Volvo | S40 | Quick Guide | Volvo S40 2012 Quick Guide

Volvo S40 2012 Quick Guide
VOLVO S40
quick Guide
WEB EDITION
GEFELICITEERD MET DE AANKOOP VAN UW
NIEUWE VOLVO!
Het is altijd spannend een nieuwe auto te leren kennen.
Neem deze Quick Guide door om snel vertrouwd te raken met enkele van de
meest gebruikelijke functies van uw nieuwe Volvo.
Alle waarschuwingsteksten, andere belangrijke gegevens en meer
gedetailleerde informatie vindt u alleen in het instructieboekje – deze folder
bevat slechts een kleine greep daaruit.
In het instructieboekje staat bovendien de meest recente en meest actuele
informatie.
Opties staan aangegeven met een sterretje (*).
Op www.volvocars.com vindt u meer informatie over uw auto.
TRANSPONDERSLEUTEL
Vergrendelt portieren en kofferdeksel en
activeert het alarm*.
Ontgrendelt portierenA en kofferdeksel
en deactiveert het alarm.
Ontgrendelt het kofferdeksel – het wordt
niet geopend.
Approach-verlichting. Activeert buitenspiegelverlichting*, richtingaanwijzers en
stadslichten, alsmede kentekenplaat-,
interieur- en instapverlichting.
Paniekfunctie. In een noodsituatie de
toets ca. 3 seconden lang ingedrukt
houden om het alarm te laten afgaan.
Uitschakelen door na meer dan 5 seconden opnieuw te drukken.
SLEUTELBLAD
Te gebruiken om het dashboardkastje of het
bestuurdersportier te vergrendelen/ontgrendelen als de auto bijvoorbeeld zonder stroom zit.
KOUDE START
N.B.
Na een koude start is het stationaire toerental verhoogd ongeacht buitentemperatuur.
Het tijdelijk verhoogde stationaire toerental
is onderdeel van Volvo’s effectieve uitlaatgasreinigingssysteem.
RICHTINGAANWIJZERS
A
B
Korte serie – 3 knippersignalen.
Onafgebroken serie knippersignalen.
A
Als geen van de portieren noch het kofferdeksel
binnen 2 minuten na ontgrendeling wordt geopend,
worden deze na enige tijd automatisch opnieuw
vergrendeld.
AUTOMATISCH STARTEN *
- Koppelings- en/of rempedaal bedienen en
transpondersleutel/startknop naar stand III
draaien en meteen loslaten – de motor start
automatisch.
Een dieselmotor altijd laten voorgloeien in
sleutelstand II, voordat u hem start.
STUURWIEL INSTELLEN
WAARSCHUWING
Stel het stuurwiel in vóórdat u gaat rijden
– nooit tijdens het rijden.
VERLICHTINGSBEDIENING
Handmatige koplamphoogteregeling
(automatisch bij Xenon-verlichting*)
Automatisch dimlicht. Grootlichtsignalen
werken maar continu grootlicht niet
Stadslichten voor/achterlichten
Dimlicht. Dooft bij het afzetten van de
motor. Het is mogelijk het groot licht te
voeren
A
Automatisch dagrijlicht*. Actieve Xenonverlichting*, lichtbundels van de koplampen draaien met het stuurwiel mee
Display- en instrumentenverlichting
Mistlampen vóór
Tankvulklep openen
Mistachterlicht (alleen bestuurderszijde)
A
Grootlichtsignaal en LED-verlichting
B
Groot-/dimlichtwisseling
BEDIENINGSPANEEL BESTUURDERSPORTIER
L R
Buitenspiegels instellen
– Op L (links) of R (rechts) drukken en
instellen met hendeltje.
Buitenspiegels inklappen/uitklappen*
– tegelijkertijd L en R indrukken.
1
Elektrisch bedienbare ruiten, handmatig bedienen.
2
Elektrisch bedienbare ruiten, automatisch bedienen.
Kinderslot. Achterste zijruiten en
portieren* zijn niet vanaf de achterbank
te openen.
BLIS*, BLIND SPOT INFORMATION SYSTEEM
Als het controlelampje voor BLIS oplicht zonder dat u voertuigen in de dode hoeken kunt
waarnemen, kunnen reflecties op een nat wegdek,
eigen schaduwen op betonnen wegen of een laag
staande zon in de camera daarvan de oorzaak zijn.
Bij een storing in het BLIS verschijnt de melding
BLIS SERVICE VEREIST OP HET DISPLAY.
AUDIOSYSTEEM
RADIO
6 Eraan draaien om een zender te kiezen.
8 Eerstvolgende goed doorkomende zender
opzoeken.
10 Zender zoeken met pijl-links/pijl-rechts. Tot
20 zenders opslaan door bij de gewenste
zender 0–9 voor FM1 of FM2 ingedrukt
te houden totdat een bevestiging op het
display verschijnt.
Ca. 2 seconden indrukken om automatisch
de 10 best doorkomende zenders op te
slaan. Het display geeft AUTOM. OPSLAAN weer tijdens het zoeken.
Een van de opgeslagen zenders kiezen met
0–9.
CD-SPELER
1 Indrukken voor Aan/Uit. Eraan draaien om
2
4
5
6
9
het volume bij te regelen.
Radio FM1, FM2 of AM.
Display
MODUS – CD, AUX of USBA.
Indrukken om te kiezen uit BAS, Dolby Pro
Logic II* of SUBWOOFER* – eraan draaien
om bij te regelen.
MENU – AUX, volume en geavanceerde
geluidsinstellingen.
Subwoofer* activeren/deactiveren.
3 Bij kort indrukken wordt alleen de beluisterde cd uitgeworpen.
Bij lang indrukken worden alle cd’s uitgeworpenB.
6 Eraan draaien om van track te wisselen.
7 Cd-wisselaar* – cd kiezen met 1–6.
10 Van cd-track wisselen met pijl-links/pijlrechts.
Cd kiezenB met pijl-omhoog/pijl-omlaag.
A
AUX-ingang voor bijv. mp3-speler (voor optimale
geluidsweergave volume mp3-speler op half zetten).
B
Alleen cd-wisselaar*.
RUITENWISSERS EN REGENSENSOR*
1 Regensensor Aan/Uit, met hendel in stand
0.
2 Gevoeligheid sensor of duur intervalfunctie
instellen.
A
Enkele wisslag
0
Uit
B
Intervalfunctie, zie ook (2).
C
Normale wissnelheid.
D
Hoge wissnelheid
E
Sproeiers voorruit en koplampen.
Brandt bij een actieve regensensor.
ELEKTRONISCHE KLIMAATREGELING, ECC*
AUTOMATISCHE REGELING
HANDMATIGE REGELING
In de stand AUTO regelt het ECC-systeem automatisch alle functies voor een groter bedieningsgemak en optimale luchtkwaliteit.
1 Indrukken om de gekozen temperatuur en
de overige functies automatisch te laten
regelen.
7 Indrukken voor individuele temperatuur
links (L) of rechts (R).
In de gewenste temperatuurstand draaien.
De gekozen temperatuur staat op het
display.
1 Eraan draaien om ventilatorsnelheid te wijzigen.
2 Max. ontwaseming. Alle lucht op maximale
snelheid naar de voorruit en zijruiten.
3 M – Recirculatie Aan/Uit.
A – Interior Air Quality System* Aan/Uit.
4 Elektrische achterruit- en buitenspiegelverwarming.
5 Luchtverdeling
6 AC – Airconditioning aan/uit. Voor koeling
van het interieur en ontwaseming van de
ruiten.
PASSAGIERSAIRBAG DEACTIVEREN, PACOS*
PACOS (Passenger Airbag Cut Off Switch)
Sleutelblad gebruiken voor omzetten ON/OFF.
OFF – Airbag gedeactiveerd. PASSENGER AIRBAG OFF verschijnt op waarschuwingslampje
boven de achteruitkijkspiegel.
Kinderen op een comfortkussen of in een
kinderzitje mogen op de voorstoel zitten, maar
nooit passagiers groter dan 140 cm.
ON – Airbag geactiveerd.
Passagiers groter dan 140 cm mogen op de
voorstoel zitten, maar nooit kinderen op een
comfortkussen of in een kinderzitje.
WAARSCHUWING
Onoordeelkundig gebruik kan levensgevaarlijke situaties opleveren. Bij twijfel over het
juiste gebruik het instructieboekje raadplegen.
BOORDCOMPUTER EN DAGTELLER
1 Laag brandstofpeil. Bij een brandend symbool zo spoedig mogelijk tanken.
2 Brandstofmeter. De pijl van het symbool
geeft de kant aan waar de tankdop zit.
3 Display voor boordcomputer, meldingen,
klok en buitentemperatuur.
4 T1 & T2 – onafhankelijke dagteller, die altijd
aanstaat.
N.B.
5 Bij kort indrukken wordt er gewisseld tus-
Displaymelding KILOMETER TOT LEGE
TANK is een schatting van de actieradius op
basis van eerdere rijomstandigheden.
sen T1 & T2. Bij lang indrukken wordt de
betreffende meter op nul gezet.
6 Indrukken om een melding te laten verschijnen/verdwijnen.
7 Eraan draaien om de boordcomputeropties
te zien.
8 Bij kort indrukken wordt de actuele functie
van de boordcomputer op nul gezet.Bij
lang indrukken worden alle functies van de
boordcomputer op nul gezet.
CONTROLE- EN WAARSCHUWINGSLAMPJES
Melding op informatiedisplay lezen.
Storing in ABS. Stop auto z.s.m. Motor
opnieuw startenA.
Fout in remsysteem. Stop auto z.s.m.
Remvloeistof controlerenB.
Stabiliteitssysteem, DSTC*. Knippert bij
actief systeem.
Stop auto z.s.m. Storing verhelpen
aan de hand van displaymelding.
Lage oliedruk. Stop auto z.s.m. Oliepeil controlerenB.
A.
Contact opnemen met een Volvo-werkplaats als het
lampje bij de tweede startpoging opnieuw brandt.
B
Auto laten bergen als het lampje blijft branden.
INSTELLEN, KLOK
ROETFILTER
1.
2.
3.
4.
5.
Op de middenconsole op MENU drukken.
Aanpassen klok kiezen.
Op ENTER drukken.
Cijfer kiezen met “pijl-rechts” of “pijl-links”.
Klok instellen met de cijfers op de toetsenset of met de “pijl-omhoog” of “pijl-omlaag”
van de navigatieknop.
6. Op ENTER drukken om af te sluiten.
In bepaalde omstandigheden verschijnt op het
display van het instrumentenpaneel de melding
ROETFILTER VOL. In dat geval moet het
roetfilter van het uitlaatsysteem geregenereerd
worden. Dat gebeurt automatisch door ca.
20 minuten op matige snelheid te rijden.
Wanneer de melding verdwijnt heeft regeneratie plaatsgevonden.
AUTOVERZORGING
EBA – EMERGENCY BRAKE ASSIST
Voor de lak is het beter om de auto met de
hand te wassen dan in een automatische
wasstraat. Een nieuwe laklaag is bovendien
kwetsbaarder dan een oude laag. U wordt
daarom geadviseerd de eerste maanden na
aankoop van een nieuwe auto deze alleen met
de hand te wassen.
Gebruik schoon water en een spons. Let erop
dat vuil en zand krassen op de lak kunnen
veroorzaken.
De remkrachtverhoging bij noodstops helpt
de remkracht verhogen om op die manier de
remweg te verkorten. Het EBA-systeem wordt
geactiveerd wanneer u krachtig remt. Wanneer
het EBA geactiveerd wordt, zakt het rempedaal
iets verder omlaag dan normaal.
– bedien het rempedaal zolang dat nodig is
– de remmen worden volledig gelost, als u het
rempedaal loslaat.
RUGGEDEELTE ACHTERBANK OMKLAPPEN
1
Veiligheidsgordel aan kledinghaak ophangen.
Zitgedeelte vooroverklappen.
Pal van ruggedeelte vrijgeven en ruggedeelte naar voren toe omklappen.
Pal van hoofdsteun vrijgeven.
Hoofdsteun er aftillen.
Hoofdsteun in de bussen aan de onderkant
van het zitgedeelte plaatsen.
Ruggedeelte omlaagklappen.
N.B.
Ook de passagiersstoel is omlaag te klappen.
Zie "Voorstoelen" (hoofdstuk 4 in het instructieboekje).
VOORSTOEL INSTELLEN
1
2
3
4
5
Lendensteun
Hellingshoek ruggedeelte.
Stoel omhoog/omlaag.
Voorkant zitgedeelte omhoog/omlaag.
Vooruit/achteruit.
OPBERGMOGELIJKHEDEN, 12V-AANSLUITINGEN & AUX/USB*
De 12V-aansluitingen in de passagiersruimte
werken in contactslotstand I of II. De 12V-aansluiting* in de bagageruimte is altijd ingeschakeld.
Met de AUX/USB*-ingang is het mogelijk om
muziek op bijv. een mp3-speler te beluisteren
via het audiosysteem van de auto.
BELANGRIJK
Bij gebruik van de 12V-aansluiting in de bagageruimte met de motor afgezet kan de accu
uitgeput raken.
TP 14290 (Dutch). AT 1146. Printed in Sweden, Göteborg 2011. Copyright © 2000-2012 Volvo Car Corporation.
HOUDER VOOR BOODSCHAPPENTASSEN*
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising