LG | HN0916M.NK4 | Installation guide | LG HN0916M.NK4 INSTALLATIEHANDLEIDING

LG HN0916M.NK4 INSTALLATIEHANDLEIDING
INSTALLATIEHANDLEIDING
LUCHT NAAR
WATER VERWAR
-MINGSPOMP
Vertaling van de oorspronkelijke instructie
www.lg.com
Copyright © 2017 - 2019 LG Electronics Inc. Alle rechten voorbehouden.
NEDERLANDS
Lees deze installatiehandleiding zorgvuldig door voordat u het product installeert.
De installatiewerkzaamheden moeten volgens de landelijke bedradingsnormen
enkel door geautoriseerd personeel worden uitgevoerd.
Bewaar deze installatiehandleiding na lezing zorgvuldig voor later gebruik.
2
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE
5
VOORWOORD
6
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
13 INSTALLATIE DEEL
14 ALGEMENE INFORMATIE
14
17
18
27
28
36
41
42
43
45
Modelinformatie
Modelnaam en gelinkte informatie
Onderdelen en afmetingen
Bedieningsonderdelen
Bedieningspaneel
Typisch installatievoorbeeld
Cyclusdiagram (R410A)
Cyclusdiagram (R32)
Watercyclus (R410A)
Watercyclus (R32)
47 INSTALLATIE VAN EENHEID BUITEN
47
47
48
49
49
Condities waarbij eenheid buiten geïnstalleerd is
Boor een gat in de muur
Vervoeren van de eenheid
Installatie bij de zee
Seizoenswind en voorzorgsmaatregelen in de winter
50 INSTALLATIE VAN EENHEID BINNEN
50
53
54
Condities waarbij eenheid binnen geinstalleerd is
Minimaal vloeroppervlak: binnenunit(R32)
Elektrische bedrading
57 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN
NEDERLANDS
57
58
59
59
62
63
65
Slangen voor de koelvloeistof
Voorbereiding voor slangen
Slang op eenheid binnen aansluiten
Leidingen op buitenelementen aansluiten
Afmaken
Lektest en evacuatie
Elektrische bedrading
69 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BINNEN
69
72
72
73
75
75
76
Aansluiten waterslangen en watercircuit
Waterpompcapaciteit
Drukval
Prestatiecurve
Waterkwaliteit
Vorstbescherming
Watervolume en druk expansievat
77 INSTALLATIE ACCESSOIRES
79
79
84
Vóór de installatie
Thermostaat
Boiler van derden
INHOUDSOPGAVE
85
86
87
88
91
93
94
96
97
99
100
101
102
103
104
105
106
3
Controller van derden
Meterinterface
Centrale controller
Tank voor sanitair warm water
Tankkit voor sanitair warm water
Zonnewarmtekit
Droog contact
Externe controller - Programmeerbare digitale invoer instellen
Draadloze temperatuursensor
Zonnepomp
Externe pomp
Wi-fi-modem
Smart Grid
Tweewegklep
Driewegklep(A)
Driewegklep(B)
Laatste controle
107 CONFIGURATIE
107
Instelling DIP-schakelaar
114 SERVICE-INSTELLING
114
114
115
116
117
118
Hoe service-instelling invoeren
Service-instelling
Service Contact
Model informatie
RMC Versie-informatie
Open Source-licentie
119 INSTALLATEUR INSTELLING
Hoe een installateur-instelling invoeren
Installateurinstelling
3 minuten vertraging
Temperatuursensor selecteren
Dry Contactmodus
Central Control Address
Pomp testsessie
luchtkoeling temp. inst.
Waterkoeling temp. inst.
Luchtverwarming temp. inst.
Waterverwarming temp. inst.
DHW temp. inst.
Vloerdroging
Kachel op temperatuur
Water stop temp. tijdens koel.
Tank ontsmettingsinstelling 1, 2
Tank instelling1
Tank instelling2
Verwarming prioriteit
DHW tijdsinstelling
Warmte lucht aan/uit variabele
Warmte water aan/uit variabele
Koel lucht aan/uit variabele
Koel water aan/uit variabele
Verwarming temp. instelling
Koeling temp. instelling
Pompinstelling in verwarming
Pompinstelling in koeling
Voorrangsregeling
CN_CC
Pompfrequentie instelling (RPM)
NEDERLANDS
119
120
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
134
136
138
139
140
142
143
144
145
146
147
148
149
150
151
152
153
154
4
155
156
157
159
160
161
162
163
164
165
166
167
169
170
171
172
173
INHOUDSOPGAVE
Pompcapaciteit
Slim raster (SG)
Seizoensgeb. auto temp
Modbus Address
CN_EXT
Antivriestemperatuur
Zone toevoegen
Externe pomp gebruiken
Ketel van derde
Meterinterface
Pompvoorloop/-overloop
Zonnesysteem
Huidige stroomsnelheid
Gegevensregistratie
Wachtwoord initialisatie
Blokkering stroomvoorziening (SG-klaar)
Overzicht instellingen
175 OVERZICHT INSTELLINGEN
175
176
177
177
177
178
181
Controleer lijst voordat u begint te werken
Inbedrijfstelling
Stroomschema inbedrijfstelling
Luchtgeluidemissie
Maximale concentratie(R410A)
Vacuüm & Laden koelmiddel
Probleemoplossing
NEDERLANDS
VOORWOORD
5
VOORWOORD
De installatiehandleiding is er om informatie te geven en leidraad over het begrip, installatie en
controle
.
Het aandachtig lezen vóór de installatie wordt uitermate geapprecieerd om geen fouten te maken
en om potentiële risico’s te voorkomen. De handleiding is onderverdeeld in tien hoofdstukken.
Deze hoofdstukken zijn onderverdeeld in overeenstemming met de installatieprocedure. Zie tabel
hieronder voor samenvattende informatie.
Inhoud
Hoofdstuk 1
• Waarschuwing en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot veiligheid.
• Dit hoofdstuk houdt direct verband met veiligheid. Wij raden u STERK aan dit hoofdstuk
zorgvuldig door te lezen.
Hoofdstuk 2
• Verpakkingslijst
• Controleer of alle onderdelen aanwezig zijn in de doos van de unit alvorens met de
installatie te beginnen.
Hoofdstuk 3
• Basiskennis over
.
• Modelidentificaite, informatie over accessoires, diagram cyclus koelvloeistof en water,
elektrische bedradingsdiagrammen et cetera.
• Dit hoofdstuk is belangrijk om
te begrijpen.
Hoofdstuk 4
• Installatie over de eenheid buiten
• Locatie installatie, beperkingen op locatie installatie, et cetera
Hoofdstuk 5
• Installatie over de eenheid binnen.
• Locatie installatie, beperkingen op locatie installatie, et cetera
• Beperkingen wanneer accessoires geïnstalleerd zijn.
Hoofdstuk 6
• Hoe de slangen (voor koelvloeistof) en bedrading aan te leggen bij de eenheid buiten.
• Aansluiting slang koelvloeistof tussen de eenheid binnen en de eenheid buiten.
• Elektrische bedrading in de eenheid buiten.
Hoofdstuk 7
• Hoe slangen (voor water) en bedrading naar de eenheid binnen aan te brengen.
• Aansluiting waterslang tussen de eenheid binnen en vooraf aangebracht onder slang lus
water grond.
• Elektrische bedrading bij eenheid binnen.
• Instelling en configuratie systeem
• Omdat vele bedieningsparameters van
aanpasbaar zijn op het
bedieningspaneel, moet men een grondig begrip van dit hoofdstuk hebben om de
werkingsflexibilitiet van
te verzekeren.
• Voor meer gedetailleerde informatie kunt u de aparte bedieningshandleiding lezen om
het bedieningspaneel te gebruiken en de bedieningsparameters aan te passen.
Hoofdstuk 8
• Informatie over ondersteunde accessoires
• Specificatie, beperkingen en bedrading worden beschreven.
• Voordat u accessoires aankoopt, dient u de ondersteunde specificatie te lezen om een
goede te kopen.
Hoofdstuk 9
• Testwerking en controlepunt als de test werkt.
Hoofdstuk 10
• Controlepunten voor startwerking worden uitgelegd.
• Problemen oplossen, onderhoud en foutcodelijst worden weergegeven om problemen
te corrigeren.
OPMERKING : ALLE INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING KAN ZONDER TEGENBERICHT
VERANDEREN. OM DE MEEST RECENTE INFORMATIE TE KRIJGEN BEZOEKT
U DE WEBSITE VAN LG ELECTRONICS.
NEDERLANDS
Hoofdstukken
6
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Lees aandachtig de
voorzorgsmaatregelen voor
het bedienen van de eenheid.
Dit toestel is gevuld met
brandbaar koelmiddel (R32)
Dit symbool wijst erop dat de
Gebruikshandleiding
aandachtig moet gelezen
worden.
Dit symbool wijst erop dat
onderhoudspersoneel met de
uitrusting moet omgaan
overeenkomstig de
installatiehandleiding.
LEES ALLE INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK VAN HET APPARAAT.
Voldoe altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen om
gevaarlijke situaties te voorkomen en topprestaties van uw
product te garanderen.
! WAARSCHUWING
Dit kan leiden tot ernstig letsel of de dood wanneer de
aanbevelingen worden genegeerd.
! OPGEPAST
Dit kan leiden tot licht letsel of productschade wanneer de
aanbevelingen worden genegeerd.
NEDERLANDS
! WAARSCHUWING
Installatie
• Gebruik geen defecte of ondergewaardeerde stroomonderbreker.
Gebruik dit apparaat op een speciaal circuit.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Contacteer voor elektriciteitswerken de verdeler, verkoper, een
gekwalificeerder elektricien of een erkend servicecenter.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Eenheid altijd aarden.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Installeer stevig het paneel en de kap van de bedieningskast.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Gebruik het correcte gewaardeerde circuit en onderbreker.
- Onjuiste bedrading of installatie kan brand of elektrische schokken
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
7
NEDERLANDS
veroorzaken.
• Gebruik de correcte onderbreker en zekering.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Verander of verleng de voedingskabel niet.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Installeer, verwijder of herinstalleer de eenheid niet zelf (klant).
- Er is gevaar voor brand, elektrische schok, explosie of letsel
• Neem voor antivries altijd contact op met de dealer of een erkend
servicecentrum.
- Bijna alle antivriesmiddelen zijn toxische producten.
• Neem voor de installatie altijd contact op met de dealer of een erkend
servicecentrum.
- Er is gevaar voor brand, elektrische schok, explosie of letsel.
• Installeer het eenheid niet op een defecte installatiestand.
- Anders kan dit leiden letsel, ongeval of schade aan de compressor.
• Zorg ervoor dat het installatiegebied niet met de tijd verslechtert.
- Als de basis instort, dan kan de eenheid meevallen, met schade aan
eigendom, storing aan eenheid en persoonlijk letsel tot gevolg.
• Installeer het waterleidingsysteem niet als type met open lus.
- Het kan leiden tot storing van de eenheid.
• Gebruik een vacuümpomp of inert (stikstof) gas bij lekkagetest of
spoellucht. Pers geen lucht of zuurstof en gebruik geen ontvlambare
gassen.
- Er is een risico voor dood, letsel, brand of explosie.
• Zorg na onderhoud voor de aangesloten toestand van de connector in
het product.
- Anders kan het leiden tot productschade
• Raak lekkend koelmiddel niet direct aan.
- Er is gevaar voor bevriezing.
• Koper dat in contact komt met koelmiddelen moet zuurstofvrij of
gedesoxydeerd zijn, bijvoorbeeld Cu-DHP, zoals gespecificeerd in EN
12735-1 en EN 12735-2
• Er moet rekening worden gehouden met de nationale gaswetgeving.
• Koelmiddel leidingen moeten worden beschermd en omhuld om
schade te voorkomen. (voor R32)
• De installatie van leidingen moet tot een minimum worden gehouden.
8
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
NEDERLANDS
(voor R32)
• Er moet een gesoldeerde, gelaste of mechanische verbinding worden
gemaakt voordat de kleppen worden geopend om koelmiddel tussen de
onderdelen van het koelsysteem te laten stromen. Voor het evacueren
van de verbindingsbuis en/of een ongeladen koelsysteemonderdeel
moet een vacuümklep zijn aangebracht. (voor R32)
• Iedereen die betrokken is bij het werken aan of inbreken in een
koudemiddelcircuit, moet in het bezit zijn van een geldig certificaat
van een door de bedrijfstak geaccrediteerde beoordelingsautoriteit,
die toestemming geeft om koelmiddelen veilig te verwerken in
overeenstemming met een door de industrie erkende
beoordelingsspecificatie. (voor R32)
• Gebruik geen andere dan door de fabrikant aanbevolen middelen om
het ontdooiproces te versnellen of het apparaat te reinigen. (voor R32)
• Niet doorboren of verbranden. (voor R32)
• Houd er rekening mee dat koelmiddelen mogelijk geen geur bevatten.
(voor R32)
• Demonteer het apparaat. De behandeling van de koelolie en
onderdelen moet worden uitgevoerd overeenkomstig de plaatselijke
en nationale normen. (voor R32)
• Flexibele koelmiddel aansluitingen (zoals verbindingslijnen tussen het
binnen- en buitendeel) dat tijdens normaal gebruik kan worden
verplaatst, moeten worden beschermd tegen mechanische
beschadiging. (voor R32)
• Pijpleidingen moeten worden beschermd tegen fysieke schade.
(voor R32)
• Mechanische verbindingen moeten toegankelijk zijn voor
onderhoudsdoeleinden. (voor R32)
Werking
• Zorg ervoor dat de voedingskabel niet kan worden uitgetrokken of
beschadigd tijdens het gebruik.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Plaats niets op het netsnoer.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Steek of trek de stekker van de voedingskabel niet uit tijdens het
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
9
NEDERLANDS
gebruik.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Raak (gebruik) de eenheid niet aan met natte handen.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Plaats geen verwarming of andere toestellen naast de voedingskabel.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Laat geen water in de elektrische delen lopen.
- Er is gevaar voor brand, defect van de eenheid of elektrische schok.
• Bewaar of gebruik geen ontvlambaar gas of brandbare stoffen in de
buurt van de eenheid.
- Er is gevaar voor brand of storing van de eenheid.
• Gebruik de eenheid niet gedurende lange tijd in een goed afgesloten
ruimte.
- Dit kan leiden tot schade aan de eenheid.
• Wanneer otnvlambaar gas lekt, zet dan het gas uit en open een
ventilatieopening voordat u de eenheid inschakelt.
- Er is een risico voor explosie of brand.
• Als er vreemde geluiden, een geur of rook uit de eenheid komen,
schakel meteen de onderbreker uit of koppel de voedingskabel los.
- Er is een risico voor elektrische schokken of brand.
• Stop de werking en sluit het raam in geval van een storm of orkaan.
Verwijder de eenheid zo mogelijk uit het venster voordat de orkaan
arriveert.
- Er is risico voor schade van eigendom, storing van de eenheid of
elektrische schok.
• Open de voorklep van het apparaat niet tijdens het gebruik. (Raak het
elektrostatische filter niet aan als het de airconditioner hiermee is
uitgerust.)
- Er is gevaar voor fysiek letsel, elektrische schok of storing van de
eenheid.
• Raak geen elektrisch gedeelte aan met natte handen. u moet uit staan
voordat u het elektrische gedeelte aanraakt.
- Er is een risico voor elektrische schokken of brand.
• Raak de koelmiddelleiding en de waterleiding of andere interne
onderdelen aan terwijl de eenheid werk of meteen na gebruik.
- Er is gevaar voor brandwonden of bevriezing, persoonlijk letsel.
10 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
NEDERLANDS
• Als u een leiding of interne onderdelen aanraak, dan moet u
bescherming dragen of wachten op de terugkeer van de normale
temperatuur.
- Anders kan het brandwonden, bevriezing of lichamelijk letsel
veroorzaken.
• Schakel de hoofdvoeding 6 uur geleden in voordat het product start.
- Anders kan het leiden tot compressorschade.
• Raak elektrische onderdelen niet aan gedurende 10 minuten nadat het
apparaat is uitgeschakeld.
- Er is gevaar voor fysiek letsel, elektrische schok.
• De binnenkantverwarming van het product kan werken tijdens de
stopmodus. Het is bedoeld om het product te beschermen.
• Wees voorzichtig dat een deel van de schakelkast warm is.
- Er is een risico voor fysiek letsel of brandwonden.
• Neem contact op met een geautoriseerd servicecentrum als de
eenheid is doorweekt (ondergelopen of ondergedompeld).
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Wees voorzichtig dat water niet rechtstreeks in de eenheid kan
worden gegoten.
- Er is risico voor brand, elektrische schok of schade aan de eenheid.
• Ventileer de eenheid van tijd tot tijd wanneer u het samen met een
fornuis, enz. gebruikt.
- Er is gevaar voor brand of elektrische schok.
• Schakel de eenheid uit wanneer u het apparaat reinigt of onderhoudt.
- Er is een risico voor elektrische schokken.
• Zorg ervoor dat niemand op de eenheid kan gaan staan of erop kan
vallen.
- Dit kan leiden tot persoonlijke letsels en schade aan de eenheid.
• Als de eenheid gedurende lange tijd niet wordt gebruikt, raden we u
ten zeerste aan om de voeding naar het apparaat niet uit te schakelen.
- Er is een risico voor vervroren water.
• Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde
zone waar de kamergrootte overeenkomt met het kamergebied
gespecificeerd voor de bediening. (voor R32)
• Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder constant
werkende open vlammen (bijvoorbeeld een werkend gastoestel) en
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
11
ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een werkende elektrische
verwarming). (voor R32)
• Het apparaat moet worden opgeslagen om optredende mechanische
schade te voorkomen. (voor R32)
• Onderhoud mag enkel worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de
fabrikant van de uitrusting. Onderhoud en herstelling die de hulp
vereist van ander opgeleid personeel zal worden uitgevoerd onder de
supervisie van een competent persoon in het gebruik van brandbare
koelmiddelen. (voor R32)
• Wanneer mechanische aansluitingen binnenshuis worden hergebruikt,
moeten de afdichtende delen worden vernieuwd. Wanneer geruimde
koppelingen binnenshuis worden hergebruikt, moet het geruimde
gedeelte opnieuw worden bewerkt. (voor R32)
• Periodieke (meer dan één keer per jaar) reiniging van het stof of de
zoutdeeltjes die op de warmtewisselaar worden vastgezet met behulp
van water. (voor R32)
• Houd alle vereiste ventilatieopening obstakelvrij. (voor R32)
Werking
• Gebruik de eenheid niet voor speciale doeleinden, zoals bijvoorbeeld
voedsel bewaren, kunstwerken, enz.
- Er is gevaar voor schade of verlies van eigendom.
• Gebruik zachte doek voor reiniging. Gebruik geen agressieve
schoonmaakmiddelen, oplosmiddelen, enz.
- Er is gevaar voor brand, elektrische schokken of schade aan plastic
onderdelen van de eenheid.
NEDERLANDS
! OPGEPAST
Installatie
• Controleer altijd op lekkage van gas (koelmiddel) na installatie of
reparatie van de eenheid.
- Lage koelmiddelniveau’s kunnen tot defecten aan de eenheid leiden.
• Blijf waterpas, zelfs wanneer u het apparaat installeert.
- Om trillingen of waterlek te voorkomen.
• Twee of meer personen moeten de eenheid optillen en vervoeren.
- Vermijd persoonlijk letsel.
12 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
NEDERLANDS
• Sta niet of zet niets op de eenheid.
- Er is gevaar voor persoonlijk letsel en defect aan het product.
• Gebruik een stevige kruk of ladder tijdens het schoonmaken of
onderhoud van de eenheid.
- Wees voorzichtig en vermijd persoonlijke letsels.
• Schakel de stroomonderbreker of de stroomvoorziening niet in als de
kast van het voorpaneel, de kap aan de bovenkant, het deksel van de
schakelkast zijn verwijderd of geopend.
- Er is gevaar voor brand, elektrische schok, explosie of dood.
• Het apparaat zal worden losgekoppeld van de stroomvoorziening
tijdens service en bij het vervangen van onderdelen.
• Middelen voor het loskoppelen moet worden ingebouwd in de vaste
bedrading in overeenstemming met de bedradingsregels.
• De installatiekit geleverd met het apparaat moet gebruikt worden en
de oude installatiekit mag niet hergebruikt worden.
• Als de stroomkabel beschadigd is, moet deze vervangen worden door
de fabrikant, de service-agent of gelijkaardig opgeleide personen om
zo gevaren te vermijden. Installatiewerkzaamheden mogen alleen
door bevoegd personeel worden uitgevoerd in overeenstemming met
de nationale bedradingsnormen.
• Deze uitrusting zals worden voorzien van een toevoerconductor die
voldot aan de nationale regelgeving.
• De instructies voor de service moeten worden gedaan door
gespecialiseerd personeel, gemandateerd door de fabrikant of de
bevoegde vertegenwoordiger kan enkel in de gemeenschapstaal dat
het gespecialiseerd personeel begrijpt.
• Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief
kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentale capaciteiten
of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij toezicht hebben gehad of
instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat door
een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Houd toezicht
op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.
INSTALLATIE DEEL 13
INSTALLATIE DEEL
Bedankt voor het kiezen van LG Electronics lucht / water-warmtepomp
Voordat u met de installatie begint, moet u ervoor zorgen dat alle onderdelen zich in de
verpakking van het product bevinden.
DOOS EENHEID BINNEN
Item
Afbeelding
Hoeveelheid
Item
Afbeelding
Hoeveelheid
Eenheid binnen
1
Afsluitklep
2
Installatiehandleiding
1
Installatievel
1
DOOS EENHEID BUITEN
Item
Afbeelding
Hoeveelheid
1
Eenheid buiten
U3 raamwerk
(Verwarmingscapaciteit van het
apparaat :
12 kW, 14 kW, 16 kW)
1
Afvoerdop
2
Afvoernippel
1
NEDERLANDS
Eenheid buiten
U4 raamwerk
(Verwarmingscapaciteit van het
apparaat : 5 kW, 7 kW, 9 kW)
14 ALGEMENE INFORMATIE
ALGEMENE INFORMATIE
Met geavanceerde invertertechnologie is
geschikt voor toepassingen zoals
vloerverwarming, vloerkoeling onder de vloer en productie van warm water. Door de koppeling
met verschillende accessoires kan de gebruiker het bereik van de applicatie aanpassen.
In dit hoofdstuk algemene informatie over
. wordt gepresenteerd om de
installatieprocedure te identificeren. Lees dit hoofdstuk aandachtig door voordat u met de
installatie begint en zoek nuttige informatie over de installatie.
Modelinformatie
Fabriekmodelnaam
Z
H
U
W
0
9
6
A
0
Serienummer
0 : R32 Series
3 : R410A Series
Functie
A : Verwarmingspomp algemene verwarming
Elektrische kenmerken
6 : 1 fase 220-240 V~ 50 Hz
8 : 3 fase 380-415 V~ 50 Hz
Verhittingscapaciteit (kW)
05 : 5 kW 07 : 7 kW 09 : 9 kW 12 : 12 kW
14 : 14 kW 16 : 16 kW
Modeltype
W : Inverter hittepomp
Classificatie
U : buiten Eenheid
ZH : Hittepomp lucht-naar-water voor R32
AH : Hittepomp lucht-naar-water voor R410A
Z
H
N
W
0
9
6
0
6
A
0
NEDERLANDS
Serienummer
0 : R32 Series
3 : R410A Series
Functie
A : Verwarmingspomp algemene verwarming
Verhittingscapaciteit (kW)
06 : 6 kW
09 : 9 kW
Elektrische metingen verhitter
6: 1 fase 220-240 V~ 50 Hz
8: 3 fase 380-415 V~ 50 Hz
Verhittingscapaciteit (kW)
09 : 9 kW 16 : 16 kW
Type model
W : Inverter hittepomp
Klassificatie
N: Interne eenheid
ZH : Hittepomp lucht-naar-water voor R32
AH : Hittepomp lucht-naar-water voor R410A
ALGEMENE INFORMATIE 15
Kopersmodelnaam (R410A)
H
U
16
1
U3
3
3 Series
U3 : U3 Chassis
U4 : U4 Chassis
1 : 50 Hz 220-240 V~
3 : 50 Hz 380-415 V 3N~
Verwarmingscapaciteit (kW)
Ex) “05” : 5 kW, “07” : 7 kW, “09” : 9 kW
“12” : 12 kW, “14” : 14 kW, “16” : 16 kW
U : buitenunit van het splittype
H : Water-lucht-verwarmingspomp
H
N
16
1
6
N
K
3
3 Series
K : K1, K2, K3 Chassis
N : Binnenunit van het splittype
6 : verwarming 6 kW
9 : verwarming 9 kW
1 : 50 Hz 220-240 V~
3 : 50 Hz 380-415 V 3N~
Verwarmerscapaciteit (kW)
Ex) “16” : 16 kW
N : Binnenunit van het splittype
NEDERLANDS
H : Water-lucht-verwarmingspomp
16 ALGEMENE INFORMATIE
Kopersmodelnaam (R32)
H
U
09
1
M
R
U
4
4
Serienummer
Platform (chassiscode)
U4 : U4 Chassis
Classificatie
U : buitenunit van het splittype
Koelmiddel
R : R32
M : Middentemperatuur
Elektrische waarden
1 : 1Ø, 220-240 V AC 50 Hz
Verwarmingscapaciteit (kW)
Ex ) 9 kW : ‘09’
Classificatie
U: Buitenunit
H : Water-lucht-verwarmingspomp
H
N
09
1
6
M
N
K
4
Serienummer
Platform (chassiscode)
K : K1-xhassis
Classificatie
N : Binnenunit van het split type
M : Middentemperatuur
Verwarmerscapaciteit (kW)
6: verwarmer 6 kW
NEDERLANDS
1 : 1Ø, 220-240 V, 50 Hz
Verwarmingscapaciteit (kW)
Ex ) 9 kW : ‘09’
Classificatie
N: Binnenunit
H : Water-lucht-verwarmingspomp
ALGEMENE INFORMATIE
17
Modelnaam en gelinkte informatie
Buitenelement
Binnenelement
Fase
Fase
Capaciteit
Ingebouwde
elektrische
verwarming
(kW)
1Ø
9 kW
6 (3+3)
Modelnaam
Koelmiddel
Capaciteit
Capaciteit
Voeding
(elektrische Verwarming Koeling
verwarming) (kW)*1
(kW)*2
5 kW
R32
1Ø
5.5
5.5
7.0
7.0
9 kW
9.0
9.0
5 kW
5.0
5.0
7 kW
7.0
7.0
7 kW
9 kW
1Ø
R410A
9.0
9.0
12.0
10.4
14.0
12.0
16 kW
16.0
13.0
12 kW
12.0
10.4
14.0
12.0
16.0
13.0
12 kW
1Ø
14 kW
3Ø
220-240 V~
50 Hz
14 kW
6 (3+3)
220-240 V~
50 Hz
16 kW
3Ø
9 (3+3+3)
16 kW
380-415 V~
50 Hz
Voeding
(element)
220-240 V~
50 Hz
220-240 V~
50 Hz
380-415 V~
50 Hz
*1 : Getest onder EN14511
(watertemperatuur 30 °C → 35 °C bij omgevingstemperatuur buiten 7 °C / 6 °C)
*2 : Getest onder EN14511
(watertemperatuur 23 °C → 18 °C bij omgevingstemperatuur buiten 35 °C / 24 °C)
*3 : Alle toestellen zijn onder atmosferische druk getest.
NEDERLANDS
18 ALGEMENE INFORMATIE
Onderdelen en afmetingen
Eenheid binnen(R410A) : Extern
(eenheid : mm)
315
850
490
315
NEDERLANDS
490
Beschrijving
Nee
Naam
Opmerkingen
1
Bedieningspaneel
Ingebouwde afstandsbediening
ALGEMENE INFORMATIE 19
Eenheid binnen(R410A) : Intern
(eenheid : mm)
484
13
9
289.6
12
10
6
14
15
11
5
1
2
16
16
4
3
116
123
484
76
41
36.9
46.4
84.5
NEDERLANDS
63.4
847.8
7
8
20 ALGEMENE INFORMATIE
Beschrijving
Nee
Naam
Opmerkingen
1
Waterslang uitgaand
Mannelijke PT 1 inch
2
Waterslang binnengaand
Mannelijke PT 1 inch
3
Koelvloeistofslang
Ø 9,52 mm
4
Koelvloeistofslang
Ø 15,88 mm
5
Waterpomp
Max kop 9,5 / 7 / 6 meter
6
Veiligheidsklep
Open bij waterdruk 3 bar
7
Bedieningsdoos
PCB en eindblokken
8
Thermische schakelaar
Grenswaarde ingangsvermogen van de elektrische
verwarming op 90 °C (handmatig terugzetten op 55 °C)
9
Stroomschakelaar
Minimum werkingsbereik bij 15 LPM.
10
Hittewisselaar plaat
Hittewisselaar tussen koelvloeistof en water
11
Drukmeter
Duidt druk circulatiewater aan
12
Expansietank
Verandering absorberende volume van verhit water
13
Luchtopening
Zuiveren lucht wanneer laden water
14
Elektrische verhitter
Raadpleeg Pagina
‘Modelnaam en verwante informatie’
15
Zeef
Deeltjes filteren en opstapelen binnen circulerend water
16
Afsluitklep
Water afvoeren of blokkeren tijdens het aansluiten van
leidingen.
NEDERLANDS
ALGEMENE INFORMATIE 21
Eenheid buiten(R410A) : Extern
Verwarmingscapaciteit
van het apparaat:
12 kW,14 kW,16 kW
U3 raamwerk
(eenheid : mm)
330
360
390
4-gaten voor
ankerbouten
490
1 356
1 380
Steun
165
620
Beschrijving
Nee
Naam
1
Serviceklep vloeistofkant
2
Serviceklep gaskant
3
Luchtafvoerrooster
165
390
NEDERLANDS
950
22 ALGEMENE INFORMATIE
4-gaten voor
ankerbouten
Verwarmingscapaciteit
van het apparaat :
5 kW,7 kW,9 kW
U4 raamwerk
330
390
(eenheid : mm)
364
834
809
Steun
620
950
165
NEDERLANDS
Beschrijving
Nee
Naam
1
Serviceklep vloeistofkant
2
Serviceklep gaskant
3
Luchtafvoerrooster
165
390
ALGEMENE INFORMATIE 23
Eenheid binnen(R32) : Extern
(eenheid : mm)
317
851
490
NEDERLANDS
490
Beschrijving
Nee
Naam
Opmerkingen
1
Bedieningspaneel
Ingebouwde afstandsbediening
24 ALGEMENE INFORMATIE
Eenheid binnen(R32) : Intern
(eenheid : mm)
484
289.5
13
12
10
7
848.8
8
9
5
14
15
4
11
2
1
3
16
46.9
40.7
36.9
63.4
NEDERLANDS
84.9 115.6 123.3 76
ALGEMENE INFORMATIE 25
Beschrijving
Nee
Naam
Opmerkingen
1
Waterslang uitgaand
Mannelijke PT 1 inch
2
Waterslang binnengaand
Mannelijke PT 1 inch
3
Koelvloeistofslang
Ø 9.52 mm
4
Koelvloeistofslang
Ø 15.88 mm
5
Waterpomp
Doet het water circuleren
6
Veiligheidsklep
Open bij waterdruk 3 bar
7
Bedieningsdoos
PCB en eindblokken
8
Thermische schakelaar
Grenswaarde ingangsvermogen van de elektrische
verwarming op 90 °C (handmatig terugzetten op 55 °C)
9
Stromingssensor
Bereik: 7 ~ 80 L/min
10
Hittewisselaar plaat
Hittewisselaar tussen koelvloeistof en water
11
Drukmeter
Duidt druk circulatiewater aan
12
Expansietank
Verandering absorberende volume van verhit water
13
Luchtopening
Zuiveren lucht wanneer laden water
14
Elektrische verhitter
Raadpleeg Pagina
‘Modelnaam en verwante informatie’
15
Zeef
Deeltjes filteren en opstapelen binnen circulerend water
16
Afsluitklep
Water afvoeren of blokkeren tijdens het aansluiten van
leidingen.
NEDERLANDS
26 ALGEMENE INFORMATIE
Eenheid buiten(R32) : Extern
4-gaten voor
ankerbouten
Verwarmingscapaciteit
van het apparaat :
5 kW,7 kW,9 kW
U4 raamwerk
330
390
(eenheid : mm)
834
809
Steun
165
620
950
NEDERLANDS
Beschrijving
Nee
Naam
1
Serviceklep vloeistofkant
2
Serviceklep gaskant
3
Luchtafvoerrooster
165
390
ALGEMENE INFORMATIE 27
Bedieningsonderdelen
Regeldoos: Eenheid binnen
Elektrisch verwarmingsmodel 1Ø
Elektrisch verwarmingsmodel 3Ø
3
2
2
3
5
4
4
5
1
1
Beschrijving
Nee
Naam
Opmerkingen
Eindblokken
De eindblokken maken een makkelijke aansluiting van
veldbedrading mogelijk
2
Eenheid ELB
De ELB beschermt de eenheid tegen overbelasting of
kortsluiting.
3
ELB watertankverhitter De ELB beschermt de watertankverhitter in de sanitaire
(optioneel)
watertank tegen overbelasting of kortsluitingtank.
4
Magnetische
schakelaar
5
Hoofd PCB
De hoofd-PCB (Printed Circuit Board) regelt het functioneren
van de eenheid
NEDERLANDS
1
28 ALGEMENE INFORMATIE
Bedieningspaneel
Venster
bedieningsdisplay
Vorige-knop
OK
Aan/uit-knop
OK-knop
Omhoog/omlaag/
links/rechts
Venster bedieningsdisplay
Statusdisplay bediening en instellingen
Vorige-knop
Wanneer u naar de vorige fase gaat vanuit de menuinstellingfase
Omhoog/omlaag/links/rechts
Wanneer u de menu-instellingswaarde wijzigt
OK-knop
Wanneer u de menu-instellingswaarde opslaat
Aan/uit-knop
Wanneer u de AWHP in-/uitschakelt
Bedradingsdiagram : Eenheid binnen
- Zie het bedradingsdiagram binnen de regeldoos.
NEDERLANDS
Circuitdiagram: interne eenheid
- Zie het circuitdiagram binnen het voorpaneel.
Bedradingsdiagram: externe eenheid
- Zie het bijgevoegde bedradingsdiagram in de externe eenheid.
ALGEMENE INFORMATIE 29
Bedradingsdiagram (R410A)
Eenheid binnen (waaronder veldbedrading) : Elektrische verwarming 1Ø
NEDERLANDS
30 ALGEMENE INFORMATIE
Bedradingsdiagram (R410A)
Eenheid binnen (waaronder veldbedrading) : Elektrische verwarming 3Ø
NEDERLANDS
ALGEMENE INFORMATIE 31
Bedradingsdiagram (R410A)
Eenheid buiten (waaronder veldbedrading) : U4 raamwerk, 1Ø
NEDERLANDS
32 ALGEMENE INFORMATIE
Bedradingsdiagram (R410A)
Eenheid buiten (waaronder veldbedrading) : U3 raamwerk, 1Ø
NEDERLANDS
ALGEMENE INFORMATIE 33
Bedradingsdiagram (R410A)
Eenheid buiten (waaronder veldbedrading) : U3 raamwerk, 3Ø
NEDERLANDS
34 ALGEMENE INFORMATIE
Bedradingsdiagram (R32)
Eenheid binnen (waaronder veldbedrading) : Elektrische verwarming 1Ø
NEDERLANDS
ALGEMENE INFORMATIE 35
Bedradingsdiagram (R32)
Eenheid buiten (waaronder veldbedrading) : U4 raamwerk, 1Ø
NEDERLANDS
36 ALGEMENE INFORMATIE
Typisch installatievoorbeeld
!
OPGEPAST
Als
geïnstalleerd is met een reeds bestaande boiler, mogen de boiler en
niet
samen worden gebruikt. Als de inkomende watertemperatuur van
boven de 55 °C is, dan zal
het systeem de werking stopzetten om mechanische beschadiging van het product te voorkomen. Voor
gedetailleerde elektrische bedrading en waterleidingen, neem contact op met een bevoegde installateur.
Een aantal installatiemogelijkheden worden ter voorbeeld weergegeven. Omdat deze mogelijkheden
worden voorgesteld in conceptuele afbeeldingen, moet de installateur de installatiemogelijkheid
optimaliseren volgens de installatieomstandigheden.
SITUATIE 1. Warmtestralers verbinden voor verwarming en koeling
(onder vloerlus, ventilatorconvector en radiator)
Buiten
Binnen
Eenheid binnen
Eenheid buiten
M/F
Ventilatorspoeleenheid Lus vloerverwarming
!
Radiator
OPMERKING
NEDERLANDS
• Kamerthermostaat
- Type thermostaat en specificaties moeten voldoen aan hoofdstuk 4 en hoofdstuk 7 van
installatiehandleiding.
• Tweewegklep
- Het is belangrijk om een tweewegklep te installeren om dauwcondensatie te vermijden om de vloer en
de radiator tijdens de koelingsmodus.
- Type tweeweg besturingsklep en specificaties moeten voldoen aan hoofdstuk 4 en hoofdstuk 7 van
installatiehandleiding.
- Tweewegklep moet geïnstalleerd worden aan de toevoerkant van de collector.
• By-pass ventiel
- Om voldoende waterdebiet te beveiligen, moet er een bypassklep op de collector worden geïnstalleerd.
- By-pass ventiel moet in ieder geval een minimum waterdebiet garanderen. Minimaal waterdebiet wordt
beschreven in de curve van de karakteristieken van de waterpomp.
Hoge temperatuur
Kamerthermostaat (veldtoevoer)
Afsluitklep
Lage temperatuur
Tweewegs regelklep (veldtoevoer)
Passeerklep (veldtoevoer)
M / F Magnetische filter (Aanbevolen)
ALGEMENE INFORMATIE 37
SITUATIE 2. Verbinding met warmwatertank
Buiten
Binnen
Eenheid binnen
Eenheid buiten
M/F
Heet water
Ventilatorspoeleenheid Lus vloerverwarming
Radiator
Tank met
sanitair
water
Stadswater
!
OPMERKING
Tank met
sanitair
• Warmwatertank
water
- Het moet worden uitgerust met
een interne elektrische verwarmer om voldoende
warmte-energie te genereren in het zeer koude seizoen.
- WW: huishoudelijk warm water
• Driewegklep
- Type driewegklep en specificaties moeten voldoen aan hoofdstuk 4 en hoofdstuk 7 van
installatiehandleiding.
Kamerthermostaat (veldtoevoer)
Lage temperatuur
Tweewegklepafsluiter
(veldvoeding)
Afsluitklep
Passeerklep (veldtoevoer)
Magnetische filter (Aanbevolen)
Driewegklepafsluiter
(veldvoeding)
NEDERLANDS
M/F
Hoge temperatuur
38 ALGEMENE INFORMATIE
SITUATIE 3. Verbinden van zonnewarmtesysteem
Buiten
Binnen
Eenheid binnen
Eenheid buiten
M/F
Bron zonnewarmte
Heet water
Tank met
sanitair
water
Ventilatorspoeleenheid Lus vloerverwarming
Radiator
Tank met
sanitair
water
Stadswater
!
OPMERKING
• Warmwatertank
- Het moet worden uitgerust met een interne elektrische verwarmer om voldoende
warmte-energie te genereren in het zeer koude seizoen.
- WW: huishoudelijk warm water
• Pomp
- Maximaal stroomverbruik van de pomp moet minder dan 0,25 kW zijn.
NEDERLANDS
Hoge temperatuur
M/F
Lage temperatuur
Kamerthermostaat (veldtoevoer)
Tweewegklepafsluiter
(veldvoeding)
Afsluitklep
Passeerklep (veldtoevoer)
Magnetische filter (Aanbevolen)
Driewegklepafsluiter
(veldvoeding)
Pomp (veldtoevoer)
ALGEMENE INFORMATIE 39
SITUATIE 4. Verbinding 2de circuit
Buiten
[Kamer A] Hoofdzone (lage temperatuur)
2de circuittemp. sensor
Mengen
Binnen
Binnenunit
Mengset
Buitenunit
Vloerverwarmingslus Vloerverwarmingslus
Buffertank
M/F
[Kamer B] Extra zone (hoge temperatuur)
Radiator
!
Radiator
OPMERKING
• Mengkit
- U kunt deze installeren als u de temperatuur van de twee kamers afzonderlijk wilt instellen
- Tijdens het verwarmen kan de hoofdzone niet hoger zijn dan Zone toevoegen.
- Tijdens het koelen kan de hoofdzone niet lager zijn dan Zone toevoegen.
- Het type en de specificaties van de mengkit moeten voldoen aan de hoofdstukken 4 en 7
van de THERMA V-installatiehandleiding.
Kamerthermostaat (lokale levering)
Lage temperatuur
Tweewegklep (lokale levering)
Driewegklep
(lokale levering)
Afsluitklep
Bypass ventiel (lokale levering)
Pomp (lokale levering)
Magnetische filter
(Aanbevolen)
Ventilatieopening
(lokale levering)
Mengkit
(lokale levering)
Drukregelklep (lokale levering)
NEDERLANDS
M/F
Hoge temperatuur
40 ALGEMENE INFORMATIE
SITUATIE 5. Boiler van derden aansluiten
Richting driewegklep
Boiler aan: Ơ
Boiler uit: ȯ
Buiten
Binnen
Binnenunit
Boiler
Buitenunit
Buffertank
M/F
!
Vloerverwarmingslus Vloerverwarmingslus Vloerverwarmingslus
OPMERKING
• SWW-tank
- Boiler van derden
- U kunt de boiler automatisch en handmatig instellen door de buitentemperatuur en de
ingestelde temperatuur te vergelijken.
• Driewegklep
- Dit is een klep voor SWW-gebruik.
- Niet geïnstalleerd bij het installeren van de buffertank
- Type driewegklep en specificaties moeten voldoen aan hoofdstuk 4 en hoofdstuk 7 van de
installatiehandleiding.
NEDERLANDS
M/F
Hoge temperatuur
Kamerthermostaat (lokale levering)
Lage temperatuur
Tweewegklep (lokale levering)
Driewegklep
(lokale levering)
Afsluitklep
Bypass ventiel (lokale levering)
Pomp (lokale levering)
Magnetische filter
(Aanbevolen)
Ventilatieopening (lokale levering)
Aquastaatklep
Terugslagklep
ALGEMENE INFORMATIE 41
Cyclusdiagram (R410A)
EEV
VLOEISTOFKANT
Platenwarmtewisselaar
S10 binnenunit
Serviceklep
(3-weg)
S5
S8
Water uit
S6
Warmtewisselaar
binnenunit
Water in
S9
S2
S7
S4
S12
(accessoires)
4-weg
-sklep
Druksensor
GASKANT
Serviceklep
(3-weg)
S1
S3
Accumulator
Compressor
Beschrijving
Categorie Symbool
S1
S2
S3
Eenheid
buiten
Druksensor
Middentemperatuursensor van
condensor
Temperatuursensor
compressorafvoerslang
Temperatuursensor
compressorzuigslang
PCB
connector
Opmerkingen
CN_H_PRESS
CN_MID
CN_DISCHA
CN_SUCTION
- Beschrijving wordt uitgedrukt
gebaseerd op koelmodus.
S5
Temperatuursensor condensor
CN_C_PIPE
S6
Temperatuursensor buitenlucht
CN_AIR
EEV
Elektronische expansieklep
CN_EEV1_WH
S7
Temperatuursensor uitlaatverdamper
S8
Sensor temperatuur invoerverdamper
CN_PIPE_OUT - Betekenis wordt uitgedrukt op basis
van de koelmodus.
CN_PIPE_IN
S9
Inkomende watertemperatuur sensor
S10
Uittredende watertemperatuur sensor
S11
Uitlaat temperatuursensor van de
elektrische verwarming
S12
Sensor luchttemperatuur op afstand
CN_TH3
CN_ROOM
- Optioneel accessoire
(wordt apart verkocht)
- Niet weergegeven in diagram
NEDERLANDS
Eenheid
binnen
S4
Betekenis
42 ALGEMENE INFORMATIE
Cyclusdiagram (R32)
<De kant van het koelmiddel>
<Waterkant>
: Koeling
: Verwarming
S3
Hogedruksensor
Drukschakelaar
S6
Luchtventilatie A8/A9 <Eenheid binnen>
Geluiddemper
S4
S13
Accumulator
S12
S1
S2
S5
Onverdru
kventiel
Inv. Comp
EEV1
Expansievat
Water
uit
S9
EEV3
(Inj.EEV)
S10
S17
Water In
Stroming A1
[PHE]
ssensor
Luchtventilatie Drukklep
Filter S11
<Binnenin split product>
Beschrijving
Categorie
De kant van het
koelmiddel
NEDERLANDS
Waterkant
Symbool
Betekenis
S1
Temperatuursensor compressor-aanzuigbuis
S2
Inlaat IHEX-temperatuursensor
S3
Buitentemperatuursensor
S4
Buiten-HEX temp. sensor
S5
Temperatuursensor compressor-afvoerpijp
S6
Buiten-HEX middentemp. sensor
PCB connector
CN_SUCTION
CN_VI_IN
CN_AIR
CN_C_PIPE
CN_DISCHARGE
CN_MID
S9
PHEX-gastemp. sensor
S10
PHEX-vloeistoftemp. sensor
CN_PIPE/OUT
EEV1
Elektronische expansieklep (verwarming)
CN_EEV1(WH)
EEV3
Elektronische expansieklep (injectie)
CN_EEV3(YL)
S11
Temperatuursensor inlaatwater
S12
Temperatuursensor uitlaatwater
S13
Uitlaatsensor elektrische verwarmer
S17
Stromingssensor
CN_F_METER
A1
Hoofdwaterpomp
CN_MOTOR1
CN_W_PUMP_A
A8
Elektrische reserveverwarmer (stap 1)
CN_E_HEAT_A
A9
Elektrische reserveverwarmer (stap 2)
CN_E_HEAT_B
CN_PIPE/IN
CN_TH3
Ref In
Ref Out
S8
M/F
magnetische filter
(aanbevolen)
S9
S10
Basisinstallatie
(IDU + ODU)
Eenheid binnen
(hydro-kit)
EXP/TANK
W/PUMP_1
F/S
S11
NEDERLANDS
S7
E/HT
S12
Radiator
2WAY
V/V_1
Verwarming
onder vloer
3WAY
V/V_1
Temperatuursensor
KAMER op afstand
Stadswater
Sanitaire watertank
is geïnstalleerd
(Sanitaire watertankkit
is noodzakelijk)
Warmwatertank
S13
B/HT
Stroom
W/PUMP_2
S14
Zonnepaneel
SYSTEEM
ZONNEENERGIE
Componenten
zonne-energie
Zonne-energiesysteem
is aangesloten
(Zonne-energiekit
is noodzakelijk)
3WAY
V/V_2
ALGEMENE INFORMATIE 43
Watercyclus (R410A)
Ventilatorspoeleenheid
44 ALGEMENE INFORMATIE
Beschrijving (R410A)
Categorie
Symbool
S7
S8
S9
S10
S11
F/S
E/HT
Eenheid
binnen
Betekenis
Sensor temperatuur koelvloeistof (gaskant)
Sensor temperatuur koelvloeistof (vloeistofkant)
Sensor temperatuur water invoeren
Sensor temperatuur wegstromend water
Uitlaat temperatuursensor van de elektrische verwarming
Stroomschakelaar
Elektrische verhitter
W_PUMP1 Interne waterpomp
EXP/TANK Expansietank
S12
CTR/PNL
2WAY V/V_1
M/F
W/TANK
PCB-connector
Remarks
CN_PIPE_OUT - Betekenis wordt uitgedrukt gebaseerd op
koelmodus.
CN_PIPE_IN
CN_TH3
- S9, S10, en S11 zijn aangesloten op 6 pins type
connector CN_TH3.
CN_FLOW1
- Verhittingscapaciteit wordt verdeeld in twee
niveaus: Gedeeltelijke capaciteit door E/HEAT(A) en
CN_E/HEAT(A) volledige capactiet door E/HEAT(A) + E/HEAT(B).
CN_E/HEAT(B) - Werkstroom (230 V AC 50 Hz) van E/HEAT(A) en
E/HEAT(B) worden geleverd door externe
stroombron via relaisconnector en ELB.
CN_MOTOR1 - De waterpomp is aangesloten op CN_MOTOR1
(geen connector) - Verandering absorberingsvolume van verhit water
Sensor luchttemperatuur op afstand
CN_ROOM
- Optionele accessoire (apart verkocht)
- Model nr. PQRSTA0
Bedieningspaneel (of ‘Controller op afstand’)
CN_REMO
- Vooraf ingebouwd in eenheid binnen
CN_2WAY(A)
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
- Tweedraads NO of NC type tweewegs klep wordt
ondersteund.
magnetische filter
(geen connector)
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
- Het wordt sterk aanbevolen om een extra filter op
het warmwatercircuit te installeren.
Warmwatertank
(geen connector)
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
- Warm water genereren en opslaan met een AWHP
of ingebouwde elektrische verwarming
Om waterstroom voor ventilatorspoeleenheid te
regelen
Elektrische verhitter
CN_B/HEAT(A)
- Accessoire derde partij en veldinstallatie
(gewoonlijk ingebouwd in W/TANK)
- Zorgen voor meer waterverhittingscapaciteit
3WAY V/V_1
- Stroomregeling voor water dat van eenheid
binnen wegstroomt.
- Wisselen stroomrichting tussen onder grond en
watertank
CN_3WAY(A)
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
- SPDT type driewegs klep wordt ondersteund.
CITY WATER
Water dat verhit moet worden door eenheid binnen
(geen connector) - Veldinstallatie
en B/HT van W/TANK
B/HT
Verhitting
water
SHOWER
S13
NEDERLANDS
S14
3WAY V/V_2
Water geleverd aan eindgebruiker
Sensor temperatuur water W/TANK
Sensor temperatuur water door zonne-energie
verhit
- Stroomregeling voor water dat verhit wordt en
gecirculeerd door SYSTEEM ZONNE-ENERGIE.
- Overschakelen stroomrichting tussen SYSTEEM
ZONNE-ENERGIE en W/TANK
Verhitting
zon
W_PUMP/2 Externe waterpomp
- Dit systeem kan de volgende componenten
omvatten: Zonnepaneel, sensors, thermostaten,
ZONNE
interim hittewisselaar, waterpomp, etc.
-ENERGIESYSTEEM - Om heet water verhit door het SYSTEEM VOOR
ZONNE-ENERGIE te gebruiken moet de
eindgebruiker een AWHP zonnekit te bezitten.
(geen connector) - Veldinstallatie
CN_TH4
CN_3WAY(B)
- S13 en S14 zijn aangesloten op 4 pins type
connector CN_TH4.
- De S13 is een onderdeel van de warmwatertankkit.
(Model: PHLTA)
- S14 is een onderdeel van kit voor zonne-energie
(Model nr. PHLLA)
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
- SPDT type driewegs klep wordt ondersteund.
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
CN_W/PUMP(B) - Als waterpomp van SYSTEEM VOOR
ZONNEENERGIE niet in staat is tot circulering, kan
de externe waterpomp gebruikt worden.
(geen connector)
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
Ref In
Ref Out
S8
M/F
magnetische filter
(aanbevolen)
S9
Basisinstallatie
(IDU + ODU)
Eenheid binnen
(hydro-kit)
W/PUMP_1
EXP/ F/S
TANK
S10
NEDERLANDS
S7
Reservever
warming
S11
S12
Radiator
2WAY
V/V_1
Verwarming
onder vloer
3WAY
V/V_1
Temperatuursensor
KAMER op afstand
Stadswater
Sanitaire watertank
is geïnstalleerd
(Sanitaire watertankkit
is noodzakelijk)
Warmwatertank
S13
Boosterver
warming
Stroom
W/PUMP_2
S14
Zonnepaneel
SYSTEEM
ZONNEENERGIE
Componenten
zonne-energie
Zonne-energiesysteem
is aangesloten
(Zonne-energiekit
is noodzakelijk)
3WAY
V/V_2
ALGEMENE INFORMATIE 45
Watercyclus (R32)
Ventilatorspoeleenheid
46 ALGEMENE INFORMATIE
Beschrijving (R32)
Categorie
Symbool
S7
S8
S9
S10
S11
F/S
E/HT
Eenheid
binnen
Betekenis
Sensor temperatuur koelvloeistof (gaskant)
Sensor temperatuur koelvloeistof (vloeistofkant)
Sensor temperatuur water invoeren
Sensor temperatuur wegstromend water
Uitlaat temperatuursensor van de elektrische verwarming
Stromingssensor
Reserveverwarming
PCB-connector
Remarks
CN_PIPE_OUT - Betekenis wordt uitgedrukt gebaseerd op
koelmodus.
CN_PIPE_IN
CN_TH3
- S9, S10, en S11 zijn aangesloten op 6 pins type
connector CN_TH3.
CN_F_METER
- Verhittingscapaciteit wordt verdeeld in twee
niveaus: Gedeeltelijke capaciteit door E/HEAT(A) en
CN_E_HEAT_A volledige capactiet door E/HEAT(A) + E/HEAT(B).
CN_E_HEAT_B - Werkstroom (230 V AC 50 Hz) van E/HEAT(A) en
E/HEAT(B) worden geleverd door externe
stroombron via relaisconnector en ELB.
W_PUMP1 Interne waterpomp
CN_MOTOR1 - De waterpomp is aangesloten op CN_MOTOR1 en
CN_W_PUMP_A CN_W_PUMP_A
EXP/TANK
(geen connector) - Verandering absorberingsvolume van verhit water
S12
CTR/PNL
2WAY V/V_1
M/F
W/TANK
B/HT
Verhitting
water
Expansietank
Sensor luchttemperatuur op afstand
CN_ROOM
- Optionele accessoire (apart verkocht)
- Model nr. PQRSTA0
Bedieningspaneel (of ‘Controller op afstand’)
CN_REMO
- Vooraf ingebouwd in eenheid binnen
CN_2WAY_A
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
- Tweedraads NO of NC type tweewegs klep wordt
ondersteund.
magnetische filter
(geen connector)
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
- Het wordt sterk aanbevolen om een extra filter op
het warmwatercircuit te installeren.
Warmwatertank
(geen connector)
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
- Warm water genereren en opslaan met een AWHP
of ingebouwde elektrische verwarming
Om waterstroom voor ventilatorspoeleenheid te
regelen
Boosterverwarming
CN_B_HEAT_A
- Accessoire derde partij en veldinstallatie
(gewoonlijk ingebouwd in W/TANK)
- Zorgen voor meer waterverhittingscapaciteit
3WAY V/V_1
- Stroomregeling voor water dat van eenheid
binnen wegstroomt.
- Wisselen stroomrichting tussen onder grond en
watertank
CITY WATER
Water dat verhit moet worden door eenheid binnen
(geen connector) - Veldinstallatie
en B/HT van W/TANK
NEDERLANDS
SHOWER
S13
S14
3WAY V/V_2
Water geleverd aan eindgebruiker
Sensor temperatuur water W/TANK
Sensor temperatuur water door zonne-energie
verhit
- Stroomregeling voor water dat verhit wordt en
gecirculeerd door SYSTEEM ZONNE-ENERGIE.
- Overschakelen stroomrichting tussen SYSTEEM
ZONNE-ENERGIE en W/TANK
Verhitting
zon
W_PUMP/2 Externe waterpomp
- Dit systeem kan de volgende componenten
omvatten: Zonnepaneel, sensors, thermostaten,
ZONNE
interim hittewisselaar, waterpomp, etc.
-ENERGIESYSTEEM - Om heet water verhit door het SYSTEEM VOOR
ZONNE-ENERGIE te gebruiken moet de
eindgebruiker een AWHP zonnekit te bezitten.
CN_3WAY_A
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
- SPDT type driewegs klep wordt ondersteund.
(geen connector) - Veldinstallatie
CN_TH4
CN_3WAY_B
- S13 en S14 zijn aangesloten op 4 pins type
connector CN_TH4.
- De S13 is een onderdeel van de warmwatertankkit.
(Model: PHLTA)
- S14 is een onderdeel van kit voor zonne-energie
(Model nr. PHLLA)
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
- SPDT type driewegs klep wordt ondersteund.
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
CN_W_PUMP_B - Als waterpomp van SYSTEEM VOOR
ZONNEENERGIE niet in staat is tot circulering, kan
de externe waterpomp gebruikt worden.
(geen connector)
- Accessoire derde partij en veldinstallatie (apart
verkocht)
INSTALLATIE VAN EENHEID BUITEN 47
INSTALLATIE VAN EENHEID BUITEN
De eenheid buiten van
wordt buiten geïnstalleerd om hitte te wisselen met
omgevingslucht. Het is daarom belangrijk om te zorgen dat er genoeg ruimte is rond de externe
eenheid en te zorgen voor specifieke externe condities. Dit hoofdstuk geeft richtlijnen om de
eenheid buiten te installeren, een omleiding te maken om aan te sluiten op de eenheid binnen en
wat men moet doen wanneer het apparaat wordt geïnstalleerd bij de zee.
Condities waarbij eenheid buiten geïnstalleerd is
- Als er een luifel over de eenheid hangt om te voorkomen dat het apparaat wordt blootgesteld
aan direct zonlicht of regen, zorg er dan voor dat de straling van warmte van de hittewisselaar
niet belemmerd wordt.
- Zorg ervoor dat de ruimten aangeduid door pijlen rond de voorkant, achterkant en zijkant van de
eenheid in acht genomen worden.
- Zet geen dieren of planten in het pad van de warme lucht.
- Houd rekening met het gewicht van de eenheid buiten en kies een plek waar geluid en trilling
minimaal zijn.
- Kies een plek zodat de warme lucht en geluid van de eenheid buiten de omwonenden niet
storen.
Lu
ife
l
300
Ob
van stak
hek els
ken
300
600
700
(Minimale serviceruimte : mm)
- Als het maken van een gat nodig is om de slang tussen de eenheid binnen en buiten te
verbinden, volgt u de beschrijvingen onder.
Boor het gat voor de slang met een boor voor een gat van Ø 70 mm.
Het gat voor de slang dient licht schuin te zijn ten opzichte van de buitenkant om te voorkomen
dat regeldruppels naar de binnenkant druppelen.
Muur
Buiten
5~7 mm
Binnen
NEDERLANDS
Boor een gat in de muur
48 INSTALLATIE VAN EENHEID BUITEN
Vervoeren van de eenheid
• Leid bij het dragen van de hangende unit de touwen tussen de poten van het basispaneel onder de eenheid.
• Til het apparaat altijd op met touwen bevestigd op vier punten, zodat er geen impact op het apparaat wordt
uitgeoefend.
• Bevestig de touwen aan het toestel onder een hoek Ⓐ van 40° of minder.
• Gebruik alleen accessoires en onderdelen die bij de installatie van de aangegeven specificaties zijn.
Sublijn
40° of minder
Luchtuitlaatrooster
Hoek
Inlaatopening
Handvat
Houd het apparaat altijd bij de hoeken vast,
omdat het vasthouden aan de zijinlaatopeningen
op de behuizing kan leiden tot vervorming.
NEDERLANDS
!
Heftruck
OPGEPAST
Wees zeer voorzichtig tijdens het dragen van het product.
• Laat niet één persoon een product vervoeren als het meer is dan 20 kg.
• PP-banden worden gebruikt om sommige producten in te pakken. Gebruik ze niet als
transportmiddel, omdat ze gevaarlijk zijn.
• Raak de lamellen van de warmtewisselaar niet met uw blote handen aan. Anders kunt u
een snee in uw handen krijgen.
• Trek de plastic zak af en scheur deze zodat kinderen er niet mee kunnen spelen. Anders
kunnen plastic zakjes kinderen doen stikken.
• Bij het dragen van de unit, zorg ervoor dat er op vier punten wordt ondersteund. Het dragen
en optillen met 3-punts ondersteuning kan de buitenunit onstabiel maken, met val als gevolg.
• Gebruik twee riemen van minstens 8 meter lang.
• Plaats een extra doek of karton op de plaatsen waar de behuizing in contact komt met de
tilband om schade te voorkomen.
• Hijs de eenheid en zorg ervoor dat deze wordt opgetild in het midden van het zwaartepunt.
INSTALLATIE VAN EENHEID BUITEN 49
Installatie bij de zee
!
OPGEPAST
• Eenheid mag niet worden geïnstalleerd in gebieden waar corrosieve gassen, zoals zuur of alkalisch
gas, worden geproduceerd.
• Installeer de eenheid niet op een plek waar het direct kan worden blootgesteld aan zeewind (zoute
wind). Het kan corrosie aan de eenheid veroorzaken. Corrosie, met name op de condensor van de
verdamperlamellen, kan fouten aan de eenheid of inefficiënte prestaties veroorzaken.
• Als de eenheid dicht bij de kust wordt geïnstalleerd, moet deze directe blootstelling aan de
zeewind vermijden. Anders heeft het extra anticorrosiebehandeling op de warmtewisselaar nodig.
Plaats selecteren (Eenheid buiten)
- Als de eenheid dicht bij de kust moet worden geïnstalleerd, moet directe blootstelling aan de
zeewind worden vermeden. Installeer de eenheid aan de andere kant van de zeewindrichting.
Zeewind
Zeewind
- Als u de eenheid aan zee wilt installeren, moet u een windscherm opzetten om niet aan de
zeewind te worden blootgesteld.
Windbreker
Zeewind
- Het moet sterk genoeg zijn als beton om te
voorkomen dat de zee uit de zee waait.
- De hoogte en breedte moeten meer dan 150 %
van de eenheid zijn.
- Het moet meer dan 700 mm ruimte houden
tussen de eenheid en het windscherm voor een
gemakkelijke luchtstroom.
Seizoenswind en voorzorgsmaatregelen in de winter
• Voldoende maatregelen zijn nodig in een gebied waar sneeuw valt of waar in de winter een strenge koude heerst , zodat
het product goed gebruikt kan worden.
• Bereid u voor op seizoenswinden of sneeuw in de winter, zelfs in andere gebieden.
• Installeer een zuig- en afvoerslang om geen sneeuw en regen binnen te laten.
• Installeer de externe eenheid zodat deze niet direct met de sneeuw in aanraking komt. Als sneeuw zich ophoopt en deze
bevriest op de luchtzuigopening, kan het systeem mogelijk slecht gaan functioneren. Als het product in een gebied waar
het vaak sneeuwt wordt geïnstalleerd, bevestig u de kap aan het systeem.
• Installeer buitenelementen in gebieden met veel sneeuwval op een hoogte van 50 cm boven het gemiddelde jaarlijkse
sneeuwdekniveau.
• Als er meer dan 10 cm sneeuw op de bovenkant van de buitenelementen ligt, moet deze sneeuw verwijderd worden als
het aircosysteem in bedrijf is.
- De hoogte van het H-frame moet meer dan tweemaal de sneeuwval zijn en de breedte zal de breedte van het product
niet overtreffen. (Als breedte van frame breder is dan dat van het product, kan sneeuw zich ophopen.)
- Installeer de zuigopening en de afvoeropening van de externe eenheid niet in de richting van de winden van het seizoen.
NEDERLANDS
- Kies een goed gedraineerde plaats.
Periodieke (meer dan één keer per jaar) reiniging van het stof of de zoutdeeltjes die op de warmtewisselaar
worden vastgezet met behulp van water.
- Als u in de installatie aan zee niet kunt voldoen aan de bovenstaande richtlijnen, neem dan contact op met
uw leverancier voor de aanvullende anticorrosiebehandeling.
50 INSTALLATIE VAN EENHEID BINNEN
INSTALLATIE VAN EENHEID BINNEN
De eenheid binnen van de
wordt binnen geïnstalleerd waarbij het eindpunt van de
waterslangcyclus onder de grond en de koelvloeistofslang van de eenheid buiten tegelijkertijd
toegankelijk zijn. In dit hoofdstuk worden condities voor de installatieplek beschreven. Verder
worden ook overwegingen bij het installeren van accessoires van derden beschreven.
Condities waarbij eenheid binnen geinstalleerd is
Specifieke condities zijn vereist voor de installatieplek zoals ruimte om service uit te voeren,
bevestiging aan de muur, de lengte en hoogte van de waterslang, totaal volume aan water, het
aanpassen van het expansielichaam en de waterkwaliteit.
Algemene beschouwingen
Men moet rekening houden met de volgende dingen voordat men de eenheid binnen installeert.
- De installatieplek dient vrij te zijn van weercondities buiten, zoals regen, sneeuw, wind, vorst et
cetera.
- Kies een plek die waterbestendig is of waarbij de afwatering goed is.
- Men dient voor voldoende ruimte te zorgen om service te verlenen.
- Plaats geen ontvlambare materialen rond de eenheid binnen.
- Men kan niet voorkomen dat muizen de eenheid binnen ingaan of draden aanvallen.
- Zet niets voor de eenheid binnen om te zorgen dat de luchtcirculatie rond de eenheid binnen
goed verloopt.
- Zet niets onder de eenheid binnen om vrij te zijn van onverwacht water dat wegstroomt.
- In geval van waterdruk die tot 3 bar stijgt, dient men voor waterafvoer te zorgen waarbij water
wordt afgevoerd door een veiligheidsklep.
!
OPMERKING
• De standaardinstelling van het product is alleen voor
verwarming. Om het koelsysteem samen te
gebruiken, moet DIP S / W 4 worden
INGESCHAKELD en moet er een extra
opvangbakaccessoire worden geïnstalleerd
250
200
200
1 300
NEDERLANDS
Ruimte rondom om service uit te voeren
- Zorg ervoor dat de ruimten die aangeduid zijn door pijlen aan
de onderkant, zijkant en bovenkant vrij zijn.
- Men geeft de voorkeur aan bredere ruimten voor makkelijk
onderhoud en ruimte voor de slangen.
- Als men niet zorgt voor de minimale ruimte om service uit te
voeren, kan de luchtcirculatie gehinderd worden en kunnen
interne delen van de eenheid binnen door oververhitting
beschadigd worden.
(Minimale serviceruimte : mm)
INSTALLATIE VAN EENHEID BINNEN 51
Bevestiging aan muur
Stap 1. Koppel de behuizing van de afstandsbediening los uit het voorpaneel en koppel de kabel
van de afstandsbediening los.
!
OPGEPAST
Nadat de installatie is voltooid, moet u de afstandsbediening herstellen naar de
oorspronkelijke staat.
!
OPMERKING
Gebruik een platte schroevendraaier of een muntstuk om de behuizing van de
afstandsbediening te verwijderen.
Stap 2. Nadat u vijf schroeven hebt losgedraaid, verwijdert u de voorklep van de binneneenheid.
Bij het losmaken van de voorklep, houdt u de linker- en rechterzijde van de voorklep vast.
Trek deze daarna omhoog.
Schroeven onder
Bovenste schroef
Tapeindbout (gebruikt meer dan M8)
!
OPGEPAST
Dit blad dient op aangesloten niveau te zitten. Indien niet, zal de steunplaat en de eenheid
binnen niet correct worden bevestigd.
NEDERLANDS
Stap 3. Breng "installatieblad" aan de muur aan en markeer de locatie van de bouten. Dit blad
helpt u de juiste locatie voor de bouten te vinden.
52 INSTALLATIE VAN EENHEID BINNEN
Stap 4. Verwijder het installatieblad. Schroef de bouten vast op de gatpunten op de muur.
Wanneer men bouten aanschroeft, gebruikt u de M8 ~ M11 ankerbouten om de eenheid
binnen stevig op te hangen.
(R410A)
!
(R32)
OPMERKING
Als alternatief voor de M8 - M11-ankerbouten kunt u zelfboorschroeven gebruiken. Maar we
geven de voorkeur aan ankerbouten van M8 - M11.
Stap 5. Hang de eenheid binnen op de steunplaat.
NEDERLANDS
(R410A)
(R32)
INSTALLATIE VAN EENHEID BINNEN 53
Minimaal vloeroppervlak: binnenunit(R32)
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en geplaatst in een ruimte met een vloeroppervlak
dat groter is dan het minimale vloeroppervlak.
- Gebruik de grafiek of de tabel om het minimale vloeroppervlak te bepalen.
- Binnenunit van R32 Split-product is aan de wand gemonteerd. Houd hier dus rekening mee tijdens de
installatie.
10
m (kg)
Amin (m2)
< 1.224
1.224
1.3
1.4
1.5
1.6
1.7
1.8
1.9
2
2.1
2.2
2.3
2.4
2.5
2.6
2.7
1.43
1.61
1.87
2.15
2.44
2.76
3.09
3.44
3.81
4.20
4.61
5.04
5.49
5.96
6.44
6.95
9
8
7
Amin (m2)
6
5
4
3
2
1
0
0
0.5
1.224
1.5
2
2.5
3
m (kg)
NEDERLANDS
- m: Totale hoeveelheid koelmiddel in het systeem
- Totale hoeveelheid koelmiddel: hoeveelheid fabriekskoelmiddel + extra hoeveelheid koelmiddel
- Amin : minimale oppervlak voor de installatie
54 INSTALLATIE VAN EENHEID BINNEN
Elektrische bedrading
Twee soorten kabels dienen aan de eenheid buiten te zijn aangesloten: De ene is de
‘stroomkabel’, de andere is de ‘aansluitkabel’. Stroomkabel is een kabel die gebruikt wordt om
externe elektriciteit naar de eenheid buiten te leiden. Deze kabel wordt in het algemeen
verbonden aan de externe stroombron (zoals het hoofdpaneel voor distributie van stroom van het
huis van de gebruiker) en de eenheid buiten. De aansluitkabel wordt aan de andere kant gebruikt
om de eenheid buiten te verbinden met de eenheid binnen om elektrische stroom te leveren aan
de eenheid binnen en om de communicatie te verzorgen tussen de eenheid buiten en de
eenheid binnen. De procedure voor het bedraden van de eenheid buiten bestaat uit vier stappen.
Voordat men start met bedraden, moet men controleren of de draadspecificatie geschikt is en de
volgende richtlijnen en voorzorgsmaatregelen ZEER aandachtig lezen.
!
OPGEPAST
Het netsnoer dat op de buiteneenheid is
aangesloten, moet voldoen aan IEC 60245 of
HD 22,4 S4 (deze apparatuur moet voorzien
zijn van een netsnoer dat voldoet aan de
nationale wetgeving.)
De verbindingskabel die op de buiteneenheid
is aangesloten, moet voldoen aan IEC 60245
of HD 22,4 S4 (deze apparatuur moet
voorzien zijn van een netsnoer dat voldoet
aan de nationale wetgeving.)
NORMAAL DOORSNEDEGEBIED
1 Fase(Ø)
GN
/Y
L
20
mm
Driefasig (Ø)
GN
/Y
L
20
m
m
Modelnaam
Oppervlakte
Fase
Capaciteit (mm2)
5 kW
7 kW
4
9 kW
1Ø
12 kW
14 kW
6
16 kW
12 kW
3Ø
14 kW
2.5
16 kW
GN
NORMAAL
DOORSNEDEGEBIED
0,75 mm2
/Y
L
20
mm
Wanneer de verbindingslijn tussen de
binneneenheid en de buiteneenheid meer dan
40 meter is, sluit u de telecommunicatielijn en
de voedingsleiding apart aan.
NEDERLANDS
Om gevaar door onbedoeld resetten van de thermische beveiliging te voorkomen, mag dit
apparaat niet worden gevoed via een extern schakelapparaat, zoals een timer, of moet het
worden aangesloten op een circuit dat door het hulpprogramma regelmatig wordt in- en
uitgeschakeld.
Als de stroomkabel beschadigd is, moet deze vervangen worden door de fabrikant, de
service-agent of gelijkaardig opgeleide personen om zo gevaren te vermijden.
INSTALLATIE VAN EENHEID BINNEN 55
Voorzorgsmaatregelen bij het leggen van de bedrading
Gebruik ronde drukterminals voor aansluitingen op het klemmenblok voor voeding.
Stroomdraad
Rond drukeindpunt
Volg de onderstaande aanwijzingen als er geen andere beschikbaar zijn.
- Sluit geen kabels van verschillende dikte op het klemmenblok voor voeding aan.
(Slaphangende gedeelten in de voedingskabels kunnen abnormale verhitting veroorzaken.)
- Ga te werk zoals in de onderstaande afbeelding aangegeven bij het aansluiten van kabels van
gelijke dikte.
- Gebruik voor de bedrading de aangegeven stroomkabel en sluit hem stevig aan, en zet hem
vast om te voorkomen dat druk van buiten op het aansluitblok wordt uitgeoefend.
- Gebruik een geschikte schroevendraaier om de schroeven van de terinal te spannen. Een
schroevendraaier met een kleine kop zal de kop strippen en een goede aanhaal onmogelijk
maken.
- Het te vast aandraaien van de schroeven van de aansluitklemmen kan deze breken.
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat de schroeven van de terminal geen speling vertonen.
NEDERLANDS
!
56 INSTALLATIE VAN EENHEID BINNEN
Punt van aandacht inzake de kwaliteit van de openbare elektrische
stroomtoevoer
Deze apparatuur voldoet aan respectievelijk:
- EN/IEC 61000-3-12 (1) op voorwaarde dat de kortsluitingsvermogen Ssc groter is dan of gelijk is
aan de minimale Ssc-waarde op het interfacepunt tussen de gebruikerstoevoer en het openbaar
systeem. Het is de verantwoordelijkheid van de installateur of gebruiker van de apparatuur om
indien nodig de distributienetwerkbeheerder te raadplegen om ervoor te zorgen dat de
apparatuur alleen verbonden wordt met een toevoer met respectievelijk: de Ssc groter dan of
gelijk aan de minimale Ssc-waarde.
Modelnaam
Minimale Ssc-waarde
Fase Capaciteit
5 kW
7 kW
9 kW
1Ø
3 142
12 kW
14 kW
16 kW
Modelnaam
Minimale Ssc-waarde
Fase Capaciteit
12 kW
3Ø
14 kW
2 348
16 kW
- Europese/Internationale Technische Normen voor het stellen van grenzen voor
voltageveranderingen, voltagefluctuaties en flikkeringen in publieke lag-voltage
stroomvoorzieningssystemen voor apparaat met een nominale spanning ≤ 75 A.
- Europese/Internationale Technische Normen voor het stellen van grenzen voor harmonische
spanningen geproduceerd door apparatuur die aangesloten is op publieke lag-voltage systemen
met een ingangsspanning ≤16 A of >75 A per fase.
Specificatie circuitbreker
NEDERLANDS
Voer de elektrische bedradingen uit volgens het
bedradingsschema.
Binnen
- De volledige elektrische bedrading moet aan
de plaatselijke voorschriften voldoen.
- Kies een voedingsbron die het door de
Stroomvoorziening
airconditioner vereiste vermogen kan leveren.
Communicatie
ELCB
CB
- Installeer tussen de voedingsbron en de unit
Switchbox
Buiten
een goedgekeurde lekstroomverbreker.
Installeer bovendien een stroomverbreker die
indien nodig de verbinding met alle voedingsleidingen verbreekt.
- Model van stroomverbreker die alleen door vakkundig personeel mag worden geïnstalleerd.
Koelmiddel
R410A
R32
Capaciteit
Fase (Ø)
Maximale
lopende stroom
5, 7, 9 kW
1
23 A
12, 14, 16 kW
1
35 A
12, 14, 16 kW
3
15 A
5, 7, 9 kW
1
23 A
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN 57
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN
Procedures met betrekking tot de slangen en de bedrading van de koelvloeistof buiten vindt men
beschreven in dit hoofdstuk. De meeste van deze procedures lijken sterk op die van de LG airconditioner.
Slangen voor de koelvloeistof
Voordat men de slangen voor de koelvloeistof aanbrengt, moet men beperkingen in de lengte van pijpen en
hun hoogte nagaan. Na alle beperkingen te hebben opgelost, moet men een aantal voorzorgsmaatregelen
nemen. Vervolgens sluit men de slangen aan op de eenheid buiten en binnen.
Beperkingen in lengte en hoogte van slangen
Koelmiddel Capaciteit
R410A
R32
5 kW
7 kW
9 kW
12 kW
14 kW
16 kW
5 kW
7 kW
9 kW
Grootte pijpen (mm :
Lengte A(m)
inch) (Diameter : Ø)
Gas
Vloeistof Standaard
Max.
Standaard
Max.
*Extra
koelvloeistof
(g/m)
Verhoging B(m)
15.88(5/8")
9.52(3/8")
7.5
50
0
30
40
15.88(5/8")
9.52(3/8")
5
50
0
30
30
Binnenelement
A
Als buitenelementen
hoger worden
gemonteerd dan
binnenelementen is een
waterslot overbodig.
Buitenelement
A
B
Buitenelement
B
Binnenelement
!
OPGEPAST
1 De standaard pijplengte is 7.5 m. Als de pijplengte langer is dan 7.5 m is, moet er een aanvullende
!
OPMERKING
Vul het f-gas label in dat buiten aangehecht is over de hoeveelheid fluor-broeikasgassen. (Deze
opmerking over het f-gas label kan mogelijk niet van toepassing zijn op uw type product of markt.)
① Productielocatie (zie label met modelnaam)
② Locatie van installatie (indien mogelijk geplaatst naast de servicepunten voor het toevoegen of
wegnemen van koelvloeidstof)
③ Totaal geladen (① + ②)
NEDERLANDS
lading koelmiddel worden gebruikt zoals aangegeven in de tabel.
• Voorbeeld : Als het 16 kW model geïnstalleerd is op een afstand van 50 meter, dient 1 700 gram
koelvloeistof te worden toegevoegd op grond van de volgende formule: (50-7,5) x 40 g = 1 700 g
2 Voor R32-producten is de standaard pijplengte 5 m. Als de pijplengte langer is dan 10 m, is extra
lading van het koelmiddel vereist volgens de tabel.
• Voorbeeld: Als het model R32 van 9 kW op een afstand van 50 m wordt geïnstalleerd, moet 100 g
koelmiddel worden toegevoegd volgens de volgende formule: (50-10) x 30 g = 1200 g
3 Gemeten capaciteit van het product is gebaseerd op de standaard lengte en de maximaal
toegestane lengte is gebaseerd op de productbetrouwbaarheid als het apparaat werkt.
4 Als men niet genoeg koelvloeistof laadt, kan dit tot gevolg hebben dat het apparaat niet goed werkt.
58 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN
Voorbereiding voor slangen
- De belangrijkste oorzaak van gaslekken is het onzorgvuldig optrompen van leidingen. Voer de
juiste naspeerwerkzaamheden uit in de volgende procedure.
- Gebruik het gedeoxideerde koper als leidingmateriaal om te installeren
Stap 1. Snijd de slangen en de kabel.
- Gebruik de slangenkit voor accessoires of de
slangen die u plaatselijk hebt gekocht.
- Meet de afstand tussen de eenheid binnen en de
eenheid buiten.
- Knip de slangen iets langer dan de gemeten
afstand.
- Snijd de kabel 1,5 m langer af dan de pijplengte.
Koperen
slang
90°
Scheef Oneven Ruw
Slang
Opruimer
Stap 2. Bramen verwijderen
- Verwijder zorgvuldig alle bramen van de op maat
gesneden leidingstukken.
- Houd bij het afbramen het uiteinde van de leiding
naar beneden gericht om te voorkomen dat
afbraamsel in de leidingen terecht komt.
Punt naar
beneden
Verwijdingsmoer
Stap 3. Moeren aanbrengen
- Verwijder de optrompmoeren van de binnen- en
buitenunits en breng ze nadat u de bramen hebt
verwijderd op de leidingstukken aan. (Dit is na het
optrompen niet meer mogelijk.)
Stap 4. Verwijdingswerk
- Voer verwijdingswerk uit met behulp van een
speciaal verwijdingsgereedschap voor R-410A
koelvloeistof zoals hieronder weergegeven.
Pijpdiameter
inch (mm)
Een inch (mm)
Koperen slang
<Type wingmoer>
Staaf
"A"
Koperen slang
Type wingmoer Type koppeling
<Type koppeling>
NEDERLANDS
Ø 1/4 (Ø 6,35)
Ø 3/8 (Ø 9,52)
Ø 1/2 (Ø 12,7)
0,04~0,07
(1,1~1,8)
0~0,02
(0~0,5)
Ø 5/8 (Ø 15,88)
- Houd koperen slang stevig in een staaf (of matrijs)
zoals de aangeduide afmeting in de bovenstaande
tabel.
Stap 5. Controle
- Vergelijk het verwijde werk met de rechter
illustratie.
- Als men geloofd dat de verwijding niet goed is,
snijd u het verwijde gedeelte af en voert de
verwijding opnieuw uit.
Rondom geheel effen
Binnen is glinsterend zonder krassen
= Onjuist verwijden =
Schuin
Gelijke lengte
rondom
Oppervlakte Gescheurd
beschadigd
Ongelijke
dikte
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN 59
Slang op eenheid binnen aansluiten
Men sluit de slang in twee stappen op de eenheid binnen aan. Lees de volgende richtlijnen aandachtig.
Stap 1. Vooraf vastmaken
- Lijn het midden van de slangen uit en draai de
verwijdingsmoer met de hand aan.
Slangen eenheid binnen
Verwijdingsmoer Slangen
Stap 2. Aandraaien.
- Draai de verwijdingsmoer aan met een moersleutel.
- Vastschroeftorsie is als volgt.
Buitendiameter
mm
inch
6.35
1/4
9.52
3/8
12.7
1/2
15.88
5/8
19.05
3/4
Torsie
kgf·m
1.8 ~ 2.5
3.4 ~ 4.2
5.5 ~ 6.6
6.6 ~ 8.2
9.9 ~ 12.1
Moersleutel met
open einde (vast)
Verwijdingsmoer
Torsiemoersleutel
Aansluitslang
Slangen eenheid binnen
Leidingen op buitenelementen aansluiten
De slang aansluiten op de eenheid buiten gebeurt in vijf stappen waaronder ook de instelling van de PCB.
Stap 1. Bepaal richting van slangen.
- De leiding kan worden aangesloten in drie richtingen
- Men vindt de richtingen in de figuur rechts.
- Bij het aansluiten in neerwaartse richting, druk de voorgevormde figuren uit de bodemplaat.
Naar
voren
NEDERLANDS
Naar voren
Naar voren
Naar opzij
Naar opzij
Naar voren
Basisbak
Uitslag
(R410A)
Basisbak
Uitslag
(R32)
60 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN
Stap 2. Aandraaien
- Lijn het midden van de slangen uit en draai
de verwijdmoer met de hand aan.
- Draai de verwijdmoer met een moersleutel
aan todat de moersleutel klikt.
- Aandraaitorsie is als volgt.
Buitendiameter
mm
inch
6.35
1/4
9.52
3/8
12.7
1/2
15.88
5/8
19.05
3/4
Continu
Torsie
kgf·m
1.8 ~ 2.5
3.4 ~ 4.2
5.5 ~ 6.6
6.6 ~ 8.2
9.9 ~ 12.1
Stap 3. Voorkomen dat vreemde objecten
binnendringen
- Steek de gaten in de slang dicht met
stopverf of isolatiemateriaal (plaatselijk
ingekocht) om alle gaten op te vullen zoals
men ziet in de figuur rechts.
- Als er insecten of kleine dieren in de eenheid
buiten komen, kan dit kortsluiting in de
elektrische doos tot gevolg hebben.
- Tenslotte vormt u de slangen door het
aansluitdeel van de eenheid binnen te
omwikkelen met isolatiemateriaal en dit vast te
maken met twee soorten vinyltape. Zorgen
voor thermische isolatie is zeer belangrijk.
Torsiemoersleutel
Eenheid buiten
Slangen aan de
vloeistofkant
Slangen aan de
gaskant
Aansluitdraad
Afvoerslang
(indien noodzakelijk)
Aansluitslang
Stopverf of isolatiemateriaal
(plaatselijk geproduceerd)
Bedradingsprocedure voor
stroomkabel en aansluitkabel
NEDERLANDS
Stap 1. : haal het zijpaneel uit de eenheid
buiten door de schroeven los te
maken.
Stap 2. : sluit stroomkabel aan op
hoofdeindpunt voor stroom en de
aansluitkabel aan het regeleindpunt,
respectievelijk. Zie onderstaande
figuur voor gedetailleerde informatie.
Bij het aansluiten van de aardekabel
dient de diameter van de kabel groter
te zijn dan 1.6 mm2 om zeker van
veiligheid te zijn. De aardekabel wordt
aangesloten op het eindpuntblok waar
het aardesymbool
gemarkeerd is.
Regeleindpunt
(eindpunt voor
aansluitkabel)
Eindpunt
hoofdstroom
(eindpunt voor
stroomkabel)
Kabelklem
(of snoerklem)
Kabelklem
(of snoerklem)
Zijpaneel
Isolatiekussentje
Wanneer men de stroomkabel aansluit, moet
men ervoor zorgen dat de rubber borstels goed
bevestigd zijn in uitsnijdgaten nadat men het
isolatiekussentje verwijderd heeft.
(R410A)
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN 61
Stap 3. : gebruik kabelklemmen (of snoerklemmen) om te voorkomen dat de stroomkabel en
aansluitkabel per ongeluk verschuiven.
Stap 4. : zet het zijpaneel van het eenheid buiten weer vast door de schroeven vast te draaien.
Regeleindpunt
(eindpunt voor
aansluitkabel)
Eindpunt
hoofdstroom
(eindpunt voor
stroomkabel)
Kabelklem
(of snoerklem)
Kabelklem
(of snoerklem)
Water
uit
Water
in
Zijpaneel
Isolatiekussentje
Wanneer men de stroomkabel aansluit, moet
men ervoor zorgen dat de rubber borstels goed
bevestigd zijn in uitsnijdgaten nadat men het
isolatiekussentje verwijderd heeft.
(R32)
!
OPGEPAST
NEDERLANDS
Na het controleren en bevestigen van de volgende condities begint u met het bedradingswerk.
• Maak de speciale stroombron voor de lucht-naar-water hittepomp goed vast. Het bedradingsdiagram
(bevestigd binnen de regeldoos van de eenheid binnen) geeft verwante informatie weer.
• Zorg voor een circuitbrekerschakelaar tussen de stroombron en de eenheid buiten.
• Hoewel het een zeldzaam geval is, kunnen soms de schroeven gebruikt om interne draden vast te
maken losraken op grond van de trilling als product wordt getransporteerd. Controleer deze schroeven
en zorg ervoor dat ze alle goed vast zitten. Indien niet goed vast, kan de draad doorbranden.
• Controleer de specificatie van de stroombron zoals fase, voltage, frequentie et cetera.
• Bevestig dat de elektrische capaciteit voldoende is.
• Zorg ervoor dat het startvoltage gehandhaafd blijft bij meer dan 90 product van het gemeten voltage
dat op de naamplaat staat.
• Bevestig dat de dikte van de kabel is zoals gespecificeerd op de specificatie van de stroombron.
(Merk met name de relatie op tussen de lengte en de dikte van de kabel.)
• Zorg voor een ELB (electric leakage breaker) wanneer de plek van installatie nat of vochtig is.
• De volgende problemen worden veroorzaakt door de toevoer van een abnormaal voltage zoals bij een
plotselinge verhoging of verlaging van het voltage.
- Trillen van een magnetische schakelaar (frequent aan en uit gaan)
- Fysieke schade van onderdelen als er contact gemaakt wordt met de magnetische schakelaar
- Zekering breekt
- Onderdelen voor bescherming tegen overbelasting of verwante regelalgorimtes werken niet goed.
- Compressor start niet goed op
• Aardingsdraad naar externe aardingseenheid om elektrische schokken te voorkomen.
62 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN
!
OPGEPAST
Het stroomsnoer verbonden met de unit moet worden geselecteerd volgens de volgende
specificaties.
Afmaken
Nadat slangen zijn aangesloten en elektrische kabels bedraad zijn, blijven het vormen van slangen en
enkele tests over. Met name moet men zorgvuldige aandacht geven als men de lektest uitvoert omdat
het lekken van koelvloeistof direct een negatieve invloed heeft op het functioneren van het apparaat.
Het is ook moeilijk het lekpunt te vinden als alle installatieprocedures
klaar zijn.
Seal a small
opening around
the pipings with
gum type sealer.
Vormen van slangen
Slang
Afvoerslang
(niet gebruikt)
Vinyltape (nauw)
Omhullen met
vinyltape (breed)
Vorm de slangen door de aansluitkabel en de
koelvloeistofkabel (tussen de eenheid binnen en
Plastic
buiten) met thermische isolatiemateriaal
te omhullen
en maak dit vast met tweeband
soorten vinyl tape.
- Tape de slang van de koelvloeistof en de
aansluitslang van beneden naar boven.
- Zorg dat de slang met tape samenloopt met de
buitenmuur. Vorm een hevel om te voorkomen dat
water de kamer en het elektrische deel
binnenkomt.
- Maak de slang met de tape vast aan de muur met
een steun of equivalanet.
Tapingprocedure
- Tape de slangen, aansluitkabel en stroomkabel van beneden naar boven. Als de richting van
tapen van boven naar beneden loopt, kunnen regendruppels in de slangen of kabels komen.
- Maak de slang met tape aan de buitenmuur vast met behulp van een steun of equivalent.
- Er is een hevel nodig om te voorkomen dat water in elektrische onderdelen komt.
NEDERLANDS
Maak een kleine
opening
rond de
Seal a small
slangen
door
opening dicht
around
dichtmiddel
van
the pipings with
een
gumgomsoort.
type sealer.
Afvoerslang
(niet gebruikt)
Plastic
band
Tapen
Aansluitkabel
Maak een kleine opening
rond de slangen dicht met
afdichting-smiddel van
een gomsoort.
Trap
Hevel
Minimaal
Koelsla
50 mm
-ngen
Stroomkabel
Hevel
• Hevel is nodig om te voorkomen dat water in
elektrische delen komt.
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN 63
Lektest en evacuatie
Lucht en vocht die in het koelsysteem blijven zitten hebben ongewenste effecten zoals men
onder aangeduid kan zien.
- Druk in het systeem neemt toe.
- Werkstroom neemt toe.
- Koel- (of verhittings-) capaciteit neemt af.
- Vocht in het koelcircuit kan bevriezen en capillaire slangen blokkeren.
- Water kan roest tot gevolg hebben in het koelsysteem.
Daarom moeten de eenheid binnen/buiten regelmatig gecontroleerd worden op lekken en ze
moeten gezogen worden om niet condenserend gas en vocht in het systeem af te voeren.
Voorbereiding
- Controleer dat elke slang (zowel slangen aan de gaskant als aan de vloeistofkant) tussen de
eenheden binnen en buiten goed verbonden zijn en dat alle bedrading voor de test goed
aangebracht is. Verwijder de serviceklepkappen van zowel de kant van het gas als de vloeistof
op de eenheid buiten. Controleer dat zowel de kleppen aan de vloeisstofkant en de gaskant op
eenheid buiten in deze fase gesloten blijven.
Lektest
- Sluit de klep van het verdeelstuk (met drukmeters) en de cilinder voor droog stikstofgas op deze
servicepoort aan met laadslangen.
!
OPGEPAST
Zorg dat u een verdeelstukklep gebruikt om op lekken te testen. Als deze niet beschikbaar
is, gebruikt u voor dit doel een stopklep. De knop "Hi" van de verdeelstukknop moet altijd
gesloten blijven.
• Voer de druk in het systeem op tot 3.0 Mpa met droog stikstofgas en sluit de cilinderklep
wanneer de meter 3.0 Mpa bereolt. Vervolgens test u op lekken met vloeibare zeep.
Eenheid binnen
NEDERLANDS
Om te voorkomen dat stikstof het koelsysteem in een
vloeibare toestand binnenkomt, moet de bovenkant van de
cilinder hoger staan dat de onderkant wanneer u druk in het
systeem voert. Gewoonlijk wordt de cilinder gebruikt in een
verticaal staande positie.
• Voer een lektest uit van alle verbindingsstukken van de
slangen (zowel binnen als buiten) en zowel bij de
servicekleppen aan de gaskant en aan de vloeistofkant.
Waterbellen duiden op een lek. Zorg ervoor de zeep met
een schone doek weg te vegen.
• Nadat men vastgesteld heeft, dat het systeem geen lekken
heeft, voert u de stikstofdruk af door de connector van de
laadslang op de stikstofciliner los te maken. Wanneer de
systeemdruk weer normaal geworden is, maakt u de slang
van de cilinder los.
Eenheid
buiten
Klep verdeelstuk
Lo
Hi
Drukmeter
Laadslang
Cilinder stikstofgas
(in verticale staande
positie)
64 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN
Eenheid
binnen
Leegpompen
- Verbind het laad-slangeinde bescheven in de
voorgaande stappen met de vacuümpomp
om de slangen en de eenheid binnen
leegpompt. Ga na dat de knop "Lo en Hi" van
de verdeelstukknop open is. Laat dan de
vacuümpomp werken.De werkingstijd voor
leegpompen varieert met de lengte van de
slangen en de capaciteit van de pomp. De
volgende tabel toont de tijd die nodig is voor
leegpompen.
Vereiste tijd voor leegpompen wanneer
30 gal/uur vacuümpomp wordt gebruikt
Als de slanglengte
minder is dan 10 m
(33 ft)
Eenheid
buiten
Als de slanglengte
langer is dan 10 m
(33 ft)
30 min. of meer
60 min. of meer
0.8 torr of minder
- Wanneer het gewenste vacuüm wordt
bereikt, sluit u de knop voor "Lo en Hi" van
de verdeelstukklep en stopt de
vacuümpomp.
NEDERLANDS
De taak voltooien
- Met een moersleutel voor servicekleppen
draait u de voet van de klep aan de
vloeistofkant tegen de klok in om de klep
volledig te openen.
- Draai de voet van de klep aan de gaskant
tegen de klok in om de klep volledig te
openen.
- Maak de laadslang aangesloten op de
servicepoort aan de gaskant een beetje los
om de druk te verminderen, verwijder
vervolgens de slang.
- Vervang de verwijdmoer en de kap van de
servicepoort aan de gaskant en maak deze
goed vast met een aanpasbare moersleutel.
Dit proces is zeer belangrijk om lekken van
het systeem te verminderen.
- Vervang de klepkappen van zowel de
servicekleppen aan de gaskant en aan de
vloeistofkant en draai ze stevig aan.
Hiermee voltooit u het zuiveren van de lucht
met een vacuümpomp.
De airconditioner is nu klaar voor een test.
Klep verdeelstuk
Lo
Hi
Open
Vacuümpomp
Drukmeter
Open
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN 65
Elektrische bedrading
Algemene opmerkingen
Men moet het volgende in ogenschouw nemen voordat men begint met de bedrading van de
eenheid binnen.
- Door het veld geleverde elektrische componenten zoals stroomschakelaars, circuitbrekers,
draden, einddozen et cetera dient men goed te kiezen om te voldoen aan nationale wetgeving
over elektriciteit of regelgeving daarover.
- Zorg ervoor dat de geleverde elektriciteit genoeg is om het product te laten werken waaronder
ook de eenheid buiten, de elektrische verhitter, de verhitter van de watertank et cetera De
capaciteit van de zekering wordt ook geselecteerd op grond van het stroomverbruik.
- De hoofdtoevoer van elektriciteit dient een speciale lijn daarvoor te zijn. Men mag de
elektriciteitslijn niet delen met andere apparaten zoals de wasmachine of de stofzuiger.
!
OPGEPAST
• Voordat u de bedradingstaak start, dient de hoofdelektriciteitstoevoer uit te schakelen
totdat de bedrading volledig aangebracht is.
• Wanneer men de bedrading aanpast of verandert, dient de hoofdtoevoer voor elektriciteit
te zijn uitgeschakeld en moet de aardedraad veilig vast te zitten.
• De plek van installatie dient niet het risico te lopen door een wild dier aangevallen te
worden. Als bijvoorbeeld muizen de draden aanvallen of kikkers de eenheid binnen
aanvallen kan dit leiden tot ernstige elektrische ongelukken.
• Alle stroomaansluitingen dienen beschermd te zijn tegen dauwcondensatie door
thermische isolatie.
• Alle elektrische bedrading dient te voldoen aan nationale en locale elektrische wetgeving of
regelgeving.
• De aarde dient exact aangesloten te zijn. Aard het product niet aan een koperen buis,
stalen hek bij de veranda, afvoerslang voor stadswater of een ander geleidend materiaal.
• Maak alle kabels stevig vast met klemmen. (Wanneer kabel niet vast is met
koordklemmen, gebruikt u extra bijgeleverde kabeltrekstangen.)
NEDERLANDS
A
B
(R410A)
A
B
(R32)
Gat A: voor AC-lijn (draad die verbonden is met het eindblok van de regeldoos)
Gat B: voor DC-lijn (draad die verbonden is met de PCB van de regeldoos)
66 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN
Informatie eindblok
Symbolen van de hieronder weergegeven afbeeldingen zijn als volgt :
- L, L1, L2 : Live (230 V AC)
- N: neutraal (230 V AC)
- BR: Bruin, WH: Wit, BL: Blauw, BK: Zwart
Eindblok 1
warmwaterschakeling tussen de
vloerverwarming en de verwarming
van de warmwatertank
Energie leveren aan
waterpomp voor
zonne-energiesysteem
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
L
L1
N
L
N
L
N
L
L1
N
DRIEWEGS KLEP
(B)
WATERPOMP VERHITTER
(B)
WATERTANK
Overschakelen waterstroom tussen
werken met verhitting door
zonne-energie en deze overslaan
DRIEWEGS KLEP
(A)
schakel de verwarming
van de warmwatertank
in of uit
Eindblok 2
Waterstroom openen of
sluiten voor koelen FCU
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
1(L)
2(N)
3
L1
L2
N
L
N
L1
L2
THERMOSTAAT
(standaard: 230 V AC)
TWEEWEGS
KLEP (A)
EENHEID BUITEN
Aansluiting voor thermostaat
(230 V AC)
Steuntype: alleen verhitten of
verhitten/koelen
Stroomtoevoer voor binnen
Eenheid en communicatie
Eindblok 3 (Elektrische verwarming 1Ø)
Eindblok
1
Eindblok
2
Eindblok 3 (Elektrische verwarming 3Ø)
Externe toevoer elektrische
stroom voor interne
elektrische verhitter
De externe elektrische
stroomtoevoer van de
warmwatertank
NEDERLANDS
1(L)
2(N)
3(L)
VOEDING
(1 Ø, 220-240 V, 50 Hz)
1
4(N)
De externe elektrische
stroomtoevoer van de
warmwatertank
Eindblok 4 & 5
21
22
23
24
25
26
27
A
B
L
N
L1
L2
N
Aansluiting voor
controller van
derden (5 V DC)
2
L
N
NAAR ELN VOOR
WARMWATERTANK
EN VERWARMING
NAAR ELN VOOR
WARMWATERTANK
EN VERWARMING
Externe toevoer elektrische
stroom voor interne
elektrische verhitter
DERDE PARTIJ
CONTROLLER
(DC 5 V)
Pomp mixen
Mengklep
Voeding voor 2e
verwarmingsset
Eindblok Eindblok
4&5
3
3
4
5
R
S
T
VOEDING
(3 Ø, 380-415 V, 50 Hz)
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN 67
!
OPGEPAST
Gebruik een afzonderlijke communicatiekabel
als de te overbruggen afstand groter is dan
40 m.
L
N
Afgeschermde
kabel
Scheiding
Netkabel
Communicatieverbinding
Aansluiten aan eenheid buiten
1(L) 2(N) 3
Eindblok bij
eenheid buiten
1
1(L) 2(N) 3
Eindblok bij
eenheid buiten
2 3
1
(R410A)
2 3
(R32)
NEDERLANDS
68 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BUITEN
Bedrading elektrische verhitter
!
OPGEPAST
Specificatie stroomkabel : De stroomdraad die met het buitenelement is verbonden, moet
passen met IC 60245 of HD 22.4 S4 (Met rubber geïsoleerd draad, type 60245 IEC 66 of
H07RN-F)
1 fase(Ø)
3 fase(Ø)
GN
NORMALE
DWARSDOORSNEDE
6 mm2
/Y
L
NORMALE
DWARSDOORSNEDE
2,5 mm2
GN
/Y
L
20
m
20
mm
m
Als de stroomdraad is beschadigd, moet die – om gevaar te voorkomen - worden vervangen
door de fabricant, zijn serviceagent of soortgelijk gekwalificeerd personeel.
Externe stroomtoevoer
(zelfde speciale stroomtoevoer
voor de nheid binnen en de
eenheid buiten)
L
R
N
T
S
L
N
1Ø Elektrische verwarming
(R410A)
3Ø Elektrische verwarming
(R410A)
NEDERLANDS
Externe stroomtoevoer
(zelfde speciale stroomtoevoer
voor de nheid binnen en de
eenheid buiten)
L
N
1Ø Elektrische verwarming
(R32)
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BINNEN 69
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BINNEN
Procedures voor waterslangen en elektrische bedrading bij de eenheid binnen worden in dit hoofdstuk beschreven.
Verbinding waterslangen en watercircuit, laden van water, isolatie slangen zullen weergegeven worden voor
procedures om slangen aan te brengen. Voor bedrading, aansluiting eindblok, aansluiten op de eenheid buiten, zal de
bedrading van de elektrische verhitter worden ingeleid. Aansluiting van accessoires, zoals de sanitaire watertank,
thermostaat, driewegs of tweewegs kleppen et cetera zullen in een apart hoofdstuk beschreven worden.
Aansluiten waterslangen en watercircuit
!
OPGEPAST
Algemene opmerkingen
Men moet het volgende opmerken voordat men met de aansluiting van het watercircuit begint.
- Men dient te zorgen voor voldoende serviceruimte.
- Waterslangen en aansluitingen dienen met behulp van water schoongemaakt te worden.
- Ruimte voor het installeren van een externe waterpomp dient gemaakt te worden als de capaciteit
voor de interne waterpomp niet genoeg is voor het installatieveld.
- Sluit nooit de elektrische stroom aan tijdens het laden van water.
Aansluiting waterslangen en watercircuit
Definitie van termen is als volgt :
- Waterslangen: slangen installeren waar water binnen de slang stroomt.
- Aansluiten watercircuit: verbinding maken tussen het product en de waterslangen of tussen slangen en
slangen. Het aansluiten van kleppen of ellebogen valt bijvoorbeeld in deze categorie.
Configuratie van watercircuit wordt in hoofdstuk 2 weergegeven.
Alle aansluitingen dienen te voldoen aan het weergegeven diagram.
Als men waterslangen aansluit, moet het volgende in ogenschouw genomen worden.
- Buizenwerk (bijvoorbeeld elleboog in een L-vorm, T-stuk, diameterverminderaar et cetera) dient men stevig
vast te draaien om te zorgen dat er geen lekken optreden.
- Aangesloten delen dienen lekveilig te worden gemaakt door tefron tape, rubber draagring,
dichtmakingsstoffen, et cetera.
- De juiste gereedschappen en bewerkingsmethoden dienen toegepast te worden om te voorkomen dat de
aansluitingen mechanisch breken.
- Werktijd van de stroomregelklep (bijv. tweewegs klep of driewegs klep) dient minder te zijn dan 90 seconden.
- Afvoerslang dient verbonden te zijn met de afvoerbuiswerk.
NEDERLANDS
Bij het installeren van de waterslangen moet het volgende in ogenschouw worden genomen:
- Bij het insteken of neerzetten van waterslangen sluit u het einde van de slang met de slangkap om te
voorkomen dat stof het product binnenkomt.
- Wanneer men de slang snijdt of last, moet men er altijd op letten dat het binnendeel van de slang niet
defect is. Dat er bijvoorbeeld geen laswerk of oneffenheden binnen de slang bestaan.
- Afvoerslangen dienen gebruikt te worden in geval van waterafvoer door de werking van de veiligheidsklep.
Deze situatie kan optreden als de interne druk boven 3.0 bar is en water binnen de eenheid binnen zal
afgevoerd worden naar afvoerslang.
70 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BINNEN
!
WAARSCHUWING
De afsluitklep installeren
• Als men de twee afsluitkleppen in elkaar zet, die men vindt binnen de ‘AWHP installatiekit
(AET69364401)’, zal een plof gehoord worden als de klep open of dicht door roteerhendels
is. Het is een normale conditie omdat het geluid optreedt op grond van lekken van geladen
stikstofgas binnen de klep. Het stikstofgas wordt toegepast om zeker van
kwaliteitsbewaking te zijn.
• Voordat men met het laden van water begint, dienen deze twee afsluitkleppen in elkaar te
worden gezet samen met de waterinvoer en de uitlaatslang van de eenheid binnen.
Watercondensatie op de grond
Tijdens de koelwerking is het zeer belangrijk om de watertemperatuur hoger dan 16 °C te
laten zijn. Anders kan dauwcondensatie op de grond plaatsvinden.
Als de grond zich in een vochtige omgeving bevindt, laat dan de watertemperatuur niet
beneden 18 °C komen.
Watercondensatie op de radiator
Tijdens de koelwerking kan koud water niet naar de radiator stromen.
Als koud water de radiator binnenkomt, kan dauwproductie op de oppervlakte van de
radiator voorkomen.
Afvoerbehandeling
Tijdens koelwerking kan gecondenseerde dauw druppelen op de onderkant van de eenheid
binnen. In dit geval zorgt u voor afvoerbehandeling (bijvoorbeeld vat om gecondenseerde
dauw te bevatten) om val van water te voorkomen.
NEDERLANDS
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BINNEN
71
Laden van water
Voor het laden van water volgt u de onderstaande procedures.
Stap 1. Open alle kleppen van het gehele watercircuit. Geleverd water dient alleen binnen de
eenheid binnen te worden geladen, maar ook in het watercircuit onder de grond, het
circuit van de sanitaire watertank, het FCU-watercircuit en alle andere watercircuits die
door het product geregeld worden.
Stap 2. Sluit toevoerwater aan op afvoerklep en de vulklep die zich bevindt aan de kant van de
afsluitklep.
!
OPGEPAST
Waterlekken zijn niet toegestaan bij de afvoeren vulklep. Lekveilige behandeling die wordt
beschreven in de vorige sectie dient te worden
toegepast.
Water uit
Water in
Isolatie van de slang
Doel van isolatie van de slang is :
- Om hitterverlies te voorkomen naar de externe omgeving
- Om te voorkomen dat dauw wordt geproduceerd aan het oppervlak van de slang bij koelwerking
NEDERLANDS
Stap 3. Start om water te leveren. Als u water toevoert, dient men het volgende in acht te
nemen.
- Druk van toevoerwater dient ongeveer 2,0 bar te zijn.
- Voor het leveren van waterdruk moet de tijd die men neemt van 0 bar tot 2,0 bar meer
dan 1 minuut te zijn. Plotselinge waterlevering kan waterafvoer geven door de
veiligheidsklep.
- Open volledig de kap van luchtopening om zeker te zijn van luchtzuivering. Als er lucht is
binnen het watercircuit, gaan de prestaties achteruit, is er lawaai bij de waterslang,
mechanische schade aan het oppervlakte van de elektrische verhittersspoel.
Stap 4. Stop watertoevoer wanneer de drukmeter die zich bevindt voor het bedieningspaneel 2,0
bar aanduidt.
Stap 5. Sluit afvoerklep en vulklep. Wacht vervolgens 20~30 seconden om te zien dat de
waterdruk zich stabiliseert.
Stap 6. Als de volgende condities bevredigend zijn, gaat u naar naar stap 7(Isolatie van de slang).
Anders gaat u naar stap 3.
- Drukmeter duidt 2,0 bar aan. Bemerk dat de druk soms lager wordt na stap 5 op grond
van het laden van water binnen het expansievat.
- Men hoort het zuiveren van lucht niet en er komt geen waterdruppels uit het luchtgat.
72 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BINNEN
Waterpompcapaciteit
Het waterpomp ons variabele type dat de stroomsnelheid kan veranderen, waardoor het kan
nodig zijn om de standaardsnelheid van de waterpomp te veranderen als er een geluid gehoord
wordt door de waterstroming. In de meeste gevallen wordt echter sterk aanbevolen om de
snelheid als Maxiumum in te stellen.
!
OPMERKING
• Stel de snelheid van de waterpomp niet in op "Min." om voldoende waterstroming te
garanderen. Het kan een onverwachte stroomsnelheidsfout CH14 veroorzaken.
Drukval
!
OPMERKING
Installeer bij de installatie van het product een extra pomp met het oog op het drukverlies en
de pompprestaties.
Als het debiet laag is, kan er overbelasting van het product optreden.
(R410A)
Capaciteit
Nominale
stroomsnelheid
[LPM]
Pompkop [m]
(bij nominale
stroomsnelheid)
Product drukdaling [m]
(Plaat-warmtewisselaar)
Onderhoudbare
kop Head [m]
16 kW
14 kW
46.0
9.5
1.4
8.1
40.0
10.0
1.1
8.9
12 kW
34.0
10.7
0.8
9.9
9 kW
26.0
11.3
0.4
10.9
7 kW
20.0
11.6
0.3
11.3
5 kW
17.0
11.8
0.2
11.6
(R32)
NEDERLANDS
Capaciteit
Nominale
stroomsnelheid
[LPM, (m3/h)]
Pompkop [m]
(bij nominale
stroomsnelheid)
Product drukdaling [m]
(Plaat-warmtewisselaar)
Onderhoudbare
kop Head [m]
9 kW
25.87 (1.5)
6.1
0.4
5.7
7 kW
20.12 (1.2)
7.3
0.3
7.0
5 kW
14.37 (0.9)
7.5
0.2
7.3
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BINNEN 73
Prestatiecurve
Interne : Elektrische verwarming 1Ø, Interne : Elektrische verwarming 3Ø
Pump modelt : PY-122NDDD3 (voor R410A)
8 000
7 000
6 000
5 000
4 000
3 000
2 000
NEDERLANDS
1 000
74 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BINNEN
MGQ62321902 : UPM3K GEO 20 - 75 CHBL
(5 kW, 7 kW, 9 kW / voor R32)
QH-diagram
Prestatietest gebaseerd op standaard ISO 9906 met voordruk 2.0 bar en vloeistoftemperatuur
20 °C.
!
WAARSCHUWING
Het selecteren van een waterstroomsnelheid buiten de bochten kan leiden tot beschadiging
of storing van het apparaat.
NEDERLANDS
SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BINNEN 75
Waterkwaliteit
De waterkwaliteit moet voldoen aan de richtlijn EN 98/83 EG. De gedetailleerde
waterkwaliteitsvoorwaarden zijn te vinden in de richtlijn EN 98/83 EG.
!
OPGEPAST
• Als het product is geïnstalleerd op een bestaande hydraulische waterlus, is het belangrijk
om hydraulische leidingen te reinigen om slib en kalkaanslag te verwijderen.
• Het installeren van een slibzeef in de waterlus is erg belangrijk om te voorkomen dat de
prestaties achteruitgaan.
• Chemische behandeling om roest te voorkomen, moet door de installateur worden
uitgevoerd.
• Het wordt sterk aanbevolen om een extra filter op het verwarmingswatercircuit te
installeren. Vooral om metalen deeltjes uit de verwarmingsleidingen te verwijderen, wordt
geadviseerd om een magnetisch of cycloonfilter te gebruiken, dat kleine deeltjes kan
verwijderen. Kleine deeltjes kunnen de unit beschadigen en NIET worden verwijderd door
het standaardfilter van het warmtepompsysteem.
Vorstbescherming
In gebieden van het land waar watertemperaturen tot onder 0 °C dalen, moet de waterleiding
worden beschermd met een goedgekeurde antivriesoplossing. Raadpleeg AWHP-eenheidleverancier voor lokaal goedgekeurde oplossingen in uw regio. Bereken het geschatte volume
water in het systeem. (Uitgezonder AWHP-eenheid) En voeg zes nesten toe aan dit totale
volume om rekening te houden met het water in de AWHP-eenheid.
Type antivries
Mengverhouding antivries
0 °C
-5 °C
-10 °C
-15 °C
-20 °C
-25 °C
Ethyleenglycol
0%
12 %
20 %
30 %
-
-
Propyleenglycol
0%
17 %
25 %
33 %
-
-
Methanol
0%
6%
12 %
16 %
24 %
30 %
!
OPGEPAST
• Gebruik slechts een van de bovenstaande antivriesmiddelen.
• Als een antivriesmiddel wordt gebruikt, kan er drukverlies en verslechtering van het
vermogen van het systeem optreden.
• Als een antivriesmiddel wordt gebruikt, kan er corrosie optreden. Voeg daarom een
corrosieremmer toe.
• Controleer regelmatig de concentratie van het antivriesmiddel om dezelfde concentratie te
behouden.
• Wanneer antivriesmiddel wordt gebruikt (tijdens de installatie of het gebruik), moet u
voorkomen dat het in contact komt met de huid.
• Zorg ervoor dat u alle wetten en voorschriften over het gebruik van antivriesmiddel naleeft.
NEDERLANDS
Als u de vorstbeschermingsfunctie gebruikt, wijzigt u de instelling van de dipschakelaar en voert u
de temperatuur in staat in de installatiemodus van de afstandsbediening. Raadpleeg 109 en 161.
76 SLANGEN EN BEDRADING VOOR EENHEID BINNEN
Watervolume en druk expansievat
Binnen [THERMAV] is expansievat inbegrepen, met een capaciteit van 8 liter voor 1 bar voordruk. Dit
betekent dat, volgens de grafiek van de volumedruk, het totale watervolume van 230 liter standaard
wordt ondersteund. Als het totale watervolume wordt gewijzigd vanwege de installatievoorwaarden,
moet de voordruk worden aangepast om een goede werking te garanderen.
- Het minimale totale watervolume is 20 liter.
- Voordruk wordt aangepast door het totale watervolume. Als de binneneenheid zich op de
hoogste positie van het watercircuit bevindt, is afstelling niet nodig.
- Gebruik voor het afstellen van de voordruk, stikstofgas door een gecertificeerd installateur.
2,4
Voordruk in Expansievat (bar)
2,1
1,7
1,4
1,0
0,7
0,3
20
60
100
140
180
220
Maximaal totaal watervolume (liter)
260
300
340
NEDERLANDS
Het aanpassen van de voordruk van het expansievat gebeurt als volgt:
Stap 1. Raadpleeg de tabel "Volumehoogte".
Als de installatiescène tot Geval A behoort, ga dan naar stap 2.
Anders niets doen als het Geval B is. (Voordruk aanpassen is niet vereist.)
Anders, als het Geval C is, gaat u naar stap 3.
Stap 2. Pas de voordruk aan door de vergelijking te volgen.
Voordruk [bar] = (0.1 x H + 0.3) [balk] waarbij H: verschil tussen binneneenheid en de
hoogste waterleiding 0.3: minimale waterdruk om de werking van het product te
beveiligen
Stap 3. Het volume van het expansievat is kleiner dan de installatiescène.
Installeer extra expansievat op het externe watercircuit.
Tabel "Volumehoogte".
H<7m
H≥7m
V < 230 liter
Geval B
Geval A
V ≥ 230 liter
Geval A
Geval C
H: verschil tussen de binneneenheid en de hoogste waterleiding.
V: totale watervolume van de installatiescène.
INSTALLATIE ACCESSOIRES 77
INSTALLATIE ACCESSOIRES
kan werken met verschillende accessoires om de functionaliteit uit te breiden en het
gebruikersgemak te verbeteren.
In dit hoofdstuk worden specificaties over ondersteunde accessoires van derden en hoe deze
aan te sluiten op
geïntroduceerd. Men moet opmerken dat dit hoofdstuk alleen gaat
over accessoires van derden. Voor accessoires ondersteund door LG Electronics, verwijzen wij u
naar de installatiehandleiding van de accessoires.
Accessoires ondersteund door LG Electronics
Item
Doel
Modelt
PHLTA : 1Ø
PHLTC : 3Ø
Luchtsensor op
afstand
Te regelen door luchttemperatuur
PQRSTA0
Extern signaal aan en uit ontvangen
PDRYCB500
Droog contact voor thermostaat
PDRYCB300
Om te werken met systeem voor
verhitting door de zon
PHLLA(maximum temperatuur : 96 °C)
Warmwatertank
Om heet water te genereren en te
bewaren
PHS02060310 : 200 liter, enkelvoudige verhittingsspoel,
1Ø 230 V 50 Hz 3 kW Elektrische verhitter
PHS02060320 : 200 liter, dubbele verhittingsspoel, 1Ø
230 V 50 Hz 3 kW Elektrische verhitter
PHS03060310 : 300 liter, enkelvoudige verhittingsspoel,
1Ø 230 V 50 Hz 3 kW Elektrische verhitter
PHS03060320 : 300 liter, dubbele verhittingsspoel, 1Ø
230 V 50 Hz 3 kW Elektrische verhitter
Thermistor voor
SWW-tank
Voor de regeling van de
warmwatertemperatuur van de SWW-tank
PHRSTA0
Afvoerbak
Om te voorkomen dat er afvoerwater lekt
PHDPB
Meterinterface
Om productie / verbruiksvermogen te meten PENKTH000
Centrale controller
Meerdere geïnstalleerde producten in
één centrale besturing
Wi-Fi-modem
Voor bediening op afstand van het systeem
PWFMDD200
vanaf de smartphone te activeren
Thermistor voor
2de circuit
Voor de vergrendeling van de werking
van het 2e circuit en de temperatuur PRSTAT5K10
van de hoofdzone te regelen.
Verlengsnoer
Voor de verbinding van de
afstandsbediening met de
binnenprintplaat voor communicatie
Droog contact
Zonnewarmtekit
!
PZCWRC1
OPGEPAST
• Installeer de afvoerventilator bij het koelen.
• Als deze niet geïnstalleerd is, kan er water worden gevormd.
• Raadpleeg de afzonderlijke installatiehandleiding bij het installeren van de afvoerventilator.
NEDERLANDS
Tankkit voor sanitair
Om de warmwatertank te gebruiken
warm water
78 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Accessoires ondersteund door fabrieken van derden
Item
Doel
Modelt
NEDERLANDS
Systeem voor verhitting Om aanvullende verhittingsenergie
door de zon
voor watertank te genereren
• Zonnecollector
• 3-wegklep(B)
Thermostaat
Te regelen door luchttemperatuur
Type alleen verhitting (230 V AC)
Type koelen-verhitten (230 V AC met
modeselectieschakelaar)
Mengset
Het 2e circuit gebruiken
• Mengklep
• Mengpomp
Boiler van derden
Om een extra ketel te gebruiken.
Controller van derden
Voor het aansluiten van een externe
controller met behulp van het
modbus-protocol
Driewegs klep en
aandrijver
(A) : Voor het regelen van de
waterstroom voor
warmwaterverwarming of
vloerverwarming / Voor het
regelen van de waterstroom bij
het installeren van een externe
ketel
(B) : Voor het regelen van de
gesloten/open-modus van het
zonnecircuit
3 draden, type SPDT (Single Pole Double
Throw), 230 V AC
Tweewegs klep en
aandrijver
Om waterstroom te regelen voor
eenheid spoel ventilator
2 draden, NO (normaal open) of NC
(Normal Closed – normaal gesloten) type,
230 V AC
Externe pomp
Voor het behouden van voldoende
capaciteit met behulp van een extra
pomp
Smart Grid
Voor het regelen van de
bedieningsmodus, afhankelijk van het
ingangssignaal van de leverancier
INSTALLATIE ACCESSOIRES 79
Vóór de installatie
!
WAARSCHUWING
De volgende zaken moeten vóór de installatie worden bewaard
• De hoofdvoeding moet worden uitgeschakeld tijdens het installeren van accessoires van
derden.
• Accessoires van derden moeten voldoen aan de ondersteunde specificaties.
• Voor de installatie moeten de juiste gereedschappen worden gekozen.
• Nooit de installatie met natte handen doen.
Thermostaat
Thermostaat wordt over het algemeen gebruikt om het product te regelen met behulp van
luchttemperatuur. Wanneer de thermostaat op het product is aangesloten, wordt de werking van
het product geregeld door de thermostaat.
Installatievoorwaarden
!
OPGEPAST
• GEBRUIK 220-240 V~ Thermostaat
• Sommige elektromechanische thermostaten hebben een interne vertragingstijd om de
compressor te beschermen. In dat geval neemt het wijzigen van de modus meer tijd in
beslag dan de gebruiker verwacht. Lees de handleiding van de thermostaat zorgvuldig als
het apparaat niet snel reageert.
• Het instellen van het temperatuurbereik met de thermostaat kan verschillen van deze van
het apparaat. De insteltemperatuur van de verwarming/koeling moet worden gekozen
binnen het insteltemperatuurbereik van de eenheid.
• Het wordt sterk aanbevolen om de thermostaat te installeren waar ruimteverwarming
hoofdzakelijk wordt toegepast.
NEDERLANDS
De volgende locaties moet worden vermeden om een goede werking te garanderen:
- Hoogte vanaf de vloer is ongeveer 1,5 m.
- Thermostaat mag niet achter een geopende deur worden geplaatst.
- De thermostaat kan niet worden geplaatst waar externe thermische invloeden heersen. (zoals
boven een verwarmingsradiator of open raam)
80 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Gebied direct
contact zonnestralen
ja
nee
5 feet
(1.5 meter)
nee
nee
Thermostaat
Algemene informatie
De waterpomp ondersteunt volgende thermostaten.
Type
Mechanisch (1)
Elektrisch (2)
Vermogen
230 V~
230 V~
Werkingsmodus
Ondersteund
Enkel verwarmen (3)
Ja
Verwarming/koeling (4)
Ja
Enkel verwarmen (3)
Ja
Verwarming/koeling (4)
Ja
NEDERLANDS
(1) Er zit geen elektrisch circuit in de thermostaat en er is geen elektrische stroomvoorziening
naar de thermostaat vereist.
(2) De onderdelen van het elektrisch circuit, zoals het display, de LED, de zoemer, enz. zijn
inbegrepen in de thermostaat en er is een elektrische stroomvoorziening vereist.
(3) De thermostaat genereert het signaal 'Verwarming AAN of Verwarming UIT’ op basis van de
doeltemperatuur van de verwarming van de gebruiker.
(4) De thermostaat genereert zowel het signaal 'Verwarming AAN of Verwarming UIT’ als
‘Koeling AAN of koeling UIT’ op basis van de doeltemperatuur van de verwarming en koeling
van de gebruiker.
!
OPGEPAST
Verwarmings-koelingsthermostaat kiezen
• Verwarmings- /koelingsthermostaat moet beschikken over de functie ‘Modus selecteren’ om de
werkingsmodus te onderscheiden.
• De verwarmings- / koelingsthermostaat moet de doeltemperatuur van de verwarming en
koeling verschillend kunnen toewijzen.
• Als bovenstaande voorwaarden niet worden aangehouden, werkt de eenheid mogelijk niet juist.
• Verwarmings- / koelingsthermostaat moet een koel- of verwarmingssignaal verzenden als aan
de temperatuursvoorwaarden is voldaan. Geen vertragingstijd tijdens het verzenden van het
koelings- of verwarmingssignaal is toegestaan.
INSTALLATIE ACCESSOIRES 81
Hoe een thermostaat bedraden
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 5.
Stap 1. Maak de voorklep van de unit los en open de schakelkast.
Stap 2. Identificeer de vermogensspecificatie van de thermostaat. Als deze 220 ~ 230 V is, gaat u naar stap 3.
Stap 3. Als deze Alleen verwarmingsthermostaat is, gaat u naar stap 4. Als deze de verwarmings-/koelingsthermostaat is,
gaat u naar stap 5.
Stap 4. Zoek het aansluitblok en sluit de draad aan zoals hieronder wordt weergegeven. Na het aansluiten gaat u naar stap 5.
27
L
28
N
29
L1
30
L2
THERMOSTAAT
(Standaard: 230 V AC)
(L)
(N)
!
WAARSCHUWING
Type mechanische thermostaat.
Sluit geen draad (N) aan als de thermostaat geen
elektrische stroom nodig heeft.
(H)
!
OPGEPAST
Sluit geen externe elektrische belastingen aan.
De draad (L) en (N) mogen alleen worden gebruikt bij de
elektrische thermostaat. Sluit nooit externe elektrische
belastingen, zoals kleppen, ventilatorspiralen, enz., aan.
Als deze wel worden aangesloten, kan hoofdprintplaat
(verwarming) ernstig beschadigd raken.
Thermostaat
(L): Actief signaal van de printplaat naar de thermostaat
(N): Neutraal signaal van de printplaat naar de thermostaat
(H): Verwarmingssignaal van de thermostaat naar de printplaat
Stap 5. Zoek het aansluitblok en sluit de draad aan zoals hieronder wordt weergegeven.
27
L
28
N
29
L1
30
L2
THERMOSTAAT
(Standaard: 230 V AC)
(N)
(C)
Type mechanische thermostaat.
Sluit geen draad (N) aan als de thermostaat geen
elektrische stroom nodig heeft.
(H)
!
Thermostaat
WAARSCHUWING
OPGEPAST
Sluit geen externe elektrische belastingen aan.
De draad (L) en (N) mogen alleen worden gebruikt bij de
elektrische thermostaat. Sluit nooit externe elektrische
belastingen, zoals kleppen, ventilatorspiralen, enz., aan.
Als deze wel worden aangesloten, kan hoofdprintplaat
(verwarming) ernstig beschadigd raken.
(L): Actief signaal van de printplaat naar de thermostaat
(N): Neutraal signaal van de printplaat naar de thermostaat
(C): Koelingssignaal van de thermostaat naar de printplaat
(H): Verwarmingssignaal van de thermostaat naar de printplaat
NEDERLANDS
(L)
!
82 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Laatste controle
• Instelling DIP-schakelaar:
DIP-schakelaar instellen op nr. 8 naar “AAN”. Anders kan het apparaat de thermostaat niet
herkennen.
• Afstandsbediening:
- De tekst ‘Thermostaat’ wordt weergegeven op de afstandsbediening.
- Knopinvoer is verboden.
2de circuit
Het 2e circuit wordt meestal gebruikt om de temperatuur van 2 kamers anders te regelen. Om
het 2de circuit te kunnen gebruiken, moet u een afzonderlijke mengkit klaarleggen. De mengkit
moet in de hoofdzone worden geïnstalleerd.
- Hoofdzone: zone waar de watertemperatuur het laagst is bij verwarming.
- Toevoegen. Zone: de andere zone
[Installatiegids 2de circuit voor verwarming]
Hoofdzone
Toevoegen. Zone
Vloer (35 °C)
Convector
(FCU, 45 °C)
Radiator (45 °C)
Radiator (55 °C)
Vloer (35 °C)
○
X
X
X
Convector
(FCU, 45 °C)
○
○
○
X
Radiator (45 °C)
Radiator (55 °C)
○
○
○
○
○
○
○
○
[Installatiegids 2de circuit voor koeling]
NEDERLANDS
Hoofdzone
Toevoegen. Zone
Vloer (18 °C)
Radiator(18 °C)
Convector
(FCU, 5 °C)
Vloer (18 °C)
○
○
X
Radiator(18 °C)
○
○
X
Convector
(FCU, 5 °C)
X
X
○
h Om tijdens het koelen een vloercombinatie te gebruiken, moet de stroming door de vloer
worden geblokkeerd door de tweewegklep.
INSTALLATIE ACCESSOIRES 83
Hoe het 2de circuit te bedraden
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 2.
Stap 1. Leg het voorpaneel van de unit bloot.
Stap 2. Zoek het aansluitblok en sluit de draad aan zoals hieronder wordt weergegeven.
13
L
14
N
Mengpomp
(L)
(N)
Mengpomp
15
L1
16
L2
17
N
(L): Actief signaal van printplaat naar mengpomp.
(N): Neutraal signaal van printplaat naar mengpomp.
(L1): Actief signaal (voor het type normaal gesloten) van
Mengklep
printplaat naar mengpomp.
(L2): Actief signaal (voor het type normaal open) van printplaat
(L1) (L2) (N1)
naar mengpomp.
(N1): Neutraal signaal van printplaat naar mengpomp.
*Gesloten = NIET gemengd.
Mengklep
Stap 3. Plaats de temperatuursensor op 'CN_MIX_OUT' (bruin) van de hoofdprintplaat, zoals
hieronder weergegeven. De sensor moet correct worden gemonteerd op de uitlaatpijp
van de waterpomp van de mengset, zoals hieronder wordt weergegeven.
CN_MIX_OUT
Indoorprintplaat
[Kamer A] Hoofdzone (lage temperatuur)
Mengen
2de circuittemp. sensor
Mengset
Vloerverwarmingslus
Vloerverwarmingslus
[Kamer B] Extra zone (hoge temperatuur)
Radiator
!
OPMERKING
Temperatuursensorspecificatie:
Type: thermistor, NTC
Weerstand bij 25 °C: 5 kΩ
Minimale bedrijfstemperatuurbereik: -30 °C ~ 100 °C
Radiator
NEDERLANDS
Buffertank
84 INSTALLATIE ACCESSOIRES
[Thermistor voor 2e circuit]
Sensor
Sensor houder
Sensor Connector
Volg onderstaande procedures Stap 1 ~ Stap 4.
Stap 1. Installeer de sensorconnector op de uitlaatpijp van de waterpomp van de mixset. (Er
moet worden gelast om de sensorconnector op de buis aan te sluiten.)
Stap 2. Controleer of de stroom van het apparaat is uitgeschakeld.
Stap 3. Bevestig de sensorconnector aan de sensorhouder zoals weergegeven in de
onderstaande afbeelding.
Stap 4. Plaats het harnas volledig in PCB (CN_TH4) en bevestig de thermische sensor in de
buisconnector zoals hieronder getoond.
Boiler van derden
Het product kan worden gebruikt door een hulpboiler aan te sluiten. U kunt de boiler automatisch
en handmatig besturen door de buitentemperatuur en de ingestelde temperatuur te vergelijken.
Hoe een boiler van derden te installeren
NEDERLANDS
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 3.
Stap 1. Controleer of de voeding van het apparaat is uitgeschakeld.
Stap 2. Demonteer de voorpanelen en zoek het klemmenblok op de binnenprintplaat.
Stap 3. Sluit de voedingskabel goed aan op het klemmenblok (TB_BOILER).
Indoorprintplaat
TB_BOIL
ER
Boiler van derden
(Spanningsvrij)
INSTALLATIE ACCESSOIRES 85
Controller van derden
Het product kan ook worden gekoppeld aan een controller van derden. U kunt externe controllers
aansluiten met behulp van het Modbus-protocol, behalve bij een LG-controller. Als een controller
van derden wordt gebruikt, wordt de LG-controller niet tegelijkertijd op AWHP toegepast.
Hoe een controller van derden te installeren
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 4.
Stap 1. Controleer of de voeding van het apparaat is uitgeschakeld.
Stap 2. Demonteer de voorpanelen en zoek de schakelkast (binnen)
van het apparaat.
Stap 3. Controleer of de kabelboom (wit) volledig in de printplaat van
de binnenunit (CN_COM) zit.
Stap 4. Sluit de controller van derden goed aan op klemmenblok 2
(11/12). (inclusief de meterinterfacemodule)
11
12
1(L)
2(N)
CONTROLLER
VAN DERDEN
(DC 5 V)
1(L)
2(N)
CONTROLLER
van DERDEN of
METERINTERFA
CE(LG)
CN_COM
Indoorprintplaat
NEDERLANDS
86 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Meterinterface
Dit product kan worden gebruikt door een meterinterfacemodule, die afzonderlijk moet worden
aangeschaft, aan te sluiten. De meterinterfacemodule kan communiceren met de bedrade
afstandsbediening. De meterinterfacemodule laat u weten hoeveel stroom door het product
wordt gegenereerd.
Hoe de meterinterface te installeren
[Onderdelen van meterinterface]
Behuizing meterinterface
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 4.
Stap 1. Controleer of de voeding van het apparaat is uitgeschakeld.
Stap 2. Demonteer de voorpanelen en zoek de schakelkast (binnen) van het apparaat.
Stap 3. Controleer of de kabelboom (wit) volledig in de printplaat van de binnenunit (CN_COM) zit.
Stap 4. Sluit de externe pomp aan op klemmenblok 2 (11/12).
CN_COM
CN_COM
11
12
A
B
Controller
van derden
11 : Zwart
12 : Wit
Indoorprintplaat
Indoorprintplaat
NEDERLANDS
Meterinterface
Meterinterface
INSTALLATIE ACCESSOIRES 87
Centrale controller
Het product kan communiceren en worden bestuurd via de centrale controller. De volgende
functies kunnen worden bestuurd in de gekoppelde status van de centrale besturing
(Besturing/Stop, Gewenste temperatuur, Warmwaterbedrijf / stop, Warmwatertemperatuur,
Volledige vergrendeling, enz.)
Hoe de PI485 te installeren
Bevestig de PI485-PCB zoals in onderstaande afbeeldingen wordt weergegeven.
Raadpleeg de PI485-installatiehandleiding voor een gedetailleerde installatiemethode
Verwarmingscapaciteit van product: 12 kW, 14 kW, 16 kW
UN3-behuizing
Verwarmingscapaciteit van product: 5 kW, 7 kW, 9 kW
UN4-behuizing
- Raadpleeg de handleiding die is meegeleverd met de accessoires voor gedetailleerde
installatie-instructies.
NEDERLANDS
88 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Tank voor sanitair warm water
Voor het instellen van het SWW-circuit is een 3-wegklep en een SWW-tankkit vereist. Als het
zonnewarmtesysteem vooraf is geïnstalleerd op het installatieveld, is er een zonnewarmtekit
nodig om de zonnewarmtesysteem - naar - de SWW-tank met elkaar te verbinden - naar -
Installatievoorwaarden
Bij het installeren van de tank voor sanitair water moet met het onderstaande worden rekening
gehouden:
- De tank met sanitair water moet op een vlak oppervlak worden geplaatst.
- De waterkwaliteit moet voldoen aan de richtlijn EN 98/83 EG.
- Aangezien deze watertank een tank voor sanitair water is (indirecte warmtewisseling) is, mag u
geen vriesbestendige middelen, zoals ethyleengrycol, gebruiken.
- Het wordt ten zeerste aanbevolen om na de installatie de tank voor sanitair water te spoelen.
Dit garandeert de productie van schoon, warm water.
- Nabij de tank voor sanitair water moet er een watertoevoer en waterafvoer beschikbaar zijn
voor een gemakkelijke toegang en gemakkelijk onderhoud.
- Stel de maximale waarde in van de temperatuurregelaar van de sanitaire tank.
Thermische zonnesensor
(Minder dan 12 m)
Driewegs klep
(veldtoevoer)
Thermisch
zonnesysteem
(veldtoevoer)
Water uit
Watertanksensor
Water In
(minder dan 12 m)
Water In
Pomp
(veldtoevoer)
Zonnecollector
(veldtoevoer)
Water uit
NEDERLANDS
Watertank
Algemene informatie
volgende 3-wegsklep.
Type
Vermogen
SPDT
230 V AC
3-draads (1)
Werkingsmodus
Ondersteund
‘Stroom A’ tussen ‘Stroom A’ en ‘Stroom B’ (2)
Ja
‘Stroom B’ tussen ‘Stroom A’ en ‘Stroom B’ (3)
Ja
(1) : SPDT = eenpolig, dubbele weg. Drie draden bestaan uit Live1 (voor het selecteren van
stroom A), LIvef 2 (voor stroom B te selecteren) en neutraal (gewoon gebruik).
(2) : Stroom A’ betekent waterstroom van de binneneenheid naar het ondergronds watecircuit.
(3) : Stroom A’ betekent waterstroom van de binneneenheid naar de warmwatertank.
INSTALLATIE ACCESSOIRES 89
!
WAARSCHUWING
Installatie van recirculatiepomp
Wanneer de
wordt gebruikt in de warmwatertank, wordt het ten STERKSTE
aanbevolen om een recirculatiepomp te installeren om te voorkomen dat koud water aan
het einde van de warmwatertoevoer naar buiten stroomt en om de watertemperatuur in de
tank voor sanitair water te stabiliseren.
- De recirculatiepomp moet worden gebruikt als er geen sanitair water wordt vereist.
Daarom moet de externe tijdsplanner bepalen wanneer de recirculatiepomp moet worden
ingeschakeld of uitgeschakeld.
- The operating duration time of the recirculation pump is calculated as follow :
Duration time [minute] = k x V x R
De werkingstijd van de recirculatiepomp wordt als volgt berekend:
Tijdsduur [minuut] = k x V x R
k: 1,2 ~ 1,5 wordt aanbevolen. (Als de afstand tussen de pomp en de tank lang is, kiest u
een hoog nummer.)
V: Volume van de tank voor warm water [liter]
R: Waterdebiet van de pomp [liter per minuut] die wordt bepaald door de
pompprestatiecurve.
- De pomp moet worden gestart voordat er sanitair water wordt aangevraagd.
Toevoer van heet water
Stroom
(Eind van toevoer
heet water)
Hercirculatiepomp
Water In
Controleklep
Water uit
Stadswater
Externe
tijdplannen
NEDERLANDS
Warmwatertank
90 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Hoe verwarmer van warmwatertank bedraden
Stap 1. Verwarmingsdeksel van de warmwatertank blootleggen. Het bevindt zich aan de zijkant
van de tank.
Stap 2. Zoek het aansluitblok en sluit de draden aan zoals hieronder wordt weergegeven.
Bedrading is een lokaal geleverd artikel.
(L): Actief signaal van de printplaat naar de verwarmer
(N): Neutraal signaal van de printplaat naar de verwarmer
!
WAARSCHUWING
Draadspeficiatie
• Dwarsdoorsnede van de draad moet 6 mm2 zijn.
De temperatuur van de thermostaat aanpassen
- Om een goede werking te garanderen, wordt aanbevolen de temperatuur van de thermostaat in
te stellen op maximale temperatuur (symbool bij de afbeelding).
- 1Ø model elektrische verwarmer en 3Ø elektrische verwarming Model worden op dezelfde
manier ingesteld als hieronder.
L
N
WATERTANKVERWARMER
(L)
A
(N)
NEDERLANDS
INSTALLATIE ACCESSOIRES 91
Tankkit voor sanitair warm water
Dit product kan worden gebruikt door de SWW-tankkit op de site aan te sluiten. Er kan warm
water worden gebruikt dat wordt verwarmd door een boosterverwarming in een SWW-tank.
Hoe een SWW-tankkit te installeren
[Tankkit Onderdelen voor sanitair warm water]
1
2
3
4
5
6
Behuizing tankkit
Sensor
Multikabelboom
De temperatuursensor voor de SWW-tank wordt gebruikt om de warmwatertemperatuur van de SWW-tank te
regelen. Als de sensor defect is, kunt u deze afzonderlijk aanschaffen (Modelnaam: PHRSTA0).
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 4.
Stap 1. Haal het deksel van de SWW-tankkit eraf en plaats het op de muur.
Stap 2. Sluit de kabelboom (paars) van de hoofdprintplaat (tb1(6/7)) aan op 'cn_b_heat_a‘ van de hoofdprintplaat, zoals
wordt weergegeven in afb. 1.
Stap 3. Plaats de SWW-tanksensor op 'CN_TH4' (rood) van de hoofdprintplaat, zoals hieronder wordt weergegeven.
Stap 4. Sluit de voeding naar de SWW-tankkit aan zoals wordt weergegeven in afb. 1.
h De sensor moet juist op het sensorgat van de SWW-watertank worden gemonteerd, zoals wordt weergegegeven
CN_TH4
in afb. 2.
Signaal
CN_TH4
Indoorprintplaat
Sensor
SWW
-tank
1
2
3
4
5
6
CN_E_HEAT_B
Indoorprintplaat
CN_E_HEAT_B
6
7
L
N
SWW-TANK
VERWARMING
Multikabelboom
Stroomvoorziening
1Ø 220-240 V 50 Hz
6 7
Verwarmingsvermogen
afb. 1
NEDERLANDS
Temperatuursensor Sensorhouder
SWW-tank
In de SWW-tank
Buitenwand SWW-tank
afb. 2
!
OPGEPAST
Montage sensor
Plaats de sensor in de sensoraansluiting en schroef hem stevig vast.
92 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Controleer polariteit
Elektrisch verwarmingsmodel 1Ø
- Verbind ELB(MCCB)-poort nr. 1 met poort 3 van kroonsteen 3
- Verbind ELB(MCCB)-poort nr. 3 met poort 4 van kroonsteen 3
Elektrisch verwarmingsmodel 3Ø
- Verbind MCCB-poort nr. 1 met poort 1 van kroonsteen 3
- Verbind MCCB-poort nr. 3 met poort 2 van kroonsteen 3
ʶ
ʶ
ʷ
ʸ
ʹ
ʶ
ʺ
ʷ
ʹ
ʺ
Elektrisch verwarmingsmodel 1Ø
ʶ
ʶ
ʶ
ʶ
NEDERLANDS
ʸ
ʷ
ʹ
ʺ
ʷ
ʹ
ʺ
Elektrisch verwarmingsmodel 3Ø
INSTALLATIE ACCESSOIRES 93
Zonnewarmtekit
Dit product kan worden gebruikt door de thermische zonnekit op de site aan te sluiten. Er kan
warm water worden gebruikt dat wordt verwarmd door een zonnesysteem. De eindgebruiker
moet de LG AWHP-thermische zonnekit zijn.
Hoe de thermische zonnekit te installeren
[Onderdelen van de thermische zonnekit]
Houdersensor
Slangaansluiting
Thermische zonnekit
12 m(1 EA)
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 4.
Stap 1. Installeer de pijpconnector (het is nodig om de diameter van de buis te verkleinen of te
vergroten), de pijp de thermische zonnekit.
Stap 2. Controleer of de voeding van het apparaat is uitgeschakeld.
Stap 3. Demonteer de voorpanelen en zoek de schakelkast (binnen) van het apparaat.
Stap 4. Plaats de kabelboom volledig in de printplaat (CN_TH4) en bevestig de thermische sensor
in de pijpconnector zoals hieronder wordt weergegeven.
h Als de SWW-sensor is aangesloten, koppelt u eerst de sensor van de printplaat los.
CN_TH4
Thermische zonnekit
Indoorprintplaat
Waterpijp
Slangaansluiting
NEDERLANDS
Sensor voor zonne-energie
(minder dan 12 m)
Driewegs klep
(veldtoevoer)
Buisaansluiting
Sensor watertank
(minder dan 12 m)
Pomp
(veldtoevoer)
Water In
Water uit
Watertank
Systeem voor
zonne-energie
Water uit (veldtoevoer)
Water In
Zonnecollector
(veldtoevoer)
94 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Droog contact
Een droogcontact is een oplossing voor automatische regeling van het HVAC-systeem naar
goeddunken van de eigenaar. Kortm, het is een schakelaar die kan worden gebruikt om het
apparaat in/uit te schakelen nadat het signaal van externe bronnen is ontvangen.
Hoe een droogcontact te installeren
[Onderdelen van een droogcontact]
Lichaam droogcontact
Kabel (voor het maken van
verbinding met IDU)
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 4.
Stap 1. Controleer of de voeding van het apparaatCN_CC
is uitgeschakeld.
CN_CC
Stap 2. Demonteer de voorpanelen en zoek aansluitklemmen in de binnenprintplaat.
Stap 3. Sluit de kabel
goedIndoorprintplaat
aan op de printplaat van het apparaat (CN_CC).
Indoorprintplaat
Stap 4. Plaats vervolgens de kabelboom stevig op de printplaat van het droge contact
(CN_INDOOR) zoals hieronder wordt weergegeven.
CN_CC
Droogcontact
Indoorprintplaat
CN_INDOOR
NEDERLANDS
!
OPMERKING
• Raadpleeg de installatiehandleiding die is meegeleverd met Dry Contact voor meer
informatie over het installeren van Dry Contact.
• Lees hoofdstuk 8 voor de systeeminstelling (vooral functiecode nr.6)
INSTALLATIE ACCESSOIRES 95
[Instelling voor de ingang van het contactsignaakl]
LAAG
MIDDEN
HIGH
Dit gedeelte wordt
niet meegeleverd
met de
Thermostaat LG
(lokaal te voorzien)
LAAG
MIDDEN
HIGH
STOER
WARMTE
FAN
COMM
Operatie
Thermal
COMM
• Alleen voor sluiting van het invoercontact (geen stroominvoer)
Dit gedeelte wordt
niet meegeleverd
met de
Thermostaat LG
(lokaal te voorzien)
Opmerkingen
Voer het spanningssignaal niet in de
instellingsmodus ‘NON VOLT’ in,
anders zal het ernstige schade
veroorzaken
Sluit een aparte externe
spanning aan van 12 V
gelijkstroom, 24 V ~
STOER
WARMTE
FAN
COMM
Operatie
Thermal
COMM
• Voor ingangscontactspanning: 12 V gelijksstroom, 24 V ~
NEDERLANDS
96 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Externe controller - Programmeerbare digitale invoer instellen
Als u het apparaat wilt gebruiken via de externe digitale ingang (ON/OFF), sluit u de kabel aan op
de binnenprintplaat (CN_EXT).
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 4.
Stap 1. Controleer of de voeding van het apparaat is uitgeschakeld.
Stap 2. Demonteer de voorpanelen en zoek de schakelkast (binnen) van het apparaat
Stap 3. Sluit de afstandsbediening volledig aan op de printplaat (CN_EXT).
Stap 4. Sluit de kabel en het installatiedeel van de site aan.
Indoorprintplaat
CN_EXT
Adapterkabel
Installatievoorbeeld: #1
• SW: eenpolige schakelaar
- Selecteer een onderdeel met contacten voor een extreem lage
stroomsterkte
- 5 V ~ 12 V gelijkstroom wordt gebruikt aan het contactpunt
- Schakelaarbelasting is ongeveer 0.5 ~ 1 mA
Binnenunit
0.5 m
Max. 10 m
CN_EXT
PCB
SW
Meegeleverd
onderdeel
Installatieonderdeel site
• Stuurkabel
- Kabelgrootte: 22 tot 26 AWG
- Verleng de kabel niet meer dan 10 meter
Installatievoorbeeld: #2
Binnenunit
CN_EXT
PCB
0.5 m
Max. 10 m
Relaiscircuit
X
Meegeleverd
onderdeel
X
• X: Relais (een contactpunt, een vaste 0.5 ~ 1 mA gelijksstroom)
• SW : Afstand AAN / UIT-schakelaar
• Stuurkabel (binnenunit naar relaiscircuit)
- Kabelgrootte: 22 tot 26 AWG
- Verleng de kabel niet meer dan 10 meter
SW
Stroomvoorziening
van relais
Installatieonderdeel site
NEDERLANDS
Het doel van CN_EXT bepalen
Instelwaarde: instelling stap 0 ~ 5 binnen CN-EXT-poort
- 0: standaard
- 1: eenvoudige bediening aan/uit
- 2: droogcontact (eenvoudig contact)
- 3: Noodstop alleen voor binnenunit
- 4: Herbevestiging / afwezigheid
- 5: Noodstop van alle binnenunits (deze kan alleen worden ingesteld wanneer de binnenunit een
noodstopfunctie heeft)
INSTALLATIE ACCESSOIRES 97
Draadloze temperatuursensor
De draadloze temperatuursensor op afstand kan overal worden geïnstalleerd waar een gebruiker
de temperatuur wil detecteren.
Installatievoorwaarden
De rol en beperking tijdens de installatie van de externe luchttemperatuursensor lijkt veel op die
van de thermostaat.
• De afstand tussen de binneneenheid en de externe luchttemperatuursensor moet kleiner zijn
dan 15 m vanwege de lengte van de verbindingskabel van de externe luchttemperatuursensor.
• Raadpleeg voor andere beperkingen de vorige pagina waar beperkingen over de thermostaat
worden beschreven.
Een gebied met blootstelling
aan direct zonlicht
Een gebied met blootstelling
aan direct zonlicht
Ja
Ja
Nee
Nee
5 ft
(1.5 m)
Nee
5 ft
(1.5 m)
Verbindingskabel
(minder dan 15 m)
Nee
Nee
Nee
Thermostaat
Draadloze luchttemperatuursensor
Hoe de draadloze temperatuursensor te installeren
[Onderdelen van de externe temperatuursensor]
Schroef (voor het bevestigen
van de externe sensor)
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 5.
Stap 1. Bepaal waar de externe temperatuursensor is geïnstalleerd. Bepaal vervolgens de locatie
en hoogte van de bevestigingsschroeven in afb. 1 (interval tussen de schroeven: 60mm)
Stap 2. Controleer of de voeding van het apparaat is uitgeschakeld.
Stap 3. Demonteer de voorpanelen en zoek de schakelkast (binnen) van het apparaat.
Stap 4. Plaats de temperatuursensor in de printplaat (CN_ROOM) en bevestig de sensor stevig
zoals wordt weergegeven in 2.
Stap 5. De verbindingsdraad is niet belangrijk wanneer u de kleur van de draad wijzigt vanwege
niet-polair.
NEDERLANDS
Sensor
98 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Bevestigingsschroeven
60 mm
Indoorprintplaat
Indoorprintplaat
BK
WH
CN_ROOM
Sensor
afb. 1
Stap 6. Integreer de draadloze temperatuursensor met de
schroeven in de volgorde van de pijlen.
afb. 2
De afstandsbediening
bevestigen
1
2
!
OPGEPAST
• Kies een plek waar de gemiddelde temperatuur van de werking van de eenheid kan
worden gemeten.
• Vermijd direct zonlicht.
• Kies een plek waar de koelings-/verwarmingsapparaten de sensor van de
afstandsbediening niet beïnvloeden.
• Kies de plaats waar de uitlaat van de koelventilator de sensor van de afstandsbediening
niet beïnvloedt.
• Kies een plek waar de afstandsbedieningssensor niet wordt beïnvloed als de deur open
staat.
!
OPMERKING
NEDERLANDS
• Raadpleeg de installatiehandleiding die is meegeleverd met de temperatuursensor op
afstand voor meer informatie over het installeren van de temperatuursensor op afstand.
• Lees hoofdstuk 8 voor de systeeminstelling (vooral functiecode nr.3)
CN_ROOM
INSTALLATIE ACCESSOIRES 99
Zonnepomp
Er kan een zonnepomp nodig zijn om de waterstroom te activeren wanneer het thermische
zonnesysteem is geïnstalleerd.
Hoe de zonnepomp te installeren
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 4.
Stap 1. Controleer of de voeding van het apparaat is uitgeschakeld.
Stap 2. Demonteer de voorpanelen en zoek de schakelkast (binnen) van het apparaat.
Stap 3. Controleer of de kabelboom (zwart) volledig in de printplaat van de binnenunit
(CN_W_PUMP_B) zit.
Stap 4. Sluit de externe pomp aan op klemmenblok 1 (4/5).
h Het is mogelijk om de zonnepomp niet te gebruiken, afhankelijk van de installatieomgeving.
WATERPOMP
(B)
Indoorprintplaat
4
BR
L
5
BL
N
Zonnepomp
AC 230 V
CN_W_PUMP_B
NEDERLANDS
100 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Externe pomp
Externe pomp kan nodig zijn als de kamer voor vloerverwarming te groot of niet goed geïsoleerd
is (potentieel vrij). Er is ook een externe pomp geïnstalleerd met een buffertank om voldoende
capaciteit te behouden.
Hoe een externe pomp te installeren
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 3.
Stap 1. Controleer of de voeding van het apparaat is uitgeschakeld.
Stap 2. Demonteer de voorpanelen en zoek aansluitklemmen in de binnenprintplaat.
Stap 3. Sluit de voedingskabel goed aan op het klemmenblok (TB_W_PUMP_C).
Indoorprintplaat
TB_W_PUMP_C
NEDERLANDS
Externe pomp
(Spanningsvrij)
INSTALLATIE ACCESSOIRES 101
Wi-fi-modem
De Wi-Fi-modem maakt bediening op afstand via de smartphone mogelijk. Beschikbare functies
omvatten de aan/uit-selectie, gebruiksmodus, warmwaterbereiding, temperatuurinstelling en
wekelijkse planning, enz.
Hoe de Wi-Fi-modem te installeren
[Onderdelen van de Wi-Fi-modem]
Behuizing Wi-Fi-modem
USB-kabel
Verlengkabel
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 5.
Stap 1. Controleer of de voeding van het apparaat is uitgeschakeld.
Stap 2. Demonteer de voorpanelen en zoek de schakelkast (binnen) van het apparaat.
Stap 3. Sluit de USB-kabel aan op de printplaat van de binnenunit (CN_WF; blauw) totdat deze
vastklikt.
Stap 4. Verbind de Wi-Fi-modem goed met de USB-kabel.
Stap 5. Raadpleeg de afbeelding hieronder om de Wi-Fi-modem op de gemarkeerde positie te
installeren.
CN_WFCN_WF CN_WF
CN_WF
USB-kabel
NEDERLANDS
Indoorprintplaat
Indoorprintplaat
Indoorprintplaat
Indoorprintplaat
102 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Smart Grid
TDit product biedt de SG Ready-functie voor gebruikers. IHet maakt het mogelijk de interne
werking (verwarmen / warm water) te stoppen en de doeltemperatuur te regelen, afhankelijk van
het ingangssignaal van de stroomvoorziening.
Hoe het Smart Grid te installeren
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 3.
Stap 1. Controleer of de voeding van het apparaat is uitgeschakeld.
Stap 2. Demonteer de voorpanelen en zoek aansluitklemmen in de binnenprintplaat.
Stap 3. Sluit de voedingskabel volledig aan op het klemmenblok op de printplaat (TB_SG2,
TB_SG1), zoals hieronder wordt weergegeven.
Indoorprintplaat
TB_SG2
TB_SG1
Verwarming en warm water werken afhankelijk van ingangssignaal (SG1 / SG2)
Status
display
Invoersignaal
SG1
SG2
SGN Openen Openen
Gebruik
Opdracht
Kost
(electrisch)
Normale
functie
Normale Werkingsstatus
prijs
behouden
Verwarming
NEDERLANDS
SG1
Werking uit
Afsluiten Openen (vergrendeling
hulpprogramma)
SG2
Automatische wijziging
van de doeltemperatuur is
afhankelijk van de SGmoduswaarde in de
installatie-instelling
Werking op
Openen Afsluiten
Lage prijs - Stap 0: doeltemperatuur
aanbevolen
behouden
- Stap 1: 2 °C verhoging
van de doeltemperatuur
- Stap 2: 5 °C verhoging
van de doeltemperatuur
SG3
Afsluiten Afsluiten
Hoge
prijs
Sanitair warm water
Werkingsstatus
behouden
Geforceerd interne
Geforceerd interne
werking uitgeschakeld werking uitgeschakeld
Aanbevolen Zeer lage Werkingsstatus
werking
prijs
behouden
Wijziging van de
doeltemperatuur hangt
automatisch af van de SGmoduswaarde in de
installatie-instelling
- Stap 0: 5 °C verhoging
van de doeltemperatuur
- Stap 1: 5 °C verhoging
van de doeltemperatuur
- Stap 2: 7 °C verhoging
van de doeltemperatuur
Doeltemperatuur wordt
automatisch gewijzigd
naar 80 °C
INSTALLATIE ACCESSOIRES 103
Tweewegklep
De tweewegklep is vereist om de waterstroom tijdens het koelen te regelen. De rol van de
tweewegsklep is om de waterstroom naar de vloerlus in de koelmodus af te sluiten wanneer de
ventilatorconvector is uitgerust voor koeling.
Algemene informatie
ondersteunt volgende 2-wegsklep.
Type
Werkingsmodus
NO 2-draads (1)
230 V AC
NC 2-draads (2)
230 V AC
Provozní režim
Ondersteund
Waterstroom afsluiten
Ja
Waterstroom openen
Ja
Waterstroom afsluiten
Ja
Waterstroom openen
Ja
(1) : Type normaal open. Als er GEEN elektrische stroom wordt geleverd, is de klep geopend. (Als
er geen elektrische stroom wordt geleverd, is de klep gesloten.)
(2) : Type normaal gesloten. Als er GEEN elektrische stroom wordt geleverd, is de klep gesloten.
(Als er elektrische stroom wordt geleverd, is de klep geopend.)
Hoe tweewegklep bedraden
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 2.
Stap 1. Maak de voorklep van het binnenunit los en open de schakelkast.
Stap 2. Zoek het aansluitblok en sluit de draad aan zoals hieronder wordt weergegeven.
18
L1
19
L2
20
N
TWEEWEGKLEP
(A)
(NO)
(NC)
!
Dauwcondensatie
• Een onjuiste bedrading kan condensvorming op de vloer
veroorzaken. Als de radiator is aangesloten op de vloerwaterlus,
kan er dauwcondensatie op het oppervlak van de radiator optreden.
(N)
!
WAARSCHUWING
Bedrading
• Het type normaal open moet worden aangesloten op de draad (NO)
en de draad (N) voor het sluiten van de klep in de koelingsmodus.
• Het type normaal gesloten moet worden aangesloten op de draad
(NC) en de draad (N) voor het sluiten van de klep in de
koelingsmodus.
(NO): Actief signaal (voor het type normaal open) van de printplaat naar de tweewegklep
(NC): Actief signaal (voor het type normaal gesloten) van de printplaat naar de tweewegklep
(N): Neutraal signaal van de printplaat naar de tweewegklep
Laatste controle
• Stroomrichting :
- Er mag geen water in de vloerlus in de koelingsmodus stromen.
- Controleer de temperatuur aan de waterinlaat van de vloerlus om de stroomrichting te controleren.
- Als deze juist bedraad is, mogen deze temperaturen van 6 °C in de koelingsmodus niet benaderen.
NEDERLANDS
Tweewegklep
OPGEPAST
104 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Driewegklep(A)
3-wegklep (A) is vereist om de SWW-tank te gebruiken. De driewegklep heeft als doel het
schakelen tussen de vloerverwarmingslus en de verwarmingslus van de watertank.
Bovendien is deze vereist om boilers van derden te gebruiken.
Algemene informatie
volgende 3-wegsklep.
Type
SPDT 3draads (1)
Vermogen
Werkingsmodus
Ondersteund
‘Stroom A’ tussen ‘Stroom A’ en ‘Stroom B’
(2)
220-240 V~
‘Stroom B’ tussen ‘Stroom A’ en ‘Stroom B’
(3)
Ja
Ja
(1) : SPDT = eenpolig, dubbele weg. Drie draden bestaan uit Live1 (voor het selecteren van
stroom A), LIvef 2 (voor stroom B te selecteren) en neutraal (gewoon gebruik).
(2) : Stroom A betekent waterstroom van de eenheid naar het ondergronds watercircuit.
(3) : Stroom B betekent’ waterstroom van de eenheid naar de warmwatertank.’
Hoe driewegklep bedraden(A)
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 2.
Stap 1. Leg het voorpaneel van de eenheid bloot.
Stap 2. Zoek het aansluitblok en sluit de draad aan zoals hieronder wordt weergegeven.
DRIEWEGKLEP (A)
8
9
10
L
L1
N
BR
BK
BL
(W)
(U)
(N)
!
WAARSCHUWING
NEDERLANDS
• De driewegklep moet de watertanklus selecteren wanneer
elektrische stroom naar draad (W) en draad (N) wordt
gevoerd.
• De driewegklep moet de vloerlus selecteren wanneer
elektrische stroom naar draad (U) en draad (N) wordt
gevoerd.
Driewegklep
(W) : Actief signaal (watertankverwarming) van de printplaat naar de driewegklep.
(U): Actief signaal (vloerverwarming) van de printplaat naar de driewegklep.
(N): Neutraal signaal van de printplaat naar de driewegklep.
INSTALLATIE ACCESSOIRES 105
Driewegklep(B)
Een 3-wegklep(B) is vereist om het thermische zonnesysteem te gebruiken. De driewegklep
wordt gebruikt voor het schakelen tussen de open en de gesloten modus van het zonnecircuit.
Algemene informatie
volgende 3-wegsklep.
Type
SPDT 3draads (1)
Vermogen
Werkingsmodus
‘Stroom A’ tussen ‘Stroom A’ en ‘Stroom B’
(2)
220-240 V~
‘Stroom B’ tussen ‘Stroom A’ en ‘Stroom B’
(3)
Ondersteund
Ja
Ja
(1) : SPDT = eenpolig, dubbele weg. Drie draden bestaan uit Live1 (voor het selecteren van
stroom A), LIvef 2 (voor stroom B te selecteren) en neutraal (gewoon gebruik).
(2) : Stroom B betekent 'herhaaldelijke warmtebron naar het zonnepaneel'. (gesloten
circuitmodus)
(3) : Sroom A betekent 'warmtebronstroom van zonnepaneel naar SWW-tank in zonnecircuit'.
(open circuitmodus)
Hoe driewegklep bedraden(B)
Volg de onderstaande procedures met stap 1 tot 2.
Stap 1. Leg het voorpaneel van de eenheid bloot.
Stap 2. Zoek het aansluitblok en sluit de draad aan zoals hieronder wordt weergegeven.
DRIEWEGKLEP (B)
1
2
3
BR WH
BL
L
L1
N
(W)
(U)
(N)
!
WAARSCHUWING
Driewegklep
(W) : Actief signaal (gesloten zonnecircuit) van pintplaat naar driewegklep.
(U) : Actief signaal (open zonnecircuit) van pintplaat naar driewegklep.
(N): Neutraal signaal van de printplaat naar de driewegklep.
NEDERLANDS
• De 3-wegklep zou “zonnecircuit sluiten " moeten selecteren
wanneer elektrische stroom wordt geleverd aan draad (W)
en draad (N).
• De 3-wegklep moet "open zonnecircuit" selecteren wanneer
elektrische stroom wordt geleverd naar draad (U) en draad
(N).
106 INSTALLATIE ACCESSOIRES
Laatste controle
Nr.
Controlepunt
Beschrijving
1
Verbinding van waterinlaat/uitlaat
- Controleer of de afsluitkleppen moeten worden gemonteerd
met waterinlaat- en uitlaatpijp van de eenheid
- Controleer de locatie van de waterinlaat-/uitlaat waterleiding
2
Hydraulische druk
- Controleer de druk van het toegevoerde water aan de hand van
de drukmeter in de eenheid
- De druk van het toegevoerde water moet onder de 3,0 bar zijn.
3
Waterpompcapaciteit
- Stel de snelheid van de waterpomp niet in op 'Min' om
voldoende waterstroming te garanderen.
- Het kan een onverwachte stroomsnelheidfout CH14
veroorzaken. (Zie hoofdstuk 4 'Aansluiting van
waterleidingen en watercircuit')
4
Transmissielijn en
stroombronbedrading
- Controleer of de transmissielijn en de
stroombronbedrading van elkaar zijn gescheiden.
- Als dit niet het geval is, kan elektronische ruis optreden
door de stroombron.
5
De kenmerken van de
voedingskabel
- Controleer de specificaties van de stroomkabel
(raadpleeg hoofdstuk 4 'Kabels aansluiten')
Driewegklep
- Er moet water uit de wateruitlaat van de eenheid naar de
waterinlaat van de sanitaire tank stromen wanneer de
verwarming van de sanitaire tank is geselecteerd.
- Om de stroomrichting te controleren, moet u ervoor zorgen
dat de wateruitlaattemperatuur van de eenheid en de
waterinlaattemperatuur van de sanitaire watertank
overeenkomen
Tweewegklep
- Er mag geen water in de vloerlus in de koelingsmodus
stromen.
- Controleer de temperatuur aan de waterinlaat van de
vloerlus om de stroomrichting te controleren.
- Indien correct bedraad, mogen de temperaturen 6 °C in
koelmodus niet worden benaderd.
Luchtventilatie
- Luchtopening moet zich op het hoogste niveau van het
waterleidingsysteem bevinden
- Het moet worden geïnstalleerd op het punt dat
gemakkelijk te onderhouden is.
- Het duurt enige tijd om lucht in het watersysteem te
verwijderen als luchtzuivering niet voldoende wordt
uitgevoerd, kan het CH14-fout optreden. (zie hoofdstuk 4
'Water laden')
6
NEDERLANDS
7
8
CONFIGURATIE 107
CONFIGURATIE
Omdat
is ontworpen om te voldoen aan verschillende installatie-omgevingen, is het
belangrijk om het systeem correct in te stellen. Als dit niet correct is geconfigureerd, kan een
onjuiste werking of verminderde prestaties worden verwacht.
Instelling DIP-schakelaar
!
OPGEPAST
Schakel de elektrische voeding uit voordat u de DIP-schakelaar instelt
• Wanneer u de DIP-schakelaar instelt, moet u de elektrische voeding uitschakelen om een
elektrische schok te voorkomen.
Algemene informatie
Indoor PCB
ON
SW1
1
2
3
4
2
3
4
2
3
4
OFF
1 2 3 4 5 6 7 8
1 2 3 4
ON
SW2
1
5
6
7
8
OFF
NEDERLANDS
1 2 3 4
ON
SW3
1
OFF
UIT geselecteerd
AAN geselecteerd
108 CONFIGURATIE
Informatie DIP-schakelaar
Optie schakelaar 2
Description
Setting
Rol als centrale
controller is uitgerust
1
Als Master
1
Als Slave
2
3
2
3
Informatie over
accessoire-installatie
2
3
2
3
Default
1
Binnen- en buiteneenheid
zijn geïnstalleerd
Binnen- en buiteneenheid
+ warmwatertank zijn
geïnstalleerd
Unit + en buiteneenheid
+ Warmwatertank
+ Zonnewarmtesysteem is
geïnstalleerd
2
3
Gereserveerd
4
Enkel verwarmen
4
Verwarmen en koelen
5
Altijd
5
Terwijl de waterpomp is
ingeschakeld
Programma
4
Stroomschakelaar
(Stromingssensor)
detectie
5
6
NEDERLANDS
Selecteer de capaciteit
van de elektrische
verwarmer
7
6
7
Elektrische verwarming
wordt niet gebruikt
1Ø-model: halve capaciteit wordt
gebruikt
3Ø-model: 1/3 capaciteit wordt
gebruikt
6
7
Gereserveerd
Informatie
thermostaatinstallatie
6
7
6
7
Volledige capaciteit wordt
gebruikt
8
Thermostaat NIET geïnstalleerd
8
Thermostaat geïnstalleerd
8
CONFIGURATIE 109
Optie schakelaar 1
Beschrijving
Instelling
1
Als meester
1
Als slaaf
2
Gemeenschappelijke derde partij
2
SIEMENS
Standaard
1
MODBUS
MODBUS-functie
2
Gereserveerd
3
3
4
4
Gereserveerd
Gereserveerd
3
Gereserveerd
4
Optie schakelaar 3
Beschrijving
Instelling
Op afstand geplaatste
luchtsensor
1
Externe sensor is niet geïnstalleerd
1
Externe sensor is geïnstalleerd
2
Antivriesmodus niet gebruiken
2
Antivriesmodus
Standaard
1
ANTIVRIES
2
Gereserveerd
3
3
4
4
Gereserveerd
Gereserveerd
3
Niet gebruiken
4
NEDERLANDS
110 CONFIGURATIE
Buiten PCB (5, 7, 9 kW)
U4 raamwerk (R32)
UIT is
geselecteerd
Aan is
geselecteerd
ON
SW1
1
2
3
4
5
OFF
U4 raamwerk (R410A)
UIT is
geselecteerd
Aan is
geselecteerd
ON
SW1
1
OFF
2
3
4
NEDERLANDS
CONFIGURATIE 111
Buiten PCB (12, 14, 16 kW)
ON
SW2
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
OFF
UIT is
geselecteerd
Aan is
geselecteerd
Informatie over DIP-schakelaars
Beschrijving
Modus laag geluid
Peak Control
Instelling
Standaard
2
Modus normaal laag geluid
2
Modus beperkt laag geluid
3
Max modus
3
Peak Control : Om de maximale
stroom te beperken (energiebesparing)
2
3
h Allen DIP-schakelaar nr. 2 en nr. 3 hebben een functie. Andere hebben geen functie.
h Wanneer u de modus beperkt laag geluid instelt, kan de modus worden afgesloten om de
capaciteit daarna te beveiligen Voor een bepaalde tijd.
!
OPMERKING
* De ingangsstroomwaarde kan worden beperkt door de werking van de DIP-schakelaar.
1Ø 5,7,9 kW
1Ø 12,14,16 kW
3Ø 12,14,16 kW
mode
Max Modus Running
Current (A)
Piekregelingsmodus
Lopende stroom (A)
Koeling
Verwarming
Koeling
Verwarming
Koeling
Verwarming
23
23
35
35
15
15
17
17
25
27
10
12
NEDERLANDS
Capaciteit
112 CONFIGURATIE
!
OPMERKING
Noodbesturing
• Definitie van termen
- Probleem: een probleem dat de werking van het systeem kan stoppen en tijdelijk kan
hervatten onder beperkte gebruiksvoering zonder gecertificeerde professionele hulp.
- Fout: probleem dat de werking van het systeem kan stoppen die ALLEEN kan worden
hervat na de controle van een gecertificeerde professional.
- Noodmodus: tijdelijk verwarmen terwijl er een probleem in het systeem is opgetreden.
• Doel van de introductie van 'Probleem'
- Niet zoals airconditioning, de lucht/ water-warmtepomp werkt over het algemeen in het
hele winterseizoen zonder dat het systeem stopt.
- Als het systeem een probleem heeft gevonden, wat niet van kritisch belang is voor het
functioneren van het systeem voor het leveren van verwarmingsenergie, kan het systeem
tijdelijk verdergaan in de noodmodus met de beslissing van de eindgebruiker.
• Geclassificeerde problemen
- Problemen worden ingedeeld in twee niveaus, afhankelijk van de ernst van het probleem:
Lichte problemen en zware problemen
- Lichte problemen: er is een probleem gevonden in de binneneenheid. In de meeste
gevallen houdt dit probleem verband met sensorproblemen. De buiteneenheid werkt in de
bedrijfsmodus van de noodmodus die is geconfigureerd met DIP-schakelaar nr. 4 van de
PCB van de binnenunit.
- Zwaar probleem: er is een probleem gevonden in de buiteneenheid. Omdat de buitenunit
problemen heeft, wordt de noodmodus uitgevoerd door een elektrische verwarming die
zich in de binneneenheid bevindt.
- Optieproblemen: er is een probleem met de werking van de optie, zoals het verwarmen
van watertanks. Hierbij geeft het probleem aan dat de optie niet op het systeem is
geïnstalleerd.
NEDERLANDS
• Wanneer de AWHP problemen heeft,
(1) Als er geen functie is om de mogelijkheid van besturing te beoordelen:
Als er zich voornamelijk een fout in de binnenunit voordoet, wordt de AWHP gestopt.
Aan de andere kant kan de Remocon ervoor zorgen dat het product de aan/uit-bediening
activeert. (Aan : noodbesturing)
- Licht / zwaar probleem: alleen verwarmen werkt
- Kritieke problemen: volledige stoppen
- Behandelingsprioriteit: Kritiek > Zwaar > Licht
(2) Als er een functie is om de mogelijkheid van besturing te beoordelen:
Afhankelijk van de status van lichte / zware / kritieke problemen, wordt de
waarschuwing afzonderlijk op het display weergegeven.
- Licht probleem: verwarming/koeling werkt
- Zwaar probleem: verwarming werkt
- Kritiek probleem: contact opnemen met servicecentrum
AWHP werkt wanneer gebruiker op de OK-knop in de waarschuwing drukt.
CONFIGURATIE 113
!
OPMERKING
• Dubbele problemen: Optieproblemen met lichte of zware problemen
- Als optiefouten optreden met lichte (of zware) problemen tegelijkertijd, geeft het systeem
hogere prioriteit aan lichte (of zware) problemen en werkt het alsof er lichte (of zware)
problemen zijn opgetreden.
- Daarom kan in de noodbedrijfsmodus soms de opwarming van het warmwater onmogelijk
zijn. Wanneer het warm water niet opwarmt tijdens de noodwerking, controleer dan of de
warmwatersensor en de bijbehorende bedrading allemaal Ok zijn.
• De noodbesturing wordt niet automatisch opnieuw gestart nadat de hoofdvoeding is
hersteld.
- In normale toestand wordt de bedieningsinformatie van het product hersteld en
automatisch opnieuw gestart nadat de hoofdstroom is gereset.
- Maar in noodbedrijf is het automatisch opnieuw starten verboden om het product te
beschermen.
- Daarom moet de gebruiker het product opnieuw opstarten na een reset van de voeding
wanneer de noodbediening is uitgevoerd.
NEDERLANDS
114 SERVICE-INSTELLING
SERVICE-INSTELLING
Hoe service-instelling invoeren
Om het menu te openen dat onderaan wordt weergegeven, moet u als volgt het serviceinstellingenmenu openen.
• Druk in het menuscherm op de knop [<,> (links / rechts)] om de instellingscategorie te
selecteren en druk op de knop [OK] om naar de lijst met instellingen te gaan.
• Selecteer in de instellijst de categorie met service-instellingen en druk op [OK] om naar de
service-instellingenlijst te gaan.
OK
Service-instelling
• U kunt de productservicefuncties instellen.
• Sommige functies worden mogelijk niet weergegeven/gebruikt in sommige productsoorten.
Menu
Beschrijving
Servicecontact
Controleer en voer het telefoonnummer van het servicecentrum in dat
u kunt bellen als er een serviceprobleem is.
Modelinformatie
bekijk de productgroep binnen/buiten en informatie over de capaciteit
RMC versie-informatie
NEDERLANDS
Open source-licentie
Controleer de modelnaam en softwareversie van de
afstandsbediening.
Bekijk de open source-licentie van de afstandsbediening.
SERVICE-INSTELLING 115
Service Contact
Controleer en voer het telefoonnummer van het servicecentrum in dat u kunt bellen als er een
serviceprobleem is.
• Selecteer in de servicelijst het servicecontactpunt en druk op [OK] om naar het detailscherm te
gaan.
• Terwijl de knop "Bewerken" is geselecteerd, drukt u op de knop [OK] om naar het
bewerkingsscherm te gaan, dit te wijzigen en op [OK] te drukken om het servicecontactpunt te
wijzigen.
OK
NEDERLANDS
OK
116 SERVICE-INSTELLING
Model informatie
Controleer de binnen/buiten productgroep en informatie over de capaciteit waarop de
afstandsbediening: is aangesloten.
• Selecteer in de service-instellingenlijst de informatiecategorie voor binnen- / buitenmodellen en
druk op [OK] om naar het detailscherm te gaan.
• Binneneenheid capaciteit
- 1 kWh = 1 kBtu * 0,29307
kWh is het resultaat berekend op basis van Btu. Er kan een klein verschil zijn tussen de
berekende en de werkelijke capaciteit.
Ex) Als de capaciteit van de binnenunit 18 kBtu is, wordt deze weergegeven als 5 kWh.
OK
NEDERLANDS
SERVICE-INSTELLING 117
RMC Versie-informatie
Bekijk de softwareversie van de afstandsbediening.
• Selecteer in de service-instellingenlijst de RMC-versiegegevens en druk op [OK] om naar het
detailscherm te gaan
OK
NEDERLANDS
118 SERVICE-INSTELLING
Open Source-licentie
Bekijk de open source-licentie van de afstandsbediening.
• Selecteer in de servicelijst de open-sourcelicentiecategorie en druk op [OK] om naar het
detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
INSTALLATEUR INSTELLING 119
INSTALLATEUR INSTELLING
Hoe een installateur-instelling invoeren
!
OPGEPAST
De instellingsmodus van het installatieprogramma is de modus voor het instellen van de
detailfunctie van de afstandsbediening. Als de installatiemodus van het installatieprogramma niet
correct is ingesteld, kan dit leiden tot productstoringen, letsel van de gebruiker of schade aan
eigendommen. Het moet worden ingesteld door de installatiespecialist met de installatielicentie
en als het is geïnstalleerd of gewijzigd zonder installatielicentie, zijn alle veroorzaakte problemen
de verantwoordelijkheid van het installatieprogramma en kan de LG-garantie vervallen.
• Druk in het menuscherm op de [<,>(links/rechts)]-knop om de instelcategorie te kiezen en druk
3 seconden op [∧(omhoog)] om het wachtwoord in te voeren in invoerscherm van
installerinstelling.
• Voer het wachtwoord in en druk op [OK] om naar de instellingslijst voor het
installatieprogramma te gaan.
OK
OK
!
OPMERKING
Sommige categorieën van het instellingsmenu van het installatieprogramma zijn mogelijk
niet beschikbaar, afhankelijk van de productfunctie of de menunaam kan verschillen.
NEDERLANDS
h Wachtwoord installateurinstelling
Hoofdscherm → menu → instellen → service → RMC-versie informatie → SW-versie
voorbeeld) SW-versie: 1.00.1 a
120 INSTALLATEUR INSTELLING
Installateurinstelling
• U kunt de gebruikersfuncties van het product instellen.
• Sommige functies worden mogelijk niet weergegeven/gebruikt in sommige productsoorten.
Functie
3 minuten vertraging
Temperatuursensor selecteren
Dry Contactmodus
Central Control Address
Pomp testsessie
Beschrijving
Alleen voor gebruik in de fabriek
Selectie voor het instellen van de temperatuur als luchttemperatuur of
temperatuur van uittredend water of temperatuur van lucht+uittredend water
Droge contactfunctie is de functie die alleen kan worden gebruikt als de
apparaten voor droog contact apart worden aangeschaft en geïnstalleerd.
Wanneer u de centrale bediening aansluit, stelt u het centrale besturingsadres
van de binneneenheid in. Stel het bereik van 'Instelling luchttemperatuur' in de
koelmodus in
Proefdraaien waterpomp
luchtkoeling temp. inst.
Instelbereik van 'Luchttemperatuur instellen' in koelingsmodus
Waterkoeling temp. inst.
Instelbereik van 'Uittredewatertemperatuur instellen' in koelingsmodus
Luchtverwarming temp. inst.
Instelbereik van 'Luchttemperatuur instellen' in verwarmingsmodus
Waterverwarming temp. inst.
Instelbereik van 'Verwarmingsstroomtemperatuur instellen' in
verwarmingsmodus
DHW temp. inst.
Vloerdroging
Kachel op temperatuur
SWW-insteltemperatuur instellen
Instelling voor het gebruik van stap 1 of 2 voor de capaciteit van de elektrische
verwarming
De buitenluchttemperatuur instellen waarbij de helft van de elektrische
verwarming in werking treedt
NEDERLANDS
Water stop temp. tijdens koel.
Bepaal de temperatuur van het uittredende water wanneer het apparaat wordt
uitgeschakeld. Deze functie wordt gebruikt om condensatie op de vloer in de
koelmodus te voorkomen
Tank ontsmettingsinstelling 1
Start-/handhaaftijd voor pasteurisatie instellen
Tank ontsmettingsinstelling 2
Pasteurisatietemperatuur instellen
Tank instelling1
Starttemperatuur voor gebruik instellen
Tank instelling2
Handhaaftemperatuur voor gebruik instellen
Verwarming prioriteit
DHW tijdsinstelling
Warmte lucht aan/uit variabele
Bepaal elektrische verwarming en waterverwarming aan en uit
Bepaal de duur van de volgtijd: werkingsstijd van de verwarming van de
warmwatertank, de stoptijd van de verwarming van de warmwatertank en de
vertragingstijd van de werking van de warmwatertank
Instelling Temperatuur van de verwarmingslucht TH Aan/Uit Type
Warmte water aan/uit variabele Instelling Temperatuur wateruitlaat TH Aan/Uit Type
INSTALLATEUR INSTELLING 121
Functie
Beschrijving
Koel water aan/uit variabele
Instelling temperatuur TH koelingslucht aan/uit-type
Koel water aan/uit variabele
Temperatuur koelingswateruitlaat TH aan/uit-type
Verwarming temp. instelling
Instelling Bij de besturing van het uittredende water in verwarmingsmodus, de
besturingsreferentie positie watertemperatuur
Koeling temp. instelling
Pompinstelling in verwarming
Pompinstelling in koeling
Instelling Bij de wateruittredebediening in de koelmodus, de
besturingsreferentie positie watertemperatuur
Stel de vertragingsoptie van de waterpomp in/uit in de verwarmingsmodus
Stel de vertragingsoptie van de waterpomp in / uit in de koelmodus
Voorrangsregeling
Waterpomp uit Na 20 achtereenvolgende uren, in-uitschakelen van de logica
die de waterpomp zelf aandrijft
CN_CC
Het is de functie om in te stellen of Dry Contact moet geïnstalleerd (gebruikt
worden). (Het is geen functie voor de installatie van Dry Contact, maar het is
een functie om het gebruik van de CN_CC-poort van het binnenapparaat in te
stellen.)
Pompfrequentie instelling (RPM) Functie om het toerental van de waterpomp te veranderen
Pompcapaciteit
Functie om de capaciteit van de waterpomp te wijzigen
Slim raster (SG)
Selecteer of u de SG-modusfunctie van het product wilt gebruiken of niet, stel
de waarde van de bewerkingsoptie in de SG1-stap in.
Seizoensgeb. auto temp
Modbus Address
CN_EXT
Zone toevoegen
Externe pomp gebruiken
Stel de bedrijfstemperatuur in de seizoensgebonden auto-modus
Deze functie wordt gebruikt om het adres in te stellen van het Modbusapparaat dat extern aan het product is gekoppeld. De instelfunctie van het
Modbus-adres is beschikbaar op de binnenunit.
Functie om de externe invoer- en uitvoerregeling in te stellen volgens DI / DO.
Deze wordt ingesteld door de klant met behulp van de poort voor het droge
contact van de binnenunit. Bepaal het gebruik van de contactpoort (CN_EXT)
die op de printplaat van de binnenunit is gemonteerd
Installeer een extra klep in het product om het extra werkgebied te regelen
Instellen om een externe waterpomp te regelen
Configuratie om boiler van derden te regelen
Meterinterface
Wanneer u de meterinterface installeert om energie / calorieën in het product
te meten, stelt u een eenheidspecificatie voor elke poort in
Pompvoorloop/-overloop
Stel deze in om het optimale debiet te bereiken door het verwarmingswater
met de waterpomp vóór de warmtewisseling te laten circuleren. Nadat de
werking is gestopt, wordt een extra waterpomp geactiveerd om het
verwarmingswater te laten circuleren.
Zonnesysteem
Het is de functie om de werkingsreferentiewaarde in het zonnesysteem in te
stellen.
Huidige stroomsnelheid
Gegevensregistratie
Wachtwoord initialisatie
Dit is de functie om de huidige stroomsnelheid te controleren.
De foutgeschiedenis van de aangesloten unit weergeven
Dit is de functie om het wachtwoord te initialiseren (0000) wanneer u het
wachtwoord bent vergeten dat is ingesteld in de afstandsbediening.
NEDERLANDS
Ketel van derde
122 INSTALLATEUR INSTELLING
3 minuten vertraging
Schakelt tijdelijk de 3 minuten vertragingsfunctie uit voor alleen de buiteneenheid Comp Factorygebruik.
- Alleen voor gebruik in de fabriek
• Selecteer in de installatielijst 3 Minutenvertraging en druk op [OK] om naar het detailscherm te
gaan.
OK
NEDERLANDS
INSTALLATEUR INSTELLING 123
Temperatuursensor selecteren
Het product kan worden bediend op basis van de luchttemperatuur of de temperatuur van het
uittredend water. De selectie voor het instellen van de temperatuur wanneer de
luchttemperatuur of de temperatuur van het uittredend water wordt bepaald.
• Selecteer in de installatielijst de categorie Temperatuursensor en druk op de knop [OK] om naar
het detailscherm te gaan.
OK
!
Lucht
Lucht+Water
OPMERKING
Luchttemperatuur als insteltemperatuur is ALLEEN beschikbaar als Verbinding van externe
luchtsensor is ingeschakeld en Verbinding van externe luchtsensor is ingesteld als 02.
NEDERLANDS
Waarde
Water
124 INSTALLATEUR INSTELLING
Dry Contactmodus
Droge contactfunctie is de functie die alleen kan worden gebruikt als de apparaten voor droog
contact apart worden aangeschaft en geïnstalleerd.
• Wijzig instellingswaarden met de knop [<,> (links / rechts)]
Value
Auto
manual
!
OPMERKING
Raadpleeg voor details over de droge contactmodus de afzonderlijke handleiding voor droog
contact. Wat is droog contact?
Dit betekent de signaalingang van het contactpunt wanneer de hotelkaartsleutel, de sensor
voor detectie van menselijk lichaam enz. in verbinding staan met de airconditioner.
Systeemfunctionaliteit toegevoegd met behulp van externe ingangen (droge contacten en
natte contacten).
NEDERLANDS
INSTALLATEUR INSTELLING 125
Central Control Address
Wanneer u de centrale bediening aansluit, stelt u het centrale besturingsadres van de binnenunit in.
• Selecteer in de lijst met installerinstellingen de categorie Centraal besturingsadres en druk op
[OK] om naar het detailscherm te gaan.
OK
OPMERKING
Voer adrescode in als hexadecimale waarde
Voorkant Centraal besturingsgr. Nr.
Achterkant: Centraal besturingsnummer binnenunit
!
OPMERKING
Deze functie is niet beschikbaar bij de monobloc
NEDERLANDS
!
126 INSTALLATEUR INSTELLING
Pomp testsessie
Het proefdraaien van de pomp is de functie om de werking te testen door de waterpomp in te
schakelen. Deze functie kan worden gebruikt voor luchtroosters/stromingssensoren en andere
accessoires.
• Selecteer in de installatielijst de categorie Pomp proefdraaien en druk op de knop [OK] om naar
het detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
INSTALLATEUR INSTELLING 127
luchtkoeling temp. inst.
Bepaal het temperatuurbereik van de koelstand wanneer luchttemperatuur wordt geselecteerd
als insteltemperatuur.
• Selecteer in de lijst met installerinstellingen de categorie Luchtkoelset temp en druk op [OK]
om naar het detailscherm te gaan.
OK
Standaard
Bereik
Max.
30
30~24
Min.
18
22~16
* Bovenste/Onderste limiet/standaardwaarde is in °C
!
OPMERKING
Alleen beschikbaar wanneer externe luchttemperatuursensor is aangesloten.
• Accessoire PQRSTA0 moet worden geïnstalleerd.
• Ook moet de verbinding van de externe luchtsensor correct zijn ingesteld.
NEDERLANDS
Waarde
128 INSTALLATEUR INSTELLING
Waterkoeling temp. inst.
Bepaal het temperatuurbereik van de koelinstelling wanneer de wateruittredetemperatuur wordt
gekozen als insteltemperatuur.
• Selecteer in de lijst met installateursinstellingen de temperatuurcategorie voor koeling van het
water en druk op [OK] om naar het detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
Waarde
Max.
Min.
Standaard
24
18
Bereik
27~22
20~5
* Bovenste/Onderste limiet/standaardwaarde is in °C
!
OPMERKING
Watercondensatie op de vloer
• Tijdens het koelen, is het erg belangrijk om de watertemperatuur hoger dan 16 °C te
houden. Anders kan er condensvorming op de vloer optreden.
• Als de vloer zich in een vochtige omgeving bevindt, stel de temperatuur van het
uittredende water dan niet lager in dan 18 °C.
!
OPMERKING
Watercondensatie op de radiator
• Tijdens het koelen kan het koud water niet naar de radiator stromen. Als er koud water in
de radiator komt, kan dauwvorming op het oppervlak van de radiator optreden.
INSTALLATEUR INSTELLING 129
Luchtverwarming temp. inst.
Bepaal het temperatuurbereik van de verwarmingsinstelling wanneer luchttemperatuur wordt
geselecteerd als insteltemperatuur
• Selecteer in de lijst met installerinstellingen de categorie Luchverwarmingstemperatuur en druk
op [OK] om naar het detailscherm te gaan.
OK
Standaard
Bereik
Max.
30
30~24
Min.
16
22~16
* Bovenste/Onderste limiet/standaardwaarde is in °C
!
OPGEPAST
Alleen beschikbaar wanneer externe luchttemperatuursensor is aangesloten.
• Accessoire PQRSTA0 moet worden geïnstalleerd.
• Ook moet de verbinding van de externe luchtsensor correct zijn ingesteld.
NEDERLANDS
Waarde
130 INSTALLATEUR INSTELLING
Waterverwarming temp. inst.
Bepaal het temperatuurbereik van de verwarmingsinstelling wanneer de
wateruittredetemperatuur wordt gekozen als insteltemperatuur
• Selecteer in de lijst met instellingsinstellingen de insteltemperatuur van de waterverwarming.
categorie en druk op de knop [OK] om naar het detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
Standaard
Waarde
Max.
Min.
Bereik
R410A
R32
R410A
R32
57
65
57~35
65~35
15
34~15
* Bovenste/Onderste limiet/standaardwaarde is in °C
!
OPMERKING
• Wanneer de E/verwarmer niet wordt gebruikt, kan de minimale watertemperatuur worden
ingesteld van 34 °C tot 20 °C
INSTALLATEUR INSTELLING 131
DHW temp. inst.
Bepaal het temperatuurbereik van de verwarmingsinstelling wanneer de warmwatertemperatuur
wordt geselecteerd als insteltemperatuur
• Selecteer in de installatielijst de gewenste warm watertemp. categorie en druk op de knop [OK]
om naar het detailscherm te gaan.
OK
Bereik
Max.
80~50
Min.
40~30
* Bovenste/Onderste limiet/standaardwaarde is in °C
NEDERLANDS
Waarde
132 INSTALLATEUR INSTELLING
Vloerdroging
Deze functie is een uniek kenmerk van AWHP dat, wanneer AWHP in een nieuwe
betonconstructie is geïnstalleerd, de specifieke temperatuur van de
vloerverwarmingstemperatuur gedurende een bepaalde tijdsperiode regelt om de vloercement te
genezen.
• Selecteer in de installatielijst de categorie Dekvloer drogen en druk op [OK] om naar het
detailscherm te gaan.
OK
Hoe te tonen
Hoofdscherm - Toont 'Estrikdroging' op het gewenste temperatuurdisplay. De huidige stap
onderaan het display wordt weergegeven.
Waarde instellen
- Opstartstap: 1 - 11
- Maximale temperatuur: 35 °C ~ 55 °C
- Stap 8 Houdtijd: 1 dag - 30 dagen
Functiebediening
- Deze wordt uitgevoerd aan de hand van de volgende procedure uit de geselecteerde
opstartstap.
- Nadat alle stappen zijn voltooid, schakelt u de uitharding van het cement uit.
NEDERLANDS
Stap
1
2
3
4
5
6
Doeltemperatuur
uittredend water[°C]
25
maximale
tele
Uit
25
35
45
Looptijd
[Uur]
72
96
72
24
24
24
7
8
maximale maximale
tele
tele
24
Houdtijd
9
10
11
45
35
25
72
72
72
※ Als de bovenlimiet van de instelwaarde van de verwarmende LW-temperatuur 55 °C of hoger
is, is ze gedwongen op 55 °C ingesteld.
Als de onderlimiet van de instelwaarde van de verwarmende LW-temperatuur 25 °C of hoger
is, is ze gedwongen op 25 °C ingesteld.
INSTALLATEUR INSTELLING 133
!
OPMERKING
De doeltemperatuur van het water verlaten °C
• Tijdens het droogproces van de dekvloer is de knopinvoer behalve de installateurfunctie en
de temperatuurweergave beperkt.
• Wanneer de stroom opnieuw wordt ingeschakeld na een stroomstoring tijdens de werking
van het product, wordt de bedrijfstoestand van het product voordat de stroomstoring
optreedt onthouden en wordt het product automatisch bediend.
• De droogbehandeling van de dekvloer stopt wanneer er een fout optreedt. / Wanneer de
fout is opgelost, start u opnieuw cementdekvloer drogen. (Als de bedrade
afstandsbediening echter wordt teruggezet naar de status van de foutoptreden, wordt
deze gecompenseerd in de eenheid van één dag)
• Bij het lossen na een fout kan het droogproces van de dekvloer tot 1 minuut wachttijd
duren na het opstarten. (De status van de droogoperatie dekvloer wordt beoordeeld als
een cyclus van 1 minuut.)
• Tijdens de droogcyclus van de dekvloer kan de installateurfunctie Het drogen van de
dekvloer kan worden geselecteerd.
• Tijdens het droogproces van de dekvloer, werkingtest, lage ruismodus uit, lage ruis
tijdsinstelling uit, heet water uit, zonnewarmte uit.
• Tijdens droogproces van dekvloer, eenvoudig, slapen, uit, wekelijks, vakantie, voert de
verwerming geen reserveringsbewerking uit.
Houd de tijd
vast
Pre verwarming
Verwarming klaar voor betegeling
NEDERLANDS
Stap
134 INSTALLATEUR INSTELLING
Kachel op temperatuur
Afhankelijk van de lokale klimatologische omstandigheden moet de temperatuur worden
gewijzigd waarin de elektrische verwarming in de binneneenheid wordt in- of uitgeschakeld.
• In de installatielijst, Verwarmingselement op temperatuurcategorie, en druk op [OK] om naar
het detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
Verdelen
Mono
Standaard
-5
-5
Bereik
18~-15
18~-25
* Bovenste/Onderste limiet/standaardwaarde is in °C
INSTALLATEUR INSTELLING 135
!
OPMERKING
• Verwarmer op temperatuur
Gebruik van de helft van de elektrische verwarming: wanneer DIP-switch nr. 6 en 7 is
ingesteld als 'ON-OFF':
- Voorbeeld: Als Verwarming op temperatuur is ingesteld als '-1' en DIP-schakelaar nr. 6. en
7 is ingesteld als 'ON-OFF', wordt de helft van de elektrische verwarming in werking
gesteld als de buitenluchttemperatuur lager is dan -1 °C en de huidige uittredend
watertemperatuur of de luchttemperatuur in de kamer is veel lager dan de temperatuur
van de uittredende watertemperatuur of de gewenste kamertemperatuur.
Gebruik van volledige elektrische verwarming: wanneer DIP-schakelaar nr. 6 en 7 is
ingesteld als 'ON-ON':
- Voorbeeld: Als Verwarming op temperatuur is ingesteld als '-1' en DIP-schakelaar nr. 6. en
7 is ingesteld als 'ON-ON', begint de volledige capaciteit van de elektrische verwarming te
werken wanneer de buitenluchttemperatuur lager is dan -1 °C en de huidige uittredende
watertemperatuur of de luchttemperatuur in de kamer is veel lager dan de temperatuur
van de uittredende watertemperatuur of de gewenste kamertemperatuur.
NEDERLANDS
136 INSTALLATEUR INSTELLING
Water stop temp. tijdens koel.
Bepaal de temperatuur van het uittredende water wanneer de unit wordt uitgeschakeld. Deze
functie wordt gebruikt om condensatie op de vloer in de koelmodus te voorkomen
• Selecteer Watertoevoer uit temp in de lijst met installateursinstellingen. tijdens de
koelingscategorie en druk op [OK] om naar het detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
Functie
Koelwatertemperatuur
Waarde
Watertoevoer uit temperatuur
FCU Gebruik/Geen gebruik
Standaard
16
gebruik
Instelbereik
25~16
Gebruik/Geen gebruik
INSTALLATEUR INSTELLING 137
- Stop temp. : uitschakeltemperatuur. Stop temp. Is geldig wanneer FCU geïnstalleerd si.
- FCU: bepaald of FCU al dan niet geïnstalleerd is
- Voorbeeld: Als stop temp. is ingesteld als '10' en FCU is 'Gebruiken' en feitelijk is FCU NIET
geïnstalleerd in de waterlus, stopt het apparaat in de koelmodus wanneer de temperatuur van
het uittredende water lager is dan 10 °C.
- Voorbeeld: Als stop temp. is ingesteld als '10' en FCU is 'Niet gebruiken' en feitelijk is FCU
geïnstalleerd in de waterlus, de Stop-temp. wordt niet gebruikt en het apparaat stopt NIET in de
koelmodus wanneer de temperatuur van het uittredende water lager is dan 10 °C.
!
OPGEPAST
FCU-installatie
• Als FCU wordt gebruikt, moet een bijbehorende tweewegklep worden geïnstalleerd en
aangesloten op de PCB van de binneneenheid.
• Als FCU is ingesteld als 'Niet gebruiken' maar FCU of tweewegklep NIET is geïnstalleerd,
kan het apparaat abnormaal werken.
NEDERLANDS
138 INSTALLATEUR INSTELLING
Tank ontsmettingsinstelling 1, 2
• Desinfectie is een speciale bedrijfsmodus van de warmwatertank om te doden en om de groei
van virussen in de tank te voorkomen.
- Desinfectie actief: In- of uitschakelen van desinfectie selecteren.
- Begindatum: Bepaal de datum waarop de desinfectiemodus wordt uitgevoerd.
- Begintijd: Bepaal de tijd waarop de desinfectiemodus wordt uitgevoerd.
- Max temp. : Doeltemperatuur van desinfectiemodus.
- Tijdsduur: Duur van de desinfectiemodus.
Temperatuurprofiel van
desinfectiebediening
Watertemperatuur
(Binnenin warm water)
Max temp.
Tijdsduur
Begintijd
Tijd
OK
NEDERLANDS
OK
!
OPMERKING
Verwarming warm water zou mogelijk moeten zijn
• Als desinfecties actief is ingesteld als ‘Niet gebruik’, dat is ‘uitschakelen
desinfectiemodus’, Begindatum en Begintijd worden niet gebruikt.
INSTALLATEUR INSTELLING 139
Tank instelling1
• Selecteer in de installatielijst de categorie tankinstelling en druk op [OK] om naar het
detailscherm te gaan.
OK
Bereik
55~40
Min temp.
30~1
NEDERLANDS
Waarde
Max buitentemp.
140 INSTALLATEUR INSTELLING
Tank instelling2
• Selecteer in de installatielijst de categorie tankinstelling 2 en druk op [OK] om naar het
detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
Waarde
Bereik
Hysteresis
4~2
Verwarmingsprioriteit
Vloerverwarming/warm water
INSTALLATEUR INSTELLING 141
• Tankinstelling 1, 2
De beschrijvingen voor elke parameter zijn als volgt.
- Minimale temp. : temperatuurvershil van max. buitentemp.
- Maximale buitentemp. : maximale temperatuur gegenereerd door AWHP-compressorcyclus.
- Voorbeeld: Als de min temp. is ingesteld op '5' en max. buitentemp. op '48', wordt sessie A
(zie de grafiek) gestart wanneer de watertanktemperatuur lager is dan 45 °C... Als de
temperatuur hoger is dan 48 °C..., wordt sessie B gestart.
- Hysterese: temperatuurverschil van de gewenste temperatuur van SWW. Deze waarde is
vereist om de verwarmer van de watertank in en uit te schakelen.
- Verwarmingsprioriteit: Het bepalen van de verwarmingsvraagprioriteit tussen de verwarming
van SWW en de vloerverwarming.
- Voorbeeld: Als de doeltemperatuur van de gebruiker is ingesteld op '70' en Hysterese is
ingesteld op '3', wordt de verwarmer van de watertank uitgeschakeld als de
watertemperatuur hoger is dan 73 °C. De verwarmer van de watertank wordt ingeschakeld als
de watertemperatuur lager is dan 70 °C.
- Voorbeeld: Als de verwarmingsprioriteit is ingesteld als 'SWW', betekent dit dat de
verwarmingsprioriteit de verwarming van SWW is, wordt het SWW verwarmd met de AWHPcompressorcyclus en de waterketel. In dit geval kan de ondervloer niet worden verwarmd
tijdens de verwarming van SWW. Als aan de andere kant de verwarmingsprioriteit is ingesteld
als 'Vloerverwarming', betekent dit dat de verwarmingsprioriteit de vloerverwarming is en de
tank van SWW ALLEEN wordt verwarmd door de waterketel. In dit geval wordt de
vloerverwarming niet gestopt terwijl de tank van SWW wordt verwarmd.
Watertemperatuur
(binnenkant sanitairewatertank)
Uitschakeltemperatuur
waterverwarmer
Hysteresis
Doeltemperatuur SWW
(wordt ingesteld door de gebruiker)
Maximale buitentemp.
Minimale temp.
NEDERLANDS
Starttemperatuur van de
verwarmer van SWW
Sessie A
Sessie C
Sessie B
Sessie D
Tijd
Sessie A: Verwarming door de AWHP-compressorcyclus en waterketel
Sessie B: Verwarming door de waterverwarmer
Sessie C: Geen verwarming (waterverwarmer is uitgeschakeld)
Sessie D: Verwarming door de waterverwarmer
!
OPMERKING
De verwarming van sanitair warm water werkt niet wanneer deze is uitgeschakeld.
142 INSTALLATEUR INSTELLING
Verwarming prioriteit
• Verwarmingsprioriteit: bepaal de elektrische verwarming en sanitaire tankverwarming aan en uit.
• Voorbeeld: Als Verwarmingsprioriteit is ingesteld als 'Hoofd + Boostverwarming AAN, dan zijn
de elektrische verwarming en de boiler van de warmwatertank aan en uit volgens de
besturingslogica. Als Verwarmingsprioriteit is ingesteld als 'Boostverwarming alleen AAN', dan
is de elektrische verwarmer nooit ingeschakeld en is alleen de waterverwarmer volgens
controlelogica in- en uitgeschakeld.
• In de lijst met installateursinstellingen, categorie verwarmingsprioriteit, en druk op [OK] om naar
het detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
Waarde
Boostverwarming enkel AAN
Hoofd + Boostverwarming AAN
INSTALLATEUR INSTELLING 143
DHW tijdsinstelling
Bepaal de volgende tijdsduur: bedrijfstijd van de verwarming van de warmwatertank, stoptijd van
de verwarming van de warmwatertank en vertragingstijd van de werking van de
warmwatertankverwarming.
- Actieve tijd: Deze tijdsduur bepaalt hoe lang de verwarming van de warmwatertank kan worden
voortgezet.
- Stoptijd: Deze tijdsduur bepaalt hoe lang de verwarming van de warmwatertank kan worden
gestopt. Het wordt ook beschouwd als tijdsverschil tussen de verwarmingscyclus van de boiler.
- Boostverwarming vertragingstijd: Deze tijdsduur bepaalt hoe lang de boiler van de
warmwatertank niet wordt ingeschakeld in de warmwaterverwarming.
- Voorbeeld van timingdiagram
1
Warmwatertankverwarming
is ingeschakeld 0
1
Warmwatertankverwarmer
is ingeschakeld 0
1
S
A
S
S
Warmwatertankverwarming
werking 0
1
Warmwatertankverwarmer
werking 0
B
❈ 1=actief / 0=niet-actief
❈ A = Actieve tijd
❈ S = Stoptijd
❈ B = Boostverwarming vertragingstijd
Tijd
NEDERLANDS
OK
B
144 INSTALLATEUR INSTELLING
Warmte lucht aan/uit variabele
Het is een functie om de temperatuur van de verwarmingstemperatuur aan te passen
Thermische aan / uit-temperatuur in overeenstemming met de veldomgeving ter voorbereiding
op verwarming of verwarming.
• U kunt de volgende instellingswaarden instellen met de knop [<,> (links / rechts)]
Waarde
Beschrijving
TH Aan
TH Uit
Type0
-0,5 °C
1,5 °C
Type1
-1 °C
2 °C
Type2
-2 °C
3 °C
Type3
-3 °C
4 °C
NEDERLANDS
INSTALLATEUR INSTELLING 145
Warmte water aan/uit variabele
Het is een functie om de temperatuur van de verwarmingstemperatuur aan te passen
Thermische aan / uit-temperatuur in overeenstemming met de veldomgeving ter voorbereiding
op verwarming of vraag voor verwarming.
• U kunt de volgende instellingswaarden instellen met de knop [<,> (links / rechts)]
Waarde
Beschrijving
TH Aan
TH Uit
Type0
-2 °C
2 °C
Type1
-3 °C
3 °C
Type2
-4 °C
4 °C
Type3
-1 °C
1 °C
NEDERLANDS
146 INSTALLATEUR INSTELLING
Koel lucht aan/uit variabele
Dit is een functie om de temperatuur van de koelingsluchttemperatuur aan te passen Thermische aan
/ uit-temperatuur in overeenstemming met de veldomgeving ter voorbereiding op koeling of
koelingscondities.
• U kunt de volgende instellingswaarden instellen met de knop [<,>(links/rechts)].
Value
Description
TH On
TH Off
Type0
0,5 °C
-0,5 °C
Type1
1 °C
-1 °C
Type2
2 °C
-2 °C
Type3
3 °C
-3 °C
NEDERLANDS
INSTALLATEUR INSTELLING 147
Koel water aan/uit variabele
Dit is een functie om de thermische aan / uit-temperatuur van het koelwater aan te passen
afhankelijk van de locatie ter voorbereiding op koeling of koelingscondities.
• U kunt de volgende instellingswaarden instellen met de knop [<,>(links/rechts)].
Value
Description
TH On
TH Off
Type0
0,5 °C
-0,5 °C
Type1
1 °C
-1 °C
Type2
2 °C
-2 °C
Type3
3 °C
-3 °C
NEDERLANDS
148 INSTALLATEUR INSTELLING
Verwarming temp. instelling
• Instelling Bij de besturing van het uittredende water in verwarmingsmodus, de
besturingsreferentie positie watertemperatuur
- Als de instelling voor het instellen van de lucht/uittredend watertemperatuur is ingesteld op
Uittredende watertemperatuur
• Wijzig instellingswaarden met de knop [<,> (links / rechts)]
• De functie is niet beschikbaar voor sommige producten.
Value
Outlet (Default)
Inlet
NEDERLANDS
INSTALLATEUR INSTELLING 149
Koeling temp. instelling
• Instelling Bij de wateruittredebediening in de koelmodus, de besturingsreferentie positie
watertemperatuur
- Als de instelling voor het instellen van de lucht/uittredend watertemperatuur is ingesteld op
Uittredende watertemperatuur
• Wijzig instellingswaarden met de knop [<,> (links / rechts)]
• De functie is niet beschikbaar voor sommige producten.
Waarde
Uitlaat (Standaard)
Inlaat
NEDERLANDS
150 INSTALLATEUR INSTELLING
Pompinstelling in verwarming
• Het is een functie om de mechanische levensduur van de waterpomp te helpen door de rusttijd
van de waterpomp in te stellen
• Instelling van de werking van de waterpomp/ vertragingstijd in de verwarmingsmodus
• Selecteer in de installatielijst , de pompinstelling in verwarmingscategorie en druk op [OK] om
naar het detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
Type
Tijd instelling
De werking gaat
door
Op
1 min ~ 60 min
-
Uit
1 min ~ 60 min
-
INSTALLATEUR INSTELLING 151
Pompinstelling in koeling
• Het is een functie om de mechanische levensduur van de waterpomp te helpen door de rusttijd
van de waterpomp in te stellen
• Instelling van de werking van de waterpomp/ vertragingstijd in de koelingsmodus
• Selecteer in de installatielijst, de pompinstelling in koelingscategorie en druk op [OK] om naar
het detailscherm te gaan.
OK
Tijd instelling
De werking gaat
door
Op
1 min ~ 60 min
-
Uit
1 min ~ 60 min
-
NEDERLANDS
Type
152 INSTALLATEUR INSTELLING
Voorrangsregeling
• Als het product gedurende lange tijd niet wordt gebruikt, moet het product worden gebruikt en
moet pompuitval en PHEX-bevriezing worden voorkomen
• Waterpomp uit Na 20 achtereenvolgende uren, in-uitschakelen van de logica die de waterpomp
zelf aandrijft
• Selecteer in de installatielijst de categorie Geforceerde werking en druk op de knop [OK] om
naar het detailscherm te gaan
OK
NEDERLANDS
Type
Gebruik
Werk. Programma 20 Uur ~ 180 Uur
Werk. Tijd
1 min ~ 10 min
Niet gebruiken
-
INSTALLATEUR INSTELLING 153
CN_CC
Het is de functie voor de instelling van het gebruik van de CN_CC-poort van de binneneenheid.
• Wijzig instellingswaarden met de knop [<,> (links / rechts)]
Waarde
Beschrijving
D/C Automatisch
Wanneer er stroom op het product zit, herkent de binnenunit wanneer
het contactpunt is ingeschakeld in de status Dry Contact geïnstalleerd
de installatie van Dry Contact
D/C niet geïnstalleerd Gebruik (installeer) geen droog contact
D/C geïnstalleerd
!
Gebruik (installeer) droog contact
OPMERKING
CN_CC is het apparaat dat op de binneneenheid is aangesloten om het externe contactpunt
te herkennen en te besturen.
NEDERLANDS
154 INSTALLATEUR INSTELLING
Pompfrequentie instelling (RPM)
Het is een functie om de installateur in staat te stellen het toerental van de pomp van het
BLDC-pompapplicatiemodel te regelen.
• Selecteer in de installatielijst de categorie Pompfrequentie-instelling (RPM) en druk op [OK] om
naar het detailscherm te gaan.
• De functie is niet beschikbaar voor sommige producten.
OK
NEDERLANDS
Waarde
Beschrijving
3 500
500~3 700 : RPM
Eenheid veranderen: 10
INSTALLATEUR INSTELLING 155
Pompcapaciteit
Dit is een functie waarmee het installatieprogramma het pompapplicatiemodel kan regelen.
• Selecteer in de installatielijst de categorie Pompcapaciteit en druk op de knop [OK] om naar het
detailscherm te gaan.
• De functie is niet beschikbaar voor sommige producten.
OK
Beschrijving
100 (Standaard)
10~100 : %
Eenheid veranderen: 5
NEDERLANDS
Waarde
156 INSTALLATEUR INSTELLING
Slim raster (SG)
Het is de functie om de SG Ready-functie in/uit te schakelen en om de referentiewaarde in de
SG2-stap in te stellen.
• Selecteer in de installatielijst de Smart Grid (SG) -categorie en druk op de knop [OK] om naar
het detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
Waarde
Modus
Geen gebruik (Standaard)
Stap 0
Gebruik
Stap 1
Stap 2
INSTALLATEUR INSTELLING 157
Seizoensgeb. auto temp
Het is de functie om de bedrijfsreferentiewaarde in de seizoensgebonden auto-modus in te stellen.
• Selecteer in de instellingenlijst van het installatieprogramma de categorie Seizoengebonden auto
temp en druk op [OK] om naar het detailscherm te gaan.
OK
Functie
Buiten 1,Verwarmen
(Buiten1)
Buiten 2,Verwarmen
(Buiten 2)
Buiten 3, Koelen
(Buiten 3)
Buiten 4, Koelen
(Buiten 4)
Water 1,
Verwarmen (LW1)
Water 2,
Verwarmen (LW2)
Beschrijving
Verwarming lagere
omgevingstemp
Verwarming hogere
omgevingstemp
Bereik
R410A
R32
-25 ~ 35 °C
-15 ~ 24 °C
Verwarming hogere watertemp
Lagere watertemperatuur
verwarmen
Verwarming hogere watertemp
Water 4, Koelen
(LW4)
Koelen lagere watertemp
Lucht 1, warmte
(RA1)
Hogere luchttemperatuur
verwarmen
Lucht 2, warmte
(RA2)
Verwarming lagere
luchttemperatuur
Lucht 3, Stoer
(RA3)
Koeling hogere
luchttemperatuur
Lucht 4, Stoer
(RA4)
Koeling van de lagere
luchttemperatuur
-10 °C
Buiten1 ← Buiten2-1
30 °C
10 ~ 46 °C
Gebruik verwarmer :
LW STD : 15~65 °C
EW STD : 15~55 °C
Geen gebruik verwarmer :
LW STD : 20~65 °C
EW STD : 20~55 °C
Gebruik FCU & 5 °C
IDU :
LW STD : 5~27 °C
EW STD : 10~27 °C
Use FCU & 6 °C
IDU :
LW STD : 6~27 °C
EW STD : 11~27 °C
Not Gebruik FCU :
LW STD : 16~27 °C
EW STD : 20~27 °C
16 ~ 30 °C
18 ~ 30 °C
10 ~ 43 °C
Buiten2 → Buiten1 +1
Buiten2 ← Buiten3 -5
Buiten3 → Buiten2 +5
Buiten3 ← Buiten4 -1
40 °C
Buiten4 → Buiten3 +1
35 °C
LW1 ← LW2
28 °C
LW2 ← LW1
20 °C
LW3 ← LW4
16 °C
LW4 ← LW3
30 °C
RA1 ← RA2
26 °C
RA2 ← RA1
22 °C
RA3 ← RA4
18 °C
RA4 ← RA3
15 ~ 57 °C
5 ~ 25 °C
16 ~ 30 °C
18 ~ 30 °C
NEDERLANDS
Water 3, Koelen
(LW3)
Grens
16 °C
Koelen lagere omgevingstemp
Koeling van hogere
omgevingstemperatuur
Standaard
158 INSTALLATEUR INSTELLING
- Bereik instellen: Celsius
- Seizoensmodus voor automatisch besturing: Verwarming, verwarming en koeling, airconditioning
* Als de verwarmingsmodus is geselecteerd, kan verwarmen en koelen of koelen niet worden
geselecteerd.
- Afhankelijk van de selectie van de lucht/uitstroomregeling, wordt de aan water/lucht gerelateerde
instellingswaarde op het scherm weergegeven.
In deze modus volgt de temperatuurinstelling automatisch de buitentemperatuur. In deze modus
wordt de functie Koelseizoen toegevoegd aan de conventionele weersafhankelijke
bedieningsmodus.
Auto-instelbare
doeltemp.
Kamerluchttemp.
(°C)
Uittredende
watertemp
Verwarmin Punt 1 instellen
g
Punt 2 instellen
30~20
57~39
Punt 5 instellen
19~16
38~20
Punt 6 instellen
-5 ~ 5
Punt 3 instellen
30~24
25~17
Punt 7 instellen
10 ~ 18
Punt 4 instellen
23~18
16~6
Punt 8 instellen
22 ~ 30
Temp. buitenlucht
-20 ~ -10
Koeling
Auto-instelbare
doeltemp.
Heating
Cooling
Punt 1 instellen
Temperatuurprofiel van
w
weersafhankelijke
bediening
Punt 2 instellen
Punt 3 instellen
Punt 4 instellen
Punt 5 instellen
Punt 6 instellen
Punt 7 instellen
Punt 8 instellen
Temp.
buitenlucht
NEDERLANDS
INSTALLATEUR INSTELLING 159
Modbus Address
Deze functie wordt gebruikt om het adres in te stellen van het Modbus-apparaat dat extern aan
het product is gekoppeld.
De instelfunctie van het Modbus-adres is beschikbaar op de binnenunit.
• Selecteer in de installatielijst Modbus-adres en druk op de knop [OK] om naar het detailscherm
te gaan.
OK
OPMERKING
Om deze functie te gebruiken, moet schakelaar nr.1 van de opttieschakelaar 1 worden
ingeschakeld.
NEDERLANDS
!
160 INSTALLATEUR INSTELLING
CN_EXT
Dit is een functie om externe invoer en uitvoer te regelen volgens het DI-type dat is ingesteld
door de klant met behulp van de CN-EXT-poort.
• Selecteer in de installatielijst de categorie CN-EXT-poort en druk op de knop [OK] om naar het
detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
Waarde
Niet gebruiken
Eenvoudig gebruik
Eenvoudig
droogcontact
Enkele noodstop
INSTALLATEUR INSTELLING 161
Antivriestemperatuur
De instelling antivriestemperatuur is beschikbaar in de installatiemodus. Deze voorkomt
bevriezing in het bereik van -25 tot -5 graden Celsius.
• Wijzig instellingswaarden met de knop [<,> (links/rechts)]
• De functie is niet beschikbaar voor sommige producten.
!
OPMERKING
Om deze functie te gebruiken, moet de antivriespen worden(CN_FLOW2) verwijderd en
moet schakelaarnr.2 van optieknop 3 zijn ingeschakeld.
NEDERLANDS
162 INSTALLATEUR INSTELLING
Zone toevoegen
Functie om in te stellen of een geïnstalleerde 2e circuitfunctie al dan niet wordt gebruikt met
behulp van een mengkit.
U kunt zelf de sluitertijd [s] en hysteresistemperatuur [°C] op het scherm instellen.
Door deze functie in te schakelen, kan de temperatuur van 2 zones (kamer 1, kamer 2)
afzonderlijk worden geregeld.
- Bij verwarming kan de temperatuur in kamer 1 niet hoger worden ingesteld dan de temperatuur
van kamer 2.
- Bij koeling kan de temperatuur in kamer 1 niet lager worden ingesteld dan de temperatuur van
kamer 2.
NEDERLANDS
Bereik instellen
- Zone toevoegen (2de circuitfunctie-instelling): Gebruiken / niet gebruiken
- Waarde sluittijd: 60 - 999 s (standaard: 240)
- Hysterese (thermaal aan/uit) : 1 - 5 °C (standaard: 2)
INSTALLATEUR INSTELLING 163
Externe pomp gebruiken
Deze functie kan worden ingesteld om de externe waterpomp te regelen.
• Selecteer in de installatielijst de categorie Externe pomp gebruiken en druk op de knop [OK] om
naar het detailscherm te gaan.
Waarde
Niet gebruiken
Gebruik
NEDERLANDS
164 INSTALLATEUR INSTELLING
Ketel van derde
Deze functie wordt gebruikt om een boiler van derden te regelen.
Als de status van deze functie ‘Gebruiken’ is, kunt u de bedieningsmodus van de ketel kiezen:
Automatisch of Handmatig.
Als de modus van deze functie is ingesteld op ’Handmatig’, kunt u respectievelijk de temperatuur
van de boiler en de hysterese instellen.
NEDERLANDS
AAN-toestand van externe ketel:
- Als de buitentemperatuur ≤ temperatuurwaarde externe boilerwerking (installatie-instelling) is,
schakelt u de binnenunit uit en gebruikt u de external boiler.
UIT-toestand externe boiler:
- Als de externe luchttemperatuur ≥ temperatuurwerking externe boiler (installatie-instelling) is,
schakelt u de binnenunit uit en gebruikt u de binnenunit
INSTALLATEUR INSTELLING 165
Meterinterface
Dit is de functie die de status van energie en stroom op het scherm kan controleren. Deze
verzamelt en berekent energie- of caloriegegevens om gegevens te genereren voor
energiebewaking en alarmmeldingen voor energiewaarschuwingen. Deze functie kan worden
geactiveerd in de installatiemodus.
OK
In deze functie zijn er 2 opties: modbus-adres en eenheid. Als u de modbus-adresoptie activeert,
kunt u een adres (B0 of B1) kiezen of kunt ervoor kiezen deze niet te gebruiken. Vervolgens stelt
u de poort en de specificatie in op een bereik van 0000.0 tot 9999.9 [puls/kW] zoals in de
onderstaande afbeelding wordt weergegeven.
NEDERLANDS
166 INSTALLATEUR INSTELLING
Pompvoorloop/-overloop
Pomp voorlopen zorgt voor voldoende stroming voordat de compressor wordt gebruikt. Dit is een
functie waarmee warmtewisseling probleemloos werkt.
Pomp overlopen is een functie waarmee defecten aan de waterpomp kunnen worden
voorkomen en de mechanische levensduur wordt verlengd. Als de waterpomp 20 uur
uitgeschakeld is geweest, werkt de waterpomp gedurende de ingestelde tijd
OK
NEDERLANDS
Waarde
Standaard
Instelbereik
Voorloop
1 min
1~10 min
Overloop
1 min
1~10 min
INSTALLATEUR INSTELLING 167
Zonnesysteem
Het is de functie om de werkingsreferentiewaarde in het zonnesysteem in te stellen.
Selecteer in de installatielijst de categorie Zonnewarmtesysteem en druk op [OK] om deze te
verplaatsen naar het detailscherm.
NEDERLANDS
!
OPMERKING
Om deze functie te gebruiken, moet schakelaar nr. 2 van keuzeschakelaar 2 worden
ingeschakeld en moet nummer 3 van keuzeschakelaar 2 worden uitgeschakeld.
168 INSTALLATEUR INSTELLING
Beschrijvingen voor elke parameter zijn als volgt.
• Insteltemperatuur zonnecollector
- Min. temp: dit is de minimale zonnecollectortemperatuur waarop het zonnesysteem kan
werken.
- Max. temp: dit is de minimale zonnecollectortemperatuur waarop het zonnesysteem kan
werken.
• TH aan/uit variabel, zon
- Temp aan: dit is het temperatuurverschil tussen de huidige temperatuur van de
zonnetemperatuur en de temperatuur van de SWW-tank waarop het zonnesysteem werkt.
- Temp uit dit is het temperatuurverschil tussen de huidige temperatuur van de
zonnetemperatuur en de temperatuur van de SWW-tank waarop het zonnesysteem stopt.
- Voorbeeld: Als de huidige temperatuur van de zonnecollector 80 °C is en Temp is ingesteld op
8 °C, werkt het zonnesysteem als de temperatuur van de SWW-tank lager is dan 72 °C. Als in
hetzelfde geval Temp uit is ingesteld op 2 °C, stopt het thermische zonne-energiesysteem als
de SWW-temperatuur 78 °C is.
• SWW-insteltemp.
- Max: het is de maximumtemperatuur van het SWW die kan worden bereikt door een
zonnesysteem.
• Boostverwarming
- Inschakelen: de SWW-tankverwarming kan worden gebruikt wanneer het zonnesysteem
wordt gebruikt.
- Uitschakelen: de SWW-tankverwarmin kan niet worden gebruikt wanneer het zonnesysteem
wordt gebruikt.
• Spoelschema zonnepomp
- Dit is de functie om de zonnewaterpomp met tussenpozen te laten circuleren voor detectie
van de temperatuur van de zonnecollector wanneer de zonnepomp niet lang werkt.
Inschakelen Om de functie te gebruiken.
• Spoelinstelling zonnepomp
- Werkingscyclus: bij gebruik van de doorspoelfunctie van de zonnepomp werkt de
zonnewaterpomp op de ingestelde tijd.
- Werkingscyclus: bij gebruik van de spoelpompfunctie van de solarpomp, werkt de
zonnewaterpomp gedurende de ingestelde tijd.
NEDERLANDS
Functie
Waarde
Bereik
Standaard
Insteltemperatuur
zonnecollector
Min
5 °C ~ 50 °C
10 °C
Max
60 °C~105 °C
95 °C
SWW-insteltemp.
Max
20 °C~90 °C
80 °C
Temp aan
3 °C ~ 40 °C
8 °C
Temp uit
1 °C ~ 20 °C
2 °C
Boostverwarming
Inschakelen/uitschakelen
Inschakelen
Aan/UIT
Aan/UIT
Aan
Startuur, startminuut
00:00 ~ 24:00
6:00
Einduur, eindminuut
00:00 ~ 24:00
18:00
Proefdraaien pomp
Starten/Stoppen
Stoppen
Werkingscyclus
30 min ~ 120 min
60 min
Werktijd
1 min ~ 10 min
1 min
TH aan/uit variabel, zon
Boostverwarming
Spoelschema zonnepomp
Proefdraaien zonnepomp
Spoelinstelling zonnepomp
INSTALLATEUR INSTELLING 169
Huidige stroomsnelheid
Dit is de functie om de huidige stroomsnelheid te controleren.
• Selecteer in de installatielijst de categorie Hudige stroomsnelheid gebruiken en druk op de knop
[OK] om naar het detailscherm te gaan. Het huidige debiet kan worden gecontroleerd. (Bereik:
7 ~ 80 L/min)
• De functie is niet beschikbaar voor sommige producten.
OK
NEDERLANDS
170 INSTALLATEUR INSTELLING
Gegevensregistratie
Het is de functie om de bedrijfsreferentiewaarde in de seizoensgebonden auto-modus in te
stellen.
• Selecteer in de installatielijst de categorie Data logging en druk op de knop [OK] om naar het
detailscherm te gaan.
OK
NEDERLANDS
!
OPMERKING
Opzoekbereik voor foutgeschiedenis: 50
Opzoekbereik voor foutgeschiedenis:
Item: datum, tijd, modus (inclusief Uit), insteltemperatuur, inkomende temperatuur,
uitgaande temperatuur, kamertemperatuur, Heet water bedrijf/stop, Heet water
ingestelde temperatuur, Heet watertemperatuur, Buitenunit aan / uit, Foutcode
Nummer van display: Binnen 50
- Criteria opslaan ν
ν Fout opgetreden, vrijgegeven aan/uit van de werking van de buiteneenheid.
INSTALLATEUR INSTELLING 171
Wachtwoord initialisatie
Het is de functie om (0000) te initialiseren wanneer u het wachtwoord bent vergeten dat is
ingesteld in de afstandsbediening.
• Selecteer in de lijst met installerinstellingen de instelling voor het instellen van de
wachtwoordinitialisatie en druk op de knop [OK] om naar het detailscherm te gaan.
• Wanneer u op de knop "initialisatie" drukt, verschijnt er een pop-upscherm en wanneer u op de
knop "controleren" drukt, wordt het wachtwoord geïnitialiseerd en wordt het
gebruikerswachtwoord gewijzigd in 0000.
OK
NEDERLANDS
172 INSTALLATEUR INSTELLING
Blokkering stroomvoorziening (SG-klaar)
De warmtepomp wordt automatisch bediend door de voedingsstatusstatus van
elektriciteitsmaatschappijen. Deze functie kan reageren op het speciale tarief van de Europese
landen voor warmtepompen op een smart grid.
Stroomtoevoerstatus
Werkingsmodus
0:0 [Normale werking]
De warmtepomp werkt op maximale
efficiëntie.
1: 0 [Uitschakelcommando, Utility lock]
Deactiveert de warmtepomp om
piekbelasting te voorkomen. De maximale
blokkeringstijd is afhankelijk van de
thermische opslagcapaciteit van het
systeem, maar bedraagt minimaal 3 keer
per dag 3 uur. (Geen Vorstbescherming)
4 modi afhankelijk van de
status van de voeding
0: 1 [Inschakeladvies]
Het inschakeladvies en de
opslagtemperatuur van de ingestelde
waarde worden verhoogd, afhankelijk
van de parameter "Modus SG"
Modus SG: stel temperatuur + α in
afhankelijk van de
onderstaande parameter
Stap 0 (WW +5 °C)
Stap 1 (H/P+2 °C, WW +5 °C)
Stap 2 (H/P+5 °C, WW +7 °C)
NEDERLANDS
1:1 [IUitschakelcommando]
Het commando activeert de compressor.
Optioneel kunnen elektrische
boosterverwarmingen worden geactiveerd
om elektriciteitsoverschotten te benutten
INSTALLATEUR INSTELLING 173
Overzicht instellingen
Menustructuur
Menu
Subfunctie
Service Contact
.....................................................115
Model informatie
.....................................................116
RMC Versie-informatie
.....................................................117
Open Source-licentie
.....................................................118
3 minuten vertraging
.....................................................122
Temperatuursensor selecteren
.....................................................123
Installeerder
Dry Contactmodus
.....................................................124
.....................................................125
Pomp testsessie
.....................................................126
luchtkoeling temp. inst.
.....................................................127
Waterkoeling temp. inst.
.....................................................128
Luchtverwarming temp. inst.
.....................................................129
Waterverwarming temp. inst.
.....................................................130
DHW temp. inst.
.....................................................131
Vloerdroging
.....................................................132
Kachel op temperatuur
.....................................................134
Water stop temp. tijdens koel. .....................................................136
Tank ontsmettingsinstelling 1, 2 .....................................................138
Tank instelling1
.....................................................139
Tank instelling2
.....................................................140
Verwarming prioriteit
.....................................................142
DHW tijdsinstelling
.....................................................143
Warmte lucht aan/uit variabele
.....................................................144
Warmte water aan/uit variabele
.....................................................145
NEDERLANDS
Central Control Address
174 INSTALLATEUR INSTELLING
Koel lucht aan/uit variabele
.....................................................146
Koel water aan/uit variabele
.....................................................147
Verwarming temp. instelling
.....................................................148
Koeling temp. instelling
.....................................................149
Pompinstelling in verwarming
.....................................................150
Pompinstelling in koeling
.....................................................151
Voorrangsregeling
.....................................................152
CN_CC
.....................................................153
Pompfrequentie instelling (RPM) .....................................................154
NEDERLANDS
Pompcapaciteit
.....................................................155
Slim raster (SG)
.....................................................156
Seizoensgeb. auto temp
.....................................................157
Modbus Address
.....................................................159
CN_EXT
.....................................................160
Antivriestemperatuur
.....................................................161
Zone toevoegen
.....................................................162
Externe pomp gebruiken
.....................................................163
Ketel van derde
.....................................................164
Meterinterface
.....................................................165
Pompvoorloop/-overloop
.....................................................166
Zonnesysteem
.....................................................167
Huidige stroomsnelheid
.....................................................169
Gegevensregistratie
.....................................................170
Wachtwoord initialisatie
.....................................................171
OVERZICHT INSTELLINGEN 175
OVERZICHT INSTELLINGEN
Als het tot nu toe goed gaat, is het tijd om de operatie te starten en de voordelen van
te benutten.
Voordat u met de bediening begint, worden de pre-checkpoints in dit hoofdstuk beschreven.
Enkele opmerkingen over onderhoud en het oplossen van problemen worden gepresenteerd.
Controleer lijst voordat u begint te werken
!
OPGEPAST
Schakel de stroom uit voordat u de bedrading of het product wijzigt.
Nr.
Categorie
1
2
Artikel
Veldbedrading
Elektriciteit
Controlepunt
• Alle schakelaars met contacten voor verschillende polen moeten strak worden
aangesloten volgens de regionale of nationale wetgeving.
• Alleen gekwalificeerd personeel kan doorgaan met bedraden.
• Bekabeling en lokaal geleverde elektrische onderdelen moeten worden
nageleefd met Europese en regionale voorschriften.
• De bedrading moet het bedradingsschema volgen dat met het product is
meegeleverd.
• Installeer ELB (aardlekonderbreker) met 30mA.
Beschermende apparaten • ELB in de schakelkast van de binneneenheid moet worden ingeschakeld
voordat u begint te werken.
Aardingsbedrading
• De aarde moet verbonden zijn. Aard niet opgas of stadswaterpijpen, metalen
delen van een gebouw, overspanningsabsorptie, enz.
4
Stroomvoorziening
• Gebruik een speciale voedingslijn.
5
Aansluitklemmen
bedrading
• Aansluitingen op het klemmenblok (in de schakelkast van de binnenunit)
moeten worden vastgedraaid.
6
Geladen waterdruk
• Na het opladen van het water moet de drukmeter (vóór de binnenunit) 2,0 ~ 2,5
bar aangeven. Overschrijd 3,0 bar niet.
Luchtzuivering
• Tijdens het opladen van het water moet lucht door het gat van de ontluchting worden
verwijderd.
• Als er geen water uit spat als de punt (bovenaan het gat) wordt ingedrukt, is er nog
geen luchtzuivering voltooid. Als het goed is gereinigd, zal het water eruit spatten als
een fontein.
• Wees voorzichtig bij test luchtzuivering. Spetterend water kan je jurk nat maken.
8
Afsluitklep
• Twee afsluitkleppen (aan het einde van de waterinlaatpijp en de waterafvoerpijp
van de binneneenheid) moeten open staan.
9
By-pass ventiel
• Omleidingsklep moet worden geïnstalleerd en afgesteld om genoeg
waterstroom te garanderen. Als de waterstroomsnelheid laag is, kan er een fout
in de stromingsschakelaar (CH14) optreden.
10
Aan de muur ophangen
7
Water
11
Inspectie van onderdelen
Productinstallatie
• Omdat de binnenunit aan de muur wordt gehangen, is trillingen of geluid
hoorbaar als de binneneenheid niet stevig is bevestigd.
• Als de binneneenheid niet stevig is bevestigd, kan deze tijdens gebruik vallen.
• Er mogen geen ogenschijnlijk beschadigde onderdelen in de binnenunit
aanwezig zijn.
12
Koudemiddel lekkage
• Koudemiddellekkage verslechtert de prestaties. In geval van lekkage, contacteer
een gekwalificeerd installatiebedrijf van LG-airconditioning.
13
Drainage behandeling
• Tijdens het koelen kan er condens op de bodem van de binnenunit druppelen.
Bereid in dit geval de ontwateringsbehandeling voor (bijvoorbeeld een vat met
gecondenseerde dauw) om waterdruppels te voorkomen.
NEDERLANDS
3
176 OVERZICHT INSTELLINGEN
Om de beste prestaties van
te verzekeren, is het vereist om periodieke controle en
onderhoud uit te voeren. Er wordt aanbevolen om de controlelijst een keer per jaar te volgen.
OPGEPAST
!
Schakel de stroom uit voordat u verder gaat met onderhoud.
Nr.
Categorie
Artikel
1
Waterdruk
Water
2
3
Zeef (Waterfilter)
Veiligheidsklep
4
Elektriciteit
Aansluitklemmen
bedrading
Controlepunt
• In normale toestand moet de drukmeter (vóór de binnenunit) 2,0 ~ 2,5 bar
aangeven.
• Als de druk minder is dan 0,3 bar, laad dan het water op.
• Sluit de afsluitkleppen en demonteer de zeef. Was vervolgens de zeef om hem
schoon te maken.
• Let tijdens het demonteren van de zeef op dat het water uitloopt.
• Open de schakelaar van de veiligheidsklep en controleer of er water door de
afvoerslang stroomt.
• Sluit na het controleren de veiligheidsklep.
• Kijk en controleer of er een losse of defecte aansluiting op het klemmenblok is.
Inbedrijfstelling
Te controleren voorafgaand aan de bedrijfsinstelling
1
Controleer of er koelmiddellekkage is en controleer of de stroom- of transmissiekabel
correct is aangesloten.
Bevestig dat 500 V-megger 2,0 M aangeeft ≤ of meer tussen de terminalblok van de
stroomvoorziening en de grond. Niet bedienen in geval van 2,0 M ≤ of minder.
NEDERLANDS
OPMERKING: Voer nooit mega-ohm-controle uit op het bedieningspaneel van de
terminal. Anders kan de besturingskaart breken.
2
Meteen na het monteren van het apparaat of na een langere periode van
uitschakeling, kan de weerstand van de isolatie tussen het
voedingsklemborden en de grond afnemen tot ongeveer 2,0 M ≤ als
gevolg van ophoping van koelmiddel in de interne compressor.
Als de isolatieweerstand lager is dan 2,0 M ≤, schakel de hoofdstroom
aan.
3
Wanneer de stroom voor de eerste keer wordt ingeschakeld, moet het apparaat na 2 uur
voorverwarmen worden gebruikt. Om de unit te beschermen door de olietemperatuur
van de compressor te verhogen.
OVERZICHT INSTELLINGEN 177
Stroomschema inbedrijfstelling
START
Gebruik het apparaat in de
verwarmingsmodus. Wordt de
test gestart?
Nee Controleer of de voedingskabel en
communicatiekabel juist en volledig zijn
aangesloten
Ja
Wordt koud water langer dan 3
minuten afgevoerd?
Nee
Is er een temperatuurverschil
tussen inlaat en geloosd water?
Ja
* Controleer de belasting (In/Uit temp.)
* Controleer de leidinglengte en
hoeveelheid koelmiddel
* Controleer op abnormaal geluid in de
Nee
buitenunit (comp., Ventilator, andere)
* Raadpleeg de handleiding Problemen
oplossen
Ja
Nee
Wordt er warm water geloosd?
Ja
Normaal
Luchtgeluidemissie
De A-gewogen geluidsdruk die door dit product wordt uitgezonden, is minder dan 70 dB.
Het geluidsniveau kan variëren, afhankelijk van de site.
De vermelde cijfers zijn emissieniveau en zijn niet noodzakelijkerwijs veilige werkniveaus.
Hoewel er een correlatie bestaat tussen de emissie- en blootstellingsniveaus, kan dit niet op betrouwbare wijze
worden gebruikt om te bepalen of verdere voorzorgsmaatregelen vereist zijn.
Factoren die van invloed zijn op het feitelijke niveau van blootstelling van het personeel omvatten de kenmerken
van de werkruimte en de andere geluidsbronnen, d.w.z. het aantal apparatuur en andere aangrenzende processen
en de tijdsduur gedurende welke een bedieningspersoon aan het geluid blootgesteld is.
Het toegestane blootstellingsniveau kan ook variëren van land tot land.
Deze informatie zal de gebruiker van de apparatuur echter in staat stellen om het gevaar en risico beter te
beoordelen.
Maximale concentratie is de grenswaarde van de concentratie van Freongas waarbij onmiddellijk maatregelen
genomen kunnen worden zonder dat het menselijk lichaam wordt verwond wanneer het koudemiddel in de lucht
lekt. De max. concentratie dient omschreven te worden in de eenheid kg/m3 (Freongas gewicht per eenheid
luchtvolume) om de berekening mogelijk te maken.
Max. concentratie: 0.44 kg/m3 (R410A)
n Bereken koudemiddelconcentratie
Concentratie van de koelvloeistof =
Totale hoeveelheid van aangevuld koelvloeistof in koelvloeistofinstallatie (kg)
Capaciteit van kleinste ruimte waar de binnenunit geïnstalleerd is (m3)
NEDERLANDS
Maximale concentratie(R410A)
178 OVERZICHT INSTELLINGEN
Vacuüm & Laden koelmiddel
Standaard was het product gevuld met koelmiddel. Vacuüm- en koelmiddelvulling, als er lekvrij
koelmiddel is.
1. Vacuüm
Werken met vacuümactie. bij het lekken van koelmiddel.
SVC-poort
Veelvoudige klep
Verdeelventiel
Drukmeter
Lo
Open
Hi
Afsluiten
Vacuümpump
(0.5 ~ 1 HP)
NEDERLANDS
Wanneer u een vacuüm selecteert, moet u er een selecteren die in staat is om 0.2 Torr ultiem
vacuüm te bereiken.
De graad van vacuüm wordt uitgedrukt in Torr, micron, mmHg en Pascal (Pa). De eenheden
correleren als volgt:
Gauge Pressure
Absolute druk
Torr
Micron
mmHg
Pa
Unit
Standaard
atmosferische druk
Perfect vacuüm
Pa
Pa
Torr
Micron
mmHg
Pa
0
1.033
760
760 000
0
1 013.33
-1.033
0
0
0
760
0
OVERZICHT INSTELLINGEN 179
2. Koelmiddel laden
Je moet na het vacuüm worden opgeladen.
U ziet de hoeveelheid koelmiddel bij het kwaliteitslabel.
Gelieve op te laden in de koelmodus wanneer er niet volledig wordt opgeladen.
SVC-poort
Veelvoudige klep
Koelmiddelcilinder
NEDERLANDS
Koelmiddelcilinder
Koelmiddelcilinder
180 OVERZICHT INSTELLINGEN
3. Locatie van de SVC-poort
1Ø (R410A) : 5 kW, 7 kW, 9 kW
1Ø (R32) : 5 kW, 7 kW, 9 kW
SVC-poort
1Ø (R410A) : 12 kW, 14 kW, 16 kW
3Ø (R410A) : 12 kW, 14 kW, 16 kW
SVC-poort
NEDERLANDS
OVERZICHT INSTELLINGEN 181
Probleemoplossing
Als
niet goed werkt of als het niet begint te werken, controleer dan de volgende lijst.
!
OPGEPAST
Schakel de stroom uit voordat u verder gaat met het oplossen van problemen.
Probleemoplossing voor problemen tijdens het gebruik
Nr.
1
Probleem
Verwarming of
koeling is niet
bevredigend.
Reden
Oplossing
• Het instellen van de
doeltemperatuur is niet
correct..
• Stel de doeltemperatuur correct in.
• Controleer of de temperatuur gebaseerd is op water of lucht.
Zie 'Externe sensor actief' en 'Temp. sensorselectie 'in
hoofdstuk 6.
• Opgeladen water is niet
genoeg.
• Controleer de drukmeter en laad meer water totdat de
drukmeter 200 ~ 250 kPa aangeeft.
• Controleer of zeef teveel deeltjes verzamelt. Als dit het geval
is, moet de zeef worden gereinigd.
• Controleer of drukmeter boven 4 Bar aangeeft.
• Controleer of de waterleiding dichtgaat door gestapelde
deeltjes of kalk.
• Waterinlaat temperatuur is • Als de waterinlaattemperatuur hoger is dan 57 °C, wordt de
te hoog.
unit niet bediend omwille van de systeembescherming.
• Het waterdebiet is laag.
2
4
5
Geluid van de
waterpomp.
Water loopt via
de afvoerslang
naar buiten.
Warm water is
niet heet.
• Luchtzuivering is niet
helemaal voltooid.
• Open de dop van de luchtzuivering en laad meer water totdat
de drukmeter 200 ~ 250 kPa aangeeft.
• Als er geen water uit spat als de punt (bovenaan het gat)
wordt ingedrukt, is er nog geen luchtzuivering voltooid. Als het
goed is gereinigd, zal het water eruit spatten als een fontein.
• Waterdruk is laag.
• Controleer of drukmeter boven 30 Bar aangeeft.
• Controleer of het expansiereservoir en de drukmeter goed werken.
• Er wordt teveel water
geladen.
• Spoel het water uit door de schakelaar van de veiligheidsklep
te openen totdat de drukmeter 200 ~ 250 kPa aangeeft.
• Expansievat is beschadigd. • Vervang het expansievat.
• Thermische beveiliging
van watertankverwarming
is geactiveerd.
• Open het zijpaneel van de warmwatertank en druk op de
resetknop van de thermische beveiliging. (raadpleeg voor meer
informatie de installatiehandleiding van de warmwatertank)
• De warm wateropwarming • Selecteer DHW-verwarmingsbedrijf en identificeer of
is uitgeschakeld.
pictogram wordt weergegeven op de afstandsbediening.
NEDERLANDS
3
• Als de waterinlaattemperatuur lager is dan 5 °C, wordt de unit
Hoewel de
niet gebruikt voor systeembescherming. Wacht terwijl het
elektrische
apparaat de temperatuur van de waterinlaat opwarmt.
voeding in orde
• Als de waterinlaattemperatuur lager is dan 15 °C bij het
is
verwarmen, wordt de unit niet gebruikt voor
(afstandsbedieni
systeembescherming. Wacht terwijl de unit wordt opgewarmd
ng geeft
• Waterinlaat temperatuur is tot 18 °C van de waterinlaattemperatuur
informatie
te laag.
• Als u geen accessoire voor de reserverwarming (HA**1M E1)
weer), begint
gebruikt, verhoogt u de watertemperatuur met de externe
het apparaat
verwarmingsbron (verwarmer, boiler). Als het probleem
niet te werken .
aanhoudt, neemt u contact op met uw verkoper.
• Als u de vloerdroogfunctie wilt gebruiken, moet u
verwarmeraccessoires aanschaffen en installeren
(HA**1M E1).
182 OVERZICHT INSTELLINGEN
Problemen oplossen voor foutcode
Codenr.
Beschrijving
1
Probleem in externe kamerluchtsensor
2
Probleem met koelmiddel (inlaatzijde) sensor
Oorzaak
Normale conditie
• Verkeerde aansluiting tussen
sensor en printplaat (verwarmer).
• PCB (Verwarming) fout
• Sensorfout
• Weerstand: 10 kΩ at 25 centigraad
(niet-aangesloten) → voor kamerluchtsensor
op afstand
• Weerstand: 5 kΩ at 25 centigraad
(niet-aangesloten) → voor alle sensoren
behalve kamerluchtsensor op afstand
• Spanning: 2,5 V DC bij 25 graden centigraad
(aangesloten) (voor alle sensoren)
• Raadpleeg de tabel van de
weerstandstemperatuur om verschillende
temperaturen in te checken
6
Probleem met koelmiddel (uitlaatzijde) sensor
8
Probleem in de sensor van de watertank
13
Probleem met de sensor van de zonnepijp
16
Problemen met sensoren
17
Probleem in waterinvoersensor
18
Probleem in de waterafvoersensor
19
Probleem met de uitlaatsensor van de elektrische verwarming
10
BLDC Waterpomp Slot
• Beperking van de BLDCwaterpomp
• BLDC Waterpomp defect / montageconditie
abnormaal
• Ventilatorblokkering door vreemd materiaal
3
Slechte communicatie tussen
afstandsbediening en eenheid.
• Verkeerde aansluiting tussen
sensor en printplaat (verwarmer)
• PCB (Verwarming) fout
• Sensorfout
• De draadverbinding tussen de
afstandsbediening en de hoofdprintplaat
(verwarmer) moet goed zijn
• Uitgangsspanning van PCB moet 12 V
DC zijn
Slechte communicatie tussen de
hoofdprintplaat (verwarmer) en de
hoofdprintplaat (omvormer) van de unit.
• De connector voor transmissie is
losgekoppeld
• De verbindingsdraden zijn
verkeerd aangesloten
• De communicatielijn is verbroken
• Hoofdprintplaatassemblage
(omvormer) is abnormaal
• Hoofdprintplaatassemblage
(verwarmer) is abnormaal
• De draadverbinding tussen het
afstandsbedieningspaneel en de
hoofdprintplaat (verwarmer) moet
goed zijn.
PCB-programmeerfout (EEPROM)
• Elektrische of mechanische
schade aan de EEPROM
• Deze fout kan niet worden
toegestaan
5
53
9
NEDERLANDS
14
Probleem in stromingsschakelaar en
stromingssensor
Stroomschakelaar
• De stromingsschakelaar is open terwijl
de interne waterpomp werkt
Stroomschakelaar
• De stromingsschakelaar is gesloten
terwijl de interne waterpomp niet
• De stromingsschakelaar moet
werkt
worden gesloten terwijl de interne
• De stromingsschakelaar is open terwijl waterpomp werkt of DIP-schakelaar
DIP-schakelaar nr. 5 van de
nr. 5 van de hoofdprintplaat
hoofdprintplaat (verwarmingselement) (verwarmer) is ingesteld als aan
is ingesteld als aan
• De stromingsschakelaar moet open
staan terwijl de interne waterpomp
Stromingssensor
niet werkt
• Waterpomp AAN : Als de
stroomsnelheid niet meer is dan 7 LPM
of niet minder dan 80 LPM, moet u
deze gedurende 15 seconden
detecteren.
• Waterpomp UIT : Als de
stroomsnelheid niet lager is dan 7
LPM, moet u deze gedurende 15
seconden detecteren.
Stromingssensor
• Geeft de debietwaarde weer die is
ontvangen van de binnenunit.
(Bereik: 7 ~ 80 L/min)
OVERZICHT INSTELLINGEN 183
Toon
code
15
20
Titel
Oorzaak van de fout
Controlepunt & Normale toestand
Waterleiding
oververhit
• Abnormale werking van
• Als er geen probleem is bij de bediening van de elektrische verwarming, is
elektrische kachel
• De temperatuur van het uittredende water de maximale maximumwateruittredetemperatuur 57 °C(R410A)/65 °C(R32)
ligt boven 57 °C(R410A)/65 °C(R32)
Thermische zekering
is beschadigd
• Thermische zekering wordt
afgesneden door abnormale
oververhitting van de interne
elektrische verwarming
• Mechanische fout bij thermische
zekering
• Draad is beschadigd
• Deze fout treedt niet op als de temperatuur van de tank
van de elektrische verwarming lager is dan 80 °C
GELIJKSTROOMPIE
K (IPM-fout)
• Directe overstroom
• Nominale overstroom
• Slechte isolatie van IPM
22
Max. C/T
Overstroom ingang
1. Compressorstoring
2. Verstopte pijp
3. Laagspanningsingang
4. Koelmiddel, leidinglengte, geblokkeerd, enz.
23
• Tussenkringspanning is hoger dan
Hoge
420 V gelijkspanning
yussenkringspanning
• Tussenkringspanning is lager dan
/ lage spanning
140 V gelijkspanning
• Controleer CN_(L), CN_(N)-verbinding
• Controleer de ingangsspanning
• Controleer de sensoronderdelen van de
tussenkringspanning
26
Gelijkstroomcompre
ssor Positie
• Startfout compressor
• Controleer de verbinding van comp-draad 'U, V, W'
• Compressorstoring
• Controleer het onderdeel van 'IPM', detectieonderdelen.
27
Directe overstroom
gelijkstroomingang
Stroomfout
1. Overbelasting (pijpverstopping/bekleding/EEVdefect/ref. overladen)
2. Compressorschade (isolatieschade/motorschade)
Ingangsstroom printplaat (inverter) is
3. Abnormale ingangsspanning (L, N)
overschreden 100 A (piek) voor 2us
4. Abnormale montagetoestand stroomlijn
5. Beschadiging printplaatmontage 1 (onderdeel
ingangsstroomdetectie)
29
(HM**1M U*3) Ingangsstroom
Overstroom inverter- invertercompressor is 30 A.
compressor
(HM**3M U*3) Ingangsstroom
invertercompressor is 24 A.
32
Hoge temperatuur in
afvoerleiding van de
invertercompressor
• Overbelasting (beperking van de
buitenventilator, afgeschermd,
geblokkeerd)
• Lekkage van koelmiddel
(onvoldoende)
• Slechte afvoersensor INV-comp
• LEV-connector verplaatst / onjuiste
LEV-montage
1. Overbelasting (pijpverstopping/bekleding/EEVdefect/ref. overladen)
2. Compressorschade (isolatieschade/motorschade)
3. Lage ingangsspanning
4. Beschadiging ODU-printplaatmontage 1
• Controleer de beperking van de buitenventilator /
afgeschermde / stromingsstructuur
• Controleer de lekkage van koelvloeistof
• Controleer of de sensor juist werkt
• Controleer de toestand van de EEV-montage
NEDERLANDS
21
• Een directe overstroom in de fase U, V, W
- Comp-vergrendeling
- De abnormale verbinding van U, V, W
• Overbelastingstoestand
- Pijplengte overladen koelmiddel.
Buitenventilator is gestopt
• Slechte isolatie van compressor
184 OVERZICHT INSTELLINGEN
Toon
code
Titel
Oorzaak van de fout
Controlepunt & Normale toestand
NEDERLANDS
35
fout lage druk
Overmatige afname van lage druk
• Defecte lagedruksensor
• Defecte ventilator
• Te weinig koelmiddel/koelmiddellek
• Vervorming vanwege schade aan de koelmiddelleiding
• Defecte EEV-unit
• Afdekking / verstopping (afdekken van de unit tijdens de
koelmodus / verstopping van het unitfilter tijdens de
verwarmingsmodus)
• Verstopte SVC-klep
• Defecte printplaat (inverter) unit
• Defecte pijpsensor unit
41
Probleem met de
temepratuursensor
in de afvoerpijp
• Open / kort
• Slecht gesoldeerd
• Interne circuitfout
1. Slechte verbinding van thermistoraansluiting
2. Defecte thermistoraansluiting (open/kort)
3. Defecte buitenprintplaat (inverter)
43
Probleem met de
hogedruksensor
• Slechte aansluiting van printplaat (inverter)
• Slechte aansluiting hogedrukaansluiting
Abnormale sensorwaarde (open/kort) • Defecte hogedrukaansluiting (open/kort)
• Defecte aansluiting van printplaat (inverter) (open/kort)
• Defecte printplaat (inverter)
44
Probleem met de
buitenluchttemperat
uursensor
• Open / kort
• Slecht gesoldeerd
• Interne circuitfout
1. Slechte verbinding van thermistoraansluiting
2. Defecte thermistoraansluiting (open/kort)
3. Defecte buitenprintplaat (inverter)
45
Probleem in de
• Open / kort
temperatuursensor
• Slecht gesoldeerd
van de middelste pijp
• Interne circuitfout
van de condensor
1. Slechte verbinding van thermistoraansluiting
2. Defecte thermistoraansluiting (open/kort)
3. Defecte buitenprintplaat (inverter)
46
Probleem in de
temperatuursensor
van de aanzuigpijp
• Open / kort
• Slecht gesoldeerd
• Interne circuitfout
1. Slechte verbinding van thermistoraansluiting
2. Defecte thermistoraansluiting (open/kort)
3. Defecte buitenprintplaat (inverter)
52
Communicatiefout
printplaat
De communicatiestatus controleren
tussen de hoofdprintplaat en
inverterprintplaat
• Generatie van ruisbronnen die de communicatie
verstoren
54
Open en
omgekeerde
fasefout
Voorkomen van faseonbalans en
omgekeerde rotatie van de
compressor met constante snelheid
Bedradingsfout hoofdstroom
60
Printplaat (inverter)
en EEPROMcontrolesomfout
EEPROM-toegangsfout en
controleSOMfout
1. Defect EEPROM-contact/onjuiste plaatsing
2. Verschillende EEPROM-versie
3. Beschadiging ODU-inverter en -printplaatmontage 1
Hoge temperatuur in
cond. Leiding
• Overbelasting (beperking van de
buitenventilator, afgeschermd,
geblokkeerd)
• Warmtewisselaar van unit
verontreinigd
• EEV-connector verplaatst / onjuiste
EEV-montage
• Slechte cond. Montage / verbrande
pijpsensor
• Controleer de beperking van de buitenventilator /
afgeschermde / stromingsstructuur
• Controleer of er teveel koelmiddel is geladen
• Controleer de toestand van de EEV-montage
• Controleer de toestand van de sensor-montage /
verbrand
61
OVERZICHT INSTELLINGEN 185
Toon
code
Titel
Oorzaak van de fout
Controlepunt & Normale toestand
62
Koellichaamtemp,
hoge fout
Hoge temperatuur (85 °C)
koellichaamsensor gedetecteerd
1. Onderdeelnr. : EBR37798101~09
- Controleer de koellichaamsensor: 10 kΩ / bij 25 °C
(afgesloten)
- Controleer of de buitenventilator juist draait
2. Onderdeelnr. : EBR37798112~21
- Controleer de gesoldeerde toestand in de 22,23 pin
van IPM, PFCM
- Controleer het schroefkoppel van IPM, PFCM
- Controleer de smeerbare toestand van thermisch vet
op IPM, PFCM
- Controleer of de buitenventilator juist draait
65
Probleem met de
temperatuursensor
van het koellichaam
Abnormale sensorwaarde
(Open/kort)
• Controleer of de thermistorconnector defect is
(open/kort)
• Controleer of de buitenprintplaat defect is (omvormer)
67
Vergrendelingsfout
ventilator
Het toerental van de ventilator is
minder dan 10 gedurende 5
seconden na het opstarten.
Het toerental van de ventilator is
minder dan 40, behalve bij het
starten.
1. Beschadigde ventilatormotor.
2. Abnormale montagetoestand.
3. Vastgelopen ventilator door omgeving.
114
Probleem bij
inlaattemperatuurse
n sor voor
dampinjectie
• Open (lager dan -48.7 °C) /Kort
(hoger dan 96.2 °C)
• Slecht gesoldeerd
• Interne circuitfout
1. Onjuiste verbinding van thermistorconnector
2. Defecte thermistorconnector (open/kort)
3. Defecte buitenprintplaat (buiten)
NEDERLANDS
186
NEDERLANDS
[Representative] LG Electronics Inc. EU Representative : LG Electronics European Shared Service
Center B.V. Krijgsman 1, 1186 DM Amstelveen, The Netherlands
[Manufacturer] LG Electronics Inc. Changwon 2nd factory 84, Wanam-ro, Seongsan-gu,
Changwon-si, Gyeongsangnam-do, KOREA
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising