Garmin | GMR Fantom™ 126 | Garmin GMR Fantom™ 126 Installatie-instructies

Garmin GMR Fantom™ 126 Installatie-instructies
GMR FANTOM™ 50/120 SERIE
INSTALLATIE-INSTRUCTIES
Belangrijke veiligheidsinformatie
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
De radar zendt elektromagnetische energie uit. Zorg ervoor dat
de radar is geïnstalleerd op basis van de aanbevelingen in deze
instructies, en dat alle personen uit de buurt van het pad van de
radarstraal zijn voordat u de radar inschakelt. Indien correct
geïnstalleerd en bediend, voldoet het gebruik van deze radar
aan de vereisten van de ANSI/IEEE C95.1-1992 normen voor
veiligheidsniveaus inzake menselijke blootstellingen aan
radiofrequente elektromagnetische velden.
Kijk als de radar aan het zenden is niet direct van dichtbij naar
de antenne; de ogen zijn van alle lichaamsdelen het meest
gevoelig voor elektromagnetische energie.
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
VOORZICHTIG
Dit toestel dient alleen te worden gebruikt als
navigatiehulpmiddel. Gebruik het toestel niet voor doeleinden
waarbij precieze bepalingen van richting, afstand, locatie of
topografie zijn vereist.
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een
stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren.
Als u het toestel openmaakt, kan dit resulteren in persoonlijk
letsel en/of beschadiging van het toestel. Dit toestel heeft geen
onderdelen die u zelf kunt onderhouden. Het toestel dient alleen
open te worden gemaakt door een door Garmin erkend
onderhoudstechnicus. Schade als resultaat van het openen van
het toestel door iemand anders dan een door Garmin erkend
onderhoudstechnicus wordt niet gedekt door de Garmin
garantie.
• 3,31 mm² (12 AWG) koperdraad om de radarbehuizing en
spanningsconverter (indien van toepassing) te aarden (de
lengte is afhankelijk van de afstand vanaf de radar tot massa)
• Watervaste kit
Aandachtspunten bij de montage
Neem deze aandachtspunten in acht bij het kiezen van een
montagelocatie.
• Aanbevolen wordt om de radar buiten bereik van opvarenden
te bevestigen, met de verticale bundelbreedte boven
hoofdhoogte. Om blootstelling aan schadelijke RF-straling te
voorkomen dient het toestel te worden geïnstalleerd op een
locatie waar de maximale veiligheidsafstand tot opvarenden
in acht wordt genomen, zoals vermeld in de
productspecificaties.
• Het toestel dient hoog boven de kiellijn van het schip te
worden bevestigd, zodat de radarstraal niet wordt belemmerd
door obstakels. Obstakels kunnen blinde sectoren en
schaduwsectoren veroorzaken of valse echo's genereren.
Hoe hoger de radar is bevestigd, hoe beter doelen kunnen
worden gedetecteerd.
• De radar dient te worden gemonteerd op een vlak oppervlak
of een platform dat parallel loopt aan de waterlijn van het
schip en stevig genoeg is om het gewicht van het toestel te
dragen. De productspecificaties geven het gewicht per model
en antenne aan.
• Het toestel moet worden gemonteerd op een plaats waar het
kan worden aangesloten op een voeding, massa en het
Garmin Marine Network (Aandachtspunten bij kabels en
verbindingen, pagina 2).
• De radarstralen worden verticaal verspreid tot 11,5° boven en
11,5° onder À het stralingselement van de radar. Op
schepen met hogere boeg bij kruissnelheid kan de
installatiehoek worden verlaagd zodat de straling in ruststand
iets omlaag is gericht naar de waterlijn. Zo nodig kunnen
vulstukken worden gebruikt.
®
LET OP
Controleer voordat u gaat boren of zagen wat zich aan de
andere kant van het oppervlak bevindt.
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie vandaag nog in zodat wij u beter kunnen
helpen. Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op
een veilige plek.
1 Ga naar my.garmin.com/registration.
2 Aanmelden bij uw Garmin account.
Benodigd gereedschap
•
•
•
•
•
•
Kruiskopschroevendraaier, nr. 2
Inbussleutel van 5 mm
Boormachine
Boortje van 15,0 mm (19/32 inch)
Boortje van 32 mm (1 1/4 in.) (optioneel)
Sleutel en momentsleutel van 17 mm (21/32 inch)
• De radar dient te worden bevestigd uit de buurt van
hittebronnen, zoals rookkanalen en lampen.
• Het toestel dient te worden gemonteerd op een ander niveau
dan horizontale spreaders en zalingen in de mast.
• Teneinde interferentie met een magnetisch kompas te
voorkomen, mag de radar niet dichter bij een kompas worden
gemonteerd dan op de kompasveilige afstand die is vermeld
in de productspecificaties.
• Andere elektronica en kabels dienen meer dan 2 m (6,5 ft.)
uit de buurt van het pad van de radarstraal te worden
geplaatst.
• GPS-antennes dienen boven of onder het pad van de
radarstraal te worden geplaatst.
• Het toestel dient op een afstand van ten minste 1 m (40 in.)
van zendapparatuur te worden geplaatst.
• Het toestel dient te worden geplaatst op een afstand van ten
minste 1 m (40 in.) van kabels waarover radiosignalen
worden geleid, bijvoorbeeld van VHF-marifoons, kabels en
antennes.
Juli 2018
190-02392-75_0A
• Het toestel dient te worden geplaatst op een afstand van ten
minste 2 m (6,5 ft.) van Single Side Band (SSB)
radiozenders.
Installatieprocedures
Montageoppervlak voor de radar voorbereiden
Voordat u de radar kunt installeren, moet u een voor plaatsing
geschikte locatie kiezen (Aandachtspunten bij de montage,
pagina 1).
1 Bevestig de meegeleverde montagemal op de ondergrond
van de installatielocatie langs de as boeg-achtersteven, zoals
aangegeven op de mal.
2 Boor de montagegaten met een 15 mm (19/32 inch) boor.
3 Als u de voedings- en netwerkkabels door het
montageoppervlak moet voeren, kiest u een locatie bij het
middenkanaal zoals aangegeven op de sjabloon. Vervolgens
boort u een gat met een boor van 32 mm (11/4 in.) en leidt u
de kabels door het oppervlak (optioneel) (Aandachtspunten
bij kabels en verbindingen, pagina 2).
4 Verwijder de montagesjabloon van het oppervlak.
2 Breng de golfgeleider op de radarvoet Á op gelijke hoogte
met de bus aan de onderkant van de antenne  en schuif de
antenne op de radarvoet.
De radar installeren
Voordat u de radar kunt installeren, moet u een geschikte
installatielocatie kiezen (Aandachtspunten bij de montage,
pagina 1) en de ondergrond voorbereiden voor montage
(Montageoppervlak voor de radar voorbereiden, pagina 2).
1 Plaats de radar op het montageoppervlak, waarbij u de gaten
op de radarvoet uitlijnt met de gaten die u hebt geboord bij
het voorbereiden van de het montageoppervlak.
2 Breng het meegeleverde Petrolatum Primer aan op de helft
van de schroefdraden van de vier draadstangen.
3 Plaats de draadstangen À door het montageoppervlak en in
de radarvoet. Draai ze vast met een inbussleutel van 5 mm.
Voorkom beschadiging van de radarvoet en stop met
aandraaien van de draadstangen zodra u weerstand voelt.
4 Van onder het montageoppervlak plaatst u de meegeleverde
plastic sluitringen Á over de draadstangen en in de gaten.
5 Plaats de platte ringen Â, sluitringen à en zeskantmoeren Ä
over de draadstangen.
6 Draai de zeskantmoeren aan tot een aandraaimoment van
14,7 N-m (11 lbf-ft.) om de radar stevig op de ondergrond te
bevestigen zonder de radar of het montagemateriaal te
beschadigen.
De antenne installeren
Voordat u de antenne op de radar kunt installeren, moet u de
radarvoet bevestigen (De radar installeren, pagina 2).
1 Verwijder de beschermkap À van de golfgeleider bovenop de
radarvoet.
2
3 Bevestig de antenne op de radarvoet door de geborgde
zeskantbouten onder de antennearm vast te draaien.
4 Draai de zeskantbouten vast tot een aandraaimoment van
7,9 N-m (6 lbf-ft.) om de antenne op de radarvoet te
bevestigen zonder de antenne of de bevestigingsmaterialen
te beschadigen.
Aandachtspunten bij kabels en verbindingen
Het kan nodig zijn om gaten van 32 mm (11/4 in.) te boren voor
het doorvoeren van voedings-, netwerk- of massakabels.
• Wanneer meerdere kabels door hetzelfde gat worden geleid,
moet u eerst de netwerkkabel en daarna de voedings- en
massakabels leggen vanwege de grootte van de
netwerkconnector.
• U dient watervaste kit op het gat aan te brengen nadat de
kabels zijn gelegd om een waterdichte afdichting te
verzekeren.
Als het kabelgat op een zichtbare locatie moet worden gemaakt,
kunt u decoratieve kabelringen kopen bij Garmin of een Garmin
dealer (optioneel).
• Indien nodig kunt u de opening in de ring aanpassen zodat u
meerdere kabels door dezelfde opening kunt leiden.
• De optionele kabelring biedt GEEN waterdichte afdichting. U
dient watervaste kit aan te brengen op de kabelring zodra de
kabels zijn gelegd om een waterdichte afdichting te
verzekeren.
Houd bij het installeren van de kabels rekening met het
volgende.
• Het wordt afgeraden om de Garmin Marine Network kabel
door te snijden. Als dit toch nodig is, kunt u dit doen met een
installatiekit die u kunt kopen bij Garmin of een Garmin
dealer.
• De massakabel is niet meegeleverd en moet verbinding
maken met een watermassapunt, niet de negatieve
aansluiting van de accu (De radar aarden, pagina 3).
• Voor de veiligheid dienen geschikte kabelbinders,
bevestigingsmaterialen en afdichtmiddelen te worden
gebruikt om de kabel over het hele lengte en door
scheidingswanden of het dek goed te bevestigen.
• Leg geen kabels aan in de buurt van bewegende voorwerpen
en hittebronnen of door deuropeningen en onderruimen.
• Leg voedings- en netwerkkabels niet naast of parallel aan
andere kabels, zoals antenne- of elektriciteitskabels. Zo
voorkomt u interferentie met andere apparatuur. Als dit niet
mogelijk is, dienen de kabels te worden gelegd door metalen
leidingen of op een andere manier te worden beschermd
tegen elektromagnetische straling.
• De voedingskabel dient zo dicht mogelijk bij de batterij te
worden geïnstalleerd.
◦ Als de voedingskabel moet worden verlengd, dient een
verlengkabel van de juiste dikte te worden gebruikt
(Voedingskabel verlengen, pagina 3).
◦ Foutief verlengde kabels kunnen te weinig voeding geven,
waardoor de radar niet goed werkt.
Radar op de voeding aansluiten via een spannings­
converter
WAARSCHUWING
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
LET OP
Gebruik geen spanningsconverters van oudere Garmin
radarmodellen of andere leveranciers. Als u een andere
converter gebruikt dan is meegeleverd bij de radar, kan dit de
radar beschadigen of inschakeling van de radar blokkeren.
Sommige radarmodellen vereisen een spanningsconverter om
de juiste voeding te leveren. Als uw model radar is geleverd met
een spanningsconverter, moet u deze installeren om uw radar te
kunnen gebruiken. Als bij uw model geen spanningsconverter is
meegeleverd, moet u de voedingskabel direct aansluiten op de
accu van de boot (Aansluiten op de voeding, pagina 3).
Neem de volgende aandachtspunten in acht bij het installeren
van de spanningsconverter voor een bijpassend model radar.
• De spanningsconverter heeft een ingangsspanning nodig van
10 tot 32 V gelijkstroom.
• Aangeraden wordt om de spanningsconverter zo dicht
mogelijk bij de voedingsbron te plaatsen.
• Aanbevolen wordt om de voedingskabel van de
spanningsconverter rechtstreeks op de accu aan te sluiten.
Als het nodig is om de kabel te verlengen, dient een
verlengkabel van de juiste dikte en lengte te worden gebruikt.
(Voedingskabel verlengen, pagina 3).
1 Leid de voedingskabel naar de radar en de
spanningsconverter.
2 Gebruik contactklemmetjes en krimpkous om de
voedingskabel aan te sluiten op de spanningsconverter.
De voedingskabel van de radar heeft een zekering van 15 A
die bij het aansluiten van de spanningsconverter niet mag
worden verwijderd.
3 Sluit de spanningsconverter aan op de bootaccu via de
meegeleverde 30 A zekering.
De 30 A zekering tussen de spanningsconverter en de accu
is een extra zekering bovenop de 15 A zekering in de
voedingskabel van de radar. Beide zekeringen zijn
noodzakelijk om te zorgen dat de radar naar behoren werkt.
4 Sluit de voedingskabel aan op de POWER poort van de
radar.
Aansluiten op de voeding
WAARSCHUWING
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
Onderdeel
Beschrijving
Naar het Garmin Marine Network
À
Á
Â
Houder 15 ampère zekering
Naar de bootaccu (van 10 tot 32 V gelijkstroom)
Wateraarding
1 Leid de voedingskabel naar de radar en de bootaccu.
2 Sluit de voedingskabel aan op de bootaccu.
3 Sluit de voedingskabel aan op de POWER poort van de
radar.
Voedingskabel verlengen
Aanbevolen wordt om de voedingskabel rechtstreeks op de
accu aan te sluiten. Als het nodig is om de kabel te verlengen,
dient een verlengkabel van de juiste dikte en lengte te worden
gebruikt.
Gebruik contactklemmetjes en krimpkous om een
waterbestendige verbinding te maken.
Onderdeel
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Beschrijving
Naar het Garmin Marine Network
Houder 15 A zekering
Afstand
Lengte en dikte verlengstuk
3 m (9 ft. 10 in.)
3,31 mm² (12 AWG)
5 m (16 ft. 4 in.)
5,26 mm² (10 AWG)
6,5 m (21 ft. 3 in.)
6,63 mm² (9 AWG)
8 m (26 ft. 2 in.)
8,36 mm² (8 AWG)
Rood (+)
De radar aarden
Zwart (-)
De radar moet worden aangesloten op het juiste type aarding
met koperdraad met een doorsnee van 3,31 mm² (12 AWG)
(niet meegeleverd).
1 Leid een 3,31 mm² (12 AWG) koperdraad naar een
wateraardingslocatie en naar de radarvoet.
Naar de bootaccu (10 tot 32 V gelijkstroom)
Houder 30 A zekering
Wateraarding
3
2 Sluit de draad aan op het aardcontact ( ) op de radarvoet
met de vooraf aangebrachte contactklem À.
3 Smeer de aardschroef en contactklem in met waterdichte kit.
4 Sluit het andere uiteinde van de draad aan op de
5
6
7
8
9
wateraardingslocatie op de boot en smeer de aansluiting in
met waterdichte kit.
Selecteer een optie:
• Als bij uw radar geen spanningsconverter is meegeleverd,
is verdere aarding niet nodig.
• Als bij uw radar een spanningsconverter is meegeleverd,
gaat u verder met de volgende stap.
Leid een andere 3,31 mm² (12 AWG) koperdraad naar de
wateraardingslocatie en de spanningsconverter.
Draai een schroef in een van de hoeken van de
spanningsconverter los en bevestig de koperdraad aan de
schroef.
Smeer de schroef en het draad op de spanningsconverter in
met waterdichte kit.
Sluit het andere uiteinde van de draad aan op de
wateraardingslocatie op de boot en smeer de aansluiting in
met waterdichte kit.
Aandachtspunten Garmin Marine Network
Dit toestel maakt verbinding met Garmin Marine Network
toestellen om radargegevens te delen met compatibele
toestellen in het netwerk. Neem de volgende punten in acht
wanneer u verbinding maakt met een Garmin Marine Network
toestel.
• Er moet een Garmin Marine Network kabel worden gebruikt
voor alle Garmin Marine Network aansluitingen.
◦ U kunt een Garmin Marine Network kabel niet
doorsnijden. U moet een langere kabel gebruiken of
verlengkabels toevoegen waar nodig.
◦ Garmin Marine Network kabels en verlengkabels zijn
verkrijgbaar bij uw Garmin dealer.
• Indien nodig, kunt u een Garmin Marine Network
adapterkabel gebruiken om dit toestel op uw kaartplotter of
GMS™ 10-netwerkpoort-expander aan te sluiten.
Een Garmin Marine Network kabel aansluiten
1 Leid één uiteinde van de Garmin Marine Network kabel naar
de radar.
OPMERKING: De meegeleverde Garmin Marine Network
kabel heeft een 90-graden connector voor aansluiting op de
NETWORK poort van de radarbehuizing zodat deze goed
achter de klep past. Als u niet van plan bent de klep op de
radarbehuizing te installeren, kunt u een Garmin Marine
Network kabel met een rechte connector aanschaffen bij uw
Garmin dealer.
2 Sluit de kabel aan op de NETWORK poort van de radar.
LET OP
Wees voorzichtig bij het aansluiten van de kabel op de radar.
Als u probeert de kabel onder een hoek aan te sluiten,
beschadigt u mogelijk de pinnen van de NETWORK poort.
4
3 Draai de ring op de kabel rechtsom om de kabel vast te
zetten op de radar.
Een Garmin Marine Network adapterkabel installeren
Indien nodig kunt u de meegeleverde Garmin Marine Network
adapterkabel gebruiken om dit toestel aan te sluiten op uw
kaartplotter of GMS 10 netwerkpoort-expander.
1 Sluit de Garmin Marine Network kabel aan op het toestel en
leid deze naar uw kaartplotter of poort-expander.
2 Als deze niet al vooraf geïnstalleerd is, sluit u de
meegeleverde adapter aan op het uiteinde van de Garmin
Marine Network kabel.
3 Sluit de adapterkabel aan op uw kaartplotter of poortexpander.
De kabelafdekking plaatsen
U moet de radar bevestigen en alle kabels aanbrengen en op de
radar aansluiten voordat u de kabelafdekking kunt plaatsen.
1 Houd de kabelafdekking À parallel aan de zijkant van de voet
Á.
2 Schuif de kabelafdekking op de voet  en schuif het lipje Ã
in de sleuf op de voet.
3 Bevestig de kabelafdekking aan de voet met de bijgevoegde
bouten.
Bediening van de radar
Alle functies van deze radar worden bediend met uw Garmin
kaartplotter. Zie het radargedeelte in de handleiding bij uw
kaartplotter voor bedieningsinstructies. U kunt de nieuwste
handleiding downloaden op www.garmin.com/manuals.
Als u meer dan één radar op uw boot hebt, moet u het
radarscherm weergeven van de radar die u wilt configureren.
Software­update
U moet de software bijwerken als u dit toestel installeert.
Als uw Garmin kaartplotter over Wi‑Fi technologie beschikt,
moet u de software met behulp van de ActiveCaptain™ app
bijwerken op een compatibel Android™ of Apple toestel. Als uw
kaartplotter niet over Wi‑Fi technologie beschikt, moet u de
software bijwerken met behulp van een geheugenkaart en een
Windows computer.
Ga voor meer informatie naar support.garmin.com.
®
®
®
De grootte van de antenne opgeven
Voordat u de radar op uw systeem kunt gebruiken, moet u de
grootte van de antenne opgeven.
1 Schakel de radar en alle met het Garmin Marine Network
verbonden toestellen in.
Op de aangesloten kaartplotters wordt een
antenneselectiescherm weergegeven.
OPMERKING: Als het hele systeem voor de eerste keer
wordt opgestart, maakt het antenneselectiescherm deel uit
van het installatieproces.
2 Selecteer voor elke op de boot geïnstalleerde open array
radar de grootte van de geïnstalleerde antenne.
TIP: Als u een afwijkend antenneformaat moet opgeven
terwijl u het radarscherm bekijkt voor de radar die u wilt
wijzigen, selecteert u Menu > Radar instellen > Installatie >
Antenneconfiguratie > Antenneafmet. en kiest u ten slotte
het juiste antenneformaat.
Boegcorrectie
De boegcorrectie compenseert de fysieke locatie van de
radarscanner op het schip als de radarscanner niet op één lijn
ligt met de boegas.
De mogelijke boegcorrectie meten
De boegcorrectie compenseert de fysieke locatie van de
radarscanner op het schip als de radarscanner niet op één lijn
ligt met de boegas.
1 Maak met behulp van een magnetisch kompas een optische
peiling van een stilliggend object dat zich binnen het
zichtbare bereik bevindt.
2 Meet de peiling van het object op de radar.
3 Als de afwijking van de peiling meer dan +/- 1° bedraagt, stelt
u de boegcorrectie in.
De boegcorrectie instellen
Om de boegcorrectie te kunnen instellen, moet u eerst de
potentiële boegcorrectie meten.
De instelling van de boegcorrectie die voor één radarmodus
wordt opgegeven, geldt voor alle andere radarmodi en voor de
radaroverlay.
1 Selecteer op een radarscherm of de radaroverlay Menu >
Radar instellen > Installatie > Voorkant boot.
2 Selecteer Omhoog of Omlaag om de correctie in te stellen.
Onderdeel Afmetingen
Beschrijving
4-voet modellen: 132,8 cm
(4 ft. 45/16 inch)
6-voet modellen: 193,8 cm
(6 ft. 45/16 inch)
Lengte antenne
Á
40,3 cm (157/8 inch)
Van onderkant radarvoet tot
bovenkant antenne
Â
28,6 cm (111/4 inch)
Breedte van de radarvoet
aan de onderkant
Ã
36,4 cm (145/16 inch)
Breedte van de radarvoet in
het midden
À
Fysieke specificaties
Specificatie
Afmetingen
Minimale veilige
gebruiksafstand*
GMR™ Fantom 54
• 100 W/m2: 1,75 m (5,7 ft.)
• 50 W/m2: 2,45 m (8 ft.)
• 10 W/m2: 5,40 m (17,7 ft.)
GMR Fantom 56
• 100 W/m2: 2,15 m (7,1 ft.)
• 50 W/m2: 3,05 m (10 ft.)
• 10 W/m2: 6,80 m (22,3 ft.)
GMR Fantom 124
• 100 W/m2: 2,65 m (8,7 ft.)
• 50 W/m2: 3,75 m (12,3 ft.)
• 10 W/m2: 8,40 m (27,6 ft.)
GMR Fantom 126
• 100 W/m2: 3,35 m (11 ft.)
• 50 W/m2: 4,75 m (15,6 ft.)
• 10 W/m2: 10,55 m (34,6 ft.)
Specificaties
Kompasveilige
afstand
300 mm (11,8 in.)
Afmetingen
Gewicht radarvoet
15,8 kg (34,8 lb.)
Gewicht antenne
4-voet antenne: 5,2 kg (11,4 lb.)
6-voet antenne: 7,3 kg (16,0 lb.)
Lengte voedingskabel
15 m (49 ft. 3 inch)
Lengte netwerkkabel
15 m (49 ft. 3 inch)
Draaisnelheid
antenne
24 rpm en 48 rpm
OPMERKING: De antenne draait alleen met 48
rpm wanneer in de modus Enkel bereik, met
MotionScope™ uitgeschakeld, en bij bereik-instellingen van 12 nm of lager.
Maximale windbelasting
80 kn
Een aangepaste parkeerstand instellen
Standaard wordt de radarantenne loodrecht op het voetstuk
gestopt wanneer de radar niet draait. U kunt deze positie
wijzigen.
1 Selecteer in het radarscherm Menu > Radar instellen >
Installatie > Antenneconfiguratie > Parkeerstand.
2 Gebruik de schuifregelaar om de parkeerstand van de
antenne aan te passen en selecteer Terug.
Onderdeel Afmetingen
Beschrijving
À
185,9 mm (75/16 inch) Van draaipunt tot achterkant
radarvoet
Á
234,7 mm (91/4 inch) Van draaipunt tot voorkant
radarvoet
Â
86 mm (325/64 inch)
Ã
Ä
Van draaipunt tot montagegaten
achterkant
114 mm
(41/2
inch)
Van draaipunt tot montagegaten
voorkant
200 mm
(77/8
inch)
Afstand tussen de montagegaten
Temperatuurbereik Van -15 tot 55ºC (van 5 tot 131ºF)
Vochtigheid
95% bij 35°C (95°F)
Waterbestendigheid
IEC 60529 IPX6 (beschermd tegen zware zee)
Peilnauwkeurigheid 0,25 graden
* BELANGRIJK: De beroepsmatige gebruiker dient tot de
antenne een minimale afstand van 100 W/m2 in acht te houden.
De consument dient tot de antenne de aangegeven minimale
afstand van 10 W/m2 in acht te houden. Bij deze configuratie
5
worden de blootstellingslimieten voor radiogolven bevolkte/
ongecontroleerde gebieden gehandhaafd.
Kleur en activiteit
statuslampje
Radarstatus
Elektronische specificaties
Constant rood
De radar is aan het opstarten. Het lampje dient
kort rood te schijnen en daarna groen te
knipperen.
Groen knipperend
De radar werkt correct.
Oranje knipperend
De radarsoftware wordt bijgewerkt.
Knippert rood
Er is een fout opgetreden in de radar. Neem
contact op met Garmin product support voor
hulp.
Specificatie Afmetingen
Ingangsspanning
Van 10 tot 32 V gelijkstroom
Zekering
Radarvoedingskabel: 15 A, blade-type
Spanningsconverterkabel (indien van toepassing): 30 A,
blade-type
Ingangsspanning
GMR Fantom 54 en 56
• Standaard: 65 W
• Maximaal: 170 W
GMR Fantom 124 en 126
• Standaard: 80 W
• Maximaal: 185 W
Contact opnemen met Garmin Support
• Ga naar support.garmin.com voor hulp en informatie, zoals
producthandleidingen, veelgestelde vragen video's en
klantondersteuning.
• Bel in de VS met 913-397-8200 of 1-800-800-1020.
• Bel in het VK met 0808 238 0000.
• Bel in Europa met +44 (0) 870 850 1241.
Specificaties antenne
Specificatie
Afmetingen
Type
End-fed slotted waveguide (golfgeleider)
Horizontale straalbreedte
4-voet antenne: 1,8 graden
6-voet antenne: 1,25 graden
Horizontale zijlobben
-23 dB binnen ±10 graden van hoofdlob
-30 dB buiten ±10 graden van hoofdlob
Verticale straalbreedte
22 graden
Polarisatie
Horizontaal
© 2018 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Garmin en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. GMR™,
Fantom™, en MotionScope™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder
uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
Licentie voor open­source software
De licentie(s) voor open-source software die in dit product wordt
gebruikt, vindt u op developer.garmin.com/open-source/linux/.
Installatieproblemen oplossen
Symptoom
Mogelijke oorzaken
De radar gaat niet • Mogelijk is de voedingskabel niet goed
aan. Het statusaangesloten op het toestel of de accu.
lampje brandt niet.
Controleer alle aansluitingen.
• Mogelijk is de interne zekering doorgebrand.
Controleer de zekering en vervang deze zo
nodig.
• Mogelijk is de kabel die is gebruikt om de
voedingskabel te verlengen niet dik genoeg voor
de lengte van het verlengstuk. Controleer aan
de hand van de tabel in het gedeelte over het
verlengen van de voedingskabel in deze
instructies of de kabel de juiste dikte en lengte
heeft (Voedingskabel verlengen, pagina 3).
De radar is niet
• Mogelijk krijgt de radar geen stroom. Controleer
beschikbaar op het
het statuslampje.
Garmin toestel of • Mogelijk is de software van het toestel niet
op de op het
bijgewerkt. Werk de software op het toestel of
Garmin Marine
op het Garmin Marine Network bij.
Network
• Mogelijk is de netwerkkabel niet goed
aangesloten
aangesloten op het toestel of het Garmin Marine
toestellen.
Network. Controleer alle aansluitingen.
• Als een door de gebruiker te installeren
netwerkconnector is gebruikt, is deze mogelijk
niet goed geïnstalleerd. Controleer de
connector.
Het statuslampje bevindt zich op het productlabel en kan helpen
bij het oplossen van installatieproblemen.
support.garmin.com
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising