Volvo | C30 | DRIVe | Volvo C30 2010 DRIVe

Volvo C30 2010 DRIVe
VOLVO C30, S40 & V50
drive
SUPPLEMENT BIJ HET INSTRUCTIEBOEKJE
Volvo Car Corporation IE&&+%%9jiX]! 6I %.4+ Eg^ciZY^cHlZYZc!<ŽiZWdg\'%%.!8deng^\]i'%%%"'%%.Kdakd8Vg8dgedgVi^dc
DRIVE-09W20.fm Page 1 Friday, October 2, 2009 7:18 AM
DRIVe
Algemeen
Stiller en schoner
Start-stopsysteem
Intelligente oplaadvoorziening
Tijdens het afremmen op de motor wordt de
bewegingsenergie van de auto benut en
omgezet in elektriciteit die in de startaccu van
de auto wordt opgeslagen.
Aangepaste stuurbekrachtiging
Milieuzorg vormt een van de kernwaarden van
Volvo Car Corporation en geeft richting aan al
onze activiteiten. Dit resulteerde in de DRIVeuitvoeringen.
Het DRIVe-concept bestaat in een synergetisch geheel van uiteenlopende energiebesparende aspecten: start-stopsysteem, intelligente oplaadvoorziening, aangepaste stuurbekrachtiging en aerodynamische vormgeving
– stuk voor stuk aspecten met als doel het
brandstofverbruik te verlagen en zo de uitlaatgasemissie te beperken.
Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de modellen C30, S40 en V50.
De dieselmotor van uw auto is niet alleen
betrouwbaar en zuinig, maar heeft ook een
start- en stopsysteem dat de motor afzet,
wanneer u in een file staat of voor verkeerslichten moet wachten – zie de gedetailleerde
beschrijving op de volgende pagina.
De auto-start van de motor verloopt dermate
probleemloos dat u nauwelijks merkt dat de
motor enige tijd uitstond. Het is alsof de motor
de hele tijd blijft doordraaien, zij het buitengewoon geruisloos en op een laag stationair toerental.
Een andere DRIVe-functie behelst de aanpassing van de energiebehoefte van de stuurbekrachtiging. Door het gebruik van een energiebesparende functie en optimalisering kan de
energiebehoefte worden verlaagd, wanneer er
geen stuurbekrachtiging (hulp bij het verdraaien van het stuurwiel) nodig is.
Aërodynamische vormgeving
Het DRIVe-concept omvat tevens een verlaagd chassis, een voor- en achterspoiler met
een lage luchtweerstand en speciaal ontwikkelde velgen1.
1 Het
aanbod verschilt per markt.
1
DRIVE-09W20.fm Page 2 Friday, October 2, 2009 7:18 AM
DRIVe
Werking en gebruik
Start-stopsysteem
Alle andere autosystemen zoals de verlichting,
radio e.d. werken ook na een auto-stop als
vanouds, zij het dat er mogelijk beperkingen
gelden voor de werking van bepaalde apparatuur (zoals het ventilatortoerental van de klimaatregeling of het volume van het audiosysteem).
Auto-stop motor
Voor een auto-stop van de motor dient de
auto stil te staan:
Aan-/Uit-knop en displaymelding AUTO START.
Het start-/stopsysteem wordt automatisch
geactiveerd na een reguliere sleutelstart van
de motor. De bestuurder wordt hierop geattendeerd door het brandende groene lampje
in de Aan/Uit-knop.
N.B.
Na een reguliere sleutelstart en na iedere
auto-stop van de motor, dient de auto eerst
een snelheid van 5 km/h te hebben bereikt
voordat het automatische start-stop systeem opnieuw geactiveerd kan worden –
bovendien moet aan andere voorwaarden
zijn voldaan, zie pagina 4.
2
• Zet de versnellingspook in de neutrale
stand en laat de koppeling opkomen – de
motor wordt afgezet.
De displaymelding AUTO START herinnert u
eraan – en attendeert u erop – dat er een autostop van de motor heeft plaatsgevonden.
Auto-start motor
De versnellingspook staat in de neutrale
stand:
• Bedien het koppelingspedaal – de motor
slaat aan.
• Bedien het gaspedaal – de motor slaat aan.
• Op een aflopende helling: Zorg dat de auto
sneller dan stapvoets rijdt – de motor slaat
aan.
U hoeft vervolgens slechts een versnelling in
te schakelen om verder te rijden.
Rijstijl
Met het start-stopsysteem hebt u de mogelijkheid zich een milieubewustere rijstijl aan te
meten door, zo nodig, de auto uit een
bepaalde versnelling te halen waarna een
auto-stop van de motor plaatsvindt.
Schakelindicator
Een belangrijk gegeven voor
een milieubewuste rijstijl is
het kiezen van de juiste versnelling en tijdig schakelen.
Daarvoor beschikt u over de
schakelindicator (GSI – Gear Shift Indicator) –
die het optimale tijdstip voor op- en terugschakelen aangeeft.
De indicator maakt gebruik van een pijl
omhoog of omlaag op het onderste informatiedisplay van het instrumentenpaneel.
Tips voor milieubewust en zuinig rijden
Hier volgen enkele tips waarmee u het brandstofverbruik kunt verlagen zonder dat dit voor
u langere reistijden of minder rijplezier
inhoudt.
• Een skibox en lastdragers verhogen de
luchtweerstand waardoor het brandstofverbruik toeneemt – verwijder dergelijke uitrusting daarom altijd wanneer u die niet
nodig hebt.
DRIVE-09W20.fm Page 3 Friday, October 2, 2009 7:18 AM
DRIVe
Werking en gebruik
• Houd altijd de juiste bandenspanning aan
(zie onderdeel Wielen en banden op pagina
6).
• Neem geen spullen in de auto mee die u
niet nodig hebt – hoe groter de belading en
het gewicht, hoe hoger het brandstofverbruik.
• Als de auto is uitgerust met motorverwarming dient u daarvan altijd gebruik te
maken bij een koude start – dit verlaagt het
brandstofverbruik en beperkt de emissies.
• Rijd soepel en voorkom krachtige remmanoeuvres.
• Rijd altijd in de hoogst mogelijke versnelling
– lagere toeren leveren een lager brandstofverbruik op.
• Benut de motorrem bij het afremmen – dit
genereert bovendien stroom voor de startaccu.
• Bij een hoge snelheid stijgt het verbruik
aanzienlijk door de grotere luchtweerstand
– bij een verdubbeling van de snelheid
neemt de luchtweerstand met een factor 4
toe.
• Voer regelmatig onderhoud aan de auto uit
– houd daarvoor de intervallen aan die
Volvo adviseert.
Start-stopsysteem deactiveren
Het informatiedisplay geeft hier aan dat het
start-stopsysteem uitgeschakeld is.
In bepaalde situaties is het
wenselijk om het automatische start-stopsysteem tijdelijk uit te schakelen – u doet
dat met een druk op deze
knop.
De melding AUTO START-STOP UIT verschijnt ca. 5 seconden op het informatiedisplay om aan te geven dat het start-stopsysteem uitgeschakeld is – bovendien dooft het
lampje in de knop.
Het start-stopsysteem blijft uitgeschakeld totdat het opnieuw geactiveerd wordt met een
druk op dezelfde knop of totdat er een reguliere sleutelstart van de motor heeft plaatsgevonden.
3
DRIVE-09W20.fm Page 4 Friday, October 2, 2009 7:18 AM
DRIVe
Beperkingen
Auto-stop motor werkt niet
Ook bij een geactiveerd start-stopsysteem
vindt geen auto-stop van de motor plaats, als:
• de bestuurder de sluiting van de veiligheidsgordel opent;
• de auto niet stilstaat – het start-stopsysteem staat echter langzaam rollen toe,
overeenkomend met stapvoets rijden;
• de stroomafname tijdelijk hoog is of als de
startaccu sterk ontladen is;
• de motor de normale bedrijfstemperatuur
niet heeft bereikt;
• de buitentemperatuur onder 0 of boven 30
°C ligt;
• het klimaat in de passagiersruimte afwijkt
van de ingestelde waarden – te herkennen
aan het hoge toerental van de aanjager;
• de auto achteruitreed en uit de achteruitversnelling werd gehaald;
• de temperatuur van de startaccu hoger is
dan 55 °C.
4
Auto-start van de motor zonder
ingrijpen van de bestuurder
Na een auto-stop kan de motor in bepaalde
gevallen automatisch aanslaan zonder dat u
hebt aangegeven de rit te willen voortzetten.
In de volgende gevallen vindt een auto-start
van de motor plaats, ook al hebt u de koppeling niet bediend om te schakelen:
• De ruiten beslaan.
• De buitentemperatuur ligt onder 0 of boven
30 °C.
• De capaciteit van de startaccu ligt onder
het toelaatbare minimum.
• De auto rolt sneller dan stapvoets.
• U bedient het rempedaal meerdere malen
achtereen.
WAARSCHUWING
Motorkap niet openen na een auto-stop van
de motor – een auto-start van de motor is
mogelijk.
• Om auto-start van de motor te voorkomen
bij een geopende motorkap – eerst een
versnelling inschakelen en de handrem
aanhalen of de transpondersleutel naar
stand 0 draaien.
Auto-start motor werkt niet
In de volgende gevallen vindt ná een autostop van de motor geen auto-start plaats:
• de bestuurder heeft de gordelsluiting geopend – een displaymelding verzoekt de
bestuurder de motor met de sleutel te
starten;
• er werd een versnelling ingeschakeld zonder te ontkoppelen – een displaymelding
verzoekt de bestuurder de versnellingspook in de neutrale stand te zetten, waarna
auto-start van de motor mogelijk is.
Onvoorziene motoruitval
Als het starten mislukt en de motor afslaat,
doe dan het volgende:
– Bedien de koppeling opnieuw – er vindt
auto-start van de motor plaats nadat de
versnellingspook in de neutrale stand is
gezet. Ondertussen verschijnt op het informatiedisplay de melding STAND N KIEZEN OM TE STARTEN.
DRIVE-09W20.fm Page 5 Friday, October 2, 2009 7:18 AM
DRIVe
Beperkingen
Displaymelding
Het start-stopsysteem kan in bepaalde situaties aanleiding geven tot meldingen op het
informatiedisplay. Aan enkele daarvan is een
geadviseerde maatregel gekoppeld.
Melding
Info/Maatregel
AUTO START-STOP
AAN
Blijft na activering van
het systeem nog ca. 5
seconden branden.
AUTO START-STOP
UIT
Blijft na deactivering
van het systeem nog
ca. 5 seconden
branden.
SLEUTEL
OMDRAAIEN
OM TE STARTEN
Geen auto-start van
de motor mogelijk1 –
voer een reguliere
sleutelstart uit.
1Verschijnt als bijvoorbeeld de veiligheidsgordel
wordt losgemaakt na een auto-stop van de
motor.
2Verschijnt als na een auto-stop van de motor
een versnelling wordt ingeschakeld zonder te
ontkoppelen.
Als een melding niet dooft na uitvoering van
de voorgestelde maatregel, dient u contact op
te nemen met een werkplaats – geadviseerd
wordt een erkende Volvo-werkplaats.
STAND N KIEZEN OM Zet de versnelTE STARTEN
lingspook in de
neutrale stand2.
AUTO START
De motor is gereed
voor auto-start –
wacht op bediening
van de koppeling.
AUTO START-STOP
SERVICE VEREIST
Start-stopsysteem
gedeactiveerd. Neem
contact op met een
werkplaats.
5
DRIVE-09W20.fm Page 6 Friday, October 2, 2009 7:18 AM
DRIVe
Specificaties
Motor
Wielen en banden
Symbolen in de tabel
: Verbruik (liter/100 km)
Diesel
1.6D
Motoraanduiding1
D4164T
Vermogen (kW / omw/min)
80/4000
Vermogen (pk / omw/min)
109/4000
Koppel (Nm / omw/min)
240/1750
88,3
1,56
C301
–
–
18,3:1
S40
1300
650
V50
1300
700
Kogeldruk
50
50
4
Cilinderdiameter (mm)
75
Slagvolume (liter)
Compressieverhouding
Aanhanger en start-stopsysteem
DRIVe
Max.
gewicht
(kg)
Aantal cilinders
Slaglengte (mm)
: Uitstoot aan kooldioxide (g/km)
1
Typeaanduiding, onderdeel- en serienummer
van de motor staan aangegeven op de motor
(zie het instructieboek voor de locatie).
1
Geremde
aanhanger
Ongeremd
e
aanhanger
Niet uit te rusten met trekhaak.
De auto is geoptimaliseerd voor rijden zonder
aanhanger.
Versnellingsbak
Handgeschakelde vijfversnellingsbak
(MTX75).
Verbruik en uitstoot
Model
C30
3,8
99
S40
3,9
104
V50
3,9
104
Bij rijden met een aanhanger en een toenemende snelheid, het hellingspercentage van
de weg, de hoogte boven zeeniveau, de
omgevingstemperatuur, het trekgewicht e.d.
kunnen bepaalde functies tijdelijk afnemen,
bijv. het koelvermogen van de klimaatinstallatie en het motorvermogen.
Voor een milieubewuste rijstijl is het gebruik
van de juiste bandensoort en de juiste bandenspanning een belangrijk gegeven.
Maten
Bij montage van nieuwe banden wordt geadviseerd banden van hetzelfde type en hetzelfde
merk te gebruiken als die waarmee de auto af
fabriek werd geleverd – dergelijke banden zijn
ontwikkeld voor een laag brandstofverbruik.
De bandenmaten 195/65 R15 en 205/55 R16
leveren over het algemeen een iets lager
brandstofverbruik op dan bredere branden.
Bandenspanning
Bij te zacht opgepompte banden neemt het
brandstofverbruik toe. Controleer daarom
regelmatig de bandenspanning.
Gebruik van de zogeheten ECO-bandenspanning1 beperkt het brandstofverbruik. Dit mag
dan merkbare wijzigingen opleveren wat rijcomfort, weggeluiden en stuureigenschappen
betreft, maar is niet van invloed op de veiligheid.
Zie de sticker met de aanbevolen bandenspanning op de portierstijl aan bestuurderszijde.
1 De
6
adviesspanning bij maximale belading.
DRIVE-09W20.fm Page 7 Friday, October 2, 2009 7:18 AM
DRIVe
Specificaties
Accu’s
Locatie accu’s
De auto is uitgerust met twee 12V-accu’s –
één extra krachtige startaccu en een hulpaccu
die gebruikt wordt voor de startprocedure
middels het start-stopsysteem.
Start
Hulp
Koudestartcapaciteit, CCA1 (A)
760
120
Capaciteit (Ah)
70
8
Afmetingen2,
L×B×H (mm)
N.B.
278×175×190 150×88×105
1
Conform SAE-norm.
2
Grootst mogelijke afmetingen.
N.B.
Hoe groter de stroomafname van de auto
(extra koeling/verwarming e.d.), hoe langer
de accu’s moeten worden opgeladen =
Hoger brandstofverbruik.
• Wanneer de startaccu moet worden opgeladen, wordt het start-stopsysteem tijdelijk
gedeactiveerd.
1. Startaccu 2. Hulpaccu
De startaccu staat uitvoerig beschreven in het
reguliere instructieboekje.
De hulpaccu zit onder de linker koplamp en
vergt normaal geen service.
Tijdelijke deactivering van het start-stopsysteem op grond van een hoge stroomafname
houdt het volgende in:
• Auto-stop motor werkt niet.
• Auto-start motor1 werkt zonder dat de
bestuurder de koppeling bedient.
BELANGRIJK
Bij tijdelijke aansluiting van een externe
startaccu of een acculader mogen nooit de
minpolen van de accu worden gebruikt – alleen het chassis van de auto dient als massa.
• Zie instructieboekje – daar staat beschreven waar en hoe u de kabelklemmen dient
aan te sluiten.
Wanneer de startaccu dermate uitgeput is
dat alles “zwart” is en de auto in principe
geen functionerende elektrische functies
meer heeft en u gebruikt een externe accu
of acculader om de motor te starten, dan is
het start-stopsysteem geactiveerd. In dat
geval is een auto-stop van de motor mogelijk, maar een eventuele auto-start door het
start-stopsysteem ná deze auto-stop is
wellicht niet mogelijk.
Voor een geslaagde auto-start na een autostop van de motor dient eerst de accu te
worden opgeladen. Bij een buitentemperatuur van +15 °C dient de accu minstens 1
uur te worden opgeladen. Bij lagere temperaturen wordt een laadduur van 3–4 uur geadviseerd. Aanbevolen wordt de accu op te
laden met een externe acculader.
Voor meer informatie over het opladen van
de startaccu, zie het instructieboekje.
1 Auto-start
is alleen mogelijk als de versnellingspook in de neutrale stand staat.
7
DRIVE-09W20.fm Page 8 Friday, October 2, 2009 7:18 AM
DRIVe
Specificaties en algemene informatie
Informatie over dit drukwerk
Zekeringen start-stopsysteem
Deze gebruiksaanwijzing vormt een aanvulling op het reguliere instructieboekje bij de
auto.
Bij twijfel over een van de autofuncties: raadpleeg eerst het reguliere instructieboekje.
Voor antwoorden op andere vragen wordt
geadviseerd contact op te nemen met een
dealer of vertegenwoordiger van Volvo Car
Corporation.
Internet
Locatie zekeringen start-stopsysteem.
Nr.
Component
A
11M/1 Relais- en zekeringhouder
motorruimte
125
11M/2 Sensor accubewaking
15
25
CEM, dieselmotor
10
De ontwikkelingen op het gebied van milieubewuste technologie volgen elkaar gestaag
op en daarom is het mogelijk dat de informatie
in dit drukwerk al snel verouderd of achterhaald raakt.
U wordt dan ook geadviseerd een bezoek te
brengen aan Volvo’s internetpagina www.volvocars.com – daar vindt u de nieuwste gegevens en meest actuele informatie over uw
auto.
Wijzigingen
BELANGRIJK
Een doorgebrande zekering alleen vervangen door een zekering van dezelfde kleur en
hetzelfde amperage.
De specificaties, constructiegegevens en afbeeldingen in dit supplement zijn niet bindend.
We behouden ons het recht voor om zonder
voorafgaande mededeling wijzigingen aan te
brengen.
©Volvo Car Corporation
8
VOLVO C30, S40 & V50
drive
SUPPLEMENT BIJ HET INSTRUCTIEBOEKJE
Volvo Car Corporation IE&&+%%9jiX]! 6I %.4+ Eg^ciZY^cHlZYZc!<ŽiZWdg\'%%.!8deng^\]i'%%%"'%%.Kdakd8Vg8dgedgVi^dc
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising