Garmin | GPSMAP® 7408 | Garmin GPSMAP® 7408 Installatie-instructies

Garmin GPSMAP® 7408 Installatie-instructies
2 Ga naar www.garmin.com/support/software/marine.html.
3 Selecteer Downloaden naast Garmin Marine Network met
GPSMAP 7400/7600
Series
®
Installatie-instructies
Belangrijke veiligheidsinformatie
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
LET OP
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een
stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren.
KENNISGEVING
Controleer voordat u gaat boren of zagen wat zich aan de
andere kant van het oppervlak bevindt.
Om de beste prestaties te garanderen en om schade aan uw
boot te voorkomen, moet u het toestel aan de hand van de
volgende instructies installeren.
Lees alle installatie-instructies zorgvuldig door voordat u met de
installatie begint. Neem contact op met Garmin Product Support
als u problemen ondervindt tijdens het installeren.
®
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie nog vandaag in, zodat wij u beter
kunnen helpen.
• Ga naar http://my.garmin.com.
• Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op een
veilige plek.
Contact opnemen met Garmin Product Support
• Ga naar www.garmin.com/support voor supportinformatie
voor uw land.
• Bel in de VS met 913-397-8200 of 1-800-800-1020.
• Bel in het VK met 0808 238 0000.
• Bel in Europa met +44 (0) 870 850 1241.
Software-update
Mogelijk moet u de toestelsoftware bijwerken wanneer u het
toestel installeert of een accessoire toevoegt aan het toestel.
4
5
6
7
SD kaart.
Lees en accepteer de voorwaarden.
Selecteer Downloaden.
Selecteer Hardlopen.
Selecteer het station van de geheugenkaart en selecteer
vervolgens Volgende > Voltooien.
De software van het toestel bijwerken
Voordat u de software kunt bijwerken, moet u beschikken over
een software-update op een geheugenkaart of de nieuwste
software zelf op een geheugenkaart laden.
1 Schakel de kaartplotter in.
2 Nadat het startscherm verschijnt, plaatst u de geheugenkaart
in de kaartsleuf.
OPMERKING: De instructies voor de software-update
verschijnen alleen als het toestel volledig is opgestart voordat
u de kaart plaatst.
Volg
de instructies op het scherm.
3
4 Wacht enkele minuten totdat de software-update is voltooid.
Het toestel werkt weer normaal zodra het softwareupdateproces is voltooid.
5 Verwijder de geheugenkaart.
OPMERKING: Als de geheugenkaart wordt verwijderd
voordat het toestel opnieuw is opgestart, is de softwareupdate niet voltooid.
Benodigd gereedschap
• Boormachine en boren
◦ Beugelsteun: Boortjes die geschikt zijn voor oppervlak en
bevestigingsmateriaal
◦ Verzonken montage: Boortje van 13 mm (1/2 in.), 7,2 mm
(5/16 in.), en een boortje van 3,5 mm (1/8 in.)
• Nr. 2 kruiskopschroevendraaier
• Decoupeerzaag of slijptol
• Vijl en schuurpapier
• Watervaste kit (aanbevolen)
Aandachtspunten bij de montage
KENNISGEVING
Dit toestel dient te worden gemonteerd op een locatie die niet
wordt blootgesteld aan extreme temperaturen of
omstandigheden. Het temperatuurbereik voor dit toestel wordt
vermeld in de productspecificaties. Langdurige blootstelling aan
temperaturen boven het opgegeven temperatuurbereik, in
opslag- of gebruiksomstandigheden, kan tot storingen in het
toestel leiden. Schade door extreme temperaturen en
gerelateerde gevolgen vallen niet onder de garantie.
De meegeleverde sjabloon en het meegeleverde
bevestigingsmateriaal kunnen worden gebruikt om het toestel op
een van de twee beschikbare manieren te monteren. U kunt de
meegeleverde montagesteun en het bevestigingsmateriaal
gebruiken om het toestel aan een beugel te monteren, of u kunt
de meegeleverde sjabloon en het bevestigingsmateriaal
gebruiken om het toestel verzonken te monteren op uw
dashboard.
Houd rekening met deze aandachtspunten wanneer u een
montagelocatie selecteert.
• De locatie moet optimaal zicht bieden tijdens het besturen
van uw boot.
De nieuwe software op een geheugenkaart laden
1 Plaats een geheugenkaart in de kaartsleuf van de computer.
April 2015
Printed in Taiwan
190-01841-75_0B
• De locatie moet eenvoudig toegang bieden tot alle interfaces
van het toestel, zoals het toetsenblok, het aanraakscherm en
de kaartlezer, indien van toepassing.
• De locatie moet sterk genoeg zijn om het gewicht van het
toestel te dragen en te beschermen tegen overmatige
trillingen of schokken.
• Teneinde interferentie met een magnetisch kompas te
voorkomen, mag het toestel niet dichter bij een kompas
worden geïnstalleerd dan op de kompasveilige afstand die is
vermeld in de productspecificaties.
• Op de locatie moet ruimte beschikbaar zijn voor het geleiden
en aansluiten van alle kabels.
Het toestel aan een beugel monteren
KENNISGEVING
Als u de beugel met schroeven bevestigt op glasvezel, kunt u
het beste bij het boren met een kleine verzinkboor alleen in de
bovenste gellaag een kleine verdieping aanbrengen. U voorkomt
hiermee dat er scheuren in de gellaag ontstaan als de
schroeven worden aangedraaid.
Het bevestigingsmateriaal voor beugelmontage (schroeven en
ringen, of moeren, ringen en bouten) is niet meegeleverd.
Voordat u het toestel aan een beugel kunt monteren, moet u het
montagemateriaal kiezen dat in de gaten van de beugelsteun
past en het toestel stevig kan bevestigen aan uw specifieke
montageoppervlak. De vereiste grootte van het voorboorgat
hangt af van het gekozen montagemateriaal.
1 Markeer de locatie van de vier boorgaten met de
meegeleverde beugelsteun À als sjabloon Á.
3 Maak met een boor van 13 mm (1/2 in.) een of meer gaten in
de hoeken van de ononderbroken lijn op de sjabloon om het
montageoppervlak voor te bereiden voor zagen.
4 Zaag met een decoupeerzaag of slijptol het
montageoppervlak uit langs de binnenkant van de
streepjeslijn op de sjabloon.
5 Plaats het toestel in de opening om te testen of dit past.
6 Gebruik indien nodig een vijl en schuurpapier om de opening
heel precies op maat te krijgen.
Als
het toestel goed in de opening past, dient u te controleren
7
of de montagegaten op het toestel zijn uitgelijnd met de
grotere gaten van 7,2 mm (5/16 in.) op de sjabloon.
8 Markeer de nieuwe locaties van de montagegaten als deze
niet zijn uitgelijnd met het toestel.
Maak
de grotere gaten met een boor van 7,2 mm (5/16 in.).
9
10 Plaats vanaf één hoek van de sjabloon een moerplaat À over
het grotere gat Á dat u in stap 9 hebt geboord.
Het kleinere gat van 3,5 mm (1/8 in.) Â op de moerplaat moet
worden uitgelijnd met het kleinere gat op de sjabloon.
11 Markeer de nieuwe locatie van het gat als het kleinere gat
van 3,5 mm (1/8 in.) op de moerplaat niet is uitgelijnd met het
kleinere gat op de sjabloon.
12 Herhaal de stappen 10 en 11 om de plaatsing van de
resterende moerplaten en gaten op de sjabloon te
controleren.
13 Gebruik een boor van 3,5 mm (1/8 in.) om de gaatjes te
boren.
14 Verwijder de sjabloon van het montageoppervlak.
15 Plaats vanaf één hoek van de montagelocatie een moerplaat
à op de achterzijde van het montageoppervlak, waarbij u de
grote en kleine gaten uitlijnt.
Het hogere gedeelte van de moerplaat moet passen in het
grotere gat.
2 Maak de boorgaten met een boor die geschikt is voor uw
montagemateriaal.
3 Bevestig de beugelsteun aan het oppervlak met behulp van
uw montagemateriaal Â.
4 Installeer de beugelsteunknoppen à aan de zijkanten van het
toestel.
5 Plaats het toestel in de beugelsteun en draai de
beugelsteunknoppen aan.
Het toestel verzonken monteren
KENNISGEVING
Wees voorzichtig wanneer u het gat zaagt om het toestel
verzonken te monteren. Er is slechts weinig ruimte tussen de
behuizing en de montagegaten. Als u het gat te groot zaagt, kan
het toestel mogelijk niet stabiel worden bevestigd.
De meegeleverde sjabloon en het meegeleverde
bevestigingsmateriaal kunnen worden gebruikt om het toestel
verzonken te monteren op uw dashboard.
1 Snijd de montagesjabloon uit en controleer of deze past op
de locatie waar u het toestel wilt monteren.
2 Bevestig de sjabloon op de gekozen locatie.
2
16 Bevestig de moerplaat stevig aan het montageoppervlak door
een meegeleverde M3-schroef Ä vast te draaien door het
kleinere gat van 3,5 mm (1/8 in.).
17 Herhaal de stappen 15–16 om de overige moerplaten te
bevestigen aan het montageoppervlak.
18 Installeer de rubberen pakking Å aan de achterzijde van het
toestel.
De delen van de rubberen pakking hebben een zelfklevende
strip aan de achterzijde. Verwijder de beschermfolie voordat
u deze delen bevestigt aan het toestel.
19 Als u geen toegang hebt tot de achterzijde van het toestel
nadat u dit hebt gemonteerd, verbindt u alle benodigde
kabels met het toestel voordat u dit in de opening plaatst.
OPMERKING: Bedek ongebruikte aansluitingen met de
bevestigde weerkapjes om te voorkomen dat de metalen
contactpunten roesten.
Breng
watervaste kit aan tussen het montageoppervlak en
20
het toestel om deze ruimte op te vullen. Dit voorkomt
waterschade achter het dashboard.
21 Als u toegang hebt tot de achterzijde van het toestel, kunt u
watervaste kit aanbrengen rond de opening.
22 Plaats het toestel in de opening.
23 Bevestig het toestel aan het montageoppervlak met de
meegeleverde M4-schroeven Æ.
Veeg
de overtollige waterdichte kit weg.
24
25 Bevestig de sierrand door deze op zijn plaats te klikken
rondom het toestel.
Overwegingen voor kabels en verbindingen
KENNISGEVING
Als uw model een DVI-poort heeft, is een blauwe rubberen
afdichting meegeleverd. Deze afdichting moet worden
aangebracht tussen de DVI-poort en de DVI-kabelconnector om
schade aan de connectors te voorkomen.
• Voor het eenvoudiger geleiden van kabels worden de Garmin
Marine Network kabels, voedingskabels en NMEA 0183
kabels en de transducerkabels verpakt zonder dat de
borgringen zijn aangebracht. De kabels moeten worden
bevestigd voordat u de borgringen installeert.
• Na het bevestigen van een borgring aan een kabel, moet u
ervoor zorgen dat de ring goed is vastgezet en de afdichtring
is aangebracht, zodat de voedings- of gegevensverbinding
niet losraakt.
®
Over de kabelgeleider
• De kabelgeleider verbindt het apparaat met voeding, NMEA
0183 toestellen en een lamp of een hoorn voor zichtbare of
hoorbare waarschuwingen.
• De kabelgeleider is verpakt zonder geïnstalleerde borgring. U
dient de kabel te geleiden voordat u de borgring aanbrengt.
• Nadat u een borgring aan de kabelgeleider heeft bevestigd,
moet u ervoor zorgen dat de ring goed wordt vastgezet en de
o-ring op de juiste plaats zit zodat de verbinding niet los kan
raken.
• Het toestel heeft twee interne NMEA 0183 poorten die
worden gebruikt om verbinding te maken met NMEA 0183
compatibele toestellen. Als u verbinding maakt met een
toestel voor zowel verzenden als ontvangen, moet u de
bedrading van dezelfde interne NMEA 0183 poort gebruiken.
• Gebruik draden met een doorsnede van 0,33 mm² (22 AWG)
als de NMEA 0183 of alarmdraden moeten worden verlengd.
Onderdeel
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Ç
Draadkleur
Draadfunctie
Rood
Vermogen
Zwart
Aarding (voeding en NMEA 0183)
Blauw
NMEA 0183 interne poort 1 Tx (uit)
Bruin
NMEA 0183 interne poort 1 Rx (in)
Grijs
NMEA 0183 interne poort 2 Tx (uit)
Paars
NMEA 0183 interne poort 2 Rx (in)
Oranje
Accessoire ingeschakeld
Geel
Alarm laag
De kabelgeleider verbinden met voeding
WAARSCHUWING
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
1 Leid de kabelgeleider naar de voedingsbron en naar het
toestel.
2 Sluit de rode draad aan op de positieve pool van de accu (+)
en de zwarte draad op de negatieve pool van de accu (-).
3 Plaats de borg- en O-ring aan het uiteinde van de
kabelgeleider.
4 Verbind de kabelgeleider met het toestel door de borgring
rechtsom te draaien.
Voedingskabel verlengen
Indien nodig kunt u de voedingskabel verlengen met een kabel
van de juiste dikte en lengte.
Onderdeel
Beschrijving
Zekering
À
Á
Â
Batterij
1,8 m (6 ft.) zonder verlenging
Onderdeel Beschrijving
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Verbinding
• Verlengdraad van 12 AWG (3,31 mm²), maximaal 4,6 m
(15 ft.)
• Verlengdraad van 10 AWG (5,26 mm²), maximaal 7 m
(23 ft.)
• Verlengdraad van 8 AWG (8,36 mm²), maximaal 11 m
(36 ft.)
Zekering
20,3 cm (8 inch)
Batterij
20,3 cm (8 inch)
Maximale verlenging 11 m (36 ft.)
Overweging bij aanvullende aarding
Deze overweging is alleen van toepassing op toestellen die een
aardingsschroef hebben. Niet alle modellen hebben een
aardingsschroef.
In de meeste installatie-situaties hoeft het chassis van dit toestel
niet aanvullend te worden geaard. Als er interferentie optreedt,
kunt u de aardingsschroef op de behuizing gebruiken om het
3
toestel te verbinden met de wateraarding van de boot om
interferentie te helpen voorkomen.
Aandachtspunten Garmin Marine Network
Dit toestel kan worden verbonden met aanvullende Garmin
Marine Network toestellen om gegevens te delen, zoals radar,
sonar en gedetailleerde kaarten. Houd rekening met de
volgende overwegingen wanneer u Garmin Marine Network
toestellen verbindt met dit toestel.
• Er moet een Garmin Marine Network kabel worden gebruikt
voor alle Garmin Marine Network aansluitingen.
◦ U mag geen CAT5-kabel en RJ45-stekkers van andere
merken gebruiken voor Garmin Marine Network
verbindingen.
◦ Andere Garmin Marine Network kabels en stekkers zijn
verkrijgbaar bij uw Garmin dealer.
• De NETWORK poorten op het toestel fungeren elk als
netwerkswitch. U kunt elk compatibel toestel verbinden met
elke NETWORK poort om gegevens te delen met alle
toestellen op de boot die zijn verbonden via een Garmin
Marine Network kabel.
NMEA 2000 aandachtspunten
®
KENNISGEVING
Als u beschikt over een bestaand NMEA 2000 netwerk op uw
boot, hoort dit reeds te zijn aangesloten op de voeding. Sluit de
NMEA 2000 voedingskabel niet op een bestaand NMEA 2000
netwerk aan omdat er slechts één voedingsbron mag worden
aangesloten op een NMEA 2000 netwerk.
Als u een NMEA 2000 voedingskabel installeert, moet u deze
verbinden met de contactschakelaar van de boot of via een
andere onderbrekingsschakelaar. NMEA 2000 toestellen zullen
uw accu leegtrekken indien de NMEA 2000 voedingskabel
rechtstreeks is aangesloten op de accu.
Het toestel kan worden verbonden met een NMEA 2000 netwerk
op uw boot om gegevens van NMEA 2000 compatibele
toestellen te delen, zoals een GPS-antenne of een marifoon.
Met de meegeleverde NMEA 2000 kabels en connectors kunt u
het toestel aansluiten op uw bestaande NMEA 2000 netwerk.
Als u geen bestaand NMEA 2000 netwerk heeft, kunt u een
basisnetwerk maken met de kabels van Garmin.
Als u niet vertrouwd bent met NMEA 2000, kunt u het beste het
hoofdstuk 'NMEA 2000 Network Fundamentals' van de
Technical Reference for NMEA 2000 Products lezen. U kunt dit
document vinden via de koppeling Handleidingen op de
productpagina van uw toestel op www.garmin.com.
De poort met het label NMEA 2000 wordt gebruikt om het
toestel te verbinden met een standaard NMEA 2000 netwerk.
Onderdeel
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Ç
È
Beschrijving
NMEA 2000 compatibel Garmin toestel
GPS-antenne
Startschakelaar of onderbrekingsschakelaar
NMEA 2000 voedingskabel
NMEA 2000 netwerkkabel
Voedingsbron met 12 V gelijkstroom
NMEA 2000 afsluitweerstand of backbone-kabel
NMEA 2000 T-connector
NMEA 2000 afsluitweerstand of backbone-kabel
Overwegingen betreffende NMEA 0183 verbinding
• Raadpleeg de installatie-instructies die bij uw NMEA 0183
compatibele toestel zijn geleverd voor informatie over het
herkennen van de polen A (+) en B (-) van de zendende (Tx)
en de ontvangende draad (Rx).
• Als u NMEA 0183 toestellen aansluit met twee zendende en
twee ontvangende draden, is het niet nodig om de NMEA
2000 bus en het NMEA 0183 toestel op een
gemeenschappelijke aarding aan te sluiten.
• Als u een NMEA 0183 toestel met slechts één zendende
draad (Tx) of slechts één ontvangende draad (Rx) aansluit,
moeten de NMEA 2000 bus en het NMEA 0183 toestel wel
op een gemeenschappelijke aarding worden aangesloten.
Aansluitschema voor de NMEA 0183
+
Onderdeel
Beschrijving
Voedingsbron met 12 V gelijkstroom
À
Á
Â
Kabelgeleider
NMEA 0183-compatibel toestel
Onderdeel Functie van
Garmin-draad
Ê
Ë
Ì
Í
-
Kleur van
Garmin-draad
Functie van draad
NMEA 0183-toestel
Voeding
Rood
Voeding
Aarding
Zwart
Aarding gegevens
Tx
Blauw
Rx/A (+)
Rx
Bruin
Tx/A (+)
Lamp- of hoornverbindingen
Het toestel kan worden gebruikt met een lamp en/of hoorn om
een geluid of visueel signaal weer te geven wanneer op de
kaartplotter een bericht wordt weergegeven. Dit is optioneel en
het toestel werkt ook zonder alarmdraad. Houd rekening met de
volgende overwegingen wanneer u het toestel verbindt met een
lamp of hoorn.
4
• Het alarmcircuit schakelt over naar laagspanning wanneer
het alarm afgaat.
• De maximumstroom is 100 mA en u hebt een relais nodig om
de stroom vanaf de kaartplotter te beperken tot 100 mA.
• Als u handmatig wilt schakelen tussen visuele signalen en
geluiden, kunt u eenpolige aan-uitschakelaars installeren.
◦ Zo nodig kunt u een DVI-D naar HDMI adapter gebruiken
om verbinding te maken met een HD-tv of ander HDMI
compatibel scherm.
◦ Hoewel u het beste DVI-kabels kunt gebruiken die door
Garmin worden verkocht, kunt u ook kwalitatief
hoogwaardige DVI-kabels van andere merken gebruiken.
Aanbevolen wordt de DVI-kabel te testen door de
toestellen te verbinden voordat u de kabel geleidt.
®
Onderdeel Beschrijving
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
Voedingsbron
Voedingskabel
Hoorn
Lamp
Specificaties
Relais (spoelstroom van 100 mA)
Fysieke specificaties
Schakelaars om lamp- of hoornsignalen in en uit te
schakelen
Draadkleur
Draadfunctie
Rood
Voeding
Zwart
Aarding
Geel
Alarm
Overwegingen bij video-invoer en -uitvoer
Op dit toestel kan video worden ingevoerd vanaf bronnen voor
composite video, afhankelijk van het model. Ook kan video
worden uitgevoerd naar een monitor. Houd rekening met deze
overwegingen wanneer u bronnen voor video-invoer en -uitvoer
verbindt.
• De kaartplotter heeft een ingangspoort voor composite-video
genaamd CVBS IN of twee ingangspoorten voor compositevideo genaamd VIDEO 1 en VIDEO 2.
◦ Op de poorten voor composite-video worden BNCconnectors gebruikt. U kunt een BNC-naar-RCA-adapter
gebruiken om een composite-videobron met RCAconnectors aan te sluiten op deze poorten.
◦ Video vanaf bronnen die zijn verbonden met deze
poorten, is alleen beschikbaar voor weergave op het
toestel of op een extra monitor die is aangesloten op het
toestel. Composite-video wordt niet gedeeld via het
Garmin Marine Network of NMEA 2000 netwerk.
• De kaartplotter heeft mogelijk een uitgangspoort voor DVI-Dvideo. U kunt een scherm verbinden met de DVI-D- of DVI-Ikabel om een identiek beeld van het scherm weer te geven
op een computermonitor of HD-tv.
◦ Als uw toestel een DVI-kabelconnector bevat, wordt er
tevens een rubberen pakking meegeleverd. Deze pakking
moet worden aangebracht tussen de DVI-poort en de
kabelconnector om schade aan de connector te
voorkomen.
Toestel
Specificatie
Waarde
Alle modellen
Temperatuurbereik
Van -15° tot 55°C (van 5°
tot 131°F)
Materiaal
Gegoten aluminium en
polycarbonaat-kunststof
Waterbestendigheid*
IEC 60529 IPX7
Modellen van
zeven inch
Modellen van
acht inch
Modellen van
tien inch
Modellen van
twaalf inch
Modellen van
zestien inch
Afmetingen (B × H × D) 222 × 142 × 66 mm (8,75 ×
5,6 × 2,6 in.)
Schermgrootte (B×H)
155 × 86 mm (6,1 × 3,4 in.)
Gewicht
1,13 kg (2,5 lbs)
Afmetingen (B × H × D) 244 × 160 × 76 mm (9,6 ×
6,3 × 3,0 in.)
Schermgrootte (B×H)
178 × 102 mm (7,0 ×
4,0 in.)
Gewicht
1,41 kg (3,1 lbs)
Afmetingen (B × H × D) 290 × 206 × 79 mm (11,4 ×
8,1 × 3,1 in.)
Schermgrootte (B×H)
218 × 135 mm (8,6 ×
5,3 in.)
Gewicht
2,36 kg (5,2 lbs)
Afmetingen (B × H × D) 330 × 226 × 79 mm (13,0 ×
8,9 × 3,1 in.)
Schermgrootte (B×H)
262 × 163 mm (10,3 ×
6,4 in.)
Gewicht
2,72 kg (6,0 lbs)
Afmetingen (B × H × D) 426 × 275 × 88 mm (16,76
× 10,81 × 3,45 in.)
Schermgrootte (B×H)
344 × 193 mm (13,55 ×
7,62 in.)
Gewicht
4,3 kg (9,5 lbs)
*Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.
Elektronische specificaties
Toestel
Specificatie
Waarde
Alle modellen
Ingangsspanning
Van 10 tot 32 V
gelijkstroom
NMEA 2000 LEN
2
Stroomverbruik NMEA 2000
Max. 75 mA
Max. vermogen bij 10 V
gelijkstroom
24 W
Modellen van zeven
inch
5
Toestel
Modellen van acht
inch
Modellen van tien
inch
Modellen van twaalf
inch
Specificatie
Waarde
Nominale opgenomen
stroom bij 12 V gelijkstroom
1,5 A
Max. opgenomen stroom bij
12 V gelijkstroom
2,0 A
Zekering
5 A, 125 V snel
Kompasveilige afstand
310 mm (12,2 in.)
Max. vermogen bij 10 V
gelijkstroom
27 W
Nominale opgenomen
stroom bij 12 V gelijkstroom
1.8 A
Max. opgenomen stroom bij
12 V gelijkstroom
2,3 A
Zekering
5 A, 125 V snel
Kompasveilige afstand
310 mm (12,2 in.)
Max. vermogen bij 10 V
gelijkstroom
30 W
Nominale opgenomen
stroom bij 12 V gelijkstroom
1.95 A
Max. opgenomen stroom bij
12 V gelijkstroom
2,5 A
Zekering
5 A, 125 V snel
Kompasveilige afstand
460 mm
(18,11 in.)
Max. vermogen bij 10 V
gelijkstroom
36 W
Nominale opgenomen
stroom bij 12 V gelijkstroom
2,5 A
Max. opgenomen stroom bij
12 V gelijkstroom
3.0 A
Zekering
5 A, 125 V snel
Type
Telegram
Beschrijving
Kompasveilige afstand
460 mm
(18,11 in.)
Zenden
GPAPB
APB: Koers- of spoorcontrole
(stuurautomaat) telegram "B"
57,2 W
GPBOD
BOD: Richting (vertrekpunt naar
bestemming)
Nominale opgenomen
stroom bij 12 V gelijkstroom
3,82 A
GPBWC
BWC: Richting en afstand tot
waypoint
Max. opgenomen stroom bij
12 V gelijkstroom
5,24 A
GPGGA
GGA: GPSpositiebepalingsgegevens
Zekering
8 A, 125 V snel
GPGLL
Kompasveilige afstand
300 mm
(11,81 in.)
GLL: Geografische positie
(breedtegraad en lengtegraad)
GPGSA
GSA: GNSS DOP en actieve
satellieten
GPGSV
GSV: GNSS-satellieten in
weergavemodus
GPRMB
RMB: Aanbevolen minimum
navigatie-informatie
GPRMC
RMC: Aanbevolen minimum
specifieke GNSS-gegevens
GPRTE
RTE: Routes
GPVTG
VTG: Koers over de grond en
snelheid over de grond
GPWPL
WPL: Waypoint-locatie
GPXTE
XTE: Koersfout
PGRME
E: Geschatte fout
PGRMM
M: Kaartdatum
PGRMZ
Z: Hoogte
SDDBT
DBT: Diepte onder transducer
SDDPT
DPT: Diepte
SDMTW
MTW: Watertemperatuur
SDVHW
VHW: Watersnelheid en koers
DPT
Diepte
DBT
Diepte onder de transducer
MTW
Watertemperatuur
Modellen van zestien Max. vermogen bij 10 V
inch
gelijkstroom
Type
PGN
Zenden en
ontvangen
059392 ISO-bevestiging
129285 Navigatieroute en waypoint-informatie
Ontvangen
127489 Motorparameters: Dynamisch
127488 Motorparameters: Snelle update
127493 Transmissieparameters: Dynamisch
127505 Vloeistofniveau
128259 Snelheid: Door het water
128267 Waterdiepte
129025 Positie: Snelle update
129038 AIS-klasse A positierapport
129039 AIS-klasse B positierapport
129040 AIS-klasse B uitgebreid positierapport
129539 GNSS DOP's
129794 AIS-klasse A vaste gegevens en
vaargegevens
129809 AIS-klasse B “CS” rapport met vaste
gegevens, deel A
129810 AIS-klasse B “CS” rapport met vaste
gegevens, deel B
130310 Omgevingsparameters
130311 Omgevingsparameters (verouderd)
130313 Vochtigheid
130314 Actuele druk
NMEA 0183-informatie
Beschrijving
059904 ISO-aanvraag
126208 NMEA: Opdracht, aanvraag en
bevestiging van groepfunctie
126464 PGN List Group-functie verzenden en
ontvangen
126996 Productinformatie
129026 COG en SOG: Snelle update
129029 GNSS-positiegegevens
129540 GNSS-satellieten in weergavemodus
130306 Windgegevens
130312 Temperatuur
127250 Voorliggende koers van vaartuig
127258 Magnetische variatie
128259 Snelheid: Door het water
128267 Waterdiepte
129025 Positie: Snelle update
129283 Koersfout
6
126992 Systeemtijd
127250 Voorliggende koers van vaartuig
060928 ISO-adresreservering
Zenden
Beschrijving
129284 Navigatiegegevens
NMEA 2000 PGN-informatie
Type
PGN
Ontvangen
Type
Telegram
Beschrijving
VHW
Watersnelheid en koers
WPL
Waypoint-locatie
DSC
Digital Selective Calling-gegevens
DSE
Uitgebreide Digital Selective Callinggegevens
HDG
Koers, afwijking en variatie
HDM
Koers, magnetisch
MWD
Windrichting en snelheid
MDA
Meteorologische samenstelling
MWV
Windsnelheid en -hoek
VDM
AIS VHF data-link-bericht
U kunt de volledige informatie over NMEA (National Marine Electronics
Association)-indeling en telegrammen aanschaffen bij: NMEA, Seven
Riggs Avenue, Severna Park, MD 21146 USA (www.nmea.org)
7
Garmin , het Garmin logo en GPSMAP zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Deze handelsmerken mogen niet worden
gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
®
NMEA , NMEA 2000 en het NMEA 2000-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van de National Maritime Electronics Association. HDMI is een geregistreerd handelsmerk van HDMI Licensing, LLC.
®
®
© 2014 Garmin Ltd. or its subsidiaries
®
www.garmin.com/support
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising