Olivetti Fax-Lab 115 Owner's manual

Olivetti Fax-Lab 115 Owner's manual
Ink Jet Fax
Fax-Lab 115
GEBRUIKSAANWIJZING
SAMENGESTELD/UITGEGEVEN/GEPRODUCEERD DOOR:
Gedrukt in Thailand.
Olivetti Tecnost, S.p.A. con unico azionista
Gruppo Telecom Italia
Direzione e coordinamento di Telecom Italia S.p.A.
Via Jervis, 77 - 10015 IVREA (TO)
ITALIË
Code van de gebruikershandleiding: 256606J
Publicatiedatum: april 2005.
Copyright © 2005, Olivetti
Alle rechten voorbehouden
De fabrikant behoudt zich het recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen aan het in deze
handleiding beschreven product aan te brengen.
Dit apparaat is goedgekeurd volgens de beschikking van de Raad 98/482/EG voor pan-Europese aansluiting van
enkelvoudige eindapparatuur op het openbare geschakelde telefoonnetwerk (PSTN). Gezien de verschillen tussen
de individuele netwerken in de verschillende landen, biedt deze goedkeuring op zichzelf geen onvoorwaardelijke
garantie voor een succesvolle werking op elk PSTN-netwerkaansluitpunt.
Neem bij problemen in eerste instantie contact op met de leverancier van het apparaat.
De fabrikant verklaart onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product in
overeenstemming is met hetgeen bepaald door de richtlijn 1999/05/CE (de
volledige verklaring vindt u op de site www.olivettioffice.com, door vervolgens
"Support", "Certifications" te selecteren en het product te kiezen).
De overeenstemming wordt aangegeven door het aanbrengen van het merk
op het product.
Verklaring van netwerkcompatibiliteit
Hierbij wordt verklaard dat het product geschikt is voor invoeging in alle netwerken van de EU-landen, Zwitserland
en Noorwegen.
De volledige netwerkcompatibiliteit in elk land kan afhankelijk zijn van specifieke nationale softwareparameters die
overeenkomstig ingesteld moeten worden. Neem in geval van problemen met betrekking tot de aansluiting op
andere dan EC PSTN netwerken contact op met het technische servicecentrum in uw land.
Gelieve rekening te houden met het feit dat in de volgende omstandigheden bovengenoemde conformiteit evenals
de productkenmerken niet meer gegarandeerd zijn:
• verkeerde elektrische stroomvoorziening;
• verkeerde installatie; verkeerd of onheus gebruik of in ieder geval gebruik waarbij geen rekening wordt gehouden met de aanwijzingen in de bij het product geleverde handleiding;
• vervanging van originele componenten of accessoires door een ander type dat niet goedgekeurd is door de
constructeur, of uitgevoerd door onbevoegd personeel.
Het stopcontact moet dicht in de buurt van het toestel geïnstalleerd zijn en makkelijk bereikbaar zijn. Om de
elektrische voeding van het toestel uit te schakelen, moet u de stekker uit het stopcontact trekken.
INHOUDSOPGAVE - EERSTE DEEL
VOOR HET GEBRUIK
ONTVANGEN
3
OVER HET RAADPLEGEN VAN DE HANDLEIDING..................... 3
OVER DE MILIEUVRIENDELIJKHEID ........................................... 3
AANBEVELINGEN VOOR DE VEILIGHEID ................................... 3
OVER INSTALLATIE- EN INSTELLINGSPARAMETERS ............... 4
KIEZEN VAN DE ONTVANGSTMODUS ...................................... 13
MANUELE ONTVANGST............................................................. 14
AUTOMATISCHE ONTVANGST .................................................. 14
ONTVANGST MET ANTWOORDAPPARAAT ............................... 14
ONTVANGST IN DE MODUS "TEL./FAX" ................................... 14
GEBRUIK VAN DE TELEFOON
KENNISMAKING MET HET FAXTOESTEL 5
BEDIENINGSPANEEL ................................................................... 5
COMPONENTEN .......................................................................... 7
METEEN AAN DE SLAG
8
13
15
OPBELLEN VIA DE ONE-TOUCH-TOETSEN ............................. 15
OPBELLEN VIA DE SNELKIESCODES ....................................... 15
OPBELLEN DOOR ZOEKEN IN HET ADRESBOEK .................... 15
EEN VAN DE LAATSTE 20 BINNENGEKOMEN NUMMERS OF
EEN VAN DE LAATSTE 10 GESELECTEERDE NUMMERS
OPVRAGEN ................................................................................ 15
KOPIËREN
16
WELKE DOCUMENTEN KUNT U KOPIËREN ............................. 16
KOPIËREN .................................................................................. 16
INHOUD VAN DE VERPAKKING
8
INSTALLATIEOMGEVING
8
AANSLUITING OP HET TELEFOONNET EN OP
HET VOEDINGSNET
8
INSTELLING VAN ENKELE PARAMETERS
9
DE TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND INSTELLEN ................. 9
DE TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND WIJZIGEN .................... 9
DATUM EN TIJD INSTELLEN ..................................................... 10
DATUM EN TIJD WIJZIGEN ........................................................ 10
NU ONTBREKEN UW NAAM EN FAXNUMMER NOG ................ 10
VOORBEREIDING VOOR HET GEBRUIK
11
VERZENDEN
13
WELKE DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN .......................... 13
EEN DOCUMENT VERZENDEN ................................................. 13
KIESTONEN HOREN BIJ HET VERZENDEN ............................. 13
TELEFOONHOORN OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN ............. 13
VOOR HET GEBRUIK
OVER HET RAADPLEGEN VAN DE HANDLEIDING
De handleiding is bij uitzondering in twee delen onderverdeeld: in het eerste deel "Kennismaking met het
faxtoestel" en "Meteen aan de slag" vindt u een beknopte
beschrijving van het faxapparaat, zodat u het direct kunt
installeren en gebruiken, zij het met een minimum van zijn
mogelijkheden.
Na deze eerste fase, kunt u het tweede deel van de handleiding raadplegen. Dit biedt u een diepgaander overzicht van het faxapparaat en van zijn talrijke functies.
•
VERSTIKKINGSGEVAAR
•
Het faxtoestel en de accessoires zijn in plastic verpakt. Laat
kinderen dus niet zonder toezicht met het verpakkingsmateriaal
spelen.
BRANDGEVAAR
•
OVER DE MILIEUVRIENDELIJKHEID
Doe het faxtoestel nooit weg samen met het huisafval. Informeer bij uw gemeente naar de mogelijkheden voor een correcte milieuvriendelijke afvoer. Houd u altijd aan de geldende
regels.
De kartonnen verpakking, het plastic van de verpakking en
de onderdelen van het faxtoestel kunnen gerecycled worden
volgens de voorschriften die in uw land op het gebied van
recycling gelden.
Controleer, alvorens het faxtoestel te gebruiken, of het niet
beschadigd of gevallen is. Laat het in dat geval controleren
door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus.
Wanneer u het toestel langere tijd niet gebruikt, trek dan de
stekker uit het stopcontact om schade door eventuele storingen of spanningsstoten te voorkomen.
ONGEVALRISICO
•
•
•
AANBEVELINGEN VOOR DE VEILIGHEID
Plaats het faxtoestel op een vlakke en stabiele ondergrond,
vrij van trillingen, zodat het niet kan vallen; een val zou u of
anderen kunnen verwonden en het toestel kunnen beschadigen.
Leg het stroomsnoer zo dat niemand erop kan trappen of
erover kan struikelen.
Laat nooit toe dat kinderen het faxtoestel zonder toezicht gebruiken of ermee spelen.
AANBEVELINGEN
VOOR HET GEBRUIK
SCHOKGEVAAR
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Probeer nooit het faxtoestel zelf te repareren indien u daarvoor geen speciale opleiding hebt genoten; wanneer u de
behuizing verwijdert, riskeert u een elektrische schok of andere verwondingen. Neem dus geen risico's en roep er een
gekwalificeerde onderhoudstechnicus bij.
In geval van onweer wordt aangeraden het apparaat
zowel van het stopcontact als van de telefoonlijn af te
koppelen om mogelijke beschadiging ervan door een
elektrische ontlading te voorkomen.
Giet nooit vloeistoffen op het faxtoestel en voorkom dat het
aan vocht wordt blootgesteld. Indien er vloeistoffen in het
faxtoestel zijn gedrongen, onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken en ook de telefoonlijn afkoppelen. Laat het
apparaat door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus repareren alvorens het weer te gebruiken.
Gebruik het faxtoestel niet wanneer het aan weersinvloeden
is blootgesteld.
Sluit het faxtoestel uitsluitend aan op en stopcontact dat aan
de normen voldoet.
Trek niet aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te
halen.
Raak de elektrische voedingskabel of de stekker nooit met
natte handen aan.
Zorg ervoor dat de elektrische voedingskabel niet gevouwen
of platgedrukt wordt. Houd hem op afstand van warmtebronnen.
Alvorens reinigingswerkzaamheden uit te voeren, het
faxtoestel van het stopcontact afkoppelen.
•
•
•
•
•
•
Houd het toestel uit de buurt van water, damp en hevige warmtebronnen. Plaats het niet in een stoffige omgeving en stel het
ook niet bloot aan rechtstreeks zonlicht.
Omring het toestel niet met boeken, documenten of voorwerpen die de ventilatieruimte beperken.
Gebruik het faxtoestel alleen bij een omgevingstemperatuur
tussen de 5°C en 35°C met een relatieve vochtigheidsgraad
tussen de 15% en 85%.
Plaats het toestel op een veilige afstand van elektrische of
elektronische apparaten zoals radio's, TV's e.d., die storingen kunnen veroorzaken.
In geval van spanningsval of stroomonderbreking kunt u geen
telefoonoproepen maken of ontvangen, omdat het toetsenbord wordt uitgeschakeld.
Wanneer het echter absoluut noodzakelijk is in deze omstandigheden een telefoonoproep uit te voeren moet u een noodtelefoon van een goedgekeurd type gebruiken die u (in landen waar dit is toegestaan) direct op het faxtoestel of direct op
het telefoonstopcontact kunt aansluiten.
Laat voldoende ruimte vrij voor de uitvoeropening aan de
voorzijde voor de originele verzonden of gekopieerde documenten, zodat deze niet op de vloer vallen.
3
GEBRUIKSBESTEMMING
Het faxtoestel is bestemd voor het verzenden en ontvangen
van originele documenten en het fotokopieren van papieren
documenten. Het apparaat kan tevens als telefoon worden
gebruikt. Elk ander gebruik moet als oneigenlijk worden beschouwd. Het mag met name nooit direct op een ISDN-lijn
worden aangesloten. In dat geval komt de garantie te vervallen.
OVER INSTALLATIE- EN
INSTELLINGSPARAMETERS
Op nationaal vlak kunnen de standaard waarden voor elke
installatie- en instellingsparameter variëren naargelang de
vereisten of de specifieke behoeften van de gebruiker.
Daarom zijn deze instellingen niet altijd identiek aan de instellingen die in de handleiding zijn vermeld. We raden u dan
ook aan ze af te drukken voordat u wijzigingen aanbrengt.
4
KENNISMAKING MET HET FAXTOESTEL
BEDIENINGSPANEEL
"Fouten-led"
Signaleert een storing tijdens verzending of
ontvangst.
•
Na indrukken van de toets
, wordt het
luidsprekervolume geleidelijk tot het maximum
verhoogd om dan weer te beginnen bij het
minimumniveau.
Aan: er zijn reeds beluisterde boodschappen of
memo’s in het geheugen aanwezig.
Knippert: er zijn af te drukken documenten,
nieuwe boodschappen of memo’s in het geheugen aanwezig.
Uit: het geheugen is leeg.
Display
LCD met twee regels van maximaal 16 tekens per regel.
Geeft instructieberichten en foutmeldingen weer.
•
Vormen van het fax- of telefoonnummer.
•
Automatisch selecteren, bij langer dan een
seconde ingedrukt houden, van het eraan toegewezen telefoon- of faxnummer (nadat dit
geprogrammeerd is) ("one-touch" kiesfunctie).
•
Instellen van numerieke gegevens.
•
Selecteren van cijfers en alfanumerieke tekens
tijdens het instellen van nummers en namen.
•
Voor het "vooruit" en "achteruit" kiezen van de waarden van een parameter.
•
Zenden bij toonkiesmodus een toon in
de lijn voor speciale telefoondiensten.
•
Voor het naar "rechts" en "links" verplaatsen van de
cursor tijdens de instelling van nummers en namen.
•
•
Hiermee kunnen de functies van het antwoordapparaat
worden ingesteld. Zie beschrijving in het betreffende
hoofdstuk.
Voor het selecteren van de "vorige"
en "volgende" speciale tekens en
symbolen tijdens het instellen van
namen.
Met de hoorn van de haak, om toegang te krijgen tot de
speciale functies die het telefoonbedrijf biedt, algemeen
bekend als REGISTER RECALL (R-functie).
5
•
Stemt de resolutie af op de te verzenden en te kopiëren
documenten (alleen met het document in de automatische
invoer - ADF).
•
Voor tijdelijke onderbreking van de verbinding (met de
hoorn van de haak).
•
•
6
•
Voert een document uit de automatische invoer
(ADF) uit.
•
Schakelt de LED "
•
Plaatst het faxtoestel opnieuw in de standbymodus.
•
Onderbreekt het programmeren, een verzending,
een ontvangst of het kopiëren.
Gevolgd door twee numerieke toetsen (01-50) selecteert deze toets automatisch (na programmering) het eraan toegewezen telefoon- of
faxnummer.
Annuleert verkeerde instellingen.
•
Last een pauze in tijdens het direct vormen
van het telefoon- of faxnummer.
•
Weergave van de laatste 10 geselecteerde
fax- of telefoonnummers (uitgaande oproepen) of van de laatste 20 onbeantwoorde
nummers (binnenkomende oproepen),
onafhankelijk van de aanwezigheid van een
document in de ADF.
•
Geeft toegang tot de programmeermodus.
•
Selecteert menu’s en submenu’s.
" uit.
Hiermee kan men de lijn nemen om een telefoon- of
faxnummer kiezen zonder de hoorn op te nemen.
•
Start de ontvangst van een document.
•
Start de verzending van het document nadat het
faxnummer is gevormd (alleen met het document in de
automatische invoer - ADF).
•
Bevestigt de selectie van menu’s en submenu’s, parameters en betreffende waarden en gaat over naar de
volgende procedure.
•
Starten van het kopiëren (alleen met het document in
de automatische invoer - ADF).
COMPONENTEN
In de figuur worden de externe en interne onderdelen van het faxtoestel getoond.
VERLENGSTUK
PAPIERSTEUN
AANSLUITBUSSEN
PAPIERINVOER VOOR STANDAARD PAPIER (ASF)
Maximumcapaciteit: 40 vel van 80 gr/m2.
AUTOMATISCHE INVOER VOOR TE VERZENDEN EN
TE KOPIËREN ORIGINELE DOCUMENTEN (ADF)
MAXIMUMCAPACITEIT: TOT 5 VEL A4
TELEFOONHOORN
LUIDSPREKER
BEDIENINGSPANEEL
DISPLAY
UITGANG VOOR ORIGINELE EN ONTVANGEN OF GEKOPIEERDE DOCUMENTEN
Weergave, op twee regels van elk 16
tekens: Datum en tijd, menu-items, foutberichten, resolutie- en contrastwaarden.
TYPEPLAATJE MACHINE
(ZIE ONDERZIJDE)
OPTISCHE SCANNER
PRINTKOPCOMPARTIMENT
7
METEEN AAN DE SLAG
In dit gedeelte, zoals reeds gezegd, vindt u een basisbeschrijving van het faxtoestel, met de procedures voor het
installeren en direct gebruiken van het faxtoestel, zij het met
een minimum van zijn mogelijkheden. Voor een optimaal
gebruik van het faxtoestel, kunt u de specifieke hoofdstukken raadplegen.
Aangezien dit gedeelte zo is samengesteld dat het u geleidelijk en systematisch vertrouwd maakt met het faxtoestel,
kunt u het beste de onderwerpen doornemen in de volgorde
waarin zij hieronder worden behandeld.
BELANGRIJK
Het faxtoestel is ingesteld om te worden aangesloten op het
openbare telefoonnet. Indien u het op een privé-lijn wilt
aansluiten, raadpleeg dan "Configuratie voor de kenmerken van de telefoonlijn".
DE
INHOUD VAN DE VERPAKKING
TELEFOONHOORN AANSLUITEN
1
1. Steek de connector van het
snoer van de hoorn in de
aansluitbus met het symbool
aan de achterkant van het
faxtoestel.
2
2. Leg de hoorn op de haak.
Behalve het faxtoestel en deze handleiding vindt u het volgende in de verpakking:
•
•
•
•
•
Verlengstuk papiersteun.
Telefoonsnoer.
Snoer voor aansluiting op het elektriciteitsnet.
Telefoonstekker (indien voorzien).
Verpakking met een eerste monochromatische printkop in
dotatie.
Telefoonhoorn.
Informatie voor after-sales service.
•
•
BELANGRIJK
Bij gebruik van niet-originele printkoppen komt de garantie
van het product te vervallen.
IN
GEVAL VAN SPANNINGSVAL OF STROOMONDERBREKING
KAN HET NUTTIG ZIJN EEN NOODTELEFOON TE GEBRUIKEN
INSTALLATIEOMGEVING
1
Plaats het faxtoestel op een stevige ondergrond. Zorg ervoor
dat rond het apparaat voldoende ventilatieruimte vrij blijft.
Houd het toestel op afstand van sterke warmtebronnen, van
stoffige en vochtige plaatsen. Stel het ook niet bloot aan direct
zonlicht.
AANSLUITING OP HET TELEFOONNET EN OP
LINE
A
8
BELANGRIJK
In landen waar dit type aansluiting niet is toegestaan (bijvoorbeeld Duitsland en Oostenrijk), moet u de noodtelefoon
direct op het telefoonstopcontact aansluiten.
HET VOEDINGSNET
HET
1. Om de noodtelefoon direct op
het faxtoestel aan te sluiten
moet u het afdekplaatje van de
aansluiting op de buitenlijn verwijderen en de stekker van de
noodtelefoon in deze aansluitbus steken.
FAXTOESTEL AANSLUITEN OP DE TELEFOONLIJN
1
1. A. Steek de connector van de
telefoonkabel in de aansluitbus "LINE" aan de achterkant van het toestel.
B
B. Steek de connector of stekker (indien voorzien) aan
het andere uiteinde van het
telefoonsnoer in het
telefoonstopcontact.
HET
A
FAXTOESTEL OP HET VOEDINGSNET AANSLUITEN
1
1. A. Steek de connector aan het
ene uiteinde van het stroomsnoer in de stekker aan de
achterkant van het toestel.
B
B. Steek vervolgens de stekker
aan het andere uiteinde van
het snoer in het stopcontact
van het stroomnet.
BELANGRIJK
De stekker van de voedingskabel kan van land tot land verschillen.
INSTELLING VAN ENKELE PARAMETERS
Wanneer het faxtoestel eenmaal op het voedingsnet is aangesloten, voert het automatisch een korte test uit om te controleren of alle componenten correct werken, en daarna verschijnt op het display het bericht "AUTOMAT. 00" en op de
tweede regel "DATUM/TIJD INST.".
BELANGRIJK
Indien op het display de taal verschijnt waarin de berichten
worden weergegeven, bijvoorbeeld "ENGLISH", moet u vóór
de instelling van datum en tijd de taal en het land van gebruik
instellen (zie onderstaande procedure).
DE
TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND INSTELLEN
Op het display verschijnt de taal waarin de berichten
worden weergegeven. Bijvoorbeeld:
LAND
Argentinië
Australië
België
Brazilië
Chili
China
Colombia
Denemarken
Duitsland
Finland
Frankrijk
Griekenland
Ierland
Israël
Italië
Luxemburg
Mexico
Nederland
Nieuw Zeeland
Norwegen
Oostenrijk
Peru
Portugal
Rest van de wereld
Spanje
Tsjechische Republiek
Turkije
UK
Uruguay
Venezuela
Zuid Afrika
Zweden
Zwitserland
TE SELECTEREN LAND
AMERICA LATINA
NZL/AUSTRALIA
BELGIUM
BRASIL
AMERICA LATINA
CHINA
AMERICA LATINA
DANMARK
DEUTSCHLAND
FINLAND
FRANCE
GREECE
U.K./IRELAND
ISRAEL
ITALIA
BELGIUM
AMERICA LATINA
HOLLAND
NZL/AUSTRALIA
NORGE
ÖSTERREICH
AMERICA LATINA
PORTUGAL
INTERNATIONAL
ESPAÑA
CZECH
TURKEY
U.K./IRELAND
AMERICA LATINA
AMERICA LATINA
S. AFRICA
SVERIGE
SCHWEIZ
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
ENGLISH
1. Om de gewenste taal te selecteren, drukt u op de toetsen:
| /}
6. Om de procedure te beëindigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt, bijvoorbeeld:
NEDERLANDS
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
DE TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND WIJZIGEN
Op het display verschijnt:
LAND KIEZEN
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt een bestemmingsland. Bijvoorbeeld:
Druk op de toetsen
+
en herhaal de procedure
"De taal en het bestemmingsland instellen" vanaf het
begin. Denk eraan om de gemaakte instellingen steeds, met
de toets
, te bevestigen.
U.K./IRELAND
4. Om het gewenste land te selecteren, drukt u op de toetsen:
| /}
Op het display verschijnt, bijvoorbeeld:
HOLLAND
Indien uw land niet aanwezig is onder de op het display
weergegeven landen, raadpleeg dan onderstaande
tabel:
9
DATUM
OPMERKING
EN TIJD INSTELLEN
De eerste keer dat u het faxtoestel op het stroomnet
aansluit of elke keer dat de stroom uitvalt moet u de
datum en tijd instellen, zoals hieronder beschreven.
Wanneer de datum en tijd eenmaal zijn ingesteld, kunnen zij altijd nog worden gewijzigd, zie "Datum en tijd
wijzigen", verderop in deze handleiding.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Indien het 12-urenformaat geselecteerd is, verschijnt de letter "p" (post meridiem) of de letter "a" (ante meridiem) op het
display. Om van het ene formaat naar het andere te gaan
gaat u als volgt te werk:
1. Plaats de cursor met de toetsen | /}, onder de te wijzigen
letter.
.
2. Druk op de toets
3. Als u een fout gemaakt heeft of de procedure wilt onderbreken, drukt u op de toets
.
DATUM / TIJD
2. Druk op de toets:
DATUM
EN TIJD WIJZIGEN
Op het display verschijnt:
Indien de datum en de tijd op het display niet juist zijn,
kunt u beide op elk willekeurig moment wijzigen.
1. Druk op de toets
DATUM : DD/MM/JJ
3. Om een ander formaat te selecteren, drukt u op de toetsen:
tot op het display verschijnt:
|/ }
FAX SET-UP
4. Druk op de toets:
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
UUR : 24 U
DATUM / TIJD
5. Om het andere formaat te selecteren (12 uur), drukt u
op de toetsen:
Volg vanaf hier de eerder beschreven procedure in
"Datum en tijd instellen".
|/ }
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
NU
DD/MM/JJ UU:MM
15-03-05
11:23
Wanneer ze ingesteld zijn, blijven naam (max. 16 tekens) en nummer (max. 20 cijfers) onveranderd tot
ze opnieuw gewijzigd worden, en worden op elke door
uw correspondent ontvangen pagina afgedrukt.
1. Druk op de toets
7. Voer de juiste datum en tijd in (bijv. 25-04-05; 12:00),
drukt u op de toetsen:
-
ONTBREKEN UW NAAM EN FAXNUMMER NOG
Telkens wanneer u een cijfer invoert gaat de cursor
naar het volgende teken.
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
DD/MM/JJ UU:MM
25-04-05 12:00
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
8. Indien u de cursor naar enkele te wijzigen cijfers wilt
verplaatsen, drukt u op de toetsen:
TEL.NET INSTELL.
| /}
3. Druk op de toets
9. Vervolgens de cijfers overschrijven, door op de volgende toetsen te drukken:
tot op het display verschijnt:
NAAM ZENDER
-
4. Druk op de toets:
10. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
De procedure voor het wijzigen van de datum en tijd is
nu voltooid. De nieuwe datum en tijd worden automatisch bijgewerkt en worden op elke verzonden pagina
afgedrukt.
11. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
VORM UW NAAM
_
5. Om de tekens van elke toets cyclisch te selecteren, drukt
u op de toetsen:
6. Om een spatie in te voegen, drukt u op de toetsen:
Denk eraan dat de standby-modus aangeeft dat het
toestel niet actief is en dat dit de modus is waarin u
programmeringen kunt uitvoeren.
|/ }
7. Om een aantal speciale symbolen in uw naam in te
voegen, bijv. &, drukt u op de toetsen:
-
10
Plaats wijzigen:
1. Druk op de toets
8. Als er foute tekens zijn, de cursor op het foute teken
plaatsen door op de volgende toetsen te drukken:
| /}
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
9. Vervolgens het teken overschrijven, door op de volgende toetsen te drukken:
2. Druk op de toets:
-
Op het display verschijnt:
10. Om de naam volledig te annuleren, drukt u op de toets:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
Om bijvoorbeeld de naam "LARA" in te voeren,
gaat u als volgt te werk:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
Tot u de letter "L" geselecteerd heeft.
4. Druk op de toets
Tot u de letter "A" geselecteerd heeft.
tot op het display verschijnt:
Tot u de letter "R" geselecteerd heeft.
KOPREGEL BINNEN
Tot u de letter "A" geselecteerd heeft.
5. Om de andere parameter te selecteren, drukt u op de
toetsen:
11. Om de naam te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
| /}
TEL. NUMMER
Op het display verschijnt:
KOPREGEL BUITEN
Voer nu het faxnummer in volgens onderstaande aanwijzingen:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Faxnummer instellen:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM UW NUMMER
_
VOORBEREIDING VOOR HET GEBRUIK
2. Voer uw faxnummer in, drukt u op de toetsen:
-
HET
AFDRUKPAPIER LADEN
3. Om een spatie in te voegen, drukt u op de toetsen:
| /}
Wanneer u een fout maakt, gaat u te werk zoals bij het
instellen van uw naam.
1. Breng de papiersteun in de gleuf
aan en duw hem aan tot hij vastzit.
1
Indien u de internationale code wilt invoeren, gebruikt
u in plaats van de nullen de toets *; op het display
verschijnt het symbool +.
4. Om het faxnummer te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
2
2. Houd het papier bovenaan vast
en laat het in de ASF glijden zonder het te kreuken en zonder
druk uit te oefenen.
Plaats van naam en faxnummer:
De informatie die bovenaan op het te verzenden document wordt afgedrukt (naam, faxnummer, datum en tijd
en aantal pagina's) kan als volgt door het faxtoestel
van uw correspondent worden ontvangen:
- buiten de tekstzone en dus vlak onder de bovenkant
van de pagina;
of
- binnen de tekstzone en dus met een grotere bovenmarge.
Uw faxtoestel is ingesteld om deze informatie binnen de
tekstzone te plaatsen.
BELANGRIJK
Wanneer u de ASF bijvult (max. 40 vel), moet u het 'nieuwe'
papier onder en niet op het 'oude' plaatsen.
Dankzij het geheugen van het faxtoestel kan het evengoed
tot een maximum van 19 pagina's ontvangen, ook als u het
papier niet heeft bijgevuld.
11
DE
PRINTKOP PLAATSEN
BELANGRIJK
Denk eraan dat u, nadat de eerste printkop in dotatie is
opgeraakt, alleen originele printkoppen gebruikt (zie de
code achterin de handleiding).
Indien na installatie van de printkop opnieuw het bericht "BEKIJK PRINTKOP" op het display verschijnt, kunt u proberen
de printkop te verwijderen om hem vervolgens opnieuw maar met een beetje meer druk - te installeren. Indien het
bericht niet verdwijnt, de printkop verwijderen en de elektrische contacten van zowel de printkop als de wagen reinigen,
zie "Elektrische contacten van de printkop reinigen", in
het hoofdstuk "Onderhoud".
1. Leg de telefoonhoorn eraf op
een stabiele ondergrond.
Nadat de printkop is geïnstalleerd, het bedieningspaneel is gesloten en de hoorn op de haak ligt, start het
faxtoestel de reinigings- en controleprocedure van de
spuitmonden, afgesloten door:
• het afdrukken, op een automatisch ingevoerd vel, van het
onderstaande diagnose-resultaat:
- een schaalverdeling, om de inktstroom en de elektrische
circuits van de printspuitmonden te controleren.
- een set grafische en tekstelementen, voor het beoordelen van de printkwaliteit.
• weergave op het display van het bericht: "BEKIJK AFDRUK",
"1 = UIT 0 = HERHAAL".
Onderzoek de printtest als volgt:
1. Controleer de schaalverdeling: als er geen onderbrekingen en geen witte horizontale lijnen in de zwarte zones
aanwezig zijn, is de printkop correct geïnstalleerd en werkt
normaal. Stel de waarde in op 1. Het faxtoestel komt in de
oorspronkelijke standby-modus terug en is klaar voor gebruik. Op het display verschijnt het bericht:
AUTOMAT.
00
25-07-05 11:23
2. Maak het bedieningspaneel
open en til het op zoals aangegeven door de pijl.
3
3. Neem de printkop uit zijn verpakking en verwijder de
beschermfolie
van
de
printspuitmonden terwijl u hem
aan weerszijden vasthoudt.
2. Als u echter onderbrekingen of witte lijnen aantreft, de
waarde 0 instellen om vooral de spuitmond-reiniging te herhalen: als de nieuwe printtest nog niet het gewenste resultaat
geeft, de procedure nog eenmaal herhalen. Vervolgens:
• als de printkwaliteit nog te wensen overlaat, de elektrische
contacten reinigen zoals aangegeven in "Elektrische contacten van de printkop reinigen", hoofdstuk "Onderhoud".
• als de printkwaliteit wel goed is, de waarde 1 instellen. Het
faxtoestel keert in de oorspronkelijke standby-modus terug
en is klaar voor gebruik.
BELANGRIJK
Wanneer de inkt in de printkop bijna op is, verschijnt op het
display:
INKT BIJNA OP
Wanneer de inkt op is, verschijnt op het display:
GEEN INKT MEER!
4
4. P l a a t s d e p r i n t k o p i n z i j n
behuizing met de elektrische contacten naar het
printkopcompartiment gericht.
5
5. Duw de printkop aan tot u een
klik hoort, die aangeeft dat hij
goed zit.
BELANGRIJK
Met de eerste printkop in dotatie kunt u tot 80 pagina's
afdrukken*. Met de printkoppen die u vervolgens koopt,
met een grotere capaciteit, kunt u tot 450 pagina's afdrukken *.
* Op basis van de Test Chart ITU-TS n.1 (zwartdekking 3,8%).
12
De instructies voor het vervangen van de printkop vindt u in
het hoofdstuk "Onderhoud".
Voor de aanschaf van nieuwe printkoppen, wordt verwezen naar de codes achterin deze handleiding.
VERZENDEN
KIESTONEN
HOREN BIJ HET VERZENDEN
Volgens onderstaande procedures kunt u het faxtoestel
direct gebruiken voor eenvoudige verzendingen. Als u
aan de schema's niet genoeg heeft, kunt u altijd het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en ontvangen " raadplegen
waarin u een beschrijving vindt van alle mogelijke verzendfuncties evenals andere procedures voor het nummer vormen (via one-touch-toetsen en snelkiescodes, etc.) die echter eerst geprogrammeerd moeten worden (zie "One-touchtoetsen en snelkiescodes programmeren").
WELKE
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Verzenden", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN
Bij elk type verzending moet het origineel in de automatische documentinvoer (ADF) gestoken zijn.
KENMERKEN VAN HET DOCUMENT
•
•
•
Breedte
210 mm
Lengte
min. 105 mm - max. 600 mm
Gramsgewicht 70 - 90 gr/m2 (max. 5 vel)
TELEFOONHOORN
OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Verzenden", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
Bij documenten met andere dan de bovenstaande afmetingen, het origineel op een A4-vel of ander vel met toegestane
afmetingen kopiëren, en vervolgens de kopie verzenden.
1
A
B
1. A. Steek het origineel in de invoer (ADF) met de te verzenden kant naar onder gericht.
B. Leg het document tevens zo
dat het perfect op de rechterkant van de invoer aansluit (zie aanwijzing op de
behuizing
van
het
faxtoestel).
BELANGRIJK
Wanneer het document in de invoer (ADF) is gestoken, zal
het faxtoestel, indien u binnen ca. anderhalve minuut geen
enkele operatie uitvoert, het document automatisch weer uitvoeren.
EEN
DOCUMENT VERZENDEN
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Verzenden", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
ONTVANGEN
Uw faxtoestel kan documenten die door een andere fax worden verzonden op vier manieren ontvangen. U kunt de gewenste modus activeren door onderstaande procedure te
volgen: manuele ontvangst, automatische ontvangst, automatische ontvangst met oproeptype-herkenning en ontvangst met
antwoordapparaat.
KIEZEN
VAN DE ONTVANGSTMODUS
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
ONTVANGSTMODUS
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
AUTOMAT.
13
3. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "MANUELE" of "TEL./FAX", drukt u op de toetsen:
ONTVANGST
IN DE MODUS "TEL./FAX"
| /}
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Hoe het faxtoestel zich in deze ontvangstmodus gedraagt, is
afhankelijk van wie hem belt en van uw aan-/afwezigheid
bij ontvangst. Het volgende schema geeft de procedure weer:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Na het geprogrammeerde
aantal
belsignalen.
OPMERKING
Om de ontvangstmodus met antwoordapparaat te activeren, moet u eerst de UITGAANDE BOODSCHAP opnemen, zie het hoofdstuk "Het antwoordapparaat". Nadat de
uitgaande boodschap is geregistreerd, kunt u bij stap 3 van
bovenstaande procedure, de optie "AWA/FAX" weergeven
en vervolgens bevestigen met de toets
MANUELE
TEL./FAX geactiveerd.
Oproep afkomstig van
FAXTOESTEL.
Oproep afkomstig van
TELEFOON.
Uw toestel komt in automatische ontvangst.
Uw faxtoestel geeft 20 seconden lang een geluidssignaal
(standaard ingestelde waarde).
Op het display verschijnt:
"TELEFOONOPROEP".
.
ONTVANGST
Manuele ontvangst is geschikt wanneer u aanwezig bent en
persoonlijk de binnenkomende oproepen wilt beantwoorden.
De 20 seconden zijn verstreken en u hebt de hoorn niet
opgenomen.
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Ontvangen", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
AUTOMATISCHE
ONTVANGST
Deze modus is geschikt wanneer u afwezig bent maar toch
documenten wilt ontvangen. Dit is de modus waarin uw
faxtoestel is ingesteld.
Uw faxtoestel komt in automatische ontvangst. Het
wacht ca. 30 seconden om
een document ontvangen,
daarna komt het vanzelf weer
in de standby-modus terug.
De correspondent belde op
voor een gesprek; zodra het
gesprek beëindigd is kunt u
de hoorn opleggen.
De correspondent vraagt of hij
u een document kan zenden.
Uw faxtoestel staat klaar voor
ontvangst.
ONTVANGST
MET ANTWOORDAPPARAAT
In deze ontvangstmodus ontvangt het antwoordapparaat de oproepen, registreert eventuele boodschappen en geeft de verbinding
over aan het faxtoestel als de correspondent een document wil verzenden.
14
GEBRUIK VAN DE TELEFOON
3. Om de gewenste snelkiescode, bijvoorbeeld
te vormen, drukt u op de toetsen:
Als u de lijn neemt door opnemen van de hoorn, beschikt u
over alle functies die een normale telefoon biedt.
Hiertoe behoort ook de functie R (REGISTER RECALL, ge) die toegang biedt tot speciale dienactiveerd met de toets
sten die door de netwerkcentrale worden geboden.
-
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen telefoonnummer (zie "One-touch-toetsen en
snelkiescodes programmeren", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en ontvangen"). Als ook
de naam is opgeslagen, wordt deze op het display
weergegeven.
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent
antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
U hebt tevens beschikking over de volgende functies:
•
•
Oproepen van een correspondent met gebruik van de geprogrammeerde snelkiesprocedures, zie hieronder "Opbellen via de one-touch-toetsen" en "Opbellen via de snelkiescodes".
Tijdelijk onderbreken van een telefoongesprek door in(HOLD). U kunt het gesprek
drukken van de toets
voortzetten zodra u dezelfde toets weer indrukt.
OPBELLEN
DOOR ZOEKEN IN HET ADRESBOEK
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF).
1. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
Op het display verschijnt:
OPBELLEN VIA
DE ONE-TOUCH-TOETSEN
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF).
1. Druk de gewenste toets gedurende meer dan een seconde in, bijvoorbeeld
.
-
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen telefoonnummer (zie "One-touch-toetsen en
snelkiescodes programmeren", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en ontvangen"). Als ook
de naam is opgeslagen, wordt deze op het display weergegeven.
2. Zodra het nummer is gevormd en de correspondent
antwoordt, neemt u de hoorn op om het gesprek te
beginnen.
LIJNVERB.
En rechts boven de duur van het gesprek in minuten
en seconden.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VORMING TELNR.
CODE OF Ñ Ò _
3. Om het telefoonnummer of de naam te vinden van de
persoon die u wilt bellen, drukt u op de toetsen:
|/ }
4. Om het kiezen te starten, drukt u op de toets:
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent
antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
Op het display verschijnt rechts boven de duur van het
gesprek in minuten en seconden.
EEN
OPBELLEN
VIA DE SNELKIESCODES
VAN DE LAATSTE
EEN VAN DE LAATSTE
20 BINNENGEKOMEN NUMMERS
10 GESELECTEERDE NUMMERS
OF
OPVRAGEN
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF).
1. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
Op het display verschijnt:
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF).
1. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
Op het display verschijnt:
LIJNVERB.
En rechts boven de duur van het gesprek in minuten
en seconden.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
LIJNVERB.
En rechts boven de duur van het gesprek in minuten
en seconden.
2. Druk op de toets:
VORMING TELNR.
CODE OF Ñ Ò _
Op het display verschijnt:
BINNENK.OPROEPEN
3. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "UITG.
OPROEPEN", drukt u op de toetsen:
|/ }
4. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
15
5. Om in de lijst van de laatste 20 binnenkomende oproepen of in de lijst van de laatste 10 uitgaande oproepen
het nummer of de naam te zoeken van de correspondent die u wilt bellen, drukt u op de toetsen:
6. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "KOPIE: NORMAL", drukt u op de toetsen:
|/ }
7. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
| /}
Op het display verschijnt:
6. Om het kiezen te starten, drukt u op de toets:
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent
antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
ZOOM: 100%
8. Om de andere beschikbare reproductiewaarden te kiezen, "140%", "70%" of "50%", drukt u op de toetsen:
|/ }
9. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
KOPIËREN
Op het display verschijnt:
CONTRAST: NORM.
WELKE
10. Om de andere twee beschikbare contrastwaarden weer
te geven, "CONTRAST: LICHT" of "CONTRAST: DONKER", drukt u op de toetsen:
DOCUMENTEN KUNT U KOPIËREN
Net als bij de verzending, moet ook bij het kopiëren het
origineel in de automatische documentinvoer (ADF) gestoken zijn. Controleer dus alvorens een kopie te maken, of
het origineel correct in de invoer is gestoken en of het voldoet
aan de eerder beschreven kenmerken (zie het gedeelte "Verzenden").
Denk er echter aan dat u bij de kopieerfunctie in de
automatische invoer (ADF) slechts één vel tegelijk kunt
insteken.
|/ }
11. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Het display geeft de waarden weer die u zojuist geselecteerd heeft. Nu hoeft u alleen nog het type reproductie
te kiezen en het gewenste aantal kopieën in te stellen:
12. Om het gewenste type resolutie te kiezen, "TEKST" of
"FOTO", drukt u op de toets:
13. Als u meer dan een kopie wilt maken (max. 9), voert
u het gewenste aantal in, door op de volgende toetsen te drukken:
KOPIËREN
Zoals reeds gezegd, kunt u het faxtoestel ook als een
kopieerapparaat gebruiken. Het afdrukresultaat is afhankelijk van het type kopie dat u wilt verkrijgen "Normale kopie" of "Kopie van hoge kwaliteit" en van
de waarden voor contrast en resolutie die u instelt
voordat u de kopie maakt.
1. Kies het contrast op basis van de volgende criteria:
• NORMAL, als het document noch te donker noch te
licht is.
• LICHT, als het document bijzonder donker is.
• DONKER, als het document bijzonder licht is.
2. Kies de resolutie op basis van de volgende criteria:
• TEKST, als het document goed leesbare tekst of eenvoudige afbeeldingen bevat.
• FOTO, als het document schaduw bevat.
3. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display versc hijnt:
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAL".
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor
het type reproductie, contrast en resolutie: respectievelijk 100%, NORMAL en TEKST. Bovendien wordt
het ingestelde aantal kopieën weergegeven (1).
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
KOPIE: HOGE KWAL
16
14. Als u een enkele kopie wilt maken, gaat u direct door
naar het volgende punt.
15. Om het kopiëren te starten, drukt u op de toets:
Het faxtoestel begint het document op te slaan. Nadat
het document is opgeslagen, wordt het kopieren gestart.
OPMERKING
Wanneer u de kopieertaak wilt onderbreken, drukt u tweemaal op de toets
: eerst om het origineel uit de ADF te
verwijderen, en daarna om het faxtoestel opnieuw in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
OPMERKING
Voor het maken van vergrotingen of verkleiningen, het document zo leggen dat het perfect op de rechterkant van de invoer aansluit (zie aanwijzing op de behuizing van het
faxtoestel).
De maximale afdrukbreedte bedraagt 204 mm en de maximale lengte 282 mm. Het maximale niet-afdrukbare veld is:
rechts en links 4 mm, boven 3 mm en onder 14 mm.
INHOUDSOPGAVE - TWEEDE DEEL
CONFIGURATIE VOOR DE KENMERKEN VAN
DE TELEFOONLIJN
PROBLEMEN OPLOSSEN
19
45
WANNEER DE STROOM UITVALT ............................................. 45
AANSLUITEN OP HET OPENBARE TELEFOONNET ................. 19
WANNEER HET PAPIER OF DE INKT OPRAAKT ...................... 45
AANSLUITEN OP EEN PRIVÉ-LIJN (PBX) .................................. 19
WANNEER DE VERZENDING MISLUKT .................................... 45
FUNCTIES VOOR VERZENDEN EN ONTVANGEN
VERZENDEN .............................................................................. 21
WAT ER GEBEURT ALS U EEN DOCUMENT IN DE
AUTOMATISCHE INVOER (ADF) STEEKT TERWIJL HET
FAXTOESTEL AFDRUKT ............................................................ 45
WELKE DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN .......................... 21
KLEINE PROBLEMEN OPLOSSEN ............................................. 45
DOCUMENTEN IN DE AUTOMATISCHE INVOER (ADF)
STEKEN ...................................................................................... 21
FOUTCODES .............................................................................. 46
21
SIGNALEN EN BERICHTEN ....................................................... 47
ONTVANGEN .............................................................................. 24
KIEZEN VAN DE ONTVANGSTMODUS ...................................... 24
ONDERHOUD
ONTVANGEN IN DE DIVERSE ONTVANGSTMODI .................... 24
PRINTKOP VERVANGEN ............................................................ 49
ONE-TOUCH-TOETSEN EN SNELKIESCODES
PROGRAMMEREN ..................................................................... 25
REINIGINGSPROCEDURE VOOR DE PRINTKOP EN
TESTPROCEDURE VOOR DE SPUITMONDEN ........................ 50
RAPPORTEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN ................................... 27
ELEKTRISCHE CONTACTEN VAN DE PRINTKOP REINIGEN .. 50
HET ANTWOORDAPPARAAT
30
49
OPTISCHE SCANNER REINIGEN .............................................. 51
BEHUIZING REINIGEN ............................................................... 51
OM HET ANTWOORDAPPARAAT TE ACTIVEREN ..................... 30
VASTGELOPEN DOCUMENTEN VERWIJDEREN ...................... 52
HET BEDIENINGSPANEEL VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT .............................................................. 30
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN ................................... 52
WIJZIGEN VAN DE TOEGANGSCODE VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT .............................................................. 31
FABRIKANT EN SERVICE
ANNULEREN VAN DE TOEGANGSCODE VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT .............................................................. 31
53
FABRIKANT ................................................................................ 53
SERVICE ..................................................................................... 53
UITGAANDE BOODSCHAPPEN EN MEMO'S ............................. 32
GARANTIE .................................................................................. 53
OPNAMETIJD PROGRAMMEREN VOOR MEMO'S EN
BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN ....................................... 33
TECHNISCHE GEGEVENS
54
AFSPELEN VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
EN MEMO'S ................................................................................ 33
INDEX
55
WISSEN VAN REEDS BELUISTERDE BOODSCHAPPEN
EN MEMO'S ................................................................................ 34
BOODSCHAPPEN EN MEMO'S DOORSTUREN NAAR EEN
TELEFOON OP AFSTAND .......................................................... 34
HET ANTWOORDAPPARAAT OP AFSTAND BEDIENEN ............ 35
SPECIALE FUNCTIES VAN HET ANTWOORDAPPARAAT ......... 36
AFDRUKKEN VAN DE CONFIGURATIEPARAMETERS
VAN HET ANTWOORDAPPARAAT .............................................. 37
GEAVANCEERD GEBRUIK
38
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR ONTVANGST ........ 38
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR VERZENDING ...... 41
ONTVANGEN VAN EEN DOCUMENT D.M.V. DE
POLLINGFUNCTIE ..................................................................... 43
CONFIGURATIE VOOR DE KENMERKEN VAN DE TELEFOONLIJN
AANSLUITEN OP HET OPENBARE
AANSLUITEN OP EEN PRIVÉ-LIJN (PBX)
TELEFOONNET
Het faxtoestel is reeds ingesteld voor aansluiting op het
openbare telefoonnet. Toch moet u nog even controleren:
• of de parameter "PUBL.LIJN (PSTN)" geselecteerd
is.
• of de geselecteerde kiesmodus (puls of toon) overeenstemt met die van de telefooncentrale die de lijn
waarop uw faxtoestel is aangesloten, beheert. Indien u
niet zeker weet welke modus u moet kiezen, vraagt u
dat het beste even aan de telefoonmaatschappij.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
Om uw faxtoestel op een privé-lijn aan te sluiten en het
ook op een openbare lijn te kunnen gebruiken, gaat u
als volgt te werk:
• Selecteer de parameter "PRIV.LINE (PBX)".
• Stel de kiesmodus (puls of toon) in op de modus die
wordt gebruikt door de PBX waarop het faxtoestel is
aangesloten. Indien u niet zeker weet welke modus u
moet selecteren, raadpleegt u het beste de PBX-beheerder.
• Stel de buitenlijnmodus (prefix of flash) in die nodig is
om via de PBX (privé-centrale) toegang tot het openbare net te krijgen.
• Stem de kiesmodus (puls of toon) af op de modus die
dor de telefoonmaatschappij wordt gebruikt.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PUBL.LIJN (PSTN)
Indien het faxtoestel ingesteld is voor aansluiting op
een "Privé-lijn", dient u op de toetsen | /} te drukken
om aansluiting op de "openbare lijn" te selecteren. Ga
anders direct door naar punt 4.
4. Druk op de toets:
TEL.NET INSTELL.
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PUBL.LIJN (PSTN)
4. Om de andere beschikbare optie weer te geven, drukt
u op de toetsen:
|/ }
PRIV.LINE (PBX)
Op het display verschijnt:
PSTN KIES:TOON
Alleen in enkele landen is het mogelijk, door op de
toetsen |/} te drukken, de kiesmodus puls te selecteren. In dat geval verschijnt op het display:
PSTN KIES:PULSE
5. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PBX KIES:TOON
6. Om de andere kiesmodus weer te geven, drukt u op de
toetsen:
|/ }
Op het display verschijnt:
PBX KIES:PULSE
6. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
7. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
EXT.LIJN:PREFIX
8. Om de andere beschikbare optie weer te geven, drukt
u op de toetsen:
|/ }
Op het display verschijnt:
EXT.LIJN:FLASH
9. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PSTN KIES:TOON
19
11. Om de andere kiesmodus weer te geven, drukt u op de
toetsen:
| /}
Op het display verschijnt:
PSTN KIES:PULSE
12. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
13. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Indien u de uitgangsmodus "EXT.LIJN:FLASH" heeft bevestigd, moet u om van de privé-lijn toegang te krijgen tot het
openbare net, op de toets
drukken voor u het telefoon- of
faxnummer vormt. Op het display verschijnt een "E"
(external).
U
WILT DE KIESMODUS TIJDELIJK WIJZIGEN
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
Als het faxtoestel is ingesteld op de pulskiesmodus en u wilt
het instellen op de toonkiesmodus gaat u als volgt te werk:
Druk vóór het vormen van het fax- of telefoonnummer op de
toets
, om de kiesmodus tijdelijk te wijzigen.
Na afloop van de transactie herstelt het faxtoestel altijd de
kiesmodus waarop het is ingesteld.
20
FUNCTIES VOOR VERZENDEN EN ONTVANGEN
VERZENDEN
WELKE
DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN
DOCUMENTEN
IN DE AUTOMATISCHE INVOER (ADF) STEKEN
1. Breng de papiersteun in de gleuf
aan en duw hem aan tot hij vastzit.
1
Afmetingen
•
•
•
Breedte
210 mm
Lengte
min. 105 mm - max. 600 mm
Gramsgewicht 70 - 90 gr/m2 (max. 5 vel)
Bij documenten met andere dan de bovenstaande afmetingen, het origineel op een A4-vel of ander vel met toegestane
afmetingen kopiëren, en vervolgens de kopie verzenden.
GEBRUIK
A
B 2. A. Steek het origineel in de in-
voer (ADF) met de te verzenden kant naar onder gericht.
NOOIT
•
Opgerold papier
•
Flinterdun papier
•
Gescheurd papier
•
Nat of vochtig papier
•
Kleine stukjes papier
•
Verkreukeld papier
•
Carbonpapier
Ter voorkoming van schade die het faxtoestel buiten werking
zou kunnen stellen en de garantie te niet zou kunnen doen,
moet u ervoor zorgen dat de documenten die u wilt gebruiken
vrij zijn van:
•
•
•
•
2
B. Leg het document tevens zo
dat het perfect op de rechterkant van de invoer aansluit (zie aanwijzing op de
behuizing
van
het
faxtoestel).
3. Nadat het document in de automatische invoer (ADF) is gestoken, verschijnt op de bovenste regel van het display:
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAL".
AFSTELLEN
nietjes
paperclips
plakband
natte Tipp-Ex of lijm.
In al deze gevallen moet u het document eerst kopiëren en
vervolgens de kopie verzenden.
VAN CONTRAST EN RESOLUTIE
Voor het verzenden van een document kunt u enkele
afstellingen maken om de afdrukkwaliteit te optimaliseren.
OM
HET CONTRAST TE REGELEN
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
4. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
CONTRAST: NORM.
5. Om de andere beschikbare waarden weer te gegeven,
"DONKER" en "LICHT", drukt u op de toetsen:
| /}
21
OPMERKING
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Indien u een verkeerd nummer hebt gevormd, plaatst u de
cursor met behulp van de toetsen | / } op het verkeerde nummer en overschrijft het met het juiste nummer. Om het nummer
volledig te wissen, drukt u op de toets
Het contrast moet worden gekozen op basis van de volgende criteria:
•
NORMAL, als het document noch te licht, noch te donker
is. Op de onderste regel van het display verschijnt "NORMAL".
LICHT, als het document bijzonder donker is. Op de onderste regel van het display verschijnt "LICHT".
DONKER, als het document bijzonder licht is. Op de onderste regel van het display verschijnt "DONKER".
•
•
OM
DE RESOLUTIE TE REGELEN
1. Druk op de toets
tot de gewenste resolutiewaarde op het display verschijnt.
De resolutie moet worden gekozen op basis van de volgende criteria:
• STANDAARD, indien het document gemakkelijk leesbaar
is. Op de onderste regel van het display verschijnt een pijl
die naar het symbool " " op het bedieningspaneel wijst.
•
OPMERKING
U kunt het nummer van de correspondent ook selecteren door
middel van de snelle kiesmethodes, zie verderop "One-touchtoetsen en snelkiescodes programmeren", "Verzenden
via one-touch-toetsen " en " Verzenden via snelkiescodes".
OPMERKING
Indien u de verzending wilt onderbreken, dan drukt u op
de toets
. Het faxtoestel zal het document automatisch
uit de ADF uitvoeren en weer in de oorspronkelijke standbymodus komen.
Indien het te verwijderen document meer dan één pagina telt,
moet u voordat u op
drukt om de eerste pagina te
verwijderen, eerst handmatig alle andere pagina's verwijderen.
KIESTONEN
DOCUMENTEN
HOREN BIJ HET VERZENDEN
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
FIJN, indien het document zeer kleine tekens of tekeningen bevat. Op de onderste regel van het display verschijnt
een pijl die naar het symbool " " op het bedieningspaneel
wijst.
GRIJSTONEN, indien het document schaduw bevat. Op de
onderste regel van het display verschijnt een pijl die naar het
symbool " " en een pijl die naar het symbool " " op het
bedieningspaneel wijst.
•
.
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Om de kiestonen te horen, drukt u op de toets:
VERZENDEN
Op het display verschijnt:
LIJNVERB.
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
En rechts boven de duur van de transmissie in minuten
en seconden.
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Om het nummer te vormen van de correspondent aan
wie u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
Het nummer van de correspondent mag maximaal 64
cijfers bevatten.
3. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
Na de verzending verschijnt het bericht "VZ VOLLEDIG" enkele seconden lang op het display.
22
3. Om het nummer te vormen van de correspondent aan
wie u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
Het nummer van de correspondent mag maximaal 64
cijfers bevatten.
4. Zodra u de faxtoon van de correspondent hoort, drukt
u op de toets:
De verzending is gestart. Op het display verschijnt het
bericht "VERBINDING".
Na de verzending verschijnt het bericht "VZ VOLLEDIG" enkele seconden lang op het display.
TELEFOONHOORN
OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN
EEN
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOCUMENT UIT HET GEHEUGEN VERZENDEN
1. Steek het document in de automatische invoer.
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOKUMENT GEREED
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAL".
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Druk op de toets
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
2. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
tot op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
TX UIT GEHEUGEN
LIJNVERB.
3. Druk op de toets:
En rechts boven de duur van de transmissie in minuten
en seconden.
3. Om het nummer te vormen van de correspondent aan
wie u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
Het faxtoestel begint het document in het geheugen op
te slaan. Zodra dit gebeurd is, verschijnt het bericht
"DOC. N. XXXX" enkele seconden lang op het display;
daarna verschijnt:
DRUK TIJDINSTELL
UU:MM
Het nummer van de correspondent mag maximaal 64
cijfers bevatten.
Als het faxtoestel van uw correspondent op automatische ontvangst is ingesteld, hoort u de toon van
het faxapparaat.
4. Om de tijd in te voeren waarop u de verzending wilt
uitvoeren, bijvoorbeeld "16:50", drukt u op de toetsen:
5. Om zowel de huidige tijd als de onder punt 4 ingestelde
tijd te bevestigen, drukt u op de toets:
Als het op manuele ontvangst is ingesteld, zal iemand de telefoon opnemen, en moet u hem vragen op
de starttoets van zijn faxtoestel te drukken, waarna u
wacht tot u de faxtoon hoort.
4. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM FAX NUMMER
NUM/TOETS/SNELK.
Op het display verschijnt het bericht "VERBINDING".
6. Vorm het nummer van de correspondent volgens een
van de beschikbare methodes: direct op het toetsenbord of via de one-touch-toetsen of snelkiescodes (zie
verderop "One-touch-toetsen en snelkiescodes
programmeren").
Na de verzending verschijnt het bericht "VZ VOLLEDIG" enkele seconden lang op het display.
AUTOMATISCHE
KIESHERHALING
Hiertoe drukt u op de toetsen:
-
Indien er geen verbinding tot stand komt omdat de lijn gestoord is of omdat het nummer van de correspondent bezet is,
zal het faxtoestel het gewenste nummer automatisch herhalen gedurende het aantal keren dat door de normen in
uw land is bepaald.
EEN
DOCUMENT AAN MEERDERE CORRESPONDENTEN
VERZENDEN
Het faxtoestel is uitgerust met een geheugen waaruit u een
document (ook op een vooraf ingesteld tijdstip: uitgestelde
verzending) naar verschillende correspondenten kunt
zenden (max. 10): "circulaire". Zie hieronder "Een document uit het geheugen verzenden".
7. Druk op de toets:
Daarna zal het faxtoestel u vragen een ander nummer in te voeren:
VORM FAX NUMMER
NUM/TOETS/SNELK.
Als u het document aan meer dan één correspondent
wilt zenden, herhaalt u de twee voorgaande stappen
voor elke volgende correspondent.
Als u het document aan één enkele correspondent wilt
zenden, gaat u direct door naar het volgende punt zonder andere nummers in te voeren.
8. Om de procedure af te sluiten, drukt u op de toets:
Nadat de procedure is afgesloten verschijnt op het
display:
AUTOMAT.
00
TX UIT GEHEUGEN
23
OPMERKING
In geval van een stroomonderbreking, wordt de geprogrammeerde verzending uit het geheugen gewist.
EEN
•
Ontvangst met antwoordapparaat. In deze ontvangstmodus ontvangt het antwoordapparaat de oproepen, registreert eventuele boodschappen en geeft de verbinding over
aan het faxtoestel als de correspondent een document wil
verzenden.
VOORAF INGESTELDE VERZENDING UIT HET GEHEUGEN
WIJZIGEN/HERHALEN/WISSEN
1. Druk op de toets
KIEZEN
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
tot op het display verschijnt:
TX UIT GEHEUGEN
2. Druk op de toets:
ONTVANGSTMODUS
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
REEDS INGEVOERD
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTELL.PRINTEN?
U kunt kiezen uit de volgende opties:
INSTELL.PRINTEN? - Om alleen de parameters m.b.t.
de verzending uit het geheugen af te drukken. Na het
afdrukken komt het faxtoestel automatisch in de standbymodus terug.
INSTELL. WISSEN? - Om de instelling te wissen. Het
faxtoestel komt in de standby-modus terug.
PARAM. WIJZIGEN - Om het nummer van de correspondent of het gewenste tijdstip voor de verzending te
wijzigen.
4. Om een van de beschikbare opties weer te geven,
drukt u op de toetsen:
|/ }
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Als u "PARAM. WIJZIGEN" heeft gekozen, verschijnt
op het display:
DRUK TIJDINSTELL
UU:MM
Vanaf hier volgt u de procedure "Een document uit
het geheugen verzenden" vanaf punt 4.
VAN DE ONTVANGSTMODUS
AUTOMAT.
3. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "MANUELE", "TEL./FAX" of "AWA/FAX", drukt u op de toetsen:
|/ }
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Bij stap 3, wordt de optie "AWA/FAX" alleen weergegeven
indien u de uitgaande boodschap 1 opgenomen hebt (zie het
hoofdstuk "Het antwoordapparaat").
ONTVANGEN
IN DE DIVERSE ONTVANGSTMODI
M ANUELE
ONTVANGST
1. Neem bij overgaande telefoon de hoorn op om de verbinding tot stand te brengen.
Op het display verschijnt:
VORMING TELNR.
2. Zodra u de faxtoon hoort of de correspondent u vraagt
een faxbericht te ontvangen, drukt u op de toets:
ONTVANGEN
Op het display verschijnt:
VERBINDING
Uw faxtoestel kan documenten die door een andere fax worden verzonden op vier manieren ontvangen:
•
•
•
24
Manuele ontvangst is geschikt wanneer u aanwezig bent
en persoonlijk de binnenkomende oproepen wilt beantwoorden.
Automatische ontvangst is geschikt wanneer u afwezig
bent maar toch documenten wilt ontvangen. Dit is de modus
waarin uw faxtoestel is ingesteld.
Automatische ontvangst met oproeptype-herkenning.
In deze ontvangstmodus wordt het faxtoestel na een bepaald
aantal belsignalen (ingestelde waarde: 2 belsignalen) met de
telefoonlijn verbonden en is in staat om te herkennen of de
binnenkomende oproep een fax- of telefoonoproep is.
3. Haak de hoorn in.
Het faxtoestel begint te ontvangen en op het display
verschijnt informatie over de ontvangst zoals het
faxnummer van de afzender of, indien geprogrammeerd, zijn naam.
Wanneer de ontvangst voltooid is, verschijnt het bericht
"ONTVANGST OK" enkele seconden lang op het
display; daarna keert het toestel naar de standby-modus terug.
AUTOMATISCHE
ONTVANGST
Na twee belsignalen komt het faxtoestel in de ontvangstmodus. De ontvangst vindt plaats zoals bij handmatige
ontvangst.
AUTOMATISCHE ONTVANGST MET OPROEPTYPE-HER-
5. Druk op de nummertoets waaraan u een faxnummer
wilt toewijzen (bijv.
).
KENNING
Hoe het faxtoestel zich in deze ontvangstmodus gedraagt, is afhankelijk van de correspondent:
- Als de oproep van een ander faxtoestel afkomstig is,
komt uw faxtoestel na twee belsignalen automatisch
in de ontvangstmodus.
- Als de oproep van een telefoon afkomstig is, geeft het
faxtoestel na twee belsignalen ca. 20 seconden lang
een geluidsignaal en op het display verschijnt
"TELEFOONOPROEP". Indien u de hoorn niet binnen 20 seconden opneemt, komt het faxtoestel automatisch in de ontvangstmodus.
Als u de hoorn opneemt voordat het faxtoestel de verbinding met de telefoonlijn tot stand brengt en u de kiestonen hoort, gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets:
-
Op het display verschijnt:
1:TEL NR.
_
Indien er reeds een telefoonnummer of een faxnummer
werd opgeslagen, zal dit op het display verschijnen.
6. Vorm het gewenste telefoonnummer of faxnummer (max.
64 cijfers).
Hiertoe drukt u op de toetsen:
7. Als u een fout gemaakt heeft, plaatst u de cursor op het
verkeerde cijfer.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
|/ }
8. Vervolgens overschrijft u het met het juiste cijfer.
2. Haak de hoorn in.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
9. Om het nummer volledig te wissen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Indien u een ontvangst wilt onderbreken, drukt u op de toets
10. Indien uw faxtoestel aangesloten is op een PBX, en u
heeft de uitgangsmodus "FLASH" geselecteerd, drukt u
om de buitenlijn te nemen voordat u het nummer vormt
op de toets.
om het faxtoestel opnieuw in de oorspronkelijke
standby-modus te plaatsen.
Op het display verschijnt de letter "E" (external).
ONE-TOUCH-TOETSEN EN SNELKIESCODES
11. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
PROGRAMMEREN
1:NAAM
_
Het faxtoestel biedt ook snelkiesfuncties, zoals de onetouch-toetsen en snelkiescodes, die echter eerst geprogrammeerd moeten worden.
Indien er reeds een naam werd opgeslagen, zal deze
op het display verschijnen.
12. Voer de naam van de correspondent in (max. 16
tekens) zoals u dat deed voor uw naam (zie "Nu
ontbreken uw naam en faxnummer nog", in het
hoofdstuk "Meteen aan de slag").
Hiertoe drukt u op de toetsen:
ONE-TOUCH-TOETSEN
Aan elk van de 10 nummertoetsen (0-9) kunt u een
faxnummer, een telefoonnummer en een naam toewijzen die automatisch geselecteerd worden wanneer
u de betreffende toets langer dan een seconde indrukt.
13. Als u een fout gemaakt heeft, plaatst u de cursor op het
verkeerde teken.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
|/ }
FAX SET-UP
14. Vervolgens overschrijft u het met het juiste teken.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
15. Om de naam volledig te wissen, drukt u op de toets:
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
1 TOETS NUMMERS
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DRUK 1 TOETSNR.
TOETS: 0-9
16. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
KIES ANDERE: JA
Nu kunt u de procedure onderbreken of u kunt een
andere one-touch-toets programmeren.
17. Om de procedure te onderbreken, drukt u op de toets:
25
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
18. Om een andere one-touch-toets te programmeren herhaalt u de procedure vanaf de stappen voor het invoeren van het nummer en de naam van de correspondent.
Op het display verschijnt:
1:NAAM
of
01:NAAM
SNELKIESCODES
5. Om de hele naam te wissen, drukt u op de toets:
U kunt een serie codes (01-50) gebruiken om extra
fax- en telefoonnummers met namen in te stellen;
deze worden automatisch geselecteerd wanneer u op
drukt en de betreffende code invoert.
de toets
Volg de eerste twee stappen van de procedure voor
one-touch-toetsen, en dan:
1. Druk op de toets
6. Typ de nieuwe naam (max. 16 tekens).
Hiertoe drukt u op de toetsen:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
SNEL KIEZEN
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DRUK SNELKIESNR.
(01-50):
VERZENDEN
3. Vorm de code waaraan u het telefoonnummer of een
).
faxnummer wilt toewijzen (bijvoorbeeld,
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOKUMENT GEREED
Hiertoe drukt u op de toetsen:
-
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Op het display verschijnt:
01:TEL NR.
_
Volg vanaf hier de procedure voor de one-touchtoetsen vanaf de stappen voor het nummer en de
naam van de correspondent.
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals beschreven in "Afstellen van contrast en
resolutie".
2. Druk langer dan een seconde op de gewenste nummertoets (bijvoorbeeld
):
OPMERKING
Indien u dit wenst, kunt u de onder de 10 one-touch-toetsen en 50 snelkiescodes opgeslagen gegevens afdrukken
(zie verderop in "Rapporten en lijsten afdrukken").
REEDS
INGESTELDE ONE-TOUCH-TOETSEN OF
VIA ONE-TOUCH-TOETSEN
-
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen faxnummer. Als eveneens de naam werd opgeslagen, geeft het display de naam weer.
Wanneer het nummer is gekozen, verloopt de verzending verder op de bekende manier.
SNELKIESCODES WIJZIGEN
VERZENDEN
1. Volg de procedure voor de one-touch-toetsen of de
procedure voor de snelkiescodes tot op het display
verschijnt:
- Voor de one-touch-toetsen
1:TEL NR.
- Voor de snelkiescodes
01:TEL NR.
2. Om het hele nummer te wissen, drukt u op de toets:
3. Typ het nieuwe telefoonnummer of faxnummer (max.
64 cijfers).
Hiertoe drukt u op de toetsen:
-
26
VIA SNELKIESCODES
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals beschreven in "Afstellen van contrast en
resolutie".
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ADRESBOEK
CODE OF Ñ Ò _
3. Vorm de gewenste snelkiescode (bijvoorbeeld
).
3. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "UITG.
OPROEPEN", drukt u op de toetsen:
| /}
Hiertoe drukt u op de toetsen:
-
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen faxnummer. Als eveneens de naam werd opgeslagen, geeft het display de naam weer.
Wanneer het nummer is gekozen, verloopt de verzending verder op de bekende manier.
VERZENDEN
5. Om in de lijst van de laatste 20 binnenkomende oproepen of in de lijst van de laatste 10 uitgaande oproepen
het faxnummer of de naam van de correspondent op te
vragen aan wie u het document wilt zenden, drukt u op
de toetsen:
| /}
MET ONE-TOUCH-TOETSEN OF SNELKIESCODES
DOOR OPZOEKEN IN HET ADRESBOEK
6. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
Als u zich de one-touch-toets of snelkiescode niet herinnert die u aan een bepaald faxnummer heeft toegewezen, kunt u de verzending toch starten door het
nummer als volgt in het adresboek op te zoeken:
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
RAPPORTEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals beschreven in "Afstellen van contrast en
resolutie".
2. Druk op de toets:
RAPPORTEN
Door het afdrukken van rapporten kunt u het resultaat van
alle uitgevoerde transacties (verzendingen en ontvangsten),
het aantal verwerkte documenten en andere nuttige informatie controleren.
Het faxtoestel kan de volgende rapporten afdrukken:
•
Op het display verschijnt:
ADRESBOEK
CODE OF Ñ Ò _
Het faxtoestel zal bij herstel van de normale werking automatisch een rapport afdrukken met het aantal op dat moment in
het geheugen aanwezige pagina’s die verloren gegaan zijn.
In dat geval is het raadzaam het activiteitenrapport af te drukken om het nummer of de naam te vinden van wie u de verloren gegane documenten heeft gezonden.
3. Om het gewenste faxnummer of de naam van de correspondent te vinden aan wie u het document wilt sturen, drukt u op de toetsen:
|/ }
Stroomonderbrekingsrapport: dit rapport wordt altijd automatisch afgedrukt, wanneer er documenten in het geheugen zijn, na een stroomonderbreking.
4. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
•
Activeringsrapport: dit rapport bevat de gegevens van de
laatste 42 transacties (verzendingen en ontvangsten), die
in het geheugen van het faxtoestel opgeslagen blijven. Het
wordt automatisch afgedrukt (na de 32e transactie) of
wanneer u dit opvraagt.
VERZENDEN DOOR OPVRAGEN VAN EEN VAN DE LAATSTE 20
BINNENGEKOMEN NUMMERS OF EEN VAN DE LAATSTE 10
•
Rapport laatste verzending: dit rapport bevat de gegevens van de laatste verzending. Het kan, indien zo geprogrammeerd, altijd automatisch afgedrukt worden na elke
verzending, of wanneer u dit opvraagt.
•
Foutberichtenrapport: dit rapport bevat eveneens de gegevens van de laatste verzending maar wordt alleen na
een mislukte verzending automatisch afgedrukt. Het
faxtoestel is ingesteld om dit soort rapport automatisch af te
drukken. Hoe u deze functie kunt uitschakelen, wordt beschreven in de betreffende paragraaf.
•
Rapport laatste circulaire: bevat de gegevens met betrekking tot de laatste circulaire-verzending en kan indien geprogrammeerd, altijd automatisch afgedrukt worden na
elke circulaire-verzending, of op aanvraag op het gewenste
moment.
GESELECTEERDE NUMMERS
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOKUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals beschreven in "Afstellen van contrast en
resolutie".
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
BINNENK.OPROEPEN
27
RAPPORTEN
INTERPRETEREN
4. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
• Act. n.
Het volgnummer van de uitgevoerde
transactie (verzending/ontvangst).
• Type
Soort transactie:
TX of TX ECM voor verzending.
RX, RX ECM of RX POLL voor ontvangst.
• Doc.N
Referentienummer, direct door het
faxtoestel toegekend, van het opgeslagen document.
• Nummervorming Het faxnummer van de correspondent
dat u gekozen hebt.
• Naam
Naam van de correspondent die u hebt
gebeld. Verschijnt alleen indien u deze
onder de one-touch-toetsen of snelkiescodes hebt opgeslagen. Dit veld komt
niet voor in het activiteitenrapport.
• Verzenderidentificatie
Nummer (en eventueel naam) van de
geselecteerde correspondent. Dit nummer komt overeen met het nummer dat
u gekozen hebt, mits de correspondent
zijn faxnummer correct heeft ingesteld.
Anders kan het afwijkend zijn of zelfs
ontbreken.
• Datum/Tijd
Datum en tijd waarop de transactie werd
uitgevoerd.
• Duur
Duur van de transactie (in minuten en
seconden).
• Pag.'s
Totaal aantal pagina's dat u hebt verzonden/ontvangen.
• Resul.
Resultaat van de transactie:
- OK: als de transactie met succes werd
voltooid.
- FOUTCODE XX: indien de transactie
niet plaats gevonden heeft als gevolg
van de oorzaak die door de foutcode
wordt aangegeven (zie "Foutcodes",
in het hoofdstuk "Problemen oplossen").
ERROR ZENDRAPPO.
5. U kunt een van de volgende opties kiezen: "ZENDRAPPORT: AAN" en "ZENDRAPPORT: UIT".
ERROR ZENDRAPPO. - het faxtoestel drukt alleen na
een mislukte verzending automatisch een rapport af.
ZENDRAPPORT: AAN - het faxtoestel drukt na elke
verzending automatisch een rapport af, ongeacht het
resultaat.
ZENDRAPPORT: UIT - het faxtoestel drukt geen rapporten af.
6. Om een van de beschikbare opties weer te geven,
drukt u op de toetsen:
|/ }
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
AUTOMATISCHE AFDRUK VAN
ACTIVEREN/INACTIVEREN
HET CIRCULAIRE-RAPPORT
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
4. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
RAPP.CIRCUL.:AAN
AUTOMATISCHE
AFDRUK VAN HET ZENDRAPPORT EN
FOUTBERICHTENRAPPORT ACTIVEREN/INACTIVEREN
5. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "RAPP.
CIRCUL.: UIT", drukt u op de toetsen:
|/ }
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
28
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
AFDRUK
VAN HET ZENDRAPPORT, ACTIVITEITENRAPPORT,
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CIRCULAIRE-RAPPORT EN BELLER-ID-RAPPORT OPVRAGEN
PRINT:INSTALL.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
RAPPORTEN
2. Druk op de toets:
5. Om de andere beschikbare opties weer te geven,
"PRINT:UITGESL.NR" en "EXIT MENU", drukt u op
de toetsen:
|/ }
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
RAPP. LAATSTE TX
U kunt een van de volgende opties kiezen:
"RAP.LAATSTE CIRC", "ACTIVITEIT.RAPP.", "LIJST
BELLERS" en "LIJST RAPP. UIT".
3. Om een van de beschikbare opties weer te geven,
drukt u op de toetsen:
| /}
OPMERKING
Indien u "PRINT:INSTALL." of "PRINT:UITGESL.NR" geselecteerd hebt, komt het faxtoestel na de afdruk automatisch
weer in de oorspronkelijke standby-modus terug. Indien u
"EXIT MENU" gekozen hebt, drukt u op de toets
om
het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te
plaatsen.
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Nadat het rapport is afgedrukt, komt het faxtoestel automatisch weer in de oorspronkelijke standby-modus terug.
OPMERKING
LIJST VAN CONFIGURATIEPARAMETERS EN GEGEVENS VAN DE
ONE-TOUCH-TOETSEN EN SNELKIESCODES AFDRUKKEN
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
Indien u "LIJST RAPP. UIT" hebt geselecteerd, drukt u op de
toets
plaatsen.
FAX SET-UP
om het faxtoestel weer in de standby-modus te
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
LIJSTEN
3. Druk op de toets
U kunt de volledige lijsten met installatie- en
configuratieparameters en de gegevens van de onetouch-toetsen en snelkiescodes op elk gewenst moment
afdrukken .
Wanneer u een afdruk van de installatie- en configuratieparameters vraagt, kunt u een bijgewerkt rapport afdrukken
van de vooraf ingestelde waarden en van de waarden die u
af en toe overeenkomstig uw behoeften hebt ingesteld.
LIJST
VAN INSTALLATIEPARAMETERS EN UITGESLOTEN
NUMMERS AFDRUKKEN
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
PRINT INSTELLING
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PRINT PARAMETERS
5. Om de andere beschikbare opties weer te geven,
"LIJST 1 TOETSNRS", "LIJST SNELKIESNR" en
"AFDRUKOPTIE: UIT", drukt u op de toetsen:
|/ }
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.
OPMERKING
Indien u de optie "AFDRUKOPTIE: UIT" hebt geselecteerd,
drukt u op de toets
om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIELIJST
29
HET
ANTWOORDAPPARAAT
Indien u een van de modellen van het faxtoestel met ingebouwd antwoordapparaat hebt aangeschaft, biedt dit dezelfde mogelijkheden als een extern antwoordapparaat. U kunt
dus:
•
uitgaande boodschappen opnemen die automatisch worden afgespeeld wanneer u afwezig bent, om de beller te
verzoeken een boodschap achter te laten of terug te bellen;
•
memo's opnemen;
•
de uitgaande boodschappen beluisteren;
•
de uitgaande boodschappen vervangen;
•
de boodschappen opnemen die de correspondenten inspreken wanneer u afwezig bent, zodat de aan u gerichte
oproepen niet verloren gaan;
•
memo’s en binnengekomen boodschappen beluisteren;
•
memo’s en binnengekomen boodschappen wissen;
•
de boodschappen op een telefoon op afstand overbrengen;
•
het antwoordapparaat op afstand bedienen.
HET BEDIENINGSPANEEL VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT
Alleen aanwezig op model met antwoordapparaat:
Start het afspelen van de boodschappen en memo's.
Indien er nieuwe berichten of memo's zijn, worden alleen deze laatste afgespeeld, beginnend bij de eerste
nog niet beluisterde boodschap.
Onderbreekt tijdelijk het afspelen van boodschappen
en memo's. Bij nogmaals indrukken wordt het afspelen
hervat.
Start het opnemen van "MEMO's" (persoonlijke mededelingen). Tijdens het afspelen van boodschappen en
memo's, sprong naar begin van volgende boodschap
of memo.
De opnamecapaciteit van het antwoordapparaat is afhankelijk van het beschikbare geheugen (15 minuten). De duur
van de boodschappen kan geprogrammeerd worden in
30 of 60 seconden, zie "Opnametijd programmeren voor
memo's en binnenkomende boodschappen".
Tijdens het afspelen van boodschappen en memo's,
sprong naar vorige boodschap of memo (pas nadat
alle boodschappen zijn afgespeeld).
(WISSEN)
OM HET ANTWOORDAPPARAAT TE ACTIVEREN
Wist de reeds beluisterde boodschappen en memo's.
LED (BOODSCHAPPEN)
Aan: in het geheugen bevinden zich reeds beluisterde boodschappen of memo's.
Knippert: in het geheugen bevinden zich nog niet
beluisterde boodschappen of memo's.
Uit: in het geheugen bevinden zich geen boodschappen of memo's.
Het antwoordapparaat kan alleen worden aangezet na
registratie van uitgaande boodschap 1. Zie "Uitgaande
boodschappen en memo's" verderop, en met name "Opnemen van uitgaande boodschap 1".
Bovendien moet u het faxtoestel in de ontvangstmodus
"AWA/FAX" zetten. Zie in het eerste gedeelte van de handleiding de procedure " Kiezen van de ontvangstmodus",
hoofdstuk "Ontvangen".
Bij de ontvangstmodus "AWA/FAX", wordt het faxtoestel automatisch geactiveerd voor ontvangst wanneer de oproep van
een ander faxtoestel komt, zodat er geen aan u gerichte documenten verloren gaan.
OPMERKING
Om de verhinderen dat iemand anders zonder uw toestemming op afstand uw antwoordapparaat kan bedienen (behalve om boodschappen in te spreken), is de toegang bovendien beschermd door een numerieke code van vier cijfers
(reeds beschikbaar als "1234") die u altijd kunt wijzigen of
annuleren, zie hieronder "Wijzigen van de toegangscode
v o o r h e t a n t w o o r d a p p a r a a t " e n "A n n u l e r e n v a n d e
toegangscode voor het antwoordapparaat ".
Toetsen voor het gebruik van het antwoordapparaat:
Toegang tot het configuratiemenu voor het antwoordapparaat. Selectie van de verschillende sub-menu's.
|/ }
Om de beschikbare opties van een waarde of een parameter te kiezen.
Start het opnemen en afspelen.
Bevestigt de selectie van het configuratiemenu voor het
antwoordapparaat, de sub-menu's, de parameters en
betreffende waarden en de overgang naar de volgende
status.
Onderbreekt het opnemen en afspelen.
Onderbreekt de programmering in uitvoering.
Brengt het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus terug.
30
WIJZIGEN VAN DE TOEGANGSCODE VOOR
6. Om de wisopdracht te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
HET ANTWOORDAPPARAAT
KOSTBESP.INSTELL
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
De toegangscode voor het antwoordapparaat kan bovendien nog worden gebruikt om:
•
te verhinderen dat iemand anders ter plekke de aan u gerichte boodschappen kan beluisteren;
•
te verhinderen dat iemand anders de door u ingestelde
configuratieparameters van het antwoordapparaat kan wijzigen.
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TOEGANGSCODE
4. Druk op de toets
Op het display de standaard ingestelde code:
DRUK CODE
(0 - 9): 1234
5. Voer de nieuwe code in, bijvoorbeeld "0001", door op
de volgende toetsen te drukken:
-
Op het display verschijnt:
DRUK CODE
(0 - 9): 0001
Volg de procedure "Wijzigen van de toegangscode voor
het antwoordapparaat" tot "BELUISTER.INLOG" op het
display verschijnt, en ga als volgt verder:
1. Om te verhinderen dat iemand anders de boodschappen op het antwoordapparaat kan beluisteren, drukt u
op de toetsen:
|/ }
BELUIST.MET LOG
2. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
BELUISTER.INLOG
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTELL.UITLOG
3. Om te verhinderen dat iemand anders zonder uw toestemming het antwoordapparaat kan programmeren,
drukt u op de toetsen:
|/ }
Op het display verschijnt:
INSTELL.LOG
4. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
ANNULEREN VAN DE TOEGANGSCODE VOOR
HET ANTWOORDAPPARAAT
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TOEGANGSCODE
4. Druk op de toets
Op het display de standaard ingestelde code:
DRUK CODE
(0 - 9): 1234
5. Druk op de toets
Op het display verschijnt:
DRUK CODE
(0 - 9):
31
UITGAANDE BOODSCHAPPEN EN MEMO'S
6. Om het opnemen te starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
OPNAMEN 19
U kunt verschillende soorten boodschappen opnemen:
•
UITGAANDE BOODSCHAP 1, met een maximale duur van
20 seconden, om de beller te verzoeken een boodschap in
te spreken op het antwoordapparaat, bijvoorbeeld:
"Dit is het antwoordapparaat van ..... We zijn momenteel niet
aanwezig. Spreek na de pieptoon een boodschap in of druk
op de starttoets van uw faxtoestel als u ons een fax wilt
sturen. Dank u".
•
UITGAANDE BOODSCHAP 2, met een maximale duur van
10 seconden, kan worden opgenomen om:
• als u afwezig bent en dus de ontvangstmodus "AWA/FAX"
hebt geselecteerd, de beller te waarschuwen dat het antwoordapparaat geen boodschappen kan ontvangen omdat het geheugen vol is, bijvoorbeeld:
"Momenteel kunt u ons alleen een fax sturen. Bel voor een
gesprek later terug";
• als u aanwezig bent maar de modus "TEL./FAX" hebt geselecteerd, de beller te vragen de hoorn niet op te leggen,
bijvoorbeeld:
"Even geduld, a.u.b.".
•
DOORSTUUR-BOODSCHAP, met een maximale duur van
10 seconden, om u op een toestel op afstand te waarschuwen dat er nog niet beluisterde boodschappen voor u
zijn op het antwoordapparaat.
Voor het daadwerkelijk doorsturen van de nog niet beluisterde boodschappen moet u:
• het antwoordapparaat hiervoor geprogrammeerd hebben
(zie verderop "Boodschappen en memo's doorsturen
naar een telefoon op afstand");
• de functies actieveren waarmee u op afstand het antwoordapparaat kunt bedienen (zie "Het antwoordapparaat op
afstand bedienen").
•
MEMO (Gesproken), met een programmeerbare duur van
30 of 60 seconden, voor persoonlijke afspraken. Deze memo
wordt nooit als uitgaande boodschap afgespeeld wanneer u
door een correspondent wordt gebeld.
•
U hebt 20 seconden ter beschikking (afgeteld op het
display van 19 tot 00) om uw boodschap in te spreken:
als de boodschap korter is dan 20 seconden, sluit u
de opname af zodra u klaar bent met inspreken door de
hoorn op te leggen of op de toets
•
of
te
drukt speelt het
drukken. Als u op de toets
faxtoestel niet automatisch de boodschap af die u hebt
opgenomen;
als de beschikbare tijd afloopt, geeft het faxtoestel
een kort geluidssignaal en speelt automatisch de boodschap af die u hebt opgenomen.
Leg vervolgens de hoorn op de haak.
drukken op
In beide gevallen moet u op de toets
het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
OPMERKING
Als het volume van de boodschap te laag of te hoog is,
kunt u het tijdens het afspelen regelen via de toets
. Op
het display verschijnt, rechts boven, het niveau van het ingestelde volume.
AFSPELEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
1
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
OPNEMEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
1
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
SPREEK IN OGM #1
4. Druk op de toets
Op het display verschijnt:
TELEFOONOPROEP
5. Neem de hoorn op.
Op het display verschijnt:
<|> VOOR OPNA.
32
tot op het display verschijnt:
BELIUSTER OGM #1
4. Om de eerder opgenomen uitgaande boodschap 1 te
horen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
BELUISTERING
Na het afspelen stelt het faxtoestel automatisch voor
een nieuwe UITGAANDE BOODSCHAP 1 op te nemen. Indien u dit wenst kunt u de eerder opgenomen
boodschap wijzigen of vervangen, door de opnameprocedure te herhalen.
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPNEMEN VAN
UITGAANDE BOODSCHAP
2
OPNAMETIJD PROGRAMMEREN VOOR MEMO’S
EN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
Neem uitgaande boodschap 2 op zoals u boodschap 1 hebt
opgenomen, met het volgende verschil voor stap 3:
Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
SPREEK IN OGM #2
TAD SET-UP
OPMERKING
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
Vergeet echter niet dat u slechts 10 seconden ter beschikking
hebt.
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
AFSPELEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
Beluister boodschap 2 zoals bij BOODSCHAP 1 met het volgende verschil voor stap 3:
tot op het display verschijnt:
Druk op de toets
BELUISTER OGM #2
OPNEMEN
tot op het display verschijnt:
2
VAN DE DOORSTUUR-BOODSCHAP
Neem de doorstuur-boodschap op zoals u de boodschappen 1 en 2 hebt opgenomen, met het volgende verschil voor
stap 3:
tot op het display verschijnt:
Druk op de toets
INSPREEKTIJD
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
OPNAMETIJD:30SEC
5. Om de andere beschikbare waarde weer te geven,
"OPNAMETIJD:60SEC", drukt u op de toetsen:
| /}
6. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPN.DOORG.OPROEP
AFSPELEN VAN BINNENKOMENDE
BOODSCHAPPEN EN MEMO'S
OPNEMEN VAN MEMO'S
Zoals reeds gezegd, kunt u het antwoordapparaat gebruiken om één of meerdere persoonlijke berichten op
te nemen (MEMO) die op dezelfde manier worden behandeld als de binnenkomende boodschappen.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TELEFOONOPROEP
2. Neem de hoorn op.
Op het display verschijnt:
MEMOBERICHT?
3. Om het opnemen te starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
OPNAMEN 30
OPMERKING
U hebt 30 of 60 seconden ter beschikking (zie "Opnametijd
programmeren voor memo's en binnenkomende boodschappen") om uw memo in te spreken, op dezelfde manier
als bij UITGAANDE BOODSCHAPPEN 1 en 2.
Als het antwoordapparaat een of meerdere binnenkomende boodschappen of een of meerdere memo's in
het geheugen heeft die u nog niet hebt beluisterd, knipen op het display
pert de BOODSCHAPPEN-LED
wordt het totale aantal opgenomen boodschappen (inclusief de memo's) weergegeven, bijvoorbeeld 03:
AWA/FAX
03
01-05-05 10:32
Nu kunt u (via de luidspreker of door de telefoonhoorn
op te nemen) alle boodschappen beluisteren, inclusief
de memo's die met een volgnummer tot een maximum
van 49 in het geheugen worden opgeslagen, vanaf de
eerste nog niet beluisterde boodschap. Tijdens het afspelen van elke boodschap verschijnt op het display
de dag en tijd waarop de boodschap werd ontvangen.
U kunt via de luidspreker de boodschappen beluisteren, die het faxtoestel in sequentie afspeelt, gescheiden
door een kort geluidssignaal.
Hiertoe drukt u op de toets:
Ook kunt u de boodschappen "privé" beluisteren.
Hiertoe:
1. Druk op de toets:
33
2. Om de reeds beluisterde boodschappen te wissen, drukt
u op de toets:
2. Neem de hoorn op.
Op het display verschijnt de standby-modus en het aanNa afloop van de weergave van de laatste boodschap geeft
het faxtoestel twee korte geluidssignalen en komt automatisch
weer in de oorspronkelijke standby-modus terug. De BOODstopt met knipperen en blijft continu
SCHAPPEN-LED
verlicht.
tal resterende boodschappen na de wisopdracht, in dit
geval 3.
OPMERKING
Als u geen enkele boodschap wilt wissen, drukt u op de toets
WISSEN VAN REEDS BELUISTERDE
BOODSCHAPPEN EN MEMO'S
U kunt een boodschap of een memo alleen tijdens of na
het afspelen wissen.
De boodschappen of memo's die u nog niet hebt beluisterd
worden niet gewist. Om het geheugen volledig te kunnen wissen moeten dus eerst alle boodschappen en memo's zijn afgespeeld.
WISSEN
.
BOODSCHAPPEN EN MEMO'S DOORSTUREN
NAAR EEN TELEFOON OP AFSTAND
Indien u dit wenst kunt u het antwoordapparaat zo
programmeren dat het u op een andere plaats en
op een bepaalde tijd belt om u te waarschuwen dat er
nieuwe boodschappen zijn.
Behalve de tijd en het nummer waarop u gebeld wilt
worden kunt u instellen of het doorsturen eenmalig
of dagelijks plaats moet vinden.
1. Druk op de toets
VAN DE HUIDIGE BOODSCHAP OF MEMO
1. Om het afspelen van de boodschappen of memo's te
starten, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
BELUISTER 01 03
01-05-05
10:47
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
2. Om de boodschap die u momenteel beluistert te wissen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
OPROEP DOORGEVEN
Het antwoordapparaat gaat naar de volgende bood-
4. Druk op de toets:
schap en op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
BELUISTER 01 02
01-05-05
10:47
OPROEPING :UIT
5. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "OPROEPING EENMAG" of "OPROEP UITSTEL", drukt u
op de toetsen:
3. Om de volgende boodschap te wissen, drukt u op de
toets:
|/ }
6. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Ga zo verder voor alle boodschappen die u wilt wissen.
Op het display verschijnt:
DRUK TIJDINSTELL
UU:MM
OPMERKING
Als u geen enkele boodschap wilt wissen, drukt u op de toets
7. Voer het tijdstip in waarop u wenst dat de boodschappen worden doorgestuurd, bijvoorbeeld: "11:45". Hiertoe drukt u op de toetsen:
.
WISSEN VAN ALLE REEDS BELUISTERDE BOODSCHAPPEN
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
Stel dat er op het antwoordapparaat 6 boodschappen
zijn opgenomen waarvan 3 reeds beluisterd:
DRUK TEL. NUMM
_
1. Druk op de toets:
9. Voer het telefoonnummer in waarop u gebeld wilt worden, bijvoorbeeld: "02 615356". Hiertoe drukt u op de
toetsen:
Op het display verschijnt:
WIS OPNAME?
CANCEL/<s>
34
-
10. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
CODE
Op het display verschijnt:
1
2
3
Afspelen van nieuwe boodschappen.
Afspelen van alle boodschappen.
Herhalen van huidige boodschap of terug naar
vorige boodschap.
4
Onderbreken van huidige boodschap en overgaan naar volgende boodschap.
5 + 5 Wissen van alle oude boodschappen.
OPN.DOORG.OPROEP
Nu kunt u de doorstuur-boodschap opnemen (zie "Opnemen van de doorstuur-boodschap") of de procedure afsluiten door op de toets
te drukken.
OPMERKING
CODE
De programmering voor het doorsturen van boodschappen
wordt geannuleerd door een stroomuitval.
#1
OPMERKING
#2
#3
Indien u eerder een doorstuur-boodschap hebt opgenomen,
geeft het display het bericht "BELUISTERING" weer en het
antwoordapparaat speelt de boodschap af. Zie "Opnemen
van de doorstuur-boodschap" voor het wijzigen of vervangen van de boodschap.
Nu u het antwoordapparaat hebt geprogrammeerd voor het
naar een andere plaats doorsturen van de nieuwe boodschappen, kunt u deze beluisteren door het antwoordapparaat te bedienen volgens de methodes die hieronder worden
beschreven in "Het antwoordapparaat op afstand bedienen ".
HET ANTWOORDAPPARAAT OP AFSTAND
BEDIENEN
U kunt het antwoordapparaat niet alleen direct via de specifieke toetsen op het bedieningspaneel van het faxtoestel bedienen, maar ook vanaf elke andere plaats ver of dichtbij,
mits u gebruik maakt van een telefoon die in de toonkiesmodus werkt, bijv.: een mobiele telefoon.
Om het antwoordapparaat op afstand te bedienen, moet u het
faxtoestel in de ontvangstmodus "AWA/FAX" zetten, en bovendien, nadat u UITGAANDE BOODSCHAP 1 hebt gehoord, de toegangscode invoeren (standaard ingesteld:
"1234").
De voor de afstandsbediening beschikbare functies worden
geactiveerd via een extra nummercode van een of twee cijfers (zie onderstaande tabel).
Als de code uit twee cijfers bestaat, is het raadzaam
tussen het eerste en tweede cijfer op het bevestigingssignaal te wachten.
BEDIENINGSFUNCTIE
#4
#5
#6
PROGRAMMEERFUNCTIE
Uitschakelen van de ontvangstmodus "AWA/FAX"
en inschakelen van de ontvangstmodus "AUTOMAT.".
Inschakelen van de ontvangstmodus "AWA/FAX".
Vrijgave van opname van UITGAANDE BOODSCHAP 1.
Afsluiten en bevestigen van de opname van UITGAANDE BOODSCHAP 1.
Uitschakelen van het doorsturen van boodschappen en memo's naar een telefoon op afstand.
Instelling voor het beluisteren van ALLEEN UITGAANDE BOODSCHAP.
Door op 0 te drukken na een bedieningssequentie van 1 tot
5 wordt de huidige functie onderbroken.
Door op 0 te drukken na een programmeersequentie van #1
tot #6 wordt de huidige programmering onderbroken en
gaat men terug naar de bedieningsfuncties. In dat geval moet
u weer op # drukken op de programmeerfase te hervatten.
Voor het op afstand bedienen en programmeren van
het antwoordapparaat moet u:
•
het nummer van het faxtoestel vormen op de externe telefoon. Het antwoordapparaat antwoordt met UITGAANDE
BOODSCHAP 1;
•
de functie kiezen die u wilt uitvoeren en de betreffende code
invoeren, aan de hand van bovenstaande tabel.
Het antwoordapparaat bevestigt de bewerking met een pieptoon.
Indien u een toegangscode voor het antwoordapparaat hebt
ingesteld, voert u zodra u UITGAANDE BOODSCHAP 1 hoort,
de cijfers van de code in:
•
als de code correct is, hoort u een kort geluidssignaal ter
bevestiging, waarna u de code voor de afstandsbedieningsfunctie kunt invoeren.
Verbreek de verbinding volgens het systeem van de gebruikte telefoon.
35
SPECIALE FUNCTIES VAN HET
ALLEEN
ANTWOORDAPPARAAT
In deze functie antwoordt het antwoordapparaat bij elke
oproep met UITGAANDE BOODSCHAP 1 maar neemt
geen binnenkomende boodschappen op.
U kunt deze functie gebruiken wanneer u gedurende
een langere periode afwezig zult zijn, tijdens welke niet
alle eventuele boodschappen opgeslagen zouden kunnen worden. In dat geval kunt u, in plaats van de
gewoonlijke uitgaande boodschap, beter een andere
boodschap opnemen, bijvoorbeeld:
U kunt de volgende speciale functies op het antwoordapparaat instellen:
•
GESPREKKOSTEN BESPAREN
•
ALLEEN UITGAANDE BOODSCHAP
•
STILLE ONTVANGST VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
GESPREKKOSTEN
BESPAREN
UITGAANDE BOODSCHAP
"Van 22 Juni t/m 19 September kunnen wij alleen faxen
ontvangen. U kunt geen boodschap inspreken".
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
Wanneer u op afstand het antwoordapparaat bedient
om eventuele boodschappen te beluisteren, antwoordt
het faxtoestel op de volgende manier:
• als er geen boodschappen op het antwoordapparaat zijn, wordt de verbinding twee belsignalen na
het ingestelde aantal tot stand gebracht;
• als er wel boodschappen op het antwoordapparaat zijn, wordt de verbinding na het ingestelde aantal belsignalen tot stand gebracht (Zie "Aantal belsignalen wijzigen", in het hoofdstuk "Geavanceerd
gebruik").
Dus, als u een belsignaal méér dan het ingestelde
aantal hoort, weet u meteen dat er geen boodschappen zijn en kunt u ophangen voordat de verbinding
tot stand wordt gebracht.
Deze functie kan alleen door de technische service worden geactiveerd en is niet in alle landen
beschikbaar.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
KOSTBESP.INSTELL
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
AAN
5. Om de andere optie weer te geven, "UIT", drukt u op
de toetsen:
|/ }
6. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
36
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
ENKEL MELDTEKST
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ENKEL MELDT.:UIT
5. Om de andere optie weer te geven, "ENKEL MELDT:
AAN", drukt u op de toetsen:
|/ }
6. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
TELEFOONOPROEP
Indien u de UITGAANDE BOODSCHAP 1 reeds hebt
opgenomen, verschijnt op het display het bericht
"BELUISTERING" en het antwoordapparaat speelt de
boodschap af.
Indien u nog niets hebt opgenomen, verschijnt op het
display het bericht "GEEN OPNAMEN".
7. Om de eerder opgenomen boodschap te wijzigen of
een nieuwe boodschap op te nemen.
Op het display verschijnt:
<|> VOOR OPNA.
8. Om de opname te starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
OPNAMEN 20
STILLE
ONTVANGST VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
Met deze functie kunt u op vertrouwelijke wijze boodschappen ontvangen. In andere woorden, het antwoordapparaat ontvangt de boodschappen zonder
deze via de luidspreker weer te geven, opdat andere
personen de aan u gerichte boodschappen niet kunnen horen.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM LUIDSPR:UIT
4. Om de andere optie weer te geven, "ICM LUIDSPR:
AAN", drukt u op de toetsen:
|/ }
5. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
6. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
AFDRUKKEN VAN DE CONFIGURATIEPARAMETERS
VAN HET ANTWOORDAPPARAAT
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
LIJST AWA INSTEL
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
LIJST AWA: <|>
5. Mocht het display "GEEN LIJST AWA" weergeven, moet
u, om de optie "LIJST AWA: <|>" weer te geven, op de
volgende toetsen drukken:
|/ }
6. Om het afdrukken te starten, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
37
GEAVANCEERD GEBRUIK
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR
4. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
ONTVANGST
AFDRUKZONE
PRINT EXTRA:AUTO
VAN EEN ONTVANGEN DOCUMENT VERKLEINEN
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
5. Om een van de andere twee beschikbare parameters
te kiezen, "PRINT EXTRA: UIT" of "PRINT EXTRA:
AAN", drukt u op de toetsen:
|/ }
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
OPMERKING
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
PRINTER PARAMET.
4. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
VERKLEINEN 94%
5. Om een van de beschikbare verkleiningsratio's te kiezen, "80%", "76%", "70%" en "UIT", drukt u op de
toetsen:
| /}
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
DOCUMENT
ONTVANGEN DAT LANGER IS DAN HET
PAPIERFORMAAT
Indien u een document ontvangt dat langer is dan het
gebruikte papierformaat, kunt u het faxtoestel zo instellen dat de resterende tekst op een andere pagina wordt
afgedrukt.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
PRINTER PARAMET.
Indien u de parameter "PRINT EXTRA: AUTO" selecteert, zal
het faxtoestel de resterende tekst op een andere pagina afdrukken indien deze tekst minstens 12 mm van de pagina
bedekt.
Indien u de parameter "PRINT EXTRA: AAN" selecteert, zal
het faxtoestel de resterende tekst altijd op een andere pagina
afdrukken.
Indien u de parameter "PRINT EXTRA: UIT" selecteert, zal
het faxtoestel de resterende tekst niet afdrukken.
STILLE
ONTVANGST IN-/UITSCHAKELEN
In de ontvangstmodi "AUTOMAT.", "TEL./FAX" en "AWA/
FAX" kunt u het faxtoestel instellen op het ontvangen
van documenten zonder dat er bij de oproep belsignalen overgaan.
Wanneer deze functie is ingeschakeld, hangt het gedrag van het faxtoestel af van de geselecteerde
ontvangstmodus en van wie de oproep verricht:
• in de modus "AUTOMAT." en "AWA/FAX", geeft het
faxtoestel bij ontvangst van een oproep, nooit een
belsignaal;
• in de modus "TEL./FAX", geeft het faxtoestel bij ontvangst van een oproep alleen geen belsignaal indien de oproep van een ander faxtoestel komt. Als
het een telefoonoproep betreft, geeft het faxtoestel
een geluidssignaal, in plaats van de belsignalen, ten
teken dat u de hoorn op moet nemen.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
GEAVANC.FUNCTIES
38
2. Druk op de toets:
4. Druk op de toets
Op het display verschijnt:
tot op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.
STILLE RX:NOOIT
5. Om een van de andere beschikbare opties te selecteren, "STILLE RX:ALTIJD" of "STILLE RX:DAGEL.",
drukt u op de toetsen:
| /}
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
GEAVANC.FUNCTIES
4. Druk op de toets
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
BELLER ID: JA
5. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"BELLER ID: NEE", drukt u op de toetsen:
|/ }
OPMERKING
Als u de optie "STILLE RX:DAGEL." hebt bevestigd, vraagt
het faxtoestel u de tijd in te voeren waarop de stille ontvangst
moet beginnen en eindigen. Wanneer de tijd is ingesteld, drukt
u nogmaals op de toets
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
om te bevestigen.
OPMERKING
De instelling van de dagelijkse stille ontvangst ("STILLE
RX:DAGEL.") wordt geannuleerd bij een stroomuitval.
NAAM
OPMERKING
Met deze functie ingeschakeld, worden in geval van stroomuitval de verloren gegane datum en tijd hersteld bij ontvangst
van de eerstvolgende oproep.
OF NUMMER VAN DE BELLER WEERGEVEN
AANTAL
•
•
•
Deze functie, die op aanvraag van de gebruiker door
het telefoonbedrijf geactiveerd kan worden, is slechts
in enkele landen beschikbaar en is compatibel met
de Norm ETSI ETS 300 778-1.
Met deze functie kunt u meteen zien door wie u wordt
gebeld. U kunt dus beslissen of u de oproep al of niet
wilt beantwoorden.
Met deze functie zal het faxtoestel, als het zich in de
standby-modus bevindt, bij elke oproep altijd automatisch een van de volgende aanduidingen weergeven:
nummer of naam van de beller;
PRIVÉ: indien de correspondent ervoor gekozen heeft
zijn identificatie niet weer te geven;
NIET BESCHIKBAAR: indien de correspondent op een
telefooncentrale is aangesloten die niet over deze service beschikt.
Als u echter bezig bent uw faxtoestel te programmeren en u wilt bij binnenkomst van een oproep weten
door wie u gebeld wordt, moet u op de toets
drukken alvorens de oproep te beantwoorden.
Het kan gebeuren dat door bijzondere kenmerken van
de telefooncentrale waarop u aangesloten bent, het
nummer van de beller niet op het faxtoestel wordt weergegeven. Mocht dit probleem zich voordoen, neem dan
contact op met het technische servicecentrum in uw land.
Het faxtoestel is reeds ingesteld op weergave van de
identiteit van de beller. U kunt de weergave hiervan
echter ook als volgt uitschakelen:
1. Druk op de toets
BELSIGNALEN WIJZIGEN
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
Indien het faxtoestel in de ontvangstmodus "AUTOMAT.",
"TEL./FAX" of "AWA/FAX" staat, beantwoordt het de
oproepen automatisch na een bepaald aantal belsignalen.
Indien u dit wenst, kunt u het aantal belsignalen als
volgt wijzigen:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
AANT.BELSIGN.:02
3. Om de andere beschikbare waarden weer te geven,
"01", "03", "04", "05", "06", "07" en "08", drukt u op de
toetsen:
|/ }
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
39
VOLUME
BELSIGNALEN WIJZIGEN
3. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
GEAVANC.FUNCTIES
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
4. Druk op de toets
FAX SET-UP
tot op het display verschijnt:
ONDERS. BEL: UIT
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
5. Druk op de toets
|/ }
tot op het display verschijnt:
WIJZIG. PATROON
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
PARAMETERS
Op het display verschijnt:
AUTODETECTIE BEL
4. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
VOLUME BEL.:HOOG
5. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "VOLUME BEL.:LAAG", "VOLUME BEL.:MID." en "VOLUME BEL.:UIT", drukt u op de toetsen:
| /}
7. Bel het faxtoestel met het gewenste belsignaal-ritme tot
het faxtoestel dit detecteert.
Op het display verschijnt:
BEL GEDETECT.
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Indien het faxtoestel dit specifieke belsignaalritme niet kan
herkennen, verschijnt op het display het bericht "BEL NIET
GEDET.". Druk in dat geval op de toets
procedure.
HERKENNING
VAN HET BELSIGNAAL-RITME IN-/
ZOEMERDUUR
UITSCHAKELEN
In enkele landen bieden de telefooncentrales de mogelijkheid aan dezelfde telefoonlijn twee of meer telefoon- of faxnummers toe te kennen, die voor verschillende gebruikers zijn bestemd. Elk nummer krijgt
een bepaald belsignaal-ritme.
Deze functie is bijzonder nuttig in huis of in een klein
kantoor, waar dezelfde telefoonlijn door meerdere personen wordt gedeeld.
Uw faxtoestel is in staat om één van deze ritmes
te herkennen (zie onderstaande procedure). Op deze
manier zal het faxtoestel (in de ontvangstmodus "TEL./
FAX" en "AWA/FAX") wanneer het een oproep ontvangt met dat specifieke belsignaal-ritme, altijd alleen
voor ontvangst van een document worden ingesteld.
Deze functie is bijzonder geschikt in combinatie
met de stille ontvangst aangezien het faxtoestel alleen een belsignaal zal geven indien het een telefoonoproep betreft.
1. Druk op de toets
Wanneer het faxtoestel ingesteld is op automatische
ontvangst met oproeptypeherkenning gedraagt het
zich als volgt:
• indien een fax oproept, wordt de oproep automatisch
ontvangen na het ingestelde aantal belsignalen;
• indien een telefoontoestel oproept, weerklinkt 20 seconden lang een geluidssignaal, waarna de ontvangst
automatisch wordt gestart indien u de hoorn nog steeds
niet hebt opgenomen.
Indien u dit wenst, kunt u de zoemerduur als volgt wijzigen:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.
WIJZIGEN
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
tot op het display verschijnt:
40
en herhaal de
FAX/TEL TIJD:20
3. Om de andere beschikbare waarden weer te geven,
"15", "30" of "40", drukt u op de toetsen:
| /}
OPMERKING
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
AFSTANDSBEDIENINGSCODE
Indien u op een privé-lijn bent aangesloten, dezelfde procedure volgen tot weergave van "PUBL.LIJN (PSTN)", op de
toetsen | / } drukken om "PRIV.LINE (PBX)" weer te geven
en dan verder gaan zoals aangegeven in de procedure.
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR
WIJZIGEN
VERZENDING
Indien het faxtoestel aangesloten is op een telefoontoestel dat in toonkiesmodus werkt en ingesteld is
op manuele ontvangst, kunt u bij elke oproep van
een correspondent die u een document wil zenden de
ontvangst sturen door de code * * op het aangesloten telefoontoestel in te voeren. Deze procedure heeft
PLAATS
VAN NAAM EN FAXNUMMER WIJZIGEN
De informatie die bovenaan op het te verzenden document wordt afgedrukt (naam, faxnummer, datum en tijd
en aantal pagina's) kan door het faxtoestel van uw correspondent buiten de tekstzone worden ontvangen en
dus vlak onder de bovenkant van de pagina, of binnen
de tekstzone en dus met een grotere bovenmarge.
Uw faxtoestel is ingesteld om deze informatie binnen de
tekstzone te plaatsen.
Plaats wijzigen:
1. Druk op de toets
hetzelfde resultaat als het indrukken van de toets
op uw faxtoestel.
U kunt alleen de tweede asterisk van deze code vervangen door een cijfer van 0 tot 9.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
2. Druk op de toets:
tot op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
FAX SET-UP
TEL.NET INSTELL.
2. Druk op de toets:
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Het display geeft de telefoonaansluiting aan waarop het
faxtoestel is ingesteld, bijvoorbeeld:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
PUBL.LIJN (PSTN)
Op het display verschijnt:
4. Druk op de toets
PARAMETERS
tot op het display verschijnt:
4. Druk op de toets
REMOTE START:AAN
tot op het display verschijnt:
5. Druk op de toets:
KOPREGEL BINNEN
Het display geeft de code weer die u eerder hebt ingesteld, bijvoorbeeld:
DRUK CODE
codE (0/9,*) *8
5. Om de andere parameter te selecteren, drukt u op de
toetsen:
|/ }
6. Om de nieuwe code in te voeren, drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
KOPREGEL BUITEN
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om de nieuwe code te bevestigen, drukt u op de toets.
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Als u deze functie wilt uitschakelen, drukt u na de vierde stap
op de toetsen | / } om de optie "REMOTE START:UIT" weer
te geven, en daarna op de toets
om te bevestigen en
op de toets
om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
41
HERHALING VAN MISLUKTE
ACTIVEREN/INACTIVEREN
VERZENDING UIT HET GEHEUGEN
LUIDSPREKERVOLUME
AANPASSEN
Als het volume van de lijn- en verbindingstonen te laag
of te hoog is, kunt u dit aanpassen met behulp van de
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
toetsen
.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
2. Druk op de toets:
LIJNVERB.
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
2. Om het volume van de luidspreker te verhogen/verlagen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt, rechts boven, het niveau van
het ingestelde volume.
3. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
4. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
HERH. VERZ.:UIT
5. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "HERH.
VERZ.:AAN", drukt u op de toetsen:
|/ }
ZOEMERVOLUME
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
VERBINDINGSTONEN
Het geluidssignaal geeft zowel bijzondere omstandigheden in de werking van het faxtoestel als eventuele
fouten of storingen aan.
Het volume van het geluidssignaal kan op drie niveaus
geregeld worden, "Hoog", "Medium" en "Laag", of kan
volledig uitgeschakeld worden.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
WEERGEVEN
Het faxtoestel is zo ingesteld dat u de kiestonen tijdens
het kiezen van het nummer en de verbindingstonen
die tussen uw faxtoestel en het andere toestel worden
uitgewisseld, kunt horen. Is dit niet het geval, dan programmeert u dit als volgt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
1. Druk op de toets
PARAMETERS
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
4. Druk op de toets
2. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
ZOEMERVOL.:LAAG
tot op het display verschijnt:
LIJNDETECTIE:UIT
3. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"LIJNDETECTIE: AAN", drukt u op de toetsen:
| /}
42
AANPASSEN
5. Om de andere beschikbare opties weer te geven,
"ZOEMERVOL.:HOOG", "ZOEMERVOL.:MIDD." en
"ZOEMERVOL.:UIT", drukt u op de toetsen:
|/ }
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
VERZENDINGSSNELHEID
5. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "ECM:
UIT", drukt u op de toetsen:
VERMINDEREN
| /}
Het faxtoestel is ingesteld om te verzenden bij een
snelheid van 14400 bps (bits per seconde). Bij storingen op de telefoonlijn wordt een snelheid van 9600
of 4800 bps aangeraden.
1. Druk op de toets
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
ONTVANGEN VAN EEN DOCUMENT D.M.V. DE
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
POLLINGFUNCTIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PARAMETERS
WAT
IS POLLING
4. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
ZEND SNELH. 14.4
5. Om de andere beschikbare opties weer te geven,
"ZEND SNELH. 9.6" en "ZEND SNELH. 4.8", drukt u
op de toetsen:
| /}
Wanneer een faxtoestel een ander om een verzending vraagt,
zodat het document automatisch verzonden wordt, spreken
we van polling.
De communicatie met de pollingmethode heeft de volgende
twee fundamentele kenmerken:
•
de gebruiker die het document wil ontvangen, vraagt
de verzending aan. Dit betekent dat een gebruiker een verbinding met een ander faxtoestel tot stand kan brengen en dit
toestel kan vragen hem automatisch een (speciaal voorbereid) document te zenden, ook wanneer er aan de andere
kant van de lijn niemand aanwezig is.
•
de transactiekosten zijn voor rekening van degene die
de verzending aanvraagt (d.w.z. degene die het document
ontvangt) en niet van degene die het document verzendt.
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
ACTIVEREN/STOPZETTEN
VAN DE ECM MODUS
ECM (Error Correction Mode) is een correctiesysteem
voor fouten die worden veroorzaakt door storingen van
de telefoonlijn. Om hiervan te kunnen gebruikmaken,
moet deze functie zowel op uw fax als op het toestel van
uw correspondent geactiveerd zijn De letter "E" op het
display geeft aan dat de functie geactiveerd is.
Uw faxtoestel is voorgeprogrammeerd om met deze
modus te verzenden. Om het toestel op normaal verzenden in te stellen, volgt u onderstaande procedure:
1. Druk op de toets
AANVRAGEN VAN
ONTVANGST)
EEN VERZENDING (POLLING VOOR
Spreek het tijdstip voor de verzending met uw correspondent af, zodat deze het te verzenden document kan
insteken. Stel uw faxtoestel in om het document te ontvangen, programmeer de kiesmethode die gebruikt moet
worden om het andere faxtoestel op te roepen en het
tijdstip waarop het document ontvangen moet worden.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
AFROEP ONTVANGST
tot op het display verschijnt:
FAX SET-UP
2. Druk op de toets:
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DRUK TIJDINSTELL
UU:mm
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
3. Druk op de toets:
Nu kunt u de huidige tijd bevestigen of de nieuwe tijd
eroverheen typen, bijvoorbeeld "18:20".
Op het display verschijnt:
3. Om de nieuwe tijd eroverheen te typen, drukt u op de
toetsen:
PARAMETERS
4. Druk op de toets:
-
Op het display verschijnt:
ecm:AAN
43
4. Zowel voor het bevestigen van de huidige tijd als de
nieuwe tijd, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM NUMMER
NUM/TOETS/SNELK.
5. Vorm het nummer van de correspondent op een van
de mogelijke manieren: direct op het numerieke toetsenbord of via de one-touch-toetsen of snelkiescodes.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Het faxtoestel geeft, gedurende enkele seconden, het
bericht "POLL INGESTELD" weer en komt vervolgens
automatisch in de oorspronkelijke standby-modus terug. Op de tweede regel van het display verschijnt:
"POLL OTV 18:20".
OPMERKING
U kunt de ingestelde polling voor ontvangst wissen door op
de toets
REEDS
te drukken.
INGESTELDE POLLING VOOR ONTVANGST WIJZIGEN/
WISSEN
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
AFROEP ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
REEDS INGEVOERD
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PARAM. WIJZIGEN?
U kunt uit de volgende opties kiezen:
INSTELL. WISSEN? - Om de instelling te annuleren.
Het faxtoestel komt weer in de oorspronkelijke standbymodus terug.
PARAM. WIJZIGEN? - Om het tijdstip voor de polling of
het nummer van de correspondent van wie u het document wilt ontvangen te wijzigen.
4. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"INSTELL. WISSEN?", drukt u op de toetsen:
| /}
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Als u "PARAM. WIJZIGEN?" gekozen heeft, verschijnt
op het display:
DRUK TIJDINSTELL
UU:mm
Vanaf hier volgt u de procedure "Aanvragen van een
verzending (polling voor ontvangst)" vanaf stap 3.
44
PROBLEMEN OPLOSSEN
WANNEER DE STROOM UITVALT
In geval van een stroomuitval, bewaart het faxtoestel de
geprogrammeerde nummers voor one-touch-toetsen en snelkiescodes en de rapporten in het geheugen, terwijl de opgeslagen documenten verloren
gaan.
Ook de datum en tijd gaan verloren. Deze moeten dan
opnieuw worden ingesteld volgens de procedure "Datum en tijd instellen", hoofdstuk "Meteen aan de slag".
WANNEER HET PAPIER OF DE INKT OPRAAKT
Als tijdens ontvangst het papier opraakt of vastloopt, of
de inkt is op of u tilt het bedieningspaneel op, dan
wordt het afdrukken onderbroken, op het display verschijnt het betreffende bericht en het ontvangen document
wordt tijdelijk in het geheugen opgeslagen. Wanneer de storing eenmaal is hersteld, begint het faxtoestel
weer af te drukken.
WANNEER DE VERZENDING MISLUKT
Het is mogelijk dat de kwaliteit van het ontvangen document te wensen overlaat door problemen op de lijn als
gevolg van overbelasting of andere storingen, en dat de
ontvanger u vraagt het hem opnieuw te zenden.
In dit geval kunt u het beste een lagere snelheid instellen. Het faxtoestel verzendt normaal met een snelheid
van 14400 bps (bits per seconde). Om de snelheid te
verlagen, de procedure in het gedeelte "Verzendingssnelheid verminderen", in het hoofdstuk "Geavanceerd
gebruik" volgen.
Indien de verzending mislukte door lijn- of faxproblemen,
gaat de FOUTEN-LED " " branden en geeft het
faxtoestel een kort geluidssignaal; in dat geval drukt het
toestel automatisch het zendrapport af (zie verderop
"Rapporten en lijsten afdrukken", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en ontvangen"), waarin
een foutcode de oorzaak aangeeft (verderop vindt u
een lijst met alle foutcodes).
WAT ER GEBEURT ALS U EEN DOCUMENT IN
DE AUTOMATISCHE INVOER (ADF) STEEKT
TERWIJL HET FAXTOESTEL AFDRUKT
Als u een document in de automatische invoer voor originele documenten (ADF) steekt, terwijl het faxtoestel een
kopie of de afdruk van een rapport of een ontvangen
document uitvoert, gedraagt het faxtoestel zich zoals hieronder beschreven:
• als het een kopie uitvoert, geeft het faxtoestel via
een aantal berichten op het display instructies over hoe
u de kopie kunt onderbreken en terug kunt gaan naar
de oorspronkelijke standby-modus;
• als het een rapport afdrukt, geeft het faxtoestel via
een aantal berichten op het display instructies over hoe
u het afdrukken kunt onderbreken en terug kunt gaan
naar de oorspronkelijke standby-modus;
• als het een document ontvangt:
- onderbreekt het faxtoestel de ontvangst en begint
het document op te slaan. Op het display verschijnt
het bericht "OV IN MEMORY.".
Nadat de geheugenopslag is beëindigd, verschijnt op
het display het bericht "DOK IN MEMORY".
Nu geeft het faxtoestel instructies over hoe u het document uit de automatische invoer (ADF) kunt verwijderen. Vervolgens wordt het afdrukken van het opgeslagen document hervat.
KLEINE PROBLEMEN OPLOSSEN
Onderstaande lijst biedt enkele aanwijzingen voor het oplossen van kleine problemen.
PROBLEEM
OPLOSSING
U kunt het faxtoestel niet
inschakelen.
Controleer of het faxtoestel
goed op het stopcontact en op
de telefoonlijn is aangesloten.
U kunt het document niet
correct insteken.
Controleer of het document
voldoet aan de aanbevelingen
in de paragraaf "Welke
documenten kunt u
gebruiken", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
Het toestel kan geen
documenten verzenden.
Controleer of het document niet
vastgelopen is.
De lijn is bezet: wacht tot deze
vrij is en probeer het opnieuw.
Het toestel kan niet
automatisch ontvangen.
U hebt het toestel ingesteld op
manuele ontvangst: stel het in
op automatische ontvangst.
Het toestel kan niet
kopiëren of ontvangen.
Controleer of het document of
het vel papier niet vastgelopen
is.
Het gebruikte papiertype is niet
geschikt: controleer de
papierkenmerken vermeld in
het hoofdstuk "Technische
gegevens".
De afdrukken zijn volledig Steek het document met de
blanco.
gegevens naar onder gericht in
de ADF.
OPMERKING
Indien het toestel geen documenten kan verzenden of ontvangen, kan dit ook aan andere oorzaken te wijten zijn. Deze
oorzaken zullen worden aangegeven in de vorm van een
foutcode in het "Zendrapport" en in het " Activiteitenrapport", zie "Rapporten en lijsten afdrukken", in het
hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen".
45
FOUTCODES
De foutcodes die zowel op het zendrapport als op het
activiteitenrapport worden afgedrukt bestaan uit twee cijfers
die de oorzaak van de fout aangeven. Op het activiteitenrapport wordt de code wegens plaatsgebrek zonder verder
bericht weergegeven.
CODE
BERICHT
OK
Geen bericht. Transactie correct
voltooid.
02
ONMOGELIJKE VERBINDING
Het faxtoestel detecteert geen lijntoon of
ontvangt foutieve signalen.
Controleer of het faxtoestel correct op de
telefoonlijn is aangesloten en of de hoorn
ingehaakt is. Probeer opnieuw.
03
GEEN MELDING NA OPROEP
Het opgweroepen nummer antwoordt niet of
is geen faxtoestel.
Controleer of het nummer van de
correspondent juist is.
04
FOUT IN DE VERZENDING
HERHALEN VANAF PAGINA: nn
Er werd een storing gedetecteerd tijdens de
verzending. "nn" = nummer van de pagina
waarbij de fout optrad.
Herhaal de verzending vanaf de pagina
aangegeven in het rapport.
05
HERHAAL PAGINA
nn, ..... nn
Het opgeroepen faxtoestel heeft fouten
gedetecteerd tijdens de ontvangst. "nn" =
nummer van de pagina die verzonden werd
toen de fout optrad.
Herhaal de verzending van de pagina's
aangegeven in het rapport.
07
DOCUMENT TE LANG
Het te verzenden document is te lang. De
verzendingstijd overschrijdt de toegelaten
limiet.
Splits het te verzenden document op.
08
NAKIJKEN DOK.DOORGANG
De optische scanner kan het document niet
lezen.
Neem het document uit de ADF en steek het
opnieuw in voordat u de verzending opnieuw
start.
09
STOP PROCEDUURE
U hebt de verzending onderbroken.
Geen interventie.
10
Geen bericht
Het faxtoestel heeft een storing gedetecteerd
tijdens de ontvangst.
Neem contact op met de correspondent en
vraag hem het document opnieuw te
verzenden.
11
Geen bericht
De printer gedraagt zich abnormaal tijdens de Verhelp het probleem en wacht tot het
ontvangst. Resterend document opgeslagen opgeslagen document afgedrukt is.
in geheugen maar geheugencapaciteit
overschreden voor einde van procedure.
13
FOUT IN AFROEPVERZENDING
Er steekt geen document in de ADF van het
andere faxtoestel en dit werd niet ingesteld
voor verzending na polling.
Neem contact op met de correspondent.
16
STROOMSTORING MET PAGINA
nn
Stroomonderbreking tijdens verzending of
ontvangst.
Herhaal de verzending vanaf de pagina
aangegeven in het rapport.
(OK)
Geen bericht.
Het document kon ontvangen worden maar
de afdrukkwaliteit laat te wensen over.
Neem contact op met de correspondent.
OCC
LIJN BEZET
De lijn is bezet.
Probeer opnieuw bij onbezette lijn.
46
OORZAAK VAN DE FOUT
WAT U MOET DOEN
Geen interventie.
SIGNALEN EN BERICHTEN
Eventuele problemen die kunnen optreden worden gewoonlijk aangegeven door geluidssignalen (die soms vergezeld
gaan van visuele signalen: brandende fouten-LED " ")
of door foutberichten op het display.
Het faxtoestel geeft eveneens geluidssignalen en berichten op het display die geen fout aangeven.
GELUIDSSIGNALEN
DIE EEN FOUT AANGEVEN
Korte toon, 1 seconde lang
• U hebt op de verkeerde toets gedrukt tijdens een procedure.
Langere toon, 3 seconden lang, plus brandende fouten-LED
• Transactie mislukt.
Permanente toon
• Hoorn van de haak, u vergat de hoorn in te haken na een
vorige transactie.
OPMERKING
Om de fouten-LED "
U hebt een snelkiescode of one-touch-toets geselecteerd die
niet geprogrammeerd is: programmeer de toets of de code
(zie "One-touch-toetsen en snelkiescodes programmeren", in het hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen").
GEHEUGEN VOL
Een of meer documenten worden in het geheugen opgeslagen omdat er tijdens de ontvangst een fout werd gedetecteerd,
waardoor het geheugen vol is geraakt: controleer het type
fout (papier op, papier vastgelopen, inkt op, enz.) en los het
probleem op. De documenten zullen automatisch worden afgedrukt, zodat er opnieuw geheugenplaats beschikbaar is.
HERHALING nnn
De verbinding is niet tot stand gekomen als gevolg van storingen op de lijn of omdat de correspondent bezet is: het faxtoestel
staat in de wachtstand voor automatische kiesherhaling.
HERH. POLL nnn
U hebt een ontvangst na polling ingesteld en de verbinding is
niet tot stand gekomen als gevolg van storingen op de lijn of
omdat de correspondent bezet is: het faxtoestel staat in de
wachtstand voor automatische kiesherhaling.
KOPIE ONDERBR.
" uit te schakelen moet u op de toets
drukken.
FOUTBERICHTEN
GEEN NUMMER AANW
OP HET DISPLAY
•
U hebt een kopieertaak onderbroken door op de toets
te drukken.
•
Er is een storing opgetreden tijdens het kopiëren van het
document en het kon niet worden afgedrukt: controleer het
type fout op het display en los het probleem op.
BEKIJK PRINTKOP
•
•
Het faxtoestel detecteert geen printkop omdat u vergeten bent
de printkop in het toestel te installeren of omdat de printkop
niet correct geïnstalleerd is: installeer de printkop of installeer
hem opnieuw.
Bepaalde spuitmonden op de printkop zijn beschadigd, wat in
een slechte afdrukkwaliteit resulteert. Voer de reinigingsprocedure voor de printkop uit (zie "Reinigingsprocedure
voor de printkop en testprocedure voor de spuitmonden", in het hoofdstuk "Onderhoud").
ONTV. ERROR
De ontvangst verliep niet correct; druk op de toets
om
de fouten-LED " " uit te schakelen en het bericht van het
display te wissen.
OV IN MEMORY
De ontvangen gegevens werden in het geheugen opgeslagen wegens een fout tijdens de ontvangst, die het afdrukken
belette: zoek op de onderste regel van het display naar het
fouttype en los het probleem op.
DOCUMENT CONTR., DRUK <I>
Het document is niet goed ingevoerd: plaats het document
opnieuw in de automatische invoer (ADF) en druk op de toets
PAPIER CONTR., DRUK <I>
•
om het bericht van het display te wissen.
om de normale werking van het faxtoestel te herstellen.
•
DOK IN MEMORY
Het ontvangen document werd in het geheugen opgeslagen
omdat tijdens de ontvangst een fout werd gedetecteerd en
onmiddellijke afdruk niet mogelijk was: controleer het type fout
(papier op, papier vastgelopen, inkt op, enz.) en los het probleem op.
GEEN INKT MEER!
De inktpatroon is op: vervang de printkop (zie "Printkop
vervangen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
Er is geen papier in de invoerlade: vul papier bij en druk op
Het papier is niet goed ingevoerd: plaats het papier opnieuw
in de invoerlade en druk op de toets
werking van het faxtoestel te herstellen.
om de normale
PAPIER PROBLEEM, DRUK <I>
Het papier is vastgelopen tijdens het kopieren of verzenden:
druk op de toets
. Indien het papier niet automatisch
wordt uitgevoerd, dient u te controleren waar het geblokkeerd zit, en het handmatig te verwijderen (zie "Vastgelopen papier verwijderen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
47
SYSTEEMFOUT nn
ONTVANGST OK
Er gebeurde iets abnormaals waardoor het faxtoestel geblokkeerd raakte: schakel het toestel eerst uit en dan weer in.
Indien de fout niet verdwenen is, dient u het toestel uit te
schakelen en de hulp van de technische dienst in te roepen.
VERWIJDER DOK., DRUK <I>
•
Indien het document geblokkeerd raakt tijdens het kopiëren of
te drukken. Indien het
verzenden, dient u op de toets
document niet automatisch wordt uitgevoerd, moet u het document handmatig verwijderen (zie "Vastgelopen documenten verwijderen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
•
U hebt het scannen onderbroken door op de toets
drukken.
te
VZ ERROR
De verzending verliep niet correct; druk op de toets
om de fouten-LED " " uit te schakelen en het bericht van
het display te wissen, en herhaal de verzending.
ANDERE
GELUIDSSIGNALEN
Korte toon, 1 seconde lang
• Transactie werd correct uitgevoerd.
Intermitterende toon, 20 seconden lang
• Signaal om de hoorn op te nemen en een telefoonoproep te
beantwoorden.
De ontvangst verliep succesvol.
ONTV. ONDERBROKEN
U hebt de ontvangst onderbroken door op de toets
drukken.
te
OPSLAAN
Het faxtoestel slaat de pagina’s van het te kopiëren document
op.
POLL OTV: UU:MM
U hebt een verzending aangevraagd (Ontvangst na polling).
TELEFOONOPROEP
De correspondent wil een gesprek voeren: neem de hoorn
op om de oproep te beantwoorden.
TX IN UITVOERING
Er is een verzending bezig.
TX UIT GEHEUGEN
U hebt een verzending uit het geheugen ingesteld.
VERBINDING
Het faxtoestel is de verbinding met het andere faxtoestel tot
stand aan het brengen.
VERZENDEN
Er is een verzending bezig.
ANDERE
BERICHTEN OP HET DISPLAY
VERZENDING OK
De verzending verliep succesvol.
AFDRUKKEN
Het faxtoestel is een rapport of een lijst aan het afdrukken.
BEKIJK AFDRUK
1=UIT 0=HERHAAL
Het faxtoestel heeft automatisch de printspuitmonden getest
en een proefafdruk gemaakt: controleer of de printkwaliteit
aanvaardbaar is en tref de nodige maatregelen.
DOKUMENT GEREED
U hebt het document correct in de ADF gestoken.
LIJNVERB.
U hebt de lijn genomen door de hoorn van de aangesloten
telefoon op te nemen.
NIEUWE PRINTKOP?, 1=JA 0=NEE
U hebt een printkop voor het eerst geïnstalleerd, of verwijderd en dan opnieuw geïnstalleerd: u moet de vragen nog
beantwoorden. Indien u "ja" antwoordt hoewel de printkop
niet nieuw is, zal het faxtoestel niet detecteren wanneer de
inkt op is.
NR. VORMING
Het faxtoestel is het gewenste nummer aan het vormen.
48
WACHTVERBINDING, DRUK OP HOLD
U hebt een telefoongesprek tijdelijk onderbroken door op de
toets
te drukken: druk opnieuw op de toets
om
het gesprek met de correspondent te hervatten.
ZENDONDERBREKING
U hebt de verzending onderbroken door op de toets
te drukken.
ONDERHOUD
PRINTKOP VERVANGEN
Opgelet!
7. Raak de spuitmonden niet aan.
7
1. Leg de telefoonhoorn eraf op
een stabiele ondergrond.
8. Plaats de nieuwe printkop in zijn
behuizing met de elektrische
contacten
naar
het
printkopcompartiment gericht.
2. Maak het bedieningspaneel
open en til het op zoals aangegeven door de pijl.
9. Duw de printkop aan tot u een
klik hoort, die aangeeft dat hij
goed zit.
3. Ontgrendel de printkop door
middel van het hendeltje, zoals
aangegeven door de pijl.
10. Sluit vervolgens het bedieningspaneel en leg de hoorn weer
op zijn plaats.
OPMERKING
4. Neem de oude printkop uit zijn
behuizing.
5. Neem de nieuwe printkop uit zijn
verpakking en verwijder de
beschermfolie
van
de
printspuitmonden terwijl u hem
aan weerszijden vasthoudt.
Wanneer u de printkop vervangen hebt omdat de inkt op
was, herkent het faxtoestel de vervanging automatisch bij sluiten van het bedieningspaneel en op het display verschijnt
het bericht "NIEUWE PRINTKOP? 1 = JA, 0 = NEE". Stel de
waarde 1 in.
Nu voert het faxtoestel automatisch de procedure voor reiniging van de printkop en controle van de spuitmonden uit en
drukt het resultaat van de diagnose af. Onderzoek het afdrukresultaat, zoals beschreven in "De printkop plaatsen", in
het hoofdstuk "Meteen aan de slag".
Indien u de printkop vervangen hebt omdat de afdrukkwaliteit was verminderd, gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
ONDERH. PRINTER
2. Druk op de toets:
6
Opgelet!
6. Raak de elektrische contacten
niet aan.
Op het display verschijnt:
NIEUWE KOP:AAN
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PRINTKOPTEST:AAN
Het faxtoestel start automatisch de reinigings- en
controleprocedure van de spuitmonden en drukt het
resultaat van de diagnose af.
49
Onderzoek het afdrukresultaat, zoals beschreven in "De
printkop plaatsen", in het hoofdstuk "Meteen aan de
slag".
REINIGINGSPROCEDURE VOOR DE PRINTKOP
-
Installeer de printkop opnieuw.
Raadpleeg de technische dienst.
ELEKTRISCHE CONTACTEN VAN DE PRINTKOP
REINIGEN
EN TESTPROCEDURE VOOR DE SPUITMONDEN
Met het faxtoestel van het stopcontact afgekoppeld:
Indien de afdrukkwaliteit achteruit gaat, kunt u een
snelle procedure uitvoeren voor het reinigen van de
printkop en het testen van de spuitmonden, afgesloten
door een afdruk die de toestand weergeeft.
1. Druk op de toets
1. Leg de telefoonhoorn eraf op
een stabiele ondergrond.
tot op het display verschijnt:
ONDERH. PRINTER
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
NIEUWE KOP:AAN
3. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"NIEUWE KOP:NEE", drukt u op de toetsen:
2. Maak het bedieningspaneel
open en til het op zoals aangegeven door de pijl.
| /}
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
PRINTKOPTEST:AAN
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
3. Ontgrendel de printkop door
middel van het hendeltje, zoals
aangegeven door de pijl.
Op het display verschijnt:
PRINTKOPTEST:AAN
Het faxtoestel start automatisch de reinigings- en
controleprocedure van de spuitmonden en drukt het
resultaat van de diagnose af.
Onderzoek het afdrukresultaat, zoals beschreven in "De
printkop plaatsen", in het hoofdstuk "Meteen aan de
slag".
4. Neem de printkop uit zijn behuizing.
OPMERKING
U kunt de procedure op elk gewenst moment onderbreken
door op de toets
te drukken.
OPMERKING
Indien de afdrukkwaliteit na het uitvoeren van de reinigingsprocedure nog niet aan de verwachtingen voldoet, kunt u in
volgorde de volgende handelingen uitvoeren, tot u een bevredigend resultaat bereikt:
- Maak op het faxtoestel een kopie van een document met de
gewenste grafische- of tekstkenmerken en beoordeel het resultaat.
- Gebruik een andere papiersoort (het papier dat u gebruikt
kan bijzonder poreus zijn) en herhaal de procedure nogmaals.
- Verwijder de printkop en installeer hem opnieuw.
- Verwijder de printkop en inspecteer deze op aanwezigheid
van deeltjes op de spuitmond; een eventueel aanwezig deeltje voorzichtig verwijderen en erop letten dat u de elektrische
contacten niet aanraakt. Installeer de printkop.
- Verwijder de printkop en reinig de elektrische contacten van
de printkop en van de printwagen, zie "Elektrische contacten van de printkop reinigen".
50
5. Reinig de elektrische contacten
met behulp van een lichtjes bevochtigde doek.
Opgelet!
Raak de spuitmonden niet
aan.
6. Reinig de elektrische contacten
op de printwagen eveneens met
een lichtjes bevochtigde doek.
7. Installeer de printkop opnieuw in zijn behuizing met de elektrische contacten naar het printkopcompartiment gericht.
8. Duw de printkop aan tot u een klik hoort, die aangeeft dat hij
goed zit.
9. Sluit vervolgens het bedieningspaneel en leg de hoorn weer
op zijn plaats.
OPTISCHE SCANNER REINIGEN
Door stof dat zich op het glas van de optische scanner opstapelt, zijn problemen bij het inscannen van documenten mogelijk. Om dit te voorkomen, moet u het glas af en toe als volgt
reinigen:
Met het faxtoestel van het stopcontact afgekoppeld:
1. Leg de telefoonhoorn eraf op
een stabiele ondergrond.
2. Maak het bedieningspaneel
open en til het op zoals aangegeven door de pijl.
6. Reinig het glas van de optische
scanner met een bevochtigde
doek met een specifiek glasreinigingsmiddel. Droog het glas
zorgvuldig af.
Opgelet!
Giet of spuit het reinigingsmiddel niet direct op het
glas.
7. Plaats een uiteinde van de rol
op de pen aan de linkerkant van
het faxtoestel, zoals aangegeven door de pijl.
8. Vergrendel de rol door middel
van het hendeltje, zoals aangegeven door de pijl.
9. Sluit vervolgens het bedieningspaneel en leg de hoorn weer
op zijn plaats.
OPMERKING
3. Verplaats de printwagen geheel
naar de linkerzijde van het
faxtoestel.
Om te controleren of de optische scanner schoon is, maakt u
een kopie met een blanco vel papier. Als op de kopie verticale
strepen te zien zijn en na controle blijkt dat de optische scanner perfect schoon is, dient u contact op te nemen met de
technische dienst.
BEHUIZING REINIGEN
4. Ontgrendel de papiertransportrol door middel van het hendeltje, zoals aangegeven door de
pijl.
1. Koppel het faxtoestel van het stroomnet en telefoonnet af.
2. Gebruik alleen een zachte, rafelvrije doek die u licht bevochtigd hebt met wat verdund afwasmiddel.
5. Verwijder de rol uit zijn behuizing.
51
VASTGELOPEN DOCUMENTEN VERWIJDEREN
Tijdens het verzenden of kopiëren kan het gebeuren dat
een origineel vastloopt (dit wordt op het display aangegeven met het bericht: "VERWIJDER DOK., DRUK < I >").
te
Probeer het origineel uit te voeren door op de toets
drukken. Indien het origineel niet uitgevoerd wordt, moet u
het als volgt handmatig verwijderen:
1. Trek het document voorzichtig
omhoog zonder dat het gescheurd raakt.
1
of
2. Trek het document voorzichtig
omlaag zonder dat het gescheurd raakt.
2
OPMERKING
Gebruik nooit puntige voorwerpen om vastgelopen documenten te verwijderen.
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN
Indien het papier voor het afdrukken van ontvangen documenten of het kopiëren van originelen vast mocht lopen (dit
wordt op het display aangegeven met het bericht "PAPIER
PROBLEEM, DRUK < I >"), probeer dan het papier uit te
voeren door op de toets
te drukken. Als het vel papier
niet uitgevoerd wordt, moet u het als volgt handmatig verwijderen:
1. Trek het vel voorzichtig omhoog
zonder dat het gescheurd raakt.
1
of
2
52
2. Trek het vel voorzichtig omlaag
zonder dat het gescheurd raakt.
OPMERKING
Gebruik nooit puntige voorwerpen om vastgelopen papier te
verwijderen.
OPMERKING
Als het niet lukt het vastgelopen document of papier volgens
de aangegeven methode te verwijderen, kan het in het
faxtoestel geblokkeerd zitten. Is dit het geval, ga dan als volgt
te werk:
1. Leg de telefoonhoorn eraf op een stabiele ondergrond (zie
fig. 1 van de procedure "Optische scanner reinigen").
2. Maak het bedieningspaneel open en til het op (zie fig. 2 van
de procedure "Optische scanner reinigen").
3. Verplaats de printwagen geheel naar de linkerzijde van het
faxtoestel (zie fig. 3 van de procedure "Optische scanner
reinigen").
4. Ontgrendel de papiertransportrol door middel van het hendeltje (zie fig. 4 van de procedure "Optische scanner reinigen").
5. Verwijder de rol uit zijn behuizing (zie fig. 5 van de procedure
"Optische scanner reinigen").
6. Verwijder het vastgelopen document of papier.
7. Plaats een uiteinde van de rol op de pen aan de linkerkant
van het faxtoestel (zie fig. 7 van de procedure "Optische
scanner reinigen").
8. Vergrendel de rol door middel van het hendeltje (zie fig. 8
van de procedure "Optische scanner reinigen").
9. Sluit het bedieningspaneel en leg de hoorn weer op zijn plaats.
FABRIKANT EN SERVICE
FABRIKANT
Olivetti Tecnost, S.p.A. con unico azionista
Gruppo Telecom Italia
Direzione e coordinamento di Telecom Italia S.p.A.
Via Jervis, 77 - 10015 IVREA (TO)
ITALIË
SERVICE
Indien het faxtoestel niet naar behoren werkt, of bij vragen
aan de fabrikant, kunt u het nummer bellen dat op de "Warranty
Card" is aangegeven.
GARANTIE
Het faxtoestel is door garantie gedekt voor een periode van
36 maanden vanaf de aankoopdatum.
Meer informatie vindt u op de bijgeleverde "Warranty Card"
en/of in de bij de handleiding geleverde Garantiegegevens.
53
TECHNISCHE GEGEVENS
ALGEMENE
Model ......................... Tafelmodel
Display ........................ LCD 16 + 16 tekens
Geheugencapaciteit ..... 360 Kbyte
Afmetingen
Breedte ....................... 340 mm
Diepte ......................... 220 mm - 235 mm (**)
Hoogte ........................ 133 mm - 272 mm (**)
Gewicht ....................... ca. 2,5 Kg
COMMUNICATIEKENMERKEN
Telefoonnet ................. Openbaar/PBX
Compatibiliteit ............... ITU
Modemsnelheid ....................... 14400 - 9600 - 7200 - 4800 - 2400
(met automatische "fall back")
Comprimeringsmethode ........... MH, MR, MMR
KENMERKEN
STROOMVOORZIENING
Stroomvoorziening .................. 220-240 VAC of 110-240 VAC (zie
het plaatje aan de achterkant van
het faxtoestel)
Frequentie .............................. 50-60Hz (zie het plaatje aan de achterkant van het faxtoestel)
Stroomverbruik:
- in standby ............................ ca. 4W
- max. verbruik ...................... 35W
OMGEVINGSVOORWAARDEN
Temperatuur ............... van +5oC tot +35oC (werking)
................................... van -15oC tot +45oC (transport)
................................... van 0oC tot +45oC (opslag en wachtstand)
Relatieve vochtigheid .. 15%-85% (werking/opslag/wachtstand)
................................... 5%-95% (transport)
KENMERKEN
SCANNER
Scanmethode ....................................... CIS
Scanresolutie:
- horizontaal ........................................ 8 pixels/mm
- verticaal STANDARD........................ 3,85 lijnen/mm
- verticaal FINE ................................... 7,7 lijnen/mm
VERZENDINGSKENMERKEN
Verzendingstijd ............ ca. 7s (14400 bps) (*)
Capaciteit van de
documentinvoer .......... Automatische invoer (ADF):
................................... 5 vel A4 (70 - 90 gr/m2)
54
ONTVANGSTKENMERKEN
KENMERKEN
Afdrukmethode ............ Afdruk op gewoon papier met inkjetprinter
Max. afdrukbreedte .............................. 204 mm
Max. afdruklengte ................................ 282 mm
Afdrukpapier ........................................ A4 (210 x 297 mm)
Papierinvoer ............... Cassette voor gewoon papier (max. 40 vel
80 gr/m2)
KENMERKEN
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
VAN HET ANTWOORDAPPARAAT
Opnamecapaciteit: ca. 15'
Memo
2 uitgaande boodschappen
Functie alleen uitgaande boodschap
Functie "gesprekkosten besparen"
Doorstuur-boodschap
Snelle toegang vanaf bedieningspaneel en op afstand
Toegangscode
Opname boodschappen
Behoud van boodschappen bij stroomuitval.
(*) =
(**) =
Formaat ITU-TS, Test Sheet n° 1 (Slerexe Letter) in
standaardresolutie met MH-comprimering.
Met papiersteun.
INDEX
A
D
Aansluiting
aansluitbussen 7
op de telefoonlijn 8
op het stopcontact 9
van de telefoonhoorn 8
Activering van het antwoordapparaat 30
Afstandbediening van het antwoordapparaat 35
Afstandsbedieningscode 41
Antwoordapparaat 30, 54
activering 30
afdrukken van de configuratieparameters 37
afspelen van boodschappen en memo's 33
afspelen van uitgaande boodschap 1 32
afspelen van uitgaande boodschap 2 33
annuleren van de toegangscode 31
bedieningspaneel 30
doorsturen van boodschappen en memo's 34
op afstand bedienen 35
opnametijd voor memo's en binnenk. boodschappen 33
opnemen van de doorstuur-boodschap 33
opnemen van memo's 33
opnemen van uitgaande boodschap 1 32
opnemen van uitgaande boodschap 2 33
speciale functies 36
alleen uitgaande boodschap 36
gesprekkosten besparen 36
stille ontvangst 37
uitgaande boodschappen en memo's 32
wijzigen van de toegangscode 31
wissen van boodschapopen en memo's 34
Automatische documentinvoer (ADF) 7, 13, 21
Automatische kiesherhaling 23
Datum en tijd
datum en tijd instellen 10
datum en tijd wijzigen 10
Display 7
andere berichten 48
foutberichten 47
Documenten
automatische documentinvoer (ADF) 7, 13, 21
vastgelopen documenten verwijderen 52
welke documenten kunt u gebruiken 21
Doorstuur-boodschap
opnemen 33
B
Bedieningspaneel 5
Bedieningspaneel voor het antwoordapparaat
Behuizing
reinigen 51
Berichten
andere berichten op het display 48
foutberichten op het display 47
E
ECM (Error Correction Mode) 43
Elektrische contacten
van de printwagen 50
F
Fabrikant
contact opnemen 53
telefoonnummer 53
Foutcodes 45, 46
FOUTEN-LED 47
G
Geheugen
verzending uit het geheugen 23
wijzigen/herhalen/wissen 24
Geluidssignalen 48
I
30
C
Componenten
extern en intern 7
Configuratie
configuratieparameters afdrukken 29
instelling van enkele parameters 9
standaard waarden 4
Configuratieparameters van het antwoordapparaat
afdrukken 37
Contrast
afstellingen 21
Installatie- en instellingsparameters
configuratieparameters afdrukken 29
instelling van enkele parameters 9
over installatie- en instellingsparameters 4
Invoer voor normaal papier (ASF) 7, 11
K
Kenmerken van de telefoonlijn
aansluiten op een privé-lijn (PBX) 19
aansluiten op het openbare telefoonnet 19
openbare telefoonnet 19
privé-lijn 19
Kiesmodus
puls 19, 20
toon 19, 20
Kopie
contrast- en resolutiewaarden 16
de kopieertaak onderbreken 16
kopiëren 16
reproductiewaarde 16
welke documenten kunt u kopiëren 16
55
L
P
Lijsten
Papier
invoer voor normaal papier (ASF) 7
papier laden 11
vastgelopen papier 45
vastgelopen papier verwijderen 52
wanneer het papier opraakt 45
Polling
polling voor ontvangst 43
polling voor ontvangst wijzigen/wissen 44
wat is polling 43
Printkop
elektrische contacten reinigen 50
printkop installeren 12
printkop vervangen 49
reinigings-en controleprocedure van de spuitmonden 12, 50
Problemen oplossen
de stroom is uitgevallen 45
de verzending mislukt 45
het papier of de inkt is op 45
kleine problemen oplossen 45
gegevens van one-touch-toetsen en snelkiescodes 29
lijst van configuratieparameters 29
lijst van installatieparameters 29
lijst van uitgesloten nummers 29
Luidsprekervolume 42
M
Memo's
opnemen 33
Memo's en binnenkomende boodschappen
afspelen 33
doorsturen 34
opnametijd 33
wissen 34
Milieu
milieuvriendelijkheid 3
O
Onderhoud
aanbevelingen voor de veiligheid 3
behuizing reinigen 51
controle van de spuitmonden 50
elektrische contacten reinigen 50
optische scanner reinigen 51
printkop vervangen 49
problemen oplossen
de stroom is uitgevallen 45
de verzending mislukt 45
het papier of de inkt is op 45
kleine problemen oplossen 45
reinigingsprocedure voor de printkop 50
telefoonnummer voor service 53
vastgelopen documenten verwijderen 52
vastgelopen papier verwijderen 52
One-touch-toetsen
opbellen via de one-touch-toetsen 15
programmeren 25
verzenden via one-touch-toetsen 26
wijzigen 26
Ontvangst
aantal belsignalen wijzigen 39
afdrukzone van een ontvangen document verkleinen 38
afstandsbedieningscode wijzigen 41
automatische ontvangst 14, 24
met oproeptype-herkenning 25
herkenning van het belsignaal-ritme 40
manuele ontvangst 14, 24
naam of nummer van de beller weergeven 39
ontvangst in stand "TEL./FAX" 14
ontvangst met antwoordapparaat 14, 24
ontvangstmodus kiezen 13, 24
resterende tekst 38
stille ontvangst 38
volume belsignalen wijzigen 40
zoemerduur wijzigen 40
Optische scanner
reinigen 51
56
R
Rapporten
activeringsrapport 27
afdruk opvragen 29
automatische afdruk 28
foutdberichtenrapport 27
rapport laatste circulaire 27
rapport laatste verzending 27
rapporten interpreteren 28
stroomonderbrekingsrapport 27
Resolutie
afstellingen 22
S
Service
telefoonnummer voor service 53
Signalen
andere geluidssignalen 48
geluidssignalen die een fout aangeven 47
Snelkiescodes
opbellen via de snelkiescodes 15
programmeren 26
verzenden via snelkiescodes 26
wijzigen 26
Stroom
wanneer de stroom uitvalt 45
T
Technische gegevens
algemene kenmerken 54
communicatiekenmerken 54
kenmerken scanner 54
kenmerken stroomvoorziening 54
kenmerken van het antwoordapparaat
omgevingsvoorwaarden 54
ontvangstkenmerken 54
verzendingskenmerken 54
54
Telefoon
gebruik van de telefoon 15
opbellen door zoeken in het adresboek 15
opbellen via de one-touch-toetsen 15
opbellen via de snelkiescodes 15
opvragen van de laatste nummers 15
Telefooncentrale
openbaar telefoonnet 19
privé-centrale 19
Telefoonnummer voor service 53
Toegangscode voor het antwoordapparaat
wijzigen 31
wissen 31
Z
Zenderidentificatie
faxnummer 11
naam 10
naam en faxnummer
plaats 11, 41
Zoemervolume 42
U
Uitgaande boodschap 1
afspelen 32
opnemen 32
Uitgaande boodschap 2
afspelen 33
opnemen 33
Uitgaande boodschappen en memo's
32
V
Veiligheid
aanbevelingen voor de veiligheid 3
aanbevelingen voor het gebruik 3
brandgevaar 3
gebruiksbestemming 4
ongevalrisico 3
schokgevaar 3
verstikkingsgevaar 3
Verbindingstonen 42
Verpakking
inhoud van de verpakking 8
Verzending
circulaire 23
contrast en resolutie afstellen 21
documenten verzenden 13, 22
ECM-modus in-/uitschakelen 43
een document uit het geheugen verzenden 23
herhaling van mislukte verzending uit het geheugen 42
kiestonen horen bij het verzenden 13, 22
luidsprekervolume regelen 42
onderbreken 22
opvragen van de laatste nummers 27
telefoonhoorn opnemen bij het verzenden 13, 23
verbindingstonen weergeven 42
verzenden door opzoeken in het adresboek 27
verzenden via one-touch-toetsen 26
verzenden via snelkiescodes 26
verzendingssnelheid verminderen 43
welke documenten kunt u gebruiken 13, 21
zoemervolume regelen 42
Verzendingssnelheid 43
Volume belsignalen 40
57
RICHTLIJN 2002/96/EG BETREFFENDE AFGEDANKTE ELEKTRISCHE EN
ELEKTRONISCHE APPARATUUR
INFORMATIE
1. VOOR DE LANDEN VAN DE EUROPESE UNIE (EU)
Het is verboden om elektrische en elektronische apparatuur als huishoudelijk afval te verwerken: het is verplicht om een
gescheiden inzameling uit te voeren.
Het achterlaten van dergelijke apparatuur op plekken die niet specifiek hiervoor erkend en ingericht zijn, kan gevaarlijke
gevolgen voor het milieu en de veiligheid met zich meebrengen.
Overtreders zijn onderworpen aan sancties en maatregelen krachtens de wet.
OM OP CORRECTE WIJZE ONZE APPARATUUR TE VERWERKEN KUNT U:
a) Zich wenden tot de plaatselijke instanties die u aanwijzingen en praktische informatie over de correcte behandeling van
het afval zullen verschaffen, zoals bijvoorbeeld: locatie en openingstijden van de inzamelcentra, enz.
b) Bij aankoop van een nieuw apparaat van ons merk, het oude apparaat, dat gelijk moet zijn aan het gekochte apparaat, bij
onze wederverkoper inleveren.
Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak, aangebracht op de apparatuur, betekent dat:
- het apparaat aan het einde van zijn levensduur bij geoutilleerde inzamelcentra moet worden ingeleverd en
gescheiden van het huishoudelijk afval moet worden verwerkt.
2. VOOR DE OVERIGE LANDEN (NIET EU)
De behandeling, de inzameling, de recycling en de verwerking van elektrische en elektronische apparatuur dienen overeenkomstig de wetten die in elk land van kracht zijn te gebeuren.
Code monochrome printkop
Monoblok printkop: code B0336F
256606J
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement