Nikon | D7200 | Nikon D7200 Gebruikshandleiding

Nikon D7200 Gebruikshandleiding
Q1230UM_EU(Nl)01_cover.fm Page 1
Monday, February 9, 2015
4:37 PM
Nikon D7200
DIGITALE CAMERA
Deze handleiding mag op geen enkele manier volledig of gedeeltelijk
(behalve voor korte citaten in kritische artikelen of besprekingen)
worden gereproduceerd zonder de schriftelijke toestemming van
NIKON CORPORATION.
Gebruikshandleiding
(met garantie)
AMA16332
Gedrukt in Europa
Nl_01
Nl
SB5B01(1F)
6MB2721F-01
Nikon Manual Viewer 2
Installeer de app Nikon Manual Viewer 2 op uw smartphone of tablet
om digitale camerahandleidingen van Nikon overal en altijd te
bekijken. Nikon Manual Viewer 2 kan gratis worden gedownload in de App Store
of via Google Play.
Nl
Lees alle aanwijzingen grondig door om uw camera optimaal te
benutten en bewaar de handleiding op een plaats waar iedereen
die het product gebruikt deze kan lezen.
De menugids
Voor meer informatie over menuopties en onderwerpen zoals hoe de camera
op een printer of televisie aan te sluiten, download de Menugids van de
camera via de Nikon-website, zoals hieronder beschreven. De Menugids is in
pdf-formaat en kan worden bekeken met behulp van Adobe Reader of Adobe
Acrobat Reader.
1 Start op uw computer een webbrowser en open de downloadsite voor
Nikonhandleidingen op http://nikonimglib.com/manual/
2 Navigeer naar de pagina voor het gewenste product en download de
handleiding.
Nikon gebruikersondersteuning
Bezoek de volgende website om uw camera te registreren en op de hoogte te
blijven van de meest recente productinformatie. U vindt hier antwoorden op
veelgestelde vragen (FAQ's) en u kunt contact met ons opnemen voor
technische bijstand.
http://www.europe-nikon.com/support
AVoor uw veiligheid
Lees voordat u de camera voor het eerst gebruikt de veiligheidsinstructies
in “Voor uw veiligheid” (0 x–xiii).
Symbolen en conventies
Om u te helpen de gewenste informatie gemakkelijker te vinden, worden de
volgende symbolen en conventies gebruikt:
D
Dit pictogram staat bij waarschuwingen; lees deze informatie vóór
gebruik om beschadiging van de camera te voorkomen.
A
Dit pictogram staat bij opmerkingen; lees deze informatie voordat
u de camera gebruikt.
0
Dit pictogram staat bij verwijzingen naar andere pagina’s in deze
handleiding.
In de cameramonitor weergegeven menu-items, opties en berichten worden
vetgedrukt aangeduid.
Camera-instellingen
Deze handleiding gaat er steeds van uit dat de standaardinstellingen worden
gebruikt.
i
Inhoud verpakking
Controleer of alle hier genoemde items met uw camera zijn
meegeleverd.
DK-23 rubberen oogschelp
(0 70)
BF-1B bodydop (0 23, 319)
Camera D7200 (0 1)
EN-EL15 oplaadbare Li-ion-accu met afdekkapje (0 21, 22)
MH-25a batterijlader (wordt geleverd met type en vorm stekkeradapter of
netsnoer dat varieert per land of regio van aankoop; 0 21)
DK-5 oculairkapje (0 70)
Garantie (afgedrukt op de
UC-E17 USB-kabel
achterkant van deze handleiding)
AN-DC1 BK-riem (0 20)
Gebruikshandleiding (deze gids)
Geheugenkaarten worden afzonderlijk verkocht. Camera’s aangeschaft in
Japan geven menu’s en berichten alleen in het Engels en Japans weer; andere
talen worden niet ondersteund. Onze verontschuldigingen voor het
ongemak dat dit kan veroorzaken.
A ViewNX-i- en Capture NX-D-software
Gebruik ViewNX-i om foto’s en films naar een computer te kopiëren en ze
vervolgens te bekijken. ViewNX-i kan worden gedownload via de volgende
website:
http://nikonimglib.com/nvnxi/
Gebruik Capture NX-D om foto’s, die naar een computer zijn gekopieerd, te
verfijnen en om NEF (RAW)-afbeeldingen naar andere formaten te
converteren. Capture NX-D kan worden gedownload via:
http://nikonimglib.com/ncnxd/
Voor de meest recente informatie over Nikon-software, inclusief
systeemvereisten, bezoek de websites vermeld op pagina xix.
ii
Inhoudsopgave
Inhoud verpakking ............................................................................. ii
Voor uw veiligheid.............................................................................. x
Kennisgevingen................................................................................ xiv
Draadloos ........................................................................................... xx
Inleiding
1
Kennismaking met de camera .......................................................... 1
De multi-selector.............................................................................. 15
Cameramenu’s.................................................................................. 16
Cameramenu’s gebruiken....................................................................... 17
Eerste stappen .................................................................................. 20
Basisfotografie en weergave
30
“Richten-en-maken”-fotografie (standen i en j) ................... 30
Basisweergave .................................................................................. 39
Ongewenste foto’s wissen ...................................................................... 40
Instellingen aanpassen aan het onderwerp of de situatie
(Onderwerpstand)
41
Speciale effecten
44
Beschikbare opties in livebeeld............................................................. 46
Standen P, S, A en M
51
P: Automatisch programma.................................................................... 52
S: Sluitertijdvoorkeuze .............................................................................. 53
A: Diafragmavoorkeuze ............................................................................ 54
M: Handmatig............................................................................................... 56
Lange tijdopnamen (alleen stand M)........................................... 58
iii
Gebruikersinstellingen: Standen U1 en U2
62
Gebruikersinstellingen opslaan............................................................ 62
Gebruikersinstellingen oproepen........................................................ 64
Gebruikersinstellingen terugzetten.................................................... 65
Ontspanstand
66
Een ontspanstand kiezen................................................................ 66
Beeldsnelheid.............................................................................................. 67
Zelfontspannerstand (E) ................................................................ 69
Stand spiegel omhoog (MUP) ........................................................... 71
Opties voor beeldopname
73
Beeldveld ........................................................................................... 73
Beeldkwaliteit en -formaat ............................................................. 77
Beeldkwaliteit.............................................................................................. 77
Beeldformaat ............................................................................................... 81
Twee geheugenkaarten gebruiken............................................... 82
Scherpstelling
83
Autofocus........................................................................................... 83
Autofocusstand .......................................................................................... 83
AF-veldstand................................................................................................ 86
Scherpstelvergrendeling......................................................................... 93
Handmatige scherpstelling ............................................................ 97
ISO-gevoeligheid
99
Autom inst ISO-gevoeligheid....................................................... 102
iv
Belichting
105
Lichtmeting ..................................................................................... 105
Vergrendeling automatische belichting ................................... 107
Belichtingscorrectie....................................................................... 109
Witbalans
111
Fijnafstelling witbalans................................................................. 114
Een kleurtemperatuur kiezen ...................................................... 117
Handmatige voorinstelling .......................................................... 120
Zoekerfotografie...................................................................................... 120
Livebeeld (Spot-witbalans).................................................................. 124
Voorinstellingen beheren .................................................................... 127
Beeldverbetering
130
Picture Control................................................................................ 130
Een Picture Control selecteren ........................................................... 130
Picture Controls aanpassen ................................................................. 132
Eigen Picture Controls aanmaken ..................................................... 135
Details in hoge lichten en schaduwen behouden ................... 139
Actieve D-Lighting .................................................................................. 139
Hoog dynamisch bereik (HDR) ........................................................... 141
Flitserfotografie
144
De ingebouwde flitser gebruiken ............................................... 144
Automatische pop-up-standen.......................................................... 144
Handmatige pop-up-standen............................................................. 146
Flitscorrectie.................................................................................... 151
Flitswaardevergrendeling ............................................................ 153
v
Fotograferen met de afstandsbediening
156
Een optionele afstandsbediening ML-L3 gebruiken ............... 156
Draadloze afstandsbedieningen ................................................. 160
WR-1 draadloze afstandsbedieningen............................................ 160
WR-R10/WR-T10 draadloze afstandsbedieningen...................... 160
Films opnemen en bekijken
161
Films opnemen ............................................................................... 161
De livebeeldweergave: Films.............................................................. 165
Maximumlengte...................................................................................... 166
Indices ......................................................................................................... 167
Beeldveld ................................................................................................... 168
Foto’s maken in filmstand.................................................................... 169
Time-lapse-fotografie .................................................................... 171
Films bekijken ................................................................................. 177
Films bewerken............................................................................... 179
Films bijsnijden........................................................................................ 179
Geselecteerde beelden opslaan ........................................................ 183
Andere opnameopties
185
De R-knop (Zoekerfotografie) .................................................... 185
De i-knop ........................................................................................ 189
Het menu i-knop (Zoekerfotografie).............................................. 190
Het menu i-knop (Livebeeld) ............................................................ 191
Reset met twee knoppen: Standaardinstellingen
herstellen.................................................................................... 194
Bracketing........................................................................................ 197
Meervoudige belichting................................................................ 211
Intervalfotografie ........................................................................... 217
Objectieven zonder CPU ............................................................... 224
Locatiegegevens............................................................................. 227
vi
Meer over weergave
229
Foto’s bekijken ............................................................................... 229
Schermvullende weergave .................................................................. 229
Miniatuurweergave ................................................................................ 231
Kalenderweergave.................................................................................. 232
De i-knop .................................................................................................. 233
Foto-informatie .............................................................................. 234
Van dichtbij bekijken: Zoomweergave...................................... 243
Foto’s tegen wissen beveiligen ................................................... 245
Foto’s wissen................................................................................... 246
Schermvullende, miniatuur- en kalenderweergave ................... 246
Het weergavemenu................................................................................ 248
Wi-Fi
250
Wat Wi-Fi voor u kan betekenen................................................. 250
Toegang tot de camera................................................................. 251
Android en iOS: Verbinding maken via SSID................................. 251
Android: Verbinding maken via NFC................................................ 254
Android: Andere Wi-Fi-verbindingsopties ..................................... 256
Standaardinstellingen herstellen ...................................................... 256
Draadloze beveiliging............................................................................ 257
Foto’s voor uploaden selecteren ................................................ 263
Individuele foto’s voor uploaden selecteren ................................ 263
Meerdere foto’s voor uploaden selecteren.................................... 264
Foto’s selecteren voor uploaden via NFC....................................... 264
Geselecteerde foto’s naar het smartapparaat
downloaden .............................................................................. 265
vii
Menulijst
266
D Het weergavemenu: Beelden beheren ........................................ 266
C Het foto-opnamemenu: Foto-opnameopties .............................. 268
1 Het filmopnamemenu: Filmopnameopties .................................. 273
A Persoonlijke instellingen: Fijnafstelling camera-instellingen........ 276
B Het setup-menu: Camera-instellingen ............................................ 289
N Het retoucheermenu: Geretoucheerde kopieën maken.................. 294
O Mijn menu/m Recente instellingen ........................................ 297
Opties retoucheermenu ................................................................ 298
Bijsnijden.................................................................................................... 298
Beeld-op-beeld ........................................................................................ 299
NEF (RAW)-verwerking.......................................................................... 302
Technische opmerkingen
304
Compatibele objectieven.............................................................. 304
Optionele flitsers (Speedlights) ................................................... 311
Het Nikon Creatief Verlichtingssysteem (CVS) ............................. 311
Overige accessoires........................................................................ 319
Behandeling van uw camera ........................................................ 320
Opslag ......................................................................................................... 320
Reinigen ..................................................................................................... 320
Reiniging beeldsensor .......................................................................... 321
Onderhoud van camera en accu: Waarschuwingen ................ 328
viii
Problemen oplossen...................................................................... 333
Accu/Weergave........................................................................................ 333
Opname (Alle standen) ......................................................................... 334
Opname (P, S, A, M) .................................................................................. 337
Weergave ................................................................................................... 338
Wi-Fi (draadloze netwerken) ............................................................... 340
Diversen...................................................................................................... 340
Foutmeldingen ............................................................................... 341
Specificaties .................................................................................... 348
Objectieven ..................................................................................... 363
Goedgekeurde geheugenkaarten .............................................. 379
Capaciteit geheugenkaart............................................................ 380
Gebruiksduur van de accu............................................................ 382
Index ................................................................................................. 384
Garantievoorwaarden - Nikon Europees garantiebewijs....... 393
ix
Voor uw veiligheid
Als u schade aan uw Nikon-product of letsel aan uzelf of anderen wilt voorkomen,
dient u de volgende veiligheidsinstructies goed door te lezen voordat u dit
product gaat gebruiken. Bewaar deze veiligheidsinstructies op een plaats waar
iedereen die het product gebruikt ze kan lezen.
De mogelijke gevolgen van het niet in acht nemen van de veiligheidsinstructies in
dit hoofdstuk worden met het volgende pictogram aangegeven:
pictogram staat bij waarschuwingen. Lees om mogelijk letsel te
A Dit
voorkomen alle waarschuwingen voordat u dit Nikon-product gebruikt.
❚❚ WAARSCHUWINGEN
A Zorg dat de zon buiten beeld blijft
Zorg er bij tegenlichtopnamen voor dat
de zon ver buiten beeld blijft. Als
zonlicht in de camera convergeert
doordat de zon zich in of dicht bij het
beeld bevindt, kan dit brand
veroorzaken.
A Kijk niet via de zoeker in de zon
In de zon of andere sterke lichtbronnen
kijken via de zoeker kan tot blijvende
vermindering van het
gezichtsvermogen leiden.
A De dioptrieregelaar van de zoeker
gebruiken
Wanneer u de dioptrieregelaar van de
zoeker gebruikt met het oog tegen de
zoeker, dient u op te passen dat u niet
per ongeluk uw vinger in uw oog steekt.
A Zet het apparaat onmiddellijk uit in geval
van storing
Indien er rook of een ongewone geur
vrijkomt uit het apparaat of de
lichtnetadapter (apart verkrijgbaar),
haalt u onmiddellijk de stekker van de
lichtnetadapter uit het stopcontact en
verwijdert u de accu. Pas daarbij op dat
u zich niet verbrandt. Voortgaand
gebruik kan leiden tot letsel. Nadat u de
accu hebt verwijderd, brengt u het
apparaat voor onderzoek naar een door
Nikon geautoriseerd servicecenter.
A Gebruik het apparaat niet in de nabijheid
van ontvlambaar gas
Gebruik elektronische apparatuur niet
in de nabijheid van ontvlambaar gas,
omdat dit kan leiden tot explosie of
brand.
A Buiten bereik van kinderen houden
Het niet in acht nemen van deze
waarschuwing kan letsel tot gevolg
hebben. Houd er bovendien rekening
mee dat kleine onderdelen
verstikkingsgevaar opleveren. Mocht
een kind enig onderdeel van dit
apparaat inslikken, raadpleeg dan
onmiddellijk een arts.
x
A Haal het apparaat niet uit elkaar
Aanraking van interne onderdelen kan
tot letsel leiden. In geval van een defect
mag dit product uitsluitend worden
gerepareerd door een gekwalificeerde
reparateur. Mocht het product
openbreken als gevolg van een val of
ander ongeluk, verwijder dan de accu
en/of koppel de lichtnetadapter los en
breng het product voor onderzoek naar
een door Nikon geautoriseerd
servicecenter.
A Plaats de polsriem niet om de hals van
kinderen
Het dragen van de camerapolsriem om
de nek kan bij kinderen leiden tot
verstikking.
A Vermijd langdurig contact met de
camera, accu of lader zo lang als de
apparaten ingeschakeld of in gebruik zijn
Delen van het apparaat worden heet.
Langdurig direct contact van de huid
met het apparaat kan lichte
brandwonden tot gevolg hebben.
A Laat het product niet achter op plaatsen
die worden blootgesteld aan extreem
hoge temperaturen, zoals in een
afgesloten auto of in direct zonlicht
A Wees voorzichtig bij het gebruik van de
flitser
• Het gebruik van de camera met de
flitser terwijl deze zich dicht bij de huid
of andere voorwerpen bevindt, kan
brandwonden veroorzaken.
• Het gebruik van de flitser dicht bij de
ogen van het onderwerp kan tijdelijke
vermindering van het
gezichtsvermogen veroorzaken. De
afstand van de flitser tot het
onderwerp mag niet minder dan één
meter zijn. Wees vooral voorzichtig bij
het fotograferen van kleine kinderen.
A Vermijd contact met vloeibare kristallen
Mocht de monitor breken, pas dan op
dat u zich niet verwondt aan de
glassplinters en dat de vloeibare
kristallen uit de monitor niet in
aanraking komen met uw huid, ogen of
mond.
A Draag geen statieven met het object of
de camera eraan bevestigd
U kunt struikelen of per ongeluk
anderen raken, wat letsel tot gevolg
heeft.
Het niet in acht nemen van deze
voorzorgsmaatregel kan schade of
brand veroorzaken.
A Richt een flitser niet op de bestuurder
van een motorvoertuig
Het niet in acht nemen van deze
waarschuwing kan ongelukken tot
gevolg hebben.
xi
A Neem de juiste voorzorgsmaatregelen in
acht bij het gebruik van accu’s
Accu’s kunnen bij onjuist gebruik gaan
lekken of ontploffen. Neem de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht bij het
gebruik van de accu’s bij dit product:
• Gebruik alleen accu’s die zijn
goedgekeurd voor gebruik in dit
apparaat.
• U mag de accu niet kortsluiten of uit
elkaar halen.
• Zorg ervoor dat het product is
uitgeschakeld voordat u de accu
vervangt. Als u een lichtnetadapter
gebruikt, moet u deze eerst
loskoppelen.
• Plaats accu’s niet ondersteboven of
achterstevoren.
• Stel accu’s niet bloot aan vuur of hoge
temperaturen.
• U mag accu’s niet blootstellen aan of
onderdompelen in water.
• Plaats het afdekkapje van de accu
terug wanneer u de accu vervoert.
Vervoer of bewaar de accu niet samen
met metalen voorwerpen, zoals
halskettingen of haarspelden.
• Volledig ontladen accu’s kunnen gaan
lekken. Als u schade aan het product
wilt voorkomen, dient u een ontladen
accu te verwijderen.
xii
• Als de accu niet in gebruik is, plaatst u
het afdekkapje op de contactpunten
en bergt u de accu op een koele, droge
plaats op.
• Direct na gebruik of als het product
gedurende een langere periode op de
accu heeft gewerkt, kan de accu zeer
warm zijn. Zet de camera daarom uit
en laat de accu afkoelen voordat u
deze verwijdert.
• Stop onmiddellijk met het gebruik van
een accu als u veranderingen opmerkt,
zoals verkleuring of vervorming.
A Neem de juiste voorzorgsmaatregelen in
acht bij het gebruik van de lader
• Houd het product droog. Het niet in
acht nemen van deze
voorzorgsmaatregel kan letsel of een
defect aan het product door brand of
een elektrische schok tot gevolg
hebben.
• U mag de ladercontacten niet
kortsluiten. Het niet in acht nemen van
deze waarschuwing kan leiden tot
oververhitting en schade aan de lader.
• Verwijder stof op of bij metalen
onderdelen van de stekker met een
droge doek. Voortgaand gebruik kan
leiden tot brand.
• Tijdens onweer mag u het netsnoer
niet aanraken en niet in de buurt van
de lader komen. Het niet in acht
nemen van deze waarschuwing kan
leiden tot een elektrische schok.
• Beschadig, wijzig of verbuig het
netsnoer niet en trek er niet met kracht
aan. Plaats het snoer niet onder zware
objecten en stel het niet bloot aan
hitte of vuur. Als de isolatie is
beschadigd en de stroomdraden
blootliggen, brengt u het netsnoer
voor onderzoek naar een door Nikon
geautoriseerde
servicevertegenwoordiger. Het niet in
acht nemen van deze waarschuwing
kan leiden tot brand of een elektrische
schok.
• Houd de stekker of de lader niet met
natte handen vast. Het niet in acht
nemen van deze voorzorgsmaatregel
kan letsel of een defect aan het
product door brand of een elektrische
schok tot gevolg hebben.
• Gebruik het product niet met
reisadapters of adapters die
ontworpen werden om een voltage
om te zetten naar een ander voltage of
met omzetters voor gelijkstroom naar
wisselstroom. Het niet in acht nemen
van deze voorzorgsmaatregel kan
schade aan het product,
oververhitting of brand veroorzaken.
A Gebruik geschikte kabels
Als u kabels op de in- en uitgangen
aansluit, gebruik dan uitsluitend de
meegeleverde kabels of kabels die
Nikon voor het beoogde doel verkoopt.
Zo weet u zeker dat u de voorschriften
voor dit product naleeft.
A Volg de instructies van vliegmaatschappijen ziekenhuispersoneel
xiii
Kennisgevingen
• Niets uit de handleidingen die bij dit
• Nikon is niet aansprakelijk voor enige
product horen, mag in enigerlei vorm
schade die voortkomt uit het gebruik
of op enigerlei wijze worden
van dit product.
verveelvoudigd, uitgezonden,
• Hoewel al het mogelijke in het werk is
overgezet of opgeslagen in een
gesteld om ervoor te zorgen dat de
geautomatiseerd gegevensbestand of informatie in deze handleidingen
worden vertaald in een andere taal
accuraat en volledig is, stellen we het
zonder voorafgaande schriftelijke
ten zeerste op prijs als u eventuele
toestemming van Nikon.
fouten of onvolkomenheden onder de
• Nikon behoudt zich het recht voor de
aandacht wilt brengen van de Nikonspecificaties van de hardware en de
vertegenwoordiger in uw land/regio
software die in deze handleidingen zijn (adres apart vermeld).
beschreven op elk gewenst moment
zonder aankondiging te wijzigen.
xiv
Mededelingen voor klanten in Europa
VOORZICHTIG: ONTPLOFFINSGEVAAR ALS ACCU/BATTERIJ WORDT VERVANGEN
DOOR EEN ONJUIST TYPE. GOOI GEBRUIKTE ACCU'S/BATTERIJEN WEG VOLGENS
DE INSTRUCTIES.
Dit symbool geeft aan dat
elektrische en
elektronische apparaten via
gescheiden inzameling
moeten worden afgevoerd.
Het volgende is alleen van
toepassing op gebruikers in Europese
landen:
• Dit product moet gescheiden van het
overige afval worden ingeleverd bij
een daarvoor bestemd
inzamelingspunt. Gooi dit product niet
weg als huishoudafval.
• Gescheiden inzameling en recycling
helpt bij het behoud van natuurlijke
bronnen en voorkomt negatieve
gevolgen voor de menselijke
gezondheid en het milieu die kunnen
ontstaan door een onjuiste verwerking
van afval.
• Neem voor meer informatie contact op
met de leverancier of de gemeentelijke
reinigingsdienst.
Dit symbool op de accu/
batterij duidt aan dat de
accu/batterij afzonderlijk
moet worden ingezameld.
Het volgende is alleen van
toepassing op gebruikers in Europese
landen:
• Alle accu's/batterijen, al dan niet
voorzien van dit symbool, moeten
gescheiden van het overige afval
worden ingeleverd bij een daarvoor
bestemd inzamelingspunt. Gooi dit
product niet weg als huishoudafval.
• Neem voor meer informatie contact op
met de leverancier of de gemeentelijke
reinigingsdienst.
xv
Mededeling betreffende het verbod op kopiëren en reproduceren
Let erop dat alleen al het bezit van materiaal dat digitaal is gekopieerd of
gereproduceerd door middel van een scanner, digitale camera of ander apparaat
wettelijk strafbaar kan zijn.
• Voorwerpen die volgens de wet niet mogen
• Waarschuwingen met betrekking tot het
worden gekopieerd of gereproduceerd
kopiëren of reproduceren van bepaalde
Kopieer of reproduceer geen papiergeld, waardepapieren
munten, waardepapieren of obligaties
De overheid heeft waarschuwingen
van (plaatselijke) overheden, zelfs niet
uitgevaardigd met betrekking tot het
als dergelijke kopieën of reproducties
kopiëren of reproduceren van
worden voorzien van een stempel
waardepapieren uitgegeven door
“Voorbeeld” of “Specimen”.
commerciële instellingen (aandelen,
wissels, cheques, cadeaubonnen en
Het kopiëren of reproduceren van
dergelijke), vervoerspassen of coupons,
papiergeld, munten of
behalve als het gaat om een minimum
waardepapieren die in het buitenland
aantal kopieën voor zakelijk gebruik
in omloop zijn, is verboden.
door een bedrijf. Het is eveneens niet
Tenzij vooraf toestemming is verleend, toegestaan om door de overheid
is het kopiëren of reproduceren van
uitgegeven paspoorten, vergunningen
ongebruikte door de overheid
van overheidsinstellingen en andere
uitgegeven postzegels of briefkaarten
instanties, identiteitsbewijzen,
verboden.
toegangsbewijzen, pasjes en
maaltijdbonnen te kopiëren of te
Het kopiëren of reproduceren van door
reproduceren.
de overheid uitgegeven postzegels en
gecertificeerde wettelijke documenten • Auteursrechten
is verboden.
Het kopiëren of reproduceren van
creatief materiaal waarop het
auteursrecht rust, zoals boeken, muziek,
schilderijen, houtsneden, afdrukken,
plattegronden, tekeningen, films en
foto’s, is onderhevig aan nationale en
internationale auteurswetten. Gebruik
dit product niet om illegale kopieën te
maken of voor andere activiteiten die
het auteursrecht schenden.
xvi
Wegwerpen van opslagmedia
Houd er rekening mee dat de oorspronkelijke beeldgegevens niet volledig worden
verwijderd als u beelden wist of geheugenkaarten of andere opslagmedia
formatteert. Met behulp van in de handel verkrijgbare software is het soms
mogelijk verwijderde bestanden op weggeworpen opslagmedia alsnog te
herstellen, wat misbruik van persoonlijke beeldgegevens tot gevolg kan hebben.
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor de privacybescherming van dergelijke
gegevens.
Wis, voordat een gegevensopslagapparaat wordt afgedankt of overgedragen aan
een andere eigenaar, alle gegevens met behulp van speciale
verwijderingssoftware, of formatteer het apparaat en vul het vervolgens met
beelden die geen persoonlijke informatie bevatten (bijvoorbeeld foto’s van de
lucht). Ook moeten foto’s geselecteerd met handmatige voorinstelling worden
vervangen (0 127). Voordat de camera wordt afgedankt of overgedragen aan een
andere eigenaar moet u altijd de opties Wi-Fi > Netwerkinstellingen >
Netwerkinstellingen terugzetten (0 256) en Netwerk > Netwerkinstellingen
in het setup-menu van de camera gebruiken om persoonlijke netwerkinformatie te
wissen. Voor meer informatie over het Netwerk-menu, raadpleeg de
documentatie meegeleverd met de optionele communicatie-eenheid. Wees
voorzichtig en zorg ervoor dat u geen letsel oploopt bij het fysiek vernietigen van
gegevensopslagapparaten.
xvii
AVC Patent Portfolio License
DIT PRODUCT IS GELICENTIEERD ONDER DE AVC PATENT PORTFOLIO LICENSE VOOR HET
PERSOONLIJK EN NIET-COMMERCIEEL GEBRUIK DOOR EEN CONSUMENT OM (i) VIDEO TE CODEREN IN
OVEREENSTEMMING MET DE AVC-STANDAARD (“AVC-VIDEO”) EN/OF (ii) AVC-VIDEO TE
DECODEREN DIE DOOR EEN CONSUMENT WERD GECODEERD IN HET KADER VAN EEN PERSOONLIJKE
EN NIET-COMMERCIËLE ACTIVITEIT EN/OF WERD VERKREGEN VAN EEN VIDEOLEVERANCIER DIE OVER
EEN LICENTIE BESCHIKT OM AVC-VIDEO AAN TE BIEDEN. ER WORDT GEEN LICENTIE VERLEEND OF
GESUGGEREERD VOOR ENIG ANDER GEBRUIK. VOOR MEER INFORMATIE KUNT U TERECHT BIJ MPEG
LA, L.L.C. ZIE http://www.mpegla.com
Gebruik uitsluitend elektronische accessoires van het merk Nikon
Nikon camera’s zijn ontwikkeld volgens de hoogste standaards en bevatten
complexe elektronische schakelingen. Alleen elektronische accessoires van het
merk Nikon (inclusief batterijladers, accu’s, lichtnetadapters en flitsaccessoires) die
door Nikon speciaal zijn gecertificeerd voor gebruik met deze digitale camera, zijn
ontwikkeld om binnen de operationele eisen en veiligheidseisen van deze
elektronische schakelingen te werken en zijn met het oog daarop getest en
goedgekeurd.
Gebruik van niet-originele elektronische accessoires kan schade
aan de camera tot gevolg hebben die niet onder de Nikongarantie valt. Het gebruik van oplaadbare Li-ionbatterijen van
andere fabrikanten, die niet zijn voorzien van het holografische
zegel van Nikon (zie rechts), kan de normale werking van de camera verstoren of
ertoe leiden dat de accu’s oververhit raken, vlam vatten, scheuren of gaan lekken.
Neem voor meer informatie over originele Nikon-accessoires contact op met een
door Nikon geautoriseerde leverancier.
xviii
D Gebruik uitsluitend accessoires van Nikon
Alleen originele Nikon-accessoires die specifiek zijn bedoeld voor gebruik
met uw Nikon digitale camera, zijn ontworpen en getest om te voldoen
aan de geldende veiligheids- en functioneringsvoorschriften. HET GEBRUIK
VAN NIET-ORIGINELE ACCESSOIRES KAN SCHADE AAN UW CAMERA TOT GEVOLG HEBBEN
EN KAN UW GARANTIE DOEN VERVALLEN.
A Voordat u belangrijke foto’s gaat maken
Voordat u foto’s gaat maken van belangrijke gelegenheden (zoals een
huwelijk of reis), kunt u het beste enkele testopnamen maken om te
controleren of de camera goed werkt. Nikon is niet aansprakelijk voor
schade of gederfde winst veroorzaakt door het onjuist functioneren van
het product.
A Permanente kennisoverdracht
Als onderdeel van Nikons inzet voor “permanente kennisoverdracht” met
het oog op doorlopende productondersteuning en -educatie is
voortdurend bijgewerkte informatie online beschikbaar op de volgende
sites:
• Voor gebruikers in de VS: http://www.nikonusa.com/
• Voor gebruikers in Europa en Afrika: http://www.europe-nikon.com/support/
• Voor gebruikers in Azië, Oceanië en het Midden-Oosten:
http://www.nikon-asia.com/
Bezoek de sites om up-to-date te blijven met de nieuwste
productinformatie, tips, antwoorden op veelgestelde vragen (FAQs) en
algemeen advies over digital imaging en digitale fotografie. Aanvullende
informatie kan mogelijk worden verstrekt door de Nikon-importeur in uw
land/regio. Bezoek de volgende website voor contactgegevens:
http://imaging.nikon.com/
xix
Draadloos
Dit product, voorzien van encryptiesoftware ontwikkeld in de Verenigde Staten,
valt onder de United States Export Administration Regulations en mag niet worden
geëxporteerd of wederom worden geëxporteerd naar een land waarvoor de
Verenigde Staten een handelsembargo heeft opgelegd. Voor de volgende landen
geldt momenteel een handelsembargo: Cuba, Iran, Noord-Korea, Soedan en Syrië.
Het gebruik van draadloze apparaten kan verboden zijn in sommige landen of
regio’s. Neem contact op met een door Nikon geautoriseerde
servicevertegenwoordiger alvorens gebruik te maken van de draadloze functies
van dit product buiten het land van aankoop.
xx
Kennisgevingen voor klanten in Europa
Hierbij verklaart Nikon Corporation dat de D7200 aan de essentiële
vereisten en andere relevante bepalingen van Richtlijn 1999/5/EC
voldoet. De conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op
http://imaging.nikon.com/support/pdf/DoC_D7200.pdf
xxi
Beveiliging
Hoewel één van de voordelen van dit product is dat anderen vrijelijk verbinding
kunnen maken om overal draadloze gegevens uit te wisselen binnen het
betreffende bereik, kan het volgende zich voordoen als de beveiliging niet is
ingeschakeld:
• Gegevensdiefstal: Kwaadwillige personen kunnen draadloze transmissies
onderscheppen om gebruiker-id’s, wachtwoorden en ander persoonlijke
informatie te stelen.
• Onbevoegde toegang: Onbevoegde gebruikers kunnen toegang krijgen tot het
netwerk en gegevens wijzigen of andere kwaadwillige acties uitvoeren. Door het
ontwerp van draadloze netwerken kunnen gespecialiseerde aanvallen
onbevoegde toegang mogelijk maken, zelfs wanneer de beveiliging is
ingeschakeld.
xxii
Inleiding
Kennismaking met de camera
Neem even de tijd om vertrouwd te raken met de
camerabedieningen en schermen van de camera. Leg eventueel
een bladwijzer in dit hoofdstuk zodat u het gemakkelijk kunt
terugvinden terwijl u de rest van de handleiding leest.
De camerabody
1 Stereomicrofoon ........... 163, 192, 273
7 Accessoireschoen (voor optionele
2 Keuzeknop ontspanstand........... 8, 66
flitser) ...................................... 311, 319
3 Standknop .............................................6
8 Z/Q-knop............................ 106, 289
4 Ontgrendelingsknop van
standknop ............................................6
5 Oogje voor camerariem .................. 20
6 Ontgrendelingsknop keuzeknop
ontspanstand ............................... 8, 66
9 Filmopnameknop ........................... 163
10 Hoofdschakelaar ........................... 5, 24
11 Ontspanknop...............................34, 35
12 E-knop..................................... 109, 194
13 Filmvlakmarkering (E) ...................98
14 Bedieningspaneel................................9
1
De camerabody (vervolg)
1 Ingebouwde flitser ...................36, 144 11 Objectiefontgrendeling ...................29
2 Spiegel.........................................71, 324 12 AF-standknop.............................. 84, 90
3 Diafragmasimulator ....................... 352 13 Selectieknop voor scherpstelstand
4 Objectiefbevestigingsmarkering ...23
....................................................... 83, 97
5 M/Y-knop ..................... 144, 146, 151 14 Aansluiting voor
6 Infraroodontvanger (voor) ........... 157
7 D-knop........................ 198, 203, 207
externe microfoon ............... 193, 319
15 USB-aansluiting
16 HDMI-aansluiting ........................... 319
microfoonaansluitingen .... 193, 319 17 Accessoire-aansluiting ......... 160, 227
9 Deksel HDMI-aansluiting .............. 319 18 Hoofdtelefoonaansluiting............ 193
10 Deksel voor accessoire-aansluiting
en hoofdtelefoonaansluiting
......................................... 160, 193, 227
8 Klepje voor USB en externe
A Sluit het aansluitingendeksel
Sluit het aansluitingendeksel wanneer de aansluitingen niet in gebruik zijn.
Vuil in de aansluitingen kan storing veroorzaken tijdens
gegevensoverdracht.
2
1 AF-hulpverlichting................... 34, 277
2
3
4
5
6
Zelfontspannerlampje..................... 69
Lampje rode-ogenreductie
................................................... 145, 147
Secundaire instelschijf................... 285
Pv-knop..................... 55, 167, 285, 288
Fn-knop.............................. 76, 284, 288
N-Mark (NFC-antenne) .................. 254
Deksel van het batterijvak ........22, 28
7 Ontgrendeling deksel batterijvak
.......................................................22, 28
8 Contactendeksel voor optionele
MB-D15 battery pack.................... 319
9 Afdekking van de stroomaansluiting
10 CPU-contacten
11 Objectiefvatting ..........................23, 98
12 AF-koppeling
13 Statiefaansluiting
14 Bodydop................................. ii, 23, 319
3
De camerabody (vervolg)
1 Zoekeroculair...............................10, 25 13 R (info)-knop ...........................13, 185
2 Rubberen oogschelp.........................70 14 Hoofdinstelschijf............................. 285
3 Dioptrieregelaar.................................25 15 Multi-selector .............................. 15, 17
4 A-knop ....................94, 107, 285, 288 16 J (OK)-knop ...................... 15, 17, 284
5 O/Q-knop........................40, 246, 289 17 Vergrendeling van de
6 K-knop.......................................39, 229
scherpstelselectieknop ...................89
7 Monitor...............31, 39, 161, 185, 229 18 Deksel geheugenkaartsleuf ..... 22, 28
8 G-knop...................................16, 266 19 Toegangslampje geheugenkaart
9 L/U-knop
.................17, 112, 115, 119, 121, 245
10 X/T-knop ............. 38, 78, 81, 243
11 W/S-knop
....................... 100, 104, 194, 231, 232
12 i-knop...................................... 189, 233
4
.....................................................35, 220
20 a-knop .............................. 12, 31, 161
21 Infraroodontvanger (achter)........ 157
22 Livebeeld-selector............. 12, 31, 161
23 Luidspreker .................................. 5, 178
A Lcd-verlichting
Door de hoofdschakelaar naar D te draaien, worden de standby-timer en de verlichting van het bedieningspaneel (lcdverlichting) geactiveerd, zodat de weergave in het donker kan
worden afgelezen. Nadat de hoofdschakelaar wordt
losgelaten, zal de verlichting gedurende enkele seconden
Hoofdblijven branden terwijl de stand-by-timer actief is of totdat de schakelaar
sluiter wordt ontspannen of de hoofdschakelaar opnieuw
naar D wordt gedraaid.
D De luidspreker
Plaats de luidspreker niet in de buurt van magnetische apparaten. Het niet
in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan van invloed zijn op de
gegevens opgenomen op de magnetische apparaten.
5
De standknop
De camera beschikt over de hieronder vermelde standen. Druk op
de ontgrendelingsknop van de standknop en draai aan de
standknop om een stand te kiezen.
Standknop
Ontgrendelingsknop van standknop
Standen e, f, g en h:
• e—Automatisch programma (0 52)
• f—Sluitertijdvoorkeuze (0 53)
• g—Diafragmavoorkeuze (0 54)
• h—Handmatig (0 56)
Automatische standen:
• i Automatisch (0 30)
• j Automatisch (flitser uit) (0 30)
Onderwerpstanden (0 41)
Standen j en k (0 62)
Standen speciale effecten (0 44)
6
A Objectieven zonder CPU
Objectieven zonder CPU (0 305) kunnen alleen in de standen A en M
worden gebruikt. Het selecteren van een andere stand wanneer een
objectief zonder CPU is bevestigd, schakelt de ontspanknop uit.
7
De keuzeknop voor de ontspanstand
Druk, om een ontspanstand te kiezen, op de ontgrendelingsknop
van de keuzeknop voor de ontspanstand en draai de keuzeknop
voor de ontspanstand naar de gewenste instelling (0 66).
Ontgrendelingsknop keuzeknop ontspanstand
Keuzeknop ontspanstand
1
8
2
3 4 5
6
1 S Enkel beeld......................................66
4 J Stil ontspannen .............................66
2 T Continu lage snelheid ................66
5 E Zelfontspanner....................... 66, 69
3 U Continu hoge snelheid...............66
6 V Spiegel omhoog ................ 66, 71
Het bedieningspaneel
Het bedieningspaneel toont een verscheidenheid aan camerainstellingen wanneer de camera aan is. De hier getoonde items
verschijnen zodra de camera voor het eerst wordt ingeschakeld;
informatie over andere instellingen is te vinden in de
desbetreffende delen van deze handleiding.
1
2
3
9
8
4
5
7
6
1 Sluitertijd ......................................53, 56
6 Aantal resterende opnamen...........27
2 Batterijaanduiding............................ 26
7 ISO-gevoeligheid ...............................99
3 Diafragma (f-waarde).................54, 56
8 Lichtmeting...................................... 105
4 Geheugenkaartaanduiding
9 Aanduiding ISO-gevoeligheid........99
(sleuf 1).........................................27, 82
5 Geheugenkaartaanduiding
(sleuf 2).........................................27, 82
Automatische ISOgevoeligheidsaanduiding ........... 103
A Weergave camera uit
Als de camera wordt uitgeschakeld met een
accu en geheugenkaart in de camera geplaatst,
wordt het pictogram van de geheugenkaart en
het aantal resterende opnamen weergegeven
(bepaalde geheugenkaarten kunnen in
uitzonderlijke gevallen deze informatie alleen
weergeven als de camera ingeschakeld is).
Bedieningspaneel
9
De zoeker
5
6
7
1
2
8
9
3
4
10
11 12 13 14
23 24
15 16 17 18 19 20
25
1 Aanduiding stand speciale
effecten...............................................44
2 Monochroomaanduiding .......44, 130
3 AF-veldhaakjes ............................25, 33
26
27 28 29
21 22
30
7 Scherpstelpunten.............. 34, 89, 277
8 Aanduiding 1,3× DX-uitsnede
....................................................... 73, 74
9 Rolaanduiding (portretstand) *
10 Rolaanduiding (landschapstand) *
..............................................................29 11 Scherpstelaanduiding ........ 34, 93, 98
5 1,3× DX-uitsnede........................73, 74 12 Vergrendeling automatische
6 Raster (weergegeven wanneer Aan
belichting (AE) ............................... 107
is geselecteerd voor Persoonlijke
13 Aanduiding flexibel programma
instelling d7, Rasterweergave in
..............................................................52
zoeker) ........................................... 280
4 Aanduiding “Geen geheugenkaart”
10
14 Sluitertijd ......................................53, 56 23 Aanduiding
15 Diafragma (f-waarde).................54, 56
flitswaardevergrendeling............ 154
Diafragma (aantal stops)........ 54, 308
HDR-aanduiding ............................. 142
ADL-aanduiding.............................. 140
Aanduiding belichtings-/
flitsbracketing ................................ 198
Aanduiding
witbalansbracketing..................... 203
Aanduiding ADL-bracketing ........ 207
Waarschuwing lage
batterijspanning .............................. 26
Aanduiding ISO-gevoeligheid ..... 100
“K” (verschijnt als er genoeg
geheugen vrij is voor meer dan
1.000 opnamen)............................... 27
Flitsgereedaanduiding ........... 36, 280
24 Aanduiding flitssynchronisatie ... 282
16
17
18
19
20
21
22
25 Aanduiding diafragmastop....54, 308
26 Belichtingsaanduiding .....................57
Weergave belichtingscorrectie ... 109
27 Aanduiding flitscorrectie .............. 151
28 Aanduiding
belichtingscorrectie...................... 110
29 Automatische ISO-
gevoeligheidsaanduiding ........... 103
30 Aantal resterende opnamen...........27
Aantal resterende opnamen tot
buffergeheugen vol is ............68, 380
Opnameaanduiding handmatige
voorinstelling witbalans.............. 122
* Wanneer Virtuele horizon in zoeker is geselecteerd voor Persoonlijke instelling f2 (Fnknop toewijzen, 0 284) of f3 (Voorbeeldknop toewijzen, 0 285) > Drukken,
kan de geselecteerde knop worden gebruikt om een rolaanduiding in de zoeker weer te geven.
Opmerking: Weergave toont alle aanduidingen die branden voor illustratieve doeleinden.
D Geen accu
Als de accu volledig leeg is of als er geen accu is geplaatst, wordt de
weergave in de zoeker gedimd. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
De zoekerweergave wordt weer normaal zodra een volledig opgeladen
accu is geplaatst.
D Het bedieningspaneel en de zoekerweergaven
De helderheid van het bedieningspaneel en de zoekerweergaven verschilt
afhankelijk van de temperatuur en kunnen de reactietijden van de
weergaven afnemen bij lage temperaturen. Dit is normaal en duidt niet op
een storing.
11
De monitor (Livebeeld)
Om foto’s of films in de monitor te
kadreren, draai de livebeeld-selector naar
C (fotolivebeeld) of 1 (filmlivebeeld) en
druk op de a-knop.
a-knop
Livebeeld-selector naar C gedraaid
Livebeeld-selector naar 1 gedraaid
D De tellerweergave
Gedurende 30 sec. wordt een teller weergegeven voordat livebeeld
automatisch eindigt (de timer wordt rood als livebeeld op het punt staat te
eindigen om de interne circuits te beschermen of, als er een andere optie
dan Geen limiet is geselecteerd voor Persoonlijke instelling c4—Monitor
uit > Livebeeld; 0 279—5 sec. voordat de monitor op het punt staat
automatisch uit te schakelen). Afhankelijk van de opnameomstandigheden
wordt de timer mogelijk onmiddellijk weergegeven zodra livebeeld is
geselecteerd. De filmopname eindigt automatisch zodra de timer afloopt,
ongeacht de hoeveelheid beschikbare opnametijd.
12
❚❚ Aanduidingen bekijken en verbergen
Druk op de R-knop om aanduidingen in de
monitor te verbergen of weer te geven.
R-knop
C-stand
Als de livebeeld-selector naar C (fotolivebeeld) is gedraaid, wordt
bij het indrukken van de R-knop door de volgende schermen
gescrold.
Virtuele horizon
Informatie aan
Rasterlijnen
Informatie uit
13
1-stand
Als de livebeeld-selector naar 1 (filmlivebeeld) is gedraaid, wordt
bij het indrukken van de R-knop door de volgende schermen
gescrold.
Virtuele horizon
Informatie aan
Histogram
14
Informatie uit
Rasterlijnen
De multi-selector
In deze handleiding worden bedieningen die gebruik maken van de
multi-selector vertegenwoordigd door de pictogrammen 1, 3, 4
en 2.
1: Druk de multi-selector omhoog
J-knop
4: Druk de multiselector naar links
2: Druk de multiselector naar rechts
3: Druk de multi-selector omlaag
15
Cameramenu’s
De meeste opname-, weergave- en
instellingenopties zijn toegankelijk via de
cameramenu’s. Druk op de G-knop om
de menu’s te bekijken.
G-knop
Tabs
Kies uit de volgende menu’s:
• D: Weergave (0 266)
• C: Fotograferen (0 268)
• 1: Filmopname (0 273)
• A: Persoonlijke instellingen (0 276)
• B: Setup (0 289)
• N: Retoucheren (0 294)
• O/m: MIJN MENU of RECENTE
INSTELLINGEN (standaard op MIJN
MENU; 0 297)
Schuifbalk toont positie in huidig
menu.
Huidige instellingen worden
aangeduid door pictogrammen.
Menuopties
Opties in huidig menu.
Helppictogram (0 17)
16
Cameramenu’s gebruiken
❚❚ Menubediening
De multi-selector en J-knop worden gebruikt om door de
cameramenu’s te navigeren.
1: Beweeg cursor omhoog
J-knop: Selecteer
gemarkeerd item
4: Annuleer en keer terug
naar vorig menu
2: Selecteer gemarkeerd
item of geef submenu weer
3: Beweeg cursor omlaag
A Het d (Help)-pictogram
Als het pictogram d wordt weergegeven in de linkerbenedenhoek van de
monitor, kan de helpfunctie worden weergegeven door de L (U)-knop
in te drukken.
Een beschrijving van de momenteel geselecteerde optie of het menu
wordt weergegeven terwijl de knop wordt ingedrukt. Druk op 1 of 3 om
door de weergave te bladeren.
L (U)-knop
17
❚❚ Door de menu’s navigeren
Volg de onderstaande stappen om door de menu’s te navigeren.
1 Geef de menu’s weer.
Druk op de G-knop om de menu’s
weer te geven.
G-knop
2 Markeer het pictogram
voor het huidige menu.
Druk op 4 om het
pictogram voor het huidige
menu te markeren.
3 Selecteer een menu.
Druk op 1 of 3 om het gewenste menu te selecteren.
4 Plaats de cursor in het
geselecteerde menu.
Druk op 2 om de cursor in
het geselecteerde menu te
plaatsen.
18
5 Markeer een menu-item.
Druk op 1 of 3 om een
menu-item te markeren.
6 Geef opties weer.
Druk op 2 om opties voor
het geselecteerde menuitem weer te geven.
7 Markeer een optie.
Druk op 1 of 3 om een
optie te markeren.
8 Selecteer het gemarkeerde item.
Druk op J om het gemarkeerde item te selecteren.
Druk op de G-knop om af te sluiten zonder een
selectie te maken.
Let op het volgende:
• Menu-items die grijs worden weergegeven, zijn momenteel niet
beschikbaar.
• Het indrukken van 2 heeft in het algemeen hetzelfde effect als het
indrukken van J, maar in bepaalde gevallen kan het item alleen
worden geselecteerd door op J te drukken.
• Druk de ontspanknop half in om de menu’s af te sluiten en naar de
opnamestand terug te keren.
19
Eerste stappen
Volg de onderstaande zeven stappen om de camera gereed te
maken voor gebruik.
1 Bevestig de riem.
Bevestig de riem zoals afgebeeld. Herhaal dit voor het tweede
oogje.
20
2 Laad de accu op.
Plaats de accu en steek de lader in het stopcontact (afhankelijk
van het land of de regio wordt de lader met een stekkeradapter
of netsnoer geleverd). Een lege accu wordt in ongeveer twee uur
en 35 minuten volledig opgeladen.
• Stekkeradapter: Plaats de stekkeradapter in de voedingsingang
van de lader (q). Schuif de vergrendeling van de
stekkeradapter zoals afgebeeld (w) en draai de adapter 90° om
deze op zijn plaats te zetten (e). Plaats de accu en steek de
lader in het stopcontact.
Vergrendeling stekkeradapter
90°
• Netsnoer: Plaats de accu en steek de kabel in, nadat het netsnoer
is aangesloten met de stekker in de getoonde richting.
Het CHARGE-lampje knippert terwijl de accu oplaadt.
Accu laadt op
Opladen voltooid
21
3 Plaats de accu en geheugenkaart.
Controleer eerst of de hoofdschakelaar in de OFF-positie staat
alvorens de accu of geheugenkaarten te plaatsen of te
verwijderen. Plaats de accu+ in de getoonde richting door met
de accu+ de oranje batterijvergrendeling naar één zijde
ingedrukt te houden. De vergrendeling vergrendelt de accu op
zijn plaats zodra de accu volledig is geplaatst.
Batterijvergrendeling
Plaats de geheugenkaart in sleuf 1 als u slechts één
geheugenkaart gebruikt (0 27). Schuif de geheugenkaart naar
binnen totdat deze op zijn plaats klikt.
A De accu en lader
Lees en volg de waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen op pagina x–xiii en
330–332 van deze handleiding.
22
4 Bevestig een objectief.
Let goed op dat er geen stof in de camera komt wanneer het
objectief of de bodydop wordt verwijderd. Het objectief dat in
het algemeen in deze handleiding wordt gebruikt voor
illustratieve doeleinden is een AF-S NIKKOR 18–105mm f/3.5–
5.6G ED VR.
Verwijder de
bodydop van de
camera
Verwijder de achterste
objectiefdop
Bevestigingsmarkering (camera)
Leg de
bevestigingsmarkeringen
op één lijn
Bevestigingsmarkering
(objectief)
Draai het objectief zoals getoond totdat het op zijn plaats klikt
Vergeet niet de objectiefdop te verwijderen alvorens foto’s te maken.
23
5 Schakel de camera in.
Hoofdschakelaar
Het bedieningspaneel gaat
branden. Er wordt een
taalselectievenster
weergegeven als dit de
eerste keer is dat de camera
wordt ingeschakeld.
Bedieningspaneel
A Reiniging beeldsensor
De camera laat de beeldsensor trillen om stof te verwijderen wanneer
de camera wordt in- of uitgeschakeld (0 321).
6 Kies een taal en stel de
Beweeg cursor omhoog
cameraklok in.
J-knop: Selecteer
Gebruik de multi-selector
gemarkeerd item
en J-knop om een taal te
Selecteer
selecteren en de
gemarkeerd item of
cameraklok in te stellen. Bij
geef submenu weer
het instellen van de
cameraklok wordt u
Beweeg cursor omlaag
verzocht een tijdzone-,
datumnotatie- en
zomertijdoptie te kiezen alvorens tijd en datum in te stellen;
merk op dat de camera een 24-uurs klok gebruikt. Taal- en
datum/tijdinstellingen kunnen op elk gewenst moment worden
gewijzigd met behulp van de opties Taal (Language) (0 290) en
Tijdzone en datum (0 290) in het setup-menu.
24
7 Stel de zoeker scherp.
Draai aan de
dioptrieregelaar totdat de
AF-veldhaakjes scherp in
beeld zijn. Let op dat u bij
het bedienen van de
regelaar met uw oog tegen
de zoeker niet per ongeluk
uw vingers of nagels in uw oog steekt.
AF-veldhaakjes
Zoeker niet scherp
Zoeker scherp
De camera is nu klaar voor gebruik. Ga verder naar pagina 30
voor informatie over het maken van foto’s.
25
❚❚ Accuniveau
Het accuniveau is zichtbaar in het bedieningspaneel en de zoeker.
Bedieningspaneel
26
Bedieningspanee
l
Zoeker
L
K
J
I
—
H
d
Zoeker
Beschrijving
Accu volledig opgeladen.
—
—
Accu gedeeltelijk leeg.
—
H
d
(knippert)
(knippert)
Accu bijna leeg. Laad de accu op of leg een
reserve-accu klaar.
Ontspanknop uitgeschakeld. Laad de accu op
of vervang de accu.
❚❚ Aantal resterende opnamen
De camera beschikt over twee
geheugenkaartsleuven: sleuf 1 en sleuf 2.
Sleuf 1 is voor de hoofdkaart; de kaart in
sleuf 2 fungeert als back-up of heeft een
ondergeschikte functie. Als de
standaardinstelling Overloop is
geselecteerd voor Functie van kaart in
sleuf 2 (0 82) wanneer er twee
geheugenkaarten zijn geplaatst, wordt de
kaart in sleuf 2 alleen gebruikt wanneer de
kaart in sleuf 1 vol is.
Sleuf 1
Sleuf 2
Het bedieningspaneel toont de sleuf of
sleuven die momenteel een
geheugenkaart bevatten (het
rechtervoorbeeld toont de pictogrammen
die worden weergegeven wanneer in elke
Bedieningspaneel
sleuf een kaart is geplaatst). Als de
geheugenkaart vol of vergrendeld is of als
zich een fout voordoet, gaat het pictogram voor de betreffende
kaart knipperen (0 344).
Het bedieningspaneel en de zoeker tonen
het aantal foto’s dat kan worden gemaakt
bij de huidige instellingen (waarden boven
1.000 worden naar beneden afgerond naar
het dichtstbijzijnde honderdtal, bijv.
waarden tussen 1.800 en 1.899 worden
aangeduid als 1,8 k). Als er twee
geheugenkaarten zijn geplaatst, tonen de
weergaven de beschikbare ruimte op de
kaart in sleuf 1.
Aantal resterende
opnamen
Bedieningspaneel
Zoeker
27
❚❚ De accu+ en geheugenkaarten verwijderen
De accu+ verwijderen
Zet de camera uit en open het deksel van
het batterijvak. Druk de
batterijvergrendeling in de richting
aangeduid door de pijl om de accu vrij te
geven en verwijder de accu vervolgens
handmatig.
Zet, na controle of het toegangslampje van
de geheugenkaart uit is, de camera uit,
open het deksel van de
geheugenkaartsleuf en druk op de kaart en
geef deze vrij (q). De kaart kan vervolgens
handmatig worden verwijderd (w).
16GB
Geheugenkaarten verwijderen
D Geheugenkaarten
• Geheugenkaarten kunnen na gebruik zeer warm zijn. Ga daarom
voorzichtig te werk bij het verwijderen van geheugenkaarten uit de
camera.
• Zet de camera uit voordat geheugenkaarten worden geplaatst of
verwijderd. Verwijder geen geheugenkaarten uit de camera, zet de
camera niet uit en verwijder of ontkoppel niet de voedingsbron tijdens
het formatteren of op het moment dat gegevens worden opgeslagen,
gewist of naar een computer worden gekopieerd. Het niet in acht nemen
van deze voorzorgsmaatregelen kan gegevensverlies of beschadiging
van de camera of de kaart tot gevolg hebben.
• Raak de contacten van de kaart niet aan met uw vingers of metalen
voorwerpen.
• U mag kaarten niet buigen, laten vallen of blootstellen aan hevige
schokken.
• Oefen geen druk uit op de behuizing van de kaart. Het niet in acht nemen
van deze voorzorgsmaatregel kan beschadiging van de kaart tot gevolg
hebben.
• Stel niet bloot aan water, hitte, hoge luchtvochtigheid of direct zonlicht.
• Formatteer geheugenkaarten niet in een computer.
28
A Geen geheugenkaart
Indien er geen geheugenkaart is geplaatst,
tonen het bedieningspaneel en de zoeker
S. Als de camera wordt uitgeschakeld
met een opgeladen accu en er is geen
geheugenkaart geplaatst, dan wordt S
in het bedieningspaneel weergegeven.
B
16G
A De beveiligingsschakelaar
SD-geheugenkaarten zijn uitgerust
met een beveiligingsschakelaar om
onbedoeld gegevensverlies te
voorkomen. Wanneer de schakelaar
Beveiligingsschakelaar
in de “vergrendelen”-positie staat,
kan de geheugenkaart niet worden
geformatteerd en kunnen er geen foto’s worden gewist of opgenomen (er
wordt een waarschuwing weergegeven wanneer u de sluiter probeert te
ontspannen). Schuif de schakelaar naar de “schrijven”-positie om de
geheugenkaart te ontgrendelen.
❚❚ Het objectief losmaken
Vergeet niet de camera uit te zetten bij het
verwijderen of verwisselen van
objectieven. Houd, om het objectief te
verwijderen, de knop van de
objectiefontgrendeling (q) ingedrukt
terwijl het objectief naar rechts wordt
gedraaid (w). Plaats, na het verwijderen
van het objectief, de objectiefdoppen en de bodydop van de
camera terug.
D CPU-objectieven met diafragmaringen
Vergrendel het diafragma op de kleinste instelling (hoogste f-waarde) bij
gebruik van CPU-objectieven uitgerust met een diafragmaring (0 307).
29
Basisfotografie en weergave
“Richten-en-maken”-fotografie (standen i
en j)
Dit hoofdstuk beschrijft hoe foto’s te maken in de
standen i en j. i en j zijn automatische
“richten-en-maken”-standen waarin de meeste
instellingen door de camera worden geregeld in
reactie op de opnameomstandigheden.
1 Schakel de camera in.
Het bedieningspaneel gaat
branden.
30
Hoofdschakelaar
2 Druk de
Standknop
ontgrendelingsknop van de
standknop bovenop de
camera in en draai de
standknop naar i of j.
Ontgrendelingsknop van standknop
Foto’s kunnen in de zoeker of in de
monitor (livebeeld) worden gekadreerd.
Om livebeeld te starten, draai de
livebeeld-selector naar C en druk op de
a-knop.
Livebeeld-selector
a-knop
Foto's kadreren in de
zoeker
Foto’s kadreren in de
monitor (livebeeld)
31
3 Maak de camera gereed.
Zoekerfotografie: Houd, bij het kadreren van foto’s in de zoeker, de
handgreep in uw rechterhand en ondersteun de camerabody of
het objectief met uw linkerhand. Plaats uw ellebogen tegen de
zijkanten van uw borst.
Livebeeld: Houd, bij het kadreren van foto’s in de monitor, de
handgreep in uw rechterhand en ondersteun het objectief met
uw linkerhand.
A Foto’s kadreren in portretstand (staand)
Houd, bij het kadreren van foto’s in portretstand (staand), de camera
volgens onderstaande afbeelding vast.
Foto's kadreren in de
zoeker
32
Foto’s kadreren in de
monitor
4 Kadreer de foto.
Zoekerfotografie: Kadreer een foto in de
zoeker met het hoofdonderwerp in de
AF-veldhaakjes.
AF-veldhaakjes
Livebeeld: Bij standaardinstellingen
detecteert de camera automatisch
gezichten en selecteert het
scherpstelpunt. Als er geen gezicht is
gedetecteerd, gebruik dan de multiselector om het scherpstelpunt boven
het hoofdonderwerp te plaatsen.
A Een zoomobjectief gebruiken
Gebruik de zoomring om op het onderwerp in
te zoomen, zodat het onderwerp een groter
deel van het beeld vult, of zoom uit voor een
groter zichtbaar gebied in de uiteindelijke foto
(selecteer langere brandpuntsafstanden op de
schaal van de brandpuntsafstand om in te
zoomen, kortere brandpuntsafstanden om uit
te zoomen).
Scherpstelpunt
Inzoomen
Uitzoomen
Zoomring
33
5 Druk de ontspanknop half in.
Zoekerfotografie: Druk de ontspanknop
half in om scherp te stellen (de
AF-hulpverlichting gaat mogelijk
branden als het onderwerp slecht
belicht is). Zodra de
scherpstelbewerking is voltooid,
verschijnen het actieve scherpstelpunt
en de scherpstelaanduiding (I) in de
zoeker.
Scherpstelpunt
Scherpstelaanduiding
Scherpstelaanduiding
Beschrijving
I
Onderwerp scherp in beeld.
Scherpstelpunt bevindt zich tussen camera en
F
onderwerp.
H
Scherpstelpunt bevindt zich achter onderwerp.
F
H
Camera kan niet scherpstellen met autofocus. Zie
(knippert)
pagina 96.
Livebeeld: Het scherpstelpunt knippert
groen terwijl de camera scherpstelt. Als
de camera niet kan scherpstellen, wordt
het scherpstelpunt groen weergegeven;
anders knippert het scherpstelpunt
rood.
Scherpstelpunt
34
6 Maak de foto.
Druk de ontspanknop
gelijkmatig en volledig in om
de sluiter te ontspannen en
de foto te maken. Het
toegangslampje van de
geheugenkaart gaat
branden en de foto wordt
Toegangslampje
gedurende enkele seconden
geheugenkaart
in de monitor weergegeven.
Werp de geheugenkaart niet uit en verwijder of ontkoppel niet de
voedingsbron voordat het lampje uit is en de opname is voltooid.
Om livebeeld te beëindigen, druk op de
a-knop.
a-knop
35
A De ingebouwde flitser
Als er extra verlichting is vereist voor de juiste
belichting in de i-stand, dan klapt de
ingebouwde flitser automatisch op zodra de
ontspanknop half wordt ingedrukt. Als de flitser
is opgeklapt, kunnen alleen foto’s worden
gemaakt wanneer de flitsgereedaanduiding (M)
wordt weergegeven. Als de
flitsgereedaanduiding niet wordt
weergegeven, is de flitser aan het laden; verwijder uw vinger kort van de
ontspanknop en probeer opnieuw.
Zoeker
Om stroom te besparen wanneer de flitser niet
in gebruik is, moet deze voorzichtig naar
beneden worden geklapt totdat de
vergrendeling op zijn plaats klikt.
36
Livebeeld
A De stand-by-timer (zoekerfotografie)
De weergave van de zoekeraanduiding en sluitertijd- en
diafragmaweergaven in het bedieningspaneel schakelen uit
als er gedurende zes seconden geen handelingen worden
uitgevoerd, waardoor de accu minder snel leeg is. Druk de
ontspanknop half in om de weergave opnieuw te activeren.
De tijdsduur voordat de stand-by-timer automatisch afloopt kan worden
geselecteerd met behulp van Persoonlijke instelling c2 (Stand-by-timer,
0 279).
Belichtingsmeters uit
Belichtingsmeters aan
A De tijd waarna de monitor wordt uitgeschakeld (livebeeld)
De monitor schakelt uit als er gedurende ongeveer tien minuten geen
handelingen worden uitgevoerd. De tijdsduur voordat de monitor
automatisch uitschakelt, kan worden geselecteerd met behulp van
Persoonlijke instelling c4 (Monitor uit, 0 279) > Livebeeld.
D De zoeker afdekken
Om te voorkomen dat licht dat via de zoeker van invloed is op foto’s en de
belichting, kan voor aanvang van het fotograferen de rubberen oogschelp
worden verwijderd en de zoeker worden afgedekt met het meegeleverde
oculairkapje (0 70).
37
A Voorbeeld livebeeldzoom
Druk op de X (T)-knop om op het geselecteerde scherpstelpunt tot een
maximale vergroting van ongeveer 19× in te zoomen. Er verschijnt een
navigatievenster in een grijs kader in de rechterbenedenhoek van de
weergave. Gebruik, om het scherpstelpunt opnieuw te positioneren, de
multi-selector om te bladeren of druk op W (S) om uit te zoomen.
X (T)-knop
Navigatievenster
A Belichting
Afhankelijk van de scène kan de belichting verschillen van de belichting die
wordt verkregen wanneer livebeeld niet wordt gebruikt.
D Fotograferen in livebeeld
Hoewel ze niet op de uiteindelijke foto verschijnen, kunnen gekartelde
randen, valse kleuren, moiré en heldere vlekken in de monitor verschijnen,
terwijl in bepaalde velden heldere plekken of banden met knipperende
tekens en andere intermitterende lichtbronnen kunnen verschijnen of als
het onderwerp kort door een strobe of andere heldere, kortstondige
lichtbron wordt verlicht. Bovendien kan vertekening optreden bij
bewegende voorwerpen, vooral als de camera horizontaal wordt gepand
of een voorwerp met hoge snelheid door het beeld beweegt. Flikkering en
banden zichtbaar in de monitor onder tl-licht, kwikdamplampen of
natriumdamplampen kunnen worden verminderd met behulp van
Flikkerreductie (0 290), hoewel ze in de uiteindelijke foto nog steeds
zichtbaar kunnen zijn bij sommige sluitertijden. Richt de camera niet naar
de zon of andere sterke lichtbronnen. Het niet in acht nemen van deze
voorzorgsmaatregel kan schade aan de interne schakelingen van de
camera tot gevolg hebben.
38
Basisweergave
1 Druk op de K-knop.
Er wordt een foto weergegeven in de
monitor. De geheugenkaart met de
huidige weergegeven foto wordt door
een pictogram aangeduid.
K-knop
2 Bekijk meer foto’s.
Er kunnen nog meer foto’s
worden weergegeven door
4 of 2 in te drukken.
Druk de ontspanknop half in om de weergave te beëindigen en
terug te keren naar de opnamestand.
A Controlebeeld
Wanneer Aan is geselecteerd voor Controlebeeld in het weergavemenu
(0 267), worden foto’s na het fotograferen gedurende enkele seconden
automatisch weergegeven in de monitor.
A Zie ook
Zie pagina 233 voor informatie over het kiezen van een
geheugenkaartsleuf.
39
Ongewenste foto’s wissen
Druk op de O (Q)-knop om de foto te wissen die momenteel wordt
weergegeven in de monitor. Merk op dat eenmaal gewiste foto’s niet
kunnen worden hersteld.
1 Geef de foto weer.
Geef de foto weer die u wilt wissen,
zoals wordt beschreven op de
voorgaande pagina.
K-knop
2 Wis de foto.
Druk op de O (Q)-knop. Er wordt een
bevestigingsvenster weergegeven; druk
nogmaals op O (Q)-knop om de
afbeelding te wissen en terug te keren
naar weergave. Druk op K om af te
sluiten zonder de foto te wissen.
O (Q)-knop
A Wissen
Gebruik de optie Wissen in het weergavemenu om geselecteerde beelden
(0 248), alle beelden gemaakt op een geselecteerde datum (0 249) of alle
beelden in een gekozen locatie op een geselecteerde kaart (0 248) te
wissen.
40
Instellingen aanpassen aan het
onderwerp of de situatie
(Onderwerpstand)
De camera beschikt over verschillende onderwerpstanden. Bij het
kiezen van een onderwerpstand worden de instellingen
automatisch aan de geselecteerde scène aangepast, waardoor
creatieve fotografie net zo eenvoudig wordt als het selecteren van
een stand, het kadreren van een foto en het maken van een foto,
zoals beschreven op pagina 30–35.
Draai de standknop naar SCENE en druk op de R-knop om de
momenteel geselecteerde scène te bekijken. Draai aan de
hoofdinstelschijf om een andere scène te kiezen.
Standknop
Hoofdinstelschijf
Monitor
Merk op dat de scène niet kan worden gewijzigd tijdens livebeeld
terwijl de livebeeld-selector in de positie 1 staat.
41
❚❚ Scènes
Optie
42
k
Portret
l
Landschap
p
Kinderen
m
Sport
n
Close-up
o
Nachtportret
r
Nachtlandschap
s
Party/binnen
t
Strand/sneeuw
Beschrijving
Gebruik voor portretten met zachte, natuurlijke
huidtinten. Als het onderwerp zich te ver van de
achtergrond bevindt of als een teleobjectief wordt
gebruikt, worden de achtergronddetails verzacht om
de compositie een gevoel van diepte te geven.
Gebruik voor levendige landschapsopnamen bij
daglicht. 1, 2
Gebruik voor snapshots van kinderen. Kleding en
achtergronddetails worden levendig weergegeven,
terwijl huidtinten zacht en natuurlijk blijven.
Korte sluitertijden bevriezen beweging voor
dynamische sportopnamen waarin het
hoofdonderwerp duidelijk naar voren komt. 1, 2
Gebruik voor close-upfoto’s van bloemen, insecten en
andere kleine voorwerpen (voor scherpstellen op zeer
korte afstand kan een macro-objectief worden
gebruikt).
Gebruik voor een natuurlijke balans tussen het
hoofdonderwerp en de achtergrond in portretten
gemaakt met weinig licht.
Verminder ruis en onnatuurlijke kleuren bij het
fotograferen van nachtlandschappen, inclusief
straatverlichting en neonreclame. 1, 2
Leg de effecten vast van achtergrondverlichting
binnenshuis. Gebruik voor feesten en andere scènes
binnenshuis.
Leg de helderheid vast van zonovergoten
oppervlakken zoals water, sneeuw of zand. 1, 2
u
Zonsondergang
Optie
v
Schemering
w
x
Dierenportret
Beschrijving
Behoudt de diepe tinten in zonsondergangen en
zonsopgangen. 1, 2
Behoudt de kleuren in het waterige natuurlijke licht
vóór zonsopgang of na zonsondergang. 1, 2
Gebruik voor portretten van actieve huisdieren. 2
Kaarslicht
Voor foto’s gemaakt bij kaarslicht. 1
y
Bloesem
z
Herfstkleuren
0
Voedsel
Gebruik voor bloemenvelden, bloeiende
boomgaarden en andere landschappen met
uitgestrekte bloesemlandschappen. 1
Legt de stralende rode en gele kleuren vast in
herfstbladeren. 1
Gebruik voor levendige foto’s van voedsel. Druk voor
flitserfotografie op de M (Y)-knop om de flitser op te
klappen (0 146).
1 De ingebouwde flitser schakelt uit.
2 De AF-hulpverlichting schakelt uit.
A Onscherpte voorkomen
Gebruik een statief om onscherpte veroorzaakt door cameratrillingen bij
lange sluitertijden te voorkomen.
43
Speciale effecten
Speciale effecten kunnen worden gebruikt bij het maken van foto’s
en opnemen van films.
Draai de standknop naar EFFECTS en druk op de R-knop om het
huidige geselecteerde effect te bekijken. Draai aan de
hoofdinstelschijf om een ander effect te kiezen.
Standknop
Hoofdinstelschijf
Monitor
Merk op dat het effect niet kan worden gewijzigd tijdens livebeeld
terwijl de livebeeld-selector in de positie 1 staat.
❚❚ Speciale effecten
Optie
44
%
Nachtzicht
g
Kleurenschets
Beschrijving
Gebruik onder donkere omstandigheden om
monochrome beelden bij hoge ISO-gevoeligheden
vast te leggen (handmatige scherpstelling is
beschikbaar als de camera niet kan scherpstellen). 1
De camera detecteert en kleurt omtreklijnen voor een
kleurenschetseffect. Het effect kan worden aangepast
in livebeeld (0 46). Merk op dat films opgenomen in
deze stand als diashow van een serie foto’s worden
afgespeeld.
Optie
i Miniatuureffect
u
Selectieve kleur
1
Silhouet
2
High-key
3
Low-key
Beschrijving
Maak foto’s die op foto’s van diorama’s lijken. Werkt
het best bij het fotograferen vanaf een hoog zichtpunt.
Films met miniatuureffecten spelen op hoge snelheid
af, waarbij circa 45 minuten aan filmopnamen,
opgenomen bij 1.920 × 1.080/30p, worden
gecomprimeerd naar een geluidloze film die in circa
drie minuten wordt afgespeeld. Het effect kan worden
aangepast in livebeeld (0 47). 1, 2
Alle andere kleuren dan de geselecteerde kleuren
worden in zwart-wit vastgelegd. Het effect kan worden
aangepast in livebeeld (0 49). 1
Silhouetonderwerpen tegen heldere achtergronden. 1
Gebruik bij het fotograferen van heldere onderwerpen
om heldere beelden te creëren die met licht lijken te
zijn gevuld. 1
Gebruik bij het fotograferen van donkere
onderwerpen om donkere, low-key beelden met
opvallende hoge lichten te creëren. 1
1 De ingebouwde flitser schakelt uit.
2 De AF-hulpverlichting schakelt uit.
A Onscherpte voorkomen
Gebruik een statief om onscherpte veroorzaakt door cameratrillingen bij
lange sluitertijden te voorkomen.
A NEF (RAW)
NEF (RAW)-opname is niet beschikbaar in de standen %, g, i en u.
Foto’s gemaakt terwijl in deze standen een NEF (RAW)- of NEF (RAW)+JPEGoptie is geselecteerd, worden opgeslagen als JPEG-beelden. JPEGafbeeldingen gecreëerd bij de instellingen NEF (RAW) + JPEG worden bij de
geselecteerde JPEG-kwaliteit vastgelegd, terwijl beelden vastgelegd bij de
instelling NEF (RAW) als beelden met fijne kwaliteit worden opgeslagen.
A Standen g en i
Autofocus is niet beschikbaar tijdens filmopname. De
vernieuwingsfrequentie voor livebeeld daalt samen met de beeldsnelheid
voor continue opnamestand; het gebruik van autofocus tijdens livebeeld
verstoort de voorbeeldfunctie.
45
Beschikbare opties in livebeeld
Instellingen voor het geselecteerde effect worden aangepast in
livebeeldweergave, maar worden toegepast tijdens livebeeld en
zoekerfotografie en filmopname.
❚❚ g Kleurenschets
1 Selecteer livebeeld.
Druk op de a-knop. Het beeld door het
objectief zal in de monitor worden
weergegeven.
a-knop
2 Pas opties aan.
Druk op J om de rechts getoonde
opties weer te geven. Druk op 1 of 3
om Levendigheid of Omtrekken te
markeren en druk op 4 of 2 om te
wijzigen. Levendigheid kan worden
verhoogd om kleuren meer verzadigd te
maken, of verlaagd voor een verbleekt, monochroom effect
terwijl de omtreklijnen dikker of dunner kunnen worden
gemaakt. Het verdikken van de lijnen zorgt bovendien voor meer
verzadigde kleuren.
3 Druk op J.
Druk op J om af te sluiten zodra de
instellingen zijn voltooid. Druk op de aknop om zoekerfotografie te hervatten.
46
❚❚ i Miniatuureffect
1 Selecteer livebeeld.
Druk op de a-knop. Het beeld door het
objectief zal in de monitor worden
weergegeven.
a-knop
2 Positioneer het scherpstelpunt.
Gebruik de multi-selector om het
scherpstelpunt in het scherp te stellen
gebied te plaatsen en druk vervolgens
de ontspanknop half in om de
scherpstelling te controleren. Druk op X
(T) om de opties voor
miniatuureffect tijdelijk uit het scherm te wissen en het beeld in
de monitor te vergroten om nauwkeurig te kunnen
scherpstellen. Druk op W (S) om weergave van het
miniatuureffect te herstellen.
3 Geef opties weer.
Druk op J om opties voor
miniatuureffect weer te geven.
47
4 Pas opties aan.
Druk op 4 of 2 om de richting te kiezen
van het scherp te stellen gebied en druk
op 1 of 3 om de breedte van het
gebied aan te passen.
5 Druk op J.
Druk op J om af te sluiten zodra de
instellingen zijn voltooid. Druk op de aknop om zoekerfotografie te hervatten.
48
❚❚ u Selectieve kleur
1 Selecteer livebeeld.
Druk op de a-knop. Het beeld door het
objectief zal in de monitor worden
weergegeven.
a-knop
2 Geef opties weer.
Druk op J om opties voor selectieve
kleur weer te geven.
3 Selecteer een kleur.
Geselecteerde kleur
Kadreer een voorwerp in het witte
vierkant in het midden van het scherm
en druk op 1 om de kleur van het
voorwerp te kiezen als de kleur die
behouden blijft in het uiteindelijke
beeld (de camera kan problemen
ondervinden bij het detecteren van
onverzadigde kleuren; kies een verzadigde kleur). Druk op
X (T) om in te zoomen op het midden van de weergave voor
meer nauwkeurige kleurselectie. Druk op W (S) om uit te
zoomen.
49
4 Kies het kleurbereik.
Kleurbereik
Druk op 1 of 3 om het bereik van
gelijkwaardige tinten, die in het
definitieve beeld worden vastgelegd, te
verhogen of te verlagen. Kies uit
waarden tussen 1 en 7; merk op dat
hogere waarden
tinten van andere kleuren kunnen
bevatten.
5 Selecteer meer kleuren.
Draai, om nog meer kleuren
te selecteren, aan de
hoofdinstelschijf om één van
de drie kleurvakken
bovenaan het scherm te
markeren en herhaal Stap 3
en 4 om een andere kleur te selecteren. Herhaal voor een derde
kleur, indien gewenst. Druk op O (Q) om de gemarkeerde kleur
te deselecteren. Houd O (Q) ingedrukt om alle kleuren te
verwijderen. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven;
selecteer Ja.
6 Druk op J.
Druk op J om af te sluiten zodra de
instellingen zijn voltooid. Tijdens het
fotograferen worden alleen voorwerpen
van de geselecteerde tinten in kleur
vastgelegd; alle overige kleuren worden
in zwart-wit vastgelegd. Druk op de a-knop om
zoekerfotografie te hervatten.
50
Standen P, S, A en M
De standen P, S, A en M bieden verschillende
regelniveaus voor sluitertijd en diafragma.
Stand
P
S
A
M
Beschrijving
Automatisch programma (0 52): De camera stelt sluitertijd en
diafragma in voor optimale belichting. Aanbevolen voor
snapshots en in andere situaties met weinig tijd voor het
aanpassen van de camera-instellingen.
Sluitertijdvoorkeuze (0 53): Gebruiker kiest sluitertijd; camera
selecteert diafragma voor de beste resultaten. Gebruik om
beweging te bevriezen of onscherp te maken.
Diafragmavoorkeuze (0 54): Gebruiker kiest diafragma; camera
selecteert sluitertijd voor de beste resultaten. Gebruik om
achtergrond onscherp te maken of om zowel voorgrond als
achtergrond scherp in beeld te brengen.
Handmatig (0 56): Gebruiker regelt zowel sluitertijd als diafragma.
Stel sluitertijd in op Bulb (A) of Tijd (%) voor lange
tijdopnamen.
A Type objectieven
Vergrendel, bij het gebruik van een CPU-objectief uitgerust met een
diafragmaring (0 307), de diafragmaring bij het kleinste diafragma
(hoogste f-waarde). Type G- en E-objectieven zijn niet uitgerust met een
diafragmaring.
Objectieven zonder CPU kunnen alleen worden gebruikt in de standen A
(diafragmavoorkeuze) en M (handmatig), terwijl diafragma alleen kan
worden aangepast met behulp van de diafragmaring. Het selecteren van
elke andere stand schakelt de ontspanknop uit. Voor meer informatie, zie
“Compatibele objectieven” (0 304).
51
P: Automatisch programma
In deze stand past de camera sluitertijd en diafragma automatisch
aan volgens een ingebouwd programma voor een optimale
belichting in de meeste situaties.
A Flexibel programma
In stand P kunnen verschillende combinaties
van sluitertijd en diafragma worden
geselecteerd door aan de hoofdinstelschijf te
draaien terwijl de belichtingsmeters
ingeschakeld zijn (“flexibel programma”).
Draai de instelschijf naar rechts voor grote
diafragma’s (lage f-waarden) om
achtergronddetails onscherp te maken of
voor korte sluitertijden om beweging te
“bevriezen”. Draai de schijf naar links voor
kleine diafragma’s (hoge f-waarden) om
scherptediepte te vergroten of voor lange
sluitertijden om beweging onscherp te
maken. Alle combinaties leveren dezelfde
belichting op. Terwijl het flexibele
programma actief is, wordt een flexibele
programma-aanduiding (O of E)
weergegeven. Om de standaardinstellingen
voor sluitertijd en diafragma te herstellen,
draai aan de hoofdinstelschijf totdat de
aanduiding niet langer wordt weergegeven of
schakel de camera uit.
52
Hoofdinstelschijf
Zoeker
Monitor
S: Sluitertijdvoorkeuze
In de stand sluitertijdvoorkeuze kunt u zelf de sluitertijd kiezen
terwijl de camera automatisch het diafragma selecteert dat de
optimale belichting oplevert.
Draai aan de hoofdinstelschijf terwijl de
belichtingsmeters aan zijn om een
sluitertijd te kiezen. Sluitertijd kan worden
ingesteld op “v” of op waarden tussen
30 sec. en 1/8.000 sec.
Hoofdinstelschijf
Bedieningspaneel
Monitor
A Zie ook
Zie pagina 343 voor informatie over wat te doen als er een knipperende
“A”- of “%”-aanduiding in de sluitertijdweergaven verschijnt.
53
A: Diafragmavoorkeuze
In diafragmavoorkeuze kiest u het diafragma terwijl de camera
automatisch de sluitertijd selecteert die de optimale belichting
oplevert.
Draai, om een diafragma te kiezen uit de
minimale en maximale waarden van het
objectief, aan de secundaire instelschijf
terwijl de belichtingsmeters ingeschakeld
zijn.
Secundaire instelschijf
Bedieningspaneel
Monitor
A Objectieven zonder CPU (0 308)
Gebruik de diafragmaring om het diafragma
aan te passen. Als het maximale diafragma van
het objectief is gespecificeerd met behulp van
het item Objectief zonder CPU in het setupmenu (0 224) zodra er een objectief zonder
CPU is bevestigd, wordt de huidige f-waarde
weergegeven, afgerond op het
dichtstbijzijnde puntteken. Anders toont het diafragma alleen het aantal
stops (F, met het maximale diafragma weergegeven als FA) en moet de
f-waarde van de diafragmaring van het objectief worden afgelezen.
54
A Voorbeeld scherptediepte (Zoekerfotografie)
Houd de Pv-knop ingedrukt om de effecten van
diafragma vooraf te bekijken. Het objectief
wordt gestopt bij de diafragmawaarde
geselecteerd door de camera (standen P en S) of
bij de waarde gekozen door de gebruiker
(standen A en M), zodat scherptediepte vooraf
in de zoeker kan worden bekeken.
Pv-knop
A Persoonlijke instelling e5—Testflits (Zoekerfotografie; 0 284)
Deze instelling regelt of de ingebouwde flitser en optionele flitsers die het
Nikon Creatief Verlichtingssysteem ondersteunen (CLS; 0 311) een testflits
afgeven wanneer de Pv-knop wordt ingedrukt.
55
M: Handmatig
In handmatige belichtingsstand regelt u zowel sluitertijd als
diafragma. Draai, terwijl de belichtingsmeters ingeschakeld zijn, aan
de hoofdinstelschijf om een sluitertijd te kiezen en aan de
secundaire instelschijf om diafragma in te stellen. Sluitertijd kan
worden ingesteld op “v” of op waarden tussen 30 sec. en
1/8.000 sec., of de sluiter kan voor onbepaalde tijd worden
opengehouden voor een lange tijdopname (A of %, 0 58).
Diafragma kan worden ingesteld op waarden tussen de minimale
en maximale waarden voor het objectief. Gebruik de
belichtingsaanduidingen om de belichting te controleren.
Secundaire instelschijf
Diafragma
Sluitertijd
Hoofdinstelschijf
A AF Micro NIKKOR-objectieven
Onder voorwaarde dat een externe belichtingsmeter wordt gebruikt, hoeft u
alleen rekening te houden met de belichtingsverhouding wanneer de
diafragmaring wordt gebruikt voor het instellen van het diafragma.
56
A De belichtingsaanduidingen
Als er een andere sluitertijd dan “bulb” of “tijd” is geselecteerd, tonen de
belichtingsaanduidingen of de foto wel of niet onder- of overbelicht zal zijn
bij de huidige instellingen. Afhankelijk van de optie gekozen voor
Persoonlijke instelling b2 (Stapgrootte inst. belichting, 0 278), wordt de
hoeveelheid onder- of overbelichting in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW
aangeduid. Als de uiterste waarden van het lichtmeetsysteem worden
overschreden, zullen de weergaven van de belichtingsaanduidingen en de
sluitertijd (standen P en A) en/of het diafragma (standen P en S) knipperen.
Persoonlijke instelling b2 ingesteld op 1/3 stap
Onderbelicht met
Overbelicht met
Optimale belichting
1/3 LW
2 LW
Bedieningspaneel
Zoeker
(zoekerfotografie)
Monitor (livebeeld)
A Zie ook
Zie Persoonlijke instelling f8 (Aanduidingen omkeren, 0 286) voor
informatie over het omkeren van de belichtingsaanduidingen, zodat
negatieve waarden rechts en positieve waarden links worden
weergegeven.
57
Lange tijdopnamen (alleen stand M)
Selecteer de volgende sluitertijden voor
lange tijdopnamen van bewegende
lichten, de sterren, nachtlandschappen of
vuurwerk.
• Bulb (A): De sluiter blijft open terwijl
de ontspanknop ingedrukt wordt
Lengte van belichting:
gehouden. Gebruik een statief of een
35 sec.
optionele draadloze afstandsbediening
Diafragma: f/25
(0 160, 319) of afstandsbedieningskabel
(0 319) om onscherpte te voorkomen.
• Tijd (%): Start de belichting met behulp van de ontspanknop op de
camera of op een optionele afstandsbediening,
afstandsbedieningskabel of draadloze afstandsbediening. De
sluiter blijft open totdat de knop een tweede keer wordt
ingedrukt.
Monteer, voordat u verder gaat, de camera op een statief of plaats
deze op een stabiele, vlakke ondergrond. Verwijder de rubberen
oogschelp en bedek de zoeker met het meegeleverde oculairkapje
om te voorkomen dat licht dat via de zoeker binnenvalt in de foto
verschijnt of de belichting verstoort (0 70). Merk op dat er ruis
(heldere vlekken, willekeurige heldere pixels of waas) kan optreden
in lange tijdopnamen. Heldere vlekken of waas kunnen worden
verminderd door Aan voor Ruisonderdr. lange tijdopname in het
foto-opnamemenu te kiezen (0 271).
58
❚❚ Bulb
1 Draai de standknop naar M.
Standknop
2 Kies een sluitertijd.
Draai, terwijl de belichtingsmeters ingeschakeld zijn, aan de
hoofdinstelschijf om sluitertijd “Bulb” (A) te kiezen.
Hoofdinstelschijf
Bedieningspaneel
Monitor
3 Maak de foto.
Druk, na het scherpstellen, de ontspanknop op de camera of op
de optionele draadloze afstandsbediening of
afstandsbedieningskabel volledig in. Verwijder uw vinger van de
ontspanknop zodra de opname is voltooid.
59
❚❚ Tijd
1 Draai de standknop naar M.
Standknop
2 Kies een sluitertijd.
Draai, terwijl de belichtingsmeters ingeschakeld zijn, aan de
hoofdinstelschijf om sluitertijd “Tijd” (%) te kiezen.
Hoofdinstelschijf
Bedieningspaneel
Monitor
3 Open de sluiter.
Druk, na het scherpstellen, de ontspanknop op de camera of
optionele afstandsbediening, afstandsbedieningskabel of
draadloze afstandsbediening volledig in.
4 Sluit de sluiter.
Herhaal de bewerking uitgevoerd in Stap 3.
60
A ML-L3 afstandsbedieningen
Als u een ML-L3 afstandsbediening gaat gebruiken, selecteer dan de
afstandsbedieningsstand (Vertraagd op afstand, Direct op afstand of
Spiegel omhoog op afstand) met behulp van de optie
Afstandsbedieningsstand (ML-L3) in het foto-opnamemenu (0 156).
Merk op dat bij het gebruik van een ML-L3 afstandsbediening de foto’s in
de stand “Tijd” worden gemaakt, zelfs wanneer “Bulb”/A is
geselecteerd voor sluitertijd. De opname start wanneer de ontspanknop op
de afstandsbediening wordt ingedrukt en eindigt na 30 minuten of
wanneer de knop opnieuw wordt ingedrukt.
61
Gebruikersinstellingen: Standen U1
en U2
Wijs veelgebruikte instellingen toe aan de posities U1 en U2 op de
standknop.
Gebruikersinstellingen opslaan
1 Selecteer een stand.
Standknop
Draai de standknop naar de
gewenste stand.
2 Pas instellingen aan.
Pas de gewenste aanpassingen toe op flexibel programma
(stand P), sluitertijd (standen S en M), diafragma (standen A en M),
belichting en flitscorrectie, flitsstand, scherpstelpunt,
lichtmeting, autofocus en AF-veldstanden, bracketing en
instellingen in het opnamemenu en het menu Persoonlijke
instellingen.
A Gebruikersinstellingen
Het volgende kan niet worden opgeslagen in U1 of U2.
Foto-opnamemenu:
Filmopnamemenu:
• Foto-opnamemenu terugzetten
• Filmopnamemenu terugzetten
• Opslagmap
• Beeldveld
• Beeldveld
• Picture Control beheren
• Picture Control beheren
• Time-lapse-fotografie
• Afstandsbedieningsstand (ML-L3)
• Meervoudige belichting
• Intervalopname
62
3 Selecteer Gebruikersinstellingen
opslaan.
Druk op de G-knop om de menu’s
weer te geven. Markeer
Gebruikersinstellingen opslaan in het
setup-menu en druk op 2.
G-knop
4 Selecteer Opslaan in U1 of Opslaan in
U2.
Markeer Opslaan in U1 of Opslaan in
U2 en druk op 2.
5 Sla de gebruikersinstellingen op.
Markeer Instellingen opslaan en druk
op J om de instellingen, geselecteerd
in Stap 1 en 2, toe te wijzen aan de
positie van de standknop geselecteerd
in Stap 4.
63
Gebruikersinstellingen oproepen
Draai op eenvoudige wijze de
Standknop
standknop naar U1 om de
instellingen toegewezen aan
Opslaan in U1 te herroepen of
naar U2 om de instellingen
toegewezen aan Opslaan in U2
te herroepen.
64
Gebruikersinstellingen terugzetten
Voer het volgende uit om instellingen voor U1 of U2 terug te zetten
naar standaardwaarden:
1 Selecteer Gebruikersinstell.
terugzetten.
Druk op de G-knop om de menu’s
weer te geven. Markeer
Gebruikersinstell. terugzetten in het
setup-menu en druk op 2.
G-knop
2 Selecteer U1 terugzetten of U2
terugzetten.
Markeer U1 terugzetten of U2
terugzetten en druk op 2.
3 Zet de gebruikersinstellingen terug.
Markeer Terugzetten en druk op J.
65
Ontspanstand
Een ontspanstand kiezen
Druk op de ontgrendelingsknop van de
keuzeknop voor de ontspanstand en zet de
keuzeknop voor de ontspanstand naar de
gewenste instelling om een ontspanstand
te kiezen.
Stand
S
CL
CH
Q
E
MUP
66
Beschrijving
Enkel beeld: De camera maakt één foto telkens wanneer de
ontspanknop wordt ingedrukt.
Continu lage snelheid: Terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt
gehouden, maakt de camera foto’s bij de beeldsnelheid
geselecteerd voor Persoonlijke instelling d2 (Continu lage
snelheid, 0 67, 280). Merk op dat er slechts één foto wordt
gemaakt als de flitser flitst.
Continu hoge snelheid: Terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt
gehouden, maakt de camera foto’s bij de beeldsnelheid gegeven
op pagina 67. Gebruik voor actieve onderwerpen. Merk op dat er
slechts één foto wordt gemaakt als de flitser flitst.
Stil ontspannen: Zoals voor enkel beeld, behalve dat de spiegel niet
terug op zijn plaats klikt terwijl de ontspanknop volledig wordt
ingedrukt, waardoor de gebruiker de timing van de klik van de
spiegel kan regelen, wat tevens stiller is dan in de stand enkel beeld.
Bovendien is er geen signaal te horen, ongeacht de instelling
geselecteerd voor Persoonlijke instelling d1 (Signaal; 0 280).
Zelfontspanner: Maak foto’s met de zelfontspanner (0 69).
Spiegel omhoog: Kies deze stand om cameratrillingen te
minimaliseren in tele- of close-upfotografie of in andere
omstandigheden waarbij de kleinste camerabeweging kan
resulteren in onscherpe foto’s (0 71).
Beeldsnelheid
De beeldsnelheid voor continu-opname (lage en hoge snelheid)
verschilt afhankelijk van de optie gekozen voor beeldveld (0 73) en,
wanneer de optie NEF (RAW)-kwaliteit is geselecteerd, de NEF
(RAW)-bitdiepte (0 80). De onderstaande tabel geeft de geschatte
beeldsnelheden weer voor een volledig opgeladen EN-EL15 accu,
continue servo-AF, handmatig of sluitertijdvoorkeuze automatische
belichting, een sluitertijd van 1/250 sec. of korter en de overige
instellingen bij standaardwaarden.
Beeldveld
DX (24×16)
1,3× (18×12)
Beeldkwaliteit
JPEG/12-bits NEF (RAW)
14-bits NEF (RAW)
JPEG/12-bits NEF (RAW)
14-bits NEF (RAW)
Geschatte beeldsnelheid
CL
CH
1–6 bps
6 bps
1–5 bps
5 bps
7 bps
1–6 bps
6 bps
Beeldsnelheden kunnen afnemen bij extreem kleine diafragma’s
(hoge f-waarden) of lange sluitertijden, wanneer vibratiereductie
(beschikbaar voor VR-objectieven) of automatisch instelling ISOgevoeligheid (0 102) aan is, of wanneer de accu bijna leeg is, een
objectief zonder CPU is bevestigd of Diafragmaring is geselecteerd
voor Persoonlijke instelling f5 (Functie instelschijven inst.) >
Instellen diafragma (0 285). De maximale beeldsnelheid in
livebeeld is 3,7 bps.
67
A Het buffergeheugen
De camera is voorzien van een buffergeheugen voor tijdelijke opslag, zodat
u opnamen kunt blijven maken terwijl de foto’s op de geheugenkaart
worden opgeslagen. De beeldsnelheid neemt af wanneer de buffer vol is
(tAA).
Terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt, geven de opnametellers het
geschatte aantal beelden weer dat bij de huidige instellingen kan worden
opgeslagen in het buffergeheugen. De rechts getoonde illustraties tonen
de weergave wanneer de buffer nog voldoende ruimte heeft voor circa 42
foto’s.
Terwijl foto’s op de geheugenkaart worden vastgelegd, brandt het
toegangslampje van de geheugenkaart. Afhankelijk van de
opnameomstandigheden en prestaties van de geheugenkaart kan het
enkele seconden tot enkele minuten duren om een foto vast te leggen.
Verwijder niet de geheugenkaart en verwijder of ontkoppel niet de
voedingsbron voordat het toegangslampje is gedoofd. Als de camera wordt
uitgeschakeld terwijl de buffer nog gegevens bevat, wordt de voeding pas
uitgeschakeld nadat alle beelden in de buffer zijn vastgelegd. Als de accu
leeg is terwijl de buffer nog beelden bevat, wordt de ontspanknop
uitgeschakeld en worden de beelden overgezet naar de geheugenkaart.
A Livebeeld
Als een continue ontspanstand wordt gebruikt tijdens livebeeld, zullen
foto’s worden weergegeven in plaats van het beeld door het objectief
terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt.
A Zie ook
Zie Persoonlijke instelling d3 (Max. aant. continu-opnamen, 0 280) voor
informatie over het kiezen van het maximaal aantal foto’s dat in een enkele
serieopname kan worden vastgelegd. Zie pagina 380 voor informatie over
het aantal foto’s dat in een enkele serieopname kan worden vastgelegd.
68
Zelfontspannerstand (E)
De zelfontspanner kan worden gebruikt voor zelfportretten of om
cameratrilling te verminderen.
1 Bevestig de camera op een statief.
Bevestig de camera op een statief of plaats de camera op een
stabiele, vlakke ondergrond.
2 Selecteer de
zelfontspannerstand.
Druk op de
ontgrendelingsknop van de
keuzeknop voor de
ontspanstand en draai de
keuzeknop voor de
ontspanstand naar E.
Keuzeknop ontspanstand
3 Kadreer de foto en stel scherp.
De zelfontspanner kan niet worden gebruikt als de
camera niet kan scherpstellen met behulp van
enkelvoudige servo-AF of in andere situaties waarin
de sluiter niet kan worden ontspannen.
4 Start de timer.
Druk de ontspanknop
volledig in om de timer te
starten. Het
zelfontspannerlampje
begint te knipperen. Twee seconden voordat de foto wordt
gemaakt, stopt het zelfontspannerlampje met knipperen. De
sluiter wordt ongeveer tien seconden na het starten van de timer
ontspannen.
69
Draai, om de zelfontspanner uit te schakelen voordat een foto is
gemaakt, de keuzeknop voor de ontspanstand naar een andere
instelling.
A De zoeker afdekken
Verwijder, bij het fotograferen zonder uw oog tegen de zoeker, de
rubberen oogschelp (q) en plaats het meegeleverde oculairkapje zoals
aangeduid (w). Dit voorkomt dat licht dat via de zoeker binnenvalt in foto’s
verschijnt of de belichting verstoort. Houd de camera stevig vast bij het
verwijderen van de rubberen oogschelp.
Rubberen oogschelp
Oculairkapje
D De ingebouwde flitser gebruiken
Druk, alvorens een foto met flitslicht te maken in standen die handmatig
opklappen van de flitser vereisen, op de M (Y)-knop om de flitser op te
klappen en wacht tot de flitsgereedaanduiding (M) wordt weergegeven
(0 146). Het fotograferen wordt onderbroken als de flitser wordt
opgeklapt nadat de zelfontspanner is gestart. Merk op dat er slechts één
foto wordt gemaakt wanneer de flitser flitst, ongeacht het aantal opnamen
geselecteerd voor Persoonlijke instelling c3 (Zelfontspanner; 0 279).
A Zie ook
Zie Persoonlijke instelling c3 (Zelfontspanner, 0 279) voor informatie
over het kiezen van de duur van de zelfontspanner, het aantal te maken
opnamen en het interval tussen opnamen. Zie Persoonlijke instelling d1
(Signaal; 0 280) voor informatie over het regelen van de signalen die
klinken wanneer de zelfontspanner wordt gebruikt.
70
Stand spiegel omhoog (MUP)
Kies deze stand om onscherpte veroorzaakt door beweging van de
camera bij een opgeklapte spiegel te minimaliseren. Druk, om de
stand voor spiegel omhoog te gebruiken, op de
ontgrendelingsknop van de ontspanknop en draai de keuzeknop
voor de ontspanstand naar MUP (spiegel omhoog).
Ontgrendelingsknop keuzeknop ontspanstand
Keuzeknop ontspanstand
Druk, na het half indrukken van de ontspanknop om scherpstelling
en belichting in te stellen, de ontspanknop verder in. De zoeker of
monitor schakelt uit; in zoekerfotografie wordt de spiegel
opgeklapt. Druk de ontspanknop nogmaals volledig in om de foto
te maken. Wanneer de opname eindigt, zal livebeeld worden hervat
of (in zoekerfotografie) de spiegel worden ingeklapt.
D Spiegel omhoog
Met opgeklapte spiegel kunnen geen foto’s in de zoeker worden
gekadreerd en zullen autofocus en lichtmeting niet worden uitgevoerd.
A Stand spiegel omhoog
Er wordt automatisch een foto gemaakt als er gedurende ongeveer 30 sec.
met de spiegel opgeklapt geen bewerkingen worden uitgevoerd.
71
A Onscherpte voorkomen
Druk de ontspanknop gelijkmatig in om onscherpte veroorzaakt door
camerabeweging te voorkomen, of gebruik een optionele
afstandsbedieningskabel (0 319). Zie pagina 156 voor informatie over het
gebruik van de optionele ML-L3 afstandsbediening voor fotografie met
spiegel omhoog. Gebruik van een statief wordt aanbevolen.
72
Opties voor beeldopname
Beeldveld
Kies een beeldveld uit DX (24×16) en 1,3× (18×12).
Optie
a
DX (24×16)
Z
1,3× (18×12)
Beschrijving
Foto’s worden vastgelegd bij 23,5 × 15,6 mm beeldveld
(DX-formaat).
Foto’s worden vastgelegd bij een 18,8 × 12,5 mm
beeldveld, waardoor een tele-effect wordt
geproduceerd zonder dat er objectieven moeten
worden verwisseld. De camera kan ook meer beelden
per seconde vastleggen tijdens continu-opname (0 67).
Zoekerweergave
Foto met DX-beeldveld
(24×16)
Foto met beeldveld van
1,3× (18×12)
73
A Beeldveld
De geselecteerde optie wordt in de weergave getoond.
Informatiescherm
Opnameweergave
A De zoekerweergave
De zoekerweergave voor de 1,3× DX-uitsnede
wordt rechts getoond. Er wordt een spictogram weergegeven in de zoeker wanneer
de 1,3× DX-uitsnede is geselecteerd.
1,3× DX-uitsnede
A Zie ook
Zie pagina 168 voor informatie over de uitsneden beschikbaar wanneer de
livebeeld-selector naar 1 is gedraaid. Zie pagina 380 voor informatie over
het aantal foto’s dat kan worden opgeslagen bij verschillende
beeldveldinstellingen.
74
Het beeldveld kan worden geselecteerd met behulp van de optie
Beeldveld in de opnamemenu’s of door op een bediening te
drukken en aan een instelschijf te draaien.
❚❚ Het beeldveldmenu
1 Selecteer Beeldveld.
Markeer Beeldveld in de
opnamemenu’s en druk op 2.
2 Pas instellingen aan.
Kies een optie en druk op J. De
geselecteerde uitsnede wordt in de
zoeker (0 74) weergegeven.
A Beeldformaat
Het beeldformaat varieert met de optie geselecteerd voor beeldveld
(0 81).
75
❚❚ Camerabedieningen
In zoekerfotografie kan het beeldveld ook worden geselecteerd met
de Fn-knop en instelschijven.
1 Wijs beeldveldselectie toe aan een camerabediening.
Selecteer Kies beeldveld als de optie “Indrukken +
instelschijven” voor een camerabediening in het menu
Persoonlijke instellingen. Beeldveldselectie kan worden
toegewezen aan de Fn-knop (Persoonlijke instelling f2, Fn-knop
toewijzen, 0 284), de Pv-knop (Persoonlijke instelling f3,
Voorbeeldknop toewijzen, 0 285) of de A AE-L/AF-L-knop
(Persoonlijke instelling f4, AE-L/AF-L-knop toewijzen, 0 285).
2 Gebruik de geselecteerde bediening om een beeldveld te
kiezen.
Het beeldveld kan worden
geselecteerd door op de
geselecteerde knop te
drukken en aan de hoofd- of
secundaire instelschijf te
draaien totdat de gewenste
uitsnede in de zoeker (0 74)
wordt weergegeven.
De momenteel geselecteerde optie
voor beeldveld kan worden bekeken
door op de knop te drukken om het
beeldveld in het bedieningspaneel, de
zoeker of het informatiescherm weer te
geven.
76
Fn-knop
Hoofdinstelschijf
Beeldkwaliteit en -formaat
De beeldkwaliteit en het beeldformaat bepalen samen hoeveel
ruimte elke foto in beslag neemt op de geheugenkaart. Grotere
afbeeldingen met een hogere kwaliteit kunnen op groot formaat
worden afgedrukt maar vereisen tevens meer geheugen, wat
betekent dat er minder van dergelijke foto’s op de geheugenkaart
kunnen worden opgeslagen (0 380).
Beeldkwaliteit
Kies een bestandsformaat en compressieverhouding
(beeldkwaliteit).
Optie
NEF (RAW)
JPEG Fijn
JPEG Normaal
JPEG Basis
NEF (RAW) +
JPEG Fijn
NEF (RAW) +
JPEG Normaal
NEF (RAW) +
JPEG Basis
Bestandstype
Beschrijving
Onbewerkte gegevens van de beeldsensor
worden zonder extra bewerking opgeslagen.
NEF
Instellingen zoals witbalans en contrast kunnen
na de opname worden aangepast.
Leg JPEG-afbeeldingen vast bij een
compressieverhouding van ruwweg 1 : 4 (fijne
kwaliteit). *
Leg JPEG-afbeeldingen vast bij een
JPEG
compressieverhouding van ruwweg 1 : 8
(normale kwaliteit). *
Leg JPEG-afbeeldingen vast bij een
compressieverhouding van ruwweg 1 : 16
(basiskwaliteit). *
Twee beelden worden vastgelegd, één NEF
(RAW)-afbeelding en één JPEG Fijn-afbeelding.
Twee beelden worden vastgelegd, één NEF
NEF/JPEG (RAW)-afbeelding en één JPEG Normaalafbeelding.
Twee beelden worden vastgelegd, één NEF
(RAW)-afbeelding en één JPEG Basis-afbeelding.
* Vaste grootte geselecteerd voor JPEG-compressie. De compressieverhouding is slechts
een schatting; de werkelijke verhouding varieert afhankelijk van ISO-gevoeligheid en de opgenomen
scène.
77
Beeldkwaliteit kan worden ingesteld door de X (T)-knop in te
drukken en aan de hoofdinstelschijf te draaien totdat de gewenste
instelling in het informatiescherm wordt weergegeven.
X (T)-knop
Hoofdinstelschijf
Informatiescherm
A NEF (RAW)-afbeeldingen
De optie geselecteerd voor beeldformaat is niet van invloed op het formaat
van NEF (RAW)-afbeeldingen. JPEG-kopieën van NEF (RAW)-afbeeldingen
kunnen worden gecreëerd met behulp van Capture NX-D of andere
software, of de optie NEF (RAW)-verwerking in het retoucheermenu
(0 295).
A NEF+JPEG
Als foto’s gemaakt met de instellingen van NEF (RAW) + JPEG, op de camera
worden bekeken met slechts één geplaatste geheugenkaart, wordt alleen
de JPEG-afbeelding weergegeven. Als beide kopieën op dezelfde kaart zijn
vastgelegd, worden beide kopieën gewist zodra de foto wordt gewist. Als
de JPEG-kopie op een afzonderlijke geheugenkaart is opgeslagen met
behulp van de optie Functie van kaart in sleuf 2 > RAW sleuf 1 - JPEG
sleuf 2 zal bij het wissen van de JPEG-kopie niet de NEF (RAW)-afbeelding
worden gewist.
78
A + NEF (RAW)
Als + NEF (RAW) is toegewezen aan de Fn-knop met behulp van
Persoonlijke instelling f2 (Fn-knop toewijzen, 0 284) > Drukken en een
JPEG-optie is geselecteerd voor beeldkwaliteit, zal een NEF (RAW)-kopie
worden gemaakt zodra de volgende foto wordt gemaakt nadat op de Fnknop is gedrukt (de oorspronkelijke beeldkwaliteitsinstelling wordt
hersteld wanneer u uw vinger van de ontspanknop haalt). Druk nogmaals
op de Fn-knop om af te sluiten zonder een NEF (RAW)-kopie te maken.
A Het foto-opnamemenu
Beeldkwaliteit kan ook worden aangepast met behulp van de optie
Beeldkwaliteit in het foto-opnamemenu (0 268).
79
❚❚ JPEG-compressie
Markeer JPEG-compressie in het foto-opnamemenu en druk op 2
om het compressietype voor JPEG-afbeeldingen te kiezen.
Optie
O
Vaste grootte
P
Optimale
kwaliteit
Beschrijving
Beelden worden gecomprimeerd om een relatief
uniforme bestandsgrootte te produceren.
Optimale beeldkwaliteit. De bestandsgrootte wisselt
met het opgenomen onderwerp.
❚❚ Type
Markeer NEF (RAW)-opname > Type in het foto-opnamemenu en
druk op 2 om het compressietype voor NEF (RAW)-afbeeldingen te
kiezen.
Optie
N
Compressie
zonder verlies
O
Gecomprimeerd
Beschrijving
NEF-afbeeldingen worden gecomprimeerd met
behulp van een omkeerbaar algoritme, waarbij de
bestandsgrootte ongeveer 20–40% wordt verkleind
zonder dat dit invloed heeft op de beeldkwaliteit.
NEF-afbeeldingen worden gecomprimeerd met
behulp van een niet-omkeerbaar algoritme, waarbij
de bestandsgrootte ongeveer 35–55% wordt
verkleind, wat bijna geen invloed heeft op de
beeldkwaliteit.
❚❚ NEF (RAW)-bitdiepte
Markeer NEF (RAW)-opname > NEF (RAW)-bitdiepte in het fotoopnamemenu en druk op 2 om een bitdiepte voor NEF (RAW)afbeeldingen te kiezen.
Optie
80
q
12-bits
r
14-bits
Beschrijving
NEF (RAW)-afbeeldingen worden vastgelegd bij een
bitdiepte van 12-bits.
NEF (RAW)-afbeeldingen worden vastgelegd bij een
bitdiepte van 14-bits, waarbij grotere bestanden
worden geproduceerd dan NEF (RAW)-afbeeldingen
met een bitdiepte van 12-bits, maar de
geregistreerde kleurgegevens worden vermeerderd.
Beeldformaat
Beeldformaat wordt gemeten in pixels. Kies uit # Large (Groot),
$ Medium (Middel) of % Small (Klein) (merk op dat het
beeldformaat varieert afhankelijk van de optie geselecteerd voor
Beeldveld, 0 73):
Beeldveld
DX (24×16)
1,3× (18×12)
Optie
Groot
Middel
Klein
Groot
Middel
Klein
Formaat (pixels)
6.000 × 4.000
4.496 × 3.000
2.992 × 2.000
4.800 × 3.200
3.600 × 2.400
2.400 × 1.600
Afdrukformaat (cm) *
50,8 × 33,9
38,1 × 25,4
25,3 × 16,9
40,6 × 27,1
30,5 × 20,3
20,3 × 13,5
* Geschat formaat bij een afdruk van 300 dpi. Afdrukformaat in inches is gelijk aan beeldformaat in
pixels gedeeld door printerresolutie in dots per inch (dpi; 1 inch = ongeveer 2,54 cm).
Beeldkwaliteit kan worden ingesteld door de X (T)-knop in te
drukken en aan de secundaire instelschijf te draaien totdat de
gewenste instelling in het informatiescherm wordt weergegeven.
X (T)-knop
Secundaire
instelschijf
Informatiescherm
A Het foto-opnamemenu
Beeldformaat kan ook worden aangepast met behulp van de optie
Beeldformaat in het foto-opnamemenu (0 269).
81
Twee geheugenkaarten gebruiken
Wanneer er twee geheugenkaarten in de camera zijn geplaatst, kunt
u het item Functie van kaart in sleuf 2 in het foto-opnamemenu
gebruiken om de functie van de kaart in sleuf 2 te kiezen. Kies uit
Overloop (de kaart in sleuf 2 wordt alleen gebruikt wanneer de
kaart in sleuf 1 vol is), Back-up (elke foto wordt twee keer
vastgelegd, eenmaal op de kaart in sleuf 1 en nogmaals op de kaart
in sleuf 2) en RAW sleuf 1 - JPEG sleuf 2 (zoals voor Back-up,
behalve dat de NEF/RAW-kopieën van foto’s vastgelegd bij de
instellingen NEF/RAW + JPEG alleen op de kaart in sleuf 1 worden
vastgelegd en JPEG-kopieën alleen op de kaart in sleuf 2).
A “Back-up” en “RAW sleuf 1 - JPEG sleuf 2”
De camera toont het aantal resterende opnamen op de kaart met de minste
geheugencapaciteit. De ontspanstand wordt uitgeschakeld wanneer één
van de kaarten vol is.
A Films opnemen
Wanneer er twee geheugenkaarten in de camera zijn geplaatst, kan de
sleuf gebruikt voor het opnemen van films worden geselecteerd met
behulp van de optie Bestemming in het filmopnamemenu (0 273).
82
Scherpstelling
Scherpstelling kan automatisch (zie hieronder) of handmatig (0 97)
worden aangepast. De gebruiker kan ook het scherpstelpunt voor
automatische of handmatige scherpstelling (0 89) selecteren of
scherpstelvergrendeling gebruiken om scherp te stellen om de
compositie van foto’s na het scherpstellen opnieuw samen te
stellen (0 93).
Autofocus
Draai de selectieknop voor de
scherpstelstand naar AF om
autofocus te gebruiken.
Selectieknop voor scherpstelstand
Autofocusstand
De volgende autofocusstanden kunnen worden geselecteerd
tijdens zoekerfotografie:
Stand
Beschrijving
Automatische servo-AF: De camera selecteert automatisch enkelvoudige
AF-A servo-autofocus als het onderwerp stilstaat, continue servoautofocus als het onderwerp beweegt.
Enkelvoudige servo-AF: Voor stilstaande onderwerpen. Scherpstelling
vergrendelt wanneer ontspanknop half wordt ingedrukt. Bij
AF-S standaardinstellingen kan de sluiter alleen worden ontspannen
wanneer de scherpstelaanduiding (I) wordt weergegeven
(scherpstelprioriteit; 0 276).
Continue servo-AF: Voor bewegende onderwerpen. Camera stelt
continu scherp terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt; als het
onderwerp beweegt, zal de camera anticiperende scherpstelling
AF-C (0 85) inschakelen om de uiteindelijke afstand tot het onderwerp in
te schatten en indien nodig de scherpstelling aan te passen. Bij
standaardinstellingen kan de sluiter worden ontspannen al dan niet
met het onderwerp scherp in beeld (ontspanprioriteit; 0 276).
83
De volgende autofocusstanden kunnen worden geselecteerd
tijdens livebeeld:
Stand
AF-S
AF-F
Beschrijving
Enkelvoudige servo-AF: Voor stilstaande onderwerpen. Scherpstelling
vergrendelt wanneer ontspanknop half wordt ingedrukt.
Fulltime-servo-AF: Voor bewegende onderwerpen. Camera stelt
continu scherp totdat ontspanknop wordt ingedrukt. Scherpstelling
vergrendelt wanneer ontspanknop half wordt ingedrukt.
Autofocusstand kan worden
geselecteerd door op de
AF-standknop te drukken en aan
de hoofdinstelschijf te draaien
totdat de gewenste instelling
wordt weergegeven.
AF-standknop
Bedieningspaneel
Zoeker
84
Monitor
Hoofdinstelschijf
A Anticiperende scherpstelling (Zoekerfotografie)
In de AF-C-stand of wanneer continue servo-autofocus is geselecteerd in de
AF-A-stand zal de camera anticiperende scherpstelling in werking stellen als
het onderwerp in of uit de richting van de camera beweegt terwijl de
ontspanknop half wordt ingedrukt. Hierdoor kan de camera de
scherpstelling volgen terwijl deze probeert in te schatten waar het
onderwerp zich zal bevinden wanneer de sluiter wordt ontspannen.
A Zie ook
Zie Persoonlijke instelling a1 (Selectie AF-C-prioriteit, 0 276) voor
informatie over het gebruik van focusprioriteit in continue servo-AF. Zie
Persoonlijke instelling a2 (Selectie AF-S-prioriteit, 0 276) voor informatie
over het gebruik van de ontspanprioriteit in enkelvoudige servo-AF. Zie
Persoonlijke instelling f5 (Functie instelschijven inst.) > Verwissel hoofd/
secundair (0 285) voor informatie over het gebruik van de secundaire
instelschijf om de scherpstelstand te kiezen.
85
AF-veldstand
AF-veldstand regelt hoe de camera het scherpstelpunt voor
autofocus selecteert. De volgende opties zijn beschikbaar tijdens
zoekerfotografie:
• Enkelpunts AF: Selecteer het scherpstelpunt zoals beschreven op
pagina 89; de camera zal uitsluitend scherpstellen op het
onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt. Gebruik voor
stilstaande onderwerpen.
• Dynamisch veld-AF: Selecteer het scherpstelpunt zoals beschreven op
pagina 89. In de scherpstelstanden AF-A en AF-C stelt de camera
scherp op basis van informatie van omringende scherpstelpunten
als het onderwerp het geselecteerde scherpstelpunt kortstondig
verlaat. Het aantal scherpstelpunten varieert afhankelijk van de
geselecteerde stand:
- 9-punten dynamisch veld-AF: Kies deze optie wanneer er tijd is om de
foto samen te stellen of bij het fotograferen van onderwerpen
die voorspelbaar bewegen (bijv. hardlopers of raceauto’s op een
parcours).
- 21-punten dynamisch veld-AF: Kies deze optie bij het fotograferen
van onderwerpen die onvoorspelbaar bewegen (bijv. spelers
tijdens een voetbalwedstrijd).
- 51-punten dynamisch veld-AF: Kies deze optie bij het fotograferen
van onderwerpen die snel bewegen en niet eenvoudig kunnen
worden gekadreerd in de zoeker (bijv. vogels).
86
• 3D-tracking: Selecteer het scherpstelpunt zoals beschreven op
pagina 89. In de scherpstelstanden AF-A en AF-C volgt de camera
onderwerpen die het geselecteerde scherpstelpunt verlaten en
selecteert zo nodig nieuwe scherpstelpunten. Gebruik deze optie
om snel de compositie van foto’s samen te stellen met
onderwerpen die onregelmatig van de ene naar de andere kant
bewegen (bijv. tennisspelers). Als het onderwerp de zoeker
verlaat, laat dan de ontspanknop los en stel de compositie van de
foto opnieuw samen met het onderwerp in het geselecteerde
scherpstelpunt.
• Automatisch veld-AF: De camera detecteert
automatisch het onderwerp en selecteert
het scherpstelpunt (in het geval van
personen kan de camera het onderwerp
van de achtergrond onderscheiden voor
verbeterde onderwerpdetectie). De
actieve scherpstelpunten worden kort
gemarkeerd nadat de camera heeft scherpgesteld; in de stand AF-C
of wanneer continue servo-autofocus is geselecteerd in de stand
AF-A, blijft het hoofdscherpstelpunt gemarkeerd nadat de andere
scherpstelpunten zijn uitgeschakeld.
A 3D-tracking
Wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt, worden de kleuren in het
gebied rond het scherpstelpunt opgeslagen in de camera. Hierdoor levert
3D-tracking mogelijk niet de gewenste resultaten op bij onderwerpen die
dezelfde kleur hebben als de achtergrond of die een zeer klein deel van het
beeld beslaan.
87
De volgende AF-veldstanden kunnen worden geselecteerd tijdens
livebeeld:
• ! Gezichtprioriteit-AF: Gebruik voor
portretten. De camera detecteert en stelt
automatisch scherp op personen; het
geselecteerde onderwerp wordt
aangeduid door een dubbele gele rand
(bij het detecteren van meerdere
gezichten stelt de camera scherp op de
dichtstbijzijnde persoon; gebruik de multi-selector om een ander
persoon te kiezen). Als de camera de persoon niet langer kan
detecteren (bijvoorbeeld omdat de persoon van de camera is
weggedraaid), wordt de rand niet langer weergegeven.
• $ Breedveld-AF: Gebruik voor uit-de-handfotografie van landschappen en andere
onderwerpen zonder personen.
• % Normaal veld-AF: Gebruik voor
nauwkeurige scherpstelling op een
geselecteerde plek in het beeld. Een
statief wordt aanbevolen.
88
• & AF met meevolgende scherpst.: Gebruik de
multi-selector om het scherpstelpunt
boven uw onderwerp te plaatsen en druk
op J om het volgen te starten. Het
scherpstelpunt volgt het geselecteerde
onderwerp terwijl het door het beeld
beweegt. Druk nogmaals op J om het
volgen te beëindigen. Merk op dat de camera mogelijk niet in staat
is onderwerpen te volgen die snel bewegen, het beeld verlaten of
andere voorwerpen bedekken, zichtbaar in grootte, kleur of
helderheid veranderen of te klein, te groot, te helder, te donker
zijn, of dezelfde kleur of helderheid hebben als de achtergrond.
A Handmatige scherpstelpuntselectie
De multi-selector kan worden
gebruikt om het scherpstelpunt te
selecteren. De vergrendeling van
de scherpstelselectieknop naar L
draaien, schakelt handmatige
scherpstelpuntselectie uit.
Vergrendeling van de
scherpstelselectieknop
89
AF-veldstand kan worden
geselecteerd door op de
AF-standknop te drukken en aan
de secundaire instelschijf te
draaien totdat de gewenste
instelling wordt weergegeven.
AF-standknop
Bedieningspaneel
Zoeker
Secundaire
instelschijf
Monitor
A AF-veldstand (Zoekerfotografie)
AF-veldstand wordt in het bedieningspaneel en in de zoeker getoond.
AF-veldstand
Bedieningspaneel
Zoeker
Enkelpunts AF
9-punten dynamisch veld-AF *
21-punten dynamisch veld-AF *
51-punten dynamisch veld-AF *
3D-tracking
Automatisch veld-AF
* Alleen het actieve scherpstelpunt wordt in de zoeker weergegeven. De overige scherpstelpunten
verschaffen informatie ter ondersteuning van de scherpstelbediening.
90
D Autofocus gebruiken in livebeeld
Gebruik een AF-S-objectief. De gewenste resultaten worden mogelijk niet
verkregen met andere objectieven of teleconverters. Merk op dat in
livebeeld autofocus trager is en de monitor helderder of donkerder kan
worden terwijl de camera scherpstelt. Het scherpstelpunt wordt soms
groen weergegeven wanneer de camera niet kan scherpstellen. In de
volgende situaties kan de camera mogelijk niet scherpstellen:
• Het onderwerp bevat lijnen parallel aan de lange rand van het beeld
• Het onderwerp beschikt over te weinig contrast
• Het onderwerp in het scherpstelpunt bevat gebieden met sterk
contrasterende helderheid, of bevat spotverlichting of neonverlichting of
een andere lichtbron waarvan de helderheid verandert
• Er verschijnen flikkeringen of banden onder tl-licht, kwikdamplampen,
natriumdamplampen of vergelijkbare verlichting
• Er wordt een kruisfilter (ster) of ander speciaal filter gebruikt
• Het onderwerp lijkt kleiner dan het scherpstelpunt
• Het onderwerp wordt gedomineerd door regelmatige geometrische
patronen (bijv. jaloezieën of een rij ramen in een wolkenkrabber)
• Het onderwerp beweegt
A Scherpstelpuntselectie
Behalve in AF met meevolgende scherpstelling wordt bij het indrukken van
J tijdens scherpstelpuntselectie het middelste scherpstelpunt
geselecteerd. In AF met meevolgende scherpstelling wordt bij het
indrukken van J in plaats daarvan onderwerp volgen gestart. Handmatige
scherpstelpuntselectie is niet beschikbaar in automatisch veld-AF als een
gezicht wordt gedetecteerd zodra gezichtprioriteit-AF is geselecteerd in
livebeeld.
91
A Zie ook
Zoekerfotografie: Zie Persoonlijke instelling a5 (Weergave scherpstelpunt) >
Verlichting scherpstelpunt (0 277) voor informatie over het kiezen
wanneer het scherpstelpunt wordt verlicht. Zie Persoonlijke instelling a6
(Doorloop scherpstelpunt, 0 277) voor informatie over het instellen van
scherpstelpuntselectie die u wilt “doorlopen”. Zie Persoonlijke instelling a7
(Aantal scherpstelpunten, 0 277) voor informatie over het kiezen van het
aantal scherpstelpunten dat kan worden geselecteerd met behulp van de
multi-selector. Zie Persoonlijke instelling a8 (Punten opslaan per stand,
0 277) voor informatie over het kiezen van afzonderlijke scherpstelpunten
voor verticale en horizontale standen.
Zoekerfotografie/livebeeld: Zie Persoonlijke instelling f5 (Functie
instelschijven inst.) > Verwissel hoofd/secundair (0 285) voor
informatie over het gebruik van de hoofdinstelschijf om de AF-veldstand te
kiezen.
92
Scherpstelvergrendeling
Scherpstelvergrendeling kan worden gebruikt om na het
scherpstellen de compositie te wijzigen, zodat op een onderwerp
kan worden scherpgesteld dat in de uiteindelijke compositie niet
scherp in beeld zal zijn. Als de camera niet kan scherpstellen met
behulp van autofocus (0 96), kan scherpstelvergrendeling tevens
worden gebruikt voor het opnieuw samenstellen van de foto na het
scherpstellen op een ander voorwerp op dezelfde afstand als uw
oorspronkelijke onderwerp. Scherpstelvergrendeling geeft het
beste resultaat wanneer een andere optie dan automatisch veld-AF
is geselecteerd voor AF-veldstand (0 86).
1 Stel scherp.
Plaats het onderwerp in het geselecteerde
scherpstelpunt en druk de ontspanknop half in om
scherpstelling te starten. Controleer of de
scherpstelaanduiding (I) in de zoeker (zoekerfotografie)
verschijnt of dat het scherpstelpunt groen wordt weergegeven
(livebeeld).
Zoekerfotografie
Livebeeld
93
2 Vergrendel de scherpstelling.
AF-A- en AF-C-scherpstelstanden
(zoekerfotografie): Druk, met de
ontspanknop half ingedrukt (q), op de
A AE-L/AF-L-knop (w) om de
scherpstelling te vergrendelen.
Scherpstelling blijft vergrendeld terwijl
de A AE-L/AF-L-knop wordt ingedrukt,
zelfs als u later uw vinger van de
ontspanknop haalt.
Ontspanknop
A AE-L/AF-L-knop
AF-S (zoekerfotografie) en livebeeld: Scherpstelling vergrendelt
automatisch en blijft vergrendeld totdat u uw vinger van de
ontspanknop haalt. Scherpstelling kan ook worden vergrendeld
door op de A AE-L/AF-L-knop te drukken (zie hierboven).
94
3 Stel de compositie van de foto opnieuw samen en
maak de foto.
Scherpstelling blijft vergrendeld tussen opnamen als
u de ontspanknop half ingedrukt houdt (AF-S en
livebeeld) of A AE-L/AF-L ingedrukt houdt, zodat verschillende
opeenvolgende foto’s bij dezelfde scherpstelinstelling kunnen
worden gemaakt.
Zoekerfotografie
Livebeeld
Verander niet de afstand tussen de camera en het onderwerp terwijl
scherpstelvergrendeling in werking is. Als het onderwerp beweegt,
stel dan opnieuw scherp bij de nieuwe afstand.
A Zie ook
Het indrukken van de A AE-L/AF-L-knop in Stap 2 zorgt ook voor
vergrendeling van de belichting (0 107). Persoonlijke instelling f4 (AE-L/
AF-L-knop toewijzen, 0 285) voor informatie over het kiezen van de
functie van de A AE-L/AF-L-knop.
95
A Goede resultaten verkrijgen met autofocus
Autofocus werkt niet goed in de onderstaande omstandigheden. De
ontspanknop wordt mogelijk uitgeschakeld als de camera onder deze
omstandigheden niet kan scherpstellen, of de scherpstelaanduiding (I)
wordt mogelijk weergegeven en de camera laat een signaal horen,
waardoor de sluiter wordt ontspannen zelfs wanneer het onderwerp niet
scherp in beeld is. Stel in deze gevallen handmatig scherp (0 97) of gebruik
scherpstelvergrendeling (0 93) om op een ander onderwerp op dezelfde
afstand scherp te stellen en pas vervolgens de compositie van de foto aan.
Er is weinig of geen contrast tussen het onderwerp en de
achtergrond.
Voorbeeld: Het onderwerp heeft dezelfde kleur als de
achtergrond.
Het scherpstelpunt bevat voorwerpen op verschillende
afstanden van de camera.
Voorbeeld: Het onderwerp bevindt zich in een kooi.
Het onderwerp bestaat grotendeels uit regelmatige
geometrische patronen.
Voorbeeld: Lamellen of een rij vensters in een
flatgebouw.
Het scherpstelpunt bevat gebieden met sterk
contrasterende helderheid.
Voorbeeld: Het onderwerp bevindt zich half in de
schaduw.
Voorwerpen op de achtergrond lijken groter dan het
onderwerp.
Voorbeeld: Achter het onderwerp staat een gebouw in
beeld.
Het onderwerp bevat veel fijne details.
Voorbeeld: Een veld met bloemen of andere
onderwerpen die klein zijn of weinig variatie in
helderheid hebben.
96
Handmatige scherpstelling
Handmatige scherpstelling is beschikbaar voor objectieven die
geen autofocus ondersteunen (niet-AF NIKKOR-objectieven) of
wanneer autofocus niet het gewenste resultaat oplevert (0 96).
• AF-objectieven: Stel de
Selectieknop voor scherpstelstand
schakelaar voor de
scherpstelstand van het
objectief (indien aanwezig) in
en stel de selectieknop voor
de scherpstelstand van de
camera in op M.
D AF-objectieven
Gebruik geen AF-objectieven met de schakelaar voor de scherpstelstand
van het objectief ingesteld op M en de selectieknop voor de
scherpstelstand van de camera ingesteld op AF. Het niet in acht nemen
van deze voorzorgsmaatregel kan de camera of het objectief
beschadigen. Dit is niet van toepassing op AF-S-objectieven, die in de Mstand kunnen worden gebruikt zonder de selectieknop voor de
scherpstelstand van de camera in te stellen op M.
• Objectieven met handmatige scherpstelling: Stel handmatig scherp.
Pas, om handmatig scherp te stellen, de
scherpstelring van het objectief aan totdat
het onderwerp scherp in beeld is. Er
kunnen op elk moment foto’s worden
gemaakt, zelfs wanneer het beeld niet
scherp is.
97
❚❚ De elektronische afstandsmeter (Zoekerfotografie)
De aanduiding van de
zoekerbeeldscherpte kan worden gebruikt
om te controleren of het onderwerp in het
geselecteerde scherpstelpunt scherp in
beeld is (het scherpstelpunt kan uit 51
scherpstelpunten worden geselecteerd).
Druk de ontspanknop half in nadat het
onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt is geplaatst en draai
aan de scherpstelring van het objectief totdat de
scherpstelaanduiding (I) wordt weergegeven. Merk op dat bij de
onderwerpen vermeld op pagina 96, de scherpstelaanduiding soms
wordt weergegeven wanneer het onderwerp niet scherp in beeld is;
controleer vóór de opname de scherpstelling in de zoeker. Zie
pagina 307 voor informatie over het gebruik van de elektronische
afstandsmeter met optionele AF-S/AF-I-teleconverters.
A Filmvlakpositie
Meet, om de afstand tussen uw onderwerp
en de camera te bepalen, vanaf de
filmvlakmarkering (E) op de camerabody.
De afstand tussen het
objectiefbevestigingsvlak en het filmvlak
bedraagt 46,5 mm.
46,5 mm
Filmvlakmarkering
A Livebeeld
Druk op de X (T)-knop om in te zoomen
voor nauwkeurige scherpstelling in livebeeld
(0 38).
X (T)-knop
98
ISO-gevoeligheid
De gevoeligheid van de camera voor licht kan worden aangepast
aan de hoeveelheid licht die beschikbaar is. Kies uit instellingen die
variëren van ISO 100 tot ISO 25.600 in stappen die gelijk zijn aan
1/3 LW. De automatische stand, onderwerpstand en stand voor
speciale effecten beschikken bovendien over een AUTO-optie, die de
camera de mogelijkheid biedt om ISO-gevoeligheid automatisch in
te stellen in reactie op de lichtomstandigheden. Instellingen Hi BW1
(gelijk aan ISO 51.200) en Hi BW2 (gelijk aan ISO 102.400) zijn
eveneens beschikbaar, maar merk op dat foto’s gemaakt met één
van deze instellingen monochroom worden vastgelegd met behulp
van de opties geselecteerd voor Picture Control instellen >
Monochroom in het foto-opnamemenu (0 130). Hoe hoger de ISOgevoeligheid, des te minder licht nodig is om een foto te maken,
zodat kortere sluitertijden of kleinere diafragma’s kunnen worden
gebruikt.
Standen
P, S, A, M
%
Andere
opnamestanden
Opties
100–25.600; Hi BW1 en Hi BW2
Automatisch
Automatisch; 100–25.600
99
ISO-gevoeligheid kan worden
aangepast door op de W (S)knop te drukken en aan de
hoofdinstelschijf te draaien
totdat de gewenste instelling
wordt weergegeven.
W (S)-knop
Hoofdinstelschijf
Bedieningspaneel
Zoeker
Informatiescherm
A Het foto-opnamemenu
ISO-gevoeligheid kan eveneens worden aangepast vanuit het fotoopnamemenu. Kies ISO-gevoeligheid instellen in het foto-opnamemenu
om instellingen voor foto’s aan te passen (0 271).
A Livebeeld
In livebeeld wordt de geselecteerde waarde in de monitor weergegeven.
100
❚❚ Hi BW1/Hi BW2
In de standen P, S, A en M kunnen Hi BW1 en
Hi BW2 worden geselecteerd met behulp
van de optie ISO-gevoeligheid instellen
(0 271) > ISO-gevoeligheid in het fotoopnamemenu.
A ISO-opdracht Hi via instelschijf
Als Aan is gekozen voor ISO-gevoeligheid instellen > ISO-opdracht Hi
via instelschijf (0 271), kunnen Hi BW1 en Hi BW2 worden geselecteerd
door op de W (S)-knop te drukken en aan de hoofdinstelschijf te draaien.
Als Uit is gekozen voor ISO-opdracht Hi via instelschijf terwijl Hi BW1 of
Hi BW2 is geselecteerd, zal het draaien aan de hoofdinstelschijf geen effect
hebben, maar kan ISO-gevoeligheid nog steeds worden aangepast via de
menu’s.
A Beperkingen voor Hi BW1 en Hi BW2
Let op de volgende beperkingen bij het gebruik van Hi BW1 of Hi BW2:
• Beeldkwaliteit en -formaat kunnen niet worden veranderd wanneer Hi
BW1 of Hi BW2 is geselecteerd. Foto’s gemaakt met NEF (RAW)
geselecteerd voor beeldkwaliteit worden vastgelegd in JPEG-formaat,
kwaliteit Fijn. Als er een NEF (RAW) + JPEG-optie is geselecteerd, wordt
alleen de JPEG-afbeelding vastgelegd.
• Automatische instelling van ISO-gevoeligheid (0 102), Actieve
D-Lighting (0 139), HDR (0 141), meervoudige belichting (0 211) en
time-lapse-fotografie (0 171) zijn niet beschikbaar.
A Zie ook
Zie Persoonlijke instelling b1 (Stapgrootte ISO-gevoeligh.; 0 278) voor
informatie over het kiezen van de stapgrootte voor ISO-gevoeligheid. Zie
Persoonlijke instelling d8 (Eenvoudige ISO; 0 281) voor informatie over
het aanpassen van ISO-gevoeligheid zonder de W (S)-knop te
gebruiken. Zie pagina 271 en 275 voor informatie over het gebruik van de
optie Hoge ISO-ruisonderdrukking in de opnamemenu’s om ruis te
verminderen bij hoge ISO-gevoeligheden.
101
Autom inst ISO-gevoeligheid
(alleen standen P, S, A en M)
Als Aan is geselecteerd voor ISO-gevoeligheid instellen > Autom
inst ISO-gevoeligheid in het foto-opnamemenu, wordt de ISOgevoeligheid automatisch aangepast als er geen optimale
belichting kan worden verkregen bij de waarde geselecteerd door
de gebruiker (ISO-gevoeligheid wordt op juiste wijze aangepast
zodra de flitser wordt gebruikt).
1 Selecteer Autom inst ISOgevoeligheid.
Selecteer ISO-gevoeligheid instellen
in het foto-opnamemenu, markeer
Autom inst ISO-gevoeligheid en druk
op 2.
2 Selecteer Aan.
Markeer Aan en druk op J (als Uit is
geselecteerd, blijft ISO-gevoeligheid
ingesteld bij de waarde geselecteerd
door de gebruiker).
102
3 Pas instellingen aan.
De maximale waarde voor automatische
ISO-gevoeligheid kan worden
geselecteerd met behulp van Maximale
gevoeligheid (merk op dat wanneer de
ISO-gevoeligheid geselecteerd door de
gebruiker hoger is dan die gekozen voor
Maximale gevoeligheid, daar voor in de plaats de waarde
geselecteerd door de gebruiker wordt gebruikt). In de standen P
en A wordt de gevoeligheid alleen aangepast als het tot
onderbelichting zou leiden bij de sluitertijd geselecteerd voor
Langste sluitertijd (1/4.000–30 sec. of Automatisch; in de standen
S en M wordt ISO-gevoeligheid aangepast voor optimale
belichting bij de sluitertijd geselecteerd door de gebruiker). Als
Automatisch is geselecteerd, kiest de camera de langste
sluitertijd op basis van de brandpuntsafstand van het objectief.
Druk op J om af te sluiten zodra de instellingen zijn voltooid.
ISO AUTO wordt weergegeven wanneer
Aan is geselecteerd. Zodra de
gevoeligheid van de waarde geselecteerd
door de gebruiker wordt gewijzigd, zullen
deze aanduidingen knipperen en wordt
de gewijzigde waarde in het
bedieningspaneel getoond.
A Livebeeld
In livebeeld wordt de aanduiding van de automatische instelling voor ISOgevoeligheid in de monitor weergegeven.
103
A Langste sluitertijd
Automatische sluitertijdselectie kan worden verfijnd door Automatisch te
markeren en op 2 te drukken: bijvoorbeeld waarden korter dan de
waarden die doorgaans automatisch worden geselecteerd, kunnen
worden gebruikt met teleobjectieven om onscherpte te verminderen. Merk
echter op dat Automatisch alleen werkt met CPU-objectieven; als er een
objectief zonder CPU zonder objectiefgegevens wordt gebruikt, is de
langste sluitertijd altijd ingesteld op 1/30 sec. Sluitertijden kunnen afnemen
onder het geselecteerde minimum als optimale belichting niet kan worden
verkregen bij de ISO-gevoeligheid gekozen voor Maximale gevoeligheid.
A Autom inst ISO-gevoeligheid
Wanneer een flitser wordt gebruikt, zal de langste sluitertijd worden
ingesteld op de waarde geselecteerd voor Langste sluitertijd tenzij deze
waarde korter is dan Persoonlijke instelling e1
(Flitssynchronisatiesnelheid, 0 282) of langer is dan Persoonlijke
instelling e2 (Langste sluitertijd bij flits, 0 283), waarbij de waarde
geselecteerd voor Persoonlijke instelling e2 in plaats ervan wordt gebruikt.
Merk op dat de ISO-gevoeligheid mogelijk automatisch wordt verhoogd
wanneer automatische instelling voor ISO-gevoeligheid wordt gebruikt in
combinatie met flitsstanden met synchronisatie met lange sluitertijd
(beschikbaar voor de ingebouwde flitser en de optionele flitsers vermeld
op pagina 311), wat mogelijkerwijs voorkomt dat de camera lange
sluitertijden selecteert.
A Automatische instelling voor ISO-gevoeligheid in- en uitschakelen
U kunt automatische instelling voor ISO-gevoeligheid in- of uitschakelen
door op de W (S)-knop te drukken en aan de secundaire instelschijf te
draaien. ISO AUTO wordt weergegeven wanneer automatische instelling voor
ISO-gevoeligheid aan is.
104
Belichting
Lichtmeting
(alleen standen P, S, A en M)
Kies hoe de camera de belichting instelt in de standen P, S, A en M (in
andere standen selecteert de camera de lichtmeetmethode
automatisch).
Optie
a
Z
b
Beschrijving
Matrix: Produceert natuurlijke resultaten in de meeste situaties.
Camera meet een breed veld van het beeld en stelt de belichting in
volgens de verdeling van toonwaarden, kleur, compositie en met
type G-, E- of D-objectieven (0 307), afstandsinformatie (3Dkleurenmatrixmeting II; met andere CPU-objectieven gebruikt de
camera kleurenmatrixmeting II, waarbij geen gebruik kan worden
gemaakt van 3D-afstandsinformatie).
Centrumgericht: Camera meet het gehele beeld maar wijst het
grootste gewicht toe aan het middelste veld (als een CPU-objectief
is bevestigd, kan de grootte van het veld voor zoekerfotografie
worden geselecteerd met behulp van Persoonlijke instelling b4,
Centrumgericht meetveld, 0 278; als er een objectief zonder CPU
is bevestigd, is het veld gelijk aan een cirkel met een diameter van
8 mm). Klassieke meter voor portretten; aanbevolen bij het gebruik
van filters met een belichtingsfactor (filterfactor) van meer dan 1×.
Spot: Camera meet een cirkel gecentreerd op het huidige
scherpstelpunt, waardoor het mogelijk is onderwerpen buiten het
centrum te meten (als een objectief zonder CPU wordt gebruikt of
als automatisch veld-AF in werking is, meet de camera het
middelste scherpstelpunt). Diameter van cirkel voor
zoekerfotografie is 3,5 mm of circa 2,5% van het beeld. Zorgt ervoor
dat het onderwerp correct belicht wordt, ook als de achtergrond
veel helderder of donkerder is.
105
Druk, om een lichtmeetoptie te kiezen, op de Z (Q)-knop en draai
aan de hoofdinstelschijf totdat de gewenste instelling wordt
weergegeven.
Z (Q)-knop
Hoofdinstelschijf
Bedieningspaneel
A Livebeeld
In livebeeld wordt de geselecteerde optie in de monitor weergegeven.
A Objectief zonder CPU
Door de brandpuntsafstand en het maximaal diafragma van objectieven
zonder CPU te specificeren met behulp van de optie Objectief zonder CPU
in het setup-menu (0 225) kan de camera kleurenmatrixmeting gebruiken
wanneer matrix is geselecteerd. Centrumgerichte meting wordt gebruikt
als matrixmeting is geselecteerd met objectieven zonder CPU waarvoor
geen objectiefgegevens zijn verstrekt.
A Zie ook
Zie Persoonlijke instelling b5 (Fijnafst. voor opt. belichting, 0 278) voor
informatie over het maken van afzonderlijke aanpassingen voor optimale
belichting van elke lichtmeetmethode.
106
Vergrendeling automatische belichting
Gebruik vergrendeling voor automatische belichting om foto’s
opnieuw samen te stellen na het gebruik van centrumgerichte
meting en spotmeting (0 105) voor het meten van de belichting.
1 Vergrendel de belichting.
Plaats het onderwerp in het
geselecteerde scherpstelpunt en druk
de ontspanknop half in. Druk, met de
ontspanknop half ingedrukt en het
onderwerp in het scherpstelpunt
geplaatst, op de A AE-L/AF-L-knop om
scherpstelling en belichting te
vergrendelen (als u autofocus
gebruikt, controleer dan of de camera
is scherpgesteld; 0 34).
Ontspanknop
A AE-L/AF-L-knop
Terwijl belichtingsvergrendeling actief
is, verschijnt de aanduiding AE-L in de
zoeker en de monitor.
2 Stel de foto opnieuw
samen.
Pas de compositie van de
foto aan terwijl de A AE-L/
AF-L-knop ingedrukt wordt
gehouden en maak de foto.
107
A Spotmeting
In spotmeting wordt de belichting vergrendeld bij de waarde gemeten bij
het geselecteerde scherpstelpunt (0 105).
A Sluitertijd en diafragma aanpassen
Terwijl de belichtingsvergrendeling in werking is, kunnen de volgende
instellingen worden aangepast zonder de gemeten waarde voor de
belichting te veranderen:
Stand
P
S
A
Instelling
Sluitertijd en diafragma (flexibel programma; 0 52)
Sluitertijd
Diafragma
Merk op dat lichtmeting niet kan worden gewijzigd terwijl
belichtingsvergrendeling in werking is.
A Zie ook
Als Aan is geselecteerd voor Persoonlijke instelling c1 (AE-vergrend.
ontspanknop, 0 279), wordt de belichting vergrendeld wanneer de
ontspanknop half wordt ingedrukt. Zie Persoonlijke instelling f4 (AE-L/
AF-L-knop toewijzen, 0 285) voor informatie over het veranderen van de
functie van de A AE-L/AF-L-knop.
108
Belichtingscorrectie
(alleen standen P, S, A, M, SCENE en %)
Belichtingscorrectie wordt gebruikt om de belichting aan te passen
van de waarde die is voorgesteld door de camera, zodat foto’s
lichter of donkerder worden. Deze functie werkt het best in
combinatie met centrumgerichte meting of spotmeting (0 105).
Kies uit waarden tussen –5 LW (onderbelichting) en +5 LW
(overbelichting) in stappen van 1/3 LW. In het algemeen maken
positieve waarden het onderwerp lichter terwijl negatieve waarden
het onderwerp donkerder maken.
–1 LW
Geen belichtingscorrectie
+1 LW
Druk, om een waarde voor
belichtingscorrectie te kiezen, op de Eknop en draai aan de hoofdinstelschijf
totdat de gewenste waarde wordt
weergegeven.
E-knop
Hoofdinstelschijf
±0 LW
–0,3 (–1/3) LW
+2,0 LW
109
Bij andere waarden dan ±0,0 knippert de
0 in het midden van de
belichtingsaanduidingen (de standen P, S,
A, SCENE en %) en wordt in het
bedieningspaneel en de zoeker een
E-pictogram weergegeven nadat u de
E-knop ontspant. De huidige waarde
voor belichtingscorrectie kan worden
bevestigd in de belichtingsaanduiding door op de E-knop te
drukken.
Normale belichting kan worden hersteld door belichtingscorrectie
in te stellen op ±0. Behalve in SCENE en % wordt belichtingscorrectie
niet teruggezet wanneer de camera wordt uitgeschakeld (in de
standen SCENE en % wordt belichtingscorrectie teruggezet wanneer
een andere stand is geselecteerd of de camera uitgeschakeld is).
A Stand M
In stand M heeft belichtingscorrectie alleen invloed op de
belichtingsaanduiding; sluitertijd en diafragma veranderen niet.
A Belichtingscorrectie (Livebeeld)
Wanneer de livebeeld-selector naar C wordt gedraaid, kan
belichtingscorrectie worden ingesteld op waarden tussen –5 en +5 LW,
maar enkel waarden tussen –3 en +3 kunnen vooraf in de monitor worden
bekeken.
A Zie ook
Zie Persoonlijke instelling b2 (Stapgrootte inst. belichting, 0 278) voor
informatie over het kiezen van de stapgroottes beschikbaar voor
belichtingscorrectie. Zie Persoonlijke instelling b3 (Eenv.
belichtingscorrectie, 0 278) voor informatie over het maken van
aanpassingen aan belichtingscorrectie zonder op de E-knop te drukken.
Zie persoonlijke instelling e4 (Belichtingscorr. voor flitser, 0 283) voor
informatie over het beperken van belichtingscorrectie-effecten op de
achtergrond bij het gebruik van een flitser voor belichting van de
voorgrond. Zie pagina 197 voor informatie over automatisch variërende
belichting, flitssterkte, witbalans of Actieve D-Lighting.
110
Witbalans
(alleen standen P, S, A en M)
Witbalans zorgt ervoor dat kleuren niet worden beïnvloed door de
kleur van de lichtbron. In andere standen dan P, S, A en M wordt
witbalans automatisch ingesteld door de camera. Voor de meeste
lichtbronnen wordt automatische witbalans aanbevolen in de
standen P, S, A en M, maar kunnen, indien nodig, andere waarden
worden geselecteerd overeenkomstig het type bron:
v
J
I
H
N
G
M
K
L
Optie
Automatisch
Normaal
Kleur warm licht behouden
Gloeilamplicht
Kleurtemperatuur *
3.500–8.000 K
3.000 K
Tl-licht
Natriumdamplampen
2.700 K
Warm wit tl-licht
3.000 K
Wit tl-licht
3.700 K
Koel wit tl-licht
4.200 K
Dag wit tl-licht
5.000 K
Daglicht tl-licht
6.500 K
Kwikdamp op hoge temp.
7.200 K
Direct zonlicht
5.200 K
Flitslicht
5.400 K
Bewolkt
6.000 K
Schaduw
Kies kleurtemperatuur (0 117)
Handmatige voorinstelling (0 120)
8.000 K
2.500–10.000 K
—
* Alle waarden zijn bij benadering en komen niet overeen met fijnafstelling (indien van toepassing).
111
Witbalans wordt ingesteld door op de L (U)-knop te drukken en
aan de hoofdinstelschijf te draaien totdat de gewenste instelling
wordt weergegeven.
L (U)-knop
Hoofdinstelschijf
Informatiescherm
A Livebeeld
In livebeeld wordt de geselecteerde optie in de monitor weergegeven.
A De opnamemenu’s
Witbalans kan ook worden aangepast met behulp van de optie Witbalans
in één van de opnamemenu’s (0 269, 274), welke ook kan worden gebruikt
voor het verfijnen van witbalans (0 114) of het meten van een waarde voor
handmatige voorinstelling witbalans (0 120). De optie Automatisch in het
menu Witbalans biedt u de keuze uit Normaal en Kleur warm licht
behouden, welke de warme kleuren behoudt die worden geproduceerd
door gloeilampverlichting, terwijl de optie I Tl-licht kan worden gebruikt
om de lichtbron uit de bulbtypes te selecteren. Het item in het
filmopnamemenu beschikt over de optie Zelfde als foto-instellingen die
de witbalans voor films hetzelfde instelt als de instellingen gebruikt voor
foto’s.
A Studioflitslicht
Automatische witbalans produceert mogelijk niet de gewenste resultaten
met grote studioflitsers. Gebruik handmatige voorinstelling witbalans of
stel witbalans in op Flitslicht en gebruik fijnafstelling om witbalans aan te
passen.
112
A Kleurtemperatuur
De waargenomen kleur van een lichtbron varieert per beeld en andere
omstandigheden. Kleurtemperatuur is een objectieve maateenheid voor
de kleur van een lichtbron, die wordt gedefinieerd met betrekking tot de
temperatuur waarop een voorwerp zou moeten worden verhit om licht
met dezelfde golflengte uit te stralen. Terwijl lichtbronnen met een
kleurtemperatuur in de buurt van 5.000–5.500 K een witte kleur hebben,
hebben lichtbronnen met een lagere kleurtemperatuur, zoals gloeilampen,
een enigszins gele of rode kleur. Lichtbronnen met een hogere
kleurtemperatuur hebben een blauwe zweem.
“Warmer” (meer rode) kleuren
“Koeler” (meer blauwe) kleuren
q I (natriumdamplampen): 2.700 K
w J (gloeilamplicht)/I (warm wit tl-licht): 3.000 K
e I (wit tl-licht): 3.700 K
r I (koel wit tl-licht): 4.200 K
t I (dag wit tl-licht): 5.000 K
y H (direct zonlicht): 5.200 K
u N (flitslicht): 5.400 K
i G (bewolkt): 6.000 K
o I (daglicht tl-licht): 6.500 K
!0 I (kwikdamp op hoge temp.): 7.200 K
!1 M (schaduw): 8.000 K
Opmerking: Alle cijfers zijn benaderingen.
113
Fijnafstelling witbalans
Bij andere instellingen dan K (Kies kleurtemperatuur) kan
witbalans verder worden “verfijnd” om kleurverschillen van de
lichtbron te compenseren of om een foto opzettelijk van een
kleurzweem te voorzien.
❚❚ Het witbalansmenu
Selecteer, om witbalans fijn af te stellen vanuit de opnamemenu’s,
Witbalans en volg de onderstaande stappen.
1 Geef de opties voor fijnafstelling weer.
Markeer een witbalansoptie en druk op
2 (als er een submenu wordt
weergegeven, selecteer de gewenste
optie en druk nogmaals op 2 om de
opties voor fijnafstelling weer te geven;
voor informatie over het fijn afstellen
van handmatige voorinstellingen witbalans, zie pagina 129).
2 Stel witbalans fijn af.
Gebruik de multi-selector om de
witbalans fijn af te stellen. Witbalans kan
verder worden verfijnd op de as amber
(A)–blauw (B) in stappen van 0,5 en de
as groen (G)–magenta (M) in stappen
van 0,25. De horizontale as (amberCoördinaten
blauw) komt overeen met de
Afstelling
kleurtemperatuur, terwijl de verticale as
(groen-magenta) vergelijkbare effecten
heeft op de overeenkomstig kleurcorrectiefilters (CC: color
compensation). De horizontale as is belijnd in stappen die
equivalent zijn aan circa 5 mired, de verticale as in stappen van
circa 0,05 diffuse dichtheidseenheden.
114
3 Druk op J.
Druk op J om instellingen op te slaan en terug te keren naar de
opnamemenu’s.
❚❚ De L (U)-knop
Bij andere instellingen dan K
(Kies kleurtemperatuur) en L
(Handmatige voorinstelling),
kan de L (U)-knop worden
gebruikt voor het fijn afstellen
van witbalans op de amber (A)–
blauw (B) as (0 114; gebruik de
L (U)-knop
Secundaire
opnamemenu’s voor de
instelschijf
fijnafstelling van witbalans
wanneer L is geselecteerd, zoals beschreven op pagina 129). Druk
op de L (U)-knop en draai aan de secundaire instelschijf voor
fijnafstelling van witbalans in stappen van 0,5 (bij elke volledige
stapgrootte gelijk aan circa 5 mired) totdat de gewenste waarde
wordt weergegeven. Draai de secundaire instelschijf naar links om
de hoeveelheid amber (A) te verhogen. Draai de secundaire
instelschijf naar rechts om de hoeveelheid blauw (B) te verhogen.
Bedieningspaneel
Informatiescherm
A Livebeeld
In livebeeld wordt de geselecteerde waarde in de monitor weergegeven.
115
A Fijnafstelling witbalans
Zodra witbalans is fijnafgesteld, zal er een sterretje (“E”) naast de
witbalansinstelling worden weergegeven. Merk op dat de kleuren op de
assen voor fijnafstelling relatief zijn, niet absoluut. Als de cursor
bijvoorbeeld in de richting van B (blauw) beweegt wanneer een “warme”
instelling zoals J (gloeilamplicht) is geselecteerd voor witbalans, worden
foto’s enigszins “kouder” maar niet echt blauw.
Informatiescherm
Opnameweergave
A “Mired”
Elke bepaalde verandering in kleurtemperatuur produceert een groter
verschil in kleur bij lage kleurtemperaturen dan bij hogere
kleurtemperaturen. Een verandering van bijvoorbeeld 1.000 K produceert
een veel grotere kleurverandering bij 3.000 K dan bij 6.000 K. Mired,
berekend door het omgekeerde van de kleurtemperatuur met 10 6 te
vermenigvuldigen, is een maat voor de kleurtemperatuur die rekening
houdt met een dergelijke variatie en als zodanig de eenheid is die wordt
gebruikt voor kleurtemperatuurcompensatiefilters. Bijv.:
• 4.000 K–3.000 K (een verschil van 1.000 K)=83 mired
• 7.000 K–6.000 K (een verschil van 1.000 K)=24 mired
A Zie ook
De camera maakt verschillende beelden zodra de sluiter wordt ontspannen
als Witbalansbracketing is geselecteerd voor Persoonlijke instelling e6
(Inst. voor autom. bracketing, 0 284). Witbalans wordt bij elk beeld
afgewisseld, waarbij “bracketing” wordt gebruikt voor de waarde die
momenteel is geselecteerd voor witbalans (0 202).
116
Een kleurtemperatuur kiezen
Volg de onderstaande stappen om een kleurtemperatuur te kiezen
wanneer K (Kies kleurtemperatuur) is geselecteerd voor
witbalans.
D Kies kleurtemperatuur
Merk op dat de gewenste resultaten niet worden verkregen met flitslicht of
tl-verlichting. Kies N (Flitslicht) of I (Tl-licht) voor deze bronnen. Maak bij
andere lichtbronnen een testopname om te bepalen of de geselecteerde
waarde geschikt is.
❚❚ Het witbalansmenu
Kleurtemperatuur kan worden geselecteerd met behulp van de
Witbalans-opties in de opnamemenu’s. Voer waarden in voor de
assen amber-blauw en groen-magenta (0 114), zoals hieronder
beschreven.
1 Selecteer Kies kleurtemperatuur
Selecteer Witbalans in één van de
opnamemenu’s, markeer vervolgens
Kies kleurtemperatuur. en druk op 2.
2 Selecteer een waarde voor amberblauw.
Druk op 4 of 2 om getallen te
markeren en druk op 1 of 3 om ze te
wijzigen.
Waarde voor de as
amber (A)–blauw (B)
117
3 Selecteer een waarde voor groenmagenta.
Druk op 4 of 2 om de as G (groen) of M
(magenta) te markeren en druk op 1 of
3 om een waarde te selecteren.
Waarde voor de as
groen (G)–magenta (M)
4 Druk op J.
Druk op J om de wijzigingen op te
slaan en terug te keren naar de
opnamemenu’s. Bij het selecteren van
andere waarde dan 0 voor de as groen
(G)–magenta (M) zal in het
bedieningspaneel een sterretje (“E”)
naast het K-pictogram worden weergegeven.
118
❚❚ De L (U)-knop
Wanneer K (Kies
kleurtemperatuur) is
geselecteerd, kan de L (U)knop worden gebruikt om de
kleurtemperatuur te selecteren,
hoewel dit echter alleen geldt
voor de as amber (A)–blauw (B). L (U)-knop
Secundaire
Druk op de L (U)-knop en
instelschijf
draai aan de secundaire
instelschijf totdat de gewenste
waarde wordt weergegeven
(aanpassingen worden in mireds
uitgevoerd; 0 116). Druk op de
L (U)-knop om rechtstreeks een kleurtemperatuur in te voeren
en druk op 4 of 2 om een getal te markeren en druk op 1 of 3 om
dit getal te wijzigen.
Bedieningspaneel
Informatiescherm
A Livebeeld
In livebeeld wordt de geselecteerde waarde in de monitor weergegeven.
119
Handmatige voorinstelling
Handmatige voorinstelling wordt gebruikt om aangepaste
witbalansinstellingen op te slaan en op te roepen om opnamen bij
verschillende soorten licht te maken of om lichtbronnen met een
duidelijke kleurzweem te corrigeren. De camera kan maximaal zes
waarden opslaan voor handmatige voorinstelling witbalans in
voorinstellingen d-1 tot en met d-6. Er zijn twee methoden
beschikbaar voor het instellen van handmatige voorinstelling
witbalans:
Methode
Beschrijving
Een neutraal grijs of wit voorwerp wordt onder licht
geplaatst dat in de definitieve foto zal worden
gebruikt en wordt witbalans gemeten door de
Direct meten
camera. In livebeeld kan witbalans in een
geselecteerd veld van het beeld worden gemeten
(spot-witbalans, 0 124).
Witbalans wordt van foto naar geheugenkaart
Kopie van bestaande foto
gekopieerd (0 127).
Zoekerfotografie
1 Belicht een referentievoorwerp.
Plaats een neutraal grijs of wit voorwerp onder het licht dat in de
definitieve foto zal worden gebruikt. In studiosettingen kan een
standaard grijskaart als referentievoorwerp worden gebruikt.
Merk op dat bij het meten van witbalans de belichting
automatisch wordt verhoogd met 1 LW; pas in stand M de
belichting aan, zodat de belichtingsaanduiding ±0 (0 57) toont.
120
2 Stel witbalans in op L (Handmatige voorinstelling).
Druk op de L (U)-knop en draai aan de hoofdinstelschijf
totdat L wordt weergegeven in het informatiescherm.
L (U)-knop
Hoofdinstelschijf
Informatiescherm
3 Selecteer een voorinstelling.
Druk op de L (U)-knop en draai aan de secundaire instelschijf
totdat de gewenste witbalansvoorinstelling (d-1 tot d-6) wordt
weergegeven in het informatiescherm.
L (U)-knop
Secundaire
instelschijf
Informatiescherm
A Handmatige voorinstelling witbalans meten (Zoekerfotografie)
Handmatige voorinstelling witbalans kan niet worden gemeten terwijl u
een HDR-foto (0 141) of meerdere opnamen (0 211) maakt, of wanneer
Films opnemen is geselecteerd voor Persoonlijke instelling g4
(Ontspanknop toewijzen, 0 288) en de livebeeld-selector naar 1 is
gedraaid.
121
4 Selecteer stand voor direct meten.
Ontspan kort de L (U)-knop en
druk vervolgens op de knop totdat
D begint te knipperen in het
bedieningspaneel en de zoeker.
Bedieningspaneel
Zoeker
5 Meet witbalans.
Kadreer, net voordat de aanduidingen
stoppen met knipperen, het
referentievoorwerp zodat het de
zoeker vult en druk de ontspanknop volledig in. De camera zal
een waarde voor witbalans meten en de voorinstelling opslaan
in de voorinstelling geselecteerd in Stap 3. Er wordt geen foto
gemaakt; witbalans kan nauwkeurig worden gemeten, ook al is
de camera niet scherpgesteld.
A Beveiligde voorinstellingen
Als de huidige voorinstelling is beveiligd (0 129), zal 3 of Prt knipperen
in het bedieningspaneel, de zoeker en het informatiescherm als u een
nieuwe waarde probeert te meten.
122
6 Controleer de resultaten.
Als de camera een waarde voor
witbalans heeft kunnen meten,
knippert C in het
bedieningspaneel terwijl de zoeker
een knipperende a toont. Druk de
ontspanknop half in om terug te keren
naar de opnamestand.
Bedieningspaneel
Zoeker
Als de verlichting te donker of te
helder is, kan de camera witbalans
mogelijk niet meten. Een knipperende
b a verschijnt in het
bedieningspaneel en de zoeker. Druk
de ontspanknop half in om terug te
keren naar Stap 5 en de witbalans
opnieuw te meten.
Bedieningspaneel
Zoeker
D Stand voor direct meten
Als er geen handelingen worden uitgevoerd tijdens zoekerfotografie
terwijl de weergaven knipperen, wordt de stand voor direct meten
beëindigd in de tijd geselecteerd voor Persoonlijke instelling c2 (Stand-bytimer, 0 279).
A Een voorinstelling selecteren
Door Handmatige voorinstelling te
selecteren voor de optie Witbalans in één van
de opnamemenu’s, wordt het rechts getoonde
venster weergegeven; markeer een
voorinstelling en druk op J. Als er momenteel
geen waarde bestaat voor de geselecteerde
voorinstelling, wordt witbalans ingesteld op
5.200 K, hetzelfde als voor Direct zonlicht.
123
Livebeeld (Spot-witbalans)
Tijdens livebeeld kan witbalans rechtstreeks worden gemeten vanaf
elk wit of grijs voorwerp in het beeld.
1 Druk op de a-knop.
De spiegel wordt opgeklapt en het
beeld door het objectief wordt
weergegeven in de cameramonitor.
a-knop
2 Stel witbalans in op L (Handmatige voorinstelling).
Druk op de L (U)-knop en draai aan de hoofdinstelschijf
totdat L wordt weergegeven in de monitor.
L (U)-knop
124
Hoofdinstelschijf
Monitor
3 Selecteer een voorinstelling.
Druk op de L (U)-knop en draai aan de secundaire instelschijf
totdat de gewenste witbalansvoorinstelling (d-1 tot d-6) wordt
weergegeven in de monitor.
L (U)-knop
Secundaire
instelschijf
Monitor
4 Selecteer stand voor direct meten.
Ontspan kort de L (U)-knop en druk
vervolgens op de knop totdat het Lpictogram begint te knipperen in de
monitor. Er wordt een spotwitbalansdoel (r) weergegeven bij het
geselecteerde scherpstelpunt.
Monitor
5 Plaats het doel boven een wit of grijs veld.
Gebruik, terwijl L in de weergave
knippert, de multi-selector om de r
boven een wit of grijs veld van het
onderwerp te plaatsen. Druk op de
X (T)-knop om op het gebied
rondom het doel in te zoomen voor
meer nauwkeurige positionering.
125
6 Meet witbalans.
Druk op J of druk de ontspanknop
volledig in om de witbalans te meten.
De tijd beschikbaar om witbalans te
meten is de tijd geselecteerd voor
Persoonlijke instelling c4 (Monitor uit)
> Livebeeld (0 279).
Als de camera witbalans niet kan meten,
wordt het rechts getoonde bericht
weergegeven. Kies een nieuw
witbalansdoel en herhaal het proces
vanaf Stap 5.
7 Sluit stand voor direct meten af.
Druk op de L (U)-knop om stand voor direct meten af te
sluiten.
Wanneer in één van de opnamemenu’s
Handmatige voorinstelling is
geselecteerd voor Witbalans, wordt de
positie van het doel gebruikt voor het
meten van witbalansvoorinstelling
weergegeven op voorinstellingen
vastgelegd tijdens livebeeld.
A Handmatige voorinstelling witbalans meten (Livebeeld)
Handmatige voorinstelling witbalans kan niet worden gemeten wanneer
Films opnemen is geselecteerd voor Persoonlijke instelling g4
(Ontspanknop toewijzen, 0 288) en de livebeeld-selector naar 1 is
gedraaid. Handmatige voorinstelling witbalans kan niet worden ingesteld
terwijl een HDR-belichting bezig is (0 141).
126
Voorinstellingen beheren
❚❚ Witbalans van een foto kopiëren
Voer de onderstaande stappen uit om een waarde voor witbalans
vanaf een bestaande foto naar een geselecteerde voorinstelling te
kopiëren.
1 Selecteer Handmatige voorinstelling.
Selecteer Witbalans in één van de
opnamemenu’s, markeer vervolgens
Handmatige voorinstelling en druk op
2.
2 Selecteer een bestemming.
Markeer de bestemmingsvoorinstelling
(d-1 tot d-6) en druk op W (S).
W (S)-knop
3 Kies Foto selecteren.
Markeer Foto selecteren en druk op 2.
127
4 Markeer een bronbeeld.
Markeer het bronbeeld.
5 Kopieer witbalans.
Druk op J om de witbalanswaarde voor de gemarkeerde foto
naar de geselecteerde voorinstelling te kopiëren. Als de
gemarkeerde foto commentaar bevat (0 291), wordt het
commentaar naar het commentaar voor de geselecteerde
voorinstelling gekopieerd.
A Een bronbeeld kiezen
Houd de X (T)-knop ingedrukt om in Stap 4 het gemarkeerde beeld
schermvullend te bekijken.
X (T)-knop
128
A Een witbalansvoorinstelling kiezen
Druk op 1 om de huidige
witbalansvoorinstelling (d-1–d-6) te markeren
en druk op 2 om een andere voorinstelling te
selecteren.
A Handmatige voorinstelling witbalans fijn afstellen
De geselecteerde voorinstelling kan verder
worden verfijnd door Fijnafstelling te
selecteren en witbalans aan te passen zoals
beschreven op pagina 114.
A Commentaar bewerken
Selecteer, om een beschrijvend commentaar
van maximaal 36 tekens in te voeren voor de
huidige witbalansvoorinstelling, Commentaar
bewerken in het handmatige voorinstellingen
witbalansmenu en voer een commentaar in
zoals beschreven op pagina 136.
A Beveiligen
Selecteer, om de huidige
witbalansvoorinstelling te beveiligen,
Beveiligen in het handmatige voorinstellingen
witbalansmenu, markeer vervolgens Aan en
druk op J. Beveiligde voorinstellingen kunnen
niet worden aangepast en de opties
Fijnafstelling en Commentaar bewerken
kunnen niet worden gebruikt.
129
Beeldverbetering
Picture Control
(alleen standen P, S, A en M)
In de standen P, S, A en M bepaalt de door u gekozen Picture Control
hoe foto’s worden verwerkt (in andere standen selecteert de camera
automatisch een Picture Control).
Een Picture Control selecteren
Kies een Picture Control die past bij het onderwerp of scènetype.
Optie
Q
Standaard
R
Neutraal
S
Levendig
T
Monochroom
e
Portret
f
Landschap
q
Gelijkmatig
Beschrijving
Standaardverwerking voor evenwichtige resultaten.
Aanbevolen voor de meeste situaties.
Minimale verwerking voor natuurlijke resultaten. Kies
voor foto’s die later zullen worden bewerkt of
geretoucheerd.
Foto’s worden verbeterd voor een levendig fotoprinteffect. Kies voor foto’s met de nadruk op primaire
kleuren.
Maak monochrome foto’s.
Verwerk portretten voor een huid met een natuurlijke
textuur en een egaal gevoel.
Produceert levendige landschappen en stadsgezichten.
Details blijven behouden voor een breed
kleurtoonbereik, van hoge lichten tot schaduwen. Kies
voor foto’s die later uitgebreid zullen worden bewerkt
of geretoucheerd.
A Het filmopnamemenu
De optie Picture Control instellen in het filmopnamemenu beschikt ook
over de optie Zelfde als foto-instellingen die de Picture Control voor films
op hetzelfde instelt als de instellingen gebruikt voor foto’s.
130
1 Selecteer Picture Control instellen.
Markeer Picture Control instellen in
één van de opnamemenu’s en druk op
2.
2 Selecteer een Picture Control.
Markeer een Picture Control en druk op
J.
A Eigen Picture Controls
Eigen Picture Controls worden aangemaakt door middel van aanpassingen
aan bestaande Picture Controls met behulp van de optie Picture Control
beheren in de opnamemenu’s (0 135). Eigen Picture Controls kunnen op
een geheugenkaart worden opgeslagen en met andere camera’s van
hetzelfde model en met compatibele software worden gedeeld (0 138).
A De Picture Control-aanduiding
De huidige Picture Control wordt in de weergave getoond.
Informatiescherm
Opnameweergave
131
Picture Controls aanpassen
Een bestaande voorinstelling of eigen Picture Controls (0 135)
kunnen worden aangepast aan het onderwerp of de creatieve
wensen van de gebruiker. Kies een evenwichtige combinatie van
instellingen met behulp van Snel aanpassen of pas de individuele
instellingen handmatig aan.
1 Selecteer een Picture Control.
Markeer de gewenste Picture Control in
de Picture Control-lijst (0 130) en druk
op 2.
2 Pas instellingen aan.
Druk op 1 of 3 om de gewenste
instelling te markeren en druk op 4 of
2 om een waarde te kiezen in stappen
van 1 of draai aan de secundaire
instelschijf om een waarde in stappen
van 0,25 te kiezen (0 133). Herhaal deze
stap totdat alle instellingen zijn aangepast, of selecteer een
combinatie van voorinstellingen met behulp van de multiselector om Snel aanpassen te kiezen. Standaardinstellingen
kunnen worden hersteld door op de O (Q)-knop te drukken.
3 Druk op J.
A Aanpassingen aan originele Picture Controls
Picture Controls waarvan de standaardwaarden
zijn gewijzigd, worden aangeduid met een
sterretje (“E”).
132
❚❚ Picture Control-instellingen
Optie
Snel aanpassen
Verscherping
Handmatige aanpassingen
(alle Picture Controls)
Lokaal
contrast
Contrast
Helderheid
Beschrijving
Verlaag of verhoog het effect van de geselecteerde
Picture Control (merk op dat hierdoor alle handmatige
aanpassingen ongedaan worden gemaakt). Niet
beschikbaar voor Neutraal, Monochroom,
Gelijkmatig of eigen Picture Controls (0 135).
Bepaal de scherpte van omtreklijnen. Selecteer A om
verscherping automatisch aan te passen aan het
scènetype.
Pas lokaal contrast handmatig aan of selecteer A om de
camera automatisch het lokale contrast aan te laten
passen. Afhankelijk van de scène kunnen bij sommige
instellingen schaduwen rond heldere objecten of
kransen rond donkere objecten verschijnen. Lokaal
contrast wordt niet toegepast op films.
Pas contrast handmatig aan of selecteer A om de
camera automatisch het contrast aan te laten passen.
Verhoog of verlaag de helderheid zonder verlies van
detail in hoge lichten of schaduwen.
Handmatige aanpassingen Handmatige aanpassingen
(alleen niet-monochroom)
(alleen monochroom)
Verzadiging
Bepaal de levendigheid van kleuren. Selecteer A om
verzadiging automatisch aan te passen aan het
scènetype.
Tint
Pas de tint aan.
Filtereffecten
Boots het effect van kleurfilters op monochrome foto’s
na (0 134).
Kleurtoon
Kies de tint gebruikt in monochrome foto’s (0 135).
133
D “A” (Automatisch)
De resultaten voor automatische verscherping, lokaal contrast, contrast en
verzadiging variëren afhankelijk van de belichting en de positie van het
onderwerp in het beeld. Gebruik een type G-, E- of D-objectief voor de
beste resultaten.
A Schakelen tussen handmatig en automatisch
Druk op de X (T)-knop om heen en weer te
schakelen tussen handmatige en automatische
(A) instellingen voor verscherping, lokaal
contrast, contrast en verzadiging.
A Opties voor eigen Picture Controls
De beschikbare opties voor eigen Picture Controls zijn dezelfde als de
opties waarop de eigen Picture Control is gebaseerd.
A Vorige instellingen
De j-aanduiding onder de waarde-aanduiding
in het Picture Control-instellingenmenu geeft
de vorige waarde voor de instelling aan.
Gebruik dit als referentie bij het aanpassen van
instellingen.
A Filtereffecten (alleen monochroom)
De opties in dit menu bootsen het effect van kleurfilters op monochrome
foto’s na. De volgende filtereffecten zijn beschikbaar:
Y
O
Optie
Geel
Oranje
R
Rood
G
Groen
Beschrijving
Vergroot het contrast. Kan worden gebruikt om de
helderheid van de lucht in landschapsfoto’s te verzachten.
Oranje produceert meer contrast dan geel en rood
produceert meer contrast dan oranje.
Verzacht huidtinten. Kan worden gebruikt voor
portretten.
Houd er rekening mee dat de effecten van Filtereffecten groter zijn dan de
effecten geproduceerd door echte glazen filters.
134
A Kleurtoon (alleen monochroom)
Het indrukken van 3 wanneer Kleurtoon is
geselecteerd, geeft de opties voor verzadiging
weer. Druk op 4 of 2 om verzadiging aan te
passen. Verzadigingsregeling is niet
beschikbaar wanneer B&W (zwart-wit) is
geselecteerd.
Eigen Picture Controls aanmaken
De Picture Controls meegeleverd met de camera kunnen worden
aangepast en als eigen Picture Controls worden opgeslagen.
1 Selecteer Picture Control beheren.
Markeer Picture Control beheren in
één van de opnamemenu’s en druk op
2.
2 Selecteer Opslaan/bewerken.
Markeer Opslaan/bewerken en druk op
2.
3 Selecteer een Picture Control.
Markeer een bestaande Picture Control
en druk op 2, of druk op J om verder
te gaan naar Stap 5 om zonder verdere
wijziging een kopie van de
gemarkeerde Picture Control op te
slaan.
135
4 Bewerk de geselecteerde Picture
Control.
Zie pagina 133 voor meer informatie.
Druk op de O (Q)-knop om gedane
wijzigingen ongedaan te maken en start
opnieuw vanuit de
standaardinstellingen. Druk op J
wanneer de instellingen zijn voltooid.
5 Selecteer een bestemming.
Kies een bestemming voor de eigen
Picture Control (C-1 tot en met C-9) en
druk op 2.
6 Geef de Picture Control een naam.
Toetsenbordveld
Het rechts getoonde tekstinvoervenster
wordt weergegeven. Standaard worden
nieuwe Picture Controls benoemd door
een tweecijferig getal (automatisch
toegewezen) aan de naam van de
bestaande Picture Control toe te
voegen; ga verder naar Stap 7 om de
Naamveld
standaardnaam te gebruiken. Houd de
W (S)-knop ingedrukt en druk op 4
of 2 om de cursor in het naamveld te verplaatsen. Gebruik, om
een nieuwe letter in te voeren bij de huidige cursorpositie, de
multi-selector om het gewenste teken in het toetsenbordveld te
markeren en druk op J. Druk op de O (Q)-knop om het teken
bij de huidige cursorpositie te wissen.
Namen van eigen Picture Controls kunnen maximaal negentien
tekens lang zijn. Alle tekens na het negentiende teken worden
gewist.
136
7 Druk op X (T).
Druk op de X (T)-knop om de
wijzigingen op te slaan en sluit af. De
nieuwe Picture Control verschijnt in de
lijst met Picture Controls.
X (T)-knop
A Picture Control beheren > Naam wijzigen
Eigen Picture Controls kunnen op elk moment
van naam worden veranderd met behulp van
de optie Naam wijzigen in het menu Picture
Control beheren.
A Picture Control beheren > Wissen
De optie Wissen in het menu Picture Control
beheren kan worden gebruikt om
geselecteerde eigen Picture Controls te wissen
wanneer ze niet langer nodig zijn.
A Het pictogram van de originele Picture Control
De oorspronkelijke voorinstelling Picture
Control waarop de eigen Picture Control is
gebaseerd, wordt aangeduid door een
pictogram in de rechterbovenhoek van het
bewerkingsvenster.
Pictogram van originele
Picture Control
137
A Eigen Picture Controls delen
Het item Laden/opslaan in het menu Picture
Control beheren beschikt over de hieronder
vermelde opties. Gebruik deze opties om eigen
Picture Controls naar en van geheugenkaarten
te kopiëren (deze opties zijn alleen beschikbaar
voor de geheugenkaart in sleuf 1 en kunnen
niet worden gebruikt voor de kaart in sleuf 2).
Eenmaal gekopieerd naar geheugenkaarten
kunnen Picture Controls voor andere camera’s of compatibele software
worden gebruikt.
• Kopiëren naar kaart: Kopieer een eigen Picture Control (C-1 tot en met C-9)
van de camera naar een geselecteerde bestemming (1 tot en met 99) op
de geheugenkaart.
• Kopiëren naar camera: Kopieer eigen Picture Controls van de geheugenkaart
naar eigen Picture Controls C-1 tot en met C-9 op de camera en geef ze de
gewenste naam.
• Wissen van kaart: Wis geselecteerde eigen Picture Controls van de
geheugenkaart.
138
Details in hoge lichten en schaduwen
behouden
(alleen standen P, S, A en M)
Actieve D-Lighting
Met Actieve D-Lighting blijven details in hoge lichten en schaduwen
behouden voor foto’s met een natuurlijk contrast. Gebruik deze
functie voor onderwerpen met een hoog contrast, bijvoorbeeld
wanneer u vanuit een deur of raam een helder verlicht
buitentafereel fotografeert of wanneer u op een zonnige dag foto’s
maakt van onderwerpen in de schaduw. Deze functie werkt het best
in combinatie met matrixmeting (0 105).
Actieve D-Lighting uit
Actieve D-Lighting: Y Automatisch
D “Actieve D-Lighting” versus “D-Lighting”
De optie Actieve D-Lighting in het foto-opnamemenu past de belichting
aan die voorafgaat aan de opname om zo het dynamische bereik te
optimaliseren, terwijl de optie D-Lighting in het retoucheermenu (0 294)
schaduwen in beelden na de opname helderder maakt.
139
Voer het volgende uit om Actieve D-Lighting te gebruiken:
1 Selecteer Actieve D-Lighting.
Markeer Actieve D-Lighting in het fotoopnamemenu en druk op 2.
2 Kies een optie.
Markeer de gewenste optie en druk op
J. Als Y Automatisch is
geselecteerd, past de camera
automatisch Actieve D-Lighting aan de
opnameomstandigheden aan (in stand
M is Y Automatisch echter gelijk aan
Q Normaal).
D Actieve D-Lighting
Bij sommige onderwerpen kunt u mogelijk onregelmatige schaduwen
rond heldere voorwerpen of kransen rond donkere voorwerpen
waarnemen.
A Zie ook
Wanneer ADL-bracketing is geselecteerd voor Persoonlijke instelling e6
(Inst. voor autom. bracketing, 0 284) varieert de camera met Actieve
D-Lighting voor een reeks opnamen (0 207). Indien gewenst kunnen de Fnknop en hoofdinstelschijf worden gebruikt om Actieve D-Lighting te
selecteren; voor meer informatie, zie Persoonlijke instelling f2 (Fn-knop
toewijzen, 0 284).
140
Hoog dynamisch bereik (HDR)
Gebruikt met contrastrijke onderwerpen, behoudt High Dynamic
Range (HDR) details in hoge lichten en schaduwen door twee
opnamen te combineren die bij verschillende belichtingen zijn
vastgelegd. HDR is het meest effectief bij gebruik met matrixmeting
(0 105; met spot of centrumgerichte meting en een objectief
zonder CPU is de sterkte van Automatisch gelijk aan Normaal). Het
kan niet worden gebruikt voor het vastleggen van NEF (RAW)afbeeldingen. Flitslicht, bracketing (0 197), meervoudige
belichting (0 211) en time-lapse-fotografie (0 171) kunnen niet
worden gebruikt terwijl HDR in werking is en sluitertijden A en
% zijn niet beschikbaar.
+
Eerste belichting
(donkerder)
Tweede belichting
(helderder)
Gecombineerd
HDR-beeld
1 Selecteer HDR (hoog dynamisch
bereik).
Markeer HDR (hoog dynamisch
bereik) in het foto-opnamemenu en
druk op 2.
141
2 Selecteer een stand.
Markeer HDR-stand en druk op 2.
Markeer een van de volgende opties en
druk op J.
• Om een reeks HDR-foto’s te maken, selecteer
6 Aan (reeks). HDR-opname wordt
voortgezet totdat u Uit selecteert voor
HDR-stand.
• Om één HDR-foto te maken, selecteer Aan
(één foto). Normaal fotograferen wordt automatisch hervat
nadat u één HDR-foto hebt gemaakt.
• Om af te sluiten zonder nog meer HDR-foto’s te maken, selecteer Uit.
Als Aan (reeks) of Aan (één foto) is
geselecteerd, wordt een l-pictogram
in de zoeker weergegeven.
3 Kies de HDR-sterkte.
Markeer HDR-sterkte en druk op 2 om
het verschil in belichting tussen de twee
opnamen (HDR-sterkte) te kiezen.
Markeer de gewenste optie en druk op
J. Als Automatisch is geselecteerd, zal
de camera automatisch de HDR-sterkte
aanpassen aan de scène.
142
Zoeker
4 Kadreer een foto, stel scherp en maak de foto.
De camera maakt twee opnamen
wanneer de ontspanknop volledig
wordt ingedrukt. l j zal
knipperen in het bedieningspaneel en
l l in de zoeker terwijl de
afbeeldingen worden gecombineerd; er
kunnen geen foto’s worden gemaakt
totdat het vastleggen is voltooid.
Ongeacht de momenteel geselecteerde
optie voor de ontspanstand, wordt er
slechts één foto gemaakt telkens
wanneer de ontspanknop wordt
ingedrukt.
Bedieningspaneel
Zoeker
Als Aan (reeks) is geselecteerd, wordt HDR alleen uitgeschakeld
wanneer Uit is geselecteerd voor HDR-stand; als Aan (één foto)
is geselecteerd, wordt HDR automatisch uitgeschakeld nadat de
foto is gemaakt. Het l-pictogram verdwijnt uit de weergave
zodra de HDR-opname eindigt.
D HDR-foto’s kadreren
De randen van het beeld zullen worden uitgesneden. De gewenste
resultaten worden mogelijk niet verkregen als de camera of het onderwerp
beweegt tijdens het fotograferen. Gebruik van een statief wordt
aanbevolen. Afhankelijk van het onderwerp is het effect mogelijk niet
zichtbaar, verschijnen er mogelijk schaduwen rondom heldere objecten of
verschijnen er mogelijk halo’s rondom donkere objecten. Er kunnen
onregelmatige schaduwen zichtbaar zijn bij sommige onderwerpen.
A Intervalfotografie
Als Aan (reeks) is geselecteerd voor HDR-stand voordat intervalopname
start, zet de camera het maken van HDR-foto’s voort bij het geselecteerde
interval (als Aan (één foto) is geselecteerd, eindigt de intervalopname na
één foto).
143
Flitserfotografie
De ingebouwde flitser gebruiken
De ingebouwde flitser kan niet alleen worden gebruikt bij
onvoldoende natuurlijk licht, maar ook om schaduwen en
onderwerpen met tegenlicht in te vullen of om een lichtreflectie toe
te voegen aan de ogen van het onderwerp.
Automatische pop-up-standen
In de standen i, k, p, n, o, s, w en g klapt de ingebouwde
flitser automatisch op en flitst indien nodig.
1 Kies een flitsstand.
Houd de M (Y)-knop ingedrukt en draai aan de hoofdinstelschijf
totdat de gewenste flitsstand wordt weergegeven.
M (Y)-knop
Hoofdinstelschijf
Informatiescherm
A Livebeeld
In livebeeld wordt de geselecteerde optie in de monitor weergegeven.
144
2 Maak foto´s.
Indien nodig klapt de flitser
op wanneer de ontspanknop
half wordt ingedrukt en flitst
wanneer er een foto wordt
gemaakt. Probeer de flitser
NIET handmatig op te klappen
als de flitser niet automatisch opklapt. Het niet in acht nemen van
deze voorzorgsmaatregel kan de flitser beschadigen.
❚❚ Flitsstanden
De volgende flitsstanden zijn beschikbaar:
Automatisch flitsen: Wanneer er weinig licht is of bij tegenlicht klapt
de flitser automatisch op wanneer de ontspanknop half wordt
ingedrukt en flitst indien nodig. Niet beschikbaar in o-stand.
Automatisch met rode-ogenreductie: Gebruik voor portretten. De flitser
klapt op en flitst indien nodig, maar voordat deze flitst gaat het
lampje van de rode-ogenreductie branden om het effect van
“rode ogen” te verminderen. Niet beschikbaar in o-stand.
Automatisch met lange sluitertijd met rode-ogenreductie: Als voor
automatisch met rode-ogenreductie, maar worden er lange
sluitertijden gebruikt om achtergrondverlichting vast te leggen.
Gebruik voor portretten die ‘s nachts of bij weinig licht zijn
gemaakt. Beschikbaar in o-stand.
Automatisch met lange sluitertijd: Lange sluitertijden worden gebruikt
om achtergrondverlichting voor foto’s vast te leggen die ‘s nachts
of bij weinig licht zijn gemaakt. Beschikbaar in o-stand.
j
Uit: De flitser flitst niet.
145
Handmatige pop-up-standen
In de standen P, S, A, M en 0 moet de flitser handmatig worden
opgeklapt. De flitser flitst niet als deze niet is opgeklapt.
1 Klap de flitser op.
Druk op de M (Y)-knop om de flitser op
te klappen. Merk op dat als de flitser uit
is of als er een optionele externe flitser
wordt bevestigd, de ingebouwde flitser
niet zal opklappen; ga verder naar
Stap 2.
M (Y)-knop
2 Kies een flitsstand (alleen standen P, S, A en M).
Houd de M (Y)-knop ingedrukt en draai aan de hoofdinstelschijf
totdat de gewenste flitsstand wordt weergegeven.
M (Y)-knop
Hoofdinstelschijf
Informatiescherm
3 Maak foto´s.
Als er een andere optie dan j is geselecteerd, zal de flitser flitsen
wanneer een foto wordt gemaakt.
A Livebeeld
In livebeeld wordt de geselecteerde optie in de monitor weergegeven.
146
❚❚ Flitsstanden
De volgende flitsstanden zijn beschikbaar:
Invulflits: De flitser flitst bij elke opname.
Rode-ogenreductie: Gebruik voor portretten. De flitser flitst bij elke
opname, maar voordat deze flitst gaat het lampje van de rodeogenreductie branden om het effect van “rode ogen” te
verminderen. Niet beschikbaar in de 0-stand.
Rode-ogenreductie met synchronisatie met lange sluitertijd: Als voor “rodeogenreductie” hierboven, maar wordt de sluitertijd automatisch
verlengd om achtergrondverlichting bij nacht of weinig licht vast
te leggen. Gebruik wanneer u achtergrondverlichting aan
portretten wilt toevoegen. Niet beschikbaar in de standen S, M en 0.
Synchronisatie met lange sluitertijd: Als voor “invulflits” hierboven, maar
wordt de sluitertijd automatisch verlengd om
achtergrondverlichting bij nacht of slecht licht vast te leggen.
Gebruik wanneer u zowel het onderwerp als de achtergrond wilt
vastleggen. Niet beschikbaar in de standen S, M en 0.
Lange synchronisatie op het tweede gordijn: Als voor “synchronisatie op
het tweede gordijn” hieronder, maar wordt de sluitertijd
automatisch verlengd om achtergrondverlichting bij nacht of
slecht licht vast te leggen. Gebruik wanneer u zowel het onderwerp
als de achtergrond wilt vastleggen. Niet beschikbaar in de standen
S, M en 0. S wordt weergegeven zodra de instelling is voltooid.
Synchronisatie op het tweede gordijn: De flitser flitst net voordat de
sluiter sluit, waardoor een bundel licht achter bewegende
lichtbronnen wordt gecreëerd, zoals rechtsonder aangeduid. Niet
beschikbaar in de standen P, A en 0.
Synchronisatie op het
eerste gordijn
j
Synchronisatie op het
tweede gordijn
Uit: De flitser flitst niet. Niet beschikbaar in de 0-stand.
147
A De ingebouwde flitser neerklappen
Om stroom te besparen wanneer de flitser niet
in gebruik is, moet deze voorzichtig naar
beneden worden geklapt totdat de
vergrendeling op zijn plaats klikt.
D De ingebouwde flitser
Verwijder zonnekappen om schaduwen te voorkomen. De flitser heeft een
minimumbereik van 0,6 m en kan niet worden gebruikt in het macrobereik
van zoomobjectieven met een macrofunctie. i-DDL-flitserregeling is
beschikbaar bij ISO-gevoeligheden tussen 100 en 12.800; bij waarden
hoger dan 12.800 worden de gewenste resultaten mogelijk niet verkregen
bij bepaalde afstanden of diafragmawaarden.
Als de flitser flitst in continue ontspanstanden (0 66) wordt er slechts één
foto gemaakt telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
De ontspanknop wordt mogelijk kort uitgeschakeld om de flitser te
beschermen nadat de flitser is gebruikt voor verschillende opeenvolgende
opnamen. Na een korte pauze kan de flitser weer worden gebruikt.
A Beschikbare sluitertijden voor de ingebouwde flitser
De volgende sluitertijden zijn beschikbaar voor de ingebouwde flitser.
Stand
i, p, n, s, w, 0, g, P *, A *
k
o
S*
M*
*
Sluitertijd
/ / sec.
1/250–1/30 sec.
1/250–1 sec.
1/250–30 sec.
1 250–1 60
/
1 250–30
sec., A, %
/
Snelheden van 1 8.000 sec. zijn beschikbaar voor optionele flitsers die automatische snelle FPsynchronisatie ondersteunen wanneer 1/320 sec. (automatische FP) of 1/250 sec.
(automatische FP) is geselecteerd voor Persoonlijke instelling e1
(Flitssynchronisatiesnelheid, 0 282). Wanneer 1/320 sec. (automatische
FP) is geselecteerd, zijn korte sluitertijden van 1/320 sec. beschikbaar voor de ingebouwde flitser.
148
A Flitserregelingsstand
De camera ondersteunt de volgende i-DDL-flitserregelingsstanden:
• i-DDL-uitgebalanceerde invulflits voor digitale SLR: Onmiddellijk vóór de
hoofdflitser geeft de flitser een reeks van bijna onzichtbare voorflitsen
(monitorflits vooraf) af. Voorflitsen gereflecteerd door objecten in alle
gebieden van het beeld worden opgepakt door de RGB-sensor met
2.016 pixels en worden geanalyseerd in combinatie met reeksinformatie
van het matrixmeetsysteem om flitsuitvoer voor natuurlijke balans tussen
hoofdonderwerp en omringende achtergrondverlichting in te stellen. Als
er type G-, E- of D-objectieven worden gebruikt, dan is de
afstandsinformatie inbegrepen bij het berekenen van de flitssterkte. De
nauwkeurigheid van de berekening kan worden verhoogd voor
objectieven zonder CPU door objectiefgegevens (brandpuntsafstand en
maximaal diafragma; zie pagina 224) te verschaffen. Niet beschikbaar
wanneer spotmeting wordt gebruikt.
• Standaard i-DDL-invulflitser voor digitale SLR: De flitssterkte wordt aangepast
om licht in het beeld naar een standaardniveau te brengen; met de
helderheid van de achtergrond wordt geen rekening gehouden.
Aanbevolen voor opnamen waarin het hoofdonderwerp wordt
benadrukt ten koste van de achtergronddetails, of wanneer
belichtingscorrectie wordt gebruikt. Standaard i-DDL-invulflitser voor
digitale SLR wordt automatisch geactiveerd wanneer spotmeting is
geselecteerd.
A Lichtmeting
Selecteer matrix of centrumgerichte meting om i-DDL-uitgebalanceerde
invulflitser te activeren voor digitale SLR. Standaard i-DDL-invulflitser voor
digitale SLR wordt automatisch geactiveerd wanneer spotmeting is
geselecteerd.
149
A Diafragma, gevoeligheid en flitsbereik
Flitsbereik varieert afhankelijk van gevoeligheid (ISO-equivalent) en
diafragma.
100
1.4
2
2.8
4
5.6
8
11
16
200
2
2.8
4
5.6
8
11
16
22
Diafragma bij ISO-equivalent van
400
800 1.600 3.200
2.8
4
5.6
8
4
5.6
8
11
5.6
8
11
16
8
11
16
22
11
16
22
32
16
22
32
—
22
32
—
—
32
—
—
—
6.400 12.800
11
16
16
22
22
32
32
—
—
—
—
—
—
—
—
—
Geschat bereik
m
0,7–8,5
0,6–6,0
0,6–4,2
0,6–3,0
0,6–2,1
0,6–1,5
0,6–1,1
0,6–0,8
De ingebouwde flitser heeft een minimumbereik van 0,6 m.
In stand P wordt het maximale diafragma (laagste f-waarde) beperkt
overeenkomstig ISO-gevoeligheid, zoals hieronder wordt weergegeven:
100
2.8
200
3.5
Maximaal diafragma bij ISO-equivalent van:
400
800
1.600
3.200
4
5
5.6
7.1
6.400
8
12.800
10
Als het maximale diafragma van het objectief kleiner is dan hierboven
aangegeven, wordt de maximale waarde voor diafragma het maximale
diafragma van het objectief.
A Zie ook
Zie pagina 153 voor informatie over het vergrendelen van de flitswaarde
(FV) voor een gemeten onderwerp voordat een foto opnieuw wordt
samengesteld.
Menuopties bedoeld voor dit gedeelte worden hieronder vermeld.
• Persoonlijke instelling e1 (Flitssynchronisatiesnelheid): Schakel
automatische snelle FP-synchronisatie in of uit en kies een
flitssynchronisatiesnelheid (0 282)
• Persoonlijke instelling e2 (Langste sluitertijd bij flits): Kies de langst
beschikbare sluitertijd bij het gebruik van de flitser (0 283)
• Persoonlijke instelling e3 (Flitserregeling ingeb. flitser): Kies een
flitserregelingsstand (0 283)
150
Flitscorrectie
(alleen standen P, S, A, M en SCENE)
Flitscorrectie wordt gebruikt om de flitssterkte aan te passen met –3
LW tot +1 LW in stappen van 1/3 LW, waarbij de helderheid van het
hoofdonderwerp ten opzichte van de achtergrond wordt gewijzigd.
Flitssterkte kan worden verhoogd om het hoofdonderwerp
helderder te laten lijken, of verlaagd om ongewenste hoge lichten
of reflecties te voorkomen.
Druk op de M (Y)-knop en draai
aan de secundaire instelschijf
totdat de gewenste waarde
wordt weergegeven. Kies
doorgaans positieve waarden om
het onderwerp helderder te
maken of negatieve waarden om
het onderwerp donkerder te
maken.
Bedieningspaneel
±0 LW
M (Y)-knop
Secundaire
instelschijf
Informatiescherm
–0,3 (–1/3) LW
+1,0 LW
A Livebeeld
In livebeeld wordt de geselecteerde waarde in de monitor weergegeven.
151
Bij andere waarden dan ±0,0 wordt na het ontspannen van de
M (Y)-knop een Y-pictogram weergegeven. De huidige waarde
voor flitscorrectie kan worden bevestigd door op de M (Y)-knop te
drukken.
Normale flitssterkte kan worden hersteld door flitscorrectie in te
stellen op ±0,0. Behalve in de stand SCENE wordt belichtingscorrectie
niet teruggezet wanneer de camera wordt uitgeschakeld (in de
stand SCENE wordt belichtingscorrectie teruggezet wanneer een
andere stand is geselecteerd of de camera uitgeschakeld is).
A Optionele flitsers
De flitscorrectie geselecteerd voor de optionele flitser wordt toegevoegd
aan de flitscorrectie geselecteerd voor de camera.
A Zie ook
Zie Persoonlijke instelling b2 (Stapgrootte inst. belichting, 0 278) voor
informatie over het kiezen van de stapgroottes beschikbaar voor
flitscorrectie. Zie persoonlijke instelling e4 (Belichtingscorr. voor flitser,
0 283) voor informatie over hoe flitser en belichtingscorrectie te
combineren. Zie pagina 197 voor informatie over automatisch variërende
flitssterkte voor een serie opnamen.
152
Flitswaardevergrendeling
Deze functie wordt gebruikt om de flitssterkte te vergrendelen,
waardoor de compositie van foto’s opnieuw kan worden
samengesteld zonder de flitssterkte te wijzigen en wordt gezorgd
dat de flitssterkte geschikt is voor het onderwerp, zelfs wanneer het
onderwerp niet in het midden van het beeld is geplaatst. Flitssterkte
wordt automatisch aangepast voor wijzigingen aan ISOgevoeligheid en diafragma.
Voer het volgende uit om flitswaardevergrendeling te gebruiken:
1 Wijs flitswaardevergrendeling aan een
camerabediening toe.
Selecteer Flitswaardevergrendeling
als de optie “Drukken” voor Persoonlijke
instelling f2 (Fn-knop toewijzen,
0 284), f3 (Voorbeeldknop toewijzen,
0 285) of f4 (AE-L/AF-L-knop
toewijzen, 0 285).
2 Klap de flitser op.
In de standen P, S, A, M en 0 kan de flitser
worden opgeklapt door de M (Y)-knop
in te drukken. In de standen i, k, p, n,
o, s, w en g klapt de flitser
automatisch op als dit nodig is.
M (Y)-knop
3 Stel scherp.
Plaats het onderwerp in het
midden van het beeld en
druk de ontspanknop half in
om scherp te stellen.
153
4 Vergrendel de flitssterkte.
Druk op de knop geselecteerd in
Stap 1 zodra is gecontroleerd of de
flitsgereedaanduiding (M) wordt
weergegeven. De flitser geeft vooraf een monitorflits om de
juiste flitssterkte te bepalen. De flitssterkte wordt op deze
waarde vergrendeld en er verschijnt een
flitswaardevergrendelingspictogram (e) in de weergave.
5 Stel de foto opnieuw samen.
6 Maak de foto.
Druk de ontspanknop volledig in om de foto te maken. Indien
gewenst kunnen meer foto’s worden gemaakt zonder de
flitswaardevergrendeling te ontspannen.
7 Ontspan flitswaardevergrendeling.
Druk op de knop geselecteerd in Stap 1 om
flitswaardevergrendeling te ontspannen. Controleer of het
flitswaardevergrendelingspictogram (e) niet langer wordt
weergegeven.
A Flitswaardevergrendeling gebruiken met de ingebouwde flitser
Flitswaardevergrendeling is alleen beschikbaar voor de ingebouwde flitser
wanneer DDL is geselecteerd voor Persoonlijke instelling e3
(Flitserregeling ingeb. flitser, 0 283). Wanneer de commanderstand is
geselecteerd voor Persoonlijke instelling e3, moet u de
flitserregelingsstand voor de master instellen of ten minste één externe
groep instellen op DDL of AA.
154
A Lichtmeting
Als flitswaardevergrendeling met de ingebouwde flitser wordt gebruikt
zonder extra flitsers, meet de camera een cirkel van 4 mm in het midden
van het beeld. Als de flitser voor optionele flitsers wordt gebruikt
(Geavanceerde draadloze flitssturing), dan meet de camera het gehele
beeld.
155
Fotograferen met de
afstandsbediening
Een optionele afstandsbediening ML-L3
gebruiken
De optionele afstandsbediening ML-L3 (0 319) kan worden
gebruikt om cameratrilling te verminderen of voor zelfportretten.
1 Selecteer Afstandsbedieningsstand (ML-L3).
Markeer Afstandsbedieningsstand
(ML-L3) in het foto-opnamemenu en
druk op 2.
2 Kies een afstandsbedieningsstand.
Markeer één van de volgende opties en druk op J.
%
$
&
7
Optie
Vertraagd op
afstand
Beschrijving
Sluiter wordt 2 sec. na het indrukken van de
ontspanknop van de ML-L3 ontspannen.
Sluiter wordt ontspannen wanneer de
Direct op afstand
ontspanknop van de ML-L3 wordt ingedrukt.
Druk eenmaal op de ontspanknop van de ML-L3
om de spiegel op te klappen, nogmaals om de
Spiegel omhoog
sluiter te ontspannen en maak de foto. Voorkomt
op afstand
onscherpte veroorzaakt door een bewegende
camera wanneer de spiegel is opgeklapt.
De sluiter kan niet worden ontspannen met
Uit
behulp van de ML-L3.
3 Kadreer de foto.
Bevestig de camera op een statief of plaats de camera op een
stabiele, vlakke ondergrond.
156
4 Maak de foto.
Richt, op een afstand van 5 m of minder,
de zender van de ML-L3 op één van de
infraroodontvangers op de camera
(0 2, 4) en druk op de ontspanknop van
de ML-L3. In de stand vertraagd op
afstand brandt het
zelfontspannerlampje circa twee
seconden voordat de sluiter wordt ontspannen. In de stand direct
ontspannen op afstand knippert het zelfontspannerlampje nadat
de sluiter is ontspannen. In de stand spiegel omhoog op afstand
klapt de spiegel op als de ontspanknop van de ML-L3 eenmaal
wordt ingedrukt; de sluiter wordt ontspannen en het
zelfontspannerlampje knippert na 30 sec. of wanneer de knop
een tweede maal wordt ingedrukt.
A Ontspanstand
Wanneer een optionele ML-L3 afstandsbediening wordt gebruikt, wordt de
ontspanstand geselecteerd voor de keuzeknop van de ontspanknop (0 66)
genegeerd ten gunste van de optie geselecteerd voor
Afstandsbedieningsstand (ML-L3) in het foto-opnamemenu.
D Voordat optionele ML-L3 afstandsbedieningen worden gebruikt
Verwijder, vóór eerste gebruik van de afstandsbediening, de doorzichtige
plastic isolatiestrook van de accu.
157
A De ingebouwde flitser gebruiken
Druk, voordat er een foto wordt gemaakt met de flitser in handmatige popup-standen (0 146), op de M (Y)-knop om de flitser op te klappen en
wacht totdat de flitsgereedaanduiding (M) wordt weergegeven (0 36). Het
fotograferen wordt onderbroken als de flitser wordt opgeklapt terwijl de
afstandsbedieningsstand in werking is. Als de flitser is vereist, zal de camera
pas reageren op de ontspanknop van de ML-L3 zodra de flitser is geladen.
In automatische pop-up-standen (0 144) begint de flitser te laden
wanneer een afstandsbedieningsstand is geselecteerd; zodra de flitser is
geladen, klapt deze automatisch op en zal flitsen wanneer nodig.
In de flitsstanden die rode-ogenreductie ondersteunen, zal het
zelfontspannerlampje circa één seconde branden voordat de sluiter wordt
ontspannen. In de stand vertraagd op afstand brandt het
zelfontspannerlampje gedurende twee seconden, gevolgd door het
lampje van de rode-ogenreductie dat gedurende één seconde brandt
voordat de sluiter wordt ontspannen.
A Scherpstellen in de afstandsbedieningsstand
De camera zal de scherpstelling niet continu aanpassen wanneer continue
servo-autofocus is geselecteerd; merk echter op dat ongeacht de
geselecteerde autofocusstand, u kunt scherpstellen door de ontspanknop
van de camera half in te drukken alvorens te fotograferen. Als auto- of
enkelvoudige servo-autofocus is geselecteerd of de camera staat in
livebeeld in de stand vertraagd of direct op afstand, zal de camera de
scherpstelling automatisch aanpassen alvorens te fotograferen; als de
camera niet kan scherpstellen in zoekerfotografie, dan keert deze terug
naar stand-by zonder de sluiter te ontspannen.
A Stand spiegel omhoog op afstand
Met opgeklapte spiegel kunnen geen foto’s in de zoeker worden
gekadreerd en zullen autofocus en lichtmeting niet worden uitgevoerd.
158
A De afstandsbedieningsstand afsluiten
Op afstand bedienen wordt automatisch geannuleerd als er geen foto
wordt gemaakt vóór de tijd geselecteerd voor Persoonlijke instelling c5
(Wachttijd afstandsb. (ML-L3), 0 279), Uit is geselecteerd voor
Afstandsbedieningsstand (ML-L3), een reset met twee knoppen wordt
uitgevoerd (0 194) of opnameopties worden teruggezet met behulp van
Foto-opnamemenu terugzetten (0 268).
D Ontspanknop toewijzen
Als Films opnemen is geselecteerd voor Persoonlijke instelling g4
(Ontspanknop toewijzen, 0 288), kan de ML-L3 niet worden gebruikt
wanneer de livebeeldselector naar 1 is gedraaid.
A De zoeker afdekken
Verwijder de rubberen oogschelp en bedek de zoeker met het
meegeleverde oculairkapje om te voorkomen dat licht dat via de zoeker
binnenvalt in foto’s verschijnt of de belichting verstoort (0 70).
A Zie ook
Zie Persoonlijke instelling c5 (Wachttijd afstandsb. (ML-L3); 0 279) voor
informatie over het kiezen van de tijdsduur waarin de camera op een
signaal van de afstandsbediening wacht in de stand-by-stand. Zie
Persoonlijke instelling d1 (Signaal, 0 280) voor informatie over het
regelen van de signalen die klinken wanneer de afstandsbediening wordt
gebruikt.
159
Draadloze afstandsbedieningen
Wanneer de camera met optionele WR-1 en WR-R10/WR-T10
(0 319) draadloze afstandsbedieningen wordt gebruikt, voeren de
ontspanknoppen op de WR-1 en WR-T10 dezelfde functies uit als de
ontspanknop van de camera, waardoor continu fotograferen op
afstand en zelfontspannerfotografie mogelijk wordt gemaakt.
WR-1 draadloze afstandsbedieningen
De WR-1 kan functioneren als een zender of een ontvanger en wordt
gebruikt in combinatie met een andere WR-1 of een WR-R10 of
WR-T10 draadloze afstandsbediening. Een WR-1 kan bijvoorbeeld
op de accessoire-aansluiting worden aangesloten voor gebruik als
een ontvanger, zodat de camera-instellingen kunnen worden
gewijzigd of kan de sluiter op afstand door een andere WR-1
worden ontspannen en fungeren als een zender.
WR-R10/WR-T10 draadloze afstandsbedieningen
Wanneer een WR-R10 (zendontvanger) is verbonden met de
camera, kan de sluiter worden ontspannen met behulp van een
WR-T10 (zender).
160
Films opnemen en bekijken
Films opnemen
Films kunnen worden opgenomen in livebeeld.
1 Draai de livebeeld-selector naar 1.
A Diafragmaselectie (Standen A en M)
Kies, in de standen A en M, een diafragma
alvorens op de a-knop te drukken om
livebeeld te starten.
Livebeeld-selector
2 Druk op de a-knop.
De spiegel wordt opgeklapt en het
beeld dat zichtbaar is door het objectief,
wordt als de weergave in de werkelijke
film weergegeven op de
cameramonitor, aangepast voor de
effecten van belichting. Het onderwerp
zal niet langer zichtbaar zijn in de
zoeker.
a-knop
A Het 0-pictogram
Een 0-pictogram (0 165) geeft aan dat er geen films kunnen worden
opgenomen.
161
3 Stel scherp.
Kadreer de openingsopname en stel
scherp (druk op de X/T-knop om in
te zoomen voor nauwkeurige
scherpstelling, zoals beschreven op pagina 38; voor meer
informatie over scherpstellen tijdens filmopnamen, zie
pagina 83). Merk op dat het aantal onderwerpen dat kan worden
gedetecteerd in gezichtprioriteit-AF afneemt tijdens
filmopnamen.
A Belichting
De beschikbare belichtingsinstellingen verschillen per opnamestand:
Sluitertijd
P, S
A
M
SCENE, %
Andere
opnamestanden
—
—
✔
—
—
ISOgevoeligheid Belichtingscorrectie Lichtmeting
(0 275)
—
✔
✔
—
✔
✔
✔
—
✔
—
✔
—
—
—
—
In stand M kan sluitertijd worden ingesteld op waarden tussen 1/25 sec.
en 1/8.000 sec. (de langst beschikbare sluitertijd varieert afhankelijk van
de beeldsnelheid; 0 166). Spotmeting is niet beschikbaar. Als het
resultaat over- of onderbelicht is, sluit dan af en herstart livebeeld.
A Witbalans
In de standen P, S, A en M kan witbalans op elk gewenst moment worden
ingesteld door de L (U)-knop in te drukken en aan de
hoofdinstelschijf te draaien (0 111).
162
4 Start de opname.
Druk op de filmopnameknop om de
opname te starten. In de monitor wordt
een opnameaanduiding en de
beschikbare tijd weergegeven.
Belichting kan worden vergrendeld
door de A AE-L/AF-L-knop in te drukken
Filmopnameknop
(0 107) of worden aangepast met
Opnameaanduiding
maximaal ±3 LW in stappen van 1/3 LW
met behulp van belichtingscorrectie
(0 109). In autofocusstand kan de
camera opnieuw worden scherpgesteld
door de ontspanknop half in te drukken.
Resterende tijd
A Audio
De camera kan zowel video als geluid opnemen; dek de microfoon op
de voorkant van de camera niet af tijdens de filmopname (0 1). Merk
op dat de ingebouwde microfoon mogelijk geluiden, gemaakt door de
camera of het objectief, opneemt tijdens autofocus of vibratiereductie.
163
5 Beëindig de opname.
Druk nogmaals op de filmopnameknop
om de opname te beëindigen. De
opname eindigt automatisch zodra de
maximumlengte is bereikt of de
geheugenkaart vol is.
A Maximumlengte
De maximumlengte voor individuele filmbestanden is 4 GB (voor
maximale opnametijden, zie pagina 166); merk op dat afhankelijk van
de schrijfsnelheid van de geheugenkaart, de opname kan eindigen
voordat deze lengte is bereikt (0 379).
6 Sluit livebeeld af.
Druk op de a-knop om livebeeld af te
sluiten.
164
De livebeeldweergave: Films
q
ui
w
e
r
o
t
y
Item
q Pictogram “Geen film”
w Volume hoofdtelefoon
Beschrijving
Geeft aan dat er geen films kunnen
worden opgenomen.
Volume van geluidsuitvoer naar
hoofdtelefoon. Weergegeven wanneer
een hoofdtelefoon van een ander merk
aangesloten is.
e Microfoongevoeligheid
Gevoeligheid van de microfoon.
r Geluidsniveau
Geluidsniveau voor audio-opname. Wordt
rood weergegeven als niveau te hoog is;
pas microfoongevoeligheid
dienovereenkomstig aan.
t Frequentiebereik
Het huidige frequentiebereik.
Weergegeven wanneer onderdrukking
y Onderdrukking windruis van windruis aan is.
Resterende tijd
De beschikbare opnametijd voor films.
u (filmlivebeeld)
Filmbeeldformaat
Het beeldformaat voor filmopname.
i
Verschijnt wanneer weergave van hoge
o Weergave hoge lichten lichten ingeschakeld is.
0
—
193
192,
273
—
192,
274
192,
274
163
166
193
165
Maximumlengte
De maximale lengte varieert afhankelijk van de opties geselecteerd
voor Filmkwaliteit en Beeldformaat/beeldsnelheid in het
filmopnamemenu (0 273), zoals hieronder getoond.
Filmkwaliteit
Hoge kwaliteit
Normaal
Beeldformaat/
beeldsnelheid *
v 1920 × 1080; 60p
w 1920 × 1080; 50p
o 1920 × 1080; 30p
p 1920 × 1080; 25p
q 1920 × 1080; 24p
r 1280 × 720; 60p
s 1280 × 720; 50p
y 1920 × 1080; 60p
z 1920 × 1080; 50p
1 1920 × 1080; 30p
2 1920 × 1080; 25p
3 1920 × 1080; 24p
4 1280 × 720; 60p
5 1280 × 720; 50p
Maximumlengte
Maximum bitsnelheid
(Mbps)
10 min.
42
20 min.
24
29 min. 59 sec.
12
* Vermelde waarden. Werkelijke beeldsnelheden voor 60p, 50p, 30p, 25p en 24p zijn respectievelijk
59,94; 50; 29,97; 25 en 23,976 bps.
A Beeldformaat en -snelheid
De instellingen 1920×1080; 60p en 1920×1080; 50p zijn niet beschikbaar
voor Beeldformaat/beeldsnelheid wanneer DX (24×16) is geselecteerd
voor Beeldveld in het filmopnamemenu (0 168). Deze instellingen zijn
toegankelijk door Beeldveld in te stellen op 1,3× (18×12). Het kiezen van
DX (24×16) voor Beeldveld wanneer één van deze opties actief is, zet
Beeldformaat/beeldsnelheid terug naar 1920×1080; 30p (als
1920×1080; 60p is geselecteerd) of naar 1920×1080; 25p (als
1920×1080; 50p is geselecteerd).
166
Indices
Als Indexmarkering is geselecteerd als de
optie “Drukken” voor Persoonlijke instelling
g1 (Fn-knop toewijzen; 0 288), g2
(Voorbeeldknop toewijzen; 0 288) of g3
(AE-L/AF-L-knop toewijzen; 0 288) kunt
u tijdens het opnemen de geselecteerde
knop indrukken om indices toe te voegen Pv-knop
die kunnen worden gebruikt om beelden te
lokaliseren tijdens bewerken en weergave
(0 178; merk op dat er geen indices
kunnen worden toegevoegd in de istand). Aan iedere film kunnen maximaal 20
indices worden toegevoegd.
Index
A Zie ook
Beeldformaat, beeldsnelheid, microfoongevoeligheid, kaartsleuf en opties
voor ISO-gevoeligheid zijn beschikbaar in het filmopnamemenu (0 273).
De functies van de knoppen J, Fn, Pv en A AE-L/AF-L kunnen worden
gekozen met behulp van respectievelijk Persoonlijke instelling f1 (OKknop; 0 284), g1 (Fn-knop toewijzen; 0 288), g2 (Voorbeeldknop
toewijzen; 0 288) en g3 (AE-L/AF-L-knop toewijzen, 0 288) (met de
laatste drie opties is het ook mogelijk om de belichting te vergrendelen
zonder een knop ingedrukt te houden). Persoonlijke instelling g4
(Ontspanknop toewijzen; 0 288) regelt of de ontspanknop kan worden
gebruikt om livebeeld te starten of om filmopnamen te starten en te
eindigen.
167
Beeldveld
Het selecteren van 1,3× (18×12) voor Beeldveld in het
filmopnamemenu (0 274) verkleint de beeldhoek en verhoogt de
ogenschijnlijke brandpuntsafstand van het objectief. Merk op dat
films opgenomen bij hetzelfde beeldformaat maar met andere
beelden mogelijk niet dezelfde resolutie hebben.
DX (24×16)
168
1,3× (18×12)
Foto’s maken in filmstand
Als Foto’s maken is geselecteerd voor Persoonlijke
instelling g4 (Ontspanknop toewijzen, 0 288) en
livebeeld is ingeschakeld met de livebeeld-selector naar
1 gedraaid, kunnen op elk gewenst moment foto’s
worden gemaakt door de ontspanknop volledig in te drukken. Als
de filmopname bezig is, zal de opname eindigen en zullen de tot op
dat punt opgenomen filmopnamen worden opgeslagen. De foto
wordt bij de huidige beeldveldinstelling vastgelegd met behulp van
een uitsnede met een beeldverhouding van 16 : 9. Beeldkwaliteit
wordt bepaald door de optie geselecteerd voor Beeldkwaliteit in
het foto-opnamemenu (0 77, 268). Merk op dat de belichting voor
foto’s niet als voorbeeld kan worden bekeken terwijl de livebeeldselector naar 1 is gedraaid; draai, voor nauwkeurige resultaten bij
het fotograferen in stand M, de selector naar C, pas de belichting
aan en draai vervolgens de selector terug naar 1 en start livebeeld.
Controleer het beeldveld voorafgaand aan de opname.
A Beeldformaat
De volgende formaten zijn beschikbaar:
Beeldveld
DX (24×16)
1,3× (18×12)
Beeldformaat
Groot
Middel
Klein
Groot
Middel
Klein
Formaat (pixels)
6.000 × 3.368
4.496 × 2.528
2.992 × 1.680
4.800 × 2.696
3.600 × 2.024
2.400 × 1.344
Afdrukformaat (cm) *
50,8 × 28,5
38,1 × 21,4
25,3 × 14,2
40,6 × 22,8
30,5 × 17,1
20,3 × 11,4
* Geschat formaat bij een afdruk van 300 dpi. Afdrukformaat in inches is gelijk aan beeldformaat in
pixels gedeeld door printerresolutie in dots per inch (dpi; 1 inch = ongeveer 2,54 cm).
169
A HDMI
Om livebeeld te gebruiken wanneer de camera op een HDMI-CEC-apparaat
is aangesloten, selecteer Uit voor HDMI > Apparaatbesturing in het
setup-menu (0 292).
A Draadloze afstandsbedieningen en afstandsbedieningskabels
Als Films opnemen is geselecteerd voor Persoonlijke instelling g4
(Ontspanknop toewijzen, 0 288) en de livebeeld-selector is naar 1
gedraaid, dan kunnen de ontspanknoppen op optionele draadloze
afstandsbedieningen (0 160, 319) en afstandsbedieningskabels (0 319)
worden gebruikt om livebeeld te starten en filmopnamen te starten en
eindigen.
D Films opnemen
Films worden opgenomen in de sRGB-kleurruimte. In de monitor en in de
uiteindelijke film kunnen flikkeringen, banden of vertekeningen zichtbaar
zijn onder tl-licht of kwikdamp- of natriumlampen, of met onderwerpen die
in beweging zijn, vooral als de camera horizontaal wordt gepand of als een
voorwerp horizontaal met hoge snelheid door het beeld beweegt (voor
informatie over het verminderen van flikkeringen en banden, zie
Flikkerreductie, 0 290). Er kunnen ook gekartelde randen, valse kleuren,
moiré en heldere vlekken verschijnen. In sommige delen van het beeld met
knipperende tekens en andere met tussenpozen verschijnende
lichtbronnen kunnen heldere plekken of banden verschijnen, of als het
onderwerp kort door een strobe of andere heldere, kortstondige lichtbron
wordt verlicht. Richt de camera niet naar de zon of andere sterke
lichtbronnen. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan
schade aan de interne schakelingen van de camera tot gevolg hebben.
Flitslicht kan niet worden gebruikt.
De opname eindigt automatisch als aan de standknop wordt gedraaid.
170
Time-lapse-fotografie
(alleen standen i, j, P, S, A, M en SCENE)
De camera maakt automatisch foto’s bij de geselecteerde
intervallen om een geluidloze time-lapse-film te maken met behulp
van de opties die momenteel zijn geselecteerd in het
filmopnamemenu (0 273). Voor informatie over het beeldveld
gebruikt voor time-lapse-films, zie pagina 168.
A Vóór het fotograferen
Maak, voordat time-lapse-fotografie wordt gestart, een testopname bij de
huidige instellingen (de foto in de zoeker kadreren voor een nauwkeurig
belichtingsvoorbeeld) en bekijk de resultaten in de monitor. Kies, voor
samenhangende kleuren, een andere witbalansinstelling dan automatisch
(0 111). Verwijder, zodra de instellingen naar wens zijn aangepast, de
rubberen oogschelp en dek de zoeker af met het meegeleverde
oculairkapje om te voorkomen dat licht dat via de zoeker binnenvalt van
invloed is op foto’s en de belichting (0 70).
Gebruik van een statief wordt aanbevolen. Monteer de camera op een
statief voordat de opname start. Gebruik een optionele lichtnetadapter en
stroomaansluiting of een volledig opgeladen accu om er zeker van te zijn
dat de opname niet wordt onderbroken.
1 Selecteer Time-lapse-fotografie.
Markeer Time-lapse-fotografie in het
filmopnamemenu en druk op 2 om de
instellingen voor time-lapse-fotografie
weer te geven.
171
2 Pas de instellingen voor time-lapse-fotografie aan.
Kies een interval, de totale opnameduur en de optie gelijkmatige
belichting.
• Voer het volgende uit om het interval tussen beelden te kiezen:
Markeer Interval en druk op 2.
Kies een interval langer dan de
langst geanticipeerde sluitertijd
(uren, minuten en seconden) en
druk op J.
• Voer het volgende uit om de totale opnameduur te kiezen:
Markeer Opnameduur en druk
op 2.
172
Kies opnameduur (maximaal
7 uur en 59 minuten) en druk
op J.
• Voer het volgende uit om gelijkmatige belichting in of uit te schakelen:
Markeer Gelijkmatige
belichting en druk op 2.
Markeer een optie en druk op J.
Het selecteren van Aan vereffent abrupte
belichtingsveranderingen in andere standen dan M (merk op
dat gelijkmatige belichting alleen in werking treedt in stand M
als automatische instelling voor ISO-gevoeligheid aan is).
3 Start de opname.
Markeer Starten en druk op J. Timelapse-fotografie start na ongeveer 3 sec.
De camera maakt foto’s bij het
geselecteerde interval voor de
geselecteerde opnameduur. Zodra
voltooid, worden time-lapse-films
vastgelegd op de geheugenkaart geselecteerd voor
Bestemming in het filmopnamemenu (0 273).
173
❚❚ Time-lapse-fotografie beëindigen
Om time-lapse-fotografie te beëindigen voordat alle foto’s zijn
gemaakt, markeer Uit in het menu time-lapse-fotografie en druk op
J of druk op J tussen beelden of onmiddellijk nadat een beeld is
vastgelegd. Een film wordt gemaakt van de beelden vastgelegd op
het moment waar time-lapse-fotografie eindigde. Zodra de
voedingsbron wordt verwijderd of losgekoppeld, of de betreffende
geheugenkaart wordt uitgeworpen, zal time-lapse-fotografie
stoppen en wordt er geen film opgenomen.
❚❚ Geen foto
De camera slaat het huidige beeld over als het niet kan
scherpstellen met behulp van enkelvoudige autofocus (AF-S of
enkelvoudige autofocus geselecteerd voor AF-A; merk op dat de
camera opnieuw scherpstelt vóór elke opname). De opname wordt
bij het volgende beeld hervat.
D Time-lapse-fotografie
Time-lapse is niet beschikbaar in livebeeld (0 31, 161), bij sluitertijden van
A of % (0 58), wanneer bracketing (0 197), hoog dynamisch bereik
(HDR, 0 141), meervoudige belichting (0 211) of intervalfotografie
(0 217) actief is. Omdat de sluitertijd en de tijd die nodig is om de foto op
te slaan op de geheugenkaart kan variëren van foto tot foto, kan het
interval tussen de opname van een foto en de start van de volgende
opname variëren. De opname zal niet starten als het niet mogelijk is om een
time-lapse-film op te nemen bij de huidige instellingen (bijvoorbeeld als de
geheugenkaart vol is, het interval of de opnameduur nul is, of het interval
langer is dan de opnameduur).
Time-lapse-fotografie wordt mogelijk beëindigd als camerabedieningen
worden gebruikt of instellingen worden gewijzigd, of een HDMI-kabel
wordt aangesloten. Een film wordt gemaakt van de beelden vastgelegd op
het moment waar time-lapse-fotografie eindigde.
174
A De lengte van de definitieve film berekenen
Het totaal aantal beelden in de definitieve film
kan worden geschat door de opnameduur te
delen door het interval en naar boven af te
ronden. De lengte van de uiteindelijke film kan
dan worden berekend door het aantal
opnamen te delen door de beeldsnelheid
geselecteerd voor Beeldformaat/
beeldsnelheid in het filmopnamemenu
(0 166, 273). Een 48-beelden film opgenomen
bij 1920 × 1080; 24p zal bijvoorbeeld
ongeveer twee seconden lang zijn. De
maximale lengte voor films opgenomen met
behulp van time-lapse-fotografie is 20
minuten.
Opgenomen lengte/
maximale lengte
Geheugenkaartaanduiding
Beeldformaat/
beeldsnelheid
A Tijdens opname
Tijdens time-lapse-fotografie zal het
toegangslampje van de geheugenkaart
branden en wordt de time-lapseopnameaanduiding weergegeven in het
bedieningspaneel. De resterende tijd (in uren
en minuten) verschijnt in de
sluitertijdweergave, onmiddellijk voordat elk
beeld wordt vastgelegd. Op andere momenten kan de resterende tijd
worden bekeken door de ontspanknop half in te drukken. Ongeacht de
optie geselecteerd voor Persoonlijke instelling c2 (Stand-by-timer, 0 279)
zal de stand-by-timer niet verlopen tijdens het opnemen.
Druk op de G-knop tussen opnamen om de
huidige instellingen voor time-lapsefotografie te bekijken of time-lapse-fotografie
te beëindigen.
175
A Controlebeeld
De K-knop kan niet worden gebruikt om foto’s te bekijken terwijl timelapse-fotografie bezig is, maar het huidige beeld wordt weergegeven
gedurende een paar seconden na elke opname als Aan is geselecteerd
voor Controlebeeld in het weergavemenu (0 267). Andere
weergavebewerkingen kunnen niet worden uitgevoerd terwijl het beeld
wordt weergegeven.
A Flitserfotografie
Selecteer, om de flitser te gebruiken tijdens time-lapse-fotografie, stand P,
S, A of M en druk op de M (Y)-knop om de flitser op te klappen voordat de
opname begint.
A Ontspanstand
Ongeacht de geselecteerde ontspanstand, maakt de camera één opname
bij elk interval. De zelfontspanner kan niet worden gebruikt.
A Zie ook
Zie persoonlijke instelling d1 (Signaal, 0 280) voor informatie over het
instellen van een signaal wanneer time-lapse-fotografie is voltooid.
176
Films bekijken
In schermvullende weergave worden films aangeduid door een 1pictogram (0 229). Druk op J om het afspelen te starten; uw
huidige positie wordt aangeduid door de filmvoortgangsbalk.
1-pictogram Lengte
Huidige positie/totale lengte
Filmvoortgangsbalk
Volume
Gids
De volgende bewerkingen kunnen worden uitgevoerd:
Functie
Gebruik
Pauze
Afspelen
Achteruit/
vooruit
Beschrijving
Pauzeer het afspelen.
J
Hervat het afspelen zodra de film wordt
gepauzeerd of tijdens achteruit/vooruit.
De snelheid
neemt toe bij
elke druk op de
knop, van 2× naar 4× naar 8× naar 16×;
houd ingedrukt om naar het begin of het
einde van de film (eerste beeld wordt
aangeduid door h in de
rechterbovenhoek van de monitor, het
laatste beeld door i) te gaan. Als het
afspelen wordt gepauzeerd, gaat de film
met één beeld tegelijk achteruit of vooruit;
houd deze ingedrukt voor continu
achteruit of vooruit.
177
Functie
Gebruik
Beschrijving
Sla 10 sec. over
Draai aan de hoofdinstelschijf om één stop
10 sec. vooruit of achteruit te gaan.
Vooruit/
achteruit gaan
Draai aan de secundaire instelschijf om
naar de volgende of vorige index te gaan,
of ga naar het laatste of eerste beeld als de
film geen indices bevat.
Volume
aanpassen
Film bijsnijden
Afsluiten
X (T)/
W (S)
i
Druk op X (T) om het volume te
verhogen en op W (S) om te verlagen.
K/
Keer terug naar schermvullende
weergave.
Terugkeren
naar
opnamestand
Zie pagina 179 voor meer informatie.
Druk de ontspanknop half in om terug te
keren naar de opnamestand.
A Het p-pictogram
Films met indices (0 167) worden aangeduid
door een p-pictogram in schermvullende
weergave.
178
Films bewerken
Snijd filmopnamen bij om bewerkte filmkopieën te maken of sla de
geselecteerde beelden op als JPEG-foto’s.
Optie
9
Kies begin-/eindpunt
4
Bewaar geselecteerd
beeld
Beschrijving
Maak een kopie waarvan de ongewenste
filmopnamen zijn verwijderd.
Sla een geselecteerd beeld als een JPEG-foto
op.
Films bijsnijden
Voer het volgende uit om bijgesneden kopieën van films te maken:
1 Geef een film schermvullend weer (0 229).
2 Pauzeer de film op het nieuwe
beginbeeld.
Speel de film af zoals beschreven op
pagina 177, druk daarbij op J om het
afspelen te starten en te hervatten en op
3 om te pauzeren, en druk op 4 of 2 of
draai aan de hoofdinstelschijf of
Filmvoortgangsbalk
secundaire instelschijf om het gewenste
beeld te lokaliseren. Uw geschatte
positie in de film kunt u te weten komen met behulp van de
filmvoortgangsbalk. Pauzeer het afspelen wanneer u het nieuwe
beginbeeld bereikt.
179
3 Selecteer Kies begin-/eindpunt.
Druk op de i-knop.
i-knop
Markeer Kies begin-/eindpunt.
4 Selecteer Beginpunt.
Om een kopie te maken die bij het begin
van het huidige beeld begint, markeer
Beginpunt en druk op J. De beelden
voor het huidige beeld zullen worden
verwijderd zodra u in Stap 9 de kopie
opslaat.
Beginpunt
180
5 Controleer het nieuwe beginpunt.
Druk op 4 of 2 om vooruit of achteruit
te gaan als het gewenste beeld
momenteel niet wordt weergegeven
(draai de hoofdinstelschijf één stop om
10 sec. vooruit of achteruit te gaan;
draai aan de secundaire instelschijf om
naar een index of het eerste of laatste beeld te gaan als de film
geen indices bevat).
6 Kies het eindpunt.
Druk op L (U) om van de selectietool
voor het beginpunt (w) naar de
selectietool voor het eindpunt (x) over
te schakelen en selecteer vervolgens het
afsluitende beeld zoals beschreven in
Stap 5. De beelden na het geselecteerde L (U)-knop
beeld zullen worden verwijderd zodra u
in Stap 9 de kopie opslaat.
Eindpunt
7 Maak de kopie.
Druk op 1 zodra het gewenste afsluitende beeld wordt
weergegeven.
181
8 Bekijk een voorbeeld van de film.
Om de kopie als voorbeeld te bekijken,
markeer Voorbeeld en druk op J (om
het voorbeeld te onderbreken en terug
te keren naar het optiemenu opslaan,
druk op 1). Om de huidige kopie te
annuleren en een nieuw beginpunt of
eindpunt te selecteren zoals beschreven op de voorgaande
pagina’s, markeer Annuleren en druk op J; om de kopie op te
slaan, ga naar Stap 9.
9 Sla de kopie op.
Markeer Opslaan als nieuw bestand en
druk op J om de kopie in een nieuw
bestand op te slaan. Om het
oorspronkelijke filmbestand te
vervangen voor de bewerkte kopie,
markeer Bestaand bestand vervangen
en druk op J.
A Films bijsnijden
Films moeten ten minste twee seconden lang zijn. De kopie wordt niet
opgeslagen als er onvoldoende ruimte beschikbaar is op de
geheugenkaart.
Kopieën hebben dezelfde aanmaaktijd en -datum als het origineel.
A De openingsopnamen of afsluitende opnamen verwijderen
Om alleen de openingsopnamen van de film te verwijderen, ga naar Stap 7
zonder op de L (U)-knop te drukken in Stap 6. Om alleen de afsluitende
opnamen te verwijderen, selecteer Eindpunt in Stap 4, selecteer het
afsluitende beeld en ga verder naar Stap 7 zonder op de L (U)-knop te
drukken in Stap 6.
A Het retoucheermenu
Films kunnen ook worden bewerkt met behulp van de optie Film
bewerken in het retoucheermenu (0 296).
182
Geselecteerde beelden opslaan
Voer het volgende uit om een geselecteerd beeld als JPEG-foto op
te slaan:
1 Pauzeer de film op het gewenste
beeld.
Speel de film af zoals beschreven op
pagina 177, waarbij op J wordt
gedrukt om het afspelen te starten of te
hervatten en op 3 om te pauzeren.
Pauzeer de film bij het beeld dat u wilt
kopiëren.
2 Kies Bewaar geselecteerd beeld.
Druk op de i-knop, markeer vervolgens
Bewaar geselecteerd beeld en druk op
J.
i-knop
3 Maak een foto.
Druk op 1 om een foto van het huidige
beeld te maken.
183
4 Sla de kopie op.
Markeer Ja en druk op J om een fijnekwaliteit (0 77) JPEG-kopie van het
geselecteerde beeld te maken.
A Bewaar geselecteerd beeld
JPEG-filmfoto’s aangemaakt met de optie Bewaar geselecteerd beeld
kunnen niet worden geretoucheerd. Bij sommige JPEG-filmfoto’s ontbreekt
het aan bepaalde categorieën foto-informatie (0 234).
184
Andere opnameopties
De R-knop (Zoekerfotografie)
Het indrukken van de R-knop tijdens
zoekerfotografie geeft opname-informatie
weer in de monitor, inclusief sluitertijd,
diafragma, aantal resterende opnamen en
AF-veldstand.
R-knop
1
2 3
4
5
6
7
8
9
1 Opnamestand .......................................6
7 Belichtingsaanduiding .....................57
2 Aanduiding flexibel programma
Weergave belichtingscorrectie ... 109
Aanduiding voortgang bracketing
Belichtings- en flitsbracketing
.................................................. 198
Witbalansbracketing ............... 203
8 Aanduiding Actieve D-Lighting
........................................................... 140
9 Picture Control-aanduiding ......... 131
3
4
5
6
.............................................................. 52
Aanduiding flitssynchronisatie.... 282
Sluitertijd ......................................53, 56
Aanduiding diafragmastop ... 54, 308
Diafragma (f-waarde).................54, 56
Diafragma (aantal stops)........ 54, 308
185
Het informatiescherm (vervolg)
25
24
23
22
21
10
11
12
13
20 19 18
17 16 15 14
10 Witbalans .......................................... 112 17 Beeldkwaliteit.....................................78
11
12
13
14
15
16
Aanduiding fijnafstelling
witbalans ......................................... 115
HDR-aanduiding ............................. 142
HDR-sterkte ...................................... 142
Aanduiding meervoudige
belichting ....................................... 214
Aanduiding “pieptoon”................. 280
“K” (verschijnt als er genoeg
geheugen vrij is voor meer dan
1.000 opnamen)............................... 27
Aanduiding beeldcommentaar... 291
Copyrightinformatie ...................... 291
Aanduiding “Klok niet ingesteld”
............................................................ 188
Functie van kaart in sleuf 2 .............82
18 Beeldformaat ......................................81
19 Autofocusstand..................................83
20 Toewijzing Pv-knop........................ 285
21 Ontspanstand ................................ 8, 66
Continue opnamesnelheid .............67
22 Aanduiding beeldveld......................74
23 Lichtmeting...................................... 105
24 Aanduiding belichtings- en
flitsbracketing ................................ 198
Aanduiding
witbalansbracketing..................... 203
Aanduiding ADL-bracketing........ 207
25 Hoeveelheid ADL-bracketing ...... 208
A De monitor uitzetten
Druk nogmaals op de R-knop of druk de ontspanknop half in om de
opname-informatie van de monitor te wissen. De monitor schakelt
automatisch uit als er gedurende ongeveer 10 seconden geen handelingen
worden uitgevoerd.
186
Het informatiescherm (vervolg)
26 27 28 29 30 31 32 33
34
43
42
41
35
40
36
39 38
37
26 Aanduiding Wi-Fi-verbinding...... 252 35 Aanduiding ISO-gevoeligheid..... 100
Aanduiding Eye-Fi-verbinding .... 293
27 Aanduiding satellietsignaal ......... 228
28 Aanduiding ruisonderdrukking
lange sluitertijd.............................. 271 36
29 Aanduiding
vignetteringscorrectie.................. 271
30 Autom. vertekeningscorrectie..... 271
31 Belichtingsvertragingsstand........ 280
32 Aanduiding intervaltimer ............. 217
Time-lapse-aanduiding................. 171
Afstandsbedieningsstand
(ML-L3)............................................. 156
33 Weergave MB-D15 batterijen ...... 281
MB-D15 batterijaanduiding ......... 319
34 Batterijaanduiding camera.......22, 26
37
38
39
40
41
42
43
ISO-gevoeligheid............................ 100
Automatische ISOgevoeligheidsaanduiding ........... 103
Aantal resterende opnamen...........27
Time-lapse-opnameaanduiding
........................................................... 175
Toewijzing Fn-knop........................ 284
Toewijzing AE-L/AF-L-knop............ 285
Aanduiding AF-veldstand ...............86
Flitsstand ................................. 144, 146
Aanduiding
flitswaardevergrendeling............ 154
Aanduiding flitscorrectie .............. 151
Flitscorrectiewaarde ...................... 151
Aanduiding
belichtingscorrectie...................... 110
Belichtingscorrectiewaarde ......... 109
Opmerking: Weergave toont alle aanduidingen die branden voor illustratieve doeleinden.
187
A Zie ook
Zie Persoonlijke instelling c4 (Monitor uit, 0 279) voor informatie over het
kiezen van de tijdsduur waarin de monitor ingeschakeld blijft. Zie
Persoonlijke instelling d9 (Informatiescherm, 0 281) voor informatie over
het wijzigen van de letterkleur in het informatiescherm.
A Het pictogram Y (“Klok niet ingesteld”)
De cameraklok wordt gevoed door een onafhankelijke, oplaadbare
voedingsbron die indien nodig wordt opgeladen wanneer de hoofdaccu is
geplaatst of wanneer de camera door een optionele stroomaansluiting en
lichtnetadapter wordt gevoed (0 319). Twee dagen opladen voorziet de
klok gedurende ongeveer drie maanden van stroom. Als er een Ypictogram knippert in het informatiescherm, dan is de klok teruggezet en
zullen datum en tijd opgenomen met nieuwe foto’s niet correct zijn.
Gebruik de optie Tijdzone en datum > Datum en tijd in het setup-menu
om de klok op de juiste tijd en datum in te stellen (0 290).
188
De i-knop
Voor snelle toegang tot veelgebruikte
instellingen, druk op de i-knop. Markeer
items en druk op 2 om opties te bekijken,
markeer vervolgens de gewenste optie en
druk op J om te selecteren. Druk op de iknop om het menu i-knop af te sluiten en
terug te keren naar de opnameweergave. i-knop
Zoekerfotografie
Menu i-knop
Livebeeld
Menu i-knop
(livebeeld-selector naar
C gedraaid)
Menu i-knop
(livebeeld-selector naar
1 gedraaid)
189
Het menu i-knop (Zoekerfotografie)
Het indrukken van de i-knop tijdens zoekerfotografie geeft een
menu met de volgende opties weer:
Optie
Beschrijving
Kies uit de beeldvelden DX (24×16) en 1,3×
Beeldveld
(18×12) (0 73).
Picture Control instellen Kies een Picture Control (0 130).
Actieve D-Lighting
Pas Actieve D-Lighting aan (0 139).
De camera combineert twee foto’s gemaakt bij
HDR
verschillende belichtingen om details in hoge
(hoog dynamisch bereik)
lichten en schaduwen te verbeteren (0 141).
Afstandsbedieningsstand
Kies een afstandsbedieningsstand (0 156).
(ML-L3)
Kies de functie voor de Fn-knop (0 284), hetzij door
de knop zelf (Drukken) of bij gebruik in combinatie
Fn-knop toewijzen
met de instelschijven (Indrukken +
instelschijven).
Kies de functie voor de Pv-knop (0 285), hetzij door
de knop zelf (Drukken) of bij gebruik in combinatie
Voorbeeldknop toewijzen
met de instelschijven (Indrukken +
instelschijven).
Kies de functie voor de A AE-L/AF-L-knop (0 285),
hetzij door de knop zelf (Drukken) of bij gebruik in
AE-L/AF-L-knop toewijzen
combinatie met de instelschijven (Indrukken +
instelschijven).
Ruisonderdr. lange
Vermindert ruis (heldere vlekken of waas) bij lange
tijdopname
sluitertijden (0 271).
Vermindert ruis (willekeurige heldere pixels) die
Hoge ISOdreigt op te treden als ISO-gevoeligheid toeneemt
ruisonderdrukking
(0 271).
190
Het menu i-knop (Livebeeld)
De opties beschikbaar in het livebeeld i-knopmenu variëren met de
positie van de livebeeld-selector.
Als de livebeeld-selector naar C is gedraaid, zal het i-knopmenu de
hieronder vermelde items bevatten.
Optie
Beschrijving
Kies uit de beeldvelden DX (24×16) en 1,3×
Beeldveld
(18×12) (0 73).
Beeldkwaliteit
Kies beeldkwaliteit (0 77).
Beeldformaat
Kies beeldformaat (0 81).
Picture Control instellen Kies een Picture Control (0 130).
Actieve D-Lighting
Pas Actieve D-Lighting aan (0 139).
Afstandsbedieningsstand
Kies een afstandsbedieningsstand (0 156).
(ML-L3)
Druk op 1 of 3 om
monitorhelderheid voor
livebeeld (merk op dat
het alleen livebeeld
beïnvloed en dat het
niet van toepassing is
Monitorhelderheid
op foto’s en films of de
helderheid van de
monitor voor menu’s of weergave; gebruik de optie
Monitorhelderheid in het setup-menu om de
helderheid van de monitor voor menu’s en
weergave aan te passen (0 289)).
191
Als de livebeeld-selector naar 1 is gedraaid, zal het i-knopmenu de
hieronder vermelde items bevatten. Microfoongevoeligheid,
Frequentiebereik, Onderdrukking windruis en Weergave hoge
lichten kunnen worden aangepast terwijl de opname bezig is.
Optie
Beeldveld
Beeldformaat/
beeldsnelheid
Filmkwaliteit
Beschrijving
Kies uit de beeldvelden DX (24×16) en 1,3× (18×12)
(0 168).
Selecteer een beeldformaat en -snelheid (0 166).
Kies filmkwaliteit (0 166).
Druk op 1 of 3 om
microfoongevoeligheid
aan te passen. Zowel de
Microfoongevoeligheid ingebouwde als
optionele
stereomicrofoons
worden beïnvloed.
Regel de frequentierespons van de ingebouwde
Frequentiebereik
microfoon of optionele stereomicrofoons (0 274).
Schakel onderdrukking van windruis in of uit met
Onderdrukking windruis behulp van het laagafvalfilter van de ingebouwde
microfoon (0 274).
Kies een Picture Control (0 130). De parameter
Picture Control instellen
Lokaal contrast is niet van toepassing op films.
Als er twee geheugenkaarten zijn geplaatst, kunt u
Bestemming
de kaart kiezen waarop films worden opgenomen
(0 273).
Druk op 1 of 3 om de
monitorhelderheid voor
livebeeld aan te passen
(merk op dat dit enkel
Monitorhelderheid
van invloed is op
livebeeld en heeft geen
effect op foto’s of films of
op de helderheid van de
monitor voor menu’s of weergave; 0 191).
192
Optie
Weergave hoge lichten
Volume hoofdtelefoon
Beschrijving
Kies of de lichtste delen
Hoge lichten
van het beeld (hoge
lichten) worden
weergegeven door
schuine lijnen in de
livebeeldweergave.
Selecteer stand P, S, A of
M voor toegang tot deze
optie.
Druk op 1 of 3 om het
volume van de
hoofdtelefoon aan te
passen.
A Een externe microfoon gebruiken
De optionele stereomicrofoon kan worden gebruikt om geluid in stereo op
te nemen of om te voorkomen dat scherpstelgeluid en andere geluiden,
veroorzaakt door het objectief, worden opgenomen (0 319).
A Hoofdtelefoon
Er kunnen hoofdtelefoons van andere merken worden gebruikt. Merk op
dat hoge geluidsniveaus kunnen resulteren in harde geluiden; bijzondere
aandacht is vereist bij het gebruik van een hoofdtelefoon.
193
Reset met twee knoppen:
Standaardinstellingen herstellen
De hieronder vermelde camerainstellingen kunnen naar de
standaardwaarden worden
teruggezet door de knoppen W
(S) en E langer dan twee
seconden tegelijk ingedrukt te
houden (deze knoppen zijn
gemarkeerd met een groene
stip). Het bedieningspaneel
schakelt kort uit terwijl de
instellingen worden teruggezet.
E-knop
W (S)-knop
❚❚ Menuopties
Optie
Beeldkwaliteit
Beeldformaat
Witbalans
Fijnafstelling
Picture Control-instellingen 1
HDR (hoog dynamisch bereik)
ISO-gevoeligheid instellen
ISO-gevoeligheid
P, S, A, M
Overige standen
ISO-opdracht Hi via instelschijf
Autom inst ISO-gevoeligheid
Afstandsbedieningsstand (ML-L3)
Meervoudige belichting
Intervalopname
Belichtingsvertragingsstand
194
Standaard
JPEG Normaal
Groot
Automatisch > Normaal
A-B: 0, G-M: 0
Ongewijzigd
Uit 2
0
77
81
111
114
130
141
100
Automatisch
Uit
Uit
Uit
Uit 3
Uit 4
Uit
101
102
156
211
217
280
99
1 Alleen huidige Picture Control.
2 HDR-sterkte is niet teruggezet.
3 Als meervoudige belichting momenteel bezig is, zal de opname eindigen en wordt meervoudige
belichting gecreëerd van opnamen die tot op dat moment zijn vastgelegd. Versterking en aantal
opnamen worden niet teruggezet.
4 Als intervalopname momenteel bezig is, zal de opname stoppen. Starttijd, opname-interval, aantal
intervallen en opnamen, en gelijkmatige belichting worden niet teruggezet.
❚❚ Overige instellingen
Optie
Autofocus (zoeker)
Autofocusstand
%
Overige standen
AF-veldstand
n, x, 0, 1, 2, 3
m, w
i, j, k, l, p, o, r, s, t, u, v, y, z, g,
u, P, S, A, M
Autofocus (livebeeld)
Autofocusstand
AF-veldstand
m, r, w, %, g, u, 1, 2, 3, P, S, A, M
n, 0
i, j, k, l, p, o, s, t, u, v, x, y, z
Scherpstelpunt 1
Weergave hoge lichten
Volume hoofdtelefoon
Lichtmeting
AE-vergrendeling vast
Bracketing
Standaard
0
AF-S
AF-A
83
Enkelpunts AF
51-punten dynamisch veldAF
86
Automatisch veld-AF
AF-S
Breedveld-AF
Normaal veld-AF
Gezichtprioriteit-AF
Midden
Uit
15
Matrix
Uit
Uit 2
84
88
89
193
193
105
93, 107
197
195
Optie
Flitscorrectie
Belichtingscorrectie
Flitserstand
i, k, p, n, w, g
s
o
0, P, S, A, M
Flitswaardevergrendeling
Flexibel programma
+ NEF (RAW)
Standaard
Uit
Uit
Automatisch
Automatisch+rodeogenreductie
Automatisch+synchronisatie
met lange sluitertijd
Invulflits
Uit
Uit
Uit
0
151
109
145,
147
153
52
79
1 Scherpstelpunt wordt niet weergegeven als automatisch veld-AF is geselecteerd voor AF-veldstand.
2 Aantal opnamen wordt teruggezet naar nul. Stapgrootte voor bracketing wordt teruggezet naar 1 LW
(belichting/flitsbracketing) of 1 (witbalansbracketing). Y Automatisch is geselecteerd voor
de tweede opname van twee-opname ADL-bracketingprogramma’s.
196
Bracketing
(alleen standen P, S, A en M)
Bracketing varieert automatisch belichting, flitssterkte, Actieve
D-Lighting (ADL) of witbalans enigszins bij elke opname door
“bracketing” van de huidige waarde. Kies in situaties waarin het
moeilijk is om belichting, flitssterkte (alleen voor
flitserregelingsstanden i-DDL en, indien ondersteund, automatisch
diafragma; zie pagina 149, 283 en 313), witbalans of Actieve
D-Lighting in te stellen en er geen tijd is om de resultaten te
controleren of de instellingen aan te passen voor elke opname, of
om te experimenteren met verschillende instellingen voor hetzelfde
onderwerp.
❚❚ Belichtings- en flitsbracketing
Varieer met belichting en/of flitssterkte voor een reeks foto’s.
Belichting aangepast
met: 0 LW
Belichting aangepast
met: –1 LW
Belichting aangepast
met: +1 LW
1 Selecteer flits- of
belichtingsbracketing.
Selecteer Persoonlijke instelling e6
(Inst. voor autom. bracketing) in het
menu Persoonlijke instellingen, markeer
een optie en druk op J. Kies AE & flits
om zowel belichting als flitssterkte te
variëren, Alleen AE om alleen belichting
te variëren of Alleen flits om alleen
flitssterkte te variëren.
197
2 Kies het aantal opnamen.
Houd de BKT-knop ingedrukt en draai aan de hoofdinstelschijf
om het aantal opnamen in de bracketingreeks te kiezen.
Aantal
opnamen
BKT-knop
Hoofdinstelschijf
Aanduiding
belichtings- en
flitsbracketing
Informatiescherm
Bij andere instellingen dan nul
verschijnt het M-pictogram in het
Zoeker
bedieningspaneel. D verschijnt in de
zoeker terwijl het informatiescherm
een bracketingaanduiding en een pictogram het type bracketing
toont: v (belichtings- en flitsbracketing), w (alleen
belichtingsbracketing) of x (alleen flitsbracketing).
A Livebeeld
In livebeeld worden de bracketinginstellingen in de monitor weergegeven.
198
3 Selecteer een belichtingsstapgrootte.
Druk op de BKT-knop en draai aan de secundaire instelschijf om
de belichtingsstapgrootte te kiezen.
Belichtingsstapgrootte
BKT-knop
Secundaire
instelschijf
Informatiescherm
Bij standaardinstellingen kan de stapgrootte worden gekozen
uit 0,3 (1/3), 0,7 (2/3), 1, 2 en 3 LW. De bracketingprogramma’s met
een stapgrootte van 0,3 (1/3) LW staan hieronder vermeld.
Informatiescherm
Aantal
opn.
0
3
3
2
2
3
5
7
9
Bracketingvolgorde (LW’s)
0
0/+0,3/+0,7
0/–0,7/–0,3
0/+0,3
0/–0,3
0/–0,3/+0,3
0/–0,7/–0,3/+0,3/+0,7
0/–1,0/–0,7/–0,3/+0,3/+0,7/+1,0
0/–1,3/–1,0/–0,7/–0,3/+0,3/+0,7/
+1,0/+1,3
Merk op dat voor belichtingsstappen van 2 LW of meer het
maximaal aantal opnamen 5 is; als er een hogere waarde is
geselecteerd in Stap 2, wordt het aantal opnamen automatisch
ingesteld op 5.
199
4 Kadreer een foto, stel scherp en maak de foto.
De camera varieert de belichting en/of flitssterkte
beeld voor beeld, overeenkomstig het geselecteerde
bracketingprogramma. Wijzigingen aan de
belichting worden toegevoegd aan de wijzigingen gemaakt met
belichtingscorrectie (zie pagina 109).
De aanduiding voortgang bracketing wordt weergegeven terwijl
bracketing actief is. Na elke opname verdwijnt een deel van de
aanduiding.
Aantal opn.: 3; stapgrootte: 0,7
Weergave na eerste opname
A Zie ook
Zie Persoonlijke instelling b2 (Stapgrootte inst. belichting, 0 278) voor
informatie over het kiezen van de stapgrootte. Zie Persoonlijke instelling e7
(Bracketingvolgorde, 0 284) voor informatie over het kiezen van de
volgorde waarin bracketing wordt uitgevoerd.
200
❚❚ Bracketing annuleren
Druk op de BKT-knop en draai aan de hoofdinstelschijf totdat er
geen opnamen resteren in de bracketingreeks. Het programma dat
het laatst actief was, wordt hersteld wanneer bracketing de
volgende keer wordt geactiveerd. Bracketing kan ook worden
geannuleerd door een reset met twee knoppen (0 194) uit te
voeren, maar in dit geval wordt het bracketingprogramma niet
hersteld wanneer bracketing de volgende keer wordt geactiveerd.
A Nul opnamen
De livebeeldweergave toont “–/–” wanneer er geen opnamen resteren in
de bracketingreeks.
A Belichtings- en flitsbracketing
In de continue ontspanstanden (0 66) pauzeert de opname nadat het
aantal opnamen, gespecificeerd in het bracketingprogramma, is gemaakt.
De opname wordt hervat de eerstvolgende keer dat de ontspanknop wordt
ingedrukt. In de zelfontspannerstand maakt de camera het aantal
opnamen geselecteerd in Stap 2 op pagina 198 telkens wanneer de
ontspanknop wordt ingedrukt, ongeacht de optie geselecteerd voor
Persoonlijke instelling c3 (Zelfontspanner) > Aantal opnamen (0 279);
het interval tussen opnamen wordt echter geregeld door Persoonlijke
instelling c3 (Zelfontspanner) > Interval tussen opnamen. In andere
standen wordt één opname gemaakt telkens wanneer de ontspanknop
wordt ingedrukt.
Als de geheugenkaart vol is voordat alle opnamen in de reeks zijn gemaakt,
kan de opname worden hervat vanaf de volgende opname in de reeks
nadat de geheugenkaart is vervangen of opnamen zijn gewist om ruimte
op de geheugenkaart vrij te maken. Als de camera wordt uitgeschakeld
voordat alle opnamen in de reeks zijn gemaakt, wordt bracketing hervat
vanaf de volgende opname in de reeks nadat de camera weer is
ingeschakeld.
201
A Belichtingsbracketing
De camera past de belichting aan door sluitertijd en diafragma (stand P),
diafragma (stand S) of sluitertijd (standen A en M) af te wisselen. Als Aan is
geselecteerd voor ISO-gevoeligheid instellen > Autom inst ISOgevoeligheid (0 102) in de standen P, S en A, dan zal de camera de ISOgevoeligheid automatisch variëren voor een optimale belichting wanneer
de limieten van het camerabelichtingssysteem worden overschreden; in
stand M zal de camera eerst de automatische instelling voor ISOgevoeligheid gebruiken om zo dicht mogelijk bij de optimale belichting te
komen en vervolgens bracketing uitvoeren voor deze belichting door de
sluitertijd af te wisselen.
❚❚ Witbalansbracketing
De camera maakt meerdere kopieën van elke foto, elk met een
andere witbalans. Zie pagina 111 voor meer informatie over
witbalans.
1 Selecteer witbalansbracketing.
Kies Witbalansbracketing voor
Persoonlijke instelling e6 (Inst. voor
autom. bracketing).
202
2 Kies het aantal opnamen.
Houd de BKT-knop ingedrukt en draai aan de hoofdinstelschijf
om het aantal opnamen in de bracketingreeks te kiezen.
Aantal
opnamen
BKT-knop
Hoofdinstelschijf
Aanduiding
witbalansbracketing
Informatiescherm
Bij andere instellingen dan nul worden
respectievelijk M en D
Zoeker
weergegeven in het bedieningspaneel
en de zoeker; een y-pictogram en
een bracketingaanduiding verschijnen in het informatiescherm.
A Livebeeld
In livebeeld worden de bracketinginstellingen in de monitor weergegeven.
203
3 Selecteer een witbalansstapgrootte.
Houd de BKT-knop ingedrukt, draai de secundaire instelschijf om
uit stappen van 1, 2 of 3 te kiezen (respectievelijk gelijk aan circa
5, 10 of 15 mired). De B-waarde geeft de hoeveelheid blauw aan,
de A-waarde de hoeveelheid amber (0 114).
Witbalansstapgrootte
BKT-knop
Secundaire
instelschijf
Informatiescherm
De bracketingprogramma’s met een stapgrootte van 1 staan
hieronder vermeld.
Informatiescherm
204
Aantal WitbalansstapBracketingvolgorde
opn.
grootte
2
1B
0/1 B
2
1A
0/1 A
3
1 A, 1 B
0/1 A/1 B
4 Kadreer een foto, stel scherp en maak
de foto.
Elke opname wordt verwerkt om het
aantal kopieën te creëren dat is
gespecificeerd in het bracketingprogramma, en elke kopie heeft
een andere witbalans. Wijzigingen aan witbalans worden
toegevoegd aan de witbalansaanpassing gemaakt met
fijnafstelling voor witbalans.
Als het aantal opnamen in het
bracketingprogramma groter is dan
het aantal resterende opnamen, dan
knipperen n en het pictogram
voor de betreffende kaart in het
bedieningspaneel, er verschijnt een
knipperend j-pictogram in de
zoeker, zoals rechts getoond, en de
ontspanknop wordt uitgeschakeld.
De opname kan beginnen zodra een nieuwe geheugenkaart is
geplaatst.
205
❚❚ Bracketing annuleren
Druk op de BKT-knop en draai aan de hoofdinstelschijf totdat er
geen opnamen resteren in de bracketingreeks. Het programma dat
het laatst actief was, wordt hersteld wanneer bracketing de
volgende keer wordt geactiveerd. Bracketing kan ook worden
geannuleerd door een reset met twee knoppen (0 194) uit te
voeren, maar in dit geval wordt het bracketingprogramma niet
hersteld wanneer bracketing de volgende keer wordt geactiveerd.
A Nul opnamen
De livebeeldweergave toont “–/–” wanneer er geen opnamen resteren in
de bracketingreeks.
A Witbalansbracketing
Witbalansbracketing is niet beschikbaar voor NEF (RAW)-beeldkwaliteit.
Het selecteren van NEF (RAW), NEF (RAW) + JPEG Fijn, NEF (RAW) + JPEG
Normaal of NEF (RAW) + JPEG Basis annuleert witbalansbracketing.
Witbalansbracketing heeft alleen invloed op de kleurtemperatuur (de as
amber-blauw in de weergave voor fijnafstelling witbalans, 0 114). Er
worden geen aanpassingen gemaakt aan de as groen-magenta.
In de zelfontspannerstand (0 69) wordt, telkens wanneer de sluiter wordt
ontspannen, het aantal kopieën aangemaakt dat is gespecificeerd in het
witbalansprogramma, ongeacht de optie die is geselecteerd voor
Persoonlijke instelling c3 (Zelfontspanner) > Aantal opnamen (0 279).
Als de camera wordt uitgeschakeld terwijl het toegangslampje van de
geheugenkaart brandt, wordt de camera pas uitgeschakeld nadat alle
foto’s in de reeks zijn vastgelegd.
206
❚❚ ADL-bracketing
De camera varieert Actieve D-Lighting voor een serie belichtingen.
Zie pagina 139 voor meer informatie over Actieve D-Lighting.
1 Selecteer ADL-bracketing.
Kies ADL-bracketing voor Persoonlijke
instelling e6 (Inst. voor autom.
bracketing).
2 Kies het aantal opnamen.
Houd de BKT-knop ingedrukt en draai aan de hoofdinstelschijf
om het aantal opnamen in de bracketingreeks te kiezen.
Hoeveelheid ADLbracketing
BKT-knop
Hoofdinstelschijf
Aantal
opnamen
Informatiescherm
Bij andere instellingen dan nul worden
M en D weergegeven in
Zoeker
respectievelijk het bedieningspaneel
en de zoeker; een z-pictogram en
de bracketinghoeveelheid verschijnen in het informatiescherm.
207
Kies twee opnamen om één foto met uitgeschakelde Actieve
D-Lighting te maken en een andere bij een geselecteerde
waarde. Kies drie tot vijf opnamen om een serie foto’s te maken
met Actieve D-Lighting ingesteld op Uit, Laag en Normaal (drie
opnamen), Uit, Laag, Normaal en Hoog (vier opnamen), of Uit,
Laag, Normaal, Hoog en Extra hoog (vijf opnamen). Ga naar
Stap 4 als u meer dan twee opnamen kiest.
3 Selecteer Actieve D-Lighting.
Druk op de BKT-knop en draai
aan de secundaire instelschijf
om Actieve D-Lighting te
kiezen.
BKT-knop
Secundaire
instelschijf
Actieve D-Lighting wordt in het informatiescherm en
bedieningspaneel getoond.
Actieve D-Lighting
208
Y
Automatisch
R
Laag
Q
Normaal
P
Hoog
Z
Extra hoog
Informatiescherm
Weergave bedieningspaneel
4 Kadreer een foto, stel scherp en maak de foto.
De camera zal Actieve D-Lighting beeld voor beeld
variëren, overeenkomstig het geselecteerde
bracketingprogramma. De aanduiding voortgang
bracketing wordt weergegeven terwijl bracketing actief is. Na
elke opname verdwijnt een deel van de aanduiding.
Aantal opn.: 3
Weergave na eerste opname
A Livebeeld
In livebeeld worden de bracketinginstellingen in de monitor weergegeven.
209
❚❚ Bracketing annuleren
Druk op de BKT-knop en draai aan de hoofdinstelschijf totdat er
geen opnamen resteren in de bracketingreeks. Het programma dat
het laatst actief was, wordt hersteld wanneer bracketing de
volgende keer wordt geactiveerd. Bracketing kan ook worden
geannuleerd door een reset met twee knoppen (0 194) uit te
voeren, maar in dit geval wordt het bracketingprogramma niet
hersteld wanneer bracketing de volgende keer wordt geactiveerd.
A Nul opnamen
De livebeeldweergave toont “–/–” wanneer er geen opnamen resteren in
de bracketingreeks.
A ADL-bracketing
In de continue ontspanstanden (0 66) pauzeert de opname nadat het
aantal opnamen, gespecificeerd in het bracketingprogramma, is gemaakt.
De opname wordt hervat de eerstvolgende keer dat de ontspanknop wordt
ingedrukt. In de zelfontspannerstand maakt de camera het aantal
opnamen geselecteerd in Stap 2 op pagina 207 telkens wanneer de
ontspanknop wordt ingedrukt, ongeacht de optie geselecteerd voor
Persoonlijke instelling c3 (Zelfontspanner) > Aantal opnamen (0 279);
het interval tussen opnamen wordt echter geregeld door Persoonlijke
instelling c3 (Zelfontspanner) > Interval tussen opnamen. In andere
standen wordt één opname gemaakt telkens wanneer de ontspanknop
wordt ingedrukt.
Als de geheugenkaart vol is voordat alle opnamen in de reeks zijn gemaakt,
kan de opname worden hervat vanaf de volgende opname in de reeks
nadat de geheugenkaart is vervangen of opnamen zijn gewist om ruimte
op de geheugenkaart vrij te maken. Als de camera wordt uitgeschakeld
voordat alle opnamen in de reeks zijn gemaakt, wordt bracketing hervat
vanaf de volgende opname in de reeks nadat de camera weer is
ingeschakeld.
210
Meervoudige belichting
(alleen standen P, S, A en M)
Volg de onderstaande stappen om een serie van twee of drie NEF
(RAW)-opnamen in een enkele foto vast te leggen.
❚❚ Een meervoudige belichting creëren
Meervoudige belichtingen kunnen niet worden vastgelegd in
livebeeld. Sluit livebeeld af alvorens verder te gaan. Merk op dat bij
standaardinstellingen de opname wordt beëindigd en automatisch
een meervoudige belichting wordt vastgelegd als er gedurende
ongeveer 30 sec. geen handelingen worden uitgevoerd.
A Verlengde opnametijden
Als de monitor uitschakelt tijdens weergave of menubewerkingen en er
geen handelingen worden uitgevoerd gedurende 30 sec., zal de opname
stoppen en een meervoudige belichting worden gecreëerd van de
opnamen die tot op dat punt zijn opgenomen. De beschikbare tijd om de
volgende opname te maken, kan worden verlengd door langere tijden voor
Persoonlijke instelling c2 (Stand-by-timer, 0 279) te kiezen.
1 Selecteer Meervoudige belichting.
Markeer Meervoudige belichting in
het foto-opnamemenu en druk op 2.
211
2 Selecteer een stand.
Markeer Stand voor meerv. belichting
en druk op 2.
Markeer een van de volgende opties en
druk op J.
• Om een reeks meervoudige belichtingen te
maken, selecteer 6 Aan (reeks).
Meervoudige belichtingsopname
wordt voortgezet totdat u Uit
selecteert voor Stand voor meerv.
belichting.
• Om één meervoudige belichting te maken, selecteer Aan (één foto).
Normaal opnemen wordt automatisch hervat nadat u één
meervoudige belichting hebt gemaakt.
• Om af te sluiten zonder extra meervoudige belichtingen te maken,
selecteer Uit.
Als Aan (reeks) of Aan (één foto) is
geselecteerd, wordt een n-pictogram in
het bedieningspaneel weergegeven.
212
3 Kies het aantal opnamen.
Markeer Aantal opnamen en druk op
2.
Druk op 1 of 3 om het aantal opnamen
te kiezen dat wordt gecombineerd om
één foto te vormen en druk op J.
4 Kies de hoeveelheid versterking.
Markeer Automatische versterking en
druk op 2.
De volgende opties worden
weergegeven. Markeer een optie en
druk op J.
• Aan: Versterking wordt aangepast aan
het werkelijke aantal vastgelegde
opnamen (versterking voor elke
opname wordt ingesteld op 1/2 voor 2
opnamen, 1/3 voor 3 opnamen).
• Uit: Versterking wordt niet aangepast bij het opnemen van
meervoudige belichting.
213
5 Kadreer een foto, stel scherp en maak de foto.
In continue ontspanstanden (0 66) neemt de camera
alle opnamen op in een enkele serieopname. Als Aan
(reeks) is geselecteerd, blijft de camera meerdere
belichtingen opnemen terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt;
als Aan (één foto) is geselecteerd, eindigt meervoudige
belichtingsopname na de eerste foto. In zelfontspannerstand
neemt de camera automatisch het aantal opnamen op dat is
geselecteerd in Stap 3 op pagina 213, ongeacht de optie
geselecteerd voor Persoonlijke instelling c3 (Zelfontspanner) >
Aantal opnamen (0 279); het interval tussen opnamen wordt
echter geregeld door Persoonlijke instelling c3
(Zelfontspanner) > Interval tussen opnamen. In andere
ontspanstanden wordt één foto gemaakt elke keer dat de
ontspanknop wordt ingedrukt; ga door met het opnemen totdat
alle opnamen zijn vastgelegd (zie pagina 215 voor informatie
over het onderbreken van een meervoudige belichting voordat
alle foto’s zijn vastgelegd).
Het n-pictogram knippert totdat de
opname stopt. Als Aan (reeks) is
geselecteerd, eindigt meervoudige
belichtingsopname alleen wanneer Uit
is geselecteerd voor meervoudige
belichtingsstand; als Aan (één foto) is
geselecteerd, eindigt meervoudige belichtingsopname
automatisch wanneer de meervoudige belichting is voltooid.
Het n-pictogram verdwijnt uit de weergave zodra de
meervoudige belichtingsopname eindigt.
214
❚❚ Meervoudige belichtingen onderbreken
Selecteer Uit voor de meervoudige belichtingsstand om een
meervoudige belichting te onderbreken voordat het
gespecificeerde aantal opnamen is gemaakt. Als de opname eindigt
voordat het gespecificeerde aantal opnamen is gemaakt, wordt een
meervoudige belichting gemaakt met de opnamen die tot op dat
punt zijn vastgelegd. Als Automatische versterking aan is, wordt
de versterking aangepast aan het werkelijke aantal vastgelegde
opnamen. Merk op dat de opname automatisch eindigt als:
• Een reset met twee knoppen wordt uitgevoerd (0 194)
• De camera wordt uitgeschakeld
• De accu leeg is
• Er foto’s worden verwijderd
215
D Meervoudige belichtingen
Verwijder of vervang de geheugenkaart niet tijdens het opnemen van een
meervoudige belichting.
Livebeeld is niet beschikbaar terwijl de opname bezig is. Het selecteren van
livebeeld zet Stand voor meerv. belichting terug naar Uit.
De opname-informatie vermeld in het weergavefoto-informatiescherm
(inclusief lichtmeting, belichting, opnamestand, brandpuntsafstand,
opnamedatum en cameraoriëntatie) is voor de eerste opname in de
meervoudige belichting.
A Intervalfotografie
Als intervalfotografie is geactiveerd voordat de eerste opname wordt
gemaakt, legt de camera opnamen vast bij het geselecteerde interval
totdat het aantal opnamen gespecificeerd in het meervoudige
belichtingsmenu is gemaakt (het aantal opnamen weergegeven in het
intervalopnamemenu wordt genegeerd). Deze opnamen worden dan als
één foto vastgelegd en intervalopname stopt (als Aan (één foto) is
geselecteerd voor meervoudige belichtingsstand, stopt ook de
meervoudige belichtingsopname automatisch).
A Overige instellingen
Terwijl een meervoudige belichting wordt gemaakt, kunnen er geen
geheugenkaarten worden geformatteerd en worden sommige menuitems grijs weergegeven en kunnen niet worden gewijzigd.
216
Intervalfotografie
De camera kan automatisch fotograferen met vooringestelde
intervallen.
D Vóór het fotograferen
Selecteer een andere ontspanstand dan zelfontspanner (E) en MUP bij het
gebruik van de intervaltimer. Maak een testopname bij de huidige
instellingen en bekijk de resultaten in de monitor voordat
intervalfotografie wordt gestart. Verwijder, zodra de instellingen naar wens
zijn aangepast, de rubberen oogschelp en dek de zoeker af met het
meegeleverde oculairkapje om te voorkomen dat licht dat via de zoeker
binnenvalt van invloed is op foto’s en de belichting (0 70).
Selecteer, voordat een starttijd wordt gekozen, Tijdzone en datum in het
setup-menu en zorg ervoor dat de cameraklok is ingesteld op de juiste tijd
en datum (0 290).
Gebruik van een statief wordt aanbevolen. Monteer de camera op een
statief voordat de opname start. Controleer of de camera-accu volledig
opgeladen is om er zeker van te zijn dat de opname niet wordt
onderbroken. Bij twijfel laad de accu voor gebruik op of gebruik een
lichtnetadapter en stroomaansluiting (apart verkrijgbaar).
1 Selecteer Intervalopname.
Markeer Intervalopname in het fotoopnamemenu en druk op 2 om de
intervalinstellingen weer te geven.
217
2 Pas de intervalinstellingen aan.
Kies een startoptie, het interval, het aantal opnamen per interval
en de optie voor gelijkmatige belichting.
• Voer het volgende uit om een startoptie te kiezen:
Markeer Startopties en druk
op 2.
Markeer een optie en druk op J.
Selecteer Nu om de opname onmiddellijk te starten. Selecteer,
om de opname op een gekozen datum en tijd te starten,
Startdatum en starttijd kiezen, kies vervolgens de datum en
tijd en druk op J.
• Voer het volgende uit om het interval tussen opnamen te kiezen:
Markeer Interval en druk op 2.
218
Kies een interval (uren, minuten
en seconden) en druk op J.
• Voer het volgende uit om het aantal opnamen per interval te kiezen:
Markeer Aantal intervallen ×
opnamen/interval en druk
op 2.
Kies het aantal intervallen en het
aantal opnamen per interval en
druk op J.
In de stand S (enkel beeld) worden foto’s voor elk interval
gemaakt bij de snelheid gekozen voor Persoonlijke instelling
d2 (Continu lage snelheid, 0 280).
• Voer het volgende uit om gelijkmatige belichting in of uit te schakelen:
Markeer Gelijkmatige
belichting en druk op 2.
Markeer een optie en druk op J.
Het selecteren van Aan geeft de camera de mogelijkheid om
de belichting aan te passen aan de vorige opname in andere
standen dan M (merk op dat gelijkmatige belichting alleen in
werking treedt in stand M als automatische ISO-gevoeligheid
aan is).
219
3 Start de opname.
Markeer Starten en druk op J. De
eerste serie opnamen wordt bij de
gespecificeerde starttijd vastgelegd, of
na circa 3 sec. als Nu werd geselecteerd
voor Startopties in Stap 2. De opname
wordt voortgezet bij het geselecteerde
interval tot alle opnamen zijn gemaakt.
A Tijdens opname
Tijdens intervalfotografie zal het
toegangslampje van de geheugenkaart
knipperen. Onmiddellijk voordat het volgende
opname-interval begint, toont de
sluitertijdweergave het aantal resterende
intervallen en de diafragmaweergave toont het
aantal resterende opnamen in het huidige
interval. Op andere momenten kunnen het
Toegangslampje
aantal resterende intervallen en het aantal
geheugenkaart
opnamen in elk interval worden weergegeven
door de ontspanknop half in te drukken (zodra de knop wordt ontspannen,
worden sluitertijd en diafragma weergegeven totdat de stand-by-timer
verstreken is).
Instellingen kunnen worden aangepast, de menu’s gebruikt en foto’s
afgespeeld terwijl intervalfotografie bezig is. De monitor schakelt
automatisch uit gedurende ongeveer vier seconden voorafgaand aan elk
interval. Merk op dat het veranderen van de camera-instellingen terwijl de
intervaltimer actief is, er voor kan zorgen dat de opname stopt.
A Ontspanstand
Ongeacht de geselecteerde ontspanstand maakt de camera het
gespecificeerde aantal opnamen bij elk interval.
220
❚❚ Intervalfotografie pauzeren
Tussen intervallen kan intervalfotografie worden gepauzeerd door
op J te drukken of Pauze te selecteren in het intervalmenu.
❚❚ Intervalopname hervatten
Voer het volgende uit om de opname te hervatten:
Nu starten
Markeer Herstarten en
druk op J.
Op een gespecificeerd tijdstip starten
Voor Startopties,
markeer Startdatum en
starttijd kiezen en
druk op 2.
Kies een starttijd en
-datum en druk op J.
Markeer Herstarten en
druk op J.
❚❚ Intervalopname beëindigen
Selecteer Uit in het intervalmenu om intervalfotografie te
beëindigen voordat alle foto’s zijn gemaakt.
221
❚❚ Geen foto
De camera slaat het huidige interval over als één van de volgende
situaties gedurende acht seconden of langer standhoudt nadat het
interval had moeten starten: de foto of foto’s voor het vorige
interval zijn nog niet gemaakt, de geheugenkaart is vol of de camera
kan niet scherpstellen in AF-S of wanneer enkelvoudige servo-AF is
geselecteerd in AF-A (merk op dat de camera vóór elke opname
opnieuw scherpstelt). De opname wordt hervat bij het volgende
interval.
D Onvoldoende geheugen
Als de geheugenkaart vol is, blijft de intervaltimer actief maar worden er
geen foto’s gemaakt. Hervat de opname (0 221) na het verwijderen van
bepaalde foto’s of schakel de camera uit en plaats een andere
geheugenkaart.
A Intervalfotografie
Kies een interval langer dan de tijd die nodig is voor het maken van het
aantal geselecteerde opnamen. Als het interval te kort is, kan het aantal
vastgelegde foto’s minder zijn dan het totaal dat is vermeld in Stap 2 (het
aantal intervallen vermenigvuldigd met het aantal opnamen per interval).
Intervalfotografie kan niet worden gecombineerd met lange tijdopnamen
(bulb- of tijdfotografie, (0 58) of time-lapse-fotografie (0 171) en is niet
beschikbaar in livebeeld (0 31, 161) of wanneer Films opnemen is
geselecteerd voor Persoonlijke instelling g4 (Ontspanknop toewijzen,
0 288). Houd er rekening mee dat de tijd tussen het einde van een interval
en het begin van het volgende interval kan variëren, aangezien de
sluitertijd, beeldsnelheid en benodigde tijd voor het vastleggen van
beelden per interval kan variëren. Als de opname niet kan worden
voortgezet bij de huidige instellingen (bijvoorbeeld als sluitertijd A of
% momenteel is geselecteerd in handmatige belichtingsstand, het interval
nul is of de starttijd begint in minder dan een minuut), wordt een
waarschuwing in de monitor weergegeven.
Intervalopname zal worden gepauzeerd wanneer de stand E
(zelfontspanner) of MUP is geselecteerd of als de camera uit- en vervolgens
weer ingeschakeld wordt (wanneer de camera uit is, kunnen accu’s en
geheugenkaarten worden vervangen zonder intervalfotografie te
beëindigen). Het onderbreken van de opname heeft geen invloed op de
intervalinstellingen.
222
A Bracketing
Pas bracketinginstellingen aan voordat intervalfotografie wordt gestart. Als
belichting, flitser of ADL-bracketing actief is terwijl intervalfotografie in
werking is, maakt de camera bij elk interval het aantal opnamen in het
bracketingprogramma, ongeacht het aantal opnamen dat is gespecificeerd
in het intervalmenu. Als witbalansbracketing actief is terwijl
intervalfotografie aan de gang is, maakt de camera bij elk interval een
opname en verwerkt de camera deze opname om het aantal kopieën te
maken dat is gespecificeerd in het bracketingprogramma.
223
Objectieven zonder CPU
Objectieven zonder CPU kunnen worden gebruikt in de standen A
en M, waarbij het diafragma is ingesteld met behulp van de
diafragmaring. Door de objectiefgegevens te specificeren
(brandpuntsafstand en maximaal diafragma) kan de gebruiker
toegang krijgen tot de volgende CPU-objectieffuncties.
Als de brandpuntsafstand van het objectief bekend is:
• Kan powerzoom worden gebruikt voor optionele flitsers
• Wordt de brandpuntsafstand van het objectief vermeld (met een
sterretje) in het weergavefoto-informatiescherm
Als het maximaal diafragma van het objectief bekend is:
• Wordt de diafragmawaarde in het bedieningspaneel en de zoeker
weergegeven
• Wordt de flitssterkte aangepast voor veranderingen aan diafragma
als de flitser de AA-stand (automatisch diafragma) ondersteunt
• Wordt het diafragma vermeld (met een sterretje) in het
weergavefoto-informatiescherm
Als zowel de brandpuntsafstand als het maximaal diafragma van het
objectief zijn gespecificeerd:
• Wordt kleurenmatrixmeting mogelijk gemaakt (merk op dat
mogelijk gebruik moet worden gemaakt van centrumgerichte of
spotmeting om nauwkeurige resultaten te bereiken met bepaalde
objectieven, zoals Reflex-NIKKOR-objectieven)
• Wordt de nauwkeurigheid van centrumgerichte en spotmeting en
i-DDL-uitgebalanceerde invulflits voor digitale SLR verbeterd
A Teleconverters en zoomobjectieven
Het maximaal diafragma voor teleconverters is de combinatie van
maximaal diafragma van de teleconverter en het objectief. Merk op dat de
objectiefgegevens niet worden aangepast wanneer objectieven zonder
CPU worden in- of uitgezoomd. De gegevens voor verschillende
brandpuntsafstanden kunnen als afzonderlijke objectiefnummers worden
ingevoerd, of de gegevens voor het objectief kunnen worden bewerkt om
de nieuwe waarden voor brandpuntsafstand en maximaal diafragma van
het objectief aan te geven telkens wanneer zoom wordt aangepast.
224
De camera kan gegevens van maximaal negen objectieven zonder
CPU opslaan. Voer het volgende uit om gegevens voor objectieven
zonder CPU in te voeren of te bewerken:
1 Selecteer Objectief zonder CPU.
Markeer Objectief zonder CPU in het
setup-menu en druk op 2.
2 Kies een objectiefnummer.
Markeer Objectiefnummer en druk op
4 of 2 om een objectiefnummer te
kiezen.
3 Voer de brandpuntsafstand en het
diafragma in.
Markeer Brandpuntsafstand (mm) of
Maximaal diafragma en druk op 4 of
2 om het gemarkeerde item te
bewerken.
4 Sla de instellingen op en sluit af.
Druk op J. De gespecificeerde brandpuntsafstand en het
diafragma worden onder het gekozen objectiefnummer
opgeslagen.
A Brandpuntsafstand niet vermeld
Als de juiste brandpuntsafstand niet vermeld is, kies dan de dichtstbijzijnde
waarde groter dan de werkelijke brandpuntsafstand van het objectief.
225
Voer het volgende uit om objectiefgegevens op te roepen bij het
gebruik van een objectief zonder CPU:
1 Wijs de selectie van een objectiefnummer zonder CPU toe aan
een camerabediening.
Selecteer Nr. object. zonder CPU kiezen als de optie “Indrukken
+ instelschijven” voor een camerabediening in het menu
Persoonlijke instellingen. Beeldveldselectie kan worden
toegewezen aan de Fn-knop (Persoonlijke instelling f2, Fn-knop
toewijzen, 0 284), de Pv-knop (Persoonlijke instelling f3,
Voorbeeldknop toewijzen, 0 285) of de A AE-L/AF-L-knop
(Persoonlijke instelling f4, AE-L/AF-L-knop toewijzen, 0 285).
2 Gebruik de geselecteerde bediening om een objectiefnummer
te kiezen.
Druk op de geselecteerde knop en draai aan de hoofdinstelschijf
totdat het gewenste objectiefnummer in het bedieningspaneel
wordt weergegeven.
Brandpuntsafstand
Maximaal
diafragma
Objectiefnummer
Fn-knop
226
Hoofdinstelschijf
Bedieningspaneel
Locatiegegevens
Het GP-1/GP-1A GPS-apparaat (apart verkrijgbaar) kan op de
accessoire-aansluiting van de camera (0 2) worden aangesloten
met behulp van de kabel die is meegeleverd met de GP-1/GP-1A,
zodat informatie over de huidige positie van de camera kan worden
vastgelegd terwijl de foto’s worden gemaakt. Schakel de camera uit
alvorens de GP-1/GP-1A aan te sluiten; zie de handleiding van de
GP-1/GP-1A voor meer informatie.
❚❚ Opties setup-menu
Het item Locatiegegevens in het setup-menu bevat de hieronder
vermelde opties.
• Stand-by-timer: Kies of de belichtingsmeters wel of niet automatisch
uitschakelen wanneer de GP-1/GP-1A is bevestigd.
Optie
Beschrijving
De belichtingsmeters schakelen automatisch uit als er
gedurende de tijd die is geselecteerd voor Persoonlijke
instelling c2 (Stand-by-timer, 0 279 geen bewerkingen
worden uitgevoerd; om de camera tijd te geven om
Inschakelen
locatiegegevens te verzamelen, wordt de vertraging
verlengd met maximaal één minuut nadat de
belichtingsmeters zijn geactiveerd of de camera is
ingeschakeld). Hierdoor raakt de accu minder snel leeg.
De belichtingsmeters schakelen niet uit als de GP-1/GP-1A
Uitschakelen
aangesloten is.
• Positie: Dit item is alleen beschikbaar als GP-1/GP-1A aangesloten
is, wanneer het de huidige breedtegraad, lengtegraad, hoogte,
UTC (Coordinated Universal Time) weergeeft, zoals geregistreerd
door het GP-1/GP-1A.
• Klok instellen via satelliet: Selecteer Ja om de cameraklok te
synchroniseren met de tijd geregistreerd door het GPS-apparaat.
227
A Coordinated Universal Time (UTC)
UTC-gegevens zijn afkomstig van het GPS-apparaat en staan los van de
cameraklok.
A Het o-pictogram
De verbindingsstatus wordt getoond door het o-pictogram:
• o (statisch): De camera heeft communicatie tot stand gebracht met de
GP-1/GP-1A. Foto-informatie voor foto’s gemaakt terwijl dit pictogram
wordt weergegeven, bevat een extra pagina met locatiegegevens
(0 241).
• o (knipperen): De GP-1/GP-1A zoekt naar een signaal. Foto’s gemaakt
terwijl het pictogram knippert, bevatten geen locatiegegevens.
• Geen pictogram: Er zijn geen nieuwe locatiegegevens ontvangen van de
GP-1/GP-1A gedurende ten minste twee seconden. Foto’s gemaakt
wanneer het o-pictogram niet wordt weergegeven, bevatten geen
locatiegegevens.
Informatiescherm
228
Opnameweergave
Meer over weergave
Foto’s bekijken
Schermvullende weergave
Druk op de K-knop om foto’s af te spelen.
De laatst gemaakte foto wordt in de
monitor weergegeven.
K-knop
Functie
Gebruik
Meer foto’s
bekijken
Druk op 1 of 3 om informatie over de
huidige foto te bekijken (0 234).
Foto-informatie
bekijken
Terugkeren naar
opnamestand
Film afspelen
Beschrijving
Druk op 2 om foto’s te bekijken in de
volgorde waarin ze zijn gemaakt, of op
4 om foto’s in omgekeerde volgorde te
bekijken.
K/
J
Druk op de K-knop of druk de
ontspanknop half in om de
opnamestand af te sluiten.
Als de huidige foto is gemarkeerd met
een 1-pictogram om aan te geven dat
het een film betreft, wordt bij het
indrukken van J filmweergave gestart
(0 177).
229
A Draai portret
Om “staande” foto’s (portretstand) staand weer
te geven, selecteer Aan voor de optie Draai
portret in het weergavemenu (0 267).
A Controlebeeld
Wanneer Aan is geselecteerd voor Controlebeeld in het weergavemenu
(0 267), worden foto’s na opname automatisch in de monitor
weergegeven (omdat de camera al in de juiste richting staat, worden
beelden niet automatisch gedraaid tijdens controlebeeld). In continue
ontspanstanden begint weergave zodra de opname eindigt, waarbij de
eerste foto in de huidige reeks wordt weergegeven.
230
Miniatuurweergave
Druk op de W (S)-knop om “overzichten” van vier, negen of 72
beelden weer te geven.
W (S)
W (S)
X (T)
X (T)
Schermvullende
weergave
Functie
Miniatuurweergave
Gebruik
Beelden markeren
Gemarkeerd beeld
bekijken
Terugkeren naar
opnamestand
J
K/
Kalenderweergave
Beschrijving
Gebruik de multi-selector om
beelden te markeren voor
schermvullende weergave,
zoomweergave (0 243), wissen
(0 246) of beveiliging (0 245).
Druk op J om het gemarkeerde
beeld schermvullend weer te geven.
Druk op de K-knop of druk de
ontspanknop half in om de
opnamestand af te sluiten.
231
Kalenderweergave
Druk op de W (S)-knop wanneer er 72 foto’s worden
weergegeven om beelden te bekijken, gemaakt op een
geselecteerde datum.
Kalender
W (S)
W (S)
X (T)
X (T)
Miniaturenlijst
Schermvullende
weergave
Miniatuurweergave
Kalenderweergave
Welke bewerkingen kunnen worden uitgevoerd, hangt af van waar
de cursor zich bevindt in de kalender of de lijst met miniaturen:
Functie
Gebruik
Schakelen tussen
kalender en
miniaturenlijst
W (S)/J
Terugkeren naar
miniatuurweergave/
inzoomen op
gemarkeerde foto
X (T)
Datums markeren/
beelden markeren
• Kalender: Markeer datum.
• Miniaturenlijst: Markeer foto.
Schakelen naar
schermvullende
weergave
Terugkeren naar
opnamestand
232
Beschrijving
Druk op de W (S)- of J-knop in
de kalender om de cursor in de
miniaturenlijst te plaatsen. Druk
nogmaals op W (S) om naar de
kalender terug te keren.
• Kalender: Terug naar weergave van
72 beelden.
• Miniaturenlijst: Houd de X (T)knop ingedrukt om in te zoomen
op de gemarkeerde foto.
J
K/
Miniaturenlijst: Bekijk gemarkeerde
foto.
Druk op de K-knop of druk de
ontspanknop half in om de
opnamestand af te sluiten.
De i-knop
Het indrukken van de i-knop tijdens
schermvullende of miniatuurweergave
geeft de hieronder vermelde opties weer.
• Sleuf en map voor weergave: Kies een map
voor weergave. Markeer een sleuf en druk
op 2 om de mappen op de geselecteerde
kaart te zetten, markeer vervolgens een
i-knop
map en druk op J om de foto’s in de
gemarkeerde map te bekijken.
• Retoucheren (alleen foto’s): Gebruik de opties
in het retoucheermenu (0 294) om een
geretoucheerde kopie van de huidige
foto te creëren.
• Film bewerken (alleen films): Bewerk films met
behulp van de opties in het
filmbewerkingsmenu (0 179). Films kunnen ook worden bewerkt
door de i-knop in te drukken wanneer filmweergave wordt
gepauzeerd.
• Sel. v. verzending n. smartapp./desel.: Selecteer foto’s voor uploaden
naar een smartapparaat (0 263).
Druk nogmaals op de i-knop om het i-knopmenu af te sluiten en
terug te keren naar weergave.
233
Foto-informatie
Foto-informatie wordt van de ene afbeelding op de andere gelegd
en weergegeven in schermvullende weergave. Druk op 1 of 3 om
door de foto-informatie te bladeren zoals hieronder getoond. Merk
op dat “alleen beeld”, opnamegegevens, RGB-histogrammen, hoge
lichten en overzichtsgegevens alleen worden weergegeven als de
overeenkomstige optie is geselecteerd voor Weergaveopties
(0 266). Locatiegegevens worden alleen weergegeven als er een
GP-1/GP-1A werd gebruikt toen de foto werd gemaakt (0 227).
Bestandsinformatie
234
Geen (alleen beeld)
Overzichtsgegevens
Hoge lichten
Locatiegegevens
RGB-histogram
Opnamegegevens
❚❚ Bestandsinformatie
12 34
5
14
13
12
6
7
11
10
9 8
1 Beveiligingsstatus........................... 245
8 Beeldformaat ......................................81
2 Retouche-aanduiding.................... 294
9 Beeldveld.............................................73
3 Uploadsymbool............................... 263 10 Opnametijd ................................24, 290
4 Scherpstelpunt 1, 2 ............................. 89 11 Opnamedatum..........................24, 290
5 AF-veldhaakjes 1 ................................ 33 12 Huidige kaartsleuf .............................82
6 Beeldnummer/totaal aantal
13 Mapnaam.......................................... 268
beelden
14 Bestandsnaam................................. 268
7 Beeldkwaliteit .................................... 77
1 Wordt alleen weergegeven als Scherpstelpunt is geselecteerd voor Weergaveopties
(0 266) en de geselecteerde foto werd gemaakt met behulp van de zoeker.
2 Als de foto werd gemaakt met behulp van AF-S of met enkelvoudige servo-autofocus geselecteerd
tijdens AF-A, dan toont de weergave het punt waar de scherpstelling het eerst werd vergrendeld. Als
de foto werd gemaakt met behulp van AF-C of met continue servo-autofocus geselecteerd tijdens
AF-A, dan wordt het scherpstelpunt alleen weergegeven als een andere optie dan automatisch veldAF werd geselecteerd voor AF-veldstand.
235
❚❚ Hoge lichten
1
2
3
1 Hoge lichten beeld *
3 Huidig kanaal *
2 Mapnummer—beeldnummer .... 268
* Knipperende velden duiden hoge lichten (velden die
mogelijk overbelicht worden) voor het huidige kanaal aan.
Houd de W (S)-knop ingedrukt en druk op 4 of 2 om
als volgt door de kanalen te bladeren:
W (S)-knop
RGB
(alle kanalen)
236
R
(rood)
G
(groen)
B
(blauw)
❚❚ RGB-histogram
5
6
7
8
1
2
3
4
1 Hoge lichten beeld *
5 Histogram (RGB-kanaal). In alle
2 Mapnummer—beeldnummer .... 268
histogrammen staat de horizontale
as voor de helderheid van de pixels
en de verticale as voor het aantal
pixels.
6 Histogram (rood kanaal)
7 Histogram (groen kanaal)
8 Histogram (blauw kanaal)
3 Witbalans .......................................... 111
Kleurtemperatuur .................... 117
Fijnafstelling witbalans........... 114
Handmatige voorinstelling.... 120
4 Huidig kanaal *
* Knipperende velden duiden hoge lichten (velden die
mogelijk overbelicht worden) voor het huidige kanaal aan.
Houd de W (S)-knop ingedrukt en druk op 4 of 2 om
als volgt door de kanalen te bladeren:
W (S)-knop
RGB
(alle kanalen)
R
(rood)
G
(groen)
B
(blauw)
Weergave hoge lichten uit
237
A Zoomweergave
Druk op X (T) om in te zoomen op de foto
wanneer het histogram wordt weergegeven.
Gebruik de knoppen X (T) en W (S) om
in en uit te zoomen en blader met de multiselector door het beeld. Het histogram wordt
bijgewerkt om alleen de gegevens te tonen
voor het gedeelte van het beeld dat zichtbaar is
in de monitor.
A Histogrammen
De camerahistogrammen dienen alleen als richtlijn en kunnen afwijken van
de histogrammen in beeldbewerkingsprogramma’s. Hieronder worden
enkele voorbeeldhistogrammen getoond:
Als het beeld voorwerpen bevat
met een groot helderheidsbereik,
zal de verdeling van toonwaarden
relatief gelijkmatig zijn.
Als het beeld donker is, zal de
verdeling van toonwaarden naar
links worden verschoven.
Als het beeld helder is, zal de
verdeling van toonwaarden naar
rechts worden verschoven.
Het verhogen van de belichtingscorrectie verschuift de verdeling van
toonwaarden naar rechts, terwijl het verlagen van de belichtingscorrectie
de verdeling naar links verschuift. Histogrammen kunnen een globaal
beeld verschaffen van de gehele belichting wanneer helder
omgevingslicht het bekijken van foto’s in de monitor bemoeilijkt.
238
❚❚ Opnamegegevens
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
1 Lichtmeting...................................... 105
2
3
4
5
6
7 Flitsertype ............................... 144, 311
Sluitertijd ......................................53, 56
Commanderstand........................... 283
Diafragma .....................................54, 56 8 Flitsstand ................................. 145, 147
Opnamestand .......................................6 9 Flitserregeling................ 149, 283, 313
ISO-gevoeligheid 1 ............................ 99
Flitscorrectie .................................... 151
Belichtingscorrectie ....................... 109 10 Cameranaam
Afstelling optimale belichting 2 ... 278 11
Beeldveld.............................................73
Brandpuntsafstand................ 224, 310 12
Mapnummer—beeldnummer.... 268
Objectiefgegevens ......................... 224
Scherpstelstand...........................83, 97
VR-objectief (vibratiereductie) 3
13
14
15
13 Witbalans .......................................... 111 14 Kleurruimte ...................................... 270
Kleurtemperatuur .................... 117 15 Picture Control 4 .............................. 130
Fijnafstelling witbalans........... 114
Handmatige voorinstelling.... 120
239
16
17
18
19
20
21
16 Hoge ISO-ruisonderdrukking....... 271 19 Vignetteringscorrectie .................. 271
Aanduiding ruisonderdrukking
20 Retouche-geschiedenis................. 294
lange sluitertijd.............................. 271 21
Beeldcommentaar.......................... 291
17 Actieve D-Lighting ......................... 139
18 HDR-sterkte...................................... 141
22
23
22 Naam van fotograaf 5 ..................... 291 23 Copyrighthouder 5 .......................... 291
1 Wordt rood weergegeven als de foto werd gemaakt met automatische instelling voor ISOgevoeligheid ingeschakeld.
2 Wordt weergegeven als Persoonlijke instelling b5 (Fijnafst. voor opt. belichting, 0 278)
werd ingesteld op een andere waarde dan nul voor een willekeurige lichtmeetmethode.
3 Wordt alleen weergegeven als een VR-objectief is bevestigd.
4 Weergegeven items verschillen per geselecteerde Picture Control.
5 De vierde pagina van de opnamegegevens wordt alleen weergegeven als de copyrightinformatie bij
het maken van de foto werd opgenomen met behulp van de optie Copyrightinformatie in
het setup-menu.
240
❚❚ Locatiegegevens * (0 227)
1
2
3
4
1 Breedtegraad
3 Hoogte
2 Lengtegraad
4 Coordinated Universal Time (UTC)
* Gegevens voor films zijn bestemd voor het starten van de opname.
241
❚❚ Overzichtsgegevens
1 2 345
6
17 18 19 20 21
7
8 29
28
9
16
27
22
23
26 25 24
15 141312 11 10
1 Beeldnummer/totaal aantal beelden
17 Lichtmeting...................................... 105
2 Uploadsymbool............................... 263 18 Opnamestand....................................... 6
3 Beveiligingsstatus........................... 245 19 Sluitertijd ...................................... 53, 56
4 Retouche-aanduiding.................... 294 20 Diafragma..................................... 54, 56
5 Cameranaam
21 ISO-gevoeligheid * .............................99
6 Aanduiding beeldcommentaar... 291 22 Brandpuntsafstand ............... 224, 310
7 Aanduiding locatiegegevens....... 227 23 Actieve D-Lighting ......................... 139
8 Histogram met de verdeling van
24 Picture Control ................................ 130
toonwaarden in het beeld (0 238). 25 Kleurruimte ...................................... 270
9 Beeldkwaliteit.....................................77 26 Flitsstand ................................. 145, 147
10 Beeldformaat ......................................81 27 Witbalans.......................................... 111
11 Beeldveld .............................................73
Kleurtemperatuur .................... 117
Fijnafstelling witbalans .......... 114
12 Bestandsnaam................................. 268
Handmatige voorinstelling ... 120
13 Opnametijd ................................24, 290
28 Flitscorrectie .................................... 151
14 Mapnaam.......................................... 268
Commanderstand .......................... 283
15 Opnamedatum..........................24, 290
29 Belichtingscorrectie ....................... 109
16 Huidige kaartsleuf .............................82
* Wordt rood weergegeven als de foto werd gemaakt met automatische instelling voor ISOgevoeligheid ingeschakeld.
242
Van dichtbij bekijken: Zoomweergave
Druk op de X (T)-knop om in te
zoomen op het beeld weergegeven in
schermvullende weergave. De volgende
bewerkingen kunnen worden uitgevoerd
terwijl zoom in werking is:
X (T)-knop
Functie
Gebruik
In- of
uitzoomen
X (T)/
W (S)
Andere delen
van het beeld
bekijken
Beschrijving
Druk op X (T)
om in te zoomen
tot een
maximum van
circa 38× (grote
beelden in 24 ×
16/DX-formaat),
28× (middelgrote
beelden) of 19× (kleine beelden). Druk op
W (S) om uit te zoomen. Gebruik tijdens
het inzoomen op de foto op de multiselector om delen van het beeld te bekijken
die niet zichtbaar zijn in de monitor. Houd de
multi-selector ingedrukt om snel naar andere
delen van het beeld te gaan. Wanneer de
zoomfactor wordt gewijzigd, verschijnt er
een navigatievenster; het gedeelte dat
momenteel zichtbaar is in de monitor wordt
aangeduid met een gele rand. De balk onder
het navigatievenster toont de
zoomverhouding; wordt groen bij een
verhouding van 1 : 1.
243
Functie
Gebruik
Gezichten
selecteren
Draai aan de hoofdinstelschijf om dezelfde
locatie met de huidige zoomfactor in andere
foto’s te bekijken. Zoomweergave wordt
geannuleerd zodra een film wordt
weergegeven.
Andere
beelden
bekijken
Terugkeren
naar
opnamestand
244
Beschrijving
Gezichten
gedetecteerd
tijdens het
zoomen worden
in het
navigatievenster
aangeduid met
witte randen.
Draai aan de secundaire instelschijf om
andere gezichten te bekijken.
K/
Druk op de K-knop of druk de ontspanknop
half in om de opnamestand af te sluiten.
Foto’s tegen wissen beveiligen
Druk in schermvullende, zoom-, miniatuur en kalenderweergave op
de L (U)-knop om de huidige foto te beveiligen tegen per
ongeluk wissen. Beveiligde bestanden zijn gemarkeerd met een Ppictogram en kunnen niet worden gewist met behulp van de
O (Q)-knop of de optie Wissen in het weergavemenu. Merk op dat
beveiligde beelden wel worden gewist wanneer de geheugenkaart
wordt geformatteerd (0 289). Geef de foto weer of markeer de foto
en druk op de L (U)-knop om de beveiliging van een foto op te
heffen zodat deze kan worden verwijderd.
L (U)-knop
A Beveiliging van alle beelden opheffen
Houd, om de beveiliging van alle beelden op te heffen in de map of
mappen die momenteel zijn geselecteerd in het menu Weergavemap, de
knoppen L (U) en O (Q) tijdens weergave gedurende circa twee
seconden tegelijk ingedrukt.
245
Foto’s wissen
Druk op de O (Q)-knop om de foto, weergegeven in
schermvullende weergave of gemarkeerd in de miniaturenlijst, te
wissen. Gebruik de optie Wissen in het weergavemenu om
meerdere geselecteerde foto’s, alle foto’s gemaakt op een
geselecteerde datum of alle foto’s in de huidige weergavemap te
wissen. Eenmaal gewist, kunnen foto’s niet meer worden hersteld.
Merk op dat foto’s die beveiligd of verborgen zijn, niet kunnen
worden gewist.
Schermvullende, miniatuur- en kalenderweergave
Druk op de O (Q)-knop om de huidige foto te wissen.
1 Druk op de O (Q)-knop.
Er wordt een bevestigingsvenster
weergegeven.
O (Q)-knop
2 Druk nogmaals op de O (Q)-knop.
Druk op de O (Q)-knop om de foto te
wissen. Druk op de K-knop om af te
sluiten zonder de foto te wissen.
O (Q)-knop
246
A Kalenderweergave
Tijdens kalenderweergave kunt u alle foto’s wissen, gemaakt op een
geselecteerde datum, door de datum in de kalender te markeren en
vervolgens op de O (Q)-knop te drukken (0 232).
A Zie ook
De optie Na wissen in het weergavemenu bepaalt of het volgende beeld of
het vorige beeld wordt weergegeven nadat een beeld is gewist (0 267).
247
Het weergavemenu
De optie Wissen in het weergavemenu bevat de volgende opties.
Merk op dat afhankelijk van het aantal beelden het enige tijd kan
duren voordat ze zijn gewist.
Optie
Q
n
Selectie
Datum
selecteren
R
Alle
Beschrijving
Wis geselecteerde foto’s.
Wis alle foto’s die zijn gemaakt op een geselecteerde
datum (0 249).
Wis alle foto’s in de map
momenteel geselecteerd
voor weergave (0 266). Als
er twee kaarten zijn
geplaatst, kunt u de kaart
selecteren waarvan foto’s
worden gewist.
❚❚ Selectie: Geselecteerde foto’s wissen
1 Selecteer foto’s.
Gebruik de multi-selector om een foto
te markeren en druk op de W (S)knop om te selecteren of de selectie
ongedaan te maken. Geselecteerde
foto’s zijn gemarkeerd door een Opictogram. Herhaal naar wens om nog
meer foto’s te selecteren.
248
W (S)-knop
2 Wis de geselecteerde foto’s.
Druk op J. Er wordt een
bevestigingsvenster weergegeven;
markeer Ja en druk op J.
❚❚ Datum selecteren: Foto’s wissen gemaakt op een geselecteerde datum
1 Selecteer datums.
Markeer een datum en druk op 2 om
alle foto’s te selecteren die op de
gemarkeerde datum zijn gemaakt.
Geselecteerde datums zijn gemarkeerd
met een M-pictogram. Herhaal naar
wens om nog meer datums te
selecteren; markeer een datum en druk op 2 om selectie van
een datum ongedaan te maken.
2 Wis de geselecteerde foto’s.
Druk op J. Er wordt een
bevestigingsvenster weergegeven;
markeer Ja en druk op J.
249
Wi-Fi
Wat Wi-Fi voor u kan betekenen
De camera kan via Wi-Fi draadloze netwerken verbinding maken
met een smartapparaat waarop de speciale app
Wireless Mobile Utility van Nikon is geïnstalleerd (0 263).
Foto’s downloaden
Afstandsbediening
A De app Wireless Mobil Utility installeren
1 Zoek de app.
Ga via het smartapparaat naar Google Play, de App Store of een andere
aanbieder van apps en zoek naar “Wireless Mobile Utility”. Voor meer
informatie, zie de instructies meegeleverd met het smartapparaat.
2 Installeer de app.
Lees de beschrijving van de app en installeer de app. Er kan een pdfhandleiding van de Wireless Mobile Utility worden gedownload via de
volgende URL’s:
• Android: http://nikonimglib.com/ManDL/WMAU/
• iOS: http://nikonimglib.com/ManDL/WMAU-ios/
Android
250
iOS
Toegang tot de camera
Installeer, voordat u verbinding maakt via Wi-Fi (draadloos LAN),
eerst de Wireless Mobile Utility op uw compatibele Android- of iOSsmartapparaat.
Android en iOS: Verbinding maken via SSID
Schakel Wi-Fi in op het smartapparaat alvorens verbinding te
maken. Voor details, zie de documentatie meegeleverd met het
smartapparaat.
1 Schakel de ingebouwde Wi-Fi van de
camera in.
Markeer Wi-Fi in het setup-menu en
druk op 2. Markeer
Netwerkverbinding en druk op 2,
markeer vervolgens Inschakelen en
druk op J. Wacht enkele seconden tot
Wi-Fi wordt geactiveerd.
2 Geef de SSID van de camera weer.
Markeer Netwerkinstellingen en druk
op 2.
251
Markeer SSID weergeven en druk op 2.
3 Selecteer de SSID van de camera.
Kies op het smartapparaat Instellingen > Wi-Fi en selecteer de
SSID van de camera om verbinding te maken via Wi-Fi.
4 Start de Wireless Mobile Utility.
Start de Wireless Mobile Utility op het smartapparaat.
5 Schakel draadloze beveiliging in.
De verbinding zal in eerste instantie onbeveiligd zijn door
wachtwoorden of andere beveiligingsfuncties. Schakel
beveiliging in met behulp van de Wireless Mobile Utility op het
smartapparaat (0 257).
A Het Wi-Fi-scherm
Terwijl Wi-Fi ingeschakeld is, knippert er een g-pictogram in de weergave.
Het pictogram stopt met knipperen zodra een verbinding tot stand is
gebracht en de camera gegevens uitwisselt met het smartapparaat.
Bedieningspaneel
252
Monitor
D Beveiliging
Hoewel één van de voordelen van een draadloos ingeschakeld apparaat is
dat anderen vrijelijk verbinding kunnen maken om binnen het betreffende
bereik draadloze gegevens uit te wisselen, kan het volgende optreden als
de beveiliging niet ingeschakeld is:
• Gegevensdiefstal: Kwaadwillige personen kunnen draadloze transmissies
onderscheppen om gebruiker-id’s, wachtwoorden en andere
persoonlijke informatie te stelen.
• Onbevoegde toegang: Onbevoegde gebruikers kunnen toegang krijgen tot
het netwerk en gegevens wijzigen of andere kwaadwillige acties
uitvoeren. Door het ontwerp van draadloze netwerken kunnen
gespecialiseerde aanvallen onbevoegde toegang mogelijk maken, zelfs
wanneer de beveiliging ingeschakeld is.
A Wachtwoordbescherming
U wordt mogelijk gevraagd een wachtwoord in te voeren zodra u voor het
eerst verbinding maakt na het wijzigen van de wachtwoordinstellingen.
253
Android: Verbinding maken via NFC
Als het smartapparaat NFC (Near Field Communication)
ondersteunt, kan op eenvoudige wijze een Wi-Fi-verbinding tot
stand worden gebracht door het N (N-Mark)-logo van de camera
naar de NFC-antenne van het smartapparaat aan te raken. Schakel
NFC (Near Field Communication) en Wi-Fi in op het smartapparaat
zoals beschreven in de documentatie meegeleverd met het
smartapparaat, alvorens verbinding te maken.
1 Breng een Wi-Fi-verbinding tot stand.
Raak, in zoekerfotografie met de stand-by-timer ingeschakeld,
het N (N-Mark)-logo naar de NFC-antenne van het
smartapparaat aan (voor de locatie van de NFC-anntenne, zie de
documentatie meegeleverd met het smartapparaat). Behoud
contact totdat de camera een bericht weergeeft waarin staat
vermeld dat er een NFC-apparaat is gedetecteerd en dat er een
Wi-Fi-verbinding tot stand is gebracht.
De Wireless Mobile Utility zal automatisch starten.
2 Schakel draadloze beveiliging in.
De verbinding zal in eerste instantie onbeveiligd zijn door
wachtwoorden of andere beveiligingsfuncties. Schakel
beveiliging in met behulp van de Wireless Mobile Utility op het
smartapparaat (0 257).
254
D Beveiliging
Hoewel één van de voordelen van een draadloos ingeschakeld apparaat is
dat anderen vrijelijk verbinding kunnen maken om binnen het betreffende
bereik draadloze gegevens uit te wisselen, kan het volgende optreden als
de beveiliging niet ingeschakeld is:
• Gegevensdiefstal: Kwaadwillige personen kunnen draadloze transmissies
onderscheppen om gebruiker-id’s, wachtwoorden en andere
persoonlijke informatie te stelen.
• Onbevoegde toegang: Onbevoegde gebruikers kunnen toegang krijgen tot
het netwerk en gegevens wijzigen of andere kwaadwillige acties
uitvoeren. Door het ontwerp van draadloze netwerken kunnen
gespecialiseerde aanvallen onbevoegde toegang mogelijk maken, zelfs
wanneer de beveiliging ingeschakeld is.
A NFC
NFC (Near Field Communication) is een internationale standaard voor
korteafstand draadloze communicatietechnologie.
A Wi-Fi
Verbinding maken met een smartapparaat via NFC schakelt automatisch de
optie Wi-Fi > Netwerkverbinding in het setup-menu van de camera in.
A Geen verbinding
Als u geen verbinding tot stand kunt brengen met behulp van NFC zoals
hieronder beschreven, maak dan verbinding met behulp van een andere
methode (0 251).
A NFC uitschakelen
De NFC-optie in het setup-menu wordt gebruikt om NFC in- en uit te
schakelen. Selecteer Uitschakelen om NFC-verbindingen uit te schakelen.
255
Android: Andere Wi-Fi-verbindingsopties
WPS is geschikt voor compatibele smartapparaten. Draadloze
beveiliging wordt automatisch ingeschakeld.
❚❚ Drukknop-WPS
Pas als volgt instellingen aan om
verbinding te maken door het indrukken
van een knop:
• Camera: Selecteer Wi-Fi >
Netwerkinstellingen > Drukknop-WPS
in het setup-menu.
• Smartapparaat: Selecteer WPSknopverbinding in het menu Wi-Fi-instellingen.
❚❚ Pincode-WPS
Om verbinding te maken met een
smartappaat met behulp van een PIN,
selecteer Wi-Fi > Netwerkinstellingen >
Pincode-WPS in het setup-menu van de
camera en voer de PIN in die wordt
weergegeven door het smartapparaat.
Standaardinstellingen herstellen
Om de standaard netwerkinstellingen te herstellen, selecteer
Wi-Fi > Netwerkinstellingen > Netwerkinstellingen terugzetten.
Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; markeer Ja en druk
op J om de standaard netwerkinstellingen te herstellen.
A De verbinding beëindigen
Wi-Fi kan worden uitgeschakeld door:
• Het selecteren van Wi-Fi > Netwerkverbinding > Uitschakelen in het
setup-menu van de camera
• Filmopname te starten
• Een optionele UT-1 communicatie-eenheid aan te sluiten
• De camera uit te schakelen
256
Draadloze beveiliging
Pas beveiligingsinstellingen aan na het tot stand brengen van een
Wi-Fi-verbinding. In het geval van WPS-verbindingen (0 256) wordt
de beveiliging automatisch ingeschakeld; er zijn geen verdere
aanpassingen van de instellingen vereist.
❚❚ Android OS
1 Geef instellingen voor
Wireless Mobile Utility weer.
Selecteer op het smartapparaat het cpictogram in de rechterbovenhoek van de
weergave of open het instellingenmenu in
het homescherm van de
Wireless Mobile Utility.
2 Selecteer Instellingen Draadloze
Mobiele Adapter.
257
3 Selecteer Authenticatie/codering.
4 Selecteer WPA2-PSK-AES.
Selecteer WPA2-PSK-AES en selecteer OK.
5 Selecteer Wachtwoord.
258
6 Voer een wachtwoord in.
Voer een wachtwoord in en selecteer
Opslaan. Wachtwoorden mogen 8 tot 63
tekens lang zijn.
7 Schakel draadloze beveiliging in.
Selecteer b. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven;
selecteer OK.
A Draadloze beveiligingsinstellingen bekijken
Om het huidige wachtwoord en de instellingen voor authenticatie/
codering te bekijken, selecteer Huidige instellingen in het menu
Instellingen Draadloze Mobiele Adapter.
259
❚❚ iOS
1 Geef instellingen voor
Wireless Mobile Utility weer.
Selecteer op het smartapparaat het cpictogram in het homescherm van de
Wireless Mobile Utility.
2 Selecteer WMA instellingen.
3 Selecteer Authenticatie.
260
4 Selecteer WPA2-PSK-AES.
Selecteer WPA2-PSK-AES.
Selecteer Terug om naar het WMAinstellingenmenu terug te keren.
Indien u wordt gevraagd een wachtwoord
in te voeren, selecteer OK.
5 Selecteer Wachtwoord.
6 Voer een wachtwoord in.
Voer een wachtwoord in en selecteer
Terug. Wachtwoorden mogen 8 tot 63
tekens lang zijn.
261
7 Schakel draadloze beveiliging in.
Selecteer Instellingen. Er wordt een bevestigingsvenster
weergegeven; selecteer OK.
Het smartapparaat vraagt u naar dit wachtwoord de
eerstvolgende keer dat u verbinding maakt met de camera via
Wi-Fi.
D Wi-Fi
Lees eerst de waarschuwingen op pagina xx tot xxii alvorens gebruik te
maken van de Wi-Fi-functie. Om Wi-Fi uit te schakelen in omgevingen waar
het gebruik verboden is, selecteer Wi-Fi > Netwerkverbinding >
Uitschakelen in het setup-menu van de camera. Merk op dat er geen
Eye-Fi-kaarten kunnen worden gebruikt terwijl Wi-Fi ingeschakeld is en dat
de stand-by-timer niet uitschakelt terwijl de Wireless Mobile Utility app op
het smartapparaat met de camera communiceert. Als er gedurende 5
minuten geen gegevens worden uitgewisseld, schakelt de stand-by-timer
uit. De Wi-Fi-functie van de camera is alleen beschikbaar wanneer er een
geheugenkaart is geplaatst en kan niet worden gebruikt wanneer er een
USB- of HDMI-kabel is aangesloten. Om stroomverlies te voorkomen terwijl
deze is aangesloten, dient u de accu op te laden voordat de
netwerkverbinding wordt ingeschakeld.
262
Foto’s voor uploaden selecteren
Volg de onderstaande stappen om foto’s te selecteren voor
uploaden naar het smartapparaat. Er kunnen geen films worden
geselecteerd voor uploaden.
Individuele foto’s voor uploaden selecteren
1 Selecteer een afbeelding.
Geef de afbeelding weer of markeer de afbeelding in de lijst met
miniaturen in miniatuur- of kalenderweergave.
2 Geef weergaveopties weer.
Druk op de i-knop om weergaveopties
weer te geven.
i-knop
3 Kies Sel. v. verzending n. smartapp./
desel.
Markeer Sel. v. verzending n. smartapp./desel. en druk op J. Foto’s
geselecteerd voor uploaden worden
aangeduid door een &-pictogram; om
de selectie ongedaan te maken, toon of
markeer het beeld en herhaal Stap 2
en 3.
263
Meerdere foto’s voor uploaden selecteren
Volg de onderstaande stappen om de uploadstatus van meerdere
foto’s te selecteren.
1 Kies Sel. v. verzending n. smartappar.
Markeer Wi-Fi in het setup-menu, markeer vervolgens Sel. v.
verzending n. smartappar. en druk op 2.
2 Selecteer foto’s.
Gebruik de multi-selector om foto’s te
markeren en druk op W (S) om te
selecteren of de selectie ongedaan te
maken. Geselecteerde foto’s zijn
gemarkeerd door een &-pictogram.
3 Druk op J.
Druk op J om de bewerking te voltooien.
Foto’s selecteren voor uploaden via NFC
Als er een NFC-verbinding (0 254) tot stand is gebracht tijdens
weergave, wordt het beeld dat momenteel schermvullend of
gemarkeerd in de lijst met miniaturen of kalenderweergave wordt
weergegeven, automatisch gemarkeerd voor uploaden.
1 Toon of markeer het gewenste beeld.
Geef de foto schermvullend weer of markeer de afbeelding in de
lijst met miniaturen of kalenderweergave.
2 Maak verbinding.
Raak het N (N-Mark)-logo naar de NFC-antenne van het
smartapparaat aan totdat de camera een bericht weergeeft
waarin staat vermeld dat er een NFC-apparaat is gedetecteerd.
De foto zal met een &-pictogram worden gemarkeerd om te
tonen dat de foto is geselecteerd voor uploaden.
264
Geselecteerde foto’s naar het
smartapparaat downloaden
Breng, om de geselecteerde foto’s naar het smartapparaat te
downloaden, een Wi-Fi-verbinding tot stand met de camera (0 251)
en selecteer Bekijk foto’s in de Wireless Mobile Utility. Er wordt een
bevestigingsvenster weergegeven; selecteer OK om het
downloaden te starten.
Android OS
iOS
265
Menulijst
Dit gedeelte geeft een overzicht van de opties beschikbaar in de
cameramenu’s. Voor meer informatie, zie de Menugids.
D Het weergavemenu: Beelden beheren
Wissen
Selectie
Datum selecteren
Alle
Weergavemap
D7200
Alle
Huidige
Beeld verbergen
Selecteren/instellen
Datum selecteren
Alles deselecteren
Weergaveopties
Basisfoto-informatie
Scherpstelpunt
Aanvullende foto-informatie
Geen (alleen beeld)
Hoge lichten
RGB-histogram
Opnamegegevens
Overzicht
266
Meerdere beelden wissen (0 248).
(standaard ingesteld op D7200)
Kies een map voor weergave.
Verberg of toon beelden. Verborgen
beelden zijn alleen zichtbaar in het menu
“Beeld verbergen” en kunnen niet worden
afgespeeld.
Kies de informatie beschikbaar in het
weergavefoto-informatiescherm (0 234).
Beeld(en) kopiëren
Bron selecteren
Beeld(en) selecteren
Doelmap selecteren
Beeld(en) kopiëren?
Controlebeeld
Aan
Uit
Na wissen
Toon volgende
Toon vorige
Doorgaan als tevoren
Draai portret
Aan
Uit
Diashow
Starten
Beeldtype
Beeldinterval
DPOF-afdrukopdracht
Selecteren/instellen
Alles deselecteren
Kopieer foto’s van de ene naar de andere
geheugenkaart. Deze optie is alleen
beschikbaar wanneer er twee
geheugenkaarten in de camera zijn
geplaatst.
(standaard ingesteld op Uit)
Kies of foto’s onmiddellijk na de opname
automatisch in de monitor worden
weergegeven (0 230).
(standaard ingesteld op Toon volgende)
Kies de foto weergegeven nadat een beeld
is gewist.
(standaard ingesteld op Aan)
Kies of “staande” foto’s (portretstand)
worden gedraaid tijdens weergave tijdens
het afspelen (0 230).
Bekijk een diashow van de foto’s in de
huidige weergavemap.
Selecteren beelden voor afdrukken met
een DPOF-compatibele printservice of
printer en kies het aantal afdrukken.
267
C Het foto-opnamemenu: Foto-opnameopties
Foto-opnamemenu terugzetten
Ja
Nee
Opslagmap
Map selecteren op nummer
Map selecteren in lijst
Naamgeving bestanden
Naamgeving bestanden
Functie van kaart in sleuf 2
Overloop
Back-up
RAW sleuf 1 - JPEG sleuf 2
Beeldkwaliteit
NEF (RAW) + JPEG Fijn
NEF (RAW) + JPEG Normaal
NEF (RAW) + JPEG Basis
NEF (RAW)
JPEG Fijn
JPEG Normaal
JPEG Basis
268
Selecteer Ja om opties voor het fotoopnamemenu terug te zetten naar hun
standaardwaarden.
Selecteer de map waarin de
opeenvolgende beelden worden
opgeslagen.
Kies het drieletter-voorvoegsel gebruikt
voor benaming van de beeldbestanden
waarin foto’s worden opgeslagen. Het
standaard voorvoegsel is “DSC”.
(standaard ingesteld op Overloop)
Kies de functie van de kaart in sleuf 2
wanneer er twee geheugenkaarten in de
camera zijn geplaatst (0 82).
(standaard ingesteld op JPEG Normaal)
Kies een bestandsformaat en
compressieverhouding (beeldkwaliteit,
0 77).
Beeldformaat
Groot
Middel
Klein
Beeldveld
DX (24×16)
1,3× (18×12)
JPEG-compressie
Vaste grootte
Optimale kwaliteit
NEF (RAW)-opname
Type
NEF (RAW)-bitdiepte
Witbalans
Automatisch
Gloeilamplicht
Tl-licht
Direct zonlicht
Flitslicht
Bewolkt
Schaduw
Kies kleurtemperatuur
Handmatige voorinstelling
(standaard ingesteld op Groot)
Kies het beeldformaat in pixels (0 81).
(standaard ingesteld op DX (24×16))
Kies het beeldveld (0 73).
(standaard ingesteld op Vaste grootte)
Kies een compressietype voor JPEGafbeeldingen (0 80).
Kies het compressietype en de bitdiepte
voor NEF (RAW)-afbeeldingen (0 80).
(standaard ingesteld op Automatisch)
Pas witbalans aan de lichtbron aan
(0 111).
269
Picture Control instellen
Standaard
Neutraal
Levendig
Monochroom
Portret
Landschap
Gelijkmatig
Picture Control beheren
Opslaan/bewerken
Naam wijzigen
Wissen
Laden/opslaan
Kleurruimte
sRGB
Adobe RGB
Actieve D-Lighting
Automatisch
Extra hoog
Hoog
Normaal
Laag
Uit
HDR (hoog dynamisch bereik)
HDR-stand
HDR-sterkte
270
(standaard ingesteld op Standaard)
Kies hoe nieuwe foto’s worden verwerkt.
Selecteer volgens het scènetype of uw
eigen creatieve wensen (0 130).
Eigen Picture Controls aanmaken (0 135).
(standaard ingesteld op sRGB)
Kies een kleurruimte voor foto’s.
(standaard ingesteld op Uit (standen P, S, A, M, %, g, i, u,
1, 2 en 3) of Automatisch (andere standen))
Behoud details in hoge lichten en
schaduwen zodat foto’s met een natuurlijk
contrast worden gecreëerd (0 139).
Behoud details in hoge lichten en
schaduwen bij het fotograferen van
contrastrijke scènes (0 141).
Vignetteringscorrectie
Hoog
Normaal
Laag
Uit
Autom. vertekeningscorrectie
Aan
Uit
Ruisonderdr. lange tijdopname
Aan
Uit
Hoge ISO-ruisonderdrukking
Hoog
Normaal
Laag
Uit
ISO-gevoeligheid instellen
ISO-gevoeligheid
ISO-opdracht Hi via instelschijf
Autom inst ISO-gevoeligheid
(standaard ingesteld op Normaal)
Verminder de daling in helderheid bij de
randen van foto’s wanneer type G-, E- en
D-objectieven (PC-objectieven
uitgezonderd) worden gebruikt. Het effect
is het meest waarneembaar bij maximaal
diafragma.
(standaard ingesteld op Uit)
Verminder tonvormige vertekening bij het
fotograferen met groothoekobjectieven
en om kussenvormige vervorming te
verminderen bij het fotograferen met
lange objectieven.
(standaard ingesteld op Uit)
Verminder “ruis” (heldere vlekken of waas)
in foto’s gemaakt bij lange sluitertijden.
(standaard ingesteld op Normaal)
Verminder “ruis” (willekeurige heldere
pixels) in foto’s gemaakt bij hoge ISOgevoeligheden.
Pas ISO-gevoeligheidsinstellingen aan
voor foto’s (0 99, 102).
271
Afstandsbedieningsstand (ML-L3)
Vertraagd op afstand
Direct op afstand
Spiegel omhoog op afstand
Uit
Meervoudige belichting
Stand voor meerv. belichting
Aantal opnamen
Automatische versterking
Intervalopname
Starten
Startopties
Interval
Aantal intervallen×opnamen/interval
Gelijkmatige belichting
272
(standaard ingesteld op Uit)
Kies hoe de camera reageert bij gebruik
met een ML-L3 afstandsbediening.
Maak twee of drie NEF (RAW)-opnamen als
een enkele foto (0 211).
Maak foto’s bij het geselecteerde interval
totdat het gespecificeerde aantal
opnamen is gemaakt (0 217).
1 Het filmopnamemenu: Filmopnameopties
Filmopnamemenu terugzetten
Ja
Nee
Selecteer Ja om opties voor het
filmopnamemenu terug te zetten naar
hun standaardwaarden.
Naamgeving bestanden
Bestemming
Sleuf 1
Sleuf 2
Beeldformaat/beeldsnelheid
1920×1080; 60p
1920×1080; 50p
1920×1080; 30p
1920×1080; 25p
1920×1080; 24p
1280× 720; 60p
1280× 720; 50p
Filmkwaliteit
Hoge kwaliteit
Normaal
Microfoongevoeligheid
Automatische gevoeligheid
Handmatige gevoeligheid
Microfoon uit
Kies het drieletter-voorvoegsel gebruikt
voor benaming van de beeldbestanden
waarin films worden opgeslagen. Het
standaard voorvoegsel is “DSC”.
(standaard ingesteld op Sleuf 1)
Kies de sleuf waarnaar films worden
opgenomen.
(standaard ingesteld op 1920×1080; 30p)
Kies filmbeeldformaat (in pixels) en
beeldsnelheid (0 166).
(standaard ingesteld op Normaal)
Kies filmkwaliteit (0 166).
(standaard ingesteld op Automatische gevoeligheid)
Schakel de ingebouwde of optionele
stereomicrofoon in of uit, of pas de
microfoongevoeligheid aan.
273
Frequentiebereik
Groot bereik
Stembereik
Onderdrukking windruis
Aan
Uit
Beeldveld
DX (24×16)
1,3× (18×12)
Witbalans
Zelfde als foto-instellingen
Automatisch
Gloeilamplicht
Tl-licht
Direct zonlicht
Bewolkt
Schaduw
Kies kleurtemperatuur
Handmatige voorinstelling
274
(standaard ingesteld op Groot bereik)
Kies de frequentierespons van de
ingebouwde microfoon of optionele
stereomicrofoons.
(standaard ingesteld op Uit)
Kies of het laagafvalfilter van de
ingebouwde microfoon wordt
ingeschakeld om windruis te verminderen.
(standaard ingesteld op DX (24×16))
Kies het beeldveld (0 168).
(standaard ingesteld op Zelfde als foto-instellingen)
Kies de witbalans voor films (0 112).
Selecteer Zelfde als foto-instellingen om
de momenteel geselecteerde optie voor
foto’s te gebruiken.
Picture Control instellen
Zelfde als foto-instellingen
Standaard
Neutraal
Levendig
Monochroom
Portret
Landschap
Gelijkmatig
Picture Control beheren
Opslaan/bewerken
Naam wijzigen
Wissen
Laden/opslaan
Hoge ISO-ruisonderdrukking
Hoog
Normaal
Laag
Uit
ISO-gevoeligheid v. film instellen
ISO-gevoeligheid (stand M)
Auto ISO-gevoelig. (stand M)
Maximale gevoeligheid
Time-lapse-fotografie
Starten
Interval
Opnameduur
Gelijkmatige belichting
(standaard ingesteld op Zelfde als foto-instellingen)
Kies een Picture Control voor films
(0 130). Selecteer Zelfde als fotoinstellingen om de momenteel
geselecteerde optie voor foto’s te
gebruiken.
Eigen Picture Controls aanmaken (0 132).
(standaard ingesteld op Normaal)
Verminder “ruis” (willekeurige heldere
pixels) in films opgenomen bij hoge ISOgevoeligheden.
Pas ISO-gevoeligheidsinstellingen aan
voor films.
De camera maakt automatisch foto’s bij de
geselecteerde intervallen om een
geluidloze time-lapse-film te maken
(0 171).
275
A Persoonlijke instellingen: Fijnafstelling
camera-instellingen
Herstel pers. instellingen
Ja
Nee
a Autofocus
a1 Selectie AF-C-prioriteit
Ontspannen
Scherpstelling
a2 Selectie AF-S-prioriteit
Ontspannen
Scherpstelling
a3 Focus-tracking met Lock-On
5 (Lang)
4
3 (Normaal)
2
1 (Kort)
Uit
276
Selecteer Ja om Persoonlijke instellingen
terug te zetten naar hun
standaardwaarden.
(standaard ingesteld op Ontspannen)
Als AF-C is geselecteerd voor
zoekerfotografie, dan regelt deze optie of
foto’s kunnen worden vastgelegd
wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt
(ontspanprioriteit) of alleen zodra de
camera is scherpgesteld (focusprioriteit).
(standaard ingesteld op Scherpstelling)
Als AF-S is geselecteerd voor
zoekerfotografie, dan regelt deze optie of
foto’s alleen worden gemaakt wanneer de
camera heeft scherpgesteld
(scherpstelprioriteit) of telkens wanneer de
ontspanknop wordt ingedrukt
(ontspanprioriteit).
(standaard ingesteld op 3 (Normaal))
Kies hoe continue servo-autofocus zich
aanpast aan plotselinge grote
veranderingen in de afstand tot het
onderwerp (continue servo-AF treedt in
werking wanneer AF-C is geselecteerd voor
de scherpstelstand tijdens
zoekerfotografie of als de camera continue
servo kiest in AF-A-stand).
a4 AF-activering
Ontspanknop/AF-ON
Alleen AF-ON
a5 Weergave scherpstelpunt
Verlichting scherpstelpunt
Handmatige scherpstelstand
a6 Doorloop scherpstelpunt
Doorloop
Geen doorloop
a7 Aantal scherpstelpunten
51 punten
11 punten
a8 Punten opslaan per stand
Ja
Nee
a9 Ingeb. AF-hulpverlichting
Aan
Uit
(standaard ingesteld op Ontspanknop/AF-ON)
Kies of de camera scherpstelt wanneer de
ontspanknop half wordt ingedrukt. Als
Alleen AF-ON is geselecteerd, zal de
camera niet scherpstellen wanneer de
ontspanknop half wordt ingedrukt.
Schakel de scherpstelpuntverlichting van
de zoeker in of uit.
(standaard ingesteld op Geen doorloop)
Kies of scherpstelpuntselectie van de
zoeker “doorloopt” van de ene rand van de
weergave naar de andere.
(standaard ingesteld op 51 punten)
Kies het aantal scherpstelpunten dat
beschikbaar is voor handmatige
scherpstelpuntselectie in de zoeker.
(standaard ingesteld op Nee)
Kies of de zoeker de scherpstelpunten
voor staande en liggende standen
afzonderlijk opslaat.
(standaard ingesteld op Aan)
Kies of de ingebouwde AF-hulpverlichting
brandt om de scherpstelbewerking te
ondersteunen bij weinig licht.
277
b Lichtmeting/belichting
b1 Stapgrootte ISO-gevoeligh.
1/3 stap
1/2 stap
b2 Stapgrootte inst. belichting
1/3 stap
1/2 stap
b3 Eenv. belichtingscorrectie
Aan (automatisch herstellen)
Aan
Uit
b4 Centrumgericht meetveld
 6 mm
 8 mm
 10 mm
 13 mm
Gemiddeld
b5 Fijnafst. voor opt. belichting
Ja
Nee
278
(standaard ingesteld op 1/3 stap)
Selecteer de stappen gebruikt bij het
maken van aanpassingen aan ISOgevoeligheid.
(standaard ingesteld op 1/3 stap)
Selecteer de stapgroottes gebruikt bij het
maken van aanpassingen aan sluitertijd,
diafragma, belichting en flitscorrectie, en
bracketing.
(standaard ingesteld op Uit)
Als Aan (automatisch herstellen) of Aan
is geselecteerd, kan belichtingscorrectie
worden aangepast in de standen P en S
door aan de secundaire instelschijf te
draaien of in stand A door aan de
hoofdinstelschijf te draaien.
(standaard ingesteld op  8 mm)
Kies de grootte van het gebied dat het
meeste gewicht toekent aan
centrumgerichte lichtmeting. Als er een
objectief zonder CPU is bevestigd, wordt
de grootte van het gebied vast ingesteld
op 8 mm.
(standaard ingesteld op Nee)
Stel de belichting fijn af voor elke
lichtmeetmethode. Hogere waarden
produceren heldere opnamen, lagere
waarden donkere opnamen.
c Timers/AE-vergrendeling
c1 AE-vergrend. ontspanknop
Aan
Uit
c2 Stand-by-timer
4 sec.
6 sec.
10 sec.
30 sec.
1 min.
5 min.
10 min.
30 min.
Geen limiet
c3 Zelfontspanner
Vertraging zelfontspanner
Aantal opnamen
Interval tussen opnamen
c4 Monitor uit
Weergave
Menu's
Informatiescherm
Controlebeeld
Livebeeld
c5 Wachttijd afstandsb. (ML-L3)
1 min.
5 min.
10 min.
15 min.
(standaard ingesteld op Uit)
Kies of de belichting vergrendelt wanneer
de ontspanknop half wordt ingedrukt.
(standaard ingesteld op 6 sec.)
Kies hoe lang de camera de belichting
blijft meten wanneer er geen handelingen
worden uitgevoerd (0 37).
Kies de lengte van de
ontspanknopvertraging, het aantal
gemaakte opnamen en het interval tussen
opnamen in de zelfontspannerstand.
Kies hoe lang de camera ingeschakeld
blijft wanneer er geen handelingen
worden uitgevoerd.
(standaard ingesteld op 1 min.)
Selecteer de tijdsduur dat de camera op
een signaal van de afstandsbediening
wacht alvorens de
afstandsbedieningsstand te annuleren
(0 156).
279
d Opnemen/weergeven
d1 Signaal
Volume
Toonhoogte
d2 Continu lage snelheid
6 bps
5 bps
4 bps
3 bps
2 bps
1 bps
d3 Max. aant. continu-opnamen
1–100
d4 Belichtingsvertragingsstand
3 sec.
2 sec.
1 sec.
Uit
d5 Flitswaarschuwing
Aan
Uit
d6 Opeenvolgende nummering
Aan
Uit
Terugzetten
d7 Rasterweergave in zoeker
Aan
Uit
280
Kies de toonhoogte en het volume van het
signaal.
(standaard ingesteld op 3 bps)
Kies de maximum beeldsnelheid in de
stand CL (merk op dat de beeldsnelheid in
livebeeld niet hoger dan 3,7 bps zal zijn,
zelfs wanneer waarden van 4 bps of korter
zijn geselecteerd).
(standaard ingesteld op 100)
Kies het maximaal aantal opnamen dat kan
worden gemaakt in een enkele
serieopname in continue ontspanstand.
(standaard ingesteld op Uit)
In situaties waarin de geringste
camerabeweging foto’s onscherp kunnen
maken, selecteer 1 sec., 2 sec. of 3 sec. om
de ontspanknop één, twee of drie
seconden te vertragen nadat de spiegel is
opgeklapt.
(standaard ingesteld op Aan)
Als Aan is geselecteerd, zal de
flitsgereedaanduiding (M) knipperen als de
flitser is vereist voor het verkrijgen van de
optimale belichting.
(standaard ingesteld op Aan)
Kies hoe de camera bestandsnummers
toewijst.
(standaard ingesteld op Uit)
Kies of een raster wordt weergegeven in
de zoeker.
d8 Eenvoudige ISO
Aan
Uit
d9 Informatiescherm
Automatisch
Handmatig
d10 Lcd-verlichting
Aan
Uit
d11 MB-D15 batterijen
LR6 (AA alkaline)
HR6 (AA Ni-MH)
FR6 (AA lithium)
d12 Batterijvolgorde
MB-D15 batterijen eerst
Camerabatterij eerst
(standaard ingesteld op Uit)
Als Aan is geselecteerd, kan ISOgevoeligheid worden ingesteld in de
standen P en S door aan de secundaire
instelschijf te draaien of in stand A door
aan de hoofdinstelschijf te draaien.
(standaard ingesteld op Automatisch)
Wijzig het uiterlijk van het
informatiescherm (0 185) voor
omstandigheden waarin de monitor
moeilijk leesbaar is (wanneer bijvoorbeeld
het licht te fel of te donker is).
(standaard ingesteld op Uit)
Kies of het bedieningspaneel wordt
verlicht terwijl de stand-by-timer actief is.
(standaard ingesteld op LR6 (AA alkaline))
Om ervoor te zorgen dat de camera naar
verwachting functioneert wanneer het
optionele MB-D15 battery pack met AAbatterijen wordt gebruikt, moet de optie,
geselecteerd in dit menu, overeenkomen
met het batterijtype dat in het battery
pack is geplaatst. Het is niet nodig om deze
optie aan te passen bij het gebruik van
EN-EL15b/EN-EL15a/EN-EL15 accu’s.
(standaard ingesteld op MB-D15 batterijen eerst)
Kies of eerst de accu in de camera of de
batterijen in het battery pack worden
gebruikt wanneer een optioneel MB-D15
battery pack is bevestigd.
281
e Bracketing/flits
e1 Flitssynchronisatiesnelheid
1/320 sec. (automatische FP)
1/250 sec. (automatische FP)
1/250 sec.
1/200 sec.
1/160 sec.
1/125 sec.
1/100 sec.
1/80 sec.
1/60 sec.
(standaard ingesteld op 1/250 sec.)
Kies een flitssynchronisatiesnelheid.
A Sluitertijd vast instellen op de flitssynchronisatiesnelheidslimiet
Selecteer, om sluitertijd vast te zetten op de synchronisatiesnelheidslimiet
in stand S of M, de eerstvolgende sluitertijd na de langst mogelijke
sluitertijd (30 sec. of %). Er wordt een X (flitssynchronisatie-aanduiding) in
de zoeker en het bedieningspaneel weergegeven.
A Automatische snelle FP-synchronisatie
Door het selecteren van de optie “Automatische FP” kunnen compatibele
flitsers worden gebruikt bij de hoogste sluitertijd ondersteund door de
camera (0 314). Automatische snelle FP-synchronisatie wordt automatisch
ingeschakeld bij sluitertijden korter dan de gekozen
flitssynchronisatiesnelheid (1/320 sec. of 1/250 sec. afhankelijk van de
geselecteerde optie) om bredere diafragma’s voor verminderde
scherptediepte mogelijk te maken, zelfs bij daglicht. Als de
sluitertijdschermen in het bedieningspaneel en de zoeker een waarde
tonen die gelijk is aan de flitssynchronisatiesnelheid in de standen P en A,
wordt automatische snelle FP-synchronisatie nog steeds geactiveerd als de
werkelijke sluitertijd zelfs nog iets korter is.
282
e2 Langste sluitertijd bij flits
1/60 sec.
1/30 sec.
1/15 sec.
1/8 sec.
1/4 sec.
1/2 sec.
1 sec.
2 sec.
4 sec.
8 sec.
15 sec.
30 sec.
e3 Flitserregeling ingeb. flitser
DDL
Handmatig
Stroboscopisch flitsen
Commanderstand
e3 Optionele flitser
DDL
Handmatig
Commanderstand
e4 Belichtingscorr. voor flitser
Heel beeld
Alleen achtergrond
(standaard ingesteld op 1/60 sec.)
Kies de langst beschikbare sluiter wanneer
de flitser wordt gebruikt in de standen P en
A.
(standaard ingesteld op DDL)
Kies de flitserregelingsstand voor de
ingebouwde flitser.
(standaard ingesteld op DDL)
Kies de flitserregelingsstand voor
optionele flitsers.
(standaard ingesteld op Heel beeld)
Kies hoe de camera de flitssterkte aanpast
wanneer belichtingscorrectie wordt
gebruikt.
283
e5 Testflits
Aan
Uit
e6 Inst. voor autom. bracketing
AE & flits
Alleen AE
Alleen flits
Witbalansbracketing
ADL-bracketing
e7 Bracketingvolgorde
MTR > onder > over
Onder > MTR > over
f Bediening
f1 OK-knop
Opnamestand
Weergavestand
Livebeeld
f2 Fn-knop toewijzen
Drukken
Indrukken + instelschijven
284
(standaard ingesteld op Aan)
Kies of de ingebouwde flitser en optionele
CLS-compatibele flitsers (0 144, 311) een
testflits afgeven wanneer de Pv-knop van
de camera wordt ingedrukt tijdens
zoekerfotografie (0 55).
(standaard ingesteld op AE & flits)
Kies de instelling of instellingen met
bracketing wanneer automatische
bracketing in werking is (0 197).
(standaard ingesteld op MTR > onder > over)
Kies de bracketingvolgorde voor
belichting, flitser en witbalansbracketing.
Kies de functies toegewezen aan de Jknop tijdens zoekerfotografie, weergave
en livebeeld.
Kies de functie voor de Fn-knop, hetzij door
de knop zelf (Drukken) of bij gebruik in
combinatie met de instelschijven
(Indrukken + instelschijven).
f3 Voorbeeldknop toewijzen
Drukken
Indrukken + instelschijven
f4 AE-L/AF-L-knop toewijzen
Drukken
Indrukken + instelschijven
f5 Functie instelschijven inst.
Rotatie omkeren
Verwissel hoofd/secundair
Instellen diafragma
Menu's en weergave
Door beelden met sec. inst.sch.
f6 Knop loslaten voor instelsch.
Ja
Nee
Kies de functie voor de Pv-knop, hetzij door
de knop zelf (Drukken) of bij gebruik in
combinatie met de instelschijven
(Indrukken + instelschijven).
Kies de functie voor de A AE-L/AF-L-knop,
hetzij door de knop zelf (Drukken) of bij
gebruik in combinatie met de
instelschijven (Indrukken +
instelschijven).
Kies de functies voor de hoofd- en
secundaire instelschijven.
(standaard ingesteld op Nee)
Het selecteren van Ja maakt aanpassingen
mogelijk die normaliter worden gedaan
door het ingedrukt houden van een knop
en het draaien aan een instelschijf, uit te
voeren door aan de instelschijf te draaien
nadat de knop is losgelaten. De instelling
wordt opgeheven wanneer de knop
opnieuw wordt ingedrukt, de
ontspanknop half wordt ingedrukt of de
stand-by-timer afloopt.
285
f7 Ontspannen bij geen kaart
Sluiter vergrendeld
Sluiter ontgrendeld
f8 Aanduidingen omkeren
f9 Filmopnameknop toewijzen
Indrukken + instelschijven
f10 Knop 4 MB-D15 toewijzen
AE/AF-vergrendeling
AE-vergrendeling
AE-vergrendeling (vast)
AF-vergrendeling
AF-ON
Flitswaardevergrendeling
Zelfde als Fn-knop op camera
286
(standaard ingesteld op Sluiter ontgrendeld)
Kies of de sluiter kan worden ontspannen
wanneer er geen geheugenkaart is
geplaatst.
(standaard ingesteld op
)
Als
(W) is geselecteerd,
worden de belichtingsaanduidingen in het
bedieningspaneel, de zoeker en het
informatiescherm weergegeven met
negatieve waarden links en positieve
waarden rechts. Selecteer
(V) om positieve
waarden links en negatieve waarden
rechts weer te geven.
Kies de functie voor de filmopnameknop
en instelschijven tijdens zoeker- en
fotolivebeeld.
(standaard ingesteld op AE/AF-vergrendeling)
Kies de functie toegewezen aan de A AE-L/
AF-L-knop op de optionele MB-D15 battery
pack.
f11 Fn-knop afstandsb. (WR) toew.
Voorbeeld
Flitswaardevergrendeling
AE/AF-vergrendeling
AE-vergrendeling
AE-vergrendeling (vast)
AF-vergrendeling
Flitser uit
+ NEF (RAW)
Livebeeld
Zelfde als Fn-knop op camera
Zelfde als vb-knop op camera
Zelfde als 4 op camera
Geen
(standaard ingesteld op Geen)
Kies de functie voor de Fn-knop op de
optionele draadloze afstandsbediening.
287
g Film
g1 Fn-knop toewijzen
Drukken
g2 Voorbeeldknop toewijzen
Drukken
g3 AE-L/AF-L-knop toewijzen
Drukken
g4 Ontspanknop toewijzen
Foto's maken
Films opnemen
Kies de functie voor de Fn-knop wanneer
1 is geselecteerd met de livebeeldselector in livebeeld.
Kies de functie voor de Pv-knop wanneer
1 is geselecteerd met de livebeeldselector in livebeeld.
Kies de functie voor de A AE-L/AF-L-knop
wanneer 1 is geselecteerd met de
livebeeld-selector in livebeeld.
(standaard ingesteld op Foto’s maken)
Kies de functie voor de ontspanknop
wanneer 1 is geselecteerd voor de
livebeeld-selector. Als Films opnemen is
geselecteerd, wordt livebeeld gestart bij
het half indrukken van de knop. U kunt
vervolgens de ontspanknop half
indrukken om scherp te stellen (enkel
autofocusstand) en druk deze volledig in
om de filmopname te starten of te
eindigen. Om livebeeld te beëindigen,
druk op de a-knop.
A g4: Ontspanknop toewijzen > Films opnemen
Om de ontspanknop te gebruiken voor andere doeleinden dan het
opnemen van films, draai de livebeeldselector naar C.
288
B Het setup-menu: Camera-instellingen
Geheugenkaart formatteren
Sleuf 1
Sleuf 2
Gebruikersinstellingen opslaan
Opslaan in U1
Opslaan in U2
Gebruikersinstell. terugzetten
U1 terugzetten
U2 terugzetten
Monitorhelderheid
–5 – +5
Kies, om het formatteren te beginnen, een
geheugenkaartsleuf en selecteer Ja. Merk
op dat bij het formatteren alle foto’s en
andere gegevens op de kaart in de
geselecteerde sleuf permanent worden
verwijderd. Maak, indien nodig, eerst backupkopieën alvorens te formatteren.
Wijs veelgebruikte instellingen toe aan de
posities U1 en U2 op de standknop (0 63).
Voer het volgende uit om instellingen voor
U1 of U2 terug te zetten naar
standaardwaarden (0 65):
(standaard ingesteld op 0)
Pas de helderheid van het menu, de
weergave en informatieschermen aan.
A Geheugenkaarten formatteren
Schakel de camera niet uit en verwijder niet de accu of geheugenkaarten
tijdens het formatteren.
Naast de optie Geheugenkaart formatteren in het setup-menu, kunnen
geheugenkaarten worden geformatteerd met behulp van de knoppen
O (Q) en Z (Q): houd beide knoppen gelijktijdig ingedrukt totdat de
formatterenaanduidingen worden weergegeven en druk vervolgens
nogmaals op de knoppen om de kaart te formatteren. Als er twee
geheugenkaarten zijn geplaatst wanneer de knoppen voor het eerst
worden ingedrukt, wordt de te formatteren kaart aangeduid met een
knipperend pictogram. Draai aan de hoofdinstelschijf om een andere sleuf
te kiezen.
289
Kleurbalans monitor
Beeldsensor reinigen
Nu reinigen
Reinigen bij aan-/uitzetten
Spiegel omhoog (CCD reinigen)
Starten
Stof-referentiefoto
Starten
Sensor reinigen en dan starten
Flikkerreductie
Automatisch
50 Hz
60 Hz
Tijdzone en datum
Tijdzone
Datum en tijd
Datumnotatie
Zomertijd
Taal (Language)
Zie pagina 357.
Automatische beeldrotatie
Aan
Uit
290
(standaard ingesteld op 0)
Pas kleurbalans van de monitor aan.
Laat de beeldsensor trillen om stof te
verwijderen (0 321).
Klap de spiegel op zodat met een
blaasbalgje stof van de beeldsensor kan
worden verwijderd. Niet beschikbaar
wanneer de accu bijna leeg is (J of
minder).
Verkrijg referentiegegevens voor de
stofverwijderingsoptie in Capture NX-D
(0 ii).
(standaard ingesteld op Automatisch)
Verminder flikkeringen en banden bij het
fotograferen onder tl-verlichting en
kwikdamplampen tijdens livebeeld.
Wijzig tijdzones, stel de cameraklok in, kies
de datumnotatievolgorde en schakel
zomertijd in of uit.
Kies een taal voor cameramenu’s en
berichten.
(standaard ingesteld op Aan)
Kies of de camerarichting wordt
vastgelegd bij het maken van foto’s.
Batterij-informatie
Bekijk informatie over de accu die
momenteel in de camera of in een
optionele MB-D15 battery pack is
geplaatst.
Beeldcommentaar
Commentaar toevoegen
Commentaar invoeren
Copyrightinformatie
Copyrightinformatie toevoegen
Fotograaf
Copyright
Instellingen opslaan/laden
Instellingen opslaan
Instellingen laden
Voeg commentaar toe aan nieuwe foto’s
op het moment dat ze worden gemaakt.
Commentaar kan als metadata worden
bekeken in ViewNX-i of Capture NX-D
(0 ii).
Voeg copyrightinformatie toe aan nieuwe
foto’s op het moment dat ze worden
gemaakt. Copyrightinformatie kan als
metadata worden bekeken in ViewNX-i of
Capture NX-D (0 ii).
Bewaar camera-instellingen op of laad
camera-instellingen van een
geheugenkaart. Instellingsbestanden
kunnen worden gedeeld met andere
D7200-camera’s.
Virtuele horizon
Bekijk een virtuele horizon met een
rolweergave gebaseerd op informatie van
de kantelsensor van de camera.
Objectief zonder CPU
Objectiefnummer
Brandpuntsafstand (mm)
Maximaal diafragma
Registreer de brandpuntsafstand en het
maximaal diafragma van objectieven
zonder CPU, zodat ze worden gebruikt
voor functies die normaliter zijn
gereserveerd voor CPU-objectieven
(0 224).
291
AF-fijnafstelling
AF-fijnafstelling (Aan/Uit)
Opgeslagen waarde
Standaard
Opgeslagen waarden tonen
HDMI
Uitvoerresolutie
Apparaatbesturing
Geavanceerd
Locatiegegevens
Stand-by-timer
Positie
Klok instellen via satelliet
Wi-Fi
Netwerkverbinding
Netwerkinstellingen
Sel. v. verzending n. smartappar.
NFC
Inschakelen
Uitschakelen
292
Verfijn de scherpstelling voor
verschillende typen objectieven.
AF-fijnafstelling wordt in de meeste
situaties afgeraden en kan hinderen bij
normale scherpstelling; gebruik dit alleen
indien noodzakelijk.
Kies een uitvoerresolutie of schakel de
camera in voor het op afstand bedienen
van apparaten die HDMI-CEC
ondersteunen.
Pas instellingen aan voor optionele GP-1
en GP-1A GPS-apparaten.
Pas Wi-Fi-instellingen (draadloos LAN)
voor verbinding met een Android- of iOSsmartapparaat aan, of selecteer foto’s voor
uploaden naar het smartapparaat (0 251).
(standaard ingesteld op Inschakelen)
Als Inschakelen is geselecteerd, kunnen
draadloze verbindingen tot stand worden
gebracht door gewoonweg het N
(N-Mark)-logo van de camera voor NFCantennes aan te raken op compatibele
smartapparaten (0 254).
Netwerk
Kies hardware
Netwerkinstellingen
Opties
Uploaden via Eye-Fi
Sleuf 1
Sleuf 2
Pas ftp- en netwerkinstellingen voor
ethernet en draadloze LAN’s aan wanneer
een optionele UT-1 communicatieeenheid (0 319) is verbonden.
Upload foto’s naar een vooraf gekozen
bestemming. Deze optie wordt alleen
weergegeven wanneer een ondersteunde
Eye-Fi-kaart is geplaatst.
Conformiteitsmarkering
Bekijk een selectie van de standaarden
waaraan de camera voldoet.
Firmwareversie
Bekijk de huidige firmwareversie van de
camera.
293
N Het retoucheermenu: Geretoucheerde kopieën
maken
D-Lighting
Maak schaduwen lichter. Kies voor
donkere foto’s of foto’s met tegenlicht.
Rode-ogencorrectie
Corrigeer “rode ogen” in foto’s gemaakt
met een flitser.
Bijsnijden
Maak een uitgesneden kopie van de
geselecteerde foto (0 298).
Monochroom
Zwart-wit
Sepia
Koelblauw
Filtereffecten
Skylight
Warm filter
Ster
Zacht
Kopieer foto’s in Zwart-wit, Sepia of
Koelblauw (blauw en wit monochroom).
Creëer de effecten van de volgende filters:
• Skylight: Een skylight-filtereffect
• Warm filter: Een warm kleurtoonfiltereffect
• Ster: Voegt starburst-effecten aan
lichtbronnen toe
• Zacht: Een zacht filtereffect
Beeld-op-beeld
Beeld-op-beeld combineert twee
bestaande NEF (RAW)-foto’s om een
enkele foto te creëren die afzonderlijk van
de originelen wordt opgeslagen (0 299).
Beeld-op-beeld kan alleen worden
geselecteerd door op G te drukken en
de tab N te selecteren.
294
NEF (RAW)-verwerking
Maak JPEG-kopieën van NEF (RAW)-foto’s
(0 302).
Formaat wijzigen
Foto selecteren
Kies bestemming
Kies formaat
Snel retoucheren
Maak kleine kopieën van geselecteerde
foto’s.
Maak kopieën met verbeterd contrast en
verzadiging.
Rechtzetten
Maak rechtgezette kopieën. Kopieën
kunnen maximaal 5° worden rechtgezet in
stappen van circa 0,25°.
Vertekeningscorrectie
Automatisch
Handmatig
Maak kopieën met minder vertekening
aan de randen. Gebruik om tonvormige
vertekening te verminderen in foto’s
gemaakt met groothoekobjectieven of
kussenvormige vervorming in foto’s
gemaakt met teleobjectieven. Selecteer
Automatisch om de camera automatisch
vertekening te laten corrigeren.
Fisheye
Maak kopieën die lijken alsof ze met een
fisheye-objectief zijn gemaakt.
Lijntekening
Maak een lijntekeningkopie van een foto
om als basis voor een schilderij te
gebruiken.
Kleurenschets
Maak een kopie van een foto die gelijkt op
een schets gemaakt met kleurpotloden.
295
Perspectiefcorrectie
Maak kopieën die de perspectiefeffecten
gemaakt vanaf de basis van een hoog
object verminderen.
Miniatuureffect
Maak een kopie die lijkt op een foto van
een diorama. Gebruik de multi-selector om
de positie en oriëntatie te kiezen van het
gebied dat scherp in beeld is. Werkt het
best voor foto’s gemaakt vanaf een hoog
standpunt.
Selectieve kleur
Maak een kopie waarin alleen
geselecteerde tinten in kleur verschijnen.
Plaats de cursor boven objecten met
gewenste kleuren en druk op de A AE-L/
AF-L-knop. De geselecteerde kleuren
(maximaal drie) verschijnen in de beelden
bovenaan de weergave; draai aan de
hoofdinstelschijf om een beeld te
markeren en druk op 1 of 3 om het bereik
van geselecteerde tinten te vergroten of
verkleinen.
Film bewerken
Kies begin-/eindpunt
Bewaar geselecteerd beeld
Snijd filmopnamen bij om bewerkte
filmkopieën te maken of sla de
geselecteerde beelden op als JPEG-foto’s
(0 179).
Vergelijken
Vergelijk geretoucheerde kopieën met de
originele foto’s. Vergelijken is alleen
beschikbaar als het retoucheermenu
wordt weergegeven door het indrukken
van i en het selecteren van Retoucheren
in schermvullende weergave wanneer een
geretoucheerd beeld of origineel wordt
weergegeven.
296
O Mijn menu/m Recente instellingen
Opties toevoegen
WEERGAVEMENU
FOTO-OPNAMEMENU
FILMOPNAMEMENU
MENU PERSOONLIJKE INST.
SETUP-MENU
RETOUCHEERMENU
Opties verwijderen
Maak een eigen menu van maximaal 20
items geselecteerd in de weergave-, fotoopname-, filmopname-, Persoonlijke
instellingen-, setup- en retoucheermenu’s.
Wis items uit Mijn menu.
Opties sorteren
Tab kiezen
MIJN MENU
RECENTE INSTELLINGEN
Sorteer items in Mijn menu.
(standaard ingesteld op MIJN MENU)
Kies het menu weergegeven in de tab
“Mijn menu/Recente instellingen”.
Selecteer RECENTE INSTELLINGEN om
een menu met de 20 meest recent
gebruikte instellingen weer te geven.
297
Opties retoucheermenu
Dit gedeelte bevat opties voor het retoucheermenu.
Bijsnijden
Maak een uitgesneden kopie van de geselecteerde foto. De
geselecteerde foto wordt weergegeven met de geselecteerde
uitsnede geel weergegeven; maak een uitgesneden kopie zoals
beschreven in de volgende tabel.
Functie
Formaat van uitsnede
verkleinen
Formaat van uitsnede
vergroten
Gebruik
W (S)
X (T)
Draai aan de hoofdinstelschijf om een
andere beeldverhouding te kiezen.
Beeldverhouding van
uitsnede wijzigen
Uitsnede positioneren
Kopie maken
Beschrijving
Druk op W (S) om het formaat van de
uitsnede te verkleinen.
Druk op X (T) om het formaat van de
uitsnede te vergroten.
J
Gebruik de multi-selector om de uitsnede
te positioneren. Houd ingedrukt om de
uitsnede snel naar de gewenste positie te
verplaatsen.
Sla de huidige uitsnede op als een
afzonderlijk bestand.
A Bijsnijden: Beeldkwaliteit en -formaat
Kopieën gemaakt van NEF (RAW)- of NEF
(RAW) + JPEG-foto’s hebben de beeldkwaliteit
(0 77) JPEG Fijn; uitgesneden kopieën
gemaakt van JPEG-foto’s hebben dezelfde
beeldkwaliteit als het origineel. Het formaat
van de kopie is afhankelijk van de grootte en
de beeldverhouding van de uitsnede en
verschijnt linksboven in de uitsnedeweergave.
A Uitgesneden kopieën bekijken
Zoomweergave is mogelijk niet beschikbaar wanneer uitgesneden
kopieën worden weergegeven.
298
Beeld-op-beeld
Beeld-op-beeld combineert twee bestaande NEF (RAW)-foto’s om
een enkele foto te maken die afzonderlijk van de originele foto’s
wordt opgeslagen; de resultaten, die gebaseerd zijn op RAWgegevens van de beeldsensor van de camera, zijn aanmerkelijk
beter dan over elkaar geplaatste beelden die met een
beeldverwerkingsprogramma worden gemaakt. De nieuwe foto
wordt opgeslagen bij de huidige beeldkwaliteit- en
beeldformaatinstellingen; stel de beeldkwaliteit en het
beeldformaat in alvorens beelden over elkaar te plaatsen (0 77, 81;
alle opties zijn beschikbaar). Kies beeldkwaliteit NEF (RAW) om een
NEF (RAW)-kopie te creëren.
+
1 Selecteer Beeld-op-beeld.
Markeer Beeld-op-beeld in het
retoucheermenu en druk op 2. Het
rechts getoonde dialoogvenster wordt
weergegeven, waarin Beeld 1 wordt
gemarkeerd; druk op J om een
fotoselectievenster met alleen NEF
(RAW)-beelden weer te geven die met deze camera zijn gemaakt.
2 Selecteer het eerste beeld.
Gebruik de multi-selector om de eerste
foto voor beeld-op-beeld te markeren.
Houd de X (T)-knop ingedrukt om
de gemarkeerde foto schermvullend te
bekijken. Druk op J om de
gemarkeerde foto te selecteren en terug
te keren naar de voorbeeldweergave.
299
3 Selecteer het tweede beeld.
Het geselecteerde beeld verschijnt als Beeld 1. Markeer Beeld 2
en druk op J, selecteer vervolgens de tweede foto zoals
beschreven in Stap 2.
4 Pas de versterking aan.
Markeer Beeld 1 of Beeld 2 en
optimaliseer de belichting voor beeldop-beeld door op 1 of 3 te drukken en
de versterkingsfactor uit waarden tussen
0,1 en 2,0 te selecteren. Herhaal dit voor
het tweede beeld. De standaardwaarde
is 1,0; selecteer 0,5 voor een halve versterking of 2,0 om de
versterking te verdubbelen. De effecten van de versterking zijn
zichtbaar in de kolom Voorbld.
5 Bekijk een voorbeeld van de over elkaar
geplaatste beelden.
Druk, om de rechts getoonde compositie
als voorbeeld te bekijken, op 4 of 2 om
de cursor in de Voorbld-kolom te
plaatsen, druk vervolgens op 1 of 3 om
Bld>bld te markeren en druk op J (merk
op dat kleuren en helderheid in het voorbeeld kunnen
verschillen van de uiteindelijke foto). Selecteer Opslaan om de
over elkaar geplaatste beelden zonder voorbeeld weer te geven.
Druk op W (S) om naar Stap 4 terug te keren en selecteer
nieuwe foto’s of pas de versterking aan.
6 Sla de over elkaar geplaatste beelden op.
Druk op J terwijl het voorbeeld wordt
weergegeven om de over elkaar geplaatste
beelden op te slaan. Nadat een over elkaar
geplaatst beeld is gemaakt, wordt het
resultaatbeeld schermvullend in de monitor
weergegeven.
300
D Beeld-op-beeld
Alleen NEF (RAW)-foto’s met hetzelfde beeldveld en dezelfde bitdiepte
kunnen worden samengevoegd.
De over elkaar geplaatste beelden hebben dezelfde foto-informatie
(inclusief opnamedatum, lichtmeting, sluitertijd, diafragma, opnamestand,
belichtingscorrectie, brandpuntsafstand en beeldoriëntatie) en waarden
voor witbalans en Picture Control als de foto geselecteerd voor Beeld 1.
Het huidige beeldcommentaar wordt bij het opslaan toegevoegd aan de
over elkaar geplaatste beelden; copyrightinformatie wordt echter niet
gekopieerd. Over elkaar geplaatste beelden opgeslagen in NEF (RAW)formaat gebruiken de compressie geselecteerd voor Type in het menu NEF
(RAW)-opname en hebben dezelfde bitdiepte als de originele beelden;
over elkaar geplaatste JPEG-beelden worden opgeslagen met behulp van
compressie met vaste grootte.
301
NEF (RAW)-verwerking
Maak JPEG-kopieën van NEF (RAW)-foto’s.
1 Selecteer NEF (RAW)-verwerking.
Markeer NEF (RAW)-verwerking in het
retoucheermenu en druk op 2 om een
fotoselectievenster weer te geven
waarin alleen NEF (RAW)-afbeeldingen
worden weergegeven die met deze
camera zijn gemaakt.
2 Selecteer een foto.
Gebruik de multi-selector om een foto
te markeren (houd de X/T-knop
ingedrukt om de gemarkeerde foto in
volledig scherm te bekijken). Druk op J
om de gemarkeerde foto te selecteren
en ga verder naar de volgende stap.
302
3 Kies instellingen voor de JPEG-kopie.
Pas de hieronder vermelde instellingen aan. Merk op dat
witbalans en vignetteringscorrectie niet beschikbaar zijn voor
meervoudige belichting of voor foto’s gemaakt met beeld-opbeeld en dat belichtingscorrectie alleen kan worden ingesteld
op waarden tussen –2 en +2 LW.
Beeldkwaliteit (0 77)
Beeldformaat (0 81)
Witbalans (0 111)
Belichtingscorrectie (0 109)
Picture Control instellen (0 130)
Hoge ISO-ruisonderdrukking (0 271)
Kleurruimte (0 270)
Vignetteringscorrectie (0 271)
D-Lighting (0 294)
4 Kopieer de foto.
Markeer Uitvoeren en druk op J om
een JPEG-kopie van de geselecteerde
foto te maken (druk op de G-knop om
af te sluiten zonder de foto te kopiëren).
303
Technische opmerkingen
Lees dit hoofdstuk voor informatie over compatibele accessoires,
het reinigen en opbergen van de camera en wat u moet doen als
een foutmelding verschijnt of als u tijdens het gebruik van de
camera op problemen stuit.
Compatibele objectieven
Camera-instelling
CPU-objectieven 5
Objectief/accessoire
Type G, E of D AF NIKKOR 6
AF-S, AF-I NIKKOR
PC-E NIKKOR-serie 8
PC Micro 85mm f/2.8D 10
AF-S/AF-I teleconverter 12
Overige AF NIKKOR
(behalve objectieven voor
F3AF)
AI-P NIKKOR
304
Scherpstelstand
Opnamestand Lichtmeetsysteem
M (met
L2
P
A
M3
AF elektronische
S
M
N4
3D
Kleur
afstandsmeter) 1
✔
✔
✔
✔
✔
—
✔7
—
—
✔
✔9
✔9
✔
✔9
—
✔
✔9
✔ 11
✔
✔9
✔
✔
—
—
—
✔ 7,9
✔ 7,9
✔7
✔ 13
✔ 13
✔
✔
—
✔
✔7
—
✔ 14
✔
✔
—
✔
✔7
Camera-instelling
Objectieven zonder CPU 15
Objectief/accessoire
AI-, AI-gewijzigde
NIKKOR- of Nikon-serie
E-objectieven 16
Medische NIKKOR 120mm
f/4
Reflex-NIKKOR
PC-NIKKOR
AI-type teleconverter 22
PB-6 balgapparaat 24
Automatische
tussenringen (PK-serie
11A, 12 of 13; PN-11)
Scherpstelstand
Opnamestand Lichtmeetsysteem
M (met
L2
P
A
M3
AF elektronische
S
M
3D Kleur N 4
1
afstandsmeter)
—
✔ 14
—
✔ 17
—
✔ 18
✔ 19
—
✔
—
✔ 20
—
—
—
—
—
—
—
—
✔9
✔ 23
✔ 23
—
—
—
—
✔ 17
✔ 21
✔ 17
✔ 25
—
—
—
—
—
—
✔ 18
—
✔ 19
✔
✔ 19
✔
—
✔ 23
—
✔ 17
—
—
✔
1
2
3
4
5
6
7
8
Handmatige scherpstelling is beschikbaar voor alle objectieven.
Matrix.
Centrumgericht.
Spot.
IX-NIKKOR-objectieven kunnen niet worden gebruikt.
Vibratiereductie (VR) wordt ondersteund met VR-objectieven.
Spotmeting meet het geselecteerde scherpstelpunt (0 105).
De kantelknop voor de PC-E NIKKOR 24mm f/3.5D ED kan in aanraking komen met de camerabody
zodra het objectief wordt rondgedraaid.
9 Kan niet worden gebruikt bij verschuiven of kantelen.
10 Bij het verschuiven en/of kantelen van het objectief of wanneer niet het maximale diafragma wordt
gebruikt, functioneren de systemen voor lichtmeting en flitserregeling van de camera mogelijk niet
correct.
11 Alleen in handmatige opnamestand.
305
12 Kan alleen worden gebruikt met AF-S- en AF-I-objectieven (0 307). Zie pagina 307 voor informatie
over de beschikbare scherpstelpunten voor autofocus en elektronisch afstand meten.
13 Bij het scherpstellen op de kortste scherpstelafstand met een AF 80–200mm f/2.8, AF 35–70mm
f/2.8, AF 28–85mm f/3.5–4.5 <Nieuw> of AF 28–85mm f/3.5–4.5 objectief op maximale zoom
wordt de scherpstelindicator (I) mogelijk weergegeven wanneer het beeld op matglas in de
zoeker niet scherp in beeld is. Stel handmatig scherp tot het beeld in de zoeker scherp is.
14 Bij maximaal diafragma van f/5.6 of korter.
15 Sommige objectieven kunnen niet worden gebruikt (zie pagina 308).
16 Het rotatiebereik voor de AI 80–200mm f/2.8 ED-statiefaansluiting wordt beperkt door de
camerabody. Filters kunnen niet worden verwisseld terwijl de AI 200–400mm f/4 ED op de camera
is gemonteerd.
17 Als het maximale diafragma wordt opgegeven met behulp van Objectief zonder CPU
(0 225), wordt de diafragmawaarde weergegeven in de zoeker en in het bedieningspaneel.
18 Kan alleen worden gebruikt als de brandpuntsafstand en het maximaal diafragma zijn opgegeven
met behulp van Objectief zonder CPU (0 225). Gebruik spotmeting of centrumgerichte
meting als de gewenste resultaten niet worden verkregen.
19 Specificeer, voor een grotere nauwkeurigheid, de brandpuntsafstand en het maximaal diafragma
met behulp van Objectief zonder CPU (0 225).
20 Kan worden gebruikt in de stand M bij sluitertijden die ten minste één stap langer zijn dan de
flitssynchronisatiesnelheid.
21 Belichting wordt bepaald door het diafragma van het objectief vooraf in te stellen. In stand A moet
het diafragma vooraf worden ingesteld met behulp van de diafragmaring voordat AE-vergrendeling
en verschuiven van het objectief wordt uitgevoerd. In stand M moet het diafragma vooraf worden
ingesteld met behulp van de diafragmaring en bepaal de belichting vóór het verschuiven van het
objectief.
22 Belichtingscorrectie is vereist bij gebruik met AI 28–85mm f/3.5–4.5, AI 35–105mm f/3.5–4.5,
AI 35–135mm f/3.5–4.5 of AF-S 80–200mm f/2.8D.
23 Bij maximaal effectief diafragma van f/5.6 of korter.
24 Vereist automatische tussenring PK-12 of PK-13. Afhankelijk van de oriëntatie van de camera is
mogelijk de PB-6D vereist.
25 Gebruik een vooraf ingesteld diafragma. Stel in stand A het diafragma in met behulp van de
scherpstelbevestiging alvorens de belichting te bepalen en de foto te maken.
• Voor de repro-unit PF-4 is de camerahouder PA-4 vereist.
• Met sommige objectieven kan ruis verschijnen in de vorm van lijnen tijdens autofocus bij hoge ISOgevoeligheden. Gebruik handmatige scherpstelling of scherpstelvergrendeling.
306
A CPU- en G-, E- en D-type objectieven herkennen
Het is raadzaam CPU-objectieven (voornamelijk type G, E en D) te
gebruiken, maar merk op dat IX-NIKKOR-objectieven niet geschikt zijn.
CPU-objectieven kunt u herkennen aan de aanwezigheid van CPUcontacten, G-, E- en D-type objectieven aan een letter op de
objectiefvatting. G- en E-type objectieven zijn niet uitgerust met een
diafragmaring.
CPU-contacten
CPU-objectief
Diafragmaring
Type G/E-objectief
Type D-objectief
A AF-S, AF-I teleconverters
Als het gecombineerde diafragma, wanneer de camera met
een AF-S/AF-I teleconverter wordt gebruikt, kleiner is dan
f/5.6 maar gelijk of groter is dan f/8, zullen autofocus en
elektronische afstandsmeting alleen beschikbaar zijn voor het middelste
scherpstelpunt en is de camera mogelijk niet in staat scherp te stellen op
donkere onderwerpen of onderwerpen met een laag contrast. Enkelpunts
AF wordt gebruikt wanneer 3D-tracking of automatisch veld-AF is
geselecteerd voor AF-veldstand (0 86). Autofocus is niet beschikbaar als
teleconverters worden gebruikt met de AF-S VR Micro-NIKKOR 105mm
f/2.8G IF-ED. Als TC-17E II, TC-20E, TC-20E II of TC-20E III teleconverters
worden gebruikt met de AF-S NIKKOR 300mm f/4E PF ED VR, is autofocus
alleen beschikbaar in AF-S-stand.
A F-waarde objectief
De f-waarde in objectiefnamen staat voor het maximaal diafragma van het
objectief.
307
A Compatibele objectieven zonder CPU
Objectief zonder CPU (0 225) kan worden gebruikt om vele functies
beschikbaar voor de CPU-objectieven in te schakelen, inclusief
kleurenmatrixmeting; als er geen gegevens beschikbaar zijn, wordt
centrumgerichte meting gebruikt in plaats van kleurenmatrixmeting, als
het maximale diafragma niet beschikbaar is, toont de diafragmaweergave
van de camera het aantal stops van het maximale diafragma en de
werkelijke diafragmawaarde moet van de diafragmaring worden afgelezen.
D Niet-compatibele accessoires en objectieven zonder CPU
Het volgende kan NIET worden gebruikt met de D7200:
• TC-16A AF teleconverter
• Niet-AI-objectieven
• Objectieven die de AU-1 scherpsteleenheid
vereisen (400mm f/4.5, 600mm f/5.6, 800mm
f/8, 1.200mm f/11)
• Fisheye (6mm f/5.6, 7,5mm f/5.6, 8mm f/8, OP
10mm f/5.6)
• 2,1 cm f/4
• Tussenring K2
• 180–600mm f/8 ED (serienummers 174041–
174180)
• 360-1.200mm f/11 ED (serienummers
174031–174127)
• 200–600mm f/9.5 (serienummer 280001–
300490)
• AF-objectieven voor de F3AF (AF 80mm f/2.8,
AF 200mm f/3.5ED, AF-teleconverter TC-16)
• PC 28mm f/4 (serienummer 180900 of eerder)
• PC 35mm f/2.8 (serienummers 851001–
906200)
• PC 35mm f/3.5 (oud model)
• Reflex 1.000mm f/6.3 (oud model)
• Reflex 1.000mm f/11 (serienummers 142361–
143000)
• Reflex 2.000mm f/11 (serienummers 200111–
200310)
D Rode-ogenreductie
Objectieven die het zicht van het lampje van de rode-ogenreductie voor
het onderwerp blokkeren, kunnen rode-ogenreductie hinderen.
308
A AF-hulpverlichting
De AF-hulpverlichting heeft een bereik van ongeveer 0,5–3,0 m; gebruik, bij
het gebruik van een objectief met een brandpuntsafstand van 18–200 mm.
Sommige objectieven kunnen de verlichting blokkeren bij bepaalde
scherpstelafstanden. Verwijder zonnekappen bij het gebruik van de
verlichting. Meer informatie over objectieven die kunnen worden gebruikt
met de AF-hulpverlichting is mogelijk te vinden in de Menugids van de
camera, die kan worden gedownload via de volgende website:
http://nikonimglib.com/manual/
A De ingebouwde flitser
De ingebouwde flitser heeft een minimumbereik van 0,6 m en kan niet
worden gebruikt in het macrobereik van macrozoomobjectieven. De
ingebouwde flitser kan worden gebruikt met CPU-objectieven met
brandpuntsafstanden van 16–300 mm, hoewel in sommige gevallen de
flitser bij sommige bereiken of brandpuntsafstanden niet in staat is het
onderwerp volledig te belichten door schaduwen opgeworpen door het
objectief. De volgende afbeeldingen tonen het effect van vignettering
veroorzaakt door schaduwen opgeworpen door het objectief wanneer de
flitser wordt gebruikt.
Schaduw
Vignettering
Verwijder zonnekappen om schaduwen te voorkomen. Meer informatie
over objectieven die kunnen worden gebruikt met de ingebouwde flitser is
mogelijk te vinden in de Menugids van de camera, die kan worden
gedownload via de volgende website:
http://nikonimglib.com/manual/
309
A De beeldhoek berekenen
De grootte van het gebied belicht door een 35 mm-camera is 36 × 24 mm.
De grootte van het gebied belicht door de D7200 wanneer DX (24×16) is
geselecteerd voor Beeldveld in het foto-opnamemenu, in contrast, is
23,5 × 15,6 mm, wat betekent dat de beeldhoek van een 35 mm-camera
circa 1,5 keer dat van de D7200 betreft (wanneer 1,3× (18×12) is
geselecteerd, de grootte van het belichte gebied neemt af, waardoor de
beeldhoek verder verkleint met circa 1,3×).
35 mm-formaat beeldgrootte (36 × 24 mm)
Beeldgrootte wanneer DX (24×16) is
geselecteerd voor Beeldveld (23,5 × 15,6 mm)
Beeldgrootte wanneer 1,3× (18×12) is
geselecteerd voor Beeldveld (18,8 × 12,5 mm)
Objectief
Beelddiagonaal
35 mm-formaat beeldhoek
Beeldhoek wanneer DX (24×16) is geselecteerd voor Beeldveld
Beeldhoek wanneer 1,3× (18×12) is geselecteerd voor Beeldveld
310
Optionele flitsers (Speedlights)
De camera ondersteunt het Nikon Creatief Verlichtingssysteem
(CVS) en kan worden gebruikt met CVS-compatibele flitsers. De
ingebouwde flitser flitst niet wanneer een optionele flitser is
bevestigd.
Het Nikon Creatief Verlichtingssysteem (CVS)
Nikons geavanceerd Creatief Verlichtingssysteem (CVS) biedt een
verbeterde communicatie tussen de camera en compatibele flitsers
voor betere flitserfotografie.
❚❚ CVS-compatibele flitsers
De camera kan worden gebruikt met de volgende CVS-compatibele
flitsers:
• De SB-910, SB-900, SB-800, SB-700, SB-600, SB-500, SB-400, SB-300 en SB-R200:
SB-800
SB-700 1
SB-600
SB-500 2
SB-400 3
SB-300 3
SB-R200 4
Functie
Richtgetal (ISO 100) 5
SB-910,
SB-900 1
Flitser
34
38
28
30
24
21
18
10
1 Als er een kleurfilter op de SB-910, SB-900 of SB-700 is bevestigd wanneer v of M (flitser) is
geselecteerd voor witbalans, zal de camera automatisch het filter detecteren en de witbalans
overeenkomstig aanpassen.
2 Gebruikers van de LED-lamp kunnen de witbalans van de camera instellen op v of M voor
optimale resultaten.
3 Draadloze flitserregeling is niet beschikbaar.
4 Op afstand bediend met ingebouwde flitser in commanderstand of met behulp van een optionele
SB-910-, SB-900-, SB-800-, SB-700- of SB-500-flitser of SU-800 draadloze Speedlight commander.
5 m, 20 °C, SB-910, SB-900, SB-800, SB-700 en SB-600 bij 35 mm positie van de zoomkop; SB-910,
SB-900 en SB-700 met standaard verlichting.
311
• SU-800 draadloze Speedlight commander: Indien bevestigd op een CVScompatibele camera, kan de SU-800 worden gebruikt als
commander voor de externe flitsers SB-910, SB-900, SB-800,
SB-700, SB-600, SB-500 of SB-R200 in maximaal drie groepen. De
SU-800 zelf is niet voorzien van een flitser.
A Richtgetal
Deel het richtgetal door het diafragma om het bereik van de flitser op vol
vermogen te berekenen. Voor een flitser met een richtgetal van
bijvoorbeeld 34 m (ISO 100, 20 °C); het bereik bij een diafragma van f/5.6 is
34 ÷ 5,6 of ongeveer 6,1 meter. Voor elke verdubbeling van de ISOgevoeligheid vermenigvuldigt u het richtgetal met de vierkantswortel van
twee (circa 1,4).
A De AS-15 synchronisatieflitsadapter
Wanneer de AS-15 synchronisatieflitsadapter (apart verkrijgbaar) op de
accessoireschoen is gemonteerd, kunnen flitsaccessoires via een
synchronisatieaansluiting worden aangesloten.
312
De volgende functies zijn beschikbaar met CVS-compatibele flitsers:
z z2 z — — z z
z3
z3
— — — — — — —
— — — — — — —
z
z — — — — — —
z
z
z
z
—
z6
z
z
z
z
z
z6
z
z
z
z
—
z
—
z
z
z
—
—
z
—
z
z
—
—
z
z
z
—
SB-300
z2
SB-400
z z — — z z
SB-R200
SB-600
z
SU-800
SB-700
z
SB-500
SB-910, SB-900,
SB-800
i-DDL-uitgebalanceerde
invulflits voor digitale SLR 1
Standaard i-DDL-invulflitser
voor digitale SLR
AA Automatisch diafragma
A Niet-DDL automatisch
Handmatig met
GN
afstandsprioriteit
M Handmatig
RPT Stroboscopisch flitsen
Externe flitserregeling
i-DDL i-DDL
[A:B] Snelle draadloze flitserregeling
AA Automatisch diafragma
A Niet-DDL automatisch
M Handmatig
RPT Stroboscopisch flitsen
i-DDL i-DDL
[A:B] Snelle draadloze flitserregeling
AA Automatisch diafragma
A Niet-DDL automatisch
M Handmatig
RPT Stroboscopisch flitsen
Doorgave van kleurinformatie (flitslicht)
Doorgave van kleurinformatie (LED-lamp)
i-DDL
Enkele flitser
Op afstand
Master
Geavanceerde draadloze flitssturing
z
—
—
—
—
—
—
—
—
z
z
—
—
z
z
z
—
z4
—
z4
z4
—
—
—
z4
—
z
z
—
—
z
z
z
z
—
—
z
—
z5
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
z
z
—
—
z
—
—
—
z4
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
z
—
z4
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
z
—
313
SB-400
SB-300
z
z
z
z
z
—
—
SB-R200
SB-600
z
z
z
z
z
—
z
SB-500
SB-700
z
z
z
z
z
—
z 10
SU-800
SB-910, SB-900,
SB-800
Automatische snelle FP-synchronisatie 7
Flitswaardevergrendeling 8
AF-hulp voor meervelds-AF
Rode-ogenreductie
Camera-instellicht
Selectie flitsstand camera
Firmware-update cameraflitser
z
z
—
z
z
z
z
z
z
z9
—
z
—
—
z
z
—
—
z
—
—
—
z
—
z
—
z
—
—
z
—
—
—
z
z
1
2
3
Niet beschikbaar voor spotmeting.
Kan tevens worden geselecteerd voor flitser.
Selectie van AA/A-stand uitgevoerd op flitser met behulp van persoonlijke instellingen. Tenzij
objectiefgegevens zijn verschaft met behulp van de optie Objectief zonder CPU in het
setup-menu, wordt “A” geselecteerd bij gebruik van een objectief zonder CPU.
4 Kan alleen met de camera worden geselecteerd.
5 Alleen beschikbaar tijdens close-upfotografie.
6 Tenzij objectiefgegevens zijn verschaft met behulp van de optie Objectief zonder CPU in
het setup-menu, wordt niet-DDL automatisch (A) gebruikt, ongeacht de geselecteerde stand met
flitser.
7 Alleen beschikbaar in i-DDL-, AA-, A-, GN- en M-flitserregelingsstanden.
8 Alleen beschikbaar in i-DDL-, AA- en A-flitserregelingsstanden.
9 Alleen beschikbaar in commanderstand.
10 Firmware-updates voor de SB-910 en SB-900 kunnen worden uitgevoerd vanaf de camera.
A Flitswaardevergrendeling gebruiken met optionele flitsers
Flitswaardevergrendeling (0 153) is ook beschikbaar voor optionele
flitsers in DDL en in de flitserregelingsstanden (waar ondersteund)
monitorflits vooraf AA en monitorflits vooraf A. Merk op dat wanneer
Geavanceerde draadloze flitssturing wordt gebruikt om secundaire flitsers
te bedienen, moet u de flitserregelingsstand voor de master instellen of ten
minste één externe groep instellen op DDL of AA.
314
❚❚ Overige flitsers
De volgende flitsers kunnen worden gebruikt in de standen nietDDL automatisch en handmatig.
Flitser
SB-80DX,
SB-28DX, SB-28,
SB-26, SB-25,
SB-24
SB-30, SB-27 2,
SB-22S, SB-22,
SB-20, SB-16B,
SB-15
SB-23,
SB-29 3,
SB-21B 3,
SB-29S 3
Flitserstand
SB-50DX 1
Niet-DDL
A
✔
—
✔
—
automatisch
M Handmatig
✔
✔
✔
✔
Stroboscopisch
G
✔
—
—
—
flitsen
Synchronisatie op
REAR
✔
✔
✔
✔
het tweede gordijn 4
1 Selecteer stand P, S, A of M, klap de ingebouwde flitser neer en gebruik alleen de optionele flitser.
2 De flitsstand wordt automatisch ingesteld op DDL en de ontspanknop wordt uitgeschakeld. Stel de
flitser in op A (niet-DDL automatisch flitsen).
3 Autofocus is alleen beschikbaar voor AF-S VR Micro-Nikkor 105mm f/2.8G IF-ED- en AF-S Micro
NIKKOR 60mm f/2.8G ED-objectieven.
4 Beschikbaar wanneer de camera wordt gebruikt om de flitsstand te selecteren.
A Lichtmeting
De lichtmeetvelden voor flitswaardevergrendeling bij het gebruik van
optionele flitsers zijn als volgt:
Flitser
Flitserstand
Gemeten veld
4-mm cirkel in het midden van
het beeld
Standalone flitser
Gemeten veld door
AA
belichtingsmeter van de flitser
i-DDL
Heel beeld
Gebruikt met andere
flitsers (Geavanceerde
AA
Gemeten veld door
draadloze flitssturing) A (masterflitser) belichtingsmeter van de flitser
i-DDL
315
D Opmerkingen over optionele flitsers
Raadpleeg de handleiding van de flitser voor gedetailleerde instructies. Als
de flitser CVS ondersteunt, raadpleeg het hoofdstuk over CVS-compatibele
digitale SLR-camera’s. De D7200 is niet inbegrepen in de categorie “digitale
SLR” vermeld in de handleidingen van de SB-80DX, SB-28DX en SB-50DX.
Als er een optionele flitser wordt bevestigd in andere opnamestanden dan
j, % en u, dan flitst de flitser bij iedere opname, zelfs in standen waarin de
ingebouwde flitser niet kan worden gebruikt.
i-DDL-flitserregeling kan worden gebruikt bij ISO-gevoeligheden tussen
100 en 12.800. Bij waarden hoger dan 12.800 worden de gewenste
resultaten mogelijk niet verkregen bij sommige afstanden of diafragmainstellingen. Als de flitsgereedaanduiding (M) gedurende ongeveer drie
seconden knippert nadat een foto is gemaakt in i-DDL of niet-DDL
automatische stand, dan heeft de flitser op maximale sterkte geflitst en is
de foto mogelijk onderbelicht (alleen CLS-compatibele flitsers; voor
informatie over de belichting en flitslaadaanduidingen op andere flitsers,
zie de handleiding meegeleverd met de flitser).
Wanneer een SC-17, SC-28 of SC-29 synchronisatiekabel wordt gebruikt om
te fotograferen met de flitser los van de camera, wordt in de i-DDL-stand
mogelijk niet de juiste belichting bereikt. We raden u aan de standaard
i-DDL-invulflitser te selecteren. Maak een testopname en bekijk de
resultaten in de monitor.
Gebruik in i-DDL het flitsvenster of de reflectiekaart die is meegeleverd met
de flitser. Gebruik geen andere schermen zoals reflectieschermen,
aangezien dit tot een onjuiste belichting kan leiden.
316
De SB-910, SB-900, SB-800, SB-700, SB-600, SB-500 en SB-400 verschaffen
rode-ogenreductie, terwijl de SB-910, SB-900, SB-800, SB-700, SB-600 en
SU-800 AF-hulpverlichting verschaffen met de volgende beperkingen:
• SB-910 en SB-900: AF-hulpverlichting is beschikbaar wanneer
17–135 mm AF-objectieven worden gebruikt met de
rechts getoonde scherpstelpunten.
• SB-800, SB-600 en SU-800: AF-hulpverlichting is
24–34 mm
beschikbaar wanneer 24–105 mm
AF-objectieven worden gebruikt met de
35–49 mm
rechts getoonde scherpstelpunten.
50–105 mm
• SB-700: AF-hulpverlichting is beschikbaar wanneer
24–135 mm AF-objectieven worden gebruikt met de
rechts getoonde scherpstelpunten.
Afhankelijk van het gebruikte objectief en de opgenomen scène wordt
mogelijk de scherpstelaanduiding (I) weergegeven wanneer het
onderwerp niet scherp in beeld is, of kan de camera niet scherpstellen en
wordt de ontspanknop uitgeschakeld.
In stand P wordt het maximale diafragma (laagste f-waarde) beperkt
overeenkomstig ISO-gevoeligheid, zoals hieronder wordt weergegeven:
Maximaal diafragma bij ISO-equivalent van:
100
200
400
800
1.600
3.200
6.400
12.800
4
5
5.6
7.1
8
10
11
13
Als het maximale diafragma van het objectief kleiner is dan hierboven
aangegeven, wordt de maximale waarde voor diafragma het maximale
diafragma van het objectief.
317
A Flitserregelingsstand
Het informatiescherm toont als volgt de flitserregelingsstand voor
optionele flitsers bevestigd aan de accessoireschoen van de camera:
Flitssynchronisatie
Automatische FP (0 282)
i-DDL
Automatisch diafragma
(AA)
Niet-DDL automatische
flitser (A)
Handmatig met
afstandsprioriteit (GN)
Handmatig
Stroboscopisch flitsen
—
Geavanceerde draadloze
flitssturing
D Gebruik alleen originele Nikon-flitsaccessoires
Gebruik alleen Nikon-flitsers. Negatieve spanningen of spanningen hoger
dan 250 V toegepast op de accessoireschoen kunnen niet alleen de
normale werking verstoren, maar kunnen ook de
synchronisatieschakelingen van de camera of flitser beschadigen.
Raadpleeg een door Nikon geautoriseerde servicevertegenwoordiger voor
meer informatie voordat u een Nikon-flitser gebruikt die niet is vermeld in
deze paragraaf.
318
Overige accessoires
Op het moment van schrijven waren voor de D7200 de volgende
accessoires beschikbaar.
• EN-EL15 oplaadbare Li-ionbatterij (0 21, 22;
EN-EL15b en EN-EL15a-batterijen kunnen ook
worden gebruikt)
Voedingsbronnen
• MH-25a batterijlader (0 21)
• Multifunctionele battery pack MB-D15
• Stroomaansluiting EP-5B, lichtnetadapter EH-5b
• Zoekercorrectielenzen DK-20C
• Vergrotend oculair DK-21M
Accessoires voor
• Zoekerloep DG-2
zoekeroculair
• Oculairadapter DK-22
• Hoekzoeker DR-6
• Draadloze afstandsbedieningen ML-L3 (0 156)
Afstandsbedieningen/
• Draadloze afstandsbedieningen WR-T10 en
draadloze
WR-R10 (0 160)
afstandsbedieningen/
• Draadloze afstandsbediening WR-1 (0 160)
afstandsbedieningskabels
• Afstandsbedieningskabel MC-DC2 (0 58)
GPS-apparaten
• GPS-apparaat GP-1/GPS-apparaat GP-1A (0 227)
• Communicatie-eenheid UT-1
LAN-adapters
• Draadloze zender WT-5
HDMI-kabels
HDMI-kabel HC-E1
Microfoons
Stereomicrofoon ME-1 (0 193)
Afdekkapjes
Afdekkapje accessoireschoen BS-1
accessoireschoenen
Bodydop
Bodydop BF-1B/Bodydop BF-1A
• Camera Control Pro 2
Software
• ViewNX-i
• Capture NX-D
Beschikbaarheid kan per land of regio verschillen. Raadpleeg onze website of brochures voor de meest
recente informatie.
319
Behandeling van uw camera
Opslag
Wanneer de camera voor langere tijd niet wordt gebruikt, verwijder
de accu en bewaar in een koele, droge ruimte met het afdekkapje op
zijn plaats. Om schimmelvorming te voorkomen, bewaar de camera
in een droge, goed geventileerde ruimte. Berg de camera niet op
met nafta- of kamfermottenballen of op locaties die:
• slecht geventileerd zijn of waar de luchtvochtigheid hoger is
dan 60%
• zich in de nabijheid bevinden van apparaten die sterke
elektromagnetische velden genereren, zoals televisie- of
radiotoestellen
• worden blootgesteld aan temperaturen hoger dan 50 °C of lager
dan –10 °C
Reinigen
Gebruik een blaasbalgje om stof en pluisjes te verwijderen en
veeg vervolgens voorzichtig schoon met een zachte, droge
doek. Verwijder na gebruik van de camera op het strand of aan
Camerabody zee eventueel zand of zout met een doek die licht bevochtigd
is in gedistilleerd water en droog de camera goed af.
Belangrijk: Stof of ander vuil in de camera kan schade veroorzaken
die niet door de garantie wordt gedekt.
Deze glazen elementen raken gemakkelijk beschadigd.
Verwijder stof en pluisjes met een blaasbalgje. Als u een
Objectief,
luchtspuitbus gebruikt, houd de bus dan verticaal om te
spiegel en
voorkomen dat er vloeistof uit de bus lekt. Verwijder
zoeker
vingerafdrukken en andere vlekken door een beetje
objectiefreiniger op een zachte doek aan te brengen en het
glas voorzichtig schoon te vegen.
Verwijder stof en pluisjes met een blaasbalgje. Voor het
verwijderen van vingerafdrukken en andere vlekken veegt u
Monitor
het oppervlak voorzichtig schoon met een zachte doek of
zeem. Druk hierbij niet te hard, aangezien dit kan leiden tot
schade of storing.
Gebruik geen alcohol, thinner of andere vluchtige vloeistoffen.
320
Reiniging beeldsensor
Als u vermoedt dat vuil of stof op de beeldsensor zichtbaar is in
foto’s, dan kunt u de sensor reinigen via de optie Beeldsensor
reinigen in het setup-menu. De sensor kan op elk gewenst moment
worden gereinigd met behulp van de optie Nu reinigen, of
reiniging kan automatisch worden uitgevoerd wanneer de camera
wordt in- of uitgeschakeld.
❚❚ “Nu reinigen”
Houd de basis van de camera naar beneden
gericht, selecteer Beeldsensor reinigen in
het setup-menu, markeer vervolgens Nu
reinigen en druk op J. De camera
controleert de beeldsensor en begint
vervolgens met reinigen. P knippert in
het bedieningspaneel en andere
bewerkingen kunnen niet worden
uitgevoerd terwijl het reinigen wordt
uitgevoerd. Verwijder of ontkoppel de
voedingsbron niet voordat het reinigen is
voltooid en het setup-menu wordt
weergegeven.
321
❚❚ “Reinigen bij aan-/uitzetten”
Kies uit de volgende opties:
5
6
7
Optie
Reinigen bij
aanzetten
Reinigen bij
uitzetten
Reinigen bij aan- en
uitzetten
Reiniging uit
Beschrijving
De beeldsensor wordt automatisch gereinigd
telkens wanneer de camera wordt aangezet.
De beeldsensor wordt automatisch gereinigd
telkens wanneer de camera wordt uitgezet.
De beeldsensor wordt automatisch gereinigd
wanneer de camera wordt aan- en uitgezet.
Automatische beeldsensorreiniging uit.
1 Selecteer Reinigen bij aan-/uitzetten.
Geef het menu Beeldsensor reinigen
weer zoals beschreven op pagina 321.
Markeer Reinigen bij aan-/uitzetten en
druk op 2.
2 Selecteer een optie.
Markeer een optie en druk op J.
322
D Reiniging beeldsensor
Het gebruik van de camerabedieningen tijdens het opstarten onderbreekt
reiniging van de beeldsensor. Als de flitser wordt geladen, kan het reinigen
van de beeldsensor bij het aanzetten niet worden uitgevoerd.
Reinig de beeldsensor handmatig (0 324) als stof niet volledig kan worden
verwijderd met behulp van de opties in het menu Beeldsensor reinigen of
neem contact op met een door Nikon geautoriseerde
servicevertegenwoordiger.
Als de beeldsensor enkele keren achter elkaar wordt gereinigd, kan
reiniging van de beeldsensor tijdelijk worden uitgeschakeld om de interne
schakelingen van de camera te beschermen. Na een korte pauze kan de
beeldsensor weer worden gereinigd.
323
❚❚ Handmatig reinigen
Als stof of vuil niet van de beeldsensor kan worden verwijderd met
behulp van de optie Beeldsensor reinigen in het setup-menu
(0 321), dan kan de sensor handmatig worden gereinigd zoals
hieronder beschreven. Denk er echter aan dat de sensor uitermate
kwetsbaar is en gemakkelijk beschadigd kan raken. Nikon raadt aan
het reinigen van de sensor alleen over te laten aan Nikon
geautoriseerd servicepersoneel.
1 Laad de accu op of gebruik een lichtnetadapter.
Gebruik een betrouwbare stroombron bij het inspecteren of
reinigen van de beeldsensor. Zet de camera uit en plaats een
volledig opgeladen accu of gebruik een optionele
lichtnetadapter en stroomaansluiting. De optie Spiegel
omhoog (CCD reinigen) is enkel beschikbaar in het setup-menu
bij accuniveau boven J.
2 Verwijder het objectief.
Zet de camera uit en verwijder het objectief.
3 Selecteer Spiegel omhoog (CCD
reinigen).
Schakel de camera in en markeer
Spiegel omhoog (CCD reinigen) in het
setup-menu en druk op 2.
324
4 Druk op J.
Het rechts getoonde bericht wordt in de
monitor weergegeven en een rij
streepjes verschijnt in het
bedieningspaneel en de zoeker. Schakel
de camera uit om de normale werking te
herstellen zonder de beeldsensor te
inspecteren.
5 Klap de spiegel omhoog.
Druk de ontspanknop volledig in. De
spiegel wordt opgeklapt en het
sluitergordijn zal openen, zodat de
beeldsensor zichtbaar wordt. De
weergave in de zoeker schakelt uit en
de rij met streepjes in het
bedieningspaneel begint te
knipperen.
6 Inspecteer de beeldsensor.
Houd de camera zodanig vast dat er
licht op de beeldsensor valt en
inspecteer de sensor op stof of pluisjes.
Als er geen vuil aanwezig is, ga verder
naar Stap 8.
325
7 Reinig de sensor.
Verwijder stof en pluisjes met een
blaasbalgje van de sensor. Gebruik geen
blaaskwastje, aangezien de haartjes de
sensor kunnen beschadigen. Alleen
door Nikon geautoriseerd
servicepersoneel kan vuil verwijderen
dat niet kan verwijderd worden met een blaasbalgje. Raak onder
geen beding de sensor aan en veeg niet schoon.
8 Schakel de camera uit.
De spiegel wordt weer neergeklapt en het sluitergordijn gaat
dicht. Plaats het objectief of de bodydop terug.
A Gebruik een betrouwbare voedingsbron
Het sluitergordijn is kwetsbaar en kan gemakkelijk beschadigd raken. Als
de camera wordt uitgeschakeld terwijl de spiegel omhoog is geklapt, wordt
het gordijn automatisch gesloten. Neem de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht om schade aan het gordijn te voorkomen:
• Zet de camera niet uit of verwijder of ontkoppel de voedingsbron niet
wanneer de spiegel omhoog is geklapt.
• Als de accu leeg raakt terwijl de spiegel is opgeklapt, klinkt er een
geluidssignaal en gaat het zelfontspannerlampje knipperen om te
waarschuwen dat na circa twee minuten het sluitergordijn dichtgaat en
de spiegel wordt neergeklapt. Beëindig de reiniging of inspectie
onmiddellijk.
326
D Vuil op de beeldsensor
Vuil dat de camera binnendringt wanneer objectieven of bodydoppen
worden verwijderd of verwisseld (of in zeldzame omstandigheden
smeermiddel of fijne deeltjes van de camera zelf) kan aan de beeldsensor
hechten, waardoor dit in foto’s kan verschijnen die onder bepaalde
omstandigheden zijn gemaakt. Om de camera te beschermen wanneer er
geen objectief is geplaatst, moet u de bij de camera meegeleverde
bodydop terugplaatsen, waarbij u voorzichtig eerst al het stof en ander vuil
verwijdert dat mogelijk op de cameravatting, objectiefvatting en bodydop
zit. Vermijd het bevestigen van de bodydop of het verwisselen van
objectieven in stoffige omgevingen.
Mocht er toch stof of vuil op de beeldsensor terechtkomen, gebruik dan de
reinigingsoptie voor de beeldsensor zoals beschreven op pagina 321. Als
het probleem zich blijft voordoen, reinig de sensor handmatig (0 324) of
laat de sensor reinigen door Nikon geautoriseerd servicepersoneel. Foto’s
die zijn aangetast door aanwezig vuil op de sensor, kunnen worden
geretoucheerd met behulp van de beeldreinigingsopties beschikbaar in
sommige beeldbewerkingstoepassingen.
D Onderhoud van camera en accessoires
De camera is een precisieapparaat en vereist regelmatig onderhoud. Nikon
adviseert de camera eens per jaar tot twee jaar te laten inspecteren bij het
oorspronkelijke verkooppunt of een door Nikon geautoriseerde
servicevertegenwoordiger en eens per drie tot vijf jaar een
onderhoudsbeurt te geven (merk op dat er kosten zijn verbonden aan deze
diensten). Eventuele accessoires die u vaak met de camera gebruikt, zoals
objectieven of optionele Speedlights, moeten samen met de camera
worden geïnspecteerd of onderhouden. Het wordt aanbevolen om
tegelijkertijd met uw camera eventuele accessoires die u veel gebruikt,
zoals objectieven of optionele flitsers, te laten nakijken en onderhouden.
327
Onderhoud van camera en accu:
Waarschuwingen
Laat niet vallen: Het product kan defect raken bij blootstelling aan sterke
schokken of trillingen.
Houd droog: Dit product is niet waterbestendig en kan defect raken bij
onderdompeling in water of blootstelling aan een hoge luchtvochtigheid.
Roesten van het interne mechanisme kan tot onherstelbare schade leiden.
Vermijd plotseling temperatuurverschillen: Plotselinge temperatuurverschillen,
zoals bij het binnenkomen of verlaten van een verwarmd gebouw op een
koude dag, kunnen condensatie in de camera veroorzaken. U voorkomt
condensatie door de camera in een cameratas of in een plastic zak te plaatsen
voordat deze aan plotselinge temperatuurverschillen wordt blootgesteld.
Houd uit de buurt van sterke magnetische velden: Gebruik of bewaar dit apparaat niet
in de buurt van apparaten die sterke elektromagnetische straling of sterke
magnetische velden produceren. Sterke statische ladingen of de
magnetische velden die worden geproduceerd door bijvoorbeeld
zendapparatuur, kunnen storingen van de monitor veroorzaken, gegevens
op de geheugenkaart beschadigen of de interne schakelingen van het
product aantasten.
Laat niet achter met het objectief naar de zon gericht: Laat het objectief niet achter
met het objectief naar de zon of andere sterke lichtbron gericht gedurende
een lange periode. Blootstelling aan intens licht kan verslechtering van de
beeldsensor veroorzaken of een wit onscherp effect in foto’s produceren.
Schakel het product uit alvorens de stroombron te verwijderen of te ontkoppelen: Trek de
stekker van de lichtnetadapter niet uit het stopcontact of verwijder de accu
niet wanneer de camera ingeschakeld is of terwijl beelden worden
opgeslagen of gewist. In deze gevallen kan de gedwongen
stroomonderbreking leiden tot gegevensverlies of beschadiging van de
interne schakelingen of het geheugen van het product. Breng het product
niet van de ene naar de andere locatie wanneer de lichtnetadapter is
aangesloten om een plotselinge stroomonderbreking te voorkomen.
328
Reiniging: Gebruik, bij het reinigen van de camerabody, een blaasbalgje om
stof en pluisjes voorzichtig te verwijderen en veeg vervolgens schoon met
een zachte, droge doek. Veeg, na gebruik van de camera op het strand of aan
zee, eventueel zand en zout weg met behulp van een doek die licht
bevochtigd is met schoon water en droog de camera vervolgens grondig af.
In uitzonderlijke gevallen kunnen lcd’s oplichten of donker worden door
statische elektriciteit. Dit duidt niet op een storing en de normale weergave
wordt snel hersteld.
Het objectief en de spiegel kunnen gemakkelijk beschadigd raken. Verwijder
stof en pluisjes voorzichtig met een blaasbalgje. Houd bij het gebruik van een
luchtspuitbus de bus verticaal om te voorkomen dat er vloeistof uit de bus
lekt. Verwijder vingerafdrukken en andere vlekken van het objectief door een
beetje lensreiniger op een zachte doek aan te brengen en het glas
voorzichtig schoon te vegen.
Zie “Reiniging beeldsensor” (0 321, 324) voor informatie over het reinigen
van de beeldsensor.
Objectiefcontacten: Houd de objectiefcontacten schoon.
Raak het sluitergordijn niet aan: Het sluitergordijn is zeer dun en raakt gemakkelijk
beschadigd. Oefen onder geen enkel beding druk uit op het gordijn, duw er
niet op met reinigingshulpmiddelen of stel het nooit bloot aan de sterke
luchtstromen van een blaasbalgje. Dit kan krassen, vervorming of scheuren
veroorzaken.
Opslag: Om schimmelvorming te voorkomen, bewaar de camera in een droge,
goed geventileerde ruimte. Gebruikt u een lichtnetadapter, trek dan de
stekker uit het stopcontact om brand te voorkomen. Als het product voor
lange tijd niet wordt gebruikt, verwijder dan de accu om lekkage te
voorkomen en berg de camera op in een plastic zak met een droogmiddel.
Plaats de cameratas echter niet in een plastic zak, aangezien het materiaal
hierdoor kan worden aangetast. Denk er ook aan dat het droogmiddel na
verloop van tijd zijn vermogen om vocht te absorberen verliest en daarom
regelmatig dient te worden vervangen.
Voorkom schimmel of aanslag door de camera ten minste één keer per
maand uit de opslag te halen. Zet de camera aan en ontspan de sluiter een
aantal malen voordat u de camera weer opbergt.
Bewaar de accu op een koele, droge plaats. Plaats het afdekkapje van de accu
terug wanneer u de accu opbergt.
329
Opmerkingen over de monitor: De monitor is met extreem hoge precisie
gefabriceerd; ten minste 99,99% pixels zijn effectief, met niet meer dan 0,01%
ontbrekende of defecte pixels. Hierdoor kunnen deze schermen pixels
bevatten die altijd branden (wit, rood, blauw of groen) of altijd uit (zwart) zijn.
Dit is geen defect en heeft geen gevolgen voor beelden die zijn vastgelegd
met dit apparaat.
Bij helder licht kunnen beelden op de monitor moeilijk te zien zijn.
Oefen geen druk uit op de monitor, aangezien dit schade of storing tot
gevolg kan hebben. Stof of pluisjes op de monitor kunnen worden
verwijderd met een blaasbalgje. Vlekken kunnen worden verwijderd door het
oppervlak zachtjes schoon te wrijven met een zachte doek of zeem. Mocht de
monitor breken, pas dan op dat u zich niet verwondt aan de glassplinters en
dat de vloeibare kristallen uit de monitor niet in aanraking komen met uw
huid, ogen of mond.
De accu en lader: Accu’s kunnen bij onjuist gebruik gaan lekken of ontploffen.
Lees en volg de waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen op pagina x–xiii van
deze handleiding. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het
gebruik van accu’s:
• Gebruik alleen accu’s die zijn goedgekeurd voor gebruik in dit apparaat.
• Zet de camera uit alvorens de accu te verwisselen.
• Stel de accu niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
• Houd de accupolen schoon.
• Als de accu tijdelijk niet wordt gebruikt, plaats de accu in de camera en laat
deze leeglopen alvorens de accu te verwijderen en de camera voor opslag
op te bergen. Haal de accu uit de camera of lader wanneer deze niet in
gebruik is en plaats het afdekkapje terug. Zelfs uitgeschakeld onttrekken
deze apparaten een geringe hoeveelheid stroom aan de accu en kunnen ze
de accu zodanig ontladen dat deze niet langer functioneert. De accu moet
op een koele locatie worden bewaard met een omgevingstemperatuur van
15 °C tot 25 °C (vermijd zeer warme of extreem koude locaties). Herhaal dit
proces tenminste eens per zes maanden.
• Het herhaaldelijk in- en uitschakelen van de camera wanneer de accu
helemaal ontladen is, zal de gebruiksduur van de accu verkorten. Accu’s die
volledig zijn ontladen, moeten vóór gebruik worden opgeladen.
330
• De interne temperatuur van de accu kan stijgen terwijl de accu in gebruik is.
Het opladen van de accu bij een hoge interne temperatuur heeft een
negatieve invloed op de prestaties van de accu, en de accu wordt mogelijk
niet of slechts gedeeltelijk opgeladen. Wacht met opladen totdat de accu is
afgekoeld.
• Laad de accu binnenshuis op bij omgevingstemperaturen van 5 °C–35 °C.
Gebruik de accu niet bij omgevingstemperaturen lager dan 0 °C of hoger
dan 40 °C; het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan de accu
beschadigen of de prestaties doen verslechteren. De capaciteit kan
afnemen en oplaadtijden kunnen toenemen bij accutemperaturen van 0 °C
tot 15 °C en van 45 °C tot 60 °C. De accu zal niet opladen als de temperatuur
lager is dan 0 °C of hoger is dan 60 °C.
• Als het lampje CHARGE snel knippert (circa acht keer per seconde) tijdens het
opladen, controleer of de temperatuur binnen het juiste bereik ligt en
ontkoppel vervolgens de lader, verwijder de accu en plaats weer terug. Als
het probleem zich blijft voordoen, stop dan onmiddellijk het gebruik en
breng de accu en oplader naar uw winkelier of een door Nikon
geautoriseerde servicevertegenwoordiger.
• Verplaats de lader niet en raak de accu niet aan tijdens het opladen. Het niet
in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan in zeer zeldzame gevallen
tot gevolg hebben dat de lader aanduidt dat het opladen is voltooid terwijl
de accu slechts gedeeltelijk is opgeladen. Verwijder de accu en plaats weer
terug om het opladen opnieuw te starten.
• De accucapaciteit kan tijdelijk afnemen als de accu bij lage temperaturen
wordt opgeladen of als de accu wordt gebruikt bij een temperatuur die
lager is dan de temperatuur waarbij de accu is opgeladen. Als de accu wordt
opgeladen bij een temperatuur lager dan 5 °C, kan de
gebruiksduuraanduiding van de accu in de weergave Batterij-informatie
(0 291) een tijdelijke daling tonen.
• Als u een volledig opgeladen accu blijft opladen, kunnen de prestaties van
de accu afnemen.
331
• Een aanmerkelijke daling van de tijd waarin een volledig opgeladen accu
zijn lading behoudt wanneer deze bij kamertemperatuur wordt gebruikt,
duidt aan dat de accu vervanging vereist. Koop een nieuwe accu.
• Het meegeleverde netsnoer en de stekkeradapter zijn uitsluitend voor
gebruik met de MH-25a. Haal de lader uit het stopcontact wanneer deze
niet in gebruik is. Ontkoppel de lader wanneer deze niet in gebruik is.
• Laad de accu voor gebruik op. Leg een extra en altijd volledig opgeladen
accu klaar bij het fotograferen van belangrijke gebeurtenissen. Afhankelijk
van waar u zich bevindt, kan het soms moeilijk zijn om snel vervangende
accu’s te kopen. Houd er rekening mee dat de capaciteit van accu’s bij koud
weer vaak afneemt. Zorg ervoor dat de accu volledig is opgeladen alvorens
bij koud weer buiten foto’s te maken. Bewaar een reserve-accu op een
warme plaats en verwissel beiden indien nodig. Eenmaal opgewarmd, kan
een koude accu soms een deel van haar lading terugkrijgen.
• Gebruikte accu’s zijn een waardevolle hulpbron; recycle ze volgens de
plaatselijke regelgeving.
332
Problemen oplossen
Functioneert de camera niet naar verwachting, kijk dan in de
onderstaande lijst met veelvoorkomende problemen voordat u uw
leverancier of een door Nikon geautoriseerde
servicevertegenwoordiger raadpleegt.
Accu/Weergave
De camera is aan maar reageert niet: Wacht totdat de opname is beëindigd. Zet de
camera uit als het probleem zich blijft voordoen. Als de camera niet wordt
uitgeschakeld, verwijder dan de accu en plaats deze terug of, als u een
lichtnetadapter gebruikt, ontkoppel de lichtnetadapter en sluit deze weer
aan. Merk op dat momenteel opgenomen gegevens verloren zullen gaan,
maar dat reeds opgenomen gegevens niet aangetast worden door het
verwijderen of ontkoppelen van de voedingsbron.
Zoeker is onscherp: Pas zoekerbeeldscherpte aan (0 25). Als dit het probleem
niet oplost, selecteer dan enkelvoudige servo-autofocus (AF-S; 0 83),
enkelpunts AF (0 86) en het middelste scherpstelpunt (0 91), en kadreer
vervolgens een onderwerp met een hoog contrast in het middelste
scherpstelpunt en druk de ontspanknop half in om de camera scherp te
stellen. Gebruik de dioptrieregelaar met scherpgestelde camera om het
onderwerp scherp in beeld te brengen in de zoeker. Indien nodig kan de
zoekerbeeldscherpte verder worden aangepast met behulp van optionele
corrigerende objectieven (0 319).
Zoeker is donker: Plaats een volledig opgeladen accu (0 21, 26).
Weergaven schakelen uit zonder waarschuwing: Kies langere vertragingstijden voor
Persoonlijke instelling c2 (Stand-by-timer) of c4 (Monitor uit; 0 279).
Weergaven in bedieningspaneel en zoeker reageren niet en dimmen: De reactietijden en
helderheid van deze weergaven verschillen afhankelijk van de temperatuur.
Dunne lijnen zijn zichtbaar rondom het actieve scherpstelpunt of weergave wordt rood
wanneer een scherpstelpunt is gemarkeerd: Deze fenomenen zijn normaal voor dit
type zoeker en duiden niet op een defect.
333
Opname (Alle standen)
Het aanzetten van de camera duurt lang: Wis bestanden of mappen.
Ontspanknop uitgeschakeld:
• Geheugenkaart is vergrendeld, vol of niet geplaatst (0 22, 29).
• Sluiter vergrendeld is geselecteerd voor Persoonlijke instelling f7
(Ontspannen bij geen kaart; 0 286) en er is geen geheugenkaart
geplaatst (0 29).
• Ingebouwde flitser wordt geladen (0 36).
• Camera is niet scherpgesteld (0 34).
• Diafragmaring voor CPU-objectief niet vergrendeld op de hoogste f-waarde
(niet van toepassing voor type G- en E-objectieven). Als B wordt
weergegeven in het bedieningspaneel, selecteer Diafragmaring voor
Persoonlijke instelling f5 (Functie instelschijven inst.) > Instellen
diafragma om de diafragmaring te gebruiken voor het aanpassen van
diafragma (0 285).
• Objectief zonder CPU is bevestigd, maar de camera bevindt zich niet in de
stand A of M (0 51).
Camera reageert traag op ontspanknop: Selecteer Uit voor Persoonlijke instelling
d4 (Belichtingsvertragingsstand; 0 280).
Er wordt geen foto gemaakt als de ontspanknop van de afstandsbediening wordt ingedrukt:
• Vervang de batterij in de afstandsbediening.
• Kies een andere optie dan Uit voor Afstandsbedieningsstand (ML-L3)
(0 156).
• Flitser wordt geladen (0 158).
• De tijd geselecteerd voor Persoonlijke instelling c5 (Wachttijd afstandsb.
(ML-L3), 0 279) is verstreken.
• Fel licht verstoort de afstandsbediening.
Foto’s zijn onscherp:
• Draai de selectieknop voor de scherpstelstand naar AF (0 83).
• Camera kan niet scherpstellen met autofocus: Gebruik handmatige
scherpstelling of scherpstelvergrendeling (0 93, 97).
Scherpstelling vergrendelt niet wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt: Gebruik
de A AE-L/AF-L-knop om scherpstelling te vergrendelen wanneer AF-C is
geselecteerd voor de scherpstelstand of tijdens het fotograferen van
bewegende onderwerpen in AF-A-stand.
334
Kan scherpstelpunt niet selecteren:
• Ontgrendel de vergrendeling van de scherpstelselectieknop (0 89).
• Automatisch veld-AF geselecteerd of gezicht gedetecteerd wanneer
gezichtprioriteit-AF is geselecteerd in livebeeld: Kies andere stand (0 86,
88).
• Camera bevindt zich in de weergavestand (0 229) of menu’s zijn in gebruik
(0 266).
• Druk de ontspanknop half in om de stand-by-timer te starten (0 37).
Kan AF-veldstand niet selecteren: Handmatige scherpstelling geselecteerd
(0 83, 97).
Kan AF-veldstand niet selecteren: Handmatige scherpstelling geselecteerd
(0 83, 97).
Er wordt slechts één foto gemaakt elke keer dat de ontspanknop in de continu-opnamestand
wordt ingedrukt: Continu opnemen is niet beschikbaar als de ingebouwde
flitser flitst (0 148).
Beeldformaat kan niet worden gewijzigd: Beeldkwaliteit ingesteld op NEF (RAW)
(0 77).
Camera is traag bij het fotograferen: Schakel ruisonderdrukking lange tijdopname
uit (0 271).
AF-hulpverlichting brandt niet:
• AF-hulpverlichting brandt niet als AF-C is geselecteerd voor autofocusstand
(0 83) of als continue servo-autofocus is geselecteerd wanneer de camera
zich in de stand AF-A bevindt. Kies AF-S. Selecteer middelste scherpstelpunt
als er een andere optie dan automatisch veld-AF is geselecteerd voor
AF-veldstand (0 91).
• De camera bevindt zich momenteel in livebeeld.
• Uit is geselecteerd voor Persoonlijke instelling a9 (Ingeb.
AF-hulpverlichting, 0 277).
• Verlichting werd automatisch uitgeschakeld. Verlichting kan heet worden
bij continu gebruik; wacht tot verlichting is afgekoeld.
Foto’s zijn vlekkerig: Reinig de voorste en achterste objectiefelementen. Als het
probleem aanhoud, voer dan reiniging van de beeldsensor uit (0 321).
335
Er verschijnt ruis (willekeurige heldere pixels, waas of lijnen) op foto’s:
• Heldere vlekken, willekeurige heldere pixels, waas en lijnen kunnen worden
verminderd door ISO-gevoeligheid te verlagen.
• Gebruik de optie Ruisonderdr. lange tijdopname in het fotoopnamemenu om het optreden van heldere vlekken of waas te beperken in
foto’s gemaakt bij sluitertijden langer dan 1 sec. (0 271).
• Waas en heldere vlekken kunnen erop duiden dat de interne temperatuur
van de camera is toegenomen door hoge omgevingstemperaturen, lange
tijdopnamen of vergelijkbare oorzaken: schakel de camera uit en wacht tot
deze is afgekoeld alvorens het fotograferen te hervatten.
• Bij hoge ISO-gevoeligheden kunnen er lijnen verschijnen in foto’s gemaakt
met sommige optionele flitsers; als dit zich voordoet, kies een lagere
waarde.
• Bij hoge ISO-gevoeligheden, inclusief Hi ZW1 of Hi ZW2 en hoge waarden
geselecteerd voor automatische instelling van de ISO-gevoeligheid,
kunnen willekeurige heldere pixels worden verminderd door Hoog,
Normaal of Laag voor Hoge ISO-ruisonderdrukking in het foto- of
filmopnamemenu (0 271, 275) te selecteren.
• Bij hoge ISO-gevoeligheden kunnen heldere vlekken, willekeurige heldere
pixels, waas of lijnen meer zichtbaar zijn in lange tijdopnamen,
meervoudige belichtingen en foto’s gemaakt bij hoge
omgevingstemperaturen of met Actieve D-Lighting ingeschakeld,
Gelijkmatig geselecteerd voor Picture Control instellen (0 130) of
extreme waarden geselecteerd voor Picture Control-parameters (0 133).
• In stand % kan ruis meer zichtbaar zijn in foto’s gemaakt bij weinig licht.
Flikkeringen of banden verschijnen in livebeeld: Kies een optie voor Flikkerreductie
die overeenkomt met de frequentie van het lokale lichtnet (0 290).
Heldere gebieden of banden verschijnen in livebeeld: Er werd een knipperend
symbool, flitslicht of andere lichtbron met korte tijdsduur gebruikt tijdens
livebeeld.
Bij films wordt geen geluid opgenomen: Microfoon uit is geselecteerd voor
Microfoongevoeligheid in het filmopnamemenu (0 273).
336
Livebeeld wordt onverwachts beëindigd of start niet: Livebeeld kan automatisch
worden beëindigd om schade aan de interne schakelingen van de camera te
voorkomen, als:
• de omgevingstemperatuur hoog is
• de camera voor langere tijd in livebeeld of voor het opnemen van films is
gebruikt
• de camera langdurig in continue ontspanstanden is gebruikt
Als livebeeld niet start wanneer u op de a-knop drukt, wacht dan totdat de
interne schakelingen zijn afgekoeld en probeer het vervolgens opnieuw.
Merk op dat de camera warm kan aanvoelen, maar dit duidt niet op een
defect.
Er verschijnen beeldartefacten tijdens livebeeld: “Ruis” (willekeurige heldere pixels,
waas of lijnen) en er kunnen onverwachte kleuren verschijnen als u inzoomt
op het beeld door het objectief (0 38) tijdens livebeeld; in films wordt de
hoeveelheid en verdeling van willekeurige heldere pixels, waas en heldere
vlekken beïnvloedt door het beeldformaat en de snelheid (0 166).
Willekeurige heldere pixels, waas of heldere vlekken kunnen ook zichtbaar
zijn als het gevolg van toenemende temperaturen van de interne
schakelingen van de camera tijdens livebeeld; sluit livebeeld af wanneer de
camera niet in gebruik is.
Menu-item kan niet worden geselecteerd: Sommige opties zijn niet beschikbaar in
alle standen.
Opname (P, S, A, M)
Ontspanknop uitgeschakeld:
• Objectief zonder CPU is bevestigd: Draai de standknop van de camera naar
A of M (0 51).
• Standknop is naar S gedraaid nadat sluitertijd A of % is geselecteerd in
stand M: Kies nieuwe sluitertijd (0 53).
Volledig bereik van sluitertijden niet beschikbaar: Flitser is in gebruik.
Flitssynchronisatiesnelheid kan worden geselecteerd met behulp van
Persoonlijke instelling e1 (Flitssynchronisatiesnelheid); bij het gebruik van
compatibele flitsers, kies 1/320 sec. (automatische FP) of 1/250 sec.
(automatische FP) voor het volledige bereik van sluitertijden (0 282).
337
Kleuren zijn onnatuurlijk:
• Pas witbalans aan overeenkomstig de lichtbron (0 111).
• Pas de instellingen Picture Control instellen aan (0 130).
Kan de witbalans niet meten: Het onderwerp is te donker of te licht (0 123).
Beeld kan niet worden geselecteerd als bron voor voorinstelling witbalans: Er werd geen
beeld gecreëerd met D7200 (0 127).
Witbalansbracketing niet beschikbaar:
• De optie NEF (RAW) of NEF+JPEG beeldkwaliteit is geselecteerd voor
beeldkwaliteit (0 77).
• Stand voor meervoudige belichting is actief (0 211).
Picture Control-effecten verschillen van beeld tot beeld: A (automatisch) is
geselecteerd voor verscherping, lokaal contrast, contrast of verzadiging.
Selecteer een andere instelling voor consistente resultaten bij een reeks
foto’s (0 133).
Lichtmeting kan niet worden gewijzigd: Vergrendeling automatische belichting is
actief (0 107).
Belichtingscorrectie kan niet worden gebruikt: Camera bevindt zich in stand M. Kies
een andere stand.
Ruis (roodachtige gebieden of andere onregelmatigheden) verschijnen in lange
tijdopnamen: Schakel ruisonderdrukking lange tijdopname in (0 271).
Weergave
NEF (RAW)-afbeelding wordt niet weergegeven: Foto werd gemaakt bij
beeldkwaliteit NEF + JPEG (0 77).
Foto’s gemaakt met andere camera’s kunnen niet worden bekeken: Foto’s gemaakt met
andere merken camera’s worden mogelijk onjuist weergegeven.
Sommige beelden worden niet weergegeven tijdens weergave: Select Alle voor
Weergavemap (0 266).
338
De camera geeft een bericht weer met mededeling waarin staat vermeld dat de map geen
beelden bevat: Gebruik de optie Weergavemap in het weergavemenu om een
map met beelden te kiezen (0 266).
“Staande” foto’s (portretstand) worden “liggend” (landschap) weergegeven:
• Selecteer Aan voor Draai portret (0 267).
• Foto werd gemaakt met Uit geselecteerd voor Automatische beeldrotatie
(0 290).
• Camera was omhoog of omlaag gericht toen de foto werd gemaakt.
• Foto wordt in controlebeeld weergegeven (0 230).
Kan foto niet wissen:
• Foto is beveiligd: verwijder beveiliging (0 245).
• Geheugenkaart is vergrendeld (0 29).
Kan foto niet retoucheren: De foto kan niet verder worden bewerkt met deze
camera (0 346).
Kan afdrukopdracht niet wijzigen:
• Geheugenkaart is vol: wis foto’s (0 40, 246).
• Geheugenkaart is vergrendeld (0 29).
Kan geen foto selecteren voor afdrukken: Foto bevindt zich in NEF (RAW)-formaat.
Zet de foto’s over naar een computer en druk af met behulp van
Capture NX-D (0 ii). NEF (RAW)-foto’s kunnen worden opgeslagen in JPEGformaat met behulp van NEF (RAW)-verwerking (0 302).
Foto wordt niet weergegeven op high-definition video-apparaat: Controleer of de
HDMI-kabel aangesloten is.
Camera reageert niet op afstandsbediening voor HDMI-CEC-televisie:
• Selecteer Aan voor HDMI > Apparaatbesturing in het setup-menu
(0 292).
• Pas de HDMI-CEC-instellingen aan voor de televisie zoals beschreven in de
documentatie meegeleverd met het apparaat.
Kan geen foto’s overzetten naar computer: Besturingssysteem niet compatibel met
camera of overdrachtssoftware. Gebruik een kaartlezer om foto’s naar een
computer te kopiëren.
339
Optie voor stofverwijdering in Capture NX-D heeft niet het gewenste effect:
Beeldsensorreiniging wijzigt de positie van stof op de beeldsensor.
Referentiegegevens voor stofverwijdering opgenomen vóór uitvoering van
beeldsensorreiniging, kunnen niet worden gebruikt voor foto’s gemaakt
nadat reiniging van de beeldsensor is uitgevoerd. Referentiegegevens voor
stofverwijdering opgenomen nadat reiniging van de beeldsensor wordt
uitgevoerd, kunnen niet worden gebruikt voor foto’s gemaakt voordat
reiniging van de beeldsensor wordt uitgevoerd.
Weergave van NEF (RAW)-afbeeldingen op computer is anders dan op de camera: Software
van andere merken geeft de effecten van Picture Controls, Actieve D-Lighting
of vignetteringscorrectie niet weer. Gebruik Capture NX-D (0 ii).
Wi-Fi (draadloze netwerken)
Smartapparaten geven niet de SSID van de camera weer (netwerknaam):
• Controleer of Inschakelen is geselecteerd voor Wi-Fi >
Netwerkverbinding in het setup-menu van de camera (0 251).
• Probeer Wi-Fi van het smartapparaat uit te schakelen en schakel weer in.
Kan geen verbinding maken met smartapparaten met behulp van NFC (0 254): Kies een
andere verbindingsmethode (0 251).
Diversen
Opnamedatum is onjuist: De cameraklok is minder nauwkeurig dan de meeste
horloges en gewone klokken. Controleer de klok regelmatig met meer
nauwkeurige uurwerken en pas de tijd zo nodig aan.
Menu-item kan niet worden geselecteerd: Sommige opties zijn niet beschikbaar bij
bepaalde instellingencombinaties of wanneer er geen geheugenkaart is
geplaatst. Merk op dat de optie Batterij-informatie niet beschikbaar is
wanneer de camera door een optionele stroomaansluiting en
lichtnetadapter wordt gevoed.
340
Foutmeldingen
Dit gedeelte geeft een overzicht van de aanduidingen en
foutmeldingen in de zoeker, het bedieningspaneel en de monitor.
Aanduiding
Bedieningspaneel Zoeker
Probleem
Oplossing
Diafragmaring is niet Stel de ring in op minimaal
ingesteld op
diafragma (hoogste
minimaal diafragma. f-waarde).
Houd een volledig
H
d Accu bijna leeg.
opgeladen reserve-accu bij
de hand.
• Accu is leeg.
• Laad de accu op of vervang
de accu.
• Accu kan niet
• Neem contact op met een
worden gebruikt.
door Nikon geautoriseerde
servicevertegenwoordiger.
• Er is een zo goed • Vervang de accu, of laad de
H
d
als lege oplaadbare oplaadbare Li-ion-accu op
(knippert) (knippert) Li-ion-accu of een
als deze leeg is.
batterij van een
ander merk in de
camera of in de
optionele MB-D15
battery pack
geplaatst.
Geen objectief
bevestigd, of
objectief zonder
CPU bevestigd
zonder dat
Diafragmawaarde wordt
F
maximaal diafragma weergegeven als maximaal
is opgegeven.
diafragma is opgegeven.
Diafragma wordt
weergegeven in
aantal stops vanaf
maximaal diafragma.
B
(knippert)
0
29
21
xviii,
21,
22,
319
224
341
Aanduiding
Bedieningspaneel Zoeker
Probleem
Oplossing
• Er is geen objectief • Bevestig niet-IX Nikkorbevestigd.
objectief. Als er een
objectief zonder CPU is
i
bevestigd, verwijder en
(knippert)
plaats het objectief terug.
• Objectief zonder
• Selecteer stand A of M.
CPU bevestigd.
Camera kan niet
F H
Verander de compositie of
—
scherpstellen met
(knippert)
stel handmatig scherp.
autofocus.
• Gebruik een lagere
ISO-gevoeligheid.
• In opnamestand:
P Gebruik een ND-filter
van een ander merk
Onderwerp te
helder; foto wordt
S Kies kortere sluitertijd
overbelicht.
A Kies een kleiner
diafragma (hogere f(Belichtingsaanduidingen
waarde)
en sluitertijd- of
% Kies een andere
diafragmaweergave
opnamestand
knipperen)
• Gebruik een hogere ISOgevoeligheid.
• In opnamestand:
Onderwerp te
P Gebruik flitser
donker; foto wordt
S Kies langere sluitertijd
onderbelicht.
A Kies een groter
diafragma (lagere
f-waarde)
342
0
23,
304
51
96,
97
99
—
53
54
6
99
146
53
54
Aanduiding
Bedieningspaneel Zoeker
A
(knippert)
%
(knippert)
P
k
(knippert) (knippert)
Probleem
A geselecteerd
in stand S.
% geselecteerd in
stand S.
Oplossing
Wijzig sluitertijd of selecteer
stand M.
Wijzig sluitertijd of selecteer
stand M.
Wacht totdat het verwerken
Verwerking is bezig.
is voltooid.
Als de aanduiding na
Controleer de foto in de
de flits 3 sec.
monitor; pas de instellingen
M
—
knippert, is de foto
(knippert)
aan als de foto onderbelicht
mogelijk
is en probeer opnieuw.
onderbelicht.
• Verminder kwaliteit of
Onvoldoende
formaat.
geheugen om foto’s
• Wis foto’s na het kopiëren
te maken bij de
van belangrijke
n
j huidige instellingen
afbeeldingen naar een
(knippert) (knippert) of geen bestands- of
computer of ander
mapnummer meer
apparaat.
beschikbaar op de
• Plaats nieuwe
camera.
geheugenkaart.
Ontspan de sluiter. Als de
fout zich blijft voordoen,
neem dan contact op met
O
Camerastoring.
een door Nikon
(knippert)
geautoriseerde
servicevertegenwoordiger.
0
53,
56
53,
56
—
229
77,
81
246
22
—
343
Aanduiding
Monitor
Geen
geheugenkaart.
Kan deze
geheugenkaart
niet gebruiken.
De kaart is
mogelijk
beschadigd.
Plaats een
andere kaart.
g
344
Bedieningspaneel
S
W,
O
(knippert)
W,
O
(knippert)
Probleem
Oplossing
Zet de camera uit en
Camera kan geen
controleer of de
geheugenkaart
geheugenkaart correct is
vinden.
geplaatst.
• Fout bij
• Gebruik een door Nikon
toegang tot
goedgekeurde kaart.
geheugenkaart. • Controleer of de
contacten schoon zijn.
Als de kaart is
beschadigd, neem dan
contact op met uw
winkelier of een door
Nikon geautoriseerde
servicevertegenwoordiger.
• Kan geen
• Wis bestanden of plaats
nieuwe map
een nieuwe
maken.
geheugenkaart na het
kopiëren van
belangrijke beelden
naar een computer of
ander apparaat.
• Controleer of firmware
van Eye-Fi-kaart up-todate is.
Camera kan geen • Kopieer bestanden op
Eye-Fi-kaart
Eye-Fi-kaart naar een
bedienen.
computer of ander
apparaat en formatteer
de kaart of plaats een
nieuwe kaart.
0
22
379
—
22,
246
—
22,
293
Aanduiding
BedieMonitor
ningspaneel
Probleem
Geheugenkaart
is vergrendeld.
W, Geheugenkaart
Zet de
X
is vergrendeld
vergrendeling in (knippert) (schrijfbeveiligd).
de schrijfstand.
Niet beschikbaar W, Eye-Fi-kaart is
als Eye-Fi-kaart is
O
vergrendeld
vergrendeld.
(knippert) (schrijfbeveiligd).
Geheugenkaart
Deze kaart is niet
is niet
geformatteerd.
[C]
geformatteerd
Formatteer de
(knippert)
voor gebruik in
kaart.
de camera.
Cameraklok is
Klok is opnieuw
—
niet ingesteld.
ingesteld.
De interne
Kan livebeeld
temperatuur van
niet starten.
—
de camera is
Even geduld.
hoog.
Geen beelden op
geheugenkaart
Map bevat geen
—
of in map(pen)
beelden.
geselecteerd
voor weergave.
Alle beelden zijn
verborgen.
—
Oplossing
0
Schuif schrijfbeveiliging
van kaart naar “schrijven”- 29
positie.
Formatteer de
geheugenkaart of plaats
nieuwe geheugenkaart.
22,
289
Stel de cameraklok in.
24,
290
Wacht totdat alle interne
schakelingen zijn
afgekoeld alvorens
livebeeld te hervatten.
Selecteer een map met
beelden in het menu
Weergavemap of plaats
een geheugenkaart met
beelden.
Er kunnen geen beelden
worden weergegeven
Alle foto’s in de totdat een andere map
huidige map zijn wordt geselecteerd of
verborgen.
Beeld verbergen wordt
gebruikt om ten minste
één beeld weer te geven.
337
22,
266
266
345
Aanduiding
Monitor
Kan dit bestand
niet weergeven.
Kan dit bestand
niet selecteren.
Deze film kan
niet worden
bewerkt.
Kan geen
verbinding
maken.
Meerdere
apparaten
gedetecteerd.
Probeer het later
opnieuw.
Fout
346
Bedieningspaneel
—
—
Probleem
Bestand is
gemaakt of
gewijzigd met
een computer of
een camera van
een ander merk,
of het bestand is
beschadigd.
Het
geselecteerde
beeld kan niet
worden
geretoucheerd.
Oplossing
Bestand kan niet worden
—
afgespeeld op de camera.
Beelden die met andere
apparaten zijn gemaakt,
kunnen niet worden
geretoucheerd.
—
—
Meerdere
smartapparaten
Wacht enkele minuten
proberen
alvorens opnieuw te
gelijktijdig
verbinding te
proberen.
maken met de
camera.
Wi-Fi-fout.
—
—
• Films gemaakt met
andere apparaten
kunnen niet worden
bewerkt.
• Films moeten ten minste 182
twee seconden lang zijn.
De geselecteerde
film kan niet
worden bewerkt.
—
0
Selecteer Uitschakelen
voor Wi-Fi >
Netwerkverbinding,
selecteer vervolgens
nogmaals Inschakelen.
—
256
Aanduiding
BedieMonitor
ningspaneel
Probleem
Oplossing
Netwerktoegang
De interne
is pas
Schakel de camera uit en
temperatuur van
beschikbaar
—
probeer opnieuw nadat
de camera is
nadat de camera
de camera is afgekoeld.
hoog.
is afgekoeld.
Controleer de printer.
Controleer de
Selecteer Doorgaan
—
Printerfout.
printer.
(indien beschikbaar) om
te hervatten.
Papier in printer
Plaats papier van het
Controleer het
heeft niet het
—
juiste formaat en
papier.
geselecteerde
selecteer Doorgaan.
formaat.
Verwijder vastgelopen
Het papier zit
Papier zit vast in
—
papier en selecteer
vast.
de printer.
Doorgaan.
Geen papier
Plaats papier van het
Het papier is op.
—
meer in de
geselecteerde formaat en
printer.
selecteer Doorgaan.
Controleer de inkt.
Controleer de
—
Inktfout.
Selecteer Doorgaan om
inkt.
te hervatten.
Geen inkt meer Vervang de inkt en
De inkt is op.
—
in de printer.
selecteer Doorgaan.
0
—
—*
—*
—*
—*
—*
—*
* Raadpleeg de printerhandleiding voor meer informatie.
347
Specificaties
❚❚ Nikon D7200 digitale camera
Type
Type
Objectiefvatting
Effectieve beeldhoek
Effectieve pixels
Effectieve pixels
Beeldsensor
Beeldsensor
Totaal aantal pixels
Stofreductiesysteem
Opslag
Beeldformaat (pixels)
348
Digitale spiegelreflexcamera
Nikon F-vatting (met AF-koppeling en
AF-contacten)
Nikon DX-formaat; brandpuntsafstand in 35 mm
[135]-formaat gelijk aan ca. 1,5× dat van
objectieven met FX-formaat beeldhoek
24,2 miljoen
23,5 × 15,6 mm CMOS-sensor
24,72 miljoen
Reiniging beeldsensor, referentiegegevens voor
stofverwijdering (optionele software
Capture NX-D vereist)
• DX (24×16) beeldveld
6.000 × 4.000 (#)
4.496 × 3.000 ($)
2.992 × 2.000 (%)
• 1,3× (18×12) beeldveld
4.800 × 3.200 (#)
3.600 × 2.400 ($)
2.400 × 1.600 (%)
• Foto’s met beeldveld DX (24×16) gemaakt met livebeeldselector naar 1 gedraaid in livebeeld
6.000 × 3.368 (#)
4.496 × 2.528 ($)
2.992 × 1.680 (%)
• Foto’s met beeldveld van 1,3× (18×12) gemaakt met de
livebeeld-selector naar 1 gedraaid in livebeeld
4.800 × 2.696 (#)
3.600 × 2.024 ($)
2.400 × 1.344 (%)
Opslag
Bestandsindeling
Picture Control-systeem
Media
Dubbele sleuf
Bestandssysteem
Zoeker
Zoeker
Beelddekking
Vergroting
Oogafstand
Dioptrieregelaar
• NEF (RAW): 12- of 14-bits, compressie zonder
verlies of gecomprimeerd
• JPEG: JPEG-Baseline compatibel met compressie
Fijn (ca. 1 : 4), Normaal (ca. 1 : 8) of Basis (ca. 1 : 16)
(Vaste grootte); Optimale kwaliteit-compressie
beschikbaar
• NEF (RAW)+JPEG: Enkele foto vastgelegd in zowel
NEF (RAW)- als JPEG-formaat
Standaard, Neutraal, Levendig, Monochroom,
Portret, Landschap, Gelijkmatig; geselecteerde
Picture Control kan worden gewijzigd; opslag voor
eigen Picture Controls
SD (Secure Digital) en UHS-I compatibel SDHC- en
SDXC-geheugenkaarten
Sleuf 2 kan worden gebruikt voor overloop of
back-upopslag of voor afzonderlijke opslag van
kopieën gemaakt met behulp van NEF+JPEG;
foto’s op de kaarten kunnen onderling worden
gekopieerd.
DCF 2.0, DPOF, Exif 2.3, PictBridge
Spiegelreflexzoeker met pentaprisma op
ooghoogte
• DX (24×16) beeldveld: Ca. 100% horizontaal en 100%
verticaal
• 1,3× (18×12) beeldveld: Ca. 97% horizontaal en 97%
verticaal
Ca. 0,94 × (50 mm f/1.4 objectief op oneindig,
–1,0 m–1)
19,5 mm (–1,0 m–1; vanuit middenoppervlak van
zoekeroculairobjectief)
–2–+1 m–1
349
Zoeker
Scherpstelscherm
Reflexspiegel
Voorbeeld scherptediepte
Objectiefdiafragma
Objectief
Compatibele objectieven
Type B BriteView Clear Matte Mark II-scherm met
AF-veldhaakjes (raster kan worden weergegeven)
Direct terugkerend
Het indrukken van de Pv-knop stopt diafragma bij
de waarde geselecteerd door de gebruiker
(standen A en M) of door de camera (andere
standen)
Direct terugkerend, elektronisch gestuurd
Compatibel met AF NIKKOR-objectieven, inclusief
type G-, E- en D-objectieven (enkele restricties zijn
van toepassing op pc-objectieven) en DXobjectieven, AI-P NIKKOR-objectieven en AIobjectieven zonder CPU (alleen standen A en M).
IX NIKKOR-objectieven, objectieven voor de F3AF
en objectieven zonder AI kunnen niet worden
gebruikt.
De elektronische afstandsmeter kan worden
gebruikt voor objectieven die over een maximaal
diafragma beschikken van f/5.6 of korter (de
elektronische afstandsmeter ondersteunt het
middelste 1 scherpstelpunt van objectieven die
over een maximaal diafragma beschikken van f/8
of korter).
350
Sluiter
Type
Elektronisch gestuurde verticaal aflopende
filmvlaksluiter
1
Snelheid
/8.000–30 sec. in stappen van 1/3 of 1/2 LW, bulb, tijd,
X250
Flitssynchronisatiesnelheid X = 1/250 sec.; synchroniseert met sluiter bij 1/320 sec.
of langer (flitsbereik neemt af bij snelheden tussen
1/250 en 1/320 sec.)
Ontspannen
Ontspanstand
S (enkel beeld), CL (continu lage snelheid),
CH (continu hoge snelheid), Q (stil ontspannen),
E (zelfontspanner), MUP (spiegel omhoog)
Geschatte beeldsnelheid
• JPEG en 12-bits NEF (RAW)-afbeeldingen vastgelegd met
DX (24×16) geselecteerd voor beeldveld
CL: 1–6 bps
CH: 6 bps
• JPEG en 12-bits NEF (RAW)-afbeeldingen vastgelegd met
1,3× (18×12) geselecteerd voor beeldveld
CL: 1–6 bps
CH: 7 bps
• 14-bits NEF (RAW)-afbeeldingen vastgelegd met
DX (24×16) geselecteerd voor beeldveld
CL: 1–5 bps
CH: 5 bps
• 14-bits NEF (RAW)-afbeeldingen vastgelegd met
1,3× (18×12) geselecteerd voor beeldveld
CL: 1–6 bps
CH: 6 bps
Opmerking: Maximale beeldsnelheid in livebeeld is
3,7 bps.
Zelfontspanner
2 sec., 5 sec., 10 sec., 20 sec.; 1–9 opnamen bij
intervallen van 0,5, 1, 2 of 3 sec.
Afstandsbedieningsstanden Vertraagd op afstand, direct of afstand, spiegel
(ML-L3)
omhoog op afstand
351
Belichting
Lichtmeting
Lichtmeetmethode
Bereik (ISO 100, f/1.4
objectief, 20 °C)
Lichtmeterkoppeling
Stand
352
DDL-belichtingsmeting met behulp van RGBsensor met 2.016 pixels
• Matrix: 3D-kleurenmatrixmeting II (type G-, E- en
D-objectieven); kleurenmatrixmeting II (andere
CPU-objectieven); kleurenmatrixmeting
beschikbaar met objectieven zonder CPU indien
gebruiker de objectiefgegevens verschaft
• Centrumgericht: ongeveer 75% van het beeld
gemeten in een cirkel van 8 mm in het midden
van het beeld. Diameter van de cirkel kan worden
veranderd in 6, 10 of 13 mm of het gemiddelde
van het gehele beeld wordt gemeten
(objectieven zonder CPU gebruiken een
standaard cirkel van 8 mm)
• Spot: Meet een cirkel met een diameter van circa
3,5 mm (circa 2,5% van het beeld) gecentreerd op
het geselecteerde scherpstelpunt (op middelste
scherpstelpunt wanneer een objectief zonder
CPU wordt gebruikt)
• Matrix of centrumgerichte meting: 0–20 LW
• Spotmeting: 2–20 LW
Gecombineerd CPU en AI
Automatische standen (i automatisch; j automatisch
(flitser uit)); onderwerpstanden (k portret; l landschap;
p kinderen; m sport; n close-up; o nachtportret; r
nachtlandschap; s party/binnen; t strand/sneeuw; u
zonsondergang; v schemering; w dierenportret; x kaarslicht; y
bloesem; z herfstkleuren; 0 voedsel); standen speciale
effecten (% nachtzicht; g kleurenschets; i miniatuureffect;
u selectieve kleur; 1 silhouet; 2 high-key; 3 low-key);
automatisch programma met flexibel programma
(P); sluitertijdvoorkeuze (S); diafragmavoorkeuze
(A); handmatig (M); U1 (gebruikersinstellingen 1); U2
(gebruikersinstellingen 2)
Belichting
Belichtingscorrectie
Belichtingsvergrendeling
ISO-gevoeligheid
(aanbevolen
belichtingsindex)
Actieve D-Lighting
Scherpstelling
Autofocus
Detectiebereik
Objectiefscherpstelling
Scherpstelpunt
AF-veldstand
Scherpstelvergrendeling
Kan worden aangepast met –5–+5 LW in stappen
van 1/3 of 1/2 LW in de standen P, S, A, M, SCENE en %
Lichtsterkte vergrendeld bij gedetecteerde waarde
met A AE-L/AF-L-knop
ISO 100–25.600 in stappen van 1/3 of 1/2 LW.
Standen P, S, A en M kunnen ook worden ingesteld
op ca. 1 of 2 LW (ISO 102.400 equivalent; alleen
monochroom) boven ISO 25.600; automatische
instelling van ISO-gevoeligheid beschikbaar
Automatisch, Extra hoog, Hoog, Normaal, Laag,
Uit
Nikon Advanced Multi-CAM 3500 II autofocus
sensormodule met DDL-fasedetectie, fijnafstelling,
51 scherpstelpunten (inclusief 15 kruistype
sensoren; f/8 ondersteund door 1 sensor) en
AF-hulpverlichting (bereik ca. 0,5–3 m)
–3 – +19 LW (ISO 100, 20 °C)
• Autofocus (AF): Enkelvoudige servo-AF (AF-S);
continue servo-AF (AF-C); automatische AF-S/
AF-C-selectie (AF-A); anticiperende scherpstelling
automatisch geactiveerd overeenkomstig
onderwerpstatus
• Handmatige scherpstelling (M): Elektronische
afstandsmeter kan worden gebruikt
Kan worden geselecteerd uit 51 of 11
scherpstelpunten
Enkelpunts AF; 9-, 21- of 51-punten dynamisch
veld-AF, 3D-tracking, automatisch veld-AF
Scherpstelling kan worden vergrendeld door de
ontspanknop half in te drukken (enkelvoudige
servo-AF) of door de A AE-L/AF-L-knop in te drukken
353
Flitser
Ingebouwde flitser
i, k, p, n, o, s, w, g: Automatisch flitsen met
automatische pop-up
P, S, A, M, 0: Handmatige pop-up met knop
ontspannen
Richtgetal
Ca. 12, 12 met handmatige flitser (m, ISO 100,
20 °C)
Flitserregeling
DDL: i-DDL-flitserregeling met behulp van een RGBsensor met 2.016 pixels is beschikbaar met
ingebouwde flitser; i-DDL-uitgebalanceerde
invulflits; i-DDL voor digitale SLR wordt gebruikt
met matrixmeting of centrumgerichte meting,
standaard i-DDL-invulflitser voor digitale SLR met
spotmeting
Flitsstand
Automatisch, automatisch met rode-ogenreductie,
automatisch met lange sluitertijd, automatisch
met lange sluitertijd met rode-ogenreductie,
invulflits, rode-ogenreductie, synchronisatie met
lange sluitertijd, synchronisatie met lange
sluitertijd met rode-ogenreductie, synchronisatie
op het tweede gordijn met lange sluitertijd,
synchronisatie op het tweede gordijn, uit;
automatische snelle FP-synchronisatie
ondersteund
Flitscorrectie
–3 – +1 LW in stappen van 1/3 of 1/2 LW
Flitsgereedaanduiding
Gaat branden bij een volledig opgeladen
ingebouwde flitser of optionele flitser; knippert na
flitsen op vol vermogen
Accessoireschoen
ISO 518 flitsschoen met synchronisatie- en
gegevenscontacten en vergrendeling
Nikon Creatief
Nikon CLS ondersteund; optie voor
Verlichtingssysteem (CVS) commanderstand beschikbaar
Synchronisatie-aansluiting Synchronisatieflitsadapter AS-15 (apart
verkrijgbaar)
354
Witbalans
Witbalans
Bracketing
Bracketingtypes
Livebeeld
Standen
Objectiefscherpstelling
AF-veldstand
Autofocus
Film
Lichtmeting
Lichtmeetmethode
Beeldformaat (pixels) en
beeldsnelheid
Automatisch (2 types), gloeilamplicht, tl-licht
(7 types), direct zonlicht, flitslicht, bewolkt,
schaduw, handmatige voorinstelling (er kunnen
maximaal 6 waarden worden opgeslagen, spotwitbalansmeting beschikbaar tijdens livebeeld),
kies kleurtemperatuur (2.500 K–10.000 K), allen
met fijnafstelling
Belichting, flitser, witbalans en ADL
C (fotolivebeeld), 1 (filmlivebeeld)
• Autofocus (AF): Enkelvoudige servo-AF (AF-S); fulltime servo-AF (AF-F)
• Handmatige scherpstelling (M)
Gezichtprioriteit-AF, breedveld-AF, normaal veldAF, AF met meevolgende scherpstelling
Contrastdetectie-AF overal in beeld (camera
selecteert automatisch het scherpstelpunt
wanneer gezichtprioriteit-AF of AF met
meevolgende scherpstelling is geselecteerd)
DDL-belichtingsmeting met behulp van
hoofdbeeldsensor
Matrixmeting of centrumgericht
• 1.920 ×1.080; 60p (progressief), 50p, 30p, 25p,
24p
• 1.280 × 720; 60p, 50p
Werkelijke beeldsnelheden voor 60p, 50p, 30p,
25p en 24p zijn respectievelijk 59,94, 50, 29,97, 25
en 23,976 bps; opties ondersteunen zowel ★hoge
en normale beeldkwaliteit
1.920 × 1.080; 60p en 50p zijn alleen beschikbaar
wanneer 1,3× (18×12) is geselecteerd voor
Beeldveld in het filmopnamemenu
355
Film
Bestandsindeling
Videocompressie
Geluidsindeling
Geluidsrecorder
Overige opties
Monitor
Monitor
Weergave
Weergave
Interface
USB
HDMI-uitgang
Accessoire-aansluiting
Audio-ingang
Geluidsuitvoer
356
MOV
H.264/MPEG-4 Advanced Video Coding
Lineair PCM
Ingebouwde of externe stereomicrofoon;
gevoeligheid aanpasbaar
Indexmarkering, time-lapse-fotografie
8-cm/3,2-in., ca. 1.229.000 beeldpunten
(VGA; 640 × RGBW × 480 = 1.228.800 beeldpunten),
TFT-monitor met ca. 170° kijkhoek, ca. 100%
beelddekking en helderheidsaanpassing
Schermvullende weergave en miniatuurweergave
(4, 9 of 72 beelden of kalender) met
zoomweergave, filmweergave, diashows van foto’s
en/of films, histogramweergave, hoge lichten, fotoinformatie, locatiegegevensweergave en
automatische beeldrotatie
Hi-Speed USB; aansluiting op ingebouwde
USB-poort wordt aanbevolen
Type C HDMI-aansluiting
• Draadloze afstandsbedieningen: WR-1, WR-R10 (apart
verkrijgbaar)
• Afstandsbedieningskabel: MC-DC2 (apart
verkrijgbaar)
• GPS-apparaat: GP-1/GP-1A (apart verkrijgbaar)
Stereo mini-stekkeraansluiting (3,5mm diameter;
plug-in stroom ondersteund)
Stereo mini-stekkeraansluiting (3,5 mm diameter)
Draadloos
Standaarden
Werkingsfrequentie
Bereik (hemelsbreed)
IEEE 802.11b, IEEE 802.11g
2.412–2.462 MHz (kanalen 1–11)
Circa 30 m (aanvaardt geen interferentie; bereik
kan variëren naargelang de signaalsterkte en
aanwezigheid of afwezigheid van obstakels)
Gegevenssnelheid
54 Mbps
Maximale logische gegevenssnelheden volgens
IEEE-standaard. Werkelijke snelheden kunnen
afwijken.
Authenticatie
Open systeem, WPA2-PSK
Instellingen voor draadloos Ondersteunt WPS
Toegangsprotocollen
Infrastructuur
NFC
Werking
Ondersteunde talen
Ondersteunde talen
NFC Forum Type 3 Tag
Arabisch, Bengaals, Bulgaars, Chinees
(Vereenvoudigd en Traditioneel), Deens, Duits,
Engels, Fins, Frans, Grieks, Hindi, Hongaars,
Indonesisch, Italiaans, Japans, Koreaans, Marathi,
Nederlands, Noors, Oekraïens, Perzisch, Pools,
Portugees (Portugal en Brazilië), Roemeens,
Russisch, Servisch, Spaans, Tamil, Telugu, Thais,
Tsjechisch, Turks, Vietnamees, Zweeds
357
Voedingsbron
Batterij
Battery pack
Lichtnetadapter
Statiefaansluiting
Statiefaansluiting
Afmetingen/gewicht
Afmetingen (B × H × D)
Gewicht
Eén oplaadbare Li-ion EN-EL15-batterij; EN-EL15b
en EN-EL15a-batterijen kunnen ook worden
gebruikt
Optionele MB-D15 multifunctionele battery pack
met één oplaadbare Nikon EN-EL15 oplaadbare
Li-ion-accu of zes AA alkaline-, Ni-MH- of
lithiumbatterijen. EN-EL15b en EN-EL15abatterijen kunnen ook worden gebruikt.
Lichtnetadapter EH-5b; vereist stroomaansluiting
EP-5B (apart verkrijgbaar)
/ in. (ISO 1222)
14
Ca. 135,5 × 106,5 × 76 mm
Ca. 755 g met accu en geheugenkaart maar zonder
bodydop; ca. 675 g (alleen camerabody)
Gebruiksomgeving
Temperatuur
0 °C–40 °C
Luchtvochtigheid
85% of minder (geen condensatie)
• Tenzij anders vermeld worden alle metingen uitgevoerd conform de Camera and Imaging Products
Association (CIPA) richtlijnen.
• Alle getallen hebben betrekking op een camera met een volledig opgeladen accu.
• Nikon behoudt zich het recht voor de specificaties van de hardware en software die in deze
handleiding worden beschreven op elk moment te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
Nikon kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die kan voortvloeien uit eventuele fouten in
deze handleiding.
358
❚❚ MH-25a batterijlader
Nominale invoer
Nominale uitvoer
Ondersteunde batterijen
Oplaadtijd
Gebruikstemperatuur
Afmetingen (B × H × D)
Lengte van het netsnoer
(indien meegeleverd)
Gewicht
AC 100–240 V, 50/60 Hz, 0,23–0,12 A
DC 8,4 V/1,2 A
Nikon EN-EL15b, EN-EL15a en EN-EL15 oplaadbare
Li-on-batterijen
Ca. 2 uur en 35 minuten bij een
omgevingstemperatuur van 25 °C wanneer de
accu leeg is
0 °C–40 °C
Ca. 95 × 33,5 × 71 mm, exclusief uitstekende delen
Ca. 1,5 m
Ca. 115 g, exclusief meegeleverde
stroomaansluiting (netsnoer of stekkeradapter)
❚❚ EN-EL15 oplaadbare Li-ion-accu
Type
Nominale capaciteit
Gebruikstemperatuur
Afmetingen (B × H × D)
Gewicht
Oplaadbare lithium-ion-accu
7,0 V/1.900 mAh
0 °C–40 °C
Ca. 40 × 56 × 20,5 mm
Ca. 78 g, exclusief afdekkapje
359
❚❚ AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G ED VR-objectief
Type
Brandpuntsafstand
Maximaal diafragma
Objectiefconstructie
Beeldhoek
Schaal brandpuntsafstand
Afstandsinformatie
Zoom
Scherpstellen
Vibratiereductie
Kortste scherpstelafstand
Diafragmalamellen
Diafragma
Diafragmabereik
Lichtmeting
Maat voor filters/
voorzetlenzen
Afmetingen
Gewicht
360
Type G AF-S DX-objectief met ingebouwde CPU en
F-vatting
18–105 mm
f/3.5–5.6
15 elementen in 11 groepen (inclusief 1 EDobjectiefelement, 1 asferisch objectiefelement)
76°–15° 20´
Gradaties in millimeters (18, 24, 35, 50, 70, 105)
Uitvoer naar camera
Handmatige zoom met behulp van onafhankelijke
zoomring
Nikon Internal Focusing (IF)-systeem met
autofocus geregeld door Silent Wave Motor en
afzonderlijke scherpstelring voor handmatige
scherpstelling
Objectiefverschuiving met behulp van voice coil
motors (VCMs)
0,45 m van filmvlak (0 98) bij alle zoomstanden
7 (ronde diafragma-opening)
Volledig automatisch
• 18 mm brandpuntsafstand: f/3.5–22
• 105 mm brandpuntsafstand: f/5.6–38
Het minimale weergegeven diafragma kan
verschillen afhankelijk van de grootte van de
belichtingsstap geselecteerd voor de camera.
Volledig diafragma
67 mm (P=0,75 mm)
Diameter van ca. 76 mm × 89 mm (afstand van
objectiefbevestigingsvlak van de camera)
Ca. 420 g
❚❚ AF-S DX NIKKOR 18–140mm f/3.5–5.6G ED VR-objectief
Type
Brandpuntsafstand
Maximaal diafragma
Objectiefconstructie
Beeldhoek
Schaal brandpuntsafstand
Afstandsinformatie
Zoom
Scherpstellen
Vibratiereductie
Kortste scherpstelafstand
Diafragmalamellen
Diafragma
Diafragmabereik
Lichtmeting
Maat voor filters/
voorzetlenzen
Afmetingen
Gewicht
Type G AF-S DX-objectief met ingebouwde CPU en
F-vatting
18–140 mm
f/3.5–5.6
17 elementen in 12 groepen (inclusief 1 EDobjectiefelement, 1 asferisch objectiefelement)
76°–11° 30´
Gradaties in millimeters (18, 24, 35, 50, 70, 140)
Uitvoer naar camera
Handmatige zoom met behulp van onafhankelijke
zoomring
Nikon Internal Focusing (IF)-systeem met
autofocus geregeld door Silent Wave Motor en
afzonderlijke scherpstelring voor handmatige
scherpstelling
Objectiefverschuiving met behulp van voice coil
motors (VCMs)
0,45 m van filmvlak (0 98) bij alle zoomstanden
7 (ronde diafragma-opening)
Volledig automatisch
• 18 mm brandpuntsafstand: f/3.5–22
• 140 mm brandpuntsafstand: f/5.6–38
Het minimale weergegeven diafragma kan
verschillen afhankelijk van de grootte van de
belichtingsstap geselecteerd voor de camera.
Volledig diafragma
67 mm (P = 0,75 mm)
Maximum diameter van ca. 78 mm × 97 mm
(afstand van objectiefbevestigingsvlak van de
camera)
Ca. 490 g
361
❚❚ AF-S DX NIKKOR 18–200mm f/3.5–5.6G ED VR II-objectief
Type
Brandpuntsafstand
Maximaal diafragma
Objectiefconstructie
Beeldhoek
Schaal brandpuntsafstand
Afstandsinformatie
Zoom
Scherpstellen
Vibratiereductie
Aanduiding voor
scherpstelafstand
Kortste scherpstelafstand
Diafragmalamellen
Diafragma
Diafragmabereik
Lichtmeting
Maat voor filters/
voorzetlenzen
Afmetingen
Type G AF-S DX-objectief met ingebouwde CPU en
F-vatting
18–200 mm
f/3.5–5.6
16 elementen in 12 groepen (inclusief 2 EDobjectiefelementen, 3 asferische
objectiefelementen)
76°–8°
Gradaties in millimeters (18, 24, 35, 50, 70, 135, 200)
Uitvoer naar camera
Handmatige zoom met behulp van onafhankelijke
zoomring
Nikon Internal Focusing (IF)-systeem met
autofocus geregeld door Silent Wave Motor en
afzonderlijke scherpstelring voor handmatige
scherpstelling
Objectiefverschuiving met behulp van voice coil
motors (VCMs)
0,5 m tot oneindig (∞)
0,5 m van filmvlak (0 98) bij alle zoomstanden
7 (ronde diafragma-opening)
Volledig automatisch
• 18 mm brandpuntsafstand: f/3.5–22
• 200 mm brandpuntsafstand: f/5.6–36
Het minimale weergegeven diafragma kan
verschillen afhankelijk van de grootte van de
belichtingsstap geselecteerd voor de camera.
Volledig diafragma
72 mm (P = 0,75 mm)
Maximum diameter van ca. 77 mm × 96,5 mm
(afstand van objectiefbevestigingsvlak van de
camera)
Gewicht
Ca. 565 g
Nikon behoudt zich het recht voor de specificaties van de hardware en software die in deze handleiding
worden beschreven op elk moment te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. Nikon kan niet
aansprakelijk worden gesteld voor schade die kan voortvloeien uit eventuele fouten in deze handleiding.
362
Objectieven
Dit gedeelte beschrijft de functies beschikbaar voor AF-S DX NIKKOR
18–105mm f/3.5–5.6G ED VR-, AF-S DX NIKKOR 18–140mm f/3.5–
5.6G ED VR- en AF-S DX NIKKOR 18–200mm f/3.5–5.6G ED VRobjectieven. Het objectief dat in het algemeen in deze handleiding
wordt gebruikt voor illustratieve doeleinden is de AF-S DX NIKKOR
18–105mm f/3.5–5.6G ED VR.
❚❚ AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G ED VR
Markering
brandpuntsafstand
Schaal
brandpuntsafstand
Objectiefdop
Objectiefbevestigingsmarkering
(0 23)
CPU-contacten
(0 307)
Achterste
objectiefdop
Zoomring (0 33)
Focusring (0 97)
Schakelaar A-M-stand (0 97)
AAN/UIT-schakelaar
vibratiereductie (0 367)
363
❚❚ AF-S DX NIKKOR 18–140mm f/3.5–5.6G ED VR
Markering
brandpuntsafstand
Schaal
brandpuntsafstand
Objectiefdop
Objectiefbevestigingsmarkering
(0 23)
CPU-contacten
(0 307)
Achterste
objectiefdop
Zoomring (0 33)
Focusring (0 97)
364
Schakelaar A-M-stand (0 97)
AAN/UIT-schakelaar
vibratiereductie (0 367)
❚❚ AF-S DX NIKKOR 18–200mm f/3.5–5.6G ED VR II
Aanduiding voor scherpstelafstand
Markering
brandpuntsafstand
Markering voor
scherpstelafstand
Objectiefbevestigingsmarkering (0 23)
Schaal
brandpuntsafstand
CPU-contacten (0 307)
Objectiefdop
LOCK
18
Zoomring (0 33)
Schakelaar
zoomvergrendeling
Focusring (0 97)
Achterste
objectiefdop
Schakelaar voor de
scherpstelstand (0 97)
AAN/UIT-schakelaar
vibratiereductie (0 367)
Schakelaar stand
vibratiereductie (0 368)
A Schakelaar zoomvergrendeling
Om de zoomring te vergrendelen, draai deze naar de 18-mm positie en
schuif de schakelaar van de zoomvergrendeling naar LOCK. Dit voorkomt dat
het objectief door zijn eigen gewicht wordt verlengd terwijl de camera van
de ene naar de andere plaats wordt meegedragen.
D Aanduiding voor scherpstelafstand
Merk op dat de aanduiding voor de scherpstelafstand alleen is bedoeld als
richtlijn en toont mogelijk een onnauwkeurige weergave van de afstand tot
het onderwerp en kan, door scherptediepte of andere factoren, ∞ niet
tonen wanneer de camera wordt scherpgesteld op een ver voorwerp.
365
De AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G ED VR, AF-S DX NIKKOR
18–140mm f/3.5–5.6G ED VR en AF-S DX NIKKOR 18–200mm f/3.5–
5.6G ED VR II zijn uitsluitend bedoeld voor gebruik met Nikon DXformaat digitale camera’s.
D Onderhoud objectief
• Houd de accucontacten schoon.
• Gebruik een blaasbalgje om stof en pluisjes van de objectiefoppervlakken
te verwijderen. Breng, om vlekken en vingerafdrukken te verwijderen, een
kleine hoeveelheid ethanol of objectiefreiniger aan op een zachte, schone
katoenen doek of objectiefreinigingsdoekje en reinig vanuit het midden
met een ronddraaiende beweging naar buiten toe en zorg ervoor dat er
geen vegen achterblijven en raak het glas niet aan met uw vingers.
• Gebruik nooit organische oplosmiddelen zoals verfverdunner of benzeen
om het objectief te reinigen.
• De zonnekap of NC-filters kunnen worden gebruikt om het voorste
objectiefelement te beschermen.
• Bevestig de voorste en achterste lensdoppen alvorens het objectief in de
flexibele tas te doen.
• Houd het objectief of de camera niet enkel vast aan de kap bij het
bevestigen van een zonnekap.
• Als het objectief voor langere tijd niet wordt gebruikt, bewaar het dan op
een koele, droge plaats om schimmel en roest te voorkomen. Berg niet op
in direct zonlicht of met nafta- of kamfermottenballen.
• Houd het objectief droog. Roesten van het interne mechanisme kan tot
onherstelbare schade leiden.
• Door het objectief achter te laten in extreem warme locaties kunnen
onderdelen gemaakt van versterkt plastic beschadigd raken of krom
trekken.
366
❚❚ Vibratiereductie (VR)
De objectieven beschreven in dit gedeelte ondersteunen
vibratiereductie (VR), wat onscherpte vermindert dat is veroorzaakt
door cameratrilling, zelfs wanneer de camera wordt gepand,
waardoor sluitertijden voor DX-formaat camera’s kunnen worden
verlengd met circa 3,5 stops (AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G
ED VR en AF-S DX NIKKOR 18-200mm f/3.5–5.6G ED VRII) of 4,0 stops
(AF-S DX NIKKOR 18–140mm f/3.5–5.6G ED VR) bij maximale
zoomstand (overeenkomstig de Camera and Imaging Products
Association [CIPA] normen; effecten verschillen per fotograaf en
opnameomstandigheden). Dit vergroot het bereik van beschikbare
sluitertijden en maakt uit-de-hand, statiefvrij fotograferen mogelijk
in vele verschillende omstandigheden.
Om vibratiereductie te gebruiken, schuif de
schakelaar van de vibratiereductie naar ON.
Vibratiereductie wordt geactiveerd
wanneer de ontspanknop half wordt
ingedrukt, waardoor de effecten van
cameratrilling op het beeld in de zoeker
worden verminderd en het proces van het
kadreren van het onderwerp en het
scherpstellen in zowel autofocus als
handmatige scherpstelstanden wordt
vergemakkelijkt. Wanneer de camera wordt
gepand, wordt vibratiereductie alleen
toegepast op bewegingen die geen deel uitmaken van de pan (als
de camera bijvoorbeeld horizontaal wordt gepand, wordt
vibratiereductie alleen toegepast op verticale trilling), waardoor het
veel eenvoudiger is om de camera zonder haperingen in een grote
boog te bewegen.
Schakel vibratiereductie uit wanneer de camera stevig op een statief
is bevestigd, maar laat de functie ingeschakeld als de statiefkop niet
is vastgezet of bij het gebruik van een statief met één poot.
367
D Vibratiereductie
Zet de camera niet uit en verwijder niet het objectief terwijl
vibratiereductie in werking is.
Vibratiereductie wordt uitgeschakeld terwijl de ingebouwde flitser wordt
opgeladen. Wanneer vibratiereductie actief is, kan het beeld in de zoeker
schudden na het ontspannen van de sluiter. Dit duidt niet op een storing;
wacht tot het beeld in de zoeker is gestabiliseerd alvorens te fotograferen.
A De schakelaar voor de vibratiereductiestand (AF-S DX NIKKOR 18–200mm f/3.5–5.6G
ED VR II-objectieven)
De schakelaar voor de vibratiereductiestand wordt gebruikt om de
vibratiereductiestand te selecteren wanneer vibratiereductie ingeschakeld
is.
• Selecteer NORMAL om trillingseffecten te verminderen bij het fotograferen
vanuit een vaste positie en in andere omstandigheden met vergelijkbaar
weinig camerabeweging.
• Selecteer ACTIVE om trillingseffecten te verminderen bij het fotograferen
vanuit een rijdend voertuig, tijdens het lopen en in andere
omstandigheden met actieve camerabeweging.
Schuif de schakelaar voor de vibratiereductiestand naar NORMAL voor het
pannen van opnamen. Wanneer de camera wordt gepand, wordt
vibratiereductie alleen toegepast op bewegingen die geen deel uitmaken
van de pan (als de camera bijvoorbeeld horizontaal wordt gepand, wordt
vibratiereductie alleen toegepast op verticale trilling), waardoor het veel
eenvoudiger is om de camera zonder haperingen in een grote boog te
bewegen.
368
A De ingebouwde flitser gebruiken
Zorg ervoor dat bij het gebruik van de ingebouwde flitser het onderwerp
zich op een afstand van minimaal 0,6 m bevindt en verwijder zonnekappen
om vignettering te voorkomen (schaduwen die ontstaan daar waar het
uiteinde van het objectief de ingebouwde flitser in de schaduw stelt).
Schaduw
Vignettering
AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G ED VR:
Camera
Zoomstand
D5300/D5000/D3100/
D3000
18 mm
24 mm
18 mm
24 mm
18 mm
24 mm
35–105 mm
Minimumafstand zonder
vignettering
2,5 m
1,0 m
3,0 m
1,0 m
2,5 m
1,0 m
Geen vignettering
Alle
Geen vignettering
18 mm
24–105 mm
18 mm
24–105 mm
18 mm
24 mm
35–105 mm
1,5 m
Geen vignettering
1,0 m
Geen vignettering
2,5 m
1,0 m
Geen vignettering
D5200/D5100/D3200
D5500/D3300
D7200/D7100/D7000/
D300-serie/D200/D100/
D80
D90/D70-serie
D50
D60/D40-serie
369
AF-S DX NIKKOR 18–140mm f/3.5–5.6G ED VR:
Camera
Zoomstand
D7200/D7100/D7000/
D300-serie/D200/D100
18 mm
24–140 mm
18 mm
24 mm
35–140 mm
Minimumafstand zonder
vignettering
1,0 m
Geen vignettering
2,5 m
1,0 m
Geen vignettering
18 mm
1,0 m
D90/D80/D50
D5500/D5300/D5200/
D5100/D5000/D3300/
D3200/D3100/D3000/
D70-serie/D60/D40-serie
24 mm
1,0 m
35–140 mm
Geen vignettering
AF-S DX NIKKOR 18–200mm f/3.5–5.6G ED VR II:
Camera
Zoomstand
D7200/D7100/D7000/
D300-serie/D200/D100
18 mm
24–200 mm
24 mm
35 mm
50–200 mm
24 mm
Minimumafstand zonder
vignettering
1,0 m
Geen vignettering
1,0 m
1,0 m
Geen vignettering
1,0 m
35–200 mm
Geen vignettering
D90/D80
D5500/D5300/D5200/
D5100/D5000/D3300/
D3200/D3100/D3000/
D70-serie/D60/D50/
D40-serie
Omdat de ingebouwde flitsers voor de D100 en D70 alleen de beeldhoek
van een objectief met een brandpuntsafstand van 20 mm of meer kunnen
beslaan; vignettering ontstaat bij een brandpuntsafstand van 18 mm.
370
A Meegeleverde accessoires voor AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G ED VR
• 67 mm snap-on voorste objectiefdop LC-67
• Achterste objectiefdop
• Flexibele objectieftas CL-1018
• Bajonetkap HB-32
Leg de bevestigingsmarkering voor de zonnekap (●) op één lijn met de
uitlijnmarkering op de zonnekap (
) zoals aangeduid in figuur q en
draai vervolgens de kap (w) totdat de ●-markering op één lijn ligt met de
vergrendelmarkering op de zonnekap (—).
Pak de kap, bij het bevestigen of verwijderen, dichtbij het symbool aan de
basis en houd niet te stevig vast. Vignettering kan optreden als de kap
niet juist is bevestigd.
De kap kan worden omgedraaid en op het objectief worden gemonteerd
wanneer deze niet in gebruik is.
A Optionele accessoires voor AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G ED VR
• 67 mm screw-on filters
• LF-1 en LF-4 achterste objectiefdoppen
371
A Meegeleverde accessoires voor AF-S DX NIKKOR 18–140mm f/3.5–5.6G ED VR
• 67 mm snap-on voorste objectiefdop LC-67
• Achterste objectiefdop
A Optionele accessoires voor AF-S DX NIKKOR 18–140mm f/3.5–5.6G ED VR
• 67 mm screw-on filters
• LF-1 en LF-4 achterste objectiefdoppen
• Flexibele objectieftas CL-1018
• Bajonetkap HB-32
Leg de bevestigingsmarkering voor de zonnekap (●) op één lijn met de
uitlijnmarkering op de zonnekap (
) zoals aangeduid in figuur q en
draai vervolgens de kap (w) totdat de ●-markering op één lijn ligt met de
vergrendelmarkering op de zonnekap (—).
Pak de kap, bij het bevestigen of verwijderen, dichtbij het symbool aan de
basis en houd niet te stevig vast. Vignettering kan optreden als de kap
niet juist is bevestigd.
De kap kan worden omgedraaid en op het objectief worden gemonteerd
wanneer deze niet in gebruik is.
372
A Meegeleverde accessoires voor AF-S DX NIKKOR 18–200mm f/3.5–5.6G ED VR II
• 72 mm snap-on voorste objectiefdop LC-72
• Achterste objectiefdop
• Flexibele objectieftas CL-1018
• Bajonetkap HB-35
Leg de bevestigingsmarkering voor de zonnekap (●) op één lijn met de
uitlijnmarkering op de zonnekap (
) zoals aangeduid in figuur q en
draai vervolgens de kap (w) totdat de ●-markering op één lijn ligt met de
vergrendelmarkering op de zonnekap (—).
NORMAL
ACTIVE
Pak de kap, bij het bevestigen of verwijderen, dichtbij het symbool aan de
basis en houd niet te stevig vast. Vignettering kan optreden als de kap
niet juist is bevestigd.
De kap kan worden omgedraaid en op het objectief worden gemonteerd
wanneer deze niet in gebruik is.
A Optionele accessoires voor AF-S DX NIKKOR 18–200mm f/3.5–5.6G ED VR II
• 72 mm screw-on filters
• LF-1 en LF-4 achterste objectiefdoppen
373
A Een opmerking over groothoek- en supergroothoekobjectieven
Autofocus levert mogelijk niet de gewenste resultaten in omstandigheden
zoals hieronder getoond.
1 Voorwerpen op de achtergrond nemen meer ruimte van het scherpstelpunt in dan het
hoofdonderwerp:
Als het scherpstelpunt zowel
voorgrond- als achtergrondobjecten
bevat, stelt de camera mogelijk scherp
op de achtergrond en is het
onderwerp mogelijk onscherp.
Voorbeeld: Een persoon ver weg
op enige afstand van de
achtergrond
2 Het onderwerp bevat veel fijne details.
De camera kan moeite hebben met
het scherpstellen op onderwerpen die
weinig contrast hebben of
onderwerpen die kleiner lijken dan
onderwerpen op de achtergrond.
Voorbeeld: Een veld met bloemen
Gebruik in deze gevallen handmatige scherpstellingen of gebruik
scherpstelvergrendeling om op een ander onderwerp op dezelfde afstand
scherp te stellen en pas vervolgens de compositie van de foto aan.
Raadpleeg voor meer informatie “Goede resultaten met autofocus” (0 96).
374
A M/A (autofocus met handcorrectie) met AF-S DX NIKKOR 18–200mm f/3.5–5.6G ED VR
II-objectieven gebruiken
Voer het volgende uit om scherp te stellen met behulp van autofocus met
handcorrectie (M/A):
1 Schuif de schakelaar voor de scherpstelstand (0 365) naar M/A.
2 Stel scherp.
Indien gewenst kunt u voorbij gaan aan autofocus door aan de
scherpstelring van het objectief te draaien terwijl de ontspanknop half
wordt ingedrukt (of door de knop in te drukken waaraan AF-ON is
toegewezen in het menu Persoonlijke instellingen). Druk de ontspanknop
half in om opnieuw scherp te stellen met behulp van autofocus (of druk
nogmaals op de knop).
A Scherpstellen met AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G ED VR- en AF-S DX NIKKOR
18–140mm f/3.5–5.6G ED VR-objectieven
Wanneer enkelvoudige servo-AF (AF-S) is geselecteerd als de
scherpstelstand van de camera en de A-M-schakelaar van het objectief is
ingesteld op A, kan scherpstelling worden aangepast door de ontspanknop
half ingedrukt te houden nadat de autofocusbewerking is voltooid en
handmatig aan de scherpstelring is gedraaid. Draai niet aan de
scherpstelring totdat de autofocusbewerking is voltooid. Druk de
ontspanknop nogmaals half in om opnieuw scherp te stellen met behulp
van autofocus.
375
❚❚ Ondersteunde normen
• DCF-versie 2.0: De Design Rule for Camera File Systems (DCF)
(ontwerpnormen voor camerabestandssystemen) is een
algemeen erkende norm voor digitale camera’s waarmee de
compatibiliteit tussen de verschillende cameramerken wordt
gewaarborgd.
• DPOF: Digital Print Order Format (DPOF) is een industriestandaard
die het mogelijk maakt foto’s af te drukken op basis van een
afdrukopdracht die is opgeslagen op de geheugenkaart.
• Exif-versie 2.3: De camera ondersteunt Exif (Exchangeable Image
File Format for Digital Still Cameras (uitwisselbare
beeldbestandsindeling voor digitale fotocamera’s) versie 2.3, een
standaard waarbij informatie bij foto’s wordt opgeslagen en wordt
gebruikt voor optimale kleurreproductie wanneer de beelden
worden afgedrukt met Exif-compatibele printers.
• PictBridge: Een norm die werd ontwikkeld door fabrikanten van
digitale camera’s en printers en die het mogelijk maakt foto’s
rechtstreeks op een printer af te drukken zonder ze eerst naar een
computer over te zetten.
• HDMI: High-Definition Multimedia Interface is een norm voor
multimedia interfaces in consumentenelektronica en AVapparatuur waarmee audiovisuele gegevens en stuursignalen via
één kabel kunnen worden overgebracht naar HDMI-compatibele
apparaten.
376
Handelsmerkinformatie
IOS is in de Verenigde Staten en/of andere landen een handelsmerk of
geregistreerd handelsmerk van Cisco Systems, Inc. en wordt onder licentie
gebruikt. Windows is een geregistreerd handelsmerk of een handelsmerk van
Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
PictBridge is een handelsmerk. De SD-, SDHC- en SDXC-logo’s zijn
handelsmerken van de SD-3C, LLC. HDMI, het HDMI-logo en High-Definition
Multimedia Interface zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken
van HDMI Licensing, LLC.
Wi-Fi en het Wi-Fi-logo zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken
van de Wi-Fi Alliance. N-Mark is een handelsmerk of geregistreerd
handelsmerk van NFC Forum, Inc. in de Verenigde Staten en/of andere
landen. Alle overige handelsmerken in deze handleiding of de overige
documentatie die met uw Nikon product wordt meegeleverd, zijn
handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de betreffende
rechthebbenden.
A Conformiteitsmarkering
De normen waaraan de camera voldoet kunnen worden bekeken met
behulp van de optie Conformiteitsmarkering in het setup-menu (0 293).
A FreeType-licentie (FreeType2)
Delen van deze software zijn auteursrechtelijk beschermd © 2012 The
FreeType Project (http://www.freetype.org). Alle rechten voorbehouden.
A MIT-licentie (HarfBuzz)
Delen van deze software zijn auteursrechtelijk beschermd © 2015 The
HarfBuzz Project (http://www.freedesktop.org/wiki/Software/HarfBuzz). Alle
rechten voorbehouden.
377
A Certificaten
378
Goedgekeurde geheugenkaarten
De camera ondersteunt SD-, SDHC- en SDXCgeheugenkaarten, inclusief SDHC- en SDXC-kaarten die
compatibel zijn met UHS-I. Kaarten gewaardeerd met
SD Snelheidsklasse 6 of hoger worden aanbevolen voor het
opnemen van films; gebruik van langzamere kaarten kan ervoor
zorgen dat de opname wordt onderbroken. Controleer, bij het
kiezen van kaarten voor gebruik in kaartlezers, of ze compatibel zijn
met het apparaat. Neem contact op met de fabrikant voor
informatie over functies, werking en gebruiksbeperkingen.
379
Capaciteit geheugenkaart
De volgende tabel toont het geschatte aantal foto’s dat kan worden
opgeslagen op een 16 GB SanDisk Extreme Pro 95 MB/sec. UHS-I
SDHC-kaart bij verschillende instellingen voor beeldkwaliteit
(0 77), beeldformaat (0 81) en beeldveld (vanaf maart 2015; 0 73).
❚❚ DX (24×16) beeldveld
Beeldkwaliteit
NEF (RAW), compressie zonder
verlies, 12-bits
NEF (RAW), compressie zonder
verlies, 14-bits
NEF (RAW), gecomprimeerd,
12-bits
NEF (RAW), gecomprimeerd,
14-bits
JPEG Fijn 3
JPEG Normaal 3
JPEG Basis 3
380
Beeldformaat
Bestandsgrootte 1
Aantal
beelden 1
Buffercapaciteit 2
—
22,2 MB
379
27
—
28,0 MB
294
18
—
20,6 MB
511
35
—
25,4 MB
428
26
Groot
Middel
Klein
Groot
Middel
Klein
Groot
Middel
Klein
12,7 MB
7,7 MB
3,9 MB
6,5 MB
3,9 MB
2,1 MB
2,7 MB
1,9 MB
1,1 MB
929
1.500
2.900
1.800
3.000
5.600
3.500
5.700
10.300
100
100
100
100
100
100
100
100
100
❚❚ 1,3× (18×12) beeldveld
Beeldkwaliteit
NEF (RAW), compressie zonder
verlies, 12-bits
NEF (RAW), compressie zonder
verlies, 14-bits
NEF (RAW), gecomprimeerd,
12-bits
NEF (RAW), gecomprimeerd,
14-bits
Beeldformaat
Bestandsgrootte 1
Aantal
beelden 1
Buffercapaciteit 2
—
15,0 MB
575
44
—
18,7 MB
449
29
—
13,8 MB
770
67
—
16,9 MB
648
46
Groot
8,6 MB
1.300
100
Middel
5,3 MB
2.200
100
Klein
2,9 MB
4.000
100
Groot
4,3 MB
2.600
100
Middel
2,8 MB
4.300
100
JPEG Normaal 3
Klein
1,5 MB
7.400
100
Groot
2,0 MB
5.100
100
JPEG Basis 3
Middel
1,4 MB
7.900
100
Klein
0,9 MB
13.100
100
1 Alle cijfers zijn benaderingen. De bestandsgrootte wisselt met het opgenomen onderwerp.
2 Maximum aantal opnamen dat kan worden opgeslagen in het buffergeheugen bij ISO 100. Neemt af
als Optimale kwaliteit is geselecteerd voor JPEG-compressie (0 80),
ISO-gevoeligheid is ingesteld op 12.800 of hoger, of ruisonderdrukking lange tijdopname of
automatische vertekeningscorrectie aan is.
3 Getallen veronderstellen dat JPEG-compressie is ingesteld op Vaste grootte. Het
selecteren van Optimale kwaliteit verhoogt de bestandsgrootte van JPEG-afbeeldingen; het
aantal beelden en de buffercapaciteit nemen omgekeerd evenredig af.
JPEG Fijn 3
A d3—Max. aant. continu-opnamen (0 280)
Het maximum aantal foto’s dat achter elkaar kan worden gemaakt in één
serieopname kan worden ingesteld op een hoeveelheid tussen 1 en 100.
381
Gebruiksduur van de accu
Het aantal filmopnamen of gewone opnamen dat kan worden
vastgelegd met een volledig opgeladen accu, varieert afhankelijk
van de staat van de accu, de temperatuur, het interval tussen
opnamen en de tijdsduur dat menu’s worden weergegeven. In het
geval van AA-batterijen varieert de capaciteit eveneens per merk en
de opslagomstandigheden; sommige accu’s kunnen niet worden
gebruikt. Voorbeeldgetallen voor de camera en het optionele
MB-D15 multifunctionele battery pack worden hieronder
weergegeven.
• Foto’s, enkel beeld ontspanstand (CIPA-norm 1)
Eén EN-EL15 accu 2 (camera): Circa 1.110 opnamen
Eén EN-EL15 accu 2 (MB-D15): Circa 1.110 opnamen
Zes AA alkalinebatterijen (MB-D15): Circa 630 opnamen
• Foto’s, continue ontspanstand (Nikon-norm 3)
Eén EN-EL15 accu 2 (camera): Circa 4.090 opnamen
Eén EN-EL15 accu 2 (MB-D15): Circa 4.090 opnamen
Zes AA alkalinebatterijen (MB-D15): Circa 1.510 opnamen
• Films 4
Eén EN-EL15 accu 2 (camera): Circa 80 minuten HD-filmopnamen
Eén EN-EL15 accu 2 (MB-D15): Circa 80 minuten HD-filmopnamen
Zes AA alkalinebatterijen (MB-D15): Circa 30 minuten HD-filmopnamen
382
1 Gemeten bij 23 °C (±2 °C) met een AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G ED VR-objectief onder de
volgende testomstandigheden: objectief loopt van oneindig naar minimaal bereik en één foto
gemaakt op basis van standaardinstellingen elke 30 sec.; flitser flitst bij elke volgende opname.
Livebeeld niet gebruikt.
2 EN-EL15b en EN-EL15a-batterijen kunnen ook worden gebruikt in plaats van de EN-EL15.
3 Gemeten bij 20 °C met een AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G ED VR-objectief onder de
volgende testomstandigheden: beeldkwaliteit ingesteld op JPEG Basis, beeldformaat ingesteld op M
(middel), sluitertijd 1/250 sec.,ontspanknop half ingedrukt gedurende drie seconden en scherpstelling
loopt drie maal van oneindig tot minimaal bereik; vervolgens worden zes opeenvolgende opnamen
gemaakt en de monitor ingeschakeld gedurende vijf seconden en vervolgens uitgeschakeld; cyclus
herhaald zodra stand-by-timer is verlopen.
4 Gemeten bij 23 °C (±2 °C) met de camera ingesteld op standaardinstellingen en een AF-S D NIKKOR
18–105mm f/3.5–5.6G ED VR-objectief onder omstandigheden gespecificeerd door de Camera and
Imaging Products Association (CIPA). Individuele films kunnen maximaal 29 minuten en 59 seconden
(1.080/30p) lang of 4 GB groot zijn; opname kan eindigen voordat deze limieten zijn bereikt als de
cameratemperatuur stijgt.
Het volgende kan de gebruiksduur van de accu verkorten:
• Gebruik van de monitor
• Half ingedrukt houden van de ontspanknop
• Herhaaldelijk bedienen van autofocus
• Het maken van NEF (RAW)-foto’s
• Lange sluitertijden
• Het gebruik van Wi-Fi-functies (draadloos LAN) op de camera
• Het gebruik van optionele camera-accessoires
• Gebruik van VR-stand (vibratiereductie) met VR-objectieven
Let op het volgende om uw Nikon EN-EL15 oplaadbare Li-ion-accu’s
optimaal te benutten:
• Houd de accucontacten schoon. Bij vuile contacten kunnen de
prestaties van de accu afnemen.
• Accu’s verliezen hun lading als ze niet worden gebruikt. Accu’s
lopen leeg als ze niet worden gebruikt.
383
Index
Symbolen
i (Automatische stand) ......................30
j (Automatische stand (flitser uit)) ..30
SCENE (Onderwerpstand) ......................41
EFFECT (Speciale effecten) .....................44
k (Portret) ...............................................42
l (Landschap) .......................................42
p (Kinderen) ...........................................42
m (Sport) ..................................................42
n (Close-up) ...........................................42
o (Nachtportret) ....................................42
r (Nachtlandschap) .............................42
s (Party/binnen) ...................................42
t (Strand/sneeuw) ...............................42
u (Zonsondergang) ..............................43
v (Schemering) .....................................43
w (Dierenportret) ..................................43
x (Kaarslicht) ...........................................43
y (Bloesem) ............................................43
z (Herfstkleuren) ...................................43
0 (Voedsel) ..............................................43
% (Nachtzicht) ........................................44
g (Kleurenschets) .........................44, 46
i (Miniatuureffect) ......................45, 47
u (Selectieve kleur) .......................45, 49
1 (Silhouet) ............................................45
2 (High-key) ...........................................45
3 (Low-key) ............................................45
P (Automatisch programma) ..............52
S (Sluitertijdvoorkeuze) ........................53
A (Diafragmavoorkeuze) ......................54
M (Handmatig) ........................................56
U1/U2. ........................................................62
S (Enkel beeld) ........................................66
CL (Continu lage snelheid)....................66
CH (Continu hoge snelheid) .................66
Q (Stil ontspannen) ................................66
E (Zelfontspanner) ........................66, 69
MUP (Spiegel omhoog) ...................66, 71
! (Gezichtprioriteit-AF) .......................88
$ (Breedveld-AF)...................................88
384
% (Normaal veld-AF) ............................ 88
& (AF met meevolgende scherpst.) 89
a (Matrix) .............................................105
Z (Centrumgericht) ...........................105
b (Spot) ................................................105
AUTO (Automatisch flitsen).................145
Y (Rode-ogenreductie) .......... 145, 147
SLOW (Synchronisatie met lange
sluitertijd) .................................. 145, 147
REAR (Synchronisatie op het tweede
gordijn) ................................................147
E (Belichtingscorrectie) ....................109
Y (Flitscorrectie)................................151
O (Flexibel programma)....................... 52
a (Livebeeld)-knop .............12, 31, 161
i-knop ......................................... 189, 233
R (Info)-knop ...............................13, 185
J-knop ..........................................17, 284
D-schakelaar .............................................5
L (Handmatige voorinstelling) ...111,
120
D (Bracketing) ..................................197
I (Scherpstelaanduiding) .... 34, 93, 98
t (Buffergeheugen) .............................. 68
M (Flitsgereedaanduiding) .................. 36
Cijfers
1,3× (18×12) ........................ 73, 168, 169
12-bits ...................................................... 80
14-bits ...................................................... 80
3D-tracking ...................................... 87, 90
A
Aanduidingen omkeren ....................286
Aansluiting voor externe microfoon ...2
Aantal opnamen .................................382
Aantal scherpstelpunten ...................277
Accessoires ...........................................319
Accu......................... 21, 22, 26, 291, 359
Achtergrondverlichting ..........................5
Actieve D-Lighting ...........139, 207, 270
ADL-bracketing ...................................207
AE & flits (Inst. voor autom. bracketing)
197
AE-L/AF-L-knop ............. 94, 107, 285, 288
AE-vergrend. ontspanknop .............. 279
AE-vergrendeling ............................... 107
AF ...................................................... 83–95
AF met meevolgende scherpstelling 89
AF-A ..........................................................83
AF-activering ....................................... 277
AF-C ................................................ 83, 276
AF-F ...........................................................84
AF-fijnafstelling ................................... 292
AF-hulpverlichting ....................277, 317
AF-S .......................................... 83, 84, 276
AF-standknop ..................................84, 90
Afstandsbediening ....................156, 319
Afstandsbedieningskabel ....................58
Afstandsbedieningsstand (ML-L3) 156,
272
AF-veldhaakjes ...................... 10, 25, 235
AF-veldstand...........................................86
Alleen AE (Inst. voor autom.
bracketing) ......................................... 197
Alleen flits (Inst. voor autom.
bracketing) ......................................... 197
Anticiperende scherpstelling .............85
Autofocus ........................................ 83–95
Autofocusstand ......................................83
Autom inst ISO-gevoeligheid .......... 102
Autom. vertekeningscorrectie ......... 271
Automatisch (Witbalans) .........111, 112
Automatisch flitsen ............................ 145
Automatisch programma ....................52
Automatisch veld-AF .....................87, 90
Automatische beeldrotatie .............. 290
Automatische bracketing ........197, 284
Automatische servo-AF ........................83
B
Back-up (functie van kaart in sleuf 2) 82
Battery pack ......................................... 319
Bedieningspaneel .................................... 9
Beeld verbergen ................................. 266
Beeld(en) kopiëren ............................. 267
Beeldcommentaar ..............................291
Beeldformaat....................... 81, 169, 269
Beeldformaat/beeldsnelheid 166, 192,
273
Beeldhoek .............................................310
Beeldkwaliteit ...............................77, 268
Beeld-op-beeld .......................... 294, 299
Beeldsensor reinigen..........................321
Beeldveld .....73, 75, 81, 168, 169, 269,
274
Beeldverhouding ................................298
Belichting ....................................105–110
Belichtingsaanduiding ................57, 286
Belichtingsbracketing ........................197
Belichtingscorrectie .........109, 278, 283
Belichtingsmeters ................................. 37
Belichtingsvergrendeling ..................107
Belichtingsvertragingsstand ............280
Bestemming ............................... 192, 273
Bevestigingsmarkering ...363, 364, 365
Bewaar geselecteerd beeld .... 179, 183
Bewolkt (Witbalans) ............................111
Bijsnijden ..................................... 294, 298
Bodydop ........................................... 3, 319
Bracketing ................................... 197, 284
Brandpuntsafstand ................... 225, 309
Breedveld-AF.......................................... 88
Buffergeheugen .................................... 68
Bulb ................................................... 58, 59
C
Camera Control Pro 2 .........................319
Capaciteit geheugenkaart ................380
Capture NX-D ............................................ii
Centrumgericht ......................... 105, 278
Communicatie-eenheid.....................319
Compatibele objectieven..................304
Compressie zonder verlies (Type) ..... 80
Conformiteitsmarkering .......... 293, 377
Continu hoge snelheid ........................ 66
Continu lage snelheid .................66, 280
Continue ontspanstand ....................... 66
Continue servo-AF ................................ 83
Controlebeeld ...................176, 230, 267
385
Copyright .................................... 240, 291
CPU-contacten .................................... 307
CPU-objectief ............................... 29, 304
Creatief Verlichtingssysteem ........... 311
CVS ......................................................... 311
D
Datum en tijd ............................... 24, 290
Datum selecteren ...................... 249, 266
DCF ........................................................ 376
De accu opladen ....................................21
Diafragma.........................................54–56
Diafragmavoorkeuze ............................54
Diashow ................................................ 267
Digital Print Order Format (Digitaal
afdrukformaat voor digitale camera's)
376
Dioptrieregelaar .................25, 319, 333
Direct op afstand
(Afstandsbedieningsstand (ML-L3)) .....
156
Direct zonlicht (Witbalans) ............... 111
D-Lighting ............................................ 294
DPOF.............................................267, 376
Draadloos netwerk .................... 250, 319
Draadloze afstandsbediening 160, 287,
319
Draadloze zender ............................... 319
Draai portret ........................................ 267
Druk de ontspanknop half in ..............34
Druk de ontspanknop volledig in ......35
DX (24×16) ........................... 73, 168, 169
Dynamisch veld-AF ........................86, 90
E
Elektronische afstandsmeter ..............98
Enkel beeld .............................................66
Enkelpunts AF .................................86, 90
Enkelvoudige servo-AF .................83, 84
Exif.......................................................... 376
Externe microfoon ............................. 193
F
Fijnafst. voor opt. belichting ............ 278
386
Fijnafstelling witbalans ......................114
Film bewerken ..................179, 233, 296
Filmkwaliteit ......................166, 192, 273
Filmlivebeeld........................................161
Filmopnameknop ..................... 163, 286
Filmopnamemenu ..............................273
Filmopnamemenu terugzetten .......273
Films .......................................................161
Films bijsnijden....................................179
Filmvlakmarkering ................................ 98
Filtereffecten .............................. 134, 294
Firmwareversie ....................................293
Fisheye ...................................................295
Flexibel programma ............................. 52
Flikkerreductie .....................................290
Flitsbereik .............................................150
Flitsbracketing .....................................197
Flitscorrectie .........................................151
Flitser ..................36, 144, 145, 151, 153
Flitserregeling ingeb. flitser ..............283
Flitserstand ................................. 145, 147
Flitsgereedaanduiding .... 36, 154, 280,
316
Flitslicht .................................................311
Flitslicht (Witbalans) ...........................111
Flitssynchronisatiesnelheid .... 282, 351
Flitswaardevergrendeling .................153
Fn-knop ................................. 76, 284, 288
Focus-tracking ..............................85, 276
Formaat ..........................................81, 169
Formaat wijzigen ................................295
Foto’s beveiligen .................................245
Fotoformaat .........................................310
Foto-informatie ...................................234
Foto-opnamemenu ............................268
Foto-opnamemenu terugzetten .....268
Frequentiebereik....................... 192, 274
Fulltime-servo-AF.................................. 84
Functie van kaart in sleuf 2 ........82, 268
f-waarde ..................................52, 54, 307
G
Gebruikersinstell. terugzetten ........... 65
Gebruikersinstellingen ........................ 62
Gebruikersinstellingen opslaan .........62
Gebruiksduur van de accu................ 382
Gecomprimeerd (Type) ........................80
Geheugenkaart .....22, 27, 82, 379, 380
Geheugenkaart formatteren............ 289
Gelijkmatig (Picture Control instellen) ..
130
Geselecteerde beelden wissen........ 248
Gevoeligheid ................................ 99, 102
Gezichtprioriteit-AF...............................88
Gloeilamplicht (Witbalans) ............... 111
GPS ................................................227, 241
H
H.264...................................................... 356
Handmatig .......................................56, 97
Handmatige scherpstelling.................97
Handmatige voorinstelling (Witbalans)
111, 120
HDMI ................................... 170, 292, 376
HDMI-aansluiting..................................... 2
Help...........................................................17
Herstel pers. instellingen .................. 276
Het objectief van de camera
verwijderen ...........................................29
High-definition .................................... 376
Histogram ....................................237, 238
Hoge ISO-ruisonderdrukking..271, 275
Hoge lichten ........................................ 236
Hoofdtelefoon ..................................... 193
Hoog dynamisch bereik (HDR) ....... 141,
270
I
i-DDL ...................................................... 149
Indexmarkering..........................167, 178
Informatie ....................................185, 234
Informatiescherm ...............13, 185, 281
Ingebouwde flitser ...................... 36, 144
Instellingen opslaan/laden............... 291
Instelschijf ............................................ 285
Intervalopname .........................217, 272
ISO-gevoeligheid ................99, 102, 281
ISO-gevoeligheid instellen ......102, 271
ISO-gevoeligheid v. film instellen ...275
ISO-opdracht Hi via instelschijf ........101
J
JPEG ................................................... 77, 80
JPEG Basis................................................ 77
JPEG Fijn .................................................. 77
JPEG Normaal ......................................... 77
JPEG-compressie ..........................80, 269
K
Kalenderweergave ..............................232
Keuzeknop ontspanstand ...............8, 66
Kies begin-/eindpunt .........................179
Kies kleurtemperatuur (Witbalans) 111,
117
Kleinste diafragma ......................... 29, 51
Kleurbalans monitor ...........................290
Kleurenschets .........................44, 46, 295
Kleurruimte ...........................................270
Kleurtemperatuur ............111, 113, 117
Kleurtoon .................................... 133, 135
Klok instellen via satelliet ..................227
Klokbatterij ...........................................188
Knop loslaten voor instelsch. ...........285
L
L (groot) ..........................................81, 169
LAN-adapters .......................................319
Landschap (Picture Control instellen)...
130
Langste sluitertijd ...............................103
Langste sluitertijd bij flits ........ 148, 283
Lcd-verlichting ................................ 5, 281
Levendig (Picture Control instellen)......
130
Lichtmeting ..........................................105
Lichtnetadapter ...................................319
Lijntekening .........................................295
Livebeeld ..............................31, 161–170
Livebeeld-selector .......................31, 161
Locatiegegevens ....................... 227, 241
Luidspreker ................................................4
387
M
M (middel)...................................... 81, 169
Matrixmeting ....................................... 105
Max. aant. continu-opnamen .......... 280
Maximaal diafragma ........150, 307, 317
Maximale gevoeligheid .................... 103
MB-D15 ...............................281, 286, 319
Meervoudige belichting .......... 211, 272
Microfoon ............................................. 193
Microfoongevoeligheid ...........192, 273
MIJN MENU .......................................... 297
Miniatuureffect ......................45, 47, 296
Miniatuurweergave ........................... 231
Mired ..................................................... 116
Monitor ....................................12, 39, 229
Monitor uit ........................................... 279
Monitorflits vooraf .................... 149, 154
Monitorhelderheid ...........191, 192, 289
Monochroom ............................. 130, 294
N
Na wissen ............................................. 267
Naamgeving bestanden .......... 268, 273
NEF (RAW) ...............................77, 80, 302
NEF (RAW)-bitdiepte.............................80
NEF (RAW)-opname .................... 80, 269
NEF (RAW)-verwerking ............. 295, 302
Netwerk ................................................ 293
Neutraal (Picture Control instellen) 130
NFC ............................................... 254, 264
Normaal veld-AF ....................................88
O
Objectief ...............23, 29, 224, 304, 363
Objectief zonder CPU ......224, 305, 308
Objectiefvatting ................................ 3, 98
Oculairkapje van de zoeker.................70
OK-knop......................................... 17, 284
Onderdrukking windruis ......... 192, 274
Onderwerpstand ...................................41
Ontgrendelingsknop keuzeknop
ontspanstand .................................. 8, 66
Ontgrendelingsknop van standknop . 6
388
Ontspanknop ...... 35, 93, 107, 279, 288
Ontspannen bij geen kaart ...............286
Ontspanstand ....................................8, 66
Opeenvolgende nummering ...........280
Opnamegegevens ..............................239
Opslagmap ...........................................268
Optimale kwaliteit (JPEG-compressie)...
80
Optionele flitser ......................... 283, 311
Overloop (functie van kaart in sleuf 2) ..
82
Overzichtsgegevens ...........................242
P
Persoonlijke instellingen ...................276
Perspectiefcorrectie ...........................296
PictBridge..............................................376
Picture Control........................... 130, 132
Picture Control beheren .135, 270, 275
Picture Control instellen .130, 270, 275
Portret (Picture Control instellen) ...130
Punten opslaan per stand .................277
Pv-knop ........................55, 167, 285, 288
R
Rasterlijnen ...................................... 13, 14
Rasterweergave in zoeker .................280
RAW sleuf 1 - JPEG sleuf 2 (functie van
kaart in sleuf 2)..................................... 82
RECENTE INSTELLINGEN ....................297
Rechtzetten ..........................................295
Reset met twee knoppen ..................194
Retoucheermenu ...................... 233, 294
RGB .........................................................237
Rode-ogencorrectie ...........................294
Rode-ogenreductie .................. 145, 147
Ruisonderdr. lange tijdopname.......271
S
S (klein)............................................81, 169
Schaal brandpuntsafstand ..... 363, 364,
365
Schaduw (Witbalans) .........................111
Schakelaar vibratiereductie objectief ....
367
Schermvullende weergave .............. 229
Scherpstelaanduiding ............34, 93, 98
Scherpstelpunt . 33, 34, 86, 89, 98, 277
Scherpstelring van het objectief .......97,
363, 364, 365
Scherpstelscherm ............................... 350
Scherpstelstand .....................................83
Scherpstelvergrendeling .....................93
Scherptediepte ......................................55
SD-geheugenkaart22, 27, 82, 379, 380
Sel. v. verzending n. smartapp./desel. ...
233, 263
Selectieknop voor scherpstelstand ...83
Selectieve kleur ..................... 45, 49, 296
Setup-menu ......................................... 289
Signaal ................................................... 280
Sleuf ......................................... 27, 82, 233
Sleuf en map voor weergave ........... 233
Sluitertijd ..........................................53, 56
Sluitertijdvoorkeuze..............................53
Smartapparaat .................................... 250
Snel retoucheren ................................ 295
Speciale effecten ...................................44
Speedlight ............................................ 311
Spiegel ..................................71, 156, 324
Spiegel omhoog .............................66, 71
Spiegel omhoog (CCD reinigen) ..... 324
Spiegel omhoog op afstand
(Afstandsbedieningsstand (ML-L3)) .....
156
Spot ........................................................ 105
Spot-witbalans .................................... 124
SSID ........................................................ 251
SSID weergeven .................................. 251
Standaard (Picture Control instellen) ....
130
Standaard i-DDL-invulflitser voor
digitale SLR ................................149, 313
Standaardinstellingen ....................... 194
Standaardinstellingen herstellen ... 194
Stand-by-timer ....................37, 227, 279
Standknop ................................................. 6
Stapgrootte inst. belichting ............. 278
Stapgrootte ISO-gevoeligh. ..............278
Statief ..........................................................3
Stil ontspannen ..................................... 66
Stof-referentiefoto ..............................290
Stroomaansluiting ..............................319
Synchronisatie met lange sluitertijd .....
145, 147
Synchronisatie op het eerste gordijn ....
147
Synchronisatie op het tweede gordijn .
147
T
Taal (Language) ......................... 290, 357
Terugzetten ..........................................194
Testflits ...........................................55, 284
Tijd .....................................24, 58, 60, 290
Tijdzone en datum .......................24, 290
Time-lapse-fotografie............... 171, 275
Timer ...............................................69, 217
Tl-licht (Witbalans) ..............................111
Type D-objectief ........................ 304, 307
Type E-objectief ......................... 304, 307
Type G-objectief ........................ 304, 307
U
Uploaden via Eye-Fi ............................293
UT-1 ........................................................319
UTC ............................................... 228, 241
V
Vaste grootte (JPEG-compressie) ...... 80
Vergelijken ............................................296
Vergrendeling automatische
belichting ............................................107
Vertekeningscorrectie ........................295
Vertraagd op afstand
(Afstandsbedieningsstand (ML-L3)) ....
156
Vibratiereductie ...................................367
ViewNX-i .....................................................ii
Vignetteringscorrectie .......................271
Virtuele horizon .....................13, 14, 291
Volume ..................................................178
389
Volume hoofdtelefoon...................... 193
Voorbeeldknop ..........55, 167, 285, 288
W
Wachttijd afstandsb. (ML-L3) ........... 279
WB (Witbalans) ........................... 111, 202
Weergave ...................................... 39, 229
Weergave hoge lichten ..................... 193
Weergave-informatie ........................ 234
Weergavemap ..................................... 266
Weergavemenu .................................. 266
Weergaveopties .........................234, 266
Wi-Fi ....................................................... 250
Wireless Mobile Utility.............. 250, 251
Wis alle beelden.................................. 248
Wis huidig beeld .......................... 40, 246
Wissen ............................................ 40, 246
Witbalans.................. 111, 202, 269, 274
Witbalansbracketing (Inst. voor autom.
bracketing) ......................................... 202
WT-5 ...................................................... 319
Z
Zelfontspanner ......................66, 69, 279
Zoeker ............................ 10, 25, 319, 349
Zoekerbeeldscherpte ................. 25, 319
Zoekeroculair .........................................70
Zoomweergave................................... 243
390
391
392
Garantievoorwaarden - Nikon Europees
garantiebewijs
Beste Nikon-klant,
Hartelijk bedankt voor uw aanschaf van dit Nikon-product. In het
geval dat uw Nikon-product onder garantie moet worden
gerepareerd, dient u contact op te nemen met de leverancier waar u
het product hebt gekocht of een lid van ons servicenetwerk binnen
de verkoopregio van Nikon Europe B.V. (bijv. Europa/Rusland/
overige). Ga voor meer informatie naar:
http://www.europe-nikon.com/support
We raden u aan om de gebruikershandleiding aandachtig te lezen
voordat u contact opneemt met de leverancier of ons
servicenetwerk om onnodig ongemak te voorkomen.
De garantie van uw Nikon-apparatuur dekt productiefouten
gedurende één vol jaar na de datum van de oorspronkelijke
aankoop. Als het product gedurende deze garantieperiode defect
blijkt te zijn vanwegeondeugdelijk materiaal of een productiefout,
zal ons servicenetwerk binnen de verkoopregio van Nikon Europe
B.V. het product repareren volgens de hieronder beschreven
voorwaarden en bepalingen, zonder dat hiervoor kosten voor
arbeid of onderdelen in rekening worden gebracht. Nikon behoudt
zich het recht voor om (naar eigen goeddunken) het product te
vervangen of te repareren.
1. De garantie is slechts geldig wanneer het ingevulde
garantiebewijs en de originele factuur of bon waarop
aankoopdatum, type van het product en naam van de verkoper
vermeld zijn, samen met het product getoond kunnen worden.
Nikon behoudt zich het recht voor gratis reparatie te weigeren
wanneer bovenstaande documenten niet getoond kunnen
worden of wanneer de informatie erin incompleet of onleesbaar
is.
393
2. Onder de garantie vallen niet:
• noodzakelijk onderhoud of reparatie dan wel vervanging van
delen als gevolg van normale slijtage;
• modificaties om de gebruiksmogelijkheden van het product,
als beschreven in de gebruiksaanwijzing, uit te breiden, zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van Nikon;
• vervoerskosten en elk risico van het vervoer dat direct of
indirect is verbonden aan de garantie van de producten;
• alle schade als gevolg van veranderingen of aanpassingen van
het product, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming
van Nikon, om te voldoen aan de locale of nationale normen
die gelden in elk ander land dan dat waarvoor het product
oorspronkelijk was ontworpen en/of gefabriceerd;
3. De garantie zal niet van toepassing zijn in het geval van:
• schade als een gevolg van foutief gebruik waarbij inbegrepen
maar niet beperkt tot het niet gebruiken van het product voor
de gebruikelijke doeleinden of volgens de gebruiksaanwijzing
voor juist gebruik en onderhoud, en de installatie of het
gebruik van het product waarbij de veiligheidsnormen die van
kracht zijn in het land waar het product wordt gebruikt niet
worden gehanteerd;
• schade als een gevolg van ongelukken waarbij inbegrepen
maar niet beperkt tot bliksem, water, vuur, misbruik of
verwaarlozing;
• verandering, uitwissing, onleesbaarheid of verwijdering van
model- of serienummer op het product;
• schade als een gevolg van reparaties of aanpassingen
uitgevoerd door niet erkende serviceorganisaties of personen;
• defecten in het systeem waarin het product is ingebouwd of
waarmee het wordt gebruikt;
394
4. Dit garantiebewijs heeft geen betrekking op de wettelijke
rechten van de consument volgens de toepasselijke nationale
wetten die van kracht zijn, noch op het wettelijk recht van de
consument tegenover de verkoper voortkomend uit zijn/haar
koop/aanschaf-contract.
Mededeling: Een overzicht van alle erkende Nikon
onderhoudsdiensten vindt u online via deze koppeling
(URL = http://www.europe-nikon.com/service/ ).
395
E
L
P
Nikon D7200
M
SA
DIGITALE CAMERA
Deze handleiding mag op geen enkele manier volledig of gedeeltelijk
(behalve voor korte citaten in kritische artikelen of besprekingen)
worden gereproduceerd zonder de schriftelijke toestemming van
NIKON CORPORATION.
Gebruikshandleiding
(met garantie)
AMA16332
Gedrukt in Europa
Nl
SB9A04(1F)
6MB2721F-04
Nikon Manual Viewer 2
Installeer de app Nikon Manual Viewer 2 op uw smartphone of tablet
om digitale camerahandleidingen van Nikon overal en altijd te
bekijken. Nikon Manual Viewer 2 kan gratis worden gedownload in de App Store
of via Google Play.
Nl
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising