Garmin | GMR™ 2524 xHD2 | Garmin GMR™ 2524 xHD2 Installatie-instructies

Garmin GMR™ 2524 xHD2 Installatie-instructies
• Watervaste kit
GMR™ 420/620/1220/2520
XHD2 SERIE
INSTALLATIE-INSTRUCTIES
Belangrijke veiligheidsinformatie
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
De radar zendt elektromagnetische energie uit. Zorg ervoor dat
de radar is geïnstalleerd op basis van de aanbevelingen in deze
instructies, en dat alle personen uit de buurt van het pad van de
radarstraal zijn voordat u de radar inschakelt. Indien correct
geïnstalleerd en bediend, voldoet het gebruik van deze radar
aan de vereisten van de ANSI/IEEE C95.1-1992 normen voor
veiligheidsniveaus inzake menselijke blootstellingen aan
radiofrequente elektromagnetische velden.
Kijk als de radar aan het zenden is niet direct van dichtbij naar
de antenne; de ogen zijn van alle lichaamsdelen het meest
gevoelig voor elektromagnetische energie.
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
VOORZICHTIG
Dit toestel dient alleen te worden gebruikt als
navigatiehulpmiddel. Gebruik het toestel niet voor doeleinden
waarbij precieze bepalingen van richting, afstand, locatie of
topografie zijn vereist.
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een
stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren.
Als u het toestel openmaakt, kan dit resulteren in persoonlijk
letsel en/of beschadiging van het toestel. Dit toestel heeft geen
onderdelen die u zelf kunt onderhouden. Het toestel dient alleen
open te worden gemaakt door een door Garmin erkend
onderhoudstechnicus. Schade als resultaat van het openen van
het toestel door iemand anders dan een door Garmin erkend
onderhoudstechnicus wordt niet gedekt door de Garmin
garantie.
®
LET OP
Controleer voordat u gaat boren of zagen wat zich aan de
andere kant van het oppervlak bevindt.
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie vandaag nog in zodat wij u beter kunnen
helpen. Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op
een veilige plek.
1 Ga naar my.garmin.com/registration.
2 Aanmelden bij uw Garmin account.
Benodigd gereedschap
•
•
•
•
•
Nr. 2 kruiskopschroevendraaier
Inbussleutel van 5 mm
Boormachine en 15,0 mm (19/32 in.) boor
17 mm (21/32 in.) sleutel en momentsleutel
3,31 mm² (12 AWG) koperdraad om de radarbehuizing (en
spanningsconverter, indien van toepassing) te aarden.
Aandachtspunten bij de montage
Neem deze aandachtspunten in acht bij het kiezen van een
montagelocatie.
• Aanbevolen wordt om de radar buiten bereik van opvarenden
te bevestigen, met de verticale bundelbreedte boven
hoofdhoogte. Om blootstelling aan schadelijke RF-straling te
voorkomen dient het toestel te worden geïnstalleerd op een
locatie waar de maximale veiligheidsafstand tot opvarenden
in acht wordt genomen, zoals vermeld in de
productspecificaties.
• Het toestel dient hoog boven de kiellijn van het schip te
worden bevestigd, zodat de radarstraal niet wordt belemmerd
door obstakels. Obstakels kunnen blinde sectoren en
schaduwsectoren veroorzaken of valse echo's genereren.
Hoe hoger de radar is bevestigd, hoe beter doelen kunnen
worden gedetecteerd.
• De radar dient te worden gemonteerd op een vlak oppervlak
of een platform dat parallel loopt aan de waterlijn van het
schip en stevig genoeg is om het gewicht van het toestel te
dragen. De productspecificaties geven het gewicht per model
en antenne aan.
• Het toestel moet worden gemonteerd op een plaats waar het
kan worden aangesloten op een voeding, massa en het
Garmin Marine Network (Aandachtspunten bij kabels en
verbindingen, pagina 3).
• De radarstralen worden verticaal verspreid tot 11,5° boven en
11,5° onder À het stralingselement van de radar. Op
schepen met hogere boeg bij kruissnelheid kan de
installatiehoek worden verlaagd zodat de straling in ruststand
iets omlaag is gericht naar de waterlijn. Zo nodig kunnen
vulstukken worden gebruikt.
• De radar dient te worden bevestigd uit de buurt van
hittebronnen, zoals rookkanalen en lampen.
• Het toestel dient te worden gemonteerd op een ander niveau
dan horizontale spreaders en zalingen in de mast.
• Teneinde interferentie met een magnetisch kompas te
voorkomen, mag de radar niet dichter bij een kompas worden
gemonteerd dan op de kompasveilige afstand die is vermeld
in de productspecificaties.
• Andere elektronica en kabels dienen meer dan 2 m (6,5 ft.)
uit de buurt van het pad van de radarstraal te worden
geplaatst.
• GPS-antennes dienen boven of onder het pad van de
radarstraal te worden geplaatst.
• Het toestel dient op een afstand van ten minste 1 m (40 in.)
van zendapparatuur te worden geplaatst.
• Het toestel dient te worden geplaatst op een afstand van ten
minste 1 m (40 in.) van kabels waarover radiosignalen
worden geleid, bijvoorbeeld van VHF-marifoons, kabels en
antennes.
• Het toestel dient te worden geplaatst op een afstand van ten
minste 2 m (6,5 ft.) van Single Side Band (SSB)
radiozenders.
Augustus 2018
190-01818-75_0D
Installatieprocedures
Ondergrond en radar voorbereiden op installatie
Voordat u de radar kunt installeren, moet u een voor plaatsing
geschikte locatie kiezen (Aandachtspunten bij de montage,
pagina 1).
1 Bevestig de meegeleverde montagemal op de ondergrond
van de installatielocatie langs de as boeg-achtersteven, zoals
aangegeven op de mal.
2 Boor de montagegaten met een 15 mm (19/32 inch) boor.
3 Als u de voedings- en netwerkkabels door het
montageoppervlak moet voeren, kiest u een locatie onder de
stroom- en netwerkconnectors zoals aangegeven op de
sjabloon. Vervolgens boort u een gat met een boor van
32 mm (11/4 in.) en leidt u de kabels door het oppervlak
(optioneel) (Aandachtspunten bij kabels en verbindingen,
pagina 3).
4 Verwijder de montagesjabloon van het oppervlak.
5 Verwijder de klep aan de voorkant van de radarvoet door de
schroef los te draaien en de klep uit de hengsels te tillen.
Als de kant met de klep naar de boeg is gekeerd, moet u de
boeg-offset op de kaartplotter bijstellen om een juiste
radarscan te ontvangen (Boegcorrectie, pagina 5).
2 Til de radar in de juiste stand en laat hem voorzichtig zakken
op de ondergrond, met de draadstangen door de gaten.
3 Plaats aan de onderkant van de montageplaats de sluitringen
met kraag À op de draadstangen en druk ze stevig aan in het
montageoppervlak.
4 Plaats de platte ringen Á, sluitringen  en zeskantmoeren Ã
over de draadstangen.
5 Draai de zeskantmoeren aan tot 1,5 kgf-m (130 lbf-inch
[11 lbf-ft.]) om de radar stevig op de ondergrond te
bevestigen zonder de radar of het montagemateriaal te
beschadigen.
De antenne installeren
Voordat u de antenne op de radar kunt installeren, moet u de
radarvoet bevestigen (De radar installeren, pagina 2).
1 Verwijder de beschermkap À van de golfgeleider bovenop de
radarvoet.
6 Breng het meegeleverde Petrolatum Primer aan op de helft
van de schroefdraden van de vier draadstangen.
7 Plaats de met een Petrolatum Primer behandelde uiteinden
van de draadstangen in de radarvoet.
8 Draai de draadstangen aan met een 5 mm inbussleutel.
Voorkom beschadiging van de radarvoet en stop met
aandraaien van de draadstangen zodra u weerstand voelt.
De radar installeren
Voordat u de radar kunt installeren, moet u eerst een voor
plaatsing geschikte locatie kiezen en de ondergrond en de radar
voorbereiden voor montage (Ondergrond en radar voorbereiden
op installatie, pagina 2).
1 Bepaal welk uiteinde van de radarvoet u in de richting van de
boeg, langs de as boeg-achtersteven, wilt monteren.
2
2 Breng de golfgeleider Á op de radarvoet op gelijke hoogte
met de bus aan de onderkant van de antenne  en schuif de
antenne op de radarvoet.
3 Bevestig de antenne op de radarvoet met de meegeleverde
zeskantbouten à en veerringen Ä.
Radar op de voeding aansluiten via een spannings­
converter
WAARSCHUWING
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
4 Draai de zeskantbouten aan tot 0,81 kgf-m (70 lfb-inch [6 lbfft.]) om de antenne op de radarvoet te bevestigen zonder de
antenne of de bevestigingsmaterialen te beschadigen.
Aandachtspunten bij kabels en verbindingen
(11/4
Het kan nodig zijn om gaten van 32 mm
in.) te boren voor
het doorvoeren van voedings-, netwerk- of massakabels.
• Wanneer meerdere kabels door hetzelfde gat worden geleid,
moet u eerst de netwerkkabel en daarna de voedings- en
massakabels leggen vanwege de grootte van de
netwerkconnector.
• U dient watervaste kit op het gat aan te brengen nadat de
kabels zijn gelegd om een waterdichte afdichting te
verzekeren.
Als het kabelgat op een zichtbare locatie moet worden gemaakt,
kunt u decoratieve kabelringen kopen bij Garmin of een Garmin
dealer (optioneel).
• Indien nodig kunt u de opening in de ring aanpassen zodat u
meerdere kabels door dezelfde opening kunt leiden.
• De optionele kabelring biedt GEEN waterdichte afdichting. U
dient watervaste kit aan te brengen op de kabelring zodra de
kabels zijn gelegd om een waterdichte afdichting te
verzekeren.
Houd bij het installeren van de kabels rekening met het
volgende.
• Het wordt afgeraden om de Garmin Marine Network kabel
door te snijden. Als dit toch nodig is, kunt u dit doen met een
installatiekit die u kunt kopen bij Garmin of een Garmin
dealer.
• De massakabel is niet meegeleverd en moet verbinding
maken met een watermassapunt, niet de negatieve
aansluiting van de accu (De radar aarden, pagina 4).
• Voor de veiligheid dienen geschikte kabelbinders,
bevestigingsmaterialen en afdichtmiddelen te worden
gebruikt om de kabel over het hele lengte en door
scheidingswanden of het dek goed te bevestigen.
• Leg geen kabels aan in de buurt van bewegende voorwerpen
en hittebronnen of door deuropeningen en onderruimen.
• Leg voedings- en netwerkkabels niet naast of parallel aan
andere kabels, zoals antenne- of elektriciteitskabels. Zo
voorkomt u interferentie met andere apparatuur. Als dit niet
mogelijk is, dienen de kabels te worden gelegd door metalen
leidingen of op een andere manier te worden beschermd
tegen elektromagnetische straling.
• De voedingskabel dient zo dicht mogelijk bij de batterij te
worden geïnstalleerd.
◦ Als de voedingskabel moet worden verlengd, dient een
verlengkabel van de juiste dikte te worden gebruikt
(Voedingskabel verlengen, pagina 4).
◦ Foutief verlengde kabels kunnen te weinig voeding geven,
waardoor de radar niet goed werkt.
LET OP
Gebruik geen spanningsconverters van oudere Garmin
radarmodellen of andere leveranciers. Als u een andere
converter gebruikt dan is meegeleverd bij de radar, kan dit de
radar beschadigen of inschakeling van de radar blokkeren.
Sommige radarmodellen vereisen een spanningsconverter om
de juiste voeding te leveren. Als uw model radar is geleverd met
een spanningsconverter, moet u deze installeren om uw radar te
kunnen gebruiken. Als bij uw model geen spanningsconverter is
meegeleverd, moet u de voedingskabel direct aansluiten op de
accu van de boot (Rechtstreeks op de voeding aansluiten,
pagina 4).
Neem de volgende aandachtspunten in acht bij het installeren
van de spanningsconverter voor een bijpassend model radar.
• De spanningsconverter heeft een ingangsspanning nodig van
10 tot 32 V gelijkstroom.
• Aangeraden wordt om de spanningsconverter zo dicht
mogelijk bij de voedingsbron te plaatsen.
• Aanbevolen wordt om de voedingskabel van de
spanningsconverter rechtstreeks op de accu aan te sluiten.
Als het nodig is om de kabel te verlengen, dient een
verlengkabel van de juiste dikte en lengte te worden gebruikt.
(Voedingskabel verlengen, pagina 4).
Onderdeel
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Beschrijving
Naar het Garmin Marine Network
Houder 10 A zekering
Rood (+)
Zwart (-)
Naar de bootaccu (10 tot 32 V gelijkstroom)
Houder 30 A zekering
Wateraarding
1 Leid de voedingskabel naar de radar en de
spanningsconverter.
2 Gebruik contactklemmetjes en krimpkous om de
voedingskabel aan te sluiten op de spanningsconverter.
De voedingskabel van de radar heeft een zekering van 10 A
die bij het aansluiten van de spanningsconverter niet mag
worden verwijderd.
3 Sluit de spanningsconverter aan op de bootaccu via de
meegeleverde 30 A zekering.
3
De 30 A zekering tussen de spanningsconverter en de accu
is een extra zekering bovenop de 10 A zekering in de
voedingskabel van de radar. Beide zekeringen zijn
noodzakelijk om te zorgen dat de radar naar behoren werkt.
4 Sluit de voedingskabel aan op de POWER poort van de
radar.
Rechtstreeks op de voeding aansluiten
WAARSCHUWING
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
3 Smeer de aardschroef en contactklem in met waterdichte kit.
4 Sluit het andere uiteinde van de draad aan op de
5
Sommige modellen radar hebben geen spanningsconverter
nodig. Als bij uw model geen spanningsconverter is
meegeleverd, moet deze rechtstreeks op de voeding worden
aangesloten.
6
7
8
9
Onderdeel
À
Á
Â
Beschrijving
Aandachtspunten Garmin Marine Network
Naar het Garmin Marine Network
Dit toestel maakt verbinding met Garmin Marine Network
toestellen om radargegevens te delen met compatibele
toestellen in het netwerk. Neem de volgende punten in acht
wanneer u verbinding maakt met een Garmin Marine Network
toestel.
• Er moet een Garmin Marine Network kabel worden gebruikt
voor alle Garmin Marine Network aansluitingen.
◦ U mag geen CAT5-kabel en RJ45-stekkers van andere
merken gebruiken voor Garmin Marine Network
verbindingen.
◦ Andere Garmin Marine Network kabels en stekkers zijn
verkrijgbaar bij uw Garmin dealer.
• Hoewel dit niet wordt aangeraden, kunt u zo nodig een fieldinstallable connector gebruiken om een Garmin Marine
Network kabel op maat te maken. Volg de instructies bij de
connector.
Houder 15 ampère zekering
Naar de bootaccu (10 tot 32 V gelijkstroom)
Wateraarding
1 Leid de voedingskabel naar de radar en de bootaccu.
2 Sluit de voedingskabel aan op de bootaccu.
3 Sluit de voedingskabel aan op de POWER poort van de
radar.
Voedingskabel verlengen
Aanbevolen wordt om de voedingskabel rechtstreeks op de
accu aan te sluiten. Als het nodig is om de kabel te verlengen,
dient een verlengkabel van de juiste dikte en lengte te worden
gebruikt.
Gebruik contactklemmetjes en krimpkous om een
waterbestendige verbinding te maken.
Afstand
Lengte en dikte verlengstuk
3 m (9 ft. 10 in.)
3,31 mm² (12 AWG)
5 m (16 ft. 4 in.)
5,26 mm² (10 AWG)
6,5 m (21 ft. 3 in.)
6,63 mm² (9 AWG)
8 m (26 ft. 2 in.)
8,36 mm² (8 AWG)
De radar aarden
De radar (en indien van toepassing de spanningsconverter)
moeten worden aangesloten op het juiste type aarding met
koperdraad met een doorsnee van 3,31 mm² (12 AWG) (niet
meegeleverd).
1 Leid een 3,31 mm² (12 AWG) koperdraad naar een
wateraardingslocatie en naar de radarvoet.
2 Sluit de draad aan op het aardcontact op de radarvoet ( )
met de vooraf aangebrachte contactklem.
4
wateraardingslocatie op de boot en smeer de aansluiting in
met waterdichte kit.
Selecteer een optie:
• Als bij uw radar geen spanningsconverter is meegeleverd,
is verdere aarding niet nodig.
• Als bij uw radar een spanningsconverter is meegeleverd,
gaat u verder met stap 6.
Leid een andere 3,31 mm² (12 AWG) koperdraad naar de
wateraardingslocatie en de spanningsconverter.
Draai een schroef in een van de hoeken van de
spanningsconverter los en bevestig de koperdraad aan de
schroef.
Smeer de schroef en het draad op de spanningsconverter in
met waterdichte kit.
Sluit het andere uiteinde van de draad aan op de RF-aarding
op de boot en smeer de verbinding in met waterdichte kit.
Bediening van de radar
Alle functies van deze radar worden bediend met uw Garmin
kaartplotter. Zie het radargedeelte in de handleiding bij uw
kaartplotter voor bedieningsinstructies. U kunt de nieuwste
handleiding downloaden op www.garmin.com/manuals.
Als u meer dan één radar op uw boot hebt, moet u het
radarscherm weergeven van de radar die u wilt configureren.
Software­update
U moet de software bijwerken als u dit toestel installeert.
Als uw Garmin kaartplotter over Wi‑Fi technologie beschikt,
moet u de software met behulp van de ActiveCaptain™ app
bijwerken op een compatibel Android™ of Apple toestel. Als uw
kaartplotter niet over Wi‑Fi technologie beschikt, moet u de
software bijwerken met behulp van een geheugenkaart en een
Windows computer.
Ga voor meer informatie naar support.garmin.com.
®
®
®
De grootte van de antenne opgeven
1 Maak met behulp van een magnetisch kompas een optische
Voordat u de radar op uw systeem kunt gebruiken, moet u de
grootte van de antenne opgeven.
1 Schakel de radar en alle met het Garmin Marine Network
verbonden toestellen in.
Op de aangesloten kaartplotters wordt een
antenneselectiescherm weergegeven.
OPMERKING: Als het hele systeem voor de eerste keer
wordt opgestart, maakt het antenneselectiescherm deel uit
van het installatieproces.
2 Selecteer voor elke op de boot geïnstalleerde open array
radar de grootte van de geïnstalleerde antenne.
TIP: Als u een afwijkend antenneformaat moet opgeven
terwijl u het radarscherm bekijkt voor de radar die u wilt
wijzigen, selecteert u Menu > Radar instellen > Installatie >
Antenneconfiguratie > Antenneafmet. en kiest u ten slotte
het juiste antenneformaat.
peiling van een stilliggend object dat zich binnen het
zichtbare bereik bevindt.
2 Meet de peiling van het object op de radar.
3 Als de afwijking van de peiling meer dan +/- 1° bedraagt, stelt
u de boegcorrectie in.
Boegcorrectie
Standaard wordt de radarantenne loodrecht op het voetstuk
gestopt wanneer de radar niet draait. U kunt deze positie
wijzigen.
1 Selecteer in het radarscherm Menu > Radar instellen >
Installatie > Antenneconfiguratie > Parkeerstand.
2 Gebruik de schuifregelaar om de parkeerstand van de
antenne aan te passen en selecteer Terug.
De boegcorrectie compenseert de fysieke locatie van de
radarscanner op het schip als de radarscanner niet op één lijn
ligt met de boegas.
De mogelijke boegcorrectie meten
De boegcorrectie compenseert de fysieke locatie van de
radarscanner op het schip als de radarscanner niet op één lijn
ligt met de boegas.
De boegcorrectie instellen
Om de boegcorrectie te kunnen instellen, moet u eerst de
potentiële boegcorrectie meten.
De instelling van de boegcorrectie die voor één radarmodus
wordt opgegeven, geldt voor alle andere radarmodi en voor de
radaroverlay.
1 Selecteer op een radarscherm of de radaroverlay Menu >
Radar instellen > Installatie > Voorkant boot.
2 Selecteer Omhoog of Omlaag om de correctie in te stellen.
Een aangepaste parkeerstand instellen
Specificaties
Afmetingen
Onderdeel Waarde
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Ç
Beschrijving
181,8 mm (7 3/16 in.) Van draaipunt tot achterkant radarvoet.
236,2 mm (9 5/16 in.) Van draaipunt tot voorkant radarvoet.
25 mm (1 in.)
Van draaipunt tot binnenste montagegaten achterkant.
125 mm (4 15/16 in.) Van draaipunt tot binnenste montagegaten voorkant.
50 mm (1 15/16 in.)
Van draaipunt tot buitenste montagegaten achterkant.
150 mm (5 29/32 in.) Van draaipunt tot buitenste montagegaten voorkant.
140 mm (5 1/2 in.)
200 mm (7 7/8 in.)
5
Onderdeel Waarde
À
Á
Â
Beschrijving
4-voet modellen: 132,7 cm (4 ft. 4 1/4 in.) Lengte antenne.
6-voet modellen: 193,7 cm (6 ft. 4 1/4 in.)
45,1 cm (17 3/4 in.)
Van onderkant radarvoet tot bovenkant antenne.
31.8 cm (12 1/2 in.)
Breedte van de radarvoet.
Fysieke specificaties
Elektronische specificaties
Specificatie
Waarde
Specificatie Waarde
Gewicht radarvoet
21,4 kg (47,1 lb.)
Gewicht antenne
4-voet antenne: 5,5 kg (12,2 lb.)
6-voet antenne: 7,7 kg (16,9 lb.)
Lengte voedingskabel
15 m (49 ft. 3 inch)
Minimale
veilige
gebruiksafstand*
Lengte netwerkkabel
15 m (49 ft. 3 inch)
Draaisnelheid antenne
24 rpm en 48 rpm
GMR 424 xHD2
• 100 W/m²: 1,22 m (48 in.)
• 10 W/m²: 3,90 m (154 in.)
GMR 426 xHD2
• 100 W/m²: 1,54 m (61 in.)
• 10 W/m²: 4,85 m (191 in.)
GMR 624 xHD2
• 100 W/m²: 1,50 m (59 in.)
• 10 W/m²: 4,70 m (185 in.)
GMR 626 xHD2
• 100 W/m²: 1,90 m (75 in.)
• 10 W/m²: 5,90 m (232 in.)
GMR 1224 xHD2
• 100 W/m²: 2,10 m (83 in.)
• 10 W/m²: 6,65 m (262 in.)
GMR 1226 xHD2
• 100 W/m²: 2,65 m (104 in.)
• 10 W/m²: 8,50 m (335 in.)
GMR 2524 xHD2
• 100 W/m²: 2,19 m (86 in.)
• 10 W/m²: 6,92 m (272 in.)
GMR 2526 xHD2
• 100 W/m²: 2,75 m (108 in.)
• 10 W/m²: 8,70 m (342 in.)
Kompasveilige afstand
Standaardkompas: 90 cm (35 7/16 in.)
Stand-by stuur- en noodkompassen: 80 cm (31 1/2 in.)
Ingangsspanning
Van 10 tot 32 V gelijkstroom
Zekering
Voedingskabel radar, zonder spanningsconverter: 15 A
Voedingskabel radar, met spanningsconverter (indien
van toepassing): 10 A
Spanningsconverter (indien van toepassing): 30 A
Maximale windbelasting 80 kn
Temperatuurbereik
GMR 420/620/1200 xHD2: Van -15 tot 70ºC
(van 5 tot 158ºF)
GMR 2520 xHD2: Van -15 tot 60ºC (van 5 tot
140ºF)
Vochtigheid
95% bij 35°C (95°F)
Waterbestendigheid
IEC 60529 IPX-6 (beschermd tegen zware
zee)
Peilnauwkeurigheid
0,25 graden
6
Specificatie Waarde
Ingangsspanning
Pulsbreedte
GMR 424 en 426:
• Standaard: 55 W
• Max: 160 W
GMR 624 en 626:
• Standaard: 65 W
• Max: 170 W
GMR 1224 en 1226:
• Standaard: 90 W
• Max: 125 W
GMR 2524 en 2526:
• Standaard: 100 W
• Max.: 180 W
Voor informatie over de pulsbreedte raadpleegt u het
tabblad Specificaties van uw radarmodel op
www.garmin.com.
*De radar moet tijdens het uitzenden zijn gepositioneerd op een
locatie op de boot die ten minste deze afstand van personen is
verwijderd.
IEC-norm 60936-1, artikel 3-27.1, geeft maximumafstanden
vanaf de antenne aan waarbij radiofrequentieniveaus (RF) te
verwachten zijn.
Specificaties antenne
Specificatie
Waarde
Type
End-fed slotted waveguide (golfgeleider)
Horizontale straalbreedte
4-voet antenne: 1,8 graden
6-voet antenne: 1,1 graden
Horizontale zijlobben
-23 dB binnen ±10 graden van hoofdlob
-30 dB buiten ±10 graden van hoofdlob
Verticale straalbreedte
23º
Antenneversterking
4-voet antenne: 27 dB
6-voet antenne: 29 dB
Polarisatie
Horizontaal
Kleur en activiteit
statuslampje
Radarstatus
Constant rood
De radar is aan het opstarten. Dit lampje hoort
kort rood op te lichten en daarna groen te
knipperen.
Groen knipperend
De radar werkt correct.
Oranje knipperend
De radarsoftware wordt bijgewerkt.
Rood knipperend
Er is een fout opgetreden in de radar. Neem
contact op met Garmin product support voor
hulp.
Contact opnemen met Garmin Support
• Ga naar support.garmin.com voor hulp en informatie, zoals
producthandleidingen, veelgestelde vragen video's en
klantondersteuning.
• Bel in de VS met 913-397-8200 of 1-800-800-1020.
• Bel in het VK met 0808 238 0000.
• Bel in Europa met +44 (0) 870 850 1241.
© 2014 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Garmin en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. GMR™
is een handelsmerk van Garmin Ltd. of haar respectievelijke dochtermaatschappijen.
Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming
van Garmin.
®
Installatieproblemen oplossen
Symptoom
Mogelijke oorzaken
De radar gaat niet • Mogelijk is de voedingskabel niet goed
aan. Het statusaangesloten op het toestel of de accu. Controleer
lampje brandt
alle aansluitingen.
niet.
• Mogelijk is de interne zekering doorgebrand.
Controleer de zekering en vervang deze zo
nodig.
• Mogelijk is de kabel die is gebruikt om de
voedingskabel te verlengen niet dik genoeg voor
de lengte van het verlengstuk. Controleer aan de
hand van de tabel in het gedeelte over het
verlengen van de voedingskabel in deze
instructies of de kabel de juiste dikte en lengte
heeft (Voedingskabel verlengen, pagina 4).
• Als de radar een spanningsconverter nodig heeft,
wordt mogelijk een incompatibele spanningsconverter gebruikt of een converter van een andere
leverancier. Gebruik uitsluitend de bij de radar
geleverde spanningsconverter.
De radar is niet
beschikbaar op
het Garmin
toestel of op de
op het Garmin
Marine Network
aangesloten
toestellen.
• Mogelijk krijgt de radar geen stroom. Controleer
het statuslampje.
• Mogelijk is de software van het toestel niet
bijgewerkt. Werk de software op het toestel of op
het Garmin Marine Network bij.
• Mogelijk is de netwerkkabel niet goed
aangesloten op het toestel of het Garmin Marine
Network. Controleer alle aansluitingen.
• Als een door de gebruiker te installeren netwerkconnector is gebruikt, is deze mogelijk niet goed
geïnstalleerd. Controleer de connector.
Het statuslampje bevindt zich op het productlabel en kan helpen
bij het oplossen van installatieproblemen.
7
support.garmin.com
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising