Canon | XEED 4K5020Z | User manual | Canon XEED 4K5020Z User manual

Canon XEED 4K5020Z User manual
MULTIMEDIAPROJECTOR
Veiligheidsinstructies
Vóór gebruik
Projectieprocedure
Basis
Gebruikershandleiding
Handige projectiefuncties
Installatieprocedure
Installatie
Aansluitprocedure
Het beeld instellen
Speciale indelingen
Menu’s gebruiken
Menu’s
Menuconfiguratie
Beschrijving van de menu’s
Onderhoud
Productspecificaties
Problemen oplossen
NLD
Gebruik van deze handleiding
Hartelijk dank voor uw aankoop van een Canon-projector.
De multimediaprojector 4K6020Z/4K5020Z is een kwaliteitslaserprojector
waarmee u computerschermen met een hoge resolutie en hoogwaardige
digitale beelden op een groot scherm kunt projecteren.
Deze handleiding
Dit is de gebruikershandleiding voor 4K6020Z/4K5020Z-multimediaprojectoren
(hierna “de projector” genoemd). In het gedeelte “Basis” worden de voornaamste
handelingen beschreven die u vóór de projectie uitvoert en worden eigenschappen
geïntroduceerd die handig zijn bij presentaties en andere situaties. In het gedeelte
“Installatie” wordt uitgelegd hoe u de projector installeert en aansluit op een
netwerk. In het gedeelte “Menu’s” wordt uitgelegd welke menu’s er zijn en hoe u die
kunt gebruiken.
Lees deze handleiding grondig door om zoveel mogelijk plezier te beleven aan uw
projector. We bevelen aan te vragen om installatie door een erkend technicus of het
Canon Call Center.
Symbolen van de knoppen
De projector kan worden bediend via de knoppen op de afstandsbediening of de
knoppen aan de zijkant van de projector. Met de afstandsbediening kunt u alle
functies van de projector bedienen.
In deze handleiding wordt de bediening van de knoppen als volgt aangeduid.
Knoppen op
afstandsbediening
Het beeld scherpstellen / vergroten en verkleinen
Knoppen aan de
zijkant van de
projector
Druk op de afstandsbediening op de ZOOM-knop om het beeld te vergroten of te
verkleinen en druk op de FOCUS-knop om het beeld scherp te stellen. U kunt ook
eenmaal op de LENS-knop van de projector drukken om scherp te stellen en
tweemaal om het beeld te vergroten of te verkleinen.
Afstandsbediening
Projector
LENS-knop
FOCUS-knop
Geeft de knoppen aan
waarop gedrukt moet
worden
ZOOM-knop
Symbolen die in deze handleiding gebruikt worden
In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt.
Hier vindt u voorzorgsmaatregelen en nuttige informatie voor het gebruik
van de projector.
2
Inhoudsopgave
Gebruik van deze handleiding ..... 2
Installatie ................................51
Belangrijke kenmerken van de
projector ........................................ 5
Installatieprocedure ....................52
Veiligheidsinstructies................... 7
Relatie tussen projectieafstand en
beeldformaat ........................................ 52
Veiligheidssymbolen in deze
handleiding........................................... 12
Installeren / verwijderen van de
lenseenheid .......................................... 54
Voorzorgsmaatregelen voor
gebruik .................................................. 13
Installatie .............................................. 57
Aansluitprocedure.......................63
Stroomvoorziening .............................. 13
Andere apparatuur aansluiten ............ 63
Installatie en gebruik ........................... 15
Aansluiten op een netwerk ................. 66
Laserlichtbron ...................................... 17
De projector besturen vanuit een
computer............................................... 81
De batterijen van de
afstandsbediening ............................... 17
Het beeld instellen.......................83
Gebruik ................................................. 18
Het scherm vullen ................................ 83
Voor veilig gebruik...................... 19
Trapeziumvervorming corrigeren....... 83
Transport en installatie ....................... 19
Geavanceerde registratie om
geprojecteerde beelden in te
stellen.................................................... 87
Vóór de installatie ....................... 21
Voorzorgsmaatregelen bij het dragen/
vervoeren van de projector................. 21
Geprojecteerde beelden bijstellen met
Gedeeltelijke vervormingscorrectie ... 92
Voorzorgsmaatregelen voor
installatie .............................................. 21
Instellen via een testpatroon .............. 95
Open-sourcesoftware ................. 27
Speciale indelingen.....................96
Vóór gebruik................................ 28
De scherpte bij de randen instellen ... 96
Projecteren vanuit meerdere
projectoren tegelijkertijd
(randovergang)..................................... 99
Meegeleverde accessoires.................. 28
Namen en functies van
projectoronderdelen ............................ 29
Afstandsbediening............................... 34
Menu’s ..................................104
Basis .......................................39
Menu’s gebruiken......................105
Projectieprocedure ..................... 40
Menuconfiguratie ......................108
Stap 1 Andere apparatuur
aansluiten ............................................. 41
Beschrijving van de menu’s..... 115
Stap 2 De projector inschakelen ........ 42
Beeldinstelling ................................... 120
Stap 3 Een ingangssignaal
selecteren ............................................. 43
Installatie-instellingen ....................... 130
Stap 4 Het beeld instellen ................... 44
Netwerkinstelling ............................... 164
Invoerinstellingen .............................. 115
Systeeminstelling .............................. 143
Stap 5 De beeldkwaliteit selecteren
(beeldmodus) ....................................... 45
Projectorinformatie controleren ....... 180
Webschermmenu van de
projector..................................... 181
De projector uitschakelen ................... 47
Handige projectiefuncties .......... 48
Handige functies .................................. 48
3
Inhoudsopgave
Onderhoud /
Productspecificaties /
Problemen oplossen ...........199
Onderhoud................................. 200
De projector schoonmaken............... 200
Het luchtfilter vervangen................... 201
Productspecificaties................. 203
Problemen oplossen................. 212
Informatie over LED-lampjes ............ 212
Symptomen en oplossingen ............. 213
Index........................................... 219
Optie........................................... 221
4
Belangrijke kenmerken van de projector
Helder, maar compact, met een laserlichtbron
Een 4k-projector met sterk licht die ook compact is, met afmetingen van 480 x 545 x
196 mm (b x d x h). Voorzien van een laserlichtbron die langer meegaat dan
traditionele kwiklampen.
Scherp beeld aan de randen
Het beeld kan aan de randen van het scherm worden scherpgesteld, waardoor
projectie in koepels mogelijk is.
HDBaseT-ingang
De projector ondersteunt HDBaseT, een volgende-generatie norm voor
connectiviteit. Met HDBaseT beschikt u over een handige HDMI-gelijkwaardige
verbinding via één LAN-kabel voor de overdracht van hoogwaardige video- en
audiosignalen over afstanden tot maar liefst 70 m*.
* Maximale afstand voor 2K signalen: 100 m
Lensverschuiving
Gemotoriseerde lensinstelling voor beeldverschuiving omhoog, omlaag, naar links
of naar rechts voor nog meer vrijheid bij de installatie.
Gemotoriseerde zoominstelling en scherpstelling
Efficiënte instelling via gemotoriseerde zoominstelling en scherpstelling.
Volledig assortiment lenseenheden beschikbaar
Kies de optimale lenseenheid voor de projectieafstand of het doel.
Superieure videoweergave
Dankzij betere onderdrukking van bewegingsonscherpte kijkt u met meer plezier
naar geprojecteerde beelden.
Gebruik van schema’s
Automatiseer projecttaken met behulp van schema’s. Schakel de projector in of uit,
kies een ander ingangssignaal, enzovoort.
Randovergang
U kunt de overlappende randen van beelden van meerdere projectoren in elkaar
laten overgaan, zodat het totale beeld praktisch naadloos is.
5
Belangrijke kenmerken van de projector
Wi-Fi-connectiviteit
Naast bekabelde LAN-connectiviteit ondersteunt de projector ook Wi-Fi.
In Pj AP-modus (Projector Access Point) kunt u de projector aansluiten op maar
liefst vijf computers zonder hiervoor een draadloos toegangspunt te gebruiken.
Canon Service Tool for PJ (Canon ST)
Een iOS-app voor eenvoudige bediening op afstand en statusbeheer van de
projectoren via Wi-Fi. Sluit aan op een projector die wordt gebruikt als
toegangspunt (P67), of sluit aan via een bestaand toegangspunt (P67). Bij gebruik
van Canon ST wordt u om een wachtwoord gevraagd (P181).
6
Veiligheidsinstructies
VOORZICHTIG
GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE
SCHOKKEN NIET OPENEN
DIT SYMBOOL DUIDT OP DE AANWEZIGHEID VAN
GEVAARLIJKE SPANNINGEN IN DIT TOESTEL DIE GEVAAR
VOOR EEN ELEKTRISCHE SCHOK INHOUDT.
DIT SYMBOOL GEEFT AAN DAT ER ZICH IN DE HANDLEIDING
BELANGRIJKE INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK EN ONDERHOUD
VAN DIT TOESTEL BEVINDEN.
VOORZICHTIG
Niet geschikt voor gebruik in een computerruimte zoals bepaald in de Standaard
voor de Beveiliging van Elektronische Computers / Gegevensverwerkende
Apparatuur, ANSI / NFPA 75.
7
Veiligheidsinstructies
Lees deze handleiding zorgvuldig door alvorens de projector te installeren en in
gebruik te nemen.
De projector beschikt over vele handige gebruiksmogelijkheden en functies. Door
een juist gebruik van de projector leert u deze functies te gebruiken en kunt u de
projector gedurende een aanzienlijke tijd in goede conditie houden.
Verkeerd gebruik kan niet alleen de levensduur van de projector verkorten, maar
ook storingen, brandgevaar of andere ongevallen veroorzaken.
Als uw projector niet juist lijkt te werken, lees dan deze handleiding nogmaals door,
controleer de werking en de kabelaansluitingen en probeer de oplossingen uit die
vermeld staan in het hoofdstuk “Problemen oplossen” aan het einde van deze
handleiding. Als het probleem blijft voortbestaan, neem dan contact op met het
Canon Call Center.
Veiligheidsinstructies
Veiligheidsvoorschriften
WAARSCHUWING:
• DIT APPARAAT MOET GEAARD WORDEN.
• OM HET GEVAAR VOOR BRAND OF EEN ELEKTRISCHE SCHOK TE
BEPERKEN DIT TOESTEL NIET BLOOTSTELLEN AAN REGEN OF VOCHT.
• De projectielens van deze projector produceert een sterk licht. Staar niet
rechtstreeks in de lens, anders bestaat de kans op oogletsel. Let er vooral op dat
kinderen niet rechtstreeks in de lichtstraal kijken.
• Installeer de projector in de juiste positie. Anders kan er brandgevaar ontstaan.
• Dek de ventilatieopeningen van de projector niet af. Overmatige
warmteontwikkeling kan de levensduur van uw projector verkorten en kan ook
gevaarlijk zijn.
• Haal de stekker van de projector uit het stopcontact als hij voor langere tijd niet
zal worden gebruikt.
• Projecteer hetzelfde beeld niet gedurende langere tijd.
Als gevolg van de karakteristieken van het paneel kan er een nabeeld achterblijven
op de LCD panelen.
EXTRA AANDACHT BIJ
PLAFONDBEVESTIGING
Wanneer de projector aan het plafond wordt opgehangen, de luchtinlaatroosters en
de bovenkant van de projector regelmatig met een stofzuiger reinigen. Als u de
projector gedurende langere tijd niet reinigt, kunnen de koelventilatoren door stof
verstopt raken en kan dit een defect of ongeval veroorzaken.
INSTALLEER DE PROJECTOR NIET OP PLAATSEN WAAR DEZE WORDT
BLOOTGESTELD AAN VETTE DAMPEN, STOOM OF ROOK ZOALS IN EEN
KEUKEN OM DEFECT RAKEN OF EEN ONGEVAL TE VOORKOMEN. ALS DE
PROJECTOR IN AANRAKING KOMT MET OLIE OF CHEMISCHE STOFFEN,
KAN HET TOESTEL BESCHADIGD RAKEN.
8
Veiligheidsinstructies
Lees alle veiligheids- en bedieningsvoorschriften voordat u het toestel gebruikt.
Lees alle instructies die hier worden gegeven en bewaar ze voor later gebruik. Haal
de stekker van de projector uit het stopcontact voordat u hem reinigt. Gebruik geen
vloeibare reinigingsproducten of producten in spuitbussen. Reinig het toestel met
een vochtige doek.
Volg alle waarschuwingen en aanwijzingen die op de projector staan aangegeven.
Als extra beveiligingsmaatregel voor de projector tijdens een onweer of wanneer de
projector gedurende langere tijd onbeheerd en ongebruikt wordt gelaten, de
stekker uit het stopcontact halen. Dit voorkomt beschadiging als gevolg van
blikseminslag en stroomstoten.
Stel dit toestel niet bloot aan regen en gebruik het niet in de buurt van water ...
bijvoorbeeld in een vochtige kelder, aan de rand van een zwembad, enz.
Gebruik geen hulpstukken die niet door de fabrikant zijn aanbevolen, aangezien
deze gevaar kunnen opleveren.
Plaats deze projector niet op een onstabiel rolwagentje of op een wankele steun of
tafel. De projector zou kunnen vallen, wat ernstig letsel aan een kind of volwassene
en ernstige schade aan de projector kan toebrengen. Gebruik alleen een
rolwagentje of een steun die door de fabrikant wordt aanbevolen of die bij de
projector wordt verkocht. Volg bij bevestiging aan een wand of schap de
aanwijzingen van de fabrikant en gebruik bevestigingsmateriaal dat door de
fabrikant is goedgekeurd.
Wees voorzichtig wanneer u het toestel verplaatst op een
rolwagentje.
Plotseling stoppen, te hard voortduwen en oneffenheden kunnen
het toestel en het rolwagentje doen kantelen.
Aan de achterkant en op de voorkant van de behuizing zijn gleuven en openingen
voor ventilatie aangebracht welke zorgen voor een betrouwbaar functioneren van
het toestel en het beschermen tegen oververhitting.
Dek de openingen nooit af met een doek of iets dergelijks en de opening aan de
onderkant mag nooit geblokkeerd worden door de projector op een bed, bank, tapijt
of soortgelijk oppervlak te plaatsen. Plaats deze projector nooit dichtbij of boven
een radiator of rooster waaruit warme lucht wordt geblazen.
Deze projector mag niet op een omsloten plaats zoals in een boekenkast
geïnstalleerd worden, tenzij er voor een goede ventilatie wordt gezorgd.
9
Veiligheidsinstructies
■ LEES DEZE HANDLEIDING GOED DOOR EN BEWAAR
HEM ZODAT U ER LATER NOG EENS IETS IN KUNT
OPZOEKEN.
Veiligheidsinstructies
Steek nooit voorwerpen van enigerlei soort in deze projector door de openingen in
de behuizing, aangezien delen die onder gevaarlijk hoge spanning staan geraakt
kunnen worden of kortsluiting veroorzaakt kan worden met gevaar voor brand of
een elektrische schok. Mors geen vloeistof van enigerlei aard op de projector.
Installeer de projector niet in de buurt van het ventilatiekanaal van
airconditioningapparatuur.
Deze projector mag alleen worden aangesloten op het type stroomvoorziening dat
is aangegeven op het kenplaatje. Als u niet zeker weet welk type
stroomvoorziening ter plekke wordt geleverd, neem dan contact op met het Canon
Call Center of plaatselijke elektriciteitsbedrijf.
Stopcontacten en verlengsnoeren niet overbelasten, aangezien dit brand of
elektrische schokken kan veroorzaken. Zorg dat er niets op het netsnoer staat.
Gebruik deze projector niet op plaatsen waar het netsnoer beschadigd kan worden
doordat er over wordt gelopen.
Probeer deze projector niet zelf te repareren, aangezien u door het open maken of
verwijderen van afdekkingen blootgesteld kunt worden aan gevaarlijke spanningen
of andere gevaren. Laat alle reparaties uitvoeren door bevoegd
onderhoudspersoneel.
Haal onder de volgende omstandigheden de stekker uit het stopcontact en laat de
projector repareren door bevoegd onderhoudspersoneel:
a Het netsnoer of de stekker is beschadigd of gerafeld.
b. Er is vloeistof gemorst in de projector.
c. De projector is blootgesteld aan regen of water.
d. De projector werkt niet normaal, alhoewel de bedieningsinstructies zijn
opgevolgd. Stel alleen die regelaars af die worden beschreven in de
bedieningsinstructies, aangezien het verkeerd instellen van overige regelaars
schade kan veroorzaken en het van een bevoegde monteur vaak veel werk
vergt om de projector in zijn normale toestand te herstellen.
e. De projector is gevallen of de behuizing is beschadigd.
f. Als de prestaties van de projector duidelijk verminderen geeft dit aan dat
reparatie noodzakelijk is.
Wanneer vervangingsonderdelen nodig zijn, er op letten dat de
onderhoudsmonteur vervangingsonderdelen heeft gebruikt die door de fabrikant
zijn voorgeschreven en die dezelfde eigenschappen hebben als het originele
onderdeel. Ongeoorloofde vervanging van onderdelen kan brand, een elektrische
schok of letsel veroorzaken.
Vraag na het voltooien van onderhoud of reparaties aan deze projector of de
onderhoudsmonteur de gebruikelijke routinecontroles uitvoert om te bepalen of de
projector veilig kan worden gebruikt.
10
Veiligheidsinstructies
Het bij deze projector geleverde netsnoer voldoet aan de voorschriften voor gebruik
in het land van aankoop.
HET STOPCONTACT MOET ZICH DICHT BIJ HET APPARAAT BEVINDEN EN
GEMAKKELIJK BEREIKBAAR ZIJN.
Uitsluitend bestemd voor de Europese Unie en EER
(Noorwegen, IJsland en Liechtenstein)
Met deze symbolen wordt aangegeven dat dit product in
overeenstemming met de AEEA-richtlijn (2012/19/EU), de richtlijn
2006/66/EG betreffende batterijen en accu’s en/of de plaatselijk
geldende wetgeving waarin deze richtlijnen zijn geïmplementeerd,
niet bij het normale huisvuil mag worden weggegooid.
Indien onder het hierboven getoonde symbool een chemisch
symbool gedrukt staat, geeft dit in overeenstemming met de richtlijn
betreffende batterijen en accu’s aan dat deze batterij of accu een
zwaar metaal bevat (Hg = kwik, Cd = cadmium, Pb = lood) waarvan
de concentratie de toepasselijke drempelwaarde in
overeenstemming met de genoemde richtlijn overschrijdt.
Dit product dient te worden ingeleverd bij een hiervoor aangewezen
inzamelpunt, bijv. door dit in te leveren bij een hiertoe erkend
verkooppunt bij aankoop van een gelijksoortig product, of bij een
officiële inzameldienst voor de recycling van elektrische en
elektronische apparatuur (EEA) en batterijen en accu’s. Door de
potentieel gevaarlijke stoffen die gewoonlijk gepaard gaan met EEA,
kan onjuiste verwerking van dit type afval mogelijk nadelige
gevolgen hebben voor het milieu en de menselijke gezondheid. Uw
medewerking bij het op juiste wijze weggooien van dit product
draagt bij tot effectief gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
Voor verdere informatie over recycling van dit product kunt u contact
opnemen met uw plaatselijke gemeente, afvaldienst, officiële dienst
voor klein chemisch afval of afvalstortplaats, of kunt u terecht op
www.canon-europe.com/weee, of www.canon-europe.com/battery.
11
Veiligheidsinstructies
VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE HET
NETSNOER
Veiligheidsinstructies
Veiligheidssymbolen in deze handleiding
In dit gedeelte worden de veiligheidssymbolen beschreven die in deze handleiding
worden gebruikt. Belangrijke veiligheidsinformatie over de projector wordt
aangegeven door de volgende symbolen. Neem altijd de veiligheidsinformatie die
door deze symbolen wordt aangegeven in acht.
Waarschuwing
Geeft het risico aan op overlijden of ernstig letsel door verkeerd
gebruik als deze informatie niet in acht wordt genomen. Neem
voor een veilig gebruik deze informatie altijd in acht.
Voorzichtig
Geeft het risico aan op letsel door verkeerd gebruik als deze
informatie niet in acht wordt genomen. Neem voor een veilig
gebruik deze informatie altijd in acht.
Geeft het risico aan op een elektrische schok door verkeerd
gebruik als deze informatie niet in acht wordt genomen. Neem
voor een veilig gebruik deze informatie altijd in acht.
Geeft het risico aan van brandwonden door verkeerd gebruik als
deze informatie niet in acht wordt genomen. Neem voor een
veilig gebruik deze informatie altijd in acht.
Geeft verboden handelingen aan.
Voorzichtig
Geeft vereiste handelingen aan of informatie die in acht moet
worden genomen.
12
Veiligheidsinstructies
Voorzorgsmaatregelen voor gebruik
Waarschuwing
Stroomvoorziening
Zorg er tijdens de installatie voor dat de stekker van de projector gemakkelijk
toegankelijk is, zodat u de projector zo nodig direct kunt loskoppelen van de netvoeding.
Of zorg voor een stroomonderbreker binnen handbereik.
Als zich de volgende situaties voordoen, schakelt u de projector uit, trekt u de stekker uit
het stopcontact en neemt u contact op met het Canon Call Center. Als u dit niet doet, kan
er brandgevaar ontstaan of kunt u een elektrische schok krijgen.
• Als er rook uit het apparaat komt.
• Als het apparaat een ongebruikelijke geur of vreemd geluid
produceert.
• Als er water of een andere vloeistof in de projector is
terechtgekomen.
• Als er metaal of ander vreemd materiaal in de projector is
terechtgekomen.
• Als de projector is omgestoten of gevallen en de behuizing stuk
is gegaan.
Let wat betreft de stroomvoorziening, de stekker en de hantering van de connector op de
volgende punten. Als u dit niet doet, bestaat de kans op brandgevaar of elektrische
schokken.
• Plaats geen voorwerpen op het netsnoer en zorg ervoor dat het
netsnoer niet onder de projector beklemd raakt.
• Leg het netsnoer nooit onder een kleed of de vloerbedekking.
• Breng geen wijzigingen aan het netsnoer aan en zorg ervoor dat
u het snoer niet te veel buigt, verdraait, bundelt of eraan trekt.
• Houd het netsnoer uit de buurt van verwarmingsapparaten of
andere warmtebronnen.
• Gebruik nooit een beschadigd netsnoer. Neem contact op met
het Canon Call Center als het netsnoer is beschadigd.
• Gebruik geen stroomvoorziening met een andere spanning dan de
aangegeven spanning (100 – 240 V wisselstroom).
• Steek geen metalen voorwerpen in de contactonderdelen van de
stekker of connector.
• Het bij deze projector geleverde netsnoer is uitsluitend bedoeld
voor gebruik in combinatie met dit product. Gebruik dit snoer niet
voor andere producten.
• De stekker of connector niet met natte handen losmaken.
13
Veiligheidsinstructies
Aangezien dit hoofdstuk belangrijke informatie bevat met betrekking tot de
veiligheid, moet u het hiernavolgende zorgvuldig doorlezen alvorens u uw projector
correct en veilig kunt gebruiken.
Veiligheidsinstructies
Waarschuwing
Let wat betreft de stroomvoorziening, de stekker en de hantering van de connector op de
volgende punten. Als u dit niet doet, bestaat de kans op brandgevaar of elektrische
schokken.
Voorzichtig
• Steek de stekker en connector volledig in het stopcontact.
Gebruik ook geen beschadigde stekker of een loszittend
stopcontact.
• Trek niet aan het netsnoer en houd bij het verwijderen van het
netsnoer de stekker of connector vast. Het netsnoer kan
beschadigd raken als u het niet op de juiste manier gebruikt.
• Overschrijd bij het gebruik van een verlengsnoer niet de
nominale capaciteit ervan.
• Overschrijd de nominale capaciteit van het stopcontact niet
(bijvoorbeeld door het te gebruiken voor meerdere apparaten).
Als u dat wel doet, kan door oververhitting brand ontstaan.
• Controleer regelmatig het netsnoer en het stopcontact en
verwijder alle stof en vuil dat zich tussen de stekker en het
stopcontact heeft verzameld.
• Raak de projector zelf, het netsnoer of de kabel niet aan
wanneer het bliksemt.
• De projector niet verplaatsen alvorens het apparaat uit te
schakelen, de stekker uit het stopcontact te verwijderen en alle
overige kabels los te maken.
• Haal de stekker van de projector uit het stopcontact voordat u de
projector reinigt of er onderhoud aan pleegt.
• Zorg ervoor dat u de stekker van de projector uit het stopcontact
haalt voordat u de lenseenheid op de projector bevestigt of ervan
verwijdert.
14
Veiligheidsinstructies
Installatie en gebruik
Let bij het installeren en de hantering van de projector op de volgende punten. Als u dit
niet doet, bestaat de kans op brandgevaar, elektrische schokken of lichamelijk letsel.
• Gebruik de projector niet in omgevingen waar deze nat kan
worden, zoals in de buitenlucht of in een badkamer.
• Plaats geen houders met vloeistof bovenop de projector.
• Neem maatregelen om te voorkomen dat de projector valt.
Gebruik bijvoorbeeld een valbeveiligingskabel als u de projector
op een hoge locatie installeert, zoals aan het plafond.
• De behuizing van de projector niet verwijderen of demonteren.
Het interne gedeelte van de projector bevat
hoogspanningsonderdelen, alsmede onderdelen die zeer heet
worden. Neem contact op met het Canon Call Center als
inspectie, onderhoud of reparatie vereist is.
• De projector (inclusief verbruiksonderdelen) of de
afstandsbediening niet demonteren of aanpassen.
• Kijk tijdens gebruik niet rechtstreeks in de luchtuitlaatroosters.
• Steek geen voorwerpen in de ventilatieopeningen van de
projector, zoals in de luchtinlaat- of luchtuitlaatroosters.
• Plaats geen spuitbussen voor de luchtuitlaatroosters. De druk
van de inhoud van de bus kan toenemen als gevolg van de hitte
van de luchtuitlaatroosters en dit kan een explosie veroorzaken.
• Gebruik bij het verwijderen van stof of vuil van
projectoronderdelen, zoals de lens of het filter, geen ontvlambare
spray. Interne onderdelen die heet worden, kunnen tot
ontbranding komen en brand veroorzaken.
• Gebruik voor het onderhoud van de projector geen hecht- of
smeermiddelen, olie of schoonmaakmiddelen op alkalinebasis.
Ze kunnen aan de behuizing blijven kleven en deze
beschadigen, waardoor de projector mogelijk uit de bevestiging
valt en een ongeluk of lichamelijk letsel veroorzaakt.
• Kijk nooit rechtstreeks in de
projectorlens, omdat de projector
bij gebruik krachtige lichtstralen
produceert. Als u dit toch doet,
kan dat oogletsel tot gevolg hebben. Let vooral op dat kleine
kinderen dit niet doen.
15
Veiligheidsinstructies
Waarschuwing
Veiligheidsinstructies
Waarschuwing
Let bij het installeren en de hantering van de projector op de volgende punten. Als u dit
niet doet, bestaat er de kans op brandgevaar, elektrische schokken of lichamelijk letsel.
• De bediener van de projector moet anderen op veilige afstand
van de lichtstraal houden of het product op een dusdanige
hoogte installeren dat het oog niet aan gevaarlijk licht kan
worden blootgesteld.
• Houd geen optische instrumenten (zoals een vergrootglas,
reflector of bril) in de baan van het licht van de projector en
installeer ze daar ook niet. Als geprojecteerd licht wordt
afgebogen of weerkaatst en in iemands oog valt, kan dit leiden
tot oogletsel.
• Als kinderen de projector kunnen bereiken of aanraken, zorg dan
altijd dat de projector onder toezicht van een volwassene wordt
gebruikt.
• Directe blootstelling aan de laserstraal wordt niet toegestaan.
Voorzichtig
• Til de projector niet alleen op. Zorg voor minimaal één assistent.
• Controleer of het oppervlak vlak en stabiel is als u de projector
voor gebruik op een hoge plek zet.
• Gebruik de projector niet op een zacht oppervlak zoals een
vloerkleed of een sponsachtige mat.
• Vraag bij installatie aan het plafond of andere
installatiewerkzaamheden altijd hulp van een bevoegde monteur
of neem contact op met het Canon Call Center. Een slecht
uitgevoerde installatie kan leiden tot ongelukken.
• Vraag de hulp van een bevoegde monteur of het Canon Call
Center bij vervanging van de lens van een projector die aan het
plafond is bevestigd. Zo vermijdt u gevaarlijke situaties,
bijvoorbeeld door onderdelen die vallen.
• Gebruik het apparaat niet in de buurt van brandbare of
explosieve gassen. Interne onderdelen die heet worden, kunnen
tot ontbranding komen en brand veroorzaken.
16
Veiligheidsinstructies
Laserlichtbron
• De projector bevat een lasermodule. Demontage of wijziging is
gevaarlijk en is niet toegestaan.
• U mag de projector alleen bedienen en afstellen zoals in deze
handleiding wordt beschreven. Onjuiste bediening of aanpassing
vormt een risico op blootstelling aan potentieel gevaarlijk
laserlicht.
Voorzichtig
• Gebruik de projector niet wanneer deze is beschadigd. Zelfs als
de projector volgens de beschrijving in deze handleiding wordt
gebruikt, kan het niet stoppen met het gebruik in geval van
beschadiging (die kan worden herkend door afwijkingen van de
schermweergave) leiden tot brand, elektrische schokken of
oogletsel als gevolg van laserlicht.
• Neem voor hulp bij het verwijderen van de projector contact op
met het Canon Call Center. Demonteer de projector niet zelf
wanneer u deze verwijdert.
• Vervang de lenseenheid niet in een stoffige omgeving. Als stof of
vuil in de projector terecht komt, kan dit de beeldkwaliteit negatief
beïnvloeden.
Waarschuwing
De batterijen van de afstandsbediening
Let bij de behandeling van de batterijen op de volgende punten. Als u dat niet doet, kan
dit brand of lichamelijk letsel veroorzaken.
• De batterijen niet verwarmen, kortsluiten of uit elkaar halen, en
ze ook niet in een vuur leggen.
• Probeer de batterijen die met de afstandsbediening worden
meegeleverd niet op te laden.
Voorzichtig
• Verwijder de batterijen wanneer deze volledig opgebruikt zijn of
wanneer de afstandsbediening gedurende lange tijd niet gebruikt
zal worden.
• Bij het vervangen van de batterijen, beide batterijen altijd
tegelijkertijd vervangen. Gebruik ook nooit twee batterijen van
een verschillend type tegelijkertijd.
• Breng de batterijen in met de + en – polen in de juiste richting.
• Als er vloeistof uit de batterijen lekt dat in contact komt met uw
huid, moet u dat er direct goed afwassen.
17
Veiligheidsinstructies
Waarschuwing
Veiligheidsinstructies
Voorzichtig
Gebruik
Let bij het installeren en de hantering van de projector op de volgende punten.
• Haal voor de veiligheid de stekker van de projector uit het
stopcontact als deze voor langere tijd niet zal worden gebruikt.
Als u dit niet doet, kan er brand ontstaan door stofophoping op
de stekker of het stopcontact.
Voorzichtig
• Sluit geen kop- of oortelefoon aan op de AUDIO OUTaansluiting. Als u dit toch doet, kan dit gehoorverlies
veroorzaken.
• Zet het volume bij aanvang niet te hoog. Als u dit toch doet, kan
dit gehoorverlies veroorzaken bij plotselinge harde geluiden. Zet
het volume laag voordat u de projector uitschakelt en zet het na
het opstarten geleidelijk hoger.
• Raak de behuizing rondom en boven de luchtuitlaatroosters niet
aan. Deze gedeelten kunnen tijdens de projectie heet worden.
Let vooral op dat kleine kinderen deze onderdelen niet aanraken.
Plaats ook geen metalen voorwerpen rondom of boven de
luchtuitlaatroosters. Dergelijke voorwerpen kunnen door de
projector heet worden en dit kan leiden tot brandwonden of ander
letsel.
• Plaats geen zware voorwerpen bovenop de projector en ga er
niet op zitten/staan. Let vooral op dat kleine kinderen dit niet
doen. De projector kan hierdoor mogelijk omgestoten worden en
dit kan beschadiging of lichamelijk letsel veroorzaken.
• Plaats de projector niet op een onstabiel of hellend oppervlak. De
projector kan hierdoor mogelijk komen te vallen of omgestoten
worden en dit kan lichamelijk letsel veroorzaken.
• Plaats tijdens het projecteren geen
voorwerpen voor de lens. Als u dit toch doet
kan dit brand veroorzaken.
• De projector heeft een lensinstelfunctie
waarmee de lens omhoog, omlaag, naar links en naar rechts kan
worden verschoven via de motor. Raak de bewegende lens niet
aan. Als u de bewegende lens aanraakt, kan dit lichamelijk letsel
veroorzaken.
• Wacht tenminste 30 minuten nadat de projector is uitgeschakeld,
zodat de lenseenheid volledig kan afkoelen voordat u deze
vervangt. Als u dit niet doet, kan dit brandwonden of ander letsel
veroorzaken.
18
Voor veilig gebruik
Voorzichtig
Let op het volgende wanneer u de projector draagt of vervoert.
Voorzichtig
• Als de projector vervoerd moet worden, moet de lenseenheid eruit gehaald
worden voorafgaand aan vervoer. Als de projector blootgesteld gaat worden
aan excessieve schokken tijdens het vervoer kan de lens beschadigd
worden.
• Deze projector is een precisie-instrument. Laat de projector niet vallen en
stel deze niet bloot aan schokken. Als u dit toch doet kan dit storingen
veroorzaken.
• Draai de verstelvoetjes helemaal terug voordat u de projector verplaatst.
Uitstekende voetjes kunnen schade veroorzaken.
• Bij het dragen of omhooghouden van de projector na het bevestigen van de
lenseenheid, mag u de lens niet vasthouden. Anders kan er schade aan de
lenseenheid veroorzaakt worden.
• Raak de lens niet met blote handen aan. Vlekken of vingerafdrukken op de
lens kunnen de beeldkwaliteit negatief beïnvloeden.
• De bescherming van de projector kan niet gewaarborgd worden als
gebruikte verpakkingsmaterialen of schokabsorberende materialen opnieuw
gebruikt worden. Stukjes van het schokabsorberende materiaal kunnen
bovendien in de projector terecht komen en een storing veroorzaken.
19
Voor veilig gebruik
Transport en installatie
Voor veilig gebruik
Voorzichtig
Let op het volgende bij installatie en gebruik van de projector.
Voorzichtig
• Pas op voor condensatie.
Als de projector plotseling naar een warmere locatie wordt gebracht of de
kamertemperatuur plotseling toeneemt, kan de vochtigheid in de lucht
condenseren op de lens of spiegel ten koste van de geprojecteerde beelden.
Wacht in dit geval even en zorg ervoor dat het vocht is verdampt voordat u
de projector weer gaat gebruiken.
• Installeer de projector niet op een plaats met een hoge of lage temperatuur.
Als u dit toch doet kan dit storingen veroorzaken. Het temperatuurbereik
voor de gebruiks- en opslagomgeving is als volgt.
• Gebruiksomgeving: 0 °C tot 45 °C, 20% tot 85% RV
• Opslagtemperatuur: -20 °C tot 60 °C
• Wanneer u de projector op een hoogte van meer dan 2.300 m gebruikt:
Pas de installatie-instellingen voor de projector aan in het menu (P136).
• Laat bij het installeren van de projector ten minste 50 cm ruimte vrij tussen
de luchtin-/uitlaatroosters aan elke kant van de projector en de muren. Laat
een ruimte van ten minste 2 cm vanaf de onderkant van de projector vrij.
Aan de onderkant van de projector bevindt zich een luchtinlaatrooster. Als u
onvoldoende ruimte vrij houdt, kan zich hitte in de projector ontwikkelen
waardoor de projector beschadigd kan raken.
Ten minste
50 cm
Ten minste
2 cm
Ten minste
50 cm
Ten minste
50 cm
Ten minste
50 cm
• Plaats geen voorwerpen boven op de projector die door de hitte kunnen
vervormen of verkleuren.
• Installeer de projector niet nabij elektrische hoogspanningsleidingen of een
elektrische stroombron. Dit kan leiden tot storingen.
• Als u gedurende enige tijd hetzelfde beeld en vervolgens een ander beeld
projecteert, kan er een nabeeld achterblijven. Dit is inherent aan LCDpanelen en wijst niet op een probleem. Bij normale projectie verdwijnt het
nabeeld na enige tijd.
20
Vóór de installatie
Bereid de projector voor zoals hieronder is beschreven, alvorens u hem
meedraagt.
Voorzichtig
• Maak de kabels los die op de projector zijn aangesloten. Het
meedragen van de projector terwijl de kabels nog aangesloten
zijn kan een ongeluk veroorzaken.
• Draai de verstelvoetjes helemaal terug voordat u de projector
verplaatst. Uitstekende voetjes kunnen schade veroorzaken.
• Stel de projector niet bloot aan zware schokken of trillingen.
Voorzorgsmaatregelen voor installatie
Zorg ervoor dat u de gedeelten “Veiligheidsinstructies” en “Voor veilig
gebruik” (P7 – P19) leest. Neem tijdens de installatie ook de volgende
voorzorgsmaatregelen.
Voorzichtig
• Stoot niet tegen de projector en stel de projector niet bloot aan
schokken. Als u dit toch doet kan dit storingen veroorzaken.
• Installeer de projector niet op zijn kant of in een andere
instabiele positie. De projector kan beschadigd raken als deze
omvalt.
■ De projector niet in de volgende omgevingen gebruiken
Voorzichtig
• Locaties waar sprake is van extreme vochtigheid, stof, vettige
rook of tabaksrook
Vastzetting aan de lens, spiegels of andere optische onderdelen kan
de beeldkwaliteit verminderen.
• In de buurt van hoogspanningslijnen of elektriciteitsbronnen
Dit kan leiden tot storingen.
• Op een zachte ondergrond, zoals een vloerkleed of dikke mat
Dit kan brand veroorzaken of de projector beschadigen.
• Locaties waar sprake is van extreme temperaturen of
vochtigheid
• Locaties die zijn blootgesteld aan vibraties of schokken
• In de buurt van hitte- of rookdetectoren
• In de buurt van de zee of van ventilatieopeningen van
airconditioners
• Locaties waar sprake is van bijtende gassen, zoals zwavelgas
uit warmwaterbronnen
Hierdoor kan de projector beschadigd raken. Het temperatuurbereik
in bedrijf en bij opslag en het vochtigheidsbereik zijn als volgt.
* De bedrijfstemperatuur en luchtvochtigheid gelden voor wanneer
de projector bezig is met projectie of standby staat.
Bedrijfstemperatuur
0 °C – 45 °C
Bedrijfsluchtvochtigheid
20% – 85%
21
Opslagtemperatuur
-20 °C – 60 °C
Vóór de installatie
Voorzorgsmaatregelen bij het dragen/
vervoeren van de projector
Vóór de installatie
■ Raak de lens niet met blote handen aan
Voorzichtig
Raak de lens niet met blote handen aan. Vlekken of
vingerafdrukken op de lens kunnen de beeldkwaliteit negatief
beïnvloeden.
■ Laat de projector zo mogelijk ongeveer 30 minuten
opwarmen voordat u scherpstelt (P44)
Direct na het opstarten kan de hitte van de lichtbron ertoe leiden dat niet goed kan
worden scherpgesteld. Bij het scherpstellen is het ook handig het testpatroon (10)
(P95, P142) te gebruiken.
■ Installeer de projector op voldoende afstand van muren
en eventuele andere obstakels
Voorzichtig
Als het luchtinlaat- of
Luchtinlaatrooster
luchtuitlaatrooster
geblokkeerd is, zal de
warmte binnen in de
projector toenemen, wat
mogelijk kan leiden tot
een storing of een kortere
Warme
levensduur van de
luchtstroom
projector.
Installeer de projector ook
Luchtuitlaatrooster
niet in een smalle, nauw
Luchtinlaatrooster
omsloten ruimte met
slechte ventilatie. Installeer het toestel op een goed geventileerde
plaats. Zorg voor een minimale ruimte van 50 cm aan de
bovenkant, de zijkanten en achterkant van de projector. Zorg ook
voor een minimale ruimte van 2 cm onder de projector.
■ Pas op voor condensatie
Als de kamertemperatuur plotseling mocht toenemen, kan de vochtigheid in de
lucht condenseren op de projectorlens en -spiegel, waardoor het beeld onscherp
wordt. Wacht totdat de condens verdampt is en het geprojecteerde beeld weer
normaal wordt.
■ Pas de instellingen aan bij een hoogte van meer dan
2.300 m
Projectorinstellingen moeten worden aangepast als u de projector gebruikt op een
hoogte van 2.300 m of meer. Raadpleeg met name de instructies voor [Grote
hoogte] (P136) in het menu [Installatie-instellingen].
22
Vóór de installatie
■ Bij plafondbevestiging
23
Vóór de installatie
Voorzichtig
Indien de projector aan het plafond
bevestigd is of geïnstalleerd is op een
hoge plek, dan moeten de luchtinlaaten luchtuitlaatroosters regelmatig
schoon gemaakt worden, zoals ook het
gedeelte rond het luchtfilter. Stof dat
zich ophoopt in luchtinlaat- of
uitlaatroosters, kan de ventilatie
verslechteren, waardoor de
temperatuur in de projector oploopt en
er risico op schade of brand ontstaat.
Gebruik een stofzuiger of iets
vergelijkbaars om stof te verwijderen
uit het luchtinlaat- en
luchtuitlaatrooster.
Vóór de installatie
■ Installatie om omhoog, omlaag of in een hoek te
projecteren
Voorzichtig
• U kunt omhoog, omlaag of in verschillende richtingen
projecteren, maar u mag de luchtinlaat- en -uitlaatroosters niet
blokkeren. Zorg vooral altijd voor ten minste 2 cm ruimte vanaf
het luchtinlaatrooster aan de onderkant van de projector.
• Er zijn geen opties voor het installeren van de projector dan
alleen hangend aan de plafondarmatuur.
24
Vóór de installatie
■ Voorzorgsmaatregelen voor staande installatie (rechtop)
Vóór de installatie
Voorzichtig
• U mag de luchtinlaat- en -uitlaatroosters niet blokkeren. Omdat
er zich een luchtinlaatrooster aan de onderkant van de projector
bevindt, dient u vooral altijd te zorgen voor ten minste 2 cm
ruimte aan de onderkant.
• Er zijn geen montagebeugels of soortgelijke accessoires
verkrijgbaar voor staande installatie.
■ Lichtbron
De projector maakt gebruik van een laser als lichtbron. De laser heeft het volgende
kenmerk.
Voorzichtig
Factoren zoals langdurig gebruik en veranderingen in de
omgeving kunnen van invloed zijn op de beeldkwaliteit. U kunt
veranderingen in de helderheid als gevolg van urenlang gebruik
of van de omgevingstemperatuur tegengaan door [Lichtbron
kalibreren] in [Kalibreren] uit te voeren (P162).
25
Vóór de installatie
Copyrightmededeling
Houd er rekening mee dat als u een beeld voor commerciële doeleinden of
publieke presentaties vergroot of verkleint u mogelijk inbreuk maakt op de
wettelijk beschermde auteursrechten van de auteursrechtenhouder van het
oorspronkelijke materiaal.
Zorg voor afdoende netwerkbeveiliging
Tref maatregelen om de veiligheid van uw netwerk te waarborgen. Onthoud
dat Canon niet aansprakelijk is voor directe of indirecte schade door
onvoldoende netwerkbeveiliging, zoals bij toegang door onbevoegden.
Configureer vóór gebruik de projector-, computer- en
netwerkbeveiligingsinstellingen op de juiste wijze.
• Stel de projector alleen in op verbindingen binnen uw beveiligde netwerk,
achter een firewall of iets dergelijks. Gebruik geen directe
internetverbindingen.
• Configureer bij gebruik van de projector in een draadloos netwerk ook de WiFi-beveiligingsinstellingen.
• Wijzig de Wi-Fi-beveiligingssleutel regelmatig.
Handelsmerken
• Ethernet is een gedeponeerd handelsmerk van Xerox Corporation.
• Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken
van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• Mac, Mac OS en Macintosh zijn handelsmerken van Apple Inc.,
gedeponeerd in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• HDMI, het HDMI-logo en High Definition Multimedia Interface zijn
handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing, LLC.
• PJLink is een gedeponeerd handelsmerk van JBMIA en aangevraagd
handelsmerk in bepaalde landen.
• PJLink is een gedeponeerd handelsmerk of een handelsmerk in aanvraag in
Japan, de Verenigde Staten en/of andere landen of gebieden.
• AMX is een gedeponeerd handelsmerk van Harman International Industries,
Inc.
• Crestron®, Crestron RoomView® en Crestron Connected™ zijn
gedeponeerde handelsmerken van Crestron Electronics, Inc.
• Extron en XTP zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van
RGB Systems, Inc. in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• HDBaseT™ en het HDBaseT Alliance-logo zijn handelsmerken van
HDBaseT Alliance.
• Wi-Fi is een gedeponeerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance.
• Wi-Fi CERTIFIED, WPA, WPA2 en het logo van Wi-Fi CERTIFIED verwijzen
naar configuratiemethoden die zijn ontwikkeld door de Wi-Fi Alliance.
• Alle overige handelsmerken zijn het eigendom van hun respectieve
eigenaren.
26
Open-sourcesoftware
Bij sommige software van derden is de distributie van softwaremodules in
uitvoerbare vorm alleen toegestaan als de broncode van dergelijke modules voor
iedereen beschikbaar is. Neem contact op met de distributeur bij wie u het product
hebt gekocht als u wilt weten hoe u de broncode voor dergelijke software van
derden kunt verkrijgen.
27
Open-sourcesoftware
Het product bevat modules met open-sourcesoftware.
Raadpleeg voor meer informatie de bestanden die u hebt gedownload bij
“Productsoftware” op de downloadsite (https://global.canon/iprj/). Bekijk de licentieinformatie voor elke module. U vindt deze in het bijbehorende bestand.
Vóór gebruik
Meegeleverde accessoires
Controleer of de verpakking de volgende items bevat voordat u het apparaat in
gebruik neemt.
• Afstandsbediening
• Batterijen voor afstandsbediening
(AAA-formaat x2)
(Onderdeelnr.: RS-RC07)
• Netsnoer (1,8 m)
• Belangrijke informatie
• Garantiebewijs
28
Vóór gebruik
Namen en functies van projectoronderdelen
■ Vooraanzicht
(2)
(3)
(7)
(6)
(5)
(4)
Blokkeer de luchtinlaat
niet. Als u dit toch doet
Voorzichtig kan dit storingen
veroorzaken.
(5) Zijbedieningspaneel (P30)
(6) Aansluitingen en
connectoren (P33)
(7) Bevestigingsgat
diefstalbeveiliging
Een diefstalbeveiligingskabel
(niet meegeleverd) kan
bevestigd worden.
(8) LED-lampjes (P31)
■ Achteraanzicht
(9)
(9) Luchtuitlaatrooster
Blokkeer de luchtuitlaat
niet. Als u dit toch doet
Voorzichtig kan dit storingen
veroorzaken.
(10) Infraroodontvanger (P37)
(11) Luchtfilterframe (P201)
(10)
(4) (11)
29
Vóór gebruik
(1) Netsnoerconnector (P65)
(2) Infraroodontvanger (P37)
(3) Lenseenheid (los
verkrijgbaar)
(4) Luchtinlaatrooster
(8)
(1)
Vóór gebruik
■ Onderaanzicht
(12) Verstelvoetjes (P61)
(13) Beveiligingsbalk
(12)
(13)
(4)
■ Zijbedieningspaneel
(6)
(4)
(3)
(2)
(1)
(5)
(1) POWER-knop (P42, P47)
Schakelt de projector in of uit.
(4) MENU-knop (P107)
Laat een menu zien op het scherm.
(2) INPUT-knop (P43)
Schakelt over op een ander
ingangssignaal.
(5) Pijl / VOL-knoppen (P105)
Omhoog, omlaag, naar links of
naar rechts bij het navigeren in
menu’s of andere handelingen.
Stelt het geluidsvolume in.
[ ] VOL+-knop: Verhoogt het
volume.
[ ] VOL–-knop: Verlaagt het
volume.
(3) LENS-knop
Bij elke druk op de knop verandert
het scherm naar scherpstelling
(P44), Zoomafstelling
(beeldformaat) (P44), of
lensverschuivingsafstelling
(beeldpositie) (P57). Gebruik voor
afstelling de [ ] / [ ] of de [ ] /
[ ]-knoppen.
(6) OK-knop (P105)
Bevestigt het item dat in het menu
geselecteerd is.
30
Vóór gebruik
■ LED-lampjes
De status van de projector wordt aangegeven door de LED-lampjes (uit / brandt /
knippert).
• STANDBY (rood) : Brandt tijdens stand-by.
Anders knippert deze in de volgende
situaties.
• Wanneer de projector van projectie naar
stand-by gaat
• Terwijl de lichtbron uit is in de
energiebesparingsfunctie
• WARNING (rood) : Brandt of knippert wanneer zich een fout
voordoet.
• LIGHT (oranje)
: Brandt of knippert in geval van een probleem
met de lichtbron.
• TEMP (rood)
: Brandt of knippert wanneer de interne
temperatuur hoog is.
31
Vóór gebruik
• POWER (groen) : Brandt tijdens de projectie.
Anders knippert deze in de volgende
situaties.
• Wanneer de projector van stand-by naar
projectie gaat
• Terwijl de lichtbron uit is in de
energiebesparingsfunctie
Vóór gebruik
Overzicht van LED-lampjes
De LED-lampjes knipperen of gaan branden om de werkingsstatus van de projector
aan te geven.
Uitleg: Voorbeeld van het POWER-lampje : Uit : Brandt : Knippert
LED-lampje
Bedrijfstoestand
TEMP
POWER STANDBY WARNING LIGHT
(rood) (oranje) (rood)
(groen)
(rood)
De stekker van de projector zit niet in
het stopcontact.
In standbystand.
Ingeschakeld. (Er wordt geprojecteerd.)
Bediening (projectie) wordt hervat na
standby.
Afkoelen terwijl standby of
energiebesparingsfunctie wordt
geactiveerd vanuit ingeschakelde
modus.
In de energiebesparingsfunctie, met de
lichtbron uit. (Knippert groen en dan
rood.)
Interne temperatuur is hoog (in
standbystand).
Interne temperatuur is hoog (tijdens
projectie).
Er heeft zich een fout voorgedaan met
de lichtbron.
Er heeft zich een temperatuurfout
voorgedaan.
Knippert 3 maal: Luchtfilterfout
Knippert 4 maal: Ventilatorfout
Knippert 5 maal: Fout in
stroomvoorziening
Knippert 6 maal: Fout in lenseenheid
32
Vóór gebruik
■ Aansluitingen en connectoren
(2)
(4) (5) (6)
(3)
(7)
(1) USB-poort (P163)
Voor aansluiting van een USB-flashstation. Gebruikt voor firmware-updates.
(2) LAN- / HDBaseT-poort (P64, P66)
Ontvangt HDBaseT-invoer met digitale video- en audiosignalen.
Verzendt zowel video- als audiosignalen over één LAN-kabel (Shielded
Twisted Pair).
Deze aansluitpoort kan ook gebruikt worden om de projector aan te sluiten op
een netwerk.
(3) HDMI-aansluiting (HDMI-1, HDMI-2) (P63)
Ontvangt HDMI-invoer met digitale video- en audiosignalen.
Verzendt zowel video- als audiosignalen over een enkele kabel.
(4) AUDIO OUT-aansluiting (AUDIO OUT) (P65)
Voert het audiosignaal uit naar externe AV-apparatuur. Dit voert het
audiosignaal uit dat bij het geprojecteerde beeldsignaal hoort.
(5) Activeringsaansluiting (TRIGGER) (P162)
Gebruikt voor de activering van een scherm of een ander extern apparaat
wanneer de projector in of uit wordt geschakeld.
(6) Aansluiting voor afstandsbediening met kabel (REMOTE) (P38)
Deze aansluitbus dient voor het aansluiten van de optionele
afstandsbediening (RS-RC05) met kabel.
(7) Servicepoort (P210)
Voor bediening van de projector met de instructies van de gebruiker (P210 –
P211).
33
Vóór gebruik
(1)
Vóór gebruik
Afstandsbediening
■ Namen en functies van onderdelen
(5) OK-knop (P105)
Bevestigt het item dat in het menu
geselecteerd is.
(1)
(6) FOCUS-knop (P44)
Stelt de scherpstelling in.
[ ] / [ ]-knoppen:
Verplaatst de scherpstellingspositie
verder weg.
[ ] / [ ]-knoppen:
Verplaatst de scherpstellingspositie
dichterbij.
(2)
(3)
(4)
(7) ZOOM-knop (P44)
Stelt het beeldformaat in.
[ ] / [ ]-knoppen:
Vergroot het beeldformaat.
[ ] / [ ]-knoppen:
Verkleint het beeldformaat.
(5)
(6)
(7)
(8) INPUT A-C-knop (P150)
Kan worden toegewezen aan
geselecteerde ingangssignalen (één bron
voor elk van de drie knoppen).
(8)
(9)
(10)
(11)
(9) ASPECT-knop (P83, P116)
Wijzigt de aspectverhouding van het
geprojecteerde beeld.
(12)
(13)
(10) TEST PATTERN-knop (P142)
Geeft het testpatroon weer.
(11) Ch-knop (P149)
Wijzigt het kanaal voor de
afstandsbediening.
(1) POWER-knop (P42, P47)
Schakelt de projector in of uit.
(12) IMAGE-knop (P45)
Schakelt over op een andere
beeldmodus (beeldkwaliteit).
(2) D.ZOOM-knop
Wordt niet gebruikt bij dit product.
(3) Fn-knop
Wordt niet gebruikt bij dit product.
(13) FREEZE-knop (P48)
Zet het geprojecteerde beeld stil.
(4) Pijlknoppen (P105)
Selecteert het bovenste, onderste,
linker of rechter item in het menu.
Wordt ook gebruikt om een kanaal aan
de afstandsbediening toe te wijzen.
34
Vóór gebruik
(19) EXIT-knop (P106)
Annuleert tijdens gebruik functies als
menuweergave of testpatroon en keert
terug naar beeldweergave.
(14)
(16)
(17)
(18)
(21) KEYSTONE-knop (P83)
Corrigeert de trapeziumvervorming.
Via [Trapezium] kunt u zowel de
hoeken als het horizontale/verticale
trapezium (via aanpassing van de
lengte boven/onder/links/rechts) en de
hoeken corrigeren.
(19)
(20)
(22) AUTO PC-knop
Wordt niet gebruikt bij dit product.
(23) SPLIT-knop
Wordt niet gebruikt bij dit product.
(21)
(22)
(24) BLANK-knop (P48)
Maakt tijdelijk het beeld zwart.
(23)
(24)
(14) INPUT-knop (P43)
Schakelt over op een ander
ingangssignaal.
(15) VOL-knop (P50)
Stelt het geluidsvolume in.
[3]-knop:
Verhoogt het volume.
[6]-knop:
Verlaagt het volume.
(16) Nummerknoppen (P156, P165,
P167)
Voor invoer van wachtwoord en TCP-/
IP-instellingen.
(17) MUTE-knop (P50)
Dempt het geluid.
(18) MENU-knop (P107)
Laat een menu zien op het scherm.
35
Vóór gebruik
(20) LENS-SHIFT-knop (P57)
Verplaatst de lens omhoog, omlaag,
naar links of rechts.
[ ] / [ ] / [ ] / [ ]-knoppen:
Verplaatst het beeld.
(15)
Vóór gebruik
■ De batterijen van de afstandsbediening installeren
1
Maak het klepje van 2
het batterijenvakje
open.
Schuif het klepje terwijl
u het indrukt opzij.
Doe de batterijen er 3
in.
Steek 2 nieuwe AAAbatterijen in het vakje
met de + en de – polen
op de juiste plaats.
Doe het klepje van
het vakje weer dicht.
Schuif het klepje erover
totdat u een klik hoort
om het stevig vast te
maken.
• Als niet alle knoppen op de afstandsbediening werken wanneer u de projector probeert
te bedienen, vervang de batterijen dan door nieuwe.
• Laat de afstandsbediening niet vallen en stel hem niet bloot aan schokken.
• Mors geen vloeistoffen op de afstandsbediening. Als u dit toch doet kan dit storingen
veroorzaken.
Waarschuwing
Voorzichtig
Let bij het inbrengen en verwijderen van batterijen op de volgende
punten. Als u dat niet doet, kan dit brand of lichamelijk letsel
veroorzaken.
• De batterijen niet verwarmen, kortsluiten of uit elkaar halen, en ze
ook niet in een vuur leggen.
• Probeer de batterijen die met de afstandsbediening worden
meegeleverd niet op te laden.
• Verwijder de batterijen wanneer deze volledig opgebruikt zijn of
wanneer de afstandsbediening gedurende lange tijd niet gebruikt
wordt.
• Bij het vervangen van de batterijen, beide batterijen altijd
tegelijkertijd vervangen. Gebruik ook nooit twee batterijen van
een verschillend type tegelijkertijd.
• Breng de batterijen in met de + en – polen in de juiste richting.
• Als er vloeistof uit de batterijen lekt dat in contact komt met uw
huid, moet u dat er direct goed afwassen.
36
Vóór gebruik
■ Bedieningsbereik van de afstandsbediening
De afstandsbediening is van het type dat infrarood gebruikt. Richt het op de
infraroodontvanger op de voor- of achterkant van de projector om het te bedienen.
Vóór gebruik
25°
8m
25°
8m
25°
25°
• Zorg dat de afstand tussen de afstandsbediening en de projector niet meer is dan
ongeveer 8 m.
• Gebruik de afstandsbediening binnen een hoek van 25° in alle richtingen vanaf recht
voor de infraroodontvanger.
• De afstandsbediening werkt niet wanneer er zich een object tussen de
afstandsbediening en de projector bevindt, of wanneer de infraroodontvanger op de
projector blootstaat aan direct zonlicht of sterk licht vanuit verlichtingsapparatuur.
• Wijzig bij gelijktijdig gebruik van 2 of meer projectoren de kanaalinstellingen om te
voorkomen dat de ene afstandsbediening de andere stoort (P149).
37
Vóór gebruik
■ Een optionele afstandsbediening met kabel gebruiken
(RS-RC05)
Gebruik de RS-RC05 (apart verkrijgbaar) als u een afstandsbediening met kabel
wilt gebruiken voor de projector.
Gebruik hiervoor een kabel met een stereoministekker van 3,5 mm ø (niet
meegeleverd).
Afstandsbediening
(RS-RC05)
Aansluiting voor
afstandsbediening met kabel
Kabel met stereoministekker van
3,5 mm ø (niet meegeleverd)
• Infrarood zal niet werken wanneer een kabel is aangesloten op de projector of de
afstandsbediening.
• Gebruik een kabel met een stereoministekker van 3,5 mm ø (niet meegeleverd) en een
lengte van 30 m of minder.
38
Basis
39
Projectieprocedure
Gebruik de volgende stappen om de projectie voor te bereiden.
Stap 1
Andere apparatuur aansluiten
(P41)
De netwerkinstellingen van de computer
configureren (P69)
Stap 2
De projector inschakelen
(P42)
Stap 3
Een ingangssignaal selecteren
(P43)
Stap 4
Het beeld instellen
(P44)
Stap 5
De beeldkwaliteit selecteren (beeldmodus)
(P45)
De projector uitschakelen
(P47)
40
Projectieprocedure
Stap 1 Andere apparatuur aansluiten
Basis
HDMI-invoer
Projectieprocedure
41
Projectieprocedure
Stap 2 De projector inschakelen
1
Druk op de POWER-knop.
Afstandsbediening
2
Projector
Zet de computer of andere apparatuur aan.
• Kies met de pijlknoppen de gewenste taal als er een taalselectiemenu wordt
geprojecteerd en druk vervolgens op de OK-knop.
• Als u een wachtwoord hebt ingesteld, verschijnt het wachtwoordinvoerscherm. Voer uw
wachtwoord in (P156, P157).
• Druk op de INPUT-knop als het bericht “Geen signaal” verschijnt en selecteer het
gewenste ingangssignaal.
• Pas de beeldscherminstellingen op de computer aan als het scherm ervan niet wordt
geprojecteerd. Raadpleeg de handleiding bij uw computer voor informatie over het
kiezen van een andere beeldschermuitgang.
42
Projectieprocedure
Stap 3 Een ingangssignaal selecteren
INPUT-knop
INPUT-knop
Afhankelijk van de instellingen kunt u ingangssignalen ook selecteren met de INPUT
A-C-knoppen op de afstandsbediening. Zie “[INPUT A-C]-knopinstellingen” (P150) voor
details.
43
Projectieprocedure
Afstandsbediening
Projector
Basis
Selecteer een ingangssignaal in het menu [Ingang] als u wilt schakelen tussen
signalen van aangesloten apparatuur.
Elke keer als u op de INPUT-knop drukt of elke keer als u in het scherm [Ingang] op
de [ ] / [ ]-knoppen drukt, verandert het geselecteerde signaal.
Het ingangssignaal dat op dit moment actief is, is met een groene cirkel en oranje
kader gemarkeerd.
Namen van ingangssignalen die beschikbaar zijn voor projectie, zijn wit. Namen
van signalen die niet beschikbaar zijn, zijn grijs.
Projectieprocedure
Stap 4 Het beeld instellen
■ De uitgangsresolutie van de computer aanpassen
De resolutie van de projector is maximaal 4096x2160 (P203).
Raadpleeg de handleiding bij uw computer voor informatie over het aanpassen van
de uitgangsresolutie van de computer.
■ Het beeld scherpstellen / vergroten en verkleinen
Druk op de afstandsbediening op de ZOOM-knop om het beeld te vergroten of te
verkleinen en druk op de FOCUS-knop om het beeld scherp te stellen. U kunt ook
eenmaal op de LENS-knop van de projector drukken om scherp te stellen en
tweemaal om het beeld te vergroten of te verkleinen.
Afstandsbediening
Projector
LENS-knop
FOCUS-knop
ZOOM-knop
Scherpstelling
Zoominstelling
• Corrigeer trapeziumvervorming met de KEYSTONE-knop (P83).
• Selecteer een beeldmodus afhankelijk van het geprojecteerde beeld.
44
Projectieprocedure
Stap 5 De beeldkwaliteit selecteren
(beeldmodus)
Projectieprocedure
Afstandsbediening
■ Beeldmodi
Details
Beeldmodus
Basis
Als u op de afstandsbediening op de IMAGE-knop drukt, kunt u een beeldmodus
selecteren die past bij het geprojecteerde beeld.
In elke beeldmodus kunt u de helderheid, het contrast, de scherpte, het gamma,
het HDR-bereik, de kleuraanpassing, de geavanceerde aanpassing, de
lichtbronmodus (P128) en het helderheidsniveau aanpassen (P128).
(1) Omgevingslicht in projectieruimte
(2) Type beelden
(3) Effect op projectie
Standaard
(1) Helder
(2) Computerschermen of media die worden afgespeeld met
videosoftware
(3) Wittinten en natuurlijke kleuren
Presentatie
(1) Helder
(2) Beelden die voornamelijk uit tekst bestaan
(3) Helder scherm
Dynamisch
(1) Helder
(2) Media die worden afgespeeld via videosoftware
(3) Helder scherm
Video
(1) Enigszins donker
(2) Videobeelden van camcorders
(3) Benadert de kleurruimte van tv’s
Foto/sRGB
(1) Enigszins donker
(2) Digitale foto’s van sRGB-compatibele camera’s
(3) Voldoet aan de sRGB-standaard
DICOM SIM
(1) Enigszins donker
(2) Zwart-witbeelden (bijvoorbeeld voor medisch gebruik)
(3) Ingesteld op de GSDF-curve die is gedefinieerd in Deel 14 van de
DICOM-norm
Gebruiker 1 – 5
U kunt in het geheugen maximaal 5 gebruikerscombinaties van
beeldkwaliteitinstellingen opslaan (P121). Opgeslagen instellingen
kunnen als een beeldmodus geselecteerd worden.
45
Projectieprocedure
■ Een beeld projecteren in de DICOM SIM-modus
In de DICOM-simulatiemodus (hierna “DICOM SIM” genoemd) kan deze projector
monochrome medische afbeeldingen, zoals röntgenfoto’s, CT-beelden, MRIbeelden, etc., weergeven in een toon die de DICOM-standaard (DICOM: Digital
Imaging and Communications in Medicine) benadert. Om beelden te projecteren
volgens de DICOM-standaard, is doorgaans een op de omgeving gebaseerde
grijswaardencorrectie met behulp van een lichtmeter vereist. Deze projector
beschikt echter over 21 tooninstellingen voor diverse soorten omgevingslicht. U
kunt de grijstinten corrigeren op een vereenvoudigde manier door keuze van het
DICOM-testpatroon (P95).
De projector is geschikt om beelden te projecteren tijdens medische colleges,
wetenschappelijke conferenties, ziekenhuisconferenties, etc.
Deze projector is geen medisch apparaat. De projector mag dan ook niet door
medici worden gebruikt voor het bestuderen van radiologische beelden of het
stellen van diagnoses.
Voorzichtig
• Het is raadzaam om bij elk gebruik de toon opnieuw te
controleren, aangezien de projector niet beschikt over
tooncorrectie- en calibratiefuncties die automatisch reageren op
veranderingen in de omgeving.
• Het kan ongeveer 30 minuten duren voor de helderheid van het
beeld dat door de projector wordt weergegeven, stabiel is.
Schakelen naar de DICOM SIM-modus
1
Druk op de IMAGE-knop op de afstandsbediening totdat [DICOM SIM]
wordt weergegeven of selecteer [DICOM SIM] onder [Beeldmodus] in het
menu [Beeldinstelling].
2
Geef testpatronen weer door op de knop TEST PATTERN op de
afstandsbediening te drukken of [Aan] te selecteren in [Testpatroon] in
het menu [Installatie-instellingen]. Druk op de knoppen [ ] / [ ] om het
DICOM-testpatroon te selecteren.
46
Projectieprocedure
3
Terwijl u het testpatroon bekijkt, verricht u de [Gamma] (P122)-instelling
in het menu [Beeldinstelling] totdat het beeld optimaal wordt
weergegeven.
4
Druk na het instellen op de OK-knop.
1
Druk op de POWER-knop.
Afstandsbediening
2
Projector
Druk in dit scherm nogmaals op
de POWER-knop.
Nadat u de projector uit hebt gezet,
stopt de projectie, knippert de
indicator [STANDBY] rood en begint
de projector af te koelen. Na het
afkoelen schakelt de projector over
op de standbystand. In de
standbystand knippert het
[STANDBY]-lampje niet langer,
maar brandt het continu.
• Als u door wilt gaan met de projectie en de projector niet wilt uitschakelen, drukt u op
een andere knop dan de POWER-knop of wacht u totdat het bevestigingsbericht is
verdwenen.
• De projector kan tijdens het afkoelen niet worden ingeschakeld.
• Wanneer u de projector gedurende langere tijd gebruikt, kan de levensduur van de
interne optische onderdelen worden verkort.
• Haal de stekker van de projector uit het stopcontact als u de projector gedurende
langere tijd niet gebruikt. De [Datum en tijd]-instelling wordt teruggesteld. Deze moet u
dus opnieuw instellen.
• Als de energiebesparingsfunctie actief is, gaat de projector mogelijk na een bepaalde
tijd automatisch uit (P153).
47
Projectieprocedure
De projector uitschakelen
Basis
Volg een van de onderstaande methoden voor het verkrijgen van een juiste projectie:
• Dim het omgevingslicht.
• Verklein het beeldformaat.
• Verklein de projectieafstand.
Handige projectiefuncties
Handige functies
In dit gedeelte worden functies beschreven die handig zijn tijdens presentaties en
in andere situaties.
Tijdelijk het beeld zwart maken
U kunt het beeld tijdelijk zwart maken, bijvoorbeeld na afloop van een presentatie
of om de aandacht van het publiek op iets anders te richten dan het scherm.
Afstandsbediening
Druk op de afstandsbediening op de BLANK-knop om het beeld
zwart te maken.
Druk nogmaals op de BLANK-knop om het beeld weer te laten
zien.
• U kunt de status van het scherm instellen terwijl u het beeld in het menu
zwart maakt (P144).
Het beeld stilzetten
U kunt de projectie tijdelijk stilzetten, bijvoorbeeld tijdens afleidende
computerhandelingen of om video- of animatiebeelden te onderbreken.
Afstandsbediening
Druk op de afstandsbediening op de FREEZE-knop om het
bewegende beeld stil te zetten. Het volgende pictogram wordt
weergegeven.
Druk nogmaals op de FREEZE-knop om terug te keren naar de
oorspronkelijke weergave.
Scherm
• De functie wordt ook geannuleerd nadat het ingangssignaal is beëindigd.
48
Handige projectiefuncties
Een testpatroon projecteren via het menu
Zelfs zonder ingangssignalen kan de projector een testpatroon projecteren. U kunt
tijdens de installatie een testpatroon projecteren om de installatie te controleren.
Zie “Testpatroon” (P142) of “Instellen via een testpatroon” (P95) voor details over
het projecteren van testpatronen.
Energiebesparingsinstellingen opgeven
Kies de gewenste energiebesparingsinstellingen.
De volgende vier instellingen zijn mogelijk. Raadpleeg de pagina met de
beschrijving van elke functie voor meer informatie.
Basis
• Lichtbronmodus (P128)
Handige projectiefuncties
Hiermee kunt u energie besparen door een minder heldere stand te kiezen.
• Standbyenergie-instelling (P153)
Hiermee worden in de standbystand bepaalde netwerkfuncties uitgeschakeld om
energie te besparen.
• Energiebesparingsfunctie (P153)
Hiermee wordt de lichtbron of de voeding na een bepaalde periode uitgeschakeld
als de projector inactief is zonder ingangssignaal.
• Duur energiebesparing (P154)
Geef hier de periode op waarna de lichtbron of de projector automatisch moet
worden uitgeschakeld wanneer deze inactief is zonder ingangssignaal wanneer
[Energiebesparingsfunctie] is ingesteld op [Lichtbron uit] of [Standby].
49
Handige projectiefuncties
Het volume instellen
Handig als:
• U het volume van de op de audio-uitgangsaansluiting aangesloten externe
luidsprekers wilt instellen.
Afstandsbediening
Druk op de VOL-knop. Het volgende scherm wordt weergegeven.
• U kunt het volume ook met de [ ] / [ ]-knoppen van de projector instellen.
• Stel het volume of de dempinstelling op de computer in als het volume te
laag is.
Het geluid dempen
Handig als:
• U onnodig geluid tijdelijk wilt dempen.
• U het geluid onmiddellijk wilt dempen.
Afstandsbediening
Druk op de afstandsbediening op de MUTE-knop om het geluid te
dempen. Het volgende pictogram wordt weergegeven.
Scherm
Druk nogmaals op de MUTE-knop om weer geluid te horen.
• U kunt het geluid van de op de audio-uitgangsaansluiting aangesloten luidsprekers ook
dempen.
50
Installatie
Zorg ervoor dat u “Vóór de installatie” (P21) leest voordat u de projector
opstelt.
51
Installatieprocedure
Relatie tussen projectieafstand en beeldformaat
Hoogte
De grootte van het geprojecteerde beeld wordt bepaald door de afstand tussen de
projector en het scherm (projectieafstand) en de zoompositie. Raadpleeg volgende
tabel en bepaal de afstand tussen projector en scherm.
Onderrand
van beeld
H
Schermformaat
(diagonaal)
L
Breedte
Lenseenheid
RS-SL01ST
Projectieverhouding* 1,38 – 2,07:1
Beeldformaat
[cm]
Diagonaal
Breedte- TeleBreedte Hoogte
limiet limiet
40
90
47
1,23
1,85
60
135
71
1,85
2,79
80
180
95
2,47
3,72
100
225
118
3,10
4,65
150
337
178
4,65
6,99
200
449
237
6,21
9,32
250
562
296
7,76 11,65
300
674
355
9,32 13,99
350
786
415 10,88 16,32
400
899
474 12,43 18,65
450
1011
533 13,99 20,99
500
1123
592 15,54 23,32
550
1236
652 17,10 25,65
600
1348
711 18,65 27,99
Scherm
L: Projectieafstand
H: Hoogte van midden van lens tot onderrand
van beeld
RS-SL02LZ
2,03 – 3,46:1
RS-SL04UL
3,29 – 6,43:1
Projectieafstand L [m]
Breedtelimiet
1,80
2,72
3,64
4,56
6,86
9,16
11,46
13,76
16,06
18,36
20,66
22,96
25,26
27,56
Telelimiet
3,08
4,65
6,21
7,77
11,68
15,59
19,49
23,40
27,31
31,21
35,12
39,03
42,94
46,84
52
Breedtelimiet
—
4,48
5,94
7,39
11,02
14,65
18,28
21,91
25,54
29,17
32,80
36,43
40,06
43,69
Telelimiet
—
8,71
11,57
14,44
21,59
28,75
35,90
43,05
50,21
57,36
64,52
71,67
78,83
85,98
RS-SL05WZ Hoogte H** [cm]
0,93 – 1,39:1
RS-SL01ST
RS-SL02LZ
RS-SL04UL
Breedte- Tele- RS-SL05WZ
limiet limiet
0,83
1,23
-34 – 5
1,25
1,86
-51 – 7
1,66
2,49
-68 – 9
2,08
3,12
-85 – 12
3,12
4,69
-128 – 18
4,16
6,27
-171 – 24
5,20
7,84
-213 – 30
6,24
9,41
-256 – 36
7,28 10,99
-299 – 41
8,32 12,56
-341 – 47
9,36 14,13
-384 – 53
10,40 15,71
-427 – 59
11,44 17,28
-469 – 65
12,48 18,85
-512 – 71
Installatieprocedure
Lenseenheid
RS-SL03WF RS-SL06UW
RS-SL07RST
Hoogte H** [cm]
Projectieverhouding* 0,74:1
0,5:1
1,34 – 2,35:1
Beeldformaat
Projectieafstand L [m]
RS-SL03WF RS-SL06UW RS-SL07RST
[cm]
Diagonaal
Breedte Hoogte Vaste
Vaste Breedtelimiet Telelimiet
47
71
95
118
178
237
296
355
415
474
533
592
652
711
0,67
1,00
1,34
1,67
2,50
3,33
4,16
4,99
0,45
0,67
0,90
1,12
1,69
2,25
2,81
3,38
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
1,20
1,80
2,40
3,00
4,50
6,01
7,51
9,01
10,51
12,01
13,51
15,01
16,52
18,02
2,11
3,17
4,23
5,29
7,93
10,57
13,21
15,86
18,50
21,14
23,78
26,43
29,07
31,71
-27 – -20
-41 – -31
-54 – -41
-68 – -51
-101 – -76
-135 – -102
-169 – -127
-203 – -153
-34 – 16
-51 – 23
-68 – 31
-85 – 39
-128 – 59
-171 – 78
-213 – 98
-256 – 117
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
-58 – 11
-87 – 16
-117 – 22
-146 – 27
-219 – 41
-291 – 55
-364 – 68
-437 – 82
-510 – 95
-583 – 109
-656 – 123
-729 – 136
-802 – 150
-874 – 164
* Projectieverhoudingen zijn gebaseerd op gebruik van een 100-inch scherm.
** Hoogte (H) is gebaseerd op lenspositiemodus [Normaal].
Zie “Aanpassing via de lensinstelfunctie” (P59) voor meer informatie over de
beeldpositie in de modus [Uitgebreid].
53
Installatieprocedure
90
135
180
225
337
449
562
674
786
899
1011
1123
1236
1348
Installatie
40
60
80
100
150
200
250
300
350
400
450
500
550
600
Installatieprocedure
Installeren / verwijderen van de lenseenheid
Waarschuwing
Voorzichtig
Voorzichtig
• Alvorens de lenseenheid te installeren of verwijderen, maakt u de
stekker of connector los. Als u dit niet doet, kunt u een schok
krijgen, gewond raken of kan er brand ontstaan.
• Als de projector opgehangen is aan het plafond, zet deze dan op de
grond of op een werkbank voordat u de lenseenheid bevestigt of
vervangt. Als u dit niet doet, kunnen onderdelen van de projector
naar beneden vallen en mogelijk storingen of lichamelijk letsel
veroorzaken.
• Probeer niet zelf de lenseenheid te installeren of vervangen. Neem
hiervoor contact op met een gekwalificeerde technicus of met het
Canon Call Center.
• De projector heeft een lensinstelfunctie waarmee de lens omhoog,
omlaag, naar links en naar rechts kan worden verschoven via de
motor. Raak de bewegende lens niet aan. Als u de bewegende lens
aanraakt, kan dit lichamelijk letsel veroorzaken.
• Wacht tenminste 30 minuten nadat de projector is uitgeschakeld,
zodat de lenseenheid volledig kan afkoelen voordat u deze vervangt.
Als u dit niet doet, kan dit brandwonden of ander letsel veroorzaken.
• Wanneer u de lenseenheid installeert of verwijdert, zorg er dan voor
dat u het oppervlak van de lens niet met uw handen aanraakt of
bekrast.
• Forceer de onderdelen (bijv. stroomdraden) die aangesloten zijn op
de lenseenheid of lensmotor niet. Als u dit toch doet kan dit
storingen veroorzaken.
• Vervang de lenseenheid niet in een stoffige omgeving. Als stof of
vuil in de projector terecht komt, kan dit de beeldkwaliteit negatief
beïnvloeden.
• Bij het dragen of vastnemen van de projector na het bevestigen van
de lenseenheid, mag u de lens niet vasthouden. Anders kan er
schade aan de lenseenheid veroorzaakt worden.
• Als de projector vervoerd moet worden, moet de lenseenheid eruit
gehaald worden voorafgaand aan vervoer. Als de projector
blootgesteld gaat worden aan excessieve schokken tijdens het
vervoer kan de lens beschadigd worden.
• Om te weten met welke apparaten de projector compatibel is neemt u
contact op met het Canon Call Center.
54
Installatieprocedure
■ De lenseenheid installeren
1
Controleer of de lenshendel omhoog staat, houd de lenseenheid met het
koppelstuk aan de linkerkant en schuif de eenheid in de projector, waarbij
het koppelstuk is uitgelijnd met de connector in de projector.
Lenshendel
Connector
Lenskoppelstuk
Installatie
2
Draai de lenshendel
rechtsom om de
lenseenheid vast te
zetten.
Lenshendel
• Zorg er bij het vastzetten van de lenseenheid voor dat deze volledig in de projector is
geschoven en draai de lenshendel vervolgens rechtsom (omlaag, zie afbeelding) om
de eenheid vast te zetten. Als u de eenheid niet volledig in de projector hebt
geschoven, kan de lenshendel mogelijk niet vrij bewegen of kan de projectie wazig zijn.
• In de projector wordt bepaalde informatie over lenzen opgeslagen. U moet deze
informatie opnieuw instellen als u de lens vervangt.
Na vervanging van de lens wordt de lens automatisch teruggesteld als u de projector
opnieuw start. Wanneer de lens is ingesteld op een positie in het bereik [Normaal],
wordt de lens teruggesteld (P59).
• Raadpleeg ook de instructies bij de vervangende lens.
55
Installatieprocedure
Houd de lenseenheid recht terwijl u de eenheid in de projector schuift. Als u de eenheid
schuin erin schuift, kan de lenshendel mogelijk niet vrij bewegen of kan de projectie wazig
zijn.
Installatieprocedure
De lenseenheid verwijderen
1
Zet de lenshendel omhoog
door deze linksom te
draaien.
2
Houd de lenseenheid bij het
verwijderen goed vast.
Lenshendel
Houd de lenseenheid recht terwijl u de
eenheid uit de projector trekt.
56
Installatieprocedure
Installatie
Plaats de projector voor het scherm.
Scherm
Optische as
Gebruik de lensinstelfunctie of de verstelvoetjes om de projectiestand in te stellen.
1
Druk op de afstandsbediening op de LENS-SHIFT-knop om het
lensinstelscherm weer te geven.
Afstandsbediening
57
Installatieprocedure
■ Installatie op tafel of vloer (lager dan scherm)
Installatie
• Voorkom trapeziumvervorming en
installeer de projector zodanig dat deze
zich ten opzichte van het scherm in een
rechte hoek bevindt.
• Het scherm mag niet blootgesteld worden
aan direct zonlicht of licht uit
verlichtingsapparatuur. In een
helderverlichte ruimte is het aanbevolen
de lichten uit te doen, de gordijnen te
sluiten en al het overige te doen om ervoor
te zorgen dat het scherm goed te zien is.
Installatieprocedure
Druk op de projector herhaaldelijk op de LENS-knop om te schakelen tussen
lensparameterschermen.
Druk driemaal op de LENS-knop (of viermaal als u [Marginale scherpstelling]
hebt ingesteld op [Aan]) om naar het lensinstelvenster te gaan.
Projector
Druk driemaal.
Als [Marginale scherpstelling]
is ingesteld op [Aan].
Als [Marginale
scherpstelling] is
ingesteld op [Uit].
2
Druk op de pijlknoppen om in te stellen.
Zet het beeld hoger of lager met de [ ] / [ ]-knoppen op de afstandsbediening
of projector.
Verplaats het beeld naar links of rechts met de [ ] / [ ]-knoppen op de
afstandsbediening of projector.
Houd de bijbehorende knop ingedrukt als u het beeld verder in een specifieke
richting wilt verplaatsen.
Afstandsbediening
Projector
Scherm
58
Installatieprocedure
Aanpassing via de lensinstelfunctie
U kunt het beeld in alle richtingen verplaatsen door de lens hoger, lager, meer naar
links of meer naar rechts in te stellen. Deze functie wordt lensinstelling genoemd.
Het lensinstelbereik van de project is als volgt.
Mate van
beweegbaarheid
omhoog/omlaag
(1)
90°
90°
(2)
Mate van
beweegbaarheid
links/rechts
90°
90°
(3)
Bij maximale lensverschuiving naar links
Bij maximale lensverschuiving naar rechts
Mate van lensverschuiving voor elke vervangende lens
Lenseenheid
RS-SL02LZ
RS-SL04UL
RS-SL05WZ
Lenspositiemodus: Normaal
Omhoog (1)
: +60%
Omlaag (2)
: -22%
Links/rechts (3) : ±6%
RS-SL03WF
Omhoog (1)
: +7%
Omlaag (2)
: -7%
Links/rechts (3) : ±2%
RS-SL06UW
Omhoog (1)
: +83%
Omlaag (2)
: -22%
Links/rechts (3) : ±25%
RS-SL07RST
Lenspositiemodus: Uitgebreid*
Omhoog (1)
: +104%
Omlaag (2)
: -104%
Links/rechts (3) : ±25%
Omhoog (1)
: +73%
Omlaag (2)
: -73%
Links/rechts (3) : ±11%
* In de lenspositiemodus [Uitgebreid] kan de beeldkwaliteit minder zijn, afhankelijk
van de mate waarin de lenspositie is gewijzigd.
Sluit vóór gebruik van deze functie de projector aan op een computer of AV-apparatuur
(P63) en steek de stekker van de projector in het stopcontact (P65).
59
Installatieprocedure
(3)
RS-SL01ST
Installatie
Bij maximale lensverschuiving omlaag
Bij maximale lensverschuiving omhoog
Installatieprocedure
Gebied buiten het lensinstelbereik (in lenspositiemodus [Normaal]*)
• Zoomlenzen: RS-SL01ST/RS-SL02LZ/RS-SL04UL/RS-SL05WZ
Als de lens op meer dan 49% (*1) omhoog wordt ingesteld, kunt u de lens minder
ver naar links/rechts instellen. Wanneer de lens maximaal omhoog (1) is ingesteld
(60% (*2)), kan de lens niet meer naar links of rechts worden ingesteld.
Voor een ultrabrede zoomlens (RS-SL06UW), (*1) is 32% en (*2) is 83%.
Onbereikbaar gebied
voor lensverschuiving
(1)
Geprojecteerd
beeld
Verschuivingsbereik
(2)
(3)
(3)
• Korte vaste lens: RS-SL03WF
Hoe meer u de lens omhoog of omlaag verschuift, hoe minder u de lens naar links
of rechts kunt verschuiven. Wanneer de lens maximaal omhoog of omlaag is
ingesteld (7%), kan de lens niet meer naar links of rechts worden ingesteld.
(3)
(3)
Onbereikbaar gebied voor
lensverschuiving
(1)
Geprojecteerd
beeld
Verschuivingsbereik
(2)
• Standaard 4K zoomlens: RS-SL07RST
Als de lens op meer dan 55%/-55% omhoog wordt ingesteld, kunt u de lens minder
ver naar links/rechts instellen. Wanneer de lens maximaal omhoog (1) is ingesteld
(73%/-73%), kan de lens niet meer naar links of rechts worden ingesteld.
Onbereikbaar gebied
voor lensverschuiving
(1)
Geprojecteerd
beeld
Verschuivingsbereik
(2)
(3)
(3)
In de lenspositiemodus [Uitgebreid] kunt u de lens instellen naar elke hoekpositie.
Hierdoor kan de beeldkwaliteit echter afnemen.
60
Installatieprocedure
De positie terugstellen
Houd bij een gewijzigde schermpositie de
LENS-SHIFT-knop op de
afstandsbediening of de LENS-knop op de
projector ingedrukt om het venster [Lens
terugstellen] te openen. De selecties voor
de huidige gebruikte lens worden getoond.
Gebruik de pijlknoppen om er één te
selecteren en druk vervolgens op de OKknop.
Beschikbare items
Installatie
Lenseenheidtype
RS-SL01ST
RS-SL02LZ
RS-SL04UL
50% : Omhoog 50%, links/rechts 0%
0% : Omhoog/omlaag/links/rechts 0%
RS-SL06UW
RS-SL07RST
RS-SL03WF
0% : Omhoog/omlaag/links/rechts 0%
• Na het terugstellen is de lens mogelijk niet meer helemaal goed afgesteld op uw
geselecteerde positie.
• Gebruik de lensinstelfunctie om de beeldpositie te optimaliseren.
Aanpassing via de verstelbare voetjes
Met de verstelbare voetjes kunt u de positie
binnen een bereik van ±1,8° aanpassen.
Verstelvoetjes
■ Hoge installatie, plafondbevestiging en achterwaartse
projectie
De projector ondersteunt projectie vanaf een plank of ander hoog oppervlak. U kunt
de projector ook ondersteboven gekeerd aan het plafond monteren
(plafondbevestiging) of bij gebruik van een doorschijnend scherm achter het
scherm plaatsen (achterwaartse projectie).
Kies in het menu de optie [Beeldomkeer H/V] (P131) en kies vervolgens een
projectiemethode die overeenkomt met de manier waarop de projector is
geïnstalleerd.
61
Installatieprocedure
RS-SL05WZ
Installatieprocedure
Installatie op een hoge locatie
Plafondbevestiging
Projectie vanaf de achterkant
1
Druk op de afstandsbediening of op de projector op de MENU-knop en
selecteer vervolgens [Installatie-instellingen] > [Beeldomkeer H/V].
2
Selecteer de richting die overeenkomt met de manier waarop de projector
is geïnstalleerd.
Optie
Functie
GEEN
Selecteer deze optie voor normale projectie, zonder omkering.
Plafondbevestiging
Selecteer dit wanneer de projector ondersteboven aan het plafond
is gemonteerd.
Het geprojecteerde beeld wordt in zowel verticale als horizontale
richting omgekeerd.
Achter
Selecteer dit om een beeld te projecteren van achter het scherm.
Het geprojecteerde beeld wordt in horizontale richting omgekeerd.
Achter, aan plafond
Selecteer dit om een beeld van achter het scherm te projecteren
terwijl de projector aan het plafond hangt.
Het geprojecteerde beeld wordt in verticale richting omgekeerd.
Waarschuwing
Controleer of het oppervlak vlak en stabiel is als u de projector voor
gebruik op een hoge plek zet. Als u dat niet doet, kan de projector
vallen en dit kan leiden tot ongelukken of letsel.
Voor plafondbevestiging is een apart verkrijgbare plafondsteun (onderdeelnr.:
RS-CL15) en plafondmontagearm (onderdeelnr.: RS-CL17) nodig. Afhankelijk van
de ruimte waarin u de projector installeert hebt u misschien ook een verlengpijp
(onderdeelnr.: RS-CL08 of RS-CL09) nodig. Neem voor meer informatie contact op
met het Canon Call Center.
Voorzichtig
• Zorg ervoor dat u de optionele plafondbevestiging gebruikt.
• U mag de plafondbevestiging nooit zelf installeren.
62
Aansluitprocedure
Andere apparatuur aansluiten
Voorzichtig
Schakel zowel de projector als het andere apparaat uit voordat u de projector
aansluit op andere apparatuur.
■ HDMI-aansluitingen
HDMI-aansluiting
63
AVapparaat
Aansluitprocedure
Computer
Installatie
HDMI-kabel (niet inbegrepen)
Aansluitprocedure
■ LAN- / HDBaseT-aansluitingen
LAN-kabel
(CAT5e of beter;
afgeschermd;
niet inbegrepen)
HDBaseTtransmitter
HDMI-kabel
(niet inbegrepen)
Computer
AVapparaat
HDMI-aansluiting
Opmerkingen over HDBaseT
• Gebruik een afgeschermde kabel van klasse CAT5e of beter.
• Maximale transmissieafstand is 70 m (maximale afstand voor 2K signalen: 100 m).
• In sommige omgevingen kan de maximale transmissieafstand minder zijn.
• Gebruik de LAN-kabel niet wanneer deze opgerold of bijeen gebundeld is.
• Het bevestigen of verwijderen van de LAN-kabel tijdens de projectie kan ruis
veroorzaken.
• Niet alle verkrijgbare HDBaseT-transmitters worden ondersteund.
• Correcte projectie is soms niet mogelijk bij gebruik van bepaalde HDBaseT-transmitters
voor aansluiting van bronapparatuur op de projector.
64
Aansluitprocedure
■ Audio-uitgangen
Audiokabel (niet inbegrepen)
Installatie
Computer
AVapparaat
Versterkte
luidsprekers
■ De projector op het stopcontact aansluiten
Sluit het netsnoer aan op de projector en steek de stekker in het stopcontact.
Waarschuwing
Steek de stekker en connector volledig in het stopcontact.
• Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact als u de projector gedurende
lange tijd niet gebruikt.
• Mogelijk worden de instellingen bij [Datum- en tijdinstellingen] teruggesteld als het
netsnoer gedurende een lange periode niet is aangesloten (P157).
65
Aansluitprocedure
RCA-aansluiting
Aansluitprocedure
Aansluiten op een netwerk
■ Aansluiten op een netwerk - overzicht
Als u de projector aansluit op een netwerk, kunt u de projector bedienen via een
computer en per e-mail berichten ontvangen over projectorfouten.
Afhankelijk van de methode waarop het netwerk verbonden is kan voorbereiding
via de computer noodzakelijk zijn.
■ Verbindingsmethodes
U kunt de projector met een LAN-kabel op een bekabeld netwerk en via Wi-Fi op
een draadloos netwerk aansluiten.
Netwerken met kabels
Sluit de projector en computer met een LAN-kabel aan op het netwerk. Sluit de
LAN-kabel aan op de LAN- / HDBaseT-poort van de projector om communicatie
mogelijk te maken.
Hub of router, enz.
LAN-kabel
(afgeschermd, niet inbegrepen)
LAN-kabel (CAT5e
of beter;
afgeschermd; niet
inbegrepen)
HDBaseTtransmitter
66
LAN- /
HDBaseT-poort
LAN- /
LAN-kabel (CAT5e
HDBaseT-poort
of beter;
afgeschermd; niet
inbegrepen)
Aansluitprocedure
Draadloze netwerken
• Pj AP-modus (Projector Access Point)
U kunt de projector gebruiken als toegangspunt voor directe communicatie met
computers die compatibel zijn met draadloos LAN.
U kunt maximaal vijf computers tegelijkertijd aansluiten.
De volgende netwerkfuncties zijn beschikbaar in de Pj AP-modus.
• Internetfuncties
• Gebruikersopdrachten
• SNMP-functies
Overige netwerkfuncties (PJLink, Mail, AMX Device Discovery en Crestron RoomView) zijn niet
beschikbaar.
• Infrastructuurmodus
U kunt de projector ook gebruiken als draadloze LAN-cliënt voor aansluiting op
een draadloos LAN-toegangspunt.
In dit geval wordt de projector aangesloten op computers via het draadloze LANtoegangspunt.
Computers
compatibel met
draadloos LAN
Projector
(in infrastructuurmodus)
Toegangspunt
Computers via LANkabel aangesloten
op het netwerk
67
Aansluitprocedure
Computers compatibel met
draadloos LAN
Installatie
Projector
(in Pj AP-modus)
Aansluitprocedure
Netwerkaansluiting
• De volgende netwerkfuncties zijn beschikbaar in de infrastructuurmodus.
- Internetfuncties
- E-mailfuncties
- Gebruikersopdrachten
- SNMP-functies
Overige netwerkfuncties (PJLink, AMX Device Discovery en Crestron
RoomView) zijn niet beschikbaar.
• Voor de infrastructuurmodus gelden de volgende beperkingen.
- SSID’s van het toegangspunt die niet in ASCII-code staan (letters, cijfers of
symbolen van één byte) kunnen ertoe leiden dat tekens niet goed worden
weergegeven bij de weergave van zoekresultaten.
- Connectiviteit kan niet worden gegarandeerd als SSID’s van het toegangspunt
tekens bevatten die niet in ASCII-code staan (letters, cijfers of symbolen van
één byte).
Als meerdere toegangspunten dezelfde SSID hebben, ziet u alleen
zoekresultaten voor het toegangspunt met het sterkste signaal.
• Vergeet niet uw netwerk (bekabeld of draadloos) in te stellen op [Aan] als
[Netwerk (kabel/draadloos)] op de projector is ingesteld op [Uit/uit] en de
netwerkverbinding is uitgeschakeld (P166). Kies het verbindingstype voor
draadloze netwerken.
• De LAN- / HDBaseT-poort heeft een maximale overdrachtssnelheid van
100 Mbps.
• Controleer na het raadplegen van “Projectorinformatie controleren” (P180) of het
IP-adres van de projector niet gelijk is aan dat van andere computers op het
netwerk. Volg de instructies in “Basisinstellingen voor bekabelde netwerken
[Wired]” (P187) of “Basisinstellingen voor draadloze netwerken [Wireless]”
(P190) en gebruik het webscherm of “Gedetailleerde instellingen (kabel)” (P167)
of “Gedetailleerde inst. (draadloos)” (P171) van de projector om het IP-adres van
de projector in te stellen.
• Kies in een netwerkomgeving met DHCP-server op de projector de optie [Aan] bij
[DHCP] om de DHCP-functie in te schakelen en de projector aan te sluiten
(P167, P173).
• Functies van het bekabelde LAN en de infrastructuurmodus kunnen niet tegelijkertijd
worden gebruikt.
• U kunt niet tegelijkertijd de Pj AP-modus en de infrastructuurmodus gebruiken.
• De modus Bekabeld LAN en Pj AP kunnen niet in hetzelfde subnetwerk worden
gebruikt.
• Als u voor het eerst de computer verbindt met het netwerk, dient u ook de instellingen
op de computer uit te voeren. Raadpleeg in dit geval de netwerkbeheerder betreffende
de nodige instellingen.
68
Aansluitprocedure
■ De netwerkinstellingen van de computer configureren
Instructies voor de instelling van het IP-adres van een computer (voor bekabelde of
draadloze verbindingen) zijn als volgt voor elk besturingssysteem.
Windows 10
1
2
Klik links onder in het scherm op de Start-knop (Windows-logo).
3
Klik op [Netwerkstatus en -taken weergeven].
• In de pictogramweergave:
Ga in het Start-menu dat verschijnt naar [Windows Systeemwerkset] en
klik op [Configuratiescherm].
• In bepaalde versies van Windows 10 moet u eerst op [Alle apps] klikken om
[Windows Systeemwerkset] te zien.
Klik op [Adapterinstellingen wijzigen].
6
Selecteer in de lijst [Deze verbinding heeft de volgende onderdelen
nodig] de optie [Internet Protocol versie 4 (TCP/IPv4)] en klik op de knop
[Eigenschappen]. Noteer de oorspronkelijke netwerkinstellingen
(IP-adres, subnetmasker, standaardgateway, enz.).
7
Selecteer [Het volgende IP-adres gebruiken] en stel het IP-adres en het
subnetmasker in.
Het eigen standaard-IP-adres van de projector is “192.168.254.254” voor
verbindingen met kabel en “192.168.253.254” voor draadloze verbindingen.
Geef een ander IP-adres op.
8
Als u de instellingen hebt voltooid, klik dan op de [OK]-knop en
vervolgens op de [Sluiten]-knop in het venster [Eigenschappen van
Ethernet] om het te sluiten.
Klik met de rechtermuisknop op [Ethernet] voor een verbinding met kabel
en op [Wi-Fi] voor een draadloze verbinding. Klik vervolgens op
[Eigenschappen].
69
Aansluitprocedure
4
5
Installatie
Klik op [Netwerkcentrum].
Aansluitprocedure
Windows 8.1
1
2
Klik links onder in het startscherm op de pijl omlaag.
Klik op [Configuratiescherm].
• Vanaf het scherm van de desktopcomputer:
Druk op Win+X.
Klik in het snelmenu dat links onder verschijnt op [Configuratiescherm].
3
Klik op [Netwerkstatus en -taken weergeven].
• In de pictogramweergave:
Klik op [Netwerkcentrum].
4
5
Klik op [Adapterinstellingen wijzigen].
6
Selecteer [Internet Protocol versie 4 (TCP/IPv4)] en klik op de knop
[Eigenschappen]. Noteer de oorspronkelijke netwerkinstellingen
(IP-adres, subnetmasker, standaardgateway, enz.).
7
Selecteer [Het volgende IP-adres gebruiken] en stel het IP-adres en het
subnetmasker in.
Het eigen standaard-IP-adres van de projector is “192.168.254.254” voor
verbindingen met kabel en “192.168.253.254” voor draadloze verbindingen.
Geef een ander IP-adres op.
8
Als u de instellingen hebt voltooid, klik dan op de [OK]-knop en
vervolgens op de [Sluiten]-knop in het venster [Eigenschappen voor
lokale netwerkverbinding] om het te sluiten.
Klik met de rechtermuisknop op [Ethernet] voor een verbinding met kabel
en op [Wi-Fi] voor een draadloze verbinding. Klik vervolgens op
[Eigenschappen].
70
Aansluitprocedure
Windows 7
1
2
In het [Start]-menu van de PC selecteert u [Configuratiescherm].
3
In het menu aan de linkerkant van het venster klikt u op
[Adapterinstellingen wijzigen].
4
Klik met de rechtermuisknop op [LAN-verbinding] voor een verbinding
met kabel en op [Draadloze netwerkverbinding] voor een draadloze
verbinding. Klik vervolgens op [Eigenschappen].
5
Selecteer [Internet Protocol versie 4 (TCP/IPv4)] en klik op de knop
[Eigenschappen]. Noteer de oorspronkelijke netwerkinstellingen
(IP-adres, subnetmasker, standaardgateway, enz.).
6
Selecteer [Het volgende IP-adres gebruiken] en stel het IP-adres en het
subnetmasker in.
Het eigen standaard-IP-adres van de projector is “192.168.254.254” voor
verbindingen met kabel en “192.168.253.254” voor draadloze verbindingen.
Geef een ander IP-adres op.
7
Als u de instellingen hebt voltooid, klik dan op de [OK]-knop en
vervolgens op de [Sluiten]-knop in het venster [Eigenschappen voor
lokale netwerkverbinding] om het te sluiten.
Klik op [Netwerk en internet] en vervolgens op [Netwerkstatus en -taken
weergeven].
Open het Apple-menu en selecteer [Systeemvoorkeuren].
3
Selecteer [Ingebouwde Ethernet] voor een verbinding met kabel en [WiFi] voor een draadloze verbinding. Selecteer vervolgens [Detail].
4
Klik op het tabblad [TCP/IP]. Noteer de oorspronkelijke netwerkinstellingen
(IP-adres, subnetmasker, router, DNS-server, enzovoort).
5
Creëer een nieuwe netwerkomgeving en stel IP-adres en subnetmasker
in.
Het eigen standaard-IP-adres van de projector is “192.168.254.254” voor
verbindingen met kabel en “192.168.253.254” voor draadloze verbindingen.
Geef een ander IP-adres op.
6
Klik op [OK] en selecteer vervolgens [Pas toe] om het
netwerkvoorkeurvenster te sluiten.
Klik in het systeemvoorkeurenvenster op [Netwerk] om het
netwerkvenster weer te geven.
Het IP-adres van de computer terugzetten
Volg dezelfde procedure als voor het wijzigen van het IP-adres en zet de waarden
terug naar de originele waarden gebaseerd op de aantekeningen die gemaakt zijn
vóór de wijziging.
71
Aansluitprocedure
1
2
Installatie
Mac OS X
Aansluitprocedure
■ Het netwerk instellen
Het netwerkconfiguratiescherm weergeven
1
Zet de computer en projector aan.
De netwerkfuncties zijn pas ongeveer 40 seconden na inschakeling van de projector
beschikbaar.
2
Start een webbrowser, typ “http://(IP-adres van de projector)” in de
adresbalk en druk op Enter.
Het webscherm van de projector wordt weergegeven.
De volgende informatie wordt weergegeven.
Projector control
Geeft het scherm voor projectorbesturing weer.
Settings
Geeft het scherm met instellingen weer.
Projector name
De naam van de projector in het netwerk
Comment
Relevante aantekeningen, bijvoorbeeld de plaats waar
de projector is geïnstalleerd
MAC address (Wired)
MAC-adres van het bekabelde LAN
IP address (Wired)
IP-adres van het bekabelde LAN (IPv4)
MAC address (Wireless)
MAC-adres van het draadloze LAN
IP address (Wireless)
IP-adres van het draadloze LAN (IPv4)
PowerStatus
De status van de stroomvoorziening van de projector
Filter time
De totale tijd dat het luchtfilter is gebruikt
Alert
Foutmelding (als er zich een fout heeft voorgedaan)
Temperature abnormality (Abnormale temperatuur)
Light source abnormality (Lichtbron abnormaal)
Faulty air filter unit (Defecte luchtfiltereenheid)
Faulty cooling fan (Defecte koelventilator)
Faulty power supply (Defecte stroomvoorziening)
Faulty lens (Defecte lens)
Het standaard-IP-adres is “192.168.254.254” voor bekabelde verbindingen (IPv4) en
“192.168.253.254” voor draadloze verbindingen (IPv4). Als DHCP-instellingen gebruikt
worden, vraag dan aan de netwerkbeheerder het IP-adres van de projector. Het is
mogelijk het IP-adres te controleren in het projectormenu (P167).
72
Aansluitprocedure
3
Klik in het webscherm op [Settings].
Het wachtwoordinvoerscherm wordt weergegeven.
4
Voer in het wachtwoordinvoerscherm de gebruikersnaam en het
wachtwoord in en klik op [OK].
De fabrieksinstelling voor de gebruikersnaam is “root” en het wachtwoord
“system”.
Het scherm met instellingen verschijnt. Voer de netwerkinstellingen op dit
scherm in.
Installatie
Klik op [Projector control] om de projector te bedienen via de computer (P81).
73
Aansluitprocedure
Zie “Webschermmenu van de projector” (P181) voor meer informatie over het
webscherm van de projector.
Aansluitprocedure
Het netwerk instellen
1
Selecteer in het menu van het scherm met instellingen de functie die u
wilt instellen.
2
Voer instellingen in de gemarkeerde velden in (1) en klik vervolgens op
[OK] (2).
(1)
(2)
74
Aansluitprocedure
3
Een bevestigingsscherm wordt weergegeven. Controleer de gegevens en
als deze correct zijn klikt u op [Apply].
Aansluitprocedure
75
Installatie
De instellingen worden op de projector toegepast.
Als u in het menu [Wired], [Wireless] of [Password] selecteert, verschijnt het
volgende bericht: “Save completed. Please change setting and reconnect.”
Als u andere functies dan de bovengenoemde selecteert, ziet u alleen “Save
completed”. Klik op [Back to top] om naar de beginpagina van het webscherm
terug te keren.
Aansluitprocedure
Instellingsfouten
Bij een instellingsfout wordt de foutnaam op het scherm getoond en wordt een “ ”teken getoond naast het invoerveld dat de fout heeft veroorzaakt.
De foutbetekenissen zijn hieronder weergegeven.
Fout
Betekenis
Input error
U hebt een ongeldige instelling ingevoerd op het
scherm met instellingen.
Password setting error
Het ingestelde wachtwoord en
bevestigingswachtwoord komen niet overeen.
Invalid SMTP
Het IP-adres van de SMTP-server is niet
ingesteld.
System failed to connect SMTP server.
Bij het versturen van een testmail kan geen
verbinding worden gemaakt met de SMTPserver.
System failed to connect POP3 server.
Bij het versturen van een testmail kan geen
verbinding worden gemaakt met de POP3-server.
System doesn’t support this auth type.
Een type authenticatie is ingesteld dat niet door
de server wordt ondersteund.
System failed to authenticate.
Authenticatie is mislukt bij het versturen van een
testmail.
The system failed to send the test mail.
Versturen van een testmail is mislukt als gevolg
van een verbindingsfout met de SMTP-server of
een abnormale fout.
Wired network is down
Bekabeld netwerk is uitgeschakeld.
At the time of Monday, it is already set.*
Kan het schema niet instellen, omdat er al iets is
gepland op de specifieke tijd en dag.
Wireless network is Projector access
point mode
Aangesloten in PJ AP-modus.
Wireless network is down
Draadloos netwerk is uitgeschakeld.
* Hier kan ook een andere dag worden genoemd.
76
Aansluitprocedure
De netwerkinstellingen terugstellen naar de fabrieksinstellingen
Voer stap 1 – 3 van “Het netwerk instellen” (P72) uit om het scherm met
instellingen te openen.
2
Klik op [Initialize network settings].
3
Een bevestigingsscherm wordt weergegeven. Klik op [OK].
Installatie
1
Aansluitprocedure
77
Aansluitprocedure
■ Foutmeldingsmails
De berichten die in onderstaande lijst met foutmeldingen worden getoond worden
verstuurd wanneer er zich een fout in de projector voordoet.
Lijst met foutmeldingen
Fouten die
betrekking
hebben op de
temperatuur
Foutnaam
Tekst
Betekenis
Fouten
gerelateerd
aan de
lichtbron
Foutnaam
Tekst
Betekenis
Temperature abnormality (Abnormale
temperatuur)
The temperature inside the projector is too high
for some reason or the outside air temperature is
higher than the operating range. If the problem is
inside the projector, check whether the projector
is installed and operating normally, unplug the
projector from the power outlet to cool down the
projector interior and then restart projection. If
the air intake or exhaust vent is blocked, remove
the obstacle. If the air filter is clogged, replace it.
If the same warning occurs again, there may be a
malfunction in the projector. Contact the Canon
Customer Support Center.
De temperatuur binnenin de projector is om één
of andere reden te hoog of de buitentemperatuur
is hoger dan het bereik. Als het probleem in de
projector zelf zit, controleert u eerst of de
projector correct is geïnstalleerd en op de juiste
wijze is bediend. Haal vervolgens de stekker uit
het stopcontact om de binnenkant van de
projector af te laten koelen en probeer het
daarna opnieuw. Als de luchtinlaat of -uitlaat is
geblokkeerd, verwijder dan het obstakel. Als een
luchtfilter verstopt is, vervangt u het. Als dezelfde
waarschuwing opnieuw verschijnt, kan er een
storing zitten in de projector. Neem contact op
met het Canon Call Center.
Light source abnormality (Lichtbron abnormaal)
The light source does not illuminate. Restart the
projector and check projection. If the light source
does not illuminate after this, the light source
drive circuit may be damaged. Contact the
Canon Customer Support Center.
De lichtbron brandt niet. Start de projector
opnieuw op en controleer de projectie. Als de
lichtbron hierna niet gaat branden, is het
aandrijfcircuit van de lichtbron mogelijk
beschadigd. Neem contact op met het Canon
Call Center.
78
Aansluitprocedure
Fouten die
betrekking
hebben op het
luchtfilter
Foutnaam
Tekst
Betekenis
Foutnaam
Tekst
79
Aansluitprocedure
Betekenis
Installatie
Fouten die
betrekking
hebben op de
ventilator
Faulty air filter unit (Defecte luchtfiltereenheid)
The air filter is not installed correctly. Install the
air filter correctly and restart the projector. If the
same warning occurs again, there may be a
malfunction in the projector. Contact the Canon
Customer Support Center.
Het luchtfilter is niet op de juiste manier
geïnstalleerd. Installeer het luchtfilter op de juiste
wijze en start de projector opnieuw op. Als
dezelfde waarschuwing opnieuw verschijnt, kan
er een storing zitten in de projector. Neem
contact op met het Canon Call Center.
Faulty cooling fan (Defecte koelventilator)
There may be a malfunction in the cooling fan or
another component. Unplug the projector from
the power outlet, then plug it back into the outlet
and turn on the projector again. If the same
warning occurs again, there may be a
malfunction in the projector. Contact the Canon
Customer Support Center.
Er kan een storing zitten in de koelventilator of in
een ander onderdeel. Haal de stekker van de
projector uit het stopcontact. Steek vervolgens de
stekker weer in het stopcontact en schakel de
projector in. Als dezelfde waarschuwing opnieuw
verschijnt, kan er een storing zitten in de
projector. Neem contact op met het Canon Call
Center.
Aansluitprocedure
Fouten die
betrekking
hebben op de
voeding
Foutnaam
Tekst
Betekenis
Fouten die
betrekking
hebben op de
lens
Foutnaam
Tekst
Betekenis
Faulty power supply (Defecte stroomvoorziening)
Abnormal voltage is applied to some parts in the
power supply or another failure may have
occurred. Unplug the projector from the power
outlet, then plug it back into the outlet and turn on
the projector again. If the same warning occurs
again, there may be a malfunction in the
projector. Unplug the projector from the power
outlet. Contact the Canon Customer Support
Center.
Er wordt een abnormale spanning geleverd aan
sommige delen van de stroomvoorziening of er
heeft zich een ander probleem voorgedaan. Haal
de stekker van de projector uit het stopcontact.
Steek vervolgens de stekker weer in het
stopcontact en schakel de projector in. Als
dezelfde waarschuwing opnieuw verschijnt, kan
er een storing zitten in de projector. Haal de
stekker van de projector uit het stopcontact.
Neem contact op met het Canon Call Center.
Faulty lens (Defecte lens)
The lens unit is not installed correctly. Unplug the
projector, install the lens unit correctly, and then
plug the projector in again. If the same warning
occurs again, there may be a malfunction in the
projector. Contact the Canon Customer Support
Center.
De lenseenheid is niet op de juiste manier
geïnstalleerd. Haal de stekker van de projector
uit het stopcontact, installeer de lenseenheid op
de juiste wijze en steek de stekker weer in het
stopcontact. Als dezelfde waarschuwing opnieuw
verschijnt, kan er een storing zitten in de
projector. Neem contact op met het Canon Call
Center.
80
Aansluitprocedure
De projector besturen vanuit een computer
De projector kan worden bediend vanaf een computer over een bekabelde of
draadloze netwerkverbinding.
1
2
Zet de computer en projector aan.
Start een webbrowser, typ “http://(IP-adres van de projector)” in de
adresbalk en druk op Enter.
Het webscherm van de projector wordt weergegeven.
Het standaard-IP-adres is “192.168.254.254” voor bekabelde verbindingen en
“192.168.253.254” voor draadloze verbindingen. Als DHCP-instellingen gebruikt worden,
vraag dan aan de netwerkbeheerder het IP-adres van de projector. Het is mogelijk het IPadres te controleren in het projectormenu (P167).
4
Voer in het wachtwoordinvoerscherm de gebruikersnaam en het
wachtwoord in en klik op [OK].
De fabrieksinstelling voor de gebruikersnaam is “root” en het wachtwoord
“system”.
Het projectorbesturingsscherm wordt weergegeven.
U kunt de projector vanuit dit scherm besturen.
81
Aansluitprocedure
Klik in het webscherm op [Projector control].
Het wachtwoordinvoerscherm wordt weergegeven.
Installatie
3
Aansluitprocedure
Item
5
Verklaring
Projector name
Geeft de naam van de aangesloten projector weer (P196).
Comment
Geeft aantekeningen weer, bijvoorbeeld de plaats waar de projector is
geïnstalleerd (P196).
Refresh
Vernieuwt de weergegeven inhoud en laat de meest recente informatie
zien.
Power
Schakelt de voeding van de projector in of uit.
Input
Selecteer een ingangssignaal en klik op [Apply] om over te schakelen
naar dat ingangssignaal (P43).
Aspect
Selecteer een aspect en klik op [Apply] om in dat aspect te wijzigen
(P83).
Image mode
Selecteer een beeldmodus en klik op [Apply] om in die beeldmodus te
wijzigen (P45).
Blank
Schakelt de blanco-instelling in of uit (P48).
Mute
Schakelt de dempingsinstelling in of uit (P50).
Information
De besturingsresultaten en besturingsfoutinformatie worden bovenaan
het scherm getoond.
Klik wanneer de bewerkingen voltooid zijn op [Back to top] om terug te
keren naar de beginwebpagina.
82
Het beeld instellen
Het scherm vullen
■ Een aspectverhouding selecteren
Selecteer een type aspectverhouding op basis van het type ingangssignaal, de
aspectverhouding van het scherm en de resolutie.
Druk op de afstandsbediening op de ASPECT-knop om het type aspectverhouding
te wijzigen.*
Optie
Functie
Een beeld wordt geprojecteerd met de aspectverhouding van het
ingangssignaal. Selecteer deze modus voor normale
beeldprojectie.
Ware grootte*
Het beeld wordt met de oorspronkelijke resolutie van het
ingangssignaal geprojecteerd. Computerschermen met een
lagere schermresolutie dan die van de projector worden kleiner,
maar helderder weergegeven dan in andere aspectverhoudingen.
U kunt het type aspectverhouding ook wijzigen in het menu dat u opent via
[Invoerinstellingen] > [Aspect] (P116).
Trapeziumvervorming corrigeren
Er zijn twee types correctie beschikbaar: horizontale/verticale correctie en
hoekaanpassing.
Gebruik horizontale/verticale trapeziumcorrectie om de vervorming van de
beeldbreedte of -hoogte afzonderlijk te corrigeren. Gebruik hoekaanpassing om de
positie van elke hoek van het beeld te corrigeren.
U kunt trapeziumcorrectie ook uitvoeren met de KEYSTONE-knop van de
afstandsbediening.
83
Het beeld instellen
* Er kunnen gevallen zijn waarin dit niet geselecteerd kan worden, afhankelijk van
het ingangssignaal en/of de resolutie. Menu’s die niet beschikbaar zijn, zijn grijs
of niet zichtbaar.
Installatie
Automatisch
Het beeld instellen
■ Horizontale/verticale trapeziumcorrectie
1
Selecteer [Installatie-instellingen] > [Trapezium] > [Horiz.-verticaal
trapezium].
U kunt het scherm [Horizontale-verticale trapeziumcorrectie] ook openen door
op de KEYSTONE-knop op de afstandsbediening te drukken.
Afstandsbediening
2
Pas met de pijlknoppen de afmetingen aan en druk vervolgens op OK.
Corrigeer de vervorming onder
met de [ ]-knop.
Corrigeer de vervorming boven
met de [ ]-knop.
Scherm
Corrigeer de vervorming links
met de [ ]-knop.
Corrigeer de vervorming rechts
met de [ ]-knop.
• [Zoom] (P131) is niet beschikbaar als [Trapezium] is ingesteld op [Horiz.-verticaal
trapezium].
• Het beschikbare bereik voor horizontaal-verticaal trapezium is afhankelijk van de lens,
lenszoompositie en lensinstelpositie.
84
Het beeld instellen
■ Hoekaanpassing
1
Selecteer [Installatie-instellingen] > [Trapezium] > [Hoekaanpassing].
U kunt het scherm [Hoekaanpassing] ook openen door op de KEYSTONEknop op de afstandsbediening te drukken.
Afstandsbediening
Installatie
Druk op de pijlknop van de hoek die u wilt corrigeren en druk vervolgens
op de OK-knop.
Afstandsbediening
85
Het beeld instellen
2
Het beeld instellen
3
Pas met de pijlknoppen de hoek aan en druk vervolgens op OK.
Afstandsbediening
[Zoom] (P131) is niet beschikbaar als [Trapezium] is ingesteld op [Hoekaanpassing].
De trapeziumcorrectie terugstellen
Druk eerst tweemaal op de KEYSTONEknop op de afstandsbediening om het
scherm [Trapeziumcorrectie terugstellen] te
openen.
Selecteer vervolgens met de [ ]-knop de
optie [OK] en druk op de OK-knop.
86
Het beeld instellen
Geavanceerde registratie om geprojecteerde
beelden in te stellen
Met deze functie kunt u een verkeerde kleuruitlijning (rood, groen, blauw) in
verschillende schermgebieden nauwkeurig corrigeren per kleur en per gebied.
Er zijn twee registratiemethoden beschikbaar: 5-punts aanpassing (met punten in
elke hoek en in het midden van het scherm) en een meer nauwkeurige,
handmatige aanpassing gebaseerd op 54 punten (in een raster van 6 x 9).
Waarden die u via 5-punts aanpassing hebt ingesteld, blijven behouden als u
vervolgens een handmatige aanpassing uitvoert. Voer een handmatige aanpassing uit
als u na een 5-punts aanpassing de kleuruitlijning nog nauwkeuriger wilt corrigeren.
• Stel de zoomverhouding en de lensverschuiving naar vereist in voordat u de
[Geavanceerde registratie] gaat verrichten.
• Het verrichten van de trapeziumcorrectie zal een nauwkeurige instelling met de
[Geavanceerde registratie] verhinderen. Als de trapeziumcorrectie vereist is, maakt u
dan eerst een volledige instelling met [Geavanceerde registratie].
1
Selecteer in het menu [Installatie-instellingen] de optie [Professionele
instellingen] > [RGB-uitlijning] > [Geavanceerde registratie] > [Instellen] >
[5-punts aanpassing] > [Instellen].
De projector komt in de 5-punts aanpassingsstand en er verschijnt een
instelraster.
Bij Geavanceerde registratie kunnen gebieden met een dambordpatroon of gebieden
waarop een halftooneffect is toegepast, ongelijkmatig kleuren of beeldartefacten
vertonen.
87
Het beeld instellen
Bij 5-punts aanpassing kunt u verkeerd uitgelijnde kleuren in het hele scherm
basaal corrigeren door aanpassingspunten in elke hoek en in het midden te
verplaatsen.
Installatie
■ Registratie via 5-punts aanpassing
Het beeld instellen
2
Selecteer met de [ ] / [ ] / [ ] / [ ]-knoppen het punt dat u wilt
corrigeren en druk vervolgens op de OK-knop.
De kleurselectiemodus wordt geactiveerd.
Druk op de MENU-knop om terug te keren naar [Geavanceerde registratie].
3
Selecteer [Rood] of [Blauw] en druk vervolgens op de OK-knop.
• Telkens wanneer u [Grafiek] selecteert en op de OK-knop drukt, schakelt het scherm
over tussen het instelraster en het bronsignaal.
• Openen van het instelvenster voor 5-punts aanpassing tijdens projectie van een
testpatroon zal het testpatroon weergeven in plaats van uw aangeleverde signaal.
4
Lijn met de [ ] / [ ] / [ ] / [ ]-knoppen de aanpassingspunten uit.
5
Druk op de OK-knop om terug te keren naar het venster voor de
kleurselectiemodus.
6
Herhaal dit proces om de resterende kleuren en aanpassingspunten uit te
lijnen.
88
Het beeld instellen
■ Handmatige registratie
Kies Handmatige aanpassing als u alleen in bepaalde gebieden de registratie wilt
corrigeren.
Als u na Handmatige aanpassing overgaat op 5-punts aanpassing, worden de waarden
voor Handmatige aanpassing gewist.
1
Selecteer in het menu [Installatie-instellingen] de optie [Professionele
instellingen] > [RGB-uitlijning] > [Geavanceerde registratie] > [Instellen] >
[Handmatige aanpassing].
De projector komt in de handmatige aanpassingsstand en er verschijnt een
instelraster.
Selecteer met de [ ] / [ ] / [ ] / [ ]-knoppen het punt dat u wilt
corrigeren en druk vervolgens op de OK-knop.
De kleurselectiemodus wordt geactiveerd.
Druk op de MENU-knop om terug te keren naar [Geavanceerde registratie].
89
Het beeld instellen
2
Installatie
Bij Geavanceerde registratie kunnen gebieden met een dambordpatroon of gebieden
waarop een halftooneffect is toegepast, ongelijkmatig kleuren of beeldartefacten
vertonen.
Het beeld instellen
3
Selecteer [Rood], [Groen] of [Blauw] en druk vervolgens op de OK-knop.
• Telkens wanneer u [Grafiek] selecteert en op de OK-knop drukt, schakelt het scherm
over tussen het instelraster en het bronsignaal.
• Openen van het handmatige-aanpassingsvenster tijdens projectie van een testpatroon
zal het testpatroon weergeven in plaats van uw aangeleverde signaal.
4
Lijn met de [ ] / [ ] / [ ] / [ ]-knoppen de aanpassingspunten uit.
5
Druk op de OK-knop om terug te keren naar het venster voor de
kleurselectiemodus.
6
Herhaal dit proces om de resterende kleuren en aanpassingspunten uit te
lijnen.
■ De beeldregistratie terugstellen
Hiermee worden de waarden die zijn ingesteld met 5-punts of handmatige
aanpassing gewist.
1
Selecteer in het menu [Installatie-instellingen] de optie [Professionele
instellingen] > [RGB-uitlijning] > [Geavanceerde registratie] > [Instellen] >
[Terugstellen].
Er verschijnt een bevestigingsscherm.
2
Selecteer [OK] om de aanpassing terug te stellen.
De volgende taken worden uitgevoerd.
• De waarden die zijn ingesteld met 5-punts aanpassing worden gewist.
• 5-punts aanpassing wordt gedeactiveerd.
• De waarden die zijn ingesteld met handmatige aanpassing worden gewist.
90
Het beeld instellen
De instelwaarden voor
[Geavanceerde registratie]
worden niet gewist bij het
verwisselen van lenzen. Na het
verwisselen van lenzen wordt bij
het opstarten een bericht
weergegeven waarin u wordt
gevraagd de geavanceerde
registratie-instellingen te
bevestigen indien, voor het
bijstelpunt, de instelwaarden
voor [Geavanceerde registratie]
afwijken van de
standaardwaarden.
Installatie
Het beeld instellen
91
Het beeld instellen
Geprojecteerde beelden bijstellen met
Gedeeltelijke vervormingscorrectie
Gebruik deze functie voor nauwkeurige gedeeltelijke vervormingscorrectie van
geprojecteerde beelden in de door u aangegeven gebieden. Rood, groen en blauw
worden gezamenlijk ingesteld.
• Het is mogelijk correcties afzonderlijk van [Geavanceerde registratie] uit te voeren.
• Het is niet mogelijk correcties van de instelpunten op de buitenrand naar de buitenkant
van het geprojecteerde beeld toe uit te voeren.
Correctie buiten de instelpunten is niet mogelijk
■ Gedeeltelijke vervormingscorrectie
Selecteer één van de 54 instelpunten (in een raster van 6 x 9) voor een
nauwkeurige vervormingscorrectie.
1
Selecteer in het menu [Installatie-instellingen] de optie [Professionele
instellingen] > [Ged. Vervormingscorrectie] > [Instellen].
De projector schakelt over naar de modus voor puntselectie gedeeltelijke
vervormingscorrectie en er gaat een scherm open waarin u de te corrigeren
gebieden kunt selecteren.
92
Het beeld instellen
Selecteer met de [ ] / [ ] / [ ] / [ ]-knoppen het punt dat u wilt
corrigeren.
3
Selecteer het punt dat u wilt corrigeren en druk daarna op de OK-knop.
De projector is nu in de gedeeltelijke vervormingscorrectiemodus.
Installatie
2
Het beeld instellen
• Druk op de MENU-knop om terug te keren naar de selectie van het punt voor
gedeeltelijke vervormingscorrectie.
• Telkens wanneer u [Grafiek] selecteert en op de OK-knop drukt, schakelt het scherm
over tussen het instelraster en het bronsignaal.
• Openen van het scherm voor gedeeltelijke vervormingscorrectie tijdens projectie van
een testpatroon zal het testpatroon weergeven in plaats van uw aangeleverde signaal.
4
Corrigeer met de [ ] / [ ] / [ ] / [ ]-knoppen het instelpunt voor
gedeeltelijke vervormingscorrectie.
5
6
Selecteer [Terug] om terug te keren naar puntselectie.
Herhaal dit proces om de overige gebieden te corrigeren.
93
Het beeld instellen
■ De beeldregistratie terugstellen
Hiermee worden de waarden die zijn ingesteld met gedeeltelijke
vervormingscorrectie gewist.
1
Selecteer in het menu [Installatie-instellingen] de optie [Professionele
instellingen] > [Ged. Vervormingscorrectie] > [Terugstellen].
Er verschijnt een bevestigingsscherm.
2
Selecteer [OK] om de aanpassing terug te stellen.
94
Het beeld instellen
Instellen via een testpatroon
U kunt bij de installatie de resolutie en kleuren instellen met behulp van testpatronen.
Selecteer [Installatie-instellingen] > [Testpatroon] > [Aan] (P142) of druk op de
afstandsbediening op de TEST PATTERN-knop om het testpatroonmenu te openen.
Terwijl het testpatroon wordt weergegeven, kunt u van patroon wisselen met de
knoppen [ ] / [ ]. En als er een optiepatroon beschikbaar is, kunt u met [ ] / [ ] van
patroon wisselen. Tijdens de weergave van het testpatroon ziet u een dialoogvenster
met identificatie van het huidige testpatroon en bedieningsinstructies.
Bekijk het geprojecteerde testpatroon terwijl u het beeld instelt.
De volgende testpatronen kunnen weergegeven worden.
Schakel met [ ] / [ ] over Schakel met [ ] / [ ] over
op een ander patroon
op een ander optiepatroon
(1)
Kleurenbalken
Traptreden H
(3)
Traptreden V
Raster 100%
(Wit / rood / groen / blauw)
(5)
Raster 50%
(Wit / rood / groen / blauw)
(6)
Kleurstappen
(7)
Dambord
(8)
Multi
(9)
Karakter
(10)
Focus
(11)
Rand
Kruisarcering
(12)
(13)
DICOM
95
Het beeld instellen
(4)
Installatie
(2)
Speciale indelingen
De scherpte bij de randen instellen
Met deze functie kunt u de scherpte bij de randen van het scherm instellen.
• Gebruik Marginale scherpstelling voor gebogen schermen, zoals koepels.
• Gebruik Marginale scherpstelling om de scherpte van beelden op platte schermen
in te stellen als beeldranden vervormd blijven nadat u de algehele scherpstelling
hebt aangepast.
• Bij sommige typen lens is de functie Marginale scherpstelling niet beschikbaar.
• [Marginale scherpstelling] moet vooraf worden ingesteld op [Aan] (P137).
■ Beeldranden scherpstellen
Druk op de FOCUS-knop op de afstandsbediening of de LENS-knop op de
projector om de scherpte van randen in te stellen.
1
Druk tweemaal op de FOCUS-knop op de afstandsbediening om het
venster voor de marginale scherpstelling te openen.
Afstandsbediening
Druk tweemaal.
96
Speciale indelingen
Druk herhaaldelijk op de LENS-knop op de projector om naar een ander
venster met lensparameters te gaan.
Druk tweemaal op de LENS-knop om het venster voor de marginale
scherpstelling weer te geven.
Projector
Druk tweemaal.
Als [Marginale scherpstelling]
is ingesteld op [Aan].
Als [Marginale
scherpstelling] is
ingesteld op [Uit].
Installatie
Druk op de pijlknoppen om de scherpte aan de beeldranden in te stellen.
Afstandsbediening
Projector
Druk op de toetsen [ ] / [ ] / [ ] / [ ] om de scherpstelling van de beeldranden
te regelen.
Het beeld in het midden van het scherm wordt misschien onscherp als u in het
venster [Marg. scherpst. aanp.] met de indicator bijna naar de boven- of
onderrand gaat. Voer in dat geval onderstaande stappen (1) – (3) herhaaldelijk
uit om het hele scherm scherp te stellen.
(1) Pas met [Scherpstelling] (P44) de scherpstelling in het midden van het
scherm aan.
(2) Pas met [Marg. scherpst. aanp.] de scherpstelling aan de randen van het
scherm aan.
(3) Controleer de scherpstelling in het midden van het scherm.
97
Speciale indelingen
2
Speciale indelingen
Bij gebruik van de lensinstelfunctie kunt u de optische as verder uit het midden van het
scherm verplaatsen dan wanneer u de functie niet gebruikt. Voer hiervoor de stappen
(1) – (3) herhaaldelijk uit.
3
Druk op de OK- of FOCUS-knop als de beeldranden scherp zijn.
■ Aanpassingen terugstellen
Hiermee wist u de waarden die u met Marginale scherpstelling aanpassen hebt
ingesteld en wordt de marginale scherpstelling van de lens teruggezet in de
standaardpositie.
Selecteer in het menu [Installatie-instellingen] de optie [Professionele instellingen] >
[Marginale scherpstelling] > [Terugstellen] om de aanpassing ongedaan te maken.
Nadat het bovenstaande venster is verdwenen, worden de waarden die u hebt
ingesteld in [Marginale scherpstelling] gewist en wordt de marginale scherpstelling
van de lens teruggezet in de standaardpositie. U kunt de instellingen terugstellen
ongeacht of [Marginale scherpstelling] is ingesteld op [Aan] of [Uit].
• Als u [Marginale scherpstelling] instelt op [Uit], wordt de ingestelde waarde voor
marginale scherpstelling niet teruggesteld. Selecteer [Uit] om de ingestelde waarde te
behouden en verdere aanpassingen te voorkomen.
• Zelfs na het resetten, kan de scherpstelling iets afwijken in het midden en langs de
randen van flatscreens.
• Stel zo nodig de scherpstelling iets af om op het midden en de randen scherp te stellen.
98
Speciale indelingen
Projecteren vanuit meerdere projectoren
tegelijkertijd (randovergang)
Als u meerdere projectoren tegelijkertijd
gebruikt, kunt u randen van
overlappende beelden in elkaar laten
overgaan om het totale beeld vloeiender
te maken. Deze functie wordt
Randovergang genoemd.
Volg onderstaande stappen voor
basisrandovergangen bij gebruik van
twee projectoren naast elkaar.
Let er bij projectie met meerdere
projectoren op dat elk apparaat een
andere kleurbalans kan hebben. Zelfs
met hetzelfde model kunnen er
merkbare verschillen in kleur optreden.
2
Stel [Markering] in op [Aan].
Er worden markeringslijnen op de beelden geprojecteerd. Met de rode
markering wordt de startpositie voor de instelling aangegeven en met de
groene markering de eindpositie.
Als u de randovergang wilt instellen, is aanvankelijk alleen de rode markering
zichtbaar, omdat deze op de groene markering wordt geprojecteerd.
Speciale indelingen
Selecteer [Installatie-instellingen] > [Professionele instellingen] >
[Randovergang] > [Instellen].
Installatie
1
99
Speciale indelingen
3
Selecteer bij [Zijkant] de optie [Startpositie] en verplaats met de [ ] / [ ]knoppen de startmarkering naar de buitenrand van het
overlappingsgebied.
Doe dit voor elke rand (boven, onder, links en rechts).
4
Selecteer de optie [Breedte] en verplaats met de [ ] / [ ]-knoppen de
eindmarkering naar de binnenrand van het overlappingsgebied.
Doe dit voor elke rand (boven, onder, links en rechts).
Overgangsgebied
Startmarkering
Eindmarkering
Het gebied tussen de start- en eindmarkeringen wordt het overgangsgebied
genoemd. Dit gebied wordt beschaduwd en de helderheid wordt zodanig
aangepast dat die overeenkomt met de delen die andere gebieden overlappen.
Nadat u de instellingen voor het ene beeld hebt voltooid, doet u hetzelfde voor
het andere beeld om het overgangsgebied op te geven. Pas de instellingen
aan om het overgangsgebied voor elk beeld hetzelfde te maken.
5
Stel [Markering] in op [Uit].
100
Speciale indelingen
■ Het overlappingsgebied instellen
Stel het overlappingsgebied in voor een vloeiendere overgang tussen
geprojecteerde beelden.
Kleuren in het overlappingsgebied op elkaar afstemmen
Bij overlappende beelden vallen delen
in het overlappingsgebied die andere
kleuren overnemen of een verkeerde
kleur hebben, vaak meer op. Met
[Randovergang instellen] kunt u het
overlappingsgebied minder opvallend
maken.
Overgangsgebied
Selecteer [Installatie-instellingen] > [Professionele instellingen] >
[Randovergang] > [Instellen] > [Randovergang instellen] > [Instellen].
2
Stel eerst gezamenlijk rood, groen en blauw in door de waarde voor [Wit]
te wijzigen en stel vervolgens [Rood], [Groen] en [Blauw] afzonderlijk in.
3
Herhaal deze instelling op alle projectoren.
Installatie
1
Speciale indelingen
101
Speciale indelingen
Zwarttinten in het overlappingsgebied op elkaar afstemmen
Bij overlappende projectie worden
Linkerbeeld
Rechterbeeld
donkere kleuren in het overlappende
Gebied waar
gebied met minder intensiteit
donkere kleuren
geprojecteerd dan andere kleuren. U
lichter lijken
kunt deze overlappende gebieden
Positie van
minder opvallend maken door het
eindmarkering
zwartniveau van niet-overlappende
(verborgen)
beeldgebieden aan te passen.
Het niet-overlappende beeldgebied
(van de eindmarkering richting het
midden van het beeld) wordt gebied D-gebied Overgangsgebied
“D” genoemd.
Gewoonlijk worden er drie gebieden geïdentificeerd als het gaat om
eindmarkeringen: A, B en C.
In de volgende instructies wordt alleen gebied D aangepast. De breedte van A, B
en C blijft ingesteld op de standaardwaarde (0).
Selecteer ter voorbereiding achtereenvolgens [Systeeminstelling] > [Gebruikers
beeldinstellingen] > [Geen-signaal beeld] > [Zwart] en start de projectie zonder
ingangssignaal. Doe de lampen in de kamer uit, zodat u de donkere beeldgebieden kunt
controleren.
1
Selecteer [Installatie-instellingen] > [Professionele instellingen] >
[Randovergang] > [Instellen] > [Zwartniveau-instelling] > [Instellen].
2
3
Selecteer [Instellingstype] > [Zwartniveau].
4
Herhaal deze instelling op alle projectoren.
Selecteer [D-gebied basis] en stel de waarden in terwijl u naar het beeld
kijkt. Zorg ervoor dat de helderheid en kleuren van het overgangsgebied
overeenkomen met die van gebied D.
102
Speciale indelingen
■ Overlappende randen minder opvallend maken
Het zwartniveau langs de rechterrand van
gebied D (langs het overgangsgebied) kan
meer opvallen dan dat van de omliggende
gebieden.
Door het zwartniveau van gebied B aan te
passen kunt u de overgang vloeiender
maken.
Stel ter compensatie elk gebied als volgt in.
Wanneer het geprojecteerde beeld
meerdere overgangsgebieden heeft (aan
de bovenkant, onderkant en aan beide
zijkanten), moet de breedte van de
gebieden A, B en C aan deze
overgangsgebieden worden aangepast.
In dit voorbeeld worden instructies gegeven
voor het instellen van gebied B.
Positie van
eindmarkering
(verborgen)
Linkerbeeld
CBA
D-gebied
Overgangsgebied
Gebieden C-A (standaard: 0)
Gebied A: Zwartniveau kan niet worden
ingesteld.
Gebied B: Stel in op een ander zwartniveau
dan dat van gebied D.
Gebied C: Stel in voor een vloeiende
overgang ten opzichte van het
zwartniveau van gebied B en D.
Selecteer [Installatie-instellingen] > [Professionele instellingen] >
[Randovergang] > [Instellen] > [Zwartniveau-instelling] > [Instellen].
2
3
Selecteer [Instellingstype] > [Gebied] > [Zijkant] > [Rechts].
4
Selecteer [Instellingstype] > [Zwartniveau]. Kijk naar het beeld en pas [Bgebied basis] aan.
5
6
Stel de breedte van gebied A, B en C in terwijl u naar het beeld kijkt.
Installatie
1
Stel desgewenst het zwartniveau van gebied B opnieuw in.
• De resultaten van de instelling van het zwartniveau van gebied B worden toegepast op
alle zijkanten.
• Aanpassingen die u doorvoert via [Randovergang instellen] of andere menu’s,
verwijderen mogelijk niet de storende kleuren en verschillen in helderheid in gebieden
waar de beelden elkaar overlappen.
• Fijnregeling van de overgangsinstelling kan via aanpassing van [Instellingstype] >
[Zwartniveau] > [Rood], [Groen] en [Blauw].
103
Speciale indelingen
Selecteer [B-breedte] en pas de breedte van gebied B zodanig aan dat het
grofweg overeenkomt met het gebied waar het zwartniveau opvalt.
Menu’s
104
Menu’s gebruiken
Gebruik de menu’s om de bediening van de projector tot in detail in te stellen.
1
Druk op de MENU-knop om het menuscherm weer te geven.
Afstandsbediening
2
Projector
Selecteer met de [ ] / [ ]-knoppen een tabblad.
Afstandsbediening
Projector
• Als de tabpositie niet oranje is gemarkeerd, drukt u op de [ ] / [ ]-knoppen
om met de selectiecursor naar boven te gaan.
Selecteer met de [ ] / [ ]-knoppen een item.
Afstandsbediening
Selecteer de gegevens.
Het selecteren van de gegevens kan per item verschillen.
Selecteren in een lijst Voorbeeld: Aspect (P116)
1. Selecteer [Aspect].
2. Druk op de OK-knop of [ ]-knop om
een gegevenslijst weer te geven.
3. Gebruik de [ ] / [ ]-knoppen om de
gewenste gegevens te selecteren.
4. Druk op de OK-knop of [ ] als u
de gewenste gegevens hebt
gevonden.
105
Menu’s gebruiken
4
Projector
Menu’s
3
Menu’s gebruiken
Afstellen met de [ ] / [ ]-knoppen Voorbeeld: Contrast (P122)
1. Selecteer [Contrast].
2. Gebruik de [ ] / [ ]-knoppen voor
het afstellen van de instelling.
Selecteren vanaf een ander scherm (1) Voorbeeld: Logo-opname (P144)
1. Selecteer [Logo-opname].
2. Druk op de OK-knop om een ander
scherm weer te geven.
3. Volg vervolgens de instructies op het
scherm.
5
Als u op de MENU-knop drukt, verdwijnt het menuscherm.
Het menuscherm verdwijnt ook als u op de EXIT-knop drukt.
106
Menu’s gebruiken
Het menuscherm wordt in 6 tabbladen onderverdeeld, zoals hieronder getoond.
Tabblad [Invoerinstellingen] (P115)
Hier kunt u het type signaal of de projectiemethode van de
ingevoerde beelden instellen.
Tabblad [Beeldinstelling] (P120)
Hier kunt u de beeldkwaliteit en de kleuren naar uw eigen
voorkeur instellen.
Tabblad [Installatie-instellingen] (P130)
Deze instelling wordt gebruikt bij het installeren van de
projector.
Tabblad [Systeeminstelling] (P143)
Hier kunt u de bediening van de projector
instellen.
Tabblad [Netwerkinstelling] (P164)
Deze instellingen zijn bedoeld voor gebruik
van de projector vanaf een pc via een
netwerk.
Menu’s
Tabblad [Informatie] (P180)
U kunt informatie over de signaaltypes
van de geprojecteerde beelden en
andere informatie bekijken.
Menu’s gebruiken
Inhoud van menu
Menu-items
107
Menuconfiguratie
Invoerinstellingen (P115)
Menu
Aspect
Ingangsniveau
Superwit
Kleurruimte
Progressief
Details ingangssignaal
HDR-informatie
Optie / Submenu
Automatisch*, Ware grootte
Automatisch*, Normaal, Uitgebreid
Uit, Aan*
Automatisch*, RGB, YCbCr
Uit, Film/auto*, Video 1, Video 2, 25p/30p(PsF)
Indelingsinformatie, Kleur-/bereikinformatie
EOTF,
Display primaries [0],[1],[2],
White point,
Max display mastering luminance,
Min display mastering luminance,
Max content light level,
Max frame-average light level
Details
P116
P116
P117
P117
P118
P118
P119
*: Fabrieksinstelling, of toestand nadat [Fabrieksinstellingen] wordt uitgevoerd.
Beeldinstelling (P120)
Menu
Beeldmodus
Optie / Submenu
Standaard*, Presentatie, Dynamisch, Video, Foto/sRGB, DICOM SIM,
Gebruiker 1 – 5
Profiel maken / Profiel
Gebruiker 1, Gebruiker 2, Gebruiker 3, Gebruiker 4, Gebruiker 5
opslaan
Basisbeeldmodus
Helderheid
Contrast
Scherpte
Gamma
HDR-bereik
Kleurniveau
Kleurbalans
Kleurtemperatuur
Voorinstelling 1, Voorinstelling 2,
Voorinstelling 3*, Voorinstelling 4
Kleurtemperatuur (1)
(Transparante basis), Voorinstelling 5
(Blauwe basis)
Kleurinstelling
Rood-versterking
Groen-versterking
Blauw-versterking
Rood-verschil
Groen-verschil
Blauw-verschil
108
Details
P121
P121
P121
P121
P122
P122
P122
P122
P122
P122
P123
P123
P123
P123
P123
P123
P123
P123
Menuconfiguratie
Menu
Geavanceerde
instellingen
Optie / Submenu
Uit*
Omgevingslicht (2)
Instellen
Type, Niveau
Willekeurige-ruisonderdrukking
Uit*, Laag, Normaal, Hoog
Uit*, MPEG-NR:Laag, MPEGNR:Normaal, MPEG-NR:Hoog,
Digitale ruisonderdrukking
Frame-NR:Laag, Frame-NR:Normaal,
Frame-NR:Hoog
Dynamisch gamma
Uit* (7), Laag (8), Normaal, Hoog
Dynamisch
Uit*, Laag, Normaal,
contrast
Hoog
Gedetailleerde contrastaanpassing
Handmatige lichtaanpassing (3)
Handmatige signaalaanpassing (3)
Colorimetrie (6)
Automatisch*, BT.709, BT.2020
HDR (6)
Automatisch*, Uit, HDR10, HLG
Uit* (7), Zwak* (8),
Huid
Normaal, Sterk
Uit* (7), Zwak* (8),
Lucht
Geheugenkleurcorrect
Normaal, Sterk
Uit* (7), Zwak* (8),
Groen
Normaal, Sterk
6-weg kleurinst.
Uit*, Instellen
Gammacorrectie (4)
Uit*, Instellen
Normaal*, Stil 1, Stil 2, Instellen
Lichtbronmodus
Helderheidsniveau (5)
Terugstellen
OK, Annuleren
Details
P123
P124
P124
P124
P125
P125
P125
P126
P126
P127
P128
P128
P129
*: Fabrieksinstelling, of toestand nadat [Fabrieksinstellingen] wordt uitgevoerd.
Weergegeven in de volgende situaties.
(1): Bij beeldmodus [DICOM SIM]
(2): Bij beeldmodus [Foto/sRGB]
(3): Wanneer dynamisch contrast in gedetailleerde contrastaanpassing [Uit] is
(4): Bij andere beeldmodus dan [DICOM SIM]
(5): Als de bedieningsmodus niet is ingesteld op [Normaal]
Menu’s
(6): Bij beeldmodus [Video]
(7): Bij andere beeldmodus dan [Dynamisch]
(8): Bij beeldmodus [Dynamisch]
Menuconfiguratie
109
Menuconfiguratie
Installatie-instellingen (P130)
Menu
Positievergrendeling
Beeldomkeer H/V
Zoom (11)
Trapezium
Professionele
instellingen
Lens - positie
Schermkleur
Iris
Testpatroon
Optie / Submenu
Uit*, Aan
GEEN*, Plafondbevestiging, Achter, Achter, aan plafond
Uit (9), Horiz.-verticaal trapezium (10), Hoekaanpassing
Terugstellen
OK, Annuleren
Grote brandbreedte
HDMI-1 EDID(4K60Hz)*, Grote
modus
compatibiliteit
Instelling EDID-modus
Grote brandbreedte
HDMI-2 EDID(4K60Hz)*, Grote
modus
compatibiliteit
Micro-digitale
Uit*, Instellen
beeldverschuiving
RGB-uitlijning
Registratie
Uit*, Instellen
Geavanceerde
Uit*, Instellen
registratie
Ged. Vervormingscorrectie
Uit*, Instellen, Terugstellen
Grote hoogte
Uit*, Aan
Normaal*, Vaste helderheid, Lange
Bedieningsmodus
duur 1, Lange duur 2
Lenspositiemodus
Normaal*, Uitgebreid
Uit*
Marginale scherpstelling
Aan
OK
Terugstellen
Uit*
Links, Rechts, Boven,
Onder, Randovergang
Randovergang
instellen,
Instellen
Zwartniveauinstelling, Markering,
Terugstellen
Positie 1 – 3 laden
Positie 1 – 3 opslaan
Oorspronkelijke
XX% (10)(12), 0%
posities
Lens terugstellen
OK
Normaal*
Groen schoolbord
Rood-versterking, Groen-versterking,
Instellen
Blauw-versterking, Rood-verschil,
Groen-verschil, Blauw-verschil
Openen*, Instellen
Uit*, Aan
Details
P131
P131
P131
P132
P133
P133
P133
P136
P136
P137
P137
P137
P138
P141
P142
P142
P142
*: Fabrieksinstelling, of toestand nadat [Fabrieksinstellingen] wordt uitgevoerd.
(9): Dit is de fabrieksinstelling of de staat nadat de [Fabrieksinstellingen] is uitgevoerd wanneer lenzen worden
gebruikt die niet zijn uitgerust met optische zoom
(10):Dit is de fabrieksinstelling of de staat nadat de [Fabrieksinstellingen] is uitgevoerd wanneer lenzen worden
gebruikt die zijn uitgerust met optische zoom
(11): Uitsluitend beschikbaar in de volgende gevallen
• Het gebruik van lenzen zonder optische zoom
• Trapezium ingesteld op [Uit]
(12): XX% geeft de vooraf ingestelde positie van de geïnstalleerde lens aan.
110
Menuconfiguratie
Systeeminstelling (P143)
Menu
P144
P144
P144
P145
P145
P145
P146
P146
P147
P147
P147
P148
P148
P149
P149
P149
P150
P150
P151
P151
P151
P152
P153
P153
P153
P154
P154
P154
P155
Menuconfiguratie
111
Details
P144
Menu’s
Optie / Submenu
OK, Annuleren
Linksboven, Rechtsboven, Midden*,
Positie van logo
Linksonder, Rechtsonder
Gebruikers
Geen-signaal beeld
Zwart, Blauw*, Gebruikerslogo
beeldinstellingen
Zwart, Blauw, Lichtbron uit*,
Scherm indien blanco
Gebruikerslogo
Overslaan, Canon-logo*,
Projector inschakelen
Gebruikerslogo
Linksboven, Rechtsboven, Midden*,
Menupositie
Linksonder, Rechtsonder
Menuweergavetijd
Normaal*, Uitgebreid
Automatisch, Uit*, 90 graden linksom,
Menu roteren
90 graden rechtsom
Op het scherm
Gids
Uit, Aan*
Ingangsstatus weergeven
Uit, Aan*
Luchtfilterwaarschuwing
Uit, Aan*
Oververhit.waarschuwing
Uit*, Aan
Pieptoon
Uit, Aan*
Toetsherhaling
Uit, Aan*
Toetsvergrendeling
Uit*, Apparaat, Afstand (draadloos)
Instellingen IR-ontvanger
Alle*, Voorkant, Achter
Kanaal 1, Kanaal 2, Kanaal 3, Kanaal
Kanaal afstandsbediening
4, Zelfstndig*
Uitschakelen
HDMI-1*
INPUT A
HDMI-2
Afstandsbediening/
zijbediening
HDBaseT
Uitschakelen
HDMI-1*
[INPUT A-C]-knopinstellingen
INPUT B
HDMI-2
HDBaseT
Uitschakelen
HDMI-1*
INPUT C
HDMI-2
HDBaseT
HDMI-1
Uit, HDMI-1*
Audio-ingang
HDMI-2
Uit, HDMI-2*
selecteren
HDBaseT
Uit, HDBaseT*
Kwaliteit HDBaseT-signaal
Uit*, Aan
Extron XTP
Servicepoort*, HDBaseT
Baudrate,
CommunicatieSeriële communicatie
Gegevensbits, Pariteit
instellingen
Detail
Stopbit
1*, 2
Commandomonitor
Uit*, Aan, Display, Verwijder
Standbyenergie-instelling
Normaal, Energiebesparing*
Snel starten
Uit*, Aan
Energiebesparingsfunctie
Uitgeschakeld, Lichtbron uit, Standby*
Energie-instellingen
5 min., 10 min., 15 min.*, 20 min.,
Duur energiebesparing
30 min., 60 min.
Direct inschakelen
Uit*, Aan
Onderdr.
Uit*, Zwak, Sterk
bewegingsonscherpte
English*, Deutsch, Français, Italiano, Español, Português, Svenska,
Русский, Nederlands, Suomi, Norsk, Türkçe, Polski, Magyar, Čeština,
Taal
Dansk, ‫إنجليزي‬, 中文简体 , 中文繁體 , 한국어 , 日本語
Logo-opname
Menuconfiguratie
Menu
Wachtwoordinstellingen
Wachtwoord registreren
Optie / Submenu
Uit*, Aan
Details
P156
P157
Datum en tijd
Datumnotatie
Datum- en tijdinstellingen
Zomertijd
Regio, Tijdzone
SNTP
Overige instellingen
Jaar/maand/datum,
Maand/datum/jaar,
Datum/maand/jaar
Uit*, Aan, Bewerken
Uit, Aan (IPv4), Aan
(IPv6)
Uit*, Aan, Bewerken
Standaard
Speciale
Uit*, Aan, Bewerken
periode 1 – 5
Gamma
Uit*, Instellen
herstellen
Lichtbron
OK, Annuleren
kalibreren
Uit*, Koppeling met voeding
Terugstellen
Ja, Nee
Schema
Kalibreren
Trigger Out
Luchtfilterteller
Stroomteller
Firmware
Fabrieksinstellingen
P157
Ja, Nee
OK, Annuleren
P158
P161
P162
P162
P162
P163
P163
*: Fabrieksinstelling, of toestand nadat [Fabrieksinstellingen] wordt uitgevoerd.
Netwerkinstelling (P164)
Menu
Netwerkinst.
vergrendelen
Netw.wachtwoordinstelling
Netw.wachtwrd
registreren
Netwerk (kabel/
draadloos)
Vrijgeven
Vergrendelen*
Uit, Aan*
Optie / Submenu
Wachtwoord invoeren
Details
P165
P165
Wachtwoord invoeren
P165
Uit/uit*, Aan/uit, Aan/aan (Pj AP), Uit/aan (Pj AP), Uit/aan (Infra)
P166
MAC-adres
Gedetaill. IPv4-adresinstellingen
Gedetailleerde
instellingen(kabel)
IPv6
Gedetaill. IPv6-adresinstellingen
Initialiseren netwerkinstel.
112
IP-adres, Subnetmasker, Gatewayadres
DHCP
Uit*, Aan
IP-adres,
TCP/IP-instel. Subnetmasker,
Gateway-adres
Uit*, Aan
Locatie van koppeling, Automatisch
<1> – <5>, Handmatig, Gateway
AutoUit, Aan*
instellingen
Handmatige
IP-adres, Prefixlengte,
instellingen
Gateway-adres
Ja, Nee
P167
P168
P170
Menuconfiguratie
Menu
113
P171
P173
P177
P178
P178
P179
Menuconfiguratie
*: Fabrieksinstelling, of toestand nadat [Fabrieksinstellingen] wordt uitgevoerd.
Details
Menu’s
Optie / Submenu
Modus, SSID, Beveiliging, Kanaal, Signaalsterkte, MAC-adres
PBC
Ja, Nee
Wi-Fi Protected Setup
PIN
Ja, Nee
Modus
Updaten, Pagina
wisselen, SSID 1 –
16, SSID-invoer,
SSID
Handmatig SSID
invoeren
Openen, WEP, WPA2
Handmatige instellingen
Beveiliging
AES, WPA/WPA2
TKIP/AES
Kanaal
Sleutel-ID
1, 2, 3, 4
Sleuteltype
ASCII, HEX
Sleutel
Gedetailleerde inst.
Invoeren
(draadloos)
IP-adres, Subnetmasker, Gatewayadres
DHCP
Uit*, Aan
Gedetaill. IPv4-adresinstellingen
IP-adres,
Subnetmasker,
TCP/IP-instel.
Gateway-adres,
Invoeren
IPv6
Uit*, Aan
Locatie van koppeling, Automatisch
<1> – <5>, Handmatig, Gateway
AutoUit, Aan*
instellingen
Gedetaill. IPv6-adresinstellingen
IP-adres, Prefixlengte,
Handmatige
Gateway-adres,
instellingen
Invoeren
Initialiseren netwerkinstel.
Ja, Nee
PJLink
Uit, Aan*
AMX Device Discovery Uit*, Aan
Crestron RoomView
Uit*, Aan
Adres afzender e-mail
Adres ontvanger e-mail
IPv4
Locatie van koppeling,
Gedetaill. informatie (bedraad)
IPv6
Automatisch,
Informatie
Handmatig
IPv4
Locatie van koppeling,
Gedetaill. informatie (draadloos)
IPv6
Automatisch,
Handmatig
Menuconfiguratie
Informatie (P180)
Menu
Modelnaam
Ingangssignaal
Firmware
Serienr.
Gebruikstijd projector
IP-adres (kabel)
IP-adres (draadloos)
Projectornaam
Opmerkingen
Systeeminformatie-ID
De volgende instellingen worden niet
teruggesteld, ook niet bij terugkeer
naar de fabrieksinstellingen.
• Geselecteerd ingangssignaal
• [Beeldinstelling]
- Profiel maken / Profiel opslaan
- Opgeslagen waarden voor
Gammacorrectie
• [Installatie-instellingen]
- Registratie
- Geavanceerde registratie
- Ged. Vervormingscorrectie
- Grote hoogte
- Bedieningsmodus
- Lenspositiemodus
- Marginale scherpstelling
(ingestelde waarde)
- Opgeslagen waarden voor
lenspositie
• [Systeeminstelling]
- Kanaal afstandsbediening
- Extron XTP
- Stopbit
- Standbyenergie-instelling
- Snel starten
- Taal
- Datum- en tijdinstellingen
- Schema
- Gamma herstellen
- Trigger Out
- Luchtfilterteller
- Stroomteller
- Firmware
• [Netwerkinstelling]
• [Informatie]
114
Beschrijving van de menu’s
Invoerinstellingen
In dit hoofdstuk worden de instellingen beschreven voor aspectverhouding
en resolutie.
Menuscherm bij ingangssignaal HDMI-1
Menu
Functie
Details
Selecteer de beeldaspectverhouding.
P116
Ingangsniveau
Selecteer het ingangsniveau voor HDMI- of
HDBaseT-signalen.
P116
Superwit
Selecteer de superwitmodus voor HDMI- of
HDBaseT-signalen.
P117
Kleurruimte
Selecteer de kleurruimte voor HDMI- of HDBaseTsignalen.
P117
Progressief
Selecteer progressieve verwerking voor stilstaande
beelden in films of bewegende beelden in video’s.
P118
Details ingangssignaal
Toont details voor ingangssignalen voor elke
gebruikte ingangsaansluiting.
P118
HDR-informatie
Hier worden het dynamische bereik en het Mastering
InfoFrame voor HDMI- of HDBaseT-signalen
weergegeven.
P119
Menu’s die niet beschikbaar zijn, worden grijs weergegeven.
Menu’s
Aspect
Beschrijving van de menu’s
115
Beschrijving van de menu’s
Aspect
> [Invoerinstellingen] > [Aspect]
Selecteer een aspectverhouding voor beelden die u wilt projecteren.
U kunt ook met de ASPECT-knop op de afstandsbediening de [Aspect]-instellingen
selecteren.
Optie
Functie
Automatisch
Een beeld wordt geprojecteerd met de aspectverhouding van het
ingangssignaal.
Geschikt voor de meeste projectiedoeleinden.
Ware grootte
Het beeld wordt met de oorspronkelijke resolutie van het
ingangssignaal geprojecteerd.
Menu’s die niet beschikbaar zijn, worden grijs weergegeven.
Ingangsniveau
> [Invoerinstellingen] > [Ingangsniveau]
Stel het ingangsniveau in voor beelden die u via HDMI of HDBaseT projecteert.
Optie
Automatisch
Functie
Verandert automatisch het ingangsniveau op basis van het
ingangssignaal.
Normaal
Beperkt het ingangsniveau tot 16 – 235.
Uitgebreid
Stelt het volledige ingangsniveaubereik van 0 – 255 beschikbaar.
• In de modus [Automatisch] wordt het signaalniveau automatisch geselecteerd.
(Sommige AV-apparaten en HDBaseT-transmitters ondersteunen dit niet.)
• Als u de HDMI / HDBaseT-uitgang van uw AV-apparaat kunt instellen op [Normaal] of
[Uitgebreid], raden wij [Uitgebreid] aan. Het contrast tussen beelden verbetert en
donkere scènes worden realistischer weergegeven. Stel in dat geval [Ingangsniveau] in
op [Automatisch] of [Uitgebreid].
Raadpleeg voor gedetailleerde informatie de gebruikershandleiding van het AVapparaat dat u op de projector hebt aangesloten.
116
Beschrijving van de menu’s
Superwit
> [Invoerinstellingen] > [Superwit]
Selecteer deze optie om witsignalen in HDMI- of HDBaseT-invoer binnen een
bereik van 16 – 235 te projecteren met een helderheid van 100% – 109% (235 –
255).
Optie
Functie
Uit
Schakel superwit uit.
Projecteer witsignalen met een ingangsniveau van 235 met een
helderheid van 100%. Alle witsignalen met een hoger ingangsniveau
dan 235 worden ook met een helderheid van 100% geprojecteerd.
Aan
Converteer ingangssignalen binnen een bereik van 16 – 235 zodanig
dat een ingangsniveau van 255 wordt geprojecteerd als wit 109% met
een helderheid van 100%.
• Superwit heeft geen effect als [Ingangsniveau] is ingesteld op [Uitgebreid].
• Stel deze optie in op [Uit] als het geprojecteerde beeld vervormd of onnatuurlijk lijkt bij
de instelling [Aan].
• Als u deze optie instelt op [Aan], wordt het algehele beeld donkerder.
Kleurruimte
> [Invoerinstellingen] > [Kleurruimte]
Selecteer de kleurruimte voor HDMI- of HDBaseT-signalen.
Optie
Functie
Automatisch
Selecteert het optimale kleurformaat voor ingangssignalen.
RGB
Zorgt ervoor dat de projector het ingangssignaal als een RGB-signaal
behandelt.
YCbCr
Zorgt ervoor dat de projector het ingangssignaal als een
kleurverschilsignaal behandelt.
Menu’s
Beschrijving van de menu’s
117
Beschrijving van de menu’s
Progressief
> [Invoerinstellingen] > [Progressief]
Hiermee voert u progressieve beeldverwerking uit die is geoptimaliseerd voor
stilstaande beelden in films of bewegende beelden in video’s, als er
geïnterlinieerde HDMI-ingangssignalen worden aangeleverd.
Optie
Functie
Uit
Voert progressieve beeldverwerking niet uit.
Film/auto
Geschikt voor stilstaande beelden of normale bewegende beelden.
Voert progressieve beeldverwerking uit voor videobeelden of films.
Video 1
Geschikt voor de projectie van video met een hoge beeldkwaliteit en
relatief trage bewegingen. Voert progressieve beeldverwerking uit die is
geoptimaliseerd voor HD-video.
Video 2
Geschikt voor de projectie van video met snellere bewegingen. Voert
progressieve beeldverwerking uit die is geoptimaliseerd voor video met
snelle bewegingen.
25p/30p(PsF)
Voert progressieve beeldverwerking uit die is geoptimaliseerd voor
1080 PsF/25- of 1080 PsF/30-video (respectievelijk 25 en 30 fps).
Selecteer [Uit] wanneer u flikkeringen en horizontale lijnen ziet in beeldmateriaal met veel
snelle actiebeelden.
Details ingangssignaal
> [Invoerinstellingen] > [Details ingangssignaal]
Hier ziet u details over videosignalen die worden verzonden naar de geselecteerd
ingang.
Dit menu wordt weergegeven voor HDMI- of HDBaseT-invoer.
Als indelingsinformatie ziet u de resolutie, frequentie en VIC (videoidentificatiecode).
Als kleurinformatie ziet u de kleurinstelling/subsampling en kleurruimte.
Als bereikinformatie ziet u het bereik en de diepte.
118
Beschrijving van de menu’s
HDR-informatie
> [Invoerinstellingen] > [HDR-informatie]
Wanneer HDMI- of HDBaseT-signalen worden toegevoerd, wordt de informatie
over het dynamische bereik en Mastering InfoFrame weergegeven.
De projector bepaalt en geeft aan of ingangssignalen SDR of HDR zijn.
HDR-signalen hebben een gebied dat kleur- en luminantiegegevens bevat en deze
informatie wordt aangeduid. De volgende informatie wordt weergegeven.
Item
Weergegeven informatie
Details
Traditional gamma-SDR
EOTF
Traditional gamma-HDR
SMPTE ST 2084
Geeft verschillende
gammainformatie over de
videoinhoud weer
HLG
Coördinaten van de drie
hoekpunten van de
kleurenbereikdriehoek in de
kleurruimte
White point
x: 0.00002 – 1.00000
y: 0.00002 – 1.00000
Coördinaten van “wit” in de
kleurruimte
Max display mastering
luminance
1 – 65535 cd/m
0.0001 – 6.5535
Max content light level
1 – 65535 cd/m2
cd/m2
2
1 – 65535 cd/m
119
Minimale luminantie van de
weergave die is gebruikt bij
het produceren van de
videogegevens
Maximale luminantie van
scènes in de videogegevens
Maximale waarde van frames
in de videogegevens voor het
bepalen van de gemiddelde
luminantie.
Beschrijving van de menu’s
Min display mastering
luminance
Max frame-average light
level
Maximale luminantie van de
weergave die is gebruikt bij
het produceren van de
videogegevens
2
Menu’s
Display primaries [0],[1],[2]
x: 0.00002 – 1.00000
y: 0.00002 – 1.00000
Beschrijving van de menu’s
Beeldinstelling
In dit gedeelte worden instellingen voor de beeldkwaliteit beschreven, zoals
helderheid, contrast en scherpte.
Menuscherm bij ingangssignaal HDMI-1
Menu
Functie
Details
Beeldmodus*
Selecteer een algehele beeldkwaliteit die is
afgestemd op het geprojecteerde beeld.
P121
Profiel maken
Sla gewenste beeldkwaliteitsinstellingen op als
profiel.
P121
Basisbeeldmodus
Laat zien op welke beeldmodus het profiel is
gebaseerd.
P121
Helderheid*
Pas de helderheid van het beeld aan.
P121
Contrast*
Pas het contrast van het beeld aan.
P122
Scherpte*
Pas de scherpte van het beeld aan.
P122
Gamma*
Corrigeer detailverlies in schaduwen of fel verlichte
delen.
P122
HDR-bereik*
Binnen het dynamische bereik van SMPTE ST 2084
stelt u het te gebruiken bereik in.
P122
Kleurinstelling*
Stel beeldkleuren nauwkeurig in.
P122
Geavanceerde
instellingen*
Stel ruisonderdrukking en kleurtoon nauwkeurig in.
P123
Lichtbronmodus*
Hiermee past u de helderheid en de
bedieningsgeluiden van de projectie aan.
P128
Helderheidsniveau*
Hiermee past u de helderheid van de projectie aan
zoals bepaald door de aandrijfstroom van de
laserdiode.
P128
Terugstellen
Herstel de standaard-beeldinstellingen.
P129
Menu’s die niet beschikbaar zijn, zijn grijs of niet zichtbaar.
* Alle aanpassingen die u maakt worden opgeslagen voor elke combinatie van
ingangssignaal en beeldmodus.
120
Beschrijving van de menu’s
Beeldmodus
> [Beeldinstelling] > [Beeldmodus]
Selecteer een algehele beeldkwaliteit voor geprojecteerde beelden. U kunt deze
optie ook selecteren met de IMAGE-knop op de afstandsbediening (P34).
Optie
Type beelden
Effect
Standaard
Computerschermen of media die
worden afgespeeld met
videosoftware
Algeheel helder, wit, met
natuurlijke kleuren
Presentatie
Beelden die voornamelijk uit
tekst bestaan
Algeheel helder
Dynamisch
Videobeelden
Algeheel helder
Video
Videobeelden van camcorders
Enigszins donker; kleuren zoals
in tv-beelden
Foto/sRGB
Digitale foto’s van sRGBcompatibele camera’s
Enigszins donker; voldoet aan
de sRGB-norm
DICOM SIM
Medische of andere zwartwitbeelden
Voldoet aan DICOM-norm deel
14. De projector is echter niet
geschikt voor diagnose of
vergelijkbare toepassingen.
Gebruiker 1 – 5
U kunt maximaal vijf gebruikersprofielen met geselecteerde
instellingen voor beeldkwaliteit opslaan. Opgeslagen profielen zijn in
deze instelling beschikbaar als beeldmodus.
Menu’s die niet beschikbaar zijn, worden grijs weergegeven.
U bepaalt de beeldkwaliteit door de volgende items in elke beeldmodus in te stellen:
[Helderheid], [Contrast], [Scherpte], [Gamma], [HDR-bereik], [Kleurinstelling],
[Geavanceerde instellingen], [Lichtbronmodus] en [Helderheidsniveau].
Profiel maken / Profiel opslaan
Sla gewenste instellingen voor beeldkwaliteit op in maximaal vijf
gebruikersprofielen.
Helderheid
> [Beeldinstelling] > [Helderheid]
Pas de helderheid van het beeld aan.
121
Beschrijving van de menu’s
• De opgeslagen instellingen zijn [Helderheid], [Contrast], [Scherpte], [Gamma], [HDRbereik], [Kleurinstelling], [Geavanceerde instellingen], [Lichtbronmodus] en
[Helderheidsniveau].
• De beeldmodus die de basis was voor de instellingswijziging wordt ook in het
gebruikersprofiel opgeslagen. Als u een gebruikersprofiel als beeldmodus selecteert,
wordt de beeldmodus die de basis was voor dat gebruikersprofiel in het menu getoond
als [Basisbeeldmodus].
Menu’s
> [Beeldinstelling] > [Profiel maken]
Beschrijving van de menu’s
Contrast
> [Beeldinstelling] > [Contrast]
Maak het beeldcontrast scherper of zachter.
Scherpte
> [Beeldinstelling] > [Scherpte]
Pas de scherpte van het beeld aan.
Gamma
> [Beeldinstelling] > [Gamma]
Corrigeer beeldgebieden die te donker of te helder zijn om ze goed te zien.
Gebruik “Gammacorrectie” (P127) voor een gedetailleerdere instelling.
HDR-bereik
> [Beeldinstelling] > [HDR-bereik]
Binnen het dynamische bereik van SMPTE ST 2084 stelt u het te gebruiken bereik in.
[Gamma] wordt niet weergegeven wanneer het menu [HDR-bereik] bevat.
[HDR-bereik] kan alleen in de volgende gevallen worden ingesteld.
• Beeldmodus (P121) is ingesteld op [Video] en HDR (P125) is [HDR10]
• Beeldmodus (P121) is ingesteld op [Video], HDR (P125) is [Automatisch] en HDR10signalen worden toegevoerd
Kleurinstelling
> [Beeldinstelling] > [Kleurinstelling]
Maak de kleurinstellingen zoals die voor kleurniveau, kleurbalans en
kleurtemperatuur.
Submenu
Functie
Kleurniveau
Stelt de intensiteit van de kleuren in.
Kleurbalans
Stelt de kleurbalans in van een paarsachtig of groenachtig beeld.
122
Beschrijving van de menu’s
Submenu
Functie
Kleurtemperatuur
Stelt de kleurtemperatuur van wit in.
Rood/Groen/Blauw-versterking
Stelt de versterking van elke kleur in.
Rood/Groen/Blauw-verschil
Stelt het kleurverschil in voor elke kleur.
In de beeldmodus [DICOM SIM] wordt [Kleurtemperatuur] niet ingesteld via een
numerieke waarde, maar wordt gekozen uit een van de volgende vijf voorinstellingen.
Voorinstelling 1: Benadrukt de helderheid, volgens de DICOM-norm deel 14.
Voorinstelling 2: Benadrukt de kleurtint, volgens de DICOM-norm deel 14.
Voorinstelling 3: Regel de kleur overeenkomstig de DICOM-norm deel 14.
Voorinstelling 4: Toont de kleuren van röntgenfotofilm (Transparante basis).
Voorinstelling 5: Toont de kleuren van röntgenfotofilm (Blauwe basis).
Geavanceerde instellingen
> [Beeldinstelling] > [Geavanceerde instellingen]
Stel ruisonderdrukking en kleurtoon nauwkeurig in.
Omgevingslicht
Minimaliseer het effect van het omgevingslicht op het scherm.
Optie
Het beeld wordt zonder correctie geprojecteerd.
Voor omgevingslicht dat afkomstig is van
conventionele gloeilampen of TL-licht van
deze kleur.
TL
Voor omgevingslicht van een TL-lamp die
wit daglicht uitstraalt.
Type
Instellen
Niveau
L
Voor omgevingslicht van normale helderheid.
H
Voor helder omgevingslicht.
Voorbeelden van instellingen van het omgevingslicht
Niveau
Voorbeeldlocatie
L
Projectiezaal, sportbar, enz.
H
Conferentiezaal, collegezaal, enz.
• Deze instelling is beschikbaar wanneer de beeldmodus is ingesteld op [Foto/sRGB]
(P121).
• Deze instelling is beschikbaar wanneer de basisbeeldmodus is ingesteld op [Foto/
sRGB].
123
Beschrijving van de menu’s
Gloeilamp
Menu’s
Uit
Functie
Beschrijving van de menu’s
Willekeurige-ruisonderdrukking
Onderdruk willekeurige beeldruis*.
* Effectief voor ruis met een onregelmatige frequentie of amplitude.
Optie
Functie
Uit
Schakelt willekeurige ruisonderdrukking uit.
Laag
Normaal
Hoog
Geef een van de drie intensiteitsniveaus op voor de willekeurige
ruisonderdrukking.
Selecteer [Laag] voor snelbewegende beelden. Selecteer [Hoog] voor langzaam
bewegende beelden.
Digitale ruisonderdrukking
Onderdruk ruis op digitale beelden. Let op: in vergelijking met ruisonderdrukking in MPEGvideo, verbetert de ruisonderdrukking in frames de degradatie van geprojecteerde beelden.
Optie
Functie
Uit
Schakelt digitale ruisonderdrukking uit.
MPEG-NR:Laag
MPEG-NR:Normaal
MPEG-NR:Hoog
Frame-NR:Laag
Frame-NR:Normaal
Frame-NR:Hoog
Geef een van de drie niveaus voor de intensiteitsinstelling voor
geluidsreductie voor MPEG-video en frames op.
Dynamisch gamma
U kunt de gradatierepresentatie van lichte en donkere delen van een beeld automatisch
instellen.
Optie
Functie
Uit
Schakel de dynamische gamma-instelling uit.
Laag
Normaal
Hoog
Geef een van de drie niveaus voor de dynamische gamma-instelling
op.
124
Beschrijving van de menu’s
Gedetailleerde contrastaanpassing
Als het geprojecteerde beeld donker is, kunt u de donkere gedeelten nog donkerder maken
door de luminantie van de lichtbron en de hoeveel signaalaanpassing aan te passen.
Submenu
Functie
Vergroot het contrast automatisch als het ingangssignaal verandert.
Optie
Functie
Dynamisch
contrast
Uit
Voert geen dynamische contrastaanpassing uit.
Laag
Normaal
Hoog
Geeft een van de drie niveaus van het dynamische
contrast op.
Handmatige
lichtaanpassing
Past de helderheid van de lichtbron handmatig aan.
Handmatige
signaalaanpassing
Past de hoeveelheid signaalverwerkingsaanpassing handmatig aan.
Colorimetrie
Hiermee selecteert u de kleurruimte van het ingangssignaal.
Optie
Functie
Automatisch
Hiermee laat u automatisch de optimale kleurruimte (BT.709 of
BT.2020) bepalen op basis van ingangssignalen.
BT.709
Hiermee wordt het gebruik van de kleurruimte BT.709 geforceerd.
BT.2020
Hiermee wordt het gebruik van de kleurruimte BT.2020 geforceerd.
[Colorimetrie] kan alleen worden ingesteld wanneer de beeldmodus (P121) gelijk is
aan [Video].
HDR (High Dynamic Range)
De projectie voldoet aan HDR-signalen (HDR10 of HLG) met een groter
beeldluminantiebereik, waarbij de details in lichte partijen en schaduwen behouden blijven.
Functie
HDR wordt automatisch gebruikt wanneer er HDR-signalen worden
toegevoerd.
Uit
HDR kan niet worden gebruikt.
HDR10
Vereist een met HDR 10-overeenkomstige projectie.
HLG
Vereist een met HLG-overeenkomstige projectie.
[HDR] kan alleen worden ingesteld wanneer de beeldmodus (P121) gelijk is aan
[Video].
125
Beschrijving van de menu’s
Automatisch
Menu’s
Optie
Beschrijving van de menu’s
Geheugenkleurcorrect
Maakt huidtinten, blauwe luchten en groene kleuren intensiever, zodat ze meer
overeenkomen met wat mensen zich herinneren.
Submenu
Huid
Lucht
Groen
Functie
Uit
Schakel correctie uit.
Zwak
Normaal
Sterk
Geef de mate van correctie op.
6-weg kleurinst.
Stel RGB- (rood, groen en blauw) en CMY-tinten (cyaan, magenta en geel) in beelden
nauwkeurig in.
Optie
Uit
Functie
Schakelt 6-weg kleurinstelling uit.
Instellen
Selecteer met de [ ] / [ ]-knoppen de optie [ Tint], [ Verzadiging]
of [ Helderheid] en stel ze vervolgens met de [ ] / [ ]-knoppen in.
• Wanneer u klaar bent met het maken van de kleurinstellingen drukt
u op de OK-knop.
De instellingen zijn niet van toepassing op het geprojecteerde
menu op zich.
Terugstellen
Stelt de markeringsinstellingen terug.
126
Beschrijving van de menu’s
Gammacorrectie
Stel witte, rode, groene en blauwe gammacurves in. Rood, groen en blauw kunnen apart
worden ingesteld. Als u wit afstelt, wordt de afstelling ook toegepast op de overige drie
kleuren. Als u een van de kleuren instelt, worden eerdere afstellingen overschreven.
Gebruik de [ ] / [ ]-knoppen om een kleur te kiezen en druk dan op de OK-knop.
Vervolgens gebruikt u de [ ] / [ ]-knoppen om een punt op de gammacurve te kiezen en
dan gebruikt u de [ ] / [ ]-knoppen om de plaats van het punt bij te stellen. Wanneer deze
instelling voltooid is, drukt u op de OK-knop om de instelling te bevestigen.
• [Gammacorrectie] is beschikbaar in alle beeldmodi behalve [DICOM SIM].
• [Gammacorrectie] is beschikbaar als HDR is ingesteld op [Uit] of [Auto] en er geen
HDR-signalen worden toegevoerd.
• Zie “Gamma” (P122) voor informatie over gammacorrectie.
• Gebruik ingangssignalen of een testpatroon voor het instellen.
• De instellingen zijn niet van toepassing op het geprojecteerde menu op zich.
• U kunt maximaal vijf instellingswaarden opslaan.
U kunt instellingswaarden ook opslaan of laden via de optie [Opslaan/laden].
Menu’s
127
Beschrijving van de menu’s
Als u [Instellen] selecteert voor Gammacorrectie, wordt een vinkje in het veld [Geavanceerde
aanpassing] en een sterretje (*) naast de aanpassingswaarde geplaatst.
Beschrijving van de menu’s
Lichtbronmodus
> [Beeldinstelling] > [Lichtbronmodus]
Wanneer de helderheid van de projectie wordt beperkt, worden het stroomverbruik
en het geluid van de ventilator beperkt.
Optie
Functie
Normaal
Beelden worden op volledige helderheid geprojecteerd.
Stil 1
Selecteer deze optie om de helderheid te beperken of wanneer stille
projectie is vereist.
Stil 2
Hiermee beperkt u de helderheid en het geluid nog verder.
Past de helderheid aan. Op basis van de door u opgegeven helderheid
wordt de ventilatorsnelheid automatisch aangepast.
Met de knoppen [ ] / [ ] past u de helderheid aan op het scherm voor
aanpassing van het helderheidsniveau dat verschijnt.
Instellen
[Helderheidsniveau] wordt weergegeven wanneer de
lichtbronmodus is ingesteld op [Instellen].
[Lichtbronmodus] wordt weergegeven wanneer de werkingsstand [Normaal] is. Als de
werkingsstand (P137) niet is ingesteld op [Normaal], verschijnt [Helderheidsniveau] in
plaats van [Lichtbronmodus].
Helderheidsniveau
> [Beeldinstelling] > [Helderheidsniveau]
Bedien de laserdiode om de helderheid van de projectie aan te passen.
Pas de helderheid aan met de knoppen [ ] / [ ].
[Helderheidsniveau] verschijnt in plaats van [Lichtbronmodus] wanneer de werkingsstand
(P137) niet is ingesteld op [Normaal].
128
Beschrijving van de menu’s
Terugstellen
> [Beeldinstelling] > [Terugstellen]
Zet de huidige instellingen voor de beeldkwaliteit terug naar de fabrieksinstellingen.
Optie
Functie
OK
Stelt de beeldinstellingen terug.
Annuleren
Annuleert het terugstellen van de beeldinstellingen.
• Als u de instellingen terugstelt wanneer [Beeldmodus] is ingesteld op een profiel
([Gebruiker 1] tot/met [Gebruiker 5]), herstelt u de instellingen die oorspronkelijk voor
dat gebruikersprofiel zijn opgeslagen.
• Alleen de instelling voor de combinatie van ingangssignaal en beeldmodus voor de
huidige projectie wordt teruggesteld.
Menu’s
Beschrijving van de menu’s
129
Beschrijving van de menu’s
Installatie-instellingen
Stel de projectie af op het scherm, het type beelden of de manier waarop de
projector is geïnstalleerd.
Menuscherm bij ingangssignaal HDMI-1
Menu
Functie
Details
Positievergrendeling
U kunt het gebruik van installatie-gerelateerde
functies verhinderen.
P131
Beeldomkeer H/V
Geef instellingen op voor projectie van achter het
scherm, voor plafondprojectie of voor beide.
P131
Zoom
Geef beelden digitaal verkleind weer als lenzen niet
zijn uitgerust met een optische zoom.
P131
Trapezium
Stel het type trapeziumcorrectie in.
P132
Professionele
instellingen
Geef geavanceerde installatie-instellingen op.
P132
Lens - positie
Sla informatie over de lenspositie (waaronder
scherpstel-, zoom- en lensinstellingen) op, zodat u de
lens later kunt terugzetten in deze positie.
P141
Schermkleur
Stem projectiekleuren af op de schermkleur.
P142
Iris
U kunt de diafragma-instelling handmatig aanpassen.
Een kleinere diaframa-opening vermindert de
helderheid, maar verbetert het contrast.
P142
Testpatroon
Projecteer een testpatroon om tijdens de installatie de
projectieresolutie en -kleur te controleren.
P142
Menu’s die niet beschikbaar zijn, worden grijs weergegeven.
130
Beschrijving van de menu’s
Positievergrendeling
> [Installatie-instellingen] > [Positievergrendeling]
U kunt het gebruik van installatie-gerelateerde functies verhinderen.
•
•
•
•
Beeldomkeer H/V
Scherpstelling
Lens terugstellen
Zoominstelling
• Sla de positie op
(onder [Lens - positie])
• Lensinstelling
Optie
• Professionele instellingen
• Zoom
• Trapezium
Functie
Uit
De positievergrendeling wordt niet gebruikt.
Aan
Voorkomt aanpassing van functies die betrekking hebben op de
installatie.
Beeldomkeer H/V
> [Installatie-instellingen] > [Beeldomkeer H/V]
Geef aan hoe de projector is geïnstalleerd.
Optie
Functie
GEEN
Selecteer deze optie voor normale projectie, zonder omkering.
Plafondbevestiging
Selecteer dit wanneer de projector ondersteboven aan het plafond
is gemonteerd.
Het geprojecteerde beeld wordt in zowel verticale als horizontale
richting omgekeerd.
Achter
Selecteer dit om een beeld te projecteren van achter het scherm.
Het geprojecteerde beeld wordt in horizontale richting omgekeerd.
Achter, aan plafond
Selecteer dit om een beeld van achter het scherm te projecteren
terwijl de projector aan het plafond hangt.
Het geprojecteerde beeld wordt in verticale richting omgekeerd.
> [Installatie-instellingen] > [Zoom]
Als lenzen niet zijn uitgerust met optische zoom en het geprojecteerde beeld niet
op het scherm past, kunt u het beeld weergeven door het elektronisch te
verkleinen. Bij deze manier van zoomen worden het gehele beeld vanuit het
midden verkleind.
Druk op de afstandsbediening op de [ ]-knop om beelden verkleind te projecteren.
Druk op de [ ]-knop om beelden op volledig formaat te projecteren. Beelden
kunnen worden geprojecteerd op 75 – 100% van het oorspronkelijke formaat.
131
Beschrijving van de menu’s
Zoom
Menu’s
• Wanneer de projector aan een plafond wordt bevestigd, gebruikt u de optionele
plafondsteun (RS-CL15) en plafondmontagearm (RS-CL17). Neem voor meer
informatie contact op met het Canon Call Center.
• Als u de beeldweergave omkeert, worden eventuele instellingen voor
trapeziumvervorming teruggesteld. Voer in dit geval de instellingen opnieuw in.
• Het aanpassen van de instelling voor [Beeldomkeer H/V] heeft geen invloed op de
knoptoewijzingen op het zijbedieningspaneel van de projector.
Beschrijving van de menu’s
• Voor deze [Zoom]-functie kunt u niet de D.ZOOM-knoppen op de afstandsbediening
gebruiken.
• [Zoom] is alleen beschikbaar als [Trapezium] is ingesteld op [Uit].
• [Zoom] wordt geannuleerd indien u, na het instellen van [Zoom], de [Trapezium]instelling verandert in een andere optie dan [Uit].
• Als u overschakelt op een lens die is uitgerust met optische zoom, wordt de instelling
teruggezet op 100%.
Trapezium
> [Installatie-instellingen] > [Trapezium]
Er zijn twee types trapeziumcorrectie beschikbaar: horizontale/verticale correctie
en hoekaanpassing. U kunt trapeziumcorrectie ook weer terugstellen. De
trapeziumcorrectie kan ook worden toegepast met een druk op de KEYSTONEknop van de afstandsbediening. (P83 – P86)
Submenu
Functie
Uit
Schakelt trapeziumcorrectie uit.
Horiz.-verticaal
trapezium
Pas horizontale-verticale trapeziumcorrectie toe. De beeldhoogteen lengte worden ingesteld.
Hoekaanpassing
Pas hoeken aan. U kunt de positie van elke beeldhoek
aanpassen.
Terugstellen
Stelt de opgegeven trapeziumwaarde terug.
Het beschikbare bereik voor horizontaal-verticaal trapezium is afhankelijk van de lens,
lenszoompositie en lensinstelpositie.
Professionele instellingen
> [Installatie-instellingen] > [Professionele instellingen]
Geef geavanceerde installatie-instellingen op.
Menuscherm bij bevestiging van de ultrabrede zoomlens (RS-SL06UW) of de
standaard 4K zoomlens (RS-SL07RST)
132
Beschrijving van de menu’s
Instelling EDID-modus
Schakel over naar een modus voor compatibele signalen, zoals geregistreerd in HDMI-1 of
HDMI-2 EDID.
Submenu
HDMI-1
EDID-modus
HDMI-2
EDID-modus
Functie
Optie
Functie
Grote
9–18 Gbps signalen met grote bandbreedte (zoals 8brandbreedte bits 4K YCbCr 4:4:4 op 60 Hz of 10-bits 4K YCbCr
(4K60Hz)
4:4:4 op 24 Hz) zijn geregistreerd in de EDID.
Grote
Selecteer in geval van onjuiste video- of audio-uitgang
compatibiliteit wanneer ingesteld op [Grote bandbreedte] .
RGB-uitlijning
Hiermee kunt u een verkeerde kleuruitlijning corrigeren.
Submenu
Functie
Biedt u de mogelijkheid afwijkingen te corrigeren, in stapjes van 1 pixel.
Submenu
Uit
Functie
Voert geen micro-digitale beeldverschuiving uit.
Submenu
Micro-digitale
beeldverschuiving
Functie
Instellen
Gebruik de [ ] / [ ]-knoppen voor
verticale verschuiving en de [ ] /
[ ]-knoppen voor horizontale
verschuiving.
Grafiek
Geeft een grafiek weer ter
ondersteuning van de instelling.
Kijk goed naar de grafiek als u de
positie nauwkeurig instelt.
Instellen
Submenu
Uit
Functie
Voert geen beeldregistratie uit.
Instellen
Functie
Rood /
Groen /
Blauw
Gebruik de [ ] / [ ]-knoppen voor
verticale verschuiving en de [ ] /
[ ]-knoppen voor horizontale
verschuiving.
Grafiek
Geeft een grafiek weer ter
ondersteuning van de instelling.
Kijk goed naar de grafiek als u de
positie nauwkeurig instelt.
Bij weergave van de grafiek wordt de audio gedempt.
133
Beschrijving van de menu’s
Submenu
Registratie
Menu’s
Een verkeerde kleuruitlijning die het hele beeld aantast, kan worden
gecorrigeerd door rode, groene of blauwe componenten in positie te
brengen, in stapjes van 1 pixel.
Beschrijving van de menu’s
Submenu
Functie
Submenu
Uit
Functie
Schakel lokale correctie van verkeerde kleuruitlijning uit.
Geef een menu weer waarmee een verkeerde
kleuruitlijning lokaal kan worden gecorrigeerd.
Submenu
Functie
Submenu
Uit
Functie
Schakel de aanpassing uit.
Voer een 5-punts aanpassing (in
schermhoeken en in het midden) uit.
Submenu
5-punts
aanpassing
Functie
Rood /
Blauw
Gebruik de [ ] / [ ]knoppen voor
verticale uitlijning en
de [ ] / [ ]-knoppen
voor horizontale
uitlijning.
Grafiek
Geeft een grafiek
weer ter
ondersteuning van de
instelling. Kijk goed
naar de grafiek als u
de positie nauwkeurig
instelt.
Instellen
Geavanceerde
registratie
Instellen
Pas de uitlijning nauwkeurig aan op basis van
54 punten (in een raster van 6 x 9).
Submenu
Handmatige
aanpassing
Rood / Gebruik de [ ] / [ ]-knoppen voor
Groen / verticale uitlijning en de [ ] / [ ]Blauw
knoppen voor horizontale uitlijning.
Grafiek
Terugstellen
Functie
Geeft een grafiek weer ter
ondersteuning van de instelling.
Kijk goed naar de grafiek als u de
positie nauwkeurig instelt.
Herstel de oorspronkelijke positie van vóór de
aanpassing.
134
Beschrijving van de menu’s
Submenu
Geavanceerde
registratie
Functie
• Bij Geavanceerde registratie kunnen gebieden met een
dambordpatroon of gebieden waarop een halftooneffect is
toegepast, ongelijkmatig kleuren of beeldartefacten vertonen.
• Bij 5-punts aanpassing kunt u verkeerd uitgelijnde kleuren op
het hele scherm basaal corrigeren door aanpassingspunten in
het midden en in elke hoek te verplaatsen. Kies Handmatige
aanpassing als u de registratie alleen in bepaalde gebieden
wilt corrigeren.
• Waarden die u via 5-punts aanpassing hebt ingesteld, blijven
behouden als u vervolgens een handmatige aanpassing
uitvoert. Voer een handmatige aanpassing uit als u na een 5punts aanpassing de kleuruitlijning nog nauwkeuriger wilt
corrigeren.
• Als u na Handmatige aanpassing overgaat op 5-punts
aanpassing, worden de waarden voor Handmatige aanpassing
gewist.
• De instelwaarden voor [Geavanceerde registratie] worden niet
gewist bij het verwisselen van lenzen. Na het verwisselen van
lenzen wordt bij het opstarten een bericht weergegeven waarin
u wordt gevraagd de geavanceerde registratie-instellingen te
bevestigen indien, voor het bijstelpunt, de instelwaarden voor
[Geavanceerde registratie] afwijken van de
standaardwaarden.
Menu’s
Beschrijving van de menu’s
135
Beschrijving van de menu’s
Ged. Vervormingscorrectie
Nauwkeurige correctie van gedeeltelijke vervorming van geprojecteerde beelden op basis
van 54 punten (in een raster van 6 × 9). Raadpleeg voor nadere instructies “Geprojecteerde
beelden bijstellen met Gedeeltelijke vervormingscorrectie” (P92).
Optie
Uit
Functie
Schakelt gedeeltelijke vervormingscorrectie uit.
Submenu
Instellen
Selecteer met de [ ] / [ ] / [ ] / [ ]-knoppen een
aanpassingspunt en druk op de [ ] / [ ] / [ ] / [ ]knoppen voor een horizontale en verticale correctie.
Grafiek
Geeft een grafiek weer ter ondersteuning van de
instelling. Kijk goed naar de grafiek als u de positie
nauwkeurig instelt.
Instellen
Terugstellen
Functie
Stelt de markeringsinstellingen terug.
Bij Gedeeltelijke vervormingscorrectie kunnen gebieden met een dambordpatroon of
gebieden waarop een halftooneffect is toegepast, beeldartefacten vertonen.
Grote hoogte
Stel de ventilatorstand af op de hoogte (geringe of grote hoogte (meer dan 2.300 m)).
Optie
Functie
Uit
Instelling voor hoogtes die lager zijn dan 2.300 m.
Aan
Instelling voor hoogtes van 2.300 m of hoger.
Met onjuiste instellingen is het mogelijk dat de projectoronderdelen minder lang mee
gaan.
136
Beschrijving van de menu’s
Bedieningsmodus
Schakel de methode van het regelen van de lichtbron en de ventilator.
Optie
Functie
Normaal
Normale aandrijfstand. De helderheid neemt na verloop van tijd af.
Vaste helderheid
Bijna dezelfde helderheid die bij installatie is ingesteld, blijft behouden.
Slijtage van de laserdiode wordt door een sensor waargenomen en de
stroomsterkte neemt toe om de slijtage te compenseren.
Lange duur 1
De bruikbare levensduur van optische onderdelen wordt relatief langer
door het helderheidsniveau van de lichtbronmodus te beperken en de
ventilatoraandrijving te reguleren.
Lange duur 2
De bruikbare levensduur van optische onderdelen wordt nog langer
door het helderheidsniveau van de lichtbronmodus nog verder te
verlagen en de ventilatoraandrijving nog meer te reguleren.
Wanneer u de projector 24 uur of langer continu gebruikt, of wanneer u de projector
uitschakelt door het netsnoer te ontkoppelen, dient u kalibratie van de lichtbron uit te
voeren met een van de onderstaande instellingen. Als de kalibratie niet wordt
uitgevoerd, houdt de projector geen vaste helderheid aan.
• Geef regelmatig [OK] op in [Lichtbron kalibreren] in [Kalibreren] (P161).
• Geef CALIBRATION op in [Schema] (P158).
Lenspositiemodus
Schakel over op het gewenste lensinstelbereik.
Optie
Functie
Normaal
Voor een normaal lensinstelbereik.
Uitgebreid
Voor een uitgebreid lensinstelbereik.
• Als u [Uitgebreid] selecteert, kan dit ten koste gaan van de beeldkwaliteit en
trapeziumcorrectie, afhankelijk van de mate waarin u de lenspositie wijzigt.
• Als u [Normaal] selecteert wanneer de lens is ingesteld op een positie in het
uitgebreide bereik (buiten de normale positie), wordt de lens teruggesteld (P141).
Optie
Functie
Uit
Schakel scherpstelling van beeldranden via de afstandsbediening uit.
Aan
Schakel scherpstelling van beeldranden via de afstandsbediening in.
Om toegang te krijgen tot het aanpassingsvenster drukt u twee keer
op de knop LENS op de projector of twee keer op de knop FOCUS op
de afstandsbediening.
Terugstellen
Herstel de standaardpositie van de randscherpstelling.
• Bij sommige typen lens is de functie Marginale scherpstelling niet beschikbaar.
• Als u deze functie instelt op [Uit], voorkomt u alleen dat het instelvenster wordt
weergegeven. Aanpassingswaarden blijven bewaard. Gebruik deze instelling om
scherpstelling van beeldranden via de afstandsbediening te voorkomen.
137
Beschrijving van de menu’s
Bij projectie in koepels kunt u de scherpte aan de randen van het scherm instellen. Met de
afstandsbediening kunt u deze scherpstelling inschakelen en uitschakelen. Raadpleeg “De
scherpte bij de randen instellen” (P96) voor gedetailleerde instructies.
Menu’s
Marginale scherpstelling
Beschrijving van de menu’s
Randovergang
Als u beelden projecteert vanuit meerdere projectoren, kunnen beeldranden elkaar
overlappen. U kunt de helderheid en kleuren van deze overlappende randen (het
overgangsgebied) instellen voor een vloeiendere weergave. Zie “Projecteren vanuit meerdere
projectoren tegelijkertijd (randovergang)” (P99) voor gedetailleerde instructies.
Optie
Functie
Uit
Schakel een geleidelijke overgang uit.
Instellen
Open het menu voor het instellen van het overgangsgebied.
Startmarkering
Eindmarkering
Overgangsgebied
Bij aanpassing van het beeld
geprojecteerd van de rechterkant
• Met deze instelling is het verschil in kleuren of helderheid mogelijk niet helemaal
verdwenen.
• Gebruik voor de beste overgangen dezelfde beeldmodus op alle projectoren en kies
de volgende instellingen.
(1) Helderheid, contrast, rood-/groen-/blauwversterking en -verschil, zwartniveau,
overgangskleur, kleurtemperatuur, kleurniveau, kleurbalans, scherpte en gamma
(P122)
(2) Pas de kleuren aan via 6-weg kleurinstelling. (P126)
(3) Gamma-aanpassing met behulp van de gammacorrectie (P127)
(4) Pas hoeken aan via de trapeziumcorrectie. (P132)
138
Beschrijving van de menu’s
Submenu
Functie
Links /
Rechts /
Boven /
Onder
Selecteer waar u het overgangsgebied wilt instellen.
Breedte
Geeft de breedte tussen de start- en eindmarkering
aan.
Startpositie
Verschuift de positie van de startmarkering.
Zijkant
• Grote overgangsgebieden kunnen dialoogvensters voor
ingangssignalen en andere interface-elementen bedekken.
Stel in dat geval Randovergang tijdelijk in op [Uit] en
controleer de weergave.
• Hoewel de startmarkering normaal is uitgelijnd met de rand
van het beeld, kunt u deze ook naar het midden van het
beeld uitlijnen. In dat geval ligt het zwarte overgangsgebied
buiten de startmarkering.
Stel ongewenste kleuren of kleurverschillen in het overgangsgebied
bij.
Submenu
Uit
Functie
Stel niet de kleuren bij van beelden die in elkaar
overgaan.
Stel ongewenste kleuren of kleurverschillen in het
overgangsgebied bij.
Randovergang
instellen
Optie
Instellen
Functie
Rood /
Groen /
Blauw
Stel rood, groen en blauw
afzonderlijk in om ongewenste
kleuren of kleurverschillen in het
overgangsgebied te corrigeren.
Menu’s
Wit
Stel rood, groen en blauw in één
keer in om ongewenste kleuren of
kleurverschillen in het
overgangsgebied te corrigeren.
Beschrijving van de menu’s
139
Beschrijving van de menu’s
Submenu
Functie
Omdat zwart in het overgangsgebied lichter is dan in andere
gebieden, kunt u het zwartniveau buiten het overgangsgebied
instellen, zodat dit verschil in helderheid minder opvalt.
Positie van eindmarkering
(verborgen)
Linkerbeeld
Gebied A: Zwartniveau kan niet worden
ingesteld.
Gebied B: Stel in op een ander zwartniveau
dan dat van gebied D.
Gebied C: Stel in voor een vloeiende
overgang ten opzichte van het
zwartniveau van gebied B en D.
CBA
Gebied D
Overgangsgebied
Gebieden C-A (standaard: 0)
Optie
Uit
Functie
Stel het zwartniveau niet in.
Submenu
Functie
Optie
Zwartniveauinstelling
Functie
Pas gebieden C-A aan voor vloeiendere
grenzen van het overgangsgebied.
Optie
Gebied
Instellen
Instellingstype
Functie
Zijkant
Selecteer waar u
aanpassingen wilt maken
(Links / Rechts / Boven /
Onder).
A-breedte /
B-breedte/
C-breedte
Stel de breedte van het
gebied A-C in.
Stel de helderheid en kleur van het
zwartniveau voor gebied B en D in.
Optie
Zwartniveau
140
B/D-gebied
basis
Functie
Stel de helderheid van
het zwartniveau voor
gebied B/D in.
Stel de rode, groene en
B/D-gebied blauwe onderdelen van
rood / groen de zwartniveaus van het
/ blauw
B/D-gebied afzonderlijk
in.
Beschrijving van de menu’s
Submenu
Functie
Geef de markeringen van het overgangsgebied weer.
Optie
Markering
Terugstellen
Functie
Uit
Verberg de markeringen van het overgangsgebied.
Aan
Geef de markeringen van het overgangsgebied weer.
De startmarkering is rood en de eindmarkering is
groen.
Stelt de markeringsinstellingen terug.
Lens - positie
> [Installatie-instellingen] > [Lens - positie]
U kunt in het geheugen van de projector informatie opslaan over de lenspositie. U
kunt maximaal drie sets met lensinformatie (waaronder scherpstel-, zoom- en
lensinstellingen) opslaan, zodat u de lens later kunt terugzetten in deze posities.
Submenu
Functie
Positie 1 – 3 laden
Zet de lens terug in de posities die zijn opgeslagen onder Positie 1 – 3
opslaan.
Positie 1 – 3
opslaan
Slaat de lenspositie op als positie 1 – 3.
Zet de lens terug in de vooraf ingestelde positie.
Lens terugstellen
• De vooraf ingestelde positie varieert afhankelijk van het type
lens dat u gebruikt.
• De vooraf ingestelde positie verandert ook als de richting van
de projector wordt gewijzigd, zoals bij plafondbevestiging.
Voorbeeld: [+50%, 0%] > [-50%, 0%]
Beschrijving van de menu’s
141
Menu’s
• Stel [Positievergrendeling] (P131) in op [Aan] om de opgeslagen positie te
vergrendelen (beveiligen).
• Naast informatie over de positie van de lens (waaronder scherpstel-, zoom- en
lensinstelinstellingen) worden ook de waarden van de volgende instellingen
opgeslagen:
- Horizontale-verticale trapeziumcorrectie / Hoekaanpassing
- Schermkleur
- Zoom
• [Positie laden] is pas beschikbaar als u eenmaal [Positie opslaan] hebt uitgevoerd.
• De oorspronkelijke lenspositie varieert afhankelijk van het type lens dat u gebruikt.
• Bij het herstellen van opgeslagen lensposities worden beelden soms op een iets
andere positie geprojecteerd dan de opgeslagen positie.
• Als u een beeldformaat opgeeft dat iets kleiner is dan het schermformaat
(beeldgebied), kunt u tussen meerdere lensposities schakelen zonder dat delen van
het beeld buiten het scherm worden geprojecteerd.
• Gebruik lens-, zoom- en scherpstelfuncties voor een precieze positionering.
Beschrijving van de menu’s
Schermkleur
> [Installatie-instellingen] > [Schermkleur]
U kunt de kleurkwaliteit van de geprojecteerde beelden aanpassen overeenkomstig
de kleur van het projectiescherm.
Submenu
Functie
Normaal
Selecteer dit als u een standaard projectiescherm gebruikt. De beelden
worden geprojecteerd met een lichtkwaliteit die vergelijkbaar is met die
van natuurlijk licht.
Groen schoolbord
Selecteer deze optie als u een donkergroene achtergrond, zoals een
schoolbord, als scherm gebruikt. Een kleurkwaliteit die vergelijkbaar is
met [Normaal] wordt dan op het groene schoolbord verkregen.
Instellen
Selecteer deze optie om rood, groen en blauw nauwkeurig in te stellen.
Iris
> [Installatie-instellingen] > [Iris]
Gebruik deze functie voor projectie met meer nadruk op contrast dan op
helderheid.
Submenu
Openen
Functie
Schakelt diafragma-instelling uit.
Geef de diafragma-instelling handmatig op.
Instellen
De instelling voor [Iris] heeft geen invloed op het energieverbruik.
Testpatroon
> [Installatie-instellingen] > [Testpatroon]
U kunt een testpatroon (P95) projecteren om zonder ingangssignaal de resolutie,
kleur en andere details te controleren. Ook beschikbaar via de TEST PATTERNknop op de afstandsbediening.
Optie
Functie
Uit
Schakel de weergave van het testpatroon uit.
Aan
Schakel de weergave van het testpatroon in.
• Tijdens de weergave van het testpatroonmenu kunt u met de [ ] / [ ]-knoppen een
ander testpatroon selecteren. Bovendien kunt u testpatroonopties wijzigen met de [ ] /
[ ]-knoppen.
• Na korte tijd verdwijnt het testpatroonmenu, maar met de [ ] / [ ]-knoppen kunt u het
opnieuw weergeven.
142
Beschrijving van de menu’s
Systeeminstelling
Kies de gewenste instellingen voor de projector en afstandsbediening,
pieptonen en andere details na het opstarten, in de standbystand en in
andere situaties.
Menuscherm bij ingangssignaal HDMI-1
Menu
Functie
Details
P144
Op het scherm
Stel de weergavepositie in en geef aan of u menu’s,
Help-informatie en waarschuwingspictogrammen wilt
weergeven of verbergen.
P145
Afstandsbediening/
zijbediening
Geef aan of u de projector wilt bedienen met de
afstandsbediening of met de knoppen op de projector.
P148
Audio-ingang
selecteren
Selecteer de audio-ingang.
P150
Kwaliteit HDBaseTsignaal
Geef de videosignaalkwaliteit weer van HDBaseTinvoer.
P151
Communicatieinstellingen
Configureer instellingen voor Extron XTP en seriële
communicatie.
P151
Energie-instellingen
Hier geeft u op hoe energie wordt bespaard bij het
opstarten, in stand-by of wanneer er geen signaal
wordt ontvangen.
P152
Onderdr.
bewegingsonscherpte
Bewegingsonscherpte is onscherpte die ontstaat
tijdens het afspelen van videobeelden. Met
Onderdrukking bewegingsonscherpte kunt u ervoor
zorgen dat dit minder opvalt.
P154
Taal
U kunt de taal selecteren waarin de menu’s worden
getoond.
P155
Overige instellingen
Stel hier een wachtwoord in, controleer de timing voor
vervanging van het luchtfilter en ga naar andere
instellingen en informatie.
P156
Menu’s die niet beschikbaar zijn, zijn grijs of niet zichtbaar.
143
Beschrijving van de menu’s
Pas de gebruikersschermen aan die worden
weergegeven bij het opstarten, bij het ontbreken van
een signaal en in andere situaties.
Menu’s
Gebruikers
beeldinstellingen
Beschrijving van de menu’s
Gebruikers beeldinstellingen
> [Systeeminstelling] > [Gebruikers beeldinstellingen]
Maak een opname van uw logo en geef instellingen op voor de weergave ervan.
Logo-opname
Registreert het huidige beeld als gebruikerslogo. U kunt een geregistreerd gebruikerslogo
weergeven als er geen signaal wordt ontvangen, als u op de BLANK-knop drukt of bij het
opstarten.
Optie
Functie
OK
Geef het beeld voor logoregistratie weer.
Lijn het beeld uit met de rode grenslijnen om het gedeelte aan te
geven dat wordt opgeslagen en druk daarna op de OK-knop. Het
gedeelte van het beeld binnen de grenslijnen is nu geregistreerd.
Annuleren
Annuleert logoregistratie.
Positie van logo
Geef de positie van geregistreerde gebruikerslogo’s op.
U kunt de positie opgeven nadat u een logo hebt geregistreerd. Kies Linksboven,
Rechtsboven, Midden, Linksonder of Rechtsonder.
Geen-signaal beeld
Stel het scherm in dat wordt weergegeven als er geen ingangssignalen zijn.
Optie
Functie
Zwart
Het scherm is helemaal zwart.
Blauw
Het scherm is helemaal blauw.
Gebruikerslogo
Het gebruikerslogo wordt geprojecteerd.
Scherm indien blanco
Selecteer het scherm dat wordt weergegeven als de projectie tijdelijk op zwart wordt gezet via
de BLANK-knop op de afstandsbediening.
Optie
Functie
Zwart
Het scherm is helemaal zwart.
Blauw
Het scherm is helemaal blauw.
Lichtbron uit
De lichtbron wordt uitgeschakeld.
Gebruikerslogo
Het gebruikerslogo wordt geprojecteerd.
144
Beschrijving van de menu’s
Projector inschakelen
Kies een logo dat na het inschakelen wordt weergegeven totdat er ingangssignalen kunnen
worden geprojecteerd.
Optie
Functie
Overslaan
Er wordt een zwart scherm geprojecteerd.
Canon-logo
Geeft het Canon-logo weer dat in de fabriek vooringesteld is.
Gebruikerslogo
Het gebruikerslogo wordt geprojecteerd.
Op het scherm
> [Systeeminstelling] > [Op het scherm]
Geef weergavedetails op voor menu’s, Help-informatie en
waarschuwingspictogrammen op het scherm.
Menupositie
Geef menu’s op een andere positie weer.
Kies Linksboven, Rechtsboven, Midden, Linksonder of Rechtsonder.
Bij gebruik van randovergangen is alleen de optie [Midden] beschikbaar. Andere
weergaveposities zijn grijs of niet beschikbaar.
Verleng de menuweergave van standaard 10 of 30 seconden naar 3 minuten.
Optie
Functie
Het menu wordt 10 of 30 seconden weergegeven.
Uitgebreid
Het menu wordt 3 minuten weergegeven.
145
Beschrijving van de menu’s
Normaal
Menu’s
Menuweergavetijd
Beschrijving van de menu’s
De volgende weergavetijden worden ook gewijzigd.
Item
[Normaal] [Uitgebreid]
- Menuscherm
- Randovergang (P138)
30 sec.
3 min.
-
10 sec.
3 min.
Ingang (P43)
Trapeziumvervorming (P83)
Trapeziumcorrectie terugstellen (P86)
Scherpstellen (P44)
Zoom (P44)
Lensverschuiving (P59)
Lensverschuiving terugstellen (P61)
Marginale scherpstelling (P96)
Aspect (P116)
Beeldmodus (P121)
Volume (P30, P35)
Gamma (P122)
Menu roteren
Hiermee kunt u de menuweergave draaien. Wanneer u bijvoorbeeld staand projecteert, met
de projector geïnstalleerd in een hoek van 90°, geeft u de weergaverichting van
geprojecteerde menu’s op om deze uit te lijnen met de boven- of onderkant van
geprojecteerde beelden.
Optie
Functie
Automatisch
Hiermee worden menu’s automatisch gedraaid voor zover nodig nadat
een versnellingsmeter is gebruikt om te bepalen of de projector staand
(90° rechtsom of linksom) of horizontaal is geplaatst.
Uit
Menu’s worden niet gedraaid. Menu’s worden in leesbare richting
weergeven voor horizontaal geplaatste projectoren.
90 graden
linksom
90 graden
rechtsom
Menu’s worden 90° gedraaid. Menu’s worden in een leesbare richting
weergegeven voor projectoren die staand (90° rechtsom of linksom)
worden geplaatst.
• Om de draairichting van de menu’s te bepalen, wordt de richting van de projector
direct na het opstarten gedetecteerd of wanneer deze instelling wordt geschakeld
naar [Automatisch].
• Menu’s worden niet automatisch gedraaid als reactie op wijzigingen in de richting
van de projector tijdens de projectie.
Gids
Geeft het gidsscherm weer.
Optie
Functie
Uit
Verbergt het gidsscherm.
Aan
Geeft het gidsscherm weer.
Het gidsscherm wordt in de volgende gevallen weergegeven.
• Er wordt geen ingangssignaal gedetecteerd.
• Er wordt in de [BLANK]- of [FREEZE]-modus op een ongeldige knop gedrukt (P34).
• Wanneer de positievergrendeling (P131) op [Aan] is gezet en de knoppen die door
deze functie zijn vergrendeld, worden ingedrukt.
146
Beschrijving van de menu’s
Ingangsstatus weergeven
Geef op of de signaalstatus wordt weergegeven als er geen signaal is of als u
signaalinstellingen opgeeft.
Optie
Functie
Uit
De ingangsstatus wordt niet getoond.
Aan
De ingangsstatus wordt getoond.
Luchtfilterwaarschuwing
Er wordt een waarschuwing weergegeven dat het luchtfilter moet worden vervangen wanneer
vervanging is vereist.
Optie
Functie
Uit
De luchtfilterwaarschuwing wordt niet weergegeven.
Aan
De luchtfilterwaarschuwing wordt weergegeven.
Wanneer [Luchtfilterwaarschuwing] op [Uit] wordt ingesteld, wordt de waarschuwing voor
vervanging van het luchtfilter niet langer weergegeven. We raden u aan de luchtfilterteller
(P162) af en toe te controleren, zodat u weet wanneer u het filter moet vervangen.
Oververhit. waarschuwing
Geef op of er een waarschuwingspictogram ( ) moet verschijnen als de temperatuur in de
projector hoog is, met het risico van oververhitting.
Optie
Functie
Uit
Geef het waarschuwingspictogram voor hoge temperaturen niet weer.
Aan
Geef het waarschuwingspictogram voor hoge temperaturen weer.
Menu’s
Beschrijving van de menu’s
147
Beschrijving van de menu’s
Afstandsbediening/zijbediening
> [Systeeminstelling] > [Afstandsbediening/zijbediening]
Geef op welke handelingen beschikbaar zijn via knoppen op de afstandsbediening
of het zijbedieningspaneel van de projector.
Pieptoon
U kunt selecteren of u wel of geen pieptoon wilt horen wanneer u de projector bedient.
Optie
Functie
Uit
Schakelt de pieptoon uit.
Aan
Schakelt de pieptoon in.
Als u het geluid van de projector dempt met de MUTE-knop op de afstandsbediening,
hoort u geen pieptoon.
Toetsherhaling
Met Toetsherhaling kunt u knoppen op de projector of afstandsbediening ingedrukt houden in
plaats van er herhaaldelijk op te drukken.
Optie
Functie
Uit
Toetsherhaling staat uit.
Aan
Toetsherhaling staat aan.
148
Beschrijving van de menu’s
Toetsvergrendeling
Hiermee wordt de projector of de afstandsbediening (draadloos) vergrendeld om gebruik te
voorkomen.
Optie
Functie
Uit
Schakelt de toetsvergrendeling uit. Bediening is zowel via de projector
als via de afstandsbediening mogelijk.
Apparaat
Bediening via de projector is niet mogelijk.
Gebruik de afstandsbediening.
Afstand
(draadloos)
Schakelt infraroodbediening via de afstandsbediening uit (P37).
Gebruik de knoppen op de projector.
Bediening is ook mogelijk via een optionele afstandsbediening met
kabel (RS-RC05).
De toetsvergrendelingsfunctie ontgrendelen
Zet de projector uit en haal de stekker uit het stopcontact. Steek de stekker van het
netsnoer in het stopcontact terwijl u de OK-knop op de projector ingedrukt houdt. Na een
paar tellen hoort u een geluidssignaal en zijn de knoppen ontgrendeld.
Als u naar deze instelling gaat via de knoppen op het zijbedieningspaneel van de
projector, is de optie [Apparaat] niet beschikbaar. Als u naar deze instelling gaat via de
knoppen op de afstandsbediening, is de optie [Afstand (draadloos)] niet beschikbaar.
Instellingen IR-ontvanger
Selecteer de infraroodontvanger van de projector.
Optie
Alle
Functie
Gebruik de ontvangers op de voor- en achterkant van de projector.
Voorkant
Gebruik de ontvanger op de voorkant van de projector.
Achter
Gebruik de ontvanger op de achterkant van de projector.
U kunt aparte kanalen toewijzen aan maximaal vier projectoren, zodat u voor alle projectoren
één afstandsbediening kunt gebruiken.
Menu’s
Kanaal afstandsbediening
Het projectorkanaal selecteren
Optie
Functie
Kanaal 1
Kanaal 2
Kanaal 3
Selecteer het afstandsbedieningskanaal dat u met deze projector wilt
gebruiken.
Kanaal 4
Zelfstndig
De projector kan worden bediend via een afstandsbediening die is
ingesteld op een willekeurig kanaal.
149
Beschrijving van de menu’s
Bij gebruik van een afstandsbediening met kabel hoeft u geen kanaal voor de
afstandsbediening in te stellen.
Beschrijving van de menu’s
Een kanaal kiezen op de afstandsbediening
Als u via het menu het projectorkanaal wijzigt, moet u op de afstandsbediening hetzelfde
kanaal instellen.
Kanaal 1
Houd zowel de Ch-knop als de [1]-knop 3 seconden ingedrukt.
Kanaal 2
Houd zowel de Ch-knop als de [2]-knop 3 seconden ingedrukt.
Kanaal 3
Houd zowel de Ch-knop als de [3]-knop 3 seconden ingedrukt.
Kanaal 4
Houd zowel de Ch-knop als de [4]-knop 3 seconden ingedrukt.
Zelfstndig
Houd zowel de Ch-knop als de [0]-knop 3 seconden ingedrukt.
[INPUT A-C]-knopinstellingen
Selecteer de ingangssignalen die u wilt toewijzen aan de INPUT A-C-knoppen op de
afstandsbediening. Op deze manier kunt u ingangssignalen rechtstreeks selecteren.
Optie
INPUT A
INPUT B
INPUT C
Functie
Voor de ingangssignalen kunt u kiezen uit de volgende opties:
[Uitschakelen], [HDMI-1], [HDMI-2] en [HDBaseT].
Audio-ingang selecteren
> [Systeeminstelling] > [Audio-ingang selecteren]
Selecteer de aansluiting voor de audio-ingang die met de diverse ingangssignalen
wordt gebruikt.
Submenu
HDMI-1
HDMI-2
HDBaseT
Functie
Selecteer de audio-ingang.
Optie
Functie
Uit
Er is geen audio-uitvoer.
HDMI-1
Gebruikt HDMI-1-audiosignalen voor audio-uitvoer.
HDMI-2
Gebruikt HDMI-2-audiosignalen voor audio-uitvoer.
HDBaseT
Gebruikt HDBaseT-audiosignalen voor audiouitvoer.
150
Beschrijving van de menu’s
Kwaliteit HDBaseT-signaal
> [Systeeminstelling] > [Kwaliteit HDBaseT-signaal]
Geef de videosignaalkwaliteit weer van HDBaseT-invoer. De kwaliteit van het
HDBaseT-ingangssignaal wordt aangegeven met een witte lijn.
Hoog
Aangegeven door het groene gedeelte. Dit is het aanbevolen niveau.
Normaal
Aangegeven door het gele gedeelte. Het signaal fluctueert. Controleer de kabel.
Laag
Aangegeven door het rode gedeelte. Het signaal kan niet worden gebruikt. Sluit
de kabel goed aan of vervang de kabel.
Zorg ervoor dat kabels niet zijn opgerold of gebundeld.
Communicatie-instellingen
> [Systeeminstelling] > [Communicatie-instellingen]
Bekijk of configureer communicatie-instellingen voor de servicepoort of HDBaseT
seriële communicatie.
Submenu
Extron XTP
Functie
Geef aan of het apparaat moet worden verbonden met Extron
XTP-transmitters bij aansluiting via HDBaseT.
Optie
Functie
Servicepoort
Gebruik de servicepoort (CONTROL).
HDBaseT
Gebruik de HDBaseT-aansluitpoort.
Detail
Geef de baudrate, gegevensbits en pariteit
weer en wijzig de stopbit (schakel over
tussen 1 of 2 bits).
151
Beschrijving van de menu’s
Seriële communicatie
Menu’s
Selecteer de poorten die u wilt gebruiken voor seriële
communicatie. Overigens kunt u deze instelling ook gebruiken om
de instelwaarden voor de geselecteerde poort voor seriële
communicatie te controleren.
Beschrijving van de menu’s
Submenu
Functie
Registreer, geef weer of wis gebruikerscommando’s.
Commandomonitor
U kunt het type, het tijdstip van uitvoering en het IP-adres
registreren en bekijken (beperkt tot het laatste octet ten tijde van
ontvangst) van verstuurde en ontvangen gebruikerscommando’s.
Optie
Functie
Uit
Schakel de registratie van
gebruikerscommando’s uit.
Aan
Schakel de registratie van
gebruikerscommando’s in.
Display
Geef het logboek met
gebruikerscommando’s weer.
Verwijder
Wis het gehele logboek met
gebruikerscommando’s.
Energie-instellingen
> [Systeeminstelling] > [Energie-instellingen]
Hier geeft u op hoe energie wordt bespaard bij het opstarten, in stand-by of
wanneer er geen signaal wordt ontvangen.
152
Beschrijving van de menu’s
Standbyenergie-instelling
Hier geeft u de werkingsstatus van de netwerkfunctie in stand-bymodus op.
Optie
Functie
Normaal
Alle netwerkfuncties zijn beschikbaar wanneer de netwerkfuncties zijn
ingeschakeld, inclusief het webscherm en PJLink.
Energiebesparing
Alle functies worden uitgeschakeld met uitzondering van bepaalde
functies voor een bekabeld LAN (bijvoorbeeld handelingen via een
netwerk).
• [Standbyenergie-instelling] is ingesteld op [Normaal] en kan niet worden gewijzigd
wanneer een schema is ingeschakeld (P158).
• [Standbyenergie-instelling] is ingesteld op [Normaal] en kan niet worden gewijzigd
wanneer het draadloze LAN is ingeschakeld (P166).
Snel starten
Hiermee zorgt u dat de projector de volgende keer sneller wordt opgestart door enkele circuits
na uitschakeling van de projector 90 minuten ingeschakeld te laten. Om echter plotselinge
intensiteitspieken te voorkomen, wordt de projectie met ten minste ongeveer 1,7 seconden
vertraagd.
Optie
Functie
Uit
Snel starten uitschakelen.
Aan
Snel starten inschakelen.
Energiebesparingsfunctie
U kunt opgeven om de lichtbron uit te schakelen of naar stand-by te gaan als er geen
ingangssignaal is. Met deze functie wordt de lichtbron of de voeding na een bepaalde periode
automatisch uitgeschakeld als de afstandsbediening of projector niet wordt bediend.
Optie
Functie
Schakel de energiebesparingsfunctie uit.
Lichtbron uit
Hiermee wordt alleen de lichtbron uitgeschakeld.
Standby
Schakelt de projector uit en zet deze in de standbystand.
153
Beschrijving van de menu’s
• De projectie wordt hervat wanneer hetzelfde ingangssignaal wordt hersteld,
wanneer de afstandsbediening of de projector wordt bediend of wanneer opdrachten
van de gebruiker naar de projector worden verzonden wanneer deze is
ingeschakeld.
• Vanuit de standbystand hervat u de projectie op dezelfde manier als wanneer u de
projector normaal inschakelt.
• Als [Uitgeschakeld] is geselecteerd, is [Direct inschakelen] niet beschikbaar.
Menu’s
Uitgeschakeld
Beschrijving van de menu’s
Duur energiebesparing
Geef op hoeveel tijd er moet verstrijken voordat de lichtbron uitgaat of de projector naar
stand-by gaat, afhankelijk van de instelling [Energiebesparingsfunctie].
Optie
5 min. – 60 min.
Functie
Als de projector inactief is en 30 sec. geen ingangssignaal heeft
ontvangen, verschijnt een aftelscherm tot de geselecteerde tijd is
verstreken.
• Kan worden ingesteld op 5 min., 10 min., 15 min., 20 min., 30 min. of 60 min.
• Als bij een tijdelijk zwartgemaakt scherm wordt voldaan aan de voorwaarden voor
het aftellen, wordt het zwartmaken geannuleerd.
Direct inschakelen
U kunt de projector inschakelen door alleen de netsnoerstekker in het stopcontact te steken,
zonder op de POWER-knop te drukken.
Optie
Functie
Uit
U moet op de POWER-knop drukken om de projector in te schakelen.
Aan
U kunt de projector inschakelen door alleen de netsnoerstekker in het
stopcontact te steken.
• Voordat u direct inschakelen selecteert, moet u [Energiebesparingsfunctie] instellen
op een andere optie dan [Uitgeschakeld]. Als [Uitgeschakeld] is geselecteerd, is
[Direct inschakelen] niet beschikbaar.
• De projector is ook voorzien van een directe uitschakelingsfunctie. Er wordt geen
schade aan de projector veroorzaakt, zelfs niet als de stekker tijdens de projectie
wordt ontkoppeld om de projector uit te schakelen zonder op de POWER-knop te
drukken. Aanpassingen van de instellingen die direct vóór het ontkoppelen van de
projector zijn ingevoerd, worden echter mogelijk niet opgeslagen.
Onderdr. bewegingsonscherpte
> [Systeeminstelling] > [Onderdr. bewegingsonscherpte]
Bewegingsonscherpte is onscherpte die ontstaat tijdens het afspelen van
videobeelden. Met Onderdrukking bewegingsonscherpte kunt u ervoor zorgen dat
dit minder opvalt.
Optie
Functie
Uit
De bewegingsonscherpte wordt niet onderdrukt.
Zwak
Verminder de bewegingsonscherpte voor snelbewegende
beelden. Beelden worden mogelijk iets donkerder en er kan
sprake zijn van flikkering.
Sterk
Verminder de bewegingsonscherpte voor beelden die sneller
bewegen dan met [Zwak] kan worden gecorrigeerd. Beelden
worden mogelijk donkerder en er kan sprake zijn van flikkering.
• Als instellen van de projector op [Sterk] of [Zwak] leidt tot hinderlijke beeldflikkering,
kiest u de [Uit]-stand.
• [Onderdr. bewegingsonscherpte] is in de beeldmodus [DICOM SIM] niet beschikbaar.
Het menu is grijs.
154
Beschrijving van de menu’s
Taal
> [Systeeminstelling] > [Taal]
Selecteer de taal voor de menu’s.
Taal
Engels
Russisch
Tsjechisch
Duits
Nederlands
Deens
Frans
Fins
Arabisch
Italiaans
Noors
Vereenvoudigd Chinees
Spaans
Turks
Traditioneel Chinees
Portugees
Pools
Koreaans
Zweeds
Hongaars
Japans
Menu’s
Beschrijving van de menu’s
155
Beschrijving van de menu’s
Overige instellingen
> [Systeeminstelling] > [Overige instellingen]
Hiermee registreert u een wachtwoord, stelt u een wachtwoord in, zet u de teller
van het luchtfilter terug op de beginwaarde, plant u wanneer de projector wordt
ingeschakeld en hebt u toegang tot andere instellingen en informatie.
Wachtwoordinstellingen
Schakelt de projector uit tenzij het juiste wachtwoord wordt ingevoerd.
Optie
Functie
Uit
U kunt de projector gebruiken zelfs als u geen wachtwoord hebt
ingevoerd.
Aan
U kunt de projector niet gebruiken tenzij u uw wachtwoord invoert.
Het wachtwoord annuleren
Annuleren op
de projector
Zet de projector uit en haal de stekker uit het stopcontact.
Houd de MENU-knop op het zijbedieningspaneel ingedrukt en steek de
stekker in het stopcontact. Houd de MENU-knop ingedrukt totdat u een
pieptoon hoort. Als u een pieptoon hoort, is het wachtwoord geannuleerd.
(Het ingevoerde wachtwoord wordt ook teruggesteld.)
Druk in de standbystand 3 maal op de MENU-knop van de
Annuleren op de
afstandsbediening en druk vervolgens op de POWER-knop om het
afstandsbediening
wachtwoord geforceerd te annuleren.
• U kunt [Aan] niet instellen tenzij u [Wachtwoord registreren] hebt voltooid.
Als u eenmaal een wachtwoord hebt ingesteld, verschijnt een invoerscherm voor het
wachtwoord als u het apparaat inschakelt.
Voer een 4-cijferig wachtwoord in.
Voer het wachtwoord in met de [ ] / [ ] / [ ] / [ ]-knoppen of de nummerknoppen
op de afstandsbediening.
Als het wachtwoord klopt, begint de projectie. Als u drie keer achter elkaar een
verkeerd wachtwoord invoert, wordt de projector uitgeschakeld.
• De projector gaat ook uit als er drie minuten lang geen activiteit is in het
wachtwoordinvoerscherm.
156
Beschrijving van de menu’s
Wachtwoord registreren
U kunt een wachtwoord instellen om de projectie te starten.
Voer een 4-cijferig wachtwoord in.
Voer het wachtwoord in met de pijlknoppen [ ] (1) / [ ] (2) / [ ] (3) / [ ] (4) of de
nummerknoppen op de afstandsbediening.
Het 4-cijferige wachtwoord wordt met de cijfers van links naar rechts ingevoerd. Wanneer het
laatste cijfer is ingevoerd, wordt het wachtwoord automatisch geregistreerd.
Druk op de MENU-knop om de registratie af te breken.
Datum- en tijdinstellingen
Hiermee stelt u tijdinstellingen in zoals de huidige datum en tijd, de weergavenotatie van
datum/tijd, zomertijd en de tijdzone.
Submenu
Functie
Hiermee stelt u de datum en tijd in. De momenteel ingestelde datum
en tijd worden weergegeven en elke seconde bijgewerkt.
Het scherm is zwart als [Datum en tijd] niet is ingesteld.
Submenu
Datum en tijd
Functie
Datum
Voer hier de datum in.
Tijd
Voer hier de tijd in.
Invoeren
Uw ingevoerde waarden worden bevestigd. Op dit
moment wordt [Datum en tijd] actief.
• De weergavenotatie van datum/tijd wordt ingesteld in
[Datumnotatie].
• De instellingen worden mogelijk gereset als de projector een
lange periode niet op het stopcontact is aangesloten.
Kies [Jaar/maand/datum], [Maand/datum/jaar] of [Datum/maand/jaar]
als de datumnotatie die wordt weergegeven voor de datum en tijd, in
schema’s en op andere locaties.
Zet de tijd één uur vooruit aan het begin van de zomertijd en één uur
achteruit aan het einde. De timing van de zomertijd moet vooraf
worden ingesteld.
Functie
Hiermee schakelt u de zomertijd uit.
Aan
Hiermee schakelt u de zomertijd in.
Bewerken
Hier kunt u bewerken wanneer de zomertijd begint en
eindigt. Stel hier de maand, de dag en de tijd op het
bewerkingsscherm in dat hierna wordt weergegeven
voor de begin- en einddatum/-tijd.
Zomertijd
[Aan] in [Zomertijd] is pas beschikbaar als de begin- en eindtijd
zijn ingesteld.
157
Beschrijving van de menu’s
Optie
Uit
Menu’s
Datumnotatie
Beschrijving van de menu’s
Submenu
Regio
Functie
Selecteer een stad in de tijdzone waar de projector wordt geplaatst.
De tijdzone wordt weergegeven van de stad die in [Tijdzone] is
geselecteerd.
Selecteer of u de tijd op de projector wilt synchroniseren met SNTP
(Simple Network Time Protocol).
Submenu
SNTP
Functie
Aan (IPv4)
Hiermee gebruikt u SNTP over een IPv4-verbinding.
Aan (IPv6)
Hiermee gebruikt u SNTP over een IPv6-verbinding.
Uit
Hiermee schakelt u SNTP uit.
• [SNTP] is niet beschikbaar wanneer [Netwerk (kabel/
draadloos)] wordt ingesteld op [Uit/uit].
• Stel in het webscherm het IP-adres van de SNTP-server in.
[SNTP] is alleen beschikbaar als het IP-adres van de SNTPserver is ingesteld.
Schema
Sommige projectortaken kunnen worden geautomatiseerd door een schema in te stellen.
Kies als timing van geplande taken [Standaard]. Dit is niet tijdens een bepaalde periode, of in
een van de vijf speciale perioden die u hebt ingesteld.
De instelling [Periode] van een speciale periode kan niet zo worden ingesteld dat deze
met een andere periode overlapt.
Optie
Functie
Standaard
Hiermee stelt u een algemeen schema in dat niet tijdens een
specifieke periode plaatsvindt.
Speciale periode
1–5
Hiermee stelt u maximaal vijf specifieke perioden voor gebruik van het
schema in.
158
Beschrijving van de menu’s
• [Aan] wordt grijs weergegeven totdat u de periode instelt in [Speciale periode 1] tot
[Speciale periode 5].
• [Aan] en [Uit] zijn niet beschikbaar voor perioden bij [Speciale periode 1] tot en met
[Speciale periode 5] die al zijn verstreken.
• Wanneer u een schema instelt op [Aan], wordt [Standbyenergie-instelling] (P153)
gewijzigd in [Normaal].
• Taken die zijn gepland onder de instelling [Standaard], worden niet uitgevoerd terwijl
speciale periode-instellingen van kracht zijn.
Gedetailleerde schema-instelling
Optie
Functie
Uit
Hiermee schakelt u het schema uit.
Aan
Hiermee schakelt u het schema in.
Hiermee kunt u het schema bewerken.
■ Standaard
Menu’s
Bewerken
Beschrijving van de menu’s
159
Beschrijving van de menu’s
Optie
Functie
■ Speciale periode
Selecteer een dag in [Dag van de week] en selecteer de tijden,
bewerkingen en parameters.
Submenu
Bewerken
Functie
Periode
Bewerk de periode (begin- en einddatums) voor
geplande werking. Er wordt geen instelling voor
[Periode] gebruikt voor het schema [Standaard].
Dag van de
week
Hiermee wijzigt u de dag van de week voor
bewerking.
Hiermee bewerkt u de taken die voor uw
geselecteerde [Dag van de week] zijn gepland. U
kunt de vermelde tijden, bewerkingen en parameters
(POWER ON/OFF, INPUT, CALIBRATION) instellen
en verwijderen.
Schema
bewerken
160
Beschrijving van de menu’s
Optie
Functie
Submenu
Terugstellen
Functie
Hiermee wist u instellingsdetails voor het
geselecteerde schema. Instellingsdetails voor
[Periode] en dag van de week worden gereset.
Hiermee kopieert u de taken die zijn gepland voor uw
geselecteerde [Dag van de week] naar een andere
dag in het menu voor het kopiëren van het schema.
Bewerken
Schema
kopiëren naar
andere dag
Kalibreren
Met kalibratie past u de projector aan om te compenseren voor veranderingen in
beeldkwaliteit als gevolg van langdurig gebruik of verschillen in de gebruiksomgeving.
Submenu
Functie
Optie
Uit
Keert terug naar de fabrieksinstelling zonder
gammaherstelling uit te voeren.
Instellen
Zet de oorspronkelijke gamma terug en pas het
resultaat toe.
• Bij het herstellen van de gamma worden de
standaardwaarden van tooncurves en neutrale kleuren zo
goed mogelijk teruggezet, maar het resultaat komt niet
helemaal overeen met de oorspronkelijke projectie.
• Bij Gamma herstellen ziet u het instelscherm gedurende
ongeveer 6 minuten.
• Druk op de POWER- of EXIT-knop om gammaherstel te
beëindigen. Bij annulering keert de instelling terug naar de
[Uit]-stand.
161
Beschrijving van de menu’s
Gamma
herstellen
Functie
Menu’s
Herstel de oorspronkelijke gamma als u merkt dat tooncurves zijn
gewijzigd of neutrale kleuren een tint krijgen wanneer u de projector
enige tijd hebt gebruikt. U kunt het gamma alleen herstellen na
ongeveer 30 minuten projecteren.
Beschrijving van de menu’s
Submenu
Functie
Gebruik deze functie wanneer er zorgen zijn over verslechtering van
de kleur en de luminantie van de lichtbron als gevolg van langdurig
gebruik.
Lichtbron
kalibreren
Optie
Functie
OK
De lichtbronkalibratie wordt uitgevoerd.
Annuleren
De lichtbronkalibratie wordt niet uitgevoerd.
De lichtbronkalibratie kan alleen worden gebruikt na ongeveer 30 minuten
projecteren.
Trigger Out
De werking van een scherm of ander extern apparaat kan worden geactiveerd door de
projector in of uit te schakelen.
Optie
Functie
Uit
Geen signaal uit de activeringsaansluiting.
Koppeling met
voeding
Signaal van 12 V uit de activeringsaansluiting tijdens de projectie.
Wordt gebruikt om de werking van een scherm of ander extern
apparaat te activeren tegelijkertijd als de projector wordt in- of
uitgeschakeld.
Luchtfilterteller
Er verschijnt een teller die u eraan herinnert wanneer u het luchtfilter moet vervangen.
Er verschijnt ook een scherm waarin u de teller kunt terugstellen.
• Stel de luchtfilterteller terug als u het luchtfilter hebt vervangen.
• Zie P201 – P202 voor meer informatie over vervanging van het filter.
Stroomteller
Toont de totale tijdsduur dat de projector op een stroombron aangesloten is geweest.
Deze waarde wordt niet teruggesteld, zelfs niet als u [Fabrieksinstellingen] kiest.
162
Beschrijving van de menu’s
Firmware
Update de projectorfirmware.
Controleer de aangegeven versie voordat u de firmware gaat updaten.
Update de projectorfirmware als volgt.
1. Download bijgewerkte firmware van de website van Canon en sla deze in de hoofdmap
van een USB-flashstation op.
2. Plaats het USB-flashstation in de USB-poort.
3. Volg de instructies op het scherm om het updateproces te voltooien.
• Firmwareversies die u hier ziet, zijn alleen ter illustratie en wijken af van de
daadwerkelijke versies.
• In bepaalde gevallen is het niet mogelijk de update te downloaden. Neem voor
details contact op met het Canon Call Center.
• Het updaten van de firmware duurt enkele minuten. Tijdens de update knippert het LEDlampje rood. Schakel de projector niet uit als het LED-lampje knippert. Na de update
wordt de projector automatisch uitgeschakeld en wordt de standbystand geactiveerd.
Fabrieksinstellingen
U kunt de menu-instellingen terugzetten en de systeeminstellingen terugstellen naar de
fabrieksinstellingen.
Optie
Functie
OK
De fabrieksinstellingen worden teruggesteld.
Annuleren
De fabrieksinstellingen worden niet teruggesteld.
Menu’s
Beschrijving van de menu’s
163
Beschrijving van de menu’s
Netwerkinstelling
In dit gedeelte vindt u informatie over instellingen voor bekabelde en
draadloze netwerkverbindingen, het instellen van een netwerkwachtwoord
en andere aspecten van projectie via een netwerk.
Menuscherm bij ingangssignaal HDMI-1
Menu
Functie
Details
Netwerkinst.
vergrendelen
Vergrendel netwerkinstellingen als u wijzigingen wilt
voorkomen of geef ze vrij.
P165
Netw.wachtwoordinstelling
Activeer of deactiveer wachtwoordbeveiliging voor
netwerkinstellingen.
P165
Netw.wachtwrd
registreren
Stel een netwerkwachtwoord in.
P165
Netwerk (kabel/
draadloos)
Schakel bekabelde of draadloze netwerkconnectiviteit
en de modus in of uit.
P166
Gedetailleerde
instellingen (kabel)
Geef geavanceerde instellingen voor bekabelde
verbindingen weer en wijzig ze.
P167
Gedetailleerde inst.
(draadloos)
Geef geavanceerde instellingen voor draadloze
verbindingen weer en wijzig ze.
P171
PJLink*
Schakel PJLink in of uit.
P177
AMX Device Discovery*
Schakel AMX Device Discovery in of uit.
P178
Crestron RoomView*
Schakel Crestron RoomView in of uit.
P178
Informatie
Hiermee geeft u netwerkinformatie weer.
P179
Menu’s die niet beschikbaar zijn, zijn grijs of niet zichtbaar.
* Alleen beschikbaar voor bekabelde verbindingen.
164
Beschrijving van de menu’s
Netwerkinst. vergrendelen
> [Netwerkinstelling] > [Netwerkinst. vergrendelen]
U kunt de netwerkinstellingen vergrendelen zodat ze niet gewijzigd kunnen worden.
Optie
Functie
Vrijgeven
Heft de vergrendeling op, zodat andere netwerkinstellingen gewijzigd
kunnen worden. Het wachtwoord moet ingevoerd worden om de
vergrendeling te kunnen opheffen. Voer met de [ ] / [ ] / [ ] / [ ]knoppen of de nummerknoppen op de afstandsbediening het 4-cijferige
netwerkwachtwoord in.
Vergrendelen
De instellingen vergrendelen.
• De netwerkvergrendeling geforceerd opheffen
Druk in onderstaande volgorde op de volgende knoppen om de vergrendeling op te
heffen: [ ] [OK] [ ] [OK] [ ] [OK]. Hiermee zet u het netwerkwachtwoord terug naar
[ ] [ ] [ ] [ ] ([1] [1] [1] [1]).
• Als u [Netw.wachtwoordinstelling] instelt op [Uit], zijn uw netwerkinstellingen niet
vergrendeld.
Netw.wachtwoordinstelling
> [Netwerkinstelling] > [Netw.wachtwoordinstelling]
U kunt opgeven of er een wachtwoord moet worden ingevoerd om de
netwerkinstellingen van de projector te wijzigen.
Optie
Functie
Uit
Er wordt geen netwerkwachtwoord gebruikt.
Aan
Er wordt een netwerkwachtwoord gebruikt.
Netw.wachtwrd registreren
Voer met de [ ] / [ ] / [ ] / [ ]-knoppen of de nummerknoppen op de
afstandsbediening het netwerkwachtwoord van de projector in.
Menu’s
> [Netwerkinstelling] > [Netw.wachtwrd registreren]
Beschrijving van de menu’s
165
Beschrijving van de menu’s
Netwerk (kabel/draadloos)
> [Netwerkinstelling] > [Netwerk (kabel/draadloos)]
Schakel bekabelde of draadloze netwerkconnectiviteit en de modus in of uit.
Als u [Uit] kiest, kan dit energie besparen.
Optie
Functie
Uit/uit
Schakelt de netwerkfunctie uit.
Aan/uit
Schakel alleen bekabelde netwerken in.
Aan/aan (Pj AP)
Schakel zowel bekabelde als draadloze netwerken (Pj AP-modus)
in.
Uit/aan (Pj AP)
Schakel alleen draadloze netwerken (Pj AP-modus) in.
Uit/aan (Infra)
Schakel alleen draadloze netwerken (infrastructuurmodus) in.
Opmerkingen bij draadloze verbindingen
Als u de eerste keer opstart in de Pj AP-modus (P67) wordt u gevraagd instellingen voor
de beveiligingssleutel te controleren.
166
Beschrijving van de menu’s
Gedetailleerde instellingen (kabel)
> [Netwerkinstelling] > [Gedetailleerde instellingen (kabel)]
Geef het bekabelde IP-adres, gateway-adres en andere instellingen weer en wijzig
deze handmatig. Alleen beschikbaar als het bekabelde netwerk is ingesteld op
[Aan].
Menu
MAC-adres
Functie
Bekabelde MAC-adres van de projector.
Hiermee configureert u details van de functie voor het bekabelde LAN
(IPv4) van de projector.
Submenu
IP-adres
Gedetaill. IPv4adresinstellingen
Functie
IP-adres van het bekabelde LAN (IPv4).
Subnetmasker Subnetmasker van het bekabelde LAN (IPv4).
Gatewayadres
Gatewayadres van het bekabelde LAN (IPv4).
Functie
Schakelt de DHCP-functie uit. TCP/
IP-instellingen kunnen handmatig
worden geconfigureerd.
Aan
Schakelt de DHCP-functie in. Zoekt
de DHCP-server. U kunt niet langer
handmatig TCP/IP-instellingen (IPadres, subnetmasker en
gatewayadres) invoeren, omdat de
DHCP-server voor het IP-adres
zorgt.
DHCP
167
Beschrijving van de menu’s
Uit
Menu’s
Optie
Beschrijving van de menu’s
Menu
Functie
Submenu
Functie
Wijzig het IP-adres, subnetmasker en gateway-adres
dat u wilt gebruiken voor verbindingen of geef deze op.
Gedetaill. IPv4adresinstellingen
TCP/IP-instel.
• Dit menu is niet beschikbaar (wordt grijs
weergegeven) wanneer [DHCP] (P167)
[Aan] is.
• Als een ongeldige waarde wordt ingevoerd,
wordt “Ongeldige invoer.” weergegeven.
Voer in dit geval een geldige waarde in.
• Wanneer [Netwerk (kabel/draadloos)] is
ingesteld op [Aan/aan (Pj AP)], wordt
“Identieke segment-IP niet toegestaan”
weergegeven als u hetzelfde subnetwerk
opgeeft als in de modus Pj AP. Voer een
ander subnetwerk in of verander [Netwerk
(kabel/draadloos)] in [Aan/uit] voordat u het
IP-adres van het bekabelde netwerk
opnieuw invoert.
Optie
Functie
Uit
Hiermee schakelt u de bekabelde LAN-functie (IPv6)
van de projector uit.
Aan
Hiermee schakelt u de bekabelde LAN-functie (IPv6)
van de projector in. [Gedetaill. IPv6-adresinstellingen]
is nu beschikbaar.
IPv6
168
Beschrijving van de menu’s
Menu
Functie
Hiermee configureert u details van de functie voor het bekabelde LAN
(IPv6) van de projector.
Submenu
Gedetaill. IPv6adresinstellingen
Functie
Locatie van
koppeling
Lokaal adres koppeling van het bekabelde LAN (IPv6).
Automatisch
Automatische adressen (max. 5) van het bekabelde
LAN (IPv6).
Handmatig
Handmatig adres van het bekabelde LAN (IPv6).
Gateway
Gatewayadres van het bekabelde LAN (IPv6).
Autoinstellingen
Hiermee schakelt u de automatische instelling van het
adres van het bekabelde LAN (IPv6) in of uit.
Hiermee kunt u de instellingen van het bekabelde LAN
(IPv6) handmatig configureren. U kunt het IPv6-adres,
de prefixlengte en het gatewayadres wijzigen of
opgeven.
Menu’s
Handmatige
instellingen
169
Beschrijving van de menu’s
Als een ongeldige waarde wordt ingevoerd,
wordt “Ongeldige invoer.” weergegeven. Voer
in dit geval een geldige waarde in.
Beschrijving van de menu’s
Menu
Initialiseren
netwerkinstel.
Functie
De volgende netwerkinstellingen worden teruggesteld.
Instellingen die u kunt aanpassen via het projectormenu.
• Netwerkinst. vergrendelen (P165)
• Netw.wachtwoordinstelling (P165)
• Netw.wachtwrd registreren (P165)
• Netwerk (kabel/draadloos) (P166)
• Gedetailleerde instellingen (kabel) (P167)
- Gedetaill. IPv4-adresinstellingen (P167)
- DHCP (bekabeld LAN (IPv4)) (P167)
- TCP/IP-instel. (P168)
- IP-adres (bekabeld LAN (IPv4)) (P167)
- Subnetmasker (bekabeld LAN (IPv4)) (P167)
- Gateway-adres (bekabeld LAN (IPv4)) (P167)
- IPv6 (P168)
- Gedetaill. IPv6-adresinstellingen (P169)
- Auto-instellingen (P169)
- Handmatige instellingen (P169)
- IP-adres (bekabeld LAN (IPv6)) (P169)
- Prefixlengte (P169)
- Gateway-adres (bekabeld LAN (IPv6)) (P169)
• PJLink (P177)
• AMX Device Discovery-instellingen (P178)
• Crestron RoomView-instellingen (P178)
Instellingen die u kunt aanpassen via het internetscherm.
• [Password] (P181)
• [Wired] (P187)
- IPv4
- DHCP (P188)
- IP address (P188)
- Subnet mask (P188)
- Default gateway (P188)
- IPv6
- IPv6 (P189)
- Autoconfiguration (P189)
- IP address (P189)
- Prefix length (P189)
- Default gateway (P189)
• [Mail] (P193)
• [SNMP] (P195)
• [Projector info.] (P196)
• [PJLink] (P197)
170
Beschrijving van de menu’s
Gedetailleerde inst. (draadloos)
> [Netwerkinstelling] > [Gedetailleerde inst. (draadloos)]
Geef het draadloze IP-adres, gateway-adres en andere instellingen weer en wijzig
deze handmatig. Alleen beschikbaar als het draadloze netwerk is ingesteld op
[Aan].
Menu
Functie
Modus
Geeft de draadloze verbindingsmodus weer (P67).
SSID
Geeft de SSID van het toegangspunt weer.
Beveiliging
Geeft de beveiligingsinstelling weer.
Kanaal
Geeft het kanaal weer dat wordt gebruikt voor de verbinding.
Signaalsterkte
Geeft de daadwerkelijke gemeten signaalsterkte weer.
Mac-adres
Draadloze MAC-adres van de projector.
Selecteer de verbindingsmethode in de infrastructuurmodus.
Submenu
Functie
171
Beschrijving van de menu’s
PIN
Sluit aan in PIN-modus.
Voer conform de instructies op het scherm van het
draadloze basisstation (toegangspunt) de
weergegeven 8-cijferige PIN-code in en selecteer
binnen 10 minuten [OK] op het scherm.
Wi-Fi Protected
Setup
Menu’s
PBC
Sluit aan in PBC-modus (drukknopmodus).
Druk conform de instructies op het scherm op de knop
van het draadloze basisstation (toegangspunt) en
selecteer binnen 2 minuten [OK] op het scherm.
Beschrijving van de menu’s
Menu
Functie
Geef handmatig de draadloze instellingen van de projector op.
Submenu
Modus
Functie
Geeft de draadloze verbindingsmodus weer (P67).
Er verschijnt een lijst met SSID’s van beschikbare
toegangspunten. U kunt beschikbare toegangspunten
in de buurt vinden of via het toetsenbord het SSID van
een toegangspunt invoeren.
Handmatige
instellingen
SSID
Beveiliging
Selecteer draadloze beveiliging. Kies [Openen],
[WEP], [WPA2 AES] of [WPA/WPA2 TKIP/AES]. Kies
in de Pj AP-modus [Openen] of [WPA2 AES].
Kanaal
Geeft het huidige draadloze kanaal weer (1 – 11).
Sleutel-ID
Selecteer de draadloze WEP-sleutel-ID. Alleen
beschikbaar als de beveiliging is ingesteld op [WEP].
Sleuteltype
Selecteer het invoertype van de draadloze
beveiligingssleutel. Niet beschikbaar als de beveiliging
is ingesteld op [Openen].
Sleutel
Voer de beveiligingssleutel voor de draadloze
verbinding in.
Niet beschikbaar als de beveiliging is ingesteld op
[Openen].
Toepassen
Sluit aan met de huidige instellingen.
172
Beschrijving van de menu’s
Menu
Functie
Hier kunt u details van de draadloze LAN-functie (IPv4) van de projector
specificeren.
Submenu
Functie
IP-adres
IP-adres van het draadloze LAN (IPv4) van de
projector.
Subnetmasker
Subnetmasker van het draadloze LAN (IPv4) van de
projector.
Gatewayadres
Gatewayadres van het draadloze LAN (IPv4) van de
projector.
Schakel draadloze DHCP op de projector in of uit.
Optie
Gedetaill. IPv4adresinstellingen
Functie
Uit
Schakelt de DHCP-functie uit. TCP/
IP-instellingen kunnen handmatig
worden geconfigureerd.
Aan
Schakelt de DHCP-functie in. Zoekt
de DHCP-server. U kunt niet langer
handmatig TCP/IP-instellingen (IPadres, subnetmasker en
gatewayadres) invoeren, omdat de
DHCP-server voor het IP-adres
zorgt.
DHCP
Configureer de draadloze TCP/IP-instellingen van de
projector.
173
Beschrijving van de menu’s
TCP/IP-instel.
Menu’s
• Dit menu is niet beschikbaar (wordt grijs
weergegeven) wanneer [DHCP] [Aan] is.
• Als een ongeldige waarde wordt ingevoerd,
wordt “Ongeldige invoer.” weergegeven.
Voer in dit geval een geldige waarde in.
Beschrijving van de menu’s
Menu
Functie
Optie
IPv6
Functie
Uit
Hiermee schakelt u de draadloze LAN-functie (IPv6)
van de projector uit.
Aan
Hiermee schakelt u de draadloze LAN-functie (IPv6)
van de projector in. [Gedetaill. IPv6-adresinstellingen]
is nu beschikbaar.
IPv6-connectiviteit is niet beschikbaar in de Pj AP-modus
(P166). De menu’s [IPv6] en [Gedetaill. IPv6-adresinstellingen]
zijn grijs.
174
Beschrijving van de menu’s
Menu
Functie
Hier kunt u details van de draadloze LAN-functie (IPv6) van de projector
specificeren.
Submenu
Gedetaill. IPv6adresinstellingen
Functie
Locatie van
koppeling
Lokaal adres koppeling van het draadloze LAN (IPv6).
Automatisch
Automatische adressen (max. 5) van het draadloze
LAN (IPv6).
Handmatig
Handmatig adres van het draadloze LAN (IPv6).
Gateway
Gatewayadres van het draadloze LAN (IPv6).
Autoinstellingen
Hiermee schakelt u de automatische instelling van het
adres van het draadloze LAN (IPv6) in of uit.
Hiermee kunt u de instellingen van het draadloze LAN
(IPv6) handmatig configureren. U kunt het IPv6-adres,
de prefixlengte en het gatewayadres wijzigen of
opgeven.
Menu’s
Handmatige
instellingen
175
Beschrijving van de menu’s
Als een ongeldige waarde wordt ingevoerd,
wordt “Ongeldige invoer.” weergegeven. Voer
in dit geval een geldige waarde in.
Beschrijving van de menu’s
Menu
Initialiseren
netwerkinstel.
Functie
De volgende netwerkinstellingen worden teruggesteld.
Instellingen die u kunt aanpassen via het projectormenu.
• Netwerkinst. vergrendelen (P165)
• Netw.wachtwoordinstelling (P165)
• Netw.wachtwrd registreren (P165)
• Netwerk (kabel/draadloos) (P166)
• Gedetailleerde inst. (draadloos) (P171)
- Gedetaill. IPv4-adresinstellingen (P173)
- DHCP (draadloos LAN (IPv4)) (P173)
- TCP/IP-instel. (P173)
- IP-adres (draadloos LAN (IPv4)) (P173)
- Subnetmasker (draadloos LAN (IPv4)) (P173)
- Gateway-adres (draadloos LAN (IPv4)) (P173)
- IPv6 (P174)
- Gedetaill. IPv6-adresinstellingen (P175)
- Auto-instellingen (P175)
- Handmatige instellingen (P175)
- IP-adres (draadloos LAN (IPv6)) (P175)
- Prefixlengte (P175)
- Gateway-adres (draadloos LAN (IPv6)) (P175)
Instellingen die u kunt aanpassen via het internetscherm.
• [Password] (P181)
• [Wireless] (P190)
- IPv4
- DHCP (P190)
- IP address (P190)
- Subnet mask (P190)
- Default gateway (P190)
- IPv6
- IPv6 (P191)
- Autoconfiguration (P191)
- IP address (P191)
- Prefix length (P191)
- Default gateway (P191)
• [Mail] (P193)
• [Projector info.] (P196)
176
Beschrijving van de menu’s
PJLink
> [Netwerkinstelling] > [PJLink]
U kunt de PJLink-netwerkfunctie van de projector in- en uitschakelen.
Als de functie is ingeschakeld, kunt u de projector bedienen via het netwerk, met
opdrachten die voldoen aan de PJLink-normen.
Optie
Functie
Uit
Schakelt de PJLink-functie uit.
Aan
Schakelt de PJLink-functie in.
• De projector voldoet aan de normen voor PJLink Klasse 2 zoals bepaald in de PJLinknormen van de Japan Business Machine and Information System Industries
Association (JBMIA). Op deze projector worden alle opdrachten ondersteund die door
PJLink klasse 2 zijn gedefinieerd. Compatibiliteit met PJLink is geverifieerd.
- Het poortnummer voor de overdracht van PJLink-opdrachten is 4352 (TCP).
- Het poortnummer voor zoekopdrachten naar PJLink-apparaten is 4352 (UDP).
- Zie “PJLink instellen [PJLink]” (P197) voor informatie over het gebruik van PJLink.
Bronnen en bijbehorende ingangen
Nummer ingangsbron
31
32
51
Naam ingangssignaal
HDMI-1
HDMI-2
HDBaseT
Wat is PJLink?
Ga voor PJLink-specificaties naar de website van de Japan Business Machine and
Information System Industries Association.
PJLink website: http://pjlink.jbmia.or.jp/english/
177
Beschrijving van de menu’s
Klasse 1: Standaardisatie van bediening en controle van specificaties voor basisfuncties
van de projector
Klasse 2: Standaardisatie van opdrachten die zijn toegevoegd aan klasse 1, apparatuur
zoeken, statusmeldingen en IPv6-ondersteuning.
Menu’s
Het biedt aan alle projectoren ongeacht de fabrikant de mogelijkheid tot centrale controle
van de projectoren en bediening via een controller.
Het doel van JBMIA is het gemak voor de gebruikers te vergroten en het gebruik van
projectoren uit te breiden door middel van vroegtijdige systeemoptimalisering voor
netwerkcontrole en bediening van projectoren, wat de heersende stroming zal worden in
de toekomst.
Beschrijving van de menu’s
AMX Device Discovery
> [Netwerkinstelling] > [AMX Device Discovery]
Met deze instelling kan de projector via een netwerk worden gedetecteerd door
andere apparatuur die compatibel is met AMX Device Discovery. Selecteer [Uit]
voor netwerken zonder AMX Device Discovery.
Optie
Functie
Uit
Schakelt AMX Device Discovery uit.
Aan
Schakelt AMX Device Discovery in. De projector verzendt
regelmatig AMX-bakenpakketten via het netwerk.
• Voor meer informatie over AMX Device Discovery gaat u naar de AMX-website.
http://www.amx.com
Crestron RoomView
> [Netwerkinstelling] > [Crestron RoomView]
Met Crestron RoomView kunt u meerdere projectoren centraal via een netwerk
beheren. Projectoren in een netwerk kunnen op afstand worden bediend om
problemen op te sporen of de projectoren in of uit te schakelen. Geef op of u
Crestron RoomView wilt gebruiken.
Optie
Functie
Uit
Schakel Crestron RoomView uit.
Aan
Schakelt Crestron RoomView in. Er wordt een poort voor
RoomView geopend en de projector reageert op CIP-pakketten.
Communicatie is mogelijk via het programma RoomView Express/
Server of via Crestron Controller (P198).
• Ga naar de Crestron®-website voor meer informatie.
http://www.crestron.com
178
Beschrijving van de menu’s
Informatie
> [Netwerkinstelling] > [Informatie]
Hier worden netwerkgegevens weergegeven.
Menu
Functie
Adres afzender e-mail
E-mailadres afzender voor verzending van
foutmeldingen (P193).
Adres ontvanger e-mail
[Reeds ingesteld] of [Niet ingesteld] wordt
weergegeven, als indicatie of het e-mailadres van een
ontvanger is ingesteld voor foutmeldingen (P193).
IPv4
Gedetaill.
informatie
(bedraad)
IPv6
IP-adres van het bekabelde LAN (IPv4).
Locatie van
koppeling
Lokaal adres koppeling van het bekabelde LAN (IPv6).
Automatisch
Automatisch IP-adres van het bekabelde LAN (IPv6).
Handmatig
IPv4
Gedetaill.
informatie
(draadloos)
IPv6
Handmatig IP-adres van het bekabelde LAN (IPv6).
IP-adres van het draadloze LAN (IPv4).
Locatie van
koppeling
Lokaal adres koppeling van het draadloze LAN (IPv6).
Automatisch
Automatisch IP-adres van het draadloze LAN (IPv6).
Handmatig
Handmatig IP-adres van het draadloze LAN (IPv6).
• Informatie uit het menu [Gedetaill. informatie (bedraad)] wordt weergegeven als
[Netwerk (kabel/draadloos)] is ingesteld op [Aan/*].
• Informatie uit het menu [Gedetaill. informatie (draadloos)] wordt weergegeven als
[Netwerk (kabel/draadloos)] is ingesteld op [*/Aan].
Menu’s
Beschrijving van de menu’s
179
Beschrijving van de menu’s
Projectorinformatie controleren
U kunt informatie over de signaaltypes van de geprojecteerde beelden en
andere informatie bekijken.
Menu
Functie
Modelnaam
Geeft de modelnaam weer.
Ingangssignaal
Informatie over het momenteel geselecteerde ingangssignaal
U ziet informatie zoals type, resolutie, frequentie en kleurformaat
van het signaal.
Firmware
Huidige firmwareversie
Serienr.
Unieke serienummer van deze projector
Gebruikstijd projector
Toont de totale tijdsduur dat de projector ingeschakeld is geweest.
IP-adres (kabel)*
IP-adres (IPv4) voor verbindingen met kabel.
IP-adres (draadloos)*
IP-adres (IPv4) voor draadloze verbindingen.
Projectornaam*
Naam welke deze projector op het netwerk identificeert
Opmerkingen*
Geeft opmerkingen weer, zoals de locatie waar de projector is
geïnstalleerd (P196).
Systeeminformatie-ID
Systeeminformatie. Dit wordt normaliter niet weergegeven.
* Er wordt geen waarde weergegeven wanneer [Netwerk (kabel/draadloos)] wordt
ingesteld op [Uit/uit].
Sommige waarden worden mogelijk niet weergegeven, afhankelijk van de
instellingen van [Netwerk (kabel/draadloos)]. ( : weergegeven, —: niet
weergegeven)
Netwerk
(kabel/draadloos)
IP-adres (kabel)
Uit/uit
Aan/uit
—
IP-adres (draadloos)
—
Projectornaam
—
Opmerkingen
—
—
180
Aan/aan
(Pj AP)
Uit/aan
(Pj AP)
Uit/aan
(Infra)
—
—
Webschermmenu van de projector
In dit gedeelte wordt het webschermmenu van de projector beschreven.
Een wachtwoord instellen [Password]
Via [Password] in het scherm met instellingen kunt u een gebruikersnaam en
wachtwoord instellen voor aanmelding op het webscherm. Zie “Het netwerk
instellen” (P74) voor het instellen ervan.
Item
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
User name
Voer bij het inloggen op het webscherm
de gebruikersnaam in 1-byte
alfanumerieke tekens en symbolen in
(4 – 15 tekens).
root
New password
Voer bij het inloggen op het webscherm
het wachtwoord in 1-byte alfanumerieke
tekens en symbolen in (4 – 15 tekens).
system
Confirm new password
Voer voor bevestiging hetzelfde
wachtwoord in dat u bij [New password]
hebt ingevoerd.
system
Menu’s
We raden u aan het standaardwachtwoord te wijzigen.
Webschermmenu van de projector
181
Webschermmenu van de projector
De datum en tijd instellen [Date and time settings]
Vanuit [Date and time settings] in het instelscherm kunt u tijdinstellingen instellen
zoals de huidige datum en tijd, de datum- en tijdnotatie, de tijdzone en de zomertijd.
Zie “Het netwerk instellen” (P74) voor het instellen ervan.
Item
Date and
time
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
Date
Voer de datum in cijfers van 1 byte in.
2018/01/01
Indication
order
Kies [YYYY/MM/DD], [MM/DD/YYYY] of
[DD/MM/YYYY] als datumnotatie.
YYYY/MM/DD
Time
Voer de tijd in cijfers van 1 byte in, in het
bereik 00:00:00 tot 23:59:59.
00:00:00
Time zone
Selecteer een stad in uw tijdzone.
(GMT) Dublin, Lisbon,
London
SNTP
Selecteer of u de functie SNTP (Simple
Network Time Protocol) in of uit wilt
schakelen.
Wanneer u [ON (IPv4)] kiest, kunt u de
volgende instellingen niet configureren.
[Date]
[Time]
[IPv6 SNTP server IP address]
Wanneer u [ON (IPv6)] kiest, kunt u de
volgende instellingen niet configureren.
[Date]
[Time]
[IPv4 SNTP server IP address]
OFF
IPv4 SNTP
server IP
address
Voer het IP-adres van de IPv4 SNTPserver in cijfers van 1 byte in.
0.0.0.0
IPv6 SNTP
server IP
address
Voer het IP-adres van de IPv6 SNTPserver in cijfers van 1 byte in.
<Blanco>
182
Webschermmenu van de projector
Item
Summer
time
Standaard
fabrieksinstelling
Verklaring
Selecteer of u de zomertijdfunctie
(tijdscorrectie met één uur vooruit aan
het begin van de zomertijd en met één
uur achteruit aan het einde) wilt in- of
uitschakelen.
Wanneer u [OFF] kiest, kunt u de
volgende instellingen niet configureren.
[Start point Month]
[Start point Week]
[Start point Day]
[Start point Time]
[Finish point Month]
[Finish point Week]
[Finish point Day]
[Finish point Time]
OFF
Start point
Month
Selecteer de maand waarin de
zomertijd begint.
1
Start point
Week
Selecteer de week waarin de zomertijd
begint.
1
Start point
Day
Selecteer de dag waarop de zomertijd
begint.
Mon
Start point
Time
Voer de begintijd voor de zomertijd in
cijfers van 1 byte in, in het bereik 00:00
tot 23:59.
00:00
Finish point
Month
Selecteer de maand waarin de
zomertijd eindigt.
1
Finish point
Week
Selecteer de week waarin de zomertijd
eindigt.
1
Finish point
Day
Selecteer de dag waarop de zomertijd
eindigt.
Mon
Finish point
Time
Voer de eindtijd voor de zomertijd in
cijfers van 1 byte in, in het bereik 00:00
tot 23:59.
00:00
Menu’s
ON / OFF
Webschermmenu van de projector
183
Webschermmenu van de projector
Een schema instellen [Schedule]
Vanuit [Schedule] in het instelscherm kunt u bepaalde projectortaken
automatiseren door deze te plannen. Als timing van de geplande bewerking kunt u
kiezen uit [Usually], wat niet tijdens een bepaalde periode is, of een van de vijf
special perioden (Period.1 – Period.5) die u hebt ingesteld. Zie “Het netwerk
instellen” (P74) voor het instellen ervan.
Item
Schedule
view
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
Select
period
Hier selecteert u een specifieke periode
om te configureren.
Period.1
Time setting
In het linkervak voert u de begindatum
in van de specifieke periode die u plant
en in het rechtervak de einddatum, met
cijfers van 1 byte.
De datums van perioden mogen niet
overlappen.
2018/01/01
Usually
Hier wordt het gebruikelijke schema
weergegeven, dat u kunt in- of
uitschakelen door de selectievakjes in
of uit te schakelen.
Gewist (OFF)
Period.1
Hier wordt de timing van de geplande
periode 1 weergegeven. U kunt deze inof uitschakelen door het selectievakje in
of uit te schakelen.
Gewist (OFF)
Period.2
Hier wordt de timing van de geplande
periode 2 weergegeven. U kunt deze inof uitschakelen door het selectievakje in
of uit te schakelen.
Gewist (OFF)
Period.3
Hier wordt de timing van de geplande
periode 3 weergegeven. U kunt deze inof uitschakelen door het selectievakje in
of uit te schakelen.
Gewist (OFF)
184
Webschermmenu van de projector
Item
Schedule
view
Standaard
fabrieksinstelling
Verklaring
Period.4
Hier wordt de timing van de geplande
periode 4 weergegeven. U kunt deze inof uitschakelen door het selectievakje in
of uit te schakelen.
Gewist (OFF)
Period.5
Hier wordt de timing van de geplande
periode 5 weergegeven. U kunt deze inof uitschakelen door het selectievakje in
of uit te schakelen.
Gewist (OFF)
Hier worden de tijdstippen en de dagen
van de week van het gebruikelijke
schema of periodeschema weergegeven
dat in [Schedule view] is geselecteerd.
Groene verticale lijn: projector aan;
grijze verticale lijn: projector uit; blauwe
verticale lijn: schakelen tussen
ingangssignalen.
U kunt maximaal 8 schema’s per dag
instellen.
—
Time Schedule
Wanneer u op een item in [Time Schedule] klikt, wordt het scherm [Edit schedule]
weergegeven, waarin u het schema van de geselecteerde dag of tijd kunt bewerken.
Edit
schedule
Standaard
fabrieksinstelling
Verklaring
Hier wordt de dag van de week voor het
geselecteerde schema weergegeven.
—
Time
Voer de automatische uitvoeringstijd in
cijfers van 1 byte in, in het bereik 00:00
tot 23:59.
<Blanco>
Operation
Als handeling voor de automatische
uitvoering kiest u [Power], [Input] of
[Calibration].
Power
Parameter
Als parameters voor de automatische
uitvoering kiest u een van de volgende
opties.
• Wanneer [Operation] is ingesteld op
[Power]: [ON] / [OFF]
• Wanneer [Operation] is ingesteld op
[Input]: [HDMI-1/2] / [HDBaseT]
• Wanneer [Operation] is ingesteld op
[Calibration]: LIGHT
ON
185
Webschermmenu van de projector
Day
Menu’s
Item
Webschermmenu van de projector
Wanneer u op [Add schedule] in [Time Schedule] klikt, wordt het scherm [Add
schedule] weergegeven, waarin u een nieuw schema kunt toevoegen aan het
geselecteerde gebruikelijke schema of periodeschema.
Item
Add
schedule
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
Day
Selecteer een dag van de week voor
automatische uitvoering. U kunt
meerdere dagen selecteren.
Gewist
Time
Voer de automatische uitvoeringstijd in
cijfers van 1 byte in, in het bereik 00:00
tot 23:59.
<Blanco>
Operation
Als handeling voor de automatische
uitvoering kiest u [Power], [Input] of
[Calibration].
Power
Parameter
Als parameters voor de automatische
uitvoering kiest u een van de volgende
opties.
• Wanneer [Operation] is ingesteld op
[Power]: [ON] / [OFF]
• Wanneer [Operation] is ingesteld op
[Input]: [HDMI-1/2] / [HDBaseT]
• Wanneer [Operation] is ingesteld op
[Calibration]: LIGHT
ON
Wanneer u op [Copy schedule to different day] in [Time Schedule] klikt, wordt het
scherm [Schedule copy] weergegeven, waarin u een schema naar elke dag kunt
kopiëren voor het geselecteerde gebruikelijke schema of periodeschema.
186
Webschermmenu van de projector
Item
Schedule
copy
Standaard
fabrieksinstelling
Verklaring
Copy origin
Selecteer hier de dag waaruit u wilt
kopiëren.
Mon
Registration
Events
De schemadetails op de geselecteerde
dag worden weergegeven.
<Blanco>
Copy to day
Selecteer hier de dag waarnaar u wilt
kopiëren. U kunt meerdere dagen
selecteren.
Gewist
Basisinstellingen voor bekabelde netwerken [Wired]
Kies in het scherm met instellingen [Wired]. Voer vervolgens
basisnetwerkgegevens in voor bekabelde verbindingen. Zie “Het netwerk instellen”
(P74) voor het instellen ervan.
Voor IPv4
MAC address
Verklaring
Geeft het bekabelde MAC-adres van de
projector.
Standaard
fabrieksinstelling
Het bekabelde MACadres van de projector
Menu’s
Item
Voor IPv6
Webschermmenu van de projector
187
Webschermmenu van de projector
Item
IPv4
address
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
DHCP
Selecteer hier of u de DHCP-functie in
of uit wilt schakelen voor het bekabelde
LAN (IPv4). De volgende instellingen
kunnen niet handmatig worden
geconfigureerd wanneer deze instelling
[ON] is, omdat het IP-adres van de
DHCP-server wordt gehaald.
[IP address]
[Subnet mask]
[Default gateway]
OFF
IP address
Voer hier het IP-adres voor het
bekabelde LAN (IPv4) van de projector
in cijfers van 1 byte in.
192.168.254.254
Subnet
mask
Voer hier het subnetmasker voor het
bekabelde LAN (IPv4) in cijfers van 1
byte in.
255.255.255.0
Default
gateway
Voer hier het standaardgatewayadres
van het bekabelde LAN (IPv4) in cijfers
van 1 byte in.
0.0.0.0
188
Webschermmenu van de projector
Item
IPv6
address
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
Link local
address
Toont het link-local IP-adres van het
bekabelde LAN (IPv6) van de projector.
Het link-local IP-adres
van het bekabelde LAN
(IPv6) van de projector.
Auto
Toont het automatisch toegewezen
adres van het bekabelde LAN (IPv6)
van de projector.
Automatisch
toegewezen IP-adres als
verworven voor [Auto
settings]
Toont het handmatig toegewezen adres
van het bekabelde LAN (IPv6) van de
projector.
<Blanco>
Static
Geef hier op of u de IPv6-functie van
het bekabelde LAN (IPv6) in of uit wilt
schakelen.
Wanneer u [OFF] kiest, kunt u de
volgende instellingen niet configureren.
[Autoconfiguration]
[IP address]
[Prefix length]
[Default gateway]
OFF
IPv6
Autoconfigu- Selecteer hier of u de automatische
ration
instelfunctie van het bekabelde LAN
(IPv6) in of uit wilt schakelen.
ON
IP address
Voer hier het adres van het bekabelde
<Blanco>
LAN (IPv6) in 1-byte cijfers of letters (AF) in.
Prefix length
Voer hier de prefixlengte van het
bekabelde LAN (IPv6) in cijfers van 1
byte in.
<Blanco>
Default
gateway
Voer hier het standaardgatewayadres
van het bekabelde LAN (IPv6) in 1-byte
cijfers of letters (A-F) in.
<Blanco>
Webschermmenu van de projector
189
Menu’s
Als instellingen die verband houden met TCP/IP zijn gewijzigd, is het noodzakelijk de
verbinding te verbreken en opnieuw verbinding met het netwerk te maken.
Als het netwerk-subnetmasker is gewijzigd, selecteert u [Subnet mask] in bovenstaand
scherm en stelt u een nieuw subnetmasker in.
Webschermmenu van de projector
Basisinstellingen voor draadloze netwerken [Wireless]
Kies in het scherm met instellingen [Wireless]. Voer vervolgens
basisnetwerkgegevens in voor draadloze verbindingen. Zie “Het netwerk instellen”
(P74) voor het instellen ervan.
Voor IPv4
Item
Voor IPv6
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
MAC address
Geeft het draadloze MAC-adres van de
projector.
Het draadloze MACadres van de projector
IPv4
address
DHCP
Selecteer hier of u de DHCP-functie in
of uit wilt schakelen voor het draadloze
LAN (IPv4). De volgende instellingen
kunnen niet handmatig worden
geconfigureerd wanneer deze instelling
[ON] is, omdat het IP-adres van de
DHCP-server wordt gehaald.
[IP address]
[Subnet mask]
[Default gateway]
OFF
IP address
Voer hier het IP-adres van het
draadloze LAN (IPv4) in cijfers van
1 byte in.
192.168.253.254
Subnet
mask
Voer hier het subnetmasker van het
draadloze LAN (IPv4) in cijfers van
1 byte in.
255.255.255.0
Default
gateway
Voer hier het standaardgatewayadres
van het draadloze LAN (IPv4) in cijfers
van 1 byte in.
0.0.0.0
190
Webschermmenu van de projector
Item
IPv6
address
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
Link local
address
Toont het link-local IP-adres van het
draadloze LAN (IPv6) van de projector.
Het link-local IP-adres
van het draadloze LAN
(IPv6) van de projector.
Auto
Toont het automatisch toegewezen
adres van het draadloze LAN (IPv6) van
de projector.
Automatisch
toegewezen IP-adres als
verworven voor [Auto
settings]
Toont het handmatig toegewezen adres
van het draadloze LAN (IPv6) van de
projector.
<Blanco>
Static
Geef hier op of u de draadloze LANfunctie (IPv6) in of uit wilt schakelen.
Wanneer u [OFF] kiest, kunt u de
volgende instellingen niet configureren.
[Autoconfiguration]
[IP address]
[Prefix length]
[Default gateway]
OFF
IPv6
Autoconfigu- Selecteer hier of u de automatische
ration
instelfunctie van het draadloze LAN
(IPv6) in of uit wilt schakelen.
ON
IP address
Voer hier het IP-adres van het
draadloze LAN (IPv6) in 1-byte cijfers of
letters (A-F) in.
<Blanco>
Prefix length
Voer hier de prefixlengte van het
draadloze LAN (IPv6) in cijfers van 1
byte in.
<Blanco>
Default
gateway
Voer hier het standaardgatewayadres
van het draadloze LAN (IPv6) in 1-byte
cijfers of letters (A-F) in.
<Blanco>
Menu’s
Webschermmenu van de projector
191
Webschermmenu van de projector
Item
Wireless
setting
Wireless
setting
Standaard
fabrieksinstelling
Verklaring
Wi-Fi
Protected
Setup
Selecteer een methode voor het tot
stand brengen van een draadloze
verbinding. Niet beschikbaar in de
draadloze-LAN-modus Pj AP.
None (Manual)
Mode
Bekijk of selecteer de draadloze
verbindingsmodus. Niet beschikbaar in
de draadloze-LAN-modus Pj AP.
infrastructure mode
(select)
Select SSID
Selecteer de SSID van het draadloze
toegangspunt. Niet beschikbaar in de
draadloze-LAN-modus Pj AP.
<Blanco>
SSID
Bekijk of selecteer de SSID van het
<Blanco>
draadloze toegangspunt. De draadlozeLAN-modus Pj AP biedt ondersteuning
voor gedeeltelijke SSID-bewerking.
Security
Bekijk of selecteer de
beveiligingsinstelling voor draadloze
verbindingen.
Open
Channel
Bekijk of selecteer het kanaalnummer
voor draadloze verbindingen. Niet
beschikbaar als voor de draadlozeLAN-modus de optie
Infrastructuurmodus is geselecteerd.
6
Key ID
Bekijk of selecteer de draadloze WEPsleutel-ID. Niet beschikbaar als de
beveiliging is ingesteld op een andere
optie dan WEP.
1
Key type
Selecteer het invoertype van de
draadloze beveiligingssleutel. Niet
beschikbaar in de draadloze-LANmodus Pj AP.
ASCII
Key
Voer de beveiligingssleutel voor de
draadloze verbinding in.
<Blanco>
• Als instellingen die verband houden met TCP/IP zijn gewijzigd, is het noodzakelijk de
verbinding te verbreken en opnieuw verbinding met het netwerk te maken. Als het
netwerk-subnetmasker is gewijzigd, selecteert u [Subnet mask] in bovenstaand scherm
en stelt u een nieuw subnetmasker in.
• IPv6-connectiviteit is niet beschikbaar in de Pj AP-modus (P67). [IPv6 address] is grijs.
• Voor gedeeltelijke SSID-bewerking bij verbinding in de draadloze-LAN-modus Pj AP
(P67), kunt u het deel tussen PJ- en _Canon0D bewerken. Voer 1 – 15 alfanumerieke
tekens van 1 byte in. Afbreekstreepjes en onderstrepingstekens zijn ook toegestaan.
192
Webschermmenu van de projector
E-mail instellen [Mail]
Vanuit [Mail] in het scherm met instellingen kunt u de items instellen die
noodzakelijk zijn om foutmails en testmails te kunnen versturen. Zie “Het netwerk
instellen” (P74) voor het instellen ervan.
Item
Standaard
fabrieksinstelling
Verklaring
OFF
To:
Voer het adres van de ontvanger voor
foutmails in 1-byte alfanumerieke
tekens en symbolen in (1 – 63 tekens).
MailUserAccount
Cc:
Voer het CC-adres voor foutmails in 1byte alfanumerieke tekens en symbolen
in (1 – 63 tekens).
<Blanco>
From:
Voer het afzenderadres voor foutmails
in 1-byte alfanumerieke tekens en
symbolen in (1 – 63 tekens).
Projector@canon.co.jp
IPv4 SMTP server IP
address
Voer het IP-adres (IPv4) van de SMTPserver in 1-byte nummers in.
0.0.0.0
IPv4 SMTP server port
number
Voer het poortnummer (IPv4) van de
SMTP-server in 1-byte nummers in (1 –
65535).
25
IPv6 SMTP server IP
address
Voer het IP-adres (IPv6) van de SMTPserver in 1-byte nummers in.
<Blanco>
IPv6 SMTP server port
number
Voer het poortnummer (IPv6) van de
SMTP-server in 1-byte nummers in (1 –
65535).
25
193
Webschermmenu van de projector
Selecteer hier of u de functie van
verzending van een e-mailbericht bij
een fout in of uit wilt schakelen, en IPv4
of IPv6 voor het te gebruiken netwerk.
Menu’s
Error report
Webschermmenu van de projector
Item
Standaard
fabrieksinstelling
Verklaring
Mail resend interval*
Voer bij een fout het interval voor het
opnieuw versturen van mail in (eenheid:
seconden) binnen het bereik van 0 – 59
seconden met gebruik van 1-byte
nummers.
10
Mail resend times
Voer bij een fout het aantal keren voor
het opnieuw versturen van mail in
binnen het bereik van 0 – 255 met
gebruik van 1-byte nummers.
3
* Wanneer het interval op 0 seconden is ingesteld, worden herhaaldelijk pogingen
gedaan om e-mail te verzenden (zoals ingesteld in [Mail resend times]) zonder te
pauzeren tussen de pogingen.
Mail-authenticatieinstellingen
Vanuit [Mail auth] onder [Mail] in het instelscherm kunt u de instellingen
configureren voor authenticatie van e-mail die wordt verzonden in geval van een
fout. Zie “Het netwerk instellen” (P74) voor het instellen ervan.
Item
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
Mail authentication
Selecteer de mailauthenticatiemethode. Als [OFF] is
geselecteerd, kunnen de overige mailauthenticatieinstellingen niet gewijzigd
worden.
OFF
User name
Voer de gebruikersnaam voor gebruik
voor mail-authenticatie in 1-byte
alfanumerieke tekens en symbolen in
(1 – 63 tekens).
<Blanco>
Password
Voer het wachtwoord voor mailauthenticatie in 1-byte alfanumerieke
tekens en symbolen in (1 – 63 tekens).
<Blanco>
Confirm password
Voer ter bevestiging hetzelfde wachtwoord
in dat u bij [Password] hebt ingevoerd.
<Blanco>
IPv4 POP3 server IP
address
Voer het IP-adres (IPv4) van de POP3server in 1-byte nummers in.
0.0.0.0
IPv4 POP3 server port
number
Voer het poortnummer (IPv4) van de
POP3-server in 1-byte nummers in (1 –
65535).
110
IPv6 POP3 server IP
address
Voer het IP-adres (IPv6) van de POP3server in 1-byte nummers in.
<Blanco>
IPv6 POP3 server port
number
Voer het poortnummer (IPv6) van de
POP3-server in 1-byte nummers in (1 –
65535).
110
POP before SMTP
response time
Voer de time-outperiode (in
milliseconden) in voor SMTP-verificatie
na POP3-verificatie. Gebruik cijfers van
1 byte (0 – 9999 milliseconden).
300
194
Webschermmenu van de projector
Versturen van een testmail
U kunt een test-emailbericht verzenden naar het e-mailadres dat wordt opgegeven
in [Mail] onder [Mail] in het instelscherm door op [Send test mail] aan de onderkant
van het scherm te klikken.
SNMP-instellingen [SNMP]
Vanuit [SNMP] in het scherm met instellingen kunt u de instellingen configureren
die verband houden met de besturing van projectoren die gebruik maken van
SNMP (Simple Network Management Protocol). Zie “Het netwerk instellen” (P74)
voor het instellen ervan.
Item
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
Selecteer de SNMP-functieversie. Als
[OFF] is geselecteerd, kunnen de
overige instellingen in dit scherm niet
worden geconfigureerd.
OFF
Receive community
Voer de communitynaam in die
projectorinformatie ontvangt in 1-byte
alfanumerieke tekens en symbolen in
(1 – 15 tekens).
<Blanco>
Password
Voer het community-instellingenwachtwoord in 1-byte alfanumerieke
tekens en symbolen in (8 – 15 tekens).
Dit kan alleen ingesteld worden
wanneer de SNMP-versie V3 is.
<Blanco>
Confirm password
Voer ter bevestiging hetzelfde
wachtwoord in dat u bij [Password] hebt
ingevoerd.
<Blanco>
Webschermmenu van de projector
195
Menu’s
SNMP
Webschermmenu van de projector
Projectorinformatie instellen [Projector info.]
Via [Projector info.] in het scherm met instellingen kunt u relevante opmerkingen
invoeren, zoals namen van projectoren en locaties waar projectoren zijn
geïnstalleerd. Hiermee kunt u projectoren identificeren als er meerdere projectoren
in het netwerk zijn geïnstalleerd. Zie “Het netwerk instellen” (P74) voor het instellen
ervan.
Item
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
Projector name
Voer de projectornaam in 1-byte
alfanumerieke tekens en symbolen in
(1 – 63 tekens).
Canon Projector001
Comment
Voer relevante aantekeningen in,
bijvoorbeeld de plaats waar de projector
is geïnstalleerd.
<Blanco>
U kunt sommige tekens, bijvoorbeeld #, niet gebruiken in [Projector name] en [Comment].
196
Webschermmenu van de projector
PJLink instellen [PJLink]
Vanuit [PJLink] in het scherm met instellingen kunt u de PJLink-functies instellen
die de standaard zijn voor het beheer van projectoren in een netwerk. Zie “Het
netwerk instellen” (P74) voor het instellen ervan. Zie “Wat is PJLink?” (P177) voor
informatie over PJLink.
Item
Verklaring
Standaard
fabrieksinstelling
ON
PJLink authentication
Selecteer of u de PJLinkauthenticatiefunctie wilt in- of
uitschakelen. Als [OFF] is
geselecteerd, is het niet mogelijk de
volgende items te wijzigen.
[Password]
[Confirm password]
ON
Password
Voer het PJLinkauthenticatiewachtwoord in 1-byte
alfanumerieke tekens en symbolen in
(1 – 32 tekens).
system
Confirm password
Voer voor bevestiging hetzelfde
wachtwoord in dat u bij [Password]
hebt ingevoerd.
system
Notify 1
Geef op of er spontane
statusmeldingen kunnen worden
verzonden. Als u [OFF] kiest, kunt u
[Notify 1 IP Address] niet configureren.
OFF
Notify 1 IP Address
Als u [Notify 1] hebt ingesteld op [ON],
geeft u het IP-adres op voor de
meldingen.
<Blanco>
Notify 2
Stel deze optie in als u meldingen aan
meerdere ontvangers wilt verzenden.
OFF
197
Webschermmenu van de projector
Schakelt de PJLink functie in of uit. Als
[OFF] is geselecteerd, kunnen de
overige instellingen in dit scherm niet
worden geconfigureerd.
Menu’s
PJLink
Webschermmenu van de projector
Item
Notify 2 IP Address
Verklaring
Als u [Notify 2] hebt ingesteld op [ON],
geeft u het IP-adres op voor de
meldingen.
Standaard
fabrieksinstelling
<Blanco>
Een controller van Crestron Electronics instellen [Crestron]
Het scherm [Crestron e-Control] verschijnt. Ga naar de website van Crestron voor
meer informatie over de Crestron-controller.
http://www.crestron.com
198
Onderhoud /
Productspecificaties /
Problemen oplossen
199
Onderhoud
De projector schoonmaken
Maak de projector zeer regelmatig schoon om te voorkomen dat het apparaat te
stoffig wordt.
Een vuile lens kan de kwaliteit van de geprojecteerde beelden aantasten.
Waarschuwing
Gebruik voor het onderhoud van de projector geen hecht- of
smeermiddelen, olie of schoonmaakmiddelen op alkalinebasis. Ze
kunnen aan de behuizing blijven kleven en deze beschadigen,
waardoor de projector mogelijk uit de bevestiging valt en een ongeluk
of lichamelijk letsel veroorzaakt.
Voorzichtig
Voordat u de projector schoonmaakt, schakelt u deze altijd uit, haalt u
de stekker uit het stopcontact nadat de koelventilator is gestopt en
wacht u minimaal één uur. Als u dit niet doet, kunt u zich branden
aangezien het apparaat zeer heet is direct nadat de projector wordt
uitgeschakeld.
Veeg de behuizing van de projector voorzichtig af met een zachte doek.
Als de projector erg vies is, kunt u een doek weken in water met wat
schoonmaakmiddel. Knijp de doek vervolgens goed uit en veeg de projector ermee
af. Veeg de projector na het schoonmaken af met een droge doek.
• Gebruik nooit vluchtige schoonmaakmiddelen of
wasbenzine; hiermee kunt u de afwerking van de
projector beschadigen.
• Gebruik geen chemische reinigingsdoekjes.
Voorzichtig • Gebruik geen harde doeken of gewone tissues,
want het lensoppervlak raakt zeer snel
beschadigd.
200
Onderhoud
Het luchtfilter vervangen
Voer onderstaande procedure uit als u het luchtfilter vervangt.
1
2
Zet de projector uit en haal de stekker uit het stopcontact.
Plaats uw vinger op de uitsparing
onder de filtereenheid aan de
zijkant van de projector en trek
de filtereenheid eruit.
Luchtfilter
3
Druk het luchtfilter van onderen
omhoog en verwijder het uit het
luchtfilterframe.
Luchtfilter
Luchtfilterframe
Onderhoud / Productspecificaties / Problemen oplossen
Handgreep van
luchtfilterframe
Onderhoud
201
Onderhoud
4
Installeer een nieuw luchtfilter in
het luchtfilterframe.
5
Steek de behuizing met
het luchtfilter stevig en
volledig in de
projector.
• Stel [Luchtfilterteller] terug (P162) als u het luchtfilter hebt vervangen.
• Wees voorzichtig met het luchtfilter. Als het filter beschadigd is, werkt het niet goed
meer.
• Neem contact op met het Canon Call Center als u een luchtfilter (onderdeelnr.:
RS-FL05) wilt aanschaffen.
202
Productspecificaties
■ Ondersteunde signaalsoorten
Deze projector ondersteunt de volgende signaalsoorten.
De projector zal ingangssignalen van computers of audio/video-apparatuur die
overeenkomen met de volgende signaaltypen automatisch juist projecteren.
FP : Front porch (voorstoep)
SW : Sync-breedte
BP : Back porch (achterstoep)
HDMI / HDBaseT
Signaalresolutie
640×480
720×480
720×576
800×600
1280×720
1024×768
1366×768
1440×900
1280×1024
1920×1080
2048×1080
2560×1080
1920×1200
2048×1200
2560×1440
2560×1600
3840×2160
*
*
*
*
Dotklok
[MHz]
Onderdrukkingsintervallen
Horizontaal
Verticaal
FP, SW, BP
FP, SW, BP
31,469
31,469
31,250
37,879
18,000
37,500
45,000
48,363
47,712
48,000
55,469
55,935
63,981
28,125
31,250
33,750
27,000
56,250
67,500
66,576
67,500
26,400
56,250
66,636
66,000
74,038
74,556
74,582
74,100
88,787
98,713
52,593
52,438
54,000
56,250
67,500
112,500
135,000
52,561
52,397
54,000
56,250
67,500
112,500
135,000
59,940
59,940
50,000
60,317
24,000
50,000
60,000
60,004
59,790
60,000
59,901
59,887
60,020
50,000
50,000
60,000
24,000
50,000
60,000
59,924
60,000
24,000
50,000
59,978
60,000
59,950
59,885
59,905
60,000
59,951
59,972
23,993
23,999
24,000
25,000
30,000
50,000
60,000
23,979
23,980
24,000
25,000
30,000
50,000
60,000
25,175
27,000
27,000
40,000
59,400
74,250
74,250
65,000
85,500
72,000
88,750
106,500
108,000
74,250
72,000
74,250
74,250
148,500
148,500
147,000
148,500
99,000
185,625
181,250
198,000
154,000
193,250
205,250
157,684
241,500
268,500
266,750
209,750
297,000
297,000
297,000
594,000
594,000
284,250
223,000
297,000
297,000
297,000
594,000
594,000
16, 96, 48
16, 62, 60
12, 64, 68
40, 128, 88
1760, 40, 220
440, 40, 220
110, 40, 220
24, 136, 160
70, 143, 213
14, 56, 64
48, 32, 80
80, 152, 232
48, 112, 248
528, 44, 148
32, 168, 184
88, 44, 148
638, 44, 148
528, 44, 148
88, 44, 148
48, 32, 80
44, 44, 64
998, 44, 148
548, 44, 148
48, 32, 80
248, 44, 148
48, 32, 80
136, 200, 336
136, 216, 352
8, 32, 40
48, 32, 80
48, 32, 80
216, 400, 616
48, 32, 80
1276, 88, 296
1056, 88, 296
176, 88, 296
1056, 88, 296
176, 88, 296
224, 432, 656
48, 32, 80
1020, 88, 296
968, 88, 128
88, 88, 128
968, 88, 128
88, 88, 128
203
10, 2, 33
9, 6, 30
5, 5, 39
1, 4, 23
5, 5, 20
5, 5, 20
5, 5, 20
3, 6, 29
3, 3, 24
1, 3, 28
3, 6, 17
3, 6, 25
1, 3, 38
4.5, 10, 30.5
45.5, 10, 114.5
4.5, 10, 30.5
4, 5, 36
4, 5, 36
4, 5, 36
3, 10, 18
4, 5, 36
4, 5, 11
4, 5, 36
3, 10, 18
4, 5, 11
3, 6, 26
3, 6, 36
3, 10, 32
21, 8, 6
3, 5, 33
3, 6, 37
3, 5, 24
3, 5, 17
8, 10, 72
8, 10, 72
8, 10, 72
8, 10, 72
8, 10, 72
3, 10, 19
3, 10, 12
8, 10, 72
8, 10, 72
8, 10, 72
8, 10, 72
8, 10, 72
Productspecificaties
4096×2160
Verticale
frequentie
[Hz]
Onderhoud / Productspecificaties / Problemen oplossen
1920×1080(I)
Horizontale
frequentie
[kHz]
Productspecificaties
* Via HDBaseT kan alleen YCbCr 4:2:0 worden ontvangen. Via HDMI is ontvangst ook mogelijk als
de EDID-modus is ingesteld op [Grote compatibiliteit].
* De specificaties in de tabel hierboven kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden
gewijzigd.
* HDBaseT-signalen zijn signalen die voldoen aan de HDBaseT-specificatie. HDBaseT-signalen
worden via een kabel naar de projector gevoerd waarna ze worden omgezet in HDMI-signalen.
HDBaseT-signalen die door de projector worden ontvangen en niet weer kunnen worden omgezet
in de HDMI-signalen die in de tabel staan, worden mogelijk niet goed geprojecteerd.
■ Projector
Modelnaam
Weergavesysteem
0,74'' / Circa 17:9
Effectieve aantal pixels
8.847.360 (4096 x 2160)
Andere functies
Actief matrixsysteem
Projectielens
Zoomen (*4)
Scherpstellen
Lensverschuiving (*4)(*5)
Brandpuntslengte (*4)
F-waarde (*4)
1,76x
Elektrisch
V: -73% tot +73% (elektrisch), H: ±11% (elektrisch)
22,67 tot 39,79 mm
F2,1 tot F2,4
Type
Blauwe laserdiode + geel fosfor
Beeldschermapparaat
Effectieve grootte
schermgebied
Lichtbron
Optisch systeem
4K6020Z
4K5020Z
Reflecterend vloeibaar kristalpaneel (LCOS): 3 schermen
Kleurscheiding door dichroïsche spiegel / polariserende
straalsplitter en kleurcompositie door prisma
Videosignalen Schermresolutie
Schermformaat /
Projectieafstand (*4)
Aantal kleuren
Helderheid (*1) (*2)
Contrastverhouding (*1) (*3)
Helderheidverhouding vanaf
omtrek naar middenpunt (*1) (*4)
Ondersteunde
ingangssignaalsoorten
Minimum: 101,6 cm tot maximum: 1524 cm,
Projectieafstand: 1,2 m tot 31,7 m
1.073.000.000 kleuren
6000lm
5000lm
22.000:1
20.000:1
80% of meer
Zie “Ondersteunde signaalsoorten” (P203 – P204)
Computersignaalingang
Maximale ingangsresolutie 4096 x 2160 punten
Videosignaalingang
Maximale ingangsresolutie 4096 x 2160 punten
Digitale beeldingang
640 x 480, 720 x 480, 720 x 576, 800 x 600, 1280 x 720,
1024 x 768, 1366 x 768, 1440 x 900, 1280 x 1024,
1920 ×1080, 2048 x 1080, 2560 x 1080, 1920 x 1200,
2048 x 1200, 2560 x 1440, 2560 x 1600, 3840 x 2160,
4096 x 2160
204
Productspecificaties
Videosignaalingangspoort
Modelnaam
4K5020Z
HDMI x 2
Digital PC, Digital video
RJ-45
HDBaseT-ingang (video/audio/besturing/netwerk)
Andere poorten
en stekkers
Stroomverbruik
in stand-bystand
Standaardafmetingen
Gewicht
Accessoires
Trigger Out
AUDIO OUT
Afstandsbediening met kabel
BESTURING (Dsub9)
USB-type A
38 / 33 / 29 dB
0 °C – 45 °C
AC 100V – 240V 50 / 60 Hz
620 W
37 / 32 / 29 dB
550 W
0,25 W
1,6 W
1,5 W
1,6 W
480 mm (B) x 196 mm (H) x 545 mm (D)
480 mm (B) x 175 mm (H) x 545 mm (D) (exclusief
uitstulpingen)
Circa 19 kg (exclusief lenseenheid)
Afstandsbediening, droge-celbatterijen van
afstandsbediening, netsnoer, Belangrijke informatie en
Garantiebewijs
Normen
IEEE802.11b/g/n
Ondersteunde kanalen
1 CH - 11 CH
Frequentieband
2,4 GHz
205
Productspecificaties
(*1) Voldoet aan ISO21118-2012
(*2) Wanneer u in de volgende situaties een standaard 4K zoomlens (RS-SL07RST) gebruikt:
[Beeldmodus] > [Presentatie], [Onderdr. bewegingsonscherpte] > [Uit], [Lichtbronmodus] >
[Normaal]
Ter bescherming van de projector kan de lichtsterkte afnemen naarmate de
omgevingstemperatuur stijgt.
(*3) Wanneer u in de volgende situaties een standaard 4K zoomlens (RS-SL07RST) gebruikt:
[Beeldmodus] > [Presentatie], [Onderdr. bewegingsonscherpte] > [Uit], [Lichtbronmodus] >
[Normaal], [Dynamisch contrast]>[Hoog]
(*4) Wanneer u een standaard 4K zoomlens (RS-SL07RST) gebruikt.
(*5) In lenspositiemodus [Normaal]
Onderhoud / Productspecificaties / Problemen oplossen
Ministekker
Ministekker
Ministekker
RS-232C
USB
Geluid (Lichtbronmodus:
Normaal / Stil 1 / Stil 2)
Bedrijfstemperatuur
Stroom-voorziening
Maximaal energieverbruik
Netwerk uit, seriële
communicatie:
servicepoort
Netwerk aan, seriële
communicatie:
servicepoort
Netwerk uit, seriële
communicatie: HDBaseT
Netwerk aan, seriële
communicatie: HDBaseT
Draadloze
verbinding
4K6020Z
Productspecificaties
* 99,99% of meer van de LCD-paneelpixels zijn effectief. Tijdens de projectie kunnen maximaal
0,01% van de pixels blijven branden of uitblijven door de kenmerken van het LCD-paneel.
* Het langdurig achter elkaar gebruiken van de projector kan de verslechtering van optische delen
versnellen.
* Productspecificaties en uiterlijk kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
■ Afstandsbediening
Type
RS-RC07
Stroomvoorziening
Bedieningsbereik
Afmetingen
DC 3,0 V, met gebruik van twee batterijen type AAA
Ongeveer 8 m ±25° horizontaal en verticaal (tot infraroodontvanger)
46,5 mm (B) x 23 mm (H) x 159 mm (D)
Gewicht
56 g
■ Specificatie van elke lenseenheid (optioneel)
Naam
Standaard 4K zoomlens*
Lange zoomlens
RS-SL07RST
RS-SL02LZ
22,67 – 39,79 mm
34,0 – 57,7 mm
F-nummer
2,1 – 2,4
1,99 – 2,83
Breedte
104 mm
143,4 mm
Hoogte
126 mm
106,7 mm
Modelnummer
Extern aanzicht
Brandpuntslengte
Lengte
229 mm
175,3 mm
Circa 1900 g
Circa 925 g
Zoomverhouding
1,76x
1,7x
Projectieafstand
1,20 – 31,71 m
1,80 – 46,84 m
Formaat 100
projectieafstand
3,00 – 5,29 m
4,58 – 7,77 m
Marginale
scherpstelling
Ondersteund
Niet ondersteund
Gewicht
* Voor een optimale werking van de projector raden wij het gebruik van een
standaard 4K zoomlens aan.
206
Productspecificaties
Naam
Ultra-lange zoomlens
Brede zoomlens
RS-SL04UL
RS-SL05WZ
53,6 – 105,6 mm
15,56 – 23,34 mm
F-nummer
2,34 – 2,81
2,09 – 2,34
Breedte
143,4 mm
143,4 mm
Hoogte
106,7 mm
106,7 mm
Lengte
183,7 mm
183,7 mm
Circa 1110 g
Circa 1065 g
Modelnummer
Extern aanzicht
Brandpuntslengte
Gewicht
1,97x
1,5x
Projectieafstand
4,48 – 85,98 m
0,83 – 18,85 m
Formaat 100
projectieafstand
7,39 – 14,44 m
2,08 – 3,12 m
Niet ondersteund
Niet ondersteund
Marginale
scherpstelling
Zie “Aanpassing via de lensinstelfunctie” (P59) voor meer informatie over het
lensinstelbereik.
Naam
Korte vaste lens
Ultrabrede zoomlens
RS-SL03WF
RS-SL06UW
12,8 mm
8,39 mm
2,0
2,40
Breedte
143,4 mm
143,4 mm
Hoogte
106,7 mm
113,7 mm
Modelnummer
Extern aanzicht
Brandpuntslengte
F-nummer
Lengte
304,3 mm
Circa 1520 g
Zoomverhouding
—
—
Projectieafstand
0,67 – 4,99 m
0,45 – 3,38 m
Formaat 100
projectieafstand
1,66 m
1,12 m
Niet ondersteund
Ondersteund
Marginale
scherpstelling
207
Productspecificaties
175,3 mm
Circa 1060 g
Gewicht
Onderhoud / Productspecificaties / Problemen oplossen
Zoomverhouding
Productspecificaties
Naam
Modelnummer
Standaard zoomlens*
RS-SL01ST
Extern aanzicht
Brandpuntslengte
23,0 – 34,5 mm
F-nummer
1,89 – 2,65
Breedte
143,4 mm
Hoogte
106,7 mm
Lengte
175,3 mm
Gewicht
Circa 725 g
Zoomverhouding
1,5x
Projectieafstand
1,23 – 27,99 m
Formaat 100
projectieafstand
3,10 – 4,65 m
Marginale
scherpstelling
Niet ondersteund
* Hoewel het geen standaard 4K zoomlens is, levert deze lens goede
scherpstelling.
Zie “Aanpassing via de lensinstelfunctie” (P59) voor meer informatie over het
lensinstelbereik.
208
Productspecificaties
■ Extern aanzicht
4K6020Z / 4K5020Z
175 mm
196 mm
94 mm
545 mm
451,7 mm
431 mm
38,8 mm
Onderhoud / Productspecificaties / Problemen oplossen
480 mm
Productspecificaties
209
Productspecificaties
■ Servicepoort (CONTROL)
Pentoewijzing
Pennr.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Signaal
OPEN
RxD
TxD
OPEN
GND
OPEN
Interne pull-up
OPEN
OPEN
Communicatie-indeling
Communicatiemodus
Communicatiesnelheid
Tekenlengte
Stopbits
: RS-232C, asynchrone, half-duplex communicatie
: 19200 bps
: 8 bits
: Schakelbaar tussen 1 bit en 2 bits. De fabrieksinstelling,
of de staat nadat [Fabrieksinstellingen] is uitgevoerd, is
1 bit.
Pariteit
: Geen
Datatransportbesturing : Geen
Gebruikersopdrachten
Opdrachten
Stroomvoorziening
Inschakelen
Ingangsbron
acquisitie
Binaire representatie
POWER=ON<CR>
50h 4Fh 57h 45h 52h 3Dh 4Fh 4Eh 0Dh
POWER=OFF<CR>
50h 4Fh 57h 45h 52h 3Dh 4Fh 46h 46h
0Dh
GET=POWER<CR>
47h 45h 54h 3Dh 50h 4Fh 57h 45h 52h
0Dh
HDBaseT
INPUT=HDBT<CR>
49h 4Eh 50h 55h 54h 3Dh 48h 44h 42h
54h 0Dh
HDMI-1
INPUT=HDMI1<CR>
49h 4Eh 50h 55h 54h 3Dh 48h 44h 4Dh
49h 31h 0Dh
HDMI-2
INPUT=HDMI2<CR>
49h 4Eh 50h 55h 54h 3Dh 48h 44h 4Dh
49h 32h 0Dh
GET=INPUT<CR>
47h 45h 54h 3Dh 49h 4Eh 50h 55h 54h
0Dh
Uitschakelen
Stroomvoorzieningstatus
acquisitie
Ingangsbron
ASCII-representatie
210
Productspecificaties
Opdrachten
Beeldmodus
Presentatie
49h 4Dh 41h 47h 45h 3Dh 50h 52h 45h
IMAGE=PRESENTATION<CR> 53h 45h 4Eh 54h 41h 54h 49h 4Fh 4Eh
0Dh
Dynamisch
IMAGE=DYNAMIC<CR>
49h 4Dh 41h 47h 45h 3Dh 44h 59h 4Eh
41h 4Dh 49h 43h 0Dh
Video
IMAGE=VIDEO<CR>
49h 4Dh 41h 47h 45h 3Dh 56h 49h 44h
45h 4Fh 0Dh
Foto/sRGB
IMAGE=PHOTO_SRGB<CR>
49h 4Dh 41h 47h 45h 3Dh 50h 48h 4Fh
54h 4Fh 5Fh 53h 52h 47h 42h 0Dh
DICOM SIM
IMAGE=DCM_SIM<CR>
49h 4Dh 41h 47h 45h 3Dh 44h 43h 4Dh
5Fh 53h 49h 4Dh 0Dh
Gebruiker 1
IMAGE=USER_1<CR>
49h 4Dh 41h 47h 45h 3Dh 55h 53h 45h
52h 5Fh 31h 0Dh
Gebruiker 2
IMAGE=USER_2<CR>
49h 4Dh 41h 47h 45h 3Dh 55h 53h 45h
52h 5Fh 32h 0Dh
Gebruiker 3
IMAGE=USER_3<CR>
49h 4Dh 41h 47h 45h 3Dh 55h 53h 45h
52h 5Fh 33h 0Dh
Gebruiker 4
IMAGE=USER_4<CR>
49h 4Dh 41h 47h 45h 3Dh 55h 53h 45h
52h 5Fh 34h 0Dh
Gebruiker 5
IMAGE=USER_5<CR>
49h 4Dh 41h 47h 45h 3Dh 55h 53h 45h
52h 5Fh 35h 0Dh
GET=IMAGE<CR>
47h 45h 54h 3Dh 49h 4Dh 41h 47h 45h
0Dh
BRI=<waarde><CR>
42h 52h 49h 3Dh <numerieke code> 0Dh
GET=BRI<CR>
47h 45h 54h 3Dh 42h 52h 49h 0Dh
Instelling
helderheidswaarde
Instelling
SHARP=<waarde><CR>
scherptewaarde
Scherpteacquisitie
Contrast
47h 45h 54h 3Dh 53h 48h 41h 52h 50h
0Dh
GET=SHARP<CR>
Instelling
CONT=<waarde><CR>
contrastwaarde
Contrastacquisitie
Automatisch
ASPECT=AUTO<CR>
41h 53h 50h 45h 43h 54h 3Dh 41h 55h
54h 4Fh 0Dh
Ware grootte
ASPECT=TRUE<CR>
41h 53h 50h 45h 43h 54h 3Dh 54h 52h
55h 45h 0Dh
GET=ASPECT<CR>
47h 45h 54h 3Dh 41h 53h 50h 45h 43h
54h 0Dh
Blanco aan
BLANK=ON<CR>
42h 4Ch 41h 4Eh 4Bh 3Dh 4Fh 4Eh 0Dh
Blanco uit
BLANK=OFF<CR>
42h 4Ch 41h 4Eh 4Bh 3Dh 4Fh 46h 46h
0Dh
GET=BLANK<CR>
47h 45h 54h 3Dh 42h 4Ch 41h 4Eh 4Bh
0Dh
211
Productspecificaties
47h 45h 54h 3Dh 43h 4Fh 4Eh 54h 0Dh
Aspectwaarde
acquisitie
Blancoacquisitie
43h 4Fh 4Eh 54h 3Dh <numerieke code>
0Dh
GET=CONT<CR>
Aspect
Blanco
53h 48h 41h 52h 50h 3Dh <numerieke
code> 0Dh
Onderhoud / Productspecificaties / Problemen oplossen
IMAGE=STANDARD<CR>
Helderheidsacquisitie
Scherpte
Binaire representatie
49h 4Dh 41h 47h 45h 3Dh 53h 54h 41h
4Eh 44h 41h 52h 44h 0Dh
Standaard
Beeldmodus
acquisitie
Helderheid
ASCII-representatie
Problemen oplossen
Informatie over LED-lampjes
Wanneer de projector wordt uitgeschakeld terwijl deze te maken heeft met een
probleem, gaat het LED-lampje aan de zijkant van de projector branden of
onophoudelijk knipperen.
• Wacht totdat de koelventilator is gestopt en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het
probleem gaat verhelpen.
Status LEDlampje
De WARNINGen TEMPlampjes
branden.
Betekenis
Oorzaak en maatregel
Abnormale
temperatuur
De temperatuur binnenin de projector is om één of
andere reden te hoog of de buitentemperatuur is
hoger dan het bereik. Als het probleem in de
projector zelf zit, controleert u eerst of de projector
correct is geïnstalleerd en op de juiste wijze is
bediend. Haal vervolgens de stekker uit het
stopcontact om de binnenkant van de projector af
te laten koelen en probeer het daarna opnieuw.
Als de luchtinlaat of -uitlaat is geblokkeerd,
verwijder dan het obstakel. Als een luchtfilter
verstopt is, vervangt u het (P201). Als dezelfde
waarschuwing opnieuw verschijnt, kan er een
storing zitten in de projector.*
De WARNING- Defecte
De lichtbron brandt niet. Start de projector
en LIGHTlichtbron
opnieuw op en controleer de projectie. Als de
lampjes
lichtbron hierna niet gaat branden, is het
branden.
aandrijfcircuit van de lichtbron mogelijk
beschadigd.*
Het luchtfilter is niet op de juiste manier
Het WARNING- Filterfout
geïnstalleerd. Installeer het luchtfilter op de juiste
lampje knippert
herhaaldelijk
wijze en start de projector opnieuw op. Als
(niet meer dan)
dezelfde waarschuwing opnieuw verschijnt, kan
er een storing zitten in de projector.*
3 keer.
Het WARNING- Defecte
Er kan een storing zitten in de koelventilator of in
lampje knippert koelventilator een ander onderdeel. Haal de stekker van de
herhaaldelijk
projector uit het stopcontact. Steek vervolgens de
(niet meer dan)
stekker weer in het stopcontact en schakel de
4 keer.
projector in. Als dezelfde waarschuwing opnieuw
verschijnt, kan er een storing zitten in de
projector.*
212
Problemen oplossen
Status LEDBetekenis
lampje
Het WARNING- Defecte
lampje knippert stroomvoorherhaaldelijk
ziening
(niet meer dan)
5 keer.
Het WARNINGlampje knippert
herhaaldelijk
(niet meer dan)
6 keer.
Probleem
met de
installatie
van de
lenseenheid
Oorzaak en maatregel
Er wordt een abnormale spanning geleverd aan
sommige delen van de stroomvoorziening of er
heeft zich een ander probleem voorgedaan. Haal
de stekker van de projector uit het stopcontact.
Steek vervolgens de stekker weer in het
stopcontact en schakel de projector in. Als
dezelfde waarschuwing opnieuw verschijnt, kan
er een storing zitten in de projector. Haal de
stekker van de projector uit het stopcontact.*
De lenseenheid is niet op de juiste manier
geïnstalleerd. Haal de stekker van de projector
uit het stopcontact, installeer de lenseenheid op
de juiste wijze en steek de stekker weer in het
stopcontact. Als dezelfde waarschuwing opnieuw
verschijnt, kan er een storing zitten in de
projector.*
* Neem contact op met het Canon Call Center.
Symptomen en oplossingen
Oorzaak
Het netsnoer is niet
correct aangesloten.
Het netsnoer is onlangs
aangesloten.
De beveiliging wordt
geactiveerd omdat de
luchtinlaat of -uitlaat is
geblokkeerd en de
temperatuur binnen in de
projector is toegenomen.
De lenseenheid is niet
op de juiste manier
bevestigd.
Maatregel
Controleer of het netsnoer correct is aangesloten
(P65).
Steek de stekker van de projector in het stopcontact
en wacht ten minste één seconde voordat u op de
POWER-knop drukt. U kunt de projector niet
onmiddellijk inschakelen nadat u de stekker in het
stopcontact hebt gestoken (P42).
Als de beveiliging is geactiveerd, gaat het [POWER]lampje niet branden wanneer u het netsnoer aansluit.
U kunt deze beveiliging niet uitschakelen. Verwijder
eventuele voorwerpen die het luchtinlaat- of
-uitlaatrooster blokkeren.*
213
Problemen
oplossen
De lenseenheid is niet op de juiste manier
geïnstalleerd. Haal de stekker van de projector uit
het stopcontact, installeer de lenseenheid op de
juiste wijze en steek de stekker weer in het
stopcontact. Als dezelfde waarschuwing opnieuw
verschijnt, kan er een storing zitten in de projector.*
Onderhoud / Productspecificaties / Problemen oplossen
■ U kunt de projector niet inschakelen
Problemen oplossen
Oorzaak
Het luchtfilter is niet op
de juiste manier
geïnstalleerd.
Toetsvergrendeling staat
aan.
Maatregel
Controleer of het luchtfilter op de juiste manier
geïnstalleerd is (P201).
Controleer of de toetsvergrendeling (P149) is
aangezet voor de projector of de afstandsbediening.
* Neem contact op met het Canon Call Center.
■ U kunt geen beeld projecteren vanaf de projector
Oorzaak
Een kabel is niet correct
aangesloten.
Er zijn nog geen
20 seconden voorbij
sinds het inschakelen
van de projector.
Er wordt geen beeld
gestuurd vanaf het AVapparaat.
Aansluiting met de
ingang is niet correct
uitgevoerd.
Er is geen type
ingangssignaal
geselecteerd voor het
aangesloten AVapparaat.
Het type ingangssignaal
is onjuist.
De BLANK-functie is
ingeschakeld.
Er wordt geen beeld
geprojecteerd door een
probleem in de
computer.
Maatregel
Controleer of de projector correct op de computer of
op het AV-apparaat is aangesloten (P63 – P65).
Wanneer de projector is ingeschakeld, wordt
gedurende ongeveer 20 seconden een
openingsscherm getoond. Druk op de OK-knop op
de afstandsbediening of op het zijbedieningspaneel
om direct een beeld te projecteren (P30, P34).
Controleer of het beeld wordt afgespeeld op de
video-camcorder, dvd-speler, enz.
Controleer of het AV-apparaat correct is aangesloten
op de ingang van de projector (P33).
Controleer of hetzelfde ingangssignaal correct is
geselecteerd in het menu [Ingang] voor het
aangesloten AV-apparaat (P43).
Controleer of het geselecteerde type ingangssignaal
juist is (P203).
Druk op de BLANK-knop op de afstandsbediening
(P48).
Schakel eerst de projector en dan de computer uit en
dan weer in.
214
Problemen oplossen
Oorzaak
De externe
monitoruitgang is niet
correct ingesteld op de
computer.
De LAN-kabel (Shielded
Twisted Pair) is niet
correct aangesloten.
Maatregel
Schakel de uitgang van de externe monitor van de
computer in. Druk om de externe monitoruitgang in te
schakelen op de [LCD]- of [VGA]-functietoets of een
toets met een pictogram voor de externe monitor
terwijl u op de [Fn]-toets op het toetsenbord van de
computer drukt. In Windows 10 / Windows 8.1 /
Windows 7 kunt u de beelduitvoer inschakelen door
de Windows-logotoets ingedrukt te houden en op de
[P]-toets te drukken.
De combinatie van toetsen die gebruikt wordt om
deze handeling uit te voeren, varieert afhankelijk van
het model computer. Zie voor meer details de
handleiding van uw computer.
Wanneer [HDBaseT] is geselecteerd in het [Ingang]menu, controleert u of de LAN-kabel (Shielded
Twisted Pair) correct is aangesloten op de projector
(P66).
■ Er is geen geluid
Maatregel
Druk op de MUTE-knop op de afstandsbediening
(P35).
Druk op de VOL-knop op de afstandsbediening of op
de VOL+-knop op het zijbedieningspaneel om het
volume aan te passen (P30, P35).
Verander the selectie voor Audio-ingang in de juiste
instelling (P150).
■ Het geprojecteerde beeld is vaag
Oorzaak
Het beeld is onscherp.
De afstand tot het
scherm is te klein.
De projector is niet recht
voor het scherm
geplaatst.
De projector is verplaatst
naar een plaats waar de
temperatuur veel
varieert.
215
Problemen
oplossen
De lens is vies.
Maatregel
Stel de scherpstelling in (P44).
Controleer of de afstand tot het scherm goed is
(P52).
Controleer of de projector schuin voor het scherm
staat. Een kleine fout in de projectiehoek kan worden
gecorrigeerd door middel van de
trapeziumcorrectiefunctie (P83).
Als de projector van een koude naar een warme plek
verplaatst wordt, dan kan er zich condens vormen op
de lens. De condensatie zal na enige tijd verdampen
en de projector kan dan weer een normaal beeld
projecteren.
Maak de lens schoon (P200).
Onderhoud / Productspecificaties / Problemen oplossen
Oorzaak
De MUTE-functie is
ingeschakeld.
Het volumeniveau is
ingesteld op het
minimum.
Audio-ingang selecteren
staat op [Uit].
Problemen oplossen
Oorzaak
De videobeelden zijn
onscherp.
De onderdrukking van
de
bewegingsonscherpte is
niet beschikbaar.
De lenseenheid is niet
op de juiste manier
geïnstalleerd.
De lenshendel staat niet
in de goede stand.
Maatregel
Activeer de onderdrukking van de
bewegingsonscherpte (P154).
[Onderdrukking bewegingsonscherpte] is in de
beeldmodus [DICOM SIM] niet beschikbaar. Het
menu is grijs.
Controleer of de lenseenheid op de juiste manier is
geïnstalleerd (P54).
Controleer of de lenseenheid op de juiste manier is
geïnstalleerd (P54).
■ U kunt een beeld niet goed projecteren
Oorzaak
Het geprojecteerde
beeld is in verticale of
horizontale richting
omgekeerd.
U gebruikt een
computerkabel waarvan
sommige pennen niet
zijn aangesloten.
Maatregel
De instelling voor plafondbevestiging of plaatsing
aan de achterkant is onjuist. Controleer de instelling
[Beeldomkeer H/V] in het menu [Installatieinstellingen] (P131).
Gebruik een computerkabel waarvan alle pennen zijn
aangesloten.
■ De projector schakelt zichzelf uit
Oorzaak
De luchtinlaat of -uitlaat
is geblokkeerd.
Het luchtfilter is vies.
De bedrijfsomgeving is
niet goed.
Maatregel
Controleer of de luchtinlaat of -uitlaat is geblokkeerd.
Als de luchtinlaat of -uitlaat is geblokkeerd, gaat de
temperatuur binnen in de projector omhoog en wordt
de stroom automatisch uitgeschakeld om de
projector te beschermen. (De [WARNING]- en
[TEMP]-lampjes branden.) Wacht totdat de
projectortemperatuur zakt en controleer of de
luchtinlaat of -uitlaat niet langer geblokkeerd is,
schakel vervolgens de projector in (P22, P29).
Controleer of het luchtfilter verstopt is met stof.
Als een luchtfilter verstopt is, vervangt u het (P201).
Controleer of de bedrijfstemperatuur tussen 0 °C en
45 °C ligt (P21).
Projectorinstellingen moeten worden aangepast als u
de projector gebruikt op een hoogte van 2.300 m of
meer. Stel in het menu [Installatie-instellingen] bij
[Professionele instellingen] de optie [Grote hoogte] in
op [Aan] (P136).
216
Problemen oplossen
■ De projector kan geen verbinding met het netwerk maken
Oorzaak
De LAN-kabel (Shielded
Twisted Pair) is niet
correct aangesloten.
De projector staat nog
niet lang genoeg aan
(minder dan
40 seconden).
De projector kan geen
verbinding met een
draadloos netwerk
maken.
De HDBaseT-transmitter
of een vergelijkbaar
apparaat is niet
ingeschakeld.
Maatregel
Controleer of de LAN-kabel (Shielded Twisted Pair)
correct is aangesloten op de projector (P66).
De eerste 40 seconden na het opstarten van de
projector zijn de netwerkfuncties niet beschikbaar.
Wacht tenminste 40 seconden en probeer dan
opnieuw verbinding te maken (P72).
Volg de instructies in “Het netwerk instellen” (P74 –
P75) en “Gedetailleerde inst. (draadloos)” (P171 –
P176) om de projector opnieuw in te stellen. Probeer
in de Pj AP-modus het kanaal voor draadloze
communicatie op de projector te wijzigen (P171 –
P176). Probeer in de infrastructuurmodus het kanaal
voor draadloze communicatie op het toegangspunt te
wijzigen. Neem contact op met het Canon Call
Center als u nog steeds geen verbinding tot stand
kunt brengen.
Controleer of de HDBaseT-transmitter is
ingeschakeld.
Oorzaak
Maatregel
De batterijen zijn niet
goed geïnstalleerd of zijn
leeg.
U bedient de
afstandsbediening
buiten het bruikbare
bereik van de
afstandsbediening.
Er bevindt zich een
obstakel tussen de
projector en de
afstandsbediening.
Controleer of de batterijen goed geïnstalleerd zijn.
Als de batterijen goed zijn geïnstalleerd, vervang ze
dan door nieuwe batterijen (P36).
Controleer of u de afstandsbediening gebruikt binnen
het werkingsbereik van de afstandsbediening ten
opzichte van het hoofdapparaat van de projector
(P37).
217
Problemen
oplossen
U gebruikt de
afstandsbediening onder
verkeerde
omstandigheden.
Verwijder het obstakel tussen de infraroodontvanger
van het hoofdapparaat van de projector en de
afstandsbediening, of richt de afstandsbediening
zodanig dat er geen obstakels tussen
afstandsbediening en hoofdapparaat van de
projector zijn.
Controleer of de infraroodontvanger van het
hoofdapparaat van de projector is blootgesteld aan
direct zonlicht, sterk licht of verlichtingsapparatuur
(P37).
Onderhoud / Productspecificaties / Problemen oplossen
■ De afstandsbediening werkt niet
Problemen oplossen
Oorzaak
Maatregel
De kanaalinstelling van
de afstandsbediening
komt niet overeen met
de instelling van de
projector.
De toetsvergrendelingsfunctie verhindert de
werking van de
afstandsbediening.
Controleer of de kanaalinstelling van de
afstandsbediening is veranderd. U kunt de instelling
[Kanaal afstandsbediening] controleren in het menu
[Systeeminstelling] (P149).
Licht van de verlichting
in de kamer valt op de
infraroodontvanger.
Controleer of de [Toetsvergrendeling] is ingeschakeld
om de bediening van de afstandsbediening uit te
schakelen.
Stel in het menu [Systeeminstelling] de optie
[Toetsvergrendeling] in op [Uit] (P149).
Blokkeer het licht.
218
Index
Cijfers
G
6-weg kleurinstelling ....................... 126
Gamma ...........................................122
Geavanceerde registratie ................134
Ged. Vervormingscorrectie..............136
Geheugenkleurcorrectie ..................126
Geluid dempen..................................50
Grote hoogte ...................................136
A
Aansluitingen en connectoren........... 33
Afstandsbediening .............. 34, 36, 149
AMX Device Discovery ................... 178
AUDIO OUT-aansluiting.................... 33
H
B
HDBaseT.....................................5, 151
HDBaseT-aansluiting ............33, 64, 66
HDMI-aansluiting...............................33
HDR ................................................125
HDR10 ............................................125
Helderheid .......................................121
HLG .................................................125
Bedieningsmodus ........................... 137
Beeldinstelling......................... 107, 120
BLANK .............................................. 48
C
Contrast .......................................... 122
Crestron RoomView........................ 178
I
Informatie ................................107, 180
Ingangsaansluitingen ........................33
Installatie-instellingen ..............107, 130
Invoerinstellingen ....................107, 115
Iris ...................................................142
D
Datum- en tijdinstellingen................ 157
DICOM SIM....................................... 46
Digitale ruisonderdrukking .............. 124
Digitale zoom .................................... 34
Direct inschakelen........................... 154
Draadloze netwerken ................ 67, 171
Dynamisch gamma ......................... 124
K
Kalibreren........................................161
E
L
Effect van omgevingslicht ............... 123
Energiebesparingsinstellingen .......... 49
Energie-instellingen ........................ 152
LED-lampje ............................... 31, 212
Lens - positie...................................141
Lichtbronmodus...............................128
Logo weergeven..............................145
Luchtfilter.........................................201
F
Firmware ......................................... 163
FREEZE............................................ 48
Index
219
Index
M
T
Marginale scherpstelling ................. 137
MENU ............................................. 105
Menu ............................................... 105
MUTE................................................ 50
Taal..................................................155
Taal selecteren ................................155
Terugstellen............................. 129, 163
Testpatroon........................................95
Toetsvergrendeling .......................... 149
Trapezium .......................................132
N
Netwerken met kabels .............. 66, 167
Netwerkinstelling..................... 107, 164
Netwerkwachtwoord........................ 165
U
O
V
Omgevingslicht ............................... 123
Op het scherm ................................ 145
Volume instellen ................................50
USB-poort .................................33, 163
W
P
PJLink ..................................... 177, 197
Plafondbevestiging.......................... 131
Projectie vanaf de achterkant ......... 131
Projector inschakelen...................... 145
Wachtwoord ............................ 156, 157
WARNING-lampje .....................31, 212
Weergavestatus instellen ................115
Wi-Fi ....................................................6
Willekeurige-ruisonderdrukking .......124
R
Z
Randovergang ...................... 5, 99, 138
Zijbedieningspaneel ..........................30
S
Schema........................................... 158
Schermkleur.................................... 142
Schermresolutie (Computer
voorbereiden) ................................. 44
Scherpte.......................................... 122
Signaalsoort .................................... 203
Stroomteller..................................... 162
Systeeminstelling .................... 107, 143
220
Optie
• Plafondbevestiging
Onderdeelnr.: RS-CL15*1
• Plafondmontagearm
Onderdeelnr.: RS-CL17*1
• Plafondbevestigingspijp
(350 – 550 mm)
Onderdeelnr.: RS-CL08*2
• Plafondbevestigingspijp
(550 – 950 mm)
Onderdeelnr.: RS-CL09*2
• Luchtfilter
Onderdeelnr.: RS-FL05
• Afstandsbediening
Onderdeelnr.: RS-RC07
• Afstandsbediening
Onderdeelnr.: RS-RC05
*1 Bij bevestiging van de projector aan het plafond hebt u zowel de plafondsteun (RS-CL15)
als de plafondmontagearm (RS-CL17) nodig.
*2 Gebruik deze materialen om de projector aan het plafond op te hangen.
221
CANON INC.
30-2, Shimomaruko 3-chome, Ohta-ku, Tokyo 146-8501, Japan
CANON U.S.A. INC.
One Canon Park, Melville, New York 11747, U.S.A.
For all inquires concerning this product, call toll free in the U.S. 1-800-OK-CANON
CANON EUROPE LTD.
3 The Square, Stockley Park, Uxbridge, Middlesex, UB11 1ET United Kingdom
CANON EUROPA N.V.
Bovenkerkerweg 59, 1185 XB Amstelveen, The Netherlands
YT1-7552-000
©CANON INC.2018
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising