Volvo | S80 | Quick Guide | Volvo S80 2012 Quick Guide

Volvo S80 2012 Quick Guide
VOLVO S80
QUICK GUIDE
WEB EDITION
GEFELICITEERD MET UW NIEUWE VOLVO!
Het ontdekken van een nieuwe auto is een spannende bezigheid.
Neem deze Quick Guide door om snel vertrouwd te raken met enkele van
de meest gebruikelijke functies.
Alle waarschuwingsteksten, andere belangrijke gegevens en meer
gedetailleerde informatie vindt u alleen in het instructieboekje – deze folder
bevat slechts een kleine greep daaruit.
In het instructieboekje staat bovendien de meest recente en meest actuele
informatie.
Opties staan aangegeven met een sterretje (*).
Op www.volvocars.com vindt u meer informatie over uw auto.
TRANSPONDERSLEUTEL MET PCC* (PERSONAL CAR COMMUNICATOR)
PCC*
1 Groen lampje: De auto is vergrendeld.
2 Oranje lampje: De auto is ontgrendeld.
3 Rood lampje: Het alarm is afgegaan.
4 Rode lampjes lichten beurtelings op:
Het alarm ging minder dan 5 minuten
geleden af.
Portieren en kofferdeksel vergrendelen
en alarm* activeren.
PortierenA alsmede kofferdeksel ontgrendelen en alarm deactiveren.
Kofferdeksel ontgrendelen – bij tweemaal
indrukken komt de klep enkele centimeters omhoog.
‘Approach’-verlichting. Buitenspiegelverlichting*, richtingaanwijzers en stadslichten, alsmede kentekenplaat-, interieuren instapverlichting activeren.
Paniekfunctie. In een noodsituatie ca. 3
seconden lang ingedrukt houden om het
alarm te laten afgaan.
Informatie over de status van de auto
die binnen een straal van 100 meter te
ontvangen is.
– Toets indrukken en 7 seconden wachten.
Bij het indrukken van de toets zonder
ontvangst verschijnt de meest recente
status uit het geheugen.
A
Als geen van de portieren noch het kofferdeksel
binnen 2 minuten na ontgrendeling wordt geopend,
worden deze na enige tijd automatisch opnieuw
vergrendeld.
MOTOR STARTEN
1. Transpondersleutel in het contactslot plaatsen
en tot aan de aanslag naar binnen duwen.
2. Het koppelings- of rempedaal bedienen.
KOUDE START
N.B.
3. Knop kort indrukken om de
motor te starten.
Na een koude start is het stationaire toerental
verhoogd ongeacht buitentemperatuur. Het
tijdelijk verhoogde stationaire toerental is
onderdeel van Volvo’s effectieve uitlaatgasreinigingssysteem.
Bij een koude start van een dieselmotor slaat
de motor mogelijk met enige vertraging aan,
omdat de verbrandingskamers voorverwarmd
moeten worden.
MOTOR AFZETTEN EN TRANSPONDERSLEUTEL UITNEMEN
1. Knop kort indrukken
– motor slaat af.
2. Transpondersleutel uit
het contactslot nemen.
BLIS (BLIND SPOT INFORMATION
SYSTEM)*
Als het controlelampje voor BLIS soms oplicht
zonder dat u andere voertuigen in de dode
hoeken kunt waarnemen, is er wellicht sprake
van reflecties op een glad en nat wegdek of
laag staande zon in de camera.
Bij een storing in het systeem verschijnt op het
display de melding BLIS Service vereist.
SLEUTELSTANDEN
Om de volgende sleutelstanden te bereiken zonder de motor te starten: Rem- en/of koppelingspedaal niet bedienen.
0 De auto ontgrendelen.
I Met de transpondersleutel volledig in het contactslot geduwd: kort op START/STOP ENGINE
drukken.
II Met de transpondersleutel volledig in het contactslot geduwd: ca. 2 seconden lang op START/
STOP ENGINE drukken.
Omdat in sleutelstand II veel stroom wordt afgenomen van de startaccu, wordt deze stand afgeraden!
Zie ook de tabel in het gedeelte ‘Sleutelstanden’ in het reguliere instructieboekje bij de auto om te
zien welke functies/systemen u in de verschillende sleutelstanden kunt gebruiken terwijl de motor is
afgezet.
Om terug te gaan naar sleutelstand 0 vanuit stand II en I: kort op START/STOP ENGINE drukken.
KEYLESS DRIVE*
Sleutel kan bijvoorbeeld in binnenzak blijven
liggen.
AUTO VERGRENDELEN & ALARM
INSCHAKELEN
– Achterkant van een van de buitenste portierhandgrepen (zie afbeelding) aanraken of lichtjes drukken op de kleinste van de beide met
rubber beklede knoppen op het kofferdeksel.
ONTGRENDELEN & ALARM
UITSCHAKELEN
– Een portierhandgreep beetpakken en het
portier op de gebruikelijke manier openen
(werkt mogelijk niet met handschoenen
aan) of lichtjes drukken op de kleine van de
beide met rubber beklede knoppen op het
kofferdeksel.
MOTOR STARTEN
– Rem-/koppelingspedaal bedienen en knop
START/STOP ENGINE kort indrukken.
MOTOR AFZETTEN
– Knop START/STOP ENGINE kort indrukken.
Zie het hoofdstuk ‘Sloten en alarm’ in het
instructieboekje voor meer informatie.
RUITENWISSERS EN REGENSENSOR*
1 Regensensor Aan/Uit, met hendel in
stand 0.
2 Gevoeligheid sensor of duur intervalfunctie
instellen.
A
Enkele wisslag
0
Uit
B
Intervalfunctie, zie ook (2)
C
Normale wissnelheid
D
Hoge wissnelheid
E
Sproeiers voorruit en koplampen
Verschijnt op het display bij een actieve
regensensor.
AUDIOSYSTEEM
1 Eraan draaien om het volume bij regelen.
2 Lang indrukken om AAN/UIT te zetten. Kort
indrukken om geluid aan/uit te zetten.
3 Indrukken om te kiezen uit AM, FM1, FM2,
DAB1* of DAB2*.
4 Indrukken om te kiezen uit Disc, USB*,
iPod®*, AUXA, Bluetooth* of TV*.
RADIO
6 Eraan draaien om een zender te kiezen.
7 Zender zoeken met de pijl-links/pijl-rechts.
Lang indrukken om de best doorkomende
zenders door te bladeren of kort indrukken
om de vastgelegde zenders door te bladeren. Zenders opslaan door bij de gewenste
zender een van de cijfertoetsen 0–9 ingedrukt te houden, totdat er een bevestiging
op het display verschijnt.
A
AUX-aansluiting voor bijvoorbeeld een mp3-speler
(voor optimale geluidsweergave het spelervolume op
half zetten). Volume geluidsbron aangesloten op AUXaansluiting aanpassen met TUNE (6).
B
iPod® is het gedeponeerde handelsmerk van Apple
Computer Inc.
8 Indrukken om te kiezen uit Bas, Treble of
Surround* – Aan VOL (1) draaien om bij te
regelen.
Cd-/dvd*-speler
5 Bij indrukken wordt de cd uitgeworpen.
6 Eraan draaien om van cd-track in de afspeellijst te wisselen.
7 Van cd-track wisselen met de pijl-links/pijlrechts of lang indrukken om vooruit of
achteruit te spoelen.
Duimwiel* op stuurwiel: door de menu’s bladeren.
Door het indrukken van het duimwiel kunt u een
keuze in het menusysteem bevestigen (OK).
Via de AUX- of USB-aansluiting in de middenconsole is het mogelijk een iPod®B of mp3-speler aan te sluiten op het audiosysteem. Een op
de USB-aansluiting aangesloten iPod® wordt
bovendien bijgeladen.
DIGITALE RADIO (DAB)*
Het systeem voor digitale overdracht van
radiosignalen Digital Audio Broadcasting biedt
kwaliteitsradio en meer kanalen.
ELEKTRONISCHE KLIMAATREGELING, ECC*
AUTOMATISCHE REGELING
In de stand AUTO regelt het ECC-systeem automatisch alle functies voor een groter bedieningsgemak en optimale luchtkwaliteit.
1 Eraan draaien voor onafhankelijke temperatuurinstelling links/rechts in de passagiersruimte. De gekozen temperatuur staat op
het display.
8 Indrukken om de gekozen temperatuur en
de overige functies automatisch te laten
regelen.
HANDMATIGE REGELING
2 Elektrische verwarming linker/rechter stoel.
3 Max. ontwaseming. Alle lucht op maximale
snelheid naar de voorruit en zijruiten.
4 Eraan draaien om ventilatorsnelheid te
wijzigen.
5 Luchtverdeling.
6 Elektrische verwarming achterruit en buitenspiegels Aan/Uit.
7 Recirculatie.
9 AC – Airconditioning Aan/Uit. Voor koeling
interieur en ontwaseming ruiten.
OPBERGMOGELIJKHEDEN, 12V-AANSLUITINGEN & AUX/USB*
De 12V-aansluitingen in de passagiersruimte
werken in sleutelstand I. De 12V-aansluiting* in
de kofferbak is altijd actief.
Met de AUX/USB*-aansluiting is het mogelijk
om muziek op bijvoorbeeld een mp3-speler te
beluisteren via het audiosysteem van de auto.
BELANGRIJK
Bij gebruik van de 12V-aansluiting in de
kofferbak met de motor afgezet kan de accu
uitgeput raken.
DRIVe*
Bij DRIVe wordt een programma
geactiveerd dat u helpt om het
brandstofverbruik en de uitlaatgasemissie te beperken.
Start/Stop kan ervoor zorgen dat de motor bij
stilstaand verkeer automatisch wordt afgezet/
gestart.
DRIVe is desgewenst uit te schakelen. Wanneer
het systeem actief is, brandt het lampje in de knop.
BOORDCOMPUTER EN DAGTELLER
1 Laag brandstofpeil. Bij een brandend
2
3
4
5
6
7
8
lampje zo spoedig mogelijk tanken.
T1 & T2 – onafhankelijke dagtellers die altijd
actief zijn.
Brandstofmeter. De pijl van het symbool
geeft de kant aan waar de tankdop zit.
Display voor boordcomputer. Functie kiezen met (8).
Klok. In te stellen in het menusysteem
MY CAR of met (6).
Kort indrukken om te wisselen tussen T1
& T2. Lang indrukken om actuele teller te
resetten.
Klok instellen: Tot aan de aanslag draaien
en vervolgens met een ‘klik’ verder draaien.
Indrukken om een melding te laten verschijnen/verdwijnen.
Eraan draaien om de boordcomputeropties
te zien.
STUURWIEL INSTELLEN
WAARSCHUWING
Het stuurwiel instellen vóórdat u gaat rijden
– nooit tijdens het rijden.
1. Blokkering opheffen.
2. Aanpassen.
9 Kort indrukken om de actuele boordcomputerfunctie op nul te stellen.
Lang indrukken om alle boordcomputerfuncties op nul te stellen.
N.B.
Displaymelding _ _ _ km actieradius is een
indicatie van het aantal kilometers dat u met
de resterende brandstofvoorraad kunt afleggen op basis van de eerdere rijomstandigheden.
BLUETOOTH*
1. Mobiele telefoon identificeerbaar/zichtbaar
maken.
2. TEL-toets audiosysteem ingedrukt houden.
3. Telefoon toevoegen kiezen op het display
van het audiosysteem.
4. Aan te sluiten telefoon kiezen.
5. Via de toetsenset van de mobiele telefoon
de cijfers invoeren die op het display van
het audiosysteem staan.
BESTUURDERSONDERSTEUNENDE SYSTEMEN
City Safety™ is slechts een hulpmiddel en
ontslaat bestuurders nooit van hun plicht
de aandacht bij het verkeer op de weg te
houden en de auto op een veilige manier te
besturen.
City Safety™ en Collision Warning met Auto
Brake & Pedestrian Detection*
Deze systemen helpen de bestuurder een botsing te voorkomen in situaties waarbij wijzigingen in de afstand tot voorliggers in combinatie
met onoplettendheid tot een incident kunnen
leiden.
Het systeem is actief bij snelheden onder 30
km/h en helpt de bestuurder bij het bewaken van
de afstand tot voorliggers met behulp van een
lasersensor die boven in de voorruit gemonteerd
is.
City Safety™ kan een botsing helpen voorkomen bij een snelheidsverschil kleiner dan 15
km/h tussen uw auto en de voorligger.
Bij een groter snelheidsverschil is een botsing
niet te voorkomen en richt het systeem zich op
het beperken van de snelheid waarbij de botsing
plaatsvindt. City Safety™ is erop gebouwd
om zo laat mogelijk geactiveerd te worden om
onnodige ingrepen te voorkomen.
WAARSCHUWING
U bent er altijd zelf verantwoordelijk voor
dat u de auto op de juiste wijze bestuurt en
voldoende afstand houdt afhankelijk van de
rijsnelheid.
Pedestrian Detection (voetgangersdetectie)
waarschuwt of remt niet bij rijsnelheden
boven 80 km/h en werkt niet in het donker of
in tunnels.
Het systeem kan geen voetgangers detecteren, die:
oĺ slechts gedeeltelijk zichtbaar zijn
oĺ kort van stuk zijn (tot 80 cm)
oĺ gekleed gaan in kleding die de lichaamscontouren verhult.
Andere bestuurdersondersteunende systemen
Om de bestuurder te helpen en bijvoorbeeld
tijdig te remmen, voldoende afstand te houden
tot voorliggers, op voertuigen te letten die in de
zogeheten dode hoek en in dezelfde richting
rijden of een optimale positie op de weg te
houden, kan de auto zijn uitgerust met tal van
systemen:
oĺ Adaptieve cruisecontrol (handg.)*
oĺ Adaptieve cruisecontrol met Queue Assist
(autom.)*
oĺ Afstandscontrole*
oĺ BLIS (Blind Spot Information System)*
oĺ Driver Alert Control*
oĺ Lane Departure Warning*.
Zie het hoofdstuk ‘Comfort en rijplezier’ in het
instructieboekje voor meer informatie over deze
systemen en hun beperkingen.
EBA, EMERGENCY BRAKE ASSIST
AUTOVERZORGING
De remkrachtverhoging bij noodstops helpt
de remkracht verhogen om op die manier de
remweg te verkorten. Het EBA-systeem wordt
geactiveerd wanneer u krachtig remt. Wanneer
EBA geactiveerd wordt, zakt het rempedaal
iets verder omlaag dan normaal.
– Rempedaal bedienen zolang dat nodig is
– de remmen worden volledig gelost, als u het
rempedaal loslaat.
Voor de lak is het beter om de auto met de
hand te wassen dan in een automatische
wasstraat. Een nieuwe laklaag is bovendien
kwetsbaarder dan een oude laag. U wordt
daarom geadviseerd de eerste maanden na
aankoop van een nieuwe auto deze alleen met
de hand te wassen.
Schoon water en een spons gebruiken. Erop
letten dat vuil en zand krassen op de lak kunnen veroorzaken.
VERLICHTINGSBEDIENING
B
Grootlichtsignalen
Wisselen groot licht/dimlicht en ‘Follow
Me Home’-verlichting
Verlichting display en instrumentenpaneel
Mistlampen voorzijde
Mistachterlicht (alleen bestuurderszijde)
Automatisch dimlicht. Grootlichtsignalen geven is mogelijk, maar het normale
groot licht werkt niet
Stadslichten voor/achterlichten
Dimlicht. Dooft bij het afzetten van de
motor. Het is mogelijk groot licht te
voeren
Tankvulklep openen
1
2
3
4
5
6
Lendensteun
Hellingshoek ruggedeelte.
Stoel omhoog/omlaag.
Voorkant zitgedeelte omhoog/omlaag.
Vooruit/achteruit.
Rugleuning passagiersstoel omklappen.
Handmatige koplamphoogteregeling
(automatisch bij Xenon*-verlichting)
Kofferdeksel ontgrendelen
PARKEERREM
Aanzetten
- Op de handgreep drukken. Het waarschuwingslampje knippert, totdat de parkeerrem
volledig is aangezet – waarna het lampje continu
brandt.
Lossen
1. Sleutelstand 0 of I.
2. Rempedaal bedienen en voorzichtig aan
knop trekken.
Automatisch lossen
- Wegrijden. (Bij auto’s met automatische versnellingsbak dient de bestuurder de veiligheidsgordel te dragen.)
TP 14409 (Dutch). AT 1146. Printed in Sweden, Göteborg 2011. Copyright © 2000–2012 Volvo Car Corporation.
A
VOORSTOEL INSTELLEN
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising