Garmin | Forerunner® 645, Black | User manual | Garmin Forerunner® 645, Black Gebruikershandleiding

Garmin Forerunner® 645, Black Gebruikershandleiding
FORERUNNER 645/645 MUSIC
®
Gebruikershandleiding
© 2018 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin
behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of
organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
Garmin , het Garmin logo, ANT+ , Auto Lap , Auto Pause , Edge , Forerunner , VIRB en Virtual Partner zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de
Verenigde Staten en andere landen. Connect IQ™, Garmin Connect™, Garmin Express™, Garmin Move IQ™, Garmin Pay™, HRM-Run™, HRM-Tri™, HRM-Swim™, tempe™, TrueUp™, Varia™ en
Varia Vision™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
®
®
®
®
®
®
®
Android™ is een handelsmerk van Google Inc. Apple en Mac zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Het woordmerk en de logo's van
Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. The Cooper Institute , en alle gerelateerde handelsmerken, zijn
het eigendom van The Cooper Institute. Geavanceerde hartslaganalyse door Firstbeat. Op de Spotify software zijn de volgende licenties van derden van toepassing:
https://developer.spotify.com/legal/third-party-licenses. Strava™ en STRAVA zijn handelsmerken van Strava, Inc. Wi‑Fi is een geregistreerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance Corporation.
Windows en Windows NT zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom
van hun respectieve eigenaars.
®
®
®
®
®
®
®
®
Dit product is ANT+ gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.
®
Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................... 1
Overzicht van het toestel ............................................................ 1
GPS-status en statuspictogrammen ...................................... 1
Uw smartphone koppelen met uw toestel ................................... 1
Bluetooth meldingen inschakelen .......................................... 1
Meldingen weergeven ....................................................... 1
Meldingen beheren ........................................................... 1
Audiomeldingen op uw smartphone afspelen tijdens uw
activiteit ............................................................................. 1
De Bluetooth smartphone-verbinding uitschakelen .......... 2
Smartphone-verbindingswaarschuwingen in- en
uitschakelen ...................................................................... 2
Het bedieningsmenu weergeven ................................................ 2
Hardlopen ................................................................................... 2
Activiteiten en apps....................................................... 2
Een activiteit starten ................................................................... 2
Tips voor het vastleggen van activiteiten ............................... 3
Een activiteit stoppen .................................................................. 3
Een activiteit toevoegen ............................................................. 3
Een aangepaste activiteit maken ........................................... 3
Binnenactiviteiten ........................................................................ 3
De loopbandafstand kalibreren .............................................. 3
Buitenactiviteiten ......................................................................... 3
Zwemmen .............................................................................. 3
Zwemtermen ..................................................................... 4
Slagtypen .......................................................................... 4
Tips voor zwemactiviteiten ................................................ 4
Rusten tijdens zwemmen in een zwembad ....................... 4
Training met het trainingslog ............................................. 4
Uw afdalingen weergeven ...................................................... 4
Audiomeldingen afspelen tijdens een activiteit ........................... 4
Training........................................................................... 5
Workouts ..................................................................................... 5
Een workout vanuit Garmin Connect volgen ......................... 5
Een workout beginnen ........................................................... 5
De trainingsagenda ................................................................ 5
Garmin Connect trainingsplannen gebruiken .................... 5
Aangepaste trainingsplannen ........................................... 5
Intervalworkouts ..................................................................... 5
Een intervalworkout maken ............................................... 5
Een intervalworkout starten ............................................... 5
Een intervalworkout stoppen ............................................. 5
Virtual Partner® gebruiken ......................................................... 6
Een trainingsdoel instellen .......................................................... 6
Een trainingsdoel annuleren .................................................. 6
Racen tegen een eerder voltooide activiteit ............................... 6
Persoonlijke records ................................................................... 6
Uw persoonlijke records weergeven ...................................... 6
Een persoonlijk record herstellen ........................................... 6
Een persoonlijk record verwijderen ........................................ 6
Alle persoonlijke records verwijderen .................................... 6
Segmenten ................................................................................. 6
Strava™ segmenten .............................................................. 7
Tegen een segment racen ..................................................... 7
Segmentgegevens weergeven .............................................. 7
Een segment instellen op automatisch aanpassen ............... 7
De metronoom gebruiken ........................................................... 7
Uw gebruikersprofiel instellen ..................................................... 7
Fitnessdoelstellingen ............................................................. 7
Hartslagzones ........................................................................ 7
Uw hartslagzones instellen ............................................... 7
Uw hartslagzones laten instellen door het toestel ............. 8
Berekeningen van hartslagzones ...................................... 8
Inhoudsopgave
Activiteiten volgen......................................................... 8
Automatisch doel ........................................................................ 8
De bewegingswaarschuwing gebruiken ..................................... 8
Slaap bijhouden .......................................................................... 8
Uw slaap automatisch bijhouden ........................................... 9
De modus Niet storen gebruiken ........................................... 9
Minuten intensieve training ......................................................... 9
Minuten intensieve training opbouwen .................................. 9
Garmin Move IQ™ gebeurtenissen ............................................ 9
Instellingen voor activiteiten volgen ............................................ 9
Activiteiten volgen uitschakelen ............................................. 9
Tracking van menstruatiecyclus ................................................. 9
Hartslagmeetfuncties ..................................................... 9
Hartslagmeter aan de pols .......................................................... 9
Het toestel dragen .................................................................. 9
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens ......................... 10
De hartslagwidget gebruiken ............................................... 10
Hartslaggegevens verzenden naar Garmin toestellen ......... 10
Hartslaggegevens tijdens een activiteit verzenden ......... 10
Abnormale-hartslagwaarschuwingen instellen .................... 10
De polshartslagmeter uitschakelen ...................................... 10
Hardloopdynamiek .................................................................... 10
Trainen met hardloopdynamiek ........................................... 11
Kleurenbalken en hardloopdynamiekgegevens ................... 11
Gegevens over grondcontacttijd-balans ......................... 11
Verticale oscillatie en verticale ratio gegevens ............... 12
Tips voor ontbrekende hardloopdynamiekgegevens ........... 12
Prestatiemetingen ..................................................................... 12
Prestatiemeldingen uitschakelen ......................................... 12
Prestatiemetingen automatisch detecteren ......................... 12
Activiteiten en prestatiemetingen synchroniseren ............... 12
Over VO2 max. indicaties .................................................... 12
Voorspelde racetijden weergeven ....................................... 13
Training Effect ...................................................................... 13
Prestatieconditie .................................................................. 13
Uw prestatieconditie weergeven ..................................... 13
Lactaatdrempel .................................................................... 13
Een begeleide test uitvoeren om uw lactaatdrempel te
bepalen ........................................................................... 14
Trainingsstatus ......................................................................... 14
Trainingsstatusniveaus ........................................................ 14
Tips voor het verkrijgen van uw trainingsstatus .............. 15
Trainingsbelasting ................................................................ 15
Focus trainingsbelasting ................................................. 15
Hersteltijd ............................................................................. 15
Uw hersteltijd weergeven ................................................ 15
Herstelhartslag ................................................................ 15
Uw stressscore op basis van uw hartslagvariaties bekijken ..... 15
Slimme functies ............................................................ 16
Bluetooth connected functies ................................................... 16
Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin
Connect ................................................................................ 16
Een verloren mobiel toestel lokaliseren ............................... 16
Widgets ..................................................................................... 16
De widgets gebruiken .......................................................... 16
De weerwidget bekijken ....................................................... 17
Connect IQ functies .................................................................. 17
Connect IQ functies downloaden via uw computer .............. 17
Wi‑Fi connected functies .......................................................... 17
Verbinding maken met een Wi‑Fi netwerk ........................... 17
Veiligheids- en trackingfuncties ................................................ 17
Contacten voor noodgevallen toevoegen ............................ 17
Ongevaldetectie in- en uitschakelen .................................... 17
Hulp vragen .......................................................................... 17
Deelnemen aan een GroupTrack sessie ............................. 18
Tips voor deelname aan GroupTrack sessies ................ 18
i
Muziek........................................................................... 18
Verbinding maken met een externe provider ............................ 18
Audiocontent van een externe provider downloaden ........... 18
Audio-inhoud downloaden van Spotify® .............................. 18
De muziekprovider wijzigen ................................................. 18
Loskoppelen van een externe provider ................................ 18
Persoonlijke audiocontent downloaden .................................... 18
Luisteren naar muziek .............................................................. 19
Bediening voor afspelen van muziek op een verbonden
smartphone ............................................................................... 19
Bediening voor afspelen van muziek ........................................ 19
Een Bluetooth hoofdtelefoon aansluiten ................................... 19
Garmin Pay................................................................... 19
Uw Garmin Pay portemonnee instellen .................................... 19
Een aankoop betalen via uw horloge ....................................... 19
Een kaart toevoegen aan uw Garmin Pay portemonnee .......... 20
Uw Garmin Pay portemonnee beheren ............................... 20
Uw Garmin Pay pincode wijzigen ............................................. 20
Geschiedenis................................................................ 20
Werken met de geschiedenis ................................................... 20
Tijd in elke hartslagzone weergeven ................................... 20
Gegevenstotalen weergeven .................................................... 21
De afstandteller gebruiker ......................................................... 21
Geschiedenis verwijderen ......................................................... 21
Gegevensbeheer ...................................................................... 21
Bestanden verwijderen ........................................................ 21
De USB-kabel loskoppelen .................................................. 21
Garmin Connect ........................................................................ 21
Uw gegevens synchroniseren met de Garmin Connect
app ....................................................................................... 21
Garmin Connect op uw computer gebruiken ....................... 21
Navigatie....................................................................... 22
Koersen .................................................................................... 22
Een koers maken en volgen op uw toestel .......................... 22
Uw locatie bewaren .................................................................. 22
Uw opgeslagen locaties verwijderen ................................... 22
Alle opgeslagen locaties verwijderen ................................... 22
Tijdens een activiteit navigeren naar uw vertrekpunt ............... 22
Naar een opgeslagen locatie navigeren ................................... 22
Stoppen met navigeren ............................................................ 22
Kaart ......................................................................................... 22
Een kaart aan een activiteit toevoegen ................................ 23
Schuiven en zoomen op de kaart ........................................ 23
Kaartinstellingen .................................................................. 23
Draadloze sensoren..................................................... 23
De draadloze sensoren koppelen ............................................. 23
Voetsensor ................................................................................ 23
Hardlopen met een voetsensor ............................................ 23
Kalibratie van de voetsensor ............................................... 23
Kalibratie van de voetsensor verbeteren ........................ 23
Uw voetsensor handmatig kalibreren .................................. 23
Snelheid en afstand van voetsensor instellen ..................... 24
Modus Extra scherm ................................................................. 24
Een optionele fietssnelheids- of fietscadanssensor
gebruiken .................................................................................. 24
Omgevingsbewustzijn ............................................................... 24
tempe ........................................................................................ 24
Uw toestel aanpassen.................................................. 24
Uw lijst met activiteiten aanpassen ........................................... 24
De widgetlijst aanpassen .......................................................... 24
Het bedieningsmenu aanpassen .............................................. 24
Activiteitinstellingen .................................................................. 24
Gegevensschermen aanpassen .......................................... 25
Een kaart aan een activiteit toevoegen ................................ 25
ii
Waarschuwingen ................................................................. 25
Een waarschuwing instellen ............................................ 25
Auto Lap ............................................................................... 26
Ronden op afstand markeren ......................................... 26
Auto Pause inschakelen ...................................................... 26
Auto Scroll gebruiken ........................................................... 26
De GPS-instelling wijzigen ................................................... 26
GPS en andere satellietsystemen ................................... 26
UltraTrac ......................................................................... 26
Time-outinstellingen voor de spaarstand ............................. 26
Een activiteit of app verwijderen ............................................... 26
Wijzerplaatinstellingen .............................................................. 27
De watch face aanpassen ................................................... 27
Systeeminstellingen .................................................................. 27
Tijdinstellingen ..................................................................... 27
De schermverlichtingsinstellingen wijzigen .......................... 27
De maateenheden wijzigen ................................................. 27
Klok ........................................................................................... 28
De tijd handmatig instellen ................................................... 28
Een alarm instellen .............................................................. 28
Een alarm verwijderen ......................................................... 28
De afteltimer instellen .......................................................... 28
De stopwatch gebruiken ...................................................... 28
De tijd synchroniseren met GPS .......................................... 28
VIRB afstandsbediening ........................................................... 28
Een VIRB actiecamera bedienen ......................................... 28
Een VIRB actiecamera bedienen tijdens een activiteit ........ 28
Toestelinformatie......................................................... 29
Toestelgegevens weergeven .................................................... 29
Informatie over regelgeving en compliance op e-labels
weergeven ........................................................................... 29
Het toestel opladen ................................................................... 29
Tips voor het opladen van het toestel .................................. 29
Specificaties .............................................................................. 29
Toestelonderhoud ..................................................................... 29
Het toestel schoonmaken .................................................... 30
De banden vervangen .............................................................. 30
Problemen oplossen.................................................... 30
Productupdates .........................................................................30
Garmin Express instellen ..................................................... 30
Meer informatie ......................................................................... 30
Activiteiten volgen ..................................................................... 30
Mijn dagelijkse stappentelling wordt niet weergegeven ....... 30
Mijn stappentelling lijkt niet nauwkeurig te zijn .................... 30
De stappentellingen op mijn toestel en mijn Garmin Connect
account komen niet overeen ................................................ 30
Het aantal opgelopen trappen lijkt niet te kloppen ............... 30
Mijn minuten intensieve training knipperen .......................... 30
Satellietsignalen ontvangen ...................................................... 30
De ontvangst van GPS-signalen verbeteren ....................... 31
Het toestel opnieuw opstarten .................................................. 31
Alle standaardinstellingen herstellen ........................................ 31
De software bijwerken met de Garmin Connect app ................ 31
De software bijwerken via Garmin Express .............................. 31
Op mijn toestel wordt niet de juiste taal gebruikt ...................... 31
Is mijn smartphone compatibel met mijn toestel? ..................... 31
Tips voor bestaande Garmin Connect gebruikers .................... 31
Ik kan mijn telefoon niet koppelen met het toestel .................... 31
De levensduur van de batterij verlengen .................................. 32
De temperatuurmeting is niet nauwkeurig ................................ 32
Hoe kan ik ANT+ sensors handmatig koppelen? ..................... 32
Kan ik mijn Bluetooth sensor gebruiken bij mijn horloge? ........ 32
Mijn muziek valt weg of mijn hoofdtelefoons blijven niet
verbonden ................................................................................. 32
Appendix....................................................................... 32
Inhoudsopgave
Gegevensvelden ....................................................................... 32
Standaardwaarden VO2 Max. .................................................. 34
Wielmaat en omvang ................................................................ 35
Symbooldefinities ...................................................................... 35
Index .............................................................................. 36
Inhoudsopgave
iii
Inleiding
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Raadpleeg altijd een arts voordat u een trainingsprogramma
begint of wijzigt.
Overzicht van het toestel
1 U kunt de Garmin Connect app via de app store op uw
telefoon installeren en openen.
2 Houd uw smartphone binnen 10 m (33 ft.) van uw toestel.
3 Selecteer LIGHT om het toestel in te schakelen.
De eerste keer dat u het toestel inschakelt, is de
koppelmodus ingeschakeld.
TIP: U kunt LIGHT ingedrukt houden en selecteren om
handmatig naar de koppelmodus te gaan.
4 Selecteer een optie om uw toestel toe te voegen aan uw
Garmin Connect account:
• Als dit het eerste toestel is dat u koppelt met de Garmin
Connect app, volgt u de instructies op het scherm.
• Als u reeds een toestel hebt gekoppeld met de Garmin
Connect app, selecteert u in het menu
of
Garmin
toestellen > Voeg toestel toe, en volgt u de instructies
op het scherm.
Bluetooth meldingen inschakelen
LIGHT Selecteer om het toestel in te schakelen.
Selecteer om de schermverlichting in of uit te schakelen.
Houd ingedrukt om het bedieningsmenu weer te geven.
START Selecteer deze knop om de activiteiten-timer te starten of
STOP te stoppen.
Selecteer deze knop om een optie te kiezen of een bericht
te bevestigen.
BACK
Selecteer om terug te keren naar het vorige scherm.
Selecteer om een ronde vast te leggen tijdens een activiteit.
DOWN Selecteer deze knop om door de widgets, gegevensschermen, opties en instellingen te bladeren.
Houd ingedrukt om de muziekbediening te openen
(Bediening voor afspelen van muziek, pagina 19).
UP
Selecteer deze knop om door de widgets, gegevensschermen, opties en instellingen te bladeren.
Houd ingedrukt om het menu weer te geven.
GPS-status en statuspictogrammen
De GPS-statusring en -pictogrammen worden tijdelijk op elk
gegevensscherm geprojecteerd. Bij buitenactiviteiten wordt de
statusring groen als GPS gereed is. Een knipperend pictogram
geeft aan dat het toestel een signaal zoekt. Een niet-knipperend
pictogram geeft aan dat het signaal is gevonden of de sensor is
verbonden.
GPS-status
Batterijstatus
Smartphone-verbindingsstatus
Status Wi‑Fi technologie
®
Hartslagstatus
Status voetsensor
Running Dynamics Pod status
Status snelheid- en cadanssensor
Status fietsverlichting
Status fietsradar
Status modus Extra scherm
tempe™ sensorstatus
VIRB camerastatus
®
Uw smartphone koppelen met uw toestel
Om gebruik te maken van de connected functies van het
Forerunner toestel moet het rechtsreeks via de Garmin
Connect™ app worden gekoppeld, in plaats van via de
Bluetooth instellingen op uw smartphone.
®
Inleiding
Voordat u meldingen kunt inschakelen, moet u het Forerunner
toestel koppelen met een compatibel mobiel toestel (Uw
smartphone koppelen met uw toestel, pagina 1).
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Telefoon > Smartphone
meldingen > Status > Aan.
3 Selecteer Tijdens activiteit.
4 Selecteer een meldingsvoorkeur.
5 Selecteer een geluidsvoorkeur.
6 Selecteer Niet tijdens activiteit.
7 Selecteer een meldingsvoorkeur.
8 Selecteer een geluidsvoorkeur.
9 Selecteer Time-out.
10 Selecteer hoe lang de waarschuwing voor een nieuwe
melding op het scherm wordt weergegeven.
11 Selecteer Handtekening om een handtekening toe te
voegen aan uw tekstberichten.
Meldingen weergeven
1 Selecteer UP in de watch face om de meldingenwidget weer
te geven.
2 Selecteer START en selecteer een melding.
3 Selecteer DOWN voor meer opties.
4 Selecteer BACK om terug te keren naar het vorige scherm.
Meldingen beheren
U kunt meldingen die op uw Forerunner toestel worden
weergegeven, beheren vanaf uw compatibele smartphone.
Selecteer een optie:
• Als u een iPhone toestel gebruikt, kunt u via de
meldingsinstellingen de items selecteren die u op het
toestel wilt weergeven.
• Als u een Android™ smartphone gebruikt, selecteert u in
de Garmin Connect app, Instellingen > Smartphone
meldingen.
®
Audiomeldingen op uw smartphone afspelen tijdens uw
activiteit
Voordat u audiomeldingen kunt instellen, moet u een
smartphone met de Garmin Connect app koppelen met uw
Forerunner toestel.
U kunt de Garmin Connect app zodanig instellen dat er tijdens
het hardlopen of een andere activiteit motiverende
statusmeldingen worden afgespeeld op uw smartphone.
Audiomeldingen vermelden het rondenummer en de rondetijd,
het tempo of de snelheid, en de hartslaggegevens. Tijdens een
audiomelding dempt de Garmin Connect app het geluid van de
1
primaire audio van de smartphone om de aankondiging af te
spelen. U kunt de volumeniveaus aanpassen in de Garmin
Connect app.
OPMERKING: Als u een Forerunner 645 Music toestel hebt,
kunt u audiomeldingen via uw verbonden hoofdtelefoons
inschakelen, zonder dat u een verbonden smartphone gebruikt
(Audiomeldingen afspelen tijdens een activiteit, pagina 4).
OPMERKING: De audiomelding Rondewaarschuwing is
standaard ingeschakeld.
1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
2 Selecteer Garmin toestellen.
3 Selecteer uw toestel.
4 Selecteer Activiteitopties > Audiomeldingen.
De Bluetooth smartphone-verbinding uitschakelen
1 Houd LIGHT ingedrukt om het bedieningsmenu weer te
geven.
2 Selecteer
om de Bluetooth smartphone-verbinding op uw
Forerunner toestel uit te schakelen.
Raadpleeg de gebruikershandleiding voor uw mobiele toestel
om draadloze Bluetooth technologie uit te schakelen op uw
mobiele toestel.
Smartphone-verbindingswaarschuwingen in- en
uitschakelen
U kunt instellen dat het Forerunner toestel u waarschuwt
wanneer uw gekoppelde smartphone een verbinding maakt of
deze verbreekt via draadloze Bluetooth technologie.
OPMERKING: Smartphone-verbindingswaarschuwingen zijn
standaard uitgeschakeld.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Telefoon > Waarschuwingen.
Het bedieningsmenu weergeven
Het bedieningsmenu bevat opties om bijvoorbeeld de modus
Niet storen in te schakelen, de knoppen te vergrendelen of het
toestel uit te schakelen. U kunt ook de Garmin Pay™
portemonnee openen.
OPMERKING: U kunt de opties toevoegen aan het
bedieningsmenu, de volgorde ervan wijzigen en ze verwijderen
(Het bedieningsmenu aanpassen, pagina 24).
1 Houd LIGHT ingedrukt in een scherm.
OPMERKING: Houd op een Forerunner 645 Music, terwijl u
zich in een activiteit bevindt, DOWN ingedrukt om de
muziekbedieningsknoppen te gebruiken (Bediening voor
afspelen van muziek, pagina 19).
5 Nadat u klaar bent met hardlopen, selecteert u STOP om de
activiteitstimer te stoppen.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Hervat om de activiteitentimer weer te starten.
• Selecteer Sla op om uw hardloopsessie op te slaan en de
activiteitentimer opnieuw in te stellen. U kunt de
hardloopsessie selecteren om een samenvatting te
bekijken.
• Selecteer Hervat later om de hardloopsessie te
onderbreken en het vastleggen later te hervatten.
• Selecteer Ronde om een ronde te markeren.
• Selecteer Gooi weg > Ja om de hardloopsessie te
verwijderen.
Activiteiten en apps
Uw toestel kan worden gebruikt voor binnen-, buiten-, sport- en
fitnessactiviteiten. Wanneer u een activiteit start, worden de
sensorgegevens weergegeven en vastgelegd op uw toestel. U
kunt activiteiten opslaan en delen met de Garmin Connect
community.
U kunt ook Connect IQ™ activiteiten en apps aan uw toestel
toevoegen via de Connect IQ app (Connect IQ functies,
pagina 17).
Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over
activiteiten-tracking en de nauwkeurigheid van fitnessgegevens.
Een activiteit starten
2 Selecteer UP of DOWN om door de opties te bladeren.
Hardlopen
De eerste fitnessactiviteit die u op uw toestel opslaat kan een
hardloopsessie, een rit of een andere buitenactiviteit zijn. U
moet het toestel mogelijk opladen voordat u aan de activiteit
begint (Het toestel opladen, pagina 29).
1 Selecteer START en vervolgens een activiteit.
2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
gevonden.
3 Selecteer START om de timer te starten.
4 Ga hardlopen.
2
Als u een activiteit start, wordt GPS automatisch ingeschakeld
(indien vereist).
1 Druk op START.
2 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Activiteiten die als favorieten zijn ingesteld
verschijnen eerst in de lijst (Uw lijst met activiteiten
aanpassen, pagina 24).
3 Ga naar buiten naar een plek met vrij zicht op de lucht tijdens
activiteiten waarvoor u een GPS-signaal nodig hebt.
TIP: Als
in grijze tekst of op een grijze achtergrond
verschijnt, zijn voor de activiteit geen GPS-signalen vereist.
4 Wacht tot Klaar op het scherm wordt weergegeven.
Activiteiten en apps
Het toestel is klaar als het uw hartslag weergeeft, GPSsignalen ontvangt (indien nodig) en verbinding maakt met uw
draadloze sensors (indien nodig).
5 Druk op START om de timer te starten.
Het toestel legt alleen activiteitgegevens vast als de
activiteitentimer loopt.
OPMERKING: Houd op een Forerunner 645 Music terwijl u
zich in een activiteit bevindt, DOWN ingedrukt om de
muziekbedieningsknoppen te gebruiken (Bediening voor
afspelen van muziek, pagina 19).
Tips voor het vastleggen van activiteiten
• Laad het toestel op voordat u aan de activiteit begint (Het
toestel opladen, pagina 29).
• Selecteer BACK om ronden vast te leggen.
• Selecteer UP of DOWN om meer gegevenspagina's weer te
geven.
Een activiteit stoppen
1 Selecteer STOP.
2 Selecteer een optie:
• Als u de activiteit weer wilt hervatten, selecteert u Hervat.
• Als u de activiteit wilt opslaan en wilt terugkeren naar
horlogemodus, selecteert u Sla op.
• Als u de activiteit wilt onderbreken en later wilt hervatten,
selecteert u Hervat later.
• Als u een ronde wilt markeren, selecteert u Ronde.
• Selecteer Terug naar start > TracBack om langs de
afgelegde route naar het startpunt van uw activiteit te
navigeren.
OPMERKING: Deze functie is alleen beschikbaar voor
activiteiten waarbij GPS wordt gebruikt.
• Selecteer Terug naar start > Rechte lijn om via het
meest directe pad naar het startpunt van uw activiteit te
navigeren..
OPMERKING: Deze functie is alleen beschikbaar voor
activiteiten waarbij GPS wordt gebruikt.
• Als u de activiteit wilt verwijderen en wilt terugkeren naar
horlogemodus, selecteert u Gooi weg > Ja.
OPMERKING: Na het stoppen van de activiteit, wordt deze
na 30 minuten automatisch op het toestel opgeslagen.
Een activiteit toevoegen
Uw toestel wordt geleverd met een aantal vooraf geladen
veelvoorkomende binnen- en buitensportactiviteiten. U kunt
deze activiteiten toevoegen aan uw activiteitenlijst.
1 Selecteer START.
2 Selecteer Voeg toe.
3 Selecteer een activiteit in de lijst.
4 Selecteer Ja om de activiteit aan uw lijst met favorieten toe te
voegen.
5 Selecteer een locatie in de activiteitenlijst.
6 Druk op START.
Een aangepaste activiteit maken
1 Selecteer op de watch face START > Voeg toe.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer Kopieer activiteit om uw aangepaste activiteit
te maken op basis van een van uw opgeslagen
activiteiten.
• Selecteer Overige om een nieuwe aangepaste activiteit te
maken.
3 Selecteer indien nodig een activiteittype.
Activiteiten en apps
4 Selecteer een naam of voer een aangepaste naam in.
Identieke activiteitnamen zijn voorzien van een volgnummer,
bijvoorbeeld: Fiets(2).
5 Selecteer een optie:
• Selecteer een optie om bepaalde activiteitinstellingen aan
te passen. U kunt bijvoorbeeld een accentkleur selecteren
of de gegevensschermen aanpassen.
• Selecteer OK om de aangepaste activiteit op te slaan en
te gebruiken.
6 Selecteer Ja om de activiteit aan uw lijst met favorieten toe te
voegen.
Binnenactiviteiten
Het Forerunner toestel kan worden gebruikt voor training
binnenshuis, zoals hardlopen op een binnenbaan of fietsen op
een hometrainer. Bij binnenactiviteiten wordt GPS
uitgeschakeld.
Als hardlopen of wandelen met GPS is uitgeschakeld, worden
snelheid, afstand en cadans berekend met behulp van de
versnellingsmeter in het toestel. De versnellingsmeter voert
automatisch een kalibratie uit. De nauwkeurigheid van de
snelheid-, afstand- en cadansgegevens verbetert na een aantal
hardloopsessies of wandelingen in de buitenlucht met behulp
van GPS.
TIP: Als u de handrails van de loopband vasthoudt, gaat de
nauwkeurigheid omlaag. U kunt gebruikmaken van een
optionele voetsensor om uw tempo, afstand en cadans vast te
leggen.
Als u met uitgeschakelde GPS fietst, zijn er geen snelheids- en
afstandsgegevens beschikbaar, tenzij u over een optionele
sensor beschikt die deze gegevens naar het toestel verzendt
(zoals een snelheids- of cadanssensor).
De loopbandafstand kalibreren
Als u nauwkeurigere afstanden voor het hardlopen op de
loopband wilt vastleggen, kalibreert u de loopbandafstand nadat
u minimaal 1,5 km (1 mijl) op de loopband hebt gelopen. Als u
verschillende loopbanden gebruikt, kunt u de loopbandafstand
handmatig kalibreren op elke loopband of na elke
hardloopsessie.
1 Start een loopbandactiviteit (Een activiteit starten, pagina 2)
en ren minimaal 1,5 km (1 mijl) op de loopband.
2 Nadat u klaar bent met hardlopen, selecteert u STOP.
3 Selecteer een optie:
• Als u de loopbandafstand voor de eerste keer wilt
kalibreren, selecteert u Sla op.
U wordt gevraagd de kalibratie van de loopband te
voltooien.
• Als u de loopbandafstand na de eerste kalibratie
handmatig wilt kalibreren, selecteert u Kalibreren/
opslaan > Ja.
4 Bekijk de gelopen afstand op het scherm van de loopband en
voer de afstand in op uw toestel.
Buitenactiviteiten
Het Forerunner toestel wordt geleverd met een aantal vooraf
geladen apps voor buitenactiviteiten, zoals hardlopen en fietsen.
Bij buitenactiviteiten wordt GPS ingeschakeld. U kunt nieuwe
activiteiten toevoegen op basis van standaardactiviteiten, zoals
wandelen of roeien. U kunt ook aangepaste activiteiten aan uw
toestel toevoegen (Een aangepaste activiteit maken, pagina 3).
Zwemmen
OPMERKING: Het toestel kan geen polshartslaggegevens
vastleggen tijdens het zwemmen.
3
Zwemtermen
Baan: Eén keer de lengte van het zwembad.
Interval: Een of meer opeenvolgende banen. Een nieuwe
interval begint na een rustperiode.
Slaglengte: Elke keer dat uw arm waaraan het toestel is
bevestigd een volledige cyclus voltooid, wordt er een slag
geteld.
Swolf: Uw swolfscore is de som van de tijd voor één baanlengte
plus het aantal slagen voor die baan. Bijvoorbeeld 30
seconden plus 15 slagen levert een swolfscore van 45 op.
Swolf is een meeteenheid voor zwemefficiency en, net als bij
golf, een lage score is beter dan een hoge.
Slagtypen
Identificatie van het type slag is alleen beschikbaar voor
zwemmen in een zwembad. Het type slag wordt aan het eind
van een baan vastgesteld. Wanneer u intervalgeschiedenis
bekijkt, worden slagtypen weergegeven. U kunt het slagtype ook
als een aangepast gegevensveld selecteren
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 25).
Vrij
Vrije slag
Terug
Rugslag
Borst
Borstslag
Vlinder
Vlinderslag
Wissel
Meerdere slagtypen in een interval
Training Wordt gebruikt bij het registreren van trainingen (Training met
het trainingslog, pagina 4)
Tips voor zwemactiviteiten
• Volg de instructies op het scherm om de grootte van het
zwembad te selecteren of een aangepaste grootte in te
voeren voordat u een zwemactiviteit start.
Als u weer een zwemactiviteit in een zwembad start, gebruikt
het toestel de grootte van dit zwembad. U kunt UP ingedrukt
houden, de activiteitsinstellingen selecteren en Grootte van
bad selecteren om de grootte te wijzigen.
• Selecteer BACK om een rustpauze vast te leggen tijdens het
zwemmen in een zwembad.
Het toestel legt automatisch de zwemintervallen en de banen
voor zwemmen in een zwembad vast.
Rusten tijdens zwemmen in een zwembad
Op het standaardrustscherm worden twee rust-timers
weergegeven. Ook worden het tijdstip en de afstand van het
laatste voltooide interval weergegeven.
OPMERKING: Tijdens een rustperiode worden geen
zwemgegevens vastgelegd.
1 Selecteer tijdens uw zwemactiviteit BACK om een
rustperiode te starten.
De schermweergave verandert in witte tekst op een zwarte
achtergrond en het rustscherm wordt weergegeven.
2 Selecteer tijdens een rustperiode UP of DOWN om andere
gegevensschermen weer te geven (optioneel).
3 Selecteer BACK en ga verder met zwemmen.
4 Herhaal de procedure voor volgende rustintervallen.
Training met het trainingslog
De trainingslogfunctie is alleen beschikbaar voor zwemmen in
een zwembad. Met deze functie kunt u handmatig kick setoefeningen, zwemoefeningen met één arm of andere
zwemoefeningen vastleggen die afwijken van de vier
belangrijkste zwemslagen.
1 Selecteer tijdens uw zwemactiviteit UP of DOWN om het
oefeninglogscherm weer te geven.
2 Selecteer BACK om de oefeningstimer te starten.
3 Selecteer BACK na afloop van uw oefeninginterval.
4
De oefeningstimer stopt, maar de activiteitentimer blijft de
hele zwemsessie vastleggen.
4 Selecteer een afstand voor de voltooide oefening.
Afstandsinstellingen worden gebaseerd op de voor het
activiteitenprofiel geselecteerde zwembadafmetingen.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer BACK als u een andere oefeninginterval wilt
starten.
• Selecteer UP of DOWN om terug te keren naar de
zwemtrainingsschermen en een zweminterval te starten.
Uw afdalingen weergeven
Uw toestel legt de gegevens over elke afdaling tijdens het skiën
of snowboarden vast met de functie Automatische afdaling.
Deze functie wordt standaard ingeschakeld voor afdalingen
tijdens het skiën en snowboarden. De nieuwe afdalingen worden
automatisch geregistreerd op basis van uw bewegingen. De
timer wordt gepauzeerd wanneer u niet meer afdaalt en
wanneer u in de skilift staat. De timer blijft in de pauzestand
staan zolang u in de skilift bent. U kunt de afdaling vervolgen om
de timer weer te starten. U kunt de gegevens over de afdaling
bekijken op het pauzescherm of terwijl de timer loopt.
1 Start een ski- of snowboardactiviteit.
2 Houd UP ingedrukt.
3 Selecteer Bekijk afdalingen.
4 Selecteer UP en DOWN om details over uw laatste afdaling,
over uw huidige afdaling of over al uw afdalingen te bekijken.
Op de schermen worden de tijd, afgelegde afstand,
maximumsnelheid, gemiddelde snelheid en totale daling
weergegeven.
Audiomeldingen afspelen tijdens een
activiteit
U kunt het Forerunner 645 Music toestel zodanig instellen dat er
tijdens het hardlopen of een andere activiteit motiverende
statusmeldingen worden afgespeeld. Indien beschikbaar,
worden audiomeldingen op uw verbonden hoofdtelefoon
afgespeeld met Bluetooth technologie. Anders worden
audiomeldingen op uw smartphone gekoppeld met behulp van
de Garmin Connect app. Tijdens een audiomelding dempt het
toestel of de smartphone de primaire audio om de aankondiging
af te spelen.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Audiomeldingen.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Rondewaarschuwing om een melding voor
elke ronde af te spelen.
OPMERKING: De audiomelding Rondewaarschuwing is
standaard ingeschakeld.
• Als u meldingen wilt aanpassen aan uw tempo en
snelheid, selecteert u Tempo-/snelheidswaarschuwing.
• Als u meldingen wilt aanpassen aan uw hartslag,
selecteert u Hartslagwaarschuwing.
• Als u meldingen wilt horen wanneer u de timer start of
stopt, waaronder de functie Auto Pause , selecteert u
Timergebeurtenissen.
• Selecteer Dialect om de taal of het dialect van de
gesproken meldingen te wijzigen.
®
Activiteiten en apps
Training
Workouts
U kunt aangepaste workouts maken met doelen voor elke
workoutstap en voor verschillende afstanden, tijden en
calorieën. U kunt workouts maken met Garmin Connect of een
trainingsplan selecteren met ingebouwde workouts van Garmin
Connect en deze overzetten naar uw toestel.
U kunt workouts plannen met behulp van Garmin Connect. U
kunt workouts van tevoren plannen en ze opslaan in het toestel.
Een workout vanuit Garmin Connect volgen
Voordat u een workout kunt downloaden van Garmin Connect,
moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
Connect, pagina 21).
1 Selecteer een optie:
• Open de Garmin Connect app.
• Ga naar connect.garmin.com.
2 Maak een workout en sla deze op.
3 Selecteer of Verzend naar toestel.
4 Volg de instructies op het scherm.
Een workout beginnen
Voordat u een workout kunt beginnen, moet u een workout
downloaden van uw Garmin Connect account.
1 Selecteer op de wijzerplaat START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Training > Mijn workouts.
5 Selecteer een workout.
OPMERKING: Alleen workouts die compatibel zijn met de
geselecteerde activiteit worden in de lijst weergegeven.
6 Selecteer Start workout.
7 Selecteer START om de timer te starten.
Nadat een workout is gestart, geeft het toestel de verschillende
onderdelen van de workout, stapnotities (optioneel), het doel
(optioneel) en de huidige workoutgegevens weer.
De trainingsagenda
De trainingsagenda op uw toestel is een uitbreiding van de
trainingsagenda of het trainingsschema dat u hebt ingesteld in
Garmin Connect. Nadat u workouts hebt toegevoegd aan de
Garmin Connect agenda kunt u ze naar uw toestel verzenden.
Alle geplande workouts die naar het toestel worden verzonden,
worden weergegeven in de agenda-widget. Wanneer u een dag
selecteert in de agenda, kunt u de workout weergeven of
uitvoeren. De geplande workout blijft aanwezig op uw toestel,
ongeacht of u deze voltooit of overslaat. Als u geplande
workouts verzendt vanaf Garmin Connect, wordt de bestaande
trainingsagenda overschreven.
Garmin Connect trainingsplannen gebruiken
Voordat u een trainingsplan kunt downloaden en gebruiken,
moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
Connect, pagina 21).
U kunt door uw Garmin Connect account bladeren om een
trainingsplan te zoeken of workouts te plannen en deze naar uw
toestel te sturen.
1 Verbind het toestel met uw computer.
2 Selecteer en plan een trainingsplan in uw Garmin Connect
account.
3 Bekijk het trainingsplan in uw agenda.
4 Selecteer > Workouts naar toestel verzenden en volg de
instructies op het scherm.
Training
Aangepaste trainingsplannen
Uw Garmin Connect account bevat een aangepast trainingsplan
en Garmin coach die bij uw trainingsdoelen passen. U kunt
bijvoorbeeld een paar vragen beantwoorden en een plan vinden
om u te helpen een 5 km race te voltooien. Het plan past zich
aan uw huidige fitnessniveau, coachings- en
planningsvoorkeuren en de racedatum aan. Wanneer u een plan
start, wordt de Garmin Coach widget aan de op uw Forerunner
toestel weergegeven widgets toegevoegd.
®
Intervalworkouts
U kunt intervalworkouts maken op basis van afstand of tijd. Het
toestel slaat uw aangepaste intervalworkouts op totdat u een
nieuwe intervalworkout maakt. U kunt een interval met een open
einde gebruiken voor het vastleggen van uw workoutgegevens
wanneer u een bekende afstand aflegt.
Een intervalworkout maken
1 Selecteer START op de watch face.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Training > Intervallen > Wijzig > Interval > Type.
5 Selecteer Afstand, Tijd of Open.
TIP: U kunt een interval met een open einde maken door het
type in te stellen op Open.
6 Selecteer indien nodig Duur, voer een afstands- of
tijdsintervalwaarde voor de workout in en selecteer .
7 Selecteer BACK.
8 Selecteer Rust > Type.
9 Selecteer Afstand, Tijd of Open.
10 Voer indien nodig een waarde in voor de afstand of tijd van
het rustinterval en selecteer .
11 Selecteer BACK.
12 Selecteer een of meer opties:
• Selecteer Herhaal om het aantal herhalingen in te stellen.
• Selecteer Warm-up > Aan om een warming-up met een
open einde toe te voegen aan uw workout.
• Selecteer Cooldown > Aan om een coolingdown met een
open einde toe te voegen aan uw workout.
Een intervalworkout starten
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Training > Intervallen > Start workout.
5 Selecteer START om de timer te starten.
6 Als uw intervalworkout een warming-up heeft, selecteert u
BACK om aan het eerste interval te beginnen.
7 Volg de instructies op het scherm.
Wanneer u alle intervallen hebt voltooid, wordt een bericht
weergegeven.
Een intervalworkout stoppen
• U kunt op elk moment BACK selecteren om de huidige
interval of rustperiode te stoppen en naar de volgende
interval of rustperiode te gaan.
• Nadat alle intervallen en rustperioden zijn voltooid, selecteert
u BACK om de intervalworkout te beëindigen en over te
schakelen naar een timer die kan worden gebruikt voor een
cooling-down.
• U kunt op elk gewenst moment STOP selecteren om de timer
te stoppen. U kunt de timer weer starten of de
intervalworkout beëindigen.
5
Virtual Partner gebruiken
®
De functie Virtual Partner is een trainingshulpmiddel dat u helpt
bij het bereiken van uw trainingsdoelen. U kunt een tempo voor
de Virtual Partner instellen en daartegen racen.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Gegevensschermen > Voeg toe > Virtual
Partner.
6 Voer een waarde in voor de snelheid of het tempo.
7 Begin uw activiteit (Een activiteit starten, pagina 2).
8 Selecteer UP of DOWN om naar het Virtual Partner scherm
te bladeren en te zien wie er aan kop ligt.
Een trainingsdoel instellen
De functie Trainingsdoel werkt samen met de functie Virtual
Partner, zodat u een trainingsdoel kunt instellen voor afstand,
afstand en tijd, afstand en tempo of afstand en snelheid. Tijdens
uw trainingsactiviteit geeft het toestel u real-time feedback over
hoe ver u bent gevorderd met het bereiken van uw trainingsdoel.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Training > Stel een doel in.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Alleen afstand om een vooraf ingestelde
afstand te selecteren of voer een aangepaste afstand in.
• Selecteer Afstand en tijd om een afstands- en tijdsdoel te
selecteren.
• Selecteer Afstand en tempo of Afstand en snelheid om
uw afstands- en tempodoel of uw afstands- en
snelheidsdoel in te stellen.
Het trainingsdoelscherm wordt weergegeven met daarop uw
geschatte finishtijd. De geschatte finishtijd is gebaseerd op
uw huidige prestaties en de resterende tijd.
6 Selecteer START om de timer te starten.
Een trainingsdoel annuleren
1 Houd tijdens de activiteit UP ingedrukt.
2 Selecteer Annuleer doel > Ja.
Racen tegen een eerder voltooide activiteit
U kunt racen tegen een eerder vastgelegde of gedownloade
activiteit. Deze functie werkt samen met de functie Virtual
Partner, zodat u tijdens de activiteit kunt zien hoe ver u voor of
achter ligt.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
6
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Training > Race een activiteit.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Uit geschiedenis om een eerder op uw toestel
geregistreerde activiteit te selecteren.
• Selecteer Gedownload om een activiteit te selecteren die
u via uw Garmin Connect account hebt gedownload.
6 Selecteer de activiteit.
Het Virtual Partner scherm wordt weergegeven met daarop
uw geschatte finishtijd.
7 Selecteer START om de timer te starten.
8 Selecteer START > Sla op nadat u uw activiteit hebt voltooid.
Persoonlijke records
Bij het voltooien van een activiteit worden op het toestel
eventuele nieuwe persoonlijke records weergegeven die u
tijdens deze activiteit hebt gevestigd. Tot de persoonlijke
records behoren uw snelste tijd over verschillende
standaardloopafstanden, en de langste hardloopsessie, rit of
zwemafstand.
Uw persoonlijke records weergeven
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Records.
3 Selecteer een sport.
4 Selecteer een record.
5 Selecteer Bekijk record.
Een persoonlijk record herstellen
U kunt elk persoonlijk record terugzetten op de vorige waarde.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Records.
3 Selecteer een sport.
4 Selecteer een record om te herstellen.
5 Selecteer Vorige > Ja.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
Een persoonlijk record verwijderen
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Records.
3 Selecteer een sport.
4 Selecteer een record om te verwijderen.
5 Selecteer Wis record > Ja.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
Alle persoonlijke records verwijderen
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Records.
3 Selecteer een sport.
4 Selecteer Wis alle records > Ja.
Alleen de records voor die sport worden verwijderd.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
Segmenten
U kunt hardloop- of fietssegmenten vanuit uw Garmin Connect
account naar uw toestel verzenden. Nadat een segment is
opgeslagen op uw toestel, kunt u een segment racen en
proberen om uw persoonlijke record of andere deelnemers die
het segment hebben gereden te evenaren of te overtreffen.
Training
OPMERKING: Als u een route downloadt via uw Garmin
Connect account, kunt u alle beschikbare segmenten op die
route downloaden.
Strava™ segmenten
U kunt Strava segmenten downloaden op uw Forerunner
toestel. Volg Strava segmenten om uw prestaties te vergelijken
met uw prestaties in vorige ritten en die van vrienden en profs
die hetzelfde segment hebben gereden.
Als u zich wilt aanmelden voor Strava lidmaatschap, gaat u naar
de widget Segmenten in uw Garmin Connect account. Ga voor
meer informatie naar www.strava.com.
De informatie in deze handleiding is van toepassing op zowel
Garmin Connect segmenten als Strava segmenten.
Tegen een segment racen
Segmenten zijn virtuele raceparkoersen. U kunt racen tegen een
segment en uw prestaties vergelijken met uw eerdere prestaties,
of met die van andere deelnemers, connecties in uw Garmin
Connect account of andere leden van de hardloop- of
fietscommunity. U kunt uw activiteitgegevens uploaden naar uw
Garmin Connect om uw segmentpositie te bekijken.
OPMERKING: Als uw Garmin Connect account en Strava
account zijn gekoppeld, wordt uw activiteit automatisch
verzonden naar uw Strava account, zodat u uw segmentpositie
kunt bekijken.
1 Selecteer START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Ga een stuk hardlopen of fietsen.
Als u een segment nadert, wordt een bericht weergegeven
en kunt u tegen het segment racen.
4 Start met racen tegen het segment.
Als het segment is voltooid, wordt een bericht weergegeven.
Segmentgegevens weergeven
1 Selecteer START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Training > Segmenten.
5 Selecteer een segment.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Racetijd om de tijd en de gemiddelde snelheid
of het gemiddelde tempo van de segmentleider weer te
geven.
• Selecteer Kaart om het segment op de kaart weer te
geven.
• Selecteer Hoogteprofiel om een hoogtegrafiek van het
segment weer te geven.
Een segment instellen op automatisch aanpassen
U kunt uw toestel instellen om de voorspelde racetijden van een
segment automatisch aan te passen op basis van uw
prestatiemeting tijdens het segment.
OPMERKING: Deze instelling is standaard ingeschakeld voor
alle segmenten.
1 Selecteer START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Training > Segmenten > Automatische
inspanning.
De metronoom gebruiken
De metronoomfunctie laat met een regelmatig ritme tonen horen
die u helpen uw prestaties te verbeteren door te trainen in een
snellere, tragere of meer consistente cadans.
Training
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Metronoom > Status > Aan.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Tikken per minuut om een waarde in te voeren
op basis van de cadans die u wilt aanhouden.
• Selecteer Waarschuw.freq. om de frequentie van de
tikken aan te passen.
• Selecteer Geluiden om de toon en trillingen van de
metronoom aan te passen.
7 Selecteer zo nodig Bekijk om de metronoomtonen te
beluisteren voordat u gaat hardlopen.
Ga
hardlopen (Hardlopen, pagina 2).
8
De metronoom wordt automatisch gestart.
9 Selecteer UP of DOWN tijdens het hardlopen om het
metronoomscherm weer te geven.
10 Houd zo nodig UP ingedrukt om de metronoominstellingen te
wijzigen.
Uw gebruikersprofiel instellen
U kunt uw instellingen voor geslacht, geboortejaar, lengte,
gewicht en hartslagzone bijwerken. Het toestel gebruikt deze
informatie om nauwkeurige trainingsgegevens te berekenen.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Gebruikersprofiel.
3 Selecteer een optie.
Fitnessdoelstellingen
Als u uw hartslagzones kent, kunt u uw conditie meten en
verbeteren door de onderstaande principes te begrijpen en toe
te passen.
• Uw hartslag is een goede maatstaf voor de intensiteit van uw
training.
• Training in bepaalde hartslagzones kan u helpen uw
cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren.
Als u uw maximale hartslag kent, kunt u de tabel (Berekeningen
van hartslagzones, pagina 8) gebruiken om de beste
hartslagzone te bepalen voor uw fitheidsdoeleinden.
Als u uw maximale hartslag niet kent, gebruik dan een van de
rekenmachines die beschikbaar zijn op internet. Bij sommige
sportscholen en gezondheidscentra kunt u een test doen om de
maximale hartslag te meten. De standaard maximale hartslag is
220 min uw leeftijd.
Hartslagzones
Vele atleten gebruiken hartslagzones om hun cardiovasculaire
kracht te meten en te verbeteren en om hun fitheid te
verbeteren. Een hartslagzone is een bepaald bereik aan
hartslagen per minuut. De vijf algemeen geaccepteerde
hartslagzones zijn genummerd van 1 tot 5 op basis van
oplopende intensiteit. Over het algemeen worden hartslagzones
berekend op basis van de percentages van uw maximale
hartslag.
Uw hartslagzones instellen
Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
om uw standaard hartslagzones te bepalen. U kunt afzonderlijke
hartslagzones voor verschillende sportprofielen instellen, zoals
hardlopen, fietsen en zwemmen. Stel uw maximale hartslag in
voor de meest nauwkeurige caloriegegevens tijdens uw
activiteit. U kunt ook iedere hartslagzone en uw hartslag in rust
7
handmatig opgeven. U kunt uw zones handmatig aanpassen op
het toestel of via uw Garmin Connect account.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Gebruikersprofiel > Hartslag.
3 Selecteer Maximum hartslag en voer uw maximale hartslag
in.
U kunt de functie Automatische detectie gebruiken om uw
maximumhartslag tijdens een activiteit automatisch op te
nemen (Prestatiemetingen automatisch detecteren,
pagina 12).
4 Selecteer LDHS > Voer handmatig in en voer uw
lactaatdrempelhartslag in.
U kunt een begeleide test uitvoeren om uw lactaatdrempel in
te schatten (Lactaatdrempel, pagina 13). U kunt de functie
Automatische detectie gebruiken om uw lactaatdrempel
tijdens een activiteit automatisch op te nemen
(Prestatiemetingen automatisch detecteren, pagina 12).
5 Selecteer Rust HS en geef uw hartslag in rust op.
U kunt de gemiddelde hartslag in rust op basis van uw toestel
gebruiken, of u kunt een aangepaste hartslag in rust
instellen.
6 Selecteer Zones > Op basis van.
7 Selecteer een optie:
• Selecteer BPM om de zones in aantal hartslagen per
minuut weer te geven en te wijzigen.
• Selecteer % Max. HS om de zones als een percentage
van uw maximale hartslag weer te geven en te wijzigen.
• Selecteer % HSR om de zones als een percentage van
uw hartslagreserve weer te geven en te wijzigen
(maximale hartslag min hartslag in rust).
• Selecteer %LDHS om de zones als een percentage van
uw lactaatdrempelhartslag weer te geven en te wijzigen.
8 Selecteer een zone en voer een waarde in voor elke zone.
9 Selecteer Voeg sporthartslag toe en selecteer een
sportprofiel om een afzonderlijke hartslagzone in te stellen
(optioneel).
10 Herhaal stap 3 tot en met 8 om sporthartslagzones toe te
voegen (optioneel).
Uw hartslagzones laten instellen door het toestel
Met de standaardinstellingen kan het toestel uw maximale
hartslag detecteren en uw hartslagzones instellen als een
percentage van uw maximale hartslag.
• Controleer of uw gebruikersprofielinstellingen correct zijn (Uw
gebruikersprofiel instellen, pagina 7).
• Ga vaak hardlopen met de hartslagmeter rond de borst of
pols.
• Probeer een aantal van de hartslagtrainingsplannen die
beschikbaar zijn in uw Garmin Connect account.
• Bekijk uw hartslagtrends en -tijden in zones via uw Garmin
Connect account.
Berekeningen van hartslagzones
Zone % van
maximale
hartslag
Waargenomen
inspanning
1
Ontspannen, comfortabel Aerobische training
tempo, regelmatige adem- voor beginners,
haling
verlaagt het stressniveau
2
8
50–60%
60–70%
Comfortabel tempo, iets
diepere ademhaling,
gesprek voeren is
mogelijk
Voordelen
Standaardcardiovasculaire training; korte
herstelperiode
Zone % van
maximale
hartslag
Waargenomen
inspanning
Voordelen
3
70–80%
Gematigd tempo, gesprek Verbeterde aerobivoeren iets lastiger
sche capaciteit,
optimale cardiovasculaire training
4
80–90%
Hoog tempo en enigszins Verbeterde anaerobioncomfortabel; zware
sche capaciteit en
ademhaling
drempel, hogere
snelheid
5
90–100%
Sprinttempo, kan niet lang Anaerobisch en
worden volgehouden;
musculair uithouademhaling zwaar
dingsvermogen; meer
kracht
Activiteiten volgen
De functie voor het volgen van activiteiten houdt uw dagelijkse
stappentelling, afgelegde afstand, minuten intensieve training,
opgelopen trappen, verbrande calorieën en slaapstatistieken bij
voor elke vastgelegde dag. Uw verbrande calorieën omvatten
uw gewone stofwisseling plus door activiteiten verbrande
calorieën.
Het aantal stappen dat u gedurende de dag hebt gezet, wordt
weergegeven in de stappenwidget. Het aantal stappen wordt
regelmatig bijgewerkt.
Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over
activiteiten-tracking en de nauwkeurigheid van fitnessgegevens.
Automatisch doel
Uw toestel maakt automatisch een dagelijks stapdoel dat is
gebaseerd op uw voorgaande activiteitenniveaus. Wanneer u
tijdens de dag beweegt, toont het toestel hoe u het aantal
stappen van uw stapdoel nadert .
Als u de functie Automatisch doel niet wilt gebruiken, kunt u een
persoonlijk stapdoel instellen via uw Garmin Connect account.
De bewegingswaarschuwing gebruiken
Langdurig zitten kan leiden tot ongewenste veranderingen in uw
metabolisme. De bewegingswaarschuwingen sporen u aan om
te blijven bewegen. Na een uur inactiviteit worden Beweeg! en
de rode balk weergegeven. Vervolgens verschijnen extra
segmenten in de balk na elke volgende 15 minuten inactiviteit.
Het toestel laat ook een pieptoon horen of trilt als
geluidssignalen zijn ingeschakeld (Systeeminstellingen,
pagina 27).
Maak een korte wandeling (minimaal enkele minuten) om de
waarschuwing te verwijderen.
Slaap bijhouden
Het toestel detecteert automatisch uw slaap wanneer u slaapt
en het houdt uw bewegingen bij gedurende uw normale
slaaptijden. U kunt uw normale slaaptijden instellen in de
gebruikersinstellingen van uw Garmin Connect account.
Slaapstatistieken omvatten het totale aantal uren slaap,
slaapniveaus en perioden van beweging tijdens de slaap. U kunt
uw slaapstatistieken inzien via uw Garmin Connect account.
Activiteiten volgen
OPMERKING: Dutjes worden niet aan uw slaapstatistieken
toegevoegd. U kunt de modus Niet storen gebruiken om de
meldingen en waarschuwingen uit te schakelen; alarmen
worden hierdoor niet uitgeschakeld (De modus Niet storen
gebruiken, pagina 9).
Uw slaap automatisch bijhouden
1 Draag het toestel terwijl u slaapt.
2 Upload uw slaapgegevens naar de Garmin Connect site
(Garmin Connect, pagina 21).
U kunt uw slaapstatistieken inzien via uw Garmin Connect
account.
De modus Niet storen gebruiken
U kunt de modus Niet storen gebruiken om de
schermverlichting, geluidssignalen en trilsignalen uit te
schakelen. U kunt deze modus bijvoorbeeld gebruiken als u
slaapt of naar een film kijkt.
OPMERKING: U kunt uw normale slaaptijden instellen in de
gebruikersinstellingen van uw Garmin Connect account. U kunt
de optie Slaaptijd inschakelen in de systeeminstellingen om de
modus Niet storen automatisch te activeren tijdens uw normale
slaaptijden (Systeeminstellingen, pagina 27).
1 Houd LIGHT ingedrukt.
2 Selecteer Niet storen.
Minuten intensieve training
Om uw gezondheid te verbeteren, adviseren organisaties als de
World Health Organization, ten minste 150 minuten activiteit per
week met gemiddelde inspanning, zoals wandelen met verende
tred, of 75 minuten activiteit per week met intensieve
inspanning, zoals hardlopen.
Het toestel registreert de intensiviteit van uw activiteit en de tijd
die u besteedt aan activiteiten van gemiddelde tot hoge
intensiviteit (hartslaggegevens zijn vereist om hoge intensiviteit
te kwantificeren). Om het aantal minuten dat u per week wilt
besteden aan een intensieve activiteit te behalen, moet u
deelnemen aan ten minste 10 opeenvolgende activiteiten van
gemiddelde tot hoge intensiviteit. Het toestel telt het aantal
minuten gemiddelde intensiviteit op bij het aantal minuten hoge
intensiviteit. Na optelling is het totale aantal minuten hoge
intensiviteit verdubbeld.
Minuten intensieve training opbouwen
Uw Forerunner toestel berekent het aantal minuten intensieve
training door uw hartslaggegevens te vergelijken met uw
gemiddelde hartslag in rust. Als de hartslag is uitgeschakeld,
berekent het toestel het aantal minuten gemiddelde inspanning
door het aantal stappen per minuut te analyseren.
• Begin een activiteit met tijdmeting voor de meest
nauwkeurige berekening van het aantal minuten intensieve
training.
• Sport minimaal 10 minuten bij een gemiddeld of inspannend
intensiteitsniveau.
• Draag uw toestel dag en nacht om uw hartslag in rust zo
nauwkeurig mogelijk te meten.
Garmin Move IQ™ gebeurtenissen
De functie Move IQ detecteert automatisch activiteitspatronen
van minimaal 10 minuten, zoals wandelen, hardlopen, fietsen,
zwemmen en cross-trainen. U kunt het type en de duur van de
gebeurtenis weergeven op uw Garmin Connect tijdlijn, maar
deze worden niet weergegeven in uw lijst met activiteiten,
snapshots of nieuwsfeed. U kunt een activiteit met tijdmeting
vastleggen op uw toestel als u meer details en nauwkeurigheid
wenst.
Hartslagmeetfuncties
Instellingen voor activiteiten volgen
Houd op de watch face UP ingedrukt en selecteer Instellingen
> Activiteiten volgen.
Status: Hiermee worden de functies voor het volgen van
activiteiten uitgeschakeld.
Bewegingsmelding: Geeft een bericht en de bewegingsbalk
weer op de digitale watch face en het stappenscherm. Het
toestel laat ook een pieptoon horen of trilt als geluidssignalen
zijn ingeschakeld (Systeeminstellingen, pagina 27).
Doelwaarschuwingen: Hiermee kunt u doelwaarschuwingen
aan- en uitzetten of ze alleen uitzetten tijdens activiteiten.
Doelwaarschuwingen worden weergegeven voor uw
dagelijkse stappendoel, het doel voor het dagelijkse aantal
opgelopen trappen en het doel voor het wekelijkse aantal
minuten intensieve training.
Move IQ: Hiermee kan uw toestel automatisch starten en een
getimede wandel- of loopactiviteit opslaan wanneer de Move
IQ functie bekende bewegingspatronen detecteert.
Activiteiten volgen uitschakelen
Als u het volgen van activiteiten uitschakelt, worden het aantal
stappen, het aantal opgelopen trappen, het aantal minuten
intensieve training, uw slaaptijd en Move IQ gebeurtenissen niet
vastgelegd.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten volgen > Status > Uit.
Tracking van menstruatiecyclus
Uw menstruatiecyclus is een belangrijk onderdeel van uw
gezondheid. U kunt meer te weten komen en deze functie
instellen in de instellingen voor de Gezondheidsstatistieken van
de Garmin Connect app.
• Tracking en details van menstruatiecyclus
• Fysieke en emotionele symptomen
• Voorspellingen van menstruatie en vruchtbaarheid
• Informatie over gezondheid en voeding
OPMERKING: Als uw Forerunner toestel niet over de widget
Tracking van menstruatiecyclus beschikt, kunt u deze
downloaden via de Connect IQ app.
Hartslagmeetfuncties
Dit Forerunner toestel heeft een polshartslagmeter en is ook
compatibel met ANT+ borsthartslagmeters. In de hartslagwidget
kunt u hartslaggegevens weergeven. Als de gegevens van
zowel de polshartslag als de ANT+ hartslag beschikbaar zijn,
gebruikt uw toestel de ANT+ hartslaggegevens.
®
Hartslagmeter aan de pols
Het toestel dragen
• Draag het toestel om uw pols, boven uw polsgewricht.
OPMERKING: Het toestel dient stevig vast te zitten, maar
niet te strak. Voor een nauwkeurigere hartslagmeting, mag
het toestel tijdens het hardlopen of de training niet bewegen.
OPMERKING: De optische sensor bevindt zich aan de
achterkant van het toestel.
9
• Raadpleeg Tips voor onregelmatige hartslaggegevens,
pagina 10 voor meer informatie over de hartslag aan de
pols.
• Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over
nauwkeurigheid.
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens
Als hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden
weergegeven, kunt u deze tips proberen.
• Zorg dat uw onderarm schoon en droog is voordat u het
toestel omdoet.
• Zorg dat de huid onder het toestel niet is ingesmeerd met
zonnebrandcrème, lotion of insectenwerende middelen.
• Zorg dat de hartslagsensor aan de achterkant van het toestel
niet wordt bekrast.
• Draag het toestel om uw pols, boven uw polsgewricht. Het
toestel dient stevig vast te zitten, maar niet te strak.
• Wacht tot het pictogram
constant brandt voordat u aan uw
activiteit begint.
• Voer gedurende 5 tot 10 minuten een warming-up uit en
meet uw hartslag voordat u aan uw workout begint.
OPMERKING: Voer bij koud weer de warming-up binnen uit.
• Spoel het toestel na elke training af met schoon water.
De hartslagwidget gebruiken
De widget geeft uw huidige hartslag in slagen per minuut (bpm)
en een grafiek van uw hartslag gedurende de afgelopen 4 uur
weer.
1 Selecteer op de wijzerplaat UP of DOWN om de
hartslagwidget weer te geven.
2 Selecteer START om de gemiddelde waarden van uw
hartslag in rust in de afgelopen 7 dagen weer te geven.
verzenden naar een Edge toestel tijdens het fietsen of naar een
VIRB actiecamera tijdens een activiteit.
OPMERKING: Het verzenden van hartslaggegevens verkort de
levensduur van batterij.
1 Houd UP ingedrukt vanuit de hartslagwidget.
2 Selecteer Opties > Zend uit tijdens activiteit.
3 Begin een activiteit (Een activiteit starten, pagina 2).
Het Forerunner toestel begint uw hartslaggegevens op de
achtergrond te verzenden.
OPMERKING: Er is geen indicatie dat het toestel uw
hartslaggegevens tijdens een activiteit verzendt.
4 Koppel indien nodig uw Forerunner toestel met uw Garmin
ANT+ compatibele toestel.
OPMERKING: De aanwijzingen voor het koppelen
verschillen voor ieder Garmin compatibel toestel. Raadpleeg
uw gebruikershandleiding.
TIP: Om het verzenden van uw hartslaggegevens te stoppen,
stopt u de activiteit (Een activiteit stoppen, pagina 3).
®
Abnormale-hartslagwaarschuwingen instellen
U kunt het toestel instellen om u te waarschuwen wanneer uw
hartslag een bepaald aantal slagen per minuut (bpm)
overschrijdt na een periode van inactiviteit.
1 Houd UP ingedrukt in de hartslagwidget.
2 Selecteer Opties > Waarschuwing abnormale hartslag >
Status > Aan.
3 Selecteer Waarschuwingsdrempel.
4 Selecteer een drempelwaarde voor de hartslagfrequentie.
Telkens als u de drempelwaarde overschrijdt, wordt er een
bericht weergegeven en trilt het toestel.
De polshartslagmeter uitschakelen
De standaardwaarde voor de instelling Polshartslag is
Automatisch. Het toestel gebruikt automatisch de
polshartslagmeter, tenzij u een ANT+ hartslagmeter koppelt met
het toestel.
1 Houd UP ingedrukt vanuit de hartslagwidget.
2 Selecteer Opties > Status > Uit.
Hardloopdynamiek
Hartslaggegevens verzenden naar Garmin toestellen
U kunt uw hartslaggegevens verzenden vanaf uw Forerunner
toestel en bekijken op gekoppelde Garmin toestellen.
OPMERKING: Het verzenden van hartslaggegevens verkort de
levensduur van batterij.
1 Houd UP ingedrukt vanuit de hartslagwidget.
2 Selecteer Opties > Deel hartslag.
Het Forerunner toestel begint uw hartslaggegevens te
verzenden en
wordt weergegeven.
OPMERKING: U kunt alleen de hartslagwidget bekijken
terwijl u vanuit de hartslagwidget hartslaggegevens verzendt.
3 Koppel uw Forerunner toestel met uw Garmin ANT+
compatibele toestel.
OPMERKING: De aanwijzingen voor het koppelen
verschillen voor ieder Garmin compatibel toestel. Raadpleeg
uw gebruikershandleiding.
TIP: Selecteer een willekeurige knop en selecteer Ja om het
verzenden van uw hartslaggegevens te stoppen.
Hartslaggegevens tijdens een activiteit verzenden
U kunt uw Forerunner toestel zo instellen dat uw
hartslaggegevens automatisch worden verzonden zodra u een
activiteit begint. U kunt bijvoorbeeld uw hartslaggegevens
10
U kunt uw compatibele Forerunner toestel gekoppeld met het
HRM-Run™ accessoire of ander accessoire voor
hardloopdynamica gebruiken voor real-time feedback over uw
hardloopvorm. Als het HRM-Run accessoire bij uw Forerunner
toestel is meegeleverd, zijn de toestellen al gekoppeld.
Het accessoire voor hardloopdynamica beschikt over een
versnellingsmeter die bewegingen van het bovenlichaam meet
voor het berekenen van zes hardloopgegevens.
Cadans: Cadans is het aantal stappen per minuut. Het totale
aantal stappen wordt weergegeven (links en rechts samen).
Verticale oscillatie: Verticale oscillatie is de op-enneerbeweging tijdens het hardlopen. De verticale beweging
van uw bovenlichaam wordt in centimeters weergegeven.
Grondcontacttijd: Grondcontacttijd is de hoeveelheid tijd voor
iedere stap tijdens het hardlopen waarbij er contact is met de
grond. De tijd wordt gemeten in milliseconden.
OPMERKING: Grondcontacttijd en balans zijn niet
beschikbaar wanneer u wandelt.
Grondcontacttijd-balans: Grondcontacttijd-balans geeft de
links/rechts-balans van uw grondcontacttijd weer tijdens het
hardlopen. Deze balans wordt weergegeven als percentage.
Bijvoorbeeld 53,2 met een pijl naar links of naar rechts.
Staplengte: Staplengte is de afstand tussen de plekken waar u
uw ene voet en uw andere voet neerzet. Deze lengte wordt
gemeten in meters.
Hartslagmeetfuncties
Verticale ratio: Verticale ratio is de verhouding tussen verticale
oscillatie en staplengte. Deze balans wordt weergegeven als
percentage. Een lagere ratio duidt meestal op een betere
hardloopconditie.
Trainen met hardloopdynamiek
Voordat u hardloopdynamiek kunt bekijken, moet u het
HRM-Run accessoire, HRM-Tri™ accessoire of Running
Dynamics Pod omdoen en koppelen met uw toestel (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 23).
Als de hartslagmeter is meegeleverd met uw Forerunner, zijn de
toestellen al gekoppeld en kan de Forerunner uw
hardloopdynamiek weergeven.
1 Selecteer START en vervolgens een hardloopactiviteit.
2 Selecteer START.
3 Ga hardlopen.
4 Blader naar de schermen met de hardloopdynamiek om uw
meetgegevens te bekijken.
5 Houd zo nodig uw vinger op UP om de weergave van
hardloopdynamiekgegevens te bewerken.
Kleurenbalken en hardloopdynamiekgegevens
De hardloopdynamiekschermen tonen een kleurenbalk voor de primaire meetwaarde. U kunt de cadans, verticale oscillatie,
grondcontacttijd, grondcontacttijd-balans of verticale ratio weergeven als de primaire meetwaarde. De kleurenbalk zet uw
hardloopdynamiekgegevens af tegen de gegevens van andere hardlopers. De kleurenzones zijn gebaseerd op percentielen.
Garmin heeft veel hardlopers op verschillende niveaus onderzocht. De gegevenswaarden in de rode of oranje zones kenmerken de
onervaren of langzamere hardlopers. De gegevenswaarden in de groene, blauwe of paarse zones kenmerken de meer ervaren of
snellere hardlopers. Ervaren hardlopers hebben over het algemeen een kortere grondcontacttijd, lagere verticale oscillatie, een
lagere verticale ratio en een hogere cadans dan minder ervaren hardlopers. Grotere hardlopers hebben echter meestal een iets
lagere cadans, langere passen en een iets hogere verticale oscillatie. Verticale ratio wordt berekend door uw verticale oscillatie te
delen door uw staplengte. Deze verhoudt zich niet tot uw lengte.
Ga naar www.garmin.com/runningdynamics voor meer informatie over hardloopdynamiek. Voor aanvullende inzichten en
interpretaties van hardloopdynamiekgegevens kunt u toonaangevende hardlooppublicaties en -websites raadplegen.
Kleurzone Percentiel in zone Cadansbereik Bereik grondcontacttijd
Paars
>95
>183 spm
<218 ms
Blauw
70–95
174-183 spm
218-248 ms
Groen 30-69
164-173 spm
249-277 ms
Oranje 5-29
153-163 spm
278-308 ms
Rood
<153 spm
>308 ms
<5
Gegevens over grondcontacttijd-balans
De grondcontacttijd-balans meet uw hardloopsymmetrie en wordt vermeld als een percentage van uw totale grondcontacttijd. 51,3%
met een naar links wijzende pijl geeft bijvoorbeeld aan dat de linkervoet van hardloper langer contact heeft met de grond. Als beide
aantallen op uw gegevensscherm worden weergegeven, bijvoorbeeld 48–52, verwijst 48% naar uw linkervoet en 52% naar uw
rechtervoet.
Kleurzone
Rood
Oranje
Groen
Oranje
Rood
Symmetrie
Slecht
Redelijk
Goed
Redelijk
Slecht
25%
40%
25%
5%
Percentage van andere hardlopers 5%
Grondcontacttijd-balans
>52,2% L 50,8-52,2% L 50,7% L–50,7% R 50,8-52,2% R >52,2% R
Tijdens het ontwikkelen en testen van de hardloopdynamiek vond het Garmin team bij bepaalde hardlopers een verband tussen
blessures en een hogere onbalans. Voor de meeste hardlopers wijkt de grondcontacttijd-balans verder af van 50–50 wanneer ze
heuvel op of heuvel af lopen. De meeste hardlooptrainers zijn het erover eens dat symmetrie bij het hardlopen gewenst is. De beste
hardlopers hebben vaak een snelle en evenwichtige stap.
U kunt de kleurenbalk of het gegevensveld bekijken tijdens het hardlopen of na afloop het overzicht in uw Garmin Connect account
bekijken. Net als de andere hardloopdynamiekgegevens is de grondcontacttijd-balans een kwantitatieve meetwaarde die u meer
informatie verschaft over uw hardloopconditie.
Hartslagmeetfuncties
11
Verticale oscillatie en verticale ratio gegevens
Het gegevensbereik voor verticale oscillatie en dat voor verticale ratio verschillen enigszins, afhankelijk van de sensor en of deze is
geplaatst op uw borst (HRM-Tri of HRM-Run accessoires) of bij uw middel (Running Dynamics Pod accessoire).
Kleurzone Percentiel in zone Bereik verticale oscillatie
op borst
Bereik verticale oscillatie bij Verticale ratio op borst Verticale ratio bij middel
middel
Paars
>95
<6,4 cm
<6,8 cm
<6,1%
<6,5%
Blauw
70–95
6,4-8,1 cm
6,8-8,9 cm
6,1-7,4%
6,5-8,3%
Groen 30-69
8,2-9,7 cm
9,0-10,9 cm
7,5-8,6%
8,4-10,0%
Oranje 5-29
9,8-11,5 cm
11,0-13,0 cm
8,7-10,1%
10,1-11,9%
Rood
>11,5 cm
>13,0 cm
>10,1%
>11,9%
<5
Tips voor ontbrekende hardloopdynamiekgegevens
Prestatiemeldingen uitschakelen
Als de hardloopdynamiekgegevens niet worden weergegeven,
kunt u deze tips proberen.
• Zorg ervoor dat u een accessoire voor hardloopdynamiek,
zoals het HRM-Run accessoire, hebt.
Accessoires met hardloopdynamiek herkent u aan voorop
de module.
• Koppel het accessoire voor hardloopdynamiek nogmaals met
uw Forerunner toestel volgens de instructies.
• Als de hardloopdynamiekgegevens in nullen worden
weergegeven, controleer dan of het accessoire op de juiste
manier wordt gedragen.
OPMERKING: De grondcontacttijd en balans worden alleen
weergegeven tijdens het hardlopen. Deze worden niet
berekend als u wandelt.
Prestatiemeldingen zijn standaard ingeschakeld. Sommige
prestatiemeldingen zijn berichten die worden weergegeven na
voltooiing van uw activiteit. Sommige prestatiemeldingen
worden weergegeven tijdens een activiteit of wanneer u een
nieuwe prestatiemeting hebt bereikt, zoals een nieuwe VO2
max. drempel.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Fysiologische meetwaarden >
Prestatiemeldingen.
3 Selecteer een optie.
Prestatiemetingen
Deze prestatiemetingen zijn schattingen die u kunnen helpen
om uw trainingsactiviteiten en hardloopprestaties te volgen en te
analyseren. Voor deze metingen zijn enkele activiteiten met
polshartslagmeting of een compatibele hartslagmeter met
borstband vereist.
Deze waarden worden geleverd en ondersteund door Firstbeat.
Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/physio.
OPMERKING: De schattingen lijken In eerste instantie mogelijk
onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
toestel uw prestaties leert begrijpen.
VO2 max.: VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in
milliliter) dat u kunt verbruiken per minuut, per kilo
lichaamsgewicht tijdens maximale inspanning.
Voorspelde racetijden: Uw toestel gebruikt uw geschat VO2
max. en uw trainingsgeschiedenis om een doel-racetijd te
voorspellen op basis van uw huidige conditie.
HSV stresstest: De HSV stresstest (hartslagvariaties) vereist
een Garmin hartslagmeter met borstband. Het toestel
registreert uw hartslagvariaties terwijl u 3 minuten stilstaat.
Het geeft uw algehele stressniveau aan. De schaal loopt van
1 tot 100 en een lagere score geeft een lager stressniveau
aan.
Prestatieconditie: Uw prestatieconditie is een real-time
conditiemeting die wordt vastgelegd na 6 tot 20 minuten van
activiteit. De meting kan worden toegevoegd als een
gegevensveld, zodat u uw prestatieconditie tijdens de rest
van uw activiteit kunt bekijken. Bij het meten van uw
prestatieconditie wordt uw real-time conditie vergeleken met
uw gemiddelde fitnessniveau.
Lactaatdrempel: Lactaatdrempel vereist een hartslagmeter
rond de borst. Uw lactaatdrempel is het punt waarop uw
spieren snel vermoeid beginnen te raken. Uw toestel meet
uw lactaatdrempelniveau op basis van hartslaggegevens en
tempo.
12
Prestatiemetingen automatisch detecteren
De functie Automatische detectie is standaard ingeschakeld. Het
toestel kan uw maximumhartslag en lactaatdrempel automatisch
detecteren tijdens een activiteit.
OPMERKING: Het toestel detecteert alleen een
maximumhartslag als uw hartslag hoger is dan de in uw
gebruikersprofiel ingestelde waarde.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Fysiologische meetwaarden >
Automatische detectie.
3 Selecteer een optie.
Activiteiten en prestatiemetingen synchroniseren
U kunt activiteiten, persoonlijke records en prestatiemetingen
van andere Garmin toestellen naar uw Forerunner toestel
synchroniseren met behulp van uw Garmin Connect account. Zo
kan uw toestel uw trainingsstatus en fitness nauwkeuriger
weergeven. U kunt bijvoorbeeld een rit met een Edge toestel
vastleggen en uw activiteitgegevens en algemene
trainingsbelasting op uw Forerunner toestel bekijken.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Fysiologische meetwaarden >
TrueUp.
Wanneer u uw toestel synchroniseert met uw smartphone,
verschijnen recente activiteiten, persoonlijke records en
prestatiemetingen van uw andere Garmin toestellen op uw
Forerunner toestel.
Over VO2 max. indicaties
VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in milliliter) dat u
kunt verbruiken per minuut, per kilo lichaamsgewicht tijdens
maximale inspanning. In eenvoudige bewoordingen: VO2 max.
is een indicatie van atletische prestaties, die meegroeit met uw
fitnessniveau. Het Forerunner toestel vereist hartslagmeting aan
de pols of een compatibele hartslagmeter met borstband om uw
VO2 max. indicatie te kunnen weergeven.
Op het toestel wordt uw geschatte VO2 max. weergegeven met
een getal, beschrijving en positie op de kleurenbalk.. Op uw
Garmin Connect account kunt u meer gegevens over uw
geschatte VO2 max. bekijken, zoals uw fitnessleeftijd. Uw
fitnessleeftijd geeft een indicatie van uw fitnessniveau
vergeleken met een persoon van hetzelfde geslacht en een
Hartslagmeetfuncties
andere leeftijd. Door te oefenen kan uw fitnessleeftijd na verloop
van tijd afnemen.
Paars
Voortreffelijk
Blauw
Uitstekend
seconden) hebben een positieve impact op uw aeroob
metabolisme en zorgen daardoor voor een verbeterd aeroob
Training Effect.
Anaeroob Training Effect gebruikt de hartslag en snelheid (of
vermogen) om te bepalen hoe de workout uw mogelijkheid om
te presteren op zeer hoge intensiteit beïnvloed. U krijgt een
waarde gebaseerd op de anaerobe bijdrage aan EPOC en het
soort activiteit. Herhaaldelijke intervallen met hoge intensiteit
van 10 tot 120 seconden hebben een zeer voordelige impact op
uw anaeroob vermogen en zorgen daardoor voor een verbeterd
anaeroob Training Effect.
U kunt Training effect aerobic en TE anaeroob als een
gegevensveld toevoegen aan een van uw trainingsschermen om
uw gegevens tijdens de activiteit in de gaten te houden.
Groen
Goed
Training Effect
Oranje
Redelijk
Tussen 0,0 en 0,9 Geen voordeel.
Geen voordeel.
Rood
Slecht
Tussen 1,0 en 1,9 Licht voordeel.
Licht voordeel.
Tussen 2,0 en 2,9 Handhaaft uw aerobe
conditie.
Handhaaft uw anaerobe
conditie.
Tussen 3,0 en 3,9 Heeft impact op uw
aerobe conditie.
Heeft impact op uw
anaerobe conditie.
Gegevens over uw VO2 max. worden geleverd door FirstBeat.
De analyse van VO2 max. wordt geleverd met toestemming van
The Cooper Institute . Raadpleeg de appendix
(Standaardwaarden VO2 Max., pagina 34), en ga naar
www.CooperInstitute.org voor meer informatie.
®
Voorspelde racetijden weergeven
Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen,
pagina 7) en maximale hartslag in (Uw hartslagzones instellen,
pagina 7) voor de meest nauwkeurige schattingen.
Uw toestel gebruikt uw geschat VO2 max. (Over VO2 max.
indicaties, pagina 12) en informatie uit uw trainingsgeschiedenis
om een doeltijd voor de wedstrijd te bepalen. Het toestel
analyseert uw trainingsgegevens van enkele weken om de
geschatte wedstrijdtijd te verfijnen.
TIP: Als u meer dan één Garmin apparaat hebt, kunt u de
functie Physio TrueUp™ inschakelen, waarmee uw toestel
activiteiten, geschiedenis en gegevens van andere apparaten
kan synchroniseren (Activiteiten en prestatiemetingen
synchroniseren, pagina 12).
1 Selecteer op de wijzerplaat UP of DOWN om de
prestatiewidget weer te geven.
2 Selecteer START om door de prestatiemetingen te bladeren.
U ontvangt voorspelde racetijden voor 5 km, 10 km, halve
marathon en marathon.
OPMERKING: In eerste instantie lijken de voorspellingen
mogelijk onnauwkeurig. U moet het toestel een aantal keer
gebruiken zodat het uw hardloopprestaties leert begrijpen.
Training Effect
Training Effect meet de gevolgen van een activiteit op uw
aerobe en anaerobe conditie. Training Effect neemt tijdens de
activiteit toe. Naarmate de activiteit vordert, neemt de waarde
Training Effect toe. Training Effect wordt berekend op basis van
de gegevens in uw gebruikersprofiel en trainingsgeschiedenis,
uw hartslag, en de duur en intensiteit van de activiteit. Er zijn
zeven verschillende Training Effect labels om het belangrijkste
voordeel van uw activiteit te beschrijven. Elk label is voorzien
van een kleurcode en komt overeen met uw
trainingsbelastingfocus (Focus trainingsbelasting, pagina 15).
Elke feedbackzin, bijvoorbeeld "Grote impact op VO2 Max.",
bevat een bijbehorende beschrijving in uw Garmin Connect
activiteitgegevens.
Aeroob Training Effect maakt gebruik van uw hartslag om de
samengestelde intensiteit van de training op uw aerobe conditie
te meten en geeft aan of de workout uw fitnessniveau behoudt
of verbetert. Uw verhoogd zuurstofgebruik na inspanning
(EPOC) die ontstaat tijdens het trainen, wordt meegenomen in
de verschillende waarden waaruit uw conditie en
trainingsgewoonten bestaan. Regelmatige workouts met
gemiddelde inspanning of workouts met langere intervals (> 180
Hartslagmeetfuncties
Aeroob voordeel
Anaeroob voordeel
Tussen 4,0 en 4,9 Heeft hoge impact op uw Heeft hoge impact op uw
aerobe conditie.
anaerobe conditie.
5,0
Te veel en mogelijk
schadelijk zonder
genoeg hersteltijd.
Te veel en mogelijk
schadelijk zonder
genoeg hersteltijd.
Training Effect technologie wordt geleverd en ondersteund door
Firstbeat Technologies Ltd. Ga voor meer informatie naar
www.firstbeat.com.
Prestatieconditie
Tijdens een hardloopactiviteit analyseert de functie
Prestatieconditie uw tempo, hartslag en uw hartslagwisselingen
om een real-time meting uit te voeren van uw prestatieniveau in
vergelijking met uw gemiddelde fitnessniveau. Dit is ongeveer
het percentage dat u in real-time afwijkt van uw geschatte VO2
max. basiswaarde.
Prestatieconditiewaarden liggen tussen -20 en +20. Na de
eerste 6 tot 20 minuten van uw activiteit, wordt de score van uw
prestatieconditie op uw toestel weergegeven. Een score van +5
betekent bijvoorbeeld dat u fit en uitgerust bent en dat u de
training goed moet kunnen doorstaan. U kunt de
prestatieconditie als een gegevensveld toevoegen aan een van
uw trainingsschermen om uw prestaties tijdens de activiteit in de
gaten te houden. De prestatieconditie kan ook een indicator van
het vermoeidheidsniveau zijn, vooral aan het einde van een
lange hardlooptraining.
OPMERKING: Het toestel vereist een aantal hardloopsessies
met een hartslagmeter om een nauwkeurig geschat VO2 max.
te verkrijgen en informatie te vergaren over uw
hardloopprestaties (Over VO2 max. indicaties, pagina 12).
Uw prestatieconditie weergeven
Voor deze functies is hartslagmeting aan de pols of een
compatibele hartslagmeter met borstband vereist.
1 Voeg Prestatieomstandigheden toe aan een
gegevensscherm (Gegevensschermen aanpassen,
pagina 25).
2 Ga een stuk hardlopen of fietsen.
Na 6 tot 20 minuten wordt uw prestatieconditie weergegeven.
3 Blader naar het gegevensscherm om uw prestatieconditie
tijdens de volledige hardloopsessie of fietsrit te bekijken.
Lactaatdrempel
De lactaatdrempel is de trainingsintensiteit waarbij lactaat
(melkzuur) zich begint op te hopen in de bloedbaan. Voor
hardlopen is de lactaatdrempel een indicatie voor het
inspannings- of temponiveau. Wanneer een hardloper deze
13
drempel overschrijdt, begint de vermoeidheid sneller toe te
nemen. Bij ervaren hardlopers ligt deze drempel op ongeveer
90% van de maximale hartslag en op het tempo tussen een race
van 10 kilometer en een halve marathon. Bij minder ervaren
hardlopers ligt de lactaatdrempel vaak ver onder 90% van de
maximale hartslag. Kennis van uw lactaatdrempel kan u helpen
te bepalen hoe hard u moet trainen of wanneer u tijdens een
wedstrijd een beetje extra moet geven.
Als u de waarde voor uw lactaatdrempelhartslag al kent, kunt u
deze invoeren in uw gebruikersprofielinstellingen (Uw
hartslagzones instellen, pagina 7).
Een begeleide test uitvoeren om uw lactaatdrempel te
bepalen
Voor deze functie is een Garmin hartslagmeter met borstband
vereist. Voordat u de begeleide test kunt uitvoeren, moet u een
hartslagmeter omdoen en deze koppelen met uw toestel (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 23).
Het toestel gebruikt informatie van uw gebruikersprofiel uit de
basisinstellingen en uw geschat VO2 max. om uw
lactaatdrempel te schatten. Het toestel detecteert uw
lactaatdrempel automatisch tijdens hardlopen bij een constante,
hoge intensiteit met hartslagmeter.
TIP: Dit toestel vereist een aantal hardloopsessies met een
hartslagmeter met borstband om een nauwkeurige waarde voor
maximale hartslag en een nauwkeurig geschat VO2 max. te
verkrijgen. Als u geen schatting van uw lactaatdrempel kunt
krijgen, probeer dan uw maximale hartslagwaarde handmatig te
verlagen.
1 Selecteer op de wijzerplaat START.
2 Selecteer een hardloopactiviteit voor buiten.
U hebt GPS nodig om de test uit te voeren.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Training > Lactaatdrempel-test.
5 Start de timer en volg de instructies op het scherm.
Zodra u aan de hardloopsessie begint, geeft het toestel de
duur van elke stap, het doel en de huidige hartslaggegevens
weer. Als de test is voltooid, wordt een bericht weergegeven.
6 Na de begeleide test stopt u de timer en slaat u de activiteit
op.
Als dit uw eerste lactaatdrempelschatting is, vraagt het
toestel u om uw hartslagzones bij te werken op basis van uw
lactaatdrempelhartslag. Bij elke volgende
lactaatdrempelschatting vraagt het toestel u om de schatting
te accepteren of te weigeren.
Trainingsstatus
Deze metingen zijn schattingen die u kunnen helpen om uw
trainingsactiviteiten te volgen en te analyseren. Voor deze
metingen zijn enkele activiteiten met polshartslagmeting of een
compatibele hartslagmeter met borstband vereist.
Deze waarden worden geleverd en ondersteund door Firstbeat.
Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/physio.
OPMERKING: De schattingen lijken In eerste instantie mogelijk
onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
toestel uw prestaties leert begrijpen.
14
Trainingsstatus: Trainingsstatus geeft het effect van uw
training op uw fitness en prestaties aan. Uw trainingsstatus is
gebaseerd op wijzigingen in uw trainingsbelasting en VO2
max. gedurende langere tijd.
VO2 max.: VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in
milliliter) dat u kunt verbruiken per minuut, per kilo
lichaamsgewicht tijdens maximale inspanning. Uw toestel
geeft voor warmte en hoogte gecorrigeerde VO2 max.waarden aan wanneer u acclimatiseert in zeer warme
omgevingen of op grote hoogte.
Trainingsbelasting: Trainingsbelasting is het totaal van uw
extra zuurstofverbruik na een inspanning (Excess Postexercise Oxygen Consumption (EPOC)) in de afgelopen 7
dagen. EPOC is een schatting van de hoeveelheid energie
die uw lichaam nog heeft om te herstellen na een inspanning.
Focus trainingsbelasting: Uw toestel analyseert en verdeelt
uw trainingsbelasting in verschillende categorieën op basis
van de intensiteit en structuur van elke vastgelegde activiteit.
De focus trainingsbelasting omvat de totale verzamelde
belasting per categorie en de focus van de training. Uw
toestel geeft de verdeling van uw belasting over de laatste 4
weken weer.
Hersteltijd: Hersteltijd geeft aan hoeveel tijd u nodig hebt om
volledig te herstellen en te kunnen beginnen aan uw
volgende hardlooptraining.
Trainingsstatusniveaus
Trainingsstatus geeft het effect van uw training op uw
fitnessniveau en prestaties aan. Uw trainingsstatus is gebaseerd
op wijzigingen in uw trainingsbelasting en VO2 max. gedurende
langere tijd. Met behulp van uw trainingsstatus kunt u
toekomstige trainingen plannen en uw fitnessniveau blijven
verbeteren.
Piek: Pieken betekent dat uw wedstrijdconditie optimaal is. Door
de onlangs verlaagde trainingsbelasting kan uw lichaam zich
herstellen en eerdere trainingen volledig verwerken. U moet
vooruit plannen, want u kunt deze piekstatus maar kort
handhaven.
Productief: Met de huidige trainingsbelasting gaan uw
fitnessniveau en prestaties de goede kant op. U moet
herstelperioden inlassen in uw training om uw fitnessniveau
te handhaven.
Aanhouden: Uw huidige trainingsniveau is voldoende om uw
fitnessniveau te handhaven. Als u verbetering wilt zien, moet
u proberen meer variatie aan te brengen in uw workouts of
uw trainingsvolume te verhogen.
Herstel: Door de lichtere trainingsbelasting kan uw lichaam zich
herstellen, wat essentieel is tijdens lange perioden waarin u
hard traint. U kunt de trainingsbelasting weer verhogen
wanneer u voelt dat u er klaar voor bent.
Niet productief: Uw trainingsbelasting is in orde, maar uw
fitnessniveau daalt. Mogelijk lukt het uw lichaam niet om te
herstellen. Daarom is het aan te raden uw algemene
gezondheid (stress, voeding en rust) in de gaten te houden.
Onttrainen: Er is sprake van onttraining wanneer u gedurende
een week of langer veel minder traint dan gebruikelijk en dit
invloed heeft op uw fitnessniveau. U kunt proberen uw
trainingsbelasting te verhogen om de situatie te verbeteren.
Te intensief: Uw trainingsbelasting is zeer hoog en werkt
averechts. Uw lichaam heeft rust nodig. Gun uzelf de tijd om
te herstellen door lichtere trainingen toe te voegen aan uw
schema.
Geen status: Het toestel heeft een of twee weken aan
trainingshistorie nodig, inclusief activiteiten met VO2 max.
resultaten van hardlopen of fietsen, om uw trainingsstatus te
bepalen.
Hartslagmeetfuncties
Tips voor het verkrijgen van uw trainingsstatus
De trainingsstatus is afhankelijk van de bijgewerkte
beoordelingen van uw fitnessniveau, met minimaal twee VO2
max. metingen per week. Uw VO2 max. schatting wordt
bijgewerkt na outdoor hardloopsessies waarin uw hartslag ten
minste 70% van uw maximale hartslag bereikt gedurende
enkele minuten. Trail runs en indoor hardloopactiviteiten
genereren geen VO2 max. schatting om de nauwkeurigheid van
de metingen van uw fitnessniveau te behouden.
Volg deze tips om de functies Trainingsstatus optimaal te
benutten.
• Ga ten minste twee keer per week buiten hardlopen met een
vermogensmeter, waarbij u een hartslag hoger dan 70% van
uw maximale hartslag bereikt gedurende ten minste 10
minuten.
Als u het toestel een week lang hebt gebruikt, moet u kunnen
beschikken over uw trainingsstatus.
• Registreer al uw fitnessactiviteiten op dit toestel of schakel de
Physio TrueUp functie in, waarmee uw toestel meer over uw
prestaties kan leren (Activiteiten en prestatiemetingen
synchroniseren, pagina 12).
Trainingsbelasting
Trainingsbelasting is een meting van uw trainingsvolume
gedurende de afgelopen zeven dagen. Dit is het totaal van een
meting van extra zuurstofverbruik na een inspanning (Excess
Post-exercise Oxygen Consumption (EPOC)) in de afgelopen
zeven dagen. De meter geeft aan of uw huidige belasting laag,
hoog of binnen het optimale bereik ligt om uw conditie te
behouden of verbeteren. Het optimale bereik wordt gebaseerd
op uw individuele conditie en trainingsgeschiedenis. Het bereik
past zich aan naarmate uw trainingstijd en intensiteit toeneemt
of afneemt.
Focus trainingsbelasting
Om uw prestaties en de voordelen voor uw conditie te
maximaliseren moet de training worden verdeeld in drie
categorieën: laag aerobe, hoog aerobe en anaerobe. De focus
van de trainingsbelasting geeft aan welk deel van uw training
momenteel in welke categorie valt, en welke trainingsdoelen
daarbij kunnen horen. U moet minimaal 7 dagen getraind
hebben voordat bepaald kan worden of uw trainingsbelasting
laag, optimaal of hoog is. Na 4 weken trainen bevat de
geschiedenis van uw trainingsbelasting meer gedetailleerde
doelinformatie waarmee u uw trainingsactiviteiten in balans kunt
brengen.
Onder doel: Uw trainingsbelasting is in alle
intensiteitscategorieën lager dan optimaal. Probeer de duur
of frequentie van uw workouts te verhogen.
Te weinig laag aerobe activiteiten: Probeer meer laag aerobe
activiteiten toe te voegen om te herstellen en tegenwicht te
bieden aan uw activiteiten met een hogere intensiteit.
Te weinig hoog aerobe activiteiten: Probeer meer hoog
aerobe activiteiten toe te voegen om uw lactaatdrempel en
VO2 max. langzaam te verbeteren.
Te weinig aerobe activiteiten: Probeer een paar intensieve,
anaerobe activiteiten toe te voegen om uw snelheid en
anaerobe capaciteit langzaam te verbeteren.
Evenwichtig: Uw trainingsbelasting is in balans en biedt
uitgebreide conditievoordelen terwijl u verder traint.
Lage aerobe focus: Uw trainingsbelasting bestaat vooral uit
laag aerobe activiteiten. Dit biedt een stevige basis en bereidt
u voor op intensievere workouts.
Hoge aerobe focus: Uw trainingsbelasting bestaat vooral uit
hoog aerobe activiteiten. Deze activiteiten helpen bij het
verbeteren van de lactaatdrempel, VO2 max en
uithoudingsvermogen.
Anaerobe focus: Uw trainingsbelasting bestaat vooral uit
intensieve activiteiten. Dit leidt tot snelle opbouw van
Hartslagmeetfuncties
conditie, maar moet in evenwicht worden gebracht met laag
aerobe activiteiten.
Boven doel: Uw trainingsbelasting is hoger dan optimaal en u
moet overwegen om de duur en frequentie van uw workouts
terug te brengen.
Hersteltijd
U kunt uw Garmin toestel gebruiken met hartslagmeting aan de
pols of met een compatibele hartslagmeter met borstband om
de tijd weer te geven die resteert voordat u volledig bent
hersteld en klaar bent voor uw volgende intensieve workout.
OPMERKING: De aanbevolen hersteltijd is gebaseerd op uw
geschatte VO2 max. en lijkt aanvankelijk misschien
onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
toestel uw prestaties leert begrijpen.
De hersteltijd verschijnt direct na afloop van een activiteit. De tijd
loopt af naar het optimale moment voor een nieuwe intensieve
workout.
Uw hersteltijd weergeven
Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen,
pagina 7) en maximale hartslag in (Uw hartslagzones instellen,
pagina 7) voor de meest nauwkeurige schattingen.
1 Ga hardlopen.
2 Selecteer na het hardlopen Sla op.
De hersteltijd wordt weergegeven. De maximale tijd is 4
dagen.
OPMERKING: Selecteer UP of DOWN op de watch face om
de prestatiewidget te weergeven en selecteer START om
door de prestatiemetingen te bladeren en uw hersteltijd te
bekijken.
Herstelhartslag
Als u traint met een hartslagmeter aan de pols of een
compatibele hartslagmeter met borstband, kunt u uw
herstelhartslag controleren na elke activiteit. Uw herstelhartslag
is het verschil tussen uw hartslag tijdens de training en uw
hartslag twee minuten na het einde van de training. Voorbeeld:
Na een normale training stopt u de timer. Uw hartslag is
140 bpm. Na twee minuten rust of coolingdown is uw hartslag
90 bpm. Uw herstelhartslag is dan 50 bpm (140 min 90).
Onderzoek heeft uitgewezen dat er een verband is tussen
herstelhartslag en hartconditie. In het algemeen geldt dat hoe
hoger de herstelhartslagwaarde is, hoe gezonder het hart.
TIP: De beste resultaten worden verkregen wanneer u
gedurende twee minuten stopt met bewegen, terwijl het toestel
uw herstelhartslagwaarde berekent. Nadat deze waarde wordt
weergegeven, kunt u de activiteitgegevens opslaan of
verwijderen.
Uw stressscore op basis van uw hartslagvariaties bekijken
Voordat u de stresstest op basis van hartslagvariaties (HSV)
kunt uitvoeren, moet u een Garmin hartslagmeter omdoen en
deze koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren
koppelen, pagina 23).
Uw HSV stressscore is het resultaat van een test van drie
minuten die wordt uitgevoerd als u stil staat en waarbij het
Forerunner toestel de hartslagvariaties analyseert om uw
algemene stressniveau te bepalen. Training, slaap, voeding en
algemene stress hebben allemaal invloed op uw functioneren.
De stressscore wordt aangegeven op een schaal van 1 tot 100,
waarbij 1 een zeer laag stressniveau en 100 een zeer hoog
stressniveau aangeeft. Als u uw stressscore weet, kunt u beter
beslissen of uw lichaam klaar is voor een zware hardlooptraining
of yogasessie.
TIP: Garmin raadt u aan uw stressscore elke dag om ongeveer
dezelfde tijd en onder dezelfde omstandigheden te meten
15
voordat u gaat trainen. U kunt vorige resultaten bekijken via uw
Garmin Connect account.
1 Selecteer START > DOWN > HSV stress > START.
2 Volg de instructies op het scherm.
Slimme functies
Bluetooth connected functies
Het Forerunner toestel beschikt over verschillende Bluetooth
connected functies voor uw compatibele smartphone via de
Garmin Connect app.
Activiteit uploaden: Uw activiteit wordt automatisch naar de
Garmin Connect app verzonden, zodra u klaar bent met het
vastleggen van de activiteit.
Audiomeldingen: Staat de Garmin Connect app toe
statusberichten, zoals mijltussentijden en andere gegevens,
en navigatieaanwijzingen af te spelen op uw smartphone
tijdens het hardlopen of andere activiteiten.
Bluetooth sensoren: Hiermee kunt u Bluetooth compatibele
sensoren koppelen, bijvoorbeeld een hartslagmeter.
Connect IQ: Hiermee kunt u de toestelfuncties uitbreiden met
nieuwe watch faces, widgets, apps en gegevensvelden.
Vind mijn telefoon: Hiermee kunt u een kwijtgeraakte
smartphone terugvinden die is gekoppeld met uw Forerunner
toestel en momenteel binnen bereik is.
Zoek mijn horloge: Hiermee kunt u uw kwijtgeraakte
Forerunner toestel terugvinden dat is gekoppeld met uw
smartphone en momenteel binnen bereik is.
GroupTrack: Hiermee kunt u deelnemen aan een groep die
LiveTrack gebruikt, zodat anderen uw positie direct op het
scherm en in real-time kunnen bekijken.
Muziekbediening: Hiermee kunt u de muziekspeler op uw
smartphone bedienen.
Telefoonmeldingen: Geeft telefoonmeldingen en berichten
weer op uw Forerunner toestel.
Veiligheids- en trackingfuncties: Hiermee kunt u berichten en
waarschuwingen verzenden naar vrienden en familie en hulp
aanvragen van contactpersonen voor noodgevallen die zijn
ingesteld in de Garmin Connect app. Ga voor meer
informatie naar (Veiligheids- en trackingfuncties, pagina 17).
Interactie met social media: Hiermee kunt u een update op uw
favoriete sociale media-website plaatsen wanneer u een
activiteit uploadt naar de Garmin Connect app.
Software-updates: Hiermee kunt u de toestelsoftware
bijwerken.
Weerupdates: Verstuurt real-time weersberichten en meldingen
naar uw toestel.
Workouts en koersen downloaden: Hiermee kunt u workouts
en koersen zoeken in de Garmin Connect app en ze
draadloos verzenden naar uw toestel.
Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin
Connect
1 Houd LIGHT ingedrukt om het bedieningsmenu weer te
geven.
2 Selecteer
.
Een verloren mobiel toestel lokaliseren
U kunt deze functie gebruiken om een verloren mobiel toestel te
lokaliseren dat is gekoppeld met Bluetooth draadloze
technologie en momenteel binnen bereik is.
1 Houd LIGHT ingedrukt om het bedieningsmenu weer te
geven.
2 Selecteer .
16
Het Forerunner toestel begint nu met zoeken naar uw
gekoppelde mobiele toestel. U hoort een waarschuwing op
uw mobiele toestel en de signaalsterkte van Bluetooth wordt
weergegeven op het Forerunner toestelscherm. De Bluetooth
signaalsterkte wordt hoger naarmate u dichter bij uw mobiele
toestel komt.
3 Selecteer BACK om te stoppen met zoeken.
Widgets
Uw toestel wordt geleverd met vooraf geïnstalleerde widgets die
u direct informatie geven. Voor sommige widgets is een
Bluetooth verbinding met een compatibele smartphone vereist.
Sommige widgets zijn standaard niet zichtbaar. U kunt deze
handmatig toevoegen aan de widgetlijst (De widgetlijst
aanpassen, pagina 24).
Agenda: Geeft de in uw smartphone agenda geplande
afspraken weer.
Calorieën: Geeft uw caloriegegevens weer voor de huidige dag.
Kompas: Geeft een elektronisch kompas weer.
Verdiepingen omhoog: Volgt het aantal verdiepingen dat u
hebt geklommen en uw vorderingen bij het bereiken van uw
doel.
Hartslag: Toont uw huidige hartslag in slagen per minuut (bpm)
en een grafiek van uw hartslag.
Minuten intensieve training: Houdt de tijd bij die u besteedt
aan activiteiten bij gemiddelde tot intensieve inspanning, het
aantal minuten dat u wekelijks wilt besteden aan intensieve
activiteiten en uw vorderingen om dat doel te halen.
Laatste activiteit: Geeft een kort overzicht weer van uw laatst
vastgelegde activiteit, zoals een hardloop-, fiets- of
zwemsessie.
Laatste sport: Toont een kort overzicht van uw laatst
vastgelegde sport.
Tracking van menstruatiecyclus: Geeft uw huidige cyclus
weer. U kunt uw dagelijkse symptomen bekijken en
vastleggen.
Muziekbediening: Hiermee kunt u de muziekspeler op uw
smartphone bedienen.
Meldingen: Waarschuwt u bij inkomende oproepen, smsberichten, updates van sociale netwerken en meer volgens
de meldingsinstellingen op uw smartphone.
Prestaties: Deze prestatiemetingen helpen u om uw
trainingsactiviteiten en hardloopprestaties te volgen en te
analyseren.
Stappen: Houdt uw dagelijkse aantal stappen, het stappendoel
en de gegevens van de afgelopen dagen bij.
Stress: Geeft uw huidige stressniveau en een grafiek van uw
stressniveau weer. U kunt een ademhalingsactiviteit doen om
u te helpen ontspannen.
VIRB bedieningselementen: Hiermee kunt u de camera
bedienen als u een VIRB toestel hebt gekoppeld met uw
Forerunner toestel.
Weer: Geeft de huidige temperatuur en weersverwachting weer.
De widgets gebruiken
Uw toestel wordt geleverd met vooraf geïnstalleerde widgets die
u direct informatie geven. Voor sommige widgets is een
Bluetooth verbinding met een compatibele smartphone vereist.
• Selecteer UP of DOWN in het scherm met de tijd van de dag.
Beschikbare widgets zijn onder andere hartslag en
activiteiten volgen. De prestatiewidget vereist diverse
activiteiten met hartslagmeting en hardloopsessies buiten
met GPS.
• Selecteer START om meer opties en functies voor een
widget weer te geven.
Slimme functies
De weerwidget bekijken
Voor de weerwidget is een Bluetooth verbinding met een
compatibele smartphone vereist.
1 Selecteer UP of DOWN op de watch face om de weerwidget
weer te geven.
Selecteer
START om weergegevens per uur te bekijken.
2
3 Selecteer DOWN om weergegevens per dag te bekijken.
Connect IQ functies
U kunt aan uw watch Connect IQ functies toevoegen van
Garmin en andere leveranciers via de Connect IQ app. U kunt
uw toestel aanpassen met watch faces, gegevensvelden,
widgets en apps.
Watch Faces: Hiermee kunt u de stijl van de klok aanpassen.
Gegevensvelden: Hiermee kunt u nieuwe gegevensvelden
downloaden die sensors, activiteiten en historische gegevens
op andere manieren presenteren. U kunt Connect IQ
gegevensvelden toevoegen aan ingebouwde functies en
pagina's.
Widgets: Hiermee kunt u direct informatie bekijken, zoals
sensorgegevens en meldingen.
Apps: Voeg interactieve functies toe aan uw horloge, zoals
nieuwe soorten buiten- en fitnessactiviteiten.
Connect IQ functies downloaden via uw computer
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
2 Ga naar apps.garmin.com en meld u aan.
3 Selecteer een Connect IQ functie en download deze.
4 Volg de instructies op het scherm.
Wi‑Fi connected functies
Activiteiten uploaden naar uw Garmin Connect account: Uw
activiteit wordt automatisch naar uw Garmin Connect account
verstuurd zodra u klaar bent met het vastleggen van de
activiteit.
Audiocontent: Hiermee kunt u audiocontent van externe
providers synchroniseren.
Software-updates: Uw toestel downloadt en installeert de
nieuwste software-update automatisch als er een Wi‑Fi
verbinding beschikbaar is.
Workouts en trainingsplannen: U kunt workouts en
trainingsplannen zoeken en selecteren op de Garmin
Connect site. De volgende keer dat uw toestel een Wi‑Fi
verbinding heeft, worden de bestanden draadloos naar uw
toestel verzonden.
Verbinding maken met een Wi‑Fi netwerk
U moet met uw toestel verbinding maken met de Garmin
Connect app op uw smartphone of met de Garmin Express™ app
op uw computer voordat u verbinding kunt maken met een Wi‑Fi
netwerk.
Als u uw toestel wilt synchroniseren met een muziekprovider
van derden, moet u verbinding maken met Wi‑Fi. U kunt het
toestel verbinden met een Wi‑Fi netwerk om de
overdrachtsnelheid van grotere bestanden te versnellen.
1 Verplaats binnen bereik van een Wi‑Fi netwerk.
2 Selecteer op de Garmin Connect app of .
3 Selecteer Garmin toestellen en selecteer vervolgens uw
toestel.
4 Selecteer Algemeen > Wi-Fi-netwerken > Voeg een
netwerk toe.
5 Selecteer een beschikbaar Wi‑Fi netwerk en voer de
aanmeldgegevens in.
Slimme functies
Veiligheids- en trackingfuncties
VOORZICHTIG
Ongevaldetectie en hulp is een aanvullende functie en dient niet
te worden beschouwd als primaire methode voor het verkrijgen
van hulp bij ongelukken. De Garmin Connect app neemt geen
contact op met hulpdiensten namens u.
Het Forerunner toestel beschikt over veiligheids- en
trackingfuncties die moeten worden ingesteld met de Garmin
Connect app.
LET OP
Als u deze functies wilt gebruiken, moet u met de Garmin
Connect app verbonden zijn via Bluetooth technologie. U kunt
noodcontacten in uw Garmin Connect account invoeren.
Ga voor meer informatie over incidentdetectie en -ondersteuning
naar www.garmin.com/safety.
Hulp: Hiermee kunt u een automatisch bericht met uw naam,
LiveTrack-koppeling en GPS-locatie naar uw
contactpersonen voor noodgevallen verzenden.
Ongevaldetectie: Wanneer het Forerunner toestel een incident
detecteert tijdens een outdoor loopactiviteit, hardloopactiviteit
of fietsactiviteit, verzendt het toestel een automatisch bericht,
LiveTrack-koppeling en GPS-locatie naar uw
contactpersonen voor noodgevallen.
LiveTrack: Geef uw vrienden en familie de gelegenheid om uw
races en trainingsactiviteiten in real-time te volgen. U kunt
volgers uitnodigen via e-mail of social media, waardoor zij uw
live-gegevens op een Garmin Connect volgpagina kunnen
zien.
Contacten voor noodgevallen toevoegen
Telefoonnummers van contactpersonen voor noodgevallen
worden gebruikt voor het detecteren van incidenten en voor
assistentie.
1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
2 Selecteer Veiligheid en tracking > Ongevaldetectie &
assistentie > Voeg contact voor noodgevallen toe.
3 Volg de instructies op het scherm.
Ongevaldetectie in- en uitschakelen
1 Houd UP ingedrukt in de wijzerplaat.
2 Selecteer Instellingen > Veiligheid > Ongevaldetectie.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Ongevaldetectie is alleen beschikbaar voor
buitenactiviteiten zoals lopen, hardlopen en fietsen.
Als door uw Forerunner toestel met GPS een ongeval wordt
gedetecteerd, kan de Garmin Connect app automatisch een
sms- en e-mailbericht met uw naam en GPS-locaties verzenden
naar uw contacten voor noodgevallen. Er wordt een bericht
weergegeven met de mededeling dat uw contacten na 30
seconden zullen worden gewaarschuwd. U kunt Annuleer
selecteren voordat de afteltijd is verstreken als u het bericht wilt
annuleren.
Hulp vragen
Voordat u hulp kunt aanvragen, moet u contactpersonen voor
noodgevallen instellen (Contacten voor noodgevallen
toevoegen, pagina 17).
1 Houd de knop LIGHT ingedrukt.
2 Wanneer u drie trillingen voelt, laat u de knop los om de
hulpfunctie te activeren.
Het aftelscherm wordt weergegeven.
TIP: U kunt Annuleer selecteren voordat de afteltijd is
verstreken als u het bericht wilt annuleren.
17
Deelnemen aan een GroupTrack sessie
Audiocontent van een externe provider downloaden
Voordat u aan een GroupTrack sessie kunt deelnemen, moet u
beschikken over een Garmin Connect account, een compatibele
smartphone en de Garmin Connect app.
Deze instructies gelden voor het deelnemen aan een
GroupTrack sessie met Forerunner toestellen. Als uw
connecties andere compatibele toestellen hebben, kunnen ze u
op de kaart zien. U kunt andere GroupTrack leden niet op uw
toestel bekijken.
1 Ga naar buiten en schakel het Forerunner toestel in.
2 Koppel uw smartphone met het Forerunner toestel (Uw
smartphone koppelen met uw toestel, pagina 1).
Selecteer
Garmin Connect in het instellingenmenu van de
3
app Veiligheid en tracking > LiveTrack > GroupTrack.
4 Als u meerdere compatibele toestellen hebt, selecteert u een
toestel voor de GroupTrack sessie.
5 Selecteer Zichtbaar voor > Alle connecties.
6 Selecteer Start LiveTrack.
7 Start op uw Forerunner toestel een activiteit.
Voordat u audiocontent van een externe provider kunt
downloaden, moet u verbonden zijn met een Wi‑Fi netwerk
(Verbinding maken met een Wi‑Fi netwerk, pagina 17).
1 Houd DOWN ingedrukt vanaf een willekeurig scherm om de
muziekbediening te openen.
2 Houd UP ingedrukt.
3 Selecteer Muziekproviders.
4 Selecteer een verbonden provider.
5 Selecteer een afspeellijst of ander item om naar het toestel te
downloaden.
6 Selecteer indien nodig BACK totdat u wordt gevraagd om te
synchroniseren met de service en selecteer Ja.
7 Mogelijk dient u het toestel aan te sluiten op een externe
voedingsbron als de resterende batterijduur onvoldoende is.
Door het downloaden van audio-inhoud kan de batterij snel
leegraken.
De geselecteerde afspeellijsten en andere items worden naar
het toestel gedownload.
Tips voor deelname aan GroupTrack sessies
Met de functie GroupTrack kunnen connecties in uw groep u
volgen door LiveTrack direct op hun scherm te gebruiken. Alle
leden van de groep moeten connecties van u zijn in uw Garmin
Connect account.
• Start uw activiteit buiten met GPS.
• Koppel uw Forerunner toestel met uw smartphone via
Bluetooth technologie.
• Selecteer in de Garmin Connect app
of
en selecteer
Connecties om de lijst met connecties voor uw GroupTrack
sessie bij te werken.
• Zorg dat al uw connecties zijn gekoppeld met hun
smartphones en start een LiveTrack sessie in de Garmin
Connect app.
• Zorg dat al uw connecties binnen bereik zijn (40 km of
25 mijl).
Audio-inhoud downloaden van Spotify
Muziek
U kunt muziek bedienen via uw gekoppelde smartphone met uw
Forerunner toestel.
U kunt op een Forerunner 645 Music audiocontent downloaden
naar uw toestel vanaf uw computer of een externe provider,
zodat u muziek kunt luisteren als u uw smartphone niet binnen
handbereik hebt. Om audiocontent te beluisteren dat op uw
toestel is opgeslagen, moet u een hoofdtelefoon met Bluetooth
technologie aansluiten.
U kunt de muziekbediening gebruiken om de muziek op uw
smartphone te bedienen of om muziek af te spelen die op uw
toestel is opgeslagen.
Verbinding maken met een externe provider
Voordat u muziek of andere audiobestanden van een
ondersteunde externe provider kunt downloaden naar een
compatibel horloge, moet u verbinding maken met de provider
met de Garmin Connect app.
1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
2 Selecteer Garmin toestellen en selecteer vervolgens uw
toestel.
3 Selecteer Muziek.
4 Selecteer Muziekapps downloaden, zoek een provider en
volg de instructies op het scherm.
OPMERKING: Als u al een provider hebt geïnstalleerd, kunt
u deze selecteren en de instructies op het scherm volgen.
18
®
Voordat u audiocontent van Spotify kunt downloaden, moet u
verbonden zijn met een Wi‑Fi netwerk (Verbinding maken met
een Wi‑Fi netwerk, pagina 17).
1 Houd DOWN ingedrukt vanaf een willekeurig scherm om de
muziekbediening te openen.
2 Houd UP ingedrukt.
3 Selecteer Muziekproviders > Spotify.
4 Selecteer Voeg muziek en podcasts toe.
5 Selecteer een afspeellijst of ander item om naar het toestel te
downloaden.
OPMERKING: Door het downloaden van audio-inhoud kan
de batterij snel leegraken. Mogelijk dient u het toestel aan te
sluiten op een externe voedingsbron als de resterende
batterijduur onvoldoende is.
De geselecteerde afspeellijsten en andere items worden naar
het toestel gedownload.
De muziekprovider wijzigen
1 Houd DOWN ingedrukt vanaf een willekeurig scherm om de
muziekbediening te openen.
2 Houd UP ingedrukt.
3 Selecteer Muziekproviders.
4 Selecteer een verbonden provider.
Loskoppelen van een externe provider
1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
2 Selecteer Garmin toestellen en selecteer vervolgens uw
toestel.
3 Selecteer Muziek.
4 Selecteer een geïnstalleerde externe provider en volg de
instructies op het scherm om de externe provider los te
koppelen van uw toestel.
Persoonlijke audiocontent downloaden
Voordat u persoonlijke muziek naar uw toestel kunt verzenden,
moet u de Garmin Express app op uw computer installeren
(www.garmin.com/express).
U kunt uw persoonlijke audiobestanden, zoals .mp3- en .aacbestanden, naar een Forerunner 645 Music toestel laden vanaf
uw computer.
1 Sluit het toestel met de meegeleverde USB-kabel aan op uw
computer.
Muziek
2 Open de app Garmin Express op uw computer, selecteer uw
toestel en selecteer Muziek.
TIP: Bij Windows computers, kunt u
selecteren en naar
de map met uw audiobestanden bladeren. Bij Apple
computers, maakt de Garmin Express app gebruik van uw
iTunes bibliotheek.
3 Selecteer in de lijst Mijn muziek of iTunes Library, een
audiobestandscategorie, zoals nummers of afspeellijsten.
4 Schakel de selectievakjes in voor de audiobestanden, en
selecteer Verzend naar toestel.
5 Selecteer indien nodig in de lijst Forerunner 645 Music een
categorie, schakel de selectievakjes in en selecteer
Verwijder van toestel om audiobestanden te verwijderen.
®
®
®
Luisteren naar muziek
1
2
3
4
5
Houd DOWN ingedrukt vanaf een willekeurig scherm om de
muziekbediening te openen.
Sluit uw hoofdtelefoon met Bluetooth technologie aan (Een
Bluetooth hoofdtelefoon aansluiten, pagina 19).
Houd UP ingedrukt.
Selecteer Muziekproviders, en selecteer een optie:
• Als u vanaf uw computer naar naar het horloge
gedownloade muziek wilt luisteren, selecteert u Mijn
muziek (Persoonlijke audiocontent downloaden,
pagina 18).
• Als u het afspelen van muziek op uw smartphone wilt
bedienen, selecteert u Beheer muziek op telefoon.
• Selecteer de naam van de provider om naar muziek van
derden te luisteren.
Selecteer om de bediening voor het afspelen van muziek te
openen.
Bediening voor afspelen van muziek op een
verbonden smartphone
1 Start op uw smartphone het afspelen van een nummer of een
afspeellijst.
2 Selecteer een optie:
• Op een Forerunner 645 Music toestel houdt u DOWN
ingedrukt vanaf een willekeurig scherm om de
muziekbediening te openen.
• Op een Forerunner 645 toestel selecteert u DOWN om de
muziekbedieningswidget weer te geven.
OPMERKING: U moet mogelijk de
muziekbedieningswidget toevoegen aan uw widgetlijst (De
widgetlijst aanpassen, pagina 24).
3 Op een Forerunner 645 Music toestel selecteert u Bron >
Beheer muziek op telefoon.
4 Gebruik de pictogrammen om het afspelen te onderbreken
en te hervatten, nummers over te slaan en het volume aan te
passen (Bediening voor afspelen van muziek, pagina 19).
Bediening voor afspelen van muziek
OPMERKING: Bepaalde bedieningselementen voor het
afspelen van muziek zijn alleen beschikbaar op een
Forerunner 645 Music toestel.
Garmin Pay
Selecteer om content van sommige externe providers te beheren.
Selecteer om naar de audiobestanden en afspeellijsten te
bladeren voor de geselecteerde bron.
Selecteer om het volume aan te passen.
Selecteer om het huidige audiobestand af te spelen en te
pauzeren.
Selecteer om naar het volgende audiobestand in de afspeellijst te
gaan.
Houd ingedrukt om het huidige audiobestand vooruit te spoelen.
Selecteer om het huidige audiobestand opnieuw te starten.
Selecteer twee keer om naar het vorige audiobestand in de
afspeellijst te gaan.
Houd ingedrukt om het huidige audiobestand terug te spoelen.
Selecteer om de herhaalmodus te wijzigen.
Selecteer om de shuffle-modus te wijzigen.
Een Bluetooth hoofdtelefoon aansluiten
Om muziek te luisteren die op uw Forerunner 645 Music toestel
is geladen, moet u een hoofdtelefoon met Bluetooth technologie
aansluiten.
1 Houd uw hoofdtelefoon binnen 2 m (6,6 ft.) van uw toestel.
2 Schakel de koppelingstatus in op de hoofdtelefoon.
3 Houd het UP ingedrukt.
4 Selecteer Muziek > Hoofdtelefoon > Voeg toe.
5 Selecteer uw hoofdtelefoon om het koppelen te voltooien.
Garmin Pay
Met de functie Garmin Pay kunt u met uw horloge aankopen
betalen bij deelnemende winkels door een creditcard of bankpas
te gebruiken die is uitgegeven door een deelnemende financiële
instelling.
Uw Garmin Pay portemonnee instellen
U kunt een of meer deelnemende creditcards of bankpassen
aan uw Garmin Pay portemonnee toevoegen. Ga naar
garmin.com/garminpay/banks en ontdek welke financiële
instellingen meedoen.
1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
2 Selecteer Garmin toestellen, en vervolgens uw
Forerunner 645 Music toestel.
3 Selecteer Garmin Pay > Maak uw portemonnee.
4 Volg de instructies op het scherm.
Een aankoop betalen via uw horloge
Voordat u met uw horloge aankopen kunt betalen, moet u
minimaal één betaalkaart instellen.
U kunt met uw horloge aankopen betalen in een deelnemende
winkel.
1 Houd LIGHT ingedrukt.
2 Selecteer .
3 Voer uw pincode van vier cijfers in.
OPMERKING: Als u uw pincode drie keer onjuist invoert,
wordt uw portemonnee vergrendeld en moet u uw pincode
opnieuw instellen in de Garmin Connect app.
Uw laatst gebruikte betaalkaart wordt weergegeven.
19
Uw Garmin Pay portemonnee en alle bijbehorende
kaartinformatie worden verwijderd. U kunt niet betalen met
uw Forerunner toestel totdat u een nieuwe portemonnee
hebt gemaakt en een kaart hebt toegevoegd.
Uw Garmin Pay pincode wijzigen
4 Als u meerdere kaarten hebt toegevoegd aan uw Garmin Pay
portemonnee, selecteert u DOWN om een andere kaart te
gebruiken (optioneel).
5 Houd uw horloge binnen 60 seconden bij de lezer, met het
scherm in de richting van de lezer.
Het horloge trilt en u ziet een vinkje op het scherm wanneer
de communicatie met de lezer is voltooid.
6 Volg de instructies op de kaartlezer, indien nodig, om de
transactie te voltooien.
TIP: Nadat u de juiste pincode hebt ingevoerd, kunt u
gedurende 24 uur betalingen doen zonder pincode zolang u het
horloge draagt. Als u het horloge afdoet of als u de
hartslagmeting uitschakelt, moet u de pincode opnieuw invoeren
om een betaling te doen.
Een kaart toevoegen aan uw Garmin Pay
portemonnee
U kunt maximaal tien creditcards of bankpassen toevoegen aan
uw Garmin Pay portemonnee.
1 Selecteer op de pagina van het Forerunner toestel in de
Garmin Connect app de optie Garmin Pay > .
2 Volg de instructies op het scherm om de kaartinformatie in te
voeren en de kaart toe te voegen aan uw portemonnee.
Nadat de kaart is toegevoegd, kunt u de kaart selecteren op uw
horloge wanneer u een betaling doet.
Uw Garmin Pay portemonnee beheren
U kunt gedetailleerde informatie over elk van uw betaalkaarten
weergeven en u kunt een kaart blokkeren, activeren of
verwijderen. U kunt ook uw hele Garmin Pay portemonnee
blokkeren of verwijderen.
OPMERKING: In sommige landen zijn de portemonneefuncties
mogelijk beperkt door de deelnemende financiële instellingen.
1 Selecteer op de Forerunner toestelpagina in de Garmin
Connect app Garmin Pay > Uw portemonnee beheren.
2 Selecteer een optie:
• Om een specifieke kaart te blokkeren, selecteert u de
kaart en selecteert u Onderbreek.
De kaart moet actief zijn om aankopen te kunnen doen
met uw Forerunner toestel.
• Als u alle kaarten in uw portemonnee tijdelijk wilt
blokkeren, selecteert u Portemonnee buiten werking
stellen.
U kunt niet betalen met uw Forerunner toestel totdat u
minimaal één kaart hebt gedeblokkeerd met de app.
• Om de blokkering van uw portemonnee op te heffen,
selecteert u Tijdelijke buitengebruikstelling
portemonnee opheffen.
• Als u een specifieke kaart wilt verwijderen, selecteert u de
kaart en selecteert u Verwijder.
De kaart wordt volledig uit uw portemonnee verwijderd.
Als u deze kaart in de toekomst wilt toevoegen aan uw
portemonnee, moet u de kaartinformatie opnieuw
invoeren.
• Als u alle kaarten in uw portemonnee wilt verwijderen,
selecteert u Portemonnee verwijderen.
20
U dient uw huidige pincode te weten om deze te kunnen
wijzigen. U kunt de pincode niet opvragen. Als u uw pincode
vergeet, moet u uw portemonnee verwijderen, een nieuwe
maken en uw kaartinformatie opnieuw invoeren.
U kunt de pincode wijzigen die vereist is voor toegang tot uw
Garmin Pay portemonnee op uw Forerunner toestel.
1 Selecteer op de pagina van het Forerunner toestel in de
Garmin Connect app de optie Garmin Pay > Pincode
opnieuw instellen.
2 Volg de instructies op het scherm.
De volgende keer dat u betaalt met uw Forerunner toestel, moet
u de nieuwe pincode invoeren.
Geschiedenis
Tot de geschiedenisgegevens behoren tijd, afstand, calorieën,
gemiddeld tempo of gemiddelde snelheid, rondegegevens en
optionele sensorgegevens.
OPMERKING: Als het geheugen van toestel vol is, worden de
oudste gegevens overschreven.
Werken met de geschiedenis
De geschiedenis bevat voorgaande activiteiten die u op het
toestel hebt opgeslagen.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Activiteiten.
3 Selecteer een activiteit.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Details om extra informatie over de activiteit
weer te geven.
• Selecteer Ronden om een ronde te selecteren en extra
informatie weer te geven over elke ronde.
• Selecteer Intervallen om een interval te selecteren en
extra informatie weer te geven over elk interval.
• Selecteer Sets om een oefeningenset te selecteren en
extra informatie weer te geven over elke set.
• Selecteer Kaart om de activiteit op de kaart weer te
geven.
• Om het effect van de activiteit op uw aerobe en anaerobe
fitness weer te geven, selecteert u Training Effect
(Training Effect, pagina 13).
• Selecteer Tijd in zone (Tijd in elke hartslagzone
weergeven, pagina 20) om uw tijd in elke hartslagzone
weer te geven.
• Selecteer Hoogteprofiel om een hoogtegrafiek van de
activiteit weer te geven.
• Selecteer Verwijder om de geselecteerde activiteit te
verwijderen.
Tijd in elke hartslagzone weergeven
Voordat u hartslagzonegegevens kunt weergeven, dient u een
activiteit met hartslag te voltooien en deze op te slaan.
Het bekijken van uw tijd in elke hartslagzone kan u helpen bij
het aanpassen van uw trainingsintensiteit.
1 Houd UP ingedrukt in de wijzerplaat.
2 Selecteer Geschiedenis > Activiteiten.
3 Selecteer een activiteit.
4 Selecteer Tijd in zone.
Geschiedenis
Gegevenstotalen weergeven
Garmin Connect
U kunt gegevens over de totaal afgelegde afstand en totaal
verstreken tijd weergeven die zijn opgeslagen op uw toestel.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Totalen.
3 Selecteer indien nodig een activiteit.
4 Selecteer een optie om uw wekelijkse of maandelijkse totalen
weer te geven.
U kunt contact houden met uw vrienden op Garmin Connect.
Garmin Connect biedt u de hulpmiddelen om te volgen, te
analyseren, te delen en elkaar aan te moedigen. Leg de
prestaties van uw actieve lifestyle vast, zoals hardloopsessies,
wandelingen, fietstochten, zwemsessies, hikes, triatlons en
meer. Meld u aan voor een gratis account op
www.garminconnect.com.
Uw activiteiten opslaan: Nadat u een activiteit met uw toestel
hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die activiteit uploaden
naar uw Garmin Connect account en zo lang bewaren als u
wilt.
Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde
informatie over uw activiteit weergeven, zoals tijd, afstand,
hoogte, hartslag, verbrande calorieën, cadans,
hardloopdynamica, een bovenaanzicht van de kaart, tempoen snelheidsgrafieken, en instelbare rapporten.
OPMERKING: Voor sommige gegevens hebt u een optioneel
accessoire nodig, zoals een hartslagmeter.
De afstandteller gebruiker
De afstandteller houdt automatisch de in totaal afgelegde
afstand, het bereikte hoogteverschil en de tijd bij tijdens
activiteiten.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Totalen > Kilometerteller.
3 Selecteer UP of DOWN om de totalen van de afstandteller
weer te geven.
Geschiedenis verwijderen
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Opties.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Wis alle activiteiten om alle activiteiten uit de
geschiedenis te verwijderen.
• Selecteer Herstel totalen om alle totalen voor afstand en
tijd te herstellen.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
Gegevensbeheer
OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95,
98, ME, Windows NT , en Mac OS 10.3 en ouder.
®
®
Bestanden verwijderen
LET OP
Als u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan
niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke
systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.
1
2
3
4
Open het Garmin station of volume.
Open zo nodig een map of volume.
Selecteer een bestand.
Druk op het toetsenbord op de toets Delete.
OPMERKING: Als u een Apple computer gebruikt, moet u de
map Trash leegmaken om de bestanden volledig te
verwijderen.
De USB-kabel loskoppelen
Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is
aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige
manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als
uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw
Windows computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te
koppelen.
1 Voer een van onderstaande handelingen uit:
• Op Windows computers: Selecteer het pictogram
Hardware veilig verewijderen in het systeemvak en
selecteer uw toestel.
• Voor Apple computers selecteert u het toestel en
selecteert u File > Eject.
2 Koppel de kabel los van uw computer.
Geschiedenis
Uw training plannen: U kunt een fitnessdoelstelling kiezen en
een van de dagelijkse trainingsplannen laden.
Uw voortgang volgen: U kunt uw dagelijkse aantal stappen
bijhouden, uzelf vergelijken met uw connecties en uw doelen
behalen.
Uw activiteiten delen: U kunt contact houden met vrienden en
elkaars activiteiten volgen of koppelingen naar uw activiteiten
plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.
Uw instellingen beheren: U kunt uw toestel- en
gebruikersinstellingen aanpassen via uw Garmin Connect
account.
De Connect IQ store gebruiken: U kunt apps, watch face,
gegevensvelden en widgets downloaden.
Uw gegevens synchroniseren met de Garmin Connect
app
Via de Garmin Connect app worden gegevens regelmatig
automatisch met uw toestel gesynchroniseerd. U kunt uw
gegevens op elk gewenst moment ook handmatig
synchroniseren.
1 Breng het toestel op minder dan 3 m (10 ft.) afstand van uw
smartphone.
2 Houd in een willekeurig scherm LIGHT ingedrukt om het
bedieningsmenu weer te geven.
3 Selecteer .
4 Bekijk uw huidige gegevens in de Garmin Connect app.
Garmin Connect op uw computer gebruiken
De Garmin Express toepassing maakt verbinding tussen uw
toestel en uw Garmin Connect account met behulp van een
computer. U kunt de Garmin Express toepassing gebruiken om
uw activiteitgegevens te uploaden naar uw Garmin Connect
account en gegevens zoals workouts en trainingsschema's van
21
de Garmin Connect website naar uw toestel te sturen. U kunt
ook software-updates voor uw toestel installeren en uw Connect
IQ apps beheren.
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
2 Ga naar www.garmin.com/express.
3 Download en installeer de Garmin Express toepassing.
4 Open de Garmin Express toepassing en selecteer Voeg
toestel toe.
5 Volg de instructies op het scherm.
Navigatie
Gebruik de GPS-navigatiefuncties op uw toestel om uw route op
een kaart te bekijken, locaties op te slaan en uw weg naar huis
te vinden.
Koersen
U kunt vanuit uw Garmin Connect een koers verzenden naar uw
toestel. Als de koers op uw toestel is opgeslagen, kunt u deze
daarop volgen.
U kunt bijvoorbeeld een vastgelegde koers volgen omdat de
route u beviel. Of u kunt een fietsvriendelijke route naar uw werk
vastleggen en volgen.
U kunt een vastgelegde koers ook volgen om te proberen
eerdere prestaties op de koers te evenaren of te verbeteren.
Stel bijvoorbeeld dat u de originele koers in 30 minuten hebt
voltooid. U kunt dan nu tegen een Virtual Partner racen om te
proberen de koers in minder dan 30 minuten af te leggen.
Een koers maken en volgen op uw toestel
1 Selecteer START op de watch face.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Navigatie > Koersen > Maak nieuw.
5 Geef een naam op voor de koers en selecteer .
6 Selecteer Voeg locatie toe.
7 Selecteer een optie.
8 Herhaal indien nodig de stappen 4 en 5.
9 Selecteer OK > Start koers.
Navigatie-informatie wordt weergegeven.
10 Selecteer START om te beginnen met navigeren.
Uw locatie bewaren
U kunt uw huidige locatie opslaan om er later naartoe terug te
kunnen navigeren.
1 Houd LIGHT ingedrukt.
2 Selecteer .
OPMERKING: U moet dit item mogelijk nog toevoegen aan
het bedieningsmenu (Het bedieningsmenu aanpassen,
pagina 24).
3 Volg de instructies op het scherm.
6 Selecteer een optie om de locatie te bewerken.
Alle opgeslagen locaties verwijderen
U kunt al uw opgeslagen locaties tegelijk verwijderen.
1 Selecteer START op de watch face.
2 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Navigatie > Opgeslagen locaties > Alles wissen.
Tijdens een activiteit navigeren naar uw
vertrekpunt
U kunt in een rechte lijn of langs de afgelegde route terug
navigeren naar het vertrekpunt van uw huidige activiteit. Deze
functie is alleen beschikbaar voor activiteiten waarbij GPS wordt
gebruikt.
1 Selecteer tijdens een activiteit STOP > Terug naar start.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer TracBack om langs de afgelegde route naar het
startpunt van uw activiteit te navigeren.
• Selecteer Rechte lijn om in een rechte lijn naar het
startpunt van uw activiteit te navigeren.
Uw huidige locatie , het te volgen spoor
en uw
bestemming
worden op de kaart weergegeven.
Naar een opgeslagen locatie navigeren
Voordat u naar een opgeslagen locatie kunt navigeren, dient uw
toestel satellieten te zoeken.
1 Selecteer START op de watch face.
2 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Navigatie > Opgeslagen locaties.
5 Selecteer een locatie en selecteer Ga naar.
6 Beweeg naar voren.
De kompaspijl wijst naar de opgeslagen locatie.
TIP: Voor nauwkeurigere navigatie richt u de bovenzijde van
het scherm in de richting waarin u zich voortbeweegt.
7 Druk op START om de activiteitentimer te starten.
Uw opgeslagen locaties verwijderen
Stoppen met navigeren
U kunt een opgeslagen locatie verwijderen of de naam en de
hoogte- en positiegegevens ervan wijzigen.
1 Selecteer START op de watch face.
2 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Navigatie > Opgeslagen locaties.
5 Selecteer een opgeslagen locatie.
1 Houd tijdens de activiteit UP ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie stoppen.
22
Kaart
geeft uw positie op de kaart aan. Namen en symbolen van
locaties worden weergegeven op de kaart. Als u naar een
bestemming navigeert, wordt de route met een lijn op de kaart
gemarkeerd.
• Kaartnavigatie (Schuiven en zoomen op de kaart,
pagina 23)
Navigatie
• Kaartinstellingen (Kaartinstellingen, pagina 23)
Een kaart aan een activiteit toevoegen
U kunt de kaart toevoegen aan de reeks gegevensschermen
voor een activiteit.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer de activiteit om deze aan te passen.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Gegevensschermen > Voeg toe > Kaart.
Schuiven en zoomen op de kaart
1 Selecteer tijdens het navigeren UP of DOWN om de kaart te
bekijken.
2 Houd UP ingedrukt.
3 Selecteer Pan/Zoom.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer START om te schakelen tussen naar boven en
naar beneden schuiven, naar links en naar rechts
schuiven, of zoomen.
• Selecteer UP en DOWN om op de kaart te schuiven of te
zoomen.
• Selecteer BACK om af te sluiten.
Kaartinstellingen
U kunt de weergave van de kaart in de kaart-app en op
gegevensschermen aanpassen.
Houd op de watch face UP ingedrukt en selecteer Instellingen
> Kaart.
Oriëntatie: Hiermee stelt u de oriëntatie van de kaart in.
Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de pagina
weer te geven. Selecteer Koers boven om uw huidige
reisrichting boven aan de pagina weer te geven.
Gebruikerslocaties: Hiermee worden opgeslagen locaties op
de kaart weergegeven of verborgen.
Automatisch zoomen: Hiermee wordt automatisch het juiste
zoomniveau geselecteerd voor optimaal gebruik van de
kaart. Als u deze functie uitschakelt, moet u handmatig in- en
uitzoomen.
Draadloze sensoren
Uw toestel kan worden gebruikt in combinatie met draadloze
ANT+ of Bluetooth sensoren. Ga voor meer informatie over
compatibiliteit en de aanschaf van optionele sensoren naar
buy.garmin.com.
De draadloze sensoren koppelen
Wanneer u voor de eerste keer een draadloze sensor via ANT+
of Bluetooth technologie met uw toestel wilt verbinden, moet u
het toestel en de sensor eerst koppelen. Nadat de koppeling is
voltooid, maakt het toestel automatisch een verbinding met de
sensor wanneer u een activiteit start en de sensor actief is en
zich binnen bereik bevindt.
1 Als u een hartslagmeter koppelt, moet u de hartslagmeter
omdoen.
De hartslagmeter kan pas gegevens verzenden of ontvangen
als u deze hebt omgedaan.
2 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
OPMERKING: Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij
andere draadloze sensoren vandaan bent tijdens het
koppelen.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Instellingen > Sensoren en accessoires > Voeg
toe.
Draadloze sensoren
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Zoek alles.
• Selecteer uw type sensor.
Als de sensor is gekoppeld met uw toestel wordt de status
van de sensor gewijzigd van Zoeken naar Verbonden.
Sensorgegevens worden weergegeven in de reeks
gegevensschermen of in een aangepast gegevensveld.
Voetsensor
Het toestel is compatibel met de voetsensor. Bij indoortrainingen
of als het GPS-signaal zwak is, kunt u in plaats van GPS de
voetsensor gebruiken om het tempo en de afstand vast te
leggen. De voetsensor is stand-by en klaar om gegevens te
verzenden (net als de hartslagmeter).
Na 30 minuten zonder activiteit schakelt de trainingsassistent
zichzelf uit om de batterij te sparen. Als de batterij bijna leeg is,
verschijnt een bericht op uw toestel. Na ongeveer vijf uur is de
batterij leeg.
Hardlopen met een voetsensor
Voordat u gaat hardlopen, moet u de voetsensor koppelen met
uw Forerunner toestel (De draadloze sensoren koppelen,
pagina 23).
U kunt binnen hardlopen met een voetsensor om tempo, afstand
en cadans vast te leggen. U kunt ook buiten hardlopen met een
voetsensor om cadansgegevens vast te leggen aan de hand
van GPS-gegevens voor tempo en afstand.
1 Plaats de voetsensor volgens de instructies van het
accessoire.
2 Selecteer een hardloopactiviteit.
3 Ga hardlopen.
Kalibratie van de voetsensor
De voetsensor kalibreert zichzelf. De nauwkeurigheid van de
snelheid- en afstandsgegevens verbetert na een aantal
hardloopsessies in de buitenlucht met behulp van GPS.
Kalibratie van de voetsensor verbeteren
Voordat u het toestel kunt kalibreren, hebt u GPS-signalen nodig
en moet u het toestel koppelen met de voetsensor (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 23).
De voetsensor beschikt over automatische kalibratie, maar u
kunt de nauwkeurigheid van de snelheids- en afstandsgegevens
verbeteren met een paar hardloopsessies met ingeschakelde
GPS.
1 Sta buiten 5 minuten stil met goed uitzicht op de lucht.
2 Start een hardloopactiviteit.
3 Loop 10 minuten hard zonder te stoppen.
4 Stop uw activiteit en sla deze op.
De kalibratiewaarde van de voetsensor verandert mogelijk op
basis van de vastgelegde gegevens. U hoeft uw voetsensor
niet opnieuw te kalibreren tenzij uw hardloopstijl verandert.
Uw voetsensor handmatig kalibreren
Voordat u het toestel kunt kalibreren, moet u het koppelen met
de voetsensor (De draadloze sensoren koppelen, pagina 23).
Handmatige kalibratie wordt aanbevolen als u uw kalibratiefactor
weet. Als u een voetsensor hebt gekalibreerd met een ander
Garmin product, weet u mogelijk uw kalibratiefactor.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Sensoren en accessoires.
3 Selecteer uw voetsensor.
4 Selecteer Cal. Factor > Stel waarde in.
5 Pas de kalibratiefactor aan:
• Verhoog de kalibratiefactor als de afstand te kort is.
• Verlaag de kalibratiefactor als de afstand te lang is.
23
Snelheid en afstand van voetsensor instellen
Voordat u de snelheid en afstand van de voetsensor kunt
kalibreren, moet u het toestel koppelen met de voetsensor (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 23).
U kunt uw toestel instellen om snelheid en afstand te berekenen
met de voetsensorgegevens in plaats van GPS-gegevens.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Sensoren en accessoires.
3 Selecteer uw voetsensor.
4 Selecteer Snelheid of Afstand.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Binnen als u met uitgeschakelde GPS traint,
meestal binnen.
• Selecteer Altijd als u uw voetsensorgegevens wilt
gebruiken ongeacht de GPS-instelling.
Modus Extra scherm
U kunt de modus Extra scherm gebruiken om
gegevensschermen van uw Forerunner toestel op een
compatibel Edge toestel weer te geven tijdens een rit of triatlon.
Raadpleeg uw Edge gebruikershandleiding voor meer
informatie.
Een optionele fietssnelheids- of fietscadanssensor gebruiken
Met een compatibele fietssnelheids- of fietscadanssensor kunt u
gegevens verzenden naar uw toestel.
• Koppel de sensor met uw toestel (De draadloze sensoren
koppelen, pagina 23).
• Stel de wielmaat in (Wielmaat en omvang, pagina 35).
• Maak een rit (Een activiteit starten, pagina 2).
Omgevingsbewustzijn
Uw Forerunner toestel kan worden gebruikt met het Varia
Vision™ toestel, slimme Varia™ fietsverlichting en
achteruitkijkradar voor een verbeterd omgevingsbewustzijn.
Raadpleeg de handleiding van het Varia toestel voor meer
informatie.
OPMERKING: U moet mogelijk de Forerunner software
bijwerken voordat u Varia toestellen kunt koppelen (De software
bijwerken via Garmin Express, pagina 31).
tempe
De tempe is een draadloze ANT+ temperatuursensor. U kunt de
sensor aan een stevige band of lus bevestigen op een plek waar
deze is blootgesteld aan omgevingslucht en zo een consistente
bron van nauwkeurige temperatuurgegevens vormt. U moet de
tempe met uw toestel koppelen om temperatuurgegevens van
de tempe te kunnen weergeven.
Uw toestel aanpassen
Uw lijst met activiteiten aanpassen
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer een activiteit om de instellingen aan te passen,
de activiteit als favoriet in te stellen, de volgorde van
weergave te wijzigen en meer.
• Selecteer Voeg apps toe om meer activiteiten toe te
voegen of aangepaste activiteiten te maken.
24
De widgetlijst aanpassen
U kunt de volgorde van widgets in de widgetlijst wijzigen,
widgets verwijderen en nieuwe widgets toevoegen.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Widgets.
3 Selecteer een widget.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Sorteer om de locatie van de widget in de
widgetlijst te wijzigen.
• Selecteer Verwijder om de widget uit de widgetlijst te
verwijderen.
5 Selecteer Voeg widgets toe.
6 Selecteer een widget.
De widget wordt toegevoegd aan de widgetlijst.
Het bedieningsmenu aanpassen
U kunt snelkoppelingen toevoegen, verwijderen en de volgorde
ervan wijzigen in het bedieningsmenu (Het bedieningsmenu
weergeven, pagina 2).
1 Houd in een willekeurig scherm LIGHT ingedrukt om het
bedieningsmenu te openen.
2 Houd UP ingedrukt.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Voeg functies toe om nog een snelkoppeling
aan het bedieningsmenu toe te voegen.
• Selecteer Orden functies opnieuw om de locatie van een
snelkoppeling in het bedieningsmenu te wijzigen.
• Selecteer Verwijder functies om de snelkoppeling uit een
bedieningsmenu te verwijderen.
Activiteitinstellingen
Met deze instellingen kunt u elke vooraf geïnstalleerde
activiteiten-app naar wens aanpassen. U kunt bijvoorbeeld
gegevenspagina's aanpassen en waarschuwingen en
trainingsfuncties inschakelen. Niet alle instellingen zijn
beschikbaar voor alle soorten activiteiten.
Selecteer START, selecteer een activiteit, houd UP ingedrukt en
selecteer de activiteitinstellingen.
Gegevensschermen: Hiermee kunt u gegevensschermen
aanpassen en nieuwe gegevensschermen toevoegen voor
de activiteit (Gegevensschermen aanpassen, pagina 25).
Waarschuwingen: Hiermee kunt u de trainings- of
navigatiewaarschuwingen voor de activiteit instellen.
Metronoom: De metronoomfunctie laat met een regelmatig
ritme tonen horen die u helpen uw prestaties te verbeteren
door te trainen in een snellere, tragere of meer consistente
cadans (De metronoom gebruiken, pagina 7).
Auto Lap: Hiermee stelt u de opties in voor de functieAuto Lap
(Ronden op afstand markeren, pagina 26).
Auto Pause: Hiermee kan het toestel zo worden ingesteld dat
de gegevensopslag wordt gestopt zodra u stopt met
bewegen of wanneer u onder een bepaalde snelheid komt
(Auto Pause inschakelen, pagina 26).
Auto Scroll: Hiermee kunt u alle schermen met
activiteitgegevens doorlopen terwijl de timer loopt (Auto
Scroll gebruiken, pagina 26).
Segmentwaarschuwingen: Hiermee schakelt u aanwijzingen in
die u waarschuwen als u segmenten nadert.
GPS: Hiermee kan de modus voor de GPS-antenne worden
ingesteld (De GPS-instelling wijzigen, pagina 26).
Grootte van bad: Hiermee kunt u de lengte van het bad
instellen voor zwemmen in een zwembad.
®
Uw toestel aanpassen
Aftellen starten: Hiermee wordt een afteltimer ingeschakeld
voor zwemintervallen in het zwembad.
Slagdetectie: Hiermee wordt de slagdetectie ingeschakeld voor
het zwemmen in een zwembad.
Time-out spaarstand: Hiermee stelt u de time-outinstelling voor
de spaarstand in voor de activiteit (Time-outinstellingen voor
de spaarstand, pagina 26).
Achtergrondkleur: Hiermee stelt u de achtergrondkleur van
elke activiteit in op zwart of wit.
Accentkleur: Hiermee stelt u de accentkleur van elke activiteit
in, waaraan u kunt zien welke activiteit actief is.
Wijzig naam: Hiermee stelt u de naam van de activiteit in.
Standaardinstellingen: Hiermee kunt u de activiteitinstellingen
opnieuw definiëren.
hartslag lager is dan 60 bpm (slagen per minuut) of hoger
dan 210 bpm.
Terugkerende waarschuwing: Een terugkerende
waarschuwing wordt afgegeven telkens wanneer het toestel
een opgegeven waarde of interval registreert. U kunt
bijvoorbeeld instellen dat het toestel u elke 30 minuten
waarschuwt.
Waarschuwingsnaam
Waarschuwingstype
Beschrijving
Cadans
Bereik
U kunt minimale en maximale
cadanswaarden instellen.
Calorieën
Gebeurtenis,
terugkerend
U kunt het aantal calorieën
instellen.
Aangepast
Gebeurtenis,
terugkerend
U kunt een bestaand bericht selecteren of een aangepast bericht
maken en een waarschuwingstype
selecteren.
Afstand
Terugkerend
U kunt een afstandsinterval
instellen.
Hoogte
Bereik
U kunt minimale en maximale
hoogtewaarden instellen.
Hartslag
Bereik
U kunt minimale en maximale
waarden voor de hartslag instellen
of zonewijzigingen selecteren. Zie
Hartslagzones, pagina 7 en Berekeningen van hartslagzones,
pagina 8.
Tempo
Bereik
U kunt minimale en maximale
tempowaarden instellen.
Gevarenzone
Gebeurtenis
U kunt een straal instellen vanaf
een opgeslagen locatie.
Ren/Loop
Terugkerend
U kunt regelmatige looppauzes
inlassen.
Snelheid
Bereik
U kunt minimale en maximale snelheidswaarden instellen.
Slagsnelheid
Bereik
U kunt een hoog of laag aantal
slagen per minuut instellen.
Tijd
Gebeurtenis,
terugkerend
U kunt een tijdsinterval instellen.
Gegevensschermen aanpassen
U kunt voor elke activiteit de lay-out en inhoud van
gegevensschermen weergeven, verbergen of wijzigen.
1 Selecteer START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Gegevensschermen.
6 Selecteer een gegevensscherm dat u wilt aanpassen.
7 Selecteer een optie:
• Selecteer Indeling om het aantal gegevensvelden in het
gegevensscherm te wijzigen.
• Selecteer een gegevensveld om het type gegevens in het
veld te wijzigen.
• Selecteer Sorteer om de locatie van het gegevensscherm
in de lijst te wijzigen.
• Selecteer Verwijder om het gegevensscherm uit de lijst te
verwijderen.
8 Selecteer indien nodig Voeg toe om een gegevensscherm
aan de lijst toe te voegen.
U kunt een aangepast gegevensscherm toevoegen of een
van de vooraf gedefinieerde gegevensschermen selecteren.
Een kaart aan een activiteit toevoegen
U kunt de kaart toevoegen aan de reeks gegevensschermen
voor een activiteit.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer de activiteit om deze aan te passen.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Gegevensschermen > Voeg toe > Kaart.
Waarschuwingen
U kunt waarschuwingen instellen voor elke activiteit om u te
helpen specifieke doelen te bereiken, uw omgevingsbewustzijn
te vergroten of naar uw bestemming te navigeren. Sommige
waarschuwingen zijn alleen beschikbaar voor specifieke
activiteiten. Er zijn drie typen waarschuwingen:
Gebeurteniswaarschuwingen, bereikwaarschuwingen en
terugkerende waarschuwingen.
Gebeurteniswaarschuwing: Een gebeurteniswaarschuwing
wordt eenmaal afgegeven. De gebeurtenis is een specifieke
waarde. U kunt het toestel bijvoorbeeld instellen om u te
waarschuwen wanneer u een bepaalde hoogte bereikt.
Bereikwaarschuwing: Een bereikwaarschuwing wordt telkens
afgegeven wanneer het toestel een waarde meet die boven
of onder een opgegeven waardenbereik ligt. Zo kunt u
bijvoorbeeld instellen dat het toestel u waarschuwt als uw
Uw toestel aanpassen
Een waarschuwing instellen
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Waarschuwingen.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Voeg toe om een nieuwe waarschuwing toe te
voegen voor de activiteit.
• Selecteer de naam van de waarschuwing om een
bestaande waarschuwing te wijzigen.
7 Selecteer, indien gewenst, het type waarschuwing.
8 Selecteer een zone, voer de minimum- en maximumwaarden
in of voer een aangepaste waarde in voor de waarschuwing.
9 Schakel indien nodig de waarschuwing in.
Bij gebeurteniswaarschuwingen en terugkerende
waarschuwingen wordt er een bericht weergegeven telkens als
de waarschuwingswaarde bereikt is. Bij bereikwaarschuwingen
wordt er een bericht weergegeven telkens als u boven of onder
het opgegeven bereik komt (minimum- en maximumwaarden).
25
Auto Lap
Ronden op afstand markeren
U kunt Auto Lap gebruiken om een ronde bij een bepaalde
afstand automatisch te markeren. Dit is handig als u uw
prestaties tijdens verschillende gedeelten van een activiteit wilt
vergelijken (bijvoorbeeld elke 1 mijl of 5 km).
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Lap.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Auto Lap om Auto Lap in of uit te schakelen.
• Selecteer Automatische afstand om de afstand voor elke
ronde automatisch in te stellen.
Telkens wanneer u een ronde voltooit, wordt er een bericht
weergegeven met de rondetijd. Het toestel laat ook een
pieptoon horen of trilt als geluidssignalen zijn ingeschakeld
(Systeeminstellingen, pagina 27).
U kunt, indien gewenst, de gegevenspagina's aanpassen en
extra rondegegevens weergeven (Gegevensschermen
aanpassen, pagina 25).
De rondewaarschuwing wijzigen
U kunt enkele gegevensvelden wijzigen die worden
weergegeven in de rondewaarschuwing.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Lap > Rondewaarschuwing.
6 Selecteer een gegevensveld om het te wijzigen.
7 Selecteer Bekijk (optioneel).
Auto Pause inschakelen
U kunt de functie Auto Pause gebruiken om de timer
automatisch te pauzeren wanneer u stopt met bewegen. Dit is
handig als in uw activiteit verkeerslichten of andere plaatsen
waar u moet stoppen, voorkomen.
OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
de timer is gestopt of gepauzeerd.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Pause.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Zodra gestopt als u de timer automatisch wilt
laten stoppen als u stopt met bewegen.
• Selecteer Aangepast als u de timer automatisch wilt laten
stoppen zodra uw tempo of snelheid onder een bepaalde
waarde komt.
Auto Scroll gebruiken
Met deze functie voor automatisch bladeren doorloopt u
automatisch alle schermen met activiteitgegevens terwijl de
timer loopt.
26
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Scroll.
6 Selecteer een weergavesnelheid.
De GPS-instelling wijzigen
Ga voor meer informatie over GPS naar www.garmin.com
/aboutGPS.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer de activiteit om deze aan te passen.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer GPS.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Normaal (alleen GPS) om het GPSsatellietsysteem in te schakelen.
• Selecteer GPS + GLONASS (Russisch satellietsysteem)
voor nauwkeurigere positiegegevens in situaties met
slecht zicht op de lucht.
• Selecteer GPS + GALILEO (satellietsysteem van de
Europese Unie) voor nauwkeurigere positiegegevens in
situaties met slecht zicht op de lucht.
• Selecteer UltraTrac om minder vaak spoorpunten en
sensorgegevens vast te leggen (UltraTrac, pagina 26).
OPMERKING: Door GPS en een ander satellietsysteem
tegelijk te gebruiken, kan de levensduur van de batterij
sneller afnemen dan wanneer alleen GPS wordt gebruikt.
(GPS en andere satellietsystemen, pagina 26).
GPS en andere satellietsystemen
Met de opties GPS + GLONASS of GPS + GALILEO krijgt u
betere prestaties in moeilijk omgevingen en kunt u sneller uw
positie bepalen dan met alleen GPS. Door GPS en een ander
satellietsysteem tegelijk te gebruiken, kan de levensduur van de
batterij sneller afnemen dan met alleen GPS.
UltraTrac
De UltraTrac functie is een GPS-instelling waarmee
spoorpunten en sensorgegevens minder vaak worden
geregistreerd. Door de UltraTrac functie in te schakelen, wordt
de batterijduur verlengd, maar neemt de kwaliteit van de
vastgelegde activiteiten af. U kunt de UltraTrac functie
gebruiken voor activiteiten die een langere levensduur van de
batterij vereisen en waarvoor regelmatige updates van de
sensorgegevens minder belangrijk zijn.
Time-outinstellingen voor de spaarstand
De time-outinstellingen bepalen hoe lang uw toestel in de
trainingsmodus blijft wanneer u bijvoorbeeld wacht op de start
van een wedstrijd. Houd UP ingedrukt en selecteer Instellingen
> Activiteiten en apps. Selecteer vervolgens een activiteit en
de activiteitinstellingen. Selecteer Time-out spaarstand om de
time-outinstellingen voor de activiteit aan te passen.
Normaal: Hiermee stelt u in dat het toestel na 5 minuten van
inactiviteit overschakelt naar de energiebesparende
horlogemodus.
Verlengd: Hiermee stelt u in dat het toestel na 25 minuten van
inactiviteit overschakelt naar de energiebesparende
horlogemodus. De verlengde modus kan de batterijduur
tussen het opladen verkorten.
Een activiteit of app verwijderen
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
Uw toestel aanpassen
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Verwijder uit favorieten als u een activiteit wilt
verwijderen uit uw lijst met favorieten.
• Selecteer Verwijder als u de activiteit wilt verwijderen uit
de lijst met apps.
Wijzerplaatinstellingen
U kunt de vormgeving van de wijzerplaat aanpassen door de
lay-out, kleuren en extra gegevens te selecteren. U kunt ook
aangepaste wijzerplaten downloaden via de Connect IQ store.
De watch face aanpassen
U moet eerst een Connect IQ watch face uit de Connect IQ
store (Connect IQ functies, pagina 17).
U kunt de informatie van de watch face en de vormgeving
aanpassen of een geïnstalleerde Connect IQ watch face
activeren.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Wijzerplaat.
3 Selecteer UP of DOWN om de opties voor de watch face in
de voorbeeldweergave te bekijken.
4 Selecteer Voeg toe als u door extra vooraf geladen watch
faces wilt bladeren.
5 Selecteer START > Toepassen als u een vooraf geladen
watch face of een geïnstalleerde Connect IQ watch face wilt
activeren.
6 Als u een vooraf geladen watch face gebruikt, selecteert u
START > Aanpassen.
7 Selecteer een optie:
• Selecteer Wijzerplaat om de stijl van de cijfers voor de
analoge watch face te wijzigen.
• Selecteer Wijzers om de stijl van de wijzers voor de
analoge watch face te wijzigen.
• Selecteer Indeling om de stijl van de cijfers voor de
digitale watch face te wijzigen
• Selecteer Seconden om de stijl van de seconden voor de
digitale watch face te wijzigen.
• Selecteer Gegevens om de gegevens te wijzigen die op
de watch face worden weergegeven.
• Selecteer Accentkleur om een accentkleur voor de watch
face toe te voegen of te wijzigen.
• Selecteer Achtergrondkleur om de achtergrondkleur te
wijzigen.
• Als u de wijzigingen wilt opslaan, tikt u op OK.
Systeeminstellingen
Houd UP ingedrukt en selecteer Instellingen > Systeem.
Taal voor tekst: Hiermee kunt u de taal van het toestel
instellen.
Tijd: Hiermee kunt u de tijdinstellingen wijzigen (Tijdinstellingen,
pagina 27).
Schermverlichting: Hiermee kunt u instellingen van de
schermverlichting wijzigen (De schermverlichtingsinstellingen
wijzigen, pagina 27).
Geluiden: Hiermee kunt u de toestelgeluiden instellen, zoals
knoptonen, waarschuwingen en trillingen.
Niet storen: Hiermee schakelt u de modus Niet storen in of uit.
Gebruik de optie Slaaptijd om de modus Niet storen
automatisch in te schakelen tijdens uw normale slaapuren. U
kunt uw normale slaaptijden instellen in uw Garmin Connect
account.
Uw toestel aanpassen
Auto vergrend.: Hiermee kunt u de knoppen automatisch
vergrendelen om te voorkomen dat de knoppen per ongeluk
worden ingedrukt. Gebruik de optie Tijdens activiteit om de
knoppen te vergrendelen tijdens een activiteit met tijdmeting.
Gebruik de optie Niet tijdens activiteit om de knoppen te
vergrendelen wanneer u geen activiteit met tijdmeting
vastlegt.
Eenheden: Hiermee kunt u de op het toestel gebruikte
meeteenheden instellen (De maateenheden wijzigen,
pagina 27).
Formaat: Hiermee kunt u algemene notatievoorkeuren instellen,
zoals het tempo en de snelheid die tijdens activiteiten worden
weergegeven, het begin van de week en opties voor de
geografische positieweergave en datum.
Gegevensopslag: Hiermee stelt u in hoe het toestel
activiteitgegevens vastlegt. Met de instelling Slim (standaard)
kunnen langere activiteiten worden vastgelegd. Met de
instelling Iedere seconde zijn de opnamen van activiteiten
meer gedetailleerd, maar worden langere activiteiten mogelijk
niet geheel vastgelegd.
USB-modus: Hiermee kunt u het MTP (media transfer protocol)
of de Garmin modus inschakelen op het toestel als er
verbinding is met een computer.
Herstel: Hier kunt u gebruikersgegevens en -instellingen
opnieuw instellen (Alle standaardinstellingen herstellen,
pagina 31).
Software-update: Hiermee kunt u via Garmin Express
gedownloade software-updates installeren.
Tijdinstellingen
Houd UP ingedrukt en selecteer Instellingen > Systeem > Tijd.
Tijdweergave: Hiermee stelt u de 12- of 24-uursklok, of de
militaire notatie in.
Stel tijd in: Hiermee stelt u de tijdzone voor het toestel in. De
optie Automatisch stelt de tijdzone automatisch in op basis
van uw GPS-positie.
Tijd: Hiermee kunt u de tijd aanpassen als de functie is
ingesteld op de optie Handmatig.
Waarschuwingen: Hiermee kunt u de waarschuwingen per uur,
zonsopkomst- en zonsondergangswaarschuwingen zo
instellen dat een bepaald aantal minuten of uren vóór de
feitelijke zonsopkomst of zonsondergang een
waarschuwingssignaal wordt gegeven.
Synchroniseer met GPS: Hiermee kunt u de tijd handmatig
synchroniseren met GPS wanneer u van tijdzone verandert,
en kunt u de zomertijd instellen.
De schermverlichtingsinstellingen wijzigen
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Schermverlichting.
3 Selecteer Tijdens activiteit of Niet tijdens activiteit.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Toetsen en waarschuwingen om de
schermverlichting in te schakelen bij waarschuwingen en
het indrukken van knoppen.
• Selecteer Beweging om de schermverlichting in te
schakelen als u uw arm optilt en draait om op uw pols te
kijken.
• Selecteer Time-out om de tijdsduur in te stellen voordat
de schermverlichting wordt uitgeschakeld.
De maateenheden wijzigen
U kunt de eenheden voor afstand, tempo en snelheid, hoogte,
gewicht, lengte en temperatuur aanpassen.
1 Houd op de wijzerplaat UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Eenheden.
27
3 Selecteer een type maatsysteem.
4 Selecteer een maateenheid.
Klok
Handmatig.
3 Selecteer Tijd en voer de tijd in.
Een alarm instellen
U kunt meerdere alarmen instellen. U kunt een alarm één keer
of met regelmatige tussenpozen laten afgaan.
1 Houd op de watch face het UP ingedrukt.
2 Selecteer Wekker > Voeg alarm toe.
3 Selecteer Tijd en voer de alarmtijd in.
4 Selecteer Herhaal en selecteer wanneer het alarm moet
worden herhaald (optioneel).
5 Selecteer Geluiden en vervolgens een type melding
(optioneel).
6 Selecteer Schermverlichting > Aan om de
schermverlichting in te schakelen bij het alarm.
7 Selecteer Label en kies een beschrijving voor het alarm
(optioneel).
Een alarm verwijderen
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Wekker.
3 Selecteer een alarm.
4 Selecteer Verwijder.
De afteltimer instellen
1 Houd LIGHT ingedrukt in een scherm.
2 Selecteer Timer.
5
6
OPMERKING: U moet dit item mogelijk nog toevoegen aan
het bedieningsmenu (Het bedieningsmenu aanpassen,
pagina 24).
Voer de tijd in.
Selecteer zo nodig Start opnieuw > Aan om de timer
automatisch opnieuw te starten als deze is verlopen.
Selecteer zo nodig Geluiden en selecteer vervolgens een
type melding.
Selecteer Start timer.
De stopwatch gebruiken
1 Houd LIGHT ingedrukt in een scherm.
2 Selecteer Stopwatch.
OPMERKING: U moet dit item mogelijk nog toevoegen aan
het bedieningsmenu (Het bedieningsmenu aanpassen,
pagina 24).
3 Selecteer START om de timer te starten.
4 Selecteer BACK om de rondetimer opnieuw te starten.
De totale stopwatchtijd
blijft lopen.
5 Selecteer START om beide timers te stoppen.
28
geschiedenis (optioneel).
De tijd synchroniseren met GPS
De tijd handmatig instellen
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Tijd > Stel tijd in >
3
4
6 Selecteer een optie.
7 Sla de geregistreerde tijd op als een activiteit in uw
Telkens wanneer u het toestel inschakelt en er naar satellieten
wordt gezocht, worden de tijdzones en het tijdstip automatisch
vastgesteld. U kunt de tijd ook handmatig synchroniseren met
GPS wanneer u van tijdzone verandert, en kunt u de zomertijd
instellen.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Tijd > Synchroniseer
met GPS.
3 Wacht totdat het toestel satellieten heeft gevonden
(Satellietsignalen ontvangen, pagina 30).
VIRB afstandsbediening
Met de VIRB afstandsbediening kunt u uw VIRB actiecamera op
afstand bedienen met uw toestel. Ga naar www.garmin.com
/VIRB om een VIRB actiecamera te kopen.
Een VIRB actiecamera bedienen
Voordat u de VIRB afstandsbediening kunt gebruiken, moet u de
instelling voor de afstandsbediening op uw VIRB camera
inschakelen. Raadpleeg de VIRB serie gebruikershandleiding
voor meer informatie. U moet ook instellen dat de VIRB widget
wordt weergegeven in de widgetlijst (De widgetlijst aanpassen,
pagina 24).
1 Schakel uw VIRB camera in.
2 Selecteer op de wijzerplaat van uw Forerunner toestel UP of
DOWN om de VIRB widget weer te geven.
3 Wacht totdat het toestel verbinding maakt met uw VIRB
camera.
4 Selecteer START.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Start opnemen om een video-opname te
starten.
De opnametijd wordt weergegeven op het Forerunner
scherm.
• Selecteer DOWN om tijdens een video-opname een foto
te maken.
• Selecteer STOP om een video-opname te stoppen.
• Selecteer Maak foto om een foto te maken.
• Selecteer Instellingen om de video- en foto-instellingen te
wijzigen.
Een VIRB actiecamera bedienen tijdens een activiteit
Voordat u de VIRB afstandsbediening kunt gebruiken, moet u de
instelling voor de afstandsbediening op uw VIRB camera
inschakelen. Raadpleeg de VIRB serie gebruikershandleiding
voor meer informatie. U moet ook instellen dat de VIRB widget
wordt weergegeven in de widgetlijst (De widgetlijst aanpassen,
pagina 24).
1 Schakel uw VIRB camera in.
2 Selecteer op de watch face van uw Forerunner toestel UP of
DOWN om de VIRB widget weer te geven.
3 Wacht totdat het toestel verbinding maakt met uw VIRB
camera.
Wanneer de camera is aangesloten, wordt er automatisch
een VIRB gegevensscherm toegevoegd aan de activiteitenapps.
4 Selecteer tijdens een activiteit UP of DOWN om het VIRB
gegevensscherm weer te geven.
5 Houd UP ingedrukt.
6 Selecteer VIRB afstandsbediening.
Uw toestel aanpassen
7 Selecteer een optie:
• Als u de camera wilt bedienen met de activiteittimer,
selecteert u Instellingen > Timer start/stop.
OPMERKING: De video-opname start en stopt
automatisch wanneer u een activiteit start of stopt.
• Selecteer Instellingen > Handmatig als u de camera wilt
bedienen met de menuopties.
• Selecteer Start opnemen om een video-opname
handmatig te starten.
De opnametijd wordt weergegeven op het Forerunner
scherm.
• Selecteer DOWN om tijdens een video-opname een foto
te maken.
• Selecteer STOP om een video-opname handmatig te
stoppen.
• Selecteer Maak foto om een foto te maken.
Toestelinformatie
Tips voor het opladen van het toestel
1 Sluit de oplader met behulp van de USB-kabel aan op het
toestel om het op te laden (Het toestel opladen, pagina 29).
U kunt het toestel opladen door de USB-kabel via een
Garmin goedgekeurde netadapter aan te sluiten op een
standaardstopcontact of een USB-poort op uw computer. Het
opladen van een lege batterij duurt tot twee uur.
2 Verwijder de oplader van het toestel zodra het batterijniveau
op 100% staat.
Specificaties
Batterijtype
Oplaadbare, ingebouwde lithiumionbatterij
Forerunner 645 levensduur
van batterij, horlogemodus
Tot 7 dagen met activiteiten volgen,
smartphonemeldingen en hartslagmeting bij de pols
Forerunner 645 levensduur
Tot 14 uur met GPS en hartslagmeter
van batterij, activiteitenmodus bij de pols
Forerunner 645 Music levens- Tot 7 dagen met activiteiten volgen,
duur van batterij, horlogesmartphonemeldingen en hartslagmemodus
ting bij de pols
Toestelgegevens weergeven
U kunt toestelinformatie zoals de toestel-id, softwareversie,
informatie over wet- en regelgeving en de licentieovereenkomst
weergeven.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Over.
Informatie over regelgeving en compliance op elabels weergeven
Het label voor dit toestel wordt op elektronische wijze geleverd.
Het e-label kan regelgeving bevatten, zoals
identificatienummers verstrekt door de FCC of regionale
compliance-markeringen, maar ook toepasselijke product- en
licentiegegevens.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer in het instellingenmenu Over.
Forerunner 645 Music levens- Tot 8 uur activiteiten volgen, smartphoduur van batterij, horlogenemeldingen, hartslagmeting bij de
modus met muziek
pols en muziek afspelen
Forerunner 645 Music levens- Tot 14 uur met GPS en hartslagmeter
duur van batterij, activiteiten- bij de pols
modus
Forerunner 645 Music levens- Tot 5 uur met GPS, hartslagmeting bij
duur van batterij, activiteiten- de pols en muziek afspelen
modus met muziek
Waterbestendigheid
Bedrijfstemperatuurbereik
Van -20º tot 60ºC (van -4º tot 140ºF)
Laadtemperatuurbereik
Van 0º tot 45ºC (van 32º tot 113ºF)
Forerunner 645 radiofrequentie/-protocol
2,4 GHz bij 9 dBm nominaal
• ANT+ protocol voor draadloze
communicatie
• Bluetooth 4.2 technologie
• Wi‑Fi draadloze technologie
13,56 MHz bij -40 dBm nominaal, NFC
draadloze technologie
Forerunner 645 Music radiofrequentie/-protocol
2,4 GHz bij 8 dBm nominaal
• ANT+ protocol voor draadloze
communicatie
• Bluetooth 4.2 technologie
• Wi‑Fi draadloze technologie
13,56 MHz bij -40 dBm nominaal, NFC
draadloze technologie
Het toestel opladen
WAARSCHUWING
Dit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Lees de gids Belangrijke
veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor
productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.
LET OP
Om roestvorming te voorkomen, dient u alle contactpunten en
de directe omgeving ervan grondig te reinigen en af te drogen
voordat u het toestel oplaadt of aansluit op een computer.
Raadpleeg de instructies voor reiniging in de appendix.
1 Breng de contactpunten aan de achterzijde van het toestel op
één lijn met de oplaadcontacten en sluit de laadclip
het toestel.
2 Sluit de USB-kabel aan op een USB-oplaadpoort.
3 Laad het toestel volledig op.
4 Druk op om de oplader te verwijderen.
Toestelinformatie
aan op
Zwemmen, 5 ATM*
Forerunner 645 Music media- 3,5 GB (ongeveer 500 nummers)
opslag
*Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
50 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
/waterrating.
Toestelonderhoud
LET OP
Vermijd schokken en ruwe behandeling omdat hierdoor het
product korter meegaat.
Druk niet op de knoppen onder water.
Gebruik nooit een scherp voorwerp om het toestel schoon te
maken.
Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en
insectenwerende middelen die plastic onderdelen en
oppervlakken kunnen beschadigen.
Spoel het toestel goed uit met leidingwater nadat het in
aanraking is geweest met chloor of zout water, zonnebrand,
cosmetica, alcohol en andere chemicaliën die een reactie
29
kunnen veroorzaken. Langdurige blootstelling aan deze stoffen
kan de behuizing beschadigen.
Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
extreme temperaturen kan worden blootgesteld, omdat dit
onherstelbare schade kan veroorzaken.
Het toestel schoonmaken
LET OP
Ook een klein beetje zweet of vocht kan corrosie van de
elektrische contactpunten veroorzaken als het toestel is
aangesloten op een oplader. Corrosie kan opladen en
gegevensoverdracht blokkeren.
1 Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met
een mild schoonmaakmiddel.
2 Veeg de behuizing vervolgens droog.
Laat het toestel na reiniging helemaal drogen.
TIP: Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/fitandcare.
De banden vervangen
Het toestel is compatibel met 20 mm breed, standaardbanden
voor snelle ontgrendeling. Ga naar buy.garmin.com of neem
contact op met uw Garmin dealer voor informatie over optionele
accessoires.
1 Druk het veertje van de pushpin in om de band te
verwijderen.
2 Plaats één uiteinde van de pushpin in het gaatje om de
nieuwe band aan te brengen.
3 Druk het veertje op de pushpin in en duw het andere uiteinde
van de pushpin in het tegenoverliggende gaatje.
4 Herhaal de stappen 1 t/m 3 om de andere band te
verwijderen.
Problemen oplossen
Productupdates
Installeer Garmin Express (www.garmin.com/express) op uw
computer. Installeer de Garmin Connect app op uw smartphone.
Op die manier kunt u gemakkelijk gebruikmaken van de
volgende diensten voor Garmin toestellen:
• Software-updates
• Gegevens worden geüpload naar Garmin Connect
• Productregistratie
Garmin Express instellen
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
2 Ga naar www.garmin.com/express.
3 Volg de instructies op het scherm.
Meer informatie
• Ga naar support.garmin.com voor meer handleidingen,
artikelen en software-updates.
• Ga naar buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
dealer voor informatie over optionele accessoires en
vervangingsonderdelen.
30
Activiteiten volgen
Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over de
nauwkeurigheid van activiteiten-tracking.
Mijn dagelijkse stappentelling wordt niet
weergegeven
De dagelijkse stappentelling wordt elke dag om middernacht op
nul gezet.
Als er streepjes verschijnen in plaats van uw stappentelling,
moet u wachten tot uw toestel satellietsignalen ontvangt en
de tijd automatisch instelt.
Mijn stappentelling lijkt niet nauwkeurig te zijn
Als uw stappentelling niet nauwkeurig lijkt te zijn, kunt u deze
tips proberen.
• Draag het toestel om uw niet-dominante pols.
• Draag het toestel in uw zak wanneer u een wandelwagen of
grasmaaier duwt.
• Draag het toestel in uw zak wanneer u alleen uw handen of
armen gebruikt.
OPMERKING: Het toestel kan herhalende bewegingen,
zoals afwassen, was opvouwen of in de handen klappen,
interpreteren als stappen.
De stappentellingen op mijn toestel en mijn Garmin
Connect account komen niet overeen
De stappentelling op uw Garmin Connect account wordt
bijgewerkt wanneer u uw toestel synchroniseert.
1 Selecteer een optie:
• Synchroniseer uw stappentelling met de Garmin Connect
applicatie ( (Garmin Connect op uw computer gebruiken,
pagina 21)).
• Synchroniseer uw stappentelling met de Garmin Connect
app ( (Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin
Connect, pagina 16)).
2 Wacht tot het toestel uw gegevens heeft gesynchroniseerd.
Synchronisatie kan enkele minuten duren.
OPMERKING: U kunt uw gegevens niet synchroniseren en
uw stappentelling niet bijwerken door het scherm van de
Garmin Connect app of de Garmin Connect toepassing te
vernieuwen.
Het aantal opgelopen trappen lijkt niet te kloppen
Uw toestel gebruikt een interne barometer om hoogteverschillen
te meten als u trappen loopt. Een opgelopen trap staat gelijk
aan 3 m (10 ft.).
• Houd geen trapleuningen vast en sla geen treden over bij het
traplopen.
• Bescherm uw toestel in winderige omgevingen met uw mouw
of jas. Sterke windvlagen kunnen namelijk foutieve metingen
veroorzaken.
Mijn minuten intensieve training knipperen
Als u traint op een bepaald intensiteitsniveau en u uw doel van
een bepaald aantal minuten intensieve training haalt, knipperen
de minuten intensieve training.
Sport minimaal 10 minuten bij een gemiddeld of inspannend
intensiteitsniveau.
Satellietsignalen ontvangen
Het toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben
om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum
worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.
TIP: Ga voor meer informatie over GPS naar www.garmin.com
/aboutGPS.
1 Ga naar buiten naar een open gebied.
De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht.
Problemen oplossen
2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen
worden gevonden.
De ontvangst van GPS-signalen verbeteren
• Synchroniseer het toestel regelmatig met uw Garmin
Connect account:
◦ Verbind uw toestel met een computer via de USB-kabel
en de Garmin Express app.
◦ Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect app op
uw Bluetooth smartphone.
◦ Verbind uw toestel met uw Garmin Connect account via
een Wi‑Fi draadloos netwerk.
Na verbinding met uw Garmin Connect account downloadt
het toestel diverse dagen aan satellietgegevens, zodat het
toestel snel satellietsignalen kan vinden.
• Ga met uw toestel naar buiten, naar een open plek, ver weg
van hoge gebouwen en bomen.
• Blijf enkele minuten stilstaan.
Het toestel opnieuw opstarten
Als het toestel niet meer reageert, moet u het mogelijk opnieuw
opstarten.
OPMERKING: Als u het toestel opnieuw opstart, worden uw
gegevens en/of instellingen mogelijk gewist.
1 Houd LIGHT gedurende 15 seconden ingedrukt.
Het toestel wordt uitgeschakeld.
2 Houd LIGHT één seconde ingedrukt om het toestel in te
schakelen.
Alle standaardinstellingen herstellen
OPMERKING: Hiermee worden alle gegevens die u hebt
ingevoerd en uw activiteitgeschiedenis gewist. Als u een
Garmin Pay portemonnee hebt aangemaakt, wordt de
portemonnee ook van uw toestel verwijderd als u de
standaardinstellingen herstelt.
U kunt alle fabrieksinstellingen van het toestel resetten.
1 Houd op de watch face UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Herstel.
3 Selecteer een optie:
• Om alle fabrieksinstellingen van het toestel te herstellen
en alle activiteitinformatie en opgeslagen muziek op te
slaan, selecteert u Standaardinstellingen herstellen.
• Als u alle activiteiten uit de geschiedenis wilt verwijderen,
selecteert u Wis alle activiteiten.
• Als u alle totalen voor afstand en tijd wilt herstellen,
selecteert u Herstel totalen.
• Om alle fabrieksinstellingen van het toestel te herstellen
en alle activiteitinformatie en opgeslagen muziek te
verwijderen, selecteert u Gegevens verw. en inst.
herstellen.
De software bijwerken met de Garmin
Connect app
Voordat u de software op uw toestel kunt bijwerken via de
Garmin Connect app, moet u een Garmin Connect account
hebben en het toestel koppelen met een compatibele
smartphone (Uw smartphone koppelen met uw toestel,
pagina 1).
Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect app
(Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin Connect,
pagina 16).
Problemen oplossen
Wanneer er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt de
Garmin Connect app deze update automatisch naar uw
toestel.
De software bijwerken via Garmin Express
Voordat u de toestelsoftware kunt bijwerken, moet u beschikken
over een Garmin Connect account en de Garmin Express
toepassing downloaden.
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
Als er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt Garmin
Express deze naar uw toestel.
2 Volg de instructies op het scherm.
3 Koppel uw toestel niet los van de computer tijdens het
bijwerken.
OPMERKING: Als u Wi‑Fi connectiviteit al hebt ingesteld
voor uw toestel, kan Garmin Connect automatisch nieuwe
software-updates downloaden naar uw toestel als verbinding
wordt gemaakt met Wi‑Fi.
Op mijn toestel wordt niet de juiste taal
gebruikt
U kunt de taal wijzigen als u per ongeluk niet de juiste taal hebt
geselecteerd op het toestel.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Schuif omlaag naar het laatste item in de lijst en selecteer
START.
3 Schuif omlaag naar het op een na laatste item in de lijst en
selecteer START.
4 Selecteer START.
5 Selecteer uw taal.
Is mijn smartphone compatibel met mijn
toestel?
Het Forerunner is compatibel met smartphones met Bluetooth
draadloze technologie.
Ga naar www.garmin.com/ble voor informatie over
compatibiliteit.
Tips voor bestaande Garmin Connect
gebruikers
1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
2 Selecteer Garmin toestellen > Voeg toestel toe.
Ik kan mijn telefoon niet koppelen met het
toestel
Als uw telefoon geen verbinding maakt met het toestel, kunt u
deze tips proberen.
• Schakel uw smartphone en uw toestel uit en weer in.
• Schakel Bluetooth technologie op uw smartphone in.
• Werk de Garmin Connect app bij naar de nieuwste versie.
• Verwijder uw toestel uit de Garmin Connect app en de
Bluetooth instellingen op uw smartphone om het
koppelingsproces opnieuw te proberen.
• Als u een nieuwe smartphone hebt gekocht, verwijdert u uw
toestel uit de Garmin Connect app op de smartphone die u
niet meer wilt gebruiken.
• Houd uw smartphone binnen 10 m (33 ft.) van het toestel.
• Open de Garmin Connect app op uw smartphone, selecteer
of , en vervolgens Garmin toestellen > Voeg toestel
toe om de koppelmodus in te schakelen.
• From the watch face, hold UP, and select Instellingen >
Telefoon > Koppel telefoon.
31
De levensduur van de batterij verlengen
U kunt verschillende acties ondernemen om de levensduur van
de batterij te verlengen.
• Verkort de time-out voor schermverlichting (De
schermverlichtingsinstellingen wijzigen, pagina 27).
• Gebruik UltraTrac GPS-modus voor uw activiteit (UltraTrac,
pagina 26).
• Schakel Bluetooth draadloze technologie uit wanneer u niet
gebruikmaakt van connected functies (Bluetooth connected
functies, pagina 16).
• Wanneer u uw activiteit voor een langere periode pauzeert,
kunt u deze later hervatten (Een activiteit stoppen, pagina 3).
• Schakel activiteiten volgen uit (Instellingen voor activiteiten
volgen, pagina 9).
• Gebruik een Connect IQ watch face die niet elke seconde
wordt bijgewerkt.
Gebruik bijvoorbeeld een wijzerplaat zonder secondewijzer
(De watch face aanpassen, pagina 27).
• Beperk de smartphone-meldingen die op het toestel worden
weergegeven (Meldingen beheren, pagina 1).
• Stop het verzenden van hartslaggegevens naar gekoppelde
Garmin toestellen (Hartslaggegevens verzenden naar
Garmin toestellen, pagina 10).
• Schakel de hartslagmeting aan de pols uit (De
polshartslagmeter uitschakelen, pagina 10).
OPMERKING: De hartslagmeting aan de pols wordt gebruikt
om het aantal minuten activiteit bij hoge inspanning en het
aantal verbrande calorieën te berekenen.
De temperatuurmeting is niet nauwkeurig
Uw lichaamstemperatuur is van invloed op de
temperatuurmeting van de interne temperatuursensor. Voor de
meest nauwkeurige temperatuurmeting dient u het horloge van
uw pols te verwijderen en ongeveer 20 tot 30 minuten te
wachten.
U kunt ook een optionele externe tempe temperatuursensor
gebruiken voor een nauwkeurige meting van de
omgevingstemperatuur wanneer u het horloge draagt.
Hoe kan ik ANT+ sensors handmatig
koppelen?
U kunt de toestelinstellingen gebruiken om ANT+ sensors
handmatig te koppelen. Wanneer u voor de eerste keer een
sensor via de ANT+ draadloze technologie met uw toestel wilt
verbinden, moet u het toestel en de sensor eerst koppelen.
Nadat de koppeling is voltooid, maakt het toestel automatisch
een verbinding met de sensor wanneer u een activiteit start en
de sensor actief is en zich binnen bereik bevindt.
1 Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij andere ANT+
sensors vandaan bent tijdens het koppelen.
2 Als u een hartslagmeter wilt koppelen, doet u eerst de
hartslagmeter om.
De hartslagmeter kan pas gegevens verzenden of ontvangen
als u deze hebt omgedaan.
3 Houd UP ingedrukt.
4 Selecteer Instellingen > Sensoren en accessoires > Voeg
toe.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Zoek alles.
• Selecteer uw type sensor.
Als de sensor is gekoppeld met uw toestel, wordt er een
bericht weergegeven. Sensorgegevens worden weergegeven
in de reeks gegevenspagina's of in een aangepast
gegevensveld.
32
Kan ik mijn Bluetooth sensor gebruiken bij
mijn horloge?
Dit toestel is compatibel met sommige Bluetooth sensoren.
Wanneer u voor de eerste keer een sensor met uw Garmin
toestel verbindt, moet u het toestel en de sensor koppelen.
Nadat de koppeling is voltooid, maakt het toestel automatisch
een verbinding met de sensor wanneer u een activiteit start en
de sensor actief is en zich binnen bereik bevindt.
1 Houd UP ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Sensoren en accessoires > Voeg
toe.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Zoek alles.
• Selecteer uw type sensor.
U kunt de optionele gegevensvelden aanpassen
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 25).
Mijn muziek valt weg of mijn hoofdtelefoons
blijven niet verbonden
Wanneer u een Forerunner 645 Music toestel gebruikt dat via
Bluetooth technologie met hoofdtelefoons verbonden is, dan is
het signaal het sterkst wanneer zich niets tussen het toestel en
de antenne van de hoofdtelefoons bevindt.
• Als het signaal door uw lichaam gaat, treedt er mogelijk
signaalverlies op of wordt de verbinding met uw
hoofdtelefoons verbroken.
• Het wordt aanbevolen om de hoofdtelefoons zo te dragen dat
de antenne zich aan dezelfde kant van uw lichaam bevindt
als uw Forerunner 645 Music toestel.
Appendix
Gegevensvelden
Voor sommige gegevensvelden hebt u ANT+ accessoires nodig
om de gegevens weer te geven.
%HSR: Het percentage van de hartslagreserve (maximale
hartslag minus rusthartslag).
%HSR laatste ronde: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
de laatste voltooide ronde.
Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
activiteit of het huidige spoor.
Afstand tot volgende: De resterende afstand tot het volgende
via-punt op uw route. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Balans gemiddelde grondcontacttijd: De gemiddelde
grondcontacttijd-balans voor de huidige sessie.
Balans grondcontacttijd: De links/rechts-balans van uw
grondcontacttijd tijdens het hardlopen.
Banen: Het aantal volledige banen dat gedurende de huidige
activiteit is afgelegd.
Batterijniveau: De resterende batterijvoeding.
Bestemmingslocatie: De positie van uw eindbestemming.
Bestemmingswaypoint: Het laatste punt op de route naar de
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
Cadans: Hardlopen. Het aantal stappen per minuut (rechts en
links).
Cadans: Fietsen. Het aantal omwentelingen van de pedaalarm.
Voor weergave van deze gegevens moet uw toestel zijn
aangesloten op een cadansaccessoire.
Cadans laatste ronde: Hardlopen. De gemiddelde cadans van
de laatste voltooide ronde.
Appendix
Cadans laatste ronde: Fietsen. De gemiddelde cadans van de
laatste voltooide ronde.
Calorieën: De hoeveelheid calorieën die u hebt verbrand.
Daling laatste ronde: De verticale afstand van de daling van de
laatste voltooide ronde.
Daling ronde: De verticale afstand van de daling voor de
huidige ronde.
ETA: Het geschatte tijdstip waarop u de eindbestemming zult
bereiken (aangepast aan de lokale tijd van de bestemming).
Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens het
navigeren.
ETA bij volgende: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende
via-punt op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale
tijd van het via-punt). Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
ETE: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om de
eindbestemming te bereiken. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Gem. staplengte: De gemiddelde staplengte voor de huidige
sessie.
Gem. vert. osc.: De gemiddelde verticale oscillatie voor de
huidige activiteit.
Gem. verticale ratio: De gemiddelde verhouding tussen
verticale oscillatie en staplengte voor de huidige sessie.
Gemiddelde %HSR: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
de huidige activiteit.
Gemiddelde cadans: Hardlopen. De gemiddelde cadans voor
de huidige activiteit.
Gemiddelde cadans: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
huidige activiteit.
Gemiddelde daling: De gemiddelde verticale afstand van de
daling sinds deze waarde voor het laatst is hersteld.
Gemiddelde hartslag: De gemiddelde hartslag voor de huidige
activiteit.
Gemiddelde HS %Max.: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor de huidige activiteit.
Gemiddelde rondetijd: De gemiddelde rondetijd voor de
huidige activiteit.
Gemiddelde slagen/baan: Het gemiddelde aantal slagen per
baan van het zwembad gedurende de huidige activiteit.
Gemiddelde snelheid: De gemiddelde snelheid voor de huidige
activiteit.
Gemiddelde stijging: De gemiddelde verticale afstand van de
stijging sinds deze waarde voor het laatst is hersteld.
Gemiddelde Swolf: De gemiddelde swolf-score voor de huidige
activiteit. De swolf-score is de som van de tijd voor één baan
en het aantal slagen voor die baan (Zwemtermen, pagina 4).
Bij zwemmen in open water wordt de swolfscore berekend
over 25 meter.
Gemiddeld grondcontacttijd: Gemiddelde grondcontacttijd
voor de huidige activiteit.
Gemiddeld tempo: Het gemiddelde tempo van de huidige
activiteit.
Geschatte totale afstand: De geschatte afstand vanaf de start
naar de eindbestemming. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Glijhoek: De hoek van de horizontale afgelegde afstand in
verhouding tot de wijziging in verticale afstand.
Glijhoek tot bestemming: De glijhoek die nodig is om van uw
huidige positie af te dalen naar de hoogte van uw
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
GPS: De sterkte van het signaal van de GPS-satelliet.
Appendix
GPS-hoogte: De hoogte van uw huidige locatie op basis van
GPS.
GPS-koers: De richting waar u naartoe gaat op basis van GPS.
Gradiënt: De berekening van de stijging over de afstand. Als u
bijvoorbeeld 10 ft (3 m.) stijgt na elke 200 ft (60 m.) die u
aflegt, dan is de helling ofwel het stijgingspercentage 5%.
Grondcontacttijd: De hoeveelheid tijd voor iedere stap tijdens
het hardlopen waarbij er contact is met de grond, gemeten in
milliseconden. Grondcontacttijd wordt niet berekend als u
wandelt.
Hartslag: Uw aantal hartslagen per minuut. Uw toestel moet zijn
aangesloten op een compatibele hartslagmeter.
Herhaal: De timer voor het laatste interval plus de huidige
rustpauze (zwemmen in zwembad).
Hoogte: De hoogte van uw huidige locatie boven of onder
zeeniveau.
HS %Max.: Het percentage van maximale hartslag.
HS %Max. laatste ronde: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor de laatste voltooide ronde.
De gemiddelde hartslag voor de laatste voltooide ronde.
HS-zone: Uw huidige hartslagbereik (1 tot 5). De
standaardzones zijn gebaseerd op uw gebruikersprofiel en
de maximale hartslag (220 min uw leeftijd).
Int. Swolf: De gemiddelde swolf-score voor het huidige interval.
Interval Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor het
huidige interval.
Intervalbanen: Het aantal volledige banen dat tijdens het
huidige interval is afgelegd.
Interval slag/baan: Het gemiddelde aantal slagen per baan van
het zwembad gedurende de huidige interval.
Interval slagsnelheid: Het gemiddelde aantal slagen per
minuut (spm) tijdens het huidige interval.
Interval slagtype: Het huidige slagtype voor het interval.
Intervaltempo: Het gemiddelde tempo van het huidige interval.
Intervaltijd: De stopwatchtijd voor het huidige interval.
Koers: De richting waarin u zich verplaatst.
Koers: De richting van uw beginlocatie naar een bestemming.
De koers kan worden weergegeven als een geplande of
ingestelde route. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Kompaskoers: De richting waar u naartoe gaat op basis van
het kompas.
Laatste ronde afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de
laatste voltooide ronde.
Laatste rondesnelheid: De gemiddelde snelheid voor de
laatste voltooide ronde.
Laatste rondetempo: Het gemiddelde tempo van de laatste
voltooide ronde.
Laatste rondetijd: De stopwatchtijd voor de laatste voltooide
ronde.
Lengte/Breedte: De huidige positie in lengte- en breedtegraad
ongeacht de geselecteerde instelling voor de
positieweergave.
Locatie: De huidige positie met de geselecteerde instelling voor
de positieweergave.
Max. 24 uur: De maximumtemperatuur gemeten in de
afgelopen 24 uur.
Max. daling: De maximale daalsnelheid in meter per minuut of
voeten per minuut sinds deze waarde voor het laatst is
hersteld.
Max. hoogte: Het hoogst bereikte punt sinds deze waarde voor
het laatst is hersteld.
33
Max. stijging: De maximale stijgsnelheid in voet per minuut of
meter per minuut sinds deze waarde voor het laatst is
hersteld.
Maximumsnelheid: De hoogste snelheid voor de huidige
activiteit.
Min. 24 uur: De minimumtemperatuur gemeten in de afgelopen
24 uur.
Min. hoogte: Het laagst bereikte punt sinds deze waarde voor
het laatst is hersteld.
Nog te gaan: De resterende afstand tot de eindbestemming.
Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens het
navigeren.
Peiling: De richting vanaf uw huidige locatie naar een
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
Prestatieomstandigheden: De score voor de prestatieconditie
is een real-time meting van uw prestatievermogen.
Rnd snlhd: De gemiddelde snelheid voor de huidige ronde.
Ronde %HSR: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
de huidige ronde.
Rondeafstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
ronde.
Rondecadans: Hardlopen. De gemiddelde cadans voor de
huidige ronde.
Rondecadans: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de huidige
ronde.
Ronde GCT balans: De gemiddelde grondcontacttijd-balans
voor de huidige ronde.
Ronde grondcontacttijd: Gemiddelde grondcontacttijd voor de
huidige ronde.
Ronde HS: De gemiddelde hartslag voor de huidige ronde.
Ronde HS %Max.: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor de huidige ronde.
Ronden: Het aantal ronden dat is voltooid voor de huidige
activiteit.
Ronde staplengte: De gemiddelde staplengte voor de huidige
ronde.
Rondetempo: Het gemiddelde tempo van de huidige ronde.
Rondetijd: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
Ronde vert. osc.: De gemiddelde verticale oscillatie voor de
huidige ronde.
Ronde verticale ratio: De gemiddelde verhouding tussen
verticale oscillatie en staplengte voor de huidige ronde.
Rusttijd: De timer voor de huidige rustpauze (zwemmen in
zwembad).
Slagen laatste baan: Het totale aantal slagen voor de laatste
voltooide baan.
Slagsn. l. baan: Het gemiddelde aantal slagen per minuut
(spm) tijdens de laatste voltooide baan.
Slagtype laatste baan: Het slagtype dat is gebruikt tijdens de
laatste voltooide baan.
Snelheid: De huidige snelheid waarmee u zich verplaatst.
Spierzuurstofverzadiging %: Het geschatte
spierzuurstofverzadigingspercentage voor de huidige
activiteit.
Staplengte: De afstand tussen de plekken waar u uw ene voet
en uw andere voet neerzet, gemeten in meters.
Stijging laatste ronde: De verticale afstand van de stijging van
de laatste voltooide ronde.
Stijging ronde: De verticale afstand van de stijging van de
huidige ronde.
Swolf laatste baan: De swolf-score voor de laatste voltooide
baan.
TE anaeroob: De impact van de huidige activiteit op uw
anaerobe conditie.
Temperatuur: De temperatuur van de lucht. Uw
lichaamstemperatuur beïnvloedt de temperatuursensor.
Tempo: Het huidige tempo.
Tempo laatste baan: Het gemiddelde tempo van de laatste
voltooide volledige baan.
Tijd: De tijd van de dag, op basis van uw huidige locatie en
tijdinstellingen (notatie, tijdzone en zomertijd).
Tijd in zone: De tijd verstreken in elke hartslag- of
vermogenszone.
Tijd tot volgende: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om
het volgende via-punt op de route te bereiken. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Timer: De stopwatchtijd voor de huidige activiteit.
Totaal hemoglobine: Het geschatte totaal spierzuurstof voor de
huidige activiteit.
Totale daling: De totale afstand van de daling sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Totale stijging: De totale afstand van de stijging sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Training effect aerobic: De impact van de huidige activiteit op
uw aerobe conditie.
Uit koers: De afstand naar links of rechts die u van uw
oorspronkelijke koers bent afgeweken. Deze gegevens
worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
V. snelh. tot doel: De stijg- of daalsnelheid naar een vooraf
bepaalde hoogte. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Verstreken tijd: De totale verstreken tijd. Als u bijvoorbeeld de
timer start en 10 minuten hardloopt, vervolgens de timer 5
minuten stopt en daarna de timer weer start en 20 minuten
hardloopt, bedraagt de verstreken tijd 35 minuten.
Vert. snlh.: De stijg- of daalsnelheid over tijd.
Verticale afstand tot bestemming: De afstand die u stijgt
tussen uw huidige positie en de eindbestemming. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Verticale oscillatie: De op-en-neerbeweging tijdens het
hardlopen. De verticale beweging van uw bovenlichaam,
gemeten in centimeters voor iedere stap.
Verticale verhouding: De verhouding tussen verticale oscillatie
en staplengte.
VMG: De snelheid waarmee u een bestemming langs uw route
nadert. Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens
het navigeren.
Volgend waypoint: Het volgende punt op de route. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Zon onder: Het tijdstip waarop de zon ondergaat, gebaseerd op
uw GPS-positie.
Zon op: Het tijdstip waarop de zon opkomt, gebaseerd op uw
GPS-positie.
Standaardwaarden VO2 Max.
In deze tabellen vindt u de gestandaardiseerde classificaties van het geschat VO2 max. op basis van leeftijd en geslacht.
34
Appendix
Mannen
Percentiel
20–29
30–39
40–49
50–59
60–69
70–79
Voortreffelijk
95
55,4
54
52,5
48,9
45,7
42,1
Uitstekend
80
51,1
48,3
46,4
43,4
39,5
36,7
Goed
60
45,4
44
42,4
39,2
35,5
32,3
Redelijk
40
41,7
40,5
38,5
35,6
32,3
29,4
Slecht
0–40
<41,7
<40,5
<38,5
<35,6
<32,3
<29,4
Vrouwen
Percentiel
20–29
30–39
40–49
50–59
60–69
70–79
Voortreffelijk
95
49,6
47,4
45,3
41,1
37,8
36,7
Uitstekend
80
43,9
42,4
39,7
36,7
33
30,9
Goed
60
39,5
37,8
36,3
33
30
28,1
Redelijk
40
36,1
34,4
33
30,1
27,5
25,9
Slecht
0–40
<36,1
<34,4
<33
<30,1
<27,5
<25,9
Gegevens afgedrukt met toestemming van The Cooper Institute. Ga voor meer informatie naar www.CooperInstitute.org.
Wielmaat en omvang
Bandafmeting
Wielmaat (mm)
Uw snelheidsensor detecteert automatisch uw wielmaat. Indien
nodig, kunt u handmatig uw wielmaat invoeren in de instellingen
van de snelheidsensor.
De wielmaat wordt aan weerszijden van de band aangegeven.
Dit is geen volledige lijst. U kunt ook de omtrek van uw wiel
meten of een van de rekenmachines op internet gebruiken.
650 × 35A
2090
650 × 38B
2105
650 × 38A
2125
700 × 18C
2070
700 × 19C
2080
Bandafmeting
Wielmaat (mm)
700 × 20C
2086
20 × 1,75
1515
700 × 23C
2096
20 × 1-3/8
1615
700 × 25C
2105
22 × 1-3/8
1770
700C (tubulair)
2130
22 × 1-1/2
1785
700 × 28C
2136
24 × 1
1753
700 × 30C
2146
24 × 3/4 (tubulair)
1785
700 × 32C
2155
24 × 1-1/8
1795
700 × 35C
2168
24 × 1,75
1890
700 × 38C
2180
24 × 1-1/4
1905
700 × 40C
2200
24 × 2,00
1925
700 × 44C
2235
24 × 2,125
1965
700 × 45C
2242
26 × 7/8
1920
700 × 47C
2268
26 × 1-1,0
1913
26 × 1
1952
26 × 1,25
1953
26 × 1-1/8
1970
26 × 1,40
2005
26 × 1,50
2010
26 × 1,75
2023
26 × 1,95
2050
26 × 2,00
2055
26 × 1-3/8
2068
26 × 2,10
2068
26 × 2,125
2070
26 × 2,35
2083
26 × 1-1/2
2100
26 × 3,00
2170
27 × 1
2145
27 × 1-1/8
2155
27 × 1-1/4
2161
27 × 1-3/8
2169
29 x 2.1
2288
29 x 2.2
2298
29 x 2.3
2326
650 x 20C
1938
650 x 23C
1944
Appendix
Symbooldefinities
Deze symbolen worden mogelijk weergegeven op de toestel- of
accessoirelabels.
Wisselstroom. Het toestel is geschikt voor wisselstroom.
Gelijkstroom. Het toestel is alleen geschikt voor gelijkstroom.
Zekering. Geeft informatie over of locatie van de zekering aan.
WEEE-symbool voor weggooien en recycling. Het WEEE-symbool
is toegevoegd op het product in overeenstemming met de EUrichtlijn 2012/19/EU met betrekking tot Waste Electrical and Electronic Equipment (WEEE). Hiermee wordt het onjuist afdanken van
dit product ontmoedigd en het hergebruiken en recyclen
bevorderd.
35
Index
A
accessoires 23, 30, 32
activiteiten 2, 3, 24, 26
aangepaste 3, 24
opslaan 3
starten 2
activiteiten opslaan 2
activiteiten volgen 8, 9
afstand, waarschuwingen 25
afstandteller 21
afteltimer 28
agenda 5
alarmen 25, 28
ANT+ sensoren 23
ANT+ sensors 24
applicaties 16, 17
smartphone 1
Auto Lap 26
Auto Pause 26
auto scroll 26
GLONASS 26, 27
GPS 1, 26, 27
instellingen 26
signaal 30, 31
grondcontacttijd 11
GroupTrack 18
portemonnee 19
prestatieconditie 12, 13
problemen oplossen 10, 12, 29–31
profielen 2
activiteit 2
gebruiker 7
H
R
hardloopdynamiek 10–12
hartslag 1, 9, 10
meter 10, 12, 15
sensors koppelen 10
waarschuwingen 10, 25
zones 7, 8, 12, 20
herstel 12, 14, 15
het toestel herstellen 31
het toestel resetten 31
hoofdmenu, aanpassen 24
hoofdtelefoon
Bluetooth technologie 19, 32
verbinden 19
horlogemodus 26
hulp 17
racen 6
raceprognose 12
ronden 1
B
I
banden 30
banen 4
maken 22
batterij
maximaliseren 2, 26, 32
opladen 29
bedieningsmenu 2, 24
betalingen 19, 20
Bluetooth sensoren 23
Bluetooth technologie 1, 2, 4, 16, 17, 31
hoofdtelefoon 19, 32
indoortraining 3, 23
instellingen 9, 23, 24, 26, 27, 31
intervallen 4
workouts 5
C
cadans 7, 10, 11
sensors 24
waarschuwingen 25
calorie, waarschuwingen 25
computer 18
Connect IQ 17
contacten voor noodgevallen 17
contactpersonen, toevoegen 17
D
doel 6
doelstellingen 6
E
extra scherm 24
F
favorieten 24
fietssensors 24
fitness 13
G
Galileo 26
Garmin Connect 1, 5, 16, 17, 21, 31
gegevens opslaan 21
Garmin Express 17, 30
software bijwerken 30
Garmin Pay 19, 20
gebruikersgegevens, verwijderen 21
gebruikersprofiel 7
gegevens
delen 24
opslaan 21
overbrengen 21
pagina's 25
uploaden 16
gegevens delen 24
gegevens uploaden 16
gegevensvelden 17, 32
geschiedenis 20, 21
naar de computer verzenden 21
verwijderen 21
gezondheidsstatistieken 9
36
K
kaart 23
kaarten 23, 25
bladeren 23
navigeren 22, 23
klok 1, 28
knoppen 1, 27, 29
koersen 22
koppelen 31
ANT+ sensors 10, 32
Bluetooth sensoren 32
sensoren 23
smartphone 1, 31
L
lactaatdrempel 12–14
LiveTrack 17, 18
locaties 22
bewerken 22
opslaan 22
verwijderen 22
loopband 3
M
maateenheden 27
meldingen 1
menstruatiecyclus 9
menu 1
metronoom 7
minuten intensieve training 9, 30
Move IQ 9
multisport 3
muziek 18
afspelen 19
laden 18
services 18
muziekbediening 19
N
navigatie 22, 23, 25
stoppen 22
NFC 19
O
oefeningen 4
ongevaldetectie 17
opladen 29
P
persoonlijke records 6
verwijderen 6
pictogrammen 1
S
satellietsignalen 26, 30, 31
scherm 27
schermverlichting 1, 27
segmenten 6, 7
skiën
alpine 4
snowboarden 4
slaapmodus 8, 9
slagen 4
smartphone 16, 17, 31
applicaties 16, 17
apps 1
koppelen 1, 31
snelheids- en cadanssensors 24
snelkoppelingen 2, 24
snowboarden 4
software
bijwerken 30, 31
licentie 29
versie 29
specificaties 29
staplengte 10, 11
stopwatch 28
stressniveau 12
stressscore 15
swolfscore 4
systeeminstellingen 27
T
taal 27
tempe 24, 32
temperatuur 24, 32
tijd 28
instellingen 27
waarschuwingen 25
zones en notaties 27
tijdzones 28
timer 1, 2, 20
afteltimer 28
toestel aanpassen 24, 25
toestel schoonmaken 29, 30
toestel-id 29
tonen 7, 28
TracBack 3, 22
tracking 17
training 2, 5, 6, 15, 16
plannen 5
Training Effect 12, 13
trainingen 4
trainingsbelasting 14, 15
trainingsstatus 12, 14, 15
U
UltraTrac 26
updates, software 31
USB 31
loskoppelen 21
V
veiligheidsinformatie 17
verbinden 2
verticale oscillatie 10–12
verticale ratio 10–12
vervangingsonderdelen 30
verwijderen
alle gebruikersgegevens 21
geschiedenis 21
persoonlijke records 6
Index
VIRB afstandsbediening 28
Virtual Partner 6
VO2 max. 12–14, 34
voetsensor 23, 24
voorspelde finishtijd 13
W
waarschuwing 4
waarschuwingen 9, 25, 26
hartslag 10
watch faces 17, 27
weer 17
Wi‑Fi 31
verbinden 17
widgets 10, 16, 17
wielmaten 35
WiFi, verbinden 17
wijzerplaten 27
workouts 5
laden 5
Z
zones
hartslag 7, 8
tijd 28
zwemmen 4
Index
37
support.garmin.com
Augustus 2019
190-02324-00_0E
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising