Volvo | V50 | Quick Guide | Volvo V50 2009 Quick Guide

Volvo V50 2009 Quick Guide
VOLVO V50
quick Guide
WEB EDITION
GEFELICITEERD MET DE AANKOOP VAN UW
NIEUWE VOLVO!
Het is altijd spannend een nieuwe auto te leren kennen.
Neem deze Quick Guide door om nog meer plezier te hebben van uw
nieuwe Volvo. Gedetailleerde informatie vindt u in het instructieboekje.
Waarschuwingsteksten en andere belangrijke informatie staan alleen in
het instructieboekje, niet in deze folder. Het instructieboekje bevat de
meest recente gegevens.
Opties staan aangegeven met een sterretje (*).
Op www.volvocars.com vindt u meer informatie over uw auto.
SLEUTEL EN AFSTANDSBEDIENING
Vergrendelt de portieren en de achterklep en activeert het alarm*.
Ontgrendelt de portieren A en de achterklep en deactiveert het alarm.
Ontgrendelt de achterklep – hij wordt
niet geopend.
Activeert 30 secondenB lang Approach-verlichting in buitenspiegels*
alsmede interieur-, instap- en kentekenplaatverlichting. Richtingaanwijzers en
stadslichten vóór/achterlichten branden.
“Paniek”-toets. In een noodsituatie
de toets ca. 3 seconden lang ingedrukt
houden om het alarm te laten afgaan.
Het paniekalarm uitschakelen door
dezelfde toets of de ontgrendelingstoets
lang in te drukken.
A
Als geen van de portieren noch de achterklep binnen 2 minuten na ontgrendeling wordt geopend,
worden deze na enige tijd automatisch opnieuw
vergrendeld.
B
Tijd is in te stellen op 30, 60 of 90 seconden (zie
instructieboekje).
SLEUTELBLAD
Te gebruiken om het dashboardkastje te vergrendelen/ontgrendelen of het slot in het bestuurdersportier te
bedienen als de auto bijvoorbeeld zonder stroom zit.
KOUDE START
N.B.
Na een koude start ligt het stationaire toerental hoger ongeacht de buitentemperatuur.
Het verhoogde stationaire toerental maakt
deel uit van Volvo’s effectieve uitlaatgasreinigingssysteem.
RICHTINGAANWIJZERS
A. Korte signalen, drie knippersignalen.
B. Onafgebroken serie knippersignalen.
AUTOSTART (GELDT VOOR DE 2.4i, T5 EN D5)
Koppelings- en/of rempedaal bedienen.
Afstandsbediening/startknop naar stand III
draaien en meteen loslaten – de motor start
automatisch.
Een dieselmotor altijd laten voorgloeien in
sleutelstand II, voordat u de motor start.
STUURWIEL INSTELLEN
WAARSCHUWING! Stel het stuurwiel in, voordat u gaat rijden. Doe dit nooit tijdens het rijden.
VERLICHTINGSBEDIENING
Koplamphoogteverstelling. Automatisch bij Bi-Xenonverlichting®*.
Automatisch dimlicht en grootlichtsignalen. Het is niet mogelijk het groot
licht te voeren.
Stadslichten voor/achterlichten
Dimlicht – Dooft bij afzetten motor. Het
is mogelijk het groot licht te voeren.
Actieve Bi-Xenonverlichting*® – De
lichtbundels van de koplampen draaien
met het stuurwiel mee.
Display- en instrumentenverlichting
Mistlampen (vóór*)
Mistachterlicht (alleen bestuurderszijde)
A
B
Grootlichtsignalen
Wisselen groot licht/dimlicht en Follow-Me-Home-verlichting.
BEDIENINGSPANEEL OP BESTUURDERSPORTIER
2
2
1
1
2
2
L R
Buitenspiegel instellen, – op L of R
drukken. Instellen met hendeltje.
Buitenspiegels inklappen*, – L en
R indrukken. Nogmaals indrukken om
uit te klappen.
1
2
Elektrisch bediende ruiten handmatig openen/sluiten
Elektrisch bediende ruiten automatisch openen/sluiten
Achterste zijruiten en portieren
vergrendelen*, kinderslot.
AUTOVERZORGING
Voor de lak is het beter om de auto met de
hand te wassen dan in een automatische
wasstraat. Een nieuwe laklaag is bovendien
kwetsbaarder dan een oude laag. U wordt
daarom geadviseerd de eerste maanden na
aankoop van een nieuwe auto deze alleen met
de hand te wassen.
Leren bekleding heeft regelmatige verzorging
nodig. Gebruik daarom één- à viermaal per
jaar (zo nodig vaker) een leerverzorgingsproduct. Leerverzorgingsproducten zijn verkrijgbaar bij de erkende Volvo-werkplaats.
AUDIOSYSTEEM
RADIO
6 Radiozender kiezen door te draaien.
8 SCAN – automatisch zenders zoeken.
10 Zender zoeken met pijl-links/pijl-rechts.
Tot 20 zenders opslaan (tien voor FM1
en tien voor FM2) op door 0–9 ingedrukt
te houden, waarna een bevestiging op het
display verschijnt.
Zenders automatisch vastleggen
– Ca. 2 seconden op AUTO drukken. Op
het display verschijnt “Autom. opslaan”.
De 10 best doorkomende zenders worden
vastgelegd. Op 0–9 drukken om een zender te selecteren.
CD-SPELER
1 Aan/uit en volume. Indrukken om
aan/uit te zetten. Omdraaien om volume
bij te regelen. Individueel vastgelegde
volumeniveaus voor radio, TP, handsfree*
en RTI*.
2
4
5
6
Radio FM1, FM2 of AM.
Display
MODE – CD of AUX A
3 Cd uitwerpen. Bij kort indrukken wordt
alleen de beluisterde cd uitgeworpen. Bij
lang indrukken worden alle cd’s uitgeworpenB.
6 Omdraaien – om van cd-track te wisselen.
7 Rechtstreeks cd kiezen B – Op 1–6 drukken.
10 Andere track op cd met pijl-links/pijlrechts of aan (6) draaien.
Cd kiezen B met pijl-omhoog/pijl-omlaag.
Geluidsweergave – indrukken om te
kiezen uit BAS, Dolby Pro Logic II* of
SUBWOOFER*. Omdraaien om bij te
regelen.
9 MENU – AUX, volume en geavanceerde
geluidsinstellingen. SUBWOOFER* activeren/deactiveren.
A.
AUX-ingang voor bijv. mp3-speler (voor optimale geluidsweergave volume op half zetten).
B
. Alleen cd-wisselaar*.
RUITENWISSERS EN REGENSENSOR*
C
Enkele wisslag
0
Uit
D
E
Intervalfunctie. Aan (B) draaien om in
te stellen.
Normale snelheid
F
Hoge snelheid
1
G
Ruiten- en koplampsproeiers
2
H
Ruitensproeier achterklep
3
Ruitenwisser achterklep intervalstand/normale stand
C
0
D
G
E
F
Regensensor aan/uit. Regensensor uit
in stand D-F.
Gevoeligheid instellen met duimwiel.
Displaysymbool bij regensensor aan.
ELEKTRONISCHE KLIMAATREGELING, ECC*
AUTOMATISCHE REGELING
In de stand AUTO regelt het ECC-systeem
automatisch alle functies voor een groter bedieningsgemak en optimale luchtkwaliteit.
HANDMATIGE REGELING
Ventilatorsnelheid
Luchtverdeling
1 Automatische functie
Ontwaseming om de voorruit en zijruiten snel van condens te ontdoen.
A – Interior Air Quality System* aan.
M – Recirculatiefunctie aan.
Airconditioning aan/uit. Voor koeling
van interieur en ontwaseming van ruiten.
Elektrische verwarming achterruit en buitenspiegels. Automatische
uitschakelingA .
Op AUTO drukken om de temperatuur en
de overige functies automatisch te laten
regelen.
2 Temperatuur
Indrukken voor individuele temperatuurinstelling voor de linker- (L) of rechterzijde
(R). Knop naar gewenste temperatuurstand
draaien. Ingestelde temperatuur staat op
display.
A
Achterruit 12 minuten. Spiegels 6 minuten.
PACOS*, PASSAGIERSAIRBAG DEACTIVEREN
2
PACOS (Passenger Airbag Cut Off Switch)
Contactsleutel gebruiken voor omzetten
ON/OFF.
OFF: Airbag gedeactiveerd.
PASSENGER AIRBAG OFF verschijnt op
waarschuwingslampje boven de achteruitkijkspiegel.
Kinderen op een comfortkussen of in een
kinderzitje mogen op de voorstoel zitten, maar
nooit passagiers groter dan 1,40 m.
WAARSCHUWING
Onoordeelkundig gebruik kan levensgevaarlijke situaties opleveren. Bij twijfel over het
juiste gebruik het instructieboekje raadplegen.
ON: Airbag geactiveerd.
Passagiers groter dan 1,40 m mogen op de
voorstoel zitten, maar nooit kinderen op een
comfortkussen of in een kinderzitje.
BOORDCOMPUTER EN DAGTELLER
BRANDSTOF
BOORDCOMPUTER
1 Laag brandstofpeil
Bij een brandend symbool zo spoedig
mogelijk tanken.
2 Brandstofmeter
De pijl geeft aan dat de tankdop aan de
rechterzijde zit.
DAGTELLERS
6 Indrukken om een melding te verwijde-
3 Wisselen tussen T1 & T2 door kort in-
ren.
drukken. Lang indrukken om actuele teller
te resetten.
7 Omdraaien om bijv. KILOMETER TOT
LEGE TANK op het display (4) weer te
geven.
5 Op het display staan twee verschillende
dagtellers, T1 & T2.
8 Actuele functie resetten. Lang indrukken om alle functies te resetten.
DISPLAY
4 Geeft boordcomputer, meldingen, klok en
buitentemperatuur weer.
BELANGRIJK
“Kilometer tot lege tank” is een schatting van
de actieradius op basis van eerdere rijomstandigheden.
CONTROLE- EN WAARSCHUWINGSLAMPJES
Melding op informatiedisplay
lezen
Fout in ABS-systeem. Stop auto
z.s.m.Motor opnieuw starten A .
Stop auto z.s.m. Storing verhelpen
aan de hand van displaymelding.
Fout in remsysteem. Stop auto
z.s.m. Remvloeistof controleren B .
Stabiliteitssysteem DSTC*. Knippert bij actief systeem.
Lage oliedruk. Stop auto z.s.m.
Oliepeil controlerenB.
A.
Contact opnemen met een Volvo-werkplaats als het
lampje bij de tweede startpoging opnieuw brandt.
B
Auto laten bergen als het lampje blijft branden.
TANKEN
ROETFILTER
In bepaalde omstandigheden verschijnt op het
display van het hoofdinstrument de melding
“ROETFILTER VOL”. In dat geval moet het
roetfilter van het uitlaatsysteem geregenereerd worden. Dat gebeurt automatisch door
ca. 20 minuten op matige snelheid (70–90 km)
te rijden. Wanneer de melding verdwijnt heeft
regeneratie plaatsgevonden.
Knop indrukken om tankvulklep te openen.
Tankdop ophangen tijdens het tanken.
BLIS, BLIND SPOT INFORMATION
SYSTEM*
Als het controlelampje voor BLIS oplicht
zonder dat u voertuigen in de dode hoeken
kunt waarnemen, kunnen reflecties op een
nat wegdek, eigen schaduwen op betonnen
wegen of een laag staande zon in de camera
daarvan de oorzaak zijn.
Bij een storing in het BLIS verschijnt de melding BLIS SERVICE VEREIST op het display.
EMERGENCY BRAKE ASSIST, EBA
De remkrachtverhoging bij noodstops helpt
de remkracht verhogen om op die manier
de remweg te verkorten. Het EBA-systeem
wordt geactiveerd wanneer u krachtig remt.
Wanneer het EBA geactiveerd wordt, zakt het
rempedaal iets verder omlaag dan normaal.
Bedien het rempedaal (houd het ingedrukt)
zolang dat nodig is. Zodra u het rempedaal
loslaat, worden de remmen volledig gelost.
RUGGEDEELTEN ACHTERBANK OMKLAPPEN
A. Veiligheidsgordel aan kledinghaak ophangen.
B. Zitgedeelte vooroverklappen.
C. Pal van ruggedeelte vrijgeven en ruggedeelte
naar voren toe omklappen.
D. Pal van hoofdsteun vrijgeven.
E. Hoofdsteun in de bussen aan de onderkant
van het zitgedeelte plaatsen.
F. Ruggedeelte omlaagklappen.
Ook de passagiersstoel is omlaag te klappen. Zie
punt 6 onder VOORSTOEL INSTELLEN.
VOORSTOEL INSTELLEN
+
-
1
2
3
4
5
6
Lendensteun
Hellingshoek ruggedeelte
Stoel omhoog/omlaag
Voorkant zitting omhoog/omlaag
Vooruit/achteruit
Rugleuning passagiersstoel omklappen
OPBERGMOGELIJKHEDEN, 12V-AANSLUITINGEN & AUX
De 12V-aansluitingen in de middenconsole
voor/achter werken in sleutelstand I of II. De
12V-aansluiting rechts in de bagageruimte*
is altijd actief.
Met de AUX-ingang is het mogelijk om muziek
op bijv. een mp3-speler te beluisteren via het
audiosysteem van de auto.
BELANGRIJK
Bij gebruik van de 12V-aansluiting in de
bagageruimte met de motor afgezet kan de
accu uitgeput raken.
TP 10269 (Dutch). AT 0820. Printed in Sweden, Göteborg 2008. Copyright © 2000–2008 Volvo Car Corporation.
HOUDER VOOR BOODSCHAPPENTASSEN*
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising