Olivetti Fax-Lab M100, Fax-Lab S100, Fax-Lab 100 Owner's manual

Olivetti Fax-Lab M100, Fax-Lab S100, Fax-Lab 100 Owner's manual
Ink Jet Fax
Fax-Lab 100/120
Fax-Lab M100
Fax-Lab S100/S120
GEBRUIKSAANWIJZING
PUBLICATIE UITGEGEVEN DOOR:
Samenstelling:
Olivetti Tecnost, S.p.A.
Via Jervis, 77 - 10015 IVREA (TO)
ITALY
Olivetti I- Jet S.p.A.
Località Le Vieux
11020 ARNAD (Italy)
Copyright © 2004, Olivetti
Alle rechten voorbehouden
Fabrikant:
Olivetti Tecnost, S.p.A. con unico azionista
Gruppo Telecom Italia
Direzione e coordinamento di Telecom Italia S. p. A.
Via Jervis, 77 - 10015 IVREA (TO)
ITALY
De fabrikant behoudt zich het recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen aan het in deze
handleiding beschreven product aan te brengen.
Dit apparaat is goedgekeurd volgens de beschikking van de Raad 98/482/EG voor pan-Europese aansluiting van
enkelvoudige eindapparatuur op het openbare geschakelde telefoonnetwerk (PSTN).
Gezien de verschillen tussen de individuele netwerken in de verschillende landen, biedt deze goedkeuring op
zichzelf geen onvoorwaardelijke garantie voor een succesvolle werking op elk PSTN-netwerkaansluitpunt. Neem bij
problemen in eerste instantie contact op met de leverancier van het apparaat.
De fabrikant verklaart onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product in
overeenstemming is met hetgeen bepaald door de richtlijn 1999/05/CE (de
volledige verklaring vindt u op de site www.olivettioffice.com, door vervolgens
"support", "Certifications" te selecteren en het product te kiezen).
De overeenstemming wordt aangegeven door het aanbrengen van het merk
op het product.
Verklaring van netwerkcompatibiliteit
Hierbij wordt verklaard dat het product geschikt is voor invoeging in alle netwerken van de EU-landen, Zwitserland
en Noorwegen.
De volledige netwerkcompatibiliteit in elk land kan afhankelijk zijn van specifieke nationale softwareparameters die
overeenkomstig ingesteld moeten worden. Neem in geval van problemen met betrekking tot de aansluiting op
andere dan EC PSTN netwerken contact op met het technische servicecentrum in uw land.
Gelieve rekening te houden met het feit dat in de volgende omstandigheden bovengenoemde conformiteit evenals
de productkenmerken niet meer gegarandeerd zijn:
• verkeerde elektrische stroomvoorziening;
• verkeerde installatie; verkeerd of onheus gebruik of in ieder geval gebruik waarbij geen rekening wordt gehouden met de aanwijzingen in de bij het product geleverde handleiding;
• vervanging van originele componenten of accessoires door een ander type dat niet goedgekeurd is door de
constructeur, of uitgevoerd door onbevoegd personeel.
Het stopcontact moet dicht in de buurt van het toestel geïnstalleerd zijn en makkelijk bereikbaar zijn. Om de
elektrische voeding van het toestel uit te schakelen, moet u de stekker uit het stopcontact trekken.
INHOUDSOPGAVE - EERSTE DEEL
VOOR HET GEBRUIK
ONTVANGEN
I
OVER HET RAADPLEGEN VAN DE HANDLEIDING ...................... I
OVER DE MILIEUVRIENDELIJKHEID ............................................ I
AANBEVELINGEN VOOR DE VEILIGHEID .................................... I
OVER INSTALLATIE- EN INSTELLINGSPARAMETERS ................ I
FAXTOESTEL
II
BEDIENINGSPANEEL ................................................................... II
COMPONENTEN ......................................................................... IV
METEEN AAN DE SLAG
XVI
WELKE DOCUMENTEN KUNT U KOPIËREN ............................ XVI
KOPIËREN ................................................................................. XVI
V
INSTALLATIEOMGEVING
V
AANSLUITING OP HET TELEFOONNET EN OP
HET VOEDINGSNET
V
INSTELLING VAN ENKELE PARAMETERS
(ONMISBAAR VOOR DE CORRECTE WERKING
VAN HET FAXTOESTEL)
VI
DE TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND INSTELLEN ................ VI
DATUM EN TIJD INSTELLEN ..................................................... VII
DATUM EN TIJD WIJZIGEN ....................................................... VIII
NU ONTBREKEN UW NAAM EN FAXNUMMER NOG ............... VIII
VERZENDEN
XV
OPBELLEN VIA DE ONE-TOUCH-TOETSEN .............................XV
OPBELLEN VIA DE SNELKIESCODES .......................................XV
OPBELLEN DOOR ZOEKEN IN HET ADRESBOEK ....................XV
EEN VAN DE LAATSTE 20 BINNENGEKOMEN NUMMERS
OF EEN VAN DE LAATSTE 10 GESELECTEERDE NUMMERS
OPVRAGEN ............................................................................... XVI
KOPIËREN
V
INHOUD VAN DE VERPAKKING
VOORBEREIDING VOOR HET GEBRUIK
KIEZEN VAN DE ONTVANGSTMODUS ..................................... XIII
MANUELE ONTVANGST............................................................ XIII
AUTOMATISCHE ONTVANGST .................................................XIV
ONTVANGST MET ANTWOORDAPPARAAT .............................. XIV
ONTVANGST IN DE MODUS "TEL./FAX" ..................................XIV
GEBRUIK VAN DE TELEFOON
KENNISMAKING MET HET
XIII
X
XII
WELKE DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN .......................... XII
EEN DOCUMENT VERZENDEN ................................................ XIII
KIESTONEN HOREN BIJ HET VERZENDEN ............................ XIII
TELEFOONHOORN OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN ............ XIII
VOOR HET GEBRUIK
VERSTIKKINGSGEVAAR
OVER HET RAADPLEGEN VAN DE HANDLEIDING
•
In deze handleiding worden meerdere modellen van het faxtoestel
beschreven die onderling hierin verschillen dat zij al of niet een
ingebouwd antwoordapparaat hebben.
In onderstaande beschrijving worden daarom bij verschillen in de
modellen steeds de aanwijzingen "Basismodellen" en "Modellen
met ingebouwd antwoordapparaat" gegeven.
De handleiding is bij uitzondering in twee delen onderverdeeld: in
het eerste deel "Kennismaking met het faxtoestel" en "Meteen
aan de slag" vindt u een beknopte beschrijving van het faxapparaat,
zodat u het direct kunt installeren en gebruiken, zij het met een
minimum van zijn mogelijkheden.
Na deze eerste fase, kunt u het tweede deel van de handleiding
raadplegen. Dit biedt u een diepgaander overzicht van het
faxapparaat en van zijn talrijke functies.
BRANDGEVAAR
•
•
•
•
SCHOKGEVAAR
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Probeer nooit het faxtoestel zelf te repareren indien u daarvoor
geen speciale opleiding hebt genoten; wanneer u de behuizing
verwijdert, riskeert u een elektrische schok of andere verwondingen. Neem dus geen risico’s en roep er een gekwalificeerde
onderhoudstechnicus bij.
In geval van onweer wordt aangeraden het apparaat zowel
van het stopcontact als van de telefoonlijn af te koppelen
om mogelijke beschadiging ervan door een elektrische
ontlading te voorkomen.
Giet nooit vloeistoffen op het faxtoestel en voorkom dat het aan
vocht wordt blootgesteld. Indien er vloeistoffen in het faxtoestel zijn
gedrongen, onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken en
ook de telefoonlijn afkoppelen. Laat het apparaat door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus repareren alvorens het weer
te gebruiken.
Gebruik het faxtoestel niet wanneer het aan weersinvloeden is
blootgesteld.
Sluit het faxtoestel uitsluitend aan op en stopcontact dat aan de
normen voldoet.
Trek niet aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.
Raak de elektrische voedingskabel of de stekker nooit met natte
handen aan.
Zorg ervoor dat de elektrische voedingskabel niet gevouwen of
platgedrukt wordt. Houd hem op afstand van warmtebronnen.
Alvorens reinigingswerkzaamheden uit te voeren, het faxtoestel
van het stopcontact afkoppelen.
Controleer, alvorens het faxtoestel te gebruiken, of het niet beschadigd of gevallen is. Laat het in dat geval controleren door een
gekwalificeerde onderhoudstechnicus.
Plaats het faxtoestel op een vlakke en stabiele ondergrond, vrij
van trillingen, zodat het niet kan vallen; een val zou u of anderen
kunnen verwonden en het toestel kunnen beschadigen.
Leg het stroomsnoer zo dat niemand erop kan trappen of erover
kan struikelen.
Laat nooit toe dat kinderen het faxtoestel zonder toezicht gebruiken of ermee spelen.
AANBEVELINGEN
•
AANBEVELINGEN VOOR DE VEILIGHEID
Wanneer u het toestel langere tijd niet gebruikt, trek dan de stekker
uit het stopcontact om schade door eventuele storingen of
spanningsstoten te voorkomen.
ONGEVALRISICO
OVER DE MILIEUVRIENDELIJKHEID
Doe het faxtoestel nooit weg samen met het huisafval. Informeer bij
uw gemeente naar de mogelijkheden voor een correcte milieuvriendelijke afvoer. Houd u altijd aan de geldende regels.
De kartonnen verpakking, het plastic van de verpakking en de onderdelen van het faxtoestel kunnen gerecycled worden volgens de
voorschriften die in uw land op het gebied van recycling gelden.
Het faxtoestel en de accessoires zijn in plastic verpakt. Laat kinderen dus niet zonder toezicht met het verpakkingsmateriaal spelen.
•
•
•
•
•
•
VOOR HET GEBRUIK
Houd het toestel uit de buurt van water, damp en hevige warmtebronnen. Plaats het niet in een stoffige omgeving en stel het ook
niet bloot aan rechtstreeks zonlicht.
Omring het toestel niet met boeken, documenten of voorwerpen
die de ventilatieruimte beperken.
Gebruik het faxtoestel alleen bij een omgevingstemperatuur tussen de 5°C en 35°C met een relatieve vochtigheidsgraad tussen
de 15% en 85%.
Plaats het toestel op een veilige afstand van elektrische of elektronische apparaten zoals radio’s, TV’s e.d., die storingen kunnen
veroorzaken.
In geval van spanningsval of stroomonderbreking kunt u geen
telefoonoproepen maken of ontvangen, omdat het toetsenbord
wordt uitgeschakeld.
Wanneer het echter absoluut noodzakelijk is in deze omstandigheden een telefoonoproep uit te voeren moet u een noodtelefoon
van een goedgekeurd type gebruiken die u (in landen waar dit is
toegestaan) direct op het faxtoestel of direct op het telefoonstopcontact kunt aansluiten.
Laat voldoende ruimte vrij voor de uitvoeropening aan de voorzijde voor de originele verzonden of gekopieerde documenten,
zodat deze niet op de vloer vallen.
GEBRUIKSBESTEMMING
Het faxtoestel is bestemd voor het verzenden en ontvangen van
originele documenten en het fotokopieren van papieren documenten. Het apparaat kan tevens als telefoon worden gebruikt. Elk ander
gebruik moet als oneigenlijk worden beschouwd. Het mag met name
nooit direct op een ISDN-lijn worden aangesloten. In dat geval komt
de garantie te vervallen.
OVER INSTALLATIE- EN
INSTELLINGSPARAMETERS
Op nationaal vlak kunnen de standaard waarden voor elke installatie- en instellingsparameter variëren naargelang de vereisten of de
specifieke behoeften van de gebruiker. Daarom zijn deze instellingen
niet altijd identiek aan de instellingen die in de handleiding zijn vermeld. We raden u dan ook aan ze af te drukken voordat u wijzigingen
aanbrengt.
I
KENNISMAKING MET HET FAXTOESTEL
BEDIENINGSPANEEL
De specifieke toetsen van de modellen met ingebouwd antwoordapparaat zijn beschreven onder de titel “ALLEEN MODELLEN MET INGEBOUWD
ANTWOORDAPPARAAT “.
Knippert: er zijn documenten in het geheugen aanwezig
die nog niet werden afgedrukt.
Uit: het geheugen is leeg.
"Fouten-led"
Signaleert een storing tijdens verzending of
ontvangst.
•
Na indrukken van de toets
Aan: er zijn reeds beluisterde boodschappen of memo’s
in het geheugen aanwezig.
Knippert: er zijn af te drukken documenten, nieuwe
boodschappen of memo’s in het geheugen aanwezig.
Uit: het geheugen is leeg.
, wordt het
luidsprekervolume geleidelijk tot het maximum
verhoogd om dan weer te beginnen bij het
minimumniveau.
Display
LCD met twee regels van maximaal 16 tekens per regel.
Geeft instructieberichten en foutmeldingen weer.
•
Vormen van het fax- of telefoonnummer.
•
Automatisch selecteren, bij langer dan een seconde ingedrukt houden, van het eraan toegewezen telefoon- of
faxnummer (nadat dit geprogrammeerd is) (‘one-touch’
kiesfunctie).
•
Instellen van numerieke gegevens.
•
Selecteren van cijfers en alfanumerieke tekens tijdens
het instellen van nummers en namen.
•
Voor het "vooruit" en "achteruit" kiezen van de waarden van een parameter.
•
Zenden bij toonkiesmodus een toon in
de lijn voor speciale telefoondiensten.
•
Voor het naar "rechts" en "links" verplaatsen van de
cursor tijdens de instelling van nummers en namen.
•
Voor het selecteren van de "vorige"
en "volgende" speciale tekens en
symbolen tijdens het instellen van
namen.
ALLEEN MODELLEN MET INGEBOUWD ANTWOORDAPPARAAT
•
II
ALLEEN MODELLEN MET INGEBOUWD ANTWOORDAPPARAAT
Hiermee kunnen de functies van het antwoordapparaat
worden ingesteld. Zie beschrijving in het betreffende
hoofdstuk.
Met de hoorn van de haak, om toegang te
krijgen tot de speciale functies die het
telefoonbedrijf biedt, algemeen bekend als
REGISTER RECALL (R-functie).
KENNISMAKING MET HET FAXTOESTEL
BEDIENINGSPANEEL
•
Stemt de resolutie af op de te verzenden en te kopiëren
documenten (alleen met het document in de automatische
invoer (ADF) of in de handmatige invoer).
•
Voor tijdelijke onderbreking van de verbinding (met de
hoorn van de haak).
•
•
•
Gevolgd door twee numerieke toetsen (01-50) selecteert deze toets automatisch (na programmering) het eraan toegewezen telefoon- of
faxnummer.
Annuleert verkeerde instellingen.
Voert een document uit de automatische invoer (ADF)
of handinvoer uit.
•
Schakelt de LED "
•
Plaatst het faxtoestel opnieuw in de standby-modus.
•
Onderbreekt het programmeren, een verzending,
een ontvangst of het kopiëren.
•
Last een pauze in tijdens het direct vormen
van het telefoon- of faxnummer.
•
Weergave van de laatste 10 geselecteerde
fax- of telefoonnummers (uitgaande oproepen) of van de laatste 20 onbeantwoorde
nummers (binnenkomende oproepen),
onafhankelijk van de aanwezigheid van een
document in de ADF of in de handinvoer.
•
Geeft toegang tot de programmeermodus.
•
Selecteert menu’s en submenu’s.
" uit.
Hiermee kan men de lijn nemen om een telefoon- of
faxnummer kiezen zonder de hoorn op te nemen.
•
Start de ontvangst van een document.
•
Start de verzending van het document nadat het
faxnummer is gevormd (alleen met het document in de
automatische invoer (ADF) of in de handmatige invoer).
•
Bevestigt de selectie van menu’s en submenu’s, parameters en betreffende waarden en gaat over naar de
volgende procedure.
•
Starten van het kopiëren (alleen met het document in
de automatische invoer (ADF) of in de handmatige
invoer).
III
KENNISMAKING MET HET FAXTOESTEL
COMPONENTEN
In de figuur worden de externe en interne onderdelen getoond die de verschillende modellen van het faxtoestel gemeenschappelijk hebben.
VERLENGSTUK
PAPIERSTEUN
AANSLUITBUSSEN
PAPIERINVOER VOOR STANDAARD PAPIER (ASF)
Maximumcapaciteit: 40 vel van 80 gr/m2.
AUTOMATISCHE INVOER VOOR TE VERZENDEN EN
TE KOPIËREN ORIGINELE DOCUMENTEN (ADF)
MAXIMUMCAPACITEIT: TOT 5 VEL A4
TELEFOONHOORN
LUIDSPREKER
BEDIENINGSPANEEL
DISPLAY
UITGANG VOOR ORIGINELE EN ONTVANGEN OF GEKOPIEERDE DOCUMENTEN
Weergave, op twee regels van elk 16
tekens: Datum en tijd, menu-items, foutberichten, resolutie- en contrastwaarden.
EXTRA HANDMATIGE INVOER VOOR
BIJZONDERE DOCUMENTEN DIE VERZONDEN
OF GEKOPIEERD MOETEN WORDEN
MAXIMUMCAPACITEIT: 1 VEL TEGELIJK
OPTISCHE SCANNER
PRINTKOPCOMPARTIMENT
IV
TYPEPLAATJE MACHINE
(ZIE ONDERZIJDE)
METEEN AAN DE SLAG
In dit gedeelte, zoals reeds gezegd, vindt u een basisbeschrijving van het faxtoestel, met de procedures voor het installeren en direct gebruiken
van het faxtoestel, zij het met een minimum van zijn mogelijkheden. Voor een optimaal gebruik van het faxtoestel, kunt u de specifieke
hoofdstukken raadplegen.
Aangezien dit gedeelte zo is samengesteld dat het u geleidelijk en systematisch vertrouwd maakt met het faxtoestel, kunt u het beste de
onderwerpen doornemen in de volgorde waarin zij hieronder worden behandeld.
INHOUD VAN DE VERPAKKING
Behalve het faxtoestel en deze handleiding vindt u het volgende in
de verpakking:
•
•
•
•
•
•
•
Bij gebruik van niet-originele printkoppen komt de garantie van het
product te vervallen.
Verlengstuk papiersteun.
Telefoonsnoer.
Snoer voor aansluiting op het elektriciteitsnet.
Telefoonstekker (indien voorzien).
Verpakking met een eerste monochromatische printkop in dotatie.
Telefoonhoorn.
Informatie voor after-sales service.
BELANGRIJK
INSTALLATIEOMGEVING
Plaats het faxtoestel op een stevige ondergrond. Zorg ervoor dat rond het apparaat voldoende ventilatieruimte vrij blijft.
Houd het toestel op afstand van sterke warmtebronnen, van stoffige en vochtige plaatsen. Stel het ook niet bloot aan direct zonlicht.
AANSLUITING OP HET TELEFOONNET EN OP HET VOEDINGSNET
Het faxtoestel aansluiten op de telefoonlijn
BELANGRIJK
Het faxtoestel is ingesteld om te worden aangesloten op het openbare telefoonnet. Indien u het
op een privé-lijn wilt aansluiten, raadpleeg dan
"Configuratie voor de kenmerken van de
telefoonlijn".
De telefoonhoorn aansluiten
A
B
V
METEEN AAN DE SLAG
In geval van spanningsval of stroomonderbreking kan het nuttig zijn een noodtelefoon te gebruiken.
BELANGRIJK
Om de noodtelefoon direct op het faxtoestel aan te
sluiten moet u het afdekplaatje van de aansluiting op
de buitenlijn verwijderen en de stekker van de noodtelefoon in deze aansluitbus steken (zie de figuur
hiernaast).
In landen waar dit type aansluiting niet is toegestaan
(bijvoorbeeld Duitsland en Oostenrijk), moet u de
noodtelefoon direct op het telefoonstopcontact aansluiten.
Het faxtoestel op het voedingsnet aansluiten
BELANGRIJK
De stekker van de voedingskabel kan van land tot
land verschillen.
BELANGRIJK
Installeer de printkop niet alvorens het faxtoestel op
het stroomnet te hebben aangesloten.
INSTELLING VAN ENKELE PARAMETERS (ONMISBAAR VOOR DE CORRECTE WERKING VAN HET FAXTOESTEL)
Wanneer het faxtoestel eenmaal op het voedingsnet is aangesloten,
voert het automatisch een korte test uit om te controleren of alle componenten correct werken, en daarna kan het volgende op het display
verschijnen:
- de taal waarin de berichten zullen worden weergegeven
of
- het bericht "AUTOMAT. 00" ("AUTOMAT." bij de basismodellen)
en afwisselend op de tweede regel "DATUM/TIJD INST." en
"BEKIJK PRINTKOP".
In het eerste geval kan het faxtoestel pas correct werken nadat u de taal
en het land van gebruik heeft ingesteld (zie onderstaande procedure).
In het tweede geval kunt u direct overgaan naar het instellen van de
datum en tijd.
DE TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND
INSTELLEN
Op het display verschijnt de taal waarin de berichten worden weergegeven. Bijvoorbeeld:
ENGLISH
1. Om de gewenste taal te selecteren, drukt u op de toetsen:
/
Op het display verschijnt, bijvoorbeeld:
NEDERLANDS
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
LAND KIEZEN
VI
METEEN AAN DE SLAG
OPMERKING
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt een bestemmingsland. Bijvoor-
Indien u deze instellingen later wenst te wijzigen, drukt u op
beeld:
en herhaalt u de procedure vanaf het begin. Denk eraan om de
U.K./IRELAND
4. Om het gewenste land te selecteren, drukt u op de toetsen:
/
+
gemaakte instellingen steeds, met de toets
, te bevestigen.
Op het display verschijnt, bijvoorbeeld:
HOLLAND
DATUM EN TIJD INSTELLEN
Indien uw land niet aanwezig is onder de op het display
weergegeven landen, raadpleeg dan onderstaande tabel:
LAND
Argentinië
Australië
België
Brazilië
Chili
China
Colombia
Denemarken
Duitsland
Finland
Frankrijk
Griekenland
Ierland
Israël
Italië
Luxemburg
Mexico
Nederland
Nieuw Zeeland
Norwegen
Oostenrijk
Peru
Portugal
Rest van de wereld
Spanje
Tsjechische Republiek
Turkije
UK
Uruguay
Venezuela
Zuid Afrika
Zweden
Zwitserland
TE SELECTEREN LAND
AMERICA LATINA
NZL/AUSTRALIA
BELGIUM
BRASIL
AMERICA LATINA
CHINA
AMERICA LATINA
DANMARK
DEUTSCHLAND
FINLAND
FRANCE
GREECE
U.K./IRELAND
ISRAEL
ITALIA
BELGIUM
AMERICA LATINA
HOLLAND
NZL/AUSTRALIA
NORGE
ÖSTERREICH
AMERICA LATINA
PORTUGAL
INTERNATIONAL
ESPAÑA
CZECH
TURKEY
U.K./IRELAND
AMERICA LATINA
AMERICA LATINA
S. AFRICA
SVERIGE
SCHWEIZ
De eerste keer dat u het faxtoestel op het stroomnet
aansluit of elke keer dat de stroom uitvalt moet u de
datum en tijd instellen, zoals hieronder beschreven.
Wanneer de datum en tijd eenmaal zijn ingesteld, kunnen zij
altijd nog worden gewijzigd, zie "Datum en tijd wijzigen",
verderop in deze handleiding.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM : DD/MM/JJ
3. Om een ander formaat te selecteren, drukt u op de toetsen:
/
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UUR : 24 U
5. Om het andere formaat te selecteren (12 uur), drukt u op de
toetsen:
/
Op het display verschijnt:
UUR : 12 U
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DD/MM/JJ UU:MM
25-10-04
11:23
7. Voer de juiste datum en tijd in (bijv. 30-10-04; 12:00), drukt
u op de toetsen:
-
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Telkens wanneer u een cijfer invoert gaat de cursor naar
het volgende teken.
DD/MM/JJ UU:MM
30-10-04
12:00
6. Om de procedure te beëindigen, drukt u op de toets:
8. Indien u de cursor naar enkele te wijzigen cijfers wilt verplaatsen, drukt u op de toetsen:
/
9. Vervolgens de cijfers overschrijven, door op de volgende
toetsen te drukken:
-
VII
METEEN AAN DE SLAG
10. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
NU ONTBREKEN UW NAAM EN
FAXNUMMER NOG
De procedure voor het wijzigen van de datum en tijd is nu
voltooid. De nieuwe datum en tijd worden automatisch bijgewerkt en worden op elke verzonden pagina afgedrukt.
Wanneer ze ingesteld zijn, blijven naam (max. 16 tekens)
en nummer (max. 20 cijfers) onveranderd tot ze opnieuw
gewijzigd worden, en worden op elke door uw correspondent ontvangen pagina afgedrukt.
1. Druk op de toets
11. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt, bij de modellen met ingebouwd
tot op het display verschijnt:
antwoordapparaat:
INSTALLATIE PAR.
AUTOMAT. 00
2. Druk op de toets:
Bij de basismodellen:
AUTOMAT.
Op het display verschijnt:
En afwisselend op de onderste regel:
TEL.NET INSTELL.
30-10-04 12:02 - BEKIJK PRINTKOP
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
Denk eraan dat de standby-modus aangeeft dat het toestel niet
actief is en dat dit de modus is waarin u programmeringen kunt uitvoeren.
NAAM ZENDER
4. Druk op de toets:
OPMERKING
Indien het 12-urenformaat geselecteerd is, verschijnt de letter "p"
(post meridiem) of de letter "a" (ante meridiem) op het display. Om
van het ene formaat naar het andere te gaan gaat u als volgt te werk:
/ , onder de te wijzigen
1. Plaats de cursor met de toetsen
letter.
2. Druk op de toets
.
3. Als u een fout gemaakt heeft of de procedure wilt onderbreken,
drukt u op de toets
.
Op het display verschijnt:
VORM UW NAAM
5. Om de tekens van elke toets cyclisch te selecteren, drukt u
op de toetsen:
6. Om een spatie in te voegen, drukt u op de toetsen:
/
7. Om een aantal speciale symbolen in uw naam in te voegen,
bijv. &, drukt u op de toetsen:
-
DATUM EN TIJD WIJZIGEN
Indien de datum en de tijd op het display niet juist zijn, kunt
u beide op elk willekeurig moment wijzigen.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
8. Als er foute tekens zijn, de cursor op het foute teken plaatsen door op de volgende toetsen te drukken:
/
9. Vervolgens het teken overschrijven, door op de volgende
toetsen te drukken:
10. Om de naam volledig te annuleren, drukt u op de toets:
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
Volg vanaf hier de eerder beschreven procedure in "Datum en tijd instellen".
Om bijvoorbeeld de naam "LARA" in te voeren, gaat
u als volgt te werk:
Tot u de letter "L" geselecteerd heeft.
Tot u de letter "A" geselecteerd heeft.
Tot u de letter "R" geselecteerd heeft.
Tot u de letter "A" geselecteerd heeft.
VIII
METEEN AAN DE SLAG
11. Om de naam te bevestigen, drukt u op de toets:
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
TEL. NUMMER
4. Druk op de toets
Voer nu het faxnummer in volgens onderstaande aanwijzingen:
tot op het display verschijnt:
KOPREGEL BINNEN
FAXNUMMER
5. Om de andere parameter te selecteren, drukt u op de toetsen:
INSTELLEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
/
Op het display verschijnt:
KOPREGEL BUITEN
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
VORM UW NUMMER
2. Voer uw faxnummer in, drukt u op de toetsen:
-
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
3. Om een spatie in te voegen, drukt u op de toetsen:
/
Wanneer u een fout maakt, gaat u te werk zoals bij het
instellen van uw naam.
Indien u de internationale code wilt invoeren, gebruikt u in
plaats van de nullen de toets *; op het display verschijnt het
symbool +.
4. Om het faxnummer te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
PLAATS
VAN NAAM EN FAXNUMMER
De informatie die bovenaan op het te verzenden document
wordt afgedrukt (naam, faxnummer, datum en tijd en aantal
pagina's) kan als volgt door het faxtoestel van uw correspondent worden ontvangen:
- buiten de tekstzone en dus vlak onder de bovenkant van
de pagina;
of
- binnen de tekstzone en dus met een grotere bovenmarge.
Uw faxtoestel is ingesteld om deze informatie binnen de
tekstzone te plaatsen.
Plaats wijzigen:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
IX
METEEN AAN DE SLAG
VOORBEREIDING VOOR HET GEBRUIK
Het afdrukpapier laden
A
B
BELANGRIJK
Wanneer u de ASF bijvult (max. 40 vel), moet u het
'nieuwe' papier onder en niet op het 'oude' plaatsen.
Dankzij het geheugen van het faxtoestel kan het
evengoed tot een maximum van 19 pagina's ontvangen, ook als u het papier niet heeft bijgevuld.
De printkop plaatsen
BELANGRIJK
Met de eerste printkop in dotatie kunt u tot 80
pagina's afdrukken*. Met de printkoppen die u
vervolgens koopt, met een grotere capaciteit, kunt
u tot 450 pagina's afdrukken*.
* Op basis van de Test Chart ITU-TS n.1 (zwartdekking 3,8%).
A
X
B
METEEN AAN DE SLAG
C
D
E
BELANGRIJK
Denk eraan dat u, nadat de eerste printkop in dotatie
is opgeraakt, alleen originele printkoppen gebruikt (zie de code achterin de handleiding).
Indien na installatie van de printkop opnieuw het bericht "BEKIJK PRINTKOP" op het display verschijnt,
kunt u proberen de printkop te verwijderen om hem
vervolgens opnieuw - maar met een beetje meer druk
- te installeren. Indien het bericht niet verdwijnt, de
printkop verwijderen en de elektrische contacten van
zowel de printkop als de wagen reinigen, zie "Elektrische contacten van de printkop reinigen", in
het hoofdstuk "Onderhoud".
Nadat de printkop is geïnstalleerd, het bedieningspaneel is gesloten en de hoorn op de haak ligt,
verschijnt het bericht "NIEUWE PRINTKOP?"; "1 = JA
0 = NEE": Stel nu 1 in. Het faxtoestel start de reinigingsen controleprocedure van de spuitmonden, afgesloten door:
• het afdrukken, op een automatisch ingevoerd vel,
van het onderstaande diagnose-resultaat:
- een schaalverdeling, om de inktstroom en de elektrische circuits van de printspuitmonden te controleren.
- een set grafische en tekstelementen, voor het
beoordelen van de printkwaliteit.
• weergave op het display van het bericht: "BEKIJK
AFDRUK", "1 = UIT 0 = HERHAAL".
Onderzoek de printtest als volgt:
1. Controleer de schaalverdeling: als er geen onderbrekingen en geen witte horizontale lijnen in de
zwarte zones aanwezig zijn, is de printkop correct
geïnstalleerd en werkt normaal. Stel de waarde in op
1. Het faxtoestel komt in de oorspronkelijke standbymodus terug en is klaar voor gebruik. Op het display
verschijnt het bericht:
AUTOMAT. 00
30-10-04 12:10
2. Als u echter onderbrekingen of witte lijnen aantreft, de waarde 0 instellen om vooral de spuitmondreiniging te herhalen: als de nieuwe printtest nog niet
het gewenste resultaat geeft, de procedure nog eenmaal herhalen. Vervolgens:
• als de printkwaliteit nog te wensen overlaat, de elektrische contacten en spuitmonden reinigen zoals
aangegeven in "Elektrische contacten van de
printkop reinigen", hoofdstuk "Onderhoud".
• als de printkwaliteit wel goed is, de waarde 1 instellen. Het faxtoestel keert in de oorspronkelijke
standby-modus terug en is klaar voor gebruik.
BELANGRIJK
Wanneer de inkt in de printkop bijna op is, verschijnt
op het display:
INKT BIJNA OP
Wanneer de inkt op is, verschijnt op het display:
GEEN INKT MEER!
De instructies voor het vervangen van de printkop
vindt u in het hoofdstuk "Onderhoud".
Voor de aanschaf van nieuwe printkoppen,
wordt verwezen naar de codes achterin deze
handleiding.
XI
METEEN AAN DE SLAG
VERZENDEN
Volgens onderstaande procedures kunt u het faxtoestel direct gebruiken voor eenvoudige verzendingen. Als u aan de schema's niet
genoeg heeft, kunt u altijd het hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen" raadplegen waarin u een beschrijving vindt van alle
mogelijke verzendfuncties evenals andere procedures voor het nummer vormen (via one-touch-toetsen en snelkiescodes, etc.) die echter eerst
geprogrammeerd moeten worden (zie "One-touch-toetsen en snelkiescodes programmeren").
WELKE DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN
Bij elk type verzending moet het origineel in de documentinvoer gestoken zijn, die automatisch (ADF) of handmatig
kan zijn.
IN DE EXTRA HANDINVOER
• Breedte
• Lengte
• Gramsgewicht
148 mm - 216 mm.
105 mm - 600 mm
70 - 110 gr/m2 (1 vel tegelijk)
Voer het document als volgt in:
IN DE AUTOMATISCHE INVOER (ADF)
• Breedte
• Lengte
• Gramsgewicht
210 mm
105 mm - 600 mm
70 - 90 gr/m2 (max. 5 vel)
Steek het origineel in de invoer met de te verzenden kant naar
onder gericht.
1. Leg het document zo dat het perfect op de rechterkant van de
invoer aansluit (zie aanwijzing op de behuizing van het faxtoestel).
2. Controleer of het document tenminste drie centimeter in de invoer
wordt getrokken. Alleen dan is het document correct ingevoerd. Is
dit niet het geval, dan moet u het document verwijderen, handmatig of door op de toets
te drukken, en de operatie herha-
len.
BELANGRIJK
Wanneer het document in een van de twee invoeren is gestoken, zal het faxtoestel, indien u binnen
ca. anderhalve minuut geen enkele operatie uitvoert, het document automatisch weer uitvoeren.
XII
METEEN AAN DE SLAG
EEN DOCUMENT VERZENDEN
TELEFOONHOORN OPNEMEN BIJ HET
VERZENDEN
Indien dit schema u niet voldoende zegt:
Indien dit schema u niet voldoende zegt:
è
è
è
è
è
Raadpleeg dan "Verzenden", in het hoofdstuk "Functies voor
verzenden en ontvangen".
Raadpleeg dan "Verzenden", in het hoofdstuk "Functies voor
verzenden en ontvangen".
KIESTONEN HOREN BIJ HET VERZENDEN
Indien dit schema u niet voldoende zegt:
è
è
è
Raadpleeg dan "Verzenden", in het hoofdstuk "Functies voor
verzenden en ontvangen".
ONTVANGEN
Uw faxtoestel kan documenten die door een andere fax worden verzonden op vier manieren ontvangen. U kunt de gewenste modus activeren
door onderstaande procedure te volgen: manuele ontvangst, automatische ontvangst, automatische ontvangst met oproeptype-herkenning en,
alleen voor modellen met ingebouwd antwoordapparaat, ontvangst met antwoordapparaat.
KIEZEN VAN DE ONTVANGSTMODUS
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
ONTVANGSTMODUS
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
AUTOMAT. 00
3. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "MANUELE" of "TEL./FAX", drukt u op de toetsen:
/
OPMERKING
Om de ontvangstmodus met antwoordapparaat te activeren,
moet u eerst de UITGAANDE BOODSCHAP opnemen, zie het
hoofdstuk "Het antwoordapparaat". Nadat de uitgaande boodschap is geregistreerd, kunt u bij stap 3 van bovenstaande procedure, de optie: "AWA/FAX" weergeven en vervolgens bevestigen
met de toets
MANUELE
.
ONTVANGST
Manuele ontvangst is geschikt wanneer u aanwezig bent en persoonlijk de binnenkomende oproepen wilt beantwoorden.
Indien dit schema u niet voldoende zegt:
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
è
è
Raadpleeg dan "Ontvangen", in het hoofdstuk "Functies voor
verzenden en ontvangen".
XIII
METEEN AAN DE SLAG
AUTOMATISCHE
ONTVANGST
Deze modus is geschikt wanneer u afwezig bent maar toch documenten wilt ontvangen. Dit is de modus waarin uw faxtoestel is ingesteld.
ONTVANGST
MET ANTWOORDAPPARAAT
In deze ontvangstmodus ontvangt het antwoordapparaat de oproepen, registreert eventuele boodschappen en geeft de verbinding
over aan het faxtoestel als de correspondent een document wil verzenden.
ONTVANGST IN DE MODUS "TEL./FAX"
Hoe het faxtoestel zich in deze ontvangstmodus gedraagt, is afhankelijk van wie hem belt en van uw aan-/afwezigheid bij ontvangst.
Het volgende schema geeft de procedure weer:
Na het geprogrammeerde aantal belsignalen.
TEL./FAX geactiveerd.
Oproep afkomstig van
FAXTOESTEL.
Oproep afkomstig van
TELEFOON.
Uw toestel komt in automatische
ontvangst.
Uw faxtoestel geeft 20 seconden lang
een geluidssignaal (standaard ingestelde waarde). Op het display verschijnt: "TELEFOONOPROEP".
De 20 seconden zijn verstreken
en u hebt de hoorn niet opgenomen.
Uw faxtoestel komt in automatische ontvangst. Het wacht ca.
30 seconden om een document
ontvangen, daarna komt het vanzelf weer in de standby-modus
terug.
De correspondent belde op voor
een gesprek; zodra het gesprek
beëindigd is kunt u de hoorn opleggen.
De correspondent vraagt of hij u
een document kan zenden.
Uw faxtoestel staat klaar voor
ontvangst.
XIV
METEEN AAN DE SLAG
GEBRUIK VAN DE TELEFOON
Als u de lijn neemt door opnemen van de hoorn, beschikt u over alle functies die een normale telefoon biedt.
Hiertoe behoort ook de functie R (REGISTER RECALL, geactiveerd met de toets
) die toegang biedt tot speciale diensten die door de
netwerkcentrale worden geboden.
U hebt tevens beschikking over de volgende functies:
•
Oproepen van een correspondent met gebruik van de geprogrammeerde snelkiesprocedures, zie hieronder "Opbellen via de one-touchtoetsen" en "Opbellen via de snelkiescodes".
•
Tijdelijk onderbreken van een telefoongesprek door indrukken van de toets
toets weer indrukt.
OPBELLEN VIA DE ONE-TOUCH-TOETSEN
(HOLD). U kunt het gesprek voortzetten zodra u dezelfde
3. Om de gewenste snelkiescode, bijvoorbeeld
te
vormen, drukt u op de toetsen:
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF) of de handinvoer.
1. Druk de gewenste toets gedurende meer dan een seconde
in, bijvoorbeeld
-
-
.
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen
telefoonnummer (zie "One-touch-toetsen en snelkiescodes programmeren", in het hoofdstuk "Functies voor
verzenden en ontvangen"). Als ook de naam is opgeslagen, wordt deze op het display weergegeven.
2. Zodra het nummer is gevormd en de correspondent antwoordt, neemt u de hoorn op om het gesprek te beginnen.
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen
telefoonnummer (zie "One-touch-toetsen en snelkiescodes programmeren", in het hoofdstuk "Functies voor
verzenden en ontvangen"). Als ook de naam is opgeslagen, wordt deze op het display weergegeven.
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
OPBELLEN DOOR ZOEKEN IN HET ADRESBOEK
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF) of de handinvoer.
1. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
Op het display verschijnt rechts boven de duur van het
gesprek in minuten en seconden.
Op het display verschijnt:
AFSLUITEN A.U.B.
OPBELLEN VIA DE SNELKIESCODES
En rechts boven de duur van het gesprek in minuten en
seconden.
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF) of de handinvoer.
1. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VORMING TELNR.
CODE OF < >
Op het display verschijnt:
AFSLUITEN A.U.B.
En rechts boven de duur van het gesprek in minuten en
seconden.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VORMING TELNR.
CODE OF < >
3. Om het telefoonnummer of de naam te vinden van de persoon die u wilt bellen, drukt u op de toetsen:
/
4. Om het kiezen te starten, drukt u op de toets:
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
XV
METEEN AAN DE SLAG
4. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
EEN VAN DE LAATSTE 20 BINNENGEKOMEN
NUMMERS OF EEN VAN DE LAATSTE 10
5. Om in de lijst van de laatste 20 binnenkomende oproepen
of in de lijst van de laatste 10 uitgaande oproepen het nummer of de naam te zoeken van de correspondent die u wilt
bellen, drukt u op de toetsen:
GESELECTEERDE NUMMERS OPVRAGEN
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF) of de handinvoer.
1. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
/
6. Om het kiezen te starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
AFSLUITEN A.U.B.
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
En rechts boven de duur van het gesprek in minuten en
seconden.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
BINNENK.OPROEPEN
3. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"UITG.OPROEPEN", drukt u op de toetsen:
/
KOPIËREN
WELKE DOCUMENTEN KUNT U KOPIËREN
-
• TEKST, als het document goed leesbare tekst of eenvoudige afbeeldingen bevat.
• FOTO, als het document schaduw bevat.
Net als bij de verzending, moet ook bij het kopiëren het origineel in de automatische documentinvoer (ADF) of de handinvoer gestoken zijn. Controleer dus alvorens een kopie te maken, of het origineel correct in één van de invoeren is gestoken en of
het voldoet aan de eerder beschreven kenmerken (zie het gedeelte
"Verzenden").
Denk er echter aan dat u bij de kopieerfunctie zowel in de automatische invoer (ADF) als in de handinvoer slechts één vel tegelijk
kunt insteken.
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF) of in
de handinvoer.
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAL".
2. Druk op de toets:
KOPIËREN
Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor het
type reproductie, contrast, en resolutie: respectievelijk 100%,
NORMAL en TEKST. Bovendien wordt het ingestelde aantal
kopieën weergegeven (1).
3. Druk op de toets:
Zoals reeds gezegd, kunt u het faxtoestel ook als een
kopieerapparaat gebruiken. Het afdrukresultaat is afhankelijk van het type kopie dat u wilt verkrijgen "Normale
kopie" of "Kopie van hoge kwaliteit" en van de waarden voor contrast en resolutie die u instelt voordat u de
kopie maakt.
-
Kies het contrast op basis van de volgende criteria:
• NORMAL, als het document noch te donker noch te
licht is.
• LICHT, als het document bijzonder donker is.
• DONKER, als het document bijzonder licht is.
Kies de resolutie op basis van de volgende criteria:
Op het display verschijnt:
KOPIE: HOGE KWAL
4. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "KOPIE:
NORMAL", drukt u op de toetsen:
/
5. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ZOOM: 100%
XVI
METEEN AAN DE SLAG
6. Om de andere beschikbare reproductiewaarden te kiezen,
"140%", "70%" of "50%", drukt u op de toetsen:
/
7. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
CONTRAST: NORM.
8. Om de andere twee beschikbare contrastwaarden weer te
geven, "CONTRAST:LICHT" of "CONTRAST:DONKER",
drukt u op de toetsen:
/
9. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Het display geeft de waarden weer die u zojuist geselecteerd heeft. Nu hoeft u alleen nog het type reproductie te
kiezen en het gewenste aantal kopieën in te stellen:
10. Om het gewenste type resolutie te kiezen, "TEKST" of
"FOTO", drukt u op de toets:
11. Als u meer dan een kopie wilt maken (max. 9), voert u
het gewenste aantal in, door op de volgende toetsen te
drukken:
12. Als u een enkele kopie wilt maken, gaat u direct door naar
het volgende punt.
13. Om het kopiëren te starten, drukt u op de toets:
Het faxtoestel begint het document op te slaan. Nadat het
document is opgeslagen, wordt het kopieren gestart.
OPMERKING
Wanneer u de kopieertaak wilt onderbreken, drukt u tweemaal op de
toets
: eerst om het origineel uit de ADF te verwijderen, en
daarna om het faxtoestel opnieuw in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen.
XVII
INHOUDSOPGAVE - TWEEDE DEEL
CONFIGURATIE VOOR DE KENMERKEN VAN DE
TELEFOONLIJN
PROBLEMEN OPLOSSEN
1
26
WANNEER DE STROOM UITVALT ............................................. 26
AANSLUITEN OP HET OPENBARE TELEFOONNET ................... 1
WANNEER HET PAPIER OF DE INKT OPRAAKT ...................... 26
AANSLUITEN OP EEN PRIVÉ-LIJN (PBX) .................................... 1
WANNEER DE VERZENDING MISLUKT .................................... 26
FUNCTIES VOOR VERZENDEN EN ONTVANGEN
VERZENDEN ................................................................................ 3
WAT ER GEBEURT ALS U EEN DOCUMENT IN EEN VAN
DE TWEE INVOEREN STEEKT TERWIJL HET FAXTOESTEL
AFDRUKT ................................................................................... 26
WELKE DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN ............................ 3
KLEINE PROBLEMEN OPLOSSEN ............................................. 26
DOCUMENTEN IN DE AUTOMATISCHE INVOER (ADF)
OF DE HANDINVOER STEKEN .................................................... 3
FOUTCODES .............................................................................. 27
3
SIGNALEN EN BERICHTEN ....................................................... 28
ONTVANGEN ................................................................................ 6
KIEZEN VAN DE ONTVANGSTMODUS ........................................ 6
ONDERHOUD
ONTVANGEN IN DE DIVERSE ONTVANGSTMODI ...................... 6
PRINTKOP VERVANGEN ............................................................ 30
ONE-TOUCH-TOETSEN EN SNELKIESCODES
PROGRAMMEREN ....................................................................... 7
REINIGINGSPROCEDURE VOOR DE PRINTKOP
EN TESTPROCEDURE VOOR DE SPUITMONDEN ................... 30
RAPPORTEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN ..................................... 9
ELEKTRISCHE CONTACTEN VAN DE PRINTKOP
REINIGEN ................................................................................... 31
HET ANTWOORDAPPARAAT
12
OPTISCHE SCANNER REINIGEN .............................................. 31
OM HET ANTWOORDAPPARAAT TE ACTIVEREN ..................... 12
BEHUIZING REINIGEN ............................................................... 32
HET BEDIENINGSPANEEL VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT .............................................................. 12
VASTGELOPEN DOCUMENTEN VERWIJDEREN ...................... 32
WIJZIGEN OF ANNULEREN VAN DE TOEGANGSCODE
VOOR HET ANTWOORDAPPARAAT ........................................... 13
30
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN ................................... 32
TECHNISCHE GEGEVENS
34
INDEX
35
UITGAANDE BOODSCHAPPEN EN MEMO’S ............................. 13
OPNAMETIJD PROGRAMMEREN VOOR MEMO’S EN
BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN ....................................... 15
AFSPELEN VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN EN
MEMO’S ...................................................................................... 15
WISSEN VAN REEDS BELUISTERDE BOODSCHAPPEN EN
MEMO’S ...................................................................................... 15
BOODSCHAPPEN EN MEMO’S DOORSTUREN NAAR EEN
TELEFOON OP AFSTAND .......................................................... 16
HET ANTWOORDAPPARAAT OP AFSTAND BEDIENEN ............ 17
SPECIALE FUNCTIES VAN HET ANTWOORDAPPARAAT ......... 17
AFDRUKKEN VAN DE CONFIGURATIEPARAMETERS
VAN HET ANTWOORDAPPARAAT .............................................. 18
GEAVANCEERD GEBRUIK
19
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR ONTVANGST ........ 19
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR VERZENDING ...... 22
ONTVANGEN VAN EEN DOCUMENT D.M.V. DE
POLLINGFUNCTIE ..................................................................... 24
CONFIGURATIE VOOR DE KENMERKEN VAN DE TELEFOONLIJN
AANSLUITEN OP HET OPENBARE
AANSLUITEN OP EEN PRIVÉ-LIJN (PBX)
TELEFOONNET
Om uw faxtoestel op een privé-lijn aan te sluiten en het ook
op een openbare lijn te kunnen gebruiken, gaat u als volgt
te werk:
Het faxtoestel is reeds ingesteld voor aansluiting op het
openbare telefoonnet. Toch moet u nog even controleren:
• of de parameter "PUBL.LIJN (PSTN)" geselecteerd is.
• of de geselecteerde kiesmodus (puls of toon) overeenstemt met die van de telefooncentrale die de lijn waarop
uw faxtoestel is aangesloten, beheert. Indien u niet zeker
weet welke modus u moet kiezen, vraagt u dat het beste
even aan de telefoonmaatschappij.
1. Druk op de toets
•
•
Selecteer de parameter "PRIV.LINE (PBX)".
Stel de kiesmodus (puls of toon) in op de modus die
wordt gebruikt door de PBX waarop het faxtoestel is aangesloten. Indien u niet zeker weet welke modus u moet
selecteren, raadpleegt u het beste de PBX-beheerder.
• Stel de buitenlijnmodus (prefix of flash) in die nodig is om
via de PBX (privé-centrale) toegang tot het openbare net
te krijgen.
• Stem de kiesmodus (puls of toon) af op de modus die dor
de telefoonmaatschappij wordt gebruikt.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets:
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.
2. Druk op de toets:
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.
Op het display verschijnt:
3. Druk op de toets:
PUBL.LIJN (PSTN)
Indien het faxtoestel ingesteld is voor aansluiting op een
/
te drukken om
"Privé-lijn", dient u op de toetsen
aansluiting op de "openbare lijn" te selecteren. Ga anders
direct door naar punt 4.
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PUBL.LIJN (PSTN)
4. Om de andere beschikbare optie weer te geven, drukt u op
de toetsen:
/
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
PRIV.LINE (PBX)
PSTN KIES:TOON
5. Druk op de toets:
Alleen in enkele landen is het mogelijk, door op de toetsen
/ te drukken, de kiesmodus puls te selecteren. In dat
geval verschijnt op het display:
Op het display verschijnt:
PBX KIES:TOON
PSTN KIES:PULSE
6. Om de andere kiesmodus weer te geven, drukt u op de
toetsen:
5. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
/
Op het display verschijnt:
PBX KIES:PULSE
6. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
7. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
EXT.LIJN:PREFIX
8. Om de andere beschikbare optie weer te geven, drukt u op
de toetsen:
/
Op het display verschijnt:
EXT.LIJN:FLASH
9. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PSTN KIES:TOON
1
11. Om de andere kiesmodus weer te geven, drukt u op de
toetsen:
/
Op het display verschijnt:
PSTN KIES:PULSE
12. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
13. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Indien u de uitgangsmodus "EXT.LIJN:FLASH" heeft bevestigd, moet
u om van de privé-lijn toegang te krijgen tot het openbare net, op de
toets
drukken voor u het telefoon- of faxnummer vormt. Op het
display verschijnt een "E" (external).
U
WILT DE KIESMODUS TIJDELIJK WIJZIGEN
Als het faxtoestel is ingesteld op de pulskiesmodus en u wilt het instellen op de toonkiesmodus gaat u als volgt te werk:
Druk vóór het vormen van het fax- of telefoonnummer op de toets
, om de kiesmodus tijdelijk te wijzigen.
Na afloop van de transactie herstelt het faxtoestel altijd de kiesmodus
waarop het is ingesteld.
2
FUNCTIES VOOR VERZENDEN EN ONTVANGEN
VERZENDEN
WELKE
1
DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN
Afmetingen
IN DE AUTOMATISCHE INVOER (ADF)
• Breedte
• Lengte
• Gramsgewicht
of
2
210 mm
105 mm - 600 mm
70 - 90 gr/m2 (max. 5 vel)
IN DE EXTRA HANDINVOER
• Breedte
• Lengte
• Gramsgewicht
GEBRUIK
•
•
•
•
•
•
•
148 mm - 216 mm
105 mm - 600 mm
70 - 110 gr/m2 (1 vel tegelijk)
NOOIT
Opgerold papier
Flinterdun papier
Gescheurd papier
Nat of vochtig papier
Kleine stukjes papier
Verkreukeld papier
Carbonpapier
Ter voorkoming van schade die het faxtoestel buiten werking zou
kunnen stellen en de garantie te niet zou kunnen doen, moet u ervoor zorgen dat de documenten die u wilt gebruiken vrij zijn van:
•
•
•
•
nietjes
paperclips
plakband
natte Tipp-Ex of lijm.
In al deze gevallen moet u het document eerst kopiëren en vervolgens de kopie verzenden.
2. Steek het document in de automatische invoer (ADF) voor originele documenten (fig. 1) met de te verzenden kant naar onder
gericht.
of
Steek het document als volgt in de extra handinvoer:
•
Leg het document zo dat het perfect op de rechterkant van de
invoer aansluit (fig. 2).
•
Controleer of het document tenminste drie centimeter in de
invoer wordt getrokken. Alleen dan is het document correct
ingevoerd. Is dit niet het geval, dan moet u het document
verwijderen, handmatig of door op de toets
en de operatie herhalen.
3. Nadat het document in een van de twee invoeren is gestoken,
verschijnt op de bovenste regel van het display:
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast:
"NORMAL".
AFSTELLEN
VAN CONTRAST EN RESOLUTIE
Voor het verzenden van een document kunt u enkele
afstellingen maken om de afdrukkwaliteit te optimaliseren.
OM HET
DOCUMENTEN
IN DE AUTOMATISCHE INVOER (ADF) OF DE
HANDINVOER STEKEN
te drukken,
CONTRAST TE REGELEN
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
1. Breng de papiersteun in de gleuf aan en duw hem aan tot hij
vastzit.
PARAMETERS
3
4. Druk op de toets
2. Om het nummer te vormen van de correspondent aan wie
u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
tot op het display verschijnt:
CONTRAST: NORM.
-
5. Om de andere beschikbare waarden weer te gegeven,
"DONKER" en "LICHT", drukt u op de toetsen:
3.
/
Het nummer van de correspondent mag maximaal 64 cijfers bevatten.
Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de verzending verschijnt het bericht "VZ VOLLEDIG"
enkele seconden lang op het display.
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Indien u een verkeerd nummer hebt gevormd, plaatst u de cursor
met behulp van de toetsen
/
op het verkeerde nummer en
overschrijft het met het juiste nummer. Om het nummer volledig te
Het contrast moet worden gekozen op basis van de volgende
criteria:
•
wissen, drukt u op de toets
NORMAL, als het document noch te licht, noch te donker is.
Op de onderste regel van het display verschijnt "NORMAL".
•
LICHT, als het document bijzonder donker is. Op de onderste
regel van het display verschijnt "LICHT".
•
DONKER, als het document bijzonder licht is. Op de onderste
regel van het display verschijnt "DONKER".
OM DE RESOLUTIE TE REGELEN
.
OPMERKING
U kunt het nummer van de correspondent ook selecteren door middel van de snelle kiesmethodes, zie verderop "One-touch-toetsen
en snelkiescodes programmeren", "Verzenden via one-touchtoetsen" en "Verzenden via snelkiescodes".
OPMERKING
Indien u de verzending wilt onderbreken, dan drukt u op de toets
1. Druk op de toets
. Het faxtoestel zal het document automatisch uit de ADF uittot de gewenste resolutiewaarde op het display verschijnt.
voeren en weer in de oorspronkelijke standby-modus komen.
Indien het te verwijderen document meer dan één pagina telt, moet u
De resolutie moet worden gekozen op basis van de volgende
criteria:
voordat u op
•
STANDAARD, indien het document gemakkelijk leesbaar is.
Op de onderste regel van het display verschijnt een pijl die naar
het symbool " " op het bedieningspaneel wijst.
handmatig alle andere pagina's verwijderen.
•
FIJN, indien het document zeer kleine tekens of tekeningen
bevat. Op de onderste regel van het display verschijnt een pijl die
naar het symbool " " op het bedieningspaneel wijst.
•
KIESTONEN
HOREN BIJ HET VERZENDEN
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF) of in
de handinvoer.
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
GRIJSTONEN, indien het document schaduw bevat. Op de
onderste regel van het display verschijnt een pijl die naar het
symbool " " en een pijl die naar het symbool " " op het
bedieningspaneel wijst.
DOCUMENTEN
drukt om de eerste pagina te verwijderen, eerst
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is " "
(standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan
zoals hierboven beschreven.
VERZENDEN
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF) of in
de handinvoer.
2. Om de kiestonen te horen, drukt u op de toets:
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOKUMENT GEREED
Op het display verschijnt:
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is " "
(standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan
zoals hierboven beschreven.
AFSLUITEN A.U.B.
En rechts boven de duur van de transmissie in minuten en
seconden.
3. Om het nummer te vormen van de correspondent aan wie
u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
Het nummer van de correspondent mag maximaal 64 cijfers bevatten.
4
4. Zodra u de faxtoon van de correspondent hoort, drukt u op
de toets:
EEN
De verzending is gestart. Op het display verschijnt het be-
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF) of in
de handinvoer.
richt "VERBINDING".
Na de verzending verschijnt het bericht "VZ VOLLEDIG"
enkele seconden lang op het display.
TELEFOONHOORN
DOCUMENT UIT HET GEHEUGEN VERZENDEN
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is " "
(standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan
zoals hierboven beschreven.
OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF) of in
de handinvoer.
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
2. Druk op de toets
DOKUMENT GEREED
tot op het display verschijnt:
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAL".
TX UIT GEHEUGEN
3. Druk op de toets:
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is " "
(standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan
zoals hierboven beschreven.
Het faxtoestel begint het document in het geheugen op te
slaan. Zodra dit gebeurd is, verschijnt het bericht "DOC. N.
XXXX" enkele seconden lang op het display; daarna verschijnt:
2. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
DRUK TIJDINSTELL
UU:MM
Op het display verschijnt:
AFSLUITEN A.U.B.
4. Om de tijd in te voeren waarop u de verzending wilt uitvoeren, bijvoorbeeld "16:50", drukt u op de toetsen:
En rechts boven de duur van de transmissie in minuten en
seconden.
3. Om het nummer te vormen van de correspondent aan wie
u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
5. Om zowel de huidige tijd als de onder punt 4 ingestelde tijd
te bevestigen, drukt u op de toets:
Het nummer van de correspondent mag maximaal 64 cijfers bevatten.
Als het faxtoestel van uw correspondent op automatische
ontvangst is ingesteld, hoort u de toon van het
faxapparaat.
Als het op manuele ontvangst is ingesteld, zal iemand de
telefoon opnemen, en moet u hem vragen op de starttoets van zijn faxtoestel te drukken, waarna u wacht tot u
de faxtoon hoort.
4. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt het bericht "VERBINDING".
Na de verzending verschijnt het bericht "VZ VOLLEDIG"
enkele seconden lang op het display.
Op het display verschijnt:
VORM FAX NUMMER
NUM/TOETS/SNELK.
6. Vorm het nummer van de correspondent volgens een van
de beschikbare methodes: direct op het toetsenbord of via
de one-touch-toetsen of snelkiescodes (zie verderop "Onetouch-toetsen en snelkiescodes programmeren").
Hiertoe drukt u op de toetsen:
7. Druk op de toets:
Daarna zal het faxtoestel u vragen een ander nummer in
te voeren:
AUTOMATISCHE
KIESHERHALING
Indien er geen verbinding tot stand komt omdat de lijn gestoord is of
omdat het nummer van de correspondent bezet is, zal het faxtoestel
het gewenste nummer tot driemaal automatisch herhalen.
EEN
DOCUMENT AAN MEERDERE CORRESPONDENTEN
VERZENDEN
VORM FAX NUMMER
NUM/TOETS/SNELK.
Als u het document aan meer dan één correspondent wilt
zenden, herhaalt u de twee voorgaande stappen voor elke
volgende correspondent.
Als u het document aan één enkele correspondent wilt zenden, gaat u direct door naar het volgende punt zonder
andere nummers in te voeren.
8. Om de procedure af te sluiten, drukt u op de toets:
Nadat de procedure is afgesloten verschijnt op het display:
Het faxtoestel is uitgerust met een geheugen waaruit u een document (ook op een vooraf ingesteld tijdstip: uitgestelde verzending)
naar verschillende correspondenten kunt zenden (max. 10):
"circulaire". Zie hieronder "Een document uit het geheugen verzenden".
AUTOMAT.
00
TX UIT GEHEUGEN
5
OPMERKING
KIEZEN
In geval van een stroomonderbreking, wordt de geprogrammeerde
verzending uit het geheugen gewist.
VAN DE ONTVANGSTMODUS
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
EEN
ONTVANGSTMODUS
VOORAF INGESTELDE VERZENDING UIT HET GEHEUGEN
WIJZIGEN/HERHALEN/WISSEN
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
1. Druk op de toets
AUTOMAT.
tot op het display verschijnt:
3. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "MANUELE", "TEL./FAX" of "AWA/FAX", drukt u op de toetsen:
TX UIT GEHEUGEN
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
REEDS INGEVOERD
3. Druk op de toets:
00
/
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTELL.PRINTEN?
U kunt kiezen uit de volgende opties:
INSTELL.PRINTEN? - Om alleen de parameters m.b.t.
de verzending uit het geheugen af te drukken. Na het
afdrukken komt het faxtoestel automatisch in de standbymodus terug.
INSTELL. WISSEN? - Om de instelling te wissen. Het faxtoestel komt in de standby-modus terug.
PARAM. WIJZIGEN - Om het nummer van de correspondent of het gewenste tijdstip voor de verzending te wijzigen.
4. Om een van de beschikbare opties weer te geven, drukt u
op de toetsen:
/
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Bij stap 3, wordt de optie "AWA/FAX" alleen weergegeven indien u
de uitgaande boodschap 1 opgenomen hebt (zie het hoofdstuk "Het
antwoordapparaat").
ONTVANGEN
MANUELE
DRUK TIJDINSTELL
UU:MM
Vanaf hier volgt u de procedure "Een document uit het
geheugen verzenden" vanaf punt 4.
ONTVANGST
1. Neem bij overgaande telefoon de hoorn op om de verbinding tot stand te brengen.
Op het display verschijnt:
VORMING TELNR.
Als u "PARAM. WIJZIGEN" heeft gekozen, verschijnt op
het display:
IN DE DIVERSE ONTVANGSTMODI
2. Zodra u de faxtoon hoort of de correspondent u vraagt een
faxbericht te ontvangen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
VERBINDING
3. Haak de hoorn in.
Uw faxtoestel kan documenten die door een andere fax worden
verzonden op vier manieren ontvangen:
Het faxtoestel begint te ontvangen en op het display verschijnt informatie over de ontvangst zoals het faxnummer
van de afzender of, indien geprogrammeerd, zijn naam.
Wanneer de ontvangst voltooid is, verschijnt het bericht
"ONTVANGST OK" enkele seconden lang op het display;
daarna keert het toestel naar de standby-modus terug.
•
AUTOMATISCHE
ONTVANGEN
•
•
•
6
Manuele ontvangst is geschikt wanneer u aanwezig bent en
persoonlijk de binnenkomende oproepen wilt beantwoorden.
Automatische ontvangst is geschikt wanneer u afwezig bent
maar toch documenten wilt ontvangen. Dit is de modus waarin uw
faxtoestel is ingesteld.
Automatische ontvangst met oproeptype-herkenning. In
deze ontvangstmodus wordt het faxtoestel na een bepaald aantal
belsignalen (ingestelde waarde: 2 belsignalen) met de telefoonlijn
verbonden en is in staat om te herkennen of de binnenkomende
oproep een fax- of telefoonoproep is.
Ontvangst met antwoordapparaat. In deze ontvangstmodus
ontvangt het antwoordapparaat de oproepen, registreert eventuele boodschappen en geeft de verbinding over aan het faxtoestel
als de correspondent een document wil verzenden.
ONTVANGST
Na twee belsignalen komt het faxtoestel in de ontvangstmodus. De ontvangst vindt plaats zoals bij handmatige
ontvangst.
AUTOMATISCHE ONTVANGST MET OPROEPTYPE-HERKENNING
Hoe het faxtoestel zich in deze ontvangstmodus gedraagt,
is afhankelijk van de correspondent:
- Als de oproep van een ander faxtoestel afkomstig is,
komt uw faxtoestel na twee belsignalen automatisch in de
ontvangstmodus.
- Als de oproep van een telefoon afkomstig is, geeft het
faxtoestel na twee belsignalen ca. 20 seconden lang
een geluidsignaal en op het display verschijnt
"TELEFOONOPROEP". Indien u de hoorn niet binnen
20 seconden opneemt, komt het faxtoestel automatisch
in de ontvangstmodus.
Als u de hoorn opneemt voordat het faxtoestel de verbinding met de telefoonlijn tot stand brengt en u de kiestonen
hoort, gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets:
Indien er reeds een telefoonnummer of een faxnummer
werd opgeslagen, zal dit op het display verschijnen.
6. Vorm het gewenste telefoonnummer of faxnummer (max.
64 cijfers).
Hiertoe drukt u op de toetsen:
7. Als u een fout gemaakt heeft, plaatst u de cursor op het
verkeerde cijfer.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
/
8. Vervolgens overschrijft u het met het juiste cijfer.
2. Haak de hoorn in.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
OPMERKING
9. Om het nummer volledig te wissen, drukt u op de toets:
Indien u een ontvangst wilt onderbreken, drukt u op de toets
om het faxtoestel opnieuw in de oorspronkelijke standby-modus te
plaatsen.
10. Indien uw faxtoestel aangesloten is op een PBX, en u heeft
de uitgangsmodus "FLASH" geselecteerd, drukt u om de
buitenlijn te nemen voordat u het nummer vormt op de toets.
ONE-TOUCH-TOETSEN EN SNELKIESCODES
Op het display verschijnt de letter "E" (external).
11. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
PROGRAMMEREN
Op het display verschijnt:
1:NAAM
Het faxtoestel biedt ook snelkiesfuncties, zoals de one-touchtoetsen en snelkiescodes, die echter eerst geprogrammeerd
moeten worden.
Indien er reeds een naam werd opgeslagen, zal deze op
het display verschijnen.
12. Voer de naam van de correspondent in (max. 16 tekens) zoals u dat deed voor uw naam (zie "Nu ontbreken uw naam en faxnummer nog", in het hoofdstuk
"Meteen aan de slag").
Hiertoe drukt u op de toetsen:
ONE-TOUCH-TOETSEN
Aan elk van de 10 nummertoetsen (0-9) kunt u een
faxnummer, een telefoonnummer en een naam toewijzen die automatisch geselecteerd worden wanneer u de
betreffende toets langer dan een seconde indrukt.
13. Als u een fout gemaakt heeft, plaatst u de cursor op het
verkeerde teken.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
/
14. Vervolgens overschrijft u het met het juiste teken.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets
15. Om de naam volledig te wissen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
1 TOETS NUMMERS
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
DRUK 1 TOETSNR.
TOETS: 0-9
5. Druk op de nummertoets waaraan u een faxnummer wilt
toewijzen (bijv.
KIES ANDERE: JA
Nu kunt u de procedure onderbreken of u kunt een andere one-touch-toets programmeren.
17. Om de procedure te onderbreken, drukt u op de toets:
).
Hiertoe drukt u op de toetsen:
-
16. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
1:TEL NR.
18. Om een andere one-touch-toets te programmeren herhaalt
u de procedure vanaf de stappen voor het invoeren van
het nummer en de naam van de correspondent.
7
5. Om de hele naam te wissen, drukt u op de toets:
SNELKIESCODES
U kunt een serie codes (01-50) gebruiken om extra faxen telefoonnummers met namen in te stellen; deze worden automatisch geselecteerd wanneer u op de toets
drukt en de betreffende code invoert.
Volg de eerste twee stappen van de procedure voor onetouch-toetsen, en dan:
1. Druk op de toets
6. Typ de nieuwe naam (max. 16 tekens).
Hiertoe drukt u op de toetsen:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
SNEL KIEZEN
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DRUK SNELKIESNR.
(01-50):
VERZENDEN
3. Vorm de code waaraan u het telefoonnummer of een faxnummer wilt toewijzen (bijvoorbeeld,
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF) of in
de handinvoer. Op de bovenste regel van het display verschijnt:
).
Hiertoe drukt u op de toetsen:
-
DOKUMENT GEREED
Op het display verschijnt:
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAL".
01:TEL NR.
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is " "
(standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan
zoals beschreven in "Afstellen van contrast en
resolutie".
Volg vanaf hier de procedure voor de one-touch-toetsen vanaf de stappen voor het nummer en de naam van
de correspondent.
OPMERKING
2. Druk langer dan een seconde op de gewenste nummer-
Indien u dit wenst, kunt u de onder de 10 one-touch-toetsen en 50
snelkiescodes opgeslagen gegevens afdrukken (zie verderop in
"Rapporten en lijsten afdrukken").
toets (bijvoorbeeld
-
REEDS
INGESTELDE ONE-TOUCH-TOETSEN OF
SNELKIESCODES WIJZIGEN
VIA ONE-TOUCH-TOETSEN
):
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen
faxnummer. Als eveneens de naam werd opgeslagen, geeft
het display de naam weer.
Wanneer het nummer is gekozen, verloopt de verzending
verder op de bekende manier.
1. Volg de procedure voor de one-touch-toetsen of de procedure voor de snelkiescodes tot op het display verschijnt:
- Voor de one-touch-toetsen
1:TEL NR.
- Voor de snelkiescodes
01:TEL NR.
2. Om het hele nummer te wissen, drukt u op de toets:
VERZENDEN
VIA SNELKIESCODES
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF) of in
de handinvoer. Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAL".
3. Typ het nieuwe telefoonnummer of faxnummer (max. 64
cijfers).
Hiertoe drukt u op de toetsen:
-
Op het display verschijnt:
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
1:NAAM
of
01:NAAM
8
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is " "
(standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan
zoals beschreven in "Afstellen van contrast en
resolutie".
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ADRESBOEK
CODE OF < >
3. Vorm de gewenste snelkiescode (bijvoorbeeld
2. Druk op de toets:
).
Op het display verschijnt:
Hiertoe drukt u op de toetsen:
-
BINNENK.OPROEPEN
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen
faxnummer. Als eveneens de naam werd opgeslagen, geeft
het display de naam weer.
3. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "UITG.
OPROEPEN", drukt u op de toetsen:
/
Wanneer het nummer is gekozen, verloopt de verzending
verder op de bekende manier.
VERZENDEN
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Om in de lijst van de laatste 20 binnenkomende oproepen
of in de lijst van de laatste 10 uitgaande oproepen het
faxnummer of de naam van de correspondent op te vragen
aan wie u het document wilt zenden, drukt u op de toetsen:
MET ONE-TOUCH-TOETSEN OF SNELKIESCODES
DOOR OPZOEKEN IN HET ADRESBOEK
/
Als u zich de one-touch-toets of snelkiescode niet herinnert
die u aan een bepaald faxnummer heeft toegewezen, kunt
u de verzending toch starten door het nummer als volgt
in het adresboek op te zoeken:
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF) of in
de handinvoer. Op de bovenste regel van het display verschijnt:
6. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
RAPPORTEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is " "
(standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan
zoals beschreven in "Afstellen van contrast en
resolutie".
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
RAPPORTEN
Door het afdrukken van rapporten kunt u het resultaat van alle uitgevoerde transacties (verzendingen en ontvangsten), het aantal verwerkte documenten en andere nuttige informatie controleren.
Het faxtoestel kan de volgende rapporten afdrukken:
•
ADRESBOEK
CODE OF <>
Het faxtoestel zal bij herstel van de normale werking automatisch
een rapport afdrukken met het aantal op dat moment in het geheugen aanwezige pagina’s die verloren gegaan zijn. In dat geval is
het raadzaam het activiteitenrapport af te drukken om het nummer
of de naam te vinden van wie u de verloren gegane documenten
heeft gezonden.
3. Om het gewenste faxnummer of de naam van de correspondent te vinden aan wie u het document wilt sturen, drukt
u op de toetsen:
/
4. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
VERZENDEN DOOR OPVRAGEN VAN EEN VAN DE LAATSTE 20
BINNENGEKOMEN NUMMERS OF EEN VAN DE LAATSTE 10
•
Activeringsrapport: dit rapport bevat de gegevens van de laatste 42 transacties (verzendingen en ontvangsten), die in het
geheugen van het faxtoestel opgeslagen blijven. Het wordt automatisch afgedrukt (na de 32e transactie) of wanneer u dit
opvraagt.
•
Rapport laatste verzending: dit rapport bevat de gegevens
van de laatste verzending. Het kan, indien zo geprogrammeerd,
altijd automatisch afgedrukt worden na elke verzending, of
wanneer u dit opvraagt.
•
Foutberichtenrapport: dit rapport bevat eveneens de gegevens van de laatste verzending maar wordt alleen na een
mislukte verzending automatisch afgedrukt. Het faxtoestel
is ingesteld om dit soort rapport automatisch af te drukken. Hoe u
deze functie kunt uitschakelen, wordt beschreven in de betreffende paragraaf.
•
Rapport laatste circulaire: bevat de gegevens met betrekking
tot de laatste circulaire-verzending en kan indien geprogrammeerd, altijd automatisch afgedrukt worden na elke circulaire-verzending, of op aanvraag op het gewenste moment.
GESELECTEERDE NUMMERS
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF) of in
de handinvoer. Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is " "
(standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan
zoals beschreven in "Afstellen van contrast en
resolutie".
Stroomonderbrekingsrapport: dit rapport wordt altijd automatisch afgedrukt, wanneer er documenten in het geheugen zijn, na een stroomonderbreking.
9
RAPPORTEN
4. Druk op de toets
INTERPRETEREN
tot op het display verschijnt:
• Act. n.
Het volgnummer van de uitgevoerde transactie (verzending/ontvangst).
•
Soort transactie:
Type
ERROR ZENDRAPPO.
5. U kunt een van de volgende opties kiezen: "ZENDRAPPORT: AAN" en "ZENDRAPPORT: UIT".
ERROR ZENDRAPPO. - het faxtoestel drukt alleen na een
mislukte verzending automatisch een rapport af.
ZENDRAPPORT: AAN - het faxtoestel drukt na elke verzending automatisch een rapport af, ongeacht het resultaat.
TX voor verzending.
RX, RX POLL voor ontvangst.
• Doc.N
Referentienummer, direct door het faxtoestel
toegekend, van het opgeslagen document.
•
Het faxnummer van de correspondent dat
u gekozen hebt.
Nummervorming
• Naam
Naam van de correspondent die u hebt
gebeld. Verschijnt alleen indien u deze
onder de one-touch-toetsen of snelkiescodes hebt opgeslagen. Dit veld komt niet
voor in het activiteitenrapport.
ZENDRAPPORT: UIT - het faxtoestel drukt geen rapporten af.
6. Om een van de beschikbare opties weer te geven, drukt u
op de toetsen:
/
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
• Verzenderidentificatie
Nummer (en eventueel naam) van de geselecteerde correspondent. Dit nummer
komt overeen met het nummer dat u gekozen hebt, mits de correspondent zijn faxnummer correct heeft ingesteld. Anders kan
het afwijkend zijn of zelfs ontbreken.
• Datum /Tijd
Datum en tijd waarop de transactie werd
uitgevoerd.
• Duur
Duur van de transactie (in minuten en seconden).
• Pag.'s
Totaal aantal pagina's dat u hebt verzonden/ontvangen.
• Resul.
Resultaat van de transactie:
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
AUTOMATISCHE AFDRUK VAN
ACTIVEREN/INACTIVEREN
HET CIRCULAIRE-RAPPORT
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
- OK: als de transactie met succes werd
voltooid.
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
- FOUTCODE XX: indien de transactie niet
plaats gevonden heeft als gevolg van de
oorzaak die door de foutcode wordt aangegeven (zie "Foutcodes", in het hoofdstuk "Problemen oplossen").
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
4. Druk op de toets
AUTOMATISCHE
tot op het display verschijnt:
AFDRUK VAN HET ZENDRAPPORT EN
FOUTBERICHTENRAPPORT ACTIVEREN/INACTIVEREN
RAPP.CIRCUL.:AAN
5. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "RAPP.
CIRCUL.: UIT", drukt u op de toetsen:
1. Druk op de toets
/
tot op het display verschijnt:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
10
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
AFDRUK
4. Druk op de toets:
VAN HET ZENDRAPPORT, ACTIVITEITENRAPPORT,
CIRCULAIRE-RAPPORT EN BELLER-ID-RAPPORT OPVRAGEN
Op het display verschijnt:
PRINT:INSTALL.
5. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "PRINT:
UITGESL. NR" en "EXIT MENU", drukt u op de toetsen:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
/
RAPPORTEN
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
RAPP. LAATSTE TX
U kunt een van de volgende opties kiezen: "RAP.LAATSTE
CIRC", "ACTIVITEIT.RAPP.", "LIJST BELLERS" en "LIJST
RAPP. UIT".
3. Om een van de beschikbare opties weer te geven, drukt u
op de toetsen:
/
OPMERKING
Indien u "PRINT:INSTALL." of "PRINT:UITGESL.NR" geselecteerd
hebt, komt het faxtoestel na de afdruk automatisch weer in de oorspronkelijke standby-modus terug. Indien u "EXIT MENU" gekozen
hebt, drukt u op de toets
om het faxtoestel weer in de oor-
spronkelijke standby-modus te plaatsen.
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
LIJST VAN CONFIGURATIEPARAMETERS EN GEGEVENS VAN DE
ONE-TOUCH-TOETSEN EN SNELKIESCODES AFDRUKKEN
Nadat het rapport is afgedrukt, komt het faxtoestel automatisch weer in de oorspronkelijke standby-modus terug.
1. Druk op de toets
OPMERKING
tot op het display verschijnt:
Indien u "LIJST RAPP. UIT" hebt geselecteerd, drukt u op de toets
FAX SET-UP
om het faxtoestel weer in de standby-modus te plaatsen.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
LIJSTEN
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets
U kunt de volledige lijsten met installatie- en configuratieparameters en de gegevens van de one-touch-toetsen en
snelkiescodes op elk gewenst moment afdrukken.
Wanneer u een afdruk van de installatie- en configuratieparameters
vraagt, kunt u een bijgewerkt rapport afdrukken van de vooraf ingestelde waarden en van de waarden die u af en toe overeenkomstig
uw behoeften hebt ingesteld.
LIJST
tot op het display verschijnt:
PRINT INSTELLING
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PRINT PARAMETERS
5. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "LIJST 1
TOETSNRS", "LIJST SNELKIESNR" en "AFDRUKOPTIE:
UIT", drukt u op de toetsen:
VAN INSTALLATIEPARAMETERS EN UITGESLOTEN
NUMMERS AFDRUKKEN
/
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.
3. Druk op de toets
OPMERKING
Indien u de optie "AFDRUKOPTIE: UIT" hebt geselecteerd, drukt u
op de toets
om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke
standby-modus te plaatsen.
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIELIJST
11
HET
ANTWOORDAPPARAAT
Indien u een van de modellen van het faxtoestel met ingebouwd
antwoordapparaat hebt aangeschaft, biedt dit dezelfde mogelijkheden als een extern antwoordapparaat. U kunt dus:
•
HET BEDIENINGSPANEEL VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT
uitgaande boodschappen opnemen die automatisch worden
afgespeeld wanneer u afwezig bent, om de beller te verzoeken
een boodschap achter te laten of terug te bellen;
•
memo's opnemen;
•
de uitgaande boodschappen beluisteren;
•
de uitgaande boodschappen vervangen;
•
de boodschappen opnemen die de correspondenten inspreken wanneer u afwezig bent, zodat de aan u gerichte oproepen
niet verloren gaan;
•
memo’s en binnengekomen boodschappen beluisteren;
•
memo’s en binnengekomen boodschappen wissen;
•
de boodschappen op een telefoon op afstand overbrengen;
•
het antwoordapparaat op afstand bedienen.
Alleen aanwezig op model met antwoordapparaat:
Start het afspelen van de boodschappen en memo’s. Indien er nieuwe berichten of memo’s zijn, worden alleen
deze laatste afgespeeld, beginnend bij de eerste nog niet
beluisterde boodschap.
Onderbreekt tijdelijk het afspelen van boodschappen en
memo's. Bij nogmaals indrukken wordt het afspelen hervat.
De opnamecapaciteit van het antwoordapparaat is afhankelijk van
het beschikbare geheugen (14 minuten). De duur van de boodschappen kan geprogrammeerd worden in 30 of 60 seconden,
zie "Opnametijd programmeren voor memo's en binnenkomende boodschappen".
Start het opnemen van "MEMO’s"(persoonlijke mededelingen). Tijdens het afspelen van boodschappen en memo's,
sprong naar begin van volgende boodschap of memo.
Tijdens het afspelen van boodschappen en memo’s, sprong
OM HET ANTWOORDAPPARAAT TE ACTIVEREN
naar vorige boodschap of memo (pas nadat alle boodschappen zijn afgespeeld).
Het antwoordapparaat kan alleen worden aangezet na registratie van uitgaande boodschap 1. Zie "Uitgaande boodschappen en memo’s" verderop, en met name "Opnemen van uitgaande boodschap 1".
(WISSEN)
Wist de reeds beluisterde boodschappen en memo's.
LED (BOODSCHAPPEN)
Bovendien moet u het faxtoestel in de ontvangstmodus "AWA/
FAX" zetten. Zie in het eerste gedeelte van de handleiding de procedure "Kiezen van de ontvangstmodus", hoofdstuk "Ontvangen".
Aan: in het geheugen bevinden zich reeds beluisterde
boodschappen of memo's.
Knippert: in het geheugen bevinden zich nog niet beluisterde boodschappen of memo's.
Uit: in het geheugen bevinden zich geen boodschappen of memo's.
Bij de ontvangstmodus AWA/FAX, wordt het faxtoestel automatisch
geactiveerd voor ontvangst wanneer de oproep van een ander
faxtoestel komt, zodat er geen aan u gerichte documenten verloren
gaan.
Toetsen voor het gebruik van het antwoordapparaat:
OPMERKING
Om de verhinderen dat iemand anders zonder uw toestemming op
afstand uw antwoordapparaat kan bedienen (behalve om boodschappen in te spreken), is de toegang bovendien beschermd door
een numerieke code van vier cijfers (reeds beschikbaar als "1234")
die u altijd kunt wijzigen of annuleren, zie hieronder "Wijzigen of
annuleren van de toegangscode voor het antwoordapparaat".
Toegang tot het configuratiemenu voor het antwoordapparaat. Selectie van de verschillende sub-menu's.
/
Om de beschikbare opties van een waarde of een parameter te kiezen.
Start het opnemen en afspelen.
Bevestigt de selectie van het configuratiemenu voor het antwoordapparaat, de sub-menu's, de parameters en betreffende waarden en de overgang naar de volgende status.
Onderbreekt het opnemen en afspelen.
Onderbreekt de programmering in uitvoering.
Brengt het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus terug.
12
WIJZIGEN OF ANNULEREN VAN DE
De toegangscode voor het antwoordapparaat kan bovendien
nog worden gebruikt om:
TOEGANGSCODE VOOR HET
•
te verhinderen dat iemand anders ter plekke de aan u gerichte
boodschappen kan beluisteren;
•
te verhinderen dat iemand anders de door u ingestelde configuratieparameters van het antwoordapparaat kan wijzigen.
ANTWOORDAPPARAAT
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
Volg de procedure "Wijzigen of annuleren van de toegangscode voor het antwoordapparaat" tot "BELUISTER.INLOG" op
het display verschijnt, en ga als volgt verder:
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
1. Om te verhinderen dat iemand anders de boodschappen
op het antwoordapparaat kan beluisteren, drukt u op de
toetsen:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
/
Op het display verschijnt:
BELUIST.MET LOG
3. Druk op de toets
2. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
TOEGANGSCODE
Op het display verschijnt:
INSTELL.UITLOG
4. Druk op de toets
3. Om te verhinderen dat iemand anders zonder uw toestemming het antwoordapparaat kan programmeren, drukt u op
de toetsen:
Op het display de standaard ingestelde code:
DRUK CODE
(0 - 9): 1234
/
Op het display verschijnt:
INSTELL.LOG
Nu kunt u de bestaande code wijzigen (stappen 7 en 8 van
de procedure) of hem geheel wissen (stappen 5 en 6 van
de procedure).
4. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Om de code te wissen:
5. Druk op de toets
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
DRUK CODE
(0 - 9):
UITGAANDE BOODSCHAPPEN EN MEMO’S
6. Om de wisopdracht te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
KOSTBESP.INSTELL
U kunt verschillende soorten boodschappen opnemen:
•
Om de code te wijzigen:
7. Voer de nieuwe code in, bijvoorbeeld "0001", door op de
volgende toetsen te drukken:
-
Op het display verschijnt:
DRUK CODE
(0 - 9): 0001
•
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
BELUISTER.INLOG
9. In beide gevallen moet u, om het faxtoestel weer in de
oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, op de volgende
toets drukken:
•
UITGAANDE BOODSCHAP 1, met een maximale duur van 20
seconden, om de beller te verzoeken een boodschap in te spreken op het antwoordapparaat, bijvoorbeeld:
"Dit is het antwoordapparaat van ..... We zijn momenteel niet
aanwezig. Spreek na de pieptoon een boodschap in of druk op
de starttoets van uw faxtoestel als u ons een fax wilt sturen.
Dank u".
UITGAANDE BOODSCHAP 2, met een maximale duur van 10
seconden, kan worden opgenomen om:
• als u afwezig bent en dus de ontvangstmodus "AWA/FAX"
hebt geselecteerd, de beller te waarschuwen dat het antwoordapparaat geen boodschappen kan ontvangen omdat het geheugen vol is, bijvoorbeeld:
"Momenteel kunt u ons alleen een fax sturen. Bel voor een
gesprek later terug";
• als u aanwezig bent maar de modus "TEL./FAX" hebt geselecteerd, de beller te vragen de hoorn niet op te leggen, bijvoorbeeld:
"Even geduld, a.u.b.".
DOORSTUUR-BOODSCHAP, met een maximale duur van 10
seconden, om u op een toestel op afstand te waarschuwen
dat er nog niet beluisterde boodschappen voor u zijn op het
antwoordapparaat.
13
•
Voor het daadwerkelijk doorsturen van de nog niet beluisterde
boodschappen moet u:
• het antwoordapparaat hiervoor geprogrammeerd hebben (zie
verderop "Boodschappen en memo's doorsturen naar
een telefoon op afstand");
• de functies actieveren waarmee u op afstand het antwoordapparaat kunt bedienen (zie "Het antwoordapparaat op afstand bedienen").
•
MEMO (Gesproken), met een programmeerbare duur van 30
of 60 seconden, voor persoonlijke afspraken. Deze memo wordt
nooit als uitgaande boodschap afgespeeld wanneer u door een
correspondent wordt gebeld.
AFSPELEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
1
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
OPNEMEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
BELIUSTER OGM #1
1
4. Om de eerder opgenomen uitgaande boodschap 1 te horen, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets
Op het display verschijnt:
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
SPREEK IN OGM #1
BELUISTERING
Na het afspelen stelt het faxtoestel automatisch voor een
nieuwe UITGAANDE BOODSCHAP 1 op te nemen. Indien u dit wenst kunt u de eerder opgenomen boodschap
wijzigen of vervangen, door de opnameprocedure te herhalen.
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
4. Druk op de toets
Op het display verschijnt:
TELEFOONOPROEP
OPNEMEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
2
5. Neem de hoorn op.
Op het display verschijnt:
VOOR OPNA.
6. Om het opnemen te starten, drukt u op de toets:
Neem uitgaande boodschap 2 op zoals u boodschap 1 hebt opgenomen, met het volgende verschil voor stap 3:
tot op het display verschijnt:
Druk op de toets
SPREEK IN OGM #2
Op het display verschijnt:
OPNAMEN 19
•
U hebt 20 seconden ter beschikking (afgeteld op het display
van 19 tot 00) om uw boodschap in te spreken:
als de boodschap korter is dan 20 seconden, sluit u de
opname af zodra u klaar bent met inspreken door de hoorn
op te leggen of op de toets
u op de toets
•
of
tisch de boodschap af die u hebt opgenomen;
als de beschikbare tijd afloopt, geeft het faxtoestel een
kort geluidssignaal en speelt automatisch de boodschap af
die u hebt opgenomen.
Leg vervolgens de hoorn op de haak.
In beide gevallen moet u op de toets
drukken op het
faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
OPMERKING
Als het volume van de boodschap te laag of te hoog is, kunt u het
. Op het display ver-
schijnt, rechts boven, het niveau van het ingestelde volume.
14
AFSPELEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
2
te drukken. Als
drukt speelt het faxtoestel niet automa-
tijdens het afspelen regelen via de toets
OPMERKING
Vergeet echter niet dat u slechts 10 seconden ter beschikking hebt.
Beluister boodschap 2 zoals bij BOODSCHAP 1 met het volgende
verschil voor stap 3:
Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
BELUISTER OGM #2
OPNEMEN
VAN DE DOORSTUUR-BOODSCHAP
Neem de doorstuur-boodschap op zoals u de boodschappen 1 en 2
hebt opgenomen, met het volgende verschil voor stap 3:
tot op het display verschijnt:
Druk op de toets
OPN.DOORG.OPROEP
OPNEMEN VAN MEMO'S
Zoals reeds gezegd, kunt u het antwoordapparaat gebruiken om één of meerdere persoonlijke berichten op te nemen (MEMO) die op dezelfde manier worden behandeld
als de binnenkomende boodschappen.
1. Druk op de toets:
AFSPELEN VAN BINNENKOMENDE
BOODSCHAPPEN EN MEMO’S
Als het antwoordapparaat een of meerdere binnenkomende
boodschappen of een of meerdere memo's in het geheugen heeft die u nog niet hebt beluisterd, knippert de BOODSCHAPPEN-LED
Op het display verschijnt:
TELEFOONOPROEP
2. Neem de hoorn op.
Op het display verschijnt:
MEMOBERICHT?
3. Om het opnemen te starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
OPNAMEN 30
OPMERKING
U hebt 30 of 60 seconden ter beschikking (zie "Opnametijd programmeren voor memo's en binnenkomende boodschappen")
om uw memo in te spreken, op dezelfde manier als bij UITGAANDE
BOODSCHAPPEN 1 en 2.
OPNAMETIJD PROGRAMMEREN VOOR MEMO’S
EN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
en op het display wordt het totale
aantal opgenomen boodschappen (inclusief de memo's)
weergegeven, bijvoorbeeld 03:
"AWA/FAX
"01-10-04
03"
10:32"
Nu kunt u (via de luidspreker of door de telefoonhoorn op
te nemen) alle boodschappen beluisteren, inclusief de
memo’s die met een volgnummer tot een maximum van 49
in het geheugen worden opgeslagen, vanaf de eerste nog
niet beluisterde boodschap.
Tijdens het afspelen van elke boodschap verschijnt op het
display de dag en tijd waarop de boodschap werd ontvangen.
U kunt via de luidspreker de boodschappen beluisteren,
die het faxtoestel in sequentie afspeelt, gescheiden door
een kort geluidssignaal.
Hiertoe drukt u op de toets:
Ook kunt u de boodschappen "privé" beluisteren.
Hiertoe:
1. Druk op de toets:
2. Neem de hoorn op.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
Na afloop van de weergave van de laatste boodschap geeft het
faxtoestel twee korte geluidssignalen en komt automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug. De BOODSCHAPPEN-LED
stopt met knipperen en blijft continu verlicht.
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSPREEKTIJD
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
OPNAMETIJD:30SEC
5. Om de andere beschikbare waarde weer te geven,
"Opnametijd:60Sec", drukt u op de toetsen:
/
WISSEN VAN REEDS BELUISTERDE
BOODSCHAPPEN EN MEMO’S
U kunt een boodschap of een memo alleen tijdens of na het
afspelen wissen.
De boodschappen of memo's die u nog niet hebt beluisterd worden
niet gewist. Om het geheugen volledig te kunnen wissen moeten dus
eerst alle boodschappen en memo's zijn afgespeeld.
6. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
WISSEN VAN DE HUIDIGE BOODSCHAP OF MEMO
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
1. Om het afspelen van de boodschappen of memo's te starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
BELUISTER 01 03
30-10-04 10:47
15
3. Druk op de toets
2. Om de boodschap die u momenteel beluistert te wissen,
drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
OPROEP DOORGEVEN
Het antwoordapparaat gaat naar de volgende boodschap
4. Druk op de toets:
en op het display verschijnt:
BELUISTER 01 02
30-10-04 10:47
Op het display verschijnt:
OPROEPING :UIT
3. Om de volgende boodschap te wissen, drukt u op de toets:
Ga zo verder voor alle boodschappen die u wilt wissen.
5. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "OPROEPING EENMAG" of "OPROEP UITSTEL", drukt u op
de toetsen:
/
6. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Als u geen enkele boodschap wilt wissen, drukt u op de toets
Op het display verschijnt:
.
DRUK TIJDINSTELL
UU:MM
WISSEN VAN ALLE REEDS BELUISTERDE BOODSCHAPPEN
Stel dat er op het antwoordapparaat 6 boodschappen zijn
opgenomen waarvan 3 reeds beluisterd:
7. Voer het tijdstip in waarop u wenst dat de boodschappen
worden doorgestuurd, bijvoorbeeld: "11:45".
Hiertoe drukt u op de toetsen:
-
1. Druk op de toets:
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
WIS OPNAME?
CANCEL/
DRUK TEL. NUMM
9. Voer het telefoonnummer in waarop u gebeld wilt worden,
bijvoorbeeld: "02 615356".
2. Om de reeds beluisterde boodschappen te wissen, drukt u
op de toets:
Op het display verschijnt de standby-modus en het aantal
resterende boodschappen na de wisopdracht, in dit geval
3.
OPMERKING
Als u geen enkele boodschap wilt wissen, drukt u op de toets
Hiertoe drukt u op de toetsen:
10. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
OPN.DOORG.OPROEP
.
Nu kunt u de doorstuur-boodschap opnemen (zie "Opnemen van de doorstuur-boodschap") of de procedure
afsluiten door op de toets
BOODSCHAPPEN EN MEMO’S DOORSTUREN
NAAR EEN TELEFOON OP AFSTAND
Indien u dit wenst kunt u het antwoordapparaat zo programmeren dat het u op een andere plaats en op een
bepaalde tijd belt om u te waarschuwen dat er nieuwe
boodschappen zijn.
Behalve de tijd en het nummer waarop u gebeld wilt worden kunt u instellen of het doorsturen eenmalig of dagelijks plaats moet vinden.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
16
te drukken.
OPMERKING
De programmering voor het doorsturen van boodschappen wordt
geannuleerd door een stroomuitval.
OPMERKING
Indien u eerder een doorstuur-boodschap hebt opgenomen, geeft
het display het bericht "BELUISTERING" weer en het antwoordapparaat speelt de boodschap af. Zie "Opnemen van de doorstuurboodschap" voor het wijzigen of vervangen van de boodschap.
Nu u het antwoordapparaat hebt geprogrammeerd voor het naar
een andere plaats doorsturen van de nieuwe boodschappen, kunt u
deze beluisteren door het antwoordapparaat te bedienen volgens
de methodes die hieronder worden beschreven in "Het antwoordapparaat op afstand bedienen".
HET ANTWOORDAPPARAAT OP AFSTAND
SPECIALE FUNCTIES VAN HET
BEDIENEN
ANTWOORDAPPARAAT
U kunt het antwoordapparaat niet alleen direct via de specifieke toetsen
op het bedieningspaneel van het faxtoestel bedienen, maar ook vanaf
elke andere plaats ver of dichtbij, mits u gebruik maakt van een telefoon
die in de toonkiesmodus werkt, bijv.: een mobiele telefoon.
Om het antwoordapparaat op afstand te bedienen, moet u het faxtoestel in de ontvangstmodus "AWA/FAX" zetten, en bovendien, nadat
u UITGAANDE BOODSCHAP 1 hebt gehoord, de toegangscode invoeren (standaard ingesteld: "1234").
De voor de afstandsbediening beschikbare functies worden geactiveerd via een extra nummercode van een of twee cijfers (zie onderstaande tabel). Als de code uit twee cijfers bestaat, is het raadzaam tussen het eerste en tweede cijfer op het bevestigingssignaal te wachten.
CODE
1
2
3
4
5+5
CODE
#1
#2
#3
#4
#5
#6
U kunt de volgende speciale functies op het antwoordapparaat instellen:
• GESPREKKOSTEN BESPAREN
• ALLEEN UITGAANDE BOODSCHAP
• STILLE ONTVANGST VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
GESPREKKOSTEN
BESPAREN
Wanneer u op afstand het antwoordapparaat bedient om
eventuele boodschappen te beluisteren, antwoordt het faxtoestel op de volgende manier:
• als er geen boodschappen op het antwoordapparaat zijn, wordt de verbinding twee belsignalen na het
ingestelde aantal tot stand gebracht;
• als er wel boodschappen op het antwoordapparaat
zijn, wordt de verbinding na het ingestelde aantal belsignalen tot stand gebracht (Zie "Aantal belsignalen
wijzigen", in het hoofdstuk "Geavanceerd gebruik").
Dus, als u een belsignaal méér dan het ingestelde aantal
hoort, weet u meteen dat er geen boodschappen zijn
en kunt u ophangen voordat de verbinding tot stand
wordt gebracht.
Deze functie kan alleen door de technische service
worden geactiveerd en is niet in alle landen beschikbaar.
1. Druk op de toets
BEDIENINGSFUNCTIE
Afspelen van nieuwe boodschappen.
Afspelen van alle boodschappen.
Herhalen van huidige boodschap of terug naar vorige
boodschap.
Onderbreken van huidige boodschap en overgaan
naar volgende boodschap.
Wissen van alle oude boodschappen.
PROGRAMMEERFUNCTIE
Uitschakelen van de ontvangstmodus AWA/FAX en inschakelen van de ontvangstmodus AUTOMAT.
Inschakelen van de ontvangstmodus AWA/FAX.
Vrijgave van opname van UITGAANDE BOODSCHAP 1.
Afsluiten en bevestigen van de opname van UITGAANDE BOODSCHAP 1.
Uitschakelen van het doorsturen van boodschappen
en memo's naar een telefoon op afstand.
Instelling voor het beluisteren van ALLEEN UITGAANDE BOODSCHAP.
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
Door op 0 te drukken na een bedieningssequentie van 1 tot 5 wordt
de huidige functie onderbroken.
Door op 0 te drukken na een programmeersequentie van #1 tot #6
wordt de huidige programmering onderbroken en gaat men terug
naar de bedieningsfuncties. In dat geval moet u weer op # drukken
op de programmeerfase te hervatten.
tot op het display verschijnt:
KOSTBESP.INSTELL
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
AAN
Voor het op afstand bedienen en programmeren van het antwoordapparaat moet u:
•
•
het nummer van het faxtoestel vormen op de externe telefoon. Het
antwoordapparaat antwoordt met UITGAANDE BOODSCHAP 1;
de functie kiezen die u wilt uitvoeren en de betreffende code invoeren, aan de hand van bovenstaande tabel.
Het antwoordapparaat bevestigt de bewerking met een pieptoon.
Indien u een toegangscode voor het antwoordapparaat hebt ingesteld, voert u zodra u UITGAANDE BOODSCHAP 1 hoort, de cijfers
van de code in:
• als de code correct is, hoort u een kort geluidssignaal ter bevestiging, waarna u de code voor de afstandsbedieningsfunctie kunt
invoeren.
Verbreek de verbinding volgens het systeem van de gebruikte
telefoon.
5. Om de andere optie weer te geven, "UIT", drukt u op de
toetsen:
/
6. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
17
ALLEEN
UITGAANDE BOODSCHAP
STILLE ONTVANGST VAN BINNENKOMENDE
Met deze functie kunt u op vertrouwelijke wijze boodschappen ontvangen. In andere woorden, het antwoordapparaat ontvangt de boodschappen zonder deze via de luidspreker weer te geven, opdat andere personen de aan u
gerichte boodschappen niet kunnen horen.
1. Druk op de toets
In deze functie antwoordt het antwoordapparaat bij elke
oproep met UITGAANDE BOODSCHAP 1 maar neemt
geen binnenkomende boodschappen op.
U kunt deze functie gebruiken wanneer u gedurende een
langere periode afwezig zult zijn, tijdens welke niet alle eventuele boodschappen opgeslagen zouden kunnen worden.
In dat geval kunt u, in plaats van de gewoonlijke uitgaande
boodschap, beter een andere boodschap opnemen, bijvoorbeeld:
"Van 22 Juni t/m 19 September kunnen wij alleen faxen
ontvangen. U kunt geen boodschap inspreken".
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
tot op het display verschijnt:
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
TAD SET-UP
Op het display verschijnt:
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
ICM LUIDSPR:UIT
Op het display verschijnt:
4. Om de andere optie weer te geven, "ICM LUIDSPR:AAN",
drukt u op de toetsen:
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
BOODSCHAPPEN
/
tot op het display verschijnt:
5. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
ENKEL MELDTEKST
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
6. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ENKEL MELDT.:UIT
5. Om de andere optie weer te geven, "ENKEL MELDT:
AAN", drukt u op de toetsen:
/
6. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
TELEFOONOPROEP
AFDRUKKEN VAN DE CONFIGURATIEPARAMETERS
VAN HET ANTWOORDAPPARAAT
Indien u de UITGAANDE BOODSCHAP 1 reeds hebt opgenomen, verschijnt op het display het bericht "BELUISTERING"
en het antwoordapparaat speelt de boodschap af.
Indien u nog niets hebt opgenomen, verschijnt op het display het bericht "GEEN OPNAMEN".
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om de eerder opgenomen boodschap te wijzigen of een
nieuwe boodschap op te nemen.
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
Op het display verschijnt:
VOOR OPNA.
3. Druk op de toets
8. Om de opname te starten, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
LIJST AWA INSTEL
Op het display verschijnt:
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
OPNAMEN 20
Op het display verschijnt:
LIJST AWA:
5. Mocht het display "GEEN LIJST AWA" weergeven, moet u,
om de optie "LIJST AWA:
" weer te geven, op de volgende toetsen drukken:
/
6. Om het afdrukken te starten, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
18
GEAVANCEERD GEBRUIK
4. Druk op de toets
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR
tot op het display verschijnt:
ONTVANGST
PRINT EXTRA:AUTO
AFDRUKZONE
5. Om een van de andere twee beschikbare parameters te
kiezen, "PRINT EXTRA: UIT" of "PRINT EXTRA: AAN",
drukt u op de toetsen:
VAN EEN ONTVANGEN DOCUMENT VERKLEINEN
/
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
PRINTER PARAMET.
4. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
VERKLEINEN 94%
OPMERKING
Indien u de parameter "PRINT EXTRA: AUTO" selecteert, zal het
faxtoestel de resterende tekst op een andere pagina afdrukken indien deze tekst minstens 12 mm van de pagina bedekt.
Indien u de parameter "PRINT EXTRA: AAN" selecteert, zal het
faxtoestel de resterende tekst altijd op een andere pagina afdrukken.
Indien u de parameter "PRINT EXTRA: UIT" selecteert, zal het
faxtoestel de resterende tekst niet afdrukken.
5. Om een van de beschikbare verkleiningsratio's te kiezen,
"80%", "76%", "70%" en "UIT", drukt u op de toetsen:
STILLE
/
ONTVANGST IN-/UITSCHAKELEN
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
DOCUMENT
ONTVANGEN DAT LANGER IS DAN HET
PAPIERFORMAAT
Indien u een document ontvangt dat langer is dan het gebruikte papierformaat, kunt u het faxtoestel zo instellen dat
de resterende tekst op een andere pagina wordt afgedrukt.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
PRINTER PARAMET.
In de ontvangstmodi "AUTOMAT.", "TEL./FAX" en "AWA/
FAX" kunt u het faxtoestel instellen op het ontvangen
van documenten zonder dat er bij de oproep belsignalen overgaan.
Wanneer deze functie is ingeschakeld, hangt het gedrag
van het faxtoestel af van de geselecteerde ontvangstmodus
en van wie de oproep verricht:
• in de modus "AUTOMAT." en "AWA/FAX", geeft het
faxtoestel bij ontvangst van een oproep, nooit een belsignaal;
• in de modus "TEL./FAX", geeft het faxtoestel bij ontvangst
van een oproep alleen geen belsignaal indien de
oproep van een ander faxtoestel komt. Als het een
telefoonoproep betreft, geeft het faxtoestel een geluidssignaal, in plaats van de belsignalen, ten teken dat u de
hoorn op moet nemen.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
GEAVANC.FUNCTIES
19
3. Druk op de toets:
4. Druk op de toets
Op het display verschijnt:
tot op het display verschijnt:
GEAVANC.FUNCTIES
STILLE RX:NOOIT
4. Druk op de toets
5. Om een van de andere beschikbare opties te selecteren,
"STILLE RX:ALTIJD" of "STILLE RX:DAGEL.", drukt u op
de toetsen:
tot op het display verschijnt:
BELLER ID: JA
/
5. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "BELLER
ID: NEE", drukt u op de toetsen:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
/
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
De instelling van de dagelijkse stille ontvangst ("STILLE RX:DAGEL.")
wordt geannuleerd bij een stroomuitval.
NAAM
OPMERKING
Met deze functie ingeschakeld, worden in geval van stroomuitval de
verloren gegane datum en tijd hersteld bij ontvangst van de eerstvolgende oproep.
OF NUMMER VAN DE BELLER WEERGEVEN
Deze functie, die op aanvraag van de gebruiker door het
telefoonbedrijf geactiveerd kan worden, is slechts in
enkele landen beschikbaar en is compatibel met de
Norm ETSI ETS 300 778-1.
AANTAL
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
Met deze functie kunt u meteen zien door wie u wordt
gebeld. U kunt dus beslissen of u de oproep al of niet wilt
beantwoorden.
Indien het faxtoestel in de ontvangstmodus "AUTOMAT.",
"TEL./FAX" of "AWA/FAX" staat, beantwoordt het de oproepen automatisch na een bepaald aantal belsignalen.
Indien u dit wenst, kunt u het aantal belsignalen als volgt
wijzigen:
1. Druk op de toets
Met deze functie zal het faxtoestel, als het zich in de
standby-modus bevindt, bij elke oproep altijd automatisch
een van de volgende aanduidingen weergeven:
•
•
•
nummer of naam van de beller;
PRIVÉ: indien de correspondent ervoor gekozen heeft
zijn identificatie niet weer te geven;
NIET BESCHIKBAAR: indien de correspondent op een
telefooncentrale is aangesloten die niet over deze service
beschikt.
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
Als u echter bezig bent uw faxtoestel te programmeren en
u wilt bij binnenkomst van een oproep weten door wie u
gebeld wordt, moet u op de toets
AANT.BELSIGN.:02
drukken
3. Om de andere beschikbare waarden weer te geven, "01",
"03", "04", "05", "06", "07" en "08", drukt u op de toetsen:
alvorens de oproep te beantwoorden.
Het kan gebeuren dat door bijzondere kenmerken van de
telefooncentrale waarop u aangesloten bent, het nummer
van de beller niet op het faxtoestel wordt weergegeven.
Mocht dit probleem zich voordoen, neem dan contact op
met het technische servicecentrum in uw land.
Het faxtoestel is reeds ingesteld op weergave van de
identiteit van de beller. U kunt de weergave hiervan
echter ook als volgt uitschakelen:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.
20
BELSIGNALEN WIJZIGEN
/
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
VOLUME
3. Druk op de toets
BELSIGNALEN WIJZIGEN
tot op het display verschijnt:
GEAVANC.FUNCTIES
1. Druk op de toets
4. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
tot op het display verschijnt:
2. Druk op de toets:
ONDERS. BEL: UIT
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
5. Druk op de toets
/
tot op het display verschijnt:
WIJZIG. PATROON
3. Druk op de toets:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
Op het display verschijnt:
4. Druk op de toets
AUTODETECTIE BEL
7. Bel het faxtoestel met het gewenste belsignaal-ritme tot het
faxtoestel dit detecteert.
Op het display verschijnt:
tot op het display verschijnt:
VOLUME BEL.:HOOG
5. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "VOLUME BEL.:LAAG", "VOLUME BEL.:MID." en "VOLUME
BEL.:UIT", drukt u op de toetsen:
BEL GEDETECT.
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
/
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Indien het faxtoestel dit specifieke belsignaalritme niet kan herkennen, verschijnt op het display het bericht "BEL NIET GEDET.". Druk
in dat geval op de toets
HERKENNING
VAN HET BELSIGNAAL-RITME IN-/
ZOEMERDUUR
en herhaal de procedure.
WIJZIGEN
UITSCHAKELEN
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
In enkele landen bieden de telefooncentrales de mogelijkheid aan dezelfde telefoonlijn twee of meer telefoon- of
faxnummers toe te kennen, die voor verschillende gebruikers zijn bestemd. Elk nummer krijgt een bepaald belsignaal-ritme.
Deze functie is bijzonder nuttig in huis of in een klein kantoor, waar dezelfde telefoonlijn door meerdere personen
wordt gedeeld.
Uw faxtoestel is in staat om één van deze ritmes te
herkennen (zie onderstaande procedure). Op deze manier zal het faxtoestel (in de ontvangstmodus "TEL./FAX"
en "AWA/FAX") wanneer het een oproep ontvangt met dat
specifieke belsignaal-ritme, altijd alleen voor ontvangst van
een document worden ingesteld.
Deze functie is bijzonder geschikt in combinatie met
de stille ontvangst aangezien het faxtoestel alleen een
belsignaal zal geven indien het een telefoonoproep betreft.
1. Druk op de toets
Wanneer het faxtoestel ingesteld is op automatische ontvangst met oproeptypeherkenning gedraagt het zich
als volgt:
• indien een fax oproept, wordt de oproep automatisch ontvangen na het ingestelde aantal belsignalen;
• indien een telefoontoestel oproept, weerklinkt 20 seconden lang een geluidssignaal, waarna de ontvangst
automatisch wordt gestart indien u de hoorn nog steeds
niet hebt opgenomen.
Indien u dit wenst, kunt u de zoemerduur als volgt wijzigen:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX/TEL TIJD:20
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
3. Om de andere beschikbare waarden weer te geven, "15",
"30" of "40", drukt u op de toetsen:
2. Druk op de toets:
/
Op het display verschijnt:
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
TEL.NET INSTELL.
21
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
AFSTANDSBEDIENINGSCODE
OPMERKING
Indien u op een privé-lijn bent aangesloten, dezelfde procedure
volgen tot weergave van "PUBL.LIJN (PSTN)", op de toetsen
/
drukken om "PRIV.LINE (PBX)" weer te geven en dan verder gaan zoals aangegeven in de procedure.
WIJZIGEN
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR
Indien het faxtoestel aangesloten is op een telefoontoestel dat in toonkiesmodus werkt en ingesteld is op manuele ontvangst, kunt u bij elke oproep van een correspondent die u een document wil zenden de ontvangst
sturen door de code * * op het aangesloten telefoontoestel
in te voeren. Deze procedure heeft hetzelfde resultaat als
het indrukken van de toets
VERZENDING
PLAATS
op uw faxtoestel.
VAN NAAM EN FAXNUMMER WIJZIGEN
De informatie die bovenaan op het te verzenden document
wordt afgedrukt (naam, faxnummer, datum en tijd en aantal
pagina's) kan door het faxtoestel van uw correspondent
buiten de tekstzone worden ontvangen en dus vlak onder
de bovenkant van de pagina, of binnen de tekstzone en
dus met een grotere bovenmarge.
Uw faxtoestel is ingesteld om deze informatie binnen de
tekstzone te plaatsen.
Plaats wijzigen:
1. Druk op de toets
U kunt alleen de tweede asterisk van deze code vervangen door een cijfer van 0 tot 9.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
3. Druk op de toets:
2. Druk op de toets:
Het display geeft de telefoonaansluiting aan waarop het
faxtoestel is ingesteld, bijvoorbeeld:
Op het display verschijnt:
PUBL.LIJN (PSTN)
DATUM / TIJD
4. Druk op de toets
3. Druk op de toets:
tot op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
REMOTE START:AAN
4. Druk op de toets
5. Druk op de toets:
tot op het display verschijnt:
Het display geeft de code weer die u eerder hebt ingesteld,
KOPREGEL BINNEN
bijvoorbeeld:
DRUK CODE
codE (0/9,*) *8
6. Om de nieuwe code in te voeren, drukt u op de toetsen:
/
Op het display verschijnt:
KOPREGEL BUITEN
7. Om de nieuwe code te bevestigen, drukt u op de toets.
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Als u deze functie wilt uitschakelen, drukt u na de vierde stap op de
toetsen
/
om de optie "REMOTE START:UIT" weer te geven,
en daarna op de toets
om te bevestigen en op de toets
om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus
te plaatsen.
22
5. Om de andere parameter te selecteren, drukt u op de toetsen:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
HERHALING VAN MISLUKTE
ACTIVEREN/INACTIVEREN
VERZENDING UIT HET GEHEUGEN
LUIDSPREKERVOLUME
AANPASSEN
Als het volume van de lijn- en verbindingstonen te laag of
te hoog is, kunt u dit aanpassen met behulp van de toetsen
1. Druk op de toets
.
tot op het display verschijnt:
1. Druk op de toets:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
AFSLUITEN A.U.B.
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
2. Om het volume van de luidspreker te verhogen/verlagen,
drukt u op de toets:
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt, rechts boven, het niveau van het
PARAMETERS
ingestelde volume.
4. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
HERH. VERZ.:UIT
ZOEMERVOLUME
5. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "HERH.
VERZ.:AAN", drukt u op de toetsen:
AANPASSEN
Het geluidssignaal geeft zowel bijzondere omstandigheden
in de werking van het faxtoestel als eventuele fouten of
storingen aan.
Het volume van het geluidssignaal kan op drie niveaus
geregeld worden, "Hoog", "Medium" en "Laag", of kan
volledig uitgeschakeld worden.
1. Druk op de toets
/
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
VERBINDINGSTONEN
Op het display verschijnt:
WEERGEVEN
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
Het faxtoestel is zo ingesteld dat u de kiestonen tijdens het
kiezen van het nummer en de verbindingstonen die tussen uw faxtoestel en het andere toestel worden uitgewisseld, kunt horen. Is dit niet het geval, dan programmeert u
dit als volgt:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
4. Druk op de toets
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
tot op het display verschijnt:
ZOEMERVOL.:LAAG
INSTALLATIE PAR.
5. Om de andere beschikbare opties weer te geven,
"ZOEMERVOL.:HOOG", "ZOEMERVOL.:MIDD." en
"ZOEMERVOL.:UIT", drukt u op de toetsen:
2. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
LIJNDETECTIE:UIT
3. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"LIJNDETECTIE: AAN", drukt u op de toetsen:
/
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
/
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
23
VERZENDINGSSNELHEID
4. Druk op de toets:
VERMINDEREN
Op het display verschijnt:
De modellen met ingebouwd antwoordapparaat verzenden normaal bij een snelheid van 14400 bps (bits
per seconde), terwijl de basismodellen bij een snelheid van 9600 bps (bits per seconde) verzenden. Bij
storingen op de telefoonlijn wordt een lagere snelheid aangeraden.
1. Druk op de toets
ecm:AAN
5. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "ECM:
UIT", drukt u op de toetsen:
/
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
ONTVANGEN VAN EEN DOCUMENT D.M.V. DE
Op het display verschijnt:
POLLINGFUNCTIE
PARAMETERS
4. Druk op de toets
WAT
tot op het display verschijnt:
IS POLLING
ZEND SNELH. 14.4
5. Om de andere beschikbare waarden weer te geven, "ZEND
SNELH. 9.6" of "ZEND SNELH. 4.8", drukt u op de toetsen:
/
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen, drukt u op de toets:
Wanneer een faxtoestel een ander om een verzending vraagt, zodat
het document automatisch verzonden wordt, spreken we van polling.
De communicatie met de pollingmethode heeft de volgende twee
fundamentele kenmerken:
• de gebruiker die het document wil ontvangen, vraagt de
verzending aan. Dit betekent dat een gebruiker een verbinding
met een ander faxtoestel tot stand kan brengen en dit toestel kan
vragen hem automatisch een (speciaal voorbereid) document te
zenden, ook wanneer er aan de andere kant van de lijn niemand
aanwezig is.
•
ACTIVEREN/STOPZETTEN
de transactiekosten zijn voor rekening van degene die de
verzending aanvraagt (d.w.z. degene die het document ontvangt) en niet van degene die het document verzendt.
VAN DE ECM MODUS
AANVRAGEN VAN EEN VERZENDING (POLLING
ECM (Error Correction Mode) is een correctiesysteem
voor fouten die worden veroorzaakt door storingen van de
telefoonlijn. Om hiervan te kunnen gebruikmaken, moet deze
functie zowel op uw fax als op het toestel van uw correspondent geactiveerd zijn De letter "E" op het display geeft
aan dat de functie geactiveerd is.
Uw faxtoestel is voorgeprogrammeerd om met deze modus
te verzenden. Om het toestel op normaal verzenden in te
stellen, volgt u onderstaande procedure:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
VOOR
ONTVANGST)
Spreek het tijdstip voor de verzending met uw correspondent af, zodat deze het te verzenden document kan insteken. Stel uw faxtoestel in om het document te ontvangen,
programmeer de kiesmethode die gebruikt moet worden
om het andere faxtoestel op te roepen en het tijdstip waarop
het document ontvangen moet worden.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
AFROEP ONTVANGST
2. Druk op de toets:
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
24
DRUK TIJDINSTELL
UU:mm
Nu kunt u de huidige tijd bevestigen of de nieuwe tijd eroverheen typen, bijvoorbeeld "18:20".
3. Om de nieuwe tijd eroverheen te typen, drukt u op de
toetsen:
-
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Als u "PARAM. WIJZIGEN?" gekozen heeft, verschijnt op
het display:
4. Zowel voor het bevestigen van de huidige tijd als de nieuwe
tijd, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM NUMMER
NUM/TOETS/SNELK.
DRUK TIJDINSTELL
UU:mm
Vanaf hier volgt u de procedure "Aanvragen van een
verzending" vanaf stap 3.
5. Vorm het nummer van de correspondent op een van de
mogelijke manieren: direct op het numerieke toetsenbord of
via de one-touch-toetsen of snelkiescodes.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Het faxtoestel geeft, gedurende enkele seconden, het bericht "POLL INGESTELD" weer en komt vervolgens automatisch in de oorspronkelijke standby-modus terug. Op de
tweede regel van het display verschijnt: "POLL OTV: 18:20".
OPMERKING
U kunt de ingestelde polling voor ontvangst wissen door op de toets
te drukken.
REEDS
INGESTELDE POLLING VOOR ONTVANGST WIJZIGEN/
WISSEN
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
AFROEP ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
REEDS GEPROGR.
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PARAM. WIJZIGEN?
U kunt uit de volgende opties kiezen:
INSTELL. WISSEN? - Om de instelling te annuleren. Het
faxtoestel komt weer in de oorspronkelijke standby-modus
terug.
PARAM. WIJZIGEN? - Om het tijdstip voor de polling of het
nummer van de correspondent van wie u het document wilt
ontvangen te wijzigen.
4. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "INSTELL.
WISSEN?", drukt u op de toetsen:
/
25
PROBLEMEN OPLOSSEN
WANNEER DE STROOM UITVALT
In geval van een stroomuitval, bewaart het faxtoestel de
geprogrammeerde nummers voor one-touch-toetsen
en snelkiescodes en de rapporten in het geheugen,
terwijl de opgeslagen documenten verloren gaan.
Ook de datum en tijd gaan verloren. Deze moeten dan opnieuw worden ingesteld volgens de procedure "Datum en
tijd instellen", hoofdstuk "Meteen aan de slag".
WANNEER HET PAPIER OF DE INKT OPRAAKT
Als tijdens ontvangst het papier opraakt of vastloopt, of de
inkt is op, dan wordt het afdrukken onderbroken, op het
display verschijnt het betreffende bericht en het ontvangen
document wordt tijdelijk in het geheugen opgeslagen.
Wanneer de storing eenmaal is hersteld, begint het faxtoestel
weer af te drukken.
WANNEER DE VERZENDING MISLUKT
Het is mogelijk dat de kwaliteit van het ontvangen document te wensen overlaat door problemen op de lijn als
gevolg van overbelasting of andere storingen, en dat de
ontvanger u vraagt het hem opnieuw te zenden.
In dit geval kunt u het beste een lagere snelheid instellen.
Het faxtoestel verzendt met een snelheid van 14400 bps
(modellen met ingebouwd antwoordapparaat) en met
een snelheid van 9600 bps (basismodellen). Om de snelheid te verlagen, de procedure in het gedeelte "Verzendingssnelheid verminderen", in het hoofdstuk "Geavanceerd
gebruik" volgen.
Indien de verzending mislukte door lijn- of faxproblemen,
gaat de FOUTEN-LED " " branden en geeft het faxtoestel
een kort geluidssignaal; in dat geval drukt het toestel automatisch het zendrapport af (zie verderop "Rapporten en lijsten afdrukken", in het hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen"), waarin een foutcode de oorzaak
aangeeft (verderop vindt u een lijst met alle foutcodes).
WAT ER GEBEURT ALS U EEN DOCUMENT IN
EEN VAN DE TWEE INVOEREN STEEKT TERWIJL
HET FAXTOESTEL AFDRUKT
Als u een document in een van de invoeren voor originele
documenten steekt, terwijl het faxtoestel een kopie of de afdruk van een rapport of een ontvangen document uitvoert,
gedraagt het faxtoestel zich zoals hieronder beschreven:
• als het een kopie uitvoert, geeft het faxtoestel via een
aantal berichten op het display instructies over hoe u de
kopie kunt onderbreken en terug kunt gaan naar de oorspronkelijke standby-modus;
• als het een rapport afdrukt, geeft het faxtoestel via een
aantal berichten op het display instructies over hoe u het
afdrukken kunt onderbreken en terug kunt gaan naar de
oorspronkelijke standby-modus;
26
• als het een document ontvangt:
- onderbreekt het faxtoestel de ontvangst en begint het
document op te slaan. Op het display verschijnt het
bericht "OV IN MEMORY.".
Nadat de geheugenopslag is beëindigd, verschijnt op het
display het bericht "DOK IN MEMORY".
Nu geeft het faxtoestel instructies over hoe u het document
uit een van de invoeren voor originele documenten kunt
verwijderen. Vervolgens wordt het afdrukken van het opgeslagen document hervat.
KLEINE PROBLEMEN OPLOSSEN
Onderstaande lijst biedt enkele aanwijzingen voor het oplossen van
kleine problemen.
PROBLEEM
OPLOSSING
U kunt het faxtoestel niet
inschakelen.
Controleer of het stroomsnoer
goed op het stopcontact is
aangesloten.
U kunt het document niet
correct insteken.
Controleer of het document
voldoet aan de aanbevelingen
in de paragraaf "Welke
documenten kunt u
gebruiken", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
Het toestel kan geen
documenten verzenden.
Controleer of het document niet
vastgelopen is.
De lijn is bezet: wacht tot deze
vrij is en probeer het opnieuw.
Het toestel kan niet
automatisch ontvangen.
U hebt het toestel ingesteld op
manuele ontvangst: stel het in
op automatische ontvangst.
Het toestel kan niet
kopiëren of ontvangen.
Controleer of het document of
het vel papier niet vastgelopen
is.
Het gebruikte papiertype is niet
geschikt: controleer de
papierkenmerken vermeld in
het hoofdstuk "Technische
gegevens".
De afdrukken zijn volledig Steek het document met de
blanco.
gegevens naar boven gericht
in de ADF.
OPMERKING
Indien het toestel geen documenten kan verzenden of ontvangen,
kan dit ook aan andere oorzaken te wijten zijn. Deze oorzaken zullen
worden aangegeven in de vorm van een foutcode in het "Zendrapport" en in het "Activiteitenrapport", zie "Rapporten en lijsten afdrukken", in het hoofdstuk "Functies voor verzenden en
ontvangen".
FOUTCODES
De foutcodes die zowel op het zendrapport als op het activiteitenrapport worden afgedrukt bestaan uit twee cijfers die de oorzaak
van de fout aangeven. Op het activiteitenrapport wordt de code wegens plaatsgebrek zonder verder bericht weergegeven.
CODE
BERICHT
OORZAAK VAN DE FOUT
WAT U MOET DOEN
OK
Geen bericht. Transactie correct
voltooid.
02
ONMOGELIJKE VERBINDING
Het faxtoestel detecteert geen lijntoon of
ontvangt foutieve signalen.
Controleer of het faxtoestel correct op de
telefoonlijn is aangesloten en of de hoorn
ingehaakt is. Probeer opnieuw.
03
GEEN MELDING NA OPROEP
Het opgweroepen nummer antwoordt niet of
is geen faxtoestel.
Controleer of het nummer van de
correspondent juist is.
04
FOUT IN DE VERZENDING
HERHALEN VANAF PAGINA: nn
Er werd een storing gedetecteerd tijdens de
verzending. "nn" = nummer van de pagina
waarbij de fout optrad.
Herhaal de verzending vanaf de pagina
aangegeven in het rapport.
05
HERHAAL PAGINA
nn, ..... nn
Het opgeroepen faxtoestel heeft fouten
gedetecteerd tijdens de ontvangst. "nn" =
nummer van de pagina die verzonden werd
toen de fout optrad.
Herhaal de verzending van de pagina's
aangegeven in het rapport.
07
DOCUMENT TE LANG
Het te verzenden document is te lang. De
verzendingstijd overschrijdt de toegelaten
limiet.
Splits het te verzenden document op.
08
NAKIJKEN DOK.DOORGANG
De optische scanner kan het document niet
lezen.
Neem het document uit de ADF en steek het
opnieuw in voordat u de verzending opnieuw
start.
09
STOP PROCEDUURE
U hebt de verzending onderbroken.
Geen interventie.
10
Geen bericht
Het faxtoestel heeft een storing gedetecteerd
tijdens de ontvangst.
Neem contact op met de correspondent en
vraag hem het document opnieuw te
verzenden.
11
Geen bericht
De printer gedraagt zich abnormaal tijdens de Verhelp het probleem en wacht tot het
ontvangst. Resterend document opgeslagen opgeslagen document afgedrukt is.
in geheugen maar geheugencapaciteit
overschreden voor einde van procedure.
13
FOUT IN AFROEPVERZENDING
Er steekt geen document in de ADF van het
andere faxtoestel en dit werd niet ingesteld
voor verzending na polling.
16
STROOMSTORING MET PAGINA nn Stroomonderbreking tijdens verzending of
ontvangst.
Herhaal de verzending vanaf de pagina
aangegeven in het rapport.
(OK)
Geen bericht.
Het document kon ontvangen worden maar
de afdrukkwaliteit laat te wensen over.
Neem contact op met de correspondent.
OCC
LIJN BEZET
De lijn is bezet.
Probeer opnieuw bij onbezette lijn.
Geen interventie.
Neem contact op met de correspondent.
27
GEEN NUMMER AANW
SIGNALEN EN BERICHTEN
Eventuele problemen die kunnen optreden worden gewoonlijk aangegeven door geluidssignalen (die soms vergezeld gaan van
visuele signalen: brandende fouten-LED " ") of door foutberichten op het display.
Het faxtoestel geeft eveneens geluidssignalen en berichten op
het display die geen fout aangeven.
GELUIDSSIGNALEN
DIE EEN FOUT AANGEVEN
Korte toon, 1 seconde lang
• U hebt op de verkeerde toets gedrukt tijdens een procedure.
Langere toon, 3 seconden lang, plus brandende fouten-LED
• Transactie mislukt.
Permanente toon
• Hoorn van de haak, u vergat de hoorn in te haken na een vorige
transactie.
OPMERKING
Om de fouten-LED "
U hebt een snelkiescode of one-touch-toets geselecteerd die niet
geprogrammeerd is: programmeer de toets of de code (zie "Onetouch-toetsen en snelkiescodes programmeren", in het hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen").
GEHEUGEN VOL
Een of meer documenten worden in het geheugen opgeslagen omdat er tijdens de ontvangst een fout werd gedetecteerd, waardoor het
geheugen vol is geraakt: controleer het type fout (papier op, papier
vastgelopen, inkt op, deksel open, enz.) en los het probleem op. De
documenten zullen automatisch worden afgedrukt, zodat er opnieuw
geheugenplaats beschikbaar is.
HERHALING nnn
De verbinding is niet tot stand gekomen als gevolg van storingen op
de lijn of omdat de correspondent bezet is: het faxtoestel staat in de
wachtstand voor automatische kiesherhaling.
HERH. POLL nnn
U hebt een ontvangst na polling ingesteld en de verbinding is niet tot
stand gekomen als gevolg van storingen op de lijn of omdat de
correspondent bezet is: het faxtoestel staat in de wachtstand voor
automatische kiesherhaling.
KOPIE ONDERBR.
" uit te schakelen moet u op de toets
drukken.
•
U hebt een kopieertaak onderbroken door op de toets
te
drukken.
FOUTBERICHTEN
•
OP HET DISPLAY
Er is een storing opgetreden tijdens het kopiëren van het document en het kon niet worden afgedrukt: controleer het type fout op
het display en los het probleem op.
BEKIJK PRINTKOP
•
•
Het faxtoestel detecteert geen printkop omdat u vergeten bent de
printkop in het toestel te installeren of omdat de printkop niet correct
geïnstalleerd is: installeer de printkop of installeer hem opnieuw.
Bepaalde spuitmonden op de printkop zijn beschadigd, wat in
een slechte afdrukkwaliteit resulteert. Voer de reinigingsprocedure voor de printkop uit (zie "Reinigingsprocedure voor
de printkop en testprocedure voor de spuitmonden", in het
hoofdstuk "Onderhoud").
DEKSEL OPEN
ONTV. ERROR
De ontvangst verliep niet correct; druk op de toets
fouten-LED "
wissen.
om de
" uit te schakelen en het bericht van het display te
OV IN MEMORY
De ontvangen gegevens werden in het geheugen opgeslagen wegens een fout tijdens de ontvangst, die het afdrukken belette: zoek op
de onderste regel van het display naar het fouttype en los het probleem op.
Het deksel van het printkopcompartiment staat open: sluit het.
PAPIER CONTR., DRUK
DOCUMENT CONTR., DRUK
•
Er is geen papier in de invoerlade: vul papier bij en druk op
Het document is niet goed ingevoerd: plaats het document opnieuw
in de automatische invoer (ADF) en druk op de toets
om het bericht van het display te wissen.
om de
normale werking van het faxtoestel te herstellen.
•
Het papier is niet goed ingevoerd: plaats het papier opnieuw in de
invoerlade en druk op de toets
DOK IN MEMORY
Het ontvangen document werd in het geheugen opgeslagen omdat
tijdens de ontvangst een fout werd gedetecteerd en onmiddellijke
afdruk niet mogelijk was: controleer het type fout (papier op; papier
vastgelopen; inkt op; deksel open, enz.) en los het probleem op.
het faxtoestel te herstellen.
PAPIER PROBLEEM, DRUK
Het papier is vastgelopen tijdens het kopieren of verzenden: druk op
de toets
GEEN INKT MEER!
De inktpatroon is op: vervang de printkop (zie "Printkop vervangen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
28
om de normale werking van
. Indien het papier niet automatisch wordt uitgevoerd,
dient u te controleren waar het geblokkeerd zit, en het handmatig te
verwijderen (zie "Vastgelopen papier verwijderen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
SYSTEEMFOUT nn
ONTVANGST OK
Er gebeurde iets abnormaals waardoor het faxtoestel geblokkeerd
raakte: schakel het toestel eerst uit en dan weer in. Indien de fout niet
verdwenen is, dient u het toestel uit te schakelen en de hulp van de
technische dienst in te roepen.
De ontvangst verliep succesvol.
ONTV. ONDERBROKEN
U hebt de ontvangst onderbroken door op de toets
VERWIJDER DOK., DRUK
•
te druk-
ken.
Indien het document geblokkeerd raakt tijdens het kopiëren of
verzenden, dient u op de toets
OPSLAAN
te drukken. Indien het docu-
ment niet automatisch wordt uitgevoerd, moet u het document handmatig verwijderen (zie "Vastgelopen documenten verwijderen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
Het faxtoestel slaat de pagina’s van het te kopiëren document op.
POLL OTV: UU:MM
U hebt een verzending aangevraagd (Ontvangst na polling).
•
U hebt het scannen onderbroken door op de toets
te druk-
TELEFOONOPROEP
ken.
De correspondent wil een gesprek voeren: neem de hoorn op om
de oproep te beantwoorden.
VZ ERROR
De verzending verliep niet correct; druk op de toets
TX IN UITVOERING
om de
fouten-LED " " uit te schakelen en het bericht van het display te
wissen, en herhaal de verzending.
Er is een verzending bezig.
TX UIT GEHEUGEN
ANDERE
GELUIDSSIGNALEN
Korte toon, 1 seconde lang
• Transactie werd correct uitgevoerd.
Intermitterende toon, 20 seconden lang
• Signaal om de hoorn op te nemen en een telefoonoproep te
beantwoorden.
ANDERE
BERICHTEN OP HET DISPLAY
U hebt een verzending uit het geheugen ingesteld.
VERBINDING
Het faxtoestel is de verbinding met het andere faxtoestel tot stand aan
het brengen.
VERZENDEN
Er is een verzending bezig.
VERZENDING OK
De verzending verliep succesvol.
VERZ. OM: UU:MM
AFDRUKKEN
Het faxtoestel is een rapport of een lijst aan het afdrukken.
U hebt een verzending ingesteld voor uitvoering op het ingestelde
tijdstip (uitgestelde verzending).
AFSLUITEN A.U.B.
U hebt de lijn genomen door de hoorn van de aangesloten telefoon
op te nemen.
BEKIJK AFDRUK
1=UIT 0=HERHAAL
Het faxtoestel heeft automatisch de printspuitmonden getest en een
proefafdruk gemaakt: controleer of de printkwaliteit aanvaardbaar is
en tref de nodige maatregelen.
WACHTVERBINDING, DRUK OP HOLD
U hebt een telefoongesprek tijdelijk onderbroken door op de toets
te drukken: druk opnieuw op de toets
de correspondent te hervatten.
om het gesprek met
ZENDONDERBREKING
U hebt de verzending onderbroken door op de toets
te druk-
ken.
DOKUMENT GEREED
U hebt het document correct in de ADF gestoken.
NIEUWE PRINTKOP?, 1=JA 0=NEE
U hebt een printkop voor het eerst geïnstalleerd, of verwijderd en
dan opnieuw geïnstalleerd: u moet de vragen nog beantwoorden.
Indien u "ja" antwoordt hoewel de printkop niet nieuw is, zal het
faxtoestel niet detecteren wanneer de inkt op is.
NR. VORMING
Het faxtoestel is het gewenste nummer aan het vormen.
29
ONDERHOUD
8. Plaats de nieuwe printkop in zijn behuizing met de elektrische
contacten naar het printkopcompartiment gericht (fig. 8).
9. Duw de printkop aan tot u een klik hoort, die aangeeft dat hij goed
zit (fig. 9).
10. Sluit vervolgens het bedieningspaneel en leg de hoorn weer op
zijn plaats.
PRINTKOP VERVANGEN
OPMERKING
Wanneer u de printkop vervangen hebt omdat de inkt op was,
herkent het faxtoestel de vervanging automatisch bij sluiten van het
bedieningspaneel en op het display verschijnt het bericht
"NIEUWE PRINTKOP? 1 = JA, 0 = NEE". Stel de waarde 1 in.
Nu voert het faxtoestel automatisch de procedure voor reiniging
van de printkop en controle van de spuitmonden uit en drukt het
resultaat van de diagnose af. Onderzoek het afdrukresultaat, zoals
beschreven in "De printkop plaatsen", in het hoofdstuk "Meteen
aan de slag".
Indien u de printkop vervangen hebt omdat de afdrukkwaliteit was
verminderd, gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets
6
tot op het display verschijnt:
ONDERH. PRINTER
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
NIEUWE KOP:AAN
3. Druk op de toets:
7
Op het display verschijnt:
PRINTKOPTEST:AAN
Het faxtoestel start automatisch de reinigings- en controleprocedure van de spuitmonden en drukt het resultaat van
de diagnose af.
Onderzoek het afdrukresultaat, zoals beschreven in "De
printkop plaatsen", in het hoofdstuk "Meteen aan de
slag".
REINIGINGSPROCEDURE VOOR DE PRINTKOP
EN TESTPROCEDURE VOOR DE SPUITMONDEN
1. Leg de telefoonhoorn eraf op een stabiele ondergrond (fig. 1).
2. Maak het bedieningspaneel open en til het op zoals aangegeven
door de pijl (fig. 2).
3. Ontgrendel de printkop door middel van het hendeltje, zoals aangegeven door de pijl (fig. 3).
4. Neem de oude printkop uit zijn behuizing (fig. 4).
5. Neem de nieuwe printkop uit zijn verpakking en verwijder de
beschermfolie van de printspuitmonden terwijl u hem aan weerszijden vasthoudt.
Opgelet!
6. Raak de spuitmonden niet aan (fig. 7).
7. Raak de elektrische contacten niet aan (fig. 6).
30
Indien de afdrukkwaliteit achteruit gaat, kunt u een
snelle procedure uitvoeren voor het reinigen van de printkop
en het testen van de spuitmonden, afgesloten door een
afdruk die de toestand weergeeft.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
ONDERH. PRINTER
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
NIEUWE KOP:AAN
3. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "NIEUWE
KOP:NEE", drukt u op de toetsen:
/
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
PRINTKOPTEST:AAN
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
PRINTKOPTEST:AAN
Het faxtoestel start automatisch de reinigings- en controleprocedure van de spuitmonden en drukt het resultaat van
de diagnose af.
Onderzoek het afdrukresultaat, zoals beschreven in "De
printkop plaatsen", in het hoofdstuk "Meteen aan de
slag".
OPMERKING
U kunt de procedure op elk gewenst moment onderbreken door op
de toets
te drukken.
OPMERKING
Indien de afdrukkwaliteit na het uitvoeren van de reinigingsprocedure
nog niet aan de verwachtingen voldoet, kunt u in volgorde de volgende handelingen uitvoeren, tot u een bevredigend resultaat bereikt:
- Maak op het faxtoestel een kopie van een document met de gewenste grafische- of tekstkenmerken en beoordeel het resultaat.
- Gebruik een andere papiersoort (het papier dat u gebruikt kan
bijzonder poreus zijn) en herhaal de procedure nogmaals.
- Verwijder de printkop en installeer hem opnieuw.
- Verwijder de printkop en inspecteer deze op aanwezigheid van
deeltjes op de spuitmond; een eventueel aanwezig deeltje voorzichtig verwijderen en erop letten dat u de elektrische contacten
niet aanraakt. Installeer de printkop.
- Verwijder de printkop en reinig de elektrische contacten van de
printkop en van de printwagen, zie "Elektrische contacten van
de printkop reinigen".
- Installeer de printkop opnieuw.
- Raadpleeg de technische dienst.
1. Leg de telefoonhoorn eraf op een stabiele ondergrond (fig. 1).
2. Maak het bedieningspaneel open en til het op zoals aangegeven
door de pijl (fig. 2).
3. Ontgrendel de printkop door middel van het hendeltje, zoals aangegeven door de pijl (fig. 3).
4. Neem de printkop uit zijn behuizing (fig. 4).
5. Reinig de elektrische contacten met behulp van een lichtjes bevochtigde doek (fig. 5).
Opgelet!
Raak de spuitmonden niet aan.
6. Reinig de elektrische contacten op de printwagen eveneens met
een lichtjes bevochtigde doek (fig. 6).
7. Installeer de printkop opnieuw in zijn behuizing met de elektrische
contacten naar het printkopcompartiment gericht.
8. Duw de printkop aan tot u een klik hoort, die aangeeft dat hij
goed zit.
9. Sluit vervolgens het bedieningspaneel en leg de hoorn weer op
zijn plaats.
OPTISCHE SCANNER REINIGEN
Door stof dat zich op het glas van de optische scanner opstapelt, zijn
problemen bij het inscannen van documenten mogelijk. Om dit te
voorkomen, moet u het glas af en toe als volgt reinigen:
Met het faxtoestel van het stopcontact afgekoppeld:
ELEKTRISCHE CONTACTEN VAN DE PRINTKOP
REINIGEN
Met het faxtoestel van het stopcontact afgekoppeld:
31
VASTGELOPEN DOCUMENTEN VERWIJDEREN
Tijdens het verzenden of kopiëren kan het gebeuren dat een origineel vastloopt (dit wordt op het display aangegeven met het bericht: "VERWIJDER DOK., DRUK
").
Probeer het origineel uit te voeren door op de toets
te druk-
ken. Indien het origineel niet uitgevoerd wordt, moet u het als volgt
handmatig verwijderen:
1. Leg de telefoonhoorn eraf op een stabiele ondergrond (fig. 1).
2. Maak het bedieningspaneel open en til het op zoals aangegeven
door de pijl (fig. 2).
3. Verplaats de printwagen geheel naar de linkerzijde van het
faxtoestel (fig. 3).
4. Ontgrendel de papiertransportrol door middel van het hendeltje,
zoals aangegeven door de pijl (fig. 4).
5. Verwijder de rol uit zijn behuizing (fig. 5).
6. Reinig het glas van de optische scanner met een bevochtigde
doek met een specifiek glasreinigingsmiddel. Droog het glas zorgvuldig af (fig. 6).
Opgelet!
Giet of spuit het reinigingsmiddel niet direct op het glas.
7. Plaats een uiteinde van de rol op de pen aan de linkerkant van het
faxtoestel, zoals aangegeven door de pijl (fig. 7).
8. Vergrendel de rol door middel van het hendeltje, zoals aangegeven door de pijl (fig. 8).
9. Sluit vervolgens het bedieningspaneel en leg de hoorn weer op
zijn plaats.
OPMERKING
Om te controleren of de optische scanner schoon is, maakt u een
kopie met een blanco vel papier. Als op de kopie verticale strepen te
zien zijn en na controle blijkt dat de optische scanner perfect schoon
is, dient u contact op te nemen met de technische dienst.
of
Verwijder het document voorzichtig zonder dat het gescheurd raakt.
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN
Indien het papier voor het afdrukken van ontvangen documenten of
het kopiëren van originelen vast mocht lopen (dit wordt op het display
aangegeven met het bericht "PAPIER PROBLEEM, DRUK
"),
probeer dan het papier uit te voeren door op de toets
drukken. Als het vel papier niet uitgevoerd wordt, moet u het als volgt
handmatig verwijderen:
BEHUIZING REINIGEN
1. Koppel het faxtoestel van het stroomnet en telefoonnet af.
2. Gebruik alleen een zachte, rafelvrije doek die u licht bevochtigd
hebt met wat verdund afwasmiddel.
of
Verwijder het vel voorzichtig zonder dat het gescheurd raakt.
32
te
OPMERKING
Als het niet lukt het vastgelopen document of papier volgens de aangegeven methode te verwijderen, kan het in het faxtoestel geblokkeerd zitten. Is dit het geval, ga dan als volgt te werk:
1. Leg de telefoonhoorn eraf op een stabiele ondergrond (zie fig. 1
van de procedure "Optische scanner reinigen").
2. Maak het bedieningspaneel open en til het op (zie fig. 2 van de
procedure "Optische scanner reinigen").
3. Verplaats de printwagen geheel naar de linkerzijde van het
faxtoestel (zie fig. 3 van de procedure "Optische scanner reinigen").
4. Ontgrendel de papiertransportrol door middel van het hendeltje
(zie fig. 4 van de procedure "Optische scanner reinigen").
5. Verwijder de rol uit zijn behuizing (zie fig. 5 van de procedure
"Optische scanner reinigen").
6. Verwijder het vastgelopen document of papier.
7. Plaats een uiteinde van de rol op de pen aan de linkerkant van het
faxtoestel (zie fig. 7 van de procedure "Optische scanner reinigen").
8. Vergrendel de rol door middel van het hendeltje (zie fig. 8 van de
procedure "Optische scanner reinigen").
9. Sluit het bedieningspaneel en leg de hoorn weer op zijn plaats.
33
TECHNISCHE GEGEVENS
ALGEMENE
KENMERKEN
Model ......................... Tafelmodel
Display ........................ LCD 16 + 16 tekens
Geheugencapaciteit ..... 19 pagina's (*)
Afmetingen
Breedte ....................... 340 mm
Diepte ......................... 220 mm - 235 mm (**)
Hoogte ........................ 133 mm - 272 mm (**)
Gewicht ....................... ca. 2,5 Kg
COMMUNICATIEKENMERKEN
Telefoonnet ................. Openbaar/PBX
Compatibiliteit ............... ITU T30
Modemsnelheid ....................... 14400 (alleen modellen met ingebouwd antwoordapparaat) 9600
- 7200 - 4800 - 2400 (met automatische "fall back")
Comprimeringsmethode ........... MH, MR, MMR
KENMERKEN
Capaciteit van de
documentinvoer .......... Automatische invoer:
................................... 5 vel A4 (70 - 90 gr/m2)
................................... Handmatige invoer:
................................... 1 vel A4, Letter en Legal (70 - 110 gr/m2)
ONTVANGSTKENMERKEN
Afdrukmethode ............ Afdruk op gewoon papier met inkjetprinter
Max. afdrukbreedte .............................. 204 mm
Afdrukpapier ........................................ A4 (210 x 297 mm)
Papierinvoer ............... Cassette voor gewoon papier (max. 40 vel
80 gr/m2)
MODELLEN
KENMERKEN
Stroomvoorziening .................. 220-240 VAC of 110-240 VAC (zie
het plaatje aan de achterkant van het
faxtoestel)
Frequentie .............................. 50-60Hz (zie het plaatje aan de achterkant van het faxtoestel)
Stroomverbruik:
- in standby ............................ ca. 4W
- max. verbruik ...................... 35W
• Opnamecapaciteit: ca. 14'
• Memo
• Functie "gesprekkosten besparen"
• Doorstuur-boodschap
• Snelle toegang vanaf bedieningspaneel en op afstand
• Toegangscode
• Opname boodschappen
• Behoud van boodschappen bij stroomuitval.
(*) =
OMGEVINGSVOORWAARDEN
(**) =
o
Temperatuur ............... van +5 C tot +35 C (werking)
................................... van -15oC tot +45oC (transport)
................................... van 0oC tot +45oC (opslag en wachtstand)
Relatieve vochtigheid .. 15%-85% (werking/opslag/wachtstand)
................................... 5%-95% (transport)
KENMERKEN
SCANNER
Scanmethode ....................................... CIS
Scanresolutie:
- horizontaal ........................................ 8 pixels/mm
- verticaal STANDARD........................ 3,85 lijnen/mm
- verticaal FINE ................................... 7,7 lijnen/mm
VERZENDINGSKENMERKEN
Verzendingstijd ............ Modellen met ingebouwd antwoordapparaat
................................... ca. 7 s (14400 bps)
................................... Basismodellen
................................... ca. 11s (9600 bps)
34
VAN HET ANTWOORDAPPARAAT
• 2 uitgaande boodschappen
• Functie alleen uitgaande boodschap
STROOMVOORZIENING
o
MET INGEBOUWD ANTWOORDAPPARAAT
Formaat ITU-TS, Test Sheet n° 1 (Slerexe Letter) in
standaardresolutie met MH-comprimering.
Met papiersteun.
INDEX
A
G
Aansluiting
aansluitbussen IV
op de telefoonlijn V
op het stopcontact VI
van de telefoonhoorn V
Afstandsbedieningscode 22
Automatische kiesherhaling 5
Geheugen
Verzending uit het geheugen 5
wijzigen/herhalen/wissen 6
Geluidssignalen 29
I
Ingebouwd antwoordapparaat 12
B
Bedieningspaneel II, III
Behuizing
reinigen 32
Berichten
andere berichten op het display 29
foutberichten op het display 28
C
Configuratie
configuratieparameters afdrukken 11
Instelling van enkele parameters VI
Contrast
afstellingen 3
D
Datum en tijd
datum en tijd instellen VII
datum en tijd wijzigen VIII
Display IV
andere berichten 29
foutberichten 28
Documenten
documentinvoer
automatische invoer (ADF) XII
handmatige invoer XII
vastgelopen documenten verwijderen 32
welke documenten kunt u gebruiken 3
Documentinvoer
automatische invoer (ADF) IV
handmatige invoer IV
E
ECM (Error Correction Mode) 24
Elektrische contacten
van de printwagen 31
F
Foutcodes 26, 27
Fouten-LED 28
K
Kenmerken van de telefoonlijn
aansluiten op een privé-lijn (PBX) 1
aansluiten op het openbare telefoonnet 1
openbare telefoonnet 1
privé-lijn 1
Kiesmodus
puls 1, 2
toon 1, 2
Kopie
contrast- en resolutiewaarden XVI
De kopieertaak onderbreken XVII
kopiëren XVI
reproductiewaarde XVII
welke documenten kunt u kopiëren XVI
L
Lijsten
gegevens van one-touch-toetsen en snelkiescodes 11
lijst van configuratieparameters 11
lijst van installatieparameters 11
lijst van uitgesloten nummers 11
Luidsprekervolume 23
M
Milieu
milieuvriendelijkheid I
O
Onderhoud
aanbevelingen voor het gebruik I
behuizing reinigen 32
controle van de spuitmonden 30
elektrische contacten reinigen 31
optische scanner reinigen 31
printkop vervangen 30
reinigingsprocedure voor de printkop 30
vastgelopen documenten verwijderen 32
vastgelopen papier verwijderen 32
One-touch-toetsen
opbellen via de one-touch-toetsen XV
programmeren 7
verzenden via one-touch-toetsen 8
wijzigen 8
35
Ontvangst
aantal belsignalen wijzigen 20
afdrukzone van een ontvangen document verkleinen 19
afstandsbedieningscode wijzigen 22
automatische ontvangst XIV, 6
met oproeptype-herkenning 6
herkenning van het belsignaal-ritme 21
manuele ontvangst XIII, 6
naam of nummer van de beller weergeven 20
ontvangst in stand "TEL./FAX" XIV
ontvangst met antwoordapparaat XIV, 6
ontvangstmodus kiezen XIII, 6
resterende tekst 19
stille ontvangst 19
volume belsignalen wijzigen 21
zoemerduur wijzigen 21
Optische scanner
reinigen 31
P
Papier
invoer voor normaal papier (ASF) IV
Papier laden X
vastgelopen papier 26
vastgelopen papier verwijderen 32
wanneer het papier opraakt 26
Polling
polling voor ontvangst 24
polling voor ontvangst wijzigen/wissen 25
wat is polling 24
Printkop
elektrische contacten reinigen 31
printkop installeren X
printkop vervangen 30
reinigings-en controleprocedure van de spuitmonden
Problemen oplossen
de stroom is uitgevallen 26
de verzending mislukt 26
het papier of de inkt is op 26
kleine problemen oplossen 26
Snelkiescodes
opbellen via de snelkiescodes XV
programmeren 8
verzenden via snelkiescodes 8
wijzigen 8
Stroom
wanneer de stroom uitvalt 26
T
Technische gegevens
algemene kenmerken 34
communicatiekenmerken 34
kenmerken scanner 34
kenmerken stroomvoorziening 34
kenmerken van het antwoordapparaat 34
omgevingsvoorwaarden 34
ontvangstkenmerken 34
verzendingskenmerken 34
Telefoon
gebruik van de telefoon XV
opbellen door zoeken in het adresboek XV
opbellen via de one-touch-toetsen XV
opbellen via de snelkiescodes XV
opvragen van de laatste nummers XVI
Telefooncentrale
openbaar telefoonnet 1
privé-centrale 1
V
Rapporten
activeringsrapport 9
afdruk opvragen 11
automatische afdruk 10
foutdberichtenrapport 9
rapport laatste circulaire 9
rapport laatste verzending 9
rapporten interpreteren 10
stroomonderbrekingsrapport 9
Resolutie
afstellingen 4
Verbindingstonen 23
Verpakking
inhoud van de verpakking V
Verzending
circulaire 5
contrast en resolutie afstellen 3
documenten verzenden XIII, 4
ECM-modus in-/uitschakelen 24
een document uit het geheugen verzenden 5
herhaling van mislukte verzending uit het geheugen 23
kiestonen horen bij het verzenden XIII, 4
luidsprekervolume regelen 23
onderbreken 4
opvragen van de laatste nummers 9
telefoonhoorn opnemen bij het verzenden XIII, 5
verbindingstonen weergeven 23
verzenden door opzoeken in het adresboek 9
verzenden via one-touch-toetsen 8
verzenden via snelkiescodes 8
verzendingssnelheid verminderen 24
welke documenten kunt u gebruiken XII, 3
zoemervolume regelen 23
Verzendingssnelheid 24
Volume belsignalen 21
S
Z
Signalen
andere geluidssignalen 29
geluidssignalen die een fout aangeven 28
Zenderidentificatie
faxnummer IX
naam VIII
naam en faxnummer
plaats IX, 22
Zoemervolume 23
R
36
XI, 30
Monochrome printkop
Model: FJ31
Code: B0336F
256599B
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement