Garmin | Dash Cam™ 46 | User manual | Garmin Dash Cam™ 46 Gebruikershandleiding

Garmin Dash Cam™ 46 Gebruikershandleiding
GARMIN DASH CAM 46/56/66W
™
Gebruikershandleiding
© 2019 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin
behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of
organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
Garmin en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Garmin Dash Cam™, Garmin Express™
en Travelapse™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
Het woordmerk en de logo's van BLUETOOTH zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. microSD en het microSD
logo zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. Wi‑Fi is een geregistreerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance Corporation.
®
®
®
Inhoudsopgave
Aan de slag..................................................................... 1
Overzicht van het toestel ............................................................ 1
Een geheugenkaart installeren ................................................... 1
Het toestel op uw voorruit bevestigen ........................................ 1
Het toestel aansluiten op voertuigvoeding .................................. 2
De cameraplaatsing instellen ...................................................... 2
Het toestel handmatig inschakelen ............................................. 2
Het toestel handmatig uitschakelen ............................................ 2
Hoofdmenu ................................................................................. 2
Opnemen met de dashcam............................................ 2
Een video-opname opslaan ........................................................ 2
Ongevaldetectie .......................................................................... 3
Geluidsopname in- of uitschakelen ............................................ 3
Een foto maken ........................................................................... 3
Travelapse .................................................................................. 3
Video's en foto's bekijken.............................................. 3
Niet-opgeslagen videobeelden opslaan ..................................... 3
Een video of foto verwijderen ..................................................... 3
Video's en foto's op uw computer ............................................... 3
Functies voor het waarschuwen van de
bestuurder ....................................................................... 4
Waarschuwingssysteem voor botsingen .................................... 4
Waarschuwingssysteem voor wisselen van rijbaan ................... 4
Rijwaarschuwing ......................................................................... 5
Roodlichtcamera's en flitsers ...................................................... 5
Spraakbesturing ............................................................. 5
De camera bedienen met spraakopdrachten ............................. 5
Spraakbesturing in- of uitschakelen ........................................... 5
Tips voor spraakbesturing .......................................................... 5
Koppelen met uw smartphone...................................... 5
Video's en foto's weergeven op uw smartphone ........................ 6
Een video bijsnijden en exporteren ............................................ 6
Cameranetwerk met meerdere camera's ................................... 6
Camera-instellingen in de Garmin Drive app .............................. 6
Instellingen..................................................................... 6
Camera-instellingen .................................................................... 6
Instellingen hulpsysteem voor de bestuurder ............................. 7
Systeeminstellingen .................................................................... 7
Toestelinformatie........................................................... 7
De cameralens schoonmaken .................................................... 7
Productupdates ...........................................................................8
Garmin Support Center ............................................................... 8
Informatie over regelgeving en naleving op e-labels
weergeven .................................................................................. 8
Het toestel opnieuw opstarten .................................................... 8
Specificaties ................................................................................ 8
Geheugenkaartspecificaties ....................................................... 8
Appendix......................................................................... 8
Video's opnemen tijdens parkeren ............................................. 8
Problemen oplossen...................................................... 8
Mijn camera voelt warm aan tijdens het gebruik ........................ 8
Mijn geheugenkaart is versleten en moet worden vervangen .... 8
Mijn video-opnamen zijn wazig ................................................... 9
Mijn video-opnamen zijn schokkerig of niet compleet ................ 9
Index.............................................................................. 10
Inhoudsopgave
i
Aan de slag
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Overzicht van het toestel
De geheugenkaart verwijderen
LET OP
Als u de geheugenkaart verwijdert terwijl het toestel is
ingeschakeld, kan dit leiden tot gegevensverlies of
beschadigingen aan het toestel.
1 Schakel het toestel uit.
2 Druk op de kaart tot deze vastklikt.
3 Laat de kaart los.
De sleuf werpt de kaart uit.
Het toestel op uw voorruit bevestigen
Druk in om het toestel in te schakelen.
Houd 3 seconden ingedrukt om het toestel uit te schakelen.
Selecteer om terug te keren naar de vorige pagina.
Selecteer om door menu's of pagina's te bladeren.
Selecteer om door menu's of pagina's te bladeren.
Selecteer in de zoeker om een foto op te slaan.
Houd ingedrukt om een videoclip op te slaan.
Selecteer om een optie te kiezen in een menu.
LET OP
De zelfklevende steun is bedoeld voor langdurige montage en is
mogelijk moeilijk te verwijderen. Bepaal van te voren
nauwkeurig waar u de steun wilt plaatsen voordat u deze
bevestigt.
U kunt de plaksteun op uw voorruit bevestigen bij een
omgevingstemperatuur tussen 21° en 38°C (tussen 70° en
100°F).
1 Maak de voorruit schoon met water of alcohol en een
pluisvrije doek.
De voorruit moet vrij zijn van stof, was, olie of coatings.
2 Verwijder de beschermende folie van de zelfklevende steun.
Een geheugenkaart installeren
Als u video wilt opnemen, moet u een compatibele
geheugenkaart installeren (Geheugenkaartspecificaties,
pagina 8) .
1 Plaats de geheugenkaart in de sleuf .
3 Plaats de steun ter hoogte van de bevestigingsplaats.
2 Druk op de kaart totdat deze vastklikt.
De geheugenkaart formatteren
De camera vereist een geheugenkaart die is geformatteerd met
het FAT32-bestandssysteem. U kunt de camera gebruiken om
uw kaart te formatteren met dit bestandssysteem.
U dient de geheugenkaart ten minste één keer per 6 maanden
te formatteren om de levensduur van de geheugenkaart te
verlengen. U moet ook een nieuwe geheugenkaart formatteren
als deze niet is geformatteerd met het FAT32-bestandssysteem.
OPMERKING: Als u de geheugenkaart formatteert, worden alle
video's, foto's en gegevens op de kaart verwijderd.
1 Sluit de camera aan op een stopcontact.
2 Selecteer Instellingen > Camera > Formatteer kaart.
3 Houd de camera aangesloten op een stopcontact totdat het
formatteren is voltooid.
Wanneer het formatteren is voltooid, wordt er een bericht
weergegeven en wordt de opname gestart.
Aan de slag
TIP: De lijm is bijzonder plakkerig. Zorg dat de lijmlaag niet
tegen de voorruit komt totdat de steun zich op de juiste
bevestigingsplaats bevindt.
4 Druk de steun vervolgens stevig op de voorruit en houd de
steun 30 seconden op de voorruit gedrukt.
Zo zorgt u ervoor dat de plakstrip van de schijf voldoende
contact heeft met de voorruit.
1
Het toestel aansluiten op voertuigvoeding
1 Steek de voertuigvoedingskabel in de USB-poort op het
toestel.
wordt het toestel automatisch ingeschakeld als u het voertuig
start.
Selecteer .
Het toestel wordt ingeschakeld.
Het toestel handmatig uitschakelen
OPMERKING: Als het toestel is aangesloten op een
voertuigvoeding die met de contactsleutel wordt uitgeschakeld,
wordt het toestel automatisch uitgeschakeld als u de motor
uitschakelt.
Houd 3 seconden ingedrukt.
Het toestel wordt uitgeschakeld.
Hoofdmenu
2 Leid de voedingskabel naar de stroomvoorziening van uw
voertuig.
U kunt een van de meegeleverde kabels gebruiken om de
camera van stroom te voorzien. De langere, lichtgewicht
voedingskabel is ontworpen om buiten zicht te blijven. Als u
de kabel van 4 m (13 ft.) wilt verbergen, legt u deze achter de
bekleding van het voertuig langs de voorruit, het portierframe
of het dashboard.
Druk in de beeldzoeker op of om door het hoofdmenu te
bladeren en druk op om een menu-item te openen.
Galerie: Hiermee kunt u opgenomen video's en foto's bekijken
en beheren (Video's en foto's bekijken, pagina 3).
Travelapse: Hiermee kunt u Travelapse™ opnamen starten en
stoppen (Travelapse, pagina 3).
Spraakbesturing: Hiermee kunt u de spraakbedieningsfuncties
( (Spraakbesturing, pagina 5).
Garmin Drive app: Hiermee kunt u uw camera koppelen met
uw smartphone en de Garmin Drive™ app (Koppelen met uw
smartphone, pagina 5) .
Instellingen: Hiermee kunt u camerafuncties instellen,
systeeminstellingen wijzigen en systeeminformatie
weergeven (Instellingen, pagina 6).
Opnemen met de dashcam
3 Sluit het Garmin Dash Cam netsnoer aan op de
meegeleverde voedingsadapter.
4 Sluit de voertuigvoedingskabel aan op een
stroomvoorziening in uw voertuig.
5 Start zo nodig het voertuig om de stroomvoorziening in uw
voertuig van stroom te voorzien.
Het toestel wordt ingeschakeld.
De cameraplaatsing instellen
U kunt het toestel aan de linker- of rechterkant of in het midden
van uw voorruit plaatsen. Voor een optimale werking dient u de
functie Plaatsing van de camera in te stellen om de plaats van
uw toestel in het voertuig aan te geven.
1 Selecteer Instellingen > Hulp voor de bestuurder >
Plaatsing van de camera.
2 Selecteer Horizontale plaatsing en selecteer de horizontale
plaatsing van de camera.
3 Selecteer Voertuighoogte.
4 Selecteer een optie:
• Als u in een groot voertuig rijdt, zoals een busje of een
vrachtwagen, selecteert u Groot.
• Als u in een auto rijdt, selecteert u Normaal.
Het toestel handmatig inschakelen
De batterij moet volledig opgeladen zijn voordat u de
batterijvoeding gebruikt om het toestel in te schakelen.
OPMERKING: Als het toestel is aangesloten op een
voertuigvoeding die met de contactsleutel wordt ingeschakeld,
2
LET OP
In sommige rechtsgebieden is het gebruik van dit toestel
verboden of gereguleerd. Het is uw verantwoordelijkheid op de
hoogte te zijn van en te handelen in overeenstemming met
toepasselijke wetten en regels over privacy in rechtsgebieden
waar u dit toestel wilt gaan gebruiken.
De dashcam neemt video op de geheugenkaart van de camera
op (Een geheugenkaart installeren, pagina 1). Het toestel start
standaard automatisch met de opname wanneer het wordt
ingeschakeld en blijft opnemen totdat het weer wordt
uitgeschakeld. Als de geheugenkaart vol is, verwijdert het
toestel automatisch de oudste niet-opgeslagen video om ruimte
te creëren voor nieuwe video.
Wanneer de optie Promptly Delete is geselecteerd, verwijdert
het toestel steeds opgeslagen videobeelden die meer dan drie
minuten oud zijn en verwijdert het alle niet-opgeslagen
videobeelden als het toestel wordt uitgeschakeld. Deze functie
is alleen beschikbaar voor bepaalde regio's en is standaard
ingeschakeld voor sommige van deze regio's. Wanneer de
camera is ingesteld op een ondersteunde regio, kunt u deze
functie in de camera-instellingen in- of uitschakelen (Camerainstellingen, pagina 6).
U kunt een video-opname opslaan om te voorkomen dat deze
wordt overschreven of verwijderd (Niet-opgeslagen
videobeelden opslaan, pagina 3).
Een video-opname opslaan
Het toestel gebruikt standaard een sensor om een mogelijk
ongeval te detecteren en videobeelden van vóór, tijdens en na
het gedetecteerde ongeval automatisch op te slaan. U kunt
videobestanden ook op elk gewenst moment handmatig
opslaan.
Houd ingedrukt.
Opnemen met de dashcam
Het toestel slaat videobeelden van vóór, tijdens en nadat u
ingedrukt houd.
De geheugenkaart heeft beperkte opslagruimte. Nadat u een
video-opname hebt opgeslagen, moet u de opname
overbrengen naar uw computer (Video's en foto's op uw
computer, pagina 3) of naar uw smartphone (Een video
bijsnijden en exporteren, pagina 6).
Ongevaldetectie
Het toestel gebruikt standaard een sensor om mogelijke
ongevallen te detecteren en videobeelden van vóór, tijdens en
na het gedetecteerde ongeval automatisch op te slaan. De video
wordt voorzien van een stempel met de tijd, datum en locatie
van de gebeurtenis.
Geluidsopname in- of uitschakelen
LET OP
In sommige rechtsgebieden is het opnemen van audio in de
auto mogelijk verboden of moeten alle passagiers kennis
hebben van de opname en toestemming geven voordat u audio
opneemt in de auto. Het is uw verantwoordelijkheid om alle
wetten en beperkingen op te volgen die van toepassing zijn in
uw rechtsgebied.
Het toestel kan via de ingebouwde microfoon geluid opnemen
tijdens een video-opname. U kunt geluidsopname op elk
gewenst moment in- of uitschakelen.
Selecteer Instellingen > Camera > Geluidsopname.
Een foto maken
Selecteer in de zoeker .
Het toestel slaat de foto op de geheugenkaart op.
Travelapse
De functie Travelapse legt een snel bewegende video van uw
reis vast, waarmee u een korte video kunt delen van alle
plaatsen waar u geweest bent. Als u Travelapse opneemt, wordt
de dashcam-opname niet gestopt.
OPMERKING: Travelapse opname is niet beschikbaar wanneer
de optie om niet-opgeslagen video direct te verwijderen is
ingeschakeld (Camera-instellingen, pagina 6)
Een Travelapse video opnemen
U kunt de Travelapse opname op elk gewenst moment
handmatig starten en stoppen met behulp van het hoofdmenu of
de spraakopdrachten.
OPMERKING: Het toestel blijft regelmatig dashcambeelden
opnemen terwijl u een Travelapse video opneemt.
• Selecteer een optie om een Travelapse video op te nemen:
◦ Selecteer in het hoofdmenu Travelapse > Begin.
◦ Zeg OK, Garmin, Start Travelapse.
• Selecteer een optie om de Travelapse opname te stoppen:
◦ Selecteer in het hoofdmenu Travelapse > Stop.
◦ Zeg OK, Garmin, Stop Travelapse.
Video's en foto's bekijken
OPMERKING: Het toestel stopt met opnemen en geeft geen
waarschuwingen als u video's of foto's bekijkt.
1 Selecteer > Galerie.
2 Selecteer een optie:
OPMERKING: Niet-opgeslagen video's en Travelapse
video's zijn niet beschikbaar als de optie om direct nietopgelagen video's te verwijderen is ingeschakeld (Camerainstellingen, pagina 6).
Video's en foto's bekijken
• Als u opgeslagen video's wilt bekijken, selecteert u
Opgeslagen video's.
• Als u opgeslagen parkeervideo's wilt bekijken, selecteert u
Parkeervideo's.
• Als u opgeslagen foto's wilt bekijken, selecteert u Foto's.
• Als u Travelapse video's wilt bekijken, selecteert u
Travelapse.
• Als u recente videobeelden die nog niet zijn opgeslagen
wilt bekijken, selecteert u Niet-opgeslagen video's.
3 Selecteer een video of foto.
Niet-opgeslagen videobeelden opslaan
U kunt uw niet-opgeslagen tijdelijke beelden bekijken in de
galerij en videoclips van het niet-opgeslagen beeldmateriaal
opslaan. Deze functie is niet beschikbaar wanneer de optie om
niet-opgeslagen video direct te verwijderen is ingeschakeld
(Camera-instellingen, pagina 6)
1 Selecteer > Galerie > Niet-opgeslagen video's.
2 Selecteer een datum en tijd.
De niet-opgeslagen video voor die periode wordt afgespeeld.
3 Houd of ingedrukt om vooruit of achteruit door de video
te bladeren.
Terwijl u de knop ingedrukt houdt, verhoogt het toestel de
snelheid waarmee het door de video beweegt. De tijdstempel
wordt linksonder in de video weergegeven.
4 Als u de videobeelden hebt gevonden die u wilt opslaan,
drukt u op > Sla op.
Het toestel slaat een videoclip van drie minuten op.
Een video of foto verwijderen
• Selecteer tijdens het bekijken van een video > Wis > Ja.
• Selecteer tijdens het bekijken van een foto > Ja.
Video's en foto's op uw computer
OPMERKING: Sommige mediaspelers kunnen mogelijk geen
media met hoge resolutie afspelen.
Video's en foto's worden opgeslagen in de map DCIM op de
geheugenkaart van de camera. Video's worden opgeslagen in
de indeling MP4 en foto's in de indeling JPG. U kunt foto's en
video's bekijken en verplaatsen door de geheugenkaart of het
toestel aan te sluiten op uw computer (De camera aansluiten op
uw computer, pagina 3).
De video's en foto's zijn in verschillende mappen ingedeeld.
OPMERKING: Niet-opgeslagen video's en Travelapse video's
zijn niet beschikbaar als de optie om direct niet-opgelagen
video's te verwijderen is ingeschakeld (Camera-instellingen,
pagina 6).
100EVENT: Bevat video's die automatisch worden opgeslagen
als het toestel een incident detecteert.
101PHOTO: Bevat foto's.
102SAVED: Bevat video's die handmatig zijn bewaard door de
gebruiker.
103PARKM: Bevat video's die zijn opgeslagen tijdens het
parkeren.
104TLPSE: Bevat Travelapse video's.
105UNSVD: Bevat niet-opgeslagen videobeelden. Het toestel
overschrijft de oudste niet-opgeslagen video wanneer de
opslagruimte voor niet-opgeslagen video's vol zit.
De camera aansluiten op uw computer
U kunt de camera aansluiten op uw computer om softwareupdates te installeren of video's en foto's over te brengen naar
uw computer. Sluit de micro-USB-kabel van 1,5 m (5 ft.) die bij
uw toestel is geleverd, aan op uw computer.
3
OPMERKING: Het langere netsnoer dat bij uw toestel wordt
geleverd, is alleen bedoeld voor voeding en kan niet worden
gebruikt om het toestel op uw computer aan te sluiten.
1 Steek het smalle uiteinde van de gegevenskabel in de microUSB-poort op de camera.
2 Steek het bredere uiteinde van de gegevenskabel in een
USB-poort op uw computer.
Het toestel wordt op uw computer weergegeven als
verwisselbaar station of verwisselbaar volume, dit is
afhankelijk van het besturingssysteem.
Functies voor het waarschuwen van
de bestuurder
Uw toestel is voorzien van functies die veiliger rijgedrag kunnen
bevorderen, ook als u in een bekende omgeving rijdt. Het toestel
waarschuwt met een geluidssignaal of bericht en geeft bij elke
waarschuwing informatie weer. U kunt het geluidssignaal voor
sommige bestuurderswaarschuwingen in- of uitschakelen.
Waarschuwing voor kop-staartbotsingen: Het toestel
waarschuwt u als het detecteert dat u geen veilige afstand
bewaart tussen uw voertuig en het voor u rijdende voertuig.
Waarschuwing bij rijbaan wisselen: Het toestel waarschuwt u
als het detecteert dat u dat u mogelijk per ongeluk een
rijbaanmarkering overschrijdt.
Rijwaarschuwing: Het toestel geeft een geluidssignaal en toont
een melding wanneer verkeer dat is gestopt, weer gaat
rijden.
Flitsers: Het toestel speelt een toon af en geeft de
maximumsnelheid en de afstand tot de snelheidscamera
weer.
Roodlichtcamera's: Het toestel speelt een toon af en geeft de
afstand tot de camera met rood licht weer.
Waarschuwingssysteem voor botsingen
WAARSCHUWING
De FCWS-functie (waarschuwingssysteem voor botsingen) dient
alleen ter informatie en u bent te allen tijde zelf verantwoordelijk
voor het in de gaten houden van de weg- en rijomstandigheden,
opvolgen van verkeersregels en veilige deelname aan het
verkeer. Het FCWS-systeem gebruikt de camera om een
hoorbare waarschuwing te geven bij naderende voertuigen en
biedt daarom bij beperkt zicht mogelijk een beperkte
functionaliteit. Ga voor meer informatie naar garmin.com
/warnings.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar in alle gebieden
of voor alle toestelmodellen.
Het waarschuwingssysteem voor kop-staartbotsingen
waarschuwt u als het toestel detecteert dat u geen veilige
afstand bewaart tussen uw voertuig en het voor u rijdende
voertuig. Het toestel bepaalt de snelheid van uw voertuig via
GPS en berekent op basis daarvan een zo veilig mogelijke
volgafstand. Het waarschuwingssysteem wordt geactiveerd bij
een snelheid boven 48 km/u (30 mph).
Als het toestel detecteert dat u te dicht op het voor u rijdende
voertuig rijdt, geeft het een waarschuwingssignaal en wordt op
het scherm een waarschuwing weergegeven.
Tips voor optimale werking van het FCWS-waarschuwingssysteem voor botsingen
De werking van het FCWS-waarschuwingssysteem voor
botsingen wordt door verschillende factoren beïnvloed. In
sommige omstandigheden kan het FCWS-systeem een voor u
rijdend voertuig niet detecteren.
• De FCWS-functie wordt alleen geactiveerd bij een snelheid
boven 50 km/u (30 mph).
• De FCWS-functie kan een voor u rijdend voertuig mogelijk
niet detecteren als het zicht van de camera op het voertuig
wordt belemmerd door regen, mist, sneeuw, zonlicht,
koplampen van tegemoet rijdend verkeer of duisternis.
• De FCWS-functie werkt mogelijk niet goed als de camera
verkeerd is gericht (De cameraplaatsing instellen, pagina 2).
• De FCWS-functie kan voertuigen op een afstand van meer
dan 40 m (130 ft.) of binnen een afstand van 5 m (16 ft.)
mogelijk niet detecteren.
• De FCWS-functie werkt mogelijk niet goed als de
plaatsinstellingen van de camera niet de juiste hoogte van uw
voertuig of plaats van uw toestel in het voertuig aangeven
(De cameraplaatsing instellen, pagina 2).
Waarschuwingssysteem voor wisselen van
rijbaan
WAARSCHUWING
De LDWS-functie (waarschuwingssysteem voor wisselen van
rijbaan) dient alleen ter informatie en u bent te allen tijde zelf
verantwoordelijk voor het in de gaten houden van de weg- en
rijomstandigheden, opvolgen van verkeersregels en veilige
deelname aan het verkeer. Het LDWS-systeem gebruikt de
camera om u te attenderen op rijbaanmarkeringen en biedt
daarom bij beperkt zicht mogelijk een beperkte functionaliteit.
Ga voor meer informatie naar garmin.com/warnings.
De LDWS-functie waarschuwt u als het toestel detecteert dat u
dat u mogelijk per ongeluk een rijbaanmarkering overschrijdt.
Bijvoorbeeld als u over de doorgetrokken witte rijbaanstreep
heen rijdt. De LDWS-functie wordt alleen geactiveerd bij een
snelheid boven 64 km/u (40 mph). De waarschuwing wordt aan
de linker- of rechterkant van het scherm weergegeven om aan
te geven welke rijbaanstreep u hebt overschreden.
OPMERKING: Voor een optimale werking van het LDWSsysteem dient u de functie Plaatsing van de camera in te stellen
om de plaats van het toestel in uw voertuig aan te geven.
Tips voor optimale werking van het LDWS-waarschuwingssysteem
De werking van het LDWS-waarschuwingssysteem voor
wisselen van rijbaan wordt door verschillende factoren
4
Functies voor het waarschuwen van de bestuurder
beïnvloed. In sommige omstandigheden kan het LDWS-systeem
rijbaanwisselingen mogelijk niet detecteren.
• De LDWS-functie wordt alleen geactiveerd bij een snelheid
boven 65 km/u (40 mph).
• De LDWS-functie werkt mogelijk niet goed als de camera
verkeerd is gericht
• De FCWS-functie werkt mogelijk niet goed als de
plaatsinstellingen van de camera niet de juiste hoogte van uw
voertuig of plaats van uw toestel in het voertuig (De
cameraplaatsing instellen, pagina 2).
• De LDWS-functie vereist continu duidelijk zicht op de
belijning tussen rijbanen.
◦ Rijbaanwisselingen worden mogelijk niet gedetecteerd als
de belijning door regen, mist, sneeuw, extreme
schaduwen, zonlicht of koplampen van tegemoetkomend
verkeer, wegwerkzaamheden of andere obstakels aan het
zicht wordt onttrokken.
◦ Rijbaanwisselingen worden mogelijk niet gedetecteerd als
de belijning onjuist is, ontbreekt of sterk versleten is.
• De LDWS-functie detecteert mogelijk geen
rijbaanwisselingen op extreem brede, smalle of kronkelige
wegen.
Rijwaarschuwing
De rijwaarschuwing geeft een geluidssignaal en toont een
melding wanneer verkeer dat voor uw voertuig is gestopt, weer
gaat rijden. Deze waarschuwing wordt alleen gegeven als het
voorliggende voertuig al een stukje heeft gereden en uw
voertuig nog steeds stilstaat. Dit kan van pas komen bij
stoplichten of opstoppingen. Deze functie maakt gebruik van de
dashcam om het stilstaande of optrekkende voertuig te
detecteren en vereist goed zicht op de weg.
OPMERKING: De functie voor spraakbesturing is niet voor alle
talen beschikbaar. U kunt deze functie gebruiken terwijl de
interface is ingesteld op een niet-ondersteunde taal, maar de
opdrachten moeten in het Engels worden uitgesproken.
De camera bedienen met spraakopdrachten
1 Zeg OK, Garmin om de spraakbesturingsfunctie te activeren.
De camera laat een geluid horen en luistert naar een
opdracht.
2 Spreek een opdracht uit:
• Als u een video wilt opslaan, zegt u Sla video op.
• Als u een foto wilt maken, zegt u Maak een foto.
• Als u video met audio wilt opnemen, zegt u
Geluidsopname.
• Als u video zonder audio wilt opnemen, zegt u Stop
audio.
• Als u Travelapse opnamen wilt starten, zegt u Start
Travelapse.
• Als u Travelapse opnamen wilt stoppen, zegt u Stop
Travelapse.
De camera laat een geluid horen wanneer de opdracht wordt
herkend.
Spraakbesturing in- of uitschakelen
Selecteer
uit.
> Spraakbesturing > Instellingen > Schakel
Tips voor spraakbesturing
• Spreek op normale toon in de richting van het toestel.
• Verminder het achtergrondgeluid om de nauwkeurigheid van
de spraakherkenning te vergroten.
• Zeg voor elke opdracht OK, Garmin.
• Luister naar het geluid om te bevestigen dat de camera een
opdracht heeft herkend.
Koppelen met uw smartphone
Roodlichtcamera's en flitsers
LET OP
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van, of
consequenties van het gebruik van, een database met eigen
nuttige punten of flitspaaldatabase.
®
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle regio's
of productmodellen.
Informatie over de locaties van roodlichtcamera's en flitsers is
beschikbaar in sommige gebieden voor sommige
productmodellen. Het toestel waarschuwt u als u een
gerapporteerde flits- of roodlichtcamera nadert.
• U kunt de Garmin Express™ software (garmin.com/express)
gebruiken om de op uw toestel opgeslagen cameradatabase
bij te werken. Werk uw toestel regelmatig bij om de meest
recente cameragegevens te ontvangen.
U kunt uw Garmin Dash Cam camera koppelen met uw
smartphone en de Garmin Drive app. Met de Garmin Drive app
kunt u een netwerk met meerdere camera's instellen, camerainstellingen wijzigen en foto's en video's bekijken, bewerken en
opslaan.
1 U kunt de Garmin Drive app via de app store op uw telefoon
downloaden en installeren.
2 Schakel uw Garmin Dash Cam camera in en plaats het
toestel en uw smartphone binnen 3 m (10 ft.) van elkaar.
Open
de Garmin Drive app op uw telefoon.
3
4 Selecteer een optie:
• Als dit het eerste Garmin toestel is dat u met uw
smartphone koppelt, accepteert u de Garmin Drive applicentieovereenkomsten.
• Als u een extra Garmin toestel of camera aan uw
smartphone koppelt, selecteert u Voeg een toestel toe .
5 Volg de instructies op het scherm om de koppeling en het
installatieproces te voltooien.
Het hoofdscherm van het app dashboard verschijnt. Als de
toestellen zijn gekoppeld, maken ze automatisch verbinding met
elkaar als ze worden ingeschakeld en binnen bereik zijn.
Spraakbesturing
Met de spraakbesturingsfunctie kunt u uw camera bedienen
door middel van gesproken woorden en opdrachten.
Spraakbesturing
5
Video's en foto's weergeven op uw
smartphone
Voordat u video's en foto's op uw smartphone kunt bekijken,
moet u uw Garmin Dash Cam toestel koppelen met de Garmin
Drive app (Koppelen met uw smartphone, pagina 5).
OPMERKING: Het toestel stopt met opnemen en geeft geen
waarschuwingen als u video's of foto's bekijkt.
1 Selecteer in de Garmin Drive app op uw smartphone
Beelden bekijken.
2 Selecteer een optie:
• Als u een opgeslagen foto of video wilt bekijken, selecteert
u een bestand in de categorie Opgeslagen beelden.
• Als u recente videobeelden wilt bekijken die niet zijn
opgeslagen, selecteert u een video in de categorie
Tijdelijke beelden.
Een video of foto verwijderen met uw smartphone
1 Wanneer u de lijst met opgeslagen video's of foto's op uw
smartphone bekijkt, selecteert u Selecteer.
2 Selecteer een of meer bestanden.
3 Selecteer .
Een video bijsnijden en exporteren
U kunt de lengte van uw video bijsnijden om onnodig
beeldmateriaal te verwijderen voordat u het exporteert.
1 Selecteer in de Garmin Drive app Beelden bekijken.
2 Selecteer een video.
3 Sleep de grepen op de voortgangsbalk van de video naar
links of rechts om de videolengte bij te snijden.
4 Selecteer Exporteer.
OPMERKING: U moet de app op de voorgrond houden
wanneer u een video exporteert.
De app exporteert de bijgesneden video naar uw
smartphone.
Cameranetwerk met meerdere camera's
U kunt meerdere dashboardcamera's aan de Garmin Drive app
koppelen. Hiermee kunt u via dezelfde telefoon verbinding
maken met dashcams van meerdere auto's. U kunt ook
meerdere dashboardcamera's in hetzelfde voertuig installeren,
zoals camera's voor en achter, en tegelijkertijd video's van de
gelijktijdige opnamen maken met beeld-in-beeld. Als een
camera met GPS deel uitmaakt van het netwerk, kunt u locatieinformatie toevoegen aan opgeslagen video's voor alle camera's
op het netwerk.
Picture-in-Picture video's maken met meerdere
camera's
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u ten minste twee
camera's aan de Garmin Drive app koppelen en beelden met
beide camera's opnemen.
Met de Garmin Drive app kunt u samengestelde video's met
beeld-in-beeld maken van beeldmateriaal dat tegelijkertijd op
twee camera's is opgenomen.
1 Selecteer in de Garmin Drive app Beelden bekijken.
2 Selecteer een video met meerdere camera's.
Video's met meerdere camera's worden aangegeven door
meerdere camerapictogrammen
op de videominiatuur.
De app combineert automatisch video's die tegelijkertijd zijn
opgenomen in één videopictogram met meerdere camera's.
3 Selecteer en om het camerabeeldmateriaal te kiezen dat
u wilt gebruiken voor het volledige scherm van de video.
4 Sleep de grepen op de voortgangsbalk naar links of rechts
om de videolengte bij te snijden.
6
5 Selecteer Doorgaan.
6 Selecteer en om het camerabeeldmateriaal te kiezen dat
u wilt gebruiken voor het beeld-in-beeld-gedeelte van de
video.
7 Selecteer de hoek van het scherm waarin u de beeld-inbeeld-opnamen wilt weergeven en selecteer Exporteer.
OPMERKING: U moet de app op de voorgrond houden
wanneer u een video exporteert.
De app exporteert de picture-in-picture-video naar uw
smartphone.
Camera-instellingen in de Garmin Drive app
In de Garmin Drive app, selecteer en selecteer de
cameranaam.
Camera instellen: Biedt opties voor het kiezen van een
cameranaam en het weergeven van live videobeelden, zodat
u de positie van de camera kunt aanpassen.
Kwaliteit: Hiermee past u de videoresolutie aan.
Gegevensprojectie: Hiermee past u aan welke gegevens
worden weergegeven op uw video's en foto's.
Niet-opgeslagen video's: Deze functie is niet in alle regio's
beschikbaar.
Bepaalt wanneer het toestel niet-opgeslagen videobeelden
verwijdert. Wanneer de optie Verwijder indien vol is
geselecteerd, verwijdert het toestel de oudste nietopgeslagen videobeelden wanneer de geheugenkaartopslag
vol is. Wanneer de optie Verwijder direct is geselecteerd,
verwijdert het toestel steeds opgeslagen videobeelden die
meer dan drie minuten oud zijn en verwijdert het alle nietopgeslagen videobeelden als het toestel wordt uitgeschakeld.
Dit is nuttig voor bescherming van gegevensprivacy.
Wanneer de optie Verwijder direct is geselecteerd, kunt u
geen Travelapse video's opnemen.
Travelapse: Hiermee schakelt uTravelapse de functie
(Travelapse, pagina 3).
Eenheden en tijd: Hiermee past u de instellingen aan voor de
datum- en tijdnotatie.
Over toestel: Geeft de versie van de camerasoftware en de
toestel-ID weer.
Formatteer SD kaart: Hiermee wordt de geheugenkaart
geformatteerd en worden alle video's, foto's en gegevens op
de kaart verwijderd.
Herstel standaarden: Hiermee herstelt u de fabrieksinstellingen
van het toestel en maakt u de koppeling van het toestel met
de Garmin Drive app ongedaan.
Vergeet toestel: Koppel het toestel los van de Garmin Drive
app.
De naam van een camera wijzigen
U kunt de naam van uw camera wijzigen om deze te
onderscheiden van andere camera's in een netwerk met
meerdere camera's.
1 Selecteer .
2 Selecteer een camera.
3 Selecteer Camera instellen.
4 Selecteer een cameranaam in het veld Cameranaam.
TIP: U kunt Aangepast selecteren om een aangepaste
cameranaam in te voeren.
Instellingen
Camera-instellingen
Selecteer > Instellingen > Camera.
Resolutie: Hiermee past u de videoresolutie aan.
Instellingen
Ongevaldetectie: Hiermee schakelt u ongevaldetectie in of uit
(Ongevaldetectie, pagina 3).
Geluidsopname: Hiermee schakelt u audio-opnamen in en uit
(Geluidsopname in- of uitschakelen, pagina 3).
Gegevensprojectie: Hiermee past u aan welke gegevens
worden weergegeven op uw video's en foto's.
Niet-opgeslagen video's: Deze functie is niet in alle regio's
beschikbaar.
Bepaalt wanneer het toestel niet-opgeslagen videobeelden
verwijdert. Wanneer de optie Verwijder indien vol is
geselecteerd, verwijdert het toestel de oudste nietopgeslagen videobeelden wanneer de geheugenkaartopslag
vol is. Wanneer de optie Verwijder direct is geselecteerd,
verwijdert het toestel steeds opgeslagen videobeelden die
meer dan drie minuten oud zijn en verwijdert het alle nietopgeslagen videobeelden als het toestel wordt uitgeschakeld.
Dit is nuttig voor bescherming van gegevensprivacy. Als de
optie Verwijder direct wordt geselecteerd, kunt u geen
Travelapse video's opnemen of niet-opgeslagen
videobeelden in de galerij bekijken.
Opnemen na stroomstoring: Hiermee stelt u in hoelang het
toestel blijft opnemen nadat de stroom wordt uitgeschakeld.
Neem op terwijl uw voertuig is geparkeerd: Hiermee kunt u
de camera een video laten opnemen terwijl het voertuig
geparkeerd is en de motor uit staat, en instellen hoelang de
camera actief blijft als de auto geparkeerd is. Deze functie is
alleen beschikbaar als de Dash Cam kabel voor de
parkeermodus is aangesloten op de camera (Video's
opnemen tijdens parkeren, pagina 8).
LET OP
Als gevolg van de privacywet, is deze functie niet in alle
regio's beschikbaar. Het is uw verantwoordelijkheid op de
hoogte te zijn van en in overeenstemming te handelen met
toepasselijke wetten en regels over privacy in uw
rechtsgebied.
Formatteer kaart: Hiermee wordt de geheugenkaart
geformatteerd en worden alle video's, foto's en gegevens op
de kaart verwijderd.
Resolutie-instellingen voor video's
U kunt de resolutie, frames per seconde (FPS) en HDR-optie
(High Dynamic Range) instellen van video die door de camera
wordt opgenomen.
De resolutie is de breedte en de hoogte van de video in pixels.
FPS is het aantal videoframes dat elke seconde wordt
opgenomen. HDR neemt meerdere belichtingsniveaus op voor
elk frame en kan de helderheid van de video verbeteren voor
opnames met hoog contrast of weinig licht. Instellingen met een
hogere resolutie of FPS vereisen meer ruimte op de
geheugenkaart.
Niet alle instellingen worden ondersteund voor alle
productmodellen.
Selecteer Instellingen > Camera > Resolutie.
Instelling
Resolutie
Ondersteunde modellen
1440p, 30 fps, HDR
2560 x 1400 px
56/66W
1080p, 60 fps
1920 × 1080 px
56/66W
1080p, 30 fps, HDR
1920 × 1080 px
56/66W
1080p, 30 fps
1920 × 1080 px
46
720p, 30 fps, HDR
1280 x 720 px
56/66W
720p, 30 fps
1280 x 720 px
46
Instellingen hulpsysteem voor de bestuurder
Selecteer
> Instellingen > Hulp voor de bestuurder.
Toestelinformatie
Plaatsing van de camera: Hiermee kunt u de plaatsing van uw
toestel in het voertuig aangeven (De cameraplaatsing
instellen, pagina 2).
Botsingen aan de voorzijde van uw voertuig: Hiermee past u
de gevoeligheid van de FCWS-functie aan.
Rijwaarschuwing: Schakel de rijwaarschuwing en
geluidsmeldingen wanneer het verkeer op gang komt in of uit
(Rijwaarschuwing, pagina 5).
Wisselen van rijbaan: Hiermee past u de instellingen voor
rijbaanmarkering aan (Waarschuwingssysteem voor wisselen
van rijbaan, pagina 4).
Gevarenzonealarm: Hiermee past u de geluidsmeldingen voor
gevarenzones aan.
Systeeminstellingen
Selecteer > Instellingen > Systeem.
Volume: Hiermee past u het volume van
camerawaarschuwingen en het afspelen van video's aan.
Helderheid: Hiermee past u de helderheid van de zoeker aan.
Kleurmodus: Hiermee stelt u de dag- of nachtkleurmodus in.
Als u de optie Auto selecteert, schakelt het toestel
automatisch over naar dag- of nachtkleuren op basis van de
tijd van de dag.
Time-out voor scherm: Hiermee kunt u instellen dat u het
scherm aan wilt laten staan als de camera van stroom wordt
voorzien of het scherm na één minuut inactiviteit wilt
uitschakelen. De camera blijft opnemen terwijl het scherm is
uitgeschakeld en de opname-LED blijft rood om aan te geven
dat het toestel bezig is met opnemen.
Stel in: Hiermee kunt u de eenheden instellen voor afstand, tijd
en taal, en ze terugzetten op de standaardwaarden.
Over: Hiermee geeft u de cameranaam, het versienummer van
de software, het id-nummer van het toestel en informatie over
verschillende andere softwarefuncties weer.
Regelgeving: Hiermee wordt informatie over regelgeving en
naleving weergegeven.
Toestel instellen
Selecteer > Instellingen > Systeem > Stel in.
Eenheden: Hiermee stelt u de eenheid voor afstanden in.
Tijd: Hiermee stelt u de tijd, datum en de indeling voor de
tijdstempel in.
Taal voor tekst: Hiermee wijzigt u de taal voor alle tekst op het
scherm in de geselecteerde taal.
Herstel: Hiermee herstelt u alle instellingen naar de
fabrieksinstellingen en maakt u de koppeling van de camera
met de Garmin Drive app ongedaan. Met deze optie worden
opgenomen foto's en video's niet verwijderd. Als u alle foto's
en video's op uw geheugenkaart wilt verwijderen, kunt u de
geheugenkaart formatteren (De geheugenkaart formatteren,
pagina 1).
Toestelinformatie
De cameralens schoonmaken
LET OP
Vermijd chemische schoonmaakmiddelen en oplosmiddelen die
de kunststofonderdelen kunnen beschadigen.
U moet de cameralens regelmatig schoonmaken voor optimale
kwaliteit van opgenomen videobeelden.
1 Veeg de lens schoon met een lensdoekje dat niet krast en
eventueel is bevochtigd met isopropylalcohol.
2 Laat de lens aan de lucht drogen.
7
Productupdates
Installeer Garmin Express (www.garmin.com/express) op uw
computer.
Op die manier kunt u gemakkelijk gebruikmaken van de
volgende diensten voor Garmin toestellen:
• Software-updates
• Productregistratie
Garmin Express instellen
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
2 Ga naar garmin.com/express.
3 Volg de instructies op het scherm.
Uw toestel bijwerken via de Garmin Drive app
De Garmin Drive app geeft een melding wanneer er een
software-update beschikbaar is voor uw toestel.
1 Selecteer in de Garmin Drive app Installeer nu.
Er is een software-update verstuurd naar uw toestel. U
ontvangt een melding wanneer de overdracht is voltooid.
2 Haal de stekker van het toestel uit het stopcontact totdat het
toestel wordt uitgeschakeld.
3 Sluit het toestel aan op voeding.
Het toestel installeert de software-update.
OPMERKING: Er wordt geen beeldmateriaal opgenomen
terwijl de software wordt bijgewerkt.
Garmin Support Center
Ga naar support.garmin.com voor hulp en informatie, zoals
producthandleidingen, veelgestelde vragen video's en
klantondersteuning.
Informatie over regelgeving en naleving op
e-labels weergeven
1 Blader in het instellingenmenu naar de onderkant.
2 Selecteer Systeem.
3 Selecteer Regelgeving.
Het toestel opnieuw opstarten
van en in overeenstemming te handelen met toepasselijke
wetten en regels over privacy in uw rechtsgebied.
Voordat u een video kunt opnemen als u bent geparkeerd, moet
u uw camera aansluiten op de Dash Cam kabel voor de
parkeermodus (Aansluitschema kabel voor de parkeermodus,
pagina 8).
Met de functie parkeervideo opnemen kunt u de camera
automatisch video laten opnemen terwijl uw auto geparkeerd
staat.
Selecteer > Instellingen > Camera > Neem op terwijl uw
voertuig is geparkeerd.
Wanneer u de motor van uw auto uitzet, gaat de camera in de
parkeeropnamemodus en wordt er automatisch video
opgenomen wanneer de camerasensor beweging detecteert.
Aansluitschema kabel voor de parkeermodus
Onderdeel
2
3
5
Van 0° tot 45°C (van 32° tot 113°F)
Ingangsspanning
4,75 tot 5,25 V gelijkstroom, 1 A
Draadloze frequenties
2,4 GHz @ 7dBm
Geheugenkaartspecificaties
Voor de camera is een geheugenkaart met deze specificaties
vereist.
Type
microSDHC of microSDXC
Capaciteit
8 GB of meer
Snelheidsklasse
Klasse10 of hoger
Bestandssysteem
FAT32
Geel
Batterij 12 V
Rood
Accessoire 12 V
1 Leid de kabel naar een locatie in het voertuig met
Specificaties
Laadtemperatuurbereik
Aarding
VOORZICHTIG
Garmin raadt aan dat een ervaren installateur met kennis van
elektrische systemen het toestel installeert. Het onjuist
aansluiten van stroomkabels kan schade toebrengen aan het
voertuig of de accu, en kan persoonlijk letsel veroorzaken.
4
Van -20° tot 55°C (van -4° tot 131°F)
Draadfunctie
Zwart
De kabel voor parkeermodus aansluiten op een
stroomvoorziening
U kunt het toestel opnieuw opstarten als het niet meer reageert.
Houd de aan-uitknop 12 seconden ingedrukt.
Bedrijfstemperatuurbereik
Draadkleur
ononderbroken stroomvoorziening, geschakelde
stroomvoorziening en een aardverbinding.
Sluit de draad BATT aan op een ononderbroken
stroomvoorziening.
Sluit de draad ACC aan op een geschakelde
stroomvoorziening.
Sluit de draad GND aan op het metaal van het chassis van
het voertuig met een bestaande bout of schroef.
Sluit de kabel voor parkeermodus aan op de USB-poort van
de camera.
Problemen oplossen
Mijn camera voelt warm aan tijdens het
gebruik
Het is normaal dat de camera warm aanvoelt bij normaal
gebruik, zeker wanneer deze video-opnames maakt in hoge
resolutie of een Wi‑Fi signaal uitzendt.
®
Mijn geheugenkaart is versleten en moet
worden vervangen
Alle microSD geheugenkaarten vertonen slijtage wanneer de
vastlegde informatie zeer vaak wordt overschreven. Het
regelmatig formatteren van de kaart kan de levensduur
verlengen en de prestaties verbeteren. Omdat de dashcam
voortdurend beelden vastlegt, is het aanbevolen om de
geheugenkaart regelmatig te vervangen (Een geheugenkaart
installeren, pagina 1). Uw toestel detecteert
geheugenkaartfouten automatisch en geeft een melding
®
Appendix
Video's opnemen tijdens parkeren
LET OP
Als gevolg van de privacywet, is deze functie niet in alle regio's
beschikbaar. Het is uw verantwoordelijkheid op de hoogte te zijn
8
Appendix
wanneer het tijd is om de geheugenkaart te formatteren of te
vervangen.
U kunt het volgende doen om de nuttige levensduur van de
geheugenkaart te verlengen.
• Formatteer de geheugenkaart ten minste één keer per zes
maanden (De geheugenkaart formatteren, pagina 1).
• Als het toestel een foutmelding over een geheugenkaart
weergeeft, probeer dan eerst de geheugenkaart te
formatteren (De geheugenkaart formatteren, pagina 1) en
vervolgens, indien nodig, de geheugenkaart te vervangen
(Een geheugenkaart installeren, pagina 1).
• Schakel het toestel uit wanneer u uw voertuig niet gebruikt.
Als het toestel niet is aangesloten op een voertuigvoeding die
met de contactsleutel wordt ingeschakeld, dient u het toestel
uit te schakelen wanneer u uw voertuig niet gebruikt om te
voorkomen dat de dashcam onnodig videobeelden vastlegt.
• Breng vastgelegde videobeelden over naar een computer.
De geheugenkaart gaat langer mee wanneer er meer vrije
ruimte beschikbaar is op de kaart.
• Gebruik een geheugenkaart met een hogere
opslagcapaciteit.
Omdat geheugenkaarten met een hogere capaciteit minder
vaak worden overschreven, gaan ze meestal langer mee.
• Gebruik een hoogwaardige geheugenkaart met
snelheidsklasse 10 of hoger.
• Schaf een vervangende geheugenkaart van een goed merk
aan bij een vertrouwde leverancier.
Mijn video-opnamen zijn wazig
• Maak de cameralens schoon (De cameralens schoonmaken,
pagina 7).
• Maak de ruit vóór de camera schoon.
• Controleer of de ruitenwissers het ruitgedeelte vóór de
camera schoonvegen en verplaats het toestel zo nodig.
Mijn video-opnamen zijn schokkerig of niet
compleet
• Gebruik voor de beste camera- en videoresultaten een
hoogwaardige geheugenkaart met snelheidsklasse 10 of
hoger.
Een tragere geheugenkaart kan videobeelden mogelijk niet
snel genoeg vastleggen.
• Als u video's bekijkt op uw smartphone via een draadloze
verbinding met de camera, probeer ze dan op een andere
locatie met minder draadloze interferentie weer te geven of
probeer video's over te brengen naar de smartphone (Een
video bijsnijden en exporteren, pagina 6).
• Breng belangrijke opnamen over naar een computer of
smartphone en formatteer de geheugenkaart (De
geheugenkaart formatteren, pagina 1).
• Als het toestel een foutmelding over een geheugenkaart
weergeeft, probeer dan eerst de geheugenkaart te
formatteren (De geheugenkaart formatteren, pagina 1) en
vervolgens, indien nodig, de geheugenkaart te vervangen
(Een geheugenkaart installeren, pagina 1).
• Werk uw toestel bij met de nieuwste software
(Productupdates, pagina 8).
Problemen oplossen
9
Index
V
bevestigen, voorruit 1
Bluetooth technologie, koppelen met telefoon
5
video
afspelen 3, 6
bewerken 6
foto, weergeven 3
foto's, weergeven 6
kwaliteit 9
opslaan 3, 6
vastleggen 2, 3, 8
verwijderen 3, 6
video's 2
C
W
A
aan de slag 2
aan-uitknop 2
aanpassen, instellingen 7
B
camera, naam wijzigen 6
camera's
dashcam 1
rood licht 5
snelheid 5
computer, aansluiten 3
waarschuwingen 4
waarschuwingen voor bestuurders 4, 5
waarschuwingssysteem voor kopstaartbotsingen (FCWS) 4
waarschuwingssysteem voor wisselen van
rijbaan (LDWS) 4
D
dashcam 8
geheugenkaart 1
geluidsopname 3
video-opnamen 3
F
flitsers 5
foto, weergeven 3
foto's 2
G
Garmin Express 8
software bijwerken 8
geavanceerd hulpsysteem voor bestuurders
(ADAS) 4, 5
geheugenkaart 1, 8
installeren 1
H
herstellen, toestel 8
I
instellen 2
instellingen 2, 6, 7
K
kabel voor parkeermodus 8
koppelen, telefoon 5
M
maken, foto's 3
meerdere camera's 6
microSD kaart 1, 8
O
ongevaldetectie 2, 3
overzicht van het toestel 1
P
plaatsing van de camera 2
problemen oplossen 8, 9
R
resolutie 7
roodlichtcamera's 5
S
schoonmaken, toestel 7, 9
smartphone functies, verbinden 5
software
bijwerken 8
versie 8
software bijwerken 8
spraakbesturing 2, 5
tips 5
systeem 7
T
telefoon, koppelen 5
Travelapse 2, 3
10
Index
support.garmin.com
Maart 2019
190-02544-00_0A
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising