Garmin | GNX™ Wireless Sail Pack 52 | Garmin GNX™ Wireless Sail Pack 52 Installatie-instructies (gWind Wireless 2)

Garmin GNX™ Wireless Sail Pack 52 Installatie-instructies (gWind Wireless 2)
De batterij plaatsen
gWind™ Wireless 2
LET OP
De juiste batterij wordt meegeleverd bij het toestel. Indien u een
batterij plaatst die niet is meegeleverd of aangeschaft bij
Garmin, kan het toestel beschadigd raken.
Plaats de meegeleverde batterij voordat u het toestel bevestigt.
1 Open de batterijklep aan de achterkant van het toestel met
een kruiskopschroevendraaier, nr. 2.
2 Sluit de connector van de batterij À aan op de poort op het
bord aan de binnenzijde van het toestel Á.
Installatie-instructies
Belangrijke veiligheidsinformatie
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
VOORZICHTIG
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een
stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren.
Wees voorzichtig bij het werken op grote hoogte.
Batterijwaarschuwingen
WAARSCHUWING
Het niet opvolgen van deze richtlijnen kan tot gevolg hebben dat
de levensduur van de batterij wordt verkort, of dat het risico
ontstaat van schade aan het toestel, brand, chemische
ontbranding, elektrolytische lekkage en/of letsel.
• Haal het toestel of de batterijen niet uit elkaar, pas het toestel
of de batterijen niet aan, prik er geen gaten in en beschadig
het toestel of de batterijen niet.
• Dompel het toestel of de batterijen niet onder in water of een
andere vloeistof en stel niet bloot aan vuur, explosies of
andere gevaren.
• Gebruik nooit een scherp voorwerp om batterijen te
verwijderen.
• Bewaar batterijen buiten het bereik van kinderen.
• Vervang batterijen alleen door vervangingsbatterijen van het
juiste type. Gebruik van andere batterijen kan tot brand- en
explosiegevaar leiden. Ga voor vervangingsbatterijen naar
uw Garmin dealer of de Garmin website.
• Gebruik het toestel alleen binnen het volgende
temperatuurbereik: van -20° tot 50°C (van -4° tot 122°F).
• Indien u het toestel gedurende langere tijd opbergt, doe dit
dan binnen het volgende temperatuurbereik: van 0° tot 35°C
(van 32° tot 95°F).
• Neem volgens de plaatselijke regelgeving contact op met de
afvalverwerker om het toestel/batterijen af te danken.
De connector kan op slechts een manier op de poort worden
aangesloten. De poort kan beschadigd raken indien u
probeert de connector met kracht aan te sluiten.
3 Plaats de batterij in de behuizing van het toestel, onder het
bord.
4 Sluit de batterijklep. Zorg ervoor dat de kabel van de batterij
niet klem komt te zitten.
Aandachtspunten bij de montage
Houd rekening met de volgende aandachtspunten bij het kiezen
van een bevestigingslocatie voor de windtransducer.
• De windtransducer dient te worden gemonteerd op een
horizontaal oppervlak in de top van de mast À.
®
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie nog vandaag in, zodat wij u beter
kunnen helpen.
• Ga naar http://my.garmin.com.
• Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op een
veilige plek.
• Als er geen horizontaal oppervlak in de top van de mast
aanwezig is, dient een geschikte aanpassing te worden
gemaakt om een horizontaal oppervlak te creëren.
• De windtransducer moet worden geïnstalleerd in de richting
van de voorzijde van de boot Á, parallel aan de middenlijn.
OPMERKING: Als u het toestel niet exact naar de voorzijde
van de boot richt, moet u de oriëntatie configureren om
nauwkeurige windhoekgegevens te ontvangen (De richting
aanpassen, pagina 2).
De montagesteun installeren
1 Gebruik de montagesteun als sjabloon om de locaties te
markeren die u wilt voorboren.
Juni 2016
Gedrukt in Taiwan
190-02004-75_0A
2 Gebruik een boor van 4,5 mm (11/64 inch) om de gaatjes te
boren.
3 Bevestig de montagesteun met de meegeleverde schroeven
op het oppervlak.
Het toestel in de montagesteun bevestigen
1 Draai de borgmoer À op het toestel met de hand tegen de
klok in totdat de moer niet verder gaat.
• Als de sensor naar stuurboord is gericht, moet de hoek
tussen 1 en 180 graden zijn.
• Als de sensor naar bakboord is gericht, moet de hoek
tussen 181 en 360 graden zijn.
Druk
op
of
om de hoek die u in stap 4 hebt bepaald in
5
te voeren.
6 Druk op .
Onderhoud en opslag
2 Plaats het toestel in de montagesteun door het omlaag te
drukken Á en naar achteren te schuiven tot het niet verder
gaat Â.
3 Maak het toestel in de steun vast door de borgmoer met de
hand met de klok mee te draaien totdat de moer niet verder
gaat.
4 Bevestig de beveiligingsklem à op het toestel om te
voorkomen dat de borgmoer losraakt.
Sensors koppelen
Als deze sensor is meegeleverd met een windtoestel, zijn de
sensor en het toestel voor levering al gekoppeld.
Als u deze sensor apart hebt aangeschaft, of deze wilt
gebruiken met een ander compatibel Garmin toestel, moet u het
toestel koppelen met het compatibele toestel.
Als de sensor niet is gekoppeld met een compatibel toestel,
wordt er automatisch gezocht naar een toestel. U hoeft geen
actie met de sensor te ondernemen om de koppeling te starten.
Raadpleeg voor instructies over draadloos koppelen de meest
recente gebruikershandleiding voor uw compatibele Garmin
toestel. U moet mogelijk de meest recente versie van de
gebruikershandleiding downloaden van www.garmin.com
/manuals.
• Gebruik zo nodig een milde zeepoplossing om de
windtransducer te reinigen, en spoel het toestel voorzichtig af
met water. Gebruik geen reinigingsmiddelen of water onder
hoge druk.
• Het wordt aanbevolen om de windtransducer te verwijderen
en op een droge locatie te bewaren als het toestel gedurende
een langere periode niet wordt gebruikt.
• Wanneer u de windtransducer opbergt, kunt u deze het beste
bewaren op een plek waar het toestel is blootgesteld aan
licht. Hierdoor blijft de batterij in het toestel opgeladen.
• Als u de windtransducer op een donkere plek bewaart,
verdient het aanbeveling om de batterij aan het begin van elk
seizoen te vervangen. Vervangende batterijen zijn
verkrijgbaar bij uw lokale Garmin dealer, of via
www.garmin.com.
Specificaties
Specificatie
Waarde
Afmeting wanneer
bevestigd (H×L)
345 × 610 mm (13,58 × 24 inch)
Gewicht
320 g (11,29 oz.)
Bedrijfstemperatuur
Van -20° tot 50°C (-4° tot 122°F)
Opslagtemperatuur
Van 0° tot 35°C (van 32° tot 95°F)
Waterbestendigheid (wind
transducer)
IEC 60529 IPX-6 (beschermd tegen zware
zee)
Windsnelheidsbereik
Van 0,9 tot 90 kn (Van 0,5 tot 50 m/s)
Garmin en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. gWind™
en GNX™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze
handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van
Garmin.
®
De richting aanpassen
U dient de ANGL instelling aan te passen als de sensor niet
naar de voorzijde van de boot is gericht, exact parallel aan de
middenlijn.
OPMERKING: Deze instructies zijn voor gebruik met een GNX™
Wind toestel. Als de sensor is verbonden met een ander
compatibel toestel, raadpleegt u de meest recente
gebruikershandleiding voor uw toestel voor instructies over het
afstellen van de sensor.
1 Druk op een instrumentenscherm van de GNX Wind op .
of
om SENS te selecteren, en druk vervolgens
2 Druk op
op .
of
om ANGL te selecteren, en druk vervolgens
3 Druk op
op .
4 Bepaal de hoek, gemeten in graden met de klok mee rond de
mast, waarop de sensor is weggericht van het midden van de
voorzijde van de boot:
© 2016 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
www.garmin.com/support
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising