Volvo | C30 | Quick Guide | Volvo C30 2009 Quick Guide

Volvo C30 2009 Quick Guide
VOLVO C30
quick Guide
WEB EDITION
GEFELICITEERD MET DE AANKOOP VAN UW
NIEUWE VOLVO!
Het is altijd spannend een nieuwe auto te leren kennen.
Neem deze Quick Guide door om nog meer plezier te hebben van uw
nieuwe Volvo. Gedetailleerde informatie vindt u in het instructieboekje.
Waarschuwingsteksten en andere belangrijke informatie staan alleen in
het instructieboekje, niet in deze folder. Het instructieboekje bevat de
meest recente gegevens.
Opties staan aangegeven met een sterretje (*).
Op www.volvocars.com vindt u meer informatie over uw auto.
SLEUTEL & AFSTANDSBEDIENING
Vergrendelt de portieren en de achterklep en activeert het alarm*.
Ontgrendelt de portieren A en de achterklep en deactiveert het alarm.
Ontgrendelt de achterklep – hij wordt
niet geopend.
Activeert 30 secondenB lang verlichting
in buitenspiegels* alsmede interieur-,
instap- en kentekenplaatverlichting.
Richtingaanwijzers en stadslichten
vóór/achterlichten branden.
“Paniek”-toets, in een noodsituatie
de toets ca. 3 seconden lang ingedrukt
houden om het alarm te laten afgaan.
Het paniekalarm uitschakelen door
dezelfde toets of de ontgrendelingstoets
lang in te drukken.
SLEUTELBLAD
Te gebruiken om het dashboardkastje te
vergrendelen/ontgrendelen of het slot in het
bestuurdersportier te bedienen als de auto
bijvoorbeeld zonder stroom zit.
KOUDE START
N.B.
Na een koude start ligt het stationaire toerental hoger ongeacht de buitentemperatuur.
Het verhoogde stationaire toerental maakt
deel uit van Volvo’s effectieve uitlaatgasreinigingssysteem.
RICHTINGAANWIJZERS
A. Korte signalen, drie knippersignalen.
B. Onafgebroken serie knippersignalen.
A
Als geen van de portieren noch de achterklep binnen 2 minuten na ontgrendeling wordt geopend,
worden deze na enige tijd automatisch opnieuw
vergrendeld.
B
Tijd is in te stellen op 30, 60 of 90 seconden (zie
instructieboekje).
AUTOSTART
(GELDT VOOR DE 2.4i, T5 EN D5)
Koppelings- en/of rempedaal bedienen.
Afstandsbediening/startknop naar stand III
draaien en meteen loslaten – de motor start
automatisch.
Een dieselmotor altijd laten voorgloeien in
sleutelstand II, voordat u de motor start.
STUURWIEL INSTELLEN
WAARSCHUWING! Stel het stuurwiel in, voordat u gaat rijden. Doe dit nooit tijdens het rijden.
VERLICHTINGSBEDIENING
Koplamphoogteverstelling. Automatisch bij Bi-Xenonverlichting®*
Automatisch dimlicht en grootlichtsignalen. Het is niet mogelijk het groot
licht te voeren.
Stadslichten voor/achterlichten
Dimlicht – Dooft bij afzetten motor. Het
is mogelijk het groot licht te voeren.
Display- en instrumentenverlichting
Mistlampen (vóór*)
Mistachterlicht (alleen bestuurderszijde)
A
B
Grootlichtsignalen
Wisselen groot licht/dimlicht en Follow-Me-Home-verlichting.
VERZORGING
Voor de lak is het beter om de auto met de
hand te wassen dan in een automatische wasstraat. Een nieuwe laklaag is bovendien kwetsbaarder dan een oude laag. U wordt daarom
geadviseerd de eerste maanden na aankoop
van een nieuwe auto deze alleen met de hand
te wassen.Leren bekleding heeft regelmatige
verzorging nodig. Gebruik daarom één- à viermaal per jaar (zo nodig vaker) een leerverzorgingsproduct. Leerverzorgingsproducten zijn
verkrijgbaar bij de erkende Volvo-werkplaats.
OPBERGMOGELIJKHEDEN, 12V-AANSLUITINGEN & AUX
De 12V-aansluitingen voor/achter werken in
sleutelstand I of II.
Met de AUX-ingang is het mogelijk om muziek
op bijv. een mp3-speler te beluisteren via het
audiosysteem van de auto.
AUDIOSYSTEEM
RADIO
6 Radiozender kiezen door te draaien.
8 SCAN – automatisch zenders zoeken.
10 Zender zoeken met pijl-links/pijl-rechts.
Tot 20 zenders opslaan (tien voor FM1
en tien voor FM2) op door 0–9 ingedrukt
te houden, waarna een bevestiging op het
display verschijnt.
Zenders automatisch vastleggen – Ca.
2 seconden op AUTO drukken. De 10
best doorkomende zenders worden vastgelegd. Op 0–9 drukken om een zender te
selecteren.
CD-SPELER
3 Cd uitwerpen. Bij kort indrukken wordt
alleen de beluisterde cd uitgeworpen. Bij
lang indrukken worden alle cd’s uitgeworpenB.
1 Aan/uit en volume. Indrukken om aan/
uit te zetten. Omdraaien voor instellen
volume. Individueel vastgelegde volumeniveaus voor radio, TP, handsfree* en
RTI*.
2
4
5
6
Radio FM1, FM2 of AM.
Display
6 Omdraaien – om van cd-track te wisselen.
7 Rechtstreeks cd kiezen B – Op 1–6 drukken.
10 Andere track op cd met pijl-links/pijlrechts of aan (6) draaien.
Cd kiezen B met pijl-omhoog/pijl-omlaag.
MODE – CD of AUX A
Geluidsweergave – Indrukken om te
kiezen uit BAS of Dolby Pro Logic II*.
Omdraaien om bij te regelen.
9 MENU – AUX, volume en geavanceerde
geluidsinstellingen.
A.
AUX-ingang voor bijv. mp3-speler (voor optimale
geluidsweergave volume op half zetten).
B
. Alleen cd-wisselaar*.
RUITENWISSERS EN REGENSENSOR*
C
Enkele wisslag
0
Uit
D
E
Intervalfunctie. Aan (B) draaien om in
te stellen.
Normale snelheid
F
Hoge snelheid
G
Ruiten- en koplampsproeiers
H
Ruitensproeier achterklep
3
Ruitenwisser achterklep intervalstand/
normale stand
C
0
D
G
E
F
1
2
Regensensor aan/uit. Regensensor uit
in stand D-F.
Gevoeligheid instellen met duimwiel.
Displaysymbool bij regensensor aan.
ELEKTRONISCHE KLIMAATREGELING, ECC*
AUTOMATISCHE REGELING
In de stand AUTO regelt het ECC-systeem
automatisch alle functies voor een groter bedieningsgemak en optimale luchtkwaliteit.
HANDMATIGE REGELING
Ventilatorsnelheid
Luchtverdeling
1 Automatische functie
Ontwaseming om de voorruit en zijruiten snel van condens te ontdoen.
A – Interior Air Quality System* aan.
M – Recirculatiefunctie aan.
Airconditioning aan/uit. Voor koeling
van interieur en ontwaseming van ruiten.
Elektrische verwarming achterruit en buitenspiegels. Automatische
uitschakelingA .
Op AUTO drukken om de temperatuur en
de overige functies automatisch te laten
regelen.
2 Temperatuur
Indrukken voor individuele temperatuurinstelling voor de linker- (L) of rechterzijde
(R). Knop naar gewenste temperatuurstand
draaien. Ingestelde temperatuur staat op
display.
A
Achterruit 12 minuten. Spiegels 6 minuten
PACOS*, PASSAGIERSAIRBAG DEACTIVEREN
2
PACOS (Passenger Airbag Cut Off Switch)
Contactsleutel gebruiken voor omzetten
ON/OFF.
OFF: Airbag gedeactiveerd.
PASSENGER AIRBAG OFF verschijnt op
waarschuwingslampje boven de achteruitkijkspiegel.
Kinderen op een comfortkussen of in een
kinderzitje mogen op de voorstoel zitten, maar
nooit passagiers groter dan 1,40 m.
WAARSCHUWING
Onoordeelkundig gebruik kan levensgevaarlijke situaties opleveren. Bij twijfel over het
juiste gebruik het instructieboekje raadplegen.
ON: Airbag geactiveerd.
Passagiers groter dan 1,40 m mogen op de
voorstoel zitten, maar nooit kinderen op een
comfortkussen of in een kinderzitje.
BOORDCOMPUTER EN DAGTELLER
BRANDSTOF
BOORDCOMPUTER
1 Laag brandstofpeil
Bij een brandend symbool zo spoedig
mogelijk tanken.
2 Brandstofmeter
De pijl geeft aan dat de tankdop aan de
rechterzijde zit.
DAGTELLERS
3 Wisselen tussen T1 & T2 door kort indrukken. Lang indrukken om actuele teller
te resetten.
5 Op het display staan twee verschillende
dagtellers, T1 & T2.
DISPLAY
4 Geeft boordcomputer, meldingen, klok en
buitentemperatuur weer.
BLIS, BLIND SPOT INFORMATION
SYSTEM*
Als het controlelampje voor BLIS oplicht
zonder dat u voertuigen in de dode hoeken
kunt waarnemen, kunnen reflecties op een
nat wegdek, eigen schaduwen op betonnen
wegen of een laag staande zon in de camera
daarvan de oorzaak zijn.
Bij een storing in het BLIS verschijnt de melding BLIS SERVICE VEREIST op het display.
6 Indrukken om een melding te verwijderen.
7 Omdraaien om bijv. KILOMETER TOT
LEGE TANK op het display (4).
8 Actuele functie resetten. Lang indrukken om alle functies te resetten.
BELANGRIJK
“Kilometer tot lege tank” is een schatting van
de actieradius op basis van eerdere rijomstandigheden.
ROETFILTER
In bepaalde omstandigheden verschijnt op
het display van het hoofdinstrument de melding “ROETFILTER VOL”. In dat geval moet
het roetfilter van het uitlaatsysteem geregenereerd worden. Dat gebeurt automatisch
door ca. 20 minuten op matige snelheid
(70–90 km) te rijden. Wanneer de melding
verdwijnt heeft regeneratie plaatsgevonden.
ZACHTE BAGAGEAFDEKKING*
HOUDER VOOR VLOERLUIK
C
D
1. De haken aan de vloer (A) bevestigen.
2. De veerbelaste rail induwen en deze aan
weerszijden aanbrengen in de bevestigen bij
(B).
3. De rail op dezelfde manier aanbrengen in de
bevestigingen bij (C).
4. De haken bevestigen bij (D).
5. Bij het inladen de bevestigingspunten (D) en
(C) aan weerszijden loshalen.
6. (D), (C), (B) en (A) loshalen en de bagageafdekking oprollen, wanneer u deze niet nodig
hebt.
Vloerluik in geopende stand zonder/met bagageafdekking.
RUGGEDEELTE OMKLAPPEN
HARDE BAGAGEAFDEKKING*
Aanbrengen
Alle vier de vergrendelingsknoppen in de
eindstand naar achteren trekken. De bagageafdekking voorzichtig naar binnen tillen en het
voorste gedeelte aan weerszijden op de twee
steunen leggen achter (A).
De ene vergrendeling achteraan aanbrengen
bij (B) en de vergrendelingsknop naar voren
duwen. De resterende drie op dezelfde manier
aanbrengen.
Verwijderen
Alle vier de vergrendelingsknoppen in de eindstand naar achteren trekken (eerst (A), daarna
(B)). Bagageafdekking verwijderen.
VOORSTOEL INSTELLEN
ACHTERINSTAP
6
+
-
B
A
E
F
1
2
3
4
5
6
Lendensteun
Hellingshoek ruggedeelte
Stoel omhoog/omlaag
Voorkant zitting omhoog/omlaag
Vooruit/achteruit
Achterinstap
TANKEN
C
G*
Handmatig verstelbare stoel
Stoel naar voren zetten:
A. De veiligheidsgordel van de gordelgeleider
nemen.
B. Aan de handgreep trekken en de rugleuning tot
in de geblokkeerde stand vooroverklappen.
C. De stoel naar voren zetten.
Stoel naar achteren zetten:
D. De stoel naar achteren in de uitgangspositie
duwen.
E. Wanneer de stoel de uitgangspositie bereikt
heeft, aan de handgreep (B) trekken en de rugleuning terugklappen.
F. De veiligheidsgordel op de gordelgeleider
terugplaatsen.
Elektrisch bedienbare stoel*
Stoel naar voren zetten:
A. De veiligheidsgordel van de gordelgeleider
nemen.
B. De handgreep omhoogtrekken en de rugleuning
vooroverklappen.
G. De knop ingedrukt houden terwijl de stoel naar
voren komt.
Stoel naar achteren zetten:
G. De knop nogmaals ingedrukt houden totdat de
stoel de uitgangspositie bereikt. aan de handgreep
(B) trekken en de rugleuning terugklappen.
F. De veiligheidsgordel op de gordelgeleider
terugplaatsen.
N.B.
De veiligheidsgordel bij het omdoen vanonder bij de gordelgeleider omhooghalen, niet
vanboven bij de schouder omlaag.
De tankdop ophangen tijdens het tanken.
TP 10139 (Dutch). AT 0820. Printed in Sweden, Göteborg 2008. Copyright © 2000–2008 Volvo Car Corporation.
D
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising