Garmin | VHF 115/i Marine Radio | Garmin VHF 115/i Marine Radio Installatie-instructies

Garmin VHF 115/i Marine Radio Installatie-instructies
De locatie en zichthoek moeten worden getest voordat u het
toestel plaatst. Hoge zichthoeken van boven- en onderaf
kunnen leiden tot een slechter beeld.
Antennebevestiging en blootstelling aan elektromag­
netische energie
VHF 115/215 AIS SERIE
INSTALLATIE-INSTRUCTIES
Belangrijke veiligheidsinformatie
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
VOORZICHTIG
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een
stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren.
LET OP
Controleer voordat u gaat boren of zagen wat zich aan de
andere kant van het oppervlak bevindt.
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie vandaag nog in zodat wij u beter kunnen
helpen. Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op
een veilige plek.
1 Ga naar garmin.com/express.
2 Aanmelden bij uw Garmin account.
®
WAARSCHUWING
Radio-operators met pacemakers, levensondersteunende
apparatuur of elektrisch-medische apparatuur dienen niet te
worden blootgesteld aan buitensporige radiofrequentievelden
(RF-velden), omdat het RF-veld kan interfereren met de werking
van de medische apparatuur.
VOORZICHTIG
Dit toestel genereert radiofrequente energie (RF) en
elektromagnetische energie (EME), en straalt deze uit. Het niet
opvolgen van deze richtlijnen kan ertoe leiden dat mensen
worden blootgesteld aan RF-straling die de maximaal
toelaatbare blootstelling (MPE) overschrijdt.
Garmin geeft een MPE-radius aan van 2,48 meter (97,64 in.)
voor dit systeem, hetgeen is vastgesteld met een
uitgangsvermogen van 5 W en een omni-directionele antenne
met een versterking van 6 dBi. Bij het aansluiten van de antenne
moet een minimale afstand van 2,48 m (97,64 in.) tussen de
antenne en personen in acht worden genomen.
Het toestel aan een beugel monteren
LET OP
Als u de beugel met schroeven bevestigt op glasvezel, kunt u
het beste bij het boren met een kleine verzinkboor alleen in de
bovenste gellaag een kleine verdieping aanbrengen. U voorkomt
hiermee dat er scheuren in de gellaag ontstaan als de
schroeven worden aangedraaid.
U kunt de meegeleverde montagesteun gebruiken om het
toestel aan een beugel op een vlak oppervlak te monteren.
1 Gebruik de beugelsteun À als montagesjabloon en markeer
de boorgaten.
Aandachtspunten bij de montage
LET OP
Dit toestel dient te worden gemonteerd op een locatie die niet
wordt blootgesteld aan extreme temperaturen of
omstandigheden. Het temperatuurbereik voor dit toestel wordt
vermeld in de productspecificaties. Langdurige blootstelling aan
temperaturen boven het opgegeven temperatuurbereik, in
opslag- of gebruiksomstandigheden, kan tot storingen in het
toestel leiden. Schade door extreme temperaturen en
gerelateerde gevolgen vallen niet onder de garantie.
Houd rekening met deze aandachtspunten wanneer u een
montagelocatie selecteert.
• De locatie moet optimaal zicht bieden tijdens het besturen
van uw boot.
• De locatie moet eenvoudig toegang bieden tot alle interfaces
van het toestel, zoals de knoppen, het aanraakscherm en de
kaartlezer, indien van toepassing.
• De locatie moet sterk genoeg zijn om het gewicht van het
toestel te dragen en te beschermen tegen overmatige
trillingen of schokken.
• Teneinde interferentie met een magnetisch kompas te
voorkomen, mag het toestel niet dichter bij een kompas
worden geïnstalleerd dan op de kompasveilige afstand die is
vermeld in de productspecificaties.
• Op de locatie moet ruimte beschikbaar zijn voor het geleiden
en aansluiten van alle kabels.
• De locatie mag geen plat, horizontaal oppervlak zijn. De
locatie moet in een verticale hoek zijn.
2 Gebruik een boor van 3,5 mm (9/64 in.) om de gaatjes te
boren.
3 Gebruik de meegeleverde schroeven Á om de beugelsteun
aan het montage-oppervlak te bevestigen.
4 Installeer de beugelsteunknoppen  aan de zijkanten van het
toestel.
5 Plaats het toestel in de beugelsteun en draai de
beugelsteunknoppen aan.
Het toestel verzonken monteren
LET OP
Wees voorzichtig wanneer u het gat zaagt om het toestel
verzonken te monteren. Er is slechts weinig ruimte tussen de
behuizing en de montagegaten. Als u het gat te groot zaagt, kan
het toestel mogelijk niet stabiel worden bevestigd.
September 2018
190-02426-02_0A
Als u de beugel met schroeven bevestigt op glasvezel, kunt u
het beste bij het boren met een kleine verzinkboor alleen in de
bovenste gellaag een kleine verdieping aanbrengen. U voorkomt
hiermee dat er scheuren in de gellaag ontstaan als de
schroeven worden aangedraaid.
De meegeleverde sjabloon en het meegeleverde
bevestigingsmateriaal kunnen worden gebruikt om het toestel te
monteren in uw dashboard.
1 Snijd de montagesjabloon uit en controleer of deze past op
de locatie waar u het toestel wilt monteren.
2 Maak met een boor van 9,5 mm (3/8 in.) een of meer gaten in
de hoeken van de ononderbroken lijn op de sjabloon om het
montageoppervlak voor te bereiden voor zagen.
3 Zaag met een decoupeerzaag of roterend gereedschap het
montageoppervlak uit langs de binnenkant van de
ononderbroken lijn op de sjabloon.
4 Plaats het toestel in de opening om te testen of dit past.
5 Gebruik indien nodig een vijl en schuurpapier om de opening
heel precies op maat te krijgen.
6 Als het toestel goed in de opening past, dient u te controleren
of de montagegaten op het toestel zijn uitgelijnd met de
boorgaten op de sjabloon.
7 Als de montagegaten op het toestel niet zijn uitgelijnd,
markeert u de nieuwe locaties van de boorgaten.
8 Gebruik een boor van 3,5 mm (9/64 in.) om de gaatjes te
boren.
9 Verwijder de sjabloon van het montageoppervlak.
10 Als u geen toegang hebt tot de achterzijde van het toestel
nadat u dit hebt gemonteerd, verbindt u alle benodigde
kabels met het toestel voordat u dit in de opening plaatst.
11 Bedek indien nodig ongebruikte aansluitingen met de
bijgevoegde weerkapjes om te voorkomen dat de metalen
contactpunten roesten.
Installeer
de schuimrubberen pakking À aan de achterzijde
12
van het toestel.
De delen van de rubberen pakking hebben een zelfklevende
strip aan de achterzijde. Verwijder de beschermfolie voordat
u deze delen bevestigt aan het toestel.
13 Plaats het toestel in de opening.
14 Bevestig het toestel aan het montageoppervlak met de
meegeleverde schroeven Á.
15 Bevestig de sierrand door deze op zijn plaats te klikken
1 Selecteer een bevestigingslocatie voor de microfoon binnen
handbereik van de microfoonkabel.
2 Gebruik de microfoonophangbeugel À als montagesjabloon
en markeer de boorgaten.
3 Boor de montagegaten met een boor van 3 mm (1/8 in.).
4 Bevestig de microfoonophangbeugel op het
montageoppervlak met de meegeleverde schroeven Á.
Aandachtspunten bij de aansluiting
Onderdeel Beschrij­
ving
À
Á
LET OP
Als u de beugel met schroeven bevestigt op glasvezel, kunt u
het beste bij het boren met een kleine verzinkboor alleen in de
bovenste gellaag een kleine verdieping aanbrengen. U voorkomt
hiermee dat er scheuren in de gellaag ontstaan als de
schroeven worden aangedraaid.
U kunt de ophangbeugel voor de microfoon op een handige
plaats in de buurt van de radio bevestigen.
2
Massaaansluiting
U kunt zo nodig de meegeleverde aardingsschroef gebruiken om de behuizing van het
toestel te aarden naar het water (Overwegingen bij aanvullende aarding, pagina 3).
Kabelgeleiders voor
voeding en
gegevens
U moet het toestel aansluiten op een
voedingsbron van 12 V gelijkstroom (De
kabelgeleider verbinden met voeding,
pagina 3).
U kunt dit toestel met deze kabelgeleider
aansluiten op een NMEA 0183 toestel om
DSC- en GPS-informatie te delen
(optioneel) (NMEA 0183 toestelverbindingen, pagina 3).
U kunt dit toestel via deze kabelgeleider op
een externe GPS-antenne aansluiten
(optioneel) (Op een externe GPS-antenne
aansluiten, pagina 3).
U kunt dit toestel met deze kabelgeleider
aansluiten op een scheepsmegafoon
(optioneel) (Aansluiten op een scheepsmegafoon of PA-luidspreker, pagina 3).
U kunt dit toestel met deze kabelgeleider
aansluiten op een externe luidspreker
(optioneel) (Aansluiten op een externe
luidspreker, pagina 4).
®
Â
rondom het toestel.
De microfoonophangbeugel monteren
Opmerkingen
Ã
Ä
VHFantenneaansluiting
U moet het toestel aansluiten op een VHFantenne (afzonderlijk verkrijgbaar) (Een
VHF-antenne aansluiten, pagina 3).
Extra microfoonconnector
U kunt een extra microfoon (afzonderlijk
verkrijgbaar) toevoegen of de bestaande
microfoon van een VHF 215 AIS radio
verplaatsen (set voor microfoonverplaatsing
is apart leverbaar).
Deze connector is niet beschikbaar op een
VHF 115 radio.
NMEA 2000
connector
®
U kunt dit toestel op een NMEA 2000
netwerk op uw boot aansluiten om DSC- en
GPS-informatie te delen (optioneel) (NMEA
2000 toestelverbindingen, pagina 3).
De kabelgeleider verbinden met voeding
1 Leid de kabelgeleider naar de voedingsbron en naar het
toestel.
2 Sluit de rode draad aan op de positieve pool van de accu (+)
en de zwarte draad op de negatieve pool van de accu (-).
Overwegingen bij aanvullende aarding
In de meeste installatie-situaties hoeft het chassis van dit toestel
niet aanvullend te worden geaard. Als er interferentie optreedt,
kunt u de aardingsschroef op de behuizing gebruiken om het
toestel te verbinden met de wateraarding van de boot om
interferentie te helpen voorkomen.
Een VHF­antenne aansluiten
1 Bevestig de VHF-antenne (apart verkrijgbaar) volgens de
installatie-instructies die met de antenne zijn meegeleverd.
OPMERKING: U kunt een VHF-verlengkabel aanschaffen.
Ga naar http://buy.garmin.com of neem contact op met uw
Garmin dealer.
2 Sluit de VHF-antenne aan op de poort aan de achterzijde van
het VHF 115/215 AIS toestel.
OPMERKING: Als u dit toestel aansluit op een NMEA 2000 met
een GPS-antenne, kunt u deze antenne gebruiken als GPS-bron
in plaats van een externe GPS-antenne ( (NMEA 2000
toestelverbindingen, pagina 3).
1 Volg de meegeleverde instructies van uw externe GPSantenne om deze correct op uw boot te installeren.
Leid
de GPS-antennekabel naar de achterkant van uw VHF
2
115/215 AIS toestel, verwijderd van bronnen die
elektronische interferentie kunnen veroorzaken.
3 Sluit de GPS-antennekabel op de BNC-connector op de
kabelgeleider op het VHF 115/215 AIS toestel aan.
NMEA 0183 toestelverbindingen
In dit diagram worden zowel verzendende als ontvangende
verbindingen geïllustreerd. U kunt dit diagram ook voor
eenrichtingscommunicatie gebruiken. Als u informatie van een
NMEA 0183 toestel wilt ontvangen op dit toestel, raadpleegt u
de onderdelen Ê, Ë, Í en Î in de tweede tabel. Als u
informatie naar een NMEA 0183 toestel wilt verzenden vanaf dit
toestel, raadpleegt u de onderdelen Ê, Ë, Ï en Ð in de tweede
tabel.
NMEA 2000 toestelverbindingen
LET OP
Als u een NMEA 2000 voedingskabel installeert, moet u deze
verbinden met de contactschakelaar van de boot of via een
andere onderbrekingsschakelaar. NMEA 2000 toestellen zullen
uw accu leegtrekken indien de NMEA 2000 voedingskabel
rechtstreeks is aangesloten op de accu.
Onderdeel
Als u niet vertrouwd bent met NMEA 2000, lees dan het
hoofdstuk “NMEA 2000 Network Fundamentals” in de Technical
Reference for NMEA 2000 Products. Ga naar www.garmin.com
/manuals/VHF115-215 .
À
Á
Â
Ã
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
Í
Î
Ï
Ð
Onderdeel Beschrijving
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Ç
È
Compatibele NMEA 2000 kaartplotter of ander toestel
VHF 115/215 AIS toestel
Startschakelaar of onderbrekingsschakelaar
NMEA 2000 voedingskabel
NMEA 2000 netwerkkabel
Voedingsbron van 12 V gelijkstroom
NMEA 2000 afsluitweerstand of backbone-kabel
NMEA 2000 T-connector
NMEA 2000 afsluitweerstand of backbone-kabel
Op een externe GPS­antenne aansluiten
Dit toestel bevat een interne GPS-antenne. Als de locatie waar u
het toestel hebt bevestigd geen goede GPS-ontvangst levert,
kunt u een externe GPS-antenne installeren met een vrouwelijke
BNC-connector (niet meegeleverd) en deze op het toestel
aansluiten.
Beschrijving
Voedingsbron
Voedingskabel
NMEA 0183 toestel
NMEA 0183 kabel
Garmin draad­
functie
Garmin
draadkleur
NMEA Functie
van draad 0183
toestel
Vermogen
Rood
Vermogen
Aarding stroom
Zwart
Aarding stroom
Niet van
toepassing
Niet van
toepassing
Aarding
gegevens
(indien van
toepassing)
RxA (+)
Paars
TxA (+)
RxB (-)
Grijs
TxB (-)
TxA (+)
Blauw
RxA (+)
TxB (-)
Bruin
RxB (-)
Aansluiten op een scheepsmegafoon of PA­
luidspreker
U kunt de VHF 215 AIS radio aansluiten op een
scheepsmegafoon of PA-luidspreker (luidspreker voor een
omroepinstallatie, niet meegeleverd) en de microfoon of de
handset gebruiken voor het doen van aankondigingen.
OPMERKING: De VHF 115 radio kan niet op een
scheepsmegafoon worden aangesloten.
1 Bevestig de scheepsmegafoon of PA-luidspreker volgens de
installatie-instructies die met het toestel zijn meegeleverd.
OPMERKING: Om terugkoppeling te vermijden, moet u de
scheepsmegafoon of PA-luidspreker ten minste 3 m (10 ft) uit
de buurt van de microfoon of handset en er vandaan gericht
bevestigen.
2 Leid het snoer van de scheepsmegafoon of PA-luidspreker
naar de radio en verleng het snoer zo nodig.
3 Sluit de witte draad van de kabelgeleider van de radio op de
positieve (+) draad van de scheepsmegafoon of PAluidspreker aan.
3
4 Sluit de groene draad van de kabelgeleider van de radio op
de negatieve (-) draad van de scheepsmegafoon of PAluidspreker aan.
5 Isoleer de aansluitingen met waterbestendige tape of
krimpkousen.
Aansluiten op een externe luidspreker
U kunt de marifoon aansluiten op een externe luidspreker (niet
meegeleverd) en op een andere locatie naar de marifoon
luisteren.
1 Bevestig de antenne volgens de installatie-instructies die met
het toestel zijn meegeleverd.
2 Leid het snoer van de luidspreker naar de marifoon en
verleng het snoer zo nodig.
3 Sluit de rode draad van de kabelgeleider van de marifoon op
de positieve (+) draad van de luidspreker aan.
4 Sluit de zwarte draad van de kabelgeleider van de marifoon
op de negatieve (-) draad van de luidspreker aan.
5 Isoleer de aansluitingen met waterbestendige tape of
krimpkousen.
LET OP
Het toestel is waterbestendig volgens IEC-standaard 60529
IPX7. Het toestel is bestand tegen abusievelijk onderdompelen
in water tot één meter diep, gedurende maximaal dertig
minuten. Als u het toestel langer onder water houdt, kan schade
het gevolg zijn. Na onderdompeling moet u het toestel
voorzichtig afdrogen en laten opdrogen voordat u het opnieuw
gaat gebruiken of oplaadt.
NMEA 2000 PGN informatie
Ontvangen
Zenden
059392 ISO bevestiging
059392 ISO bevestiging
059904 ISO-aanvraag
060928 ISO adresreservering
060928 ISO adresreservering
126208 NMEA aanvraag/
commando/bevestiging
126208 NMEA aanvraag/
commando/bevestiging
126464 PGN-lijst
129026 COG/SOG, snelle update 126996 Productinformatie
129029 GNSS positiegegevens
129799 Radiofrequentie/modus/
vermogen
129808 DSC Call-informatie
Appendix
Zenden (alleen AIS modellen)
Specificaties
129038
Klasse A positierapport
129039
Klasse B positierapport
129040
Klasse B uitgebreid positierapport
129794
AIS klasse A vaste gegevens en
vaargegevens
VHF 115 (met microfoon): 1,241 kg
(43,77 oz.)
VHF 215 AIS (zonder microfoon): 1,212 kg
(42,75 oz.)
VHF 215 AIS microfoon: 0,248 kg (8,75 oz.)
129798
AIS, SAR, positierapport voor
vliegtuigen
129802
AIS broadcast safety-bericht
129809
AIS klasse B vaste gegevens, deel
A
Temperatuurbereik
Bedrijfstemperatuur: Van -15 tot 70 °C (van 5
tot 158 °F)
Opslagtemperatuur: Van -20 tot 70 °C (van
-4 tot 158 °F)
129810
AIS klasse B vaste gegevens, deel
B
Kompasveilige afstand
VHF 115: 70 cm (27,6 in.)
VHF 215 AIS: 75 cm (29,5 in.)
Specificatie
Afmetingen
Afmetingen (H x B x D)
VHF 115: 8,5 x 17 x 14,6 cm (3,35 x 6,7 x
5,75 in.)
VHF 215 AIS: 9,8 x 19,7 x 14,9 cm (3,86 x
7,76 x 5,78 in.)
Gewicht
NMEA Ondersteunde 0183 IN telegrammen
Telegram
Definitie
IEC 605290 IPX7
GGA
GPS-positiebepalingsgegevens
S0-239 (50 Ω)
GLL
Geografische positie (breedtegraad/lengtegraad)
12,0 V gelijkstroom
GNS
GNSS positiebepalingsgegevens
Stand-by: 350 mA
Ontvangen: 600 mA
Zenden: Van 2,0 A tot 6,0 A (van 1 W tot 25
W)
RMA
Aanbevolen minimum specifieke Loran-C gegevens
RMB
Aanbevolen minimum navigatie-informatie
RMC
Aanbevolen minimum specifieke GNSS-gegevens
Maximale antenneversterking
9 dBi
NMEA Ondersteunde 0183 OUT telegrammen
Impedantie antennepoort
50 Ω
Telegram
Definitie
DSC
DSC-informatie
Uitgangsvermogen
audio
Interne luidspreker: 1 W (bij 4 Ω met 10%
vervorming)
Externe luidspreker (optioneel): 4 W (4 Ω/
max)
DSE
Uitgebreide DSC
Waterbestendigheid*
Antenneconnector
Bedrijfsspanning
Stroomverbruik
Uitgangsvermogen
scheepsmegafoon
20 W bij 4 Ω
Impedantie externe
luidspreker
4Ω
Impedantie scheepsme- 4 Ω
gafoon
© 2018 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Garmin en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. GHS™
is een handelsmerk van Garmin Ltd. of haar respectievelijke dochtermaatschappijen.
Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming
van Garmin.
®
NMEA en NMEA 2000 zijn geregistreerde handelsmerken van de National Marine
Electronics Association. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van
hun respectieve eigenaars.
®
support.garmin.com
®
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising