4
maken 27
selecteren 4
spelen 4
barometer 29, 36
kalibreren 36
batterij
maximaliseren 21, 35, 42
opladen 38
vervangen 39
bedieningsmenu 22
betalingen 25
Bluetooth sensoren 30
Bluetooth technologie 1, 5, 20, 21, 23, 41
hoofdtelefoon 24, 42
Body Battery 19
C
cadans 7, 12, 13
sensors 31
waarschuwingen 33
calorie, waarschuwingen 33
computer 24
Connect IQ 22
contacten voor noodgevallen 23
contactpersonen, toevoegen 23
coördinaten 28
D
de batterij vervangen 39
doel 6
doelstellingen 6
dogleg 4
E
een shot meten 4
extra scherm 8
F
favorieten 31
fietssensors 31
fitness 15
G
Galileo 34
Garmin Connect 5, 20–23, 26, 41
gegevens opslaan 26
Garmin Express 22, 40
software bijwerken 40
Garmin Pay 25
gebruikersgegevens, verwijderen 27
48
gebruikersprofiel 8
gegevens
delen 8
opslaan 12, 26
overbrengen 26
pagina's 32
uploaden 21
gegevens delen 8
gegevens uploaden 21
gegevensvelden 22
geschiedenis 11, 25, 26
naar de computer verzenden 26
verwijderen 26
GLONASS 34–36
GPS 1, 35, 36
instellingen 34
signaal 2, 41
green-weergave, pinlocatie 4
grondcontacttijd 13
grootte van bad 11
GroupTrack 23, 35
H
hardloopdynamiek 12–14
hartslag 1, 10
meter 10–12, 14, 15, 18, 39
sensors koppelen 10
waarschuwingen 11, 33
zones 8, 14, 26
herstel 14, 17, 18
het toestel herstellen 41
het toestel resetten 41
hoofdmenu, aanpassen 31
hoofdtelefoon
Bluetooth technologie 24, 42
verbinden 24
hoogte 15
hoogtemeter 29, 36
kalibreren 36
horlogemodus 35, 42
hulp 23
I
indoortraining 2, 30
instellingen 10, 19, 29, 31, 33, 35–37, 41
intervallen 3
workouts 5, 6
K
kaart 29, 33
kaarten 30, 32
bijwerken 40
bladeren 29
navigeren 28, 29
kaartpunten. Zie nuttige punten
kalibreren
hoogtemeter 36
kompas 35
klok 1, 37
knoppen 1, 22, 36, 37, 39
koersen 27, 30
koersinstelling 30
kompas 29, 30, 35, 36
kalibreren 35
koppelen 20
ANT+ sensors 10, 42
Bluetooth sensoren 42
sensoren 30
smartphone 20, 41
L
lactaatdrempel 14, 16
layup 4
LiveTrack 23
locaties 28
opslaan 27, 29
verwijderen 27
wijzigen 27
loopband 2
M
maateenheden 5, 37
man overboord (MOB) 28
meldingen 20
menu 1
metronoom 7
minuten intensieve training 9, 40
MOB 28
Move IQ 10
multisport 2, 3, 26
muziek 1, 23
afspelen 24
laden 24
services 24
muziekbediening 22, 24
N
navigatie 27–30, 32
Peil en ga 28
stoppen 28
terug naar start 28
NFC 25
noordreferentie 36
nuttige punten 28, 29
O
oefeningen 3
ongevaldetectie 23
opladen 38
P
Peil en ga 28
persoonlijke records 6, 7
verwijderen 7
pictogrammen 1
portemonnee 1, 25
prestatieconditie 14, 16
problemen oplossen 10, 12, 14, 19, 20, 38, 40,
41
profielen 1
activiteit 1, 3
gebruiker 8
pulse oxymeter 10, 18, 19
R
racen 6
raceprognose 14
Resterende energiereserve 20
ronden 1
routes 28
instellingen 33
S
satellietsignalen 34, 41
scherm 37
schermverlichting 1, 37
scorekaart 4
segmenten 7
skiën
alpine 4
snowboarden 4
slaapmodus 9
slagen 3
smartphone 1, 21–23, 41
applicaties 21, 22
apps 20
koppelen 20, 41
snelheid 34
snelheids- en cadanssensors 31
snelkoppelingen 22
snowboarden 4
software
bijwerken 40, 41
licentie 38
versie 38
specificaties 39
sporen 28
Spotify 24
staplengte 12, 13
statistieken 5
stopwatch 37
Index
stressniveau 14, 19
stressscore 19
swing-analyse 5
swolfscore 3
systeeminstellingen 36
T
taal 36, 41
tempe 31, 42
temperatuur 15, 31, 42
terug naar start, navigatie 28
tijd 37
instellingen 36
waarschuwingen 33
zones en notaties 36
tijdzones 37
timer 1, 3, 11, 25
afteltimer 37
toestel aanpassen 22, 32, 36, 37
toestel schoonmaken 12, 39
toestel-id 38
tonen 7, 37
TracBack 2, 28
tracking 19, 23
training 1, 5, 6, 15, 18, 21
plannen 5
Training Effect 14, 15
trainingen 3
trainingsbelasting 17, 18
trainingsstatus 14, 17
triatlontraining 3
U
UltraTrac 34, 35
updates, software 41
USB 41
V
veiligheidsinformatie 23
verbinden 21, 22
vermogen (kracht) 14
meters 15–17, 31, 47
waarschuwingen 33
zones 8
verticale oscillatie 12–14
verticale ratio 12–14
verwijderen
alle gebruikersgegevens 27
geschiedenis 26
persoonlijke records 7
via-punten, projecteren 27
VIRB afstandsbediening 37, 38
Virtual Partner 6
VO2 max. 14, 15, 17, 46
voetsensor 30, 31
voorspelde finishtijd 15
W
waarschuwing 5
waarschuwingen 10, 30, 32–34
hartslag 5, 11
watch faces 35
waypoints 29
weer 22
Wi‑Fi 22, 41
verbinden 22
widgets 10, 11, 19, 21, 22, 24
wielmaten 47
wijzerplaten 22, 35
workouts 5
laden 5
Z
zones
hartslag 8
inschakelen 8
tijd 37
zuurstofsaturatie 18, 19
zwemmen 3, 11, 12
Index
49
support.garmin.com
April 2019
190-02515-00_0A
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising