Garmin | LIVE! 2320 UK/Ireland | User manual | Garmin LIVE! 2320 UK/Ireland Gebruikershandleiding

Garmin LIVE! 2320 UK/Ireland Gebruikershandleiding
nüLink! 2300-serie
™
gebruikershandleiding
voor gebruik met deze nüvi-modellen:
2320, 2340, 2390
© 2011-2012 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitdrukkelijk hierin voorzien, mag geen enkel deel van deze
handleiding worden vermenigvuldigd, gekopieerd, overgedragen, verspreid, gedownload, of opgeslagen
in enig opslagmedium, voor enig doel, zonder voorafgaande uitdrukkelijke schriftelijke toestemming
van Garmin. Garmin verleent hierbij toestemming voor het downloaden naar een harde schijf of ander
elektronisch opslagmedium van een enkele kopie van deze handleiding of van elke revisie van deze
handleiding voor het bekijken en afdrukken van een enkele kopie van deze handleiding of van elke revisie van
deze handleiding, mits deze elektronische of afgedrukte kopie van deze handleiding de volledige tekst van
deze copyright-bepaling bevat en gesteld dat onrechtmatige commerciële verspreiding van deze handleiding
of van elke revisie van deze handleiding uitdrukkelijk is verboden.
Informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Garmin behoudt zich
het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud
zonder de verplichting personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren.
Ga naar de website van Garmin (www.garmin.com) voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over
het gebruik en de werking van dit product en andere Garmin-producten.
Garmin®, het Garmin-logo en MapSource® zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. ecoRoute™, cityXplorer™, nüLink!™, myTrends™,
nüMaps Guarantee™, nüMaps Lifetime™, nüRoute™ en trafficTrends™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd.
of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke
toestemming van Garmin.
Het merk en de logo's van Bluetooth® zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze
naam door Garmin is een licentie verkregen. Windows® is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft
Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Mac® is een gedeponeerd handelsmerk van Apple
Computer, Inc. microSD™ is een handelsmerk van SD-3C, LLC. Audible.com® en AudibleReady® zijn
gedeponeerde handelsmerken van Audible, Inc. © 1997–2005 Audible, Inc.
Inhoudsopgave
Aan de slag.................................... 1
Het toestel aansluiten
op voertuigvoeding.............................. 1
Het toestel op de voorruit bevestigen..... 3
Mijn Dashboard...................................... 3
Overzicht van het toestel........................ 4
Statusbalkpictogrammen........................ 6
Hoofdmenu..................................... 8
Informatie over het aanpassen van het
hoofdmenu........................................... 8
Een hoofdmenu kiezen........................... 9
Locaties zoeken........................... 10
Nuttige punten...................................... 10
Een thuislocatie opslaan...................... 13
Zoeken naar locaties............................ 14
De locatiekaart gebruiken..................... 16
Favorieten ........................................... 18
Een reis plannen.................................. 20
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
Spraakopdracht........................... 22
De activeerzin instellen........................ 22
Spraakbediening activeren................... 22
Een route starten met
spraakbediening................................ 23
Een adres zoeken................................ 24
Instructies dempen............................... 24
Spraakherkenning uitschakelen........... 24
Kaartpagina's............................... 25
Een autoroute volgen........................... 25
De navigatiekaart voor voetgangers
gebruiken........................................... 29
Handsfree bellen......................... 31
Bluetooth draadloze technologie
inschakelen........................................ 31
Uw telefoon koppelen........................... 31
Het telefoonboek gebruiken................. 33
Bellen met nuttige punten..................... 33
Een nummer kiezen............................. 33
iii
Inhoudsopgave
Een telefoonnummer thuis opslaan...... 33
De oproepinfo gebruiken...................... 34
Spraakgestuurd kiezen......................... 34
De telefoonstatus controleren.............. 34
Het menu Extra gebruiken.......... 35
De huidige locatiegegevens
weergeven......................................... 35
Help gebruiken..................................... 35
Informatie over luisterboeken............... 35
Info over ecoRoute .............................. 37
Afbeeldingen weergeven...................... 41
De wereldklok gebruiken ..................... 42
De calculator gebruiken........................ 42
Schermafbeeldingen vastleggen.......... 42
Eenheden omrekenen ......................... 42
nüLink! gebruiken....................... 44
De weersverwachting weergeven........ 44
Speeltijden van films zoeken................ 44
Plaatselijke gebeurtenissen zoeken..... 45
iv
Tankstations en brandstofprijzen
zoeken............................................... 45
myGarmin-berichten weergeven.......... 45
Vluchtstatus opvragen.......................... 45
Een nüLink!- winkelaccount maken...... 46
Geavanceerd weer............................... 47
Een adres in een telefoonboek
zoeken............................................... 49
Flitspalen.............................................. 49
Tracker.......................................... 51
Tracker instellen................................... 51
Info over volgers................................... 52
Verkeersinformatie...................... 54
Verkeer op uw route............................. 55
Verkeer in uw omgeving....................... 56
Verkeersinformatie interpreteren.......... 56
Verkeerscamera’s................................. 56
Verkeersabonnementen....................... 57
Aanbiedingen....................................... 58
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
Gegevensbeheer......................... 60
Bestandstypen...................................... 60
Informatie over geheugenkaarten........ 60
Bestanden van uw computer
overzetten.......................................... 60
Bestanden verwijderen . ...................... 61
Het toestel aanpassen................ 62
nüMaps Lifetime .................................. 73
Extra kaarten kopen............................. 73
Eigen nuttige punten............................ 73
Accessoires aanschaffen...................... 74
Problemen oplossen . .......................... 75
Index............................................. 77
Systeeminstellingen............................. 62
Navigatie-instellingen........................... 63
nüRoute-instellingen............................. 64
Weergave-instellingen.......................... 66
Taalinstellingen..................................... 66
Kaartinformatie weergeven ................. 67
Bluetooth-instellingen........................... 67
Verkeersinformatie inschakelen........... 68
De instellingen herstellen..................... 68
Appendix...................................... 69
Voedingskabels.................................... 69
Verzorging van het toestel.................... 69
Gebruikersgegevens wissen................ 70
Controleer de zekering in de
voertuigvoedingskabel....................... 71
Plaatsing op het Dashboard................. 71
Het toestel, de houder en de steun
verwijderen........................................ 72
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
v
Aan de slag
 WAARSCHUWING
ees de gids Belangrijke veiligheids- en
L
productinformatie in de verpakking
voor productwaarschuwingen en andere
belangrijke informatie.
1. Het toestel aansluiten op voertuigvoeding
(pagina 1).
2. Het toestel monteren (pagina 3).
3. Het toestel registreren (pagina 4).
4. Controleren op updates.
• Software-updates (pagina 4).
• Gratis kaartupdate (pagina 4).
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Aan de slag
Het toestel aansluiten op
voertuigvoeding
 WAARSCHUWING
Dit product bevat een lithium-ionbatterij. Ter
voorkoming van persoonlijk letsel en schade
aan het product als gevolg van blootstelling
van de batterij aan extreme hitte, dient u het
toestel uit het voertuig te verwijderen als u
het voertuig verlaat of buiten het bereik van
direct zonlicht te bewaren.
Voordat u uw toestel op batterijen gaat
gebruiken, dient u het op te laden.
1. Plaats de onderkant van het toestel in de
steun.
2. Kantel het toestel naar achteren totdat
het toestel vastklikt.
1
Aan de slag
•
•
3. Steek de voertuigvoedingskabel in de
mini-USB-connector ➊ op de houder ➋.
•
Het toestel wordt ingeschakeld.
Het toestel ontvangt satellietsignalen.
Als ten minste één
-balk groen is,
ontvangt het toestel satellietsignalen.
Opmerking: het toestel dient
mogelijk vrij zicht op de satellieten te
hebben om satellietsignalen te kunnen
ontvangen.
Het toestel wordt opgeladen terwijl u
rijdt.
op de statusbalk wordt de status
van de interne batterij aangegeven.
➋
➊
4. Sluit het andere uiteinde van
de voedingskabel aan op een
stroomvoorziening in uw auto.
2
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Aan de slag
Het toestel op de voorruit
bevestigen
Opmerking
Voordat u het toestel monteert: raadpleeg
de gids Belangrijke veiligheids- en
productinformatie voor informatie over
wetgeving op het gebied van montage op de
voorruit.
1. Verwijder de doorzichtige plastic laag
van de zuignap.
2. Maak de voorruit en de zuignap schoon
en droog met een pluisvrije doek.
3. Druk de zuignap op de voorruit.
4. Duw tijdens het drukken de hendel
terug in de richting van de ruit.
5. Klik de steun ➊ vast op de zuignapsteun ➋.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
➊
➋
Mijn Dashboard
Gebruik Mijn Dashboard voor het
registreren van uw toestel, het controleren
op software- en kaartupdates, toegang tot
producthandleidingen en ondersteuning,
enzovoort.
Mijn Dashboard instellen
1. Sluit de USB-kabel aan op de USB-poort
op het toestel.
2. Sluit de USB-kabel aan op de USB-poort
op de computer.
3. Ga naar www.garmin.com/dashboard.
4. Volg de instructies op het scherm.
3
Aan de slag
Het toestel registreren
1. Klik in Mijn Dashboard op Nu
registreren.
2. Volg de instructies op het scherm.
Overzicht van het toestel
Het toestel heeft een aan-uitknop ➊, een
microSD™-kaarsleuf ➋ en een micro-USBpoort ➌.
De software bijwerken
1. Open Mijn Dashboard (pagina 3).
2. Klik onder Software-updates op Nu
bijwerken.
3. Volg de instructies op het scherm.
➊
➋
nüMaps Guarantee™
Als u het toestel binnen 60 dagen nadat u
satellieten hebt gezocht terwijl u een rit
maakt bij Mijn Dashboard registreert,
komt uw toestel in aanmerking voor een
gratis kaartupdate. Ga naar
www.garmin.com/numaps.
Het toestel uitschakelen
U kunt het toestel volledig uitschakelen.
Kaarten bijwerken
1. Open Mijn Dashboard (pagina 3).
2. Het toestel registreren (pagina 4).
3. Klik onder Kaartupdates op Nu
bijwerken.
4. Volg de instructies op het scherm.
1. Houd de aan-uitknop drie seconden
ingedrukt.
OPMERKING: als u de aan-uitknop
minder dan drie seconden ingedrukt
houdt, gaat het toestel over op de
slaapstand.
2. Selecteer Uit.
4
➌
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Aan de slag
Het toestel resetten
U kunt het toestel opnieuw instellen als het
niet meer reageert.
Houd de aan-uitknop 10 seconden
ingedrukt.
Info over de slaapstand
Gebruik de slaapstand om te voorkomen
dat de batterij leeg raakt terwijl het toestel
niet wordt gebruikt. De slaapstand verbruikt
zeer weinig stroom. Als de batterij is
opgeladen, kunt u het toestel weken achtereen
in de slaapstand laten staan.
2. Gebruik de schuifbalk om de helderheid
aan te passen.
Het volume aanpassen
1. Selecteer Volume.
2. Selecteer een optie:
• Gebruik de schuifbalk om het
hoofdvolume aan te passen.
• Selecteer om het geluid te dempen.
• Selecteer en gebruik de
schuifbalken om het volume voor
navigatiemeldingen, de telefoon en
de media in te stellen.
Slaapstand inschakelen
Druk op de aan-uitknop.
Slaapstand uitschakelen
Druk wanneer het toestel zich in de
slaapstand bevindt op de aan-uitknop en
dubbeltik op .
De helderheid van het scherm
aanpassen
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Scherm > Helderheid.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
5
Aan de slag
Statusbalkpictogrammen
De statusbalk bevindt zich boven in
het hoofdmenu. De pictogrammen op
de statusbalk bevatten informatie over
de functies van het toestel. Sommige
pictogrammen kunt u selecteren om de
instellingen aan te passen en de bijbehorende
informatie weer te geven.
GPS-signaalstatus.
Kies
.
Transportmodi
Auto
Voetganger
Bluetooth®-status (wordt
weergegeven bij verbinding met
een compatibel toestel).
De berekening van de route en de navigatie is
afhankelijk van de gekozen transportmodus.
Transportmodusindicator.
Bij de modus Auto wordt de geschatte tijd
van aankomst bijvoorbeeld berekend op basis
van de maximumsnelheid van de wegen in de
route. Bij de modus Voetganger wordt de tijd
van aankomst berekend op de loopsnelheid.
Huidige tijd.
myGarmin™-berichten.
Huidige temperatuur.
Signaalsterkte van nüLink!™services.
Batterijstatus.
6
GPS-signaalstatus weergeven
Ga voor meer informatie over GPS naar
www.garmin.com/aboutGPS.
OPMERKING: routes voor voetgangers
gaan niet over snelwegen. Als u cityXplorer™kaarten op uw toestel hebt geladen, kunnen
routes voor voetgangers ook via het openbaar
vervoer gaan (pagina 30).
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Aan de slag
Een transportmodus kiezen
Kies
.
Werken met het schermtoetsenbord
• Selecteer om terug te gaan naar het
hoofdmenu.
• Houd ingedrukt om snel terug te gaan
naar het hoofdmenu.
• Selecteer en voor meer keuzes.
• Houd en ingedrukt om sneller te
bladeren.
• Selecteer om het menu met de opties
voor het huidige scherm weer te geven.
Het schermtoetsenbord gebruiken
Zie Systeeminstellingen om de
toetsenbordindeling te wijzigen (pagina 62).
•
•
•
•
•
•
•
•
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Selecteer een teken op het toetsenbord
om een letter of een cijfer in te voeren.
Selecteer
om een spatie te typen.
Selecteer en om de cursor te
verplaatsen.
Selecteer als u een teken wilt wissen.
Houd uw vinger op om de gehele
invoer te wissen.
Selecteer
om de taal van het
toetsenbord te selecteren.
Selecteer
om speciale tekens zoals
leestekens op te geven.
Selecteer
om het gebruik van
hoofdletters te wijzigen.
7
Hoofdmenu
Hoofdmenu
Informatie over het
aanpassen van het
hoofdmenu
U kunt een aangepast hoofdmenu maken
door pictogrammen van andere schermen
op het apparaat toe te voegen, zoals
locatiecategorieën of veelgebruikte
hulpmiddelen. Daarnaast kunt u de
grootte en de positie van de belangrijkste
menupictogrammen op het scherm wijzigen.
U kunt schakelen tussen het
standaardhoofdmenu en het aangepaste
hoofdmenu.
8
Een pictogram aan het aangepaste
hoofdmenu toevoegen
Er kunnen maximaal vijftien pictogrammen
in het hoofdmenu worden geplaatst.
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Hoofdmenu > Aanpassen.
OPMERKING: de pictogrammen
Waarheen?, Bekijk kaart en Extra
zijn automatisch opgenomen in het
hoofdmenu en kunnen niet worden
verwijderd.
2. Tik op in het vierkant dat u wilt
vullen.
3. Tik op een pictogram.
Het pictogram wordt aan het aangepaste
hoofdmenu toegevoegd.
TIP: selecteer als u de andere
pictogrammen in een categorie wilt
weergeven.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Hoofdmenu
4. Tik op Sla op.
De pictogrammen van het
hoofdmenu wijzigen
Voordat u pictogrammen kunt bewerken,
moet u een aangepast hoofdmenu maken
(pagina 8).
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Hoofdmenu > Aanpassen.
2. Selecteer een pictogram op de pagina.
OPMERKING: er kunnen maximaal
twee grote pictogrammen in het
hoofdmenu worden geplaatst.
• Tik op
om een groot pictogram
te verkleinen.
• Versleep een pictogram naar de
gewenste locatie op het scherm.
4. Tik op
> Sla op.
Een hoofdmenu kiezen
U kunt schakelen tussen het
standaardhoofdmenu en het aangepaste
hoofdmenu. Uw aanpassingen worden
opgeslagen terwijl u het standaardhoofdmenu
gebruikt.
3. Tik op een optie.
• Tik op
om het pictogram te
verwijderen.
OPMERKING: als u ,
of
verwijdert, worden deze verplaatst
naar het menu Extra.
• Tik op om het pictogram te
vergroten.
Het pictogram wordt vergroot van
één naar vier cellen.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
1. Tik op Extra > Instellingen >
Hoofdmenu.
2. Selecteer Standaardinstellingen
gebruiken of Aangepast gebruiken.
9
Locaties zoeken
Locaties zoeken
Het toestel biedt een groot aantal methoden
voor het opzoeken van locaties.
•
•
•
•
•
•
•
•
•
10
Op categorie (pagina 10)
Nabij andere locatie (pagina 12)
Door de naam te spellen (pagina 14)
Op adres (pagina 14)
De kaart gebruiken (pagina 15)
Met behulp van recent gevonden locaties
(pagina 15)
Met behulp van coördinaten (pagina 15)
Met behulp van foto's (pagina 16)
Via Favorieten (pagina 18)
Nuttige punten
De gedetailleerde kaarten op uw toestel
bevatten nuttige punten, bijvoorbeeld
restaurants, hotels en garagebedrijven. Met de
functie Nuttige punten kunt u dichtbij gelegen
bedrijven en attracties vinden.
Een nuttig punt zoeken per
categorie
1. Selecteer Waarheen? > Nuttige punten.
2. Selecteer een categorie.
3. Selecteer indien nodig een subcategorie.
4. Selecteer een locatie.
De locatiekaart wordt weergegeven.
5. Selecteer Ga!.
6. Selecteer indien nodig een optie:
• Selecteer Rijd.
• Selecteer Loop.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Locaties zoeken
Selecteer Openbaar vervoer
om de route te berekenen die u
gecombineerd te voet en met het
openbaar vervoer wilt afleggen.
Opmerking: u moet
cityXplorer™-kaarten op het toestel
hebben geladen om met openbaar
vervoer te kunnen navigeren
(pagina 30).
7. Selecteer, als daarom wordt gevraagd,
een route (pagina 11).
•
Meerdere routevoorbeelden gebruiken
Opmerking: zie pagina 65 om het
gebruik van meerdere routevoorbeelden in te
schakelen.
Het toestel berekent routes op basis van een
van de volgende drie criteria: snelste tijd,
kortste afstand en laagste brandstofverbruik.
U kunt de gewenste routeberekeningsmethode
selecteren voordat u begint met navigeren.
1. Selecteer op de locatiekaart Ga! en
selecteer zo nodig Rijd (pagina 10).
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Er wordt een kaart weergegeven waarop
de routes Snellere tijd, Kortere afstand en
Zuinig rijden zijn aangegeven.
2. Gebruik de knoppen op het scherm om
een route te selecteren (pagina 7).
3. Selecteer Ga!.
Zoeken binnen een categorie
Om uw zoekresultaten te beperken, kunt u
binnen enkele categorieën zoeken.
Selecteer Waarheen? > Nuttige punten.
Selecteer een categorie.
Selecteer indien nodig een subcategorie.
Kies .
Voer de gehele naam of een deel van de
naam in.
6. Selecteer OK.
1.
2.
3.
4.
5.
Een punt aan een route toevoegen
Voordat u een stop kunt toevoegen, moet
u een route navigeren in de modus Auto
(pagina 10).
11
Locaties zoeken
1.
2.
3.
4.
Selecteer Waarheen?.
Zoek de locatie op (pagina 10).
Selecteer Ga!.
Selecteer Voeg toe aan route.
Zoeken nabij een andere locatie
Uw toestel zoekt standaard naar locaties die
het dichtst bij uw huidige locatie liggen. U
kunt een locatie in de buurt van een andere
stad of locatie zoeken.
1. Selecteer tijdens het navigeren van
een route om terug te keren naar het
hoofdmenu.
2. Selecteer Omrijden of Berekenen.
Parkeerplaats zoeken
Dit is een nüLink!- service (pagina 44).
Gedetailleerde informatie over parkeren,
inclusief parkeermogelijkheden in garages in
de buurt en de bijbehorende prijzen.
1. Selecteer Waarheen? > > Nabij.
2. Selecteer een optie en selecteer
vervolgens Sla op.
3. Selecteer, indien nodig, een locatie.
1. Selecteer Waarheen? > Parkeerplaats.
2. Selecteer een optie.
3. Selecteer een parkeerplaats.
Een omweg maken
Tijdens het volgen van een route kunt u
via omwegen obstakels vermijden, zoals
wegwerkzaamheden.
Als u het toestel uit de steun verwijdert en
het toestel is ingeschakeld, wordt uw huidige
locatie als parkeerplaats opgeslagen.
Opmerking: als de huidige route de enige
redelijke optie is, kan het toestel mogelijk
geen omweg berekenen.
12
Uw vorige parkeerplaats vinden
Selecteer Waarheen? > Parkeerplaats >
Vorige locatie.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Locaties zoeken
Een parkeerplaats opslaan
1. Selecteer Waarheen? > Parkeerplaats.
2. Selecteer Parkeerplaats vinden of
Vorige locatie.
3. Selecteer > Sla op.
4. Voer zo nodig een naam in.
De route stoppen
Selecteer tijdens het navigeren
.
Offroad navigeren
Als u niet de wegen wilt gebruiken, kunt u de
Offroad-modus gebruiken.
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Navigatie.
2. Selecteer Auto > nüRoute >
Berekenmodus > Offroad > Sla op.
De route wordt berekend als een rechte
lijn naar de locatie.
Een thuislocatie opslaan
U kunt een thuislocatie instellen voor de
locatie waar u het vaakst naartoe terugkeert.
1. Selecteer Waarheen? > > Instellen
als thuislocatie.
2. Selecteer Voer mijn adres in, Gebruik
mijn huidige locatie of Recent
gevonden.
De locatie wordt als Thuis opgeslagen in uw
Favorieten (pagina 18).
Naar huis navigeren
Selecteer Waarheen? > Naar huis.
Uw thuislocatie opnieuw instellen
1. Selecteer Waarheen? >
als thuislocatie.
2. Selecteer een optie.
> Instellen
De gegevens van uw thuislocatie
bewerken
1. Selecteer Waarheen? > Favorieten >
Thuis.
2. Selecteer > Wijzig.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
13
Locaties zoeken
3. Voer uw wijzigingen in.
4. Selecteer OK.
Zoeken naar locaties
U kunt naar locaties zoeken door het adres of
de coördinaten van de locatie in te voeren met
het schermtoetsenbord, door op de kaart te
schuiven en op andere manieren te bladeren.
Een locatie zoeken door de naam te
spellen
Dit is een nüLink!- functie (pagina 44).
1. Selecteer Waarheen? > Nuttige
punten > Zoek in de buurt.
2. Voer de naam van een bedrijf in of het
type bedrijf.
Typ bijvoorbeeld “Starbucks” of
“Koffie”.
3. Selecteer OK.
Zoekresultaten van nüLink! Indien
beschikbaar worden de services
weergegeven.
14
4. Selecteer het tabblad Garmin als u wilt
zoeken in de kaartgegevens van Garmin
die op uw toestel zijn geladen.
5. Selecteer een locatie.
Een adres zoeken
OPMERKING: de volgorde van de stappen
is mede afhankelijk van de kaartgegevens die
op het toestel zijn geladen.
1. Selecteer Waarheen? > Adres.
2. Wijzig zo nodig het land, de staat of de
provincie.
3. Selecteer een optie:
• Selecteer Spel plaatsnaam of Voer
postcode in, voer de plaats/postcode
in en selecteer OK.
Zoeken op postcode is niet in alle
regio's beschikbaar.
• Selecteer Alles zoeken om in alle
steden in de staat of provincie te
zoeken.
4. Voer het huisnummer in en selecteer OK.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Locaties zoeken
5. Voer de straatnaam in en selecteer OK.
6. Selecteer indien nodig de straat.
7. Selecteer indien nodig het adres.
Bladeren door de kaart
• Selecteer Waarheen? > Zoek op kaart.
• Zie “De locatiekaart gebruiken”
(pagina 16) voor informatie over het
gebruik van knoppen op de kaart.
Een locatie op de kaart zoeken
1. Selecteer Waarheen? > Zoek op kaart.
2. Versleep de kaart en zoom in om het te
doorzoeken gebied weer te geven.
Locatiemarkeringen voor plaatsen
onderweg worden op de kaart
weergegeven.
3. Selecteer een optie:
• Selecteer een locatiemarkering.
• Selecteer een punt, bijvoorbeeld een
straat, kruispunt of adres.
Er wordt een locatiebeschrijving
weergegeven.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
4. Selecteer wanneer nodig een
locatiebeschrijving om aanvullende
informatie te bekijken.
Een lijst met recent gevonden
locaties weergeven
De vijftig laatste gevonden locaties worden
op het toestel opgeslagen.
Selecteer Waarheen? > Recent
gevonden.
De lijst met recent gevonden plaatsen
wissen
Selecteer Waarheen? > Recent
gevonden > > Wis > Ja.
Een locatie zoeken met behulp van
coördinaten
U kunt een locatie zoeken door de
lengtegraad en de breedtegraad in te voeren.
Dit kan handig zijn als u geocaches zoekt.
1. Selecteer Waarheen? > Coördinaten.
15
Locaties zoeken
2. Selecteer > Formaat, kies de
gewenste notatie voor de coördinaten van
het type kaart dat u gebruikt en selecteer
Sla op.
3. Selecteer de coördinaat voor de
breedtegraad.
4. Voer de nieuwe coördinaat in en selecteer
OK.
5. Selecteer de coördinaat voor de
lengtegraad.
6. Voer de nieuwe coördinaat in en selecteer
OK.
7. Selecteer Kaartweergave.
Fotonavigatie gebruiken
U kunt naar het toestel of de geheugenkaart
kaartfoto's uploaden die informatie over de
locaties bevatten en waarmee u routes naar de
afgebeelde locaties kunt maken.
1. Sluit het toestel aan op uw computer
(pagina 60).
2. Ga naar http://connect.garmin.com
/photos.
16
3. Volg de aanwijzingen op de website om
foto's te selecteren en te laden.
4. Koppel het toestel los van uw computer.
5. Schakel het toestel in.
6. Selecteer in het hoofdmenu
Waarheen? > Favorieten > Foto's.
Er wordt een lijst met foto's met locatieinformatie weergegeven.
7. Selecteer een foto.
De locatiekaart gebruiken
De locatiekaart wordt weergegeven nadat u
een locatie in het menu Waarheen?
➊
➋
➍
•
•
➎
➌
➏
Tik op ➊ om de locatie op te slaan in uw
Favorieten.
Op sommige modellen gebruikt u ➊ om
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Locaties zoeken
•
•
•
•
•
naar de geselecteerde locatie te bellen
wanneer het toestel met een telefoon is
verbonden.
Tik op de informatieballon ➋ om meer
informatie over de locatie weer te geven.
Tik op ➌ om in en uit te zoomen.
Tik op ➍ om terug te keren naar de
vorige pagina.
Tik op en versleep ➎ om andere delen
van de kaart te bekijken.
Tik op ➏ om een route met alle afslagen
naar deze locatie te maken.
Een route weergeven op de kaart
1. Selecteer de informatieballon op de
locatiekaart.
2. Selecteer het route-informatievak.
Een nuttig punt beoordelen
U kunt de sterrenwaardering voor een nuttig
punt, indien beschikbaar, weergeven en
wijzigen.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
1. Selecteer de informatieballon op de
locatiekaart.
2. Selecteer de sterren om het nuttige punt
te beoordelen.
De sterrenbeoordeling wordt bijgewerkt op
het toestel.
Het telefoonnummer van een nuttig
punt wijzigen
1. Selecteer de informatieballon op de
locatiekaart.
2. Selecteer > Wijzig telefoonnummer.
3. Voer het juiste telefoonnummer in en
selecteer OK.
Een verkeerd nuttig punt melden
Dit is een nüLink!- service (pagina 44).
Wanneer de zoekresultaten zijn verouderd
of een onjuist nuttig punt bevatten, kunt
u de fout aan Garmin doorgeven zodat dit
nuttige punt in het vervolg niet meer wordt
gevonden.
17
Locaties zoeken
1. Selecteer de informatieballon op de
locatiekaart.
2. Selecteer > Fout rapporteren > Ja.
Deze informatie wordt naar Garmin
verzonden wanneer uw toestel een nüLink!signaal ontvangt of wanneer u uw toestel met
myGarmin verbindt via uw computer.
Een gesimuleerde locatie instellen
Als u zich binnenshuis bevindt en het
toestel ontvangt geen satellietsignalen,
kunt u de GPS-simulator gebruiken om een
gesimuleerde locatie in te stellen.
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Systeem.
2. Selecteer GPS-simulator > Aan > Sla
op.
3. Selecteer in het hoofdmenu
Waarheen? > Zoek op kaart.
4. Selecteer een gebied op de kaart.
Er wordt een informatieballon voor de
locatie weergegeven.
5. Selecteer > Locatie instellen.
18
Favorieten
kunt locaties in uw favorieten opslaan, zodat
u deze snel kunt opzoeken en routes er
naartoe kunt plannen. Uw thuislocatie wordt
opgeslagen in Favorieten.
Uw huidige locatie opslaan in
Favorieten
1. Selecteer het voertuigpictogram op de
kaart.
2. Selecteer Sla op.
3. Voer een naam in en selecteer OK.
4. Selecteer OK.
De locatie wordt opgeslagen in Favorieten.
Locaties opslaan in Favorieten
1. Zoek de locatie op (pagina 10).
2. Selecteer op de locatiekaart > Sla
op > OK.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Locaties zoeken
Favorieten zoeken
1. Selecteer Waarheen? > Favorieten.
2. Selecteer indien nodig een categorie.
3. Selecteer een opgeslagen locatie.
Favorieten bewerken
1. Selecteer Waarheen? > Favorieten.
2. Selecteer indien nodig een categorie.
3. Selecteer een favoriet.
4. Selecteer > Wijzig.
5. Selecteer een optie:
• Selecteer Naam.
• Selecteer Telefoonnummer.
• Selecteer Categorieën als u
categorieën aan de favoriet wilt
toewijzen.
• Selecteer Foto toewijzen als u een
foto bij de favoriet wilt opslaan
(pagina 41).
• Selecteer Wijzig kaartsymbool als
u het symbool waarmee de favoriet
op de kaart wordt weergegeven, wilt
wijzigen.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
6. Bewerk de informatie.
7. Selecteer OK.
Een categorie toevoegen
U kunt uw eigen categorieën toevoegen om
uw favorieten te ordenen.
OPMERKING: categorieën worden in het
menu Favorieten weergegeven nadat u meer
dan twaalf favorieten hebt opgeslagen.
1.
2.
3.
4.
5.
Selecteer Waarheen? > Favorieten.
Selecteer de favoriet.
Selecteer > Wijzig > Categorieën.
Kies .
Voer een naam in voor de categorie en
selecteer OK.
Favorieten verwijderen
LET OP: verwijderde favorieten kunnen niet
worden teruggezet.
1.
2.
3.
4.
Selecteer Waarheen? > Favorieten.
Selecteer indien nodig een categorie.
Selecteer de favoriet.
Selecteer > Wis > Ja.
19
Locaties zoeken
Een reis plannen
U kunt de Reisplanner gebruiken om een reis
met meerdere bestemmingen te maken en op
te slaan.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
20
Selecteer Waarheen? > Reisplanner.
Kies .
Selecteer Selecteer startlocatie.
Zoek een locatie op (pagina 10).
Selecteer Kies.
Selecteer om locaties toe te voegen.
Selecteer Volgende.
Voer een naam in en selecteer OK.
Een routebeschrijving bewerken
1. Selecteer Waarheen? > Reisplanner.
2. Selecteer een opgeslagen reis.
➋
➊
3. Selecteer een optie:
• Selecteer ➊ om de vertrek- of
aankomsttijd te wijzigen.
• Selecteer ➊ > Duur om vast te
leggen hoe lang u op een locatie
blijft.
• Selecteer ➋ om de transportmodus of
routevoorkeur voor dat gedeelte van
de reis te wijzigen.
• Selecteer Kaart om de reis op de
kaart weer te geven.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Locaties zoeken
Navigeren aan de hand van een
opgeslagen reis
1. Selecteer Waarheen? > Reisplanner.
2. Selecteer een opgeslagen reis.
3. Selecteer Ga!.
4. Selecteer, als daarom wordt gevraagd,
een route (pagina 11).
Een opgeslagen reis bewerken
1. Selecteer Waarheen? > Reisplanner.
2. Selecteer een opgeslagen reis.
3. Kies .
4. Selecteer een optie:
• Selecteer Naam van reis wijzigen.
• Selecteer Bewerk bestemmingen
om locaties toe te voegen of te
verwijderen, of om de volgorde van
locaties te wijzigen.
• Selecteer Reis verwijderen.
• Selecteer Volgorde optimaliseren
om uw reisbestemmingen in de meest
efficiënte volgorde te plaatsen.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
21
Spraakopdracht
Spraakopdracht
OPMERKING: spraakopdrachten zijn niet
voor alle talen of regio's beschikbaar.
Met de functie Spraakopdracht kunt u het
toestel bedienen door middel van gesproken
opdrachten. Het menu Spraakopdracht bevat
een lijst met beschikbare opdrachten.
De activeerzin instellen
De activeerzin is een woord of zinsdeel
dat u moet uitspreken om de modus
Spraakopdracht te activeren. De
standaardactiveerzin is Spraakopdracht.
22
TIP: u kunt het per ongeluk activeren van
de spraakherkenning voorkomen door
een ongebruikelijke zin als activeerzin te
gebruiken.
1. Selecteer Extra > Spraakopdracht >
Zin aanpassen.
2. Voer een nieuwe activeerzin in.
De moeilijkheidsgraad van de activeerzin
wordt weergegeven terwijl u de zin
inspreekt.
3. Selecteer OK.
Spraakbediening activeren
Zeg de activeerzin.
Daarop wordt het menu Spraakopdracht
weergegeven.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Spraakopdracht
Tips voor spraakopdrachten
• Spreek op normale toon in de richting
van het toestel.
• Zorg voor weinig achtergrondgeluiden,
bijvoorbeeld stemmen of de radio, om de
nauwkeurigheid van de stemherkenning
te verbeteren.
• Spreek de opdrachten uit zoals deze op
het scherm worden weergegeven.
• Reageer indien nodig op de aanwijzingen
van het toestel.
• Maak uw activeerzin langer als u het
aantal keren dat de spraakbediening
per ongeluk wordt geactiveerd, wilt
verkleinen.
• Luister naar de twee tonen die aangeven
dat de modus Spraakopdracht wordt
gestart en gestopt.
• Spreek geen opdrachten in als
rechtsboven in het scherm wordt
weergegeven.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
•
Spreek de opdrachten in als
rechtsboven in het scherm wordt
weergegeven.
Een route starten met
spraakbediening
U kunt hiervoor de namen van populaire,
bekende locaties uitspreken.
1. Zeg de activeerzin.
2. Zeg Zoek op naam.
3. Wacht op de gesproken melding en zeg
de naam van de locatie.
Er wordt een lijst met locaties
weergegeven.
23
Spraakopdracht
4. Zeg het regelnummer.
Instructies dempen
U kunt de gesproken aanwijzingen voor
spraakopdrachten uitschakelen zonder het
toestel te dempen.
5. Zeg Navigeren.
1. Selecteer Extra > Spraakopdracht >
2. Selecteer Dempinstructies >
Ingeschakeld.
.
Spraakherkenning
uitschakelen
U kunt spraakherkenning uitschakelen om
te voorkomen dat u deze per ongeluk opent
wanneer u iets zegt.
Een adres zoeken
1. Zeg Spraakopdracht.
2. Zeg Zoek adres.
3. Volg de instructies op het scherm.
24
1. Selecteer Extra > Spraakopdracht >
2. Selecteer Spraakopdracht >
Uitgeschakeld.
.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Kaartpagina's
Een autoroute volgen
De route wordt aangegeven met een magenta
lijn. Uw bestemming wordt aangegeven met
een geruite vlag.
Tijdens uw reis leidt het toestel u naar uw
bestemming met gesproken berichten, pijlen
op de kaart en instructies boven aan de kaart.
Als u de route verlaat, berekent het toestel de
route opnieuw en krijgt u nieuwe instructies.
Kaartpagina's
Het kaartgegevensveld aanpassen
1. Tik op de kaart op het gegevensveld in de
linkerbenedenhoek.
2. Selecteer een type gegevens dat u wilt
weergeven.
3. Tik op Sla op.
Maximale snelheid bijwerken
opmerking
Het pictogram met de snelheidslimiet
dient alleen ter informatie en de bestuurder
is te allen tijde zelf verantwoordelijk
voor het opvolgen van aangegeven
snelheidsbeperkingen en veilige
deelname aan het verkeer. Garmin is niet
verantwoordelijk voor verkeersboetes of
waarschuwingen die u mogelijk ontvangt als
u zich niet houdt aan van toepassing zijnde
verkeersregels en verkeersborden.
Er wordt een pictogram voor de
maximumsnelheid weergegeven als u zich op
een snelweg bevindt.
1. Selecteer op de kaart > Stel
maximumsnelheid in.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
25
Kaartpagina's
2. Selecteer
en
om de
maximumsnelheid in te stellen.
myTrends gebruiken
De functie myTrends™ herkent wanneer
u naar een locatie rijdt die u vaak bezoekt
en geeft de bestemming, de geschatte
reistijd en de verkeersinformatie weer op de
navigatiebalk op de kaart.
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Navigatie.
2. Selecteer Auto > nüRoute > myTrends >
Ingeschakeld.
3. Sla een locatie, bijvoorbeeld uw huis of
werklocatie, op als favoriet (pagina 18).
4. Als er myTrends-informatie op de
navigatiebalk wordt weergegeven, kunt
u de navigatiebalk selecteren om routeinformatie weer te geven.
26
Reisinformatie weergeven
Op de reisinformatiepagina wordt uw huidige
snelheid weergegeven en wordt nuttige
informatie over uw reis gegeven.
TIP: als u onderweg regelmatig stopt, laat het
toestel dan ingeschakeld staan, zodat deze de
verstreken reistijd nauwkeurig kan meten.
Selecteer op de kaart het veld Snelheid.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Kaartpagina's
Reisinformatie opnieuw instellen
1. Selecteer op de kaart het veld Snelheid.
2. Kies .
3. Selecteer een optie:
• Selecteer wanneer u niet navigeert
Reset alles om alle gegevensvelden
op de kaart, behalve de
snelheidsmeter, opnieuw in te stellen.
• Selecteer Reset tripgegevens om
de informatie op de tripcomputer
opnieuw in te stellen.
• Selecteer Reset maximum snelheid
om de maximumsnelheid opnieuw in
te stellen.
• Selecteer Reset Trip B om de
afstandsmeter opnieuw in te stellen.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Een lijst met afslagen weergeven
Als u een route in een auto aflegt, kunt u alle
afritten voor de volledige route weergeven,
inclusief de afstand tussen de afritten.
1. Selecteer de tekstbalk boven aan de kaart.
2. Selecteer een afrit.
De details van de afrit worden
weergegeven. Als er een afbeelding
van de afrit beschikbaar is, wordt die
weergegeven.
27
Kaartpagina's
De gehele route op de kaart
weergeven
1. Selecteer tijdens het navigeren van een
route voor auto's de navigatiebalk boven
aan de kaart.
2. Selecteer > Kaart.
De pagina Volgende afslag
weergeven
Tijdens het navigeren van een route voor
auto's wordt in de linkerbovenhoek van
de kaart een schatting weergegeven van
de afstand tot de volgende afrit, inclusief
de voorsorteermogelijkheid en andere
manoeuvre(s). De schatting bestaat uit de
afstand tot de afrit of manoeuvre en, indien
van toepassing, de rijbaan waarin u zich moet
bevinden.
De pagina Knooppuntbeeld
weergeven
Tijdens het navigeren van een autoroute kunt
u knooppunten op snelwegen weergeven.
Als u een knooppunt op een route nadert,
wordt de afbeelding van het knooppunt kort
weergegeven (indien beschikbaar).
Selecteer
op de kaart om het
knooppunt weer te geven (indien
beschikbaar).
Selecteer
op de kaart om de volgende
afrit op de kaart weer te geven.
28
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Kaartpagina's
De navigatiekaart voor
voetgangers gebruiken
In de modus Voetganger wordt uw route
weergegeven op een tweedimensionale kaart.
➊
➌
•
•
•
•
➋
➊
➍
Informatie over het positiepictogram
Voetganger
Als u navigeert in de modus Voetganger,
geeft het positiepictogram uw positie en de
richting waarin u zich beweegt bij benadering
op de kaart aan.
De cirkel rond het positiepictogram geeft de
nauwkeurigheid van uw positie op de kaart
aan. Hoe kleiner de cirkel, hoe nauwkeuriger
de positie.
Selecteer ➊ om te schakelen tussen
verschillende routedelen.
Selecteer ➋ om de routebeschrijving
weer te geven.
Selecteer ➌ om de kaart opnieuw te
centreren op uw huidige locatie.
Selecteer ➍ om in en uit te zoomen.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
29
Kaartpagina's
Opties voor openbaar vervoer
Als er cityXplorer-kaarten op uw toestel zijn
geïnstalleerd, worden routes berekend aan de
hand van opties voor openbaar vervoer, zoals
de bus of de metro, en opties voor lopen.
OPMERKING: cityXplorer-kaarten worden
niet bij het toestel meegeleverd. Zie
http://my.garmin.com voor de aanschaf van
cityXplorer-kaarten.
De gele pictogrammen geven de navigatiemethode aan die in elk gedeelte van de route
worden gebruikt. Als u bijvoorbeeld ziet,
stap dan op dat punt in de route in een bus.
De zwarte stippen op de kaart zijn de haltes
van het openbaar vervoer langs uw route.
OPMERKING: u kunt de typen openbaar
vervoer wijzigen en de loopafstand op een
route in de modus Voetganger beperken
(pagina 63).
30
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Handsfree bellen
Via draadloze Bluetooth®-technologie kunt
u het toestel als handsfree-toestel aansluiten
op uw mobiele telefoon. Ga naar
www.garmin.com/bluetooth om vast te stellen
of uw mobiele telefoon met Bluetoothtechnologie compatibel is met het toestel.
Niet iedere telefoon ondersteunt namelijk alle
handsfree-telefoonfuncties van het toestel.
Bluetooth draadloze
technologie inschakelen
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Bluetooth.
2. Selecteer Bluetooth > Ingeschakeld >
Sla op.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Handsfree bellen
Uw telefoon koppelen
U moet het toestel koppelen met een
compatibele mobiele telefoon voordat u
handsfree kunt bellen. Door uw telefoon aan
het toestel te koppelen herkennen de telefoon
en het toestel elkaar en kunnen deze snel
verbinding maken met elkaar.
1. Plaats de telefoon en het toestel zodanig
dat deze ongeveer 33 voet (10 meter) van
elkaar zijn verwijderd.
2. Schakel Bluetooth draadloze technologie
in op uw toestel (pagina 31).
3. Selecteer een optie:
• Selecteer Telefoon toevoegen.
• Als u al een andere telefoon
had gekoppeld, selecteer dan
Telefoon > .
4. Schakel op de telefoon de draadloze
Bluetooth-technologie in.
5. Selecteer op het toestel OK.
U ziet een lijst met Bluetooth-toestellen
in de buurt.
31
Handsfree bellen
6. Selecteer uw telefoonnummer in de lijst
en selecteer vervolgens OK.
7. Bevestig, indien nodig, op uw telefoon
dat het toestel verbinding mag maken.
8. Voer, indien nodig, de Bluetooth-pincode
van het toestel (1234) in uw telefoon in.
Een oproep ontvangen
Wanneer u een oproep ontvangt,
selecteert u een optie:
• Selecteer Beantwoord.
• Selecteer Negeer om de oproep te
negeren.
Tips na het koppelen van de
toestellen
• Nadat de toestellen eenmaal zijn
gekoppeld, kunnen deze automatisch
verbinding maken wanneer u deze
inschakelt.
• Wanneer uw telefoon is gekoppeld aan
het toestel, kunt u bellen.
• Wanneer u het toestel inschakelt, probeert
het toestel een koppeling tot stand te
brengen met de laatste telefoon waaraan
het was gekoppeld.
• Mogelijk dient u de mobiele telefoon
zodanig in te stellen dat deze automatisch
koppelt met het toestel wanneer dat wordt
ingeschakeld.
Werken met gespreksopties
32
1. Selecteer tijdens een gesprek.
2. Selecteer een optie:
• Als u het geluid wilt overzetten naar
de telefoon, selecteer dan Handset.
TIP: gebruik deze functie als u het
toestel wilt uitschakelen terwijl u
het telefoongesprek voortzet of als u
behoefte hebt aan privacy.
• Als u het geluid wilt overzetten van
de telefoon naar het toestel, selecteer
dan Handsfree.
• Als u het toetsenblok wilt weergeven,
selecteer dan Toetsenblok.
TIP: u kunt deze functie gebruiken
zodat u automatische systemen kunt
gebruiken, zoals voicemail.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Handsfree bellen
•
•
Als u de microfoon wilt dempen,
selecteer dan Dempen.
Als u het gesprek wilt beëindigen,
selecteer dan Einde gesprek.
Het telefoonboek gebruiken
Het telefoonboek wordt telkens wanneer u
de telefoon op het toestel aansluit naar het
toestel overgezet. Het kan enkele minuten
duren voordat het telefoonboek beschikbaar
is. Sommige telefoons ondersteunen deze
functie niet.
1. Selecteer Telefoon > Telefoonboek.
2. Selecteer een contactpersoon.
3. Selecteer Oproep.
Bellen met nuttige punten
1. Selecteer Telefoon > Nuttige punten.
2. Selecteer een nuttig punt (pagina 10).
3. Selecteer Oproep.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Een nummer kiezen
1. Tik op Telefoon > Kies.
2. Voer de waarde in.
3. Selecteer Kies.
Een telefoonnummer thuis
opslaan
1. Selecteer Telefoon > Bel thuis.
2. Selecteer een optie:
• Selecteer Voer telefoonnummer in,
voer uw telefoonnummer thuis in en
selecteer OK.
• Selecteer Kies uit telefoonboek, kies
een nummer in het telefoonboek en
selecteer OK.
Naar huis bellen
U kunt uw telefoonnummer thuis alleen
met de knop Thuis bellen als u dat
telefoonnummer hebt opgegeven.
Selecteer Telefoon > Bel thuis.
33
Handsfree bellen
De oproepinfo gebruiken
Uw oproepinfo wordt telkens wanneer u
de telefoon op het toestel aansluit van de
telefoon naar het toestel overgezet. Het kan
enkele minuten duren voordat de oproepinfo
beschikbaar is. Sommige telefoons
ondersteunen deze functie niet.
1. Selecteer Telefoon > Oproepinfo.
2. Selecteer een categorie.
De lijst met oproepen wordt weergegeven
en de meest recente oproepen staan boven
aan de lijst.
3. Selecteer een oproep.
34
Spraakgestuurd kiezen
Voordat u spraakgestuurd kunt kiezen, moet u
de telefoon eerst uw spraakkeuze-opdrachten
leren. Raadpleeg de instructies van uw
telefoon.
1. Selecteer Telefoon > Spraakkeuze.
2. Zeg de naam van de contactpersoon.
De telefoonstatus controleren
U kunt het batterijniveau en de signaalsterkte
van uw telefoon controleren.
Selecteer Telefoon > Telefoonstatus.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Het menu Extra
gebruiken
De huidige locatiegegevens
weergeven
Gebruik de pagina Waar ben ik? voor
informatie over uw huidige locatie. Deze
functie komt van pas als u uw locatie moet
doorgeven aan hulpdiensten.
Selecteer Extra > Waar ben ik?.
Nabije services vinden
1. Selecteer Extra > Waar ben ik?.
2. Selecteer Ziekenhuizen, Politiebureaus
of Brandstof om de dichtstbijzijnde
locaties voor die categorieën weer te
geven.
Het menu Extra gebruiken
Informatie over luisterboeken
 Let op
U kunt permanente gehoorbeschadiging
oplopen of zelfs doof worden als u een
hoog volume gebruikt terwijl u met een
oortelefoon, hoofdtelefoon of headset naar
het toestel luistert. Het volume is meestal te
hoog als u de mensen om u heen niet hoort
praten. Beperk de tijd dat u luistert met een
hoog volume tot een minimum. Als uw oren
suizen of als u spraak alleen gedempt hoort,
gebruik het toestel dan niet meer en laat uw
gehoor controleren.
Op het toestel kunt u luisterboeken van
Audible.com afspelen. Voor deze functie hebt
u een abonnement bij Audible.com nodig.
Ga naar www.audible.com/garmin om een
proefabonnement van 30 dagen te activeren.
Help gebruiken
Selecteer Extra > Help om informatie
over het toestel weer te geven.
Help-onderwerpen zoeken
Selecteer Extra > Help > .
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
35
Het menu Extra gebruiken
Luisterboeken op uw toestel laden
Voordat u luisterboeken op het toestel kunt
laden, moet u een abonnement afsluiten op
Audible.com. Ga naar www.audible.com
/garmin voor meer informatie.
1. Sluit het toestel aan op uw computer
(pagina 3).
2. Meld u op de computer aan bij uw
Audible.com-account.
3. Volg de instructies op Audible.com om de
luisterboeken op uw toestel te laden.
Een luisterboek afspelen
1. Selecteer Extra > Audible.
2. Selecteer Bladeren.
3. Selecteer een optie:
• Selecteer Titels als u een boek op
titel wilt selecteren.
• Selecteer Auteurs als u een boek
op auteur wilt selecteren en kies de
auteur.
• Selecteer Stemacteurs als u een boek
op stemacteur wilt selecteren en kies
de stemacteur.
36
4. Geen boek geselecteerd.
5. Selecteer een afspeeloptie.
• Selecteer als u een bladwijzer wilt
toevoegen.
• Selecteer als u het afspelen wilt
onderbreken.
Selecteer als u het afspelen wilt
hervatten.
• Gebruik de schuifbalk boven aan de
pagina als u vooruit en achteruit door
het boek wilt bladeren.
• Selecteer
als u naar het
volgende hoofdstuk wilt gaan.
• Selecteer
als u naar het vorige
hoofdstuk wilt gaan.
• Houd
ingedrukt om versneld
vooruit te bladeren.
• Houd
ingedrukt om versneld
terug te bladeren.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Het menu Extra gebruiken
Een bladwijzer toevoegen
Tijdens het afspelen van een luisterboek
wordt het afspelen automatisch hervat vanaf
het punt waar u de vorige keer bent gestopt.
U kunt ook een bladwijzer toevoegen om een
bepaalde plek in het luisterboek te markeren.
Selecteer tijdens het afspelen van een
luisterboek > Bladwijzer.
Het afspelen vanaf een bladwijzer
hervatten
1. Selecteer tijdens het afspelen van een
luisterboek.
2. Selecteer een bladwijzer.
Een bladwijzer een andere naam
geven
Standaard krijgt een bladwijzer de tijdstempel
van de bladwijzer als naam. U kunt de naam
van een bladwijzer wijzigen.
1. Selecteer tijdens het afspelen van een
luisterboek > > Wijzig naam
bladwijzers.
2. Selecteer een bladwijzer.
3. Voer een naam in en selecteer OK.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Een bladwijzer verwijderen
1. Selecteer tijdens het afspelen van een
luisterboek > > Bladwijzers
verwijderen.
2. Selecteer een bladwijzer.
Info over ecoRoute
Met ecoRoute™ kunt u het brandstofverbruik
uitrekenen om een bepaalde bestemming te
bereiken, en de kosten. Verder biedt ecoRoute
hulpmiddelen om het brandstofverbruik te
verlagen.
De gegevens die worden verkregen met
ecoRoute zijn alleen een schatting. De
gegevens zijn niet daadwerkelijk afkomstig
van uw voertuig, tenzij u gebruikmaakt
van de ecoRoute HD-accessoire. Als u
nauwkeurigere brandstofrapporten wilt
voor een bepaald voertuig en rijgewoonten,
kalibreer dan het brandstofverbruik
(pagina 38).
37
Het menu Extra gebruiken
ecoRoute HD-accessoire
Als het toestel is aangesloten op de
ecoRoute HD-accessoire, kan het
realtime voertuiginformatie ontvangen,
zoals foutberichten, het toerental en
het accuvoltage. Het toestel bevat
voertuiggegevens die tijdens het berekenen
van de ecoRoute-gegevens door de ecoRoute
HD-accessoire zijn gelezen.
Ga naar www.garmin.com/ecoroute voor
informatie over aanschaf en compatibiliteit.
Het voertuigprofiel instellen
Wanneer u de ecoRoute-functies voor de
eerste keer gaat gebruiken, moet u ook de
voertuiggegevens invoeren.
1. Selecteer Extra > ecoRoute™.
2. Voer het brandstofverbruik en de afstand
in.
38
De brandstofprijs wijzigen
1. Selecteer Extra > ecoRoute™ > Bij de
pomp.
2. Voer de actuele brandstofprijs in en
selecteer Volgende.
3. Selecteer Ja.
Het brandstofverbruik kalibreren
U kunt het brandstofverbruik kalibreren
om nauwkeuriger brandstofrapporten voor
uw specifieke voertuig en rijgewoonten te
ontvangen. Kalibreer het brandstofverbruik
wanneer u uw tank hebt gevuld.
1. Selecteer Extra > ecoRoute™ > Bij de
pomp.
2. Voer de actuele brandstofprijs in.
3. Voer de hoeveelheid brandstof in die is
verbruikt sinds u de laatste keer de tank
helemaal had gevuld.
4. Voer de afstand in die u hebt afgelegd
sinds u de tank de laatste keer helemaal
had gevuld.
5. Selecteer Volgende.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Het menu Extra gebruiken
Het toestel berekent uw gemiddelde
brandstofverbruik.
6. Selecteer Sla op.
De ecoChallenge-score
Met behulp van ecoChallenge kunt u uw
rijgedrag beoordelen en uw brandstofverbruik
mogelijk verminderen. Hoe hoger uw
ecoChallenge-scores, hoe meer brandstof u
bespaart. Met ecoChallenge worden gegevens
verzameld en wordt een score berekend
als uw voertuig in beweging is en de
transportmodus Auto wordt gebruikt.
De ecoChallenge-scores weergeven
•
•
Uw huidige score in het
ecoChallenge-pictogram op de kaart
weergeven.
Selecteer om gedetailleerde scores
weer te geven.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
De ecoChallenge-score
•
•
•
•
•
Huidige: de score voor uw huidige
activiteit.
Totaal: geeft het gemiddelde van de
snelheids-, acceleratie- en remscore weer.
Snelheid: geeft uw score weer voor
het rijden met de optimale snelheid om
brandstof te besparen (voor de meeste
voertuigen is tussen 70 en 100 km/u).
Versnellen: geeft het gemiddelde voor
zacht en geleidelijk optrekken weer. U
verliest punten wanneer u te snel optrekt.
Remmen: geeft het gemiddelde voor
zacht en geleidelijk remmen weer. U
verliest punten wanneer u te hard remt.
De ecoChallenge-score van de kaart
verwijderen
Selecteer > > Instellingen >
Verbergen > Sla op.
39
Het menu Extra gebruiken
De ecoChallenge-scores opnieuw
instellen
Een afstandsrapport bekijken
De opgeslagen afstandsrapporten kunt u op
het toestel bekijken.
Het brandstofverbruik weergeven
U kunt het brandstofverbruik, de totale
brandstofkosten en het gemiddelde
brandstofverbruik berekenen.
TIP: u kunt afstandsrapporten ook openen in
de map Rapporten op het station/volume van
het toestel (pagina 60).
Selecteer
>
> Reset.
1. Selecteer Extra > ecoRoute >
Brandstofverbruik.
2. Tik op een deel van de grafiek om in te
zoomen.
Afstandsrapporten
Het afstandsrapport biedt gegevens
over de afstand, de tijd, het gemiddelde
brandstofverbruik en de brandstofkosten van
de route naar een bestemming.
1. Selecteer Extra > ecoRoute™ >
Afstandsrapport.
2. Selecteer een rapport.
ecoRoute-informatie resetten
1. Selecteer Extra > ecoRoute™ >
Voertuigprofiel.
2. Selecteer > Reset.
Voor elke route die u rijdt wordt een
afstandsrapport gemaakt. Als u een
route beëindigt op uw toestel, wordt een
afstandsrapport gemaakt voor de afstand die u
hebt afgelegd.
40
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Het menu Extra gebruiken
Afbeeldingen weergeven
Open de foto's die u op het toestel of
een geheugenkaart hebt opgeslagen. Zie
pagina 60 voor meer informatie over het
laden van foto's naar uw toestel.
1. Selecteer Extra > Fotoalbum.
2. Gebruik de pijltjes om door de foto's te
bladeren.
3. Selecteer een foto.
Een diavoorstelling weergeven
1. Selecteer Extra > Fotoalbum.
2. Kies .
Terwijl er een diavoorstelling wordt
weergegeven, kunt u het scherm
selecteren dat moet worden weergegeven
als de diavoorstelling wordt gestopt.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Een foto als achtergrond instellen
1. Selecteer Extra > Fotoalbum.
2. Selecteer een foto.
3. Selecteer > Als achtergrond
instellen.
4. Gebruik de knoppen op het scherm om de
achtergrond te wijzigen.
5. Selecteer Sla op.
Foto's verwijderen
1. Selecteer Extra > Fotoalbum.
2. Selecteer een foto.
3. Selecteer > Wis > Ja.
41
Het menu Extra gebruiken
De wereldklok gebruiken
1. Selecteer Extra > Wereldklok.
2. Selecteer, indien nodig, een stad, voer de
naam in en selecteer OK.
De wereldkaart weergeven
Selecteer Extra > Wereldklok > .
De nachtelijke uren worden in het
schaduwgebied weergegeven.
De calculator gebruiken
Selecteer Extra > Calculator.
Schermafbeeldingen
vastleggen
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Scherm > Schermafdruk >
Ingeschakeld.
2. Selecteer om een schermafbeelding te
maken.
Het bitmapbestand van de afbeelding wordt
bewaard in de map Screenshot op het
toestelstation (pagina 60).
42
Eenheden omrekenen
1. Selecteer Extra > Eenheden.
2. Selecteer zo nodig de knop
naast Omrekenen, selecteer een
maateenheidcategorie en selecteer Sla op.
3. Selecteer zo nodig een maateenheidknop,
selecteer een maateenheid en selecteer
Sla op.
4. Selecteer het veld onder de maateenheid
die u wilt omrekenen.
5. Voer een telefoonnummer in en selecteer
OK.
Wisselkoersen handmatig instellen
Dit is een nüLink!- functie (pagina 44). De
omrekenkoersen worden door het toestel
automatisch bijgewerkt.
1. Selecteer Extra > Valuta.
2. Selecteer zo nodig een valutaknop,
selecteer een valuta en selecteer OK.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Het menu Extra gebruiken
3. Selecteer het veld onder de valuta die u
wilt omrekenen.
4. Geef het bedrag op en selecteer OK.
Talen in een taalgids selecteren
U kunt de talen selecteren waarin u wilt
vertalen als u woorden en zinnen vertaalt.
1. Selecteer Extra > Taalgids > Woorden
en zinnen.
2. Selecteer > Taal.
3. Selecteer Van, selecteer de taal waaruit u
wilt vertalen en selecteer Sla op.
4. Selecteer Naar, selecteer de taal waarin u
wilt vertalen en selecteer Sla op.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Woorden en zinnen vertalen
1. Selecteer Extra > Taalgids > Woorden
en zinnen.
2. Selecteer een categorie en een of meer
subcategorieën.
3. Selecteer, indien nodig, , voer een
trefwoord in en selecteer OK.
4. Selecteer een woord of zin.
5. Selecteer om de vertaling te
beluisteren.
Het tweetalige woordenboek
gebruiken
1. Selecteer Extra > Taalgids > Tweetalige
woordenboeken.
2. Selecteer een woordenboek.
3. Selecteer, indien nodig, , voer een
woord in en selecteer OK.
4. Selecteer een woord.
5. Selecteer om de vertaling te
beluisteren.
43
nüLink! gebruiken
nüLink! gebruiken
U kunt actuele informatie, zoals
brandstofprijzen, lokale gebeurtenissen en
het weer, downloaden en bekijken met uw
Garmin nüLink!- services-abonnement.
Uw toestel is voorzien van een standaard
nüLink!- basisabonnement, dat wordt
geactiveerd zodra u uw toestel voor de eerste
keer inschakelt.
Voordat u deze functies kunt gebruiken moet
u beschikken over een nüLink!- abonnement
en moet het toestel een nüLink!- ontvangt.
nüLink!- functies zijn niet in alle gebieden
beschikbaar.
44
De weersverwachting
weergeven
1. Selecteer Extra > Weer.
De weersverwachting voor uw huidige
locatie wordt weergegeven.
2. Selecteer een dag.
Daarop wordt de gedetailleerde
weersverwachting weergegeven.
Speeltijden van films zoeken
U kunt de speeltijden van films en locaties
van bioscopen in de buurt zoeken.
1. Selecteer Waarheen? > Filmtijden.
2. Selecteer zo nodig > Selecteer dag en
selecteer een dag.
3. Selecteer Zoeken op filmtitel of Zoeken
op bioscoopnaam.
4. Selecteer een film en een bioscoop.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
nüLink! gebruiken
Plaatselijke gebeurtenissen
zoeken
U kunt de aanvangstijden, toegangsprijzen en
locaties van locale evenementen zoeken.
1. Selecteer Waarheen? > Plaatselijke
gebeurtenissen.
2. Selecteer zo nodig > Selecteer dag en
selecteer een dag.
3. Selecteer een categorie.
4. Selecteer een gebeurtenis.
Tankstations en
brandstofprijzen zoeken
U kunt tankstations in de buurt zoeken en de
brandstofprijzen vergelijken.
myGarmin-berichten
weergeven
U kunt berichten weergeven die afkomstig
zijn van myGarmin™, zoals meldingen voor
software- en kaartupdates.
1. Selecteer Extra > myGarmin™.
Als u ongelezen berichten hebt, wordt
het aantal ongelezen berichten op het
pictogram myGarmin weergegeven.
2. Selecteer het onderwerp van een bericht.
Het volledige bericht wordt weergegeven.
Vluchtstatus opvragen
U kunt vluchtstatusinformatie, zoals
vertrektijden, aankomsttijden en vertragingen,
weergeven.
1. Selecteer Waarheen? > Brandstofprijzen.
2. Selecteer zo nodig > Brandstoftype,
selecteer een brandstoftype en vervolgens
Sla op.
3. Selecteer een tankstation.
1. Selecteer Extra > Vluchtstatus.
2. Selecteer zo nodig > Nabij en voer de
naam van een stad in.
3. Selecteer een luchthaven.
4. Selecteer een optie:
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
45
nüLink! gebruiken
Selecteer Vluchtnummer
controleren, voer een vluchtnummer
in en selecteer OK.
• Selecteer Aankomsten zoeken en
selecteer een vlucht.
• Selecteer Vertrekken zoeken,
selecteer Op stad van bestemming,
Op luchthavencode of Alle
vertrekken en voer de juiste
gegevens in.
5. Selecteer een vlucht.
6. Selecteer zo nodig > Volgende deel
om de status van aansluitende vluchten te
bekijken.
•
46
Een nüLink!- winkelaccount
maken
Voordat u een nüLink!™-dienst kunt
aanschaffen, moet u een winkelaccount
instellen voor uw toestel en moet uw toestel
een nüLink!- ontvangt.
Deze services zijn echter niet in alle gebieden
beschikbaar.
1. Het toestel registreren (pagina 4).
2. Meld u aan bij uw myGarmin-account en
geef uw creditcardgegevens op voor uw
aankopen in de nüLink!- winkel.
Uw accountstatus bekijken
U kunt de status weergeven van uw Garmin
nüLink! Services-abonnement, inclusief
de factureringstatus en vervaldatum van
uw basisabonnement en uw premiumserviceabonnementen.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
nüLink! gebruiken
1. Selecteer Winkel > > Accountstatus.
2. Selecteer een service.
Een nüLink!- Service
U kunt gratis services en betaalde services
van de nüLink!- winkel toevoegen. Aankopen
worden belast op de creditcard die u
hebt ingesteld in uw myGarmin-account.
Terugkerende abonnementen worden
maandelijks belast totdat u de service
annuleert. Voor sommige services kunt u een
gratis proefabonnement activeren.
1. Selecteer Winkel.
2. Selecteer een service.
3. Voer een actie uit:
• Selecteer Installeren als u een gratis
service wilt installeren.
• Selecteer Aankoop als u een betaalde
service wilt aanschaffen.
• Selecteer Vernieuwen als u een
abonnement wilt verlengen.
Selecteer Upgrade uitvoeren als u
een abonnement wilt upgraden.
• Selecteer Evaluatie starten als u
een gratis proefabonnement wilt
activeren.
4. Selecteer zo nodig een abonnement- of
evaluatie-optie.
5. Lees en bevestig de voorwaarden en
bepalingen.
•
Geavanceerd weer
Voor deze functies is mogelijk een
abonnement vereist (pagina 46).
De weerradar weergeven
De weerradar is een bewegende weergave
met kleurcodes van de huidige weersomstandigheden. Daarnaast wordt er een
weerpictogram op de kaart weergegeven.
Aan het weerpictogram herkent u de
weersomstandigheden in de omgeving, zoals
regen, sneeuw en onweersbuien.
1. Selecteer Extra > Weer.
2. Selecteer desgewenst een plaats.
3. Selecteer > Weerradar.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
47
nüLink! gebruiken
Weeralarmen weergeven
Terwijl u met het toestel navigeert, kunnen
er weeralarmen op de kaart worden
weergegeven. U kunt ook de weeralarmen
weergeven voor uw huidige locatie of een
geselecteerde stad.
1 Selecteer Extra > Weer.
2. Selecteer desgewenst een plaats.
3. Selecteer > Weerwaarschuwingen.
De omstandigheden op de weg
controleren
U kunt een kaart met weergerelateerde
wegomstandigheden weergeven voor uw
huidige locatie of voor een geselecteerd stad.
1. Selecteer Extra > Weer.
2. Selecteer desgewenst een plaats.
3. Selecteer > Wegomstandigheden.
48
De weersverwachting weergeven
1. Selecteer Extra > Weer.
De weersverwachting voor uw huidige
locatie wordt weergegeven.
2. Selecteer een dag.
Daarop wordt de gedetailleerde
weersverwachting weergegeven.
Het weer voor een andere stad
weergeven
1. Selecteer Extra > Weer > Huidige
locatie.
2. Selecteer een optie:
• Als u het weer voor een favoriete stad
wilt bekijken, selecteer dan de stad
in de lijst.
• Als u een favoriete stad wilt
toevoegen, selecteer dan Voeg stad
toe en typ de naam van de stad.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
nüLink! gebruiken
Een adres in een
telefoonboek zoeken
U kunt adressen vinden door in een
telefoonboek te zoeken.
1. Selecteer Waarheen? > Telefoongids.
2. Selecteer een optie:
• Als u een huisadres wilt vinden op
basis van de voor- en achternaam,
selecteer dan Op naam.
• Als u een huisadres wilt vinden
op basis van het telefoonnummer,
selecteer dan Op telefoonnummer.
OPMERKING: deze optie is niet in
alle regio's beschikbaar.
3. Voer een naam of een telefoonnummer in
en selecteer OK.
4. Selecteer zo nodig een vermelding.
Flitspalen
 Let op
Garmin is niet verantwoordelijk voor de
nauwkeurigheid van of consequenties van het
gebruik van een database met eigen nuttige
punten of flitspaalinformatie.
In sommige landen is flitspaalinformatie
beschikbaar. Ga naar http://my.garmin.com
voor beschikbaarheid. In deze landen geeft
het toestel de locatie van honderden flitspalen
weer. Het toestel waarschuwt u wanneer u
een flitspaal nadert en kan u waarschuwen
wanneer u te hard rijdt. De gegevens worden
ten minste eenmaal per week bijgewerkt,
dus u beschikt altijd over de meest actuele
gegevens.
Flitspalen melden
U kunt melding maken van flitspalen, zoals
red-light camera's en radar guns.
1. Selecteer
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
op de kaart.
49
nüLink! gebruiken
2. Selecteer een optie onder Flitspaal
melden:
• Mijn richting.
• Andere kant.
De locatie van de flitspaal wordt gedeeld met
andere gebruikers.
Flitspaalverkenners
Een verkenner is een medeweggebruiker
die de locatie van flitspalen en mobiele
flitsers rapporteert, waardoor de informatie
over flitspalen correct en actueel blijft.
Het gegevensveld Medeweggebruikers
geeft het aantal verkenners binnen een
bepaalde afstand weer en kan ook een
sterrenwaardering van de verkennerrapporten
bevatten.
Verkennerinformatie weergeven
1. Selecteer Bekijk kaart.
2. Selecteer een willekeurig gegevensveld,
behalve Snelheid.
3. Selecteer Verkennerinfo.
50
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Tracker
Tracker
OPMERKING
Opmerking: wees voorzichtig met het delen
van locatie-informatie met anderen.
Een locatiebericht verzenden
U kunt een eigen locatiebericht naar andere
gebruikers sturen.
> Profiel.
1. Selecteer Extra > Tracker > Hier ben
ik.
2. Selecteer een optie:
• Schakel het selectievakje bij een of
meer ontvangers in.
• Selecteer Voer e-mail in of Trackerid en geef het e-mailadres of de
tracker-id van de ontvanger op.
Opmerking: de tracker-id is
hoofdlettergevoelig.
3. Selecteer Volgende.
4. Selecteer een optie:
• Selecteer een bericht.
• Selecteer Bericht invoeren en voer
de gewenste tekst voor het bericht in.
5. Selecteer Verzenden.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
51
Met Tracker kunt u uw locatie vermelden,
anderen volgen en anderen uw locatie laten
volgen. Tracker is alleen beschikbaar op
bepaalde Garmin GPS-systemen en als een
toepassing op bepaalde mobiele telefoons.
Tracker instellen
1. Selecteer Extra > Tracker > Aan de
slag.
2. Volg de instructies op het scherm.
Uw tracker-id weergeven
Alle verbonden toestellen of volgtoestellen
hebben een unieke tracker-id.
Tik op Extra > Tracker >
Tracker
Info over volgers
U kunt gedurende een bepaalde tijd iemand
anders uw locatie laten volgen. Na afloop
van die periode kan de volger uw locatie niet
meer bekijken.
U kunt een volger via een e-mailadres of
een tracker-id uitnodigen. Als u iemand via
een e-mailadres uitnodigt om uw locatie te
volgen, moet die persoon u op de website
van Garmin volgen. Als u een volger via een
tracker-id uitnodigt, kan die persoon u met
behulp van Tracker volgen.
52
Volgers uitnodigen
1. Selecteer Extra > Tracker > Volg mij.
2. Selecteer een optie:
• Schakel het selectievakje bij een of
meer ontvangers in.
• Selecteer Voer e-mailadres of
tracker-id in en geef het e-mailadres
of de tracker-id van de ontvanger op.
3. Selecteer Volgende.
4. Selecteer een optie:
• Selecteer een bericht.
• Selecteer Bericht invoeren en voer
de gewenste tekst voor het bericht in.
5. Sleep uren en minuten om een tijdsduur
op te geven en selecteer Volgende.
6. Selecteer Verzenden.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Tracker
Uw locatie op sociale netwerken
plaatsen
Om uw locatie op een sociaal netwerk te
plaatsen moet u eerst uw account of
accounts van sociale netwerken in uw
myGarmin-account instellen. Ga naar
http://my.garmin.com voor meer informatie.
U kunt uw locatie gedurende een bepaalde
periode op een sociaal netwerk plaatsen.
Gedurende die periode kan iedereen die uw
berichten op dat sociale netwerk kan lezen,
ook uw locatie bekijken.
Selecteer Extra > Tracker > Volg mij.
Selecteer een of meer sociale netwerken.
Selecteer Volgende.
Selecteer een optie:
• Selecteer een bericht.
• Selecteer Bericht invoeren en voer
de gewenste tekst voor het bericht in.
5. Sleep uren en minuten om een tijdsduur
op te geven en selecteer Volgende.
6. Selecteer Verzenden.
1.
2.
3.
4.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Anderen volgen
Om iemand anders op uw toestel te kunnen
volgen, moet die persoon u met behulp van
uw tracker-id daarvoor hebben uitgenodigd.
1. Selecteer Extra > Tracker >
Weergeven.
2. Selecteer een persoon.
De locatie en geselecteerde persoon worden
op de kaart weergegeven.
Uw locatie verbergen
U kunt uw locatie verbergen voor de personen
die u volgen.
Selecteer Extra > Tracker > Verberg
mij.
53
Verkeersinformatie
Verkeersinformatie
OPMERKING
Garmin is niet verantwoordelijk voor de
nauwkeurigheid van de verkeersinformatie.
U kunt deze functie alleen gebruiken als u een
abonnement hebt op nüLink!™ en het toestel
een nüLink!-signaal ontvangt. Deze functie is
niet in alle regio's beschikbaar.
Wanneer het toestel zich binnen een
dekkingsgebied voor verkeersinformatie
bevindt, wordt de verkeerinformatie op het
toestel weergegeven.
Ga naar www.garmin.com/traffic voor meer
informatie over FM-verkeersinformatieontvangers en dekkingsgebieden.
Informatie over het verkeerspictogram
Er staat een verkeerspictogram op de kaart als
er verkeersinformatie wordt ontvangen. Het
verkeerspictogram verandert van kleur om de
ernst van de verkeerssituatie aan te geven.
Kleur
Ernst
Betekenis
Groen
Laag
Het verkeer stroomt
normaal door.
Geel
Middel
Het verkeer rijdt maar
er zijn opstoppingen.
Er is sprake van
enige filevorming.
Rood
Hoog
Het verkeer staat stil
of rijdt langzaam.
Er zijn ernstige
opstoppingen.
Realtime verkeerswaarschuwingen
weergeven
Tijdens het navigeren van een route per auto
kunnen er realtime verkeerswaarschuwingen
op de navigatiebalk worden weergegeven.
Selecteer de melding om meer informatie
weer te geven.
54
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Verkeersinformatie
Verkeer op uw route
Handmatig verkeer op uw route
vermijden
1. Tik op de kaart op .
2. Tik op Verkeer op route.
3. Gebruik zo nodig de pijlen om andere
vertragingen op uw route weer te geven.
4. Tik op > Vermijd.
Het kan zijn dat het toestel een druk traject
voorstelt als er geen beter alternatief
voorhanden is. De tijd van de vertraging
wordt dan meegenomen bij het berekenen van
de geschatte aankomsttijd.
Een alternatieve route nemen
1. Selecteer
tijdens het navigeren.
2. Selecteer Alternatieve route.
3. Selecteer een route.
Tijdens het berekenen van de route wordt het
huidige verkeer onderzocht en wordt de route
automatisch aangepast om de reisduur zo kort
mogelijk te maken. Als er een lange file op
uw route is terwijl u aan het navigeren bent,
berekent het toestel de route automatisch
opnieuw.
Verkeer op uw route weergeven
1. Selecteer tijdens het navigeren .
2. Selecteer Verkeer op route.
Er wordt een lijst met verkeerssituaties
op uw route weergegeven, gesorteerd op
locatie op uw route.
3. Selecteer een gebeurtenis.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Verkeersinformatie op de kaart
weergeven
Op de kaart met verkeersinformatie
worden met kleurcodes de verkeersstroom
en vertragingen op wegen in de buurt
weergegeven.
1. Tik op de kaart op
.
2. Selecteer Verkeerssituaties.
55
Verkeersinformatie
Verkeer in uw omgeving
Vertragingen zoeken
1. Tik op de kaartpagina op
.
2. Selecteer Verkeerssituaties > .
3. Selecteer een item in de lijst om
vertragingen op de weg weer te geven.
4. Als er meerdere vertragingen zijn,
gebruik dan de pijlen om de overige
vertragingen weer te geven.
Een verkeersprobleem op de kaart
weergeven
1. Selecteer
op de kaart.
2. Selecteer Verkeerssituaties.
3. Selecteer een verkeerspictogram.
56
Verkeersinformatie
interpreteren
De legenda voor verkeerinformatie bevat een
uitleg van de pictogrammen en kleuren die
worden gebruikt op de verkeerskaart.
1. Selecteer
op de kaart.
2. Selecteer Legenda verkeer.
Verkeerscamera’s
U kunt deze functie alleen gebruiken als u
een abonnement hebt op de premium service
PhotoLive nüLink!™ en het toestel moet een
nüLink!-signaal ontvangen. Deze functie is
niet in alle regio’s beschikbaar.
Verkeerscamera’s geven livebeelden van
verkeersomstandigheden op belangrijke
snelwegen en kruispunten. U kunt camera’s
opslaan die u regelmatig raadpleegt.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Verkeersinformatie
Een verkeerscamera opslaan
1. Selecteer Extra > MyCameras.
2. Selecteer Toevoegen.
3. Selecteer een weg.
4. Selecteer een kruispunt.
5. Selecteer Sla op.
Een verkeerscamera weergeven
Voordat u beelden van een verkeerscamera
kunt weergeven, moet u de desbetreffende
camera opslaan.
1. Selecteer Extra > MyCameras.
2. Selecteer een camera.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
Verkeersabonnementen
Abonnement activeren
Het is niet nodig om het abonnement
te activeren. Het abonnement wordt
automatisch geactiveerd nadat uw toestel
satellietsignalen heeft ontvangen en ook
verkeersinformatiesignalen ontvangt van de
provider van de betaalservice.
Levenslange abonnementen
Sommige modellen bevatten levenslange
abonnementen voor bepaalde functies.
LT
Dit model bevat een
verkeersinformatie-ontvanger en
een levenslang abonnement op
verkeersinformatie.
LMT
Dit model bevat een
verkeersinformatie-ontvanger, een
nüMaps Lifetime™-abonnement en
een levenslang abonnement op
verkeersinformatie (pagina 73).
57
Verkeersinformatie
Een abonnement toevoegen
U kunt abonnementen voor
verkeersinformatie in andere regio's of landen
aanschaffen.
1. Selecteer in het hoofdmenu Extra >
Instellingen > Verkeer.
2. Selecteer een optie:
• Selecteer buiten Noord-Amerika
Abonnementen > .
• Selecteer binnen Noord-Amerika .
3. Schrijf de apparaat-id van de FMontvanger voor verkeersinformatie op.
4. Ga naar www.garmin.com/fmtraffic om
een abonnement af te sluiten en een code
van 25 tekens op te halen.
De TMC-abonnementcode kan niet
opnieuw worden gebruikt. Elke keer dat
u de service wilt verlengen, hebt u een
nieuwe code nodig.
5. Selecteer Volgende op uw toestel.
6. Voer de code in.
7. Selecteer OK.
58
Aanbiedingen
Als u op basis van uw abonnement op Garmin
nüLink!™ Services verkeersinformatie
ontvangt, ontvangt u ook aanbiedingen en
coupons die voor uw huidige locatie relevant
zijn. Deze functie is alleen beschikbaar
in Noord-Amerika. Deze functie is alleen
beschikbaar als u verkeersinformatie
ontvangt.
Voor het ontvangen van aanbiedingen
en coupons moet u een geldig nüLink!abonnement hebben en moet het toestel
signalen via nüLink! ontvangt.
Ga naar www.garmin.com/privacy en lees
onze privacyverklaring.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Verkeersinformatie
Aanbiedingen
 Let op
Schrijf geen couponcodes op tijdens het
rijden.
1. Tik op een aanbieding op het scherm als
u de dichtstbijzijnde locatie wilt zoeken
die verband houdt met die aanbieding.
2. Selecteer, indien beschikbaar,
om de
couponcode weer te geven.
3. Noteer deze code en laat de code zien als
u op de locatie bent gearriveerd.
Een lijst met aanbiedingen
weergeven
Selecteer Extra > Aanbiedingen om de
lijst weer te geven met de aanbiedingen
die u hebt ontvangen.
Verkeersinformatie en aanbiedingen
uitschakelen
Als u aanbiedingen wilt uitschakelen, dient u
verkeersinformatie uit te schakelen.
Selecteer Extra > Instellingen >
Verkeer > Uitgeschakeld.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
59
Gegevensbeheer
Gegevensbeheer
U kunt bestanden, zoals JPEG-bestanden,
op het toestel opslaan. In het geheugenslot
van het toestel kan een extra geheugenkaart
worden geplaatst.
OPMERKING: het toestel is niet compatibel
met Windows® 95, 98, Me, Windows NT® en
Mac® OS 10.3 en eerder.
Bestandstypen
Het toestel ondersteunt de volgende
bestandstypen:
•
•
•
JPEG- en JPG-afbeeldingbestanden
(pagina 41)
Kaarten en GPX-waypointbestanden van
MapSource® (pagina 73)
GPI-bestanden met eigen nuttige
punten van de POI Loader van Garmin
(pagina 73)
Informatie over
geheugenkaarten
Geheugenkaarten zijn verkrijgbaar bij elektronicawinkels. Software met vooraf geladen
kaarten van Garmin kunt u ook aanschaffen
op (www.garmin.com/trip_planning). U kunt
op de geheugenkaarten behalve kaarten en
kaartgegevens ook afbeeldingsbestanden,
cartridges, geocaches, routes, waypoints en
eigen nuttige punten opslaan.
Een geheugenkaart installeren
Het toestel biedt ondersteuning voor
microSD™- en microSDHC-geheugen- of
gegevenskaarten.
1. Plaats een geheugenkaart in de uitsparing
op het toestel.
2. Druk op de kaart totdat deze vastklikt.
Bestanden van uw computer
overzetten
1. Sluit het toestel aan op uw computer
(pagina 3).
60
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Gegevensbeheer
2.
3.
4.
5.
6.
Het toestel en de geheugenkaart worden
weergegeven als verwisselbare stations
in Deze computer in Windows en
als geïnstalleerde volumes op Maccomputers.
OPMERKING: sommige computers
met meerdere netwerkstations kunnen
geen nüLink- stations weergeven. Zie het
Help-bestand van uw besturingssysteem
voor meer informatie over het toewijzen
van de stations.
Open de bestandsbrowser op de
computer.
Selecteer het bestand.
Selecteer Wijzig > Kopiëren.
Open het Garmin-station of -volume of
de geheugenkaart.
Selecteer Wijzig > Plakken.
Het bestand wordt weergegeven in de lijst
met bestanden in het toestelgeheugen of
op de geheugenkaart.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
De USB-kabel loskoppelen
1. Voer een actie uit:
• Windows-computers: klik op
het uitwerppictogram
op de
systeembalk.
• Mac-computers: sleep het
volumepictogram naar de
Prullenmand .
2. Koppel de kabel los van uw computer.
Bestanden verwijderen
OPMERKING
Als u niet weet waar een bestand voor dient,
verwijder het dan niet. Het geheugen van het
toestel bevat belangrijke systeembestanden
die niet mogen worden verwijderd.
1.
2.
3.
4.
Open het Garmin-station of -volume.
Open zo nodig een map of volume.
Selecteer een bestand.
Druk op de toets Delete op het
toetsenbord.
61
Het toestel aanpassen
Het toestel aanpassen
1. Selecteer Extra > Instellingen.
•
•
•
2. Selecteer een instellingscategorie.
3. Selecteer de instelling die u wilt wijzigen.
•
Systeeminstellingen
Selecteer Extra > Instellingen > Systeem.
•
•
•
62
GPS-simulator: hiermee stelt u in dat
het toestel geen GPS- signalen meer
ontvangt, waarmee u de batterij spaart.
Eenheden: de maateenheid voor
afstanden instellen.
Tijdweergave: hiermee kunt u een
12-uurs, 24-uurs of UTC-tijdweergave
selecteren.
•
Huidige tijd: de tijd voor het toestel
instellen.
Positierapportage: hiermee kan Garmin
uw snelheid, richting en locatie op
anonieme basis en met uw toestemming
delen met andere serviceproviders.
Veilige modus: hiermee schakelt u alle
functies van het navigatiesysteem uit die
veel aandacht van de gebruiker vragen en
u tijdens het rijden kunnen afleiden.
Over: hiermee geeft u het versienummer
van de software,het id-nummer van het
toestel en informatie over verschillende
andere softwarefuncties weer.
Opmerking: u hebt deze gegevens
nodig om de systeemsoftware bij te
werken of aanvullende kaartgegevens aan
te schaffen (pagina 73).
EULA's: geeft de licentieovereenkomsten
voor eindgebruikers weer die op uw
keuze van toepassing zijn.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Het toestel aanpassen
Navigatie-instellingen
Instellingen voor de auto
Selecteer Extra > Instellingen > Navigatie >
Auto.
•
•
•
•
•
•
•
nüRoute™: hiermee stelt u routevoorkeuren voor routes per auto in (pagina 64).
Kaartdetail: hiermee stelt u het
detailniveau voor de kaart in. Als er
meer details worden weergegeven, wordt
de kaart mogelijk langzamer opnieuw
getekend.
Kaartweergave: hiermee stelt u het
perspectief voor de kaart in.
Kaartthema: hiermee kunt u de kleuren
van de kaartgegevens wijzigen.
Kaartgegevensopmaak: hiermee stelt u
in hoeveel gegevens op de kaart worden
weergegeven.
Voertuig: hiermee kiest u een ander pictogram voor het aangeven van uw positie
op de kaart. Ga voor meer pictogrammen
naar www.garmingarage.com.
Triplog
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
•
◦◦ Toon op kaart: hiermee wordt de
route van uw reizen weergegeven op
de kaart.
◦◦ Triplog wissen
Gevarenzones: hiermee wordt u
gewaarschuwd wanneer u eigen flitspalen
nadert.
Het kaartperspectief wijzigen
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Navigatie > Auto > Kaartweergave.
2. Selecteer een optie:
• Selecteer Koers boven om de
kaart tweedimensionaal met uw
reisrichting bovenaan weer te geven.
• Selecteer Noord boven om de kaart
tweedimensionaal weer te geven, met
het noorden bovenaan.
• Selecteer 3D om de kaart
driedimensionaal weer te geven.
Instellingen voor voetgangers
Selecteer Extra > Instellingen > Navigatie >
Voetganger.
•
Lopen beperken: hiermee stelt u in welk
gedeelte van de route met het openbaar
vervoer u lopend wilt afleggen.
63
Het toestel aanpassen
•
•
Openbaar vervoer: hiermee vermijdt u
geselecteerde typen openbaar vervoer.
Triplog: hiermee toont u de afgelegde
weg op de kaart.
◦◦ Toon op kaart: hiermee wordt de
route van uw reizen weergegeven op
de kaart.
◦◦ Triplog wissen
Typen openbaar vervoer vermijden
Opmerking: OV-typen zijn beschikbaar
wanneer er cityXplorer-kaarten zijn geladen
(pagina 30).
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Navigatie > Voetganger > Openbaar
vervoer.
2. Selecteer het type openbaar vervoer dat u
niet op uw routes wilt tegenkomen.
3. Selecteer Sla op.
nüRoute-instellingen
Deze instelling is alleen beschikbaar als het
toestel in de modus Auto staat (pagina 6).
Routevoorkeuren
Selecteer Extra > Instellingen > Navigatie >
Auto > nüRoute > Berekenmodus.
De routeberekening is gebaseerd op de
snelheidsgegevens van een weg en de
versnellingsgegevens van een voertuig voor
een bepaalde route.
•
•
64
Snellere tijd: hiermee berekent u routes
die sneller worden afgelegd, maar
mogelijk langer zijn.
Kortere afstand: hiermee berekent u
routes die korter zijn, maar mogelijk
langzamer worden afgelegd.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Het toestel aanpassen
•
•
•
Zuinig rijden: hiermee berekent u routes
waarvoor minder brandstof nodig is dan
voor andere routes.
Op verzoek: vraagt u een
routeberekenmodus te selecteren voordat
u gaat navigeren (pagina 11).
Offroad: berekent een rechte lijn van uw
huidige locatie naar uw bestemming.
Punten vermijden op de route
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Navigatie > Auto > nüRoute > Te
vermijden.
2. Selecteer de obstakels die u niet op uw
routes wilt tegenkomen en selecteer
Sla op.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
trafficTrends
Als de functie trafficTrends™ is
ingeschakeld, bewaart uw toestel historische
verkeersgegevens en gebruikt het deze
gegevens om efficiëntere routes te berekenen.
Deze informatie wordt naar Garmin
verzonden als het toestel een nüLink!™signaal ontvangt of als u het toestel via een
computer aansluit op myGarmin™.
OPMERKING: mogelijk worden er
verschillende routes berekend op basis van
verkeerstrends gedurende de dag van de week
of het tijdstip van de dag.
trafficTrends inschakelen
Selecteer Extra > Instellingen >
Navigatie > Auto > nüRoute >
trafficTrends > Ingeschakeld.
65
Het toestel aanpassen
trafficTrends uitschakelen
Als u niet wilt dat uw toestel
verkeersinformatie vastlegt of deelt, schakel
dan trafficTrends uit.
•
•
Selecteer Extra > Instellingen > Navigatie >
Auto > nüRoute > trafficTrends >
Uitgeschakeld.
Weergave-instellingen
Selecteer Extra > Instellingen > Scherm.
•
•
66
Kleurmodus: hiermee kunt u een lichte
achtergrond (Dag) of een donkere
achtergrond (Nacht) instellen of
automatisch laten overschakelen tussen
de twee achtergronden op basis van de
tijd van de zonsopkomst en de tijd van de
zonsondergang op de locatie waar u zich
bevindt (Auto).
Helderheid: hiermee wijzigt u de
helderheid van het scherm. U kunt de
levensduur van de batterij verlengen door
de helderheid te verlagen.
Time-out voor scherm: hiermee kunt u
opgeven hoe lang het moet duren voordat
het toestel in de slaapstand wordt gezet.
Schermafdruk: hiermee maakt u
een opname van het toestelscherm
(pagina 42). Schermafbeeldingen worden
op het toestel in de map Screenshot
opgeslagen.
Taalinstellingen
Selecteer Extra > Instellingen > Taal.
•
•
•
Taal voor spraak: hiermee wijzigt u de
taal van de gesproken aanwijzingen.
Taal voor tekst: hiermee wijzigt u de
taal voor alle tekst op het scherm in de
geselecteerde taal.
OPMERKING: als u de teksttaal wijzigt,
blijft de taal van de kaartgegevens,
zoals straatnamen en plaatsen, of van
door de gebruiker ingevoerde gegevens
ongewijzigd.
Toetsenbordtaal: hiermee stelt u de taal
voor het toetsenbord in.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Het toestel aanpassen
•
Toetsenbordindeling: hiermee stelt u de
indeling van het toetsenbord in.
Kaartinformatie weergeven
Selecteer Extra > Instellingen > Mijn
Kaarten.
Kaarten inschakelen
TIP: ga voor het aanschaffen van andere
kaartproducten naar http://www.garmin.com
/us/maps.
1. Selecteer Extra > Instellingen > Mijn
Kaarten.
2. Selecteer een kaart.
Bluetooth-instellingen
Selecteer Extra > Instellingen > Bluetooth.
•
•
Telefoon of Telefoon toevoegen: hiermee
kunt u de verbindingen tussen het toestel
en mobiele telefoons met draadloze
Bluetooth-technologie beheren.
Bluetooth: hiermee schakelt u de
Bluetooth-component in.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
•
Toestelnaam: hiermee kunt u een
gebruiksvriendelijke naam invoeren ter
identificatie van uw toestel op andere
toestellen met Bluetooth.
De lijst met Bluetooth-toestellen
beheren
U kunt telefoons die door uw toestel worden
herkend wanneer Bluetooth is ingeschakeld,
toevoegen, verwijderen en de verbinding
ermee verbreken.
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Bluetooth > Telefoon.
2. Selecteer een optie:
• Selecteer de telefoon waarmee u uw
toestel verbinding wilt laten maken.
• Selecteer om de telefoon aan het
menu toe te voegen.
• Selecteer om een telefoon uit het
toestelgeheugen te verwijderen.
• Selecteer Geen om de huidige
verbinding te verbreken.
67
Het toestel aanpassen
Bluetooth wordt uitgeschakeld
1. Selecteer Extra > Instellingen >
Bluetooth.
2. Selecteer Bluetooth > Uitgeschakeld >
Sla op.
Verkeersinformatie
inschakelen
De verkeersinformatie-ontvanger wordt bij
sommige toestellen meegeleverd.
Selecteer Extra > Instellingen >
Verkeer > Verkeer > Ingeschakeld.
Verkeersabonnementen weergeven
Selecteer Extra > Instellingen >
Verkeer > Abonnementen.
De instellingen herstellen
U kunt een bepaalde categorie instellingen
of alle instellingen terugzetten naar de
fabrieksinstellingen.
1. Selecteer Extra > Instellingen.
2. Selecteer indien nodig een categorie.
3. Selecteer > Herstellen.
Informatie over
verkeersabonnementen
U kunt extra abonnementen aanschaffen of
een abonnement vernieuwen wanneer het
verloopt. Ga naar www.garmin.com/fmtraffic.
68
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Appendix
Voedingskabels
Het toestel kan op drie manieren van stroom
worden voorzien.
•
•
•
Voertuigvoedingskabel
USB-kabel (meegeleverd met sommige
modellen)
Netadapter (optionele accessoire)
Verzorging van het toestel
opmerking
Laat het toestel niet vallen en gebruik het
niet in omgevingen met veel schokken of
trillingen.
Stel het toestel niet bloot aan water.
Appendix
Bewaar het toestel niet op een plaats waar
het langdurig aan extreme temperaturen kan
worden blootgesteld, omdat dit onherstelbare
schade kan veroorzaken.
Gebruik nooit een hard of scherp object om
het aanraakscherm te bedienen omdat het
scherm daardoor beschadigd kan raken.
De behuizing schoonmaken
opmerking
Gebruik geen chemische
schoonmaakmiddelen en oplosmiddelen die
de kunststofonderdelen kunnen beschadigen.
1. Maak de behuizing van het toestel (niet
het aanraakscherm) schoon met een
doek die is bevochtigd met een mild
schoonmaakmiddel.
2. Veeg het toestel vervolgens droog.
Door water kan het toestel defect raken.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
69
Appendix
Het aanraakscherm schoonmaken
1. Gebruik een zachte, schone, pluisvrije
doek.
2. Gebruik zo nodig water, isopropylalcohol
of brilglasreiniger.
3. Maak de doek vochtig met de vloeistof.
4. Veeg het scherm voorzichtig met de doek
schoon.
Diefstalpreventie
• Om diefstal te voorkomen raden we u
aan het toestel en de bevestiging uit het
zicht te verwijderen wanneer u deze niet
gebruikt.
• Verwijder de afdruk van de zuignap op
de voorruit.
• Bewaar het toestel niet in het
handschoenenvak.
• Registreer uw toestel op
http://my.garmin.com.
Gebruikersgegevens wissen
1. Zet het toestel aan.
70
2. Houd uw vinger op de rechterbenedenhoek van het toestelscherm.
3. Houd uw vinger tegen het scherm gedrukt
tot het pop-upvenster wordt weergegeven.
4. Selecteer Ja om alle gebruikersgegevens
te wissen.
Alle oorspronkelijke instellingen worden
hersteld. Alle items die u hebt bewaard,
worden gewist.
De levensduur van de batterij
verlengen
• Behoud uw toestel voor sterke
temperatuurschommelingen.
• Zet het toestel in de slaapmodus
(pagina 5).
• Verminder de helderheid van het scherm
(pagina 5).
• Laat het toestel niet in direct zonlicht
staan.
• Verlaag het volume (pagina 5).
• Schakel aanbiedingen en verkeer uit
(pagina 59).
• Schakel Bluetooth uit (pagina 68).
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Appendix
•
Maak de time-out voor de
schermverlichting korter (pagina 66).
Controleer de zekering in de
voertuigvoedingskabel
opmerking
Bij het vervangen van zekeringen moet
u ervoor zorgen dat u geen onderdeeltjes
verliest en dat u deze op de juiste plek
terugplaatst. De voertuigvoedingskabel werkt
alleen als deze op juiste wijze is aangebracht.
Als het toestel in het voertuig is aangesloten
maar niet kan worden opgeladen, moet u
misschien de zekering aan het uiteinde van de
voertuigadapter vervangen.
1. Schroef de dop los.
Tip: u dient wellicht een munt te
gebruiken om de dop te verwijderen.
2. Verwijder de dop, het zilverkleurige
pinnetje en de zekering (het glazen buisje
met zilverkleurige kapjes).
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
3. Installeer een snelle zekering van 1 A.
4. Zorg dat het zilverkleurige pinnetje in de
dop zit.
5. Schroef de dop vast in de
voertuigvoedingskabel.
Plaatsing op het Dashboard
Opmerking
De permanente plakstrip is zeer moeilijk te
verwijderen nadat deze is geïnstalleerd.
Gebruik de meegeleverde montageschijf om
het toestel op het dashboard te monteren en
zo aan de regelgeving in bepaalde landen te
voldoen.
1. Reinig en droog de plaats op het
dashboard waar u de schijf wilt plaatsen.
2. Verwijder de bescherming van de
permanente plakstrip aan de achterkant
van de schijf.
3. Plaats de schijf op het dashboard.
71
Appendix
4. Verwijder de doorzichtige plastic laag
van de bovenkant van de schijf.
5. Plaats de zuignapsteun op de schijf.
6. Duw de hendel naar beneden (in de
richting van de schijf).
Het toestel, de houder en de
steun verwijderen
Het toestel uit de houder nemen
1. Druk op het klepje boven aan de houder.
2. Kantel het toestel naar voren.
72
De houder uit de steun verwijderen
1. Draai de houder naar rechts of links.
2. Blijf duwen totdat de bal in de steun
loskomt van de houder.
De zuignapsteun van de voorruit
halen
1. Draai de hendel op de zuignapsteun naar
u toe.
2. Trek het lipje van de zuignap naar u toe.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Appendix
nüMaps Lifetime
Tegen een eenmalige betaling kunt u tijdens
de levensduur van uw toestel elk jaar tot vier
kaartupdates voor uw toestel ontvangen. Ga
voor meer informatie over nüMaps Lifetime
en volledige voorwaarden en bepalingen naar
www.garmin.com en klik op Kaarten.
Sommige modellen beschikken over een
nüMaps Lifetime-abonnement.
LM
Dit model bevat een nüMaps
Lifetime-abonnement.
LMT
Dit model bevat een
verkeersinformatie-ontvanger, een
nüMaps Lifetime-abonnement en
een levenslang abonnement op
verkeersinformatie.
Extra kaarten kopen
1. Ga hiervoor naar de productpagina op de
website van Garmin (www.garmin.com).
2. Klik op het tabblad Kaarten.
3. Volg de instructies op het scherm.
Eigen nuttige punten
Eigen nuttige punten zijn punten die u zelf op
de kaart instelt. Dit kunnen waarschuwingen
zijn dat u zich dicht bij een aangewezen punt
bevindt of bijvoorbeeld sneller gaat dan een
bepaalde snelheid.
Een POI Loader installeren
U kunt zelf lijsten met eigen nuttige punten
(POI's) maken of downloaden en deze
vervolgens met de Garmin POI Loadersoftware op uw toestel installeren.
1. Ga naar www.garmin.com/extras.
2. Klik op Services > POI Loader.
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
73
Appendix
3. Installeer de POI Loader op uw computer.
De Help-bestanden van de POI
Loader gebruiken
Raadpleeg voor meer informatie over de POI
Loader het helpbestand.
Open de POI Loader en klik op Help.
Extra's zoeken
1. Selecteer Waarheen? > Extra's.
2. Selecteer een categorie.
Accessoires aanschaffen
Contact opnemen met Garmin
Product Support
• Ga in Europa naar www.garmin.com
/support en klik op Contact Support
voor ondersteuningsinformatie voor uw
regio.
• In de Verenigde Staten: bel (913)
397.8200 of (800) 800.1020.
• In het Verenigd Koninkrijk: bel
0808 2380000.
• In Europa: bel +44 (0) 870.8501241.
Ga naar http://buy.garmin.com.
74
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Appendix
Problemen oplossen
Probleem
Oplossing
Mijn toestel ontvangt geen •
satellietsignalen.
•
•
•
Controleer of de GPS-simulator is uitgeschakeld (pagina 62).
Selecteer Extra > Instellingen > Systeem > GPS-simulator >
Uit.
Neem uw toestel mee naar een open plek, buiten
parkeergarages en uit de buurt van hoge gebouwen en bomen.
Blijf enkele minuten stilstaan.
De zuignap blijft niet op de •
voorruit zitten.
•
•
Reinig de zuignap en de voorruit met schoonmaakalcohol.
Droog af met een schone, droge doek.
Plaats de zuignap (pagina 3).
Het toestel wordt niet
opgeladen in mijn auto.
Controleer de zekering in de voertuigvoedingskabel (pagina 71).
Het voertuig moet zijn ingeschakeld om stroom aan de
stroomvoorziening te kunnen leveren.
Uw toestel kan alleen worden opgeladen bij een temperatuur
tussen 0° C en 45° C (32° F en 113° F). Als het toestel aan
hitte of direct zonlicht wordt blootgesteld, kan er niet worden
opgeladen.
•
•
•
De batterij blijft niet erg
lang opgeladen.
Verlaag de helderheid van de schermverlichting. Hierdoor hoeft u de
batterij minder snel op te laden (pagina 66).
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
75
Appendix
Mijn batterijmeter lijkt niet
nauwkeurig te zijn.
Ontlaad de batterij van het toestel volledig en laad de batterij
vervolgens op (zonder de laadcyclus te onderbreken).
Hoe weet ik of mijn
toestel zich in de modus
voor USB-massaopslag
bevindt?
Wanneer uw toestel zich in de modus voor USB-massaopslag
bevindt, wordt er een afbeelding van een aangesloten toestel op
een computer op het toestelscherm weergegeven. Er moeten nu
twee nieuwe verwijderbare schijfstations worden weergegeven in
Deze computer.
Het toestel is aangesloten
op de computer, maar
ik kan de modus voor
massaopslag niet
activeren.
1. Koppel de USB-kabel los van de computer.
2. Schakel het toestel uit.
3. Sluit de USB-kabel aan op een USB-poort van uw computer en
op het toestel.
Het toestel wordt automatisch ingeschakeld en schakelt over
naar de modus USB-massaopslag.
4. Sluit het toestel aan op een USB-poort en niet op een USB-hub.
Ik zie geen nieuwe
verwijderbare stations in
mijn lijst met stations.
Als er diverse netwerkstations zijn aangesloten op de computer,
kunnen er in Windows problemen optreden bij het toewijzen van
stationsletters aan toestelstations. Zie het Help-bestand van
uw besturingssysteem voor informatie over het toewijzen van
stationsletters.
Ik kan mijn telefoon niet
aansluiten op het toestel.
•
•
•
76
Selecteer Extra > Instellingen > Bluetooth. Het veld Bluetooth
moet zijn ingesteld op Ingeschakeld.
Schakel uw telefoon uit en breng deze binnen 10 meter
(33 voet) van het toestel.
Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/bluetooth.
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Index
Symbolen
2D-, 3D-kaartweergave 63
A
aanbiedingen 58
uitschakelen 59
weergeven 59
accenttekens 7
accessoires 74
adressen 14
afstandsrapport 40
B
batterij 75
bestanden
ondersteunde typen 60
verwijderen 61
bewerken
bestemmingen 21
favorieten 19
kaartsymbool wijzigen 19
opgeslagen reis 21
thuislocatie 13
wijzig categorieën 19
Index
bijwerken
kaarten 4
software 4
Bluetooth-technologie 31–34
bellen vanaf locatiekaart 16
gebruiksvriendelijke
naam 67
instellingen 67
koppelen met telefoon 31
brandstofprijzen 45
breedtegraad en lengtegraad 15
C
calculator 42
cityXplorer-kaarten 11, 30
computer, verbinden 3
coördinaten 15
D
dashboardschijf 71
dempen
audio 5
telefoongesprek 33
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
E
ecoRoute 37–40
afstandsrapport 40
brandstofverbruik kalibreren
38
ecoChallenge-score 39
voedingskabel 38
eenheden omrekenen 42
eenheden, omrekenen 42
een stop toevoegen 11
eigen nuttige punten 74
extra 35–40
extra’s 74
F
Favorieten 18–19
feedback over POI’s 17
filmtijden 44
flitspaalinformatie
database 49
melden 49
verkenners 50
waarschuwingen 49
77
Index
fotoalbum 41
fotonavigatie
afbeeldingen laden 16
G
gebruikersgegevens, verwijderen
70
gedetailleerde kaarten 60, 67
geheugenkaart 60
geocaching 15
gesproken afslag-voor-afslag
aanwijzingen 27
GPS
instellingen 62
simulator 18
H
Helderheid
Help 35
historische verkeerinformatie 65
houder verwijderen 72
huidige locatie opslaan 18
78
J
JPEG-afbeeldingbestanden 60
K
kaarten
detailniveau 63
fouten 17
gegevensopmaak 63
informatie 67
thema 63
toevoegen 73
voetganger 29
weergave 63
kaartfouten melden 18
knooppuntbeeld 28
koers boven 63
koppelen met mobiele telefoon
31
L
lijst met afslagen 27
locatiekaart 16
locaties zoeken
foto’s gebruiken 16
kaart gebruiken 15
op adres 14
op coördinaten 15
opgeslagen locaties
(Favorieten) 19
op naam 14
op postcode 14
luisterboek 35
afspelen 36
bladwijzer 37
laden 36
M
MapSource 60, 73
massaopslagmodus 60
maximumsnelheid
pictogram 25
microSD-kaart 4
Mijn Dashboard 3
myGarmin-berichten 45
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Index
myTrends 26
N
naam van reizen wijzigen 21
naar huis 13
nabije services 35
navigatie 25
foto 16
instellingen 63
offroad 13
voetganger 29
nüLink!- functies 44
nüLink!- services
winkelaccount 46
nüRoute- 63
nuttige punten
POI loader 60
zoeken 10
O
offroad-navigatie 13, 65
omrekenen
eenheden 42
valuta 42
omweg maken 12
openbaar vervoer
stadskaarten 30
te vermijden 64
opnieuw instellen
maximumsnelheid 27
reisgegevens 27
thuislocatie 13
oproepen
beantwoorden 32
dempen 33
ophangen 32
thuis 33
opslaan
gevonden locaties 18
uw huidige locatie 18
P
parkeerplaats 12
PIN
Bluetooth 32
plaatselijke gebeurtenissen 45
problemen oplossen 75
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
R
recent gevonden locaties 15
reisplanner 20
routebeschrijvingen 27
routes
offroad 13, 65
stoppen 13
routes opnieuw berekenen 12
route voorspellen 26
S
schermafbeeldingen 42
scherminstellingen 66
schermknoppen 7
software
Versie 62
spraakgestuurd kiezen 34
spraakherkenning 22
79
Index
spraakopdracht
activeerzin 22
activeren 22
navigeren met 23
pictogrammen en tonen 23
rood pictogram 23
tips voor gebruik 23
systeeminstellingen 62
T
taal voor spraak 66
telefoongids 49
thuis
locatie instellen 13
telefoonnummer 33
tijdinstellingen 62
time-out voor scherm 66
toestel aanpassen
toestel beveiligen
69
toestel bevestigen
op dashboard 71
op voorruit 75
uit houder nemen 72
80
toestel-id 62
toestel opbergen 69
toestel opladen 1, 75
toestel registreren 4
toestel schoonmaken 69
Toetsenbord 7
taalmodus 7
Tracker 51
anderen volgen 53
volgers uitnodigen 52
transportmodus 6
tripcomputer 26
informatie opnieuw
instellen 26
U
USB 76
V
veilige modus 62
verkeer 54–59
abonnement activeren 57
problemen 54
trafficTrends 65
verkeersabonnement
toevoegen 68
verkeerswaarschuwingen 54
vermijden
diefstal 70
typen openbaar vervoer 64
verkeer 55
verwijderen
alle gebruikersgegevens 70
bestanden 61
favorieten 19
foto’s 41
lijst met recent gevonden
punten 15
reizen 21
teken 7
verzorging van het toestel 69
vluchtstatus 45
voetgangersmodus
instellingen 63
voicemail 32
volgende afrit 28
volume
aanpassen 5
nüLink! 2300-serie – gebruikershandleiding
Index
W
Waar ben ik? 35
weer 44
wereldklok 42
Z
zekering vervangen 71
nüLink!- 2300-serie – gebruikershandleiding
81
© 2011-2012 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Garmin International, Inc.
1200 East 151st Street, Olathe, Kansas 66062, VS
Garmin (Europe) Ltd.
Liberty House, Hounsdown Business Park, Southampton, Hampshire,
SO40 9LR, Verenigd Koninkrijk
Garmin Corporation
No. 68, Zangshu 2nd Road, Xizhi Dist., New Taipei City, 221, Taiwan (Republiek China)
www.garmin.com
Januari 2012
Onderdeelnummer 190-01287-35 Rev. C
Gedrukt in Taiwan
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising