Garmin | Edge® Explore 820 | User manual | Garmin Edge® Explore 820 Gebruikershandleiding

Garmin Edge® Explore 820 Gebruikershandleiding
Edge Explore 820
®
Gebruikershandleiding
Juli 2016
190-02077-75_0A
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke
toestemming van Garmin. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van
deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar
www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
Garmin , het Garmin logo, ANT+ , Auto Lap , Auto Pause en Edge zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de
Verenigde Staten en andere landen. Connect IQ™, Garmin Connect™, Garmin Express™, Varia™, en Varia Vision™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
®
®
®
®
Het woordmerk en de logo's van Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie
verkregen. Mac is een handelsmerk van Apple, Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Windows is een geregistreerd handelsmerk van
Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars.
®
®
®
Dit product is ANT+ gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.
®
M/N: AA3001
Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................... 1
Aan de slag ................................................................................. 1
Het toestel opladen ..................................................................... 1
Over de batterij ...................................................................... 1
De standaardsteun installeren .................................................... 1
De voorsteun installeren ............................................................. 1
De Edge losmaken ................................................................. 2
Knoppen ..................................................................................... 2
Het verbindingenscherm weergeven ..................................... 2
Overzicht startscherm ............................................................ 2
Navigatie......................................................................... 2
Een rit maken .............................................................................. 2
Satellietsignalen ontvangen ................................................... 3
Locaties ...................................................................................... 3
Uw locatie markeren .............................................................. 3
Locaties opslaan vanaf de kaart ............................................ 3
Naar een locatie navigeren .................................................... 3
Naar bekende coördinaten navigeren .................................... 3
Terug naar startlocatie navigeren .......................................... 3
Stoppen met navigeren .......................................................... 3
Een locatie projecteren .......................................................... 3
Locaties bewerken ................................................................. 3
Een locatie verwijderen .......................................................... 4
Koersen ...................................................................................... 4
Een koers van internet volgen ............................................... 4
Een koers plannen en volgen ................................................ 4
Een rondrit maken en volgen ................................................. 4
Tips voor trainen met koersen ............................................... 4
Koersgegevens weergeven ................................................... 4
Een koers stoppen ................................................................. 5
Een koers verwijderen ........................................................... 5
Koersopties ............................................................................ 5
Route-instellingen ....................................................................... 5
Een activiteit selecteren voor routeberekening ...................... 5
Kaartinstellingen ......................................................................... 5
De oriëntatie van de kaart wijzigen ........................................ 5
Bluetooth® connected functies.................................... 5
Uw smartphone koppelen ........................................................... 6
Een GroupTrack sessie starten ............................................. 6
Tips voor GroupTrack sessies ............................................... 6
Bestanden overbrengen naar een ander Edge toestel ............... 6
Audiowaarschuwingen afspelen tijdens uw activiteit .................. 6
Ongevaldetectie .......................................................................... 7
Ongevaldetectie instellen ....................................................... 7
Fietsergegevens en de gegevens van in noodgevallen te
waarschuwen contacten instellen .......................................... 7
Ongevaldetectie in- en uitschakelen ...................................... 7
Uw contacten voor noodgevallen weergeven ........................ 7
Een automatisch bericht annuleren ....................................... 7
Een statusupdate verzenden na een ongeval ....................... 7
ANT+ sensors ................................................................. 7
Uw ANT+ sensors koppelen ....................................................... 7
Uw hartslagzones instellen .................................................... 7
Omgevingsbewustzijn ................................................................. 8
Uw rit verzenden naar Garmin Connect ..................................... 8
Garmin Connect ..................................................................... 9
Gegevensbeheer ........................................................................ 9
Het toestel aansluiten op uw computer .................................. 9
Bestanden overbrengen naar uw toestel ............................... 9
Bestanden verwijderen .......................................................... 9
De USB-kabel loskoppelen .................................................... 9
Uw toestel aanpassen.................................................... 9
Connect IQ functies die u kunt downloaden ............................... 9
Uw gebruikersprofiel instellen ................................................... 10
Over ervaren sporters .......................................................... 10
Uw activiteiteninstellingen bijwerken ........................................ 10
Gegevensschermen aanpassen .......................................... 10
Waarschuwingen ................................................................. 10
Auto Lap® ............................................................................ 10
Auto Pause gebruiken ......................................................... 11
Automatische slaapstand gebruiken .................................... 11
Auto Scroll gebruiken ........................................................... 11
De timer automatisch starten ............................................... 11
Bluetooth instellingen ............................................................... 11
Systeeminstellingen .................................................................. 11
De satellietinstelling wijzigen ............................................... 11
De accentkleur wijzigen ....................................................... 11
Scherminstellingen ............................................................... 11
Instellingen voor gegevens vastleggen ................................ 11
De maateenheden wijzigen ................................................. 12
De toesteltonen in- en uitschakelen ..................................... 12
De taal van het toestel wijzigen ........................................... 12
De configuratie-instellingen wijzigen .................................... 12
Tijdzones .............................................................................. 12
Toestelinformatie......................................................... 12
Edge specificaties ..................................................................... 12
Toestelonderhoud ..................................................................... 12
Het toestel schoonmaken .................................................... 12
Problemen oplossen.................................................... 12
Het toestel resetten ................................................................... 12
Gebruikersgegevens wissen ................................................ 12
Levensduur van de batterijen maximaliseren ........................... 12
De modus Batterijbesparing inschakelen ............................ 12
De ontvangst van GPS-signalen verbeteren ............................ 12
De hoogte instellen ................................................................... 12
Temperatuurmetingen .............................................................. 13
Vervangende O-ringen ............................................................. 13
Toestelgegevens weergeven .................................................... 13
De software bijwerken .............................................................. 13
Ondersteuning en updates ....................................................... 13
Meer informatie ......................................................................... 13
Appendix....................................................................... 13
Gegevensvelden ....................................................................... 13
Berekeningen van hartslagzones ............................................. 14
Wielmaat en omvang ................................................................ 14
Softwarelicentieovereenkomst .................................................. 15
Blootstelling aan RF-straling ..................................................... 15
Index.............................................................................. 16
Geschiedenis.................................................................. 8
Uw rit weergeven ........................................................................ 8
Gegevenstotalen weergeven ................................................. 8
Tijd in elke hartslagzone weergeven ..................................... 8
Een rit verwijderen ...................................................................... 8
Persoonlijke records ................................................................... 8
Uw persoonlijke records weergeven ...................................... 8
Een persoonlijk record terugzetten ........................................ 8
Een persoonlijk record verwijderen ........................................ 8
Inhoudsopgave
i
Inleiding
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Raadpleeg altijd een arts voordat u een trainingsprogramma
begint of wijzigt.
1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het toestel te
bevestigen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
brengt.
2 Plaats de rubberen schijf À op de achterzijde van de
fietssteun.
De rubberen lipjes zijn in lijn met de achterzijde van de
fietssteun, zodat deze op zijn plaats blijft.
Aan de slag
Als u het toestel voor de eerste keer gebruikt, voert u de
volgende taken uit om het toestel in te stellen en vertrouwd te
raken met de basisfuncties.
1 Laad het toestel op (Het toestel opladen, pagina 1).
2 Bevestig het toestel met de standaardsteun (De
standaardsteun installeren, pagina 1) of de voorsteun (De
voorsteun installeren, pagina 1).
Schakel
het toestel in (Knoppen, pagina 2).
3
4 Zoek naar satellieten (Satellietsignalen ontvangen,
pagina 3).
5 Maak een rit (Een rit maken, pagina 2).
6 Upload uw rit naar Garmin Connect™ (Uw rit verzenden naar
Garmin Connect, pagina 8).
3 Plaats de fietssteun op de stuurpen.
4 Bevestig de fietssteun stevig met de twee banden Á.
5 Breng de lipjes aan de achterzijde van het toestel in lijn met
de inkepingen op de fietssteun Â.
6 Duw iets omlaag en draai het toestel met de klok mee totdat
het vastklikt.
Het toestel opladen
LET OP
U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
oplaadt of aansluit op een computer.
Het toestel wordt van stroom voorzien met een ingebouwde
lithium-ionbatterij die u kunt opladen via een standaard
stopcontact of een USB-poort op uw computer.
OPMERKING: Opladen is alleen mogelijk binnen het
goedgekeurde temperatuurbereik (Edge specificaties,
pagina 12).
1 Trek de beschermkap À van de USB-poort Á omhoog.
De voorsteun installeren
1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het Edge toestel
te plaatsen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
brengt.
2 Gebruik de inbussleutel om de schroef À te verwijderen uit
de stuurverbinding Á.
2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort
op het toestel.
3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een netadapter
of een USB-poort van een computer.
4 Sluit de netadapter aan op een standaard stopcontact.
Als u het toestel op een voedingsbron aansluit, wordt het
toestel ingeschakeld.
5 Laad het toestel volledig op.
3 Als u de richting van de steun wilt wijzigen, verwijder dan
4
Over de batterij
WAARSCHUWING
Dit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Lees de gids Belangrijke
veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor
productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.
5
6
®
De standaardsteun installeren
Voor optimale GPS-ontvangst plaatst u de fietssteun zodanig
dat de voorzijde van het toestel op de lucht is gericht. U kunt de
fietssteun op de stuurpen of op de stuurstang plaatsen.
Inleiding
indien nodig de twee schroeven aan de achterzijde van de
steun Â, draai de aansluiting Ã, en plaats de schroeven
terug.
Plaats het rubberen kussentje rond het stuur:
• Gebruik het dikke kussentje als de diameter van het stuur
25,4 mm is.
• Gebruik het dunne kussentje als de diameter van het stuur
31,8 mm is.
Plaats de stuurverbinding rond het rubberen kussentje.
Plaats de schroef terug en draai deze aan.
OPMERKING: Garmin raadt een moment van 0,8 N-m (7
lbf-inch) aan. Controleer regelmatig of schroef goed vast zit.
Breng de lipjes aan de achterzijde van het Edge toestel in lijn
met de inkepingen op de fietssteun Ä.
7
1
Selecteer om een rit te maken.
Waarheen? Selecteer om een locatie te markeren, locaties te zoeken
en een koers te maken of te navigeren.
Koersen
Selecteer om een nieuwe koers te maken of een
opgeslagen koers te openen.
Selecteer om uw geschiedenis, trainingsopties, persoonlijke records, contactpersonen en instellingen weer te
geven.
8 Duw deze iets omlaag en draai het Edge toestel met de klok
mee totdat het vastklikt.
De schermverlichting gebruiken
Tik op het aanraakscherm om de schermverlichting in te
schakelen.
OPMERKING: U kunt de time-out voor de schermverlichting
aanpassen (Scherminstellingen, pagina 11).
1 Veeg in het startscherm of een gegevensscherm omlaag
vanaf de bovenkant van het scherm.
2 Selecteer Helderheid om de helderheid handmatig met de
pijlen aan te passen.
De Edge losmaken
1 Draai de Edge rechtsom om het toestel te ontgrendelen.
2 Til de Edge van de steun.
Knoppen
À
Selecteer om het toestel in de slaapstand te zetten of eruit te
halen.
Houd ingedrukt om het toestel in of uit te schakelen en het
aanraakscherm te vergrendelen.
Á
Selecteer deze knop als u een nieuwe ronde wilt markeren.
Â
Selecteer deze knop om de timer te starten of te stoppen.
Het verbindingenscherm weergeven
Het verbindingenscherm geeft de status van de GPS, ANT+
sensors en draadloze verbindingen weer.
Veeg in het startscherm of een gegevensscherm omlaag
vanaf de bovenkant van het scherm.
Selecteer om uw Connect IQ™ apps, widgets en gegevensvelden weer te geven.
Het aanraakscherm gebruiken
• Tik op het scherm wanneer de timer loopt om de timeroverlay weer te geven.
Met de timer-overlay kunt u teruggaan naar het startscherm
tijdens een rit.
• Selecteer
om terug te keren naar het startscherm.
• Veeg of selecteer de pijlen om te bladeren.
• Selecteer
om terug te keren naar de vorige pagina.
• Selecteer
om uw wijzigingen op te slaan en de pagina te
sluiten.
• Selecteer om de pagina te sluiten en terug te keren naar
de vorige pagina.
• Selecteer om nabij een locatie te zoeken.
• Selecteer om een item te verwijderen.
• Selecteer voor meer informatie.
Het aanraakscherm vergrendelen
U kunt het scherm vergrendelen om te voorkomen dat u per
ongeluk op het scherm tikt en functies activeert.
1 Houd ingedrukt.
2 Selecteer Vergr. scherm.
®
Navigatie
Een rit maken
Als u een ANT+ sensor of accessoire gebruikt, kunt u deze/dit
koppelen en activeren bij de eerste installatie.
1 Houd ingedrukt om het toestel in te schakelen.
2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
gevonden.
De satellietbalken worden groen als het toestel gereed is.
3 Selecteer in het startscherm .
4 Selecteer om de timer te starten.
Het verbindingenscherm wordt weergegeven. Een
knipperend pictogram betekent dat het toestel aan het
zoeken is.
Overzicht startscherm
Vanuit het startscherm hebt u snel toegang tot alle functies van
het Edge toestel.
2
Navigatie
5
6
7
8
9
OPMERKING: De geschiedenis wordt alleen vastgelegd als
de timer is gestart.
Veeg naar links of rechts om meer gegevensschermen te
bekijken.
U kunt omlaag vegen vanaf de bovenkant van de
gegevensschermen om het verbindingenscherm weer te
geven.
Tik zo nodig op het scherm om de timer-overlay weer te
geven.
Selecteer
om de timer te stoppen.
TIP: Voordat u deze rit opslaat en deelt op uw Garmin
Connect account, kunt u het rittype wijzigen. Nauwkeurige
rittypegegevens zijn belangrijk voor het kiezen van
fietsvriendelijke routes.
Selecteer Bewaar rit.
Selecteer .
Satellietsignalen ontvangen
Het toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben
om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum
worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.
1 Ga naar buiten naar een open gebied.
De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht.
2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen
worden gevonden.
Locaties
U kunt op het toestel locaties vastleggen en bewaren.
Uw locatie markeren
Voordat u een locatie kunt markeren, dient u satellieten te
zoeken.
Als u oriëntatiepunten wilt onthouden of wilt terugkeren naar een
bepaald punt, markeer dan de locatie op de kaart.
1 Maak een rit.
> Markeer positie > .
2 Selecteer Waarheen? >
Locaties opslaan vanaf de kaart
> Selecteer het zoekgebied >
1 Selecteer Waarheen? >
2
3
4
5
Een punt op de kaart.
Zoek de gewenste locatie op de kaart.
Selecteer de locatie.
Er verschijnt informatie over de locatie boven aan de kaart.
Selecteer de informatie over de locatie.
Selecteer > .
Naar een locatie navigeren
1 Selecteer Waarheen?.
2 Selecteer een optie:
Navigatie
• Selecteer Zoekfuncties om naar een nuttig punt, stad,
kruispunt of locatie met bekende coördinaten te
navigeren.
• Selecteer Adressen om een specifiek adres in te voeren.
• Selecteer Opgeslagen locaties om naar een opgeslagen
locatie te navigeren.
• Selecteer Recent gevonden om te navigeren naar een
van de laatste 50 locaties die u hebt gevonden.
• Selecteer
> Selecteer het zoekgebied om uw
zoekgebied te verfijnen.
3 Selecteer een locatie.
4 Selecteer Rijden.
5 Volg de instructies op het scherm naar uw bestemming.
Naar bekende coördinaten navigeren
1 Selecteer Waarheen? > Zoekfuncties > Coördinaten.
2 Geef de coördinaten op en selecteer .
3 Volg de instructies op het scherm naar uw bestemming.
Terug naar startlocatie navigeren
Tijdens een rit kunt u op ieder gewenst moment terugkeren naar
het startpunt.
1 Maak een rit (Een rit maken, pagina 2).
2 Tik tijdens uw rit ergens op het scherm om de timer-overlay
weer te geven.
3 Selecteer > Waarheen? > Terug naar start.
4 Selecteer Langs dezelfde route of Meest directe route.
5 Selecteer Rijden.
Het toestel navigeert terug naar het startpunt van uw rit.
Stoppen met navigeren
1 Tik zo nodig op het scherm om de timer-overlay weer te
geven.
2 Blader naar de kaart.
3 Selecteer > .
Een locatie projecteren
U kunt een nieuwe locatie maken door de afstand en peiling te
projecteren vanaf een gemarkeerde locatie naar een nieuwe
locatie.
1 Selecteer Waarheen? > Opgeslagen locaties.
2 Selecteer een locatie.
3 Selecteer de informatie over de locatie boven in het scherm.
4 Selecteer > Projecteer locatie.
5 Geef de afstand en de peiling op voor de geprojecteerde
locatie.
6 Selecteer .
Locaties bewerken
1 Selecteer Waarheen? > Opgeslagen locaties.
2 Selecteer een locatie.
3 Selecteer de informatiebalk boven in het scherm.
3
4 Selecteer .
5 Selecteer een kenmerk.
Selecteer bijvoorbeeld Wijzig hoogte om een bekende hoogte
voor de locatie op te geven.
6 Voer de nieuwe informatie in en selecteer .
Een locatie verwijderen
1 Selecteer Waarheen? > Opgeslagen locaties.
2 Selecteer een locatie.
3 Selecteer de informatie over de locatie boven in het scherm.
4 Selecteer > Verwijder locatie > .
Koersen
U kunt vanuit uw Garmin Connect een koers verzenden naar uw
toestel. Als de koers op uw toestel is opgeslagen, kunt u deze
daarop volgen. Het is ook mogelijk om direct op uw toestel een
aangepaste koers te maken en op te slaan.
U kunt bijvoorbeeld een vastgelegde koers volgen omdat de
route u beviel. Of u kunt een fietsvriendelijke route naar uw werk
vastleggen en volgen.
Een koers van internet volgen
Voordat u een koers kunt downloaden van Garmin Connect,
moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
Connect, pagina 9).
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
2 Ga naar www.garminconnect.com.
3 Maak een nieuwe koers of kies een bestaande koers.
4 Selecteer Verzend naar toestel.
5 Koppel het toestel los en schakel het in.
6 Selecteer Koersen > Opgeslagen koersen.
7 Selecteer de koers.
8 Selecteer Rijden.
Een koers plannen en volgen
U kunt een aangepaste koers maken en volgen. Een koers
bestaat uit een serie via-punten of locaties die u naar uw
bestemming leidt.
1 Selecteer Koersen > Koers maken > Voeg eerste locatie
toe.
2 Selecteer een optie:
• Als u uw huidige locatie op de kaart wilt selecteren,
selecteert u Huidige locatie.
• Als u een opgeslagen locatie wilt selecteren, selecteert u
Opgeslagen en kiest u een locatie.
• Als u een locatie wilt selecteren waarnaar u onlangs hebt
gezocht, selecteert u Recent gevonden en kiest u een
locatie.
• Als u een positie op de kaart wilt selecteren, selecteert u
Kaart gebruiken en selecteert u een locatie.
• Als u een nuttig punt wilt zoeken of selecteren, selecteert
u Categorieën nuttige punten en selecteert u een nuttig
punt in de buurt.
• Als u een stad wilt selecteren, selecteert u Plaatsen en
kiest u een nabijgelegen stad.
• Als u een adres wilt selecteren, selecteert u Adressen en
voert u het adres in.
• Als u een kruising wilt selecteren, selecteert u
Kruispunten en voert u de straatnamen in.
• Als u coördinaten wilt gebruiken, selecteert u
Coördinaten en voert u de coördinaten in.
3 Selecteer Gebruik.
4 Selecteer Voeg volg. locatie toe.
4
5 Herhaal de stappen 2 tot en met 4 totdat u alle locaties voor
de route hebt geselecteerd.
6 Selecteer Bekijk kaart.
Het toestel berekent uw route en vervolgens wordt er een
kaart van de route weergegeven.
TIP: Selecteer
om een hoogteprofiel van de route te
bekijken.
7 Selecteer Rijden.
Een rondrit maken en volgen
Het toestel kan een rondrit maken op basis van een opgegeven
afstand, startlocatie en navigatierichting.
1 Selecteer Koersen > Rondrit.
2 Selecteer Afstand en voer de totale afstand van de koers in.
3 Selecteer Startlocatie.
4 Selecteer een optie:
• Als u uw huidige locatie op de kaart wilt selecteren,
selecteert u Huidige locatie.
• Als u een opgeslagen locatie wilt selecteren, selecteert u
Opgeslagen en kiest u een locatie.
• Als u een locatie wilt selecteren waarnaar u onlangs hebt
gezocht, selecteert u Recent gevonden en kiest u een
locatie.
• Als u een positie op de kaart wilt selecteren, selecteert u
Kaart gebruiken en selecteert u een locatie.
• Als u een nuttig punt wilt zoeken of selecteren, selecteert
u Categorieën nuttige punten en selecteert u een nuttig
punt in de buurt.
• Als u een stad wilt selecteren, selecteert u Plaatsen en
kiest u een nabijgelegen stad.
• Als u een adres wilt selecteren, selecteert u Adressen en
voert u het adres in.
• Als u een kruising wilt selecteren, selecteert u
Kruispunten en voert u de straatnamen in.
• Als u coördinaten wilt gebruiken, selecteert u
Coördinaten en voert u de coördinaten in.
5 Selecteer Startrichting en selecteer een richting.
6 Selecteer Zoeken.
TIP: Selecteer om opnieuw te zoeken.
7 Selecteer een koers om deze op de kaart weer te geven.
TIP: Selecteer en om de overige koersen weer te geven.
8 Selecteer Rijden.
Tips voor trainen met koersen
• Gebruik afslagbegeleiding (Koersopties, pagina 5).
• Als u een warming-up doet, selecteert u
om de koers te
starten en voert u de warming-up uit zoals normaal.
• Zorg ervoor dat u tijdens de warming-up niet op het pad van
de koers komt.
Als u klaar bent om te beginnen, gaat u naar de koers. Als u
op het pad van de koers komt, wordt er een bericht
weergegeven.
• Blader naar de kaart om de koerskaart weer te geven.
Als u van de koers afwijkt, wordt een bericht weergegeven.
Koersgegevens weergeven
1 Selecteer Koersen > Opgeslagen koersen.
2 Selecteer een koers.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Overzicht om een overzicht van koersgegevens
weer te geven.
• Selecteer Kaart om de koers op de kaart weer te geven.
Navigatie
• Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van de koers
weer te geven.
• Selecteer Ronden om een ronde te selecteren en extra
informatie weer te geven over elke ronde.
Een koers op de kaart weergeven
Voor elke koers die op uw toestel is opgeslagen, kunt u instellen
hoe deze wordt weergegeven op de kaart. U kunt bijvoorbeeld
instellen dat de rit naar uw werk altijd in geel wordt
weergegeven op de kaart. En u kunt een andere koers in groen
weergeven. Zo kunt u de koersen zien onder het rijden zonder
dat u een bepaalde koers volgt.
1 Selecteer Koersen > Opgeslagen koersen.
2 Selecteer de koers.
3 Selecteer Instellingen.
4 Selecteer Altijd weergeven om de koers weer te geven op
de kaart.
5 Selecteer Kleur en selecteer een kleur.
6 Selecteer Koerspunten om ook koerspunten weer te geven
op de kaart.
De volgende keer dat u in de buurt van de koers rijdt, wordt
deze weergegeven op de kaart.
Een koers stoppen
1 Blader naar de kaart.
2 Selecteer > .
Een koers verwijderen
1 Selecteer Koersen > Opgeslagen koersen.
2 Selecteer een koers.
3 Selecteer > .
Koersopties
Selecteer Koersen > Opgeslagen koersen > .
Afslagbegeleiding: Hiermee schakelt u afslagaanwijzingen in
of uit.
Koersfoutwaarsch.: Waarschuwt u als u van de koers afwijkt.
Zoeken: Hiermee kunt u opgeslagen koersen op naam zoeken.
Wis: Hiermee kunt u alle of meerdere opgeslagen koersen van
het toestel verwijderen.
Route-instellingen
Selecteer
> Instellingen > Activiteitenprofielen >
Navigatie > Routebepaling.
Routemodus: Hiermee stelt u uw transportmiddel in om uw
route te optimaliseren.
Berekeningswijze: Hiermee stelt u de methode in waarmee uw
route wordt berekend.
Zet vast op weg: Zet het positiepictogram, dat uw positie op de
kaart aangeeft, vast op de dichtstbijzijnde weg.
Herberekenen: Herberekent automatisch de route wanneer u
van de route afwijkt.
Te vermijden instellen: Hiermee stelt u in welke wegtypen u
wilt vermijden.
Een activiteit selecteren voor routeberekening
U kunt het toestel de route laten berekenen op basis van het
activiteittype.
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer Navigatie > Routebepaling > Routemodus.
3 Selecteer een optie om uw route opnieuw te berekenen.
U kunt bijvoorbeeld Tourfietsen selecteren voor navigatie
over de weg of Mountainbiken voor offroadnavigatie.
Bluetooth connected functies
®
Kaartinstellingen
Selecteer
> Instellingen > Activiteitenprofielen >
Navigatie > Kaart.
Oriëntatie: Hiermee stelt u in hoe de kaart wordt weergegeven
op de pagina.
Auto.zoom: Hiermee selecteert u automatisch een zoomniveau
voor de kaart. Als u Uit selecteert, moet u handmatig in- en
uitzoomen.
Kaartdetail: Hiermee stelt u het detailniveau van de kaart in. Als
er meer details worden weergegeven, wordt de kaart
mogelijk langzamer opnieuw getekend.
Begeleidingstekst: Hiermee stelt u in wanneer afslag-voorafslag navigatieaanwijzingen worden weergegeven (vereist
navigatiekaarten).
Kaartzichtbaarheid: Hiermee kunt u de geavanceerde
kaartfuncties opgeven.
Kaartinformatie: Hiermee kunt u de op het toestel geladen
kaarten in- of uitschakelen.
De oriëntatie van de kaart wijzigen
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer Navigatie > Kaart > Oriëntatie.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de
pagina weer te geven.
• Selecteer Koers boven om uw huidige reisrichting boven
aan de pagina weer te geven.
• Selecteer 3D-modus om de kaart driedimensionaal weer
te geven.
Bluetooth connected functies
®
Het Edge toestel beschikt over Bluetooth communicatiefuncties
voor uw compatibele smartphone of fitnesstoestel. Voor
sommige functies moet u Garmin Connect Mobile op uw
smartphone installeren. Ga naar www.garmin.com/intosports
/apps voor meer informatie.
OPMERKING: Uw toestel moet zijn verbonden met uw
Bluetooth smartphone om gebruik te kunnen maken van enkele
van deze functies.
LiveTrack: Geef uw vrienden en familie de gelegenheid om uw
races en trainingsactiviteiten in real-time te volgen. U kunt
volgers uitnodigen via e-mail of social media, waardoor zij uw
live-gegevens op een Garmin Connect volgpagina kunnen
zien.
GroupTrack: Hiermee kunt u andere fietsers in uw groep die
LiveTrack gebruiken direct op het scherm en in real-time
volgen.
Activiteiten uploaden naar Garmin Connect: Uw activiteit
wordt automatisch naar Garmin Connect verstuurd, zodra u
klaar bent met het vastleggen van de activiteit.
Koersen downloaden van Garmin Connect: Hiermee kunt u
zoeken naar koersen op Garmin Connect met uw
smartphone en deze naar uw toestel verzenden.
Overdracht tussen toestellen: Hiermee kunt u bestanden
draadloos overbrengen naar een ander compatibel Edge
toestel.
Interactie met social media: Hiermee kunt u een update op uw
favoriete social media-website plaatsen wanneer u een
activiteit uploadt naar Garmin Connect.
Weerupdates: Verstuurt real-time weersberichten en
waarschuwingen naar uw toestel.
Meldingen: Geeft telefoonmeldingen en berichten weer op uw
toestel.
5
Audiomeldingen: Via de Garmin Connect Mobile app kunt u op
uw smartphone tijdens het fietsen statusberichten afspelen.
Ongevaldetectie: Via de Garmin Connect Mobile app kunt u
een bericht sturen naar uw contacten voor noodgevallen als
het Edge toestel een incident detecteert.
Uw smartphone koppelen
1 Ga naar www.garmin.com/intosports/apps en download de
2
3
4
5
6
Garmin Connect Mobile app op uw smartphone.
Houd uw smartphone binnen 10 m (33 ft.) van uw toestel.
Selecteer op uw toestel
> Instellingen > Bluetooth >
Schakel in > Koppel smartphone en volg de instructies op
het scherm.
Open de Garmin Connect Mobile app.
Selecteer een optie om uw toestel toe te voegen aan uw
Garmin Connect account:
• Als dit het eerste toestel is dat u koppelt met de Garmin
Connect Mobile app, volgt u de instructies op het scherm.
• Als u reeds een ander toestel hebt gekoppeld met de
Garmin Connect Mobile app, selecteert u Garmin
toestellen > in het instellingenmenu van de Garmin
Connect Mobile app en volgt u de instructies op het
scherm.
Volg de instructies op het scherm om telefoonmeldingen in te
schakelen (optioneel).
OPMERKING: Voor telefoonmeldingen is een compatibele
smartphone voorzien van Bluetooth Smart draadloze
technologie vereist. Ga naar www.garmin.com/ble voor
informatie over compatibiliteit.
Een GroupTrack sessie starten
Voordat u een GroupTrack sessie kunt starten, moet u
beschikken over een Garmin Connect account, een compatibele
smartphone en de Garmin Connect Mobile app.
Deze instructies gelden voor het starten van een GroupTrack
sessie met een Edge 820 toestel. Fietsers in uw groep die een
ander Edge model hebben, kunt u op de kaart zien. De andere
Edge modellen kunnen geen GroupTrack fietsers op de kaart
weergeven.
1 Ga naar buiten en schakel het Edge toestel in.
2 Koppel uw smartphone met het Edge toestel (Uw
smartphone koppelen, pagina 6).
> Instellingen >
3 Selecteer op het Edge toestel
GroupTrack om de weergave van connecties op het
kaartscherm in te schakelen.
4 Selecteer in het instellingenmenu van de Garmin Connect
Mobile app LiveTrack > GroupTrack.
5 Selecteer Zichtbaar voor > Alle connecties.
OPMERKING: Als u meerdere compatibele toestellen hebt,
selecteert u één daarvan voor de GroupTrack sessie.
6 Selecteer Start LiveTrack.
7 Selecteer op het Edge toestel en begin uw rit.
8 Blader naar de kaart om uw connecties weer te geven.
Tik op een pictogram op de kaart om de locatie en
koersinformatie van andere fietsers die deelnemen aan de
GroupTrack sessie weer te geven.
9 Blader naar de GroupTrack lijst.
Als u in de lijst een fietser selecteert, wordt deze midden op
de kaart weergegeven.
Tips voor GroupTrack sessies
Met de functie GroupTrack kunt u andere fietsers in uw groep
die LiveTrack gebruiken direct op het scherm volgen. Alle
fietsers in de groep moeten connecties van u zijn in uw Garmin
Connect account.
• Koppel uw Edge toestel met uw smartphone via Bluetooth
technologie.
• Selecteer in het instellingenmenu op de Garmin Connect
Mobile app Connecties om de lijst met fietsers voor uw
GroupTrack sessie bij te werken.
• Zorg dat al uw connecties zijn gekoppeld met hun
smartphones en start een LiveTrack sessie in de Garmin
Connect Mobile app.
• Zorg dat al uw connecties binnen bereik zijn (16 km of
10 mijl).
• Blader tijdens een GroupTrack sessie naar de kaart om uw
connecties weer te geven.
• Stap even af als u wilt proberen om de locatie en
koersinformatie van andere fietsers in de GroupTrack sessie
weer te geven.
Bestanden overbrengen naar een ander
Edge toestel
U kunt bestanden draadloos overbrengen van het ene
compatibele Edge toestel naar het andere via Bluetooth
technologie.
1 Schakel beide Edge toestellen in en breng ze binnen bereik
(3 m) van elkaar.
>
2 Selecteer op het toestel met de bestanden
Toesteloverdrachten > Deel bestanden > .
3 Selecteer een of meer bestanden om over te brengen en
selecteer .
>
4 Selecteer op het toestel dat de bestanden ontvangt
Toesteloverdrachten.
5 Selecteer een beschikbare verbinding.
6 Selecteer een of meer bestanden om te ontvangen en
selecteer .
Als het bestand is overgebracht, wordt op beide toestellen een
bericht weergegeven.
Audiowaarschuwingen afspelen tijdens uw
activiteit
Voordat u audiowaarschuwingen kunt instellen, moet u een
smartphone met de Garmin Connect Mobile app koppelen met
uw Edge toestel.
6
Bluetooth connected functies
®
U kunt de Garmin Connect Mobile app zodanig instellen dat er
tijdens het hardlopen of een andere activiteit motiverende
statusmeldingen worden afgespeeld op uw smartphone.
Audiowaarschuwingen vermelden het rondenummer en de
rondetijd, het tempo of de snelheid en ANT+ sensorgegevens.
Tijdens een audiowaarschuwing dempt de Garmin Connect
Mobile app het geluid van de primaire audio van de smartphone
om de aankondiging af te spelen. U kunt de volumeniveaus
aanpassen in de Garmin Connect Mobile app.
1 Selecteer in de instellingen van de Garmin Connect Mobile
app de optie Garmin toestellen.
2 Selecteer uw toestel.
3 Selecteer zo nodig Toestelinstellingen.
4 Selecteer Audiowaarschuwingen.
Ongevaldetectie
VOORZICHTIG
Ongevaldetectie is een aanvullende functie die in eerste
instantie is bedoeld voor gebruik op de weg. Ongevaldetectie
dient niet te worden beschouwd als primaire methode voor het
verkrijgen van hulp bij ongelukken. De Garmin Connect Mobile
app neemt geen contact op met hulpdiensten namens u.
Als door uw Edge toestel met GPS een ongeval wordt
gedetecteerd, kan de Garmin Connect Mobile app automatisch
een sms- en e-mailbericht met uw naam en GPS-locaties
verzenden naar uw contacten voor noodgevallen.
Op uw toestel en gekoppelde smartphone wordt een bericht
weergegeven met de mededeling dat uw contacten na 30
seconden zullen worden gewaarschuwd. Als u geen hulp nodig
hebt, kunt u de automatische noodoproep annuleren.
Voordat u ongevaldetectie op uw toestel kunt inschakelen, moet
u in de Garmin Connect Mobile app de gegevens invoeren van
de in geval van nood te waarschuwen personen. Uw
gekoppelde smartphone moet zijn voorzien van een dataabonnement en zich bevinden in het dekkingsgebied van de
netwerkprovider voor datacommunicatie. Uw contacten voor
noodgevallen moeten sms-berichten kunnen ontvangen
(standaard sms-tarieven kunnen van toepassing zijn).
Ongevaldetectie instellen
1 Ga naar www.garmin.com/intosports/apps en download de
Garmin Connect Mobile app naar uw smartphone.
2 Koppel uw smartphone met uw toestel (Uw smartphone
koppelen, pagina 6).
3 Voer in de Garmin Connect Mobile app (Fietsergegevens en
de gegevens van in noodgevallen te waarschuwen contacten
instellen, pagina 7).
4 Schakel ongevaldetectie op uw toestel in (Ongevaldetectie
in- en uitschakelen, pagina 7).
5 Schakel GPS op uw toestel in (De satellietinstelling wijzigen,
pagina 11).
Fietsergegevens en de gegevens van in noodgevallen
te waarschuwen contacten instellen
1 Open de Garmin Connect Mobile app op uw smartphone.
2 Selecteer in de app-instellingen Ongevaldetectie.
3 Voer de fietsergegevens en de gegevens van in
noodgevallen te waarschuwen contacten in.
Uw geselecteerde contacten ontvangen een bericht waarin
wordt bevestigd dat zij voor ongevaldetectie de te
waarschuwen contacten zijn.
Ongevaldetectie in- en uitschakelen
Selecteer
ANT+ sensors
> Instellingen > Systeem > Ongevaldetectie.
Uw contacten voor noodgevallen weergeven
Voordat u uw contacten voor noodgevallen op uw toestel kunt
weergeven, moet u uw fietsergegevens en de gegevens van in
noodgevallen te waarschuwen contacten opgeven in de Garmin
Connect Mobile app.
Selecteer
> Contactpersonen.
De namen en telefoonnummers van uw in noodgevallen te
waarschuwen contacten worden weergegeven.
Een automatisch bericht annuleren
Als een ongeval door uw toestel wordt gedetecteerd, kunt u het
automatische waarschuwingsbericht op uw toestel of uw
gekoppelde smartphone annuleren om te voorkomen dat het
naar uw contacten voor noodgevallen wordt verzonden.
Selecteer Annuleer >
voordat de 30 seconden wachttijd is
verstreken.
Een statusupdate verzenden na een ongeval
Voordat u een statusupdate naar uw contacten voor
noodgevallen kunt verzenden, moet uw toestel een ongeval
detecteren en een automatisch waarschuwingsbericht
verzenden naar uw contacten voor noodgevallen.
U kunt een statusupdate verzenden naar uw contacten voor
noodgevallen om ze te informeren dat u geen hulp nodig hebt.
1 Veeg omlaag vanaf de bovenkant van het scherm om het
connectiesscherm weer te geven.
2 Selecteer Ongeval gedetecteerd > Verzend het bericht "Ik
ben in orde".
Een bericht wordt verzonden naar al uw contacten voor
noodgevallen.
ANT+ sensors
Uw toestel kan worden gebruikt in combinatie met draadloze
ANT+ sensors. Ga voor meer informatie over compatibiliteit en
de aanschaf van optionele sensors naar http://buy.garmin.com.
Uw ANT+ sensors koppelen
Voordat u kunt koppelen, moet u de hartslagmeter omdoen of
de sensor plaatsen.
Koppelen is het maken van een verbinding tussen ANT+
draadloze sensors, bijvoorbeeld het verbinden van een
hartslagmeter met uw Garmin toestel.
1 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
OPMERKING: Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij
ANT+ sensors van andere gebruikers vandaan bent tijdens
het koppelen.
Selecteer
> Instellingen > Sensors > Voeg sensor toe.
2
3 Selecteer een optie:
• Selecteer een sensortype.
• Selecteer Zoek alles om sensors in de buurt te zoeken.
Er wordt een lijst met beschikbare sensors weergegeven.
4 Selecteer een of meerdere sensors om te koppelen met uw
toestel.
5 Selecteer Voeg toe.
Wanneer de sensor is gekoppeld met uw toestel, is de
sensorstatus Verbonden. U kunt een gegevensveld
aanpassen om sensorgegevens weer te geven.
Uw hartslagzones instellen
Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
om uw hartslagzones te bepalen. U kunt de hartslagzones
handmatig aanpassen op basis van uw fitnessdoelen
(Fitnessdoelstellingen, pagina 8). Stel uw maximale hartslag,
hartslag in rust en hartslagzones in voor de meest nauwkeurige
caloriegegevens tijdens een activiteit.
7
1 Selecteer
> Mijn statistieken > Trainingszones >
Hartslagzones.
2 Voer de maximumwaarde en rustwaarde voor uw hartslag in.
De zonewaarden worden automatisch bijgewerkt; u kunt elke
waarde echter ook handmatig aanpassen.
3 Selecteer Op basis van:.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer BPM om de zones in aantal hartslagen per
minuut weer te geven en te wijzigen.
• Selecteer % Max. om de zones als een percentage van
uw maximumhartslag weer te geven en te wijzigen.
• Selecteer % HSR om de zones als een percentage van
uw hartslag in rust weer te geven en te wijzigen.
Hartslagzones
Vele atleten gebruiken hartslagzones om hun cardiovasculaire
kracht te meten en te verbeteren en om hun fitheid te
verbeteren. Een hartslagzone is een bepaald bereik aan
hartslagen per minuut. De vijf algemeen geaccepteerde
hartslagzones zijn genummerd van 1 tot 5 op basis van
oplopende intensiteit. Over het algemeen worden hartslagzones
berekend op basis van de percentages van uw maximale
hartslag.
Fitnessdoelstellingen
Als u uw hartslagzones kent, kunt u uw conditie meten en
verbeteren door de onderstaande principes te begrijpen en toe
te passen.
• Uw hartslag is een goede maatstaf voor de intensiteit van uw
training.
• Training in bepaalde hartslagzones kan u helpen uw
cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren.
• Als u uw hartslagzones kent, kunt u het risico op blessures
verlagen en voorkomen dat u te zwaar traint.
Als u uw maximale hartslag kent, kunt u de tabel (Berekeningen
van hartslagzones, pagina 14) gebruiken om de beste
hartslagzone te bepalen voor uw fitheidsdoeleinden.
Als u uw maximale hartslag niet kent, gebruik dan een van de
rekenmachines die beschikbaar zijn op internet. Bij sommige
sportscholen en gezondheidscentra kunt u een test doen om de
maximale hartslag te meten. De standaard maximale hartslag is
220 min uw leeftijd.
Omgevingsbewustzijn
Uw Edge toestel kan worden gebruikt met het Varia Vision™
toestel, slimme Varia™ fietsverlichting en achteruitkijkradar voor
een verbeterd omgevingsbewustzijn. Raadpleeg de handleiding
van het Varia toestel voor meer informatie.
OPMERKING: U moet mogelijk de Edge software bijwerken
voordat u Varia toestellen kunt koppelen (De software bijwerken,
pagina 13).
Geschiedenis
Tot de geschiedenisgegevens behoren tijd, afstand, calorieën,
snelheid, rondegegevens, hoogte en optionele ANT+
sensorgegevens.
OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
de timer is gestopt of gepauzeerd.
Als het geheugen van het toestel vol is, wordt er een bericht
weergegeven. Het toestel overschrijft of verwijdert niet
automatisch uw geschiedenis. Upload uw geschiedenis
regelmatig naar Garmin Connect om al uw ritgegevens bij te
houden.
2 Selecteer een rit.
3 Selecteer een optie.
Gegevenstotalen weergeven
U kunt de totalen van verzamelde gegevens weergeven die u
hebt opgeslagen op uw toestel, zoals het aantal ritten, tijd,
afstand en calorieën.
Selecteer
> Geschiedenis > Totalen.
Tijd in elke hartslagzone weergeven
Voordat u uw tijd in elke trainingszone kunt weergeven, moet u
uw toestel koppelen met een compatibele hartslagmeter, een
activiteit voltooien en de activiteit opslaan.
Het bekijken van uw tijd in elke hartslagzone kan u helpen bij
het aanpassen van uw trainingsintensiteit. U kunt uw
vermogenszones (Uw hartslagzones instellen, pagina 7)
aanpassen aan uw doelen en mogelijkheden. U kunt een
gegevensveld aanpassen om uw tijd in trainingszones tijdens
uw rit weer te geven (Gegevensschermen aanpassen,
pagina 10).
> Geschiedenis > Ritten.
1 Selecteer
2 Selecteer een rit.
3 Selecteer Tijd in hartslagzone.
Een rit verwijderen
1
2
3
4
Selecteer
> Geschiedenis > Ritten.
Selecteer > Wis.
Selecteer een rit.
Selecteer .
Persoonlijke records
Bij het voltooien van een rit worden op het toestel eventuele
nieuwe persoonlijke records weergegeven die u tijdens deze rit
hebt gevestigd. Tot uw persoonlijke records behoren uw snelste
tijd over een standaardafstand, uw langste rit en de grootste
stijging tijdens een rit.
Uw persoonlijke records weergeven
Selecteer
> Mijn statistieken > Persoonlijke records.
Een persoonlijk record terugzetten
U kunt elk persoonlijk record terugzetten op de vorige waarde.
> Mijn statistieken > Persoonlijke records.
1 Selecteer
2 Selecteer een record om terug te zetten op de vorige waarde.
3 Selecteer Vorig record > .
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
Een persoonlijk record verwijderen
> Mijn statistieken > Persoonlijke records.
1 Selecteer
2 Selecteer een persoonlijk record.
3 Selecteer > .
Uw rit verzenden naar Garmin Connect
LET OP
U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
oplaadt of aansluit op een computer.
1 Trek de beschermkap À van de USB-poort Á omhoog.
Uw rit weergeven
1 Selecteer
8
> Geschiedenis > Ritten.
Geschiedenis
Uw toestel wordt als verwisselbaar station weergegeven in
Deze computer op Windows computers en als geïnstalleerd
volume op Mac computers.
Bestanden overbrengen naar uw toestel
1 Verbind het toestel met uw computer.
2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort
op het toestel.
3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USB-poort
van de computer.
4 Ga naar www.garminconnect.com/start.
5 Volg de instructies op het scherm.
Garmin Connect
U kunt contact houden met uw vrienden op Garmin Connect.
Garmin Connect biedt u de hulpmiddelen om te volgen, te
analyseren, te delen en elkaar aan te moedigen. Leg de
prestaties van uw actieve lifestyle vast, zoals hardloopsessies,
wandelingen, fietstochten, zwemsessies, hikes, triatlons en
meer. Meld u aan voor een gratis account op
www.garminconnect.com/start.
Uw activiteiten opslaan: Nadat u een activiteit met uw toestel
hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die activiteit uploaden
naar Garmin Connect en deze zo lang bewaren als u zelf wilt.
Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde
informatie over uw activiteit weergeven, zoals tijd, afstand,
hoogte, hartslag, verbrande calorieën, cadans, een
bovenaanzicht van de kaart, tempo- en snelheidsgrafieken,
en instelbare rapporten.
OPMERKING: Voor sommige gegevens hebt u een optioneel
accessoire nodig, zoals een hartslagmeter.
2
3
4
5
6
7
Op Windows computers wordt het toestel weergegeven als
een verwisselbaar station of draagbaar apparaat. Op Mac
computers wordt het toestel weergegeven als een
geïnstalleerd volume.
OPMERKING: Op sommige computers met meerdere
netwerkstations worden toestelstations mogelijk niet correct
weergegeven. Zie de documentatie bij uw besturingssysteem
voor meer informatie over het toewijzen van het station.
Open de bestandsbrowser op de computer.
Selecteer een bestand.
Selecteer Edit > Copy.
Open het draagbare apparaat, station of volume voor het
toestel.
Blader naar een map.
Selecteer Edit > Paste.
Het bestand verschijnt in de lijst met bestanden in het
geheugen van het toestel.
Bestanden verwijderen
LET OP
Als u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan
niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke
systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.
1 Open het Garmin station of volume.
2 Open zo nodig een map of volume.
3 Selecteer een bestand.
4 Druk op het toetsenbord op de toets Delete.
De USB-kabel loskoppelen
Uw activiteiten delen: U kunt contact houden met vrienden en
elkaars activiteiten volgen of koppelingen naar uw activiteiten
plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.
Gegevensbeheer
OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95,
98, ME, Windows NT , en Mac OS 10.3 en ouder.
®
®
®
Het toestel aansluiten op uw computer
LET OP
U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
oplaadt of aansluit op een computer.
1 Duw de beschermkap van de mini-USB-poort omhoog.
2 Sluit het kleine uiteinde van de USB-kabel aan op de miniUSB-poort.
3 Sluit het grote uiteinde van de USB-kabel aan op de USBpoort van de computer.
Uw toestel aanpassen
Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is
aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige
manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als
uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw
Windows-computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te
koppelen.
1 Voer een van onderstaande handelingen uit:
• Op Windows-computers: Selecteer het pictogram
Hardware veilig verwijderen in het systeemvak en
selecteer uw toestel.
• Op Mac-computers: Sleep het volumepictogram naar de
prullenbak.
2 Koppel de kabel los van uw computer.
Uw toestel aanpassen
Connect IQ functies die u kunt downloaden
U kunt aan uw toestel Connect IQ functies toevoegen van
Garmin en andere leveranciers via de Garmin Connect Mobile
app. U kunt uw toestel aanpassen met gegevensvelden, widgets
en apps.
Gegevensvelden: Hiermee kunt u nieuwe gegevensvelden
downloaden die sensors, activiteiten en historische gegevens
op andere manieren presenteren. U kunt Connect IQ
gegevensvelden toevoegen aan ingebouwde functies en
pagina's.
Widgets: Hiermee kunt u direct informatie bekijken, zoals
sensorgegevens en meldingen.
Apps: Hiermee kunt u interactieve functies toevoegen aan uw
toestel, zoals nieuwe soorten buiten- en fitnessactiviteiten.
9
Uw gebruikersprofiel instellen
U kunt instellingen wijzigen voor geslacht, leeftijd, gewicht,
lengte en instellingen voor ervaren atleten. Het toestel gebruikt
deze informatie om nauwkeurige ritgegevens te berekenen.
> Mijn statistieken > Gebruikersprofiel.
1 Selecteer
2 Selecteer een optie.
Over ervaren sporters
Een ervaren sporter is een persoon die een groot aantal jaren
intensief heeft getraind (met uitzondering van lichte blessures)
en die een hartslag in rust van 60 slagen per minuut of minder
heeft.
Uw activiteiteninstellingen bijwerken
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een optie:
• Selecteer Gegevensschermen om de
gegevensschermen en gegevensvelden aan te passen
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 10).
• Selecteer Standaardrittype om het bij u passende type rit
in te stellen, zoals rit tussen kantoor en huis.
TIP: Na een rit die niet bij het profiel past, kunt u het
rittype handmatig bijwerken. Nauwkeurige rittypegegevens
zijn belangrijk voor het kiezen van fietsvriendelijke routes.
• Selecteer Navigatie om de instellingen voor uw kaart
(Kaartinstellingen, pagina 5) en route (Route-instellingen,
pagina 5) aan te passen.
• Selecteer Alarmen om uw trainingswaarschuwingen aan
te passen (Waarschuwingen, pagina 10).
• Selecteer Automatische functies > Auto Lap om in te
stellen hoe rondes worden gemarkeerd (Ronden op
positie markeren, pagina 10).
• Selecteer Automatische functies > Auto Pause om in te
stellen wanneer de timer automatisch pauzeert (Auto
Pause gebruiken, pagina 11).
• Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand
om in te stellen dat het toestel automatisch in de
slaapstand gaat na 5 minuten inactiviteit (Automatische
slaapstand gebruiken, pagina 11).
• Selecteer Automatische functies > Auto Scroll om de
weergave van de pagina's met trainingsgegevens aan te
passen wanneer de timer loopt (Auto Scroll gebruiken,
pagina 11).
• Selecteer Timer start-modus om in te stellen hoe het
toestel het begin van een rit detecteert en dat de timer
automatisch start (De timer automatisch starten,
pagina 11).
Alle wijzigingen die u aanbrengt worden opgeslagen in de
activiteiteninstellingen.
Gegevensschermen aanpassen
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
Selecteer
Gegevensschermen.
2
3 Selecteer een gegevensscherm.
4 Schakel indien nodig het gegevensscherm in.
5 Selecteer het aantal gegevensvelden dat u op het scherm
wilt weergeven.
6 Selecteer .
7 Selecteer een gegevensveld om het te wijzigen.
8 Selecteer .
Waarschuwingen
U kunt -waarschuwingen gebruiken om te trainen met specifieke
doelstellingen voor tijd, afstand, hartslag, cadans en calorieën.
10
Bereikwaarschuwingen instellen
Als u een optionele hartslagmeter of cadanssensor hebt, kunt u
bereikwaarschuwingen instellen. Een bereikwaarschuwing wordt
afgegeven wanneer het toestel een waarde meet die boven of
onder een opgegeven waardenbereik ligt. U kunt het toestel
bijvoorbeeld waarschuwingen laten geven als uw hartslag onder
90 bpm of boven 160 bpm komt (Uw hartslagzones instellen,
pagina 7).
> Instellingen > Activiteitenprofielen >
1 Selecteer
Alarmen.
2 Selecteer Hartslagwaarschuwing of
Cadanswaarschuwing.
3 Schakel indien nodig de waarschuwing in.
4 Selecteer de minimum- en maximumwaarde of selecteer
zones.
Selecteer
indien nodig .
5
Telkens als u boven of onder het opgegeven bereik komt, wordt
een bericht weergegeven. U hoort ook een pieptoon als
geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen in- en
uitschakelen, pagina 12).
Een terugkerende waarschuwing instellen
Een terugkerende waarschuwing wordt afgegeven telkens
wanneer het toestel een opgegeven waarde of interval
registreert. U kunt bijvoorbeeld instellen dat het toestel u elke 30
minuten waarschuwt.
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer Alarmen.
3 Selecteer Tijdwaarschuwing, Afstandswaarschuwing of
Calorieënwaarschuwing.
4 Schakel de waarschuwing in.
5 Voer een waarde in.
6 Selecteer .
Telkens als u de opgegeven waarde voor een waarschuwing
bereikt, wordt een bericht weergegeven. U hoort ook een
pieptoon als geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen
in- en uitschakelen, pagina 12).
Auto Lap
®
Ronden op positie markeren
Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
op een bepaalde positie. Dit is handig als u uw prestaties tijdens
verschillende gedeelten van een rit wilt vergelijken (bijvoorbeeld
na een lange klim of na een sprint). Tijdens een koers kunt u de
functie Op positie gebruiken om een ronde te starten bij alle
rondeposities die voor de koers zijn vastgelegd.
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op positie > Ronde bij.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Alleen bij drukken op Lap om de rondeteller te
activeren telkens als u
selecteert en telkens als u een
van deze locaties opnieuw passeert.
• Selecteer Start & ronde om de rondeteller te activeren op
de GPS-locatie waar u
selecteert en op elke locatie
tijdens de rit waar u
selecteert.
• Selecteer Markeer en ronde om de rondeteller te
activeren op een specifieke GPS-locatie die u vóór de rit
hebt gemarkeerd en bovendien op elke locatie tijdens de
rit wanneer u
selecteert.
Pas
zo
nodig
de
rondegegevensvelden
aan
4
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 10).
Ronden op afstand markeren
Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
op basis van een bepaalde afstand. Dit is handig als u uw
Uw toestel aanpassen
prestaties tijdens verschillende gedeelten van een rit wilt
vergelijken (bijvoorbeeld om de 10 mijl of 40 km).
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op afstand > Ronde bij.
3 Voer een waarde in.
4 Pas zo nodig de rondegegevensvelden aan
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 10).
Auto Pause gebruiken
U kunt de functie Auto Pause gebruiken om de timer
automatisch te onderbreken als u stopt met bewegen of
wanneer uw snelheid onder de opgegeven waarde komt. Dit is
handig als er verkeerslichten of andere plaatsen voorkomen in
uw route waar u langzamer moet fietsen of moet stoppen.
OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
de timer is gestopt of gepauzeerd.
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer Automatische functies > Auto Pause.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Zodra gestopt om de timer automatisch te
onderbreken wanneer u stopt met bewegen.
• Selecteer Aangepaste snelheid om de timer automatisch
te pauzeren wanneer uw snelheid onder een bepaalde
waarde komt.
Pas
zo nodig optionele tijdgegevensvelden aan
4
(Gegevensschermen aanpassen, pagina 10).
®
Automatische slaapstand gebruiken
U kunt de Autom. slaapstand functie gebruiken om automatisch
in de slaapstand te gaan na 5 minuten van inactiviteit. Tijdens
de slaapstand is het scherm uitgeschakeld en zijn de ANT+
sensors, Bluetooth en GPS niet verbonden.
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand.
Auto Scroll gebruiken
Met de functie Auto Scroll doorloopt u automatisch alle
schermen met trainingsgegevens terwijl de timer loopt.
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer Automatische functies > Auto Scroll.
3 Selecteer een weergavesnelheid.
De timer automatisch starten
Met deze functie herkent het toestel automatisch dat er
satellietsignalen worden ontvangen en dat de fiets rijdt. De timer
wordt gestart of u wordt eraan herinnerd om de timer te starten,
zodat uw ritgegevens worden vastgelegd.
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer Timer start-modus.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Handmatig en vervolgens
om de timer te
starten.
• Selecteer Op verzoek om een visuele herinnering te
krijgen wanneer u de startmeldingssnelheid bereikt.
• Selecteer Auto om de timer automatisch te starten
wanneer u de startmeldingssnelheid bereikt.
Bluetooth instellingen
Selecteer
> Instellingen > Bluetooth.
Schakel in: Hiermee schakelt u Bluetooth draadloze
technologie in.
OPMERKING: De overige Bluetooth instellingen worden
alleen weergegeven als Bluetooth draadloze technologie is
ingeschakeld.
Uw toestel aanpassen
Toestelnaam: Hiermee kunt u een gebruiksvriendelijke naam
invoeren ter identificatie van uw toestellen met draadloze
Bluetooth technologie.
Koppel smartphone: Hiermee koppelt u uw toestel met een
compatibele smartphone met Bluetooth functionaliteit. Met
deze instelling kunt u Bluetooth draadloze functies gebruiken,
zoals LiveTrack en activiteiten uploaden naar Garmin
Connect.
Meldingen voor telefoon en SMS: Hiermee kunt u
telefoonmeldingen vanaf uw compatibele smartphone
inschakelen.
Gemiste oproepen en SMS-berichten: Geeft gemiste
telefoonmeldingen vanaf uw compatibele smartphone weer.
Systeeminstellingen
Selecteer
> Instellingen > Systeem.
• Scherminstellingen (Scherminstellingen, pagina 11)
• Instellingen voor gegevensopslag (Instellingen voor
gegevens vastleggen, pagina 11)
• Toestelinstellingen (De maateenheden wijzigen, pagina 12)
• Geluidsinstellingen (De toesteltonen in- en uitschakelen,
pagina 12)
• Taalinstellingen (De taal van het toestel wijzigen,
pagina 12)
De satellietinstelling wijzigen
Om de prestaties in moeilijke omgevingen te verbeteren en de
GPS-positiebepaling te versnellen, kunt u GPS+GLONASS
inschakelen. Door GPS+GLONASS te gebruiken, neemt de
gebruiksduur van de batterij sneller af dan wanneer alleen GPS
wordt gebruikt.
> Instellingen > Systeem > GPS-modus.
1 Selecteer
2 Selecteer een optie.
De accentkleur wijzigen
U kunt de accentkleur van het toestel wijzigen.
> Instellingen > Systeem > Kleur.
1 Selecteer
2 Selecteer een accentkleur.
Scherminstellingen
Selecteer
> Instellingen > Systeem > Scherm.
Helderheid: Hiermee kunt u de helderheid van de
schermverlichting instellen.
Time-out van scherm: Hiermee kunt u de tijdsduur instellen
voordat de schermverlichting wordt uitgeschakeld.
Kleurmodus: Hiermee stelt u in of het toestel dag- of
nachtkleuren weergeeft. U kunt de optie Auto selecteren om
het toestel automatisch te laten overschakelen naar dag- of
nachtkleuren op basis van de tijd van de dag.
Schermafbeelding: Hiermee kunt u de schermafbeelding van
het toestel opslaan.
Instellingen voor gegevens vastleggen
Selecteer
> Instellingen > Systeem > Gegevensopslag.
Interval: Hiermee stelt u in hoe het toestel activiteitgegevens
vastlegt. Met de optie Smart legt u belangrijke punten vast
waar u van richting bent veranderd of waarop uw snelheid of
hartslag is gewijzigd. Met de optie 1 sec legt u elke seconde
punten vast. Hiermee ontstaat een zeer gedetailleerd
overzicht van uw activiteit, maar de omvang van het
opgeslagen activiteitenbestand neemt aanzienlijk toe.
Cadans middelen: Bepaalt of het toestel nulwaarden voor
cadans meetelt, die optreden wanneer de pedalen niet
bewegen. Standaard worden nulwaarden die optreden als u
niet trapt, genegeerd.
11
De maateenheden wijzigen
U kunt de eenheden voor afstand, snelheid, hoogte,
temperatuur, gewicht, positieweergave en tijdweergave
aanpassen.
> Instellingen > Systeem > Eenheden.
1 Selecteer
Selecteer
een
type maatsysteem.
2
3 Selecteer een maateenheid voor de instelling.
De toesteltonen in- en uitschakelen
Selecteer
> Instellingen > Systeem > Geluid.
De taal van het toestel wijzigen
Selecteer
> Instellingen > Systeem > Taal voor tekst.
De configuratie-instellingen wijzigen
U kunt alle aanvankelijk geconfigureerde basisinstellingen
wijzigen.
> Instellingen > Systeem > Herstel toestel >
1 Selecteer
Basisinstellingen.
2 Volg de instructies op het scherm.
Tijdzones
Telkens wanneer u het toestel inschakelt en naar satellieten
zoekt of gegevens synchroniseert met uw smartphone, worden
de tijdzone en het tijdstip automatisch vastgesteld.
Toestelinformatie
Edge specificaties
Batterijtype
Oplaadbare, ingebouwde lithium-ionbatterij
Levensduur van batterij
12 uur bij normaal gebruik
Bedrijfstemperatuurbereik Van -20º tot 60ºC (van -4º tot 140ºF)
Laadtemperatuurbereik
Van 0º tot 45ºC (van 32º tot 113ºF)
Radiofrequentie/-protocol 2,4 GHz ANT+ protocol voor draadloze
communicatie
Bluetooth Smart draadloze technologie
Waterbestendigheid
IEC 60529 IPX7*
*Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.
Toestelonderhoud
LET OP
Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
extreme temperaturen kan worden blootgesteld omdat dit
onherstelbare schade kan veroorzaken.
Gebruik nooit een hard of scherp object om het aanraakscherm
te bedienen omdat het scherm daardoor beschadigd kan raken.
Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en
insectenwerende middelen die plastic onderdelen en
oppervlakken kunnen beschadigen.
Breng de beschermkap van de USB-poort goed aan om
beschadiging van de poort te voorkomen.
Het toestel schoonmaken
1 Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met
een mild schoonmaakmiddel.
2 Veeg de behuizing vervolgens droog.
Laat het toestel na reiniging helemaal drogen.
Problemen oplossen
Het toestel resetten
Als het toestel niet meer reageert, moet u het mogelijk resetten.
Uw gegevens en instellingen worden dan niet gewist.
Houd 10 seconden ingedrukt.
Het toestel wordt gereset en ingeschakeld.
Gebruikersgegevens wissen
U kunt alle fabrieksinstellingen van het toestel herstellen.
OPMERKING: Hierdoor wordt alle door de gebruiker ingevoerde
informatie gewist, maar uw geschiedenis wordt niet verwijderd.
Selecteer
> Instellingen > Systeem > Herstel toestel >
Herstel fabrieksinstellingen > .
Levensduur van de batterijen maximaliseren
• Schakel Modus Batterijbesparing (De modus
Batterijbesparing inschakelen, pagina 12).
• Verlaag de helderheid van de schermverlichting (De
schermverlichting gebruiken, pagina 2) of verkort de time-out
voor de schermverlichting (Scherminstellingen, pagina 11).
• Selecteer het registratie-interval Smart (Instellingen voor
gegevens vastleggen, pagina 11).
• Schakel de functie Autom. slaapstand in (Automatische
slaapstand gebruiken, pagina 11).
• Schakel de draadloze Bluetooth functie uit (Bluetooth
instellingen, pagina 11).
• Selecteer de instelling GPS (De satellietinstelling wijzigen,
pagina 11).
De modus Batterijbesparing inschakelen
In de modus Batterijbesparing worden de instellingen
automatisch aangepast voor een zo lang mogelijke batterijduur
bij langere ritten. Tijdens een activiteit wordt het scherm
uitgeschakeld. U kunt automatische waarschuwingen
inschakelen en op het scherm tikken om het te activeren. In de
modus Batterijbesparing worden GPS-spoorpunten en sensorgegevens minder vaak geregistreerd. Afstandsmeting,
snelheidsmeting en spoorgegevens zijn minder nauwkeurig.
OPMERKING: In de modus Batterijbesparing wordt de
geschiedenis vastgelegd als de timer is ingeschakeld.
> Instellingen > Modus Batterijbesparing >
1 Selecteer
Schakel in.
2 Selecteer de waarschuwingen die het scherm tijdens een
activiteit activeren.
De ontvangst van GPS-signalen verbeteren
• Synchroniseer het toestel regelmatig met uw Garmin
Connect account:
◦ Verbind uw toestel met een computer via de USB-kabel
en de Garmin Express™ app.
◦ Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect Mobile
app op uw Bluetooth smartphone.
Na verbinding met uw Garmin Connect account downloadt
het toestel diverse dagen aan satellietgegevens, zodat het
toestel snel satellietsignalen kan vinden.
• Ga met uw toestel naar buiten, naar een open plek, ver weg
van hoge gebouwen en bomen.
• Blijf enkele minuten stilstaan.
De hoogte instellen
Als u over nauwkeurige hoogtegegevens voor uw huidige locatie
beschikt, kunt u de hoogtemeter op het toestel handmatig
kalibreren.
> Hoogte instellen.
1 Selecteer Waarheen? >
12
Toestelinformatie
2 Geef de hoogte op en selecteer
.
Temperatuurmetingen
Het toestel geeft een temperatuur aan die hoger is dan de
werkelijke luchttemperatuur als het toestel in direct zonlicht
wordt geplaatst, in de hand wordt gehouden of wordt opgeladen
met een extern batterijpakket. Het duurt ook even voor het
toestel zich aan significante wijzigingen in de temperatuur heeft
aangepast.
Vervangende O-ringen
Voor de steunen zijn vervangende banden (O-ringen)
verkrijgbaar.
OPMERKING: Gebruik alleen vervangende banden van EPDM
(Ethylene Propylene Diene Monomer). Ga naar
http://buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
dealer.
Toestelgegevens weergeven
> Instellingen > Systeem > Over.
1 Selecteer
2 Selecteer een optie.
• Selecteer Informatie over regelgeving om informatie
over regelgeving en het modelnummer weer te geven.
• Selecteer Copyrightinfo om softwaregegevens, de
toestel-id en de licentieovereenkomst weer te geven.
De software bijwerken
Voordat u de toestelsoftware kunt bijwerken, moet u beschikken
over een Garmin Connect account en de Garmin Express
toepassing downloaden.
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
Als er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt Garmin
Express deze naar uw toestel.
2 Volg de instructies op het scherm.
3 Koppel uw toestel niet los van de computer tijdens het
bijwerken.
Ondersteuning en updates
Garmin Express (www.garmin.com/express) biedt u eenvoudig
toegang tot deze services voor Garmin toestellen.
• Productregistratie
• Producthandleidingen
• Software-updates
• Gegevens worden geüpload naar Garmin Connect
• Kaart- of baanupdates
Meer informatie
• Ga naar www.garmin.com/intosports.
• Ga naar www.garmin.com/learningcenter.
• Ga naar http://buy.garmin.com of neem contact op met uw
Garmin dealer voor informatie over optionele accessoires en
vervangingsonderdelen.
Appendix
Gegevensvelden
Voor sommige gegevensvelden hebt u ANT+ accessoires nodig
om de gegevens weer te geven.
Afst. tot volg.: De resterende afstand tot het volgende via-punt
op uw route. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
activiteit of het huidige spoor.
Appendix
Afstand - Laatste ronde: De afstand die u hebt afgelegd voor
de laatste voltooide ronde.
Afstand - Ronde: De afstand die u hebt afgelegd voor de
huidige ronde.
Afstandsteller: Een lopende meting van de afstand die is
afgelegd voor alle trips. Dit totaal wordt niet gewist als de
reisgegevens worden hersteld.
Afstand te gaan: De resterende afstand tijdens een koers als u
een afstandsdoel hebt opgegeven.
Afstand tot bestemming: De resterende afstand tot de
eindbestemming. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Afstand tot koerspunt: De resterende afstand tot het volgende
punt in de koers.
Batterijniveau: De resterende batterijvoeding.
Batterijstatus: Het resterende batterijvermogen van een
fietslamp-accessoire.
Cadans: Fietsen. Het aantal omwentelingen van de pedaalarm.
Voor weergave van deze gegevens moet uw toestel zijn
aangesloten op een cadansaccessoire.
Cadans - Gemiddeld: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
huidige activiteit.
Cadans - Ronde: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
huidige ronde.
Calorieën: De hoeveelheid calorieën die u hebt verbrand.
ETA bij volgende: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende
via-punt op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale
tijd van het via-punt). Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
ETA op bestemming: Het geschatte tijdstip waarop u de
eindbestemming zult bereiken (aangepast aan de lokale tijd
van de bestemming). Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
GPS-nauwkeurigheid: De foutmarge voor uw exacte locatie.
Uw GPS-locatie is bijvoorbeeld accuraat binnen +/- 3,65
meter (12 ft.).
GPS-signaalsterkte: De sterkte van het signaal van de GPSsatelliet.
Hartslag: Uw aantal hartslagen per minuut. Uw toestel moet zijn
aangesloten op een compatibele hartslagmeter.
Hoogte: De hoogte van uw huidige locatie boven of onder
zeeniveau.
HS - %HSR: Het percentage van de hartslagreserve (maximale
hartslag minus rusthartslag).
HS – %Max.: Het percentage van maximale hartslag.
HS - Gem.: De gemiddelde hartslag voor de huidige activiteit.
HS - Gem. %HSR: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
de huidige activiteit.
HS - Gem. %Max.: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor de huidige activiteit.
HS-grafiek: Een lijndiagram dat uw huidige hartslagzone (1-5)
weergeeft.
HS - Laatste ronde: De gemiddelde hartslag voor de laatste
voltooide ronde.
HS - Ronde: De gemiddelde hartslag voor de huidige ronde.
HS - Ronde %HSR: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
de huidige ronde.
HS – Ronde %Max.: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor de huidige ronde.
13
HS-zone: Uw huidige hartslagbereik (1 tot 5). De
standaardzones zijn gebaseerd op uw gebruikersprofiel en
de maximale hartslag (220 min uw leeftijd).
Koers: De richting waarin u zich verplaatst.
Lichtmodus: De configuratiemodus van het lichtnetwerk.
Locatie bij bestemming: Het laatste punt in een route of koers.
Locatie bij volgende: Het volgende punt in een route of koers.
Percentage: De berekening van de stijging over de afstand. Als
u bijvoorbeeld 10 ft (3 m.) stijgt na elke 200 ft (60 m.) die u
aflegt, dan is de helling ofwel het stijgingspercentage 5%.
Ronden: Het aantal ronden dat is voltooid voor de huidige
activiteit.
Snelheid: De huidige snelheid waarmee u zich verplaatst.
Snelheid - Gemiddeld: De gemiddelde snelheid voor de
huidige activiteit.
Snelheid - Laatste ronde: De gemiddelde snelheid voor de
laatste voltooide ronde.
Snelheid - Maximum: De hoogste snelheid voor de huidige
activiteit.
Snelheid - Ronde: De gemiddelde snelheid voor de huidige
ronde.
Status bundelhoek: De modus van de koplampbundel.
Temperatuur: De temperatuur van de lucht. Uw
lichaamstemperatuur beïnvloedt de temperatuursensor.
Tijd: De tijd van de dag, op basis van uw huidige locatie en
tijdinstellingen (notatie, tijdzone en zomertijd).
Tijd: De stopwatchtijd voor de huidige activiteit.
Tijd - Gem. ronde: De gemiddelde rondetijd voor de huidige
activiteit.
Tijd in zone: De tijd verstreken in elke hartslagzone.
Tijd - Laatste ronde: De stopwatchtijd voor de laatste voltooide
ronde.
Tijd - Ronde: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
Tijd te gaan: De resterende tijd tijdens een koers als u een
tijdsdoel hebt opgegeven.
Tijd tot bestemming: De tijd die u naar verwachting nodig hebt
om de bestemming te bereiken. Deze gegevens worden
alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Tijd tot volgende: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om
het volgende via-punt op de route te bereiken. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Tijd - Verstreken: De totale verstreken tijd. Als u bijvoorbeeld
de timer start en 10 minuten hardloopt, vervolgens de timer 5
minuten stopt en daarna de timer weer start en 20 minuten
hardloopt, bedraagt de verstreken tijd 35 minuten.
Totale daling: De totale afstand van de daling sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Totale stijging: De totale afstand van de stijging sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
V.S. – 30s gem.: Het voortschrijdend gemiddelde (30 seconden)
van verticale snelheid.
Verbonden lampen: Het aantal verbonden lampen.
Verticale snelheid: De stijg- of daalsnelheid over tijd.
Zon onder: Het tijdstip waarop de zon ondergaat, gebaseerd op
uw GPS-positie.
Zon op: Het tijdstip waarop de zon opkomt, gebaseerd op uw
GPS-positie.
14
Berekeningen van hartslagzones
Zone % van
maximale
hartslag
Waargenomen
inspanning
Voordelen
1
50–60%
Ontspannen,
comfortabel tempo,
regelmatige ademhaling
Aerobische training
voor beginners,
verlaagt het stressniveau
2
60–70%
Comfortabel tempo, iets
diepere ademhaling,
gesprek voeren is
mogelijk
Standaardcardiovasculaire training; korte
herstelperiode
3
70–80%
Gematigd tempo,
gesprek voeren iets
lastiger
Verbeterde aerobische
capaciteit, optimale
cardiovasculaire
training
4
80–90%
Hoog tempo en
Verbeterde anaerobienigszins oncomfortabel; sche capaciteit en
zware ademhaling
drempel, hogere
snelheid
5
90–100%
Sprinttempo, kan niet
lang worden
volgehouden;
ademhaling zwaar
Anaerobisch en
musculair uithoudingsvermogen; meer
kracht
Wielmaat en omvang
De wielmaat wordt aan weerszijden van de band aangegeven.
Dit is geen volledige lijst. U kunt ook een van de
rekenprogramma's op internet gebruiken om de omvang van uw
wiel te berekenen.
Wielmaat
L (mm)
12 × 1,75
935
14 × 1,5
1020
14 × 1,75
1055
16 × 1,5
1185
16 × 1,75
1195
18 × 1,5
1340
18 × 1,75
1350
20 × 1,75
1515
20 × 1-3/8
1615
22 × 1-3/8
1770
22 × 1-1/2
1785
24 × 1
1753
24 × 3/4 (tubulair)
1785
24 × 1-1/8
1795
24 × 1-1/4
1905
24 × 1,75
1890
24 × 2,00
1925
24 × 2,125
1965
26 × 7/8
1920
26 × 1(59)
1913
26 × 1(65)
1952
26 × 1,25
1953
26 × 1-1/8
1970
26 × 1-3/8
2068
26 × 1-1/2
2100
26 × 1,40
2005
26 × 1,50
2010
26 × 1,75
2023
26 × 1,95
2050
26 × 2,00
2055
26 × 2,10
2068
26 × 2,125
2070
Appendix
Wielmaat
L (mm)
26 × 2,35
2083
26 × 3,00
2170
27 × 1
2145
27 × 1-1/8
2155
27 × 1-1/4
2161
27 × 1-3/8
2169
650 × 35A
2090
650 × 38A
2125
650 × 38B
2105
700 × 18C
2070
700 × 19C
2080
700 × 20C
2086
700 × 23C
2096
700 × 25C
2105
700 × 28C
2136
700 × 30C
2170
700 × 32C
2155
700C (tubulair)
2130
700 × 35C
2168
700 × 38C
2180
700 × 40C
2200
Dit toestel mag zich niet in de buurt van een andere zender of
antenne bevinden en mag ook niet in combinatie met een
andere zender of antenne worden gebruikt.
Softwarelicentieovereenkomst
DOOR HET TOESTEL TE GEBRUIKEN VERKLAART U DAT U
DE VOORWAARDEN EN BEPALINGEN VAN DE VOLGENDE
SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST ZULT NALEVEN.
LEES DEZE OVEREENKOMST ZORGVULDIG.
Garmin Ltd. en/of haar dochterondernemingen (“Garmin”) kent u
een beperkte licentie toe om de software die is ingebouwd in dit
toestel (de “software”) in binaire, uitvoerbare vorm te gebruiken
bij het normale gebruik van dit product. De titel,
eigendomsrechten en intellectuele eigendomsrechten in en op
de Software blijven in bezit van Garmin en/of haar
dochtermaatschappijen.
U erkent dat de Software het eigendom is van Garmin en/of
haar externe leveranciers en wordt beschermd door de
wetgeving met betrekking tot auteursrechten van de Verenigde
Staten van Amerika en internationale verdragen inzake
auteursrechten. U erkent bovendien dat de structuur, organisatie
en code van de Software, waarvan de broncode niet wordt
verschaft, waardevolle handelsgeheimen van Garmin en/of haar
externe leveranciers zijn en dat de Software in de broncodevorm
een waardevol handelsgeheim van Garmin en/of haar externe
leveranciers blijft. U verklaart dat u de Software of elk deel
daarvan niet zult decompileren, demonteren, wijzigen,
onderwerpen aan reverse assembling of reverse engineering,
herleiden tot door mensen leesbare vorm of afgeleide werken
zult maken op basis van de Software. U verklaart dat u de
software niet zult exporteren of herexporteren naar landen die
de exportwetten van de Verenigde Staten van Amerika of enig
ander toepasselijk land schenden.
Blootstelling aan RF-straling
Dit toestel bevat een mobiele zendontvanger die van een
antenne gebruikmaakt om radiofrequente (RF) energie uit te
zenden en te ontvangen voor spraak- en datacommunicatie. Het
toestel zendt radiofrequente straling uit onder de gepubliceerde
limieten als het toestel met maximaal vermogen en met door
Garmin geautoriseerde accessoires wordt gebruikt. Om te
kunnen voldoen aan de vereisten voor naleving van regels
omtrent blootstelling aan RF-straling van de Amerikaanse FCC,
dient het toestel alleen in een compatibele houder of volgens de
installatie-instructies te worden gebruikt. Het toestel dient niet op
enigerlei andere wijze te worden gebruikt.
Appendix
15
Index
A
aanraakscherm 2
accessoires 7, 13
activiteiten opslaan 2
adressen, zoeken 3
afstand, waarschuwingen 10
ANT+ sensors 2, 7, 8
koppelen 7
applicaties 5, 9
Auto Lap 10
Auto Pause 11
auto scroll 11
automatische slaapstand 11
B
banden 13
basisinstellingen 12
batterij
maximaliseren 12
opladen 1
type 1
bestanden, overbrengen 9
Bluetooth technologie 5, 6, 11
C
cadans, waarschuwingen 10
calorie, waarschuwingen 10
computer, aansluiten 9
Connect IQ 9
contacten voor noodgevallen 7
coördinaten 3
E
koersen 4, 5
bewerken 5
laden 4
maken 4
verwijderen 5
koppelen 2, 6
ANT+ sensors 7
L
LiveTrack 6
locaties 3
bewerken 3
verwijderen 4
zoeken met de kaart 3
M
maateenheden 12
N
I
K
kaarten 3, 5
bijwerken 13
instellingen 5
locaties zoeken 3
oriëntatie 5
knoppen 2
16
W
waarschuwingen 10
watch faces 9
widgets 9
wielmaten 14
Z
zones, tijd 12
P
persoonlijke records 8
verwijderen 8
pictogrammen 2
problemen oplossen 12, 13
productregistratie 13
profielen, gebruiker 10
ronden 2
routes
instellingen 5
maken 4
installeren 1
instellingen 10–12
toestel 12
vergrendelen, scherm 2
verwijderen, alle gebruikersgegevens 9, 12
via-punten, projecteren 3
O
R
H
V
O-ringen. Zie banden
ongevaldetectie 7
overbrengen, bestanden 6
G
hartslag
waarschuwingen 10
zones 7, 8, 14
het toestel resetten 12
hoogte 12
hoogtemeter, kalibreren 12
updates, software 13
USB 13
loskoppelen 9
navigatie 3
stoppen 3
terug naar start 3
nuttige punten, zoeken 3
ervaren sporter 10
Garmin Connect 4–6, 8, 9
Garmin Connect Mobile 6
Garmin Express
software bijwerken 13
toestel registreren 13
gebruikersgegevens, verwijderen 9
gebruikersprofiel 10
gegevens
opslaan 9
overbrengen 8, 9
schermen 10
vastleggen 11
gegevens opslaan 8, 9
gegevensvelden 9, 10, 13
geschiedenis 2, 8
naar de computer verzenden 8, 9
verwijderen 8
GLONASS 11
GPS 11
signaal 2, 3, 12
GroupTrack 6
U
S
satellietsignalen 2, 3, 12
scherm 11
vergrendelen 2
scherminstellingen 11
schermknoppen 2
schermverlichting 2, 11
slaapmodus 11
smartphone 2, 5, 9, 11
apps 6
software
bijwerken 13
licentie 13
versie 13
softwarelicentieovereenkomst 15
specificaties 12
startmelding 11
systeeminstellingen 11
T
taal 12
temperatuur 13
terug naar start 3
tijd, waarschuwingen 10
tijdzones 12
timer 2, 8
toestel
onderhoud 12
resetten 12
toestel aanpassen 10
toestel bevestigen 1
toestel registreren 13
toestel schoonmaken 12
toestel-id 13
tonen 12
training
pagina's 2
schermen 10
Index
www.garmin.com/support
1800 235 822
+43 (0) 820 220230
+ 32 2 672 52 54
0800 770 4960
1-866-429-9296
+385 1 5508 272
+385 1 5508 271
+420 221 985466
+420 221 985465
+ 45 4810 5050
+ 358 9 6937 9758
+ 331 55 69 33 99
+ 39 02 36 699699
(+52) 001-855-792-7671
0800 427 652
0800 0233937
+47 815 69 555
00800 4412 454
+44 2380 662 915
+35 1214 447 460
+386 4 27 92 500
0861 GARMIN (427 646)
+27 (0)11 251 9800
+34 93 275 44 97
+ 46 7744 52020
+886 2 2642-9199 ext 2
0808 238 0000
+44 870 850 1242
+49 (0) 89 858364880
zum Ortstarif - Mobilfunk
kann abweichen
913-397-8200
1-800-800-1020
© 2016 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising