Garmin | zūmo® 346 LMT-S | User manual | Garmin zūmo® 346 LMT-S Gebruikershandleiding

Garmin zūmo® 346 LMT-S Gebruikershandleiding
ZŪMO 396
®
Gebruikershandleiding
© 2018 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin
behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of
organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
Garmin en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. zūmo , Garmin Express™ en TracBack
zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
®
Android™ is een handelsmerk van Google Inc. Het merk en de logo's van Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie
verkregen. Foursquare is een handelsmerk van Foursquare Labs, Inc. in de Verenigde Staten en andere landen. microSD is een handelsmerk van SD-3C. Windows is een geregistreerd
handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Mac is een handelsmerk van Apple Computer, Inc. De Pandora logo's zijn handelsmerken van Pandora
Media, Inc. Pandora is alleen in bepaalde landen beschikbaar. Ga naar http://www.pandora.com/legal. TripAdvisor is een geregistreerd handelsmerk van TripAdvisor LLC. Windows , Windows
Vista en Windows XP zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Wi‑Fi is een geregistreerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance.
®
®
®
®
®
®
®
®
®
®
®
Inhoudsopgave
Installatie......................................................................... 1
Uw toestel op een motorfiets bevestigen .................................... 1
Motorfietshouder met stroomvoorziening ............................... 1
De stuurhouder installeren ..................................................... 1
De voedingskabels op de motorfietshouder bevestigen ........ 1
De basisplaat op de motorfietshouder bevestigen ................. 2
De basisplaat op de stuurhouder bevestigen ........................ 2
Uw toestel in de motorfietshouder installeren ........................ 2
Uw toestel uit de motorfietshouder nemen ................................. 2
Uw toestel in een auto bevestigen .............................................. 2
Aan de slag..................................................................... 3
Overzicht van het toestel ............................................................ 3
Het toestel in- of uitschakelen ..................................................... 3
GPS-signalen ontvangen ............................................................ 3
Statusbalkpictogrammen ............................................................ 3
Werken met de knoppen op het scherm ..................................... 3
Het volume regelen ..................................................................... 3
De audiomixer gebruiken ....................................................... 3
De helderheid van het scherm aanpassen ................................. 4
Functies voor het waarschuwen van de
bestuurder....................................................................... 4
Waarschuwingen voor de bestuurder in- of uitschakelen ........... 4
Roodlichtcamera's en flitsers ...................................................... 4
Ongevaldetectie en -meldingen .................................................. 4
Een bij ongevallen te waarschuwen contactpersoon
instellen .................................................................................. 5
Een ongevalmelding annuleren ............................................. 5
Ongevalmeldingen uitschakelen ............................................ 5
Meldingen over wetgeving omtrent helmen weergeven ............. 5
Regelgeving op het gebied van helmen zoeken ......................... 5
Navigeren naar uw bestemming ................................... 5
Routes ........................................................................................ 5
Een route starten ........................................................................ 5
De routeberekeningsmodus wijzigen ..................................... 5
Een route maken met Avontuurlijke route .............................. 6
Een route starten op de kaart ................................................ 6
Naar huis navigeren ............................................................... 6
Uw route op de kaart .................................................................. 6
Geavanceerde rijbaanassistentie .......................................... 6
Afslagen en richtingaanwijzingen bekijken ............................ 6
De gehele route op de kaart weergeven ................................ 6
Aankomst bij uw bestemming ..................................................... 6
Parkeren bij uw bestemming .................................................. 7
Uw vorige parkeerplaats vinden ............................................. 7
Uw actieve route wijzigen ........................................................... 7
Een locatie aan uw route toevoegen ..................................... 7
Uw route aanpassen .............................................................. 7
Een omweg maken ................................................................ 7
De route stoppen ........................................................................ 7
Routesuggesties gebruiken ........................................................ 7
Vertragingen, tol en bepaalde gebieden vermijden .................... 7
Files op uw route vermijden ................................................... 7
Tolwegen vermijden ............................................................... 7
Tolvignetten vermijden ........................................................... 8
Punten vermijden op de route ................................................ 8
Aangepast vermijden ............................................................. 8
Offroad navigeren ....................................................................... 8
Brandstofverbruik ........................................................................ 8
Brandstofverbruik inschakelen ............................................... 8
Waarschuwing voor laag brandstofpeil instellen .................... 8
De afstand voor de brandstoftank opnieuw instellen ............. 9
Dynamische tankstations inschakelen ................................... 9
Inhoudsopgave
Locaties zoeken en opslaan.......................................... 9
Nuttige punten ............................................................................ 9
Een locatie zoeken met behulp van de zoekbalk ....................... 9
Een locatie zoeken op categorie ................................................ 9
Zoeken binnen een categorie ................................................ 9
Navigeren naar nuttige punten binnen een locatie ................ 9
Locatiezoekresultaten ............................................................... 10
Locatiezoekresultaten weergeven op de kaart .................... 10
Het zoekgebied wijzigen ........................................................... 10
Parkeerplaats ............................................................................ 10
Parkeergelegenheid zoeken in de buurt van uw huidige
locatie ................................................................................... 10
Een parkeerplaats zoeken in de buurt van een opgegeven
locatie ................................................................................... 10
Betekenis van parkeerkleuren en -symbolen ....................... 10
Zoekfuncties ............................................................................. 10
Een adres zoeken ................................................................ 11
Een kruispunt zoeken .......................................................... 11
Een stad zoeken .................................................................. 11
Een locatie zoeken met behulp van coördinaten ................. 11
Foursquare ............................................................................... 11
Verbinding maken met uw Foursquare account .................. 11
Foursquare nuttige punten zoeken ...................................... 11
Foursquare locatiegegevens weergeven ............................. 11
Inchecken bij Foursquare ..................................................... 11
TripAdvisor® ............................................................................. 11
TripAdvisor nuttige punten vinden ....................................... 11
Recent gevonden locaties bekijken .......................................... 11
De lijst met recent gevonden locaties wissen ...................... 11
De huidige locatiegegevens weergeven ................................... 11
Nooddiensten en tankstations vinden .................................. 11
Routebeschrijving naar uw huidige locatie .......................... 12
Een snelkoppeling toevoegen .................................................. 12
Een snelkoppeling verwijderen ............................................ 12
Locaties opslaan ....................................................................... 12
Een locatie opslaan .............................................................. 12
Uw huidige locatie opslaan .................................................. 12
Een opgeslagen locatie bewerken ....................................... 12
Categorieën aan een opgeslagen locatie toewijzen ............ 12
Een opgeslagen locatie verwijderen .................................... 12
De kaart gebruiken....................................................... 12
Kaartfuncties ............................................................................. 12
Een kaartfunctie weergeven ................................................ 13
Kaartfuncties inschakelen .................................................... 13
Verderop ................................................................................... 13
Naderende locatie weergeven ............................................. 13
De categorieën verderop aanpassen ................................... 13
Reisinformatie ........................................................................... 13
Reisgegevens op de kaart weergeven ................................ 13
De pagina met reisinformatie weergeven ............................ 13
Het reislog weergeven ......................................................... 13
Reisinformatie herstellen ..................................................... 13
Verkeersproblemen op uw route weergeven ............................ 13
Verkeersinformatie op de kaart weergeven ......................... 13
Verkeersproblemen zoeken ................................................. 14
De kaart aanpassen .................................................................. 14
De kaartlagen aanpassen .................................................... 14
Het kaartgegevensveld aanpassen ..................................... 14
Het kaartperspectief wijzigen ............................................... 14
Live Services, verkeersinformatie en
smartphonefuncties..................................................... 14
Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met
Smartphone Link ....................................................................... 14
Statuspictogrammen van de Bluetooth functie ......................... 14
Garmin Live Services ................................................................ 14
i
Een abonnement nemen op Garmin Live Services ............. 15
Uw telefoon en headset koppelen ............................................ 15
Een locatie van uw smartphone naar uw toestel verzenden .... 15
Smart Notifications .................................................................... 15
Meldingen ontvangen .......................................................... 15
De lijst met meldingen weergeven ....................................... 16
Handsfree bellen .......................................................................16
Telefoneren .......................................................................... 16
Een oproep ontvangen ........................................................ 16
De oproepinfo gebruiken ..................................................... 16
De gespreksopties gebruiken .............................................. 16
Een telefoonnummer thuis opslaan ..................................... 16
Bluetooth functies instellen voor uw Apple toestel ................... 16
Verbinding maken met de Smartphone Link app op uw Apple
toestel .................................................................................. 16
Handsfree bellen uitschakelen voor uw Apple toestel ......... 17
Smartphone Link gegevens en smart notifications
uitschakelen voor uw Apple toestel ..................................... 17
Bluetooth functies instellen voor uw smartphone met
Android™ .................................................................................. 17
Verbinding maken met de Smartphone Link app op uw
Android smartphone ............................................................. 17
Bluetooth functies uitschakelen voor uw smartphone met
Android ................................................................................. 17
Verbinding met een Bluetooth toestel verbreken ...................... 17
Een gekoppelde telefoon verwijderen ...................................... 17
Verkeersinformatie ....................................................... 17
Verkeersinformatie ontvangen via Smartphone Link ................ 18
Verkeerinformatie ontvangen met behulp van een
verkeersinformatie-ontvanger ................................................... 18
Abonnementen voor verkeersinformatie-ontvanger ............. 18
Verkeersinformatie inschakelen ................................................ 18
Verkeersinformatie op de kaart weergeven .............................. 18
Verkeersproblemen zoeken ................................................. 18
De apps gebruiken....................................................... 18
De gebruikershandleiding op uw toestel weergeven ................ 18
Reisplanner ...............................................................................18
Een reis plannen .................................................................. 18
Locaties in een reis wijzigen en de volgorde aanpassen ..... 19
Attracties op uw route ontdekken ........................................ 19
Routeopties wijzigen ............................................................ 19
Navigeren aan de hand van een opgeslagen reis ............... 19
Uw actieve route wijzigen en opslaan .................................. 19
Een route delen ........................................................................ 19
LiveTrack .................................................................................. 19
Delen en kijkers uitnodigen via LiveTrack instellen ............. 19
Delen via LiveTrack starten ................................................. 19
Sporen ...................................................................................... 20
Spoorgegevens weergeven en opslaan .............................. 20
Mediaspeler .............................................................................. 20
De mediaspelerfunctie toevoegen aan de kaart .................. 20
De mediabron wijzigen ......................................................... 20
Pandora service ................................................................... 20
Het kompas gebruiken .............................................................. 20
TracBack® ................................................................................ 20
Uw recente spoor terugvolgen ............................................. 20
Uw recente spoor als reis opslaan ....................................... 20
De weersverwachting weergeven ............................................. 21
Het weer voor een andere plaats weergeven ...................... 21
De weerradar weergeven ..................................................... 21
Weerwaarschuwingen weergeven ....................................... 21
De omstandigheden op de weg controleren ........................ 21
Een route voor een rondreis maken ......................................... 21
photoLive verkeerscamera's ..................................................... 21
Beelden van photoLive verkeerscamera’s bekijken en
opslaan ................................................................................ 21
ii
photoLive verkeerscamera's op de kaart weergeven .......... 21
Een verkeerscamera opslaan .............................................. 21
Recente routes en bestemmingen weergeven ......................... 22
zūmo instellingen......................................................... 22
Kaart- en voertuiginstellingen ................................................... 22
Kaarten inschakelen ............................................................ 22
Navigatie-instellingen ................................................................ 22
Instellingen berekenmodus .................................................. 22
Een gesimuleerde locatie instellen ...................................... 22
Bluetooth instellingen ............................................................... 22
Wi‑Fi® instellingen .................................................................... 22
Instellingen hulpsysteem voor de bestuurder ........................... 22
Scherminstellingen ................................................................... 23
Verkeersinstellingen ................................................................. 23
Instellingen voor eenheden en tijd ............................................ 23
De tijd instellen ..................................................................... 23
Taal- en toetsenbordinstellingen .............................................. 23
Toestel- en privacyinstellingen ................................................. 23
De instellingen herstellen ......................................................... 23
Toestelinformatie......................................................... 23
Informatie over wet- en regelgeving en naleving weergeven ... 23
Specificaties .............................................................................. 23
Het toestel opladen ................................................................... 24
Onderhoud van het toestel.......................................... 24
Garmin Support Center ............................................................. 24
Kaart- en software-updates ...................................................... 24
Verbinding maken met een Wi‑Fi netwerk ........................... 24
Kaarten en software bijwerken via een Wi‑Fi netwerk ......... 24
Productupdates .................................................................... 24
Toestelonderhoud ..................................................................... 25
De behuizing schoonmaken ................................................ 25
Het aanraakscherm schoonmaken ...................................... 25
Diefstalpreventie .................................................................. 25
Het toestel herstellen ................................................................ 25
Het toestel, de steun en de zuignap verwijderen ...................... 25
Het toestel van de steun verwijderen ................................... 25
De steun van de zuignap verwijderen .................................. 25
De zuignap van de voorruit halen ........................................ 25
De zekering in de voertuigvoedingskabel vervangen ............... 25
Problemen oplossen.................................................... 26
De zuignap blijft niet op de voorruit zitten ................................. 26
Mijn toestel ontvangt geen satellietsignalen. ............................ 26
Het toestel wordt niet opgeladen in mijn auto ........................... 26
De batterij blijft niet erg lang opgeladen ................................... 26
Mijn toestel maakt geen verbinding met mijn telefoon of
Smartphone Link ....................................................................... 26
Het toestel verschijnt niet als verwisselbaar station op mijn
computer ................................................................................... 26
Het toestel verschijnt niet als draagbaar toestel op mijn
computer ................................................................................... 26
Het toestel verschijnt niet als een draagbaar toestel of als een
verwisselbaar station of volume op mijn computer ................... 26
De Smartphone Link app tast het oplaadniveau van de batterij
van mijn smartphone aan ......................................................... 26
Appendix ....................................................................... 27
Een geheugenkaart installeren voor kaarten en gegevens ...... 27
Gegevensbeheer ...................................................................... 27
Informatie over geheugenkaarten ........................................ 27
Het toestel aansluiten op uw computer ................................ 27
Gegevens van uw computer overzetten .............................. 27
De USB-kabel loskoppelen .................................................. 27
GPS-signaalstatus weergeven ................................................. 27
Extra kaarten kopen .................................................................. 27
Accessoires aanschaffen .......................................................... 28
Inhoudsopgave
Index.............................................................................. 29
Inhoudsopgave
iii
Installatie
Uw toestel op een motorfiets bevestigen
Motorfietshouder met stroomvoorziening
WAARSCHUWING
Garmin raadt aan dat een ervaren installateur met kennis van
elektrische systemen het toestel installeert. Het onjuist
aansluiten van stroomkabels kan schade toebrengen aan het
voertuig of de accu, en kan persoonlijk letsel veroorzaken.
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
®
Kies een geschikte en veilige plek om het toestel op uw
motorfiets te bevestigen, uitgaande van beschikbare
stroombronnen en veilige kabelbevestiging.
OPMERKING: Er worden zowel standaardbouten van 1/4
inch als M6-bouten meegeleverd. Kies bouten van dezelfde
maat als de fabrieksbouten op het koppelingshandvat of het
remhandvat.
2 Steek de nieuwe bouten door de stuurhouder, de
tussenstukjes
en het koppelingshandvat of het
remhandvat.
3 Draai de bouten aan om de houder vast te zetten.
De voedingskabels op de motorfietshouder
bevestigen
1 Steek de connector van de voedingskabel door de
bovenkant van de opening in de motorfietshouder.
Motorfietshouder
12 tot 24 VDC systeemvoeding (rood)
OPMERKING: De rode systeemvoedingskabel kan op sommige
toestelmodellen een inline zekering bevatten. Kabels zonder inline
zekering worden intern beveiligd.
Systeem-aarde (zwart)
De stuurhouder installeren
Bij het toestel worden onderdelen geleverd voor twee
installatiemogelijkheden aan het stuur. Voor aangepaste
houders kunnen extra onderdelen nodig zijn.
De U-bout en stuurhouder installeren
1 Plaats de U-bout rond het stuur en steek de uiteinden
door de stuurhouder .
2 Geleid de kabel naar beneden door de onderkant van de
opening
en trek de kabel terug tot deze strak staat.
3 Steek de zwarte schroef in de achterkant van de houder
en draai deze vast om de kabel op zijn plaats te houden.
2 Draai de moeren aan om de houder vast te zetten.
OPMERKING: De aanbevolen torsie is 50 lbf-in (5,65 N-m).
Gebruik geen torsie van meer dan 80 lbf-in (9,04 N-m).
De stuurhouder installeren op het koppelingshandvat of het
remhandvat
1 Verwijder de twee fabrieksbouten op uw koppelingshandvat
of remhandvat .
4 Duw de beschermkap
en druk deze in het gat.
Installatie
door de opening aan de bovenkant
1
2 Duw de rechterkant van het toestel naar voren totdat het
vastklikt.
3 Als de hendel op de houder omhoog blijft staan nadat u
het toestel hebt geplaatst, druk de hendel dan naar beneden.
De basisplaat op de motorfietshouder bevestigen
LET OP
Door rechtstreeks, aanhoudend contact met de basisplaat of
enig ander deel van de motorfiets kan de houder na verloop van
tijd beschadigd raken. U kunt dit soort beschadigingen
voorkomen door vulringen te plaatsen tussen de houder en de
basisplaat, en te controleren dat geen deel van het toestel of de
houder de motorfiets raakt.
, de houder, de tussenstukjes
houder.
2 Haal het toestel uit de houder.
Uw toestel in een auto bevestigen
LET OP
Raadpleeg voordat u het toestel monteert de lokale wetgeving
omtrent montage op de voorruit.
1 Steek de schroeven van M4 x 20 mm met bolcilinderkop
door de ringen
basisplaat .
Uw toestel uit de motorfietshouder nemen
1 Druk op de ontgrendelingsknop aan de onderkant van de
en de
WAARSCHUWING
Dit product bevat een lithium-ionbatterij. Ter voorkoming van
persoonlijk letsel en schade aan het product als gevolg van
blootstelling van de batterij aan extreme hitte dient u het toestel
buiten het bereik van direct zonlicht te bewaren.
Gebruik de zuignapsteun niet op een motorfiets.
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
2 Draai de moeren aan om de basisplaat vast te zetten.
De basisplaat op de stuurhouder bevestigen
1 Breng de bal van de stuurhouder en de bal van de
basisplaat
2
3
4
5
in één lijn met de arm met twee openingen
Schuif elke bal in de arm met twee openingen.
Draai de knop een beetje vast.
Pas de positie aan voor optimaal zicht en bediening.
Draai de knop aan om de steun vast te zetten.
Uw toestel in de motorfietshouder installeren
1 Plaats de linkerkant van het toestel in de houder.
2
.
OPMERKING: De voertuigsteun wordt niet bij alle
toestelmodellen geleverd. Ga naar garmin.com als u optionele
accessoires wilt kopen.
1 Steek de voertuigvoedingskabel in de poort op de
houder.
2 Verwijder de doorzichtige plastic laag van de zuignap .
3 Maak de voorruit en de zuignap schoon en droog met een
pluisvrije doek.
4 Druk de zuignap tegen de voorruit en duw de hendel
achteren, naar de voorruit toe.
5 Klik de houder vast op de arm van de zuignapsteun.
6 Plaats een kant van het toestel in de houder.
7 Druk het toestel in de houder totdat het vastklikt.
naar
Installatie
8 Sluit het andere uiteinde van de voedingskabel van de auto
aan op de stroomvoorziening.
Aan de slag
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
• Werk de kaarten en software op uw toestel bij
(Productupdates, pagina 24).
• Installeer het toestel en sluit het aan op de voeding.
• Koppel uw Bluetooth telefoon en headset (Uw telefoon en
headset koppelen, pagina 15) (optioneel).
• Zorg dat u GPS-signalen ontvangt (GPS-signalen ontvangen,
pagina 3).
• Pas de helderheid van het scherm aan (De helderheid van
het scherm aanpassen, pagina 4).
• Navigeer naar uw bestemming (Een route starten,
pagina 5).
®
Overzicht van het toestel
kan het enkele minuten duren voordat u satellietsignalen
ontvangt.
1 Schakel het toestel in.
2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
3 Ga zo nodig buiten staan, in de open lucht, uit de buurt van
hoge gebouwen en bomen.
op de statusbalk geeft de signaalsterkte van de satelliet
weer. Als de balken voor ten minste 50% zijn gevuld, is het
toestel gereed voor navigatie.
Statusbalkpictogrammen
De statusbalk bevindt zich bovenaan het hoofdmenu. De
pictogrammen op de statusbalk bevatten informatie over de
functies van het toestel. Sommige pictogrammen kunt u
selecteren om instellingen aan te passen of verdere informatie
weer te geven.
GPS-signaalstatus. Houd vast om de GPS-nauwkeurigheid en
ontvangen satellietinformatie weer te geven (GPS-signaalstatus weergeven, pagina 27).
Bluetooth status. Selecteer om de Bluetooth instellingen weer
te geven (Bluetooth instellingen, pagina 22).
Wi-Fi signaalsterkte. Selecteer om de Wi-Fi instellingen te
wijzigen (Wi‑Fi instellingen, pagina 22).
®
Verbonden met handsfree bellen. Selecteer om te bellen
(Handsfree bellen, pagina 16).
Actieve transportmodus. Selecteer om de transportmodus te
wijzigen.
Huidige tijd. Selecteer om de tijd in te stellen (De tijd instellen,
pagina 23).
Batterijniveau.
LiveTrack gegevens delen. Het aantal uitgenodigde volgers
wordt weergegeven op het pictogram. Selecteer om de
LiveTrack app (LiveTrack, pagina 19) te openen.
aan-uitknop
microSD geheugenkaartsleuf
®
USB stroom- en datapoort
Het toestel in- of uitschakelen
• Als u het toestel wilt inschakelen, drukt u op de aan-uitknop,
of sluit u het toestel aan op stroom.
• Als u het toestel in de energiezuinige modus wilt zetten, drukt
u op de aan-uitknop terwijl het toestel is ingeschakeld.
In de energiezuinige modus staat het scherm uit en verbruikt
het toestel zeer weinig stroom, maar kunt u het snel activeren
voor gebruik.
TIP: Laad uw toestel sneller op door het in de energiezuinige
modus te zetten tijdens het opladen van de batterij.
• Als u het toestel volledig wilt uitschakelen, drukt u op de aanuitknop en houdt u deze vast tot een melding op het scherm
verschijnt. Dan selecteert u Uit.
De melding verschijnt na vijf seconden. Als u de aan-uitknop
loslaat voordat de melding verschijnt, schakelt het toestel
over naar de energiezuinige modus.
GPS-signalen ontvangen
Wanneer u uw navigatietoestel inschakelt, moet de GPSontvanger gegevens van de satellieten verzamelen en de
actuele locatie bepalen. De tijd die nodig is om satellietsignalen
te ontvangen verschilt op basis van diverse factoren, waaronder
hoe ver u bent verwijderd van de plek waar u uw
navigatietoestel voor het laatst hebt gebruikt, of u vrij zicht op de
lucht hebt, en wanneer u uw navigatietoestel voor het laatst hebt
gebruikt. De eerste keer dat u uw navigatietoestel inschakelt,
Aan de slag
Smartphone Link status. Selecteer om verbinding te maken
met de Smartphone Link app en live verkeersinformatie en
andere Live Services te ontvangen (Koppelen met uw telefoon
en verbinding maken met Smartphone Link, pagina 14). Als
het pictogram blauw is, is het toestel verbonden met de Smartphone Link app.
Temperatuur. Selecteer om de weersverwachting weer te
geven (De weersverwachting weergeven, pagina 21).
Brandstofniveau. Selecteer om informatie over brandstofverbruik weer te geven (Brandstofverbruik, pagina 8).
Werken met de knoppen op het scherm
Met behulp van schermknoppen kunt u door de pagina's, menu's
en menu-opties van uw toestel navigeren.
• Selecteer
om terug te gaan naar het vorige menuscherm.
• Houd
ingedrukt om snel terug te gaan naar het
hoofdmenu.
• Selecteer of om door lijsten of menu's te bladeren.
• Houd of ingedrukt om sneller te bladeren.
• Selecteer
om een contextmenu met de opties voor het
huidige scherm weer te geven.
Het volume regelen
1 Selecteer Volume.
2 Selecteer een optie:
• Gebruik de schuifbalk om het volume aan te passen.
• Selecteer om het geluid te dempen.
• Selecteer voor extra opties.
De audiomixer gebruiken
U kunt met de audiomixer het geluidsniveau instellen voor
verschillende typen audio, zoals navigatieaanwijzingen of
3
telefoongesprekken. Het niveau voor elk audiotype is een
percentage van het hoofdvolume.
1 Selecteer Volume.
2 Selecteer > Audiomixer.
3 Gebruik de schuifregelaars om voor elk audiotype het volume
in te stellen.
De helderheid van het scherm aanpassen
1 Selecteer Instellingen > Scherm > Helderheid.
2 Gebruik de schuifbalk om de helderheid aan te passen.
Functies voor het waarschuwen van
de bestuurder
LET OP
Waarschuwingen voor de bestuurder en aangegeven
snelheidslimieten dienen alleen ter informatie. U bent te allen
tijde zelf verantwoordelijk voor het opvolgen van aangegeven
snelheidsbeperkingen en veilige deelname aan het verkeer.
Garmin is niet verantwoordelijk voor verkeersboetes of
waarschuwingen die u ontvangt als u zich niet houdt aan
geldende verkeersregels en verkeersborden.
Uw toestel is voorzien van functies die veiliger rijgedrag kunnen
bevorderen en de efficiëntie kunnen verhogen, ook als u in een
bekende omgeving fietst. Het toestel waarschuwt met een
geluidssignaal of bericht en geeft bij elke waarschuwing
informatie weer. U kunt het geluidssignaal of bericht voor elk
type waarschuwing in- of uitschakelen. Niet alle
waarschuwingen zijn in alle regio's beschikbaar.
Schoolzone of nabijgelegen school: Het toestel geeft een
geluidssignaal en geeft de afstand tot een naderende school
of schoolzone en, indien beschikbaar, de geldende
maximumsnelheid weer.
Maximumsnelheid verlaagd: Het toestel geeft een
geluidssignaal en geeft de lagere maximumsnelheid weer
voor de zone die u nadert, zodat u uw snelheid kunt
aanpassen.
Maximumsnelheid overschreden: Het toestel geeft een
geluidssignaal en markeert het pictogram voor
maximumsnelheid met een rode rand als u de aangegeven
maximumsnelheid voor de weg waarop u rijdt, overschrijdt.
Spoorwegovergang: Het toestel geeft een geluidssignaal en
geeft de afstand tot een naderende spoorwegovergang weer.
Dierenoversteekplaats: Het toestel geeft een geluidssignaal en
geeft de afstand tot een naderende dierenoversteekplaats
weer.
Bocht: Het toestel geeft een geluidssignaal en geeft de afstand
tot een bocht in de weg weer.
Langzaam verkeer: Het toestel geeft een geluidssignaal en
geeft de afstand tot langzaam verkeer weer als u op hoge
snelheid langzaam verkeer nadert. Voor gebruik van deze
functie moet uw toestel verkeersinformatie ontvangen
(Verkeersinformatie ontvangen via Smartphone Link,
pagina 18).
Vermoeidheidswaarschuwing: Het toestel geeft een
geluidssignaal en suggereert tussenstops op de route als u
langer dan twee uur hebt gereden zonder te stoppen.
Waarschuwingen voor de bestuurder in- of
uitschakelen
U kunt waarschuwingssignalen voor de bestuurder afzonderlijk
uitschakelen. Visuele waarschuwingen worden ook
weergegeven als het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
1 Selecteer Instellingen > Hulp voor de bestuurder >
Hoorbare waarschuwingen voor de bestuurder.
4
2 Schakel het selectievakje naast elk waarschuwingssignaal in
of uit.
Roodlichtcamera's en flitsers
LET OP
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van, of
consequenties van het gebruik van, een database met eigen
nuttige punten of flitspaaldatabase.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle regio's
of productmodellen.
Informatie over de locaties van roodlichtcamera's en flitsers is
beschikbaar in sommige gebieden voor sommige
toestelmodellen. Het toestel waarschuwt u als u een
gerapporteerde flits- of roodlichtcamera nadert.
• Live-informatie over roodlichtcamera’s en flitspalen is
verkrijgbaar op abonnementsbasis bij Garmin Live Services
via de Smartphone Link app (Garmin Live Services,
pagina 14).
• U moet een actief abonnement voor uw toestel hebben om
de database met locaties van roodlichtcamera's en flitsers
bijgewerkt te houden en om flitspaalgegevens op uw toestel
te kunnen downloaden en opslaan. Ga naar garmin.com
/speedcameras om de beschikbaarheid en compatibiliteit te
controleren of een abonnement of eenmalige update aan te
schaffen. U kunt op elk gewenst moment de gegevens van
een nieuwe regio aanschaffen of een bestaand abonnement
uitbreiden.
OPMERKING: In sommige regio’s zijn productbundels
verkrijgbaar inclusief vooraf geladen informatie over
roodlichtcamera’s en flitspalen, waarvoor gratis levenslang
updates worden gegeven.
• U kunt de Garmin Express™ software (garmin.com/express)
gebruiken om de op uw toestel opgeslagen cameradatabase
bij te werken. Werk uw toestel regelmatig bij om de meest
recente cameragegevens te ontvangen.
Ongevaldetectie en -meldingen
WAARSCHUWING
Met dit toestel kunt u uw locatie naar een contact voor
noodgevallen sturen. Dit is een aanvullende functie en dient niet
te worden beschouwd als primaire methode voor het verkrijgen
van hulp bij ongelukken. De Smartphone Link app neemt geen
contact op met hulpdiensten namens u.
Uw zūmo toestel gebruikt ingebouwde sensors om een mogelijk
verkeersongeval te detecteren.
• Als u een bij ongevallen te waarschuwen contactpersoon
hebt ingesteld, kan het toestel automatisch een sms-bericht
sturen naar die contactpersoon wanneer het een ongeval
detecteert en uw voertuig tot stilstand is gekomen. Op die
manier kan de contactpersoon op uw situatie worden
geattendeerd als u niet in staat bent om te bellen of een
bericht te sturen. Voor deze functie is een verbinding met
Smartphone Link en een ingeschakelde mobiele
dataverbinding nodig om een bericht te kunnen verzenden.
• Als u geen bij ongevallen te waarschuwen contactpersoon
hebt ingesteld, geeft het toestel automatisch het
dichtstbijzijnde adres of geografische coördinaten weer
wanneer het een ongeval detecteert. Deze functie komt van
pas als u uw locatie moet doorgeven aan hulpdiensten. Als u
Meer selecteert, wordt de pagina Waar ben
ik? weergegeven.
Functies voor het waarschuwen van de bestuurder
Een bij ongevallen te waarschuwen contactpersoon
instellen
Voordat u een na detectie van een ongeval te waarschuwen
contactpersoon kunt instellen, moet u de volgende taken
voltooien:
• Maak met uw toestel verbinding met Smartphone Link
(Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met
Smartphone Link, pagina 14).
• Selecteer Instellingen > Bluetooth, selecteer de naam van
uw telefoon en controleer of de optie Telefoongesprekken is
ingeschakeld.
Het toestel moet tijdens het instellen van de bij ongevallen te
waarschuwen contactpersoon toegang hebben tot de
Smartphone Link app en het telefoonboek van uw smartphone.
Als u uw toestel niet wilt gebruiken om handsfree te bellen, kunt
u na het instellen van de bij ongevallen te waarschuwen
contactpersoon de optie Telefoongesprekken uitschakelen.
1 Selecteer Instellingen > Hulp voor de bestuurder >
Ongevalmelding > Ga door.
Een lijst van de contactpersonen op uw smartphone wordt
weergegeven.
2 Selecteer een contactpersoon en vervolgens Volgende.
3 Controleer het telefoonnummer van de contactpersoon en
selecteer Volgende.
4 Voer uw naam of bijnaam in en selecteer OK.
5 Controleer het voorbeeldbericht om bij ongevallen te
verzenden en selecteer Volgende.
6 Volg de instructies op het scherm om uw contactpersoon te
informeren dat u hem of haar hebt toegevoegd als bij
ongevallen te waarschuwen contactpersoon.
OPMERKING: Het ongevalmeldingsbericht bevat de naam of
bijnaam die u hebt opgegeven, maar wordt niet verzonden
vanaf uw telefoonnummer. Het bericht wordt verzonden via
een externe service en u dient uw bij ongevallen te
waarschuwen contactpersoon ervan op de hoogte te stellen
dat het ongevalmeldingsbericht wordt verzonden vanaf een
onbekend nummer.
7 Selecteer OK.
8 Controleer de informatie en selecteer Sla op.
Een ongevalmelding annuleren
Als het toestel een ongeval detecteert, wordt u via een bericht
en een gesproken mededeling gewaarschuwd dat een melding
wordt gestuurd naar uw bij ongevallen te waarschuwen
contactpersoon. Zodra een ongeval wordt gedetecteerd, wordt
een timer gestart die 60 seconden aftelt. Als de timer is gestopt,
stuurt het toestel de melding automatisch. Als u de melding niet
wilt verzenden, kunt u deze annuleren.
Selecteer Annuleer voordat de timer afloopt.
Ongevalmeldingen uitschakelen
Als ongevalmeldingen zijn uitgeschakeld, stuurt het toestel geen
SMS-melding wanneer het een ongeval detecteert.
1 Selecteer Instellingen > Hulp voor de bestuurder >
Ongevalmelding.
Schakel
het selectievakje Sms ongevaldetectie uit.
2
Meldingen over wetgeving omtrent helmen
weergeven
De eerste keer dat uw zūmo toestel verbinding maakt met
satellieten en wanneer uw toestel een locatie nadert met
verkeersregels voor motorfietsen, kunnen er meldingen over
wetgeving omtrent helmen en oogbescherming worden
weergegeven.
Navigeren naar uw bestemming
LET OP
Garmin raadt fietsers aan om voor de veiligheid altijd een helm
te dragen. Informatie over helmregelgeving dient uitsluitend ter
referentie, kan worden gewijzigd en dient niet te worden
beschouwd als juridisch advies. Informatie over helmregelgeving
is alleen beschikbaar in de V.S. en Canada.
Selecteer de melding om meer informatie weer te geven.
Regelgeving op het gebied van helmen
zoeken
U kunt regelgeving op het gebied van helmen per staat of
provincie zoeken.
1 Selecteer Apps > Gids over helmen.
2 Selecteer een staat of provincie.
Navigeren naar uw bestemming
Routes
Een route is de weg van uw huidige locatie naar een of meer
bestemmingen.
• Het toestel berekent een aanbevolen route naar uw
bestemming op basis van de door u opgegeven voorkeuren,
zoals de modus voor routeberekening (De
routeberekeningsmodus wijzigen, pagina 5) en te
vermijden wegen (Vertragingen, tol en bepaalde gebieden
vermijden, pagina 7).
• U kunt via de aanbevolen route snel naar uw bestemming
navigeren of u kunt een alternatieve route kiezen (Een route
starten, pagina 5).
• Als u bepaalde wegen wilt gebruiken of vermijden, kunt u de
route aanpassen.
• U kunt aan een route meerdere bestemmingen toevoegen.
Een route starten
1 Selecteer Waarheen? en zoek een locatie.
2 Selecteer een locatie.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Ga! om te starten met navigeren via de
aanbevolen route.
• U kunt een alternatieve route kiezen door en vervolgens
een route te selecteren.
Alternatieve routes worden rechts van de kaart
weergegeven.
• Als u de route wilt wijzigen, selecteert u > Wijzig route
en voegt u routepunten aan de route toe.
Het toestel berekent een route naar de locatie en leidt u naar uw
bestemming met gesproken aanwijzingen en informatie op de
kaart (Uw route op de kaart, pagina 6). Aan de rand van de
kaart wordt een paar seconden een weergave van de
belangrijkste wegen op uw route gegeven.
Als u op meerdere bestemmingen moet stoppen, kunt u deze
locaties aan uw route toevoegen.
De routeberekeningsmodus wijzigen
1 Selecteer Instellingen > Navigatie > Berekenmodus.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer Snellere tijd om routes te berekenen die sneller
worden afgelegd maar mogelijk langer in afstand zijn.
• Selecteer Garmin Adventurous Routing™ om routes te
berekenen die bij voorkeur gebruikmaken van bochtige
wegen.
• Selecteer Offroad om routes van beginpunt naar eindpunt
te berekenen, zonder rekening te houden met wegen.
5
• Selecteer Kortere afstand om routes te berekenen die
korter in afstand zijn maar mogelijk langzamer worden
afgelegd.
Een route maken met Avontuurlijke route
Uw toestel kan routes berekenen met voorkeur voor wegen met
bochten, heuvels en minder snelwegen. Met deze functie kunt u
de rit voor uzelf aangenamer maken, maar bent u mogelijk wel
langer onderweg naar uw bestemming.
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar op alle modellen
of voor alle kaartregio's.
1 Selecteer Instellingen > Navigatie > Berekenmodus >
Garmin Adventurous Routing™ > Sla op.
2 Selecteer Garmin Adventurous Routing™.
3 Gebruik de Meer bochten schuifbalk om meer of minder
bochten in te stellen.
4 Gebruik de Meer heuvels schuifbalk om meer of minder
heuvels in te stellen.
5 Gebruik de Vermijd grote snelwegen schuifbalk om meer of
minder snelwegen in te stellen.
6 Een route beginnen (Een route starten, pagina 5).
Volgende actie op de route. Geeft de volgende afslag, afrit of
andere actie aan en, indien beschikbaar, de rijbaan waarop u moet
rijden.
Afstand tot de volgende actie.
Naam van de straat of afrit die is verbonden aan de volgende actie.
Op de kaart gemarkeerde route.
Volgende actie op de route. Pijlen op de kaart geven de plaats van
volgende acties aan.
Voertuigsnelheid.
Naam van de weg waarop u rijdt.
Geschatte aankomsttijd.
TIP: Raak dit veld aan om de getoonde informatie te wijzigen.
Geavanceerde rijbaanassistentie
Wanneer u bepaalde afslagen, afritten of kruispunten op uw
route nadert, wordt naast de kaart een gedetailleerde simulatie
van de weg weergegeven, indien beschikbaar. Een gekleurde
lijn
geeft de juiste rijbaan voor de afslag aan.
Een route starten op de kaart
U kunt uw route starten door op de kaart een locatie te kiezen.
1 Selecteer Bekijk kaart.
2 Versleep de kaart en zoom in om het te doorzoeken gebied
weer te geven.
3 Als u de weergegeven nuttige punten op categorie wilt
filteren, selecteert u .
Locatiemarkeringen ( of een blauwe stip) worden op de
kaart weergegeven.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer een locatiemarkering.
• Selecteer een punt, bijvoorbeeld een straat, kruispunt of
adres.
5 Selecteer Ga!.
Naar huis navigeren
De eerste keer dat u een route naar huis start, vraagt het toestel
u om uw thuislocatie op te geven.
1 Selecteer Waarheen? > Naar huis.
2 Voer zo nodig uw thuislocatie in.
Uw thuislocatie bewerken
1 Selecteer Waarheen? >
2 Voer uw thuislocatie in.
> Stel thuislocatie in.
Uw route op de kaart
Het toestel leidt u tijdens uw reis naar uw bestemming met
gesproken aanwijzingen en informatie op de kaart. Boven aan
de kaart worden instructies weergegeven voor de volgende
afslag of afrit of om een andere handeling uit te voeren.
Afslagen en richtingaanwijzingen bekijken
Tijdens het navigeren van een route kunt u naderende afslagen,
rijbaanwisselingen en andere richtingaanwijzingen op uw route
bekijken.
1 Selecteer een optie op de kaart:
• Selecteer > Koerswijzigingen om naderende afslagen
en richtingaanwijzingen te bekijken.
De kaartfunctie geeft de volgende vier afslagen of
richtingaanwijzingen naast de kaart weer. De lijst wordt
automatisch bijgewerkt terwijl u de route navigeert.
• Als u de volledige lijst van afslagen en
richtingaanwijzingen voor de hele route wilt bekijken,
selecteert u de tekstbalk boven aan de kaart.
2 Selecteer een afslag of richtingaanwijzing (optioneel).
Gedetailleerde informatie wordt weergegeven. Voor
knooppunten op hoofdwegen kan een afbeelding van een
knooppunt worden weergegeven, indien beschikbaar.
De gehele route op de kaart weergeven
1 Selecteer een plek op de kaart tijdens het navigeren van een
route.
2 Selecteer
.
Aankomst bij uw bestemming
Wanneer u uw bestemming nadert, geeft het toestel informatie
om u te helpen uw route te voltooien.
•
geeft de locatie van uw bestemming aan op de kaart en
een gesproken mededeling geeft aan dat u uw bestemming
nadert.
• Wanneer u bepaalde bestemmingen nadert, vraagt het
toestel u automatisch om een parkeerplaats te zoeken. U
kunt Ja selecteren om nabijgelegen parkeerterreinen te
zoeken (Parkeren bij uw bestemming, pagina 7).
• Wanneer u op uw bestemming stilstaat, beëindigt het toestel
de route automatisch. Als het toestel uw aankomst niet
6
Navigeren naar uw bestemming
automatisch detecteert, kunt u Stop selecteren om uw route
te beëindigen.
Parkeren bij uw bestemming
Uw toestel kan u helpen een parkeerplaats te vinden bij uw
bestemming. Wanneer u bepaalde bestemmingen nadert, vraagt
het toestel u automatisch om een parkeerplaats te zoeken.
1 Selecteer een optie:
• Als het toestel u vraagt om een parkeerplaats in de buurt
te zoeken, selecteert u Ja.
• Als het toestel u dit niet vraagt, selecteert u Waarheen? >
Categorieën > Parkeerplaatsen en vervolgens > Mijn
bestemming.
2 Selecteer Filter parkeerplaatsen en daarna een of meer
categorieën om parkeerplaatsen te filteren op
beschikbaarheid, type, tarief of betalingsmethoden
(optioneel).
OPMERKING: Gedetailleerde parkeerinformatie is niet
beschikbaar in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties.
Selecteer
een parkeerlocatie en vervolgens Ga! > Toev. als
3
volgende stop.
Het toestel geeft u richtingsaanwijzingen naar de parkeerplaats.
Uw vorige parkeerplaats vinden
Als u het toestel loskoppelt van de voertuigvoeding terwijl het
toestel is ingeschakeld, wordt uw huidige locatie als
parkeerplaats opgeslagen.
Selecteer Apps > Vorige locatie.
Uw actieve route wijzigen
Een locatie aan uw route toevoegen
Voordat u een locatie aan uw route kunt toevoegen, moet u een
route starten (Een route starten, pagina 5).
U kunt in uw route of aan het einde van uw route locaties
toevoegen. U kunt bijvoorbeeld een tankstation toevoegen als
volgende stopplaats op uw route.
TIP: Voor het plannen van complexe routes met meerdere
stopplaatsen of geplande tussenstops kunt u de reisplanner
gebruiken. Daarmee kunt u uw route plannen, wijzigen en
opslaan (Een reis plannen, pagina 18).
1 Selecteer op de kaart > Waarheen?.
2 Zoek een locatie.
3 Selecteer een locatie.
4 Selecteer Ga!.
5 Selecteer een optie:
• Als u de locatie wilt toevoegen als volgende stopplaats op
uw route, selecteert u Toev. als volgende stop.
• Als u de locatie wilt toevoegen aan het eind van uw route,
selecteert u Toev. als laatste stop.
• Als u de locatie wilt toevoegen en de volgorde van
stopplaatsen op uw route wilt wijzigen, selecteert u Voeg
toe aan route.
Het toestel herberekent de route, inclusief de toegevoegde
locatie, en leidt u in de juiste volgorde naar de stopplaatsen.
Uw route aanpassen
Voordat u uw route kunt vormgeven, moet u een route starten
(Een route starten, pagina 5).
U kunt uw route handmatig aanpassen om de loop ervan te
wijzigen. U kunt op die manier de route verleggen via een
bepaalde weg of een bepaald gebied zonder een stopplaats aan
de route toe te voegen.
1 Selecteer een willekeurig punt op de kaart.
2 Selecteer .
Navigeren naar uw bestemming
De routeaanpassingsmodus wordt gestart.
3 Selecteer een locatie op de kaart.
TIP: U kunt selecteren om op de kaart in te zoomen en
een exactere locatie te selecteren.
Het toestel berekent de route opnieuw, waarbij de
geselecteerde locatie in de nieuwe route wordt opgenomen.
4 Selecteer indien nodig een optie:
• Als u meer routepunten aan de route wilt toevoegen,
selecteert u meer locaties op de kaart.
• Als u een routepunt wilt verwijderen, selecteert u .
5 Als u klaar bent met het aanpassen van de route, selecteert u
Ga!.
Een omweg maken
U kunt aangeven dat u wilt omrijden over de opgegeven afstand
op de route of over bepaalde wegen. Zo vermijdt u bijvoorbeeld
wegwerkzaamheden, afgesloten wegen of slechte wegen.
1 Selecteer op de kaart > Wijzig route.
TIP: Als de functie Wijzig route niet voorkomt in het menu
kaartfuncties, kunt u deze toevoegen (Kaartfuncties
inschakelen, pagina 13).
2 Selecteer een optie:
• Als u een bepaalde afstand wilt omrijden, selecteert u
Omrijden over afstand.
• Als u wilt omrijden om een bepaalde weg op de route te
vermijden, selecteert u Omrijden via weg.
• Selecteer Omrijden om een nieuwe route te vinden.
De route stoppen
Selecteer op de kaart
> Stop.
Routesuggesties gebruiken
U dient ten minste één locatie op te slaan en de functie
reisgeschiedenis in te schakelen voordat u deze functie kunt
gebruiken (Toestel- en privacyinstellingen, pagina 23).
Bij gebruik van de functie myTrends™ voorspelt uw toestel uw
bestemming op basis van uw reisgeschiedenis, dag van de
week en tijd van de dag. Nadat u een aantal malen naar een
opgeslagen locatie bent gereden, wordt de locatie mogelijk
weergegeven in de navigatiebalk op de kaart, samen met de
verwachte reisduur en verkeersinformatie.
Selecteer de navigatiebalk om een routesuggestie voor de
locatie te bekijken.
Vertragingen, tol en bepaalde gebieden
vermijden
Files op uw route vermijden
Om files te kunnen vermijden moet u verkeersinformatie
ontvangen (Verkeersinformatie ontvangen via Smartphone Link,
pagina 18).
Het toestel berekent standaard de optimale route om files
automatisch te vermijden. Als u deze optie hebt uitgeschakeld in
de verkeersinstellingen (Verkeersinstellingen, pagina 23), kunt
u handmatig verkeersinformatie bekijken en files vermijden.
1 Selecteer tijdens het navigeren > Verkeersinfo.
2 Selecteer Alternatieve route, indien beschikbaar.
3 Selecteer Ga!.
Tolwegen vermijden
Uw toestel kan zorgen dat uw route niet door tolgebieden loopt
waarvoor u tolgeld moet betalen, zoals tolwegen, tolbruggen of
congestiezones. Als er geen redelijk begaanbare alternatieve
routes zijn, kan het voorkomen dat het toestel toch een
tolgebied in uw route opneemt.
7
1 Selecteer Instellingen > Navigatie.
2 Selecteer een optie:
OPMERKING: Het menu verandert op basis van uw regio en
de kaartgegevens op uw toestel.
• Selecteer Tolwegen.
• Selecteer Tol en kosten > Tolwegen.
3 Selecteer een optie:
• Als u wilt dat uw toestel voordat u een tolgebied inrijdt
steeds eerst vraagt of u dit wilt, selecteert u Vraag altijd.
• Als het toestel tolgebieden altijd moet vermijden,
selecteert u Vermijd.
• Als het toestel tolgebieden altijd moet toestaan, selecteert
u Sta toe.
4 Selecteer Sla op.
Tolvignetten vermijden
OPMERKING: Deze functie is niet in alle regio's beschikbaar.
De kaartgegevens op uw toestel bevatten mogelijk
gedetailleerde informatie over tolvignetten voor sommige
landen. U kunt tolvignetten voor elk land vermijden of toestaan.
1 Selecteer Instellingen > Navigatie > Tol en kosten >
Tolvignetten.
2 Selecteer een land.
3 Selecteer een optie:
• Als wilt dat uw toestel voordat u een tolgebied inrijdt
steeds eerst vraagt of u dit wilt, selecteert u Vraag altijd.
• Als het toestel tolgebieden altijd moet vermijden,
selecteert u Vermijd.
• Als het toestel tolgebieden altijd moet toestaan, selecteert
u Sta toe.
4 Selecteer Sla op.
Punten vermijden op de route
1 Selecteer Instellingen > Navigatie > Te vermijden.
2 Selecteer de wegonderdelen die u niet op uw routes wilt
tegenkomen en selecteer Sla op.
Aangepast vermijden
Aangepast vermijden biedt u de mogelijkheid om bepaalde
gebieden of weggedeelten te selecteren die u wilt vermijden. Als
het toestel een route berekent, worden deze gebieden en
weggedeelten vermeden, tenzij er geen andere redelijke route
beschikbaar is.
Een weg vermijden
1 Selecteer Instellingen > Navigatie > Aangepast vermijden.
2 Selecteer Te vermijden weg.
3 Selecteer het beginpunt op een weg die u wilt vermijden en
selecteer Volgende.
4 Selecteer het eindpunt op de weg en selecteer Volgende.
5 Selecteer OK.
Een gebied vermijden
Selecteer Instellingen > Navigatie > Aangepast vermijden.
Selecteer indien nodig Voeg te vermijden toe.
Selecteer Te vermijden gebied.
Selecteer de linkerbovenhoek van het gebied dat u wilt
vermijden en selecteer Volgende.
5 Selecteer de rechterbenedenhoek van het gebied dat u wilt
vermijden en selecteer Volgende.
Het geselecteerde gebied wordt met arcering weergegeven
op de kaart.
6 Selecteer OK.
1
2
3
4
8
Een eigen te vermijden punt uitschakelen
U kunt een zelf ingesteld te vermijden punt uitschakelen zonder
het te wissen.
1 Selecteer Instellingen > Navigatie > Aangepast vermijden.
2 Selecteer een te vermijden punt.
3 Selecteer > Schakel uit.
Eigen te vermijden punten verwijderen
1 Selecteer Instellingen > Navigatie > Aangepast vermijden.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer om alle eigen te vermijden punten te
verwijderen.
• Als u een eigen te vermijden punt wilt verwijderen,
selecteert u het te vermijden punt en vervolgens
> Wis.
Offroad navigeren
Als u niet de normale wegen wilt gebruiken, kunt u de Offroadmodus gebruiken.
1 Selecteer Instellingen > Navigatie.
2 Selecteer Berekenmodus > Offroad > Sla op.
De volgende route wordt berekend als een rechte lijn naar de
locatie.
Brandstofverbruik
U kunt instellen dat uw toestel het brandstofverbruik inschat en
u een waarschuwing geeft wanneer u de limiet van het
geschatte brandstofbereik nadert. U ontvangt dan suggesties
voor tankstations in de buurt op basis van het geschatte
brandstofbereik. Als brandstofverbruik is ingeschakeld, geeft
de huidige brandstofstatus weer.
Wit: Brandstofverbruik is uitgeschakeld of het toestel is niet
aangesloten op de motorfietshouder.
Groen: Het geschatte brandstofbereik ligt boven het
waarschuwingsniveau van de brandstoftank.
Oranje: Het geschatte brandstofbereik ligt onder het
waarschuwingsniveau van de brandstoftank.
Rood: De geschatte resterende afstand op de tank is 0.
Brandstofverbruik inschakelen
Voordat u het brandstofverbruik kunt bijhouden, moet het toestel
zich in de motorfietsmodus of offroadmodus bevinden en in de
motorfietshouder zijn geplaatst.
Als u brandstofverbruik inschakelt, wordt er een brandstofmeter
weergegeven op de reiscomputer (De pagina met reisinformatie
weergeven, pagina 13).
1 Vul de brandstoftank.
2 Selecteer Apps > Brandstofinstellingen >
Brandstofverbruik.
3 Selecteer Afstand per tank.
4 Voer de afstand in die het voertuig kan afleggen op één
brandstoftank en selecteer OK.
Waarschuwing voor laag brandstofpeil instellen
U kunt het toestel zodanig instellen dat u wordt gewaarschuwd
als het brandstofpeil in de tank laag is.
OPMERKING: Het toestel moet zijn aangesloten op de
motorfietshouder om dergelijke waarschuwingen te kunnen
geven.
1 Brandstofverbruik inschakelen (Brandstofverbruik
inschakelen, pagina 8).
2 Selecteer Waarschuwing resterende brandstof.
3 Voer een afstand in en selecteer OK.
Als u alleen nog voldoende brandstof over hebt om de
ingevoerde afstand af te leggen, wordt er een waarschuwing
voor een laag brandstofpeil op de kaartpagina weergegeven.
Navigeren naar uw bestemming
De afstand voor de brandstoftank opnieuw instellen
Wanneer u uw brandstoftank opnieuw vult, moet u de afstand
voor de brandstoftank opnieuw instellen op uw toestel om
nauwkeuriger bij te houden hoeveel brandstof u nog hebt.
Selecteer Apps > Brandstofinstellingen > Herstel
brandstoftank.
Dynamische tankstations inschakelen
Voordat u dynamische tankstops kunt inschakelen, moet het
toestel zich in de motorfietsmodus bevinden en in de
motorfietshouder zijn geplaatst, en moet brandstofverbruik
bijhouden zijn ingeschakeld.
U kunt instellen dat het toestel suggesties geeft voor
tankstations op basis van uw geschatte brandstofbereik.
Selecteer Apps > Brandstofinstellingen > Dynamische
tankstations.
Locaties zoeken en opslaan
Op de kaarten op uw toestel staan locaties, bijvoorbeeld
restaurants, hotels, garages en gedetailleerde straatgegevens.
Het menu Waarheen? helpt u uw bestemming te vinden door
verschillende methoden te bieden om door deze informatie te
bladeren en locaties te vinden en op te slaan.
• Door zoektermen in te voeren kunt u alle locatiegegevens
snel vinden (Een locatie zoeken met behulp van de zoekbalk,
pagina 9).
• U kunt nuttige punten op categorie zoeken of doorbladeren
(Nuttige punten, pagina 9).
• U kunt Foursquare nuttige punten zoeken en u inchecken
(Foursquare nuttige punten zoeken, pagina 11).
• Met behulp van zoekfuncties kunt u specifieke locaties
vinden, zoals adressen, kruisingen of geografische
coördinaten (Zoekfuncties, pagina 10).
• U kunt locaties zoeken in de buurt van een andere stad of
wijk (Het zoekgebied wijzigen, pagina 10).
• U kunt uw favoriete locaties opslaan om ze later snel te
kunnen terugvinden (Locaties opslaan, pagina 12).
• U kunt ook terugkeren naar recent gevonden locaties
(Recent gevonden locaties bekijken, pagina 11).
®
Nuttige punten
Een nuttig punt is een plek met een voor u nuttige of
interessante functie. Nuttige punten worden gegroepeerd in
categorieën en omvatten bekende reisdoelen als tankstations,
restaurants, hotels en entertainmentcentra.
Een locatie zoeken met behulp van de
zoekbalk
U kunt de zoekbalk gebruiken om locaties te zoeken door een
categorie, merk, adres of plaatsnaam in te voeren.
1 Selecteer Waarheen?.
2 Selecteer Voer zoekopdracht in in de zoekbalk.
3 Voer de zoekterm gedeeltelijk of helemaal in.
Onder de zoekbalk worden zoeksuggesties weergegeven.
4 Selecteer een optie:
• Als u een type bedrijf wilt zoeken, voer dan een categorie
in (bijvoorbeeld "bioscoop").
• Als u een specifiek bedrijf wilt zoeken, voer dan de naam
van het bedrijf gedeeltelijk of helemaal in.
• Als u een adres bij u in de buurt wilt zoeken, voert u een
straatnaam en een huisnummer in.
Locaties zoeken en opslaan
• Als u een adres in een andere plaats wilt zoeken, voert u
een straatnaam, het huisnummer, de plaats en de
provincie in.
• Als u een plaats wilt zoeken, voer dan de plaats en de
provincie in.
• Als u op coördinaten wilt zoeken, voer dan de breedte- en
lengtecoördinaten in.
5 Selecteer een optie:
• Als u een zoeksuggestie wilt gebruiken, dient u deze te
selecteren.
• Als u wilt zoeken met de door u ingevoerde tekst,
selecteer dan .
Selecteer,
indien nodig, een locatie.
6
Een locatie zoeken op categorie
1
2
3
4
Selecteer Waarheen?.
Selecteer een categorie of selecteer Categorieën.
Selecteer indien nodig een subcategorie.
Selecteer een locatie.
Zoeken binnen een categorie
Nadat u naar een nuttig punt hebt gezocht, worden er mogelijk
bepaalde categorieën in een snelzoeklijst weergegeven met de
laatste vier bestemmingen die u hebt geselecteerd.
1 Selecteer Waarheen? > Categorieën.
2 Selecteer een categorie.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer een bestemming in de lijst met
snelzoekresultaten aan de rechterkant van het scherm.
De snelzoeklijst bevat recent gevonden locaties in de
geselecteerde categorie.
• Selecteer zo nodig een subcategorie en selecteer een
bestemming.
Navigeren naar nuttige punten binnen een locatie
OPMERKING: Deze functie is mogelijk niet beschikbaar in alle
gebieden of voor alle productmodellen.
U kunt een route uitstippelen naar een nuttig punt binnen een
grotere locatie, zoals een winkel in een winkelcentrum of een
bepaalde terminal op een luchthaven.
1 Selecteer Waarheen? > Voer zoekopdracht in.
2 Selecteer een optie:
• Als u de locatie wilt vinden, voert u de naam of het adres
van de locatie in, selecteert u en gaat u naar stap 3.
• Als u het nuttige punt wilt vinden, voert u de naam van het
nuttige punt in, selecteert u en gaat u naar stap 5.
3 Selecteer de locatie.
Onder de locatie wordt een lijst met categorieën
weergegeven, zoals restaurants, autoverhuurbedrijven of
terminals.
4 Selecteer een categorie.
5 Selecteer het nuttige punt en vervolgens Ga!.
Het toestel stippelt een route uit naar de parkeerplaats of ingang
die het dichtst bij het nuttige punt is gelegen. Wanneer u op de
bestemming aankomt, geeft een geruite vlag de aanbevolen
parkeerplaats aan. De locatie van het nuttige punt binnen de
locatie wordt aangeduid met een stip met naambordje.
Een locatie verkennen
OPMERKING: Deze functie is mogelijk niet beschikbaar in alle
gebieden of voor alle productmodellen.
U kunt een lijst van alle nuttige punten binnen elke locatie
weergeven.
9
1 Selecteer een locatie.
2 Selecteer > Ontdek deze plaats.
Locatiezoekresultaten
Standaard worden de locatiezoekresultaten weergegeven in de
vorm van een lijst, met bovenaan de dichtstbijzijnde locatie. U
kunt omlaag bladeren om meer resultaten weer te geven.
Selecteer een locatie om het optiemenu weer te geven.
Selecteer deze optie om gedetailleerde informatie over de
geselecteerde locatie weer te geven.
Selecteer deze optie om parkeerterreinen in de buurt van de
locatie te zoeken.
Selecteer deze optie om alternatieve routes naar de locaties
weer te geven.
Ga! Selecteer deze optie om via de aanbevolen route naar de
locatie te navigeren.
Selecteer deze optie om de zoekresultaten op de kaart weer te
geven.
Locatiezoekresultaten weergeven op de kaart
U kunt de resultaten van het zoeken naar een locatie weergeven
op de kaart in plaats van in een lijst.
Selecteer
in de zoekresultaten voor de locatie. De
dichtstbijzijnde locatie wordt weergegeven in het midden van de
kaart en basisinformatie over de geselecteerde locatie onderaan
de kaart.
van uw bestemming, een andere stad of langs de route die u
rijdt.
1 Selecteer Waarheen?.
2 Selecteer .
3 Selecteer een optie.
Parkeerplaats
Uw zūmo toestel bevat gedetailleerde parkeergegevens aan de
hand waarvan u parkeerplaatsen in de buurt kunt vinden op
basis van waarschijnlijke beschikbaarheid, type parkeerterrein,
tarief of geaccepteerde betalingsmethoden.
In sommige gebieden is live parkeerinformatie beschikbaar als
uw zūmo toestel is verbonden met Smartphone Link (Koppelen
met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link,
pagina 14). Wanneer uw toestel live parkeerinformatie
ontvangt, kunt u real-time parkeertrends bekijken.
OPMERKING: Gedetailleerde parkeerinformatie is niet
beschikbaar in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties.
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid of
actualiteit van live parkeerinformatie.
Parkeergelegenheid zoeken in de buurt van uw
huidige locatie
1 Selecteer Waarheen? > Categorieën > Parkeerplaatsen.
2 Selecteer Filter parkeerplaatsen en daarna een of meer
categorieën om parkeerplaatsen te filteren op
beschikbaarheid, type, tarief of betalingsmethoden
(optioneel).
OPMERKING: Gedetailleerde parkeerinformatie is niet
beschikbaar in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties.
3 Selecteer een parkeerplaats.
4 Selecteer Ga!.
Een parkeerplaats zoeken in de buurt van een
opgegeven locatie
1 Zoek naar een locatie.
2 Selecteer een locatie in de zoekresultaten voor locaties.
3 Selecteer .
Een lijst met parkeerterreinen in de buurt van de
geselecteerde locatie wordt weergegeven.
4 Selecteer Filter parkeerplaatsen en kies een of meer
categorieën om parkeerplaatsen te filteren op
beschikbaarheid, type, tarief of betalingsmethoden
(optioneel).
OPMERKING: Gedetailleerde informatie over
parkeerplaatsen is niet beschikbaar in alle gebieden of voor
alle parkeerlocaties.
5 Selecteer een parkeerplaats.
6 Selecteer Ga!.
Betekenis van parkeerkleuren en -symbolen
Sleep de kaart om meer zoekresultaten weer te geven.
Meer zoekresultaten. Selecteer deze optie om een andere
locatie weer te geven.
Overzicht geselecteerde locatie. Selecteer deze optie om
gedetailleerde informatie over de geselecteerde locatie weer te
geven.
Ga! Selecteer deze optie om via de aanbevolen route naar de
locatie te navigeren.
Selecteer deze optie om de zoekresultaten in een lijst weer te
geven.
Het zoekgebied wijzigen
Het toestel zoekt standaard in de buurt van uw huidige locatie. U
kunt ook zoeken in andere gebieden, bijvoorbeeld in de buurt
10
Parkeerlocaties met gedetailleerde parkeergegevens zijn
voorzien van een kleurcodering om aan te geven hoe groot de
kans is dat u een parkeerplaats vindt. Symbolen geven aan welk
type parkeergelegenheid beschikbaar is (straat of
parkeerterrein), wat de geldende tarieven zijn en op welke wijze
kan worden betaald.
U kunt de bijschriften bij deze kleuren en symbolen op het
toestel bekijken.
Selecteer in de zoekresultaten voor parkeerplaatsen.
Zoekfuncties
Met behulp van de zoekfuncties kunt u bepaalde locatiesoorten
zoeken door instructies te volgen op het scherm.
Locaties zoeken en opslaan
Een adres zoeken
OPMERKING: De volgorde van de stappen is mede afhankelijk
van de kaartgegevens die op het toestel zijn geladen.
1 Selecteer Waarheen?.
2 Selecteer indien nodig Zoeken nabij: om het zoekgebied te
wijzigen (Het zoekgebied wijzigen, pagina 10).
3 Selecteer Adres.
4 Volg de instructies op het scherm om de adresinformatie in te
voeren.
5 Selecteer het adres.
Een kruispunt zoeken
U kunt een kruispunt of knooppunt tussen twee straten,
snelwegen of andere wegen zoeken.
1 Selecteer Waarheen? > Categorieën > Kruispunten.
2 Volg de instructies op het scherm om de straatnamen in te
voeren.
3 Selecteer het kruispunt.
Een stad zoeken
1 Selecteer Waarheen? > Categorieën > Plaatsen.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer een stad in de lijst met nabijgelegen steden.
• Als u in de buurt van een andere locatie wilt zoeken,
selecteert u Zoeken nabij: (Het zoekgebied wijzigen,
pagina 10).
• Als u een stad op naam wilt zoeken, selecteert u Voer
zoekopdracht in. Voer de naam van een stad in en
selecteer .
Een locatie zoeken met behulp van coördinaten
U kunt een locatie zoeken door de lengtegraad en de
breedtegraad in te voeren. Dit kan handig zijn als u geocaches
zoekt.
1 Selecteer Waarheen? > Categorieën > Coördinaten.
2 Selecteer indien noodzakelijk en wijzig de
coördinaatindeling of datum.
3 Voer de breedte- en lengtecoördinaten in.
4 Selecteer Geef weer op kaart.
Foursquare
Foursquare is een locatiegebonden sociaal netwerk. Uw toestel
is voorzien van vooraf geïnstalleerde Foursquare nuttige punten,
die in de zoekresultaten voor uw locatie worden aangeduid met
het Foursquare logo.
Voor extra functies kunt u via Smartphone Link op uw
compatibele smartphone verbinding maken met uw Foursquare
account. Wanneer u verbinding maakt met uw Foursquare
account via Smartphone Link, kunt u Foursquare
locatiegegevens bekijken, inchecken op een locatie en nuttige
punten zoeken in de online Foursquare database.
Verbinding maken met uw Foursquare account
1 Maak met uw toestel verbinding met Smartphone Link
(Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met
Smartphone Link, pagina 14).
2 Open op uw smartphone de app Smartphone Link.
3 Open de instellingen van de Smartphone Link app en
selecteer Foursquare® > Aanmelden.
4 Voer uw Foursquare aanmeldingsgegevens in.
Foursquare nuttige punten zoeken
U kunt op uw toestel geladen Foursquare nuttige punten
zoeken. Wanneer u verbinding maakt met uw Foursquare
account via Smartphone Link, verkrijgt u met uw zoekopdracht
Locaties zoeken en opslaan
de meest actuele resultaten uit de online Foursquare database
en aangepaste resultaten uit uw Foursquare gebruikersaccount.
Selecteer Waarheen? > Categorieën > Foursquare®.
Foursquare locatiegegevens weergeven
Voordat u Foursquare locatiegegevens kunt bekijken, moet u
verbinding maken met een ondersteunde telefoon die over
Smartphone Link beschikt en u aanmelden bij uw Foursquare
account.
U kunt vervolgens gedetailleerde Foursquare locatiegegevens
inzien, zoals gebruikersbeoordelingen, restaurantprijzen en
openingstijden.
1 Selecteer in de zoekresultaten voor de locatie een
Foursquare nuttig punt.
2 Selecteer .
Inchecken bij Foursquare
Voordat u kunt inchecken bij Foursquare, moet u verbinding
maken met een ondersteunde telefoon die over Smartphone
Link beschikt en uzelf aanmelden bij uw Foursquare account.
1 Selecteer Apps > Foursquare® > Check in.
2 Selecteer een nuttig punt.
3 Selecteer > Check in.
TripAdvisor
®
Uw toestel bevat TripAdvisor nuttige punten en beoordelingen.
TripAdvisor beoordelingen worden automatisch weergegeven in
de lijst met zoekresultaten voor de betreffende nuttige punten. U
kunt ook nabijgelegen TripAdvisor nuttige punten zoeken en de
resultaten sorteren op afstand of populariteit.
TripAdvisor nuttige punten vinden
1 Selecteer Waarheen? > Categorieën > TripAdvisor.
2 Selecteer een categorie.
Een lijst met nabijgelegen TripAdvisor nuttige punten in deze
categorie wordt weergegeven.
3 Selecteer Sorteer resultaten om de zoekresultaten te
sorteren op afstand of populariteit (optioneel).
Recent gevonden locaties bekijken
Een overzicht van de 50 laatst gevonden locaties wordt op het
toestel opgeslagen.
Selecteer Waarheen? > Recent.
De lijst met recent gevonden locaties wissen
Selecteer Waarheen? > Recent >
> Wis > Ja.
De huidige locatiegegevens weergeven
U kunt de pagina Waar ben ik? gebruiken om informatie over uw
huidige locatie weer te geven. Deze functie komt van pas als u
uw locatie moet doorgeven aan hulpdiensten.
Selecteer het voertuig op de kaart.
Nooddiensten en tankstations vinden
U kunt de pagina Waar ben ik? gebruiken om de dichtstbijzijnde
ziekenhuizen, politiebureaus of benzinestations te vinden.
1 Selecteer het voertuig op de kaart.
2 Selecteer Ziekenhuizen, Politiebureaus of Brandstof.
Voor de geselecteerde service wordt een lijst met locaties
weergegeven, met de dichtstbijzijnde locatie bovenaan.
3 Selecteer een locatie.
4 Selecteer een optie:
• Als u naar de locatie wilt navigeren, selecteert u Ga!
• Als u het telefoonnummer en andere locatiegegevens wilt
weergeven, selecteert u .
11
Routebeschrijving naar uw huidige locatie
Als u aan iemand anders uw huidige locatie moet doorgeven,
kan uw toestel u een routebeschrijving geven.
1 Selecteer het voertuig op de kaart.
2 Selecteer > Routebeschr. naar mij.
3 Selecteer een beginlocatie.
4 Selecteer Selecteer.
Een snelkoppeling toevoegen
U kunt snelkoppelingen toevoegen aan het menu Waarheen?.
Een snelkoppeling kan verwijzen naar een locatie, een categorie
of een zoekfunctie.
Het menu Waarheen? kan tot wel 36
snelkoppelingspictogrammen bevatten.
1 Selecteer Waarheen? > Voeg kortere manier toe.
2 Selecteer een item.
Een snelkoppeling verwijderen
1 Selecteer Waarheen? > > Wis snelkoppeling(en).
2 Selecteer een snelkoppeling die u wilt verwijderen.
3 Selecteer de snelkoppeling opnieuw om te bevestigen.
4 Selecteer Sla op.
Locaties opslaan
Een locatie opslaan
1 Zoek naar een locatie (Een locatie zoeken op categorie,
2
3
4
5
pagina 9).
Selecteer een locatie in de zoekresultaten.
Selecteer .
Selecteer
> Sla op.
Voer, indien nodig, een naam in en selecteer OK.
Uw huidige locatie opslaan
1 Selecteer het voertuigpictogram op de kaart.
2 Selecteer Sla op.
3 Voer een naam in en selecteer OK.
4 Selecteer OK.
Een opgeslagen locatie bewerken
1 Selecteer Waarheen? > Opgeslagen.
2 Selecteer indien nodig een categorie.
3 Selecteer een locatie.
4 Selecteer .
5 Selecteer > Wijzig.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Naam.
• Selecteer Telefoonnummer.
• Selecteer Categorieën om categorieën aan de
opgeslagen locatie toe te wijzen.
• Selecteer Wijzig kaartsymbool om het symbool te
wijzigen waarmee de opgeslagen locatie op de kaart
wordt gemarkeerd.
7 Wijzig de informatie.
8 Selecteer OK.
Categorieën aan een opgeslagen locatie toewijzen
U kunt uw eigen categorieën toevoegen om uw opgeslagen
locaties te ordenen.
OPMERKING: Categorieën worden in het menu met
opgeslagen locaties weergegeven nadat u ten minste 12
locaties hebt opgeslagen.
12
1
2
3
4
5
Selecteer Waarheen? > Opgeslagen.
Selecteer een locatie.
Selecteer .
Selecteer
> Wijzig > Categorieën.
Voer een of meer categorienamen in, van elkaar gescheiden
met een komma.
6 Selecteer indien nodig een voorgestelde categorie.
7 Selecteer OK.
Een opgeslagen locatie verwijderen
OPMERKING: Verwijderde locaties kunnen niet worden
teruggezet.
1 Selecteer Waarheen? > Opgeslagen.
2 Selecteer > Wis opgeslag. plaatsen.
3 Selecteer het vak naast de opgeslagen locaties die u wilt
wissen en selecteer Wis.
De kaart gebruiken
U kunt de kaart gebruiken om een route te volgen (Uw route op
de kaart, pagina 6) of om uw directe omgeving te bekijken, als
er geen route actief is.
1 Selecteer Bekijk kaart.
2 Selecteer een willekeurig punt op de kaart.
3 Selecteer een optie:
• Versleep de kaart om naar links en naar rechts of naar
boven en naar beneden over de kaart te bewegen.
• Selecteer of als u wilt inzoomen of uitzoomen.
• Selecteer als u wilt schakelen tussen Noord boven en
3D-weergave.
• Als u de weergegeven nuttige punten op categorie wilt
filteren, selecteert u .
• Als u een route wilt starten, selecteert u een locatie op de
kaart en vervolgens Ga! (Een route starten op de kaart,
pagina 6).
Kaartfuncties
Kaartfuncties bieden snel toegang tot informatie en
toestelfuncties, terwijl u op de kaart kijkt. Wanneer u een
kaartfunctie activeert, wordt deze weergegeven in een paneel
aan de rand van de kaart.
Stop: Stopt de navigatie van de actieve route.
Wijzig route: Biedt u de mogelijkheid om een omweg te maken
of locaties op uw route over te slaan.
Verderop: Geeft naderende locaties op de route of de weg
waarop u rijdt weer (Verderop, pagina 13).
Koerswijzigingen: Geeft een lijst van naderende afslagen op
uw route weer (Afslagen en richtingaanwijzingen bekijken,
pagina 6).
Reisgegevens: Geeft aanpasbare reisgegevens weer, zoals
snelheid of afstand (Reisgegevens op de kaart weergeven,
pagina 13).
Volume: Hiermee kunt u het geluidsvolume regelen.
Helderheid: Hiermee kunt u de helderheid van het scherm
aanpassen.
Telefoon: Geeft een lijst weer van recente telefoonoproepen
vanaf uw verbonden telefoon, plus opties die u kunt kiezen
tijdens een telefoongesprek (De gespreksopties gebruiken,
pagina 16).
LiveTrack: Hiermee kunt u delen via LiveTrack starten en
stoppen (LiveTrack, pagina 19).
De kaart gebruiken
Verkeersinfo: Geeft informatie over verkeerssituaties op uw
route of in uw gebied weer (Verkeersproblemen op uw route
weergeven, pagina 13).
Weer: Geeft informatie over de weersomstandigheden in uw
gebied weer.
photoLive: Geeft live verkeerscamera's van uw photoLive
abonnement weer (photoLive verkeerscamera's, pagina 21).
Meld flitser: Hiermee kunt u een flitser of roodlichtcamera
melden. Deze functie is alleen beschikbaar als er
flitspaalinformatie op uw toestel aanwezig is en u een actieve
verbinding met de Smartphone Link app (Koppelen met uw
telefoon en verbinding maken met Smartphone Link,
pagina 14) hebt.
Een kaartfunctie weergeven
1 Selecteer op de kaart.
2 Selecteer een kaartfunctie.
De kaartfunctie wordt weergegeven in een paneel aan de
rand van de kaart.
3 Als u klaar bent met de kaartfunctie, selecteert u .
Kaartfuncties inschakelen
Standaard zijn in het kaartfunctiemenu alleen de meest
gebruikte kaartfuncties ingeschakeld. U kunt maximaal 12
functies toevoegen aan het menu.
1 Selecteer > op de kaart.
2 Schakel het selectievakje naast elke functie in om deze toe te
voegen.
3 Selecteer Sla op.
Verderop
De functie Verderop geeft informatie over naderende locaties op
uw route of de weg waarop u rijdt. U kunt naderende nuttige
punten, zoals restaurants, tankstations of rustplaatsen bekijken.
Als u op een snelweg rijdt, kunt u ook informatie over naderende
afslagen en steden en daar beschikbare services bekijken, zoals
de informatie op verkeersborden op de snelweg.
U kunt drie categorieën aanpassen voor weergave met de
functie Verderop.
Naderende locatie weergeven
1 Selecteer op de kaart > Verderop.
2 Selecteer een optie:
• U kunt de eerstvolgende locatie in elke categorie
weergeven door zo nodig te selecteren.
• Als u informatie over naderende afslagen of steden langs
de snelweg of over daar beschikbare services wilt
weergeven, selecteert u .
OPMERKING: Deze optie is alleen beschikbaar als u op
een snelweg rijdt of als een snelweg deel uitmaakt van uw
route.
Selecteer
een item om voor die categorie, afslag of stad een
3
lijst met locaties weer te geven.
De categorieën verderop aanpassen
U kunt de locatiecategorieën die met de functie Verderop
worden weergegeven, wijzigen.
1 Selecteer op de kaart > Verderop.
2 Selecteer een categorie.
3 Selecteer .
4 Selecteer een optie:
• Als u een categorie omhoog of omlaag wilt verplaatsen in
de lijst, selecteert en sleept u het pijltje naast de
categorienaam naar de gewenste positie.
• Als u een categorie wilt wijzigen, selecteert u de
desbetreffende categorie.
De kaart gebruiken
• Als u een eigen categorie wilt maken, selecteert u een
categorie, selecteert u Aangepast zoeken en voert u de
naam van een bedrijf of categorie in.
5 Selecteer OK.
Reisinformatie
Reisgegevens op de kaart weergeven
Voordat u reisgegevens op de kaart kunt weergeven, moet u de
functie toevoegen aan het menu met kaartfuncties
(Kaartfuncties inschakelen, pagina 13).
Selecteer op de kaart > Reisgegevens.
De reisgegevensvelden aanpassen
Voordat u de gegevens kunt wijzigen die worden weergegeven
in de reisgegevensvelden op de kaart, moet u de
reisgegevensfunctie toevoegen aan het menu met kaartfuncties
(Kaartfuncties inschakelen, pagina 13).
1 Selecteer op de kaart > Reisgegevens.
2 Selecteer een reisgegevensveld.
3 Selecteer een optie.
Het nieuwe reisgegevensveld wordt in de kaartfunctie
Reisgegevens weergegeven.
De pagina met reisinformatie weergeven
Op de reisinformatiepagina wordt uw snelheid weergegeven en
wordt nuttige informatie over uw reis gegeven.
OPMERKING: Als u onderweg regelmatig stopt, schakel het
toestel dan niet uit. Op die manier kan de verstreken reistijd
nauwkeurig worden gemeten.
Selecteer op de kaart Snelheid.
Het reislog weergeven
Uw toestel houdt een reislog bij; een overzicht van de door u
afgelegde weg.
1 Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig > Kaartlagen.
2 Schakel het selectievakje Reislog in.
Reisinformatie herstellen
1 Selecteer op de kaart Snelheid.
2 Selecteer > Herstel veld(en).
3 Selecteer een optie:
• Selecteer terwijl u niet navigeert Selecteer alles als u alle
gegevensvelden op de eerste pagina, behalve de
snelheidsmeter, opnieuw wilt instellen.
• Selecteer Herstel reisgegevens als u de informatie op de
tripcomputer opnieuw wilt instellen.
• Selecteer Herstel max. snelheid als u de
maximumsnelheid opnieuw wilt instellen.
• Selecteer Herstel reis B als u de kilometerteller opnieuw
wilt instellen.
Verkeersproblemen op uw route weergeven
U kunt de naderende verkeersproblemen langs de route waarop
u zich bevindt, weergeven.
1 Selecteer tijdens het navigeren > Verkeersinfo.
Het dichtstbijzijnde verkeersprobleem wordt rechts van de
kaart in een deelvenster weergegeven.
2 Selecteer het verkeersprobleem om meer informatie weer te
geven.
Verkeersinformatie op de kaart weergeven
Op de kaart met verkeersinformatie worden met kleurcodes de
verkeersstroom en vertragingen op wegen in de buurt
weergegeven.
1 Selecteer in het hoofdmenu Apps > Verkeersinfo.
13
2 Selecteer indien noodzakelijk
> Legenda om de legenda
voor de verkeerskaart weer te geven.
Verkeersproblemen zoeken
1 Selecteer in het hoofdmenu Apps > Verkeersinfo.
2 Selecteer > Problemen.
3 Selecteer een item in de lijst.
4 Als er meerdere problemen zijn, gebruikt u de pijlen om de
Handsfree bellen: Deze functie biedt u de mogelijkheid om met
uw toestel te bellen of op uw toestel gebeld te worden, en het
toestel te gebruiken als een handsfree speakerphone.
Locaties naar het toestel verzenden: Hiermee kunt u vanaf uw
smartphone locaties verzenden naar uw navigatietoestel.
Foursquare inchecken: Hiermee kunt u op uw navigatietoestel
inchecken op Foursquare locaties (Inchecken bij Foursquare,
pagina 11).
De kaart aanpassen
Koppelen met uw telefoon en verbinding
maken met Smartphone Link
overige problemen weer te geven.
De kaartlagen aanpassen
U kunt aanpassen welke informatie op de kaart wordt
weergegeven, zoals pictogrammen voor nuttige punten en
wegomstandigheden.
1 Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig > Kaartlagen.
2 Selecteer welke lagen u op de kaart wilt weergeven en
selecteer Sla op.
Het kaartgegevensveld aanpassen
1 Selecteer een gegevensveld op de kaart.
OPMERKING: U kunt Snelheid niet wijzigen.
2 Selecteer welk type gegevens u wilt weergeven.
Het kaartperspectief wijzigen
1 Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig >
Autokaartweergave.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer Koers boven om de kaart tweedimensionaal
weer te geven, met uw reisrichting bovenaan.
• Selecteer Noord boven om de kaart tweedimensionaal
weer te geven, met het noorden bovenaan.
• Selecteer 3D om de kaart driedimensionaal weer te
geven.
Selecteer
Sla op.
3
Live Services, verkeersinformatie en
smartphonefuncties
Voor optimaal gebruik van uw zūmo toestel moet u het toestel
koppelen met uw smartphone en verbinden met de Smartphone
Link app. Met de Smartphone Link app kan uw toestel live
informatie ontvangen, zoals live verkeersinformatie,
parkeertrends, roodlichtcamera’s en flitspalen en andere Live
Services.
Live verkeersinformatie: Stuurt real-time verkeersinformatie
naar uw toestel, bijvoorbeeld over verkeersproblemen,
vertragingen, wegwerkzaamheden en wegversperringen
(Verkeersinformatie, pagina 17).
Live parkeerinformatie: Stuurt real-time parkeertrends naar uw
toestel, indien beschikbaar (Parkeerplaats, pagina 10).
Garmin Live Services: Geeft toegang tot gratis en betaalde
services die live informatie sturen naar uw toestel,
bijvoorbeeld over roodlichtcamera’s, flitspalen en
verkeerscamera’s (Garmin Live Services, pagina 14).
Weersinformatie: Stuurt real-time informatie over
weersomstandigheden en weerswaarschuwingen naar uw
toestel (De weersverwachting weergeven, pagina 21).
LiveTrack: Biedt u de mogelijkheid om uw reis real-time te
delen met geselecteerde contactpersonen (LiveTrack,
pagina 19).
Smart notifications: Geeft telefoonmeldingen en berichten
weer op uw toestel. Deze functie is niet beschikbaar voor alle
talen.
14
U moet uw zūmo toestel koppelen met uw telefoon en
verbinding maken met Smartphone Link om bepaalde functies te
kunnen gebruiken, zoals live verkeers- en parkeerinformatie,
handsfree bellen en andere connected functies.
Als de toestellen zijn gekoppeld, maken ze automatisch
verbinding met elkaar als ze worden ingeschakeld en binnen
bereik zijn.
1 Installeer de Smartphone Link app via de App Store op uw
telefoon.
Plaats
het zūmo toestel en uw telefoon binnen 3 m. (10 ft)
2
van elkaar.
3 Selecteer op het zūmo toestel Instellingen > Bluetooth en
schakel vervolgens het selectievakje Bluetooth in.
4 Selecteer Zoek toestellen.
5 Schakel op uw telefoon draadloze Bluetooth technologie in
en stel de telefoon in op waarneembaar.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw telefoon voor
meer informatie.
6 Op het zūmo toestel selecteert u OK.
Het zūmo toestel begint Bluetooth toestellen in de buurt te
zoeken en geeft een lijst met Bluetooth toestellen weer. Het
kan maximaal een minuut duren voordat uw telefoon in de
lijst voorkomt.
7 Selecteer uw telefoon in de lijst en selecteer vervolgens OK.
8 Bevestig op uw telefoon het koppelingsverzoek.
9 Open de Smartphone Link app op uw telefoon.
Als u koppelt met een Apple toestel, wordt op het zūmo
scherm een beveiligingscode weergegeven.
10 Voer de beveiligingscode op uw telefoon binnen 30 seconden
in, als dit wordt gevraagd.
®
Statuspictogrammen van de Bluetooth
functie
Statuspictogrammen worden in de Bluetooth instellingen
weergegeven naast elk gekoppeld toestel.
Selecteer Instellingen > Bluetooth.
• Een grijs pictogram geeft aan dat de functie is uitgeschakeld
of dat de verbinding voor dat toestel is verbroken.
• Een gekleurd pictogram geeft aan dat de functie is
verbonden en actief is voor dat toestel.
Handsfree bellen
Smart notifications
Smartphone Link functies en services
Mediastreaming
Headset is verbonden
Garmin Live Services
Voordat u Garmin Live Services kunt gebruiken, moet uw toestel
zijn verbonden met Smartphone Link (Koppelen met uw telefoon
en verbinding maken met Smartphone Link, pagina 14).
Live Services, verkeersinformatie en smartphonefuncties
Garmin Live Services biedt gratis en betaalde abonnementen
die live-gegevens naar uw toestel verzenden, zoals
verkeersinformatie en informatie over weersomstandigheden,
roodlichtcamera’s en flitspalen.
Sommige services, zoals weersinformatie, zijn als aparte apps
op uw toestel verkrijgbaar. Andere services, zoals
verkeersinformatie, bieden een uitbreiding op bestaande
navigatiefuncties op uw toestel. Bij functies die toegang tot
Garmin Live Services vereisen, wordt het Smartphone Link
symbool weergegeven en deze functies verschijnen alleen als
het toestel is verbonden met Smartphone Link.
Een abonnement nemen op Garmin Live Services
Voor sommige zūmo Live Services is een betaald abonnement
nodig. In de Smartphone Link app kunt u een levenslang
abonnement aanschaffen. Het abonnement is gekoppeld aan
het app store-account voor uw smartphone.
1 Open op uw smartphone de Smartphone Link app.
2 Selecteer Mijn account.
Een lijst met beschikbare services en abonnementsprijzen
wordt weergegeven.
3 Selecteer een service.
4 Selecteer de prijs.
5 Selecteer Abonneren.
6 Volg de aanwijzingen op het scherm om de aankoop af te
ronden.
Uw telefoon en headset koppelen
U moet uw zūmo toestel koppelen met uw telefoon en Bluetooth
headset om bepaalde Bluetooth functies te kunnen gebruiken.
Als de toestellen zijn gekoppeld, maken ze automatisch
verbinding met elkaar als ze worden ingeschakeld en binnen
bereik zijn.
Voor sommige functies is de Smartphone Link app vereist. U
kunt tijdens het koppelen of later verbinding maken met de
Smartphone Link app.
1 Schakel op uw telefoon draadloze Bluetooth technologie in
en stel de telefoon in op waarneembaar.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw telefoon voor
meer informatie.
2 Plaats het zūmo toestel en uw telefoon binnen 3 m. (10 ft)
van elkaar.
3 Selecteer op het zūmo toestel Instellingen > Bluetooth > .
4 Volg de instructies op het scherm om uw telefoon met uw
toestel te koppelen.
5 Selecteer op het zūmo toestel.
TIP: Als het eerste Bluetooth instellingenscherm niet wordt
weergegeven, kunt u Instellingen > Bluetooth > Zoek
toestellen selecteren om uw headset te koppelen.
6 Volg de instructies op het scherm om uw headset met uw
toestel te koppelen.
7 U kunt de Smartphone Link app via de app store op uw
telefoon installeren en openen (optioneel).
Als u koppelt met een Apple toestel, wordt op het zūmo
scherm een beveiligingscode weergegeven.
8 Voer de beveiligingscode op uw telefoon binnen 30 seconden
in, als dit wordt gevraagd.
Een locatie van uw smartphone naar uw
toestel verzenden
U kunt een locatie zoeken via de Smartphone Link app op uw
smartphone en deze naar uw zūmo toestel verzenden.
1 Open de Smartphone Link app op uw smartphone.
2 Selecteer een optie:
Live Services, verkeersinformatie en smartphonefuncties
• Als u een locatie in de buurt wilt vinden, selecteert u
Nabije plaatsen zoeken en voert u geheel of gedeeltelijk
een adres of een naam van een plaats in.
• Als u een Foursquare nuttig punt in de buurt wilt vinden,
selecteert u Foursquare en vervolgens een nuttig punt in
de lijst.
• Als u een locatie op de kaart wilt kiezen, selecteert u Kies
locatie en tikt u op de locatie op de kaart.
• Als u een adres in uw lijst met contactpersonen wilt
vinden, selecteert u Contactpersonen en vervolgens de
naam van de contactpersoon.
De geselecteerde locatie wordt op de kaart weergegeven.
3 Selecteer Verzend.
De Smartphone Link app verzendt de locatie naar uw zūmo.
4 Selecteer een optie op uw zūmo toestel:
• Selecteer Ga! om naar de locatie te navigeren.
• Selecteer als u de locatie in detail wilt bekijken of in uw
favorieten wilt opslaan.
• Selecteer OK om de locatie te accepteren zonder
navigeren te starten.
De locatie wordt weergegeven in de recent gevonden locaties
op uw zūmo toestel.
Smart Notifications
Als uw toestel is verbonden met de Smartphone Link app, kunt u
meldingen van uw smartphone, bijvoorbeeld over ontvangen
sms-berichten, inkomende oproepen en agenda-afspraken, op
uw zūmo toestel weergeven.
OPMERKING: Nadat uw navigatietoestel is verbonden met de
Smartphone Link app kan het een paar minuten duren voordat
meldingen op uw toestel ontvangt. wordt gekleurd
weergegeven in de Bluetooth instellingen als smart notifications
zijn verbonden en geactiveerd (Statuspictogrammen van de
Bluetooth functie, pagina 14).
Meldingen ontvangen
WAARSCHUWING
Lees tijdens het rijden geen meldingen en beantwoord ze niet.
Voordat uw zūmo toestel meldingen kan ontvangen, moet u het
koppelen met uw smartphone en de Smartphone Link app.
Op de meeste pagina's wordt een pop-up weergegeven als het
toestel een melding ontvangt van uw smartphone. Als het
toestel beweegt, moet u bevestigen dat u een passagier bent en
niet de bestuurder voordat u meldingen kunt bekijken.
OPMERKING: Als u de kaart bekijkt, worden meldingen
weergegeven in een kaartfunctie.
• Als u een melding wilt negeren, selecteert u OK.
De pop-up wordt gesloten, maar de melding blijft actief op uw
telefoon.
• Als u een melding wilt bekijken, selecteert u Geef weer.
• Als u de melding wilt beluisteren, selecteert u Geef weer >
Speel af.
Het toestel leest de melding via tekst-naar-spraaktechnologie. Deze functie is niet beschikbaar voor alle talen.
• Voor andere bewerkingen, zoals het verwijderen van de
melding van uw telefoon, selecteert u Geef weer en
vervolgens een optie.
OPMERKING: Aanvullende acties zijn alleen beschikbaar
voor bepaalde typen meldingen en moeten worden
ondersteund door de app die de melding genereert.
15
Meldingen ontvangen tijdens het bekijken van de kaart
3 Selecteer Oproep.
WAARSCHUWING
Lees tijdens het rijden geen meldingen en beantwoord ze niet.
Een locatie bellen
1 Selecteer Apps > Telefoon > Blader door categorieën.
2 Selecteer een nuttig punt.
3 Selecteer Oproep.
Voordat uw zūmo toestel meldingen kan ontvangen, moet u het
koppelen met uw smartphone en de Smartphone Link app.
Als u de kaart bekijkt, worden nieuwe meldingen weergegeven
in een kaartfunctie aan de rand van het scherm. Als het toestel
beweegt, moet u bevestigen dat u een passagier bent en niet de
bestuurder voordat u meldingen kunt bekijken.
• Als u een melding wilt negeren, selecteert u of wacht u tot
de pop-up automatisch wordt gesloten.
De pop-up wordt gesloten, maar de melding blijft actief op uw
telefoon.
• Als u een melding wilt bekijken, selecteert u de
meldingstekst.
• Als u de melding wilt beluisteren, selecteert u Speel bericht
af.
Het toestel leest de melding via tekst-naar-spraaktechnologie. Deze functie is niet beschikbaar voor alle talen.
• Voor andere bewerkingen, zoals het verwijderen van de
melding van uw telefoon, selecteert u Geef weer en
vervolgens een optie.
OPMERKING: Aanvullende acties zijn alleen beschikbaar
voor bepaalde typen meldingen en moeten worden
ondersteund door de app die de melding genereert.
De lijst met meldingen weergeven
U kunt een lijst met alle actieve meldingen weergeven.
1 Selecteer Apps > Smart Notifications.
De lijst met meldingen wordt weergegeven. Ongelezen
meldingen worden zwart weergegeven en reeds gelezen
meldingen worden grijs weergegeven.
2 Selecteer een optie:
• Als u een melding wilt weergeven, selecteert u de
beschrijving van de melding.
• Als u een melding wilt beluisteren, selecteert u .
Het toestel leest de melding via tekst-naar-spraaktechnologie. Deze functie is niet beschikbaar voor alle
talen.
Handsfree bellen
OPMERKING: Weliswaar worden de meeste telefoons en
headsets ondersteund, maar er is geen garantie dat een
bepaalde telefoon of headset kan worden gebruikt. Mogelijk zijn
niet alle functies beschikbaar voor uw telefoon.
Via draadloze Bluetooth technologie kunt u het toestel als
handsfree-toestel aansluiten op uw mobiele telefoon en
draadloze headset of helm. Om vast te stellen of uw toestel met
Bluetooth technologie compatibel is, verwijzen wij u naar
www.garmin.com/bluetooth.
Telefoneren
Een nummer kiezen
1 Selecteer Apps > Telefoon > Kies.
2 Voer het nummer in.
3 Selecteer Kies.
Een contactpersoon in uw telefoonboek bellen
Telkens wanneer u de telefoon op het toestel aansluit, wordt het
telefoonboek naar het toestel overgezet. Het kan enkele
minuten duren voordat het telefoonboek beschikbaar is.
Sommige telefoons ondersteunen deze functie niet.
1 Selecteer Apps > Telefoon > Telefoonboek.
2 Selecteer een contactpersoon.
16
Een oproep ontvangen
Selecteer Antwoord of Negeer als u een oproep ontvangt.
De oproepinfo gebruiken
Telkens wanneer u de telefoon met het toestel verbindt, wordt
uw oproepinfo van de telefoon naar het toestel overgezet. Het
kan enkele minuten duren voordat de oproepinfo beschikbaar is.
Sommige telefoons ondersteunen deze functie niet.
1 Selecteer Apps > Telefoon > Oproepinfo.
2 Selecteer een categorie.
De lijst met oproepen wordt weergegeven en de meest
recente oproepen staan boven aan de lijst.
3 Selecteer een oproep.
De gespreksopties gebruiken
Tijdens een gesprek kunt u de gespreksopties selecteren op de
kaart.
• Als u het geluid wilt overzetten naar de telefoon, selecteer
dan .
TIP: Gebruik deze functie als u het toestel wilt uitschakelen
terwijl u het telefoongesprek voortzet of als u behoefte hebt
aan privacy.
• Als u het kiesvenster wilt gebruiken, selecteer dan .
TIP: U kunt deze functie gebruiken zodat u automatische
systemen kunt gebruiken, zoals voicemail.
• Als u de microfoon wilt dempen, selecteer dan .
• Als u het gesprek wilt beëindigen, selecteer dan .
Een telefoonnummer thuis opslaan
TIP: Nadat u een telefoonnummer thuis hebt opgeslagen, kunt u
het nummer wijzigen via de optie "Thuis" in uw lijst met
opgeslagen locaties (Een opgeslagen locatie bewerken,
pagina 12).
1 Selecteer Apps > Telefoon > > Stel telefoonnr. thuis in.
2 Voer uw telefoonnummer in.
3 Selecteer OK.
Naar huis bellen
U kunt uw telefoonnummer thuis alleen bellen nadat u het
telefoonnummer van uw thuislocatie hebt opgegeven.
Selecteer Apps > Telefoon > Bel thuis.
Bluetooth functies instellen voor uw Apple
toestel
Als u uw telefoon koppelt, worden standaard alle compatibele
Bluetooth functies ingeschakeld. U kunt bepaalde functies
inschakelen, uitschakelen of aanpassen.
Verbinding maken met de Smartphone Link app op
uw Apple toestel
Voordat u verbinding kunt maken met de Smartphone Link app,
moet u uw zūmo toestel koppelen en verbinden met uw telefoon.
Als u tijdens het koppelen geen verbinding hebt gemaakt met de
Smartphone Link app, kunt u er verbinding mee maken voor
extra Bluetooth functies. De Smartphone Link app
communiceert met uw telefoon via Bluetooth Smart technologie.
De eerste keer dat u verbinding maakt met de Smartphone Link
app op een Apple toestel, moet u een Bluetooth Smart
beveiligingscode invoeren.
Live Services, verkeersinformatie en smartphonefuncties
1 Installeer de Smartphone Link app via de App Store op uw
telefoon.
OPMERKING: U moet mogelijk naar de nieuwste versie van
het besturingssysteem van uw telefoon bijwerken.
2 Open de Smartphone Link app op uw telefoon.
Op het scherm van het zūmo toestel wordt een
beveiligingscode weergegeven.
Voer
de code in op uw telefoon.
3
Handsfree bellen uitschakelen voor uw Apple toestel
U kunt handsfree bellen uitschakelen en verbonden blijven met
uw telefoon voor Smartphone Link informatie en meldingen.
1 Selecteer Instellingen > Bluetooth.
2 Selecteer de telefoonnaam die wordt gebruikt voor handsfree
bellen.
TIP: Uw telefoon kan met twee verschillende namen
verbinding maken voor handsfree bellen en gegevens.
wordt gekleurd weergegeven naast de telefoonnaam die
wordt gebruikt voor handsfree bellen.
3 Schakel het selectievakje Telefoongesprekken uit.
Smartphone Link gegevens en smart notifications
uitschakelen voor uw Apple toestel
U kunt Smartphone Link gegevens en smart notifications
uitschakelen en verbonden blijven met uw telefoon voor
handsfree bellen.
1 Selecteer Instellingen > Bluetooth.
2 Selecteer de telefoonnaam die is verbonden met Smartphone
Link gegevens en meldingen.
TIP: Uw telefoon kan met twee verschillende namen
verbinding maken voor handsfree bellen en gegevens. en
worden blauw weergegeven naast de telefoonnaam die
wordt gebruikt voor gegevens en meldingen.
3 Schakel het selectievakje Smartphoneservices uit.
Meldingscategorieën voor uw Apple toestel weergeven of
verbergen
U kunt de meldingen die op uw toestel worden weergegeven,
filteren door categorieën weer te geven of te verbergen.
1 Selecteer Instellingen > Bluetooth.
2 Selecteer de telefoonnaam die is verbonden met Smartphone
Link gegevens en meldingen.
TIP: Uw telefoon kan met twee verschillende namen
verbinding maken voor handsfree bellen en gegevens. en
worden gekleurd weergegeven naast de telefoonnaam die
wordt gebruikt voor gegevens en meldingen.
3 Selecteer Smart Notifications.
4 Schakel het selectievakje naast elke melding in om deze
weer te geven.
Bluetooth functies instellen voor uw
smartphone met Android™
Als u uw telefoon koppelt, worden standaard alle compatibele
Bluetooth functies ingeschakeld. U kunt bepaalde functies
inschakelen, uitschakelen of aanpassen.
Verbinding maken met de Smartphone Link app op
uw Android smartphone
Voordat u verbinding kunt maken met de Smartphone Link app,
moet u uw zūmo toestel koppelen en verbinden met uw telefoon.
Als u tijdens het koppelen geen verbinding hebt gemaakt met de
Smartphone Link app, kunt u er verbinding mee maken voor
extra Bluetooth functies.
1 Installeer de Smartphone Link app via de App Store op uw
telefoon.
2 Open de Smartphone Link app op uw telefoon.
Verkeersinformatie
Bluetooth functies uitschakelen voor uw smartphone
met Android
U kunt bepaalde Bluetooth functies uitschakelen en verbonden
blijven met andere functies.
1 Selecteer Instellingen > Bluetooth.
2 Selecteer de telefoonnaam.
3 Selecteer een optie:
• Als u handsfree bellen wilt uitschakelen, schakelt u het
selectievakje Telefoongesprekken uit.
• Als u Smartphone Link gegevens en smart notifications
wilt uitschakelen, schakelt u het selectievakje
Smartphone Link uit.
• U kunt meldingen van bepaalde apps uitschakelen via de
instellingen in de Smartphone Link app.
Meldingen van uw smartphone met Android weergeven of
verbergen
U kunt de Smartphone Link app gebruiken om te selecteren
welke typen meldingen op uw zūmo toestel worden
weergegeven.
1 Open de Smartphone Link app op uw telefoon.
2 Selecteer .
3 Controleer of het selectievakje Smart Notifications is
ingeschakeld.
Selecteer
in het gedeelte Meldingen Instellingen.
4
Een lijst van meldingscategorieën en apps wordt
weergegeven.
5 Selecteer een optie:
• U kunt een melding in- of uitschakelen door de schakelaar
naast de naam van de categorie of app te selecteren.
• Als u een app aan de lijst wilt toevoegen, selecteert u .
Verbinding met een Bluetooth toestel
verbreken
U kunt tijdelijk de verbinding met een Bluetooth toestel
verbreken zonder het toestel te verwijderen uit de lijst met
gekoppelde toestellen. Het Bluetooth toestel kan dan in de
toekomst nog steeds automatisch verbinding maken met uw
zūmo toestel.
1 Selecteer Instellingen > Bluetooth.
2 Selecteer het toestel dat u wilt ontkoppelen.
3 Schakel het selectievakje naast de naam van uw gekoppelde
toestel uit.
Een gekoppelde telefoon verwijderen
U kunt een gekoppelde telefoon verwijderen zodat de telefoon
niet langer automatisch verbinding kan maken met uw toestel.
1 Selecteer Instellingen > Bluetooth.
2 Selecteer de telefoon en selecteer vervolgens Toestel
ontkoppelen.
Verkeersinformatie
LET OP
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van de
verkeersinformatie.
Uw toestel kan informatie verstrekken over verkeer op de weg
vóór u of op uw route. U kunt instellen dat uw toestel
verkeersdrukte mijdt bij het berekenen van routes en een
nieuwe route zoekt naar uw bestemming als er op uw actieve
route een lange file staat (Verkeersinstellingen, pagina 23). U
kunt de verkeerskaart doorbladeren om te zien of er files staan
in uw gebied.
17
Om verkeersinformatie te kunnen geven moet uw toestel
verkeersgegevens ontvangen.
• Uw toestel ontvangt gratis verkeersgegevens via de
Smartphone Link app (Verkeersinformatie ontvangen via
Smartphone Link, pagina 18).
• Alle toestelmodellen kunnen verkeersgegevens ontvangen
via een OTA-verkeersinformatie-ontvangerkabel
(Verkeerinformatie ontvangen met behulp van een
verkeersinformatie-ontvanger, pagina 18). Ga naar uw
productpagina op garmin.com om een compatibele
verkeersinformatie-ontvangerkabel uit te zoeken en aan te
schaffen.
Verkeersinformatie is niet overal beschikbaar. Ga naar
www.garmin.com/traffic voor meer informatie over
dekkingsgebieden voor verkeersinformatie.
Verkeersinformatie ontvangen via
Smartphone Link
Uw toestel kan gratis verkeersinformatie ontvangen via de
Smartphone Link app.
1 Maak met uw toestel verbinding met Smartphone Link
(Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met
Smartphone Link, pagina 14).
2 Selecteer op uw zūmo toestel Instellingen > Verkeersinfo
en controleer of het selectievakje Verkeersinfo is
ingeschakeld.
Verkeerinformatie ontvangen met behulp van
een verkeersinformatie-ontvanger
LET OP
Door verwarmde (gemetalliseerde) ruiten kunnen de prestaties
van de verkeersinformatie-ontvanger afnemen.
Een verkeersinformatie-ontvanger kan verkeersgegevens
ontvangen via een OTA-signaal, indien beschikbaar. Een OTAverkeersinformatie-ontvangerkabel is bij alle toestelmodellen
verkrijgbaar als accessoire. Ga naar uw productpagina op
garmin.com om een compatibele verkeersinformatieontvangerkabel uit te zoeken en aan te schaffen.
Verkeersinformatie is niet overal beschikbaar.
Sluit het toestel aan op de voertuigvoeding met de
verkeersinformatie-ontvangerkabel (Uw toestel in een auto
bevestigen, pagina 2).
Als u zich in een dekkingsgebied van verkeersinformatie
bevindt, kan uw toestel verkeersinformatie weergeven en u
helpen files te vermijden.
Abonnementen voor verkeersinformatie-ontvanger
Bij de meeste verkeersinformatie-ontvangers wordt een
regionaal verkeersinformatie-abonnement geleverd. U kunt
abonnementen voor meerdere regio's toevoegen aan uw
verkeersinformatie-ontvanger. Ga voor meer informatie naar
garmin.com/traffic.
Verkeersabonnementen weergeven
Selecteer Instellingen > Verkeersinfo > Abonnementen.
Een abonnement toevoegen
U kunt abonnementen voor verkeersinformatie in andere regio's
of landen aanschaffen.
1 Selecteer in het hoofdmenu Verkeersinfo.
2 Selecteer Abonnementen > .
3 Noteer de toestel-id van de FM-ontvanger voor
verkeersinformatie.
4 Ga naar www.garmin.com/fmtraffic om een abonnement af te
sluiten en een code van 25 tekens op te halen.
18
De verkeersabonnementcode kan niet opnieuw worden
gebruikt. Elke keer dat u de service wilt verlengen, hebt u
een nieuwe code nodig. Indien u meerdere FMverkeersinformatie-ontvangers hebt, hebt u voor elke
ontvanger een nieuwe code nodig.
5 Selecteer Volgende op uw toestel.
6 Voer de code in.
7 Selecteer OK.
Verkeersinformatie inschakelen
U kunt verkeersinformatie in- of uitschakelen.
1 Selecteer Instellingen > Verkeersinfo.
2 Schakel het selectievakje Verkeersinfo in.
Verkeersinformatie op de kaart weergeven
Op de kaart met verkeersinformatie worden met kleurcodes de
verkeersstroom en vertragingen op wegen in de buurt
weergegeven.
1 Selecteer in het hoofdmenu Apps > Verkeersinfo.
2 Selecteer indien noodzakelijk > Legenda om de legenda
voor de verkeerskaart weer te geven.
Verkeersproblemen zoeken
1 Selecteer in het hoofdmenu Apps > Verkeersinfo.
2 Selecteer > Problemen.
3 Selecteer een item in de lijst.
4 Als er meerdere problemen zijn, gebruikt u de pijlen om de
overige problemen weer te geven.
De apps gebruiken
De gebruikershandleiding op uw toestel
weergeven
U kunt de volledige gebruikershandleiding op het scherm van
uw toestel weergeven. De handleiding is beschikbaar in allerlei
talen.
1 Selecteer Apps > Gebruikershandleiding.
De gebruikershandleiding wordt weergegeven in dezelfde
taal als de softwaretekst.
2 Selecteer om de gebruikershandleiding te zoeken
(optioneel).
Reisplanner
Met de reisplanner kunt u een reis plannen en opslaan en later
gebruiken als navigatieroute. U kunt zo bijvoorbeeld gemakkelijk
een leveringsroute, een vakantie of een tochtje plannen. U kunt
een opgeslagen reis later naar wens aanpassen en bijvoorbeeld
de volgorde van locaties wijzigen, de volgorde van rustpauzes
aanpassen en aanbevolen attracties en routepunten toevoegen.
U kunt de reisplanner ook gebruiken om uw huidige route te
wijzigen en op te slaan.
Een reis plannen
Een reis kan vele bestemmingen omvatten en moet in elk geval
een vertrek- en eindpunt hebben. Het vertrekpunt is de locatie
waar u uw reis wilt beginnen. Als u de navigatie start op een
andere locatie, biedt het toestel u de mogelijkheid om eerst naar
uw vertrekpunt te navigeren. In een rondreis kunnen vertrekpunt
en eindpunt dezelfde locatie zijn.
1 Selecteer Apps > Reisplanner > Nieuwe reis.
2 Selecteer Selecteer startlocatie.
3 Kies een locatie als uw vertrekpunt en selecteer Selecteer.
4 Selecteer Selecteer bestemming.
De apps gebruiken
5 Kies een locatie als uw eindpunt en selecteer Selecteer.
6 Selecteer Voeg locatie toe als u meer locaties wilt
toevoegen (optioneel).
7 Als u alle gewenste locaties hebt toegevoegd, selecteert u
Volgende > Sla op.
8 Voer een naam in en selecteer OK.
Locaties in een reis wijzigen en de volgorde
aanpassen
1 Selecteer Apps > Reisplanner > Opgeslagen reizen.
2 Selecteer een opgeslagen reis.
3 Selecteer een locatie.
4 Selecteer een optie:
• U kunt een locatie omhoog of omlaag verplaatsen door
te selecteren en de locatie te slepen naar een nieuwe
positie in de reis.
• Als u na de geselecteerde locatie een nieuwe locatie wilt
toevoegen, selecteert u .
• Als u de locatie wilt verplaatsen, selecteert u .
De volgorde van tussenstops op een route optimaliseren
Het toestel kan de volgorde van tussenstops op uw route
automatisch optimaliseren om de route korter en efficiënter te
maken. Vertrekpunt en eindbestemming blijven ongewijzigd als
u de volgorde van tussenstops optimaliseert.
Selecteer tijdens het bewerken van een route >
Optimaliseer volgorde.
Attracties op uw route ontdekken
1 Selecteer Apps > Reisplanner > Mijn actieve route.
2 Wijzig de route met een van de beschikbare
reisplannerfuncties.
Na elke wijziging wordt de route opnieuw berekend.
3 Selecteer Sla op om uw route op te slaan als een reis die u
later weer als navigatieroute kunt gebruiken (optioneel).
Een route delen
U kunt routes delen met andere zūmo toestellen.
1 Selecteer Apps > Deel route.
2 Selecteer een optie:
• Om een route te delen, selecteert u Smartphone Link.
• Om een route met een Bluetooth verbinding te delen,
selecteert u Bluetooth.
• Om de route naar een microSD kaart te kopiëren,
selecteert u Geheugenkaart.
3 Selecteer een route.
4 Selecteer OK.
5 Volg de aanwijzingen op het scherm van uw zūmo toestel om
het deelproces te voltooien.
LiveTrack
LET OP
Opmerking: Wees voorzichtig met het delen van locatieinformatie met anderen.
Het toestel kan interessante of populaire attracties aanraden om
aan uw reis toe te voegen.
1 Selecteer tijdens het bewerken van de reis > Stel
attracties voor.
2 Selecteer een attractie om meer informatie weer te geven.
3 Selecteer Selecteer om de attractie aan uw reis toe te
voegen.
Met de LiveTrack functie kunt u uw reisroute delen met
contactpersonen vanaf uw smartphone en via uw sociale
netwerkaccounts, zoals Facebook en Twitter. Terwijl u uw
reisinformatie deelt, kunnen volgers uw huidige locatie, locaties
die u recent hebt bezocht en uw recente reisroutes in real-time
volgen.
Voor deze functie is een smartphone vereist waarop de
Smartphone Link app wordt uitgevoerd.
Routeopties wijzigen
Delen en kijkers uitnodigen via LiveTrack instellen
U kunt opgeven hoe het toestel de route moet berekenen
voordat u op reis gaat.
1 Selecteer Apps > Reisplanner > Opgeslagen reizen.
2 Selecteer een opgeslagen reis.
3 Selecteer het voertuigprofielpictogram en het voertuig dat u
voor de reis wilt gebruiken (optioneel).
4 Selecteer .
5 Selecteer een optie:
• Als u routepunten aan uw reis wilt toevoegen, selecteert u
Bepaal vorm van route en volgt u de instructies op het
scherm.
• Als u de berekenmodus voor de reis wilt wijzigen,
selecteert u Routevoorkeur (De routeberekeningsmodus
wijzigen, pagina 5).
Navigeren aan de hand van een opgeslagen reis
1 Selecteer Apps > Reisplanner > Opgeslagen reizen.
2 Selecteer een opgeslagen reis.
3 Selecteer Ga!.
4 Selecteer de eerste locatie waar u naartoe wilt navigeren en
selecteer Start.
Het toestel berekent de route vanaf uw huidige locatie naar
de geselecteerde locatie en leidt u daarna in de opgegeven
volgorde naar uw volgende tussenstops op de route.
Uw actieve route wijzigen en opslaan
Als een route actief is, kunt u de route met de reisplanner
wijzigen en als reis opslaan.
De apps gebruiken
De eerste keer dat u de LiveTrack functie gebruikt, moet u de
functie instellen en volgers uitnodigen.
1 Maak verbinding met Smartphone Link (Uw telefoon en
headset koppelen, pagina 15).
Open
de Smartphone Link app op uw smartphone en
2
selecteer LiveTrack.
3 Voer een gebruikersnaam in en selecteer Volgende.
4 Voer een of meer contactpersonen in die u wilt uitnodigen.
U kunt de naam of het e-mailadres van de contactpersoon
invoeren.
5 Selecteer Start LiveTrack.
De app begint uw LiveTrack gegevens te
delen. Uitgenodigde volgers ontvangen een e-mailbericht met
een koppeling om uw LiveTrack gegevens te bekijken.
6 Selecteer om de LiveTrack koppeling te delen via een
sociaal netwerk, een chat-app of een andere app om mee te
delen (optioneel).
Delen via LiveTrack starten
LET OP
Opmerking: Wees voorzichtig met het delen van locatieinformatie met anderen.
Voordat u kunt beginnen met delen, moet u de LiveTrack functie
instellen (Delen en kijkers uitnodigen via LiveTrack instellen,
pagina 19).
U kunt uw LiveTrack gegevens delen via uw zūmo toestel of de
Smartphone Link app.
19
• Selecteer op uw zūmo toestel Apps > LiveTrack > Start
LiveTrack.
• Open de Smartphone Link app op uw smartphone en
selecteerLiveTrack > Start LiveTrack.
Een koppeling om uw LiveTrack gegevens te bekijken wordt op
uw ingeschakelde sociaalnetwerkaccounts geplaatst en een email met de koppeling wordt verzonden naar uw uitgenodigde
contactpersonen. Terwijl u deelt, kunnen volgers op de
koppeling klikken om uw huidige locatie, recent bezochte
locaties en de door u recent afgelegde route in real-time te
volgen.
Als delen via LiveTrack actief is, wordt
op de zūmo
statusbalk weergegeven. Ook het aantal uitgenodigde volgers
wordt weergegeven.
TIP: Delen via LiveTrack wordt na 24 uur automatisch
beëindigd. In de Smartphone Link app kunt u LiveTrack >
Verleng LiveTrack selecteren om de duur van delen via
LiveTrack te verlengen. U kunt ook op elk gewenst moment
stoppen met delen.
Delen via LiveTrack stoppen
U kunt delen via LiveTrack op elk gewenst moment stoppen
vanaf uw zūmo toestel of via de Smartphone Link app.
• Selecteer op uw zūmo toestel Apps > LiveTrack > Stop
LiveTrack.
• Open de Smartphone Link app op uw smartphone en
selecteer LiveTrack > Stop LiveTrack.
Volgers ontvangen bericht dat de LiveTrack sessie is beëindigd
en dat ze uw locatie niet langer kunnen volgen.
Sporen
Een spoor is een registratie van uw route. Het spoorlog bevat
informatie over de punten langs de vastgelegde route, inclusief
de tijd, de locatie en de hoogtegegevens voor ieder punt.
Spoorgegevens weergeven en opslaan
1 Selecteer Apps > Sporen > Actief.
2 Selecteer een optie:
• Als u alle spoorsegmenten wilt weergeven, selecteert u
Alle segmenten.
• Als u een specifiek spoorsegment wilt weergeven,
selecteert u dat segment.
Het spoor wordt op de kaart weergegeven.
3 Selecteer .
4 Selecteer een optie:
• Als u het spoor wilt opslaan, selecteert u Sla spoor op.
• Als u het spoor als reis wilt opslaan, selecteert u Sla op
als reis.
• Als u een hoogteprofiel van het spoor wilt weergeven,
selecteert u Hoogteprofiel.
Mediaspeler
De mediaspeler kan muziek of geluid afspelen uit deze bronnen.
• Op uw zūmo toestel opgeslagen muziekbestanden.
• Bluetooth audio vanaf een gekoppelde telefoon.
• Pandora internetradio.
®
De mediaspelerfunctie toevoegen aan de kaart
Met de mediaspeler-kaartfunctie kunt u uw mediaspeler
bedienen vanaf uw kaart.
1 Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig > Kaartfuncties
> Mediaspeler.
2 Open de kaart.
3 Selecteer > Mediaspeler.
De knoppen voor de mediaspeler verschijnen op de kaart.
20
De mediabron wijzigen
U kunt de bron wijzigen waaruit media wordt afgespeeld op uw
toestel.
1 Selecteer Apps > Mediaspeler > .
2 Selecteer een mediabron.
Pandora service
Pandora is een gratis gepersonaliseerde radio voor oneindig en
ontspannen luisterplezier. Pandora integratie vereist een
compatibel mobiel toestel waarop de Pandora toepassing is
geïnstalleerd. Raadpleeg voor meer informatie over compatibele
toestellen www.pandora.com/everywhere/mobile.
OPMERKING: Pandora is momenteel beschikbaar in de
Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland.
De Pandora app downloaden
Voordat u de Pandora service op uw toestel kunt gebruiken,
moet u de Pandora app op uw smartphone installeren.
1 Open op uw compatibele smartphone de app store en zoek
naar Pandora.
2 Installeer de Pandora app.
Raadpleeg de gebruikershandleiding bij uw smartphone of
mobiele toestel voor meer informatie.
Gebruik van Pandora
Voordat u de Pandora service kunt gebruiken, moet u uw
compatibele smartphone koppelen met uw toestel (Uw telefoon
en headset koppelen, pagina 15).
1 Selecteer op uw toestel Apps > Pandora®.
2 Verbind uw compatibele smartphone met uw toestel.
3 Start de Pandora app op uw smartphone.
4 Selecteer een optie op uw zūmo toestel:
• Selecteer om een nummer af te spelen.
• Selecteer om een nummer te pauzeren.
• Selecteer
om een nummer over te slaan.
• Als u een nummer leuk vindt, selecteert u om
soortgelijke nummers te luisteren.
• Als u een nummer niet leuk vindt, selecteert u om dit
nummer voortaan over te slaan.
Stations wijzigen
1 Selecteer Apps > Pandora®.
2 Selecteer .
3 Selecteer een station.
Het kompas gebruiken
OPMERKING: U moet zich verplaatsen om uw richting te
kunnen bepalen.
U kunt navigeren met een GPS-kompas.
Selecteer Apps > Kompas.
TracBack
®
Uw recente spoor terugvolgen
Met de functie TracBack wordt het meest recente spoorsegment
opgeslagen. U kunt uw recente spoor terugvolgen naar een
vorige locatie.
1 Selecteer Apps > TracBack.
Uw recente spoor wordt weergegeven op de kaart.
2 Selecteer Ga!.
Uw recente spoor als reis opslaan
U kunt uw recente spoor als reis opslaan, die u later kunt
navigeren met de reisplanner (Navigeren aan de hand van een
opgeslagen reis, pagina 19).
De apps gebruiken
1 Selecteer TracBack.
Uw recente spoor wordt weergegeven op de kaart.
> Sla op als reis.
Selecteer
2
3 Voer een naam in en selecteer OK.
De weersverwachting weergeven
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel
weersinformatie ontvangen. U kunt uw toestel koppelen met de
Smartphone Link app om weersinformatie te ontvangen
(Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met
Smartphone Link, pagina 14).
1 Selecteer Apps > Weer.
Op het toestel worden de huidige weersomstandigheden en
een weersverwachting voor de komende dagen
weergegeven.
2 Selecteer een dag.
De gedetailleerde weersverwachting voor die dag wordt
weergegeven.
Het weer voor een andere plaats weergeven
1 Selecteer Apps > Weer > Huidige locatie.
2 Selecteer een optie:
• Als u het weer voor een favoriete plaats wilt bekijken,
selecteert u de plaats in de lijst.
• Als u een favoriete plaats wilt toevoegen, selecteert u
Voeg stad toe en typt u de naam van de plaats.
De weerradar weergeven
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u de service
Geavanceerd weer aanschaffen met behulp van Smartphone
Link.
De weerradar is een bewegende weergave met kleurcodes van
de huidige weersomstandigheden. Daarnaast wordt er een
weerpictogram op de kaart weergegeven. Aan het
weerpictogram herkent u de weersomstandigheden in de
omgeving, zoals regen, sneeuw en onweersbuien.
1 Selecteer Apps > Weer.
2 Selecteer indien nodig een plaats.
3 Selecteer > Weerradar.
Weerwaarschuwingen weergeven
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u de service
Geavanceerd weer aanschaffen met Smartphone Link.
OPMERKING: Deze functie is niet in alle regio's beschikbaar.
Terwijl u met het toestel onderweg bent, kunnen er
waarschuwingen over het weer op de kaart worden
weergegeven. U kunt ook een kaart met weerwaarschuwingen
weergeven voor uw huidige locatie of een geselecteerde plaats.
1 Selecteer Apps > Weer.
2 Selecteer indien nodig een plaats.
3 Selecteer > Weerwaarschuwingen.
De omstandigheden op de weg controleren
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u de service
Geavanceerd weer aanschaffen met Smartphone Link.
1 Selecteer Apps > Weer.
2 Selecteer indien nodig een plaats.
3 Selecteer > Wegomstandigheden.
Een route voor een rondreis maken
Het toestel kan een route voor een rondreis maken met behulp
van een opgegeven vetreklocatie en een afstand, duur of
bestemming.
1 Selecteer in het startscherm Apps > Rondreis.
De apps gebruiken
2
3
4
5
Selecteer Startlocatie.
Selecteer een locatie en vervolgens Selecteer.
Selecteer Kenmerken van reis.
Selecteer een optie:
• Selecteer Kies een afstand om uw route te plannen op
basis van afstand.
• Selecteer Kies een duur om uw route te plannen op basis
van tijd.
• Selecteer Kies een bestemming om uw route te plannen
op basis van een bepaalde locatie.
6 Voer een afstand, duur of bestemming in.
7 Selecteer een optie:
• Als u een afstand of duur hebt ingevoerd, selecteert u OK
> Bereken.
• Als u een bestemming hebt geselecteerd, selecteert u
Selecteer.
Selecteer
een route en selecteer Ga!.
8
photoLive verkeerscamera's
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u zijn verbonden
met Smartphone Link en een abonnement hebben op de
photoLive service (Een abonnement nemen op Garmin Live
Services, pagina 15).
photoLive verkeerscamera's geven live-beelden van
verkeersomstandigheden op hoofdwegen en kruispunten.
De photoLive service is niet in alle gebieden beschikbaar.
Beelden van photoLive verkeerscamera’s bekijken en
opslaan
U kunt live-beelden bekijken van verkeerscamera’s die u nadert.
U kunt ook verkeerscamera’s opslaan voor gebieden waar u
vaak doorheen reist.
1 Selecteer Apps > photoLive.
2 Selecteer Tik om toe te voegen
3 Selecteer een weg.
4 Selecteer een locatie van een verkeerscamera.
Een voorbeeld van de live-opname van de camera wordt
weergegeven naast een kaart met de locatie van de camera.
U kunt het voorbeeld selecteren om de opname op volledig
formaat te bekijken.
Selecteer
Sla op om de camera op te slaan (optioneel).
5
Een miniatuurvoorbeeld van de camera wordt toegevoegd in
het hoofdscherm van de photoLive app.
photoLive verkeerscamera's op de kaart weergeven
De kaartfunctie photoLive geeft verkeerscamera’s weer die zich
op de weg vóór u bevinden.
1 Selecteer > photoLive op de kaart.
Het toestel geeft de live-opname gemaakt met de
dichtstbijzijnde verkeerscamera op de weg vóór u weer, met
daarbij de afstand tot de camera. Als u de camera passeert,
laadt het toestel de live-opname van de volgende camera op
de weg.
2 Als er geen camera’s worden gevonden voor de betreffende
weg, selecteert u Zoek camera's om nabijgelegen
verkeerscamera’s weer te geven of op te slaan (optioneel).
Een verkeerscamera opslaan
1 Selecteer Apps > photoLive.
2 Selecteer Tik om toe te voegen.
3 Selecteer een weg.
4 Selecteer een kruispunt.
5 Selecteer Sla op.
21
Recente routes en bestemmingen weergeven
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u de functie voor
reisgeschiedenis inschakelen (Toestel- en privacyinstellingen,
pagina 23).
U kunt uw voorgaande routes en plaatsen waar u bent gestopt
op de kaart bekijken.
Selecteer Apps > Waar ik was.
zūmo instellingen
Kaart- en voertuiginstellingen
Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig.
Voertuig: Hiermee kiest u het voertuigpictogram voor het
aangeven van uw positie op de kaart.
Autokaartweergave: Hiermee stelt u het perspectief van de
kaart in.
Kaartdetail: Hiermee stelt u het detailniveau van de kaart in. Als
er meer details worden weergegeven, wordt de kaart
mogelijk langzamer opnieuw getekend.
Kaartthema: Hiermee kunt u de kleuren van de kaartgegevens
wijzigen.
Kaartfuncties: Hiermee selecteert u de snelkoppelingen die in
het menu met kaartfuncties worden weergegeven.
Kaartlagen: Hiermee stelt u de gegevens in die op de
kaartpagina worden weergegeven (De kaartlagen
aanpassen, pagina 14).
Automatisch zoomen: Hiermee wordt automatisch het juiste
zoomniveau geselecteerd voor optimaal gebruik van de
kaart. Als u deze functie uitschakelt, moet u handmatig in- en
uitzoomen.
Bevestiging Volg. stopplaats overslaan: Hiermee stelt u een
bevestigingsbericht in dat wordt weergegeven als u een
locatie op uw route overslaat.
Mijn Kaarten: Hiermee stelt u in welke geïnstalleerde kaarten
het toestel gebruikt.
Kaarten inschakelen
U kunt kaartproducten inschakelen die op het toestel zijn
geïnstalleerd.
TIP: Ga voor het aanschaffen van andere kaartproducten naar
http://buy.garmin.com.
1 Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig > Mijn Kaarten.
2 Selecteer een kaart.
Navigatie-instellingen
Selecteer Instellingen > Navigatie.
Routevoorbeeld: Toont een voorbeeld van de belangrijke
wegen op uw route wanneer u begint met navigeren.
Berekenmodus: Hiermee stelt u de methode voor
routeberekening in.
Garmin Adventurous Routing™: Hiermee worden de
routevoorkeuren voor het navigeren over bochtige wegen,
door heuvels en op snelwegen ingesteld.
Herberekening route: Hiermee stelt u de voorkeuren voor
herberekening van de route in wanneer u van een actieve
route weg navigeert.
Te vermijden: Hiermee stelt u in welke wegonderdelen u op
een route wilt vermijden.
Aangepast vermijden: Hiermee kunt u opgeven welke
specifieke wegen en gebieden u wilt vermijden.
Tolwegen: Hiermee stelt u voorkeuren in voor het vermijden
van tolwegen.
22
Tol en kosten: Hiermee stelt u voorkeuren in voor het vermijden
van tolwegen en tolvignetten.
OPMERKING: Deze functie is niet in alle regio's beschikbaar.
Beperkte modus: Hiermee schakelt u alle functies uit die veel
aandacht van de gebruiker vragen.
GPS Simulator: Hiermee stelt u in dat het toestel geen GPSsignalen meer ontvangt, waarmee u de batterij spaart.
Instellingen berekenmodus
Selecteer Instellingen > Navigatie > Berekenmodus.
De routeberekening is gebaseerd op de snelheidsgegevens van
een weg en de versnellingsgegevens van een voertuig voor een
bepaalde route.
Snellere tijd: Hiermee berekent u routes die sneller worden
afgelegd, maar mogelijk langer zijn.
Kortere afstand: Hiermee berekent u routes die korter zijn,
maar mogelijk langzamer worden afgelegd.
Offroad: Hiermee berekent u een rechte lijn van uw huidige
locatie naar uw bestemming.
Garmin Adventurous Routing™: Hiermee berekent u routes
die bij voorkeur gebruikmaken van bochtige wegen.
OPMERKING: Deze functie is niet in alle regio's beschikbaar.
Een gesimuleerde locatie instellen
Als u zich binnenshuis bevindt en het toestel ontvangt geen
satellietsignalen, kunt u de GPS-simulator gebruiken om routes
te plannen vanaf een gesimuleerde locatie.
1 Selecteer Instellingen > Navigatie > GPS Simulator.
2 Selecteer Bekijk kaart in het hoofdmenu.
3 Tik twee keer op de kaart om een gebied te selecteren.
Het adres van de locatie wordt onder in het scherm
weergegeven.
4 Selecteer de beschrijving voor de locatie.
5 Selecteer Stel locatie in.
Bluetooth instellingen
Selecteer Instellingen > Bluetooth.
Bluetooth: Hiermee schakelt u Bluetooth draadloze technologie
in.
Zoek toestellen: Hiermee zoekt u naar nabije Bluetooth
toestellen.
Toestelnaam: Hiermee kunt u een toestelnaam invoeren ter
identificatie van uw toestel op andere toestellen met
draadloze Bluetooth technologie.
Wi‑Fi instellingen
®
Met de instellingen voor draadloos netwerk kunt u Wi‑Fi
netwerken beheren.
Selecteer Instellingen > Wi-Fi.
Wi-Fi: Hiermee schakelt u de Wi‑Fi radio in.
Opgeslagen netwerken: Hiermee kunt u opgeslagen
netwerken bewerken of verwijderen.
Zoek naar netwerken: Hiermee kunt u Wi‑Fi netwerken zoeken
in de omgeving (Verbinding maken met een Wi‑Fi netwerk,
pagina 24).
Instellingen hulpsysteem voor de bestuurder
Selecteer Instellingen > Hulp voor de bestuurder.
Hoorbare waarschuwingen voor de bestuurder: Hiermee
schakelt u hoorbare waarschuwingen in voor elk type
waarschuwing voor de bestuurder (Functies voor het
waarschuwen van de bestuurder, pagina 4).
Snelheidswaarschuwing: Waarschuwt u wanneer u de
maximumsnelheid overschrijdt.
zūmo instellingen
Vermoeidheidswaarschuwing: Waarschuwt u wanneer u
lange tijd zonder pauze hebt gereden.
Automatische ongevallendetectie: Hiermee wordt de functie
ingeschakeld dat het toestel een mogelijk ongeval met het
voertuig kan detecteren.
Ongevalmelding: Hier kunt u een contactpersoon instellen die
moet worden gewaarschuwd als het toestel een mogelijk
ongeval met het voertuig detecteert.
Gevarenzonealarm: Waarschuwt u wanneer u een flitser of
roodlichtcamera nadert.
Taal voor spraak: Hiermee stelt u de taal van de gesproken
aanwijzingen in.
Taal voor tekst: Hiermee wijzigt u de taal voor alle tekst op het
scherm in de geselecteerde taal.
OPMERKING: Als u de teksttaal wijzigt, blijft de taal van de
kaartgegevens, zoals straatnamen en plaatsen, of door de
gebruiker ingevoerde gegevens, ongewijzigd.
Toetsenbordtaal: Hiermee schakelt u andere talen voor het
toetsenbord in.
Scherminstellingen
Selecteer Instellingen > Toestel.
Over: Hiermee geeft u het versienummer van de software, het
id-nummer van het toestel en informatie over verschillende
andere softwarefuncties weer.
Regelgeving: Hiermee worden symbolen en informatie over
regelgeving weergegeven.
EULA's: Hiermee geeft u de licentieovereenkomsten voor
eindgebruikers weer.
OPMERKING: U hebt deze gegevens nodig om de
systeemsoftware bij te werken of aanvullende kaartgegevens
aan te schaffen.
Rapportage toestelgegevens: Deelt anonieme gegevens om
het toestel te verbeteren.
Reisgeschiedenis: Hiermee kan het toestel informatie
registreren voor de functies myTrends, Waar ik ben geweest
en Reislog.
Wis reisgeschiedenis: Hiermee wordt uw reisgeschiedenis
gewist voor de functies myTrends, Waar ik ben geweest en
Reislog.
Selecteer Instellingen > Scherm.
Kleurmodus: Hiermee stelt u de dag- of nachtkleurmodus in.
Als u de optie Auto selecteert, schakelt het toestel
automatisch over naar dag- of nachtkleuren op basis van de
tijd van de dag.
Helderheid: Hiermee stelt u de helderheid van het scherm in.
Time-out voor scherm: Hiermee stelt u de periode in waarna
het toestel in de slaapstand gaat wanneer u batterijvoeding
gebruikt.
Schermafdruk: Hiermee maakt u een opname van het
toestelscherm. Schermafbeeldingen worden op het toestel in
de map Schermafdruk opgeslagen.
Verkeersinstellingen
Selecteer Instellingen > Verkeersinfo in het hoofdmenu.
Verkeersinfo: Hiermee wordt verkeersinformatie ingeschakeld.
Huidige aanbieder: Hiermee wordt de verkeersinfoprovider
ingesteld voor verkeersinformatie. Met de optie Auto
selecteert u automatisch de beste beschikbare
verkeersinformatie.
Abonnementen: Hiermee worden de huidige
verkeersabonnementen vermeld.
Optimaliseer route: Hiermee kan het toestel automatisch of op
verzoek optimale alternatieve routes kiezen (Files op uw
route vermijden, pagina 7).
Verkeerswaarschuwingen: Hiermee stelt u de ernst van de
vertraging in waarbij het toestel een verkeerswaarschuwing
weergeeft.
Instellingen voor eenheden en tijd
Als u de pagina met instellingen voor eenheden en tijd wilt
openen, selecteert u vanuit het hoofdmenu Instellingen >
Eenheden en tijd.
Huidige tijd: Hiermee stelt u de tijd van het toestel in.
Tijdweergave: Hiermee kunt u een 12-uurs, 24-uurs of UTCtijdweergave selecteren.
Eenheden: Hiermee stelt u de eenheid voor afstanden in.
Positieweergave: Hiermee stelt u de coördinatennotatie en
datum in voor geografische coördinaten.
De tijd instellen
1 Selecteer de tijd in het hoofdmenu.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer Automatisch om de tijd automatisch in te
stellen aan de hand van GPS-informatie.
• Sleep de nummers omhoog of omlaag om de tijd
handmatig in te stellen.
Taal- en toetsenbordinstellingen
Als u de pagina met instellingen voor taal en toetsenbord wilt
openen, selecteert u vanuit het hoofdmenu Instellingen > Taal
en toetsenbord.
Toestelinformatie
Toestel- en privacyinstellingen
De instellingen herstellen
U kunt een bepaalde categorie met instellingen of alle
instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen.
1 Selecteer Instellingen.
2 Selecteer indien nodig een instellingencategorie.
3 Selecteer > Herstel.
Toestelinformatie
Informatie over wet- en regelgeving en
naleving weergeven
1 Veeg in het instellingenmenu naar de onderkant.
2 Selecteer Toestel > Regelgeving.
Specificaties
Waterbestendigheid
IEC 60529 IPX7*
Bedrijfstemperatuurbereik
Van -20° tot 55°C (van -4° tot 131°F)
Laadtemperatuurbereik
Van 0° tot 45°C (van 32° tot 113°F)
Ingangsspanning (voertuigvoedingskabel, motorfiets of
externe voeding)
Van 12 tot 24 V gelijkstroom
Batterijtype
Lithium-ionbatterij
Spanningsbereik van de batterij Van 3,5 V tot 4,1 V
Draadloze frequenties/
draadloze protocollen
Wi‑Fi: 2,4 GHz bij 15 dBm nominaal
Bluetooth: 2,4 GHz bij 9 dBm
nominaal
*Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.
23
Het toestel opladen
OPMERKING: Dit Klasse III-product dient van stroom te worden
voorzien door een LPS-voedingsbron (Limited Power Supply).
U kunt de batterij in het toestel op een van de volgende
manieren opladen.
• Sluit het toestel aan op voertuigvoeding.
• Sluit het toestel aan op een optionele voedingsadapter, zoals
een netspanningsadapter.
U kunt een goedgekeurde Garmin netspanningsadapter voor
gebruik in huis en op kantoor aanschaffen bij een Garmin
dealer of op www.garmin.com. Het toestel wordt mogelijk
langzaam opgeladen als het is aangesloten op een adapter
van een andere leverancier.
Onderhoud van het toestel
Garmin Support Center
Ga naar support.garmin.com voor hulp en informatie, zoals
producthandleidingen, veelgestelde vragen video's en
klantondersteuning.
Kaart- en software-updates
Voor de beste navigatie-ervaring dient u de kaarten en de
software op uw toestel up-to-date te houden. Kaartupdates
zorgen dat uw toestel is voorzien van de meest recente
kaartgegevens die beschikbaar zijn. Software-updates
verbeteren functies en prestaties.
U kunt uw toestel op twee manieren bijwerken.
• U kunt het toestel verbinden met een Wi‑Fi netwerk om direct
op het toestel updates uit te voeren (aanbevolen). Met deze
optie kunt u uw toestel gemakkelijk bijwerken zonder het op
een computer te hoeven aansluiten.
• U kunt het toestel aansluiten op een computer en bijwerken
via de Garmin Express app. Met deze optie kunt u
kaartgegevens installeren op een geheugenkaart als de
bijgewerkte kaarten te groot zijn voor het interne geheugen.
Verbinding maken met een Wi‑Fi netwerk
De eerste keer dat u het toestel inschakelt, wordt u gevraagd
om verbinding te maken met een Wi‑Fi netwerk en uw toestel te
registreren. U kunt ook verbinding maken met een Wi‑Fi netwerk
via het instellingenmenu.
1 Selecteer Instellingen > Wi-Fi.
2 Selecteer indien nodig Wi-Fi om Wi‑Fi technologie in te
schakelen.
3 Selecteer Zoek naar netwerken.
Een lijst met Wi‑Fi netwerken in de directe omgeving wordt
weergegeven.
Selecteer
een netwerk.
4
5 Voer zo nodig het wachtwoord in voor het netwerk en
selecteer OK.
Het toestel maakt verbinding met het netwerk en het netwerk
wordt toegevoegd aan de lijst met opgeslagen netwerken. Het
toestel maakt automatisch opnieuw verbinding met dit netwerk,
als het binnen bereik is.
Kaarten en software bijwerken via een Wi‑Fi netwerk
LET OP
Kaart- en software-updates kunnen grote bestanden zijn die op
het toestel moeten worden gedownload. Gebruikelijke
datalimieten of -kosten van uw internetprovider kunnen van
toepassing zijn. Neem contact op met uw internetprovider voor
meer informatie over datalimieten of -kosten.
24
U kunt de kaarten en de software bijwerken door uw toestel te
verbinden met een Wi‑Fi netwerk met internettoegang. Op die
manier kunt u uw toestel up-to-date houden zonder het op een
computer te hoeven aansluiten.
1 Verbind het toestel met een Wi‑Fi netwerk (Verbinding
maken met een Wi‑Fi netwerk, pagina 24).
Na verbinding met een Wi‑Fi netwerk controleert het toestel
of er updates beschikbaar zijn. Als een update beschikbaar
is, wordt weergegeven op het pictogram Instellingen in het
hoofdmenu.
2 Selecteer Instellingen > Updates.
Het toestel controleert op beschikbare updates. Als een
update beschikbaar is, wordt Update beschikbaar
weergegeven onder Kaart of Software.
3 Selecteer een optie:
• Als u alle beschikbare updates wilt installeren, selecteert u
Installeer alles.
• Als u alleen kaartupdates wilt installeren, selecteert u
Kaart > Installeer alles.
• Als u alleen software-updates wilt installeren, selecteert u
Software > Installeer alles.
4 Lees de licentieovereenkomsten en selecteer Accepteer
alles om de overeenkomsten te accepteren.
OPMERKING: Als u niet akkoord gaat met de
licentievoorwaarden, kunt u Weiger selecteren. Het
updateproces wordt dan gestopt. U kunt pas updates
installeren wanneer u de licentieovereenkomsten hebt
geaccepteerd.
5 Gebruik de meegeleverde USB-kabel om het toestel aan te
sluiten op een externe voedingsbron en selecteer Ga door
(Het toestel opladen, pagina 24).
Voor de beste resultaten wordt een USB-netadapter met een
uitgangsstroomsterkte van minimaal 1 Ampère aangeraden.
USB-voedingsadapters voor smartphones, tablets of
draagbare mediatoestellen zijn vaak compatibel.
6 Zorg dat het toestel gedurende het updateproces is
aangesloten op een externe voedingsbron en binnen bereik
is van het Wi‑Fi netwerk.
TIP: Als een kaartupdate wordt onderbroken of geannuleerd
voordat het proces is voltooid, kunnen er op uw toestel
kaartgegevens ontbreken. Als u kaarten waarvan gegevens
ontbreken wilt herstellen, moet u de kaarten nogmaals bijwerken
via Wi‑Fi of Garmin Express.
Productupdates
Installeer Garmin Express (www.garmin.com/express) op uw
computer.
Op die manier kunt u gemakkelijk gebruikmaken van de
volgende diensten voor Garmin toestellen:
• Software-updates
• Kaartupdates
• Productregistratie
Kaarten en software bijwerken met Garmin Express
Gebruik Garmin Express software om de nieuwste kaart- en
software-updates voor uw toestel te downloaden en installeren.
Garmin Express is beschikbaar voor Windows en Mac
computers.
1 Ga op de computer naar www.garmin.com/express.
®
®
Onderhoud van het toestel
kan veel tijd in beslag nemen met een langzame
internetverbinding.
Toestelonderhoud
2 Selecteer een optie:
• Als u wilt installeren op een Windows computer, selecteert
u Download voor Windows.
• Als u wilt installeren op een Mac computer, selecteert u
Download voor Mac.
3 Open het gedownloade bestand en volg de instructies op het
scherm om de installatie te voltooien.
4 Start Garmin Express.
5 Sluit uw zūmo toestel met een USB-kabel aan op de
computer.
LET OP
Laat uw toestel niet vallen.
Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
extreme temperaturen kan worden blootgesteld omdat dit
onherstelbare schade kan veroorzaken.
Gebruik nooit een hard of scherp object om het aanraakscherm
te bedienen omdat het scherm daardoor beschadigd kan raken.
De behuizing schoonmaken
LET OP
Vermijd chemische schoonmaakmiddelen en oplosmiddelen die
de kunststofonderdelen kunnen beschadigen.
1 Maak de behuizing van het toestel (niet het aanraakscherm)
schoon met een doek die is bevochtigd met een mild
schoonmaakmiddel.
2 Veeg het toestel vervolgens droog.
Het aanraakscherm schoonmaken
1 Gebruik een zachte, schone, pluisvrije doek.
2 Bevochtig de doek zo nodig licht met water.
3 Als u een vochtige doek gebruikt, schakel het toestel dan uit
en koppel het los van de voeding.
4 Veeg het scherm voorzichtig met de doek schoon.
Diefstalpreventie
6 Als uw zūmo toestel u vraagt om over te schakelen op
bestandsoverdrachtmodus, selecteert u Ja.
7 Klik op uw computer op Voeg een toestel toe.
De Garmin Express software detecteert uw toestel.
8 Klik op Voeg toestel toe.
9 Volg de instructies op het scherm om uw toestel te
registreren en toe te voegen aan de Garmin Express
software.
Wanneer de installatie is voltooid, zoekt de Garmin Express
software naar kaart- en software-updates voor uw toestel.
10 Selecteer een optie:
• Als u alle beschikbare updates wilt installeren, klikt u op
Installeer alles.
• Als u een enkele update wilt installeren, klikt u op Details
weergeven en selecteert u een update.
OPMERKING: Als een kaartupdate te groot is voor de
interne opslag van het toestel, kan de software u vragen om
een microSD kaart in uw toestel te plaatsen om de
opslagruimte te vergroten (Een geheugenkaart installeren
voor kaarten en gegevens, pagina 27).
• Om diefstal te voorkomen raden we u aan het toestel en de
bevestiging uit het zicht te verwijderen wanneer u deze niet
gebruikt.
• Verwijder de afdruk van de zuignapsteun op de voorruit.
• Bewaar het toestel niet in het handschoenenvak.
• Registreer uw toestel via de Garmin Express software
(garmin.com/express).
Het toestel herstellen
U kunt het toestel herstellen als het niet meer reageert.
Houd de aan-uitknop 12 seconden ingedrukt.
Het toestel, de steun en de zuignap
verwijderen
Het toestel van de steun verwijderen
1 Druk op de ontgrendelingsknop op de steun.
2 Kantel de onderzijde van het toestel omhoog en til het toestel
uit de steun.
De steun van de zuignap verwijderen
1 Draai de steun naar rechts of links.
2 Blijf kracht uitoefenen tot de steun los komt van de bal aan
de zuignap.
De zuignap van de voorruit halen
1 Kantel de hendel op de zuignap naar u toe.
2 Trek het lipje van de zuignap naar u toe.
De zekering in de voertuigvoedingskabel
vervangen
De Garmin Express software downloadt en installeert de
updates op uw toestel. Kaartupdates zijn erg groot en dit proces
Onderhoud van het toestel
LET OP
Bij het vervangen van zekeringen moet u ervoor zorgen dat u
geen onderdeeltjes verliest en dat u deze op de juiste plek
25
terugplaatst. De voertuigvoedingskabel werkt alleen als deze op
juiste wijze is samengesteld.
Mijn toestel maakt geen verbinding met mijn
telefoon of Smartphone Link
Als het toestel in het voertuig is aangesloten maar niet kan
worden opgeladen, moet u mogelijk de zekering aan het
uiteinde van de voertuigadapter vervangen.
1 Draai de dop linksom om deze los te maken.
• Selecteer Instellingen > Bluetooth.
De optie Bluetooth moet zijn ingeschakeld.
• Schakel Bluetooth draadloze technologie op uw telefoon in
en houd uw telefoon op minder dan 10 meter (33 ft.) afstand
van het toestel.
• Open de Smartphone Link app op uw smartphone en
selecteer > om de Smartphone Link
achtergrondservices opnieuw te starten.
• Controleer of uw telefoon compatibel is.
Ga naar www.garmin.com/bluetooth voor meer informatie.
• Voer het koppelingsproces nogmaals uit.
Om het koppelingsproces te kunnen herhalen, moet u eerst
de koppeling tussen uw telefoon en uw toestel verbreken
(Verbinding met een Bluetooth toestel verbreken, pagina 17)
en dan het koppelingsproces uitvoeren (Koppelen met uw
telefoon en verbinding maken met Smartphone Link,
pagina 14).
2
3
4
5
TIP: U dient wellicht een munt te gebruiken om de dop te
verwijderen.
Verwijder de dop, het zilverkleurige pinnetje
en de
zekering .
Plaats een nieuwe snelle zekering met hetzelfde voltage,
zoals 1 A of 2 A.
Plaats het zilverkleurige pinnetje in de dop.
Plaats de dop terug en draai de dop rechtsom om deze weer
te bevestigen op de voertuigvoedingskabel .
Problemen oplossen
Op de meeste computers maakt het toestel verbinding via het
Media Transfer Protocol (MTP). In de MTP-modus wordt het
toestel weergegeven als draagbaar toestel, en niet als een
verwisselbaar station.
De zuignap blijft niet op de voorruit zitten
1 Reinig de zuignap en de voorruit met schoonmaakalcohol.
2 Droog af met een schone, droge doek.
3 Bevestig de zuignap (Uw toestel in een auto bevestigen,
Het toestel verschijnt niet als draagbaar
toestel op mijn computer
pagina 2).
Op Mac-computers en sommige Windows-computers wordt het
toestel verbonden via de USB-massaopslagmodus. In de USBmassaopslagmodus wordt het toestel weergegeven als een
verwisselbaar station of volume, en niet als een draagbaar
toestel. Windows versies ouder dan Windows XP Service Pack
3 maken gebruik van de USB-massaopslagmodus.
Mijn toestel ontvangt geen satellietsignalen.
• Controleer of de GPS-simulator is uitgeschakeld (Navigatieinstellingen, pagina 22).
• Neem uw toestel mee naar een open plek, buiten
parkeergarages en uit de buurt van hoge gebouwen en
bomen.
• Blijf enkele minuten stilstaan.
Het toestel wordt niet opgeladen in mijn auto
• Controleer de zekering in de voertuigvoedingskabel (De
zekering in de voertuigvoedingskabel vervangen, pagina 25).
• Het voertuig moet zijn ingeschakeld om stroom aan de
stroomvoorziening te kunnen leveren.
• Controleer of de binnentemperatuur van het voertuig binnen
het in de specificaties vermelde laadtemperatuurbereik ligt.
• Controleer of de zekering van de voertuigvoeding niet kapot
is.
De batterij blijft niet erg lang opgeladen
• Verminder de helderheid van het scherm
(Scherminstellingen, pagina 23).
• Verkort de time-out voor het scherm (Scherminstellingen,
pagina 23).
• Verlaag het volume (Het volume regelen, pagina 3).
• Schakel de Wi-Fi radio uit als deze niet wordt gebruikt (Wi‑Fi
instellingen, pagina 22).
• Zet het toestel in de energiezuinige modus als het niet wordt
gebruikt (Het toestel in- of uitschakelen, pagina 3).
• Stel uw toestel niet bloot aan sterke
temperatuurschommelingen.
• Laat het toestel niet in direct zonlicht liggen.
®
26
Het toestel verschijnt niet als verwisselbaar
station op mijn computer
Het toestel verschijnt niet als een draagbaar
toestel of als een verwisselbaar station of
volume op mijn computer
1 Koppel de USB-kabel los van de computer.
2 Schakel het toestel uit.
3 Sluit de USB-kabel aan op uw toestel en op een USB-poort
op de computer.
TIP: De USB-kabel moet worden aangesloten op een USBpoort van uw computer en niet op een USB-hub.
Het toestel wordt automatisch ingeschakeld en schakelt over
naar de MTP-modus of de USB-massaopslagmodus.
Vervolgens verschijnt er een afbeelding van het toestel dat op
een computer is aangesloten op het scherm van het toestel.
OPMERKING: Als er diverse netwerkstations zijn aangesloten
op de computer, Windows kunnen er problemen optreden bij het
toewijzen van stationsletters aan uw Garmin stations.
Raadpleeg voor meer informatie over het toewijzen van
stationsletters het Help-bestand voor uw besturingssysteem.
De Smartphone Link app tast het
oplaadniveau van de batterij van mijn
smartphone aan
De Smartphone Link app gebruikt Bluetooth draadloze
technologie om gegevens vanaf uw toestel te verzenden en op
uw toestel te ontvangen. Het is normaal dat een actieve
Bluetooth verbinding wat batterijstroom verbruikt. De app
controleert af en toe ook of er updates zijn voor beschikbare
services, waardoor ook batterijstroom kan worden verbruikt.
Problemen oplossen
U kunt de instellingen voor batterijgebruik in de Smartphone
Link app wijzigen om de hoeveelheid batterijstroom die de app
gebruikt te verminderen.
1 Selecteer in de Smartphone Link app op uw smartphone .
2 Blader naar het gedeelte Batterijgebruik en selecteer
Instellingen.
3 Selecteer een of meer opties:
• Schakel het selectievakje Bluetooth Auto-Connect uit.
Door deze optie uit te schakelen verbruikt u iets minder
batterijstroom, maar de app kan dan niet automatisch
verbinding maken met uw zūmo toestel. Als deze optie is
uitgeschakeld, moet u selecteren in het Smartphone
Link hoofdmenu telkens wanneer u uw toestel met
Smartphone Link wilt verbinden.
• Schakel het selectievakje Live Services controle uit.
Op sommige smartphones kunt u door deze optie uit te
schakelen de batterijstroom die de app verbruikt
aanzienlijk verlagen. Als deze optie is uitgeschakeld, moet
u het Smartphone Link hoofdmenu handmatig vernieuwen
om bijgewerkte informatie te ontvangen over beschikbare
live services.
Appendix
Een geheugenkaart installeren voor kaarten
en gegevens
U kunt een geheugenkaart installeren om de opslagruimte voor
kaarten en andere gegevens op uw toestel te vergroten.
Geheugenkaarten zijn verkrijgbaar bij elektronicawinkels. Via
www.garmin.com/maps zijn geheugenkaarten met vooraf
geladen Garmin kaartsoftware verkrijgbaar. Het toestel
ondersteunt microSD geheugenkaarten van 4 tot 64 GB.
1 Zoek de kaart- en data-geheugenkaartsleuf op uw toestel
(Overzicht van het toestel, pagina 3).
2 Verwijder de beschermkap van de microSD kaartsleuf.
3 Schuif de microSD kaartsleufafdekking naar het midden van
het toestel.
Gegevensbeheer
U kunt bestanden opslaan op uw toestel. In de
geheugenuitsparing van het toestel kan een extra
geheugenkaart worden geplaatst.
OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95,
98, ME, Windows NT , en Mac OS 10.3 en ouder.
®
Informatie over geheugenkaarten
Geheugenkaarten zijn verkrijgbaar bij elektronicawinkels. U kunt
ook geheugenkaarten met vooraf geladen kaarten van Garmin
aanschaffen (www.garmin.com). U kunt op de geheugenkaarten
behalve kaarten en kaartgegevens ook afbeeldingsbestanden,
geocaches, routes, waypoints en eigen nuttige punten opslaan.
Het toestel aansluiten op uw computer
Sluit het toestel aan op uw computer via een USB-kabel.
1 Steek het smalle uiteinde van de USB-kabel in de poort op
het toestel.
2 Steek het bredere uiteinde van de USB-kabel in een USBpoort op uw computer.
3 Als uw zūmo toestel u vraagt om over te schakelen op
bestandsoverdrachtmodus, selecteert u Ja.
Daarop verschijnt er een afbeelding van een toestel dat op een
computer is aangesloten op het scherm van het toestel.
Het toestel wordt op uw computer weergegeven als draagbaar
toestel, verwisselbaar station of verwisselbaar volume, dit is
afhankelijk van het besturingssysteem.
Gegevens van uw computer overzetten
1 Verbind het toestel met uw computer (Het toestel aansluiten
2
3
4
5
6
op uw computer, pagina 27).
Het toestel wordt op uw computer weergegeven als
draagbaar toestel, verwisselbaar station of verwisselbaar
volume, dit is afhankelijk van het besturingssysteem.
Open de bestandsbrowser op de computer.
Selecteer een bestand.
Selecteer Bewerken > Kopiëren.
Blader naar een map op het toestel.
OPMERKING: Plaats geen computerbestanden in de Garmin
map op verwisselbare stations en volumes.
Selecteer Bewerken > Plakken.
De USB-kabel loskoppelen
4 Verwijder de microSD kaartsleufafdekking.
5 Plaats een microSD kaart in de sleuf.
OPMERKING: Zorg ervoor dat de microSD kaart goed tegen
de kaartsleufcontactpunten aan zit.
6 Sluit de SD kaartafdekking.
7 Schuif de SD kaartafdekking naar de buitenste rand van het
toestel totdat het vastklikt.
Appendix
Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is
aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige
manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als
uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw
Windows-computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te
koppelen.
1 Voer een van onderstaande handelingen uit:
• Op Windows-computers: Selecteer het pictogram
Hardware veilig verwijderen in het systeemvak en
selecteer uw toestel.
• Op Mac-computers: Sleep het volumepictogram naar de
prullenbak.
Koppel
de kabel los van uw computer.
2
GPS-signaalstatus weergeven
Houd
drie seconden ingedrukt.
Extra kaarten kopen
1 Ga naar de productpagina van uw toestel op garmin.com.
2 Klik op het tabblad Maps.
3 Volg de instructies op het scherm.
27
Accessoires aanschaffen
Ga naar garmin.com/accessories.
28
Appendix
Index
Symbolen
2D-kaartweergave 14
3D-kaartweergave 14
A
aan-uitknop 3
aanraakscherm schoonmaken 25
aanwijzingen 6
abonnementen, Garmin Live Services 15
accessoires 28
adressen, zoeken 11
audio, gevarenzones 22
B
batterij
maximaliseren 26
opladen 24, 26
problemen 26
bellen 16
bestanden, overbrengen 27
bestemmingen 22. Zie locaties
aankomst 6, 7
bij ongevallen te waarschuwen
contactpersoon 5
bijwerken
kaarten 24
software 24
Bluetooth 22
Bluetooth technologie 14, 16, 26
een headset koppelen 15
koppelen met telefoon 14, 15
oproepen uitschakelen 17
telefoons beheren 16, 17
verbinding met toestel verbreken 17
brandstof
bijhouden 8
stations 11
volgen 8, 9
breedtegraad en lengtegraad 11
C
camera's
flitser 4
rood licht 4
centra 9
computer
aansluiten 26
verbinden 26, 27
coördinaten 11
D
delen 19
LiveTrack 19, 20
diefstal, vermijden 25
E
een route aanpassen 7
EULA's 23
F
flitsers 4
Foursquare 11
G
Garmin Connect 14
Garmin Express, software bijwerken 24
Garmin Live Services 14
abonneren 15
geavanceerde rijbaanassistentie 6
gebruikershandleiding 18
geheugenkaart 3, 27
installeren 27
geocaching 11
gereedschap, kaarten 12, 13
gesimuleerde locaties 22
GPS 3, 27
H
handsfree bellen 14, 17
Index
helderheid 4
herstellen
reisgegevens 13
toestel 25
het toestel schoonmaken 25
het zoekgebied wijzigen 10
Hoofdtelefoon, koppelen 15
huidige locatie 11
id-nummer 23
instellingen 22, 23
instellingen herstellen 23
verwijderen 12
wijzigen 12
oproepen 16
beantwoorden 16
bellen 16
contactpersonen 16
geschiedenis 16
plaatsen 16
thuis 16
oproepen beantwoorden 16
opslaan
huidige locatie 12
locaties 20
K
P
I
kaarten 6, 12, 13, 22
bijwerken 24
detailniveau 22
gegevensveld 6, 13, 14
gereedschap 12, 13
kopen 27
lagen 14
routes weergeven 6
symbolen 6
thema 22
kaartlagen, aanpassen 14
kaartweergave
2D 14
3D 14
kabels, motorfietshouder 1
kompas 20
koppelen
Hoofdtelefoon 15
loskoppelen 17
telefoon 14, 15, 26
kruispunten, zoeken 11
L
lijst met afslagen 6
LiveTrack 19, 20
locatie 10
locaties 11, 22
bellen 16
centra 9
gesimuleerd 22
huidige 11, 12
opslaan 12
recent gevonden 11
zoeken naar 9, 10
locaties zoeken. 9–11, 15 Zie ook locaties
adressen 11
categorieën 9
coördinaten 11
kruispunten 11
steden 11
loskoppelen, Bluetooth toestel 17
M
mediaspeler 20
meldingen 5, 14–17
microSD kaart 3, 27
motorfietshouder 1
kabels 1
myTrends, routes 7
N
naar huis 6
navigatie 6, 9
instellingen 22
offroad 8
nooddiensten 11
nuttige punten 9, 11
centra 9
O
offroad-navigatie 8
omwegen 7
onderhoud van uw toestel 25
ongevalmelding 4, 5
opgeslagen locaties 19
categorieën 12
parkeerplaats, vorige parkeerplaats 7
parkeren 7, 10
photoLive 21
pictogrammen, statusbalk 3
problemen oplossen 26
productondersteuning 18
R
recent gevonden locaties 11
regelgeving op het gebied van helmen 5
reisgeschiedenis 23
reisinformatie 13
herstellen 13
weergeven 13
reislog, weergeven 13
reisplanner 18, 19
een reis bewerken 19
routepunten 19
roodlichtcamera's 4
routebeschrijvingen 6
routes 5, 21
aanpassen 7
avontuurlijke route 6
berekenen 5
berekenmodus 6, 19, 22
myTrends 7
punt toevoegen 7, 19
starten 5, 6, 10
stoppen 7
suggesties 7
weergeven op de kaart 6
S
satellietsignalen
ontvangen 3
weergeven 27
scherm, helderheid 4
schermafbeeldingen 23
scherminstellingen 23
schermknoppen 3
slaapmodus 3
Smartphone Link 14, 15, 17, 18
oproepen uitschakelen 17
verbinden 14–17
Snel zoeken 9
snelkoppelingen
toevoegen 12
verwijderen 12
software
bijwerken 24
versie 23
specificaties 23
sporen 20
steun, verwijderen 25
steun verwijderen 25
T
taal
spraak 23
toetsenbord 23
te vermijden
gebied 8
tolgebieden 7
verwijderen 8
weg 8
wegkenmerken 8
29
te vermijden punt, uitschakelen 8
telefoon
koppelen 14, 15, 26
loskoppelen 17
telefoonboek 16
telefoongesprekken 16
beantwoorden 16
bellen 16
dempen 16
spraakgestuurd kiezen 16
thuis
bellen 16
locatie bewerken 6
naar huis gaan 6
telefoonnummer 16
tijdinstellingen 23
toestel bevestigen
auto 2
motorfiets 1
van steun verwijderen 2, 25
zuignap 25
toestel opladen 24, 26
toestel schoonmaken 25
toestel-id 23
toetsenbord
indeling 23
taal 23
tolgebieden, vermijden 7
TracBack 20
TripAdvisor 11
U
USB, loskoppelen 27
uw huidige locatie 12
V
verbinden 24
verderop 13
aanpassen 13
verkeer 17, 18, 23
abonnementen toevoegen 18
camera's 21
kaart 13, 18
ontvanger 18
problemen 14, 18
zoeken naar vertragingen 14, 18
verkeerscamera's, weergeven 21
verkeersinformatie 13
alternatieve route 7
verwijderen
gekoppeld Bluetooth toestel 17
reizen 19
voedingskabels 24
zekering vervangen 25
volgende afslag 6
volume, aanpassen 3
W
Waar ben ik? 11, 12
waarschuwing voor laag brandstofpeil 8
waarschuwingen
audio 22
gevarenzones 22
waarschuwingen voor de bestuurder 4
weer 21
radar 21
wegomstandigheden 21
wegomstandigheden, weer 21
Wi‑Fi 22, 24
wijzigen, opgeslagen reizen 19
Z
zekering, vervangen 25
zoekbalk 9
zuignap 25
30
Index
support.garmin.com
Mei 2019
190-02397-00_0B
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising