Volvo | C70 | Quick Guide | Volvo C70 2007 Quick Guide

Volvo C70 2007 Quick Guide
VOLVO C70
QUICK GUIDE
GEFELICITEERD MET DE AANKOOP VAN UW
NIEUWE VOLVO!
Het is altijd spannend een nieuwe auto te leren kennen.
Neem deze Quick Guide door om nog meer plezier te hebben van uw nieuwe
Volvo. Gedetailleerde informatie vindt u in het instructieboekje.
Waarschuwingsteksten en andere belangrijke informatie staan alleen in het
instructieboekje, niet in deze folder. Het instructieboekje bevat de meest recente gegevens.
Opties staan aangegeven met een sterretje (*).
SLEUTEL EN AFSTANDSBEDIENING
Vergrendelt portieren, opbergvakken in
portieren*, kofferdeksel en doorsteekluik
en activeert het alarm. Na 30 seconden
treedt de Safelock-functie in werking
waarna de portieren niet meer van de binnenzijde te openen zijn.
Ontgrendelt portieren, opbergvakken in
portieren*, kofferdeksel, doorsteekluik,
stuurslot en deactiveert het alarm1.
Ontgrendelt kofferdeksel. (Deksel wordt
niet geopend.)
Activeert 30 seconden2 lang de verlichting van de buitenspiegels*, het interieur,
de voetruimte en de kentekenplaat. Richtingaanwijzers en stadslichten vóór/achterlichten branden.
“Paniek”-toets. In een noodsituatie de
toets ca. 3 seconden lang ingedrukt houden om het alarm te laten afgaan. Het
alarm uitschakelen met de ontgrendelingstoets.
SLEUTELBLAD
Te gebruiken om het dashboardkastje te vergrendelen/ontgrendelen of het bestuurdersportier/de kofferbak te openen als de auto
bijvoorbeeld zonder stroom zit.
1. Als geen van de portieren noch het kofferdeksel binnen
2 minuten na ontgrendeling wordt geopend, worden
deze na enige tijd automatisch opnieuw vergrendeld.
2. De tijd is in te stellen op 30, 60 of 90 seconden (zie instructieboekje).
KOUDE START
Slot voor mechanisch openen kofferdeksel.
AUTOSTART (geldt voor de 2.4, 2.4i, T5 en D5)
De contactsleutel/startknop naar stand III
draaien en loslaten. De motor start automatisch.
N.B.
Om te zorgen dat de uitlaatgasreiniging snel
op temperatuur komt, is het mogelijk dat de
motor korte tijd iets hogere stationaire toeren
maakt.
Een dieselmotor altijd laten voorgloeien in
stand II voordat u de motor start.
BEDIENINGSPANEEL OP BESTUURDERSPORTIER
2
1
L R
Buitenspiegel instellen, op L of R
drukken. Instellen met hendeltje.
1
Buitenspiegels inklappen*.
Tegelijkertijd L en R indrukken. Nogmaals indrukken om uit te klappen.
2
RUITBEDIENINGSFUNCTIES
Bij het bedienen van het portier/de hardtop komen de ruiten automatisch ca. 2 cm omlaag. De
ruiten worden daarna automatisch weer gesloten.
2
Elektrisch bediende ruiten handmatig openen/sluiten
Elektrisch bediende ruiten automatisch openen
Alle ruiten worden tegelijkertijd geopend met een druk op de rechterzijde
van de knop. Linkerzijde ingedrukt
houden om de ruiten te sluiten.
VERLICHTINGSBEDIENING
Koplamphoogteverstelling (automatisch voor Bi-Xenonverlichting*)
Automatisch dimlicht. Grootlichtsignalen. Het is niet mogelijk het groot licht te
voeren.
Stadslichten voor/achterlichten
Dimlicht. Het dimlicht dooft bij het afzetten van de motor. Het is mogelijk het
groot licht te voeren.
Display- en instrumentenverlichting
Mistlampen vóór*
Mistachterlicht (één lamp)
A
B
Grootlichtsignalen
Wisselen groot licht/dimlicht.
Approach-verlichting.
RICHTINGAANWIJZERS
STUURWIEL INSTELLEN
B
B
A. Korte serie, drie knippersignalen.
B. Onafgebroken serie knippersignalen.
WAARSCHUWING! Stel het stuurwiel in, voordat u gaat rijden. Doe dit nooit tijdens het rijden.
REGENSENSOR* EN RUITENWISSERS
C
0
A
B
REGENSENSOR
G
RUITENWISSERS
#
Enkele wisslag
D
0 Uit
E
$
F
%
A Activeert regensensor. Stand D–F deac-
Intervalstand wissers. Voor instellen aan
(B) draaien.
Normale snelheid
F
Hoge snelheid
G
Ruiten- en koplampsproeiers
tiveert regensensor.
B Gevoeligheid instellen met duimwiel.
Displaysymbool bij regensensor aan.
HARDTOP BEDIENEN “TOP DOWN & TOP UP”
2,0m
0,2m
VOORBEREIDINGEN
• Geen voorwerpen op hoedenplank, hardtop
of kofferdeksel.
BEDIENING
• 2 m vrije hoogte tot aan de grond en 0,2 m
achter de auto.
• Vlakke ondergrond.
• Buitentemperatuur hoger dan –10 °C.
• Bagagewand omlaag en kofferdeksel gesloten.
• Auto staat volledig stil.
• Er tijdens het bedienen goed op letten dat
niemand te dicht in de buurt komt van de
bewegende onderdelen van de hardtop.
De zijruiten komen bij bediening van de hardtop
enkele centimeters omlaag. Ze worden daarna
automatisch weer gesloten.
BAGAGEWAND
De bagagewand zorgt voor afscherming van de
kofferbak om plaats te maken voor de ingeklapte hardtop.
1. Klap de bagagewand omhoog bij het inladen.
2. Klap de bagagewand tot in de vergrendeling
(3) volledig omlaag, voordat u de hardtop
opent. Zie de sticker op de bagagewand.
1. Motor stationair.
2. Rempedaal bedienen.
3. Knop (A) of (B) ingedrukt houden, totdat er
een signaal klinkt en de melding DAK DICHT/
DAK OPEN op het display verschijnt.
4. Knop loslaten.
LOAD ASSIST
Zet de ingeklapte hardtop hoger/lager om gemakkelijker te kunnen inladen.
Druk op de knop en wacht enkele seconden totdat de hardtop omhooggekomen is. Klap de bagagewand omhoog, laad de spullen in en klap
de wand weer omlaag.
Druk nogmaals op de knop om de hardtop weer
omlaag te brengen.
ELEKTRONISCHE KLIMAATREGELING, ECC*
AUTOMATISCHE REGELING
In de stand AUTO regelt het ECC-systeem automatisch alle functies voor een groter bedieningsgemak en optimale luchtkwaliteit.
HANDMATIGE REGELING
Ventilatorsnelheid
Luchtverdeling
Ontwaseming om de voorruit en zijruiten
snel van condens te ontdoen.
1 Automatische functie
Op AUTO drukken om de temperatuur en de
overige functies automatisch te laten regelen.
Interior Air Quality System* aan (A).
Recirculatie aan (M).
2 Temperatuur
Airconditioning aan/uit.
Indrukken voor individuele temperatuurinstelling voor de linker- (L) of rechterzijde (R).
Knop naar gewenste temperatuurstand
draaien. Ingestelde temperatuur staat op
display.
Elektrische verwarming achterruit en
buitenspiegels.
Automatisch uitschakelen1.
1. Achterruit 12 minuten. Spiegels 6 minuten.
PACOS, PASSAGIERSAIRBAG UITSCHAKELEN*
PACOS (Passenger Airbag Cut Off Switch)
Contactsleutel gebruiken voor omzetten
ON/OFF.
ON: Airbag geactiveerd.
Passagiers groter dan 1,40 m mogen
op de voorstoel zitten, maar nooit
kinderen op een verhogingskussen
of in kinderzitje.
WAARSCHUWING
Onoordeelkundig gebruik kan levensgevaarlijke situaties opleveren. Bij twijfel over het
juiste gebruik het instructieboekje raadplegen
OFF: Airbag gedeactiveerd . Het
waarschuwingslampje PASSENGER
AIRBAG OFF boven de achteruitkijkspiegel brandt.
Kinderen op een verhogingskussen of in een
kinderzitje mogen op de voorstoel zitten, maar
nooit passagiers groter dan 1,40 m.
BOORDCOMPUTER EN DAGTELLER
BRANDSTOF
BOORDCOMPUTER
1 Laag brandstofpeil, nog 8 liter benzine
(7 liter dieselolie) in tank.
2 Brandstofmeter. De pijl geeft aan dat de
tankdop aan de rechterzijde zit.
DAGTELLERS
4 Op het display staan twee verschillende
dagtellers, T1 & T2.
3 Wisselen tussen T1 & T2 door kort indruk-
8 Indrukken om een melding te verwijderen.
9 Omdraaien om bijv. BEREIK TOT LEGE
TANK op display (7) weer te geven.
ken. Lang indrukken om actuele teller te resetten.
10 Actuele functie resetten. Lang indrukken om
alle functies te resetten.
KLOK
5 Tot aanslag omdraaien en in deze stand
vasthouden om klok (6) in te stellen.
BELANGRIJK
BEREIK TOT LEGE TANK is een schatting
op basis van eerdere rijomstandigheden.
CONTROLE- EN WAARSCHUWINGSLAMPJES
Melding informatiedisplay lezen
Auto op veilige wijze tot stilstand
brengen. Storing verhelpen aan de
hand van displaymelding.
Lage oliedruk. Auto op veilige wijze tot
stilstand brengen. Oliepeil controleren2.
Fout in ABS-systeem. Auto op veilige
wijze tot stilstand brengen. Motor opnieuw starten1.
Fout in remsysteem. Auto op veilige
wijze tot stilstand brengen. RemvloeiStabiliteitssysteem DSTC. Knippert bij
actief systeem.
1. Contact opnemen met een Volvo-werkplaats als het lampje bij de tweede startpoging opnieuw brandt.
2. Auto laten bergen als het lampje blijft branden.
AUDIOSYSTEEM
RADIO
5 Radiozender kiezen door te draaien.
9 Zender zoeken met pijl-links/pijl-rechts of
met SCAN (7). Tot 20 zenders vastleggen
door 0–9 ingedrukt te houden bij FM1 en
0–9 bij FM2. Na vastlegging van een zender
verschijnt een bevestiging op het display.
10 Zenders automatisch vastleggen
AUTO ca. 2 seconden ingedrukt houden. Op
het display verschijnt Autom. opslaan. De
tien best doorkomende zenders worden
vastgelegd. Vervolgens op 0 –9 drukken om
een van de vastgelegde zenders te kiezen.
1 Aan/uit en volume. Indrukken om aan/uit te
zetten. Omdraaien om volume te regelen. Individueel vastgelegde volumestanden voor
radio, TP, handsfree* en RTI.
2 FM1 , FM2 of AM radio.
4 CD of AUX 1
5 Geluidsweergave. Indrukken om te kiezen
uit BAS, Dolby Pro Logic II* of SUBWOOFER*. Omdraaien om bij te regelen.
8 SUBWOOFER* activeren/deactiveren met
CD-SPELER
9 Van nummer op cd wisselen met pijl-links/
pijl-rechts of aan (5) draaien.
Cd kiezen 2 met pijl-omhoog/pijl-omlaag.
3 Cd uitwerpen. Bij kort indrukken wordt alleen de beluisterde cd uitgeworpen. Bij lang
indrukken worden alle cd’s uitgeworpen2.
6 Rechtstreeks cd kiezen2 . Op 1–6 drukken.
1. AUX-ingang voor bijv. mp3-speler.
2. Alleen cd-wisselaar*.
MENU.
AUTOVERZORGING
AUTOMATISCHE WASSTRATEN
Voor de lak is het beter om de auto met de hand
te wassen dan in een automatische wasstraat.
Een nieuwe laklaag is bovendien kwetsbaarder
dan een oude laag. U wordt daarom geadviseerd de eerste maanden na aankoop van een
nieuwe auto deze alleen met de hand te wassen.
Bij een wasbeurt in een automatische wasstraat de antenne verwijderen. De antenne
linksom losdraaien.
TANKEN
ROETFILTER
Dieselmodellen zijn uitgerust met een roetfilter,
waardoor een nog efficiëntere uitlaatgasreiniging mogelijk is. Onder normale rijomstandigheden blijven de roetdeeltjes uit de
uitlaatgassen in het filter achter. Om de roetdeeltjes te verbranden en het filter te legen
wordt een zogeheten regeneratie gestart. Tijdens de regeneratie ligt het motorvermogen
mogelijk iets lager.
Tankvulklep openen en tankdop ophangen
tijdens het tanken.
VOORSTOEL INSTELLEN
1 Lendensteun
6
+
2 Hellingshoek rugleuning
-
3 Stoel omhoog/omlaag
4 Voorkant zitting omhoog/omlaag
5 Vooruit/achteruit
6 EASY ENTRY & GORDELGELEIDER
Handmatig verstelbare stoel
A. Veiligheidsgordel altijd van gordelgeleider nemen.
B. Aan handgreep trekken en stoel naar voren
zetten.
Elektrisch verstelbare stoel*
A. Veiligheidsgordel altijd van gordelgeleider
nemen.
B. Aan handgreep trekken en rugleuning rechtop
zetten.
C. Knop ingedrukt houden terwijl stoel naar voren
komt. Knop nogmaals ingedrukt houden om stoel
weer naar achteren te zetten.
OPBERGRUIMTEN, 12V-AANSLUITINGEN & AUX
De 12V-aansluitingen in de middenconsole
voor/achter werken wanneer het contactslot in
stand I of II staat. De 12V-aansluiting rechts in
de kofferbak is altijd actief.
Met de AUX-ingang is het mogelijk om muziek
op bijv. een mp3-speler te beluisteren via het
audiosysteem van de auto.
BELANGRIJK
Bij gebruik van de 12V-aansluiting in de kofferbak met de motor afgezet kan de accu uitgeput raken.
TP 8629 (Dutch). AT 0620. Printed in Sweden, Elanders Infologistics Väst AB, Mölnlycke 2006. Copyright ©Volvo Car Corporation.
6
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising