Garmin | Edge® 130 | User manual | Garmin Edge® 130 Gebruikershandleiding

Garmin Edge® 130 Gebruikershandleiding
EDGE 130
®
Gebruikershandleiding
© 2018 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin
behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of
organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
Garmin , het Garmin logo, ANT+ , Auto Lap , Auto Pause , Edge , Forerunner en Virtual Partner zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de
Verenigde Staten en andere landen. Connect IQ™, Garmin Connect™, Garmin Express™, Varia™, en Vector™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze
handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
®
®
®
®
®
®
Het woordmerk en de logo's van Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. The Cooper Institute , en alle
gerelateerde handelsmerken, zijn het eigendom van The Cooper Institute. Geavanceerde hartslaganalyse door Firstbeat. Apple en Mac zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de
Verenigde Staten en andere landen. STRAVA en Strava™ zijn handelsmerken van Strava, Inc. Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en
andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars.
®
®
®
®
Dit product is ANT+ gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.
®
M/N: A03402
®
Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................... 1
Knoppen ..................................................................................... 1
Statuspictogrammen .............................................................. 1
Uw smartphone koppelen ........................................................... 1
De standaardsteun installeren .................................................... 1
De Edge losmaken ................................................................. 1
Het toestel opladen ..................................................................... 2
Over de batterij ...................................................................... 2
Satellietsignalen ontvangen ........................................................ 2
Widgets weergeven .................................................................... 2
De schermverlichting gebruiken ................................................. 2
Training........................................................................... 2
Een rit maken .............................................................................. 2
Een opgeslagen rit volgen .......................................................... 3
Segmenten ................................................................................. 3
Strava™ segmenten .............................................................. 3
Een segment volgen van Garmin Connect ............................ 3
Tegen een segment racen ..................................................... 3
Een segment instellen op automatisch aanpassen ............... 3
Segmentgegevens weergeven .............................................. 3
Een segment verwijderen ...................................................... 3
Koersen ...................................................................................... 3
Een koers volgen vanaf Garmin Connect .............................. 4
Tips voor trainen met koersen ............................................... 4
Koersgegevens weergeven ................................................... 4
Een koers verwijderen ........................................................... 4
Indoortrainingen .......................................................................... 4
Ronden markeren ....................................................................... 4
Auto Pause® gebruiken .............................................................. 4
Auto Scroll gebruiken .................................................................. 4
Gegevensvelden wijzigen ........................................................... 4
Een gegevensscherm toevoegen ............................................... 4
Een gegevensscherm verwijderen ............................................. 4
Mijn statistieken ............................................................. 5
Uw gebruikersprofiel instellen ..................................................... 5
Persoonlijke records ................................................................... 5
Uw persoonlijke records weergeven ...................................... 5
Een persoonlijk record terugzetten ........................................ 5
Een persoonlijk record verwijderen ........................................ 5
Navigatie ......................................................................... 5
Locaties ...................................................................................... 5
Uw locatie markeren .............................................................. 5
Naar een opgeslagen locatie navigeren ................................ 5
Terug naar startlocatie navigeren .......................................... 5
Opgeslagen locaties weergeven ............................................ 5
Gebruikerslocaties weergeven op de kaart ........................... 5
De kaartpictogrammen aanpassen ........................................ 5
Uw locatie verplaatsen ........................................................... 5
Een opgeslagen locatie verwijderen ...................................... 5
Bluetooth connected functies....................................... 6
Garmin Connect .......................................................................... 6
Uw rit verzenden naar Garmin Connect ................................. 6
Hulp ............................................................................................ 6
De hulpfunctie instellen .......................................................... 6
Hulp vragen ............................................................................ 7
Een hulpbericht annuleren ..................................................... 7
Connect IQ™ functies die u kunt downloaden ........................... 7
Draadloze sensors ......................................................... 7
De snelheidsensor installeren .................................................... 7
De cadanssensor installeren ...................................................... 7
Snelheid- en cadanssensors ................................................. 7
De hartslagmeter aanbrengen .................................................... 8
Inhoudsopgave
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens ........................... 8
Fitnessdoelstellingen ............................................................. 8
Hersteladvies ......................................................................... 8
Over VO2 max. indicaties ...................................................... 8
De draadloze sensoren koppelen ............................................... 9
Trainen met vermogensmeters ................................................... 9
De vermogensmeter kalibreren .............................................. 9
Vermogen in de pedalen ........................................................ 9
Omgevingsbewustzijn ................................................................. 9
Geschiedenis.................................................................. 9
Ritdetails weergeven .................................................................. 9
Een rit verwijderen ...................................................................... 9
Gegevensbeheer ........................................................................ 9
Het toestel aansluiten op uw computer ................................ 10
Bestanden overbrengen naar uw toestel ............................. 10
Bestanden verwijderen ........................................................ 10
De USB-kabel loskoppelen .................................................. 10
Gegevenstotalen weergeven .................................................... 10
Uw toestel aanpassen.................................................. 10
Systeeminstellingen .................................................................. 10
De taal van het toestel wijzigen ........................................... 10
De maateenheden wijzigen ................................................. 10
De toesteltonen in- en uitschakelen ..................................... 10
De functie Automatisch uitschakelen gebruiken .................. 10
Ritinstellingen ........................................................................... 10
De satellietinstelling wijzigen ............................................... 11
Waarschuwingen ................................................................. 11
Telefooninstellingen .................................................................. 11
De modus Extra scherm instellen ............................................. 11
De modus Extra scherm afsluiten ............................................. 11
Toestelinformatie......................................................... 11
Specificaties .............................................................................. 11
Edge specificaties ................................................................ 11
Specificaties van de hartslagmeter ...................................... 11
Specificaties van de snelheidsensor en cadanssensor ....... 11
Informatie over regelgeving en compliance op e-labels
weergeven ................................................................................ 12
Toestelonderhoud ..................................................................... 12
Het toestel schoonmaken .................................................... 12
Onderhoud van de hartslagmeter ........................................ 12
Door de gebruiker vervangbare batterijen ................................ 12
De batterij van de hartslagmeter vervangen ........................ 12
De batterij van de snelheidsensor of cadanssensor
vervangen ............................................................................ 12
Problemen oplossen .................................................... 12
Het toestel herstellen ................................................................ 12
Alle standaardinstellingen herstellen ........................................ 13
Levensduur van de batterijen maximaliseren ........................... 13
De ontvangst van GPS-signalen verbeteren ............................ 13
My Device gebruikt niet de juiste taal ....................................... 13
Vervangende O-ringen ............................................................. 13
De software bijwerken via Garmin Connect Mobile .................. 13
De software bijwerken via Garmin Express .............................. 13
Productupdates .........................................................................13
Meer informatie ......................................................................... 13
Appendix ....................................................................... 13
Gegevensvelden ....................................................................... 13
Standaardwaarden VO2 Max. .................................................. 14
Berekeningen van hartslagzones ............................................. 15
Wielmaat en omvang ................................................................ 15
Index .............................................................................. 16
i
Inleiding
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Raadpleeg altijd een arts voordat u een trainingsprogramma
begint of wijzigt.
Knoppen
De eerste keer dat u het toestel inschakelt, stelt u de taal van
het toestel in. In het volgende scherm wordt u gevraagd een
koppeling tot stand te brengen met uw smartphone.
TIP: U kunt
ingedrukt houden en Telefoon > Status >
Koppel telefoon selecteren om handmatig naar de
koppelmodus te gaan.
3 Selecteer een optie om uw toestel toe te voegen aan uw
Garmin Connect account:
• Als dit het eerste toestel is dat u koppelt met de Garmin
Connect Mobile app, volgt u de instructies op het scherm.
• Als u reeds een toestel hebt gekoppeld met de Garmin
Connect Mobile app, selecteert u in het menu
of
Garmin toestellen > Voeg toestel toe, en volgt u de
instructies op het scherm.
Als het toestel is gekoppeld, wordt een bericht weergegeven en
synchroniseert uw toestel automatisch met uw smartphone.
De standaardsteun installeren
Selecteer deze knop om het toestel te activeren.
Houd deze knop ingedrukt om het toestel in of uit te
schakelen.
Voor optimale GPS-ontvangst plaatst u de fietssteun zodanig
dat de voorzijde van het toestel op de lucht is gericht. U kunt de
fietssteun op de stuurpen of op de stuurstang plaatsen.
1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het toestel te
bevestigen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
brengt.
2 Plaats de rubberen schijf op de achterzijde van de
fietssteun.
De rubberen lipjes zijn in lijn met de achterzijde van de
fietssteun, zodat deze op zijn plaats blijft.
Selecteer deze knop om door de gegevensschermen, opties
en instellingen te bladeren.
Houd deze knop in het startscherm ingedrukt om het
toestelmenu weer te geven.
Selecteer deze knop om door de gegevensschermen, opties
en instellingen te bladeren.
Selecteer deze knop in het startscherm om de widgets weer
te geven.
Selecteer deze knop om de timer te starten of te stoppen.
Selecteer deze knop om een optie te kiezen of een bericht te
bevestigen.
Selecteer deze knop als u een nieuwe ronde wilt markeren.
Selecteer om terug te keren naar het vorige scherm.
3 Plaats de fietssteun op de stuurpen.
4 Bevestig de fietssteun stevig met de twee banden .
5 Breng de lipjes aan de achterzijde van het toestel in lijn met
de inkepingen op de fietssteun
Statuspictogrammen
Een niet-knipperend pictogram geeft aan dat het signaal is
gevonden of de sensor is verbonden.
.
6 Duw iets omlaag en draai het toestel met de klok mee totdat
het vastklikt.
GPS-status
Bluetooth status
®
Hartslagstatus
Vermogensstatus
LiveTrack status
Snelheid- en cadansstatus
Uw smartphone koppelen
Om gebruik te maken van de connected functies van het Edge
toestel moet het direct via de Garmin Connect™ Mobile app
worden gekoppeld, in plaats van via de Bluetooth instellingen op
uw smartphone.
1 U kunt de Garmin Connect Mobile app via de app store op
uw telefoon installeren en openen.
ingedrukt om het toestel in te schakelen.
2 Houd
Inleiding
De Edge losmaken
1 Draai de Edge rechtsom om het toestel te ontgrendelen.
2 Til de Edge van de steun.
1
Het toestel opladen
LET OP
U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
oplaadt of aansluit op een computer.
Het toestel wordt van stroom voorzien met een ingebouwde
lithium-ionbatterij die u kunt opladen via een standaard
stopcontact of een USB-poort op uw computer.
OPMERKING: Opladen is alleen mogelijk binnen het
goedgekeurde temperatuurbereik (Edge specificaties,
pagina 11).
1 Trek de beschermkap van de USB-poort omhoog.
Het toestel bladert door de beschikbare widgets.
• Selecteer in een actieve widget
om extra opties voor de
desbetreffende widget weer te geven.
De schermverlichting gebruiken
• Selecteer een willekeurige knop om de schermverlichting in
te schakelen.
• Houd
ingedrukt en selecteer achtereenvolgens Systeem
> Time-out van scherm en een optie om de verlichtingsduur
aan te passen.
Training
Een rit maken
Als bij uw toestel een ANT+ sensor is meegeleverd, zijn de
toestellen al gekoppeld en kunnen ze bij eerste installatie
worden geactiveerd.
ingedrukt om het toestel in te schakelen.
1 Houd
2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
gevonden.
brandt constant als het toestel gereed is.
3 Selecteer in het startscherm .
4 Selecteer om de activiteiten-timer te starten.
®
2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort
op het toestel.
3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een netadapter
of een USB-poort van een computer.
4 Sluit de netadapter aan op een standaard stopcontact.
Als u het toestel op een voedingsbron aansluit, wordt het
toestel ingeschakeld.
5 Laad het toestel volledig op.
Over de batterij
WAARSCHUWING
Dit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Lees de gids Belangrijke
veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor
productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.
Satellietsignalen ontvangen
Het toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben
om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum
worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.
TIP: Ga voor meer informatie over GPS naar www.garmin.com
/aboutGPS.
1 Ga naar buiten naar een open gebied.
De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht.
2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen
worden gevonden.
Widgets weergeven
Uw toestel wordt geleverd met diverse vooraf geïnstalleerde
widgets. Koppel uw toestel met een smartphone om optimaal te
profiteren van alle mogelijkheden van uw Edge toestel.
• Selecteer in het startscherm
of .
2
OPMERKING: De geschiedenis wordt alleen vastgelegd als
de activiteiten-timer is gestart.
5 Selecteer om de activiteiten-timer te stoppen.
6 Selecteer een optie:
• Selecteer Hervat om uw rit te hervatten.
• Selecteer Bewaar rit om uw rit te stoppen en op te slaan.
TIP: U kunt het rittype selecteren. Nauwkeurige
rittypegegevens zijn belangrijk voor het maken van
fietsvriendelijke routes in uw Garmin Connect account.
• Selecteer Gooi rit weg om de rit te stoppen en van uw
toestel te verwijderen.
Training
• Selecteer Terug naar start om weer naar de beginlocatie
te navigeren.
• Selecteer Markeer positie om uw locatie te markeren en
op te slaan.
Een opgeslagen rit volgen
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie > Activiteit rijden.
3 Selecteer een rit.
verzonden naar uw Strava account, zodat u uw segmentpositie
kunt bekijken.
1 Selecteer om de activiteiten-timer te starten en maak een
rit.
Als u een ingeschakeld segment tegenkomt, kunt u racen
tegen het segment.
2 Start met racen tegen het segment.
Het segmentgegevensscherm verschijnt automatisch.
TIP: U kunt
selecteren om deze rit te verwijderen of om
meer gedetailleerde informatie over uw rit weer te geven,
zoals een samenvatting, kaartlocatie of rondegegevens.
4 Selecteer Rijden.
5 Selecteer om de activiteiten-timer te starten.
Segmenten
Een segment volgen: U kunt segmenten vanuit uw Garmin
Connect account verzenden naar uw toestel. Nadat het
segment is opgeslagen op uw toestel, kunt u het segment
volgen.
OPMERKING: Wanneer u een koers downloadt vanaf uw
Garmin Connect account, worden alle segmenten in de koers
automatisch gedownload.
Tegen een segment racen: U kunt tegen een segment racen
en proberen om uw persoonlijke record of andere fietsers die
het segment hebben gereden te evenaren of te overtreffen.
Strava™ segmenten
U kunt Strava segmenten downloaden op uw Edge 130 toestel.
Volg Strava segmenten om uw prestaties te vergelijken met uw
prestaties in vorige ritten en die van vrienden en profs die
hetzelfde segment hebben gereden.
Als u zich wilt aanmelden voor Strava lidmaatschap, gaat u naar
de widget Segmenten in uw Garmin Connect account. Ga voor
meer informatie naar www.strava.com.
De informatie in deze handleiding is van toepassing op zowel
Garmin Connect segmenten als Strava segmenten.
Een segment volgen van Garmin Connect
Voordat u een segment kunt downloaden van Garmin Connect
en kunt volgen, dient u te beschikken over een Garmin Connect
account (Garmin Connect, pagina 6).
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
OPMERKING: Wanneer u Strava segmenten gebruikt,
worden uw favoriete segmenten automatisch overgebracht
naar uw toestel als dit is verbonden met de Garmin Connect
Mobile app of uw computer.
2 Ga naar connect.garmin.com.
3 Maak een nieuw segment of kies een bestaand segment.
4 Selecteer Verzend naar toestel.
5 Koppel het toestel los en schakel het in.
6 Selecteer om de activiteiten-timer te starten en maak een
rit.
Als u een ingeschakeld segment tegenkomt, kunt u racen
tegen het segment.
Tegen een segment racen
Segmenten zijn virtuele raceparkoersen. U kunt racen tegen een
segment en uw prestaties vergelijken met uw eerdere prestaties,
of met die van andere fietsers, connecties in uw Garmin
Connect account of andere leden van de fietscommunity. U kunt
uw activiteitgegevens uploaden naar uw Garmin Connect om uw
segmentpositie te bekijken.
OPMERKING: Als uw Garmin Connect account en Strava
account zijn gekoppeld, wordt uw activiteit automatisch
Training
3 Houd indien nodig
ingedrukt en selecteer Hoofdmenu >
Navigatie > Segmenten om uw doel tijdens de race te
wijzigen.
U kunt racen tegen de groepsaanvoerder, uw eerdere
prestaties of andere fietsers (indien van toepassing). Het doel
wordt automatisch aangepast op basis van uw huidige
prestaties.
Als het segment is voltooid, wordt een bericht weergegeven.
Een segment instellen op automatisch aanpassen
U kunt uw toestel instellen om de voorspelde racetijden van een
segment automatisch aan te passen op basis van uw
prestatiemeting tijdens het segment.
OPMERKING: Deze instelling is standaard ingeschakeld voor
alle segmenten.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie > Segmenten > Autom. inspann.
Segmentgegevens weergeven
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie > Segmenten.
3 Selecteer een segment.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Racetijd om de rittijd van de segmentleider
weer te geven.
• Selecteer Kaart om het segment op de kaart weer te
geven.
• Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van het segment
weer te geven.
Een segment verwijderen
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie > Segmenten.
3 Selecteer een segment.
4 Selecteer Wis > Ja.
Koersen
Een eerder vastgelegde activiteit volgen: U kunt bijvoorbeeld
een vastgelegde koers volgen omdat de route u beviel. Of u
kunt een fietsvriendelijke route naar uw werk vastleggen en
volgen.
3
Tegen een eerder vastgelegde activiteit racen: U kunt een
vastgelegde koers ook volgen om te proberen eerdere
prestaties op de koers te evenaren of te verbeteren. Stel
bijvoorbeeld dat u de originele koers in 30 minuten hebt
voltooid. U kunt dan nu tegen een Virtual Partner racen om
te proberen de koers in minder dan 30 minuten af te leggen.
Een bestaande rit volgen van Garmin Connect: U kunt een
koers vanuit Garmin Connect verzenden naar uw toestel.
Nadat de rit is opgeslagen op uw toestel, kunt u die koers
volgen of ertegen racen.
®
Een koers volgen vanaf Garmin Connect
Voordat u een koers kunt downloaden van Garmin Connect ,
moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
Connect, pagina 6).
1 Selecteer een optie:
• Open de Garmin Connect Mobile app.
• Ga naar connect.garmin.com.
2 Maak een nieuwe koers of kies een bestaande koers.
3 Selecteer Verzend naar toestel.
4 Volg de instructies op het scherm.
5 Houd ingedrukt op uw Edge toestel.
6 Selecteer Navigatie > Koersen.
7 Selecteer de koers.
8 Selecteer Rijden.
Tips voor trainen met koersen
• Als u een warming-up doet, selecteert u
om de koers te
starten en voert u de warming-up uit zoals normaal.
• Zorg ervoor dat u tijdens de warming-up niet op het pad van
de koers komt. Als u klaar bent om te beginnen, gaat u naar
de koers. Als u op het pad van de koers komt, wordt er een
bericht weergegeven.
OPMERKING: Zodra u
selecteert, start uw Virtual Partner
de koers en wordt niet gewacht tot de warming-up voorbij is.
• Blader naar de kaart om de koerskaart weer te geven.
Als u van de koers afwijkt, geeft het toestel een bericht weer.
Koersgegevens weergeven
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie > Koersen.
3 Selecteer een koers.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Rijden om de koers te rijden.
• Selecteer Overzicht om een overzicht van koersgegevens
weer te geven.
• Selecteer Kaart om de koers op de kaart weer te geven.
• Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van de koers
weer te geven.
Een koers verwijderen
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie > Koersen.
3 Selecteer een koers.
4 Selecteer Wis > Ja.
Indoortrainingen
U kunt GPS uitschakelen bij indoortrainingen of om
batterijvermogen te sparen.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Segmentwaar. > GPS > Uit.
Als GPS is uitgeschakeld, zijn er geen snelheids- en
afstandsgegevens beschikbaar, tenzij u over een
4
compatibele sensor of indoortrainer beschikt die deze
gegevens naar het toestel verzendt.
Ronden markeren
U kunt de functie Auto Lap gebruiken, waarmee na een
bepaalde afstand automatisch een ronde wordt vastgelegd, of u
kunt uw ronden handmatig vastleggen. Dit is handig als u uw
prestaties tijdens verschillende delen van een activiteit wilt
vergelijken.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Segmentwaar. > Ronden.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Auto Lap om de functie Auto Lap te gebruiken.
Het toestel markeert automatisch een ronde na elke 5 mijl
of 5 kilometer, afhankelijk van uw systeeminstellingen
(Systeeminstellingen, pagina 10).
• Selecteer Ronde-toets om
te gebruiken voor het
vastleggen van een ronde tijdens een activiteit.
®
Auto Pause gebruiken
®
U kunt de functie Auto Pause gebruiken om de timer
automatisch te pauzeren wanneer u stopt met bewegen. Dit is
handig als in uw activiteit verkeerslichten of andere plaatsen
waar u moet stoppen, voorkomen.
OPMERKING: De pauzetijd wordt niet opgeslagen in uw
geschiedenis.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Segmentwaar. > Auto Pause.
Auto Scroll gebruiken
Met de functie Auto Scroll doorloopt u automatisch alle pagina's
met trainingsgegevens terwijl de timer loopt.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Segmentwaar. > Auto Scroll.
3 Selecteer een weergavesnelheid.
Gegevensvelden wijzigen
U kunt de combinaties van gegevensvelden wijzigen voor de
pagina's die worden weergegeven terwijl de timer loopt
(Gegevensvelden, pagina 13).
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Segmentwaar. > Gegevenspagina's.
3 Selecteer > Indeling.
4 Selecteer of om de indeling te wijzigen.
5 Selecteer om de indeling in te schakelen.
6 Selecteer of om de gegevensvelden te bewerken.
Een gegevensscherm toevoegen
U kunt extra gegevensschermen toevoegen die worden
weergegeven als de timer loopt.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Segmentwaar. > Gegevenspagina's.
3 Selecteer > Voeg nieuwe toe.
4 Selecteer een scherm dat u wilt toevoegen.
Sommige schermen kunnen worden aangepast
(Gegevensvelden wijzigen, pagina 4).
Een gegevensscherm verwijderen
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Segmentwaar. > Gegevenspagina's.
Training
3 Selecteer
te openen.
4 Selecteer
om het gegevensscherm dat u wilt verwijderen
> Verwijder > Ja.
Mijn statistieken
Het Edge 130 toestel kan uw persoonlijke statistieken bijhouden
en prestatiemetingen berekenen. Voor prestatiemetingen is een
compatibele hartslagmeter of vermogensmeter vereist.
Uw gebruikersprofiel instellen
U kunt de instellingen bijwerken voor geslacht, leeftijd, gewicht,
hoogte en maximale hartslag. Het toestel gebruikt deze
informatie om nauwkeurige ritgegevens te berekenen.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Mijn statistieken > Gebruikersprofiel.
3 Selecteer een optie.
Persoonlijke records
Bij het voltooien van een rit worden op het toestel eventuele
nieuwe persoonlijke records weergegeven die u tijdens deze rit
hebt gevestigd. Tot uw persoonlijke records behoren uw snelste
tijd over een standaardafstand, uw langste rit en de grootste
stijging tijdens een rit. Indien het toestel wordt gekoppeld met
een compatibele vermogensmeter, wordt het maximale
vermogen weergegeven dat tijdens een periode van 20 minuten
is geregistreerd.
Uw persoonlijke records weergeven
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Mijn statistieken > Pers. records.
Een persoonlijk record terugzetten
U kunt elk persoonlijk record terugzetten op de vorige waarde.
Houd
ingedrukt.
Selecteer Mijn statistieken > Pers. records.
Selecteer een record om terug te zetten op de vorige waarde.
Selecteer Opties > Gebruik vorige > Ja.
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
1
2
3
4
Een persoonlijk record verwijderen
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Mijn statistieken > Pers. records.
3 Selecteer een persoonlijk record.
4 Selecteer Opties > Wis record > Ja.
Navigatie
Navigatiefuncties en -instellingen worden ook gebruikt bij het
navigeren van koersen (Koersen, pagina 3) en segmenten
(Segmenten, pagina 3).
• Locaties (Locaties, pagina 5)
• Kaartinstellingen (Gebruikerslocaties weergeven op de kaart,
pagina 5)
Locaties
U kunt op het toestel locaties vastleggen en bewaren.
Uw locatie markeren
Voordat u een locatie kunt markeren, dient u satellieten te
zoeken.
Een locatie is een punt dat u vastlegt en in het toestel opslaat.
Als u oriëntatiepunten wilt onthouden of wilt terugkeren naar een
bepaald punt, markeer dan de locatie op de kaart.
Mijn statistieken
1 Maak een rit (Een rit maken, pagina 2).
2 Houd ingedrukt.
3 Selecteer Markeer positie.
Er wordt een bericht weergegeven. Het standaardpictogram
voor elke locatie is een vlag (De kaartpictogrammen
aanpassen, pagina 5).
Naar een opgeslagen locatie navigeren
Voordat u naar een opgeslagen locatie kunt navigeren, dient u
satellieten te zoeken.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie > Opgeslag. locaties.
3 Selecteer een locatie.
4 Selecteer Ga naar.
5 Selecteer om de rit te beginnen.
Terug naar startlocatie navigeren
Tijdens een rit kunt u op ieder gewenst moment terugkeren naar
het startpunt.
1 Maak een rit (Een rit maken, pagina 2).
2 Selecteer om de rit te pauzeren.
3 Selecteer Terug naar start.
4 Selecteer Lngs zelfde route of Rechte lijn.
5 Selecteer om uw rit te hervatten.
Het toestel navigeert terug naar het startpunt van uw rit.
Opgeslagen locaties weergeven
U kunt details bekijken over opgeslagen locaties, zoals de
hoogte en kaartcoördinaten.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie > Opgeslag. locaties.
3 Selecteer een opgeslagen locatie.
4 Selecteer Details.
Gebruikerslocaties weergeven op de kaart
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Kaart > Gebr.locaties.
3 Selecteer Toon.
De kaartpictogrammen aanpassen
U kunt kaartpictogrammen aanpassen om verschillende typen
opgeslagen locaties te kunnen herkennen. U kunt bijvoorbeeld
uw thuislocatie of cafés of restaurants markeren.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie > Opgeslag. locaties.
3 Selecteer een opgeslagen locatie.
4 Selecteer Wijzig pictogram.
5 Selecteer een optie.
Uw locatie verplaatsen
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie > Opgeslag. locaties.
3 Selecteer een opgeslagen locatie.
4 Selecteer Hierh. verplaatsen > Ja.
De locatie wordt gewijzigd in uw huidige positie.
Een opgeslagen locatie verwijderen
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Navigatie > Opgeslag. locaties.
3 Selecteer een locatie.
4 Selecteer Wis > Ja.
5
Bluetooth connected functies
Het Edge toestel beschikt over Bluetooth connected functies
voor uw compatibele smartphone of fitnesstoestel. Voor
sommige functies moet u de Garmin Connect Mobile app op uw
smartphone installeren. Ga naar www.garmin.com/intosports
/apps voor meer informatie.
OPMERKING: Uw toestel moet zijn verbonden met uw
Bluetooth smartphone om gebruik te kunnen maken van enkele
van deze functies.
LiveTrack: Geef uw vrienden en familie de gelegenheid om uw
races en trainingsactiviteiten in real-time te volgen. U kunt
volgers uitnodigen via e-mail of social media, waardoor zij uw
live-gegevens op een Garmin Connect volgpagina kunnen
zien.
Activiteiten uploaden naar Garmin Connect: Uw activiteit
wordt automatisch naar Garmin Connect verstuurd, zodra u
klaar bent met het vastleggen van de activiteit.
Koersen en segmenten downloaden van Garmin Connect:
Hiermee kunt u met uw smartphone zoeken naar koersen en
segmenten op Garmin Connect en deze naar uw toestel
verzenden.
Interactie met social media: Hiermee kunt u een update op uw
favoriete social media-website plaatsen wanneer u een
activiteit uploadt naar Garmin Connect.
Weerupdates: Verstuurt real-time weersberichten en
waarschuwingen naar uw toestel.
Meldingen: Geeft telefoonmeldingen en berichten weer op uw
toestel.
Hulp: Hiermee kunt u via de Garmin Connect Mobile app een
automatisch sms-bericht met uw naam en GPS-locatie sturen
naar uw contactpersonen voor noodgevallen.
Garmin Connect
U kunt contact houden met uw vrienden op Garmin Connect.
Garmin Connect biedt u de hulpmiddelen om te volgen, te
analyseren, te delen en elkaar aan te moedigen. Leg de
prestaties van uw actieve lifestyle vast, zoals hardloopsessies,
wandelingen, fietstochten, zwemsessies, hikes, triatlons en
meer.
U kunt uw gratis Garmin Connect account maken wanneer u uw
toestel met uw telefoon koppelt met behulp van de Garmin
Connect Mobile app, of u kunt naar connect.garmin.com gaan.
Uw activiteiten opslaan: Nadat u een activiteit met uw toestel
hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die activiteit uploaden
naar Garmin Connect en deze zo lang bewaren als u zelf wilt.
Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde
informatie over uw activiteit weergeven, zoals tijd, afstand,
hoogte, hartslag, verbrande calorieën, cadans, een
bovenaanzicht van de kaart, tempo- en snelheidsgrafieken,
en instelbare rapporten.
OPMERKING: Voor sommige gegevens hebt u een optioneel
accessoire nodig, zoals een hartslagmeter.
Uw training plannen: U kunt een fitnessdoelstelling kiezen en
een van de dagelijkse trainingsplannen laden.
Uw activiteiten delen: U kunt contact houden met vrienden en
elkaars activiteiten volgen of koppelingen naar uw activiteiten
plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.
Uw rit verzenden naar Garmin Connect
LET OP
U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
oplaadt of aansluit op een computer.
1 Trek de beschermkap
van de USB-poort
omhoog.
2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort
op het toestel.
3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USB-poort
van de computer.
4 Ga naar www.garminconnect.com/start.
5 Volg de instructies op het scherm.
Hulp
VOORZICHTIG
Hulp is een aanvullende functie en dient niet te worden
beschouwd als primaire methode voor het verkrijgen van hulp bij
ongelukken. De Garmin Connect Mobile app neemt geen
contact op met hulpdiensten namens u.
Als uw Edge toestel met GPS is verbonden met de Garmin
Connect Mobile app, kunt u een automatisch sms-bericht met
uw naam en GPS-locatie laten sturen naar uw contactpersonen
voor noodgevallen.
Voordat u de hulpfunctie op uw toestel kunt inschakelen, moet u
in de Garmin Connect Mobile app de gegevens invoeren van de
in geval van nood te waarschuwen personen. Uw via
Bluetoothgekoppelde smartphone moet zijn voorzien van een
data-abonnement en zich bevinden in het dekkingsgebied van
de netwerkprovider voor datacommunicatie. Uw contacten voor
noodgevallen moeten sms-berichten kunnen ontvangen
(standaard sms-tarieven kunnen van toepassing zijn).
Op uw toestel wordt een bericht weergegeven met de
mededeling dat uw contactpersonen na een afteltijd zullen
worden gewaarschuwd. Als u geen hulp nodig hebt, kunt u het
bericht annuleren.
De hulpfunctie instellen
1 U kunt de Garmin Connect Mobile app via de app store op
uw telefoon installeren en openen.
2 Koppel uw smartphone met het toestel (Uw smartphone
koppelen, pagina 1).
6
Bluetooth connected functies
3 Ga naar de instellingen van de Garmin Connect Mobile app,
selecteer Contacten voor noodgevallen en geef uw
fietsergegevens en de gegevens van in noodgevallen te
waarschuwen contactpersonen op.
Uw geselecteerde contactpersonen ontvangen een bericht
waarin wordt bevestigd dat zij in noodgevallen de te
waarschuwen contacten zijn.
4 Schakel GPS in op uw Edge toestel (De satellietinstelling
wijzigen, pagina 11).
Hulp vragen
Voordat u hulp kunt vragen, moet u GPS inschakelen op uw
Edge toestel en de Garmin Connect Mobile app openen.
vijf seconden lang ingedrukt om de hulpfunctie te
1 Houd
activeren.
U hoort een pieptoon en het toestel verzendt het bericht
nadat de wachttijd is verstreken.
TIP: U kunt
selecteren voordat de wachttijd is verstreken
om het bericht te annuleren.
2 Selecteer indien nodig om het bericht meteen te
verzenden.
Een hulpbericht annuleren
U kunt het bericht waarin u om hulp vraagt op uw Edgetoestel of
uw gekoppelde smartphone annuleren voordat het naar uw
contactpersonen voor noodgevallen wordt verzonden.
Selecteer Annuleer > Ja voordat de wachttijd van dertig
seconden is verstreken.
Connect IQ™ functies die u kunt downloaden
U kunt Connect IQ functies van Garmin en andere leveranciers
aan uw toestel toevoegen via de Connect IQ Mobile app.
Gegevensvelden: Hiermee kunt u nieuwe gegevensvelden
downloaden die sensors, activiteiten en historische gegevens
op andere manieren presenteren. U kunt Connect IQ
gegevensvelden toevoegen aan ingebouwde functies en
pagina's.
®
De sensor staat mogelijk schuin bij montage op een
asymmetrische naaf. Dit heeft geen invloed op de werking.
3 Draai het wiel om de afstand te controleren.
De sensor mag geen contact maken met andere onderdelen
op de fiets.
OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de
werking te bevestigen nadat het wiel twee keer is
rondgegaan.
De cadanssensor installeren
OPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap
overslaan.
TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek
tijdens de installatie van deze sensor.
1 Kies de bandgrootte die nauw aansluit op de pedaalarm .
Bij twijfel kiest u de kleinste band die om de pedaalarm past.
2 Plaats de platte kant van de cadanssensor aan de
binnenkant van de pedaalarm, aan de kant waar niet de
aandrijving zit.
3 Trek de banden om de pedaalarm en bevestig deze aan
de haken
op de sensor.
Draadloze sensors
Uw toestel kan worden gebruikt in combinatie met draadloze
ANT+ of Bluetooth sensors. Ga voor meer informatie over
compatibiliteit en de aanschaf van optionele sensors naar
http://buy.garmin.com.
De snelheidsensor installeren
OPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap
overslaan.
TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek
tijdens de installatie van deze sensor.
1 Plaats de snelheidsensor op de wielnaaf.
2 Trek de band om de wielnaaf en bevestig deze aan de
haak
op de sensor.
4 Draai de pedaalarm rond om de afstand te controleren.
De sensor en banden mogen niet in contact komen met enig
onderdeel van uw fiets of schoen.
OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de
werking te bevestigen nadat de pedaalarm twee keer is
rondgegaan.
5 Maak een testrit van 15 minuten en inspecteer de sensor en
banden om te controleren of er geen beschadiging optreedt.
Snelheid- en cadanssensors
De cadansgegevens van de cadanssensor worden altijd
opgenomen. Als er geen snelheid- en cadanssensor zijn
gekoppeld met het toestel, worden GPS-gegevens gebruikt om
de snelheid en afstand te berekenen.
De cadans is de pedaal- of draaisnelheid. Deze wordt gemeten
aan de hand van het aantal omwentelingen van de pedaalarm
per minuut (RPM).
Draadloze sensors
7
De hartslagmeter aanbrengen
OPMERKING: Als u geen hartslagmeter hebt, kunt u deze
paragraaf overslaan.
U dient de hartslagmeter direct op uw huid te dragen, net onder
uw borstbeen. De hartslagmeter dient strak genoeg te zitten om
tijdens de activiteit op zijn plek te blijven.
1 Klik de hartslagmetermodule in de band.
De Garmin logo's op de module en de band dienen niet
ondersteboven te worden weergegeven.
2 Bevochtig de elektroden en de contactoppervlakken
aan de achterzijde van de band om een sterke verbinding
tussen uw borst en de zender tot stand te brengen.
3 Wikkel de band om uw borstkas en steek de haak van de
band
in de lus .
OPMERKING: Het label met wasvoorschriften moet niet
worden omgevouwen.
De Garmin logo's moeten niet ondersteboven worden
weergegeven.
4 Zorg dat het toestel zich binnen 3 m (10 ft) van de
hartslagmeter bevindt.
Nadat u de hartslagmeter omdoet, is deze actief en worden er
gegevens verzonden.
TIP: Zie (Tips voor onregelmatige hartslaggegevens,
pagina 8) als de hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet
worden weergegeven.
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens
Als hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden
weergegeven, kunt u deze tips proberen.
• Bevochtig de elektroden en de contactoppervlakken (indien
van toepassing).
• Trek de band strakker aan om uw borst.
• Voer gedurende 5 tot 10 minuten een warming-up uit.
• Volg de instructies voor onderhoud (Onderhoud van de
hartslagmeter, pagina 12).
• Draag een katoenen shirt of maak beide zijden van de band
goed nat.
Synthetische materialen die langs de hartslagmeter wrijven of
er tegen aan slaan, kunnen statische elektriciteit veroorzaken
die de hartslagsignalen beïnvloedt.
• Blijf uit de buurt van bronnen die interferentie met de
hartslagmeter kunnen veroorzaken.
Bronnen van interferentie zijn bijvoorbeeld sterke
elektromagnetische velden, draadloze sensors van 2,4 GHz,
hoogspanningsleidingen, elektrische motoren, ovens,
8
magnetrons, draadloze telefoons van 2,4 GHz en draadloze
LAN-toegangspunten.
Fitnessdoelstellingen
Als u uw hartslagzones kent, kunt u uw conditie meten en
verbeteren door de onderstaande principes te begrijpen en toe
te passen.
• Uw hartslag is een goede maatstaf voor de intensiteit van uw
training.
• Training in bepaalde hartslagzones kan u helpen uw
cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren.
Als u uw maximale hartslag kent, kunt u de tabel (Berekeningen
van hartslagzones, pagina 15) gebruiken om de beste
hartslagzone te bepalen voor uw fitheidsdoeleinden.
Als u uw maximale hartslag niet kent, gebruik dan een van de
rekenmachines die beschikbaar zijn op internet. Bij sommige
sportscholen en gezondheidscentra kunt u een test doen om de
maximale hartslag te meten. De standaard maximale hartslag is
220 min uw leeftijd.
Hersteladvies
U kunt uw Garmin toestel met een hartslagmeter gebruiken om
de tijd weer te geven die resteert voordat u volledig bent
hersteld en klaar bent voor uw volgende intensieve workout.
Hersteltijd: De hersteltijd verschijnt direct na afloop van een
activiteit. De tijd loopt af naar het optimale moment voor een
nieuwe intensieve workout.
Uw hersteltijd weergeven
Voordat u de hersteltijdfunctie kunt gebruiken, moet u een
hartslagmeter omdoen en deze koppelen met uw toestel (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 9). Als de
hartslagmeter is meegeleverd met uw toestel, zijn het toestel en
de sensor al gekoppeld. Vul uw gebruikersprofiel in en stel uw
maximale hartslag in voor de meest nauwkeurige schatting (Uw
gebruikersprofiel instellen, pagina 5).
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Mijn statistieken > Hersteladvies.
3 Maak een rit.
4 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
De hersteltijd wordt weergegeven. De hersteltijd is maximaal
vier dagen, en minimaal zes uur.
Over VO2 max. indicaties
VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in milliliter) dat u
kunt verbruiken per minuut, per kilo lichaamsgewicht tijdens
maximale inspanning. In eenvoudige bewoordingen: VO2 max.
is een indicatie van atletische prestaties, die meegroeit met uw
fitnessniveau. Waarden voor geschat VO2 max. worden
geleverd en ondersteund door Firstbeat. U kunt uw Garmin
toestel gekoppeld met een compatibele hartslagmeter en
vermogensmeter gebruiken voor weergave van uw VO2 max.
indicatie voor fietsen.
Geschat VO2 max. weergeven
Voordat u uw geschat VO2 max. kunt weergeven, moet u de
hartslagmeter omdoen, de vermogensmeter installeren en de
meters koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren
koppelen, pagina 9). Als de hartslagmeter is meegeleverd
met uw toestel, zijn het toestel en de sensor al gekoppeld. Vul
uw gebruikersprofiel in en stel uw maximale hartslag in voor de
meest nauwkeurige schatting (Uw gebruikersprofiel instellen,
pagina 5).
OPMERKING: In eerste instantie lijken de schattingen mogelijk
onnauwkeurig. U moet het toestel een paar keer gebruiken
zodat het uw fietsprestaties leert begrijpen.
1 Fiets ten minste 20 minuten buiten met constante, hoge
inspanning.
2 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
Draadloze sensors
3 Houd ingedrukt.
4 Selecteer Mijn statistieken > VO2 max.
De vermogensmeter kalibreren
Uw geschat VO2 max. wordt als een getal en positie
weergegeven op de balk.
Voordat u uw vermogensmeter kunt kalibreren, moet deze
correct zijn geïnstalleerd, gekoppeld met uw toestel en actief
gegevens vastleggen.
Raadpleeg de documentatie van de fabrikant voor instructies
over het kalibreren van uw vermogensmeter.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Sensors.
3 Selecteer uw vermogensmeter.
4 Selecteer Opties > Kalibreer.
5 Zorg dat uw vermogensmeter actief blijft door te blijven
trappen tot het bericht wordt weergegeven.
6 Volg de instructies op het scherm.
Vermogen in de pedalen
Gegevens over en analyse van VO2 max. worden geleverd
met toestemming van The Cooper Institute . Raadpleeg de
appendix (Standaardwaarden VO2 Max., pagina 14), en ga
naar www.CooperInstitute.org voor meer informatie.
®
Tips voor VO2 max.-indicaties voor fietsen
Als uw rit een langdurige, tamelijk grote inspanning vergt en
hartslag en vermogen niet sterk variëren, kan de VO2 max.waarde nauwkeuriger worden berekend.
• Controleer vóór uw rit of uw toestel, hartslagmeter en
vermogensmeter goed werken, zijn gekoppeld en zijn
voorzien van een opgeladen batterij.
• Houd uw hartslag gedurende uw rit van 20 minuten op meer
dan 70% van uw maximale hartslag.
• Houd gedurende uw rit van 20 minuten uw
uitgangsvermogen tamelijk constant.
• Vermijd heuvelachtig terrein.
• Rij niet in peloton als er veel wordt gewaaierd.
De draadloze sensoren koppelen
Voordat u kunt koppelen, moet u de hartslagmeter omdoen of
de sensor plaatsen.
Koppelen is het verbinden van ANT+ of draadloze Bluetooth
sensoren, Bijvoorbeeld het verbinden van een hartslagmeter
met uw Garmin toestel.
1 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
OPMERKING: Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij
sensoren van andere gebruikers vandaan bent tijdens het
koppelen.
2 Houd ingedrukt.
3 Selecteer Sensors > Voeg sensor toe.
Er wordt een lijst met beschikbare sensoren weergegeven.
4 Selecteer een of meerdere sensoren om te koppelen met uw
toestel.
Wanneer de sensor is gekoppeld met uw toestel, is de
sensorstatus Verbonden. U kunt een gegevensveld aanpassen
om sensorgegevens weer te geven.
Trainen met vermogensmeters
• Ga naar www.garmin.com/intosports voor een lijst met ANT+
sensors die compatibel zijn met uw toestel (zoals Vector™).
• Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van uw
vermogensmeter.
Geschiedenis
Vector meet het vermogen in de pedalen.
Vector meet een paar honderd keer per seconde de kracht die u
uitoefent. Vector meet ook uw cadans of pedaalrotatiesnelheid.
Door de kracht, de richting van de kracht, de rotatie van de
pedaalarm en de tijd te meten, kan Vector het vermogen
bepalen (Watt).
Omgevingsbewustzijn
Uw Edge toestel kan worden gebruikt met Varia™ slimme
fietsverlichting en achteruitkijkradar voor een verbeterd
omgevingsbewustzijn. Raadpleeg de handleiding van het Varia
toestel voor meer informatie.
OPMERKING: U moet mogelijk de Edge software bijwerken
voordat u Varia toestellen kunt koppelen (De software bijwerken
via Garmin Express, pagina 13).
Geschiedenis
Tot de geschiedenisgegevens behoren tijd, afstand, calorieën,
snelheid, rondegegevens, hoogte en optionele ANT+
sensorgegevens.
OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
de timer is gestopt of gepauzeerd.
Als het geheugen van het toestel vol is, wordt er een bericht
weergegeven. Het toestel overschrijft of verwijdert niet
automatisch uw geschiedenis. Upload uw geschiedenis
regelmatig naar Garmin Connect om al uw ritgegevens bij te
houden.
Ritdetails weergeven
1
2
3
4
Houd
ingedrukt.
Selecteer Geschiedenis > Ritten.
Selecteer een rit.
Selecteer een optie.
Een rit verwijderen
1
2
3
4
Houd
ingedrukt.
Selecteer Geschiedenis > Ritten.
Selecteer een rit om te verwijderen.
Selecteer Wis > Ja.
Gegevensbeheer
OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95,
98, ME, Windows NT , en Mac OS 10.3 en ouder.
®
®
®
9
Het toestel aansluiten op uw computer
Gegevenstotalen weergeven
LET OP
U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
oplaadt of aansluit op een computer.
U kunt de totalen van verzamelde gegevens weergeven die u
hebt opgeslagen op uw toestel, zoals het aantal ritten, tijd,
afstand en calorieën.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Geschiedenis > Totalen.
1 Trek de beschermkap van de USB-poort omhoog.
2 Sluit de kleine connector van de USB-kabel aan op de USB-
poort.
3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USB-poort
van de computer.
Uw toestel wordt als verwisselbaar station weergegeven in
Deze computer op Windows computers en als geïnstalleerd
volume op Mac computers.
Bestanden overbrengen naar uw toestel
1 Verbind het toestel met uw computer.
2
3
4
5
6
7
Op Windows computers wordt het toestel weergegeven als
een verwisselbaar station of draagbaar apparaat. Op Mac
computers wordt het toestel weergegeven als een
geïnstalleerd volume.
OPMERKING: Op sommige computers met meerdere
netwerkstations worden toestelstations mogelijk niet correct
weergegeven. Zie de documentatie bij uw besturingssysteem
voor meer informatie over het toewijzen van het station.
Open de bestandsbrowser op de computer.
Selecteer een bestand.
Selecteer Edit > Copy.
Open het draagbare apparaat, station of volume voor het
toestel.
Blader naar een map.
Selecteer Edit > Paste.
Het bestand verschijnt in de lijst met bestanden in het
geheugen van het toestel.
Bestanden verwijderen
LET OP
Als u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan
niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke
systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.
1
2
3
4
Open het Garmin station of volume.
Open zo nodig een map of volume.
Selecteer een bestand.
Druk op het toetsenbord op de toets Delete.
OPMERKING: Als u een Apple computer gebruikt, moet u
de map Trash leegmaken om de bestanden volledig te
verwijderen.
®
De USB-kabel loskoppelen
Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is
aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige
manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als
uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw
Windows computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te
koppelen.
1 Voer een van onderstaande handelingen uit:
• Op Windows computers: Selecteer het pictogram
Hardware veilig verewijderen in het systeemvak en
selecteer uw toestel.
• Voor Apple computers selecteert u het toestel en
selecteert u File > Eject.
2 Koppel de kabel los van uw computer.
10
Uw toestel aanpassen
Systeeminstellingen
Houd
ingedrukt en selecteer Systeem.
Taal voor tekst: Hiermee kunt u de taal van het toestel instellen
(De taal van het toestel wijzigen, pagina 10).
Time-out van scherm: Hiermee kunt u de tijdsduur instellen
voordat de schermverlichting wordt uitgeschakeld.
Geluiden: Hiermee schakelt u geluidssignalen voor knoppen en
waarschuwingsberichten in of uit (De toesteltonen in- en
uitschakelen, pagina 10).
Eenheden: Hiermee kunt u de op het toestel gebruikte
meeteenheden instellen.
Tijd: Hiermee stelt u de tijdinstellingen in.
Positieweergave: Hiermee stelt u de notatie in voor weergave
van de geografische positiecoördinaten.
Automatisch uitschakelen: Hiermee kunt u instellen dat het
toestel automatisch wordt uitgeschakeld na 10 minuten
inactiviteit.
Herstel: Hiermee kunt u de systeeminstellingen herstellen of
alle gebruikersgegevens wissen (Alle standaardinstellingen
herstellen, pagina 13).
Over: Hiermee geeft u de softwareversie en de toestel-id weer
en kunt u controleren of er software-updates zijn (Informatie
over regelgeving en compliance op e-labels weergeven,
pagina 12).
De taal van het toestel wijzigen
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Systeem > Taal voor tekst.
De maateenheden wijzigen
U kunt de maateenheden voor afstand en snelheid aanpassen.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Systeem > Eenheden.
De toesteltonen in- en uitschakelen
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Systeem > Geluiden.
De functie Automatisch uitschakelen gebruiken
Met deze functie wordt het toestel automatisch uitgeschakeld na
10 minuten inactiviteit.
1 Houd ingedrukt.
2 SelecteerSysteem > Automatisch uitschakelen.
Ritinstellingen
Houd
ingedrukt en selecteer Segmentwaar..
Gegevenspagina's: Hiermee kunt u gegevensschermen
aanpassen en nieuwe gegevensschermen toevoegen voor
de rit (Gegevensvelden wijzigen, pagina 4).
Waarschuwingen: Hiermee stelt u de trainingswaarschuwingen
in voor uw rit (Waarschuwingen, pagina 11).
Ronden: Hiermee kunt u de opties instellen voor de functie Auto
Lap (Ronden markeren, pagina 4).
Uw toestel aanpassen
Auto Pause: Hiermee stelt u het toestel zo in dat het stopt met
het opnemen van gegevens als u stopt met bewegen (Auto
Pause gebruiken, pagina 4).
Auto Scroll: Hiermee kunt u alle gegevensschermen
automatisch doorlopen terwijl de timer loopt (Auto Scroll
gebruiken, pagina 4).
Segmentwaar.: Hiermee schakelt u aanwijzingen in die u
waarschuwen als u segmenten nadert (Segmenten,
pagina 3).
Nav.aanwijzing.: Hiermee schakelt u afslag-voor-afslag
aanwijzingen en koerswijzigingen in of uit.
GPS: Hiermee kunt u GPS uitschakelen (Indoortrainingen,
pagina 4) of de satellietinstelling wijzigen (De
satellietinstelling wijzigen, pagina 11).
®
De satellietinstelling wijzigen
Om de prestaties in moeilijke omgevingen te verbeteren en de
GPS-positiebepaling te versnellen, kunt u GPS + GLONASS of
GPS + GALILEO inschakelen. Door GPS en een andere satelliet
tegelijk te gebruiken, neemt de levensduur van de batterij sneller
af dan wanneer alleen GPS wordt gebruikt.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Segmentwaar. > GPS.
3 Selecteer een optie.
Waarschuwingen
multisporthorloge kunt weergeven. U kunt bijvoorbeeld een
compatibel Forerunner toestel koppelen om de
gegevensschermen daarvan op uw Edge toestel weer te geven
tijdens een triatlon.
1 Houd op uw Edge toestel ingedrukt.
2 Selecteer Extra scherm > Verbinding maken met een
nieuw horloge.
3 Selecteer op uw compatibele Garmin horloge
achtereenvolgens Instellingen > Sensors en accessoires >
Voeg nieuwe toe > Extra scherm.
4 Volg de aanwijzingen op het scherm van uw Edge toestel en
Garmin horloge om het koppelingsproces te voltooien.
Als de toestellen zijn gekoppeld, verschijnen de
gegevensschermen van uw gekoppelde horloge op het Edge
toestel.
OPMERKING: De gebruikelijke Edge toestelfuncties zijn
uitgeschakeld wanneer de modus Extra scherm actief is.
Als u uw compatibele Garmin horloge eenmaal hebt gekoppeld
met uw Edge toestel, maken ze automatisch verbinding
wanneer u de modus Extra scherm de volgende keer gebruikt.
®
De modus Extra scherm afsluiten
1 Houd ingedrukt wanneer de modus Extra scherm actief is.
2 Selecteer Extra scherm afsluiten > Ja.
U kunt waarschuwingen gebruiken om te trainen met specifieke
doelstellingen voor tijd, afstand, calorieën en hartslag.
Een terugkerende waarschuwing instellen
Een terugkerende waarschuwing wordt afgegeven telkens
wanneer het toestel een opgegeven waarde of interval
registreert. U kunt bijvoorbeeld instellen dat het toestel u elke 30
minuten waarschuwt.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Segmentwaar. > Waarschuwingen.
3 Selecteer een waarschuwingstype.
4 Schakel de waarschuwing in.
5 Voer een waarde in.
6 Selecteer .
Telkens als u de opgegeven waarde voor een waarschuwing
bereikt, wordt een bericht weergegeven. U hoort ook een
pieptoon als geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen
in- en uitschakelen, pagina 10).
Toestelinformatie
Specificaties
Edge specificaties
Batterijtype
Oplaadbare, ingebouwde lithiumionbatterij
Levensduur van batterij
Maximaal 15 uur.
Bedrijfstemperatuurbereik
Van -20º tot 60ºC (van -4º tot 140ºF)
Laadtemperatuurbereik
Van 0º tot 45ºC (van 32º tot 113ºF)
Draadloze frequenties/
draadloze protocollen
ANT+ 2,4 GHz bij 1 dBm nominaal
Bluetooth 2,4 GHz bij 1 dBm nominaal
Waterbestendigheid
IEC 60529 IPX7*
*Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.
Telefooninstellingen
Specificaties van de hartslagmeter
Houd
ingedrukt en selecteer Telefoon.
Ontvang hulp: Hiermee kunt u een automatisch sms-bericht
met uw naam en GPS-locatie sturen naar uw Garmin
Connect contactpersonen voor noodgevallen (Hulp vragen,
pagina 7).
Status: Hiermee schakelt u Bluetooth draadloze technologie in.
OPMERKING: De overige Bluetooth instellingen worden
alleen weergegeven als Bluetooth draadloze technologie is
ingeschakeld.
Meldingen: Hiermee kunt u telefoonmeldingen vanaf uw
compatibele smartphone inschakelen.
Koppel telefoon: Hiermee koppelt u uw toestel met een
compatibele smartphone met Bluetooth functionaliteit. Met
deze instelling kunt u Bluetooth draadloze functies gebruiken,
zoals LiveTrack en activiteiten uploaden naar Garmin
Connect.
Batterijtype
CR2032 van 3 V, door gebruiker te vervangen
Batterijduur
Maximaal 4,5 jaar bij 1 uur per dag
Waterbestendigheid
3 ATM*
OPMERKING: Dit product verzendt geen hartslaggegevens tijdens het zwemmen.
Bedrijfstemperatuurbereik
Van -5° tot 50°C (van 23° tot 122°F)
Radiofrequentie/
protocol
2,4 GHz ANT+ protocol voor draadloze
communicatie
De modus Extra scherm instellen
U kunt uw Edge 130 toestel gebruiken als een extra scherm
waarop u de gegevensschermen van een compatibel Garmin
Toestelinformatie
*Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
30 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
/waterrating.
Specificaties van de snelheidsensor en cadanssensor
Batterijtype
CR2032 van 3 V, door gebruiker te
vervangen
Batterijduur
Circa 12 maanden (1 uur per dag)
Bedrijfstemperatuurbereik Van -20º tot 60ºC (van -4º tot 140ºF)
11
Radiofrequentie/protocol
2,4 GHz ANT+ protocol voor draadloze
communicatie
Waterbestendigheid
1 ATM*
*Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
10 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
/waterrating.
Informatie over regelgeving en compliance
op e-labels weergeven
3 Wacht 30 seconden.
4 Plaats de nieuwe batterij met de pluskant naar boven.
Het label voor dit toestel wordt op elektronische wijze geleverd.
Het e-label kan regelgeving bevatten, zoals
identificatienummers verstrekt door de FCC of regionale
compliance-markeringen, maar ook toepasselijke product- en
licentiegegevens.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Systeem > Over.
3 Selecteer .
OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
verliest.
5 Plaats het deksel en de vier schroeven terug.
OPMERKING: Draai de as niet te strak vast.
Nadat u de batterij van de hartslagmeter hebt vervangen, moet
u deze mogelijk opnieuw koppelen aan het toestel.
Toestelonderhoud
De batterij van de snelheidsensor of cadanssensor
vervangen
LET OP
Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
extreme temperaturen kan worden blootgesteld, omdat dit
onherstelbare schade kan veroorzaken.
Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en
insectenwerende middelen die plastic onderdelen en
oppervlakken kunnen beschadigen.
Breng de beschermkap van de USB-poort goed aan om
beschadiging van de poort te voorkomen.
Het toestel schoonmaken
1 Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met
een mild schoonmaakmiddel.
2 Veeg de behuizing vervolgens droog.
Laat het toestel na reiniging helemaal drogen.
Onderhoud van de hartslagmeter
De LED knippert rood na twee omwentelingen als de batterij
bijna leeg is.
1 De batterijdeksel is rond en bevindt zich op de achterkant
van de sensor.
2 Draai de deksel linksom tot deze is ontgrendeld en los
genoeg zit om te verwijderen.
3 Verwijder de deksel en de batterij .
TIP: U kunt een stuk tape
of een magneet gebruiken om
de batterij uit de deksel te verwijderen.
LET OP
Opbouw van zweet en zout op de band kan het vermogen van
de hartslagmeter om nauwkeurige gegevens te rapporteren
negatief beïnvloeden.
• Spoel de hartslagmeter na elk gebruik af.
• Was de hartslagmeter steeds na zeven keer gebruik met de
hand, met een klein beetje zacht wasmiddel, zoals een
vaatwasmiddel.
OPMERKING: Als u te veel wasmiddel gebruikt, kan de
hartslagmeter beschadigd raken.
• Stop de hartslagmeter niet in een wasmachine of droger.
• Laat de hartslagmeter hangend of plat drogen.
Door de gebruiker vervangbare batterijen
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
De batterij van de hartslagmeter vervangen
1 Gebruik een kleine kruiskopschroevendraaier om de vier
schroeven aan de achterkant van de module te verwijderen.
2 Verwijder de deksel en de batterij.
12
4 Wacht 30 seconden.
5 Plaats de nieuwe batterij in de deksel met de polen in de
juiste richting.
OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
verliest.
6 Draai de deksel rechtsom tot deze is vergrendeld.
OPMERKING: De LED knippert een paar seconden rood en
groen nadat de batterij is vervangen. Als de LED groen
knippert en daarna stopt met knipperen, is het toestel actief
en klaar om gegevens te verzenden.
Problemen oplossen
Het toestel herstellen
Als het toestel niet meer reageert, moet u het mogelijk
herstellen. Uw gegevens en instellingen worden dan niet gewist.
15 seconden ingedrukt.
1 Houd
Het toestel wordt uitgeschakeld.
één seconde ingedrukt om het toestel in te
2 Houd
schakelen.
Problemen oplossen
Alle standaardinstellingen herstellen
U kunt alle fabrieksinstellingen van het toestel herstellen.
1 Houd ingedrukt om het hoofdmenu te openen.
2 Selecteer Systeem > Herstel.
3 Selecteer een optie:
• Als u alleen uw toestel en ritinstellingen wilt herstellen,
selecteert u Herstel instell..
OPMERKING: Hiermee wist u niet uw
activiteitgeschiedenis, zoals ritten, workouts en koersen.
• Selecteer Alles wissen als u uw toestel en de
ritinstellingen wilt herstellen en de volledige
gebruikersgeschiedenis en alle gebruikersgegevens wilt
wissen.
OPMERKING: Hiermee worden alle gegevens die u hebt
ingevoerd en uw activiteitgeschiedenis gewist.
Levensduur van de batterijen maximaliseren
• Verkort de time-out voor schermverlichting
(Systeeminstellingen, pagina 10).
• Schakel draadloze Bluetooth technologie
(Telefooninstellingen, pagina 11).
• Selecteer de instelling GPS (De satellietinstelling wijzigen,
pagina 11).
• Verwijder draadloze sensors die u niet meer gebruikt.
De ontvangst van GPS-signalen verbeteren
• Synchroniseer het toestel regelmatig met uw Garmin
Connect account:
◦ Verbind uw toestel met een computer via de USB-kabel
en de Garmin Express™ app.
◦ Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect Mobile
app op uw Bluetooth smartphone.
Na verbinding met uw Garmin Connect account downloadt
het toestel diverse dagen aan satellietgegevens, zodat het
toestel snel satellietsignalen kan vinden.
• Ga met uw toestel naar buiten, naar een open plek, ver weg
van hoge gebouwen en bomen.
• Blijf enkele minuten stilstaan.
My Device gebruikt niet de juiste taal
1 Houd ingedrukt.
2 Blader omlaag naar het laatste item in de lijst en selecteer
het.
3 Selecteer het eerste item in de lijst.
4 Selecteer de gewenste taal met en
.
Vervangende O-ringen
Voor de steunen zijn vervangende banden (O-ringen)
verkrijgbaar.
OPMERKING: Gebruik alleen vervangende banden van EPDM
(Ethylene Propylene Diene Monomer). Ga naar
http://buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
dealer.
De software bijwerken via Garmin Connect
Mobile
Voordat u de software op uw toestel kunt bijwerken via de
Garmin Connect Mobile app, moet u een Garmin Connect
account hebben en het toestel koppelen met een compatibele
smartphone (Uw smartphone koppelen, pagina 1).
Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect Mobile
app.
Appendix
Wanneer er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt de
Garmin Connect Mobile app deze update automatisch naar
uw toestel.
De software bijwerken via Garmin Express
Voordat u de toestelsoftware kunt bijwerken, moet u beschikken
over een Garmin Connect account en de Garmin Express
toepassing downloaden.
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
Als er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt Garmin
Express deze naar uw toestel.
2 Volg de instructies op het scherm.
3 Koppel uw toestel niet los van de computer tijdens het
bijwerken.
Productupdates
Installeer Garmin Express (www.garmin.com/express) op uw
computer. Installeer de Garmin Connect Mobile app op uw
smartphone.
Op die manier kunt u gemakkelijk gebruikmaken van de
volgende diensten voor Garmin toestellen:
• Software-updates
• Gegevens worden geüpload naar Garmin Connect
• Productregistratie
Meer informatie
• Ga naar support.garmin.com voor meer handleidingen,
artikelen en software-updates.
• Ga naar www.garmin.com/intosports.
• Ga naar www.garmin.com/learningcenter.
• Ga naar buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
dealer voor informatie over optionele accessoires en
vervangingsonderdelen.
Appendix
Gegevensvelden
Voor sommige gegevensvelden hebt u optionele accessoires
nodig om de gegevens weer te geven.
Afst. tot bestem.: De resterende afstand tot de
eindbestemming. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
activiteit of het huidige spoor.
Afstand tot volg.: De resterende afstand tot het volgende viapunt op uw route. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Batterijniveau: De resterende batterijvoeding.
Batterijstatus: Het resterende batterijvermogen van een
fietslamp-accessoire.
Cadans: Fietsen. Het aantal omwentelingen van de pedaalarm.
Voor weergave van deze gegevens moet uw toestel zijn
aangesloten op een cadansaccessoire.
Calorieën: De hoeveelheid calorieën die u hebt verbrand.
ETA bij best.: Het geschatte tijdstip waarop u de
eindbestemming zult bereiken (aangepast aan de lokale tijd
van de bestemming). Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
ETA bij volgende: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende
via-punt op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale
tijd van het via-punt). Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
13
Gem. cadans: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de huidige
activiteit.
Gem. rondetijd: De gemiddelde rondetijd voor de huidige
activiteit.
Gem. snelheid: De gemiddelde snelheid voor de huidige
activiteit.
Gemiddelde HS: De gemiddelde hartslag voor de huidige
activiteit.
Gradiënt: De berekening van de stijging over de afstand. Als u
bijvoorbeeld 10 ft (3 m.) stijgt na elke 200 ft (60 m.) die u
aflegt, dan is de helling ofwel het stijgingspercentage 5%.
Hartslag: Uw aantal hartslagen per minuut. Uw toestel moet zijn
aangesloten op een compatibele hartslagmeter.
Hoogte: De hoogte van uw huidige locatie boven of onder
zeeniveau.
HS %Max.: Het percentage van maximale hartslag.
HS-zone: Uw huidige hartslagbereik (1 tot 5). De
standaardzones zijn gebaseerd op uw gebruikersprofiel en
de maximale hartslag (220 min uw leeftijd).
Km-stand: Een lopende meting van de afstand die is afgelegd
voor alle trips. Dit totaal wordt niet gewist als de
reisgegevens worden hersteld.
Koers: De richting waarin u zich verplaatst.
Locatie bestemm.: Het laatste punt in een route of koers.
Locatie volgende: Het volgende punt in een route of koers.
Maximumsnelheid: De hoogste snelheid voor de huidige
activiteit.
Rondeafstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
ronde.
Rondecadans: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de huidige
ronde.
Ronde HS: De gemiddelde hartslag voor de huidige ronde.
Ronden: Het aantal ronden dat is voltooid voor de huidige
activiteit.
Rondesnelheid: De gemiddelde snelheid voor de huidige
ronde.
Rondetijd: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
Snelheid: De huidige snelheid waarmee u zich verplaatst.
Status bundelhoek: De modus van de koplampbundel.
Tijd: De tijd van de dag, op basis van uw huidige locatie en
tijdinstellingen (notatie, tijdzone en zomertijd).
Tijd: De stopwatchtijd voor de huidige activiteit.
Tijd tot best.: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om de
bestemming te bereiken. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Tijd tot volgende: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om
het volgende via-punt op de route te bereiken. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Totale daling: De totale afstand van de daling sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Totale stijging: De totale afstand van de stijging sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Verm - 3s gem: Het voortschrijdend gemiddelde (3 seconden)
van het uitgangsvermogen.
Verm - Gemiddeld: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor de
huidige activiteit.
Verm - Maximum: Het hoogste uitgangsvermogen voor de
huidige activiteit.
Vermogen - kJ: De totale verrichte inspanningen
(uitgangsvermogen) in kilojoules.
Vermogen - Ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor de
huidige ronde.
Vermogenszone: Het huidige uitgangsvermogensbereik (1–7),
gebaseerd op uw aangepaste instellingen.
Verstreken tijd: De totale verstreken tijd. Als u bijvoorbeeld de
timer start en 10 minuten hardloopt, vervolgens de timer 5
minuten stopt en daarna de timer weer start en 20 minuten
hardloopt, bedraagt de verstreken tijd 35 minuten.
Zon onder: Het tijdstip waarop de zon ondergaat, gebaseerd op
uw GPS-positie.
Zon op: Het tijdstip waarop de zon opkomt, gebaseerd op uw
GPS-positie.
Standaardwaarden VO2 Max.
In deze tabellen vindt u de gestandaardiseerde classificaties van het geschat VO2 max. op basis van leeftijd en geslacht.
Mannen
Percentiel
20–29
30–39
40–49
50–59
60–69
70–79
Voortreffelijk
95
55,4
54
52,5
48,9
45,7
42,1
Uitstekend
80
51,1
48,3
46,4
43,4
39,5
36,7
Goed
60
45,4
44
42,4
39,2
35,5
32,3
Redelijk
40
41,7
40,5
38,5
35,6
32,3
29,4
Slecht
0–40
<41,7
<40,5
<38,5
<35,6
<32,3
<29,4
Vrouwen
Percentiel
20–29
30–39
40–49
50–59
60–69
70–79
Voortreffelijk
95
49,6
47,4
45,3
41,1
37,8
36,7
Uitstekend
80
43,9
42,4
39,7
36,7
33
30,9
Goed
60
39,5
37,8
36,3
33
30
28,1
Redelijk
40
36,1
34,4
33
30,1
27,5
25,9
Slecht
0–40
<36,1
<34,4
<33
<30,1
<27,5
<25,9
Gegevens afgedrukt met toestemming van The Cooper Institute. Ga voor meer informatie naar www.CooperInstitute.org.
14
Appendix
Berekeningen van hartslagzones
Wielmaat
L (mm)
26 × 2,35
2083
26 × 3,00
2170
27 × 1
2145
Aerobische training
voor beginners,
verlaagt het stressniveau
27 × 1-1/8
2155
27 × 1-1/4
2161
27 × 1-3/8
2169
Comfortabel tempo, iets
diepere ademhaling,
gesprek voeren is
mogelijk
Standaardcardiovasculaire training; korte
herstelperiode
650 × 35A
2090
650 × 38A
2125
650 × 38B
2105
Gematigd tempo,
gesprek voeren iets
lastiger
Verbeterde aerobische
capaciteit, optimale
cardiovasculaire
training
700 × 18C
2070
700 × 19C
2080
700 × 20C
2086
700 × 23C
2096
700 × 25C
2105
700 × 28C
2136
700 × 30C
2170
700 × 32C
2155
700C (tubulair)
2130
700 × 35C
2168
700 × 38C
2180
700 × 40C
2200
Zone % van
maximale
hartslag
Waargenomen
inspanning
1
Ontspannen,
comfortabel tempo,
regelmatige ademhaling
2
3
4
5
50–60%
60–70%
70–80%
80–90%
90–100%
Voordelen
Hoog tempo en
Verbeterde anaerobienigszins oncomfortabel; sche capaciteit en
zware ademhaling
drempel, hogere
snelheid
Sprinttempo, kan niet
lang worden
volgehouden;
ademhaling zwaar
Anaerobisch en
musculair uithoudingsvermogen; meer
kracht
Wielmaat en omvang
De wielmaat wordt aan weerszijden van de band aangegeven.
Dit is geen volledige lijst. U kunt ook een van de
rekenprogramma's op internet gebruiken om de omvang van uw
wiel te berekenen.
Wielmaat
L (mm)
12 × 1,75
935
14 × 1,5
1020
14 × 1,75
1055
16 × 1,5
1185
16 × 1,75
1195
18 × 1,5
1340
18 × 1,75
1350
20 × 1,75
1515
20 × 1-3/8
1615
22 × 1-3/8
1770
22 × 1-1/2
1785
24 × 1
1753
24 × 3/4 (tubulair)
1785
24 × 1-1/8
1795
24 × 1-1/4
1905
24 × 1,75
1890
24 × 2,00
1925
24 × 2,125
1965
26 × 7/8
1920
26 × 1(59)
1913
26 × 1(65)
1952
26 × 1,25
1953
26 × 1-1/8
1970
26 × 1-3/8
2068
26 × 1-1/2
2100
26 × 1,40
2005
26 × 1,50
2010
26 × 1,75
2023
26 × 1,95
2050
26 × 2,00
2055
26 × 2,10
2068
26 × 2,125
2070
Appendix
15
Index
A
aangepaste gegevensvelden 4
accessoires 7, 9, 13
activiteiten, starten 2
activiteiten opslaan 2, 3
afstand, waarschuwingen 11
ANT+ sensoren, koppelen 9
ANT+ sensors 5, 7, 9
vermogensmeters 9
applicaties 6
smartphone 1
Auto Lap 4
Auto Pause 4
Auto Scroll 4
B
banden 13
banen 4
batterij
maximaliseren 10, 13
opladen 2
type 2
vervangen 12
bestanden, overbrengen 10
Bluetooth sensors 5, 7
Bluetooth technologie 1, 6, 11
C
cadans 7
calorie, waarschuwingen 11
computer, verbinden 10
Connect IQ 7
contacten voor noodgevallen 6, 7
D
de batterij vervangen 12
E
extra scherm 11
F
fietsen 9
fietssensoren 9
G
Garmin Connect 1, 3, 4, 6, 13
Garmin Express, software bijwerken 13
gebruikersgegevens, verwijderen 10
gebruikersprofiel 5
gegevens
delen 11
opslaan 6
overbrengen 6, 10
schermen 4
gegevens delen 11
gegevens opslaan 6, 10
gegevens wissen 13
gegevensvelden 4, 7, 13
geschiedenis 2–4, 9, 10, 13
naar de computer verzenden 6
verwijderen 9
weergeven 9
GLONASS 11
GPS 1, 4, 11
signaal 2, 13
H
hartslag 1, 5
meter 5, 8, 12
zones 8, 15
herstel 8
het toestel herstellen 12, 13
hulp 6, 7
I
indoortraining 4
installeren 1, 7
instellingen 1, 10, 11, 13
toestel 10
16
K
W
kaarten 5
kalibreren, vermogensmeter 9
knoppen 1
koersen 3, 4
laden 4
verwijderen 4
koppelen
ANT+ sensoren 9
smartphone 1
waarschuwingen 11
widgets 2
wielmaten 15
L
locaties 5
categorieën 5
kaartopties 5
opslaan 5
verwijderen 5
verzenden 7
zoeken met de kaart 5
zoeken naar 5
M
maateenheden 10
N
navigatie 5
terug naar start 5
O
O-ringen. Zie banden
ongevaldetectie 6, 7
P
pedalen 9
persoonlijke records 5
verwijderen 5
pictogrammen 1, 5
problemen oplossen 8, 12, 13
profielen, gebruiker 5
R
ritopties 3
ronden 1, 4
S
satellietsignalen 2, 11, 13
schermverlichting 2
segmenten 3
verwijderen 3
sensors voor snelheid en cadans 7
smartphone 6, 7, 11
koppelen 1
snelheids- en cadanssensors 1, 12
software, bijwerken 13
spaarstand 10
specificaties 11
systeeminstellingen 10
T
taal 10, 13
terug naar start 5
tijd, waarschuwingen 11
timer 1–3, 9
toestel, onderhoud 12
toestel aanpassen 4, 5
toestel bevestigen 1
toestel schoonmaken 12
tonen 10
training 2
plannen 3
schermen 4
U
updates, software 10, 13
USB 13
loskoppelen 10
V
vermogen (kracht), meters 8, 9
verwijderen, alle gebruikersgegevens 10
VO2 max. 8, 9, 14
voeding 9
Index
support.garmin.com
Februari 2019
190-02321-00_0B
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising