Canon | PowerShot G5 X Mark II | User manual | Canon PowerShot G5 X Mark II User manual

Canon PowerShot G5 X Mark II User manual
Uitgebreide gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
Basishandelingen van de camera
Opnamen maken
Afspelen
Draadloze functies
Functie-instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
NEDERLANDS
CEL-SX5ZA280
© CANON INC. 2019
Opmerkingen vooraf en wettelijke
informatie
zz Maak enkele proefopnamen en bekijk deze om te controleren of de
beelden goed zijn opgenomen. Canon Inc., dochterondernemingen
van Canon en andere aangesloten bedrijven en distributeurs zijn
niet aansprakelijk voor welke gevolgschade dan ook die voortvloeit
uit enige fout in de werking van een camera of accessoire, inclusief
geheugenkaarten, die ertoe leidt dat een opname niet kan worden
gemaakt of niet kan worden gelezen door apparaten.
zz Wanneer de gebruiker onrechtmatig mensen of materiaal waarop
auteursrecht rust fotografeert of opneemt (video en/of geluid), kan dit
de privacy van deze mensen schenden en/of een inbreuk zijn op de
juridische rechten van anderen, waaronder auteursrechten en andere
intellectuele eigendomsrechten. Er kunnen zelfs beperkingen gelden
wanneer dergelijke foto's of opnamen uitsluitend voor persoonlijk
gebruik zijn bedoeld.
zz Meer informatie over de garantie voor uw camera of de
Klantenservice vindt u in de garantie-informatie in het pakket met
de gebruikershandleiding dat bij uw camera wordt geleverd.
zz Hoewel het scherm onder productieomstandigheden voor uitzonderlijk
hoge precisie is vervaardigd en meer dan 99,99% van de pixels voldoet
aan de ontwerpspecificaties, kunnen pixels in zeldzame gevallen
gebreken vertonen of als rode en zwarte punten zichtbaar zijn. Dit is
geen teken van beschadiging van de camera en heeft geen invloed
op de opgenomen beelden.
zz De camera kan warm worden als deze gedurende langere tijd wordt
gebruikt. Dit is geen teken van beschadiging.
2
Inleiding
zz Als u naar het begin van een hoofdstuk wilt gaan, klikt u op de
hoofdstuktitel aan de rechterkant van de voorpagina.
zz Voor standaard paginanavigatie klikt u op de pictogrammen onderaan
elke pagina.
: naar de voorpagina gaan
: terugkeren naar de vorige pagina
: een pagina terug gaan
: een pagina vooruit gaan
zz De instructies in deze handleiding gelden voor een camera die op de
standaardinstellingen is ingesteld.
zz Tabbladen zoals
geven aan welke standen worden gebruikt
bij de opname-instructies. Sommige functies zijn ook beschikbaar
in andere standen.
zz : belangrijke informatie of tips voor deskundig gebruik
zz Tekstconventies
zz In deze handleiding worden pictogrammen gebruikt om de bijbehorende
cameraknoppen en controleknoppen, waarop de pictogrammen zijn
afgebeeld of die er op lijken, aan te duiden.
zz De onderstaande bedieningselementen van de camera worden met
pictogrammen aangeduid.
zz Pictogrammen en tekst op het scherm worden tussen haakjes
weergegeven.
zz De nummers in sommige afbeeldingen en illustraties komen overeen
met de nummers van de stappen in de bedieningsinstructies.
zz = xx: pagina's met verwante informatie (in dit voorbeeld staat 'xx' voor
een paginanummer).
zz Voor het gemak verwijst 'de geheugenkaart' naar alle ondersteunde
geheugenkaarten.
3
Inhoudsopgave
Opmerkingen vooraf en wettelijke informatie................................ 2
Inleiding......................................................................................... 3
Tekstconventies................................................................................3
Algemene bediening camera...................................................... 13
Veiligheidsinstructies................................................................... 16
Basishandelingen van de camera................................... 19
Voorbereiding.............................................................................. 20
De riem bevestigen.........................................................................20
De accu opladen.............................................................................21
Een geheugenkaart voorbereiden..................................................22
De accu en geheugenkaart plaatsen/verwijderen..........................23
De datum, tijd, tijdzone en taal instellen.........................................25
De camera vasthouden............................................................... 27
De camera testen........................................................................ 28
Opnamen maken............................................................................28
Bekijken..........................................................................................30
Onderdeelnamen........................................................................ 31
Voorkant.........................................................................................31
Achterkant......................................................................................32
Zoeker......................................................................................... 33
De hoek van het scherm aanpassen.......................................... 34
Het scherm naar beneden kantelen...............................................34
Het scherm naar boven kantelen....................................................34
Indicatorweergave....................................................................... 35
Een opnamemodus instellen....................................................... 36
Camerafuncties configureren...................................................... 37
Scherm Snel instellen.....................................................................37
Menuscherm...................................................................................39
Beschikbare functies in het scherm Snel instellen...................... 41
Menu-instellingen........................................................................ 42
4
Opnamemodusscherm................................................................ 44
Kaders op het opnamescherm.................................................... 45
Opties voor opnameweergave.................................................... 46
Opties voor afspeelweergave...................................................... 47
Aanraakbediening....................................................................... 48
Onderwerpen kiezen......................................................................48
Scherm Snel instellen.....................................................................49
Menuscherm...................................................................................50
Bekijken..........................................................................................52
Toetsenbord op het scherm......................................................... 54
Opnamen maken............................................................... 55
Opnamen maken met door de camera bepaalde instellingen
(Auto-modus/modus Hybride automatisch)................................. 56
Pictogrammen voor beeldstabilisatie..............................................59
Opnamen maken in de modus Hybride automatisch......................60
Opnamen maken van specifieke scènes
(modus Speciale scène).............................................................. 61
Opnamen maken van uzelf met optimale instellingen
(modus Zelfportret).........................................................................65
Opnamen maken van panorama's (Panoramamodus)...................66
Onderwerpen vastleggen met vloeiende achtergronden
(modus Pannen).............................................................................68
Opnamen maken van mensen met een sterrenhemel als
achtergrond (modus Sterrenportret)...............................................69
Opnamen maken van nachtscènes onder de sterrenhemel
(modus Sterrenhemel)....................................................................72
Sterrenbanen opnemen (modus Sterrenbanen).............................74
Films maken van sterrenbeweging
(modus Time-lapsefilm sterren)......................................................76
Opnamen maken met beeldeffecten
(modus Creatieve filters)............................................................. 80
Opnamen die lijken op miniatuurmodellen (Miniatuureffect)..........85
5
Diverse films opnemen (Moviemodus)........................................ 86
Films opnemen met specifieke sluitertijden en
diafragmawaarden (Handmatige moviebelichting).........................87
HDR-films opnemen.......................................................................88
Opnamen maken met het AE‑programma (P-modus)................. 89
Opnamen maken met specifieke sluitertijden (Tv-modus).......... 90
Opnamen maken met specifieke diafragmawaarden
(Av-modus).................................................................................. 91
Opnamen maken met specifieke sluitertijden en
diafragmawaarden (M-modus).................................................... 92
Opnamen met lange sluitertijd maken (Bulb).................................94
Nader inzoomen op het onderwerp (Digitale zoom)................... 95
Belichting en helderheid van beeld vergrendelen
(AE‑vergrendeling)...................................................................... 96
Close-ups maken (Macro)........................................................... 97
Opnamen maken in de modus voor handmatige
scherpstelling.............................................................................. 98
Het scherpstelgebied eenvoudig bepalen (MF‑peaking)..............100
Opnamen maken met AF-vergrendeling................................... 101
Opnemen met vooraf ingestelde brandpuntsafstanden
(Trapsgewijs zoomen)............................................................... 102
Beeldkwaliteit wijzigen.............................................................. 103
Vastleggen in de RAW-indeling....................................................103
De beeldverhouding wijzigen.................................................... 105
De weergaveduur van het beeld na opnamen wijzigen............ 106
De flitsmodus wijzigen............................................................... 107
Belichting/helderheid vergrendelen bij flitsopnamen
(FE‑vergrendeling).................................................................... 108
Flitsinstellingen configureren......................................................110
De flitsbelichtingscompensatie aanpassen................................... 110
De flitsoutput aanpassen.............................................................. 111
De flitstiming wijzigen................................................................... 112
Rode ogen corrigeren................................................................... 113
Veiligheids-FE configureren.......................................................... 113
6
Continue opname.......................................................................114
De zelfontspanner gebruiken.....................................................115
Opnamen maken in de RAW-burstmodus..................................116
Een datumstempel toevoegen...................................................118
De helderheid van het beeld aanpassen
(Belichtingscompensatie)...........................................................119
Auto Exposure-bracketing (AEB-opname)...................................120
De ISO-snelheid wijzigen voor foto's........................................ 122
Het ISO-snelheidsbereik wijzigen.................................................122
Aanpassen van bereik voor automatische ISO............................123
De maximale sluitertijd instellen voor automatische ISO..............123
De ISO-snelheid wijzigen voor films.......................................... 125
Het ISO-snelheidsbereik wijzigen.................................................125
De maximale instelling voor automatische ISO aanpassen.........126
Helderheid en contrast automatisch corrigeren
(Automatische helderheidsoptimalisatie).................................. 127
Opnamen maken van heldere onderwerpen
(Prioriteit voor lichte tonen)....................................................... 128
Aanpassen van instellingen voor ND‑filter................................ 129
De meetmethode wijzigen......................................................... 130
De meettimer instellen.............................................................. 131
Belichtingssimulatie configureren.............................................. 132
Natuurlijke kleuren vastleggen (Witbalans)............................... 133
Aangepaste witbalans..................................................................135
Kleuren aanpassen (Beeldstijl)................................................. 137
Beeldstijlen aanpassen............................................................. 139
Aangepaste beeldstijlen opslaan.............................................. 142
Ruis verminderen bij opnamen met een hoge ISO-snelheid.... 143
Ruisonderdrukking met meerdere opnamen gebruiken...............143
Opnamen maken door het scherm aan te raken
(Touch Shutter).......................................................................... 145
AF aanraken en verslepen configureren................................... 146
Opnamen maken met de elektronische sluiter.......................... 147
7
Opnamen maken met Servo AF................................................ 148
De AF-methode selecteren....................................................... 149
Het AF-punt verplaatsen...............................................................150
De focusinstelling veranderen................................................... 151
Het AF-hulplicht configureren.................................................... 152
Continue opnamen terwijl de brandpuntsafstand
wordt gewijzigd (Scherpstelbracketing)..................................... 153
De scherpstelling verfijnen........................................................ 156
Instellingen van de IS-modus wijzigen...................................... 157
Hevige camerabewegingen corrigeren.........................................158
Automatisch corrigeren gebruiken............................................ 159
Digitale telelens gebruiken........................................................ 160
Filmopnameformaat wijzigen.................................................... 161
Films opnemen om in slow motion af te spelen
(Hoge beeldsnelheid)...................................................................162
Geluidsopname-instellingen configureren................................. 163
Windfilter.......................................................................................163
Demper.........................................................................................163
Servo AF voor movies configureren.......................................... 164
Automatische langzame sluiter gebruiken................................ 165
Miniatuurmodeleffect in films (Miniatuureffectmovie)................ 166
Videosnapshots opnemen......................................................... 168
Time-lapsefilms opnemen......................................................... 170
De informatieweergave bij HDMI-uitvoer configureren............. 172
Het type digest-film instellen..................................................... 173
Afspelen........................................................................... 174
Bekijken..................................................................................... 175
Beelden vergroten..................................................................... 177
Digest-films bekijken................................................................. 178
Beelden vinden in een index..................................................... 179
8
Films bewerken......................................................................... 180
Het begin/einde van films verwijderen..........................................180
Beelden uit 4K-films opslaan als foto's.........................................182
Digest-films bewerken..................................................................183
Foto's uit RAW-burstbeelden afzonderlijk opslaan.................... 185
Beelden beveiligen.................................................................... 187
Meerdere beelden beveiligen.......................................................188
Beelden draaien........................................................................ 190
Beelden wissen......................................................................... 191
Meerdere beelden tegelijk wissen................................................192
Beelden toevoegen aan de printopdracht (DPOF).................... 194
Beelden printen die zijn toegevoegd aan de printopdracht
(DPOF).........................................................................................195
Beelden toevoegen aan een fotoboek...................................... 196
Filtereffecten toepassen op beelden (Creatieve filters)............. 197
RAW-beelden verwerken.......................................................... 198
Rode ogen corrigeren............................................................... 200
Videosnapshots combineren..................................................... 201
Bijsnijden................................................................................... 203
Het formaat van beelden wijzigen............................................. 205
Beelden beoordelen.................................................................. 206
Diavoorstellingen bekijken........................................................ 207
Beelden zoeken die voldoen aan opgegeven voorwaarden..... 208
De bedieningsring gebruiken om beelden te vinden................. 209
Het weergave-informatiescherm aanpassen............................. 210
Beginnen met afspelen vanaf het laatst weergegeven beeld....211
Draadloze functies.......................................................... 212
Beschikbare draadloze functies................................................ 213
Camerabeelden op een smartphone opslaan........................... 215
Met de Wi‑Fi-knop verbinding maken met smartphones
met Wi‑Fi......................................................................................220
Het bekijken van beelden beperken.............................................222
9
Functies die worden gebruikt met smartphones....................... 223
Beelden terwijl u opnamen maakt automatisch naar een
smartphone verzenden.................................................................223
Opnamen maken op afstand terwijl u op de smartphone naar
livebeelden kijkt............................................................................223
De camera bedienen met een smartphone..................................224
Beelden voorzien van geotags tijdens het maken
van opnamen................................................................................224
Via Wi‑Fi verbinding maken met printers.................................. 226
Een verbinding tot stand brengen via een toegangspunt.............228
Beelden automatisch naar een computer verzenden............... 230
Beelden uploaden naar webservices........................................ 234
Webservices registreren...............................................................234
Beelden uploaden naar webservices............................................238
Opnieuw verbinding maken via Wi‑Fi........................................ 239
Wi‑Fi-verbindingen verbreken................................................... 240
Informatie wissen van apparaten die via Bluetooth
zijn gekoppeld........................................................................... 241
Verbindingsinstellingen wijzigen of verwijderen........................ 242
Functie-instellingen........................................................ 243
Mappen selecteren en aanmaken............................................. 244
Bestandsnummering wijzigen................................................... 245
Automatisch draaien van verticale beelden configureren......... 246
Geheugenkaarten formatteren.................................................. 247
Weergave van opstartscherm instellen..................................... 249
Eco-modus gebruiken............................................................... 250
Spaarstandfuncties aanpassen................................................. 251
Schermhelderheid aanpassen.................................................. 252
De kleur van de informatie op het scherm wijzigen................... 253
De datum, tijd en tijdzone aanpassen....................................... 254
De taal wijzigen......................................................................... 255
Timing voor het intrekken van de lens...................................... 256
10
Het videosysteem instellen....................................................... 257
Het aanraakscherm aanpassen................................................ 258
Pieptonen aanpassen............................................................... 259
Het volume aanpassen............................................................. 260
De resolutie voor HDMI-uitvoer instellen................................... 261
RAW afspelen op een HDR-tv.................................................. 262
De weergave van opname-informatie aanpassen.................... 263
Een prioriteit instellen voor prestaties bij de weergave van
opnamen................................................................................... 264
Het opnamescherm van de zoeker aanpassen........................ 265
De weergavemodus instellen.................................................... 266
Omgekeerde weergave instellen............................................... 267
Metrische/niet-metrische weergave.......................................... 268
De uitleg configureren............................................................... 269
Persoonlijke voorkeuzes configureren...................................... 270
Knoppen aanpassen.....................................................................271
Aangepaste opnamemodus (C-modus).................................... 273
Standaardinstellingen van de camera herstellen...................... 275
Auteursrechtinformatie instellen die in beelden moet worden
vastgelegd................................................................................. 276
Handleidingen/software downloaden door middel van een
QR‑code.................................................................................... 277
Certificaatlogo's weergeven...................................................... 278
Veelgebruikte menu-items voor opname opslaan
(My Menu)................................................................................. 279
De naam van My Menu-tabbladen wijzigen..................................280
Een My Menu-tabblad verwijderen...............................................280
Alle My Menu-tabbladen verwijderen...........................................281
Alle toegevoegde items verwijderen.............................................281
Weergave van My Menu wijzigen.................................................281
11
Accessoires..................................................................... 282
Optionele accessoires............................................................... 283
Voedingen.....................................................................................283
Overig...........................................................................................284
Printers.........................................................................................284
Optionele accessoires gebruiken.............................................. 285
Afspelen op een tv........................................................................285
Een USB-voedingsadapter gebruiken om de camera op
te laden/van stroom te voorzien...................................................287
Opnamen maken op afstand........................................................289
Beelden opslaan op een computer........................................... 291
Beelden printen......................................................................... 292
Bijlage.............................................................................. 294
Voorzorgsmaatregelen.............................................................. 295
Problemen oplossen................................................................. 296
Informatie op het scherm.......................................................... 300
Tijdens het maken van opnamen..................................................300
Tijdens afspelen............................................................................302
Voorzorgsmaatregelen bij draadloze functies........................... 304
Veiligheidsmaatregelen................................................................305
Software van derden................................................................. 306
Persoonsgegevens en veiligheidsmaatregelen........................ 309
Handelsmerken en licenties...................................................... 310
Vrijwaring.................................................................................. 312
Index......................................................................................... 313
12
Algemene bediening camera
Opnamen maken
zz Door de camera bepaalde instellingen gebruiken (Auto-modus, modus
Hybride automatisch)
-- = 28, = 60
zz Opnamen maken van uzelf met optimale instellingen (Zelfportret)
-- = 65
zz Opnamen maken van panorama's (Panoramaopname)
-- = 66
Goede opnamen van mensen maken
Portretten
(= 61)
Specifieke scènes afstemmen
Nachtopnamen
uit hand
(= 61)
Vuurwerk
(= 61)
HDRtegenlichtregeling
(= 61)
Voedsel
(= 61)
Speciale effecten toepassen
Egale huid
(= 61)
Monochroom
(= 80)
13
Achtergrond vervagen
(= 80)
Softfocus
(= 80)
Fisheye-effect
(= 80)
Speelgoedcameraeffect
(= 80)
Miniatuureffect
(= 85, = 166)
Als aquarellen
(= 80)
zz Scherpstellen op gezichten
-- = 28, = 61, = 149
zz Zonder gebruik van de flitser (Flitser uit)
-- = 107
zz Een foto maken met uzelf erbij (Zelfontspanner)
-- = 115
zz Een datumstempel toevoegen
-- = 118
zz Filmclips en foto's combineren
-- = 60
zz Een gevoel van snelheid overbrengen door een vage achtergrond
-- = 68
zz Opnamen maken van een sterrenhemel
-- = 69, = 72, = 74, = 76
Weergeven
zz Beelden bekijken
-- = 30, = 174
zz Automatisch afspelen (Diavoorstelling)
-- = 207
zz Op een tv
-- = 285
14
zz Snel door beelden bladeren
-- = 179
zz Wis beelden
-- = 191
Films opnemen/bekijken
zz Films opnemen
-- = 28, = 86
zz Films bekijken
-- = 30
Printen
zz Foto's printen
-- = 292
Opslaan
zz Beelden opslaan op een computer
-- = 291
Wi‑Fi-functies gebruiken
zz Beelden naar een smartphone verzenden
-- = 215, = 223
zz Foto's printen
-- = 226
zz Beelden online delen
-- = 234
zz Beelden naar een computer verzenden
-- = 230
15
Veiligheidsinstructies
zz Zorg dat u deze instructies leest om het product veilig te kunnen gebruiken.
zz Volg deze instructies om letsel of schade aan de gebruiker van het product of
anderen te voorkomen.
WAARSCHUWING
Hiermee wordt gewezen op
het risico van ernstig letsel
of levensgevaar.
zz Houd het product buiten bereik van jonge kinderen.
Een draagriem rond de nek van een persoon wikkelen kan leiden tot verstikking.
zz Gebruik alleen stroombronnen waarvan in deze gebruiksaanwijzing wordt vermeld
dat ze kunnen worden gebruikt voor dit product.
zz Demonteer of wijzig het product niet.
zz Stel het product niet bloot aan harde schokken of trillingen.
zz Raak geen blootliggende interne onderdelen aan.
zz Stop onmiddellijk met het gebruik van het product in geval van vreemde verschijnselen
zoals de aanwezigheid van rook of een vreemde geur.
zz Gebruik geen organische oplosmiddelen zoals alcohol, wasbenzine of verfverdunner
om het product schoon te maken.
zz Laat het product niet nat worden. Stop geen vreemde voorwerpen of vloeistoffen in
het product.
zz Gebruik het product niet op plaatsen waar brandbare gassen aanwezig kunnen zijn.
Dit kan een elektrische schok, explosie of brand veroorzaken.
zz Neem de volgende instructies in acht bij gebruik van in de winkel verkrijgbare
batterijen of bijgeleverde accu's.
-- Gebruik alleen de batterijen/accu's die voor het product bedoeld zijn.
-- Verwarm de batterijen/accu's niet en stel ze niet bloot aan vuur.
-- Laad de batterijen/accu's niet op met niet-goedgekeurde acculaders.
-- Stel de polen niet bloot aan vuil en laat ze niet in contact komen met metalen
spelden of andere metalen objecten.
-- Gebruik geen lekkende batterijen/accu's.
-- Breng tape of ander isolatiemateriaal aan over de polen van de batterijen/accu's
wanneer u deze weggooit.
Dit kan een elektrische schok, explosie of brand veroorzaken.
Indien een batterij/accu lekt en het materiaal in contact komt met uw huid of kleding,
moet u het getroffen gebied grondig afspoelen met stromend water. In geval van
contact met de ogen moet u de ogen grondig spoelen met ruime hoeveelheden schoon,
stromend water en onmiddellijk medische hulp inroepen.
16
zz Neem de volgende instructies in acht bij gebruik van een acculader of AC-adapter.
-- Verwijder regelmatig met een droge doek stof dat zich op de stekker en het
stopcontact ophoopt.
-- Steek of trek de stekker van het product niet in of uit het stopcontact met natte
handen.
-- Gebruik het product niet als de stekker niet volledig in het stopcontact is gestoken.
-- Stel de stekker en de polen niet bloot aan vuil en laat ze niet in contact komen
met metalen spelden of andere metalen objecten.
-- Raak de acculader of AC-adapter niet aan tijdens onweer indien deze in het
stopcontact is gestoken.
-- Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer. Demonteer, breek of wijzig
het netsnoer niet.
-- Wikkel het product niet in doek of andere materialen tijdens of kort na gebruik,
wanneer het product nog steeds een warme temperatuur heeft.
-- Houd het product niet langdurig aangesloten op een stroombron.
Dit kan een elektrische schok, explosie of brand veroorzaken.
zz Laat het product tijdens gebruik niet langdurig in contact komen met hetzelfde gebied
van de huid.
Dit kan leiden tot eerstegraads verbrandingen zoals een rode huid of blaren, zelfs als
het product niet heet aanvoelt. Het gebruik van een statief of vergelijkbare apparatuur
wordt aanbevolen wanneer het product wordt gebruikt op hete locaties of door mensen
met een slechte bloedsomloop of een minder gevoelige huid.
zz Volg aanwijzingen op om het product uit te schakelen op plaatsen waar het gebruik
ervan verboden is.
Als u dit niet doet, kan de werking van andere apparatuur verstoord raken door het
effect van elektromagnetische golven en kunt u zelfs ongelukken veroorzaken.
VOORZICHTIG
Hiermee wordt gewezen op het risico
van letsel.
zz Gebruik de flitser niet in de buurt van de ogen.
Dit kan pijn doen aan de ogen.
zz De riem is alleen bedoeld voor gebruik op het lichaam. Door de riem met een
bevestigd product op te hangen aan een haak of ander object, kan het product
beschadigd raken. Schud daarnaast het product niet en stel het product niet bloot
aan harde schokken.
zz Oefen geen sterke druk uit op de lens en laat geen voorwerpen de lens raken.
Dit kan letsel of schade aan het product veroorzaken.
zz De flitser krijgt een hoge temperatuur wanneer deze flitst. Houd vingers, andere
lichaamsdelen en voorwerpen uit de buurt van de flitsereenheid terwijl u foto's maakt.
Dit kan brandwonden of een storing van de flitser veroorzaken.
zz Laat het product niet achter op plaatsen die worden blootgesteld aan extreem hoge
of lage temperaturen.
Het product kan extreem heet/koud worden en brandwonden of letsel veroorzaken
wanneer het wordt aangeraakt.
17
zz Als er een abnormale huidreactie of irritatie ontstaat tijdens of na het gebruik van
dit product, gebruik het product dan niet meer en win medisch advies in of roep
medische hulp in.
VOORZICHTIG
Hiermee wordt gewezen op het risico van
schade aan eigendommen.
zz Richt de camera niet op krachtige lichtbronnen, zoals de zon op een heldere dag of
een krachtige kunstmatige lichtbron.
Als u dit wel doet, kunt u de beeldsensor of andere interne onderdelen beschadigen.
zz Als u de camera gebruikt op een zandstrand of op een winderige plek, moet u erop
letten dat er geen zand of stof in het apparaat terechtkomt.
zz Veeg stof, vuil of andere stoffen die niet op de flitser thuishoren af met een
wattenstaafje of doek.
De warmte die de flitser produceert, kan ervoor zorgen dat stoffen die niet op de flitser
thuishoren rook afgeven. Ook kan de werking van het product verstoord raken.
zz Verwijder de accu/batterijen en berg deze op wanneer u het product niet gebruikt.
Elke batterijlekkage die zich voordoet kan schade aan het product veroorzaken.
zz Breng, voordat u de accu/batterijen weggooit, tape of ander isolatiemateriaal aan
over de polen van de accu/batterijen.
Contact met andere metalen kan leiden tot brand of een explosie.
zz Haal een acculader die u voor het product gebruikt, uit het stopcontact wanneer
deze niet gebruikt wordt. Bedek de lader niet met een doek of andere voorwerpen
wanneer deze gebruikt wordt.
Als u de lader gedurende een lange periode in het stopcontact laat, kan deze oververhit
en beschadigd raken, waardoor brand kan ontstaan.
zz Laat accu's van het product niet in de buurt van huisdieren liggen.
Als huisdieren op de accu kauwen kan dit leiden tot lekkage, oververhitting of een
explosie, met brand of schade aan het product als gevolg.
zz Als uw product meerdere batterijen gebruikt, dient u geen combinatie van batterijen te
gebruiken met verschillende spanningsniveaus. Gebruik verder geen oude en nieuwe
batterijen samen. Let er bij het plaatsen van de batterijen op dat u de + en – polen
niet verwisselt.
Dit kan de werking van het product negatief beïnvloeden.
zz Terwijl gegevens van de kaart worden gelezen of naar de kaart worden weggeschreven,
mag u de camera niet uitschakelen, het klepje van de geheugenkaart/accu niet openen
en de camera niet schudden of aanstoten.
Als u dit wel doet, kunnen de beelden, camera of geheugenkaart beschadigd raken.
zz Plaats de geheugenkaart niet verkeerd om in de camera.
Dit kan schade aan de camera veroorzaken.
18
Basishandelingen van
de camera
Algemene informatie en instructies, van de eerste voorbereidingen tot
opnamen maken en afspelen.
19
Voorbereiding
zz De riem bevestigen
1
(1)
Bevestig de bijgeleverde riem
aan het bevestigingspunt voor
de draagriem.
(2)
zz De riem kan ook aan de linkerkant van de
camera worden bevestigd.
20
zz De accu opladen
(1)
1
Stop de accu in de oplader.
2
Laad de accu op.
(2)
(2)
(1)
zz Lampkleuren
-- Aan het opladen: oranje
-- Volledig opgeladen: groen
3
(1)
Verwijder de accu.
(2)
zz Laad de accu niet langer dan 24 uur achtereen op, om de accu te
beschermen en in goede staat te houden.
zz De lader kan worden gebruikt in gebieden met een wisselspanning van
100 – 240 V (50/60 Hz). Als de stekker niet in het stopcontact past, moet
u een geschikte stekkeradapter gebruiken. Gebruik geen elektrische
transformator die is bedoeld voor op reis, omdat deze de accu kan
beschadigen.
zz Opgeladen accu's verliezen geleidelijk hun lading, ook als ze niet worden
gebruikt. Laad de accu op de dag dat u deze wilt gebruiken op, of vlak
daarvoor.
21
zz Een geheugenkaart voorbereiden
Gebruik de volgende geheugenkaarten (afzonderlijk verkrijgbaar), ongeacht
de capaciteit.
zz SD-geheugenkaarten*1
zz SDHC-geheugenkaarten*1*2
zz SDXC-geheugenkaarten*1*2
*1 Kaarten die voldoen aan de SD-normen. Niet voor alle
geheugenkaarten is de werking in deze camera geverifieerd.
*2 UHS-I-geheugenkaarten worden ook ondersteund.
22
zz De accu en geheugenkaart plaatsen/
verwijderen
(2)
1
Open het klepje.
2
Plaats de accu.
(1)
(2)
(1)
Verwijderen:
23
(1)
3
Plaats de geheugenkaart.
(2)
Verwijderen:
4
(2)
Sluit het klepje.
(1)
zz Als u de accu verkeerd om plaatst, kan deze niet in de juiste positie
worden vergrendeld. Controleer altijd of de accu in de juiste richting is
geplaatst en wordt vergrendeld.
zz Voordat u een nieuwe geheugenkaart of een geheugenkaart die is
geformatteerd in een ander apparaat gaat gebruiken, moet u de kaart
formatteren met deze camera.
zz Bij geheugenkaarten met een schuifje voor schrijfbeveiliging kunt u geen
opnamen maken als het schuifje is ingesteld op vergrendeld. Verschuif het
schuifje om de kaart te ontgrendelen.
zz Wordt [Vervang de accu] weergegeven, vervang dan de accu nadat de
camera zichzelf automatisch uitschakelt.
24
zz De datum, tijd, tijdzone en taal instellen
1
Schakel de camera in.
2
Stel de tijdzone in.
zz Gebruik de knoppen / of de knop
om een tijdzone te selecteren → knop
zz Knop
zz Gebruik de knoppen / of de knop
om een tijdzone te selecteren →
→ knoppen / of knop
om
knop
[OK] te selecteren → knop
25
3
Stel de datum en tijd in.
zz Gebruik de knoppen / of de knop
om de datum of tijd te selecteren →
→ knoppen / of knop
om
knop
af te stellen → knop
zz Selecteer [OK] → knop
4
Stel de weergavetaal in.
zz Gebruik de knoppen
selecteren → knop
/
om [Taal
] te
zz Gebruik de knoppen / / / om een
taal te selecteren → knop
zz Stel de huidige datum, tijd en zone goed in als het scherm [Datum/tijd/zone]
verschijnt wanneer u de camera aanzet. Informatie die u op deze manier
opgeeft, wordt opgeslagen in de beeldeigenschappen wanneer u een foto
maakt en wordt gebruikt bij het beheer van uw foto's of wanneer u foto's
print met de datum erop.
zz Als u de zomertijd wilt instellen (één uur vooruit), stelt u [ ] in op [ ] op
het scherm [Datum/tijd/zone].
zz Zijn de instellingen voor datum/tijd/zone gewist, stel ze dan opnieuw in.
26
De camera vasthouden
zz Doe de riem om uw pols.
zz Houd bij het maken van opnamen uw
armen tegen uw lichaam gedrukt en houd
de camera stevig vast om te voorkomen
dat deze beweegt. Laat uw vingers niet
op de uitgeklapte flitser rusten.
27
De camera testen
Probeer de camera uit door deze in te schakelen, enkele foto- of
filmopnamen te maken en ze vervolgens te bekijken.
zz Opnamen maken
1
Schakel de camera in.
2
Open de modus
3
Zoom naar behoefte in of uit.
zz Druk opnieuw op de ON/OFF-knop om de
camera uit te schakelen.
.
zz Beweeg de zoomregelaar terwijl u naar
het scherm kijkt.
Wanneer u de flitser gebruikt:
28
4
Stel scherp (druk half in).
zz De camera geeft een pieptoon zodra
deze heeft scherpgesteld.
zz Er wordt een AF-punt weergegeven rond
posities waarop is scherpgesteld.
5
Maak de opname (druk volledig in).
Wanneer u films opneemt:
zz [ REC] wordt weergegeven tijdens de
opname.
zz Druk nogmaals op de filmopnameknop
om de filmopname te stoppen.
29
zz Bekijken
1
Druk op de knop
2
Selecteer de beelden.
.
zz Films worden aangeduid met [
].
Films afspelen:
zz
-knop (tweemaal)
zz Druk op de knoppen
aan te passen.
30
/
om het volume
Onderdeelnamen
zz Voorkant
(5) (6) (7) (8)
(9)
(2) (10)
(11)
(1)
(2)
(3)
(12)
(13)
(4)
(1)
Zoomregelaar
Opnamen maken:
Afspelen: (groothoek)/
(telelens)
(index)/
(vergroten)
(2)
Bevestigingspunt draagriem
(3)
Lampje
(4)
Lens
(5)
Belichtingscompensatieknop
(6)
Programmakeuzewiel
(7)
Ontspanknop
(8)
Flitser
(9)
Bedieningsring (ring
)
(10) Hendel voor uitklappen zoeker
(11) Serienummer
(12) Statiefbevestiging
(13) Klepje van geheugenkaart/accu
: Stand knop/ring toewijzen
31
zz Achterkant
(1) (2) (3)
(4)
(5) (6)
(7)(8)(9) (10) (11) (12)
(13)
(14)
(15)
(16)
(17)
(18)
(21) (20) (19)
(1)
Zoeker
(2)
Hendel voor dioptrische aanpassing
(3)
Scherm
Kan ongeveer 180° naar boven en
ongeveer 45° naar beneden worden
geopend.
(4)
Microfoon
(5)
Knop
(6)
ON/OFF-knop
(7)
DIGITAL-aansluiting
(8)
HDMITM-aansluiting
(9)
Luidspreker
(10)
(flitser uitklappen)
(14) Filmopnameknop
Het is ook mogelijk om films op te
nemen in andere standen dan de
moviemodus.
(Snel instellen)
(15) Knop
Opent het scherm Snel instellen.
Wordt ook gebruikt om geselecteerde
instellingen te bevestigen.
(16) Knop
(12) Knop
/
rechts
omlaag
(18) Indicator
(19) Knop
Wordt gebruikt om menuschermen
te openen.
-knop (Wi-Fi)
(11) Controleknop (knop
(flitser)/
(17) Knop
)
(AE-vergrendeling)
(transportmodus)/
(13) Knop
(1 beeld wissen)/ omhoog
(20) Knop
(afspelen)
(macro)/
(handmatig
(21) Knop
scherpstellen)/ links
32
Zoeker
Het gebruik van de zoeker helpt u bij het scherpstellen op onderwerpen.
1
Klap de zoeker uit.
2
Trek het oculair naar u toe.
3
Stel de dioptrie in.
zz Als u de zoeker wilt gebruiken, kunt u de
zoeker activeren door deze bij uw oog te
houden.
zz Het beeldscherm van de zoeker en het scherm van de camera kunnen niet
tegelijk worden geactiveerd.
zz Bepaalde beeldverhoudingsinstellingen veroorzaken zwarte balken aan
de boven- en onderkant of de linker- en rechterkant van het scherm.
Deze gebieden worden niet opgenomen.
33
De hoek van het scherm aanpassen
zz Het scherm naar beneden kantelen
zz Trek de bovenkant van het scherm
omlaag naar u toe.
zz het scherm kan tot ongeveer 45° worden
geopend.
zz Het scherm naar boven kantelen
zz Het scherm kan naar boven worden
gekanteld en tot ongeveer 180° worden
geopend.
zz Bekijk een spiegelbeeld van uzelf
wanneer u opnamen maakt terwijl het
scherm naar voren is gedraaid.
zz Als u klaar bent, draait u het scherm
terug naar de oorspronkelijke positie.
zz Sluit het scherm wanneer u de camera niet gebruikt.
zz Trek het scherm niet verder open, anders kan de camera beschadigd raken.
34
Indicatorweergave
De indicatorweergave verschilt afhankelijk van de status van de camera.
Kleur
Indicatorstatus
Aan
Groen
Knippert langzaam
Knippert
Aan
oranje
Knippert
Camerastatus
zz Er worden foto's op de geheugenkaart
vastgelegd of van de kaart gelezen
zz Display uit
zz Er worden films op de geheugenkaart
vastgelegd of van de kaart gelezen
zz Bezig met verzenden via Wi‑Fi
zz Aan het opladen via USB
zz USB-oplaadfout
35
Een opnamemodus instellen
Gebruik het programmakeuzewiel om de gewenste opnamemodus te openen.
(1)
(6)
(2)
(3)
(7)
(4)
(8)
(9)
(5)
(10)
(1)
Tv-modus
Stel de sluitertijd in voordat
u opnamen maakt (= 90). Stel in
met de ring . Op de camera wordt
de diafragmawaarde automatisch
aangepast aan de ingestelde
sluitertijd.
(6)
Av-modus
Stel de diafragmawaarde in voordat
u opnamen maakt (= 91). Stel
in met de ring . Op de camera
wordt de sluitertijd automatisch
aangepast aan de ingestelde
diafragmawaarde.
(2)
P-modus
De sluitertijd en diafragmawaarde
worden automatisch aangepast aan
de helderheid van het onderwerp.
Stel diverse instellingen naar wens in
voordat u opnamen maakt (= 89).
(7)
(3)
Auto-modus
Volledig automatische opnamen
met door de camera bepaalde
instellingen (= 56).
M-modus
Stel voordat u opnamen maakt de
sluitertijd en diafragmawaarde in
zodat u de gewenste belichting krijgt
(= 92). Draai aan de ring
om de sluitertijd in te stellen
om de
en draai aan de ring
diafragmawaarde in te stellen.
(8)
C-modus
Sla veelgebruikte opnamemodi en
door uzelf geconfigureerde functieinstellingen op, zodat u ze later
opnieuw kunt gebruiken (= 273).
Moviemodus
Neem diverse films op (= 86).
(4)
Modus Hybride automatisch
Neem automatisch voor elke foto
een clip van de compositie op
(= 60).
(9)
(5)
Modus voor speciale
composities
Maak opnamen met instellingen voor
de specifieke scènes (= 61).
(10) Modus voor creatieve filters
Voeg diverse effecten toe aan uw
opnamen (= 80).
36
Camerafuncties configureren
zz Scherm Snel instellen
1
(1)
(1)
Druk op de knop
.
zz (1) Instellingsitems
zz (2) Instellingsopties
(2)
2
Kies een item dat u wilt instellen.
3
Kies een optie die u wilt instellen.
zz Items die worden aangeduid met het
] kunnen worden
pictogram [
geconfigureerd door op de knop
te drukken.
37
4
Voltooi de instelling.
zz U kunt ook opties selecteren door de knop
te draaien.
zz U kunt functies voor het scherm Snel instellen ook configureren via het
menuscherm.
38
zz Menuscherm
(1)
(2)
1
Druk op de knop
2
Selecteer een tabblad.
.
zz (1) Hoofdtabblad
zz (2) Subtabblad
zz (3) Instellingsitems
(3)
(4)
zz (4) Instellingsopties
zz Gebruik de zoomregelaar om een
hoofdtabblad te selecteren.
zz Gebruik de knoppen / of de ring
een subtabblad te selecteren.
39
om
3
Kies een item dat u wilt instellen.
4
Kies een optie die u wilt instellen.
5
Voltooi de instelling.
6
Ga terug naar het opnamescherm.
zz Sommige items worden op een
ander scherm geselecteerd met de
nadat
knoppen / of de knop
drukt.
u eerst op de knop
40
Beschikbare functies in het scherm
Snel instellen
(1)
(1)
(2)
Druk op de knop
in opname- of
afspeelschermen om het scherm Snel instellen
te openen. In dit scherm kunt u instellingen
aanpassen. Kies rechts of links een
instellingsitem om onderaan instellingsopties
voor het item weer te geven.
(1) Instellingsitems
(2) Instellingsopties
De volgende instellingen zijn beschikbaar in de modus
instellingen en opties variëren per opnamemodus.
. Beschikbare
AF-methode
Kies een modus voor automatische scherpstelling
(AF) voor de compositie waarvan u opnamen aan
het maken bent.
AF-werking
] om op onderwerpen te blijven
Kies [
scherpstellen terwijl u de ontspanknop half indrukt.
Meetmethode
Kies hoe de helderheid wordt gemeten.
Beeldkwaliteit*
Kies het formaat (aantal pixels) en de compressie
(beeldkwaliteit) van uw opnamen.
Movieopnameformaat*
Kies het opnameformaat en de framesnelheid
voor films.
ND filter
Verlaag de lichtintensiteit om de juiste helderheid
te verkrijgen.
ISO-snelheid
Selecteer de ISO-snelheid.
Witbalans
Maak opnamen met natuurlijke kleuren bij
specifieke verlichting.
Beeldstijl
Selecteer kleurinstellingen die composities of
onderwerpen goed tot hun recht laten komen.
Auto optimalisatie
helderheid
Kies het niveau voor automatische correctie van
de helderheid en het contrast.
Creatieve filters
Voeg diverse effecten toe aan uw opnamen.
* Ook beschikbaar in de modus
.
41
Menu-instellingen
Gebruik menuschermen om diverse camerafuncties te configureren.
Druk op de knop
om menuschermen te openen. Instellingsitems
zijn in vier groepen geordend, met meerdere tabbladen voor elke groep.
U kunt de volgende instellingsitems configureren in menuschermen.
Beschikbare instellingen variëren per opnamemodus.
„„
Opname-instellingen
zz Opnamemodus
zz WB Shift/Bkt.
zz Digitale zoom
zz Beeldkwalit.
zz HDMI-info weergeven
zz Digest-type
zz Hoogte/breedte foto
zz Beeldstijl
zz Movie-opn.kwal.
zz Kijktijd
zz Hoge ISO-ruisreductie
zz Windfilter
zz Flits Instellingen
zz Touch Shutter
zz Demper
zz Transportmodus
zz Inst. AF aanraken &
zz Servo AF voor movies
verslepen
zz RAW-burstmodus
zz Datumstemp.
zz Bel.comp./AEB
zz
ISO-snelheidsinst.
zz
ISO-snelheidsinst.
zz Auto optimalisatie
helderheid
zz Sluitermodus
zz AF-werking
zz AF-methode
Auto. langzame
sluiter
zz Inst. time-lapsefilm
sterren
zz Continue AF
zz Ster helderder
zz AF-hulplicht
zz Instellingen
zz Scherpst.bracket.
zz Lichte tonen prioriteit
zz AF+MF
zz ND filter
zz MF-peakinginstellingen
zz Meetmethode
zz Meettimer
zz
zz Veiligheids MF
zz Bel.simulatie
zz MF-Punt Zoom
zz Witbalans
zz IS-instellingen
zz Aangepaste witbalans
zz
Auto. corrig.
42
Sterrenportret
zz Kleuraanpassing
zz Videosnapshot
zz Time-lapse-movie
zz Afst.bediening
„„
Instellingen voor afspelen
zz Beveilig beelden
zz RAW-beeldverwerking
zz Diavoorstelling
zz Beeld roteren
zz Rode-Ogen Corr.
zz Beeldzoekvoork.
zz Beelden wissen
zz Album maken
instellen
zz Printopties
zz Bijsnijden
zz Spring met
zz Fotoboek instellen
zz Wijzig formaat
zz Weergave-
zz Creatieve filters
zz Classificatie
„„
informatiescherm
zz Vanaf laatst gez.
Instellingen voor functies
zz Selecteer map
zz Taal
zz Maateenheden
zz Bestandnr.
zz Lens intrekken
zz Uitleg
zz Auto. roteren
zz Videosysteem
zz Persoonlijke
zz Kaart formatteren
zz Aanraakbediening
zz Opstart scherm
zz Pieptoon
zz Inst. draadloze
zz Volume
communicatie
zz GPS-instellingen
zz HDMI-resolutie
zz HDMI HDR-uitgang
zz Eco-modus
zz Opname-infoscherm
zz Spaarstand
zz Weerg.prestaties
zz Displayheldrh.
zz Formaat VF-weerg.
zz Nachtdisplay
zz Display schakelen
zz Datum/tijd/zone
„„
voorkeuze (C.Fn)
zz Aangep.
opnamemodus
(C-modus)
zz Camera resetten
zz Copyrightinformatie
zz Handleiding/software
URL
zz Certificaatlogo
weergeven
zz Omg. weergave
zz Firmware
zz Verwijder alle
zz Verwijder alle items
My Menu
zz My Menu-tab
toevoegen
My Menu-tabs
43
zz Menuweergave
Opnamemodusscherm
(1) (2)(3) (4) (5)
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
Opnamemodus/compositiepictogram
Resterende opnamen
Maximumaantal continue opnamen
Beschikbare filmopnametijd
Batterijniveau
44
Kaders op het opnamescherm
Op het opnamescherm worden scherpstelkaders (AF-punten) weergegeven.
Wordt weergegeven rond het onderwerp of het gezicht van
een persoon dat als hoofdonderwerp wordt gedetecteerd.
Wordt weergegeven nadat de camera scherpstelt wanneer
Groen kader
u de ontspanknop half indrukt.
Wordt weergegeven terwijl de camera blijft scherpstellen op
Blauw kader bewegende onderwerpen. Ze blijven weergegeven worden
zolang u de ontspanknop half indrukt.
Wordt weergegeven als de camera niet kan scherpstellen
Geel kader
wanneer u de ontspanknop half indrukt.
Wit kader
zz Probeer in de modus
op te nemen als er geen kaders worden
weergegeven, als er geen kaders om de gewenste onderwerpen worden
weergegeven of als kaders worden weergegeven op de achtergrond of
vergelijkbare gebieden.
45
Opties voor opnameweergave
Door van opnamescherm te wisselen, kunt u andere informatie bekijken.
1
Druk op de knop
46
.
Opties voor afspeelweergave
Door van afspeelscherm te wisselen, kunt u andere informatie bekijken.
1
Druk op de knop
.
zz Overbelichte highlights knipperen boven de informatieweergave wanneer
u schermen met uitgebreide informatie opent.
zz Bovenaan de schermen met uitgebreide informatie staat een grafiek,
die het helderheidshistogram wordt genoemd. In dit histogram wordt de
verdeling van de helderheid in beelden weergegeven. Op de horizontale
as staat de helderheidsgraad en de verticale geeft aan welk gedeelte van
het beeld zich op elk helderheidsniveau bevindt. Door dit histogram te
bekijken, kunt u de belichting controleren.
Van histogram wisselen
zz Wanneer u overschakelt naar RGB-weergave, wordt een RGB-histogram
getoond dat de verdeling van rood, groen en blauw in beelden aangeeft.
De horizontale as toont de helderheidsgraad van R, G of B en de verticale as
geeft aan welk gedeelte van het beeld zich op dat helderheidsniveau bevindt.
Dankzij dit histogram kunt u de kleurkenmerken van het beeld controleren.
47
Aanraakbediening
zz Onderwerpen kiezen
U kunt onderwerpen kiezen door het gezicht van een persoon of andere
dingen die op het scherm worden weergegeven, aan te raken.
1
Kies een onderwerp.
2
Maak de opname.
zz Mogelijk kan de camera het onderwerp niet volgen als dit te klein is, te
snel beweegt of als het contrast tussen het onderwerp en de achtergrond
te klein is.
zz Wilt u onderwerpen kiezen door op het scherm te tikken terwijl u door de
zoeker kijkt, stel dan [AF aanr & versl] in op [Inschakelen] (= 146).
48
zz Scherm Snel instellen
Het instellingenscherm openen
zz Tik op [
].
De camera configureren
zz Tik op een instellingsitem →
een instellingsoptie
Van scherm wisselen
zz Items die worden aangeduid met het
] kunnen worden
pictogram [
] te tikken.
geconfigureerd door op [
Terugkeren naar het vorige scherm
zz Tik op [
].
Hoeveelheden op balken aanpassen
zz Tik op de balk of versleep de balk.
49
zz Menuscherm
De camera configureren
zz Tik op een hoofdtabblad → subtabblad →
instellingsitem → optie
Terugkeren naar het vorige scherm
zz Tik op [
].
Vinkjes toevoegen/verwijderen
zz Tik op een selectievakje.
In plaats van op de knop
zz Tik op [
50
].
drukken
In plaats van op de knop
zz Tik op [
In plaats van op de knop
zz Tik op [
51
drukken
].
].
drukken
zz Bekijken
Afzonderlijke beelden bekijken
zz Volgende beeld: naar links slepen
zz Vorige beeld: naar rechts slepen
Films afspelen
zz Afspelen: tik op [
]
Bediening tijdens films
zz Stoppen: tik op het scherm.
zz Hervatten: tik op [ ]
zz Volume aanpassen: tik op [
Naar indexweergave gaan
52
]
Minder beelden weergeven
Beelden vergroten
zz Tik tweemaal snel achter elkaar.
Vergrote beelden verkleinen
zz Oorspronkelijke afmetingen herstellen:
tik op [ ] of tik snel tweemaal op het
scherm.
zz Het afspeelpaneel voor films kan ook worden weergegeven door tijdens
het afspelen van een film op het scherm te tikken.
zz Sleep terwijl de indexweergave wordt getoond omhoog of omlaag over het
scherm om door beelden te bladeren.
zz Sleep tijdens vergrote weergave over het scherm om de weergavelocatie
te verschuiven.
53
Toetsenbord op het scherm
Tekens invoeren
zz Tik op tekens om ze in te voeren.
Cursor verplaatsen
zz [
]/[
] of ring
Van invoermodus wisselen
zz [ ]: overschakelen naar hoofdletters
zz [ ]: overschakelen naar cijfers of
symbolen
Tekens verwijderen
zz [
]
Regeleindes invoeren
zz [
]
Terugkeren naar het vorige scherm
zz [
]
54
Opnamen maken
Maak eenvoudig opnamen in simpele standen of maak verfijndere foto's
met diverse functies.
55
Opnamen maken met door de camera
bepaalde instellingen (Auto-modus/
modus Hybride automatisch)
Gebruik de Auto-modus om de optimale instellingen voor de compositie
volledig automatisch te laten selecteren op basis van het onderwerp en
de opnameomstandigheden die de camera bepaalt.
1
Open de modus
2
Zoom naar behoefte in of uit.
.
zz Beweeg de zoomregelaar terwijl u naar
het scherm kijkt.
Wanneer u de flitser gebruikt:
56
3
Stel scherp (druk half in).
zz De camera geeft een pieptoon zodra
deze heeft scherpgesteld.
zz Er wordt een AF-punt weergegeven rond
posities waarop is scherpgesteld.
4
Maak de opname (druk volledig in).
Wanneer u films opneemt:
zz [ REC] wordt weergegeven tijdens de
opname.
zz Druk nogmaals op de filmopnameknop
om de filmopname te stoppen.
Foto's
zz Een knipperend [ ]-pictogram is een waarschuwing dat de beelden mogelijk
onscherp worden door camerabewegingen. Bevestig in dat geval de camera
op een statief of neem andere maatregelen om de camera stil te houden.
zz Zijn uw opnamen te donker, ondanks dat er is geflitst, ga dan dichter naar
het onderwerp toe.
zz Als u de ontspanknop half indrukt in omstandigheden met weinig licht, kan
het lampje gaan branden om u te helpen bij het scherpstellen.
57
Films
zz De zwarte balken aan de boven- en onderkant van het scherm worden
niet opgenomen.
zz Als u tijdens de opname de compositie wijzigt, worden de focus, helderheid
en kleurtoon automatisch aangepast.
zz De opname stopt automatisch wanneer de geheugenkaart vol is of wanneer
de opnametijd van een film de maximumlengte bereikt.
zz De maximale opnametijd per film bedraagt 29 min. 59 sec.
zz De camerabehuizing kan warm worden wanneer u herhaaldelijk gedurende
langere tijd films opneemt. Dit wijst echter niet op een probleem.
zz Kom tijdens het opnemen van films niet met uw vingers aan de microfoon.
Het blokkeren van de microfoon kan verhinderen dat het geluid wordt
opgenomen of kan ervoor zorgen dat het opgenomen geluid gedempt klinkt.
zz Geluid wordt in stereo opgenomen door de ingebouwde microfoon.
zz Vermijd tijdens het opnemen van een film om andere bedieningselementen
dan de filmopnameknop of het scherm aan te raken, omdat de geluiden van
de camera ook worden opgenomen. Wilt u tijdens de opname instellingen
aanpassen of andere handelingen uitvoeren, gebruik dan zoveel mogelijk
het aanraakscherm.
zz Ingebouwde of externe microfoons kunnen geluiden van Wi‑Fi-bewerkingen
vastleggen. Het gebruik van de functie voor draadloze communicatie tijdens
geluidsopnamen wordt afgeraden.
zz Zodra de filmopname begint, wijzigt het beeldgebied dat wordt weergegeven
en worden onderwerpen uitvergroot. Op deze manier worden vervormingen
gecorrigeerd die bijvoorbeeld ontstaan door een sterk bewegende camera.
Als u onderwerpen wilt vastleggen met dezelfde afmetingen als waarmee
de onderwerpen voor de opname worden weergegeven, past u de instelling
voor beeldstabilisatie aan.
zz Tijdens filmopname kunnen er ook lensgeluiden van het automatisch
scherpstellen worden opgenomen.
zz Afzonderlijke films die groter zijn dan 4 GB, kunnen in meerdere
bestanden worden opgedeeld. Het automatisch achter elkaar afspelen
van opgedeelde filmbestanden wordt niet ondersteund. Speel elke film
afzonderlijk af.
Compositiepictogrammen
zz In de modus
of
geeft de camera een pictogram weer voor
de vastgestelde scène. De bijbehorende instellingen voor optimale
scherpstelling, helderheid en kleur van het onderwerp worden automatisch
geselecteerd.
als het compositiepictogram niet bij
zz Probeer om op te nemen in de modus
de huidige opnameomstandigheden past of als het niet mogelijk is om een
opname te maken met de effecten, kleuren of helderheid die u verwacht.
58
zz Pictogrammen voor beeldstabilisatie
Optimale beeldstabilisatie voor de opnameomstandigheden (Intelligent IS)
wordt automatisch toegepast en de volgende pictogrammen worden
weergegeven.
Beeldstabilisatie voor foto's (Normaal)
Beeldstabilisatie voor foto's tijdens pannen (Pannen)*
Beeldstabilisatie voor hoekbeweging van de camera en trillingen
wanneer de camera parallel aan de beeldsensorscène wordt
bewogen (shift-shake) bij macro-opnamen (Hybrid IS). Voor films
wordt [
] weergegeven en wordt ook [ ] beeldstabilisatie
toegepast.
Beeldstabilisatie voor films, met vermindering van sterke
camerabeweging, zoals wanneer u lopend opneemt (Dynamisch)
Beeldstabilisatie voor subtiele camerabeweging, zoals bij het
opnemen van films met de telelens (Powered)
Geen beeldstabilisatie, omdat de camera op een statief is
bevestigd of op een andere manier stil wordt gehouden.
Tijdens filmopname wordt [ ] echter weergegeven en wordt
beeldstabilisatie gebruikt om trillingen door wind of andere
oorzaken tegen te gaan (Statief IS)
* Wordt weergegeven terwijl u het beeld pant door met de camera
bewegende onderwerpen te volgen. Wanneer u een onderwerp volgt dat
zich horizontaal verplaatst, heft beeldstabilisatie alleen het effect van
verticale camerabeweging op en stopt de horizontale beeldstabilisatie.
Op dezelfde wijze wordt, wanneer u een onderwerp volgt dat zich verticaal
verplaatst, alleen het effect van horizontale camerabeweging door
beeldstabilisatie opgeheven en stopt de verticale beeldstabilisatie.
59
zz Opnamen maken in de modus Hybride
automatisch
Voor elke opname worden van scènes ook clips van 2 – 4 seconden
opgenomen, gewoon door foto's te maken. Elke clip, die eindigt met de foto
en een sluitergeluid, vormt een afzonderlijk hoofdstuk. De camera creëert
een korte digest-film van de dag door de clips te combineren.
1
Open de modus
2
Stel scherp en maak de opname.
.
zz Voor indrukwekkendere digest-films richt u de camera ongeveer vier
seconden op onderwerpen voordat u foto's maakt.
,
zz De batterij gaat in deze modus minder lang mee dan in de modus
omdat er voor iedere opname digest-films worden opgenomen.
zz Een digest-film wordt mogelijk niet opgenomen als u een foto maakt direct
hebt geselecteerd of
nadat u de camera hebt ingeschakeld, de modus
de camera op andere wijze bedient.
zz Eventuele geluiden en trillingen van uw camera of lensbewegingen worden
opgenomen in digest-films.
] voor NTSC of [
]
zz De beeldkwaliteit voor digest-films is [
voor PAL. Dit varieert afhankelijk van de videosysteeminstelling.
zz Er worden geen geluiden afgespeeld wanneer u de ontspanknop half
indrukt of de zelfontspanner instelt.
zz In de volgende gevallen worden digest-films opgeslagen als aparte
.
filmbestanden, zelfs als ze op dezelfde dag zijn gemaakt met de modus
-- De opnametijd van de digest-film bereikt ongeveer 29 minuten en
59 seconden. (Kan ook worden opgeslagen als afzonderlijke bestanden
als de bestandsgrootte circa 4 GB overschrijdt.)
-- De digest-film is beveiligd.
-- De instellingen voor zomertijd, videosysteem of tijdzone worden gewijzigd.
zz Opgenomen sluitergeluiden kunnen niet worden aangepast of gewist.
60
Opnamen maken van specifieke
scènes (modus Speciale scène)
Kies een modus die past bij de opnamelocatie en de camera configureert
automatisch de instellingen voor optimale foto's. Probeer eerst een aantal
testopnamen te maken om er zeker van te zijn dat u het gewenste resultaat
verkrijgt.
1
Open de modus
2
Knop
3
Maak de opname.
61
.
→ [ ] → kies een optie
Bij het maken van zelfportretten kunt u diverse
beeldverwerkingsinstellingen aanpassen.
Zo kunt u uw huid egaler laten lijken op het
beeld of de helderheid en de achtergrond
aanpassen zodat u beter opvalt.
Zelfportret
Leg onderwerpen vast die opvallen tegen een
wazige achtergrond, met een egale huidtint en
haar dat er zacht uitziet.
Portret
Verwerk beelden om de huid er egaler te laten
uitzien.
Egale huid
zz Afhankelijk van de opnameomstandigheden is het mogelijk dat andere
beeldgebieden dan de huid van personen worden aangepast.
zz Instellingsopties in de modus [ ] worden niet toegepast in de modus [
62
].
Pas de kleurtonen aan om voedsel er vers en
kleurrijk uit te laten zien.
Voedsel
zz Deze kleurtonen zijn mogelijk niet geschikt om op personen toe te passen.
zz Bij flitsopnamen verandert [Kleurtoon] in de standaardinstelling.
Maak prachtige foto's van composities in
avondlicht of portretten met avondtaferelen
op de achtergrond.
Nachtopnamen uit hand
zz Beeldruis wordt verminderd door opeenvolgende foto's te combineren tot
één beeld.
zz Houd de camera stil terwijl deze continu opnamen maakt.
zz Er treedt een vertraging op voordat u opnieuw een opname kunt maken,
omdat de camera de foto's verwerkt en combineert.
zz Foto's kunnen korrelig lijken omdat de ISO-snelheid wordt verhoogd om bij
de opnameomstandigheden te passen.
zz Overmatige onscherpte door beweging of bepaalde opnameomstandigheden
kunnen ervoor zorgen dat u mogelijk niet het verwachte resultaat verkrijgt.
zz Probeer de camera stil te houden wanneer u de flitser gebruikt, want de
sluitertijd kan toenemen.
63
Steeds als u een opname maakt, worden drie
opeenvolgende beelden met verschillende
helderheidsniveaus gemaakt, die de camera
automatisch combineert tot één beeld. Deze
modus vermindert het verlies van details in
highlights en schaduwgebieden dat vaak
HDR-tegenlichtregeling voorkomt bij opnamen die een combinatie
zijn van heldere en donkere beeldgebieden.
zz Houd de camera stil terwijl deze continu opnamen maakt.
zz Overmatige onscherpte door beweging of bepaalde opnameomstandigheden
kunnen ervoor zorgen dat u mogelijk niet het verwachte resultaat verkrijgt.
zz Wanneer overmatige camerabewegingen voorkomen dat u opnamen kunt
maken, plaatst u de camera op een statief of neemt u andere maatregelen
om de camera stil te houden. Schakel in dit geval ook beeldstabilisatie uit.
zz Elke beweging van het onderwerp veroorzaakt wazige foto's.
zz Er treedt een vertraging op voordat u opnieuw een opname kunt maken,
omdat de camera de foto's verwerkt en combineert.
Levendige foto's van vuurwerk.
Vuurwerk
zz Plaats de camera op een statief of neem andere maatregelen om de
camera stil te houden en camerabeweging te voorkomen. Stel daarnaast
[IS modus] in op [Uit] als u opnamen maakt met een statief of een ander
middel gebruikt om de camera stil te houden.
zz De camera bepaalt nog steeds de optimale scherpstelling, ook al worden
er geen kaders weergegeven wanneer u de ontspanknop half indrukt.
64
zz Opnamen maken van uzelf met optimale
instellingen (modus Zelfportret)
1
2
Selecteer [
3
Configureer de instellingen.
].
Open het scherm.
zz Tik op het scherm op het pictogram van
het item dat u wilt configureren.
zz Selecteer een optie.
zz Tik op [ ] om terug te keren naar het
vorige scherm.
4
Maak de opname.
zz Afhankelijk van de opnameomstandigheden is het mogelijk dat andere
beeldgebieden dan de huid van personen worden aangepast.
zz Instellingen voor [Egale-huideffect] die worden opgegeven in de modus [
worden niet toegepast in de modus [ ].
zz [Achtergrond wazig] wordt ingesteld op [Auto] wanneer u de flitsmodus
instelt op [ ] voor flitsfotografie (omdat de flitser alleen afgaat in de
modus [Auto]).
65
],
zz Opnamen maken van panorama's
(Panoramamodus)
Leg een panorama vast door opnamen te combineren die continu worden
vastgelegd wanneer u de camera in één richting beweegt terwijl u de
ontspanknop helemaal ingedrukt houdt.
1
2
Selecteer [
].
Selecteer een opnamerichting.
zz Gebruik de knop om de richting te
kiezen waarin u opnamen wilt maken.
zz Er wordt een pijl weergegeven die toont
in welke richting de camera bewogen
moet worden.
3
Druk de ontspanknop half in.
4
Maak de opname.
zz Stel scherp op het onderwerp door de
ontspanknop half ingedrukt te houden.
(2)
zz Houd de ontspanknop helemaal ingedrukt
en beweeg de camera met een constante
snelheid in de richting van de pijl.
(1)
zz Het gebied dat duidelijk wordt
weergegeven (1), wordt vastgelegd.
zz Er wordt een opnamevoortgangsindicator
(2) weergegeven.
zz De opname stopt zodra u de
ontspanknop loslaat of wanneer de
voortgangsindicator helemaal wit is.
66
zz Bij sommige composities worden de verwachte beelden mogelijk niet
opgeslagen en kunnen beelden er anders uitzien dan verwacht.
zz De opname kan halverwege stoppen als u de camera te langzaam of te
snel beweegt. Het panorama dat tot punt is vastgelegd, wordt echter wel
opgeslagen.
zijn groot.
zz Beelden die worden gemaakt van opnamen in de modus
Gebruik een computer of een ander apparaat om panoramabeelden te
verkleinen indien u ze wenst te printen door een geheugenkaart in een
printer van Canon te steken. Indien panorama's niet compatibel zijn met
bepaalde software of webservices, kunt u proberen om de grootte aan te
passen op een computer.
zz De volgende onderwerpen en scènes worden mogelijk niet goed aan
elkaar gehecht.
-- Bewegende onderwerpen
-- Dichtbije onderwerpen
-- Scènes waarin het contrast sterk varieert
-- Scènes met lange stukken van dezelfde kleur of hetzelfde patroon,
zoals de zee of de lucht
67
zz Onderwerpen vastleggen met vloeiende
achtergronden (modus Pannen)
Door te pannen, kunt u de achtergrond vervagen
om een gevoel van snelheid over te brengen.
1
2
Selecteer [
].
Maak de opname.
zz Druk voor de opname de ontspanknop
half in terwijl u de camera beweegt,
zodat het onderwerp wordt gevolgd.
zz Houd het bewegende onderwerp in
het weergegeven kader en druk de
ontspanknop helemaal in.
zz Blijf ook nadat u de ontspanknop
helemaal hebt ingedrukt de camera
bewegen om het onderwerp te volgen.
zz Voor de beste resultaten houdt u de camera stevig vast met beide handen
en met uw ellebogen dicht bij uw lichaam, terwijl u uw hele lichaam draait
om het onderwerp te volgen.
zz Deze functie werkt beter bij onderwerpen die horizontaal bewegen, zoals
auto's of treinen.
68
zz Opnamen maken van mensen met een
sterrenhemel als achtergrond (modus
Sterrenportret)
Maak prachtige opnamen van mensen met een sterrenhemel als achtergrond.
Nadat eerst de flitser heeft geflitst om de persoon vast te leggen, maakt de
camera nog eens twee opnamen zonder flitser. Deze drie beelden worden
automatisch gecombineerd om één beeld te maken.
1
Selecteer [ ].
zz De zoommodus wordt ingesteld op de
maximale groothoek en kan niet worden
aangepast.
Kleuren aanpassen
zz Knop
→[
] → knoppen /
zz Verfijnen: knop
→[ ]→
→ knoppen /
knop
2
Klap de flitser uit.
3
Zet de camera vast.
4
Maak de opname.
zz Druk op de knop
klappen.
/ /
om de flitser uit te
zz Plaats de camera op een statief of neem
andere maatregelen om de camera stil
te houden.
zz Druk de ontspanknop in. De flitser flitst
wanneer de camera de eerste opname
maakt.
zz Nu worden de tweede en derde opname
gemaakt zonder de flitser.
69
5
Zorg dat de persoon stil blijft staan
totdat het lampje knippert.
zz De persoon waarvan u een opname
aan het maken bent, moet stilstaan
totdat het lampje heeft geknipperd na
de derde opname. Dit kan ongeveer
twee seconden duren.
zz Alle opnamen worden gecombineerd
om één beeld te maken.
70
zz Voor betere opnamen laat u de persoon uit de buurt staan van lichtbronnen
zoals straatverlichting en zorgt u ervoor dat de flitser is uitgeklapt.
zz Er treedt een vertraging op voordat u opnieuw een opname kunt maken,
omdat de camera de foto's verwerkt.
zz Om wazige foto's te voorkomen, zorgt u ervoor dat de persoon van wie
u opnamen maakt, stilstaat.
zz B: blauw; A: geel; M: magenta; G: groen.
zz Huidtinten blijven hetzelfde wanneer u de kleuren aanpast.
zz Probeer in deze modus [Nachtdisplay] in te stellen op [Aan].
zz Als u de helderheid van het onderwerp wilt aanpassen, probeert u de
flitsbelichtingscompensatie te wijzigen.
zz Als u de helderheid van de achtergrond wilt aanpassen, probeert u de
belichtingscompensatie te wijzigen. Houd er rekening mee onder bepaalde
opnameomstandigheden beelden er mogelijk anders uitzien dan verwacht.
Daarnaast dient de persoon bij stap 4 – 5 stil te blijven staan, omdat de
opname langer duurt (tot ongeveer 15 seconden).
zz Om meer sterren en helderder sterrenlicht vast te leggen, kiest u
[IInstellingen Sterrenportret] → [Sterrenweerg.] → [Prominent].
Houd er rekening mee onder bepaalde opnameomstandigheden beelden
er mogelijk anders uitzien dan verwacht. Daarnaast dient de persoon
bij stap 4 – 5 stil te blijven staan, omdat de opname langer duurt
(tot ongeveer 30 seconden).
[Ster helderder] → [Scherp].
zz Om sterren helderder te maken, kiest u
Om de heldere sterren in een sterrenhemel te benadrukken, stelt u deze
optie in op [Zacht]. Deze instelling levert opvallende opnamen op door
heldere sterren te vergroten en doffere sterren minder te benadrukken.
Om de beeldverwerking voor sterrenlicht uit te schakelen, selecteert u [Uit].
Houd er rekening mee dat bij heldere scènes beelden niet worden verwerkt
om sterren te benadrukken, zelfs niet als u [Scherp] of [Zacht] instelt..
71
zz Opnamen maken van nachtscènes onder de
sterrenhemel (modus Sterrenhemel)
U kunt indrukwekkende opnamen maken van de sterrenhemel boven
nachtelijke scènes.
1
Selecteer [ ].
zz De zoommodus wordt ingesteld op de
maximale groothoek en kan niet worden
aangepast.
Kleuren aanpassen
zz Knop
→[
] → knoppen /
zz Verfijnen: knop
→[ ]→
→ knoppen /
knop
2
/ /
Zet de camera vast.
zz Plaats de camera op een statief of neem
andere maatregelen om de camera stil te
houden.
De scherpstelling aanpassen
zz Knop
→[
] → knop
zz Druk op de knop
en kantel de
camera vervolgens zo dat de sterren die
u wilt vastleggen, binnen het getoonde
kader vallen.
zz Druk op de knop
aanpassen.
om te beginnen met
zz Het aanpassen kan enige tijd duren.
Daarom mag u de camera niet bewegen
voordat een bericht aangeeft dat de
aanpassing voltooid is.
72
3
Maak de opname.
zz Er treedt een vertraging op voordat u opnieuw een opname kunt maken,
omdat de camera de foto's verwerkt.
zz B: blauw; A: geel; M: magenta; G: groen.
zz Probeer in deze modus [Nachtdisplay] in te stellen op [Aan].
[Ster helderder] → [Scherp].
zz Om sterren helderder te maken, kiest u
Om de heldere sterren in een sterrenhemel te benadrukken, stelt u deze
optie in op [Zacht]. Deze instelling levert opvallende opnamen op door
heldere sterren te vergroten en doffere sterren minder te benadrukken.
Om de beeldverwerking voor sterrenlicht uit te schakelen, selecteert u [Uit].
Houd er rekening mee dat bij heldere scènes beelden niet worden verwerkt
om sterren te benadrukken, zelfs niet als u [Scherp] of [Zacht] instelt.
zz Probeer over te schakelen naar de handmatige scherpstelmodus om de
scherpstelpositie nauwkeuriger op te geven voordat u een opname maakt.
73
zz Sterrenbanen opnemen (modus Sterrenbanen)
Strepen gemaakt door de beweging van sterren in de lucht worden
vastgelegd als één afbeelding. Nadat de sluitertijd en het aantal opnamen
zijn vastgelegd, maakt de camera continu opnamen. Een opnamesessie
kan maximaal circa twee uur duren. Controleer van tevoren de acculading.
1
Selecteer [ ].
zz De zoommodus wordt ingesteld op de
maximale groothoek en kan niet worden
aangepast.
Kleuren aanpassen
zz Knop
→[
] → knoppen /
zz Verfijnen: knop
→[ ]→
→ knoppen /
knop
/ /
2
Stel de duur van de opnamesessie in.
3
Zet de camera vast.
zz Draai de ring
stellen.
om de opnameduur in te
zz Plaats de camera op een statief of neem
andere maatregelen om de camera stil te
houden.
De scherpstelling aanpassen
zz Knop
→[
] → knop
zz Druk op de knop
en kantel de
camera vervolgens zo dat de sterren die
u wilt vastleggen, binnen het getoonde
kader vallen.
zz Druk op de knop
aanpassen.
74
om te beginnen met
zz Het aanpassen kan enige tijd duren.
Daarom mag u de camera niet bewegen
voordat een bericht aangeeft dat de
aanpassing voltooid is.
4
Maak de opname.
zz Bedien de camera niet terwijl de
opnamen worden gemaakt.
zz Druk de ontspanknop nogmaals helemaal
in om de opname te annuleren. Houd
er rekening mee dat het annuleren
30 seconden kan duren.
zz Als de accu van de camera leeg is, wordt de opname gestopt en wordt een
samengestelde afbeelding opgeslagen van de beelden die tot dat moment
zijn gemaakt.
zz Er treedt een vertraging op voordat u opnieuw een opname kunt maken,
omdat de camera de foto's verwerkt.
zz B: blauw; A: geel; M: magenta; G: groen.
zz Probeer in deze modus [Nachtdisplay] in te stellen op [Aan].
zz Probeer over te schakelen naar de handmatige scherpstelmodus om de
scherpstelpositie nauwkeuriger op te geven voordat u een opname maakt.
75
zz Films maken van sterrenbeweging
(modus Time-lapsefilm sterren)
Door een time-lapsefilm op te nemen die beelden combineert die met
een opgegeven interval zijn vastgelegd, kunt u films maken met snel
bewegende sterren. U kunt het opname-interval en de lengte van de
opname naar behoefte aanpassen.
Houd er rekening mee dat elke sessie tijd in beslag neemt en dat er
veel opnamen nodig zijn. Controleer de acculading en de ruimte op de
geheugenkaart voordat u begint.
1
Selecteer [
].
zz De zoommodus wordt ingesteld op de
maximale groothoek en kan niet worden
aangepast.
Kleuren aanpassen
zz Knop
→[
] → knoppen /
zz Verfijnen: knop
→[ ]→
→ knoppen /
knop
/ /
2
Configureer de filminstellingen.
3
Zet de camera vast.
zz Knop
→ kies een item → kies een optie
zz Plaats de camera op een statief of neem
andere maatregelen om de camera stil
te houden.
De scherpstelling aanpassen
zz Knop
76
→[
] → knop
zz Druk op de knop
en kantel de
camera vervolgens zo dat de sterren die
u wilt vastleggen, binnen het getoonde
kader vallen.
zz Druk op de knop
aanpassen.
om te beginnen met
zz Het aanpassen kan enige tijd duren.
Daarom mag u de camera niet bewegen
voordat een bericht aangeeft dat de
aanpassing voltooid is.
4
Controleer de helderheid.
zz Druk de ontspanknop helemaal naar
beneden om één beeld vast te leggen.
zz Schakel over naar de afspeelmodus en
controleer de helderheid van de afbeelding.
zz Wilt u de helderheid aanpassen,
draai dan in het opnamescherm aan
de belichtingscompensatieknop om
het belichtingsniveau aan te passen.
Maak vervolgens nog een opname.
5
Start de opname.
zz Filmopnameknop → druk de ontspanknop
helemaal naar beneden
zz Bedien de camera niet tijdens de opname.
zz Tijdens de opname wordt er geen beeld
getoond op de camera.
zz Wilt u de opname annuleren, druk dan
nogmaals op de ontspanknop of de
filmopnameknop. Houd er rekening mee
dat het annuleren 30 seconden kan duren.
77
Items
Bronbeelden
opsl.
Opties
Details
U kunt ervoor kiezen om elke
opname op te slaan die wordt
vastgelegd voordat de film wordt
gemaakt. Houd er rekening mee
dat indien [Insch.] is geselecteerd,
[Effect] niet beschikbaar is.
Kies filmeffecten, zoals bijvoorbeeld
sterrenbanen.
Kies het interval tussen elke
opname.
Uitsch./Insch.
Effect
Interval
Movieopnameformaat
15 sec., 30 sec.,
1 min.
,
,
,
,
,
,
(NTSC)
Kies het filmopnameformaat.
(PAL)
Opnametijd
60 min./90 min./
120 min./
Onbeperkt
Aut. belichting
Vast 1e beeld/Elk
beeld
Uitschakelen/
Inschakelen
Inschakelen/
Pieptoon bij foto
Uitschakelen
Afst.bediening
Kies de lengte van de
opnamesessie. Om op te nemen
totdat de accu leeg is, kiest
u [Onbeperkt].
Kies of de belichting wordt bepaald
door de eerste foto of voor elke foto
wordt bijgewerkt.
Kies of u opnamen wilt maken met
een draadloze afstandsbediening.
Kies of de camera bij elke opname
moet piepen.
zz U kunt deze instelling ook configureren door
[Inst. time-lapsefilm
sterren] te selecteren.
zz Met de USB-voedingsadapter PD-E1 (afzonderlijk verkrijgbaar) kunt
u opnamen maken zonder dat u zich zorgen hoeft te maken over de
resterende acculading.
zz Zelfs als u [Onbeperkt] instelt voor [Opnametijd] stopt de opname na
maximaal circa 8 uur.
78
Geschatte afspeeltijd op basis van het opname-interval en de beeldsnelheid
(voor een sessie van een uur)
Opname-interval
NTSC
15 sec.
15 sec.
30 sec.
30 sec.
1 min.
1 min.
Afspeeltijd
(bij benadering)
NTSC
PAL
Filmopnameformaat
PAL
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
16 sec.
19,2 sec.
8 sec.
9,6 sec.
8 sec.
9,6 sec.
4 sec.
4,8 sec.
4 sec.
4,8 sec.
2 sec.
2,4 sec.
zz Als de accu van de camera leeg is of de geheugenkaart vol is, wordt de
opname gestopt en wordt een film opgeslagen van de beelden die tot dat
moment zijn gemaakt.
zz Er treedt een vertraging op voordat u opnieuw een opname kunt maken,
omdat de camera de foto's verwerkt.
zz Een opname-interval van [1 min] is niet beschikbaar voor de volgende
effecten: [ ], [ ], [ ] of [ ].
zz B: blauw; A: geel; M: magenta; G: groen.
zz Geluid wordt niet opgenomen.
zz Probeer in deze modus [Nachtdisplay] in te stellen op [Aan].
zz Probeer over te schakelen naar de handmatige scherpstelmodus om de
scherpstelpositie nauwkeuriger op te geven voordat u een opname maakt.
79
Opnamen maken met beeldeffecten
(modus Creatieve filters)
Voeg diverse effecten toe aan uw opnamen. Probeer eerst een aantal
testopnamen te maken om er zeker van te zijn dat u het gewenste
resultaat verkrijgt.
1
Open de modus
2
Knop
3
Kies een effectniveau.
4
Maak de opname.
→[
] → kies een optie
zz Draai aan de ring
te stellen.
80
.
om het niveau in
Maak zwart-witfoto's met een ruwe,
gruizige uitstraling.
Korrelig Z/W
U kunt onderwerpen zo vastleggen
dat ze afsteken tegen de achtergrond.
Achtergrond wazig
zz Overmatige onscherpte door beweging of bepaalde opnameomstandigheden
kunnen ervoor zorgen dat u mogelijk niet het verwachte resultaat verkrijgt.
zz Voor de beste resultaten met achtergrondvervaging probeert u een opname
te maken dicht in de buurt van het onderwerp. Zorg ervoor dat er voldoende
afstand is tussen het onderwerp en de achtergrond.
zz Na het maken van de opname kan een vertraging optreden voordat
u opnieuw opnamen kunt maken.
Maak opnamen met een gesimuleerd
softfocusfiltereffect voor een zachte sfeer.
Softfocus
81
Maak opnamen met het vervormende effect van
een visooglens.
Fisheye-effect
Maak de kleuren zachter, voor foto's die op
aquarellen lijken.
Aquareleffect
Maak opnamen die lijken op foto's die met
een speelgoedcamera zijn gemaakt, met
vignetvorming en een andere algehele kleur.
Speelgoedcamera-effect
Creëert het effect van een miniatuurmodel door
beeldgebieden buiten een geselecteerd gebied
te vervagen.
Miniatuureffect
82
Voeg een effect toe om opnamen eruit te laten
zien als schilderijen met weinig contrast en
ingetogen tinten.
HDR-kunst
Voeg een effect toe om opnamen eruit te laten
zien als levendige illustraties.
HDR-kunst levendig
Voeg een effect toe om opnamen eruit te laten
zien als olieverfschilderijen, met duidelijke
randen.
HDR-kunst olieverf
Voeg een effect toe om opnamen eruit te laten
zien als oude verbleekte foto's, met duidelijke
randen en een donkere sfeer.
HDR-kunst embosseren
(reliëf)
83
HDR-kunst, HDR-kunst levendig, HDR-kunst olieverf en
HDR-kunst embosseren
zz Deze modus vermindert de vervaagde highlights en het verlies van details
in schaduwgebieden die vaak voorkomen bij opnamen met veel contrast.
zz De camera neemt drie opnamen en combineert deze wanneer u de
ontspanknop volledig indrukt. Houd de camera stil terwijl u een opname
maakt.
zz Overmatige onscherpte door beweging of bepaalde opnameomstandigheden
kunnen ervoor zorgen dat u mogelijk niet het verwachte resultaat verkrijgt.
zz Wanneer overmatige camerabewegingen voorkomen dat u opnamen kunt
maken, plaatst u de camera op een statief of neemt u andere maatregelen
om de camera stil te houden. Schakel in dit geval ook beeldstabilisatie uit.
zz Er treedt een vertraging op voordat u opnieuw een opname kunt maken,
omdat de camera de foto's verwerkt en combineert.
Effect kunst opvallend
zz [
] is niet beschikbaar in de modus
84
(maar wel in de modus
).
zz Opnamen die lijken op miniatuurmodellen
(Miniatuureffect)
1
2
Selecteer [
].
Stel het gebied in waarop u wilt
scherpstellen (scènekader).
zz Gebruik de knop
→ knoppen /
om het kader te verplaatsen → knop
3
Stel de positie in waarop u wilt
scherpstellen (AF-punt).
zz Gebruik de knoppen / / / om
het AF-punt te verplaatsen → knop
4
Maak de opname.
zz Het kader dat in horizontale richting wordt weergegeven wanneer u bij
drukt, kan in verticale richting worden gezet door
stap 2 op de knop
op de knoppen / te drukken.
85
Diverse films opnemen (Moviemodus)
In de modus
beschikt u over volledige functionaliteit en kunt u kiezen
uit miniatuureffectmovies (= 166), videosnapshots (= 168), time-lapsemovies (= 170) en meer.
1
Open de modus
2
Start de opname.
.
zz [ REC] wordt weergegeven tijdens de
opname.
zz Druk nogmaals op de filmopnameknop
om de filmopname te stoppen.
zz In de modus
worden zwarte balken aan de boven- en onderkant van
het scherm weergegeven. De zwarte balken geven beeldgebieden aan
die niet worden vastgelegd.
wordt het beeldweergavegebied versmald en worden
zz In de modus
onderwerpen vergroot.
zz U kunt de belichting ook aanpassen door aan de belichtingscompensatieknop
te draaien.
zz Wilt u van opnemen met automatische scherpstelling overschakelen naar
opnemen met een vaste scherpstelling of andersom, dan kunt u voor
] op het scherm tikken of op de knop
of tijdens de opname op [
drukken. (Automatische scherpstelling wordt aangeduid met een groene
]-pictogram.) Houd er rekening mee dat dit
[ ] linksboven op het [
[Servo AF v. mov.] wordt
pictogram niet wordt weergegeven wanneer
ingesteld op [Uitschakelen].
86
zz Films opnemen met specifieke sluitertijden en
diafragmawaarden (Handmatige moviebelichting)
Stel voor de opname de door u gewenste sluitertijd, diafragmawaarde en
ISO-snelheid in.
1
Knop
2
Stel de ISO-snelheid in → knop
3
Stel de sluitertijd en de
diafragmawaarde in.
→[
] → selecteer [
zz Sluitertijd: knop
zz Diafragmawaarde: ring
4
Start de opname.
87
]
zz Sommige sluitertijden kunnen flikkeringen op het scherm veroorzaken bij
opnamen onder tl-licht of ledverlichting. Deze flikkeringen worden mogelijk
opgenomen.
zz Als de ISO-snelheid vast is, kunt u de door u opgegeven waarde
(waar de belichtingsniveau-indicator beweegt) vergelijken met het
standaardbelichtingsniveau door de ontspanknop half in te drukken.
Als het verschil ten opzichte van het standaard belichtingsniveau groter
is dan 3 stops, wordt de belichtingsniveau-indicator weergegeven als [ ]
of [ ].
zz In de modus [AUTO] kunt u de ISO-snelheid controleren door de
ontspanknop half in te drukken. Als er geen standaardbelichting
kan worden verkregen met de door u opgegeven sluitertijd en
diafragmawaarde, geeft de belichtingsniveau-indicator het verschil ten
opzichte van de standaardbelichting aan. Als het verschil ten opzichte
van het standaard belichtingsniveau groter is dan 3 stops, wordt de
belichtingsniveau-indicator weergegeven als [ ] of [ ].
zz HDR-films opnemen
U kunt HDR-films (High Dynamic Range) opnemen waarbij details in
highlights van scènes met veel contrast behouden blijven.
1
Knop
2
Start de opname.
88
→[
] → selecteer [ ]
Opnamen maken met het
AE‑programma (P-modus)
De sluitertijd en diafragmawaarde worden automatisch aangepast aan de
helderheid van het onderwerp.
De modus geeft u flexibiliteit bij het instellen van de AF-werking,
meetmethoden en diverse andere functies.
1
Open de modus
2
Configureer elke functie naar
behoefte.
3
Maak de opname.
.
zz : programma AE; AE: automatische belichting
zz Als er geen standaardbelichting kan worden verkregen wanneer u de
ontspanknop half indrukt, knipperen de sluitertijd en de diafragmawaarde
in het wit. Probeer in dit geval de ISO-snelheid aan te passen of de flitser
te activeren (bij donkere onderwerpen) om zo de standaardbelichting te
verkrijgen.
door op de filmopnameknop te
zz U kunt ook films opnemen in de modus
drukken. Sommige items op het scherm Snel instellen en de menuschermen
kunnen echter automatisch worden aangepast voor filmopnamen.
zz Nadat u de ontspanknop half indrukt, kunt u de combinatie van sluitertijd en
diafragmawaarde wijzigen door aan de ring te draaien (Programmakeuze).
89
Opnamen maken met specifieke
sluitertijden (Tv-modus)
Stel de sluitertijd in voordat u opnamen maakt. Op de camera wordt de
diafragmawaarde automatisch aangepast aan de ingestelde sluitertijd.
Langzaam
Snel
1
Open de modus
2
Stel de sluitertijd in.
3
Maak de opname.
.
zz Ring
zz
: tijdwaarde
zz We raden aan dat u beeldstabilisatie uitschakelt wanneer u opnamen
op een statief maakt met lange sluitertijden.
zz Als de diafragmawaarde knippert als u de ontspanknop half indrukt,
betekent dit dat de standaardbelichting niet is bereikt. Pas de sluitertijd
aan totdat de diafragmawaarde stopt met knipperen.
90
Opnamen maken met specifieke
diafragmawaarden (Av-modus)
Stel de diafragmawaarde in voordat u opnamen maakt. Op de camera wordt
de sluitertijd automatisch aangepast aan de ingestelde diafragmawaarde.
Lage waarde
Hoge waarde
1
Open de modus
2
Stel de diafragmawaarde in.
3
Maak de opname.
.
zz Ring
zz
: diafragmawaarde (de grootte van de irisopening in de lens)
zz Als de sluitertijd knippert als u de ontspanknop half indrukt, betekent dit
dat de standaardbelichting niet is bereikt. Pas de diafragmawaarde aan
totdat de sluitertijd stopt met knipperen.
91
Opnamen maken met specifieke
sluitertijden en diafragmawaarden
(M-modus)
Stel voordat u opnamen maakt de sluitertijd en diafragmawaarde in zodat
u de gewenste belichting krijgt.
1
Open de modus
2
Knop
→ [ ] → stel de ISOsnelheid in
3
Stel de sluitertijd en de
diafragmawaarde in.
.
zz Sluitertijd: knop
zz Diafragmawaarde: ring
4
Maak de opname.
92
zz
: handmatig
zz Als de ISO-snelheid vast is, kunt u de door u opgegeven waarde
(waar de belichtingsniveau-indicator beweegt) vergelijken met het
standaardbelichtingsniveau door de ontspanknop half in te drukken.
Als het verschil ten opzichte van het standaard belichtingsniveau groter
is dan 3 stops, wordt de belichtingsniveau-indicator weergegeven als [ ]
of [ ].
zz Na het instellen van de sluitertijd en de diafragmawaarde kan de
belichtingsniveau-indicator wijzigen als u de zoom aanpast of een
nieuwe compositie voor de opname maakt.
zz Als de ISO-snelheid vast is, kan de helderheid van het scherm
worden aangepast afhankelijk van de door u ingestelde sluitertijd en
diafragmawaarde. De helderheid van het scherm wijzigt echter niet als
de flitser is uitgeklapt en de modus [ ] is ingesteld.
zz De belichting kan anders zijn dan verwacht als de ISO-snelheid is
ingesteld op [AUTO], omdat de ISO-snelheid wordt aangepast om te
garanderen dat de standaardbelichting in overeenstemming is met uw
opgegeven sluitertijd en diafragmawaarde.
zz Beeldhelderheid kan worden beïnvloed door automatische
helderheidsoptimalisatie. Om de automatische helderheidsoptimalisatie
, zet u in het instellingenscherm
uitgeschakeld te houden in de modus
van de automatische helderheidsoptimalisatie een vinkje [ ] bij [Uitsch.
bij handm. bel.].
zz De standaardbelichting wordt berekend op basis van de opgegeven
meetmethode.
zz Wilt u de belichting aanpassen wanneer de ISO-snelheid is ingesteld
op [AUTO], draai dan aan de belichtingscompensatieknop.
93
zz Opnamen met lange sluitertijd maken (Bulb)
Bij opnamen met bulbbelichting worden
opnames belicht zolang u de ontspanknop
ingedrukt houdt.
1
Knop
2
Maak de opname.
→ [BULB]
zz Draai de knop
tegen de klok in. [BULB]
ligt na 30 seconden.
zz Opnamen worden belicht zolang u de ontspanknop helemaal ingedrukt
houdt. Tijdens de belichting wordt de verstreken sluitertijd weergegeven.
zz Plaats de camera op een statief of neem andere maatregelen om de
camera stil te houden en camerabeweging te voorkomen. Schakel in
dit geval ook beeldstabilisatie uit.
zz Als [Touch Shutter] is ingesteld op [Inschakelen], worden opnamen gestart
door eenmaal op het scherm te tikken en gestopt door nogmaals op het
scherm te tikken. Zorg dat u de camera niet beweegt als u op het scherm tikt.
94
Nader inzoomen op het onderwerp
(Digitale zoom)
Als onderwerpen te ver weg zijn om met behulp van de optische zoom te
vergroten, gebruikt u de digitale zoom om tot 20x te vergroten.
1
Duw de zoomregelaar naar
.
zz Houd de regelaar ingedrukt.
zz Het inzoomen stopt wanneer de grootst
mogelijke zoomfactor voordat het beeld
merkbaar korrelig wordt, is bereikt.
Dit wordt vervolgens weergegeven
op het scherm.
(1)
2
Duw nogmaals richting
.
zz De camera zoomt nog verder in op het
onderwerp.
zz (1) is de huidige zoomfactor.
zz Als u de zoomregelaar gebruikt, wordt de huidige positie op de zoombalk
weergegeven. De zoombalk heeft een kleurcodering waarmee het
zoombereik wordt aangegeven.
-- Wit bereik: optisch zoombereik waarbij het beeld niet korrelig oogt.
-- Geel bereik: digitaal zoombereik waarbij het beeld niet merkbaar korrelig
wordt (ZoomPlus).
-- Blauw bereik: digitaal zoombereik waarbij het beeld korrelig oogt.
zz Er wordt geen blauw bereik weergegeven bij bepaalde pixelaantalinstellingen
en u kunt in één zoomhandeling inzoomen tot het maximumniveau.
zz Als u de digitale zoomfunctie wilt uitschakelen, kiest u menu
[Digitale zoom] → [Uit].
95
Belichting en helderheid van beeld
vergrendelen (AE‑vergrendeling)
De belichting kan worden vergrendeld wanneer u foto's maakt en films
opneemt, maar u kunt de scherpstelling en belichting ook afzonderlijk instellen.
2
1
Zonder AE-vergrendeling
AE-vergrendeling
1
Richt op een onderwerp voor een
vaste belichting.
2
Druk op de knop
.
zz [ ] wordt weergegeven en de belichting
wordt vergrendeld.
zz Druk nogmaals op de knop om de
belichting te ontgrendelen.
3
Kies de compositie en maak een
opname.
zz AE: automatische belichting
96
Close-ups maken (Macro)
Stel de camera in op [ ] om de scherpte te beperken tot onderwerpen die
zich dichtbij bevinden.
1
Druk op de knop
2
Maak de opname.
om [ ] te kiezen.
zz Als u flitst, kan vignetvorming optreden.
zz Om camerabeweging te voorkomen, plaatst u de camera op een statief.
en kies [
].
Druk voor de opname op de knop
97
Opnamen maken in de modus voor
handmatige scherpstelling
Gebruik handmatig scherpstellen wanneer automatisch scherpstellen in
AF-stand niet mogelijk is. Vergroot de weergave om het scherpstellen te
vergemakkelijken.
1
Stel de camera in op handmatig
scherpstellen.
zz Druk op de knop
en kies [
].
zz [
] en de MF-indicator worden
weergegeven.
2
(1)
Stel scherp.
zz Gebruik de MF-indicator (1, die de
afstand en de scherpstelpositie aangeeft)
als richtlijn en houd de knoppen /
ingedrukt om de algemene
scherpstelpositie op te geven.
zz Druk kort op de knoppen / om de
scherpstelpositie verder af te stellen
terwijl u de vergrote weergave bekijkt.
Druk op de knop om de vergroting aan
te passen.
zz U kunt het vergrote weergavegebied
verplaatsen door het te verslepen.
Wilt u het gebied terugzetten in het
.
midden, druk dan op de knop
3
Maak de opname.
98
zz U kunt de camera op een statief plaatsen om deze te stabiliseren en
nauwkeuriger scherp te stellen.
zz U kunt het handmatig scherpstellen beginnen met een vergrote weergave
(MF-punt zoom).
zz Druk de ontspanknop half in om de camera de scherpstelpositie verder te
laten afstellen (Veiligheids MF).
zz Vergrote weergave bij stap 2 is niet beschikbaar tijdens RAW-burstopnamen.
99
zz Het scherpstelgebied eenvoudig bepalen
(MF‑peaking)
Randen van onderwerpen waarop is scherpgesteld worden in kleur
weergegeven om handmatig scherpstellen te vereenvoudigen. U kunt
de kleur en het weergaveniveau aanpassen.
1
[MF-peaking-instellingen] →
[Peaking] → [Aan]
2
Configureer de instellingen.
zz Kleuren die worden weergegeven voor MF-peaking worden niet
opgeslagen in uw afbeeldingen.
100
Opnamen maken met AF-vergrendeling
U kunt de focus vergrendelen. Als de focus is vergrendeld, wordt de
focuspositie niet gewijzigd, zelfs niet als u de ontspanknop loslaat.
1
Vergrendel de focus.
zz Houd de ontspanknop half ingedrukt en
druk op de knop .
zz De scherpstelling is nu vergrendeld en
] en de MF-indicator verschijnen op
[
het scherm.
2
Kies de compositie en maak een
opname.
zz Wilt u de scherpstelling ontgrendelen,
druk dan opnieuw op de knop en
kies [ ] of [ ].
zz AF-vergrendeling is niet beschikbaar wanneer de optie Servo AF
ingesteld is (= 148).
101
Opnemen met vooraf ingestelde
brandpuntsafstanden (Trapsgewijs
zoomen)
Maak opnamen met veelgebruikte brandpuntsafstanden in een bereik
van 24 – 120 mm (equivalent aan 35mm-film).
zz Wilt u inzoomen, draai dan de ring
tegen de klok in. Wilt u uitzoomen,
draai dan de ring met de klok mee.
zz Tijdens het opnemen van films is trapsgewijs zoomen niet beschikbaar,
zelfs niet als u aan de ring [ ] draait.
zz Bij het gebruik van de digitale zoom kunt u de zoomfactor niet wijzigen
door de ring [ ] tegen de klok in te draaien. Als u de ring echter met de
klok mee draait, kunt u de brandpuntsafstand instellen op 120 mm.
102
Beeldkwaliteit wijzigen
Kies uit 7 combinaties van formaat (aantal pixels) en compressie
(beeldkwaliteit). Geef ook aan of beelden moeten worden vastgelegd
in de RAW-indeling.
1
Knop
→[
] → kies een optie
zz [ ] en [ ] geven verschillende niveaus van beeldkwaliteit aan, afhankelijk
van de mate van compressie. Bij hetzelfde formaat (aantal pixels) biedt [ ]
een hogere beeldkwaliteit. [ ]-beelden hebben een iets lagere
beeldkwaliteit, maar er passen er meer op een geheugenkaart. Houd er
rekening mee dat beelden met afmetingen van [ ] een kwaliteit hebben
van [ ].
zz Vastleggen in de RAW-indeling
De camera kan beelden vastleggen in de JPEG- en de RAW-indeling.
RAW-beelden zijn onbewerkte gegevens, voordat ze worden verwerkt om
JPEG's te maken.
1
Knop
knop
103
→[
] → druk op de
2
Kies de methode voor het maken
van RAW-opnamen.
zz [
] levert RAW-beelden op met een maximale beeldkwaliteit.
] levert RAW-beelden op met compactere bestandsgrootten.
[
zz RAW-beeldgegevens kunnen niet zonder verdere verwerking worden
bekeken op een computer of worden geprint. Bewerk ze eerst op deze
camera of gebruik de Canon-toepassing Digital Photo Professional om
beelden te converteren naar normale JPEG- of TIFF-bestanden.
zz Digitale zoom is niet beschikbaar als u beelden vastlegt in de RAW-indeling.
zz De bestandsextensie voor JPEG-beelden is .JPG en de extensie voor
RAW-beelden is .CR3. Bestandsnamen van JPEG- en RAW-beelden die
samen worden vastgelegd, hebben hetzelfde beeldnummer.
[Beeldkwalit.]. Als u beelden
zz U kunt deze instelling ook configureren in
tegelijkertijd zowel in de JPEG- als in de RAW-indeling wilt vastleggen,
] of [
] in [RAW].
selecteert u [
zz Er worden alleen JPEG-beelden vastgelegd wanneer [RAW] ingesteld is
[Beeldkwalit.] en er worden alleen RAW-beelden
op [−] in het scherm
vastgelegd wanneer [JPEG] ingesteld is op [−].
104
De beeldverhouding wijzigen
De beeldverhouding (verhouding tussen breedte en hoogte) kan worden
gewijzigd.
1
[Hoogte/breedte foto]
105
De weergaveduur van het beeld na
opnamen wijzigen
U kunt instellen hoelang beelden worden weergegeven na opnamen.
1
Uit
2 sec.,
4 sec.,
8 sec.
Vastzetten
[Kijktijd]
Na de opname worden geen beelden weergegeven.
Beelden worden gedurende de opgegeven tijd weergegeven.
Zelfs wanneer de foto nog op het scherm staat, kunt u de
volgende foto voorbereiden door de ontspanknop opnieuw
half in te drukken.
Beelden worden weergegeven totdat u de ontspanknop
half indrukt.
106
De flitsmodus wijzigen
U kunt de flitsmodus wijzigen en aanpassen aan de opnamecompositie.
1
Autom. flits
Flitser aan
Slow sync
Flitser uit
Druk op de knop om een
flitsmodus te kiezen.
Als er weinig licht is, wordt er automatisch geflitst.
Er wordt bij elke opname geflitst.
Er wordt geflitst om de helderheid van het
hoofdonderwerp (zoals mensen) te verbeteren
terwijl er opnamen gemaakt worden met een
langere sluitertijd, zodat de achtergrond buiten
het flitsbereik verlicht wordt.
Voor het maken van opnamen zonder flitser.
zz Als u flitst, kan vignetvorming optreden.
zz Plaats de camera op een statief of neem andere maatregelen om de
camera stil te houden en camerabeweging te voorkomen in de modus [ ].
Stel daarnaast [IS modus] in op [Uit] als u opnamen maakt met een statief
of een ander middel gebruikt om de camera stil te houden.
zz In de modus [ ] mag het hoofdonderwerp niet bewegen totdat het geluid
van de ontspanknop stopt, zelfs nadat de flitser geflitst heeft.
107
Belichting/helderheid vergrendelen bij
flitsopnamen (FE‑vergrendeling)
Behoud het flitssterkteniveau.
FE-vergrendeling
Zonder FE-vergrendeling (overbelicht)
1
Klap de flitser uit en stel deze in
op [ ] of [ ].
2
Richt op een onderwerp voor een
vaste belichting.
3
Druk op de knop
.
zz De flitser gaat af, er wordt een cirkel
weergegeven die het meetbereik
aangeeft en [ ] wordt weergegeven,
om aan te geven dat het flitssterkteniveau
behouden blijft.
4
Kies de compositie en maak een
opname.
108
zz FE: flitsbelichting
zz [ ] knippert wanneer de standaardbelichting niet mogelijk is, zelfs niet
drukt om de flitser te activeren. Schakel
wanneer u op de knop
te drukken wanneer onderwerpen
FE‑vergrendeling in door op de knop
zich binnen bereik van de flitser bevinden.
109
Flitsinstellingen configureren
Er zijn diverse flitsinstellingen beschikbaar.
1
[Flits Instellingen]
zz U kunt het scherm [Flits Instellingen] ook openen door op de knop
te drukken.
drukken en direct daarna op de knop
te
zz De flitsbelichtingscompensatie aanpassen
U kunt de flitsbelichting aanpassen met stappen van 1/3 stop in een bereik
van –2 tot +2 stops.
Instellen richting −
Instellen richting +
1
[Flitsbel. comp.]
110
2
Stel de hoeveelheid compensatie in.
zz De flitsoutput aanpassen
Maak een keuze uit drie flitsniveaus in de modus
Flitsoutput: minimum
/
/
.
Flitsoutput: maximum
1
[Flitsmodus] → [Handmatig]
2
[Flits output]
111
zz De flitstiming wijzigen
U kunt de timing van de flitser in verhouding tot de sluiter aanpassen.
1e-gordijn
2e-gordijn
1
[Sluiter sync.]
1e-gordijn
De flitser flitst direct nadat de sluiter opengaat.
2e-gordijn
De flitser flitst direct voordat de sluiter dichtgaat.
zz [1e-gordijn] wordt gebruikt wanneer de sluitertijd 1/100 of korter is,
zelfs als u [2e-gordijn] selecteert.
112
zz Rode ogen corrigeren
Om rode ogen te helpen voorkomen, kan de camera het lampje voor rodeogenreductie laten branden voordat de flitser flitst bij foto's in omgevingen
met weinig licht.
1
[Lamp Aan]
zz Veiligheids-FE configureren
Om bij ongunstige belichtingsomstandigheden zeker te zijn van een juiste
belichting bij flitsopnamen, kan de camera automatisch de sluitertijd,
diafragmawaarde en ISO-snelheid aanpassen.
1
[Veiligheids FE]
zz Foto's kunnen worden vastgelegd met instellingen die afwijken van de
waarden die worden weergegeven wanneer u de ontspanknop half indrukt.
113
Continue opname
Houd de ontspanknop volledig ingedrukt om continue opnamen te maken.
1
Knop
2
Maak de opname.
→[
] of [
]
zz De camera maakt continu opnamen
zolang u de ontspanknop helemaal
ingedrukt houdt.
zz Tijdens continue opnamen in de modus
is de scherpstelling
vergrendeld op de positie die wordt vastgesteld voor de eerste opname.
zz De opname kan tijdelijk onderbroken worden of een continue opname
kan langzamer worden, afhankelijk van de opnameomstandigheden en
camera-instellingen.
zz Opnamen maken kan langzamer worden wanneer meer opnamen worden
gemaakt.
zz Er kan een vertraging optreden voordat u opnieuw opnamen kunt maken.
Dit hangt af van de opnameomstandigheden, het type geheugenkaart en
hoeveel continue opnamen u hebt gemaakt.
zz Als u flitst, kan de opnamesnelheid afnemen.
zz Het beeld op het scherm dat wordt weergegeven tijdens continue opname
wijkt af van de daadwerkelijk vastgelegde beelden en kan onscherp lijken.
zz Bij sommige opnameomstandigheden of camera-instellingen kunnen er
minder continue opnamen beschikbaar zijn.
114
De zelfontspanner gebruiken
Met de zelfontspanner kunt u een groepsfoto maken waar u zelf ook op staat.
De camera maakt de foto ongeveer 10 seconden nadat u de ontspanknop
helemaal indrukt. Door de zelfontspanner op twee seconden in te stellen,
kunt u bovendien camerabeweging vermijden die kan ontstaan doordat u op
de ontspanknop drukt.
1
Knop
2
Maak de opname.
→[
], [
] of [
]
zz Stel scherp op het onderwerp en druk de
ontspanknop helemaal in.
zz Zodra u de zelfontspanner start, gaat het
lampje knipperen en speelt de camera
het geluid van de zelfontspanner af.
zz Zelfs als de zelfontspanner is ingesteld, werkt deze niet als u op de
filmopnameknop drukt om de opname te starten.
zz Tussen de opnamen in is meer tijd nodig als de flitser afgaat of als u hebt
opgegeven dat u veel opnamen wilt maken. De camera stopt automatisch
met opnemen zodra de geheugenkaart vol raakt.
115
Opnamen maken in de RAW-burstmodus
In deze modus kunt u continu opnamen maken van RAW-beelden. Dit is
handig wanneer u uit uw vastgelegde beelden de beste opname wilt kiezen
die precies op het juiste moment is gemaakt. Beelden worden vastgelegd
als één bestand (filmrol) met meerdere beelden. U kunt elk beeld uit de
filmrol halen en afzonderlijk opslaan (= 185).
Insch.
Uitsch.
1
[RAW-burstmodus] →
[RAW-burstmodus] → [Insch.]
2
[Vooropname]
De opname begint iets voordat (tot ongeveer 0,5 sec.
van tevoren) u de ontspanknop helemaal indrukt, nadat
u de ontspanknop eerst even half ingedrukt houdt.
De opname begint wanneer u de ontspanknop helemaal
indrukt.
3
Maak de opname.
zz Een indicator op het scherm geeft de
bufferstatus aan.
116
zz Als u de ontspanknop helemaal indrukt,
maakt de camera continu opnamen totdat
de buffer vol raakt of totdat u de knop
loslaat.
zz Gebruik geheugenkaarten met genoeg vrije ruimte (4 GB of meer).
zz U kunt het beste SD Speed Class 10-geheugenkaarten of hoger
gebruiken voor RAW-burstopnamen. Opnamen kunnen sneller
worden weggeschreven naar kaarten met een hoge schrijfsnelheid.
zz RAW-burstopnamen zijn niet beschikbaar als de acculadingindicator
knippert.
zz Wanneer u opnamen maakt in RAW-burstmodus met een kaart met lage
schrijfsnelheid en een bijna lege accu, worden beelden worden mogelijk
niet goed opgeslagen als de accu leeg raakt tijdens de beeldverwerking.
zz De ISO-snelheid kan niet handmatig worden ingesteld in de modus ,
of
, omdat automatische ISO wordt gebruikt.
zz Sluitertijden langer dan 1/30 sec. zijn niet beschikbaar in de modus
.
of
zz De camera stelt niet automatisch scherp wanneer u een opname maakt
en de scherpstelling wordt bepaald aan de hand van de eerste opname.
zz De belichtingsinstelling voor de eerste opname wordt toegepast op de
volgende opnamen.
zz De beeldstijl, witbalans en andere instellingen die voor de eerste opname
worden geconfigureerd, worden ook toegepast op de volgende opnamen.
zz De camera piept niet tijdens continue opnamen, ongeacht de instelling van
de optie [Pieptoon].
zz Bestandsnamen van RAW-burstbeelden beginnen met CSI_ en eindigen
op de bestandsextensie .CR3.
zz Beelden wordt vastgelegd met behulp van de elektronische sluiter. Lees
voordat u opnamen maakt in de RAW-burstmodus de opmerkingen en tips
over de elektronische sluiter (= 147).
zz RAW-burstbeeldgegevens kunnen niet zonder verdere verwerking worden
bekeken op een computer. Bewerk ze eerst op deze camera of gebruik de
Canon-toepassing Digital Photo Professional.
117
Een datumstempel toevoegen
De camera kan de opnamedatum aan beelden toevoegen, rechtsonder in
het beeld. Datumstempels kunnen echter niet worden bewerkt of verwijderd.
Zorg er dus voor dat datum en tijd correct zijn ingesteld (= 25).
1
[Datumstemp.
[Datum & Tijd]
2
Maak de opname.
] → [Datum] of
zz Wanneer u opnamen maakt, voegt de
camera de opnamedatum of -tijd in de
rechterbenedenhoek van een beeld toe.
zz Opnamen die zonder datumstempel zijn gemaakt, kunnen als volgt met
stempel worden afgedrukt.
Als u echter een datumstempel toevoegt aan beelden die al van deze
informatie zijn voorzien, kan het gevolg zijn dat deze tweemaal wordt
afgedrukt.
-- Printerfuncties gebruiken om te printen
-- De DPOF-afdrukinstellingen van uw camera gebruiken om te printen
118
De helderheid van het beeld aanpassen
(Belichtingscompensatie)
U kunt de standaardbelichting die door de camera wordt ingesteld voor
foto's of films, aanpassen in stappen van 1/3 stop in een bereik van –3
tot +3 stops.
Instellen richting −
Instellen richting +
1
Stel de belichtingscompensatie in.
2
Kies de compositie en maak een
opname.
zz Draai aan de belichtingscompensatieknop
om het niveau in te stellen.
zz Zie = 272 voor informatie over de stand [ ] (toewijzen) van de
belichtingscompensatieknop.
119
zz Auto Exposure-bracketing (AEB-opname)
Er worden drie beelden vastgelegd met verschillende belichtingsniveaus.
U kunt het bracketingbereik aanpassen in stappen van 1/3 stop in een
bereik van –2 tot +2 stops, waarbij het belichtingscompensatieniveau in
het midden ligt.
Onderbelicht
Overbelicht
1
2
[Bel.comp./AEB]
Configureer de instelling → knop
zz Belichtingscompensatie:
belichtingscompensatieknop
zz AEB: ring
3
Maak de opname.
zz Tijdens een reeks van drie beelden
die worden vastgelegd terwijl u op de
ontspanknop drukt, wordt de belichting
aangepast in verhouding tot het niveau
dat u hebt ingesteld bij stap 2: van
standaardbelichting tot onderbelichting
tot overbelichting.
120
zz Wanneer de transportmodus is ingesteld
op [Hoge snelheid] of [Lage snelheid],
worden telkens wanneer u de ontspanknop
helemaal indrukt drie beelden vastgelegd
voordat de camera stopt met opnamen
maken.
zz Als u de AEB-instelling wilt wissen, stelt u de AEB-hoeveelheid in op 0 aan
de hand van de configuratieprocedure.
/
/ / als
zz AEB-opname is alleen beschikbaar in de modus /
u de flitser niet gebruikt.
zz Wanneer belichtingscompensatie al in gebruik is, wordt de opgegeven
waarde voor deze functie behandeld als het standaard belichtingsniveau
voor AEB.
121
De ISO-snelheid wijzigen voor foto's
Stel de ISO-snelheid in op [AUTO] voor automatische aanpassing aan
de opnamemodus en –omstandigheden. Anders stelt u een hogere
ISO‑snelheid in voor hogere gevoeligheid of een lagere waarde voor
lagere gevoeligheid.
1
Knop
→ [ ] → kies een optie
zz Kiezen voor een lagere ISO-snelheid levert wel scherpere beelden op,
maar onder bepaalde opnameomstandigheden neemt de kans op een
onscherp onderwerp en bewogen beelden toe.
zz De keuze voor een hogere ISO-snelheid zal de sluitertijd verhogen, wat
onscherpe en bewogen onderwerpen kan verminderen en ervoor zorgt dat
onderwerpen op grotere afstand voldoende worden belicht door de flitser.
Foto’s kunnen er echter wel korrelig uitzien.
zz U kun de ISO-snelheid instellen op H (25600) door [Maximum] voor
[ISO‑snelh.bereik] in te stellen op [H (25600)].
zz Het ISO-snelheidsbereik wijzigen
U kunt instellen welk ISO-snelheidsbereik met de hand kan worden
ingesteld (minimum- en maximumgrenzen).
1
[ ISO-snelheidsinst.] →
[ISO-snelh.bereik]
122
zz Omdat H (equivalent aan ISO 25600) een uitgebreide ISO-snelheid is,
zullen de beelden meer beeldruis (zoals korreligheid, lichtvlekken en
strepen), ongewone kleuren en kleurverschuiving bevatten en zal de
werkelijke resolutie lager zijn dan gebruikelijk.
zz Aanpassen van bereik voor automatische ISO
U kunt instellen welk bereik wordt gebruikt voor automatische ISO.
1
[Autom. bereik]
zz De maximale sluitertijd instellen voor
automatische ISO
U kunt de maximale sluitertijd instellen die wordt gebruikt voor automatische
ISO in de modus of
.
1
[Max. sluitertijd]
2
[Auto] of [Handmatig]
Auto
Draai de ring om het verschil (langer of korter) in te
stellen ten opzichte van de standaardwaarde.
Handmatig
Draai aan de ring
om de maximale sluitertijd in te stellen.
123
zz Als er geen juiste belichting kan worden verkregen met de maximale
ISO‑snelheid die is ingesteld met [Autom. bereik], wordt een langere
sluitertijd dan de [Max. sluitertijd] ingesteld om de standaardbelichting
te verkrijgen.
124
De ISO-snelheid wijzigen voor films
In de modus [ ] kunt u de ISO-snelheid handmatig instellen.
Stel de ISO-snelheid in op [AUTO] voor automatische aanpassing aan de
opnameomstandigheden. Anders stelt u een hogere ISO-snelheid in voor
hogere gevoeligheid of een lagere waarde voor lagere gevoeligheid.
1
Knop
→ [ ] → kies een optie
zz Het ISO-snelheidsbereik wijzigen
U kunt instellen welk bereik (minimum en maximum) wordt gebruikt
wanneer de ISO-snelheid handmatig instelt bij films in HD, Full HD of 4K.
Deze instelling geldt voor de modus [ ].
1
[ ISO-snelheidsinst.] →
[ISO-snelh.bereik] of [Bereik voor
zz [ISO-snelh.bereik] geldt voor films in HD
en Full HD.
125
]
zz De maximale instelling voor automatische ISO
aanpassen
U kunt de maximale ISO-snelheid kiezen die automatisch wordt ingesteld bij
HD-, Full HD-, 4K- of time-lapsefilms.
1
[ ISO-snelheidsinst.] →
[Max voor auto]/[
Max voor auto]/
[ Max voor auto]
zz [Max voor auto] geldt voor films in HD en
Full HD.
126
Helderheid en contrast automatisch
corrigeren (Automatische
helderheidsoptimalisatie)
Corrigeer de helderheid en het contrast automatisch om te voorkomen dat
beelden te donker zijn, te weinig contrast bevatten of te veel contrast bevatten.
Zwak
Sterk
1
Knop
→[
] → kies een optie
zz Deze functie kan de beeldruis in bepaalde opnameomstandigheden
verhogen.
zz Als het effect van de automatische helderheidsoptimalisatie te sterk is
] of [
].
zodat het beeld te helder wordt, stelt u deze optie in op [
zz De beelden kunnen nog altijd helder zijn of het effect van de
belichtingscompensatie kan zwak zijn bij een andere instelling dan
] als u een donkerdere instelling voor belichtingscorrectie of
[
] om
flitsbelichtingscompensatie gebruikt. Stel deze functie in op [
opnamen te maken met de door u opgegeven helderheid.
], kunnen er minder continue
zz Als deze instelling wordt ingesteld op [
opnamen beschikbaar zijn.
127
Opnamen maken van heldere
onderwerpen (Prioriteit voor
lichte tonen)
Verbeter de gradatie in heldere beeldgebieden om te voorkomen dat details
verloren gaan in de lichte tonen van het onderwerp.
1
[Lichte tonen prioriteit]
zz Als u de prioriteit voor lichten tonen instelt op [D+] of [D+2] kunt u geen
ISO-snelheden lager dan [200] instellen. In dit geval wordt de automatische
]. Deze instelling kan niet
helderheidsoptimalisatie ook ingesteld op [
worden gewijzigd.
zz In bepaalde opnameomstandigheden kunnen beelden er anders uitzien
dan verwacht, zelfs als u [D+2] kiest.
128
Aanpassen van instellingen voor
ND‑filter
Voor optimale helderheid in uw opnamecomposities vermindert het
automatische ND-filter de lichtintensiteit tot 1/8 van het daadwerkelijke
niveau, met een hoeveelheid die gelijk is aan drie stops. Als u [ ]
selecteert, kunt u de sluitertijd en de diafragmawaarde verlagen.
1
Knop
→ [ ] → kies een optie
zz Plaats de camera op een statief of neem andere maatregelen om de
camera stil te houden en camerabeweging te voorkomen als u [ ]
selecteert. Stel daarnaast [IS modus] in op [Uit] als u opnamen maakt
met een statief of een ander middel gebruikt om de camera stil te houden.
zz ND: Neutral Density, oftewel grijsfilter
129
De meetmethode wijzigen
Pas de meetmethode (functie voor het meten van de helderheid) aan de
opnameomstandigheden aan.
1
Knop
→[
] → kies een optie
Meervlaks
meting
Voor standaardomstandigheden, inclusief
onderwerpen die van achteren worden belicht.
De belichting wordt automatisch aangepast aan
de opnameomstandigheden.
Spotmeting
Meting wordt beperkt tot het [ ] (spotmetingpuntkader)
dat wordt weergegeven in het midden van het scherm.
Bepaalt de gemiddelde helderheid van het gehele
Centrum gew. beeldgebied. Dit wordt berekend door de helderheid
in het centrumgebied als het belangrijkste te
gemiddeld
behandelen.
130
De meettimer instellen
Pas aan hoelang de belichtingswaarde wordt weergegeven nadat u de
ontspanknop half indrukt.
1
[Meettimer]
131
Belichtingssimulatie configureren
Met belichtingssimulatie vormt de helderheid van het beeld een
dichtere benadering van de daadwerkelijke helderheid (belichting) van
uw foto's. De helderheid van het beeld verandert afhankelijk van de
belichtingscompensatie. Gebruik deze functie niet als u liever beelden
weergeeft met de standaardhelderheid, die doorgaans eenvoudiger
te zien is.
1
[Bel.simulatie]
132
Natuurlijke kleuren vastleggen
(Witbalans)
Door de witbalans aan te passen kunt u beeldkleuren natuurlijker laten
lijken voor de compositie waarvan u een opname maakt.
Daglicht
Bewolkt
1
Knop
Kunstlicht
→[
] → kies een optie
De witbalans instellen
zz Knop
→ knoppen /
De witbalans aanpassen
zz Knop
→ knoppen
/
/ /
Witbalansbracketing instellen
zz Knop
→ knop
zz Per foto worden er drie beelden
vastgelegd, elk met verschillende
kleurtonen.
De witbalanskleurtemperatuur
instellen
zz Knop [
133
] → knop
→ knoppen /
zz Elk correctieniveau dat u instelt, wordt behouden, zelfs als u de optie
voor witbalans wijzigt.
zz In het scherm met uitgebreide instellingen voor correctie staat B voor
blauw, A voor geel, M voor magenta en G voor groen.
zz Eén niveau van de blauw/geel-correctie staat gelijk aan ongeveer
5 mireds van een kleurtemperatuurconversiefilter. (Mired: eenheid voor
kleurtemperatuur die de densiteit van een kleurtemperatuurconversiefilter
weergeeft.)
zz Kleurtemperatuur kan worden ingesteld in stappen van 100 K in een bereik
van 2.500 – 10.000 K.
134
zz Aangepaste witbalans
Pas de witbalans aan de lichtbron aan terwijl u opnamen maakt voor
beeldkleuren die natuurlijk lijken in het licht van uw opname. Stel de
witbalans in onder dezelfde lichtbron die uw opname zal verlichten.
1
Fotografeer een wit voorwerp.
zz Stel scherp en maak een opname van een
effen wit voorwerp dat het scherm vult.
zz Druk op de knop
2
3
4
[
]→[
.
]
[Handmatige witbalans]
Laad de witbalansgegevens.
zz Selecteer uw afbeelding uit stap 1 →
→ [OK]
knop
zz Gebruik de knop
om terug te
keren naar het opnamescherm.
135
zz Als u een wit onderwerp vastlegt dat te helder of te donker is, kunt
u mogelijk u de witbalans niet goed instellen.
zz Selecteer [Annuleer] om een ander beeld te kiezen. Selecteer [OK] om
dit beeld te gebruiken voor het laden van de witbalansgegevens, maar
onthoud dat dit mogelijk geen geschikte witbalans oplevert.
zz In plaats van een wit voorwerp kan een grijskaart of een reflector met 18%
grijs (in de handel verkrijgbaar) een nauwkeurigere witbalans opleveren.
zz De huidige witbalans en gerelateerde instellingen worden genegeerd
wanneer u een wit onderwerp vastlegt.
136
Kleuren aanpassen (Beeldstijl)
Selecteer kleurinstellingen die composities of onderwerpen goed tot hun
recht laten komen.
1
Knop
→[
] → kies een optie
Automatisch
De kleurtoon wordt automatisch aangepast aan
de omstandigheden. De kleuren in natuur- en
buitenopnamen zien er levendig uit, met name bij
bomen en struiken, zonsondergangen en blauwe
luchten.
Standaard
Het beeld ziet er levendig, scherp en helder uit.
Voor de meeste opnamen geschikt.
Portret
Landschap
Gedetailleerd
Neutraal
Voor egalere huidtinten, met iets minder scherpte.
Geschikt voor portretten in close-up. Als u de
huidtinten wilt bewerken, past u [Kleurtoon] aan.
Voor levendige blauwe en groene tinten en zeer
scherpe en heldere opnamen. Gebruik deze
instelling voor indrukwekkende landschappen.
Voor gedetailleerde weergave van fijne
onderwerpcontouren en subtiele texturen.
Maakt beelden iets levendiger.
Om later op een computer te retoucheren.
Maakt beelden ingetogener, met minder contrast
en natuurlijke kleurtonen.
137
Natuurlijk
Om later op een computer te retoucheren.
Reproduceert de werkelijke kleuren van onderwerpen
natuurgetrouw, zoals gemeten in omgevingslicht met
een kleurtemperatuur van 5200K. Levendige kleuren
worden onderdrukt voor een ingetogen uitstraling.
Monochroom Hiermee maakt u zwart-witfoto's.
Gebruiker
Voeg een nieuwe stijl toe op basis van vooraf
ingestelde opties zoals [Portret] of [Landschap] of
op basis van een beeldstijlbestand. Pas de opties
vervolgens naar wens aan.
zz De standaardinstellingen [Automatisch] worden gebruikt voor [
] en [
] totdat u een beeldstijl toevoegt.
[
138
],
Beeldstijlen aanpassen
Pas parameters van beeldstijlen aan, zoals contrast of verzadiging.
1
Knop
→ knop [
optie → knop
2
Configureer de instellingen.
zz Item: knoppen
/
zz Optie: knoppen /
139
] → kies een
Sterkte
Details
Scherpte
Drempel
Contrast
Verzadiging*1
Kleurtoon*1
Pas het niveau van randversterking aan.
Kies lagere waarden om onderwerpen zachter
te maken (vervagen) of kies hogere waarden
om onderwerpen scherper te maken.
Geeft aan hoe dun de randen zijn waarop
versterking wordt toegepast. Kies lagere
waarden voor meer versterkte details.
Contrastdrempel tussen randen en omliggende
beeldgebieden, die de randversterking
bepaalt. Kies lagere waarden om randen te
versterken die niet erg opvallen ten opzichte
van omliggende gebieden. Houd er rekening
mee dat bij lagere waarden ook beeldruis kan
worden versterkt.
Pas het contrast aan. Kies lagere waarden om
het contrast te verminderen en hogere waarden
om het contrast te vergroten.
Pas de intensiteit van de kleuren aan. Kies lagere
waarden om de kleuren te vervagen of kies
hogere waarden om de kleuren dieper te maken.
Pas de kleurtoon van de huid aan. Kies lagere
waarden voor rodere tinten of hogere waarden
voor gelere tinten.
140
Filtereffect*2
Toningeffect*2
*1 Niet beschikbaar bij [
*2 Alleen beschikbaar bij [
Leg de nadruk op witte wolken, op het
groen van bomen of op andere kleuren
in monochrome beelden.
N: Normaal zwart-witbeeld zonder
filtereffecten.
Ye: De blauwe lucht ziet er natuurlijker uit en
witte wolken lijken scherper.
Or: D
e blauwe lucht ziet er iets donkerder uit.
De zonsondergang ziet er stralender uit.
R: De blauwe lucht ziet er behoorlijk
donker uit. Herfstbladeren zien er
scherper en helderder uit.
G: H
uidtinten en lippen zien er zachter uit.
Groene bladeren van bomen zien er
levendiger en helderder uit.
Selecteer een van de volgende monochrome
tinten: [N:Geen], [S:Sepia], [B:Blauw],
[P:Paars] of [G:Groen].
].
].
zz In [Scherpte] worden de instellingen [Details] en [Drempel] niet toegepast
op films.
zz Resultaten voor [Filtereffect] zijn eerder merkbaar bij hoge waarden voor
[Contrast].
141
Aangepaste beeldstijlen opslaan
Sla vooraf ingestelde opties (zoals [
] of [
]) op die u hebt aangepast
als nieuwe stijlen. U kunt meerdere beeldstijlen maken met verschillende
instellingen voor parameters zoals scherpte of contrast.
1
Knop
→[
] → kies [
[
] of [
] → knop
2
Configureer de instellingen.
zz Item: knoppen
/
zz Optie: knoppen /
142
],
Ruis verminderen bij opnamen met
een hoge ISO-snelheid
U kunt uit 3 niveaus van ruisreductie kiezen:
[Standaard], [Hoog], [Laag]. Deze functie is met
name effectief bij het maken van opnamen met
hoge ISO-waarden.
1
[Hoge ISO-ruisreductie]
zz Ruisonderdrukking met meerdere opnamen
gebruiken
Combineer automatisch vier beelden die
tegelijk worden vastgelegd om beeldruis
te verminderen. Met deze functie gaat bij
ruisonderdrukking minder beeldkwaliteit verloren
dan wanneer u [Hoge ISO-ruisreductie] instelt
op [Sterk].
1
[Hoge ISO-ruisreductie] →
[Ruisond. bij meerd. opn.]
143
zz Wanneer beelden erg afwijkend zijn (bijvoorbeeld door beweging van
de camera), kan dat onverwachte resultaten opleveren. Bevestig indien
mogelijk de camera op een statief of neem andere maatregelen om de
camera stil te houden.
zz Wanneer u opnamen maakt van een bewegend onderwerp, kan de
beweging van het onderwerp nabeelden opleveren of kan het gebied
rond het onderwerp erg donker worden.
zz Afhankelijk van de opnameomstandigheden kan er beeldruis ontstaan
in de rand van het beeld.
zz Opnamen maken met de flitser is niet mogelijk.
zz Het beeld opslaan op de kaart duurt langer dan bij normale opnamen.
U kunt pas weer een opname maken nadat de verwerking voltooid is.
144
Opnamen maken door het scherm aan
te raken (Touch Shutter)
Met deze optie kunt u het scherm aanraken en uw vinger wegnemen
om de opname te maken, in plaats van de ontspanknop in te drukken.
De camera stelt automatisch scherp op onderwerpen en past automatisch
de beeldhelderheid aan.
1
Configureer de instelling.
2
Maak de opname.
zz Tik op [
] en verander dit in [
].
zz Tik op een gebied waarop u wilt
scherpstellen.
zz Een geel AF-punt geeft aan dat de camera niet kon scherpstellen op
onderwerpen.
145
AF aanraken en verslepen configureren
Met de functie AF aanraken en verslepen kunt u het AF-punt verplaatsen
door op het scherm te tikken of over het scherm te slepen terwijl u door de
zoeker kijkt.
1
[Inst. AF aanraken & verslepen] →
[AF aanr & versl] → [Uitsch.]
2
Configureer de instellingen.
zz Configureer in [Pos.methode] hoe
aanraken en verslepen werkt.
Absoluut
Relatief
Het AF-punt wordt verplaatst naar de positie op het scherm
waarop is getikt of waarnaartoe is gesleept,
Het AF-punt beweegt in de richting waarin u sleept met een
afstand die overeenkomt met de afstand die u sleept, ongeacht
waar u het scherm aanraakt.
zz Configureer in [Act. aanr.gebied] het
gebied van het scherm dat beschikbaar
is voor aanraken en verslepen.
zz Deze functie is niet beschikbaar als
op [Deactiveren].
146
[Aanraakbediening] is ingesteld
Opnamen maken met de
elektronische sluiter
Normaal gesproken wordt een mechanische sluiter gebruikt voor het maken
van opnamen, maar door over te schakelen naar de elektronische sluiter
zijn kortere sluitertijden mogelijk.
1
2
[Sluitermodus] → [Elektronisch]
Maak de opname.
zz Geschikt voor het maken van opnamen onder heldere omstandigheden
met een korte sluitertijd.
zz De kortste sluitertijd is 1/25.600 sec.
zz Het beeld kan vervormd raken doordat de camera of het onderwerp beweegt.
zz Onder tl-licht of andere flikkerende lichtbronnen kan het scherm gaan
flikkeren en kunnen beelden horizontale strepen (beeldruis) of abnormale
belichting vertonen. In dat geval kan het nuttig zijn om de sluitertijd te
verkorten.
zz Tijdens de belichting wordt een wit kader weergegeven rond het scherm
wanneer u een opname maakt. Het kader wordt niet weergegeven bij
sluitertijden van minder dan 1 sec.
zz De aanpassing van het diafragma van de lens is nog steeds hoorbaar, zelfs
wanneer deze ingesteld is op [Elektronisch]. Ook andere mechanische
geluiden kunnen hoorbaar zijn, afhankelijk van de opnameomstandigheden.
zz Onder bepaalde opnameomstandigheden kan nadat u een opname maakt
de mechanische sluiter worden geactiveerd voor beeldverwerking.
zz Als u opnamen maakt met de elektronische sluiter terwijl de flitser van
andere camera's afgaat, of onder tl-verlichting of andere knipperende
lichtbronnen, kunnen er lichtstrepen te zien zijn en kunnen er lichte en
donkere strepen staan op vastgelegde beelden.
zz Continue opname en flitsfotografie zijn niet beschikbaar.
147
Opnamen maken met Servo AF
Waar het blauwe AF-punt wordt weergegeven wanneer u de ontspanknop
half indrukt, blijven de scherpstelling en belichting behouden. Dit helpt u om
te voorkomen dat u foto's mist van bewegende onderwerpen.
1
Knop
2
Druk de ontspanknop half in om
scherp te stellen.
3
Druk helemaal in om de opname
te maken.
→[
]→[
]
zz De camera kan mogelijk geen opname maken tijdens het scherpstellen,
zelfs niet wanneer u de ontspanknop helemaal indrukt. Blijf de ontspanknop
ingedrukt houden terwijl u het onderwerp volgt.
zz De belichting wordt in de modus Servo AF niet vergrendeld wanneer u de
ontspanknop half indrukt, maar wordt bepaald op het moment dat u een
opname maakt.
zz Continue opnamen maken met automatische scherpstelling is mogelijk
door Servo AF in te stellen. Houd er rekening mee dat het maken van
continue opnamen dan wel trager werkt.
zz Afhankelijk van de afstand tot het onderwerp en de snelheid van het
onderwerp, kan het voorkomen dat de camera niet de juiste scherpstelling
kan bepalen.
148
De AF-methode selecteren
Kies een methode voor automatische scherpstelling (AF) voor het onderwerp
en de compositie waarvan u opnamen aan het maken bent.
1
+volgen
Spot AF
1-punt AF
Knop
→[
] → kies een optie
Maak een opname waarbij wordt scherpgesteld
op het gezicht van de persoon die de camera als
hoofdonderwerp herkent. Onderwerpen worden
binnen een bepaald bereik gevolgd.
Stel automatisch scherp met een AF-punt dat kleiner
is dan bij 1-punts AF.
De camera stelt scherp met één AF-punt. Effectief
voor betrouwbaar scherpstellen.
149
zz Het scherpstellen kan in zeer heldere omstandigheden langer duren of niet
juist zijn wanneer de onderwerpen donker zijn of weinig contrast bevatten.
+volgen
zz Nadat u de camera op het onderwerp richt, wordt een wit kader weergegeven
rond het gezicht van het onderwerp dat de camera als hoofdonderwerp heeft
aangemerkt.
zz Als er geen gezichten worden herkend wanneer u de camera op mensen
richt, worden nadat u de ontspanknop half indrukt groene kaders
weergegeven rond andere gebieden waarop is scherpgesteld.
zz Bij de volgende onderwerpen worden gezichten mogelijk niet herkend.
-- Onderwerpen die ver weg zijn of extreem dichtbij
-- Onderwerpen die donker of licht zijn
-- Gezichten en profil, vanuit een hoek of gedeeltelijk verborgen
zz De camera kan niet-menselijke onderwerpen identificeren als gezichten.
zz Het AF-punt verplaatsen
U kunt het AF-punt verplaatsen wanneer de AF-methode [1-punt AF] of
[Spot AF] is.
1
Tik op het scherm.
zz Raak een punt aan om op dat punt
scherp te stellen (Touch AF).
zz Centreren (oorspronkelijke positie):
knop
150
De focusinstelling veranderen
Bij continue AF wordt constant scherpgesteld op onderwerpen waarop de
camera wordt gericht, zelfs wanneer de ontspanknop niet wordt ingedrukt.
Deze instelling kan worden gewijzigd om de automatische scherpstelling te
beperken tot het moment waarop u de ontspanknop half indrukt.
1
Inschakelen
Uitschakelen
[Continue AF]
Helpt te voorkomen dat u onverwachte fotokansen mist,
doordat de camera continu scherpstelt op onderwerpen
totdat u de ontspanknop half indrukt.
De camera stelt niet continu scherp, zodat de accu
minder snel leeg is. De scherpstelling kan hierdoor
echter worden vertraagd.
151
Het AF-hulplicht configureren
Het lampje gaat branden als hulp bij het scherpstellen als u de ontspanknop
half indrukt in omstandigheden met weinig licht. U kunt instellen of het lampje
wordt geactiveerd.
1
[AF-hulplicht]
152
Continue opnamen terwijl de
brandpuntsafstand wordt gewijzigd
(Scherpstelbracketing)
Met scherpstelbracketing kunt u continu opnamen maken terwijl de
brandpuntsafstand na elke opname automatisch wordt gewijzigd.
Aan de hand van deze beelden kunt u één beeld maken waarin op een
groter gebied is scherpgesteld. Hiervoor hebt u een programma nodig dat
dieptecompositie ondersteunt, zoals de Canon-toepassing Digital Photo
Professional.
Aantal opnamen
Scherpstelstap
1
[Scherpst.bracket.] →
[Scherpst.bracket.] → [Insch.]
2
Configureer de instellingen.
Geef het aantal beelden op dat per opname wordt
vastgelegd.
Stel in hoeveel de scherpstelling moet worden
verschoven. Deze hoeveelheid wordt op het
moment van opname automatisch aangepast
aan de diafragmawaarde.
153
3
Maak de opname.
zz Een nieuwe map maken: tik op [
[OK]
]→
zz Stel scherp aan de groothoekkant van het
scherpstelbereik van uw voorkeur en druk
vervolgens de ontspanknop helemaal in.
zz Laat de ontspanknop los zodra de
camera begint met opnamen maken.
zz De camera maakt continu opnamen,
waarbij de scherpstelpositie richting
oneindig verschuift.
zz De opname stopt na het door u opgegeven
aantal beelden of wanneer de telelenskant
van het scherpstelbereik wordt bereikt.
154
zz Plaats de camera op een statief of neem andere maatregelen om de
camera stil te houden.
zz We raden aan dat u opnamen maakt met een grotere beeldhoek.
zz Omdat hogere diafragmawaarden ook de verschuiving van de scherpstelling
vergroten, beslaat scherpstelbracketing in dat geval een breder bereik bij
dezelfde instellingen voor [Scherpstelstap] en [Aantal opnamen].
zz De juiste instellingen voor [Scherpstelstap] verschillen per onderwerp.
Een onjuiste instelling voor [Scherpstelstap] kan ervoor zorgen dat
samengestelde beelden ongelijkmatig worden of kan de opnametijd
verlengen doordat er meer opnamen worden gemaakt. Maak enkele
testopnamen om de juiste instelling voor [Scherpstelstap] te bepalen.
zz Opnamen maken met de flitser is niet mogelijk.
zz Instellingen zoals de sluitertijd, diafragmawaarde en ISO-snelheid worden
bepaald door de omstandigheden van de eerste opname.
zz Druk de ontspanknop nogmaals helemaal in om de opname die bezig is,
te annuleren.
zz Wanneer u een opname annuleert die bezig is, kan dit belichtingsproblemen
in het laatste beeld veroorzaken. Gebruik het laatste beeld niet wanneer
u de beelden samenvoegt in Digital Photo Professional.
zz Beelden wordt vastgelegd met behulp van de elektronische sluiter.
Lees voordat u opnamen maakt met scherpstelbracketing de opmerkingen
en tips over de elektronische sluiter (= 147).
zz Als de [Beeldstijl] ingesteld is op [Auto], wordt [Standaard] toegepast voor
de opname.
zz [Scherpst.bracket.] schakelt over naar [Uitsch.] wanneer de camera wordt
uitgeschakeld.
zz Na dieptecompositie kunt u het beeld indien nodig bijsnijden.
zz Het samenvoegen van beelden kan enige tijd duren wanneer de optie
[Aantal opnamen] op een hoge waarde ingesteld is.
155
De scherpstelling verfijnen
Na automatische scherpstelling kunt u de scherpstelling verder verfijnen
door aan de bedieningsring te draaien.
1
[AF+MF] → [Insch.]
2
Stel scherp.
3
Pas de scherpstelling verder aan.
zz Druk de ontspanknop half in om scherp te
stellen op het onderwerp en blijf de knop
half ingedrukt houden.
zz Draai aan de ring . Draai aan de ring
om de scherpstelling aan te passen
aan de hand van de MF-indicator
op het scherm (die de afstand en de
scherpstelpositie laat zien) en het
vergrote beeldgebied.
zz Als u het vergrote weergavegebied wilt
vergroten of verkleinen, drukt u op de
knop .
4
Maak de opname.
zz Deze functie kan niet worden gebruikt met Servo AF.
156
Instellingen van de IS-modus wijzigen
De beeldstabilisatie kan worden aangepast.
1
Uit
Aan
Opname
[IS-instellingen] → [IS modus]
Schakelt de beeldstabilisatie uit.
Optimale beeldstabilisatie voor de opnameomstandigheden
wordt automatisch toegepast.
Beeldstabilisatie is alleen actief op het moment van de
opname.
zz De instelling van [IS modus] verandert bij filmopnamen in [Aan], zelfs als
u [Opname] hebt ingesteld.
zz Wanneer beeldstabilisatie camerabeweging niet kan voorkomen, plaatst
u de camera op een statief of neemt u andere maatregelen om de camera
stil te houden. Stel daarnaast [IS modus] in op [Uit] als u opnamen maakt
met een statief of een ander middel gebruikt om de camera stil te houden.
157
zz Hevige camerabewegingen corrigeren
Compenseer hevige camerabewegingen, bijvoorbeeld wanneer u opnamen
maakt terwijl u beweegt. Het gedeelte van beelden dat wordt weergegeven,
verandert meer dan bij [Standaard] en onderwerpen worden meer vergroot.
1
[Dynamic IS] → [Hoog]
158
Automatisch corrigeren gebruiken
Automatisch corrigeren zorgt ervoor dat films recht blijven tijdens opname.
Zodra de opname start, kan het weergavegebied worden versmald en
kunnen onderwerpen worden vergroot.
1
[
159
Auto. corrig.]
Digitale telelens gebruiken
De brandpuntsafstand van de lens kan worden vergroot met ongeveer 1,6x
of 2,0x. Dit kan camerabeweging verminderen doordat de sluitertijd hoger
is dan wanneer u zou zoomen (inclusief het gebruik van digitale zoom) in
dezelfde zoomfactor.
1
[Digitale Zoom] → [1,6x] of [2,0x]
zz Het beeld wordt vergroot en de
zoomfactor verschijnt.
zz De sluitertijd bij een maximale telelensinstelling (wanneer u de
duwt) kan overeenkomen met de sluitertijd
zoomregelaar helemaal naar
wanneer u inzoomt om onderwerpen te vergroten met digitale zoom.
160
Filmopnameformaat wijzigen
Pas het filmopnameformaat aan. De framesnelheid geeft aan hoeveel beelden
er per seconde worden opgenomen. Welke opties beschikbaar zijn, hangt af
van de NTSC- of PAL-instelling.
1
Knop
→[
] → kies een optie
zz [
] en [
] zijn alleen beschikbaar in de modus
.
zz De maximale opnametijd per film bedraagt 9 min. 59 sec. voor 4K-films
en 29 min. 59 sec. voor Full HD- en HD-films.
zz Bestandsnamen van films beginnen met MVI_ en eindigen op de
bestandsextensie .MP4.
zz De camera kan oververhit raken na herhaaldelijke filmopnamen.
Mogelijk kunt u dan tijdelijk geen opnamen maken.
zz Zet de camera uit wanneer u deze niet gebruikt, om oververhitting
te voorkomen.
161
zz Films opnemen om in slow motion af te spelen
(Hoge beeldsnelheid)
Neem films op in Full HD met een hoge beeldsnelheid van 119,9 fps
of 100,0 fps.
Omdat films met een hoge beeldsnelheid worden opgenomen als
filmbestanden van 29,97 fps/25,00 fps, worden ze in slow motion
afgespeeld met 1/4 van de oorspronkelijke snelheid.
1
[Movie-opn.kwal.] →
[Hoge framerate]
zz Druk voor de opname de ontspanknop half in om scherp te stellen.
zz De maximale opnametijd per film bedraagt 7 min. 29 sec.
zz Geluid wordt niet opgenomen.
162
Geluidsopname-instellingen configureren
zz Windfilter
Geluid van opnamelocaties met veel wind kan worden verminderd met
het windfilter. Als er geen wind is, kan het opgenomen geluid bij gebruik
van deze optie onnatuurlijk klinken. Stel in dat geval [Windfilter] in op
[Uitschakelen].
1
[Windfilter]
zz Demper
De demper kan audiovervorming beperken in luidruchtige
opnameomgevingen. Er zijn drie opties beschikbaar: [Auto], [Uitschakelen]
of [Inschakelen] voor automatisch naar behoefte activeren/deactiveren.
1
[Demper]
163
Servo AF voor movies configureren
Geef aan of tijdens filmopnamen voortdurend op onderwerpen moet worden
scherpgesteld.
1
Inschakelen
Uitschakelen
[Servo AF v. mov.]
De camera blijft scherpstellen op onderwerpen, zelfs
wanneer u de ontspanknop niet half indrukt.
De scherpstelling blijft constant tijdens filmopnamen.
zz Wilt u de scherpstelling op een bepaalde positie houden of neemt u liever
geen mechanische geluiden van de lens op, dan kunt u Servo AF voor
] te tikken of door op de knop
movies tijdelijk stoppen door op [
te drukken.
164
Automatische langzame sluiter gebruiken
Geef aan of de sluitertijd automatisch moet worden verkort onder
omstandigheden met weinig licht tijdens het opnemen van [
[
]-, [
]- of [
]-films.
1
Inschakelen
Uitschakelen
[
]-,
Auto. langzame sluiter]
Hiermee kunt u films opnemen met meer helderheid
en minder beeldruis door de sluitertijd automatisch
te verkorten tot 1/30 sec. (of 1/25 sec.) onder
omstandigheden met weinig licht.
Hiermee kunt u films opnemen met vloeiendere,
natuurlijkere beweging. Beweging van het onderwerp
is minder van invloed op de opnamen dan wanneer
[Inschakelen] is ingesteld. Houd er rekening mee dat
onder omstandigheden met weinig licht films donkerder
kunnen zijn dan wanneer [Inschakelen] is ingesteld.
zz Stel deze optie in op [Uitschakelen] wanneer u opnamen maakt van
onderwerpen bij weinig licht of wanneer nabeelden zoals lichtsporen
verschijnen.
165
Miniatuurmodeleffect in films
(Miniatuureffectmovie)
Geeft het effect van een miniatuurmodel in films
door beeldgebieden buiten een geselecteerd
gebied te vervagen.
Miniatuureffectmovie
1
Knop
2
Stel het gebied in waarop u wilt
scherpstellen (scènekader).
→[
] → kies een optie
zz Gebruik de knop
→ knoppen /
het kader te verplaatsen → knop
3
om
Stel de positie in waarop u wilt
scherpstellen (AF-punt).
zz Gebruik de knoppen / / / om het
AF-punt te verplaatsen → knop
4
Start de opname.
zz Druk de ontspanknop half in om scherp
te stellen en druk vervolgens op de
filmopnameknop.
166
De geschatte afspeelsnelheid en -tijd voor een film die een minuut lang
wordt opgenomen, zijn:
Snelheid
Afspeeltijd
Circa 12 sec.
Circa 6 sec.
Circa 3 sec.
zz Geluid wordt niet opgenomen.
zz Wilt u ervoor zorgen dat het lijkt alsof mensen en onderwerpen in de scène
], [
] of [
] voordat
snel bewegen tijdens het afspelen, kies dan [
u de film opneemt. De scène zal op een miniatuurmodel lijken.
zz Om de richting van het scènekader voor het miniatuureffect te wijzigen,
drukt u bij stap 2 op de knoppen / .
167
Videosnapshots opnemen
Maak een reeks videosnapshots van 4, 6 of 8 sec. De camera zal deze
combineren om een videosnapshotalbum te maken, waarin de hoogtepunten
van uw reis of evenement worden getoond.
1
[Videosnapshot] →
[Videosnapshot] → [Inschakelen]
2
Configureer de instellingen.
Afspeeltijd
Selecteer de afspeeltijd voor een videosnapshot.
Afspeeleffect
Selecteer het afspeeleffect voor een videosnapshot.
Selecteer of u na elke opgenomen videosnapshot
een bevestigingsbericht wilt laten weergeven.
Bevest.ber. wrg.
zz De vereiste tijd die nodig is voor het
opnemen van een videosnapshot
([Vereiste tijd]) wordt weergegeven
op basis van de [Afspeeltijd] en het
[Afspeeleffect].
zz Nadat u eerste videosnapshot is
opgenomen kunt u in [Albuminstellingen]
kiezen in welk album u uw volgende
videosnapshot wilt opslaan.
168
3
Start de opname.
zz Druk op de knop
om terug te
keren naar het opnamescherm en druk
vervolgens op de filmopnameknop.
zz Er wordt een balk weergegeven die de
verstreken tijd aangeeft. Na afloop stopt
de opname automatisch.
4
Sla op in een album.
zz Dit bericht wordt niet weergegeven indien
u [Bevest.ber. wrg.] bij stap 2 instelt op
[Uitschakelen] en de videosnapshot wordt
automatisch opgeslagen in het album
dat u bij stap 2 hebt geselecteerd in
[Albuminstellingen].
zz Herhaal stap 3 – 4 indien gewenst.
5
Stop de opname van
videosnapshots.
zz knop
→[
]→[
]
zz Videosnapshots worden in een nieuw album opgeslagen als de opnametijd
van het huidige album 5 min. overschrijdt.
zz De vermelde afspeeltijd per videosnapshot is slechts een indicatie.
] of [
].
zz Stel het filmopnameformaat in op [
zz Eventuele videosnapshots waarvan u handmatig de opname stopt,
worden opgeslagen als normale films.
zz Er wordt geen geluid opgenomen als u [Afspeeleffect] instelt op
[2 x snelheid] of [1/2 x snelheid].
169
Time-lapsefilms opnemen
Time-lapsefilms kunnen beelden combineren die automatisch worden
vastgelegd met een ingesteld interval. Eventuele geleidelijke wijzigingen
van het onderwerp (zoals de wijzigingen in een landschap) worden versneld
afgespeeld.
1
[Time-lapse-movie] →
[Time-lapse] → [Scène *] of [Custom]
2
Configureer de instellingen.
3
Ga terug naar het opnamescherm
en bereid de opname voor.
zz Stel het opname-interval en andere
instellingen in.
zz Plaats de camera op een statief of neem
andere maatregelen om de camera stil te
houden.
zz Stel de belichting in.
zz Een testopname maken: druk de
ontspanknop helemaal naar beneden.
4
Start de opname.
zz Filmopnameknop → druk de ontspanknop
helemaal naar beneden
170
zz Terwijl u de items configureert, worden de vereiste tijd [ ] en de
] weergegeven.
afspeeltijd van de film [
zz Stel [Scherm auto uit] in op [Deactiveren] om het scherm 30 minuten aan
te houden nadat u de opname begint. Stel deze optie in op [Activeren]
om het scherm 10 seconden nadat het eerste beeld is vastgelegd, uit te
schakelen.
zz Bedien de camera niet tijdens de opname.
zz Wilt u de opname annuleren, druk dan nogmaals op de ontspanknop of
de filmopnameknop.
zz Snel bewegende onderwerpen kunnen er vervormd uitzien in films.
zz Geluid wordt niet opgenomen.
171
De informatieweergave bij HDMI-uitvoer
configureren
Geef aan of informatie op het scherm over beelden heen moet worden
weergegeven bij HDMI-uitvoer.
1
[HDMI-info weergeven]
Tijdens filmopnamen wordt de informatieweergave
opgenomen in de HDMI-uitvoer. Er wordt geen beeld
getoond op de camera. Films kunnen worden opgenomen
op de camera.
HDMI-uitvoer bestaat alleen uit 4K-inhoud, zonder
Schone /
informatieweergave. Op de camera wordt informatie over
-uitvoer beelden heen weergegeven. Films kunnen niet worden
opgenomen op de camera.
HDMI-uitvoer bestaat alleen uit Full HD-inhoud, zonder
Schone /
informatieweergave. Op de camera wordt informatie over
-uitvoer beelden heen weergegeven. Films kunnen niet worden
opgenomen op de camera.
Met info
172
Het type digest-film instellen
Wanneer u opnamen maakt in de modus
worden zowel foto's als
digest-films gemaakt. Geef aan of digest-films een stilstaand beeld
moeten bevatten.
1
[Digest-type]
Met foto's
Digest-films bevatten een stilstaand beeld.
Geen foto's
Digest-films bevatten geen stilstaand beeld.
173
Afspelen
Blader met plezier door uw beelden en vind en bewerk beelden op
verschillende manieren.
zz Druk op de knop
om over te schakelen naar de afspeelmodus
en de camera voor te bereiden op deze handelingen.
174
Bekijken
Na het maken van foto's of het opnemen van films kunt u deze, zoals
hieronder is beschreven, op het scherm bekijken.
1
Druk op de knop
2
Selecteer de beelden.
.
zz Films worden aangeduid met [
].
Films afspelen
zz
-knop (tweemaal)
zz Druk op de knoppen
aan te passen.
175
/
om het volume
zz Door op de knop
te drukken wanneer de camera is uitgeschakeld,
wordt het afspelen gestart. Als u nogmaals op de knop drukt, wordt de
camera uitgeschakeld.
zz Tijdens het afspelen wordt na ongeveer een minuut de lens ingetrokken.
U kunt de camera uitschakelen terwijl de lens is ingetrokken door op de
te drukken.
knop
zz Om tijdens het afspelen naar een opnamemodus te gaan, drukt u de
ontspanknop half in, drukt u op de filmopnameknop of draait u aan het
programmakeuzewiel.
zz Beelden die al zijn bewerkt op een computer en beelden waarvan de
bestandsnaam is gewijzigd, kunnen mogelijk niet worden afgespeeld
of bewerkt.
als u films wilt onderbreken of hervatten.
zz Druk op de knop
zz Wanneer u RAW-beelden bekijkt, worden lijnen weergegeven om de
beeldverhouding aan te geven. Deze lijnen worden onderaan en bovenaan
]
beelden getoond die zijn vastgelegd met een beeldverhouding van [
en links en rechts op beelden die zijn vastgelegd met een beeldverhouding
] of [
].
van [
176
Beelden vergroten
Beelden die u afspeelt, kunnen worden vergroot.
1
2
Selecteer de beelden.
Vergroot of verklein de beelden.
zz Vergroten: zoomregelaar naar
zz Verkleinen: zoomregelaar naar
zz Verplaats de weergavepositie:
knoppen / / /
zz Wanneer u een vergroot beeld aan het bekijken bent, kunt u met behoud
van de vergrote weergave naar andere beelden gaan door aan de knop
te draaien.
177
Digest-films bekijken
Er wordt automatisch een korte film gemaakt van scènes wanneer
u opnamen maakt in de modus
. Door een digest-film af te spelen,
worden de scènes getoond die op die dag zijn vastgelegd.
1
Selecteer [
2
Knop
]-beelden.
→ selecteer [
]
zz De digest-film die automatisch is
opgenomen op de dag dat de foto's
zijn gemaakt, wordt vanaf het begin
afgespeeld.
zz Na een kort moment wordt [
] niet meer weergegeven wanneer
u de camera gebruikt met uitgeschakelde informatieweergave.
178
Beelden vinden in een index
U kunt snel de beelden vinden die u zoekt door meerdere beelden in een
index weer te geven.
1
Duw de zoomregelaar naar
.
zz Meer beelden weergeven: zoomregelaar
naar
zz Minder beelden weergeven:
zoomregelaar naar
2
Vind de beelden.
zz Gebruik de knoppen
knop
zz Ring
3
179
/ / of de
: vorig/volgend scherm
Selecteer een beeld.
zz Knop
/
Films bewerken
zz Het begin/einde van films verwijderen
U kunt onnodige delen aan het begin en einde van films verwijderen.
1
Selecteer een [
2
Knop
3
Selecteer [ ].
]-film.
→[ ]
zz Druk tijdens het afspelen op de knop
om [ ] te kiezen.
zz Het filmbewerkingspaneel en de
bewerkingsbalk worden weergegeven.
4
Geef aan welke delen u eruit wilt
knippen.
zz Selecteer [
] of [
].
zz Als u de delen wilt weergeven die u kunt
bijsnijden (aangegeven met [ ] op het
scherm), drukt u op de knoppen / om
[ ] of [ ] te verschuiven. Druk op de
positie waar u wilt snijden op de knop .
180
5
Bekijk de bewerkte film.
zz Afspelen: [ ]
zz Bewerken annuleren: Knop
6
Sla de film op.
zz [ ] → [Nieuw bestand]
zz Een gecomprimeerde versie opslaan:
] → [OK]
[
Beeldkwaliteit na compressie wanneer u [Gecompr. versie opslaan] selecteert
Voor compressie
,
,
,
,
Na compressie
zz Wanneer u delen aangeeft die uit een film moeten worden geknipt, wordt
als u [ ] of [ ] verplaatst naar een positie die niet wordt aangeduid met
een [ ]-pictogram, het gedeelte vanaf het begin tot de dichtstbijzijnde
[ ]-markering links (bij [ ]) of vanaf de dichtstbijzijnde [ ]-markering
rechts tot het einde (bij [ ]) geknipt.
zz Bij digest-films (= 60) eb videosnapshots (= 168), gebeurt het
verwijderen aan de hand van clips.
zz Als u de oorspronkelijke film wilt wissen en door de ingekorte film
wilt overschrijven, kiest u [Overschrijven] in het scherm waarmee
u opgeslagen films bewerkt.
zz Als er op de geheugenkaart onvoldoende vrije ruimte is, is alleen
[Overschrijven] beschikbaar.
zz Als de accu halverwege het opslaan leeg raakt worden films mogelijk
niet opgeslagen.
zz Gebruik tijdens het bewerken van films een volledig opgeladen accu.
181
zz Beelden uit 4K-films opslaan als foto's
Beelden die u selecteert in [
opgeslagen als foto's.
]- of [
1
]-films kunnen worden
Kies een beeld dat u afzonderlijk
wilt opslaan.
zz Druk tijdens het afspelen op de knop
en gebruik vervolgens [ ] of [ ] om een
beeld te selecteren.
2
Sla het beeld op.
zz [
] → [OK]
182
zz Digest-films bewerken
Afzonderlijke hoofdstukken (clips) (= 60) die zijn opgenomen in de
modus
kunnen eventueel worden gewist. Wees voorzichtig bij het
wissen van clips, want ze kunnen niet worden hersteld.
1
Selecteer [
2
Knop
3
Selecteer een clip.
4
Wis de geselecteerde clip.
]-beelden.
→ selecteer [
]
zz Druk tijdens het afspelen op de knop
en gebruik vervolgens [ ] of [ ] om een
clip te selecteren.
zz [ ] → [OK]
183
zz Nadat [Deze clip wissen?] wordt weergegeven, wordt het hoofdstuk
gewist en wordt de digest-film overschreven wanneer u [OK] kiest en
drukt.
op de knop
zz Albums die zijn gemaakt bij de opname van videosnapshots, kunnen ook
[Album maken] kunnen
worden bewerkt. Albums die zijn gemaakt met
niet worden bewerkt.
184
Foto's uit RAW-burstbeelden
afzonderlijk opslaan
U kunt elk beeld uit sets (filmrollen, = 116) die u hebt vastgelegd in de
RAW-burstmodus, opslaan als afzonderlijke foto (als JPEG- of RAW-beeld).
1
Selecteer de filmrol met
beelden: [
].
2
Knop
3
Selecteer een beeld.
→[
] → knop
zz Druk op de knoppen / om een beeld te
selecteren dat u afzonderlijk wilt opslaan.
zz Wilt u onnodige delen aan het begin van
de filmrol verwijderen, druk dan op de
knop .
4
Sla het beeld op.
zz Knop
→ [Extrah. als JPEG] of
]
[Extrah. als
zz Wanneer u JPEG's opslaat, kunt
u [Bew. en opsl.] selecteren en RAWbeeldverwerking (= 198) toepassen
voordat u het beeld opslaat.
185
zz Beelden die worden opgeslagen wanneer u [Extrah. als JPEG] selecteert,
].
hebben de kwaliteit [
zz Creatieve filters, bijsnijden en formaat wijzigen zijn niet beschikbaar bij de
verwerking van RAW-burstbeelden die als afzonderlijke JPEG-beelden of
RAW-beelden zijn opgeslagen.
186
Beelden beveiligen
U kunt belangrijke beelden selecteren en beveiligen, zodat ze niet per
ongeluk van de camera kunnen worden gewist.
Beveiligde beelden worden aangeduid met een -pictogram.
1
2
Selecteer een beeld.
Knop
→[
] → [Inschak.]
zz Beveiligde beelden op een geheugenkaart worden gewist als u de kaart
formatteert.
zz Beveiligde beelden kunnen niet worden gewist met de wisfunctie van
de camera. Als u het ze wel op die manier wilt wissen, moet u eerst de
beveiliging opheffen.
zz U kunt [Alle gevonden beelden] of [Wis alle bev.] selecteren met behulp
[Beveilig beelden] of de knop
→[
] → knop
wanneer
van
de resultaten voor de door u opgegeven voorwaarden voor het zoeken
van beelden worden weergegeven.
-- Kies [Alle gevonden beelden] om alle gevonden beelden te beveiligen.
-- Kies [Wis alle bev.] om de beveiliging van alle gevonden beelden op
te heffen.
zz Wilt u het beveiligen annuleren en de aanduiding [ ] verwijderen,
wanneer [ ] op het scherm wordt
druk dan nogmaals op de knop
[Beveilig beelden] → [Selecteer beelden]
weergegeven nadat u
hebt geselecteerd.
187
zz Meerdere beelden beveiligen
U kunt meerdere beelden selecteren om in één keer te beveiligen.
1
[Beveilig beelden]
2
Selecteer de beelden.
Afzonderlijke beelden selecteren
zz [Selecteer beelden] → kies een beeld →
→ knop
knop
Een reeks selecteren
zz [Selecteer reeks] → kies het eerste
→ kies het laatste beeld
beeld → knop
→ knop
→ knop
Alle beelden in een map selecteren
zz [Alle beelden in map] → kies een map →
[OK]
188
Alle beelden op een kaart selecteren
zz [Alle beelden op kaart] → [OK]
189
Beelden draaien
Wijzig de stand van beelden en sla ze op.
1
2
Selecteer een beeld.
Knop
190
→ [ ] → kies een optie
Beelden wissen
U kunt onnodige beelden wissen. Wees voorzichtig bij het wissen van
beelden, want ze kunnen niet worden hersteld.
1
2
Selecteer een beeld.
Druk op de knop
.
zz Kies de wisoptie → knop
zz Beveiligde beelden kunnen niet worden gewist.
zz Tijdens de weergave van beelden die zowel in RAW- als in JPEG-indeling
te drukken [Wissen
],
zijn vastgelegd, kunt u door op de knop
+JPEG] weergeven. Selecteer een optie
[Wissen JPEG] en [Wissen
om het beeld te verwijderen.
[Wis beelden]
zz U kunt [Alle gevonden beelden] selecteren met behulp van
wanneer de resultaten voor de door u opgegeven voorwaarden voor het
zoeken van beelden worden weergegeven.
-- Kies [Alle gevonden beelden] om alle gevonden beelden te verwijderen.
zz Wilt u de selectie annuleren en de aanduiding [ ] verwijderen, druk dan
wanneer [ ] op het scherm wordt weergegeven
nogmaals op de knop
[Wis beelden] → [Selecteer en wis beelden] hebt geselecteerd.
nadat u
191
zz Meerdere beelden tegelijk wissen
U kunt meerdere beelden selecteren om in één keer te wissen.
1
2
[Wis beelden]
Selecteer de beelden.
Afzonderlijke beelden selecteren
zz [Selecteer en wis beelden] → kies een
beeld → knop
zz Het beeld wordt aangeduid met [
zz Knop
].
→ [OK]
Een reeks selecteren
zz [Selecteer reeks] → kies het eerste beeld
→ kies het laatste beeld →
→ knop
→ knop
→ [OK]
knop
Alle beelden in een map selecteren
zz [Alle beelden in map] → kies een map →
[OK]
192
Alle beelden op een kaart selecteren
zz [Alle beelden op kaart] → [OK]
zz Als u een beeld kiest dat zowel in de RAW- als in de JPEG-indeling is
vastgelegd, worden beide versies gewist.
193
Beelden toevoegen aan de
printopdracht (DPOF)
Geef beelden op voor printen in serie (tot 400 beelden) of voor bestellingen
bij fotozaken (tot 998 beelden) door de beelden op een geheugenkaart en
het aantal exemplaren te selecteren. De afdrukinformatie die u op deze wijze
voorbereidt, voldoet aan de DPOF-normen (Digital Print Order Format).
1
2
[Printopties]
Voeg beelden toe aan de printlijst.
Beelden selecteren
zz [Sel.beeld] of [Meerdere] → kies beelden
en het aantal exemplaren
om terug te
zz Druk op de knop
keren naar het printscherm.
Overige instellingen
zz [Stel in] → kies een item → kies een optie
zz Druk op de knop
om terug te
keren naar het printscherm.
zz RAW-beelden en films kunnen niet worden geselecteerd.
zz Sommige printers of fotozaken zijn wellicht niet in staat om alle DPOFinstellingen toe te passen bij het printen.
zz Als u [Datum] instelt op [Aan], drukken sommige printers de datum wellicht
tweemaal af.
194
zz Beelden printen die zijn toegevoegd aan de
printopdracht (DPOF)
1
Sluit de camera aan op een
PictBridge-compatibele printer.
zz Het afspeelscherm wordt weergegeven.
zz Knop
2
→ [Printopties]
Print de beelden.
zz [Print] → [OK]
195
Beelden toevoegen aan een fotoboek
Fotoboeken kunnen worden voorbereid door maximaal 998 beelden op een
geheugenkaart te selecteren.
1
2
[Fotoboek instellen]
Selecteer de beelden.
Afzonderlijke beelden selecteren
zz [Selecteer beelden] → kies een beeld →
→ knop
knop
Een reeks selecteren
zz [Meerdere] → [Selecteer reeks] → kies
→ kies het
het eerste beeld → knop
→ knop
laatste beeld → knop
Alle beelden in een map selecteren
zz [Meerdere] → [Alle beelden in map] →
kies een map → [OK]
Alle beelden op een kaart selecteren
zz [Meerdere] → [Alle beelden op kaart] →
[OK]
zz RAW-beelden en films kunnen niet worden geselecteerd.
196
Filtereffecten toepassen op beelden
(Creatieve filters)
Pas effecten toe die gelijk zijn aan opnamen maken in de modus [ ],
[ ], [ ], [ ], [ ], [
] of [ ] en sla deze bewerkte opnamen op als
afzonderlijke beelden.
1
Knop
2
Pas indien nodig het effect aan.
→ [ ] → kies een optie
zz Stel het niveau in: knoppen / →
knop
zz Het [ ]-kader verplaatsen:
knoppen / → knop
3
Sla het beeld op.
zz Voor [
] kunt u ook het type filtereffect kiezen.
zz Voor [ ] kunt u het kader ook verplaatsen door op het scherm te tikken
of door over het scherm te slepen.
zz Voor [ ] kunt u overschakelen naar de verticale richting door op [ ] te
drukken. U kunt de horizontale richting weer herstellen door nogmaals
op [ ] te drukken.
197
RAW-beelden verwerken
Verwerk op de camera beelden die zijn
vastgelegd in RAW-indeling. Het oorspronkelijke
RAW-beeld wordt bewaard en een kopie wordt
opgeslagen als JPEG.
Beschikbaar wanneer het programmakeuzewiel
ingesteld is op /
/
/ / .
1
Knop
2
Sla het beeld op.
3
Selecteer het beeld voor weergave.
198
→[
]→[
]
zz Beelden die zijn bewerkt door middel van verwerking in de camera, zullen
niet volledig overeenkomen met beelden die worden verwerkt met Digital
Photo Professional.
zz Deze methode van beeldverwerking is niet beschikbaar voor beelden in
sets (filmrollen) die zijn vastgelegd in de RAW-burstmodus. Verwerk de
beelden nadat u ze eerst vanuit een filmrol als afzonderlijke RAW-beelden
hebt opgeslagen (= 185).
RAW-verwerking aanpassen
zz Als u [RAW-verwerking aanp.] selecteert, kunt u handmatig de
beeldhelderheid, beeldstijlen en andere details aanpassen voordat
u beelden verwerkt.
zz In het scherm met verwerkingsvoorwaarden kunt u ook een effect kiezen
te
voor de geselecteerde verwerkingsvoorwaarde door aan de knop
draaien.
zz Voor vergrote weergave op het scherm voor verwerkingsvoorwaarden,
beweegt u de zoomregelaar richting .
zz U kunt het huidige beeld vergelijken ('Na wijziging') met het oorspronkelijke
te drukken en aan de
beeld ('Opname-instellingen') door op de knop
te draaien.
knop
Meerdere beelden verwerken
zz Kies
[RAW-beeldverwerking] → [Selecteer beelden], druk op de
en druk vervolgens op de knoppen / om een beeld te kiezen.
knop
om het item als geselecteerd te markeren ([ ]).
Druk op de knop
Herhaal deze procedure om andere beelden op te geven. Verwerk de
beelden als u klaar bent.
als u de selectie wilt opheffen. [ ] wordt
zz Druk nogmaals op de knop
niet meer weergegeven.
Een reeks beelden verwerken
zz Kies
[RAW-beeldverwerking] → [Selecteer reeks], druk op de
en geef vervolgens een reeks beelden op. Verwerk de beelden
knop
als u klaar bent.
199
Rode ogen corrigeren
Hiermee corrigeert u automatisch beelden met
rode ogen. U kunt het gecorrigeerde beeld
opslaan als een afzonderlijk bestand.
1
2
3
4
[Rode-Ogen Corr.]
Selecteer een beeld.
Druk op de knop
.
Sla het beeld op.
zz Zodra rode ogen zijn gecorrigeerd, worden kaders weergegeven rond
de gecorrigeerde beeldgebieden.
zz Sommige beelden worden mogelijk niet juist gecorrigeerd.
200
Videosnapshots combineren
Combineer videosnapshots om een nieuwe film te maken (album).
1
[Album maken]
2
Geef videosnapshots op.
3
Bewerk het album.
zz Kies een film (een bestaand album) →
→ knop
→ [OK]
knop
zz Er worden videosnapshots weergegeven
uit de film die bij stap 2 is geselecteerd.
zz Kies een item in het bewerkingsmenu
onderaan en druk op de knop .
zz Bovenaan het scherm kunt u naar
wens videosnapshots kiezen die u wilt
bewerken.
201
Volg. videosnapsh.
wijz.
Videosnapshot
verwijderen
Videosnapshot
afspelen
Klaar met bewerken
Wijzig de volgorde van videosnapshots. Kies
een videosnapshot die u wilt verplaatsen en
druk op de knop . Gebruik de knoppen /
om te verplaatsen.
Kies videosnapshots die u niet in het nieuwe
album wilt hebben. Videosnapshots die worden
aangeduid met een [ ]-pictogram worden niet
aan het nieuwe album toegevoegd, maar ze
worden ook niet uit het oorspronkelijke album
verwijderd.
Speel het geselecteerde videosnapshot af.
Beëindig het bewerken van het album.
4
Beëindig het bewerken.
zz Druk op de knop
om terug te
keren naar het bewerkingsmenu.
zz Selecteer [ ] om het bewerken te
beëindigen.
5
Sla het album op.
zz Selecteer [Opslaan].
zz Als u achtergrondmuziek wilt toevoegen,
selecteert u [Achtergrondmuziek].
zz Kies [Voorbeeld] om een voorbeeld te
bekijken van het door u bewerkte album.
zz Albums die zijn gemaakt met
bewerkt.
[Album maken] kunnen niet worden
202
Bijsnijden
U kunt een gedeelte van een beeld opgeven om
als afzonderlijk afbeeldingsbestand op te slaan.
1
Knop
2
Pas het bijsnijgebied aan.
→[ ]
zz Het kader verkleinen:
zoomregelaar naar
Het kader vergroten:
zoomregelaar naar
zz Het kader verplaatsen: knoppen
zz Het beeld rechtzetten: knop
→ knop
knop
/
/ /
→[
]→
zz De beeldverhouding wijzigen: knop
[ ] → knop
→
zz Een voorbeeld van het beeld bekijken:
→ [ ] → knop
knop
203
3
Sla het beeld op.
zz Knop
→ [ ] → [OK]
zz RAW-beelden kunnen niet worden bewerkt.
zz Bijgesneden beelden kunnen niet nogmaals worden bijgesneden.
zz De afmetingen van bijgesneden beelden kunnen niet worden gewijzigd en
er kunnen geen creatieve filters op worden toegepast.
zz Bijgesneden beelden hebben een lager aantal pixels dan niet-bijgesneden
beelden.
zz Terwijl u een voorbeeld van het bijgesneden beeld bekijkt, kunt u de
afmetingen van het bijsnijdkader, de positie en de beeldverhouding
aanpassen.
zz U kunt ook de afmetingen van het bijsnijdkader, de positie, de richting
[Trimmen] te selecteren,
en de beeldverhouding aanpassen door
te drukken.
een beeld te kiezen en op de knop
204
Het formaat van beelden wijzigen
Sla een kleinere versie van een beeld op,
met minder pixels.
zz JPEG [
1
Knop
2
Sla het beeld op.
→[
] → kies een optie
]-beelden en RAW-beelden kunnen niet worden bewerkt.
205
Beelden beoordelen
Orden beelden door ze te beoordelen met een classificatie op een schaal
van 1 - 5.
1
2
Selecteer een beeld.
Knop
→[
] → kies een optie
zz Meerdere beelden kiezen: knop
kies een item
→
zz [Selecteer reeks]: kies het eerste beeld →
→
kies het laatste beeld → knop
stel de beoordeling in met de ring →
[OK]
zz [Alle beelden op kaart]: stel de
beoordeling in met de ring → [OK]
zz Door alleen beelden weer te geven met een specifieke classificatie, kunt
u de volgende bewerkingen beperken tot alle beelden met die classificatie.
-- Beelden bekijken, beveiligen, wissen of toevoegen aan een printlijst of
fotoboek, diavoorstellingen bekijken
zz Wilt u beoordelingen verwijderen, druk dan op de knop , kies [ ] in het
instellingsitem [ ] en druk vervolgens op de knop .
[Classificatie] kunt
zz Wanneer u beelden beoordeelt met behulp van
u een beoordeling toevoegen aan alle beelden in een map.
206
Diavoorstellingen bekijken
Speel automatisch beelden af die zijn opgeslagen op een geheugenkaart.
1
[Diavoorstelling] → [Start]
zz Nadat u het afspelen start en [Laden van beeld] wordt weergegeven,
begint de diavoorstelling na enkele seconden.
om de diavoorstelling te beëindigen.
zz Druk op de knop
zz De spaarstandfuncties van de camera werken niet tijdens diavoorstellingen.
als u het afspelen van diavoorstellingen wilt
zz Druk op de knop
onderbreken of hervatten.
zz Tijdens een diavoorstelling kunt u het afspelen onderbreken door op
het scherm te tikken.
zz Tijdens het afspelen kunt u naar andere beelden gaan door op de
te draaien. Om vooruit
knoppen / te drukken of door aan de knop
of achteruit te spoelen, houdt u de knoppen / ingedrukt.
zz Selecteer in het startscherm van de diavoorstelling de optie [Stel in] om te
configureren of de diavoorstelling wordt herhaald, wat de weergavetijd per
beeld is en welke overgang wordt gebruikt tussen beelden.
207
Beelden zoeken die voldoen aan
opgegeven voorwaarden
Vind snel de beelden die u zoekt op een geheugenkaart vol beelden door
de beeldweergave te filteren op de door u opgegeven voorwaarden.
1
Knop
2
Geef voorwaarden op.
→[
]
zz Item: knoppen
/
zz Optie: knoppen /
3
Voltooi de instelling.
zz Knop
→ [OK]
zz Beelden die voldoen aan de voorwaarden,
worden in gele kaders weergegeven.
Gefilterde weergave stoppen
zz Knop
knop
→[
] → knop
→ [OK]
→
zz U kunt uitsluitend de gevonden beelden met gele kaders beveiligen of van
te drukken.
een beoordeling voorzien door op de knop
zz Als u beelden bewerkt en opslaat als nieuwe beelden, wordt een bericht
weergegeven en worden de gevonden beelden niet meer weergegeven.
208
De bedieningsring gebruiken om
beelden te vinden
Gebruik de ring om gewenste beelden snel te vinden en van beeld
naar beeld te springen door de beeldweergave te filteren op basis van
uw opgegeven voorwaarden.
1
Knop
2
Vind de beelden.
zz Ring
209
→ [ ] → kies een optie
Het weergave-informatiescherm
aanpassen
De weergegeven opname-informatie verandert telkens wanneer u op de
knop
drukt terwijl het afspeelscherm geopend is. U kunt aanpassen
welke informatie wordt weergegeven.
1
2
[Weergave-informatiescherm]
Druk op de knoppen
selecteer schermen.
/
en
zz Druk bij schermen die u wilt laten
om een [
weergeven op de knop
toe te voegen.
]
zz Druk bij schermen die u liever niet wilt
om [ ] te
weergeven op de knop
wissen.
zz Wilt u een histogram instellen voor
weergave, druk dan op de knop .
zz Selecteer [OK] om uw instellingen toe
te passen.
210
Beginnen met afspelen vanaf het
laatst weergegeven beeld
U kunt aangeven hoe de beeldweergave begint wanneer u overschakelt
naar het afspeelscherm nadat u de camera uit en aan hebt gezet.
1
Inschakelen
Uitschakelen
[Vanaf laatst gez.]
Het beeld dat als laatste is weergegeven op het
afspeelscherm, wordt weergegeven.
Het meest recente beeld wordt weergegeven.
211
Draadloze functies
U kunt beelden draadloos naar tal van compatibele apparaten verzenden
of delen via webservices.
Voordat u draadloze functies gaat gebruiken, moet u eerst
'Voorzorgsmaatregelen voor draadloze functies' (= 304) lezen.
zz Houd er rekening mee dat Canon niet aansprakelijk kan worden
gehouden voor verlies of schade door onjuiste instellingen voor draadloze
communicatie bij gebruik van de camera. Daarnaast kan Canon niet
aansprakelijk worden gehouden voor elke andere schade of verlies als
gevolg van het gebruik van de camera.
zz Gebruik voor uw eigen veiligheid en privacy afdoende
beveiligingsmaatregelen bij gebruik van draadloze communicatiefuncties.
Canon kan niet aansprakelijk worden gehouden voor schade of verlies als
gevolg van onbevoegde toegang of andere beveiligingslekken.
212
Beschikbare draadloze functies
(1)Verbinden met
smartphones
(3)Printen vanaf Wi‑Fi-printer
(2)Beelden automatisch naar
een computer verzenden
(4)Uploaden naar webservices
(1)
Verbinden met smartphones (= 215, = 223)
Bedien de camera op afstand en blader door beelden op de camera
via een Wi‑Fi-verbinding met behulp van de speciale app Camera
Connect op smartphones en tablets.
Wanneer u verbinding hebt via Bluetooth®* kunt u beelden ook van
een geotag voorzien of andere functies gebruiken.
Voor het gemak worden in deze handleiding smartphones, tablets
en andere compatibele apparaten gezamenlijk aangeduid met de
term 'smartphones'.
* BLE-technologie (Bluetooth Low Energy, hierna 'Bluetooth' genoemd).
(2)
Beelden automatisch naar een computer verzenden (= 230)
Met Image Transfer Utility 2 kunnen camerabeelden automatisch
naar een computer worden verzonden die via Wi‑Fi verbonden is.
213
(3)
Printen vanaf Wi‑Fi-printers (= 226)
Print beelden via een Wi‑Fi-verbinding met printers die PictBridgetechnologie ondersteunen (draadloos LAN).
(4)Uploaden naar webservices (= 234)
Deel beelden met vrienden of familie op sociale media of op CANON
iMAGE GATEWAY, de online fotodienst voor klanten van Canon.
U kunt zich gratis registreren voor deze dienst.
zz Terwijl de camera via Wi‑Fi verbonden is met apparaten, kunnen er geen
andere apparaten, zoals computers, worden gebruikt met de camera door
ze met een interfacekabel aan te sluiten. Beëindig de verbinding voordat
u de interfacekabel aansluit.
zz Instellingen voor draadloze communicatie kunnen niet worden
geconfigureerd terwijl de camera via een interfacekabel op een computer
of ander apparaat is aangesloten. Koppel de interfacekabel los voordat
u instellingen wijzigt.
zz De camera kan niet via Wi‑Fi worden verbonden als er geen geheugenkaart
]). Voor [ ] en webservices geldt bovendien
in de camera zit (behalve [
dat de camera niet via Wi‑Fi kan worden verbonden als er geen beelden op
de kaart staan.
zz Wi‑Fi-verbindingen worden beëindigd als u de aan/uit-schakelaar van de
zet of de geheugenkaart of accu verwijdert.
camera op
214
Camerabeelden op een smartphone
opslaan
Beelden op de camera kunnen worden opgeslagen op een smartphone met
Bluetooth-functie die via Wi‑Fi met de camera verbonden is.
Bereid de smartphone als volgt voor.
zz De gratis speciale smartphoneapp Camera Connect moet op de
smartphone zijn geïnstalleerd.
zz Raadpleeg de website van Canon voor meer informatie over deze app
(zoals ondersteunde smartphones en functies).
zz Camera Connect kan via Google Play of de App Store worden
geïnstalleerd. U kunt Google Play of de App Store ook openen met
een QR-code, die u op de camera kunt weergeven wanneer u de
smartphone op de camera registreert,
zz Gebruik de nieuwste versie van het besturingssysteem van de
smartphone.
zz Activeer Bluetooth en Wi‑Fi op de smartphone. Houd er rekening mee
dat het niet mogelijk is om de camera te koppelen vanuit het scherm
met Bluetooth-instellingen op de smartphone.
zz Voor informatie over welke versies van besturingssystemen door Camera
Connect worden ondersteund, raadpleegt u de downloadpagina van
Camera Connect.
zz De interface of functies van de camera en Camera Connect kunnen
worden gewijzigd door een firmware-update van de camera of een
toepassingsupdate van Camera Connect, Android, iOS enz. In dat geval
kunnen functies van de camera of Camera Connect afwijken van de
voorbeeldschermen of bedieningsinstructies in deze handleiding.
215
1
[Inst. draadloze communicatie]
2
[Bluetooth-functie]
3
[Bluetooth-functie] → [Smartphone]
4
Druk op de knop
5
Voer een bijnaam in en druk op de
knop
.
.
zz Wilt u de weergegeven bijnaam
gebruiken, druk dan op de knop
216
.
6
[OK]
7
[Pairing]
8
Selecteer een item.
zz Is Camera Connect al geïnstalleerd,
selecteer dan [Niet weergeven].
zz Is Camera Connect nog niet
geïnstalleerd, selecteer dan [Android] of
[iOS], scan de weergegeven QR-code
met de smartphone om Google Play of
de App Store te openen en installeer
Camera Connect.
9
Start Camera Connect op de
smartphone.
10
Tik op de bijnaam van de camera
die u wilt koppelen.
11
Tik op [Pair/Koppel] (alleen iOS).
217
12
Kies [OK] op de camera.
13
Druk op de knop
14
Tik in Camera Connect op [Images
on camera/Beelden op camera].
.
zz Het koppelen is nu voltooid en de camera
is via Bluetooth verbonden met de
smartphone.
zz Er wordt automatisch een Wi‑Fi-verbinding
tot stand gebracht.
zz Tik in iOS op [Join/Verbinden] wanneer er
een bericht verschijnt ter bevestiging van
de verbinding met de camera.
15
Controleer of de apparaten via Wi‑Fi
verbonden zijn.
zz Op de smartphone wordt nu een lijst
weergegeven met beelden op de camera.
zz [Wi‑Fi aan] wordt weergegeven op de
camera.
16
Sla beelden op de camera op de
smartphone op.
zz Kies camerabeelden uit de lijst en sla ze
op de smartphone op.
218
zz Als u de accu verwijdert, worden eventuele actieve Bluetooth-verbindingen
verbroken. De verbinding wordt opnieuw tot stand gebracht wanneer u de
accu plaatst en de camera inschakelt.
zz De gebruiksduur van de accu kan afnemen wanneer u de camera gebruikt
nadat u deze met een smartphone hebt gekoppeld, omdat ook wanneer de
camera is uitgeschakeld stroom wordt verbruikt.
zz Zelfs wanneer de camera is uitgeschakeld, wordt Bluetooth-communicatie
gebruikt. Schakel daarom actieve communicatie via Bluetooth uit voordat
u de camera meeneemt naar plaatsen waar het gebruik van elektronische
apparaten beperkt is toegestaan. Dit doet u door [Inst. draadloze
communicatie] → [Bluetooth-functie] (tweemaal) → [Uitschakelen] te
selecteren.
zz Wilt u de overdracht van Wi‑Fi-signalen uitschakelen, selecteer dan
[Inst. draadloze communicatie] → [Instellingen Wi‑Fi] → [Wi‑Fi] →
[Uitschakelen].
zz U kunt de bijnaam van de camera wijzigen via [Inst. draadloze
communicatie] → [Bijnaam].
zz U kunt beelden verzenden naar een smartphone die via Wi‑Fi verbonden
is of die via Bluetooth gekoppeld is (alleen Android-apparaten) door de
beelden te selecteren in het afspeelscherm van de camera. Druk op de
en kies [ ].
knop
219
zz Met de Wi‑Fi-knop verbinding maken met
smartphones met Wi‑Fi
U kunt ook een Wi‑Fi-verbinding maken met smartphones met behulp van
de knop .
1
Druk op de knop
2
Registreer een bijnaam.
3
[ Verbinden met smartphone]
4
[Registreer apparaat v. verbind.]
5
[Niet weergeven]
.
zz Als het scherm [Bijnaam] wordt
weergegeven, registreert u een bijnaam
(= 215)
220
6
Controleer de SSID en het
wachtwoord.
7
Verbind de smartphone met de
camera.
zz Kies in het menu met Wi‑Fi-instellingen van
de smartphone de SSID (netwerknaam) die
op de camera wordt weergegeven om de
verbinding tot stand te brengen.
zz Vul in het wachtwoordveld op de
smartphone het wachtwoord in dat
op de camera wordt weergegeven.
8
Start Camera Connect op de
smartphone.
9
Selecteer de camera waarmee
u verbinding wilt maken.
zz Tik in de lijst [Cameras/Camera's] in
Camera Connect op de camera waarmee
u via Wi‑Fi verbinding wilt maken.
10
Breng een Wi‑Fi-verbinding tot stand.
zz [OK] → knop
zz [ Wi‑Fi aan] wordt weergegeven op de
camera.
zz Het hoofdscherm van Camera Connect
wordt weergegeven op de smartphone.
zz De apparaten zijn nu verbonden via Wi‑Fi.
221
zz Het bekijken van beelden beperken
Beperk welke beelden naar de smartphone kunnen worden verzonden of
vanaf de smartphone kunnen worden doorgebladerd.
1
Druk voordat u verbinding maakt
via Wi‑Fi op de knop .
2
3
[ Verbinden met smartphone]
4
Kies [Weerg. beelden] en geef
vervolgens aan welke beelden
mogen worden bekeken.
Kies [Apparaatgegevens bewerken]
en selecteer vervolgens de
smartphone.
zz Controleer voordat u opnieuw verbinding maakt de instelling die aangeeft
welke beelden mogen worden bekeken.
zz Live opnamen maken op afstand in Camera Connect is alleen mogelijk
indien [Weerg. beelden] is ingesteld op [Alle beelden].
222
Functies die worden gebruikt met
smartphones
De functies die hieronder worden beschreven, zijn beschikbaar bij een
draadloze verbinding met smartphones.
Koppel de camera via Bluetooth met een smartphone zoals beschreven bij
stap 1 – 13 van “Camerabeelden op een smartphone opslaan” (= 215) en
maak verbinding via Wi‑Fi zoals beschreven bij stap 1 – 15.
zz Beelden terwijl u opnamen maakt automatisch
naar een smartphone verzenden
Uw opnamen kunnen automatisch naar een smartphone worden verzonden
die via Wi‑Fi verbonden is. Ga als volgt te werk terwijl het hoofdscherm van
Camera Connect wordt weergegeven.
1
[Inst. draadloze communicatie] →
[Instellingen Wi‑Fi] → [Verzend n.
smartphone na opn.].
2
[Autom. verzenden] → [Inschakelen]
3
Maak de opname.
zz Kies een grootte in [Te verz. formaat].
zz Uw opnamen worden naar de
smartphone verzonden.
zz Opnamen maken op afstand terwijl u op de
smartphone naar livebeelden kijkt
Terwijl u op een via Wi‑Fi verbonden smartphone naar livebeelden kijkt,
kunt u op afstand opnamen maken.
1
2
Start Camera Connect.
Tik op [Remote live view shooting/
Op afstand opnamen maken van
livebeelden].
223
zz Scherpstellen kan langer duren wanneer u opnamen maakt op afstand.
zz Afhankelijk van de communicatiestatus kan het weergeven van beeld of
de timing van de sluiter mogelijk worden vertraagd.
zz De camera bedienen met een smartphone
U kunt de camera bedienen met behulp van een smartphone die via
Bluetooth is gekoppeld als afstandsbediening. (Niet beschikbaar bij
verbinding via Wi‑Fi.)
1
Start Camera Connect.
2
Tik op [Bluetooth remote controller/
Bluetooth-afstandsbediening].
zz Zijn de apparaten verbonden via Wi‑Fi,
beëindig dan de verbinding.
zz Automatisch uitschakelen wordt gedeactiveerd terwijl u de functie voor
Bluetooth-afstandsbediening gebruikt.
zz Beelden voorzien van geotags tijdens het
maken van opnamen
Uw opnamen kunnen worden voorzien van een geotag met behulp van
gps-informatie (zoals breedtegraad, lengtegraad en hoogte) vanaf een
smartphone die via Bluetooth is gekoppeld. In het afspeelscherm kunt
u de locatie-informatie controleren die aan uw opnamen wordt toegevoegd.
Activeer locatievoorzieningen op de smartphone.
1
Start Camera Connect.
zz Zijn de apparaten verbonden via Wi‑Fi,
beëindig dan de verbinding.
224
2
3
4
[GPS-instellingen]
[GPS via mobiel] → [Insch.]
Maak de opname.
zz Controleer voordat u begint met opnamen
] op de camera
maken of [ ] en [
worden weergegeven.
zz Uw opnamen worden nu van een geotag
voorzien.
zz Vanaf nu worden opnamen die u maakt
terwijl Camera Connect geopend is,
van een geotag voorzien.
zz De locatie-informatie die aan films wordt toegevoegd, wordt verkregen op
het moment dat u begint met opnemen.
zz Opnamen worden onmiddellijk nadat u de camera inschakelt mogelijk niet
van een geotag voorzien.
zz Met behulp van de locatiegegevens die als geotag aan uw foto's of films zijn
toegevoegd, kunnen andere mensen u herkennen of uw locatie bepalen.
Wees voorzichtig als u deze beelden met anderen deelt, bijvoorbeeld als
u beelden online plaatst waar vele anderen ze kunnen bekijken.
zz Door afspeelscherm met uitgebreide informatie te openen, kunt u de
locatie-informatie controleren die aan uw opnamen wordt toegevoegd.
Van boven naar onder worden breedtegraad, lengtegraad, hoogte en UTC
(opnamedatum en -tijd) getoond.
zz UTC: staat voor 'Coordinated Universal Time' en komt vrijwel overeen met
Greenwich Mean Time.
zz [---] wordt weergegeven in plaats van numerieke waarden voor items
die niet beschikbaar zijn op uw smartphone of voor items die niet juist
zijn vastgelegd.
225
Via Wi‑Fi verbinding maken met printers
Beelden op de camera kunnen worden geprint op een printer die via Wi‑Fi
met de camera verbonden is.
1
2
Druk op de knop
3
[Registreer apparaat v. verbind.]
4
Controleer de SSID en het
wachtwoord.
[
.
]
226
5
Maak vanaf de printer verbinding
met de camera.
zz Kies in het menu met Wi‑Fi-instellingen
van de printer de SSID (netwerknaam)
die op de camera wordt weergegeven
om de verbinding tot stand te brengen.
zz Vul in het wachtwoordveld op de printer
het wachtwoord in dat op de camera
wordt weergegeven.
6
Selecteer de printer.
zz Kies de printer waarmee u via Wi‑Fi
verbinding wilt maken en druk op de
knop .
zz Beelden op de geheugenkaart worden
weergegeven nadat de apparaten via
Wi‑Fi verbonden zijn.
7
Selecteer een beeld om te printen.
zz Selecteer een beeld en druk op de
knop .
zz Selecteer of specificeer de weergegeven
items en print ze vervolgens.
227
zz Een verbinding tot stand brengen via een
toegangspunt
De camera kan verbinding maken met een toegangspunt waarmee de
printer verbinding heeft, zodat u kunt printen via het toegangspunt.
Zorg dat u in de buurt van het toegangspunt bent wanneer u de apparaten
met elkaar verbindt. U moet namelijk tijdens de procedure op de WPS-knop
drukken.
1
Kies bij stap 4 van “Via Wi‑Fi
verbinding maken met printers”
(= 226) de optie [Ander netwerk].
2
[Verbind via WPS]
3
[WPS (PBC-modus)] → [OK]
4
Druk op het toegangspunt op de
WPS-knop.
228
5
[Autom. instellen] → [OK]
6
Ga verder met stap 6 van
“Via Wi‑Fi verbinding maken
met printers” (= 226).
zz De camera maakt verbinding met het
toegangspunt.
zz De pincode die wordt weergegeven wanneer u [WPS (PIN-modus)] kiest
bij [Verbind via WPS], moet worden ingevoerd op het toegangspunt.
Kies een apparaat in het scherm [Selecteer apparaat v. verbind.].
Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding die is
meegeleverd met uw toegangspunt.
229
Beelden automatisch naar een
computer verzenden
Beelden op de camera kunnen automatisch naar een computer worden
verzonden die verbonden is via een toegangspunt (dat ook is ingesteld
voor Wi‑Fi-verbindingen met de camera) wanneer de camera binnen
bereik is, bijvoorbeeld wanneer u met de camera thuiskomt na een dag
opnamen maken.
Verbinding maken via Wi‑Fi
1
Verbind de computer met het
toegangspunt.
zz Installeer Image Transfer Utility 2 op de
computer.
2
3
Open Image Transfer Utility 2.
Open in Image Transfer Utility 2 het
scherm waarmee u instellingen voor
het koppelen kunt configureren.
zz Het scherm waarmee u de instellingen
voor het koppelen kunt configureren,
verschijnt wanneer u de instructies
volgt die worden weergegeven wanneer
u Image Transfer Utility 2 voor het eerst
opent.
4
[Inst. draadloze communicatie] →
[Instellingen Wi‑Fi]
230
5
[Blden aut. n. computer verz.] →
[Autom. verzenden] → [Inschakelen]
6
[OK]
7
[Verbind via WPS] →
[WPS (PBC-modus)] → [OK]
8
Druk op de WPS-knop.
9
[Autom. instellen] → [OK]
zz Druk op het toegangspunt op de
WPS‑knop, zodat de camera verbinding
kan maken.
231
10
Selecteer een computer.
11
Kies op de computer de camera die
u wilt koppelen.
zz Selecteer een computer voor de
automatische overdracht van beelden.
en druk op de knop .
zz De bijnamen van camera's worden
getoond op het koppelscherm in Image
Transfer Utility 2.
zz Kies de camera waarmee u verbinding
wilt maken en klik op [Pairing/Koppelen]
om de computer en de camera met
elkaar te verbinden.
Automatische beeldoverdracht configureren
12
Geef opties voor het verzenden van
beelden op.
zz Selecteer voor [Blden aut. n. computer
verz.] bij stap 5 de optie
[Beeldverzendingsopties] en stel de
voorwaarden voor overdracht in.
13
Schakel de camera uit.
232
Beelden automatisch verzenden
zz Op basis van de verzendingsopties van
stap 12 worden beelden automatisch
verzonden naar de computer waarop
u bent aangemeld wanneer u de camera
binnen bereik van het toegangspunt
brengt en de camera inschakelt.
zz Zorg ervoor dat de accu voldoende is opgeladen wanneer u automatisch
beeldoverdracht gebruikt. De spaarstand van de camera wordt
uitgeschakeld tijdens de beeldoverdracht.
zz Beelden die worden vastgelegd na automatische beeldoverdracht, worden
dan niet naar de computer verzonden. Ze worden automatisch verzonden
wanneer de camera opnieuw wordt opgestart.
zz Start de automatische overdracht van beelden naar een computer niet
vanzelf, probeer dan de camera opnieuw op te starten.
zz Als u de automatische verzending van beelden wilt stoppen, kiest
u [Blden aut. n. computer verz.] → [Autom. verzenden] → [Uitschakelen].
zz Beelden worden niet automatisch naar een computer verzonden tijdens
verbinding via USB (inclusief verbinding met PD-E1).
233
Beelden uploaden naar webservices
zz Webservices registreren
Gebruik een smartphone of computer om uw webservices toe te voegen
aan de camera.
zz Een smartphone of computer met browser en internettoegang is nodig
om de camera-instellingen voor CANON iMAGE GATEWAY en andere
webservices in te voeren.
zz Ga naar de CANON iMAGE GATEWAY-website voor meer informatie
over welke browserversies (zoals Internet Explorer) en instellingen
nodig zijn voor toegang tot CANON iMAGE GATEWAY.
zz Voor informatie over landen en regio's waar CANON iMAGE
GATEWAY beschikbaar is, raadpleegt u de website van Canon
(http://www.canon.com/cig/).
zz Raadpleeg de help-informatie voor CANON iMAGE GATEWAY voor
instructies en informatie over de instellingen van CANON iMAGE
GATEWAY.
zz Als u een andere webservice dan CANON iMAGE GATEWAY wilt
gebruiken, hebt u daar een account voor nodig. Voor meer informatie
gaat u naar de website van elke webservice die u wilt registreren.
zz Mogelijk zijn er kosten verbonden aan een internetverbinding en het
gebruik van een toegangspunt.
zz Eventuele wijzigingen van de diensten van uw geregistreerde webservices
kunnen de werking van de instructies in deze handleiding verhinderen of
hebben mogelijk andere bedieningsinstructies nodig.
zz Voor informatie over webservices die u via Wi‑Fi vanaf de camera kunt
gebruiken, gaar u naar de website van CANON iMAGE GATEWAY.
234
„„ CANON iMAGE GATEWAY registreren
Koppel de camera en CANON iMAGE GATEWAY door CANON iMAGE
GATEWAY toe te voegen als bestemmingswebservice op de camera.
Zorg dat u in de buurt van het toegangspunt bent wanneer u de apparaten
met elkaar verbindt. U moet namelijk tijdens de procedure op de WPS-knop
drukken.
U moet een e-mailadres invoeren dat u op uw computer of smartphone
gebruikt om een meldingsbericht te kunnen ontvangen voor het voltooien
van de koppelingsinstellingen.
1
2
Druk op de knop
3
Ga akkoord met de overeenkomst
zodat u een e-mailadres kunt
invoeren.
[
.
]
zz Lees de weergegeven overeenkomst en
kies [Akkoord].
4
Maak verbinding met een
toegangspunt.
zz [Verbind via WPS] → [WPS (PBC-modus)]
→ [OK]
zz Druk op het toegangspunt op de
WPS‑knop.
zz Kies op de camera in het scherm
[Inst. IP-adres] de optie [Autom. instellen].
235
5
Voer uw e-mailadres in.
6
Voer een zelfgekozen viercijferig
nummer in.
7
Controleer of u het meldingsbericht
hebt ontvangen.
zz [OK]
zz [
8
] verandert nu in [
].
Open de pagina in het
meldingsbericht en voltooi de
koppelingsinstellingen voor
de camera.
zz Volg de instructies op de pagina met
koppelingsinstellingen voor de camera
om de instellingen te voltooien.
236
9
Selecteer [
].
zz De webservice CANON iMAGE GATEWAY
is nu toegevoegd als bestemming.
zz Controleer eerst of de e-mailtoepassing op uw computer of smartphone
niet zo is geconfigureerd dat e-mail van relevante domeinen wordt
geblokkeerd. Als dat wel het geval is, kunt u het meldingsbericht
mogelijk niet ontvangen.
„„ Andere webservices registreren
U kunt ook andere webservices naast CANON iMAGE GATEWAY
toevoegen aan de camera.
1
Meld u aan bij CANON iMAGE
GATEWAY en open de pagina
met koppelingsinstellingen van
de camera.
zz http://www.canon.com/cig/
2
Volg de instructies op het scherm
om de instellingen te voltooien voor
de webservices die u wilt gebruiken.
3
Druk op de knop
kiezen.
237
om [
] te
zz Als geconfigureerde instellingen worden gewijzigd, werkt u de instellingen
van de camera bij door de desbetreffende webservices op de camera te
registreren.
zz Beelden uploaden naar webservices
1
2
Druk op de knop
.
Kies de bestemming.
zz Kies een webservicepictogram.
zz Als een webservice de mogelijkheid biedt
om meerdere ontvangers of opties om
te delen in te stellen, kiest u een item op
het scherm waarmee u ontvangers kunt
selecteren.
3
Verzend een beeld.
zz Kies verzendingsopties en upload het
beeld.
zz Wanneer u uploadt naar YouTube,
leest u de servicevoorwaarden en
kiest u [Akkoord].
zz Nadat het beeld is verzonden, wordt [OK]
om
weergegeven. Druk op de knop
terug te keren naar het afspeelscherm.
zz Als u beelden die u naar CANON iMAGE GATEWAY hebt geüpload wilt
weergeven op een smartphone, kunt u de speciale app Canon Online
Photo Album proberen. Download en installeer de app Canon Online
Photo Album voor iPhones of iPads uit de App Store of voor Androidapparaten van Google Play.
238
Opnieuw verbinding maken via Wi‑Fi
Nadat de verbindingsinstellingen zijn geregistreerd, is het mogelijk om
opnieuw via Wi‑Fi verbinding te maken met apparaten of webservices.
1
2
Druk op de knop
.
Kies een bestemming uit de eerdere
verbindingen.
zz Wordt uw bestemming niet getoond,
druk dan op de knoppen / om van
scherm te wisselen.
zz Voor webservices is de verbinding nu
voltooid.
3
Bereid het andere apparaat voor.
zz Bereid het andere apparaat voor volgens
de weergegeven instructies.
239
Wi‑Fi-verbindingen verbreken
1
Druk op de knop
2
[Verbr., afs.] → [OK]
240
.
Informatie wissen van apparaten die
via Bluetooth zijn gekoppeld
Wis informatie over verbonden smartphones voordat u een andere
smartphone koppelt.
1
[Inst. draadloze communicatie] →
[Bluetooth-functie]
2
Kies [Verbindingsinfo contr./wissen]
en druk vervolgens op de knop
→
[OK].
3
Bereid de smartphone voor.
zz Wis in de systeeminstellingen voor
Bluetooth de informatie van de
geregistreerde camera.
241
Verbindingsinstellingen wijzigen of
verwijderen
Verbindingsinstellingen die op de camera zijn opgeslagen, kunnen
worden gewijzigd of verwijderd. Verbreek de Wi‑Fi-verbinding voordat
u verbindingsinstellingen wijzigt of verwijdert.
1
2
Druk op de knop
.
Selecteer een item.
zz In het scherm dat links wordt getoond,
kunt u naar een ander scherm gaan door
op de knoppen / te drukken.
zz Kies in het scherm links een item
met verbindingsinstellingen die u wilt
verwijderen of wijzigen.
3
Kies [Apparaatgegevens bewerken].
zz Kies in het getoonde scherm een
apparaat met verbindingsinstellingen
die u wilt wijzigen. Wijzig vervolgens
de bijnaam of andere informatie.
242
Functie-instellingen
Verhoog het gebruiksgemak van de camera door basisfuncties aan te passen.
zz Deze instellingen worden geconfigureerd in de menutabbladen en
Voor meer gebruiksgemak kunt u handige en veelgebruikte functies
aanpassen.
zz Voor deze instructies wordt verondersteld dat de camera is ingesteld
op de modus .
243
.
Mappen selecteren en aanmaken
U kunt mappen waar beelden worden opgeslagen selecteren of aanmaken.
Nieuwe mappen kunt u aanmaken door in mapselectiescherm [Maak map]
te selecteren.
1
2
[Selecteer map]
Configureer de instellingen.
zz Mappen selecteren: selecteer gewoon
een map
zz Mappen maken: [Maak map] → [OK]
zz Mappen krijgen namen zoals 100CANON, met een driecijferig
mapnummer gevolgd door vijf letters of cijfers.
zz Er kunnen mappen worden gemaakt met cijfers binnen het bereik 100 – 999.
244
Bestandsnummering wijzigen
Uw opnamen worden automatisch opeenvolgend genummerd (0001–9999)
en opgeslagen in mappen die elk maximaal 9.999 opnamen kunnen
bevatten. U kunt de toewijzing van de bestandsnummers wijzigen.
1
Continu
Auto. reset
Handm. reset
[Bestandnr.] → [Nummering] of
[Handm. reset]
Zelfs als u een andere geheugenkaart of map gebruikt,
worden de beelden nog steeds oplopend genummerd
totdat u een opname maakt en opslaat met het
nummer 9999.
Als u een andere geheugenkaart gebruikt of een
nieuwe map maakt, begint de bestandsnummering
weer bij 0001.
Maakt een nieuwe map en begint de beelden te
nummeren vanaf 0001.
zz Ongeacht welke optie u bij deze instelling selecteert, kunnen de opnamen
oplopend worden genummerd na het laatste nummer van bestaande
beelden, als u een andere geheugenkaart in de camera plaatst.
Als u opnamen wilt opslaan met nummers vanaf 0001, gebruikt u een
lege (of geformatteerde) geheugenkaart.
245
Automatisch draaien van verticale
beelden configureren
U kunt de instelling voor automatisch draaien aanpassen. Deze instelling
zet beelden die in verticale richting zijn vastgelegd, rechtop wanneer ze
worden weergegeven.
1
Aan
Aan
Uit
[Auto. roteren]
Draai beelden automatisch tijdens weergave op zowel de
camera als computers.
Draai beelden automatisch tijdens weergave op computers.
Draai beelden niet automatisch.
246
Geheugenkaarten formatteren
Voordat u een nieuwe geheugenkaart of een geheugenkaart die is
geformatteerd in een ander apparaat gaat gebruiken, moet u de kaart
formatteren met deze camera.
Een low-levelformattering kan nuttig zijn als de camera niet goed
functioneert, als beelden op de geheugenkaart trager worden gelezen of
opgeslagen, als het maken van continue opnamen langzamer gaat of als
het opnemen van een film plotseling wordt afgebroken.
Zowel een gewone als een low-levelformattering wist alle gegevens op
een geheugenkaart. De gegevens kunnen dan niet worden hersteld.
1
[Kaart formatteren]
zz Formatteren: [OK]
zz Low-levelformattering: gebruik de knop
om [ ] te selecteren → [OK]
247
zz Door het formatteren van de geheugenkaart of het wissen van de
gegevens op de geheugenkaart wordt alleen de bestandsbeheerinformatie
op de kaart gewijzigd. Hiermee wordt dus niet de volledige inhoud gewist.
Tref voorzorgsmaatregelen wanneer u een geheugenkaart weggooit of
aan een ander geeft, bijvoorbeeld door de kaart fysiek te vernietigen,
om te voorkomen dat persoonlijke informatie wordt verspreid.
zz De totale capaciteit van de geheugenkaart die bij het formatteren wordt
weergegeven op het scherm, kan minder zijn dan de aangegeven capaciteit.
zz Een low-levelformattering duurt langer dan een eerste formattering, omdat
de gegevens in alle opslaggebieden van de geheugenkaart worden gewist.
zz U kunt een low-levelformattering van een geheugenkaart annuleren door
[Annuleer] te selecteren. In dat geval zijn de gegevens gewist maar kunt
u de geheugenkaart normaal blijven gebruiken.
248
Weergave van opstartscherm instellen
Geef aan of u het opstartscherm wilt laten weergeven wanneer u de camera
inschakelt.
1
[Opstart scherm]
249
Eco-modus gebruiken
Met deze functie kunt u batterijvermogen sparen in de opnamemodus.
Wanneer de camera niet in gebruik is, wordt het scherm donker om de
batterijduur te verlengen.
1
Aan
Uit
[Eco-modus]
Het scherm wordt donkerder wanneer de camera gedurende
ongeveer twee seconden niet wordt gebruikt. Daarna gaat
het scherm na ongeveer tien seconden uit. De camera wordt
na ongeveer drie minuten inactiviteit uitgeschakeld. Als het
scherm is uitgeschakeld maar de lens nog niet is ingetrokken,
kunt u het scherm weer inschakelen en gereedmaken voor het
maken van opnamen door de ontspanknop half in te drukken.
De Eco-modus wordt niet gebruikt.
250
Spaarstandfuncties aanpassen
De wachttijden voor het automatisch uitschakelen van de camera,
het scherm en de zoeker kunnen worden aangepast in [Uitschakelen],
[Display uit] en [Zoeker uit].
1
2
[Spaarstand]
Configureer de instellingen.
zz Om de batterij te sparen, kunt u gewoonlijk het beste [Spaarstand] →
[Display uit] en [Auto uitschakelen] → [1 min.] of minder selecteren.
zz De instelling van [Display uit] wordt ook toegepast als u [Auto uitschakelen]
instelt op [Uitschakelen].
zz [Display uit] en [Auto uitschakelen] zijn niet beschikbaar als de Eco-modus
is ingesteld op [Aan].
251
Schermhelderheid aanpassen
De helderheid van het scherm en de zoeker kunnen worden aangepast.
U kunt de helderheid van de zoeker aanpassen terwijl u door de zoeker kijkt.
1
2
[Displayheldrh.]
Configureer de instellingen.
zz Knoppen / → knop
zz Voor maximale helderheid (ongeacht de instelling van [Displayheldrh.])
minstens een seconde ingedrukt terwijl het
houdt u de knop
opnamescherm wordt weergegeven of tijdens de weergave van één beeld.
of herstart de camera
Druk nogmaals minstens een seconde op de knop
om de oorspronkelijke helderheid van het scherm te herstellen.
252
De kleur van de informatie op het
scherm wijzigen
Informatie die wordt weergegeven op het scherm en in menu's, kan worden
veranderd in een kleur die geschikt is voor opnamen in omstandigheden
met weinig licht. Deze instelling inschakelen is handig in standen zoals [ ],
[ ], [ ] en [
].
1
[Nachtdisplay]
zz Wilt u [Nachtdisplay] weer [Uit] zetten, houd dan de knop
minstens
een seconde ingedrukt op het opnamescherm of in de afspeelmodus
tijdens enkelvoudige weergave.
253
De datum, tijd en tijdzone aanpassen
Pas de datum, tijd en tijdzone aan.
1
2
[Datum/tijd/zone]
Configureer de instellingen.
zz Volg stap 2 – 3 bij “De datum, tijd,
tijdzone en taal instellen” (= 25)
om de instellingen aan te passen.
254
De taal wijzigen
U kunt de huidige weergavetaal wijzigen.
1
2
[Taal ]
Configureer de instellingen.
zz Gebruik de knoppen / / / om een
taal te selecteren → knop
255
Timing voor het intrekken van de lens
Nadat u op de knop
hebt gedrukt in een opnamemodus wordt om
veiligheidsredenen na ongeveer een minuut de lens ingetrokken. Als u wilt
dat de lens direct wordt ingetrokken nadat u op de knop
drukt, stelt u de
tijdsduur voor het intrekken in op [0 sec.].
1
[Lens intrekken]
256
Het videosysteem instellen
Stel het videosysteem in van een televisie die voor weergave wordt gebruikt.
Deze instelling bepaalt de beeldkwaliteit (framesnelheid) die beschikbaar is
voor films.
1
Voor NTSC
Voor PAL
[Videosysteem]
Voor regio's waar het NTSC-tv-systeem wordt gebruikt,
zoals Noord-Amerika, Japan, Zuid-Korea en Mexico.
Voor regio's waar het PAL-tv-systeem wordt gebruikt,
zoals Europa, Rusland, China en Australië.
257
Het aanraakscherm aanpassen
De gevoeligheid van het aanraakscherm kan worden verhoogd om te
reageren op lichtere aanraakhandelingen, maar u kunt de aanraakbediening
ook uitschakelen.
1
[Aanraakbediening]
zz De gevoeligheid van het scherm
verhogen: [Gevoelig]
zz Het scherm uitschakelen: [Uitschakelen]
zz Verhoog de gevoeligheid van het aanraakscherm als gebaren niet
eenvoudig worden herkend.
zz Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij gebruik van het
aanraakscherm.
-- Het scherm is niet drukgevoelig. Gebruik geen scherpe voorwerpen
zoals vingernagels of balpennen voor aanraakbediening.
-- Bedien het aanraakscherm niet met natte vingers.
-- Als u het aanraakscherm bedient terwijl het scherm of uw vingers nat zijn,
reageert de camera mogelijk niet of kan deze een storing geven. Schakel
in dat geval de camera uit en maak het scherm droog met een doekje.
-- Breng geen zelf aangeschafte schermbeveiligers of kleeffolie aan op het
scherm. Dit kan ervoor zorgen dat het scherm minder goed reageert op
aanraakbediening.
zz Het scherm reageert mogelijk minder goed als u snelle
aanraakbedieningshandelingen uitvoert terwijl het scherm ingesteld is
op [Gevoelig].
258
Pieptonen aanpassen
Geef aan of de camera geluiden moet afspelen wanneer u de ontspanknop
half indrukt of de zelfontspanner gebruikt.
1
[Pieptoon]
259
Het volume aanpassen
Pas het volume van afzonderlijke camerageluiden aan.
1
2
[Volume]
Configureer de instellingen.
zz Knop
260
→ knoppen /
De resolutie voor HDMI-uitvoer instellen
Stel de uitvoerresolutie in die voor camerabeelden wordt gebruikt
wanneer de camera met een HDMI-kabel op een televisie of een extern
opnameapparaat is aangesloten.
1
Auto
1080p
[HDMI-resolutie]
Beelden worden automatisch weergegeven met een optimale
resolutie voor aangesloten televisies.
Uitvoer met een resolutie van 1080p. Selecteer deze optie
problemen met de weergave of vertraging bij het veranderen
van resolutie te voorkomen.
261
RAW afspelen op een HDR-tv
U kunt RAW-beelden bekijken in HDR door de camera op een HDR-tv aan
te sluiten.
1
[HDMI HDR-uitgang]
zz Wilt u beelden in kleuren laten weergeven die overeenkomen met de
kenmerken van HDR-tv's, kies dan [HDMI HDR-uitgang] → [Aan].
zz Zorg ervoor dat de HDR-tv geconfigureerd is voor HDR-invoer.
Raadpleeg de handleiding van de tv voor meer informatie over het
wijzigen van de invoer.
zz HDR-uitvoer is niet beschikbaar voor beelden in sets (filmrollen) die zijn
vastgelegd in de RAW-burstmodus.
zz Afhankelijk van de gebruikte tv kunnen beelden er anders uitzien dan
verwacht.
zz Sommige beeldeffecten en gegevens worden mogelijk niet weergegeven
op een HDR-tv.
262
De weergave van opname-informatie aanpassen
U kunt aanpassen welke details en informatieschermen worden getoond op
de camera of in de zoeker terwijl u opnamen maakt. Ook de weergave van
de zoeker bij verticale opnamen kan worden geconfigureerd, samen met
het raster en histogram.
1
[Opname-infoscherm] →
[Scherminfo-inst.] of [VF-info/
schakelinstellingen]
2
Druk op de knoppen
selecteer schermen.
/
en
zz Druk bij schermen die u liever niet wilt
weergeven op de knop om [ ] te wissen.
zz Wilt u het scherm bewerken, druk dan
op de knop .
3
Bewerk het scherm.
zz Gebruik de knoppen / om naar items
te bladeren.
zz Gebruik de knop
om een [ ] toe
te voegen naast items die u wilt laten
weergeven.
zz Selecteer [OK] om uw instellingen toe te
passen.
zz De rasterweergave kan worden geconfigureerd via [Opname-infoscherm]
→ [Rasterweergave].
zz Wilt u van een helderheidshistogram overschakelen naar een RGB-histogram
of wilt u de weergavegrootte aanpassen, kies dan [Opname-infoscherm] →
[Histogram].
[AF-methode]
zz De digitale horizon wordt niet getoond wanneer
].
ingesteld is op [
263
Een prioriteit instellen voor prestaties
bij de weergave van opnamen
U kunt instellen welke optie prioriteit krijgt bij de weergave van het
opnamescherm voor foto's.
1
Spaarstand
Vloeiend
[Weerg.prestaties]
Schermweergave verbruikt minder energie.
Zelfs snel bewegende onderwerpen worden vloeiend
weergegeven.
264
Het opnamescherm van de zoeker
aanpassen
Stel de afmetingen in van de opnameschermweergave in de zoeker.
1
[Formaat VF-weerg.]
Weergave 1
Geef het opnamescherm op volledige breedte weer.
Weergave 2
Smallere weergave van het opnamescherm.
265
De weergavemodus instellen
U kunt de weergavemodus voor opnameschermen selecteren.
1
Automatisch
Handmatig
[Display schakelen]
Gebruik standaard het scherm voor weergave, maar schakel
over naar de zoeker wanneer u erdoorheen kijkt.
Schakel over naar de zoekerweergave wanneer u het
zoekeroculair uittrekt.
266
Omgekeerde weergave instellen
Geef aan of u een spiegelbeeld wilt laten weergeven wanneer u opnamen
maakt terwijl het scherm naar voren is gedraaid.
1
[Omg. weergave]
267
Metrische/niet-metrische weergave
Desgewenst kunt u de meeteenheden, die op de zoombalk (= 95),
de MF-indicator (= 98) en op andere plaatsen worden weergegeven,
wijzigen van m/cm in ft/in.
1
[Maateenheden]
268
De uitleg configureren
Geef aan of er uitleg over functies wordt weergegeven wanneer u items
selecteert in het scherm Snel instellen.
1
[Uitleg]
269
Persoonlijke voorkeuzes configureren
Configureer persoonlijke voorkeuzes voor functies, zodat u uitgebreid kunt
aanpassen hoe u de camera bedient.
1
[Persoonlijke voorkeuze(C.Fn)]
2
Selecteer een item.
3
Configureer de instellingen.
zz Knoppen / → knop
C.Fn I:Belichting
Veiligheidsshift
C.Fn II:Overig
Draairichting
bedieningsring
C.Fn II:Overig
Draairichting
controleknop
C.Fn II:Overig
Aangepaste
bediening
Stel deze optie in op [1:Inschakelen] als u de sluitertijd
en diafragmawaarde automatisch wilt aanpassen om
het belichtingsniveau dichter bij de standaardbelichting
te brengen als de standaardbelichting anders niet
beschikbaar zou zijn bij de door u ingestelde sluitertijd
of diafragmawaarde in de modus
of
.
Verander de richting waarin de ring
gedraaid.
Verander de richting waarin de knop
gedraaid.
moet worden
moet worden
Pas functies aan van knoppen zoals de ontspanknop.
270
zz Wanneer C.Fn-2 of C.Fn-3 ingesteld is op [1:Omgekeerde richting],
is de verandering van richting alleen van toepassing op de sluitertijd,
diafragmawaarde of programmakeuze, afhankelijk van welke optie
of de knop .
toegewezen is aan de ring
zz Wilt u de standaardwaarden voor [Persoonlijke voorkeuze(C.Fn)]
herstellen (met uitzondering van de instellingen voor [Aangepaste
bediening]), kies dan [Camera resetten] → [Overige instell.] →
[Persoonlijke voorkeuze(C.Fn)] → [OK].
zz Knoppen aanpassen
Pas functies aan van knoppen zoals de ontspanknop.
Instellingen voor de knop (AE-vergrendeling), de ring en de knop
gelden voor de modus
/ /
/
/ / .
Instellingen voor de opties [
Ontspanknop half ingedrukt] en
[
Movieknop] gelden voor de modus /
/
/ / .
1
[C.Fn II:Overig Aangepaste
bediening]
2
Selecteer een knop.
3
Selecteer een functie.
271
zz U kunt de functie [Belichtingscompensatie] toewijzen aan de ring . Wilt
u de belichtingscompensatie aanpassen met de ring , selecteer dan [ ]
in het instelscherm voor Aangepaste bediening [ ], keer terug naar het
opnamescherm en stel de belichtingscompensatieknop in op de positie [ ].
ingesteld
zz Wanneer de belichtingscompensatieknop in de modus
en de knop
zijn ingesteld op [STD], kan de
is op [ ] en de ring
terwijl de
belichtingscompensatie worden aangepast met de knop
meettimer loopt.
variëren afhankelijk van de
zz Opties die u kunt instellen met de ring
/
/
of in de
opnamemodus (of de camera in de modus /
/
staat).
modus
zz Wilt u de standaardwaarden voor [Aangepaste bediening] herstellen, kies
dan [Camera resetten] → [Overige instell.] → [Aangepaste bediening] →
[OK].
zz Sommige functies die u kunt configureren, zijn niet van toepassing
(of uitgeschakeld) in de filmmodus.
Opties die u kunt instellen wanneer [STD] toegewezen is
Items
Opnamemodi
Instellingen
Ring
STD
Programmakeuze
knop
STD
-
Sluitertijd Diafragmawaarde
-
-
* Wanneer niet de ring maar de knop
toegewezen is aan [STD],
kunt u de knop
gebruiken om een programmakeuze in te stellen in
de modus , de sluitertijd in de modus
of de diafragmawaarde in
de modus
.
* Wanneer de knop
toegewezen is aan [STD] in de modus / , kunt
u de knop gebruiken om de sluitertijd (of diafragmawaarde) in te stellen
als de ring toegewezen is aan [
] (of [
]).
272
Aangepaste opnamemodus (C-modus)
Sla veelgebruikte opnamemodi en door uzelf geconfigureerde functieinstellingen op, zodat u ze later opnieuw kunt gebruiken. Zet het
programmakeuzewiel in de stand om de opgeslagen instellingen te
openen. Op deze manier kunt u zelfs instellingen opslaan die normaal
gesproken worden gewist wanneer u van opnamemodus wisselt of de
camera uitschakelt.
Instellingen die kunnen worden opgeslagen
zz Opnamemodi ( /
/
/
)
zz Functies die zijn ingesteld in de modus
uitzonderingen)
/
/
/
(met enkele
zz Zoomposities
zz Handmatige scherpstelposities (= 98)
1
Selecteer de opnamemodus met
instellingen die u wilt opslaan en
wijzig de instellingen naar wens.
2
[Aangep. opnamemodus
(C-modus)]
3
[Registreer instellingen]
273
zz Wilt u opgeslagen instellingen bewerken (met uitzondering van de
opnamemodus), selecteer dan , wijzig de instellingen en selecteer
vervolgens nogmaals [Aangep. opnamemodus (C-modus)] →
[Registreer instellingen]. Deze instellingen worden niet doorgevoerd in
andere opnamemodi.
zz Wilt u de standaardwaarden van opgeslagen instellingen herstellen,
selecteer dan [Aangep. opnamemodus (C-modus)] → [Wis instellingen].
zz Om uw opgeslagen instellingen automatisch bij te werken met instellingen
die u wijzigt terwijl u opnamen maakt in de modus , stelt u [Aangep.
opnamemodus (C-modus)] → [Inst. aut. bijw.]. → [Inschakelen] in.
274
Standaardinstellingen van de camera
herstellen
Herstel standaardinstellingen van de camera in de modus
1
/
/
/
/
.
[Camera resetten]
zz Basisinstellingen wissen: [Basis instell.] →
[OK]
zz Overige instellingen wissen:
[Overige instell.] → kies een item → [OK]
zz De standaardwaarden van basisinstellingen zoals [Taal
[Datum/tijd/zone] worden niet hersteld.
275
] en
Auteursrechtinformatie instellen die
in beelden moet worden vastgelegd
De door u aangegeven naam van de auteur en copyrightgegevens kunnen
worden vastgelegd in uw opnamen.
1
[Copyrightinformatie] →
[Voer naam van auteur in] of
[Voer copyrightdetails in]
zz Voer een naam in → knop
→ [OK]
zz Als u de ingevoerde informatie wilt controleren, kiest u [Copyrightinformatie]
→ [Geef copyrightinfo weer].
zz U kunt zowel de geregistreerde naam van de auteur als de
copyrightinformatie tegelijk wissen door [Copyrightinformatie] →
[Verwijder copyrightinfo] te selecteren, maar auteursrechtinformatie
die al in beelden is vastgelegd, wordt niet verwijderd.
276
Handleidingen/software downloaden
door middel van een QR‑code
Op het scherm van de camera kan een QR-code worden weergegeven
waarmee u een internetpagina kunt openen waar u handleidingen en
software kunt downloaden.
1
[Handleiding/software URL]
277
Certificaatlogo's weergeven
Sommige logo's voor certificatievereisten waaraan de camera voldoet,
kunnen op het scherm worden bekeken.
1
[Certificaatlogo weergeven]
278
Veelgebruikte menu-items voor
opname opslaan (My Menu)
U kunt op het tabblad
maximaal zes menu-items opslaan die veel worden
gebruikt voor opname. Door het tabblad
naar wens aan te passen, hebt
u snel toegang tot deze items via één enkel scherm.
1
[My Menu-tab toevoegen] → [OK]
2
[Configureer]
3
[Selecteer te registr. items]
zz Selecteer een item → [OK]
zz De door u geselecteerde items worden
toegevoegd aan het My Menu-tabblad.
Items verplaatsen
zz [Sorteer geregistreerde items] →
selecteer een item dat u wilt verplaatsen
→ verplaats met de knoppen / →
knop
279
zz U kunt maximaal [ 5] My Menu-tabbladen toevoegen.
zz Door [Configureer] → [Verwijder alle items op tab] → [OK] te selecteren op
het My Menu-tabblad dat u hebt toegevoegd, worden alle items verwijderd
die aan het tabblad zijn toegevoegd.
zz De naam van My Menu-tabbladen wijzigen
1
Selecteer [Hernoem tab].
2
Verander de naam van het tabblad.
zz Voer een naam voor het tabblad in →
→ [OK]
knop
zz Een My Menu-tabblad verwijderen
1
Selecteer [Verwijder tab].
280
zz Alle My Menu-tabbladen verwijderen
1
[Verwijder alle My Menu-tabs]
zz Alle toegevoegde items verwijderen
1
[Verwijder alle items]
zz Weergave van My Menu wijzigen
Geef aan welk scherm moet worden weergegeven wanneer in een
opnamemodus op de knop
wordt gedrukt.
1
Normale weergave
Weergave van
My Menu-tab
Alleen My Menu-tab
weergeven
[Menuweergave]
Geeft het meest recente menu weer, zoals dat
werd getoond voor uw vorige handeling.
Begint de weergave met
-tabbladschermen.
Beperkt de weergave tot
-tabbladschermen.
281
Accessoires
Haal meer uit uw camera met optionele Canon-accessoires en andere apart
verkrijgbare, compatibele accessoires.
„„ Gebruik van originele Canon-accessoires wordt
aanbevolen.
Dit product is ontworpen om een uitstekende prestatie neer te zetten wanneer
het wordt gebruikt in combinatie met accessoires van het merk Canon.
Canon is niet aansprakelijk voor eventuele schade aan dit product en/of
ongelukken zoals brand, enzovoort, die worden veroorzaakt door de slechte
werking van accessoires van een ander merk (bijvoorbeeld lekkage en/of
explosie van een accu). Reparaties die nodig zijn aan uw Canon-product
ten gevolge van dergelijke slechte werking vallen niet onder de garantie,
en hier zal een vergoeding voor in rekening worden gebracht.
282
Optionele accessoires
De volgende camera-accessoires worden apart verkocht. De verkrijgbaarheid
varieert per gebied en sommige accessoires zijn wellicht niet meer verkrijgbaar.
zz Voedingen
Accu NB-13L
zz Oplaadbare lithium-ionbatterij
Acculader CB-2LH-serie
zz Lader voor accu NB-13L
USB-voedingsadapter PD-E1
zz Adapter waarmee u de camera kunt
aansluiten op een gewoon stopcontact
zz De acculader en de USB-voedingsadapter kunnen worden gebruikt
in gebieden met een wisselspanning van 100 – 240 V (50/60 Hz).
zz Als de stekker niet in het stopcontact past, moet u een geschikte
stekkeradapter gebruiken. Gebruik geen elektrische transformator
die is bedoeld voor op reis, omdat deze de accu kan beschadigen.
283
zz Overig
Interfacekabel IFC-100U
zz Om de camera op een computer aan
te sluiten
Draadloze afstandsbediening BR-E1
zz Draadloze afstandsbediening met
Bluetooth-functie
zz Printers
PictBridge-compatibele printers van
Canon
zz Zelfs zonder een computer te gebruiken,
kunt u beelden printen door de camera
rechtstreeks aan te sluiten op een printer.
284
Optionele accessoires gebruiken
zz Afspelen op een tv
U kunt uw foto's weergeven op een tv door de camera aan te sluiten op een
HD-tv met een in de winkel verkrijgbare HDMI-kabel (maximaal 2,5 meter
met een type D-aansluiting aan het uiteinde voor de camera). U kunt ook
opnamen maken terwijl u de beelden bekijkt op het grotere tv-scherm.
Raadpleeg de handleiding van de tv voor meer informatie over de aansluiting
en over het wijzigen van de ingangen.
1
Zorg dat de camera en de tv zijn
uitgeschakeld.
2
Sluit de camera aan op de tv.
3
Zet de tv aan en stel de tv-ingang
in op het aansluitpunt waarop u de
camera hebt aangesloten.
285
4
Schakel over naar de afspeelmodus.
zz De camerabeelden worden
nu weergegeven op de tv.
(Het camerascherm blijft leeg.)
zz Sommige gegevens worden mogelijk niet weergegeven als u beelden
bekijkt op een tv.
zz Tijdens HDMI-uitvoer kan het enige tijd duren voordat het volgende beeld
wordt weergegeven indien u overschakelt van een 4K- naar een HD-film
en andersom of indien u overschakelt naar een film met een andere
framesnelheid.
286
zz Een USB-voedingsadapter gebruiken om de
camera op te laden/van stroom te voorzien
Met de USB-voedingsadapter PD-E1 (afzonderlijk verkrijgbaar) kunt u de
camera gebruiken terwijl u de accu oplaadt zonder dat u de accu hoeft te
verwijderen.
1
Zorg dat de camera is
uitgeschakeld.
2
Sluit de USB-voedingsadapter aan.
3
Sluit het netsnoer aan.
zz Plaats de adapterstekker zoals
geïllustreerd.
zz Sluit het netsnoer aan op de USBvoedingsadapter en steek het andere
uiteinde in een stopcontact.
zz Het oplaadlampje (1) gaat oranje branden
en het opladen begint.
(1)
zz Zet de camera aan om deze te gebruiken
terwijl de accu wordt opgeladen (behalve
als de camera opnamen maakt of in de
opnamestand-bystand staat).
zz Het lampje gaat uit als het opladen
voltooid is.
287
zz De betekenis van de pictogrammen is als volgt.
: camera wordt opgeladen/van stroom voorzien,
: camera
: volledig opgeladen
wordt alleen van stroom voorzien,
zz Laad de accu niet langer dan 24 uur achtereen op, om de accu te
beschermen en in goede staat te houden.
zz Als het oplaadlampje niet gaat branden of als er een probleem optreedt
tijdens het opladen (aangeduid doordat de indicator op de achterzijde
van de camera oranje knipper), haalt u het netsnoer uit het stopcontact
en plaatst u de accu opnieuw. Wacht vervolgens enkele minuten voordat
u de stekker weer in het stopcontact steekt. Blijft het probleem aanhouden,
neem dan contact op met een klantenservicehelpdesk.
zz De vereiste oplaadtijd en hoe snel de accu wordt opgeladen variëren
afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de resterende acculading.
zz Uit veiligheidsoverwegingen duurt het bij lage temperaturen langer om de
accu op te laden.
288
zz Opnamen maken op afstand
Draadloze afstandsbediening BR-E1 (afzonderlijk verkrijgbaar) kan worden
gebruikt om opnamen te maken.
Lees ook de handleiding van de draadloze afstandsbediening voor
aanvullende informatie.
1
Koppel de apparaten.
2
Houd de knoppen W en T op de
BR-E1 minstens drie seconden
ingedrukt.
zz
[Inst. draadloze communicatie] →
[Bluetooth-functie] (tweemaal) →
[Afstandsbed.] → [Pairing]
zz De apparaten zijn nu gekoppeld.
3
Stel de camera in voor het maken
van opnamen op afstand.
zz Foto's: knop
→[
]
zz Wilt u een film opnemen, controleer dan
[Afst.bediening] is ingesteld op
of
[Inschakelen].
4
Maak de opname.
zz Wilt u een film opnemen, stel dan de
schakelaar voor ontspanningstiming/
en druk op de
filmopnamen in op
ontspanknop.
289
zz De functie voor automatische uitschakeling wordt na ongeveer
twee minuten geactiveerd, zelfs als u deze functie hebt ingesteld
op één minuut of minder.
zz Wilt u koppelingsinformatie wissen, kies dan [Inst. draadloze
communicatie] → [Bluetooth-functie] → [Verbindingsinfo contr./wissen]
.
en druk vervolgens op de knop
290
Beelden opslaan op een computer
U kunt vastgelegde beelden opslaan op een computer door de camera
aan te sluiten op de computer met behulp van interfacekabel IFC-100U
(afzonderlijk verkrijgbaar; uiteinde voor de camera: type C). Raadpleeg de
computerhandleiding voor meer informatie over computeraansluitingen.
1
2
Zorg dat de camera is uitgeschakeld.
3
4
Schakel de camera in.
Sluit de camera aan op de computer.
Beelden opslaan op de computer.
zz Voor het bekijken van beelden kunt
u reeds geïnstalleerde of algemeen
verkrijgbare software gebruiken.
zz U kunt ook een kaartlezer gebruiken om beelden over te dragen.
291
Beelden printen
U kunt uw foto's afdrukken door de camera met een USB-kabel aan te
sluiten op een PictBridge-compatibele printer (afzonderlijk verkrijgbaar;
uiteinde voor de camera: type C).
Hier wordt een compacte fotoprinter van de Canon SELPHY CP-serie
gebruikt als voorbeeld. Afhankelijk van de printer kunnen de weergegeven
schermen en beschikbare functies verschillen. Lees ook de handleiding
van de printer voor aanvullende informatie.
1
Zorg dat de camera en de printer
zijn uitgeschakeld.
2
Sluit de camera aan op de printer.
3
4
Schakel de printer in.
Schakel over naar de afspeelmodus
en selecteer een beeld.
292
5
Open het printscherm.
6
[Print]
zz Knop
293
→ [Beeld printen]
Bijlage
294
Voorzorgsmaatregelen
zz De camera is een apparaat met zeer geavanceerde elektronica. Laat
de camera niet vallen en stel deze niet bloot aan schokken of stoten.
zz Plaats de camera nooit in de nabijheid van magneten, motoren of
andere apparaten die sterke elektromagnetische velden genereren.
Sterke elektromagnetische velden kan storingen of verlies van
beeldgegevens veroorzaken.
zz Als er waterdruppels of vuil vastzitten op de camera of het scherm,
wrijft u dit af met een droge zachte doek, zoals een brillendoekje.
Niet hard wrijven of hard drukken.
zz Gebruik nooit reinigingsmiddelen die organische oplosmiddelen
bevatten om de camera of het scherm schoon te maken.
zz Gebruik een lensblazer om stof en vuil te verwijderen van de lens.
Lukt het schoonmaken niet goed, neem dan contact op een
klantenservicehelpdesk.
zz Bewaar ongebruikte accu's in een plastic zak of een vergelijkbare
verpakking. Om ervoor te zorgen dat de prestaties van de accu
behouden blijven wanneer u de accu gedurende langere tijd niet gaat
gebruiken, laadt u de accu circa een keer per jaar op en gebruikt u de
resterende lading op voordat u de accu opbergt.
295
Problemen oplossen
Controleer eerst het volgende als u denkt dat er een probleem is met de
camera. Blijft het probleem aanhouden, neem dan contact op met een
klantenservicehelpdesk.
„„ Voeding
Er gebeurt niets als u op de ON/OFF-knop drukt.
zz Als de batterijpolen vuil zijn, nemen de prestaties van de accu af. Reinig
de polen met een wattenstaafje en plaats de accu enige malen opnieuw.
De accu raakt snel leeg.
zz Bij lage temperaturen nemen de prestaties van batterijen af. Maak de
accu een beetje warm, bijvoorbeeld door deze in uw zak te houden.
Zorg dat de polen niet in contact komen met metalen voorwerpen.
zz Als de batterijpolen vuil zijn, nemen de prestaties van de accu af. Reinig
de polen met een wattenstaafje en plaats de accu enige malen opnieuw.
zz Als dit niet helpt en de accu weer snel leeg is na het opladen, is de
nuttige levensduur van de accu verstreken. Koop dan een nieuwe accu.
De accu is opgezwollen.
zz Het is normaal dat accu's een beetje zwellen. Dit is niet gevaarlijk.
Als de accu echter zodanig opzwelt dat deze niet meer in de camera
past, dient u contact op te nemen met een klantenservicehelpdesk.
„„ Opnamen maken
Er kunnen geen opnamen worden gemaakt.
zz Druk tijdens het afspelen de ontspanknop half in.
296
Vreemde weergave op het scherm bij opnamen.
zz Houd er rekening mee dat de volgende weergaveproblemen niet op
foto's worden vastgelegd, maar wel in films worden opgenomen.
-- Als u opnamen maakt bij tl- of ledverlichting kan het scherm flikkeren
en kan een horizontale band verschijnen.
Het opnemen of afspelen van een film stopt plotseling.
] of [
] een UHS-I-geheugenkaart met
zz Gebruik voor [
een UHS-snelheidsklasse van 3 of hoger.
zz Gebruik voor films met een hoge beeldsnelheid een UHS-Igeheugenkaart met een UHS-snelheidsklasse van 3 of hoger.
zz Voor het afspelen van time-lapsefilms in 4K (1), time-lapsefilms
in Full HD (2) of Hybride automatische films (3), gebruikt u een
geheugenkaart met een leessnelheid van circa (1) 300 Mbps of (2)/(3)
90 Mbps of sneller. Als u een tragere geheugenkaart gebruikt, kan het
afspelen van een film onverwachts stoppen.
[
] wordt weergegeven en de camera schakelt zichzelf automatisch uit.
zz Nadat u langdurig opnamen hebt gemaakt of bij opnamen onder hete
weersomstandigheden, wordt [ ] weergegeven om aan te geven dat
de camera zichzelf binnenkort automatisch zal uitschakelen. Schakel
in dat geval de camera uit en laat deze afkoelen.
Continue opname werkt veelt trager.
zz Bij hoge temperaturen kan het maken van continue opnamen veel trager
werken. Schakel in dat geval de camera uit en laat deze afkoelen.
[
] wordt weergegeven.
zz [ ] kan worden weergegeven na herhaaldelijke filmopnamen met de
volgende instellingen of indien u de camera langdurig stand-by laat
staan voor filmopnamen.
-- Filmopnamen in 4K
-- Filmopnamen met een hoge beeldsnelheid
-- Filmopnamen terwijl de camera via Wi‑Fi verbonden is
Als u blijft opnemen terwijl [ ] wordt weergegeven, schakelt de
camera zichzelf na ongeveer 3 minuten automatisch uit. De camera
kan zichzelf ook automatisch uitschakelen terwijl de camera stand-by
staat voor filmopnamen terwijl [ ] wordt weergegeven. Wordt [ ]
weergegeven, schakel de camera dan uit en laat deze afkoelen.
297
De beeldkwaliteit is slecht.
zz De beeldkwaliteit kan afnemen als u opnamen maakt terwijl de interne
temperatuur van de camera hoog is.
De opnamen zijn niet scherp.
zz Bevestig dat onnodige functies zoals macro worden uitgeschakeld.
zz Probeer opnamen te maken met AF-vergrendeling.
Er worden geen AF-punten weergegeven en de camera stelt niet scherp
wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
zz Om de AF-punten weer te geven en de camera goed te laten
scherpstellen, probeert u de gebieden met veel contrast in het centrum
van de compositie te plaatsen voordat u de ontspanknop half indrukt
(of herhaaldelijk half indrukt).
De onderwerpen in de opnamen zijn te donker.
zz Pas de helderheid aan met behulp van belichtingscompensatie.
zz Gebruik AE-vergrendeling of spotmeting.
De onderwerpen zijn te helder, de highlights zijn vervaagd.
zz Pas de helderheid aan met behulp van belichtingscompensatie.
zz Gebruik AE-vergrendeling of spotmeting.
zz Verminder de belichting van het onderwerp.
De opnamen zijn te donker, ondanks dat er is geflitst.
zz Pas de helderheid aan met behulp van flitsbelichtingscompensatie of
door het flitssterkteniveau te wijzigen.
zz Verhoog de ISO-snelheid.
De onderwerpen in geflitste foto's zijn te helder, de highlights zijn vervaagd.
zz Pas de helderheid aan met behulp van flitsbelichtingscompensatie of
door het flitssterkteniveau te wijzigen.
„„ Films opnemen
Onderwerpen lijken vervormd.
zz Onderwerpen die tijdens het opnemen snel langs de camera bewegen,
kunnen vervormd lijken.
298
„„ Wi‑Fi
Het Wi‑Fi-menu kan niet worden geopend door op de knop
te drukken.
zz Het Wi‑Fi-menu kan niet worden geopend wanneer de camera via een
kabel is aangesloten op een printer of computer. Koppel de kabel los.
Kan geen verbinding maken met het toegangspunt.
zz Controleer of het toegangspunt is ingesteld op een kanaal dat
wordt ondersteund door de camera. In plaats van automatische
kanaaltoewijzing kunt u het beste handmatig een ondersteund kanaal
toewijzen. Raadpleeg de website van Canon voor meer informatie over
de kanalen die worden ondersteund.
Het duurt lang om beelden te verzenden. /De draadloze verbinding wordt
onderbroken.
zz Vermijd het gebruik van de Wi‑Fi-functie van de camera in de buurt
van storingsbronnen, zoals magnetrons of andere apparaten die op
de 2,4 GHz-band werken.
zz Plaats de camera dichter bij het apparaat waarmee u verbinding wilt
maken (zoals het toegangspunt) en zorg ervoor dat er zich geen
voorwerpen tussen de apparaten bevinden.
Ik kan geen smartphone koppelen via Bluetooth.
zz Een smartphone koppelen via Bluetooth is niet mogelijk als u de
draadloze afstandsbediening BR-E1 gebruikt nadat u [Bluetooth-functie]
→ [Bluetooth-functie] → [Afstandsbed.] selecteert.
„„ Foutcodes
Foutcodes (Errxx) worden weergegeven met aanbevolen handelingen om
de fout te verhelpen.
zz Als er problemen zijn met de camera, worden foutcodes weergegeven.
Blijft het probleem zich voordoen, schrijf dan de foutcode (Errxx) op en
neem contact op met een klantenservicehelpdesk.
zz Foutcodes voor draadloze communicatie (Errxx) worden rechtsboven
in het scherm weergegeven dat u kunt openen door [Inst. draadloze
communicatie] → [Wi‑Fi-functie] te selecteren. Druk op de knop
om
foutdetails te bekijken in de schermen voor informatieweergave.
299
Informatie op het scherm
zz Tijdens het maken van opnamen
(47)
(48)
(49) (50) (51)
(54)
(52)
(53)
(14) (15)
(16)
(17)(18)(19)(20)(21)
(1)
(3)
(5)
(44)
(10)
(12)
(45)
(55)
(22)
(2)
(23)
(24)
(4)
(25)
(6)
(7)
(26)
(27)
(8)
(28)
(29) (30)
(9)
(11)
(32)
(13)
(56)
(57)
(31)
(33)
(39) (40) (41) (42)(43)
(34) (35) (36)(37)(38)
(46)
(59) (60) (61)
(63) (64) (65)
(1)
(62)
(58)
(66)
Opnamemodus,
compositiepictogram
(8)
Filmopnamekwaliteit
(9)
ND-filter
(2)
AF-methode
(10) Waarschuwing: camera beweegt
(3)
Scherpstelbracketing/
aantal opnamen
(4)
AF-werking
(5)
Raster
(6)
Meetmethode
(7)
Beeldkwaliteit
(11) Touch Shutter
(12) Transportmodus/zelfontspanner
(13) AE-vergrendeling
(14) Resterende opnamen/
-filmrollen
Resterende
300
(15) Maximumaantal continuopnamen/
maximumaantal continuopnamen
-filmrol (vast ingesteld op 1)
(16) Beschikbare filmopnametijd
(17) Batterijniveau
(18) Zoomvergroting, digitale telelens
(19) AF-punt
(20) Spotmetingpuntkader
(41) Wi‑Fi-signaalsterkte
(42) Prioriteit voor lichte tonen
(43) ISO-snelheid
(44) Videosnapshot
(45)
-indicator
(46) Servo AF voor movies
(47) Intelligent IS
(21) Digitale horizon
(48) Modus Hybride automatisch/
Digest-type
(22) Snel instellen
(49) RAW-burstmodus
(23) Histogram
(50)
(24) Scherpstelbereik
(25) Witbalans
(51) Ruisonderdrukking met meerdere
opnamen
(26) Beeldstijl
(52)
(27) Automatische
helderheidsoptimalisatie
(53) Zoombalk
(54)
Vereiste tijd
(28) Creatieve filters
(55)
Interval
(29) Map maken
(56) Witbalanscorrectie
(30) Belichtingssimulatie
(57) Miniatuureffectmovie
(31) Bluetooth-verbinding met
smartphone, status van
gps‑bepaling
(58) MF-indicator
(32) Datumstempel
(33) Bluetooth-verbindingsstatus
(34) Sluitertijd
(35) Elektronische sluiter
(36) Flitsmodus/FE-vergrendeling
(37) Diafragmawaarde
(38) Flitsbelichtingscompensatie/
flitssterkteniveau
Vooropname
Aantal opnamen
(59) Weergaveprestaties
(60) Eco-modus
(61) Beeldstabilisatie
(62) Belichtingscompensatie
(63) Windfilter
(64) Demper
(65)
Automatische langzame sluiter
(66)
Automatisch corrigeren
(39) Indicator belichtingsniveau
(40) AEB
301
zz Tijdens afspelen
(1)
(2)
(8)
(9) (10)
(3) (4)
(11)
(6)
(5)
(7)
(12)
(1)
Huidig beeld/totaal aantal beelden
(8)
Sluitertijd
(2)
Batterijniveau
(9)
Diafragmawaarde
(3)
Wi‑Fi-signaalsterkte
(10) Belichtingscompensatieniveau
(4)
Bluetooth-verbindingsstatus
(11) ISO-snelheid
(5)
Classificatie
(12) Prioriteit voor lichte tonen
(6)
Beveiliging
(13) Beeldkwaliteit*
(7)
Mapnummer – bestandsnummer
(13)
*Beelden die zijn vastgelegd met een creatief filter, met RAW-beeldverwerking,
waarvan het formaat is gewijzigd, die zijn bijgesneden of waarop rode-ogencorrectie
]. Bijgesneden beelden worden
is toegepast, worden aangeduid met [
aangegeven met [ ].
302
(1)
(2)
(3)
(4)
(9)
(10)
(15)(16)
(5)
(6)
(11)
(17)
(18)
(7)
(8)
(12) (13)
(14)
(19)
(20)
(1)
Opnamedatum/-tijd
(12)
(2)
Histogram
(3)
Opnamemodus/RAW-burstmodus
(4)
Sluitertijd
(13) Flitsbelichtingscompensatie/
ruisonderdrukking met meerdere
opnamen
(5)
Diafragmawaarde
(6)
Belichtingscompensatieniveau
(7)
ISO-snelheid
(8)
Prioriteit voor lichte tonen
(9)
Witbalans
(10) Witbalanscorrectie
(11) Details van beeldstijlinstelling
Automatisch corrigeren
(14) Meetmethode
(15) Automatische
helderheidsoptimalisatie
(16) ND-filter
(17) Filmopnameformaat
(18) Beeldkwaliteit*
(19) Filmopnametijd/RAW-burstmodus
(20) Bestandsgrootte
*Beelden die zijn vastgelegd met een creatief filter, met RAW-beeldverwerking,
waarvan het formaat is gewijzigd, die zijn bijgesneden of waarop rode-ogencorrectie
]. Bijgesneden beelden worden
is toegepast, worden aangeduid met [
aangegeven met [ ].
303
Voorzorgsmaatregelen bij draadloze
functies
zz Voordat goederen of technologieën in de camera worden geëxporteerd
die worden gereguleerd door de Foreign Exchange and Foreign Trade
Act (met inbegrip van het meenemen van de goederen of technologieën
uit Japan of ze aan niet-ingezetenen laten zien in Japan), is mogelijk
een exportvergunning of vergunning voor een servicetransactie nodig
van de Japanse overheid.
zz Aangezien dit product Amerikaanse coderingsitems bevat, valt het
onder de regelgeving van de U.S. Export Administration en mag het
product niet worden geëxporteerd naar of binnengebracht worden in
een land waarop een handelsembargo van de VS van toepassing is.
zz Noteer de draadloze Wi‑Fi-instellingen die u gebruikt. De draadloze
instellingen die op dit product zijn opgeslagen, kunnen worden
gewijzigd of gewist door foutief gebruik van het product, de gevolgen
van radiogolven of statische elektriciteit, of een ongeval of fout.
Houd er rekening mee dat Canon niet verantwoordelijk is voor
directe of indirecte schade of verlies van inkomsten als gevolg
van het verslechteren of verdwijnen van inhoud.
zz Wanneer u niet meer eigenaar van de camera bent, het product
weggooit of ter reparatie opstuurt, dient u de standaardinstellingen
voor draadloze communicatie te herstellen door eventuele instellingen
te wissen die u hebt ingevoerd.
zz Canon compenseert geen schade als gevolg van verlies of diefstal van
dit product.
Canon is niet verantwoordelijk voor schade of verlies als gevolg van
ongeoorloofde toegang tot of gebruik van doelapparaten die op dit
product zijn geregistreerd doordat het product is verloren of gestolen.
zz Gebruik het product zoals aangegeven in deze handleiding.
Gebruik de draadloze functie van dit product volgens de richtlijnen die
in deze handleiding staan beschreven. Canon is niet aansprakelijk voor
schade of verlies als de functie en het product op een andere manier
worden gebruikt dan in deze handleiding wordt beschreven.
304
zz Veiligheidsmaatregelen
Aangezien Wi‑Fi radiogolven gebruikt om signalen te verzenden, zijn er
strengere veiligheidsmaatregelen nodig dan wanneer u een LAN-kabel
gebruikt.
Houd rekening met de volgende punten wanneer u Wi‑Fi gebruikt.
zz Gebruik alleen netwerken die u mag gebruiken.
Dit product zoekt naar Wi‑Fi-netwerken in de buurt en geeft de
resultaten op het scherm weer. Netwerken waarvoor u geen
toestemming hebt (onbekende netwerken), worden mogelijk ook
weergegeven. Als u probeert verbinding te maken met deze netwerken
of deze probeert te gebruiken, kan dit echter als ongeoorloofde toegang
worden beschouwd. Gebruik alleen netwerken die u mag gebruiken en
probeer geen verbinding te maken met andere onbekende netwerken.
Als de veiligheidsinstellingen niet correct zijn ingesteld, kunnen zich de
volgende problemen voordoen.
zz Bekijken van de overdracht
Derden met slechte bedoelingen kunnen Wi‑Fi-overdrachten opsporen
en proberen om de gegevens op te halen die u verzendt.
zz Ongeoorloofde netwerktoegang
Derden met slechte bedoelingen kunnen ongeoorloofde toegang
krijgen tot het netwerk dat u gebruikt en informatie stelen, wijzigen of
vernietigen. U kunt daarnaast ook het slachtoffer worden van andere
ongeoorloofde toegang zoals imitatie (waarbij iemand een andere
identiteit aanneemt om ongeoorloofde toegang te krijgen tot informatie)
of springplankaanvallen (waarbij iemand ongeoorloofde toegang krijgt
tot uw netwerk als een springplank om hun sporen uit te wissen terwijl
ze in andere systemen inbreken).
Beveilig dus uw Wi‑Fi-netwerk voldoende om dit soort problemen te vermijden.
Gebruik de Wi‑Fi-functie van deze camera alleen met voldoende kennis van
Wi‑Fi-beveiliging en zorg voor een goede balans tussen risico en gemak
wanneer u de veiligheidsinstellingen aanpast.
305
Software van derden
zz AES-128 Library
Copyright (c) 1998-2008, Brian Gladman, Worcester, UK.
All rights reserved.
LICENSE TERMS
The redistribution and use of this software (with or without changes)
is allowed without the payment of fees or royalties provided that:
code distributions include the above copyright notice, this list
1. source
‌
of conditions and the following disclaimer;
2. binary
distributions include the above copyright notice, this list of
‌
conditions and the following disclaimer in their documentation;
3. the
‌ name of the copyright holder is not used to endorse products
built using this software without specific written permission.
DISCLAIMER
This software is provided ‘as is’ with no explicit or implied warranties in
respect of its properties, including, but not limited to, correctness and/or
fitness for purpose.
306
zz CMSIS Core header files
Copyright (C) 2009-2015 ARM Limited.
All rights reserved.
Redistribution and use in source and binary forms, with or without
modification, are permitted provided that the following conditions
are met:
-- Redistributions of source code must retain the above copyright
notice, this list of conditions and the following disclaimer.
-- Redistributions in binary form must reproduce the above copyright
notice, this list of conditions and the following disclaimer in the
documentation and/or other materials provided with the distribution.
-- Neither the name of ARM nor the names of its contributors may be
used to endorse or promote products derived from this software
without specific prior written permission.
THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE COPYRIGHT HOLDERS
AND CONTRIBUTORS “AS IS” AND ANY EXPRESS OR IMPLIED
WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED
WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR
A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT
SHALL COPYRIGHT HOLDERS AND CONTRIBUTORS BE
LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL,
EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT
NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR
SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS
INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF
LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT
(INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY
OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE
POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.
307
zz KSDK Peripheral Drivers, Flash / NVM, KSDK H/W Abstraction Layer
(HAL)
(c) Copyright 2010-2015 Freescale Semiconductor, Inc.
ALL RIGHTS RESERVED.
Redistribution and use in source and binary forms, with or without
modification, are permitted provided that the following conditions
are met:
* R
edistributions of source code must retain the above copyright
notice, this list of conditions and the following disclaimer.
edistributions in binary form must reproduce the above copyright
* R
notice, this list of conditions and the following disclaimer in the
documentation and/or other materials provided with the distribution.
* N
either the name of the <organization> nor the names of its
contributors may be used to endorse or promote products derived
from this software without specific prior written permission.
THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE COPYRIGHT HOLDERS
AND CONTRIBUTORS “AS IS” AND ANY EXPRESS OR IMPLIED
WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED
WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR
A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL
<COPYRIGHT HOLDER> BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT,
INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL
DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT
OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA,
OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED
AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT,
STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR
OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS
SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH
DAMAGE.
308
Persoonsgegevens en
veiligheidsmaatregelen
Indien persoonsgegevens en/of Wi‑Fi-beveiligingsinstellingen zoals
wachtwoorden enz. worden opgeslagen op de camera, dient u zich
ervan bewust te zijn dat dergelijke informatie en instellingen op de
camera bewaard kunnen blijven.
Wanneer u het eigendom van de camera aan een andere persoon overdraagt,
de camera weggooit of ter reparatie opstuurt, dient u de volgende maatregelen
te nemen om te voorkomen dat dergelijke gegevens en instellingen uitlekken.
zz Wis geregistreerde Wi‑Fi-beveiligingsgegevens door [Wis instellingen]
te kiezen in de Wi‑Fi-instellingen.
309
Handelsmerken en licenties
zz Microsoft en Windows zijn handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of
andere landen.
zz Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd
in de U.S. en andere landen.
zz App Store, iPhone en iPad zijn handelsmerken van Apple Inc.
zz Het SDXC-logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC.
zz HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface
zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van
HDMI Licensing LLC.
zz Wi‑Fi®, Wi‑Fi Alliance®, WPA™, WPA2™ en Wi‑Fi Protected Setup™ zijn
handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de Wi‑Fi Alliance.
zz Het Bluetooth®-woordmerk en -logo's zijn gedeponeerde handelsmerken
die eigendom zijn van Bluetooth SIG, Inc. en elk gebruik van dergelijke
merken door Canon Inc. geschiedt onder licentie. Overige handelsmerken
en handelsnamen zijn eigendom van hun respectieve eigenaren.
zz Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve
eigenaren.
zz Dit apparaat gebruikt exFAT-technologie die in licentie is gegeven
door Microsoft.
zz This product is licensed under AT&T patents for the MPEG-4 standard
and may be used for encoding MPEG-4 compliant video and/or
decoding MPEG-4 compliant video that was encoded only (1) for
a personal and non-commercial purpose or (2) by a video provider
licensed under the AT&T patents to provide MPEG-4 compliant video.
No license is granted or implied for any other use for MPEG-4 standard.*
* Kennisgeving in het Engels weergegeven, zoals vereist.
310
zz THIS PRODUCT IS LICENSED UNDER THE AVC PATENT
PORTFOLIO LICENSE FOR THE PERSONAL USE OF A
CONSUMER OR OTHER USES IN WHICH IT DOES NOT RECEIVE
REMUNERATION TO (i) ENCODE VIDEO IN COMPLIANCE WITH
THE AVC STANDARD ("AVC VIDEO") AND/OR (ii) DECODE AVC
VIDEO THAT WAS ENCODED BY A CONSUMER ENGAGED IN A
PERSONAL ACTIVITY AND/OR WAS OBTAINED FROM A VIDEO
PROVIDER LICENSED TO PROVIDE AVC VIDEO. NO LICENSE
IS GRANTED OR SHALL BE IMPLIED FOR ANY OTHER USE.
ADDITIONAL INFORMATION MAY BE OBTAINED FROM MPEG LA,
L.L.C. SEE HTTP://WWW.MPEGLA.COM
311
Vrijwaring
zz Onrechtmatige verveelvoudiging van deze handleiding is verboden.
zz Alle metingen zijn gebaseerd op teststandaarden van Canon.
zz Deze informatie, de productspecificaties en het uiterlijk kunnen zonder
voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
zz De illustraties en schermafbeeldingen in deze handleiding kunnen
enigszins afwijken van het werkelijke apparaat.
zz Niettegenstaande het bovenstaande kan Canon niet aansprakelijk
worden gehouden voor eventuele schade die ontstaat door het gebruik
van dit product.
312
Index
Cijfers
B
1-punts AF 149
Beelden
Beveiligen 187
Weergaveduur 106
Wissen 191
Beelden beveiligen 187
Beelden geotaggen 224
Beelden opslaan op een
computer 291
Beelden verzenden 234
Beelden verzenden naar een
smartphone 215, 223
Beelden verzenden naar
webservices 234
Beeldkwaliteit 103
Beeldstabilisatie 157
Beeldstijl 137, 139, 142
Beeldverhouding 105
Bekijken 30, 175
Aanraakbediening 52
Beeld zoeken 208
Diavoorstelling 207
Digest-films 178
Eén beeld weergeven 175
Indexweergave 179
Springweergave 209
Tv-weergave 285
Vergrote weergave 177
Belichting
AE-vergrendeling 96
Compensatie 119
FE-vergrendeling 108
Bestandsnummering 245
Beveiligen 187
A
Aangepaste witbalans 135
Aansluiting 285, 291, 292
Aantal pixels (beeldgrootte) 103
Accessoires 283
Accu
Eco-modus 250
Opladen 21, 287
Spaarstand 251
Acculader 283
Achtergrondvervaging
(opnamemodus) 81
AE-vergrendeling 96
AEB-opnamen 120
AF aanraken en verslepen 146
AF-hulplicht 152
AF-methode 149
AF-punt zoom 98
AF-punten 45, 150
AF-vergrendeling 101
Aquareleffect (opnamemodus) 82
Auto-modus (opnamemodus) 56
Automatisch corrigeren 159
Automatische
helderheidsoptimalisatie 127
Av (opnamemodus) 91
313
F
Bewerken
Bijsnijden 203
Formaat wijzigen 205
Rode-ogencorrectie 200
Bluetooth 213, 241
Bulbbelichting 94
Bijsnijden 203
FE-vergrendeling 108
Films
Album maken 201
Bewerken 180
Opnameformaat 161
Servo AF 164
Fisheye-effect (opnamemodus) 82
Flitsbelichtingscompensatie 110
Flitser
Flitsbelichtingscompensatie 110
Flitser uit 107
Flitstiming 112
Slow sync 107
Flitser uit 107
Formaat wijzigen 205
Fotoboek instellen 196
Foutmeldingen 299
C
C (opnamemodus) 273
Camera
Resetten 275
Camera Connect 213
CANON iMAGE GATEWAY 234
Classificatie 206
Compressie 103
Continue AF 151
Continue opname 114
D
G
Datum/tijd/zone
Instellingen 25
Wijzigen 254
Demper 163
Diavoorstelling 207
Digitale telelens 160
Digitale zoom 95
DPOF 194
Draadloze functies 212, 304
Geheugenkaarten 22
Gezicht+volgen 149
H
Handmatig scherpstellen
(scherpstelbereik) 98
Handmatige moviebelichting
(opnamemodus) 87
HDMI-kabel 285
HDR-film 88
HDR-kunst embosseren (reliëf)
(opnamemodus) 83
HDR-kunst levendig
(opnamemodus) 83
HDR-kunst olieverf
(opnamemodus) 83
HDR-kunst (opnamemodus) 83
E
Eco-modus 250
Egale huid (opnamemodus) 62
Elektronische sluiter 147
314
HDR-tegenlichtregeling
(opnamemodus) 64
Hoge beeldsnelheid 162
Hoge ISO-ruisreductie 143
Hybride automatisch
(opnamemodus) 60
N
I
Opladen 21, 287
Opname
Opname-informatie 300
Nachtopnamen uit hand
(opnamemodus) 63
ND filter 129
O
Indexweergave 179
ISO-snelheid 122, 125
P
K
P (opnamemodus) 89
Pannen (opnamemodus) 68
Panoramaopname
(opnamemodus) 66
Persoonlijke voorkeuzes 270
PictBridge 226, 284, 292
Pictogrammen 300, 302
Pieptoon 259
Portret (opnamemodus) 62
Printen 194, 226, 292
Prioriteit voor tonen 128
Problemen oplossen 296
Programma automatische
belichting 89
Kleur (witbalans) 133
Kleurtemperatuur 133
Korrelig Z/W (opnamemodus) 81
L
Lampje 152
Lange sluitertijd 94
M
M (opnamemodus) 92
Macro (scherpstelbereik) 97
Meetmethode 130
Menu
Aanraakbediening 50
Basishandelingen 39
Tabel 42
MF (handmatig scherpstellen) 98
MF-peaking 100
Miniatuureffect
(opnamemodus) 82, 85
Miniatuureffectmovie
(opnamemodus) 166
My Menu 279
R
Raster 263
RAW 103
RAW-beeldverwerking 198
RAW-burstmodus 116
Resetten 275
Riem 20
Rode-ogencorrectie 200
Roteren 190
315
S
V
Scherm
Pictogrammen 300
Weergavetaal 25, 255
Scherm Snel instellen 41
Aanraakbediening 49
Basishandelingen 37
Scherpstelbereik
Handmatig scherpstellen 98
Macro 97
Scherpstelbracketing 153
Scherpstellen
AF-punt 149
AF-vergrendeling 101
MF-peaking 100
Servo AF 148
Servo AF 148
Softfocus (opnamemodus) 81
Software
Beelden automatisch naar een
computer verzenden 230
Spaarstand 251
Speelgoedcamera-effect
(opnamemodus) 82
Spot AF 149
Springweergave 209
Sterrenbanen (opnamemodus) 74
Sterrenhemel (opnamemodus) 72
Verbindingsinformatie wijzigen of
verwijderen 242
Vergrote weergave 177
Verzadiging 139
Videosnapshot 168, 201
Videosysteem 257
Voeding 283
Voedsel (opnamemodus) 63
Vuurwerk (opnamemodus) 64
W
Weergavetaal
Instellingen 25
Wijzigen 255
Wi-Fi-functies 212
Windfilter 163
Wissen 191
Witbalans (kleur) 133
Z
Zelfontspanner 115
Zelfportret (opnamemodus) 62, 65
Zoeken 208
Zoomen 28, 56, 95, 102
T
Time-lapsefilm sterren
(opnamemodus) 76
Time-lapse-movie
(opnamemodus) 170
Touch Shutter 145
Tv (opnamemodus) 90
Tv-weergave 285
316
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising