Volvo | V50 | Quick Guide | Volvo V50 2010 Quick Guide

Volvo V50 2010 Quick Guide
VOLVO V50
quick Guide
WEB EDITION
GEFELICITEERD MET DE AANKOOP VAN UW
NIEUWE VOLVO!
Het is altijd spannend een nieuwe auto te leren kennen.
Neem deze Quick Guide door om snel vertrouwd te raken met enkele
van de meest gebruikelijke functies.
Alle waarschuwingsteksten, andere belangrijke gegevens en meer
gedetailleerde informatie vindt u alleen in het instructieboek – deze
folder bevat slechts een kleine greep daaruit.
In het instructieboek staat bovendien de meest recente en meest
actuele informatie.
Opties staan aangegeven met een sterretje (*).
Op www.volvocars.com vindt u meer informatie over uw auto.
TRANSPONDERSLEUTEL
Vergrendelt portieren en achterklep en
activeert het alarm*.
Ontgrendelt portierenA en achterklep en
deactiveert het alarm.
Ontgrendelt de achterklep – hij wordt
niet geopend.
Approach-verlichting. Activeert buitenspiegelverlichting*, richtingaanwijzers
en stadslichten, alsmede kentekenplaat-, interieur- en instapverlichting.
“Paniek”-toets. In een noodsituatie de
toets ca. 3 seconden lang ingedrukt
houden om het alarm te laten afgaan.
A
SLEUTELBLAD
Te gebruiken om het dashboardkastje of het
bestuurdersportier te vergrendelen/ontgrendelen als de auto bijvoorbeeld zonder stroom zit.
KOUDE START
N.B.
Na een koude start is het stationaire
toerental verhoogd ongeacht
buitentemperatuur. Het tijdelijk
verhoogde stationaire toerental is
onderdeel van Volvo’s effectieve
uitlaatgasreinigingssysteem.
RICHTINGAANWIJZERS
A
B
Korte serie – 3 knippersignalen.
Onafgebroken serie knippersignalen.
Als geen van de portieren noch de achterklep binnen 2 minuten na ontgrendeling wordt geopend,
worden deze na enige tijd automatisch opnieuw
vergrendeld.
AUTOSTART (2.4i, T5 & D5)
– Koppelings- en /of rempedaal bedienen en
afstandsbediening/startknop naar stand III
draaien en meteen loslaten – de motor start
automatisch.
Een dieselmotor altijd laten voorgloeien in
sleutelstand II, voordat u hem start.
STUURWIEL INSTELLEN
WAARSCHUWING
Stel het stuurwiel in, vóórdat u gaat rijden
– nooit tijdens het rijden.
VERLICHTINGSBEDIENING
Handmatige koplamphoogteregeling
(automatisch bij Dual Xenon-verlichting*).
Automatisch dimlicht. Grootlichtsignalen werken maar continu grootlicht niet.
Stadslichten voor/achterlichten
Dimlicht. Dooft bij het afzetten van de
motor. Het is mogelijk het groot licht te
voeren.
Actieve Xenonverlichting*, lichtbundels
van de koplampen draaien met het
stuurwiel mee.
Display- en instrumentenverlichting.
Mistlampen vóór
Mistachterlicht (alleen bestuurderszijde).
A
Grootlichtsignalen
B
Wisselen groot licht/dimlicht en “Follow
Me Home”-verlichting.
BEDIENINGSPANEEL BESTUURDERSPORTIER
L R
Buitenspiegels instellen
– Op L (links) of R (rechts) drukken en
instellen met hendeltje.
Buitenspiegels inklappen/uitklappen*
– Tegelijkertijd L en R indrukken.
1
Elektrisch bedienbare ruiten, handmatig bedienen.
2
Elektrisch bedienbare ruiten, automatisch bedienen.
Kinderslot*. Achterste zijruiten en
portieren zijn niet vanaf de achterbank
te openen.
BLIS*, BLIND SPOT INFORMATION SYSTEEM
Als het controlelampje voor BLIS oplicht zonder
dat u voertuigen in de dode hoeken kunt waarnemen, kunnen reflecties op een nat wegdek, eigen
schaduwen op betonnen wegen of een laag
staande zon in de camera daarvan de oorzaak
zijn.
Bij een storing in het BLIS verschijnt de melding
BLIS SERVICE VEREIST op het display.
AUDIOSYSTEEM
RADIO
6 Eraan draaien om een zender te kiezen.
8 Eerstvolgende goed doorkomende zender
opzoeken.
10 Zender zoeken met pijl-links/pijl-rechts.
Tot 20 zenders opslaan (tien voor FM1
en tien voor FM2) door bij de gewenste
zender 0–9 ingedrukt te houden totdat een
bevestiging op het display verschijnt.
Ca. 2 seconden indrukken om automatisch
de 10 best doorkomende zenders op te
slaan. Op het display verschijnt AUTOM.
OPSLAAN tijdens het zoeken.
Een van de opgeslagen zenders kiezen
met 0–9.
1 Indrukken voor Aan/Uit. Er aan draaien om
het volume bij regelen.
2
4
5
6
Radio FM1, FM2 of AM.
CD-SPELER
3 Bij kort indrukken wordt alleen de
beluisterde cd uitgeworpen.
Bij lang indrukken worden alle cd’s
uitgeworpenB.
Display
MODE – CD of AUXA.
Indrukken om te kiezen uit BAS, Dolby
Pro Logic II* of SUBWOOFER* – eraan
draaien bij te regelen.
6 Eraan draaien om van track te wisselen.
7 Cd-wisselaar* – cd kiezen met 1–6.
10 Van cd-track wisselen met pijl-links/
9 MENU – AUX, volume en geavanceerde
pijl-rechts.
Cd kiezenB met pijl-omhoog/pijl-omlaag.
geluidsinstellingen.
SUBWOOFER* activeren/deactiveren.
A
AUX-ingang voor bijv. mp3-speler (voor optimale
geluidsweergave volume op half zetten).
B
Alleen cd-wisselaar*.
RUITENWISSERS EN REGENSENSOR*
1 Regensensor Aan/Uit, met hendel in stand 0.
2 Gevoeligheid sensor of duur intervalfunctie
instellen.
3 Wisser achterruit – intervalfunctie/normale
functie.
A
Enkele wisslag
0
Uit
B
Intervalfunctie, zie ook (2).
C
Normale wissnelheid.
D
Hoge wissnelheid.
E
Sproeiers voorruit en koplampen.
F
Sproeier achterruit.
Brandt bij een actieve regensensor.
ELEKTRONISCHE KLIMAATREGELING, ECC*
AUTOMATISCHE REGELING
In de stand AUTO regelt het ECC-systeem
automatisch alle functies voor een groter bedieningsgemak en optimale luchtkwaliteit.
1 Indrukken om de gekozen temperatuur en
de overige functies automatisch te laten
regelen.
7 Indrukken voor individuele temperatuur
links (L) of rechts (R).
In de gewenste temperatuurstand draaien.
De gekozen temperatuur staat op het
display.
HANDMATIGE REGELING
1 Eraan draaien om ventilatorsnelheid te
wijzigen.
2 Ontwaseming. Om voorruit en zijruiten snel
van condens ontdoen.
3 M – Recirculatie Aan/Uit.
A – Interior Air Quality System* Aan/Uit.
4 Elektrische achterruit- en
buitenspiegelverwarming.
5 Luchtverdeling
6 AC – Airconditioning aan/uit. Voor koeling
van het interieur en ontwaseming van de
ruiten.
PASSAGIERSAIRBAG DEACTIVEREN, PACOS*
PACOS (Passenger Airbag Cut Off Switch)
Sleutelblad gebruiken voor omzetten ON/OFF.
OFF – Airbag gedeactiveerd.
PASSENGER AIRBAG OFF verschijnt op waarschuwingslampje boven de achteruitkijkspiegel.
Kinderen op een comfortkussen of in een
kinderzitje mogen op de voorstoel zitten, maar
nooit passagiers groter dan 1,40 m.
ON – Airbag geactiveerd.
Passagiers groter dan 1,40 m mogen op de
voorstoel zitten, maar nooit kinderen op een
comfortkussen of in een kinderzitje.
WAARSCHUWING
Onoordeelkundig gebruik kan levensgevaarlijke situaties opleveren. Bij twijfel over het
juiste gebruik het instructieboekje raadplegen.
BOORDCOMPUTER EN DAGTELLER
1 Laag brandstofpeil. Bij een brandend symbool zo spoedig mogelijk tanken.
2 Brandstofmeter De pijl van het symbool
geeft de kant aan waar de tankdop zit.
3 Display voor boordcomputer, meldingen,
klok en buitentemperatuur.
4 Kort indrukken om te wisselen tussen T1 &
T2. Lang indrukken om de actuele teller op
nul te stellen.
5 T1 & T2 – onafhankelijke dagteller, die
6 Indrukken om een melding te laten verschijnen/verdwijnen.
7 Eraan draaien om de boordcomputeropties
te zien.
altijd aanstaat.
8 Kort indrukken om de actuele boordcomputerfunctie op nul te stellen.
Lang indrukken om alle boordcomputerfuncties op nul te stellen.
N.B.
Displaymelding KILOMETER TOT LEGE
TANK is een schatting van de actieradius op
basis van eerdere rijomstandigheden.
CONTROLE- EN WAARSCHUWINGSLAMPJES
A
Melding op informatiedisplay lezen.
Storing in ABS. Stop auto z.s.m.
Motor opnieuw startenA.
Stop auto z.s.m. Storing verhelpen
aan de hand van displaymelding.
Lage oliedruk. Stop auto z.s.m. Oliepeil controlerenB.
Fout in remsysteem. Stop auto z.s.m.
Remvloeistof controlerenB.
Stabiliteitssysteem, DSTC*. Knippert
bij actief systeem.
Contact opnemen met een Volvo-werkplaats als het
lampje bij de tweede startpoging opnieuw brandt.
B
Auto laten bergen als het lampje blijft branden.
TANKEN
ROETFILTER
In bepaalde omstandigheden verschijnt op
het display van het instrumentenpaneel de
melding ROETFILTER VOL. In dat geval moet
het roetfilter van het uitlaatsysteem geregenereerd worden. Dat gebeurt automatisch door
ca. 20 minuten op matige snelheid (70–90 km)
te rijden. Wanneer de melding verdwijnt heeft
regeneratie plaatsgevonden.
1. Indrukken om de tankvulklep te openen.
2. De tankdop ophangen tijdens het tanken.
AUTOVERZORGING
EBA – EMERGENCY BRAKE ASSIST
Voor de lak is het beter om de auto met de
hand te wassen dan in een automatische
wasstraat. Een nieuwe laklaag is bovendien
kwetsbaarder dan een oude laag. U wordt
daarom geadviseerd de eerste maanden na
aankoop van een nieuwe auto deze alleen met
de hand te wassen. Gebruik schoon water en
een spons. Let erop dat vuil en zand krassen
op de lak kunnen veroorzaken.
De remkrachtverhoging bij noodstops helpt
de remkracht verhogen om op die manier
de remweg te verkorten. Het EBA-systeem
wordt geactiveerd wanneer u krachtig remt.
Wanneer het EBA geactiveerd wordt, zakt het
rempedaal iets verder omlaag dan normaal.
– bedien het rempedaal zolang dat nodig is
– de remmen worden volledig gelost, als u het
rempedaal loslaat.
RUGGEDEELTE ACHTERBANK OMKLAPPEN
1
Veiligheidsgordel aan kledinghaak ophangen.
Zitgedeelte vooroverklappen.
Pal van ruggedeelte vrijgeven en ruggedeelte
naar voren toe omklappen.
Pal van hoofdsteun vrijgeven.
Hoofdsteun er aftillen.
Hoofdsteun in de bussen aan de onderkant
van het zitgedeelte plaatsen.
Ruggedeelte omlaagklappen.
N.B.
Ook de passagiersstoel is omlaag te klappen.
Zie VOORSTOEL INSTELLEN (6).
VOORSTOEL INSTELLEN
1
2
3
4
5
6
Lendensteun
Hellingshoek ruggedeelte.
Stoel omhoog/omlaag.
Voorkant zitgedeelte omhoog/omlaag.
Vooruit/achteruit.
Rugleuning passagiersstoel omklappen.
OPBERGMOGELIJKHEDEN, 12V-AANSLUITINGEN & AUX/USB*
De 12V-aansluitingen in de passagiersruimte
werken in contactslotstand I of II. De 12Vaansluiting* rechts in de bagageruimte is altijd
ingeschakeld.
Met de AUX/USB*-ingang is het mogelijk om
muziek op bijv. een mp3-speler te beluisteren
via het audiosysteem van de auto.
N.B.
Bij gebruik van de 12V-aansluiting in de
bagageruimte met de motor afgezet kan de
startaccu uitgeput raken.
TP 11039 (Dutch). AT 0920. Printed in Sweden, Göteborg 2009. Copyright © 2000–2009 Volvo Car Corporation.
HOUDER VOOR
BOODSCHAPPENTASSEN*
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising