Volvo | XC90 | Quick Guide | Volvo XC90 2007 Early Quick Guide

Volvo XC90 2007 Early Quick Guide
VOLVO XC90
QUICK GUIDE
GEFELICITEERD MET DE AANKOOP VAN UW
NIEUWE VOLVO!
Het is altijd spannend een nieuwe auto te leren kennen.
Neem deze Quick Guide door om nog meer plezier te hebben van uw nieuwe
Volvo. Gedetailleerde informatie vindt u in het instructieboekje.
Waarschuwingsteksten en andere belangrijke informatie staan alleen in het
instructieboekje, niet in deze folder. Het instructieboekje bevat de meest recente gegevens.
Opties staan aangegeven met een sterretje (*).
SLEUTEL EN AFSTANDSBEDIENING
LOCK Vergrendelt portieren, tankvul-/achterklep en activeert het alarm*.
UN- Ontgrendelt portieren, tankvul-/achterLOCK klep en deactiveert het alarm1.
Ontgrendelt achterklep. (Klep wordt
niet geopend.)
Activeert 30 seconden2 lang de verlichting van de buitenspiegels*, het interieur,
de voetruimte en de kentekenplaat.
Richtingaanwijzers en stadslichten vóór/
achterlichten branden.
SERVICESLEUTEL
Past alleen op bestuurdersportier, contact- en
stuurslot.
1. Als geen van de portieren noch het kofferdeksel binnen 2 minuten na ontgrendeling wordt geopend,
worden deze na enige tijd automatisch opnieuw vergrendeld.
2. De tijd is in te stellen op 30, 60 of 90 seconden (zie
instructieboekje).
KOUDE START
“Paniek”-toets. In een noodsituatie de
toets ca. 3 seconden lang ingedrukt
houden om het alarm te laten afgaan.
Het alarm uitschakelen met de toets
UN-LOCK.
AUTOSTART (alleen 3.2 en V8)
De contactsleutel/startknop naar stand III draaien en loslaten. De motor start automatisch.
N.B.
Om te zorgen dat de uitlaatgasreiniging snel
op temperatuur komt, is het mogelijk dat de
motor korte tijd iets hogere stationaire toeren
maakt.
Een dieselmotor altijd laten voorgloeien in
stand II voordat u de motor start.
INSTRUMENTENOVERZICHT
10
9
1 Bedieningspaneel bestuurdersportier,
6 Toetsenset* audiosysteem, telefoon*
centrale vergrendeling
2 Verlichting, loshandgreep parkeerrem
7 Interieurverlichting. Bediening schuifdak*
3 Boordcomputer, groot licht en richtinga-
8 Waarschuwingsknipperlichten
anwijzers
4 Cruise control
9 Motorkap, openingshandgreep
5 Instrumentenpaneel
10 Openingshandgreep portier
BEDIENINGSPANEEL OP BESTUURDERSPORTIER
2
L R
Buitenspiegel instellen, op L of R
drukken. Instellen met hendeltje.
1
1
2
2
Elektrisch bediende ruiten handmatig openen/sluiten
Elektrisch bediende ruiten automatisch openen
Vergrendelt/ontgrendelt alle portieren, tankvul-/achterklep.
Sluit alle achterste zijruiten.
s
ACTIVE BI-XENON LIGHTS, ABL*
Met ABL draaien de lichtbundels van de koplampen met het stuurwiel mee.
TANKEN
ABL deactiveren/activeren met een druk op de
knop. ABL is alleen actief wanneer de auto bij
donker rijdt.
REGENERATIE (DIESELMODEL)
Dieselmodellen zijn uitgerust met een roetfilter,
waardoor een nog efficiëntere uitlaatgasreiniging mogelijk is. Onder normale rijomstandigheden blijven de roetdeeltjes uit de
uitlaatgassen in het filter achter. Om de roetdeeltjes te verbranden en het filter te legen wordt
een zogeheten regeneratie gestart. Tijdens de
regeneratie ligt het motorvermogen mogelijk
iets lager.
Tankdop ophangen tijdens het tanken.
EMERGENCY BRAKE ASSIST, EBA
AUTOVERZORGING
Het EBA helpt de remkracht verhogen om op
die manier de remweg te verkorten. Wanneer
het EBA geactiveerd wordt, zakt het rempedaal
iets verder omlaag dan normaal. Bedien het
rempedaal (houd het ingedrukt) zolang dat nodig is. Zodra u het rempedaal loslaat, worden
de remmen volledig gelost.
Voor de lak is het beter om de auto met de
hand te wassen dan in een automatische
wasstraat. Een nieuwe laklaag is bovendien
kwetsbaarder dan een oude laag. U wordt
daarom geadviseerd de eerste maanden na
aankoop van een nieuwe auto deze alleen met
de hand te wassen.
AUDIOSYSTEEM
1 Aan/uit en volume. Indrukken om aan/uit te
zetten. Omdraaien om volume te regelen.
Volume individueel vastgelegd voor radio,
TP, telefoon* en RTI*.
2 Geluidsweergave. Indrukken om te kiezen
uit BAS, Dolby II* of SUBWOOFER*. Omdraaien om bij te regelen.
2 Geluidsbron. Omdraaien om te kiezen uit
FM1, FM2, AM, CD of AUX1.
RADIO
5 Zenders automatisch vastleggen.
Ca. 2 seconden op AUTO drukken. De tien
best doorkomende zenders worden vastgelegd. Op 0 –9 drukken om een zender te selecteren.
6 Automatisch/handmatig zenders zoeken
Kort indrukken om automatisch te zoeken.
Lang indrukken om handmatig te zoeken. Bij
lang indrukken van 0–9 worden gevonden
zenders vastgelegd. Er kunnen voor
FM1/FM2 elk 10 zenders worden vastgelegd.
CD-SPELER
3 Van cd wisselen2 (ook met de toetsen 1–6
van de toetsenset (5)).
4 Cd uitwerpen. Bij kort indrukken wordt alleen de beluisterde cd uitgeworpen. Bij lang
indrukken worden alle cd’s uitgeworpen2.
6 Van nummer wisselen
1. AUX-ingang voor bijv. mp3-speler.
2. Alleen cd-wisselaar*.
RUGGEDEELTEN ACHTERBANK OMKLAPPEN
Derde zitrij* (model met zeven zitplaatsen)
Tweede zitrij zo ver mogelijk naar voren schuiven.
A. Handgreep optillen.
B. Zitgedeelte zo ver mogelijk naar achteren
duwen en verankeringsogen inklappen.
C. Ruggedeelte vooroverklappen.
Tweede zitrij
De stoelen zo ver mogelijk naar achteren zetten
(alleen modellen met zeven zitplaatsen).
A. Lus uittrekken.
B. Hoofdsteun omlaagklappen.
C. Pal vrijgeven.
D. Ruggedeelte vooroverklappen en aanduwen
om het in neergeklapte stand te vergrendelen.
Ook de passagiersstoel voorin is omlaag te
klappen. Zie punt 6 onder Voorstoel instellen.
ELEKTRONISCHE KLIMAATREGELING, ECC*
AUTOMATISCHE REGELING
In de stand AUTO regelt het ECC-systeem automatisch alle functies voor een groter bedieningsgemak en optimale luchtkwaliteit.
HANDMATIGE REGELING
Ventilatorsnelheid
Luchtverdeling
1 Temperatuur
Ontwaseming om de voorruit en zijruiten snel van condens te ontdoen.
Knop naar gewenste temperatuurstand draaien.
Interior Air Quality System aan , druk
op AUT.
Recirculatie aan , druk op MAN.
2 Automatische functie
Op AUTO drukken om de
ingestelde temperatuur en de overige functies automatisch te laten regelen.
Airconditioning aan/uit.
Elektrische verwarming achterruit en
buitenspiegels.
Automatisch uitschakelen1.
1. Achterruit 12 minuten. Spiegels 6 minuten.
PACOS, PASSAGIERSAIRBAG UITSCHAKELEN*
PACOS (Passenger Airbag Cut Off Switch)
Contactsleutel gebruiken voor omzetten
ON/OFF.
ON: Airbag geactiveerd.
Passagiers groter dan 1,40 m mogen
op de voorstoel zitten, maar nooit
kinderen op een verhogingskussen
of in kinderzitje.
WAARSCHUWING
Onoordeelkundig gebruik kan levensgevaarlijke situaties opleveren. Bij twijfel over het
juiste gebruik het instructieboekje raadplegen.
OFF: Airbag gedeactiveerd . Het
waarschuwingslampje PASS AIRBAG OFF boven de achteruitkijkspiegel brandt.
Kinderen op een verhogingskussen of in een
kinderzitje mogen op de voorstoel zitten, maar
nooit passagiers groter dan 1,40 m.
DAGTELLERS EN BOORDCOMPUTER
7
6
BRANDSTOF
BOORDCOMPUTER
1 Display boordcomputer. Boordcomputer
instellen met (9).
6 Brandstofmeter
7 Laag brandstofpeil
Het lampje brandt, wanneer er nog 8 liter
benzine (7 liter dieselolie) in de tank zit.
8
9
10
8 Indrukken om een melding te verwijderen.
9 Omdraaien om bijv. BEREIK TOT LEGE
TANK op display (1) weer te geven.
DAGTELLERS
3 Op het display staan twee verschillende
dagtellers, T1 & T2.
2 Wisselen tussen T1 & T2 door kort indrukken. Lang indrukken om actuele teller te resetten.
10 Actuele functie resetten
KLOK
BELANGRIJK
Bereik tot lege tank is een schatting van de
actieradius op basis van eerdere rijomstandigheden.
5 Tot aanslag omdraaien en in deze stand
vasthouden om klok (4) in te stellen.
CONTROLE- EN WAARSCHUWINGSLAMPJES
Melding informatiedisplay lezen
Lage bandenspanning (TPMS)*.
Band oppompen.
Auto op veilige wijze tot stilstand
brengen. Storing verhelpen aan de
hand van displaymelding.
Fout in remsysteem . Auto op veilige
wijze tot stilstand brengen. Remvloeistof controleren1.
Stabiliteitssysteem DSTC . Knippert
bij actief systeem.
Lage oliedruk. Auto op veilige wijze
tot stilstand brengen. Oliepeil
controleren1.
1. Auto laten bergen als het lampje blijft branden.
VERLICHTINGSBEDIENING
Automatisch dimlicht. Grootlichtsignalen. Het is niet mogelijk het groot licht te
voeren.
Stadslichten voor/achterlichten
Dimlicht. Het dimlicht dooft bij het afzetten van de motor. Het is mogelijk het
groot licht te voeren.
Koplamphoogteverstelling (automatisch voor Bi-Xenonverlichting*)
Display- en instrumentenverlichting
Mistlampen vóór
Mistachterlicht (één lamp)
A
B
A
Grootlichtsignalen
B
Wisselen groot licht/dimlicht.
Approach-verlichting.
RICHTINGAANWIJZERS
STUURWIEL INSTELLEN
B
B
A
B
A
B
A. Korte serie, drie knippersignalen.
B. Onafgebroken serie knippersignalen.
WAARSCHUWING! Stel het stuurwiel in, voordat u gaat rijden. Doe dit nooit tijdens het rijden.
REGENSENSOR* EN RUITENWISSERS
RUITENWISSERS
C
0
#
0
D
G
E
$
F
%
Enkele wisslag
Uit
Intervalstand wissers. Voor instellen
aan (2) draaien.
Normale snelheid
REGENSENSOR
1 Activeert regensensor. Stand D-F deac-
F
Hoge snelheid
G
Ruiten- en koplampsproeiers
tiveert regensensor.
2 Gevoeligheid instellen met duimwiel.
Displaysymbool bij regensensor aan.
H
3
Ruitensproeier achterklep
Ruitenwisser achterklep intervalstand/
normale stand
VOORSTOEL INSTELLEN
1 Lendensteun
2 Hellingshoek rugleuning
3 Stoel omhoog/omlaag
+
-
4 Voorkant zitting omhoog/omlaag
5 Vooruit/achteruit
6 Rugleuning passagiersstoel omklappen
OPBERGRUIMTEN, 12V-AANSLUITINGEN & AUX
De 12V-aansluitingen in de middenconsole
voor/achter werken wanneer het contactslot in
stand I of hoger staat. De 12V-aansluiting
rechts in de kofferbak is altijd actief.
Met de AUX-ingang (achter aan onderkant bedieningspaneel voor klimaatregeling) is het mogelijk om muziek op bijv. een mp3-speler te
beluisteren via het audiosysteem van de auto.
BELANGRIJK
Bij gebruik van de 12V-aansluiting in de kofferbak met de motor afgezet kan de accu uitgeput raken.
TP 8649 (Dutch). AT 0620. Printed in Sweden, Elanders Infologistics Väst AB, Mölnlycke 2006. Copyright ©Volvo Car Corporation.
HOUDER VOOR BOODSCHAPPENTASSEN
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising