Garmin | GMI™ 20 Marine Instrument | User manual | Garmin GMI™ 20 Marine Instrument Gebruikershandleiding

Garmin GMI™ 20 Marine Instrument Gebruikershandleiding
GMI 20
™
Gebruikershandleiding
Juni 2013
190-01609-35_0A
Gedrukt in Taiwan
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke
toestemming van Garmin. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van
deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar
www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
Garmin® en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd.‍ of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen.‍
GMI™ is een handelsmerk van Garmin Ltd.‍ of haar dochtermaatschappijen.‍ Dit handelsmerk mag niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van
Garmin.‍
NMEA®, NMEA 2000® en het NMEA 2000 logo zijn gedeponeerde handelsmerken van de National Maritime Electronics Association.‍
Inhoudsopgave
Inleiding.......................................................................... 1
Toestelconfiguratie ..................................................................... 1
Profielen..........................................................................1
Een profiel selecteren ................................................................ 1
Profielnaam wijzigen .................................................................. 1
Aangepaste profielen maken ..................................................... 1
Een profiel vergrendelen ............................................................ 1
Profielen herstellen naar de standaardinstellingen .................... 1
Instrumentpagina's ........................................................ 1
De instrumentpagina's doorlopen .............................................. 1
De gegevensvelden configureren .............................................. 2
De lay-out van instrumentpagina's wijzigen ............................... 2
Een instrumentpagina toevoegen .............................................. 2
Instrumentpagina verwijderen .................................................... 2
Volgorde van instrumentpagina's wijzigen ................................. 2
Toestelconfiguratie ........................................................ 2
Systeeminstellingen ................................................................... 2
Scherminstellingen ..................................................................... 3
Alarminstellingen ........................................................................ 3
NMEA 2000 instellingen weergeven .......................................... 3
Informatie over NMEA 2000 gegevenstypen ............................. 3
Het toestel registreren ................................................................ 3
Index................................................................................4
Inhoudsopgave
i
Inleiding
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.‍
Toestelconfiguratie
OPMERKING: Bepaalde functies zijn alleen beschikbaar als de
juiste sensors zijn verbonden met het toestel.‍
Met de GMI 20 kunt u gegevens weergeven van sensors die
zijn verbonden met het toestel via een NMEA 2000® of NMEA®
0183-netwerk.‍
totale brandstof aan boord, brandstofdruk, brandstofverbruik
en kruisbereik.‍
Aangepast (1,2,3): Lege profielen waarmee u een nieuw
aangepast profiel kunt samenstellen.‍ Aangepaste profielen
bevatten geen vooraf ingestelde instrumentpagina's.‍
Een profiel selecteren
> Profielen > Selecteer een profiel.‍
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.‍
Profielnaam wijzigen
1
2
3
4
> Profielen > Profielnaam wijzigen.‍
Selecteer
Selecteer
of
om door de letters te bladeren.‍
Selecteer Selecteer om een letter te selecteren.‍
Selecteer OK.‍
Aangepaste profielen maken
U kunt maximaal drie aangepaste profielen maken.‍ U kunt
maximaal tien pagina's met meerdere instrumenten toevoegen
aan een aangepast profiel.‍
> Profielen > Selecteer een profiel.‍
1 Selecteer
2 Selecteer Aangepast 1, Aangepast 2, of Aangepast 3.‍
3 Selecteer een pagina.‍
4 Selecteer een of meer instrumenten.‍
5 Selecteer een optie:
• Selecteer Ja om meer instrumentpagina's toe te voegen
aan het aangepaste profiel.‍
• Selecteer Nee om het aangepaste profiel te voltooien.‍
Selecteer om terug te gaan naar het vorige menu of naar het
instrumentscherm.‍
Selecteer om het menu voor een instrument of scherm weer
te geven.‍
of
Selecteer om door instrumentpagina's en menu's te
bladeren.‍
Selecteer om de scherminstellingen weer te geven.‍
Selecteer twee keer om de schermverlichtingsinstellingen
weer te geven.‍
Houd ingedrukt om de uitschakelinstellingen weer te geven.‍
Profielen
Profielen zijn verzamelingen instrumentpagina's die kunnen
worden aangepast.‍ Profielen kunnen bestaan uit
instrumentpagina's die gelijksoortige informatie weergeven,
zoals brandstof- of motorgegevens.‍
Tijdens de eerste installatie kunt u een van de vier beschikbare
vooraf ingestelde profielen selecteren of een aangepast profiel
maken.‍ U kunt op elk moment een ander profiel selecteren.‍
Motorboot: Deze pagina geeft standaard instrumentpagina's
weer met de GPS-snelheid, positiecoördinaten, peiling naar
via-punt, afstand tot volgend via-punt en een GPSkilometerteller.‍
Zeilboot: Deze pagina geeft standaard instrumentpagina's weer
met de schijnbare windsnelheid, GPS-koers, GPS-snelheid,
positiecoördinaten, peiling naar via-punt, afstand tot volgend
via-punt en een GPS-kilometerteller.‍
Vissen: Deze pagina geeft standaard instrumentpagina's weer
met de GPS-snelheid, watertemperatuur en diepte.‍
Motor/brandstof: Deze pagina geeft standaard
instrumentpagina's weer met motor- en brandstofinformatie.‍
De beschikbare motorinformatie omvat RPM, trim,
temperatuur, voltage, oliedruk, brandstofdruk, voedingsdruk
en koelmiddeldruk.‍ De brandstofinformatie omvat
brandstofstroomsnelheid, brandstoftankniveau, geschatte
Inleiding
Een profiel vergrendelen
U kunt een profiel vergrendelen zodat er geen wijzigingen
kunnen worden gemaakt aan de gegevensvelden, de lay-out
van de pagina of het aantal pagina's dat tegelijkertijd kan
worden weergegeven.‍
Selecteer
> Profielen > Vergrendel profiel > Ja.‍
Een profiel ontgrendelen
Selecteer
> Profielen > Ontgrendel profiel > Ja.‍
Profielen herstellen naar de
standaardinstellingen
U kunt ontgrendelde profielen herstellen naar de
standaardinstellingen.‍
> Profielen > Herstel standaardinstellingen.‍
1 Selecteer
2 Selecteer Huidig profiel of Alle profielen.‍
3 Selecteer Ja.‍
Instrumentpagina's
De instrumentpagina's doorlopen
Selecteer op de instrumentpagina
of
.‍
Auto Scroll gebruiken
U kunt Auto Scroll gebruiken om automatisch door alle
instrumentpagina's te bladeren.‍
1 Selecteer op de instrumentpagina .‍
2 Selecteer Systeem > Auto Scroll > Aan.‍
3 Selecteer hoe lang elke instrumentpagina moet worden
weergegeven.‍
4 Selecteer OK.‍
1
De gegevensvelden configureren
Gegevens op een instrumentpagina kunnen op verschillende
manieren worden weergegeven, afhankelijk van de
instrumentpagina.‍
Selecteer
> Configureer gegevensvelden.‍
Grafiekgegevensvelden configureren
Op sommige instrumentpagina's worden grafiekgegevens
weergegeven.‍ U kunt instellen welke gegevens in de grafieken
worden weergegeven.‍
> Configureer
1 Selecteer op de instrumentpagina
gegevensvelden.‍
2 Selecteer een optie:
• Als u de gegevens als cijfer wilt weergeven en niet als
grafiek, selecteert u Toon cijfer.‍
• Als u het type grafiekgegevens wilt wijzigen, selecteert u
Grafiekgegevens.‍
• Als u de weergaveduur van de grafiekgegevens wilt
instellen, selecteert u Duur van grafiek.‍
• Als u de schaal voor de waarden van de grafiekgegevens
wilt instellen, selecteert u Schaal van grafiek.‍
• Als u de grafiekschaal wilt herstellen naar de
standaardwaarden, selecteert u Herstel schaal.‍
De lay-out van instrumentpagina's wijzigen
OPMERKING: De lay-out van een instrumentpagina kan alleen
worden gewijzigd op pagina's waarop meerdere instrumenten
worden weergegeven.‍
U kunt de lay-out van instrumentpagina's wijzigen om maximaal
vier instrumenten uit een bepaalde categorie weer te geven.‍
> Wijzig pagina-indeling.‍
1 Selecteer
2 Selecteer het aantal instrumentpagina's dat u tegelijk wilt
weergeven.‍
3 Selecteer Wijzig om het instrument te wijzigen.‍
4 Selecteer een categorie.‍
5 Selecteer een instrument.‍
6 Selecteer zo nodig een gegevensstijl.‍
7 Selecteer OK.‍
Een instrumentpagina toevoegen
1
2
3
4
5
Selecteer
> Pagina's > Voeg pagina toe.‍
Selecteer een verzameling instrumentpagina's.‍
Selecteer
of
om de instrumentpagina's te doorlopen.‍
Selecteer een instrumentpagina die u wilt toevoegen.‍
Selecteer indien nodig Ja om meer instrumentpagina's toe te
voegen.‍
Instrumentpagina verwijderen
> Pagina's > Wis pagina.‍
1 Selecteer
2 Selecteer een pagina die u wilt verwijderen.‍
3 Selecteer Ja.‍
Volgorde van instrumentpagina's wijzigen
U kunt de volgorde van de instrumentpagina's wijzigen.‍
> Pagina's > Pagina's opnieuw sorteren.‍
1 Selecteer
2 Selecteer een instrumentpagina.‍
of
om de instrumentpagina naar boven of
3 Selecteer
beneden te verplaatsen in de volgorde.‍
4 Selecteer Selecteer om de instrumentpagina op de nieuwe
locatie in de volgorde te plaatsen.‍
2
Toestelconfiguratie
Systeeminstellingen
Selecteer
> Stel in > Systeem.‍
Eenheden: Hiermee wijzigt u de maateenheden.‍
Voorliggende koers: Hiermee stelt u de referentie in voor het
berekenen van de koers.‍
Zoemer: Hiermee stelt u in of en wanneer hoorbare signalen
worden gebruikt.‍
Automatisch inschakelen: Hiermee schakelt u het toestel
automatisch in als het NMEA 2000 netwerk ook wordt
ingeschakeld.‍
Taal: Hiermee stelt u taal van de tekst op het scherm in.‍
Bedieningsmodus: Hiermee stelt u modus in op normaal of
winkeldemo.‍
Brandstofcapaciteit: Hiermee stelt u de maximale
brandstofcapaciteit voor uw boot in.‍
Tijd: Hiermee stelt u de tijdweergave, tijdzone en zomertijd voor
uw locatie in.‍
Snelheidsbronnen: Hiermee stelt u de snelheidsbronnen in
voor brandstofverbruik en wind.‍
Systeeminformatie: Weergave van software-informatie.‍
Fabrieksinstellingen: Hiermee herstelt u het toestel naar de
fabrieksinstellingen.‍
Het type koers selecteren
> Stel in > Systeem > Voorliggende koers.‍
1 Selecteer
2 Selecteer een optie:
• Als u de magnetische afwijking voor uw GPS-positie
automatisch wilt instellen, selecteert u Auto-magnetisch.‍
• Als u het ware noorden als koersreferentie wilt instellen,
selecteert u Waar.‍
• Als u een waarde voor de magnetische afwijking wilt
instellen, selecteert u Gebruiker magnetisch.‍
De zoemer configureren
> Stel in > Systeem > Zoemer.‍
1 Selecteer
2 Selecteer een optie:
• Als u de zoemer wilt uitschakelen, selecteert u Uit.‍
• Als u de zoemer alleen wilt laten afgaan bij alarmen,
selecteert u Alleen alarmen.‍
• Als u de zoemer wilt laten afgaan bij het indrukken van
knoppen en bij alarmen, selecteert u Aan (knoppen en
alarmen).‍
Pop-ups inschakelen
OPMERKING: U kunt de weergavetijd voor pop-upvensters
instellen tussen 1 en 10 seconden.‍
Pop-ups informeren u wanneer de motortrim en trimtabs met
een bepaalde drempelwaarde zijn gewijzigd.‍
> Stel in > Pop-ups.‍
1 Selecteer
2 Selecteer een pop-up.‍
3 Selecteer de weergavetijd voor een pop-up.‍
Metergrenzen aanpassen
U kunt de onder- en bovenlimiet en het bereik van de
standaardwerking van een meter instellen.‍ Als een waarde het
standaardbereik overschrijdt, wordt de meter rood.‍
OPMERKING: Niet alle opties zijn beschikbaar voor alle
meters.‍
> Stel in > Grenzen meter instellen .‍
1 Selecteer
2 Selecteer een meter.‍
Toestelconfiguratie
3 Selecteer een optie:
• Als u de minimumwaarde van het standaardbereik wilt
instellen, selecteert u Vastgesteld minimum.‍
• Als u de maximumwaarde van het standaardbereik wilt
instellen, selecteert u Vastgesteld maximum.‍
• Als u de onderlimiet van de meter lager wilt instellen dan
het vastgestelde minimum, selecteert u Schaalminimum.‍
• Als u de bovenlimiet van de meter hoger wilt instellen dan
het vastgestelde maximum, selecteert u
Schaalmaximum.‍
4 Selecteer de grenswaarde.‍
5 Herhaal stap 3 en 4 om meer metergrenzen in te stellen.‍
6 Selecteer indien van toepassing Ja om de metergrenzen te
delen met alle andere Garmin® toestellen in het netwerk.‍
Het positieformaat configureren
OPMERKING: Wijzig het positieformaat of de kaartdatum alleen
als u een kaart gebruikt die gebruikmaakt van een ander
positieformaat.‍
Het positieformaat bepaalt de indeling waarin een bepaalde
locatiemeting wordt weergegeven.‍ De kaartdatum stelt het
coördinatensysteem van de kaart in.‍
> Stel in > Systeem > Positie.‍
1 Selecteer
2 Selecteer een optie:
• Als u het positieformaat van een aflezing wilt wijzigen,
selecteert u Positieweergave.‍
• Als u het coördinatensysteem van de kaart wilt wijzigen,
selecteert u Kaartdatum.‍
Fabrieksinstellingen herstellen
U kunt de fabrieksinstellingen herstellen voor alle
systeeminstellingen.‍
> Stel in > Systeem > Fabrieksinstellingen.‍
1 Selecteer
2 Selecteer Ja.‍
Scherminstellingen
Selecteer
> Stel in > Scherm.‍
Kleurmodus: Hiermee stelt u in of het toestel dag- of
nachtkleuren weergeeft.‍
Configureer kleuren: Hiermee stelt u de kleurconfiguratie in
voor iedere kleurmodus.‍ Voor de modus Dagkleur kunt u de
kleurconfiguratie volledig in kleur of hoog contrast
selecteren.‍ Voor de modus Nachtkleur kunt de
kleurconfiguratie volledig in kleur, rood en zwart of groen en
zwart selecteren.‍
Schermverlichting: Hiermee kunt u de helderheid van de
schermverlichting instellen.‍
Netwerk delen: Hiermee kunt u de kleurmodus,
kleurconfiguratie en helderheid van de schermverlichting
delen met andere toestellen in het NMEA 2000 netwerk.‍
Alarminstellingen
Motorstatus: Hiermee stelt u een alarm in voor wanneer de
motor een probleem detecteert.‍
Schijnbare windsnelheid: Hiermee stelt u een alarm in voor
wanneer de schijnbare windsnelheid boven, onder of op de
opgegeven snelheid komt.‍
Ware windsnelheid: Hiermee stelt u een alarm in voor
wanneer de ware windsnelheid boven, onder of op de
opgegeven snelheid komt.‍
Schijnbare windhoek: Hiermee stelt u een alarm in voor
wanneer de schijnbare windhoek groter, kleiner of hetzelfde
is als de opgegeven hoek.‍
Ware windhoek: Hiermee kunt u een alarm instellen voor
wanneer de ware windhoek groter, kleiner of hetzelfde is als
de opgegeven hoek.‍
Voedingsspanning: Hiermee stelt u een alarm in voor wanneer
de accuspanning het opgegeven niveau bereikt.‍
Krabbend anker: Hiermee stelt u een alarm in voor wanneer de
boot zich een opgegeven afstand verplaatst vanaf de GPScoördinaten van de ankerlocatie.‍
Totale kettinglengte aan boord: Hiermee stelt u een alarm in
voor wanneer gebruikte ankerkettinglengte vanaf de boot
een bepaalde lengte bereikt.‍
Ankerkettinglengte: Hiermee stelt u een alarm in voor
wanneer de gebruikte ankerkettinglengte korter is dan de
ingestelde lengte.‍
NMEA 2000 instellingen weergeven
U kunt de instellingen van NMEA 2000 toestellen weergeven en
de beschikbare toestelspecifieke opties wijzigen.‍
> Stel in > NMEA 2000 toestellen.‍
1 Selecteer
2 Selecteer een optie:
• Als u toestelinformatie wilt weergeven, zoals de
softwareversie en het serienummer, selecteert u
Toestellenlijst.‍
• Als u het label van een toestel wilt wijzigen, selecteert u
Toestellen labelen.‍
Informatie over NMEA 2000 gegevenstypen
Elke NMEA 2000 gecertificeerde sensor geeft unieke gegevens
door aan het NMEA 2000 gecertificeerde weergavetoestel,
zoals de GMI 20.‍ Welke gegevens u op uw scherm kunt
bekijken, is afhankelijk van de sensors die u hebt geïnstalleerd
en geconfigureerd.‍ Zie het onderwerp General NMEA 2000
Data Type Requirements in de handleiding Technical Reference
for Garmin NMEA 2000 Products op www.garmin.com/‍support.‍
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie nog vandaag in, zodat wij u beter
kunnen helpen.‍
• Ga naar http:​/‍​/‍my​.garmin​.com.‍
• Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op een
veilige plek.‍
Selecteer
> Systeem > Alarmen.‍
Ondiep water: Hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de
diepte onder de opgegeven waarde komt.‍
Diep water: Hiermee stelt u een alarm in dat afgaat als de
diepte boven de opgegeven waarde komt.‍
Oppervlaktetemperatuur: Hiermee stelt u een alarm in dat
afgaat als de transducer een temperatuur doorgeeft die
1,1°C (2°F) hoger of lager is dan de opgegeven temperatuur.‍
Totaal brandstof aan boord: Hiermee stelt u een
waarschuwing in voor wanneer de resterende brandstof (op
basis van de brandstofstroomgegevens van een
brandstofsensor) het opgegeven niveau bereikt.‍
Toestelconfiguratie
3
Index
A
alarmen
brandstof 3
diep water 3
krabbend anker 3
ondiep water 3
totale brandstof aan boord 3
voedingsspanning 3
automatisch bladeren 1
B
brandstofalarm 3
I
instellingen 2, 3
instellingen herstellen 3
instrumenten 2
configuratie 2
pagina verwijderen 2
pagina's toevoegen 2
paginavolgorde 2
K
koers, koerstype 2
M
maritiem, alarmen instellen 3
meters, limieten 2
N
NMEA 2000 3
P
positieformaat 3
productregistratie 3
profielen 1
aangepaste 1
herstellen 1
Naam wijzigen 1
ontgrendelen 1
selecteren 1
vergrendelen 1
S
scherminstellingen 3
systeeminformatie 2
T
toestel, registratie 3
toestel registreren 3
Z
zoemer 2
4
Index
www.garmin.com/support
913-397-8200
1-800-800-1020
0808 238 0000
+44 870 850 1242
1-866-429-9296
+43 (0) 820 220 230
+32 2 672 52 54
+45 4810 5050
+358 9 6937 9758
+ 331 55 69 33 99
+49 (0)180 6 427646
+ 39 02 36 699699
0800 - 023 3937
035 - 539 3727
+ 47 815 69 555
00800 4412 454
+44 2380 662 915
+ 35 1214 447 460
+ 34 93 275 44 97
+ 46 7744 52020
Garmin International, Inc.
1200 East 151st Street
Olathe, Kansas 66062, VS
Garmin (Europe) Ltd.
Liberty House, Hounsdown Business Park
Southampton, Hampshire, SO40 9LR, Verenigd Koninkrijk
Garmin Corporation
No. 68, Zhangshu 2nd Road, Xizhi Dist.
New Taipei City, 221, Taiwan (Republiek China)
© 2013 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising