Garmin | GPSMAP® 8008 MFD | Garmin GPSMAP® 8008 MFD Installatie-instructies

Garmin GPSMAP® 8008 MFD Installatie-instructies
Benodigd gereedschap
•
•
•
•
•
GPSMAP® 8000 serie installatieinstructies
Boormachine en boren
Nr.‍ 2 kruiskopschroevendraaier
Decoupeerzaag of roterend gereedschap
Vijl en schuurpapier
Watervaste kit (optioneel)
Belangrijke veiligheidsinformatie
De componenten monteren
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.‍
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder.‍ Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties.‍ Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.‍
Montageoverwegingen
LET OP
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een
stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren.‍
KENNISGEVING
Controleer voordat u gaat boren of zagen wat zich aan de
andere kant van het oppervlak bevindt.‍
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie nog vandaag in, zodat wij u beter
kunnen helpen.‍
• Ga naar http:​/‍​/‍my​.garmin​.com.‍
• Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op een
veilige plek.‍
Contact opnemen met Garmin Product
Support
• Ga naar www.garmin.com/‍support en klik op Contact
Support voor ondersteuningsinformatie in uw regio.‍
• Bel in de VS met (913) 397.‍8200 of (800) 800.‍1020.‍
• Bel in het VK met 0808 2380000.‍
• Bel in Europa met +44 (0) 870.‍8501241.‍
De software van het toestel bijwerken
Voordat u de software kunt bijwerken, moet u beschikken over
een software-update op een geheugenkaart of de nieuwste
software zelf op een geheugenkaart laden.‍
1 Schakel de kaartplotter in.‍
2 Nadat het startscherm verschijnt, plaatst u de geheugenkaart
in de kaartsleuf.‍
OPMERKING: De instructies voor de software-update
verschijnen alleen als het toestel volledig is opgestart
voordat u de kaart plaatst.‍
3 Volg de instructies op het scherm.‍
4 Wacht enkele minuten totdat de software-update is voltooid.‍
Het toestel werkt weer normaal zodra het softwareupdateproces is voltooid.‍
5 Verwijder de geheugenkaart.‍
OPMERKING: Als de geheugenkaart wordt verwijderd
voordat het toestel opnieuw is opgestart, is de softwareupdate niet voltooid.‍
Augustus 2014
KENNISGEVING
Dit toestel dient te worden gemonteerd op een locatie die niet
wordt blootgesteld aan extreme temperaturen of
omstandigheden.‍ Het temperatuurbereik voor dit toestel wordt
vermeld in de productspecificaties.‍ Langdurige blootstelling aan
temperaturen boven het opgegeven temperatuurbereik, in
opslag- of gebruiksomstandigheden, kan tot storingen in het
toestel leiden.‍ Schade door extreme temperaturen en
gerelateerde gevolgen vallen niet onder de garantie.‍
De meegeleverde sjabloon en het meegeleverde
bevestigingsmateriaal kunnen worden gebruikt om het toestel
op een van de twee beschikbare manieren te monteren.‍ U kunt
de meegeleverde montagesteun en het bevestigingsmateriaal
gebruiken om het toestel aan een beugel te monteren, of u kunt
de meegeleverde sjabloon en het bevestigingsmateriaal
gebruiken om het toestel verzonken te monteren op uw
dashboard.‍ Als u het toestel op een andere manier wilt
monteren waarbij het scherm op gelijke hoogte als het
dashboard ligt, moet u een pakket voor vlakke montage (apart
verkrijgbaar, installatie door een deskundige aanbevolen)
aanschaffen bij uw Garmin® dealer.‍
Houd rekening met deze overwegingen wanneer u een
montagelocatie selecteert.‍
OPMERKING: Sommige toestelmodellen kunnen niet volgens
alle methoden worden gemonteerd.‍ Zie de sectie over het
specifieke montagetype voor meer details over uw model.‍
• De locatie moet optimaal zicht bieden tijdens het besturen
van uw boot.‍
• De locatie moet eenvoudig toegang bieden tot alle interfaces
van het toestel, zoals het toetsenblok, het aanraakscherm en
de kaartlezer, indien van toepassing.‍
• De locatie moet sterk genoeg zijn om het gewicht van het
toestel te dragen en te beschermen tegen overmatige
trillingen of schokken.‍
• Teneinde interferentie met een magnetisch kompas te
voorkomen, mag het toestel niet dichter bij een kompas
worden geïnstalleerd dan op de kompasveilige afstand die is
vermeld in de productspecificaties.‍
• Op de locatie moet ruimte beschikbaar zijn voor het geleiden
en aansluiten van alle kabels.‍
Het toestel aan een beugel monteren
KENNISGEVING
Als u de beugel met schroeven bevestigt op glasvezel, kunt u
het beste bij het boren met een kleine verzinkboor alleen in de
bovenste gellaag een kleine verdieping aanbrengen.‍ U
voorkomt hiermee dat er scheuren in de gellaag ontstaan als de
schroeven worden aangedraaid.‍
Het bevestigingsmateriaal voor beugelmontage (schroeven en
ringen, of moeren, ringen en bouten) is niet meegeleverd.‍ De
openingen in de beugelsteun hebben een diameter van 7,9 mm
(5/16 inch).‍ Voordat u het toestel aan een beugel kunt monteren,
moet u het montagemateriaal kiezen dat in de gaten van de
beugelsteun past en het toestel stevig kan bevestigen aan uw
Gedrukt in Taiwan
190-01557-75_0B
specifieke montageoppervlak.‍ De vereiste grootte van het
voorboorgat hangt af van het gekozen montagemateriaal.‍
U kunt alleen de modellen van acht en twaalf inch aan een
beugel monteren.‍ Door de grootte van de modellen van vijftien
inch moet u deze verzonken of vlak monteren.‍
1 Markeer de locatie van de vier boorgaten met de
meegeleverde beugelsteun À als sjabloon Á.‍
verzonken te monteren op uw dashboard.‍ Als u het toestel zo
wilt monteren dat het scherm op gelijke hoogte als het
dashboard ligt, moet u een pakket voor verzonken montage
aanschaffen bij uw Garmin dealer.‍
1 Snijd de montagesjabloon uit en controleer of deze past op
de locatie waar u het toestel wilt monteren.‍
2 Verwijder de beschermfolie van de zelfklevende achterzijde
van de sjabloon en breng deze aan op de locatie waar u het
toestel wilt monteren.‍
3 Maak met een boor van 13 mm (½ inch) een of meer gaten
in de hoeken van de ononderbroken lijn op de sjabloon om
het montageoppervlak voor te bereiden voor zagen.‍
4 Zaag met een decoupeerzaag het montageoppervlak uit
langs de binnenkant van de ononderbroken lijn op de
sjabloon.‍
5 Plaats het toestel in de opening om te testen of dit past.‍
6 Gebruik indien nodig een vijl en schuurpapier om de opening
heel precies op maat te krijgen.‍
7 Als het toestel goed in de opening past, dient u te
controleren of de montagegaten op het toestel zijn uitgelijnd
met de grotere gaten van 7,2 mm (9/32 inch) op de sjabloon.‍
8 Markeer de nieuwe locaties van de montagegaten als deze
niet zijn uitgelijnd met het toestel.‍
9 Maak de grotere gaten met een boor van 7,2 mm (9/32 inch).‍
10 Plaats vanaf één hoek van de sjabloon een moerplaat À
over het grotere gat Á dat u in stap 9 hebt geboord.‍
2 Maak de boorgaten met een boor die geschikt is voor uw
montagemateriaal.‍
3 Bevestig de beugelsteun aan het oppervlak met behulp van
uw montagemateriaal Â.‍
4 Installeer de beugelsteunknoppen à aan de zijkanten van
het toestel.‍
5 Plaats het apparaat in de beugelsteun en draai de
beugelsteunknoppen aan.‍
Het toestel beveiligen
U kunt het toestel aan uw boot vergrendelen voor extra
veiligheid (optioneel).‍
1 Monteer het toestel aan de beugel (Het toestel aan een
beugel monteren).‍
2 Bevestig de achterkant van de behuizing À aan de boot met
behulp van een gecoate gevlochten staalkabel (niet
meegeleverd) en een slot (niet meegeleverd).‍
Het kleinere gat van 3,5 mm (9/64 inch) Â op de moerplaat
moet worden uitgelijnd met het kleinere gat op de sjabloon.‍
11 Markeer de nieuwe locatie van het gat als het kleinere gat
van 3,5 mm (9/64 inch) op de moerplaat niet is uitgelijnd met
het kleinere gat op de sjabloon.‍
12 Herhaal de stappen 10–11 om de plaatsing van de
resterende moerplaten en gaten op de sjabloon te
controleren.‍
13 Maak de kleinere gaten met een boor van 3,5 mm (9/64 inch).‍
14 Verwijder de sjabloon van het montageoppervlak.‍
15 Plaats vanaf één hoek van de montagelocatie een moerplaat
à op de achterzijde van het montageoppervlak, waarbij u de
grote en kleine gaten uitlijnt.‍
Het hogere gedeelte van de moerplaat moet passen in het
grotere gat.‍
Het toestel verzonken monteren
KENNISGEVING
Wees voorzichtig wanneer u het gat zaagt om het toestel
verzonken te monteren.‍ Er is slechts weinig ruimte tussen de
behuizing en de montagegaten.‍ Als u het gat te groot zaagt, kan
het toestel mogelijk niet stabiel worden bevestigd.‍
De meegeleverde sjabloon en het meegeleverde
bevestigingsmateriaal kunnen worden gebruikt om het toestel
2
16 Bevestig de moerplaat stevig aan het montageoppervlak
door een meegeleverde M3-schroef Ä vast te draaien door
het kleinere gat van 3,5 mm (9/64 inch).‍
17 Herhaal de stappen 15–16 om de overige moerplaten te
bevestigen aan het montageoppervlak.‍
18 Installeer de rubberen pakking Å aan de achterzijde van het
toestel.‍
De delen van de rubberen pakking hebben een zelfklevende
strip aan de achterzijde.‍ Verwijder de beschermfolie voordat
u deze delen bevestigt aan het toestel.‍
19 Als u geen toegang hebt tot de achterzijde van het toestel
nadat u dit hebt gemonteerd, verbindt u alle benodigde
kabels met het toestel voordat u dit in de opening plaatst.‍
OPMERKING: Bedek ongebruikte aansluitingen met de
bevestigde weerkapjes om te voorkomen dat de metalen
contactpunten roesten.‍
20 Plaats het toestel in de opening.‍
21 Bevestig het toestel aan het montageoppervlak met de
meegeleverde M4-schroeven Æ.‍
22 Plaats de meegeleverde pluggen over alle M4schroefkoppen.‍
23 Bevestig de sierrand door deze op zijn plaats te klikken
rondom het toestel.‍
3 Maak met een boor van 6 mm (¼ inch) een of meer gaten in
4
5
6
7
de hoeken van de ononderbroken lijn op de sjabloon om het
montageoppervlak voor te bereiden voor zagen.‍
Zaag met een decoupeerzaag het montageoppervlak uit
langs de binnenkant van de ononderbroken lijn op de
sjabloon.‍
Plaats het toestel in de opening om te testen of dit past.‍
Gebruik indien nodig een vijl en schuurpapier om de opening
heel precies op maat te krijgen.‍
Als het toestel À goed in de opening past, dient u te
controleren of de montagegaten op het toestel zijn uitgelijnd
met de boorgaten Á op de sjabloon.‍
Overwegingen bij montage van kaartlezer
KENNISGEVING
Dit toestel dient te worden gemonteerd op een locatie die niet
wordt blootgesteld aan extreme temperaturen of
omstandigheden.‍ Het temperatuurbereik voor dit toestel wordt
vermeld in de productspecificaties.‍ Langdurige blootstelling aan
temperaturen boven het opgegeven temperatuurbereik, in
opslag- of gebruiksomstandigheden, kan tot storingen in het
toestel leiden.‍ Schade door extreme temperaturen en
gerelateerde gevolgen vallen niet onder de garantie.‍
De kaartlezer kan verzonken in het dashboard worden
gemonteerd met behulp van het meegeleverde materiaal.‍ Houd
rekening met deze overwegingen wanneer u een
montagelocatie selecteert.‍
• De kaartlezer moet worden gemonteerd op een toegankelijke
locatie.‍ U moet, wanneer nodig, toegang hebben tot de
kaartlezer om geheugenkaarten met aanvullende kaart- en
toestelupdates te kunnen plaatsen en verwijderen en om
gebruikersgegevens over te kunnen zetten.‍
• Teneinde interferentie met een magnetisch kompas te
voorkomen, mag het toestel niet dichter bij een kompas
worden geïnstalleerd dan op de kompasveilige afstand die in
de productspecificaties is vermeld.‍
• De locatie moet ruimte laten voor het geleiden en aansluiten
van de kabels.‍
De kaartlezer monteren
KENNISGEVING
Wees voorzichtig wanneer u het gat zaagt om het toestel
verzonken te monteren.‍ Er is slechts weinig ruimte tussen de
behuizing en de montagegaten.‍ Als u het gat te groot zaagt, kan
het toestel mogelijk niet stabiel worden bevestigd.‍
Als u de beugel met schroeven bevestigt op glasvezel, kunt u
het beste bij het boren met een kleine verzinkboor alleen in de
bovenste gellaag een kleine verdieping aanbrengen.‍ U
voorkomt hiermee dat er scheuren in de gellaag ontstaan als de
schroeven worden aangedraaid.‍
De meegeleverde sjabloon en het meegeleverde
bevestigingsmateriaal kunnen worden gebruikt om het toestel
verzonken te monteren op de geselecteerde locatie.‍
1 Snijd de sjabloon voor verzonken montage uit en controleer
of deze past op de locatie waar u het toestel wilt monteren.‍
2 Verwijder de beschermfolie van de zelfklevende achterzijde
van de sjabloon en breng deze aan op de locatie waar u het
toestel wilt monteren.‍
8 Als de montagegaten op het toestel niet zijn uitgelijnd,
markeert u de nieuwe locaties van de boorgaten.‍
9 Druk met een priem door de boorgaten en breng met een
kleine verzinkboor alleen in de gellaag een kleine verdieping
aan, zoals is beschreven in de opmerking.‍
10 Verwijder de sjabloon van het montageoppervlak.‍
11 Als u geen toegang hebt tot de achterzijde van het toestel
nadat u dit hebt gemonteerd, verbindt u alle benodigde
kabels met het toestel voordat u dit in de opening plaatst.‍
12 Plaats het toestel in de opening.‍
13 Bevestig het toestel aan het montageoppervlak met de
meegeleverde schroeven Â.‍
14 Bevestig de sierrand door deze op zijn plaats te klikken
rondom het toestel.‍
Overwegingen bij montage van antenne
U kunt de antenne monteren op een vlak oppervlak, installeren
onder glasvezel of bevestigen aan een standaardpaal met een
diameter van 1 inch en een schroefdraad met 14 draden per
inch (niet meegeleverd).‍ U kunt de kabel buiten de paal om of
door de paal heen geleiden.‍ Overweeg voor optimale prestaties
de volgende richtlijnen wanneer u de montagelocatie voor de
antenne kiest.‍
• Voor een optimale ontvangst kunt u de antenne het beste
monteren op een plek waar deze in alle richtingen vrij zicht
heeft op de hemel À.‍
3
• U kunt de antenne beter niet monteren in de schaduw van
het bovendek Á, een radome-antenne of een mast.‍
• U kunt de antenne beter niet monteren in de buurt van de
motor of andere bronnen van elektromagnetische
interferentie (EMI) Â.‍
• Als u een radar hebt, kunt u de antenne het beste monteren
boven het pad van de radar Ã.‍ Zo nodig kunt u de antenne
monteren onder het pad van de radar Ä.‍
2 Leg de oppervlakmontagesteun opzij.‍
• U kunt de antenne beter niet direct in het pad van de radar
monteren Å.‍
• De antenne moet minimaal 1 m (3 ft.‍) vanaf het pad van een
radarstraal of VHF-antenne (bij voorkeur daarboven) worden
gemonteerd Æ.‍
De montagelocatie testen
1 Bevestig de antenne tijdelijk op de gewenste locatie en test
de werking.‍
2 Verplaats de antenne naar een andere locatie als u
Boor niet door de beugel.‍
3 Boor drie voorboorgaten van 3,2 mm (1/8 inch).‍
4 Gebruik een gatenzaag van 25 mm (1 inch) om het kabelgat
in het midden te maken.‍
5 Plaats de afdichting Á onder de oppervlakmontagesteun en
lijn de schroefgaten daarbij uit.‍
6 Bevestig de oppervlakmontagesteun met de meegeleverde
M4-schroeven op het oppervlak.‍
7 Leid de kabel  door het gat van 25 mm (1 inch) en verbind
deze met de antenne.‍
8 Controleer of de grote rubberen pakking à is aangebracht,
plaats de antenne op de oppervlakmontagesteun en draai de
antenne naar rechts totdat deze stevig vastzit.‍
9 Bevestig de antenne met de meegeleverde M3-schroef Ä
aan de montagesteun.‍
10 Leid de kabel weg van bronnen van elektronische
interferentie.‍
De antenne bevestigen met de kabel buiten de paal geleid
Voordat u de antenne permanent bevestigt, moet u testen of
deze goed werkt op de montagelocatie (Overwegingen bij
montage van antenne).‍
1 Leid de kabel door de paalmontageadapter À en plaats de
kabel in de verticale uitsparing Á naast de basis van de
paalmontageadapter.‍
interferentie met andere elektronica ervaart.‍ Test de antenne
vervolgens opnieuw.‍
Herhaal
de stappen 1–2 tot u een volledige of acceptabele
3
signaalsterkte hebt.‍
4 Bevestig de antenne permanent.‍
De antenne op het montageoppervlak bevestigen
KENNISGEVING
Als u de beugel met schroeven bevestigt op glasvezel, kunt u
het beste bij het boren met een kleine verzinkboor alleen in de
bovenste gellaag een kleine verdieping aanbrengen.‍ U
voorkomt hiermee dat er scheuren in de gellaag ontstaan als de
schroeven worden aangedraaid.‍
Roestvrijstalen schroeven kunnen zich gaan binden wanneer ze
in het glasvezel worden geschroefd en te strak worden
aangedraaid.‍ Garmin raadt het aanbrengen van zuurvrij
smeermiddel op schroeven aan voordat u deze installeert.‍
Voordat u de antenne permanent bevestigt, moet u testen of
deze goed werkt op de montagelocatie (Overwegingen bij
montage van antenne).‍
1 Markeer de locatie van de drie boorgaten met behulp van de
meegeleverde beugelsteun À als uw montagesjabloon en
zoek het kabelgat in het midden van de beugel.‍
4
2 Draai de paalmontageadapter op een standaardpaal met een
buitendiameter van 1 inch en een schroefdraad met 14
slagen per inch (niet meegeleverd).‍
Draai de adapter niet te strak vast aan de paal.‍
Verbind de kabel met de antenne.‍
3
4 Plaats de antenne op de paalmontagesteun en draai de
antenne naar rechts om deze goed op zijn plaats te zetten.‍
5 Bevestig de antenne met de meegeleverde M3-schroef aan
de adapter Â.‍
6 Nadat de antenne aan de paalmontagesteun is bevestigd,
kunt u de rest van het verticale kabelgat opvullen met
watervaste kit (optioneel).‍
7 Bevestig de paal aan de boot als dit nog niet is gebeurd.‍
8 Leid de kabel weg van bronnen van elektronische
interferentie.‍
De antenne bevestigen met de kabel door de paal geleid
Voordat u de antenne permanent bevestigt, moet u testen of
deze goed werkt op de montagelocatie (Overwegingen bij
montage van antenne).‍
1 Plaats een standaardpaal met een buitendiameter van 1 inch
en een schroefdraad met 14 slagen per inch (niet
meegeleverd) op de geselecteerde locatie en markeer het
globale middelpunt van de paal.‍
3/ inch) om de
Maak een gat met een boor van 19 mm (
2
4
kabel doorheen te geleiden.‍
3 Bevestig de paal aan de boot.‍
4 Draai de paalmontageadapter op de paal.‍
Draai de adapter niet te stevig aan.‍
5 Leid de kabel door de paal en sluit deze aan op de antenne.‍
6 Plaats de antenne op de paalmontagesteun en draai de
antenne naar rechts om deze goed op zijn plaats te zetten.‍
7 Bevestig de antenne met de meegeleverde M3-schroef À
aan de adapter.‍
2 Plaats de antenne in de onder-dekmontagesteun.‍
3 Bevestig de onder-dekmontagesteun op het
montageoppervlak.‍
4 Maak de onder-dekmontagesteun aan het montageoppervlak
vast met schroeven.‍
5 Verbind de kabel met de antenne Â.‍
6 Leid de kabel weg van bronnen van elektronische
interferentie.‍
Overwegingen voor kabels en verbindingen
KENNISGEVING
Een blauwe rubberen afdichting wordt meegeleverd voor elke
DVI-poort op het toestel.‍ Deze afdichting moet worden
geïnstalleerd tussen elke DVI-poort en de DVI-kabelconnectors
om schade aan de connectors te voorkomen.‍
• Voor het eenvoudiger geleiden van kabels worden de
voedings-, NMEA® 0183- en Garmin Marine Network-kabels
verpakt zonder dat de borgringen zijn aangebracht.‍ U dient
de kabels te geleiden voordat u de borgringen aanbrengt.‍
• Nadat u een borgring aan een kabel hebt bevestigd, dient u
te controleren of de ring stevig vastzit en de O-ring op zijn
plaats zit, zodat de voedings- of gegevensverbinding niet los
kan raken.‍
• Het toestel moet worden aangesloten op dezelfde
voedingsbron als de kaartlezer.‍ Als dit niet mogelijk is,
moeten de toestellen worden aangesloten op dezelfde
aarding.‍
Overwegingen bij verbinding van station
8 Vul het verticale kabelgat Á op met watervaste kit (optioneel)
zodra de antenne aan de paalmontagesteun is bevestigd.‍
9 Leid de kabel weg van bronnen van elektronische
interferentie.‍
De antenne monteren onder het dek
KENNISGEVING
Controleer of de meegeleverde schroeven het oppervlak niet
binnendringen voordat u de onder-dekmontagesteun bevestigt
aan het oppervlak.‍ Als de meegeleverde schroeven te lang zijn,
moet u schroeven aanschaffen die geschikt zijn voor het
oppervlak, om de installatie te kunnen voltooien.‍
Voordat u de antenne permanent bevestigt, moet u testen of
deze goed werkt op de montagelocatie (Overwegingen bij
montage van antenne).‍
Omdat de antenne geen signalen kan ontvangen door metaal
heen, kan deze alleen worden gemonteerd onder een
glasvezeloppervlak.‍
1 Plaats de zelfklevende pads À op de onderdekmontagesteun Á.‍
Dit toestel kan samen met andere compatibele Garmin
toestellen worden ingesteld zodat ze samenwerken als station.‍
Houd rekening met de volgende overwegingen wanneer u
stations plant op uw boot.‍
• Toestellen vóór de GPSMAP 8000 serie en GPSMAP 8500
serie kunnen niet worden gebruikt in een station.‍
• Hoewel het niet nodig is, kunt u het beste alle toestellen die
u in één station wilt gebruiken, naast elkaar installeren.‍
• Er zijn geen speciale verbindingen nodig om een station te
maken, zolang alle toestellen zijn verbonden met de Garmin
Marine Network (Overwegingen voor het Garmin Marine
Network).‍
• Stations worden gemaakt en gewijzigd met behulp van de
toestelsoftware.‍ Zie de gebruikershandleiding bij het toestel
voor meer informatie.‍
Verbinden met voeding
WAARSCHUWING
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder.‍ Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties.‍ Als de voedingskabel wordt
5
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.‍
1 Leid de voedingskabel naar de voedingsbron en het toestel.‍
2 Sluit de rode draad aan op de positieve pool van de accu (+)
en de zwarte draad op de negatieve pool van de accu (-).‍
3 Plaats de borg- en O-ring aan het uiteinde van de
voedingskabel.‍
4 Verbind de voedingskabel met het toestel door de borgring
naar rechts te draaien.‍
Voedingskabel verlengen
Indien nodig kunt u de voedingskabel verlengen met een kabel
van de juiste dikte en lengte.‍
Onderdeel
Beschrijving
Zekering
À
Á
Â
Batterij
1,8 m (6 ft.‍) zonder verlenging
Onderdeel Beschrijving
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Verbinding
• Verlengdraad van 12 AWG (3,31 mm²), maximaal 4,6 m
(15 ft.‍)
• Verlengdraad van 10 AWG (5,26 mm²), maximaal 7 m
(23 ft.‍)
• Verlengdraad van 8 AWG (8,36 mm²), maximaal 11 m
(36 ft.‍)
Zekering
20,3 cm (8 inch)
Batterij
20,3 cm (8 inch)
◦ U mag geen CAT5-kabel en RJ45-stekkers van andere
merken gebruiken voor Garmin Marine Network
verbindingen.‍
◦ Andere Garmin Marine Network kabels en stekkers zijn
verkrijgbaar bij uw Garmin dealer.‍
• Er zijn vier NETWORK poorten op het toestel die elk als
netwerkswitch fungeren.‍ U kunt elk compatibel toestel
verbinden met elke NETWORK poort om gegevens te delen
met alle toestellen op de boot die zijn verbonden via een
Garmin Marine Network kabel.‍
NMEA 2000® aandachtspunten
KENNISGEVING
Als u beschikt over een bestaand NMEA 2000 netwerk op uw
boot, hoort dit reeds te zijn aangesloten op de voeding.‍ Sluit de
NMEA 2000 voedingskabel niet op een bestaand NMEA 2000
netwerk aan omdat er slechts één voedingsbron mag worden
aangesloten op een NMEA 2000 netwerk.‍
Als u een NMEA 2000 voedingskabel installeert, moet u deze
verbinden met de contactschakelaar van de boot of via een
andere onderbrekingsschakelaar.‍ NMEA 2000 toestellen zullen
uw accu leegtrekken indien de NMEA 2000 voedingskabel
rechtstreeks is aangesloten op de accu.‍
Het toestel kan worden verbonden met een NMEA 2000
netwerk op uw boot om gegevens van NMEA 2000 compatibele
toestellen te delen, zoals een GPS-antenne of een marifoon.‍
Met de meegeleverde NMEA 2000 kabels en connectors kunt u
het toestel verbinden met uw bestaande NMEA 2000 netwerk of
zo nodig een NMEA 2000 basisnetwerk opzetten.‍
Als u niet vertrouwd bent met NMEA 2000, kunt u het beste het
hoofdstuk 'NMEA 2000 Network Fundamentals' van de
Technical Reference for NMEA 2000 Products lezen.‍ U kunt dit
document vinden via de koppeling Handleidingen op de
productpagina van uw toestel op www.garmin.com.‍
De poort met het label NMEA 2000 wordt gebruikt om het
toestel te verbinden met een standaard NMEA 2000 netwerk.‍
De poorten met de labels ENGINE en HOUSE zijn
gereserveerd voor toekomstig gebruik en moeten niet worden
verbonden met een standaard NMEA 2000 netwerk.‍
Maximale verlenging 11 m (36 ft.‍)
Overwegingen bij aanvullende aarding
In de meeste installatie-situaties hoeft het chassis van dit
toestel niet aanvullend te worden geaard.‍ Als er interferentie
optreedt, kunt u de aardingsschroef op de behuizing gebruiken
om het toestel te verbinden met de wateraarding van de boot
om interferentie te helpen voorkomen.‍
Onderdeel
Overwegingen voor het Garmin Marine Network
Dit toestel kan worden verbonden met aanvullende Garmin
Marine Network toestellen om gegevens te delen, zoals radar,
sonar en gedetailleerde kaarten.‍ Houd rekening met de
volgende overwegingen wanneer u Garmin Marine Network
toestellen verbindt met dit toestel.‍
• Er moet een Garmin Marine Network kabel worden gebruikt
voor alle Garmin Marine Network aansluitingen.‍
6
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Ç
È
Beschrijving
NMEA 2000 compatibel Garmin toestel
GPS-antenne
Startschakelaar of onderbrekingsschakelaar
NMEA 2000 voedingskabel
NMEA 2000 netwerkkabel
Voedingsbron met 12 V gelijkstroom
NMEA 2000 afsluitweerstand of backbone-kabel
NMEA 2000 T-connector
NMEA 2000 afsluitweerstand of backbone-kabel
Overwegingen betreffende NMEA 0183 verbinding
• Raadpleeg de installatie-instructies die bij uw NMEA 0183
compatibele toestel zijn geleverd voor informatie over het
herkennen van de polen A (+) en B (-) van de zendende (Tx)
en de ontvangende draad (Rx).‍
• Als u NMEA 0183 toestellen aansluit met twee zendende en
twee ontvangende draden, is het niet nodig om de NMEA
2000 bus en het NMEA 0183 toestel op een
gemeenschappelijke aarding aan te sluiten.‍
• Als u een NMEA 0183 toestel met slechts één zendende
draad (Tx) of slechts één ontvangende draad (Rx) aansluit,
moeten de NMEA 2000 bus en het NMEA 0183 toestel wel
op een gemeenschappelijke aarding worden aangesloten.‍
Elementaire NMEA 0183-verbindingen
Met deze diagrammen wordt elementaire NMEA 0183-bedrading geïllustreerd waarmee uw toestel wordt aangesloten op NMEA
0183-compatibele toestellen.‍ Zie voor meer informatie over de NMEA 0183-mogelijkheden van het toestel Geavanceerde NMEA
0183 verbindingen.‍
Standaard NMEA 0183-compatibel toestel
Onderdeel
À
Á
Â
Ã
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
Í
Î
Ï
Ð
Beschrijving
Voedingsbron van 12 V gelijkstroom
Voedingskabel
NMEA 0183-compatibel toestel
NMEA 0183-kabel
Functie van Garmin draad
Kleur van Garmin draad
Functie van draad NMEA 0183toestel
Voeding
Rood
Voeding
Aarding stroom
Zwart
Aarding stroom
Aarding gegevens
Zwart
Aarding gegevens
A ontvangen (+)
Wit
A verzenden (+)
B ontvangen (-)
Oranje/wit
B verzenden (-)
A verzenden (+)
Grijs
A ontvangen (+)
B verzenden (-)
Roze
B ontvangen (-)
Single-Ended NMEA 0183-compatibel toestel
7
Onderdeel
À
Á
Â
Ã
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
Í
Î
Ï
Ð
Beschrijving
Voedingsbron van 12 V gelijkstroom
Voedingskabel
NMEA 0183-compatibel toestel
NMEA 0183-kabel
Functie van Garmin draad
Kleur van Garmin draad
Functie van draad NMEA 0183toestel
Voeding
Rood
Voeding
Aarding stroom
Zwart
Aarding stroom
Aarding gegevens
Zwart
Aarding gegevens
B ontvangen (-)
Oranje/wit
N.‍v.‍t.‍
A ontvangen (+)
Wit
Zenden
A verzenden (+)
Grijs
Ontvangen
B verzenden (-)
Roze
N.‍v.‍t.‍
• Laat de roze draad onaangesloten als het NMEA 0183-compatibele toestel slechts één ontvangende draad (Rx) heeft (geen A,
B, + of -).‍
• Sluit de oranje/witte draad aan op aarde als het NMEA 0183-compatibele toestel slechts één verzendende draad (TX) heeft
(geen A, B, + of -).‍
• Raadpleeg de installatie-instructies van uw NMEA 0183-compatibele toestel om de verzendende en ontvangende A (+)- en B (-)draden te bepalen.‍
• Gebruik beschermde AWG 28-bedrading met een getwist aderpaar voor lange bedradingslengten.‍
• Soldeer alle verbindingen en verzegel deze met krimpkousen.‍
Geavanceerde NMEA 0183 verbindingen
Er zijn vier interne NMEA 0183 invoerpoorten (Rx) en twee interne NMEA 0183 uitvoerpoorten (Tx) op de meegeleverde NMEA
0183 gegevenskabel.‍ U kunt verbinding maken met één NMEA 0183 toestel per interne Rx-poort om gegevens in te voeren op uw
Garmin toestel en u kunt maximaal drie NMEA 0183 toestellen tegelijkertijd verbinden met elke interne Tx-poort om
gegevensuitvoer van uw Garmin toestel te ontvangen.‍ Elke interne Rx- en Tx-poort heeft twee draden met het label A (+) en B (-)
overeenkomstig de NMEA 0183 conventie.‍ De bijbehorende A (+) en B (-) draden van elke interne poort dienen te worden
verbonden met de A (+) en B (-) draden van uw NMEA 0183 compatibele toestel.‍ Raadpleeg de tabel en bedradingsschema's
wanneer u de gegevenskabel verbindt met NMEA 0183 toestellen.‍
Raadpleeg de installatie-instructies voor uw NMEA 0183 compatibele toestel om de uitvoerdraden (Tx) A (+) en B (-) en de
invoerdraden (Rx) A (+) en B (-) te bepalen.‍ Gebruik afgeschermde 28 AWG-bedrading met een getwist aderpaar voor lange
bedradingslengten.‍ Soldeer alle verbindingen en verzegel deze met krimpkousen.‍
• Voor tweewegscommunicatie met een NMEA 0183 toestel worden de interne poorten op de NMEA 0183 gegevenskabel niet
verbonden.‍ Als bijvoorbeeld de invoer van het NMEA compatibele toestel is verbonden met de interne uitvoerpoort 1 op de
gegevenskabel, kunt u de uitvoerpoort van uw NMEA 0183 compatibele toestel verbinden met een van de interne invoerpoorten
(poort 1, 2, 3 of 4) op de kabel.‍
• De aardedraden op de NMEA 0183 gegevenskabel en uw NMEA 0183 compatibele toestel moeten beide zijn verbonden met
aarde.‍
• Zie Specificaties voor een lijst met de goedgekeurde NMEA 0183 telegramuitvoer vanaf en telegraminvoer naar uw toestel.‍
• De interne NMEA 0183 poorten en communicatieprotocollen worden geconfigureerd op het verbonden Garmin toestel.‍ Zie voor
meer informatie de sectie over NMEA 0183 of de sectie over de configuratie van communicatie in de gebruikershandleiding die is
meegeleverd met uw Garmin toestel.‍
Poort
Draadfunctie
Draadkleur
Invoerpoort 1
Rx/A (+)
Wit
Rx/B (-)
Oranje/wit
Rx/A (+)
Bruin
Rx/B (-)
Bruin/wit
Invoerpoort 2
8
Pinnummer
Poort
Draadfunctie
Draadkleur
Invoerpoort 3
Rx/A (+)
Paars
Rx/B (-)
Paars/wit
Rx/A (+)
Zwart/wit
Rx/B (-)
Rood/wit
Tx/A (+)
Grijs
Tx/B (-)
Roze
Tx/A (+)
Blauw
Tx/B (-)
Blauw/wit
N.‍v.‍t.‍
Garmin GPS in (niet gebruikt)
Wit/groen
N.‍v.‍t.‍
Garmin GPS uit (niet gebruikt)
Groen
N.‍v.‍t.‍
Alarm
Geel
N.‍v.‍t.‍
Accessoire ingeschakeld
Oranje
N.‍v.‍t.‍
Aarde (afscherming)
Zwart
N.‍v.‍t.‍
Reserve
N.‍v.‍t.‍
N.‍v.‍t.‍
Reserve
N.‍v.‍t.‍
Invoerpoort 4
Uitvoerpoort 1
Uitvoerpoort 2
Pinnummer
Standaard NMEA 0183 compatibel toestel verbonden voor tweewegscommunicatie
Onderdeel
Beschrijving
Voedingsbron met 12 V gelijkstroom
À
Á
Â
Ã
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
Í
Î
Ï
Ð
Voedingskabel
NMEA 0183 compatibel toestel
NMEA 0183 kabel
Functie van Garmin draad
Kleur van Garmin draad
NMEA Functie van draad 0183 toestel
Voeding
Rood
Voeding
Aarding stroom
Zwart
Aarding stroom
Aarding gegevens
Zwart
Aarding gegevens
RxA (+)
Wit
TxA (+)
RxB (-)
Oranje/wit
TxB (-)
TxA (+)
Grijs
RxA (+)
TxB (-)
Roze
RxB (-)
9
Standaard NMEA 0183 compatibel toestel verbonden voor eenwegscommunicatie
OPMERKING: In dit diagram worden zowel verzendende als ontvangende verbindingen geïllustreerd.‍ Raadpleeg item Ê, Ë, Ì, Í
en Î wanneer u het Garmin toestel verbindt om gegevens te ontvangen vanaf een NMEA 0183 compatibel toestel en raadpleeg
item Ê, Ë, Ì, Ï en Ð wanneer u het Garmin toestel verbindt om gegevens te verzenden naar een NMEA 0183 compatibel toestel.‍
Onderdeel
Beschrijving
Voedingsbron met 12 V gelijkstroom
À
Á
Â
Ã
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
Í
Î
Ï
Ð
Voedingskabel
NMEA 0183 compatibel toestel
NMEA 0183 kabel
Functie van Garmin draad
Kleur van Garmin draad
NMEA Functie van draad 0183 toestel
Voeding
Rood
Voeding
Aarding stroom
Zwart
Aarding stroom
Aarding gegevens
Zwart
Aarding gegevens
RxA (+)
Wit
TxA (+)
RxB (-)
Oranje/wit
TxB (-)
TxA (+)
Grijs
RxA (+)
TxB (-)
Roze
RxB (-)
NMEA 0183 compatibel toestel met één ontvangende draad die is verbonden om gegevens te ontvangen
Onderdeel
Beschrijving
Voedingsbron met 12 V gelijkstroom
À
Á
Â
Ã
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
10
Voedingskabel
NMEA 0183 compatibel toestel
NMEA 0183 kabel
Functie van Garmin draad
Kleur van Garmin draad
NMEA Functie van draad 0183 toestel
Voeding
Rood
Voeding
Aarding stroom
Zwart
Aarding stroom
Aarding gegevens
Zwart
Aarding gegevens
Onderdeel
Í
Î
Functie van Garmin draad
Kleur van Garmin draad
NMEA Functie van draad 0183 toestel
TxA (+)
Grijs
RxA
TxB (-)
Roze
N.‍v.‍t.‍
NMEA 0183 compatibel toestel met één verzendende draad die is verbonden om gegevens te verzenden
Onderdeel
Beschrijving
Voedingsbron met 12 V gelijkstroom
À
Á
Â
Ã
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
Í
Î
Voedingskabel
NMEA 0183 compatibel toestel
NMEA 0183 kabel
Functie van Garmin draad
Kleur van Garmin draad
NMEA Functie van draad 0183 toestel
Voeding
Rood
Voeding
Aarding stroom
Zwart
Aarding stroom
Aarding gegevens
Zwart
Aarding gegevens
RxB (-)
Oranje/wit
N.‍v.‍t.‍
RxA (+)
Wit
TxA (+)
Lamp- of hoornverbindingen
Het toestel kan worden gebruikt met een lamp en/of hoorn om
een geluid of visueel signaal weer te geven wanneer op de
kaartplotter een bericht wordt weergegeven.‍ Dit is optioneel en
het toestel werkt ook zonder alarmdraad.‍ Houd rekening met de
volgende overwegingen wanneer u het toestel verbindt met een
lamp of hoorn.‍
• Het alarmcircuit schakelt over naar laagspanning wanneer
het alarm afgaat.‍
• De maximumstroom is 100 mA en u hebt een relais nodig
om de stroom vanaf de kaartplotter te beperken tot 100 mA.‍
• Als u handmatig wilt schakelen tussen visuele signalen en
geluiden, kunt u eenpolige aan-uitschakelaars installeren.‍
11
Onderdeel Beschrijving
À
Á
Â
Ã
Ä
Å
Æ
Onderdeel
Ê
Ë
Ì
Voedingsbron met 10–35 V gelijkstroom
Voedingskabel
Hoorn
Lamp
NMEA 0183-kabel
Relais (spoelstroom van 100 mA)
Schakelaars om lamp- of hoornsignalen in en uit te
schakelen
Draadkleur
Draadfunctie
Rood
Vermogen
Zwart
Aarding
Geel
Alarm
Overwegingen bij video-invoer en -uitvoer
Op dit toestel kan video worden ingevoerd vanaf bronnen voor
composite, component en digitale video, afhankelijk van het
model.‍ Ook kan video worden uitgevoerd naar een monitor.‍
Houd rekening met deze overwegingen wanneer u bronnen
voor video-invoer en -uitvoer verbindt.‍
• De modellen van acht en twaalf inch hebben twee
composite-videopoorten met de labels CVBS 1 IN en CVBS
2 IN.‍ De modellen van vijftien inch hebben vier compositevideopoorten met de labels CVBS 1 IN, CVBS 2 IN, CVBS 3
IN en CVBS 4 IN.‍
• De modellen van vijftien inch hebben één poort voor
component video met het label COMPONENT IN (480i/576i).‍
◦ Op de poorten voor composite en component video
worden BNC-connectors gebruikt.‍ U kunt een BNC-naarRCA-adapter gebruiken om een bron voor composite
video met RCA-connectoren aan te sluiten op deze
poorten.‍
◦ Video vanaf bronnen die zijn verbonden met deze
poorten, is alleen beschikbaar voor weergave op het
toestel of een extra monitor die is aangesloten op het
apparaat.‍ Composite of component video wordt niet
gedeeld via het Garmin Marine Network of NMEA 2000netwerk.‍
• De modellen van vijftien inch hebben één videopoort met het
label DVI-I VIDEO IN waarop video vanaf digitale of analoge
bronnen wordt geaccepteerd via een DVI-D- of DVI-I-kabel.‍
◦ Zo nodig kunt u een HDMI-naar-DVI-D-converter
gebruiken om een HDMI-compatibele bron te verbinden
met dit toestel.‍
◦ Zo nodig kunt u een VGA-naar-DVI-I-adapter gebruiken
om een VGA-bron te verbinden met deze poort.‍
• U kunt een scherm verbinden met de DVI-I-poort VIDEO
OUT om een mirrorbeeld van het scherm weer te geven op
een computermonitor of HD-tv via een DVI-D- of DVI-I-kabel.‍
◦ Zo nodig kunt u een DVI-D-naar-HDMI-adapter gebruiken
om verbinding te maken met een HD-tv of ander HDMIcompatibel scherm.‍
◦ Zo nodig kunt u een DVI-I-naar-VGA-adapter gebruiken
om verbinding te maken met een computermonitor of
ander VGA-compatibel scherm.‍
• Hoewel u het beste DVI-kabels kunt gebruiken die door
Garmin worden verkocht, kunt u ook kwalitatief
hoogwaardige DVI-kabels van andere merken gebruiken.‍
Aanbevolen wordt de DVI-kabel te testen door de toestellen
te verbinden voordat u de kabel geleidt.‍
Overwegingen bij pakkingen voor videoconnectors
Er worden rubberen pakkingen meegeleverd voor alle DVI- en
VGA-aansluitingen op het toestel.‍ Deze pakkingen moeten
worden aangebracht tussen elke DVI- of VGA-poort en de
kabelconnector om schade aan de connectors te voorkomen.‍
12
Houd rekening met de volgende aandachtspunten bij het maken
van DVI- of VGA-aansluitingen.‍
• Blauwe pakkingen worden meegeleverd voor gebruik bij DVIaansluitingen.‍
• Grijze pakkingen worden meegeleverd voor gebruik bij VGAaansluitingen.‍
• Bij het installeren van de pakking tussen een VGAkabelconnector en de poort, moet de pijl op de zijkant van de
pakking in de richting van het toestel wijzen.‍
Verbindingen van kaartlezer
Verbinden met voeding
WAARSCHUWING
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder.‍ Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties.‍ Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.‍
1 Leid de voedingskabel naar de voedingsbron en het toestel.‍
2 Sluit de rode draad aan op de positieve pool van de accu (+)
en de zwarte draad op de negatieve pool van de accu (-).‍
3 Plaats de borg- en O-ring aan het uiteinde van de
voedingskabel.‍
4 Verbind de voedingskabel met het toestel door de borgring
naar rechts te draaien.‍
De kaartlezer verbinden met het Garmin Marine
Network
De kaartlezer is niet compatibel met Garmin kaartplotters
voorafgaand aan de GPSMAP 8000-serie en GPSMAP 8500.‍
Verbind de kaartlezer met een Garmin toestel in het Garmin
Marine Network via een Garmin Marine Network-kabel.‍
Gegevens van kaarten die worden geplaatst in de kaartlezer,
worden gedeeld met alle compatibele toestellen in het
Garmin Marine Network.‍
Specificaties
Fysieke specificaties
toestel
Specificatie
Modellen van
acht inch
Afmetingen (B×H×D) 265 × 190 × 115 mm (107/16
× 731/64 × 417/32 inch)
Waarden
Schermgrootte (B×H) 171 × 130 mm (647/64 inch ×
51/8 inch)
Gewicht
Modellen van
twaalf inch
3,23 kg (7,12 lbs)
Afmetingen (B×H×D) 333 × 247 × 97 mm (137/64 ×
923/32 × 313/36 inch)
Schermgrootte (B×H) 245 × 184 mm (921/32 inch ×
7¼ inch)
Gewicht
4,95 kg (10,91 lbs)
toestel
Specificatie
Modellen van
vijftien inch
Afmetingen (B×H×D) 403 × 306 × 94 mm (157/8 ×
123/64 × 345/64 inch)
126464 PGN List Group-functie verzenden en
ontvangen
Schermgrootte (B×H) 304 × 228 mm (1131/32 inch ×
863/64 inch)
126996 Productinformatie
Gewicht
7,6 kg (16,76 lbs)
Temperatuurbereik
Van -15° tot 55°C (van 5° tot
131°F)
129029 GNSS-positiegegevens
Materiaal
Gegoten aluminium en
polycarbonaat-kunststof
Alle modellen
Waarden
Type
Beschrijving
129026 COG en SOG: Snelle update
129540 GNSS-satellieten in weergavemodus
130306 Windgegevens
130312 Temperatuur
Zenden
Voedingspecificaties
PGN
127250 Voorliggende koers van vaartuig
127258 Magnetische variatie
Toestel
Specificatie
Waarden
128259 Snelheid: Door het water
Alle modellen
Ingangsspanning
10–35 V
gelijkstroom
128267 Waterdiepte
Zekering
7,5 A, 42 V snel
NMEA 2000 LEN
2
129283 Koersfout
Stroomverbruik NMEA 2000
Max.‍ 75 mA
Modellen van acht Max.‍ vermogen bij 10 V
inch
gelijkstroom
Modellen van
twaalf inch
Modellen van
vijftien inch
129025 Positie: Snelle update
129284 Navigatiegegevens
129285 Navigatieroute en waypoint-informatie
28 W
Ontvangen
126992 Systeemtijd
127250 Voorliggende koers van vaartuig
Standaard opgenomen
stroom bij 12 V gelijkstroom
1,3 A
Max.‍ opgenomen stroom bij
12 V gelijkstroom
2,8 A
Kompasveilige afstand
310 mm (12,2 inch)
127505 Vloeistofniveau
Max.‍ vermogen bij 10 V
gelijkstroom
35 W
128259 Snelheid: Door het water
Standaard opgenomen
stroom bij 12 V gelijkstroom
1,6 A
Max.‍ opgenomen stroom bij
12 V gelijkstroom
3,5 A
Kompasveilige afstand
460 mm (18,11
inch)
129040 AIS-klasse B uitgebreid positierapport
Max.‍ vermogen bij 10 V
gelijkstroom
47 W
129794 AIS-klasse A vaste gegevens en
vaargegevens
Standaard opgenomen
stroom bij 12 V gelijkstroom
2,5 A
129809 AIS-klasse B “CS” rapport met vaste
gegevens, deel A
Max.‍ opgenomen stroom bij
12 V gelijkstroom
4,7 A
129810 AIS-klasse B “CS” rapport met vaste
gegevens, deel B
Kompasveilige afstand
460 mm (18,11
inch)
130310 Omgevingsparameters
127489 Motorparameters: Dynamisch
127488 Motorparameters: Snelle update
127493 Transmissieparameters: Dynamisch
128267 Waterdiepte
129025 Positie: Snelle update
129038 AIS-klasse A positierapport
129039 AIS-klasse B positierapport
129539 GNSS DOP's
130311 Omgevingsparameters (verouderd)
Specificaties voor GPS 19x-antenne
Waarden
130313 Vochtigheid
130314 Actuele druk
Specificatie
(319/
Afmetingen (doorsnede x
hoogte)
91,6 × 49,5 mm
inch)
Gewicht
201 g (7,1 oz)
Temperatuurbereik
-30° tot 80°C (-22° tot 176°F)
Materiaal behuizing
Volledig afgedichte, schokbestendige
kunststoflegering, waterbestendig
conform IEC 60529-IPX7.‍
Kompasveilige afstand
150 mm (5,91 inch)
Voedingsbron
9 - 16 V gelijkstroom
Ingangsstroom
40 mA bij 12 V gelijkstroom
NMEA 2000 LEN
2
NMEA 2000 stroomverbruik
Max.‍ 100 mA
32
inch ×
115/
NMEA 2000 PGN-informatie
Type
PGN
Beschrijving
Zenden en
ontvangen
059392 ISO-bevestiging
059904 ISO-aanvraag
060928 ISO-adresreservering
126208 NMEA: Opdracht, aanvraag en
bevestiging van groepfunctie
16
NMEA 0183-informatie
Type
Telegram
Beschrijving
Zenden
GPAPB
APB: Koers- of spoorcontrole
(stuurautomaat) telegram "B"
GPBOD
BOD: Richting (vertrekpunt naar
bestemming)
GPBWC
BWC: Richting en afstand tot
waypoint
GPGGA
GGA: GPSpositiebepalingsgegevens
GPGLL
GLL: Geografische positie
(breedtegraad en lengtegraad)
GPGSA
GSA: GNSS DOP en actieve
satellieten
GPGSV
GSV: GNSS-satellieten in
weergavemodus
GPRMB
RMB: Aanbevolen minimum
navigatie-informatie
GPRMC
RMC: Aanbevolen minimum
specifieke GNSS-gegevens
GPRTE
RTE: Routes
13
Type
Ontvangen
Telegram
Beschrijving
GPVTG
VTG: Koers over de grond en
snelheid over de grond
GPWPL
WPL: Waypoint-locatie
GPXTE
XTE: Koersfout
PGRME
E: Geschatte fout
PGRMM
M: Kaartdatum
PGRMZ
Z: Hoogte
SDDBT
DBT: Diepte onder transducer
SDDPT
DPT: Diepte
SDMTW
MTW: Watertemperatuur
SDVHW
VHW: Watersnelheid en koers
DPT
Diepte
DBT
Diepte onder de transducer
MTW
Watertemperatuur
VHW
Watersnelheid en koers
WPL
Waypoint-locatie
DSC
Digital Selective Calling-gegevens
DSE
Uitgebreide Digital Selective Callinggegevens
HDG
Koers, afwijking en variatie
HDM
Koers, magnetisch
MWD
Windrichting en snelheid
MDA
Meteorologische samenstelling
MWV
Windsnelheid en -hoek
VDM
AIS VHF data-link-bericht
U kunt de volledige informatie over NMEA (National Marine Electronics
Association)-indeling en telegrammen aanschaffen bij: NMEA, Seven
Riggs Avenue, Severna Park, MD 21146 USA (www.nmea.org)
Garmin®, het Garmin logo en GPSMAP® zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen.
NMEA®, NMEA 2000® en het NMEA 2000 logo zijn gedeponeerde handelsmerken van de National Maritime Electronics Association.
© 2013–2014 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
www.garmin.com/support
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising