Garmin | fēnix® Chronos | User manual | Garmin fēnix® Chronos Gebruikershandleiding

Garmin fēnix® Chronos Gebruikershandleiding
fēnix Chronos
®
Gebruikershandleiding
© 2016 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin
behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of
organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
Garmin , het Garmin logo, ANT+ , Auto Lap , Auto Pause , Edge , fēnix , TracBack , VIRB en Virtual Partner zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd
in de Verenigde Staten en andere landen. Connect IQ™, Garmin Connect™, Garmin Express™, HRM-Run™, tempe™, Varia™, Varia Vision™ en Vector™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
®
®
®
®
®
®
®
®
American Heart Association is een geregistreerd handelsmerk van American Heart Association, Inc. Android™ is een handelsmerk van Google Inc. Apple en Mac zijn handelsmerken van Apple
Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Het woordmerk en de logo's van Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door
Garmin is een licentie verkregen. The Cooper Institute , en alle gerelateerde handelsmerken, zijn het eigendom van The Cooper Institute. Di2™ is een handelsmerk van Shimano, Inc. Shimano
is een geregistreerd handelsmerk van Shimano, Inc. STRAVA en Strava™ zijn handelsmerken van Strava, Inc. Geavanceerde hartslaganalyse door Firstbeat. Training Stress Score™ (TSS),
Intensity Factor™ (IF) en Normalized Power™ (NP) zijn handelsmerken van Peaksware, LLC. Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en
andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars.
®
®
®
®
®
®
®
Dit product bevat mogelijk een bibliotheek (Kiss FFT) waarvoor licentie is verkregen van Mark Borgerding onder de 3-Clause BSD License (http://opensource.org/licenses/BSD-3-Clause).
Dit product is ANT+ gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.
®
Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................... 1
Overzicht van het toestel ............................................................ 1
Het bedieningsmenu weergeven ........................................... 1
Widgets weergeven ............................................................... 1
Het toestel opladen ..................................................................... 1
Uw smartphone koppelen met uw toestel ................................... 1
Productupdates ...........................................................................1
Garmin Express instellen ....................................................... 1
Activiteiten...................................................................... 2
Een activiteit starten ................................................................... 2
Tips voor het vastleggen van activiteiten ............................... 2
Een activiteit stoppen .................................................................. 2
Een aangepaste activiteit maken ................................................ 2
Binnenactiviteiten ........................................................................ 2
Buitenactiviteiten ......................................................................... 2
Uw afdalingen weergeven ...................................................... 2
De metronoom gebruiken ...................................................... 3
Jumpmaster ........................................................................... 3
Multisport .................................................................................... 3
Een multisportactiviteit maken ............................................... 3
Tips voor triatlontraining en het gebruik van
multisportactitiveiten .............................................................. 3
Zwemmen ................................................................................... 3
Zwemtermen .......................................................................... 3
Slagtypen ............................................................................... 3
Tips voor zwemactiviteiten ..................................................... 3
Rusten tijdens zwemmen in een zwembad ........................... 4
Training met het trainingslog .................................................. 4
Golfen ......................................................................................... 4
Golfen .................................................................................... 4
Hole-informatie ....................................................................... 4
De vlag verplaatsen ............................................................... 4
Een shot meten ...................................................................... 4
Layup- en dogleg-afstanden weergeven ............................... 4
Score bijhouden ..................................................................... 4
Een score bijwerken ............................................................... 4
De golfafstandteller gebruiken ............................................... 5
Statistieken bijhouden ............................................................ 5
Hartslagmeetfuncties ..................................................... 5
Hartslagmeter aan de pols .......................................................... 5
Het toestel en de hartslagmeter dragen ................................ 5
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens ........................... 5
De hartslagwidget gebruiken ................................................. 5
Hartslaggegevens verzenden naar Garmin toestellen ........... 5
De polshartslagmeter uitschakelen ........................................ 5
De hartslagmeter aanbrengen .................................................... 5
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens ........................... 6
Onderhoud van de hartslagmeter .......................................... 6
Hardloopdynamiek ...................................................................... 6
Trainen met hardloopdynamiek ............................................. 6
Kleurenbalken en hardloopdynamiekgegevens ..................... 6
Gegevens over grondcontacttijd-balans ........................... 7
Verticale oscillatie en verticale ratio gegevens ................. 7
Tips voor ontbrekende hardloopdynamiekgegevens ............. 7
Prestatiemetingen ....................................................................... 7
Prestatiemeldingen uitschakelen ........................................... 8
Automatisch prestatiemetingen detecteren ........................... 8
Trainingsstatus ....................................................................... 8
Tips voor het verkrijgen van uw trainingsstatus ................ 8
Over VO2 max. indicaties ...................................................... 8
Uw geschat VO2 max. voor hardlopen weergeven ........... 9
Geschat VO2 max. voor fietsen weergeven ..................... 9
Hersteltijd ............................................................................... 9
Inhoudsopgave
Uw hersteltijd weergeven .................................................. 9
Herstelhartslag ....................................................................... 9
Trainingsbelasting .................................................................. 9
Voorspelde racetijden weergeven ......................................... 9
Training Effect ........................................................................ 9
Hartslagvariaties en stressniveau ........................................ 10
Hartslagvariaties en stressniveau weergeven ................ 10
Prestatieconditie .................................................................. 10
Uw prestatieconditie weergeven ..................................... 10
Lactaatdrempel .................................................................... 10
Een begeleide test uitvoeren om uw lactaatdrempel te
bepalen ........................................................................... 10
Uw FTP-waarde schatten .................................................... 11
Een FTP-test uitvoeren ................................................... 11
Training......................................................................... 11
Uw gebruikersprofiel instellen ................................................... 11
Fitnessdoelstellingen ........................................................... 11
Hartslagzones ...................................................................... 11
Uw hartslagzones instellen ............................................. 12
Uw hartslagzones laten instellen door het toestel ........... 12
Berekeningen van hartslagzones .................................... 12
Over ervaren sporters .......................................................... 12
Uw vermogenszones instellen ............................................. 12
Activiteiten volgen ..................................................................... 12
Automatisch doel ................................................................. 12
De bewegingswaarschuwing gebruiken .............................. 13
Slaap bijhouden ................................................................... 13
Uw slaap automatisch bijhouden .................................... 13
De modus Niet storen gebruiken ..................................... 13
Minuten intensieve training .................................................. 13
Minuten intensieve training opbouwen ............................ 13
Garmin Move IQ™ gebeurtenissen ..................................... 13
Instellingen voor activiteiten volgen ..................................... 13
Activiteiten volgen uitschakelen ...................................... 13
Workouts ................................................................................... 13
Een workout via internet volgen ........................................... 13
Een workout beginnen ......................................................... 14
De trainingsagenda .............................................................. 14
Garmin Connect trainingsplannen gebruiken .................. 14
Intervalworkouts ........................................................................ 14
Een intervalworkout maken .................................................. 14
Een intervalworkout starten ................................................. 14
Een intervalworkout stoppen ............................................... 14
Segmenten ............................................................................... 14
Strava™ segmenten ............................................................ 14
Segmentgegevens weergeven ............................................ 14
Tegen een segment racen ................................................... 15
Virtual Partner® gebruiken ....................................................... 15
Een trainingsdoel instellen ........................................................ 15
Een trainingsdoel annuleren ................................................ 15
Racen tegen een eerder voltooide activiteit ............................. 15
Persoonlijke records ................................................................. 15
Uw persoonlijke records weergeven .................................... 15
Een persoonlijk record herstellen ........................................ 15
Een persoonlijk record verwijderen ...................................... 15
Alle persoonlijke records verwijderen .................................. 15
Klok ................................................................................ 16
Een alarm instellen ................................................................... 16
De chronograaf gebruiken ........................................................ 16
De afteltimer instellen ............................................................... 16
De stopwatch gebruiken ........................................................... 16
Zonsopkomst- en zonsondergangswaarschuwingen
instellen ..................................................................................... 16
De tijd synchroniseren met GPS ............................................... 16
Navigatie....................................................................... 16
i
Uw locatie bewaren .................................................................. 16
Uw opgeslagen locaties verwijderen ................................... 16
Alle opgeslagen locaties verwijderen ................................... 16
Een via-punt projecteren .......................................................... 16
Navigeren naar een bestemming ............................................. 17
Een koers maken en volgen op uw toestel ............................... 17
Een Man-over-boord-locatie markeren en de navigatie ernaartoe
starten ....................................................................................... 17
Navigeren met Peil en ga ......................................................... 17
Navigeren naar uw vertrekpunt ................................................ 17
Stoppen met navigeren ............................................................ 17
Kaart ......................................................................................... 17
Schuiven en zoomen op de kaart ........................................ 17
Kompas .....................................................................................17
Hoogtemeter en barometer ....................................................... 17
Geschiedenis................................................................ 17
Werken met de geschiedenis ................................................... 18
Multisportgeschiedenis ........................................................ 18
Tijd in elke hartslagzone weergeven ................................... 18
Gegevenstotalen weergeven .................................................... 18
De afstandteller gebruiker ......................................................... 18
Geschiedenis verwijderen ......................................................... 18
Connected functies...................................................... 18
Bluetooth meldingen inschakelen ............................................. 18
Meldingen weergeven .......................................................... 18
Meldingen beheren .............................................................. 19
De Bluetooth smartphone-verbinding uitschakelen ............. 19
Smartphone-verbindingswaarschuwingen in- en
uitschakelen ......................................................................... 19
Een verloren mobiel toestel lokaliseren .................................... 19
Garmin Connect ........................................................................ 19
De software bijwerken via Garmin Connect Mobile ............. 19
De software bijwerken via Garmin Express ......................... 19
Garmin Connect op uw computer gebruiken .................. 19
Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin Connect
Mobile .................................................................................. 19
Een GroupTrack sessie starten ................................................ 20
Tips voor GroupTrack sessies ............................................. 20
Connect IQ functies..................................................... 20
Connect IQ functies downloaden .............................................. 20
Connect IQ functies downloaden via uw computer .................. 20
Uw toestel aanpassen.................................................. 20
Widgets ..................................................................................... 20
De widgetlijst aanpassen ..................................................... 21
VIRB afstandsbediening ...................................................... 21
Een VIRB actiecamera bedienen .................................... 21
Een VIRB actiecamera bedienen tijdens een activiteit ... 21
Instellingen van activiteiten en apps ......................................... 21
Gegevensschermen aanpassen .......................................... 22
Een kaart aan een activiteit toevoegen ................................ 22
Waarschuwingen ................................................................. 22
Een waarschuwing instellen ............................................ 22
Auto Lap ............................................................................... 23
Ronden op afstand markeren ......................................... 23
Auto Pause® inschakelen .................................................... 23
Automatisch klimmen inschakelen ....................................... 23
3D-snelheid en -afstand ....................................................... 23
De Lap-knop in- en uitschakelen ......................................... 23
Auto Scroll gebruiken ........................................................... 24
UltraTrac .............................................................................. 24
Time-outinstellingen voor de spaarstand ............................. 24
Een activiteit of app verwijderen ............................................... 24
De volgorde van een activiteit wijzigen in de lijst met apps ...... 24
Wijzerplaatinstellingen .............................................................. 24
De watch face aanpassen ................................................... 24
ii
Sensorinstellingen .................................................................... 24
Kompasinstellingen .............................................................. 24
Het kompas handmatig kalibreren .................................. 24
De noordreferentie instellen ............................................ 25
Hoogtemeterinstellingen ...................................................... 25
De barometrische hoogtemeter kalibreren ...................... 25
Barometerinstellingen .......................................................... 25
Kaartinstellingen ....................................................................... 25
GroupTrack instellingen ............................................................ 25
Navigatie-instellingen ................................................................ 25
Kaartfuncties aanpassen ..................................................... 25
Koersinstellingen .................................................................. 25
Koerswijzer ...................................................................... 25
Een koersindicator instellen ................................................. 25
Navigatiewaarschuwingen instellen ..................................... 26
Systeeminstellingen .................................................................. 26
Tijdinstellingen ..................................................................... 26
De schermverlichtingsinstellingen wijzigen .......................... 26
Het bedieningsmenu aanpassen ......................................... 26
De sneltoetsen aanpassen .................................................. 26
De maateenheden wijzigen ................................................. 26
Toestelgegevens weergeven .................................................... 27
Informatie over wet- en regelgeving en naleving
weergeven ........................................................................... 27
ANT+ sensors ............................................................... 27
ANT+ sensors koppelen ........................................................... 27
Een optionele fietssnelheids- of fietscadanssensor
gebruiken .................................................................................. 27
Trainen met vermogensmeters ................................................. 27
Elektronische schakelsystemen gebruiken ............................... 27
Omgevingsbewustzijn ............................................................... 27
Voetsensor ................................................................................ 27
Kalibratie van de voetsensor verbeteren ............................. 27
Uw voetsensor handmatig kalibreren .................................. 28
Snelheid en afstand van voetsensor instellen ..................... 28
tempe ........................................................................................ 28
Toestelinformatie......................................................... 28
fēnix Chronos specificaties ....................................................... 28
Batterijgegevens .................................................................. 28
Gegevensbeheer ...................................................................... 28
De USB-kabel loskoppelen .................................................. 28
Bestanden verwijderen ........................................................ 28
Onderhoud van het toestel.......................................... 28
Toestelonderhoud ..................................................................... 28
Het toestel schoonmaken .................................................... 29
De leren bandjes reinigen .................................................... 29
Het bandje vervangen .............................................................. 29
Metalen band aanpassen ......................................................... 29
Problemen oplossen.................................................... 29
Op mijn toestel wordt niet de juiste taal gebruikt ...................... 29
Is mijn smartphone compatibel met mijn toestel? ..................... 29
Ik kan mijn telefoon niet koppelen met het toestel .................... 29
Het toestel herstellen ................................................................ 29
Alle standaardinstellingen herstellen ........................................ 29
Satellietsignalen ontvangen ...................................................... 29
De ontvangst van GPS-signalen verbeteren ....................... 29
De temperatuurmeting is niet nauwkeurig ................................ 29
De levensduur van de batterij verlengen .................................. 29
Activiteiten volgen ..................................................................... 30
Mijn dagelijkse stappentelling wordt niet weergegeven ....... 30
Mijn stappentelling lijkt niet nauwkeurig te zijn .................... 30
De stappentellingen op mijn toestel en mijn Garmin Connect
account komen niet overeen ................................................ 30
Het aantal opgelopen trappen lijkt niet te kloppen ............... 30
Mijn minuten intensieve training knipperen .......................... 30
Inhoudsopgave
Meer informatie ......................................................................... 30
Appendix....................................................................... 30
Gegevensvelden ....................................................................... 30
Standaardwaarden VO2 Max. .................................................. 34
FTP-waarden ............................................................................ 34
Wielmaat en omvang ................................................................ 34
3-Clause BSD-licentie ............................................................... 35
Symbooldefinities ...................................................................... 35
Index .............................................................................. 36
Inhoudsopgave
iii
Inleiding
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Raadpleeg altijd een arts voordat u een trainingsprogramma
begint of wijzigt.
Overzicht van het toestel
• Houd in een scherm DOWN ingedrukt om terug te gaan naar
de watch face.
• Als u een activiteit vastlegt, selecteert u BACK om terug te
keren naar de pagina's met activiteitgegevens.
Het toestel opladen
WAARSCHUWING
Dit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Lees de gids Belangrijke
veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor
productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.
LET OP
Om roestvorming te voorkomen, dient u alle contactpunten en
de directe omgeving ervan grondig te reinigen en af te drogen
voordat u het toestel oplaadt of aansluit op een computer.
Raadpleeg de instructies voor reiniging in de appendix.
1 Breng de contactpunten aan de achterzijde van het toestel op
één lijn met de oplaadcontacten en sluit de laadclip À aan op
het toestel.
Selecteer om de schermverlichting in of uit te schakelen.
LIGHT Houd ingedrukt om het bedieningsmenu weer te geven.
Houd ingedrukt om het toestel in te schakelen.
À
Selecteer om de activiteitenlijst weer te geven en een activiteit
START te starten of stoppen.
STOP Selecteer om een optie te kiezen in een menu.
Houd ingedrukt om de chronograaf te gebruiken.
Á
Â
BACK
LAP
Selecteer om terug te keren naar het vorige scherm.
Selecteer om een ronde, rustpauze of overgang vast te leggen
tijdens een activiteit.
Selecteer om door de widgets en menu's te bladeren.
DOWN Houd ingedrukt om vanaf een scherm de watch face weer te
geven.
Ã
Ä
UP
MENU
Selecteer om door de widgets en menu's te bladeren.
Houd ingedrukt om het menu weer te geven.
Het bedieningsmenu weergeven
Het bedieningsmenu bevat opties om bijvoorbeeld de modus
Niet storen in te schakelen, de knoppen te vergrendelen of het
toestel uit te schakelen.
OPMERKING: U kunt de opties toevoegen aan het
bedieningsmenu, de volgorde ervan wijzigen en ze verwijderen
(Het bedieningsmenu aanpassen, pagina 26).
1 Houd LIGHT ingedrukt in een scherm.
2 Sluit de USB-kabel aan op een USB-poort van de computer.
3 Laad het toestel volledig op.
4 Druk op Á om de oplader te verwijderen.
Uw smartphone koppelen met uw toestel
Om gebruik te maken van de connected functies van het fēnix
Chronos toestel moet het direct via de Garmin Connect™ Mobile
app worden gekoppeld, in plaats van via de Bluetooth
instellingen op uw smartphone.
1 U kunt de Garmin Connect Mobile app via de app store op
uw telefoon installeren en openen.
2 Houd uw smartphone binnen 10 m (33 ft.) van uw toestel.
3 Houd LIGHT ingedrukt om het toestel in te schakelen.
De eerste keer dat u het toestel inschakelt, is de
koppelmodus ingeschakeld.
TIP: U kunt LIGHT ingedrukt houden en selecteren om
handmatig naar de koppelmodus te gaan.
4 Selecteer een optie om uw toestel toe te voegen aan uw
Garmin Connect account:
• Als dit het eerste toestel is dat u koppelt met de Garmin
Connect Mobile app, volgt u de instructies op het scherm.
• Als u reeds een toestel hebt gekoppeld met de Garmin
Connect Mobile app, selecteert u Garmin toestellen >
Voeg toestel toe in het instellingenmenu en volgt u de
instructies op het scherm.
®
Productupdates
2 Selecteer UP of DOWN om door de opties te bladeren.
Widgets weergeven
Uw toestel wordt geleverd met diverse, vooraf geïnstalleerde
widgets en als u uw toestel koppelt met een smartphone zijn er
nog meer widgets beschikbaar.
• Selecteer UP of DOWN.
Het toestel bladert door de beschikbare widgets.
• Selecteer START om meer opties en functies voor een
widget weer te geven.
Inleiding
Installeer Garmin Express™ (www.garmin.com/express) op uw
computer. Installeer de Garmin Connect Mobile app op uw
smartphone.
Op die manier kunt u gemakkelijk gebruikmaken van de
volgende diensten voor Garmin toestellen:
• Software-updates
• Gegevens worden geüpload naar Garmin Connect
• Productregistratie
®
Garmin Express instellen
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
1
2 Ga naar www.garmin.com/express.
3 Volg de instructies op het scherm.
Een aangepaste activiteit maken
1 Selecteer op de watch face START > Voeg toe.
2 Selecteer een optie:
Activiteiten
Uw toestel kan worden gebruikt voor binnen-, buiten-, sport- en
fitnessactiviteiten. Wanneer u een activiteit start, worden de
sensorgegevens weergegeven en vastgelegd op uw toestel. U
kunt activiteiten opslaan en delen met de Garmin Connect
community.
U kunt ook Connect IQ™ activiteiten-apps aan uw toestel
toevoegen via uw Garmin Connect account (Connect IQ
functies, pagina 20).
Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over
activiteiten-tracking en de nauwkeurigheid van fitnessgegevens.
3
4
5
Een activiteit starten
Als u een activiteit start, wordt GPS automatisch ingeschakeld
(indien vereist). Als u de activiteit stopt, schakelt het toestel over
op de horlogemodus.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Volg indien nodig de instructies op het scherm om meer
informatie in te voeren.
4 Wacht indien nodig totdat het toestel een verbinding heeft
gemaakt met uw ANT+ sensors.
Indien
voor de activiteit GPS is vereist, gaat u naar buiten en
5
wacht u totdat het toestel satellieten heeft gevonden.
6 Selecteer START om de timer te starten.
OPMERKING: Het toestel begint pas met het vastleggen van
uw activiteitsgegevens nadat de timer is gestart.
®
Tips voor het vastleggen van activiteiten
• Laad het toestel op voordat u aan de activiteit begint (Het
toestel opladen, pagina 1).
• Selecteer LAP om ronden vast te leggen.
• Selecteer UP of DOWN om meer gegevenspagina's weer te
geven.
Een activiteit stoppen
1 Selecteer STOP.
2 Selecteer een optie:
• Als u de activiteit weer wilt hervatten, selecteert u Hervat.
• Als u de activiteit wilt opslaan en wilt terugkeren naar
horlogemodus, selecteert u Sla op.
• Als u de activiteit wilt onderbreken en later wilt hervatten,
selecteert u Hervat later.
• Als u een ronde wilt markeren, selecteert u Ronde.
• Selecteer Terug naar start > TracBack om langs de
afgelegde route naar het startpunt van uw activiteit te
navigeren.
OPMERKING: Deze functie is alleen beschikbaar voor
activiteiten waarbij GPS wordt gebruikt.
• Selecteer Terug naar start > Rechte lijn om naar het
startpunt van uw activiteit te navigeren.
OPMERKING: Deze functie is alleen beschikbaar voor
activiteiten waarbij GPS wordt gebruikt.
• Als u de activiteit wilt verwijderen en wilt terugkeren naar
horlogemodus, selecteert u Gooi weg.
OPMERKING: Na het stoppen van de activiteit, wordt deze
na 25 minuten automatisch op het toestel opgeslagen.
2
6
• Selecteer Kopieer activiteit om uw aangepaste activiteit
te maken op basis van een van uw opgeslagen
activiteiten.
• Selecteer Overige om een nieuwe aangepaste activiteit te
maken.
Selecteer indien nodig een activiteittype.
Selecteer een naam of voer een aangepaste naam in.
Identieke activiteitnamen zijn voorzien van een volgnummer,
bijvoorbeeld: Fiets(2).
Selecteer een optie:
• Selecteer een optie om bepaalde activiteitinstellingen aan
te passen. U kunt bijvoorbeeld een accentkleur selecteren
of de gegevensschermen aanpassen.
• Selecteer OK om de aangepaste activiteit op te slaan en
te gebruiken.
Selecteer Ja om de activiteit aan uw lijst met favorieten toe te
voegen.
Binnenactiviteiten
Het fēnix Chronos toestel kan worden gebruikt voor training
binnenshuis, zoals hardlopen op een binnenbaan of fietsen op
een hometrainer. Bij binnenactiviteiten wordt GPS
uitgeschakeld.
Als hardlopen of wandelen met GPS is uitgeschakeld, worden
snelheid, afstand en cadans berekend met behulp van de
versnellingsmeter in het toestel. De versnellingsmeter voert
automatisch een kalibratie uit. De nauwkeurigheid van de
snelheid-, afstand- en cadansgegevens verbetert na een aantal
hardloopsessies of wandelingen in de buitenlucht met behulp
van GPS.
TIP: Als u de handrails van de loopband vasthoudt, gaat de
nauwkeurigheid omlaag. U kunt gebruikmaken van een
optionele voetsensor om uw tempo, afstand en cadans vast te
leggen.
Als u met uitgeschakelde GPS fietst, zijn er geen snelheids- en
afstandsgegevens beschikbaar, tenzij u over een optionele
sensor beschikt die deze gegevens naar het toestel verzendt
(zoals een snelheids- of cadanssensor).
Buitenactiviteiten
Het fēnix Chronos toestel wordt geleverd met een aantal vooraf
geladen apps voor buitenactiviteiten, zoals hardlopen en
zwemmen in open water. Bij buitenactiviteiten wordt GPS
ingeschakeld. U kunt apps toevoegen voor
standaardactiviteiten, zoals wandelen of roeien. U kunt ook
aangepaste sportapps aan uw toestel toevoegen (Een
aangepaste activiteit maken, pagina 2).
Uw afdalingen weergeven
Uw toestel legt de gegevens over elke afdaling tijdens het skiën
of snowboarden vast met de functie Automatische afdaling.
Deze functie wordt standaard ingeschakeld voor afdalingen
tijdens het skiën en snowboarden. De nieuwe afdalingen worden
automatisch geregistreerd op basis van uw bewegingen. De
timer wordt gepauzeerd wanneer u niet meer afdaalt en
wanneer u in de skilift staat. De timer blijft in de pauzestand
staan zolang u in de skilift bent. U kunt de afdaling vervolgen om
de timer weer te starten. U kunt de gegevens over de afdaling
bekijken op het pauzescherm of terwijl de timer loopt.
1 Start een ski- of snowboardactiviteit.
2 Houd MENU ingedrukt.
3 Selecteer Bekijk afdalingen.
Activiteiten
4 Selecteer UP en DOWN om details over uw laatste afdaling,
over uw huidige afdaling of over al uw afdalingen te bekijken.
Op de schermen worden de tijd, afgelegde afstand,
maximumsnelheid, gemiddelde snelheid en totale daling
weergegeven.
De metronoom gebruiken
De metronoomfunctie laat met een regelmatig ritme tonen horen
die u helpen uw prestaties te verbeteren door te trainen in een
snellere, tragere of meer consistente cadans.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Metronoom > Status > Aan.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Slagen/minuut om een waarde in te voeren op
basis van de cadans die u wilt aanhouden.
• Selecteer Waarschuwingsfreq. om de frequentie van de
tikken aan te passen.
• Selecteer Geluiden om de toon en trillingen van de
metronoom aan te passen.
7 Selecteer zo nodig Bekijk om de metronoomtonen te
beluisteren voordat u gaat hardlopen.
8 Ga hardlopen (Een activiteit starten, pagina 2).
De metronoom wordt automatisch gestart.
9 Selecteer UP of DOWN tijdens het hardlopen om het
metronoomscherm weer te geven.
10 Houd zo nodig MENU ingedrukt om de
metronoominstellingen te wijzigen.
Jumpmaster
WAARSCHUWING
De functie jumpmaster dient alleen door ervaren skydivers te
worden gebruikt. De functie jumpmaster dient niet te worden
gebruikt als primaire hoogtemeter tijdens het skydiven. Als u niet
de juiste spronginformatie invoert, kan dat leiden tot ernstige
verwondingen of overlijden.
De functie jumpmaster volgt militaire richtlijnen voor het
berekenen van het "high altitude release point" (HARP). Het
toestel detecteert automatisch wanneer u gesprongen bent en
begint de navigatie naar het "desired impact point" (DIP) met
behulp van de barometer en het elektronische kompas.
Multisport
Triatleten, duatleten en alle andere beoefenaren van
gecombineerde sporten zoals Triatlon of Zwemloop kunnen de
modus voor multisportactiviteit gebruiken. Gedurende een
multisportactiviteit kunt u schakelen tussen activiteiten en uw
totale tijd en afstand bekijken. U kunt tijdens de
multisportactiviteit bijvoorbeeld overschakelen van fietsen naar
hardlopen, en de totale tijd en afstand voor fietsen en hardlopen
bekijken.
U kunt een multisportactiviteit aanpassen of de standaard
triatlon-activiteit gebruiken voor een standaard triatlon.
Een multisportactiviteit maken
1 Selecteer op de watch face START > Voeg toe > Multisport.
2 Selecteer een type multisportactiviteit of voer een
aangepaste naam in.
Identieke activiteitnamen zijn voorzien van een nummer.
Bijvoorbeeld Triatlon(2).
3 Selecteer twee of meer activiteiten.
Activiteiten
4 Selecteer een optie:
• Selecteer een optie om bepaalde activiteitinstellingen aan
te passen. U kunt bijvoorbeeld selecteren of overgangen
moeten worden meegerekend.
• Selecteer OK om de multisportactiviteit op te slaan en te
gebruiken.
5 Selecteer Ja om de activiteit aan uw lijst met favorieten toe te
voegen.
Tips voor triatlontraining en het gebruik van multi­
sportactitiveiten
• Selecteer START om uw eerste activiteit te starten.
• Selecteer LAP om over te gaan naar de volgende activiteit.
Als u overgangen hebt ingeschakeld, dan wordt de
overgangstijd afzonderlijk van de duur van de activiteit
vastgelegd.
• Selecteer indien nodig LAP om de volgende activiteit te
starten.
• Selecteer UP of DOWN om meer gegevenspagina's weer te
geven.
Zwemmen
LET OP
Het toestel is uitsluitend bedoeld voor zwemmen aan de
oppervlakte. Duiken met het toestel kan schade aan het toestel
veroorzaken en leidt ertoe dat de garantie komt te vervallen.
OPMERKING: Het toestel kan geen polshartslaggegevens
vastleggen tijdens het zwemmen.
Zwemtermen
Baan: Eén keer de lengte van het zwembad.
Interval: Een of meer opeenvolgende banen. Een nieuwe
interval begint na een rustperiode.
Slaglengte: Elke keer dat uw arm waaraan het toestel is
bevestigd een volledige cyclus voltooid, wordt er een slag
geteld.
Swolf: Uw swolfscore is de som van de tijd voor één baanlengte
plus het aantal slagen voor die baan. Bijvoorbeeld 30
seconden plus 15 slagen levert een swolfscore van 45 op. Bij
zwemmen in open water wordt de swolfscore berekend over
25 meter. Swolf is een meeteenheid voor zwemefficiency en,
net als bij golf, een lage score is beter dan een hoge.
Slagtypen
Identificatie van het type slag is alleen beschikbaar voor
zwemmen in een zwembad. Het type slag wordt aan het eind
van een baan vastgesteld. Wanneer u intervalgeschiedenis
bekijkt, worden slagtypen weergegeven. U kunt het slagtype ook
als een aangepast gegevensveld selecteren
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 22).
Vrij
Vrije slag
Terug
Rugslag
Borst
Borstslag
Vlinder
Vlinderslag
Wissel
Meerdere slagtypen in een interval
Training Wordt gebruikt bij het registreren van trainingen (Training met
het trainingslog, pagina 4)
Tips voor zwemactiviteiten
• Volg de instructies op het scherm om de grootte van het
zwembad te selecteren of een aangepaste grootte in te
voeren voordat u een zwemactiviteit start.
• Selecteer LAP om een rustpauze vast te leggen tijdens het
zwemmen in een zwembad.
Het toestel legt automatisch de zwemintervallen en de banen
voor zwemmen in een zwembad vast.
3
• Selecteer LAP om interval vast te leggen tijdens het
zwemmen in open water.
Rusten tijdens zwemmen in een zwembad
Op het standaardrustscherm worden twee rust-timers
weergegeven. Ook worden het tijdstip en de afstand van het
laatste voltooide interval weergegeven.
OPMERKING: Tijdens een rustperiode worden geen
zwemgegevens vastgelegd.
1 Selecteer tijdens uw zwemactiviteit LAP om een rustperiode
te starten.
De schermweergave verandert in witte tekst op een zwarte
achtergrond en het rustscherm wordt weergegeven.
2 Selecteer tijdens een rustperiode UP of DOWN om andere
gegevensschermen weer te geven (optioneel).
3 Selecteer LAP en ga verder met zwemmen.
4 Herhaal de procedure voor volgende rustintervallen.
À
Á
Â
Ã
Ä
Nummer van huidige hole
Afstand tot het einde van de green
Afstand tot het midden van de green
Afstand tot het begin van de green
Par voor de hole
Volgende hole
Vorige hole
Training met het trainingslog
De trainingslogfunctie is alleen beschikbaar voor zwemmen in
een zwembad. Met deze functie kunt u handmatig kick setoefeningen, zwemoefeningen met één arm of andere
zwemoefeningen vastleggen die afwijken van de vier
belangrijkste zwemslagen.
1 Selecteer tijdens uw zwemactiviteit UP of DOWN om het
oefeninglogscherm weer te geven.
2 Selecteer LAP om de oefeningstimer te starten.
3 Selecteer LAP na afloop van uw oefeninginterval.
De oefeningstimer stopt, maar de activiteitentimer blijft de
hele zwemsessie vastleggen.
4 Selecteer een afstand voor de voltooide oefening.
Afstandsinstellingen worden gebaseerd op de voor het
activiteitenprofiel geselecteerde zwembadafmetingen.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer LAP als u een andere oefeninginterval wilt
starten.
• Selecteer UP of DOWN om terug te keren naar de
zwemtrainingsschermen en een zweminterval te starten.
Golfen
Golfen
Voordat u een baan voor de eerste keer speelt, moet u deze
downloaden van de Garmin Connect Mobile app (Garmin
Connect, pagina 19). Banen die van de Garmin Connect
Mobile app zijn gedownload, worden automatisch bijgewerkt.
Voordat u gaat golfen, moet u ervoor zorgen dat het toestel is
opgeladen (Het toestel opladen, pagina 1).
1 Selecteer op de watch face START > Golfen.
2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
gevonden.
3 Selecteer een baan in de lijst met beschikbare golfbanen.
4 Selecteer Ja om de score bij te houden.
5 Selecteer UP of DOWN om door de holes te bladeren.
Het toestel schakelt automatisch over naar de volgende hole
wanneer u daar naartoe gaat.
6 Selecteer START > Einde van ronde > Ja nadat u uw
activiteit hebt voltooid.
Hole­informatie
Omdat pinlocaties veranderen, berekent het toestel de afstand
tot het begin, midden en einde van de green, maar niet de
pinlocatie zelf.
4
De vlag verplaatsen
U kunt de green in meer detail bekijken en de pinlocatie
verplaatsen.
1 Selecteer in het hole-weergavescherm START > Verplaats
vlag.
2 Selecteer UP of DOWN om de pinlocatie te verplaatsen.
3 Selecteer START.
De afstanden op het hole-weergavescherm worden
bijgewerkt met de nieuwe pinlocatie. De pinlocatie wordt
alleen opgeslagen voor de huidige ronde.
Een shot meten
1 Sla de bal en kijk waar deze landt.
2 Selecteer START > Shot meten.
3 Loop of rijd rechtstreeks naar de bal.
De afstand wordt automatisch opnieuw ingesteld wanneer u
naar de volgende hole gaat.
4 U kunt op elk moment Herstel ingedrukt houden om de
afstand opnieuw in te stellen.
Layup­ en dogleg­afstanden weergeven
U kunt een lijst met layup- en dogleg-afstanden weergeven voor
par 4 en 5 holes.
Selecteer START > Layups.
Elke layup en de afstand tot elke layup verschijnen op het
scherm.
OPMERKING: afstanden worden uit de lijst verwijderd
wanneer u deze passeert.
Score bijhouden
1 Selecteer in het hole-weergavescherm START > Scorekaart.
De scorekaart wordt weergegeven wanneer u op de green
staat.
2 Selecteer UP of DOWN om door de holes te bladeren.
3 Selecteer START om een hole te selecteren.
4 Selecteer UP of DOWN om de score in te stellen.
Uw totale score wordt bijgewerkt.
Een score bijwerken
1 Selecteer in het hole-weergavescherm START > Scorekaart.
2 Selecteer UP of DOWN om door de holes te bladeren.
3 Selecteer START om een hole te selecteren.
4 Selecteer UP of DOWN om de score voor die hole te
wijzigen.
Uw totale score wordt bijgewerkt.
Activiteiten
De golfafstandteller gebruiken
De hartslagwidget gebruiken
U kunt de afstandteller gebruiken om de afgelegde afstand, het
aantal stappen en de tijd vast te leggen. De afstandteller start en
stopt automatisch wanneer u een ronde start of stopt.
1 Selecteer START > Kilometerteller.
2 Selecteer indien nodig Herstel om de afstandteller weer op
nul te zetten.
De widget geeft uw huidige hartslag in slagen per minuut (bpm)
en een grafiek van uw hartslag gedurende de afgelopen 4 uur
weer.
1 Selecteer op de watch face DOWN.
2 Selecteer START om de gemiddelde waarden van uw
hartslag in rust in de afgelopen 7 dagen weer te geven.
Statistieken bijhouden
De functie Statistieken schakelt het bijhouden van
gedetailleerde statistieken tijdens het golfen in.
1 Houd MENU ingedrukt op het hole-weergavescherm.
2 Selecteer Opties > Statistieken om het bijhouden van
statistieken in te schakelen.
Hartslagmeetfuncties
Dit fēnix Chronos toestel heeft een polshartslagmeter en is ook
compatibel met ANT+ en Bluetooth borsthartslagmeters (apart
verkrijgbaar). In de hartslagwidget kunt u hartslaggegevens
weergeven. Als de gegevens van zowel de polshartslag als de
borsthartslag beschikbaar zijn, gebruikt uw toestel de
borsthartslaggegevens.
Hartslagmeter aan de pols
Het toestel en de hartslagmeter dragen
• Draag het fēnix Chronos toestel om uw pols, boven uw
polsgewricht.
OPMERKING: Het toestel dient stevig vast te zitten, maar
niet te strak, en mag tijdens het hardlopen of trainen niet van
zijn plaats raken.
OPMERKING: De hartslagsensor bevindt zich aan de
achterkant van het toestel.
• Raadpleeg Tips voor onregelmatige hartslaggegevens,
pagina 5 voor meer informatie over de hartslag aan de
pols.
• Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over
de nauwkeurigheid van polshartslagmetingen.
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens
Als hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden
weergegeven, kunt u deze tips proberen.
• Zorg dat uw onderarm schoon en droog is voordat u het
toestel omdoet.
• Zorg dat de huid onder het toestel niet is ingesmeerd met
zonnebrandcrème, lotion of insectenwerende middelen.
• Zorg dat de hartslagsensor aan de achterkant van het toestel
niet wordt bekrast.
• Draag het toestel om uw pols, boven uw polsgewricht. Het
toestel dient stevig vast te zitten, maar niet te strak.
• Wacht tot het pictogram
constant brandt voordat u aan uw
activiteit begint.
• Voer gedurende 5 tot 10 minuten een warming-up uit en
meet uw hartslag voordat u aan uw workout begint.
OPMERKING: Voer bij koud weer de warming-up binnen uit.
• Spoel het toestel na elke training af met schoon water.
• Gebruik een siliconenband tijdens trainingen.
Hartslagmeetfuncties
Hartslaggegevens verzenden naar Garmin toestellen
U kunt uw hartslaggegevens verzenden vanaf uw fēnix Chronos
toestel en bekijken op gekoppelde Garmin toestellen. U kunt
bijvoorbeeld uw hartslaggegevens verzenden naar een Edge
toestel tijdens het fietsen of naar een VIRB actiecamera tijdens
een activiteit.
OPMERKING: Het verzenden van hartslaggegevens verkort de
levensduur van batterij.
1 Houd MENU ingedrukt vanuit de hartslagwidget.
2 Selecteer Opties.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Deel hartslag om nu te beginnen met het
verzenden van hartslaggegevens.
• Selecteer Zend uit tijdens activiteit om de hartslag
gegevens te verzenden tijdens activiteiten met tijdmeting
(Een activiteit starten, pagina 2).
Het fēnix Chronos toestel begint uw hartslaggegevens te
verzenden en
wordt weergegeven.
OPMERKING: U kunt alleen de hartslagwidget bekijken
terwijl u hartslaggegevens verzendt.
4 Koppel uw fēnix Chronos toestel met uw Garmin ANT+
compatibele toestel.
OPMERKING: De aanwijzingen voor het koppelen
verschillen voor ieder Garmin compatibel toestel. Raadpleeg
uw gebruikershandleiding.
TIP: Selecteer een willekeurige knop en selecteer Ja om het
verzenden van uw hartslaggegevens te stoppen.
®
®
De polshartslagmeter uitschakelen
De standaardwaarde voor de instelling Polshartslag is
Automatisch. Het toestel gebruikt automatisch de
polshartslagmeter, tenzij u een ANT+ hartslagmeter koppelt met
het toestel.
1 Houd MENU ingedrukt vanuit de hartslagwidget.
2 Selecteer Opties > Status > Uit.
De hartslagmeter aanbrengen
U dient de hartslagmeter direct op uw huid te dragen, net onder
uw borstbeen. De hartslagmeter dient strak genoeg te zitten om
tijdens de activiteit op zijn plek te blijven.
1 Gebruik zo nodig de verlengband om de hartslagmeter te
bevestigen.
2 Bevochtig de elektroden À aan de achterzijde van de
hartslagmeter om een sterke verbinding tussen uw borst en
de zender tot stand te brengen.
5
• Laat de hartslagmeter hangend of plat drogen.
Hardloopdynamiek
3 Zorg dat het Garmin logo op de hartslagmeter niet
ondersteboven zit.
De verbinding tussen de lus Á en haak  dient zich aan uw
rechterzijde te bevinden.
4 Wikkel de hartslagmeter om uw borstkas en steek de haak
van de band in de lus.
OPMERKING: Zorg ervoor dat het onderhoudslabel niet
omvouwt.
Nadat u de hartslagmeter omdoet, is deze actief en worden er
gegevens verzonden.
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens
Als hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden
weergegeven, kunt u deze tips proberen.
• Bevochtig de elektroden en de contactoppervlakken (indien
van toepassing).
• Trek de band strakker aan om uw borst.
• Voer gedurende 5 tot 10 minuten een warming-up uit.
• Volg de instructies voor onderhoud (Onderhoud van de
hartslagmeter, pagina 6).
• Draag een katoenen shirt of maak beide zijden van de band
goed nat.
Synthetische materialen die langs de hartslagmeter wrijven of
er tegen aan slaan, kunnen statische elektriciteit veroorzaken
die de hartslagsignalen beïnvloedt.
• Blijf uit de buurt van bronnen die interferentie met de
hartslagmeter kunnen veroorzaken.
Bronnen van interferentie zijn bijvoorbeeld sterke
elektromagnetische velden, draadloze sensors van 2,4 GHz,
hoogspanningsleidingen, elektrische motoren, ovens,
magnetrons, draadloze telefoons van 2,4 GHz en draadloze
LAN-toegangspunten.
Onderhoud van de hartslagmeter
LET OP
Opbouw van zweet en zout op de band kan het vermogen van
de hartslagmeter om nauwkeurige gegevens te rapporteren
negatief beïnvloeden.
• Spoel de hartslagmeter na elk gebruik af.
• Was de hartslagmeter steeds na zeven keer gebruik of één
keer zwemmen met de hand, met een klein beetje zacht
wasmiddel, zoals een vaatwasmiddel.
OPMERKING: Als u te veel wasmiddel gebruikt, kan de
hartslagmeter beschadigd raken.
• Stop de hartslagmeter niet in een wasmachine of droger.
U kunt uw compatibele fēnix Chronos toestel gekoppeld met het
HRM-Run™ accessoire of ander accessoire voor
hardloopdynamica gebruiken voor real-time feedback over uw
hardloopvorm. Als het HRM-Run accessoire bij uw fēnix
Chronos toestel is meegeleverd, zijn de toestellen al gekoppeld.
Het accessoire voor hardloopdynamica beschikt over een
versnellingsmeter die bewegingen van het bovenlichaam meet
voor het berekenen van zes hardloopgegevens.
Cadans: Cadans is het aantal stappen per minuut. Het totale
aantal stappen wordt weergegeven (links en rechts samen).
Verticale oscillatie: Verticale oscillatie is de op-enneerbeweging tijdens het hardlopen. De verticale beweging
van uw bovenlichaam wordt in centimeters weergegeven.
Grondcontacttijd: Grondcontacttijd is de hoeveelheid tijd voor
iedere stap tijdens het hardlopen waarbij er contact is met de
grond. De tijd wordt gemeten in milliseconden.
OPMERKING: Grondcontacttijd en balans zijn niet
beschikbaar wanneer u wandelt.
Grondcontacttijd­balans: Grondcontacttijd-balans geeft de
links/rechts-balans van uw grondcontacttijd weer tijdens het
hardlopen. Deze balans wordt weergegeven als percentage.
Bijvoorbeeld 53,2 met een pijl naar links of naar rechts.
Staplengte: Staplengte is de afstand tussen de plekken waar u
uw ene voet en uw andere voet neerzet. Deze lengte wordt
gemeten in meters.
Verticale ratio: Verticale ratio is de verhouding tussen verticale
oscillatie en staplengte. Deze balans wordt weergegeven als
percentage. Een lagere ratio duidt meestal op een betere
hardloopconditie.
Trainen met hardloopdynamiek
Voordat u hardloopdynamiek kunt bekijken, moet u een
accessoire met hardloopdynamiek, bijvoorbeeld het HRM-Run
accessoire, omdoen en koppelen met uw toestel (ANT+ sensors
koppelen, pagina 27). Als bij uw fēnix Chronos het accessoire
is meegeleverd, zijn de toestellen al gekoppeld en is de fēnix
Chronos ingesteld om schermen met
hardloopdynamiekgegevens weer te geven.
1 Selecteer een optie:
• Als uw accessoire met hardloopdynamiek en het fēnix
Chronos toestel al zijn gekoppeld, kunt u verdergaan naar
stap 7.
• Als uw accessoire met hardloopdynamiek en het fēnix
Chronos toestel nog niet zijn gekoppeld, voert u alle
stappen in deze procedure uit.
Houd
MENU ingedrukt.
2
3 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
4 Selecteer een activiteit.
5 Selecteer de activiteitinstellingen.
6 Selecteer Gegevensschermen > Voeg nieuw toe.
7 Selecteer een scherm met hardloopdynamiekgegevens.
OPMERKING: De hardloopdynamiekschermen zijn niet
beschikbaar voor alle activiteiten.
8 Ga hardlopen (Een activiteit starten, pagina 2).
9 Selecteer UP of DOWN om uw gegevens te bekijken op een
hardloopdynamiekscherm.
Kleurenbalken en hardloopdynamiekgegevens
De hardloopdynamiekschermen tonen een kleurenbalk voor de primaire meetwaarde. U kunt de cadans, verticale oscillatie,
grondcontacttijd, grondcontacttijd-balans of verticale ratio weergeven als de primaire meetwaarde. De kleurenbalk zet uw
hardloopdynamiekgegevens af tegen de gegevens van andere hardlopers. De kleurenzones zijn gebaseerd op percentielen.
6
Hartslagmeetfuncties
Garmin heeft veel hardlopers op verschillende niveaus onderzocht. De gegevenswaarden in de rode of oranje zones kenmerken de
onervaren of langzamere hardlopers. De gegevenswaarden in de groene, blauwe of paarse zones kenmerken de meer ervaren of
snellere hardlopers. Ervaren hardlopers hebben over het algemeen een kortere grondcontacttijd, lagere verticale oscillatie, een
lagere verticale ratio en een hogere cadans dan minder ervaren hardlopers. Grotere hardlopers hebben echter meestal een iets
lagere cadans, langere passen en een iets hogere verticale oscillatie. Verticale ratio wordt berekend door uw verticale oscillatie te
delen door uw staplengte. Deze verhoudt zich niet tot uw lengte.
Ga naar www.garmin.com/runningdynamics voor meer informatie over hardloopdynamiek. Voor aanvullende inzichten en
interpretaties van hardloopdynamiekgegevens kunt u toonaangevende hardlooppublicaties en -websites raadplegen.
Kleurzone Percentiel in zone Cadansbereik Bereik grondcontacttijd
Paars
>95
>183 spm
<218 ms
Blauw
70–95
174-183 spm
218-248 ms
Groen 30-69
164-173 spm
249-277 ms
Oranje 5-29
153-163 spm
278-308 ms
Rood
<153 spm
>308 ms
<5
Gegevens over grondcontacttijd-balans
De grondcontacttijd-balans meet uw hardloopsymmetrie en wordt vermeld als een percentage van uw totale grondcontacttijd. 51,3%
met een naar links wijzende pijl geeft bijvoorbeeld aan dat de linkervoet van hardloper langer contact heeft met de grond. Als beide
aantallen op uw gegevensscherm worden weergegeven, bijvoorbeeld 48–52, verwijst 48% naar uw linkervoet en 52% naar uw
rechtervoet.
Kleurzone
Rood
Oranje
Groen
Oranje
Rood
Symmetrie
Slecht
Redelijk
Goed
Redelijk
Slecht
25%
40%
25%
5%
Percentage van andere hardlopers 5%
Grondcontacttijd­balans
>52,2% L 50,8-52,2% L 50,7% L–50,7% R 50,8-52,2% R >52,2% R
Tijdens het ontwikkelen en testen van de hardloopdynamiek vond het Garmin team bij bepaalde hardlopers een verband tussen
blessures en een hogere onbalans. Voor de meeste hardlopers wijkt de grondcontacttijd-balans verder af van 50–50 wanneer ze
heuvel op of heuvel af lopen. De meeste hardlooptrainers zijn het erover eens dat symmetrie bij het hardlopen gewenst is. De beste
hardlopers hebben vaak een snelle en evenwichtige stap.
U kunt de kleurenbalk of het gegevensveld bekijken tijdens het hardlopen of na afloop het overzicht in uw Garmin Connect account
bekijken. Net als de andere hardloopdynamiekgegevens is de grondcontacttijd-balans een kwantitatieve meetwaarde die u meer
informatie verschaft over uw hardloopconditie.
Verticale oscillatie en verticale ratio gegevens
Het gegevensbereik voor verticale oscillatie en dat voor verticale ratio verschillen enigszins, afhankelijk van de sensor en of deze is
geplaatst op uw borst (HRM-Tri™ of HRM-Run accessoires) of bij uw middel (Running Dynamics Pod accessoire).
Kleurzone Percentiel in zone Bereik verticale oscillatie
op borst
Bereik verticale oscillatie bij Verticale ratio op borst Verticale ratio bij middel
middel
Paars
>95
<6,4 cm
<6,8 cm
<6,1%
<6,5%
Blauw
70–95
6,4-8,1 cm
6,8-8,9 cm
6,1-7,4%
6,5-8,3%
Groen 30-69
8,2-9,7 cm
9,0-10,9 cm
7,5-8,6%
8,4-10,0%
Oranje 5-29
9,8-11,5 cm
11,0-13,0 cm
8,7-10,1%
10,1-11,9%
Rood
>11,5 cm
>13,0 cm
>10,1%
>11,9%
<5
Tips voor ontbrekende hardloopdynamiekgegevens
Als de hardloopdynamiekgegevens niet worden weergegeven,
kunt u deze tips proberen.
• Zorg ervoor dat u een accessoire voor hardloopdynamiek,
zoals het HRM-Run accessoire, hebt.
Accessoires met hardloopdynamiek herkent u aan voorop
de module.
• Koppel het accessoire voor hardloopdynamiek nogmaals met
uw fēnix Chronos toestel volgens de instructies.
• Als de hardloopdynamiekgegevens in nullen worden
weergegeven, controleer dan of het accessoire op de juiste
manier wordt gedragen.
OPMERKING: De grondcontacttijd en balans worden alleen
weergegeven tijdens het hardlopen. Deze worden niet
berekend als u wandelt.
Prestatiemetingen
Voor deze prestatiemetingen zijn enkele activiteiten met
polshartslagmeting of een compatibele hartslagmeter met
borstband vereist. De metingen zijn schattingen die u kunnen
Hartslagmeetfuncties
helpen om uw trainingsactiviteiten en hardloopprestaties te
volgen en te analyseren. Deze waarden worden geleverd en
ondersteund door Firstbeat. Ga voor meer informatie naar
www.garmin.com/physio.
OPMERKING: De schattingen lijken In eerste instantie mogelijk
onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
toestel uw prestaties leert begrijpen.
Trainingsstatus: Trainingsstatus geeft het effect van uw
training op uw fitness en prestaties aan. Uw trainingsstatus is
gebaseerd op wijzigingen in uw trainingsbelasting en VO2
max. gedurende langere tijd.
7
VO2 max.: VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in
milliliter) dat u kunt verbruiken per minuut, per kilo
lichaamsgewicht tijdens maximale inspanning.
Hersteltijd: Hersteltijd geeft aan hoeveel tijd u nodig hebt om
volledig te herstellen en te kunnen beginnen aan uw
volgende hardlooptraining.
Trainingsbelasting: Trainingsbelasting is het totaal van uw
extra zuurstofverbruik na een inspanning (Excess Postexercise Oxygen Consumption (EPOC)) in de afgelopen 7
dagen. EPOC is een schatting van de hoeveelheid energie
die uw lichaam nog heeft om te herstellen na een inspanning.
Voorspelde racetijden: Uw toestel gebruikt uw geschat VO2
max. en informatie uit publicaties om uw racetijden te
voorspellen op basis van uw huidige conditie. Deze
voorspelling gaat er ook van uit dat u de juiste training voor
de race hebt voltooid.
HSV stresstest: De HSV stresstest (hartslagvariaties) vereist
een Garmin hartslagmeter met borstband. Het toestel
registreert uw hartslagvariaties terwijl u 3 minuten stilstaat.
Het geeft uw algehele stressniveau aan. De schaal loopt van
1 tot 100 en een lagere score geeft een lager stressniveau
aan.
Prestatieconditie: Uw prestatieconditie is een real-time
conditiemeting die wordt vastgelegd na 6 tot 20 minuten van
activiteit. De meting kan worden toegevoegd als een
gegevensveld, zodat u uw prestatieconditie tijdens de rest
van uw activiteit kunt bekijken. Bij het meten van uw
prestatieconditie wordt uw real-time conditie vergeleken met
uw gemiddelde fitnessniveau.
FTP (Functional Threshold Power): Het toestel gebruikt uw
gebruikersprofiel uit de basisinstellingen om uw FTP te
schatten. Voor een nauwkeuriger schatting kunt u een FTPtest uitvoeren.
Lactaatdrempel: Lactaatdrempel vereist een hartslagmeter
rond de borst. Uw lactaatdrempel is het punt waarop uw
spieren snel vermoeid beginnen te raken. Uw toestel meet
uw lactaatdrempelniveau op basis van hartslaggegevens en
tempo.
Prestatiemeldingen uitschakelen
Prestatiemeldingen zijn standaard ingeschakeld. Sommige
prestatiemeldingen zijn berichten die worden weergegeven na
voltooiing van uw activiteit. Sommige prestatiemeldingen
worden weergegeven tijdens een activiteit of wanneer u een
nieuwe prestatiemeting hebt bereikt, zoals een nieuwe VO2
max. drempel.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Fysiologische meetwaarden >
Prestatiemeldingen.
3 Selecteer een optie.
Automatisch prestatiemetingen detecteren
De functie Automatische detectie is standaard ingeschakeld. Het
toestel kan uw maximumhartslag, lactaatdrempel en Functional
Threshold Power (FTP) automatisch detecteren tijdens een
activiteit.
OPMERKING: Het toestel detecteert alleen een
maximumhartslag als uw hartslag hoger is dan de in uw
gebruikersprofiel ingestelde waarde.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Fysiologische meetwaarden >
Automatische detectie.
3 Selecteer een optie.
langere tijd. Met behulp van uw trainingsstatus kunt u
toekomstige trainingen plannen en uw fitnessniveau blijven
verbeteren.
Piek: Pieken betekent dat uw wedstrijdconditie optimaal is. Door
de onlangs verlaagde trainingsbelasting kan uw lichaam zich
herstellen en eerdere trainingen volledig verwerken. U moet
vooruit plannen, want u kunt deze piekstatus maar kort
handhaven.
Productief: Met de huidige trainingsbelasting gaan uw
fitnessniveau en prestaties de goede kant op. U moet
herstelperioden inlassen in uw training om uw fitnessniveau
te handhaven.
Aanhouden: Uw huidige trainingsniveau is voldoende om uw
fitnessniveau te handhaven. Als u verbetering wilt zien, moet
u proberen meer variatie aan te brengen in uw workouts of
uw trainingsvolume te verhogen.
Herstel: Door de lichtere trainingsbelasting kan uw lichaam zich
herstellen, wat essentieel is tijdens lange perioden waarin u
hard traint. U kunt de trainingsbelasting weer verhogen
wanneer u voelt dat u er klaar voor bent.
Niet productief: Uw trainingsbelasting is in orde, maar uw
fitnessniveau daalt. Mogelijk lukt het uw lichaam niet om te
herstellen. Daarom is het aan te raden uw algemene
gezondheid (stress, voeding en rust) in de gaten te houden.
Onttrainen: Er is sprake van onttraining wanneer u gedurende
een week of langer veel minder traint dan gebruikelijk en dit
invloed heeft op uw fitnessniveau. U kunt proberen uw
trainingsbelasting te verhogen om de situatie te verbeteren.
Te intensief: Uw trainingsbelasting is zeer hoog en werkt
averechts. Uw lichaam heeft rust nodig. Gun uzelf de tijd om
te herstellen door lichtere trainingen toe te voegen aan uw
schema.
Geen status: Het toestel heeft een of twee weken aan
trainingshistorie nodig, inclusief activiteiten met VO2 max.
resultaten van hardlopen of fietsen, om uw trainingsstatus te
bepalen.
Tips voor het verkrijgen van uw trainingsstatus
Volg deze tips om de functies Trainingsstatus optimaal te
benutten.
• Ga ten minste twee keer per week buiten hardlopen met
hartslagmeter of fiets ten minste twee keer per week met
hartslag- en vermogensmeter.
Als u het toestel een week lang hebt gebruikt, moet u kunnen
beschikken over uw trainingsstatus.
• Registreer al uw fitnessactiviteiten op dit toestel, zodat het
prestatiegegevens kan verzamelen.
Over VO2 max. indicaties
VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in milliliter) dat u
kunt verbruiken per minuut, per kilo lichaamsgewicht tijdens
maximale inspanning. In eenvoudige bewoordingen: VO2 max.
is een indicatie van atletische prestaties, die meegroeit met uw
fitnessniveau. Het fēnix Chronos toestel vereist hartslagmeting
aan de pols of een compatibele hartslagmeter met borstband
om uw VO2 max. indicatie te kunnen weergeven. Het toestel
biedt afzonderlijke VO2 max. indicaties voor hardlopen en
fietsen. Voor een nauwkeurige schatting van uw VO2 max. moet
u een paar minuten buiten gaan hardlopen met GPS of fietsen
met een compatibele vermogensmeter bij een gemiddeld
inspanningsniveau.
Uw geschat VO2 max. wordt als getal en positie weergegeven
op de kleurenbalk.
Trainingsstatus
Trainingsstatus geeft het effect van uw training op uw
fitnessniveau en prestaties aan. Uw trainingsstatus is gebaseerd
op wijzigingen in uw trainingsbelasting en VO2 max. gedurende
8
Hartslagmeetfuncties
onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
toestel uw prestaties leert begrijpen.
De hersteltijd verschijnt direct na afloop van een activiteit. De tijd
loopt af naar het optimale moment voor een nieuwe intensieve
workout.
Paars
Voortreffelijk
Blauw
Uitstekend
Groen
Goed
Oranje
Redelijk
Rood
Slecht
Gegevens over en analyse van VO2 max. worden geleverd met
toestemming van The Cooper Institute . Raadpleeg de appendix
(Standaardwaarden VO2 Max., pagina 34), en ga naar
www.CooperInstitute.org voor meer informatie.
®
Uw geschat VO2 max. voor hardlopen weergeven
Voor deze functies is hartslagmeting aan de pols of een
compatibele hartslagmeter met borstband vereist. Als u een
hartslagmeter met borstband gebruikt, moet u deze omdoen en
koppelen met uw toestel (ANT+ sensors koppelen, pagina 27).
Als bij uw fēnix Chronos een hartslagmeter is meegeleverd, zijn
de toestellen al gekoppeld.
Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen,
pagina 11) en maximale hartslag in (Uw hartslagzones
instellen, pagina 12) voor de meest nauwkeurige schattingen.
In eerste instantie lijken de schattingen mogelijk onnauwkeurig.
U moet het toestel een aantal keer gebruiken zodat het uw
hardloopprestaties leert begrijpen.
1 Ga ten minste 10 minuten buiten hardlopen.
2 Selecteer na het hardlopen Sla op.
3 Selecteer UP of DOWN om de prestatiewidget weer te
geven.
4 Selecteer START om door de prestatiemetingen te bladeren.
Geschat VO2 max. voor fietsen weergeven
Voor deze functies zijn een vermogensmeter en hartslagmeting
aan de pols of een compatibele hartslagmeter met borstband
vereist. De vermogensmeter moet zijn gekoppeld met uw fēnix
Chronos toestel (ANT+ sensors koppelen, pagina 27). Als u
een hartslagmeter met borstband gebruikt, moet u deze omdoen
en koppelen met uw toestel. Als bij uw fēnix Chronos een
hartslagmeter is meegeleverd, zijn de toestellen al gekoppeld.
Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen,
pagina 11) en maximale hartslag (Uw hartslagzones instellen,
pagina 12) in voor de meest nauwkeurige schattingen. In
eerste instantie lijken de schattingen mogelijk onnauwkeurig. U
moet het toestel een paar keer gebruiken zodat het uw
fietsprestaties leert begrijpen.
1 Fiets ten minste 20 minuten met constante, hoge inspanning.
2 Selecteer Sla op nadat u uw fietssessie hebt voltooid.
3 Selecteer UP of DOWN om de prestatiewidget weer te
geven.
4 Selecteer START om door de prestatiemetingen te bladeren.
Hersteltijd
U kunt uw Garmin toestel gebruiken met hartslagmeting aan de
pols of met een compatibele hartslagmeter met borstband om
de tijd weer te geven die resteert voordat u volledig bent
hersteld en klaar bent voor uw volgende intensieve workout.
OPMERKING: De aanbevolen hersteltijd is gebaseerd op uw
geschatte VO2 max. en lijkt aanvankelijk misschien
Hartslagmeetfuncties
Uw hersteltijd weergeven
Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen,
pagina 11) en maximale hartslag in (Uw hartslagzones
instellen, pagina 12) voor de meest nauwkeurige schattingen.
1 Ga hardlopen.
2 Selecteer na het hardlopen Sla op.
De hersteltijd wordt weergegeven. De maximale tijd is 4
dagen.
OPMERKING: Selecteer UP of DOWN op de watch face om
de prestatiewidget te weergeven en selecteer START om
door de prestatiemetingen te bladeren en uw hersteltijd te
bekijken.
Herstelhartslag
Als u traint met een hartslagmeter aan de pols of een
compatibele hartslagmeter met borstband, kunt u uw
herstelhartslag controleren na elke activiteit. Uw herstelhartslag
is het verschil tussen uw hartslag tijdens de training en uw
hartslag twee minuten na het einde van de training. Voorbeeld:
Na een normale training stopt u de timer. Uw hartslag is
140 bpm. Na twee minuten rust of coolingdown is uw hartslag
90 bpm. Uw herstelhartslag is dan 50 bpm (140 min 90).
Onderzoek heeft uitgewezen dat er een verband is tussen
herstelhartslag en hartconditie. In het algemeen geldt dat hoe
hoger de herstelhartslagwaarde is, hoe gezonder het hart.
TIP: De beste resultaten worden verkregen wanneer u
gedurende twee minuten stopt met bewegen, terwijl het toestel
uw herstelhartslagwaarde berekent. Nadat deze waarde wordt
weergegeven, kunt u de activiteitgegevens opslaan of
verwijderen.
Trainingsbelasting
Trainingsbelasting is een meting van uw trainingsvolume
gedurende de afgelopen zeven dagen. Dit is het totaal van uw
EPOC-metingen van de afgelopen zegen dagen. De meter geeft
aan of uw huidige belasting laag, hoog of binnen het optimale
bereik ligt om uw conditie te behouden of verbeteren. Het
optimale bereik wordt gebaseerd op uw individuele conditie en
trainingsgeschiedenis. Het bereik past zich aan naarmate uw
trainingstijd en intensiteit toeneemt of afneemt.
Voorspelde racetijden weergeven
Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen,
pagina 11) en maximale hartslag in (Uw hartslagzones
instellen, pagina 12) voor de meest nauwkeurige schattingen.
Uw toestel gebruikt uw geschat VO2 max. (Over VO2 max.
indicaties, pagina 8) en informatie uit publicaties om uw
racetijden te voorspellen op basis van uw huidige conditie. Deze
voorspelling gaat er ook van uit dat u de juiste training voor de
race hebt voltooid.
OPMERKING: In eerste instantie lijken de voorspellingen
mogelijk onnauwkeurig. U moet het toestel een aantal keer
gebruiken zodat het uw hardloopprestaties leert begrijpen.
1 Selecteer UP of DOWN om de prestatiewidget weer te
geven.
2 Selecteer START om door de prestatiemetingen te bladeren.
U ontvangt voorspelde racetijden voor 5 km, 10 km, halve
marathon en marathon.
Training Effect
Training Effect meet de gevolgen van een activiteit op uw
aerobe en anaerobe conditie. Training Effect neemt tijdens de
activiteit toe. Naarmate de activiteit vordert, neemt de waarde
voor Training Effect toe, zodat u kunt zien hoe de activiteit uw
9
conditie heeft verbeterd. Training Effect wordt berekend op
basis van de gegevens in uw gebruikersprofiel, uw hartslag en
de duur en intensiteit van de activiteit.
Aeroob Training Effect maakt gebruik van uw hartslag om de
samengestelde intensiteit van de training op uw aerobe conditie
te meten en geeft aan of de workout uw fitnessniveau behoudt
of verbetert. De EPOC die u verkrijgt tijdens het oefenen wordt
meegenomen in meerdere waarden waar uw conditie en
trainingsgewoonten uit bestaan. Regelmatige workouts met
gemiddelde inspanning of workouts met langere intervals (> 180
seconden) hebben een positieve impact op uw aeroob
metabolisme en zorgen daardoor voor een verbeterd aeroob
Training Effect.
Anaeroob Training Effect gebruikt de hartslag en snelheid (of
vermogen) om te bepalen hoe de workout uw mogelijkheid om
te presteren op zeer hoge intensiteit beïnvloed. U krijgt een
waarde gebaseerd op de anaerobe bijdrage aan EPOC en het
soort activiteit. Herhaaldelijke intervallen met hoge intensiteit
van 10 tot 120 seconden hebben een zeer voordelige impact op
uw anaeroob vermogen en zorgen daardoor voor een verbeterd
anaeroob Training Effect.
Het is belangrijk om te weten dat uw Training Effect waarden
(0,0 tot 5,0) tijdens de eerste activiteiten ongewoon hoog
kunnen lijken. Er zijn meerdere activiteiten nodig voordat het
toestel uw aerobe en anaerobe conditie kan vaststellen.
U kunt Training Effect als een gegevensveld toevoegen aan een
van uw trainingsschermen om uw gegevens tijdens de activiteit
in de gaten te houden.
Kleurzone
Training Effect
Aeroob
voordeel
Anaeroob
voordeel
Tussen 0,0 en
0,9
Geen voordeel.
Geen voordeel.
Tussen 1,0 en
1,9
Licht voordeel.
Licht voordeel.
Tussen 2,0 en
2,9
Handhaaft uw
Handhaaft uw
aerobe conditie. anaerobe
conditie.
Tussen 3,0 en
3,9
Verbetert uw
Verbetert uw
aerobe conditie. anaerobe
conditie.
Tussen 4,0 en
4,9
Verbetert uw
aerobe conditie
zeer sterk.
Verbetert uw
anaerobe
conditie zeer
sterk.
5,0
Te veel en
mogelijk
schadelijk
zonder genoeg
hersteltijd.
Te veel en
mogelijk
schadelijk
zonder genoeg
hersteltijd.
Training Effect technologie wordt geleverd en ondersteund door
Firstbeat Technologies Ltd. Ga voor meer informatie naar
www.firstbeattechnologies.com.
Hartslagvariaties en stressniveau
Het stressniveau is het resultaat van een test van drie minuten
die wordt uitgevoerd als u stilstaat en waarbij het fēnix Chronos
toestel de hartslagvariaties analyseert om uw algemene
stressniveau te bepalen. Training, slaap, voeding en algemene
stress beïnvloeden allemaal de prestaties van een hardloper.
Het stressniveau wordt aangegeven op een schaal van 1 tot
100, waarbij 1 staat voor bijzonder weinig stress en 100 voor
bijzonder veel stress. Als u uw stressniveau weet, kunt u beter
beslissen of uw lichaam klaar is voor een zware hardlooptraining
of yogasessie.
Hartslagvariaties en stressniveau weergeven
Voor deze functie is een Garmin hartslagmeter met borstband
vereist. Voordat u het stressniveau op basis van uw
hartslagvariaties (HSV) kunt weergeven, moet u een
hartslagmeter omdoen en deze koppelen met uw toestel (ANT+
10
sensors koppelen, pagina 27). Als bij uw fēnix Chronos een
hartslagmeter is meegeleverd, zijn de toestellen al gekoppeld.
TIP: Garmin raadt u aan uw stressniveau elke dag om ongeveer
dezelfde tijd en onder dezelfde omstandigheden te meten.
1 Selecteer zo nodig START > Voeg toe > HSV stress om de
stress-app aan uw lijst met apps toe te voegen.
2 Selecteer Ja om de app aan uw lijst met favorieten toe te
voegen.
3 Selecteer op de watch face START > HSV stress > START.
4 Sta stil en rust 3 minuten.
Prestatieconditie
Zodra u een activiteit, zoals hardlopen of fietsen, hebt voltooid,
analyseert de functie Prestatieconditie uw tempo, hartslag en uw
hartslagwisselingen om een real-time meting uit te voeren van
uw prestatieniveau in vergelijking met uw gemiddelde
fitnessniveau. Dit is ongeveer het percentage dat u in real-time
afwijkt van uw geschatte VO2 max. basiswaarde.
Prestatieconditiewaarden liggen tussen -20 en +20. Na de
eerste 6 tot 20 minuten van uw activiteit, wordt de score van uw
prestatieconditie op uw toestel weergegeven. Een score van +5
betekent bijvoorbeeld dat u fit en uitgerust bent en dat u de
activiteit moet kunnen doorstaan. U kunt de prestatieconditie als
een gegevensveld toevoegen aan een van uw
trainingsschermen om uw prestaties tijdens de activiteit in de
gaten te houden. De prestatieconditie kan ook een indicator van
het vermoeidheidsniveau zijn, vooral aan het einde van een
lange hardloopsessies of fietsritten.
OPMERKING: Het toestel vereist een aantal hardloopsessies of
fietsritten met een hartslagmeter om een nauwkeurig geschat
VO2 max. te verkrijgen en informatie te verzamelen over uw
hardloop- of fietsprestaties (Over VO2 max. indicaties,
pagina 8).
Uw prestatieconditie weergeven
Voor deze functies is hartslagmeting aan de pols of een
compatibele hartslagmeter met borstband vereist.
1 Voeg Prestatiecondit. toe aan een gegevensscherm
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 22).
2 Ga een stuk hardlopen of fietsen.
Na 6 tot 20 minuten wordt uw prestatieconditie weergegeven.
3 Blader naar het gegevensscherm om uw prestatieconditie
tijdens de volledige hardloopsessie of fietsrit te bekijken.
Lactaatdrempel
De lactaatdrempel is de trainingsintensiteit waarbij lactaat
(melkzuur) zich begint op te hopen in de bloedbaan. Voor
hardlopen is de lactaatdrempel een indicatie voor het
inspannings- of temponiveau. Wanneer een hardloper deze
drempel overschrijdt, begint de vermoeidheid sneller toe te
nemen. Bij ervaren hardlopers ligt deze drempel op ongeveer
90% van de maximale hartslag en op het tempo tussen een race
van 10 kilometer en een halve marathon. Bij minder ervaren
hardlopers ligt de lactaatdrempel vaak ver onder 90% van de
maximale hartslag. Kennis van uw lactaatdrempel kan u helpen
te bepalen hoe hard u moet trainen of wanneer u tijdens een
wedstrijd een beetje extra moet geven.
Als u de waarde voor uw lactaatdrempelhartslag al kent, kunt u
deze invoeren in uw gebruikersprofielinstellingen (Uw
hartslagzones instellen, pagina 12).
Een begeleide test uitvoeren om uw lactaatdrempel te
bepalen
Voor deze functie is een Garmin hartslagmeter met borstband
vereist. Voordat u de begeleide test kunt uitvoeren, moet u een
hartslagmeter omdoen en deze koppelen met uw toestel (ANT+
sensors koppelen, pagina 27). U dient ook over een geschat
VO2 max. van een eerdere hardloopsessie te beschikken (Over
VO2 max. indicaties, pagina 8).
Hartslagmeetfuncties
Het toestel gebruikt informatie van uw gebruikersprofiel uit de
basisinstellingen en uw geschat VO2 max. om uw
lactaatdrempel te schatten. Het toestel detecteert uw
lactaatdrempel automatisch tijdens hardlopen bij een constante,
hoge intensiteit met hartslagmeter.
TIP: Dit toestel vereist een aantal hardloopsessies met een
hartslagmeter met borstband om een nauwkeurige waarde voor
maximale hartslag en een nauwkeurig geschat VO2 max. te
verkrijgen. Als u geen schatting van uw lactaatdrempel kunt
krijgen, probeer dan uw maximale hartslagwaarde handmatig te
verlagen.
1 Selecteer op de wijzerplaat START.
2 Selecteer een hardloopactiviteit voor buiten.
U hebt GPS nodig om de test uit te voeren.
3 Houd MENU ingedrukt.
4 Selecteer Training > Lactaatdrempel­test.
5 Start de timer en volg de instructies op het scherm.
Zodra u aan de hardloopsessie begint, geeft het toestel de
duur van elke stap, het doel en de huidige hartslaggegevens
weer. Als de test is voltooid, wordt een bericht weergegeven.
6 Na de begeleide test stopt u de timer en slaat u de activiteit
op.
Als dit uw eerste lactaatdrempelschatting is, vraagt het
toestel u om uw hartslagzones bij te werken op basis van uw
lactaatdrempelhartslag. Bij elke volgende
lactaatdrempelschatting vraagt het toestel u om de schatting
te accepteren of te weigeren.
OPMERKING: De FTP-test is een veeleisende workout van
ongeveer 30 minuten. Kies een praktische en doorgaans vlakke
fietsroute waarop u snelheid geleidelijk kunt opvoeren, zoals in
een tijdrit.
1 Selecteer op de wijzerplaat START.
2 Selecteer een fietsactiviteit.
3 Houd MENU ingedrukt.
4 Selecteer Training > FTP­test.
5 Volg de instructies op het scherm.
Zodra u aan de rit begint, geeft het toestel de duur van elke
stap, het doel en de huidige vermogensgegevens weer. Als
de test is voltooid, wordt een bericht weergegeven.
Na
de begeleide test doorloopt u de cooldown, stopt u de
6
timer en slaat u de activiteit op.
Uw FTP-waarde wordt weergegeven als een waarde
gemeten in watt per kilogram, uw geleverde vermogen in watt
en een positie op de kleurenbalk.
Selecteer
een optie:
7
• Selecteer Accepteer om de nieuwe FTP-waarde op te
slaan.
• Selecteer Weiger om uw huidige FTP-waarde te
behouden.
Uw FTP­waarde schatten
U kunt uw persoonlijke gegevens instellen, zoals geslacht,
geboortejaar, lengte, gewicht, hartslagzone en vermogenszone.
Het toestel gebruikt deze informatie om nauwkeurige
trainingsgegevens te berekenen.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Gebruikersprofiel.
3 Selecteer een optie.
Voordat u een schatting kunt krijgen van uw Functional
Threshold Power (FTP), moet u een hartslagmeter om de borst
en een vermogensmeter met uw toestel koppelen (ANT+
sensors koppelen, pagina 27) en moet u uw geschat VO2
max. verkrijgen (Geschat VO2 max. voor fietsen weergeven,
pagina 9).
Het toestel gebruikt informatie van uw gebruikersprofiel uit de
basisinstellingen en uw geschat VO2 max. om uw FTP te
schatten. Het toestel detecteert uw FTP automatisch tijdens
fietsen bij een constante, hoge intensiteit met hartslag- en
vermogensmeter.
1 Selecteer UP of DOWN om de prestatiewidget weer te
geven.
2 Selecteer START om door de prestatiemetingen te bladeren.
Uw geschatte FTP-waarde wordt weergegeven als een
waarde gemeten in watt per kilogram, uw geleverde
vermogen in watt en een positie op de kleurenbalk.
Paars
Voortreffelijk
Blauw
Uitstekend
Groen
Goed
Oranje
Redelijk
Rood
Ongetraind
Raadpleeg de appendix (FTP-waarden, pagina 34) voor
meer informatie.
OPMERKING: Als een prestatiemelding een nieuwe FTP
meldt, kunt u Accepteer selecteren om de nieuwe FTP op te
slaan of Weiger om uw huidige FTP te behouden
(Prestatiemeldingen uitschakelen, pagina 8).
Een FTP-test uitvoeren
Voordat u een test kunt doen om uw Functional Threshold
Power (FTP) te bepalen, moet u een hartslagmeter om de borst
en een vermogensmeter met uw toestel koppelen (ANT+
sensors koppelen, pagina 27) en moet u uw geschat VO2
max. verkrijgen (Geschat VO2 max. voor fietsen weergeven,
pagina 9).
Training
Training
Uw gebruikersprofiel instellen
Fitnessdoelstellingen
Als u uw hartslagzones kent, kunt u uw conditie meten en
verbeteren door de onderstaande principes te begrijpen en toe
te passen.
• Uw hartslag is een goede maatstaf voor de intensiteit van uw
training.
• Training in bepaalde hartslagzones kan u helpen uw
cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren.
• Als u uw hartslagzones kent, kunt u het risico op blessures
verlagen en voorkomen dat u te zwaar traint.
Als u uw maximale hartslag kent, kunt u de tabel (Berekeningen
van hartslagzones, pagina 12) gebruiken om de beste
hartslagzone te bepalen voor uw fitheidsdoeleinden.
Als u uw maximale hartslag niet kent, gebruik dan een van de
rekenmachines die beschikbaar zijn op internet. Bij sommige
sportscholen en gezondheidscentra kunt u een test doen om de
maximale hartslag te meten. De standaard maximale hartslag is
220 min uw leeftijd.
Hartslagzones
Vele atleten gebruiken hartslagzones om hun cardiovasculaire
kracht te meten en te verbeteren en om hun fitheid te
verbeteren. Een hartslagzone is een bepaald bereik aan
hartslagen per minuut. De vijf algemeen geaccepteerde
hartslagzones zijn genummerd van 1 tot 5 op basis van
oplopende intensiteit. Over het algemeen worden hartslagzones
berekend op basis van de percentages van uw maximale
hartslag.
11
Uw hartslagzones instellen
Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
om uw standaard hartslagzones te bepalen. U kunt afzonderlijke
hartslagzones voor verschillende sportprofielen instellen, zoals
hardlopen, fietsen en zwemmen. Stel uw maximale hartslag in
voor de meest nauwkeurige caloriegegevens tijdens uw
activiteit. U kunt ook iedere hartslagzone en uw hartslag in rust
handmatig opgeven. U kunt uw zones handmatig aanpassen op
het toestel of via uw Garmin Connect account.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Gebruikersprofiel > Hartslag.
3 Selecteer Max. HS en voer uw maximale hartslag in.
U kunt de functie Automatische detectie gebruiken om uw
maximumhartslag tijdens een activiteit automatisch op te
nemen (Automatisch prestatiemetingen detecteren,
pagina 8).
4 Selecteer LDHS > Voer handmatig in en voer uw
lactaatdrempelhartslag in.
U kunt een begeleide test uitvoeren om uw lactaatdrempel in
te schatten (Lactaatdrempel, pagina 10). U kunt de functie
Automatische detectie gebruiken om uw lactaatdrempel
tijdens een activiteit automatisch op te nemen (Automatisch
prestatiemetingen detecteren, pagina 8).
5 Selecteer Rust HS en geef uw hartslag in rust op.
U kunt de gemiddelde hartslag in rust op basis van uw
gebruikersprofiel gebruiken, of u kunt een aangepaste
hartslag in rust instellen.
6 Selecteer Zones > Op basis van.
7 Selecteer een optie:
• Selecteer BPM om de zones in aantal hartslagen per
minuut weer te geven en te wijzigen.
• Selecteer % Max. HS om de zones als een percentage
van uw maximale hartslag weer te geven en te wijzigen.
• Selecteer %HSR om de zones als een percentage van uw
hartslagreserve weer te geven en te wijzigen (maximale
hartslag min hartslag in rust).
• Selecteer %LDHS om de zones als een percentage van
uw lactaatdrempelhartslag weer te geven en te wijzigen.
8 Selecteer een zone en voer een waarde in voor elke zone.
9 Selecteer Voeg sporthartslag toe en selecteer een
sportprofiel om een afzonderlijke hartslagzone in te stellen
(optioneel).
10 Herhaal stap 3 tot en met 8 om sporthartslagzones toe te
voegen (optioneel).
Uw hartslagzones laten instellen door het toestel
Met de standaardinstellingen kan het toestel uw maximale
hartslag detecteren en uw hartslagzones instellen als een
percentage van uw maximale hartslag.
• Controleer of uw gebruikersprofielinstellingen correct zijn (Uw
gebruikersprofiel instellen, pagina 11).
• Ga vaak hardlopen met de hartslagmeter rond de borst of
pols.
• Probeer een aantal van de hartslagtrainingsplannen die
beschikbaar zijn in uw Garmin Connect account.
• Bekijk uw hartslagtrends en -tijden in zones via uw Garmin
Connect account.
Berekeningen van hartslagzones
Zone % van
maximale
hartslag
Waargenomen
inspanning
Voordelen
1
50–60%
Ontspannen,
comfortabel tempo,
regelmatige ademhaling
Aerobische training
voor beginners,
verlaagt het stressniveau
2
60–70%
Comfortabel tempo, iets
diepere ademhaling,
gesprek voeren is
mogelijk
Standaardcardiovasculaire training; korte
herstelperiode
3
70–80%
Gematigd tempo,
gesprek voeren iets
lastiger
Verbeterde aerobische
capaciteit, optimale
cardiovasculaire
training
4
80–90%
Hoog tempo en
Verbeterde anaerobienigszins oncomfortabel; sche capaciteit en
zware ademhaling
drempel, hogere
snelheid
5
90–100%
Sprinttempo, kan niet
lang worden
volgehouden;
ademhaling zwaar
Anaerobisch en
musculair uithoudingsvermogen; meer
kracht
Over ervaren sporters
Een ervaren sporter is een persoon die een groot aantal jaren
intensief heeft getraind (met uitzondering van lichte blessures)
en die een hartslag in rust van 60 slagen per minuut of minder
heeft.
Uw vermogenszones instellen
De waarden voor de zones zijn standaardwaarden op basis van
geslacht, gewicht en gemiddelde vaardigheid en komen mogelijk
niet overeen met uw persoonlijke vaardigheden. Als u weet wat
uw FTP-waarde (Functional Threshold Power) is, kunt u deze
opgeven zodat de software automatisch uw vermogenszones
kan berekenen. U kunt uw zones handmatig aanpassen op het
toestel of via uw Garmin Connect account.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Gebruikersprofiel >
Vermogenszones > Op basis van.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Watt om de zones in watt weer te geven en te
wijzigen.
• Selecteer % FTP om de zones als een percentage van uw
functionele drempelvermogen weer te geven en te
wijzigen.
4 Selecteer FTP en voer uw FTP-waarde in.
5 Selecteer een zone en voer een waarde in voor elke zone.
6 Selecteer zo nodig Minimum en voer een minimale
vermogenswaarde in.
Activiteiten volgen
De functie voor het volgen van activiteiten houdt uw dagelijkse
stappentelling, afgelegde afstand, minuten intensieve training,
opgelopen trappen, verbrande calorieën en slaapstatistieken bij
voor elke vastgelegde dag. Uw verbrande calorieën omvatten
uw gewone stofwisseling plus door activiteiten verbrande
calorieën.
Het aantal stappen dat u gedurende de dag hebt gezet, wordt
weergegeven in de stappenwidget. Het aantal stappen wordt
regelmatig bijgewerkt.
Automatisch doel
Uw toestel maakt automatisch een dagelijks stapdoel dat is
gebaseerd op uw voorgaande activiteitenniveaus. Wanneer u
tijdens de dag beweegt, toont het toestel hoe u het aantal
stappen van uw stapdoel nadert À.
12
Training
Als u de functie Automatisch doel niet wilt gebruiken, kunt u een
persoonlijk stapdoel instellen via uw Garmin Connect account.
De bewegingswaarschuwing gebruiken
Langdurig zitten kan leiden tot ongewenste veranderingen in uw
metabolisme. De bewegingswaarschuwingen sporen u aan om
te blijven bewegen. Na een uur inactiviteit worden Beweeg! en
de rode balk weergegeven. Vervolgens verschijnen extra
segmenten in de balk na elke volgende 15 minuten inactiviteit.
Het toestel laat ook een pieptoon horen of trilt als
geluidssignalen zijn ingeschakeld (Systeeminstellingen,
pagina 26).
Maak een korte wandeling (minimaal enkele minuten) om de
waarschuwing te verwijderen.
Slaap bijhouden
Het toestel registreert de bewegingen die u maakt in uw slaap.
Slaapstatistieken omvatten het totale aantal uren slaap,
slaapniveaus en perioden van beweging tijdens de slaap. U kunt
uw normale slaaptijden instellen in de gebruikersinstellingen van
uw Garmin Connect account. U kunt uw slaapstatistieken inzien
via uw Garmin Connect account.
Uw slaap automatisch bijhouden
1 Draag het toestel terwijl u slaapt.
2 Upload uw slaapgegevens naar de Garmin Connect site
(Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin Connect
Mobile, pagina 19).
U kunt uw slaapstatistieken inzien via uw Garmin Connect
account.
De modus Niet storen gebruiken
U kunt de modus Niet storen gebruiken om de
schermverlichting, geluidssignalen en trilsignalen uit te
schakelen. U kunt deze modus bijvoorbeeld gebruiken als u
slaapt of naar een film kijkt.
OPMERKING: U kunt uw normale slaaptijden instellen in de
gebruikersinstellingen van uw Garmin Connect account. U kunt
de optie Slaaptijd inschakelen in de systeeminstellingen om de
modus Niet storen automatisch te activeren tijdens uw normale
slaaptijden (Systeeminstellingen, pagina 26).
1 Houd LIGHT ingedrukt.
2 Selecteer .
Minuten intensieve training
Om uw gezondheid te verbeteren, adviseren organisaties als de
U.S. Centers for Disease Control and Prevention, de American
Heart Association en de World Health Organization, ten minste
150 minuten activiteit per week met gemiddelde inspanning,
zoals wandelen met verende tred, of 75 minuten activiteit per
week met intensieve inspanning, zoals hardlopen.
Het toestel registreert de intensiviteit van uw activiteit en de tijd
die u besteedt aan activiteiten van gemiddelde tot hoge
intensiviteit (hartslaggegevens zijn vereist om hoge intensiviteit
te kwantificeren). Om het aantal minuten dat u per week wilt
besteden aan een intensieve activiteit te behalen, moet u
deelnemen aan ten minste 10 opeenvolgende activiteiten van
gemiddelde tot hoge intensiviteit. Het toestel telt het aantal
minuten gemiddelde intensiviteit op bij het aantal minuten hoge
intensiviteit. Na optelling is het totale aantal minuten hoge
intensiviteit verdubbeld.
®
Training
Minuten intensieve training opbouwen
Uw fēnix Chronos toestel berekent het aantal minuten intensieve
training door uw hartslaggegevens te vergelijken met uw
gemiddelde hartslag in rust. Als de hartslag is uitgeschakeld,
berekent het toestel het aantal minuten gemiddelde inspanning
door het aantal stappen per minuut te analyseren.
• Begin een activiteit met tijdmeting voor de meest
nauwkeurige berekening van het aantal minuten intensieve
training.
• Sport minimaal 10 minuten bij een gemiddeld of inspannend
intensiteitsniveau.
• Draag uw toestel dag en nacht om uw hartslag in rust zo
nauwkeurig mogelijk te meten.
Garmin Move IQ™ gebeurtenissen
De functie Move IQ detecteert automatisch activiteitspatronen
van minimaal 10 minuten, zoals wandelen, hardlopen, fietsen,
zwemmen en cross-trainen. U kunt het type en de duur van de
gebeurtenis weergeven op uw Garmin Connect tijdlijn, maar
deze worden niet weergegeven in uw lijst met activiteiten,
snapshots of nieuwsfeed. U kunt een activiteit met tijdmeting
vastleggen op uw toestel als u meer details en nauwkeurigheid
wenst.
Instellingen voor activiteiten volgen
Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen > Activiteiten
tracken.
Status: Hiermee wordt de functie voor het volgen van
activiteiten uitgeschakeld.
Bewegingsmelding: Geeft een bericht en de bewegingsbalk
weer op de digitale watch face en het stappenscherm. Het
toestel laat ook een pieptoon horen of trilt als geluidssignalen
zijn ingeschakeld (Systeeminstellingen, pagina 26).
Doelwaarschuwingen: Hiermee kunt u doelwaarschuwingen inen uitschakelen. Doelwaarschuwingen worden weergegeven
voor uw dagelijkse stappendoel, het doel voor het dagelijkse
aantal opgelopen trappen en het doel voor het wekelijkse
aantal minuten intensieve training.
Move IQ: Hiermee kunt u Move IQ gebeurtenissen in- en
uitschakelen.
Activiteiten volgen uitschakelen
Als u het volgen van activiteiten uitschakelt, worden het aantal
stappen, het aantal opgelopen trappen, het aantal minuten
intensieve training, uw slaaptijd en Move IQ gebeurtenissen niet
vastgelegd.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten tracken > Status >
Uit.
Workouts
U kunt aangepaste workouts maken met doelen voor elke
workoutstap en voor verschillende afstanden, tijden en
calorieën. U kunt workouts maken met Garmin Connect of een
trainingsplan selecteren met ingebouwde workouts van Garmin
Connect en deze overzetten naar uw toestel.
U kunt workouts plannen met behulp van Garmin Connect. U
kunt workouts van tevoren plannen en ze opslaan in het toestel.
Een workout via internet volgen
Voordat u een workout kunt downloaden van Garmin Connect,
moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
Connect, pagina 19).
1 Verbind het toestel met uw computer.
2 Ga naar www.garminconnect.com.
3 Maak een workout en sla deze op.
4 Selecteer Verzend naar toestel en volg de instructies op het
scherm.
13
5 Koppel het toestel los.
Een workout beginnen
11 Selecteer BACK.
12 Selecteer een of meer opties:
Voordat u een workout kunt beginnen, moet u een workout
downloaden van uw Garmin Connect account.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd MENU ingedrukt.
4 Selecteer Training > Mijn workouts.
5 Selecteer een workout.
6 Selecteer Start workout.
7 Selecteer START om de timer te starten.
Nadat een workout is gestart, geeft het toestel de verschillende
onderdelen van de workout, stapnotities (optioneel), het doel
(optioneel) en de huidige workoutgegevens weer.
Een intervalworkout starten
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd MENU ingedrukt.
4 Selecteer Training > Intervallen > Start workout.
5 Selecteer START om de timer te starten.
6 Als uw intervalworkout een warming-up heeft, selecteert u
De trainingsagenda
De trainingsagenda op uw toestel is een uitbreiding van de
trainingsagenda of het trainingsschema dat u hebt ingesteld in
Garmin Connect. Nadat u workouts hebt toegevoegd aan de
Garmin Connect agenda kunt u ze naar uw toestel verzenden.
Alle geplande workouts die naar het toestel worden verzonden,
worden in de trainingsagenda op datum weergegeven. Als u een
dag selecteert in de trainingsagenda, kunt u de workout
weergeven of uitvoeren. De geplande workout blijft aanwezig op
uw toestel, ongeacht of u deze voltooit of overslaat. Als u
geplande workouts verzendt vanaf Garmin Connect, wordt de
bestaande trainingsagenda overschreven.
Garmin Connect trainingsplannen gebruiken
Voordat u een trainingsplan kunt downloaden van Garmin
Connect, moet u beschikken over een Garmin Connect account
(Garmin Connect, pagina 19).
U kunt in Garmin Connect zoeken naar een trainingsplan,
workouts en koersen plannen, en plannen downloaden naar uw
toestel.
1 Verbind het toestel met uw computer.
2 Ga naar www.garminconnect.com.
3 Selecteer en plan een trainingsplan.
4 Bekijk het trainingsplan in uw agenda.
5 Selecteer en volg de instructies op het scherm.
Intervalworkouts
U kunt intervalworkouts maken op basis van afstand of tijd. Het
toestel slaat uw aangepaste intervalworkouts op totdat u een
nieuwe intervalworkout maakt. U kunt een interval met een open
einde gebruiken voor het vastleggen van uw workoutgegevens
wanneer u een bekende afstand aflegt.
Een intervalworkout maken
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd MENU ingedrukt.
4 Selecteer Training > Intervallen > Wijzig > Interval > Type.
5 Selecteer Afstand, Tijd of Open.
TIP: U kunt een interval met een open einde maken door het
type in te stellen op Open.
6 Selecteer Tijdsduur, voer een afstands- of tijdsinterval in
voor de workout en selecteer .
7 Selecteer BACK.
8 Selecteer Rust > Type.
9 Selecteer Afstand, Tijd of Open.
10 Voer indien nodig een waarde in voor de afstand of tijd van
het rustinterval en selecteer .
14
• Selecteer Herhaal om het aantal herhalingen in te stellen.
• Selecteer Warm­up > Aan om een warming-up met een
open einde toe te voegen aan uw workout.
• Selecteer Cooldown > Aan om een coolingdown met een
open einde toe te voegen aan uw workout.
LAP om aan het eerste interval te beginnen.
7 Volg de instructies op het scherm.
Wanneer u alle intervallen hebt voltooid, wordt een bericht
weergegeven.
Een intervalworkout stoppen
• U kunt op elk gewenst moment LAP selecteren om een
interval te beëindigen.
• U kunt op elk gewenst moment STOP selecteren om de timer
te stoppen.
• Als u een coolingdown aan uw intervalworkout hebt
toegevoegd, selecteert u LAP om de intervalworkout te
beëindigen.
Segmenten
U kunt hardloop- of fietssegmenten vanuit uw Garmin Connect
account naar uw toestel verzenden. Nadat een segment is
opgeslagen op uw toestel, kunt u een segment racen en
proberen om uw persoonlijke record of andere deelnemers die
het segment hebben gereden te evenaren of te overtreffen.
OPMERKING: Als u een route downloadt via uw Garmin
Connect account, kunt u alle beschikbare segmenten op die
route downloaden.
Strava™ segmenten
U kunt Strava segmenten downloaden op uw fēnix Chronos
toestel. Volg Strava segmenten om uw prestaties te vergelijken
met uw prestaties in vorige ritten en die van vrienden en profs
die hetzelfde segment hebben gereden.
Als u zich wilt aanmelden voor Strava lidmaatschap, gaat u naar
de widget Segmenten in uw Garmin Connect account. Ga voor
meer informatie naar www.strava.com.
De informatie in deze handleiding is van toepassing op zowel
Garmin Connect segmenten als Strava segmenten.
Segmentgegevens weergeven
1 Selecteer START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd MENU ingedrukt.
4 Selecteer Training > Segmenten.
5 Selecteer een segment.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Racetijd om de tijd en de gemiddelde snelheid
of het gemiddelde tempo van de segmentleider weer te
geven.
• Selecteer Kaart om het segment op de kaart weer te
geven.
• Selecteer Hoogteprofiel om een hoogtegrafiek van het
segment weer te geven.
Training
Tegen een segment racen
Segmenten zijn virtuele raceparkoersen. U kunt racen tegen een
segment en uw prestaties vergelijken met uw eerdere prestaties,
of met die van andere deelnemers, connecties in uw Garmin
Connect account of andere leden van de hardloop- of
fietscommunity. U kunt uw activiteitgegevens uploaden naar uw
Garmin Connect om uw segmentpositie te bekijken.
OPMERKING: Als uw Garmin Connect account en Strava
account zijn gekoppeld, wordt uw activiteit automatisch
verzonden naar uw Strava account, zodat u uw segmentpositie
kunt bekijken.
1 Selecteer START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Ga een stuk hardlopen of fietsen.
Als u een segment nadert, wordt een bericht weergegeven
en kunt u tegen het segment racen.
4 Start met racen tegen het segment.
Als het segment is voltooid, wordt een bericht weergegeven.
Virtual Partner gebruiken
®
Uw Virtual Partner is een trainingshulpmiddel dat u helpt bij het
bereiken van uw trainingsdoelen. U kunt een tempo voor de
Virtual Partner instellen en daartegen racen.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Gegevensschermen > Voeg nieuw toe > Virtual
Partner.
6 Voer een waarde in voor de snelheid of het tempo.
7 Begin uw activiteit (Een activiteit starten, pagina 2).
8 Selecteer UP of DOWN om naar het Virtual Partner scherm
te bladeren en te zien wie er aan kop ligt.
Een trainingsdoel instellen
De functie Trainingsdoel werkt samen met de functie Virtual
Partner, zodat u een trainingsdoel kunt instellen voor afstand,
afstand en tijd, afstand en tempo of afstand en snelheid. Tijdens
uw trainingsactiviteit geeft het toestel u real-time feedback over
hoe ver u bent gevorderd met het bereiken van uw trainingsdoel.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd MENU ingedrukt.
4 Selecteer Training > Stel een doel in.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Alleen afstand om een vooraf ingestelde
afstand te selecteren of voer een aangepaste afstand in.
• Selecteer Afstand en tijd om een afstands- en tijdsdoel te
selecteren.
• Selecteer Afstand en tempo of Afstand en snelheid om
uw afstands- en tempodoel of uw afstands- en
snelheidsdoel in te stellen.
Het trainingsdoelscherm wordt weergegeven met daarop uw
geschatte finishtijd. De geschatte finishtijd is gebaseerd op
uw huidige prestaties en de resterende tijd.
6 Selecteer START om de timer te starten.
Een trainingsdoel annuleren
1 Houd tijdens de activiteit MENU ingedrukt.
2 Selecteer Annuleer doel > Ja.
Training
Racen tegen een eerder voltooide activiteit
U kunt racen tegen een eerder vastgelegde of gedownloade
activiteit. Deze functie werkt samen met de functie Virtual
Partner, zodat u tijdens de activiteit kunt zien hoe ver u voor of
achter ligt.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
1 Selecteer op de watch face START.
2 Selecteer een activiteit.
3 Houd MENU ingedrukt.
4 Selecteer Training > Race een activiteit.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Uit geschiedenis om een eerder op uw toestel
geregistreerde activiteit te selecteren.
• Selecteer Gedownload om een activiteit te selecteren die
u via uw Garmin Connect account hebt gedownload.
6 Selecteer de activiteit.
Het Virtual Partner scherm wordt weergegeven met daarop
uw geschatte finishtijd.
7 Selecteer START om de timer te starten.
8 Selecteer START > Sla op nadat u uw activiteit hebt voltooid.
Persoonlijke records
Bij het voltooien van een activiteit worden op het toestel
eventuele nieuwe persoonlijke records weergegeven die u
tijdens deze activiteit hebt gevestigd. Tot de persoonlijke
records behoren uw snelste tijd over verschillende
standaardloopafstanden, alsmede de langste hardloopsessie of
rit.
OPMERKING: Tot de persoonlijke records bij fietsen behoren
ook grootste stijging en beste vermogen (vermogensmeter
vereist).
Uw persoonlijke records weergeven
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Records.
3 Selecteer een sport.
4 Selecteer een record.
5 Selecteer Bekijk record.
Een persoonlijk record herstellen
U kunt elk persoonlijk record terugzetten op de vorige waarde.
Houd MENU ingedrukt.
Selecteer Geschiedenis > Records.
Selecteer een sport.
Selecteer een record om te herstellen.
Selecteer Vorige > Ja.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
1
2
3
4
5
Een persoonlijk record verwijderen
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Records.
3 Selecteer een sport.
4 Selecteer een record om te verwijderen.
5 Selecteer Wis record > Ja.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
Alle persoonlijke records verwijderen
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Records.
15
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
3 Selecteer een sport.
4 Selecteer Wis alle records > Ja.
Alleen de records voor die sport worden verwijderd.
Klok
Een alarm instellen
U kunt maximaal tien verschillende alarmen instellen. U kunt
een alarm één keer of met regelmatige tussenpozen laten
afgaan.
1 Houd op de watch face MENU ingedrukt.
2 Selecteer Klok > Wekker > Voeg alarm toe.
3 Selecteer Tijd en voer de alarmtijd in.
4 Selecteer Herhaal en selecteer wanneer het alarm moet
worden herhaald (optioneel).
5 Selecteer Geluiden en vervolgens een type melding
(optioneel).
6 Selecteer Schermverlichting > Aan om de
schermverlichting in te schakelen bij het alarm.
De chronograaf gebruiken
1
2
3
4
Houd MENU ingedrukt.
Selecteer Klok > Chronograaf.
Selecteer START om de timer te starten.
Selecteer een optie:
• Selecteer STOP om de timer te stoppen.
• Selecteer DOWN om de timer opnieuw in te stellen.
De afteltimer instellen
1
2
3
4
Houd op de watch face MENU ingedrukt.
Selecteer Klok > Timer.
Voer de tijd in.
Selecteer zo nodig Start opnieuw > Aan om de timer
automatisch opnieuw te starten als deze is verlopen.
5 Selecteer zo nodig Geluiden en selecteer vervolgens een
type melding.
6 Selecteer Start timer.
De stopwatch gebruiken
1
2
3
4
Houd op de watch face MENU ingedrukt.
Selecteer Klok > Stopwatch.
Selecteer START om de timer te starten.
Selecteer LAP om de rondetimerÀ opnieuw te starten.
De totale stopwatchtijd Á blijft lopen.
5 Selecteer START om beide timers te stoppen.
6 Selecteer een optie.
16
Zonsopkomst­ en zonsondergangswaar­
schuwingen instellen
U kunt de zonsopkomst- en zonsondergangswaarschuwingen
zo instellen dat een bepaald aantal minuten of uren vóór de
feitelijke zonsopkomst of zonsondergang een
waarschuwingssignaal wordt gegeven.
1 Houd op de watch face MENU ingedrukt.
2 Selecteer Klok > Alarmen.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Tot zonsondergang > Status > Aan.
• Selecteer Tot zonsopgang > Status > Aan.
4 Selecteer Tijd en voer de tijd in.
De tijd synchroniseren met GPS
Telkens wanneer u het toestel inschakelt en er naar satellieten
wordt gezocht, worden de tijdzones en het tijdstip automatisch
vastgesteld. U kunt de tijd ook handmatig synchroniseren met
GPS wanneer u van tijdzone verandert, en kunt u de zomertijd
instellen.
1 Houd op de watch face MENU ingedrukt.
2 Selecteer Klok > Synchroniseer met GPS.
3 Wacht totdat het toestel satellieten heeft gevonden
(Satellietsignalen ontvangen, pagina 29).
Navigatie
Uw locatie bewaren
U kunt uw huidige locatie opslaan om er later naartoe terug te
kunnen navigeren.
1 Houd LIGHT ingedrukt.
2 Selecteer .
3 Volg de instructies op het scherm.
Uw opgeslagen locaties verwijderen
U kunt een opgeslagen locatie verwijderen of de naam en de
hoogte- en positiegegevens ervan wijzigen.
1 Selecteer op de watch face START > Navigeer >
Opgeslagen locaties.
2 Selecteer een opgeslagen locatie.
3 Selecteer een optie om de locatie te bewerken.
Alle opgeslagen locaties verwijderen
U kunt al uw opgeslagen locaties tegelijk verwijderen.
Selecteer op de watch face START > Navigeer >
Opgeslagen locaties > Alles wissen.
Een via­punt projecteren
U kunt een nieuwe locatie maken door de afstand en peiling te
projecteren vanaf uw huidige locatie naar een nieuwe locatie.
1 Selecteer zo nodig START > Voeg toe > Projec. via­p om
de app voor het projecteren van via-punten aan uw lijst met
apps toe te voegen.
2 Selecteer Ja om de app aan uw lijst met favorieten toe te
voegen.
3 Selecteer op de watch face START > Projec. via­p.
4 Selecteer UP or DOWN om de koers in te stellen.
5 Selecteer START.
6 Selecteer DOWN om een meeteenheid te selecteren.
7 Selecteer UP om de afstand in te voeren.
8 Selecteer START om de wijzigingen op te slaan.
Klok
Het geprojecteerde via-punt wordt opgeslagen onder een
standaardnaam.
Navigeren naar een bestemming
U kunt uw toestel gebruiken om naar een bestemming te
navigeren of om een koers te volgen.
1 Selecteer op de watch face START > Navigeer.
2 Selecteer een categorie.
3 Kies een bestemming door de vragen op het scherm te
beantwoorden.
4 Selecteer Ga naar.
Navigatie-informatie wordt weergegeven.
5 Selecteer START om te beginnen met navigeren.
Een koers maken en volgen op uw toestel
Uw huidige locatie À, het te volgen spoor Á en uw
bestemming  worden op de kaart weergegeven.
Stoppen met navigeren
1 Houd tijdens de activiteit MENU ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie stoppen.
1 Selecteer op de watch face START > Navigeer > Koersen >
Kaart
2
3
4
5
6
geeft uw positie op de kaart aan. Namen en symbolen van
locaties worden weergegeven op de kaart. Als u naar een
bestemming navigeert, wordt de route met een lijn op de kaart
gemarkeerd.
• Kaartnavigatie (Schuiven en zoomen op de kaart,
pagina 17)
• Kaartinstellingen (Kaartinstellingen, pagina 25)
7
Maak nieuw.
Geef een naam op voor de koers en selecteer .
Selecteer Voeg locatie toe.
Selecteer een optie.
Herhaal indien nodig de stappen 3 en 4.
Selecteer OK > Start koers.
Navigatie-informatie wordt weergegeven.
Selecteer START om te beginnen met navigeren.
Een Man­over­boord­locatie markeren en de
navigatie ernaartoe starten
U kunt een Man-over-boord-locatie (MOB) opslaan en de
navigatie naar dat punt automatisch starten.
TIP: U kunt de functie voor het ingedrukt houden van de
knoppen aanpassen om toegang te krijgen tot de MOB-functie
(De sneltoetsen aanpassen, pagina 26).
Selecteer op de watch face START > Navigeer > Laatste
MOB.
Navigatie-informatie wordt weergegeven.
Schuiven en zoomen op de kaart
1 Selecteer tijdens het navigeren UP of DOWN om de kaart te
bekijken.
2 Houd MENU ingedrukt.
3 Selecteer Pan/Zoom.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer START om te schakelen tussen naar boven en
naar beneden schuiven, naar links en naar rechts
schuiven, of zoomen.
• Selecteer UP en DOWN om op de kaart te schuiven of te
zoomen.
• Selecteer BACK om af te sluiten.
Navigeren met Peil en ga
Kompas
U kunt het toestel op een object in de verte richten, bijvoorbeeld
een watertoren, de richting vergrendelen en dan naar het object
navigeren.
1 Selecteer op de watch face START > Navigeer > Peil en ga.
2 Wijs met de bovenkant van het horloge naar een object en
selecteer START.
Navigatie-informatie wordt weergegeven.
3 Selecteer START om te beginnen met navigeren.
Het toestel is voorzien van een kompas met drie assen en
automatische kalibratie. De kompasfuncties en -weergave
veranderen op basis van uw activiteit, of GPS is ingeschakeld
en of u naar een bestemming navigeert. U kunt de
kompasinstellingen handmatig wijzigen (Kompasinstellingen,
pagina 24). Als u de kompasinstellingen snel wilt openen,
selecteert u START in de kompaswidget.
Navigeren naar uw vertrekpunt
U kunt in een rechte lijn of langs de afgelegde route terug
navigeren naar het vertrekpunt van uw activiteit. Deze functie is
alleen beschikbaar voor activiteiten waarbij GPS wordt gebruikt.
1 Selecteer tijdens een activiteit STOP > Terug naar start.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer TracBack om langs de afgelegde route naar het
startpunt van uw activiteit te navigeren.
• Selecteer Rechte lijn om in een rechte lijn naar het
startpunt van uw activiteit te navigeren.
Hoogtemeter en barometer
Het toestel is uitgerust met een ingebouwde hoogtemeter en
barometer. Het toestel verzamelt voortdurend hoogte- en
luchtdrukgegevens, ook in de lage-energiemodus. Op de
hoogtemeter wordt uw geschatte hoogte weergegeven op basis
van luchtdrukverschillen. Op de barometer worden gegevens
over omgevingsluchtdruk weergegeven op basis van de vaste
hoogte waarop de hoogtemeter voor het laatst is gekalibreerd
(Hoogtemeterinstellingen, pagina 25). Als u de hoogtemeterof barometerinstellingen snel wilt openen, selecteert u START in
de hoogtemeter- of barometer-widgets.
Geschiedenis
Tot de geschiedenisgegevens behoren tijd, afstand, calorieën,
gemiddeld tempo of gemiddelde snelheid, rondegegevens, en
optionele ANT+ sensorgegevens.
OPMERKING: Als het geheugen van toestel vol is, worden de
oudste gegevens overschreven.
Geschiedenis
17
Werken met de geschiedenis
Geschiedenis verwijderen
De geschiedenis bevat voorgaande activiteiten die u op het
toestel hebt opgeslagen.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Activiteiten.
3 Selecteer een activiteit.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Details om extra informatie over de activiteit
weer te geven.
• Selecteer Ronden om een ronde te selecteren en extra
informatie weer te geven over elke ronde.
• Selecteer Intervallen om een interval te selecteren en
extra informatie weer te geven over elk interval.
• Selecteer Kaart om de activiteit op de kaart weer te
geven.
• Selecteer Training Effect (Training Effect, pagina 9) om
het effect van de activiteit op uw aerobe en anaerobe
fitness weer te geven.
• Selecteer Tijd in zone (Tijd in elke hartslagzone
weergeven, pagina 18) om uw tijd in elke hartslagzone
weer te geven.
• Selecteer Hoogteprofiel om een hoogtegrafiek van de
activiteit weer te geven.
• Selecteer Wis om de geselecteerde activiteit te
verwijderen.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Opties.
3 Selecteer een optie:
Multisportgeschiedenis
Op uw toestel worden de algehele gegevens van uw
multisportactiviteiten opgeslagen, inclusief totale afstand, tijd,
calorieën en optionele aanvullende gegevens. Op uw toestel
worden ook per sportsegment en overgang de
activiteitgegevens gescheiden, zodat u soortgelijke
trainingsactiviteiten kunt vergelijken en kunt zien hoe snel u de
overgangen doorloopt. De overgangsgeschiedenis omvat
afstand, tijd, gemiddelde snelheid en calorieën.
Tijd in elke hartslagzone weergeven
Voordat u hartslagzonegegevens kunt weergeven, dient u een
activiteit met hartslag te voltooien en deze op te slaan.
Het bekijken van uw tijd in elke hartslagzone kan u helpen bij
het aanpassen van uw trainingsintensiteit.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Activiteiten.
3 Selecteer een activiteit.
4 Selecteer Tijd in zone.
Gegevenstotalen weergeven
U kunt gegevens over de totaal afgelegde afstand en totaal
verstreken tijd weergeven die zijn opgeslagen op uw toestel.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Totalen.
3 Selecteer indien nodig een activiteit.
4 Selecteer een optie om uw wekelijkse of maandelijkse totalen
weer te geven.
De afstandteller gebruiker
De afstandteller houdt automatisch de in totaal afgelegde
afstand, het bereikte hoogteverschil en de tijd bij tijdens
activiteiten.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Totalen > Kilometerteller.
3 Selecteer UP of DOWN om de totalen van de afstandteller
weer te geven.
18
• Selecteer Wis alle activiteiten om alle activiteiten uit de
geschiedenis te verwijderen.
• Selecteer Herstel totalen om alle totalen voor afstand en
tijd te herstellen.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
4 Bevestig uw selectie.
Connected functies
Connected functies zijn beschikbaar voor uw fēnix Chronos
toestel als u het toestel verbindt met een compatibele
smartphone via Bluetooth draadloze technologie. Voor sommige
functies moet u de Garmin Connect Mobile app op de
verbonden smartphone installeren. Ga naar www.garmin.com
/apps voor meer informatie.
Telefoonmeldingen: Geeft telefoonmeldingen en berichten
weer op uw fēnix Chronos toestel.
LiveTrack: Geef uw vrienden en familie de gelegenheid om uw
races en trainingsactiviteiten in real-time te volgen. U kunt
volgers uitnodigen via e-mail of social media, waardoor zij uw
live-gegevens op een Garmin Connect volgpagina kunnen
zien.
GroupTrack: Hiermee kunt u uw connecties die LiveTrack
gebruiken, direct op het scherm en in real-time volgen.
Activiteiten uploaden naar Garmin Connect: Uw activiteit
wordt automatisch naar uw Garmin Connect account
verstuurd zodra u klaar bent met het vastleggen van de
activiteit.
Connect IQ: Hiermee kunt u de toestelfuncties uitbreiden met
nieuwe watch faces, widgets, apps en gegevensvelden.
Vind mijn telefoon: Hiermee kunt u een kwijtgeraakte
smartphone terugvinden die is gekoppeld met uw fēnix
Chronos toestel en momenteel binnen bereik is.
Zoek mijn horloge: Hiermee kunt u uw kwijtgeraakte fēnix
Chronos toestel terugvinden dat is gekoppeld met uw
smartphone en momenteel binnen bereik is.
Bluetooth meldingen inschakelen
Voordat u meldingen kunt inschakelen, moet u het fēnix
Chronos toestel koppelen met een compatibel mobiel toestel
(Uw smartphone koppelen met uw toestel, pagina 1).
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Telefoon > Smart Notifications >
Status > Aan.
3 Selecteer Tijdens activiteit.
4 Selecteer een meldingsvoorkeur.
5 Selecteer een geluidsvoorkeur.
6 Selecteer Horlogestand.
7 Selecteer een meldingsvoorkeur.
8 Selecteer een geluidsvoorkeur.
9 Selecteer Time­out.
10 Selecteer hoe lang de waarschuwing voor een nieuwe
melding op het scherm wordt weergegeven.
Meldingen weergeven
1 Selecteer UP in de watch face om de meldingenwidget weer
te geven.
2 Selecteer START en selecteer een melding.
Connected functies
3 Selecteer DOWN voor meer opties.
4 Selecteer BACK om terug te keren naar het vorige scherm.
Meldingen beheren
over uw golfprestaties weergeven, zoals scorekaarten,
statistieken en baaninformatie. U kunt ook instelbare
rapporten weergeven.
U kunt meldingen die op uw fēnix Chronos toestel worden
weergegeven, beheren vanaf uw compatibele smartphone.
Selecteer een optie:
• Als u een Apple toestel gebruikt, kunt u via de instellingen
in het meldingencentrum van uw smartphone de items
selecteren die u op het toestel wilt weergeven.
• Als u een Android™ toestel gebruikt, kunt u de instellingen
in de Garmin Connect Mobile app gebruiken om de items
te selecteren die op het toestel worden weergegeven.
®
De Bluetooth smartphone­verbinding uitschakelen
1 Houd LIGHT ingedrukt om het bedieningsmenu weer te
geven.
2 Selecteer om de Bluetooth smartphone-verbinding op uw
fēnix Chronos toestel uit te schakelen.
Raadpleeg de gebruikershandleiding voor uw mobiele toestel
om draadloze Bluetooth technologie uit te schakelen op uw
mobiele toestel.
Smartphone­verbindingswaarschuwingen in­ en
uitschakelen
U kunt instellen dat het fēnix Chronos toestel u waarschuwt
wanneer uw gekoppelde smartphone een verbinding maakt of
deze verbreekt via draadloze Bluetooth technologie.
OPMERKING: Smartphone-verbindingswaarschuwingen zijn
standaard uitgeschakeld.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Telefoon > Alarmen.
Een verloren mobiel toestel lokaliseren
U kunt deze functie gebruiken om een verloren mobiel toestel te
lokaliseren dat is gekoppeld met Bluetooth draadloze
technologie en momenteel binnen bereik is.
1 Houd LIGHT ingedrukt om het bedieningsmenu weer te
geven.
2 Selecteer .
Het fēnix Chronos toestel begint nu met zoeken naar uw
gekoppelde mobiele toestel. U hoort een waarschuwing op
uw mobiele toestel en de signaalsterkte van Bluetooth wordt
weergegeven op het fēnix Chronos toestelscherm. De
Bluetooth signaalsterkte wordt hoger naarmate u dichter bij
uw mobiele toestel komt.
3 Selecteer BACK om te stoppen met zoeken.
Garmin Connect
U kunt contact houden met uw vrienden via uw Garmin Connect
account. Garmin Connect biedt u de hulpmiddelen om te volgen,
te analyseren, te delen en elkaar aan te moedigen. Leg de
prestaties van uw actieve lifestyle vast, zoals hardloopsessies,
wandelingen, fietstochten, zwemsessies, hikes, golfresultaten
en meer. Garmin Connect kunt u ook gebruiken om online
statistieken bij te houden en de golfresultaten van al uw ronden
te analyseren en te delen. Meld u aan voor een gratis account
op www.garminconnect.com/start.
Uw activiteiten opslaan: Nadat u een activiteit met tijdmeting
met uw toestel hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die
activiteit uploaden naar uw Garmin Connect account en zo
lang bewaren als u wilt.
Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde
informatie over uw fitness- en buitensportactiviteiten
weergeven, zoals tijd, afstand, hartslag, verbrande calorieën,
cadans, een bovenaanzicht van de kaart en tempo- en
snelheidsgrafieken. U kunt meer gedetailleerde informatie
Connected functies
Uw voortgang volgen: U kunt uw dagelijkse aantal stappen
bijhouden, uzelf vergelijken met uw connecties en uw doelen
behalen.
Uw activiteiten delen: U kunt contact houden met vrienden en
elkaars activiteiten volgen of koppelingen naar uw activiteiten
plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.
Uw instellingen beheren: U kunt uw toestel- en
gebruikersinstellingen aanpassen via uw Garmin Connect
account.
De Connect IQ store gebruiken: U kunt apps, watch face,
gegevensvelden en widgets downloaden.
De software bijwerken via Garmin Connect Mobile
Voordat u de software op uw toestel kunt bijwerken via de
Garmin Connect Mobile app, moet u een Garmin Connect
account hebben en het toestel koppelen met een compatibele
smartphone (Uw smartphone koppelen met uw toestel,
pagina 1).
1 Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect Mobile app
(Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin Connect
Mobile, pagina 19).
Wanneer er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt de
Garmin Connect Mobile app deze update automatisch naar
uw toestel.
2 Volg de instructies op het scherm.
De software bijwerken via Garmin Express
Voordat u de toestelsoftware kunt bijwerken, moet u beschikken
over een Garmin Connect account en moet u de Garmin
Express toepassing downloaden en installeren.
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
Als er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt Garmin
Express deze naar uw toestel.
2 Koppel het toestel los van de computer.
Uw toestel waarschuwt u als u de software kunt bijwerken.
3 Selecteer een optie.
Garmin Connect op uw computer gebruiken
Als u uw fēnix Chronos toestel niet hebt gekoppeld met uw
smartphone, kunt u al uw activiteitgegevens uploaden naar uw
Garmin Connect account via uw computer.
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
2 Ga naar www.garminconnect.com/start.
3 Volg de instructies op het scherm.
Gegevens handmatig synchroniseren met Garmin
Connect Mobile
1 Houd LIGHT ingedrukt om het bedieningsmenu weer te
geven.
2 Selecteer
.
19
Een GroupTrack sessie starten
Connect IQ functies downloaden
Voordat u een GroupTrack sessie kunt starten, moet u
beschikken over een Garmin Connect account, een compatibele
smartphone en de Garmin Connect Mobile app.
Deze instructies gelden voor het starten van een GroupTrack
sessie met fēnix Chronos toestellen. Als uw connecties andere
compatibele toestellen hebben, kunt u deze op de kaart zien. Op
de andere toestellen kunnen GroupTrack fietsers mogelijk niet
worden weergegeven op de kaart.
1 Ga naar buiten en schakel het fēnix Chronos toestel in.
2 Koppel uw smartphone met het fēnix Chronos toestel (Uw
smartphone koppelen met uw toestel, pagina 1).
3 Houd op het fēnix Chronos toestel MENU ingedrukt en
selecteer Instellingen > GroupTrack > Toon op kaart als u
de weergave van connecties op het kaartscherm wilt
inschakelen.
4 Selecteer in het instellingenmenu van de Garmin Connect
Mobile app LiveTrack > GroupTrack.
Als
u meerdere compatibele toestellen hebt, selecteert u een
5
toestel voor de GroupTrack sessie.
6 Selecteer Zichtbaar voor > Alle connecties.
7 Selecteer Start LiveTrack.
8 Start op het fēnix Chronos toestel een activiteit.
9 Blader naar de kaart om uw connecties weer te geven.
TIP: Op de kaart kunt u MENU ingedrukt houden en Nabije
connecties selecteren om de afstand, de richting en het
tempo of de snelheid weer te geven van andere connecties in
de GroupTrack sessie.
Voordat u Connect IQ functies kunt downloaden via de Garmin
Connect Mobile app, moet u uw fēnix Chronos toestel koppelen
met uw smartphone.
1 Selecteer in de instellingen van de Garmin Connect Mobile
app de optie Connect IQ Store.
Selecteer
zo nodig uw toestel.
2
3 Selecteer een Connect IQ functie.
4 Volg de instructies op het scherm.
Tips voor GroupTrack sessies
Met de functie GroupTrack kunt u andere connecties in uw
groep die LiveTrack gebruiken, direct op het scherm volgen. Alle
leden van de groep moeten connecties van u zijn in uw Garmin
Connect account.
• Rijd buiten en gebruik GPS.
• Koppel uw fēnix Chronos toestel met uw smartphone via
Bluetooth technologie.
• Selecteer in het instellingenmenu op de Garmin Connect
Mobile app Connecties om de lijst met connecties voor uw
GroupTrack sessie bij te werken.
• Zorg dat al uw connecties zijn gekoppeld met hun
smartphones en start een LiveTrack sessie in de Garmin
Connect Mobile app.
• Zorg dat al uw connecties binnen bereik zijn (40 km of
25 mijl).
• Blader tijdens een GroupTrack sessie, naar de kaart om uw
connecties te bekijken (Een kaart aan een activiteit
toevoegen, pagina 22).
Connect IQ functies
U kunt aan uw horloge Connect IQ functies toevoegen van
Garmin en andere leveranciers via de Garmin Connect Mobile
app. U kunt uw toestel aanpassen met wijzerplaten,
gegevensvelden, widgets en apps.
Wijzerplaten: Hiermee kunt u de stijl van de klok aanpassen.
Gegevensvelden: Hiermee kunt u nieuwe gegevensvelden
downloaden die sensors, activiteiten en historische gegevens
op andere manieren presenteren. U kunt Connect IQ
gegevensvelden toevoegen aan ingebouwde functies en
pagina's.
Widgets: Hiermee kunt u direct informatie bekijken, zoals
sensorgegevens en meldingen.
Apps: Voegen interactieve functies toe aan uw horloge, zoals
nieuwe soorten buiten- en fitnessactiviteiten.
20
Connect IQ functies downloaden via uw
computer
1
2
3
4
5
Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
Ga naar garminconnect.com en meld u aan.
Selecteer in de widget op uw toestel Connect IQ Store.
Selecteer een Connect IQ functie en download deze.
Volg de instructies op het scherm.
Uw toestel aanpassen
Widgets
Uw toestel wordt geleverd met vooraf geïnstalleerde widgets die
u direct informatie geven. Voor sommige widgets is een
Bluetooth verbinding met een compatibele smartphone vereist.
Sommige widgets zijn standaard niet zichtbaar. U kunt deze
handmatig toevoegen aan de widgetlijst.
Meldingen: Waarschuwt u bij inkomende oproepen, smsberichten, updates van sociale netwerken en meer volgens
de meldingsinstellingen op uw smartphone.
Agenda: Geeft de in uw smartphone agenda geplande
afspraken weer.
Muziekbediening: Hiermee kunt u de muziekspeler op uw
smartphone bedienen.
Weer: Geeft de huidige temperatuur en weersverwachting weer.
Mijn dag: Geeft een dynamisch overzicht van uw activiteiten
van vandaag. Hierin staan uw laatst vastgelegde activiteit,
minuten intensieve training, opgelopen trappen,
stappentelling, verbrande calorieën en meer.
Stappen: Houdt uw dagelijkse aantal stappen, stappendoel en
afgelegde afstand bij.
Minuten intensieve training: Houdt de tijd bij die u besteedt
aan activiteiten bij gemiddelde tot intensieve inspanning, het
aantal minuten dat u wekelijks wilt besteden aan intensieve
activiteiten en uw vorderingen om dat doel te halen.
Hartslag: Toont uw huidige hartslag in slagen per minuut (bpm)
en een grafiek van uw hartslag.
Prestaties: Geeft uw huidige trainingsstatus, trainingslast, VO2
max. schatting, hersteltijd, FTP schatting, lactaatdrempel en
voorspelde racetijden weer.
Laatste sport: Geeft een kort overzicht weer van uw laatst
vastgelegde sport en uw totale afstand van die week.
ABC: Geeft gecombineerde hoogtemeter-, barometer- en
kompasgegevens weer.
Sensorinformatie: Geeft gegevens weer van een interne
sensor of een aangesloten ANT+ sensor.
Kompas: Geeft een elektronisch kompas weer.
Bedieningselementen: Hiermee kunt u de Bluetooth
connectiviteit en functies als Niet storen, Vind mijn telefoon
en Handmatige synchronisatie in- en uitschakelen.
VIRB bedieningselementen: Hiermee kunt u de camera
bedienen als u een VIRB toestel hebt gekoppeld met uw
fēnix Chronos toestel.
Connect IQ functies
Laatste activiteit: Geeft een kort overzicht weer van uw laatst
vastgelegde activiteit, zoals een hardloop-, fiets- of
zwemsessie.
Calorieën: Geeft uw caloriegegevens weer voor de huidige dag.
Golf: Geeft uw golfgegevens weer voor uw laatste ronde.
Verdiepingen omhoog: Volgt het aantal verdiepingen dat u
hebt geklommen en uw vorderingen bij het bereiken van uw
doel.
Honden volgen: Geeft de locatie-informatie van uw hond weer
als u een compatibel hondenvolgtoestel hebt gekoppeld met
uw fēnix Chronos toestel.
De widgetlijst aanpassen
U kunt de volgorde van widgets in de widgetlijst wijzigen,
widgets verwijderen en nieuwe widgets toevoegen.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Widgets.
3 Selecteer een widget.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Sorteer om de locatie van de widget in de
widgetlijst te wijzigen.
• Selecteer Verwijder om de widget uit de widgetlijst te
verwijderen.
5 Selecteer Voeg widgets toe.
6 Selecteer een widget.
De widget wordt toegevoegd aan de widgetlijst.
VIRB afstandsbediening
Met de VIRB afstandsbediening kunt u uw VIRB actiecamera op
afstand bedienen met uw toestel. Ga naar www.garmin.com
/VIRB om een VIRB actiecamera te kopen.
Een VIRB actiecamera bedienen
Voordat u de VIRB afstandsbediening kunt gebruiken, moet u de
instelling voor de afstandsbediening op uw VIRB camera
inschakelen. Raadpleeg de VIRB serie gebruikershandleiding
voor meer informatie. U moet ook instellen dat de VIRB widget
wordt weergegeven in de widgetlijst (De widgetlijst aanpassen,
pagina 21).
1 Schakel uw VIRB camera in.
2 Selecteer op de wijzerplaat van uw fēnix Chronos toestel UP
of DOWN om de VIRB widget weer te geven.
3 Wacht totdat het toestel verbinding maakt met uw VIRB
camera.
4 Selecteer START.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Start opnemen om een video-opname te
starten.
De opnametijd wordt weergegeven op het fēnix Chronos
scherm.
• Selecteer DOWN om tijdens een video-opname een foto
te maken.
• Selecteer STOP om een video-opname te stoppen.
• Selecteer Maak foto om een foto te maken.
• Selecteer Instellingen om de video- en foto-instellingen te
wijzigen.
Een VIRB actiecamera bedienen tijdens een activiteit
Voordat u de VIRB afstandsbediening kunt gebruiken, moet u de
instelling voor de afstandsbediening op uw VIRB camera
inschakelen. Raadpleeg de VIRB serie gebruikershandleiding
voor meer informatie. U moet ook instellen dat de VIRB widget
wordt weergegeven in de widgetlijst (De widgetlijst aanpassen,
pagina 21).
1 Schakel uw VIRB camera in.
Uw toestel aanpassen
2 Selecteer op de wijzerplaat van uw fēnix Chronos toestel UP
3
4
5
6
7
of DOWN om de VIRB widget weer te geven.
Wacht totdat het toestel verbinding maakt met uw VIRB
camera.
Wanneer de camera is aangesloten, wordt er automatisch
een VIRB gegevensscherm toegevoegd aan de activiteitenapps.
Selecteer tijdens een activiteit UP of DOWN om het VIRB
gegevensscherm weer te geven.
Houd MENU ingedrukt.
Selecteer VIRB afstandsbediening.
Selecteer een optie:
• Als u de camera wilt bedienen met de activiteittimer,
selecteert u Instellingen > Timer start/stop.
OPMERKING: De video-opname start en stopt
automatisch wanneer u een activiteit start of stopt.
• Selecteer Instellingen > Handmatig als u de camera wilt
bedienen met de menuopties.
• Selecteer Start opnemen om een video-opname
handmatig te starten.
De opnametijd wordt weergegeven op het fēnix Chronos
scherm.
• Selecteer DOWN om tijdens een video-opname een foto
te maken.
• Selecteer STOP om een video-opname handmatig te
stoppen.
• Selecteer Maak foto om een foto te maken.
Instellingen van activiteiten en apps
Met deze instellingen kunt u elke vooraf geïnstalleerde
activiteiten-app naar wens aanpassen. U kunt bijvoorbeeld
gegevenspagina's aanpassen en waarschuwingen en
trainingsfuncties inschakelen. Niet alle instellingen zijn
beschikbaar voor alle soorten activiteiten.
Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen > Activiteiten
en apps. Selecteer vervolgens een activiteit en de
activiteitinstellingen.
Gegevensschermen: Hiermee kunt u gegevensschermen
aanpassen en nieuwe gegevensschermen toevoegen voor
de activiteit (Gegevensschermen aanpassen, pagina 22).
Overgangen: Hiermee schakelt u overgangen in voor
multisportactiviteiten.
Vergrendel knoppen: Hiermee vergrendelt u de knoppen
tijdens multisportactiviteiten om te voorkomen dat u per
ongeluk op een knop drukt.
Herhaal: Hiermee schakelt u de herhaaloptie in voor
multisportactiviteiten. U kunt deze optie bijvoorbeeld
gebruiken voor activiteiten die meerdere overgangen
bevatten, zoals een zwemloop.
Alarmen: Hiermee kunt u de trainings- of
navigatiewaarschuwingen voor de activiteit instellen.
Metronoom: De metronoomfunctie laat met een regelmatig
ritme tonen horen die u helpen uw prestaties te verbeteren
door te trainen in een snellere, tragere of meer consistente
cadans (De metronoom gebruiken, pagina 3).
Auto Lap: Hiermee kunt u de opties voor de Auto Lap functie
instellen (Auto Lap, pagina 23).
Auto Pause: Hiermee kan het toestel zo worden ingesteld dat
de gegevensopslag wordt gestopt zodra u stopt met
bewegen of wanneer u onder een bepaalde snelheid komt
(Auto Pause inschakelen, pagina 23).
Automatisch klimmen: Hiermee kan het toestel
hoogteverschillen automatisch detecteren met de
ingebouwde hoogtemeter.
®
®
21
Automatische afdaling: Hiermee kan het toestel ski-afdalingen
automatisch detecteren met de ingebouwde
versnellingsmeter.
3D­snelheid: Berekent uw snelheid via zowel uw
hoogtewijziging als uw horizontale verplaatsing over de grond
(3D-snelheid en -afstand, pagina 23).
3D­afstand: Berekent de door u afgelegde afstand via zowel uw
hoogtewijziging als uw horizontale verplaatsing over de
grond.
Ronde­toets: Hiermee kunt u een ronde of rustpauze
vastleggen tijdens de activiteit.
Auto Scroll: Hiermee kunt u alle schermen met
activiteitgegevens doorlopen terwijl de timer loopt (Auto
Scroll gebruiken, pagina 24).
Segmentwaarschuwingen: Hiermee schakelt u aanwijzingen in
die u waarschuwen als u segmenten nadert.
GPS: Hiermee kan de modus voor de GPS-antenne worden
ingesteld. Met GPS + GLONASS krijgt u betere prestaties in
moeilijke omgevingen en snellere positiebepalingen. Als GPS
+ GLONASS wordt gebruikt, kan de batterijduur sneller
afnemen dan met alleen GPS. Met de optie UltraTrac worden
er minder spoorpunten en sensorgegevens geregistreerd
(UltraTrac, pagina 24).
Grootte van bad: Hiermee kunt u de lengte van het bad
instellen voor zwemmen in een zwembad.
Slagdetectie: Hiermee wordt de slagdetectie ingeschakeld voor
het zwemmen in een zwembad.
Time­out spaarstand: Hiermee stelt u de time-outinstelling voor
de spaarstand in voor de activiteit (Time-outinstellingen voor
de spaarstand, pagina 24).
Achtergrondkleur: Hiermee stelt u de achtergrondkleur van
elke activiteit in op zwart of wit.
Accentkleur: Hiermee stelt u de accentkleur van elke activiteit
in, waaraan u kunt zien welke activiteit actief is.
Wijzig naam: Hiermee stelt u de naam van de activiteit in.
Standaardinstellingen: Hiermee kunt u de activiteitinstellingen
opnieuw definiëren.
Gegevensschermen aanpassen
U kunt voor elke activiteit de lay-out en inhoud van
gegevensschermen weergeven, verbergen of wijzigen.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer de activiteit om deze aan te passen.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Gegevensschermen.
6 Selecteer een gegevensscherm dat u wilt aanpassen.
7 Selecteer een optie:
• Selecteer Indeling om het aantal gegevensvelden in het
gegevensscherm te wijzigen.
• Selecteer een gegevensveld om het type gegevens in het
veld te wijzigen.
• Selecteer Sorteer om de locatie van het gegevensscherm
in de lijst te wijzigen.
• Selecteer Verwijder om het gegevensscherm uit de lijst te
verwijderen.
8 Selecteer indien nodig Voeg nieuw toe om een
gegevensscherm aan de lijst toe te voegen.
U kunt een aangepast gegevensscherm toevoegen of een
van de vooraf gedefinieerde gegevensschermen selecteren.
Een kaart aan een activiteit toevoegen
U kunt de kaart toevoegen aan de reeks gegevensschermen
voor een activiteit.
22
1
2
3
4
5
Houd MENU ingedrukt.
Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
Selecteer de activiteit om deze aan te passen.
Selecteer de activiteitinstellingen.
Selecteer Gegevensschermen > Voeg nieuw toe > Kaart.
Waarschuwingen
U kunt waarschuwingen instellen voor elke activiteit om u te
helpen specifieke doelen te bereiken, uw omgevingsbewustzijn
te vergroten of naar uw bestemming te navigeren. Sommige
waarschuwingen zijn alleen beschikbaar voor specifieke
activiteiten. Er zijn drie typen waarschuwingen:
Gebeurteniswaarschuwingen, bereikwaarschuwingen en
terugkerende waarschuwingen.
Gebeurteniswaarschuwing: Een gebeurteniswaarschuwing
wordt eenmaal afgegeven. De gebeurtenis is een specifieke
waarde. U kunt het toestel bijvoorbeeld instellen om u te
waarschuwen wanneer u een bepaalde hoogte bereikt.
Bereikwaarschuwing: Een bereikwaarschuwing wordt telkens
afgegeven wanneer het toestel een waarde meet die boven
of onder een opgegeven waardenbereik ligt. Zo kunt u
bijvoorbeeld instellen dat het toestel u waarschuwt als uw
hartslag lager is dan 60 bpm (slagen per minuut) of hoger
dan 210 bpm.
Terugkerende waarschuwing: Een terugkerende
waarschuwing wordt afgegeven telkens wanneer het toestel
een opgegeven waarde of interval registreert. U kunt
bijvoorbeeld instellen dat het toestel u elke 30 minuten
waarschuwt.
Waarschu­
wingsnaam
Waarschu­
wingstype
Beschrijving
Cadans
Bereik
U kunt minimale en maximale
cadanswaarden instellen.
Calorieën
Gebeurtenis,
terugkerend
U kunt het aantal calorieën
instellen.
Aangepast
Terugkerend
U kunt een bestaand bericht
selecteren of een aangepast
bericht maken en een waarschuwingstype selecteren.
Afstand
Terugkerend
U kunt een afstandsinterval
instellen.
Hoogte
Bereik
U kunt minimale en maximale
hoogtewaarden instellen.
Hartslag
Bereik
U kunt minimale en maximale
waarden voor de hartslag instellen
of zonewijzigingen selecteren. Zie
Hartslagzones, pagina 11 en Berekeningen van hartslagzones,
pagina 12.
Tempo
Bereik
U kunt minimale en maximale
tempowaarden instellen.
Vermogen
Bereik
U kunt het hoge of lage vermogensniveau instellen.
Gevarenzone
Gebeurtenis
U kunt een straal instellen vanaf
een opgeslagen locatie.
Ren/Loop
Terugkerend
U kunt regelmatige looppauzes
inlassen.
Snelheid
Bereik
U kunt minimale en maximale
snelheidswaarden instellen.
Slagsnelheid
Bereik
U kunt een hoog of laag aantal
slagen per minuut instellen.
Tijd
Gebeurtenis,
terugkerend
U kunt een tijdsinterval instellen.
Een waarschuwing instellen
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
Uw toestel aanpassen
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Alarmen.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Voeg nieuw toe om een nieuwe waarschuwing
toe te voegen voor de activiteit.
• Selecteer de naam van de waarschuwing om een
bestaande waarschuwing te wijzigen.
7 Selecteer, indien gewenst, het type waarschuwing.
8 Selecteer een zone, voer de minimum- en maximumwaarden
in of voer een aangepaste waarde in voor de waarschuwing.
9 Schakel indien nodig de waarschuwing in.
Bij gebeurteniswaarschuwingen en terugkerende
waarschuwingen wordt er een bericht weergegeven telkens als
de waarschuwingswaarde bereikt is. Bij bereikwaarschuwingen
wordt er een bericht weergegeven telkens als u boven of onder
het opgegeven bereik komt (minimum- en maximumwaarden).
Auto Lap
Ronden op afstand markeren
U kunt Auto Lap gebruiken om een ronde bij een bepaalde
afstand automatisch te markeren. Dit is handig als u uw
prestaties tijdens verschillende gedeelten van een activiteit wilt
vergelijken (bijvoorbeeld elke 1 mijl of 5 km).
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Lap.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Auto Lap om Auto Lap in of uit te schakelen.
• Selecteer Automatische afstand om de afstand voor elke
ronde automatisch in te stellen.
Telkens wanneer u een ronde voltooit, wordt er een bericht
weergegeven met de rondetijd. Het toestel laat ook een
pieptoon horen of trilt als geluidssignalen zijn ingeschakeld
(Systeeminstellingen, pagina 26).
U kunt, indien gewenst, de gegevenspagina's aanpassen en
extra rondegegevens weergeven (Gegevensschermen
aanpassen, pagina 22).
De rondewaarschuwing wijzigen
U kunt enkele gegevensvelden wijzigen die worden
weergegeven in de rondewaarschuwing.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Lap > Rondewaarschuwing.
6 Selecteer een gegevensveld om het te wijzigen.
7 Selecteer Bekijk (optioneel).
Auto Pause inschakelen
®
U kunt de functie Auto Pause gebruiken om de timer
automatisch te pauzeren wanneer u stopt met bewegen. Dit is
handig als in uw activiteit verkeerslichten of andere plaatsen
waar u moet stoppen, voorkomen.
Uw toestel aanpassen
OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
de timer is gestopt of gepauzeerd.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Pause.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Zodra gestopt als u de timer automatisch wilt
laten stoppen als u stopt met bewegen.
• Selecteer Aangepast als u de timer automatisch wilt laten
stoppen zodra uw tempo of snelheid onder een bepaalde
waarde komt.
Automatisch klimmen inschakelen
U kunt de functie Automatisch klimmen gebruiken om
automatisch hoogteverschillen te detecteren. U kunt deze
functie gebruiken tijdens activiteiten zoals klimmen, hiken,
hardlopen of fietsen.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Automatisch klimmen > Status > Aan.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Hardloopscherm om te zien welk
gegevensscherm wordt weergegeven tijdens hardlopen.
• Selecteer Klimscherm om te zien welk gegevensscherm
wordt weergegeven tijdens klimmen.
• Selecteer Keer kleuren om om de schermkleuren om te
keren bij wijziging van de modus.
• Selecteer Verticale snelheid om de stijgsnelheid over tijd
in te stellen.
• Selecteer Modusschakelaar om in te stellen hoe snel het
toestel van modus wisselt.
3D­snelheid en ­afstand
U kunt de 3D-snelheid en -afstand instellen om uw snelheid of
afstand te meten via zowel uw hoogtewijziging als uw
horizontale verplaatsing over de grond. U kunt deze functie
gebruiken tijdens activiteiten zoals skiën, klimmen, navigeren,
hiken, hardlopen of fietsen.
De Lap­knop in­ en uitschakelen
U kunt de Ronde-toets instelling inschakelen om een ronde of
rustpauze tijdens een activiteit vast te leggen met LAP. U kunt
de Ronde-toets instelling uitschakelen als u wilt voorkomen dat
u een ronde vastlegt door per ongeluk op de Lap-knop te
drukken tijdens een activiteit.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Ronde­toets.
De Lap-knopstatus verandert in Aan of Uit op basis van de
huidige instelling.
23
Auto Scroll gebruiken
De watch face aanpassen
Met deze functie voor automatisch bladeren doorloopt u
automatisch alle schermen met activiteitgegevens terwijl de
timer loopt.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
3 Selecteer een activiteit.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle
activiteiten.
4 Selecteer de activiteitinstellingen.
5 Selecteer Auto Scroll.
6 Selecteer een weergavesnelheid.
U moet eerst een Connect IQ watch face uit de Connect IQ
store (Connect IQ functies, pagina 20).
U kunt de informatie van de watch face en de vormgeving
aanpassen of een geïnstalleerde Connect IQ watch face
activeren.
1 Houd op de watch face MENU ingedrukt.
2 Selecteer Wijzerplaat.
3 Selecteer UP of DOWN om de opties voor de watch face in
de voorbeeldweergave te bekijken.
4 Selecteer Voeg nieuw toe als u door extra vooraf geladen
watch faces wilt bladeren.
5 Selecteer START > Toepassen als u een vooraf geladen
watch face of een geïnstalleerde Connect IQ watch face wilt
activeren.
6 Als u een vooraf geladen watch face gebruikt, selecteert u
START > Aanpassen.
7 Selecteer een optie:
• Selecteer Wijzerplaat om de stijl van de cijfers voor de
analoge watch face te wijzigen.
• Selecteer Wijzers om de stijl van de wijzers voor de
analoge watch face te wijzigen.
• Selecteer Indeling om de stijl van de cijfers voor de
digitale watch face te wijzigen
• Selecteer Seconden om de stijl van de seconden voor de
digitale watch face te wijzigen.
• Selecteer Gegevens om de gegevens te wijzigen die op
de watch face worden weergegeven.
• Selecteer Accentkleur om een accentkleur voor de watch
face toe te voegen of te wijzigen.
• Selecteer Achtergrondkleur om de achtergrondkleur te
wijzigen.
• Als u de wijzigingen wilt opslaan, tikt u op OK.
UltraTrac
De UltraTrac functie is een GPS-instelling waarmee
spoorpunten en sensorgegevens minder vaak worden
geregistreerd. Door de UltraTrac functie in te schakelen, wordt
de batterijduur verlengd, maar neemt de kwaliteit van de
vastgelegde activiteiten af. U kunt de UltraTrac functie
gebruiken voor activiteiten die een langere levensduur van de
batterij vereisen en waarvoor regelmatige updates van de
sensorgegevens minder belangrijk zijn.
Time­outinstellingen voor de spaarstand
De time-outinstellingen bepalen hoe lang uw toestel in de
trainingsmodus blijft wanneer u bijvoorbeeld wacht op de start
van een wedstrijd. Houd MENU ingedrukt en selecteer
Instellingen > Activiteiten en apps. Selecteer vervolgens een
activiteit en de activiteitinstellingen. Selecteer Time­out
spaarstand om de time-outinstellingen voor de activiteit aan te
passen.
Normaal: Hiermee stelt u in dat het toestel na 5 minuten van
inactiviteit overschakelt naar de energiebesparende
horlogemodus.
Verlengd: Hiermee stelt u in dat het toestel na 25 minuten van
inactiviteit overschakelt naar de energiebesparende
horlogemodus. De verlengde modus kan de batterijduur
tussen het opladen verkorten.
Een activiteit of app verwijderen
1
2
3
4
Houd MENU ingedrukt.
Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
Selecteer een activiteit.
Selecteer een optie:
• Selecteer Verwijder uit favorieten als u een activiteit wilt
verwijderen uit uw lijst met favorieten.
• Selecteer Verwijder als u de activiteit wilt verwijderen uit
de lijst met apps.
De volgorde van een activiteit wijzigen in de
lijst met apps
1
2
3
4
5
Houd MENU ingedrukt.
Selecteer Instellingen > Activiteiten en apps.
Selecteer een activiteit.
Selecteer Sorteer.
Selecteer UP of DOWN om de positie van de activiteit te
wijzigen in de lijst met apps.
Wijzerplaatinstellingen
U kunt de vormgeving van de wijzerplaat aanpassen door de
lay-out, kleuren en extra gegevens te selecteren. U kunt ook
aangepaste wijzerplaten downloaden via de Connect IQ store.
24
Sensorinstellingen
Kompasinstellingen
Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen > Sensors en
accessoires > Kompas.
Kalibreer: Hiermee kunt u de kompassensor handmatig
kalibreren (Het kompas handmatig kalibreren, pagina 24).
Scherm: Hiermee stelt u de koersweergave op het kompas in
letters, graden of milliradialen in.
Noordreferentie: Hiermee stelt u de noordreferentie van het
kompas in (De noordreferentie instellen, pagina 25).
Modus: Hiermee stelt u in dat het kompas alleen elektronische
sensorgegevens (Aan), een combinatie van GPS en
elektronische sensorgegevens bij verplaatsing (Automatisch)
of alleen GPS-gegevens gebruikt (Uit).
Het kompas handmatig kalibreren
LET OP
Kalibreer het elektronische kompas buiten. Zorg dat u zich niet
in de buurt bevindt van objecten die invloed uitoefenen op
magnetische velden, zoals voertuigen, gebouwen of
elektriciteitskabels.
Het toestel is al gekalibreerd in de fabriek en het maakt
standaard gebruik van automatische kalibratie. Als uw kompas
niet goed werkt, bijvoorbeeld nadat u lange afstanden hebt
afgelegd of na extreme temperatuurveranderingen, kunt u het
handmatig kalibreren.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Sensors en accessoires >
Kompas > Kalibreer > Start.
Uw toestel aanpassen
3 Volg de instructies op het scherm.
TIP: Maak een kleine 8-beweging met uw pols tot een bericht
wordt weergegeven.
De noordreferentie instellen
U kunt de koersreferentie instellen die wordt gebruikt voor het
berekenen van de voorliggende koers.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Sensors en accessoires >
Kompas > Noordreferentie.
3 Selecteer een optie:
• U kunt het geografische noorden instellen als
koersreferentie door Waar te selecteren.
• U kunt automatisch de magnetische afwijking instellen
voor uw locatie door Magnetisch te selecteren.
• U kunt het noorden van het grid (000º) instellen als
koersreferentie door Grid te selecteren.
• U kunt de magnetische afwijking handmatig instellen door
Gebruiker te selecteren, de magnetische afwijking in te
voeren en OK te selecteren.
Hoogtemeterinstellingen
Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen > Sensors en
accessoires > Hoogtemeter.
Automatisch kalibreren: Hiermee voert de hoogtemeter
automatisch een kalibratie uit telkens wanneer u GPStracering inschakelt.
Kalibreer: Hiermee kunt u de sensor van de hoogtemeter
handmatig kalibreren.
De barometrische hoogtemeter kalibreren
Uw toestel is al gekalibreerd in de fabriek. Standaard wordt
automatische kalibratie op het GPS-beginpunt gebruikt. U kunt
de barometrische hoogtemeter handmatig kalibreren als u de
juiste hoogte kent.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Sensors en accessoires >
Hoogtemeter.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Automatisch kalibreren > Aan als u het toestel
automatisch wilt kalibreren op het GPS-beginpunt.
• Selecteer Kalibreer als u de huidige hoogte wilt invoeren.
Barometerinstellingen
Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen > Sensors en
accessoires > Barometer.
Grafiek: Hiermee stelt u de tijdschaal in voor de grafiek in de
barometerwidget.
Stormwaarschuwing: Hiermee stelt u in bij welke
barometerdrukwijziging een stormwaarschuwing wordt
gegeven.
Horlogestand: Hiermee stelt u de sensor in die wordt gebruikt
in de horlogemodus. Met de optie Automatisch gebruikt u
zowel de hoogtemeter als de barometer, afhankelijk van uw
beweging. U kunt de optie Hoogtemeter gebruiken wanneer
er tijdens uw activiteit sprake is van hoogteverschillen, of de
optie Barometer wanneer er geen sprake is van
hoogteverschillen.
Kaartinstellingen
U kunt de weergave van de kaart in de kaart-app en op
gegevensschermen aanpassen.
Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen > Kaart.
Oriëntatie: Hiermee stelt u de oriëntatie van de kaart in.
Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de pagina
weer te geven. Selecteer Koers boven om uw huidige
reisrichting boven aan de pagina weer te geven.
Uw toestel aanpassen
Gebruikerslocaties: Hiermee worden opgeslagen locaties op
de kaart weergegeven of verborgen.
Automatisch zoomen: Hiermee wordt automatisch het juiste
zoomniveau geselecteerd voor optimaal gebruik van de
kaart. Als u deze functie uitschakelt, moet u handmatig in- en
uitzoomen.
GroupTrack instellingen
Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen >
GroupTrack.
Toon op kaart: Hiermee kunt u connecties weergegeven op het
kaartscherm tijdens een GroupTrack sessie.
Activiteittypen: Hiermee kunt u selecteren welke activiteittypen
op het kaartscherm worden weergegeven tijdens een
GroupTrack sessie.
Navigatie­instellingen
U kunt tijdens het navigeren naar een bestemming de functies
en vormgeving van de kaart aanpassen.
Kaartfuncties aanpassen
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Navigatie > Gegevensschermen.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Kaart om de kaart in of uit te schakelen.
• Selecteer Begeleid om een gidspagina in of uit te
schakelen waarop de kompasrichting of de koers wordt
weergegeven die u tijdens het navigeren moet volgen.
• Selecteer Hoogteprofiel om de hoogtegrafiek in of uit te
schakelen.
• Selecteer een scherm dat u wilt toevoegen, verwijderen of
aanpassen.
Koersinstellingen
U kunt het gedrag van de wijzer instellen die wordt
weergegeven tijdens het navigeren.
Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen > Navigatie >
Type.
Peiling: Wijst in de richting van uw bestemming.
Koers: Toont uw relatie tot de koerslijn die naar de bestemming
leidt (Koerswijzer, pagina 25).
Koerswijzer
De koerswijzer komt het beste van pas als u in een rechte lijn
naar uw bestemming navigeert, bijvoorbeeld op het water.
Hiermee kunt u terug navigeren naar de koerslijn als u van de
koers afwijkt om obstakels of hindernissen te vermijden.
De koerswijzer À geeft uw relatie aan tot de koerslijn die naar
uw bestemming leidt. De koersafwijkingsindicator (CDI) Á geeft
de afwijking (links of rechts) ten opzichte van de koers weer. De
stippen  geven aan hoe ver u van de koers bent afgeweken.
Een koersindicator instellen
U kunt een koersindicator instellen die wordt weergegeven op
uw gegevenspagina's tijdens het navigeren. De indicator wijst in
de richting van uw doel.
1 Houd MENU ingedrukt.
25
2 Selecteer Instellingen > Navigatie > Koersindicator.
Navigatiewaarschuwingen instellen
U kunt waarschuwingen instellen om u te helpen navigeren naar
uw bestemming.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Navigatie > Alarmen.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Afstand tot einddoel om een waarschuwing in
te stellen voor een bepaalde afstand tot uw
eindbestemming.
• Selecteer Bestemming ETE om een waarschuwing in te
stellen voor een resterende geschatte tijd tot u aankomt
op uw eindbestemming.
4 Selecteer Status om de waarschuwing in te schakelen.
5 Voer een afstand of tijdwaarde in en selecteer .
Systeeminstellingen
Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen > Systeem.
Taal voor tekst: Hiermee kunt u de taal van het toestel
instellen.
Tijd: Hiermee kunt u de tijdinstellingen wijzigen (Tijdinstellingen,
pagina 26).
Schermverlichting: Hiermee kunt u instellingen van de
schermverlichting wijzigen (De schermverlichtingsinstellingen
wijzigen, pagina 26).
Geluiden: Hiermee kunt u de toestelgeluiden instellen, zoals
knoptonen, waarschuwingen en trillingen.
Niet storen: Hiermee schakelt u de modus Niet storen in of uit.
Gebruik de optie Slaaptijd om de modus Niet storen
automatisch in te schakelen tijdens uw normale slaapuren. U
kunt uw normale slaaptijden instellen in uw Garmin Connect
account.
Bedieningsmenu: Hiermee kunt u snelkoppelingen toevoegen
aan het bedieningsmenu, de volgorde ervan wijzigen en ze
verwijderen (Het bedieningsmenu aanpassen, pagina 26).
Sneltoetsen: Hiermee kunt u snelkoppelingen toewijzen aan
knoppen op het toestel (De sneltoetsen aanpassen,
pagina 26).
Automatische vergrendeling: Hiermee kunt u de knoppen
automatisch vergrendelen om te voorkomen dat de knoppen
per ongeluk worden ingedrukt. Gebruik de optie Tijdens
activiteit om de knoppen te vergrendelen tijdens een activiteit
met tijdmeting. Gebruik de optie Horlogestand om de
knoppen te vergrendelen wanneer u geen activiteit met
tijdmeting vastlegt.
Eenheden: Hiermee kunt u de op het toestel gebruikte
meeteenheden instellen (De maateenheden wijzigen,
pagina 26).
Formaat: Hiermee kunt u algemene notatievoorkeuren instellen,
zoals het tempo en de snelheid die tijdens activiteiten worden
weergegeven, het begin van de week en opties voor de
geografische positieweergave en datum.
Gegevensopslag: Hiermee stelt u in hoe het toestel
activiteitgegevens vastlegt. Met de instelling Smart
(standaard) kunnen langere activiteiten worden vastgelegd.
Met de instelling Iedere seconde zijn de opnamen van
activiteiten meer gedetailleerd, maar worden langere
activiteiten mogelijk niet geheel vastgelegd.
USB­modus: Hiermee kunt u de massaopslagmodus of de
Garmin modus inschakelen op het toestel als er verbinding is
met een computer.
Standaardinstellingen: Hiermee kunt u gebruikersgegevens en
-instellingen herstellen (Alle standaardinstellingen herstellen,
pagina 29).
26
Software­update: Hiermee kunt u via Garmin Express
gedownloade software-updates installeren.
Tijdinstellingen
Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen > Systeem >
Tijd.
Tijdweergave: Hiermee stelt u de 12- of 24-uursklok in.
Stel tijd in: Hiermee stelt u de tijdzone voor het toestel in. De
optie Automatisch stelt de tijdzone automatisch in op basis
van uw GPS-positie.
Tijd: Hiermee kunt u de tijd aanpassen als de functie is
ingesteld op de optie Handmatig.
Alarmen: Hiermee kunt u de zonsopkomst- en
zonsondergangswaarschuwingen zo instellen dat een
bepaald aantal minuten of uren vóór de feitelijke
zonsopkomst of zonsondergang een waarschuwingssignaal
wordt gegeven.
Synchroniseer met GPS: Hiermee kunt u de tijd handmatig
synchroniseren met GPS wanneer u van tijdzone verandert,
en kunt u de zomertijd instellen.
De schermverlichtingsinstellingen wijzigen
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Schermverlichting.
3 Selecteer Tijdens activiteit of Horlogestand.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Knoppen om de schermverlichting in te
schakelen bij het indrukken van knoppen.
• Selecteer Alarmen om de schermverlichting in te
schakelen voor waarschuwingen.
• Selecteer Beweging om de schermverlichting in te
schakelen als u uw arm optilt en draait om op uw pols te
kijken.
• Selecteer Time­out om de tijdsduur in te stellen voordat
de schermverlichting wordt uitgeschakeld.
• Selecteer Helderheid om het helderheidsniveau van de
schermverlichting in te stellen
Het bedieningsmenu aanpassen
U kunt snelkoppelingen toevoegen, verwijderen en de volgorde
ervan wijzigen in het bedieningsmenu (Het bedieningsmenu
weergeven, pagina 1).
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Bedieningsmenu.
3 Selecteer een snelkoppeling die u wilt aanpassen.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Sorteer om de locatie van de snelkoppeling in
het bedieningsmenu te wijzigen.
• Selecteer Verwijder om de snelkoppeling uit het
bedieningsmenu te verwijderen.
5 Selecteer indien nodig Voeg nieuw toe om nog een
snelkoppeling aan het bedieningsmenu toe te voegen.
De sneltoetsen aanpassen
U kunt de functie voor het ingedrukt houden van afzonderlijke
knoppen en knopcombinaties aanpassen.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Sneltoetsen.
3 Selecteer de knop of knopcombinatie die u wilt aanpassen.
4 Selecteer een functie.
De maateenheden wijzigen
U kunt de eenheden voor afstand, tempo en snelheid, hoogte,
gewicht, lengte en temperatuur aanpassen.
1 Houd MENU ingedrukt.
Uw toestel aanpassen
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Eenheden.
3 Selecteer een type maatsysteem.
4 Selecteer een maateenheid.
Toestelgegevens weergeven
U kunt toestelinformatie zoals de toestel-id, softwareversie,
informatie over wet- en regelgeving en de licentieovereenkomst
weergeven.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Over.
Informatie over wet­ en regelgeving en naleving
weergeven
1 Selecteer in de instellingen Over.
2 Selecteer DOWN totdat informatie over wet- en regelgeving
wordt weergegeven.
ANT+ sensors
Het toestel is compatibel met deze optionele draadloze ANT+
accessoires.
• Hartslagmeter, zoals HRM-Run (De hartslagmeter
aanbrengen, pagina 5)
• Fietssnelheid- en cadanssensor (Een optionele
fietssnelheids- of fietscadanssensor gebruiken, pagina 27)
• Voetsensor (Voetsensor, pagina 27)
• Vermogenssensor, zoals Vector™
• tempe™ draadloze temperatuursensor (tempe, pagina 28)
Ga naar http://buy.garmin.com voor meer informatie over de
compatibiliteit en de aanschaf van extra sensors.
ANT+ sensors koppelen
Wanneer u voor de eerste keer een sensor via de ANT+
draadloze technologie met uw toestel wilt verbinden, moet u het
toestel en de sensor eerst koppelen. Nadat de koppeling is
voltooid, maakt het toestel automatisch een verbinding met de
sensor wanneer u een activiteit start en de sensor actief is en
zich binnen bereik bevindt.
OPMERKING: Indien uw toestel is geleverd met een
hartslagmeter, zal de bijgeleverde hartslagmeter reeds zijn
gekoppeld met uw toestel.
1 Als u een hartslagmeter koppelt, moet u de hartslagmeter
omdoen (De hartslagmeter aanbrengen, pagina 5).
De hartslagmeter kan pas gegevens verzenden of ontvangen
als u deze hebt omgedaan.
2 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
OPMERKING: Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij
andere ANT+ sensors vandaan bent tijdens het koppelen.
3 Houd MENU ingedrukt.
4 Selecteer Instellingen > Sensors en accessoires > Voeg
nieuw toe.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Zoek alles.
• Selecteer uw type sensor.
Als de sensor is gekoppeld met uw toestel wordt de status
van de sensor gewijzigd van Zoeken naar Verbonden.
Sensorgegevens worden weergegeven in de reeks
gegevenspagina's of in een aangepast gegevensveld.
Een optionele fietssnelheids­ of fietscadans­
sensor gebruiken
Met een compatibele fietssnelheids- of fietscadanssensor kunt u
gegevens verzenden naar uw toestel.
ANT+ sensors
• Koppel de sensor met uw toestel (ANT+ sensors koppelen,
pagina 27).
• Werk de gegevens in uw fitness-gebruikersprofiel bij (Uw
gebruikersprofiel instellen, pagina 11).
• Stel de wielmaat in (Wielmaat en omvang, pagina 34).
• Maak een rit (Een activiteit starten, pagina 2).
Trainen met vermogensmeters
• Ga naar www.garmin.com/intosports voor een lijst met ANT+
sensors die compatibel zijn met uw toestel (zoals Vector).
• Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van uw
vermogensmeter.
• Pas uw vermogenszones aan uw doelen en mogelijkheden
aan (Uw vermogenszones instellen, pagina 12).
• Gebruik bereikwaarschuwingen om te worden gewaarschuwd
wanneer u een bepaalde vermogenszone bereikt (Een
waarschuwing instellen, pagina 22).
• Pas de vermogensgegevensvelden aan (Gegevensschermen
aanpassen, pagina 22).
Elektronische schakelsystemen gebruiken
Voordat u gebruik kunt maken van compatibele elektronische
schakelsystemen, zoals Shimano Di2™ schakelsystemen, moet
u deze koppelen met uw toestel (ANT+ sensors koppelen,
pagina 27). U kunt de optionele gegevensvelden aanpassen
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 22). Het fēnix Chronos
toestel geeft de huidige afstellingswaarde weer als de sensor in
de afstellingsmodus is.
®
Omgevingsbewustzijn
Uw fēnix Chronos toestel kan worden gebruikt met het Varia
Vision™ toestel, slimme Varia™ fietsverlichting en
achteruitkijkradar voor een verbeterd omgevingsbewustzijn.
Raadpleeg de handleiding van het Varia toestel voor meer
informatie.
OPMERKING: U moet mogelijk de fēnix Chronos software
bijwerken voordat u Varia toestellen kunt koppelen (De software
bijwerken via Garmin Connect Mobile, pagina 19).
Voetsensor
Het toestel is compatibel met de voetsensor. Bij indoortrainingen
of als het GPS-signaal zwak is, kunt u in plaats van GPS de
voetsensor gebruiken om het tempo en de afstand vast te
leggen. De voetsensor is stand-by en klaar om gegevens te
verzenden (net als de hartslagmeter).
Na 30 minuten zonder activiteit schakelt de trainingsassistent
zichzelf uit om de batterij te sparen. Als de batterij bijna leeg is,
verschijnt een bericht op uw toestel. Na ongeveer vijf uur is de
batterij leeg.
Kalibratie van de voetsensor verbeteren
Voordat u het toestel kunt kalibreren, hebt u GPS-signalen nodig
en moet u het toestel koppelen met de voetsensor (ANT+
sensors koppelen, pagina 27).
De voetsensor beschikt over automatische kalibratie, maar u
kunt de nauwkeurigheid van de snelheids- en afstandsgegevens
verbeteren met een paar hardloopsessies met ingeschakelde
GPS.
1 Sta buiten 5 minuten stil met goed uitzicht op de lucht.
2 Start een hardloopactiviteit.
3 Loop 10 minuten hard zonder te stoppen.
4 Stop uw activiteit en sla deze op.
De kalibratiewaarde van de voetsensor verandert mogelijk op
basis van de vastgelegde gegevens. U hoeft uw voetsensor
niet opnieuw te kalibreren tenzij uw hardloopstijl verandert.
27
Uw voetsensor handmatig kalibreren
Voordat u het toestel kunt kalibreren, moet u het koppelen met
de voetsensor (ANT+ sensors koppelen, pagina 27).
Handmatige kalibratie wordt aanbevolen als u uw kalibratiefactor
weet. Als u een voetsensor hebt gekalibreerd met een ander
Garmin product, weet u mogelijk uw kalibratiefactor.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Sensors en accessoires.
3 Selecteer uw voetsensor.
4 Selecteer Cal. Factor > Stel waarde in.
5 Pas de kalibratiefactor aan:
• Verhoog de kalibratiefactor als de afstand te kort is.
• Verlaag de kalibratiefactor als de afstand te lang is.
Snelheid en afstand van voetsensor instellen
Voordat u de snelheid en afstand van de voetsensor kunt
kalibreren, moet u het toestel koppelen met de voetsensor
(ANT+ sensors koppelen, pagina 27).
U kunt uw toestel instellen om snelheid en afstand te berekenen
met de voetsensorgegevens in plaats van GPS-gegevens.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Sensors en accessoires.
3 Selecteer uw voetsensor.
4 Selecteer Snelheid of Afstand.
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Binnen als u met uitgeschakelde GPS traint,
meestal binnen.
• Selecteer Altijd als u uw voetsensorgegevens wilt
gebruiken ongeacht de GPS-instelling.
tempe
De tempe is een draadloze ANT+ temperatuursensor. U kunt de
sensor aan een stevige band of lus bevestigen op een plek waar
deze is blootgesteld aan omgevingslucht en zo een consistente
bron van nauwkeurige temperatuurgegevens vormt. U moet de
tempe met uw toestel koppelen om temperatuurgegevens van
de tempe te kunnen weergeven.
Toestelinformatie
fēnix Chronos specificaties
Batterijtype
Oplaadbare, ingebouwde lithium-ionbatterij
Levensduur van batterij
Maximaal 7 dagen
Waterbestendigheid
10 ATM*
Bedrijfstemperatuurbereik Van -20º tot 50ºC (van -4º tot 122ºF)
Laadtemperatuurbereik
Van 0º tot 45ºC (van 32º tot 113ºF)
Radiofrequentie
2,4 GHz
Radioprotocollen
ANT+ draadloze technologie
Bluetooth Smart toestel
*Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
100 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
/waterrating.
Batterijgegevens
De werkelijke levensduur van de batterij hangt af van de op uw
toestel ingeschakelde functies, zoals activiteiten volgen,
hartslagmeting bij de pols, smartphonemeldingen, GPS, interne
sensors en aangesloten ANT+ sensors.
28
Levensduur van
batterij
Modus
Maximaal 13 uur
Normale GPS-modus met hartslagmeting bij
de pols
Maximaal 22 uur
UltraTrac GPS-modus met pollinginterval van
twee minuten
Maximaal 7 dagen
Smartwatch-modus met activiteiten volgen,
smartphonemeldingen en hartslagmeting bij
de pols
Gegevensbeheer
OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95,
98, ME, Windows NT , en Mac OS 10.3 en ouder.
®
®
®
De USB­kabel loskoppelen
Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is
aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige
manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als
uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw
Windows computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te
koppelen.
1 Voer een van onderstaande handelingen uit:
• Op Windows computers: Selecteer het pictogram
Hardware veilig verewijderen in het systeemvak en
selecteer uw toestel.
• Voor Apple computers selecteert u het toestel en
selecteert u File > Eject.
Koppel
de kabel los van uw computer.
2
Bestanden verwijderen
LET OP
Als u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan
niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke
systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.
1 Open het Garmin station of volume.
2 Open zo nodig een map of volume.
3 Selecteer een bestand.
4 Druk op het toetsenbord op de toets Delete.
OPMERKING: Als u een Apple computer gebruikt, moet u de
map Trash leegmaken om de bestanden volledig te
verwijderen.
Onderhoud van het toestel
Toestelonderhoud
LET OP
Gebruik nooit een scherp voorwerp om het toestel schoon te
maken.
Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en
insectenwerende middelen die plastic onderdelen en
oppervlakken kunnen beschadigen.
Spoel het toestel goed uit met leidingwater nadat het in
aanraking is geweest met chloor of zout water, zonnebrand,
cosmetica, alcohol en andere chemicaliën die een reactie
kunnen veroorzaken. Langdurige blootstelling aan deze stoffen
kan de behuizing beschadigen.
Druk niet op de knoppen onder water.
Zorg dat de leren band droog blijft. Ga niet zwemmen of onder
de douche met de leren band. Blootstelling aan water kan de
leren band beschadigen.
Vermijd schokken en ruwe behandeling omdat hierdoor het
product korter meegaat.
Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
extreme temperaturen kan worden blootgesteld omdat dit
onherstelbare schade kan veroorzaken.
Toestelinformatie
Het toestel schoonmaken
LET OP
Ook een klein beetje zweet of vocht kan corrosie van de
elektrische contactpunten veroorzaken als het toestel is
aangesloten op een oplader. Corrosie kan opladen en
gegevensoverdracht blokkeren.
1 Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met
een mild schoonmaakmiddel.
Veeg
de behuizing vervolgens droog.
2
Laat het toestel na reiniging helemaal drogen.
TIP: Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/fitandcare.
De leren bandjes reinigen
1 Veeg de leren bandjes af met een droge doek.
2 Gebruik leerreiniger om de leren bandjes te reinigen.
Het bandje vervangen
1 Druk de veertjes van de pushpin in om de band te
verwijderen.
Ik kan mijn telefoon niet koppelen met het
toestel
• Schakel Bluetooth draadloze technologie op uw smartphone
in.
• Houd uw telefoon binnen 10 m (33 ft.) van het toestel.
• Open de Garmin Connect Mobile app op uw smartphone,
selecteer
of
en selecteer Garmin toestellen > Voeg
toestel toe om de koppelmodus in te schakelen.
• Houd LIGHT ingedrukt en selecteer om de Bluetooth
technologie en de koppelmodus in te schakelen.
Het toestel herstellen
1 Houd LIGHT ten minste 25 seconden ingedrukt.
2 Houd LIGHT één seconde ingedrukt om het toestel in te
schakelen.
Alle standaardinstellingen herstellen
OPMERKING: Hiermee worden alle gegevens die u hebt
ingevoerd en uw activiteitgeschiedenis gewist.
U kunt alle fabrieksinstellingen van het toestel herstellen.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Selecteer Instellingen > Systeem > Standaardinstellingen
> Ja.
Satellietsignalen ontvangen
2 Breng de nieuwe band op één lijn met het toestel.
3 Druk de veertjes in en druk de band op zijn plaats.
OPMERKING: Controleer of de band stevig vastzit. De
pushpin moet op één lijn liggen met de gaatjes van het
toestel.
4 Herhaal de stappen 1 t/m 3 om de andere band te
vervangen.
Metalen band aanpassen
Als uw horloge een metalen band heeft, dient u uw horloge naar
een juwelier of andere professional te brengen als de lengte van
de metalen band moet worden aangepast.
Problemen oplossen
Op mijn toestel wordt niet de juiste taal
gebruikt
U kunt de taal wijzigen als u per ongeluk niet de juiste taal hebt
geselecteerd op het toestel.
1 Houd MENU ingedrukt.
2 Schuif omlaag naar het laatste item in de lijst en selecteer
START.
3 Schuif omlaag naar het op een na laatste item in de lijst en
selecteer START.
4 Selecteer START.
5 Selecteer uw taal.
Is mijn smartphone compatibel met mijn
toestel?
Het fēnix Chronos toestel is compatibel met smartphones met
Bluetooth Smart draadloze technologie.
Ga naar www.garmin.com/ble voor informatie over
compatibiliteit.
Problemen oplossen
Het toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben
om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum
worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.
1 Ga naar buiten naar een open gebied.
De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht.
2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen
worden gevonden.
De ontvangst van GPS­signalen verbeteren
• Synchroniseer het toestel regelmatig met uw Garmin
Connect account:
◦ Verbind uw toestel met een computer via de USB-kabel
en de Garmin Express app.
◦ Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect Mobile
app op uw Bluetooth smartphone.
Na verbinding met uw Garmin Connect account downloadt
het toestel diverse dagen aan satellietgegevens, zodat het
toestel snel satellietsignalen kan vinden.
• Ga met uw toestel naar buiten, naar een open plek, ver weg
van hoge gebouwen en bomen.
• Blijf enkele minuten stilstaan.
De temperatuurmeting is niet nauwkeurig
Uw lichaamstemperatuur is van invloed op de
temperatuurmeting van de interne temperatuursensor. Voor de
meest nauwkeurige temperatuurmeting dient u het horloge van
uw pols te verwijderen en ongeveer 20 tot 30 minuten te
wachten.
U kunt ook een optionele externe tempe temperatuursensor
gebruiken voor een nauwkeurige meting van de
omgevingstemperatuur wanneer u het horloge draagt.
De levensduur van de batterij verlengen
U kunt verschillende acties ondernemen om de levensduur van
de batterij te verlengen.
• Verkort de time-out voor schermverlichting (De
schermverlichtingsinstellingen wijzigen, pagina 26).
29
• Verminder de helderheid van de schermverlichting.
• Gebruik UltraTrac GPS-modus voor uw activiteit (UltraTrac,
pagina 24).
• Schakel Bluetooth draadloze technologie uit wanneer u niet
gebruikmaakt van connected functies (Connected functies,
pagina 18).
• Wanneer u uw activiteit voor een langere periode pauzeert,
kunt u deze later hervatten (Een activiteit stoppen, pagina 2).
• Schakel activiteiten volgen uit (Activiteiten volgen
uitschakelen, pagina 13).
• Gebruik een Connect IQ watch face die niet elke seconde
wordt bijgewerkt.
Gebruik bijvoorbeeld een wijzerplaat zonder secondewijzer
(De watch face aanpassen, pagina 24).
• Beperk de smartphone-meldingen die op het toestel worden
weergegeven (Meldingen beheren, pagina 19).
• Stop het verzenden van hartslaggegevens naar gekoppelde
Garmin toestellen (Hartslaggegevens verzenden naar
Garmin toestellen, pagina 5).
• Schakel de hartslagmeting aan de pols uit (De
polshartslagmeter uitschakelen, pagina 5).
OPMERKING: De hartslagmeting aan de pols wordt gebruikt
om het aantal minuten activiteit bij hoge inspanning en het
aantal verbrande calorieën te berekenen.
Activiteiten volgen
Connect Mobile app of de Garmin Connect toepassing te
vernieuwen.
Het aantal opgelopen trappen lijkt niet te kloppen
Uw toestel gebruikt een interne barometer om hoogteverschillen
te meten als u trappen loopt. Een opgelopen trap staat gelijk
aan 3 m (10 ft.).
• Houd geen trapleuningen vast en sla geen treden over bij het
traplopen.
• Bescherm uw toestel in winderige omgevingen met uw mouw
of jas. Sterke windvlagen kunnen namelijk foutieve metingen
veroorzaken.
Mijn minuten intensieve training knipperen
Als u traint op een bepaald intensiteitsniveau en u uw doel van
een bepaald aantal minuten intensieve training haalt, knipperen
de minuten intensieve training.
Sport minimaal 10 minuten bij een gemiddeld of inspannend
intensiteitsniveau.
Meer informatie
Meer informatie over dit product vindt u op de Garmin website.
• Ga naar support.garmin.com.
• Ga naar www.garmin.com/outdoor.
• Ga naar http://buy.garmin.com of neem contact op met uw
Garmin dealer voor informatie over optionele accessoires en
vervangingsonderdelen.
Ga naar garmin.com/ataccuracy voor meer informatie over de
nauwkeurigheid van activiteiten-tracking.
Mijn dagelijkse stappentelling wordt niet
weergegeven
De dagelijkse stappentelling wordt elke dag om middernacht op
nul gezet.
Als er streepjes verschijnen in plaats van uw stappentelling,
moet u wachten tot uw toestel satellietsignalen ontvangt en
de tijd automatisch instelt.
Mijn stappentelling lijkt niet nauwkeurig te zijn
Als uw stappentelling niet nauwkeurig lijkt te zijn, kunt u deze
tips proberen.
• Draag het toestel om uw niet-dominante pols.
• Draag het toestel in uw zak wanneer u een wandelwagen of
grasmaaier duwt.
• Draag het toestel in uw zak wanneer u alleen uw handen of
armen gebruikt.
OPMERKING: Het toestel kan herhalende bewegingen,
zoals afwassen, was opvouwen of in de handen klappen,
interpreteren als stappen.
De stappentellingen op mijn toestel en mijn Garmin
Connect account komen niet overeen
De stappentelling op uw Garmin Connect account wordt
bijgewerkt wanneer u uw toestel synchroniseert.
1 Selecteer een optie:
• Synchroniseer uw stappentelling met de Garmin Connect
toepassing (Garmin Connect op uw computer gebruiken,
pagina 19).
• Synchroniseer uw stappentelling met de Garmin Connect
Mobile app (Gegevens handmatig synchroniseren met
Garmin Connect Mobile, pagina 19).
2 Wacht tot het toestel uw gegevens heeft gesynchroniseerd.
Synchronisatie kan enkele minuten duren.
OPMERKING: Uw gegevens worden niet gesynchroniseerd
en uw stappentelling wordt niet bijgewerkt door uw Garmin
30
Appendix
Gegevensvelden
% FTP: Het huidige uitgangsvermogen als percentage van het
functionele drempelvermogen (FTP).
%HSR: Het percentage van de hartslagreserve (maximale
hartslag minus rusthartslag).
Achter: De achterste fietsversnelling van een
versnellingspositiesensor.
Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
activiteit of het huidige spoor.
Afstand per slag: Zwemmen. De afstand die u per slag hebt
afgelegd.
Afstand per slag: Roeisporten. De afstand die u per slag hebt
afgelegd.
Afstand tot volgende: De resterende afstand tot het volgende
via-punt op uw route. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Arbeid: De totale verrichte inspanningen (uitgangsvermogen) in
kilojoules.
Balans: De huidige vermogensbalans links/rechts.
Balans gemiddelde grondcontacttijd: De gemiddelde
grondcontacttijd-balans voor de huidige sessie.
Balans grondcontacttijd: De links/rechts-balans van uw
grondcontacttijd tijdens het hardlopen.
Balans ronde grondcontacttijd: De gemiddelde
grondcontacttijd-balans voor de huidige ronde.
Banen: Het aantal volledige banen dat gedurende de huidige
activiteit is afgelegd.
Barometerdruk: De actuele, gekalibreerde druk.
Batterijniveau: De resterende batterijvoeding.
Bestemmingslocatie: De positie van uw eindbestemming.
Bestemmingsvia­punt: Het laatste punt op de route naar de
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
Appendix
Cadans: Fietsen. Het aantal omwentelingen van de pedaalarm.
Voor weergave van deze gegevens moet uw toestel zijn
aangesloten op een cadansaccessoire.
Cadans: Hardlopen. Het aantal stappen per minuut (rechts en
links).
Cadans laatste ronde: Fietsen. De gemiddelde cadans van de
laatste voltooide ronde.
Cadans laatste ronde: Hardlopen. De gemiddelde cadans van
de laatste voltooide ronde.
Calorieën: De hoeveelheid calorieën die u hebt verbrand.
Daling laatste ronde: De verticale afstand van de daling van de
laatste voltooide ronde.
Daling ronde: De verticale afstand van de daling voor de
huidige ronde.
Di2 batterij: De resterende batterijspanning van een Di2 sensor.
Effectief draaimoment: Meting van de pedaalslagen-efficiëntie
van een gebruiker.
ETA: Het geschatte tijdstip waarop u de eindbestemming zult
bereiken (aangepast aan de lokale tijd van de bestemming).
Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens het
navigeren.
ETA bij volgende: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende
via-punt op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale
tijd van het via-punt). Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
ETE: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om de
eindbestemming te bereiken. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Gem. balans 30 s.: Het voortschrijdend gemiddelde (30
seconden) van de vermogensbalans links/rechts.
Gem. slagsnelh.: Zwemmen. Het gemiddelde aantal slagen per
minuut (spm) tijdens de huidige activiteit.
Gem. snelheid totaal: De totale gemiddelde snelheid voor de
huidige activiteit, op basis van de snelheid wanneer u zich
verplaatst en stilstand.
Gem. vermogen 10 sec.: Het voortschrijdend gemiddelde (10
seconden) van het uitgangsvermogen.
Gem. vermogen 30 sec.: Het voortschrijdend gemiddelde (30
seconden) van het uitgangsvermogen.
Gem. vermogen 3 sec.: Het voortschrijdend gemiddelde (3
seconden) van het uitgangsvermogen.
Gem. vert. osc.: De gemiddelde verticale oscillatie voor de
huidige activiteit.
Gem. verticale ratio: De gemiddelde verhouding tussen
verticale oscillatie en staplengte voor de huidige sessie.
Gemiddelde %HSR: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
de huidige activiteit.
Gemiddelde afstand per slag: Zwemmen. De gemiddelde
afstand die u per slag hebt afgelegd tijdens de huidige
activiteit.
Gemiddelde afstand per slag: Roeisporten. De gemiddelde
afstand die u per slag hebt afgelegd tijdens de huidige
activiteit.
Gemiddelde balans: De gemiddelde vermogensbalans links/
rechts voor de huidige activiteit.
Gemiddelde balans 10 seconden: Het voortschrijdend
gemiddelde (10 seconden) van de vermogensbalans links/
rechts.
Gemiddelde balans 3 seconden: Het voortschrijdend
gemiddelde (drie seconden) van de vermogensbalans links/
rechts.
Gemiddelde bewogen snelheid: De gemiddelde snelheid
wanneer u zich verplaatst voor de huidige activiteit.
Appendix
Gemiddelde cadans: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
huidige activiteit.
Gemiddelde cadans: Hardlopen. De gemiddelde cadans voor
de huidige activiteit.
Gemiddelde daling: De gemiddelde verticale afstand van de
daling sinds deze waarde voor het laatst is hersteld.
Gemiddelde hartslag: De gemiddelde hartslag voor de huidige
activiteit.
Gemiddelde HS %Max.: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor de huidige activiteit.
Gemiddelde PMO: De gemiddelde pedaalmidden-offset voor de
huidige activiteit.
Gemiddelde PVF links: De gemiddelde
piekvermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
activiteit.
Gemiddelde PVF rechts: De gemiddelde
piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de
huidige activiteit.
Gemiddelde rondetijd: De gemiddelde rondetijd voor de
huidige activiteit.
Gemiddelde slagen/baan: Het gemiddelde aantal slagen per
baan van het zwembad gedurende de huidige activiteit.
Gemiddelde slagsnelheid: Roeisporten. Het gemiddelde aantal
slagen per minuut (spm) tijdens de huidige activiteit.
Gemiddelde snelheid: De gemiddelde snelheid voor de huidige
activiteit.
Gemiddelde staplengte: De gemiddelde staplengte voor de
huidige sessie.
Gemiddelde stijging: De gemiddelde verticale afstand van de
stijging sinds deze waarde voor het laatst is hersteld.
Gemiddelde Swolf: De gemiddelde swolf-score voor de huidige
activiteit. De swolf-score is de som van de tijd voor één baan
en het aantal slagen voor die baan (Zwemtermen, pagina 3).
Bij zwemmen in open water wordt de swolfscore berekend
over 25 meter.
Gemiddelde VF links: De gemiddelde vermogensfasehoek
voor het linkerbeen voor de huidige activiteit.
Gemiddelde VF rechts: De gemiddelde vermogensfasehoek
voor het rechterbeen voor de huidige activiteit.
Gemiddeld grondcontacttijd: Gemiddelde grondcontacttijd
voor de huidige activiteit.
Gemiddeld tempo: Het gemiddelde tempo van de huidige
activiteit.
Gemiddeld tempo 500 meter: Het gemiddelde zwemtempo per
500 meter voor de huidige activiteit.
Gemiddeld vermogen: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor
de huidige activiteit.
Glijhoek: De hoek van de horizontale afgelegde afstand in
verhouding tot de wijziging in verticale afstand.
Glijhoek tot bestemming: De glijhoek die nodig is om van uw
huidige positie af te dalen naar de hoogte van uw
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
GPS: De sterkte van het signaal van de GPS-satelliet.
GPS­hoogte: De hoogte van uw huidige locatie op basis van
GPS.
GPS­koers: De richting waar u naartoe gaat op basis van GPS.
Gradiënt: De berekening van de stijging over de afstand. Als u
bijvoorbeeld 10 ft (3 m.) stijgt na elke 200 ft (60 m.) die u
aflegt, dan is de helling ofwel het stijgingspercentage 5%.
Grondcontacttijd: De hoeveelheid tijd voor iedere stap tijdens
het hardlopen waarbij er contact is met de grond, gemeten in
milliseconden. Grondcontacttijd wordt niet berekend als u
wandelt.
31
Hartslag: Uw aantal hartslagen per minuut. Uw toestel moet zijn
aangesloten op een compatibele hartslagmeter.
Herhaal: De timer voor het laatste interval plus de huidige
rustpauze (zwemmen in zwembad).
Hoogte: De hoogte van uw huidige locatie boven of onder
zeeniveau.
HS %Max.: Het percentage van maximale hartslag.
HS­zone: Uw huidige hartslagbereik (1 tot 5). De
standaardzones zijn gebaseerd op uw gebruikersprofiel en
de maximale hartslag (220 min uw leeftijd).
Intensity Factor: De Intensity Factor™ voor de huidige activiteit.
Interval Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor het
huidige interval.
Intervalbanen: Het aantal volledige banen dat tijdens het
huidige interval is afgelegd.
Interval gem. %HSR: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
het huidige zweminterval.
Interval gem. %maximum: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor het huidige zweminterval.
Interval gem. hartslag: De gemiddelde hartslag voor het
huidige zweminterval.
Interval maximum %hartslagreserve: Het gemiddelde
percentage van de hartslagreserve (maximale hartslag minus
rusthartslag) voor het huidige zweminterval.
Interval maximum %maximum: Het gemiddelde percentage
van de maximale hartslag voor het huidige zweminterval.
Interval maximum hartslag: De maximale hartslag voor het
huidige zweminterval.
Interval slag/baan: Het gemiddelde aantal slagen per baan van
het zwembad gedurende de huidige interval.
Interval slagsnelheid: Het gemiddelde aantal slagen per
minuut (spm) tijdens het huidige interval.
Interval slagtype: Het huidige slagtype voor het interval.
Interval Swolf: De gemiddelde swolf-score voor het huidige
interval.
Intervaltempo: Het gemiddelde tempo van het huidige interval.
Intervaltijd: De stopwatchtijd voor het huidige interval.
Koers: De richting van uw beginlocatie naar een bestemming.
De koers kan worden weergegeven als een geplande of
ingestelde route. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Koers: De richting waarin u zich verplaatst.
Kompaskoers: De richting waar u naartoe gaat op basis van
het kompas.
Laatste ronde afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de
laatste voltooide ronde.
Laatste ronde afstand per slag: Zwemmen. De gemiddelde
afstand die u per slag hebt afgelegd tijdens de laatst
voltooide ronde.
Laatste ronde afstand per slag: Roeisporten. De gemiddelde
afstand die u per slag hebt afgelegd tijdens de laatst
voltooide ronde.
Laatste ronde slagen: Zwemmen. Het totale aantal slagen voor
de laatst voltooide ronde.
Laatste ronde slagen: Roeisporten. Het totale aantal slagen
voor de laatst voltooide ronde.
Laatste ronde slagsnelheid: Zwemmen. Het gemiddelde
aantal slagen per minuut (spm) tijdens de laatst voltooide
ronde.
Laatste ronde slagsnelheid: Roeisporten. Het gemiddelde
aantal slagen per minuut (spm) tijdens de laatst voltooide
ronde.
32
Laatste rondesnelheid: De gemiddelde snelheid voor de
laatste voltooide ronde.
Laatste ronde Swolf: De swolf-score voor de laatst voltooide
ronde.
Laatste rondetempo: Het gemiddelde tempo van de laatste
voltooide ronde.
Laatste rondetijd: De stopwatchtijd voor de laatste voltooide
ronde.
Lengte/Breedte: De huidige positie in lengte- en breedtegraad
ongeacht de geselecteerde instelling voor de
positieweergave.
Locatie: De huidige positie met de geselecteerde instelling voor
de positieweergave.
Max. 24 uur: De maximumtemperatuur gemeten in de
afgelopen 24 uur met een compatibele temperatuursensor.
Max. daling: De maximale daalsnelheid in meter per minuut of
voeten per minuut sinds deze waarde voor het laatst is
hersteld.
Max. hoogte: Het hoogst bereikte punt sinds deze waarde voor
het laatst is hersteld.
Max. stijging: De maximale stijgsnelheid in voet per minuut of
meter per minuut sinds deze waarde voor het laatst is
hersteld.
Maximumsnelheid: De hoogste snelheid voor de huidige
activiteit.
Maximum vermogen: Het hoogste uitgangsvermogen voor de
huidige activiteit.
Maximum vermogen ronde: Het hoogste uitgangsvermogen
voor de huidige ronde.
Min. 24 uur: De minimumtemperatuur gemeten in de afgelopen
24 uur met een compatibele temperatuursensor.
Min. Hoogte: Het laagst bereikte punt sinds deze waarde voor
het laatst is hersteld.
Multisporttijd: De totale tijd voor alle sporten tijdens een
multisportactiviteit, inclusief overgangen.
Nautische afstand: De afstand afgelegd in nautische meters of
nautische voeten.
Nautische snelheid: De huidige snelheid in knopen.
Nog te gaan: De resterende afstand tot de eindbestemming.
Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens het
navigeren.
Normalized Power: De Normalized Power™ voor de huidige
activiteit.
Normalized Power laatste ronde: Het gemiddelde Normalized
Power van de laatste voltooide ronde.
NP van rnd: Het gemiddelde Normalized Power van de huidige
ronde.
PCO: Pedaalmidden-offset. Pedaalmidden-offset is de locatie op
het pedaaloppervlak waarop kracht wordt uitgeoefend.
Pedaalsouplesse: De meting van de krachtverdeling op de
pedalen bij iedere pedaalslag door een gebruiker.
Peiling: De richting vanaf uw huidige locatie naar een
bestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
Plaatselijke luchtdruk: De niet-gekalibreerde
omgevingsluchtdruk.
Prestatiecondit.: De score voor de prestatieconditie is een realtime meting van uw prestatievermogen.
PVF links: De huidige piekvermogensfasehoek voor het
linkerbeen. Piekvermogensfase is het hoekgebied waarover
de fietser het piekgedeelte van de aandrijfkracht uitoefent.
Appendix
PVF rechts: De huidige piekvermogensfasehoek voor het
rechterbeen. Piekvermogensfase is het hoekgebied waarover
de fietser het piekgedeelte van de aandrijfkracht uitoefent.
Ronde %HSR: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
de huidige ronde.
Rondeafstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
ronde.
Ronde afstand per slag: Zwemmen. De gemiddelde afstand
die u per slag hebt afgelegd tijdens de huidige ronde.
Ronde afstand per slag: Roeisporten. De gemiddelde afstand
die u per slag hebt afgelegd tijdens de huidige ronde.
Rondebalans: De gemiddelde vermogensbalans links/rechts
voor de huidige ronde.
Rondecadans: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de huidige
ronde.
Rondecadans: Hardlopen. De gemiddelde cadans voor de
huidige ronde.
Ronde grondcontacttijd: Gemiddelde grondcontacttijd voor de
huidige ronde.
Ronde HS: De gemiddelde hartslag voor de huidige ronde.
Ronde HS %Max.: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor de huidige ronde.
Ronden: Het aantal ronden dat is voltooid voor de huidige
activiteit.
Ronde PMO: De gemiddelde pedaalmidden-offset voor de
huidige ronde.
Ronde PVF links: De gemiddelde piekvermogensfasehoek voor
het linkerbeen voor de huidige ronde.
Ronde PVF rechts: De gemiddelde piekvermogensfasehoek
voor het rechterbeen voor de huidige ronde.
Ronde slagen: Zwemmen. Het totale aantal slagen voor de
huidige ronde.
Ronde slagen: Roeisporten. Het totale aantal slagen voor de
huidige ronde.
Ronde slagsnelheid: Zwemmen. Het gemiddelde aantal slagen
per minuut (spm) tijdens de huidige ronde.
Ronde slagsnelheid: Roeisporten. Het gemiddelde aantal
slagen per minuut (spm) tijdens de huidige ronde.
Rondesnelheid: De gemiddelde snelheid voor de huidige
ronde.
Ronde staplengte: De gemiddelde staplengte voor de huidige
ronde.
Ronde Swolf: De swolf-score voor de huidige ronde.
Rondetempo: Het gemiddelde tempo van de huidige ronde.
Rondetijd: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
Ronde vert. osc.: De gemiddelde verticale oscillatie voor de
huidige ronde.
Ronde verticale verhouding: De gemiddelde verhouding
tussen verticale oscillatie en staplengte voor de huidige
ronde.
Ronde VF links: De gemiddelde vermogensfasehoek voor het
linkerbeen voor de huidige ronde.
Ronde VF rechts: De gemiddelde vermogensfasehoek voor het
rechterbeen voor de huidige ronde.
Rust­timer: De timer voor de huidige rustpauze (zwemmen in
zwembad).
Slagen: Zwemmen. Het totale aantal slagen voor de huidige
activiteit.
Slagen: Roeisporten. Het totale aantal slagen voor de huidige
activiteit.
Appendix
Slagen laatste baan: Het totale aantal slagen voor de laatste
voltooide baan.
Slagsn. l. baan: Het gemiddelde aantal slagen per minuut
(spm) tijdens de laatste voltooide baan.
Slagsnelheid: Zwemmen. Het aantal slagen per minuut (spm).
Slagsnelheid: Roeisporten. Het aantal slagen per minuut (spm).
Slagtype laatste baan: Het slagtype dat is gebruikt tijdens de
laatste voltooide baan.
Snelheid: De huidige snelheid waarmee u zich verplaatst.
Spierzuurstofverz. %: Het geschatte
spierzuurstofverzadigingspercentage voor de huidige
activiteit.
Staplengte: De afstand tussen de plekken waar u uw ene voet
en uw andere voet neerzet, gemeten in meters.
Stijging laatste ronde: De verticale afstand van de stijging van
de laatste voltooide ronde.
Stijging ronde: De verticale afstand van de stijging van de
huidige ronde.
Swolf laatste baan: De swolf-score voor de laatste voltooide
baan.
Temperatuur: De temperatuur van de lucht. Uw
lichaamstemperatuur beïnvloedt de temperatuursensor. U
kunt een tempe sensor koppelen met uw toestel voor een
consistente bron van nauwkeurige temperatuurgegevens.
Tempo: Het huidige tempo.
Tempo 500 meter: Het huidige zwemtempo per 500 meter.
Tempo 500 meter laatste ronde: Het gemiddelde zwemtempo
per 500 meter voor de laatste ronde.
Tempo 500 meter ronde: Het gemiddelde zwemtempo per
500 meter voor de huidige ronde.
Tempo laatste baan: Het gemiddelde tempo van de laatste
voltooide volledige baan.
Tijd: De tijd van de dag, op basis van uw huidige locatie en
tijdinstellingen (notatie, tijdzone en zomertijd).
Tijd bewogen: De totale tijd die u hebt bewogen voor de
huidige activiteit.
Tijd gestopt: De totale tijd die u hebt stilgestaan voor de
huidige activiteit.
Tijd in zone: De tijd verstreken in elke hartslag- of
vermogenszone.
Tijd staand: De tijd dat u staand op de pedalen hebt getrapt
voor de huidige activiteit.
Tijd staand ronde: De tijd dat u staand op de pedalen hebt
getrapt voor de huidige ronde.
Tijd tot volgende: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om
het volgende via-punt op de route te bereiken. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Tijd zittend: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt getrapt
voor de huidige activiteit.
Tijd zittend ronde: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt
getrapt voor de huidige ronde.
Timer: De huidige tijd van de afteltimer.
Totaal hemoglobine: Het geschatte totaal spierzuurstof voor de
huidige activiteit.
Totale daling: De totale afstand van de daling sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Totale stijging: De totale afstand van de stijging sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Training effect aerobic: De impact van de huidige activiteit op
uw aerobe conditie.
Training effect anaeroob: De impact van de huidige activiteit
op uw anaerobe conditie.
33
TSS: De Training Stress Score™ voor de huidige activiteit.
Uit koers: De afstand naar links of rechts die u van uw
oorspronkelijke koers bent afgeweken. Deze gegevens
worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Vermogen: Het huidige uitgangsvermogen in watt.
Vermogen laatste ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen
voor de laatste voltooide ronde.
Vermogen per gewicht: Het huidige vermogen gemeten in watt
per kilogram.
Vermogen ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor de
huidige ronde.
Vermogenszone: Het huidige uitgangsvermogensbereik (1–7),
gebaseerd op uw FTP of aangepaste instellingen.
Versnellingen: De voorste en achterste fietsversnellingen van
een versnellingspositiesensor.
Versnellingscombo: De huidige versnellingscombinatie van
een versnellingspositiesensor.
Versnellingsratio: Het aantal tanden op de voorste en
achterste fietsversnellingen, zoals gedetecteerd door een
versnellingspositiesensor.
Verstreken tijd: De totale verstreken tijd. Als u bijvoorbeeld de
timer start en 10 minuten hardloopt, vervolgens de timer 5
minuten stopt en daarna de timer weer start en 20 minuten
hardloopt, bedraagt de verstreken tijd 35 minuten.
Verticale afstand tot bestemming: De afstand die u stijgt
tussen uw huidige positie en de eindbestemming. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Verticale oscillatie: De op-en-neerbeweging tijdens het
hardlopen. De verticale beweging van uw bovenlichaam,
gemeten in centimeters voor iedere stap.
Verticale snelheid: De stijg- of daalsnelheid over tijd.
Verticale snelheid tot doel: De stijg- of daalsnelheid naar een
vooraf bepaalde hoogte. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Verticale verhouding: De verhouding tussen verticale oscillatie
en staplengte.
VF links: De huidige vermogensfasehoek voor het linkerbeen.
Vermogensfase is het pedaalslaggebied waar positief
vermogen wordt geproduceerd.
VF rechts: De huidige vermogensfasehoek voor het
rechterbeen. Vermogensfase is het pedaalslaggebied waar
positief vermogen wordt geproduceerd.
VMG: De snelheid waarmee u een bestemming langs uw route
nadert. Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens
het navigeren.
Volgend via­punt: Het volgende punt op de route. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Voor: De voorste fietsversnelling van een
versnellingspositiesensor.
Zon onder: Het tijdstip waarop de zon ondergaat, gebaseerd op
uw GPS-positie.
Zon op: Het tijdstip waarop de zon opkomt, gebaseerd op uw
GPS-positie.
Standaardwaarden VO2 Max.
In deze tabellen vindt u de gestandaardiseerde classificaties van het geschat VO2 max. op basis van leeftijd en geslacht.
Mannen
Percentiel
20–29
30–39
40–49
50–59
60–69
70–79
Voortreffelijk
95
55,4
54
52,5
48,9
45,7
42,1
Uitstekend
80
51,1
48,3
46,4
43,4
39,5
36,7
Goed
60
45,4
44
42,4
39,2
35,5
32,3
Redelijk
40
41,7
40,5
38,5
35,6
32,3
29,4
Slecht
0–40
<41,7
<40,5
<38,5
<35,6
<32,3
<29,4
Vrouwen
Percentiel
20–29
30–39
40–49
50–59
60–69
70–79
Voortreffelijk
95
49,6
47,4
45,3
41,1
37,8
36,7
Uitstekend
80
43,9
42,4
39,7
36,7
33
30,9
Goed
60
39,5
37,8
36,3
33
30
28,1
Redelijk
40
36,1
34,4
33
30,1
27,5
25,9
Slecht
0–40
<36,1
<34,4
<33
<30,1
<27,5
<25,9
Gegevens afgedrukt met toestemming van The Cooper Institute. Ga voor meer informatie naar www.CooperInstitute.org.
FTP-waarden zijn gebaseerd op onderzoek verricht door Hunter
FTP­waarden
Allen en Andrew Coggan, PhD, Training and Racing with a
Deze tabellen bevatten classificaties voor geschat functioneel
Power Meter (Boulder, CO: VeloPress, 2010).
drempelvermogen (FTP) op basis van geslacht.
Mannen
Watt per kilogram (W/kg)
Voortreffelijk
5,05 en meer
Uitstekend
Tussen 3,93 en 5,04
Goed
Tussen 2,79 en 3,92
Redelijk
Tussen 2,23 en 2,78
Ongetraind
Minder dan 2,23
Wielmaat en omvang
De wielmaat wordt aan weerszijden van de band aangegeven.
Dit is geen volledige lijst. U kunt ook een van de
rekenprogramma's op internet gebruiken om de omvang van uw
wiel te berekenen.
Wielmaat
L (mm)
12 × 1,75
935
Vrouwen
Watt per kilogram (W/kg)
14 × 1,5
1020
Voortreffelijk
4,30 en meer
14 × 1,75
1055
Uitstekend
Tussen 3,33 en 4,29
16 × 1,5
1185
Goed
Tussen 2,36 en 3,32
16 × 1,75
1195
Redelijk
Tussen 1,90 en 2,35
18 × 1,5
1340
Ongetraind
Minder dan 1,90
18 × 1,75
1350
34
Appendix
volgende disclaimer te reproduceren in de documentatie
en/of andere bij de distributie geleverde materialen.
• De naam van de auteur en de namen van bijdragers mogen
zonder voorafgaande uitdrukkelijke en schriftelijke
toestemming niet worden gebruikt om van deze software
afgeleide producten aan te bevelen of te promoten.
DEZE SOFTWARE WORDT DOOR DE
COPYRIGHTHOUDERS EN BIJDRAGERS VERSTREKT "IN
DE HUIDIGE STAAT" EN EXPLICIETE OF IMPLICIETE
GARANTIES, MET INBEGRIP VAN, DOCH NIET BEPERKT
TOT, IMPLICIETE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID EN
GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL, WORDEN
AFGEWEZEN. DE COPYRIGHTHOUDER OF DE
BIJGRAGERS ZULLEN IN GEEN GEVAL AANSPRAKELIJK
KUNNEN WORDEN GESTELD VOOR DIRECTE OF
INDIRECTE SCHADE, INCIDENTELE SCHADE, BIJZONDERE
SCHADE, SMARTENGELD OF GEVOLGSCHADE (MET
INBEGRIP VAN, DOCH NIET BEPERKT TOT, DE AANSCHAF
VAN VERVANGENDE GOEDEREN OF DIENSTEN, VERLIES
VAN GEBRUIK, GEGEVENSVERLIES, WINSTDERVING OF
BEDRIJFSONDERBREKING), ONGEACHT DE OORZAAK EN
DE RECHTSGROND VOOR AANSPRAKELIJKHEID, HETZIJ
UIT CONTRACTUELE VERPLICHTING, WEGENS RISICOAANSPRAKELIJKHEID OF OP GROND VAN
ONRECHTMATIGE DAAD (NALATIGHEID INBEGREPEN), OP
ENIGERLEI WIJZE VOORTVLOEIEND UIT HET GEBRUIK
VAN DEZE SOFTWARE, OOK NIET WANNEER ZIJ VOORAF
VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE OP DE
HOOGTE ZIJN GESTELD.
Wielmaat
L (mm)
20 × 1,75
1515
20 × 1-3/8
1615
22 × 1-3/8
1770
22 × 1-1/2
1785
24 × 1
1753
24 × 3/4 (tubulair)
1785
24 × 1-1/8
1795
24 × 1-1/4
1905
24 × 1,75
1890
24 × 2,00
1925
24 × 2,125
1965
26 × 7/8
1920
26 × 1(59)
1913
26 × 1(65)
1952
26 × 1,25
1953
26 × 1-1/8
1970
26 × 1-3/8
2068
26 × 1-1/2
2100
26 × 1,40
2005
26 × 1,50
2010
26 × 1,75
2023
26 × 1,95
2050
26 × 2,00
2055
26 × 2,10
2068
26 × 2,125
2070
Symbooldefinities
26 × 2,35
2083
26 × 3,00
2170
Deze symbolen worden mogelijk weergegeven op de toestel- of
accessoirelabels.
27 × 1
2145
27 × 1-1/8
2155
27 × 1-1/4
2161
27 × 1-3/8
2169
Zekering. Geeft informatie over of locatie van de zekering aan.
650 × 35A
2090
650 × 38A
2125
650 × 38B
2105
700 × 18C
2070
700 × 19C
2080
WEEE-symbool voor weggooien en recycling. Het WEEE-symbool
is toegevoegd op het product in overeenstemming met de EUrichtlijn 2012/19/EU met betrekking tot Waste Electrical and
Electronic Equipment (WEEE). Hiermee wordt het onjuist afdanken
van dit product ontmoedigd en het hergebruiken en recyclen
bevorderd.
700 × 20C
2086
700 × 23C
2096
700 × 25C
2105
700 × 28C
2136
700 × 30C
2170
700 × 32C
2155
700C (tubulair)
2130
700 × 35C
2168
700 × 38C
2180
700 × 40C
2200
Wisselstroom. Het toestel is geschikt voor wisselstroom.
Gelijkstroom. Het toestel is alleen geschikt voor gelijkstroom.
3­Clause BSD­licentie
Copyright © 2003-2010, Mark Borgerding
Alle rechten voorbehouden.
Herdistributie en gebruik in broncodevorm en binaire vorm, met
of zonder wijzigingen, is toegestaan, mits aan de volgende
voorwaarden wordt voldaan:
• Herdistributies van broncode dienen de bovenstaande
copyrightvermelding, deze lijst met voorwaarden en de
volgende disclaimer te bevatten.
• Herdistributies in binaire vorm dienen de bovenstaande
copyrightvermelding, deze lijst met voorwaarden en de
Appendix
35
Index
A
accessoires 27, 30
activiteiten 2, 21, 24
aangepaste 2, 3
opslaan 2
starten 2
activiteiten volgen 12, 13
afstand 23
waarschuwingen 22, 26
afstandteller 5, 18
afteltimer 16
agenda 14
alarmen 16, 22
ANT+ sensors 27
applicaties 18, 20
smartphone 1
Auto Lap 23
Auto Pause 23
auto scroll 24
automatisch klimmen 23
B
banden 29
banen 3
barometer 17, 25
batterij 28
levensduur 28
maximaliseren 19, 24, 29
opladen 1
bedieningsmenu 1, 26
Bluetooth technologie 18, 19, 29
C
cadans 3, 6
sensors 27
waarschuwingen 22
calorie, waarschuwingen 22
Connect IQ 20
coördinaten 17
D
doel 15
doelstellingen 15
dogleg 4
H
hardloopdynamiek 6, 7
hartslag 5
meter 5–9, 27
sensors koppelen 5
waarschuwingen 22
zones 8, 11, 12, 18
herstel 7–9
het toestel herstellen 29
hoofdmenu, aanpassen 21
hoogtemeter 17, 25
kalibreren 25
horlogemodus 24
I
indoortraining 2
instellingen 13, 21, 24–26, 29
intervallen 3
workouts 14
J
jumpmaster 3
K
kaart 25
kaarten 22, 25
bladeren 17
navigeren 17
kalibreren
hoogtemeter 25
kompas 24
klok 16
knoppen 1, 26
aanpassen 23
koersen 25
afspelen 4
maken 17
selecteren 4
koersinstelling 25
kompas 17, 24, 25
instellingen 25
kalibreren 24
koppelen
ANT+ sensors 5, 27
smartphone 1, 29
L
fietssensors 27
fitness 9
lactaatdrempel 8, 10
layup 4
LiveTrack 20
locaties 17
opslaan 16
verwijderen 16
wijzigen 16
G
M
E
een shot meten 4
ervaren sporter 12
F
Garmin Connect 1, 13, 14, 18–20
gegevens opslaan 19
Garmin Express 1
software bijwerken 1
gebruikersgegevens, verwijderen 28
gebruikersprofiel 11
gegevens
opslaan 19
overbrengen 19
pagina's 22
uploaden 19
gegevens opslaan 19
gegevens uploaden 19
gegevensvelden 20
geschiedenis 17, 18
naar de computer verzenden 19
verwijderen 18
GLONASS 26
GPS 24, 26
signaal 29
green-weergave, pinlocatie 4
grondcontacttijd 6, 7
GroupTrack 20, 25
36
maateenheden 26
man overboord (MOB) 17
meldingen 18, 19
menu 1
metronoom 3
minuten intensieve training 13, 30
MOB 17
multisport 2, 3, 18
N
navigatie 22, 25, 26
Peil en ga 17
stoppen 17
noordreferentie 25
O
oefeningen 3
opladen 1
P
Peil en ga 17
persoonlijke records 15
verwijderen 15
prestatieconditie 8, 10
problemen oplossen 5–7, 29, 30
profielen 2
gebruiker 11
R
racen 15
routes 17
S
satellietsignalen 29
scherm 26
schermverlichting 1, 26
scorekaart 4
segmenten 14, 15
skiën
alpine 2
snowboarden 2
slaapmodus 13
slagen 3
smartphone 20, 29
applicaties 18
koppelen 1, 29
snelheid 23
snelheids- en cadanssensors 27
snelkoppelingen 1, 26
snowboarden 2
software
bijwerken 1, 19
licentie 27
versie 27
specificaties 28
sporen 17
staplengte 6
statistieken 5
stopwatch 16
stressniveau 10
stressscore 10
swolfscore 3
systeeminstellingen 26
T
taal 26
tempe 28, 29
temperatuur 28, 29
tijd
instellingen 26
waarschuwingen 22
zones en notaties 26
tijdzones 16
timer 17
afteltimer 16
toestel aanpassen 22, 26
toestel schoonmaken 6, 28, 29
toestel-id 27
tonen 3, 16
TracBack 2, 17
training 14, 15, 18
plannen 13, 14
Training Effect 8, 9
trainingen 4
trainingsbelasting 9
trainingsstatus 8
triatlontraining 3
U
UltraTrac 24
updates, software 19
USB 19
loskoppelen 28
V
verbinden 19
vermogen (kracht) 8
meters 9, 11, 27, 34
waarschuwingen 22
zones 12
verticale oscillatie 6, 7
verticale ratio 6, 7
vervangingsonderdelen 29
verwijderen
alle gebruikersgegevens 28
geschiedenis 18
Index
persoonlijke records 15
via-punten, projecteren 16
VIRB afstandsbediening 21
Virtual Partner 15
VO2 max. 7–9, 34
voetsensor 27, 28
voorspelde finishtijd 9
W
waarschuwingen 16, 22, 23, 26
watch faces 24
waterbestendigheid 28
widgets 1, 5, 20
wielmaten 34
wijzerplaten 20, 24
workouts 13, 14
laden 13
Z
zones
hartslag 12
tijd 16
voeding 12
zonsopkomst en -ondergang, tijden 16
zwemmen 3, 4
Index
37
support.garmin.com
April 2017
190-02055-35_0B
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising