Garmin | GPSMAP® 8417 MFD | Garmin GPSMAP® 8417 MFD Installatie-instructies

Garmin GPSMAP® 8417 MFD Installatie-instructies
GPSMAP 8400/8600
serie
®
Installatie-instructies
Belangrijke veiligheidsinformatie
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
De nieuwe software op een geheugenkaart laden
1 Plaats een geheugenkaart in de kaartsleuf van de computer.
2 Ga naar www.garmin.com/support/software/marine.html.
3 Selecteer Downloaden naast GPSMAP serie met SD kaart.
4 Lees en accepteer de voorwaarden.
5 Selecteer Downloaden.
6 Selecteer Voer uit.
7 Selecteer het station van de geheugenkaart en selecteer
vervolgens Volgende > Voltooi.
De software van het toestel bijwerken
Voordat u de software kunt bijwerken, moet u beschikken over
een software-update op een geheugenkaart of de nieuwste
software zelf op een geheugenkaart laden.
1 Schakel de kaartplotter in.
2 Nadat het startscherm verschijnt, plaatst u de geheugenkaart
in de kaartsleuf.
OPMERKING: De instructies voor de software-update
verschijnen alleen als het toestel volledig is opgestart voordat
u de kaart plaatst.
3 Volg de instructies op het scherm.
4 Wacht enkele minuten totdat de software-update is voltooid.
5 Laat de geheugenkaart op zijn plaats zitten en start de
kaartplotter handmatig opnieuw op, wanneer daar om wordt
gevraagd.
6 Verwijder de geheugenkaart.
OPMERKING: Als de geheugenkaart wordt verwijderd
voordat het toestel opnieuw is opgestart, is de softwareupdate niet voltooid.
Benodigd gereedschap
VOORZICHTIG
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een
stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren.
LET OP
Controleer voordat u gaat boren of zagen wat zich aan de
andere kant van het oppervlak bevindt.
Om de beste prestaties te garanderen en om schade aan uw
boot te voorkomen, moet u het toestel aan de hand van de
volgende instructies installeren.
Lees alle installatie-instructies zorgvuldig door voordat u met de
installatie begint. Neem contact op met Garmin Product Support
als u problemen ondervindt tijdens het installeren.
• Boormachine en boren
◦ 3,2 mm (1/8 inch) boortje, bij gebruik van houtschroeven
◦ 3,6 mm (9/64 inch) boortje, bij gebruik van de moerplaat
◦ 7,2 mm (9/32 inch) boortje, bij gebruik van de moerplaat
• Kruiskopschroevendraaier, nr. 2
• Decoupeerzaag of slijptol
• Vijl en schuurpapier
• Watervaste kit (aanbevolen)
®
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie nog vandaag in, zodat wij u beter
kunnen helpen.
• Ga naar http://my.garmin.com.
• Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op een
veilige plek.
Contact opnemen met Garmin Product Support
• Ga naar www.garmin.com/support voor supportinformatie
voor uw land.
• Bel in de VS met 913-397-8200 of 1-800-800-1020.
• Bel in het VK met 0808 238 0000.
• Bel in Europa met +44 (0) 870 850 1241.
Software-update
Mogelijk moet u de toestelsoftware bijwerken wanneer u het
toestel installeert of een accessoire toevoegt aan het toestel.
Voordat u de software kunt bijwerken, hebt u een aparte
kaartlezer nodig, zoals een Garmin kaartlezer of een andere
Garmin kaartplotter met een kaartsleuf die is aangesloten op het
Garmin Marine Network.
September 2016
Aandachtspunten bij de montage
LET OP
Dit toestel dient te worden gemonteerd op een locatie die niet
wordt blootgesteld aan extreme temperaturen of
omstandigheden. Het temperatuurbereik voor dit toestel wordt
vermeld in de productspecificaties. Langdurige blootstelling aan
temperaturen boven het opgegeven temperatuurbereik, in
opslag- of gebruiksomstandigheden, kan tot storingen in het
toestel leiden. Schade door extreme temperaturen en
gerelateerde gevolgen vallen niet onder de garantie.
Met de meegeleverde hardware en sjabloon kunt u het toestel
verzonken monteren op het dashboard.
Neem deze aandachtspunten in acht bij het kiezen van een
montagelocatie.
• De locatie moet optimaal zicht bieden tijdens het besturen
van uw boot.
• De locatie moet eenvoudig toegang bieden tot alle interfaces
van het toestel, zoals de knoppen, het aanraakscherm en de
kaartlezer, indien van toepassing.
• De locatie moet sterk genoeg zijn om het gewicht van het
toestel te dragen en te beschermen tegen overmatige
trillingen of schokken.
Gedrukt in Taiwan
190-01978-75_0B
• Teneinde interferentie met een magnetisch kompas te
voorkomen, mag het toestel niet dichter bij een kompas
worden geïnstalleerd dan op de kompasveilige afstand die is
vermeld in de productspecificaties.
• Op de locatie moet ruimte beschikbaar zijn voor het geleiden
en aansluiten van alle kabels.
Het toestel bevestigen
LET OP
Wees voorzichtig wanneer u het gat zaagt om het toestel
verzonken te monteren. Er is slechts weinig ruimte tussen de
behuizing en de montagegaten. Als u het gat te groot zaagt, kan
het toestel mogelijk niet stabiel worden bevestigd.
Gebruik alleen de meegeleverde schroeven om het toestel op
het montageoppervlak te bevestigen zodat de poedercoating
niet beschadigd raakt. Als u andere schroeven gebruikt dan de
meegeleverde schroeven, vervalt uw garantie.
Verwijder de blauwe rubberen beschermrand pas na de
installatie. De beschermrand helpt schade tijdens de installatie
voorkomen.
De meegeleverde sjabloon en het meegeleverde
bevestigingsmateriaal kunnen worden gebruikt om het toestel
verzonken te monteren op uw dashboard. Er zijn drie opties
voor hardware, afhankelijk van het materiaal van het
montageoppervlak.
• U kunt montagegaten boren en de meegeleverde
houtschroeven gebruiken.
• U kunt gaten boren en de meegeleverde moerplaten en
machineschroeven gebruiken. De moerplaten kunnen extra
stabiliteit bieden aan een dunner oppervlak.
• U kunt gaten drevelen, deze tappen en van M4 schroefdraad
voorzien, en de meegeleverde machineschroeven gebruiken.
1 Snijd de montagesjabloon uit en controleer of deze past op
de locatie waar u het toestel wilt monteren.
2 Bevestig de sjabloon op de gekozen locatie.
3 Maak met een boor van 3,6 mm (9/64 in.) een of meer gaten
binnen de hoeken van de ononderbroken lijn op de sjabloon
om het montageoppervlak voor te bereiden voor zagen.
4 Zaag met een decoupeerzaag of roterend gereedschap het
montageoppervlak uit langs de binnenkant van de
ononderbroken lijn op de sjabloon.
Plaats
het toestel in de opening om te testen of dit past.
5
6 Gebruik indien nodig een vijl en schuurpapier om de opening
heel precies op maat te krijgen.
7 Als het toestel goed in de opening past, dient u te controleren
of de montagegaten op het toestel zijn uitgelijnd met de
grotere gaten van 7,2 mm (9/32 in.) op de sjabloon.
8 Markeer de nieuwe locaties van de montagegaten als deze
niet zijn uitgelijnd met het toestel.
9 Afhankelijk van het montageoppervlak kunt u de grotere
gaten boren, drevelen of tappen:
• Boor montagegaten van 3,2 mm (1/8 inch) voor de
meegeleverde houtschroeven en ga naar stap 18.
• Boor gaten van 7,2 mm (9/32 inch) voor de meegeleverde
moerplaat en machineschroeven.
• Drevel en tap M4-gaten voor de meegeleverde
machineschroeven en ga naar stap 18.
10 Als u de moerplaten gebruikt, plaatst u vanaf één hoek van
de sjabloon een moerplaat À over het grotere gat Á dat u in
stap 9 hebt geboord.
2
Het kleinere gat  op de moerplaat moet worden uitgelijnd
met het kleinere gat op de sjabloon.
11 Markeer de nieuwe locatie van het gat als het kleinere gat
van 3,6 mm (9/64 inch) op de moerplaat niet is uitgelijnd met
het kleinere gat op de sjabloon.
12 Herhaal de stappen 10 en 11 voor elke moerplaat.
13 Maak de kleinere gaten met een boortje van 3,6 mm
(9/64 inch).
14 Verwijder de sjabloon van het montageoppervlak.
15 Plaats vanaf één hoek van de montagelocatie een moerplaat
à op de achterzijde van het montageoppervlak, waarbij u de
grote en kleine gaten uitlijnt.
Het hogere gedeelte van de moerplaat moet passen in het
grotere gat.
16 Bevestig de moerplaat stevig aan het montageoppervlak door
een meegeleverde M3-schroef Ä vast te draaien door het
kleinere gat van 3,6 mm (9/64 inch).
17 Herhaal de stappen 15 en 16 voor elke moerplaat langs de
boven- en onderkant van het toestel.
18 Als u geen toegang hebt tot de achterzijde van het toestel
nadat u dit hebt gemonteerd, verbindt u alle benodigde
kabels met het toestel voordat u dit in de opening plaatst.
OPMERKING: Bedek ongebruikte aansluitingen met de
bevestigde weerkapjes om te voorkomen dat de metalen
contactpunten roesten.
19 Plaats het toestel in de opening.
20 Bevestig het toestel aan het montageoppervlak met de
meegeleverde M4-schroeven Å of houtschroeven,
afhankelijk van de montagemethode.
21 Verwijder voorzichtig de rubberen beschermrand en gooi
deze weg.
22 Bevestig de sierrand door deze op zijn plaats te klikken
rondom het toestel.
Aandachtspunten bij de aansluiting
Houd rekening met deze aandachtspunten wanneer u dit toestel
op een voedingsbron en op andere Garmin toestellen aansluit.
• De voedings- en aardingsverbindingen naar de accu moeten
worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat deze veilig
zijn en niet kunnen losraken.
• De kabels zijn mogelijk verpakt zonder de aangebrachte
borgringen zodat de kabels eenvoudig kunnen worden
doorgevoerd. De kabels moeten worden doorgevoerd
voordat de borgringen worden bevestigd.
• Na het bevestigen van een borgring op een kabel, moet u
ervoor zorgen dat de ring goed is vastgezet en de afdichtring
is aangebracht, zodat de voedings- of gegevensverbinding
niet kan losraken.
Verbinden met voeding
WAARSCHUWING
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
1 Leid de voedingskabel naar de voedingsbron en het toestel.
2 Sluit de rode draad aan op de positieve pool van de accu (+)
en de zwarte draad op de negatieve pool van de accu (-).
3 Plaats de borg- en O-ring aan het uiteinde van de
voedingskabel.
4 Verbind de voedingskabel met het toestel door de borgring
naar rechts te draaien.
Overweging bij aanvullende aarding
In de meeste installatie-situaties hoeft het chassis van dit toestel
niet aanvullend te worden geaard. Als er interferentie optreedt,
kunt u de aardingsschroef op de behuizing gebruiken om het
toestel te verbinden met de wateraarding van de boot om
interferentie te voorkomen.
Voedingskabel verlengen
Zo nodig kunt u de voedingskabel verlengen met een kabel van
de juiste dikte en lengte.
Onderdeel
À
Á
Â
Beschrijving
Zekering
Batterij
1,8 m (6 ft.) geen verlenging
Onderdeel Beschrijving
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Zekering
20,3 cm (8 in.)
Batterij
20,3 cm (8 in.)
11 m (36 ft.) maximale verlenging
Overwegingen bij verbinding van station
Dit toestel kan samen met andere compatibele Garmin
toestellen worden ingesteld zodat ze samenwerken als station.
Houd rekening met de volgende overwegingen wanneer u
stations plant op uw boot.
• Toestellen vóór de GPSMAP 8000 serie en GPSMAP 8500
serie kunnen niet worden gebruikt in een station.
• Hoewel het niet nodig is, kunt u het beste alle toestellen die u
in één station wilt gebruiken, naast elkaar installeren.
• Er zijn geen speciale verbindingen nodig om een station te
maken, zolang alle toestellen zijn verbonden met de Garmin
Marine Network (Aandachtspunten Garmin Marine Network,
pagina 3).
• Stations worden gemaakt en gewijzigd met behulp van de
toestelsoftware. Zie de gebruikershandleiding bij het toestel
voor meer informatie.
Aandachtspunten Garmin Marine Network
LET OP
Een Garmin Power over Ethernet (PoE) isolatiekoppeling (P/N
010-10580-10) moet worden gebruikt voor het aansluiten van
een extern toestel, zoals een FLIR camera, op een Garmin
Marine Network. Een PoE toestel direct aansluiten op een
Garmin Marine Network kaartplotter beschadigt de Garmin
kaartplotter en kan het PoE toestel beschadigen. Als u een
extern toestel rechtstreeks aansluit op een Garmin Marine
Network kaartplotter, leidt dit tot problemen met de Garmin
toestellen, zoals problemen met uitschakelen of software die
beschadigd raakt.
®
Dit toestel kan worden verbonden met aanvullende Garmin
Marine Network toestellen om gegevens te delen, zoals radar,
sonar en gedetailleerde kaarten. Houd rekening met de
volgende overwegingen wanneer u Garmin Marine Network
toestellen verbindt met dit toestel.
• Alle toestellen die zijn aangesloten op het Garmin Marine
Network, moeten worden aangesloten op dezelfde aarde.
• Er moet een Garmin Marine Network kabel worden gebruikt
voor alle Garmin Marine Network aansluitingen.
◦ U mag geen CAT5-kabel en RJ45-stekkers van andere
merken gebruiken voor Garmin Marine Network
verbindingen.
◦ Andere Garmin Marine Network kabels en stekkers zijn
verkrijgbaar bij uw Garmin dealer.
• De NETWORK poorten op het toestel fungeren elk als
netwerkswitch. U kunt elk compatibel toestel verbinden met
elke NETWORK poort om gegevens te delen met alle
toestellen op de boot die zijn verbonden via een Garmin
Marine Network kabel.
NMEA 2000 aandachtspunten
®
Onderdeel Beschrijving
À
Á
Verbinding
• Verlengdraad van 5,26 mm² (10 AWG), maximaal 4,6 m
(15 ft.)
• Verlengdraad van 8,36 mm² (8 AWG), maximaal 7 m (23
ft.)
• Verlengdraad van 13,29 mm² (6 AWG), maximaal 11 m
(36 ft.)
LET OP
Als u dit toestel aansluit op een bestaand NMEA 2000 netwerk,
moet het NMEA 2000 netwerk reeds zijn aangesloten op de
voeding. Sluit de NMEA 2000 voedingskabel niet op een
bestaand NMEA 2000 netwerk aan omdat er slechts één
voedingsbron mag worden aangesloten op een NMEA 2000
netwerk.
Als u dit toestel aansluit op een bestaand NMEA 2000 netwerk
of motornetwerk van een andere fabrikant, moet u een NMEA
3
2000 Power Isolator (010-11580-00) tussen het bestaande
netwerk en de Garmin toestellen installeren.
Als u een NMEA 2000 voedingskabel installeert, moet u deze
verbinden met de contactschakelaar van de boot of via een
andere onderbrekingsschakelaar. NMEA 2000 toestellen zullen
uw accu leegtrekken indien de NMEA 2000 voedingskabel
rechtstreeks is aangesloten op de accu.
Het toestel kan worden verbonden met een NMEA 2000 netwerk
op uw boot om gegevens van NMEA 2000 compatibele
toestellen te delen, zoals een GPS-antenne of een marifoon.
Met de meegeleverde NMEA 2000 kabels en connectors kunt u
het toestel aansluiten op uw bestaande NMEA 2000 netwerk.
Als u geen bestaand NMEA 2000 netwerk heeft, kunt u een
basisnetwerk maken met de kabels van Garmin.
Als u niet vertrouwd bent met NMEA 2000, kunt u het beste het
hoofdstuk 'NMEA 2000 Network Fundamentals' van de
Technical Reference for NMEA 2000 Products lezen. U kunt dit
document vinden via de koppeling Handleidingen op de
productpagina van uw toestel op www.garmin.com.
De poort met het label NMEA 2000 wordt gebruikt om het
toestel te verbinden met een standaard NMEA 2000 netwerk.
Onderdeel
Beschrijving
NMEA 0183 toestelverbindingen
In dit diagram worden zowel verzendende als ontvangende
verbindingen geïllustreerd. U kunt dit diagram ook voor
eenrichtingscommunicatie gebruiken. Als u informatie wilt
ontvangen van een NMEA 0183 toestel, raadpleegt u items Ê,
Ë, Ì, Í en Î bij het aansluiten van het Garmin toestel. Als u
informatie wilt verzenden naar een NMEA 0183 toestel,
raadpleegt u items Ê, Ë, Ì, Ï en Ð bij het aansluiten van het
Garmin toestel.
NMEA 2000 compatibel Garmin toestel
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Ç
È
GPS-antenne
Startschakelaar of onderbrekingsschakelaar
NMEA 2000 voedingskabel
NMEA 2000 netwerkkabel
Voedingsbron met 12 V gelijkstroom
NMEA 2000 afsluitweerstand of backbone-kabel
NMEA 2000 T-connector
Onderdeel
Beschrijving
NMEA 2000 afsluitweerstand of backbone-kabel
NMEA 0183 verbinding - overwegingen
®
• Raadpleeg de installatie-instructies voor het NMEA 0183
toestel om de verzenddraden (Tx) A(+) en B(-) en de
ontvangstdraden (Rx) A(+) en B(-) te bepalen.
• Elke interne Rx en Tx poort heeft twee draden met het label
A (+) en B (-) overeenkomstig de NMEA 0183 conventie. De
corresponderende A(+) en B(-) draden van elke interne poort
dienen te worden verbonden met de A(+) en B(-) draden van
het NMEA 0183 toestel. Raadpleeg de tabel en
bedradingsschema's wanneer u de gegevenskabel verbindt
met NMEA 0183 toestellen.
• U moet afgeschermde twisted-pair draden van 0,08 mm² (28
AWG) voor lange bedradingslengten gebruiken. Soldeer alle
verbindingen en verzegel deze met krimpkousen.
4
• Zie NMEA 0183-informatie, pagina 8 voor een lijst met de
goedgekeurde NMEA 0183 telegrammen die worden
uitgevoerd vanaf en ingevoerd naar uw toestel.
• De interne NMEA 0183 poorten en communicatieprotocollen
worden geconfigureerd op het verbonden Garmin toestel. Zie
het NMEA 0183 gedeelte in de gebruikershandleiding van de
kaartplotter voor meer informatie.
• De aardedraden van de NMEA 0183-gegevenskabel en uw
NMEA 0183 toestel moeten beide zijn verbonden met aarde.
• Wanneer u NMEA 0183 toestellen aansluit met twee
zendende en twee ontvangende draden, is het niet nodig om
de NMEA 0183 toestellen op een gemeenschappelijke
aarding aan te sluiten.
• Wanneer u een NMEA 0183 toestel aansluit met één
zendende (Tx) draad of met één ontvangende (Rx) draad,
moeten de NMEA 0183 toestellen worden verbonden met
een gemeenschappelijke aarde.
• Voor tweewegscommunicatie met een NMEA 0183 toestel
worden de interne poorten op de NMEA 0183 gegevenskabel
niet verbonden. Als bijvoorbeeld de invoer van het NMEA
0183 toestel is verbonden met de interne uitvoerpoort 1 op
de gegevenskabel, kunt u de uitvoerpoort van uw NMEA
0183 toestel verbinden met een van de interne invoerpoorten
(poort 1, 2, 3 of 4) op de kabel.
• Er zijn vier interne NMEA 0183 invoerpoorten (Rx poorten)
en twee interne NMEA 0183 uitvoerpoorten (Tx poorten) op
de meegeleverde NMEA 0183 gegevenskabel. U kunt
verbinding maken met één NMEA 0183 toestel per interne Rx
poort om gegevens in te voeren naar uw Garmin toestel en u
kunt maximaal drie NMEA 0183 toestellen in parallel
verbinden met elke interne Tx-poort om gegevensuitvoer van
uw Garmin toestel te ontvangen.
Voedingsbron
À
Á
Â
Ã
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
Í
Î
Voedingskabel
NMEA 0183 toestel
NMEA 0183 kabel
Garmin draadfunctie
Kleur van
draad Garmin
NMEA Functie
van draad 0183
toestel
Vermogen
Rood
Vermogen
Aarding stroom
Zwart
Aarding stroom
Aarding
gegevens
Zwart
Aarding
gegevens
RxA (+)
Wit
TxA (+)
RxB (-)
Oranje/wit
TxB (-)
Onderdeel
Ï
Ð
Garmin draadfunctie
Kleur van
draad Garmin
NMEA Functie
van draad 0183
toestel
Onderdeel Garmin draadfunctie
TxA (+)
Grijs
RxA (+)
Í
Î
TxB (-)
Roze
RxB (-)
Asymmetrische NMEA 0183 toestelverbindingen
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
Í
Î
Ï
Ð
TxA (+)
Grijs
RxA
TxB (-)
Roze
N.v.t.
NMEA 0183 toestel gekoppeld met een enkele zendende
draad
In dit voorbeeld verzendt het NMEA 0183 toestel gegevens naar
de kaartplotter.
Beschrijving
Voedingsbron
À
Á
Â
Ã
Onderdeel
Kleur van
NMEA Functie van
draad Garmin draad 0183 toestel
Onderdeel
Voedingskabel
NMEA 0183 toestel
NMEA 0183 kabel
Garmin draadfunctie
Kleur van
draad Garmin
NMEA Functie
van draad 0183
toestel
Vermogen
Rood
Vermogen
Aarding stroom
Zwart
Aarding stroom
Aarding
gegevens
Zwart
Aarding
gegevens
RxB (-)
Oranje/wit
N.v.t.
RxA (+)
Wit
Tx
TxA (+)
Grijs
Rx
TxB (-)
Roze
N.v.t.
• Laat de roze draad onaangesloten als het NMEA 0183
toestel slechts één ontvangende (Rx) draad heeft (geen A, B,
+ of -).
• Sluit de oranje/witte draad aan op aarde als het NMEA 0183
toestel slechts één verzendende draad (Tx) heeft (geen A, B,
+ of -).
Beschrijving
Voedingsbron
À
Á
Â
Ã
Voedingskabel
NMEA 0183 toestel
NMEA 0183 kabel
Onderdeel Garmin draadfunctie
Ê
Ë
Ì
Í
Î
Kleur van
NMEA Functie van
draad Garmin draad 0183 toestel
Vermogen
Rood
Vermogen
Aarding stroom
Zwart
Aarding stroom
Aarding gegevens
Zwart
Aarding gegevens
RxB (-)
Oranje/wit
N.v.t.
RxA (+)
Wit
TxA (+)
NMEA 0183 met audiokabel-pinout
De NMEA 0183 met audiokabel bevat kale bedrading en een
RCA-connector voor een audio uit-verbinding met een stereo,
inclusief FUSION stereo's. Deze pinout-informatie is voor
NMEA 0183 met audiokabel (010-12390-21). De kaartplotter is
ook compatibel met NMEA 0183 schroefkabels die niet voorzien
zijn van audio-verbindingen (010-11425-02 en 010-11425-05).
Deze kabels worden niet bij de kaartplotter geleverd.
®
NMEA 0183 toestel gekoppeld met een enkele ontvangende
draad
In dit voorbeeld ontvangt het NMEA 0183 toestel gegevens van
de kaartplotter.
Poort
Draadfunctie
Draadkleur Pinnummer
Invoerpoort 1
Rx/A (+)
Wit
Rx/B (-)
Oranje/wit
Rx/A (+)
Bruin
Rx/B (-)
Bruin/wit
Rx/A (+)
Paars
Rx/B (-)
Paars/wit
Rx/A (+)
Zwart/wit
Rx/B (-)
Rood/wit
Invoerpoort 2
Onderdeel
Voedingsbron
À
Á
Â
Ã
Voedingskabel
Invoerpoort 4
NMEA 0183 toestel
NMEA 0183 kabel
Onderdeel Garmin draadfunctie
Ê
Ë
Ì
Invoerpoort 3
Beschrijving
Kleur van
NMEA Functie van
draad Garmin draad 0183 toestel
Vermogen
Rood
Vermogen
Aarding stroom
Zwart
Aarding stroom
Aarding gegevens
Zwart
Aarding gegevens
Uitvoerpoort 1 Tx/A (+)
Grijs
Tx/B (-)
Roze
Uitvoerpoort 2 Tx/A (+)
Tx/B (-)
Blauw
Blauw/wit
5
Poort
Draadfunctie
Draadkleur Pinnummer
N.v.t.
Audio algemeen
Blauw/rood
N.v.t.
Audiokanaal rechts
Rood
N.v.t.
Audiokanaal links
Wit
N.v.t.
Alarm
Geel
N.v.t.
Accessoire ingeschakeld
Oranje
N.v.t.
Aarde (afscherming)
Zwart
N.v.t.
Reserve
N.v.t.
U mag niet meer dan één kaartplotter op één motornetwerk
aansluiten. Als u meer dan één kaartplotter op één
motornetwerk aansluit, kan dit leiden tot onverwacht gedrag.
De poort met het label ENGINE/J1939 wordt gebruikt om het
toestel aan te sluiten op het bestaande motornetwerk. U moet
de kabel binnen 6 m (20 ft.) leggen van de backbone van het
motornetwerk.
De Garmin GPSMAP J1939 accessoirekabel moet worden
verbonden met een voedingsbron en vereist een juiste stekker.
Voor meer informatie over het aansluiten op uw motornetwerk,
raadpleegt u de documentatie van de motorfabrikant.
Lamp- of hoornverbindingen
Het toestel kan worden gebruikt met een lamp en/of hoorn om
een geluid of visueel signaal weer te geven wanneer op de
kaartplotter een bericht wordt weergegeven. Dit is optioneel en
het toestel werkt ook zonder alarmdraad. Houd rekening met de
volgende overwegingen wanneer u het toestel verbindt met een
lamp of hoorn.
• Het alarmcircuit schakelt over naar laagspanning wanneer
het alarm afgaat.
• De maximumstroom is 100 mA en u hebt een relais nodig om
de stroom vanaf de kaartplotter te beperken tot 100 mA.
• Als u handmatig wilt schakelen tussen visuele signalen en
geluiden, kunt u eenpolige aan-uitschakelaars installeren.
Pen
À
Á
Â
Ã
Ä
Draadkleur
Beschrijving
Gestript
Afscherming
Rood
Voeding, positief
Zwart
Voeding, negatief
Wit
CAN hoog
Blauw
CAN laag
Overwegingen bij HDMI video
®
LET OP
U moet een Garmin GPSMAP accessoirekabel gebruiken bij het
aansluiten van de kaartplotter op de videobron of -display om
corrosie als gevolg van vocht te voorkomen. Sluit geen
mediaspelerstick rechtstreeks aan op de achterkant van de
kaartplotter. Als u verschillende kabels gebruikt of een
mediaspelerstick aansluit op de achterkant van de kaartplotter,
vervalt de garantie.
Onderdeel Beschrijving
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
Voedingsbron
Voedingskabel
Hoorn
Lamp
NMEA 0183 kabel
Relais (spoelstroom van 100 mA)
Schakelaars om lamp- of hoornsignalen in en uit te
schakelen
Draadkleur
Draadfunctie
Rood
Vermogen
Zwart
Aarding
Geel
Alarm
Overwegingen bij J1939 motornetwerkverbindingen
LET OP
U moet een Garmin GPSMAP J1939 accessoirekabel gebruiken
bij het aansluiten van de kaartplotter op het J1939 motornetwerk
om corrosie door middel van vocht te voorkomen. Als u een
andere kabel gebruikt, vervalt uw garantie.
Als u beschikt over een bestaand motornetwerk op uw boot,
moet dit reeds zijn aangesloten op de voeding. Voeg geen extra
voedingsbron toe.
Deze kaartplotter kan worden aangesloten op een motornetwerk
op uw boot om gegevens te lezen van compatibele toestellen
zoals bepaalde motoren. Het motornetwerk voldoet aan een
standaard en gebruikt eigen berichtgeving.
6
Deze kaartplotter is geschikt voor video-invoer van HDMI
videobronnen, zoals een Chromecast™ toestel of een Blu-Ray™
speler. U kunt beveiligde HDMI inhoud (HDCP-inhoud) op het
kaartplotterscherm bekijken. HDMI video wordt gedeeld via het
Garmin Marine Network, maar wordt niet gedeeld via het NMEA
2000 netwerk. HDCP-inhoud wordt niet gedeeld via het Garmin
Marine Network.
Via de HDMI OUT poort kunt u het kaartplotterscherm
dupliceren op een ander toestel, zoals een televisie of monitor.
U kunt geen HDCP-inhoud op een gedupliceerd scherm
bekijken.
De Garmin GPSMAP HDMI accessoirekabel is 4,5 m (15 ft)
lang. Als u een langere kabel nodig hebt, mag u alleen een
actieve HDMI kabel gebruiken. U hebt een HDMI koppeling
nodig om de twee HDMI kabels aan te sluiten.
U hebt een Garmin GPSMAP USB OTG adapterkabel nodig om
een mediaspelerstick aan te sluiten. De USB poort kan een
mediaspelerstick voorzien van maximaal 2,5 W stroom.
U moet alle kabels aansluiten in een droge omgeving.
Onderdeel Beschrijving
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
GPSMAP 8400/8600 kaartplotter
Scherm met HDMI In poort, zoals een computer of televisie
Specificaties
Fysieke specificaties
GPSMAP HDMI kabel (HDMI IN)
Toestel
GPSMAP USB OTG adapterkabel om de HDMI bron van
stroom te voorzien, indien mogelijk (maximaal 2,5 W)
Alle modellen Materiaal
8417/8617
Overwegingen bij composite video
8422/8622
U kunt de kaartplotter op een computer aansluiten om het
computerscherm te bekijken en de computer te bedienen via het
aanraakscherm. Als u het computerscherm wilt zien, moet u de
computer aansluiten op de HDMI IN poort. Als u de computer
wilt bedienen via het aanraakscherm van de kaartplotter, moet u
de computer aansluiten op de USB poort.
De Garmin GPSMAP HDMI accessoirekabel is 4,5 m (15 ft)
lang. Als u een langere kabel nodig hebt, mag u alleen een
actieve HDMI kabel gebruiken. U hebt een HDMI koppeling
nodig om de twee HDMI kabels aan te sluiten. U moet alle
kabels aansluiten in een droge omgeving.
De Garmin GPSMAP USB accessoirekabel is 4,5 m (15 ft) lang.
Als u een langere kabel nodig hebt, mag u alleen een USB-hub
of een USB-repeaterverlengkabel gebruiken. U moet alle kabels
aansluiten in een droge omgeving.
Afmetingen (B × H ×
D)
419,3 × 307,7 × 69,2 mm (16 1/2
× 12 1/8 × 2 3/4 in.)
Gewicht
5,2 kg (11,48 lbs.)
Temperatuurbereik
Van -15° tot 55°C (van 5° tot
131°F)
Afmetingen (B × H ×
D)
528,9 × 349,9 × 69,2 mm (20
3
3
16 × 13 /4 × 2 /4 in.)
13/
Schermgrootte (B×H) 476,2 × 268,3 mm (18 3/4 × 10
9/ in.)
16
8424/8624
Bediening via het aanraakscherm voor een
aangesloten computer
LET OP
U moet een Garmin GPSMAP accessoirekabel gebruiken bij het
aansluiten van de kaartplotter op de computer om corrosie als
gevolg van vocht te voorkomen. Als u andere kabels gebruikt,
vervalt uw garantie.
Gegoten aluminium en polycarbonaat-kunststof
Schermgrootte (B×H) 366,8 × 229,6 mm (14 7/16 × 9
1/ in.)
16
Droge omgeving, beschermd tegen vocht
Deze kaartplotter is geschikt voor invoer van composite
videobronnen via de poort met het label CVBS IN. Houd
rekening met deze overwegingen als u composite video
aansluit.
• De CVBS IN poort maakt gebruik van een BNC-connector. U
kunt een BNC-naar-RCA-adapter gebruiken om een
composite videobron met RCA-connectors aan te sluiten op
de CVBS IN poort.
• Video wordt gedeeld via het Garmin Marine Network, maar
wordt niet gedeeld via het NMEA 2000 netwerk.
Waarde
Waterbestendigheid* IEC 60529 IPX7
GPSMAP HDMI kabel (HDMI OUT)
HDMI bron, zoals een Blu-Ray speler of Chromecast
toestel
Specificatie
Gewicht
7,1 kg (15,63 lbs.)
Temperatuurbereik
Van -15° tot 55°C (van 5° tot
131°F)
Afmetingen (B × H ×
D)
578,9 × 408,9 × 69,2 mm (22
1
3
16 × 16 /8 × 2 /4 in.)
13/
Schermgrootte (B×H) 519,4 × 325,0 mm (20 7/16 × 12
13/ in.)
16
Gewicht
8,6 kg (18,95 lbs.)
Temperatuurbereik
Van -10° tot 55°C (van 14° tot
131°F)
*Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.
Elektronische specificaties
Toestel
Specificatie
Alle modellen Ingangsspanning
8417/8617
Afmetingen
Van 10 tot 35 V gelijkstroom
Zekering
15 A
NMEA 2000 LEN
2
NMEA 2000 stroomverbruik
Max. 75 mA
Max. stroomverbruik
35 W
Nominale opgenomen stroom 2,8 A
bij 12 V gelijkstroom
Nominale opgenomen stroom 1,4 A
bij 24 V gelijkstroom
8422/8622
Max. opgenomen stroom
3,5 A
Kompasveilige afstand
Toestel: 53,34 cm (21 in.)
Toestel en zonnekap:
99,06 cm (39 in.)
Zonnekap: 48,26 cm
(19 in.)
Max. stroomverbruik
49 W
Nominale opgenomen stroom 3,9 A
bij 12 V gelijkstroom
Nominale opgenomen stroom 1.8 A
bij 24 V gelijkstroom
Onderdeel
À
Á
Â
Ã
Ä
Beschrijving
Max. opgenomen stroom
4,9 A
Kompasveilige afstand
Toestel: 68,58 cm (27 in.)
Toestel en zonnekap:
111,76 cm (44 in.)
Zonnekap: 43,18 cm
(17 in.)
Max. stroomverbruik
76 W
GPSMAP 8400/8600 kaartplotter
Computer
GPSMAP USB kabel
Droge omgeving, beschermd tegen vocht
GPSMAP HDMI kabel (HDMI IN)
8424/8624
Nominale opgenomen stroom 6,1 A
bij 12 V gelijkstroom
7
Toestel
Specificatie
Afmetingen
Nominale opgenomen stroom 2,8 A
bij 24 V gelijkstroom
NMEA 0183-informatie
Type
Telegram
Beschrijving
Zenden
GPAPB
APB: Koers- of spoorcontrole
(stuurautomaat) telegram "B"
GPBOD
BOD: Richting (vertrekpunt naar
bestemming)
GPBWC
BWC: Richting en afstand tot
waypoint
GPGGA
GGA: GPS-positiebepalingsgegevens
GPGLL
GLL: Geografische positie
(breedtegraad en lengtegraad)
GPGSA
GSA: GNSS DOP en actieve
satellieten
060928 ISO adresreservering
GPGSV
126208 NMEA: Opdracht, aanvraag en
bevestiging groepfunctie
GSV: GNSS-satellieten in weergavemodus
GPRMB
126464 PGN-lijst verzenden en ontvangen
(groepfunctie)
RMB: Aanbevolen minimum
navigatie-informatie
GPRMC
RMC: Aanbevolen minimum
specifieke GNSS-gegevens
GPRTE
RTE: Routes
GPVTG
VTG: Koers over de grond en
snelheid over de grond
129540 GNSS satellieten in weergavemodus
GPWPL
WPL: Waypoint-locatie
130306 Windgegevens
GPXTE
XTE: Koersfout
130312 Temperatuur
PGRME
E: Geschatte fout
127250 Voorliggende koers van vaartuig
PGRMM
M: Kaartdatum
127258 Magnetische variatie
PGRMZ
Z: Hoogte
128259 Snelheid: Door het water
SDDBT
DBT: Diepte onder transducer
128267 Waterdiepte
SDDPT
DPT: Diepte
129025 Positie: Snelle update
SDMTW
MTW: Watertemperatuur
129283 Koersfout
SDVHW
VHW: Watersnelheid en koers
DPT
Diepte
129285 Navigatieroute en via-puntinformatie
DBT
Diepte onder de transducer
065030 Generator average basic AC quantities
(GAAC)
MTW
Watertemperatuur
VHW
Watersnelheid en koers
WPL
Waypoint-locatie
DSC
Digital Selective Callinggegevens
DSE
Uitgebreide Digital Selective
Calling-gegevens
127504 AC-uitvoerstatus
HDG
Koers, afwijking en variatie
127505 Vloeistofniveau
HDM
Koers, magnetisch
127508 Batterijstatus
MWD
Windrichting en snelheid
128259 Snelheid: Door het water
MDA
Meteorologische samenstelling
128267 Waterdiepte
MWV
Windsnelheid en -hoek
129025 Positie: Snelle update
VDM
AIS VHF data-link-bericht
Max. opgenomen stroom
7,6 A
Kompasveilige afstand
Toestel: 73,66 cm (29 in.)
Toestel en zonnekap:
124,46 cm (49 in.)
Zonnekap: 43,18 cm
(17 in.)
NMEA 2000 PGN informatie
Type
PGN
Beschrijving
Zenden en ontvangen 059392 ISO bevestiging
059904 ISO aanvraag
126996 Productinformatie
129026 COG en SOG: Snelle update
129029 GNSS positiegegevens
Zenden
129284 Navigatiegegevens
Ontvangen
Ontvangen
126992 Systeemtijd
127250 Voorliggende koers van vaartuig
127489 Motorparameters: Dynamisch
127488 Motorparameters: Snelle update
127493 Transmissieparameters: Dynamisch
129038 AIS klasse A positierapport
129039 AIS klasse B positierapport
129040 AIS klasse B uitgebreid positierapport
129539 GNSS DOP's
129794 AIS klasse A vaste gegevens en vaargegevens
129809 AIS klasse B “CS” rapport met vaste
gegevens, deel A
8
U kunt de volledige informatie over NMEA (National Marine Electronics
Association)-indeling en telegrammen aanschaffen bij: NMEA, Seven
Riggs Avenue, Severna Park, MD 21146 USA (www.nmea.org)
J1939 PGN informatie
De kaartplotter kan J1939 PGN telegrammen ontvangen. De
kaartplotter kan niet uitzenden via het J1939 netwerk.
Telegram
Beschrijving
129810 AIS klasse B “CS” rapport met vaste
gegevens, deel B
61443
Elektronische motorcontroller 2
61444
Elektronische motorcontroller 1
130310 Omgevingsparameters
65031
Temperatuur van uitlaat
130311 Omgevingsparameters (verouderd)
65172
Ondersteunende koeling motor
130313 Vochtigheid
65252
Afzetten
130314 Actuele druk
65253
Motoruren en omwentelingen
65262
Motortemperatuur 1
Telegram
Beschrijving
65263
Vochtniveau of druk motor 1
65270
Inlaat- of uitlaatcondities 1
65271
Elektrisch vermogen voertuig
65279
Water-in-brandstof-indicator
65272
Transmissievloeistoffen 1
65248
Vaartuigafstand
65266
Brandstofverbruik (vloeibaar)
65276
Dashdisplay
65226
Actieve diagnosestoringscodes
Garmin , het Garmin logo en GPSMAP zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Deze
handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van
Garmin.
®
®
NMEA , NMEA 2000 en het NMEA 2000-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van de
National Maritime Electronics Association. HDMI is een geregistreerd handelsmerk van
HDMI Licensing, LLC.
®
®
®
9
© 2016 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
www.garmin.com/support
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising