Garmin | GPSMAP® 78 | User manual | Garmin GPSMAP® 78 Gebruikershandleiding

Garmin GPSMAP® 78 Gebruikershandleiding
GPSMAP 78-serie
®
gebruikershandleiding
voor gebruik bij de GPSMAP 78,
GPSMAP 78S en GPSMAP 78Sc
Alle rechten voorbehouden. Behoudens voor zover
uitdrukkelijk hierin voorzien, mag geen enkel deel
van deze handleiding worden vermenigvuldigd,
gekopieerd, overgedragen, verspreid, gedownload
of opgeslagen in enig opslagmedium voor enig
doel zonder vooraf de uitdrukkelijke schriftelijke
toestemming van Garmin te hebben verkregen.
Garmin verleent hierbij toestemming voor het
downloaden naar een harde schijf of ander
elektronisch opslagmedium van één kopie van
deze handleiding of van elke herziene versie van
deze handleiding ten behoeve van het bekijken
en afdrukken van één kopie van deze handleiding
of van elke herziene versie van deze handleiding,
mits deze elektronische of afgedrukte kopie van
deze handleiding de volledige tekst van deze
auteursrechtelijke kennisgeving bevat en onder
het voorbehoud dat onrechtmatige commerciële
verspreiding van deze handleiding of van elke
herziene versie van deze handleiding uitdrukkelijk
is verboden.
Informatie in dit document kan zonder kennisgeving
worden gewijzigd. Garmin behoudt zich het recht
voor om haar producten te wijzigen of verbeteren
en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud
zonder de verplichting personen of organisaties over
dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren.
Bezoek de website van Garmin (www.garmin.com)
voor de nieuwste updates en aanvullende informatie
over het gebruik en de werking van dit product en
andere Garmin-producten.
Garmin®, BlueChart®, City Navigator® en GPSMAP®
zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen, geregistreerd in de
Verenigde Staten en andere landen. HomePort™,
BaseCamp™, ANT™ en ANT+™ zijn handelsmerken
van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen.
Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt
zonder de uitdrukkelijke toestemming
van Garmin.
Windows® is een geregistreerd handelsmerk van
Microsoft Corporation in de Verenigde Staten
en/of andere landen. Mac® is een geregistreerd
handelsmerk van Apple Computer, Inc. microSD™
is een handelsmerk van SanDisk of haar
dochtermaatschappijen. Overige handelsmerken en
merknamen zijn het eigendom van hun respectieve
eigenaars.
Table of Contents
Aan de slag.................................. 1
Uitleg over de handleiding....................1
Overzicht van het toestel......................2
Batterijgegevens...................................3
De batterijen plaatsen..........................3
Het toestel in- of uitschakelen..............3
Satellietsignalen ontvangen.................3
Knoppen...............................................4
Het kompas gebruiken.......................14
Peil en ga gebruiken...........................14
Hoogteprofiel......................................16
Het hoofdmenu openen......................17
Tripcomputer......................................17
Functies en instellingen van het
hoofdmenu................................. 18
Navigeren met waypoints en
routes........................................... 5
Geocaches.........................................18
Draadloos delen.................................18
Gevarenzones....................................19
Profiel wijzigen...................................19
Oppervlakteberekening......................19
Satelliet...............................................20
Aanvullende hulpmiddelen in het
hoofdmenu.......................................20
Sporen.......................................... 9
Uw toestel aanpassen............... 21
Waypoints.............................................5
Routes..................................................6
Extra kaarten........................................8
Informatie over sporen.........................9
Over een opgeslagen spoor
navigeren......................................... 11
De hoofdpagina's gebruiken.... 11
De gegevensvelden aanpassen......... 11
Standaardpagina-instellingen
herstellen.........................................12
Kaart...................................................12
Kompas..............................................13
Gegevensvelden aanpassen..............21
Opties voor gegevensvelden..............21
Systeeminstellingen...........................25
Scherminstellingen.............................25
Tonen instellen...................................26
Maritieme instellingen wijzigen...........26
Maritieme alarmen instellen...............27
Gegevens resetten.............................28
De paginavolgorde wijzigen...............28
Eenheden aanpassen........................29
Tijdinstellingen....................................29
Instellingen voor positieweergave......29
Hoogtemeterinstellingen.....................30
Geocache-instellingen........................31
Route-instellingen...............................31
Fitness................................................32
Profielen.............................................32
Appendix.................................... 33
Het toestel registreren........................33
De software bijwerken........................33
Belangrijke informatie over het toestel
weergeven.......................................33
Contact opnemen met Garmin Product
Support............................................33
De schermverlichting gebruiken.........34
Specificaties.......................................34
Levensduur van de batterijen
maximaliseren.................................35
Informatie over de batterijen...............36
Optionele accessoires
aanschaffen.....................................37
Optionele fitnessaccessoires
gebruiken.........................................37
Gegevensbeheer................................38
De polsband bevestigen.....................41
Onderhoud van het toestel.................41
Problemen oplossen...........................42
Index........................................... 44
Aan de slag
 waarschuwing
L ees de gids Belangrijke veiligheids- en
productinformatie in de verpakking voor
productwaarschuwingen en andere
belangrijke informatie.
Voer als u het toestel voor de eerste keer
gebruikt, de volgende taken uit om het
toestel in te stellen en de basisfuncties te
leren kennen.
1 De batterijen plaatsen (pagina 3).
2 Het toestel inschakelen (pagina 3).
3 Satellieten zoeken (pagina 3).
4 Een waypoint markeren (pagina 5).
5 Een route navigeren (pagina 8).
6 Een spoor vastleggen (pagina 9).
7 Het kompas kalibreren (pagina 14).
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Uitleg over de handleiding
Als u wordt gevraagd iets in te drukken,
gebruik dan de knoppen op het toestel.
Gebruik de tuimelknop om een item in
een lijst te selecteren en druk vervolgens
op ENTER. Zie pagina 4.
Er worden kleine pijlen (>) in de tekst
gebruikt als u achtereenvolgens een
aantal items dient te selecteren,
bijvoorbeeld ''Selecteer Wis > Ja''.
1
Overzicht van het toestel
Interne
antenne
Knoppen
Display
MCX-connector voor
externe GPS-antenne
(onder beschermkap)
Seriële poort
(onder
beschermkap)
Mini-USB-poort
(onder
beschermkap)
Batterijvak
microSD™kaartsleuf
(onder batterijen)
2
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Batterijgegevens
Het toestel werkt op twee AAbatterijen. Gebruik alkaline-, NiMH- of
lithiumbatterijen. Gebruik vooraf
opgeladen NiMH- of lithiumbatterijen
voor een optimaal resultaat (pagina 36).
De batterijen plaatsen
1 Schuif het lipje op de achterkant van
het toestel opzij en verwijder de klep
van het batterijcompartiment.
2 Plaats de batterijen met de polen in
de juiste richting.
3 Plaats de klep van het batterij-
compartiment terug.
Pas na het installeren van nieuwe
batterijen het batterijtype aan in de
systeeminstellingen (pagina 36).
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Het toestel in- of
uitschakelen
Houd
ingedrukt.
De taal instellen
1 Schakel het toestel in.
2 Gebruik de tuimelknop om een taal
te selecteren.
Satellietsignalen ontvangen
Het kan 30 tot 60 seconden duren voor u
signalen ontvangt.
1 Ga naar buiten naar een open
gebied.
2 Schakel het toestel in als dat nog niet
is gebeurd.
3 Wacht terwijl het toestel satellieten
zoekt.
Er knippert een vraagteken terwijl uw
locatie wordt bepaald.
3
4 Druk kort op
om de statuspagina
voor de schermverlichting te openen.
De GPS-balken geven de satellietsterkte
aan. Wanneer de balken groen zijn,
heeft het toestel satellietsignalen
ontvangen.
Knoppen
4
Knop
Beschrijving
FIND/MOB
Druk op FIND om het zoekmenu
te openen.
Houd MOB (man-overboordfunctie) ingedrukt om uw
huidige locatie als waypoint op
te slaan en de navigatie op dat
punt te beginnen.
Houd
ingedrukt om het
toestel in of uit te schakelen.
om de
Druk kort op
statuspagina voor de
schermverlichting te openen.
QUIT
Druk op QUIT om te annuleren
of om terug te gaan naar het
vorige menu of de vorige
pagina.
PAGE
Druk op PAGE om door de
hoofdpagina's te bladeren
(pagina 11).
MENU
Druk op MENU om het
optiemenu voor de momenteel
geopende pagina weer te
geven.
Druk tweemaal op MENU om
het hoofdmenu te openen
(vanuit elke pagina).
ENTER/MARK
Druk op ENTER om opties te
selecteren en berichten te
bevestigen.
Houd MARK ingedrukt om
uw huidige locatie als een
waypoint op te slaan.
Tuimelknop
Druk op omhoog, omlaag, links
of rechts om menuopties te
selecteren en de kaartcursor te
verplaatsen.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
+
Druk op + om in te zoomen op
de kaart.
-
Druk op - om uit te zoomen op
de kaart.
Navigeren met
waypoints en routes
Waypoints
Waypoints zijn locaties die u vastlegt en
in het toestel opslaat.
Waypoints maken
1 Houd MARK ingedrukt op een
willekeurige pagina.
2 Selecteer OK.
Naar een waypoint navigeren met
het zoekmenu
U kunt het zoekmenu gebruiken om snel
opgeslagen waypoints, sporen, routes
en coördinaten op te zoeken.
1 Druk op FIND op een willekeurige
pagina.
2 Selecteer Waypoints.
3 Selecteer een waypoint.
4 Selecteer Ga.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
5
Een waypoint bewerken
Voordat u een waypoint kunt bewerken,
moet u er eerst een maken.
1 Selecteer Waypointbeheer in het
hoofdmenu.
2 Selecteer een waypoint.
3 Selecteer een kenmerk (zoals de
naam of de locatie).
4 Voer de nieuwe informatie in.
5 Selecteer OK.
Een waypoint verwijderen
1 Selecteer Waypointbeheer in het
hoofdmenu.
2 Selecteer een waypoint.
3 Druk op MENU.
4 Selecteer Wis.
Getijdeninformatie weergeven
1 Plaats op de kaart de aanwijzer
bij een locatie waar u naar
getijdeninformatie wilt zoeken.
2 Druk op FIND.
3 Selecteer Getijden.
6
4 Selecteer een getijdenstation.
5 Druk op MENU.
6 Selecteer Bekijk punt.
Tijden en hoogten van getijden voor
het geselecteerde station worden
weergegeven.
7 Selecteer indien nodig een optie:
• Als u getijdeninformatie voor
een andere datum wilt bekijken,
selecteert u Wijzig datum.
• Als u de getijdenkaart wilt
bekijken, selecteert u Toon kaart.
Routes
Een route bestaat uit een serie waypoints
die u naar uw bestemming leidt.
Een route maken
1 Selecteer Routeplanner > Maak
route > Selecteer 1e punt in het
hoofdmenu.
2 Selecteer een categorie.
3 Selecteer het eerste punt in de route.
4 Selecteer Gebruik.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
5 Selecteer Selecteer volgend punt.
6 Herhaal stap 2–5 tot de route is
voltooid.
Een route moet minimaal twee
punten bevatten.
7 Druk op QUIT om de route op te
slaan.
De naam van een route wijzigen
1 Selecteer Routeplanner in het
2
3
4
5
hoofdmenu.
Selecteer een route.
Selecteer Wijzig naam.
Typ de nieuwe naam.
Selecteer OK.
Een route bewerken
1 Selecteer Routeplanner in het
2
3
4
5
hoofdmenu.
Selecteer een route.
Selecteer Wijzig route.
Selecteer een punt.
Selecteer een optie:
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
•
•
•
•
Herzie: hiermee geeft u het punt
weer op de kaart.
Omlaag (of Omhoog): hiermee
wijzigt u de volgorde van de
punten op de route.
Invoegen: hiermee voegt u een
nieuw punt aan de route toe.
Het nieuwe punt wordt ingevoegd
vóór het geselecteerde punt.
Wis: hiermee verwijdert u het
punt uit de route.
Een route weergeven op de kaart
1 Selecteer Routeplanner in het
hoofdmenu.
2 Selecteer een route.
3 Selecteer Bekijk kaart.
Een route verwijderen
1 Selecteer Routeplanner in het
hoofdmenu.
2 Selecteer een route.
3 Selecteer Wis route.
7
Een route navigeren
1 Druk op FIND.
2 Selecteer Routes.
3 Selecteer een route.
4 Selecteer Ga.
De actieve route weergeven
1 Selecteer Actieve route in het
hoofdmenu.
2 Selecteer een punt in de route om
meer details weer te geven.
Navigeren van een route stoppen
1 Druk op FIND op een willekeurige
pagina.
2 Selecteer Navigatie stoppen.
Een route in omgekeerde richting
navigeren
1 Selecteer Routeplanner in het
hoofdmenu.
2 Selecteer een route.
3 Selecteer Keer route om.
4 Selecteer de route opnieuw.
8
5 Selecteer Bekijk kaart.
6 Selecteer Ga.
Extra kaarten
Ga naar http://buy.garmin.com of neem
contact op met uw Garmin-dealer als
u extra kaarten met gedetailleerde
kaartgegevens wilt aanschaffen.
Een adres zoeken met City
Navigator®
U kunt optionele City Navigatorkaarten gebruiken om te zoeken naar
adressen, plaatsen en andere locaties.
De gedetailleerde kaarten bevatten
miljoenen nuttige punten, bijvoorbeeld
restaurants, hotels en garagebedrijven.
1 Druk op FIND.
2 Selecteer Adressen.
3 Voer het land in.
4 Voer de plaats of postcode in.
OPMERKING: niet alle
kaartgegevens bieden de optie voor
zoeken op postcode.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
5
6
7
8
Selecteer de plaatsnaam.
Voer het huisnummer in.
Voer de straatnaam in.
Selecteer Ga.
Watersportdiensten zoeken
1 Druk op FIND.
2 Selecteer Watersportdiensten.
3 Selecteer een categorie.
4 Selecteer een bestemming.
5 Selecteer Ga.
Sporen
Informatie over sporen
Uw Garmin-toestel houdt een log met het
spoor bij terwijl uw zich verplaatst. U kunt
deze sporen opslaan en later gebruiken
voor navigatie.
U kunt opgeslagen of geladen sporen
weergeven door Sporenbeheer te
selecteren in het hoofdmenu.
Het opnemen van een log beheren
1 Selecteer Stel in > Sporen >
Spoorlog in het hoofdmenu.
2 Selecteer Opnemen, Niet
weergeven of Opnemen, Bekijk
kaart.
Als u Opnemen, Bekijk kaart
selecteert, geeft een lijn op de kaart
uw spoor weer.
3 Selecteer Opnamemethode.
4 Selecteer een optie:
• Afstand: legt sporen op
opgegeven afstanden vast.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
9
Tijd: legt sporen op opgegeven
tijdstippen vast.
• Auto: legt sporen op variabele
afstanden en tijden vast zodat u
een optimale weergave krijgt van
uw sporen.
5 Selecteer Interval.
6 Selecteer een optie om sporen vaker
of minder vaak vast te leggen.
OPMERKING: de optie Vaakst
geeft de meest gedetailleerde
sporen weer, maar neemt de meeste
geheugenruimte in het toestel in
beslag.
•
Het huidige spoor weergeven
Het spoor dat momenteel wordt
geregistreerd, wordt het huidige spoor
genoemd.
1 Selecteer Sporenbeheer > Huidig
spoor in het hoofdmenu.
2 Selecteer een optie:
• Bekijk kaart: geeft het huidige
spoor op de kaart weer.
10
•
Hoogteprofiel: geeft het
hoogteprofiel (pagina 16) van uw
huidige spoor wordt weer.
Het huidige spoor opslaan
1 Selecteer Sporenbeheer > Huidig
spoor in het hoofdmenu.
2 Selecteer wat u wilt opslaan:
•
•
Sla spoor op: slaat het gehele
huidige spoor op.
Sla deel op: hiermee kunt u
een deel van het huidige spoor
selecteren en opslaan.
Het huidige spoor wissen
Selecteer Stel in > Reset > Wis
huidig spoor > Ja.
Een spoor verwijderen
1 Selecteer Sporenbeheer in het
hoofdmenu.
2 Selecteer een spoor.
3 Selecteer Wis > Ja.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Over een opgeslagen spoor
navigeren
U moet een spoor vastleggen en opslaan
(pagina 10) voordat u ermee kunt
navigeren.
1 Druk op FIND.
2 Selecteer Sporen.
3 Selecteer een opgeslagen spoor.
4 Selecteer Ga.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
De hoofdpagina's
gebruiken
De informatie die u nodig hebt om dit
toestel te bedienen, kunt u vinden op
de volgende pagina's: kaart, kompas,
hoofdmenu en tripcomputer.
De gegevensvelden
aanpassen
U kunt de gegevensvelden op de hoofdpagina's aanpassen. Zie pagina 21 voor
een beschrijving van gegevensvelden.
1 Druk op MENU op een hoofdpagina.
2 Selecteer Wijzig gegevensvelden.
3 Selecteer een gegevensveld.
4 Volg de instructies op het scherm.
11
Standaardpaginainstellingen herstellen
1 Druk op MENU op een hoofdpagina.
2 Selecteer Stel standaarden
opnieuw in.
3 Druk op ENTER.
Kaart
Het positiepictogram geeft uw positie
op de kaart aan. Terwijl u zich verplaatst,
wordt het positiepictogram ook verplaatst
en wordt een log met sporen gemaakt.
Waypointnamen en -symbolen worden
ook weergegeven op de kaart.
De oriëntatie van de kaart wijzigen
1 Druk op MENU op de kaartpagina.
2 Selecteer Stel kaart in > Oriëntatie.
3 Selecteer een oriëntatie:
•
Selecteer Noord boven om het
noorden boven aan de pagina
weer te geven.
•
•
Selecteer Koers boven om uw
huidige reisrichting boven aan de
pagina weer te geven.
Selecteer Automodus voor een
perspectiefweergave.
Afstand meten
U kunt de cursor over de kaart
verplaatsen om de afstand vanaf de
huidige locatie te meten.
1 Druk op MENU op de kaartpagina.
2 Selecteer Afstand meten.
Het toestel begint automatisch de
afstand te meten vanaf de huidige
locatie.
3 Verplaats de cursor naar een punt tot
waar u de afstand wilt meten.
De afstand verschijnt boven aan de
pagina.
4 Druk op QUIT om te stoppen met
meten.
Kaartinstellingen
Druk op MENU op de kaart en selecteer
Stel kaart in.
12
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
•
•
•
Kaartoriëntatie: hiermee selecteert
u hoe de kaart wordt weergegeven
(pagina 12).
Navigatieaanwijzingen:
hiermee selec-teert u wanneer
navigatieaanwijzingen op de kaart
worden weergegeven.
Geavanceerde kaartinstellingen
◦◦ Automatisch zoomen: hiermee
selecteert u automatisch het
juiste zoomniveau voor optimaal
gebruik van de kaart. Als u
Uit selecteert, kunt u alleen
handmatig in- en uitzoomen.
◦◦ Zoomniveaus: hiermee worden
kaartonderdelen op of onder
het geselecteerde zoomniveau
weergegeven.
◦◦ Tekstformaat: hiermee
selecteert u de tekstgrootte voor
kaartonderdelen.
◦◦ Detail: hiermee selecteert u
de hoeveelheid kaartgegevens
die op het toestel wordt
weergegeven.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
•
•
opmerking: door het
weergeven van meer details
is het mogelijk dat de kaart
langzamer opnieuw wordt
getekend.
Arcering: geeft reliëfdetails weer
op de kaart (indien beschikbaar) of
schakelt arcering uit.
Kaartinformatie: hiermee kunt u
de kaarten die momenteel in het
toestel geladen zijn, inschakelen of
uitschakelen. Zie pagina 37 als u
extra kaarten wilt aanschaffen.
Kompas
Tijdens het navigeren naar een
bestemming wijst de peilingwijzer
naar uw bestemming, ongeacht in
welke richting u zich verplaatst. Als de
peilingwijzer naar het bovenste punt van
de kompasroos wijst, verplaatst u zich in
de richting van uw bestemming. Als de
peilingwijzer in een andere richting wijst,
past u uw koers aan in die richting totdat
de peilingwijzer naar het bovenste punt
van de kompasroos wijst.
13
Het kompas kalibreren
Opmerking
Het elektronische kompas buiten
kalibreren. Zorg dat u zich niet in de
buurt van objecten bevindt die invloed op
magnetische velden
hebben, zoals auto's, gebouwen en
elektriciteitskabels.
opmerking: het kompas is alleen
beschikbaar op de GPSMAP 78S en
GPSMAP 78Sc.
Kalibreer het kompas nadat u lange
afstanden hebt afgelegd, als u de
batterijen hebt vervangen of in geval
van temperatuurschommelingen.
1 Druk op MENU op de kompaspagina.
2 Selecteer Kalibreer kompas > Start.
3 Volg de instructies op het scherm.
Het kompas gebruiken
U kunt het kompas gebruiken om een
actieve route te navigeren.
1 Druk op PAGE.
14
2 Houd het toestel horizontaal.
3 Volg de peilingwijzer naar uw
bestemming.
Peil en ga gebruiken
OPMERKING: Peil en ga is alleen
beschikbaar op de GPSMAP 78S en
GPSMAP 78Sc.
U kunt het toestel op een object in de
verte richten, bijvoorbeeld een vuurtoren,
de richting vergrendelen en dan naar het
object navigeren.
1 Selecteer Peil en ga in het
hoofdmenu.
2 Richt het toestel op een object.
3 Selecteer Zet richting vast > Stel
koers in.
4 Gebruik het kompas om naar het
object
te navigeren.
Kompasopties instellen
Druk op MENU op de pagina Kompas en
selecteer Stel voorliggende koers in.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
•
•
Scherm: toont het type
koersweergave voor het kompas:
◦◦ Richtingletters: hiermee wordt
de koersweergave op het
kompas ingesteld op letters die
de windstreek aangeven (N, Z,
O, W).
◦◦ Numerieke graden: hiermee
wordt de koersweergave op
de kompaspagina ingesteld op
graden (0°–359°).
◦◦ Millimeter: hiermee wordt
de koers-weergave op de
kompaspagina inge-steld op mils
(0 mils – 6399 mils).
Noordreferentie: hiermee stelt u de
noordreferentie van het kompas in:
◦◦ Waar: hiermee wordt het
ware noorden ingesteld als
koersreferentie.
◦◦ Magnetisch: hiermee wordt
de magnetische afwijking
automatisch ingesteld voor uw
positie.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
•
•
•
◦◦ Grid: hiermee wordt het noorden
van het grid ingesteld als koersreferentie (0º).
◦◦ Gebruiker: hiermee stelt u zelf
de magnetische afwijking in.
Ga naar lijn/wijzer: hiermee
selecteert
u hoe de koers wordt weergegeven.
◦◦ Peiling (klein/groot) geeft de
richting naar uw bestemming aan.
◦◦ Koers geeft uw relatie tot
een koerslijn die naar een
bestemming leidt.
Kompas: hiermee schakelt u over
van een elektronisch kompas
naar een GPS-kompas als u zich
gedurende een bepaalde periode
met grotere snelheid verplaatst.
U kunt hiermee het kompas ook
uitschakelen.
Selecteer om te beginnen: start de
kalibratie van het kompas (pagina
14).
15
Hoogteprofiel
opmerking: de hoogteprofielpagina is
alleen beschikbaar op de GPSMAP 78S
en GPSMAP 78Sc.
De barometrische hoogtemeter
kalibreren
U kunt de barometrische hoogtemeter
handmatig kalibreren als u de juiste
hoogte of de juiste luchtdruk kent.
1 Druk op MENU op de hoogteprofielpagina.
2 Selecteer Kalibreer hoogtemeter.
3 Volg de instructies op het scherm.
Hoogteprofiel instellen
Druk op MENU op de
hoogteprofielpagina.
• Wijzig plottype: stelt het type
gegevens in dat wordt weergegeven
op het hoogteprofiel:
◦◦ Hoogte/tijd: hiermee worden
hoogteverschillen over een
bepaalde tijdsduur geregistreerd.
16
•
•
◦◦ Hoogte/afstand: hiermee worden
hoogteverschillen over een
afstand geregistreerd.
◦◦ Barometerdruk: hiermee wordt
de barometerdruk over een
bepaalde tijdsduur geregistreerd.
◦◦ Plaatselijke luchtdruk:
hiermee worden plaatselijke
luchtdrukverschillen over een
bepaalde tijdsduur geregistreerd.
Zoombereik aanpassen:
past het zoombereik aan dat
wordt weergegeven op de
hoogteprofielpagina.
Reset: reset de gegevens in het
hoogteprofiel:
◦◦ Reset tripgegevens: reset alle
tripgegevens.
◦◦ Wis alle waypoints: hiermee wist
u alle opgeslagen waypoints.
◦◦ Wis huidig spoor: hiermee
wist u
het spoorlog.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
◦◦ Stel standaarden opnieuw
in: hiermee stelt u de
fabrieksinstellingen van het
toestel opnieuw in.
Kalibreer hoogtemeter: zie pagina 16.
Het hoofdmenu openen
Via het hoofdmenu hebt u toegang tot
de instellingsschermen met waypoints,
sporen en routes. Zie pagina 18 voor
instellingenpagina's van het hoofdmenu.
Druk tweemaal op MENU vanuit een
willekeurige pagina.
Tripcomputer
•
•
tripinformatie wilt hebben, dient u de
tripinformatie te resetten voordat u
een trip begint.
Grote cijfers: wijzigt de grootte van
de cijfers die worden weergegeven
op de tripcomputer.
Wijzig dashboard: wijzigt het
thema en de informatie die op het
dashboard wordt weergegeven.
opmerking: uw aangepaste
instellingen worden door het
dashboard onthouden en gaan niet
verloren wanneer u een ander profiel
kiest (pagina 19).
De tripcomputer geeft uw huidige
snelheid, de gemiddelde snelheid, de
hoogste snelheid, de tripkilometerteller
en andere statistische gegevens weer.
Instellingen tripcomputer
Druk op MENU op de pagina
Tripcomputer.
• Reset: stelt alle tripcomputerwaarden
op nul in. Als u nauwkeurige
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
17
Functies en instellingen
van het hoofdmenu
Geocaches
Geocaching is een soort schatzoeken,
waarbij geocachers zoeken naar
verborgen schatten met behulp van
GPS-coördinaten die op internet
zijn geplaatst door degenen die de
geocaches hebben verstopt.
Geocaches downloaden
1 Registreer uw toestel (pagina 33).
2 Sluit het toestel aan op uw computer
(pagina 38).
3 Ga naar www.garmin.com/products
/communicator.
4 Download de Garmin Communicatorplugin.
5 Ga naar www.garmin.com/geocache.
6 Volg de instructies op het scherm
om geocaches naar uw toestel te
downloaden.
18
Naar een geocache navigeren
1 Selecteer Geocaches in het
hoofdmenu.
2 Selecteer Zoek geocache.
3 Selecteer een geocache.
4 Selecteer Ga.
Draadloos delen
opmerking: de functie voor draadloos
delen is alleen beschikbaar op de
GPSMAP 78S en GPSMAP 78Sc.
Uw toestel kan gegevens verzenden of
ontvangen wanneer het is verbonden
met een ander compatibel toestel. U
moet zich binnen 3 meter (10 ft) afstand
van het compatibele Garmin-toestel
bevinden.
Gegevens verzenden en
ontvangen
1 Selecteer Draadloos delen in het
hoofdmenu.
2 Selecteer Verzenden of Ontvangen.
3 Volg de instructies op het scherm.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Gevarenzones
Gevarenzones geven een waarschuwing
wanneer u een bepaald gebied nadert.
Een gevarenzone instellen
1 Selecteer Gevarenzones in het
2
3
4
5
6
7
hoofdmenu.
Selecteer Maak nieuw.
Selecteer een categorie.
Selecteer een punt.
Selecteer Gebruik.
Voer een radius in.
Selecteer OK.
Profiel wijzigen
Als u instellingen van een actief profiel,
bijvoorbeeld gegevensvelden, eenheden
of positieweergave, wijzigt, worden die
automatisch opgeslagen als onderdeel
van
het huidige profiel.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Een profiel instellen
1 Selecteer Profielwijziging in het
hoofdmenu.
Uw huidige profiel wordt
weergegeven op de pagina.
2 Selecteer een profiel.
Oppervlakteberekening
De oppervlakte van een gebied
berekenen
1 Selecteer Oppervlakberekening >
Start in het hoofdmenu.
2 Loop rond het gebied waarvan u de
oppervlakte wilt berekenen.
3 Selecteer Bereken wanneer u
daarmee klaar bent.
Nadat u de oppervlakte van het gebied
hebt berekent, kunt u het spoor op uw
toestel opslaan en de maateenheid
wijzigen.
19
Satelliet
Op de satellietpagina wordt de volgende
informatie weergegeven: uw huidige
locatie, de GPS-nauwkeurigheid, de
satellietlocaties en de signaalsterkte.
•
Satellietinstellingen
Druk op MENU op de satellietpagina.
• Gebruik met GPS aan: hiermee
kunt u de GPS-ontvanger in- of
uitschakelen.
• Koers boven: geeft aan of
satellieten en halve cirkels worden
weergegeven waarbij het noorden
naar de bovenkant van het scherm
wijst of uw huidige spoor naar de
bovenkant van het scherm wijst.
• Eén kleur: hiermee kunt u selecteren
of de satellietpagina in één kleur
of in meerdere kleuren wordt
weergegeven.
• Stel locatie op kaart in: hiermee
stelt
u uw huidige locatie op de kaart in.
Deze optie is alleen beschikbaar
20
wanneer u GPS uitschakelt. U kunt
deze locatie gebruiken om routes
te maken of om naar opgeslagen
locaties te zoeken.
AutoLocate®-positie: berekent
uw GPS-positie met behulp van de
Garmin AutoLocate®-functie.
Aanvullende hulpmiddelen
in het hoofdmenu
•
•
•
•
•
Agenda: geeft een agenda weer.
Calculator: geeft een calculator
weer.
Zon en maan: geeft de tijden van de
opkomst en ondergang van de zon
en de maanstand weer.
Wekker: hiermee kunt u een
weksignaal instellen. Als u het toestel
niet gebruikt, kunt u instellen dat
het toestel op een bepaald ogenblik
wordt ingeschakeld.
Jagen en vissen: geeft
voorspellingen voor de beste datums
en tijdstippen om
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
•
•
te jagen en te vissen op uw huidige
locatie weer.
Stopwatch: hiermee kunt u ronden
en rondetijden meten.
Waypoint middelen: hiermee kunt
u een waypoint-locatie middelen op
basis van meerdere metingen zodat
de meest accurate locatie wordt
verkregen.
Uw toestel aanpassen
Gegevensvelden aanpassen
U kunt aanpassen welke
gegevensvelden op elke hoofdpagina
worden weergegeven.
1 Druk op MENU op een hoofdpagina.
2 Selecteer Wijzig gegevensvelden.
3 Selecteer een gegevensveld.
4 Volg de instructies op het scherm.
Opties voor gegevensvelden
** Alleen beschikbaar op de
GPSMAP 78S
en GPSMAP 78Sc.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Gegevensveld
Beschrijving
Aanwijzer
De pijl van het gegevensveld
wijst in de richting van de
volgende waypoint of de
volgende bocht.
Afst. tot bestemming
De resterende afstand tot
uw eindbestemming.
21
Gegevensveld
Beschrijving
Gegevensveld
Beschrijving
Afstand tot volgende
De resterende afstand tot
het volgende waypoint op
uw route.
ETA bij bestemming
Afstandteller
Een lopende meting van de
afstand die is afgelegd voor
alle trips.
Het geschatte
tijdstip waarop u uw
eindbestemming zult
bereiken.
ETA bij volgende
**Barometer
De actuele, gekalibreerde
druk.
Het geschatte tijdstip
waarop u het volgende
waypoint op de route zult
bereiken.
Batterijniveau
De resterende
batterijvoeding.
Glijhoek
Behouden snelheid
De snelheid waarmee u een
bestemming langs uw route
nadert.
De verhouding tussen
de afgelegde horizontale
afstand en de wijziging in
de verticale afstand.
**Cadans
(cadans-accessoire
vereist)
Aantal omwentelingen
van de krukarm of aantal
stappen per minuut.
Glijhoek tot
bestemming
De glijhoek die nodig is om
van uw huidige positie en
hoogte af te dalen naar de
hoogte van uw bestemming.
**Daling - Gemiddeld
De gemiddelde verticale
afstand van de daling.
GPS-signaalsterkte
De sterkte van het
GPS-signaal.
**Daling - Maximum
De maximale daalsnelheid
in voet/meter per minuut.
**Daling - Totaal
De totale afstand die u bent
gedaald.
Diepte
De diepte van het water.
Vereist een verbinding met
een NMEA 0183-toestel
dat diepte kan meten om
aan gegevens te komen
(pagina 25).
22
**Hartslag
Uw aantal hartslagen per
(hartslagmeter vereist) minuut.
Hoogte
De hoogte van uw huidige
locatie boven of onder
zeeniveau.
**Hoogte - Maximum
De hoogst bereikte hoogte.
**Hoogte - Minimum
De laagst bereikte hoogte.
Koers
De richting van uw
beginlocatie naar
een bestemming.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Gegevensveld
Beschrijving
Gegevensveld
Beschrijving
Koers
De richting waarin u zich
verplaatst.
Snelheid
Naar koers
De richting die u moet
volgen om terug te keren
naar de route.
De huidige snelheid
waarmee u zich verplaatst
sinds de vorige reset.
Nauwkeurigheid
van de GPS
De foutmarge voor uw exacte locatie. De GPS-locatie
is bijvoorbeeld nauwkeurig
tot op +/- 12 voet.
**Omg.luchtdruk
Snelheid - Gemiddelde De gemiddelde snelheid
snelheid
waarmee u zich verplaatst
sinds de vorige reset.
Snelheid - Maximum
De maximumsnelheid die
is bereikt sinds de vorige
reset.
De niet-gekalibreerde
omgevingsluchtdruk.
Snelheid - Totaal
gemiddeld
Peiling
De richting van uw
huidige locatie naar
een bestemming.
Uw totale gemiddelde
snelheid sinds de vorige
reset.
**Stijging - Gemiddeld De gemiddelde verticale
afstand van de stijging.
Positie (geselecteerd)
Geeft de huidige positie
weer in de geselecteerde
positieweergave.
Positie (lgt/brd)
Geeft de huidige
positie weer in de
standaardpositieweergave,
ongeacht de geselecteerde
instellingen.
Sla af
Het hoekverschil (in graden)
tussen de richting van uw
bestemming en uw huidige
koers. L betekent naar links
afbuigen. R betekent naar
rechts afbuigen.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
**Stijging - Maximum
De maximale stijgsnelheid in
voet/meter per minuut.
**Stijging - Totaal
De totale afstand die u bent
gestegen.
Temperatuur - Water
De temperatuur van
het water. Vereist een
verbinding met een
NMEA 0183-toestel dat
temperatuur kan meten om
aan gegevens te komen
(pagina 25).
Tijd
De huidige tijd van de
dag, op basis van uw
tijdinstellingen (notatie,
tijdzone en zomertijd).
23
Gegevensveld
Beschrijving
Gegevensveld
Tijd tot bestemming
De tijd die u naar
verwachting nodig hebt
om uw eindbestemming te
bereiken.
Waypoint bij volgende Het volgende punt op uw
route.
Tijd tot volgende
De tijd die u naar
verwachting nodig hebt om
het volgende waypoint op de
route te bereiken.
Trip.km.teller
Een lopende meting van de
afstand die is afgelegd sinds
de vorige reset.
Triptijd - Bewogen
Meting van alle tijd die is
verstreken sinds de laatste
reset.
Triptijd - Gestopt
De tijd waarin geen sprake
was van beweging sinds de
laatste reset.
Triptijd - Totaal
Een lopende meting van de
afstand die is afgelegd sinds
de laatste reset.
Van koers
De horizontale afstand die
u van uw oorspronkelijke
koers bent afgeweken.
Vert. snelheid
Uw stijging of daling gedeeld
door de tijd.
Verticale snelheid tot
bestemming
Uw stijg- of daalsnelheid
naar een vooraf bepaalde
hoogte.
Waypoint bij
bestemming
Het laatste punt op een
route naar uw bestemming.
24
Beschrijving
Zon onder
Het tijdstip waarop de zon
ondergaat, gebaseerd op uw
GPS-positie.
Zon op
Het tijdstip waarop de zon
opkomt, gebaseerd op uw
GPS-positie.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Systeeminstellingen
Selecteer Stel in > Systeem in het
hoofdmenu.
• GPS: stelt de GPS in op Normaal,
WAAS/EGNOS (Wide Area
Augmentation System/European
Geostationary Navigation Overlay
Service) of Demomodus (GPS uit).
Ga voor meer informatie over WAAS
naar www.garmin.com/aboutGPS
/waas.html.
• Taal: hiermee kunt u de taal
selecteren voor de tekst die op het
toestel wordt weergegeven.
opmerking: als u de teksttaal
wijzigt, blijft de taal van de
kaartgegevens, zoals straatnamen
en plaatsen, of door de gebruiker
ingevoerde gegevens, ongewijzigd.
• Batterijsoort: hiermee kunt u
selecteren welk type batterijen u
gebruikt.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
•
Interface: hiermee stelt u de indeling
van de seriële interface in:
◦◦ Garmin serieel: een eigen
standaard van Garmin die PVTprotocolgegevens biedt.
◦◦ NMEA in/uit: standaard NMEA
0183-invoer en -uitvoer.
◦◦ Tekst uit: eenvoudige ASCIItekstuitvoer van locatie- en
snelheidsgegevens.
◦◦ RTCM (Radio Technical
Commission for Maritime
Services): hiermee accepteert
het toestel DGPS-gegevens
(Differential Global Positioning
System) van een toestel dat
RTCM-gegevens in SC-104indeling verschaft.
Scherminstellingen
Selecteer Stel in > Scherm in het
hoofdmenu.
• Verlichtingsduur: zie pagina 36.
• Batterijbesparing: zie pagina 35.
25
•
•
•
Kleuren: hiermee stelt u de kleuren
in die op de schermen van het toestel
worden gebruikt.
Hoofdmenu, Stel in, Zoek stijl:
hiermee kunt u selecteren hoe het
hoofdmenu, het menu Stel in en het
zoekmenu worden weergegeven.
Schermafbeelding: hiermee kunt u
schermafbeeldingen op het toestel
vastleggen.
•
Tonen instellen
U kunt de tonen van toetsen en berichten
aanpassen op uw Garmin-toestel, of u
kunt
ze helemaal uitschakelen.
Selecteer Stel in > Tonen in het
hoofdmenu.
Maritieme instellingen
wijzigen
Selecteer Stel in > Maritiem in het
hoofdmenu.
26
•
•
Zeekaartmodus: hiermee kunt u
een nautische kaart of een viskaart
selecteren:
◦◦ Nautisch: geeft verschillende
kaartelementen in verschillende
kleuren weer zodat maritieme
nuttige punten beter leesbaar zijn.
De nautische kaart heeft dezelfde
kleuren als papieren kaarten.
◦◦ Vissen (watersportkaarten
vereist): hiermee geeft u een
gedetailleerde weergave weer
van zeebodemcontouren
en dieptepeilingen. De
kaartweergave wordt
vereenvoudigd zodat deze
optimaal is om te kunnen vissen.
Omgevingspeilingen: hiermee kunt
u omgevingspeilingen inschakelen en
gevaarlijke diepten instellen.
Lichtsectoren: geeft de sector weer
waarin een navigatielicht zichtbaar is.
Selecteer Aan als u de lichtsectoren
altijd wilt laten weergeven of Auto
als u de lichtsectoren automatisch op
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
•
•
basis van het zoomniveau door de
kaartplotter wilt laten uitfilteren.
Symbolenset: hiermee kunt u
NOAA- of IALA-symbolen op de kaart
weergeven.
Maritieme alarmen instellen:
hiermee stelt u het krabbendankeralarm,
het koersfoutalarm, het
diepwateralarm
en het ondiepwateralarm in.
Maritieme alarmen instellen
Het krabbend-ankeralarm instellen
U kunt een alarm laten afgaan wanneer
u voor anker ligt en verder dan een
opgegeven afstand afdrijft.
1 Selecteer Stel in > Maritiem in het
hoofdmenu.
2 Selecteer Krabbend-ankeralarm >
Aan.
3 Voer een afstand in.
4 Selecteer OK.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Het koersfoutalarm instellen
U kunt een alarm laten afgaan wanneer
u een opgegeven afstand van de koers
afwijkt.
1 Selecteer Stel in > Maritiem in het
hoofdmenu.
2 Selecteer Koersfoutalarm > Aan.
3 Voer een afstand in.
4 Selecteer OK.
Het diepwateralarm of
ondiepwateralarm instellen
1 Selecteer in het hoofdmenu
2
3
4
5
Instellingen> Maritiem > Maritieme
alarms instellen.
Selecteer Ondiep water > Aan
om een alarm te laten afgaan
wanneer de diepte minder is dan de
opgegeven waarde.
Voer de diepte in waarbij het alarm
voor ondiep water afgaat.
Selecteer OK.
Selecteer Diep water > Aan om een
alarm te laten afgaan wanneer het
27
water dieper is dan de opgegeven
waarde.
6 Voer de diepte in waarbij het alarm
voor diep water afgaat.
7 Selecteer OK.
De paginavolgorde wijzigen
Gegevens resetten
U kunt tripgegevens resetten, alle
waypoints wissen, het huidige spoor
wissen of alle standaardwaarden
herstellen.
1 Selecteer Stel in > Reset in het
hoofdmenu.
2 Selecteer een item dat u wilt
resetten.
1 Selecteer Stel in > Paginavolgorde
2
3
4
5
28
in het hoofdmenu.
Selecteer een pagina.
Selecteer Verplaats.
Verplaats de pagina omhoog of
omlaag
in de lijst.
Druk op ENTER.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Een pagina toevoegen
1 Selecteer Stel in > Paginavolgorde
in het hoofdmenu.
2 Selecteer Voeg pagina toe.
3 Selecteer een pagina die u wilt
toevoegen.
Een pagina verwijderen
1 Selecteer Stel in > Paginavolgorde
in het hoofdmenu.
2 Selecteer een pagina.
3 Selecteer Wis.
4 Druk op ENTER.
Eenheden aanpassen
U kunt de eenheden voor afstand,
snelheid, hoogte, diepte, temperatuur en
luchtdruk aanpassen.
1 Selecteer Stel in > Eenheden in het
hoofdmenu.
2 Selecteer een instelling.
3 Selecteer een eenheid voor de
instelling.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
4 Herhaal stap 2–3 voor elke instelling
die u wilt aanpassen.
Tijdinstellingen
Selecteer Stel in > Tijd in het
hoofdmenu.
• Tijdweergave: hiermee kunt u een
12-uurs of 24-uurs tijdweergave
instellen.
• Tijdzone: hiermee kunt u de tijdzone
voor het toestel instellen. U kunt
Automatisch selecteren om de
tijdzone automatisch in te stellen op
basis van uw GPS-positie.
Instellingen voor
positieweergave
Opmerking: wijzig de positieweergave
of de kaartdatum alleen als u een kaart
gebruikt die gebruikmaakt van een
andere positieweergave.
Selecteer Stel in > Positieweergave in
het hoofdmenu.
29
•
•
•
Positieweergave: hiermee selecteert
u de positieweergave waarmee een
locatie wordt aangeduid.
Kaartdatum: stelt het coördinatensysteem van de kaart in.
Kaartsferoïde: geeft het coördinatensysteem weer dat door het toestel
wordt
gebruikt. Het standaardcoördinatensysteem is WGS 84.
Hoogtemeterinstellingen
Selecteer Stel in > Hoogtemeter in het
hoofdmenu.
• Automatische kalibratie: de
hoogtemeter voert automatisch een
kalibratie uit telkens wanneer u het
toestel inschakelt.
• Barometermodus
◦◦ Variabele hoogte: de barometer
werkt wanneer u in beweging
bent.
◦◦ Vaste hoogte: de barometer
werkt wanneer u niet in beweging
bent.
30
•
•
Luchtdruktrend
◦◦ Sla op bij aanzetten: slaat
luchtdrukgegevens alleen op
wanneer het toestel wordt
ingeschakeld. Dit kan handig
zijn als u let op weerfronten.
◦◦ Sla altijd op: slaat de
luchtdrukgege-vens om de vijftien
minuten op, zelfs als het toestel is
uitgeschakeld.
Profieltype
◦◦ Hoogte/tijd: hiermee worden
hoogteverschillen over een
bepaalde tijdsduur geregistreerd.
◦◦ Hoogte/afstand: hiermee worden
hoogteverschillen over een
afstand geregistreerd.
◦◦ Barometerdruk: hiermee wordt
de barometerdruk over een
bepaalde tijdsduur geregistreerd.
◦◦ Plaatselijke luchtdruk:
hiermee worden plaatselijke
luchtdrukverschillen over een
bepaalde tijdsduur geregistreerd.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Geocache-instellingen
Selecteer Stel in > Geocaches in het
hoofdmenu.
• Geocachelijst: hiermee kunt u de
geocachelijst weergeven, gesorteerd
op namen of codes.
• Gevonden geocaches: hiermee kunt
u het aantal gevonden geocaches
invoeren.
•
•
•
Route-instellingen
Selecteer Stel in > Routering in het
hoofdmenu.
Begeleidingsmethode: hiermee
selecteert u een begeleidingsmethode
voor het berekenen van uw route.
◦◦ Offroad: hiermee berekent u
routes van begin- naar eindpunt.
◦◦ Tijd onderweg: hiermee
berekent u de snelste route over
de weg.
◦◦ Afgelegde afstand: hiermee
berekent u de kortste route over
de weg.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
•
Bereken routes voor: hiermee kunt
u een vervoersmethode selecteren
om uw route te optimaliseren.
Zet vast op weg: hierbij wordt de
huidige locatiemarkering op de
dichtstbijzijnde weg vastgezet,
ter correctie van afwijkingen in de
nauwkeurigheid van de kaartpositie
(routeerbare kaarten vereist).
Offroadovergangen
◦◦ Auto: hiermee wordt u
automatisch naar het volgende
punt geleid.
◦◦ Handmatig: hiermee kunt u
het volgende punt op de route
selecteren met behulp van het
punt op de actieve routepagina.
◦◦ Afstand: hiermee wordt u
naar het volgende punt van de
route geleid als u zich op een
opgegeven afstand van uw
huidige punt bevindt.
Te vermijden items instellen:
hiermee kunt u het wegtype instellen
dat u wilt vermijden.
31
Fitness
Zie pagina 37 voor meer informatie over
optionele fitnessaccessoires.
Profielen
Een profiel is een verzameling
instellingen waarmee u uw toestel kunt
optimaliseren voor bepaalde manieren
van gebruik. U kunt bijvoorbeeld van
maritiem gebruik naar recreatief gebruik
gaan.
U kunt Maritiem of Recreatief
selecteren, of een aangepast profiel voor
uw toestel opslaan.
Zie pagina 19 voor informatie over het
wijzigen van profielen.
De naam van een profiel wijzigen
1 Selecteer Stel in > Profielen in het
2
3
4
5
hoofdmenu.
Selecteer een profiel.
Selecteer Wijzig naam.
Typ de nieuwe naam.
Selecteer OK.
Een profiel verwijderen
1 Selecteer Stel in > Profielen in het
hoofdmenu.
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Wis.
Een aangepast profiel opslaan
U kunt uw instellingen aanpassen voor
een bepaalde activiteit of trip. Nadat u
alle wijzigingen hebt aangebracht, kunt u
deze opslaan als aangepast profiel.
1 Selecteer Stel in > Profielen in het
hoofdmenu.
2 Selecteer Maak nieuw profiel > OK.
32
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Appendix
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie vandaag nog in
zodat wij u beter kunnen helpen.
• Ga naar http://my.garmin.com.
• Bewaar uw originele aankoopbewijs
of een fotokopie op een veilige plek.
De software bijwerken
U moet het toestel op uw computer
aansluiten als u de software wilt
bijwerken (pagina 38).
1 Ga naar www.garmin.com
/products/webupdater.
2 Volg de instructies op het scherm.
opmerking: uw gegevens en
instellingen worden dan niet gewist.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Belangrijke informatie over
het toestel weergeven
U kunt de toestel-id, softwareversie en
licentieovereenkomst weergeven.
Selecteer Stel in > Info in het
hoofdmenu.
Contact opnemen met
Garmin Product Support
Neem contact op met Garmin Product
Support als u vragen hebt over dit
product.
• VS: ga naar www.garmin.com/
support
of neem telefonisch contact op met
Garmin USA via (913) 397.8200 of
(800) 800.1020.
• VK: neem telefonisch contact op
met Garmin (Europe) Ltd. via 0808
2380000.
33
•
Europa: ga naar www.garmin.com
/support en klik op Contact Support
voor lokale ondersteuningsinformatie
of neem telefonisch contact op met
Garmin (Europe) Ltd. via +44 (0)
870.8501241.
De schermverlichting
gebruiken
De schermverlichting gaat aan
telkens als u op een knop drukt. De
schermverlichting wordt ook geactiveerd
door waarschuwingen en berichten.
OPMERKING: zie pagina 36 voor
informatie over het wijzigen van de
schermverlichting.
Druk op om de schermverlichting
in te schakelen.
Specificaties
Afmetingen
(B × H × D)
34
6,6 × 15,2 × 3,0 cm
(2,6 × 6,0 × 1,2 inch)
Gewicht
218,3 g (7,7 oz.) inclusief
batterijen
Scherm
(diagonaal)
2,6 inch (66 mm)
Resolutie
(B × H)
TFT-scherm (160 × 240
pixels) met 65.000 kleuren
en schermverlichting
Waterbestendig
Volledig afgedicht, drijvend,
schokbestendig kunststof,
waterbestendig conform
IEC 529-IPX-7
Gegevensopslag
Circa 1,7 GB
Er is geen batterij vereist
voor het geheugen.
De GPSMAP 78S en
78Sc beschikken over een
microSD-kaartsleuf voor
extra opslagruimte.
Computerinterface
USB en serieel
Batterijtype
Twee AA-batterijen
(alkaline, NiMH of lithium)
Zie pagina 36.
Batterijlevensduur
Tot 20 uur bij normaal
gebruik
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Bedrijfstemperatuur
Van -15 °C tot 70 °C
(5 °F tot 158 °F)
Zie pagina 37.
Radiofrequentie/protocol
2,4 GHz/ANT+-protocol voor
draadloze communicatie
GPSnauwkeurigheid
< 10 m (33 ft.) 95% normaal
gebruik
GPS is onderhevig aan
verslechtering van de
nauwkeurigheid tot 100 m
2DRMS onder het door het
Amerikaanse Ministerie
van Defensie ingestelde
Selective Availability (SA)programma, wanneer actief.
DGPS
Van 3 tot 5 m (10 tot 16 ft.)
doorgaans 95% (WAASnauwkeurigheid in NoordAmerika)
Hoogtemeter
n auwkeurigheid:
± 3 m (± 10 ft.)*
Resolutie: 0,3 m (1 ft.)
Bereik: van -610 tot
9144 m (van -2,000 ft. tot
30,000 ft.).
*Afhankelijk van de juiste
kalibratie door de gebruiker.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Kompas
n auwkeurigheid: ± 2 graden
(± 5 graden bij extreme
noordelijke of zuidelijke
breedte)*
Resolutie: 1 graad.
*Afhankelijk van de juiste
kalibratie door de gebruiker.
Levensduur van de
batterijen maximaliseren
De optie voor batterijbesparing
gebruiken
Gebruik de optie voor batterijbesparing
om stroom te besparen en de
gebruiksduur van de batterijen te
verlengen.
Selecteer vanuit het hoofdmenu Stel
in > Scherm > Batterijbesparing >
Aan.
35
De helderheid van de
schermverlichting verlagen
Langdurig gebruik van de
schermverlichting kan de gebruiksduur
van de batterijen aanzienlijk bekorten.
U kunt de helderheid van de
schermverlichting aanpassen en de
verlichtingsduur inkorten om de batterij
te sparen.
1 Druk kort op om de statuspagina
voor de schermverlichting te openen.
2 Gebruik de tuimelknop om de
helderheid aan te passen.
De verlichtingsduur instellen
Selecteer Stel in > Scherm >
Verlichtingsduur.
Informatie over de batterijen
 waarschuwing
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en
productinformatie in de verpakking voor
productwaarschuwingen en andere
belangrijke informatie.
36
De temperatuurgrenzen van het toestel
kunnen
hoger/lager liggen dan de
temperatuurgrenzen van sommige
batterijen. Sommige alkaline-batterijen
kunnen bij hoge temperaturen barsten.
Alkalinebatterijen verliezen een
groot gedeelte van de capaciteit wanneer
de temperatuur afneemt. Gebruik lithiumbatterijen wanneer u het toestel bij
tempera-turen onder nul gebruikt.
Het batterijtype selecteren
1 Selecteer Stel in > Systeem >
Batterijsoort in het hoofdmenu.
2 Selecteer Alkaline, Lithium of
Oplaadbare NiMH.
Langdurig gebruik
Verwijder de batterijen als u van plan
bent het toestel enige maanden niet te
gebruiken. Opgeslagen gegevens gaan
niet verloren wanneer u de batterijen
verwijdert.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Optionele accessoires
aanschaffen
Ga naar http://buy.garmin.com
of neem contact op met uw
Garmin-dealer voor informatie
over optionele accessoires, extra
kaarten, fitnessaccessoires en
vervangingsonderdelen.
Optionele
fitnessaccessoires
gebruiken
OPMERKING: de fitnessoptie is alleen
beschikbaar op de GPSMAP 78S en
GPSMAP 78Sc.
Voordat u de fitnessoptie bij uw toestel
kunt gebruiken, moet u het accessoire
installeren volgens de meegeleverde
instructies.
U kunt optionele fitnessaccessoires zoals
een hartslagmeter of een cadanssensor
bij uw toestel gebruiken. Deze
accessoires maken gebruik van
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
draadloze ANT+™ -technologie om
gegevens naar het toestel te verzenden.
1 Plaats het toestel binnen 3 m van het
ANT+-accessoire.
2 Selecteer Stel in > Fitness in het
hoofdmenu.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Hartslagmeter > Aan.
• Selecteer Fietscadanssensor
> Aan.
U kunt hartslag en cadans weergeven
door uw gegevensvelden aan te passen
(pagina 21).
Tips voor het koppelen van ANT+accessoires met uw Garmintoestel
•
•
Controleer of het ANT+-accessoire
compatibel is met uw Garmin-toestel.
Voordat u het ANT+-accessoire met
uw Garmin-toestel koppelt, dient u
een afstand van 10 m ten opzichte
van andere ANT+-accessoires in acht
te nemen.
37
•
•
•
Houd het Garmin-toestel binnen
3 m van het te koppelen ANT+accessoire.
Nadat u de koppeling tot stand hebt
gebracht, herkent het Garmin-toestel
daarna automatisch het ANT+accessoire wanneer u het toestel
activeert. Het koppelingsproces vindt
automatisch plaats wanneer u het
Garmin-toestel inschakelt en zorgt
ervoor dat de accessoires binnen
enkele seconden zijn geactiveerd en
klaar zijn voor gebruik.
Na het koppelen ontvangt het
Garmin-toestel alleen gegevens van
uw eigen accessoires en kunt u in de
buurt van andere accessoires komen.
Gegevensbeheer
opmerking: het toestel is niet
compatibel met Windows® 95, 98, Me
en NT. Er is ook geen compatibiliteit met
Mac® OS 10.3 en ouder.
38
Bestandstypen
Het toestel ondersteunt de volgende
bestandstypen:
• Bestanden van BaseCamp™ of
HomePort™. Ga naar www.garmin.
com.
• GPI-bestanden met nuttige punten
van de POI Loader van Garmin.
Een microSD-kaart plaatsen
MicroSD-kaarten zijn verkrijgbaar bij
elektronicawinkels; u kunt bij uw Garmindealer ook vooraf geladen kaarten
met gedetailleerde kaartgegevens
kopen. U kunt op de geheugenkaarten
behalve kaarten en kaartgegevens
ook afbeeldingsbestanden, cartridges,
geocaches, routes, waypoints en eigen
nuttige punten opslaan.
1 Schuif het lipje op de achterkant van
het toestel opzij en verwijder de klep
van het batterijcompartiment en de
batterijen.
2 Schuif de metalen houder opzij en til
deze op.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
3 Plaats de kaart in de sleuf en met
de metalen contacten in de juiste
richting.
3 Duw de metalen houder omlaag en
schuif deze terug.
4 Plaats de batterijen terug en sluit de
klep van het batterijcompartiment.
De USB-kabel aansluiten
microSDkaartsleuf
Opmerking
U voorkomt corrosie door de miniUSB-poort, de beschermkap en de
omringende delen grondig af te drogen
voordat u de het toestel oplaadt of
aansluit op een computer.
1 Sluit de USB-kabel aan op een USBpoort op de computer.
4 Duw de metalen houder omlaag en
schuif deze terug.
5 Plaats de batterijen terug en sluit de
klep van het batterijcompartiment.
2 Duw de beschermkap van de miniUSB-poort omhoog.
Een microSD-kaart verwijderen
1 Schuif de metalen houder opzij en til
deze op.
2 Verwijder de kaart uit de sleuf.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
39
Mini-USBpoort onder
beschermkap
Seriële
poort onder
beschermkap
microSDkaartsleuf
(in batterijvak)
3 Sluit het smalle uiteinde van de USBkabel aan op de mini-USB-poort.
Uw toestel en de microSD-kaart
(optioneel) worden weergegeven
als verwisselbare stations in Deze
computer op Windows-computers en
als geïnstalleerde volumes op Maccomputers.
40
Bestanden overbrengen vanaf uw
computer
Nadat u het toestel op uw computer hebt
aangesloten, kunt u bestanden kopiëren
en plakken van uw computer naar de
stations/volumes van het toestel.
1 Blader naar het bestand op uw
computer.
2 Selecteer het bestand.
3 Selecteer Bewerken > Kopiëren.
4 Open het station/volume “Garmin”
of het station/volume van de
geheugenkaart.
5 Selecteer Bewerken > Plakken.
Bestanden verwijderen
OPMERKING
Het geheugen van uw toestel bevat
belangrijke systeembestanden en
-mappen die niet mogen worden
verwijderd.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Voordat u bestanden kunt verwijderen,
dient u het toestel aan te sluiten op uw
computer (pagina 38).
1 Open het Garmin-station of -volume.
2 Open zo nodig een map of volume.
3 Selecteer de bestanden.
4 Druk op de toets Delete op het
toetsenbord.
De USB-kabel loskoppelen
1 Voer een actie uit:
•
Windows-computers: klik op
het uitwerppictogram
in de
systeembalk.
• Mac-computers: sleep het
volumepictogram naar de
Prullenmand .
2 Koppel het toestel los van uw
computer.
De polsband bevestigen
1 Haal de
lus van de polsband
door de opening in de
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
gleuf aan de onderkant van het
toestel.
2 Haal de band door de lus en trek
deze strak.
Onderhoud van het toestel
OPMERKING
Gebruik geen chemische
schoonmaakmidde-len en oplosmiddelen
die de kunststofonderde-len kunnen
beschadigen.
Het toestel schoonmaken
1 Gebruik een doek die is bevochtigd
met een mild schoonmaakmiddel.
2 Veeg de behuizing vervolgens droog.
Het scherm schoonmaken
1 Gebruik een zachte, schone, niet-
pluizende doek.
2 Gebruik zo nodig water,
isopropylalcohol of lenzenvloeistof.
3 Breng de vloeistof aan op de doek en
veeg het scherm voorzichtig schoon
met de doek.
41
Problemen oplossen
Probleem
Oplossing
Het scherm of de knoppen
reageren niet. Hoe kan ik het
toestel resetten?
1 Verwijder de batterijen.
2 Plaats de batterijen opnieuw.
Opmerking: uw gegevens en instellingen worden dan niet gewist.
Ik wil alle aangepaste
instellingen herstellen naar
de fabrieksstandaarden.
Selecteer Stel in > Reset > Stel standaarden opnieuw in.
Mijn toestel ontvangt geen
satellietsignalen.
1
De batterij gaat niet lang mee.
Verminder de sterkte van de schermverlichting (pagina 36).
Hoe weet ik of mijn toestel
zich in de modus voor USBmassaopslag bevindt?
Op het toestel: er verschijnt een scherm met daarop het Garmin-logo en
het USB-symbool. Op uw computer: er verschijnt een nieuw verwisselbaar
schijfstation in Deze computer op Windows-computers of een geïnstalleerd
volume op Mac-computers.
Mijn toestel is aangesloten op
de computer, maar ik kan de
modus voor massaopslag
niet activeren.
Het kan zijn dat u een beschadigd bestand hebt geladen.
1 Koppel het toestel los van uw computer.
2 Schakel het toestel uit.
3 Houd de tuimelknop ingedrukt terwijl u het toestel aansluit op uw computer.
Houd de tuimelknop gedurende 10 seconden ingedrukt of totdat de modus
voor massaopslag van het toestel wordt geactiveerd.
Ik zie geen nieuwe
verwisselbare stations
in mijn lijst met stations.
Als er verschillende netwerkstations zijn toegewezen aan uw computer,
kunnen er in Windows problemen optreden bij het toewijzen van schijfletters
aan Garmin-stations. Raadpleeg het Help-bestand van uw besturingssysteem
voor informatie over het toewijzen van schijfletters.
42
2
3
Neem uw toestel mee naar een open plek, buiten parkeergarages en uit
de buurt van hoge gebouwen en bomen.
Schakel het toestel in.
Blijf enkele minuten op dezelfde plek.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Probleem
Oplossing
Ik heb vervangingsonderdelen
of accessoires nodig.
Ga naar http://buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin-dealer.
Ik wil een externe GPSantenne aanschaffen.
Ga naar http://buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin-dealer.
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
43
Index
Index
A
aan-uitknop 3, 4, 34, 36
aanpassen
gegevensvelden 11
profielen 32
toestelinstellingen 25–
32
aansluiten
draadloos 18
draadloze
accessoires 37
USB-kabel 39
accessoires 37, 43
fitness 37
microSD-kaart 37
actieve route 8
agenda 20
alarmen
gevarenzone 19
maritiem 27
tijd 20
ANT+-accessoires 37
AutoLocate 20
B
BaseCamp 38
44
batterijen 22, 25, 34
batterijduur
maximaliseren 35
batterijtype
selecteren 36
informatie 3
installeren 3
opslag 36
typen 36
waarschuwingen 36
bestanden overbrengen 40
draadloos 18
met USB 40
bewerken
profielen 32
routes 7
waypoints 6
bijwerken
software 33
C
calculator 20
coördinatensysteem op basis
van kaartdatum 29
D
dashboard
wijzigen 17
downloaden
software 33
E
ENTER-knop 4
F
fabrieksinstellingen
herstellen 12
FIND-knop 4, 5, 8, 9, 11
fitnessopties 37
G
Garmin Product Support 33
gegevensopslag 34
gegevensvelden 11
opties 21
geocaches 18, 31
downloaden 18
instellingen 30
navigeren 18
GPS-signalen 3, 20, 22, 23,
35, 42
GPS uitschakelen 20
systeeminstellingen 25
H
HomePort 38
hoofdmenu
instellingen 18
hoogtemeter
instellingen 30
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Index
kalibreren 16
profieltype 30
hoogteprofiel 10, 16
barometrische
hoogtemeter 16
reset 16
stel in 16
J
jagen en vissen, tijden 20
K
kaart 12
afstand meten 12
datum 30
details 13
informatie 13
instelopties 12
oriëntatie wijzigen 12
routes weergeven 7
sporen weergeven 10
kalibreren
hoogtemeter 16
kompas 16
knoppen 4
kompas
instelopties 14
kalibreren 14
navigeren 13
M
maanfase 20
maken
routes 6
waypoints 5
man-over-boord 4
maritieme instellingen 26–27
MARK-knop 4
MENU-knop 4, 11, 17, 21
meten
afstand 12
oppervlakte 19
microSD-kaart 34, 37–39
MOB-knop 4
oppervlakteberekening 19
opslaan
sporen 10
P
PAGE-knop 4
pagina’s
pagina toevoegen 29
verwijderen 29
volgorde 28
Peil en ga 14
pieptonen 26
polsband 41
positieformaat 29
problemen oplossen 42
profielen 19
N
maken 32
nabijheidswaarschuwingen 19
wijzigen 19
navigeren
kompas 13
Q
naar geocaches 18
QUIT-knop 4
naar waypoints 5
routes 8
R
sporen 11
reset
O
gegevens 28
huidig spoor 28
onderhoud van het toestel 41
reisgegevens 28
langdurige opslag 36
standaarden 28
opnemen
waypoints 28
sporen 9
routes
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
45
Index
actieve route 8
begeleidingsmethode 31
bewerken 7
instellingen 31
maken 6
naam wijzigen 7
navigeren 8
vermijden 31
verwijderen 7
S
satellietsignalen 3, 20, 22,
23, 35, 42
AutoLocate 20
GPS uitschakelen 20
systeeminstellingen 25
satellietsignalen
ontvangen 42
scherm
instellingen 25
schermafbeelding 25
schermverlichting 34
verlichtingtijdsduur 25
scherminstellingen
schermverlichting 36
schermverlichting 4, 34, 36
software
bijwerken 33
versie 33
specificaties 34
46
sporen
huidige wissen 10
navigeren 11
opnemen 9
opslaan 10
typen 9
verwijderen 10
weergeven 10
stopwatch 21
systeeminstellingen 25
T
taal 3, 25
tijd
alarmen 20
gegevensvelden 23
instellingen 29
stopwatch 21
zone 29
zonsopgang en
zonsondergang 20,
24
tijden
jagen en vissen 20
toestel-id 33
toestel registreren 33
tonen 26
tripcomputer 17
tuimelknop 4
U
USB-kabel 42
aansluiten 39
loskoppelen 41
V
verwijderen
bestanden 40
profielen 32
routes 7
sporen 10
waypoints 6
W
waypoints
bewerken 6
maken 5
middelen 21
navigeren naar 5
verwijderen 6
Z
zoekmenu 4, 5
zon en maan 20
zoombereiken 16
zoomen 5, 13
GPSMAP 78-serie - gebruikershandleiding
Ga voor de nieuwste gratis software-updates (uitgezonderd kaartgegevens) gedurende de levensduur van uw Garmin-producten naar de Garmin-website op www.garmin.com.
© 2010-2013 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Garmin International, Inc.
1200 East 151st Street, Olathe, Kansas 66062, USA
Garmin (Europe) Ltd.
Liberty House, Hounsdown Business Park, Southampton, Hampshire, SO40 9LR UK
Garmin Corporation
No. 68, Zhangshu 2nd Road, Xizhi Dist., New Taipei City, 221, Taiwan (R.O.C.)
Juni 2013
Onderdeelnummer 190-01165-35 Rev. C
Gedrukt in Taiwan
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising