Volvo | V60 Twin Engine | Quick Guide | Volvo V60 Twin Engine 2018 Quick Guide

Volvo V60 Twin Engine 2018 Quick Guide
QUICK GUIDE
GEFELICITEERD MET UW NIEUWE VOLVO!
Deze folder bevat slechts een greep uit de meest gebruikelijke autofuncties. In de gebruikershandleiding
en overige handleidingen vindt u alle veiligheidsinstructies en alle teksten onder de kopjes Waarschuwing,
Belangrijk en NB.
De volgende symbolen betekenen:
Verwijst naar onderdelen op overzichtsfiguren.
Stapsgewijze instructies.
Extra belangrijk om de gebruikershandleiding door te nemen.
Op de laatste pagina staan de teksten onder Waarschuwing, Belangrijk en NB die u moet
doornemen.
Opties staan aangegeven met een sterretje *.
De gebruikershandleiding is mogelijk verkrijgbaar in een gedrukte versie en een digitale versie op het display
in de auto, op internet en als mobiele app. De mobiele app bevat de complete gebruikershandleiding plus
instructievideo's en biedt meerdere zoekmethoden met teksten en afbeeldingen. U kunt de mobiele app via App
Store of Google Play downloaden naar mobiele eenheden.
Lees bovendien meer over uw auto op www.volvocars.com.
01 Uw hybride
05 Functies van uw auto
Rijmodus
Opladen
Preconditioning
Mobiele app
Bediening klimaatregeling
Verlichtingsbediening
Instrumentenpaneel
Infotainmentsysteem
Telefoon*
Internet*
Externe geluidsbron
Knoppen op middenconsole
Instellingen in menusysteem
Garage/serviceafspraak*
02 Starten en wegrijden
Transpondersleutel
Keyless* vergrendelingssysteem
Motor starten en afzetten
Parkeerrem
Ruitenwissers
06 Tips
03 Rijhulp
Voetgangersdetectie*
04 Bestuurdersmilieu
Stuur instellen
Stoel instellen
Tanken
Autoverzorging
Opbergmogelijkheden
AUX/USB*- en 12V-aansluitingen
Uit welke rijmodi kan ik kiezen?
01
De auto wordt aangedreven met twee motoren – een
elektromotor en een dieselmotor. U hebt de keuze uit
verschillende rijmodi. U kunt geen ‘verkeerde’ rijmodus
kiezen – de auto neemt de HYBRID-modus weer in, als
niet aan alle voorwaarden voor een andere modus is
voldaan. Het lampje in de knop Hybrid gaat dan branden.
HYBRID
Dit is de vooringestelde rijmodus. Beide motoren
worden gebruikt: apart of allebei tegelijk. Een
computer bepaalt wat in een bepaalde situatie het
beste is.
PURE
De auto wordt aangedreven door de elektromotor.
De airconditioning is uitgeschakeld voor de grootst
mogelijke actieradius.
De dieselmotor start automatisch, wanneer u meer
vermogen nodig hebt dan de elektrische motor
kan leveren. De dieselmotor wordt zo nodig ook
gebruikt om vierwielaandrijving mogelijk te maken,
bijvoorbeeld tijdens het wegrijden en bij gladheid.
POWER
Levert optimale respons en prestaties doordat de
elektrische motor en de dieselmotor continu allebei
werken. Bij actief rijden worden zoveel mogelijk
lagere versnellingen aangehouden, wat inhoudt dat
er minder snel wordt opgeschakeld.
AWD
Vierwielaandrijving wordt geactiveerd. Voornamelijk
bedoeld voor gebruik op lage snelheden bij gladheid
om de grip en rijeigenschappen te verbeteren. De
rijmodus werkt ook op hoge snelheden stabiliserend.
SAVE
Om de actuele ladingstoestand van de accu in
stand te houden voor later gebruik. Bij een lage
ladingstoestand wordt de accu opgeladen tot een
niveau waarbij u circa 20 km op de elektrische motor
kunt rijden. PURE kiezen, wanneer u op elektriciteit
wilt rijden.
Waar ligt de laadkabel?
01
De laadkabel zit in de opbergruimte onder de laadvloer in
de bagageruimte.
Hoe open en sluit ik de klep van de
laadaansluiting?
01
Lichtjes tegen de achterkant van de klep duwen en
loslaten.
Klep openen.
Afdekking van de laadaansluiting lostrekken en
ophangen aan de binnenkant van de klep.
Klep van de laadaansluiting in omgekeerde volgorde
sluiten.
Hoe werkt de regeleenheid van de laadkabel? 01
Brandend symbool: Geeft de ingestelde laadstroom
aan.
Brandend symbool: Kabel aangesloten op 230 V.
Laadstroom verhogen.
Laadstroom verlagen.
Brandend symbool: Kabel aangesloten op de auto.
Hoe start ik de oplading?
01
Laadkabel aansluiten op het 230V-stopcontact.
Laadstroom verhogen/verlagen via regeleenheid.
Dit is van invloed op de laadtijd en de preconditioning.
Laadkabel op de auto aansluiten – de kabel in de
laadaansluiting wordt automatisch vergrendeld.
Bij het indrukken van de knop voor Approach-verlichting
op de transpondersleutel verschijnt de resterende laadtijd
op het instrumentenpaneel. De laadstatus is af te lezen aan
de lampjes rond de laadaansluiting op de auto en via de
mobiele app Volvo On Call*.
Approach-verlichting moet zijn ingeschakeld in
MY CAR – zie gebruikershandleiding.
Hoe beëindig ik de oplading?
01
Auto ontgrendelen met de ontgrendelingsknop op
de transpondersleutel.
Laadkabel loskoppelen bij de auto.
Laadkabel loskoppelen bij het 230V-stopcontact.
Laadkabel terugplaatsen in het opbergvak onder de
vloer van de bagageruimte.
Als u de laadkabel na ontgrendeling niet losneemt uit
de laadaansluiting, wordt de laadkabel na enige tijd
automatisch opnieuw vergrendeld. Ontgrendelen met de
ontgrendelingsknop op de transpondersleutel.
Wat geven de lampjes van de laadaansluiting
aan?
Continu wit: Hulpverlichting
Continu oranje: Stand-bystand
Snelle groene knipperingen: Opladen van slecht
geladen accu
Langzame groene knipperingen: Opladen van goed
geladen accu
Constant groen of gedoofd: Oplading gereed
Blauw: Timer ingeschakeld
Rood: Storing
01
Hoe activeer ik de preconditioning?
01
De preconditioning dient om de passagiersruimte
voor aanvang van de rit te verwarmen/koelen en is
rechtstreeks te activeren via het instrumentenpaneel, de
transpondersleutel* of via de mobiele app Volvo On Call*.
De functie dient ook om de elektrische aandrijving van de
auto voor aanvang van de rit te optimaliseren.
Activeren via instrumentenpaneel:
Op OK op de linker stuurhendel drukken.
Aan het duimwiel* draaien totdat Voorconditionering
verschijnt en op OK drukken.
Kiezen uit Directe start, Timer, Buiten park. of
Binn. parkeren (alleen te activeren als de auto met
de laadkabel wordt opgeladen). Uw keuze bevestigen
met OK.
Activeren via transpondersleutel*:
–– De Approach-verlichtingsknop
zo'n 2 seconden
indrukken. De richtingaanwijzers van de auto lichten
5 keer kort op om vervolgens continu te blijven
branden, als de preconditioning actief is.
Status controleren via de transpondersleutel* (zie
afbeelding):
–– De informatieknop zo'n 2 seconden indrukken. Het
rode controlelampje licht 5 keer kort op om vervolgens
continu te blijven branden, wanneer de preconditioning
actief is. De controle werkt alleen, wanneer u
gsm-bereik hebt of een internetverbinding.
Voor meer informatie over activering via de app –
zie Volvo On Call* in de gebruikershandleiding.
Wat kan ik met de app Volvo On Call* doen?
01
De applicatie Volvo On Call is overal en altijd te gebruiken.
Met één druk op een knop kunt u via de mobiele eenheid
onder meer de auto opsporen en op afstand vergrendelen,
bepaalde meterstanden en de ladingstoestand
controleren en de preconditioning instellen.
De applicatie wordt continu bijgewerkt. Voor meer
informatie – zie Volvo On Call* in de gebruikershandleiding.
Hoe werkt de transpondersleutel?
02
Portieren en achterklep ontgrendelen en alarm
deactiveren. Instellingen zijn te verrichten in MY CAR.
Portieren en achterklep vergrendelen en alarm
activeren.
Approach-verlichting.
Ontgrendelt alleen de achterklep en deactiveert de
alarmfunctie voor de achterklep.
Informatie*.
Paniekfunctie.
In de transpondersleutel zijn instellingen op te slaan
voor onder meer de buitenspiegels en de
elektrisch bedienbare bestuurdersstoel* – zie
gebruikershandleiding.
Wat geven de controlelampjes* op de
transpondersleutel aan?
02
Continu groen licht: De auto is vergrendeld.
Continu oranje licht: De auto is onvergrendeld.
Continu rood licht: Het alarm is afgegaan na
vergrendeling van de auto.
De beide rode controlelampjes lichten beurtelings
rood op: Het alarm is minder dan 5 minuten geleden
afgegaan.
Hoe werkt het Keyless* vergrendelingssysteem? 02
U kunt de transpondersleutel in bijvoorbeeld de binnenzak
laten liggen.
Vergrendelen en alarm inschakelen
–– Achterkant van een van de buitenste
portierhandgrepen aanraken of lichtjes op de kleinste
van de beide met rubber beklede knoppen op de
achterklep drukken.
Ontgrendelen en alarm uitschakelen
–– Portierhandgreep beetpakken en het portier op de
gebruikelijke manier openen of lichtjes op de grote van
de beide met rubber beklede knoppen op de
achterklep drukken.
Hoe start ik de motor?
02
Zorg dat u de laadkabel hebt losgekoppeld, voordat u de
auto start.
Transpondersleutel in het contactslot steken (geldt
niet bij Keyless Drive*).
Rempedaal bedienen.
Knop START/STOP ENGINE kort indrukken en
loslaten. De auto is ingeschakeld, wanneer de cijfers
op de snelheidsmeter of toerenteller en de andere
meters oplichten.
Hoe zet ik de motor af?
02
Knop START/STOP ENGINE kort indrukken – de
motor slaat af. De auto is afgezet, wanneer de cijfers
op de snelheidsmeter of toerenteller en de andere
meters zijn gedoofd.
Transpondersleutel uit het contactslot nemen (geldt
niet bij Keyless Drive*).
Hoe gebruik ik de parkeerrem?
02
Activeren
–– Op de handgreep PUSH LOCK/PULL RELEASE
drukken – het symbool op het instrumentenpaneel
gaat knipperen. Wanneer het symbool continu brandt,
is de parkeerrem geactiveerd.
Uitschakelen
Rempedaal bedienen.
Aan de handgreep PUSH/PULL RELEASE trekken.
Automatisch uitschakelen
–– Wegrijden (bij auto's met automatische versnellingsbak
dient de bestuurder de veiligheidsgordel te dragen).
Hoe schakel ik de ruitenwissers en
regensensor* van de voorruit in?
02
Hendel omlaaghalen om de ruitenwissers van de voorruit
in te schakelen of omhoog voor één enkele wisslag.
Regensensor Aan/Uit.
Gevoeligheid sensor of duur intervalfunctie instellen.
Wisser achterruit – intervalfunctie/normale functie.
Om de wisserbladen te kunnen optillen moeten deze
in de servicestand staan – zie gebruikershandleiding.
Hoe werkt de voetgangersdetectie*?
03
De auto heeft Collision Warning met Auto-Brake en
fietsers- & voetgangersdetectie dat kan waarschuwen
voor voertuigen, fietsers en voetgangers en ervoor kan
(af-)remmen.
Het systeem is slechts een hulpmiddel en werkt niet in
alle situaties – zo heeft het moeite met fietsers die van
opzij komen en voetgangers die een lengte kleiner dan
80 cm hebben of gedeeltelijk zichtbaar zijn.
Het is belangrijk dat u deze functie begrijpt – zie
gebruikershandleiding.
Hoe stel ik het stuur in?
Stuurwielvergrendeling opheffen.
Stuur vooruit/achteruit en omhoog/omlaag.
Stuurwiel vergrendelen.
04
Hoe stel ik de stoel in?
04
Voorkant zitgedeelte omhoog/omlaag.
Stoel omhoog/omlaag.
Stoel vooruit/achteruit.
Rugleuning kantelen.
Lendensteun aanpassen*.
Instellingen voor elektrisch bedienbare stoel* opslaan.
Geheugentoetsen voor elektrisch bedienbare
bestuurdersstoel*.
Instelling opslaan:
Knop voor vastlegging van de instelling ingedrukt houden,
terwijl u op de geheugenknop van uw keuze drukt. Knop
ingedrukt houden, totdat er een signaal klinkt en een tekst
op het instrumentenpaneel verschijnt. Opgeslagen worden
de standen van zowel de stoel als de buitenspiegels. De
stand van de lendensteun wordt niet opgeslagen.
De standen van de buitenspiegels en de
geheugeninstellingen voor de elektrische
bedienbare stoel (behalve de stand van
de lendensteun) zijn ook op te slaan in de
transpondersleutel* – zie gebruikershandleiding.
Hoe regel ik de temperatuur?
05
Eraan draaien voor onafhankelijke
temperatuurinstelling links/rechts in passagiersruimte.
Op het display verschijnt de gekozen temperatuur.
Op AUTO drukken voor automatische regeling van de
luchtverdeling en de overige functies. Op het display
staat AUTO-KLIMAAT.
Tips: Houd voor een zo comfortabel mogelijk klimaat de
AUTO-stand aan. Bij regeling van de ventilatorsnelheid en
de luchtverdeling wordt de AUTO-stand gedeactiveerd.
Hoe ontdooi ik de voorruit?
05
Eenmaal indrukken om lucht naar de ruiten te
sturen – het lampje in de ontwasemingsknop brandt.
Nogmaals indrukken om de functie uit te schakelen –
het lampje brandt niet.
Hoe werkt de AUTO-stand van de
verlichtingsbediening?
05
De stand AUTO biedt de volgende alternatieven:
• De rijverlichting schakelt automatisch tussen dagrijlicht
en dimlicht.
• Het groot licht wordt mogelijk ingeschakeld, wanneer u
het dimlicht voert.
• Automatisch groot licht (AHB)* – dat
automatisch schakelt tussen dimlicht en groot
licht of de grootlichtbundel aanpast op de
verkeersomstandigheden – kan worden gebruikt.
• De tunneldetectie* is geactiveerd.
Welke functies worden er op het
instrumentenpaneel weergegeven?
Hybride-accumeter verschijnt bij Hybrid-thema.
Wanneer de elektromotor vermogen genereert voor
de accu, verschijnen er “bellen”.
Actuele ladingstoestand.
Actieve rijmodus.
Het symbool gaat branden, wanneer de dieselmotor
loopt.
Hybridguide. Geeft de grens aan waarbij de
dieselmotor aan- of afslaat. Gaspedaalstand
(grote wijzer) in verhouding tot het beschikbare
elektromotorvermogen (kleine wijzer).
05
Hoe bedien ik de boordcomputer?
05
Op OK drukken om het instrumentenpaneelmenu te
openen en berichten of menu-opties te bevestigen.
Menu-opties of boordcomputeropties doorbladeren
met het duimwiel.
Met RESET gegevens in de actuele
boordcomputerfunctie op nul stellen of een stap terug
doen binnen het menusysteem.
Hoe zet ik de dagteller op nul?
05
Aan het duimwiel van de linker stuurhendel draaien
om de gewenste dagteller T1 of T2 te tonen.
Lang op de knop RESET drukken om de getoonde
dagteller op nul te stellen.
Hoe is het uiterlijk van het instrumentenpaneel
05
aan te passen?
Het instrumentenpaneel biedt de mogelijkheid om
verschillende thema's te kiezen, zoals Hybrid of Eco.
Om van thema te wisselen:
Op de knop OK van de linker stuurhendel drukken,
terwijl de auto loopt.
Aan het duimwiel van de hendel draaien om de
menuoptie Thema's te kiezen en vervolgens op OK
drukken.
Aan het duimwiel draaien om een thema te kiezen en
op OK drukken om uw keuze te bevestigen.
Het thema wordt vastgelegd in het
transpondersleutelgeheugen* – zie
gebruikershandleiding.
Hoe kan ik het Infotainmentsysteem in- en
uitschakelen?
05
Kort indrukken om de installatie in te schakelen.
Lang indrukken (totdat het scherm dooft) om uit te
schakelen.
Om het geluid te onderdrukken: Eenmaal kort indrukken –
tweemaal om het geluid opnieuw in te schakelen.
Let erop dat u tegelijkertijd het Sensus-systeem (incl.
navigatie-* en telefoonsysteem) in-/uitschakelt.
Hoe navigeer ik in het Infotainmentsysteem?
05
Op RADIO, MEDIA, MY CAR, NAV*, TEL* of
* drukken om een hoofdbron te kiezen. In deze
stand verschijnt de normaalweergave van de laatst
geactiveerde bron.
Op OK/MENU of op het duimwiel* op het stuur
drukken om het hoofdmenu van de gekozen bron te
openen.
Aan TUNE of aan het duimwiel draaien om te
navigeren binnen de menu’s.
Op OK/MENU of op het duimwiel drukken om een
keuze te maken binnen de menu’s.
Kort op EXIT drukken om een stap terug te doen
binnen het menusysteem, een functie te annuleren of
ingevoerde tekens te wissen.
Lang op de knop EXIT drukken om terug te
gaan naar de normaalweergave of van de
normaalweergave naar de hoofdbronweergave te
gaan.
Tips:
Om vanuit de normaalweergave naar het
snelkoppelingsmenu te gaan, kunt u eenmaal op de
hoofdbronknop drukken. Druk opnieuw om terug te gaan
naar de normaalweergave.
Voor meer informatie over de systeemfuncties – zie
gebruikershandleiding.
Hoe 'pair' ik een Bluetooth®-telefoon*?
05
In de normaalweergave van de telefoonbron op OK/
MENU drukken.
Auto herkenbaar maken kiezen en bevestigen met
OK/MENU.
Bluetooth® activeren op de mobiele telefoon. Auto
identificeren en deze aan de telefoon koppelen.
Aanwijzingen op de telefoon en het beeldscherm
volgen.
De telefoon is daarmee aangesloten op de auto en via de
auto te bedienen.
Bij een mislukte telefoonregistratie – zie
gebruikershandleiding.
Hoe maak ik verbinding met internet*?
05
Mobiele telefoon aansluiten via Bluetooth® of
“internet sharing”/“personal hotspot” op de telefoon
activeren voor Wi-Fi-aansluiting. Voor aansluiting via
automodem de simkaart in de simkaartlezer in het
dashboardkastje plaatsen.
In de normaalweergave van de MY CAR-bron
op OK/MENU drukken en Instellingen >
Internetinstellingen > Aansluiten via kiezen. Een
aansluitoptie kiezen.
Wi-Fi: aansluiten op een netwerk en het wachtwoord
invoeren. Automodem: pincode van de simkaart
aangeven.
Voor meer informatie over het aansluiten – zie
gebruikershandleiding.
Welke diensten biedt Volvo ID*?
05
Volvo ID is een persoonlijke ID die aan de auto gekoppeld
is, waarmee u onder meer toegang kunt krijgen tot een
persoonlijke website op volvocars.com en een adres vanuit
een online kaartdienst rechtstreeks naar de auto kunt
versturen.
Registreer of bewerk uw Volvo ID als volgt:
Tweemaal op de verbindingsknop drukken.
Apps > Instellingen kiezen en de aanwijzingen op
het scherm volgen-
Voor meer informatie over Volvo ID – zie
gebruikershandleiding.
Hoe kan ik apps gebruiken, wanneer de auto
een internetverbinding* heeft?
05
Wanneer de auto een internetverbinding heeft, kunt u
apps voor onder meer muziekdiensten, internetradio,
navigatiediensten en een vereenvoudigde internetbrowser
gebruiken.
Op de verbindingsknop drukken.
Apps kiezen en op OK/MENU drukken om de
beschikbare apps te zien.
Gewenste app kiezen en uw keuze bevestigen met
OK/MENU.
Voor bepaalde apps moet u mogelijk inloggen via een
aparte account. Gebruik een bestaande account of
registreer een nieuwe. Volg de aanwijzingen op het
scherm.
Hoe kan ik bellen*?
05
Gewenste nummer in de normaalweergave van de
telefoonbron invoeren of het duimwiel op het stuur
omlaagdraaien om het telefoonboek te openen en
omhoogdraaien om de gesprekslijst te openen.
Op het duimwiel drukken om te bellen.
Gesprek beëindigen met een druk op EXIT.
Voor meer manieren om met de telefoon te bellen –
zie gebruikershandleiding.
Hoe kan ik de telefoon beantwoorden*?
–– Op duimwiel drukken om inkomende gesprekken te
beantwoorden.
Gesprek weigeren/beëindigen met een druk op EXIT.
Voor meer manieren om de telefoon te
beantwoorden – zie gebruikershandleiding.
05
Hoe sluit ik een externe geluidsbron aan?
05
Externe eenheid aansluiten via de AUX- of USB*aansluitingen in het opbergvak in de middenconsole.
In de normaalweergave van de mediabron op MEDIA
op de middenconsole drukken.
TUNE naar de gewenste geluidsbron draaien en op
OK/MENU drukken.
Voor andere aansluitingen van een externe
eenheid – zie gebruikershandleiding.
Hoe sla ik radiozenders op in de voorkeurslijst? 05
U kunt per frequentieband (bijvoorbeeld FM)
10 voorkeurzenders vastleggen.
Afstemmen op een zender.
Een van de sneltoetsen enkele seconden ingedrukt
houden. Het geluid verdwijnt zolang, maar keert terug
wanneer de zender opgeslagen is.
De sneltoets is vervolgens te gebruiken.
Voor het instellen van radiozenders – zie
gebruikershandleiding.
Hoe geef ik een gps*-bestemming aan?
05
Op NAV drukken om het navigatiesysteem* in te
schakelen – er verschijnt een kaart.
Opnieuw op NAV drukken en Adres instellen kiezen
met OK/MENU.
Eén of meer zoekcriteria aangeven met behulp van
het schrijfwiel of via de numerieke toetsenset op de
middenconsole.
Vervolgens kiezen uit Eén bestemming inst. of
Toevoegen als routepunt en op OK/MENU
drukken.
Voor meer informatie en marktafwijkingen met betrekking
tot navigatie – zie de gebruikershandleiding.
Welke instellingen zijn mogelijk in het
menusysteem?
05
In MY CAR zijn tal van autofuncties te regelen, zoals
de instellingen voor het klok, de buitenspiegels en
vergrendelingen. Rijstatistiek en energiestromen zijn
tevens grafisch weer te geven. In de normaalweergave
van de MY CAR-bron op OK/MENU drukken en Hybrid
kiezen.
• Rijmodi: Hier vindt u een toelichting bij de
verschillende rijmodi van de auto.
• Milieutips: Hier vindt u tips, adviezen en een
beschrijving van wat zuinig rijden inhoudt.
• Stroomtoevoer: Geeft aan welke motor de auto
aandrijft en de richting van de stroom.
Hoe stel ik de klok in?
05
In de normaalweergave van de MY CAR-bron op OK/
MENU drukken.
Achtereenvolgens kiezen voor Instellingen >
Systeemopties > Tijdsinstellingen.
Aan TUNE draaien tot Tijd automatisch verschijnt
en op OK/MENU drukken om de automatische
klokinstelling te activeren.
Voor de juiste tijdsaanduiding is het zaak de juiste locatie
te kiezen.
Hoe bel ik mijn garage of maak ik een
afspraak voor onderhoud*?
05
–– In de normaalweergave van de MY CAR-bron op OK/
MENU drukken en Service & reparatie kiezen.
Onder Service & reparatie vindt u informatie over de
garage die u via volvocars.com hebt gekozen. Onder
Dealerinformatie hebt u de mogelijkheid om de garage
te bellen en een afspraak aan te vragen. Hier kunt u ook
de garage-informatie bijwerken en de garage opgeven als
bestemming.
Geldt alleen voor bepaalde markten.
Hoe tank ik?
06
–– Op de knop op het verlichtingspaneel drukken om de
tankvulklep te ontgrendelen – bij het loslaten van de
knop wordt de klep geopend.
De pijl van het symbool op het instrumentenpaneel geeft
de kant aan waar de tankvulklep zit.
Hoe moet ik de auto wassen?
06
Voor de lak is het beter om de auto met de hand te
wassen dan in een automatische wasstraat. Een nieuwe
laklaag is bovendien kwetsbaarder dan een oude laag.
U wordt daarom geadviseerd de eerste maanden na
aankoop van een nieuwe auto deze alleen met de hand te
wassen.
Schoon water en een spons gebruiken. Erop letten dat vuil
en zand krassen op de lak kunnen veroorzaken.
Hoe moet ik leren bekleding* reinigen?
06
Voor het behoud van het uiterlijk van leer is regelmatige
leerverzorging vereist. Daarom is het zaak om leren
bekleding één tot vier keer per jaar te behandelen met
de Volvo Leather Care-kit. Neem lichtgekleurde leren
bekleding bij voorkeur eenmaal per week af met een
vochtige doek. De Volvo Leather Care-kit is te verkrijgen
bij de Volvo-dealer.
Waar zitten de opbergmogelijkheden?
06
Hier ziet u enkele van de opbergmogelijkheden van de
auto.
In de gebruikershandleiding staan meer
opbergmogelijkheden.
Waar zitten de AUX/USB*- en
12V-aansluitingen?
06
De 12V-aansluitingen in de middenconsole zijn alleen te
gebruiken met de transpondersleutel in sleutelstand I of
hoger. Via de 12V-aansluitingen* in de bagageruimte is
altijd stroom af te nemen.
Hoe werkt de regeleenheid van de laadkabel*?
Gebruik nooit een verlengkabel. Laad de auto alleen op aan geaard 230V-contact. De aardlekschakelaar in de regeleenheid van de
laadkabel zorgt voor beveiliging van de auto, maar er bestaat mogelijk gevaar voor overbelasting op het 230V-net.
Hoe start ik de oplading?
Controleer of het 230V-stopcontact zich leent voor het opladen van een elektrisch voertuig. De regeleenheid van de laadkabel past de
laadstroom (6–16 A, afhankelijk van de markt) aan om overbelasting van het 230V-stopcontact tegen te gaan.
Hoe activeer ik de preconditioning?
Bij Buiten park. produceert de verwarming op brandstof uitlaatgassen, maar niet bij Binn. parkeren, omdat dan de verwarming op stroom
wordt geactiveerd. Volvo adviseert u om voor directe start van de preconditioning dit via de transpondersleutel of de mobiele telefoon te
doen.
Hoe werkt het Keyless* vergrendelingssysteem?
Het Keyless-systeem werkt mogelijk niet, wanneer u de portierhandgrepen met handschoenen aan bedient. Het Keyless-systeem
ondervindt mogelijk storingen door elektromagnetische velden en afschermingen. Leg/bewaar de transpondersleutel niet in de buurt van
een mobiele telefoon of metalen voorwerpen.
Hoe start ik de motor?
Na een koude start is het stationaire toerental verhoogd ongeacht buitentemperatuur. Het is onderdeel van Volvo's effectieve
uitlaatgasreinigingssysteem. Vanwege de voorgloeifunctie slaan bepaalde dieselmotoren bij een koude start wellicht later aan. Bij
motorstart in normale omstandigheden wordt doorgaans de elektrische aandrijving gebruikt. De dieselmotor blijft uitgeschakeld. In
bepaalde gevallen slaat echter de dieselmotor aan, zoals mogelijk het geval is bij een lage omgevingstemperatuur of als de hybride-accu
moet worden opgeladen.
Hoe werkt de voetgangersdetectie*?
Het systeem kan niet altijd alle voetgangers detecteren en heeft bijvoorbeeld moeite met slechts gedeeltelijk zichtbare voetgangers,
voetgangers die gekleed gaan in kleding die de lichaamscontouren verhult of voetgangers met een lengte tot korter dan 80 cm. Het
systeem detecteert niet alle fietsers en heeft bijvoorbeeld moeite met slechts gedeeltelijk zichtbare fietsers, fietsers die gekleed gaan
in kleding die de lichaamscontouren verhult of fietsers die van de zijkant komen. U bent er altijd zelf verantwoordelijk voor dat u de auto
correct bestuurt en voldoende afstand houdt, rekening houdend met de rijsnelheid.
Hoe stel ik het stuur in?
Het stuurwiel (na instelling van de bestuurdersstoel) instellen vóórdat u wegrijdt – nooit tijdens het rijden.
Hoe stel ik de stoel in?
Bestuurdersstoel instellen vóórdat u wegrijdt – nooit tijdens het rijden. Controleer of de stoel vergrendeld staat om letsel te voorkomen bij
hard afremmen of een aanrijding.
Hoe maak ik verbinding met internet*?
Bij gebruik van internet vindt gegevensuitwisseling (dataverkeer) plaats, waarvoor mogelijk extra kosten in rekening worden gebracht.
Activering van dataroaming kan extra kosten met zich meebrengen. Informeer bij uw provider naar de kosten voor dataverkeer. Om iedere
keer dat u de auto start niet telkens de pincode te hoeven invoeren kunt u de pincodebeveiliging uitschakelen door onder de optie
Automodem SIM-kaart blokkeren uit te vinken. Verbinden via wifi: Let erop dat sommige telefoons de internetverbinding verbreken,
wanneer de verbinding met de auto is verbroken. In dat geval moet u bij een volgend gebruik van de telefoon de “internet sharing” opnieuw
activeren.
Waar zitten de AUX/USB*- en 12V-aansluitingen?
U kunt maximaal 10 A (120 W) via de 12V-aansluiting afnemen bij gebruik van één aansluiting in de tunnelconsole tegelijk. Bij gelijktijdig
gebruik van beide aansluitingen in de tunnelconsole geldt een waarde van 7,5 A (90 W) per aansluiting. U kunt maximaal 10 A (120 W)
afnemen via de 12V-aansluiting in de bagageruimte.
Lees meer over uw auto op www.volvocars.com.
TP 24368 (Dutch) AT 1717, MY18. Copyright © 2000-2017 Volvo Car Corporation
Hoe moet ik leren bekleding* reinigen?
Sommige geverfde kledingstukken (zoals spijkerbroeken en suède kleding) kunnen afgeven en voor vlekken op de bekleding zorgen.
Gebruik nooit sterke oplosmiddelen, omdat die de bekleding mogelijk beschadigen.
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising