Volvo | V60 | Quick Guide | Volvo V60 2019 Late Quick Guide

Volvo V60 2019 Late Quick Guide
V60
Q UICK G UIDE
VÄLKOMMEN!
Deze Quick Guide beschrijft een aantal functies van uw nieuwe Volvo. Aanvullende gebruikersinformatie is in de auto, de app en op internet
te vinden.
MIDDENDISPLAY VAN DE AUTO
De gebruikershandleiding is te raadplegen via het middendisplay van de
auto en te openen via het hoofdscherm.
MOBIELE APP
De gebruikershandleiding is verkrijgbaar als app (Volvo Manual) voor
smartphones en tablets. De app bevat tevens instructievideo's over
bepaalde functies.
SUPPORTSITE VAN VOLVO
Op de supportsite van Volvo Cars (support.volvocars.com) kunt u niet
alleen handleidingen en instructievideo's vinden maar ook aanvullende
informatie en ondersteuning krijgen met betrekking tot uw Volvo en het
bezit ervan.
INFORMATIE IN DRUKVORM
In het dashboardkastje ligt een supplement bij de gebruikershandleiding
met informatie over zekeringen en specificaties plus een overzicht van
belangrijke en praktische informatie. U kunt een gebruikershandleiding
met bijbehorend supplement in drukvorm bestellen.
INHOUD
01. LEER UW VOLVO KENNEN
In dit hoofdstuk vindt u informatie over enkele van de systemen en diensten van Volvo alsook een overzicht van het
interieur en exterieur en van het middendisplay.
02. INTERIEUR EN AANSLUITINGEN
Hier vindt u informatie over de verschillende functies in de passagiersruimte bijv. functies voor stoelverstelling en
internetverbinding.
03. SCHERMEN VAN HET MIDDENDISPLAY
Hier vindt u informatie over de verschillende schermweergaven van het middendisplay van waaruit tal van autofuncties te regelen zijn.
04. SLIM RIJDEN
Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van verschillende rijhulpsystemen en tips om zuiniger te rijden.
05. STEMBEDIENING
Hier vindt u verschillende commando's/zinnetjes die u kunt gebruiken voor de stembediening van de auto.
06. SPECIALE TEKSTEN
Teksten onder de kopjes Waarschuwing, Belangrijk en NB die u moet lezen.
Alle op het moment van publicatie bekende soorten opties/accessoires zijn gemarkeerd met een asterisk: *.
01
01
BEKNOPTE BEDIENINGSINSTRUCTIES
Om uw Volvo zo goed mogelijk te leren gebruiken is het raadzaam om
de volgende functies, begrippen en tips door te nemen.
Volvo ID
Volvo ID is een persoonlijk identificatiemiddel dat met één gebruikersnaam en wachtwoord toegang biedt tot diverse diensten. Enkele voorbeelden zijn Volvo On Call*, kaartdiensten*, een persoonlijke inlogpagina op volvocars.com en een functie om werkplaatsafspraken aan te
vragen. U kunt een Volvo ID registreren via volvocars.com, de Volvo On
Call-app of rechtstreeks vanuit de auto.
Sensus
Sensus is de intelligente auto-interface en omvat alle autofuncties die
verband houden met entertainment, connectiviteit, navigatie* en informatie. Sensus maakt communicatie mogelijk tussen u, uw auto en de
omgeving.
Volvo On Call*
Volvo On Call biedt een directe verbinding met de auto, extra comfort
en dag en nacht toegang tot hulp. Met de Volvo On Call-app is bijv. te
zien of gloeilampen moeten worden vervangen en of er olie of koelvloeistof moet worden bijgevuld. Het is mogelijk de auto te vergrendelen en ontgrendelen, het brandstofpeil te controleren en het dichtstbijzijnde tankstation te tonen. Ook de preconditioning is in te stellen via
het parkeerklimaat van de auto of via de afstandsstart1 van de auto.
Download de Volvo On Call-app om aan de slag te gaan.
Volvo On Call biedt tevens toegang tot pechhulp onderweg, andere
beveiligingsdiensten en noodhulp via de knoppen ON CALL en SOS
op de plafondconsole in de auto.
Bestuurdersprofielen
Tal van auto-instellingen zijn naar wens aan te passen en vervolgens op
te slaan in een of meer bestuurdersprofielen. Elke sleutel is te koppelen aan een bestuurdersprofiel. Zie het gedeelte Hoofdscherm elders in
deze Quick Guide voor meer informatie over bestuurdersprofielen.
1
Beschikbaar op bepaalde markten en modellen.
01
01
OVERZICHT EXTERIEUR
U kunt de bandenspanning controleren en opslaan (ITPMS)*
via TPMS in de Auto status-app op het appscherm van het middendisplay. Bij een lage bandenspanning brandt het symbool
continu op het bestuurdersdisplay. Bij een lage bandenspanning
moet u de bandenspanning van alle vier de banden controleren en
indien nodig aanpassen. Druk daarna op Kalibreren om de nieuwe
bandenspanning op te slaan.
U kunt het motoroliepeil controleren via de Auto status-app.
Hier kunt u ook statusmeldingen bekijken en werkplaatsafspraken*
aanvragen.
De buitenspiegels zijn automatisch* omlaag te kantelen bij
inschakeling van de achteruitversnelling. Bij vergrendeling/ontgrendeling van de auto met de transpondersleutel zijn de buitenspiegels
automatisch in/uit te klappen. Activeer deze functies onder
Instellingen My Car Spiegels en Comfort in het hoofdscherm van het middendisplay.
Dankzij passieve vergrendeling/ontgrendeling* hoeft u voor het
vergrendelen of ontgrendelen van de auto de transpondersleutel
alleen in bijv. een binnenzak bij u te dragen. De transpondersleutel
moet zich binnen een straal van zo'n 1 meter (3 voet) van de auto
bevinden.
Pak een portiergreep beet of druk op het met rubber beklede drukplaatje om de auto te ontgrendelen. Druk op een van de uitsparingen in de portiergrepen om de auto te vergrendelen. Raak de beide
drukgevoelige gebieden bij voorkeur niet tegelijkertijd aan.
Het panoramadak* heeft een te openen glazen ruit met een zonnescherm en kan worden bediend met knoppen boven de achteruitkijkspiegel. De auto moet daarvoor minimaal in contactslotstand I
staan. Open het dak tot in de ventilatiestand door de knop omhoog
te duwen en sluit het dak door de knop omlaag te trekken. Trek de
knop tweemaal naar achteren om het panoramadak volledig te ope-
nen. Sluit het panoramadak door de knop tweemaal omlaag te trekken.
De elektrisch bediende achterklep* is handsfree* te openen met
een langzame voorwaartse schopbeweging links onder de achter-knop
bumper. U sluit en vergrendelt de achterklep met de
aan de onderkant van de achterklep. De klep is ook te sluiten met
een langzame schopbeweging. De auto moet zijn uitgerust met
passieve vergrendeling/ontgrendeling* om de achterklep handsfree
te ontgrendelen. Handsfree openen en sluiten is alleen mogelijk
wanneer de transpondersleutel zich binnen zo'n 1 meter (3 voet)
achter de auto bevindt.
Om te voorkomen dat de achterklep bijv. in contact komt met het
dak van een garage kunt u de maximale openingshoek programmeren. Stel de maximale openingshoek in door de klep te openen en
deze vervolgens in de gewenste stand te stoppen. Houd vervolgens
de
-knop minstens 3 seconden ingedrukt om de stand op te
slaan.
01
01
VERGRENDELEN/ONTGRENDELEN
Transpondersleutel
Eenmaal kort indrukken om de portieren, de achterklep en de tankvulklep te vergrendelen en het alarm* te activeren.
Eenmaal lang indrukken om het panoramadak* en alle zijruiten
tegelijkertijd te sluiten.
Eenmaal kort indrukken om de portieren, de achterklep en de tankvulklep te ontgrendelen en het alarm* te deactiveren.
Eenmaal lang indrukken om alle zijruiten tegelijkertijd te openen.
Eenmaal kort indrukken om alleen de achterklep te ontgrendelen
en de alarmfunctie voor de achterklep te deactiveren.
Eenmaal lang indrukken om de elektrisch bediende* achterklep te
openen of te sluiten.
U kunt desgewenst het paniekalarm activeren en de richtingaanwijzers en de claxon inschakelen om de aandacht van omstanders te
trekken. Houd voor activering de knop 3 minstens seconden lang
ingedrukt of druk de knop tweemaal binnen 3 seconden in. Nadat
de functie minstens 5 seconden lang actief is geweest, is deze met
dezelfde knop weer uit schakelen. Anders vindt na 3 minuten automatische uitschakeling plaats.
Privacy locking
Bij Privacy locking wordt de achterklep vergrendeld, wat handig kan zijn
wanneer u de auto bijv. voor een servicebeurt of bij een hotel afgeeft.
– Tik in het functiescherm van het middendisplay op
Private Locking om de functie te activeren/deactiveren.
Bij activering/deactivering verschijnt een pop-upvenster.
Iedere keer dat u de vergrendelingsfunctie activeert,
kiest u een eenmalige code van vier cijfers. Bij het eerste
gebruik moet u een extra beveiligingscode kiezen.
Vergrendeling* van het dashboardkastje gebeurt handmatig met de
meegeleverde sleutel die in het dashboardkastje is geplaatst.
01
01
OVERZICHT INTERIEUR
Het middendisplay is te gebruiken voor het bedienen van tal van
primaire autofuncties, zoals media, navigatie*, klimaatregeling, rijhulp en boordapps.
Het bestuurdersdisplay geeft informatie weer over de rit, bijv.
snelheid, toerental, navigatie* en actieve rijhulpsystemen. U kunt
kiezen wat er op het bestuurdersdisplay moet verschijnen via het
appmenu dat met de rechter stuurknoppenset te openen is. Instellingen zijn ook te verrichten via Instellingen My Car Displays
op het hoofdscherm op het middendisplay.
Het head-updisplay* is een aanvulling op het bestuurdersdisplay
van de auto en projecteert de informatie op de binnenkant van de
voorruit. Het display is te activeren via het functiescherm op het
middendisplay.
De startknop wordt gebruikt om de auto te starten. Draai de knop
rechtsom en laat deze weer los voor de contactslotstand I. Houd
het rempedaal ingedrukt en draai de startknop rechtsom om de
auto te starten. Bij een auto met een automaatbak moet u ook het
koppelingspedaal bedienen. Bij een auto met een automaatbak
moet u de schakelstand P of N hebben gekozen. Schakel de auto
uit door de startknop rechtsom te draaien.
U kiest rijmodi* via de knop op de tunnelconsole. De auto start
altijd in de stand Comfort. Druk op de knop en rol deze omhoog of
omlaag en kies op het middendisplay uit Comfort, Eco, Dynamic
en Individual. Bevestig uw keuze met een druk op de knop.
Individual biedt u de mogelijkheid om uw eigen rijmodus samen te
stellen. U activeert uw eigen rijmodus in Instellingen My Car
Individuele rijmodus in het hoofdscherm van het middendisplay.
U activeert de parkeerrem door de knop
omhoog te trekken,
waarna het bijbehorende symbool op het bestuurdersdisplay gaat
branden. Los de parkeerrem handmatig door de knop omlaag te
duwen, terwijl u het rempedaal bedient. Dankzij de automatische
rem bij stilstand ( ) kunt u bij stilstand voor verkeerslichten bijv.
het rempedaal loslaten zonder dat dit gevolgen heeft voor de remwerking.
Let erop dat u zowel de automatische rem bij stilstand als de automatische parkeerrem moet deactiveren vóór het gebruik van een
automatische wasstraat. Deactivering van de automatische parkeerrem vindt plaats onder Instellingen My Car Parkeerrem en
vering in het hoofdscherm van het middendisplay.
De schakelaar voor activering/deactivering van de passagiersairbag* zit aan de passagierszijde op de zijkant van het dashboard en u kunt erbij door het portier aan die kant te openen. Trek
de schakelaar naar buiten en draai deze naar ON/OFF om de airbag te activeren/deactiveren.
01
01
MIDDENDISPLAY
Op het middendisplay kunt u instellingen verrichten en de meeste
functies bedienen. Het middendisplay heeft drie hoofdschermen: homescherm, functiescherm en appscherm. Vanuit het homescherm gaat u
naar het functiescherm en het appscherm door naar rechts of naar
links te vegen. Er is tevens een hoofdscherm dat u kunt openen door
het bovenste gedeelte van het scherm omlaag te slepen.
U kunt de opzet van het middendisplay en bestuurdersdisplay
aanpassen door een thema te kiezen onder Instellingen My Car
Displays op het hoofdscherm. U kunt hier ook kiezen uit een donkere en een lichte achtergrond voor het middendisplay.
Ga vanuit een ander scherm terug naar het homescherm door
kort de fysieke homeknop onder het display in te drukken. Dan verschijnt de vorige stand van het homescherm. Door de homeknop nogmaals kort in te drukken worden alle deelschermen van het homescherm in de standaardstand gezet.
Bij het reinigen van het middendisplay kunt u de touchfunctie tijdelijk
deactiveren door de fysieke homeknop onder het display ingedrukt te
houden. Activeer het display weer door kort op de homeknop te drukken.
Op de statusbalk helemaal boven aan het display staan de geactiveerde autofuncties. Links ziet u de netwerk- en verbindingsinformatie
en rechts informatie over de beluisterde media, de klok en lopende
achtergrondactiviteiten.
In het klimaatveld helemaal onderaan kunt u de temperatuur en het
stoelcomfort instellen door het desbetreffende pictogram aan te tikken.
Open het klimaatscherm door op de middenknop in het klimaatveld te
tikken.
1. Activeer de stoelverstelling op het middendisplay door de bediening
omhoog/omlaag te draaien.
2. Wissel van functie op het middendisplay door de bediening omhoog/
omlaag te draaien.
3. Wijzig de instelling voor de desbetreffende functie door op het
bovenste/onderste/voorste/achterste gedeelte van de bediening te
drukken.
02
Posities vastleggen
1. Zet stoel, buitenspiegels en head-updisplay* in de gewenste stand
en druk daarna op de knop M op het portierpaneel. Het controlelampje in de knop gaat branden.
2. Druk binnen 3 seconden op een van de geheugenknoppen 1 of 2. Er
klinkt een geluidssignaal en het lampje in de knop M dooft.
Om een vastgelegde positie te gebruiken:
Met het portier geopend – druk op een van de geheugenknoppen en
laat los.
ELEKTRISCH BEDIENBARE* VOORSTOELEN
Met het portier gesloten – houd een van de geheugenknoppen ingedrukt totdat de gewenste positie wordt bereikt.
Gebruik de bedieningselementen aan de zijkant van de stoel voor verstelling van bijv. de stoelpositie en de lendensteun*. De twee bedieningselementen met de vorm van een stoel zijn te gebruiken voor verstelling van de stoelpositie. Het derde bedieningselement, de multifunctionele bediening*, is te gebruiken voor verstelling van de verschillende
comfortfuncties, bijv. de massagefunctie*.
Bedieningselementen met de vorm van een stoel
Verstel het zitkussen of verschuif de hele stoel met de onderste bediening. Pas de hellingshoek van de rugleuning aan met de achterste
bediening.
Multifunctionele bediening2
Via de multifunctionele bediening kunt u de instellingen voor de massagefunctie*, de zijsteunen*, de lendensteun* en de verlengingsfunctie*
van het zitkussen regelen.
2
Bij auto's met een lendensteun met vierwegverstelling*
RUGLEUNING ACHTERBANK OMLAAGKLAPPEN
Bij het omklappen van de achterbank, moet u ervoor zorgen dat de rugleuning met hoofdsteun niet in aanraking komt met de voorstoel. U
moet de voorstoelen mogelijk verstellen om de rugleuningen omlaag te
kunnen klappen.
De rugleuningen zijn omlaag te klappen met de hendel aan de bovenzijde van de buitenste zitplaatsen. Bij een auto met elektrisch omklapbare* achterbank zitten er ook knoppen voor het omlaagklappen in de
bagageruimte.
Rugleuningen omlaagklappen met knoppen in bagageruimte
De achterbank is alleen omlaag te klappen, wanneer de auto stilstaat
en de achterklep openstaat. Zorg ervoor dat er zich geen mensen of
voorwerpen op de achterbank bevinden.
1. Klap de hoofdsteun van de middelste zitplaats handmatig omlaag.
2. Houd de knop L of R ingedrukt om de linker c.q. rechter rugleuning
om te klappen.
> De rugleuningen en hoofdsteunen worden automatisch omgeklapt
tot in horizontale stand.
Rugleuningen omhoogklappen
1. Klap de rugleuning omhoog/naar achteren, totdat deze vergrendelt.
2. Klap de hoofdsteunen handmatig omhoog.
3. Pas de stand van de hoofdsteun op de middelste zitplaats indien
nodig aan.
02
02
STUURWIEL
Stel het stuurwiel af
Het stuurwiel is in de hoogte en de diepte te verstellen.
De snelheidsbegrenzer helpt om een gekozen maximumsnelheid
niet te overschrijden.
1. Schuif/trek3 de hendel onder het stuurwiel vooruit/achteruit.
De cruisecontrol helpt u om een gelijkmatige snelheid aan te houden.
2. Zet het stuurwiel in de gewenste stand en zet de hendel terug in de
stand voor vergrendeling.
Linker stuurknoppenset
Met de pijlen ( en ) van de linker stuurknoppenset kunt u op het
bestuurdersdisplay kiezen uit de beschikbare rijhulpsystemen. Bij een
wit rijhulpsymbool is de functie actief. Een grijs symbool geeft aan dat
het desbetreffende systeem geannuleerd is of stand-by staat.
Symbolen op het bestuurdersdisplay:
De adaptieve cruisecontrol* helpt u om een gelijkmatige snelheid
aan te houden in combinatie met een vooraf gekozen tijdsverschil
tot voorliggers.
De Pilot Assist met stuurhulp helpt u om de auto tussen de zijmarkeringen van de rijstrook te houden in combinatie met een vooraf
gekozen tijdsverschil ten opzichte van voorliggers.
Tik op
om het desbetreffende systeem te starten of te annuleren.
Bij kort indrukken van
/
verhoogt/verlaagt u de ingestelde snelheid met 5 km/h (5 mph). Houd de knop ingedrukt om de snelheid
traploos te wijzigen – laat de knop los bij het bereiken van de gewenste
snelheid.
Met / verkleint/vergroot u de afstand tot voorliggers bij gebruik
van de adaptieve cruisecontrol en Pilot Assist.
bekijken. Wanneer er “----” op het bestuurdersdisplay verschijnt, is er te
weinig brandstof over om de actieradius te kunnen berekenen. Tank zo
spoedig mogelijk.
02
Bij eenmaal indrukken van
wordt de aangepaste snelheid tevens
ingesteld voor gebruik door het gekozen systeem.
Rechter stuurknoppenset
Het bestuurdersdisplay is te bedienen met de rechter stuurknoppenset.
Het appmenu van het bestuurdersdisplay wordt geopend/gesloten. Van hieruit zijn boordcomputer, mediaspeler, telefoon en navigatie* te bedienen.
Blader door de apps door op de pijl-links of pijl-rechts te drukken.
Een keuze maken, ongedaan maken of bevestigen, zoals het kiezen van het boordcomputermenu of het verwijderen van een melding van het bestuurdersdisplay.
De functies voor de gekozen app doorbladeren door op pijlomhoog of pijl-omlaag te drukken.
U kunt het mediavolume verhogen/verlagen door te drukken op respectievelijk
en . Als geen van de andere functies actief is kunt u
met deze knoppen het volume regelen.
Met de knop
activeert u de stembediening om bijvoorbeeld via
stemcommando's het audiosysteem, de navigatie en de klimaatregeling
te bedienen. Zeg bijv. “Radio”, “Verhoog temperatuur” of “Annuleer”.
Zie het hoofdstuk Stembediening in deze Quick Guide voor meer stemcommando's.
Boordcomputer
De boordcomputer toont bijv. de afstand, het verbruik en de gemiddelde
snelheid. U kunt kiezen welke boordcomputerinformatie op het bestuurdersdisplay moet verschijnen. De boordcomputer berekent de resterende actieradius op basis van de actuele hoeveelheid brandstof in de
tank. Gebruik de rechter stuurknoppenset om de verschillende opties te
3
Afhankelijk van de markt.
De Follow Me Home-verlichting maakt gebruik van een deel van de
buitenverlichting voor verlichting in het donker. Activeer de functie door
de auto uit te schakelen, de linker stuurhendel richting het dashboard
te halen en weer los te laten. De duur van de Follow Me Home-verlichting is in te stellen via het middendisplay.
02
Dagteller resetten
Reset alle gegevens van de handmatig bediende dagteller (TM) door
de RESET-knop lang in te drukken. Bij kort indrukken reset u alleen de
afgelegde afstand. De automatische dagteller (TA) wordt automatisch
gereset, wanneer de auto minstens 4 uur lang niet gebruikt is.
LINKER STUURHENDEL
De koplampfuncties bedient u met de linker stuurhendel.
Bij de AUTO-stand past de auto de verlichting automatisch aan als het
donker/licht wordt, bijvoorbeeld wanneer het schemert of wanneer u
een tunnel inrijdt. Voor groot licht dat automatisch uit gaat bij tegemoetkomend verkeer draait u het duimwiel van de hendel naar .
Breng de hendel naar het stuurwiel om handmatig groot licht te activeren en naar het dashboard om dit te deactiveren.
Actieve bochtverlichting* zorgt voor maximale verlichting in bochten
en op kruisingen doordat de lampen meedraaien met het stuurwiel. De
functie wordt automatisch geactiveerd tijdens het starten en is te deactiveren via het functiescherm, .
De approach-verlichting gaat branden, wanneer u de auto op afstand
ontgrendelt via de transpondersleutel, zodat u in het donker de auto
veilig kunt bereiken.
RECHTER STUURHENDEL
Met de rechter stuurhendel bedient u de wisserbladen en de regensensor.
– Haal de hendel omlaag om de voorruitwisser één enkele wisslag te
laten maken.
– Haal de hendel in stapjes omhoog voor de intervalschakeling, de normale en de hoge wissnelheid.
– Pas het wisinterval aan met het duimwiel op de hendel.
– Haal de hendel in de richting van het stuurwiel om de voorruit- en
koplampsproeiers in te schakelen en in de richting van het dashboard om de achterruit te sproeien.
Druk op de regensensorknop om de regensensor te activeren/
deactiveren. De wisserhendel moet in de stand 0 staan of in de
stand voor een enkelvoudige wisslag. De regensensor registreert
de hoeveelheid regen op de voorruit en schakelt automatisch de
ruitenwissers op de voorruit in. Draai het duimwiel omhoog/
omlaag voor een hogere/lagere gevoeligheid.
Druk hierop voor de intervalfunctie van de achterruitwisser.
Druk hierop voor een continue wissnelheid van de achterruitwisser.
Gebruik de servicestand van de ruitenwissers om bijv. de wisserbladen te vervangen, reinigen of op te tillen. Tik op de knop
Servicestand ruitenwisser op het functiescherm van het middendisplay om de servicestand te activeren of te deactiveren.
02
02
KLIMAATREGELING
De functies voor de klimaatregeling voor en achter in de passagiersruimte zijn te regelen via het middendisplay, de knoppen op de middenconsole en het bedieningspaneel achter op de tunnelconsole*. Voor
bepaalde klimaatregelingsfuncties zijn ook stemcommando's te gebruiken.
Het pictogram voor toegang tot het klimaatscherm verschijnt
midden onder aan het middendisplay. Wanneer de tekst
CleanZone blauw van kleur is, betekent dit dat is voldaan aan
de voorwaarden voor een goede luchtkwaliteit in de passagiersruimte.
– Tik op AUTO in het klimaatscherm voor automatische regeling van
meerdere klimaatfuncties. Bij kort indrukken worden de luchtrecirculatie, airconditioning en luchtverdeling automatisch geregeld.
Bij lang indrukken worden de luchtrecirculatie, airconditioning en
luchtverdeling automatisch geregeld en de temperatuur en de ventilatorstand gewijzigd in de standaardinstellingen: 22°C/72°F en
niveau 3 (niveau 2 achterin4). Het is mogelijk om de temperatuur en
de ventilatorstand te wijzigen zonder de automatische klimaatregeling te deactiveren.
Preconditioning direct inschakelen
1. Open het klimaatscherm van het middendisplay.
2. Kies het tabblad Parkeerklimaat en tik vervolgens op
Preconditioning.
Timer voor preconditioning instellen
1. Open het klimaatscherm van het middendisplay.
2. Kies het tabblad Parkeerklimaat
gewenste datum/dag in.
Luchtkwaliteitssysteem IAQS*
Het IAQS maakt deel uit van het Clean Zone Interior Package* (CZIP)
en is een volautomatisch systeem dat de lucht in de passagiersruimte
ontdoet van luchtverontreinigingen in de vorm van deeltjes, koolwaterstoffen, stikstofoxiden en laaghangend ozon. U activeert het systeem in
het hoofdscherm van het middendisplay via Instellingen Klimaat
Luchtkwaliteitssensor.
– Tik op een van de pictogrammen in het klimaatveld onder aan het
middendisplay om de temperatuur, de stoelverwarming* en de ventilatorstand in te stellen.
Tik op het temperatuurpictogram voor de bestuurderszijde en kies
Temperatuur synchroniseren om de temperatuurinstelling voor alle
klimaatzones te synchroniseren met die voor de bestuurderszone.
Preconditioning*
De preconditioning is in te stellen via het middendisplay van de auto en
de app Volvo On Call*.
De preconditioning verwarmt* of ventileert het interieur vóór het rijden.
De preconditioning is direct in te schakelen of via een timer te programmeren.
Timer toevoegen en stel de
4
Bij auto's met een klimaatregeling met 4 zones*.
02
02
AANSLUITINGEN
U kunt media, sms-berichten, telefoongesprekken weergeven/met
stemcommando's bedienen of een internetverbinding maken voor de
auto via diverse externe apparaten, bijv. smartphones. Om de verbonden
apparaten te kunnen gebruiken moet het elektrische systeem van de
auto minimaal in contactslotstand I staan.
Automodem5
De eenvoudigste en meest effectieve manier om een internetverbinding
voor de auto te maken is het gebruik van de automodem. Deze
methode biedt optimale prestaties, wordt bij iedere rit automatisch
geactiveerd en vereist geen verbinding met een smartphone.
1. Plaats een persoonlijke simkaart in de houder bij de vloer aan de
passagierszijde.
2. Tik op Instellingen
in het hoofdscherm.
Communicatie
Internet via automodem
3. Activeer de optie door het vakje voor Internet via automodem aan te
vinken.
Internetverbinding delen
Bij een auto met een actieve internetverbinding via de automodem is
het mogelijk de internetverbinding met andere apparaten te delen (WiFi-hotspot) onder Instellingen in het hoofdscherm. Tik op
Communicatie Wi-Fi hotspot auto.
Bluetooth
Gebruik Bluetooth in eerste instantie om te bellen, te sms'en en media
op uw telefoon naar het audiosysteem van de auto te streamen. Via
Bluetooth is het ook mogelijk een internetverbinding voor de auto te
maken. U kunt twee Bluetooth-apparaten tegelijk hebben aangesloten
waarvan het ene alleen voor het streamen van muziek. De twee meest
recent aangesloten telefoons worden automatisch opnieuw met de
auto verbonden, als de Bluetooth-functie van de telefoons actief is. De
20 laatst gebruikte apparaten staan in een lijst, zodat deze later eenvoudig opnieuw met de auto te verbinden zijn.
1. Activeer Bluetooth op de telefoon. Voor een internetverbinding moet
u ook 'internet sharing' op de telefoon activeren.
witte omlijsting. Het externe apparaat wordt opgeladen, zolang het aangesloten is op de auto.
Er zitten USB-poorten (type A) in het opbergvak onder de middenarmsteun tussen de voorstoelen.
Stroomaansluitingen
In uw auto zitten de volgende stroomaansluitingen:
12V-aansluiting.
2. Open het deelscherm voor de telefoon op het middendisplay.
12V-aansluiting en 230V-aansluiting*. Er zit ook een
12V-aansluiting* in de kofferbak/bagageruimte.
3. Tik op Tel. toevoegen of op Wijzigen en daarna op Tel. toevoegen,
als er al een telefoon is aangesloten.
4. Kies de aan te sluiten telefoon en volg de instructies op het middendisplay en op de telefoon. Let erop dat u bij bepaalde telefoons de
berichtfunctie eerst moet activeren.
Wi-Fi
Een internetverbinding via Wi-Fi maakt hogere bitrates mogelijk dan bij
gebruik van Bluetooth om online muziek te streamen zoals internetradio en muziek via boordapps, software te downloaden/bijwerken en
dergelijke. Een Wi-Fi-verbinding op een smartphone kan als hotspot
dienen voor inzittenden en eventuele andere externe apparaten in de
auto.
1. Activeer 'internet sharing' (wifi-hotspot) op de telefoon.
2. Tik op Instellingen in het hoofdscherm van het middendisplay.
3. Tik op Communicatie Wi-Fi en activeer de optie door het vakje
voor Wi-Fi-verbinding aan te vinken.
Let erop dat sommige telefoons de internetverbinding verbreken, wanneer de verbinding met de auto is verbroken. In dat geval moet u bij een
volgend gebruik van de telefoon de 'internet sharing' opnieuw activeren.
USB
Via USB kunt u een extern apparaat aansluiten om media af te spelen.
De USB-aansluiting wordt ook gebruikt voor Apple CarPlay* en
Android Auto*. Indien er twee USB-ingangen zijn, gebruikt u die met de
5
Alleen auto's met P-SIM*. Auto's uitgerust met Volvo On Call* gebruiken voor de diensten de
internetverbinding met de automodem.
02
VERBONDEN APPARATEN GEBRUIKEN
Het is mogelijk externe apparaten te gebruiken om bijv. te bellen en
media af te spelen via het audio- en mediasysteem van de auto.
02
Telefoonfuncties6
Het is mogelijk om via een telefoon met Bluetooth-verbinding te bellen
en oproepen te beantwoorden.
Bellen via het middendisplay
1. Open het deelscherm Telefoon op het homescherm. Geef aan hoe u
wilt bellen: via de gesprekkenlijst, via de contactenlijst of geef het
nummer aan via de knoppenset.
2. Druk op
.
Bellen via de rechter stuurknoppenset
1. Druk op
2. Loop met
en ga naar Telefoon door op
of
door de gesprekkenlijst en kies met
te drukken.
.
U kunt bovendien de stembediening gebruiken om te bellen. Druk op
van de rechter stuurknoppenset. Zie voor
de stembedieningsknop
stemcommando's het hoofdstuk Stembediening in deze Quick Guide.
Media afspelen
Om audiobestanden op een extern apparaat af te spelen sluit u het
apparaat via een van de beschikbare methoden aan op de auto, zie het
voorgaande hoofdstuk voor de verschillende methoden.
Verbinding via Bluetooth
1. Start de weergave op het aangesloten apparaat.
2. Open de app Bluetooth op het applicatiescherm van het
middendisplay. De weergave wordt gestart.
Verbinding via USB-poort
1. Start de USB-app op het appscherm.
6
Zie support.volvocars.com voor informatie over de telefoons die compatibel zijn met de auto.
2. Kies wat er moet worden afgespeeld. De weergave wordt
gestart.
Mp3-speler of iPod
1. Start de weergave op de eenheid.
2. Open de iPod- of USB-app, afhankelijk van de verbindingsmethode. Kies voor weergave vanaf iPod de app
iPod, ongeacht de wijze van aansluiten. De weergave
wordt gestart.
Apple® CarPlay®*7 en Android Auto*
CarPlay en Android Auto bieden u de mogelijkheid om via de auto
bepaalde apps op uw iOS- of Android-apparaat te gebruiken om bijv.
muziek te spelen of podcasts te beluisteren. De bediening vindt plaats
via het middendisplay van de auto of via het apparaat.
Om CarPlay te kunnen gebruiken moet Siri zijn geactiveerd op het iOSapparaat. Het apparaat heeft bovendien een internetverbinding nodig
via Wi-Fi of het mobiele netwerk.
1. Sluit de telefoon aan op de USB-poort met de witte
omlijsting.
2. Tik voor activering op Apple CarPlay of Android Auto in
het appscherm.
Activeer de stembediening van CarPlay en Android Auto door lang op
van de rechter stuurknoppenset te drukken. Bij kort indrukde knop
ken activeert u de stembediening van de auto.
Bij gebruik van CarPlay wordt Bluetooth uitgeschakeld. Om een internetverbinding voor de auto te maken kunt u Wi-Fi of de automodem*
gebruiken.
7
Apple en CarPlay zijn geregistreerde handelsmerken van Apple Inc.
02
03
HOMESCHERM
Bij inschakeling van het middendisplay verschijnt het homescherm, van
waaruit u toegang hebt tot de deelschermen Navigatie, Media en Telefoon alsook de laatste gebruikte app of autofunctie.
Laatst gebruikte app of autofunctie - hier ziet u de laatst
gebruikte app of autofunctie die niet in de een van de andere deelschermen verschijnt, zoals Auto status of Bestuurder prestaties.
U kunt het deelscherm aantikken om de laatst gebruikte functie te
activeren.
Navigatie - Tik hierop om het navigatiesysteem via Sensus
Navigation* te openen.
Bestemming invoeren via vrije zoekopdracht – Vouw de werkbalk uit met de pijl-omlaag aan de linkerzijde en tik op . De
kaartweergave maakt plaats voor een vrije zoekopdracht. Voer het
trefwoord in.
03
Bestemming invoeren via de kaart – Maximaliseer de kaart met
. Tik lang op de bestemming waar u naar toe wilt en kies Ga
hierheen.
Bestemming verwijderen – Tik op
om het reisplan te openen.
Tik op de prullenbak om een deelbestemming in het reisplan te
wissen of tik op Reisweg wissen om het complete reisplan te wissen.
Kaartupdate8 – Tik op Download Center op het appscherm.
Onder Kaarten staan het aantal beschikbare kaartupdates. Tik op
Kaarten Installeren om de gewenste kaartupdates te installeren. Het is ook mogelijk om op support.volvocars.com kaartupdates
te downloaden naar een USB-stick en deze vervolgens in de auto
te installeren.
Media – Hier verschijnen bijv. tracks op een extern apparaat of de
tekst FM-radio als u daarvoor hebt gekozen in het appscherm. Tik
op het deelscherm om de instellingen te openen. Van hieruit kunt u
uw muziekbibliotheek, radiozenders en dergelijke bekijken.
Telefoon – Van hieruit is het telefoonsysteem te bereiken. Tik op
het deelscherm om het uit te vouwen. Hier kunt u bellen vanuit de
gesprekkenlijst, de contactenlijst of zelf een nummer kiezen met de
knoppenset. Tik na het kiezen van een nummer op .
8
De beschikbaarheid van de functie kan per markt verschillen.
03
FUNCTIESCHERM EN APPSCHERM
Functiescherm
Wanneer u in het homescherm van links naar rechts veegt9, opent u
het functiescherm. Van hieruit zijn diverse autofuncties te activeren/
deactiveren, zoals Head-up display* en Parkeerhulp. Ze zijn te activeren/deactiveren door het aantikken van het desbetreffende pictogram.
Voor bepaalde functies wordt een apart venster geopend.
Pictogrammen verplaatsen
De apps en de knoppen voor autofuncties op het app- en functiescherm zijn naar wens te verplaatsen.
1. Tik lang op een app of knop.
2. Sleep de app of knop naar een lege plek op het scherm en laat los.
Appscherm
Veeg van rechts naar links9 om vanuit het homescherm het appscherm
te openen. Hier kunt u de boordapps bekijken die bij de auto werden
geleverd plus de beschikbare apps die u kunt downloaden en installeren.
03
Apps en systemen hanteren en bijwerken
Onder Download Center op het appscherm vindt u updates
voor tal van autosystemen. Dit is alleen mogelijk, als de auto
een actieve internetverbinding heeft. In Download Center
kunt u:
Apps downloaden – Tik op Nieuwe apps en kies de gewenste app.
Tik op Installeren om de app te downloaden.
Apps bijwerken – Tik op Alles installeren om alle apps bij te werken.
Of tik op Applicatie-updates om een lijst met de beschikbare updates
te openen. Kies de gewenste app en tik op Installeren.
Apps verwijderen – Tik op Applicatie-updates en kies de gewenste
app. Tik op De-installeren en kies de gewenste app.
Systeemsoftware bijwerken – Tik op Systeem-updates om een lijst
te bekijken met de voor uw auto beschikbare updates. Tik op Alles
installeren onder aan de lijst om alle software bij te werken of op
Installeren om alleen bepaalde software bij te werken. Als u geen lijst
wenst, kunt u ook Alles installeren kiezen bij de knop Systeemupdates.
9
Geldt voor een auto met het stuur links. Veeg bij een auto met het stuur rechts in tegenovergestelde richting.
03
HOOFDSCHERM
Boven aan het scherm vindt u een tabblad dat u omlaag kunt slepen
om het hoofdscherm te openen. Van hieruit zijn Instellingen,
Handleiding, Profiel alsook de opgeslagen berichten van de auto te
openen.
Persoonlijke instellingen
Onder Instellingen kunt u tal van persoonlijke instellingen opslaan
voor bijv. displays, spiegels, bestuurdersstoel, navigatie*, audio- en
mediasysteem, systeemtaal en stembediening.
Bestuurdersprofielen
Als meerdere bestuurders gebruikmaken van dezelfde auto
kan elke bestuurder zijn eigen bestuurdersprofiel hanteren.
Iedere keer dat u plaatsneemt in de auto kunt u het bestuurdersprofiel kiezen met uw persoonlijke instellingen. Het
beschikbare aantal profielen hangt af van het aantal sleutels dat aan de
auto is gekoppeld. Het profiel Gast is niet gekoppeld aan een bepaalde
sleutel.
Bij ontgrendeling van de auto wordt het laatst gehanteerde bestuurdersprofiel geactiveerd. U kunt van bestuurdersprofiel wisselen door
Profiel te kiezen in het hoofdscherm.
De bestuurdersprofielen zijn te koppelen aan bepaalde sleutels van de
auto, zodat de auto bij ontgrendeling met deze sleutels automatisch de
daarvoor opgeslagen persoonlijke instellingen hanteert. Onder
Instellingen Systeem Bestuurdersprofielen kunt u sleutels
koppelen. Kies een van de bestuurdersprofielen (het profiel Gast valt
echter niet te koppelen). Het homescherm verschijnt opnieuw. Open
het hoofdscherm door omlaag te vegen, herhaal de bovenstaande stappen, kies Bewerken voor het gekozen profiel en kies daarna Sleutel
koppelen.
Individuele rijmodus
Als u de rijmodus Comfort, Eco of Dynamic wilt aanpassen, kunt u de
persoonlijke rijmodus activeren onder Instellingen My Car
Individuele rijmodus.
Systeemvolumes
Het volume van systeemgeluiden zoals toetsenbord- of touchscreengeluiden is aan te passen of helemaal uit te zetten onder Instellingen
Geluid Systeemvolumes.
03
04
RIJHULP
Uw auto is uitgerust met enkele systemen die u helpen om veilig te rijden en ongelukken te voorkomen. U activeert deze systemen in het
functiescherm van het middendisplay. Let erop dat de rijhulpsystemen
uitsluitend bedoeld zijn ter ondersteuning en dat u als bestuurder de
auto altijd veilig moet blijven besturen. Onderstaand vindt u een selectie:
City Safety™
City Safety10 kan u in kritieke situaties helpen om een botsing met
voorliggers, grotere dieren, voetgangers of fietsers te voorkomen of de
kracht van de impact te beperken. Bij een dreigende botsing krijgt u
waarschuwingen in de vorm van visuele en akoestische signalen alsook
rempulsen om u te helpen tijdig in te grijpen. Als u niet op tijd ingrijpt
en een botsing onvermijdelijk lijkt, remt de auto mogelijk automatisch.
City Safety met stuurhulp kan tijdens het uitwijken ook bijsturen, als u
niet genoeg stuurt om een botsing te voorkomen. City Safety wordt bij
het starten van de motor automatisch geactiveerd en is niet uit te schakelen.
Blind Spot Information (BLIS)*
BLIS kan u informeren over achterliggers die zich in de dode
hoeken bevinden alsook over snel naderende achterliggers in
aangrenzende rijstroken.
Cross Traffic Alert (CTA)*
CTA met auto-brake is een systeem voor aanvullende rijhulp
bij BLIS dat kan waarschuwen voor kruisend verkeer achter de
auto. Als u geen acht slaat op de waarschuwingen van CTA en
een botsing onvermijdelijk lijkt, kan de functie de auto tot stilstand brengen. CTA wordt geactiveerd wanneer de achteruitversnelling is ingeschakeld of wanneer de auto achteruitrolt.
Rijbaanassistent
De rijbaanassistent (Lane Keeping Aid) kan u helpen om het
risico te beperken dat uw auto de eigen rijstrook verlaat. U
kiest de gewenste vorm van assistentie via Instellingen My
Car IntelliSafe Modus Lane Keeping Aid in het hoofdscherm op het middendisplay.
Stuurhulp bij een dreigende botsing
De functie Hulp bij het voorkomen van aanrijdingen kan u
helpen bij het beperken van het risico dat de auto onbedoeld
de eigen rijbaan verlaat en/of in botsing komt met een ander
voertuig of een obstakel door de auto actief terug de eigen rijbaan in te sturen en/of een uitwijkmanoeuvre te beginnen. De
functie omvat de deelfuncties: stuurhulp bij dreigende bermongelukken en stuurhulp bij dreigende tegenliggerbotsing.
Pilot Assist
Pilot Assist11 is een comfortverhogend systeem dat u kan helpen om
de auto binnen de eigen rijstrook te houden en een bepaalde afstand
tot voorliggers aan te houden. Pilot Assist is te kiezen en activeren met
de linker stuurknoppenset. De stuurhulp werkt alleen, wanneer u o.m.
beide handen aan het stuur houdt en wanneer de zijlijnen van de rijstrook zichtbaar zijn. Wanneer de stuurhulp actief is, staat er een GROEN
stuursymbool op het bestuurdersdisplay.
10
11
Niet voor alle markten beschikbaar.
Afhankelijk van de markt is dit een standaardfunctie of een optie.
04
04
PARKEERHULP
Actieve parkeerhulp*
De actieve parkeerhulp kan u helpen bij parkeermanoeuvres. Aan u de
taak om het gebied rond de auto in de gaten te houden, de instructies
op het middendisplay te volgen, te schakelen, gas bij te geven of terug
te nemen en waar nodig te remmen/stoppen.
kels dichter bij de auto kunnen zijn dan ze lijken op het beeldscherm.
De parkeerhulpcamera start automatisch bij inschakeling van de achteruitversnelling of handmatig via het middendisplay.
– Tik op de knop Camera op het functiescherm om het
systeem handmatig te activeren/deactiveren.
Inparkeren met actieve parkeerhulp
Rijd langzamer dan 30 km/h (20 mph) voordat u gaat parkeren. De afstand tussen de auto en parkeervakken moet
zo'n 1 meter (3 voet) bedragen, wanneer het systeem een
parkeervak zoekt.
1. Tik op de knop Inparkeren op het functiescherm of het
camerascherm.
2. Breng de auto tot stilstand, wanneer grafische voorstellingen en teksten op het middendisplay aangeven dat er
een geschikt parkeervak gevonden is. Er verschijnt een
pop-upvenster.
3. Kies Fileparkeren of Haaks parkeren en schakel de
achteruitversnelling in.
Fileparkeervak verlaten met actieve parkeerhulp
Het systeem is alleen te gebruiken na fileparkeren.
1. Tik op de knop Uitparkeren op het functiescherm of op
het camerascherm.
2. Geef met de richtingaanwijzer aan in welke richting de
auto het parkeervak moet verlaten.
3. Volg de instructies op het middendisplay op.
Parkeerhulpcamera*
De parkeerhulpcamera kan u helpen bij het parkeren in krappe ruimten
door obstakels weer te geven met camerabeelden en grafische voorstellingen op het middendisplay. Op het middendisplay kiest u de weer
te geven camerabeelden en hulplijnen. Let erop dat voorwerpen/obsta-
04
04
SCHONER RIJPLEZIER
Door uw ritten te plannen en zuinig te rijden kunt u het brandstofverbruik en de uitstoot van CO2 en andere verontreinigende uitlaatgassen
beperken. Zo beperkt u de milieu-effecten en verlaagt u de brandstofkosten. Sommige aspecten kunt u beïnvloeden, andere niet. Hier volgen
enkele tips en adviezen.
Plan uw ritten door altijd:
Anticiperend te rijden – bij onnodig vaak stoppen en optrekken en
een ongelijkmatige snelheid stijgt het brandstofverbruik.
•
Rijd zo zuinig mogelijk door:
• Activeer de rijmodus Eco die de auto aanpast voor een zuiniger rijstijl.
•
•
•
•
Voorkom stationair draaien – zet de motor af wanneer u langere tijd
stilstaat.
Rijd met een gelijkmatige snelheid en vooruitziende blik om zo weinig
mogelijk te hoeven remmen.
Houd de juiste bandenspanning aan en controleer regelmatig of dat
nog steeds zo is. Houd voor de beste resultaten de zogenoemde
ECO-bandenspanning aan.
Rijd bij voorkeur niet met open zijruiten.
Factoren die u niet kunt beïnvloeden:
Verkeerssituatie.
•
•
Wegomstandigheden en topografie.
•
Buitentemperatuur en tegenwind.
Zie de gebruikershandleiding voor meer tips ten aanzien van een zuinige rijstijl.
04
•
Recente gesprekken
•
Lees bericht
•
Bericht aan [contact]13
Stemcommando's voor radio en media
• Media
STEMCOMMANDO'S
05
De stembediening biedt u de mogelijkheid om met stemcommando's12
bepaalde functies te bedienen van de mediaspeler, een via Bluetooth
aangesloten telefoon, de klimaatregeling en Volvo's navigatiesysteem*.
De stembediening is te activeren met een druk op de stembedieningsknop van de rechter stuurknoppenset.
De volgende commando's zijn meestal te gebruiken, ongeacht situatie:
•
Herhaal
•
Annuleer
•
Help
Speel [artiest]
•
Speel [tracknaam]
•
Speel [tracknaam] van [album]
•
Speel [Tv-zendernaam]*14
•
Speel [radiokanaal]
•
Stem af op [frequentie]
•
Stem af op [frequentie] [frequentieband]
•
Radio
•
FM Radio
•
AM Radio
•
DAB*
•
Tv*
•
CD*
•
USB
•
iPod
•
Bluetooth
•
Vergelijkbare muziek
Stemcommando's voor klimaatregeling
Klimaatregeling
•
Stemcommando's voor telefoon
Bel [contact]
•
•
•
Bel [telefoonnummer]
•
Stel temperatuur in op X graden
•
Verhoog temperatuur/Verlaag temperatuur
•
Synchroniseer temperatuur
•
Lucht op voeten/Lucht op lichaam
•
Zoek [POI-categorie]
•
Lucht op voeten uit/Lucht op lichaam uit
•
Zoek [POI-categorie] [stad]
•
Zet ventilator op max./Schakel ventilator uit
•
Zoek [POI-naam]
•
Verhoog ventilatorsnelheid/Verlaag ventilatorsnelheid
•
Wijzig land/Wijzig staat15, 16
•
Schakel auto-klimaat in
•
Toon favorieten
•
Airconditioning aan/Airconditioning uit
•
Wis reisweg
•
Recirculatie aan/Recirculatie uit
•
Herhaal stembegeleiding
•
Schakel ruitontdooiing in/Schakel ruitontdooiing uit
•
Schakel stembegeleiding uit
•
Schakel max. ruitontdooiing in/Schakel max. ruitontdooiing uit
•
Schakel stembegeleiding in
•
•
•
Schakel elektrische ruitverwarming in/Schakel elektrische
ruitverwarming uit*
Schakel achterruitverwarming in/Schakel achterruitverwarming
uit
Schakel stuurwielverwarming in/Schakel stuurwielverwarming
uit*
•
Verhoog stuurwielverwarming/Verlaag stuurwielverwarming*
•
Schakel stoelverwarming in/Schakel stoelverwarming uit*
•
Verhoog stoelverwarming/Verlaag stoelverwarming*
•
Schakel stoelventilatie in/Schakel stoelventilatie uit*
•
Verhoog stoelventilatie/Verlaag stoelventilatie*
05
Stemcommando's voor navigatiesysteem*
Navigatie
•
•
Breng me naar huis
•
Ga naar [stad]
•
Ga naar [adres]
•
Voeg kruispunt toe
•
Ga naar [postcode]
•
Ga naar [contact]
12
13
14
15
16
Geldt voor bepaalde markten.
Alleen bepaalde telefoons kunnen berichten via de auto versturen. Voor compatibiliteit, zie
support.volvocars.com.
Geldt voor bepaalde markten.
In Europese landen wordt “land” gebruikt in plaats van “staat”.
In Brazilië en India past u het zoekgebied aan via het middendisplay.
SPECIALE TEKSTEN
06
• Als de kans bestaat dat de uitlaat van de verwarpassagiersairbag. Vervoer kinderen nooit in een
tegen de rijrichting in geplaatst kinderzitje op de
ming is geblokkeerd. Een pak sneeuw in de wielpassagiersstoel voorin, wanneer de airbag aan die
kast rechtsvoor kan bijvoorbeeld de ventilatie van
In de gebruikershandleiding en overige handleidin- kant geactiveerd is. De passagiersairbag moet altijd
de verwarming verhinderen.
gen vindt u alle door te nemen veiligheidsinstructies zijn geactiveerd, wanneer er passagiers (kinderen of
AANSLUITINGEN
en teksten onder de kopjes Waarschuwing, Belang- volwassenen) op de passagiersstoel voorin zitten.
• Gebruik alleen onbeschadigde accessoires zonrijk en NB. Sommige systemen gelden alleen voor
Plaats geen voorwerpen vóór of bovenop het dashder mankementen. De accessoires moeten een
bepaalde markten.
board op de plek waar de airbag voor de passaCE-markering, een UL-markering of een vergegiersstoel zit.
lijkbare veiligheidsaanduiding hebben.
Neem
bij
het
verlaten
van
de
auto
altijd
de
trans• Accessoires moeten bestemd zijn voor 230 V en
WAARSCHUWING
pondersleutel mee. Zorg dat het elektrische sys50 Hz, met stekkers die op de aansluiting zijn
teem van de auto in contactslotstand 0 staat, vooral
BEKNOPTE BEDIENINGSINSTRUCTIES
berekend.
als er kinderen in de auto achterblijven.
Volvo On Call – De systeemdiensten werken
• Laat stopcontact, stekker of accessoires nooit in
alleen in gebieden waar de samenwerkingspartners Gebruik bij het parkeren op een helling altijd de
aanraking komen met water of een andere vloeivan Volvo On Call mobiele dekking hebben en op
parkeerrem. Een ingeschakelde versnelling of
stof. Gebruik het stopcontact niet en raak het niet
de markten waar Volvo On Call beschikbaar is.
stand P bij een automaat is niet voldoende om de
aan als het beschadigd lijkt of in aanraking is
auto
in
alle
situaties
staande
te
houden.
Net als bij mobiele telefoons kunnen atmosferische
geweest met water of een andere vloeistof.
storingen of een minder dichte zenderdekking ertoe
• Sluit geen contactdozen, adapters of verlengELEKTRISCH BEDIENBARE VOORSTOELEN
leiden dat verbinding onmogelijk is, bijvoorbeeld in
snoeren aan op het stopcontact. Daardoor zouStel de stand van de bestuurdersstoel in voordat u
dunbevolkte regio's.
den de veiligheidsfuncties van het stopcontact
gaat rijden en nooit tijdens het rijden. Controleer of
omzeild kunnen worden.
Zie voor teksten onder Waarschuwing, Belangrijk
de stoel vergrendeld staat om letsel te voorkomen
• Het stopcontact is voorzien van een stopcontacten NB die de Volvo On Call-diensten betreffen,
bij hard afremmen of een aanrijding.
beschermer. Let erop dat niemand in het stopbehalve de gebruikershandleiding ook de overeenRUGLEUNING ACHTERBANK OMLAAGKLAPPEN
contact peutert of dit dermate beschadigt, dat de
komst voor het Volvo On Call-abonnement.
beschermer niet langer werkt. Laat kinderen niet
Controleer of de rugleuningen goed zijn vergrenSensus Navigation* – Let op het verkeer op de
zonder toezicht in de auto achter, wanneer het
deld nadat ze zijn neergeklapt of rechtop zijn gezet
weg en concentreer u vooral op het rijden. Neem
stopcontact actief is.
en
of
de
hoofdsteunen
goed
zijn
vergrendeld
nadat
de geldende verkeersregels in acht en rijd voorzichze
rechtop
zijn
gezet.
tig. Afhankelijk van de wegomstandigheden als
RIJHULP
gevolg van het weer of het jaargetijde zijn bepaalde KLIMAATREGELING
De rijhulpsystemen van de auto zijn bedoeld als
adviezen mogelijk minder op hun plaats.
aanvullende hulpmiddelen voor de bestuurder, maar
De elektrische stoelverwarming* mag niet worze werken niet in alle verkeers-, weers- en wegomden gebruikt door personen die niet goed kunnen
OVERZICHT EXTERIEUR
standigheden. Ze ontslaan u nooit van de plicht om
Achterklep – Let op het gevaar voor beknelling tij- voelen of de temperatuur toeneemt of die om een
dens het openen/sluiten van de achterklep. Contro- andere reden moeilijkheden hebben met de bedie- alert en adequaat te reageren, zodat u de auto altijd
op een veilige manier moet blijven besturen, met
ning van de elektrische stoelverwarming. Brandleer of er niemand in de buurt van de achterklep
inachtneming van een passende snelheid en
wonden zijn anders niet uitgesloten.
staat, omdat beknellingsletsel ernstige gevolgen
De preconditioning kan starten op grond van een geschikte afstand tot andere weggebruikers en met
kan hebben. Let altijd op bij bediening van de kofrespect voor de geldende verkeersregels en -bepaeerder geprogrammeerd timertijdstip. Gebruik preferklep.
lingen. De eindverantwoording voor het remmen en
conditioning niet als de auto is uitgerust met verPassieve vergrendeling/ontgrendeling* – Let
het besturen van de auto ligt altijd bij u als bestuurwarming*:
erop dat kinderen of andere inzittenden niet
der.
• Binnen in ongeventileerde ruimten. Bij inschakebekneld raken wanneer u alle ruiten tegelijkertijd
Het wordt geadviseerd om voor het gebruik van de
ling van de verwarming worden uitlaatgassen
sluit via de transpondersleutel of de functie passief
auto alle hoofdstukken in de gebruikershandleiding
geproduceerd.
openen* met de portiergreep.
over de rijhulpsystemen door te nemen.
• Op plekken met brandbaar of licht ontvlambaar
OVERZICHT INTERIEUR
materiaal in de buurt. Brandstof, gassen, hoog
De passagiersairbag is altijd geactiveerd bij een
gras, zaagsel en dergelijke kunnen ontbranden.
auto zonder een deactiveringsschakelaar voor de
PARKEERHULP
De actieve parkeerhulp is een systeem voor aanvullende rijhulp, maar werkt niet in alle situaties. De
functie is uitsluitend bedoeld om de bestuurder te
helpen tijdens het fileparkeren en haaks parkeren.
Als bestuurder bent u ervoor verantwoordelijk om
de auto op een veilige wijze te parkeren en waar
nodig te remmen. Het systeem kan obstakels die
diep in een parkeervak over het hoofd zien. De
eindverantwoordelijkheid voor het bepalen of het
parkeervak dat de actieve parkeerhulp voorstelt
geschikt is ligt altijd bij u als bestuurder.
De parkeerhulpcamera is een systeem voor aanvullende rijhulp tijdens het parkeren van de auto. U
moet altijd oplettend en verantwoord blijven rijden.
Wanneer er obstakels in de dode hoeken van de
camera's zitten, zal het systeem ze niet kunnen ontdekken. Let daarom in het bijzonder op mensen en
dieren in de buurt van de auto. Let erop dat de
voorkant van de auto tijdens het parkeren kan uitzwenken naar het tegemoetkomende verkeer.
Het wordt geadviseerd om voor het gebruik van de
auto alle hoofdstukken in de gebruikershandleiding
over de rijhulpsystemen door te nemen.
STEMCOMMANDO'S
Als bestuurder bent u er altijd verantwoordelijk voor
dat u de auto op een veilige manier bestuurt en de
geldende verkeersregels in acht neemt.
BELANGRIJK
OVERZICHT INTERIEUR
De head-updisplaymodule* die de informatie projecteert zit boven in het dashboard. Leg geen voorwerpen op het dekglas van de head-updisplaymodule om schade aan het dekglas tegen te gaan en
zorg dat er evenmin voorwerpen op het dekglas
kunnen vallen.
MIDDENDISPLAY
Bij reiniging van het middendisplay mag de
gebruikte microvezeldoek geen zand en dergelijke
bevatten. Breng alleen lichte druk aan op het
scherm bij het reinigen van het display. Bij te hard
drukken kan het display beschadigd raken.
Spuit geen vloeistoffen of bijtende chemicaliën
rechtstreeks op het middendisplay. Gebruik geen
ruitenreiniger, reinigingsmiddelen, sprays, oplosmiddelen, alcoholen, ammonia-oplossingen of schurende reinigingsmiddelen. Gebruikt nooit schurende
poetsdoeken, papieren handdoeken of zijdepapier
omdat dit aanleiding kan geven tot krassen op het
display.
RUGLEUNING ACHTERBANK OMLAAGKLAPPEN
Bij het neerklappen van de rugleuning mogen er
zich geen voorwerpen op de achterbank bevinden.
De veiligheidsgordels mogen evenmin zijn ingestoken.
De middenarmsteun* op de middelste zitplaats
moet zijn ingeklapt.
RECHTER STUURHENDEL
Wisserbladen in servicestand - Voordat de wisserbladen in de servicestand worden gezet, moet u
controleren of ze niet vastgevroren zijn. Als de wisserarmen in de servicestand van de voorruit af zijn
gehaald, moet u ze tegen de voorruit terugklappen
alvorens de wissers, de sproeiers of de regensensor te activeren of alvorens weg te rijden. Dit om
lakschade aan de motorkap tegen te gaan.
AANSLUITINGEN
Elektrische aansluitingen – Het maximale vermogen is 120 W (10 A) per 12V-aansluiting.
Het maximale vermogen voor de 230V-aansluiting
is 150 W.
N.B.
OVERZICHT EXTERIEUR
Handsfree achterklep - Als de achterbumper
bedekt is met een dikke laag ijs, sneeuw, vuil en
dergelijke, werkt het systeem mogelijk niet of
slechts in beperkte mate. Zorg daarom dat u het
gebied schoonhoudt.
De handsfree achterklep is verkrijgbaar in twee uitvoeringen:
• een uitvoering die handsfree te openen en sluiten is
• een uitvoering die alleen handsfree te ontgrendelen is (achterklep moet handmatig worden
geopend)
Let erop dat voor handsfree opening en sluiting
elektrische achterklepbediening* vereist is.
Let erop dat de functie mogelijk wordt geactiveerd
in een automatische wasstraat en dergelijke als de
transpondersleutel zich binnen bereik bevindt.
Maximale openingshoek programmeren - Om
oververhitting tegen te gaan wordt het systeem na
langdurig en continu gebruik automatisch even uitgeschakeld. Zo'n 2 minuten later is het systeem
weer klaar voor gebruik.
De transpondersleutelfuncties kunnen hinder
ondervinden van elektromagnetische velden en
afschermingen. Bewaar de transpondersleutel niet
te dicht in de buurt van metalen voorwerpen of
elektronische apparaten zoals mobiele telefoons,
tablets, laptops of laders – op een afstand kleiner
dan 10–15 cm (4–6 inch).
Preconditioning - Houd de portieren en ruiten van
de auto dicht bij het gebruik van de preconditioning.
AANSLUITINGEN
Bij gebruik van internet vindt gegevensuitwisseling
(dataverkeer) plaats, waarvoor mogelijk extra kosten
in rekening worden gebracht. Activering van dataroaming en Wi-Fi-hotspots kan extra kosten met
zich meebrengen. Informeer bij uw provider naar de
kosten voor dataverkeer. Let bij het downloaden via
een telefoon extra goed op eventuele kosten voor
dataverkeer.
Het downloaden van data kan van invloed zijn op
andere diensten die gebruikmaken van gegevensuitwisseling, zoals de internetradio. Als u deze
invloed op andere diensten als hinderlijk ervaart,
kunt u het downloaden annuleren. Het is ook
OVERZICHT INTERIEUR
Tijdens een koude start kan bij bepaalde motorty- mogelijk om andere diensten te annuleren of tijdepen het stationaire toerental duidelijk hoger zijn dan lijk te onderbreken. Let bij het downloaden via een
telefoon extra goed op eventuele kosten voor datanormaal. Dit gebeurt om het uitlaatgasreinigingsverkeer.
systeem zo snel mogelijk op de normale bedrijfstemperatuur te krijgen waardoor de uitlaatgasemis- Update – Bij een update van het besturingssyssies afnemen en het milieu wordt ontzien.
teem van de telefoon wordt de Bluetooth-verbinding mogelijk verbroken. Verwijder de telefoon dan
Head-updisplay* – Bij activering van een City
uit de auto en breng een nieuwe koppeling tot
Safety-functie maakt de informatie op het headstand.
updisplay plaats voor een grafische voorstelling
voor City Safety. Deze grafische voorstelling verVERBONDEN APPARATEN GEBRUIKEN
schijnt ook als het head-updisplay is uitgeschakeld Apple CarPlay en Android Auto - Volvo is niet
Bij het gebruik van bijv. een polaroidbril, een zithou- verantwoordelijk voor de inhoud van de CarPlay- of
ding waarbij u niet goed in het midden van de stoel Android Auto-app.
zit, voorwerpen op het dekglas van de displaymodule, ongunstige lichtomstandigheden is de informatie op het head-updisplay mogelijk minder goed
zichtbaar voor de bestuurder. Bepaalde gezichtsafwijkingen kunnen bij gebruik van het head-updisplay aanleiding geven tot hoofdpijn en vermoeide
ogen.
STUURWIEL
Boordcomputer – als u net van rijstijl bent veranderd, zijn bepaalde afwijkingen bij het berekenen
van afstand mogelijk.
KLIMAATREGELING
Het is niet mogelijk om de verwarming/koeling te
versnellen door een hogere/lagere temperatuur te
kiezen dan de gewenste.
06
TP 27718 (Dutch), AT 1846, MY19, Copyright © 2000-2018 Volvo Car Corporation
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising