Volvo | XC90 | Quick Guide | Volvo XC90 2008 Quick Guide

Volvo XC90 2008 Quick Guide
VOLVO XC90
quick guide
gefelICITeeRd MeT de AAnkOOP VAn Uw
nIeUwe VOlVO!
Het is altijd spannend een nieuwe auto te leren kennen.
Neem deze Quick Guide door om nog meer plezier te hebben van uw
nieuwe Volvo. Gedetailleerde informatie vindt u in het instructieboekje.
Waarschuwingsteksten en andere belangrijke informatie staan alleen in
het instructieboekje, niet in deze folder. Het instructieboekje bevat de
recentste gegevens.
Opties staan aangegeven met een sterretje (*).
SleUTel en AfSTAndSBedIenIng
Vergrendelt portieren, tankvul/achterklep en activeert het alarm*.
Ontgrendelt portieren alsmede
tankvul-/achterklep en deactiveert
het alarm1.
Ontgrendelt achterklep. (Klep wordt
niet geopend.)
Activeert 30 seconden2 lang de
verlichting van de buitenspiegels*,
het interieur, de voetruimte en de
kentekenplaat. Richtingaanwijzers
en stadslichten vóór/achterlichten
branden.
“Paniek”-toets, in een noodsituatie de toets ca. 3 seconden lang
ingedrukt houden om het alarm te
laten afgaan. Het alarm uitschakelen
met UnlOCk.
SeRVICeSleUTel*
Past alleen op bestuurdersportier, contact- en
stuurslot.
1. Als geen van de portieren noch de achterklep binnen
2 minuten na ontgrendeling wordt geopend, worden deze na
enige tijd automatisch opnieuw vergrendeld.
2. De tijd is in te stellen op 30, 60 of 90 seconden (zie instructieboekje).
kOUde START
n.B.
Om te zorgen dat de emissieregeling snel
op temperatuur komt, is het mogelijk dat de
motor korte tijd iets hogere stationaire toeren
maakt.
AUTOSTART (Alleen 3.2 en V8)
De contactsleutel/startknop naar stand III
draaien en loslaten. De motor start automatisch.
Een dieselmotor altijd laten voorgloeien in
stand II voordat u de motor start.
RUITenwISSeRS en RegenSenSOR*
#
enkele wisslag
0
Uit
C
0
%
Intervalstand wissers, voor instellen
aan (2) draaien.
normale snelheid
F
Hoge snelheid
G
Ruiten- en koplampsproeiers
1
H
Ruitensproeier achterklep
2
$
3
Ruitenwisser achterklep intervalstand/normale stand
D
G
E
F
Activeert regensensor, stand d–f
deactiveert regensensor.
gevoeligheid instellen met duimwiel.
displaysymbool bij regensensor aan.
VeRlICHTIngSBedIenIng
Automatisch dimlicht en grootlichtsignalen. Het is niet mogelijk het groot
licht te voeren.
Stadslichten voor/achterlichten
dimlicht, het dimlicht dooft bij het
afzetten van de motor. Het is mogelijk
het groot licht te voeren.
koplamphoogteverstelling, automatisch voor Bi-Xenonverlichting*
display- en instrumentenverlichting
Mistlampen, vóór
Mistachterlicht, (één lamp)
A
grootlichtsignalen
B
wisselen groot licht/dimlicht en
Approach-verlichting.
A
B
BedIenIngSPAneel OP BeSTUURdeRSPORTIeR
2
1
1
L R
Buitenspiegel instellen, op l of R
drukken. Instellen met hendeltje.
elektrisch bediende ruiten handmatig openen/sluiten
2
elektrisch bediende ruiten automatisch openen
2
Vergrendelt/ontgrendelt alle portieren, tankvul-/achterklep.
Sluit alle achterste zijruiten.
AUTOVeRZORgIng
Voor de lak is het beter om de auto met de
hand te wassen dan in een automatische
wasstraat. Een nieuwe laklaag is bovendien
kwetsbaarder dan een oude laag. U wordt
daarom geadviseerd de eerste maanden na
aankoop van een nieuwe auto deze alleen met
de hand te wassen.
Leren bekleding heeft regelmatige verzorging
nodig. Gebruik daarom een- à viermaal per
jaar (zo nodig vaker) een leerverzorgingsproduct. Leerverzorgingsproducten zijn verkrijgbaar bij de erkende Volvo-werkplaats.
AUdIOSYSTeeM
1 Aan/uit en volume, indrukken om aan/uit
te zetten. Omdraaien voor instellen
volume. Individueel vastgelegde volumestanden voor radio, TP, handsfree* en
RTI*.
RAdIO
5 Zenders automatisch vastleggen.
AUTO ca. 2 seconden indrukken. De
tien best doorkomende zenders worden
vastgelegd. Op 0–9 drukken om een van
de vastgelegde zenders te kiezen.
6 Automatisch/handmatig zenders zoeken
Kort indrukken om automatisch te zoeken.
Lang indrukken om handmatig te zoeken.
Bij lang indrukken van 0–9 worden gevonden zenders vastgelegd. Er kunnen
voor FM1/FM2 elk 10 zenders worden
vastgelegd.
2 geluidsweergave, indrukken om te kiezen uit BAS, Dolby II* of SUBWOOFER*.
Omdraaien om bij te regelen.
2 geluidsbron, omdraaien om te kiezen uit
fM1, fM2, AM, Cd of AUX1.
Cd-SPeleR
3 Andere cd2 ook met de toetsen 1–6 van
de toetsenset (5).
4 Cd uitwerpen. Bij kort indrukken wordt
alleen de beluisterde cd uitgeworpen. Bij
lang indrukken worden alle cd’s uitgeworpen2.
6 Andere track
1. AUX-ingang voor bijvoorbeeld mp3-speler.
2. Alleen cd-wisselaar*.
TAnken
RegeneRATIe (dIeSelMOdel)
Dieselmodellen zijn uitgerust met een
roetfilter, waardoor een nog efficiëntere
emissieregeling mogelijk is. Onder normale
rijomstandigheden blijven de roetdeeltjes
uit de uitlaatgassen in het filter achter. Om
de roetdeeltjes te verbranden en het filter
te legen wordt een zogeheten regeneratie
gestart. Tijdens de regeneratie ligt het motorvermogen mogelijk iets lager.
Tankdop ophangen tijdens het tanken.
elekTROnISCHe klIMAATRegelIng, eCC*
AUTOMATISCHe RegelIng
HAndMATIge RegelIng
In de stand AUTO regelt het ECC-systeem
automatisch alle functies voor een groter bedieningsgemak en optimale luchtkwaliteit.
Ventilatorsnelheid
1 Temperatuur
Ontwaseming om de voorruit en zijruiten snel van condens te ontdoen.
Interior Air Quality System aan, druk
op AUT. Recirculatie aan, druk op
MAn.
Airconditioning aan/uit.
Knop naar gewenste temperatuurstand
draaien.
2 Automatische functie
Op AUTO drukken om de ingestelde temperatuur en de overige functies automatisch te laten regelen.
luchtverdeling
elektrische verwarming achterruit en buitenspiegels. Automatisch
uitschakelen1
1. Achterruit 12 minuten. Spiegels 6 minuten.
PACOS*, PASSAgIeRSAIRBAg UITSCHAkelen
PACOS (Passenger Airbag Cut Off Switch)
Contactsleutel gebruiken voor omzetten
On/Off.
Off: Airbag gedeactiveerd.
Het waarschuwingslampje PASS AIRBAg Off
boven de achteruitkijkspiegel brandt.
Kinderen op een comfortkussen of in een
kinderzitje mogen op de voorstoel zitten, maar
nooit passagiers groter dan 1,40 m.
wAARSCHUwIng
Onoordeelkundig gebruik kan levensgevaarlijke situaties opleveren. Bij twijfel over het
juiste gebruik het instructieboekje raadplegen.
On: Airbag geactiveerd.
Passagiers groter dan 1,40 m mogen op de
voorstoel zitten, maar nooit kinderen op een
comfortkussen of in een kinderzitje.
BOORdCOMPUTeR en dAgTelleR
7
6
BRAndSTOf
BOORdCOMPUTeR
6 Brandstofmeter
7 laag brandstofpeil
8
9
10
1 display boordcomputer, boordcomputer
instellen met (9).
8 Indrukkenom een melding te verwijderen.
9 Omdraaien om bijvoorbeeld KILOMETER
TOT LEGE TANK op display (1) weer te
geven.
10 Actuele functie resetten.
Het lampje brandt, wanneer er nog 8 liter
benzine (7 liter dieselolie) in de tank zit.
dAgTelleRS
3 Op het display staan twee verschillende
dagtellers, T1 & T2.
2 wisselen tussen T1 & T2 door kort indrukken. Lang indrukken om actuele teller
te resetten.
klOk
5 Tot aanslag omdraaien en in deze stand
vasthouden om klok (4) in te stellen.
BelAngRIjk
Bereik tot lege tank is een schatting van de
actieradius op basis van eerdere rijomstandigheden.
COnTROle- en wAARSCHUwIngSlAMPjeS
Melding informatiedisplay lezen
Auto op veilige wijze tot stilstand
brengen, storing verhelpen aan de
hand van displaymelding.
lage oliedruk, auto op veilige wijze
tot stilstand brengen. Oliepeil controleren1.
1. Auto laten bergen als het lampje blijft branden.
fout in remsysteem, auto op veilige
wijze tot stilstand brengen. Remvloeistof controleren1.
Stabiliteitssysteem dSTC*, knippert bij actief systeem.
RICHTIngAAnwIjZeRS
STUURwIel InSTellen
A. Korte signalen, drie knipperlichtsignalen.
B. Onafgebroken serie knipperlichtsignalen.
wAARSCHUwIng! Stel het stuurwiel in,
voordat u gaat rijden. Doe dit nooit tijdens het
rijden.
BlIS, BlInd SPOT InfORMATIOn
SYSTeM*
eMeRgenCY BRAke ASSIST, eBA
Als het controlelampje voor BLIS soms
oplicht zonder dat u andere voertuigen in de
dode hoeken kunt waarnemen, betekent dit
niet dat het systeem een storing vertoont.
Bij een storing in het BLIS-systeem verschijnt op het display de melding
BlInde-HOekSYST. SeRVICe VeReIST.
Het EBA helpt de remkracht verhogen om
op die manier de remweg te verkorten. Wanneer het EBA geactiveerd wordt, zakt het
rempedaal iets verder omlaag dan normaal.
Bedien het rempedaal (houd het ingedrukt)
zolang dat nodig is. Zodra u het rempedaal
loslaat, worden de remmen volledig gelost.
RUggedeelTen ACHTeRBAnk OMklAPPen
Tweede zitrij zo ver mogelijk naar voren schuiven.
Tweede zitrij
De stoelen zo ver mogelijk naar achteren zetten
(alleen modellen met zeven zitplaatsen).
A. Handgreep optillen.
A. Lus uittrekken.
B. Zitgedeelte zo ver mogelijk naar achteren
duwen en verankeringsogen inklappen.
B. Hoofdsteun omlaagklappen.
C. Ruggedeelte vooroverklappen.
D. Ruggedeelte vooroverklappen en aanduwen
om het in neergeklapte stand te vergrendelen.
derde zitrij* (model met zeven zitplaatsen)
C. Pal vrijgeven.
Ook de passagiersstoel is omlaag te klappen.
Zie punt 6 onder Voorstoel instellen.
VOORSTOel InSTellen
+
-
1
2
3
4
5
6
lendensteun
Hellingshoek ruggedeelte
Stoel omhoog/omlaag
Voorkant zitting omhoog/omlaag
Vooruit/achteruit
Rugleuning passagiersstoel omklappen
OPBeRgMOgelIjkHeden, 12V-AAnSlUITIngen & AUX
De 12V-aansluitingen in de middenconsole
voor/achter werken wanneer het contactslot
in stand I of hoger staat.
De 12V-aansluiting rechts in de bagageruimte is altijd actief.
Met de AUX-ingang (achter aan onderkant
bedieningspaneel voor klimaatregeling) is het
mogelijk om muziek op bijvoorbeeld een mp3speler te beluisteren via het audiosysteem van
de auto.
BelAngRIjk
Bij gebruik van de 12V-aansluiting in de
bagageruimte met de motor afgezet kan de
accu uitgeput raken.
TP 9569 (Dutch). AT 0720. Printed in Sweden, Göteborg 2007. Copyright © 2000–2007 Volvo Car Corporation.
HOUdeR VOOR BOOdSCHAPPenTASSen
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising