Garmin | ECHOMAP™ Plus 63cv with Transducer | Garmin ECHOMAP™ Plus 63cv with Transducer Installatie-instructies

Garmin ECHOMAP™ Plus 63cv with Transducer Installatie-instructies
ECHOMAP™ PLUS 60/70/90
SERIES
Installatie-instructies
Belangrijke veiligheidsinformatie
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
VOORZICHTIG
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een
stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren.
LET OP
Controleer voordat u gaat boren of zagen wat zich aan de
andere kant van het oppervlak bevindt.
Om de beste prestaties te garanderen en om schade aan uw
boot te voorkomen, moet u het toestel aan de hand van de
volgende instructies installeren.
Lees alle installatie-instructies zorgvuldig door voordat u met de
installatie begint. Neem contact op met Garmin Product Support
als u problemen ondervindt tijdens het installeren.
draaien en kantelen. Niet beschikbaar op de ECHOMAP Plus
90 modellen.
Verzonken montage: U kunt het toestel monteren in het
dashboard voor een meer geïntegreerde installatie.
Bepaal eerst de locatie van de verschillende onderdelen,
voordat u een onderdeel van het toestel permanent installeert.
• Op de montageplek moet het scherm duidelijk zichtbaar en
de knoppen makkelijk te bedienen zijn.
• De montageplek moet sterk genoeg zijn om het gewicht van
het toestel en de voet te dragen.
• De kabels moeten lang genoeg zijn om de onderdelen met
elkaar en met de voeding te verbinden.
• Om interferentie met een magnetisch kompas te voorkomen,
mag het toestel niet dichter bij een kompas worden
geïnstalleerd dan op de kompasveilige afstand die is vermeld
in de productspecificaties.
Het toestel aan een vaste beugel monteren
LET OP
Als u de beugel met schroeven bevestigt op glasvezel, kunt u
het beste bij het boren met een kleine verzinkboor alleen in de
bovenste gellaag een kleine verdieping aanbrengen. U voorkomt
hiermee dat er scheuren in de gellaag ontstaan als de
schroeven worden aangedraaid.
Roestvrijstalen schroeven kunnen zich gaan binden wanneer ze
in het glasvezel worden geschroefd en te strak worden
aangedraaid. Aangeraden wordt om een zuurvrij smeermiddel
op de schroeven aan te brengen voordat u deze installeert.
1 Selecteer de bevestigingsmaterialen die passen bij uw
2
3
4
5
montageoppervlak en de beugelsteun.
Gebruik de beugelsteun als montagesjabloon en markeer de
gaten door de schroefgaten.
Gebruik een boor die past bij het bevestigingsmateriaal om
de vier gaten te boren.
Gebruik de meegeleverde bevestigingsmaterialen om de
beugelsteun aan het montage-oppervlak te bevestigen.
Installeer de beugelsteunknoppen À aan de zijkanten van de
houder.
®
Benodigd gereedschap
• Boormachine
• Boortjes
◦ Beugelsteun: Boortjes die geschikt zijn voor oppervlak en
bevestigingsmateriaal
◦ Draaivoetmontage: Boortje van 3 mm (1/8 in.)
◦ Verzonken montage: Boortjes van 3 mm (1/8 in.) en
9,5 mm (3/8 in.)
• Kruiskopschroevendraaier, nr. 2
• Decoupeerzaag of slijptol
• Vijl en schuurpapier
• Watervaste kit (optioneel)
6 Plaats de houder in de beugelsteun Á en draai de
Aandachtspunten bij de montage
7 Sluit elke kabel stevig aan op een poort op de houder met
U kunt het toestel monteren met een van de drie methoden.
Beugelsteun: U kunt het toestel monteren met gebruik van de
beugelsteun, zodat u het toestel kunt kantelen.
Draaivoetmontage: U kunt het toestel monteren met gebruik
van de draaivoet en de beugelsteun, zodat u het toestel kunt
beugelsteunknoppen aan.
gebruik van de vergrendelingsbeugel of de borgringen (De
kabels en connectors installeren, pagina 2).
December 2017
190-02243-75_0B
Een toestel aan een beugel met draaivoet
monteren
5 Plaats het toestel in de opening om te testen of dit past.
6 Gebruik indien nodig een vijl en schuurpapier om het gat heel
LET OP
U moet alleen bouten of zelftappende schroeven gebruiken om
de draaivoet stevig te bevestigen. Als u schroeven met een
verzonken kop gebruikt, kunt u de montagesteun beschadigen.
7 Als uw toestel is voorzien van trimkapjes, wrikt u de hoeken
van de trimkapjes À voorzichtig los met een plat stuk plastic
Sommige modellen geven u de optie een draaivoet toe te
voegen aan de beugelsteun, zodat u het toestel kunt draaien om
meer zichthoeken mogelijk te maken.
OPMERKING: De ECHOMAP Plus 90 modellen beschikken niet
over de draaivoetoptie.
1 Gebruik de draaivoet À als een sjabloon en markeer drie
voorboorgaten Á.
2 Gebruik een boortje van 3 mm (1/8 in.) om de drie gaten te
boren.
3 Gebruik de meegeleverde houtschroeven  om de draaivoet
4
5
6
7
aan het montage-oppervlak te bevestigen.
Plaats de beugelsteun à op de draaivoet en bevestig deze
met de draaivoetknop Ä.
Installeer de beugelsteunknoppen Å aan de zijkanten van de
houder.
Plaats het toestel in de beugelsteun en draai de
beugelsteunknoppen aan.
Sluit elke kabel stevig aan op een poort op de houder met
gebruik van de vergrendelingsbeugel of de borgringen (De
kabels en connectors installeren, pagina 2).
precies op maat te krijgen.
of een schroevendraaier en schuift u het gereedschap naar
het midden Á om de trimkapjes te verwijderen.
8 Zorg ervoor dat de montagegaten op het toestel zijn uitgelijnd
met de boorgaten op de sjabloon.
9 Als de montagegaten in het toestel niet samenvallen met de
voorboorgaten in de sjabloon, markeert u op de sjabloon de
nieuwe locaties voor de voorboorgaten.
10 Gebruik een boor van 3 mm (1/8 in.) om de gaten te boren.
11 Verwijder de sjabloon van het montageoppervlak.
12 Plaats het toestel in de houder.
OPMERKING: Voor verzonken montage moet u de houder
en de vergrendelingsbeugel of borgringen gebruiken.
13 Als u na montage geen toegang hebt tot de achterzijde van
het toestel, sluit u alle benodigde kabels aan op de houder en
bevestigt u de kabels met de vergrendelingsbeugel of
borgringen voordat u het toestel in de opening plaatst (De
kabels en connectors installeren, pagina 2).
14 Bedek ongebruikte connectors met weerkapjes om te
voorkomen dat de metalen contactpunten roesten (alleen
ECHOMAP Plus 70/90 modellen).
15 Installeer de rubberen pakkingstukken aan de achterzijde van
het toestel.
De delen van de rubberen pakking hebben een zelfklevende
strip aan de achterzijde. Verwijder de beschermfolie voordat
u deze delen bevestigt aan het toestel.
Het toestel verzonken monteren
LET OP
Wees voorzichtig wanneer u het gat zaagt om het toestel
verzonken te monteren. Er is slechts weinig ruimte tussen de
behuizing en de montagegaten. Als u het gat te groot zaagt, kan
het toestel mogelijk niet stabiel worden bevestigd.
Als u metaal gereedschap gebruikt zoals een schroevendraaier,
kunt u de trimkapjes of het toestel beschadigen. Gebruik indien
mogelijk plastic gereedschap.
U kunt het toestel in uw dashboard monteren met de sjabloon
voor verzonken montage en het juiste bevestigingsmateriaal.
1 Snijd de montagesjabloon uit en controleer of deze past op
de locatie waar u het toestel wilt monteren.
2 Bevestig de sjabloon op de montageplek.
3 Maak met een boor van 9,5 mm (3/8 inch) een of meer gaten
in de hoeken van de ononderbroken lijn op de sjabloon om
het montageoppervlak voor te bereiden voor zagen.
4 Zaag met een decoupeerzaag of slijptol het
montageoppervlak uit langs de binnenkant van de
ononderbroken lijn op de sjabloon.
2
16 Sluit elke kabel stevig aan op een poort op de houder met
gebruik van de vergrendelingsbeugel of de borgringen (De
kabels en connectors installeren, pagina 2).
17 Plaats het toestel en de houder in de opening.
18 Bevestig het toestel aan het montageoppervlak met de
meegeleverde schroeven.
19 Bevestig de trimkapjes door deze op hun plaats te klikken
rondom het toestel.
De kabels en connectors installeren
Verbinden met de voeding
1 Geleid de voedingskabel van de voet naar de accu of
zekeringenkast van de boot.
Gebruik
zo nodig een verlengkabel van 0,82 mm2 (18 AWG)
2
of dikker.
3 Sluit de rode draad aan op het positieve aansluitpunt van de
accu of zekeringenkast en sluit de zwarte draad aan op het
negatieve aansluitpunt.
Draadboom
• De draadboom dient voor aansluiting op NMEA 0183
toestellen en het delen van routegegevens en via-punten.
• De draadboom verbindt het toestel met de voeding en NMEA
0183 toestellen.
• Het toestel heeft een interne NMEA 0183 poort die wordt
gebruikt om NMEA 0183 compatibele toestellen aan te
sluiten.
• Gebruik draden met een doorsnede van 0,82 mm2 (18 AWG)
of groter als de voedings- of aardedraden moeten worden
verlengd.
• Als u de NMEA 0183 draden of alarmdraden moet verlengen,
moet u daarvoor draden met een doorsnede van 0,33 mm2
(22 AWG) gebruiken.
®
2 Leid de transducerkabel naar de achterkant van uw toestel,
verwijderd van bronnen die elektronische interferentie
kunnen veroorzaken.
3 Sluit de transducerkabel aan op de juiste poort in de houder.
De kabels aansluiten op de ECHOMAP Plus 60 houder
De connectors op de kabels zijn zo gemaakt dat ze alleen in de
juiste poorten op de ECHOMAP Plus 60 houder passen. De
aangesloten kabels worden op hun plek gehouden door een
vergrendelingsbeugel.
1 Schuif de kabelvergrendelingsbeugel van beneden naar
boven en verwijder de beugel van de houder.
2 Vergelijk de kleine inkepingen À op elke kabelconnector met
de nummers op elke poort om te bepalen welke kabel bij
welke poort hoort.
3 Plaats elke kabel stevig in een gat in de houder en sluit elke
Onderdeel
À
Á
Â
Ã
Draadfunctie
Draadkleur
NMEA 0183 interne poort Rx (in)
Bruin
NMEA 0183 interne poort Tx (uit)
Blauw
Aarding (voeding en NMEA 0183)
Zwart
Vermogen
Rood
kabel aan op een poort.
OPMERKING: Als de kabels niet ver genoeg in de houder
worden geplaatst, sluiten de connectors mogelijk niet goed
op de poorten aan. Hierdoor kan het lijken alsof het toestel
stroom of echoloodsignaal verliest of niet meer werkt.
4 Plaats de vergrendelingsbeugel Á over de kabels en schuif
de beugel omlaag om de kabels op hun plek te houden.
Verbinden met een Garmin toestel om gebruikersge­
gevens te delen
OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar op ECHOMAP
Plus 70/90 toestellen. De blauwe en bruine draden kunnen
alleen op NMEA 0183 toestellen worden aangesloten.
U kunt het ECHOMAP Plus 60 toestel verbinden met een
compatibel Garmin toestel om gebruikersgegevens, zoals viapunten, te delen. Als de toestellen vlak bij elkaar zijn
gemonteerd, kunt u de blauwe en bruine draden op elkaar
aansluiten. Als de toestellen te ver bij elkaar vandaan zijn
gemonteerd en de draden te kort zijn, kun u de toestellen
verbinden via een gegevensuitwisselingskabel (010-12234-06).
1 Zorg dat beide toestellen zijn aangesloten op dezelfde
aarding.
2 Voer een van onderstaande handelingen uit:
• Als de toestellen vlak bij elkaar zijn gemonteerd, verbindt
u de blauwe draad van het eerste toestel met de bruine
draad van het tweede toestel en de bruine draad van het
eerste toestel met de blauwe draad van het tweede.
• Als de toestellen te ver bij elkaar vandaan zijn
gemonteerd, koopt u een gegevensuitwisselingskabel
(010-12234-06) en verbindt u de toestellen door de
instructies te volgen die bij de kabel zijn geleverd.
3 Selecteer Navigatie­info > Beheer gegevens >
Gebruikersgegevens delen op beide toestellen.
Gebruikersgegevens worden gedeeld tussen de verbonden
toestellen. Als u Wis gebruikergegevens selecteert, worden
gegevens verwijderd van beide toestellen.
Het toestel op een transducer aansluiten
Ga naar www.garmin.com/transducers of neem contact op met
uw lokale Garmin dealer om te bepalen welke transducer het
beste aansluit op uw behoeften.
1 Volg de meegeleverde instructies om uw transducer correct
te installeren op uw boot.
U hoort een duidelijke klik wanneer de vergrendelingsbeugel
correct is geïnstalleerd.
De kabels aansluiten op de ECHOMAP Plus 70/90
houder
De connectors op de kabels passen alleen op de juiste poorten
op de ECHOMAP Plus 70/90 houder. De aangesloten kabels
worden op hun plek gehouden door borgringen.
1 Sluit elke kabel aan op de desbetreffende poort op de
houder.
2 Draai de borgring met de klok mee om de kabel vast te
zetten in de houder.
Het toestel in de houder installeren
Nadat de kabels op de houder zijn aangesloten, kunt u het
toestel in de houder plaatsen.
1 Plaats het voetstuk van het toestel onder in de houder.
2 Kantel de bovenkant van het toestel in de richting van de
houder tot het toestel vastklikt.
U hoort een duidelijke klik wanneer het toestel correct in de
houder is geïnstalleerd.
LET OP
Zorg ervoor dat het toestel stevig in de houder wordt geplaatst.
Als u een model met vergrendelingsbeugel hebt, dient u de
beugel stevig dicht te klikken. U hoort een duidelijke klik
wanneer het toestel of de vergrendelingsbeugel correct is
3
geïnstalleerd. De stroomvoorziening van het toestel gaat
mogelijk verloren als het toestel niet goed is geplaatst. Het
toestel kan uit de houder vallen als het niet goed is geplaatst.
Het toestel uit de houder nemen
1 Druk op de ontgrendelingshendel À op de houder tot het
toestel is ontgrendeld.
Onderdeel
2 Kantel het toestel naar voren en haal het uit de houder.
NMEA 2000 aandachtspunten
®
LET OP
Als u dit toestel aansluit op een bestaand NMEA 2000 netwerk,
moet het NMEA 2000 netwerk reeds zijn aangesloten op de
voeding. Sluit de NMEA 2000 voedingskabel niet op een
bestaand NMEA 2000 netwerk aan omdat er slechts één
voedingsbron mag worden aangesloten op een NMEA 2000
netwerk.
Als u dit toestel aansluit op een bestaand NMEA 2000 netwerk
of motornetwerk van een andere fabrikant, moet u een NMEA
2000 Power Isolator (010-11580-00) tussen het bestaande
netwerk en de Garmin toestellen installeren.
Als u een NMEA 2000 voedingskabel installeert, moet u deze
verbinden met de contactschakelaar van de boot of via een
andere onderbrekingsschakelaar. NMEA 2000 toestellen zullen
uw accu leegtrekken indien de NMEA 2000 voedingskabel
rechtstreeks is aangesloten op de accu.
OPMERKING: NMEA 2000 is niet op alle modellen beschikbaar.
NMEA 2000 compatibele modellen kunnen worden aangesloten
op een NMEA 2000 netwerk op uw boot om gegevens te delen
van NMEA 2000 compatibele toestellen zoals sensors of een
marifoon. De benodigde NMEA 2000 kabels en connectors zijn
apart verkrijgbaar.
Als u niet vertrouwd bent met NMEA 2000, lees dan het
hoofdstuk “NMEA 2000 Network Fundamentals” in de Technical
Reference for NMEA 2000 Products. Ga naar www.garmin.com
om dit document te downloaden en selecteer Manuals op de
productpagina voor uw toestel.
Via de poort met het label NMEA 2000 op de houder kunt u het
toestel verbinden met een standaard NMEA 2000 netwerk.
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Ç
Beschrijving
NMEA 2000 compatibel Garmin toestel
NMEA 2000 netwerkkabel
NMEA 2000 voedingskabel
Startschakelaar of onderbrekingsschakelaar
Voedingsbron van 12 V gelijkstroom
NMEA 2000 afsluitweerstand of backbone-kabel
NMEA 2000 T-connector
NMEA 2000 afsluitweerstand of backbone-kabel
Specificaties
Model
Specificatie
Afmetingen
ECHOMAP Plus 60
serie
Afmetingen in houder
en beugelsteun met
draaivoet (B x H x D)
259,2 x 160,8 x 65,2 mm
(10 3/16 x 6 5/16 x 2 9/16
in.)
Afstand tot dichtstbijzijnde obstakel
80,0 mm (31/8 in.)
Gewicht
0,75 kg (1,6 lb.)
Schermgrootte (B x H) 137,4 x 77,3 mm (5 7/16
x 3 1/16 in.)
Schermtype
WVGA
Schermresolutie
400 x 800 pixels
Max. stroomverbruik 1 12 W
Nominale opgenomen 0,7 A
stroom bij 12 V gelijkstroom (RMS)1
Max. opgenomen
stroom bij 12 V gelijkstroom (RMS)1
1,25 A
Draadloze frequenties Wi‑Fi , 2.4 GHz bij 17,2
en protocols
dBm nominaal
ANT+ , 2.4 GHz bij 3,1
dBm nominaal
Bluetooth , 2.4 GHz bij
1,2 dBm nominaal
®
®
®
ECHOMAP Plus 70
serie
Afmetingen in houder 259,4 x 154,3 x 63,2 mm
en beugelsteun (B x H (10 3/16 x 6 1/16 x
x D)
2 1/2 in.)
Afstand tot dichtstbijzijnde obstakel
114,7 mm (41/2 inch)
Gewicht
0,77 kg (1,7 lb.)
Schermgrootte (B x H) 155,1 x 86,9 mm (6 1/8 x
3 7/16 in.)
Schermtype
WVGA
Schermresolutie
400 x 800 pixels
Max. stroomverbruik 1 15 W, 9 W met een
GT-52 transducer
4
Model
Specificatie
Afmetingen
Nominale opgenomen 0,8 A
stroom bij 12 V gelijkstroom (RMS)1
Max. opgenomen
stroom bij 12 V gelijkstroom (RMS)1
1,25 A
Draadloze frequenties Wi‑Fi, 2.4 GHz bij 18,5
en protocols
dBm nominaal
ANT+, 2.4 GHz bij 1,2
dBm nominaal
Bluetooth, 2.4 GHz bij
1,0 dBm nominaal
ECHOMAP Plus 90
serie
3Maximumdiepte
is afhankelijk van transducer, zoutgehalte van
water, bodemsoort en andere watercondities.
4Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.
5NMEA 2000 niet beschikbaar op alle modellen.
NMEA 2000 PGN­informatie
Type
060928 ISO-adresreservering
Afmetingen in houder 303,3 x 177,9 x 65,1 mm
en beugelsteun (B x H (11 15/16 x 7 x 2 9/16 in.)
x D)
126208 NMEA: Opdracht, Aanvraag en
Bevestiging (groepfunctie)
Afstand tot dichtstbijzijnde obstakel
114,7 mm (41/2 inch)
126996 Productinformatie
Gewicht
1 kg (2,3 lb.)
128259 Snelheid: Ten opzichte van water
127250 Voorliggende koers van vaartuig
Schermgrootte (B x H) 199,0 x 112,7 mm
(7 13/16 x 4 13/16 in.)
128267 Waterdiepte
Schermtype
WVGA
129799 Radiofrequentie, modus en vermogen
Schermresolutie
400 x 800 pixels
130306 Windgegevens
129539 GNSS-DOP's
130312 Temperatuur
Nominale opgenomen 1 A
stroom bij 12 V gelijkstroom (RMS)1
Max. opgenomen
stroom bij 12 V gelijkstroom (RMS)1
Zenden
Frequenties2
129025 Positie: Snelle update
129026 COG en SOG: Snelle update
Traditioneel: 50, 77, 83
of 200 kHz
CHIRP Garmin ClearVü:
260, 455 of 800 kHz
CHIRP SideVü: 260,
455 of 800 kHz
129029 GNSS-positiegegevens
129284 Navigatiegegevens
129285 Navigatieroute en via-puntgegevens
129540 GNSS-satellieten in weergave
Ontvangen
127245 Roer
127250 Voorliggende koers van vaartuig
127488 Motorparameters: Snelle update
127489 Motorparameters: Dynamisch
127493 Transmissieparameters: Dynamisch
500 W
Diepte3
701 m (2300 ft.) bij
77 kHz
Materiaal
Polycarbonaat
129039 AIS, klasse B, positierapport
Waterbestendigheid4
IEC 60529 IPX7
129040 AIS, klasse B, uitgebreid positierapport
Temperatuurbereik
Van -15° tot 55°C (van
5° tot 131°F)
129794 AIS, klasse A, vaste gegevens en vaargegevens
Ingangsspanning
Van 9 tot 18 V gelijkstroom
129798 AIS, SAR, positierapport voor
vliegtuigen
Zekering
3 A, 125 V snel
129802 AIS, veiligheidsgerelateerd
uitgezonden bericht
127498 Motorparameters: Vaste gegevens
NMEA 2000 LEN5
1
NMEA 2000 verbruik5
Max. 75 mA
Geheugenkaart
1 microSD kaartsleuf,
voor kaarten van
maximaal 32 GB
®
Max. aantal via-punten 5000
2Afhankelijk
129283 Koersfout
Zendvermogen
(RMS)1
Kompasveilige afstand 65 cm (25,6 in.)
1Afhankelijk
126464 PGN-lijst verzenden en ontvangen
(groepfunctie)
127258 Magnetische variatie
1,5 A
Draadloze frequenties Wi‑Fi, 2.4 GHz bij 18,5
en protocols
dBm nominaal
ANT+, 2.4 GHz bij 1,2
dBm nominaal
Bluetooth, 2.4 GHz bij
1,0 dBm nominaal
Alle modellen
Beschrijving
059904 ISO-aanvraag
Max. stroomverbruik 1 18 W
Echoloodmodellen
PGN
Zenden en ontvangen 059392 ISO-bevestiging
Max. aantal routes
100
Max. aantal actieve
spoorpunten
50.000 punten, 50
opgeslagen sporen
127505 Vloeistofniveau
129038 AIS, klasse A, positierapport
129808 DSC Call-informatie
130310 Omgevingsparameters
130311 Omgevingsparameters (verouderd)
130313 Vochtigheid
130314 Werkelijke druk
130576 Status van kleine vaartuigen
Deze gegevens zijn alleen van toepassing op NMEA 2000 compatibele
producten.
van model transducer en kaartplotter.
van transducerrating en diepte.
5
NMEA 0183­informatie
Type
Uitvoertelegram
Beschrijving
Zenden
GPAPB
APB: Koers- of spoorcontrole (stuurautomaat) telegram 'B'
GPBOD
BOD: Richting (beginpunt naar
bestemming)
GPBWC
BWC: Richting en afstand tot via-punt
GPGGA
GGA: GPS-positiegegevens (Global
Positioning System)
GPGLL
GLL: Geografische positie (breedtegraad en lengtegraad)
GPGSA
GSA: GNSS-DOP en actieve
satellieten
GPGSV
GSV: GNSS-satellieten in weergave
GPRMB
RMB: Aanbevolen minimale
navigatie-informatie
GPRMC
RMC: Aanbevolen minimale
specifieke GNSS-gegevens
GPRTE
RTE: Routes
GPVTG
VTG: Grondkoers en -snelheid
GPWPL
WPL: Locatie van via-punt
GPXTE
XTE: Koersfout
PGRME
E: Geschatte fout
PGRMM
M: Kaartdatum
PGRMZ
Z: Hoogte
SDDBT
DBT: Diepte onder transducer
SDDPT
DPT: Diepte
SDMTW
MTW: Watertemperatuur
SDVHW
VHW: Watersnelheid en koers
Ontvangen DPT
Diepte
DBT
Diepte onder transducer
MTW
Watertemperatuur
VHW
Watersnelheid en koers
WPL
Locatie van via-punt
DSC
DSC-gegevens (Digital Selective
Calling)
DSE
Uitgebreide Digital Selective Calling
HDG
Koers, afwijking en variatie
HDM
Koers, magnetisch
MWD
Windrichting en -snelheid
MDA
Meteorologische composiet
MWV
Windsnelheid en -hoek
VDM
AIS VHF Data Link bericht
U kunt de volledige informatie over NMEA indeling
(National Marine Electronics Association) en telegrammen
aanschaffen bij: NMEA, Seven Riggs Avenue, Severna
Park, MD 21146 USA (www.nmea.org)
© 2017 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Garmin en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen.
ActiveCaptain™, ECHOMAP™, Garmin ClearVü™ en Garmin Quickdraw™ zijn
handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken
mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
Het woordmerk en de logo's van Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en
voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. NMEA ,
NMEA 2000 en het NMEA 2000 logo zijn geregistreerde handelsmerken van de
National Maritime Electronics Association. NMEA is een geregistreerd handelsmerk van
de National Marine Electronics Association. microSD en het microSD logo zijn
handelsmerken van SD-3C, LLC. Wi‑Fi is een geregistreerd merk van Wi-Fi Alliance
Corporation.
®
®
®
®
®
®
support.garmin.com
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising