Garmin | Panoptix LiveScope™ LVS12 Transducer | Garmin Panoptix LiveScope™ LVS12 Transducer Installatie-instructies

Garmin Panoptix LiveScope™ LVS12 Transducer Installatie-instructies
Aandachtspunten bij de montage
PANOPTIX LIVESCOPE
LVS12
INSTALLATIE-INSTRUCTIES
™
™
Belangrijke veiligheidsinformatie
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking van de kaartplotter voor waarschuwingen met
betrekking tot het product en andere belangrijke informatie.
U bent verantwoordelijk voor de veilige en voorzichtige besturing
van uw vaartuig. Een echolood is een hulpmiddel dat u meer
informatie geeft over het water onder uw boot. Het ontheft u
echter niet van uw verantwoordelijkheid om het water rond uw
boot in de gaten te houden tijdens het navigeren.
VOORZICHTIG
Het niet in overeenstemming met deze instructies installeren en
onderhouden van dit toestel kan leiden tot schade of letsel.
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een
stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren.
• De transducer mag niet worden gemonteerd in het pad van
de schroef.
• Op een buitenboordmotor moet u de transducer aan de
zijkant van de neergaande slag van de schroef, normaal
gesproken aan stuurboord, monteren.
• De transducer moet niet worden gemonteerd op een plaats
waar deze beschadigd kan raken bij het te water laten,
binnenhalen of opbergen van de boot.
• Plaats de transducer niet achter planken, stijlen, beslag,
waterinlaten of -uitlaten, door-de-huid transducers, of op
plaatsen waar luchtbellen of waterturbulenties ontstaan.
Turbulent water kan de sonarbundel verstoren.
• De transducer moet zo dicht mogelijk bij de middenlijn van de
boot worden gemonteerd.
• Als de transducer verder uit het midden van de spiegel is
geplaatst,
kan de grotere deadrisehoek ertoe leiden dat de
romp van de boot de sonarbundel verstoort , en dat de
detectie aan de andere kant van de boot niet consistent is .
Afbeelding van de transducer van achteren.
LET OP
Controleer voordat u gaat boren of zagen wat zich aan de
andere kant van het oppervlak bevindt.
Om de beste prestaties te garanderen en schade aan uw boot te
voorkomen, moet u het Garmin toestel aan de hand van de
volgende instructies installeren.
Lees alle installatie-instructies zorgvuldig door voordat u met de
installatie begint. Als u problemen ondervindt tijdens het
installeren, kunt u voor meer informatie terecht op
support.garmin.com.
®
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie vandaag nog in zodat wij u beter kunnen
helpen. Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op
een veilige plek.
1 Ga naar my.garmin.com/registration.
2 Aanmelden bij uw Garmin account.
Software-update
U moet de software bijwerken als u dit toestel installeert.
Als uw Garmin kaartplotter over Wi‑Fi technologie beschikt,
moet u de software met behulp van de ActiveCaptain™ app
bijwerken op een compatibel Android™ of Apple toestel. Als uw
kaartplotter niet over Wi‑Fi technologie beschikt, moet u de
software bijwerken met behulp van een geheugenkaart en een
Windows computer.
Ga voor meer informatie naar support.garmin.com.
®
®
• Op boten met twee schroeven moet de transducer zo
mogelijk worden gemonteerd tussen de beide schroeven.
• Indien nodig kunt u voor extra kabellengte een optionele
verlengkabel aansluiten, verkrijgbaar bij buy.garmin.com of
bij uw Garmin dealer.
De transducer aan de trollingmotor
vastmaken
LET OP
Na installatie moet de transducerkabel zijn bevestigd aan de as
of op andere wijze veilig zijn bevestigd. Beschadiging van de
draden of de isolatie van de transducerkabel kan storingen in de
transducer veroorzaken.
®
Benodigd gereedschap
•
•
•
•
•
•
•
1 Druk de slangklem
door de sleuf op de beugelsteun van
de trollingmotor
totdat aan beide zijden van de steun een
stuk van gelijke lengte uitsteekt.
Boormachine
Boortjes van 4 mm (5/32 in.) en 3,2 mm (1/8 in.)
Afdekband
Kruiskopschroevendraaier, nr. 2
Watervaste kit
Gatenzaag van 32 mm (1 1/4 in.) (optioneel)
Kabelbinders (optioneel)
December 2018
190-02495-90_0A
2 Bevestig de slangklem rond de trollingmotor .
3 Breng de bovenkant van de transducer op één lijn met de
bovenkant van de beugel.
4 Bevestig de transducer aan de beugel met behulp van de
knop
.
5 Gebruik kabelbinders (niet meegeleverd) om de
De transducer installeren op de trollingmotorstang
transducerkabel vast te maken aan de as of een andere
veilige plaats.
6 Leid de transducerkabel naar de kaartplotter en houd daarbij
rekening met de volgende aandachtspunten.
• Leid de kabel niet dicht langs elektrische draden of andere
bronnen van elektrische interferentie.
• Leid de kabel zo dat deze niet wordt afgeklemd wanneer
de trollingmotor wordt gebruikt of opgeborgen.
LET OP
Na installatie moet de transducerkabel zijn bevestigd aan de as
of op andere wijze veilig zijn bevestigd. Beschadiging van de
bedrading of de mantel van de transducerkabel kan storingen in
de transducer veroorzaken.
U dient de transducer zo ver mogelijk uit de buurt van de motor
te bevestigen.
De transducer op een trollingmotoras
installeren
2 Bevestig met behulp van de M6-schroeven
1 Oriënteer de trollingmotorsteun (Oriëntatie van de beugel
voor de trollingmotorstang, pagina 2).
trollingmotorsteun
, de gebogen
aan de schuine trollingmotorsteun .
Oriëntatie van de beugel voor de trollingmotorstang
De beugel van de trollingmotorstang heeft een hoek van 8
graden om interferentie van de trollingmotor op de
transducerbundel te beperken. U moet de beugel met het smalle
uiteinde van de hoek omhoog richten wanneer u deze plaatst.
3 Bevestig de transducer aan
De schuine kant van de transducer
van de trollingmotor zijn gericht .
moet naar de voorzijde
de steun met behulp van de
knop .
4 Gebruik kabelbinders (niet meegeleverd) om de
transducerkabel vast te maken aan de as of een andere
veilige plaats.
5 Leid de transducerkabel naar de kaartplotter en houd daarbij
rekening met de volgende aandachtspunten.
• Leid de kabel niet dicht langs elektrische draden of andere
bronnen van elektrische interferentie.
• Leid de kabel zo dat deze niet wordt afgeklemd wanneer
de trollingmotor wordt gebruikt of opgeborgen.
De transducer aan de spiegel van een boot
vastmaken
De transducersteun voor spiegelmontage in elkaar
zetten
Bevestig de transducer
aan de steun voor spiegelmontage
met behulp van de zeskantmoer , rubberen aansluitring
, platte aansluitring
en bout .
2
2 Gebruik de spiegelsteun als sjabloon om de plaats van de
schroefgaten te markeren.
De transducersteun voor spiegelmontage met een
verlengstuk in elkaar zetten
3 Wikkel een stukje tape rond een boortje van 4 mm (5/32 in.)
U kunt een uitbreidingssteun toevoegen om de transducer
verder te verlengen dan de romp op een boot met een diepe vspantvorm. Hierdoor wordt de transducer onder de waterlijn
verlengd zonder dat de steun onder water komt te liggen of dat
deze te dicht bij de rand van uw boot komt. U hoeft de
uitbreidingssteun niet altijd te plaatsen.
4
5
6
7
8
op een afstand van 19 mm (3/4 in.) vanaf de punt van het
boortje om te voorkomen dat u de voorboorgaten te diep
maakt.
Als u de beugel op glasvezel installeert, bevestigt u een
stukje tape over de locatie van het voorboorgat om te
voorkomen dat scheurtjes in de gellaag ontstaan.
Boor met een verzinkboor van 4 mm (5/32 in.) de
voorboorgaten circa 19 mm (3/4 in.) diep op de gemarkeerde
plaatsen.
Breng watervaste kit aan op de meegeleverde schroeven van
20 mm.
Bevestig de transducersteun met de drie 20mm-schroeven
aan de spiegel.
Leid de kabel onder de kabelhaak op de spiegel.
Bevestig de transducersteun voor spiegelmontage
aan het
verlengstuk , en bevestig dit aan de transducer
met
behulp van de zeskantmoeren , rubberen aansluitringen
, platte aansluitringen
en bouten .
9 Als u de kabel door de spiegel moet leiden, kiest u een
De transducersteun voor spiegelmontage installeren
LET OP
Als u de beugel met schroeven bevestigt op glasvezel, kunt u
het beste bij het boren met een kleine verzinkboor alleen in de
bovenste gellaag een kleine verdieping aanbrengen. U voorkomt
hiermee dat er scheuren in de gellaag ontstaan als de
schroeven worden aangedraaid.
1 Om ervoor te zorgen dat de uitlijning onder water juist
plaatsvindt, plaatst u de spiegelmontage zo dat de lijn op de
transducer
wordt uitgelijnd met de onderkant van de
spiegel .
locatie voor het voorboorgat die zich een stuk boven de
waterlijn bevindt en markeert u deze locatie.
10 Als u in stap 8 een voorboorgat hebt gemarkeerd, gebruikt u
een boor van 32 mm (1 1/4 in.) om een gat helemaal door de
spiegel heen te boren.
11 Leid de transducerkabel naar de kaartplotter:
• Als u de kabel door een gat in de spiegel leidt, haalt u de
kabel door het gat dat u in stap 9 hebt geboord.
• Als u de kabel niet door een gat in de spiegel aanlegt, leidt
u de kabel omhoog en over de bovenkant van de spiegel.
Voorkom dat de kabel dicht langs elektrische draden of
andere bronnen van elektrische interferentie loopt.
Het kompas kalibreren
Voordat u het kompas kunt kalibreren, moet de transducer op
voldoende afstand van de trollingmotor op de as zijn geplaatst
om magnetische interferentie te voorkomen, en in het water zijn
geplaatst. De kalibratie moet voldoende nauwkeurig zijn om het
interne kompas te kunnen gebruiken.
3
OPMERKING: U moet de transducer op de spiegel op de
trollingmotor monteren om het kompas te gebruiken. Het
kompas werkt niet wanneer u de transducer op de motor
monteert.
OPMERKING: Gebruik voor de beste resultaten een
koerssensor zoals de SteadyCast™ koerssensor. De
koerssensor geeft de richting waarnaar de transducer ten
opzichte van de boot is gericht aan.
U kunt uw boot alvast draaien voordat u begint te kalibreren,
maar tijdens het kalibreren moet uw boot 1,5 keer volledig
roteren.
1 Selecteer MENU > Echoloodinstelling > Installatie in een
geschikte sonarweergave.
Selecteer
indien nodig Gebruik AHRS om de AHRS-sensor
2
in te schakelen.
3 Selecteer Kalibreer kompas.
4 Volg de instructies op het scherm.
Onderhoud
De transducer schoonmaken
Vuil en aangroei kan zich snel ophopen en de prestaties van uw
toestel verminderen.
1 Verwijder het vuil met een zachte doek en milde reiniger.
2 Veeg het toestel vervolgens droog.
Specificaties
Panoptix LiveScope LVS12 specificaties
Afmetingen (L x H x B)
113 x 92 x 23 mm (4,45 x 3,6 x
91 in.)
Gewicht (alleen transducer)
500 g (1,1 lbs.)
Frequenties
Van 530 tot 1,1 MHz
Bedrijfstemperatuur
Van 0° tot 40°C (van 32° tot
104°F)
Opslagtemperatuur
Van -40° tot 85°C (van -40° tot
185°F)
Maximale diepte/afstand*
61 m (200 ft.)
Beeldveld
Voorkant naar achterkant: twee
30-graden sectoren
Zijkant naar zijkant: 20 graden
Afhankelijk van het zoutgehalte van water, de bodemsoort en
andere watercondities.
Licentie voor open-source software
De licentie(s) voor open-source software die in dit product wordt
gebruikt, vindt u op developer.garmin.com/open-source/linux/.
© 2018 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Garmin en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen.
ActiveCaptain™, LiveScope™, Panoptix™ en SteadyCast™ zijn handelsmerken van
Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden
gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
Android™ is een handelsmerk van Google Inc. Apple is een handelsmerk van Apple Inc.,
geregistreerd in de VS en andere landen. Wi‑Fi is een geregistreerd handelsmerk van
Wi-Fi Alliance Corporation. Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft
Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Overige handelsmerken en
merknamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars.
®
®
®
support.garmin.com
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising